Onderwerpen: Cultuur

  • Cesária Évora, diva op blote voeten

    Cesária Évora, diva op blote voeten

    Cesária Évora, de wereldberoemde Kaapverdiaanse zangeres, verloochende haar afkomst nooit. Zo is te zien in de documentaire van regisseur Ana Sofia Fonseca over het leven van de anti-ster die niets moest hebben van alle roem. Het leverde een uiterst intieme film op.

    De Kaapverdische zangeres Cesária Évora (1941-2011) is onlosmakelijk verbonden met het ontstaan van het genre ‘wereldmuziek’, begin jaren negentig. Zodra in een bar haar nummer Sodade klinkt, beginnen vijfendertigplussers onwillekeurig mee te neuriën.

    In de documentaire Cesária Évora van de Portugese regisseur Ana Sofia Fonseca komt vooral naar voren hoe bijzonder het is dat een zangeres die opgroeide onder uiterst sobere omstandigheden pas na haar vijftigste internationaal doorbrak en haar afkomst nooit verloochende, schrijft Manori Ravindran voor Variety: ‘Op het archiefmateriaal dat Fonseca gebruikte, zie je hoe Cesária blijft zorgen voor eten, drinken en onderdak voor de mensen in haar omgeving.’

    ‘Haar melancholische stem komt rechtstreeks uit de aarde, uit haar binnenste’

    Volgens Vasco Baptista Marques van het Portugese dagblad Expresso is de film ‘wat onevenwichtig’ geworden, maar komt dat ‘waarschijnlijk door het gebrek aan materiaal uit de periode vóór haar doorbraak’. Hij noemt het ‘volkomen terecht dat Fonseca de pure authenticiteit van deze diva op blote voeten centraal stelt. Want haar melancholische stem komt rechtstreeks uit de aarde, uit haar binnenste, en zou nooit in een studio kunnen worden geproduceerd.’

    Ian-Malcolm Rijsdijk vindt dat de oude familiefoto’s en archiefbeelden juist prima illustreren waar de zangeres én haar eilandengroep vandaan komen, schrijft hij voor de academisch-journalistieke site The Conversation: ‘Een Portugees marineschip aan de kade, de eerste dagen van de onafhankelijkheid [in 1975]: het geeft de film een extra dimensie. Tegelijkertijd vormt het een mooie combinatie met het portret van een anti-ster die niets moest hebben van wereldfaam en marketingstrategieën, en altijd terugging naar haar geboortedorp.’

    ‘Een geweldige en uiterst intieme film,’ recenseert Fernando Gálligo Estévez voor de Spaanse filmsite Cinemagavia: ‘Omdat Fonseca in de loop der jaren het vertrouwen van Évora zelf, haar familie en vrienden heeft gewonnen, krijgen we behalve van haar succes ook een beeld van haar traumatische kinderjaren, de terugkerende depressies en haar alcoholverslaving.’

    De documentaire Cesária Évora draait vanaf 1 juni in de bioscoop

  • Agenda

    Agenda

    360 selecteert een aantal toonaangevende internationale concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities.

    Alternatieve werelden op het HF

    FILM | Deze zomer zijn er tijdens het Holland Festival 201 voorstellingen, waaronder zeven wereldpremières. Veel oude bekenden staan op het programma, zoals Laurie Anderson, Romeo Castellucci, Susanne Kennedy en Meredith Monk. En het lijkt wel alsof de meerderheid een alternatieve wereld creëert omdat de huidige niet meer voldoet.

    De Duitse filmmaker Julian Rosefeldt stelde het scenario voor de levensgrote filminstallatie Euphoria bijna volledig samen uit citaten van uiteenlopende figuren: Ayn Rand, Aldous Huxley, Cardi B, Warren Buffett, Plato, Terry Pratchett, Snoop Dogg, Shakespeare et cetera. Die citaten vormen het thema van de installatie: de ‘euforische’ en de destructieve kant van onze kapitalistische consumptiemaatschappij.

    In 2017 was Rosefeldts filminstallatie Manifesto de grote trekpleister van het festival. De Australische actrice Cate Blanchett kroop destijds in de huid van dertien verschillende personages, met slechts teksten uit beroemde manifesten waarin kunstenaars hun visie op de wereld en de kunst uiteen zetten. Voor Blanchett, bewonderd om haar vermogen in elke rol te stappen, moest een tijger dit keer geen enkel probleem zijn. In Euphoria verzorgt ze de stem van een tijger die sloffend door een lege supermarkt filosofeert over tweeduizend jaar menselijke hebzucht. Verder zijn het vooral mensen die de eindeloze sleur van de vrije markt vieren.

    Euphoria, Centrale Markthal, Amsterdam, 9-25/6

    Euphoria @Julian Rosefeldt
    © Julian Rosefeldt

    Nieuwe visie

    MUZIEK/BEELDENDE KUNST | Een deel van het programma van het HF is tot stand gekomen in samenwerking met associate artist Anohni (voorheen bekend van Antony and the Johnsons). Ze zal op meerdere plekken en in verschillende disciplines het maatschappelijk debat op gang brengen, om een nieuwe visie op de samenleving te formuleren: een waarin niemand wordt uitgesloten, gemarginaliseerd of uitgebuit.

    De kunstenaar zelf is aanwezig met drie projecten. Het muziekstuk The Disintegration Loops (for Euterpestraat) is gratis toegankelijk en bevat muziek van de Amerikaanse componist William Basinski, uitgevoerd door het Radio Filharmonisch Orkest. De multimediale tentoonstelling She Who Saw Beautiful Things is te zien in Huis Willet-Holthuysen. En als onderdeel van kunstenaarsgroep Future Feminism presenteert Anohni in het Muziekgebouw de installatie 13 Tenets of Future Feminism.

    Anohni, Holland Festival, meerdere locaties

    © ANOHNI
    © Anohni

    Pionier Anderson

    Laurie Anderson, intrigerende zangeres en pionier op het gebied van technologie in de kunst, speelt in Carré oud en nieuw werk, van haar debuutalbum Big Science tot nu. Maar uiteraard geeft ze de nummers een hedendaagse draai, samen met haar jazzband Sexmob.

    8/6, Carré, Amsterdam

    Laurie Anderson

    Telefoongesprek

    In The Worm belt kunstenaar Ed Atkins met zijn moeder. Het gesprek wordt weergegeven met een computergegenereerde 3D-animatie. Moeder en zoon zijn fysiek gescheiden, maar komen ook ongemakkelijk dicht bij elkaar, met extreme close-ups en onhandige gebaren.

    1/6-1/7, Hartwig Art Foundation, Parnassusweg 220, Amsterdam

    Ed Atkins

    Vreemde loop

    Om te onderzoeken wat het betekent om mens te zijn, namen regisseur Susanne Kennedy en
    multimediakunstenaar Markus Selg in Angela (a strange loop) het leven van één vrouw als uitgangspunt. Angela zou uiteindelijk slechts een vreemde loop kunnen zijn, een eindeloze reeks.

    7-9/6, ITA, Amsterdam

    Angela a strange loop.

    Muziek, beweging en architectuur

    MUZIEK | De avant-gardekunstenares, regisseur, componist, choreograaf en zangeres Meredith Monk zei tegen The Guardian: ‘Ik voel me als een esthetische moeder van Björk’ – de IJslandse ster die het componeren met eigen stem niet van een vreemde heeft. Monks nieuwste voorstelling Indra’s Net is geïnspireerd op een boeddhistische vertelling over de onderlinge verbondenheid van al het leven. De menselijke stem is een uitstekend instrument om dat mee voelbaar te maken.

    Monk heeft al haar leven lang haar stem verkend en op allerlei manieren gebruikt: als een kabbelend kind, een oeroude sjamaan en een schrille, opera-achtige mezzosopraan. Ze integreert dierlijk geknor, gegrom en gegrinnik. Ze huilt, hijgt, fluistert, klikt, piept en jodelt, zonder dat het moedwillig experimenteel wordt.

    Voor de wereldpremière van Indra’s Net speelt het veertienkoppige Vocal Ensemble mee in wat belooft een audiovisueel samenspel te zijn van muziek, beweging en architectuur.

    Meredith Monk – Indra’s net, Gashouder, Amsterdam, 23-24/6

    a1PAb0000000LphMAE 1660x727
  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.

    Blootsvoets op het podium

    Onnavolgbaar melancholische anti-ster

    DOCUMENTAIRE | De Kaapverdische zangeres Cesária Évora (1941-2011) is onlosmakelijk verbonden met het ontstaan van het genre ‘wereldmuziek’, begin jaren negentig. Zodra in een bar haar nummer Sodade klinkt, beginnen 35-plussers onwillekeurig mee te neuriën.

    In de documentaire Cesária Évora van de Portugese regisseur Ana Sofia Fonseca komt vooral naar voren hoe bijzonder het is dat een zangeres die opgroeide onder uiterst sobere omstandigheden pas na haar vijftigste internationaal doorbrak en haar afkomst nooit verloochende, schrijft Manori Ravindran voor Variety: ‘Op het archiefmateriaal dat Fonseca gebruikte, zie je hoe Cesária blijft zorgen voor eten, drinken en onderdak voor de mensen in haar omgeving.’

    Volgens Vasco Baptista Marques van het Portugese dagblad Expresso is de film ‘wat onevenwichtig’ geworden, maar komt dat ‘waarschijnlijk door het gebrek aan materiaal uit de periode vóór haar doorbraak’. Hij noemt het ‘volkomen terecht dat Fonseca de pure authenticiteit van deze diva op blote voeten centraal stelt. Want haar melancholische stem komt rechtstreeks uit de aarde, uit haar binnenste, en zou nooit in een studio kunnen worden geproduceerd.’

    Ian-Malcolm Rijsdijk vindt dat de oude familiefoto’s en archiefbeelden juist prima illustreren waar de zangeres én haar eilandengroep vandaan komen, schrijft hij voor de academisch-journalistieke site The Conversation: ‘Een Portugees marineschip aan de kade, de eerste dagen van de onafhankelijkheid [in 1975]: het geeft de film een extra dimensie. Tegelijkertijd vormt het een mooie combinatie met het portret van een anti-ster die niets moest hebben van wereldfaam en marketingstrategieën, en altijd terugging naar haar geboortedorp.’

    ‘Een geweldige en uiterst intieme film,’ recenseert Fernando Gálligo Estévez voor de Spaanse filmsite Cinemagavia: ‘Omdat Fonseca in de loop der jaren het vertrouwen van Évora zelf, haar familie en vrienden heeft gewonnen, krijgen we behalve van haar succes ook een beeld van haar traumatische kinderjaren, de terugkerende depressies en haar alcoholverslaving.’

    De documentaire Cesária Évora draait vanaf 1 juni in de bioscoop

    Door Diederik Samwel

    Cesaria Evora 1000x563 1

    Bad Bunny geeft het goede voorbeeld

    De nieuwe status van Latijns-Amerikaanse kunst

    MUZIEK | ‘We moeten ophouden gringo’s als goden te zien,’ zegt Bad Bunny in een interview met El País. ‘Dat zijn ze niet.’ De Puerto Ricaanse artiest, die eigenlijk Benito Antonio Ocasio Martínez heet, begon zijn carrière zes jaar geleden en is nu de meest gestreamde Latijns-Amerikaanse artiest op Spotify. Hij prijkte onlangs op de cover van Time, dat een uitvoerig portret aan hem wijdt. ‘Zijn originaliteit, onafhankelijkheid en lokale focus hebben hem tot een volstrekt nieuw soort wereldster gemaakt en wegen vrijgemaakt die de poortwachters in New York of Hollywood volledig omzeilen’, aldus het prestigieuze Amerikaanse weekblad.

    Het Latijns-Amerikaanse Connectas benadrukt hoe zeldzaam het is dat een publiek figuur deze voorpagina weet te behalen, ‘en het is zelfs nog ongebruikelijker dat de cover niet-Engelstalig is en gewijd aan een Latijns-Amerikaans muziekgenre’.

    Volgens sommigen, onder wie muziekjournalist Víctor Lenore, is er dan ook sprake van een ‘belangrijke verschuiving’, waarbij Latijns-Amerikaanse kunstenaars op gelijke voet zijn komen te staan met hun Angelsaksische collega’s. ‘In Spanje hebben we bijvoorbeeld een koloniaal vooroordeel, bijna onbewust, dat wat in Latijns-Amerika wordt gemaakt minder waardevol is dan wat uit Londen, New York of Los Angeles komt’, schrijft hij op de site van het Spaanse radiostation Onda Cero. Ook sociale media spelen volgens Lenore een rol: terwijl de Angelsaksische muziekindustrie altijd liever de eigen artiesten promoot, krijgen we onder andere door de algoritmes van YouTube na een nummer van Bad Bunny een volgend Latijns-Amerikaans nummer aangeboden.

    Hoewel de muziek van Bad Bunny regelmatig door critici wordt weggezet als ‘hedonistische rap’, dient de muziekstijl volgens anderen juist om machismo, kolonialisme of andere ideologieën aan de kaak te stellen. Ook zou de stijl juist het goede voorbeeld kunnen geven. Connectas citeert de eveneens Puerto Ricaanse artiest Daddy Yankee: ‘Vóór ik bekend werd wilden de jongeren in mijn buurt drugsdealer worden; nu willen ze allemaal zanger worden.’

    Ook Bad Bunny toont politieke betrokkenheid. Hoewel de artiest op zijn tour door Europa in 2019 tot wel een miljoen euro per optreden kon verdienen, koos hij ervoor om terug te keren naar San Juan om de protesten tegen Ricardo Rosselló, de gouverneur van Puerto Rico, te leiden. Die werd uiteindelijk afgezet na een corruptieschandaal en beschuldigingen van homofobe opmerkingen. Lenore van Onda Cero noemt Bad Bunny dan ook een nieuwe Bob Dylan.

    GettyImages 1482340583

    Polemiek tegen de consultancy-industrie

    Simplistische powerpoints en zombie-achtige mailtjes

    NON-FICTIE | In het boek The Big Con nemen de Britse wetenschappers Mariana Mazzucato en Rosie Collington consultancybedrijven als Deloitte en EY onder vuur. ‘Deze twee stoere vrouwelijke economen en experts in innovatief denken leveren verlammende kritiek op de adviesbranche,’ concludeert Hugo Gaarden op de Deense nieuwssite Økonomisk Ugebrev. Volgens Gaarden brengen ze ‘scherp aan het licht’ hoe de controle op de branche vaak ontbreekt, waardoor ‘de economie en de democratie worden ondermijnd’.

    Diane Coyle van de Financial Times benadrukt dat de auteurs ‘perfect’ laten zien hoe snel er een vicieuze cirkel ontstaat. ‘Probeer de klok maar eens terug te draaien. Heeft een grote firma of ministerie eenmaal diensten uitbesteed, dan kost het veel te veel tijd en geld om die weer in eigen beheer te nemen. Dan wordt maar weer een nieuw contract met een consultancybedrijf afgesloten.’

    Hettie O’Brien schrijft in The Guardian dat de anekdotes en de interviews met consultants in het boek het meest tot de verbeelding spreken: ‘Vergaderingen waarin het wemelt van de Deloitte-mensen die elkaar met zombie-achtige mailtjes bestoken. Of junior-adviseurs die vaak veel beter in de gaten hebben wat er binnen de organisatie speelt dan hun leidinggevenden. En dan blijken adviezen bovendien te bestaan uit bedrieglijk simplistische powerpoints.’

    Greg Rosalsky van het Amerikaanse NPR is ‘opgelucht’ dat Mazzucato en Collington ook aanbevelingen doen: ‘Maximale transparantie bij contracten met de consultancybedrijven, extra alert zijn op belangenverstrengeling en diepgaand investeren in de eigen medewerkers binnen de organisatie. Dat zouden overheden ter harte moeten nemen.’

    The Big Con, door Ed Lof en Joost Polmann vertaald als ‘De consultancy-industrie’, is op 17 mei verschenen bij uitgeverij Nieuw Amsterdam

    Door Diederik Samwel

    the big con

    Het stille protest van Giorgio Morandi

    Stillevens die blijven intrigeren

    TENTOONSTELLING | Giorgio Morandi (1890-1964) was op vele manieren een uitzonderlijke figuur, schrijft het Italiaanse Focus. Niet alleen ondervond de schilder weinig invloeden van andere stromingen en had hij nauwelijks contact met kunstenaars uit zijn tijd, ook schilderde hij vrijwel uitsluitend dezelfde onderwerpen: flessen, vazen, koffiekannen, bloemen, schalen en landschappen. Die werden voor het overgrote deel in de ruimte geschilderd waar de kunstenaar zijn hele leven woonde.

    ‘Je kunt je voorstellen hoe hij op een stille ochtend deze spullen uit de keukenkast haalde en neerzette. Terwijl hij de lange schaduwen van de citroenpers, de fles en de beker nabootste, stond de tijd stil. (…) Het zijn levenloze vormen, en toch trillen ze van spookachtig bewustzijn’, aldus The Guardian. ‘Ik heb het gevoel dat ik elke reflectie, elke lichte kleurvariatie (…) beter moet bekijken, steeds moet terugkeren met mijn gedachten om ze beter te begrijpen’, citeert Arte Matilde Catanese, een van de verzamelaars van Morandi’s werk.

    Terwijl de schilder zijn werkdagen op die manier in alle rust doorbracht, woedde buiten de deuren het fascisme van Mussolini. In 1943 werd Morandi gearresteerd en gevangengezet vanwege zijn banden met verzetsleiders. Sommige van zijn werken zouden dan ook een vorm van stil protest zijn; in de vazen van Natura morta zijn bijvoorbeeld tombes te zien. Volgens The Guardian doet Morandi’s werk ondanks het gebrek aan menselijke gestalten ‘pijn van de liefde en menselijkheid’.

    ‘Giorgio Morandi en Nederland’, van 17 juni t/m 24 september te zien in Museum Belvédère in Heerenveen

    Giorgio Morandi
  • Het kunstgenootschap dat Rome onveilig maakte

    Het kunstgenootschap dat Rome onveilig maakte

    In de zeventiende eeuw vestigde een beruchte groep kunstenaars uit de Lage Landen zich in Rome: De Bentvueghels. In het Centraal Museum in Utrecht is nu een tentoonstelling te zien over hun kleurrijke leven.

    Rond 1620 vestigde een groep kunstenaars uit de Lage Landen zich in Rome en vormde samen het kunstenaarsgenootschap De Bentvueghels. Met hun kleurrijke persoonlijkheden en unieke rituelen parodieerden ze de twee officiële ‘heilige huisjes’ van Italië: de Rooms-Katholieke Kerk en de Accademia di San Luca. Maar het ging om het schildersvak. De Bentveughels trokken er samen op uit om de overblijfselen van de kunst en de natuur in en rondom Rome te tekenen.

    De tentoonstelling De Bentvueghels. Een berucht kunstgenootschap in Rome gaat in op het leven en de kunstenaarspraktijk van deze ambitieuze groep schilders. Aan de hand van ruim honderd kunstwerken leer je in Centraal Museum in Utrecht De Bentvueghels kennen. In de expositie zijn prachtige italianiserende landschappen te zien, van onder anderen Jan Both, Cornelis van Poelenburch en Jan Baptist Weenix.

    Centraal Museum in Utrecht, tot 4/6

  • Ex-gevangenen in het theater

    Ex-gevangenen in het theater

    De Franse theaterregisseur Joël Pommerat staat bekend om zijn sociaal betrokken voorstellingen. Met zijn laatste stuk, Amours (2), biedt hij een podium aan ex-gevangenen.

    Joël Pommerat schijnt een van de beste regisseurs en toneelschrijvers van Frankrijk te zijn. Hij heeft in ieder geval sociale diversiteit ruim baan gegeven en acteurs van allerlei pluimage de kans geboden op professionele podia te spelen.

    Sinds 2015 heeft hij behalve drie nieuwe stukken weinig van zich laten horen. Maar deze maand is hij terug in Parijs met Amours (2), een zeventig minuten durende medley over liefde voor een klein publiek. Er staan stoelen aan drie zijden van een vierkante ruimte; een verwijzing naar een stuk dat hij in 2019 in een Franse gevangenis maakte. Pommerat werkt al bijna tien jaar met gevangenen als acteurs. Twee van deze gevangenen zijn inmiddels vrijgelaten en onder contract gesteld bij Pommerats theatergezelschap: de Compagnie Louis Brouillard.

    Amour (2), Theatre Contemporain, Parijs 8 en 9/6

  • ‘Mijn Iraanse moeder en ik hebben vaak last van culturele botsingen’

    ‘Mijn Iraanse moeder en ik hebben vaak last van culturele botsingen’

    Opgegroeid in verschillende culturen met verschillende normen, raakte de Iraanse Dina Nayeri (1979) vaak in conflict met haar moeder. Nu haar dochter ouder wordt, begint ze hun relatie in een ander licht te zien.

    We woonden in 2020, toen mijn dochter Elena vier was, korte tijd in Frankrijk. Op onze eerste dag, toen onze keuken nog vol stond met dozen, gingen we samen naar de McDonald’s. Ik vertelde haar dat die in Frankrijk ‘Le Macdo’ genoemd wordt. Ik zette haar op de toonbank en las haar de Franse menukaart voor, terwijl ze giechelend tegen me aan leunde. ‘Mama, de Fransen zijn zo grappig!’ Een paar weken later kwamen we een jongen van haar school tegen. ‘Coucou, Elena!’ zei hij. Ze zwaaide koeltjes naar hem en grijnsde toen naar mij. ‘Vind je dat niet grappig?’

    Haar slinkse lach deed me denken aan de eerste keer dat ik zag hoe westerse families met elkaar omgingen. Ik was negen en we waren net gevlucht uit Iran, omdat mijn moeder zich tot het christendom had bekeerd – en dus een afvallige was. Mijn moeder, broer en ik hadden tot dan toe zonder verblijfsvergunning in onzekerheid in Dubai gewoond. Toen ons migrantenhostel onverwacht sloot, werden we opgenomen door een gezin van Australische missionarissen. We trokken ons op onze eerste avond in hun huis gedrieën terug in onze slaapkamer om het over hun gewoontes te hebben. We giechelden. We waren dankbaar dat we een comfortabele kamer en een bed hadden, maar de familie was in onze ogen zo vreemd.

    Het was ook spannend om het gedrag van witte mensen onder de loep te nemen; die kans kregen we niet vaak. Mijn moeders ogen werden zo groot als schoteltjes toen het eten werd opgediend: we kregen plakken ham, koude groenten en wat restjes. Hun zoon Nathan, een jongen van mijn leeftijd, kreeg elke avond eerst even tijd voor zichzelf om daarna met veel omhaal door zijn beide ouders te worden toegestopt. We vonden het een bizar ritueel.

    Ik had nog nooit tijd voor mezelf gekregen. Mijn moeder bemoeide zich altijd met mijn zaken. Ze had in het hostel in mijn bed geslapen. Dat de deur van Nathans slaapkamer dichtging, vond ik zo theatraal. Zo onnodig. Deden moeders in andere landen ook de deuren van hun kinderen dicht? Wachten ze ook geduldig af tot het heilige speelkwartier afgelopen was? Mijn moeder, mijn broer en ik verkeerden toen we net geëmigreerd waren in een permanente staat van verwondering en verbijstering. Alles wat die Engelsen deden vonden we vreemd. We klampten ons ’s avonds aan elkaar vast en giechelden erom tot ons lachen overging in huilen. Dan vielen we in elkaars armen in slaap. We wensten dat we hun humor op een dag zouden begrijpen, zodat we ontspannen bij ze aan tafel konden zitten.

    Psychische grenzen

    Vandaag de dag moet ik vaak weer aan Nathans gesloten slaapkamerdeur denken. Mijn moeder, mijn broer en ik leefden zo’n twintig jaar lang diep binnen elkaars psychische grenzen, we deelden matrassen en borden eten en spraken een hybride geheimtaal. We leerden om van elkaar te houden in tijden van crisis, maar we werden slecht in alleen zijn, gemoedsrust voelen en elkaars privacy waarborgen. Er was haast geen ruimte voor individualiteit. Waar we ook waren – of we nu vastzaten in een vluchtelingenkamp, een luchthaven of een smerig appartement in Oklahoma – het was alsof we samenleefden in een oude, vertrouwde kamer, die volhing met wandtapijten en rook naar de maaltijden van thuis.

    We grapten en huilden en vochten in die warme bunker. We schreeuwden dingen naar elkaar die we nooit tegen iemand anders zouden zeggen. We brachten ons trauma op lelijke manieren tot uiting en wisten dat we vergeven zouden worden. Onze bloedband zorgde ervoor dat geen enkele uitbarsting te ver zou gaan. Terwijl daarbuiten oorlog, chaos en ontheemding op ons wachtten, vulden we onze kamer met gezellige familiedrama’s. Het rumoer om ons heen ging met de jaren liggen en het werd vanbinnen donkerder en onrustiger. We werden groter, de lucht werd ranzig en mijn broer en ik vertrokken, de een na de ander, op zoek naar een nieuwe horizon en een nieuw gezin.

    We kwamen enkele maanden nadat mijn partner, mijn dochter en ik in Frankrijk waren aangekomen een andere jongen van Elena’s school tegen. ‘Coucou, Benjamin!’ Deze keer initieerde Elena het contact en ze sprak zijn naam zo nasaal uit dat ik moest lachen. ‘Bah-Jamah.’ Het was alsof haar neustussenschot opeens scheef was gaan staan. Ze staarde me boos aan. ‘Houd op, mama!’ fluisterde ze. Ik kromp ineen. Elena’s francofonie werd steeds overtuigender. Iets wat ik nooit zou bereiken, omdat ik het verschil tussen ‘en’ en ‘an’ niet kon horen. Binnen de kortste keren zou ik de enige zijn die vond dat de Fransen zo dom, zo grappig zijn. ‘Houd op!’ fluisterde Elena telkens als ik Frans probeerde te spreken met haar vrienden.

    We leefden diep binnen elkaars psychische grenzen, we deelden matrassen en borden eten en spraken een hybride geheimtaal

    ‘Lach jij maar, jongedame,’ zei ik tegen haar, ‘maar dit is wel mijn derde taal.’ Die woorden brachten me plotseling weer terug naar mijn eerste huis in het zuiden van de Verenigde Staten. Een klein appartement waar mijn moeder, mijn broer en ik begonnen aan een lange klus: Amerikaans worden. Ik maakte grapjes over het Engels van mijn moeder en ze zei dan: ‘Lach maar, Khanom (jongedame), maar vergeet niet dat ik een Perzisch doktersdiploma heb.’ Ik dacht altijd dat ik tien jaar lang met mijn moeder in die warme, denkbeeldige kamer verbleef. Maar misschien heb ik haar daar al een jaar of twee na onze aankomst in Oklahoma achtergelaten, toen ik snel en doelbewust assimileerde en mijn accent op honderd subtiele manieren aanpaste die mijn moeder niet kon waarnemen.

    Ik weet inmiddels dat de lekker ruikende kamer, die denkbeeldige, veilige ruimte die ik deelde met mijn broer en moeder, nooit echt veilig was voor een meisje. Het is niet de bedoeling dat een Iraanse dochter ooit vertrekt. Van een zoon wordt verwacht dat hij uiteindelijk het huis uitgaat, maar een dochter moet daarbinnen wegrotten. Ze mag nooit breken met haar moeders waarden, nooit trots zijn op een prestatie waarvoor haar moeder zich zou schamen. Ik realiseerde me dit in 2013. Ik was drie maanden ervoor gescheiden, voelde me eindelijk vrij in mijn mooie studio in de Lower East Side in New York. Twee mannelijke familieleden stelden toen voor dat mijn moeder en ik zouden gaan samenwonen, omdat we nu allebei alleen waren. Het kwam niet eens in hen op dat we privacy nodig zouden hebben.

    Engelse therapeut

    Mijn moeder en ik zitten nu, tien jaar later en met een oceaan tussen ons in, in onze keukens – ik in mijn Europese huurappartement, zij op haar Amerikaanse boerderij – en we praten via onze schermen, vergezeld door een Engelse therapeut. Het idee van alleen zijn met mijn moeder is beangstigend geworden, dus ik heb een compromis voorgesteld. ‘Dit is niet normaal,’ protesteert mijn moeder tegen mijn nieuwe grenzen: dat ik niet meer wil praten over wat ik schrijf, dat ik niet op religieuze preken zit te wachten, dat ik geen nachtmerries en paranoia meer accepteer (zoals familieleden ervan verdenken samen te zweren en bij elk beetje jeuk meteen bang zijn dat ze een hersenvliesontsteking heeft).

    IMG 9832

    Maar wat is voor moeders en dochters normaal? Ik wil dat een sociaal wetenschapper mij dat vertelt, en niet een Iraanse moeder. In Iran zorgen dochters ervoor dat er tussen hen en hun moeders een illusie van hechtheid blijft bestaan, ook al is dat voor henzelf een last. Moeders hebben kritiek. Dochters luisteren. Dat is liefde, denk ik dan maar.

    Mijn moeder heeft zich in de loop der jaren duizenden keren uitgesloofd om overheerlijke maaltijden voor me te maken. Ze heeft mijn spijkerbroeken ingenomen, mijn wenkbrauwen geëpileerd en me aan het lachen gemaakt. Maar ze heeft ook mijn expertise niet serieus genomen, me opgedragen mijn diploma onder dat van mijn ex-man te hangen, mijn partners zwartgemaakt en rivaliserende moederfiguren ervan beschuldigd me te hersenspoelen. Voor haar weegt dat allemaal bij lange na niet op tegen de maaltijden en het epileren. Het komt nooit in haar op dat ik recht heb op mijn eigen normen en waarden, of dat ik het beledigend vind dat ze me niet in staat acht om mijn eigen mening te vormen. Ik ben in haar ogen gewoon een dom kind dat gemanipuleerd wordt door slimmere mensen: door sluwe mannen of heksachtige, rivaliserende moeders.

    Ze kunnen er niets aan doen, die overbezorgde, getraumatiseerde moeders

    Wanneer ontheemde kinderen volwassen worden, verlangen ze ernaar weer normaal te zijn. We willen niet de hele tijd alles zorgvuldig hoeven af te wegen, niet alles fout doen. We willen dikke zware deuren die onze mentale kamers scheiden van die van onze ouders – enige afstand en tastbare grenzen tussen het heden en het verleden. Soms wordt dat verleden belichaamd door een ontroostbare, buitenlandse moeder, die altijd maar aanklopt en ons blijft uitnodigen.

    Telkens als ik een harde grens afdwing, betrekt mijn moeders gezicht. Ze blijft terugkeren naar ons denkbeeldige toevluchtsoord, waar we gedrieën opgekruld tegen elkaar aan zaten. Ze wil dat haar kinderen ook weer een keer naar die bunker komen, om er samen een kopje thee te drinken en te lachen. Als ik een grap maak, denkt ze dat de deur misschien op een kiertje gaat. Haar ogen lichten op. Ik wil haar die warmte blijven geven, maar ik trek me, omdat ik gevaar bespeur, achter mijn eigen deur terug. Dus blijft ze weer alleen en verward achter.

    Mijn moeder en ik hebben vaak last van culturele botsingen. Maar ons grootste conflict gaat hierover: mijn moeder heeft zich toen ik een puber was voortdurend beziggehouden met het bedekken van mijn lichaam en het corrigeren van mijn manieren. Ze maakte dat ik me ervoor schaamde vrouw te worden. Mijn beklemmende, religieuze opvoeding heeft een enorme invloed gehad op wat voor ouder ik wil zijn: ik doe er alles aan om ervoor te zorgen dat Elena zich niet veroordeeld voelt.

    ‘Weirdos, geen perfectos’

    Mijn dochter, die nu zeven is, zei laatst tijdens het tv-kijken: ‘Nu gaan ze lekker zoenen.’ Ik wilde de vier seconden doorspoelen waarin er redelijk braaf gezoend werd, maar hield me in. Omdat ik haar deze vrijheid geef, deelt ze al haar diepste geheimen met me. Mijn moeder kromp toen ik een kind was ineen als televisiepersonages begonnen te flirten. Ze veranderde zelfs van zender. Als er in een programma gezoend werd, bestempelde mijn moeder het als verdorven en verbood ze ons ernaar te kijken. Ze zei dingen als: ‘Als je naar onchristelijke dingen kijkt, vertrouw ik je niet meer met de tv.’ Eerlijk is eerlijk: zij zou als kind geslagen en uit huis gezet zijn als ze romantische tv-series zou hebben gekeken.

    Eén keer, toen ik twaalf was, snauwde mijn moeder me af omdat ik een smakeloze grap had gemaakt. Mijn borstkas verkrampte, waardoor ik me in mijn maaltijd verslikte. Ze vertelde later, om mijn schaamte te verzachten, iets wat haar als jong meisje in het Teheran van voor de revolutie was overkomen. Terwijl ze haar huiswerk aan het doen was, mompelde ze achteloos drie interessante woorden die ze op de televisie had gehoord. ‘Maria, Maagdelijke Moeder.’ Dat mantra leent zich in het Farsi, met de vele zachte m-klanken, goed voor gezang. Haar vader liep langs, hoorde haar mompelen, besefte wat ze zei en gaf haar een harde klap in haar gezicht. Een jongen was dat in deze situatie niet overkomen, in geen van onze generaties, en dat maakt me boos. Maar het verhaal doet me ook grinniken: mijn moeder hield zich als kind al bezig met de moeder van alle martelaren.

    ‘Laten we weirdos zijn, mama,’ zegt Elena soms terwijl ze vrolijk danst, ‘geen perfectos!’ Ze roept in het openbaar dingen als: ‘Mama, waar eindigt mijn vagina?’ Als een vreemde ons dan afkeurend aankijkt, staar ik terug en antwoord ik luid: ‘Je vagina is via je baarmoederhals verbonden aan je baarmoeder.’ Soms laat ik op mijn telefoon een medische tekening zien. En dan, wanneer ik denk dat ik me daardoor op de een of andere manier afzet tegen mijn moeder, bedenk ik me plotseling dat zij in Iran gynaecoloog is geweest. Dat ze me ditzelfde diagram heeft laten zien. Ze heeft dan wel geprobeerd om me af te zonderen en me voor de wereld te verstoppen, zoals Iraanse moeders dat doen, maar ze is ook een rationele, wetenschappelijke volwassene geweest, een dokter in een witte jas die voor haar plezier ingewikkelde wiskundige puzzels oploste. Mijn moeder deed aan magisch denken en hing religieuze dogma’s aan, maar ze had ook sterke armen en grote hersenen, en ik aanbad haar.

    Goede Aziatische dochters glippen gemakkelijk hun fantasiewerelden in en uit

    ‘Normaal’ betekent in Iran dat er ruimte wordt overgelaten voor die tweeledigheid. Goede Aziatische dochters glippen gemakkelijk hun fantasiewerelden in en uit. Ze zijn loyaal en ze voeren een soort van toneelstukjes op voor hun moeders. Ze blijven in hun denkbeeldige kamers zitten, blijven doen alsof het logisch is dat westerlingen zo dom en zo grappig zijn. Ik ben blijkbaar geen goede Aziatische dochter meer.

    Mijn moeder en ik hadden een aantal maanden geleden – voordat we de Engelse therapeut hadden gevonden – een uitputtend gesprek van twee uur lang. Mijn moeder noemde me toen terloops een concubine, omdat ik niet getrouwd ben. Ons hele project, onze poging tot verzoening, viel meteen in duigen. Ik sms’te een vriendin van me, die ook immigrant en schrijver is, om mijn beklag erover te doen.

    ‘Ze kunnen er niets aan doen! Die overbezorgde, getraumatiseerde moeders… Het is dus echt waar, we hebben allemaal dezelfde moeder!’ Mijn vriendin vindt dat we mild moeten zijn. Dat we voor onze moeders moeten doen alsof we trouwe Aziatische dochters zijn, steeds in gedachten houdend dat we daarna weer terug kunnen naar onze eigen veilige, feministische huizen. ‘De manier waarop zij zijn opgevoed was zoveel erger,’ benadrukt ze. ‘Besef wat voor culturele bullshit zij van hun moeders hebben meegekregen. Daarvan geven ze zo weinig door aan ons… zoveel minder dan wat zij hebben gekregen.’ Het is waar, onze moeders hebben een opvoeding gehad die wij ons niet kunnen voorstellen. Pakken slaag en lange stiltes, body shaming, schaamte rondom seksualiteit, slopende werkzaamheden.

    Mijn moeder heeft koude nachten in de gevangenis moeten doorbrengen. Ze heeft haar twee kinderen mee uit huis gesleurd en een nieuw leven opgebouwd. De moeder van mijn moeder, die vorig jaar in Londen overleed, was een kindbruid in Teheran. Ze was dertien toen ze trouwde met een volwassen man – hij was gelukkig niet zestig, maar negentien, maar dat was een schrale troost voor een meisje dat geen enkele seksuele voorlichting had gehad toen ze het zelf moest ondergaan. Mijn grootmoeder wilde sindsdien niets meer weten van de Iraanse cultuur. Tot aan haar dood trok ze voor zichzelf harde, westerse grenzen. Ze wantrouwde Iraniërs in Londen.

    Wat is voor moeders en dochters normaal? Ik wil dat een sociaal wetenschapper mij dat vertelt, en niet een Iraanse moeder

    Ik vraag mijn vriendin, die zachtaardiger is dan ik, wat die Aziatische moeders toch van ons willen, waarom ze ons niet met rust kunnen laten. Ze antwoordt: ‘Ze willen dochters die hen, wanneer ze oud zijn, kunnen begrijpen en beschermen en vertalen.’ Want de wereld verandert. De regels van onze moeders leken misschien wat burgerlijk in de jaren negentig – typisch iets waar een cabaretier grappen over zou maken. Maar inmiddels zijn ze voor jongere generaties ondoorgrondelijk geworden.

    Toch ben ik daar niet zo zeker van. Ik denk dat onze gebroken moeders, hoewel ze hun dochters onder de duim houden, voor hun kleinkinderen kunnen veranderen in de gezellige grootmoeders die je in films ziet. In grootmoeders die vreselijk misplaatste dingen zeggen, maar niet bedreigend zijn, zoals een dronken oom op een familiefeest. Mijn moeder en dochter giechelen samen over lippenstift en tekeningen van vogels. Wanneer Elena net zo danst als Lizzo, geniet mijn moeder met volle teugen. Het komt niet in haar op om Elena erop aan te spreken. We zijn alleen brutaal tegen de generaties direct boven en onder ons. Er is met een generatie die verder van ons verwijderd is genoeg afstand voor verwantschap, voor gelach, zelfs voor begrip.

    ‘De slechte situatie’

    Ik geloofde mijn grootmoeder toen ze mijn grootvader een verkrachter noemde. Misschien kwam dat doordat ik zelf geen nauwe band met mijn grootvader had gehad. Ik woonde in de zomer waarin ik eenentwintig werd bij mijn oma in haar appartement in Londen. Als ik menstruatiepijn had – wat ze omschreef als ‘de slechte situatie’ – gaf ze me Kahlua en pistachenoten. Haar familie heeft altijd geweigerd de verkrachting te erkennen. Maar cijfers liegen niet. Mijn tante en moeder waren elf en negen jaar oud toen hun moeder vijfentwintig werd.

    Mijn moeder en tante wisten dat ik, direct na mijn grootmoeders dood, haar verkrachting openlijk de wereld in zou slingeren. Dus braken ze vlak nadat ze overleden was bij haar thuis in. Ze verwijderden al haar digitale bestanden en verbrandden al haar papieren, met uitzondering van een paar van haar gedichten en zeven pagina’s onschuldige, maar geweldig rare, christelijke sciencefiction die ze had geschreven. Schreef ze die verhalen om terug te keren naar de kindertijd die haar ontnomen was? Mijn oma’s laatste woorden aan mij waren: ‘Ik ben mijn autobiografie aan het schrijven. Wil je me helpen?’ Zij had de eerste regel al geschreven: ‘Ik heb een heel korte jeugd gehad.’ Die eerste regel is alles wat er van haar over is.

    Mijn moeder en ik trapten tot vorig jaar, toen mijn grootmoeder stierf en haar appartement geplunderd werd en haar nalatenschap vernietigd, nog wel eens lol samen. We assimileerden in de loop der jaren, wat ertoe leidde dat onze grappen vaker over de vreemde gewoontes van Iraniërs gingen dan over die van Amerikanen. Tijdens de pandemie was ik een kort verhaal aan het schrijven. Mijn moeder vertelde me verhalen uit haar jeugd. ‘We epileerden onze wenkbrauwen en zeiden tegen mensen dat ons haar was uitgevallen door een te traag werkende schildklier,’ vertelde ze, terwijl ze in haar vuistje lachte. ‘Alleen bij je wenkbrauwen?’ vroeg ik, giechelend. ‘Dus door een te traag werkende schildklier vielen zeker alleen de extra haren rondom jullie wenkbrauwen uit? Verder nergens?’ ‘Onze beenharen verdwenen daardoor ook,’ zei ze, en ik barstte in lachen uit. Een schildklierprobleem dat alleen ongewenst lichaamshaar aantast… Iraanser dan dat wordt het niet. ‘De grootmoeders geloofden het!’ Of ze lieten het maar voor wat het was. Of ze deden eraan mee.

    Heel even, terwijl we theedronken en grappen maakten over de vrouwen van het Iraanse platteland, waande ik me weer in de veilige bunker die we met ons meedroegen toen we net gemigreerd waren. Die heilige ruimte van waaruit we andere mensen uitlachten om hun ijdelheid, om hun persoonlijke grenzen, om hun borden met vleeswaren.

    Zorgen alle moeders ervoor dat hun dochters doodsangsten uitstaan?

    ‘Ik denk dat er hier sprake is van intergenerationeel trauma,’ zei de therapeut tijdens onze tweede sessie. Er was dus meer aan de hand dan alleen een culturele kloof. Het is waar dat de vrouwen in onze familie gemigreerd zijn, mishandeld door mannen en een diepe, smeulende pijn voelen. Iedereen in mijn familie doet een beetje ongemakkelijk over seks. Nu denk ik dat dat niet alleen door de cultuur of de theocratie komt, maar ook door de verkrachtingen die mijn grootmoeder in haar kindertijd herhaaldelijk moest doorstaan en die door de gemeenschap werd goedgekeurd. Die misdaad is de reden dat wij allemaal ter wereld zijn gekomen.

    Elena gilde het uit toen ik een keer rond bedtijd zei dat de deuren ’s nachts op slot moeten. ‘Vertel me geen enge dingen! Vertel me die pas als ik twintig ben!’ Zorgen alle moeders ervoor dat hun dochters doodsangsten uitstaan? Of ben ik begonnen iets aan haar door te geven dat diepgeworteld en onvermijdelijk is?

    Mijn moeder houdt echter vol dat onze problemen volledig te wijten zijn aan cultuurverschillen en botsende opvattingen over wat normaal is. ‘In mijn cultuur,’ zegt ze, ‘respecteer je je moeder. Je stelt niet zoveel muren op tussen jezelf en je moeder.’ Soms zegt ze precies wat ik denk: ‘We hadden toch een hechte band?’ Dan krijg ik een steen in mijn maag, omdat ik weet dat ik op een dag de privéruimte die ik met Elena deel zal kwijtraken. ‘Leg me eens uit,’ gaat mijn moeder verder, ‘op welke leeftijd moeders ophouden moeder te zijn.’ Ik heb geen idee, maar ik weet dat het onvermijdelijk is, dat mijn hart zal breken als ik ertegen vecht. Ik kan soms urenlang aan Elena’s nek ruiken. Ik gaf mijn moeder op de begrafenis van mijn oma met tegenzin een knuffel, en ze snoof hongerig aan mijn nek. Ik voelde me geschonden en verbijsterd, maar ik had ook met haar te doen. Ik rukte me snel los. Hoe meer ze me nodig had, hoe groter de kwelling. Ik begon na te denken over mezelf, over hoe ik over twintig jaar zou zijn. Zou ik me ook te stevig vastklampen aan mijn dochter?

    ‘Zien jullie twee wat jullie me nu aandoen?’ onderbreekt de Engelse therapeut ons, met de handen in het haar. Mijn moeder en ik hebben al een tijdje tegen elkaar zitten schreeuwen. We vallen stil. We hebben onszelf voor schut gezet ten overstaan van een witte vrouw. We hebben de gewoonte om terug te keren naar die chaotische dagen waarin elke uitbarsting vergeeflijk was. Nu hebben we het gezelschap van een Engelse vrouw nodig om ons netjes te gedragen. Hoewel we midden in een ruzie zitten, voel ik de drang om mijn moeder te vertalen tegenover de Europeaanse vrouw, want dat is mijn werk. Ik doe het al sinds ik klein ben, maar het is ook letterlijk mijn werk – ik schrijf over Iraniërs voor westerse lezers. Mijn moeder haat het dat ik openhartig schrijf over mijn onzekerheden of mislukkingen: ik onthul volgens haar te veel en doe af aan ons geromantiseerde vluchtelingenverhaal.

    Interpretaties

    De schrijver Matthew Salesses benadrukt in zijn werk vaak dat verhalen in verschillende culturen anders geïnterpreteerd worden. Hij schrijft dat een zin afhankelijk van de lezer anders begrepen wordt. ‘Ze wist honderd procent zeker dat ze hem haatte,’ kan bijvoorbeeld verschillende betekenissen hebben. Een westerse lezer zal ervan uitgaan dat de vrouw in kwestie tegen het einde van het verhaal van de man zal houden, of dat ze dat al doet. Diezelfde zin kan voor mijn grootmoeder betekenen dat de vrouw binnenkort gedwongen wordt met de man te trouwen. Dit is precies het soort zin waar mijn moeder en ik ruzie over maken. Als ik schrijf dat een fictieve Iraanse moeder een tekortkoming heeft, die later in het verhaal zou kunnen zorgen voor begrip of verbondenheid, zoekt mijn moeder er een belediging in. ‘Je vindt me gewoon een domme immigrant,’ zegt ze dan. Ik leg uit dat het saai is om alleen maar weerbaarheid en kracht te tonen, dat je op een andere plek moet beginnen dan waar je wilt eindigen. Imperfecte verhalen zijn interessanter, belonen meer dan mythische heldenverhalen. Falende personages zijn geliefder. Ze wuift het allemaal weg. Het is Amerikaanse onzin.

    Mijn moeder vindt het angstaanjagend om in het bijzijn van westerlingen ontmaskerd te worden. Eerlijk schrijven, met mijn eigen stem, is voor mij genezend, vergelijkbaar met bidden. Mijn moeder slaat onze goede dagen op in haar geheugen. Ze maakt in haar hoofd onze kleren schoner en onze gezichten mooier; we lachen elkaar toe alsof we op een Hallmark-kaart staan. Ik sla diezelfde herinneringen op, maar dan wel met barsten en al. Wat ik het bewaren waard vind, verwerk ik in mijn schrijven. ‘Je hebt mijn dierbare herinnering verpest,’ zegt mijn moeder dan, als ze mijn werk leest. Maar waarom zouden we alleen maar misleidend geruststellende migrantenverhalen mogen vertellen? Waarom zouden we alleen maar stiekem blijven giechelen om borden vol met ham? Ik wil lezers uitnodigen om de wereld door mijn ogen te zien – het is niet mijn doel om er voor hen presentabel van af te komen.

    Ik wil dat lezers inzicht krijgen in alle specifieke, schitterende manieren waarop we ons als eikels gedragen – ik vind dat dat gevierd moet worden. Laat ik eens beroep doen op het hiërarchisch denken dat in de Iraanse cultuur zo belangrijk is. Ik word door het Europese en Amerikaanse publiek betaald om over mijn gebreken te praten – geeft dat me niet juist een hogere status? Maakt dat me geen koningin, in plaats van een miserabel iemand?

    Schijnvertoning

    Ik heb vrienden die thuis de goede Aziatische dochter spelen. Ze veranderen in een afgevlakte versie van zichzelf, die onderdanig en lief is. Mijn moeder toonde haar respect voor haar eigen moeder, serveerde haar thee, zei ‘U’ tegen haar. Door het schrijven ben ik maar al te bewust geworden van deze schijnvertoningen. Ik heb altijd mezelf willen zijn, en als iemand van me eist dat ik een toneelstukje opvoer, ben ik gelijk weg. Ben ik mijn moeder – die veel onrecht heeft geleden – een geruststellend optreden verschuldigd, als dat ritueel voor mij schadelijk is?

    We bespreken de dag dat mijn moeder me een ‘concubine’ noemde. Ze vraagt me rekening te houden met haar cultuur – te beseffen dat ze er niets aan kan doen. Ik moet denken aan hoe ik mezelf verdedig als ik mijn leerlingen niet met de juiste voornaamwoorden aanspreek. Ik wil elke keer dat ik stuntel zeggen: ‘Heb geduld met me. Ik ben het met je eens, maar zit nog vast in de gewoontes van een andere generatie. Ik doe mijn best.’ Ik wijs ze er soms op dat we in mijn moedertaal, het Farsi, überhaupt geen gendergebonden voornaamwoorden hebben. En dat ik alleen maar klungel, omdat ik veramerikaniseerd ben. Als ik mijn oorspronkelijke, Iraanse zelf was, zouden voornaamwoorden voor mij niet eens bestaan.

    Mijn studenten zijn een mysterie voor me, net als ik dat voor mijn moeder ben. We stuntelen allebei in de dialecten die we hebben aangeleerd. Mijn moeder vraagt om het voordeel van de twijfel. Misschien moet ik het haar geven, omdat ik het ook verlang van mijn studenten, en omdat ik het op een dag van Elena zal moeten krijgen. We zijn allemaal op een bepaalde manier ontheemd, verdwaald in de tijd, de buitenlandse moeders van de volgende generatie.

    Kinderen leren dat je intens van iemand kan houden zonder diegene te mogen

    Ik denk terug aan vroeger en probeer vergevingsgezind te zijn. Ik herinner me hoe mijn moeder mijn wonden heeft verzorgd. Ze masseerde mijn spieren als ik thuiskwam van taekwondotraining. Ze belde me bijna elke avond tijdens mijn scheiding. Die telefoontjes waren voor mij een troost, omdat er toen een veilige afstand tussen ons was. Ze was in Thailand, als dappere Amerikaanse vrijwilligster van het Vredeskorps. Maar toen ze terugkeerde naar de VS verscheen ze ongevraagd aan mijn deur met zakjes thee en basmati en afgeprijsde pijnstillers, als de opdringerige Iraanse moeder die weer over mijn grenzen heen ging.

    Soms, wanneer ik net enorme behoefte heb aan tijd met mijn dochter, duwt Elena me weg. Heb ik mijn moeder hetzelfde aangedaan? Ik ben vastgeroest in mijn perspectief, waardoor ik alleen nog maar kan zien wie mijn moeder in mijn tienerjaren was: een vrouw met steenkolenengels en een hooghartige houding, die erbij wilde horen, maar daar niet in slaagde. Misschien is het al genoeg om haar maar voor even te begrijpen. Om te weten dat ze (een beetje) gelijk heeft – want alles draait om taal en cultuur. Voor mij is ‘concubine’ een scheldwoord. Voor haar betekent het woord niets meer dan alle duizenden andere woorden die ze in haar leven heeft gezegd.

    Nee zeggen

    Mijn moeders cultuur schrijft voor dat jonge vrouwen dienstbaar zijn en zichzelf opofferen. Ik vroeg Elena een paar dagen geleden of ik een van haar frietjes mocht. Ze dacht erover na en zei toen: ‘Ik zou je graag een frietje geven, mama, maar het spijt me, ik denk dat ik ze allemaal zelf wil opeten.’ Ik lachte en probeerde te beslissen of dit het moment was om haar te leren delen, of om dankbaar te zijn dat mijn dochter weet hoe ze ‘nee’ moet zeggen.

    Diep vanbinnen was ik opgelucht. Mijn god, dacht ik, het is me gelukt. Dit is mijn reactie op een generatie van opdringerige immigrantenmoeders die geloven in het dogma van een dochter die zichzelf totaal wegcijfert. Dat dogma hebben ze allemaal van hun moeders geleerd, en die op hun beurt weer van hun moeders. Mijn zachtaardige vriendin, die ook schrijft en Aziatisch is, stuurde een citaat naar me van de boeddhistische monnik Thích Nhất Hạnh. Onze talenten en onze fouten, zo schrijft Nhất Hạnh, hebben we allemaal geërfd. Ze zijn niet van ons. Mijn vriendin wil dat ik accepteer dat we niet veel van onze moeders verschillen. Ze wil dat ik door blijf vechten, beter leer vechten.

    Veel kinderen leren als ze volwassen worden dat je intens van iemand kunt houden zonder diegene ook maar in de verste verte te mogen. We bereiden ons voor op het pijnlijke moment dat ook ons eigen kind dat onderscheid leert – en we hopen dat ze niet alleen van ons zullen houden, maar ons ook blijven mogen. Toch blijft de beangstigende mogelijkheid bestaan dat ze er niet eens bij zullen stilstaan en dat ze direct zullen besluiten dat alleen van ons houden meer dan genoeg is. Dus doen we hun slaapkamerdeur dicht en wachten we af. We proberen niet te luisteren naar hun speelrituelen en naar de grenzen die ze introduceren en die we op een dag zullen moeten respecteren.

    Het was toen ik een kind was te veel gevraagd om aan te kloppen voordat ze mijn kamer in kwam

    Ik weet nu al dat ik Elena’s waarden op een dag niet meer zal kunnen doorgronden. Maar zal ik van haar verlangen dat ze tegen me liegt, zodat ik oud kan worden in een fantasiekamer? Ik rolde toen ik jonger was met mijn ogen als ik kinderen beleefdheid of zorgzaamheid zag veinzen om iets lekkers te krijgen. ‘Weet die moeder niet dat ze gemanipuleerd wordt?’ dacht ik dan. Nu, wanneer Elena een toneelstukje opvoert, is alleen al het feit dat ze de woorden uitspreekt voor mij genoeg. Haar optreden is een geschenk. Ik stel me voor hoe mijn dochter op haar dertigste liefde en toewijding uitdraagt en een lange zucht onderdrukt terwijl ik aan haar nek snuffel. En dan denk ik: ‘Weet je wat? Daar neem ik genoegen mee.’

    Soms doe ik voor Elena ook alsof – de politieke geschillen van haar My Little Pony-eenhoorntjes interesseren me bijvoorbeeld eigenlijk vrij weinig. Dan moet ik denken aan alle keren dat mijn moeder zich voor mij probeerde te houden aan westerse grenzen. (Het was toen ik een kind was te veel gevraagd om aan te kloppen voordat ze mijn kamer in kwam. Later was het te veel gevraagd om eerst op te bellen voordat ze me thuis kwam opzoeken. Maar af en toe vroeg ze me plechtig: ‘Is dit een goed moment?’) Ik veroordeelde haar, omdat ze zo stuntelig met die Amerikaanse grenzen omging. Ze hield het altijd vol tot het moment waarop iets stressvols haar deed wankelen en al haar Iraanse verwachtingen toch weer naar de oppervlakte kwamen.

    ‘Ze hebben zoveel meegemaakt,’ herhaalt mijn vriendin.

    ‘Wees aardig,’ bedoelt ze. ‘Denk aan de grappige dokter die wiskundige puzzels oploste en in een ander universum je vriendin had kunnen zijn. Stel je voor hoe ze zich als verward kind een weg moest banen door het duistere mijnenveld dat een huishouden in Teheran in het midden van de vorige eeuw moet zijn geweest. Een kind dat geslagen wordt als ze een mysterieus, nieuw woord gebruikt.’ Ik haal diep adem en stem in met een vervolgsessie met de Engelse therapeut die ons leert om ons te gedragen. Ik kijk er eventjes naar uit om mijn moeders gezicht te zien. Ik mis onze lekker ruikende bunker. Ik zet Zoom aan, we zeggen hallo. Dan doen we onze monden open en beginnen we in onze vreemde talen door elkaar heen te praten.

    Lees ook:

  • Margo Jefferson over schrijven en zwart-zijn

    Margo Jefferson over schrijven en zwart-zijn

    Margo Jefferson is een van de toonaangevende denkers over ras en klasse in de Amerikaanse maatschappij. 360-hoofdredacteur Laura Weeda sprak haar over haar laatste boek, Het bouwen van een zenuwstelsel. ‘Ras is nog steeds een onderwerp dat een grote rol speelt in het dagelijks leven van veel mensen.’

    The dream is to be your own work in progress, zegt Margo Jefferson in een interview met het Amerikaanse tijdschrift Granta. Ze doelt hiermee onder andere op ontsnapping aan de stigmatisering van zwarte schrijvers, en zwarte vrouwen, in Amerika, en helemaal in het ‘Negroland’ waar ze opgroeide; een klein, bevoorrecht segment van de zwarte Amerikaanse samenleving, dat bekendstond als de zwarte bourgeoisie of de Afro-Amerikaanse hogere klasse in de jaren vijftig en zestig. Het is tevens de naam van haar tweede boek (2015), een memoir over haar eigen jeugd, waarin ze, in de woorden van Anita Sethi in The Observer, ‘op fascinerende wijze [onderzoekt] hoe haar persoonlijke ervaring de politiek kruiste, van de burgerrechtenbeweging tot het feminisme, evenals de geschiedenis voor haar geboorte’. 

    Haar eerste boek gaat over Michael Jackson (On Michael Jackson, 2006) en is een analyse van zijn opkomst en levensloop; ‘(…) geen rechttoe rechtaan biografie, noch (…) een poging om zijn onschuld of zijn schuld te claimen wat betreft de kindermisbruikschandalen die, ondanks dat hij werd vrijgesproken, zijn gedachtenis achtervolgen. Een “ontcijfering” is waarschijnlijk de meest nauwkeurige beschrijving van het boek, de intelligente speelsheid van Jeffersons proza vormt het perfecte voertuig voor een analyse die even intelligent als leesbaar is’, aldus Lucy Scholes in The Independent

    In haar meest recente boek, Het bouwen van een zenuwstelsel (Constructing a Nervous System, 2022, in het Nederlands vertaald door Jenny Mijnhijmer), verklaart Jefferson dat ze zelf te veel aan verwachtingen is gaan voldoen. ‘Gedurende het grootste deel van mijn volwassen leven had ik het gevoel dat ik mezelf in stukken moest breken – hameren, zagen, de onwaardige delen weg moest beitelen – en daarna weer opbouwen, om een persoon met een complex en aansprekend karakter te worden, iemand (zoals ik het formuleerde) met “een rijk binnenleven”. Het was bewerkelijk. Zoals metselwerk. En gevangen binnen dat versteende metselwerk zegt de menselijke ik, hou vol. Bewondert zichzelf om het zeggen van hou vol, om vervolgens… Vol te houden. Terwijl ik dit bleef doen werd ik ontevreden. Dit bouwwerk was te onwrikbaar.’

    Soms ook spreekt ze zichzelf in het boek toe: ‘Stop! Herpak jezelf professor Jefferson!’

    Aan de hand van verhalen over en analyses van haar oudere zus Denise, die danslerares werd en in 2010 overleed, en anderen die ze gedurende haar jeugd bewonderde – zoals Nina Simone, Ella Fitzgerald, Josephine Baker, Ike Turner – onderzoekt Jefferson ook haar eigen neigingen, keuzes en vooroordelen. Het is een openhartig en experimenteel boek, dat vol staat met intermezzo’s, zoals ik ze noem tijdens ons videogesprek vanuit haar werkkamer in New York – een woord dat haar bevalt voor de vele cursieven, kapitalen en andere onderbrekingen in de lopende tekst. Soms ook spreekt ze zichzelf in het boek toe: ‘Stop! Herpak jezelf professor Jefferson!’ Ze is en blijft immers dat work in progress

    U zegt aan het begin van uw boek dat u uzelf wilt ontleden en opnieuw vormgeven, dat u, zoals u dat mooi verwoordt, ‘een mechaniek van bewegende delen zou worden’. Het gegeven doet me denken aan het boeddhistische principe dat het ego enkel is opgebouwd uit ervaringen, keuzes, verlangens et cetera, dat er niet zoiets bestaat als het zelf. Gedurende het boek werkt u aan die ontleding. Is het u voor uw gevoel gelukt, of is dit een aanhoudend proces? Is er al sprake van enige bevrijding?

    ‘Die vergelijking klopt inderdaad, mijn zus was ook erg geïnteresseerd in het boeddhisme. Ik geloof dat er een veelheid aan zelven bestaat, een agressieve zelf, een vriendelijke zelf et cetera, en dat het erom gaat de vormen steeds weer te herschikken, zoals kunstenaars dat doen. Een kunstenaar kan een bepaald thema keer op keer gebruiken maar er dan toch steeds een andere draai aangeven. Dat thema kun je zien als een soort kern van jezelf. Je gebruikt steeds andere motieven, steeds een andere toon. De ene keer melodramatisch, dan weer subtiel…

    ‘Schrijven biedt altijd een zekere bevrijding, althans, als je schrijft over iets wat je echt interessant vindt’

    Wat de bevrijding betreft: schrijven biedt altijd een zekere bevrijding, althans, als je schrijft over iets wat je echt interessant vindt. Dat heeft te maken met concentratie, met het vinden van de juiste woorden. Met het experimenteren met vorm, zowel het analytische als het esthetische aspect. Je moet afstand nemen van wat je bent, van dat wat je autoriteit verleent; je moet je kwetsbaar opstellen. Je hebt een heel duidelijk doel.’

    In haar boek heeft Jefferson het regelmatig over de schaamte die ze voelt bij haar eigen schrijven, ook bij het boek dat ze op dat moment schrijft, zoals wanneer ze aan het begin ervan op haar jeugd ingaat: ‘Ik heb hier een emotionele impasse bereikt. Ik wil deze “ah, de levenslange wonden van de kindertijd”-climax afzwakken, mogelijk schrappen. Ik voel me een beetje beschaamd.’ Na kort zelfberaad besluit ze er toch op door te gaan.

    Was het moeilijk om u tijdens het schrijven zo kwetsbaar op te stellen?

    Negroland heeft daarbij geholpen. Dit boek was veel historischer en psychologischer, zoals onontkoombaar is bij een memoir. Alles wat je tijdens het schrijven daarvan tegenkomt zegt iets over jezelf, zoals de schilderijen die ik achter jou zie hangen iets zeggen over jou. Sommige dingen die ik in dat boek beschrijf zou ik nu heel anders doen, ik zou er anders op reageren, tegen sommige dingen zou ik me nu verzetten. Daar moest ik een weg omheen zien te vinden.’

    In uw boek heeft u het over het onder ogen zien van je gebreken, om te zien hoe je ze wél kunt inzetten. Een waardevolle les, maar ook moeilijk toe te passen; het is soms lastig om je gebreken niet als obstakels te zien. Is het u gelukt uw eigen gebreken te benoemen en in te zien hoe deze gebruikt kunnen worden?

    ‘Wat hierbij hielp, was om via anderen naar deze gebreken te kijken. Door me te concentreren op de zogenaamde zwaktes van Ella Fitzgerald, of de zwaktes die ikzelf bij haar benoemde, zoals het “op tv zweten” van haar lichaam, dat in de ogen van velen bovendien te dik was, slaagde ik er beter in om door de oppervlakkige en snobistische blik heen te prikken en er een bepaalde schoonheid in te ontdekken.’

    Jefferson haalt in haar boek een citaat aan van haarzelf uit een New York Times-artikel uit 1996: ‘Vanaf het moment dat ik de gruwelen van Ella Fitzgeralds jeugd ontdekte, wilde ik haar beschermen tegen de kritiek van critici en fans zoals ikzelf, die het plezier dat we beleefden aan haar zang altijd hebben omgebogen naar neerbuigendheid. Lieve Ella, zeiden we toen ze nog leefde, ze is prachtig maar ze heeft geen emotionele diepgang. Arme Ella, zeggen we nu, ze heeft geleden maar ze ontkende het – verbande het uit haar leven zodat ze kon wonen in een ongerept muzikaal wonderland.’ 

    U lijkt in uw boek soms kritisch over het beroep van de recensent. U noemt ‘criticus’ en ‘kritiek’ onder andere ‘deftige, gematigde’ woorden. Aan de andere kant benoemt u de nobelheid ervan. Hoe verhoudt u zich hier uiteindelijk toe?

    ‘Kritisch zijn betekent betrokken zijn. Het betekent niet per se dat je zelfingenomen en snobistisch bent, al draait het daar vaak op uit. Mensen worden arrogant van het idee dat ze een autoriteit zijn, dat hun woorden gewicht hebben. Ze leggen uit hoe het moet en hoe het hoort en zijn ondertussen bezig zichzelf te profileren.

    ‘Je niet opstellen als autoriteit is ook een manier om autoriteit uit te dragen’

    In mijn ogen moet je je als recensent vragen stellen, duidelijk maken dat je geen expert bent, hardop denken. Je niet opstellen als autoriteit is ook een manier om autoriteit uit te dragen.

    Soms ook heb je achteraf kritiek op jezelf, ben je het niet meer eens met wat je schreef. Ook dat kun je gebruiken.’

    Recensenten etaleren onze feitelijke vergissingen, zodat iedereen ze kan zien – onze vergissingen, onze uitvluchten, onze versimpelingen en misvattingen: wat we niet wisten of niet wilden weten over de kunst waar we van hielden.

    Heeft uw verlangen uzelf opnieuw vorm te geven te maken met uw beroep als recensent, iemand die zich beroepsmatig laat verleiden tot een bepaalde mening, vorm, een bepaalde autoriteit?

    ‘Ik denk inderdaad dat een rol speelt, dat ik terugkijk op eigen meningen en zie dat die veranderd zijn.’

    U was zelf de eerste zwarte vrouwelijke criticus, zoals u ook in uw boek benoemt. U was zich hier bewust van, had het gevoel dat u extra ‘rechtop moest staan’. Wat vindt u van de huidige nadruk die op zulke verdiensten ligt?

    ’Er moeten altijd eersten zijn: op die manier zien we wie er tot dan toe zijn uitgesloten. Het is belangrijk om daar aandacht aan te besteden. Uiteraard wordt het gegeven vaak te veel benadrukt, waarbij vooral het risico speelt dat het als een te grote triomf wordt gezien. We moeten niet vergeten dat een maar een is. Het gaat er uiteindelijk om dat we samen een groep gaan vormen.’

    Gebeurt dat nu denkt u makkelijker dan in de tijd waarin u opgroeide?

    ‘Ik had het geluk om op te groeien in de jaren zestig en zeventig. De protesten namen toe, de idealen werden steeds groter. Er was aandacht voor zaken als racisme, emancipatie, ongelijkheid… Wat dat betreft is deze tijd zowel ontmoedigend als bemoedigend. Veel van de onderwerpen uit die tijd spelen nu opnieuw. Black Lives Matter, Trans Lives Matter… De protesten zijn massaal. Er wordt samengewerkt. De nieuwe generatie is geweldig, dapper en vindingrijk. Aan de andere kant is het een feit dat deze protesten heel hard nodig zijn. Dat heeft ook weer te maken met dat sommige dingen beter gaan; rechts heeft extra reden om hard terug te slaan.’

    De volgende vraag beschouwt u allicht als een naïeve vraag van iemand die als wit persoon is opgegroeid. En toch stel ik hem omdat ik van uw perspectief denk te kunnen leren. U schrijft: ‘Had ik in 1959 liever gezien dat juffrouw Simone lichter van Kleur was? Ja.’ Waarom is dat precies?

    ‘Het zwart-zijn omvatte in die tijd alles; het stond symbool voor inferioriteit. Hoe donkerder je was, hoe meer je, om het boud te zeggen, verbonden was aan de tot slaaf gemaakten. Een zwart lichaam was in feite een liability. Dus als groot bewonderaar van Simone klopte het voor mij niet dat ze donker was, zoals ik me ook zorgen maakte over Ella Fitzgeralds zwetende lichaam. Het was een zwaktebod. We groeiden op met deze wetenschap, het was onze werkelijkheid en ook een les die ons expliciet werd meegegeven. Met een lichtere huid zou je simpelweg meer bereiken. Blijkbaar hadden we dat zo diep in ons opgenomen dat het ook naar ons eigen idee niet klopte om een succesvol iemand te zien met een donkere huid.’

    ‘Uiteraard is het gecompliceerder dan huidskleur alleen, ook klasse speelt een grote rol’

    De intellectuelen en journalisten aan de kern van deze drang zagen het zo: er was genoeg materiaal te vinden in dit Zwarte spul, maar ‘de nikkersculptuur’, de geluiden van ‘de nikkerbands’ die een weg vonden in het werk van zoveel witte kunstenaars, waren de brandstof van kunst: de Zwarte begreep niet hoe hij er een significante blijvende vorm aan moest geven.

    Vindt u dat op dit gebied verbetering heeft plaatsgevonden?

    ‘Het is een doorlopend proces. Maar er gebeuren zeker goede dingen op dit vlak. Er zijn nu zwarte rolmodellen die helemaal niets aan hun huidskleur hoeven te doen, zoals Lady Nyogo. Maar uiteraard is het gecompliceerder dan huidskleur alleen, ook klasse speelt een grote rol.’

    U schrijft: ‘We weten, we verklaren gepassioneerd, dat ras een constructie is. We weten ook dat ras een bouwplaats is die we niet snel zullen verlaten.’ Hoe kijk u daar precies tegenaan? Vindt u dat het te veel als zodanig wordt benoemd en ziet u dat op dit vlak veranderingen plaatsvinden? 

    Mijn generatie van Zwarte vrouwen [draagt] het gewaad van het lijden van hun voorouders alsof het vintage kleding is.

    ‘Je kan de term ras op twee manieren bekijken. Ras is een construct, maar ook een maatschappelijk gegeven. Als je het historisch bekijkt, betekent ras op dit moment niet zoveel. Maar het is wel degelijk een onderwerp dat een grote rol speelt in het dagelijks leven van veel mensen. Hier in de VS hebben we het vaker over white supremacy, white privilege. Zoals ik al zei: het gaat ook om klasse natuurlijk. Zo was de term voor racisme in de jaren tachtig prejudiced. Ik denk inderdaad dat white supremacy beter beschrijft waar het werkelijk om gaat, en beter aansluit bij deze tijd.’

    ‘Het is de kern van fictie dat je je inleeft in hoe anderen denken’

    Op het moment is er veel discussie over de vraag wie wat mag schrijven, wie zich in wie kan inleven. In mijn eigen roman schrijf ik vanuit verschillende personages, waaronder Indonesiërs; het land waar mijn man vandaan komt en waar ik een tijd heb gewoond. Maar ook het land dat Nederland eeuwenlang heeft gekoloniseerd. Geloof je dat een zogenaamde buitenstaander, een wit persoon, zich kan inleven in een dergelijk perspectief?

    ‘Het is goed dat je daarover nadenkt, en ook goed dat je het probeert. Als je maar hard werkt. Als je maar zorgvuldige keuzes maakt. Uiteindelijk is fictie de beste manier om dit te onderzoeken; het is de kern van fictie dat je je inleeft in hoe anderen denken. De discussie die hierover wordt gevoerd is soms erg oppervlakkig en tweedimensionaal. Waar het om gaat is dat je je verdiept, zowel rationeel als spiritueel. Dwell in it.

    U schrijft: ‘Ik heb altijd een verwantschap gevoeld met niet-menselijke wezens gedreven door verlangen en niet gehinderd door twijfel. Mensen die dit echt kunnen verbazen me. Hoe kunnen we tot dezelfde soort behoren?, vraag ik me af. Hetzelfde ras? Hetzelfde geslacht?’ Denkt u echt dat dit voor sommige mensen geldt, en dat we niet als buitenstaander deze twijfel niet zien? Dat is vooral een risico als iemand succesvol is.

    ‘Iedereen zal zijn twijfels en onzekerheden hebben, maar ik denk dat het gaat om hoe iemand daarmee omgaat. De strategieën die iemand gebruikt, de manier waarop je je fouten omarmt. Sommige mensen zijn in staat om zich steeds weer op te heffen. Om zich tegen gevoelens van somberte en depressiviteit te verzetten. Het heeft denk ik ook met opvoeding te maken, de houding die je ouders je leren aan te nemen. En het heeft met temperament te maken.’

    Ik las in uw boek dat u een fanatiek sporter bent. Is dat nog steeds zo? Of was dat onderdeel van het vormgeven van uzelf?

    (lacht) ‘Ik hou vooral van pilates en yoga, en van dansen, net als mijn zus. En ja, als je ouder wordt besef je dat je harder moet werken, en ga je ook compenseren door harder te sporten. Dat is niet veranderd sinds het schrijven van mijn laatste boek. Maar sporten is inderdaad ook een manier om jezelf vorm te geven.’

    Laatste vraag: waarom bevat het boek geen plaatjes? Ik heb flink gegoogeld tijdens het lezen ervan om beelden te hebben bij de vele boeiende beschrijvingen die u geeft.

    ‘Dat is eigenlijk omdat ik andere manieren wilde verkennen om afbeeldingen te tonen, maar niet de tijd vond deze te bedenken. In Negroland zaten veel afbeeldingen, maar dat waren katernen. Ik wilde dat de beelden onderdeel zouden uitmaken van het boek. Wel heb ik goed nagedacht over het font wat ik gebruikt heb.’

    (Dat is Adobe Garamond geworden, zoals in een korte ‘Opmerking over de drukletter’ achterin het boek staat aangegeven.)

    En de echte laatste: wat is als ervaren recensent uw advies aan schrijvers?

    ‘Blijf jezelf verrassen en volg je eigen interesses. Herhaal jezelf niet meer dan nodig is.’

    Zoals Jefferson in haar boek schrijft: ‘Originaliteit is het aanpassen van ideeën.’

    Op 23 mei gaat Jefferson in De Balie, Amsterdam, in gesprek met Stephan Sanders over perspectief en identiteit, over het positioneren van je eigen verhaal en anderen in staat stellen hun verhaal te vertellen. Dit interview is tot stand gekomen dankzij John Adams Institute, initiator van deze avond.

  • Universum van geweld in een tropisch woud

    Universum van geweld in een tropisch woud

    De Colombiaanse filmmaker Andrés Ramírez Pulido sprak met gewelddadige tieners en ontdekte een gemene deler: een conflictueuze relatie met de vaderfiguur. Het gaf hem de inspiratie voor zijn eerste speelfilm: La jauría.

    FILM | Toen filmmaker Andrés Ramírez Pulido met zijn vrouw voor werk in Ibagué belandde, ontdekte hij ‘een ander universum, omringd door tropisch bos en doordrenkt van de warme sfeer van de Magdalena-vallei’, vertelt hij aan dagblad El Tiempo. Hoewel deze stad in de bergen in het midden van Colombia er vooral om bekendstond dat er niets gebeurde en geen werkgelegenheid was, aldus het Colombiaanse weekblad Semana, besloot Pulido dat dit universum filmische waarde had. En zo ontstond zijn eerste speelfilm: La jauría, die de hoofdprijs van de Semaine de la Critique ontving op het afgelopen filmfestival van Cannes.

    La jauría volgt het verhaal van Eliú (Jhojan Estiven Jiménez), een tiener die is veroordeeld voor moord en in een experimenteel rehabilitatiecentrum midden in het tropische woud is geplaatst. ‘Een vreemde plek, die net zo wordt weggevreten door vocht en varenranken als de jongeman door woede en schuldgevoel’, beschrijft El Espectador.

    ‘Eliú wil veranderen, maar hij en de andere personages zijn gevangenen van een geweld dat onvermijdelijk lijkt.’ De jongen belichaamt een ‘adolescent die geweld van dichtbij heeft meegemaakt, is opgegroeid met gewapende conflicten en ook zelf te lijden heeft gehad van huiselijk geweld’, schrijft El Tiempo.

    ‘Er zijn mensen die een bepaald licht voor de camera afgeven, ze hebben iets wat ons aantrekt’

    Uit zijn gesprekken met tieners als Eliú, die vastzitten wegens drugsverslaving, slecht gedrag of een geweldsmisdrijf, kwam ‘een gemene deler’ naar voren, vertelt Pulido; een conflictueuze relatie met de vaderfiguur, die er ofwel vandoor was gegaan, ofwel gewelddadig was. De Spaanstalige editie van tijdschrift Rolling Stone brengt de film dan ook onder in een traditie van ‘films over kinderen en adolescenten die hun jeugd hebben verloren’. Maar de setting, de manier van filmen en ‘de stiltes’ van de hoofdrolspelers voorzien de plot volgens het tijdschrift van een nieuwe, betoverende toon.

    Onderdeel daarvan is de keuze om niet-professionele acteurs in te zetten; tieners die elkaar ontmoetten in de straten van Ibagué. ‘Er zijn mensen die een bepaald licht voor de camera afgeven, ze hebben iets wat ons aantrekt, wat we gedurende de film willen zien te ontdekken’, schrijft El Espectador.

    Volgens de filmmaker zelf kon hij op deze manier ‘loskomen van de collectieve beeldvorming van de Latijns-Amerikaanse marginale delinquent’ en ‘vanuit een andere hoek zien in welke gewelddadige omgeving deze jongeren opgroeien’.

    Door Laura Weeda

  • Absint, de creatieve motor. Hoe een sterk groen drankje de kunst veranderde

    Absint, de creatieve motor. Hoe een sterk groen drankje de kunst veranderde

    Was het duivelse of goddelijke absint inderdaad de motor achter de ismen in de artistieke wereld? Bij grote namen als Manet, Monet, Degas en Van Gogh speelde absint in ieder geval een voorname rol. Vooral in het werk van Picasso was de ‘groene fee’ een belangrijk thema.

    Parijs, de nadagen van de negentiende en de eerste jaren van de twintigste eeuw. Een klein uitgevallen heerschap met een groen gezicht fietst door de straten. Soms schreeuwt hij, vaak slaat hij zich op de borst… Hij is nogal eens onder invloed van de absint, zijn geliefde godin, de ‘groene fee’, die hij in grote hoeveelheden tot zich neemt en wel puur, zonder het rituele gedoe met suiker en water waarmee anderen het spul minder sterk maken. Het is een gevaarlijk sujet; hij heeft een revolver bij zich waarmee hij flessen openschiet en hij heeft een eenmalig opgevoerd toneelstuk geschreven dat hem op de kaart zette. Het is Alfred Jarry en lang heeft hij niet meer te leven. Zoals het hoort bij mythische figuren zal hij jong sterven.

    c3eea6e4f05ea5acea947d53596f2669
    Pablo Picasso, Drinkende man, 1901. – ©

    Het is niet zeker of Pablo Picasso hem tijdens zijn bezoeken aan Parijs heeft leren kennen. Vaststaat dat Picasso een van de bewerkingen op basis heeft bijgewoond en ook lijkt bewezen dat hij na Jarry’s dood diens revolver, manuscripten en andere eigendommen onder zijn hoede nam. Mogelijk heeft het brein van de jonge schilder aan de vreemde snoeshaan de wirwar van kleur, object, vlakken en perspectieven te danken, het gevolg van alcoholische beneveling… Als incidentele absintdrinker zal Picasso de mensen blauw zien en zo zal hij hen schilderen. En daarna roze, waarvoor hetzelfde geldt. En daarna merkwaardig, als het ware uiteengevallen in vreemde vlakken of geometrische figuren en ook zo zal hij hen schilderen.

    Mythische drank

    De mythische drank – aldus de schrijver en kunstcriticus Jane Ciabbatari een paar jaar geleden in een bijdrage voor de BBC – ‘was goed voor visioenen en droomtoestanden die in het artistieke werk doorsijpelden. Hij gaf de stoot tot het symbolisme, het surrealisme, het modernisme, het impressionisme, het postimpressionisme en het kubisme.’ Was absint inderdaad de grote creatieve motor achter al die ‘ismen’? Manet, Monet, Degas, Van Gogh of Toulouse-Lautrec, om maar enkelen van de inmiddels groten uit die tijd te noemen, maakten schilderijen met de absint als protagonist en ook talloze portretten van drinkers van de drank. Zo ook Picasso.

    De relatie tussen de schilder uit Malaga en de absint uit zich voor het eerst in het portret van een vrouw die in haar eentje zit te drinken. Ze heeft een wezenloze blik, haar lippen zijn knalrood en haar glas is felgroen. Ze wordt hier niet nader aangeduid, maar haar gezicht komt terug op een heleboel andere schilderijen uit die tijd en alles wijst erop dat het gaat om Odette, zijn eerste Parijse geliefde. Of een van de eerste, want het jonge drietal dat Pablo Picasso, de onfortuinlijke Carlos Casagemas en Manuel Pallarés in Parijs vormden gaf de polyamorie een flinke zet, met medewerking van Germaine, Antoinette en de genoemde Odette.

    Ze sloegen zich er vaak rommelig en zo goed en zo kwaad als het ging met elkaar doorheen maar soms betekende kwaad fataal. In februari 1901 pleegde Casagemas in een bar zelfmoord nadat hij had geprobeerd Germaine met een schot van het leven te beroven, een gebeurtenis die diepe indruk op Picasso maakte, zonder hem er overigens van te weerhouden zijn relatie met de voormalige geliefde van zijn dode vriend voort te zetten. Wel krijgt vanaf dat moment het palet van Picasso donkere ondertonen.

    27b2d21a29e7d89951d8ecd686115158
    Pablo Picasso, De absintdrinker, 1902. – ©

    Daarvoor schilderde hij onverzadigbaar, net als zijn leven in de Parijse bohème, en hij probeerde zo veel mogelijk werk klaar te hebben voor de tentoonstelling die zijn doorbraak zou betekenen: de succesvolle expositie in de galerie van de belangrijke kunsthandelaar Ambroise Vollard. In de tekst van Christie’s bij het schilderij De absintdrinkster (1901) staat dat Picasso eind mei, begin juni wel tien schilderijen per dag maakte. Tot dan overheerst in zijn werk de kleur en thematiek die hij haalde uit het dagelijks leven, zíjn dagelijks leven met name, en dat betekende ook altijd vrouwen, veel vrouwen: vrouwen die glimlachen, vrouwen die in zichzelf zijn gekeerd, vrouwen die denken aan wie zal het zeggen, die in hun eentje drinken, die drinken… Maar in al die drukte sijpelt al het fletsblauwe licht Picasso’s schilderkunst binnen als gevolg van de affaire-Casagemas. Het blauw wordt belangrijker en je ziet het overal terug bij die andere absintdrinkster uit 1901: in de jurk, de fles, het glas, de weerspiegelingen op de huid, de diepte in de spiegel…

    ‘Wat is het verschil tussen een glas absint en de zonsondergang?’

    De eenzame drinksters uit de vorige periode waren ernstig, maar hadden iets kleurigs wat ze met de wereld verbond. In 1902 neemt het blauw het hele palet van Picasso en het gemoed van zijn personages over. Niemand ontsnapt aan de melancholie op werken als De slaperige drinkster, die boven haar glas indut, of het portret dat Picasso een jaar later zou maken van zijn vriend Ángel Fernández Soto. Met hem had hij een wild leven en een verdieping gedeeld maar in 1903 beeldt hij hem uit voor een groot glas absint, met een nietszeggend gezicht en een verveelde of minachtende trek om zijn mond.

    Het wordt nog erger als er twee figuren op de schilderijen staan; een man en een vrouw die elkaar niet aankijken en niet praten, die niets lijken te delen behalve een drankje. Personages en schilderijen die de wereld vol misdeelden bepalen waarin de blauwe periode van Picasso verandert. Zelfs zijn vrienden komen er bekaaid van af. Sebastiá Junyer portretteert hij in 1903 naast een prostituee met wie hij om de ruimte en de bank lijkt te strijden. Ze kijken allebei voor zich uit, allebei in hun eigen gedachten en melancholie. Ze doen sterk denken aan het paar dat Degas bijna drie decennia eerder schilderde onder de titel Het café of, eenvoudig, Absint.

    Keerpunt

    1904 is een keerpunt in het leven van Picasso. Hij verandert van woonwijk en algauw ook van kleurenpalet. Na diverse terugkeren naar Spanje vestigt hij zich in Parijs en betrekt een studio in Montmartre. Het brengt hem een zekere stabiliteit, wat wordt versterkt door zijn kennismaking met Fernande Olivier, met wie hij een liefdesrelatie begint die met onderbrekingen tot 1912 zal duren. Het gaat hem voor de wind; de blauwe jaren van armoede en triestheid maken plaats voor het roze en de absint, die intussen het nodige aanrichtte in de Franse samenleving en elders, laat hij achter zich.

    Maar dat duurt niet lang. En ook in zijn werk keren de sporen terug. In Glas absint, uit 1911, wordt het glas in kwestie uitgebreid en minutieus ontleed: de geometrie van het voorwerp heeft de overhand zoals dat hoort bij analytisch kubistisch werk. De presentatie als geheel is minder onbarmhartig: letters of materialen geven aanwijzingen over de voorstelling en voeden het werk met z’n eigen werkelijkheid. Op doeken als Absint en brieven of Cafétafel met Pernodfles, beide uit 1912, herken je makkelijk de elementen waarvan in de titels sprake is.

    d3a84fc5cdae23a508f3b58193574c99
    Pablo Picasso, Absintglas, 1911. – ©

    Het glas absint dat in verschillende perioden voorkomt en de ruggengraat vormt van deze tocht door het werk van Picasso kent een van zijn spectaculairste weergaven in een doek uit 1914. Daarin wordt de ruimtelijkheid gesuggereerd van de collage waarmee de Spanjaard zich sinds een paar jaar driedimensionaal bezighield. Ja, het gaat om een kleine sculptuur, een brons dat is beschilderd met olieverf en bovenop rust een ‘echt’ metalen lepeltje dat herinnert aan het ritueel dat bij het drankje hoort: de absint zat onderin een glas waarop een lepeltje met spleetvormige gaatjes lag. Op het lepeltje legde je een klont suiker waarover het water werd gegoten dat de pure absint veranderde in een iets zoeter en minder sterk melkkleurig drankje. In dit werk weet hij een kruising te bewerkstelligen tussen een artistiek en een echt voorwerp: de lepels met gaatjes die hij kocht om aan elk van zijn zes sculpturen toe te voegen.

    Gewaagd

    In de permanente collectie genaamd ‘Gesprekken met Picasso, Collectie 2020-2023’ van het museum in Málaga is het Glas absint te zien dat de maker zelf bewaarde tussen de zes gegoten bronzen die allemaal zijn gebaseerd op een wassen maquette. Het was voor het eerst dat hij variaties aanbracht op een bepaalde zelfde sculptuur zodat alle zes de exemplaren uniek zijn, met wisselende gebieden die qua kleur, patroon en textuur in het oog springen. Ook wordt het uniek door de rechte hoek die het handvat van de lepel heeft en die, curieus genoeg, rechts op de foto’s staat die Brassaï in 1943 in het appartement van Picasso in de Rue des Grands Augustins heeft gemaakt.

    35ade7759e96c31950df22facff28eb9
    Pablo Picasso, Retrato de Sebastián Junyer Vidal, 1903. – ©

    De Hongaarse fotograaf vertelt jaren later welke indruk het kunstwerk op hem maakte: ‘Ik zie ineens het glas absint, nogal gewaagd in die tijd. Het was voor het eerst dat zoiets eenvoudigs in een sculptuur veranderde!’ Dankzij de aandacht die Picasso het gaf. ‘Wat is het verschil tussen een glas absint en de zonsondergang?’ zou Oscar Wilde hebben gezegd. Het verschil? Het onverwoestbare genie van Picasso.

  • Road movie door Parijs én kostuumdrama

    Road movie door Parijs én kostuumdrama

    In de Franse film Une Belle Course kruisen de paden van een norse Parijse taxichauffeur en een hoogbejaarde dame die nog een keer langs de dierbare locaties uit haar verleden wil. De internationale filmkritiek is lovend over de acteerprestaties van de twee hoofdrolspelers.

    Pas nadat hij een paar keer op zijn claxon heeft geramd, ziet de norse en berooide taxichauffeur Charles (Dany Boone) zijn volgende passagier, de hoogbejaarde Madeleine (Line Renaud), naar buiten strompelen. Voor ze wordt overgeplaatst naar een verzorgingstehuis wil ze nog één keer langs de Parijse locaties waar ze haar dierbaarste herinneringen aan bewaart. Dat kan er ook nog wel bij, zie je Charles denken. Maar zodra Madeleine begint te vertellen, laat hij geleidelijk zijn schild zakken.

    Volgens Olivier Delcroix biedt de film Une Belle Course beide acteurs ‘een fraaie tandem voor twee personages die elkaar op een ontroerende manier weten te temmen’, schrijft hij in Le Figaro.

    ‘Verrassend teder en fascinerend’, zo omschrijft James Croot van de Nieuw-Zeelandse nieuwssite Stuff de film: ‘Misschien wordt niet iedereen meteen gegrepen, maar vroeg of laat geef je je er toch aan over.’

    ‘Als vanzelfsprekend’ raakte Simon Morris van Radio New Zealand in de ban van het duo in deze ‘door en door Franse’ film: ‘Het is duidelijk te merken dat regisseur Carion wetenschapper en ingenieur was voordat hij films ging maken, zo goed weet hij de verhaallijnen te vervlechten. Het einde zie je misschien aankomen, maar het valt te hopen dat meer landen het bioscooppubliek zo goed bedienen als de Fransen.’

    Ook Marc-André Lussier van het Canadese La Presse is enthousiast over de acteerprestaties. Wel vindt hij dat het een stuk minder had gekund met de flashbacks naar Madeleines verleden: ‘Het getekende gezicht van Renaud vertelt het complete verhaal van haar personage toch al? Die uitstapjes naar vervlogen tijden maken het onnodig zwaar en melodramatisch.’

    In Le Devoir stelt Caroline Chatelard daarentegen dat Carion ‘handig laveert’ tussen road movie en kostuumdrama: ‘De regisseur slaagt erin heimwee op te roepen naar een tijd die de hedendaagse kijker nooit heeft meegemaakt.’ Volgens Chatelard gaat de film niet zozeer over nostalgie en verlangen maar is het vooral een aanklacht tegen de manier waarop de maatschappij met bejaarden omspringt: ‘Die worden zogenaamd voor hun eigen bestwil in tehuizen geparkeerd. Daar moeten ze dan maar met hun geweten in het reine zien te komen.’

    Une Belle Course (Driving Madeleine) van regisseur Christian Carion draait vanaf 27 april in de bioscoop

    Door Diederik Samwel

  • Herontdek de jaren twintig met foto’s uit Variétés

    Herontdek de jaren twintig met foto’s uit Variétés

    Het Belgische kunsttijdschrift Variétés bood jonge fotografen begin vorige eeuw de kans om hun talent te laten zien. De foto’s zijn herontdekt en worden deze zomer getoond in Huis Marseille, waardoor je een uniek kijkje in de jaren twintig van de vorige eeuw krijg.

    Huis Marseille presenteert deze zomer een bijzondere collectie avant-gardistische en surrealistische foto’s uit de jaren twintig van destijds toonaangevende fotografen als Man Ray, Germaine Krull, Berenice Abbott, László Moholy-Nagy, Florence Henri en Eli Lotar. De prints danken hun bestaan aan het internationale podium dat het Belgische kunsttijdschrift Variétés jonge fotografen en hun nieuwe beeldtaal bood en zijn ooit herontdekt tussen de meer dan 150.000 persfoto’s van het Vlaamse dagblad Vooruit.

    Het kunsttijdschrift moet een broedplaats zijn geweest van allerlei talent dat zich liet zien in opvallende beeldcombinaties. Prentbriefkaarten, filmstills, antropologische opnamen en mode- en sportfoto’s werden gecombineerd met foto’s van avant-gardefotografen. Oprichter Paul-Gustave van Hecke (1887-1967) gooide het oude vertrouwde na de Eerste Wereldoorlog overboord en liet
    kunstenaars erop los experimenteren met andere camerastandpunten en extreme close-ups. Vanaf dat moment kon alles gebruikt worden in de fotografie; luchtfoto’s en technieken uit de wetenschap, röntgen- en micro-opnamen. Elke grens moest worden overschreden.

    Man Ray stond vanaf het eerste nummer in Variétés, evenals de Franse fotograaf Eugène Atget (1857-1927), die door Man Ray was ontdekt en in wie de surrealisten hun voorloper herkenden. Later werden ook – alle drie immigrant in Parijs – Germaine Krull, bekend met haar foto’s van moderne staalconstructies als de Eiffeltoren en haveninstallaties, Eli Lotar en André Kertész in de
    katernen opgenomen.

    Variétés. Fotografie en avant-gardeHuis Marseille, 24/06 tot 22/10

  • In het hart van de aidsepidemie

    In het hart van de aidsepidemie

    Het Canadese kunstcollectief General Idea brak door met humoristische, maatschappijkritische kunst over de aidscrisis van de jaren tachtig en negentig. Het werk van het trio is nu te zien in het Stedelijk Museum in Amsterdam.

    Jorge Zontal, AA Bronson en Felix Partz van de Canadese kunstenaarsgroep General Idea vonden elkaar in humoristische, creatieve, onconventionele projecten, zoals avant-gardistische schoonheidswedstrijden, tv-shows en het bouwen van nepwinkelpuien. Het doel was om mensen een alternatief standpunt te tonen dan dat wat de massamedia lieten zien, door kunstwerken in een alledaagse context te plaatsen. Een van hun projecten was het tijdschrift File (1972-1989); begonnen als een verslag van de Mail Art-beweging uit de jaren zestig werd File een manifest voor hun ideeën.

    Tragisch genoeg wordt het werk van General Idea vaak alleen nog geassocieerd met het iconische affiche dat de groep maakte met de letters ‘a i d s’, naar het virus dat in de jaren tachtig en negentig ontzettend veel slachtoffers maakte. Hun laatste project is de installatie One Year of AZT (1991), met uitvergrote capsules van een virusremmer. Partz en Zontal stierven in 1994 beiden aan aids, waarmee het werk van het collectief ten einde kwam.

    Stedelijk Museum, Amsterdam, t/m 16/9

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.

    Fraaie tandem voor acteerkanonnen

    Aanklacht tegen het parkeren van bejaarde burgers

    FILM | Pas nadat hij een paar keer op zijn claxon heeft geramd, ziet de norse en berooide taxichauffeur Charles (Dany Boone) zijn volgende passagier, de hoogbejaarde Madeleine (Line Renaud), naar buiten strompelen. Voor ze wordt overgeplaatst naar een verzorgingstehuis wil ze nog één keer langs de Parijse locaties waar ze haar dierbaarste herinneringen aan bewaart. Dat kan er ook nog wel bij, zie je Charles denken. Maar zodra Madeleine begint te vertellen, laat hij geleidelijk zijn schild zakken.

    Volgens Olivier Delcroix biedt de film beide acteurs ‘een fraaie tandem voor twee personages die elkaar op een ontroerende manier weten te temmen’, schrijft hij in Le Figaro.

    ‘Verrassend teder en fascinerend’, zo omschrijft James Croot van de Nieuw-Zeelandse nieuwssite Stuff de film: ‘Misschien wordt niet iedereen meteen gegrepen, maar vroeg of laat geef je je er toch aan over.’

    ‘Als vanzelfsprekend’ raakte Simon Morris van Radio New Zealand in de ban van het duo in deze ‘door en door Franse’ film: ‘Het is duidelijk te merken dat regisseur Carion wetenschapper en ingenieur was voordat hij films ging maken, zo goed weet hij de verhaallijnen te vervlechten. Het einde zie je misschien aankomen, maar het valt te hopen dat meer landen het bioscooppubliek zo goed bedienen als de Fransen.’

    Ook Marc-André Lussier van het Canadese La Presse is enthousiast over de acteerprestaties. Wel vindt hij dat het een stuk minder had gekund met de flashbacks naar Madeleines verleden: ‘Het getekende gezicht van Renaud vertelt het complete verhaal van haar personage toch al? Die uitstapjes naar vervlogen tijden maken het onnodig zwaar en melodramatisch.’

    In Le Devoir stelt Caroline Chatelard daarentegen dat Carion ‘handig laveert’ tussen road movie en kostuumdrama: ‘De regisseur slaagt erin heimwee op te roepen naar een tijd die de hedendaagse kijker nooit heeft meegemaakt.’ Volgens Chatelard gaat de film niet zozeer over nostalgie en verlangen maar is het vooral een aanklacht tegen de manier waarop de maatschappij met bejaarden omspringt: ‘Die worden zogenaamd voor hun eigen bestwil in tehuizen geparkeerd. Daar moeten ze dan maar met hun geweten in het reine zien te komen.’

    Diederik Samwel

    Une Belle Course (Driving Madeleine) van regisseur Christian Carion draait vanaf 27 april in de bioscoop

    k6sjuln2TEjmngD3yuZNmFc8wQi

    Onvermijdelijk geweld

    Ibagué ontdekt film als universum

    FILM | Toen filmmaker Andrés Ramírez Pulido met zijn vrouw voor werk in Ibagué belandde, ontdekte hij ‘een ander universum, omringd door tropisch bos en doordrenkt van de warme sfeer van de Magdalena-vallei’, vertelt hij aan dagblad El Tiempo. Hoewel deze stad in de bergen in het midden van Colombia er vooral om bekendstond dat er niets gebeurde en geen werkgelegenheid was, aldus het Colombiaanse weekblad Semana, besloot Pulido dat dit universum filmische waarde had. En zo ontstond zijn eerste speelfilm: Eden, die de hoofdprijs van de Semaine de la Critique ontving op het afgelopen filmfestival van Cannes.

    Eden volgt het verhaal van Eliú (Jhojan Estiven Jiménez), een tiener die is veroordeeld voor moord en in een experimenteel rehabilitatiecentrum midden in het tropische woud is geplaatst. ‘Een vreemde plek, die net zo wordt weggevreten door vocht en varenranken als de jongeman door woede en schuldgevoel’, beschrijft El Espectador.

    ‘Eliú wil veranderen, maar hij en de andere personages zijn gevangenen van een geweld dat onvermijdelijk lijkt.’ De jongen belichaamt een ‘adolescent die geweld van dichtbij heeft meegemaakt, is opgegroeid met gewapende conflicten en ook zelf te lijden heeft gehad van huiselijk geweld’, schrijft El Tiempo.

    Uit zijn gesprekken met tieners als Eliú, die vastzitten wegens drugsverslaving, slecht gedrag of een geweldsmisdrijf, kwam ‘een gemene deler’ naar voren, vertelt Pulido; een conflictueuze relatie met de vaderfiguur, die er ofwel vandoor was gegaan, ofwel gewelddadig was. De Spaanstalige editie van tijdschrift Rolling Stone brengt de film dan ook onder in een traditie van ‘films over kinderen en adolescenten die hun jeugd hebben verloren’. Maar de setting, de manier van filmen en ‘de stiltes’ van de hoofdrolspelersvoorzien de plot volgens het tijdschrift van een nieuwe, betoverende toon.

    Onderdeel daarvan is de keuze om niet-professionele acteurs in te zetten; tieners die elkaar ontmoetten in de straten van Ibagué. ‘Er zijn mensen die een bepaald licht voor de camera afgeven, ze hebben iets dat ons aantrekt, dat we gedurende de film willen zien te ontdekken’, schrijft El Espectador.

    Volgens de filmmaker zelf kon hij op deze manier ‘loskomen van de collectieve beeldvorming van de Latijns-Amerikaanse marginale delinquent’ en ‘vanuit een andere hoek en zien in welke gewelddadige omgeving deze jongeren opgroeien’.

    Laura Weeda

    la jauria

    Terug naar de snoeiharde oorsprong

    Soulstriptease zonder mitsen en maren

    MUZIEK | Nee, subtiel gaat het er niet aan toe op 72 Seasons, het nieuwste album van de ruim 40 jaar oude Amerikaanse heavy metalband Metallica, schrijft Helen Brown in The Independent: ‘Nadat de mannen veel fans behoorlijk op de proef hadden gesteld met hun vorige platen, keren ze terug naar nieuwe staaltjes meeslepende trashmetal. Een turbo-gedreven fusion van weerbarstige nostalgie en hedendaagse paranoia. Knalhard accelereren op de rechte stukken en wild slingeren door de bochten.’

    Sam Walker-Smart spreekt in Clash Magazine van een ‘solide’ album waarop de band ‘de meeste valkuilen van nostalgie en oude glorie weet te vermijden maar te veel op safe speelt en daardoor niet echt ontbrandt’. De criticus vindt ook dat de producer wel wat vet van de 12 tracks en 77 minuten had mogen wegsnijden. Bovendien is Metallica ditmaal de melodische ballads vergeten: ‘Die zouden vier decennia later goed aansluiten op de tijdgeest. Met al die levenservaring op zak, schudden ze die toch zo uit de mouw?’

    Kory Grow van Rolling Stone vindt dat de vier bandleden van Metallica altijd al ‘meesters zijn geweest in zwaar aangezette gitaarriffs en labyrintachtige songteksten. Maar deze keer dienen ze een duidelijk doel.’ Waarop Grow verwijst naar zowel de echtscheiding als de afkickperiodes van leadzanger James Hetfield: ‘Hier horen we een alfaman die zijn façade van onbezonnen muzikale woede doorbreekt en op zoek is naar zijn eigen waarheid.’

    Alsof er een nieuwe Star Wars-film uitkomt, zo vergelijkt Stefan Hochgesand in Berliner Zeitung de verwachtingen rond Metallica’s nieuwe album. De recensent komt bedrogen uit: ‘Niks lichtzwaarden of verkenningen van de Melkweg. De reis voert ons direct naar de gebroken ziel van Hetfield.’ De zanger legt zijn psychoanalyse vast in muziek, vervolgt Hochgesand: ‘Geen Star Wars maar een oorlog met de eigen ziel. Een stormachtige soulstriptease zonder mitsen en maren. Na twaalf tracks verlaat de patiënt verlicht de tandartsenpraktijk: er is een hoop zielenpijn en hartzeer weggeboord.’

    Diederik Samwel

    550x531

    Een game die je als God laat voelen

    De wereld verbeteren was nooit zo makkelijk

    GAME | De virtuele wereld biedt niet alleen afleiding en kansen een ander leven te leiden dan dat van jezelf, maar in sommige gevallen ook hoop – al dan geen valse. Zo stelt het spel Terra Nil, van de Zuid-Afrikaanse onafhankelijke studio Free Lives, spelers in staat om vervuilde omgevingen te zuiveren en vervolgens alle sporen van menselijk ingrijpen te wissen. Op die manier kun je de natuur eindelijk ‘haar rechten terug laten opeisen’, schrijft The Guardian enthousiast.

    Een laboratorium voor koraalcultuur laat, eenmaal in zee geïnstalleerd, een mooi koraalrif groeien dat wemelt van schaaldieren, weekdieren en andere schelpdieren. Gemakkelijk recyclebare geothermische energiecentrales leveren warmte en elektriciteit aan gebieden waar een windturbine niet volstaat. En zodra je de natuur in een gebied hebt hersteld, is het tijd om te vertrekken, zonder iets achter te laten. ‘U loopt weg met de zekerheid dat de interacties tussen de lokale fauna en flora het voortbestaan van de regio garanderen, zonder dat er nog menselijke tussenkomst nodig is’, aldus de Britse krant. ‘Je taak is volbracht en je bent niet langer nodig; de game zal je het gevoel geven dat je een god bent.’

    Laura Weeda

    1499
  • Agenda

    Agenda

    360 selecteert een aantal toonaangevende internationale concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities.

    Erop los experimenteren

    FOTOGRAFIE | Huis Marseille presenteert deze zomer een bijzondere collectie avant-gardistische en surrealistische foto’s uit de jaren twintig van destijds toonaangevende fotografen als Man Ray, Germaine Krull, Berenice Abbott, László Moholy-Nagy, Florence Henri en Eli Lotar. De prints danken hun bestaan aan het internationale podium dat het Belgische kunsttijdschrift Variétés jonge fotografen en hun nieuwe beeldtaal bood en zijn ooit herontdekt tussen de meer dan 150.000 persfoto’s van het Vlaamse dagblad Vooruit.

    Het kunsttijdschrift moet een broedplaats zijn geweest van allerlei talent dat zich liet zien in opvallende beeldcombinaties. Prentbriefkaarten, filmstills, antropologische opnamen en mode- en sportfoto’s werden gecombineerd met foto’s van avant-gardefotografen. Oprichter Paul-Gustave van Hecke (1887-1967) gooide het oude vertrouwde na de Eerste Wereldoorlog overboord en liet
    kunstenaars erop los experimenteren met andere camerastandpunten en extreme close-ups. Vanaf dat moment kon alles gebruikt worden in de fotografie; luchtfoto’s en technieken uit de wetenschap, röntgen- en micro-opnamen. Elke grens moest worden overschreden.

    Man Ray stond vanaf het eerste nummer in Variétés, evenals de Franse fotograaf Eugène Atget (1857-1927), die door Man Ray was ontdekt en in wie de surrealisten hun voorloper herkenden. Later werden ook – alle drie immigrant in Parijs – Germaine Krull, bekend met haar foto’s van moderne staalconstructies als de Eiffeltoren en haveninstallaties, Eli Lotar en André Kertész in de
    katernen opgenomen.

    Variétés. Fotografie en avant-garde, Huis Marseille, 24/06 tot 22/10

    Huis Marseille

    Sanjuanitos en pasillos

    MUZIEK | De Ecuadoriaan Polibio Mayorga zou gevraagd zijn om na een zware aardbeving het beschadigde parochieorgel te repareren, niet wetende dat daar Ecuadors meest invloedrijke componist van tropische muziek tot wasdom zou komen. In 1967 bracht hij met zijn ensemble Quinteto Casino de eerste geregistreerde originele cumbia-compositie van Ecuador uit, het nu klassieke en eindeloos gecoverde Cumbia Triste. Hij bekwaamde zich tot meesteraccordeonist en combineerde traditionele sanjuanitos en pasillos met Caribische percussietechnieken.

    Mayorga verrijkte de muziek in Ecuador niet alleen met zijn composities, als hoofd van het baanbrekende label Fadisa introduceerde hij ook artiesten als Lolabum’s Pedro Bonfim en elektronisch alchemist Quixosis, een van de voorvaders van de experimentele muziek van eigen bodem. Nu is een nieuwe compilatie van Mayorga’s werk uit, getiteld Ecuatoriana – El Universo Paralelo.

    Ecuatoriana, El Universo Paralelo de Polibio Mayorga 1969, Analog

    Polibio

    Over liefde (2)

    THEATER | Joël Pommerat schijnt een van de beste regisseurs en toneelschrijvers van Frankrijk te zijn. Hij heeft in ieder geval sociale diversiteit ruim baan gegeven en acteurs van allerlei pluimage kansen geboden op professionele podia te spelen.

    Sinds 2015 heeft hij behalve drie nieuwe stukken weinig van zich laten horen. Maar deze maand is hij terug in Parijs met Amours (2), een 70 minuten durende medley over liefde voor een klein publiek. Er staan stoelen aan drie zijden van een vierkante ruimte; een verwijzing naar een stuk dat hij in 2019 in een Franse gevangenis maakte. Pommerat werkt al bijna tien jaar met gevangenen als acteurs. Twee van deze gevangenen zijn inmiddels vrijgelaten en onder contract gesteld bij Pommerats theatergezelschap: de Compagnie Louis Brouillard.

    Amour (2), Theatre Contemporain, Parijs 8 en 9/6

    In Amour 2

    Nick Cave

    Waar zou de langste rij staan op vrijdag 2 juni in het hartje van Amsterdam? Bij Athenaeum Boekhandel, waar de legendarische Nick Cave en Observer-journalist Seán O’Hagan het boek Faith, Hope and Carnage signeren, of bij de koekjes om de hoek?

    Spui, 11:00 en 12:30

    NickCave

    Bentvueghels

    Deze tentoonstelling vertelt het verhaal van dit bijzondere kunstgenootschap met leden uit de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden, die zich rond 1620 in Rome verenigden. Met hun levensstijl parodieerden zij de heilige huisjes van Italië. Maar het ging om het schildersvak.

    Centraal Museum, tot 4/6

    Bentveughels

    Line-up Cannes

    Het filmfestival aan de Franse Rivièra heeft een mooie line-up dit jaar met nieuwe films van Francis Ford Coppola en zijn dochter Sofia, Woody Allen, Brian DePalma, Ken Loach, Nanni Moretti, Marco Bellochio, Volker Schlondorff en Margaretha von Trotta.

    Cannes, 16 t/m 27/5

    Cannes
  • Een tekenfilm over Oekraïense folklore

    Een tekenfilm over Oekraïense folklore

    Acht jaar lang deden de makers van de Oekraïense animatiefilm The Forest Song erover en het laatste deel van het productieproces vond plaats tijdens de oorlog. Maar Oekraïense media zijn eensluidend over het resultaat, dat een ‘betoverend verhaal’ wordt genoemd.

    ‘Een tekenfilm maken tijdens de oorlog is een onvergetelijke ervaring,’ aldus Oleh Malamouzj, coregisseur van Mavka: The Forest Song, tegen het Engelstalige dagblad Kyiv Post. ‘Zo’n complex en duur project vereist veiligheid, elektriciteit, financiële middelen en een goede werkomgeving voor het team. Sommige leden daarvan zijn naar het front vertrokken, of ze leefden onder de bezetting en we zijn het contact kwijtgeraakt. We moesten enorme obstakels overwinnen. Corona was er kinderspel bij.’

    De productie van deze film was dan ook een van de langste in de geschiedenis van de hedendaagse Oekraïense cinema. In 2015 was er voor het eerst sprake van een animatiefilm geïnspireerd op het toneelstuk Lied van het bos van Lesja Oekrajinka (1871-1913). Deze Oekraïense toneelschrijver, dichter en vertaler (die eigenlijk Larysa Kosatsj-Kvitka heette) was eveneens betrokken bij de nationale bevrijdingsbeweging en wordt nu beschouwd als een der grootsten uit de Oekraïense literatuur.

    Ze wilden de thema’s hedendaags maken, de film een happy end geven en veel nieuwe stripfiguren aan de traditionele karakters toevoegen

    Daarnaast besloten producenten Serhej Sozanovsky en Iryna Kostjoek inspiratie te halen uit de Oekraïense mythologie. Ze wilden de thema’s hedendaags maken, de film een happy end geven en veel nieuwe stripfiguren aan de traditionele karakters toevoegen.

    Acht jaar later is Oekrajinska Pravda enthousiast over het resultaat; de krant noemt het ‘een Oekraïense kwaliteitsproductie’. Kyiv Post spreekt van een ‘betoverend verhaal’. Ter bekrachtiging worden ook enkele kinderen aan het woord gelaten, die de première bijwoonden in bioscoop Oskar in een winkelcentrum in Kyiv. ‘We vonden het erg leuk, ja!’ ‘De soundtrack is heel goed. En de karakters zijn geweldig; ze lijken op niemand anders, geen Disneyfiguren of wat dan ook.’

    Zal er ook een vervolg op komen? Een van de ouders zegt lachend: ‘Met dit productietempo
    zullen het mijn kleinkinderen zijn die die film gaan zien.’

    Mavka: The Forest Song is vanaf 19 april in de bioscoop te zien

    Laura Weeda