Streamingdienst begon ooit als postordervideotheek
Voordat Netflix een van de grootste streamingdiensten voor films en tv-series werd, verstuurde de Californische firma dvd’s per post. Deze activiteit begon in 1998 met de film Beetlejuice en loopt vijfentwintig jaar later nog steeds, toch kondigde het bedrijf aan in september 2023 te stoppen met dvd-verhuur. In totaal heeft Netflix meer dan 5 miljard dvd’s verstuurd naar 40 miljoen klanten.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
‘De afnemende vraag naar fysieke verhuur’ maakt het moeilijk om dochteronderneming DVD.com overeind te houden, aldus Engadget. ‘Een triest moment voor thuisbioscoopfans’, schrijft de site. Dvd-fanaten kunnen nog steeds films huren via automaten van Redbox, die vaak in de buurt van supermarkten staan, maar het einde van DVD.com en het verdwijnen van de grote videotheekketen Blockbuster betekenen de teloorgang van de filmverhuurmarkt, aldus Engadget.
Hoewel Netflix zich herstelt van tegenvallende resultaten in 2022, was de winst in het eerste kwartaal van 2023 nog steeds slechter dan een jaar geleden. De abonneegroei was ook relatief bescheiden, met 1,7 miljoen nieuwe gebruikers.
De film Till van de Nigeriaanse regisseur Chinonye Chukwu biedt een alternatieve kijk op het geweld tegen zwarte Amerikanen. De buitenlandse pers legt uit waarin de film zich onderscheidt van andere films over het thema.
Till van regisseur Chinonye Chukwu is gebaseerd op het waargebeurde verhaal van de veertienjarige Afro-Amerikaan Emmett Till, die in 1955 vanuit Chicago op familiebezoek ging in Mississippi om nooit meer terug te keren. Hij werd gelyncht omdat hij een witte vrouw onheus zou hebben bejegend. Mamie, Emmetts moeder, organiseerde een openbare begrafenis waar journalisten foto’s van het verminkte lichaam konden maken. Vervolgens ontwikkelde ze zich van een ontroostbare moeder tot prominente burgerrechtenactivist.
Danny Leigh van Financial Times vindt dat de film ‘geweldig is gesitueerd in de jaren vijftig, met vrolijke jazz van Dizzy Gillespie, fraai uitgelichte warenhuizen en haarscherp gesneden pakken’. Volgens Leigh trakteert hoofdrolspeelster Danielle Deadwyler de kijker op een ‘masterclass ingehouden emoties’. In een seizoen dat wordt gedomineerd door ‘films waarin het genre wordt verheerlijkt, zien we hier de kracht van de verbeelding om de waarheid te vertellen’.
‘Je moet zo ongeveer van staal zijn om niet ontroerd te raken door deze film’
‘Je moet zo ongeveer van staal zijn om niet ontroerd te raken door deze film’, schrijft Peter Debruge in zijn stuk voor Variety, waarin hij vooral ingaat op de keuze om het karakter van moeder Mamie centraal te stellen: ‘Chukwu is geen in-your-face filmmaker, zoals Mel Gibson of Quentin Tarantino met hun expliciete geweldsscènes. Daardoor laat ze de kijker misschien te veel ruimte om gebeurtenissen zelf in te vullen. Een blaxploitation-film is het evenmin: ze kiest voor een respectabel mainstreamdrama om ons aan de recente geschiedenis te herinneren.’
Richard Lawson heeft het in Vanity Fair over een familietragedie, maar mist de toegevoegde waarde: ‘Het is lastig om niet te bedenken dat je deze film allang hebt gezien. Zeker, het gaat erom dat dit gruwelijke onrecht aan de kaak wordt gesteld, maar waarom in zulke weelderige tinten en met zulke overdadige filmmuziek? De belangrijkste reden om toch te gaan kijken is de meeslepende acteerprestatie van Deadwyler.’
Bij dat laatste sluit Richard Brody zich van harte aan in The New Yorker: ‘Deze actrice heeft met één oogopslag meer te vertellen dan menig collega in een lange monoloog. Zo draagt ze uit dat het leven van een zwarte burger in de VS onontkoombaar politiek is en haar onvoorwaardelijke inzet vereist.’
Till van Chinonye Chukwu draait vanaf 30 maart in de bioscoop.
In de Kunsthal in Rotterdam is vanaf eind april een tentoonstelling te zien over Haus-Rucker-Co, een Weens collectief van radicale architecten. Met hun creaties zetten de architecten zich af tegen de consumptiemaatschappij en de toenemende klimaatschade.
Haus-Rucker-Co, het in 1967 opgerichte Weense collectief van radicale architecten, reageerde op het toenemende gevoel van vervreemding in de consumptiemaatschappij en de toenemende verstedelijking en klimaatschade. De mannen waren erop uit de ‘traditionele opvattingen over ruimte uit te dagen, machtshiërarchieën te doorbreken en utopische stedelijke ruimten te creëren, vol schone lucht en een sterk gemeenschapsgevoel’. Wie wil dat niet?
Voor de tentoonstelling Mind Expanders is een selectie gemaakt van werken uit 1967-1972, de periode waarin het collectief zijn kenmerkendste en vernieuwendste architecturale projecten ontwikkelde. Te zien zijn bijvoorbeeld Balloon for 2 (een transparant pvc-membraan dat is opgeblazen tot een grote luchtbel), Yellow Heart (een pneumatische ruimtecapsule) en Food City I (een eetbare stadsmaquette).
Hoogtepunt vormt de interactieve installatie Giant Billiard, die voor het eerst in Nederland te zien is. Iedereen (van minimaal 1,20 meter) die het luchtkussen van 14 bij 14 meter betreedt met daarop drie reusachtige opblaasballen van vinyl, wordt onderdeel van een spel zonder vastgestelde regels en omgangsvormen. Zo wil Haus-Rucker-Co vragen oproepen over hoe onze fysieke omgeving van invloed is op de manier waarop we met elkaar omgaan.
Begin maart verscheen de Nederlandse vertaling van The Seven Moons of Maali Almeida van de Sri Lankaanse schrijver Shehan Karunatilaka. De buitenlandse pers legt uit waarom dit Booker Prize-winnende boek het lezen waard is.
Sri Lanka, midden jaren tachtig. De jonge, heimelijk homoseksuele oorlogsfotograaf Maali Almeida komt zichzelf tegen in het hiernamaals. Hij heeft geen flauw idee hoe hij aan zijn einde is gekomen. Hebben ze hem vermoord in de burgeroorlog? Net als in het dagelijks leven in Colombo stuit Almeida op een muur van bureaucratie. Dan krijgt hij met terugwerkende kracht zeven manen de tijd om zijn geliefden te vinden en aan de hand van zijn foto’s een nationaal schandaal te onthullen.
Zo begint The Seven Moons of Maali Almeida van Shehan Karunatilaka. De Sri Lankaanse auteur won er vorig jaar de Booker Prize mee en trad daarmee in de voetsporen van de in Sri Lanka geboren Canadees Michael Ondaatje, die de prijs in 1992 won met The English Patient.
Ranjan Hulugalle schrijft in Lanka Business Online dat de lezer in deze roman ‘geen flatteus beeld’ krijgt van Sri Lanka. ‘Of het nu gaat om de cultuur, de bloedige politieke strijd van de Tamiltijgers of de complexe beleving van seksualiteit. Dat geeft aanvankelijk een ongemakkelijk gevoel, maar wie doorleest ontdekt dat die ongepolijste waarheid tot verrassende inzichten leidt.’
‘Het boek zit vol levendige en schokkende vergelijkingen en absurde situaties’
Recensent Tomiwa Owolade van The Guardian vergelijkt ‘deze magisch-realistische roman’ met het werk van Salman Rushdie en Gabriel García Márquez, en tegelijkertijd met het surrealisme van Nikolaj Gogol en Michail Boelgakov. ‘Het boek zit vol levendige en schokkende vergelijkingen en absurde situaties, maar de auteur vermengt het met zo veel soms sardonische humor en consideratie dat je als lezer voortdurend alert blijft.’
Volgens Helen Elliott van The Sydney Morning Herald houdt Karunatilaka’s roman het midden tussen een ‘moordmysterie en politieke, sociaal-maatschappelijke satire’. Ook Elliott ontwaart een duidelijke parallel met een beroemde schrijver: Kurt Vonnegut. ‘Die wist door de werkelijkheid te overdrijven chaos te creëren om zo zijn punt te maken. Karunatilaka doet hetzelfde.’
Ron Charles begrijpt wel dat de meeste uitgevers hun vingers aanvankelijk niet wilden branden aan een ‘manuscript met zo’n absurd gegeven en zo veel complexe context’, schrijft hij in The Washington Post.Maar Karunatilaka lost dat op met een ‘satirische begrippenlijst’ aan het begin van zijn verhaal: ‘Tamiltijgers: bereid burgers af te slachten voor het goede doel.’ Of: ‘Indian Peace Keeping Force, gestuurd door onze buren om de vrede te bewaren. Branden desnoods een paar dorpen plat om hun missie te volbrengen.’
Shehan Karunatilaka’s roman is door Robert Neugarten in het Nederlands vertaald als De zeven manen van Maali Almeida en begin maart verschenen bij Spectrum Boeken.
Als intimiteit in films pas achteraf met de computer wordt toegevoegd, krijgen we cynische, halfalgoritmische stellen zonder chemie voorgeschoteld. Terwijl we juist échte liefdesverhalen nodig hebben, schrijft cultuurcriticus Sophie Gilbert.
Check deze theorie: vergeet seks, vergeet naaktheid, vergeet het jazzy soft-focus neuken in Red Shoe Diaries en de slierten speeksel in Top Gun. Want zoals de geschiedenis van film en televisie laat zien, is gewoon naar elkaar kijken soms het meest sexy wat twee mensen op het scherm kunnen doen. Kijken, langere tijd, net zolang tot de lucht om hen heen begint te knetteren: begeerte en begeerd worden ineen. Het maakt niet uit dat wij toekijken en onze eigen gedachten en ervaringen projecteren op de geladen negatieve ruimte tussen de personages.
Als we het hebben over de ‘chemie’ tussen twee acteurs op het scherm, doelen we meestal op hun vermogen om elkaar aan te kijken en ons te laten geloven in wat zij zien. Maar het valt op hoe weinig de twee hoofdpersonen elkaar überhaupt lijken te zien in de recente Netflix-film You People. Ezra (gespeeld door Jonah Hill) en Amira (Lauren London) hebben aan het begin van de film een vertederende ontmoeting die is geladen met micro-agressie: hij springt achter in haar Mini in de veronderstelling dat zij zijn Uber-chauffeur is. Hij charmeert haar, om geen andere reden dan dat het in het script staat. Het is niet geheel correct om te stellen dat Hill voortdurend uitstraalt dat hij zich gedwongen voelt, maar we kunnen ook niet naar waarheid beweren dat het niet zo is. Ezra en Amira kijken tijdens hun lunchdate en uitstapjes naar van alles en nog wat, behalve naar elkaar: sneakers, een kunsttentoonstelling, iets grappigs op iemands telefoon. Vanwege een shot van zijn in sokken gehulde voeten die de hare raken, vermoeden kijkers dat de twee seks hebben. De volgende ochtend zegt Amira tegen Ezra dat ze vanaf nu exclusief daten. Dat doet ze tijdens het flossen van haar tanden – waarschijnlijk het minst sexy wat iemand kan doen in het bijzijn van een ander.
Ongemakkelijk gevoel
De twee personages hebben een nagenoeg negatieve chemie. Het maakt de recente bewering van een van de acteurs aannemelijk dat de enige kus van het stel, helemaal aan het einde van de film, in de postproductie is gegenereerd met de computer, kennelijk vanwege coronavoorschriften. Dat lijkt logisch. We leven immers al in een tijd van deepfake porno, dus waarom dan ook geen deepfake zoenscènes, als alle betrokkenen daarmee instemmen? Sterker nog, waarom schrappen we gefilmde liefdesscènes niet helemaal? Acteur Penn Badgley, die in de Netflix-serie You speelt, zei onlangs in een interview met Variety dat het vierde seizoen van de serie op zijn verzoek minder seksscènes bevat, omdat die hem een ongemakkelijk gevoel gaven. Acteurs hebben doorgaans een hekel aan intieme scènes; regisseurs gebruikten ze van oudsher om hun macht te misbruiken. Als ze zouden verdwijnen, wat verliezen we daar dan eigenlijk mee?
Misschien alles. Vroeger was de opwindende intimiteit van de wederzijdse blik overal aanwezig in films en op televisie. Cecilia en Robbie zijn in Atonement gevangen in elkaars blik, nadat Cecilia drijfnat uit een fontein is geklommen. Monica ontmoet in Love & Basketball eindelijk de ogen van Quincy en kan niet wegkijken als hij de riem van haar jurk grijpt. Die interactie is trouwens bijna identiek aan een van de beste televisiescènes aller tijden: het moment waarop Connell en Marianne in Normal People onderhandelen over hoe ze voor het eerst de liefde zullen bedrijven. Ze kijken elkaar aan met een intrigerende erotische intensiteit die niet onderbroken wordt door gelach of ongemakkelijkheid. Vrijwel de hele film Portrait of a Lady on Fire is een experiment met beladen kijken, poseren en gezien worden. Zelfs sitcoms doen het soms goed – denk aan Nick in New Girl, die met een duidelijk oprecht verlangen naar Jess staart nadat hij haar onverwacht voor het eerst heeft gekust.
Seks op tv doet te vaak nep, abstract of verdorven aan
Zonder gefilmde verkenningen van romantische liefde en erotisch verlangen wordt hedendaagse seks grotendeels bepaald door porno. En porno verhoudt zich tot echte menselijke ervaringen als de Londense dakscène in Mission: Impossible-Fallout zich verhoudt tot mijn dagelijkse woon-werkverkeer. Porno doet alsof seks slechts simpele mechanica is: een gechoreografeerde uitstalling van lichaamsdelen in strikte volgorde – vreugdeloos en algoritmisch. De invloed ervan is doorgedrongen tot vrijwel elk aspect van het menselijk leven, inclusief de televisie, die de laatste tijd meer aandacht besteedt aan schreeuwerige sekspositieve docuseries dan aan fantasierijke portretteringen van wederzijds verlangen.
Seks op tv doet te vaak nep, abstract of verdorven aan. Denk aan de gigantische prothetische penissen in The White Lotus en Pam & Tommy, de pornografische hoorn des overvloeds vol genotloze, afstandelijke seksuele ervaringen in Euphoria; de inhalige, disfunctionele seks in Succession en Industry. Love Life, een van de weinige series die retro genoeg was om romantische relaties tussen volwassenen te ontleden, werd geannuleerd; over een andere serie, Modern Love, verkeren we momenteel in het ongewisse. Alleen Heartstopper en Never Have I Ever – beide verkenningen van liefde en identiteit onder opgroeiende tieners – blijven dan over voor het serieuze, volwassen werk, waaruit ook kan blijken wat mensen voor elkaar betekenen.
De liefdeloosheid van de hedendaagse popcultuur is vooral opmerkelijk als je bedenkt wat er ondertussen op TikTok is te zien: een eindeloze, gretige viering van romantiek in al haar verschijningsvormen, en dan vooral in literaire fictie. BookTok hielp Colleen Hoover, auteur van ongegeneerd expliciete en oprechte verhalen over liefde en relaties, naar de top van de bestsellerlijsten. Een publiciteitsmedewerker van Hoover vertelde aan NPR dat GenZ ‘een enorm publiek voor romantiek’ is, deels omdat ‘hun jeugd werd gekenmerkt door wereldwijde sociale verwarring en onrust’ die hen ‘op zoek heeft doen gaan naar een “ze leefden nog lang en gelukkig”’. Maar Hoovers succes gaat niet alleen over escapisme. Ze onthult in haar meest besproken boek tot nu toe, It Ends With Us, ook langzaam dat haar stereotype alfamannetje een misbruiker is.
Amper 1 procent
Dat is volgens mij precies de reden waarom we meer verkenningen van liefde, seks en verlangen in de kunst nodig hebben. Het zijn fundamentele elementen van wat het betekent om mens te zijn, om intimiteit te hebben, om kwetsbaarheid te accepteren, om risico’s te lopen. Maar de televisie presenteert seks momenteel eerder op dezelfde manier als porno: als iets wat behaald is, iemand die veroverd is. Romantische fictie oppert op haar best dat seks kan gaan over verbinding en bevestiging, waarbij ook de complicaties, het gedoe en de problemen worden erkend. Deze fictie laat zien dat mensen elkaars leven kunnen verrijken, in plaats van zichzelf te kwellen met affaires die ze liever vergeten. Romantische fictie biedt vooral voor jonge vrouwen die opgroeien met pornografie een wereld waarin hun plezier vooropstaat, in plaats van dat hun seksualiteit wordt voorgesteld als onderdanig, vernederend of pijnlijk.
De lusten die fictie biedt, worden in bioscopen grotendeels verwaarloosd. Volgens Kate Hagen van The Black List bevat minder dan 1 procent van de in 2022 uitgebrachte films een seksscène, en vlaggendrager Magic Mike’s Last Dance – met vlammend wederzijds geflirt tussen Salma Hayek Pinault en Channing Tatum – stelde teleur, hoewel nog niet zo erg als de zwaar gepromote gay rom-com Bros. Waarom zou je het risico nemen voor publiek dat alleen nog seksloze Marvel-films, volledig geklede heldenverhalen van Christopher Nolan, kuise actiethrillers en cocaïneberen voorgespiegeld krijgt? (Niet voor niets wordt het Bennifer-epos [de perikelen tussen Ben Affleck en Jennifer Lopez] momenteel beschouwd als het meest allesverslindende liefdesverhaal van onze tijd.)
En toch hebben we liefdesverhalen nodig – liefdesscènes, beelden van mensen die om elkaar geven, die elkaar willen en elkaar veranderen. Geen cynische, bijna-algoritmische stellen zonder chemie, maar verkenningen van diepe intimiteit en onuitsprekelijke menselijke verbondenheid. Daarvoor zijn niet per se niets-verhullende, prikkelende seksscènes nodig die tepelbeschermers en intimiteitscoördinatoren vereisen. (De ‘Atonement bibliotheekzoenscène’ heeft 5,1 miljoen views op TikTok, verwijzend naar dit historische moment in Atonement, zonder naakt.) Het gaat om scènes waarin personages zo’n intense interesse in elkaar tonen, zo elementair, dat we niet kunnen stoppen met kijken, uit angst voor wat we zouden kunnen missen.
De sculpturen van Henry Moore kenmerken zich door hun natuurlijke en lichamelijke vormen. Waar haalde de beeldhouwer zijn inspiratie vandaan? Museum Beelden aan Zee in Den Haag probeert deze vraag te beantwoorden.
Hoe kwam de Britse beeldhouwer Henry Moore (1898-1986), wiens werk in musea, parken en op pleinen in steden over de gehele wereld te bewonderen is, eigenlijk tot zijn unieke vormentaal? Die vraag stelt en beantwoordt museum Beelden aan Zee in de begeleidende catalogus maar ten dele.
Moores bekende Reclining Figures – liggende vrouwfiguren, abstract maar altijd met een hoofd, romp en ledematen teruggebracht tot hun barre essentie – komen voort uit de herinnering aan de rug van zijn moeder. Het romantische verhaal is vaak verteld, over het mijnwerkerszoontje, jongste van acht kinderen, dat schoonheid zag in de Engelse mijnstreek en de monumentaliteit ervan. Maar behalve die grote vlaktes was er de reumatische rug van zijn moeder die hij bijna dagelijks moest masseren. Daardoor raakten zijn handen vertrouwd met de rondingen, de harde schouderbladen en knokige schouders. Misschien wel de reden dat zijn werk altijd menselijk is gebleven.
Henry Moore maakte meer dan duizend beelden. Eerst alleen in steen, later in brons. Ze getuigen van een onverstoord gevoel voor harmonie tussen vorm en natuur, die ‘landschappen van borsten, heupen, schouders, botten en benen’.
Minder bekend is dat Moore veel bedacht tijdens wandelingen, waarbij hij stenen, botten of schelpen opraapte. Maak een strandwandeling en de Henry Moore’tjes liggen voor het oprapen: stukken hout door zee en zand vervormd, stenen die op een gezicht lijken. Voorwerpen die een aanzet vormden tot baanbrekende sculpturen.
Beelden aan Zee, Den Haag, van 7 april tot en met 10 oktober
Na een langdurige stilte lijkt het erop dat de kunstwereld nu eindelijk heeft ontdekt dat niet alleen mannen, maar ook vrouwen al sinds mensenheugenis kunst maken. Goede kunst. Het is een besef dat uiterst langzaam is doorgedrongen.
In de inleiding van haar vorig jaar verschenen boekThe Story of Art without Men schetst de Britse kunsthistorica Katy Hessel haar eigen aanvankelijke gebrek aan kennis: ‘In oktober 2015 liep ik op een kunstbeurs en ik realiseerde me dat er van de duizenden kunstwerken die ik zag, niet één van een vrouw was. Dat riep een reeks vragen op: zou ik uit mijn hoofd twintig vrouwelijke kunstenaars kunnen opnoemen? Tien van voor 1950? Iemand van voor 1850? Het antwoord was: nee. Had ik de kunstgeschiedenis hoofdzakelijk vanuit een mannelijk perspectief bekeken? Het antwoord was: ja.’
Daarmee laat ze eerlijk zien dat de vragen die ze stelt ook voor kunsthistorici lastig te beantwoorden zijn, wellicht omdat het fundament van hun kennis bestaat uit History of Art van Horst Janson of The Story of Art van Ernst Gombrich. De titel van haar boek, schrijft Hessel, is een knipoog naar dit werk van Gombrich, ‘de zogenaamde inleidende “bijbel” van de kunstgeschiedenis. Dat is een prachtig boek, op één foutje na: in de eerste editie (1950) stonden nul vrouwelijke kunstenaars en zelfs in de zestiende editie staat er maar één.’ Volgens Hessel blijkt uit een in 2019 gepubliceerd onderzoek dat in de collectie van achttien grote Amerikaanse musea 87 procent van de kunstwerken van mannen is. En, voegt ze eraan toe, ‘momenteel vertegenwoordigen vrouwelijke kunstenaars slechts 1 procent van de collectie van de National Gallery in Londen’. Maar ze erkent ook dat er inmiddels sprake is van toegenomen aandacht voor niet-mannelijke kunstenaars, ‘mede dankzij het feit dat er voor het eerst in de geschiedenis vrouwen aan het roer staan van de Tate, het Louvre en de National Gallery of Art in Washington D.C., om er maar een paar te noemen’.
De rol van vrouwelijke kunstenaars is consequent gebagatelliseerd
Ook de directeur van de Londense Whitechapel Gallery is een vrouw: Gilane Tawadros volgde oktober vorig jaar haar vrouwelijke voorganger Iwona Blazwick op. Wellicht is dat van invloed geweest op de huidige expositie, die nog tot begin mei in dit centrum voor moderne en hedendaagse kunst loopt: Action, Gesture, Paint: Women Artists and Global Abstraction 1940-70 [‘Actie, gebaar, verf: Vrouwelijke kunstenaars en mondiale abstractie 1940-1970’]. De expositie presenteert vrouwen die zich bezighielden met wat misschien wel de meest macho kunstvorm van de afgelopen tachtig jaar was: het abstract expressionisme, ook wel The New York School genaamd. Die stijl van schilderen, die wel wordt aangemerkt als de eerste echte moderne Amerikaanse stroming in de beeldende kunst, werd geïntroduceerd door een stel luidruchtige mannen die – voornamelijk in New York – hun testosteron botvierden met grote hoeveelheden verf op doeken van enorm formaat, Jackson Pollock met zijn drip painting voorop.
Het machismo van de groep, waarvan drinkebroer Pollock, Willem de Kooning, Mark Rothko, Franz Kline en beatschrijvers als Allen Ginsberg en Jack Kerouac de kern vormden, was zo groot dat het eigenlijk verbazingwekkend is dat ook vrouwen zich op het pad van het abstract expressionisme begaven. ‘In de beginjaren waren vrouwelijke kunstenaars verre van welkom,’ schrijft Francesca Peacock in The Telegraph. ‘Een criticus zei tegen Lee Krasner, de vrouw van Pollock, dat een van haar schilderijen ”zo goed was dat je niet zou geloven dat het door een vrouw was gemaakt”.’ Peacock geeft de expositie in Whitechapel vier sterren uit vijf. Ook Jackie Wullschläger van de Financial Times is enthousiast. Ze noemt de tentoonstelling met werken van onder meer Elaine de Kooning, Lee Krasner, Helen Frankenthaler, Gillian Ayres en Wook-kyung Choi ‘een mijlpaal’ die ‘barst van het gevoel’: ‘een viering van zo veel vrouwen die hun eigen stem hebben gevonden’.
Geschiedenis herzien
Kunstcriticus Adrian Searle van The Guardiandenkt dat de tentoonstelling is bedoeld ‘zo niet om de canon omver te werpen, dan toch zeker om de geschiedenis te herzien. Veel van de kunstwerken zijn afgeleid van het abstract expressionisme, waarin de rol van vrouwelijke kunstenaars consequent is gebagatelliseerd. Deze tentoonstelling wil een correctie aanbrengen, niet alleen door de aandacht te vestigen op de enkele bekendere vrouwen die in de jaren veertig en vijftig met de New York School verbonden waren, maar ook op kunstenaars uit Europa, Latijns-Amerika, China, Japan, Iran en elders. De meeste werken ontstonden in de periode tussen de suffragettes en het feminisme van de tweede golf in de jaren zestig. Om überhaupt kunst en carrière te maken was voor hen een zware strijd.’ Ook Searle is enthousiast over de tentoonstelling en noemt het geheel a punch in the face – een klap in het gezicht.
Een heel ander geluid is te horen bij Eliza Goodpasture in haar recensie voor ArtReview met de veelzeggende titel The Problem with All-Women Exhibitions [‘Het probleem van tentoonstellingen met uitsluitend vrouwen’]. Goodpasture schrijft dat Griselda Pollock, de grande dame van de feministische kunstgeschiedenis en overigens geen familie van Jackson Pollock, in de catalogus van de tentoonstelling betoogt ‘dat selectieve en revisionistische tentoonstellingen als deze een belangrijke rol spelen in de kruistocht om het seksistische kunsthistorische verhaal te corrigeren’. Vervolgens meldt Goodpasture: ‘Dat is de enige verklaring die wordt gegeven voor deze genderspecifieke tentoonstelling, en ik bewonder de eerlijkheid ervan. Maar is het een goede reden om een tentoonstelling met alleen vrouwen te houden, louter omdat er te veel tentoonstellingen met alleen mannen zijn geweest?’
En dan legt ze de vinger op de zere plek: ‘Natuurlijk zijn de machtsdynamiek en politieke implicaties van een expositie met alleen vrouwen fundamenteel anders dan van een met alleen mannen. Maar het hier getoonde verhaal is net zo onvolledig. De geest van de mannen waart rond in Whitechapel: de namen van eminente mannelijke kunstenaars als Jackson Pollock, Willem de Kooning en Robert Motherwell en critici als Greenberg vullen de teksten op de muur, net zoals zij het leven van de hier getoonde kunstenaars vulden als minnaars, vrienden en collega’s. Zijn we in 2023 nog steeds niet in staat een tentoonstelling van moderne kunst te organiseren waarin mannelijke en vrouwelijke kunstenaars de muren én het hele kunsthistorische verhaal delen?’
De tentoonstellingAction, Gesture, Paint is t/m 7 mei te zien in Whitechapel Gallery in Londen (whitechapelgallery.org) en reist daarna naar de Fondation Vincent van Gogh in Arles en de Kunsthalle in Bielefeld
360 selecteert een aantal toonaangevende internationale concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities.
Losgezongen uit steen
BEELDENDE KUNST | Hoe kwam de Britse beeldhouwer Henry Moore (1898-1986), wiens werk in musea, parken en op pleinen in steden over de gehele wereld te bewonderen is, eigenlijk tot zijn unieke vormentaal? Die vraag stelt en beantwoordt museum Beelden aan Zee in de begeleidende catalogus maar ten dele. Moores bekende Reclining Figures – liggende vrouwfiguren, abstract maar altijd met een hoofd, romp en ledematen teruggebracht tot hun barre essentie – komen voort uit de herinnering aan de rug van zijn moeder. Het romantische verhaal is vaak verteld, over het mijnwerkerszoontje, jongste van acht kinderen, dat schoonheid zag in de Engelse mijnstreek en de monumentaliteit ervan. Maar behalve die grote vlaktes was er de reumatische rug van zijn moeder die hij bijna dagelijks moest masseren. Daardoor raakten zijn handen vertrouwd met de rondingen, de harde schouderbladen en knokige schouders. Misschien wel de reden dat zijn werk altijd menselijk is gebleven.
Henry Moore maakte meer dan duizend beelden. Eerst alleen in steen, later in brons. Ze getuigen van een onverstoord gevoel voor harmonie tussen vorm en natuur, die ‘landschappen van borsten, heupen, schouders, botten en benen’.
Minder bekend is dat Moore veel bedacht tijdens wandelingen, waarbij hij stenen, botten of schelpen opraapte. Maak een strandwandeling en de Henry Moore’tjes liggen voor het oprapen: stukken hout door zee en zand vervormd, stenen die op een gezicht lijken. Voorwerpen die een aanzet vormden tot een baanbrekende sculpturen.
Beelden aan Zee, Den Haag, 7/4 t/m 22/10
Luchtkussen met opblaasballen
ARCHITECTUUR | Haus-Rucker-Co, het in 1967 opgerichte Weense collectief van radicale architecten, reageerde op het toenemende gevoel van vervreemding in de consumptiemaatschappij en de toenemende verstedelijking en klimaatschade. De mannen waren erop uit de ‘traditionele opvattingen over ruimte uit te dagen, machtshiërarchieën te doorbreken en utopische stedelijke ruimten te creëren, vol schone lucht en een sterk gemeenschapsgevoel’. Wie wil dat niet?
Voor de tentoonstelling Mind Expanders is een selectie gemaakt van werken uit 1967-1972, een periode waarin het collectief zijn kenmerkendste en vernieuwendste architecturale projecten ontwikkelde. Te zien zijn bijvoorbeeld Balloon for 2 (een transparant pvc-membraan dat is opgeblazen tot een grote luchtbel), Yellow Heart (een pneumatische ruimtecapsule) en Food City I (een eetbare stadsmaquette). Hoogtepunt vormt de interactieve installatie Giant Billiard, die voor het eerst in Nederland te zien is. Iedereen (van minimaal 1,20 meter) die het luchtkussen van 14 bij 14 meter betreedt met daarop drie reusachtige opblaasballen van vinyl, wordt onderdeel van een spel zonder vastgestelde regels en omgangsvormen. Zo wil Haus-Rucker-Co vragen oproepen over hoe onze fysieke omgeving van invloed is op de manier waarop we met elkaar omgaan.
Kunsthal, Rotterdam, 29/4 t/m 3/9
Alternatief standpunt
MULTIMEDIA | Jorge Zontal, AA Bronson en Felix Partz van de Canadese kunstenaarsgroep General Idea vonden elkaar in humoristische, creatieve, onconventionele projecten, zoals avant-gardistische schoonheidswedstrijden, tv-shows en het bouwen van nepwinkelpuien. Het doel was om mensen een alternatief standpunt te tonen dan dat wat de massamedia lieten zien, door kunstwerken in een alledaagse context te plaatsen. Een van hun projecten was het tijdschrift File (1972-1989); begonnen als een verslag van de Mail Art-beweging uit de jaren zestig werd File een manifest voor hun ideeën.
Tragisch genoeg wordt het werk van General Idea vaak alleen nog geassocieerd met het iconische affiche dat de groep maakte met de letters ‘a i d s’, naar het virus dat in de jaren tachtig en negentig ontzettend veel slachtoffers maakte. Hun laatste project is de installatie One Year of AZT (1991), met uitvergrote capsules van een virusremmer. Partz en Zontal stierven in 1994 beiden aan aids, waarmee het werk van het collectief ten einde kwam.
Stedelijk Museum, Amsterdam, t/m 16/9
Am I real (ly here)?
Onderdeel van de tentoonstelling Mind the Gap in het Beautiful Distress House in Amsterdam is het videowerk Am I real (ly here) van fotograaf Annaleen Louwes. Zij maakte zwijgende maar zeer intieme portretten van lhbti-immigranten die hun land moesten ontvluchten vanwege hun seksuele geaardheid.
T/m 5/5
Afrikaanse roots
Van Miles Davis en Sun Ra tot Beyoncé en Rihanna: in veel muziek zie én hoor je terug dat de makers geïnspireerd zijn door Nubië en het oude Egypte. In de tentoonstelling Kemet. Egypte in hiphop, jazz, soul & funk staat de muziek van artiesten met Afrikaanse roots centraal.
Rijksmuseum van Oudheden, Leiden, 22/4 t/m 3/9
Normen en waarden
De Noorse Eline Arbo regisseert de tragedie Penthesilea (1808) van de Duitse schrijver Heinrich von Kleist. Arbo ziet meer dan een verhaal over het verschil tussen man en vrouw: ‘Het stuk legt bloot hoe wij de normen en waarden van onze eigen cultuur internaliseren.’
360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.
Magisch-realistische satire
Inzicht in de turbulente geschiedenis van Sri Lanka
LITERATUUR | Sri Lanka, midden jaren tachtig. De jonge, heimelijk homoseksuele oorlogsfotograaf Maali Almeida komt zichzelf tegen in het hiernamaals. Hij heeft geen flauw idee hoe hij aan zijn einde is gekomen. Hebben ze hem vermoord in de burgeroorlog? Net als in het dagelijks leven in Colombo stuit Almeida op een muur van bureaucratie. Dan krijgt hij met terugwerkende kracht zeven manen de tijd om zijn geliefden te vinden en aan de hand van zijn foto’s een nationaal schandaal te onthullen.
Zo begint The Seven Moons of Maali Almeida van Shehan Karunatilaka. De Sri Lankaanse auteur won er vorig jaar de Booker Prize mee en trad daarmee in de voetsporen van de in Sri Lanka geboren Canadees Michael Ondaatje, die de prijs in 1992 won met The English Patient.
Ranjan Hulugalle schrijft in Lanka Business Onlinedat de lezer in deze roman ‘geen flatteus beeld’ krijgt van Sri Lanka. ‘Of het nu gaat om de cultuur, de bloedige politieke strijd van de Tamiltijgers of de complexe beleving van seksualiteit. Dat geeft aanvankelijk een ongemakkelijk gevoel, maar wie doorleest ontdekt dat die ongepolijste waarheid tot verrassende inzichten leidt.’
Recensent Tomiwa Owolade van The Guardian vergelijkt ‘deze magisch-realistische roman’ met het werk van Salman Rushdie en Gabriel García Márquez, en tegelijkertijd met het surrealisme van Nikolaj Gogol en Michail Boelgakov. ‘Het boek zit vol levendige en schokkende vergelijkingen en absurde situaties, maar de auteur vermengt het met zo veel soms sardonische humor en consideratie dat je als lezer voortdurend alert blijft.’
Volgens Helen Elliott van The Sydney Morning Herald houdt Karunatilaka’s roman het midden tussen een ‘moordmysterie en politieke, sociaal-maatschappelijke satire’. Ook Elliott ontwaart een duidelijke parallel met een beroemde schrijver: Kurt Vonnegut. ‘Die wist door de werkelijkheid te overdrijven chaos te creëren om zo zijn punt te maken. Karunatilaka doet hetzelfde.’
Ron Charles begrijpt wel dat de meeste uitgevers hun vingers aanvankelijk niet wilden branden aan een ‘manuscript met zo’n absurd gegeven en zo veel complexe context’, schrijft hij in The Washington Post.Maar Karunatilaka lost dat op met een ‘satirische begrippenlijst’ aan het begin van zijn verhaal: ‘Tamiltijgers: bereid burgers af te slachten voor het goede doel.’ Of: ‘Indian Peace Keeping Force, gestuurd door onze buren om de vrede te bewaren. Branden desnoods een paar dorpen plat om hun missie te volbrengen.’
Shehan Karunatilaka’s roman is door Robert Neugarten in het Nederlands vertaald als De zeven manen van Maali Almeida en begin maart verschenen bij Spectrum Boeken.
Diederik Samwel
Masterclass ingehouden emoties
Moord met racistisch motief
SPEELFILM | Till van regisseur Chinonye Chukwu is gebaseerd op het waargebeurde verhaal van de veertienjarige Afro-Amerikaan Emmett Till, die in 1955 vanuit Chicago op familiebezoek ging in Mississippi om nooit meer terug te keren. Hij werd gelyncht omdat hij een witte vrouw onheus zou hebben bejegend. Mamie, Emmetts moeder, organiseerde een openbare begrafenis waar journalisten foto’s van het verminkte lichaam konden maken. Vervolgens ontwikkelde ze zich van een ontroostbare moeder tot prominente burgerrechtenactivist.
Danny Leigh van Financial Times vindt dat de film ‘geweldig is gesitueerd in de jaren vijftig, met vrolijke jazz van Dizzy Gillespie, fraai uitgelichte warenhuizen en haarscherp gesneden pakken’. Volgens Leigh trakteert hoofdrolspeelster Danielle Deadwyler de kijker op een ‘masterclass ingehouden emoties’. In een seizoen dat wordt gedomineerd door ‘films waarin het genre wordt verheerlijkt, zien we hier de kracht van de verbeelding om de waarheid te vertellen’.
‘Je moet zo ongeveer van staal zijn om niet ontroerd te raken door deze film,’ schrijft Peter Debruge in zijn stuk voor Variety, waarin hij vooral ingaat op de keuze om het karakter van moeder Mamie centraal te stellen: ‘Chukwu is geen in-your-face filmmaker, zoals Mel Gibson of Quentin Tarantino met hun expliciete geweldsscènes. Daardoor laat ze de kijker misschien te veel ruimte om gebeurtenissen zelf in te vullen. Een blaxploitation-film is het evenmin: ze kiest voor een respectabel mainstreamdrama om ons aan de recente geschiedenis te herinneren.’
Richard Lawson heeft het in Vanity Fair over een familietragedie, maar mist de toegevoegde waarde: ‘Het is lastig om niet te bedenken dat je deze film allang hebt gezien. Zeker, het gaat erom dat dit gruwelijke onrecht aan de kaak wordt gesteld, maar waarom in zulke weelderige tinten en met zulke overdadige filmmuziek? De belangrijkste reden om toch te gaan kijken is de meeslepende acteerprestatie van Deadwyler.’
Bij dat laatste sluit Richard Brody zich van harte aan in The New Yorker: ‘Deze actrice heeft met één oogopslag meer te vertellen dan menig collega in een lange monoloog. Zo draagt ze uit dat het leven van een zwarte burger in de VS onontkoombaar politiek is en haar onvoorwaardelijke inzet vereist.’
Till van Chinonye Chukwu draait vanaf 30 maart in de bioscoop.
Diederik Samwel
De eerste gayrockband uit de geschiedenis?
The Jet Sessions 1975 na vijftig jaar uitgebracht
MUZIEK | Paul Southwell (70) heeft naar eigen zeggen een rijk leven geleid. Als negentienjarige uit Noord-Engeland ontdekte hij het nachtleven van Londen en de feesten die het Gay Liberation Front organiseerde, terwijl ‘het meeste entertainment in die tijd werd verzorgd door onmiskenbare heterobands’, schrijft The Guardian. Samen met Dave Jenkins en Alan Jordan richtte hij Handbag op, een band op die ‘contrasteerde met dit landschap’. ‘We kleedden ons waanzinnig. We kusten op het podium en deden seksuele handelingen na’, aldus Southwell tegen de Britse krant.
Ze tekenden als eerste openlijk homoseksuele rockband bij een groot Brits label. Maar hun avontuur was van korte duur. Het album The Jet Sessions 1975 werd niet uitgebracht en het project werd opgeschort. ‘We kregen geen uitleg, maar ik vermoed dat homofobie en een gebrek aan begrip van de homozaak aan de basis lagen van deze beslissing’, vertelt Southwell.
Bijna vijftig jaar later verschijnt het album alsnog op de streamingdiensten. Volgens Southwell had Handbag herinnerd kunnen worden als de eerste gayrockband uit de geschiedenis, als de maatschappij wat meer lef had gehad. ‘Maar ja, we zullen het nooit weten.’
Laura Weeda
Een tekenfilm in oorlogstijd
Animatie gebaseerd op Oekraïense mythen en klassiekers
FILM – ‘Een tekenfilm maken tijdens de oorlog is een onvergetelijke ervaring,’ aldus Oleh Malamouzj, coregisseur van Mavka: The Forest Song, tegen het Engelstalige dagblad Kyiv Post. ‘Zo’n complex en duur project vereist veiligheid, elektriciteit, financiële middelen en een goede werkomgeving voor het team. Sommige leden daarvan zijn naar het front vertrokken, of ze leefden onder de bezetting en we zijn het contact kwijtgeraakt. We moesten enorme obstakels overwinnen. Corona was er kinderspel bij.’
De productie van deze film was dan ook een van de langste in de geschiedenis van de hedendaagse Oekraïense cinema. In 2015 was er voor het eerst sprake van een animatiefilm geïnspireerd op het toneelstuk Lied van het bos van Lesja Oekrajinka (1871-1913). Deze Oekraïense toneelschrijver, dichter en vertaler (die eigenlijk Larysa Kosatsj-Kvitka heette) was eveneens betrokken bij de nationale bevrijdingsbeweging en wordt nu beschouwd als een der grootsten uit de Oekraïense literatuur. Daarnaast besloten producenten Serhej Sozanovsky en Iryna Kostjoek inspiratie te halen uit de Oekraïense mythologie. Ze wilden de thema’s hedendaags maken, de film een happy end geven en veel nieuwe stripfiguren aan de traditionele karakters toevoegen.
Acht jaar later is Oekrajinska Pravda enthousiast over het resultaat; de krant noemt het ‘een Oekraïense kwaliteitsproductie’. Kyiv Post spreekt van een ‘betoverend verhaal’. Ter bekrachtiging worden ook enkele kinderen aan het woord gelaten, die de première bijwoonden in bioscoop Oskar in een winkelcentrum in Kyiv. ‘We vonden het erg leuk, ja!’ ‘De soundtrack is heel goed. En de karakters zijn geweldig; ze lijken op niemand anders, geen Disneyfiguren of wat dan ook.’
Zal er ook een vervolg op komen? Een van de ouders zegt lachend: ‘Met dit productietempo zullen het mijn kleinkinderen zijn die die film gaan zien.’
Mavka: The Forest Song is vanaf 19 april in de bioscoop te zien
De Australische kunstenaar Patricia Piccinini staat bekend om haar hyperrealistische creaties. Je kunt ze nu in real life ontmoeten in de Kunsthal in Rotterdam.
Patricia Piccinini’s griezelige wezens zijn een mix van mens en dier: harige, kwetsbare schepsels die elkaar omarmen; een veld met vlezige bloemen en gemuteerde mannen die eieren uitbroeden. Hyperrealistisch, gemaakt van siliconen en menselijk haar.
De Duitse kunstenares Raphaela Vogel levert met haar constructies kritiek op actuele ontwikkelingen en vraagt er op die manier aandacht voor. Haar kunstwerken zijn nu te zien in Tilburg.
De tentoonstelling KRAAAN – de drie a’s zijn een verwijzing naar het Nederlandse ‘kraan’ plus het Duitse Kran – biedt een overzicht van Raphaela Vogels vroege visuele experimenten en recente installaties. De Duitse kunstenares raakte geïnspireerd door een film van Helke Sander uit 1981 waarin een vrouw met twee kinderen in een kraan omhoogklimt, uit pure wanhoop over de te hoge huurlasten en het tekort aan woningen.
De hijskraan in haar werk staat symbool voor hoogmoed, de misplaatste trots van mensen die ‘zichzelf meten met de goden’. Dat begrip loopt als een rode draad door de tentoonstelling. Ook stelt Vogel thema’s aan de orde over gender en de relaties tussen mensen, dieren en machines, en de positie van vrouwen in een door mannen gedomineerde (kunst)wereld.
In Maastricht is een tentoonstelling te zien van de Syrisch-Armeense beeldend kunstenaar Hrair Sarkissian. In zijn werk is wat je niet ziet minstens zo belangrijk als wat je wel ziet.
Eigenlijk draait het in het werk van de Syrisch-Armeense fotograaf en beeldend kunstenaar Hrair Sarkissian (1973) ‘vooral om wat je niet te zien krijgt’, concludeert Alexandra Chaves in The National. Dat maakt de criticus op uit twee van Sarkissians laatste fotoseries in de expositie The Other Side of Silence. In de een zijn privéruimtes gefotografeerd waar personen voor het laatst zijn gezien voor ze als vermist werden opgegeven. De foto’s zijn gemaakt in Libanon, Argentinië, Brazilië, Kosovo en Bosnië. In de andere, eveneens met een analoge camera geschoten serie brengt Sarkissian locaties in beeld die terminaal zieke Nederlandse patiënten vlak voor hun dood nog wilden bezoeken. Mensen ontbreken op de foto’s: ‘En juist daardoor krijgt wat afwezig is, net zo veel betekenis als het aanwezige.’
Farah Abdessamad denkt dat het de kunstenaar is te doen om het ‘oproepen van een gevoel van disoriëntatie en collectieve rouw om plaatsen, momenten en personen die niet langer bestaan’, schrijft ze voor The New Arab. ‘Sarkissian maakt het onzichtbare haast lichamelijk en creëert daarmee een altaar voor trauma en genezing.’
‘Onder de ijle schoonheid gaat vaak een harde sociaal-politieke werkelijkheid schuil’
Door slim gebruik te maken van zijn grote analoge camera slaagt Sarkissian erin ‘ook het verstrijken van de tijd te vangen’, stelt Nadine Khalil voor het internationale kunstmagazine Ocula. Het leidt volgens haar tot ‘eigenaardige dualiteiten: tussen oppervlak en inhoud, het zichtbare en verborgene en individueel en gezamenlijk leed. Onder de ijle schoonheid gaat vaak een harde sociaal-politieke werkelijkheid schuil. Zo verwijst hij naar verzwegen episodes uit de geschiedenis als de Armeense genocide, etnische zuiveringen en gedwongen verdwijningen.’
Criticus Régine Debatty beschouwt The Other Side of Silence als de ‘ontroerendste en intelligentste tentoonstelling’ die ze de laatste tijd heeft gezien, noteert ze voor het artblog WeMakeMoneyNotArt: ‘Kale interieurs, desolate landschappen en de consequente menselijke afwezigheid als enige erfenis van conflicten, geweldsexplosies en andere trauma’s. De door de kunstenaar opgeroepen stilte vormt de echo van het zwijgen van mensen overal ter wereld die zich niet durven uit te spreken en nooit over politiek zullen praten.’
De expositie The Other Side of Silence van Hrair Sarkissian is tot en met 14 mei te zien in het Bonnefantenmuseum in Maastricht.
In Londen wordt een kunsttentoonstelling georganiseerd ter ere van Julian Assange. De organisatoren willen zo aandacht vragen voor de – in hun ogen – buitenproportionele gevangenisstraf van de WikiLeaks-oprichter.
Wikileaks-ambassadeur Joseph Farrell en kunstconsulent bij Stichting Wau Holland Chloe Schlosberg organiseren een grote kunstmanifestatie voor klokkenluider Julian Assange, die voor het lekken van duizenden overheidsdocumenten veroordeeld werd tot 175 jaar celstraf en sinds 2019 wordt vastgehouden in de zwaarbeveiligde Belmarsh-gevangenis in Londen. Confidentiële documenten zullen op eigen risico in te zien zijn.
Inzet is de schijnwerpers te richten op repressieve, mondiale machtsstructuren. En Farrell en Schlosberg willen publiciteit genereren over de buitenproportionele straf die Assange is opgelegd voor het publiceren van de waarheid.
Kunstenaars, muzikanten, activisten en onderzoeksjournalisten, onder wie Ai Weiwei, Dread Scott en The Vivienne Foundation zullen allemaal werken presenteren die gaan over onderdrukking, oorlog en marteling, politiegeweld en surveillance. Een begeleidend programma wordt gepresenteerd door hiphopartiest en activist Lowkey.
Zal de lancering van de serie The Exchange verandering brengen in de sociale positie van vrouwen in Koeweit, waar nog altijd een taboe rust op vrouwenemancipatie? De serie scoort hoog op Netflix en zet de positie van vrouwen in het Midden-Oosten wereldwijd op de kaart.
The Exchange ‘zet de Koeweitse serie-industrie op het internationale toneel’, jubelt Kuwait Times, in een bespreking van deze Netflix-serie waarin twee vrouwen een mannenwereld betreden. In een week tijd steeg The Exchange in veel Arabische landen en ook daarbuiten naar de top 10 van het platform. Hoewel ‘de taalbarrière lange tijd een van Koeweits grootste belemmeringen was om naam te maken in de internationale artistieke scene’, zegt acteur Jassim Al-Nabhan tegen de krant, ‘slaagde The Exchange er eindelijk in die barrière te doorbreken’.
In zes afleveringen volgt de kijker hoe Munira (Mona Hussain) en haar nicht Farida (Rawan Mahdi) als eerste twee vrouwen aan het einde van de jaren tachtig, midden in de beurscrash en aan de vooravond van de Golfoorlog, toetreden tot de Kuwait Stock Exchange.
De Koeweitse krant Al-Rai meldt dat het verhaal voor veel ophef zorgde in het emiraat
Volgens de Engelstalige krant van het land komen hierbij ‘veel gevoelige onderwerpen’ aan bod, ‘met name de emancipatie van vrouwen’. De twee vrouwen om wie het gaat zijn gebaseerd op de moeder van een van de scenarioschrijvers zelf, Nadia Ahmad, schrijft het Emiraatse dagblad The National, dat verder vooral de styling van de serie prijst, die de ‘glamour en vitaliteit van het decennium’ recht doet. Zo dragen de hoofdpersonen kokerrokken en schoudervullingen, ‘pronkstukken van de mode uit de jaren tachtig’.
De Koeweitse krant Al-Rai meldt dat het verhaal voor veel ophef zorgde in het emiraat, aangezien het een onderwerp betreft dat er nooit eerder werd getoond. In een twijfelachtig geëmancipeerde opmerking voegt de krant eraan toe dat deze vrouwen ‘niets hadden bereikt zonder de steun van mannen die geloven in de bijdrage van vrouwen aan besluitvorming op alle gebieden’.
The Exchange wordt sinds 8 februari op Netflix uitgezonden.
De Amerikaanse kunstenaar Alice Neel (1900-1984) was haar tijd ver vooruit. Haar levendige en levensechte portretten waren rauw en legden de ziel bloot van de geportretteerden. Ze beschreef zichzelf dan ook als ‘een verzamelaar van zielen’.
In een periode waarin figuratieve schilderkunst uit de mode was, legde Alice Neel (1900-1984) de veranderende sociale en politieke context van de Amerikaanse twintigste eeuw vast. Ze schilderde mensen die werden gemarginaliseerd in de samenleving. Rauw, radicaal, indringend en ongecensureerd, zoals dat al in de fotografie gebeurde. Ze spaarde zichzelf ook niet. Weinig flatteus zijn de tekeningen die Neel al in 1935 (!) van zichzelf en haar toenmalige minnaar John Rothschild maakte; zij zit naakt op de wc en steekt intussen haar lange rode haar op; hij pist met een half stijf geslacht in de wastafel.
Bang om aanstoot te geven was ze toen al niet. De Amerikaanse porno-actrice en activiste Annie Sprinkle zei over het portret dat Neel in 1982 van haar maakte: ‘Het was een erotische ervaring. Alice en ik bedreven de liefde door middel van kunst. Het was een artgasm.’ ‘And she got my boobs perfectly.’
Neel schilderde geen typetjes, maar liet in elk van haar portretten het bijzondere van die ene mens zien. De tentoonstelling toont meer dan zeventig van Neels portretten, naast archieffoto’s en filmmateriaal, en brengt wat zij ‘de werveling van het tijdperk’ noemde tot leven.
Alice Neel: Hot Off The Griddle, Barbican, Londen. Tot 21 mei.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.