Droom jij er wel eens van om een avond aan een tafel te zitten met je helden? John Deakin fotografeerde vier beroemde schilders in een Londens restaurant in de jaren zestig. Die foto is het uitgangspunt van een inspirerende tentoonstelling in Londen.
Een beroemde foto van fotograaf John Deakin uit 1963 van de vier schilders in het Londense Soho om 11 uur ’s ochtends in Wheeler’s restaurant vormde de inspiratiebron voor de tentoonstelling. Liever zitten we echt aan tafel met Lucian Freud, Francis Bacon, Frank Auerbach, Michael Andrews, en ook Timothy Behrens, maar de klok kan helaas niet worden teruggedraaid.
Lucian Freud staat – in zijn honderdste geboortejaar – centraal in de tentoonstelling
Gelukkig maakt hun fenomenale werk dat gemis makkelijk goed. Behalve verbanden tussen hun respectievelijke praktijken, hangen er ook enkele portretten die de kunstenaars van elkaar maakten.
Lucian Freud staat – in zijn honderdste geboortejaar – centraal in de tentoonstelling, met meer dan veertig schilderijen uit particuliere en openbare collecties. Hij verzamelde destijds het werk van zijn goede vriend Francis Bacon en anderen uit de groep. Bij zijn dood bezat hij zestien schilderijen van Auerbach en een klein olieverfdoek van Andrews.
Friends and Relations: Lucian Freud, Francis Bacon, Frank Auerbach, Michael Andrews, Gagosian, Londen, tot 28/01/23
Een nieuwe reeks animatiesitcoms toont wat voorheen zeldzaam was in het genre: goede vaders.
Het nieuwste seizoen van de Netflix-serie Big Mouth, een animatiecomedy, verkent de mysterieuze wereld van vaderfiguren. Het resultaat is een openbaring. Elliot Birch, de vader van middelbare scholier Nick, loopt al langere tijd met een geheim rond: vroeger was hij een gevreesd tegenstander in de machovechtsport ‘Schots tepeldraaien’. Elliot is een echte lieverd, een familieman en een knuffelbeer die confrontaties uit de weg gaat. Hij is een uitgesproken feminist die zijn mannelijke vrienden op de mond zoent en zijn vrouw vaak met complimenten overspoelt. Hij is regelmatig met zijn moisturizer in de weer. Hoe zit dat dan precies? Elliot legt aan Nick uit dat hij alleen maar op de vechtsport zat om goedkeuring te krijgen van zijn eigen hypermannelijke vader. Uiteindelijk heeft Elliot dat leven achter zich gelaten. ‘Ik beloofde mezelf dat ik als vader precies het tegenovergestelde zou zijn,’ vertelt hij Nick. ‘Een soft daddy dus?’ vraagt Nick. ‘Precies. De meest zachtaardige en de meest vaderlijke,’ antwoordt Elliot.
Elliot kwam zijn belofte na: hij is waarschijnlijk de zachtaardigste vader die er rondloopt. En niet alleen in Big Mouth, maar waarschijnlijk in de volledige canon van hedendaagse animatieseries. Dat wil wat zeggen, want cartoonechtgenoten zijn niet meer de patriarchale macho’s die ze ooit waren. Jarenlang waren cynische afschilderingen van slechte vaders in animatieseries een belangrijk stokpaardje. Om het publiek aan het lachen te maken, vertrouwden ze bijvoorbeeld op de lompheid van Fred Flintstone of Peter Griffin uit Family Guy. De soft daddy die onlangs is opgedoken, representeert een heel ander – en heel welkom – archetype: dat van huiselijke mannelijkheid.
Soft daddies zijn geen heiligen, zoals hun voorgangers niet in alle opzichten tekortschoten
In de animatiewereld van vandaag de dag maken soft daddies de dienst uit: mannen die zachtaardig, communicatief en bedachtzaam zijn. Denk aan Owen Tillerman uit Central Park, die met zijn dochter op beha-jacht gaat, aan Tatsu uit de anime-serie The Way of the Househusband, die zijn yakuza-leven gedag zegt om kroketten te gaan frituren voor zijn vrouw, en aan Greg Universe, die samen met drie aliens co-ouderschap heeft over zijn zoon Steven. Soft daddies worden niet gekenmerkt door benevelde hufterigheid, woedeaanvallen en luiheid. Het zijn geen karikaturen van mannen die niet met hun vrouw en kinderen kunnen omgaan. Ze lijken niet op Randy Marsh van South Park, die straalbezopen aan het knokken slaat bij de sportwedstrijden van zijn kinderen, op Homer Simpson, die zijn zoon Bart af en toe wurgt, of op Stan Smith van American Dad, die zich voordoet als een tienerpestkop om de middelbareschooltijd van zijn zoon te verzieken. Toegegeven, soft daddies maken natuurlijk ook fouten. Ook zij handelen uit frustratie en gedragen zich soms dwaas – ze zijn geen heiligen, net zoals hun voorgangers niet in alle opzichten tekortschoten. Maar over het algemeen zorgen ze ervoor dat de fictionele werelden die ze bewonen veiliger en prettiger aanvoelen.
Animatieseries lenen zich bijzonder goed voor het aan de kaak stellen van gendernormen. Valerie Palmer-Mehta, communicatieprofessor aan Oakland University, betoogt in haar essay The Wisdom of Folly: Disrupting Masculinity in King of the Hill, dat dat deels komt doordat cartoons niet beperkt worden door realisme. Door middel van karikaturen en overdreven situaties kan hierin uitstekend sociale kritiek worden geuit. Palmer-Mehta gebruikt Hank Hill als voorbeeld in haar essay. Deze patriarch met de droevige ogen uit de serie King of the Hill illustreert hoe het medium veranderende normen en waarden onderzoekt.
Hank is bij geen van de twee eerdergenoemde archetypen onder te brengen: hij is geen machovader, maar ook geen soft daddy. De serie, die vanaf eind jaren negentig tot aan begin jaren 2000 werd uitgezonden, schetst de spanning die er in die tijd heerste tussen ‘oude’ en ‘nieuwe’ vormen van mannelijkheid perfect door middel van de ambivalente relatie tussen Hank en zijn gevoelige zoon Bobby. Hank is het soort man dat, hoe geconstipeerd ook, weigert naar de dokter te gaan. Hij wil een ‘mannelijk’ stoïcisme uitstralen, maar doordat Bobby geenszins interesse heeft in traditioneel mannelijke activiteiten zoals sport, wordt hij vaak juist panisch en gestrest. Hank en Bobby belichamen beiden een komisch archetype, maar wel twee totaal verschillende. Bobby is vooral lachwekkend door zijn excentrieke hobby’s – zo wordt hij rodeoclown en later buikspreker. Hank daarentegen is grappig vanwege alle stress die hij zichzelf bezorgt door erin te blijven geloven dat zijn ‘jongen niet deugt’. Vaak eindigt King of the Hill met een verzoening, waarbij vader en zoon tot een dieper wederzijds begrip komen – dat hooguit standhoudt tot de volgende aflevering, waarin Hank weer compleet overspannen raakt.
Diepe heteroseksualiteit
Bob’s Burgers is in zekere zin de opvolger van King of the Hill: uitvoerend producent Jim Dauterive werkte mee aan beide series. De vader, Bob Belcher, reageert in Bob’s Burgers niet met bezorgdheid en afkeuring op het gedrag van zijn excentrieke zoon Gene, maar eerder met beleefde nieuwsgierigheid. Bob hoeft niet constant onderwezen te worden in hoe hij zich beter in zijn familie kan inleven, en hij voedt zijn kinderen niet op met patriarchale normen. Hij heeft over het algemeen een meer zachtaardige houding. Bob is dan misschien niet de beste zakenman, maar een emotionele kostwinner is hij absoluut. Hoewel het gezin altijd op de rand van de armoedegrens leeft, heerst in de serie een gevoel van geborgenheid, door de milde hand waarmee Bob zijn kinderen opvoedt en zijn vermogen om zowel samen te werken als lol te trappen met zijn vrouw Linda. Zo presteert Bob’s Burgers mede door de vriendelijke hoofdpersoon Bob iets wat in het eeuwenoude genre van de sitcom zeldzaam is: de serie schetst een portret van een gezin dat liefdevol is en goed functioneert, maar toch grappig is.
De soft daddy moet onder andere laten zien dat een mildere vorm van mannelijkheid een keuze is, maar soms ook een uitdaging kan zijn. Elliot komt in het huidige seizoen van Big Mouth weer in aanraking met zijn vader en hun oude dynamiek, waarin ze hun liefde alleen kunnen uitdrukken door woest te tepelworstelen. (‘Maak plaats voor de nieuwe sheriff – hij treedt hard op tegen tieten!’ aldus Elliot. U raadt het al: de ironie van uitdrukkelijk heteroseksuele mannen die obsessief met elkaars tepels bezig zijn, speelt een grote rol.) Ondertussen jaagt Marty Glouberman, de vader van Nicks vriend Andrew, zijn vrouw het huis uit, doordat hij te bazig en chagrijnig is om haar interesses buitenshuis te ondersteunen. Beide mannen moeten emotionele obstakels overkomen om hun gezin bij elkaar te houden en hebben daarbij hulp nodig. De moeite die ze ermee hebben onderstreept dat het veel gemakkelijker is om boos en vervreemd te zijn dan meelevend en empathisch. Het kan intimiderend zijn om af te stappen van vertrouwde, zij het schadelijke, gewoonten – op maatschappelijk vlak, op persoonlijk vlak, en vooral op beide vlakken tegelijk. Toch kiezen de personages uiteindelijk voor zachtaardigheid. Zo suggereren deze verhaallijnen dat ‘toxic masculinity’ een zwakte is die overwonnen moet worden, en dat het overkomen van dit obstakel het makkelijker maakt om liefde te geven en te ontvangen.
Soft daddies uiten hun liefde voor de vrouwen in hun leven door uiting te geven aan iets wat Jane Ward, professor feminisme aan UC Riverside, ‘diepe heteroseksualiteit’ noemt. Ward schrijft in haar boek The Tragedy of Heterosexuality dat echtgenoten hun vrouw niet moeten zien als een trofee om andere mannen mee te imponeren en/of een moederfiguur die zorg verleent, maar als een multidimensionaal mens met haar eigen verlangens en ambities. Tatsu, de anime-huisman, uit zijn liefde door de carrière van zijn vrouw Miku te ondersteunen en een feestmaal voor haar te bereiden wanneer ze uitgeput door alle overuren thuiskomt. Bob Belcher leert zijn drie kinderen in zijn eentje op het potje plassen, omdat Linda het niet kan opbrengen. Ook doet hij enthousiast mee aan een Downton Abbey-achtige LARP [Live Action RolePlay], omdat zij dat wil.
Dat soort dingen lijken misschien vanzelfsprekend in elk huwelijk. Maar veel vrouwen, zowel echte als getekende, moeten in de woorden van schrijfster Melanie Hamlett een ‘beste vriendin, bedpartner, carrièreadviseur, stylist, sociaal secretaresse, emotionele cheerleader [en] moeder’ zijn voor mannen die niets van dat alles teruggeven. Kunstenares Soolagna Majumdar ontwikkelde in 2017 Marge Simpson Anime, een onofficiële internetstrip waarin de huisvrouw uit The Simpsons op zoek gaat naar een nieuw leven. Aan Vice vertelde Majumdar dat ze dat had gedaan om te experimenteren met de bevrijding van een personage wiens ‘hele identiteit’ was ‘gevormd door het patriarchaat’. Het bestaan van Marge in The Simpsons wordt vooral gekenmerkt door eindeloze klusjes en verraad en kan als tragisch worden gezien. Linda en Miku daarentegen lijken een gelukkig leven te lijden: hun echtgenoten zien hen als volwaardige mensen.
Veel vrouwen, zowel echte als getekende, moeten een ‘beste vriendin, bedpartner, carrièreadviseur, stylist, sociaal secretaresse, emotionele cheerleader [en] moeder’ zijn voor mannen die niets van dat alles teruggeven
De manier waarop soft daddies invulling geven aan moderne mannelijkheid kan ook grappig zijn. Zoals wanneer Elliot zich afvraagt waarom iemand het etiket ‘pussy’ aanstootgevend zou vinden: ‘Sinds wanneer is het een belediging om een beeldschoon geslachtsdeel te worden genoemd?’ vraagt hij zich hardop af. Waar mensen Homer Simpson en zijn soortgenoten vooral uitlachen om hun extreme incompetentie, ligt de humor hier in Elliots overschot aan empathie. Als een onderliggende boodschap van The Simpsons is dat de Amerikaanse maatschappij lage verwachtingen heeft van mannen, dan is de observatie die ten grondslag ligt aan het soft daddy-archetype dat mannen eigenlijk zoveel meer te bieden hebben. Dit is misschien wat de soft daddy werkelijk onderscheidt van andere cartoonvaders: hij is komisch, maar ook ambitieus. Hoe grappig Homer Simpson ook is, ik zou zelf liever Elliot Birch als vader hebben.
Het Britse echtpaar verliet het koninklijk huis met veel drama
In het Verenigd Koninkrijk, en met name binnen de koninklijke familie, wordt met angst en beven uitgekeken naar de lancering van de documentairereeks over Harry en Meghan, meldt de BBC. De zoon van de huidige koning Charles III maakte twee jaar geleden bekend samen met zijn Amerikaanse vrouw Meghan Markle het Britse koningshuis te verlaten. Sindsdien heeft het paar een gespannen relatie met de familie in het VK.
Een van de meest prominente beschuldigingen die al langer rondgaat in de Britse media is dat Markle racistisch bejegend zou zijn door leden van het Britse koningshuis. Ook zou het gebrek aan privacy het echtpaar opbreken. Met name door de dood van prinses Diana, de moeder van Harry, ligt dat gebrek aan privacy extra gevoelig bij de voormalige prins.
Vanuit Buckingham Palace wordt er nog niet gereageerd op de aanstaande documentaire, iets wat mogelijk wel gebeurt als er spraakmakende onthullingen naar buiten komen. Toevallig valt de lancering samen met een bezoek van prins William, de broer van Harry, en zijn echtgenote Kate aan de Verenigde Staten, waar Harry en Meghan sinds 2020 wonen.
Het beeld dat het Westen heeft van Afrika strookt vaak niet met de werkelijkheid. Dat uit zich op allerlei manieren, waaronder fotografie. Fotograaf Samuel Fosso steekt in zijn werk de draak met deze westerse blik.
Het beviel de Frans-Kameroense fotograaf Samuel Fosso (1962, Kumba, Kameroen) niet toen hij als tien-jarige op de foto werd gezet. Dat kan ik beter, moet hij gedacht hebben. Op zijn twaalfde begon hij als assistent in een fotostudio in Bangui (Centraal-Afrikaanse Republiek) en op zijn dertiende opende hij er zelf een. Inmiddels is Fosso vijftig jaar en honderden zelfportretten verder: meestal verkleed als staatsman, onafhankelijkheidsstrijder, sportheld of als de eerste zwarte paus.
In de traditie van de Malinese fotograaf Malick Sidibé speelt Fosso ingenieus met kostuums en attributen, en ironiseert hij de westerse blik op Afrikaanse leiders. Of hij spreekt zich met zijn beelden anderszins politiek uit over racisme, kolonialisme en de invloed van China in Afrika.
Samuel Fosso, Huis Marseille, Amsterdam, Van 10/12 tot 12/03/2023
De Amerikaanse kunstenaar Barbara Kruger maakt in haar werk onder andere gebruik van reclame, internet, rechts getinte aanplakbiljetten en memes. Ze laat met een enorme visuele kracht zien wat het betekent om in een bepaalde tijd te leven. ‘De beschikbaarheid van beelden en de verspreiding ervan veranderen ons leven,’ zegt ze tegen The Drift.
Toen in juni bekend werd dat het Amerikaanse Hooggerechtshof het arrest Roe versus Wade de nek had omgedraaid en daarmee het federale recht op abortus, waren wij niet de enigen die moesten denken aan Barbara Krugers beroemde zeefdruk Untitled (Your Body Is a Battleground). Net als veel ander werk van Kruger blijft het uit 1989 daterende portret actueel, of we dat nu leuk vinden of niet. Haar onmiddellijk herkenbare en veelvuldig geïmiteerde stijl heeft enkele van de meest onuitwisbare afbeeldingen uit de moderne kunst voortgebracht.
Op haar zevenenzeventigste is Kruger nog volop actief en maakt ze zowel geheel nieuwe kunst als nieuwe versies van oudere werken onder een andere invalshoek of met een nieuw medium. Dit jaar reisde Thinking of You. I Mean Me. I Mean You. de VS af: een overzichtstentoonstelling die vier decennia omspant en die een kans biedt om stil te staan bij de reikwijdte van haar inspiratiebronnen en haar eigen invloed op anderen. Kruger is een omnivoor die gebruikmaakt van reclame, internet, rechts getinte aanplakbiljetten, memes en zelfs plagiaat op haar eigen werk, zoals imitaties door modemerk Supreme en krugereske beelden op Tumblr. De vooral uit grote installaties bestaande tentoonstelling is een verzameling van grootschalige collages, geluids-werken, van aantekeningen voorziene teksten en videofilms waarin jonge poesjes worden gecombineerd met rechtse retoriek.
Via Zoom spraken we met Kruger over haar carrière, haar mediadieet, haar politieke standpunten, de altijd kolkende stroom beelden en woorden en – wat anders? – reality-tv.
Een van uw beroemdste werken, Untitled (Your Body Is a Battleground), werd aanvankelijk gemaakt voor de vrouwenprotestmars naar Washington in 1989, die bedoeld was om abortus gelegaliseerd te krijgen. Hoe staat u tegenover de nieuwe protestmarsen van vrouwen en het herroepen van Roe versus Wade?
‘Ik hoop vooral dat de mensen die nu meedemonstreren voor reproductieve rechten en zeggenschap over het eigen lichaam de macht van het Hooggerechtshof in hun achterhoofd hadden toen ze bij de laatste presidentsverkiezingen en de tussentijdse verkiezingen hun stem uitbrachten. Hun keuzes, die tot een nipt verschil in de uitslagen leidden, hebben ons de samenstelling van het huidige hof opgeleverd. Wat er gebeurde ten aanzien van Roe was heel erg voorspelbaar en had voorkomen kunnen worden. Het is noodzakelijker dan ooit dat mensen strategisch stemmen en beseffen hoezeer hun stem, gezien de gevolgen voor de rechtspraak, bepalend zal zijn voor hoe zij zich – of hoe wij ons – dag en nacht voelen.’
‘Ik stem niet “met mijn geweten”, want de wereld is groter dan het narcistische geweten van mijzelf of wie dan ook. Jarenlang verzekerden veel kandidaten van andere partijen dan de Democraten of Republikeinen ons dat als Roe zou worden herroepen, dat geen probleem zou zijn omdat het dan gewoon een kwestie van individuele Amerikaanse staten zou worden. En dat kwam altijd uit de koker van een man zonder baarmoeder. Ik ga de geleidelijke veranderingen in het beleid van de Democratische Partij hier niet verdedigen, maar ik moet strategisch stemmen. Ik zal de tijd van “Bush versus Gore” nooit vergeten, toen veel stemmen uit kringen rond de Universiteit van Florida, gecombineerd met de macht van Hooggerechtshoflid Sandra Day O’Connor, ons het begin brachten van de huidige ruk naar rechts van het Hooggerechtshof – hoewel die eigenlijk zelfs al eerder in gang was gezet door die verfoeilijke Clarence Thomas.’
Rechts is al bijna drie eeuwen bezig om olie op dit vuur van wrok en superioriteitsgevoelens te gooien
‘“Oud links” is nooit echt buiten de gebaande paden getreden, zelfs niet toen het bestond uit jonge studenten. Het bleef zaken als gender en ras marginaliseren en weigerde in te zien dat deze kwesties tegelijkertijd en dringend moeten worden aangepakt.
Trump is niet verantwoordelijk voor dit gedoe. Rechts is al bijna drie eeuwen bezig om olie op dit vuur van wrok en superioriteitsgevoelens te gooien. Maar nu is de geest volledig uit de fles. En dat hoeft niemand te verbazen.’
In enkele van uw nieuwste werken gaat u expliciet in op het presidentschap van Trump –
‘Dat bestrijd ik. Ja, er waren twee momenten in Untitled (No Comment) dat Trump een fractie van een seconde te zien was en er waren beelden van Michael Cohen. Ik heb covers gemaakt voor The New York Times en New York (inclusief, in oktober 2016, een afbeelding van Trumps gezicht met het woord LOSER over zijn neus in het lettertype Futura Bold Oblique, Krugers handelsmerk) op heel specifieke momenten, naar aanleiding van bepaalde incidenten, maar voor het meeste van mijn werk gaat dat niet op. Ik probeer de manier waarop macht met cultuur is verweven in een breder perspectief te plaatsen, en ook de manier waarop we ons tot elkaar verhouden, hoe we elkaar aanbidden of verafschuwen, hoe we elkaar strelen, kussen of slaan. Dat zijn dingen die me bezighouden. Maar ik denk echt niet dat het zo vaak over Trump gaat. Alleen is Trump een geweldige verkoper en kopen een heleboel mensen wat hij ze voorhoudt.
Ik maak geen feministische kunst. Ik ben een vrouw die ook feminist is. Ik maak geen vrouwenkunst
Ik maak geen politieke kunst. Ik maak geen feministische kunst. Ik ben een vrouw die ook feminist is. Ik maak geen vrouwenkunst. Ik vind dat die categorieën ieders werk marginaliseren. Ik houd me bezig met ideeën over macht en manieren van afbeelding, over plezier en straf, over levens en het begin en eind daarvan, en met de vraag hoe er, te midden van momenten van plezier en tederheid, explosies van vernieling en onderwerping kunnen bestaan, en de waanzin van oorlog.’
Iets wat ons opviel toen we door uw tentoonstelling liepen, was dat uw werk veel meer leek te spelen met stijlfiguren van internet en die leek te bekritiseren dan de kunst van veel tijdgenoten die met internet zijn opgegroeid. Wat zijn uw ervaringen met internet en waarop wilt u kritiek leveren?
‘Ik zou het woord “kritiek” niet eens in de mond nemen. Eigenlijk weet ik niet eens wat dat op een bepaald niveau betekent. Met Untitled (I Shop Therefore I Am) stond ik stil bij de overweldigende macht van marktcultuur, of die nu heel erg stedelijk of landelijk is, en of het nu via fysieke winkels of digitaal gaat. Wat ik doe is kijken naar de manier waarop ons leven tot op zekere hoogte een soort rampplek is geworden voor narcisme en voyeurisme. Kunnen we ons leven blijven leiden zonder ons voor de lens te bevinden, of achter de lens? Als je in een museum bent en een foto maakt van een voorwerp, dan is dat niet genoeg – je moet in het voorwerp zijn, in de afbeelding. Het “ik was hier”-achtige daarvan is heel veelzeggend. Ik was hier. Dit is er gebeurd. Ik ben hier. Kijk naar me. Dit zijn mijn “likes”. Dat is tegenwoordig misschien wel het bewijs dat je leeft.’
Waardoor wordt die tendens ingegeven?
‘Ik heb het idee dat de beschikbaarheid van beelden en de verspreiding ervan, of het nu beelden van dingen zijn of de manier waarop we naar onszelf kijken – het feit dat die beelden beschikbaar zijn en dat wat we erover te zeggen hebben ook ogenblikkelijk beschikbaar is – de momenten van ons leven veranderen. Wat betekent “wees hier, nu”? Betekent het “wees hier op het moment zelf” of “leg dat moment vast”? Dat zijn verschillen die de kop hebben opgestoken door veranderingen op het gebied van receptie, methodologie en technologie.’
In hoeverre hebt u het over mensen van andere generaties, en in hoeverre hebt u het ook over uzelf?
‘Ik ga nog liever naar de hel dan dat ik me laat fotograferen. Maar dat komt door de jaren dat ik voortdurend met mijn neus in de foto’s zat bij uitgeverij Condé Nast. Ik was daar fotoredacteur en keek naar de modellen, de kleren, de lichamen, de markteconomie van koopwaar en hoe lichamen ook tot die koopwaar behoorden. Maar ik denk ook dat er tot op zekere hoogte erkenning moet zijn voor de macht die het geeft wanneer je de camera op iemand anders richt. Dat verandert wanneer je hem op jezelf richt. Generaties straatfotografen en fotojournalisten zijn op zoek gegaan naar de gruwelijkste gebeurtenissen, de goddelijkste eigenaardigheden, de meest “andere” anderen. Ik denk dat het “vangen” van beelden vaak gepaard gaat met de mogelijkheid, zo niet de onvermijdelijkheid, van uitbuiting. In veel opzichten zijn de conventionele fotojournalistiek en de zogeheten “straatfotografie” jammerlijk onderbelicht gebleven als manieren van afbeelden. Maar als mensen ervoor kiezen om zichzelf af te beelden, wordt het een andere vorm. Dan verandert het.’
De woorden ‘jij’, ‘ik’ en ‘mij’ duiken telkens opnieuw op in uw werk. Hoe denkt u over universaliteit en individualiteit? Wie is de ‘ik’ en wie is de ‘jij’?
‘Ik denk niet na over “universaliteit”. Ik ben te zeer beducht voor de manier waarop je daardoor verschillen kunt reduceren en wegpoetsen. En wat dat “jij”, “wij” en “ik” betreft, ik vraag me gewoon af hoe de plaats van het onderwerp werkt, hoe aanspreekvormen werken. Rechtstreeks aanspreken is een drijvende kracht achter een groot deel van mijn werk geweest. Maar ik geloof niet dat er een specifiek of vast “jij”, “zij” of “wij” bestaat. Ik denk dat het veelomvattender en vloeibaarder is. Je kunt afwijzen of accepteren dat je wordt aangesproken, of iets daartussenin.’
In de loop der jaren, naarmate uw werk beroemder werd, hebben veel mensen zich uw afbeeldingen toege-eigend, en uw nieuwste werk omvat enkele van die toe-eigeningen. Ziet u dat als een vorm van samenwerking of als een vorm van kritiek?
‘Het voelt als geen van beide. Ik zou willen zeggen dat het me altijd is blijven verbazen en amuseren – en tot op zekere hoogte plezieren – dat mijn werk zo’n onderdeel van de cultuur is geworden. Ik had nooit verwacht dat mensen mijn naam of mijn werk zouden gaan kennen, dus dit is het zoveelste voorbeeld van die willekeur, van de rol van historische omstandigheden en maatschappelijke betrekkingen die tezamen bepalen wie er gezien wordt en wie niet, wie er gehoord wordt en wie niet. En de razendsnelle verspreiding van beelden, woorden en eigennamen heeft alles versneld en beïnvloed.
Ik denk dat de komst van film, radio, televisie en internet verschillende kansen heeft geboden voor het rechtstreeks aanspreken. En onlinelevens gaan natuurlijk enorm over de beloften en afstraffingen van het rechtstreeks aanspreken, niet alleen via teksten maar ook via oogcontact, of van oor tot oor via ASMR.
Ik heb het altijd belangrijk gevonden om voor ogen te houden welke volstrekt marginale rol beeldende kunst in de VS speelt
Ik heb het altijd belangrijk gevonden om voor ogen te houden welke volstrekt marginale rol beeldende kunst in de VS speelt. Wie denkt erover na? Van veel kunstenaars kent bijna niemand de naam, en ik neem niet aan dat iemand weet wie ik ben, behalve in bepaalde kleine subculturen. Maar nu ik mijn honderdste nader, krijg ik opeens deze steun via allerlei instituties. Steeds meer mensen hebben mijn werk gezien, en het reist nu digitaal sneller rond dan het ooit heeft gedaan. Maar ik denk dat het belangrijk is om te beseffen dat de zogeheten “kunstwereld” een heel benauwde en bekrompen plek kan zijn. Zelf zie ik kunst in een veel ruimere zin: als een spuitbus van commentaar, een enorme visuele, filmische, sonische en tekstuele creatie van wat het betekent om in een bepaalde tijd te leven. Een vermogen om de ervaringen van de wereld te visualiseren of op schrift of muziek te zetten.’
Beïnvloedt dat ook uw werkwijze als docent beeldende kunst?
‘Dat deed het wel, maar ik ben dit jaar gestopt met lesgeven. Maar weet u, ik heb altijd lesgegeven op een openbare universiteit, niet op een kunstacademie, En omdat ik zelf geen bachelor- of masteropleiding heb gevolgd, vond ik het belangrijk om les te geven op een openbare universiteit met veel eerstegeneratiestudenten, eerstegeneratiefamilies, studenten die tot de eerste generatie Engelstaligen behoorden. Het betekende iets dat deze jonge mensen op een openbare universiteit studeerden of een beroepsopleiding volgden waar hun een heel breed perspectief werd geboden op wat ze van hun leven konden maken, in plaats van op een privéacademie waar de jongste studenten soms al bezig waren met het plannen van hun carrière in de kunstwereld. Daar is op zich niets mis mee, maar ik vond het geen context waarin ik van erg veel nut kon zijn.’
Voelt u zich meer thuis in zo’n omgeving dan in het door galeries bevestigde kunstcircuit?
‘Ik heb de subcultuur van de kunst altijd erg intimiderend gevonden. Elke keer als ik een galerie binnenliep, had ik gevoel dat ik een kledingborstel bij me moest hebben, vanwege dat idee van perfectie en zo. Jonge kunstenaars bedenken manieren om zichzelf in leven te houden – sommige kiezen ervoor om assistent te worden van een gerenommeerde kunstenaar, of om in een galerie te werken. Dat was voor mij nooit weggelegd. Voor mij was het heel erg een klassenkwestie. Ik heb gewoon jarenlang negen-tot-vijfbaantjes gehad.’
Is er iets veranderd? Zijn er ontwikkelingen gaande in de kunstwereld die u hoopvol stemmen over de toekomst ervan?
‘Ja, natuurlijk is er iets veranderd. Ik bedoel, goddank is er iets veranderd, maar de strijd is nog niet gestreden. Ik herinner me dat begin jaren tachtig de situatie begon te veranderen voor (witte) vrouwen. Maar nu zien we enorme verschuivingen op het gebied van macht en vertegenwoordiging. Veel meer mensen kunnen zich tegenwoordig moeiteloos kunstenaar noemen. Het duurde een hele tijd voordat ik mezelf als kunstenaar zag. Ik heb weleens gezegd dat de “kunstwereld” eruitzag als twaalf witte mannen in Lower Manhattan. Maar er was altijd veel meer aan de hand. Er waren zo veel kunstenaars die op zo veel niveaus gemarginaliseerd en onzichtbaar gemaakt waren. Factoren als ras, klasse en gender waren doorslaggevend om al dan niet gezien te worden. Nu maken we een historische “reset” mee die absoluut dringend noodzakelijk is, zelfs als je bedenkt dat een deel ervan misschien wel wordt aangejaagd door een uitermate speculatieve markt en allerlei spijtbetuigingen.’
In uw nieuwe tentoonstelling figureren ook enkele oudere werken van uw hand. Wat betekent het voor u om terug te grijpen op eerder werk en om een bredere kijk op kunst te hebben, namelijk als een doorlopend proces dat op het heden is georiënteerd?
‘Pas de afgelopen vier jaar, tijdens het inrichten van deze tentoonstelling, die een jaar werd uitgesteld vanwege corona, ben ik me weer in die werken gaan verdiepen. Wat wordt “iconisch” en wat niet, wat komt in de canon, neemt toe in waarde of wordt waardeloos geacht? Als ik probeer te bepalen wat een heel tijdelijke “canoniciteit” bezit (laten we zeggen de komende twintig minuten), moet ik rekening houden met de grilligheid van smaak en waarde. Van wat wordt vergeten en twintig jaar later door kunsthistorici wordt opgegraven. Alles wordt zo sterk bepaald door de grilligheid van de markt.
Het is een heel complexe mengeling van wat in het oog springt en wie een echte naam wordt en wie niet
Het is een heel complexe mengeling van wat in het oog springt en wie een echte naam wordt en wie niet. En daar ben ik me altijd erg van bewust geweest, omdat ik aan beide kanten heb gezeten, en ook in het midden. Jaren geleden had ik een tentoonstelling, genaamd Picturing “Greatness”, die inging op de manier waarop grootsheid tot stand komt – de willekeurigheid ervan, de investeringen, de opwinding en de verhalen eromheen. Mensen die echt in grootsheid geloven wens ik alle succes en macht toe. Maar voor mijzelf is het zo’n bouwwerk van inflatoire markten en claims. Ik heb eerder gezegd dat geen enkel kunstwerk, geen schilderij, beeld, film, muziekstuk of gebouw ooit zo groots, belangrijk en briljant is – of zo beschadigd en onbeduidend – als de maker ervan voor ogen had. Alles is een vorm van overdrijving. Dat is ofwel een verkoopargument of het komt voort uit een behoefte om in het idee van “het meesterwerk” te geloven, of in de uitzonderlijkheid van een bepaalde schepper. Dat hoort er allemaal bij, maar ik ben geneigd er met enige argwaan naar te kijken.’
Is er nog iets anders waar u het over wilt hebben?
‘Nou, iets waarover ik heb nagedacht is de wisselende belangstelling voor het narratief en de rekbaarheid van de aandachtsspanne. De grote filmstudio’s zijn natuurlijk bijna te gronde gegaan door het teruglopende bioscoopbezoek en hebben ervoor gekozen om vooral te investeren in grote spektakel- en vervolgfilms. Dat leek in veel opzichten ten koste te gaan van het verhalen vertellen en van de vertelvormen van kleinere films. De aandachtsspanne leek meer berekend op episodisch kijken. En mijn werk, mijn bewegende beeldende kunst, is veel meer episodisch dan narratief in lineaire zin. Maar streaming heeft zowel nieuwe belangstelling voor het narratief gewekt als een enorme liefde voor – zo niet een verslaving aan – episodisch kijken. Als je niet naar films kijkt, kijk je naar seriëlere, tv-achtige dingen. In de precoronatijd duurde het narratief te lang – is het nou nog niet afgelopen? We zijn zo gewend aan de snelheid van online, of het nu memes zijn of snelle beelden. En ik denk dat de segmentering van verhalen via streaming de mogelijkheid heeft geopend voor meer narratief, maar dan in korte stukjes en afleveringen. We zien gestreamde dingen die van de oude filmstudio’s nooit het groene licht zouden hebben gekregen.
Vóór corona had ik nog nooit naar [de animatieserie] BoJack Horseman gekeken, maar in mijn ogen is dat een kunstwerk. Ik bedoel, de mensen die die shit schreven moeten aan de paddo’s zijn geweest, want het was echt zó’n pakkende tragedie. Over leven en doodgaan. Het was niet alleen maar grappig – ik bedoel, af en toe moest ik huilen. Alles van Jordan Peele heb ik gezien; Ozark was geweldig; Small Axe van Steve McQueen, alle vijf die films, dat was echt ongelooflijk; Euphoria was visueel zo sterk, ook al was het te veel uitgesponnen. Maar allemaal voelde het nog steeds episodisch en gesegmenteerd. Het was niet zoiets als drie uur in een bioscoop zitten, snap je? Vanaf het begin van corona, toen ik negentien maanden LA niet uit ben geweest, heb ik zo veel schitterende dingen gestreamd. En ook reality-tv – dat was een escapistische reddingsboot. Kun je het je voorstellen? Reality-tv als brenger van geestelijke gezondheid. Zo is de wereld eraan toe.’
Naar wat voor reality-tv kijkt u?
‘Nou, ik kijk er nu veel minder naar, maar bijvoorbeeld Real Housewives, Black Ink Crew, Vanderpump Rules, 90 Day Fiancé, bijna alles van HGTV [Home & Garden Television] – absolute onroerendgoedporno.’
U hebt bij uw werk vaak gebruikgemaakt van ‘lagere cultuur’, zoals ook in deze tentoonstelling: onlinememes en kattenfilmpjes…
‘Ik kom er niet onderuit dat een bepaalde mallotigheid altijd een belangrijke rol in mijn werk heeft gespeeld, een gebruik van de lach die zowel bevrijdend als meedogenloos kan zijn. Vooral in deze tijd waarin mensen huizenhoog op het schild worden geheven of genadeloos voor schut worden gezet. Maar niets werkt zo goed als jonge poesjes en hondjes. Tenzij je totaal gestoord bent raak je vertederd door puppy’s en kittens, door hun intense schattigheid. Ik denk niet dat veel mensen immuun zijn voor die beelden; ze geven toegang tot een ander soort emotionele ruimte, die warmer is en vaak grappig.’
Hoe voelt het om die naast de beelden van Trump te zetten, en naast de teksten die u hebt geschreven?
‘Voor mij voelt het levensecht. Ik denk dat ik het zo het best kan omschrijven. Het voelt levensecht.’
Alles wat God verboden heeft, vind je momenteel in Londen, waar de Chinese multimediakunstenaar LuYang zich heeft uitgeleefd in een oude kerk en bezoekers een spectaculaire mix van religie, psychologie en technologie biedt.
De voormalige doopsgezinde kerk aan Prince of Wales Road in Londen is omgetoverd tot een interactieve speelhal. En daar gebeurt nou net alles wat God verboden heeft: een loopje met de werkelijkheid nemen bijvoorbeeld, zoals de Chinese multimediakunstenaar LuYang doet. In de nieuwe werelden die LuYang met zijn digitale technologie creëert op talloze kleurrijke schermen, heeft niets een vaste vorm. NetiNeti heet de tentoonstelling dan ook, die nu te zien is in de Zabludowicz Collection in Londen: ‘noch dit, noch dat’ in het Sanskriet. Maar wel alles dat er tussen ligt.
Volgens de verantwoording bij NetiNeti staat ‘DOKU’, een avatar van de kunstenaar zelf, centraal in de grote hal en komen de zes versies van DOKU overeen met de zes paden van de boeddhistische reïncarnatie: Hel, Hemel, Hongerige Geest, Dier, Asura en Mens. De mix van religie, filosofie, neurowetenschappen, psychologie en moderne technologie die dat oplevert, is wellicht een knipoog van de kunstenaar naar de ooit goddelijke grond waarop de expositie is ingericht.
De bezoekers worden, voordat het psychedelische avontuur begint, gewaarschuwd
De bezoekers worden, voordat het psychedelische avontuur begint, gewaarschuwd: niet alleen voor de desoriënterende en de voor sommigen verontrustende beelden, maar ook voor de felle kleuren, de knipperende lichten en de harde geluiden die hun te wachten staan.
Allemaal redenen om de niet zo doopsgezinde kerk – stel, u bent in de buurt – binnen te treden en het helse en hemelse spektakel te ondergaan.
In Maleisië bestaat een bloeiende subcultuur van skinheads. De meesten van hen zijn progressieve moslims die strijden voor een pluriforme samenleving.
Keuze uit het archief
Skinheads? Bestaan die nog? En zijn dat geen radicaal-rechtse figuren? Dit stuk uit 2015 doet je anders naar deze cultuur kijken, want wie had kunnen stellen dat progressieve moslims in Maleisië deze cultuur zo omarmd hebben?
De groep skinheads dringt naar voren. Op het podium voor hen staat de band, met zware schoenen, poloshirts en rode bretels. Terwijl de openingsakkoorden van het volgende streetpunknummer door de geluidsinstallatie scheuren, grijpt de Maleisische zanger de microfoon en geeft het nummer een ruige introductie mee: ‘Dit is tegen alle racisme en discriminatie in ons land. Heb je een probleem met ras? Wij beuken je in elkaar!’ Het publiek bestaat uit jonge Maleisische mannen, bijna allemaal met Lonsdale-shirts en Dr. Martens-kistjes – het onofficiële skinheaduniform in de hele wereld. De zaal is een en al gejuich, gebalde vuisten, pogoënde jongeren, zweet en revolutionaire meezingers. De skinheadcultuur kwam rond 1960 in Engeland op en had toen duidelijk een eigen muziek en mode. De geschoren hoofden en de shirts moesten agressie uitstralen maar stonden ook symbool voor de arbeidersklasse waar de beweging uit voortkwam. Muziek was belangrijk en de liefde van skinheads voor reggae betekende dat hun identiteit nauw verbonden was met de cultuur van zwarte immigranten.
Ontvankelijk
In de jaren zeventig ebde de beweging weg, maar in datzelfde decennium kwam ze ook weer op. Volgens een artikel van Timothy S. Brown in het Journal of Social History van de universiteit in Oxford was die tweede skinheadgolf ontvankelijker voor de rechtse retoriek van die tijd. ‘Economisch verval, werkloosheid en toenemende immigratie versterkten het latent aanwezige racisme en de rechtse opvattingen in de Britse samenleving van de jaren tachtig en negentig en de skinheads weerspiegelden deze vooroordelen in overdreven vorm,’ schreef Brown in zijn artikel ‘Subcultures, Pop Music and Politics: Skinheads and “Nazi Rock” in England and Germany’.
‘Heb je een probleem met ras? Wij beuken je in elkaar!’
‘De skinheads met hun gewelddadige reputatie en patriottisch-nationalistische opvattingen waren voor radicaal rechts een aantrekkelijke groep om in te lijven.’ De rechtse skinheads zijn volgens Brown nooit in de meerderheid geweest, maar het verband tussen skinheads en fascisme was gelegd. En dat is altijd zo gebleven.
De meerderheid van de Maleisische skinheadbands, met namen als Street Rebel, Chaos Bomb en Oi! Koholik, omarmt het proletarische mannelijkheidsideaal van de oorspronkelijke skinheads, maar verwerpt krachtig het racistische geluid dat later opkwam. Dat geluid wordt echter steeds dringender in Maleisië; een pluralistische samenleving, maar met een overheid die een steeds islamistischer koers vaart.
In 1971 kwam die overheid met een ‘Nieuw Economische Beleid’, waarin etnische Maleisiërs meer rechten kregen dan Chinezen en Indiërs. ‘Skinhead zijn in Maleisië betekent dat je met positieve, antiracistische ideeën over sociaalpolitieke veranderingen tegen onze regering ingaat,’ zegt de 34-jarige Rozaimin Elias, vooraanstaand lid van de antifascistische skinheadbeweging en bassist in de band Street Boundaries uit Kuala Lumpur. Elias beperkt zich trouwens niet tot de muziekscene, hij is ook actief in de oppositiepartij AP in Penang.
Verwarring
De Maleisische skinheadbeweging kwam eind jaren tachtig op uit de vroege punk-en metalscenes van Kuala Lumpur en verbreidde zich in de jaren negentig over de rest van het land. Elias herinnert zich nog goed hoe de verwarring die onder die vroege Maleisische skinheads bestond, een ongelukkige uitwerking kreeg. ‘We droegen swastika’s omdat we die cool vonden,’ vertelt hij. ‘We hadden allemaal de beelden gezien van Sid Vicious met de swastika en we dachten dat dat punk was. We wilden er alleen maar anders uitzien dan andere Maleisiërs.’ Volgens Brown komt dat soort verwarring vaak voor. ‘Maleisische punks gingen de swastika als symbool gebruiken voordat ze wisten wat de betekenis daarvan was, omdat dat “punk” leek, en nu wordt het klakkeloos overgenomen – dat zie je heel vaak bij jongerenculturen die zich over de wereld verspreiden. Jonge mensen kopiëren stijl en iconografie, maar geven daar ook betekenissen aan die juist voor hun eigen situatie opgaan.’ Het waren vroege bands zoals ACAB (All Cops Are Bastards) uit Kuala Lumpur die de leiding namen en een actieve antifascistische skinheadbeweging vormden, volgens de principes van Skinheads Against Racism (Sharp), de antiracistische beweging die in 1987 in New York werd opgericht.
‘Net als elders in Zuidoost-Azië zijn er ook in Maleisië progressieve skinheads die niet alleen anti-establishment zijn en zich bezighouden met de modes van hun subcultuur, maar ook expliciet commentaar leveren op de relaties tussen de verschillende etnische groepen in het land,’ zegt Yeoh Seng Guan, een antropoloog die verbonden is aan de Monash University Malaysia in Kuala Lumpur.
Dankzij internet kunnen de Maleisische Sharp-skinheads ook in het buitenland contacten onderhouden. Ik heb een ontmoeting met een van de meest bereisde skinheads in Maleisië in Subang Jaya, een zuidelijk district van Groot-Kuala Lumpur. Met zijn Lonsdale-jasje, strakke spijkerbroek en kleurige veters in zijn leren kistjes ziet GG eruit als één van de gestaalde kaders uit de beweging, en hij vertelt enthousiast over de reis die hij maakte naar Europa om contact te leggen met de beroemde antifascistische skinheads van de Hamburgse wijk Sankt Pauli. ‘Zij waren niet echt blij toen in Vice een stuk stond over een neonazi-skinheadbeweging in Maleisië,’ vertelt GG. Ik schaamde me zo… Ik verzekerde ze dat dat bij ons maar een klein probleem is.’ Inderdaad opende een artikel in 2013 in Vice magazine met een foto van veertien Maleisische jongeren die met hun rechterarm de nazigroet brachten.
Rondhangen
Het artikel onthulde het bestaan van Maleisische fascistische skinheads die swastika’s dragen, naar nazi-rockbands als Angry Aryan en Skrewdriver luisteren en die niet-Maleisiërs discrimineren. Maar volgens Elias werd de omvang van het probleem in het artikel overdreven. ‘Een handjevol bands zoals Brown Attack en Spiderwar zien zichzelf als “Malay Power”, maar zij vormen geen werkelijke bedreiging,’ zegt hij. En GG stemt daar lachend mee in: ‘In Duitsland zijn neonazi-skinheads een echte sociale dreiging. Maar hier hangen ze gewoon een beetje rond met hun swastika’s en gaan dan een biertje drinken bij een Chinees restaurant,
want daar is het goedkoop. Ze werden toch geacht alle niet-Maleisiërs te boycotten en te bestrijden?’
Een groep Aziatische mannen die het nazisme omarmen – dat lijkt op zijn minst misplaatst. Zelfs het artikel in Vice eindigde met de vraag: ‘Hoe kun je het nazi zijn verenigen met het feit dat je niet blank bent?’ Toch is dat volgens Brown, die ook hoogleraar geschiedenis is aan de Northeastern University in Boston, minder onlogisch dan we denken. ‘Het heeft een bepaalde logica.
‘Het handjevol neonazi-skinheads vormt geen echte bedreiging’
Deze jongeren gebruiken het nazisme blijkbaar als een model voor raciale zuiverheid dat ook overgezet kan worden naar hun situatie, hoe anders die ook is. Zo kan dat model dienen als een soort ideologische onderbouwing voor hun nationalistische vreemdelingenhaat.’ Volgens GG kost het de fascisten moeite om geaccepteerd te raken in Kuala Lumpur en daarbuiten. ‘De bands van de boneheads (kaalkoppen, een term die antifascistische skinheads voor hun racistische broeders gebruiken) kunnen niet spelen waar ze willen omdat niemand in de scene iets met ze te maken wil hebben. Sharp-skinheads kunnen wel op alle punkpodia spelen, vanwege onze morele integriteit.’
Dat die integriteit belangrijk is, zeggen ook veel andere Sharp-skinheads in Maleisië. Ook in de Britse skinheadscene van de jaren zestig en zeventig waren begrippen als integriteit en authenticiteit belangrijk voor de ‘oorspronkelijke’ skinheads, die vonden dat racisten totaal niets hadden begrepen van de waarden en oorsprong van de subcultuur. Dat idee leeft nog steeds onder de Sharp-skinheads van Maleisië. Toch zouden ze ook wel graag wat meer begrip willen in de bredere Maleisische samenleving. Anders dan de meeste stereotypen die over hen bestaan, zijn de meeste Sharp-skinheads in Maleisië eigenlijk progressieve moslims. ‘Zet tien van ons bij elkaar,’ zegt GG terwijl een Bengaalse ober glazen vruchtensap op ons tafeltje zet, ‘en dan is er maar eentje bij die rookt en drinkt. We bidden ook gewoon vijf keer per dag. We zijn Maleisiërs, dat is onze manier van leven. Het heeft niets te maken met onze liefde voor de muziek. Of met de manier waarop we punkrock gebruiken om te ageren voor sociale verandering.’
Onder de half opgegeten hapjes zijn stukjes pizza en groenten
Een opgraving in het riool van het Colosseum in Rome heeft half opgegeten snacks opgeleverd van toeschouwers die ooit keken hoe gladiatoren vochten op leven en dood, aldus Ansa. Ook werden er resten gevonden van dieren die in de arena werden opgejaagd. Onder de gevonden hapjes zijn stukjes gegrild vlees, pizza, groenten en fruit, aldus archeologe Federica Rinaldi, die de werkzaamheden leidde. De opgraving bracht botten aan het licht van leeuwen, luipaarden, beren en honden, die gedwongen werden met elkaar te vechten of gedood werden door jagers.
Ook zijn er munten gevonden, waaronder een sestertie met het hoofd van Marcus Aurelius, vertelt archeologe Francesca Ceci. ‘Met een beetje fantasie kun je je voorstellen hoe deze glimmende munten naar beneden werden gegooid, in het zand van de arena terechtkwamen en wegstroomden met het bloed van mensen en dieren.’
360 selecteert een aantal toonaangevende internationale concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities.
Installatie in de Oude Kerk
TENTOONSTELLING | Speciaal voor de Oude Kerk in Amsterdam maakte de Ghanese kunstenaar Ibrahim Mahama (1987) een ruimte vullende installatie geïnspireerd op de vloer met tweeduizend grafzerken. Mahama riep hulp in om de stenen met houtskool over te trekken.
Tot 13/01/23
Hels en hemels spektakel
MULTIMEDIA | De voormalige doopsgezinde kerk aan Prince of Wales Road in Londen is omgetoverd tot een interactieve speelhal. En daar gebeurt nou net alles wat God verboden heeft: een loopje met de werkelijkheid nemen bijvoorbeeld, zoals de Chinese multimediakunstenaar LuYang doet. In de nieuwe werelden die LuYang met zijn digitale technologie creëert op talloze kleurrijke schermen, heeft niets een vaste vorm. NetiNeti heet de tentoonstelling dan ook, die nu te zien is in de Zabludowicz Collection in Londen: ‘noch dit, noch dat’ in het Sanskriet. Maar wel alles dat er tussen ligt.
Volgens de verantwoording bij NetiNeti staat ‘DOKU’, een avatar van de kunstenaar zelf, centraal in de grote hal en komen de zes versies van DOKU overeen met de zes paden van de boeddhistische reïncarnatie: Hel, Hemel, Hongerige Geest, Dier, Asura en Mens. De mix van religie, filosofie, neurowetenschappen, psychologie en moderne technologie die dat oplevert, is wellicht een knipoog van de kunstenaar naar de ooit goddelijke grond waarop de expositie is ingericht.
De bezoekers worden, voordat het psychedelische avontuur begint, gewaarschuwd
De bezoekers worden, voordat het psychedelische avontuur begint, gewaarschuwd: niet alleen voor de desoriënterende en de voor sommigen verontrustende beelden, maar ook voor de felle kleuren, de knipperende lichten en de harde geluiden die hun te wachten staan.
Allemaal redenen om de niet zo doopsgezinde kerk – stel, u bent in de buurt – binnen te treden en het helse en hemelse spektakel te ondergaan.
KUNST | De overzichtstentoonstelling In the Eye of the Storm in Museo Thyssen-Bornemisza in Madrid, met Oekraïense modernistische meesterwerken uit de periode 1900-1930 van instortende keizerrijken, wordt geopend door de Oekraïense president Volodymyr Zelensky zelf.
Tot 30/06/23
Fosso’s vele gedaantes
FOTOGRAFIE | Het beviel de Frans-Kameroense fotograaf Samuel Fosso (1962, Kumba, Kame- roen) niet toen hij als tien-jarige op de foto werd gezet. Dat kan ik beter, moet hij gedacht hebben. Op zijn twaalfde begon hij als assistent in een fotostudio in Bangui (Centraal-Afrikaanse Republiek) en op zijn dertiende opende hij er zelf een. Inmiddels is Fosso vijftig jaar en honderden zelfportretten verder: meestal verkleed als staatsman, onafhankelijkheidsstrijder, sportheld of als de eerste zwarte paus.
In de traditie van de Malinese fotograaf Malick Sidibé speelt Fosso ingenieus met kostuums en attributen, en ironiseert hij de westerse blik op Afrikaanse leiders. Of hij spreekt zich met zijn beelden anderszins politiek uit over racisme, kolonialisme en de invloed van China in Afrika.
Samuel Fosso, Huis Marseille, Amsterdam, Van 10/12 tot 12/03/2023
Logically Yours
MUZIEK | De Engelse band Essential Logic komt, 43 jaar na hun debuut bij Rough Trade, met een nieuw album, Logically Yours. Distributeur Cargo raadde frontvrouw uit het bedwelmende post-punk rauwe tijdperk Lora Logic aan een eigen label te beginnen om een boxset op uit te brengen, en zo geschiedde.
Kunstenaarsvrienden
SCHILDERKUNST | Een beroemde foto van fotograaf John Deakin uit 1963 van de vier schilders in het Londense Soho om 11 uur ’s ochtends in Wheeler’s restaurant vormde de inspiratiebron voor de tentoonstelling. Liever zitten we echt aan tafel met Lucian Freud, Francis Bacon, Frank Auerbach, Michael Andrews, en ook Timothy Behrens, maar de klok kan helaas niet worden teruggedraaid. Gelukkig maakt hun fenomenale werk dat gemis makkelijk goed. Behalve verbanden tussen hun respectievelijke praktijken, hangen er ook enkele portretten die de kunstenaars van elkaar maakten.
Lucian Freud staat – in zijn honderdste geboortejaar – centraal in de tentoonstelling, met meer dan veertig schilderijen uit particuliere en openbare collecties. Hij verzamelde destijds het werk van zijn goede vriend Francis Bacon en anderen uit de groep. Bij zijn dood bezat hij zestien schilderijen van Auerbach en een klein olieverfdoek van Andrews.
Friends and Relations: Lucian Freud, Francis Bacon, Frank Auerbach, Michael Andrews, Gagosian, Londen, tot 28/01/23
360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.
Pijnlijke paradox rond vreemdelingenhaat
Morele thriller in Transsylvanië
FILM | Vlak voor Kerstmis neemt Matthias – half Roma, half Duits – ontslag bij een slachthuis in Duitsland, om terug te keren naar het bergdorp in Transsylvanië waar hij vandaan komt. Hij wil zijn zoontje Rudi aan het praten krijgen, zijn zieke vader opzoeken en de relatie met zijn ex Csilla nieuw leven inblazen. De sfeer is grimmig en wordt er niet beter op wanneer Csilla drie gevluchte Sri Lankanen aanneemt in haar bakkerij.
Zo begint de speelfilm R.M.N. (de Roemeense vertaling van ‘MRI’) van de Roemeense regisseur Cristian Mungiu, die internationaal in de prijzen viel met 4 maanden, 3 weken & 2 dagen en Graduation. Het resulteert volgens recensent David Ehrlich van IndieWire in een ‘sociaal-economische smeltkroes die de kijker geleidelijk bij de keel grijpt. Een weliswaar iets te breed opgezet, maar tijdloos verhaal over vreemdelingenhaat in een lokale setting.’
Lee Marshall schrijft voor Screen Dailydat regisseur Mungiu te veel thema’s tegelijk wil aanroeren. Volgens de criticus komt dat aan het licht in een sleutelscène op het stadhuis: ‘Geschoten vanuit één camerastandpunt is dat een indrukwekkende krachttoer. Maar het voelt ook alsof de maker hier in één keer alles uit de kast wil halen. Als een Franse medewerker van een ngo een betoog houdt over het behoud van de berenpopulatie in de omgeving, krijgt hij alles over zich heen, van Charlie Hebdo tot de erfenis van het Franse koloniale verleden.’
‘Ondanks een gebrek aan ambitie in de finale is dit een prachtige nieuwe mijlpaal in het werk van deze Roemeense meester’
Voor Ben Croll van het Amerikaanse Wrap Magazine kwam diezelfde scène juist als geroepen, want aanvankelijk was het of hij ‘een hoop puzzelstukjes aan elkaar moest leggen’. ‘De eerste negentig minuten voelen als een proloog, maar dan volgt een take van zeventien minuten waarin de regisseur zijn ware intenties uitkristalliseert. Het tekent Mungiu’s grote filmtalent.’
Ook de criticus van Franse filmsite Le Bleu du Miroir is lovend over R.M.N., waarin een hedendaagse paradox volgens hem fraai in beeld wordt gebracht: ‘De angst voor buitenlanders, racisme, vooroordelen: het is des te verrassender omdat de dorpsbewoners zich uitdrukken in verschillende talen.’ Tegelijkertijd gaan diezelfde bewoners in het buitenland werken om in hun levens-onderhoud te voorzien. ‘Ondanks een gebrek aan ambitie in de finale is dit een prachtige nieuwe mijlpaal in het werk van deze Roemeense meester.’
R.M.N. van Cristian Mungiu draait vanaf 1 december in de bioscoop
Door Diederik Samwel
Dagermans tijdloze waarschuwing tegen radicalisering
Een roman die bedachtzaam en ontroerend is tegelijk
LITERATUUR | Stig Dagerman heeft ‘kunst in zijn vingers’, citeert Sweden Posts English de Zweedse journalist Ivar Harrie over Dagermans roman Bränt barn uit 1948. ‘Hij breekt los van de experimentele mogelijkheden van literaire techniek.’ De Zweedse auteur Sven Stolpe noemde het uitzonderlijk om een boek te schrijven dat tegelijk zo ontroerend en zo bedachtzaam is. Het meest onvergetelijk noemt hij ‘de stevige greep van de auteur op zijn jonge held’, die met enige afstandelijkheid wordt benoemd als ‘de zoon’. Deze jonge held, de twintigjarige Bengt, schrijft na de dood van zijn moeder brieven aan zichzelf, die, zoals zij voorspeld had, moeten helpen tegen zijn verdriet. Maar al snel ziet de lezer hoe zijn woede en onmacht alleen maar toenemen, helemaal als hij erachter komt dat zijn drankzuchtige vader een nieuwe vriendin heeft. ‘Het wordt duidelijk dat er een vreselijke afrekening in het verschiet ligt; de enige vraag is tot welke specifieke puinhoop die zal leiden,’ schrijft John Self in The Guardian.
Als Dagerman de roman schrijft, is hij zelf ook nog jong, wat volgens Self tot uiting komt in ‘een overdaad aan emoties en details, cynisme dat grenst aan nihilisme’. Maar in dit geval werken deze kenmerken in zijn voordeel, aldus de Britse recensent, die in de roman een tijdloze waarschuwing ziet tegen radicalisering. De Zweedse auteur Viveka Heyman, die overigens bekendstond vanwege haar felle recensies, zag in de jonge leeftijd van de auteur evenmin een nadeel; ze vond zijn voorgaande werk juist sterker. Ondanks ‘alle ingrediënten voor een meesterlijke Dagerman-roman’ bekroop haar tijdens het lezen steeds het gevoel dat dit ‘al eerder en beter was gedaan’.
Self betreurt in The Guardian dat we nooit zullen weten hoe Dagerman op latere leeftijd zou schrijven
Dagerman schreef het manuscript in enkele zomermaanden in een vissersdorpje in Bretagne; ‘in grote eenzaamheid in een afgesloten kamer’, meldt hij zijn uitgever, aangehaald door LitteraturMagazinet. Het zal een roman worden ‘over liefde en verdriet in een arbeidershuis in Söder [een stadsdeel in Stockholm]’, aldus de schrijver, wiens moeder enige maanden na zijn geboorte vertrok om nooit terug te keren. Omdat zijn vader niet voor hem kon zorgen, groeide hij op bij zijn grootouders.
Self betreurt in The Guardian dat we nooit zullen weten hoe Dagerman op latere leeftijd zou schrijven: hij stopte in 1949, op zijn zesentwintigste, met het schrijven van fictie en beroofde zich vijf jaar later van het leven.
Bränt barn wordt in december heruitgegeven bij uitgeverij Koppernik als Het verbrande kind, in een vertaling van Bernlef
Door Laura Weeda
Liefdesverhalen als metafoor voor verstikking
Jafar Panahi filmde opnieuw in het geheim
FILM | ‘No Bears is de beste film van Jafar Panahi sinds hij ondergronds is gegaan. Hierin verbeeldt hij op creatieve wijze de wanhoop die heerst in de Iraanse samenleving’, schrijft Babak Ghafoori Azar op de Praagse nieuwssite Radio Farda.
Net als Panahi’s eerdere films werd deze in het geheim geschoten. Vanwege een kritische houding tegenover de regering in de film Three Faces zat de Iraniër zes jaar in de gevangenis; nu is hij vrij, op voorwaarde dat hij geen films meer maakt. No Bears werd opgenomen in een dorpje aan de Turkse grens, waar de bewoners niet blij waren met de komst van de crew; ‘ze hadden zo hun eigen problemen’, aldus Radio Farda. Panahi raakte betrokken bij het verhaal van een jong stel waarvan het meisje eigenlijk vanaf de geboorte met een andere jongen was verloofd. Dit gebruikte hij in zijn film, waarin ook een ander, Iraans stel na tien jaar ballingschap in Turkije Europa probeert te bereiken.
Courrier International spreekt van ‘een juweel van virtuoos minimalisme’
Beide liefdesverhalen zijn ‘metaforen van een samenleving op de rand van verstikking’. ‘Precies het soort film dat de lange, slapeloze reis naar een filmfestival ver weg elke minuut waard maakt’, meent Shubhra Gupta van The Times of India, refererend aan het filmfestival van Venetië, waar No Bears dit jaar werd vertoond. Kevin Maher van The Times bewondert de ‘donkere post-moderne satire in deze film over het maken van een film’. Courrier International spreekt van ‘een juweel van virtuoos minimalisme’.
Door Laura Weeda
Back to the eighties en toch avant-garde
Een eigen stijl, of liever de hitlijsten bestormen?
POPMUZIEK | De Franse popartiest Heloïse Letissier wisselt geregeld van pseudoniem. Na haar internationale doorbraak in 2014 met Christine & The Queens werd het Chris, en nu is het Redcar. Die ontwikkeling loopt parallel aan de persoonlijke transitie van de artiest van vrouwelijk naar mannelijk. Het derde album Redcars les adorables étoiles omvat volgens recensent Annabel Ross van The Sydney Morning Herald ‘avant-gardemuziek, gestileerd als een soort rockopera: zwaar van romantiek en vol verlangen en literaire verwijzingen’. De dertien tracks zijn ‘sterk geïnspireerd op de jaren tachtig, met een knisperende drumcomputer en alomtegenwoordige synthesizers’, aldus Ross.
Ook Eric Bureau van Le Parisien moet door Redcars kwistige gebruik van synthesizers denken aan de newwaveplaten van Depeche Mode, The Cure en Talking Heads. ‘De muziek zit productioneel gezien boordevol ideeën, maar daardoor doet ze tegelijkertijd bij vlagen te experimenteel aan.’
‘De muziek zit productioneel gezien boordevol ideeën, maar daardoor doet ze tegelijkertijd bij vlagen te experimenteel aan’
In de Evening Standard schrijft David Smyth dat Redcar zo te horen in een richtingenstrijd is verwikkeld. Niche en minder toegankelijk, of mainstream om de hitlijsten te bestormen? ‘Sommige nummers klinken duister en rauw. Andere tracks worden gestuwd door energieke beats, maar missen een herkenbare vocale melodielijn om er een pakkende popsong van te maken. Maar deze muziek blijft intrigeren.’
Neil McCormick moet in The Telegraph bekennen dat zijn Frans verre van toereikend is maar dat het hem ook met de Engelse vertaling bij het album, geregeld begint te duizelen door de teksten. Hij houdt het op een ‘vreemd, sfeervol maar meeslepend werk.’
Émilie Côté van het Canadese dagblad La Presse werd aanvankelijk afgeleid door ‘ondoordringbare arrangementen’. ‘Na een paar keer luisteren wordt het minder verwarrend, maar deze muziek haalt het niet bij die van Chris en Christine.’ De criticus kijkt dan ook uit naar de aangekondigde samenwerking van Redcar met de Amerikaanse producer Mike Dean, die eerder de studio indook met onder meer Madonna, The Weeknd en Beyoncé.’
Het album Redcar les adorables étoiles is begin november verschenen
Volgens UNESCO valt het stokbrood onder immaterieel erfgoed
UNESCO heeft het Franse stokbrood de status van werelderfgoed toegekend. Zowel de traditie van het maken van het brood en de hele cultuur eromheen kregen de status van ‘immaterieel cultureel erfgoed’. Volgens France24 worden er jaarlijks zes miljard stokbroden in Frankrijk gebakken.
Desondanks gaat het niet geweldig met het stokbrood in Frankrijk. Per jaar sluiten circa vierhond ambachtelijke bakkerijen de deuren. Met name op het platteland gaan steeds meer bakkerijen dicht, die de concurrentie van industriële bakkerijen en grote supermarkten niet langer aankunnen. Franse bakkers zien de toewijzing als een erkenning van de Franse cultuur en geschiedenis.
Stokbrood, of baguette in het Frans, moet minimaal 80 gram wegen en mag niet langer dan 40 centimeter zijn. Frankrijk diende vorig jaar het verzoek in bij de UNESCO om het tot immaterieel cultureel erfgoed te bekronen. Ook de zinken daken van Parijse huizen werden toen voorgesteld, maar de commissie koos enkel voor de wereldberoemde broden.
In het Barbican Centre in Londen, het kloppende hart van de performance arts in het Verenigd Koninkrijk, wordt tot begin januari een eerbetoon aan Carole Schneemann gehouden. Wie deze unieke vorm van kunst wil begrijpen, moet deze overzichtstentoonstelling zien.
De in 2019 overleden Amerikaanse performancekunstenaar Carolee Schneemann was een pionier in de zogenaamde ‘body art’. Ze heeft nu een groot retrospectief in het Britse Barbican Centre. Terecht, want zoals wel meer vrouwelijke kunstenaars die destijds in de schaduw van hun mannelijke evenknieën bleven, verdient deze radicale feministische icoon een gelijkwaardige positie in de hall of fame.
De tentoonstelling toont vroege schilderijen, experimentele sculpturale werken en uiteraard haar performancewerk waarin Schneemann haar eigen, meestal naakte lichaam gebruikte. In Meat Joy (1974) kronkelt zij samen met acht performers door de verf, spelend met rauwe vis, vlees en gevogelte. In Interior Scroll (1975) leest ze een tekst voor van een strook papier die ze langzaam uit haar vagina trekt. Internationale erkenning kwam pas laat, in 1996 in het New Museum of Contemporary Art in New York. In 2017 won ze op de Biënnale van Venetië een Gouden Leeuw voor haar hele oeuvre.
Carolee Schneemann, Body Politics, Barbican Centre, Londen, te zien tot 8/01/23
Van 8 september t/m 23 oktober is Breda zeven weken lang de locatie voor nieuw werk van ruim zestig internationale fotografen uit 28 verschillende landen, zowel gevestigde namen als opkomende talenten.
Op de tiende, jubileumeditie van BredaPhoto, het tweejaarlijkse fotografiefestival, is opnieuw een veelzeggende selectie te zien van maatschappelijke kwesties of artistieke ontwikkelingen uit de hele wereld. De deelnemende fotografen werden uitgenodigd door een nieuw team van internationale curatoren.
Deze editie, met als thema verandering en hoop, heeft de titel Theatre of Dreams gekregen. Twee jaar geleden was dat nog The best of times, the worst of times – fotoseries die een wereld in verandering en verwarring toonden of van commentaar voorzagen. Welke titel het festival ook draagt, de meeste actuele kwesties komen vanzelf aan bod.
In de Bredase Grote Kerk maakt gastcurator en Magnum-fotograaf Newsha Tavakolian (1981, Iran) de persoonlijke tentoonstelling Space to Breathe waarin ze ‘de dialoog aangaat met zestien fotografen die haar hebben geïnspireerd of haar werk in een ander perspectief hebben geplaatst’.
In samenwerking met kunstacademies uit onder meer België, Duitsland, Hongarije en Finland heeft jong talent altijd de ruimte gekregen op het festival. Ook dit jaar worden speciale talentprogramma’s georganiseerd.
Moara Tupinambá – Mirasawá
Beeldend kunstenaar en activist Moara Tupinambá (1983, Brazilië) gebruikt voor haar collages meerdere technieken, zoals tekenen, schilderen, video en fotografie. De uiteindelijke beelden vormen ‘cartografieën van herinnering, identiteit, afkomst en inheems verzet, vanuit een antikoloniale visie’. Met Mirasawá, ‘mensen’ in het Nheengatu, een dialect dat is afgeleid van de Tupi-taal, wil zij een nieuwe manier aanreiken om naar haar gemeenschap te kijken. Zo combineert ze mystiek met aardse voorwerpen die de realiteit vertegenwoordigen van de dagelijkse strijd die inheemse volkeren voeren om hun cultuur en territorium te behouden en te beschermen tegen verwoestend economisch en sociaal beleid.
Irina Rozovsky – In Plain Air
Irina Rozovsky (1981, Rusland) koos Brooklyns Prospect Park, een van de eerste democratische openbare ruimtes in Amerika, als onderwerp voor haar fotoserie In Plain Air. Het is een eerbetoon aan het park waar New Yorkers uit alle lagen van de bevolking gebruik van maken. In Plain Air toont het contrast tussen het gehaaste stadsleven en de rust die in het park heerst. Rozovsky richtte haar camera op de mix van bezoekers die samenkomen in dezelfde openbare ruimte.
Martín Weber – Mapa de Sueños Latinoamericanos
Martín Weber (1968, Chili) vroeg tussen 1992 en 2008 aan verschillende mensen in Latijns-Amerika wat hun droom was. Dat resulteerde uiteindelijk in de documentaire en fotoserie Mapa de Sueños Latinoamericanos (kaart van Latijns-Amerikaanse dromen). Hierin portretteert Weber de mensen die hij tegenkomt naast een klein schoolbord, waarop ze het antwoord op zijn vraag schrijven. Meer dan een decennium later is hij teruggegaan en heeft dezelfde mensen gevraagd of hun dromen zijn uitgekomen. De een wil een dichter worden en de ander droomt van siliconenborsten.
Gabriella N. Báez – Ojalá nos encontremos en el mar
In Ojalá nos encontremos en el mar (Ik hoop dat we elkaar bij de zee ontmoeten) onderzoekt Gabriella N. Báez (1997, Puerto Rico) haar verdriet om de dood van haar vader aan de hand van familiefoto’s, archiefmateriaal en handgeschreven tekst. Ze fotografeerde zijn overgebleven bezittingen en zocht na de orkaan Maria in 2017 op het Caribische eiland naar herinneringen aan hem. De geborduurde draden die door de foto’s lopen, verwijzen naar een voortdurende dialoog tussen vader en kind.
Natacha de Mahieu – Theatre of Authenticity
Theatre of Authenticity stelt vragen bij de manier waar-op we reizen en de redenen die we hebben om naar bepaalde plaatsen te gaan. Natacha de Mahieu selecteerde op basis van het aantal geotags de populairste bestemmingen op social media. Daar maakte ze binnen een bepaald tijdsbestek tientallen of honderden foto’s van die ze vervolgens heeft samengevoegd tot één afbeelding. Met dezelfde tools als gebruikers van sociale media laat ze daarmee zien hoe fotografie haar objectiviteit kan verliezen.
In het Louvre in Parijs is tot januari 2023 een overzichtstentoonstelling met de mooiste stillevens te zien. Een genre binnen de beeldende kunst waar meer respect en aandacht voor zou moeten komen. Want: niets zo vergankelijk als schoonheid.
Het stilleven schijnt een ondergeschoven kind te zijn in de beeldende kunst, en het Louvre wil daar verandering in brengen. Want ‘dingen’ afbeelden gaat terug naar de prehistorie, toen hun aanwezigheid en betekenis zo serieus werd genomen dat ze vereeuwigd dienden te worden. Vaak laten stillevens de vergankelijkheid van schoonheid zien, misschien is dat wel de reden dat er weinig aandacht voor het genre is.
Alles kan kapotgaan, verleppen of verdorren, dus wij ook. Die boodschap zit altijd impliciet in stillevens met bloemen of voedsel, waarvan er in de zeventiende eeuw veel gemaakt zijn. Ze zien er likkebaardend lekker uit, maar ook de tijdelijkheid van vorm en inhoud zit in de opengewrikte oesters vervat.
Things. A History of Still Life, Louvre, Parijs, te zien van 2/10/22 tot 23/01/23
In Close, de tweede speelfilm van de Waalse regisseur Lukas Dhont, staat de innige vriendschap tussen twee dertienjarige jongens centraal. De internationale filmpers is unaniem lovend over hoofdrolspeler Eden Dambrine: ‘A star is born!’
Wie onder de indruk was van Girl, de eerste, lovend besproken speelfilm van de Waalse regisseur Lukas Dhont (31), zal op zijn minst nieuwsgierig zijn naar zijn tweede: Close. In Dhonts debuutfilm draait het om een jonge jongen die graag ballerina wil worden en met zijn mannelijkheid overhoop ligt; nu maakte hij opnieuw een coming of age-film. Ditmaal over de innige vriendschap tussen twee dertienjarige jongens die onder druk komt te staan wanneer daar op school vragen over worden gesteld. Zijn ze een stel, hebben de twee een homoseksuele relatie?
Peter Debruge begint zijn recensie in Variety met een vetgedrukte spoiler alert. Maar nog vóór hij iets prijsgeeft over het verloop van de film maakt hij duidelijk dat de dramatische wending wat hem betreft wel wat minder had gemogen: ‘De pure, onschuldige vriendschap tussen twee jonge mensen van dezelfde sekse is nooit eerder zo prachtig verfilmd. Maar wat daarna gebeurt komt des te ongeloofwaardiger over.’ Desondanks is Debruge ervan overtuigd dat Dhont een meesterwerk in zich heeft: ‘Hij moet zijn onvolwassenheid alleen nog overwinnen.’
‘Deze jongen heeft een presence in huis als een rechtse directe’
Ook voor collega David Ehrlich komt het drama in Close ‘uit de lucht vallen’, schrijft hij voor IndieWire. ‘Daarmee brengt de regisseur dit portret van een vriendschap tussen twee jongens in een heteronormatieve wereld, ineens in een veel breder verband van verlies en rouw.’
Volgens Olivier de Bruyn vanLes Echos bewijst Dhont opnieuw zijn talent door ‘zorgvuldig de valstrikken van psychologiseren en pathetiek te omzeilen, economisch met dialogen om te springen en zijn strakke compositie’. Daar staat tegenover dat hij ‘soms te expliciete beelden gebruikt en het te vaak zoekt in symboliek’.
In Paris Match vindt Fabrice Leclerc dat de maker ondanks de ‘tedere en zinnelijke regie overmatig inzet op vioolmuziek en pathos’. Maar wat hem bovenal zal bijblijven van Close is de jonge acteur Eden Dambrine: ‘A star is born! En daar gaan we nog veel plezier aan beleven de komende jaren.’
Leslie Felperin toont zich in The Hollywood Reporter al even lyrisch over Dambrine als vertolker van Leo, een van de twee hoofdrolspelers: ‘Deze jongen heeft een presence in huis als een rechtse directe. Dat bewijst natuurlijk ook hoe goed Dhont jonge acteurs kan regisseren.’
Door Diederik Samwel
Close van Lukas Dhont is vanaf 3 november te zien in de bioscoop
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.