Onderwerpen: Cultuur

  • Dertig minuten Almodóvar en Tilda Swinton

    Dertig minuten Almodóvar en Tilda Swinton

    Voor zijn eerste Engelstalige film liet de beroemde Spaanse regisseur Pedro Almodóvar zich inspireren op het toneelstuk La voix humaine van Jean Cocteau. De enige rol in The Human Voice is weggelegd voor Tilda Swinton.

    We zien haar door een fabriekshal schrijden. Geheel gestyled in een schitterende rode jurk. Langzaam neemt ze plaats op een kruk, ergens in de lege ruimte. De immense spanning staat op haar gezicht te lezen. Een adembenemende Tilda Swinton in de rol van verlaten, ontredderde vrouw, wachtend op haar ex-geliefde. Zijn koffers staan klaar maar hij komt ze maar niet ophalen. Enig teken van leven is de – al even nerveuze – hond die haar gezelschap houdt. Tijdens een telefoongesprek met de ex, zien we hoe haar wereld letterlijk en figuurlijk instort.

    Voor deze korte (dertig minuten) durende film – zijn eerste Engelstalige – liet Almodóvar zich inspireren door het beroemde toneelstuk La voix humaine van Jean Cocteau. De begeleidingsmuziek (van de Spaanse componist Alberto Iglesias), is al even mooi als de beelden. De film ging in première op het filmfestival van Venetië.   

    Te zien op Picl en Vitamine Cineville.

    Door Manuela Klerkx

  • Ook genieën hebben 24 uur per etmaal. Hoe besteden ze die?

    Ook genieën hebben 24 uur per etmaal. Hoe besteden ze die?

    ‘We hebben allemaal dezelfde 24 uur als Beyoncé’ was een tweet die viral ging. Sommige mensen lijken niet alleen alles te hebben, maar slagen er op een of andere manier ook nog eens in alles te doen. Hoe dan?

    Dit artikel verscheen eerder in 360 Magazine # 57, mei 2014.

    Franz Kafka, ontevreden met zijn behuizing en het feit dat hij met overdag moest werken, schreef in 1912 in een brief aan Felice Bauer: ‘… mijn tijd is begrensd, mijn krachten zijn beperkt, het kantoor is een van verschrikking, mijn appartement is lawaaiig, en als een aangenaam, eenvoudig leven niet mogelijk is, dan moet je een manier vinden om je er subtiel tussendoor te manoeuvreren’.

    Kafka is een van de 161 geïnspireerde en inspirerende schrijvers, dichters, toneelschrijvers, schilders en filosofen, wetenschappers en wiskundigen met van wie de dagelijkse routine in het boek van Mason Currey wordt beschreven. Net als Kafka hadden ook de anderen te maken met talloze (soms zelf veroorzaakte) obstakels, wat resulteerde in een fascinerende verzameling ‘subtiele manoeuvres’ om hun werk iedere dag gedaan te krijgen; vroeg opstaan of juist laat gaan slapen, enorme hoeveelheden ’s koffie, lange wandelingen maken en ingeplande dutjes doen. Thomas Wolfe schreef als hij in de keuken stond en gebruikte de bovenkant van zijn ijskast als bureau. Jean-Paul Sartre kauwde altijd op Corydrane-tabletten (een mix van amfetamine en aspirine), waarvan hij tien keer de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid overschreed. Descartes bleef graag liggen luieren in bed, terwijl zijn gedachten in zijn slaap afdwaalden ‘naar bossen, tuinen en toverpaleizen’ waar hij ‘elk denkbaar plezier’ beleefde.

    George Balanchine, was gek op de was doen en verzette het meeste ‘werk’ als hij aan het strijken was

    En dan zijn er nog Anthony Trollope, die zichzelf elke ochtend verplichtte om voordat hij naar zijn werk op het postkantoor ging drieduizend woorden te schrijven (250 per kwartier, drie uur lang). Dat hield hij 33 jaar lang vol, waarin hij zo’n 25 boeken schreef; George Balanchine, was gek op de was doen en verzette het meeste ‘werk’ als hij aan het strijken was, George Gershwin zat twaalf uur per dag, van laat in de ochtend tot midden in de nacht, achter de piano te componeren in pyjama, badjas en slippers. James Joyce kon schrijven terwijl zijn gezin om hem heen dwarrelde, de naasten van Mark Twain bliezen op een posthoorn als ze hem écht nodig hadden – om maar niet op zijn deur te hoeven kloppen.

    Ook de routines van Jane Austen, Karl Marx, Charles Darwin, Pablo Picasso, Leo Tolstoj, Andy Warhol, John Updike, Twyla Tharp en Igor Stravinsky (die nooit een noot op papier kon zetten tenzij hij er zeker van was dat niemand hem kon horen en die, als hij zich geblokkeerd voelde, op zijn hoofd ging staan om ‘zijn hersenen ruimte te geven’) werden door Currey aan de hand van vooral (auto)biografieën, dagboeken en brieven uitgeplozen.

    Screen Shot 2021 04 09 at 6.37.36 PM
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.37.55 PM

    ‘Als een vaste routine op de juiste manier wordt toegepast, kan een nauwkeurig afgesteld mechanisme ontstaan waarbij beperkte middelen optimaal kunnen worden benut…. Op die manier kan iemand zijn mentale energie in goede banen leiden…’ – Mason Currey, auteur Daily Rituals

    Screen Shot 2021 04 09 at 6.41.12 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.41.01 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.40.51 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.40.40 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.40.20 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.40.09 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.39.57 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.39.48 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.39.37 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.39.24 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.39.15 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.39.00 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.38.47 PM 1 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.38.19 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.38.06 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.38.33 PM

    Mason Currey, Daily Routines, Knopf Doubleday Publishing Group, 2013.

    R.J. Andrews stelde aan de hand van de routines uit het boek op zijn site Info We Trust bovenstaande infographic samen.

  • Het honderd dagen durende project om rouw te verwerken

    Het honderd dagen durende project om rouw te verwerken

    Auteur Traci Brimhall wordt in het hospice waar ze vrijwilligerswerk doet gegrepen door iemand die uit de boeketten van haar moeders begrafenis nieuw leven tovert.

    Ik scheur de harten in stukken en laat ze snipper voor snipper in de blender vallen. Soms trek ik het papier rond bepaalde woorden los en andere keren scheur ik zomaar wat en zie de geometrische vormen kleiner worden. Ik doe er water bij. Dan het harde zoemen van het mes dat de oude liefdesbrieven vol aanbidding en verontschuldigingen tot verse pulp vermaalt.

    Jaren geleden kwamen de briefjes, met viltstift beschreven roze harten, uit een prentenboek gevallen. Ik had voor mijn zoon een verhaal over een panda met een gestreept broekje en een rode parasol gekocht en toen ik de glanzende pagina’s opensloeg, vielen daar zowaar veertig harten van tekenpapier in verschillenden tinten roze uit.

    De kleinste zijn slechts gekleurd en hebben die klassieke vorm. Op de iets grotere staan stukjes tekst, met de verering die daaruit spreekt: ‘jouw stem’, ‘jouw haar’, ‘jouw geluk’. Hoe groter het hart hoe uitgebreider de boodschap. De verliefde vertelt de geliefde hoeveel hij of zij van hem of haar houdt. De verliefde bedankt de geliefde voor alle zorgzaamheid en omdat die ook zo graag Animal Crossing speelt. De verliefde zegt zich altijd te zullen verheugen op netflixen in ondergoed en met bloody mary’s.

    Ik geniet meer van de specifieke dingen van hun relatie dan van de algemene liefdesbetuigingen, maar op het moment dat de harten in mijn schoot dwarrelen, weet ik: deze vondst in een verkocht boek betekent dat de liefde voorbij is. De stem van de beminde fluistert nu lieve woordjes tegen iemand anders. In het haar woelen nu de vingers van een ander. Of misschien niet. Misschien giet de geliefde nu tomatensap en wodka in een thermosfles en rijdt naar de bergen om alleen van de zonsopkomst te gaan genieten.

    Zo lagen oude briefjes van andermans liefde over mijn benen verspreid, maar ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om ze weg te gooien en daarom legde ik ze boven in de kast van mijn zoon. Het geschenk tussen verliefde en geliefde was voor een paar dollar verkocht, de boodschappen erop waren vergeten. Natuurlijk vond ik dat ik geen recht had op de intieme zielenroerselen van een ander, maar deze onbekenden hadden ooit hoopvol liefgehad en ik wilde dit deel van hun verhaal tot een ander einde brengen.

    Catalogus van rouw

    Iemand in mijn hospice-vrijwilligersgroep stuurt een artikel over bloemen als rouwritueel door en zo ontdek ik Janet. In het stuk lees ik hoe Janet de gedroogde bloemen van haar moeders begrafenis gebruikt om honderd dagen lang elke dag een nieuwe compositie te maken. Elke dag creëert ze met de bloemblaadjes en stengels een nieuwe vorm, maakt daar een foto van, haalt het dan allemaal uit elkaar en bergt de gedroogde stukjes bloem weer op.

    Ik begin haar Instagramaccount te volgen en verlang telkens weer naar de schok van oude rozen die tot vogels zijn gemaakt of geplette anjers die zijn veranderd in de segmenten van een rups die zich van een tak verheft. Je ziet vaak vogels en insecten als verschijningsvormen van de doden. Alles wat vliegt, van monarchvlinders tot Emily Dickinsons bromvlieg is wel eens met de dood geassocieerd, maar het mooie van Janets werk is dat die verschijningen als het ware iets oproepen: een nieuw leven uit een gedroogd bloemblad.

    Ik vind het prachtig dat er niets wordt verspild. Alles is rijp voor transformatie

    Haar honderd dagen voelen als een catalogus van rouw. Het werk lijkt zo snel te veranderen: op sommige dagen speelt ze met de schaduwen die de verschillende gedroogde bloemen werpen; op andere maakt ze abstracte vormen. Tegen het eind van haar project worden haar creaties figuratiever. Sommige natuurmaterialen kiest ze vaker, zoals een blad dat ze net zo lang gebruikt tot het in stukken breekt. Sommige kapotte stukken worden opzijgeschoven, andere krijgen een nieuwe toepassing: een blad dat zo is verkruimeld dat alleen de harde nerven overblijven, wordt opeens een vogelklauw. Ik vind het prachtig dat er niets wordt verspild. Alles is rijp voor transformatie. 

    Janets beelden zijn privé en teder, al weet ik niet of ik zou hebben begrepen dat ze over rouw gingen als ik dat niet in het artikel had gelezen. Ze zijn zo teer en vol humor dat ik ze misschien wel mooi had gevonden, maar niet verder had gekeken en niet hun vragen had gezien, hun onmiskenbare verlangen.

    Ik lees de commentaren van andere mensen op haar posts. Iedereen is zo geraakt door Janets verdriet en hoe ze daar iets moois van heeft gemaakt. De beelden zijn schitterend, dat is waar, net als het verhaal erachter, maar ik het verbaast me dat in een cultuur waarin zo weinig plaats is voor rouw, haar account met de dag meer volgers krijgt.

    Heel veel mensen willen op een foto reageren, hun eigen interpretatie eraan geven, hun eigen verdriet in haar bladeren en dode bloemknoppen zien. Iemand vraagt zelfs of de foto’s geen boek kunnen worden en veel anderen betuigen met een hartje hun steun voor zo’n einde aan deze periode van verlies.

    Ik vind het mooi dat vreemden de rouw van iemand anders herkennen en zich erbij betrokken willen voelen, maar ik krijg ook de neiging tot beschermen, want ik wil niet dat mensen veranderingen voorstellen aan wat Janet doet. Haar rouw gaat niet over wat zíj willen. Maar wat ik ook vind van anderen die iets van Janet willen, ik maak me er zelf ook schuldig aan. Ik schrijf haar. Ik vraag of ik in haar verdriet mag delen.

    adrianna geo JWlZS708L1Y unsplash kopie

    Groeiende deken

    Mijn moeder is al vier jaar dood wanneer ik besluit om een jaar lang dekens voor een hospiceorganisatie te gaan maken. Ik heb nooit eerder een deken gemaakt, maar ik haal het in mijn hoofd om twaalf maanden lang elke maand een plaid te haken, telkens met een nieuw patroon.

    Op dat moment zie ik geen verband met mijn moeder, die zo plotseling stierf dat ze nooit hospicezorg heeft gekregen. Ik zie niet, misschien wíl ik niet zien hoe symbolisch het is voor haar en de handwerkwinkel die ze ooit vanuit onze garage dreef dat ik nu een nieuwe handwerktechniek ga leren.

    Ik zie niet waarom het belangrijk is dat de zak garen die ik uit de kast vis van mijn ex-schoonmoeder is geweest, die me probeerde te leren breien: al die strengen weggeborgen garen als getuigen van mijn mislukkingen. Ik trek bollen bontgekleurd garen uit de zak die me ooit mooi leken voor mutsen, dikke blauwgroene wol, ooit bedoeld voor sokken, en pastelkleurig garen waarvan ik ooit niet-verwelkende bloemen heb geprobeerd te 
    maken. Ik neem een donkerblauwe bol waarvan ik de herkomst niet meer weet en ik begin.

    Alles wat vliegt, van monarchvlinders tot Emily Dickinsons bromvlieg, is wel eens met de dood geassocieerd

    Ik scrol door tutorials op YouTube die laten zien hoe je een ‘restjesdeken’ maakt. Elk onlinefilmpje verzekert me dat dat heel makkelijk is, maar ik maak een ketting en haal hem weer uit. Ik tel mijn steken en raak het spoor bijster, ik haak dubbel, ik sla er een over, ik keer mijn werk om.

    Elke avond neem ik mijn groeiende deken mee naar boven en haak de ene toer na de andere terwijl mijn zoon in bad zit. Als het bedtijd is, houdt hij zijn boek open zodat ik hem kan voorlezen terwijl mijn handen bezig blijven. Ik zit in de schommelstoel te wachten tot hij in slaap valt en kies een nieuwe kleur uit de zak. De deken wordt zwaar en ondanks mijn pogingen om wat vrolijker kleuren toe te voegen, de onafgemaakte bloemensjaals van hun bloemblaadjes te ontdoen en de nooit gedragen mutsen van hun bovenkant, zit de tas vol blauwtinten. Gênant, deze eerste poging.

    De deken is ongelijkmatig en saai geworden, maar ik maak er in de wachtkamer van het ziekenhuis toch een foto van. Als ik hem naar boven breng, is de hospicecoördinator vol lof; ze benadrukt hoeveel de deken zal betekenen voor de familie die hem op een dag zal krijgen. Zij noemt het een ‘geschenk’ en legt hem in een kast tot hij nodig is.

    Instincten

    Het lichaam heeft instincten voor rouw, maar ik heb die nooit goed begrepen. Als ik een vriendin vertel dat mijn ex-man onze zoon aan zijn nieuwe vriendin gaat voorstellen, vraagt ze hoe ik me voel. Ik zeg dat ik moet gaan hardlopen om daar achter te komen en dat is waar. Blijkbaar kan ik alleen als ik in beweging ben bij mijn rauwe emoties, ongefilterd door redelijkheid of de zeef van de objectiviteit, eerlijkheid en empathie.

    Als ik hardloop heb ik medelijden met mezelf en kan ik huilen. Dan kan ik treuren om de toekomst die ik voor me dacht te hebben, om het gezin dat ik opbouwde. Zonder de vermoeiende lichaamsbeweging kan ik de signalen die mijn lichaam me stuurt vrijwel nooit goed interpreteren.

    Na mijn scheiding vertelt mijn vriendin me dat de vlinders in je buik bij een nieuw iemand misschien niet op de opwinding van de aantrekkingskracht duiden, maar op een flits van angst: je lichaam waarschuwt je dat je op het punt staat een verkeerd patroon te herhalen. 

    De eerste paar maanden dat ik dekens maak, krijg ik kramp in mijn handen en dat vind ik eigenlijk wel prettig: het fysieke bewijs van mijn inspanningen. Dat overkomt me nooit als ik schrijf; misschien zijn die polsbewegingen te goed geoefend. Maar door het nieuwe van het haken voel ik de doffe pijn van het scheppen.

    Op de een of andere manier vormt de pijn een gang, een rij deurtjes en zo kan ik gemakkelijker bij mijn herinneringen. Mijn werkpijn wordt beloond met iets tastbaars, iets van troost, van warmte. Ik weet dat het dwaas is, dat fysiek lijden niet nodig is, maar ik ben blij met dit bewijs dat ik iets heb gemaakt. 

    Door het nieuwe van het haken voel ik de doffe pijn van het scheppen

    In mijn eerste zoektocht naar de wetenschap van het rouwen vind ik alleen kwantitatieve data uit dierenonderzoek bij ratten, honden en apen. De meeste onderzoeken gaan over de scheiding tussen moeder en kind. Ik wil denken dat ik iets universeels heb ontdekt, maar ik weet dat dit over jonge nakomelingen gaat, niet over volwassenen die volwassen ouders verliezen. Maar de onderzoeken verzekeren me dat verlies invloed heeft op de hormonen, het immuunsysteem en het autonome zenuwstelsel.

    Ik weet niet precies welke conclusie ik zoek, of waarom ik denk dat ik, als ik het biologische effect van rouw begrijp, zal leren hoe ik ervan kan herstellen. 

    Primatoloog Edwin van Leeuwen van het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek zegt: ‘De dood is een van de zwaarste sociale gebeurtenissen bij een sociale soort’, en het is gemakkelijk om het daarmee eens te zijn, ook al heb ik me nooit in het gedrag van primaten verdiept. Zwaar is wel het woord dat ik voor mijn lijden wil.

    Wil ik gemakkelijke conclusies, een beproefd ritueel om weer blijheid te mogen voelen?

    Ik lees dat hartziekten het grootste bewijs vormen voor de biologische gevolgen van verlies. Zelf dacht ik dat al, maar hier zeggen de data het ook: verlies zet het hart onder druk. Voor het eerst bedenk ik dat mijn moeder aan hartritmestoornissen, hartinfarct en hartfalen leed, de kwalen die het meest met rouw worden geassocieerd. Het is ook de eerste keer dat ik nadenk over het feit dat mijn moeder in het jaar voor ze stierf haar eigen moeder had verloren.

    De neiging in mij om meer in wetenschappelijk onderzoek te geloven dan in kunst, amuseert me, alsof de wetenschap een goede methodologie zou kunnen leveren om van dood of scheiding te herstellen. Wil ik gemakkelijke conclusies, een beproefd ritueel om weer blijheid te mogen voelen? Of ben ik misschien op zoek naar de bevestiging van wat ik al weet: dat verlies zijn tol van een lichaam eist.

    Zwaartekracht

    Voor het fatale einde van de missie van het ruimteveer Columbia had de bemanning dagenlang in het gezelschap van austronaut Ken Bowersox in het internationaal ruimtestation (ISS) experimenten uitgevoerd, vol blijdschap dat zij tot de weinigen behoorden die een zwaartekrachtloos bestaan meemaakten en de aarde vanuit de verte konden zien. Toen het veer in de aardeatmosfeer terugkeerde, viel het uiteen en alle zes de bemanningsleden kwamen om.

    In een documentaire zegt Bowersox: het moeilijkst was het fysieke deel van het verdriet. Het duurt een tijd voor je alles hebt verwerkt dat je moet verwerken.’ Ik ben opgetogen over zijn antwoord en zie het als bewijs dat gewicht en kracht invloed hebben op de manier waarop je rouwt. Ik denk aan hem daarboven in het ISS nadat hij het nieuws te horen had gekregen, terwijl de zwaartekracht op geen van de normale manieren op zijn lichaam inwerkte.

    Ik wil weten of iemand in de ruimte kan huilen. Astronaut Chris Hayfield zegt dat je ogen er wel tranen kunnen vormen, maar die niet kunnen laten vloeien, dus als je ze niet wegveegt vormen je tranen een bolletje dat aan je oog blijft kleven. Hij waarschuwt dat zo’n bolletje prikt, maar ik vraag me af of dit misschien geheime voordelen kan hebben: dat je zo je verdriet buiten je lichaam kunt zien, het van je oog kunt plukken en weg kunt zien drijven?

    Creativiteit en verdriet plaatsen je buiten zelfbewustzijn en tijd

    Ik vraag Ken Bowersox in een brief of ik zijn citaat goed heb begrepen. Bedoelt hij dat een van de voordelen van de zwaartekracht voor ons lichaam is dat die het verdriet eruit helpt komen? Hij schrijft niet terug.

    Verloren toekomsten

    Janet wil wel met me praten over haar honderd dagen durende project met de bloemen van haar moeders begrafenis. Voor ze haar verhaal vertelt, vraagt ze naar het mijne en ik vertel haar over mijn moeder, alle sterfgevallen waarvoor ik er niet was, waarom ik nu vrijwilligerswerk in een hospicezorg, dat ik getrouwd ben geweest met iemand die dezelfde psychische ziekte had als mijn moeder en hoe ik nu om twee verloren toekomsten treur.

    Ze laat me praten en dat doe ik, al schaam ik me wel dat ik even openhartig ben als mijn moeder en veel te veel ontboezemingen doe aan iemand die me niet kent. Maar Janet luistert en vertelt dan over de diagnose, behandeling en achteruitgang van haar eigen moeder. Het is een ongewone ervaring, maar ik vind het wel prettig om iemand eerst te leren kennen via haar verliezen.

    Als Janet me deze details over haar moeder vertelt, ben ik geschokt. Ik had dan wel haar artistieke proces gevolgd en het artikel over haar honderddagenproject gelezen, maar er is zo veel dat ik niet wist, zo veel dat anders klinkt nu ze het zelf vertelt dan toen ik het las in de woorden van een journalist.

    Het fijnst vind ik dat ik meer te weten kom over het achtergrondverhaal van het project. Janet en haar zussen besloten dat ze iets met de bloemstukken van hun moeders begrafenis moesten doen. Ze wisten niet wat ze wilden doen of hoe je bloemen moest drogen, maar ze ruimden de eettafel leeg en installeerden een pers. Ik denk graag aan dat werk, dat gedeeltelijk uit catalogiseren bestaat en gedeeltelijk uit fysieke inspanning.

    Ze zijn drie weken bezig geweest de boeketten te conserveren en zorgvuldig in bakken op te bergen, waar ze maanden in zouden blijven liggen. Ik knik aan mijn kant van de telefoon: soms moet je wachten.

    Emoties

    Na dit proces begon Janets honderd dagen durende project. Elke dag trok ze wat tijd uit om iets te creëren met de geperste bloemen en dat werd voor haar een soort moment voor zichzelf, een kans om tevreden te zijn met wat eruit kwam en hoe ze zich voelde. Elke morgen begon ze zonder plan aan haar proces en elke dag maakte ze de foto en postte die op Instagram, voordat ze zich echt realiseerde wat ze had gemaakt.

    Mensen zeiden altijd wel iets over de emoties in haar werkstukken, maar zij was zich terwijl ze die maakte niet bewust van wat ze voelde. Ik knik weer aan mijn kant van de lijn: creativiteit en verdriet plaatsen je buiten zelfbewustzijn en tijd.

    Ze vertelt me ook dat ik niet de enige ben die over dit project wil praten. Nadat de lokale radio een reportage over de honderd dagen had gemaakt, werd die op grote schaal gedeeld; mensen uit het hele land zochten contact met haar en vertelden haar hun eigen rouwverhaal.

    Iemand vroeg of ze een menselijke figuur wilde maken zodat haar dochter daar verhaaltjes over kon schrijven. Mensen willen haar creaties op muziek zetten. Ze willen een koffietafelboek van de foto’s hebben. Ik ben minder duidelijk over wat ik wil als ik met Janet praat, maar misschien hebben we allemaal hetzelfde eenzame verlangen: je verlies omhooghouden zodat iemand het ziet.

    ‘Ik weet niet waarom het zo veel weerklank vindt,’ zegt Janet. ‘Het was de naarste dag van mijn leven, maar ik weet dat het iets uitmaakt dat je er niet alleen in bent.’

    Met haar stem aan de andere kant van de telefoon voel ik me niet alleen. Ik maak aantekeningen. Ik kijk hoe tulpen de tuin roze kleuren.

    Voorgevoel 

    Een paar weken na mijn gesprek met Janet pak ik de hartvormige liefdesbrieven van de onbekende uit de kast van mijn zoon. Ik weet wat ik ermee wil doen. Ik lees ze nog een keer door, de kleine intieme ontboezemingen van deze liefde raken me, maar ze roepen ook een ander gevoel op. Eerder had ik niet herkend dat tussen alle liefdesbetuigingen ook verontschuldigingen staan, een van de twee heeft er spijt van ziekte of een slechte bui op de ander te hebben afgereageerd.

    Tussen de grapjes en de liefdesverklaringen zijn er ook beloften om de geliefde te behandelen zoals die verdient. Ik voel nog steeds iets van mijn vroegere verdriet om deze anonieme onbekenden, die jong en oprecht klinken in hun liefdesbetuigingen, maar nu ben ik ook opgelucht dat het voorbij is. Het boek staat nog steeds op de plank van mijn zoon en wordt nog steeds gelezen, maar het bewijs van wat die twee mensen zo graag wilden bereiken is nu roze pulp in mijn blender.

    Ik ga naar boven en haal de schoenendoos met mijn eigen oude liefdesbrieven uit mijn kast. Sinds mijn man uit ons huis is vertrokken heb ik muren geschilderd, kamers anders ingedeeld en oude meubels opgeknapt, maar de doos met zijn oude trouwdags- en verjaardagskaarten, de briefjes die hij op parkeerplaatsen onder mijn ruitenwissers stopte, heb ik niet aangeraakt.

    In kleermakerszit op de vloer vouw ik ze open en lees ze, sommige vluchtig, andere aandachtig om elk woord te kunnen zien en voelen, wetend dat dit de laatste keer is dat ze gelezen zullen worden. De brok brandt in mijn keel, maar er komen geen tranen. Mijn eigen liefdesbrieven voelen net zoals die van de onbekenden en daar treur ik ook om, om wat we ooit voor elkaar betekenden en hoe de overtuigingskracht van die woorden nu weg is, niet eens meer herkenbaar voor mij.

    Ik neem de doos mee naar beneden en gooi de brieven in de vuilnisbak, maar houd één vel achter. Daarop staat een lijstje onder de titel: ‘Dingen aan jou waar ik van hou’. Ik scheur het in gelijke strookjes en doe die ook in de blender.

    Er is geen enkele pijn, alleen concentratie en de moeite die mijn vingers doen om alle strookjes precies even groot te maken. Ik weet niet waarom mijn eigen mislukte liefdesgeschiedenis bij de harten van iemand anders hoort, maar ik vertrouw op mijn instinct en draai de knop naar de langzame stand.

    Bloemenbed

    Mijn eerste hospicedeken is gênant en blauw en mijn tweede is nog lelijker, maar de derde keer maak ik iets dat bijna mooi is. Voor Kerstmis wil ik mijn zoon geven wat mijn vader mij vroeger gaf: liever ervaringen dan dingen. Dus boek ik plaatsen voor ons in de trein van Kansas City naar Chicago, waar we een nacht in het natuurhistorisch Field Museum zullen doorbrengen.

    We kijken naar de winterse velden buiten en mijn vingers vormen het spiergeheugen van garen om een haak slaan en doorhalen. Mijn zoon wil naar de panoramawagen, dus dat doen we, we gaan zitten, we kijken naar het panorama. Ik haal cranberry, lavendel en zeewier door lussen, hecht ze af, maak een nieuwe halve vaste. Midden in de winter wordt mijn schoot een bloemenbed. Mijn zoon ligt met zijn hoofd op mijn dij en ik trek de draad zachtjes over zijn voorhoofd, hecht een nieuwe kleur aan, terwijl ik naar de witte velden kijk die voor ons raam voorbijrollen.

    Als we van ons reisje terugkomen en ik de gehaakte vierkantjes over de vloerbedekking uitspreid, zie ik bloemenpatronen verschijnen, maar ik zie ook de treinstations, de tekenfilmochtenden in hotelkamers, de nacht naast opgezette vogels, omslaand en doorhalend terwijl mijn zoon met de andere 
    kinderen op de museumvloer lag te snurken.

    Ik leer nieuwe steken om afzonderlijke lapjes aan elkaar te haken, roze en paars aan blauwgroen en geel, en zo een geheel te maken van afzonderlijke kleurige delen. Ik krijg pijn in mijn rug van het gebogen over de vierkantjes zitten, al combinerend, herschikkend. Deze wil ik niet weggeven.

    Eindelijk heb ik iets goeds gemaakt, iets waarvoor ik mijn hele lichaam heb moeten inzetten en dat mijn herinneringen bevat: het schommelen van de restauratiewagen, de opgevroren trottoirs in Chicago, het moment dat ik mijn zoon door de geschiedenis van de aarde droeg om T-Rex Sue te gaan bekijken. Hij legde zijn handen tegen mijn wangen en vroeg waarom ik niet luisterde als hij zei dat hij bang was. En ik lachte van blijdschap omdat ik deze jongen had die zijn gevoelens kende en wist dat ze belangrijk waren. 

    Mijn eigen liefdesbrieven voelen net zoals die van de onbekenden en daar treur ik ook om

    Ik droeg hem het donkere doolhof van de tijd uit en we zochten een plek op die we allebei prettiger vonden: de Plantenhal, waar alles wordt bewaard en opgesteld in verschillende groeistadia. Op het laatst haak ik een witte rand om de vierkantjes.

    Ik breng de deken naar het ziekenhuis, drapeer hem over een stoel in de wachtkamer om er een foto van te maken voordat ik hem naar de hospicecoördinator breng, die me opnieuw vertelt dat dit echt een geschenk is. En dat is het. Dat weet ik. Maar het doet nog steeds pijn om er afstand van te doen.

    Gewicht

    In zijn autobiografische werk A Grief Observed [in het Nederlands vertaald als Verdriet, dood en geloof] stelt C.S. Lewis de vraag of de doden de pijn van de scheiding net zo voelen als de levenden. Was zijn dode vrouw aan gene zijde dan ook in de rouw, zonder haar lichaam maar nog steeds met haar verdriet? Die eenzaamheid doet me pijn, ook al weet ik dat Lewis nu dood is en dus herenigd, mits de liefde die genade na de dood vergund wordt.

    Hij publiceerde zijn boek onder pseudoniem, had de naam van een onbekende nodig om met anderen te delen hoeveel verdriet hij voelde, hoe bang hij was dat zijn vrouw nog steeds pijn leed waar hij haar niet meer kon helpen. Ik stel me liever een leven na de dood voor waarin het lichaam in gras verandert, en niet een bestaan waarin je bewustzijn – ook al heeft het een andere vorm of geen vorm – nog steeds je herinneringen bevat. 

    Mijn favoriete mislukte wetenschapper, Duncan MacDougall, wilde in 1907 niet bewijzen dat zielen net als de levenden rouwen, maar dat zielen überhaupt bestonden en dat ze een gewicht hadden. Hij vond zes patiënten op het randje van de dood en woog ze op een professionele weegschaal, vóór en nadat ze waren gestorven, om te zien of hun lichaam lichter was geworden nadat de ziel het had verlaten.

    Geen kraaien

    Waar voorheen de meeste begrafenissen een uiterst plechtige en formele laatste bijeenkomst behelsden, hebben de zogenaamde ‘kraaien’ hun plaats afgestaan aan familieleden of vrienden en zijn er meerdere mogelijkheden om afscheid van iemand te nemen dan een kist of een urn.

    Ook voor het verwerkingsproces is meer aandacht gekomen. Onderzoek van de Universiteit van Brighton wijst uit dat traumatisch verlies nabestaanden zo kan overspoelen dat rouw eindeloos blijkt, wat nog meer ontmoedigt. Kunstenaars en schrijvers, kunst en literatuur, kunnen derhalve bijdragen aan de gemoeds- toestand van de treurende. Vaak geciteerd wordt de Amerikaanse essayiste Joan Didion met haar The Year of Magical Thinking, waarin zij haar dubbele persoonlijk verlies publiek maakte.

    Slechts één van de gestorvenen in MacDougalls experiment bleek iets lichter geworden, 21 gram, en het is nooit meer gelukt om dit resultaat te herhalen. Toch verklaarde MacDougall zijn onderzoek tot een succes en ik kan het hem niet kwalijk nemen. Het is verleidelijk te denken dat het lichaam bewijs levert voor wat er na de pijn gebeurt en kennelijk wilden mensen in zijn tijd zijn bevindingen maar al te graag aanvaarden. Het kleinste zuchtje bewijs vormde voor sommigen een troost en zij gaven het verhaal door als een evangelie.

    Ik denk aan de hospicezorg en hoe het lichaam al koud begint te worden, omdat het bloed zich concentreert in de vitale organen. Ik heb mijn dekens nooit gewogen, maar ik besluit ze zwaarder te maken, om warmte vast te helpen houden, zelfs als het lichaam die niet meer nodig heeft.

    Jaren na zijn experiment raakte MacDougall ervan overtuigd dat de ziel ook onderhevig moest zijn aan de zwaartekracht. Hij stelde camera’s op rond de stervenden en probeerde de ziel te fotograferen wanneer die op het moment van overlijden het lichaam verliet.

    Hij heeft nooit iets concreets in beeld gebracht, maar op zijn foto’s leek iets zichtbaar te worden dat hij ‘de interstellaire ether’ noemde, een licht rond de schedel van de patiënt. Dit sprak minder tot de verbeelding van rouwende onbekenden dan het gewichtsexperiment, maar ik heb bewondering voor zijn vasthoudendheid, zijn gebruik van verschillende meetmethoden om zichzelf en de wereld te verzekeren dat een deel van ons zonder ons lichaam verdergaat.

    Eindelijk begrijp ik dat pijn een manier is om nee te zeggen

    Nadat ik de mooie lapjesdeken vol herinneringen aan mijn zoon heb weggegeven, lukken de meeste dekens die ik maak goed. Ik maak een deken in log cabin-patroon, een in drunken granny-steek, een in ‘a-mile-a-minute’ gehaakte deken, een in veelkleurige golfjes. Elke maand probeer ik een nieuw patroon uit. Ik maak fouten. Ik word beter.

    Als ik de dekens naar het ziekenhuis breng en ze over stoelen drapeer voor de foto, begin ik complimenten te krijgen, en ik geloof wat ik hoor. Mijn creaties zijn mooi en kleurig. Ik maak er een met zonnebloemen, met een zelfbedacht patroon.

    Dat doet me eraan denken dat Janet me vertelde wat voor haar de belangrijkste dag was: dag 87. Zoals alle dagen daarvoor begon ze ook op die dag iets te maken zonder een vooropgezet plan, maar onder haar handen verschenen een moeder en een kind. Ze had niet het gevoel dat zij daar zelf een rol in speelde, maar het gebeurde gewoon, het was een boodschap.

    Pijn

    Ik haal het bijna, maar maak het jaar dat ik had gepland niet vol. Er trekt een pijn door mijn handen en mijn benen en de dokter adviseert me om geen dekens meer te maken, geen piano meer te spelen, niet meer hard te lopen. Ik weet niet wat er binnenin me wakker wordt of eruit probeert te komen.

    Na twee maanden gaat de pijn weg. Het is een opluchting om niet meer bang te zijn voor mijn eigen lichaam, maar ik mis het omslaan en doorhalen van steken waardoor herinneringen makkelijker en in kleur op konden komen.

    De dokters vinden nooit een naam voor de pijn en ik krijg het bijgelovige idee dat mijn lichaam hiermee liet merken dat het niet langer wilde rouwen via creatie. Ik heb nooit begrepen hoe het lichaam communiceert, maar ik wil graag geloven dat ik het deze keer wel snap.  Eindelijk begrijp ik dat pijn een manier is om nee te zeggen.

    ‘Dus jij zegt dat verdriet en kunst allebei een proces zijn’

    Janet haalt de honderd dagen, maar zegt dat de bloemen er nog niet aan toe zijn dat ze ermee ophoudt. Een collega vertelt haar dat haar werk geleidelijk aan vrolijker wordt en dat lijkt te kloppen. Ik vind haar vroege werk met schaduwen prachtig, maar zij zegt dat ze pas op dag 60 of 70 meer overtuigd raakte van het proces. De beelden werden gedetailleerder en verfijnder en toen de materialen begonnen te verbrokkelen, werd het werk zowel moeilijker als bevrijdender. De schaal van het werk veranderde. 

    Verdriet verbeelden

    In Edge of Grief gebruikte Jules Findley rafelig en beschadigd papier, fragmenten van portretten en tweehonderd ongebakken papieren kleifiguren. Een verwijzing naar de offers bij taoïstische begrafenissen.

    De installatie moet de symbolische breekbaarheid weerspiegelen en een erkenning dat handwerk en herhaling verdriet kunnen kanaliseren. Jane Fox wandelde na een sterfgeval in het krijtlandschap van de South Downs in Zuidoost-Engeland en vroeg zich af hoe de steen die zij opraapte kon helpen om haar verdriet te verwoorden. Haar bevindingen werden samengebracht in The Mourning Project. De lijst van kunstenaars die verlies hebben weten te verwerken, of te verzachten, vooral in de ambachtelijke totstandkoming van een project, is lang en divers.

    Tot 6 juni 2021 presenteert het New Museum ‘Grief and Grievance: Art and Mourning in America’, een tentoonstelling oorspronkelijk bedacht door Okwui Enwezor (1963-2019), die zevenendertig kunstenaars uit ver- schillende media verenigde onder het concept ‘rouw, herdenking en verlies’ in een reactie op racistisch geweld in de Verenigde Staten.

    Er verschijnt langzaam meer licht en verrukking in, een speelsheid, een vrolijkheid die zelfs tevoorschijn komt uit bloemen die doodgegaan zijn en platgeperst om het leven van hun kleuren vast te houden. Ik denk aan mijn eigen kleuren van verdriet, van de gênante blauwtinten bij mijn eerste poging tot de gouden zonnebloemen die ik als laatste heb gemaakt, en ik wil dat het waar is dat mijn werk net als dat van Janet vooruit is gegaan in kleur en vakmanschap, alsof háár creativiteit in verdriet iets kan aantonen in de mijne, alsof de zich ontwikkelende vrolijkheid een teken is dat ik echt herstel. Weer wil ik me opdringen, mezelf zien in wat zij doet.

    ‘Dus jij zegt dat verdriet en kunst allebei een proces zijn.’

    ‘Ja, en je moet de lelijke dagen ook laten bestaan,’ 
    verzekert ze me.

    In kunst en rouw zijn er dagen waar je niet trots op bent, dagen waarin de emoties lelijk worden, dagen waarop de beelden niet uitpakken zoals jij wilt. Maar dat is de mens in ons en het hoort bij het proces.

    Het lijden zelf maakt je niet per se beter. Het haalt zelfs vaak de rommelige menselijkheid naar boven, de boosheid, de niet genezen wonden. Maar, zegt Janet, ‘je moet voor jezelf uitvinden hoe je het proces gebruikt om een beter mens te worden’.

    We praten over rouwen met hoop, over de noodzaak om te erkennen, te vragen, eerlijk te zijn. Als ik de lichtroze pulp van andermans liefdesbrieven vermengd met de mijne in een schepraam giet, erken ik dat ik na al die jaren nog steeds verdrietig ben. Wat ik moet vragen weet ik niet, maar ik weet wel dat wat ik nodig heb van het proces zal komen, niet van het product.

    Beginnerskunst

    Ik haal gedroogde orchideeënbloesems tevoorschijn. Mijn man en zoon kwamen op een dag thuis met dit cadeau, een orchidee die daarna nooit meer gebloeid heeft. Ik heb altijd mooi gevonden hoe de bloemen in hun geheel gedroogd waren, maar nu trek ik ze uit elkaar en druk hun verouderde witte bloemblaadjes in het papier.

    Ik spons, ik klop, ik druk de pulp weer in de vorm, genietend van de mechanische kant van het papiermaken met zijn simpele herhalingen. Ik leg de drie velletjes voor de rest van de dag in de zon, een drieluik van hartzeer.

    Als ik er de volgende dag aan voel, zijn ze droog. Ik zie de lussen van het schuine handschrift van mijn ex-man, ik zie de ronding van een e in de viltstift van een onbekende. De orchideeën zijn niet van de brieven te onderscheiden, alles is vlekkerig en roze en rimpelig onder mijn vingertoppen. Dan zie ik wat het moet worden, wat al die tijd al voor de hand lag.

    Ik pak mijn schaar en knip uit de gerecyclede liefde drie nieuwe harten. Ik hang ze op in mijn woonkamer waar de beginnerskunst door anderen gezien kan worden, tot een vraag kan uitnodigen en een verhaal kan worden. Daar in mijn huis, verdriet als bewijsmateriaal, beter dan nieuw.

     

    Zoute tranen

    De Japanse kunstenaar Motoi Yamamoto (Hiroshima,1966) werkte tot zijn tweeëntwintigste op een scheepswerf toen hij besloot zich fulltime op de kunst te richten.

    Zes jaar later stierf zijn jongere zusje aan hersenkanker. Om haar leven en dood te herdenken en het zout van zijn eigen tranen niet te verspillen, bedacht hij een labyrintische installatie die hem zou helpen bij zijn rouwproces. Eerst liet hij het zout door zijn handpalm lopen en maakte er figuren mee als een vorm van meditatie, niet wetende dat die korrels het begin vormden van Return to the Sea: Salt Works.

    Met zeven ton keukenzout vormde hij als ode aan zijn zusje een driedimensionaal brein in honderden uren nauwgezet gieten. Als een zoutpatroon lang genoeg is tentoon- gesteld wordt bezoekers gevraagd het werk gezamenlijk te vernietigen en het zout in zakken te verpakken en terug naar zee te brengen.

    Yamamoto plant zorgvuldig en improviseert afhankelijk van de ruimte waarin hij doorgaat met zijn ‘genezing’. Zo is de vochtigheidsgraad van de lucht belangrijk en het zout zelf, dat overal anders is. Wat nooit verandert is zijn methode. Hij begint altijd in het midden en werkt naar buiten toe.

    De lange uren die hij dagelijks besteed aan zijn Salt Works, brengt hij door in kleermakerszit op een yogamatje, leunend op de hardhouten vloer. Yamamoto houdt er niet van om tijdens de eerste dagen van deze meditatieve fase gestoord te worden. Als het midden eenmaal af is en hij naar buiten begint te werken, mag het publiek de kunstenaar aan het werk zien. Zijn doel is om met deze concentratie herinneringen aan zijn zus te bewaren, als stiksels of als borduurwerk. Het doet denken aan de kunst van het quilten.

    Motoi Yamamoto 2
    © Motoi Yamomoto
  • QAnon in Italië | De vrouw die 1,5 miljoen per dag verdiende

    QAnon in Italië | De vrouw die 1,5 miljoen per dag verdiende

    Schalke 04 in de problemen

    De met degradatie bedreigde Duitse Bundesliga-club Schalke 04 heeft ook financiële problemen, meldt het Oostenrijkse Der Standard. De voetbalclub uit Gelsenkirchen leed in 2020 een verlies van zo’n 53 miljoen euro, bijna twee keer zo veel als het jaar ervoor, toen het verlies 27 miljoen euro bedroeg. De schulden van de club zijn vorig jaar gestegen tot 217 miljoen euro.


    Musea tijdens corona

    Is het veilig om een museum te bezoeken in verband met corona? Het Los Angeles County Museum of Art (LACMA) denkt van wel. Dat heeft alles te maken met de aanwezigheid van verwarmings-, ventilatie- en airconditioningsystemen (HVAC) die zijn geïnstalleerd om kunstwerken te beschermen. Door de zeer strenge eisen die worden gesteld aan onder meer temperatuur en vochtigheidsgraad is het volgens het museum minder waarschijnlijk dat bezoekers worden blootgesteld aan ziektekiemen in de lucht.

    ‘Van alle maatregelen die LACMA implementeert, is HVAC waarschijnlijk de belangrijkste, na uiteraard afstand houden en gezichtsbedekking’, aldus een woordvoerder geciteerd door ArtNet News. In een gids die werd uitgegeven na het begin van de pandemie stelt ook de Amerikaanse Museum Vereniging: ‘Passende ventilatie kan de concentratie van virusdeeltjes in binnenruimtes helpen verminderen.’

    Ook een woordvoerder van musea in San Francisco stelt bezoekers gerust: ‘Het ontwerp van onze luchtsystemen, die voorzien zijn van hoogwaardige filters om aan conserveringsbehoeften te voldoen, helpt ons ook om te voldoen aan de huidige ventilatierichtlijnen.’


    1,5 miljoen euro per dag

    Denise Coates, baas, oprichter en meerderheidsaandeelhouder van het Britse gokbedrijf Bet365, verdiende 492 miljoen in het boekjaar dat eindigde op 29 maart, schrijft BBC. En dat was nog niet alles, want ze ontving ook nog eens ruim 56 miljoen aan dividend.

    Volgens Bet365 zijn de betalingen allemaal ‘gepast en eerlijk’

    Ze ontving dus ruim 1,5 miljoen per dag en daarmee verdiende Coates meer dan de CEO’s van alle FTSE 100-bedrijven tezamen. Volgens Bet365 zijn de betalingen allemaal ‘gepast en eerlijk’, ook al daalde de omzet van het bedrijf het afgelopen jaar met 8 procent naar 3,28 miljard euro. 

    Coates, die twintig jaar geleden de Bet365-website in Stoke-on-Trent oprichtte, is al jarenlang de bestbetaalde baas in het Verenigd Koninkrijk. Ze is een van de rijkste vrouwen van Groot-Brittannië en een belangrijke filantroop, die miljoenen doneert via de Denise Coates Foundation. Haar jaarsalaris lag ruim vijftig procent hoger dan de 325 miljoen euro die ze in 2019 ontving. 


    Angstcultuur bij Nissan

    Ravinder Passi, voormalig topadvocaat van Nissan Motor Co., leidde een intern onderzoek naar financieel wangedrag door voormalig CEO Carlos Ghosn. Nadat Passi twijfels had geuit over de integriteit van het onderzoek werd hij geconfronteerd met vergeldingsacties en werden zelfs zijn familieleden gevolgd door het bedrijf, aldus Al Jazeera. Passi, die voor het eerst sprak over de arrestatie van Nissans ex-voorzitter Ghosn en diens vlucht uit Japan, spreekt van een giftige bedrijfscultuur, vol angst, intrige en represailles voor degenen die uit de pas lopen.

    ‘Dit is echt niet normaal’, zei Passi over de surveillance van zijn familie. ‘Dit is een autobedrijf. Dit is niet de KGB.’ Ook topmanagers van Nissan zouden door beveiligingsteams zijn gevolgd. 

    Ghosn is ervan beschuldigd zo’n 120 miljoen euro te weinig aan inkomsten te hebben opgegeven, bedrijfsgeld te hebben misbruikt en miljoenen voor zichzelf te hebben weggesluisd. Hij is gevlucht naar zijn geboorteland Libanon, dat geen uitleveringsverdrag heeft met Japan.


    Ophef over klimaatconferentie

    De Britse regering wordt ervan beschuldigd COP26 in een ‘groenwasaangelegenheid’ te veranderen. COP26 is de 26e VN-klimaatconferentie die in november in Glasgow zal worden gehouden, schrijft The Scotsman uit Edinburgh.

    Nadat Groot-Brittannië liet weten van plan te zijn om samen te werken met Reckitt kwamen boze reacties los. Reckitt, het bedrijf achter huishoudelijke producten als Dettol, Vanish en Air Wick, is door Alok Sharma, de voorzitter van COP26, zelfs de ‘belangrijkste partner’ van de komende conferentie genoemd. Sharma loofde de ‘duidelijke toewijding van het bedrijf aan de bestrijding van klimaatverandering’. 

    Een groot aantal milieugroeperingen twijfelt echter aan de groene reputatie van het bedrijf, aangezien het jaarlijks meer dan 134.000 ton palmolie verwerkt in zijn producten. Tot de leveranciers van het bedrijf behoren tientallen fabrieken die eigendom zijn van Wilmar International, ’s werelds grootste handelaar in palmolie. Wilmar is door onder meer Amnesty International beschuldigd van schendingen van mensenrechten en ontbossingsactiviteiten.


    Viacom koopt Chilevisión

    In afwachting van goedkeuring door de regering van Chili, breidt de Amerikaanse mediagigant ViacomCBS zijn rol in Latijns-Amerika uit met de aankoop van het Chileense tv-station Chilevisión dat in Santiago is gevestigd. Viacom bereikte deze week een akkoord met voormalig eigenaar WarnerMedia. Een overnamebedrag is volgens het Uruguayaanse MercoPress nog niet bekend gemaakt.

    ‘Latijns-Amerika is een van de snelst groeiende markten ter wereld en Chilevisión zal een belangrijke motor zijn voor de versnelling van onze streamingstrategie in de regio’, aldus Raffaele Annecchino, CEO van ViacomCBS. 

    WarnerMedia, destijds nog Time Warner Inc, kocht Chilevision in 2010 van de huidige Chileense president Sebastián Piñera voor circa 150 miljoen dollar.


    Betogers eisen opening Italië

    Voor het parlementsgebouw in Rome zijn demonstranten afgelopen dinsdag in botsing gekomen met de politie. De betogers riepen op tot beëindiging van de lockdowns en eisen heropening van winkels en restaurants.

    Sommige demonstranten waren uitgedost als aanhangers van QAnon

    ‘Wij zijn ondernemers, geen delinquenten’, werd er geroepen, volgens de Romeinse nieuwssite ANSA. Onder de demonstranten bevonden zich leden van Italexit, een beweging die is gestart door Gianluigi Paragone, journalist en voormalig senator van de Vijfsterrenbeweging.

    Paragone is een van de meest uitgesproken voorstanders van heropening in Italië. Ook werden veel aanhangers en politici van radicaal-rechts gesignaleerd. Sommige demonstranten waren uitgedost als aanhangers van QAnon die op 6 januari het Amerikaanse Congres bestormden.

  • Roofkunst: ook Queen Elizabeth moet kleur bekennen

    Roofkunst: ook Queen Elizabeth moet kleur bekennen

    Bezoek een willekeurig Europees museum en binnen de kortste keren sta je oog-in-oog met objecten die in het koloniale tijdperk zijn geroofd uit Afrika en elders. Al decennia woeden discussies over teruggave. Groot-Brittannië komt steeds meer onder vuur te liggen, zeker nu Duitsland en Nederland hebben besloten delen uit hun collecties terug te geven aan de landen van herkomst. 

    Enkele weken geleden gaf Monika Grütters, de Duitse minister van Cultuur, opdracht aan de voorzitter van de Pruisische Stichting Cultureel Erfgoed, om een route te ontwikkelen die erin voorziet dat roofkunst in Duits bezit wordt teruggegeven aan de oorspronkelijke eigenaren. 

    Centraal staat een groep kunstvoorwerpen die wordt aangeduid met de naam Benin Bronzes. Die complete groep bestaat uit duizenden artefacten, waaronder koperen reliëfs, bronzen sculpturen en ivoorsnijwerk, die door Britse troepen in 1897 uit het huidige Nigeria werden geroofd tijdens een strafexpeditie. 

    Een deel van de Benin Bronzes kwam terecht in Duitsland. Inmiddels heeft een delegatie van het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken Benin City in Nigeria bezocht om permanente restitutie door Duitse musea te bespreken. Naar verwachting zullen de afspraken over teruggave tegen de zomer zijn afgerond.

    Dat is niets minder dan een doorbraak, aldus Deutsche Welle. Het feit dat politici het woord restitutie gebruiken, is het begin van een enorme verandering in de mondiale geografie van kunst, zo citeert Deutsche Welle Benedicte Savoy, een historica die al vele jaren onderzoek doet naar het onderwerp roofkunst.

    ‘Het proces begon in 2016 toen Emmanuel Macron aankondigde binnen vijf jaar objecten naar Afrika terug te willen sturen’, aldus Savoy. Het duurde nog drie jaar voordat het Franse parlement in december 2019 besloot zesentwintig objecten terug te sturen, maar het bracht de bal aan het rollen en zo kwam ook Duitsland in beweging. 

    Eerste stappen

    Het is dan ook hoog tijd, want al sinds Nigeria onafhankelijk werd in 1960, pleit het land voor teruggave van de Benin Bronzes, weet Hyperallergic. De samenwerking van de Duitse delegatie met Nigeriaanse functionarissen over een gecoördineerde restitutiestrategie, betreft honderden Benin Bronzes in de collectie van het Etnologisch Museum in Berlijn.  

    Afrikaanse wetenschappers en activisten verwelkomen de Duitse stappen om de Benin Bronzes in zijn openbare collecties permanent terug te geven, schrijft The Art Newspaper. De verwachting is dat dit zal leiden tot verdere restitutie van artefacten die uit voormalige koloniën zijn geroofd en die zich nu in collecties van westerse musea bevinden.

    ‘De kwestie van teruggave van cultureel erfgoed maakt deel uit van een eerlijke benadering van de koloniale geschiedenis’, zo citeert The Art Newspaper de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Heiko Maas. ‘Het is een kwestie van gerechtigheid. In het geval van de Benin Bronzes werken Nigeria en Duitsland samen om een gedeelde structuur te creëren, vooral wat betreft museale samenwerking met het geplande Museum of West African Art in Benin City.’

    Souleymane Bachir Diagne, een Senegalese filosoof en directeur van het Institute of African Studies aan de Columbia University in New York, prijst het initiatief van de Duitse regering. ‘Duitsland heeft echt het voortouw genomen’, zegt hij. ‘Vooral de bronzen beelden uit Benin zijn belangrijk: het zijn waarschijnlijk de bekendste en meest geroemde kunstvoorwerpen. De terugkeer van deze oorlogsbuit heeft een bijzondere betekenis.’

    Nederland

     Volgens The Art Newspaper is ook Nederland een van de eerste landen die stappen tot restitutie heeft gezet: ‘De Nederlandse regering heeft een plan goedgekeurd om artefacten te repatriëren die uit voormalige koloniën zijn verwijderd, en heeft aanbevelingen overgenomen van een adviescommissie die oproept tot de “erkenning dat er onrecht is gedaan aan de lokale bevolking van voormalige koloniale gebieden toen cultuurgoederen tegen hun wil werden meegenomen”.

    De commissie, voorgezeten door Lilian Gonçalves-Ho Kang You, heeft vorig jaar aanbevolen dat musea niet alleen claims in overweging zouden nemen voor items waarvan bekend is dat ze zijn geplunderd, maar ook verzoeken om teruggave van items zonder volledige herkomstgegevens, vooral in gevallen waarin de objecten van “cultureel, historisch of religieus belang zijn voor het bronland”.’ 

    Volgens Jos van Beurden, auteur van een invloedrijk proefschrift uit 2016 dat in het Engels werd gepubliceerd als Treasures in Trusted Hands, staat Nederland, althans voorlopig, met het nieuwe beleid in de voorhoede van de Europese inspanningen om acquisities uit het koloniale tijdperk te repatriëren, zo schrijft The Art Newspaper.

    ‘Het zal nog even duren, maar de ontwikkeling is niet te stoppen’, meent ook Achille Mbembe, een Kameroense filosoof en professor aan de Universiteit van de Witwatersrand in Johannesburg. ‘Er is gewoon geen enkele morele grond om Afrikaanse artefacten in westerse musea vast te blijven houden.’

    Ook de Universiteit van Aberdeen in Schotland heeft inmiddels aangekondigd een Benin-beeld terug te geven en daarmee is het een van de eerste openbare instellingen die zich tot repatriëring verplicht. Het zijn eerste stappen, maar de echte doorbraak zal pas komen als ook het British Museum in Londen zich committeert, want dat herbergt meer dan negenhonderd Benin-objecten. 

    ‘Er zijn maar weinig voorwerpen die de geschiedenis van roofzuchtig kolonialisme beter illustreren dan de Benin Bronzes’

    Iemand die zeer uitgesproken is over de verplichting tot teruggave is de Brit Dan Hicks, Professor Hedendaagse Archeologie aan de Universiteit van Oxford. Hij publiceerde eind vorig jaar het boek The Brutish Museums (De Brute Musea, in plaats van de Britse Musea). Het boek, dat als ondertitel heeft The Benin bronzes, Colonial violence and Cultural restitution, werd onder meer besproken door The New York Review of Books en The Guardian en het werd door The New York Times opgenomen in de lijst van twintig belangrijkste kunstboeken van 2020. Volgens Hicks zijn de Benin Bronzes verspreid over meer dan honderdzestig museumcollecties wereldwijd, waaronder veel regionale museumcollecties.

    Recent was Hicks te gast in een podcast, waarin de problematiek rond de Benin Bronzes als volgt wordt geïntroduceerd: ‘Er zijn maar weinig voorwerpen die de geschiedenis van roofzuchtig kolonialisme beter illustreren dan de Benin Bronzes, een verzameling van duizenden koperen plaquettes en gebeeldhouwde ivoren slagtanden die de geschiedenis weergeven van het Koninklijke Hof van Benin in Nigeria. De verzameling werd buitgemaakt tijdens een Britse aanval in 1897 en werd overgedragen aan koningin Victoria, het British Museum en talloze privécollecties.

    Nu, meer dan honderdtwintig jaar later, vormt het verhaal van de Benin Bronzes de kern van een verhit debat over culturele restitutie, repatriëring en dekolonisatie van musea. In The Brutish Museums pleit Dan Hicks krachtig voor de spoedige teruggave van dergelijke objecten, als onderdeel van een breder project om de uitstaande schulden van het kolonialisme te vereffenen.’

    Queen Elizabeth

    Na de publicatie van zijn boek pakt Hicks stevig door, want in een opinie-artikel voor The Guardian, getiteld ‘Als de koningin niets te verbergen heeft, moet ze ons vertellen welke kunstvoorwerpen ze bezit’, eiste hij vorige week dat niet alleen musea maar ook de Britse koningin Elizabeth openheid van zaken geeft over de herkomst van haar privécollectie. Hicks schreef zijn artikel uit verbazing over het feit dat de Britse koninklijke familie, met een roemrucht verleden wat betreft de verwerving van geroofde kunstvoorwerpen, is vrijgesteld van een wet ter bescherming van cultureel erfgoed.

    ‘Als Britse musea alle gestolen spullen zouden teruggeven, zouden ze leeg zijn en zouden ze allemaal moeten sluiten.’ Hicks opent zijn artikel met dit in Groot-Brittannië vaak geopperde schrikbeeld. Maar, schrijft hij, deze gedachte verwart noodzakelijke, verlichte hervormingen met een beeldenstorm. Sinds de jaren negentig bekijken we de teruggave van door nazi’s geroofde kunstwerken en van menselijke resten van geval tot geval. Die werkwijze heeft het belang van musea niet kleiner gemaakt, maar heeft ze domweg in overeenstemming gebracht met de eisen van onze tijd.

    Eenzelfde gang van zaken is nu zichtbaar rond verzoeken om de teruggave van gestolen Afrikaans erfgoed, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de aankondiging van de Universiteit van Aberdeen om een geroofd Benin-beeld terug te geven aan Nigeria, aldus Hicks. De tijden veranderen. Er is een aardverschuiving opgetreden in wat museumbezoekers verlangen van de instellingen waar ze van houden.

    We zien een groeiend ethisch besef als het om mode en kleding gaat, en op eenzelfde manier willen mensen tegenwoordig weten waar de cultuur die ze consumeren vandaan komt. Hoe zijn die voorwerpen hier terechtgekomen? Is er iemand die om teruggave vraagt? Hicks merkt op dat er in Duitsland zelfs campagnes zijn gestart om museumarchieven online te openbaren, zodat museumbezoekers zelf de feiten van koloniale plundering kunnen onderzoeken. Kortom, het publiek eist in toenemende mate transparantie over diefstal.

    Verdrag van Den Haag

    Deze vraag naar transparantie, schrijft Hicks, komt scherp in beeld door het opmerkelijke nieuws dat de privébezittingen van Hare Majesteit zijn vrijgesteld van de Wet op Cultureel Eigendom van 2017. Deze wet kan nauwelijks omstreden zijn, want hij is ruim vijftig jaar na dato een bekrachtiging van het Verdrag van Den Haag uit 1954. De Wet op Cultureel Eigendom maakt het strafbaar om onrechtmatig geëxporteerd cultuurgoed te kopen of te ontvangen als schenking of lening, ongeacht de datum van die export

    Het idee dat de politie de koninklijke privélandgoederen Balmoral en Sandringham van de koningin zal doorzoeken naar gestolen goederen lijkt misschien onwaarschijnlijk, maar Hicks wijst er fijntjes op dat een schilderij uit de Nederlandse koninklijke collectie in 2015 werd geïdentificeerd als nazibuit. Net als musea loopt ook de Britse koninklijke familie het risico illegale oudheden, tijdens de Holocaust gestolen kunstwerken of koloniaal roofgoed als lening of geschenk te hebben ontvangen. Voor zowel musea als het koninklijk huis zijn zorgvuldigheid en transparantie een natuurlijke, ethische verantwoordelijkheid. 

    Dan is er ook nog de kwestie van de Royal Collection van de Britse koninklijke familie, de grootste particuliere kunstcollectie ter wereld. ‘Denk bijvoorbeeld aan de gouden tijgerkop met ogen van bergkristal en tanden die van de troon van Tipu Sultan van Mysore werden gerukt tijdens de bestorming van Seringapatam in 1799, waarbij de sultan werd vermoord; in 1831 door ambtenaren van de East India Company geschonken aan William IV’.

    Of, vervolgt Hicks, de ‘krobonkye’, een muts van antilopenleer met stroken van gehamerd goud in de vorm van een krokodil waarvan gezegd wordt dat hij toebehoorde aan Kofi Karikari, de koning van de Ashanti. De muts werd geroofd toen Karikari werd afgezet door Britse troepen in de Ashanti-oorlog van 1874 en Sir Garnet Wolseley toezicht hield op de plundering van de koninklijke paleizen in Kumasi. 

    Er is de gebeeldhouwde houten trommel van Emir Wad Bishara, meegenomen na zijn nederlaag bij de bloedige slag om Omdurman in 1898 waarbij Britse machinegeweren 12.000 mensen neermaaiden en nog eens 13.000 verwondden. De trommel werd als trofee aan koningin Victoria aangeboden door generaal-majoor Herbert Kitchener, de ‘Sirdar’ (opperbevelhebber) van het Egyptische leger.

    Er is een paar uitgesneden ivoren luipaarden, waarvan de vlekken in koper zijn weergegeven. Ze werden in 1897 aan koningin Victoria aangeboden door admiraal Sir Harry Rawson nadat hij op brute wijze Benin City in Nigeria had geplunderd en koning Ovonramwen Nogbaisi had afgezet en hem in ballingschap had gestuurd. 

    Looty (‘Plundertje’)

    Koningin Victoria ging zelfs zo ver dat ze een speciale tentoonstelling liet maken voor dergelijke objecten die waren gestolen bij gewelddadige onttroningen van rivaliserende vorsten. Op vrijdag 18 juni 1897 begon de tiendaagse ‘Koninginneweek’ ter gelegenheid van Victoria’s diamanten jubileum met de opening van een permanente tentoonstelling van gestolen voorwerpen. In de Grand Vestibule van Windsor Castle werden tien elektrisch verlichte vitrines van eikenhout geïnstalleerd, voor wat destijds werd aangekondigd als ‘een museum met relikwieën van voormalige vorsten’. 

    Voorwerpen die waren geroofd van afgezette koningen, emirs en sultans, van India tot Ghana, van Soedan tot Nigeria en elders in het Britse rijk, werden uit de opslag gehaald en geïnstalleerd in het deel van de staatsappartementen dat werd gebruikt om internationale bezoekers te ontvangen. Victoria kreeg zelfs een hondje genaamd Looty (‘Plundertje’), een pekinees die bij de vernietiging van het Zomerpaleis van Peking in 1860 van keizerin-weduwe Cixi werd weggenomen en naar Balmoral werd verscheept.

    De vitrines in de Grand Vestibule zijn er nog steeds. En ook de koninklijke collecties groeien nog steeds, schrijft Hicks. ‘Een voorbeeld in mijn boek The Brutish Museums illustreert het belang van transparantie, aangezien geschenken aan de vorst zo vaak een complexe geschiedenis hebben. Het betreft een bronzen kop van Benin die werd geroofd tijdens de aanval van 1897 en daarna op een veiling werd gekocht door Nigeria voor het nationale museum in Lagos in de jaren vijftig.

    Vervolgens keerde het object volledig legaal terug naar Londen, als geschenk aan de koningin door generaal Yakubu Gowon tijdens een staatsbezoek in 1973. Moet deze koninklijke schat nu voor een tweede keer naar Nigeria worden teruggebracht? Het antwoord is in ieder geval niet te vinden op de website van Royal Collection Trust, waar de uitstallingen van Windsor nog steeds eufemistisch worden beschreven als een illustratie van “de complexe manieren waarop Britse monarchen contact hebben gehad met volkeren over de hele wereld”.’

    Waar het om gaat is hoe we soevereiniteit definiëren in het derde decennium van de eenentwintigste eeuw

    Hoe verbinden we de netelige kwestie van kolonialisme in de victoriaanse musea met de netelige kwestie van aanhoudend feodalisme, die in de vorm van een monarchie nog steeds aanwezig is in het laatkapitalisme? In beide anachronistische domeinen verdient het publiek in ieder geval te weten of cultureel eigendom afkomstig is van diefstal. Want, aldus Hicks, waar het om gaat is hoe we soevereiniteit definiëren in het derde decennium van de eenentwintigste eeuw.

    In het koloniale tijdperk beschouwde de Britse koninklijke macht onteigening als legitiem. In de volstrekt andere wereld van vandaag vereist culturele legitimiteit dat stelen niet triomfantelijk wordt getoond, noch verborgen wordt of toegedekt, maar zichtbaar wordt gemaakt zodat mensen zelf kunnen oordelen.

    De Egyptische schrijfster Ahdaf Soueif stapte in 2019 op als bestuurslid van het British Museum. Soueif besloot daartoe vanwege sponsoring door BP én vanwege de houding van het museum te aanzien van repatriëring van geroofde kunstvoorwerpen. Hicks noemt die stap ‘een indicatie dat eisen over de terugkeer van koloniaal roofgoed, net zoals protesten over sponsoring door oliebedrijven van theaters, musea en kunsthuizen, deel uitmaken van een bredere, groeiende overtuiging dat sociale rechtvaardigheid en klimaatrechtvaardigheid hand in hand moeten gaan met “culturele rechtvaardigheid”.

    Politiek van transparantie moet ook een politiek van inclusiviteit zijn. Hoe kunnen we breken met eenzijdige processen die worden gedicteerd door degenen die gestolen goederen in bezit hebben? Hoe geven we eisers een respectvolle plaats? Van de inventarislijsten van onze nationale musea tot wat het ook is dat aan de muren van Sandringham House hangt: het Britse publiek en de wereld verdienen openheid als het gaat om kwesties van diefstal.’

  • ‘Zonder complimenten zouden we uitsterven’

    ‘Zonder complimenten zouden we uitsterven’

    Waarom is iedereen verslaafd aan erkenning en waarom zeggen sommige mannen nooit ‘ik hou van je’? Het Berlijnse dagblad Der Tagesspiegel interviewde neuroloog Gerhard Roth over de effecten van het beste sociale smeermiddel: complimenten.

    Als neuroloog onderzoekt u het effect van complimenten. Sommige mensen zijn van mening dat een onafhankelijke, soevereine persoonlijkheid geen complimenten nodig heeft.

    ‘Iedereen heeft complimenten nodig. Iedereen heeft lof nodig. Een van de moeilijkste dingen in het leven is immers de zelfbeoordeling, dus het zou haast onmenselijk zijn om te zeggen dat je geen feedback nodig hebt. Wie dat beweert, is waarschijnlijk bang voor kritiek.

    Toch ben ik bekend met relaties, zelfs met lange, waarin de vrouw klaagt dat haar man nooit tegen haar heeft gezegd dat hij van haar houdt. Óf hij heeft dat niet geleerd omdat zijn ouders het nooit tegen elkaar hebben gezegd, of hij heeft zichzelf aangeleerd dat hij zijn gevoelens niet mag prijsgeven omdat hij zich dan kwetsbaar opstelt. 

    Hoe iemand een compliment aanvaardt, verraadt buitengewoon veel over diegene. Andersom geef ik als ik iemand prijs ook iets van mezelf bloot.’

    Mark Twain zei: ‘Op een echt goed compliment kan ik twee maanden teren.’ Waarom hebben complimenten zo’n groot effect?

    ‘Omdat het drugs zijn. Van onze kinderjaren tot op hoge leeftijd handelt ons brein alleen als het er iets voor krijgt. En de belangrijkste sociale beloning is lof. In ieder van ons schuilt het kleine kind dat op zoek is naar erkenning. Er zijn mensen die daar verslaafd aan zijn, tot het psychopathologische aan toe. De grote meerderheid reageert echter meer afwachtend op complimenten.’

    Waarom?

    ‘Als ik een student een wetenschappelijk artikel te lezen geef en hij zegt: “Dat hebt u geweldig geschreven, meneer de professor,” dan zou ik me afvragen of hij zit te slijmen. Wil hij misschien dat ik hem begeleid bij het schrijven van zijn proefschrift?’

    U veronderstelt een bijbedoeling.

    ‘Complimenten zijn nooit zonder bijbedoelingen. Behalve als het puur formele frasen zijn…’

    …waardeloze uitingen dus?

    ‘Helemaal niet! Ze dienen de beleefdheid. Als ik ergens ben uitgenodigd, hoor ik te zeggen: “Bedankt voor het heerlijke eten.” Ongeacht hoe het me heeft gesmaakt. Wie het echt lekker heeft gevonden, zou er iets aan toe moeten voegen: “Mag ik het recept?” Complimenten zijn een sociaal smeermiddel. “Mooie sjaal heb je om” betekent: “Ik doe je niets.”’

    Een soort niet-aanvalsverdrag?

    ‘Precies. Stelt u zich eens voor dat u met een groep onbekenden wordt geconfronteerd. Hebben ze iets goeds of iets kwaads in de zin? Dan ben je blij wanneer iemand hartelijk is: “Ik vind het leuk je persoonlijk te leren kennen.”’

    Denkt u een eerlijk gemeend compliment te kunnen onderscheiden van een strategisch compliment?

    ‘Dat is de kern van de zaak. Vaak blijft er een restonzekerheid bestaan.’

    Wie een ijsverkoper voor zijn bestelling een compliment maakt, krijgt tien procent meer ijs – dat heeft de universiteit van Innsbruck onderzocht.

    ‘Dat geloof ik meteen. “Dat ziet er lekker uit” is vaak al voldoende.’

    Is een compliment ook niet iets wat gewoon vreugde moet scheppen?

    ‘“U ziet er fantastisch uit!” Nu bent u blij omdat u denkt: hopelijk klopt het. Of u denkt: dat kan niet kloppen, ik heb twee slapeloze nachten gehad omdat ik een strakke deadline moest halen. In het beste geval is zo’n compliment als bemoediging bedoeld, in het slechtste geval cynisch. Ik heb geleerd dat complimenten onder vrouwen gifpijlen kunnen zijn. “Wat een betoverende jurk” betekent dan in werkelijkheid “je bent overdressed”.’

    Veel vrouwen wuiven een compliment routinematig weg: ‘Ach, dit truitje heb ik al heel lang en het was een heel goedkoop dingetje.’

    ‘Vrouwen zijn daar eerder toe geneigd. Zo klein zou je jezelf niet moeten maken.’

    “Het belangrijkste voor ons overleven is de relatie met de anderen”

    Onder katholieken wordt bescheidenheid juist gezien als goed gedrag.

    ‘Ach, dat is als de farizeeër die zegt: “Lieve God, ik dank u dat ik zo deemoedig ben.” Dat zijn de ergsten.’

    Is dat vissen naar complimenten door zelfkritiek?

    ‘Complimenten geven en vissen naar complimenten zijn twee kanten van dezelfde zaak. Bij vissen naar complimenten blijkt de diepe behoefte aan erkenning. Je neemt zelfs op de koop toe dat je goedkope of misplaatste erkenning krijgt.

    Grote dictators omgeven zich met hielenlikkers om altijd maar te horen: “Jij bent de grootste.” Donald Trump vraagt iedereen tijdens die beroemde kabinetszitting om zijn mening – en ze zeggen allemaal dat minister onder hem zijn de belangrijkste gebeurtenis in hun leven is.’

    U had het zojuist over het kleine kind in ons allemaal.

    ‘Kleine kinderen hebben heel veel complimenten en erkenning nodig. In veel biografieën staat: “Mijn moeder heeft me nooit in haar armen genomen.” In de regel zijn dat de latere delinquenten.

    Aan de andere kant is er niets ergers dan een kind voortdurend misplaatst te prijzen. Dan krijgt het een verwrongen zelfbeeld. Hitler werd door zijn vader afgeranseld en door zijn moeder verafgood, net als Stalin en Mao. Het is altijd die noodlottige combinatie – te veel hardheid van de vader, te veel lof van de moeder. En de jonge ziel weet niet wie er gelijk heeft.’

    U hebt drie kinderen. Hoe ziet de middenweg eruit?

    ‘Ik heb geprobeerd hen aan te moedigen, maar nooit ongerechtvaardigd te prijzen. Dat is het grootste probleem. Waarom geef ik een compliment? Op de eerste plaats als het kind vorderingen maakt. Vervolgens als het beter dan gemiddeld presteert voor een bepaalde leeftijd en ook als het veel moeite heeft gedaan. Mijn zoon is ook hersenonderzoeker en nog altijd wantrouwend: vindt hij het nu alleen maar goed omdat hij mijn vader is?’

    Aan de andere kant zijn mensen teleurgesteld als een reactie uitblijft. Iemand maakt aan het eind van een presentatie een moedige grap of heeft een gewaagd kapsel – en niemand reageert. Dat staat gelijk aan een draai om je oren.

    ‘Ja. Zelfs een “Wat zie jij eruit!” zou beter zijn. We zijn primaten. Het belangrijkste voor ons overleven is de relatie met de anderen, te weten wat die nu van ons denken. Maken ze me zo van kant of benoemen ze me tot manager?’

    Herinnert u zich een uitgebleven compliment?

    ‘Een paar jaar geleden heb ik het Bundesverdienstkreuz Erste Klasse gekregen, waarop ik heel trots was. De lokale krant schreef daar destijds maar een kort stukje over. Maar als een club uit de districtscompetitie de zesde plaats heeft behaald, wordt er een halve pagina aan gewijd! Op rationeel niveau zeg ik: “Wind je toch niet op.” Terwijl het limbisch systeem, het onderste niveau, naar erkenning snakt: “Zelfs in de tabloids zou dat toch een vermelding waard zijn!”’

    Een belangrijk compliment?

    ‘Toen ik negen jaar oud was, kwam mijn leraar naar me toe met een model van een ridderburcht onder zijn arm. “Jij bent toch geïnteresseerd in ridders en burchten, kom mee en vertel de andere leerlingen er iets over.” Dat werd mijn eerste voordracht. Leraren kunnen veel bewerkstelligen.’

    U hebt eens gezegd dat lof duurzamer is dan een salarisverhoging. Toegevoegde waarde door waardering dus?

    ‘Absoluut, want motivatie is niets anders dan uitzicht op beloning. Wat krijg ik ervoor als ik me inspan? De materiële beloning werkt meteen, maar verliest snel haar uitwerking. Erkenning is de sleutel.’

    Dat betekent dat bedrijven een hoop geld kunnen besparen als ze meer complimenten zouden uitdelen?

    ‘Jazeker, van een verhoging van de bonusuitkering kunnen ze vanaf een bepaald salaris allemaal afzien. Veel erger is dat in de hogere echelons van de Duitse economie niemand meer complimenten uitdeelt.’

    Er wordt gezegd dat leidinggevenden zich te vaak concentreren op de werknemers die weinig presteren en vergeten de werknemers die op een hoog niveau betrouwbare arbeid verrichten erkenning te geven.   

    ‘Zelfs wie gewend is aan complimenten heeft ze nodig. Want dan is het uitblijven ervan des te pijnlijker. Bovendien is er een asymmetrie tussen positieve en negatieve uitlatingen. Negatieve hebben een twee keer zo sterke uitwerking.’

    Wat vindt u van deze formule: voor elke uiting van kritiek moet je vijf keer vriendelijk zijn?

    ‘Ik heb een turflijstje. Voor elk negatief streepje moet er ook een positief streepje staan. Heeft mijn partner bijvoorbeeld iets stoms gedaan, dan heeft ze lekker gekookt. Tenslotte wordt er altijd onbewust berekenend gehandeld.’

    Echt? Een relatie steunt toch op ruimdenkendheid en onbaatzuchtigheid!

    ‘Onze onderste hersenniveaus rekenen sowieso. Daar kun je je niet tegen verzetten. Goede relaties lopen niet vanzelf: als ik met iemand samenleef, toon ik een bepaalde inzet, die me iets kost. En daarvoor wil je een beloning ontvangen. Het muntstuk waarmee je wordt betaald hoeft niet identiek te zijn.’

    Hoe bedoelt u dat?

    ‘Een voorbeeld: de vrouw is bijzonder intelligent, ziet er goed uit – en heeft zo’n vermeend onaangename kerel thuis zitten. Misschien biedt hij haar bescherming of zorgt hij voor de kinderen. De rekensom moet voor beiden kloppen.’

    Zijn er vergelijkbare telsystemen op de werkplek?

    ‘Zeker. Zodra het turflijstje niet klopt en je de keus hebt, ga je er bij de volgende gelegenheid vandoor. Dat is een van de belangrijkste boodschappen aan leidinggevenden: staat de erkenning in de min, dan gaan de mensen minder presteren.’

    “Negatieve uitlatingen hebben een twee keer zo sterke uitwerking”

    Er wordt gezegd dat werknemers die regelmatig goede dingen over zichzelf te horen krijgen minder vaak ziek worden.

    ‘Als we een compliment krijgen, wordt endorfine afgescheiden. Dat heeft een duidelijke uitwerking op het immuunsysteem en bevordert de ongevoeligheid voor pijn.’

    Is er een gewenningseffect?

    ‘Sommige gevoelens heb ik alleen omdat mijn brein ervaringen beoordeelt en in reactie daarop bepaalde chemicaliën produceert. Zo kan het zijn dat ik blij ben over de eerste salarisverhoging en bij de tweede denk: “Ach, dat was ook wel te verwachten” en dat de derde me koud laat. Dan heeft dezelfde gebeurtenis een verschillend effect omdat mijn brein zich heeft aangepast.’

    Wat vindt u van de uitspraak van Rainer Brüderle [Duitse politicus van de FDP]: ‘U zou ook een dirndljurk kunnen opvullen’?

    ‘Tegenwoordig weet je dat het niet seksistisch mag zijn. Ik vind het overdreven om alles maar te onderdrukken. Onze omgang vereist complimenten. Mijn vrouw vindt het fijn als ik zeg: “Dat staat je goed.” Ze wil het zelfs van me weten.’   

    Kunt u aangeven welke complimenten nog zijn toegestaan?

    ‘Ikke niet! Ik zou hooguit kunnen aangeven welke ik zelf prettig of onprettig vind.’

    Mag een professor in de tijd van #metoo tegen een studente zeggen dat ze een mooie jurk aanheeft?

    ‘Ja. Als dat totaal onverdacht is. Ikzelf zou zoiets trouwens niet zeggen, er zitten altijd twee kanten aan. Het gaat om de situatie en de toon. Belangrijk is dat de ontvangster weet dat de ander er niets uit afleidt.’

    Kun je zeggen: hoe origineler en specifieker een compliment, hoe zwaarder het weegt?

    ‘Ja. Het geweldigste compliment in de afgelopen jaren kreeg ik van een filosoof, nadat we voor een publiek de vloer met elkaar hadden aangeveegd. “Meneer Roth, met die neuropsychologische onzin in uw boek ben ik het helemaal niet eens, maar hoe het verder is geschreven – geweldig.”’

    In de afgelopen jaren heeft de mensheid geleerd dat erkenning op internet te krijgen is. Daar aast iedereen op likes.

    ‘Dat aan de ene kant, maar aan de andere kant worden er daar ongebreidelde haattirades afgestoken. De sociale controle houdt ons bijeen. Als ik in eenzaamheid berichten zit te tikken, valt die weg. En onder sterke sociale stress komen de echte ploerten bovendrijven.’

    Dat betekent dat in het diepst van de mens altijd iets onsympathieks zit?

    ‘De echte ik is er niet. De vraag is hoe door socialisatie, opvoeding en ervaring onze diepe dierlijke aandriften worden gematigd. Haattirades, maar ook het verlangen leuk te worden gevonden, zijn heel diepe neigingen in ons allemaal. En het gematigde resultaat ben ook ik!’

    Is de ontaarde zoektocht naar bevestiging een verslaving van onze tijd?

    ‘Nee, die is er altijd al geweest. De oude keizer Nero leverde slagen in Griekenland en maakte zijn overwinning vooraf per decreet bekend. Vervolgens was hij altijd weer blij dat hij had gewonnen. Narcisten laten zich door zichzelf beetnemen. Ik wil worden geprezen – zo nodig ook door mezelf.’

    Zijn we allemaal een beetje Nero?

    ‘We azen ieder op onze eigen manier op erkenning – en merken tegelijkertijd op school of op het werk dat we dat niet mogen laten zien.’

    Hoe zou een wereld zonder complimenten eruitzien?

    ‘Zonder lof stort de maatschappij ineen! Er zou een acuut verlies aan motivatie zijn. Relaties zouden niet meer worden aangeknoopt. De mensheid zou uitsterven.’

  • Pelé, de documentaire & meer recent verschenen

    Pelé, de documentaire & meer recent verschenen

    De man, de mythe

    pele 1
    © Netflix

    ‘Now we know why we call this man the king’ is de cliffhanger uit de trailer van de film Pelé. Deze langverwachte documentaire vertelt het verhaal van de iconische Braziliaanse voetballer Pelé, zijn zoektocht naar perfectie en de mythische status die hij bereikte.  

    Vanaf 23 februari op Netflix


    Onverschrokken saxofonist

    Yuri Honing kreeg van The New York Times een sterrenregen en werd uitgeroepen tot ‘een van de meest creatieve en onverschrokken saxofonisten’. Met zijn meest recente album, Bluebeard, geïnspireerd op het 300 jaar oude Franse sprookje ‘Blauwbaard’, overtreft hij alle verwachtingen. 

    yurihoning.com/tour

    Persfoto Goldbrun 2Mariecke van der Linden 1
    © Mariecke van der Linden

    Liefde voor dans

    Shadow’s Whispers, een nieuwe productie van het Nederlands Dans Theater, combineert grensverleggend werk van choreograaf Hofesh Shechter en broer en zus Imre en Marne van Opstal, die hun liefde voor urban dance en hiphop met elkaar delen. Het publiek is van harte welkom online bij ndt.nl.


    Tips & tricks van Jeff Koons

    Altijd al kunstenaar willen worden? Volg dan de masterclass van Jeff Koons. Voor tweehonderd euro vertelt deze wereldberoemde kunstenaar je al zijn tips & tricks in een serie van dertien video’s. ‘Everybody that is interested in being an artist: the world needs you!’

    Meer info: masterclass.com


    Studio Roosegaarde Elimineert Corona

    Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is man-1024x683.jpg

    Daan Roosegaardes nieuwste innovatieve lichtinstallatie ruimt het coronavirus op. De Urban Sun is geïnspireerd door wetenschappers die hebben bewezen dat de lichtgolflengte van 222 nm tot 99,9 procent van het coronavirus kan elimineren en veilig is voor dieren en mensen. 

    studioroosegaarde.net


    Poëtische schilderijen

    Onder de titel Bühne presenteert het Drents Museum een ambitieus overzicht van Matthias Weischer, de meest poëtische schilder van de beroemde Neue Leipziger Schule, bekend van zijn kleurrijke interieurs en landschappen. Ook de recente aanwinst Bulb (2020) is er te zien. 

    T/m 27 juni 2021, Drents Museum, Assen

    Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Matthias-Weischer-Bulb-2020_0001.jpg
    Matthias Weischer, ‘Bulb’, 2020, olieverf op canvas, collectie Drents Museum

  • Moeten fresco’s weg van de Italiaanse muren? | Ernstige crisis voor Bolsonaro

    Moeten fresco’s weg van de Italiaanse muren? | Ernstige crisis voor Bolsonaro

    Leger, marine en luchtmacht keren zich tegen Bolsonaro

    De commandanten van het leger, de marine en de luchtmacht traden op dinsdag 30 maart af vanwege een conflict met de Braziliaanse president, die de dag ervoor de minister van Defensie had ontslagen. Volgens Folha de S. Paulo is de crisis tussen de Braziliaanse uitvoerende macht en het leger de ergste sinds 1977, toen minister van Defensie Sylvio Frota werd ontslagen te midden van een militaire dictatuur. De gerenommeerde Braziliaanse krant spreekt van ‘een primeur’.

    Volgens het dagblad was het onbehagen over het onverwachte ontslag van Azevedo ‘te groot’. Deze laatste en zijn bondgenoten zijn van mening dat Bolsonaro ‘een rode lijn heeft overschreden’ door in het bijzonder voor te stellen een ‘staat van verdediging’ uit te roepen om te voorkomen dat in het hele land lockdowns worden afgekondigd.

    ‘Mijn leger’ zal dergelijke maatregelen niet toestaan, verklaarde de Braziliaanse president publiekelijk. Volgens Folha de S. Paulo is het verzet tegen de lockdowns waartoe de gouverneurs van de Braziliaanse staten besloten hebben om de verspreiding van het coronavirus te beteugelen, een ‘obsessie’ geworden voor de president, die de vaccinatiecampagne al tegen zijn wil heeft moeten omarmen.

    Lees ook:

    De beperkende maatregelen roepen nog meer weerstand op dan de oproep tot vaccinatie, en Bolsonaro vreest dat ze zijn herverkiezing in 2022 ‘nog moeilijker’ zullen maken, concludeert het dagblad.

    Bolsonaro roept de Braziliaanse bevolking op om te stoppen met ‘zeuren’ over covid-19

    Ondertussen is de toestand in ziekenhuizen vanwege de agressievere Braziliaanse P.1-variant penibel, meldt Wall Street Journal, die een videoreportage op de intensive care in de staat Rio Grande do Sul maakte. ‘Volgens gezondheidswerkers neemt het sterftecijfer toe en verslechtert de toestand van patiënten die de P.1-variant dragen zeer snel.’ 

    Volgens intensivecaremedewerkers is deze nieuwe golf van covid-19-gevallen het gevolg van een versoepeling van de maatregelen. Veel Brazilianen trotseren de maatregelen, legt de Wall Street Journal uit, daarin aangemoedigd door ‘een president die het virus blijft bagataliseren’. Bolsonaro roept de Braziliaanse bevolking op om te stoppen met ‘zeuren’ over covid-19.


    Beladen controverse in Napels

    Veel muren in de stad aan de voet van de Vesuvius worden gesierd door tekeningen ter ere van overledenen. ‘Het vieren van overleden dierbaren met portretten of kleine altaren op straat is een traditie die verband houdt met een zekere archaïsche religiositeit’, legt La Stampa uit. 

    ‘Maar steeds vaker zijn de gezichten op de muren van de stad die van de doden die verband houden met de georganiseerde misdaad; jonge jongens die stierven als gevolg van illegale acties. (…) Emanuele Errico, Luigi Caiafa, Emanuele Sibillo, Ugo Russo en vele anderen. Ze hadden allemaal problemen met de wet, ze hadden allemaal recht op hun fresco, maar dat recht wordt nu bedreigd.’ Sommige portretten zijn al gewist.

    Lees ook:

    In het centrumlinkse dagblad La Repubblica neemt een Napolitaanse advocaat de pen op (en hij is niet de enige) om de symbolische waarde van de ‘kunstwerken’ te verdedigen. ‘We zijn het er allemaal over eens dat de dood van tieners in het stadscentrum een ​​tragedie is, maar om deze reden moeten we de dingen niet vereenvoudigen. De staat tegenover zijn vijanden plaatsen is zwart-wit. Een vijftienjarige jongen die wordt vermoord, is nog steeds een slachtoffer, en je kunt zijn dood niet bezweren door de verantwoordelijkheid bij hem zelf te plaatsen en te zeggen: ‘Hij heeft erom gevraagd.’”

    Het verwijderen van het fresco van Ugo Russo (hieronder) is voorlopig opgeschort door de rechtbanken, maar de druk van de bewoners is vaak niet voldoende om de regering te dwingen terug te treden. Als vergelding werd bijvoorbeeld het portret van een Napolitaanse zanger beklad met een ‘verhulde bedreiging’, schrijft Corriere della Sera: ‘De doden moeten worden gerespecteerd, niet gewist.’ Belangrijk detail: dit fresco is gemaakt in samenwerking met het stadhuis van Napels, merkt het Milanese dagblad op.

    Corriere zet het dilemma helder uiteen: ‘Enerzijds kunnen we de wens om de symbolen van een levensstijl die is gebaseerd op het negeren van regels en wettigheid, uit te wissen, niet betwisten, maar we kunnen ook erkennen dat een verflaag niet voldoende is om het probleem op te lossen, waarvan deze fresco’s slechts het gevolg zijn.

    Gaan we getuige zijn van een slepende oorlog tussen twee teams, totdat een van de twee het terugvechten beu wordt? Het probleem is dat het om veel muren gaat, aangezien veel jonge mensen leven van (en sterven door) criminele handelingen. Een leger van schilders zou niet genoeg zijn om al deze gezichten van de muren van Napels en uit van ons geweten te roeien.’

    Lees ook:

    Het belangrijkste dagblad van de stad, Il Mattino, deelt deze mening niet. Het is verheugd met de beslissing die ‘gemakkelijke compromissen vermijdt en geen consessies doet op het gebied van legaliteit’. 

    Om haar standpunt te illustreren, gebruikt de Napolitaanse krant geen grote woorden, maar haalt ze een voorbeeld aan dat het belang moet illustreren van het terugwinnen van het stedelijk grondgebied voor de bevolking zelf: ‘Denk aan het fresco van Luigi Caiafa. Hoeveel ouders moesten hier elke ochtend langs lopen en liegen tegen hun kinderen die hen vragen wie deze persoon was? Dat gezicht werd vereeuwigd vlak voor hun huis.’

    Lees ook:


    Amazon-medewerkers krijgen mogelijk een eerste vakbond

    Dinsdag begon de telling van de stemmen die zullen bepalen of werknemers in Bessemer, Alabama, de allereerste vakbond zullen vormen binnen een Amazon-magazijn in de VS, meldt ABC News.

    Het initiatief voor een vakbond bij een van de grootste werkgevers in de natie heeft de aandacht getrokken van wetgevers en beleidsmakers, aangezien velen de stemming beschouwen als een keerpunt in de georganiseerde arbeidersbeweging, die de afgelopen decennia in de VS wegkwijnde.

    De vakbondsformatie in Alabama zou bovendien een ‘precedent’ kunnen scheppen en andere Amazon-arbeiders in het hele land kunnen inspireren om dit voorbeeld te volgen.

    Als het doorgaat, zullen de magazijnmedewerkers worden vertegenwoordigd door de Retail, Wholesale and Department Store Union (RWDSU). ‘Deze campagne is in veel opzichten al een overwinning geweest’, zegt RWDSU-voorzitter Stuart Appelbaum in een verklaring. ‘Ook al weten we niet hoe de stemming zal verlopen, we denken dat we de deur hebben geopend voor meer organisatie in het hele land; en we hebben laten zien hoe ver werkgevers zullen gaan om tegen te gaan dat hun werknemers een ​​vakbondsstem krijgen. Deze campagne is het belangrijkste voorbeeld geworden van waarom in dit land hervorming van het arbeidsrecht nodig is.’

    Lees ook:

    Vorige week bezocht senator Bernie Sanders Alabama om enkele van de arbeiders te ontmoeten die betrokken waren bij de vakbondsinspanningen. ‘Waar ik benieuwd naar ben is waarom de rijkste man ter wereld, Jeff Bezos, miljoenen uitgeeft om te voorkomen dat arbeiders een vakbond oprichten, zodat ze kunnen onderhandelen over betere lonen, secundaire arbeidsvoorwaarden en contracten’, tweette Sanders voorafgaand aan zijn bezoek, geciteerd door CNN.

    Zijn tweet wekte woede van Amazon-directeur Dave Clark, die op Sanders’ tweet reageerde door op te merken dat het minimumloon van Vermont [waarvan Sanders senator is] $11,75 per uur bedraagt in vergelijking met Amazons $15. ‘De senator mag zijn onzinnige interpretaties bewaren tot hij zijn achtertuin op orde heeft’, aldus Clark.

    Aan de andere kant van het spectrum heeft ook de Republikeinse senator Marco Rubio publiekelijk zijn steun voor de vakbond uitgesproken in een opiniestuk dat eerder deze maand door USA Today werd gepubliceerd.

    Op de dag dat er voor de vakbond werd gestemd, bracht president Joe Biden een video op Twitter uit waarin hij zijn steun uitsprak voor de vakbonden en arbeiders aanmoedigde om ‘je stem te laten horen’.

    ‘Onze werknemers kennen de waarheid – een startloon van $15 of hoger, ziektekostenverzekering vanaf dag één en een veilige en inclusieve werkplek’

    In reactie op een verzoek om commentaar meldde Amazon dinsdag aan ABC News dat ‘het RWDSU-lidmaatschap met 25 procent is gedaald tijdens de ambtsperiode van Stuart Appelbaum, maar dat is nog geen rechtvaardiging voor de heer Appelbaum om de feiten verkeerd voor te stellen’.

    Het bedrijf vervolgt: ‘Onze werknemers kennen de waarheid – een startloon van $15 of hoger, ziektekostenverzekering vanaf dag één en een veilige en inclusieve werkplek. We moedigden al onze werknemers aan om te stemmen, en hun stem zal in de komende dagen worden gehoord.’

  • Biljoenen voor fossiele industrie | Geen cruiseschepen aan het San Marcoplein

    Biljoenen voor fossiele industrie | Geen cruiseschepen aan het San Marcoplein

    Banken investeren fors in fossiele industrie

    Banken financieren de fossielebrandstofindustrie nog steeds op grote schaal, aldus de Amerikaanse zender CNBC. Dit blijkt uit ‘Banking on Climate Chaos 2021’, een recent gepubliceerd rapport van een groep klimaatorganisaties. Tussen 2016 en 2020 staken zestig van ’s werelds grootste banken maar liefst 3,8 biljoen dollar in fossiele brandstoffen.

    ‘Dit rapport is een realiteitscheck voor banken die menen dat vage “nul”-doelen voldoende zijn om de klimaatcrisis te stoppen,’ aldus een analist van een van de klimaatorganisaties. Op jaarbasis daalde de totale financiering van fossiele brandstoffen weliswaar met 9 procent in 2020, maar volgens het rapport komt dat door vraagafname vanwege de coronapandemie.

    De financiering van fossiele brandstoffen was in 2020 hoger dan in 2016, het eerste jaar dat het klimaatakkoord van Parijs van kracht werd. Donald Trump trok de VS in 2017 terug uit de overeenkomst; Joe Biden maakte dat op zijn eerste dag als president weer ongedaan.

    De drie grootste investeerders zijn JPMorgan Chase (51,3 miljard dollar), Citi (48,4 miljard) en Bank of America (42,1 miljard).

    JPMorgan Chase weigerde commentaar maar verwees naar klimaatinitiatieven zoals ‘het aangaan van financieringen die in lijn zijn met de doelstellingen van Parijs’ en het faciliteren van 200 miljard dollar voor schone, duurzame financiering in 2025.

    Val Smith, hoofd Duurzaamheid van Citi, reageerde wel: ‘Als meest mondiale bank ter wereld erkennen we dat we verbonden zijn met veel koolstofintensieve sectoren die al decennialang wereldwijde economische ontwikkelingen hebben gestimuleerd. Om in 2050 een netto nuluitstoot te bereiken, is het noodzakelijk dat we samenwerken met onze klanten, ook klanten op het gebied van fossiele brandstoffen, om hen en de energiesystemen waarop we allemaal vertrouwen, te helpen bij de overgang naar een netto-nuleconomie.’

    Dat klinkt fraai, maar uit het rapport blijkt dat de wereldeconomie niet op schema ligt om de emissiereducties te behalen die zijn vastgesteld in het Akkoord van Parijs.


    Democratie op z’n Turkmeens

    Turkmenistan hield eind maart verkiezingen voor een nieuw opgerichte senaat, waarbij 112 kandidaten streden om 48 van de 56 senaatszetels. De voormalige Sovjetrepubliek in Centraal-Azië met 5,8 miljoen inwoners is een van de meest repressieve landen ter wereld, met een persoonlijkheidscultus rond de 63-jarige autoritaire president Goerbangoely Berdymoechammedov.

    Media staan onder strikte staatscontrole. Afwijkende meningen worden niet getolereerd en er waren dan ook geen oppositiekandidaten waarop gestemd kon worden.

    Uit de profielen van de kandidaten, gepubliceerd door regeringskrant Netralny Turkmenistan, blijkt dat het merendeel in staatsdienst is. Kiezers hadden slechts twee uur om te stemmen in een van de zes stembureaus, waarvan een in de hoofdstad Asjchabat en vijf elders, meldt Radio Free Europe/RL.

    Niet veel later wisten de autoriteiten al te melden dat de opkomst 98,7 procent bedroeg. Dat was niet te controleren, want buitenlandse waarnemers werden geweigerd. Binnenkort worden de
    48 winnaars bekendgemaakt en daarna onthult Berdymoechammedov zijn keuze voor de overige acht senaatszetels. En dan heeft Turkmenistan een heus tweekamerparlement.


    Failliet door Meghan Markle

    Splash News & Picture Agency, een prominent Amerikaans paparazzi-agentschap, heeft faillissement aangevraagd. Het bureau is in financiële problemen geraakt door een samenloop van omstandigheden, bericht The Hollywood Reporter. Door de coronapandemie worden sterren momenteel zelden in het wild gesignaleerd en dat betekent minder foto’s om te verkopen. Daarnaast voert Splash al langere tijd rechtszaken tegen beroemdheden omdat die auteursrechtelijk beschermde foto’s van zichzelf, gemaakt door Splash-fotografen, onrechtmatig zouden gebruiken.

    Maar de genadeklap komt door een privacyzaak die Meghan Markle heeft aangespannen vanwege foto’s van een ‘privéfamilie-uitje’ in Canada. In december werd gemeld dat er een schikking was getroffen, maar de zaak sleepte zich desondanks voort.

    ‘Het betreft een kwestie in verband met vrijheid van meningsuiting volgens de Britse wetgeving, die helaas voor Splash ondraaglijk duur blijkt om voort te zetten’, aldus het bureau.


    Noem mij maar ‘Zalm’

    Een plaatsvervangend minister van Taiwan heeft mensen met klem verzocht om te stoppen hun achternaam te veranderen in ‘Zalm’. Binnen enkele dagen brachten ongeveer honderdvijftig mensen, voornamelijk jongeren, een bezoek aan overheidskantoren om officieel hun naam te veranderen. Het fenomeen, dat door lokale media als ‘zalmchaos’ werd bestempeld, is het resultaat van een promotionele actie van een keten sushirestaurants.

    De actie duurde twee dagen en beloofde elke klant wiens identiteitskaart ‘gui yu’ bevatte, de Chinese karakters voor zalm, een onbeperkte sushimaaltijd waarvoor ook nog vijf vrienden mochten worden uitgenodigd, schrijft de Britse krant The Guardian.

    ‘Dit soort naamswijzigingen is tijdverspilling en veroorzaakt onnodig veel papierwerk,’ vindt de plaatsvervangend minister van Binnenlandse Zaken, Chen Tsung-yen. Mensen die hun naam veranderden vanwege de actie zagen het probleem niet zo. ‘Ik heb vanmorgen mijn naam veranderd en de karakters “Bao Cheng Gui Yu” toe laten voegen,’ liet een student lokale media weten. ‘We hebben al voor 205 euro kunnen eten.’

    Zijn nieuwe naam betekent ‘explosieve knappe zalm’. Een vrouw liet weten dat ze haar voornaam heeft laten veranderen in ‘Zalm’ en dat twee vrienden dat ook hebben gedaan. ‘We veranderen onze namen daarna gewoon weer terug.’ In Taiwan mogen mensen hun naam maximaal drie keer officieel wijzigen.

    Een Taiwanees pakte het rigoureus aan en liet een recordaantal van 36 nieuwe karakters aan zijn naam toevoegen met de nadruk op zeevruchten, inclusief karakters voor ‘zeeoor’, ‘krab’ en ‘kreeft’.

    De restaurantactie is inmiddels geëindigd.


    Open wond

    la ferita photo by jr 1
    © JR

    De Franse fotograaf JR heeft in Florence op de gevel van Palazzo Strozzi een fotocollage onthuld met de titel La Ferita, de wond. Met deze optische illusie van een weggeslagen stuk muur wordt de binnenkant van het museum zichtbaar en zijn een aantal beroemde kunstwerken te zien. Hiermee wil JR het belang van de toegang tot cultuur tijdens de huidige crisis benadrukken, schrijft The Art Newspaper.

    Verschillende Italiaanse steden, waaronder Rome, Milaan en Venetië, zijn tot in ieder geval 6 april ‘op slot’. Arturo Galansino, directeur van het museum, zegt dat de symbolische wond verwijst naar de pijn die zowel culturele instellingen als hun publiek voelen door de noodmaatregelen.


    Tijdelijke oplossing Venetië

    Na jaren van protesten is de kogel door de kerk: cruiseschepen mogen niet langer langs het San Marcoplein in Venetië varen. Ze moeten nu aanmeren in de industriële haven van Marghera op het vasteland, bericht The Local Italy. De Italiaanse ministers van Infrastructuur, Cultuur, Toerisme en Milieu namen gezamenlijk de beslissing ‘om cultureel en historisch erfgoed te beschermen dat niet alleen Italië toebehoort, maar de hele wereld’.

    Het betreft overigens een tijdelijke oplossing; de ministers vragen om ideeën voor de aanleg van een terminal buiten de lagune om ‘een structurele en definitieve oplossing te bieden voor het probleem van grote schepen’.

    Voor de coronapandemie namen cruises naar Venetië tot woede van de lokale bevolking een hoge vlucht. De enorme schepen vormen een gevaar voor de historische gebouwen en zijn een bedreiging voor het kwetsbare ecosysteem van de lagune.


    Wat zegt de buitelandse pers over het bloedvergieten in Myanmar

    Maung Zarni, Myanmarees activist, Anadolu News

    ‘Na de slachting van honderden ongewapende demonstranten en burgers in Myanmar vond een ongekende historische gebeurtenis plaats: de Tatmadaw, de nationale strijdkrachten, stierven als nationale instelling. Gestorven in de harten en geesten van de overgrote meerderheid van 54 miljoen mensen in Myanmar.

    Het is meer dan absurd dat legerhoofd Min Aung Hlaing op de Dag van de Strijdkrachten zegt dat zijn troepen de bevolking beschermen, terwijl zijn soldaten aan het moorden zijn met volstrekte straffeloosheid.’


    Thitinan Pongsudhirak, professor aan de Chulalongkorn-universiteit, Bangkok Post

    ‘Het toenemende geweld en het bloedvergieten in Myanmar zijn een existentiële crisis voor de Associatie van Zuidoost-Aziatische Naties (ASEAN geworden). Normaal gesproken is de hoop gevestigd op de beproefde ASEAN-manier om voor betrokkenen in een conflict een compromis te vinden, maar nu is de situatie te nijpend en duister.

    Tenzij de uit tien landen bestaande organisatie het verschil kan maken en de afdaling van Myanmar naar oncontroleerbaar geweld en een mogelijke burgeroorlog weet te stoppen, riskeert de ASEAN ondermijning en zelfs beëindiging van zijn succesverhaal.’


    Evan A. Laksmana, politiek wetenschapper CSIS, The South China Morning Post

    ‘Sinds begin februari wil Indonesië een reactie van ASEAN op de crisis in Myanmar. Indonesië kan zich niet veroorloven niets te doen, want als de crisis escaleert tot een burgeroorlog, wordt Myanmar voor Indonesië
    een “Zuidoost-Aziatisch Syrië of Afghanistan”: een nachtmerrie die het Indonesische leiderschap binnen ASEAN aantast.

    Hoewel Indonesië in het verleden heeft bijgedragen aan doorbraken in Myanmar, heeft het geen significante invloed op verschillende bij de crisis betrokken partijen.’


    Andrew Selth, professor Griffith Asia Institute, The Interpreter

    ‘Gezien de opwaartse geweldsspiraal zijn de mogelijkheden voor demonstranten beperkt.

    Ze kunnen terugkeren naar hun huizen en zich aanpassen aan de harde realiteit van een nieuwe militaire regering. Ze kunnen kiezen voor meer geweld en worden dan geconfronteerd met een gedisciplineerde, goed bewapende militaire organisatie die geen scrupules heeft om alle tekenen van oppositie de kop in te drukken. Ze kunnen vluchten en vluchteling worden, en proberen een eigen regering in ballingschap op te zetten.’

  • Gigantisch mozaïek van QR-codes

    Gigantisch mozaïek van QR-codes

    De allereerste tentoonstelling in het Nxt Museum in Amsterdam-Noord gaat over continue verschuivingen in de onderlinge afstand tussen mensen.

    TENTOONSTELLING – Afgelopen zomer opende in een kolossale televisiestudio in Amsterdam-Noord het Nxt Museum, een expositieruimte speciaal voor mediakunst. Achter een enorme blauwe wand – ruim 24 meter lang en 9 meter hoog – bevindt zich 1400 vierkante meter vloeroppervlakte, verdeeld over veertien ruimtes.

    De eerste tentoonstelling, Shifting Proximities, gaat over hoe mondiale gebeurtenissen en technologische veranderingen zorgen voor continue verschuivingen in de onderlinge afstand tussen mensen.

    Wanneer zij dicht bij elkaar gaan staan, worden de zeshoekige figuurtjes rond de bezoekers groter

    In Connected (2020) van Roelof Knol, in de eerste ruimte, wordt die afstand heel letterlijk verbeeld: over de vloer lopen geprojecteerde lijnen die meebewegen met bezoekers. Wanneer zij dicht bij elkaar gaan staan, ontstaat er ‘communicatie’ en worden de zeshoekige figuurtjes rond de bezoekers groter. 

    Het slotwerk van de expositie, van Yuxi Cao, is een gigantisch bewegend mozaïek van QR-codes, waar je langs en overheen kunt lopen. Het werk is geïnspireerd op het feit dat QR-codes in coronatijd in veel landen worden gebruikt als een soort paspoort om aan te tonen of je getest en gezond bent.  

    T/m 30 juni 2021, Nxt Museum, Amsterdam, nxtmuseum.nl

  • Ecoloog Mordecai Ogada: ‘Natuurbescherming is het nieuwe kolonialisme’

    Ecoloog Mordecai Ogada: ‘Natuurbescherming is het nieuwe kolonialisme’

    Natuurbeschermingsorganisaties geven miljoenen uit om hun romantische boodschap aan de man te brengen, namelijk dat witte weldoeners de dierenwereld in Afrika redden, zegt ecoloog Mordecai Ogada. Volgens hem gelden in werkelijkheid nog altijd de regels uit de koloniale tijd: houd zwarte mensen weg bij de natuur, zodat witte mensen ervan kunnen genieten. GEO sprak met de Keniaanse ecoloog.

    U hebt het boek The Big Conservation Lie geschreven. Wie liegt er?

    ‘Natuurbescherming doet zich bij zijn donateurs in het Westen voor als vreedzaam en linksliberaal. In het mondiale Zuiden draagt ze echter groene uniformen, is ze elitair, gewelddadig en vaak racistisch. Een rechtse agenda die met geld van links wordt gerealiseerd: dat is de grootste leugen.’

    Dat zijn zware verwijten.

    ‘Ik heb de milieubescherming in Afrika vanbinnen gezien. Veel van wat ik zeg, komt voort uit eigen ervaring. Ik heb meer dan achttien jaar voor ngo’s gewerkt.’

    Toch doet u in uw boek uw beklag over een ‘apartheid in de natuurbescherming’. Waarom?

    In Kenia en een groot deel van Afrika worden natuurbeschermingsprojecten door witte mensen geleid.

    1b46c742efa51c378e44cb5fb2493ebaa3f5d270
    ‘De toerismesector in Kenia verkoopt vakantie nog altijd als Out of Africa. Zonder zwarte mensen.’ Robert Redford en Meryl Streep in Out of Africa (1985).

    Maar er zijn toch veel zwarte wetenschappers actief in die projecten?

    Ja, je kunt meedoen, maar niet als beleidsbepaler. Als je de positie van directeur bereikt, merk je plotseling dat beslissingen worden opgedrongen door mensen die minder gekwalificeerd zijn en vaak wit. Daarop is het hele systeem ingericht, althans in Kenia. Wie zwart en gekwalificeerd is, kan heel succesvol zijn – zolang hij zich maar aanpast aan de witte structuur.

    Kenia is al 56 jaar onafhankelijk. Hoe ziet die witte structuur er dan uit?

    Natuurbescherming in Afrika volgt nog altijd de regels uit de koloniale tijd: houd zwarte mensen weg bij de natuur, zodat witte mensen ervan kunnen genieten. Tot nu toe heeft nog geen minister, geen president, geen directeur van een natuurbeschermingsorganisatie geprobeerd om dat systeem te doorbreken. In Kenia hebben zwarten de controle over de banken, de economie en het onderwijs. Maar als iemand iets wil weten over natuurbescherming in Afrika, dan vraagt hij het aan een witte.

    Aan wie dan?

    In het Amerikaanse Congres werd voor het debat over de stroop van olifanten in Kenia Iain Douglas-Hamilton uitgenodigd. Dat is een Brit. Was er geen Keniaan die iets wist over olifanten in Kenia?

    Hamilton is een gelauwerde zoöloog en olifantenbeschermer. Is dat echt een bewijs voor racisme in de natuurbescherming?

    Het begint al bij de taal: we noemen het wild als witten het eten, maar bushmeat als zwarten dat doen. Vaak gaat het om dezelfde diersoort.

    Wild of bushmeat, in Kenia is de jacht sinds 1977 voor iedereen verboden.

    Dat klopt. Maar in 2018 hebben witte toerisme-investeerders een vergunning aangevraagd bij de regering om dieren te mogen schieten voor dure restaurants. En een werkgroep van de minister is bizar genoeg tot de conclusie gekomen dat die kon worden verstrekt. Dat is tot nog toe niet in de praktijk gebracht, maar het is toch gek dat iemand het politiek houdbaar acht om toeristen een impalasteak te serveren terwijl een zwarte dorpsbewoner wordt doodgeschoten zodra hij het nationaal park ook maar betreedt.

    Natuurbeschermingsorganisaties geven miljoenen uit om hun romantische boodschap aan de man te brengen, namelijk dat witte weldoeners de dierenwereld in Afrika redden

    Doodgeschoten? Nu overdrijft u.

    Het is nog niet zo lang geleden dat Kenia een soort politiestaat was, die heel meedogenloos optrad tegen de oppositie. We zijn altijd onder druk gezet, vooral vanuit Europa, om de mensenrechten te respecteren. Sinds 2010 hebben we een nieuwe grondwet, die garant staat voor veel van die rechten. Maar als iemand ervan wordt verdacht een stroper te zijn, dan wordt hij zomaar doodgeschoten. En we worden niet meer onder druk gezet door Europa en de VS. Integendeel, we horen: ‘Goed werk!’

    In Kenia nemen we dieven, kidnappers en moordenaars gevangen en berechten hen. Maar stropers schieten we dood. Soms overkomt het iemand die alleen maar door een beschermd natuurgebied loopt. Natuurbescherming laat deze wetsovertredingen gewoon worden en komt daarmee weg. Het lijkt wel tovenarij.

    Hoe verklaart u die magie?

    Natuurbeschermingsorganisaties geven miljoenen uit om hun romantische boodschap aan de man te brengen, namelijk dat witte weldoeners de dierenwereld in Afrika redden – en wel voor de Afrikanen. Dat verhaal dateert uit de negentiende eeuw. En niemand heeft tot nog toe iets anders bedacht.

    Maar het is toch een feit dat criminelen in Afrika olifanten, neushoorns en leeuwen doden?

    Georganiseerde, gecommercialiseerde stroperij heeft de potentie om onze wilde dieren uit te roeien. Er zijn gewoon niet genoeg olifanten om alle mensen die ivoor willen tevreden te stellen. De meesten van hen wonen overigens buiten Afrika. Daarom moeten we gecommercialiseerde stroperij beperken.

    Maar u wilt toch niet dat er op stropers wordt geschoten?

    Ik verzet me tegen de uitwassen. Tegen het verhaal dat natuurbescherming in Afrika oorlog betekent. Dat we bereid moeten zijn om te doden. Sommige rangers zeggen dingen als: ik zal die gorilla’s met mijn leven beschermen. In vredesnaam, nee! Je hebt een vrouw en kinderen, waarom zou je sterven voor een gorilla?

    In nationaal park Virunga in Congo zijn sinds 2006 meer dan honderdvijftig rangers gedood. Eind april nog hebben rebellen daar twaalf rangers en vijf burgers doodgeschoten.

    Ja, Virunga. Dat is een afschuwelijke plek. Het voorval in april heeft wat mij betreft niets te maken met natuurbescherming, ook al wordt het zo afgeschilderd. Het laat eerder zien hoe mensen het doelwit van criminelen worden als je ze uitrust met uniformen en wapens zonder dat ze officiële bevoegdheden hebben.

    Maar daar zijn toch stropers actief?

    In 2007 zijn daar die gorilla’s gedood, weet u nog? Gedood en gewoon achtergelaten, als een boodschap.

    De corrupte directeur van het park was betrokken bij de illegale houthandel en heeft ze doodgeschoten als waarschuwing aan zijn eigen rangers.

    Ja, ze werden slachtoffer van een conflict tussen mensen. Maar het ergste was dat er in Virunga in die tijd dagelijks honderden vrouwen werden verkracht, kinderen gedood. En niets daarvan heeft het nieuws gehaald. Alleen die zes dode gorilla’s. En dat is zo fundamenteel verkeerd.

    Zijn we bereid om natuurbeschermers te bewapenen omdat de dreiging zo groot is?

    Niet alleen maar. Misschien wel de succesvolste leugen in de natuurbescherming is die dat internationale terroristen zichzelf financieren met de handel in ivoor. Daar is geen bewijs voor. Maar natuurbeschermers hebben de Amerikaanse regering daarvan overtuigd en dat heeft de sluizen geopend.

    Wat bedoelt u daarmee?

    Geld uit het antiterreurbudget vloeit naar de natuurbescherming. Zo veel dat particuliere veiligheidsbedrijven naar Afrika komen. Figuren die eerder voor het Amerikaanse leger in Irak of Afghanistan hebben gewerkt. Geen van deze mensen is opgeleid voor politiewerk. Het enige wat ze kunnen, is doden. Ze komen naar Afrika om mensen te doden. Omdat er te veel geld is.

    Maar er komt toch genoeg geld voor de natuurbescherming ten goede aan de dieren?

    Nee. Het geld maakt enkele mensen heel rijk. Die organisaties betalen hoge salarissen. Ze kopen wapens, munitie en helikopters. Ze richten een soort parallelle regering op, inclusief veiligheidsorganen. Sommige ngo’s in Oost- en Centraal-Afrika hebben bewapende milities die over grenzen heen opereren. Iets wat overheidsorganen niet mogen. En daarmee hebben ze de grote donateurs in een val gelokt.

    Wat bedoelt u daarmee?

    Ze zeggen: we hebben met jullie vijf miljoen dollar honderd mensen bewapend en drie helikopters gekocht. Dit jaar hebben we weer vijf miljoen dollar nodig om die militie te betalen. De donateurs hebben een monster gecreëerd en moeten het te eten geven. Als je gewoon een streep door het geld zou zetten, dan worden enkele militieleden crimineel: rovers, stropers, veedieven. Ze hebben nu wapens en een militaire opleiding.

    Wat is de oplossing?

    We hebben ngo’s nodig, maar we mogen hun geen geld voor wapens geven. Als we milieudelicten in Kenia willen voorkomen, dan moeten we het geld aan de Keniaanse milieuautoriteiten geven. Veel van die westerse miljardairs hebben geen flauw benul van natuurbescherming. En ze kunnen giften aftrekken van de belasting, dus overstelpen ze die ngo’s met geld.

    ‘Beschermde gebieden zijn een ongelooflijk primitief en gewelddadig middel van de natuurbescherming’

    Maar particuliere projecten nemen op veel plaatsen taken op zich die de staat niet kan verrichten. Wat is daar slecht aan?

    Ik heb in Kenia gezien hoe ngo’s in een gemeenschap komen en alles in de war raakt. Ze brengen geld mee, ze kopen toestemming, ze verdelen posten. Dan horen enkelen erbij en anderen niet. En plotseling is er iemand dood.

    Er stroomt veel geld naar nationale parken. Vindt u die ook verkeerd?

    Beschermde gebieden zijn een ongelooflijk primitief en gewelddadig middel van de natuurbescherming.

    Maar we hebben toch plekken nodig waar dieren ongestoord kunnen leven?

    Die we hebben, moeten we behouden. Maar we moeten nooit meer een nieuw Yellowstone creëren, nooit meer een nieuwe Serengeti. De stichting van een nationaal park schendt de soevereiniteit van de mensen die daar wonen.

    De evolutiebioloog E.O. Wilson heeft zelfs voorgesteld om de helft van het aardoppervlak in een beschermd gebied zonder mensen te veranderen.

    Niemand vraagt hem: en wat doen we dan met de mensen die in die helft van de wereld wonen? Brengen we ze naar Europa? Naar de VS? Schieten we ze dood? Ik weet het, de soortenrijkdom wordt niet in New York of Londen of Hamburg gered. Maar in Afrika. Het is ongelooflijk dat dit idee medestanders krijgt. Op een dag zal iemand proberen het te realiseren en dat zal met geweld moeten gebeuren. Anders kun je mensen hun geboortegrond niet afnemen.

    De wildernis slinkt wereldwijd. Beschermde gebieden worden bedreigd door uitdijende steden, illegale houtkap, olieboringen.

    Daar moeten we oplossingen voor vinden. Maar wat we nu doen, is zo primitief. Mensen met een doctorstitel die niets anders kunnen verzinnen dan gebieden te omheinen. We weten allemaal dat dat tot conflicten leidt. Denk maar aan de Berlijnse Muur.

    Vergelijkt u een omheining tegen koeien nu serieus met de Berlijnse Muur?

    Die hekken moeten mensen weghouden. In het noorden van Kenia heeft een ngo een beschermd gebied voor neushoorns omheind. Daar ligt goede weidegrond en is er voor lange tijd water. Het gebied is heel droog, dus water is heel belangrijk. Maar door de hekken kunnen mensen daar hun kuddes niet meer laten drinken. Ze maken er een opening in en worden gearresteerd. Dat is een conflict dat er zonder die omheining niet was geweest. Natuurbescherming is niet alleen biologie. Het is sociologie, geschiedenis, politiek, antropologie. Die neushoorns leven niet op een afgelegen eiland. En dus draagt de wetenschap bij aan de apartheid.

    U hebt het opnieuw over apartheid.

    De wetenschappers doen alsof Afrikanen niet bestaan. Mijn masterscriptie ging erover hoe je het aantal stuks vee kunt beperken dat door leeuwen en hyena’s wordt buitgemaakt. Mijn Amerikaanse mentor zei tegen me: je doet een thesis over de ecologie van roofdieren. Stop met mij te vertellen wat de Masai met hun runderen doen.

    Terwijl de herders bij conflicten met wilde dieren een belangrijk element zijn.

    Ja, en uiteindelijk kwamen we erachter dat kleine dingen een grote invloed hadden. Zoals of herders honden inschakelden. Maar niet hoeveel impala’s er in het gebied leefden. We doen alsof we bijvoorbeeld de ecologie van leeuwen en zebra’s kunnen onderzoeken zonder de mensen in ogenschouw te nemen. Mensen maken al miljoenen jaren deel uit van de Oost-Afrikaanse wereld. Dat is nog zo’n leugen die ons in het mondiale Zuiden in het hart raakt, dat onze aanwezigheid in die levensruimten niet natuurlijk zou zijn.

    Maar er zijn toch echt regelmatig conflicten tussen herders en wilde dieren?

    Veeteelt is de enige reden waarom we nog open savannes hebben. Waarom zo veel gebieden in Kenia niet omheind zijn. In het wild levende dieren maken gebruik van de paden van de kuddes. Als we de veeteelt afschaften, zoals natuurbeschermingsorganisaties proberen te bewerkstelligen, dan zou het land opgedeeld en omheind worden. De natuurbescherming moet zich uitspreken over de soorten die we willen behouden, de ecosystemen. Niet over geografische gebieden. Want dat worden microkolonies.

    ‘Vroeger ontnam men de Afrikanen de grond met geweld. Tegenwoordig is een neushoorn het nuttigste instrument om aan grond te komen’

    U noemt die gebieden microkolonies, anderen zeggen dat de omheining beschermt tegen overbeweiding.

    Overbeweiding is een probleem. Maar die wordt veroorzaakt doordat natuurbeschermers de verplaatsing aan banden hebben gelegd. Het overleven van die mensen en het herstel van het landschap zijn afhankelijk van de vraag of de herders vrij kunnen bewegen. Veel gebieden waaruit het vee is verdrongen, beginnen daaronder te lijden. Het gras wordt hard, daar houden ook wilde dieren niet van. Dus trekken ze naar de omgeving van de dorpen, waar het gras vers is.

    En dat leidt weer tot conflicten.

    De mensen doen hun beklag: jullie hebben gezegd dat wij daar niet naartoe mogen gaan omdat dat een gebied voor wilde dieren is. Maar nu komen de wilde dieren in onze dorpen. Als er al een toverformule is om de problemen met natuurbescherming in Oost-Afrika op te lossen, dan is het veeteelt.

    Niet het toerisme?

    Allereerst: toerisme kan altijd alleen enkel een bijproduct van natuurbescherming zijn, niet de reden ervoor. We maken nu mee hoe gevaarlijk het is om mensen afhankelijk te maken van het toerisme. Door covid-19 komt er niemand meer en veel dorpen in Kenia zijn aangewezen op voedselhulp. Maar de rangers patrouilleren nog altijd, zij worden door de regering betaald. En daar gaat de bewering dat het toerisme de natuurbescherming financiert.

    Wijst u toerisme principieel af?

    Nee. Maar we moeten het opnieuw uitvinden. De toerismesector in Kenia verkoopt vakantie nog altijd als Out of Africa.

    De koloniale ervaring.

    Zonder zwarte mensen. In de advertenties zie je witte toeristen, een savanne tot aan de horizon en geen andere mensen. Ze fotoshoppen dorpen weg en prijzen een product aan dat niet bestaat. Echte wildernis is er in Afrika misschien in Namibië. Daar heeft apartheid het landschap ontvolkt. Maar in Kenia of Tanzania horen er mensen bij. Het mooiste wat de natuur voor mij te bieden heeft, is een kudde olifanten met daarnaast een jongen met een kudde geiten, en ze doen elkaar niets.

    Veehoeders als de Samburu zijn één ding. Maar ook concerns eigenen zich toch onrechtmatig grond toe in Afrika en transformeren bos in plantages.

    De eenvoudigste methode om aan grond te komen, is tegenwoordig natuurbescherming. Als je het vee wegneemt, krijg je de grond. Voor een Samburu maken runderen deel uit van zijn identiteit. Als hij geen runderen meer heeft, zal hij uit Samburu vertrekken. Het gaat om geopolitiek, om macht. Natuurbescherming is het nieuwe kolonialisme. Vroeger ontnam men de Afrikanen de grond met geweld. Tegenwoordig is een neushoorn het nuttigste instrument om aan grond te komen.

    Waarom een neushoorn?

    Als je een neushoorn hebt, dan krijg je meteen een paar duizend hectare grond. Je krijgt een wapenvergunning om het dier te bewaken. En je ontvangt een hoop geld, want beschermingsprogramma’s voor neushoorns behoren tot de best betaalde ter wereld.

    De zwarte neushoorn wordt met uitsterven bedreigd. Alles wat die dieren helpt, is toch toe te juichen?

    De neushoorns worden heen en weer verplaatst, bijvoorbeeld door die ngo in Noord-Kenia waarover ik het zojuist had. In 2018 zijn na een andere verhuizingsactie alle elf dieren gestorven. We hebben een zwaar verlies geleden.

    U noemt ngo’s ‘piraten’.

    Ik heb mensen zien huilen toen ze bewijzen aan hen lieten zien voor de daden van die organisaties, die ‘helden’. Het is alsof je een christen bewijs levert dat God niet bestaat.

    Wat is de oplossing?

    We moeten natuurbescherming helemaal opnieuw uitvinden. We kunnen niets dekoloniseren wat op een koloniale structuur berust. Alles wat een witte over natuurbescherming in Afrika zegt, wordt voor waar aangenomen. We accepteren geen leugens van onze bankiers. We accepteren geen leugens van onze leraren. Maar bij natuurbescherming zeggen we: het is een leugen, maar het is voor een goed doel.

    Over welke concrete leugens hebt u het?

    Er zijn organisaties die beweren dat er in Afrika om het kwartier een olifant wordt gedood. En dat er tegen 2025 geen olifanten in vrijheid meer zullen leven. Dat is een leugen. Puur rekenkundig is dat helemaal niet mogelijk.

    U zegt dat olifanten niet worden bedreigd?

    Jawel. Maar ik kan met zekerheid zeggen dat de Afrikaanse landen waar nu olifanten rondlopen, die in de komende vijftig jaar niet zullen kwijtraken.

    Daarmee weerspreekt u de wetenschappelijke consensus. Een groot onderzoek, de Great Elephant Census, is tot alarmerende conclusies gekomen.

    Stelt u zich honderdduizend dode olifanten voor. Die kun je niet verstoppen. Waar zijn de kadavers? Paul Allen, een van de oprichters van Microsoft, heeft miljoenen uitgegeven aan dit onderzoek. En de wetenschappers hebben geleverd wat hij wilde horen. Het zijn prostituees.

    ‘De natuurbescherming is een business. En milieubeschermers zijn geen engelen’

    Ngo’s zijn piraten, uw collega’s in de wetenschap prostituees – wilt u iedereen beledigen die de dierenwereld in Afrika na aan het hart ligt?

    Laat één ding duidelijk zijn: milieucriminaliteit is een probleem. Maar we kunnen dat niet met leugens oplossen. Die mensen liegen tegen het Amerikaanse Congres, ze liegen tegen het Britse koningshuis, ze liegen tegen de Duitse regering. De natuurbescherming is een business. En milieubeschermers zijn geen engelen.

    Welk belang zouden ze erbij hebben om de situatie erger voor te stellen dan die is?

    De grote organisaties proberen een permanente crisis voor te wenden om hun werk te rechtvaardigen. Natuurbescherming is het enige terrein waarop we falen belonen. We plaatsen mensen op een voetstuk die zeggen: al veertig jaar strijd ik voor deze diersoort. Als je als ingenieur veertig jaar lang aan een probleem werkt zonder het op te lossen, dan raak je je baan kwijt. Maar natuurbeschermers bewonderen we om hun doorzettingsvermogen. Terwijl ze veertig jaar lang niets of het verkeerde hebben gedaan.

    Er zijn geen weldoeners. Je moet niet naar Afrika gaan om olifanten te redden

    Jane Goodall is driehonderd dagen per jaar op pad. Ze zet zich onvermoeibaar in voor chimpansees. Dian Fossey is gestorven voor gorilla’s.

    Ja, als jonge student hebben die mensen mij ook geïnspireerd. Maar in de loop der jaren besefte ik dat hun erfenis er vooral een van de zelfpromotie is. Dian Fosseys milities hebben mensen gedood die ze verdachten van stroperij. Zij werd uit wraak vermoord omdat ze de rechten van andere mensen had geschonden. De gorilla’s zijn er 34 jaar later trouwens nog steeds. Velen hanteren andere maatstaven voor deze mensen. En alle helden in Afrika zijn wit. Waarom? Zijn er geen zwarten die de natuur na aan het hart ligt? Waarom zijn er dan in Afrika meer wilde dieren over dan in Europa?

    Moeten we de natuurbescherming in Afrika aan de Afrikanen overlaten?

    Nee, we zijn een mondiaal dorp. Maar je moet anderen niet de westerse zienswijze opdringen: ‘Wij willen dat de Kenianen verliefd worden op hun natuur.’ Nee. Afrikanen respecteren wilde dieren, maar we willen ze niet omhelzen. Ik heb eens voor een ngo kinderen iets bijgebracht over olifanten. Ik zei tegen ze: jullie moeten olifanten waarderen! Dat waren kinderen die elke dag van school naar huis renden om niet door een olifant te worden aangevallen. Ze waren doodsbang voor die dieren. Ik had dus tegen hen moeten zeggen: snij niet af door de jungle. En niet: olifanten zijn prachtig.

    Dus wat moeten we doen?

    Op het moment dat iemand denkt dat hij een redder is, gaat alles mis. Er zijn geen weldoeners. Je moet niet naar Afrika gaan om olifanten te redden. Natuurbescherming in Afrika is een vorm van zelfverwezenlijking geworden. Godzijdank heeft Jeff Bezos – de rijkste mens ter wereld – nog geen interesse getoond in de Afrikaanse dierenwereld. Hij zou ons de genadeklap geven.

    9d094db7b7e580c529e08a78e94deea16efb3e38
  • Aanbevolen door de redactie. Fotografie voor de toekomst & Meer

    Aanbevolen door de redactie. Fotografie voor de toekomst & Meer

    De Ghanees-Britse ‘Black Lifestyle‘-fotograaf James Barnor is een inspiratiebron voor velen. Verder: Een podcast die je alles leert over alcohol, zoals waarom je wijn eerst moet decanteren & meer aanraders van de 360-redactie.

    Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, ziet en hoort, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires en fotoreportages die wij deze week tijdens het speuren naar mooie journalistiek zijn tegengekomen.

    Alles over alcohol

    A Good Drop: All About Alcohol is de podcast die ik eigenlijk zelf wilde maken. Samen met een vriend wijn proeven, er een beetje over praten, wat achtergrondinformatie verschaffen’, aldus hoofdredacteur Laura Weeda. Deze twee Australiërs kwamen op het idee. Het onderwerp en de indeling lopen sterk uiteen – zoals alcohol nou eenmaal met onderwerpen en indelingen doet. Soms is een hele aflevering aan één fles gewijd, soms spitsen ze zich toe op de toepassingen van bijvoorbeeld een enkel cocktailingrediënt of een historisch verbod.

    Deze sessie gaat over de deugden van het decanteren van wijn voordat je hem drinkt. Naast enige wetenschappelijke achtergrondinformatie, doen ze ook een on-airsmaaktest om te bepalen of decanteren de smaak van een glas wijn echt verbetert.

    Wat ze nog meer te vertellen hebben is bijvoorbeeld dat echte kurk tegenwoordig vooral een statement is, hoewel (met name Franse) boeren niet lang geleden nog beweerden niet zonder te kunnen. Maar ja, Franse boeren en kenners deden toen Australische wijn zijn opgang maakte ook een minderwaardig namaaksel was, zoals dan weer te zien is in deze mooie documentaire van de BBC: Chateau Chunder: How Australian Wines changed the World.’


    Vrouwelijke blik

    ‘Honderd vrouwelijke straatfotografen leggen het buitengewone alledaagse vast’ is de titel boven een beeldartikel op de Amerikaanse cultuursite Hyperallergic. Het artikel besteedt aandacht aan het zojuist verschenen boek Women Street Photographers, dat niet-geënsceneerde foto’s bevat van 100 fotografen uit 31 landen, ‘van Ghana tot Iran’. Een tip van redacteur IJsbrand van Veelen.

    9783791387406

    Het boek is ontstaan uit het Instagram-account @WomenStreetPhotographers van fotografe Gulnara Samoilova, die eerder werkte als fotograaf voor Associated Press. ‘Straatfotografie is misschien wel de meest toegankelijke vorm van fotografie die er bestaat,’ aldus de in Rusland geboren Samoilova, die nu in New York woont. Waarbij ze gelijk aantekent dat de straat voor vrouwen een andere plek is dan voor mannen. Dat kan ook zo zijn voordelen hebben. ‘Het kan zijn dat vrouwen niet snel als professionele fotografen worden gezien waardoor ze eerder toestemming krijgen voor het maken van foto’s’, aldus Samoilova, zeker als het gaat om foto’s van kinderen, voegt ze daaraan toe.

    Hoe dan ook, er staat prachtig werk op Hyperallergic en er is nog meer te zien op de site van This is Colossal, die ook aandacht besteedt aan het boek.


    Gids voor de toekomst

    Op 31 maart gaan vooraanstaande fotografen en kunstcritici in gesprek over het werk van de de visionaire fotograaf James Barnor om te onderzoeken hoe zijn visie een cruciale gids voor de toekomst kan zijn. En u kunt vanaf 20.00 uur online gratis meekijken.

    James Barnor Mike Eghan at Piccadilly Circus London 1967 Courtesy Autograph 2 1
    © James Barnor, Mike Eghan at Piccadilly Circus, London, 1967, Courtesy Autograph

    ‘Black Lifestyle’-fotograaf James Barnor richtte begin jaren vijftig zijn beroemde studio Ever Young op in Accra. In 1959 kwam hij naar Londen, waar hij ging werken voor het Zuid-Afrikaanse tijdschrift Drum, dat de geest van die tijd en de ervaringen van de ontluikende Afrikaanse diaspora in Londen weerspiegelde. Begin jaren zeventig keerde hij terug naar Ghana om het eerste kleurenlaboratorium van het land op te zetten, terwijl hij zijn werk als portretfotograaf voortzette en zich in de muziekscene inwerkte. Zijn werk inspireert generaties fotografen.

    James Barnor Sick Hagemeyer shop assistant Accra c. 1957 Courtesy Autograph 1
    © James Barnor, Sick Hagemeyer shop assistant, Accra, c. 1957, Courtesy Autograph

    Tijdens het evenement gaat Barnor onder andere in gesprek met fotograaf Tyler Mitchell en kunstcriticus Hans Ulrich Obrist. ‘Een verbluffende line-up’, volgens art director Majel van der Meulen.


    Helder dromen

    Aristoteles schreef er al in 350 v.Chr. over, boeddhisten gebruiken het al eeuwen in de beoefening van yoga, en het plot van verschillende boeken en films als Alice in Wonderland en Inception draait erom: lucide dromen.

    Het bewust beïnvloeden van dromen is een soort van sport geworden, schrijft New York Times-redacteur Dorie Chevlen. Reddit-fora worden erover volgeschreven en ook op Tiktok en YouTube is lucide dromen de laatste tijd een populair onderwerp. Zelfs een wetenschapper van de Radboud Universiteit doet er onderzoek naar.

    Ook Chevlen probeert zich te bekwamen in de kunst van het lucide dromen. Ze blijkt er een persoonlijke reden voor te hebben: een goed gesprek – zonder mondkapje – met haar terminaal zieke opa. In het artikel deelt ze een paar bruikbare tips om zelf de touwtjes in handen te krijgen in dromenland. Een aanrader van redacteur Joep Harmsen.

  • Een van de duurste Nederlandse producties aller tijden

    Een van de duurste Nederlandse producties aller tijden

    De slag om de Schelde vertelt een nauwelijks bekend verhaal uit 1944.

    FILM – De nieuwe oorlogsfilm De Slag om de Schelde, mede geproduceerd door Netflix, is met een budget van 14,5 miljoen euro een van de duurste Nederlandse producties aller tijden.

    De film, geregisseerd door Matthijs van Heijningen jr., vertelt een nauwelijks bekend verhaal uit 1944 over de zogenoemde Operatie Infatuate, toen in Zeeland tienduizenden Duitsers en geallieerden met elkaar vochten op Walcheren.

    Aan beide kanten vielen honderden doden, onder wie ook veel Zeeuwse burgers. Het verhaal van het spektakelstuk draait om drie jonge personages: een gestrande Engelse piloot (Jamie Flatters), een medewerker op het stadhuis van Vlissingen (Susan Radder) en een jonge NSB’er die met de Duitsers meevecht (Gijs Blom). Ook Tom Felton, bekend van de Harry Potter-films, speelt een rol.

    Door Arjan Reinders

  • Mussolini, Manhattan en het verdwenen mozaïek van Caligula

    Mussolini, Manhattan en het verdwenen mozaïek van Caligula

    Tweeduizend jaar geleden sierde een mozaïek van ruim een meter twintig bij een meter twintig de vloer van een ‘orgieschip’ van de beruchte Romeinse keizer Caligula. Het schip zonk in Lago Nemi, bij Rome. Mussolini liet het opgraven en het mozaïek belandde in een chic appartement aan Park Avenue in New York. Daar fungeerde het 45 jaar lang als tafelblad van een salontafel. Uiteindelijk werd het mozaïek aan Italië teruggegeven waar het eerder deze maand feestelijk werd onthuld.

    ‘De afgelopen vier jaar hebben Italiaanse restaurateurs geprobeerd thee- en koffievlekken te verwijderen van een grote, tweeduizend jaar oude mozaïek.’ Zo begint The Daily Beast het artikel over de fascinerende reis van een mozaïek dat de vloer sierde van een drijvend paleis van de Romeinse keizer Caligula (12–41 n.Chr.). Het vierkante mozaïek van rood porfier, groen en wit glas en marmer bevond zich 45 jaar in Park Avenue in New York, in de woonkamer van de Italiaans-Amerikaanse Nereo Fioratti, werkzaam als journalist bij de Italiaanse krant Il Tempo en zijn vrouw, kunstverzamelaar en -handelaar Helen Fioratti. Volgens The Daily Beast legde het mozaïek van het ‘orgieschip’ een fascinerende reis af van Italië naar New York en weer terug naar Italië, waar het op 11 maart werd onthuld. 

    Caligula regeerde slechts vier jaar over het Romeinse Rijk, van 37 tot 41 na Christus, maar hij deed dat op een manier die ervoor heeft gezorgd dat de omschrijvingen ‘gek’ en ‘berucht’ onlosmakelijk met zijn naam zijn verbonden. Als nietsontziende dictator zette hij een standaard voor zijn opvolgers, daarbij mogelijk geholpen door een psychische aandoening. Hij heeft in ieder geval twee en mogelijk drie drijvende paleizen laten bouwen, die een groot deel van het oppervlak van het kleine Lago Nemi, dertig kilometer ten zuiden van het centrum van Rome, in beslag moeten hebben genomen. Wellicht was hij geïnspireerd door plezierschepen die werden gebouwd voor de feesten van de Hellenistische heersers van Syracuse en Ptolemaeïsch Egypte. Van de twee drijvende paleizen was er één voorzien van een tempel, en beide waren ongeveer 75 meter lang en 21 meter breed. 

    Enorme feesten

    De schepen hadden geen voortstuwingssysteem en waren beladen met loodzware versieringen, dus feitelijk waren het drijvende bakken die alleen verplaatst konden worden door over het meer te worden voortgesleept door andere schepen. Er was warm en koud stromend water aan boord dat uit loden pijpen gutste, waarop de naam van Caligula was gegraveerd. Op de schepen stonden roze marmeren zuilen, de muren waren ingelegd met ivoor en de vloeren waren voorzien van felkleurige mozaïeken. Versierd met goud en edelstenen, bronzen sculpturen en bronzen friezen van dieren, vormden de schepen de locatie voor enorme feesten die soms dagen duurden, zo schrijft The New York Times. Diezelfde krant schreef in 1928: ‘Volgens verslagen uit die tijd waren de schepen gevuld met talloze kunstschatten en werden ze beschouwd als een van de wereldwonderen…’

    Wat er zich afspeelde aan het hof en aan boord van de paleisschepen van de ‘Gestoorde Keizer’ nam in de loop van de geschiedenis steeds mythischer proporties aan. Het begon met het beroemde verhaal van de Romeinse historicus Suetonius die in zijn De Vita Caesarum (‘Over het leven van de keizers’) op roddeltoon beschrijft dat Caligula overwoog zijn lievelingspaard Incitatus tot consul te benoemen. Overigens is nooit vastgesteld of dat een daadwerkelijk voornemen was, of dat de opmerking het dédain van Caligula voor de Senaat betrof, bedoelende ‘al die consuls zijn zulke ezels, daar kan mijn paard dan ook wel bij’.

    Caligula zou de tongen hebben laten afsnijden van mensen die het waagden hem tegen te spreken, hij zou vijanden een voor een hebben afgeslacht en hij zou zich hebben overgegeven aan incestueuze orgies met zijn zusters. Zelfs het zinken van de paleisschepen is tot een legende geworden.

    Zo opperde The New York Times in 1929 de mogelijkheid ‘dat Caligula opzettelijk beide schepen in al hun pracht samen met zijn gasten tot zinken bracht om een ​​orgie te bekronen met een geweldig spektakel.’

    Waarschijnlijker is dat de schepen na de moord op Caligula in 41 tot zinken zijn gebracht, wellicht op last van zijn opvolger Claudius, die herinneringen aan zijn tirannieke voorganger wilde uitwissen.

    Mussolini

    Hoe het ook zij, een andere dictator, Benito Mussolini, die een groot bewonderaar van Caligula was, gaf negentienhonderd jaar later opdracht om de gezonken schepen te bergen. Il Duce was daarmee niet de eerste, want lokale vissers waren al sinds mensenheugenis op de hoogte van het bestaan van de wrakken. Met haken haalden ze regelmatig onderdelen omhoog die aan voorbijgangers werden verkocht.

    In 1446 gaf kardinaal Prospero Colonna opdracht aan Leon Battista Alberti, humanist, homo universalis en onder meer ontwerper van de façade van Santa Maria Novella in Florence, om uit te zoeken wat er waar was van de verhalen over schepen die op de bodem van het meer zouden liggen. Alberti ontdekte restanten van de schepen op een diepte van ruim 18 meter, maar had niet de middelen om ze te bergen.

    Mogelijk ligt er nog een derde schip onder de modder op de bodem van het meer

    Mussolini had meer succes. Volgens The New York Times gaf hij in 1929 opdracht om het meer droog te leggen en drie jaar later waren twee schepen gelokaliseerd en aan land gebracht. Overigens ligt er mogelijk nog een derde schip onder de modder op de bodem van het meer. Volgens de burgemeester van Nemi wordt momenteel met hightech sonarapparatuur geprobeerd of een derde schip kan worden gelokaliseerd.

    In 1936 liet Mussolini bij het meer van Nemi een museum bouwen zodat het publiek kennis kon nemen van alle vondsten, waaronder het mozaïek van Park Avenue. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het museum als schuilkelder gebruikt en in mei 1944 brandde het tot de grond toe af, volgens sommige berichten als gevolg van geallieerde bombardementen, volgens andere na brandstichting door wraakzuchtige nazi’s die zich terug moesten trekken.

    Nagenoeg alle overblijfselen van de twee schepen van Caligula gingen verloren, maar het Park Avenue-mozaïek was tijdens de brand al niet meer in het museum aanwezig. De laatst bekende foto van het mozaïek werd gemaakt in 1955 en sindsdien werd het als gestolen beschouwd omdat een officiële verblijfplaats ontbrak. Tot 23 oktober 2013.

    De salontafel van Helen

    De foto uit 1955 werd afgedrukt in een boek van Dario Del Bufalo, een Italiaanse expert op het gebied van antiek marmer. Op de bewuste oktoberavond in 2013 gaf hij in de winkel van juwelier Bulgari op 5th Avenue in Manhattan een lezing naar aanleiding van de publicatie van zijn nieuwe boek Porphyrius, de zeldzame paarse steen die zo geliefd was bij Romeinse keizers, waarna een signeersessie volgde. De bijeenkomst werd bijgewoond door de culturele elite van New York.

    ‘Ik zat daar boeken te signeren’, aldus Del Bufalo, ‘en opeens zeiden mensen: “Oh kijk, is dat niet de salontafel van Helen?”, toen ze de foto zagen van Caligula’s verdwenen mozaïek. Het het alsof iederéén die tafel kende.’ De salontafel van Fioratti bleek eerder op een foto in Architectural Digest te hebben gestaan en had kennelijk indruk gemaakt op de verzamelaarselite van New York.

    Het toeval wilde dat een Italiaanse expert op het gebied van kunstdiefstal en medewerker van de Comando Carabinieri per la Tutela del Patrimonio Culturale (Carabinieri T.P.C.), de Italiaanse organisatie voor opsporing van gestolen kunstschatten, ook bij de lezing van Del Bufalo aanwezig was. Uit de opmerkingen van de aanwezigen werd hem duidelijk dat er iets bijzonders aan de hand was met de salontafel van het echtpaar Fioratti. Gegevens over de Fioratti’s werden aan de politie overhandigd, die vervolgens een onderzoek startte. Dat leidde uiteindelijk tot inbeslagname van het mozaïek en tot teruggave aan Italië in 2017. Tot een aanklacht tegen Fiorattis is het niet gekomen, want de politie is ervan overtuigd dat ze het mozaïek in de jaren zestig te goeder trouw hebben aangekocht. 

    Lintje

    Helen Fioratti, eigenaar van L’Antiquaire and the Connoisseur, een bekende galerie voor Europese oudheden en antiek in New York, zei in 2017 tegen The New York Times dat ze het mozaïek had gekocht van een Italiaanse aristocratische familie en dat de verkoop nota bene was begeleid door een lid van de Italiaanse Carabinieri T.P.C.

    ‘Het was een onschuldige aankoop. Het was ons favoriete stuk en we hadden het al vijfenveertig jaar in bezit.’ Fioratti zei ook dat ze niet van plan was de inbeslagname te bestrijden omdat dat te veel geld en tijd zou kosten. Ze gelooft wel dat ze legitieme aanspraak op het stuk had kunnen maken als ze er een zaak van zou hebben gemaakt. ‘Ze zouden me een lintje moeten geven omdat ik me niet heb verzet.’ Del Bufalo kan met haar meevoelen: ‘Het zat me wel dwars dat het mozaïek in beslag is genomen’, zei hij tegen The Daily Beast. ‘Ze was er echt dol op.’

    Massimo Osanna, directeur-generaal van de Italiaanse staatsmusea, vermoedt dat het mozaïek vanuit Italië naar de VS is gesmokkeld via een diplomatieke zending, want een aankoopbewijs of invoerpapieren zijn nooit gevonden. Dat zou niet uitzonderlijk zijn, want tot halverwege de jaren 2000 doken in musea over de hele wereld Italiaanse oudheden op. Italië voerde bijna tien jaar lang een proces tegen Marion True, destijds conservator van het Getty Museum in Los Angeles, omdat ze, aldus de aanklacht, oudheden had verkocht die door grafrovers waren gestolen uit de uitgestrekte archeologische parken van Italië en vervolgens aan verzamelaars en musea werden doorverkocht. Honderden van dergelijke gestolen kunstschatten zijn de afgelopen jaren geretourneerd aan Italië.

    Koffievlekken

    Het mozaïek van Caligula werd weliswaar in 2013 herontdekt, maar het duurde nog vier jaar voordat samenwerking van de Italiaanse autoriteiten met Cy Vance, de officier van justitie van Manhattan, tot verificatie leidde en uitwees dat het om het originele mozaïek van het paleisschip ging. Toen Vance de authenticiteit van het mozaïek bekendmaakte zei hij: ‘Dergelijke voorwerpen kunnen mooi, legendarisch en enorm waardevol zijn voor verzamelaars, maar feit blijft dat het opzettelijk negeren van de herkomst van een voorwerp in wezen stilzwijgende goedkeuring betekent van schadelijke, criminele praktijken.’

    Helen Fioratti, die nu in de negentig is, is nooit beschuldigd van misdrijven, hoewel verschillende huiszoekingen in haar huis aan Park Avenue en in haar antiekgalerie L’Antiquaire & The Connoisseur suggereren dat de autoriteiten wel degelijk achterdochtig waren.

    Het mozaïek werd al in 2017 teruggestuurd naar Italië, samen met een lading andere geroofde kunstvoorwerpen. Het werd pas twee weken geleden feestelijk onthuld in het Museo delle Navi di Nemi dat het voornemen heeft om ooit reconstructies op ware grootte van de Caligula-schepen te zullen herbergen. Het duurde bijna vier jaar voordat de ‘restanten van het huiselijke leven’, in de woorden van Massimo Osanna, uiteindelijk verwijderd waren.

    Het mozaïek zat onder de koffie- en theevlekken die tannine bevatten dat makkelijk vlekken maakt op natuursteen. De Fioratti’s gebruikten de tafel ook om bloemenvazen en cocktailglazen op te zetten, zodat er ook kalkvlekken op waren achtergebleven. ‘Het was duidelijk een veelgebruikte tafel,’ aldus Osanna. ‘Het is echt een wonder dat het mozaïek is teruggekeerd in Nemi.’

  • Met bomen kun je alle kanten op

    Met bomen kun je alle kanten op

    Bomen zijn een rijke inspiratiebron, ze spreken tot ieders verbeelding, en zijn gezien de huidige klimaatcrisis actueler dan ooit. Genoeg reden om er een tentoonstelling aan te wijden.

    Diepgeworteld is de grappig gevonden titel van een tentoonstelling over bomen in de schilderkunst van 1600 tot nu, gemaakt samen met de Nederlandse bomenstichting, die dit jaar haar vijftigjarig jubileum viert. Een lekker concreet onderwerp, waar je tegelijkertijd een heleboel kanten mee op kunt, zo blijkt. Want bomen zijn een rijke inspiratiebron, ze spreken tot ieders verbeelding, en zijn gezien de huidige klimaatcrisis in zekere zin actueler dan ooit. Ook in de mythologie, de Bijbel en verhalen uit de volkscultuur speelt de boom geregeld een hoofdrol. 

    Jan van Goyen schilderde een oude eik als bejaarde bokser, gebutst en gebroken maar toch fier

    In de vroege schilderkunst heeft de boom nog vaak een symbolisch karakter, denk aan de boom van de kennis van goed en kwaad, prachtig geschilderd door bijvoorbeeld Roelant Savery (met een hele beestenschare eromheen: een os, een hert en een pauw, een witte schimmel naast een leeuw en twee kamelen, en talloze exotische vogels in de lucht).

    Vooral de eik doet het goed bij schilders, als ‘koning van het woud’ en als symbool van standvastigheid, kracht, wijsheid en bescherming. Jan van Goyen schilderde een oude eik als bejaarde bokser, gebutst en gebroken maar toch fier. Vincent van Gogh leefde zich met zijn nerveuze verfstreken juist weer heerlijk uit op de wortels en stammen, die hem vanwege de onrustige kronkels erg aanspraken. 

    De boom leent zich ook volop voor artistiek experiment, zo bestaat het Bloeiend boompje van Bart van der Leck enkel uit de van hem bekende rode, gele en blauwe kleurvlakjes. Vrolijk hoogtepunt is Emo Verkerks portret van zijn vader, die een jong, geel boompje voor zijn neus heeft staan waarvan de takken buiten het schilderij steken. 

    Nog t/m 5 april 2021, Dordrechts Museum, Dordrecht, dordrechtsmuseum.nl

    Door Arjan Reinders