Onderwerpen: Cultuur

  • Venezolaanse exodus gaat onverminderd voort | Europa dumpt plastic in Turkije

    Venezolaanse exodus gaat onverminderd voort | Europa dumpt plastic in Turkije

    Venezolaanse exodus

    De uittocht van Venezolanen die het regime van president Nicolás Maduro ontvluchten gaat onverminderd voort. Naar verwachting zal de hoeveelheid vluchtelingen uit Venezuela dit jaar het aantal Syriërs overstijgen dat is gevlucht vanwege de burgeroorlog, bericht El Mundo. Uit cijfers van vorige maand blijkt dat tot nu toe al 5,6 miljoen Venezolanen hun land zijn ontvlucht. Dat is een stijging van ruim 1100 procent vergeleken met 2010 en het aantal vertegenwoordigt ongeveer 17,1 procent van de totale bevolking die in Venezuela is geboren. Ongeveer 1,7 miljoen van de Venezolaanse migranten bevindt zich in Colombia.

    De exodus wordt niet afgeremd door de coronapandemie; noch door de druk die het regime uitoefent om de uittocht te stoppen; noch door smeergelden die betaald moeten worden aan guerrilleros om de gesloten grenzen clandestien te kunnen oversteken. Honderden en honderden mensen steken elke dag de grenzen over om een nieuw leven te zoeken in Colombia, Ecuador, Peru, Chili, Argentinië en zelfs de Verenigde Staten.

    ‘In Venezuela is geen eten, veel mensen zijn ondervoed, er zijn geen middelen om te overleven’

    ‘We hebben een maand en zeven dagen gelopen’, vertelde de 66-jarige Hortensia López aan een journalist van de Spaanse krant, die een reportage maakte over de situatie aan de grens tussen Venezuela en Colombia. ‘Ik ga met mijn kleinkinderen naar Cali. Ik heb ze meegenomen uit Venezuela omdat de situatie daar kritiek is: er is geen eten, veel mensen zijn ondervoed, er zijn geen middelen om te overleven. We moesten wel vertrekken. De mensen hier in Colombia zijn barmhartig en verlenen veel hulp aan Venezolanen.’

    Een andere vrouw, die net met haar vier kleinkinderen van elf, acht, zeven en drie jaar de grens met Colombia is overgestoken, heeft geen geld en zegt van San Juan de los Morros naar Cali te zullen gaan lopen. De twee steden liggen ruim 1700 kilometer uit elkaar.


    De Golden Gate Bridge maakt te veel lawaai

    Canadese aerodynamicadeskundigen zijn hard bezig met een missie die van het grootste belang is voor de oren van inwoners van San Francisco, zo schrijft The San Francisco Chronicle. Hun doel is om de Golden Gate Bridge het zwijgen op te leggen.

    Tot grote ergernis van omwonenden begon de brug een jaar geleden lawaai te maken na aanpassing van de veiligheidsreling aan de westkant van de brug. Om de brug een slanker profiel te geven en veiliger te maken bij harde wind, werden de originele spijlen vervangen door twaalfduizend smallere exemplaren. Die blijken nu luid gebrom te produceren bij stevige wind. Het geluid is soms tot op zo’n vijf kilometer afstand te horen.

    Mogelijk is er tegen de zomer een oplossing. ‘Het is een lastige zaak’, aldus een woordvoerder. ‘We willen er absoluut zeker van zijn dat we het goed doen. De veiligheid van de brug mag niet in het geding komend, maar we moeten ook luisteren naar de inwoners.’


    Europa dumpt plastic in Turkije

    Volgens een rapport dat Greenpeace in mei publiceerde, dumpt Europa op grote schaal plastic afval in Turkije. Alleen al de export van plastic afval van Groot-Brittannië naar Turkije groeide tussen 2016 en 2020 met factor 18, van 12.000 ton naar 210.000 ton. Dat betekent dat Turkije de eindbestemming was voor bijna 40 procent van het plastic afval uit Groot-Brittannië, schrijft BBC. Volgens het rapport dumpten lidstaten van de Europese Unie vorig jaar twintig keer meer plastic afval in Turkije dan in 2016. Deskundigen en internationale milieugroeperingen waarschuwen dat plastic en ander afval zich opstapelt in Turkije en dat het illegaal wordt verbrand of geloosd zonder acht te slaan op het milieu.

    Er komen dagelijks vanuit Europa zo’n 240 vrachtwagenladingen met plastic afval in Turkije aan

    Volgens Nihan Temiz Atas, hoofd biodiversiteitsprojecten van Greenpeace Turkije, komen er dagelijks vanuit Europa zo’n 240 vrachtwagenladingen met plastic afval in Turkije aan. ‘Het overweldigt ons. Aan de hand van gegevens zijn we Europa’s grootste stortplaats.’

    Het Britse ministerie van Milieu, Voedsel en Plattelandszaken zegt in een reactie: ‘Het is duidelijk dat het VK meer van zijn afval zelf moet verwerken. We zijn vastbesloten om de export van plastic afval naar niet-OESO-landen te verbieden en de illegale uitvoer van afval naar landen als Turkije, strenger te controleren.’

    Vorig jaar stuurde Maleisië 150 zeecontainers met illegaal geïmporteerd plastic afval terug naar de landen van herkomst. Milieuminister Yeo Bee Yin zei toen dat die stap bedoeld was om ervoor te zorgen dat haar land niet ‘de vuilnisbelt van de wereld’ zou worden.


    Wes Anderson draait in Spanje

    The French Dispatch van Wes Anderson gaat in juli in première op het filmfestival van Cannes, maar de 52-jarige Amerikaanse filmregisseur is alweer druk bezig met de voorbereidingen voor zijn volgende film. Volgens de Spaanse krant El País draait hij zijn nieuwe project in juli, augustus en september in het Spaanse Chinchón ten zuidoosten van Madrid. Volgens de krant doen de sets die er worden opgebouwd denken aan een western-achtige woestijn, ook al wordt de film volgens bronnen geen western.

    De burgemeester van Chinchón is blij, vertelde hij tegen El País: ‘Het is heel belangrijk voor ons. Er zijn al talloze shoots hier opgenomen, maar dat een grote Amerikaanse productie hier enkele maanden komt filmen, betekent levendigheid, prestige en publiciteit.’ In het stadje werden in het verleden films gedraaid onder regisseurs als Nicholas Ray, Orson Welles, Carlos Saura en Pedro Almodovár. Anderson, die in Frankrijk woont, draaide al zijn films de afgelopen tien jaar in Europa.


    Groene oase in New York

    Mediamagnaat Barry Diller en zijn vrouw, modeontwerpster Diane von Furstenberg, bedachten in 2013 een plan ter vervanging van Pier 54 in New York, die door orkaan Sandy was verwoest. Ze wilden ‘iets bouwen (…) dat meteen op het eerste gezicht oogverblindend was en iedereen die het bezoekt gelukkig maakt’, schrijft architectuurblog Dezeen. Acht jaar later was daar Little Island.

    Dit park op palen van ongeveer één vierkante kilometer ligt aan Hudson River Park aan de westkant van Manhattan, nabij de wijk Chelsea, en steunt op 132 paddestoelvormige kolommen van beton die op verschillende hoogtes zijn geplaatst voor een golvend effect. De groene oase is te bereiken via de loopbruggen North Bridge en South Bridge, beide gelegen aan de Hudson River Greenway. Er zijn verschillende openbare locaties, waaronder een amfitheater, een kleiner theater en een spokenwordpodium. Sinds mei is Little Island open voor publiek.


    Beurzen van Mary Beard

    Mary Beard, de Britse Hoogleraar Geschiedenis aan Cambridge en populaire presentator van BBC-series over de oudheid, gaat na veertig jaar met pensioen. Om dat te vieren stelt ze twee studiebeurzen in van elk 45.000 euro, die kansarme studenten de mogelijkheid geven Klassieke Oudheid te studeren aan Cambridge.

    ‘Het is een manier om te laten zien dat we het bieden van gelijke kansen serieus nemen’, aldus Dame Mary tegen The Guardian. ‘Ik ben me zeer bewust van wat ik heb geleerd van de Klassieken. Niemand in mijn familie had een universitair diploma.’ Volgens Beard bieden de Klassieken een manier om ‘anders over de wereld te denken’, met inzichten over filosofie, cultuur, geslacht en ras.

    De beurzen heeft ze vernoemd naar Joyce Reynolds (102), haar voormalige docent in Cambridge: een ‘fantastische strijder voor de rechten van vrouwen in wat toen een mannenwereld was’.

  • Het New Museum vanaf de bank

    Het New Museum vanaf de bank

    Het New Museum in New York biedt de mogelijkheid om video’s en films van jonge kunstenaars vanuit huis te bekijken via het platform Screen Series Online. Een uitgelezen kans om kennis te maken met veelbelovende internationale kunstenaars, zoals de Libanese Marwa Arsanios.

    In 2016 lanceerde het New Museum in New York de Screen Series, een platform voor video’s en films van jonge kunstenaars. Sinds de sluiting van het museum vanwege de pandemie is het mogelijk de Screen Series Online, aangevuld met eerdere al in het museum getoonde video’s, vanaf de bank te bekijken. En dat is een uitgelezen kans om kennis te maken met veelbelovende kunstenaars als Wong Ping, Andro Eradze, Nina Sarnelle (1997) en werk te zien van al gevestigde kunstenaars als Kaari Upson. Indrukwekkend is de video Have You Ever Killed a Bear? Of Becoming Jamila van Marwa Arsanios (1978, Beiroet).

    Jamila Bouhired was een gevierde vrijheidsstrijder in de Algerijnse opstand tegen de Franse koloniale overheersing

    Deze laatste video is gebaseerd op een lezing, boek en installatie die putten uit de publicatie van het tijdschrift Al-Hilal, één van de oudste kunst- en literatuur tijdschriften uit de Arabische wereld, dat in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw heel populair was. Ter promotie van het secularisme en de bevrijding van de vrouw, toonde het tijdschrift in die tijd vaak vrouwen op de omslag. Een van hen was Jamila Bouhired, een gevierde vrijheidsstrijder in de Algerijnse opstand tegen de Franse koloniale overheersing. In deze video staat zij symbool voor een korte periode waarin vrouwen in het openbaar werden gevierd.  

    Screen Series Online van Het New Museum in New York is te zien via vimeo.com/newmuseumnyc.

    Door Manuela Klerkx

  • Wederopstanding van de Pakistaanse taliban | Het excuus van Martin Bashir

    Wederopstanding van de Pakistaanse taliban | Het excuus van Martin Bashir

    De wederopstanding van de Pakistaanse taliban

    Nu de terugtrekking van Amerikaanse troepen uit Afghanistan nadert, duiken de Pakistaanse taliban, die jarenlang vrijwel afwezig waren, weer op met een nieuwe strategie en nieuwe lokale allianties, aldus nieuwssite Gandhara.

    Verdeeld, verzwakt door de dood van een aantal van zijn leiders en verdreven uit voormalige machtsbases, werd de gewapende groep Tehrik-e Taliban Pakistan (TTP) eigenlijk als afgeschreven beschouwd. Maar TTP, ook wel bekend als de Pakistaanse taliban, is het afgelopen jaar weer opgekrabbeld, heeft ruziënde facties verenigd en een golf van dodelijke aanslagen gepleegd in de tribale regio’s van het land.

    Lees ook:

    Om de wederopstanding te onderstrepen, voerde TTP vorige maand een dodelijke autobomaanslag uit bij een zwaar bewaakt luxehotel in de zuidwestelijke Pakistaanse stad Quetta, ver buiten zijn machtsbasis in het noordwesten.

    ‘TTP richt zich nu voornamelijk op Pakistaanse instanties en hun vertegenwoordigers’

    Deze TTP is niet langer dezelfde militante groep die van 2007 tot 2014 grote schade aanrichtte in Pakistan, toen een groot legeroffensief de groep over de grens naar Afghanistan dreef. Onder leiding van Noor Wali Mehsud, meer een religieus figuur dan een strijder, die sinds 2018 de leiding heeft, heeft TTP haar nauwe banden met Al-Qaida weliswaar behouden, maar de organisatie is gedecentraliseerd en het aantal willekeurige aanvallen op burgers is verminderd, volgens waarnemers.

    Lokaal jihadisme

    ‘TTP richt zich nu voornamelijk op Pakistaanse instanties en hun vertegenwoordigers’ en niet meer op soft targets, volgens Abdul Basit, Pakistaanse veiligheids- en antiterrorisme-specialist, verwijzend naar vroegere aanvallen op burgers. ‘In die zin is TTP overgegaan van een mondiaal naar een lokaal jihadistisch discours.’

    Er zijn aanwijzingen dat TTP een nieuw front heeft geopend tegen Chinese belangen in Pakistan. Peking oefent aanzienlijke politieke invloed uit in het land en geeft miljarden uit aan infrastructurele projecten. De aanval van TTP op het Serena Hotel in Quetta, de hoofdstad van de onrustige provincie Balochistan, toont de groeiende operationele kracht van de militante groep, zeggen waarnemers.

    Het was de eerste aanval in Pakistan sinds jaren waarin een met explosieven beladen auto, of wat militaire experts noemen ‘zelfmoordvoertuigen op basis van geïmproviseerde explosieven’ (SVBIED’s), werd gebruikt. Het was ook de eerste aanval van TTP in een grootstedelijk centrum sinds de wederopstanding. ‘Dit toont aan dat TTP het vermogen heeft om SVBIED’s te organiseren en zwaarbewaakte doelen te raken’, aldus Basit.

    Er is wijdverbreide wrok ontstaan bij de inwoners van Balochistan, die vinden dat hun thuisprovincie wordt uitgebuit door de staat

    Daarnaast is de bomaanslag, die vijf mensen doodde en een dozijn anderen verwondde, ook significant omdat hij in Balochistan plaatsvond. Balochistan ligt niet alleen buiten het traditionele gebied van TTP, maar het is ook een uitgestrekte regio die door zijn rijkdom aan hulpbronnen de afgelopen jaren een grotere betekenis heeft gekregen.

    Het is de locatie van een nieuwe haven in de stad Gwadar, een Chinees paradepaardje en onderdeel van de China-Pakistan Economic Corridor (CPEC) die in totaal 65 miljard dollar omvat. Het project, dat voorziet in een haven, een luchthaven, een snelweg en een ziekenhuis, is bedoeld om de Chinese provincie Xinjiang te verbinden met de Arabische Zee.

    Etnische Baloch-separatisten hebben zich al regelmatig gericht tegen de Chinese activiteiten in Balochistan, dat het toneel was van een separatistische opstand waarop brute repressie van de staat volgde, die sinds 2004 duizenden mensen het leven heeft gekost. Zo is er wijdverbreide wrok ontstaan bij de inwoners, die vinden dat hun thuisprovincie wordt uitgebuit door de staat.

    Alliantie

    Volgens waarnemers suggereert de aanval van TTP op het Serena Hotel, waar de Chinese ambassadeur in Pakistan verbleef maar op dat moment niet aanwezig was, dat de groep zich heeft aangesloten bij de lokale strijd tegen Chinese belangen. De sterke toename van het aantal aanvallen op Pakistaanse veiligheidstroepen in Balochistan in de afgelopen maanden wijst ook op een dergelijke alliantie.

    Separatisten in Balochistan, waarvan velen seculier zijn, gingen al eerder in het verleden vormen van samenwerking aan met extremistische islamistische groeperingen, zoals Al-Qaida, de belangrijkste bondgenoot van TTP, maar ook met Islamitische Staat (IS) en Lashkar-e Jhangvi, een sektarische soennitische militante moslimgroepering.

    Er zijn tot 6.500 Pakistaanse militanten in Afghanistan aanwezig, de meesten van hen zijn leden van TTP

    Volgens deskundigen heeft TTP zijn financiële middelen inmiddels aanzienlijk vergroot door afpersing, smokkel en door belastingen te heffen bij de lokale bevolking en bedrijven. Onder de nieuwe leiding is TTP ook in toenemende mate gedecentraliseerd, waarbij gezag is overgedragen aan lokale commandanten. Elke commandant leidt een eenheid die ongeveer 25 tot 30 strijders telt. Voorheen werden slechts enkele commandanten voor bepaalde zones aangesteld.

    Ondertussen is TTP ook actief in Afghanistan: volgens een rapport van de VN dat juli vorig jaar werd gepubliceerd, zijn er tot 6.500 Pakistaanse militanten in Afghanistan aanwezig, de meesten van hen zijn leden van TTP.

    In Pakistan bestaat dan ook de vrees dat in Afghanistan, als een vredesakkoord uitblijft, een burgeroorlog zal uitbreken na de aangekondigde internationale militaire terugtrekking in september. Een dergelijke situatie zou TTP dusdanig kunnen versterken, dat aanvallen op Pakistaans grondgebied kunnen worden opgevoerd.


    Het excuus van Martin Bashir

    Martin Bashir, de voormalige BBC-verslaggever die wordt beschuldigd van het vervalsen van documenten om in 1995 een exclusief interview met prinses Diana te krijgen, legde dit weekeinde verantwoording af in The Sunday Times over de zaak die een schandaal in Groot-Brittannië veroorzaakte en de reputatie van de BBC ernstig heeft aangetast.

    ‘Met zijn reputatie aan stukken’ spreekt Bashir als ‘een gebroken man’, zo is te lezen in het artikel in The Sunday Times waarin met de verslaggever wordt teruggeblikt op zijn interview met prinses Diana in 1995. Aanleiding voor die terugblik is de publicatie van het zogenoemde rapport-Dyson, de conclusie van een onderzoek naar de gang van zaken onder leiding van John Dyson, een voormalig rechter van het Britse Hooggerechtshof. Uit het rapport blijkt dat Bashir valse bankafschriften gebruikte om Charles Spencer, de broer van Diana, ervan te overtuigen dat ze werd bespioneerd. Zo wist Bashir het vertrouwen van de prinses te winnen. Prins William gelooft dat deze valse informatie ‘de angst en eenzaamheid’ aanwakkerde bij zijn moeder, die twee jaar later stierf.

    ‘Het interview met Diana veranderde Bashir van een onbekende in een van de beroemdste journalisten van het land’

    ‘Het spijt me zeer’, zegt Bashir, ‘Ik heb Diana nooit kwaad willen doen.’ Maar hij zegt ook dat hij niet ‘verantwoordelijk kan worden gehouden voor de vele dingen die er in haar leven gaande waren noch voor de complexe kwesties rond allerlei beslissingen’. Volgens hem is de suggestie dat hij daar persoonlijk verantwoordelijk voor ‘onredelijk en oneerlijk’.

    De belangrijkste verdediging van Bashir, zo merkt The Sunday Times op, is dat hij wijst op het feit dat hij bevriend raakte met Diana en dat ze erg blij was met het BBC-interview. De krant citeert echter ook een voormalige collega dat meent dat Bashir de waarheid ‘ongemakkelijk’ vindt.

    ‘Het interview met Diana veranderde Bashir van een onbekende in een van de beroemdste journalisten van het land’, aldus The Sunday Times. Hij ging aan het werk voor ITV en vervolgens voor ABC en NBC in de Verenigde Staten, en keerde in 2016 terug bij de BBC waar hij vorige week ontslag nam. De 58-jarige Bashir zegt te kampen met verschillende gezondheidsproblemen.


    Een nieuwe etalage voor hedendaagse kunst in Parijs

    Parijs heeft een nieuw museum, de Bourse de Commerce, en dat zorgt voor verdere verrijking van het toch al diverse culturele aanbod, schrijft de Spaanse krant El País. Geografisch gezien ligt het museum op een steenworp afstand van het Louvre, en zo dicht bij het Centre Pompidou dat het kleurrijke dak van de instelling door de ramen te zien is.

    De Bourse de Commerce wordt de eerste privé-instelling in de Franse hoofdstad die zich uitsluitend toelegt op hedendaagse kunst uit de collectie van één individu, multimiljonair François Pinault. Deze etalage voor de Pinault-collectie is sinds zaterdag eindelijk open na jaren van voorbereiding, verbouwing naar ontwerp van de Japanse architect Tadao Ando en een uitgestelde inauguratie vanwege de coronapandemie.

    Pinault is oprichter van het Kering-imperium, waarin merken als Yves Saint Laurent, Gucci en Balenciaga zijn ondergebracht

    Pinault, oprichter van het Kering-imperium, waarin merken als Yves Saint Laurent, Gucci en Balenciaga zijn ondergebracht, ziet nu zijn droom in vervulling gaan: zijn immense bezit te kunnen exposeren in de hoofdstad van kunst en luxe, bestaande uit zo’n 10.000 werken van meer dan 380 kunstenaars ‘uit alle continenten en van verschillende generaties’. Pinault gaat zo de concurrentie aan met andere rijke mecenassen, zoals Bernard Arnault met zijn Louis Vuitton Foundation.

    Volgens Pinault, die 84 jaar geleden geboren werd op het platteland van Bretagne, is kunst ‘een school voor nederigheid, want ze leert ons dat we nooit klaar zijn met de schoonheid van de wereld, en dat ons vluchtige leven alles te winnen heeft door de wereld te omarmen in plaats van te domineren.’ Nederigheid is echter niet wat in het oog springt bij deze buitengewone collectie waarvan de waarde door het Franse tijdschrift Challenges wordt geschat op 1,5 miljard euro.

    Ouverture, de eerste tentoonstelling in de Bourse de Commerce, een voormalige graanhal van meer dan 10.000 vierkante meter in het eerste arrondissement van Parijs, toont ongeveer 200 werken van 32 kunstenaars die zijn gekozen door Pinault zelf. De selectie beoogt meer te zijn dan louter een blik op de collectie: het gaat hem om thema’s te tonen die hem na aan het hart liggen en die weerspiegeld worden in zijn acquisities. Zo zijn voor het eerst in Europa alle stukken te zien die hij bezit van de ‘radicale en compromisloze’ Amerikaanse kunstenaar David Hammons.

  • Alastair Philip Wipers fascinatie met functionele perfectie

    Alastair Philip Wipers fascinatie met functionele perfectie

    De Britse fotograaf Alastair Philip Wiper bootst in zijn werk de ‘onbedoelde schoonheid’ na die hij vindt in fabrieken, laboratoria en industriële ruimten. Van de oneindige uitgestrektheid van fabrieksvloeren tot de grote complexiteit van specifieke machines.

    Zijn werk is een voortzetting van de fascinatie die Alastair Philip Wiper heeft met symmetrie en functionele perfectie die hij overal ter wereld zoekt en vindt. Hij laat gebruikelijke gebruiksvoorwerpen zien die in menig dagelijks leven een grote rol spelen, maar in zijn compositie een nieuwe betekenis krijgen in geometrie en patronen. Wil hij soms zeggen dat het menselijk vernuft zijn weerga niet kent?

    ‘We leven in een maatschappij die buitengewoon afhankelijk is van wetenschap en technologie, maar waarin bijna niemand iets weet over wetenschap en technologie’

    In zijn boek Unintended Beauty citeert Wiper de overleden Amerikaanse astronoom Carl Sagan: ‘We leven in een maatschappij die buitengewoon afhankelijk is van wetenschap en technologie, maar waarin bijna niemand iets weet over wetenschap en technologie.’

    In zijn beelden domineren juist de oneindige uitgestrektheid van een fabrieksvloer en de grote complexiteit van specifieke machines of een ingewikkeld netwerk van pijpen en buizen, schijnbaar complex maar met een duidelijke logica. En bovendien indrukwekkend om te zien, ook zonder logica.

    Febrik c Alastair P Wiper 8260 Edit 1
    Breifabriek van Febrik in Tilburg. – © Alastair Philip Wiper
    c Alastair Philip Wiper 488 Adidas Red c Alastair Philip Wiper 1 1
    Fabriekshal in een schoenenfabriek van Adidas. Hier werken meer dan 10.000 mensen, die per dag 75.000 paar schoenen maken.
    – © Alastair Philip Wiper
    DSC 1047
    Vonkbrug in het High Voltage Laboratory van de Technische Universiteit van Denemarken. – © Alastair Philip Wiper

    Science c Alastair Philip Wiper DSC 3736 1
    Multiplex model op schaal van de ATLAS-detector bij het Zwitserse CERN voor opleidingsdoeleinden. – © Alastair Philip Wiper

    Science c Alastair Philip Wiper DSC 8525 1
    De Radio Anechoic Chamber bij de Technische Universiteit Denemarken. – © Alastair Philip Wiper
    Febrik c Alastair P Wiper 8497 Edit 1
    Breifabriek van Febrik in Tilburg. – © Alastair Philip Wiper

    c Alastair Philip Wiper DSC2667 1
    Wooltex-textielfabriek van Kvadrat in het VK. – © Alastair Philip Wiper

    Huidige & Komende tentoonstellingen

    • Duotentoonstelling: Forms of Industry in het Royal Institute of British Architects (RIBA), Londen, VK, 26 februari 2020 – 16 juli 2021

    • Groepsexpositie: Vinyles Mania bij het Musée de l’imprimerie et de la communication graphique, Lyon, Frankrijk, 20 september 2020 – 20 juli 2021

    • Solotentoonstelling: Pleasure Points in het fotofestival van Kopenhagen, Denemarken, 3 – 10 juni 2021

    • Groepsexpositie: Material Tales in het Design Museum, Londen, VK, zomer 2021-22

    • Solotentoonstelling: Unintended Beauty bij Kvadrat, Kopenhagen, Denemarken, oktober 2021

  • Superhelden: de nieuwe generatie

    Superhelden: de nieuwe generatie

    In deze Netflix-serie proberen de kinderen van superhelden de daden van hun ouders te evenaren. Dat levert een verhaal op over familie, macht en loyaliteit.

    Met de achtdelige serie Jupiter’s Legacy kom je als liefhebber van film, spektakel en de complexe dynamiek tussen familie, macht en loyaliteit aan je trekken. In de serie lopen twee verhaallijnen door elkaar. Het eerste verhaal is dat van de eerste superhelden van onze wereld die inmiddels tot de vereerde ‘elder guard’ behoren. Het tweede verhaal betreft hun kinderen, eveneens in bezit van superkrachten en verwikkeld in een strijd om de legendarische heldendaden van hun ouders te evenaren. En dat blijkt niet eenvoudig.

    ‘De serie is deels 2001, deels Avengers en deels Godfather Part II’ 

    De serie is gemaakt door Sang Kyu, in samenwerking met comic-schrijver en bedenker Mark Millar. Chase Tang speelt een superschurk met een ambigu karakter, zoals bij meerdere personages het geval is. Het is dan ook de kunst om erachter te komen wie de bad guys zijn. Mark Millar over Jupiter’s Legacy: ‘De serie is deels 2001, deels Avengers en deels Godfather Part II.’ 

    Vanaf 7 mei te zien op Netflix.

    Door Manuela Klerkx

  • De Mezcalhausse: van armeluiselixer tot hip drankje

    De Mezcalhausse: van armeluiselixer tot hip drankje

    Dankzij een forse investering van de regering en internationale belangstelling, voedt de productie van de lokale sterke drank mezcal in Oaxaca, een zuidelijke deelstaat van Mexico, 125.000 gezinnen. Hoe een voorheen illegaal gestookte drank een hele regio uit de slop trok.

    Het epicentrum van de drank die de wereld wil veroveren is een dorpje van minder dan vijfduizend inwoners in een van de armste regio’s van Mexico. Santiago Matatlán, in de deelstaat Oaxaca, is het paradijs voor de mezcalliefhebber. En tevens een verplichte stop voor wie een graantje wil meepikken van de handel die jaarlijks 7,4 miljoen liter alcohol verspreid over 68 landen omvat. Als iemand twintig jaar geleden ook maar met de gedachte aan zoiets had gespeeld zou hij voor gek zijn verklaard. 

    GettyImages 1247945208
    El Sabino distilleert mezcal in Santiago Matatlán met een ‘denominación de origen’. – © Alfredo Martinez / Getty Images

    Waar men het vroeger had over gehuchtjes en dorpsfeesten ter ere van de beschermheiligen heeft men het nu over terroir en exclusieve proeverijen. Waar vroeger rosmolens stonden vind je nu Italiaanse en Japanse investeerders. Wat vroeger langs de kant van de weg in een oud colaflesje werd verkocht, zit nu in een karaf van geslepen kristal bekleed met platina, waarvoor op een veiling in Frankrijk 55 duizend euro werd neergeteld. Het elixir van de armelui is een hip drankje geworden. 

    Als het oudste drankje van Mexico langs je keelgat glijdt, voelt dat alsof je mond in brand staat

    Toen mezcal in 2015 enorm in de lift zat, investeerde de deelstaatregering van Oaxaca 17,5 miljoen in de aanleg van de Ruta del Mezcal. Tientallen stokerijen in Matatlán in de regio Valles Centrales bieden op die route hun producten aan: mezcal cristalino (wit) en mezcal añejo (bruin), de gerijptere soorten en de jongere. Mezcal lijkt op niets wat je eerder hebt geproefd. Als het oudste drankje van Mexico langs je keelgat glijdt, voelt dat alsof je mond in brand staat. Neem nog een slok. Bij de tweede teug proef je kruiden, fruit of rokerige tonen. De trouwe drinkers zullen beweren dat mezcal meer nuances bevat dan whisky of cognac. Het drankje kan van een plant komen die men 35 jaar lang heeft laten groeien. Het kan gefermenteerd zijn met een most met een brede schakering aan aroma’s. Het kan afkomstig zijn van een droge of juist een natte streek. Het is een mysterie, net als zijn oorsprong: daar waar de Arabisch distilleerketel, de traditionele Europese hang naar sterke drank en complexe inheemse tradities in Zuid-Amerika bij elkaar komen. 

    Op de velden van Santiago Matatlán geselt de zon de landbouwgrond en schieten de agaveplanten als zwaarden om hoog. De espadín – het zwaard –, agave angustifolia, is de agaveplant die het vaakst wordt gebruikt voor de productie van dit drankje. Anastasio Santiago is tachtig jaar oud en heeft op zijn enorme land duizenden planten staan, ze heten magueyes, agave of mezcal, afhankelijk van aan wie je het vraagt. In 1590 noemde de Spaanse jezuïet en historicus José de Acosta de maguey de ‘wonderboom’ en een ‘miraculeuze’ plant. 

    Stille revolutie

    Het jongste wonder dat aan de maguey wordt toegeschreven is de wederopstanding van mezcal. Er heeft zich een stille revolutie voltrokken die meer dan 125.000 gezinnen voedt. Don Tacho, zoals iedereen hem noemt, bewerkt sinds 1956 dagelijks zijn land. In een marktsector waar steeds meer heren in pak zijn te vinden, blijft hij zijn grond bewerken. ‘De maguey heeft ons veel gegeven, ik kan hem niet aan zijn lot overlaten,’ zegt hij bedachtzaam. Toch snapt hij de mezcalmarkt als geen ander. Hij is wees sinds zijn zevende en heeft niet gestudeerd, maar hij heeft wel zes mezcalmerken en produceert maandelijks tienduizend liter voor 400 Conejos, een merk dat hoort bij het tequilaconcern Casa Cuervo, een van de populairste in Mexico. 

    Je hele leven investeren in mezcal klinkt nu als een gouden idee en een sprookje dat werkelijkheid wordt. In de jaren negentig was dat niet zo. Agaveplanten die er jaren over deden om volwassen te worden, werden door de producenten verkocht voor 0,2 peso per kilo, minder dan één eurocent. De tussenhandelaren maakten misbruik van de wanhoop van de boeren en mezcalproducenten door ze woekercontracten aan te bieden: ze kochten hun hele opbrengst op tegen een ridicuul lage prijs die de boeren en producenten accepteerden uit noodzaak of uit angst dat de oogst verloren zou gaan. ‘Die lui hebben ons genaaid,’ vat Santiago de situatie samen. 

    GettyImages 1247944067
    © Alfredo Martinez / Getty

    Dat er alleen maar agaveplanten groeiden en de handel in mezcal moeizaam ging, leidde ertoe dat de bevolking in die lastige jaren in groten getale naar de Verenigde Staten emigreerde. Joel Santiago, Don Tacho’s zoon, beproefde eerst zijn geluk in Los Angeles en daarna in Las Vegas. De familielegende wil dat hij midden jaren negentig een beetje mezcal bij zich had en dat hij de potentie van deze goudmijn zag. Hij besloot toen terug te keren naar Mexico en een zaak op te zetten. Rond die tijd, in 1994, besloot de Mexicaanse overheid mezcal een denominación de origen (herkomst- en kwaliteitsgarantie) te verlenen net als tequila, het belangrijkste product van Mexico. 

    Vroeger werd gezegd dat je ervan ging ‘hallucineren’, dat het ‘gevaarlijk’ of zelfs ronduit ‘schadelijk’ was

    Bijna tien jaar voor de mezcalhausse werd de kwaliteitsgarantie ingevoerd. Dat bleek doorslaggevend. Dronk je vroeger mezcal dan werd je de kerk uitgezet, met als gevolg dat het drankje tot eind jaren tachtig illegaal werd gestookt. Dat bleek een voedingsbodem voor negatieve verhalen: dat je ervan ging ‘hallucineren’, dat het ‘gevaarlijk’ of zelfs ronduit ‘schadelijk’ was. Maar nu mocht de mezcal zich op culinair niveau meten met wijnen uit La Rioja of kaas uit Camembert. 

    analuisa gamboa gxP 96CoEi0 unsplash
    © Unsplash

    Maar de kwaliteitsgarantie brengt een groot dilemma met zich mee. Tot 1994 was de mezcalhandel van niemand. Hierdoor beweerden kwade tongen dat er met producten werd geknoeid of dat er namaakproducten in omloop waren. Ook was de markt kwetsbaar door de plotselinge opkomst van Japanse of Chinese mezcalmerken. Maar de norm die tot dit enorme succes leidde, zette het overgrote deel van de eenvoudige boeren en producenten buitenspel omdat ze niet aan de kwaliteitseisen kunnen voldoen. ‘We moeten concurreren met wereldspelers en beseffen dat we nooit zullen winnen,’ klaagt Gonzalo Martínez, mezcalmeester van Macurichos, een hoog aangeschreven lokaal merk dat maar tweehonderd liter per maand produceert. 

    Meer dan twee derde van de totale productie wordt geëxporteerd. Vooral naar de Verenigde Staten, waar zeven van de tien flessen terechtkomt. Ver daaronder staat Spanje met 6 procent op de tweede plaats. Omdat de maguey er zo lang over doet om te volgroeien, duurt het ambachtelijke productieproces acht tot twaalf jaar. Voor het flessen van een liter mezcal is dertig kilo agave nodig, zeven kilo stookhout voor het distillatieproces en maar liefst twintig liter water. Daar komt bij dat mezcal in Mexico vanwege het alcoholpercentage net zoveel accijns moet afdragen als industriële likeur zoals rum of wodka, die veel goedkoper en eenvoudiger geproduceerd kunnen worden. 

    Concurrentie

    Het drankje vindt zijn weg naar Mexico-Stad en de grote wereldsteden, en de productie is de afgelopen tien jaar met 700 procent toegenomen en intussen is niets meer hetzelfde. De emigranten zijn teruggekeerd. De kostprijs van de grondstof is omhooggeschoten naar 15 peso per kilo, vijfenzeventig keer zo duur als in de jaren negentig. Diefstal van agaveplanten en illegale handel zijn steeds normaler geworden. En de concurrentie is moordend. Bij het Mexicaanse Instituut voor Intellectueel Eigendom staan vijftienhonderd bedrijven geregistreerd die in hun bedrijfsnaam het woord mezcal voeren, van Jiménez tot Bryan Cranston en Aaron Paul, hoofdrolspelers van de serie Breaking Bad.

    GettyImages 1247940178 1
    © Alfredo Martinez / Getty
    david garcia sandoval h2 H 7FPbnw unsplash
    © Unsplash

    In maart, toen de termen ‘mondkapje’ en ‘anderhalve meter afstand’ nog niemand iets zeiden, kwamen er hordes buitenlandse toeristen naar de bars, proeverijen en rondleidingen in de stad Oaxaca die van mezcal een toeristisch speerpunt had gemaakt. 

    De mezcalpioniers die contact zochten met afgelegen boerengemeenschappen om het drankje naar de grote steden te brengen, voelen zich nu verplicht ervoor te zorgen dat deze trend niet ten koste gaat van de inheemse cultuur. Maar de mezcal heeft ook ongekende voorspoed gebracht. Boeren hebben internationale prijzen gekregen. Die faam heeft de mezcalproducenten gerehabiliteerd. De hoop leeft dat men kan leven van een drankje dat eeuwenlang in het verdomhoekje zat. Terwijl de discussie over globaal dan wel lokaal, industrieel dan wel ambachtelijk in volle gang is, lijkt de mezcalhandel wel een droom waaraan geen einde mag komen. Het antwoord zit hem misschien in dit inmiddels populaire Mexicaanse spreekwoord: ‘Zit je in de val, drink mezcal, bij goed weer, des te meer, heb je stress, neem een hele fles.’

  • Vaccinatievoorrang in Duitsland gaat vervallen | Orkaan treft India

    Vaccinatievoorrang in Duitsland gaat vervallen | Orkaan treft India

    Orkaan treft India dat worstelt met corona

    Maandag kwam de orkaan Tauktae aan land in de Indiase staat Gujarat, waardoor de pogingen van de autoriteiten om de verwoestende epidemie aan te pakken verder worden belemmerd. Het land probeert zich zo goed mogelijk te organiseren om patiënten te kunnen blijven behandelen, aldus de Indiase pers.

    In het westen van India verkeren de inwoners van Gujarat in gespannen afwachting van de komst van de krachtige orkaan, schrijft nieuwssite Daily News and Analysis. Na dagen van zware regenval en harde wind waarbij twintig mensen omkwamen, bereikte Tauktae maandagavond de staat Gujarat waar 62 miljoen mensen wonen. Een vrouw kwam om toen een stroomkabel naar beneden kwam in de stad Patan in het noorden van Gujarat.

    De nieuwssite schrijft dat India wordt getroffen door Tauktae op het moment dat het land worstelt met een tweede, intens zware coronagolf die dagelijks meer dan vierduizend mensenlevens eist. Maandag overschreed het totale aantal coronagevallen de drempel van 25 miljoen, nadat 263.533 nieuwe infecties op één dag werden geregistreerd, zo blijkt uit gegevens die dinsdag werden gepubliceerd door het ministerie van Volksgezondheid.

    Angst voor een opleving in de komende weken

    ‘Hoewel het aantal gevallen afneemt’ in Gujarat en Maharashtra, de twee staten die het hevigst door de orkaan worden getroffen, worstelen ze ‘nog steeds met de gevolgen van de catastrofale tweede golf’, schrijft de New Delhi Times. Volgens het dagblad moesten meer dan 150.000 mensen tijdelijk worden ondergebracht in onderkomens in lagergelegen gebieden van Gujarat, ‘waardoor de angst groeit dat de epidemie de komende weken zal verergeren’. In veel kuststeden die gevaar lopen door de orkaan heeft de federale overheid de vaccinatiecampagne stopgezet.

    De Indiase autoriteiten vrezen dat de orkaan toegang tot medicijnen en zuurstof zal bemoeilijken

    Volgens de New Delhi Times heeft de storm ook ‘de problemen verergerd waarmee de Indiase ziekenhuizen en gezondheidscentra worden geconfronteerd’. In Mumbai, de hoofdstad van Maharashtra, moesten 580 covid-19-patiënten die in gespecialiseerde centra werden behandeld, uit voorzorg worden overgebracht naar gemeentelijke ziekenhuizen. Het leger is gemobiliseerd om de aanvoer van zuurstof zeker te stellen.

    De Indiase autoriteiten vrezen dat de orkaan toegang tot medicijnen en zuurstof zal bemoeilijken, terwijl ze nu al schaars zijn. Aangezien Gujarat een zeer belangrijke leverancier van zuurstof is aan andere staten, aldus The Hindu, is het Indiase leger ingeschakeld om ervoor te zorgen dat de wegen toegankelijk zullen blijven als de orkaan voorbij is.

    De Indiase website Mint meldt dat Western Railway de afgelopen twee dagen meer dan 350 ton zuurstof heeft vervoerd vanuit de door de orkaan getroffen gebieden naar andere delen van het land. Om stroomstoringen te voorkomen in zo’n 400 ziekenhuizen en 41 zuurstofcentrales in de 12 kustdistricten waar Tauktae naar verwachting het hardst zal toeslaan, zijn er ook meer dan duizend generatoren geïnstalleerd.


    Vaccinatievoorrang in Duitsland vervalt per 7 juni

    Vanaf 7 juni speelt in Duitsland leeftijd, kwetsbaarheid of beroep geen rol meer in het vaccinatiebeleid en kunnen alle volwassenen op afspraak gevaccineerd worden tegen het coronavirus. Dit schrijft Süddeutsche Zeitung. Volgens de krant tekende Minister van Volksgezondheid Jens Spahn daarbij wel aan dat niet iedereen over tweeënhalve week onmiddellijk gevaccineerd kan worden. Artsen en vaccinatiecentra zullen eerst de huidige fase moeten afronden. Die is gericht op van het toedienen van vaccins aan doelgroepen waaraan eerder prioriteit is gegeven.

    Spahn noemde het terecht dat er de afgelopen maanden bepaalde criteria zijn gesteld om te bepalen wie voorrang kreeg bij vaccinatie. Hij sprak van een ‘morele verplichting’. ‘Het was geen kwestie van bureaucratie, het heeft mensenlevens gered’, aldus Spahn. Hij merkte ook op dat de snelheid waarmee zal kunnen worden gevaccineerd afhankelijk is van de snelheid waarmee vaccins zullen worden geleverd.

    40 procent van de 84 miljoen Duitsers zal eind mei ten minste één dosis hebben gekregen

    Dat Spahn de prioritering nu schrapt, is te verklaren door de voortgang van de vaccinatiecampagne: een toenemend aantal van de mensen die extra kwetsbaar waren voor corona, is nu minimaal één keer gevaccineerd. Volgens het ministerie van Volksgezondheid zal naar verwachting ongeveer 40 procent van de 84 miljoen inwoners van het land eind mei ten minste één dosis hebben gekregen. De Duitse regering heeft zich ten doel gesteld om tegen eind september alle volwassenen te hebben gevaccineerd.


    Musea achter het fornuis

    In samenwerking met beroemde chef-koks grijpen diverse musea werken uit hun collectie aan om ze te combineren met eten en drinken en zodoende een nieuw publiek te trekken, schrijft The Economist. Het Uffizi-museum in Florence lanceerde bijvoorbeeld een serie gastronomische video’s met als motto ‘Uffizi da mangiare – L’arte in cucina’ (‘Uffizi om te eten – Kunst in de keuken’). Italiaanse chef-koks bedenken een recept dat is geïnspireerd op een schilderij uit de collectie van het museum en presenteren zowel het werk als het gerecht. Zo bedacht de beroemde Toscaanse restauranthouder-slager Dario Cecchini bijvoorbeeld een costata alla fiorentina gebaseerd op een voorraadkast met wild, geschilderd door Jacopo Chimenti. Marco Stabile, een chef-kok uit Florence mét een Michelinster, transformeerde Giorgio De Chirico’s Stilleven met paprika’s en druiven in een risotto.

    Artistieke hapjes

    De keuken en voedsel waren altijd al een onderwerp voor kunstenaars, maar nu worden de rollen dus omgedraaid: schilderijen worden geïnterpreteerd als bron voor een gerecht en het resultaat kan online worden gedeeld als een artistiek hapje. Het is een aanlokkelijk stap voor musea die hun publiek moeten missen vanwege de pandemie.

    Vorig jaar lanceerde het Los Angeles County Museum of Art (LACMA) een driemaandelijkse videoserie genaamd Cooking with LACMA, met chef-koks, voedselhistorici en recepten die zijn geïnspireerd op de collecties. In de eerste video maakte Maite Gomez-Rejón van ArtBites, een site die culinaire geschiedenis en kunstgeschiedenis samenbrengt, een mezcal-margarita geïnspireerd op de werk van de Mexicaanse kunstenaar Rufino Tamayo. Deze maand volgt een Japans gerecht, gebaseerd op het werk van schilder Nara Yoshitomo; de video wordt op 25 mei geüpload. Vivian Lin van het museum hoopt dat mensen die de video’s zien ‘recepten en nieuwe perspectieven op de schilderkunst zullen delen’.

    Cocktails met een curator

    Cocktails zijn bijzonder populair in deze tijden van pandemie, ontdekte Gomez-Rejón. Ze werkte mee aan een videoserie die werken van het Huntington-museum in Californië opnieuw belicht in de vorm van drank en voedsel. Het Museum of Fine Art van Houston toverde een geel zelfportret van de Tsjechische kunstenaar Frantisek Kupka om tot een tropisch drankje. En The Frick Collection in New York, is begonnen met de Cocktail with a Curator-serie, een wekelijkse videopresentatie waarin experts een drankje associëren met het thema of de afkomst van een kunstwerk.

    De liefde van de kunstwereld voor koken begon overigens al vóór de pandemie. De vorig jaar uitgebrachte documentaire Ottolenghi and the Cakes of Versailles biedt bijvoorbeeld een herinterpretatie van de achttiende-eeuwse Franse keuken tijdens een luxueus banket in het Metropolitan Museum of Art, New York. De trend zal naar verwachting dan ook doorzetten na alle lockdowns. Musea zijn altijd op zoek naar meer bezoekers en de connectie met eten en drinken kan helpen nieuwe bezoekers aan te trekken en mogelijk tot samenwerking leiden met nieuwe partners. ‘Het kan echt een goed begin zijn voor mensen die zich nog niet zo gemakkelijk thuis voelen in de wereld van de kunst’, aldus Elee Wood van het Huntington.

    En vergeet niet, zegt Gomez-Rejón, ‘dat koken zelf een kunst is’. Net zoals beeldende kunst belicht koken de cultuur waar ze uit voortkomt en het naast elkaar plaatsen van deze twee vormen van creativiteit verrijkt ons cultuurbegrip.

    Neem bijvoorbeeld de blancmange die banketbakker Debora Massari bereidde voor de Uffizi-serie. Met dit gerecht, dat wortels heeft in de Arabische keuken en aan de Medici werd geserveerd, brengt Massari een eerbetoon aan de huwelijksportretten van Agnolo en Maddalena Doni, geschilderd door Raphael aan het begin van de 16e eeuw. Een ring van blancmange bedekt met pure chocolade stelt Agnolo voor, een ring bedekt met witte chocolade en citroenmarmelade staat voor Maddalena. Massari heeft beide ringen geplaatst op haar patisserieversie van de Doni Tondo die Michelangelo voor de Doni-familie maakte. Het geheel is een prachtige reis door de kunst en de geschiedenis en ziet er ook nog eens bijzonder appetijtelijk uit.

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.

    Olifant in de slaapkamer

    Tussen bedrog en individuele manifestatie                                                    

    LITERATUUR | Universitair docent Carlo en makelaar Margherita, twee dertigers in Milaan, zijn gelukkig getrouwd, hebben samen een kind en desondanks ontbreekt er iets. Daarom houden ze er beide een geheime affaire op na. Dat ze daar eigenlijk beter niet aan toe kunnen geven, maakt het alleen maar spannender. Gruwelijke gevolgen kunnen niet uitblijven. Maar het leidt ook tot essentiële vragen. Vormt ontrouw het ultieme bewijs voor hun onvoorwaardelijke liefde? En betekent het tegelijkertijd niet de pure manifestatie van het individu?

    Zo liggen de kaarten in Fedeltà, de roman van Marco Missiroli, die vorig jaar in Italië de prestigieuze literatuurprijs Premio Strega won. Dit tot verbazing van criticus Damiano Sinfonico van het Italiaanse cultuurblad La Baleina Bianca die Missiroli een gebrek aan originaliteit verwijt: ‘Het verhaal opent nergens nieuwe perspectieven en lijkt eerder een lofzang op het huwelijk of een vaste relatie.’ Bovendien hekelt de recensent Missiroli’s ‘eentonige taalgebruik, dat geheel in dienst staat van de plot en geen spoor van autonomie vertoont’.

    Alfonsa Laonigro van het Italiaanse the Wise Magazine legt uit dat Missiroli de clichés over overspel juist nodig heeft om duidelijk te maken hoe ontrouw bij uitstek een manier is om trouw aan jezelf te blijven. ‘Freud schemert door in alle hoofdstukken. De hoofdrolspelers raken verstrikt in een spiraal waaruit niet valt te ontsnappen aan verlangens en schuldgevoelens.’ 

    Hij houdt zijn hart vast voor de ontvangst in eigen land

    Op de Engelstalige Indiase nieuwssite The Newzly noemt Katie Law de roman slim geconstrueerd: ‘Zoals de personages kriskras in elkaars leven opduiken en het negen jaar later opnieuw met elkaar te stellen krijgen.’

    ‘Voor een volk met de reputatie dat het ontrouw als een beproefd middel beschouwt om het (huwelijkse) leven op smaak te houden, zijn de verontwaardigde reacties op de roman in Italië op zijn minst opmerkelijk’, schrijft Charles Wooley in The Australian. Hij houdt zijn hart vast voor de ontvangst in eigen land, zeker nu bekend is geworden dat er ook een Netflix-serie in de maak is. ‘Straks kan geen enkel liefdeskoppel ontkomen aan deze olifant in de slaapkamer.’ Een klassieker als Anna Karenina of Madame Bovary is het volgens Wooley niet, maar dat het boek opschudding veroorzaakt is al heel wat.

    Fedeltà van Marco Missiroli, door Hilde Schraa in het Nederlands vertaald als Trouw, verscheen eind mei bij uitgeverij Cossee.

    Diederik Samwel


    Detective die met zichzelf overhoop ligt

    Steractrice maakte zich nooit eerder zo klein

    MISDAADSERIE | In Easttown, in de Amerikaanse staat Pennsylvania, moet detective Mare (Kate Winslet) een moordzaak zien op te lossen terwijl haar privéleven uit elkaar dreigt te vallen. Ze heeft nauwelijks controle over haar opstandige tienerdochter, komt tijd tekort voor haar kleinzoon die ze na de dood van diens vader heeft opgevangen en kibbelt voortdurend met haar inwonende moeder.

    De HBO-serie Mare of Easttown is opgebouwd en gelaagd als een roman, vindt recensent Ed Cummings van The Independent. De aandacht gaat automatisch uit naar de hoofdrol van Winslet maar over de hele linie wordt sterk geacteerd: ‘De karakters van de personages komen naar voren in kleine eigenaardigheden en subtiele verwijzingen naar hun verleden. Zo weten de makers een overtuigende wereld neer te zetten.’

    Sophie Gilbert van The Atlantic zag voor het eerst een Amerikaanse serie waarin een detective met zichzelf overhoop ligt en fouten maakt. Dat juist Winslet die rol vertolkt maakt het extra verrassend: ‘We kennen haar vooral als het naïeve meisje wie alles zo’n beetje overkomt. Ditmaal gaat ze volledig op in haar rol van kleurloze sloof met een plomp voorkomen. Nooit eerder maakte ze zichzelf zo klein.’ 

    Het stadje waar iedereen elkaar kent is volkomen geloofwaardig in beeld gebracht

    Natuurlijk is het een misdaadserie, schrijft Jen Chaney in het New Yorkse cultuurblad Vulture, maar dan wel een met genoeg kenmerken van een sitcom. ‘Zou je het droge en sarcastische commentaar van actrice Jean Smart (Mares moeder) omzetten in kunstwerken, dan valt er met gemak een zaal in het Guggenheim mee vol te hangen.’

    In Houston Press roemt Jamil David de hoge kwaliteit van ‘een ambachtelijke en met toewijding gemaakte serie. Het stadje waar iedereen elkaar kent is volkomen geloofwaardig in beeld gebracht en de natte winter aan de Oostkust zorgt voor een passende, droefgeestige sfeer.’

    Lucy Mangan komt in The Guardian woorden tekort om Mare of Easttown aan te bevelen. Ze ziet het als ‘een perfect uitgevoerde studie van een gemeenschap en de manier waarop die zichzelf in stand houdt. Het gaat net zo goed over de psychologie en de effecten van akelige gebeurtenissen als over het oplossen van een moordzaak.’ Na een lofzang op verhaalstructuur, spel en camerawerk besluit de recensent haar betoog met één enkel woord: ‘Prachtig.’

    De zevendelige HBO-serie Mare of Easttown, geschreven door Brad Ingelsby en geregisseerd door Craig Zobel, is sinds eind april te zien bij Ziggo.

    Diederik Samwel


    Een ode aan de tradities van Dagestan

    Makhacheva wordt gezien als ‘hoop van de Russische kunstscene’

    KUNST | Vroeger wilde de Russische kunstenares Taus Makhacheva clown worden, vertelt ze aan Ibraaz, een kunstplatform gericht op Noord-Afrika en het Midden-Oosten. In het circus was er in tegenstelling tot andere plekken in de Sovjettijd ruimte om grapjes te maken, er was een soort vrijheid van meningsuiting. Ook haar grootouders inspireerden haar, ‘met hun humoristische kritiek op het dagelijks leven, waarmee ze de samenleving en zichzelf hielpen veranderen,’ aldus Makhacheva.

    Ze staat vooral bekend om haar performance- en videowerken die kritisch onderzoeken wat er gebeurt als verschillende culturen en tradities elkaar raken, schrijft The Moscow Times. Ze groeide op in de Kaukasus-regio van Dagestan, een regio die bekend staat om de eeuwenlange machtsstrijd vanwege de ligging tussen Europa, Azië en het Midden-Oosten, en beschouwt haar werk ondanks haar kritische houding ook als ode aan haar achtergrond: ‘Ik belichaam de plaats waar ik vandaan kom.’

    ‘Ze slaagt erin de traditionele vormen van geschiedenis in twijfel te trekken‘

    Volgens Frieze slaagt ze erin de traditionele vormen van geschiedenis in twijfel te trekken en de wrijving te onderzoeken tussen subjectieve opvattingen en vooraf vastgestelde ideeën. ArtAsiaPacific vindt haar werk inderdaad humoristisch, vooral in de manier waarop ze laat zien hoe rituelen van de samenleving gaandeweg veranderen in merkwaardige spektakels.

    Kommersant riep Makhacheva naar aanleiding van haar eerste tentoonstelling in haar geboorteplaats Machatsjkala uit tot ‘de hoop van de Russische kunstscene’: ‘doordat haar werk deels Engels is [ze werd opgeleid aan King’s College] en een postkoloniale reflectie bevat, zijn met name de installaties met betrekking op het Kaukasische materiaal een ideaal exportartikel van hedendaagse kunst in Rusland.’ De kunstenaar zelf, voegt de Russische krant eraan toe, is liever de ‘hoop’ van de lokale Dagestaanse kunstscene.

    Van 26 mei tot 22 maart 2022 in Foam, Amsterdam.

    Laura Weeda


    Een nieuw perspectief op Winterreise

    Joyce DiDonato weet in elk lied het drama te leggen

    MUZIEK | Joyce DiDonato is zeker niet de eerste muzikant die een nieuwe versie brengt van Schuberts Winterreise, schrijft The New York Times. Maar wel een van de weinige vrouwen én een van degenen die – samen met haar begeleider Nézet-Séguin – een stap verder gaat. ‘Er is weinig bekend over de hoofdrolspeler van de cyclus, behalve dat liefdesverdriet hem richting wanhoop en mogelijk de dood leidt. Nog minder wordt onthuld over de vrouw van wie hij houdt – en toch is het haar verhaal dat mevrouw DiDonato wenst te vertellen.’

    The Guardian vindt de perspectiefwisseling geslaagd: ‘Sommige gedichten van Wilhelm Müller [die Schubert voor zijn beroemde cyclus op muziek zette] verwijzen naar “hij” of “zij”, maar deze lijdende ziel kan ieder van ons zijn. Met haar formidabele spectrum aan vocale kleuren weet DiDonato in elk lied het drama te leggen.’ ‘DiDonato’s heldere toon en fijne lijnen weerkaatsen de schuld, weemoed, pijn en pathos van een vrouw die getuige – en ook onderdeel – is van het verdriet van een man van wie ze hield’, beaamt The New Yorker.

    ‘Het duo speelt buitengewoon goed op de kleurveranderingen van Schubert’, meent ook The Classic Review. ‘Het enige wat ontbreekt is een excentrieke noot in de begeleiding – de pianist zou de trieste ironie nog meer kunnen benadrukken.’

    Nu uitgebracht op cd.

    Laura Weeda

  • Alleen politieke moed kan de spanningen in Oost-Jeruzalem verminderen

    Alleen politieke moed kan de spanningen in Oost-Jeruzalem verminderen

    Het geweld tussen Israël en Hamas is niet onoplosbaar, meent Haaretz. Maar dan moet de regering van Israël wel een nieuwe weg inslaan. Die klampt zich nog altijd vast aan de fictie van een eenvoudig juridisch probleem en een ‘lokaal conflict’.

    In Oost-Jeruzalem zijn de Palestijnse betogingen en de huidige botsingen met de Israëlische politie het resultaat van tientallen jaren spanningen en juridische gevechten over het lot van Sheikh Jarrah, een kleine Arabische wijk in het noorden van de Oude Stad, waar de bewoners met uitzetting worden bedreigd door een groep Joodse kolonisten.

    Om te begrijpen wat er op het spel staat moeten we teruggaan in de geschiedenis. In 1876, tijdens de Ottomaanse periode en vóór de opkomst van de zionistische beweging in 1897, kochten de religieuze besturen van de Sefardische en Asjkenazische Joden in Jeruzalem een lapje grond in Sheikh Jarrah, in de buurt van de tombe van Shimon Hatsadiq (Simon II de Rechtvaardige), een Joodse hogepriester uit de Oudheid. Daar werd een kleine Joodse wijk gesticht.

    Toen in 1948 de oorlog uitbrak, moesten tienduizenden burgers hun huis ontvluchten

    Toen in 1948 de oorlog uitbrak, moesten tienduizenden burgers hun huis ontvluchten, en aan het eind van de onafhankelijkheidsoorlog deelde een Israëlisch-Jordaanse bestandslijn de stad in tweeën. De overgrote meerderheid van de vluchtelingen bestond uit Arabieren (vijfentwintigduizend zielen) die hun have en goed moesten verlaten omdat die voortaan ten westen van de groene lijn waren gesitueerd, in het Israëlische gedeelte, terwijl een kleine Joodse minderheid (zeventienhonderd zielen) haar bezittingen in het Jordaanse gedeelte ten oosten van de bestandslijn moest achterlaten, voornamelijk in de historisch Joodse wijk van de Oude Stad.

    Na de oorlog van 1948 nam het Israëlische parlement een wet aan die Joodse vluchtelingen recht gaf op een vergoeding ter waarde van de goederen die ze in Oost-Jeruzalem hadden moeten achterlaten. Evenzo lieten Jordanië en de Verenigde Naties in 1956 achtentwintig huizen in de wijk Sheikh Jarrah bouwen voor Palestijnse vluchtelingenfamilies.

    Terugeisen

    Tijdens de Zesdaagse Oorlog in 1967 veroverde en annexeerde Israël de Oude Stad en West-Jeruzalem. Sinds de hereniging stipuleert de Israëlische wet dat de Joden het recht hebben bezittingen terug te eisen die tussen 1948 en 1967 in Oost-Jeruzalem zijn achtergelaten. Dezelfde wet bepaalt expliciet dat het omgekeerde niet geldt voor de Arabieren die hun door Israël gevorderde en genationaliseerde bezittingen in West-Jeruzalem hebben moeten achterlaten.

    In Sheikh Jarrah bleef alles ondanks de Israëlische verovering van Oost-Jeruzalem lange tijd bij het oude, totdat de extreemrechtse kolonisten er in het begin van de jaren 2000 aanspraak op gingen maken.

    Lees ook:

    In die tijd hadden de religieuze besturen van de Sefardische en Asjkenazische Joden in Jeruzalem, na een tijdlang hun eigendomsrechten te hebben uitgeoefend, die rechten overgedragen aan het Israëlische vastgoedbedrijf Nahalat Shimon (Erfenis van Simon), een filiaal van Nahalat Shimon International, een maatschappij die geregistreerd staat in de Amerikaanse staat Delaware. Omdat Delaware bekendstaat om zijn volstrekt ondoorzichtige wetgeving, is niet te achterhalen wie de aandeelhouders zijn van het moederbedrijf.

    Sinds 2003 is Nahalat Shimon verwikkeld in een juridische strijd die niet alleen tot doel heeft de afstammelingen van de Palestijnse vluchtelingen uit hun huizen in Sheikh Jarrah te verdrijven, maar ook om de hele wijk plat te gooien en er tweehonderd woningen voor Joodse families voor in de plaats te bouwen.

    Tot dusver was het vastgoedbedrijf erin geslaagd vier Arabische families uit hun huis te laten zetten. Maar momenteel worden, ingevolge een vonnis van het Israëlische hooggerechtshof (dat overigens gezien het politieke klimaat zijn zitting van 10 mei heeft verdaagd), driehonderd bewoners van dertien panden met uitzetting bedreigd ten gunste van Joodse kolonisten.

    Zeker 30 procent van het onroerend goed in Oost-Jeruzalem behoort aan Arabieren toe

    Deze dreiging verklaart de recente protesten van Palestijnen in zowel Oost-Jeruzalem als in de door Israël bezette gebieden en het buitenland. Door zich te beroepen op de eigendomsrechten van fysieke en morele Israëlisch-Joodse rechtspersonen op goederen die sinds zeven decennia in het bezit zijn van Palestijnen in Oost-Jeruzalem, heeft het gerecht een doos van Pandora geopend: volgens de meest voorzichtige schattingen behoorde voor de oorlog van 1948 30 procent van het onroerend goed in Oost-Jeruzalem aan Arabieren toe.

    Natuurlijk sluit de Israëlische wet iedere wederkerigheid voor Arabische eigenaars uit, maar het geval-Sheikh Jarrah zou de oude Palestijnse eigendomsaanspraken op hele wijken in Oost-Jeruzalem weleens nieuw leven kunnen inblazen en zelfs tot acties bij het Internationaal Strafhof (ICC) kunnen leiden.

    Toch zou deze tijdbom met een klein beetje politieke moed van de kant van Israël onklaar kunnen worden gemaakt.

    In 2010 hebben twee onderzoekers van het Jerusalem Institute for Policy Research, Yitzhak Reiter en Lior Lehrs, een eenvoudige oplossing voorgesteld: de grond onteigenen die op papier aan Nahalat Shimon toebehoort. Sinds 1967 heeft de Israëlische staat in Oost-Jeruzalem duizenden hectares grond van Palestijnse eigenaars onteigend om er een enorme strook Israëlische wijken te bouwen. Dus waarom zou diezelfde staat nu niet een kleine uitzondering kunnen maken door een onteigeningsprocedure van maar enkele hectares te starten, maar ditmaal ten bate van enkele honderden Palestijnen in Oost-Jeruzalem in ruil voor een schadeloosstelling voor vastgoedbedrijf Nahalat Shimon.

    Vernieuwende oplossing

    Ter onderbouwing van hun voorstel citeren Reiter en Lehrs een niet-bindende uitspraak die in 1999 is gedaan door Menachem Mazuz, destijds viceprocureur-generaal. Ten aanzien van een zaak die sterk leek op die in Sheikh Jarrah achtte Mazuz het ‘ondenkbaar dat de Israëlische regering haar onteigeningen kan motiveren door verwijzing naar het nationaal belang (van Israël), maar niet overweegt hetzelfde te doen omwille van de vrede en diplomatie’.

    Volgens de twee Israëlische onderzoekers zou zo’n moedige en vernieuwende oplossing louter voordelen met zich meebrengen voor de Hebreeuwse staat. Om te beginnen zouden op korte termijn de huidige spanningen worden bedwongen en zou er snel een eind komen aan de gewelddadigheden. Ten tweede zou Israël minder moeite hebben om zijn positie inzake de kwestie Jeruzalem te verdedigen tegenover de internationale gemeenschap. Ten derde zou het dossier Jeruzalem op een constructievere manier worden behandeld door het ICC. En ten vierde zouden de Palestijnse argumenten om het dossier te heropenen van de Arabische goederen die na 1948 in West-Jeruzalem zijn achtergelaten worden verzwakt.

    Al Jazeera maakte een documentaire over een Palestijnse familie die haar huis in Jeruzalem werd uitgezet.

    Maar de regering klampt zich nog altijd vast aan de fictie van een eenvoudig juridisch probleem en een lokaal conflict, terwijl de Palestijnen steeds beter in staat zijn aan te tonen dat de handen van de Israëlische justitie zijn gebonden door een in wezen discriminerende wetgeving. Als om hun gelijk te geven brengt de Israëlische staat sinds enkele weken een enorme politiemacht op de been, die niet alleen de Palestijnse betogingen op een gewelddadige manier onderdrukt, maar ook aan de kant van de Israëlische kolonisten staat.

    Er bestaat een eenvoudige, evenwichtige en rechtvaardige oplossing voor het probleem Sheikh Jarrah. Maar die vergt een politieke moed waaraan het de Israëlische leiders tot nu toe ontbreekt. 

    Lees ook:

  • Agenda

    Agenda

    Liefde

    MUZIEK | Zangeres, theatermaakster en actrice Wende Snijders en het Amsterdam Sinfonietta vieren de liefde met muziek van David Bowie en Stromae, klassieke werken van Rameau, Lekeu en Dessner, en natuurlijk eigen werk. 

    17-19-20 juli, Carré, Amsterdam


    Het ‘stille Brugge’ in beeld

    TENTOONSTELLING | We kennen allemaal de feeërieke stad Brugge, met haar grachten en talloze bruggetjes, als het ‘Venetië van het Noorden’. Maar van 8 mei tot en met 24 oktober worden bezoekers van de Triënnale Brugge in de gelegenheid gesteld kennis te maken met de verborgen, meer duistere kanten van de stad. Voor deze derde editie heeft het curatorenteam (Till-Holger Borchert, Santiago De Waele, Michel Dewilde en Els Wuyts) gekozen voor het thema TraumA om nu eens niet de reputatie van Brugge als ‘sprookjesstad’ te benadrukken, maar om juist stil te staan bij de ‘unheimliche’ kanten als armoede, eenzaamheid en angst waar veel van haar inwoners dagelijks mee te maken krijgen.

    Een internationale selectie van dertien kunstenaars en architecten (Nadia Kaabi-Linke, Amanda Browder, Nadia Naveau, Gregor Schneider, Nnenna Okore, Adrián Villar Rojas, e.a.) legt middels tijdelijke sculpturale, architecturale en organische installaties de lijn bloot tussen droom en nachtmerrie en tussen het aanwezige en het verborgene door de aandacht te vestigen op de misère die zich vaak achter de statige façades afspeelt. Naast een kunstroute in de openbare ruimte – waarbij de Bruggelingen actief betrokken werden – is er de tentoonstelling De poreuze stad en staan er lezingen, debatten, filmvertoningen, podcasts, rondleidingen en andere evenementen op het programma. Triënnale Brugge 2021 biedt een uniek en gastvrij parcours met een maatschappelijk thema dat een bezoek beslist waard is. 
    Triënnale Brugge 2021, 8 mei t/m 24 oktober


    Happy Together st 4 jpg sd high kopie

    Happy Together

    FILM | Zoals altijd bij de in Hongkong opgegroeide regisseur Wong Kar-wai (1958) draait het ook in de films Fallen Angels (1995) en Happy Together (1997) over liefde en de onmogelijkheid ervan. Beide films zijn een must-see voor filmliefhebbers met gevoel voor bittere romantiek.

    Te zien vanaf 10 juni


    Dosier Roaring Twenties kopie

    Een reis in de tijd naar de roerige jaren twintig

    TENTOONSTELLING | Het Guggenheim Museum Bilbao presenteert The Roaring Twenties, een stimulerende tour door de baanbrekende jaren 1920 langs meer dan 300 objecten die de belangrijkste artistieke disciplines van die tijd vertegenwoordigen, van schilderen, beeldhouwen en tekenen tot fotografie, film, collage, architectuur, mode en design. Hoewel we onze tijd niet kunnen vergelijken met die van honderd jaar geleden zijn er toch verrassend veel parallellen, niet in het minst door de pandemie. Bezoekers maken kennis met Europese steden als Berlijn, Parijs, Wenen en Zürich, waar grote veranderingen en vooruitgang plaatsvonden op alle gebieden, en die tot op heden voelbaar zijn. Deze tentoonstelling – die het resultaat is van de samenwerking tussen het Guggenheim Museum Bilbao en Kunsthaus Zürich – weerspiegelt de uitwisseling tussen verschillende progressieve stromingen zoals Bauhaus, dadaïsme en nieuwe zakelijkheid door middel van zeven verhalende hoofdstukken.

    The Roaring Twenties, Guggenheim Museum Bilbao, 7 mei t/m 19 september


    Memoires van een unieke stem

    BOEK | Wie kent haar bloedmooie cover van Prince’s Nothing Compares 2U niet? Eind jaren tachtig, begin jaren negentig stond de Ierse singer-songwriter Sinéad O’Connor bovenaan de hitlijsten. Wereldberoemd werd ze vanwege haar unieke stem, kenmerkende kaalgeschoren hoofd en onverschrokken activisme. Nu verschijnt Rememberings, de onthullende memoires van een invloedrijke kunstenares die niet alleen vanwege haar stem, maar ook vanwege haar controversiële politieke ideeën en bekering tot de islam de geschiedenis zal ingaan.

    Rememberings – Sinéad O’Connor, verschijnt 1 juni bij uitgeverij Sandycove


    Macht

    PODCAST | In Sway gaat ‘chitty-chatter’ (zoals staat vermeld op haar Twitteraccount) en ‘de meest gevreesde en geliefde journalist van Sillicon Valley’ Kara Swisher in op de vraag wat macht nu eigenlijk is: wie heeft het, wie wordt het ontzegd en wie durft het te trotseren? In deze interviewshow neemt Kay het op tegen Washington, Hollywood en de wereld.

    Podcast op Apple en Spotify. Iedere maandag en donderdag door The New York Times’ Opinion Audio


  • ‘Photograffeur’ JR vestigt met zijn reusachtige foto’s de aandacht op anonieme levens

    ‘Photograffeur’ JR vestigt met zijn reusachtige foto’s de aandacht op anonieme levens

    Onder de titel JR: Chronicles stelde het Brooklyn Museum uit New York een solotentoonstelling samen van de Franse kunstenaar JR, met een aantal van zijn meest iconische projecten. De ‘photograffeur’ beschikt over de grootste kunstgalerie ter wereld: de wereld zelf.

    Je zou hem de Franse Banksy kunnen noemen, want ook al is hij net iets minder anoniem, zijn projecten zijn minstens zo spraakmakend als die van zijn evenknie uit Bristol: de Franse kunstenaar JR (Frankrijk, 1983), van wie de verdere identiteit niet precies bekend is.

    Geëngageerd en gedreven, inventief, verrassend en emotionerend: JR is een alleskunner die ooit begon als graffitikunstenaar in Parijs en die zichzelf nu ‘photograffeur’ noemt. Hij zegt te beschikken over ‘de grootste kunstgalerie ter wereld’, namelijk de wereld zelf.

    De foto’s voor zijn eerste projecten, zoals Portret van een generatie (2004-2006), waarvoor hij jongeren uit de getroebleerde banlieues van Parijs dreigende houdingen liet aannemen en angstaanjagende gezichten liet trekken om het clichébeeld dat in de media van hen bestond te ridiculiseren, maakte hij met een gevonden camera waarop een 28 millimeter groothoeklens zat. Ook Vrouwen zijn helden uit 2008 fotografeerde hij daarmee. Die korte lens vereiste dat hij zeer dicht bij zijn onderwerpen moest gaan staan om hen te kunnen portretteren en daardoor werd hij gedwongen een vertrouwensband op te bouwen met de mensen die hij wilde vastleggen. Die kwaliteit is hem in latere werken altijd van pas gekomen. Als ode aan die groothoeklens hebben zijn eerste projecten allemaal ‘28 Millimeters’ in hun titel of omschrijving.

    Hun levens voltrekken zich misschien in anonimiteit, maar dat betekent niet dat ze niet bestaan

    Inmiddels werkt JR grootschaliger en is de wereld zijn werkterrein geworden. Met veelal grote teams van enthousiaste vrijwilligers brengt hij zijn fotocollages aan op openbare plekken in de hele wereld, van Australië tot Venetië en van São Paulo tot Californië. Met zijn projecten slaat hij op fraaie wijze een dubbelslag. De enorme uitvergrotingen in de openbare ruimte vestigen de aandacht op mensen die hun vaak beklagenswaardige levens in anonimiteit moeten leiden. Tegelijkertijd zorgen ze ervoor dat mensen die normaal gesproken niet naar musea gaan, in aanraking komen met de kracht van kunst en creativiteit en mogelijk iets van zichzelf herkennen: hun levens voltrekken zich misschien in anonimiteit, maar dat betekent niet dat ze niet bestaan.

    JR IN HET LOUVRE & HET GEHEIM VAN DE GROTE PIRAMIDE, 1 APRIL 2019

    Ter gelegenheid van de dertigste verjaardag van de piramide van het Louvre, creëerde JR een kunstwerk dat ongeveer dezelfde afmetingen heeft als de Cour Napoléon, de binnenplaats van het museum. Een gigantische collage, die werd aangebracht met behulp van vierhonderd vrijwilligers, vestigde de aandacht op de beroemde glazen entree van I.M. Pei. Dagelijks kwamen honderden vrijwilligers helpen om tweeduizend stroken papier waarop een rotsachtig landschap was geprint, elk van 10 meter lang, te knippen en op de vloer rondom de piramide te plakken.

    Het is de grootste collage die de kunstenaar ooit heeft gemaakt

    Het uiteindelijke beeld dat zo ontstond, is een soort van trompe-l’oeil, een werk dat het oog en de geest bedriegt en dat de indruk wekt dat de piramide oprijst uit een enorme steengroeve. Het is de grootste collage die de kunstenaar ooit heeft gemaakt.

    Belangrijk aspect van het project was voor JR de participatie van vrijwilligers, bezoekers én van souvenirjagers die, naarmate de bedrukte papierstroken beschadigden en loslieten, stukken van het kunstwerk mee naar huis namen.

    PORTRET VAN EEN GENERATIE – AFBRAAK, 2013

    In 2013 hoorde JR dat een aantal gebouwen in de voorstad Les Bosquets bij Parijs, waarop hij tussen 2004 en 2006 enorme portretfoto’s van bewoners had aangebracht, weldra zouden worden gesloopt. Dat was een reden om het project Portret van een generatie nog eens onder handen te nemen. Gebruikmakend van de foto’s uit de oorspronkelijke serie plakten hij en zijn team in het geheim portretten van twee verdiepingen hoog aan de binnenkant van de gebouwen voordat ze werden gesloopt. Tijdens de sloop kwamen die portretten bloot te liggen, en daarmee de relatie tussen de bewoners en hun stedelijke omgeving.

    TEHACHAPI, DE BINNENPLAATS, CALIFORNIË, VS, 2019

    In oktober 2019 kreeg JR toestemming om een project te doen in een zwaar beveiligde gevangenis in Tehachapi, Californië. Het merendeel van de gevangenen in Tehachapi heeft al zo’n tien jaar of meer van hun straf uitgezeten en velen zijn tot levenslang veroordeeld zonder kans op vervroegde vrijlating.

    In eerste instantie ging hij erheen om de 28 gevangenen te ontmoeten en een idee te presenteren voor een gezamenlijk artistiek project op de centrale binnenplaats. ‘Ik was er niet om te oordelen of te veroordelen, maar puur om een gezamenlijk project te doen,’ aldus JR die onder de indruk was van het gegeven dat de meeste mannen wisten dat ze nooit meer uit Tehachapi weg zouden komen.

    JR en zijn team fotografeerden de mannen één voor één, van bovenaf, en bood ze de mogelijkheid om hun verhaal te vertellen. Er werden geen specifieke vragen gesteld; zij kregen de mogelijkheid om vrijuit te spreken. Hun verhalen zijn te beluisteren op de app JR:murals.

    Van bovenaf werd duidelijk dat gedetineerden, ex-gedetineerden en het gevangenispersoneel schouder aan schouder staan

    Ook voormalige gevangenen en gevangenispersoneel werden gefotografeerd en zo ontstonden 48 portretten en verhalen over het gevangenissysteem.

    Twee weken later keerde hij met zijn team terug om 338 bedrukte stroken papier op de grond te plakken. Uitgerust met bezems en behanglijm werkten de gedetineerden samen met bewakers, voormalige gedetineerden en leden van JR’s studio, om het terrein te beplakken.

    Vanaf de grond op de binnenplaats was het uiteindelijke beeld niet te zien. Maar van bovenaf werd duidelijk dat gedetineerden, ex-gedetineerden en het gevangenispersoneel schouder aan schouder staan. Geheel volgens plan verdween het beeld in drie dagen tijd doordat de gevangenen er overheen liepen.

    VROUWEN ZIJN HELDEN

    Voor Vrouwen zijn helden reisde JR naar Sierra Leone, Liberia, Soedan, Kenia, Brazilië, India en Cambodja om vrouwen te ontmoeten die te midden van conflicten worstelen met hun dagelijkse levens om vervolgens, in zijn woorden, ‘hun verhalen met de wereld te delen’. Portretten van de vrouwen met de afmetingen van muurschilderingen plakte hij op de zijkant van gebouwen, op treinen en op bruggen om zo een menselijk gezicht te bieden in de snoeiharde omgeving van sociale conflicten.

    VROUWEN ZIJN HELDEN, NEW DEHLI-JAIPUR, INDIA, 2009

    In maart 2009 bracht Vrouwen zijn helden naar India. Tijdens het hindoeïstische Holifeest, waarbij zakjes met kleurpoeder worden rondgestrooid, bracht hij op de muren in Jaipur enorme witte, plakkerige stencils aan die de kleurstoffen opvingen. Gaandeweg werden zo ogen en gezichten zichtbaar.

    VROUWEN ZIJN HELDEN, Bo City, Sierra Leone, 2008

    In 2008 reisde JR naar de steden Freetown en Bo City in Sierra Leone, die het toneel waren geweest van een gruwelijke burgeroorlog in de jaren negentig. Hij ging er niet heen om te proberen de achtergronden van het conflict te begrijpen of erover te oordelen, maar om de stille slachtoffers te zien en te ontmoeten. Hij fotografeerde de vrouwen die hij ontmoette met de gedachte dat het delen van hun pijn mogelijk behulpzaam kon zijn om hun wonden te helen. De foto’s installeerde hij op plekken met maximale zichtbaarheid.

    VROUWEN ZIJN HELDEN, Parijs, Frankrijk, 2009

    Een jaar na de presentatie in Sierra Leone toonde JR de beelden van zeventig vrouwen uit oorlogsgebieden in het hart van Parijs, op bruggen over de Seine en op de kademuren.

    VROUWEN ZIJN HELDEN, RIO DE JANEIRO, BRAZILIË, 2008-2009

    De wijk Morro da Providencia staat symbool voor het geweld in Rio de Janeiro. De regelmatige botsingen tussen drugsdealers en de politie waren echter niet de reden waarom deze favela in het centrum van Rio in augustus 2008 op de televisie te zien was. Dit keer was er een positieve aanleiding, namelijk de presentatie van het project Vrouwen zijn helden.

    Als eerbetoon aan diegenen die een essentiële rol spelen in de samenleving maar die tegelijk ook de voornaamste slachtoffers zijn van oorlog, misdaad, verkrachting en politiek of religieus fanatisme, plakte JR enorme foto’s van gezichten en ogen van lokale vrouwen tegen de buitenkant van de favela, waardoor op zowel de heuvel als de favela plots vrouwengezichten te zien waren.

    ‘Het speet zelfs de grote stoere jongens uit de favela, met geweren en kogelvrije vesten, om ons te zien vertrekken’

    ‘De bewoners kregen echt een impuls door het project. Op onze laatste dag gaven ze een klein feestje voordat we vertrokken. Het speet zelfs de grote stoere jongens uit de favela, met geweren en kogelvrije vesten, om ons te zien vertrekken.’

    Het moment waarop JR in de favela arriveerde was beladen: enkele weken eerder hadden soldaten drie jongeren uit Providencia gevangengenomen en overgedragen aan drugsdealers uit een andere favela, die hen executeerden en in stukken hakten.

    Openingsbeeld: Picknick at the Border, Tecate, Mexico-VS, 2017. Installatiebeeld. Op tafel geplakte poster. – © JR-ART.NET

    De expositie JR: Chronicles is georganiseerd en samengesteld door het Brooklyn Museum in New York en opent op 4 juni 2021 in de Saatchi Gallery, Londen. Kaarten zijn nu te koop via www.saatchigallery.com/jrtickets.
    Tot stand gekomen met hulp van Art Explora.

  • Van kantoorkolossen naar woontorens. De transformatie van de wolkenkrabber

    Van kantoorkolossen naar woontorens. De transformatie van de wolkenkrabber

    Lange tijd werd de wolkenkrabber gezien als ‘ouwe, nutteloze meuk’. Toch zal de wereld eind dit jaar 133 gebouwen rijker zijn van meer dan 200 meter hoog. Tegenwoordig zijn het vooral woontorens die aan de wolken krabben – voor de rijken.

    In de tijd dat de architect Mohammed Atta vlucht nummer 11 van American Airlines in de noordelijke toren van het World Trade Center boorde, leek het idee van de wolkenkrabber een overblijfsel uit de twintigste eeuw, ouwe, nutteloze meuk. ‘De wolkenkrabber was het product van een geëxalteerd machtsparadigma,’ schrijft José Antonio Tallón in zijn proefschrift, getiteld Van Rem Koolhaas tot Gordon Matta-Clark. ‘Het idee werd op een bepaald moment in de geschiedenis omarmd, maar vanaf de jaren 1970 begon het inzicht door te dringen dat het een karakterloos product was van de rationalistische architectuur, bestemd voor het tabula rasa van een disfunctionele, generieke stad.

    In zijn proefschrift ontvouwt Tallón de theorie dat de wolkenkrabber zich in de loop van de twintigste eeuw heeft ontwikkeld tot een soort architectonisch niets, even expansief en destructief als de ivoren toren in Het oneindige verhaal van Michael Ende. Het beste voorbeeld van deze decadentie waren de Twin Towers, die vernietigd werden in een van de ergste terroristische aanslagen die ooit in de westerse wereld werden gepleegd.

    Negatief imago

    In 2001 waren er in de hele wereld 263 gebouwen van meer dan 200 meter hoog. Ze werden als ondoelmatig beschouwd (vanaf 150 meter worden ze vanwege problemen met stijfheid en onderhoud onrendabel) en ze kregen een negatief imago. ‘In de opeenvolgende crises van de twintigste eeuw ontwikkelden de middenklassen een antipathie tegen wolkenkrabbers, ze zagen in hun monumentaliteit een bedreiging van hun manier van leven, die in verval raakte,’ stelt Juan Antonio Roche, hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Alicante. ‘Denk aan het beeld van King Kong: het is geen toeval dat de mensaap, die staat voor de eenling, de getergde kwetsbare ziel, zich tegen het Empire State Building keert, midden in de crisis van de jaren dertig, die vooral de middenklasse hard trof.’

    Twintig jaar na 11 september, negentig jaar na King Kong en midden in een andere grote, wereldwijde crisis, heeft de Council on Tall Buildings and Urban Habitat (een genootschap ter promotie van wolkenkrabbers) aangekondigd dat er in 2021 in de hele wereld 133 nieuwe torens van meer dan 200 meter bij zullen komen, wat heel dicht het record van 2017 nadert (146 nieuwe torens). Het verbazende aspect van dat getal is dat New York, de stad die symbool staat voor zowel de glorie als het falen van de wolkenkrabber in de twintigste eeuw, nu in twee opeenvolgende jaren de hoogste toren, hoger dan die van de steden in China en de Perzische Golf, laat verrijzen. En ook is daar nu voor het tweede jaar op rij de hoogste toren een luxe woontoren: de wolkenkrabber op het adres 111 West 57th Street (435 meter boven op de Steinway Hall van 48 meter, in totaal 483 meter) zal in 2021 de Central Park Tower uit 2020 (472 meter) de loef afsteken. De twee gebouwen zijn in principe bestemd voor luxe appartementen, beide kijken uit over Central Park en staan op percelen waar tot voor enkele jaren kantoorpanden stonden.

    Nog een paar feiten. Het Isle of Dogs, een voormalig havendepot aan de Theems, dat zich tussen 1987 en 1991 ontpopte als de tweede City, wordt gerecycled tot een woonwijk. In 2010 telde het stadsdeel nog 12.000 inwoners, maar in 2019 waren dat er al 19.000, en voor het eerst dook het in enquêtes op als de Londense wijk met de hoogste kwaliteit van leven. Verwacht wordt dat het Isle of Dogs over ongeveer tien jaar 100.000 inwoners zal tellen.

    Zelfs in Spanje zitten de hoge woontorens in de lift. Na jarenlange vertraging in de bouw zal de gigantische Torre Intempo in 2021 ingewijd worden als de op één na hoogste woontoren in Europa (200,2 meter). In Barcelona (Edificio Antares), Madrid (Torres Skyline) en Malaga (AQ Urban Sky) staan gebouwen gepland van rond de 100 meter hoogte en we hebben ook de Torre Bolueta in Bilbao, die al af is. Veel van die gebouwen zijn luxe-objecten midden in atypische wijken: het penthouse van de Edificio Antares in Barcelona, bijvoorbeeld, ging voor negen miljoen euro van de hand, terwijl het ver buiten de chique wijken staat.

    ‘Eigenlijk zijn het maar deels luxe-objecten,’ zegt Edgar Caridad, commercieel directeur van AQ Acentor, de onderneming die AQ Urban Sky heeft laten bouwen. ‘In Malaga bieden we de appartementen op de hoogste verdiepingen aan in het luxe segment van de markt en die op de vijfde verdieping zijn bestemd voor de middeninkomens.’

    De prijzen lopen van 158.000 euro tot een miljoen, en dat is interessant voor de aanbieder, want zo kan hij zijn publiek diversificeren,’ zegt Caridad. ‘Het imago van hoge woontorens is veranderd. In de jaren 1970 hing er een aura omheen van speculatie en lage kwaliteit. Maar tegenwoordig zijn veel constructieproblemen opgelost. Door prefab te bouwen wordt het bouwterrein een stuk kleiner en is het gebouw duurzamer. De ecologische voetafdruk bijvoorbeeld, is erg gering en dat is in deze tijd een heel aantrekkelijk criterium. Het motief echter om hoge woontorens te bouwen is niet de lage kosten, maar de symbolische waarde van het product. Mensen vinden het leuk om in een gebouw te wonen dat iedereen in de stad kent.’

    Exhibitionisme

    Wat is er tussen 2001 en nu veranderd? ‘Een heleboel factoren komen bij elkaar,’ legt José Antonio Tallón uit. ‘Wolkenkrabbers blijven problematisch, maar de technologische vooruitgang gaat wel door. De Central Park Tower is na de oplevering gesloten vanwege structurele problemen.’

    Maar wat nog zwaarder weegt dan de technologie is volgens hem de combinatie van economie en de cultuur van het exhibitionisme. ‘In 2001 zaten we al in het tijdperk van de starchitects, architecten met een sterstatus, waarin vraag was naar symbolische gebouwen,’ zegt hij. ‘Natuurlijk drukte een deel van die cultuur zich uit in wolkenkrabbers, en dat aspect raakte vervlochten met de opkomende economieën, vooral in Azië.

    Nieuwe economieën die geen last hadden van de Europese aversie tegen machtsvertoon. ‘De derde factor is de gentrificatie, de overname van de wijken in de binnensteden door mensen met hoge inkomens,’ gaat Tallón verder. ‘En dat leidt tot hoge woontorens in de zakelijke districten van steden als Hongkong, Tokio, Londen of New York.’

    De crisis van 2020 is een extra factor die bijdraagt aan de mutatie van kantoorkolossen in luxe woontorens. De krimp in de economie en de toename van online werken maakt dat overal in de wereld tegenwoordig kantoorpanden leeg staan. Wat moet je ermee? Een andere bestemming geven.

    ‘In de Verenigde Staten liepen de zakenwijken al vóór de pandemie leeg,’ zegt Emily Remus, hoogleraar aan de Universiteit van Notre Dame in Indiana, specialist in de geschiedenis van stedenbouw. ‘Er was een uittocht van ondernemingen die op zoek gingen naar goedkopere locaties en de dienstverlenende bedrijven in de buurt – fitnesscentra, restaurants, winkels – kwamen in grote problemen. In bijna alle steden werd de oplossing voor dat probleem gezocht in het ombouwen van de kantoorruimtes tot woonruimtes.’

    Woonruimtes voor mensen met hoge inkomens. ‘Ja, de woningen in de zakendistricten worden gebouwd voor de hogere inkomens,’ zegt Remus. ‘Deels is dat omdat de grond nog steeds duur is, maar dat is niet het enige. In de VS concurreren de steden met elkaar om consumenten te lokken met een dikke portemonnee die de meeste belasting betalen. De gemeentebesturen spannen zich in om grote verdieners aan te trekken en aarzelen niet om de gezinnen met lagere inkomens naar de buitenwijken te verbannen. Het resultaat is een steeds grotere tweedeling in de steden.’

    Verticaliteit is in alle culturen een uitdrukking van macht

    Een stukje literatuur: In de roman High Rise (De torenflat) van J.G. Ballard lijkt alles aan het begin van het verhaal alleen maar dolce vita voor de bewoners van een torenflat, maar het eindigt in een guerrillaoorlog tussen de bewoners van de hogere en die van de lagere verdiepingen. In Maximum City van Suketu Mehta komt de verteller uit Engeland in Mumbai aan, waar hij in een torenflat gaat wonen die hem de levensstijl belooft van de discreet comfortabele Europese middenklasse. Niks doet het: de liften niet, de airconditioning niet, er komt geen water uit de kraan. In Our Fathers (Onze vaders) van Andrew O’Hagan is het toneel een hoge torenflat met sociale woningen in het Schotland van de jaren 1970, die zowel materieel als sociaal aftakelt en op het punt staat afgebroken te worden. En de mythe van Icarus kennen we allemaal wel.

    De conclusie ligt voor de hand: wonen op de tweeëndertigste verdieping was tientallen jaren lang een taboe.

    Nachtmerrie

    ‘Wonen in een torenflat werd idealistisch voorgesteld als het toppunt van efficiëntie en technologisch vernuft, die het leven aangenamer maakte, maar juist daardoor veranderde het in de nachtmerrie van totale afhankelijkheid van technologie,’ betoogt Juan Antonio Roche. ‘Ook was het een toonbeeld van macht: verticaliteit is in alle culturen van de wereld een uitdrukking van macht. En het symboliseert de overwinning van de beschaving op de natuur. Maar in die idealisering schuilt de angst voor de wraak van de natuur.’

    ‘Sommige voorbeelden zijn echt bizar,’ zegt Tallón. ‘Zoals de ommuurde stad Kowloon in Hong Kong, die een soort gigantische verticale soek vol miniflatjes is. In elke stad betekent een torenflat wel weer iets anders. In São Paulo, bijvoorbeeld, betekent wonen in een wolkenkrabber veiligheid. In Tokio zijn de flatjes in de woontorens piepklein, een model dat heel natuurlijk past in de Japanse wooncultuur. Maar in de hele wereld is er een tendens naar gelijkvormigheid: het lijkt me niet waarschijnlijk dat de wolkenkrabbers van het AZCA Complex in Madrid tot woontorens worden omgebouwd, maar wel zijn er al een stuk of vier bouwprojecten met torenflats van 30 verdiepingen in de Nudo Norte en Madrid Rio van start gegaan.’

    En hoe zit het met de vorm? ‘De toren wordt transparant. De stenen wolkenkrabber verandert in een wolkenkrabber met transparante pretenties,’ zegt Juan Antonio Roche. ‘Waar het op neerkomt is dat er waarden worden toegevoegd, een parallel discours dat pure schmink is, want het blijft een monoliet. Op sommige van die torens worden op het dak tuinen aangelegd die een ‘postvegetale’ betekenis willen suggereren. Goed, dat zijn eigenlijk maar tamelijk gekunstelde probeersels die het probleem van het tabula rasa niet oplossen,’ besluit José Antonio Tallón. ‘Wat zijn nu de nieuwe torens in Manhattan? Micronaalden met op elke verdieping hetzelfde stramien, zo hoog als maar kan. Er zijn ook al een paar voorbeelden van rebellie: de Torres Blancas van de architect Sáenz de Oíza in Madrid en de Torre Cube van Carmen Pinós in Mexico. Maar dat zijn uitzonderingen.’ 

    Luis Alemany

    El Mundo  | Madrid  

    El Mundo

    Spanje | dagblad | oplage 390.831

    Na concurrent El País de grootste van het land. Uitgesproken rechts. Sinds de oprichting laat de krant zich kritisch uit over de Spaanse socialistische partij en separatisten in regio’s als Catalonië en het Baskenland.

  • De niet-westerse wereld bestaat amper op Street View

    De niet-westerse wereld bestaat amper op Street View

    Het reisspel GeoGuessr, waarin spelers via Google Street View moeten raden waar ter wereld ze zich virtueel bevinden, is tijdens de pandemie razend populair geworden. Maar gamers ergeren zich in steeds grotere mate aan de slechte foto’s.

    Het in 2013 door een Zweedse ontwikkelaar gelanceerde GeoGuessr is een spel dat helemaal draait om Google Maps: spelers worden in Street View op een willekeurige locatie gedropt en moeten zo snel mogelijk zien te raden waar ter wereld ze zich bevinden. De topspelers hebben daarbij zo hun trucs: uit het hoofd leren welke kleuren de naamborden in Noord-Macedonië hebben, hoe de officiële Google-auto’s in Colombia eruitzien of welke diakritische tekens het meest voorkomen in het Laotiaans (zonder die taal per se te kunnen lezen). De beste spelers zijn inmiddels al zo bedreven in het oplossen van deze puzzel dat ze hun locatie tot binnen een paar meter weten te bepalen.

    Het spel maakt opgeld bij een aantal grote namen in de gamewereld op Twitch en Discord. Begin maart piekte GeoGuessr als zoekterm op Google Trends nadat een populaire Minecraft-bouwer het had gespeeld tijdens een livestream. Op YouTube vind je tientallen GeoGuessr-clips van het afgelopen jaar die al meer dan een half miljoen keer zijn bekeken. ‘Het is een beetje net als met Among Us: toen dat een hit werd, was een tijdlang echt iederéén dat aan het spelen,’ zegt Costar_, de moderator van de belangrijkste GeoGuessr-community op Reddit, die ons verzocht hier alleen zijn gebruikersnaam te noemen.

    ‘De helft van het beeld is bagger’

    Maar de spelers beginnen nu te klagen over Google Maps-vrijwilligers in landen die nog niet zo uitgebreid in beeld zijn gebracht, zoals Zanzibar. Ze vinden dat zij het spel bederven doordat ze korrelige, vage of anderszins ondermaatse foto’s uploaden naar Google Maps, en daarmee naar GeoGuessr. Volgens Costar_ halen ze met hun foto’s meestal niet de kwaliteit van de officiële Google-auto. ‘De beelden zijn heel vaag, zodat je teksten en straatnaambordjes niet kunt lezen en er niet goed op kunt inzoomen. De helft van het beeld wordt in beslag genomen door de auto’s en de beweging is bagger,’ aldus Costar_. ‘Traag en haperend. Of te fel of te donker. Er is altijd wel iets.’

    360 graden

    Google heeft Maps sinds 2007 al voorzien van meer dan vijftien miljoen kilometer aan beelden van overal ter wereld. Daarvoor heeft het zelf speciale foto-apparatuur ontwikkeld die 360-gradenfoto’s maakt voor de Street View-auto’s, die begaanbare wegen fotograferen, en de Street View Trekker-rugzak, voor plaatsen waar je alleen te voet kunt komen. Maar Noord-Amerika en Europa mogen daarmee nu bijna volledig in beeld zijn gebracht, Afrika en andere delen van de niet-westerse wereld zijn op Google Maps nog maar mondjesmaat vertegenwoordigd. Vandaar dat zich vrijwilligers aandienen om in die leemte te voorzien.

    ‘In de ideale wereld zou Google alles zelf doen, maar in de werkelijkheid is ons werk beter dan niets,’ zegt Federico Debetto, de oprichter van World Travel in 360, de organisatie die samen met het verkeersbureau van Zanzibar probeert om voor deze autonome eilandregio voor de kust van Tanzania de kaarten aan te vullen. Een succesvol initiatief: de panoramafoto’s die zijn team vorig jaar heeft geüpload, zijn al door meer dan 20 miljoen mensen bekeken. Het zijn heldere en goed belichte foto’s, maar ze zijn niet zo goed als die van sommige andere regio’s op Google Maps, en dat zint de GeoGuessr-spelers niet. Hun bijnaam voor mensen die op eigen houtje officieus foto’s bijdragen aan Google Maps is ‘Ari’, naar Ari Immonen, een Finse technoloog die jarenlang met een camera op zijn auto rondreed en een van de eerste mensen was die op grote schaal gebruikersfoto’s naar Street View uploadde. ‘Als we een foto zien die van mindere kwaliteit is dan de officiële foto geweest zou zijn, noemen we dat een “Ari”, dan weet iedereen wat je bedoelt,’ zegt Costar_.

    Screen Shot 1 1000x625 kopie 1 1
    Google Street View is beschikbaar voor de gebieden in het groen. Hoe donkerder het groen, hoe meer straten in kaart zijn gebracht. Een groot deel van Afrika ontbreekt.
    – © Google

    De laatste tijd beginnen GeoGuessr-spelers deze Ari’s te vragen om met uploaden te stoppen, in de hoop dat het spel zonder die amateurbeelden makkelijker te spelen wordt. Een aantal Reddit-gebruikers heeft in een half gecoördineerde actie massaal contact opgenomen met het verkeersbureau van Bhutan, ofwel ‘Bhutan Ari’, dat ook was begonnen beelden van het land te uploaden. En Costar_ liet op Reddit weten dat er ook al mensen zijn benaderd die beelden uploaden van de Jordanese hoofdstad Amman en Zanzibar. Maar hun campagne heeft nog weinig effect gehad. ‘Ik geloof niet dat er al iemand op andere gedachten is gebracht,’ gaf Costar_ toe.

    Geldbesparing

    De woede richt zich ook niet alleen op de Ari’s zelf. Veel GeoGuessr-spelers zijn van mening dat de ondermaatse foto’s aan Google zelf te wijten zijn. ‘De houding van de spelersgemeenschap tegenover de mensen die zelf foto’s uploaden, in landen zonder officiële Google-foto’s zoals Zimbabwe, was eerst positiever,’ zegt Costar_. ‘Hun inzet is indrukwekkend. Maar die waardering is omgeslagen, we beschouwen het nu vooral als een excuus voor Google om op zijn reet te blijven zitten en geen nieuwe beelden meer toe te voegen, behalve dan voortdurende updates van Mountain View in Californië.’

    Volgens een Franse GeoGuessr-speler die op YouTube te vinden is onder de gebruikersnaam Mapper, begon Google de officieuze foto’s toe te laten om tegelijkertijd geld te besparen en toch meer data te verzamelen. ‘Dat mensen bereid zijn om gratis en voor niks hun database te vullen speelt hier duidelijk een grote rol,’ schrijft Mapper in een e-mail. ‘Sinds in 2018 de officieuze foto’s begonnen op te duiken, zie je een scherpe daling in het aantal nieuwe foto’s van Google zelf.’ (Er zijn inderdaad aanwijzingen dat Google’s eigen bijdragen aan Street View de afgelopen twee jaar zijn afgenomen.)

    Google laat weten dat het bij zijn strategie hoort om gebruik te maken van vrijwilligers. ‘We werken al jaren aan nieuwe manieren waarop mensen hun eigen beelden kunnen toevoegen aan Google Maps, en in betere kwaliteit,’ mailt een woordvoerder. Het bedrijf heeft zelfs een puntensysteem opgetuigd om gebruikers daartoe aan te sporen. Het werk van de vrijwilligers draagt er volgens Google aan bij dat de beelden kloppen en up-to-date zijn, ook op plaatsen die Google zelf al in kaart heeft gebracht. Verder leent het bedrijf apparatuur uit aan ‘vertrouwde fotografen’ voor grote projecten en staat het particulieren toe met Street View reclame te maken voor commercieel werk.

    Screen Shot 5 1000x574 kopie 1
    In GeoGuessr moeten spelers achterhalen waar een foto van Google Street View genomen is. – © YouTube

    Sommige mensen die aan Google Maps bijdragen, zijn juist blij dat ze dankzij het techbedrijf nu in staat zijn hun gemeenschap op hun eigen manier in beeld te brengen. ‘Als een bedrijf technologisch in staat is om het zelf te doen, wil dat nog niet per se zeggen dat het cultureel ook in de haak is,’ zegt Tania Wolfgramm in Auckland, waar ze leiding geeft aan het GRID-programma, een project om de eilanden in de Stille Oceaan op Street View te zetten. Ze begreep al snel dat Google geen mensen zou sturen naar de talloze afgelegen en schaars bevolkte eilanden, waaronder Tonga, het eiland waar ze zelf vandaan komt.

    ‘Er heerst een gevoel dat wij, als inheemse bevolking die met kolonialisme te maken heeft gehad, geen rol spelen op wereldwijde platforms,’ zegt ze. Omdat er geen officieel Google-team zou komen, zag zij een kans voor de eilandbewoners om zelf iets aan Google Maps toe te voegen. Google en een camerafabrikant schonken haar de apparatuur en in overleg met de premier en de minister van Posterijen van Tonga stelde ze de basisregels voor hun project op.

    Financiële gevolgen

    ‘Als het eenmaal online staat, kan de hele wereld erbij. We kunnen niet zomaar naar een land gaan en daar foto’s nemen en overal met een auto rondrijden zonder toestemming te vragen,’ zegt Wolfgramm. Ze vindt het project meer dan de moeite waard, zelfs als het straks alleen maar dient als link met het thuiseiland voor de honderdduizend eilandbewoners die, net als zijzelf, naar het buitenland zijn verhuisd.

    Street View is een kans om kijkers te veranderen in reizigers

    Maar Debetto wijst erop dat het ook financiële gevolgen heeft als regio’s niet op Google Maps staan zolang ze daar zelf niets aan doen. Volgens een gezamenlijk onderzoek van Ipsos en Google levert een vermelding op Google Maps met foto’s en virtuele rondleidingen tweemaal zoveel belangstelling op. Voor regio’s die afhankelijk zijn van toerisme, zoals Zanzibar, is Google Street View een kans om kijkers te veranderen in reizigers en ze te verleiden hotels en reizen direct bij de aanbieder zelf te boeken in plaats van via internationale tussenpersonen.

    Nu het einde nadert voor de lockdowns en het reisverkeer weer op gang begint te komen, zullen waarschijnlijk steeds meer Ari’s nieuwe regio’s van de wereld op Street View blijven zetten. Wolfgramm heeft de basis al gelegd voor haar volgende project op Rapa Nui, oftewel Paaseiland. En zulke door Google gesteunde vrijwilligersprojecten kunnen betekenen dat de kwaliteit van de afbeeldingen in GeoGuessr blijft dalen. Jammer voor gamers, maar mooi voor de vrijwilligers die al jaren proberen de wereld op Google Maps vollediger in beeld te brengen. 

    Openingsbeeld: Een straat op Zanzibar in het spel GeoGuessr, foto gemaakt door World Travel in 360, een organisatie die samen met het verkeersbureau van Zanzibar probeert om de kaarten aan te vullen. – © World Travel in 360 / GeoGuessr

  • Syrische vluchteling verandert in kunstwerk

    Syrische vluchteling verandert in kunstwerk

    The Man Who Sold His Skin vertegenwoordigt een handjevol langverwachte primeurs, zo is het de eerste Tunesische film én de eerste film gemaakt door een moslimvrouw die is genomineerd voor een Oscar.

    The Man Who Sold His Skin is misschien niet geheel geloofwaardig, maar de vele geweldige metaforen voor verschillende sociale kwalen creëren hun eigen, vernietigende waarheid. De film vraagt ons niet om onze blik af te wenden van de lelijke realiteit, maar om de zeer aantrekkelijke beelden te bekijken waartoe ze Ben Hania hebben geïnspireerd’, schrijft Bob Strauss van San Francisco Chronicle over de nieuwe film van de Tunesische Kaouther Ben Hania.

    In deze Oscar-genomineerde film stemt een Syrische vluchteling ermee in om een kunstwerk te worden in ruil voor een doortocht naar Europa, een verhaal waartoe Ben Hania naar eigen zeggen geïnspireerd werd door een echte levend kunstwerk dat ze een keer in een tentoonstelling zag. 

    ‘De regisseur verweeft de vluchtelingencrisis en mensenrechtenkwesties op een intrigerende manier in haar verhaal’

    Michael O’Sullivan van The Washington Post vindt deze aanpak zeer geslaagd: hij noemt het doel van de film bloedserieus en zelfs somber. ‘De regisseur verweeft brandende sociaalpolitieke kwesties, waaronder de vluchtelingencrisis en mensenrechtenkwesties, op een intrigerende manier in haar verhaal, en slaagt er zelfs in om de bijtende ironie van de kunstwereld aan te kaak te stellen’, meent ook Gautaman Bhaskaran van Arab News.

    Maar David Ehrlich van IndieWire is weinig overtuigd door de La Vita è Bella-achtige benadering van het Syrische vluchtelingenprobleem. Er iets ‘vervelend vertrouwds’ aan het feit dat deze film werd genomineerd naast zo veel zwaargewichten, aldus Ehrlich. Behalve dat The Man Who Sold His Skin een handjevol langverwachte primeurs vertegenwoordigt – het is de eerste Tunesische film die is genomineerd voor Best International Feature, wat regisseur Kaouther Ben Hania de eerste moslimvrouw maakt die ooit werd uitgenodigd om hieraan deel te nemen –, is een glossy romantisch melodrama over zo’n zwaar onderwerp [voor de jury] altijd welkom. Volgens Ehrlich blijft er als je die aspecten weglaat zo weinig over van het het verhaal ‘dat je de aderen onder de huid bijna kan zien worstelen om het bloed rond te pompen dat Ben Hania nodig heeft om haar film rond te krijgen’.

    The Man Who Sold His Skin opende 16 april op Movies That Matter.

    Door Laura Weeda

  • Het Jeruzalemsyndroom. De vloek van de verdeelde stad

    Het Jeruzalemsyndroom. De vloek van de verdeelde stad

    In geen enkele stad ter wereld draait het dagelijks leven zo om religie als in Jeruzalem. ‘De Stad van de Vrede’ – die ironisch genoeg nooit vrede heeft gekend – herbergt zelfs burgers met het zogenoemde Jeruzalemsyndroom, een theologisch trauma waar nog geen kalmeringsmiddel of therapie voor is gevonden.

    Keuze uit ons archief

    Al eeuwenlang is Jeruzalem een stad die betwist wordt door christenen, moslims en joden. Ook nu zwelt het conflict tussen Israël (joods) en Palestijnse groeperingen (islamitsch) weer aan na hard optreden van de Israëlische politie tegen Palestijnse betogers bij de Al-Aqsamoskee op de Tempelberg – belangrijke heiligdommen van beide religies –, waarop Hamas reageerde met een spervuur aan raketten. Wat is toch die speciale kracht van Jeruzalem die het hart en hoofd van vele gelovigen op hol brengt, zelfs in zo’n mate dat er een syndroom naar is vernoemd? Dimitrij Kapitelman – atheïst, maar van joodse origine – zocht het uit.

    Dit artikel verscheen eerder in nummer 138, april 2018.

    In de waarschijnlijk meest gloedvol beschreven stad aller tijden is het deze decemberavond rustig. Bedeesd bijna. In elk geval binnen de majestueuze muren van de Oude Stad. Niet dat er een sacrale stilte hangt, eerder een geconcentreerd zwijgen. Zodra de handelaren hun souvenirshops op slot doen, raken de dicht opeen gelegen, heuvelachtige steegjes tussen de hoge muren van Jeruzalem leeg. Uit de portofoons van de Israëlische soldaten die overal tussen de rijen huizen in groepjes op wacht staan, knetteren korte mededelingen. Het is 18 december 2017.

    Twaalf dagen eerder heeft de Amerikaanse politieke komediant Donald Trump aangekondigd dat hij het gedeelde Jeruzalem als hoofdstad van Israël erkent. In het Joodse West-Jeruzalem is de zevende kaars van de chanoekia [de negenarmige kandelaar die met Chanoeka wordt gebruikt] ontbrand, in het oosten de woede van de Palestijnen over dit goddeloze paternalisme. De zogeheten Arabische wereld heeft Dagen van Woede afgekondigd. Jeruzalem heeft koorts. En als Jeruzalem koorts heeft, loopt de temperatuur van de hele mensheid op. Van Bali tot Berlijn klinken brandende redevoeringen, worden dure eden gezworen en wapperen de vlaggen. En dooft het levenslicht.

    Is dit de stad die de mensheid al eeuwenlang gek maakt?

    Ondertussen stinkt de Via Dolorosa, de lijdensweg waar Jezus ooit zijn kruis overheen sleepte, naar de pis van de krolse katers die je overal in de steegjes van de Oude Stad hoort krijsen. Tegenover het geboortehuis van de Maagd Maria staan twee lege diepvrieskisten met reclame van Ola. Iets verderop verwisselen Arabischsprekende bouwvakkers putdeksels.

    Is dit de stad die de mensheid al eeuwenlang gek maakt? Waar Jezus zijn Laatste Avondmaal tot zich nam voor hij tijdelijk overleed om vervolgens in de Kerk van het Heilig Graf te worden opgebaard? Waar de profeet Mohammed opsteeg naar het hemelrijk met achterlating van de Rotskoepel? Waar de tempel van de joden heeft gestaan en waar ze aan de laatst overgebleven muur daarvan, de Klaagmuur, nog altijd bidden? En waar ze zelf in 2004 een heel grote en veel beklaagde muur hebben gebouwd om zich hermetisch af te sluiten?

    Lees ook:

    Heiligdomhoppen

    Door een beetje heiligdomhoppen kun je de symbolen van de drie wereldgodsdiensten in een kwartier aflopen. En door slechts één keer in deze stad te verblijven kun je je verstand kwijtraken. Of God vinden. Of je verstand kwijtraken én God vinden. Of God en dus pas eigenlijk je verstand vinden. Of toekijken hoe God zijn verstand verliest. De wisselwerking tussen deze vondstverlies-verliesvondsten is in Jeruzalem omstreden. Maar dat ze bestaan, valt niet te bestrijden.

    Er is een officieel erkende psychose die alleen in deze stad optreedt: het Jeruzalemsyndroom. Overweldigd door de alomtegenwoordigheid van het hemelse gaan sommige toeristen − het maakt niet uit van welke religie − denken dat ze een heilige zijn. Een engel, een apostel, soms zelfs de op dat moment wedergeboren messias. Eerst stoppen ze met slapen, dan met lichaamsverzorging en ten slotte met hun gehele burgerbestaan tot dan toe. Gehuld in beddenlakens zwerven ze door de stad en verkondigen psalmen, hun eigen wedergeboorte, soms het naderende einde.

    Uit de vakliteratuur komt niet naar voren of de alomtegenwoordigheid van de hemel in deze stad echt de ziekteverwekker is, of juist het blijkbaar teleurstellende ontbreken daarvan: de onbeheerde Ola-diepvrieskisten, het onderhoudswerk aan putdeksels. Hoe dan ook, meestal laten de zelfverklaarde verlossers zich met klinische zorg en kalmeringsmiddelen van gemiddelde sterkte weer tot individuen terugverplegen.

    De ‘Stad van de Vrede’ heeft de facto nooit vrede gekend

    Toch lijkt het nog krankzinniger dat uitgerekend de voor miljoenen gelovigen wereldwijd heiligste plaats op aarde, Yerushalayim − etymologisch: ‘Fundament van God’ of ook ‘Stad van de Vrede’ − de facto nooit vrede heeft gekend. Dit feit is bij wijze van spreken een nog kolossaler Jeruzalemsyndroom, een theologisch trauma waar nog geen kalmeringsmiddel of therapie voor is gevonden.

    Het gaat dus om gezond mensenverstand en het begrijpen van God in Jeruzalem. Om vermijdbare misvattingen en openbaringen, krampen en verlossingen, wonderen en niet-wonderen die hier elke dag opnieuw worden vastgesteld, alsof ze even natuurlijk zijn geschapen als de mens zelf.

    Op een bepaalde manier wordt de grootste psychiatrische kliniek van Jeruzalem, Kfar Shaul, omringd door geestelijke blijmoedigheid. Ertegenover staan twee synagogen en twee joods-orthodoxe godsdienstscholen, waar ook iedere dag en even onverstoorbaar wereldbeschouwingen worden ingestudeerd. Maar als je de leerlingen van de jesjiva naar de kliniek vraagt die een paar meter verderop staat, maken ze een wegwerpgebaar, alsof het een onwelkome indringer van wereldse verdwazing is.

    Achter de goed bewaakte ingang ligt geen knots van een kliniek maar een voormalig dorp, met verspreide huisjes en binnenweggetjes. Het Israëlische leger heeft de voorheen Arabische nederzetting in 1948 bezet. Nou ja, eigenlijk ligt er voor de ingang nog, naast een palm, een man met zijn gezicht in de modder van het grasveld. Naar zijn vuile kleding te oordelen ligt hij er al een hele tijd. Vlak daarnaast zit een groepje sombere patiënten op een houten bank naar droevige muziek te luisteren, het klinkt als een vooroorlogse crooner, maar dan op zijn Hebreeuws.

    ‘Het leven in de kliniek heeft me laten zien dat joden mensen zijn als alle anderen’

    Een paar meter verder klinkt uit de kliniek martiaal geschreeuw: de kleine fitnessruimte. Een kamer verder, in het zogeheten resocialiseringscentrum, zit een man met een volle baard en roodomrande ogen in zijn eentje achter de computer en bekijkt aanbiedingen voor cruises in de Cariben. Dr. Gregory Katz is de hoofdarts van Kfar Shaul. Als overtuigd zionist emigreerde hij in 1989 vanuit Moskou naar Jeruzalem, vertelt hij. Hij is mager, begin vijftig en praat vermoeid maar geconcentreerd. Hij was er ook van overtuigd dat het Joodse volk op de berg Sion, de oorsprong van hun geloof, thuishoort. Maar van die overtuiging is nog maar weinig over en godsdienstig is hij überhaupt nooit geweest. ‘Destijds in Rusland leken joden me bijzonder, op een of andere manier verlichter, voor iets voorbestemd. Maar het leven hier heeft me laten zien dat joden mensen zijn als alle anderen. En dat een idee altijd alleen een idee blijft.’

    Katz heeft het Jeruzalemsyndroom niet direct ontdekt (de eerste teksten waarin van een dergelijk syndroom sprake is dateren al uit de zestiende eeuw) maar wel in toonaangevende medische tijdschriften beschreven. En hij heeft meer patiënten met het Jeruzalemsyndroom behandeld dan enig ander. Hoewel ook dat aantal overzichtelijk blijft: vroeger waren het ongeveer vijf tot zes gevallen per jaar. De zuivere vorm, waarbij een tot dan toe psychisch onopvallende persoon in Jeruzalem manisch wordt, komt toch al extreem weinig voor. In de regel is het type B: mensen met een bestaand ziektebeeld dat in Jeruzalem heviger wordt.

    ‘Alles bij elkaar is het een ziektebeeld dat verdwijnt. Pelgrims kunnen de Oude Stad op Google Street View tot in detail bekijken. Daarom blijft de shock na aankomst uit. Bovendien reizen mensen meer, zijn ze beter opgeleid er geloven ze niet meer zo direct in religie en wonderen’, vertelt Katz

    De laatste keer dat hij een patiënt behandelde, was een halfjaar geleden. Een wat oudere Engelse toeriste, protestants, die dacht dat ze een heilige was en die een eind wilde maken aan het conflict in het Midden-Oosten. ‘Een ernstig geval, omdat ze leed aan eeen bipolaire stoornis en er rotsvast van overtuigd was dat ze een directe verbinding met God had.’

    ‘Maar hoe kun je iemand op een geloofwaardige manier, met argumenten uitleggen dat hij geen rechtstreekse verbinding met God heeft?’

    ‘Dat is ook onmogelijk. Als ze een aanval krijgen, geven we ze medicijnen.’

    ‘Wat geeft u de zekerheid dat medicijnen een goede uitleg kunnen vervangen?’

    ‘Je kunt dit probleem niet filosofisch oplossen. In individuele gevallen zijn medicijnen veel praktischer. Zeker, een religieus iemand gelooft dat God alles ziet en dat hij onder Zijn hoede staat. Na het bidden ervaart hij een zekere extase, een zekere band met God. Daar is bidden tenslotte ook voor. Maar als iemand stemmen hoort die van God komen en die hem concrete opdrachten geven, bijvoorbeeld om zich uit te kleden, dan zijn dat hallucinaties.’

    ‘Denkt u dat de meeste mensen in Jeruzalem een gezonde verhouding tot het geloof hebben?’

    ‘U kunt zich niet voorstellen hoe verschillend mensen zijn. We kunnen ze niet over één kam scheren. Iemand die in een ultra-orthodox gezin is opgegroeid kijkt op een bepaalde manier naar de wereld. Goed of niet goed: het is een andere wereld. Ja, de joodse godsdienst kent heel veel concrete voorschriften. Dat kan de basis vormen voor een manie. Maar uit onderzoek blijkt dat godsdienstige mensen minder vaak aan psychische ziektes lijden. Dat ze minder vaak zelfmoord plegen, meer motivatie hebben, na lichamelijke kwalen sneller weer gezond zijn.’

    ‘Anderzijds heeft religie er aantoonbaar toe bijgedragen dat de Stad van de Vrede altijd omstreden is gebleven, en nu gedeeld is. Het heeft geleid tot zelfmoordaanslagen en een schijnbaar onoplosbaar conflict.’

    ‘Ja, maar dat is het principiële probleem van ideeën. Groepsideeën als religie of nationalisme leiden altijd tot felle discussies. Wie aan een bepaalde god gelooft en daarnaar leeft, zal altijd in conflict komen met andersdenkenden. Natuurlijk, je kunt cynisch worden en nergens in geloven. Dan wordt het makkelijker en heb je geen last van tegenspraak. Maar kan een mens überhaupt zonder ideeën leven? Ik betwijfel het.’ Na een korte denkpauze voegt Katz eraan toe: ‘Zo ambivalent is de mens nu eenmaal.’

    ‘En uw eigen idee? U bent een niet-gelovige Jood, en een cynicus lijkt u me ook niet.’

    ‘Ik teer op de resten van mijn humanisme.’

    ‘U bevindt zich hier in de meest vrije wijk ter wereld. Als u na een moord ergens wilt onderduiken, kom dan naar Kafr Aqab’

    Omdat humanisme goed is, maar metaalscanners beter, staat er altijd een tiental securitymannen bij de ingang van het hoofdbusstation van Jeruzalem. Een paar dagen eerder stak een jonge Palestijn een van deze mannen een mes in de borst. Misschien het begin van de gevreesde Derde Intifada. Of alleen maar een van de gebruikelijke, als alledaagse angst geïnternaliseerde basisgruwelen in deze verscheurde stad.

    En toch komt ook het gelukkige, domweg onbezorgde Jeruzalem steeds opnieuw te voorschijn. De vader met lange lokken voor zijn oren die zich bij het verkeerslicht omdraait naar zijn kinderen op het achterzitje om een liedje te zingen of met ze te praten. De monnik die op een biscuitje staat te kauwen. De rabbi die, moge het Gode welgevallig zijn, naar een van de vele over de hele stad verspreide lottokantoortjes loopt om een kraslot te kopen. De kleine Ali die in een van de uitgestorven maar zeer steile straatjes in de Oude Stad op zijn brandweerwagen naar beneden suist, aangevuurd door zijn twee zusjes die in koor scanderen: ‘Ali, Ali!’

    Hemelsbreed vijftig meter van de onverschrokken Ali de brandweerman staat de Verlosserskerk, omringd door louter handelaren die van hun religieuze relikwieën af willen: kruisjes, iconen, beschilderde houten eieren, sieraden. Allemaal schelden ze op Trump, die uitgerekend in de kersttijd de toeristen heeft afgeschrikt.

    Kafr Aqab

    En dan is er nog de onbeschrijfelijke wijk die niemand wil hebben. Toen in het stadhuis van Jeruzalem voor de laatste keer over Kafr Aqab werd gesproken, was dat om te bezien of de wijk niet afgescheiden moest worden en overgedragen aan de Palestijnse Autoriteit, die daar ook al niet buitengewoon happig op was. Tot 2004 was Kafr Aqab een onopvallende burgerlijke nederzetting met twaalfduizend voornamelijk islamitische inwoners. Officieel hoorde ze bij Jeruzalem, waaraan ook belasting werd betaald. Toen bouwde Israël de grensmuur en lag Kafr Aqab opeens op de Westelijke Jordaanoever. Dit leidde ertoe dat het stadsbestuur zich nauwelijks meer om de verwilderde wijk bekommerde, waarna die er een bouwboom inzette die het inwonertal deed vervijfvoudigen.

    Door de hoofdstraat van deze onbeschrijflijke wijk, Ramallah Road, persen zich vergeefs toeterende en God noch gebod erkennende auto’s. Hoog in de lucht stapelen bouwkranen nog meer flats op elkaar. Het kleurrijkst in deze troosteloze berg beton zijn de talloze kinderen en de enorme hoeveelheid vuilnis langs de straten. ‘U bevindt zich hier in de meest vrije wijk ter wereld. Als u na een moord ergens wilt onderduiken, kom dan naar Kafr Aqab. Niemand die vraagt wie u bent of waar u vandaan komt. Hier bestaan geen verkeersregels, geen politie, geen justitie,’ zegt de 69-jarige Munir Zagheir. Het buurtcomité heeft hem gekozen als hun vertegenwoordiger. Als de pseudoburgemeester van Jeruzalems onbeschrijflijke wijk in woede ontsteekt − over huizen die op instorten staan, de marginale drinkwatervoorziening, de leeggeroofde scholen of de drugsdealers − vormen zich in zijn mondhoeken speekselresten zo groot als een kwartje. Die hij even vastberaden wegslikt als zijn voortdurende hoest.

    Een van Zagheirs grootste professionele successen is dat hij voor een Israëlische administratieve rechtbank een bodemsanering van Kafr Aqab heeft bevochten. ‘Ik heb de rechtbank duidelijk gemaakt dat ik wel honden en katten bij de vuilnishopen kan weghouden, maar vogels niet, die vervolgens met hun bacillen over de apartheidsmuur naar West-Jeruzalem vliegen.’

    ‘Het conflict is dat rechts de godsdienst misbruikt’

    In de ontvangstruimte van zijn huis hangen aan de muur portretten van zijn oudste zoon en van sjeik Ahmad Yassin, een van de oprichters van Hamas. Zagheirs positie is even duidelijk, maar helemaal onverzoenlijk is hij niet. De grenzen van 1967, Oost-Jeruzalem als hoofdstad van de soevereine staat Palestina, en dan vrede. Soms vertelt hij met zijn stralend groene ogen dat alleen wie bloemen zaait, bloemen kan oogsten. Dan weer spreekt hij met kleurloze ogen over soldaten, tegen de bezetting en gasmaskers. Toen het Israëlische parlement een paar weken geleden beraadslaagde over de afscheiding van zijn wijk, werd Zagheir uitgenodigd. ‘Ik heb gezegd: nooit van mijn leven. Want ze willen het leven in Kafr Aqab helemaal niet verbeteren. Het is alleen een demografische truc om het kiezersbestand te verschuiven ten guste van de orthodoxe joden in Jeruzalem.’

    ‘Is de ellende in Kafr Aqab het resultaat van religieuze conflicten?’

    ‘Nee, het conflict is dat rechts de godsdienst misbruikt. Wij moslims weten heel goed dat Jeruzalem voor alle drie de godsdiensten even belangrijk is. Waarom zouden wij dan de stad alleen voor onszelf willen? Ons aller leraar Jezus Christus predikte de wereld al: behandel anderen steeds zoals je zou willen dat ze jou behandelden.’

    Schooluniforms

    Zagheir laat foto’s van de wijk zien: zonder vergunning neergezette gebouwen die de stad Jeruzalem inmiddels zelf moet huren voor privéscholen en klinieken. Vijf van deze wolkenkrabbers moeten worden afgebroken. Wanneer Zagheir de verslaggever door zijn wijk leidt, wordt hij onderweg door waanzinnig veel mensen gegroet. Hij kent ze allemaal, de schoolkinderen, shoarmaverkopers, sigarettenhandelaren en invaliden. ‘Salam Abu’, ‘Salam aleikum’, klinkt het uit de openstaande ramen. Een geliefd man in een liefdeloos oord. Wie wil, kan in Zagheir een profeet zien.

    Aan de met sloop bedreigde huizen wordt intussen stug doorgebouwd. Blok na blok. Of ze blijven, weten noch de bouwvakkers, noch de meubelverkopers op de hoek die de eveneens speculerende inwoners ijverig van lederen sofa’s voorzien. Op een paar balkons hangt al was te drogen, op de zevende verdieping hangen twee vogelkooitjes.

    ‘Als u me wilt verontschuldigen, ik moet nog iets zakelijks doen,’ zegt Zagheir na een kleine rondgang.

    ‘Mag ik vragen wat?’

    ‘Ik moet naar een naaiatelier.’

    ‘Een naaiatelier?’

    ‘Ja. Ontwerpen voor schooluniformen bekijken. Ik ben eigenlijk ontwerper.’

    De aanhanger van Hamas en vertegenwoordiger van de rechten van 58.000 mensen is twintig minuten later een schooluniforminspecteur geworden. Nauwkeurig bestudeert hij in het nabijgelegen Aram de op de Amerikaanse honkbalstijl gebaseerde jacks. Vierhonderd stuks voor de laatste klas van de Rhashadiaschool. Omringd door de al even geconcentreerde jacks evaluerende mannen van het atelier. De vrouwen blijven in de achterruimte achter hun naaimachines zitten, in een sober, geheel door videocamera’s bewaakt atelier. Uiteindelijk geeft Zagheir opdracht de rode kragen beter vast te zetten.

    Op de terugweg gaat de pseudoburgemeester binnendoor, door het vluchtelingenkamp Kalandia. Een kamp dat al meer dan dertig jaar bestaat en intussen qua infrastructuur wel een stad lijkt. Voor veel Palestijnen is het daarom het symbool geworden voor de nakba, de Verdrijving.

    Weer wordt Zagheir allerhartelijkst begroet.

    ‘Ze willen graag dat ik ook hier de boss word,’ geeft hij als reden voor zijn populariteit.

    ‘En wordt u dat?’

    Zagheir zwijgt even. Hoest. Onderdrukt zijn hoest weer.

    ‘Misschien. Maar het stelt hoge eisen aan je als je geliefd bent bij de mensen.

    ‘O ja, hoe dan?’

    ‘Je moet oprecht zijn. Van de mensen houden als van jezelf. Eerlijk en waarachtig blijven. Maar als je dat ter harte neemt, heb je ook succes.’

    ‘En beschikt u over al die deugden?’

    ‘Die heeft mijn godsdienst me geleerd.’

    Zagheir komt bij een kruispunt zo smal als een potlooddoosje. Drie vrachtwagens uit drie richtingen, zijn eigen gammele Toyota uit de vierde. Geen verkeersborden, geen regels. Met gebaren maken ze elkaar duidelijk wat ze willen en ze manoeuvreren langs elkaar terwijl het middaggebed van de muezzin over het onbeschrijflijke gebied schalt.

    Twee uur later zal er op Ramallah Road van begrip geen sprake zijn. Eerst is er extase, wanneer vijfduizend mensen met Palestijnse vlaggen naar de gehate grensovergang marcheren. Voor de Dag van Woede, met borden waarop staat dat Jeruzalem voor eeuwig bij Palestina hoort. Om dat mee te maken komen de burgers van Kafr Aqab trots uit hun tapijtenwinkels en garages, en staan ze op hun ongeautoriseerde en instortingsgevaarlijke balkons. Ze filmen met hun mobieltjes en zingen luidkeels. Al snel staan er barricades in brand en gooien schreeuwende jongeren uit Kafr Aqab stenen naar de soldaten. Totdat ze Israëlisch traangas inademen uit de lucht die even eerder vol was van enthousiasme.

    De nieuwe messias

    Omri Szmulewicz zit achter zijn MacBook in café HaMiffal in West-Jeruzalem, dat niets heeft meegekregen van de Dag van Woede die zich een paar kilometer daarvandaan afspeelt. HaMiffal was tot voor kort een leegstaand gebouw, nu is het superhip als verblijf voor kunstenaars uit de hele wereld. Op dit moment presenteert een Ierse kunstenares er werk dat ze, gezichten van haar onbekende mensen aftastend, met haar ogen dicht heeft getekend. Szmulewicz organiseert in HaMiffal alles wat met muziek te maken heeft. Hij zorgt voor het geluid en bespeelt zelf een groot aantal instrumenten. Daarnaast organiseert hij de fundraising voor een biomedische start-up. Maar zijn eigenlijke roeping, de reden waarom Szmulewicz überhaupt naar Jeruzalem is gekomen, heeft niets met biomedisch werk te maken. Eerder met psychologie. Hij wil de nieuwe messias worden. ‘Ik zou liegen als ik zeg dat ik sinds mijn openbaring niet het gevoel heb dat ik de Ene ben,’ zegt hij. ‘Een stem in mijn hoofd zegt steeds opnieuw: jij hebt de gave, jij moet de boodschap verkondigen.’

    Szmulewicz is een uit de kluiten gewassen, modern geklede man van begin dertig met lang zwart haar en de aanstekelijke open grijns van een echte schelm. Hij beschikt over een aanmerkelijke tegenwoordigheid van geest, een bombastische welbespraaktheid en zelfspot. Het tegendeel dus van een in beddenlakens wandelende manische Jeruzalemsyndroomzwamneus, zou je denken. Zijn openbaring, of ‘opwekking tot de psycho magic’ zoals hij het zelf noemt, heeft ook niet plaatsgevonden op een heilige plaats, maar in een psychotherapeutische praktijk waar hij therapie volgde.

    Eigenlijk komt hij uit een welgesteld voorstadje van Tel Aviv. Met weldenkende ouders, een huis met kasten vol filosofieboeken en een frequent bespeelde concertvleugel in een woonkamer met glazen pui. ‘Waar ik weinig liefde heb ervaren en ben opgevoed tot scepticus.’ Daarom ook heeft hij in therapie geprobeerd het klaarblijkelijk nutteloze, naar contact snakkende kind in zichzelf te vermoorden. ‘Het zit op de punt van een driehoek. En wat ik ook probeer, ik slaag er niet in het te bereiken. Ik weet dat ik zal sterven als ik val. Ik zit gevangen tussen twee werelden. Ik word gruwelijk depressief, ga zitten, probeer een sigaret te draaien en val omlaag. Maar op dat moment verschijnen er engelen boven me die me opvangen. Ik haal drie keer diep adem, de drie beste ademteugen in mijn leven. Ik realiseer me dat ik het kan. Begin weer op te stijgen, langzaam, beetje bij beetje. Nu om het kind in mezelf te omarmen. En ik begrijp: dit is het dilemma van de mensheid. De top en de afgrond, het gewicht en de gewichtloosheid, het tijdrovende scheppen en het ellendig snelle verwoesten.’

    ‘God is precies de idee die je van de onverdraaglijkheid van de wereld redt, die met open ogen doet dromen’

    Sindsdien begrijpt Szmulewicz het leven als een magische droom die iedereen door liefde kan vormgeven. Daarbij ziet hij heel goed dat veel om ons heen een voorliefde heeft voor het doden: ‘Rationeel beschouwd is de wereld onverdraaglijk. En dat altijd geweest. Maar God is precies de idee die je van deze onverdraaglijkheid redt, die met open ogen doet dromen.’

    Szmulewicz wil een avondwandeling maken in de Oude Stad. Op weg daarheen zien we op veel gebouwen affiches hangen met het opschrift ‘God bless Trump’. De achtste kaars van de chanoekia is aangestoken, en de Mamilla Mall die naar de Oude Stad loopt, met zijn luxe winkels, is vol kleurige rijen lampjes en dikke portemonnees. ‘So, so you think you can tell heaven from hell?’ covert een grijze, orthodoxe man Pink Floyd op zijn gitaar. Zonder haast slaat Szmulewicz een van de stille zijstraatjes in. Toevallig lopen we tegen het kerkje van de Arameeërs aan, de eerste leerlingen van Jezus. Voor de onverlichte toeschouwer toevallig, maar voor Szmulewicz een teken.

    ‘Toeval bestaat niet. Vandaag moest ik deze plaats zien. Eraan herinnerd worden dat ook de grote godsdiensten een paar duizend jaar geleden zijn gevestigd door mensen met openbaringen. En dat geen van hen in zijn tijd erg geliefd was. Abraham heeft zijn familie verlaten om de epische weg naar het beloofde Land op te gaan. Jezus was een jood vol pretenties die iedereen tegensprak. Daarom is hij vermoord. Zelfs Boeddha kwam uit een streng religieus milieu en verklaarde ooit: u kletst allemaal maar wat. Religies hebben behoefte aan iemand die van tijd tot tijd de decadent geworden orthodoxie overwint.’

    Smalle treden leiden naar een dak waar je de gouden Rotskoepel bijna kunt aanraken. Eigenlijk is het een aaneengesloten areaal van daken, en ze zeggen dat je over deze daken de Oude Stad helemaal kunt doorkruisen. Achter de al-Aqsamoskee strekt zich de Tempelberg uit, daarboven schitteren zachtgouden sterren. Op een moment als dit is er misschien wel geen plaats op de wereld die wereldser is dan Jeruzalem.

    ‘We hebben al genoeg egoïstische en valse profeten’

    Szmulewicz gaat zitten om te mediteren. Na ongeveer twintig minuten gaat hij verder: ‘Ik heb de laatste maanden zo veel tekens gekregen en gezien. Soms moet ik ergens aan denken, dan sla ik de kabbala op een willekeurige plaats open, en precies datgene waaraan ik dacht staat daar geschreven. Altijd als ik duistere gedachten krijg, klop ik driemaal op hout om ze te verdrijven. Zo doen wij joden dat. Toen ik het onlangs in de kelder van mijn ouders deed, vormde zich uit deze punten opeens een driedimensionale davidster om me heen.’

    Syndroomsteden

    Jeruzalem is niet de enige stad waaraan een bepaald syndroom is toegerekend.

    Heel ‘betoverend’ bijvoorbeeld is het Florencesyndroom. Dit al in het begin van de negentiende eeuw door de Franse schrijver Stendhal beschreven syndroom zou vooral kunstenaars overkomen die zich in Florence tegenover de alomtegenwoordige kunst opeens bewust worden van hun eigen onbeduidendheid. En als gevolg daarvan symptomen als ademhalingsproblemen en hartritmestoornissen ontwikkelen.

    Bekender is het zogenoemde Stockholmsyndroom, waarbij een gijzelaar tijdens een gijzeling sympathie voor zijn gijzelnemer ontwikkelt. Het omgekeerde bestaat ook: een gijzelnemer ontwikkelt positieve gevoelens voor zijn gijzelaar; in zo’n geval spreekt men van het Limasyndroom. Minder extravagant, maar niet minder ernstig is het New Yorksyndroom, dat paradoxaal genoeg niet het verlies van realiteitszin, maar juist het verkrijgen daarvan beschrijft. Achter een bedrukte stemming zitten existentiële angsten en depressies verborgen die zich voordoen bij jonge mensen die hopend op de American dream en een succesvol leven naar New York komen. Om dan te concluderen dat hun droom niet zo eenvoudig te realiseren is.

    ‘Bent u weleens bang dat u de controle verliest? Dat u uzelf van louter verlichting niet meer herkent?’

    ‘Ik ben al heel erg veranderd. En dat maakt me een beetje bang. Aan de andere kant is dat natuurlijk ook de zin van bekering. Natuurlijk is God in de mensen en natuurlijk bezoekt de messias ons af en toe.’

    ‘En nu bent u de messias?’

    ‘Misschien. Maar te geloven dat je “de Ene” bent, is tegelijk infantiel. Ik heb de gave, niet mijn ego. En zolang ik mijn ego niet heb overwonnen, ben ik terughoudend. We hebben al genoeg egoïstische en valse profeten.’

    Op donderdag, een dag voor de sabbat, zijn de nachten in de meest bezongen stad van de wereld het levendigst. De Ben-Yehudastraat staat vol gouden keeltjes, breakdancers, trommelaars en jongleurs en de uitpuilende cafés doen een wedstrijdje wiens installatie het hardst kan. Opgedoft, vrolijk van de wodka, opgewonden van de drugs: het kan er hier bijna carnavalesk uitzien. Ook al heeft de stad steeds minder seculiere inwoners.

    Zowel de orthodox-joodse als de moslimmoeders in Jeruzalem krijgen gemiddeld 6,5 kind, en die gaan op donderdagen echt niet feestvieren. Ze krijgen in de eerste plaats zo veel kinderen omdat hun God hun voorschrijft dat ze vruchtbaar moeten zijn. In de tweede plaats omdat met de grootte van hun groep ook hun macht bij de verkiezingen toeneemt. Daar komt nog bij dat veel orthodoxe joden van een wereldlijke broodwinning afzien om zich helemaal aan de studie van de Heilige Schrift te wijden. Mede daardoor is de beroemdste stad van de wereld ook de armste stad in het Heilig Land. Hoe dan ook, op donderdag feesten degenen die overdag werken en doorgaans voorbehoedmiddelen gebruiken.

    1. Christenen op weg naar Via Dolorosa en de Kerk van de wederopstanding; 2. Nonnen bereiden kerst voor; 3. Zwaaien met kip als Joodse voorbereiding op Jom Kippoer, grote verzoendag; 4. Ultra-orthodoxe Jood speelt viool voor Chanoeka. – © Oded Balility
    Christenen op weg naar Via Dolorosa en de Kerk van de wederopstanding. – © Oded Balility / HH

    Een stukje bij deze levensader vandaan, aan een achterafpleintje met regenboogvlaggetjes, ligt de Videobar, de enige bar − zo niet de enige plek − in Jeruzalem voor homo’s. Opzettelijk in de buurt van een politiebureau, voor het geval er weer met molotovcocktails wordt gegooid. Af en toe komen er nachtvlinders naar de deur van de Videobar, blijven even staan en gaan weer weg. Om later terug te komen, iets dichterbij, en opnieuw haastig om te keren. Een paar van deze donderdagavondklanten vatten pas bij hun derde aanloop voldoende moed om echt naar binnen te gaan.

    Tegen een van de muren staan Batman en Robin te vrijen, het achterste gedeelte heeft een kleine dansvloer. Britney Spears zingt over de ‘taste of a poison paradise’. Arabisch en Hebreeuws klinken zo uitgelaten door elkaar als in deze stad maar zelden voorkomt. Waarom ook niet? Het is moeilijk voor te stellen dat de door alle religies uitgestotenen elkaar in de Videobar in de lange haren van hun toupetjes vliegen over de toegang tot de al-Aqsamoskee.

    ‘Ik ben de queen van de orthodoxe viespeuken in Jeruzalem, hun sprankje hoop’

    Alona, vandaag meer vrouw dan man, met luipaardjas, rode lippenstift en hoge hakken, voorkomt dat homo’s die door hun familie zijn verstoten zelfmoord plegen. Dat zegt ze in elk geval, terwijl ze staat te roken op de veranda. ‘Ik ben de queen van de orthodoxe viespeuken in Jeruzalem, hun sprankje hoop. Geloof me, er zitten verdomd veel verkapte flikkers onder de orthodoxen.’

    ‘En hoe leer je die kennen?’

    ‘Dat hoeft niet. Zij kennen mij en komen naar me toe. Heel verlegen, overdag of bij het boodschappen doen op de Mahane Yehuda-markt.’

    ‘En dan?’

    ‘Dan geef ik ze waar ze zo hevig naar verlangen. Ik vind ze sexy in hun zwart-witte pakjes. Met hun maagdelijkheid.’

    ‘Het klinkt alsof je hier in Jeruzalem als queer een nogal vrij leven leidt, Alona.’

    ‘Ik kan met iedereen goed overweg, ook in Jeruzalem. Ik ben gewoon ik, ik heb geen andere keus.’

    ‘Zo,’ moppert Joat, Alona’s metgezellin − eveneens flink opgemaakt, meer vrouw dan man, en met een volumineuze paarse sjaal gedrapeerd om haar gouden jurk, die op zijn beurt strak om haar tamelijk dikke lichaam zit. ‘Als jij zo vrij bent, waarom ga je dan niet in deze outfit naar je werk? Of op zijn minst opgemaakt?’

    ‘Dat mag niet,’ antwoordt Alona, die als veiligheidsbeambte in een openbaar gebouw in Jeruzalem werkt.

    De dansvloer is inmiddels propvol en het aantal seksuele toespelingen per nummer benadert het Jeruzalemse religieuze vruchtbaarheidscijfer.

    Mea Shearim

    Of een van de dansers bij het aanbreken van de dag terug zal sluipen naar Mea Shearim, de oudste ultra-orthodoxe wijk van Jeruzalem? Heel ver liggen beide werelden niet uit elkaar, te voet misschien tien minuten. Maar wie over de drempel stapt, ziet een Joods leven dat nauwelijks door de moderne tijd is beroerd, tussen bouwvallige huisjes, met een oerwoud van stroomdraden en vreselijk vervuilde straten waar desondanks orde heerst. Een leven in liefdevolle, nauwe dorpsstraatjes, waar de buitenwereld niet binnenkomt. Waar kinderen, kinderen en nog eens kinderen hand in hand over straat lopen en sommige moeders zich geheel bedekken. Ze dragen een sluier over hun hoofd en ook van hun lichaam is niets te zien.

    Hier kent iedereen iedereen, een donderdags uitje zal hier niet lang verborgen blijven, ook al is het vlak voor sabbat heel erg druk. Iedereen moet zijn vrijdagse vis en zijn pretzels nog in huis halen. Ingewikkelde consumentenverlangens moet je hier niet hebben, Britney Spears’ ‘Toxic’ of een tv-toestel zijn in Mea Shearim niet te vinden. Om drie uur ’s middags klinken overal in de wijk de luidsprekers. Melancholieke Hebreeuwse muziek schalt door Mea Shearim en kondigt het begin van de sabbat aan. De wijk wordt dan afgesloten, om een dag lang nog ongestoorder met God, met zichzelf en met nietsdoen bezig te zijn. Hoe mooi moet die muziek niet klinken als die je je leven lang het wonderschone, strikt voorgeschreven dolce far niente heeft verkondigd? Hoe moeilijk moet het niet zijn om hier weg te gaan en deze muziek nooit meer te horen, om niet alleen op donderdagavond stiekem een vrije zondaar te zijn?

    ‘Deze stad rukt iedereen zijn masker af. Ze duldt geen veinzerij,’ bevestigt pater Nikodemus Schnabel, priester en hoofd van de Dormitio-abdij, een benedictijnenklooster op de berg Sion. Hij woont sinds zestien jaar in Jeruzalem, is in 1978 in Stuttgart geboren en volgens zijn gelofte tot het eind van zijn leven aan zijn orde in het Nabije Oosten gebonden. En hier wilde pater Nikodemus ook precies naartoe. Zijn abdij staat op de plaats waar Jezus zijn Laatste Avondmaal tot zich nam. Een plaats van diepe contemplatie, hoog verheven boven het alledaagse lawaai van de Heilige Stad. ‘Om vijf uur in de ochtend, tijdens het eerste gebed bij zonsopgang, is Jeruzalem juist door die diepe godsvrucht om verliefd op te worden. Dan heeft Jeruzalem geen syndroom en al helemaal geen behoefte aan therapie.’

    ‘Ik begrijp waarom Jeruzalem de perfecte stad is om atheïst te worden’

    Als er geen aanslagen met brandbommen op zijn klooster werden gepleegd. Of als er niet op de voorgevel werd gekalkt dat alle christenen dood moeten. Vlakbij liggen de nederzettingen van de radicaal-religieuze Heuveljoden. Vanwege hen moest er een permanente politiepost voor zijn deur worden neergezet. ‘Ik begrijp waarom Jeruzalem de perfecte stad is om atheïst te worden. Op gewone dagen word ik, als ik het klooster uitga, bespuugd, beledigd en geschopt. De radicale religieuzen roepen graag: “Oprotten naar Rome!” Hier is niets hetzelfde, iedereen is hier naakt. Ik ook.’

    Als je pater Nikodemus ziet, is hij een open, zachtaardige en levenslustige man met rode wangen. Je kunt je de pas 39-jarige pater makkelijk voorstellen als gangmaker in het café, terwijl hij met zijn diepe joviale lach handen schudt en moppen vertelt. Een indruk die meteen vervliegt als de pater op de empathische toon van een zielzorger spreekt.

    ‘En welk gezicht zag u in de spiegel toen Jeruzalem u ontmaskerde?’

    ‘Ik zag en ik zie mijn valkuilen. Soms wil ik degenen die me bespuwen gewoon op hun bek slaan. Maar als ik mijn zoektocht naar God serieus neem, met de gedachte dat de mens naar het evenbeeld van God is geschapen, dan is zoeken naar God ook zoeken naar de mens. Wie ben ik, als ik me van iemand afmaak? Als ik iemand in een la stop?’

    ‘Ze doen niemand kwaad, huppelen rond, brabbelen wat, dossen zich vaak merkwaardig uit. Maar als de kerken deze mensen buiten zetten, waar moeten ze dan heen?’

    Ook van degenen die in de spiegel plotseling een godheid ontwaren en bij dr. Katz terechtkomen, wil de pater zich niet afmaken. ‘Die hebben we hier altijd. Ze doen niemand kwaad, huppelen rond, brabbelen wat, dossen zich vaak merkwaardig uit. Maar als de kerken deze mensen buiten zetten, waar moeten ze dan heen?’ Het zou in elk geval een probleem worden als deze zwaarbelaste mensen troost vinden in de tuin van het klooster en daar helemaal niet meer weg willen. Over een paar uur zal pater Nikodemus de nachtmis lezen. Waarschijnlijk als enige katholiek op de wereld preekt hij voor een gehoor dat voor het grootste deel joods is.

    Bethlehem

    Ondertussen is in Bethlehem, de geboorteplaats van Christus, het feest al aan de gang. Eigenlijk maar negen kilometer, maar ook een omweg om een hele lange grensmuur heen verder. Op de markt waar de Geboortekerk en de Omarmoskee oog in oog staan, is een parade. Een bigband in militair ogende uniformen speelt ‘Jingle Bells’ met een Arabisch accent. Maar het Palestijnse Bethlehem lijkt op dit moment niet zo ontvankelijk voor kerstliedjes uit Trumpistan. Een affiche met een in het paars geklede Sinterklaas wenst ons Merry Christmas, een nog groter affiche dat eroverheen geplakt is herinnert ons eraan dat Jeruzalem voor eeuwig de hoofdstad van Palestina blijft.

    De bewoners van de stad volgen de parade met een merkwaardige mengeling van plichtsbewustzijn, kijklust en ergernis. Tussen de rijen door dringen minderjarige kauwgom- en parapluverkopers naar voren. Eromheen cirkelen geconcentreerde Palestijnse soldaten en een groot aantal internationale cameraploegen. En om iedereen heen jaagt een akelige wind die maling heeft aan het milde winterzonnetje. En hoe verder je van de theoretisch zo feestelijke markt af komt, in de richting van Jeruzalem, in de richting van de gemilitariseerde scheidingsmuur, des te voelbaarder het wordt dat Bethlehem weinig zin heeft om feest te vieren.

    De wind die over het feest joeg heeft tegen de avond dankzij de talloze regenbuien een zee van plassen in de Oude Stad veroorzaakt. Desondanks is de Dormitio-abdij voor de nachtmis van pater Nikodemus tot de laatste plaats bezet. Ook Omri Szmulewicz, die zich in staat acht de erfgenaam van de jarige te zijn, is gekomen. Hij luistert met gesloten ogen, een steentje dat zijn derde oog moet symboliseren tegen zijn voorhoofd gedrukt. Soms glimlacht hij enthousiast, dan weer kijkt hij een beetje mistroostig.

    ‘Als de messias verschijnt, kunnen we hem eindelijk vragen of hij hier voor het eerst is. Zo ja, dan hebt u gelijk, zo nee, dan wij’

    Pater Nikodemus weet het verrassend jonge joodse publiek snel voor zich te winnen. In een wit met gouden kazuifel schertst hij vanaf de preekstoel: ‘Ik ben hier niet om u te bekeren. Als de messias verschijnt, kunnen we hem eindelijk vragen of hij hier voor het eerst is. Zo ja, dan hebt u gelijk, zo nee, dan wij.’ De pater verklaart dat God niet alleen een over ons wakende en wraakzuchtige God is. ‘Maar vol liefde en hartstocht. Almachtig, zeker, maar een God van vrede, van licht en van vergeving.’

    Szmulewicz vergeeft de pater na afloop snel dat de mis ‘te mainstream’ was. En ook wil hij wel door de vingers zien dat het publiek zijn aandacht niet voldoende bij de dienst hield en dat ze ondertussen foto’s maakten met hun mobieltjes. ‘Maar misschien is het alleen mijn ego dat kritiek heeft. Waar moet de pater anders over preken dan over liefde en vergeving? Religie moet niet te ingewikkeld zijn.’

    Een paar kilometer verderop staan de straten van de onbeschrijflijke wijk Kfar Aqab een halve meter onder water. De Dagen van Woede gaan verder. Dr. Gregory Katz moet over een paar uur met zijn restje humanisme in een dokterstas naar zijn werk. In de meest aanbeden stad ter wereld is het vandaag geen feestdag.

    Life of Brian

    Nooit is het Jeruzalemsyndroom zo prachtig en komisch ad absurdum gevoerd als in de klassieker Monty Python’s Life of Brian: in deze satirische film uit 1979 wordt de jonge Brian tegen zijn zin tot messias uitgeroepen, terwijl hij alleen de mooie Judith voor zich wil winnen. Verder wil hij met rust gelaten worden. Aan het bittere slot van de film klinkt de song ‘Always Look on the Bright Side of Life’, terwijl Brian en een tiental andere veroordeelden aan kruisen bungelen. De song werd even beroemd als de film: de laatste werd door het British Film Institute ondanks veel controverse gekozen als een van de honderd beste Engelse films.

    De auteur

    Dmitrij Kapitelman (31) heeft Jeruzalem in zijn leven tot nu toe drie keer bezocht, en de stad als ‘waanzinnig vermoeiend’ ervaren. Maar ook als een bijzondere plaats. ‘Het is moeilijk in woorden uit te drukken,’ zegt hij, ‘maar je voelt daar veel directer dan elders hoe belangrijk religie voor mensen kan zijn.’ Kapitelman is zelf van joodse origine, maar noemt zichzelf een ‘Hebreeuws gevormde atheïst’.