Al in de jaren veertig interesseerde Marcel Bascoulard zich voor thema’s als identiteit, sekse en travestie. In Parijs is een tentoonstelling over zijn werk te zien.
Al in 1942 maakte deze ‘artiste maudit’ even mysterieuze als ontroerende staande portretten van zichzelf verkleed als vrouw. Aanvankelijk aarzelend poseerde hij binnenshuis, gekleed in rijkelijk versierde zelfgemaakte negentiende-eeuwse avondjurken of dito lange rokken. Of hij liet zich buitenshuis fotograferen ergens aan een bosrand of op het platteland, door een vriend met een zelfgemaakte camera, als zelfbewuste man in dameskleren, zonder enige vorm van schaamte. Toen al manifesteerde hij zich als een volleerde ‘crossdresser’.
Naast fotograaf was autodidact Bascoulard ook een begenadigd tekenaar, vooral van zijn geboortestad Bourges en het landschap er omheen. Naar het schijnt betaalde hij daarmee de lokale bakker en slager. Zijn foto’s beschouwde hij als ‘kunst’.
Wellicht kan zijn interesse voor thema’s als identiteit, sekse en travestie verklaard worden door een traumatische ervaring uit zijn jeugd. Hij was negentien toen zijn moeder zijn vader doodschoot en levenslang werd opgesloten in een psychiatrische instelling.
Bascoulard stierf zelf in 1978 door een kogel van een jonge onverlaat uit de buurt, volgens de rechtbank. Veertig jaar na zijn dood hingen enkele van zijn foto’s op de Biennale van Venetië in het museum Punta della Dogana. De invloed van Bascoulard op kunstenaars als Pierre Molinier en Urs Lüthi laat zich gemakkelijk raden.
Marcel Bascoulard (1813-1978) Tot en met 27 februari. Galerie Christophe Gaillard, Parijs. www.galeriegaillard.com
De meeste mensen kennen hem slechts van Duitse straatnaambordjes, maar The New Atlantis laat zien waarom je meer wilt weten over Alexander von Humboldt, de invloedrijke wetenschapper-avonturier met de ziel van een dichter. Verder: het geïllustreerde liefdesverhaal van Gertrude Stein en Alice B. Toklas & meer aanraders van de 360-redactie
Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, ziet en hoort, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires, fotoreportages en podcasts die wij deze week tijdens het speuren naar mooie journalistiek zijn tegengekomen.
‘Het brein van een wetenschapper, de ziel van een dichter’
Bergketens zijn naar hem vernoemd, steden, watervallen en honderden dieren- en plantensoorten. Alexander von Humboldt (1769–1859) was een onwaarschijnlijk veelzijdige wetenschapper, ontdekkingsreiziger, poëet en De uitvinder van de natuur (Andrea Wulf, Atlas Contact).
The New Atlantis brengt hem terug uit de vergetelheid en eert hem terecht met een uitgebreid en gedetailleerd artikel. Humboldts bevindingen zijn nog altijd actueel. Aangeraden door editor at large Katrien Gottlieb.
Maira Kalman (1949) is een Amerikaanse, in Israël geboren, illustrator, schrijver, kunstenaar en ontwerper. Ze maakte naam met haar buitengewoon speelse, grappige en luchtige illustraties voor onder meer The New York Times en The New Yorker en ze tekende en illustreerde tal van (kinder)boeken. Onlangs publiceerde ze een prachtig boek over de liefde tussen Gertrude Stein en Alice B. Toklas aan het begin van de twintigste eeuw in Parijs, waarin ook beroemdheden als Hemingway, Matisse en Picasso de revue passeren. De culturele site Brainpickings besprak het boek en haalt een prachtige zin aan van Kalman: ‘This is a love story. You know. How two people, joined together, become themselves’. Een aanrader van redacteur IJsbrand van Veelen.
Persoonlijk essay over een eeuwig controversieel meesterwerk
The New Yorker publiceerde ‘Nabokov, Steinberg, and Me’ van schrijver en humorist Ian Frazier, uit het nog te verschijnen Lolita in the Afterlife: ‘een levendige verzameling van scherpe en essentiële moderne stukken over dit eeuwig provocerende boek’, aldus de uitgever. Getipt door hoofdredacteur Laura Weeda.
Nabokovs Lolita, waarin de veertiger Humbert Humbert een jury toespreekt die moet oordelen over zijn relatie met de twaalfjarige Lolita, zorgde bij verschijning in 1955 al voor ophef, vooral vanwege de jonge leeftijd van de naamgever. Later ontsteeg het boek de schandaalsfeer en was er vooral aandacht voor de hoogstaande literaire kwaliteit, maar anno 2021 is hier uiteraard weer verandering in gekomen. In de bundel bekijken schrijvers Lolita vanuit politiek standpunt en gaat het over de witheid van de hoofdpersonages, machtsverhoudingen en seksueel trauma.
Frazier vertel hoe hij het boek, mede omdat zijn moeder, docent Engels, het droevig en gruwelijk vond, steeds opnieuw verslond. Het was vormend voor de manier waarop hij als puber naar meisjes keek en zelfs voor de woorden waarin hij over hen dacht. Pas veel later gaat hij inzien wat zijn moeder bedoelde. Hij begint zijn geliefde Lolita met andere ogen te lezen, en de oorspronkelijke Russische Nabokov, voor zijn gevoel, te doorzien. Waarom noemt hij Lolita’s latere man een ‘kreupele’? En waarom was deze oorlogsveteraan bovendien doof? Was zij wel een nymfomaan, bestaan die überhaupt?
Voor eeuwig wachten aan de grens
In de laatste aflevering van de Spaanstalige podcast El Hilo volgen we het verhaal van Moisés en Meya, die in 2019 van Honduras naar de Verenigde Staten probeerden te emigreren met hun anderhalf jaar oude dochter. Ze wilden een veiliger leven voor hun familie, weg van bendes, mishandeling door de politie en armoede. Maar Mexico stuitten ze op de muur van het anti-immigratiebeleid van de regering-Trump en zijn ‘Blijf in Mexico’-beleid. Sindsdien wachten ze aan de Mexicaans-Amerikaanse grens tot hun asielaanvraag in behandeling wordt genomen. Een tip van redacteur Joep Harmsen.
Naast Moisés en Meya komen in de podcast fotojournalist Tomás Ayuso en Fernanda Echávarri van Mother Jones aan het woord over de impact is van het immigratiebeleid van de afgelopen vier jaar en wat we kunnen verwachten van Joe Bidens nieuwe koers op dat gebied.
Ga naar het Instagramaccount van de Hondurese fotojournalist Tomás Ayuso @tomas_ayuso voor beelden bij het verhaal. En zie ook zijn reportage uit 2018 voor National Geographic, waarin Ayuso verslag doet van zijn reis met een migrantenkaravaan.
De schoonheid van de landbouw
Daan Roosegaardes meest recente kunstwerk GROW is een eerbetoon aan de schoonheid en het belang van de agrarische sector. GROW ontvouwt zich als een lichtgevend ‘droomlandschap’. Omringd door duisternis golven rode en blauwe lichten over een enorme akker. Het project is geïnspireerd op wetenschap die aantoont dat specifieke lichtrecepten groei van gewassen kunnen stimuleren en weerstand kunnen verbeteren. Een aanrader van art director Majel van der Meulen.
Over de verschillen tussen mannen en vrouwen is al heel wat gefilosofeerd. Toch blijft de seksuele-selectietheorie van Darwin dominant. Wie zich ertegen verzet, wordt al snel beschuldigd van feminisme.
Als kind deed Holly Dunsworth aan basketbal en droomde ze ervan zo groot te worden dat ze moeiteloos naar de basket zou kunnen springen. ‘Ik was al een flink eind op weg,’ vertelt ze. ‘En toen werd ik ongesteld. Ik zag jongens doorgroeien terwijl mijn eigen groei stopte.’
De jeugdige basketballer, die hoogleraar biologische antropologie zou worden aan de Amerikaanse Universiteit van Rhode Island, kon niet vermoeden dat ze enkele decennia later een artikel zou publiceren waarin ze biologische redenen aanvoerde voor haar te geringe groei en vraagtekens zette bij de al anderhalve eeuw vigerende theorie van seksuele selectie op grond waarvan het verschil in grootte tussen mannen en vrouwen werd verklaard.
Seksuele dimorfie
Deze theorie, in 1871 geïntroduceerd door de Britse natuuronderzoeker Charles Darwin in zijn boek De afstamming van de mens, wordt ook nu nog het meest gehanteerd als verklaring voor seksuele dimorfie [dat wat mannen mannelijk maakt en vrouwen vrouwelijk].
‘De verschillen tussen mannen en vrouwen worden verklaard op grond van de seksuele selectie, waarin twee belangrijke mechanismen werkzaam zijn: de competitie tussen de mannetjes en de keus van de vrouwtjes,’ bevestigt Michel Raymond, hoogleraar menselijke evolutiebiologie aan de Universiteit van Montpellier.
Zodoende zouden de grootste, sterkste en strijdbaarste mannetjes zich kunnen laten gelden tegenover hun zwakkere soortgenoten om met de vrouwtjes ‘aan de haal te gaan’, terwijl de vrouwtjes een natuurlijke aantrekkingskracht zouden uitoefenen op de mannetjes die groter zijn dan zijzelf. Door de combinatie van deze twee elementen zouden de kleinste mannen zijn geofferd op het altaar van de evolutie.
Maar is deze verklaring afdoende? Louise Barrett, als antropoloog verbonden aan de Universiteit van Lethbridge in Canada en auteur van diverse artikelen over seksuele dimorfie, meent dat er ‘overtuigender bewijs nodig is om met een evolutietheorie te komen die is gebaseerd op de selectie van mannetjes aan de hand van hun specifieke gedragingen en karaktertrekken. Maar in wat ik tot nu toe gelezen heb zijn de argumenten dikwijls zwak. Dat wil niet zeggen dat we de seksuele selectie volledig uit de evolutie moeten schrappen, maar bewijs is er momenteel nog niet voor.’
Oestrogeen
Holly Dunsworth zegt een betere verklaring te hebben gevonden. Haar onderzoek, waarvan de uitkomst afgelopen mei is gepubliceerd in het tijdschrift Evolutionary Anthropology, spitst zich toe op de ontwikkeling van de botten en die van oestrogeen, een geslachtshormoon dat onder andere door de eierstokken wordt geproduceerd en, in mindere mate, door de testikels. Oestrogeen is van beslissende invloed op de botgroei.
Tijdens de kinderjaren groeien jongens en meisjes door de bank genomen even snel. Maar in de puberteit verandert alles: de eierstokken voeren de oestrogeenproductie aanzienlijk op om de eerste menstruatie voor te bereiden, wat gepaard gaat met een hogere ontwikkeling van het groeikraakbeen en een versnelde verlenging van de botten, reden waarom meisjes in het begin van de puberteit meestal groter zijn dan jongens.
Maar omdat het zeer hoge hormoonniveau ook de botvorming vanuit het kraakbeen versnelt, is de groeispurt bij de meisjes maar van korte duur, terwijl de jongens hun oestrogeen in een regelmatig tempo blijven produceren, en dus nog een aantal jaren doorgroeien. Dit verklaart het verschil in grootte op volwassen leeftijd.
Michel Raymond is niet overtuigd door de argumenten van Dunsworth: ‘Ze legt goed uit hoe de hormonen de grootte beïnvloeden, maar op geen enkele manier waarom dat zo is.’ Volgens hem kan, evolutionair gesproken, ‘het verschil in grootte niet los van het geslacht worden gezien. In iedere populatie is de man groter dan de vrouw, dus daar moet een reden voor zijn.’
Het simpele feit dat ze het woord van Darwin in twijfel trekt wordt al als een rebelse daad beschouwd, waaraan een ‘feministisch’ tintje kleeft
Marcia Ponce de León, paleoantropoloog aan de Universiteit van Zürich, deelt die mening niet. ‘Onderzoekers hebben nog wel eens de neiging hypotheses die veel voorkomen als “dit of dat dier is om deze of gene reden geëvolueerd” te accepteren vanwege hun schijnbare eenvoud, in plaats van echt wetenschappelijk bewijs te eisen,’ zegt ze. ‘Op een vraag over de evolutie is nooit maar één antwoord te geven. We hebben echt behoefte aan verschillende standpunten en betrouwbare gegevens.’
Zoals Holly Dunsworth zelf benadrukt, is het maar een hypothese, maar het simpele feit dat ze het woord van Darwin in twijfel trekt wordt al als een rebelse daad beschouwd, waaraan een ‘feministisch’ tintje kleeft, de term die Michel Raymond gebruikte om Dunsworths artikel te omschrijven. ‘Zo veel wetenschappers houden vast aan de theorie volgens welke seksuele selectie de enige verklaring is,’ zegt Dunsworth spijtig.
Louise Barrett van haar kant is van mening dat ‘zodra men de manier bestudeert waarop mannen en vrouwen van elkaar verschillen, het politiek wordt’. Volgens haar gaan de simplistische verklaringen voor de evolutie ‘uit van de hersenschim van de orde der dingen. We zouden geprogrammeerd zijn om zo te worden.’
Aldus redenerend verval je algauw in de gebruikelijke clichés: ‘Vrouwen zijn attenter, dus willen ze verpleegkundige worden. En het is niet erg als een vrouwelijke IT’er minder verdient dan een mannelijke. Dan heeft ze gewoon het verkeerde vak gekozen.’
In een wetenschappelijke wereld die nog grotendeels wordt gedomineerd door mannen ‘wint het vrouwelijke perspectief terrein, zij het langzaam en onder sterk verzet van mannen en, helaas, ook bepaalde vrouwen’, zegt Marcia Ponce de León. ‘Als vrouwelijke wetenschapper moet je echt knokken om de bestaande gewoonten te veranderen en nieuwe manieren te introduceren om vragen te stellen.’
Eind december maakten archeologen bekend dat ze een thermopolium, een Romeins eethuisje, hadden opgegraven in Pompeii, de stad waar de tijd kwam stil te staan na de catastrofale uitbarsting van de Vesuvius. De spectaculaire vondst verschaft veel informatie over het dagelijks leven van de lagere klassen in de Romeinse samenleving.
Archeologe en culinair schrijfster Farrell Monaco bereidde op basis van de overblijfselen een Pompejaanse caféhap.
‘In de tweede eeuw na Christus schreef Plinius de Jonge een brief aan de Romeinse historicus Tacitus, waarin hij het begin van de uitbarsting van de Vesuvius in 79 na Christus memoreert’, schrijft Farrell Monaco. ‘Hij herinnert zich dat hij vanuit zijn villa in Misenum, aan de overkant van de vulkaan aan de baai van Napels, een donkere wolk zag in de vorm van een parasoldennenboom, die de lucht vulde boven de bergen. Wat volgde was iets waarop niemand in het gebied was voorbereid.
Een dag nadat Plinius die donkere wolk opmerkte, bezweek een kleine taverne in het noordoostelijke deel van Pompeii samen met de rest van de stad onder het gewicht van puimsteen en as.
Daarna volgde een snelle pyroclastische golf van heet gas, vulkanisch puin en as die de laatste verwoestende dreun van de vulkaan markeerde: degenen die waren achterbleven in Pompeii en Herculaneum werden op slag gedood door deze helse golf van hitte, die volgens schattingen opliep tot bijna 500 graden Celsius.
De eigenaar van de genoemde taverne was een van de slachtoffers. Hij kon niet op tijd uit zijn onderkomen ontsnappen en stierf ter plekke in bed, evenals een man en een hond die hun toevlucht bij hem hadden gezocht.’
Antieke snackbar
In december vorig jaar maakten archeologen van het Archeologisch Park van Pompeii bekend dat ze de overblijfselen van deze twee mannen en de hond hadden gevonden bij de opgraving van een antieke ‘snackbar’, thermopolium genoemd.
‘Gelegen in een nog niet uitgegraven deel van Pompeii, vormen de goed bewaard gebleven toonbank van het thermopolium, de dolia, zoals keramische vaten voor opslag worden genoemd, en de kunst op de muren gezamenlijk een van de meest ontroerende vondsten die recentelijk zijn gedaan’, aldus Monaco.
In één dolium werden de overblijfselen van een van de mannen gevonden, daar waarschijnlijk in gedeponeerd door achttiende-eeuwse plunderaars
De grote gemetselde toonbank is versierd met fresco’s die scènes uit het dagelijkse leven in het etablissement weergeven: schalen en kookgerei hangend boven de bar, een afbeelding van een bezorger, een Griekse zeenimf rijdend op een zeepaard en afbeeldingen van wilde eenden, een kip en een hond. Tegen de toonbank leunden amforen, de keramische wijnvaten waarin lokaal geproduceerde en geïmporteerde Griekse wijnen werden bewaard.
Sommige van de dolia bevatten de botten van verschillende soorten dieren en in één dolium werden de overblijfselen van een van de mannen gevonden, daar waarschijnlijk in gedeponeerd door achttiende-eeuwse plunderaars.
‘Als klassiek archeoloog wiens onderzoek zich richt op voedsel en voedselbereiding in het Romeinse Middellandse Zeegebied’, schrijft Monaco, ‘ben ik dolgelukkig met dergelijke vondsten. Ze werpen een helder licht op het dagelijkse leven van delen van de Romeinse samenleving die in oude literaire bronnen slecht zijn vertegenwoordigd, zoals slaven en de doorsnee werkende Romeinen. Plekken zoals dit thermopolium geven archeologen zoals ik een realistisch beeld van hoe de Romeinse eetcultuur eruitzag.’
Voor Monaco en anderen bieden ze een noodzakelijk contrast met de sensationele weergaves van de Romeinse eetcultuur, zoals bekend van het satirische Trimalchio’s Banket van Petronius, of van de weelderige fresco’s die de muren van de eetkamer sieren in het Huis van de Vettii, een uitzonderlijk goed bewaard gebleven luxe woning.
Alledaags eten
Het opgegraven thermopolium biedt aanwijzingen over waar en wat de doorsnee Pompejaan at. In het gebied rond de Vesuvius had slechts 40 procent van de stadswoningen voor werkende armen een vuurhaard om te koken, denkt Anna Maria Sodo, directeur van het Antiquarium van Boscoreale. Van de woningen voor de middenklasse was 66 procent uitgerust met een kookgelegenheid. Dat betekent dat veel mensen buiten de deur aten.
De site moet nog verder worden uitgegraven, maar volgens archeoloog Massimo Osanna telde Pompeii minstens tachtig eet- en drinkgelegenheden. Die bieden inzicht in het soort voedsel dat aan gewone burgers werd geserveerd.
Om een maaltijd te reconstrueren die in de buurt komt van wat mogelijk werd opgediend, bieden de overblijfselen allerlei aanwijzingen, schrijft Monaco. Dat geldt voor zowel de fresco’s die op de toonbank zijn geschilderd, als voor de inhoud van de amforen en de dolia.
Een van de dolia bevatte de botten van eenden, varkens, geiten en vissen, evenals schelpen van landslakken. De eendenbotten komen overeen met het fresco van twee wilde eenden op de voorkant van de toonbank, dat mogelijk diende als een picturaal menu voor de ongeletterde meerderheid van de bevolking.
Sommige wetenschappers denken uit deze resten op te kunnen maken dat de Pompejanen uit de eerste eeuw stoofschotels of soepen aten die werden gebrouwen van alle gevonden dieren tezamen. Monaco betwijfelt dat, want het zou ongebruikelijk zijn voor de oude Romeinse keuken. Omdat dolia normaal gesproken werden gebruikt voor het bewaren van droog en vloeibaar voedsel en niet om te koken, acht Monaco het mogelijk dat de botten en schelpen die in het dolium werden gevonden, voedselresten zijn van een eigen slagerij, van voedselbereiding die aan de toonbank plaatsvond, of van resten die werden achtergelaten door klanten.
Bouillon
Maar het is ook mogelijk dat deze overblijfselen op iets heel anders wijzen, aldus Monaco. De schelpen en botten zouden bestemd kunnen zijn geweest voor een basisbouillon die werd gebruikt in de gerechten. Het thermopolium bevond zich tenslotte in de buurt van een fontein en een watertoren, waardoor het makkelijk was om dagelijks een grote hoeveelheid bouillon te maken. Verwijzingen naar dergelijke gerechten komen voor in historische teksten.
Zo klaagt Cicero in zijn bijtende scheldrede Tegen Piso uit de eerste eeuw voor Christus over de ‘stank en rook’ van stoofhuizen. En Athenaeus van Naucratis, een Grieks-Egyptische schrijver uit de derde eeuw, verwijst naar voedsel in de ‘gewone eethuizen’ als ‘niets anders dan bouillon en wat stukjes vlees’. De historicus Dio Cassius uit de tweede eeuw heeft het zelfs over keizer Claudius die een verbod uitvaardigde op herbergen waar gekookt vlees en heet water werd verkocht, aldus Monaco.
Thermopolium of popina
‘Het is zeer waarschijnlijk dat de opgegraven ruimte in feite een taverne was’, meent Monaco. ‘Ondanks het feit dat veel publicaties de eetgelegenheden in Pompeii ‘thermopolie’ noemen, vermeldt de Loeb Classical Library slechts twee voorbeelden van de gebruikte term.
Deskundigen zoals Tonnes Kleberg, Mary Beard, Steven Ellis en Claire Holleran hebben allemaal opgemerkt dat de Latijnse term popina veel vaker voorkomt en een geschiktere naam is voor dit soort gelegenheden. Doorgaans vertaald als ‘taverne’, wordt het soms ook vertaald met ‘volkshuis’, of met het modernere ‘café’. Om je de sfeer van oude Romeinse tavernes voor te stellen, kun je gewoon naar de fresco’s kijken die de muren van dergelijke ruimtes in Pompeii sieren, met scènes van drinken, minnekozen, gokken en gestoei.
‘Dergelijke informatie in acht nemend’, vervolgt Monaco, ‘en ervan uitgaande dat Latijnse teksten over “gekookt vlees”, “bouillon en stukjes vlees” en de “stank en rook” van stoofschotels verwijzen naar een popina, geeft ons de mogelijkheid om te speculeren dat het bot- en schelpmateriaal in het nu opgegraven dolium bestemd was voor bouillon. Suggereert dit dat vlees gekookt in bouillon van de popina op de hoek, de Romeinse versie is van onze huidige café-hap? Ik denk van wel en het brengt ons dichterbij een voorstelling van een 1ste eeuwse Romeinse maaltijd.’
Eend volgens Apicius
In het kookboek De Re Coquinaria van fijnproever Marcus Gavius Apicius uit de 1ste eeuw staat een recept voor eend of kraanvogel in bouillon. Het lijkt misschien een wat duur gerecht voor een eenvoudige popina op de hoek, maar de bereiding is redelijk eenvoudig en het recept bevat enkele van de meest gebruikte ingrediënten en smaakmakers uit die tijd, aldus Monaco. Ze beschrijft vervolgens eerst het recept van Apicius:
‘Pluk en was de vogel en doe hem in een grote kookpot. Voeg water, zout en dille toe en kook tot de vogel stevig is. Haal hem halverwege het kookproces uit de pot en doe hem in een andere pan met olie, een bundel oregano en koriander en liquamen (vissaus van gefermenteerde vis en zout).
Voeg als het bijna gaar is een beetje defrutum (wijnsiroop) toe voor de kleur. Maal peper, lavas, komijn, koriander, laserwortel, wijnruit in een vijzel, voeg caroenum (enigszins vergelijkbaar met defrutum) en honing toe, giet er wat van de kookvloeistof over en breng op smaak met azijn. Giet dit terug in de pan om op te warmen. Bind met zetmeel. Leg de vogel op een serveerschaal en giet de saus erover.’
‘Als begeleiding van het hoofdgerecht’, gaat Monaco verder, ‘koos ik ervoor om mensae toe te voegen, een platbrood dat zowel als bord als bestek werd gebruikt.’
Dit blijkt onder meer uit de Aeneis van Vergilius. Nadat Aeneas en zijn mannen hun voedsel van platbroden hebben gegeten roepen ze uit: ‘Oh, kijk! Wij eten ook onze tafels op!’
De keukenspullen van Monaco
Monaco bereidt haar eend met klassiek kookgerei ‘om de originele kooktechnologieën en de “stank en rook” van Cicero’s stoofpotten zo goed mogelijk te simuleren.’
‘Ik besloot om mijn terracotta foculus (draagbare vuurpot) en ollae (kookpotten) voor dit recept te gebruiken. Maar mijn draagbare keuken is misschien meer geschikt voor een van de slaven in de Satiren van Juvenalis, dan als vervanging voor een vast fornuis in een popina. Thuiskoks kunnen een aarden pot aan een driepoot gebruiken boven barbecuekolen of hout, of gewoon kookgerei op conventionele fornuizen om een vergelijkbaar resultaat te bereiken.’
Het recept
Ingrediënten:
Voor de gestoofde eend:
2 eendenborsten of eendenbouten
Een klein bosje dille of 1 theelepel (2 gram) gedroogde dille
Snufje zout
2 eetlepels (20 gram) olijfolie
2 theelepels (6 gram) colatura d’alici of Red Boat-vissaus
Een klein bosje verse oregano of 1 theelepel (2 gram) gedroogde oregano
Een klein bosje verse koriander of 1 theelepel (2 gram) gedroogde koriander
3 eetlepels (60 gram) defrutum / caroenum (die je kunt maken met dit recept) of melasse van druiven uit de winkel
1 eetlepel (20 gram) rode wijnazijn
1 theelepel (5 gram) honing
1 theelepel (5 gram) gesneden groen van paardebloemen (cicoria, in het Italiaans) ter vervanging van wijnruit (die potentieel giftig is in grote hoeveelheden)
½ theelepel (2 gram) gedroogde gemalen zwarte peper; lavas; komijn; koriander; asafoetida (ook bekend als hing en verkrijgbaar in veel Aziatische winkels of reformzaken) ter vervanging van laser (silphium)
1 eetlepel (15 gram) bloem
1 eetlepel (15 gram) eendenvet, reuzel of ongezouten boter
Takjes verse oregano (voor garnering)
Voor de mensae:
250 gram steengemalen volkorenmeel
60 gram zuurdesembrood‘starter’ (Geen starter bij de hand? Maak een ‘spons’ bestaande uit gelijke delen bloem en water met 1 theelepel (5 gram) commerciële bakkersgist. Gebruik 60 gram van deze spons voor dit recept.)
160 gram water
2 gram zout
Olijfolie (als je wilt frituren in plaats van grillen)
Bereidingswijze:
1.
Bereid het deeg voor de mensae: los de starter op in het water, meng met de bloem en het zout, kneed het deeg, dek het af en laat een uur rusten op een warme plek.
2.
Doe de eend in een pan, dompel hem onder in water, voeg de dille en een snufje zout toe en breng aan de kook. Dek af en laat 45 minuten op medium-laag vuur sudderen om een lichte bouillon te creëren. Als je het durft, voeg dan een paar slakkenhuisjes, geitenbotten en varkensbotten aan de bouillon toe voor extra smaak.
3.
Nadat het mensae-deeg heeft gerust, snijd je het doormidden en kneed je elke helft tot een bal. Gebruik een deegroller of de palm van je hand om van elke bal vervolgens een schijf te maken. Dek af met een vochtige theedoek en laat het deeg nog eens 30 minuten rusten.
4.
Meng in een andere pan de olijfolie en de vissaus met de oregano en koriander en verwarm op middelhoog vuur.
5.
Haal de eend uit de bouillon en braad hem aan in de pan met de olie, vissaus en kruiden. Besprenkel met de helft van de defrutum (of druivenmelasse). Als de eend bruin is, haal je hem uit de pan en zet je hem apart. Bewaar het vocht in de pan.
6.
Meng in een kom de overgebleven defrutum (of druivenmelasse) met de rode wijnazijn, honing, het gesneden groen van paardebloemen (of cicoria), gemalen zwarte peper, lavas, komijn, koriander en asafoetida en klop het door elkaar.
7.
Voeg in de pan de bloem en het eendenvet (of reuzel of ongezouten boter) toe aan het overgebleven vocht en maak een roux door de bloem en het vet samen op laag vuur op te lossen. Gebruik een garde om klonteren te voorkomen.
8.
Maak een mengsel van honing, azijn en kruiden met 215 gram eendenbouillon en voeg de vloeistof langzaam toe aan de roux in de pan, op laag vuur, en klop het samen totdat het begint te verdikken tot een saus.
9.
Bereid beide mensae door een grill of een koekenpan met olijfolie op middelhoog vuur te verwarmen. Leg elke mensa op de hete grill of in de pan en verhit ze tot ze beginnen op te blazen. Draai ze dan om tot de andere kant goudbruin wordt. Verlaag de temperatuur als de mensae te snel bruin worden voordat ze zijn opgeblazen.
10.
Leg een grote toef saus op elke bord. Snijd het eendenvlees in hapklare stukjes en leg ze op de saus. Besprenkel de stukjes eend met extra bouillon en garneer met takjes verse oregano.
11.
Snijd de gegrilde mensae in partjes en serveer ze naast de gesneden eend om de saus en de bouillon op te nemen.
‘En dan’, schrijft Monaco, ‘neem je je bord met gestoofde eend en je brood, en stel je je voor dat je in een Pompejaanse popina bent. Zoek een kruk op een plek met voldoende licht om je eten te kunnen zien. Misschien kom je naast een vreemde terecht, dus pas op je portemonnee. Het beste kun je nu stoppen met wijn drinken. De grond trilt altijd onder je voeten als je te veel hebt gedronken en dat gebeurt nu.
Maak je geen zorgen, de bouillon en het brood zullen je net genoeg ontnuchteren om de voordeur uit te kunnen strompelen, langs die hond die maar blijft blaffen naar iets in de verte. Aai hem over zijn kop om hem af te leiden en ga er dan vandoor. Tijd om op pad te gaan nu er nog daglicht is.’
Een verslag van de ontdekking door archeoloog Massimo Osanna.
Over tien jaar zullen miljoenen banen zijn verdwenen, en miljoenen andere zijn ontstaan. De kunst voor bedrijven en werknemers is om in te spelen op toekomstige behoeftes. Speciale afdelingen proberen deze glazen bol fulltime te ontcijferen.
Een bouwopzichter bij de Duitse Spoorwegen zal in de toekomst met drones moeten werken. De opzichter moet weten hoe je de kleine vliegende robots moet bedienen en de data van de cameraopnames moet gebruiken. Hij of zij zal over meer vaardigheden moeten beschikken dan nu. Om precies te zijn: zes.
Hoe het concern dat zo precies weet? Sinds ongeveer een jaar is een nieuw team, lab 1, uitsluitend bezig met de vraag welke beroepen er in de toekomst zullen bestaan. Sommigen van hen doen dat fulltime, anderen besteden een derde van hun uren eraan. ‘Wij willen niet overvallen worden door wat er straks gaat gebeuren, maar het nu al weten,’ zegt Kerstin Wagner, hoofd personeelwerving bij de Spoorwegen. ‘Wij willen de kristallen bol voorspelbaar maken.’
Toekomstige sollicitatiegesprekken
De vijftien werknemers uit heel verschillende afdelingen hebben daarvoor een eigen methode bedacht. Eerst analyseren ze bij een functieomschrijving hoe die er nu uitziet en ondervragen ze de werknemer: wat doe je elke dag? Welke vaardigheden zijn daarvoor nodig? Bij de bouwopzichter is het bijvoorbeeld niet meer zo dat hij perrons opmeet en de gegevens met de hand op papier noteert. Hij gebruikt een digitaal bouwdagboek.
Daarna spreekt het team met deskundigen uit de eigen onderneming en van buitenaf die goed thuis zijn op het gebied van technologie, politiek en maatschappij, demografische veranderingen, milieu en duurzaamheid. Zij moeten vertellen welke trends er in hun vakgebieden zijn en hypothesen opstellen over de effecten die dat op hun speciale vakgebied zal hebben – en wanneer.
Na deze vijf analyses overlegt de personeelsafdeling van de Spoorwegen welke bijscholingen belangrijk zijn voor de werknemers en wat voor banen er gecreëerd moeten worden. Bij de bouwopzichter zou het in toekomstige sollicitatiegesprekken aankomen op digitale vaardigheden, de omgang met data en de visualisering daarvan. Bij presentaties zouden er in elk geval geen plattegronden meer aan de wand hangen. ‘Maar we hebben het hier niet over een radicale verandering in de komende een of twee jaar, maar over een ontwikkeling in tien jaar,’ zegt Kerstin Wagner.
Van de vijfhonderd beroepsprofielen bij de Duitse Spoorwegen heeft het lab er vijf uitgezocht waarbij de methode eerst getest wordt: treinmachinist, bouwopzichter, data-analist, signaalmonteur en elektricien. Daarna moeten alle overige beroepsbezigheden doorgenomen worden. Een nieuw beroep dat pas sinds kort bij de Spoorwegen is ontstaan, is geomaticus. Zijn taak: geodata verzamelen en geschikt maken voor multimediale producten.
‘Kleine ondernemingen kijken twee jaar vooruit en denken niet na over wat in 2030 belangrijk zal zijn’
Het Bondsministerie voor Arbeid en Sociale Zaken houdt er rekening mee dat in de komende zes jaar 1,3 miljoen arbeidsplaatsen zullen verdwijnen en 2,1 miljoen nieuwe arbeidsplaatsen zullen ontstaan. Voor het jaar 2035 rekent het ministerie op een toename van 3,3 miljoen en een afname van 4 miljoen arbeidsplaatsen. Niet alleen bij de Duitse Spoorwegen stelt men zich de vraag welke banen heel concreet schuilgaan achter deze cijfers.
Bij het autoconcern BMW heet het, heel in het algemeen, dat de personeelsafdeling analyseert welke competenties belangrijker worden en welke onbelangrijk, en dat men prognoses maakt hoe groot de behoefte aan werknemers in de toekomst zal zijn.
‘Maar alleen grote bedrijven kunnen zich bezighouden met langetermijn perspectieven,’ zegt Oliver Stettes, arbeidsmarktdeskundige bij het Institut der Deutsche Wirtschaft (IW) in Keulen, dat dicht bij de werkgevers staat. ‘Kleine ondernemingen kijken twee jaar vooruit en denken niet na over wat in 2030 belangrijk zal zijn.’
Soms wacht men met een verandering tot die wordt afgedwongen. Juist nu moeten bedrijven hun arbeidsorganisatie veranderen omdat werknemers vanwege de pandemie thuis moeten werken. Het businessmodel kan plotseling veranderen omdat klanten andere wensen hebben. Zo werd al voor covid-19 steeds vaker online gekocht in plaats van in winkels. Waaruit het beroep van e-commercehandelaar voortkwam.
Met sociale media werd ook de socialemediamanager geboren. Iedereen heeft het plotseling over duurzaamheid: ondernemingen maken daar speciale afdelingen voor. In de fabriek zullen machines steeds meer met elkaar in contact staan. Wat daar nu al ontbreekt, zal daarom nog belangrijker worden: informatici die kunstmatige intelligentie programmeren en grote hoeveelheden data kunnen analyseren. De gezondheidszorg zal verder groeien, en nog veel meer personeel nodig hebben, alleen al omdat de mensen steeds ouder worden.
Jobreport 2020
Een onderneming die precies weet welke banen gevraagd worden, is LinkedIn. Dat sociale netwerk voor professionals heeft wereldwijd 700 miljoen leden, van wie meer dan 15 miljoen in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. ‘Wij zien in real time welke nieuwe vaardigheden onze leden opgeven, wat voor arbeidsplaatsen worden aangeboden en naar welke banen de mensen overstappen,’ zegt Kristin Keveloh. Zij geeft leiding aan alle projecten rondom economische diagrammen voor de Duitstalige wereld.
In het Jobreport 2020 heeft Linkedin uiteengezet welke beroepen tussen 2015 en 2019 steeds belangrijker werden – en nog zullen worden. ‘Wij kunnen niet in de toekomst kijken, maar wij zien aan de hand van onze verzamelde data veranderingen en trends die de arbeidsmarkt in de komende jaren zullen beïnvloeden,’ zegt Kristin Keveloh.
Volgens het rapport zijn mensen die verstand hebben van kunstmatige intelligentie en data-analyse de meest gevraagden. Gevolgd door een ‘site reliability engineer’, die de ontwikkeling van sites en apps coördineert. Aangezien nieuwe technologieën het dagelijks leven ook in de toekomst sterk zullen bepalen, moet er volgens LinkedIn van uitgegaan worden dat dit beroep voortaan van elementair belang zal zijn.
Binnen tien jaar zouden er cybercityanalisten kunnen bestaan
Hoe de wereld van het werk verandert, willen ook economen als Oliver Stettes weten. Daarom analyseert hij de cijfers van de Bundesagentur für Arbeit, van de microcensus, of bekijkt hij gedetailleerde enquêtes van werknemers en bedrijven. ‘Sommige anderen zijn stoutmoedig en stellen berekende scenario’s op,’ zegt hij. ‘Maar dat is voor mij een blik in een glazen bol.’
Enzo Weber ziet dat anders. Weber leidt het onderzoek naar prognosen een economische analyses bij het Institut für Arbeitsmarkt und Berufsforschung (IAB). Naast enquêtes benut hij ook modelberekeningen. Hij kijkt daarbij naar parameters als de demografie en de consumptie – en ontwikkelt op basis daarvan scenario’s. Een resultaat kan bijvoorbeeld het aantal bakkers zijn dat in 2035 zal bestaan. ‘Natuurlijk kan er in de toekomst iets gebeuren dat niet te voorzien is,’ zegt hij. ‘Dat is altijd de onzekere factor bij prognoses.’
Sinds meer dan tien jaar werkt Weber mee aan het Qube-project, waarin het IAB met het Bundesinstitut für Berufsbildung toekomstprojecties voor verschillende kwalificaties en beroepen opstelt. Volgens dit onderzoek zal er ongeveer evenveel vraag zijn naar opvoeders, artsen, ouderenverzorgers en loodgieters. Wie werkt in de verkoop, in de gastronomie of de metaalbewerking zal in het jaar 2035 met fellere concurrentie te maken krijgen. Treinmachinisten hoeven zich ondanks de digitalisering geen zorgen te maken. Enerzijds gaan binnenkort heel veel machinisten met pensioen, anderzijds zullen treinen wel autonomer rijden, maar ze moeten toch gecontroleerd worden.
Binnen tien jaar zouden er cybercityanalisten kunnen bestaan die zich bezighouden met de in een gedigitaliseerde stad beschikbaar komende big data. Personal data brokers zouden de persoonlijke data van hun klanten kunnen beheren en te gelde maken.
Op deze ideeën kwam het IT-adviesbureau Cognizant. In de studie ‘21 toekomstige jobs’ speculeert het welke beroepen er zouden kunnen bestaan, waar nu nog niemand een idee van heeft. Bekeken werden de belangrijkste macro-economische, demografische, zakelijke en technologische ontwikkelingen van deze tijd. Behalve met digitalisering zouden mensen binnenkort geld kunnen verdienen met het gezelschap houden van ouderen.
Afrikaanse filmmakers gebruiken creatieve manieren om het taboe-onderwerp homoseksualiteit te verbeelden. Verder: dit Mexicaanse moordonderzoeksteam bestaat alleen uit vrouwen & meer aanraders van de 360-redactie.
Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, ziet en hoort, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires, fotoreportages en podcasts die wij deze week tijdens het speuren naar mooie journalistiek zijn tegengekomen.
Vrouwen voor gerechtigheid
In deze prachtig geschreven reportage van het Mexicaanse tijdschrift Gatopardo lopen we mee met de vrouwen van La Fiscalía Especializada para la Investigacíon del Delito Feminicidio, oftewel Het Gespecialiseerd Onderzoeksteam voor Femicides. Ook te beluisteren als voorgelezen verhaal. Een tip van redacteur Joep Harmsen.
Deze speciale onderafdeling van Moordzaken die alleen bestaat uit vrouwen, doet onderzoek naar de vele vrouwenmoorden die plaatsvinden in de Mexicaanse hoofdstad, ‘een stad waar elke vijf dagen een vrouw wordt vermoord, in een land waar 10 vrouwenmoorden per dag worden geteld’, lezen we in de inleiding. Deze in september 2019 opgerichte eenheid staat ook wel bekend als ‘Het onderzoeksteam van de gang’, aangezien het geen eigen kantoor heeft en het moet doen met een plek op de gang van Moordzaken. En dat is meteen illustrerend voor de omgang met femicides in het Noord-Amerikaanse land.
Dat is ook de reden waarom een groep vrouwen, waaronder moeders van verdwenen dochters, het kantoor van de Nationale Commissie voor Mensenrechten (CNDH, in het Spaans) sinds december bezet hebben. Andrea Murcía maakte er voor Gatopardo een bijzondere fotoreportage over. De vrouwen gingen over tot bezetting toen bleek dat de onderzoeksdossiers naar de moorden op hun kinderen incompleet waren en ze te horen kregen dat ze beter naar huis konden gaan.
Volgende hoofdstuk in de Wirecard-fraudesage
Eerder deze week publiceerde 360 een artikel over het schandaal rond de ineenstorting van de Duitse betalingsverwerker en financiële dienstverlener Wirecard, waar miljarden verdwenen en waarvan de COO Jan Marsalek met de Noorderzon vertrok, waarschijnlijk naar Wit-Rusland.
Het schandaal is de spreekwoordelijke gift that keeps on giving. Een dag na onze publicatie kwam het Duitse Capital alweer met een artikel met als titel ‘Hoe een oligarch uit kringen rond Poetin een “A+ klant” werd bij Wirecard’. In 2019 opende Wirecard bankrekeningen voor bedrijven van oligarch Dmytro Firtasch, die wordt gezocht door de VS, door tussenkomst van Jan Marsalek en tegen de zin van de raad van bestuur en witwasdeskundigen.
Bafin, de Duitse toezichthouder op de financiële markten, zag geen enkel probleem in de warme banden tussen Wirecard, Marsalek en Firtasch.
Lees hier het volgende hoofdstuk in dit verbijsterende Wirecard-verhaal. Een tip van redacteur IJsbrand van Veelen.
Queerness in de Afrikaanse cinema
Dit artikel, aangeraden door hoofdredacteur Laura Weeda, van African Arguments beschrijft hoe in films uit de Mahreb-regio, waar zoals in veel Afrikaanse landen homoseksualiteit taboe is en wordt gecriminaliseerd, cinematografische technieken worden gebruikt om ‘queerness’ als onderwerp alsnog te kunnen behandelen.
Deze technieken ontstonden uit noodzaak om acteurs en filmmakers te beschermen, aldus de auteur, maar de uitwerking is creatief en subtiel. Vooral de huid en stilte zijn manieren om de kijker een achterliggende boodschap over te brengen.
en de film Bedwin Hacker van Nadia El Fani’s (2003), hier in zijn geheel hier te bekijken:
Stenen kijken
Deze week stond in het teken van de steen. Ze kunnen door een ruit, of je kunt je steentje bijdragen, een rots in de branding zijn, of de hoeksteen van de samenleving. Er is natuurlijk ook nog die steen die een girls best friend is!
Art director Majel van der Meulen heeft een tip om stenen te gaan kijken: ‘Het Natural History Museum in Londen heeft een online tentoonstelling samengesteld. En omdat wij door het gooien van stenen even wereldnieuws waren, ook een tip in Nederland. In het Naturalis is een prachtige collectie te zien, en in het virtuele museum stap je er binnen!’
Screenshot van de stenencollectie in de virtuele Naturalis.Door op voorwerpen te klikken krijgt de bezoeker meer informatie.
De Brusselse beurs voor moderne en hedendaagse kunst Brafa vindt dit jaar online plaats en fysiek op 129 locaties over de hele wereld. Galeries uit 14 landen openen hun deuren en delen hun collecties via het web.
Ondanks alle coronamaatregelen besloot de organisatie van de inspirerende beurs voor moderne en hedendaagse kunst Brafa, die jaarlijks in Thurn en Taxis in Brussel plaatsvindt, toch doorgang te laten vinden. Maar anders dan anders.
Dus nodigden ze alle deelnemende galeries van over de hele wereld – 129 in totaal – uit om in hun eigen galerie mini-Brafa-tentoonstellingen te organiseren met werk van kunstenaars die al voor deelname aan de beurs geselecteerd waren.
Met galeries in 14 landen, van België en Zwitserland tot de VS en Rusland; en in 38 steden, waaronder Brussel, Milaan, Boedapest en Nagoya, wordt Knokke-Heist, met 11 deelnemende kunsthandels, ongetwijfeld een van de hoogtepunten van deze unieke editie.
Te bezoeken op 30 en 31 januari 2021 en op 6 en 7 februari 2021 van 11.00 tot 18.00 uur op verschillende locaties. Online via www.brafa.art/nl/exhibitors
Coco Chanel wordt geëerd met een tentoonstelling in Musée de la Mode de la Ville in Parijs. Zolang de musea nog gesloten zijn kunt u kijken naar een film over het leven en luisteren naar een podcast over ‘s werelds bekendste modeontwerpster.
Het werd tijd, vijftig jaar na haar dood wordt het grote vakmanschap van Gabrielle – Coco – Chanel eindelijk geëerd met een tentoonstelling in een toonaangevend museum. Wie kent ze niet? De ‘little black dress’, Number 5, de parelkettingen, de sierstiksels, de schandalen. De simpele, tijdloze stijl van Chanel blijft onovertroffen. En wist u dat ze intensief samenwerkte met legendarische creatieven als Cocteau, Stravinsky, Picasso en Diaghilev? Bekijk dan zolang de lockdown duurt de film Inside Chanel over leven, inspiratie en werk van Coco.
Of luister naar de podcast ‘Chanel connects’, waarin bekende talenten uit de muziek-, kunst-, film-, dans-, mode-, en architectuurwereld – van Pharrell Williams tot Tilda Swinton – reflecteren over de toekomst van cultuur in een radicaal veranderende wereld. Dan bent u weer bij op dat gebied.
Een wandsculptuur van de 76-jarige Ghanese kunstenaar El Anatsui is onlangs aangekocht door het Stedelijk Museum. De internationale pers roemt zijn voortrekkersrol voor vele Afrikaanse kunstenaars.
De eerste keer dat je een El Anatsui ziet, schijnt onvergetelijk te zijn. Het moment zou ‘het begin van een nieuw tijdperk’ zijn, ‘wonderbaarlijk’, een ‘water-verandert-in-wijnmoment’, beschrijft The New Yorker. Volgens The Hudson Review is de ervaring voor vrijwel iedereen ‘onverwacht (…) en aangenaam verwarrend’.
De 76-jarige Ghanese kunstenaar, die grotendeels in Nigeria woont en vooral bekend is vanwege zijn werk met flessendoppen, is ook in andere opzichten baanbrekend. Zo was hij de eerste zwarte kunstenaar die volgens ‘internationale maatstaven’ verdiende.
‘Vóór hem was er vrijwel altijd sprake van een of andere korting vanuit de gedachte: “Wat moet een Afrikaanse kunstenaar met zo veel geld?”’ vertelt The New Yorker. Ook was hij de eerste Afrikaanse kunstenaar die, met Triumphant Scale vorig jaar in Bern en München, een eigen tentoonstelling had in grote westerse musea.
Om zijn monumentale werken voor deze tentoonstelling te voltooien, ‘breidde hij zijn werkplaats uit naar de gemeenschap’, schrijft New African Magazine. Hij rekruteerde meer dan 150 mensen. De schoonheid en rijkheid van zijn sculpturen is dan ook deels te danken aan het besef van de kijker dat ze met intensieve handenarbeid zijn vervaardigd, meent Nka, een kunsttijdschrift dat werd opgericht door de curatoren van Triumphant Scale en ‘brede kritische aandacht voor Afrikaanse kunstenaars’ beoogt.
Zijn materiaalkeuze licht Anatsui onder andere toe in The Guardian. Flessendoppen zijn veelzijdiger dan canvas en olieverf, aldus de kunstenaar; elke dop is met talloze individuen in aanraking geweest. Zijn werken ziet hij als ‘een concentratie van spirituele lading’, en als iets wat leeft. Hij maakt geen schetsen voordat hij aan de slag gaat, want ook ‘bomen groeien zonder blauwdruk’, citeert The New Black Magazine de kunstenaar. Met als gevolg dat niemand ooit twee keer dezelfde El Anatsui ziet.
Het Stedelijk Museum in Amsterdam kocht onlangs Anatsui’s wandsculptuur In the World But Don’t Know the World (openingsbeeld).
Als de werkelijkheid niet meer bevalt, biedt virtual reality tal van mogelijkheden. Die zogenaamde realiteit wordt bovendien steeds echter. ‘Je zintuigen worden zo geprikkeld dat je lichaam de rest gewoon invult.’
Het maakt allemaal een nogal onschuldige indruk. Een zonnestraal komt precies voor mijn voeten terecht, hij heeft een lange reis achter de rug, ook al bestaat hij eigenlijk niet echt. De zonnestraal heeft zich een weg gebaand door het dikke pak wolken buiten, is meegereisd op de piepkleine regendruppeltjes uit de hemel, tot hier bij mij. Zachtjes en warm kietelt hij mijn voet op de parketvloer. Ik kijk om me heen: de ruimte heeft de vorm van een kubus, aan drie zijden begrensd door enorme glazen wanden. De vierde muur is vrijwel over de hele breedte bedekt door een reusachtig scherm waarop een film speelt. Een paar lachende mannen staan ernaar te kijken.
Waar ben ik? Ik ben in de toekomst. En tegelijk ben ik in het hier en nu. Ik ben in de realiteit. En tegelijkertijd in iets heel anders, iets dat wel wat weg heeft van een droom. Ik ben in de virtuele realiteit. Ze zeggen dat virtual reality onze toekomst is en dat we elkaar over een jaar of tien, twintig hier zullen ontmoeten, in plaats van verre reizen te maken om onze geliefden te zien. Nu zijn er nog maar weinig mensen op pad in deze wereld, die eigenlijk nog niet echt bestaat, ook al ziet hij er voor mij op dit moment verdomd echt uit.
In de niet-virtuele werkelijkheid heb ik nu een grote koptelefoon en een enorme virtualrealitybril op die in het begin zwaar aanvoelde, en sta ik in mijn eigen woonkamer. Maar wat is nou echt: zodra ik me bevind in de kubusvormige ruimte met de glazen wanden die alleen in mijn bril bestaat, verdwijnt de andere realiteit. De headset voel ik niet meer, ik sta niet meer in mijn woonkamer, ik ben in deze met licht overgoten ruimte met het grote scherm tegen de muur. Als ik op de vloer van mijn woonkamer een stap zet, ga ik ook in de virtuele ruimte een stap naar voren. Buig ik mijn hoofd, dan doet mijn avatar, in wiens lichaam ik de andere wereld beleef, dat ook.
Andere wereld
Ik draai een rondje en ben verbaasd hoe echt het allemaal lijkt: boven, onder, links, rechts, waar ik ook kijk, de illusie is zo perfect dat mijn woonkamer en daarmee de hele andere wereld verdwijnt. Ik verbaas me over de bomen achter het raam die wiegen in de wind, net als echte bomen, ervoor loopt een beekje dat uitkomt bij een waterval. Als ik dichter bij de uitgang kom, hoor ik het beter, net als het getsjilp van de vogels en het ruisen van de bladeren, terwijl het gesprek van de mannen op de achtergrond zachter wordt. Dit hier is de ‘Hang out area’. Op het menu heb ik deze gekozen omdat het klinkt naar vrije tijd, gezelligheid, smalltalk, mensen leren kennen, relaxen. Ik voel de zon op mijn huid, ook al kan dat eigenlijk niet. Hier worden je zintuigen zo geprikkeld dat mijn lichaam de rest gewoon invult. Er komt een rust over me waarvan ik niet weet of die misschien ook alleen virtueel is.
Opeens wordt de zonnestraal verduisterd en staat er een grote, rode man voor me. Ik heb hem niet zien aankomen, maar nu hoor ik hem hijgen, vlak bij mijn oor, veel te dichtbij. Hier klopt iets niet. Zijn hand komt dichterbij, ik kijk omlaag, zie mijn blauwe jurk en zijn hand op mijn borst. Ik heb een vrouwelijke avatar gekozen, was dat misschien verkeerd? Mijn avatar heeft een wespentaille en ziet er verder uit als een kleine robot, met ronde, lege oogkassen die oplichten als je spreekt. Mijn vrouwelijke avatar heeft de man ertoe verleid om mij te grijpen. Ik wil schreeuwen. Maar wie zal me horen? In welke wereld komt mijn kreet terecht? De rode man staat voor me, breedgeschouderd, met agressief flitsende groene ogen, hij betast me en zegt niets. Hij kijkt me recht in de ogen, alsof hij zich afvraagt hoe ver hij kan gaan. Grijnst hij? Verlustigt hij zich aan mijn hulpeloosheid? Wil hij zien wat er nu gaat gebeuren, als een klein kind? In dit gezicht kun je van alles menen te zien. Het voelt shit. Ik wil een stap achteruit doen, maar daar is een trap. Wat als ik struikel? Zijn het echte treden? Of beweeg ik me over de vlakke vloer van mijn woonkamer in de andere wereld?
Wat is nu echt?
Ik probeer tegen mezelf te zeggen dat het allemaal niet echt is. Als door drijfzand banen de gedachten zich een weg door mijn hoofd. Deze ruimte lijkt te echt. Maar wat is nu echt? In mijn echte handen heb ik twee controllers, zwarte ringen ter grootte van een armband. Die brengen mijn bewegingen over naar de virtuele wereld. Daar heb ik dus geen handen met vingers, maar twee ringen. Ik probeer de man weg te duwen, maar de controllers gaan dwars door hem heen. ‘Look!’ roept hij naar opzij, ‘kijk!’ Er komt nog een man aan, even rood, even enorm. Nu staan ze daar allebei te lachen. Ik hoor ze ademhalen, de een bij mijn rechter- en de ander vlak bij mijn linkeroor, de ene lacht zo hard dat hij moet hoesten. Het komt allemaal mijn hoofd in alsof er echte mensen naast me staan. En ze zijn echt. Deze mannen staan net als ik ergens op de wereld in een woonkamer, ze hebben precies dezelfde stem, hoesten in werkelijkheid ook en grepen zojuist een vreemde vrouw bij haar borsten alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. Hun avatars hebben metalen blinddoeken voor, die oplichten als ze praten. Anders dan ik hebben ze wel handen: in plaats van een controller gebruiken ze een techniek die de bewegingen van hun echte handen en vingers filmt en overbrengt naar de virtuele werkelijkheid. De tweede man geeft een teken: met wijsvinger en duim maakt hij een rondje en steekt de wijsvinger van zijn andere hand erdoor. ‘Neuken’, betekende dat vroeger bij ons op school. Ik draai me om.
Het is niet zo dat ik niet gewaarschuwd ben. In talloze gesprekken met ontwikkelaars, filosofen en psychologen heb ik vooral één ding steeds opnieuw gehoord: virtual reality is echt heel realistisch, bijna té. Gamers vertellen over veel te gewelddadige killergames, sommigen van hen hebben problemen een virtuele moord te verwerken, andere waarschuwen: in deze realiteit voelt misbruik zo echt dat mensen er trauma’s van kunnen krijgen en die meenemen naar de echte wereld. Weer anderen vertellen enthousiast over de mogelijkheden voor sociale interactie, net als in het echte leven. Onderzoekers garanderen me: in de toekomst, als deze technologie geschikt is gemaakt voor de grote massa, gaan we echt niet alleen driedimensionale computergames spelen. Mensen die te ver van elkaar af wonen om elkaar te ontmoeten, kunnen in de virtuele wereld samen avonturen beleven, musiceren, een film kijken of gewoon een beetje praten. Ruimte en tijd worden overwonnen. Ik moet bij zulke gesprekken altijd denken aan mijn vriendin in Nieuw-Zeeland of aan mijn broer in Brazilië, met wie ik weinig contact heb omdat ik, als we bellen, e-mailen of chatten, altijd iets mis. Social virtual reality, het klinkt als een mooie droom.
Toekomst
Hoe zou die toekomst voelen? Ik ga op zoek en vind AltspaceVR, tot nu toe de grootste chatroom van de virtual reality. Nog klein, maar vervuld van een groot optimisme. Optimisme niet alleen bij de eerste gebruikers, maar vooral bij Amerikaanse verstrekkers van durfkapitaal. De virtuele werkelijkheid lijkt hen een superinvestering voor hun in het geheel niet-virtuele geld. Via een forum zoek ik gebruikers van AltspaceVR en vraag hun: waar is hier de toekomst? Niemand van hen wil me in het echte leven ontmoeten. Een van hen schrijft: ‘Als je wilt weten waar de toekomst is, moet je absoluut met Crystal kennismaken! Ze is echt een beroemdheid in de community.’ Crystal, de toekomst, het klinkt geheimzinnig. Ik neem me voor Crystal te vinden en ga op reis in deze ver verwijderde, andere wereld.
De dagen daarna zijn ontzettend opwindend. Ik ben weer kind, met iedere dag nieuwe speelkameraadjes. We verkennen allemaal verschillende ruimtes in Altspace, de ‘Welcome area’, een taveerne, we ontdekken wat we allemaal met onze avatars kunnen doen, beamen, vliegen, we zwerven door een labyrint en houden zwaardgevechten, die ook in het echt een beroep doen op alle spieren in je lijf. Want als ik met mijn zwaard zwaai, zwaai ik ook in de werkelijkheid van mijn woonkamer met mijn arm en de controller. Als een andere strijder door mijn dekking breekt, duik ik weg op de vloer van de woonkamer die voor mij op dat moment niet bestaat, ik zit immers op de krakende vloer van de taveerne. Gelukkig staat er in de echte wereld niemand naar me te kijken, denk ik af en toe als de herinnering aan mijn andere leven even opkomt.
Sommige gebruikers zijn zo enthousiast over de nieuwe techniek, over wat ze kunnen en wat er in virtual reality mogelijk is, dat ze alle grenzen overschrijden. Ze rennen tussen andere gebruikers door, wapperen met hun handen voor het gezicht van andere gebruikers of bepotelen vreemde vrouwen.
Ik word beter in het mezelf wegbeamen, dat is de nooduitgang uit de virtuele realiteit. Ik hoef alleen maar met mijn controller naar een plaats in de ruimte te wijzen en op een knop te drukken en dan land ik precies op die plek.
Dat kan gevaarlijk zijn: op een dag heb ik me samen met mijn nieuwe speelkameraden op een rots gebeamd, pal voor mijn voeten gaat het honderden meters omlaag. Beneden zie ik de piramide die gisteren nog enorm en onoverwinnelijk voor me stond, nu is hij piepklein, de mensen die erop staan lijken luizen. Ik kijk voorzichtig achterom; achter me niets dan rots, geen mogelijkheid om weg te komen. Ik sta te trillen, kan me niet bewegen, denk even aan de andere wereld die zo ver weg is, en waar ik op de solide vloer van mijn woonkamer sta. Of niet? De gedachte stelt me niet gerust. Dit hier voelt te echt. Ik verstijf, mijn lichaam signaleert: gevaar!
Ook dat wist ik en desondanks kon ik het niet geloven. Veel gamers en psychologen waarschuwden me al voor dat effect. Ontelbare keren heb ik het zinnetje gehoord: ‘Het lijkt zó echt, dat kun je je niet voorstellen.’ En ik moet zeggen: dat klopt. Maar tegelijk creëert juist datgene wat mij tot de grens brengt van wat ik aankan – hoewel ik in het echte leven niet erg bang ben uitgevallen – voor andere mensen enorme mogelijkheden. Zo kunnen er in de toekomst therapieën ontwikkeld worden voor allerlei angststoornissen. De eerste experimenten lopen al en de resultaten zijn veelbelovend. Mensen met hoogtevrees oefenen om in een virtuele afgrond te kijken.
Mensen met ruimtevrees zitten in virtuele liften en rijden door tunnels, patiënten met sociale fobie kunnen virtuele mensen ontmoeten en leren met hen om te gaan. De therapie van de toekomst.
Ik heb een vrouwelijke avatar gekozen, was dat misschien verkeerd?
Maar ik ben niet op zoek naar de therapie van de toekomst, en niet naar avonturen en games van de toekomst, ik zoek het sociale leven van de toekomst! Waar zit die Crystal? Hoe kan het dat ik haar in al die uren die ik al in de andere wereld heb doorgebracht nog niet ben tegengekomen? Alleen haar naam klinkt al veelbelovend. Zou zij me duidelijkheid kunnen geven, me helpen in de kristallen bol te kijken? Is zij iemand die nu al leeft zoals wij dat in de toekomst zullen doen?
Verschillende culturen
Op een avond zit ik naar een virtuele hemel te kijken, naar dikke wolken met gerafelde omtrekken waar ik allerlei fantasiefiguren in zie, net als bij echte wolken. De zon schijnt door de open plekken in het wolkendek. Hier en daar staan groepjes mensen te praten. Een paarse vrouw haalt me uit mijn dromerige stemming. Haar ronde ogen lichten zachtroze op als ze zich voorstelt als Sana en me vraagt wie ik ben. Ze heeft een zachte, warme stem. Ook al kan ik haar gezicht niet zien, ik heb het gevoel dat ze naar me glimlacht. Ze spreekt langzaam en bedachtzaam, kleine signalen waardoor ze een vriendelijke indruk maakt. Haar hoofd een beetje voorover, de knikjes die uit de echte wereld naar de virtuele wereld worden overgebracht, het nauwelijks hoorbare ‘hm’. Ik hoor dat ze uit Egypte komt, een gelovige moslima is en iedere dag na het vasten van de echte naar de virtuele wereld reist. En jij? Aha, een Duitse. Aanvankelijk had ze vooroordelen tegen Duitsers, tegen Europeanen, eigenlijk tegen westerlingen in het algemeen. ‘Je hoeft je niet aangevallen te voelen,’ zegt ze beleefd, ‘maar ik heb lang gedacht dat westerlingen geen manieren hadden, dat ze zich onbehoorlijk gedroegen, gewelddadig waren en overal rommel lieten liggen. Maar hier heb ik veel aardige Europeanen leren kennen.’
Dat kan de virtuele werkelijkheid ook: mensen uit verschillende culturen bij elkaar brengen. Onder avatars heerst grote tolerantie, noodgedwongen. Er is immers maar een beperkt aantal modellen voor onze virtuele lichamen, je kunt zelf alleen de kleur kiezen, dus uiterlijk zijn we allemaal min of meer gelijk. Pas in een gesprek en vooral door de stem komt de echte mens achter de avatar tevoorschijn. Verbazend snel vergeet ik dat de mensen met wie ik hier praat, eruitzien als robots.
‘Kom, ik laat je mijn ruimte zien,’ zegt Sana.
Gebruikers van AltspaceVR kunnen zelf hun eigen ruimte vormgeven. Soms zijn ze heel creatief, afhankelijk van hoeveel programmeerervaring en zin om te experimenteren ze hebben. De ruimtes zijn open voor iedereen, je kunt ze niet afsluiten. Ik kies in mijn menu ‘Sana’s time machine’, de computer heeft een paar seconden nodig en dan sta ik in een grote ruimte met een open haard, waar een gezellig houtvuur knappert, aan de muren hangen schilderijen en foto’s met Arabische letters, een scene uit een sprookje en zwart-wit foto’s van twee kleine kinderen met grote, donkere ogen. Sana is er al, ze vraagt of ik op het balkon kom. ‘Welkom in mijn domein, kijk gerust rond.’ De hemel is paars, haar lievelingskleur, er zweven lichtbolletjes door de lucht, sterren zo groot als sneeuwvlokjes, de hele tijd vliegt er een tussen ons door. Het is bijna een beetje romantisch. Voor het eerst hier in Altspace heb ik het gevoel dat ik tot rust kom. Sana’s tijdmachine vormt een tegenwicht tegen de hectiek in de andere ruimtes, het onafgebroken gamen in de taveerne en het labyrint, en tegen de korte, oppervlakkige gesprekjes met al die verschillende gebruikers.
Evildoer
Ik wil meer over Sana te weten komen. Maar ze is opeens erg zwijgzaam. Haar leeftijd wil ze niet vertellen. ‘De mensen hier hebben snel hun oordeel klaar, iedereen boven de dertig vinden ze stokoud.’
Ze vertelt wel dat ze niet werkt. ‘In onze godsdienst kan dat niet. Nu heb je vast je oordeel klaar. Maar waarom zou ik werken? Ik vind het niet leuk.’ We praten wat over verschillende culturen, hoe het haar vergaat, haar vrienden hier. Opeens staat er een grote, zwarte avatar met neongroene ogen in de deuropening naar het terras. ‘Hé, Evildoer,’ roept Sana, ‘dit is Eva, ze is journalist. En dit is Evildoer, een goede vriend van me. Hij heeft mijn hemel geprogrammeerd. Hij kan alles!’ De zwarte man knippert vriendelijk met zijn neongroene ogen en zegt verlegen: ‘Nou ja, ik vind het nu eenmaal leuk om te doen.’
‘Het lijkt zó echt, dat kun je je niet voorstellen’
Sana legt uit dat zijzelf het vuur niet kan zien. Ze heeft een andere virtualrealitybril dan ik en ziet alleen de houtblokken. ‘Maar Evildoer is ermee bezig.’ Haar stem klinkt zacht en een beetje wee-moedig. Voor Sana is hij niet iemand die ‘kwaad doet’, zoals de letterlijke vertaling van zijn naam is, integendeel, hij doet juist goede dingen. Hij versiert Sana’s ruimte met kunstwerken. Als hij voor een muur staat verschijnt daar opeens een nieuw schilderij: de wijzerplaat van een klok, het lijkt of hij op de zeebodem ligt en vanuit de diepte goud oplicht. Sana en ik lopen over haar groene retro bloemen-tapijt naar Evildoer, die voor het kunstwerk staat. Sana leest het Arabische schrift: ‘Mijn gedicht,’ zegt ze nadenkend. Wat staat er?
‘Dat is moeilijk te zeggen, omdat deze symbolen in het Engels niet bestaan,’ zegt Sana. De strekking luidt: ‘De wijzers van de klok vallen omlaag en steken me als een schorpioen. Het gif blijft in mijn lichaam zitten.’
Gedachten schieten door mijn hoofd: tijd, tijdreizen… In Sana’s ruimte gaat het over een of ander thema dat ik nog niet begrijp. Ik durf er niet naar te vragen, het lijkt me te persoonlijk gezien onze recente kennismaking. In plaats daarvan vraag ik, onschuldiger: ‘Waarom heet je ruimte de tijdmachine?’ ‘Och, ik ben een boekenwurm en ik hou van tijdreizen.’ ‘Sciencefiction?’ ‘Nee, alleen tijdreizen.’
In de loop van de avond komt er meer bezoek. Sana zegt tegen iedereen vriendelijk: ‘Welkom in mijn ruimte.’ Ze vraagt iedereen naar welke tijd hij wil reizen en waarom. Veel bezoekers gaan meteen weer weg, zulke vragen zijn ze in Altspace niet gewend. Sommigen kijken alleen in stilte rond, reageren niet op Sana’s woorden en verdwijnen geluidloos weer, als geesten. ‘Wacht, blijf nog even!’ roept ze hen achterna, ze klinkt bedroefd. Met de paar die blijven heeft ze filosofische gesprekken, over de zin van tijdreizen, of je beter naar de toekomst of naar het verleden kunt gaan, en of het toegestaan zou moeten worden om in het verleden dingen te veranderen.
Evildoer heeft geen rust, voortdurend is hij op zoek naar plekken in de ruimte die hij kan verfraaien. Laat op de avond komt ook hij tot rust. We staan voor een ander kunstwerk dat hij zojuist heeft geprogrammeerd. ‘Wie ben je in het echt?’ vraag ik hem. Maar veel wil hij niet kwijt. Zijn echte naam is Eric, hij komt uit Canada en heeft als freelancer met computers gewerkt, zijn leeftijd doet er niet toe.
Wat bevalt hem hier? Sana’s ruimte inrichten. En het sociale. ‘In het echte leven ben ik heel verlegen, ik heb niet veel vrienden. Mijn avatar is een soort masker, hier ben ik meer op mijn gemak en heb ik vrienden gemaakt.’ Op het schilderij waar we voor staan, zijn carnavalsmaskers in het zand afgebeeld, ze maken al een beetje een verweerde indruk. Ernaast staan Arabische letters. ‘We verstoppen ons allemaal achter ons masker, omdat we allemaal iets meedragen dat stuk is gegaan,’ leest Sana voor. ‘Sommigen geven het toe, anderen verdringen het, omdat datgene wat stuk is, pijn doet.’ We zwijgen. ‘Tja, ik ben een zwaarmoedig mens,’ zegt Sana.
Wat maakt haar zo bedroefd?
De volgende dag zit de melancholie van die avond als een breedgerande hoed op mijn hoofd. De melancholie schermt me af van de oppervlakkige stralen van de realiteit. Ik denk aan mijn nieuwe vriendin en aan haar wereld, die ze in de virtuele wereld heeft opgebouwd en die ze blijkbaar verkiest boven de echte wereld. Ik probeer te gissen wat er bij haar stuk zou kunnen zijn, wat haar ertoe brengt zich achter een masker te verbergen. Maar, doet ze dat eigenlijk wel? In haar virtuele wereld maakt ze een heel oprechte indruk. Ze is uit haar dagelijkse bestaan geëmigreerd, een bestaan dat haar wellicht zwaar valt. Als je kon tijdreizen, was ze misschien al lang weg geweest, ergens naar het verleden. Tot het zover is, lijkt de virtuele wereld haar toevluchtsoord te zijn.
Ik zet mijn melancholiehoed af en mijn virtual-realitybril op om afleiding te zoeken in de Welcome area van Altspace. Voor de afwisseling heb ik geen bezwaar tegen wat onschuldige smalltalk. Ik ontmoet een Duitser die in een hoekje staat en in opdracht van Altspace in de gaten houdt dat niemand zich ongepast gedraagt. Een zogenaamde moderator. Ik vertel hem over mijn ontmoeting met de rode man op mijn eerste dag. ‘Hier in de Welcome area is altijd iemand van ons aanwezig,’ zegt hij.
‘We zorgen ervoor dat zulke mensen er onmiddellijk uitvliegen! Kom de volgende keer hiernaartoe.’ Dit is zijn eerste virtuele baan, altijd ’s ochtends, als Amerika nog slaapt. Virtuele banen, ook die zijn in de toekomst nodig: virtuele uitsmijters, virtuele politieagenten. ‘Zero tolerance’ is het devies in Altspace als het om racisme en seksisme gaat. Gebruikers die de regels overtreden worden er zonder waarschuwing uitgezet, een volgende keer wordt hun voor 48 uur de toegang ontzegd en een derde keer wordt hun account gewist.
Dubbele X-chromosoom
Het schijnt een moeizame strijd te zijn. ‘De raadselachtige aantrekkingskracht van het dubbele X-chromosoom,’ zegt de Duitse politieagent geheimzinnig. Hij schat het aandeel vrouwen in Altspace op twintig procent. ‘En die staan niet allemaal open voor een avontuurtje.’ Een probleem voor mannen die op een avontuurtje uit zijn. Vooral jonge vrouwen zijn er niet veel, ‘en als ze er al zijn, zijn ze net zo opgefokt als Crystal’. Mijn hart slaat over: dé Crystal? Ik wil meer vragen, maar zijn dienst zit erop. In het echte leven heeft hij een afspraak.
Na de eerste week maak ik de balans op. Ik ben oververzadigd door de honderden, zo lijkt het wel, vergelijkbare gesprekjes. Wie ben je? Waar kom je vandaan? Wat doe je hier? Welk apparaat gebruik je? Ik blijf een paar dagen offline, trek me terug in mijn echte leven en denk na over hoe het verder moet. Ik zou graag relaties aanknopen, met een paar bezoekers intensiever omgaan. Als dat lukt, is dat toch de toekomst! Ik besluit Sana te gaan zoeken. Ik ga een paar keer naar haar ruimte, maar ze is er niet. Ik zou wel een berichtje voor haar willen achterlaten, maar daar is in Altspace niet in voorzien. Hier bestaan geen post-its, geen prikbord en ook geen telefoon.
‘Missen jullie hier niet een level? Iemand kunnen omhelzen bijvoorbeeld?’
Of je komt iemand tegen, of niet. Een vriendschap onderhouden is in de virtuele wereld helemaal niet eenvoudig. Ik wen me aan om ’s avonds altijd even te kijken welke gebruikers online zijn. Dat is heel makkelijk, via de app op mijn telefoon, ik hoef niet eens zelf in de virtuele wereld te zijn. Ik voel me net een spion als ik ’s avonds de lijst uit de andere wereld doorkijk. Als Sana’s naam opduikt, zet ik vlug mijn headset op en klik op haar naam. Ik land direct naast haar, onder een boom aan de rand van de Welcome area.
Liefde
Sana herkent me meteen. ‘Hé, welkom terug, wat fijn dat je er weer bent!’ Ze zit te praten met haar vriendin Lun uit Kroatië. Luns avatar is helemaal roze, die van Sana paars, de mijne blauw. We praten over het echte en over het virtuele leven, over mannen die eeuwige trouw beloven en zich nooit meer laten zien. We lachen, omdat Lun vertelt dat ze dat zelfs hier heeft meegemaakt met iemand die absoluut haar nieuwe verkering wilde worden. Daarna verdween hij. ‘En sindsdien wacht Lun tot hij terugkomt,’ giechelt Sana.
Evildoer schiet me te binnen, de man die Sana’s wensen van haar gezicht lijkt te kunnen aflezen, die zelfs het vuur in haar haard wil aansteken nu ze dat zelf nog niet kan. En ook omdat Sana en Lun zo moeten giechelen over Luns aanbidder, voel ik dat ze het al vaker over dit onderwerp hebben gehad.
Als ons sociale leven in de virtuele wereld moet gaan plaatsvinden, dan moet daar ook liefde bestaan. Dan schiet me een vraag te binnen die me al bezighoudt sinds ik hier ben: ‘Missen jullie hier niet een level? Iemand kunnen omhelzen bijvoorbeeld?’ Lun en Sana kijken elkaar aan, ze twijfelen. ‘Misschien,’ zegt Lun zachtjes.
Op dat moment weet ik nog niet dat Crystal me binnenkort zachtjes over mijn wang zal strelen.
Ons paars-roze-blauwe vrouwengroepje aan de rand van de Welcome area valt nogal op. Steeds weer komen er mannen die ons gesprek onderbreken, ze stellen de bekende ‘wie zijn jullie en wat doen jullie hier’-vragen, een van hen wil weten of we zussen zijn. Als er hier al zo weinig vrouwen zijn, dan is een groepje vrouwen helemaal uniek. Lun vertelt over haar twee kleine kinderen, die nu liggen te slapen en over haar man, een zeiler, die al maanden op zee is. Het lijkt er steeds meer op dat de virtuele wereld er vooral is voor mensen die op dit moment in het echte leven niets beters te doen hebben, die niet gewoon kunnen uitgaan. Lun met haar kleine kinderen en haar man die er nooit is. Sana met haar strenge islamitische geloof.
Maar wat heb ík eigenlijk in deze virtuele realiteit te zoeken? Na ieder bezoek voel ik me leger. Het is leuk om al die gekke games uit te proberen; Altspace met al zijn details is met veel liefde geprogrammeerd.
Het is leuk om hier met iedereen een beetje te kletsen. Maar aan het eind van de dag, als ik mijn headset afdoe, dringt zich toch de vraag op: wat dóe ik hier met al die onbekenden? Een gevoel van leegte volgt me uit de virtuele naar de echte. Ik voel me eenzaam. Terwijl ik in de onvirtuele wereld toch echte vrienden heb! Die ik verwaarloos vanwege dit virtuele avontuur. Dit kan niet de toekomst zijn.
Ik geniet van een dagje offline. Maar dan mis ik Sana een beetje en stuur ik haar een mail: ‘Kunnen we morgen afspreken?’ Het antwoord komt meteen: ‘Graag. Ik ben er ’s avonds, na het vasten.’
Ik vind Sana in haar tijdmachine, ze is alleen en staat peinzend naar de muur met tekeningen uit een kinderboek te kijken. Er staan een jongen en een meisje op met hun armen om elkaar heen, maar voor elk plaatje lijkt een net van prikkeldraad te zijn gespannen.
Opeens staat daar Evildoer, Sana knikt, alsof ze op hem heeft gewacht. Op zijn karakteristieke manier glijdt hij als het ware door haar ruimte en bekijkt de muren uit alle hoeken. ‘En?’ vraagt hij uiteindelijk als hij naast Sana staat en met zijn hoofd naar de muur knikt. ‘Is goed geworden,’ zegt Sana met haar zachte stem. ‘Wat heb je erbij geschreven?’ vraagt hij met een blik op de Arabische letters. ‘Een verhaal over mensen die zijn weggegaan,’ leest Sana voor, ‘en hoe we op hen blijven wachten, ook al komen ze nooit meer terug.’
Helaas heeft Sana geen echte tijdmachine die haar naar de mensen kan brengen die zijn weggegaan en nooit meer terugkomen. Er is kennelijk iemand die ze zó erg mist dat de virtuele realiteit voor haar een steun is om de echte realiteit te kunnen verdragen. Voor haar opent die wereld hier de mogelijkheid om een tweede leven te hebben, een virtueel leven dat alles goedmaakt. Iets wat in de werkelijkheid niet voor haar is weggelegd. Of om dingen te vergeten die in de echte wereld misgegaan zijn. Ik ga er stilletjes vandoor en ben blij dat Evildoer bij haar is. Hij lijkt haar alleen al door zijn aanwezigheid te kunnen troosten.
Ondanks de verdrietige ontmoeting ben ik de volgende dag tevredener dan eerder in deze twee weken. Voor mijn innerlijk oog vormen de puzzelstukjes langzaam een geheel: onze virtuele toekomst. Wellicht biedt die toekomst een nieuwe ruimte voor iedereen en alles, voor dromen en visioenen. Voor mensen die alleen willen gamen. En voor anderen die hier een sociaal leven opbouwen omdat ze dat in de realiteit niet lukt. Op een of andere manier is het een troostrijke gedachte. Dan zit er in mijn postvak een mailtje van de voorlichtingsdienst van Altspace: ze zijn blij dat ze me in contact kunnen brengen met een van hun powerusers voor een interview. Ze is ’s avonds altijd online: Crystal uit Las Vegas! De vrouw van de toekomst! Opgewonden reken ik vlug uit: negen uur tijdverschil, acht uur ’s avonds in Las Vegas is vijf uur ’s ochtends bij mij.
Crystal
Als de grote dag daar is, voel ik me moe. In mijn echte wereld slaapt iedereen nog als ik mijn headset opzet en Crystal ontmoet. Ze lijkt wel dolgedraaid en haar snelle Amerikaans-Engels komt in een spraakwaterval: ‘Hé Eva, how are you, nice to see you, kom, ik laat je alles zien, het is hier zo prachtig, ik heb enorm veel lol, het is net als in het echte leven, maar dan beter, ik heb waanzinnig veel vrienden hier en ik kan haast niet wachten tot het weer weekend is en ik weer een party kan organiseren. Die zijn altijd waanzinnig vol, daarom hebben we nu een wachtlijst.’
Pas als ik weer boven kom uit haar woordenvloed en Crystal beter bekijk, valt me op dat ze er precies zo uitziet als Sana. Ook zij heeft de elegante paarse avatar met de wespentaille gekozen. Maar verwarring is uitgesloten. In tegenstelling tot Sana kan Crystal niet stilzitten, ze huppelt om me heen, lacht, praat luid en raakt steeds buiten adem. Haar energie is aanstekelijk, zodat ik helemaal vergeet dat ik op dit moment eigenlijk te moe ben voor dit soort gesprekken. Ik hoor dat ze in het echt ook Crystal heet, 26 jaar is en in Las Vegas werkt als doktersassistente. Ze brengt hier al haar avonden en het hele weekend door. ‘Dit is mijn sociale leven,’ zegt ze, ‘het is net de echte wereld.’ Wat zeggen haar echte vrienden, die uit de andere wereld, daarover? ‘In het echte leven heb ik geen vrienden,’ zegt ze met een ontwapenende openheid. Ze heeft een probleem met nabijheid, een angststoornis. ‘Als ik iemand tegenover me heb, sta ik te trillen en te zweten, daar kan ik niet tegen.’ ‘En hier?’ ‘Hier is het makkelijker. In geval van nood draai ik me om of beam mezelf weg.’
‘Mis je het niet dat je mensen niet kunt aanraken?’ vraag ik. Ze komt dichterbij en streelt met haar wijsvinger zachtjes over mijn wang. Ze gebruikt dezelfde techniek als de grote rode man die me bij mijn borsten greep: een camera die de bewegingen van haar echte handen overbrengt naar de virtuele realiteit. ‘Maar dat voel je toch niet!’ protesteer ik. ‘Ik voel het wel,’ zegt ze. Daarna neemt Crystal me mee op een wilde tocht door Altspace. We beamen onszelf hierheen en daarheen en opeens staan we onder een adembenemende sterrenhemel. Mijn hoofd tolt van zo veel input op de vroege morgen. ‘Welcome to the campsite,’ staat op een affiche te lezen, daarnaast brandt een kampvuur. ‘Dit heeft een vriend geprogrammeerd voor mijn laatste party,’ zegt Crystal. Haar party’s duren altijd twee dagen, zodat al haar vrienden uit verschillende tijdzones erbij kunnen zijn. ‘Ze kunnen op de camping slapen.’ Hoe bedoel je, slapen? ‘Ga maar liggen.’ Ik ga op de grond liggen, in de ene wereld op de vloer van mijn woonkamer, in de andere op het malse gras van het kampeerterrein, en door mijn bril zie ik sterren, kometen, de Melkweg. Ik wil nooit meer opstaan, zo mooi is deze hemel. Maar hoe kun je nu feesten als je in werkelijkheid alleen thuis bent? ‘Ik maak altijd wat te eten en zet drankjes klaar. We drinken met zijn allen! Ik bedoel, anderen gaan naar een club om alcohol te drinken. En dit is mijn club.’
Tijdmachine
Als ik mijn bril afzet, schijnt buiten de zon. In het park voor mijn huis zijn eersteklassertjes op weg naar school. Zo heerlijk onschuldig, de echte wereld. Het is acht uur. Voor vandaag heb ik wel weer genoeg meegemaakt.
Een paar uur later krijg ik een mailtje van Sana: ‘Hallo, lieve vriendin, ben je er vanavond? Laat het me weten, dan kom ik ook.’
Als ik die avond in Sana’s tijdmachine arriveer, is ze er nog niet. Ik slenter wat door de ruimte en kijk plotseling in de vertrouwde neongroene ogen van Evildoer. Hij staat voor het schilderij met de kinderen die elkaar omhelzen. ‘Wie zijn die kinderen?’ vraag ik. ‘Vraag maar aan Sana, ik weet niet of ze het wil vertellen.’
Is ze een goede vriendin? Evildoer aarzelt. Dan fluistert Sana opeens zachtjes in mijn oor: ‘Dat is het magische van de virtuele realiteit, de mensen voelen hier zo dichtbij.’
Ze is thuisgekomen en omhelst me ter begroeting, het voelt als warm gekriebel.
Buiten rommelt het onweer en plenst de regen uit de paarse hemel, binnen knappert het haardvuur.
‘Ik kan het vuur nu ook zien!’ zegt Sana. Ze klinkt erg gelukkig. Vanavond praten we over God en over de wereld. Of je je kinderen godsdienstig moet opvoeden of dat je de keuze aan hen moet laten. Dat ze haar puberdochter heeft gedwongen een hoofddoekje te dragen en daar nu spijt van heeft. Evildoer luistert meestal alleen en knikt af en toe instemmend, op zeker moment is hij zonder iets te zeggen weggegaan.
Laat op de avond, als we helemaal alleen zijn, vraag ik aan Sana: ‘Waar wil je met je tijdmachine naartoe?’ ‘Ik zou graag terugreizen naar de tijd dat mijn man nog leefde. Ik mis hem zo erg.’ Ik zou haar graag in mijn armen nemen. Maar zij zit in Egypte, ver weg en helemaal alleen. Virtueel is de realiteit nog moeilijker te verdragen dan in het echte leven.
Worlding Worlds – MU
De Eindhovense culturele instelling Stichting MU op Strijp-S in Eindhoven maakt zich sterk voor vernieuwende tentoonstellingen waarin de grensgebieden van de beeldende kunst worden opgezocht.
Vanuit beeldende kunst legt de Stichting MU dwarsverbanden naar digitale cultuur, autonoom design, technologie, wetenschap, bio art en performance. De instelling ziet zichzelf als een aanjager van en knooppunt in het kunstklimaat van Eindhoven, Brabant en Nederland.
Onlangs lanceerde zij het project Worlding Worlds, over het vermogen om alternatieven te vinden in tijden van crises. [Een tentoonstelling die helaas niet meer te zien is.]
Virtueel naar alternatieve werelden reizen is een welkome afleiding. Zeker als dertien kunstenaars en ontwerpers ons daartoe verleiden en onverwachte mogelijkheden bieden die moeilijk te vinden zijn in de samenleving zoals we die kennen.
De bij dit artikel gebruikte beelden zijn afkomstig uit de tentoonstelling Worlding Worlds van Stichting MU.
Eye Filmmuseum laat zien hoe cineasten de verhouding mens-planeet verbeelden.
Onder de naam Cinema Ecologica laat Eye Filmmuseum zien hoe cineasten de verhouding tussen de mens en onze planeet hebben verbeeld: van nagelbijtende rampenfilm tot kunstzinnige meditatie, van romantische natuurervaring tot verbijsterende sciencefictionvoorspelling.
Still uit 12 Monkeys (1995) met Brad Pitt.
Daarbij doemen vragen op als: is de mens zelf niet een virus dat alle andere levensvormen bedreigt? Wat als de natuur zelf de hoofdrolspeler is van de film? En: kan ecosciencefiction inzicht geven in ons denken en handelen?
De tentoonstelling Maritieme Meesterwerken in het Maritiem Museum in Rotterdam belicht de verhalen achter de schilderijen niet alleen vanuit de kunst, maar ook vanuit de geschiedenis.
Alle walvisvaarders droegen een wollen muts en niet alleen tegen de barre kou; allemaal hadden ze een specifiek patroon, zodat de in dikke kleding verstopte mannen toch herkenbaar waren. Dat verklaart ook waarom alle tweehonderd skeletten die op Spitsbergen gevonden zijn een muts op hadden.
Een zo’n muts figureert nu in Maritieme Meesterwerken, een tentoonstelling die de collectie van Museum Boijmans van Beuningen en het Maritiem Museum voor het eerst samenbrengt. Het leuke is dat de verhalen achter de kunstwerken niet alleen vanuit de kunst, maar ook vanuit de geschiedenis van de zeevaart worden belicht.
Dan blijkt bijvoorbeeld dat het schilderij Terugkeer van de reddingsboot (1876) van Hendrik Mesdag verslag doet van een reddingsactie die daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, in de nacht van 27 op 28 november 1873. Of dat de ark van Noach van Jheronimus Bosch meer lijkt op een roeiboot waar nog niet één olifant in zou passen, laat staan van elke diersoort twee exemplaren.
12 februari 2021 t/m 4 september 2022, Maritiem Museum, Rotterdam, maritiemmuseum.nl
‘Een klodder smerigheid erbij en het wordt pas echt mooi.’ De Engelstalige pers over het werk van de kunstenaar Daniel Crews-Chubb dat nu online is te bewonderen.
‘Oud en nieuw tegelijk, en juist daarom eigentijds. Een mix van Picasso, Cobra en Asger Jorn, met een vleugje Basquiat.’ Zo probeert het Britse kunstmagazine Dazed het werk van de Engelse kunstenaar Daniel Crews-Chubb te typeren.
In 2015 zat Crews-Chubb (36) een paar maanden in Istanboel als artist in residence. Op de muren van kunstgalerie Galerist mocht hij zich uitleven voor zijn eerste solotentoonstelling. Silla Aggül van de Turkse krant Evrensel zag ‘abstracte en figuratieve muurschilderingen waarin telkens een koppel is afgebeeld dat zowel in harmonie leeft als conflicten uitvecht’.
Begin 2020 vestigde Crews-Chubb voorgoed zijn naam toen hij mocht exposeren tijdens Art Basel in Hongkong. Waarschijnlijk ook omdat de kunstbeurs kort na het uitbreken van de coronapandemie volledig online ging en daardoor massa’s extra kunstinkopers uit alle windstreken aantrok, vlogen zijn kunstwerken over de toonbank. Die trend hield aan. Tijdens de kunstbeurs Frieze in New York in mei waren vijf van zijn zes tentoongestelde doeken een kwartier na de opening verkocht.
David Pagel van The Los Angeles Times noemt het werk van Crews-Chubb ‘onconventioneel, maf en soms zelfs anarchistisch. Zouden ze er billboards van maken, dan kwam het verkeer onherroepelijk vast te zitten.’ Pagel spreekt van een ‘fysieke, gelaagde’ stijl: ‘Door de uiterst zorgvuldige constructies van schetsen, falen, doorzetten en opnieuw beginnen openbaart zich een authentieke waarheid: dat schoonheid zonder een klodder smerigheid lang niet zo boeiend is.’
De vraag is waar je het werk van Crews-Chubb kunt zien nu het zo goed verkoopt en musea en galerieën gesloten zijn. In The Observer tipt criticus Helen Holmes museum Artland in New York. Dat blijft de komende tijd weliswaar ook dicht maar blijkt digitaal prima toegankelijk. De ‘fascinerende’ werken van Crews-Chubb komen volgens Holmes goed tot hun recht in een ‘uitmuntende’ 3D-rondleiding. ‘Je kunt geheel naar eigen inzicht inzoomen en zelf je perspectief bepalen. Toegegeven, niet de sfeer en de lichtval van een écht galeriebezoek maar het komt aardig in de buurt.’
Vanaf februari te zien in het Rijksmuseum: Slavernij – tien waargebeurde verhalen. De eerste grote tentoonstelling over slavernij in de Nederlandse koloniale periode.
Al in 2017 aangekondigd, nu eindelijk daar: de eerste grote tentoonstelling over slavernij in de Nederlandse koloniale periode, het donkerste en tot voor kort meest onderbelichte hoofdstuk uit onze vaderlandse geschiedenis. De tentoonstelling omvat veel objecten die niet eerder in het Rijksmuseum te zien zijn geweest: persoonlijke bezittingen die werden gekoesterd, maar ook werktuigen die op de plantages werden gebruikt, zoals een balk met ijzeren kettingen waaraan meerdere slaven tegelijk konden worden vastgeketend.
In tien zalen staan tien personen centraal die slaaf waren, vochten tegen slavernij of rijk zijn geworden dankzij slavernij. Een daarvan is Wally, een slaaf die werkte op een Nederlandse plantage in Suriname. Hij vluchtte, werd gepakt en ontsnapte ternauwernood aan een gruwelijke dood. Een ander is de in 1707 overleden Surapati, een slaaf van een Nederlands echtpaar in Batavia die later vocht tegen de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). Hij werd in 1975 uitgeroepen tot nationale held van Indonesië.
Verrassend genoeg is Oopjen Coppit, de ene helft van Rembrandts Marten & Oopjen, ook een van de tien hoofdpersonen. Oopjens schoonvader was rijk geworden door de verwerking van suikerriet dat op Braziliaanse plantages was geteeld en geoogst door slaven. En na de dood van Marten trouwde Oopjen met Maerten Daey, die in Brazilië had gevochten en uit eerste hand kon vertellen hoe het er op de plantages aan toeging.
Omdat het museum naar verwachting ook de komende tijd nog beperkt bezoekers mag toelaten, is er ook een onlineversie van de tentoonstelling gemaakt. Daarnaast verschijnt er bij de expositie een magazine dat wordt uitgedeeld aan alle scholen in Nederland, de Antillen en Suriname.
12 februari t/m 30 mei 2021 in het Rijksmuseum, Amsterdam, rijksmuseum.nl
Zelfs feministen ging de leer van Betty Dodson (90) in de jaren zeventig te ver. Essentieel voor haar boodschap is een volledige afwijzing van romantische liefde. Het gaat om plezier, en om een actieve deelname daaraan. Een interview met een subversieve ‘seksgoeroe’.
Wat is er voor nodig om Gwyneth Paltrow te doen blozen? Niet veel meer, zo blijkt, dan expliciete instructies om haar bekkenbodem te versterken. Haar leraar, Betty Dodson, de kunstenaar die seksueel voorlichter werd en evangelist voor vrouwelijke zelfstimulatie, predikte de voordelen van de Kegel-achtige oefening die volgens haar helpt bij het verkrijgen van een orgasme. ‘Omhoog, knijpen, loslaten,’ zegt ze, waarmee ze Paltrow, verkoper van een kaars van $ 75 met de naam This Smells Like My Vagina, van haar kaaklijn tot haar voorhoofd roze doet kleuren.
Die scène, uit The Goop Lab op Netflix, een inkijk in de millennial-vriendelijke levensstijl van Paltrow, was een mijlpaal voor Dodson. Nooit eerder sinds ze een halve eeuw geleden vrouwen begon te onderwijzen hoe ze tot een hoogtepunt kunnen komen, was ze zo zichtbaar en ook zo relevant. ‘Er zijn inmiddels jongere goeroe’s,’ zegt Annie Sprinkle, de pornoster uit de jaren zeventig die seksuele voorlichter werd en al jarenlang lesheeft van Dodson, ‘maar tegen Betty kunnen ze nog altijd niet op.’
Vuurwerk
Dodson, die al ‘disruptor’ was voordat die term in trek raakte, verkondigt al sinds de jaren zeventig consequent haar seksuele idealen en moedigt deelnemers aan haar Bodysex-workshops aan om plaats te nemen op haar vloerbedekking en elkaars vulva’s te bestuderen, waarna ze een lesje effectief masturberen krijgen.
Zelfs voordat de stad New York met ‘U bent zelf uw veiligste sekspartner’ begon te adverteren, stond Dodson, nu negentig, weer volop in de aandacht. Haar boodschap verspreidt ze via de handleiding die ze in 2017 samen met Carlin Ross schreef, Bodysex Basics, en via een heruitgegeven versie van haar memoires uit 2010, Sex by Design: The Betty Dodson Story; in de populaire workshops die ze elke maand houdt in haar appartement in Midtown Manhattan (momenteel vervangen door online groepschats); in de erotische kunst waar het allemaal mee begon (haar beelden van copulerende partners worden binnenkort tentoongesteld in het Museum of Sex (als en wanneer het heropent), waar ze een van de adviseur is); en op dodsonandross.com, de website die ze samen met Ross, haar 46-jarige zakenpartner en troonopvolger onderhoudt.
Op The Goop Lab ligt Ross op haar buik in een verduisterde kamer. Dodson staat over haar heen gebukt, helpt haar haar geslachtsdelen in te smeren met olie, demonstreert haar een massagetechniek en mompelt zachtjes terwijl ze Ross naar een climax begeleidt.
Niet dat daarvan iets is te zien. Afgezien van wat versnelde ademhaling en zacht beven, leek haar ervaring geenszins op het auditieve en visuele vuurwerk dat lange tijd een steunpilaar vormde van heteroseksuele pornografie.
‘De benen trillen, het hele lichaam trilt. Ik heb dat nog nooit in pornografie gezien’
Als het tam overkwam, zegt Ross, ‘is dat is omdat het geen demonstratief orgasme was’.
We spraken haar, voordat het coronavirus New Yorkers isoleerde, in de slaapkamer en tevens kantoor waar zij en Dodson hun projecten schrijven en plannen.
Een vergulde, gevleugelde penis, een van de curieuze onderscheidingen die Dodson kreeg, neemt een ereplaats in op de hoge plank van een boekenkast die verder bezaaid is met zelf uitgebrachte videocassettes zoals Viva la Vulva en werken als Sex for One: The Joy of Self-Loving, haar baanbrekende handleiding uit 1987 over vrouwelijke masturbatie.
Dodson draagt een slordige badjas, met op de borstzak de letters BAD, ‘mijn initialen, Betty Anne Dodson,’ zegt ze met een grijns. Dan gaat ze verder.
Natuurlijk kan een orgasme soms luidruchtig zijn. ‘Maar gewoonlijk komen de geluiden veel meer uit de keel, zijn ze dieper, dierlijker,’ zegt ze. ‘De benen trillen, het hele lichaam trilt. Ik heb dat nog nooit in pornografie gezien.’
Waarom voelen zoveel vrouwen zich dan verplicht om een show op te voeren met een soundtrack van gekreun en oorverdovend geschreeuw? ‘De jongens willen geen echte orgasmes zien, ze willen het porno-orgasme,’ zegt Dodson droogjes. ‘Het is een ego-ding. Ze willen zien wat voor effect ze hebben op een vrouw.’
‘Een echt orgasme,’ voegt ze eraan toe, waarbij ze zich naar me toe bukt om haar woorden nadruk te geven, ‘houdt een vrouw voor zichzelf, waar het ook vandaan komt.’
Actieve deelnemer
Het staat centraal in haar onderwijs. Ze beveelt vrouwen ‘You’ve got to run’-geslachtsgemeenschap aan: neem de leiding, dat wil zeggen, word een actieve deelnemer aan je eigen plezier. Als je met een partner bent, ‘laat die dan doen wat je wilt,’ blaft ze zowat. ‘Gebruik het standje dat jij wilt.’
Handmatig of op batterijen, masturbatie is volgens haar de hoeksteen van seksuele bevrediging, een katalysator voor plezier en, meer dan dat, de betrouwbare basis van sociale en emotionele onafhankelijkheid.
‘Mijn instinct zei me’, schrijft ze in haar memoires, ‘dat seksuele mobiliteit hetzelfde is als sociale mobiliteit. Iets wat mannen hadden en vrouwen niet.’
Haar overheersende houding, subversief en zelfs opruiend in de vroege jaren zeventig, sprak niet alle feministen aan. Sommigen vonden haar aanpak te mechanisch en afstandelijk. Ze waren bovendien veel te druk met het benadrukken van de misstanden en vernederingen die mannen veroorzaakten. ‘Ze waren altijd aan het klagen,’ herinnerde ze zich getrouw.
Ze reageerde onverschrokken met een soort seksuele bewustwording; essentieel voor haar boodschap was een volledige afwijzing van romantische liefde. ‘Romantiek is zo serieus,’ zegt ze. ‘Ik neem afstand van dat paradigma, waarin ik van jou moet houden en jij van mij.’
Ross stemt ermee in: ‘Seks kan speels zijn, gewoon zo van: “Laten we wat plezier hebben”.’
Dodsons openbaring kwam in de nasleep van een woelig en op seksueel vlak lauw huwelijk in de vroege jaren zestig met reclameman Frederick Stern. Het echtpaar had geen kinderen, en Dodson, die opgroeide met drie broers en zussen, was ook niet van plan om ze in de toekomst te krijgen. ‘Ik heb gezien wat mijn moeder heeft moeten doorstaan,’ zegt ze. ‘Het is de meest ondankbare taak ter wereld.’
‘Georganiseerde groepsseks is een soort bowlingtoernooi’
Ze was vrij om te experimenteren en verkende groepsseks met vrouwen en mannen met als doel, zei ze in 1970 in een interview met The New York Times, om jaloezie en bezitterige gevoelens los te laten, om ‘te begrijpen dat ik van meer dan één persoon zou kunnen houden’.
Op een gegeven moment was de betovering eraf. ‘Georganiseerde groepsseks is een soort bowlingtoernooi,’ zei ze destijds. ‘Het is nogal gedwongen – en een beetje hectisch. Het is raar.’
Van een kleine schikking na haar scheiding financierde ze de eerste van de seksworkshops voor vrouwen die haar broodwinning en roeping zouden worden. Ze spoorde de vaak schichtige deelnemers aan om zich uit te kleden, hun lichaam te ontdekken en zich te onderwerpen aan onder meer clitorale massage en het gebruik van de Magic Wand, de ietwat logge maar zeer efficiënte vibrator die ze promoot en verkoopt via haar website.
Met haar achterovergekamde witte haren en alwetende houding doet Dodson denken aan Dr. Ruth Westheimer, de gezellige, vermakelijke seksgoeroe uit de jaren tachtig. Dodson ziet het niet zo. ‘Dr. Ruth is als je grootmoeder met een grappig accent,’ placht ze te zeggen. ‘Je luistert nooit naar wat ze zegt.’
Maar de vergelijking klopt – tot op zekere hoogte, zegt Sprinkle: ‘Dr. Ruth is veilig, terwijl Betty verkennender is, een progressieve ontdekkingsreiziger op het gebied van seksualiteit. Ze heeft het soort ervaringen dat zelfs haar jongere volgers nooit zullen hebben.’
Een enorme betonnen sculptuur die eruitziet als een menselijke vulva heeft voor opschudding gezorgd in Brazilië. Het 33 meter lange handgemaakte stuk is het werk van beeldend kunstenaar Juliana Notari, die het op een heuvel bij de Usina de Arte, een landelijk kunstpark in de staat Pernambuco, in het noordoosten van Brazilië, heeft geïnstalleerd. Notari plaatste op 30 december op Facebook een bericht over het werk, getiteld Diva, waarin ze uitlegde hoe meer dan 20 mannen aan het handgemaakte beeldhouwwerk werkten, dat 16 meter breed en 6 meter diep is. In de post gaf ze aan dat het werk bedoeld was om ‘de relatie tussen natuur en cultuur in onze fallocentrische en antropocentrische westerse samenleving aan de kaak te stellen’ en de ‘problematisering van gender’ onder de aandacht te brengen. (Lees verder op bijvoorbeeld CNN.)
Dodson, van huis uit kunstenaar, heeft een personage ontwikkeld dat tegelijkertijd nors, sarcastisch en geniaal is, en ze is een ster in wrange grapjes. Sinds ze vorige maand na een routinecontrole een goede-gezondheidsverklaring van haar arts heeft gekregen, is ze voor het eerst sinds jaren weer gaan met roken.
‘Waarom niet?’ roept ze uit. ‘Ik heb het eeuwige leven.’ Maar als Ross zegt dat ze er wanneer ze maar wil een op kan steken, staart ze nors voor zich uit. ‘Ik bepaal zelf wel wanneer ik rook.’
Een vorm van zelfzorg
Hoe baanbrekend ze destijds ook waren, haar lessen zullen jonge vrouwen, die opgroeiden met popidolen als Miley Cyrus, Nicki Minaj en anderen die zichzelf in video’s en op het concertpodium strelen, nauwelijks schokken.
Ook in hun teksten is zelfstimulatie haast net zo routineus als een uitstapje naar het winkelcentrum. ‘Oh what an ordinary day,’ zegt Annie Clark, professioneel bekend als St. Vincent, op ‘Birth in Reverse’, haar single uit 2014. ‘Take out the garbage, masturbate. . . ’ (‘Wat een doodgewone dag. De vuilnis buiten zetten, masturberen’.
De jongere generatie heeft bovendien direct toegang tot online gidsen zoals ‘Hoe masturbeer ik in vrouwelijke stijl: 8 stappen naar een orgasme’. De instructies zijn, zoals de auteur schrijft, handig ‘omdat iedereen het vermogen zou moeten hebben om zichzelf te bevredigen.
Een soortgelijke bewering doet Flo Perry, een 27-jarige Britse schrijver en illustrator, die How to Have Feminist Sex: A Fairly Graphic Guide schrijft dat masturbatie een ‘vorm van zelfzorg’ is.
Toch lijken sommige jongere vrouwen de voorkeur te geven aan de hands-on-benadering van Dodson. Haar online lessen zitten vol met vrouwen tussen de 24 en 40, vertelt Ross. Sommigen daarvan worden misschien aangetrokken door de bozige toon uit Dodsons boeken en haar onverbloemde manier van spreken.
Ze noemt als voorbeeld een verhaal in haar memoires waarin een oudere vriend handtastelijke avances maakt naar haar beste vriendin. Ze grist een mes van een snijplank en sist: ‘Je kunt hier maar beter weggaan voordat ik dit mes in je maag douw.’
‘Mannen zijn zo tweedimensionaal. Als er al iets interessants aan ze is, komt dat door de vrouwen met wie ze zijn geweest’
Maar op andere momenten is Dodson juist weer verbijsterend meegaand. Zo beschrijft ze ook een ontmoeting in de achtertuin met een halfgeklede vreemdeling, die haar van achter besloop. Ze voelde dat hij op het punt stond toe te slaan, draaide zich om, maakte zijn riem los, duwde hem in een stoel en beklom hem.
Het is, helemaal in het #MeToo-tijdperk, enigszins bevreemdend om te lezen. De schijnbaar dienende houding van Dodson komt haast over als ketterij. Maar ze staat er nog altijd achter. ‘Tenzij je een getrainde vechter bent,’ zegt ze, kun je een een man tijdens een aanval zelden verslaan. Mannen zijn groter en sterker. Wat je motivatie ook is – vechten werkt niet.’
Ze stelt zich vaak afwijzend op ten opzichte van het andere geslacht. ‘Mannen zijn zo tweedimensionaal,’ zegt ze. ‘Als er al iets interessants aan ze is, komt dat door de vrouwen met wie ze zijn geweest.’
25-jarige minnaar
Ross brengt Dodson in herinnering dat ze halverwege de zeventig een 25-jarige minnaar had met wie ze tien jaar samenwoonde. Als Dodson eraan terugdenkt begint ze te schitteren.
‘Hij was zo mooi,’ zegt ze tussen twee weemoedige trekjes van een Marlboro Light door. ‘Hij had het perfecte lichaam, brede schouders, grote geslachtsdelen en strakke botten. En oh, hij rook zo lekker – die jeugd, en veel zeep en water.’
‘Partnerseks, dat is nu voorbij,’ gaat ze verder. ‘Al zou ik een knappe kerel niet afwijzen als hij nu binnenkwam.’
Zonder partner zijn is geen reden om het veld te verlaten, voegt ze er op zakelijke toon aan toe, en ze vertrouwt me toe dat ze nog steeds af en toe marihuana rookt (‘Zonder zou ik hier niet meer zijn’), wat wel eens als opmaat kan dienen voor een incidentele partij soloseks.
Het heeft geen zin om achterover te leunen en te hopen dat de lust je bevangt. ‘Het verlangen komt pas als je opgewonden bent,’ zegt ze. ‘Wacht niet tot de geest je aanspoort, want dat gaat niet gebeuren.’
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.