Onderwerpen: Economie

  • Afgedankte Nederlandse fietsen krijgen  nieuw leven in Spanje

    Afgedankte Nederlandse fietsen krijgen nieuw leven in Spanje

    Door de coronamaatregelen ontstond in Spanje een tekort aan goedkope fietsen, terwijl de vraag juist toenam. Dat bleek eenvoudig op te lossen.

    De Nederlandse steden krioelen van die typisch Hollandse fietsen zonder versnellingen die heel geschikt zijn voor vlak terrein. Niet alleen zie je ze rijden, maar je ziet ze ook overal geparkeerd staan. De keerzijde van dit succesverhaal – en een groot probleem voor de gemeenten – is dat er ook veel achtergelaten fietsen, weesfietsen, tussen staan. David Saiz en Ana Castán, twee Spaanse tweewielerfanaten, zagen daarin een oplossing voor het probleem van het tekort aan goedkope fietsen dat door de pandemie in Spanje was ontstaan. Dus zetten ze een samenwerkingsverband op om de Nederlandse weesfietsen een tweede leven in hun land te gunnen. Vorig jaar oktober laadden ze honderddertig tweedehands fietsen in een vrachtwagen en inmiddels zijn ze bezig met de voorbereidingen voor een tweede vracht deze zomer.

    ‘In de lockdown,’ legt Saiz uit, ‘zagen we dat de fiets in Spanje een boom beleefde en dat de verkoop enorm steeg. Maar tegelijk was er een tekort aan fietsen in het land, vooral goedkope fietsen. We overlegden hoe we de steden vol konden krijgen met fietsen, want we wisten dat Spanje in Europa qua duurzaam vervoer nog steeds achterloopt. We wilden ons steentje bijdragen.’

    Ana Castán, die in Amsterdam woont, waar ze rondleidingen op de fiets organiseert, voegt eraan toe: ‘We vonden het vreselijk dat de mensen graag op de fiets wilden, uitgerekend toen er geen fietsen te krijgen waren en de winkels door hun voorraden heen waren. In Amsterdam is een gigantisch aanbod van tweedehands fietsen, dus toen ging me een licht op.’

    Tweede leven

    Castán informeerde bij bekenden en ontdekte dat gemeenten achtergelaten fietsen weghalen en naar een depot brengen, waar ze vervolgens, als ze niet worden opgehaald, worden doorverkocht aan groothandelaars. Waarom zouden we die niet meenemen naar Spanje? dachten beide vrienden. Zo ontstond het initiatief ‘quierounabici.eu’ (‘ikwileenfiets.eu’) en besloten ze die typisch Hollandse fietsen naar verschillende Spaanse steden te brengen.

    De eerste stappen waren een webpagina bouwen en minstens honderd afnemers zien te vinden, want dat is het minimum aantal fietsen dat de depots verkopen. In oktober gingen ze daar al overheen: honderddertig belangstellenden hadden voor 30 euro een fiets gereserveerd. Ze haalden de partij op en brachten die met een vrachtwagen naar Spanje, waar ze de fietsen over verschillende steden verdeelden. Ze kostten 165 euro per stuk, inclusief transport. Volgens Castán is dat een zeer schappelijke prijs, want in Amsterdam ‘kosten zulke fietsen meestal zo’n 190 euro’.

    David Saiz legt uit dat het project verschillende kanten heeft. ‘Aan de ene kant willen we het gebruik van de fiets in Spanje stimuleren, want we lopen in Europa in dat opzicht nog erg achter. Iedereen vindt het heel mooi dat in Nederland de mensen zich op de fiets verplaatsen. Maar daar is het koud en regent het veel; hier zou het veel makkelijker moeten kunnen. Ons project heeft daarnaast ook een recyclekant: in plaats van fietsen die niet meer worden gebruikt weg te gooien, krijgen ze een tweede leven.’

    ‘We willen de steden vullen met fietsen en op die manier menselijker, mooier en bewoonbaarder maken’

    ‘Een bijkomstig idee,’ zegt Saiz, ‘is dat van een gemeenschap: de mensen hebben vertrouwen in ons, ze betalen 30 euro voor een optie op een fiets, hoewel ze vervolgens nog van de koop kunnen afzien.’ De mensen die eind vorig jaar hun fiets kregen zijn er volgens hem dik tevreden mee. ‘We hebben zelfs bijeenkomsten met ze georganiseerd, de laatste keer in Burgos,’ zegt hij.

    Castán belicht nog een ander aspect. ‘We willen dat fietsen gezien wordt als een manier om je te verplaatsen en niet als een sport. De Nederlandse fiets is daarvoor het perfecte instrument, want rechtop zitten is beter voor je rug en dan heb je ook meer zicht op het overige verkeer. Bovendien is hij, omdat hij geen versnellingen heeft, ook makkelijk te onderhouden, je hoeft eigenlijk alleen maar een lekke band te kunnen plakken. En qua uiterlijk trekt hij ook niet veel aandacht, zodat je van fietsendieven minder te duchten hebt en hem makkelijk overal kunt parkeren, wat je niet gauw zult doen met een fiets van duizend euro. Die stal je liever in je huis.’

    Een fiets zonder versnellingen is alleen doelmatig op vlak terrein. De eerste lading ging dan ook naar steden als Valladolid, Burgos, Valencia en Madrid (de laatste heeft iets meer hellingen), en nu zijn ze bezig de tweede lading voor te bereiden, die deze zomer verdeeld zal worden over de vier eerder genoemde steden plus, als nieuwkomer, de stad Logroño. ‘We willen de steden vullen met fietsen en op die manier menselijker, mooier en bewoonbaarder maken. Bovendien vind ik het hele mooie fietsen, ik heb er zelf twee gekocht,’ zegt Saiz.

  • Soja is heer en meester in de Braziliaanse Amazone

    Soja is heer en meester in de Braziliaanse Amazone

    In het hart van Brazilië, ooit de zuidelijke flank van het Amazoneregenwoud, liggen kilometers plantages, die veevoer produceren voor de wereldwijde vleesindustrie. Het is de enige economische sector in Brazilië die gedurende de coronapandemie is gegroeid. Het regenwoud wordt er echter almaar kleiner door.

    Keuze uit het archief

    Deze week vond in Belém in Brazilië de Amazonetop plaats, een bijeenkomst van landen uit de Amazoneregio. Op deze top vroeg de Braziliaanse president Luiz Inácio Lula da Silva aandacht voor de ontbossing van het Amazoneregenwoud. Daarbij richtte de linkse leider zich vooral tot de rijke landen, die hij ertoe opriep hun steentje bij te dragen om het regenwoud te beschermen. ‘Het zijn niet Brazilië, Colombia of Venezuela die geld nodig hebben, het is de natuur aan wie de rijke landen moeten betalen om te herstellen wat ze in tweehonderd jaar van industriële ontwikkeling hebben vernietigd,’ aldus Lula. Dit artikel uit El País legt de oorzaak bloot van de massale ontbossing in de Amazone: intensieve veeteelt. Al die dieren moeten gevoed worden en als er niet genoeg land is om te begrazen of als de dieren vooral binnen staan, wordt er bijgevoerd met soja, dat in het bijzonder uit het Amazonegebied afkomstig is. Daar wordt kostbaar regenwoud gekapt voor illegale sojaplantages met ernstige gevolgen voor de natuur en de inheemse bevolking.

    De vader van Tamires Vasconcelos was wat in Brazilië een desbravador wordt genoemd, een pionier, een wegbereider, iemand die de wildernis temt. Veertig jaar geleden kwam hij naar Amazonia en verdiende er zijn brood door met een graafmachine paden door de dichte begroeiing te ploegen, die later wegen werden. Wegen waarover nog weer later de kolonisten kwamen. En er kwamen steden. En akkers. De plaatselijke bewoners van nu beschouwen de trek naar het oerwoud, die door de toenmalige dictatuur in gang was gezet, als het grote heldenepos van de pioniers. De zwart-witfoto’s van de aankomst in de jaren 1970 contrasteren met de groene akkers vol soja die zich nu tot de einder uitstrekken. Hier en daar een klein plukje bomen.

    De wieg van de sojaindustrie staat in het hart van Brazilië, in de staat Mato Grosso, zo’n 2300 kilometer landinwaarts van Rio de Janeiro. Het is de zuidelijke flank van het Amazonegebied, het grootste oerwoud ter wereld. Die velden en vrachtwagens en silo’s vormen de motor van de Braziliaanse economie. De fazendeira (plantagehoudster) Vasconcelos, de enige nakomelinge, de erfgename van de desbravador, die ervoor koos van de landbouw haar leven te maken, behoort tegenwoordig tot een klasse van welvarende ondernemers.

    Hier regeert de soja. De plantages beslaan zo’n slordige 38 miljoen hectaren (ongeveer de oppervlakte van heel Duitsland). De economische geschiedenis van Brazilië heeft altijd in het teken gestaan van de productie van grondstoffen. Wat de soja is voor de eenentwintigste eeuw, dat was de suiker voor de zeventiende, het goud voor de achttiende en de koffie voor de negentiende eeuw.

    Heden en verleden

    Vasconcelos en de 5100 hectaren bouwland waarover ze de scepter zwaait, genaamd Minuano, maken deel uit van de enige economische sector in Brazilië die gedurende de pandemie is gegroeid. ‘Ons voornaamste gewas is soja, mais komt op de tweede plaats en verder verbouwen we ook nog rijst en bonen,’ zegt deze landbouwingenieur van 35 terwijl ze op een zonnige dag in maart onder een boom een kopje koffie drinkt. Uit deze streek komt een groot deel van de soja die tot voedsel dient voor koeien, varkens en kippen, die op hun beurt weer de hele wereld voeden.

    Zelfs in de moeilijke coronatijd ging het gesmeerd met de Braziliaanse landbouw. De productie is hoger dan ooit, de prijzen op de wereldmarkt zijn de pan uit gerezen, de koers van de Braziliaanse munt is laag en nog nooit heeft deze sector zo’n hechte bondgenoot gehad als nu met president Jair Bolsonaro. Braziliaanse boeren zijn de grootste sojaproducent ter wereld. Voor de houders van sojaplantages is er maar één donkere wolk aan de lucht: de internationale weerstand tegen ontbossing van het Amazonewoud, dat zo cruciaal is voor het tegengaan van de klimaatverandering.

    Dit is een streek waarvan zelfs veel Brazilianen het bestaan niet kennen

    Als niet iedereen hier Portugees sprak zou je denken in een ander land te zijn. De geblokte overhemden, de honkbalpetjes, de hoeden, de laarzen, de pick-uptrucks, allemaal maken ze dat je je in de Amerikaanse Midwest waant. In Sinop, net als in sommige andere Braziliaanse steden, staat een imposante replica van het Amerikaanse vrijheidsbeeld bij de ingang van een aantal grote warenhuizen die eigendom zijn van een vriend van Bolsonaro. De sertanejo, de countrymuziek van deze streek, is de soundtrack van deze plattelandssteden, hoewel vanwege het virus alle cafés gesloten zijn. Dit is een streek waarvan zelfs veel Brazilianen het bestaan niet kennen. Er zijn geen ansichtkaarten van. Het is Bolsonaroland.

    Al voor het ochtendgloren is Vasconcelos op weg naar Sinop, de grootste stad in de regio. Daar in de buurt ligt haar haciënda. Wie denkt dat de naam is afgeleid van China, de grote afnemer die de handel in soja weergaloos heeft opgedreven, vergist zich. De naam is een acroniem van Sociedad Inmobiliaria del Norte del Paraná, oftewel ‘Handelsmaatschappij Onroerende Goederen van Noord-Paraná’, waarbij Paraná de buurstaat is waar veel kolonisten vandaan komen. Zoals João Marcus Menegace.

    Menegace is taxichauffeur en hij kwam als kind met zijn ouders en zeven broers en zussen in een bestelbusje naar deze streek. ‘We aten onderweg op de vluchtstrook van de snelweg,’ vertelt hij. Na dagenlang reizen kwamen ze in het beloofde land aan. Het wagenpark, met bijna evenveel voertuigen als inwoners, de gourmetwinkel met geïmporteerde delicatessen en een hippe handtassenboetiek die niet zou misstaan in de duurste winkelstraat van São Paulo, geven een idee van de rijkdom hier.

    #ElAgroNoPara is de hashtag die bij het uitbreken van de coronacrisis in dit gebied viraal ging. De mondkapjes herinneren eraan dat de pandemie nog niet voorbij is, maar die heeft de handel nauwelijks aangetast. ‘De pandemie was hier veel minder voelbaar, omdat wij de prijs voor de oogst van 2020-2021 al uitonderhandeld hadden,’ legt de plantagehoudster uit. De levering was al betaald, de oogst was verkocht. Werken in de openlucht met weinig mensen en veel machines, dat maakt de zaken in tijden van covid gemakkelijker.

    Wat ze hier ‘beschermingsmiddelen’ noemen is wat de Braziliaanse milieuactivisten ‘landbouwgif’ noemen

    Haar haciënda heeft nog maar weinig te maken met die welke haar vader, Elmo Leitzke, begon. Bijna alle processen zijn geautomatiseerd en de werknemers zijn speciaal opgeleid. Ze sproeien met vliegtuigjes. Vasconcelos laat de silo zien die ze op de haciënda heeft laten bouwen, ‘handje contantje betaald’,  zegt ze trots. Het feit dat ze nu zo binnenlopen, zegt ze, is het gevolg van ‘jaren investeren in technologie en onderzoek van het klimaat, de grond, de zaden, de beschermingsmiddelen’.  Wat ze hier ‘beschermingsmiddelen’ noemen is wat de Braziliaanse milieuactivisten ‘landbouwgif’ noemen. Bestrijdingsmiddelen, dus.

    Van eind februari tot begin maart werd de eerste sojaoogst van 2021 en het inzaaien van de eerste mais gehinderd door zware regens. Hier wordt twee keer per jaar geoogst en soms wel drie of vier keer. Een zeer intensieve landbouw, voornamelijk voor export naar China en de Europese Unie. Brazilië produceert een derde van alle soja in de wereld. Dat wil zeggen dat het land in een paar decennia de Verenigde Staten heeft ingehaald als sojaproducent, dankzij een verdubbeling van de productie per perceel en een verdriedubbeling van het landbouwareaal sinds de jaren 1980 (zie Our World In Data).

    De spectaculaire groei van de landbouwsector en van het middenwesten van Brazilië is aangejaagd door de enorme vraag vanuit China, een land met een bevolking die door de toenemende welvaart meer vlees is gaan consumeren. Vasconcelos, die met haar haciënda dertig gezinnen onderhoudt, verkoop haar soja aan een van de grootste multinationals in graanproducten ter wereld, Cargill, dat zijn zetel in de Verenigde Staten heeft.

    De sojaproductie was een van de belangrijkste aanjagers van de ontbossing

    De Braziliaanse landbouwsector draaide volgens officiële cijfers in 2020 een omzet van 150 miljard euro. De totale economische activiteit die de sector genereert is echter in de laatste tien jaar van 20 procent gestegen naar 26 procent van het bnp, aldus het instituut Cepea van de Universiteit van São Paulo, terwijl de industrie en de dienstensector zijn gekrompen.

    Guilherme Miqueleto, hoogleraar economie aan de Federale Universiteit van Mato Grosso, somt bijkomende factoren op die hebben bijgedragen aan de spectaculaire groei van de productie: de economische stabiliteit, betere juridische zekerheid en ‘de uitbreiding van het landbouwareaal naar het noorden gedurende de laatste vijftien tot twintig jaar’, dat wil zeggen de ontginning van het Amazonewoud.

    Ook in andere landen worden bomen gekapt om plaats te maken voor landbouw en veeteelt, maar nergens gebeurt dat op zo grote schaal als in Brazilië, dat een derde van de ontbossing in de hele wereld voor zijn rekening neemt. De grote boosdoener is de veeteelt. De sojaproductie was een van de belangrijkste aanjagers van de ontbossing, tot in 2006 de handelaars een akkoord sloten met de ngo’s en de regering om geen graan en soja meer te kopen van akkers die illegaal verbouwd werden. Met het opdrogen van de vraag verdween dit type soja vrijwel volledig. Het moratorium op soja in het Amazonegebied ‘is doeltreffend in het tegengaan van ontbossing die rechtstreeks verband houdt met soja,’ verklaart Cristiane Mazzeti, medewerkster van Greenpeace. Slechts 2 procent van de huidige productie is afkomstig van illegaal gekapt oerwoud.

    Maar omdat soja lucratiever is dan koeien, is er bedrog. Eerst wordt er ontbost voor veeteelt en na een aantal jaren maken de weiden plaats voor akkers – et voilà!

    Politiek en bedrijfsleven

    Ondanks de stortregen is er een constant verkeer van vrachtwagens van de haciënda’s naar de silo’s. In een van de verwerkingsbedrijven inspecteert een medewerkster van het internationale accountants- en adviesbureau KPMG de soja om te zien of er genetisch gemodificeerde soorten tussen zitten, want daarvoor moet de producent royalty’s aan Bayer-Monsanto betalen.

    Vrij van verontreiniging gaat de koopwaar op transport naar de rivier de Tapajós, een zijrivier van de Amazone, over de drukke weg die recht van noord naar zuid door Mato Grosso loopt. Dat is de BR-163, aangelegd door het militair bewind in de jaren 1960, om te verzekeren dat het Noord-Amerikaanse imperium het uitgestrekte gebied niet zou inpikken.

    In de regentijd is op veel wegen hier het verkeer een lijdensweg. Daarom kregen de inwoners van Sinop schoon genoeg van de politici die in verkiezingstijd de regio bezochten en allerlei beloftes deden over de BR-163. Tot Bolsonaro op het toneel verscheen en de zaak in een mum van tijd voor elkaar kreeg. ‘Geen enkele president is er in de afgelopen 24 jaar in geslaagd de weg over de hele lengte te asfalteren, maar Bolsonaro kreeg in een jaar voor elkaar dat de laatste 175 kilometer gedaan werden,’ zegt Ilson Redivo, voorzitter van de rurale werkgeversbond waar 270 ondernemingen bij zijn aangesloten.

    Zo’n 80 procent van de kiezers in Sinop heeft in 2018 op Bolsonaro gestemd

    De 900 kilometer lange weg maakt de reis naar de haven vier dagen korter. Voor de alternatieve route moest de lading eerst 2500 kilometer per vrachtwagen naar het zuiden worden gereden, om vervolgens op een kustvaarder te worden geladen, die 5000 kilometer naar het noorden, naar het Panamakanaal, voer, legt Redivo uit. De besparing in tijd en geld is enorm. Nu vertrouwen ze erop dat de president ook in de komende maanden zijn belofte waarmaakt om een spoorlijn aan te besteden die parallel zal lopen aan de BR-163 en die hen nog meer geld uitspaart. ‘Elke trein heeft een capaciteit van driehonderd vrachtwagens,’ zegt Edeon Vaz, promotor van de ferrogrão, de ‘graantrein’, zoals hij genoemd wordt.

    Zo’n 80 procent van de kiezers in Sinop heeft in de tweede ronde van de presidentsverkiezingen in 2018 op Bolsonaro gestemd, een extreemrechtse ex-militair. Ze bewonderen hem nog steeds. En niet voor niets. Hij benoemde de voorzitter van het zogenaamde ‘Landbouwfront’ in het parlement (Frente Parlamentar da Agropecuária) tot minister van Landbouw. Iedereen hier heeft lof voor de discrete en doortastende Tereza Cristina Dias, want zij heeft nieuwe markten voor hen geopend. Ze hebben nu zelfs de minister van Milieu, Ricardo Salles, aan hun kant, zoals heel Brazilië kon zien op een video van de ministerraad die in mei 2020 een schandaal veroorzaakte. We zien Salles voorstellen de pandemie te gebruiken om de boiada (‘de kudde’, dat wil zeggen de hele regelgeving die gunstig is voor de landbouwsector) erdoor te drukken.

    De inwoners van Sinop juichten voor de president toen hij in september, midden in de pandemie, op bezoek kwam. Redivo en zijn werkgeversbond zijn zo enthousiast over hem dat ze een poster voor hem hebben laten maken. Naast een portret van Bolsonaro met de presidentiële sjerp staat de spreuk: ‘Wij geloven in God en staan voor het gezin’. De mensen hier zijn conservatief. Een paar straten verderop is een modezaak waar ze kleding voor evangelische vrouwen verkopen.

    Voor Redivo zijn die posters ‘de erkenning van een persoon die tracht dit land weer op de rechte weg te zetten. Want we gingen dezelfde kant op als Venezuela en Cuba. En 99 procent van de mensen in de productiesector willen geen communisme in Brazilië.’

    Na elke parlementsverkiezing groeit het Landbouwfront in het Congres. Ze zitten nu al bijna op driehonderd parlementariërs. Ze zijn zelfs groter dan de evangelisten. De ex-afgevaardigde Nilson Leitão, een vooraanstaand lid van die fractie en burgemeester van Sinop, zegt dat de handel in landbouwproducten prominent op de politieke agenda moet staan omdat ‘Brazilië een land is met een stedelijke bevolking, maar met een rurale economie’.

    Leitão is dankbaar dat met deze regering een einde is gekomen aan de landbezettingen door landloze boeren. Maar het stoort hem dat Bolsonaro wrijvingen heeft met China. Wat de markt nodig heeft is vertrouwen en zekerheid, zegt hij. ‘Vechten met je grootste klant is niet goed voor de handel.’

    Geld eisen voor natuurbehoud?

    De milieukwestie heeft momentum gekregen in Brazilië door het wereldwijd toenemende klimaatbewustzijn en door de komst van Bolsonaro, die vindt dat behoud van de ecologische omgeving de economische ontwikkeling in de weg staat. ‘Het doel van de landbouwproductie,’ zegt de ex-afgevaardigde van de streek, ‘is ervoor te zorgen dat het economisch haalbare ecologisch correct is.’

    Jaren zijn verstreken sinds het toenemend ecologisch bewustzijn voor het eerst de degens kruiste met de pioniers die deze uithoek van Brazilië ten koste van de natuur tot een van welvarendste gebieden hadden gemaakt. In de jaren 1970 ging het om hout. De economische activiteit bestond grotendeels uit het kappen van bomen en de verkoop van hout, de grootste schat die het Amazonewoud te bieden heeft. In het begin van de eenentwintigste eeuw kwam, tezamen met de regering van Lula da Silva en de ongeremde ontbossing, druk vanuit de milieubeweging en moesten ze op zoek gaan naar andere bronnen van inkomsten.

    Toen kwam de soja op, een industrie die elk jaar groter wordt. Nu, met de systematische ontmanteling van de milieumaatregelen, krijgt de agrarische industrie te maken met de druk van milieuactivisten en van Europa.

    De Franse president Manuel Macron uitte de beschuldiging dat de Braziliaanse soja verantwoordelijk is voor de ontbossing van het Amazonewoud. De burgemeester van Sorriso, Ari Lafin, voelde zich aangesproken. Logisch. Zijn stad ten zuiden van Sinop, produceert 3 procent van de Braziliaanse soja. Hij reageerde op Macron met een uitnodiging. ‘Ik heb hem hier uitgenodigd, zoals ik ook met de president (Bolsonaro) gedaan heb, omdat het goed is de regio met eigen ogen te zien,’ legt hij uit in een videogesprek. ‘De verantwoordelijkheid voor het milieu is een prioriteit van de lokale agrarische sector,’ stelt hij. ‘Produceren met vernietiging van de natuur is uit den boze,’ voegt hij eraan toe.

    De wet bepaalt dat 80% van de vegetatie in het Amazonegebied moet worden beschermd

    Sorriso heeft honderdduizend inwoners en groeit jaarlijks met zo’n 8 procent. ‘Dit is een land, een stad, met kansen, waar heel veel werk is. Hier moeten we vroeg opstaan, we hebben geen vaste werktijden, we nemen haast nooit pauze. Je hebt de soja nog maar net geoogst of je staat alweer mais in te zaaien. De ene oogst na de andere en dat brengt een keten op gang die uiteindelijk leidt tot wat er in de winkel te koop is…’ De welvaart is heel hoog hier. Het bbp per hoofd van de bevolking is hoger dan in São Paulo. De banen die zij scheppen zijn niet van de traditionele soort, maar hebben te maken met diensten of met toeleveranciers. Advocatenkantoren, accountants, machinehandelaars, vastgoedontwikkelaars, winkels, restaurants…

    De nieuwe generatie fazendeiros, universitair geschoolde dertigers, heeft meer oog voor het milieu dan hun vaders en grootvaders. ‘In de laatste vijf tot tien jaar zijn de zaken abrupt veranderd en niet iedereen heeft dat kunnen bijbenen,’ zegt Vasconcelos. ‘We produceren op een manier die minder impact heeft (op het milieu), maar we hebben wel erg te lijden onder de druk. Vooral van desinformatie,’ zegt ze.

    De fazendeira legt uit dat produceren met minder impact betekent dat de richtlijnen voor het gebruik van pesticiden, meststoffen, en dergelijke naar de letter moeten worden opgevolgd, ‘om de grond te ontzien en terug te geven wat er door de oogst aan is onttrokken’. Ook belangrijk is dat de emballage op de juiste wijze wordt verwijderd: ‘alles wordt drie keer schoon gespoten voordat het naar het bedrijf teruggaat, waar het op een nette manier wordt verwerkt’.

    Ze accepteert de uitnodiging voor een interview met deze krant omdat ze wil dat het verhaal van de rurale producenten gehoord wordt. En ook in de hoop dat wat ze zegt tot voorbeeld kan strekken. Als moeder van twee kinderen en getrouwd met een studiegenoot van de landbouwuniversiteit wil ze haar dochters laten zien dat je als vrouw een haciënda kunt leiden. Hoewel ze dat al twintig jaar doet, maakt ze nog steeds mee dat mensen verbaasd zijn als ze horen dat zij de baas is van het bedrijf.

    Zoals iedereen hier, en in lijn met de mantra van Bolsonaro, staat ze erop dat ‘geen enkel ander land zoveel aan natuurbescherming doet’. Deze stelling, die door de hele sector als één man verdedigd wordt, stoelt op twee harde cijfers die zowel de agrarische producenten als de milieudeskundigen met kracht op tafel leggen: Brazilië beschermt 66 procent van de oorspronkelijke vegetatie (iets waar weinig ontwikkelde landen op kunnen bogen) en de wet bepaalt dat in het Amazonegebied 80 procent van de vegetatie beschermd moet worden, hetgeen betekent dat slechts 20 procent van het land ontgonnen mag worden. In andere Braziliaanse regio’s die ecologisch van groot belang zijn is die verhouding 50/50.

    Het punt is dat de regels voor bosbehoud vaak niet worden nageleefd

    Maar het punt is dat ‘de regels voor bosbehoud vaak niet worden nageleefd,’ zegt Cristiane Mazzetti van Greenpeace. En ze komt met een cijfer dat er niet om liegt: ‘99 procent van de boskap in 2019 was illegaal’.

    Redivo, de voorzitter van de rurale werkgeversbond, stelt dat, gezien de fenomenale handel, de wetten versoepeld moeten worden om het volledig landbouwpotentieel uit de grond te halen, ook al is die volgens de wetenschap van groot ecologisch belang en cruciaal voor het terugdringen van de opwarming van de aarde.

    Hij is een klimaatscepticus. ‘De opwarming van de aarde heeft niets te maken met de ontbossing van het Amazonegebied,’ stelt hij kortaf. En hij voegt er zonder blikken of blozen aan toe: ‘Vandaag de dag vang je meer CO2 af op landbouwgrond dan op bosgrond.’ Maar als de rest van de wereld zich zo’n zorgen maakt over het Amazonewoud, dan heeft Redivo wel een oplossing: ‘Dat ze ons dan maar betalen voor het behoud van de biodiversiteit, wij alleen kunnen dat niet aan.’

    De klimaatwetenschappers waarschuwen er al tijden voor dat de ecologische schade door de ontbossing van het Amazonewoud zo groot is dat we dicht bij het omslagpunt komen waarbij het bos CO2 gaat uitstoten in plaats van afvangen. Dat is een omslag met grote consequenties, omdat het gebied dan bijdraagt aan de opwarming van de aarde in plaats van die te dempen.

    Miqueleto, de econoom, benadrukt dat als de koeien en de sojabonen verder noordwaarts terrein blijven winnen, de boeren de gevolgen daarvan zullen ondervinden. Dan komen er óf zware regens, óf droogtes, en dan kunnen ze hun ‘fenomenale handel’ wel vergeten.

    GettyImages 1228083973 1
    Inheemse Kayapó-bevolking blokkeerden in augustus 2020 de BR-163-snelweg uit protest tegen het gebrek aan middelen om covid-19 te bestrijden. Ze eisten ook meer inspraak in nieuwe infrastructuurprojecten. – © Ernesto Carriço / NurPhoto / Getty

  • Wereldnieuws: Groenland legt olie-exploratie aan banden & Meer

    Wereldnieuws: Groenland legt olie-exploratie aan banden & Meer

    Wielrennen voor vrouwen in Afghanistan

    Halverwege juni stonden zo’n vijftig vrouwen aan de start voor de Ronde van Bamiyan, ondanks dat er een zwaar taboe rust op het vrouwenfietsen in Afghanistan, schrijft Al Araby. Officieel werd in 1986 een Afghaans wielerteam voor vrouwen opgericht, maar het werd eigenlijk pas een sport in het post-talibantijdperk. De Amerikaanse Shannon Gilpin speelde daarbij een belangrijke rol.

    In 2009 was ze de eerste vrouw die mountainbikend door Afghanistan trok. Ze ontdekte dat een kleine
    groep vrouwen een eigen nationale wielerploeg had gevormd, met een slechte uitrusting maar met groot enthousiasme. Veel van die vrouwen hadden als vluchteling leren fietsen in Iran en Pakistan. Gilpins liefdadigheidsinstelling Mountain2Mountain zorgde voor beter materieel en betaalde het team om deel te kunnen nemen aan internationale toernooien.

    Door de opkomst van de taliban is het de vraag of het Afghaanse vrouwenfietsen nog toekomst heeft

    Nu de taliban sinds het vertrek van de Amerikanen claimen dat ze 85 procent van het land in handen hebben en berichten over strenge beperkingen voor vrouwen weer aanzwellen, is het de vraag of het Afghaanse vrouwenfietsen nog toekomst heeft.


    Vaccinatieplicht in Azerbeidzjan

    Inwoners van Azerbeidzjan zullen binnenkort een vaccinatiebewijs moeten kunnen overleggen om de meeste openbare gebouwen te mogen betreden, bericht Eurasianet. Deze maatregel werd eind juli aangekondigd en komt feitelijk neer op een nationale vaccinatieplicht. Vanaf 1 september moeten mensen vanaf achttien jaar een vaccinatiebewijs in een ‘covidpaspoort’ kunnen tonen om onder meer restaurants, cafés, winkelcentra en hotels te mogen betreden. In onderwijsinstellingen moeten leerlingen en studenten vanaf achttien kunnen bewijzen dat ze zijn ingeënt.

    Tot nu toe is 26 procent van de Azerbeidzjanen minstens één keer gevaccineerd. 80 procent van de werknemers van overheidsinstanties, medische en farmaceutische bedrijven en wetenschappelijke en onderwijs-instellingen zal vanaf 1 september een eerste inenting moeten hebben en een tweede in oktober. De vaccinatieplicht leidt nu al tot een zwarte markt in valse covidpaspoorten.


    Edelstenen, hoe groter hoe beter

    Een troon van amethist met een gewicht van één ton à 45.000 dollar: Crystalarium, een edelstenenwinkel in West-Hollywood, verkocht er recentelijk vier stuks van. Kristallen en mineralen zijn enorm populair geworden bij de meer vermogenden der aarde en het motto is: hoe groter hoe beter, zo signaleert The Los Angeles Times.

    De wereldwijde markt van (half)edelstenen wordt nu geschat op ruim 1 miljard dollar. Zangeres Adele houdt ze vast tijdens optredens om plankenkoorts te overwinnen en model Naomi Campbell reist er mee. Er is zelfs een Kim Kardashian-lijn van parfums met kristalthema in kristalvormige flessen. Het fenomeen werd verder aangejaagd door de pandemie: veel rijken zagen minder mogelijkheden voor opzichtige uitgaven en kozen ervoor om hun huizen te bezielen met de ‘genezende’ energie van stenen.


    Groenland legt olie-exploratie aan banden

    Naalakkersuisut, zoals de regering van Groenland wordt genoemd, stopt met nieuwe olie- en gasexploraties. In een verklaring die half juli werd uitgegeven, noemt de regering de ‘prijs voor oliewinning te hoog’, verwijzend naar zowel economische overwegingen als de strijd tegen klimaatverandering, schrijft CBS News. Het besluit is genomen ‘in het belang van onze natuur, van onze visserij, van onze toeristenindustrie en om de aandacht te richten op duurzamere mogelijkheden’. Aangenomen wordt dat Groenland over enorme hoeveelheden onontgonnen olievoorraden beschikt. Volgens onderzoek is het equivalent van miljarden vaten olie te vinden langs de westkust. Ook wordt gesproken van grote afzettingen onder de zeebodem aan de oostkust, aldus CBS.

    ‘We willen bijdragen aan wereldwijde oplossingen om klimaatverandering tegen te gaan’

    Met het huidige besluit is exploratie overigens nog niet volledig van de baan, want twee kleine bedrijven beschikken nog over vier eerder gegunde exploratievergunningen, die Groenland zal moeten respecteren. Maar volgens Kalistat Lund, de Groenlandse minister van Landbouw, Zelfvoorziening, Energie en Milieu, neemt de regering klimaatverandering serieus. ‘In ons land zien we elke dag de gevolgen ervan en we willen bijdragen aan wereldwijde oplossingen om klimaatverandering tegen te gaan’, zei Lund. ‘Naalakkersuisut werkt aan het aantrekken van nieuwe investeringen voor het grote potentieel aan waterkracht dat we niet zelf kunnen exploiteren. Het besluit om te stoppen met nieuwe exploraties naar olie draagt ertoe bij dat Groenland wordt gezien als een land waar duurzame investeringen serieus worden genomen.’

    Het kabinet werkt ook aan een conceptwetsvoorstel dat vooronderzoek, opsporing en winning van uranium verbiedt, schrijft CBS. De winning van uranium, dat voornamelijk wordt gebruikt voor de opwekking van kernenergie, gaat gepaard met de productie van radioactief afval. ‘Groenland leeft al eeuwenlang van aanwezige natuurlijke hulpbronnen en het verbod op uraniumwinning rust op de diepe overtuiging dat de economie rekening moet houden met de natuur en het milieu’, aldus Naalakkersuisut.


    Migranten brengen het Spaanse platteland tot leven

    Dankzij een programma dat ontvolkte plattelandsgebieden in Spanje probeert nieuw leven in te blazen, leidt een gevlucht Colombiaans gezin met twee kinderen nu een rustig leven in een dorpje in de Noord-Spaanse provincie León. Het gezin verruilde de Colombiaanse stad Cali, met een bevolking van drie miljoen, voor het dorp Brañuelas, dat tweehonderd inwoners telt.

    Het project Nuevo Comienzo beoogt migranten naar leeglopende gebieden te trekken

    Ze arriveerden in december 2019 in Spanje en vroegen asiel aan om te voorkomen dat ze terug moesten naar Colombia, waar de FARC hun land opeiste. Aanvankelijk liepen ze tegen een bureaucratische muur op, schrijft El País. Totdat ze hoorden van Nuevo Comienzo (‘Nieuw Begin’), een project van de provinciale overheid en verschillende instanties, dat beoogt migranten naar leeglopende gebieden te trekken. Als de Colombianen naar het afgelegen dorp verhuisden, zouden ze werk krijgen, hulp bij huisvesting en zouden hun kinderen worden toegelaten tot het Spaanse schoolsysteem. In ruil daarvoor zou Brañuelas nieuwe inwoners krijgen en genoeg leerlingen om een nieuwe schoolklas te kunnen samenstellen.

    Burgemeester Carolina López van de sociaal-democratische PSOE hoopt dat de aanwas leidt tot beter vervoer en betere telefoon- en internetverbindingen. Astorga, de dichtstbijzijnde grote gemeente waar wordt gevaccineerd en waar medische zorg is, is slecht bereikbaar vanuit Brañuelas. Met de auto is het veertig minuten rijden, maar met het openbaar vervoer duurt het vanwege belabberde busverbindingen een hele dag.

    Andere leeglopende regio’s in Spanje beginnen nu ook met soortgelijke programma’s.


    Marble Arch Mound

    Het is het zoveelste project van Nederlandse makelij dat niet geapprecieerd wordt in het buitenland. Parijs haalde de Domestikator van Joep van Lieshout weg en nu is er van alles aan te merken op de installatie van Het Rotterdamse architectenbureau MVRDV in het Londense Hyde Park. Zo veel dat de ‘heuvel’ Marble Arch Hill, ontworpen in opdracht van de Londense deelgemeente Westminster om het winkelend publiek weer terug Oxford Street in te krijgen, tijdelijk gesloten werd om kinderziekten te genezen.

    Volgens MVRDV past de kunstmatige heuvel, door de vileine Britse pers nu al met een drol vergeleken, in de Engelse traditie van de folly, de aristocratische gewoonte om even malle als nutteloze bouwwerken neer te zetten.

    marble arch mound has a serious message says mvrdv in defence of attraction dezeen 2364 col 4 1536x1152 kopie 1 1
    © Dezeen

  • ‘Made in Bagladesh’ zorgt voor booming telefoonbusiness

    ‘Made in Bagladesh’ zorgt voor booming telefoonbusiness

    Internationale merken als Nokia en Samsung kiezen er steeds vaker voor om telefoonfabrieken in Bangladesh op te zetten. Op die manier omzeilen ze hoge importtarieven en hebben ze direct toegang tot de groeiende consumentenmarkt in het Zuid-Aziatische land.

    Bangladesh, dat altijd onderaan bungelde op wereldwijde ranglijsten, trok de afgelopen jaren aandacht met een groeiende economie en toenemende koopkracht.

    Via het ‘Made in Bangladesh’-programma heeft het land met 163 miljoen inwoners stappen ondernomen om buitenlandse investeringen aan te trekken en de lokale productie en consumptie te verhogen. Merken worden aangespoord zich in Bangladesh te vestigen door verhoogde tarieven op geïmporteerde toestellen, lagere heffingen op importonderdelen en een vrijstelling van btw voor consumentenaankopen. Een dergelijke strategie was eerder voorbehouden aan grotere markten zoals India en Brazilië.

    Onlangs is na het Zuid-Koreaanse Samsung en de Chinese merken Oppo, Vivo, Transsion en Realme ook het Finse Nokia overstag gegaan. Bengaalse functionarissen verwachten bovendien dat meer Chinese merken zullen volgen.

    Dankzij een effectief prijsverschil van 15 tot 26 procent tussen geïmporteerde en lokaal gemonteerde smartphones is de binnenlandse productie flink gestegen; die neemt nu 80 procent van de omzet voor haar rekening.

    Een meerderheid van de telefoons is op dit moment lokaal geproduceerd

    Aangezien de maatregel effectief blijkt en een meerderheid van de telefoons op dit moment lokaal is geproduceerd, stelde minister van Financiën A.H.M. Mustafa Kamal in juni voor om de btw-vrijstelling met nog twee jaar te verlengen. Een andere maatregel, die op 1 juli inging, maakt het kopers van binnengesmokkelde telefoons onmogelijk om een abonnement te nemen op lokale netwerken. ‘Dat zal een eind maken aan de illegale import van toestellen, wat weer een voordeel is voor lokale fabrikanten omdat hun marktaandeel daarmee stijgt,’ aldus Shahidul Alam, directeur van de Bangladesh Telecommunication Regulatory Commission.

    De plaatselijke fabricage van telefoons kwam pas in oktober 2017 op gang, toen elektronicabedrijf Walton in een buitenwijk van Dhaka onder zijn eigen merknaam met de productie begon. Sindsdien heeft het bedrijf 1,7 miljoen smartphones en 4,3 miljoen telefoons in oude stijl gefabriceerd.

    Eigen fabrieken

    Onder de bedrijven die nu smartphones maken in Bangladesh zijn lokale ondernemingen, vaak afdelingen van grote conglomeraten. Maar ook Vivo en Realme, die allebei onder de paraplu van China’s BBK Electronics vallen, evenals landgenoot Transsion hebben er hun eigen fabrieken opgezet.

    Tanzib Ahamed, manager bij Vivo Bangladesh, vertelt dat dit bedrijf een ‘aanzienlijk’ marktaandeel heeft binnengesleept sinds het in 2019 een lokale fabriek opstartte waardoor ‘de globale technologie veel betaalbaarder werd voor plaatselijke consumenten’.

    Een lokale woordvoerder van Realme, die gegevens van onderzoeksbedrijf Canalys aanhaalt, geeft aan dat zijn bedrijf nu in de top drie van Bangladesh’ smartphonemerken staat, met een aandeel van 14 procent. ‘We kunnen onze producten nu tegen een veel concurrerender prijs aanbieden aan de smartphonegebruikers,’ aldus de woordvoerder. De fabriek van het bedrijf in de stad Gazipur heeft op dit moment zeshonderd werknemers. ‘We registreren een fenomenale groei in Bangladesh.’

    Rezwanul Hoque, directeur van Transsions lokale eenheid, verwacht in de toekomst, als plaatselijke fabrieken de productie van systeemborden, batterijen, opladers en andere onderdelen starten, een nog lagere prijs voor telefoons te kunnen rekenen. 

    ‘We gebruiken nu Made in Bangladesh-telefoons. En daar zijn we trots op’

    Dit is uiteraard een trend waar klanten blij mee zijn. ‘We gebruiken nu Made in Bangladesh-telefoons. En daar zijn we trots op,’ aldus privébankier Atiqur Rahman. Volgens hem moeten de prijzen van smartphones nog verder dalen, zodat ook mensen met lagere inkomens toestellen van goede kwaliteit kunnen kopen.

    Het grote aantal plaatselijk geproduceerde telefoons is ook te danken aan een groeiende economie. Vóór de pandemie groeide het bruto binnenlands product een paar jaar lang met meer dan 7 procent, en in het boekjaar dat eindigde op 30 juni 2020 was het bbp met 5,2 procent toegenomen, meldde de minister van Financiën. Weliswaar een lager percentage dan in de voorgaande jaren, maar alsnog het hoogste in Azië, aldus de minister.

    Bangladesh beschikt over 45 miljard dollar aan deviezenreserves, voldoende voor een half jaar importdekking, en ontving het afgelopen boekjaar meer dan 21 miljard dollar aan afdrachten van burgers die in het buitenland werken – een cijfer dat volgens de verwachting van de minister zal oplopen tot 25 miljard dollar. Bovendien verdient het land jaarlijks bijna 40 miljard dollar aan goederenexport.

    Ook de 175,27 miljoen actieve mobieletelefoonrekeningen die Bangladesh eind mei telde – waarmee het land hoog scoort in de Aziatische top tien – maakt volgens Bangladesh‘ telecomautoriteit dat het land veel merken aantrekt.

    Consumenten kunnen hun geliefde toestellen nu voor een betaalbare prijs aanschaffen

    Union Group, het lokale conglomeraat dat onder contract bij de in Finland gebaseerde merkeigenaar HMD Global Nokiatelefoons maakt, streeft ernaar om binnenkort met de productie van 500.000 toestellen per maand te beginnen, meldt business controller Mohammed Asif Alamgir. ‘Nokia is een oud en vertrouwd merk vergeleken met Chinese fabrikanten. Geen enkele concurrent kan tegen hen op.’ Woordvoerder Takayuki Omino voegt daaraan toe dat consumenten hun geliefde Nokiatoestellen binnenkort voor een betaalbare prijs kunnen aanschaffen.

    Een functionaris van het ministerie van Post, Telecommunicatie en Informatietechnologie kondigde aan dat ook Xiaomi en Motorola – dat nu deel uitmaakt van het Chinese Lenovo – momenteel werken aan plannen voor lokale productie. Dit wordt echter door Lenovo-woordvoerder Genevieve Hilton ontkend, en Xiaomi heeft niet gereageerd op vragen van Nikkei Asian Review.

    Export

    De lokale telefoonproducenten beginnen ook export te overwegen. Walton is gestart met de montage van telefoons voor een buitenlands merk. Volgens Uday Hakim, uitvoerend directeur bij Walton Hi-Tech Industries, vond de eerste verzending naar de VS plaats in maart. Walton heeft ook toestellen van eigen merk naar Nepal geëxporteerd, maar deze export is vanwege de pandemie tijdelijk stil komen te liggen.

    Ook Fair Group, het lokale conglomeraat voor het in elkaar zetten van Samsungtelefoons, richt zich op buitenlandse markten. ‘We verwachten dat we in 2023 of 2024 toestellen uit Bangladesh gaan exporteren,’ aldus hoofd marketing Mohammed Mesbah Uddin. ‘Bijna alle wereldwijde merken zijn bezig hier fabrieken op te zetten of hebben daar een vergunning voor verkregen.’ Als het zover is, schat hij, zal 95 procent van de smartphones voor de binnenlandse markt lokaal worden geproduceerd.

    Edison Group, een ander lokaal conglomeraat, maakt telefoons onder de eigen merknaam Symphony. ‘We streven ernaar om van Bangladesh een regionaal centrum voor de productie van mobiele telefoons te maken,’ aldus directeur Jakaria Shahid. Hun export zal naar verwachting volgend jaar van start gaan. 

  • Taliban dreigen ‘sleutelstad‘ in te nemen | Bolivia krijgt Russische kernreactor

    Taliban dreigen ‘sleutelstad‘ in te nemen | Bolivia krijgt Russische kernreactor

    Taliban dreigen eerste provinciehoofdstad in te nemen

    In Afghanistan dreigt Lashkar Gah, de hoofdstad van de zuidelijke provincie Helmand, in handen van de taliban te vallen, meldt The New York Times. De opstandelingen rukken op naar het centrum van deze ‘sleutelstad’, ‘ondanks gecoördineerde Amerikaanse en Afghaanse luchtaanvallen in de afgelopen dagen’.

    Berichten uit de stad zijn ‘triest’, schrijft de krant: ‘Mensen ontvluchten hun huizen, een stadsziekenhuis is gebombardeerd en regeringsversterkingen arriveren nu pas, na dagen van vertraging’. Mochten ze erin slagen de stad in te nemen, ‘dan zou het de eerste provinciehoofdstad zijn die sinds 2016 in handen van de taliban valt’.

    Lees ook:


    Bolivia krijgt Russische kernreactor

    Het Russische atoomagentschap Rosatom heeft maandag de bouw hervat van een kernreactor voor het Centrum voor Onderzoek en Ontwikkeling van Nucleaire Technologie (CIDTN) van Bolivia bericht MercoPress. De reactor maakt deel uit van een civiel atoomenergieplan voor vreedzame doeleinden, dat wordt gesteund door het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie. De regeringen van Bolivia en Rusland ondertekenden in maart 2016 een overeenkomst voor de bouw van het nucleaire onderzoekscentrum, maar het project kwam in 2019 stil te liggen.

    De reactor in de stad El Alto, op 4.000 meter boven de zeespiegel, wordt de hoogste ter wereld. ‘Ongeëvenaard’, aldus het Russische persbureau Novosti.


    Edelstenen, hoe groter hoe beter

    Een troon van amethist met een gewicht van één ton à 45.000 dollar: Crystalarium, een edelstenenwinkel in West-Hollywood, verkocht er recentelijk vier stuks van. Kristallen en mineralen zijn enorm populair geworden bij de meer vermogenden der aarde en het motto is: hoe groter hoe beter, zo signaleert The Los Angeles Times.

    De wereldwijde markt van (half)edelstenen wordt nu geschat op ruim 1 miljard dollar. Zangeres Adele houdt ze vast tijdens optredens om plankenkoorts te overwinnen en model Naomi Campbell reist er mee. Er zijn vochtinbrengende crèmes met kristallen, er is een Kim Kardashian-lijn van parfums met kristalthema in kristalvormige flessen. Victoria Beckham ontwierp een lijn broeken met geheime zakken voor kristallen. Het fenomeen werd verder aangejaagd door de pandemie: veel welvarenden zaten een groot deel van het afgelopen jaar binnen, zagen minder mogelijkheden voor opzichtige uitgaven en kozen ervoor om hun huizen te bezielen met de ‘genezende’ energie van stenen.

  • Guatemalteken eisen aftreden president | Bouwverbod door gebrek aan water

    Guatemalteken eisen aftreden president | Bouwverbod door gebrek aan water

    Guatemalteken eisen aftreden president

    Duizenden Guatemalteken zijn op donderdag 29 juli ‘meer dan zeven uur achtereen’ de straat opgegaan om het aftreden van president Alejandro Giammattei en procureur-generaal Maria Consuelo Porras te eisen, meldt La Hora. Deze vreedzame betogingen komen volgens de Guatemalteekse krant na het ontslag vorige week van een officier van justitie die zich richtte op anti-corruptie.

    In Guatemala-Stad, de hoofdstad, kwamen de demonstranten samen op het Plein van de Grondwet, ‘waar zij met affiches en leuzen uiting gaven aan hun ontevredenheid over de situatie in het land’, schrijft La Hora.


    Ghannouchi roept zijn achterban op de straat op te gaan

    Donderdag sprak Rached Ghannouchi, de voorzitter van de islamistische partij Ennahda en van het Tunesische parlement – dat voor dertig dagen is geschorst – met Agence France-Presse, terwijl ‘de wereld voor hem hermetisch is afgesloten’, schrijft Tunisie Numérique, De site vat het resultaat samen als ‘een toespraak met een gemengde boodschap, tussen verzoening, dreigementen en oproepen aan zijn achterban‘.

    ‘Hij presenteerde zichzelf als het slachtoffer van een staatsgreep’

    ‘Zoals verwacht presenteerde hij zichzelf als het slachtoffer van een staatsgreep en de ultieme hoeder van de democratie in Tunesië, of zelfs van de Arabische Lente.’ Hij zei dat hij de voorkeur wilde geven aan de weg van de dialoog, alvorens ‘de essentiële boodschap die hij wilde overbrengen’ te verkondigen: ‘dat hij bereid is het volk te vragen de democratie te verdedigen’. ‘Dit klonk als een bedreiging aan de staat en als een oproep voor zijn achterban’, aldus Tunisie Numérique.


    Bouwverbod door gebrek aan water

    Het oude cowboystadje Oakley, gelegen op ongeveer een uur rijden ten oosten van Salt Lake City in de Amerikaanse staat Utah, is een van de eerste steden in de VS die doelbewust stopt met stadsuitbreiding vanwege een gebrek aan water, schrijft The New York Times. De bron, die pioniers ooit gebruikten om hun akkers te bevloeien en die nu drinkwater levert, is aan het opdrogen na de verzengende hitte dit jaar. Daarom heeft het stadsbestuur besloten om een bouwverbod in te stellen.

    Tijdens de pandemie nam de vastgoedmarkt in Oakley een hoge vlucht

    Tijdens de pandemie nam de vastgoedmarkt in de 1750 inwoners tellende stad een hoge vlucht omdat arbeiders van de westkust toestroomden en er ook veel weekendverblijven werden gebouwd. Maar aangezien al die nieuwkomers water nodig hebben, stelde Oakley een bouwverbod in voor nieuwe huizen die zouden moeten worden aangesloten op de waterleiding van de stad. Experts verwachten dat dit een voorbode is voor andere steden in het heter en droger wordende Westen van de VS.


    Italië verdient aan ‘mooi en goed gemaakt’

    Italiaanse producten die ‘mooi en goed gemaakt’ kunnen worden genoemd, genereren jaarlijks zo’n 135 miljard euro aan export, aldus de industriële werkgeversfederatie Confindustria, die opdracht gaf tot het rapport Export Dolce Vita. ‘Mooi en goed gemaakt’ is een belangrijk aspect voor de Italiaanse export en is van toepassing op uiteenlopende producten die in Italië worden vervaardigd. Volgens het rapport wordt het meeste geld verdiend met de drie F’s: Fashion, Food en Furniture, bericht ANSA.

    De studie ziet een verder groeipotentieel van zo’n 82 miljard euro en wijst nadrukkelijk op China waar de komende vijf jaar zo’n 70 miljoen ‘nieuwe rijken’ bij zullen komen.

  • Tunesische president stuurt premier en parlement weg | Vrachtschepen grote vervuiler

    Tunesische president stuurt premier en parlement weg | Vrachtschepen grote vervuiler

    Tunesische president doet greep naar de macht

    Kaïs Saïed ‘neemt het lot van het land in handen’, kopte Kapitalis op zondag 25 juli. De Tunesische president had zojuist tijdens een avondtoespraak aangekondigd dat hij de werkzaamheden van het parlement voor dertig dagen zou bevriezen en de regeringsleider, Hichem Mechichi, zou ontslaan, na een dag van demonstraties tegen de Tunesische regering.

    ‘Na de protesten die vandaag uitbraken in alle steden van het land en de botsingen met de ordetroepen, in een context van een ernstige economische en gezondheidscrisis, heeft president Kaïs Saïed zich uiteindelijk neergelegd bij het activeren van artikel 80 van de grondwet van 2014, om te proberen het land te redden van aangekondigde wanordelijkheden‘, schrijft het Franstalige nieuwsportaal.

    Zijn rivalen beschuldigen de president van een ‘staatsgreep’

    Terwijl sommigen op straat het besluit van de president uitzinnig verwelkomden, zo meldt Al-Jazeera, beschuldigden zijn rivalen hem van een ‘staatsgreep’, waaronder de voorzitter van het Tunesische parlement en leider van de islamistische partij Ennahda, Rached Ghannouchi.

    Het Qatarese nieuwskanaal legt uit: ‘Dit is de grootste uitdaging tot nu toe voor een grondwet uit 2014 die de bevoegdheden verdeelt tussen de president, de premier en het parlement.’

    Vooropgezet plan

    De acties van de president komen drie maanden nadat nieuwssite Middle East Eye ‘een brief onthulde die geschreven was door Saïeds topadviseurs waarin hij aandrong op het overnemen van de macht in het land’. De president ontkende destijds dat hij van plan was om wat toen een ‘constitutionele staatsgreep’ werd genoemd, te plegen.

    De aankondiging van zondag, aldus de in Londen gevestigde pan-Arabische nieuwssite, ‘ging verder dan het plan dat in mei werd geschetst, in die zin dat de president aankondigde dat hij premier Mechichi had ontslagen en het parlement had geschorst, hetgeen niet voorzien is in de grondwet’. In mei kreeg het staatshoofd geen steun van de Tunesische veiligheidstroepen, die verklaarden dat zij niet bij het politieke proces wilden worden betrokken, aldus Middle East Eye.

    De president van de republiek heeft nu wel onmiddellijk het leger ingezet om de uitvoering van de aangekondigde besluiten te verzekeren. De militairen hebben met name de controle overgenomen van het parlement, dat nu voor iedereen verboden terrein is, ook voor parlementsleden. De door ziekte verzwakte voorzitter van het Parlement, Rached Ghannouchi, begaf zich niettemin om 2 uur ’s nachts naar de ingang van het Parlement, vergezeld door vicevoorzitter, Samira Chaouachi. In een surrealistische scène, live gefilmd, werd Rached Ghannouchi de toegang geweigerd tot de instelling waarvan hij voorzitter is.

    ‘Wij hebben gezworen de grondwet te beschermen’, zegt de vice-president tegen de soldaat, die onmiddellijk terugslaat: ‘Wij hebben gezworen het land te beschermen’, is te horen op de video, die werd verspreid door Business News.

    Algemeen ongenoegen

    Eerder die dag, op de vierenzestigste verjaardag van de proclamatie van de Tunesische Republiek, had een ‘opstandige jeugd’ op straat uiting gegeven aan haar ‘algemeen ongenoegen met de verslechterde de situatie in het land’, meldt Kapitalis in een ander artikel. Er vonden in Tunis, Sousse, Gafsa, Bardo, waar het parlement is gevestigd, ‘en in andere Tunesische steden’ demonstraties ‘tegen de regering en het politieke systeem van na 2011 [datum van de Tunesische revolutie]’ plaats.

    De ‘voornaamste doelwitten’ waren de islamistische partij Ennahda – de belangrijkste partij in het parlement – en voorzitter Rached Ghannouchi, maar ook ‘Hichem Mechichi en Kaïs Saïed kregen ervan langs’, aldus Kapitalis.

    De regeringsleider, Hichem Mechichi, heeft maandag verklaard mee te werken aan een machtsoverdracht met de toekomstige premier die door de president wordt aangewezen, meldt La Presse.

    ‘Mechichi verklaarde dat hij aan de kant stond van het Tunesische volk en hun keuzes, en dat hij terugtrad uit elke verantwoordelijke functie’, aldus de Tunesische krant. Op maandag heeft president Kaïs Saïed ook de ministers van Defensie en Justitie ontslagen.

    ‘De VS hebben sinds de revolutie van 2011 meer dan 1,4 miljard dollar aan hulp toegezegd aan Tunesië’

    De regering-Biden is ‘bezorgd over de ontwikkelingen in Tunesië’, zei Jen Psaki, woordvoerster van het Witte Huis, maandag, en riep op tot respect voor ‘democratische beginselen’. Indien de Amerikaanse regering de gebeurtenissen als een staatsgreep zou beschouwen, ‘zou de Amerikaanse hulp aan Tunesië op losse schroeven kunnen komen te staan’, schrijft The Washington Post. ‘De Verenigde Staten hebben sinds de revolutie van 2011 meer dan 1,4 miljard dollar aan hulp toegezegd aan Tunesië, waaronder honderden miljoenen aan militaire steun.’

    ‘Was het een machtsgreep van de president of een tijdelijke maatregel om het land weer op de rails te krijgen?’ vraag BBC. ‘Hoe snel een nieuwe premier wordt benoemd – en hoe snel een nieuw plan voor de toekomst wordt gecommuniceerd – zal van cruciaal belang zijn voor wat er daarna gebeurt.’

    ‘Staatsgreep of niet, de islamisten hadden het verdiend!‘ aldus het Tunesische Business News, ‘De regering is een echokamer geworden voor de besluiten van de islamisten van Ennahdha‘, verklaart de krant.

    Lees ook:


    Vrachtschepen zijn grote vervuiler

    Uit een rapport van Pacific Environment en Stand.earth blijkt dat vijftien bedrijven, waar onder Walmart, Ikea en Amazon, verantwoordelijk zijn voor miljoenen tonnen aan milieuvervuiling en CO2-emissies, schrijft Gizmodo. De verontreiniging is te wijten aan de import van goederen middels vrachtschepen. Het rapport over de milieuschade, dat dinsdag werd gepubliceerd, is gebaseerd op moeilijk toegankelijke gegevens over internationale scheepvaart.

    De scheepvaart is verantwoordelijk voor 2,2 procent van de wereldwijde CO2-emissie

    Tegenwoordig wordt ongeveer 80 procent van de mondiale handel gedistribueerd door ongeveer 50.000 schepen en die aantallen zullen verder toenemen. In 2050 zullen vrachtvolumes met maar liefst 130 procent groeien naarmate Amazon een groter deel van de wereld verovert en transport over de wereld op grotere schaal beschikbaar wordt. Vrachtschepen varen op extreem vuile en goedkope brandstof, de zogenoemde ‘bunkerbrandstof’, die veel verontreinigende stoffen genereert. Geschat wordt dat de zeescheepvaart verantwoordelijk is voor 10 tot 15 procent van de wereldwijde emissies van zwaveloxide en distikstofmonoxide. Daarnaast is de scheepvaart verantwoordelijk voor 2,2 procent van de wereldwijde koolstofemissie.


    Tekort van 3,5 miljard dollar

    MTA, de organisatie voor openbaar vervoer in en om New York en de grootste van de Verenigde Staten, rekent voor de jaren 2024 en 2025 op een tekort van 3,5 miljard dollar (bijna 3 miljard euro), gezien de verwachting dat het moeilijk zal worden om passagiers terug te winnen na de pandemie, bericht Bloomberg.

  • Van visvoer tot megatrend: de evolutie van de erwt

    Van visvoer tot megatrend: de evolutie van de erwt

    Hoewel de smaak weinig markant is en de kleur wat aan de bleke kant, worden vrijwel alle eigenschappen van de erwt bejubeld. En de populariteit van de onopvallende peulvrucht zal alleen nog maar toenemen in een toekomst waarin vlees meer en meer wordt vervangen door de plantaardige variant.

    Op de velden rond het dorpje Knau in het zuiden van Thüringen staan dit voorjaar niet alleen zachtjes in de wind wuivende graanhalmen. Op 260 hectare schieten er ook de ranken van kruidachtige planten met groene bladeren uit de grond. In de vier Duitse fabrieken van de Emsland-groep – met een omzet van jaarlijks meer dan 600 miljoen euro een van de grootste verwerkers van agrarische producten in Europa – lopen niet meer enkel aardappelen over de lopende band. Met tonnen tegelijk worden er ook kleine korrelige vruchten schoongemaakt en opgesplitst. En nu op tv de reclameslogan ‘Vlees mevrouw, u weet wel waarom’ allang niet meer te zien valt, laat Amidori, een start-up uit Bamberg, zijn vegetarische braadworsten en gehaktballen aanprijzen door een animatiefiguurtje: een sprekende erwt. 

    De erwt is hét gewas van dit moment. En veel wijst erop dat de opmars die hij enkele jaren geleden begon, nog wel even voort zal duren. Dat is niet alleen zo in Duitsland, maar overal ter wereld: jaar na jaar worden er wereldwijd meer erwten geoogst; de grootste producenten zijn Canada en China. Het areaal waarop in Duitsland erwten geteeld wordt, is de laatste tien jaar verdubbeld. En nog altijd groeit de vraag sneller dan het aanbod. Tegenwoordig vertegenwoordigt deze onopvallende peulvrucht – in het spraakgebruik symbool voor alles wat nietig is – een miljardenmarkt. Daarop zijn landbouwbedrijven als Agrofarm Knau uit Thüringen actief, maar ook gevestigde ondernemingen zoals de Emsland-groep of opkomende bedrijven zoals Amidori.

    Megatrends

    Hoe kan dat? Maar liefst twee megatrends hebben de erwtenbusiness de wind in de rug gegeven. Als eerste: de zorg voor het milieu. Erwten bevatten veel eiwit, evenals linzen en bonen. Bovendien zijn ze goed voor de grond. Ze slaan er namelijk stikstof in op. Een boer die op een akker peulvruchten teelt, hoeft het volgend jaar minder kunstmest te gebruiken. Met als plezierig ecologisch bijeffect: wie erwten of veldbonen oogst, heeft voer voor het eigen vee. Voor de eiwitverzorging van zijn dieren hoeft deze boer dan niet langer zoveel soja uit Amerika te halen, een product dat als genetisch gemanipuleerde plant en notoire regenwoudkiller toch al in een kwaad daglicht staat. Om dit dubbel heilzame effect te bevorderen heeft de Duitse overheid in 2014 een ‘eiwitstrategie’ afgekondigd. Ook de EU zet een deel van haar agrarische subsidies in op de teelt van peulvruchten; sommige Duitse deelstaten zoals Thüringen leggen daar nog geld bij. Het was de prozaïsche reden voor bedrijven als Agrofarm in Knau om op grote schaal haar erwtenareaal uit te breiden. Zonder die subsidies, zo geven de boeren toe, zouden ze veel minder erwten telen.

    Op het moment dat politici en bureaucraten hun stimuleringsregelingen ontwierpen, was er van veggieburgers, visloze vis en melk zonder koeien nog maar nauwelijks sprake. Sindsdien hebben miljoenen mensen hun voedingspatroon aangepast – geen dierlijk voedsel meer, maar plantaardige vervangers. Aangespoord door gezondheidsapostelen, dierbeschermers en klimaatredders in Californië en aan de Amerikaanse oostkust, maar inmiddels ook salonfähig bij de gegoede burgerij in eigen land (zij het nog niet bij een meerderheid), is dat de tweede megatrend ter verklaring van de zegetocht van de erwt. De grote zoektocht naar alternatieven voor vlees, vis en melkproducten haalt tegenwoordig de hele levensmiddelenindustrie overhoop; vanwege de fantastische winstvooruitzichten zorgt hij over de hele wereld voor schitterende ogen bij financiële beleggers; zelfs het verder zo biovriendelijke pluimveeconcern PHW (Wiesenhof) doet hij ijverig samenwerken met fabrikanten van eiervervangers en vleesloze burgers. 

    En nu komt de clou: in deze burgers zit geen rundergehakt maar vooral erwtenpuree. Let wel, niet gemaakt van die groene erwten uit de diepvrieskast, maar van die gele korrelerwten die vroeger vooral aan het vee werden gevoerd en in de keuken tot hooguit een stevige soep werden verwerkt. Die tijden zijn voorbij. Met dank aan de veggiegolf. Tegenwoordig zit in alles erwten: in de tonijnvervanger van het Amerikaanse bedrijf Good Catch net zo goed als in het alom aangekondigde melkalternatief van VLY uit Berlijn, nog zo’n start-up uit het geheel van veggiebedrijven. Zelfs de Zwitserse voedingsmiddelengigant Nestlé brengt een erwtendrank op de markt. 

    Het is haast een wonder dat de erwt niet al veel eerder ontdekt is als een plant met grote toekomst

    Waarom groeide uitgerekend de erwt uit tot superster van de vleesvervangersbranche? Natuurlijk omdat hij zoveel eiwit bevat, tenslotte is dat de voedingsstof die vlees, vis en melk zo interessant maakt voor menselijke voeding. Maar ook alle overige peulvruchten bevatten veel eiwit. En subsidies die voor lage prijzen zorgen, zijn er ook voor linzen en bonen. Wat maakt de erwt dan zo bijzonder?

    Nina Blijdorp kan ons dat precies uitleggen aan de hand van een tabel met heel veel cijfers. Blijdorp is productmanager voor haver en erwten bij plantenverdelingsbedrijf KWS Saat in Einbeck; haar tabel bevat de aminozurenprofielen van een tiental verschillende planten. Want een eiwit is niet zomaar een eiwit, experts weten dat ze op onderdelen sterk kunnen verschillen: hoeveel histidine bevat het, hoeveel lysine, hoeveel fenylalanine? De erwt heeft alles precies in de juiste verhoudingen: een perfecte middelmaat. Bovendien bevat hij vrijwel geen stoffen die allergieën kunnen veroorzaken. En nog beter: de erwt doet dat allemaal zonder zelf erg veeleisend te zijn. ‘Hij heeft bijvoorbeeld maar ongeveer half zoveel water nodig als de veldboon,’ vertelt Nina Blijdorp.

    ANP 68140200
    Een erwtenoogstmachine leegt peulvruchten in een trailer van diepvriesbedrijf Frosta in Lommatzsch, Duitsland. Bijna alle erwten die in Duitsland worden gegeten, zijn diepgevroren. Bedrijven en boerderijen moeten in de vroege zomer voldoende erwten oogsten om aan de vraag van het hele jaar te voldoen. – © Sebastian Kahnert/dpa-Zentralbild/dpa/Newscom

    Zo bezien is het haast een wonder dat de erwt niet al veel eerder ontdekt is als een plant met grote toekomst. Het tegendeel was het geval. In de afgelopen vijftig jaar, zo geeft Nina Blijdorp toe, zijn er maar heel weinig pogingen ondernomen om de opbrengst te vergroten of de planten robuuster te maken. ‘De erwt was enigszins verwaarloosd, een soort weeskind. Maar sinds ongeveer vijf jaar is dat anders. Nu tonen landbouw en voedingsmiddelenindustrie ineens heel veel belangstelling voor onze veredelingspogingen.’ 

    Een paar jaar voor de meeste anderen ontdekte Friedrich Büse, de grondlegger van Amidori, het potentieel van de erwt. Büse voldeed dan ook aan de ideale voorwaarden om op dit gebied een pionier te worden. Opgeleid tot kok en slager werkte hij lange tijd in de vleeswarenindustrie. Tot hij zijn geloof in het hervormingsvermogen van zijn branche in de richting van meer dierenwelzijn en betere arbeidsomstandigheden verloor en het plan opvatte een onderneming te stichten die op planten gebaseerde alternatieven voor vlees op de markt moest brengen. Zo schildert Friedrich Büse het in elk geval zelf. ‘Sinds 2008 heb ik daarvoor diverse mogelijke eiwitbronnen onderzocht. Aanvankelijk stonden er zestien planten op mijn lijstje. In 2012 was duidelijk dat in Duitsland de erwt de meeste kansen bood. En in 2015 hadden we vervolgens de eerste oogst.’ In datzelfde jaar richtte Friedrich Büse in Bamberg Amidori op.

    Visvoer

    Vanuit landbouweconomisch perspectief is het een voordeel dat de erwt als voedingsmiddel in Europa een lange traditie heeft. ‘De boeren zijn er goed mee bekend,’ zegt Büse. ‘Bovendien laten erwten zich gemakkelijk opslaan. En waar koolzaad en linzen te klein zijn om ze in het productieproces veel verder te verwerken, hebben erwten daarvoor precies de juiste grootte.’ Zelfs wat in vroegere tijden eerder in het nadeel van de gele erwt was, verkeert nu in haar triomf. Dat de smaak weinig markant is en de kleur aan de bleke kant, maakt haar juist heel geschikt als proteïnebron voor vleesvervangers – die moeten immers niet op peulvruchten lijken en ernaar smaken, maar naar gehakt of braadworst, waarvoor dan weer een reeks andere plantaardige ingrediënten moet zorgen.

    Nu zit het zo: het vee in de stal vreet de korrelerwten zoals die in hun schil gegroeid zijn; ze hoeven alleen klein te worden gemaakt. Maar in de veggieburgers komen de erwten niet rechtstreeks van het veld, het deeg voor de plantaardige gehaktballen mengt ook vrijwel niemand thuis in de keuken. Daarvoor zijn de recepturen veel te complex. (Dat is ook een reden waarom vervangingsproducten zich zo goed lenen voor het opbouwen van merken met relatief hoge prijzen: aan de toonbank betaalt de klant ook voor de productie-knowhow van de producent.) De branche van nieuwe, alternatieve voedselproducenten noemt zich niet voor niets met een chic Engels woord FoodTech. Om aan de behoeften van deze FoodTech-bedrijven te voldoen, worden de erwten na de oogst eerst uitgesplitst in commercieel bruikbare bestanddelen. 

    Dat gebeurt bijvoorbeeld in de fabrieken van de Emsland-groep. Circa 180.000 ton erwten worden hier jaarlijks verwerkt. Ook op dit onderdeel van waardetoevoeging heeft een gunstig toeval de opmars van de erwt vereenvoudigd: het proces van schoonmaken, fijnwrijven, filteren en drogen dat de vrucht keurig uitsplitst in vezels, zetmeel en zogeheten proteïne isolaat met een zo hoog mogelijke eiwitconcentratie, hoefde niet specifiek voor de erwt te worden uitgevonden. Hetzelfde principe en dezelfde installaties worden op veel grotere schaal toegepast voor de verwerking van aardappelen. Met dit verschil dat de aardappel van oudsher vanwege haar zetmeel wordt gewaardeerd, terwijl het bij de erwt om het eiwit gaat.

    Binnen tien, misschien zelfs vijf jaar kan naar schatting van branchekenners 10 procent van het totale vleesverbruik van de wereldbevolking uit plantaardige vervangers bestaan

    Dat was overigens niet altijd zo, meldt Christian Kemper, een van de bedrijfsleiders van de ooit door aardappelboeren opgerichte Emsland-groep. ‘Het eiwit was een bijproduct; van groter belang was de vraag naar erwtenzetmeel en erwtenvezels vanuit de bakkerij- en zoetwarenindustrie, maar ook vanuit de papier- en textielproductie.’ Aan het begin van deze eeuw werd de overtollige erwtenproteïne nog vooral tot visvoer verwerkt. Stapje voor stapje is vervolgens echter het proteïne isolaat, een beige poeder, uitgegroeid tot het gewilde product. ‘Eerst werd het gebruikt voor sportvoeding, in de vorm van shakes en repen,’ vertelt Kemper. ‘Voor visvoer is erwtenproteïne inmiddels te duur geworden. Tegenwoordig leveren we circa 70 procent van deze proteïne aan fabrikanten van vleesvervangers.’

    In Duitsland is de omzet het afgelopen jaar met een kleine 40 procent gestegen tot 375 miljoen euro. Dat is weinig in vergelijking met de huidige 40 miljard euro die de vlees- en worstmarkt per jaar omzet. Maar de groeipercentages zijn enorm en er is sprake van een wereldwijde markt. Binnen tien, misschien zelfs vijf jaar, kan naar schatting van branchekenners 10 procent van het totale vleesverbruik van de wereldbevolking uit plantaardige vervangers bestaan. En dat betekent maar één ding: de wereld heeft meer erwten nodig.

    Wie daarvan overtuigd is, moet nu handelen. De Emsland-groep beraadt zich over de volgende grote investering in het verwerkingsproces van erwten. Friedrich Büse van Amidori stelt voor de tweede helft van dit jaar nieuwe producten in het vooruitzicht. En de plantenveredelaars van KWS Saat werken aan een erwtenplant met meer ranken en minder bladeren, die in oogsttijd niet meer zo vlak tegen de grond ligt. Dat is zo’n beetje de enige eigenschap van de erwt waarover momenteel niet wordt gejubeld.

  • Taliban controleren groot deel van de grens | Maduro is bereid tot dialoog met oppositie

    Taliban controleren groot deel van de grens | Maduro is bereid tot dialoog met oppositie

    Taliban claimen 90 procent van de grens te controleren

    Nu het einde van de terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Afghanistan nog maar enkele weken is verwijderd, hebben de taliban donderdag verklaard dat zij 90 procent van de grenzen van het land controleren. Zonder steun van de VS hebben de regeringstroepen moeite om het offensief van de opstandelingen in te dammen.

    In een interview met het officiële Russische persbureau Sputnik zei een woordvoerder van de taliban donderdag dat de grenzen van Afghanistan met Turkmenistan en Iran ‘volledig’ onder controle van de taliban staan. ‘Wij hebben ook de grens met Pakistan in handen – op enkele kleine delen na’, zei Zabiullah Mujahid.

    Volgens Gulf News zeiden de taliban ook dat zij ‘de aanwezigheid van de terreurgroep Islamitische Staat in Afghanistan niet zouden tolereren’ en dat het land na de terugtrekking van de VS geen buitenlandse troepen in het land zou toelaten, zelfs niet van Turkije, ‘dat met Washington in gesprek is om het beheer van de luchthaven van Kaboel over te nemen’.

    ‘We zullen geen enkele buitenlandse troepenmacht in het land zullen toelaten, onder welk voorwendsel dan ook’

    ‘Wij hebben het standpunt van Turkije reeds verworpen en duidelijk gemaakt dat wij na de terugtrekking van de VS uit Afghanistan geen enkele buitenlandse troepenmacht in het land zullen toelaten, onder welk voorwendsel dan ook’, aldus Mujahid.

    Enkele weken geleden concludeerde de Amerikaanse inlichtingendiensten dat de Afghaanse regering reeds zes maanden na de terugtrekking van de internationale troepen zou kunnen vallen. CIA-directeur William Burns weigerde die voorspelling in een interview met NPR te onderschrijven, maar erkende wel dat ‘de ontwikkelingen zorgwekkend zijn’.

    ‘De taliban bevinden zich waarschijnlijk in de sterkste militaire positie sinds 2001’

    De taliban boeken ‘aanzienlijke’ vooruitgang, zei hij, en bevinden zich ‘waarschijnlijk in de sterkste militaire positie sinds 2001’, toen de taliban Afghanistan onder controle hadden voordat zij door de Amerikanen werden verdreven.

    Hoewel de Amerikaanse president Joe Biden heeft beloofd dat de terugtrekking van troepen eind augustus zal zijn voltooid – 95 procent van de troepen heeft het land al verlaten – blijven de Amerikaanse troepen de Afghaanse regering steunen met de middelen die zij nog hebben.

    Woensdagavond heeft het Amerikaanse leger nog aanvallen uitgevoerd op de taliban in de provincie Kandahar, die gericht waren tegen ‘Amerikaans materieel dat aan de Afghaanse strijdkrachten was overgedragen en door de taliban in beslag was genomen’, meldt CNN.

    Nieuwe strategie

    ‘Een volledige overname door de taliban is een mogelijkheid’, naast ‘vele andere scenario’s’, constateert de Amerikaanse generaal Mark Milley. ‘Wij volgen de situatie op de voet, en ik denk niet dat de uitkomst van het conflict al vaststaat’, zei hij.

    Reuters sprak met hoge Amerikaanse en Afghaanse ambtenaren die zeggen dat de Afghaanse regeringstroepen, na talrijke tegenslagen op het terrein, op het punt staan hun militaire strategie te wijzigen. Zij zullen hun troepen nu ‘concentreren rond de meest kritieke gebieden, zoals Kaboel en verscheidene andere steden, grensovergangen en essentiële infrastructuur’.

    ‘Deze politiek gevaarlijke strategie zal onvermijdelijk resulteren in het afstaan van grondgebied aan de opstandelingen’, aldus Reuters. ‘Maar het lijkt noodzakelijk om het verlies van provinciehoofdsteden te voorkomen.’

    Officieel worden de besprekingen tussen de taliban en de regering voortgezet, overeenkomstig het Doha-akkoord, waarin de voorwaarden voor Amerikaanse terugtrekking in 2020 zijn vastgelegd.

    ‘De taliban hebben alleen maar laten zien dat zij niet van plan zijn vrede te sluiten’

    ‘Een delegatie van de Afghaanse regering en vertegenwoordigers van de taliban kwamen afgelopen weekend bijeen in Doha, maar de partijen konden het niet eens worden over het langverwachte staakt-het-vuren’, schrijft Al-Jazeera.

    Volgens de Afghaanse president Ashraf Ghani, geciteerd door Deutsche Welle, hebben de taliban alleen maar laten zien ‘dat zij niet van plan zijn vrede te sluiten’.

    Lees ook:


    Gebrek aan halfgeleiders in Brazilië

    De Braziliaanse Vereniging van Automobielfabrikanten, ANFAVEA, verwacht dit jaar 389.000 auto’s te exporteren, een stijging ten opzichte van een eerdere schatting van 353.000. ‘Het was nog nooit zo moeilijk om prognoses te maken in Brazilië. Naast sociaal-economische variabelen moeten we nu ook rekening houden met de pandemie, het vaccinatietempo, politieke instabiliteit en de wereldwijd haperende aanvoer van halfgeleiders’, aldus ANFAVEA-voorzitter Luiz Carlos Moraes tegenover MercoPress.

    Volgens Moraes daalde de productie van auto’s met 100.000 tot 120.000 stuks door het tekort aan halfgeleiders. Door meerdere noodzakelijke productiestops bij fabrikanten leverde juni met 166.947 voertuigen het slechtste resultaat in de afgelopen twaalf maanden.

    Maduro is bereid tot dialoog met oppositie

    De Venezolaanse president Nicolás Maduro heeft zich voorstander verklaard van onderhandelingen met de oppositie tijdens de aankomende besprekingen in Mexico, onder auspiciën van Noorwegen, meldt de pan-Amerikaanse website Infobae. ‘Wij zijn bereid aan tafel te gaan zitten met een realistisch, objectief en authentiek Venezolaans programma om alle noodzakelijke kwesties aan te pakken, teneinde vrede te bereiken en alle economische sancties op te heffen’, zei hij.

    Lees ook:

  • Myanmar worstelt met Delta-variant en geweld | China blokkeert beursgang VS

    Myanmar worstelt met Delta-variant en geweld | China blokkeert beursgang VS

    Beijing belemmert buitenlandse beursgang Chinese bedrijven

    De procedure voor een buitenlandse beursgang op markten zoals de New York Stock Exchange en de Nasdaq, zal worden herzien, aldus de Chinese regering. Volgens analisten zal dat gevolgen hebben voor enkele van de grootste deals op de mondiale financiële markten en zal het de gestage stroom van beursgangen door Chinese technologie- en biotechbedrijven in New York en Hongkong belemmeren, schrijft South China Morning Post.

    De Amerikaanse kapitaalmarkt is de populairste bestemming voor Chinese bedrijven

    De Amerikaanse kapitaalmarkt staat voor Chinese bedrijven bovenaan de mondiale ranglijst als bestemming voor een beursgang. Het aantal in de VS genoteerde Chinese bedrijven is de afgelopen zeven maanden met 14 procent gestegen, ook al bevonden de diplomatieke betrekkingen tussen beide landen zich op een dieptepunt. Op 5 mei waren maar liefst 248 Chinese bedrijven aan Amerikaanse beurzen genoteerd, tegenover 217 op 2 oktober 2020. Met een derde van ’s werelds totale beursintroductie-opbrengsten in de eerste helft van 2021 waren Chinese bedrijven verantwoordelijk voor het grootste aandeel van alle landen.


    Myanmar worstelt met Delta-variant en onderdrukking


    Terwijl de Delta-variant zich over het land verspreidt, sterven veel coronapatiënten door gebrek aan toegang tot beademingsapparatuur. Het is bijna onmogelijk geworden om in Myanmar aan zuurstof te komen, vooral nu het leger is begonnen met het gewelddadig uiteenjagen van degenen die zuurstoftanks proberen te bemachtigen.

    Het maakte hem niet uit dat de junta een avondklok heeft opgelegd. Thuya Aung was vastbesloten om zuurstof te vinden voor zijn met covid-19 besmette vader, die bedlegerig was in hun huis in Yangon. ‘De tijd drong‘, vertelde hij aan South China Morning Post. ‘Daarom moest ik naar buiten, ook al riskeerde ik door de soldaten gearresteerd of neergeschoten te worden.’ Een riskante maar uiteindelijk vergeefse missie. Zijn moeder belde hem, zijn vader was net overleden.

    Op maandag 12 juli, zo schrijft de krant uit Hongkong, meldden de Myanmarese gezondheidsautoriteiten 5014 nieuwe infecties, ‘waarmee voor het eerst de grens van 5000 infecties per dag werd overschreden’. Een dag eerder, voegt The Irrawaddy toe, werden 82 doden gemeld, opnieuw ‘het hoogste aantal sinds de staatsgreep van 1 februari’. In totaal zijn sinds het begin van de pandemie officieel bijna vierduizend mensen gestorven aan corona. Maar ‘velen denken dat deze cijfers een zware onderschatting zijn’, merkt de onafhankelijke site op, ‘in een tijd waarin er drie varianten, waaronder Delta, in het hele land rondgaan’.

    Zuurstoftekort

    De Delta-variant legt een zware druk op de medische infrastructuur van het land, maar ook op de zuurstofvoorraden. Net als Thuya Aung hebben veel mensen moeite om zuurstoftanken te vinden, waarvan de prijs de pan uit rijst. The Irrawaddy meldt dat tot voor kort flessen van 40 liter werden verkocht voor 230.000 kyat (118 euro). ‘Nu gaan ze van de hand voor 350.000 kyat‘, oftewel 180 euro. Dit is een fortuin voor de meeste Birmezen. ‘Maar zelfs zij die het zich kunnen veroorloven, kunnen ze niet vinden’

    In Mandalay, zo meldt The Irrawaddy, hebben zich enorme rijen gevormd voor bedrijven die zuurstof produceren. Maar op zaterdag 10 juli kregen hun eigenaars de opdracht alleen te leveren aan ziekenhuizen en klinieken die door het ministerie van Volksgezondheid worden gecontroleerd. Het bevel voor het gehele land werd twee dagen later bevestigd door de woordvoerder van de junta, waardoor de mogelijkheden om het onontbeerlijke gas te verkrijgen nog verder werden beperkt.

    Volgens de nieuwswebsite Coconuts Yangon zijn de militairen op dinsdag 13 juli begonnen hun bevel kracht bij te zetten. In het Dagon-district van Yangon hebben soldaten schoten gelost om een menigte uiteen te drijven die hoopte zuurstof te krijgen. Naar verluidt joegen ze ook degenen weg die met een fles naar huis gingen. Er vielen geen gewonden, maar allen moesten hun zuurstoftanks achterlaten.

    Velen worden weggestuurd uit ziekenhuizen, die beweren dat ze niet genoeg bedden hebben

    Veel Myanmarezen sterven omdat ze geen beademingshulp kunnen krijgen. Zelfs in ziekenhuizen. Zo is ook het geval in Mandalay. ‘Gisteren zijn 23 mensen gestorven. We hebben vanmorgen ook negen mensen begraven’, zegt Ko Htwar Gyi, lid van een liefdadigheidsorganisatie in deze grote stad in het noorden van het land. Maar, zoals de vader van Thuya Aung, worden velen gewoon weggestuurd uit ziekenhuizen, die beweren dat ze niet genoeg bedden hebben, aldus South China Morning Post.

    Na de staatsgreep van 1 februari is een deel van het medisch personeel in staking gegaan om te protesteren tegen de afzetting van de gekozen regering van Aung San Suu Kyi. De protestbeweging gaat door en sommige van de stakers zitten nu achter de tralies of zijn slachtoffer geworden van gewelddadige represailles. Op 1 juli telde het Myanmar Doctors for Human Rights Network 240 aanvallen op gezondheidswerkers, waarvan zeventien met de dood tot gevolg.

    Lees ook:


    Demonstrant gedood in Cuba

    Een man werd maandag gedood in Cuba tijdens anti-regeringsprotesten, zo maakte het ministerie van Binnenlandse Zaken dinsdag 13 juli bekend. Een woordvoerder zei dat de 36-jarige was omgekomen terwijl hij deelnam aan de ‘onrust‘.

    ‘Dit is de eerste officieel bevestigde dode sinds het begin van de protesten tegen de communistische regering van het land op 11 juli’, schrijft de Spaanstalige website Cubanet, gevestigd in Florida.

    Lees ook:

  • Niall Ferguson over de betekenis van de dood: ‘We zijn allemaal gedoemd’

    Niall Ferguson over de betekenis van de dood: ‘We zijn allemaal gedoemd’

    Hoe moeten we betekenis geven aan de inmiddels al meer dan 4 miljoen wereldwijde coronadoden? Niall Ferguson zet die vraag in historisch perspectief. Welke rampspoed is ons in het verleden overkomen, hoe gingen we daar toen mee om, en – belangrijker nog – hoe kunnen we toekomstig onheil voorkomen?

    Deze gevallen wachtmeester, de Dood, is nauwgezet in zijn aanhoudingen. 

    – Hamlet 

    We zijn allemaal gedoemd 

    ‘We zijn gedoemd.’ Deze zin, uitgesproken door de Caledonische Cassandra van de Britse televisieserie Dad’s Army, soldaat James Frazer, was een van de terugkerende grappen uit mijn jeugd. De truc was om het te zeggen op het minst passende moment: als de melk op was of je de laatste bus naar huis had gemist. Er is een prachtige scène in een van de afleveringen (‘Uninvited Guests’) als Frazer – gespeeld door de geweldige John Laurie – de andere leden van zijn Home Guard-eenheid een bloedstollend verhaal vertelt over een vloek. Als jongeman was hij voor anker gegaan bij een eilandje in de buurt van Samoa, waar – volgens zijn vriend Jethro – de ruïne van een tempel lag, met daarin een afgodsbeeld dat versierd was met een gigantische robijn, ‘zo groot als een eendenei’. Het tweetal ging op weg om de robijn te stelen en hakte zich een weg door het dichtbegroeide bos. Maar net toen Jethro de edelsteen pakte, verscheen er ineens een medicijnman, die Jethro vervloekte met de woorden: ‘Dood! de robijn zal u de dood brengen! dooood.’ 

    Soldaat Pike: Is de vloek uitgekomen, meneer Frazer? 

    Soldaat Frazer: Ja, jongen, hij is uitgekomen. Hij is gestorven… vorig jaar; hij was zesentachtig.

    Schattingen voor de wereld als geheel stelden de levensverwachting tot 1900 onder de dertig jaar

    We zijn allemaal gedoemd, hoewel niet noodzakelijkerwijs vervloekt. Ik zal rond 2056 sterven, op z’n laatst. Mijn resterende levensverwachting op de leeftijd van zesenvijftig jaar en twee maanden is volgens het Amerikaanse ministerie van Sociale Zaken 26,2 jaar: daardoor kom ik uit op tweeëntachtig, vier jaar minder dan Frazers vervloekte vriend. Bemoedigender is het feit dat het Britse Office of National Statistics een man van mijn leeftijd twee jaar extra geeft, met een kans van 1 op 4 om de tweeënnegentig te halen. Om te zien of ik die getallen kon verbeteren, bezocht ik de site van Living to 100 Life Expectancy Calculator, die zijn schatting baseert op een gedetailleerde vragenlijst over je leefgewoonten en je familiegeschiedenis. Living to 100 vertelde me dat ik de eeuw waarschijnlijk niet zal halen, maar dat ik een gerede kans had om nog zesendertig jaar te leven. Het zou natuurlijk heel anders liggen als ik in januari 2020 covid-19 zou krijgen, een ziekte die destijds in mijn leeftijdsgroep een sterftekans met zich meebracht van 6 procent, en misschien iets hoger als we mijn milde astma meetellen. 

    De auteur

    De Schots-Amerikaanse historicus Niall Ferguson is momenteel verbonden aan de Stanford-universiteit. Hij leverde bijdragen aan The Daily Telegraph, Financial Times en Newsweek, en schrijft tegenwoordig een column voor Bloomberg Opinion. Fergusons bekendste boek is Het belang van geld (The Ascent of Money), waarover hij ook een documentaireserie maakte voor Channel 4 en PBS. Hij is getrouwd met de voormalige VVD-politicus Ayaan Hirsi Ali.

    Op zesenvijftigjarige leeftijd sterven zou beslist een teleurstelling zijn, maar het zou een goed resultaat zijn als je het afmeet aan de meerderheid van de 107 miljard mensen die ooit geleefd hebben. In het Verenigd Koninkrijk, waar ik geboren ben, bereikte de levensverwachting vanaf de geboorte de zesenvijftig pas in 1920. Het gemiddelde lag gedurende de periode van 1543 tot 1863 net onder de veertig. En de Britten stonden bekend om hun lange levensduur. Schattingen voor de wereld als geheel stelden de levensverwachting tot 1900 onder de dertig jaar, en tot 1960 onder de vijftig jaar. De gemiddelde levensverwachting in India was in 1911 slechts tweeëndertig jaar. De Russische levensverwachting bereikte in 1920 het dieptepunt van twintig jaar. De afgelopen eeuw liet een constant stijgende trend zien – de levensverwachting bij geboorte verdubbelde ruwweg tussen 1913 en 2006 –, maar met talloze terugvallen. De levensverwachting in Somalië is vandaag de dag zesenvijftig jaar: mijn leeftijd. Die is daar deels nog steeds zo laag omdat de kindersterfte er zo hoog is. Ongeveer 12,2 procent van de in Somalië geboren kinderen sterft voordat ze de leeftijd van vijf jaar bereiken; 2,5 procent sterft tussen vijf en veertien jaar. 

    Als ik probeer om mijn eigen ervaring met mens-zijn in perspectief te zetten, denk ik aan de Engelse dichter John Donne (1572-1631), die negenenvijftig jaar oud is geworden. In een periode van zestien jaar schonk Anne Donne haar echtgenoot twaalf kinderen. Drie van hen – Francis, Nicholas en Mary – stierven voor hun tiende. Anne zelf stierf bij de bevalling van haar twaalfde kind, dat dood geboren werd. Nadat Lucy, zijn favoriete dochter, gestorven was en hijzelf haar bijna in het graf gevolgd was, schreef Donne zijn Devotions upon Emergent Occasions (1624), dat de mooiste van alle aansporingen bevat om mee te leven met de doden: ‘De dood van ieder mens doet afbreuk aan mij, omdat ik betrokken ben bij de Mensheid; Vraag daarom nooit voor wie de doodsklok luidt; die luidt voor u.’ 

    Dit was het mens-zijn, teruggebracht tot de kille essentie

    De Napolitaanse kunstenaar Salvator Rosa (1615-1673) schilderde misschien wel het meest ontroerende memento mori, met de eenvoudige titel L’umana fragilità (‘De menselijke breekbaarheid’). Het was geïnspireerd op een uitbraak van de builenpest, die zijn geboortestad Napels in 1655 trof: die kostte het leven aan zijn jonge zoon Rosalvo en eiste ook dat van Salvators broer, zijn zus, haar echtgenoot en vijf van hun kinderen. Met een gruwelijke grijns reikt een gevleugeld skelet vanuit het donker langs Rosa’s minnares, Lucrezia, om haar zoontje mee te nemen, dat net zijn eerste poging doet om te schrijven. De stemming van de diepbedroefde kunstenaar wordt op een onsterfelijke manier vastgelegd in de acht Latijnse woorden die de baby, geleid door de skeletfiguur, op het canvas heeft geschreven: 

    Conceptio culpa 

    Nasci pena 

    Labor vita 

    Necesse mori 

    ‘Verwekking is zonde, geboorte is pijn, leven is hard werken, dood is onvermijdelijk.’ Ik herinner me nog steeds dat ik als door de bliksem getroffen was toen ik die woorden las bij mijn eerste bezoek aan het Fitzwilliam Museum in Cambridge. Dit was het mens-zijn, teruggebracht tot de kille essentie. Volgens de overleveringen was Rosa een opgewekt mens, die ook schreef en optrad in satirische toneelstukken en de commedia dell’arte. Rond de tijd dat zijn zoon stierf, schreef hij echter aan een vriend: ‘Deze keer heeft de hemel me op zo’n manier getroffen dat ik besef dat alle menselijke weermiddelen zinloos zijn en de minste pijn die ik voel is nog dat ik je zeg dat ik huil terwijl ik schrijf.’ Hijzelf stierf op achtenvijftigjarige leeftijd aan buikwaterzucht. 

    Bijna onzichtbare gebeurtenis

    In de middeleeuwen en de vroegmoderne wereld was de dood alomtegenwoordig, op een manier die we ons nauwelijks kunnen voorstellen. Zoals Philippe Ariès betoogde in L’Homme devant la mort (‘Het uur van onze dood’) werd de dood ‘getemd’ door er, net als het huwelijk en zelfs de geboorte, een sociale overgangsrite van te maken, die gedeeld werd met de familie en de gemeenschap en gevolgd werd door riten van begrafenis en rouw, die een bekende vorm van troost boden aan de nabestaanden. Vanaf de zeventiende eeuw veranderde die houding echter. Terwijl het aantal sterfgevallen verbijsterende vormen aannam, begonnen de westerse samenlevingen – ondanks het feit dat de doodsoorzaken steeds beter begrepen werden – een zekere afstand te scheppen tussen de levenden en de doden. De victorianen gingen zeer ver in het sentimentaliseren en romantiseren van de dood: ze creëerden in de literatuur ‘mooie doden’, die steeds minder te maken hadden met de werkelijkheid. De twintigste eeuw ging over op de ontkenning van ‘het einde van het leven’. Sterven werd een steeds eenzamer, antisociale, bijna onzichtbare gebeurtenis. Er kwam iets op wat Aries ‘een absoluut nieuw type sterven’ noemde, wat inhield dat zieltogende mensen werden afgevoerd naar ziekenhuizen en hospices, om ervoor te zorgen dat het moment waarop ze hun laatste adem uitbliezen discreet verborgen bleef achter de schermen. Amerikanen mijden het woord ‘sterven’. Mensen ‘gaan over’. Evelyn Waugh schreef een wrede satire over de Amerikaanse omgang met de dood in The Love One (1948), geïnspireerd op een weinig verheffend verblijf in Hollywood. 

    De Britse omgang met de dood is echter slechts weinig beter. In Monty Pythons The Meaning of Life is de dood een enorm faux pas. De Man met de Zeis – John Cleese, gehuld in een zwarte mantel – komt aan in een pittoresk Engels buitenhuis waar drie echtparen druk bezig zijn met een etentje. 

    Magere Hein: Ik ben de dood. 

    Debbie: Nou ja, wat een toeval! We hadden het vijf minuten geleden net over de dood… 

    Magere Hein: Stilte! Ik ben gekomen voor jullie. 

    Angela: Bedoelt u… om – 

    Magere Hein: Om jullie mee te nemen. Dat is mijn bedoeling. Ik ben de dood. 

    Geoffrey: Tja, dat werpt toch wel een beetje een schaduw over de avond.

    Debbie: Mag ik u iets vragen? 

    Magere Hein: Wat? 

    Debbie: Hoe kan het dat we allemaal op hetzelfde moment sterven?

    Magere Hein (na een lange stilte, wijzend naar een schaal op tafel): De zalmmousse. 

    Geoffrey: Schat, je hebt toch geen zalm uit blik gebruikt? 

    Angela: Ik schaam me rot.

    Het komende eschaton

    Ieder jaar sterven er over de hele wereld ongeveer 59 miljoen mensen – ruwweg de gehele wereldbevolking in de tijd dat koning David regeerde over de Israëlieten. Met andere woorden, er sterven elke dag ruwweg 160.000 mensen: het equivalent van één Oxford, of drie Palo Alto’s. Ongeveer 60 procent van degenen die sterven zijn vijfenzestig jaar of ouder. In de eerste helft van 2020 stierven er wereldwijd ruwweg 510.000 mensen aan de nieuwe ziekte covid-19 [inmiddels is het dodental de 4 miljoen gepasseerd]. Elk sterfgeval is een tragedie, zoals we zullen zien. Maar zelfs als geen van die mensen toch al niet gestorven zou zijn – wat onwaarschijnlijk is, gegeven het leeftijdsprofiel van de overledenen –, dan vertegenwoordigt dat aantal slechts een bescheiden (1,8 procent) toename in het totale aantal verwachte sterfgevallen voor de eerste helft van 2020. In 2018 stierven 2,84 miljoen Amerikanen, dus stierven er ongeveer 236.000 per maand, en 7800 per dag. Driekwart van het aantal gestorvenen was vijfenzestig jaar of ouder. Verreweg de meeste doodsoorzaken waren hartaandoeningen en kanker: samen goed voor 44 procent van het totaal. In de eerste helft van 2020 waren er volgens cijfers van de Centers for Disease Control and Prevention 130.122 Amerikaanse overlijdensgevallen aangemerkt als ‘betrekking hebbend op covid-19’. De totale (bovennormale) oversterfte van alle oorzaken lag echter dicht bij 170.000. Als geen van deze mensen toch al niet overleden zou zijn – opnieuw: onwaarschijnlijk –, dan vertegenwoordigde dat aantal een toename van 11 procent in de sterfgevallen voor die periode, boven de uitgangswaarde die afgeleid was van recente gemiddelden. 

    We zijn dus allemaal gedoemd, zelfs als de medische wetenschappers in staat zijn om de levensverwachting nog verder te verlengen – zoals sommigen voorspellen: tot meer dan een eeuw. Ondanks de voortgaande zoektocht naar oplossingen voor het probleem dat leven een terminale aandoening is, blijft onsterfelijkheid een droom – of, zoals Jorge Luis Borges suggereerde in ‘De onsterfelijke’: een nachtmerrie. Maar zijn we collectief gedoemd, als soort? Het antwoord is: ja. 

    Onze moeder, een natuurkundige, werd het nooit moe om mijn zus en mij eraan te herinneren dat het leven een kosmisch toeval is; een visie die ook gedeeld wordt door bekendere fysici als Murray Gell-Mann. Ons universum begon 13,7 miljard jaar geleden met wat fysici de Big Bang noemen. Op onze planeet ontwikkelden zich met de hulp van ultraviolette stralen en bliksem de chemische bouwstenen van het leven, die 3,5 tot 4 miljard jaar geleden leidden tot de eerste levende cel. Ongeveer 2 miljard jaar geleden zorgde seksuele reproductie door eenvoudige veelcellige organismen voor golven van evolutionaire innovatie. 

    Tot op de dag van vandaag zijn 99,9 procent van alle soorten die de Aarde ooit bewoond hebben uitgestorven

    Ongeveer 6 miljoen jaar geleden leidde een genetische mutatie bij chimpansees tot de eerste mensachtige mensapen. Homo sapiens is extreem recent verschenen, 200.000 tot 100.000 jaar geleden: deze soort domineerde andere mensentypen ongeveer 30.000 jaar geleden en had zich rond 13.000 jaar geleden over het grootste deel van de planeet verspreid. Er moesten veel dingen precies goed gaan voor ons om tot dat punt te komen. Maar de ‘Goudhaartje’-condities waarbij wij floreren kunnen niet oneindig voortduren. Tot op de dag van vandaag zijn 99,9 procent van alle soorten die de Aarde ooit bewoond hebben uitgestorven. 

    Met andere woorden, om Nick Bostrom en Milan M. Ćirković te citeren: ‘Het uitsterven van intelligente soorten is al voorgevallen op de Aarde, wat inhoudt dat het naïef zou zijn om te denken dat het niet nog eens zou kunnen gebeuren.’ Zelfs als we het lot van de dinosaurussen en de dodo’s weten te vermijden, zal de toenemende lichtstraling van de zon over ongeveer 3,5 miljard jaar de biosfeer van de Aarde zo goed als gesteriliseerd hebben, maar het einde van het complexe leven op de Aarde staat al veel eerder op het programma, misschien over 0,9 tot 1,5 miljard jaar, omdat de leefomstandigheden dan onverdraaglijk zullen zijn geworden voor alles wat op ons lijkt. ‘Dat is het standaardlot voor leven op onze planeet.’ Het is denkbaar dat we in staat zullen zijn om een andere bewoonbare planeet te vinden als we het probleem van intergalactisch reizen oplossen, wat het reizen over haast onvoorstelbaar grote afstanden inhoudt. Zelfs dan zullen we uiteindelijk in tijdnood komen, omdat de laatste sterren ruwweg over 100 biljoen jaar zullen uitdoven, waarna alle materie uiteen zal vallen tot haar basisbestanddelen. 

    Lees ook:

    De gedachte dat we, als soort, nog ongeveer 1 miljard jaar overhebben op de Aarde zou geruststellend moeten zijn. En toch lijken sommigen ernaar te verlangen dat de doemdag al veel eerder komt dan dat. De ‘eindtijd’ of eschaton (van het Griekse eschatos) komt voor in de meeste grote wereldreligies, inclusief de oudste, het zoroastrisme. De Zand-i Wahman Yasn (een middeleeuwse zoroastrische apocalyptische tekst) voorziet niet alleen in misoogsten en algeheel moreel verval, maar ook in ‘een donkere wolk die de hele lucht tot nacht maakt’ en een regen van ‘verderfelijke schepsels’. Hoewel de hindoe-eschatologie aanneemt dat er vaste tijdscycli zijn, wordt van de huidige cyclus, Kali Yuga, verwacht dat die gewelddadig eindigt als Kalki, de laatste incarnatie van Vishnu, op een wit paard aan het hoofd van een leger afdaalt om ‘rechtvaardigheid tot stand te brengen op aarde’. Ook in het boeddhisme zijn er apocalyptische scènes. Gautama Boeddha voorspelde dat zijn profetieën na 5000 jaar vergeten zouden zijn, wat leidt tot de morele degeneratie van de mens. Een bodhisattva genaamd Maitreya zal dan verschijnen en de leerstellingen van de dharma herontdekken, waarna de wereld vernietigd wordt door de dodelijke straling van zeven zonnen. De Scandinavische mythologie heeft haar Ragnarök (schemering der goden), waarin een vernietigend grote winter (Fimbulvetr) de wereld in duisternis en wanhoop zal storten. De goden zullen tot de dood strijden met de krachten van de chaos, vuurreuzen en andere magische schepsels (jötunn). Uiteindelijk zal de oceaan de hele wereld overspoelen. (Wagner-liefhebbers kunnen hier een versie van zien in zijn Götterdämmerung.) 

    In elk van deze religies is vernietiging de prelude van wedergeboorte. De abrahamitische religies daarentegen hebben een lineaire kosmologie: het einde der dagen is echt Het Einde. Het jodendom voorspelt een Tijdperk van de Messias, met de terugkeer naar Israël vanuit de verbanning van de Joodse Diaspora, de komst van de Messias en de wederopstanding uit de dood. Het christendom – het geloof dat gevestigd is door volgers van de man die zei deze Messias te zijn – biedt een veel rijkere versie van het eschaton. Voorafgaand aan de Tweede Komst van Christus (parousia) zal er, zoals Jezus zelf aan zijn volgelingen vertelde, een tijd komen van ‘grote beproevingen’ (Mattheüs 24:15-22), ‘verschrikkingen’ (Marcus 13:19) of ‘dagen van wraak’ (Lucas 21:10-33 geeft van alle evangeliën de meeste details). De Openbaring van Johannes biedt wellicht de meest treffende visioenen van de doemdag: van een oorlog in de hemel tussen Michaël en zijn engelen tegen Satan, een tussenperiode waarin Satan wordt neergeworpen en duizend jaar wordt vastgebonden, waarna Christus een millennium lang regeert met wederopgestane martelaren aan zijn zijde, totdat de Hoer van Babylon verschijnt, dronken van het bloed van de heiligen, rijdend op een scharlakenrood beest, en er een grote strijd wordt uitgevochten op de heuvels van de Armageddon. Daarna wordt Satan losgelaten, om vervolgens in een meer van brandende zwavel te worden gegooid. Uiteindelijk worden de doden beoordeeld door Christus en worden de onwaardigen in het vlammende meer geworpen. De beschrijving van de vier ruiters van de Apocalyps is verbijsterend: 

    En ik zag hoe het Lam het eerste van de zegels opende en ik hoorde een van de vier dieren met een stem als van een donderslag zeggen: Kom en zie! En ik zag en zie, een wit paard, en Hij Die erop zat, had een boog. En Hem was een kroon gegeven en Hij trok uit, overwinnend en om te overwinnen. En toen het Lam het tweede zegel geopend had, hoorde ik het tweede dier zeggen: Kom en zie! 

    En een ander paard, dat rood was, trok uit, en aan hem die erop zat, werd macht gegeven de vrede van de aarde weg te nemen, en te maken dat men elkaar zou afslachten. En hem werd een groot zwaard gegeven. En toen het Lam het derde zegel geopend had, hoorde ik het derde dier zeggen: Kom en zie! En ik zag, en zie, een zwart paard, en hij die erop zat, had een weegschaal in zijn hand. 

    En ik hoorde te midden van de vier dieren een stem zeggen: Een maat tarwe voor een penning en drie maten gerst voor een penning. En breng de olie en de wijn geen schade toe. 

    En toen het Lam het vierde zegel geopend had, hoorde ik de stem van het vierde dier zeggen: Kom en zie! 

    En ik zag, en zie: een grauw paard en die erop zat, zijn naam was de dood, en het rijk van de dood volgde hem. En hun werd macht gegeven over het vierde deel van de aarde om te doden met het zwaard, met honger, met de dood en door de wilde dieren van de aarde. (Openbaringen 6:1-8) 

    De Dag der Wrake wordt aangekondigd door een geweldige aardbeving, een zonsverduistering en een bloedmaan. De sterren vallen op de aarde en de bergen en eilanden worden ‘van hun plaats verschoven’. 

    Een slim onderdeel van de christelijke eschaton was de onzekerheid waarin Christus zijn discipelen achterliet over de tijdsbepaling ervan: ‘Maar die dag en dat uur is aan niemand bekend, ook aan de engelen in de hemel niet, maar alleen aan Mijn Vader.’ (Mattheüs 24:36) 

    De vernietiging van Jeruzalem in het jaar 70 door toedoen van de Romeinse legerleider (en later keizer) Titus werd door de vroege christenen geïnterpreteerd als vervulling van Jezus’ profetie dat de Tweede Tempel zou worden verwoest, maar de daaropvolgende spectaculaire gebeurtenissen die Christus had voorspeld bleven uit. Tegen de tijd van Augustinus van Hippo leek het verstandig om het millennium af te zwakken, zoals hij deed in De Stad van God (De Civitate Dei, uit het jaar 426), waarin hij het verwees naar het gebied van het onkenbare en (impliciet) de verre toekomst. 

    Misschien biedt het verval van het christelijke millennium een verklaring voor het revolutionaire effect van Mohammeds nieuwe religie, toen die in de zevende eeuw tevoorschijn kwam uit de Arabische woestijn. In een aantal opzichten heeft de islam gewoon de meest opwindende delen van de Openbaringen afgestoft. In Mekka leerde Mohammed zijn volgelingen dat de Dag des Oordeels voorafgegaan zou worden door de verschijning van de eenogige al-Masih ad-Dajjāl (de valse messias), met een entourage van 70.000 joden uit Isfahan. Isa (Jezus) zal dan afdalen om te triomferen over de valse messias. In de soennitisch doctrine houdt de ashrāṭ al-sā‘a – het einde der tijden – onder meer in dat er een grote zwarte rookwolk (dukhān) de aarde bedekt, dat er een aantal verzakkingen plaatsvinden in de aarde en dat Ya‘jūj en Ma‘jūj (Gog en Magog) verschijnen om de aarde te verwoesten en de gelovigen af te slachten. Nadat Allah zich heeft ontdaan van Gog en Magog, komt de zon op in het westen en verrijst de Dābbat al-Ard (het Beest van de Aarde) uit de grond; nadat de hemelse trompet geklonken heeft, verrijzen ook de doden (al-Qiyāmah) voor het laatste oordeel (Yawm al-Hisāb). Maar toen deze profetie niet vervuld werd, keerde Mohammed zich ongeduldig af van de verlossing en naar het imperialisme. Allah, zo betoogde hij in Medina, wilde dat de moslims zijn eer bewaarden door de ongelovigen te straffen; dat ze overgingen van het afwachten van de Dag des Oordeels tot de uitvoering ervan door middel van de jihad. De eschatologie van de sjiieten is in brede zin gelijk aan die van de soennieten, maar met de terugkeer van de twaalfde imam, Mohammed al-Mahdi, die wordt verwacht na een periode van afnemende moraal en eerbaarheid. 

    Talloze moderne cultusleiders hebben hun volgelingen ervan overtuigd dat het einde nabij was

    Voor christenen waren de islamitische veroveringen in het Nabije Oosten en Noord-Afrika niet meer dan de grootste van een aantal gruwelijke dreigingen: Vikingen, Magyaren en Mongolen bedreigden het christendom ook. Deze en andere rampen werden door sommigen geïnterpreteerd als aanduidingen van de eindtijd: de christelijke eschatologie is nooit volledig op de achtergrond geraakt. Joachim van Fiore (1135-1202) verdeelde de geschiedenis in drie tijdvakken, waarvan het derde het laatste was. Op eenzelfde manier waren er in de nasleep van de Zwarte Dood in de jaren veertig van de veertiende eeuw – in termen van sterfgevallen de grootste ramp die de christenen ooit getroffen heeft – mensen die concludeerden dat het einde nabij was. In 1356 schreef een franciscaner monnik genaamd Johannes van Roquetaillade zijn Vademecum in tribulationibus, waarin hij een tijd vol problemen in Europa voorspelde, die gekenmerkt zou worden door sociale onrust, stormen, overstromingen en nog meer plagen. Vergelijkbare quasi-revolutionaire visioenen inspireerden de taborieten in Bohemen in 1420 tot hun plunderingen en de franciscaan Johann Hilten in 1485 tot zijn profetieën over de nadagen van het pausdom. Na Maarten Luthers baanbrekende aanval op de kerkelijke hiërarchie gaf het millenianisme onderling sterk verschillende sekten als de anabaptisten, de diggers en de levellers het vertrouwen om de gevestigde autoriteiten te trotseren. Hoewel de navolging van het millennium in de achttiende eeuw afnam, herleefde de belangstelling ervoor weer in de negentiende en de twintigste eeuw, toen sommige volgelingen van de zogenaamde profeet William Miller, later bekend geworden als de zevendedagsadventisten, een nieuwe kerk oprichtten met een sterke millennialistische doctrine, die het einde van de wereld voorzag in 1844. (De millerieten noemden het feit dat de mensheid dat jaar overleefde ‘De Grote Teleurstelling’.) Jehova’s getuigen en leden van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen (mormonen) hebben allebei hun eigen kenmerkende opvattingen over de komst van het eschaton. Talloze moderne cultusleiders hebben hun volgelingen ervan overtuigd dat het einde nabij was. Een aantal van hen – met name Jim Jones, David Koresh en Marshall Applewhite – wisten plaatselijke apocalypsen te bereiken in de vorm van massazelfmoorden. 

    Kort gezegd: het einde van de wereld is opmerkelijk vaak teruggekomen in de vastgelegde geschiedenis.

    Doemdagen

    Je zou denken dat de vooruitgang van de wetenschap de mensheid uiteindelijk zou bevrijden van religieuze en pseudoreligieuze eschatologie. Dat is niet noodzakelijk zo. Zoals de socioloog James Hughes zei, zijn maar weinig mensen ‘immuun voor millenniumvooroordelen, positief of negatief, fatalistisch of messianistisch’. Iets meer dan een eeuw geleden, toen de eerste echt geïndustrialiseerde oorlog in zijn laatste fase zat – een oorlog die gevoerd werd met tanks, vliegtuigen, onderzeeërs en gifgas – waren er verschijningen van de maagd Maria in het Portugese dorp Fatima, was er een veldslag bij Armageddon (Megiddo, in wat toen Palestina was), werd er een joodse thuisbasis uitgeroepen in het Heilige Land, was er een Duits offensief dat Aartsengel Michaël heette en brak er een pandemie uit die dodelijker was dan de oorlog zelf. Een van de vele voorboden van een komende apocalyps was de opkomst van Vladimir Iljitsj Lenin, die een golf van antikerkelijk geweld en beeldenstormen ontketende in het hele Russische Rijk. Zoals The New York Times op 21 juni 1919 meldde werd Lenin door Russische boeren alom gezien als ‘niemand anders dan de antichrist die in de Schrift is voorspeld’. 

    Voor de in Keulen geboren politiek theoreticus Eric Voegelin was de realiteit dat het communisme, net als het nazisme dat hij in 1938 moest ontvluchten, gebaseerd was op een onjuiste interpretatie van het christendom. Voegelin definieerde ‘gnosis’ als ‘een ogenschijnlijk direct, onmiddellijk begrip of visioen van de waarheid zonder de noodzaak voor kritische reflectie; de speciale gave van een spirituele en cognitieve elite’. Gnostiek, betoogde hij, was een ‘manier van denken die aanspraak maakt op een absoluut cognitief meesterschap van de werkelijkheid’. Toen dat de vorm aannam van een politieke religie, verborg het een gevaarlijke en misleidende ambitie om ‘de eschaton in zich te herbergen’ – met andere woorden: om een hemel op aarde te creëren. Voegelins moderne gnostiek probeerde ‘de maatschappij weer te vergoddelijken (…) door massalere vormen van participatie in de goddelijkheid te vervangen door geloof in de christelijke zin’. (Voegelin speculeerde dat deze verschuiving naar ‘massale deelname’ een antwoord kon zijn op de vrijwel onmogelijke taak om een authentiek christelijk geloof in stand te houden.) Veel recenter schreef de historicus Richard Landes in dezelfde geest, toen hij dezelfde aandrang ontdekte in een breder gebied van historische en moderne millenniumbewegingen, tot en met het salafi-jihadisme en radicale milieubewegingen.

    In plaats van de eschaton te verdringen, leek de wetenschap die dichterbij te brengen. Toen J. Robert Oppenheimer getuige was van de eerste kernexplosie in White Sands, New Mexico, deed hij de beroemde uitspraak dat hij dacht aan Krishna’s woorden uit de Bhagavad Gita (het ‘Lied van God’ uit de hindoecultuur): ‘Ik ben de dood geworden, de vernietiger van werelden.’ Aan het prille begin van de Koude Oorlog verzon de kunstenares Martyl Langsdorf, wier echtgenoot een van de sleutelfiguren van het Manhattan Project was, het beeld van een Doomsday Clock. Het verscheen voor het eerst in het Bulletin of the Atomic Scientists als illustratie van de angst van vele fysici – onder wie sommigen die betrokken waren geweest bij de schepping van de atoombom – dat een ‘uit technologie voortkomende catastrofe’ weleens heel nabij zou kunnen zijn. Middernacht op de Doomsday Clock betekende het nucleaire armageddon. Vele jaren lang was het de hoofdredacteur van het Bulletin, Eugene Rabinowitch, die besloot waar de wijzers van de klok stonden. Na zijn dood nam een commissie het over: die kwam tweemaal per jaar bijeen om de klok bij te stellen. Tijdens de Koude Oorlog kwam de Doomsday Clock het dichtst bij middernacht: in de jaren 1953-1959 werden de wijzers op twee minuten voor twaalf gezet. De wetenschappers dachten ook dat de jaren 1984-1987 vol gevaren waren: toen was het vier jaar lang drie minuten voor twaalf. De populaire literatuur weerspiegelde die angsten. On the Beach (1957) van Nevil Shute speelt in het jaar 1963 en de inwoners van Melbourne wachten hulpeloos op een dodelijke wolk radioactieve fall-out in de nasleep van de Derde Wereldoorlog, die – niet zo plausibel – op gang gebracht werd door een nucleaire aanval van Albanië op Italië. De keus is die tussen zwaar drinken en een door de overheid verschafte zelfmoordpil. In de graphic novel When the Wind Blows (1982) van Raymond Briggs bouwt een ouder echtpaar, Jim en Hilda Bloggs, plichtsgetrouw een atoomschuilkelder, waarbij ze doen alsof de Derde Wereldoorlog net zo goed te overleven is als eerder de Tweede Wereldoorlog. 

    Op de een of andere manier is de doemsdreiging van vandaag altijd beter dan die van het jaar ervoor

    Toch is het nog maar de vraag hoe betrouwbaar de Doomsday Clock is. Vandaag de dag zijn historici het erover eens dat het gevaarlijkste moment in de Koude Oorlog de Cubaanse raketcrisis geweest is. Maar de Doomsday Clock stond in 1962 op zeven minuten voor middernacht en ging in het daaropvolgende jaar terug naar 23.48 uur. Dat veranderde niet toen president Lyndon B. Johnson de Amerikaanse betrokkenheid bij de oorlog in Vietnam opschaalde. Opmerkelijk genoeg besloten de atoomwetenschappers in januari 2018 dat we weer twee minuten voor Armageddon zaten. Twee jaar later zetten ze de klok vooruit op 100 seconden voor middernacht, op grond van de overweging dat ‘de mensheid nog steeds te maken heeft met twee gelijktijdige existentiële gevaren: nucleaire oorlogsvoering en klimaatverandering. Die dreiging wordt vermenigvuldigd door een in cyberspace gevoerde informatieoorlog, die het voor de samenleving moeilijk maakt om te reageren. De internationale veiligheidssituatie is hachelijk, niet alleen omdat deze dreigingen bestaan, maar omdat de wereldleiders hebben toegestaan dat de internationale politieke infrastructuur om die te beheersen is uitgehold.’ Op de een of andere manier is de doemsdreiging van vandaag altijd beter dan die van het jaar ervoor. 

    De nachtmerrie van een atoomoorlog was niet het enige apocalyptische visioen dat de wereld tijdens de Koude Oorlog kwelde. Van de jaren zestig tot de jaren tachtig leidde de angst voor wereldwijde overbevolking tot een opeenvolging van meestal ondoordachte en vaak ronduit schadelijke pogingen om de voortplanting in de zogeheten Derde Wereld te ‘beheersen’. Stephen Enke van de rand Corporation betoogde dat arme mensen betalen om in te stemmen met sterilisatie of het inbrengen van een spiraaltje 250 keer zo effectief zou zijn om ontwikkeling te bevorderen als andere vormen van hulp. Paul Ehrlichs boek The Population Bomb (1968), geschreven in opdracht van de Sierra Club, voorspelde dat er in de jaren zeventig massasterfte zou optreden, met verwoestende hongersnoden die honderden miljoenen mensen zouden doden. Lyndon Johnson werd erdoor overtuigd, net zoals de meerderheid van de leden van het Congres, waardoor het budget voor geboorteregeling van het Amerikaanse Agentschap voor Internationale Ontwikkeling verhoogd werd met een factor twintig. Als president van de Wereldbank verklaarde Robert McNamara, de voormalige Amerikaanse minister van Defensie, in 1969 dat de bank geen gezondheidszorg zou financieren ‘tenzij die strikt gerelateerd was aan geboortebeperking, aangezien gezondheidszorg doorgaans bijdroeg aan de afname van sterftecijfers, en daarmee aan de bevolkingsexplosie’. Sommige Amerikaanse instellingen – waaronder de Ford Foundation en de door Rockefeller opgezette Population Council – speelden met het idee van onvrijwillige massasterilisatie van hele bevolkingsgroepen. Deze consequenties illustreren eens te meer dat mensen die overtuigd zijn van een denkbeeldige naderende apocalyps veel schade kunnen toebrengen. Het aanmoedigen, zo niet afdwingen, van het gebruik van spiraaltjes bij Indiase vrouwen en sterilisaties bij Indiase mannen heeft veel leed veroorzaakt. Op het hoogtepunt van de Indiase noodtoestand in het midden van de jaren zeventig liet de regering van Indira Gandhi meer dan 8 miljoen sterilisaties uitvoeren. Bijna 200.000 mensen stierven door mislukte operaties. De Verenigde Naties ondersteunden ook het door de Chinese Communistische Partij zelfs nog wreder uitgevoerde ‘éénkindbeleid’. Achteraf gezien was de oplossing voor het probleem van de bevolkingstoename niet massasterilisatie, maar de Groene Revolutie in de land bouwtechnologie, waarvan agronomen als Norman Borlaug de pioniers waren. De huidige millennialisten zijn de profeten van de catastrofale klimaatverandering. ‘Rond 2030,’ schreef de Zweedse milieuactiviste Greta Thunberg, ‘zullen we in een positie verkeren waarin een onomkeerbare kettingreactie wordt ingezet, zonder dat mensen daar invloed op kunnen uitoefenen, die zal leiden tot het einde van onze beschaving, zoals wij die kennen.’ ‘De wereld zal over twaalf jaar eindigen, als wij niets doen aan de klimaatverandering,’ voorspelde het Amerikaanse Democratische Congreslid Alexandria Ocasio-Cortez in 2019. 

    Thunbergs verschijning als de verpersoonlijking van radicaal milieuactivisme doet denken aan eerdere vormen van eschatologie, zeker vanwege de ernst van de offers die ze eist. ‘We hebben geen “koolstofarme economie” nodig,’ verklaarde ze in januari 2020 bij het World Economic Forum. ‘We hebben niet “minder uitstoot” nodig. Onze uitstoot moet stoppen als we een kans willen hebben om onder het doel van 1,5 graad te blijven (…) Elk plan of beleid van jullie dat geen radicale uitstootbeperking bij de bron inhoudt, met ingang van vandaag, is volkomen onvoldoende.’ De nieuwe groene revolutie – of de ‘Green New Deal’ – die wordt voorgesteld door Ocasio-Cortez, Thunberg en anderen impliceert een drastische reductie van alle CO2-uitstoot, waarbij nauwelijks rekening wordt gehouden met de economische en sociale kosten. We komen later op dit onderwerp terug; op dit moment volstaat het om te zeggen dat waarschuwingen voor het komende einde van de wereld het risico lopen (net als het roepen van ‘de wolf!’ in het sprookje) door herhaling minder geloofwaardig te worden. 

    Al deze groepen zijn er gezamenlijk in geslaagd om niet minder dan 100 van de afgelopen 0 einden der wereld te voorspellen

    Het onontkoombare feit blijft bestaan: profeten van het millennium, gnosti sche navolgers van de eschaton, wetenschappers die waarschuwen voor rampen en auteurs die zich die voorstellen: al deze groepen zijn er gezamenlijk in geslaagd om niet minder dan 100 van de afgelopen 0 einden der wereld te voorspellen. In de theaterkomedie Beyond the Fringe (1961) speelt Peter Cook de rol van Broeder Enim, een profeet die zijn volgelingen naar een bergtop leidt om de apocalyps af te wachten. 

    Jonathan Miller: Hoe zal het zijn, dat einde waarover u gesproken hebt, Broeder Enim? 

    Allen: Ja, hoe zal het zijn? 

    Peter Cook: Tja, het zal zijn alsof er een machtige scheuring in de lucht is, weet je, en de bergen zullen wegzinken, weet je, en de valleien zullen omhoogkomen, weet je, en groot zal het lawaai zijn dat daardoor veroorzaakt wordt. 

    Miller: Zal de voorhang van de tempel in tweeën gereten worden?

    Cook: De voorhang van de tempel zal in tweeën gereten worden, ongeveer twee minuten voordat we het teken zullen zien dat zich openbaart als een vliegende beestenkop in de lucht. 

    Alan Bennett: En zal er een machtige wind waaien, Broeder Enim?

    Cook: Jazeker zal er een machtige wind waaien, als we het woord van God mogen geloven… 

    Dudley Moore: En zal die wind zo machtig zijn dat de bergen erdoor platgelegd worden? 

    Cook: Nee, zo machtig zal die nu ook weer niet zijn; daarom hebben we nu juist deze berg beklommen, stomme eikel… 

    Miller: En wanneer komt dat einde, waarover u gesproken hebt?

    Allemaal: Ja, wanneer zal het zijn, wanneer zal het zijn? 

    Cook: Over ongeveer dertig seconden, volgens de oude perkamentrollen uit de piramiden… en mijn Ingersoll-horloge.

    De profeet en zijn volgelingen zetten zich schrap voor het einde van de wereld en tellen af: 

    Cook: Vijf, vier, drie, twee, één – nul! 

    Allemaal: (Zingend.) Nu is het Einde! De Wereld Vergaat! 

    Stilte. 

    Cook: Het was omgerekend naar deze tijdzone, toch? 

    Miller: Ja. 

    Cook: Nou ja, het is niet echt de vlammenzee waar ik op gerekend had. Geeft niet, jongens: morgen dezelfde tijd… Ooit moeten we het een keer goed hebben. 

    De statistieken van een calamiteit

    Waar we echt bang voor moeten zijn, is een grote ramp die ons niet allemaal doodt, maar wel een groot aantal van ons. Het probleem is dat we moeite hebben om ons zowel de potentiële schaal als de waarschijnlijkheid van rampen voor te stellen. ‘Een enkele dode is een tragedie; een miljoen doden is een statistiek.’ Dat aforisme wordt meestal toegeschreven aan Stalin. Die toeschrijving kan worden teruggebracht op een column uit 1947 in The Washington Post, waarin Leonard Lyons schreef: 

    ‘In de dagen dat Stalin de commissaris van Munitie was, werd er een vergadering gehouden met de hoogste commissarissen in rang. Het belangrijkste gespreksonderwerp was de hongersnood die toen heerste in de Oekraïne. Een van de functionarissen stond op en hield een toespraak over deze tragedie – de tragedie dat er miljoenen mensen stierven van de honger. Hij begon sterftecijfers op te sommen (…) Stalin onderbrak hem en zei: ‘Als slechts één man sterft van de honger, is dat een tragedie. Als miljoenen sterven, is het slechts statistiek.’ 

    Lyons vermeldde geen bron, maar ofwel hij of Stalin heeft de zinsnede vrijwel zeker geleend van Kurt Tucholsky, die deze op zijn beurt toeschreef aan een Franse diplomaat. ‘Oorlog? Dat vind ik niet zo verschrikkelijk. De dood van één mens, dat is een catastrofe. Honderdduizend doden, dat is een statistiek.’ We zien ook een versie van deze mentaliteit in onze tijd, merkte Eliezer Yudkowsky op: ‘Mensen die er niet over zouden peinzen om een kind pijn te doen, horen over een existentieel risico en zeggen: “Tja, misschien verdient de mensheid het niet echt om te overleven.” (…) De uitdaging die existentiële risico’s stellen is zodanig, en de catastrofes zijn zo enorm, dat mensen in een andere denkmodus schieten. Dan is het sterven van mensen ineens niet langer slecht en vereisen gedetailleerde voorspellingen ineens geen expertise meer.’

    We moeten op z’n minst proberen de statistieken begrijpelijk te maken. Rekening houdend met het grote gebrek aan historische bronnen kunnen we zeggen dat er in de gehele vastgelegde geschiedenis waarschijnlijk zeven grote pandemieën zijn geweest met een groter sterftecijfer dan 1 procent van de geschatte wereldbevolking. Daarvan hebben er vier meer dan 3 procent gedood en twee – de Pest van Justinianus en de Zwarte Dood – meer dan 30 procent, hoewel het dodental van de laatstgenoemde ziekte heel goed veel lager kan zijn geweest. Ook de beschikbare gegevens over de sterfgevallen als gevolg van oorlogshandelingen wijzen op slechts een klein aantal extreem dodelijke conflicten. Gegevens van de fysicus L.F. Richardson en de sociale wetenschapper Jack Levy wijzen – net als andere, meer recente studies – op zeven grootschalige oorlogen die meer dan 0,1 procent van de geschatte wereldbevolking doodden in de dagen dat ze uitbraken. In absolute termen waren de twee wereldoorlogen de dodelijkste conflicten in de geschiedenis. In Richardsons analyse van alle ‘dodelijke conflicten’ tussen 1820 en 1950 waren de wereldoorlogen de enige oorlogen van zwaarte: de enige met dodentallen van tientallen miljoenen. Ze waren goed voor drie vijfde deel van alle doden in zijn steekproef, waartoe behalve oorlog een moord en andere vormen van doodslag behoorden. In de Eerste en Tweede Wereldoorlog kwam respectievelijk 3 procent van de wereldbevolking van 1914 en 1939 om het leven; ook al vonden er verhoudingsgewijs misschien vernietigender conflicten plaats in eerdere perioden, vooral de oorlogen uit het tijdperk van de Drie Koninkrijken in het China van de derde eeuw, tussen de Han- en Jin-dynastieën. 

    Over het algemeen gezien zijn ziektekiemen aanzienlijk dodelijker geweest dan oorlogen

    In relatieve termen – dat wil zeggen: naar proportie van gedode strijdkrachten – behoort de Oorlog van de Drievoudige Alliantie (1864-1870) tot de dodelijkste uit de moderne geschiedenis. Toch is dit conflict vrijwel onbekend buiten de drie landen die erin vochten: Argentinië, Brazilië en Uruguay, die samen optrokken tegen Paraguay. Over het algemeen gezien zijn ziektekiemen aanzienlijk dodelijker geweest dan oorlogen. Het is zelfs zo dat de meeste mensen die hun leven verloren tijdens de Oorlog van de Drievoudige Alliantie stierven aan een ziekte, niet door vijandige acties. Volgens schattingen van Pasquale Cirillo en Nassim Taleb ‘heeft geen enkel gewapend conflict ooit meer dan 19 procent van de wereldbevolking gedood’. De conquistadores vermoordden in verhouding minder inwoners van Midden- en Zuid-Amerika dan de ziekten die ze met zich mee brachten uit Europa, waartegen de inheemse volkeren geen weerstand hadden.

    Soortgelijke exercities kunnen worden uitgevoerd voor zowel burgeroorlogen als genocides en democides – massamoorden op bevolkingsgroepen, in tegenstelling tot sterfgevallen als gevolg van oorlog tussen landen. Het totaal aantal slachtoffers van het stalinisme in de Sovjet-Unie kan hoger liggen dan 20 miljoen; een behoorlijke ‘statistiek’. Sterftecijfers van meer dan 10 procent zijn ook geschat voor Pol Pots schrikbewind in Cambodja, evenals voor de burgeroorlogen in Mexico (1910-1920) en Equatoriaal Guinee (1972-1979). In Richardsons lijst met conflicten van zwaarte 6 zijn zes van de zeven daarvan burgeroorlogen: de Taiping-opstand (1851-1864), de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865), de Russische Burgeroorlog (1918-1920), de Chinese Burgeroorlog (1927-1936), de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) en het totaal van de slachtpartijen die gepaard gingen met de onafhankelijkheid en opdeling van India (1946-1948). We zijn geneigd om aan te nemen dat geen enkele eeuw zo bloederig was als de twintigste. Toch wordt gezegd dat het exemplarische geweld dat gebezigd werd door de dertiende-eeuwse Mongoolse leider Dzjengis Khan de bevolkingen van Centraal-Azië en China gereduceerd heeft met meer dan 37 miljoen; een aantal dat, als het correct is, gelijkstaat met ongeveer 10 procent van de wereldbevolking op dat moment. Timurlengs laatveertiende-eeuwse veroveringen in Centraal-Azië en Noord-India waren al net zo berucht bloederig, met een geschat dodental van meer dan 10 miljoen. De Mantsjoe-verovering van China in de zeventiende eeuw kan het leven gekost hebben aan niet minder dan 25 miljoen mensen. Naast de Taiping-opstand veroorzaakten diverse andere Chinese opstanden in de periode voor 1900 een menselijk lijden op een schaal die gelijkstaat of zelfs hoger is dan wat de inwoners is aangedaan door burgeroorlogen in de twintigste eeuw. Van de achtste-eeuwse An Lushan-opstand wordt aangenomen dat die het leven kostte aan meer dan 30 miljoen mensen. Net zo vernietigend voor de provincies die erdoor getroffen werden, waren de vrijwel gelijktijdige opstanden van Nien en Miao, en de moslimopstanden in Yunnan en in het noordwesten van China. In deze gevallen moeten de dodentallen worden afgeleid van provinciale en plaatselijke volkstellingen die verricht zijn voor en na de opstanden. De bevolkingsafnamen lijken dodentallen in te houden die variëren van 40 tot 90 procent, maar ook in dit geval is het aannemelijk dat ziekten en hongersnoden net zoveel doden veroorzaakten als georganiseerd geweld, en waarschijnlijk veel meer. Ten slotte is er een reden om aan te nemen dat de sterftecijfers als gevolg van de West-Europese verovering en kolonisatie van het Amerikaanse continent en van Afrika in sommige perioden net zo hoog zijn geweest als die in de twintigste eeuw. 

    Het aantal doden in de Congo onder Belgisch bewind kan rond de 20 procent van de bevolking hebben gelegen

    Zoals zojuist al is opgemerkt, viel de overgrote meerderheid van de slachtoffers van de Europese verovering van Noord- en Zuid-Amerika ten prooi aan ziekten, niet aan geweld. Dus wie in dit verband spreekt van ‘genocide’ tast de waarde van historische terminologie net zozeer aan als degenen die de negentiende-eeuwse hongersnoden in India ‘victoriaanse holocausts’ noemen. Niettemin vertonen de gedwongen slavernij van het Congolese volk door de Belgische kroon na 1886 en de onderdrukking van de Herero-opstand door de Duitse koloniale autoriteiten in 1904 gelijkenissen met twintigste-eeuwse georganiseerde gewelddaden. Het aantal doden in de Congo onder Belgisch bewind kan rond de 20 procent van de bevolking hebben gelegen. De geschatte sterftecijfers in de Herero-oorlog zijn nog hoger: meer dan 1 op 3. Wat dit conflict, in verhouding, tot het bloedigste in de hele twintigste eeuw maakt. Het absolute aantal doden was echter 76.000, terwijl in de Congo tussen 1886 en 1908 naar schatting 7 miljoen doden vielen. Hoewel het gebruikelijk is om gegevens te normaliseren door percentages te be rekenen, moeten we altijd bedenken dat, anders dan bij Stalin, 1 miljoen doden altijd 1 miljoen tragedies inhouden – 1 miljoen premature en pijnlijke sterfgevallen –, of de noemer nu wordt uitgedrukt in tientallen miljoenen of in miljarden, en of die nu worden uitgevoerd door twee oorlogvoerende supermachten of door 1 miljoen moordenaars. De wereldoorlogen waren goed voor ongeveer 36 miljoen doden (ongeveer 60 procent van alle ‘dodelijke conflicten’ in Richardsons onderzoeksperiode van 130 jaar). Richardson was verbaasd te merken dat de daaropvolgende categorie uit de gebeurtenissen bestond met een magnitude van 0 (conflicten waarbij één tot drie personen stierven), die verantwoordelijk waren voor 9,7 miljoen doden. Het restant van de 315 onderzochte oorlogen, gecombineerd met alle duizenden conflicten van gemiddelde grootte, was goed voor minder dan een kwart van de slachtoffers van alle dodelijke conflicten. We moeten ook rekening houden met het feit dat juist dankzij de gestegen levensverwachting een sterfgeval in de twintigste eeuw – vooral in de rijke landen van Europa en Noord-Amerika – bijna altijd een groter verlies inhield, in termen van levenskwaliteit, dan een sterfgeval in eerdere tijdvakken. 

    Veel van de grootste economische rampen in de geschiedenis vielen, niet toevallig, samen met de grote pandemieën en conflicten die hier besproken zijn. Maar niet allemaal. De Grote Depressie, die over het algemeen wordt gedateerd vanaf de Wall Street-crash van oktober 1929, was het gevolg van structurele wanverhoudingen in de wereldeconomie, een rigide systeem van vaste wisselkoersen, protectionisme en fouten op het gebied van monetair en fiscaal beleid. De econoom Robert Barro heeft de beste lijst opgesteld die voorhanden is met de economische rampen van de twintigste eeuw, gerangschikt op hun effect op het reële bruto nationaal product (bnp) per hoofd van de bevolking en op de financiële consequenties. Van de 60 dalingen van 15 procent of meer in reëel bnp per hoofd van de bevolking waren er 38 toe te schrijven aan oorlogen en de nasleep daarvan, 16 waren het gevolg van de Grote Depressie. Van de 35 landen in zijn steekproef vonden de grootste dalingen (elk van 64 procent) plaats in Griekenland (van 1939 tot 1945) en Duitsland (van 1944 tot 1946). De ervaringen met de Tweede Wereldoorlog waren niet veel beter in de Filipijnen en Zuid-Korea: beide landen kenden een vermindering van het bnp per hoofd van de bevolking van 59 procent. Omdat het Verenigd Koninkrijk bijzonder lange historische overzichten heeft, is het mogelijk om moderne economische indicatoren van economische ontberingen vast te stellen in op z’n minst de laatste drie eeuwen, en voor Engeland zelfs tot in de late dertiende eeuw. Volgens de Bank of England blijkt het slechtste jaar in de Engelse geschiedenis 1629 te zijn geweest (toen de economie met 25 procent inkromp), met 1349 (een krimp van 23 procent) als goede tweede. (De reden voor de ernst van de krimp in 1629 ligt niet direct voor de hand: de oorlog met Spanje verliep slecht, maar de grootste militaire operaties vonden dat jaar plaats in het Caribische gebied. Het jaar is in de politieke geschiedenis vooral bekend als het begin van de elf jaar durende ‘Persoonlijke Heerschappij’ van Karel I, zonder parlement.) Het laatste jaar met een krimp van meer dan 10 procent was in 1709, toen de economische activiteiten in heel Europa ernstig werden beperkt door de ‘Grote Vorst’, de koudste winter in 500 jaar. Deze vorstperiode werd toegeschreven aan de uitzonderlijk lage zonnevlekactiviteit die bekendstaat als het Maunder Minimum, in combinatie met vulkaanuitbarstingen in de twee voorafgaande jaren van de Fuji in Japan, op het eiland Santorini en van de Vesuvius. Het ergste jaar van de twintigste eeuw was 1921 (min 10 procent), een periode van hoge naoorlogse deflatie en grote werkloosheid. Toch kan geen enkele periode van vijf jaar opwegen tegen de late jaren veertig van de veertiende eeuw, een periode waarin de Zwarte Dood het bevolkingsaantal met meer dan 40 procent reduceerde. Halverwege 2020 leek dat jaar de ergste krimp in de Britse geschiedenis te laten zien sinds 1709: eind juni voorspelde het Internationale Monetaire Fonds een teruggang van 10,2 procent in het bnp.

    Onvolledige gegevens

    Er zijn echter grenzen aan wat we kunnen afleiden van economische gegevens. Tijdens het schrijven van een dissertatie over de Duitse hyperinflatie van 1923, en opnieuw bij het bestuderen van de financiële gevolgen van de uitbraak van de Eerste Wereldoorlog, heb ik geleerd dat de tijden van de meest intense crises ook de tijden zijn waarin economische statistieken niet meer worden bijgehouden of alleen foutief worden bijgehouden. De Wereldbank heeft een omvangrijke verzameling gegevens met daarin het bnp per hoofd van de bevolking van bijna alle landen in de wereld sinds 1960. Maar als je kijkt naar de landen die in de afgelopen zestig jaar het meest te lijden hebben gehad van economische en politieke ontwrichting – Afghanistan, Cambodja, Eritrea, Irak, Jemen, Libanon, Somalië, Syrië en Venezuela –, dan zijn er in alle gevallen, weinig verrassend, gaten in de gegevens die samenvallen met de perioden van maximale ontwrichting. Wie kan precies zeggen hoe ernstig hun economische rampen geweest zijn? Het enige wat we weten is dat diezelfde landen bijna allemaal gevonden kunnen worden aan de top van de Fragile States Index, die ooit een ranglijst van ‘mislukte’ landen was. Een andere uitdaging is de (op het eerste gezicht paradoxale) constatering dat de periode 1914-1950, een tijdvak waarin twee wereldoorlogen, een depressie en een ineenstorting van de globalisering vielen, ook een periode was waarin de ontwikkeling van de mensheid – in brede zin gemeten in termen van levensverwachting, opleiding, het percentage van het nationaal inkomen dat besteed wordt aan sociale projecten en het niveau van democratie – over een breed front significant is vooruitgegaan.

    Rampen zijn kortom moeilijker te kwantificeren dan je zou verwachten, zelfs in de moderne tijd van statistieken. Dodentallen zijn vaak onnauwkeurig. Om de betekenis van een ramp te begrijpen, moeten we niet alleen het absolute aantal lijken weten, maar ook de oversterfte: het aantal sterfgevallen dat anders niet zou zijn voorgekomen, in verhouding tot basisgegevens die worden berekend als een gemiddelde van recente jaren. Bij een poging om de schaal van een ramp vast te stellen, kan de keuze van een referentiepopulatie een groot verschil maken. Wat in 1943 een catastrofale hongersnood was voor sommige delen van Bengalen, lijkt al met al kleiner als het dodental wordt uitgedrukt als een percentage van de gehele Indiase bevolking, en staat in geen verhouding tot de wereldbevolking in de context van de ergste oorlog die de wereld ooit trof. Mijn doel is om de lezer in staat te stellen de verschillende soorten rampspoed te vergelijken, niet om te beweren dat alle rampen op een bepaalde manier hetzelfde zijn. Tot september 2020 had covid-19 naar schatting 0,0114 procent van de wereldbevolking gedood, waarmee het plaats 26 inneemt op de lijst van de meest rampzalige pandemieën uit de geschiedenis. De Spaanse griep van 1918-1919 was ruwweg 150 keer dodelijker. Maar voor de steden met de meeste besmettingen was covid-19 in de maanden dat ze het zwaarst getroffen werden net zo erg als de Spaanse griep, zo niet erger. In termen van oversterfte was april 2020 in de stad New York bijna 50 procent meer dan oktober 1918, en drieënhalf keer meer dan september 2001, de maand van de aanslag op het World Trade Center. In de eerste helft van 2020 werd de bevolking van Londen net zo hard getroffen door covid-19 als door de Duitse raketaanvallen in de tweede helft van 1944, waardoor de regering in beide gevallen met een vergelijkbare uitdaging geconfronteerd werd: hoe konden de mensen beschermd worden tegen een dodelijke dreiging zonder de stad te verlammen? Dit is niet bedoeld om Al-Qaida of de nazi’s te vergelijken met het virus SARS-CoV-2, maar puur om te laten zien dat een ramp, in de zin van oversterfte, diverse vormen kan aannemen en toch vergelijkbare uitdagingen kan stellen. 

    Ieder prematuur sterfgeval is, zoals Stalin misschien inderdaad gezegd heeft, op een bepaalde manier een tragedie; hoe jonger het slachtoffer, des te pijnlijker het sterfgeval, en des te groter de tragedie. Maar sommige rampen zijn op een authentiekere manier tragisch dan andere.

    Dit artikel is een voorpublicatie uit Rampspoed (Doom) van Niall Ferguson, dat onlangs is verschenen bij uitgeverij Hollands Diep in een vertaling van Ed van Eeden en Jaap Verschoor.

  • De waarheid over de Oekraïens-Russische oorlog.  Eerbetoon aan een verloren soldaat

    De waarheid over de Oekraïens-Russische oorlog. Eerbetoon aan een verloren soldaat

    Als de Oekraïense soldaat met wie hij vriendschap heeft gesloten in de strijd sneuvelt, stelt oorlogsjournalist Nolan Peterson zichzelf als missie de waarheid te vertellen over de strijd aan de Russische grens. Want maar weinigen lijken te beseffen wat zich hier afspeelt: een van de grootste humanitaire crises op het continent.

    Als érgens blijkt uit wat voor hout een soldaat is gesneden, is het wel in een loopgravenoorlog. Er valt niet te ontsnappen aan het gevaar. Je kunt net zo makkelijk aan je einde komen op weg naar de wc als in een kogelregen terwijl je je positie verdedigt. Je weet nooit wanneer het granaatvuur zal losbarsten of wanneer een sluitschutter je in het vizier heeft. Je overlevingskans is meestal een kwestie van geluk – het gaat er vooral om dat je niet op het verkeerde moment op de verkeerde plek bent. Het is belangrijker om onder een gelukkig gesternte te zijn geboren dan om goed te kunnen schieten, wordt wel gezegd.

    Na zeven jaar onophoudelijke strijd in Donbas, het zwaar geteisterde oosten van Oekraïne, hebben sommige Oekraïense soldaten geleerd te lachen om het gevaar, geleerd om de oorlog als een spel te zien. Andere soldaten zijn naar binnen gekeerd en somber, zien voortdurend voor zich hoe ze aan hun einde zullen komen. En dan zijn er ook nog de uitzonderlijke jongens die de oorlog zien voor wat hij is – een regelrechte tragedie – en toch de strijd niet opgeven.

    ‘Je zou beter als oude man naar het front kunnen gaan’

    In de zomer van 2015 ben ik embedded bij het Oekraïense leger, in het dorpje Pisky, aan de frontlinie. Daar sluit ik vriendschap met een jonge soldaat, Daniel Kasjanenko, een van die uitzonderlijke mensen. Daniel is dan pas negentien, maar beschikt over een griezelig goed vermogen om de oorlog in een breder perspectief te plaatsen. Hij begrijpt welke tol zijn jonge ziel betaalt voor deze oorlog, en hij begrijpt ook dat de oorlog niet zwart-wit is. ‘Ik denk niet dat het allemaal slechte mensen zijn,’ zegt hij over zijn vijanden.

    Maar toch, als het moet, haalt Daniel de trekker over. De dingen die hij in de oorlog heeft gedaan en gezien, blijven hem achtervolgen. Hij zegt tegen me dat de oorlog hem ‘kapot heeft gemaakt’ en zijn ‘kijk op het leven’ voorgoed heeft verpest. Je zou beter als oude man naar het front kunnen gaan, vertrouwt hij me toe.

    Als ik weer vertrek van de frontlinie, beloven Daniel en ik contact te houden. We hebben het erover dat hij misschien ooit naar de VS zou kunnen komen; zijn grote droom. Maar een paar dagen nadat ik ben teruggekeerd naar Kiev, krijg ik een wat warrig bericht van Daniel. Hij is gewond geraakt door een mortiergranaat, schrijft hij, en hij heeft wat in de Oekraïense ziekenboeg een ‘hersenkneuzing’ wordt genoemd, waarmee vermoedelijk een hersenschudding wordt bedoeld, of, waarschijnlijker, traumatisch hersenletsel. Hoe dan ook, Daniels commandant geeft hem een paar weken verlof om hem terug te laten gaan naar zijn woonplaats Zaporizja, op nog geen drie uur rijden van het front.

    Daniel schrijft dat hij onderweg naar huis zonder geld is komen te zitten en vraagt of ik hem kan helpen een buskaartje te kopen. Hij heeft niet veel geld nodig en ik ben blij hem te kunnen helpen, dus ik maak wat over. Dat is het minste wat ik kan doen, in de omstandigheden.

    Daniel blijft een paar weken thuis, bij zijn ouders, Marina en Konstantin. Het is een zware tijd voor Daniels ouders, die hun zoon keer op keer proberen te overtuigen dat hij niet terug hoeft naar het front.

    En ze hebben gelijk, dat hoeft ook niet.

    Plicht

    Toen Rusland in de zomer van 2014 Oekraïne binnenviel, ging Daniel namelijk, als zoveel andere jonge mannen en vrouwen, uit eigen beweging naar het front. Hij sloot zich aan bij de ongeorganiseerde militie die de Russische inval probeerde af te slaan. De vrijwilligers leerden aan het front hoe ze moesten vechten, zonder enige formele opleiding. Er werd grappend gesproken over de ‘natuurlijke selectie’-opleiding. Daniel was pas negentien toen hij ten strijde trok. Hij belandde rechtstreeks vanuit zijn ouderlijk huis in het artillerievuur en tussen de sluipschutters. Hij werd soldaat voor hij ooit de kans had gekregen een man te worden. 

    Marina vertelt me later dat ze naar haar slapende zoon keek toen hij vanwege die hersenschudding met verlof was. In de paar maanden dat hij weg was geweest, was hij een ander mens geworden, zegt ze. ‘Hij ging als een jongen naar het front en hij keerde terug als een wijze, oude man.’

    Op de dag dat hij terug naar het front ging, smeekte Marina haar zoon om thuis te blijven. ‘Je bent nog veel te jong,’ zei ze. 

    ‘Mam, ik kan niet anders,’ antwoordde Daniel. ‘Ik moet terug naar mijn vrienden. Het is mijn plicht.’

    En hij ging. Twee weken later werd Daniel bij de strijd in Pisky gedood door een mortiergranaat. Hij was nog maar negentien.

    Na Daniels dood zoek ik contact met zijn ouders, en samen met mijn vrouw ga ik naar Zaporizja om hen te ontmoeten. Ik vraag Marina of ze het goed vindt dat ik haar verhaal gebruik om mensen iets duidelijk te maken over de oorlog in Oekraïne, over de strijd waarvoor haar zoon zijn leven heeft gegeven.

    ‘Doe wat je kunt om te voorkomen dat onze jongens sterven,’ zegt ze. ‘De hele wereld moet de waarheid horen over de oorlog in Oekraïne.’

    Dit is die waarheid.

    Het leek alsof het allemaal een geheim was. En zo lijkt het nog altijd

    De oorlog in Oekraïne is geen burgeroorlog. Dat is het nooit geweest. Het was, en is, een Russische inval.

    Ik heb zeven jaar in Oekraïne gewoond om verslag te doen van de oorlog. In die tijd heb ik, met eigen ogen, een oorlog gezien die heftiger is dan enige andere oorlog die heb meegemaakt in Irak en Afghanistan, zowel als special operations-piloot (wat ik vroeger was) als aan de grond, als oorlogscorrespondent.

    Zo zag ik in september 2014 vanaf een heuveltop een tankgevecht in de kustplaats Marioepol. Ja, een tankgevecht. In Europa. In deze tijd. Het was alsof ik naar een Hollywoodfilm keek. Alleen was dat niet zo. Dit gebeurde echt.

    De volgende dag bezocht ik het slagveld. Het was 5 september 2014, de dag waarop het eerste staakt-het-vuren werd getekend. Wat ik zag was een grote ravage van kapotgeschoten tanks en pantservoertuigen. En talloze dode soldaten, deels verkoolde, kapotgeschoten lichamen verspreid over het terrein, verstard in de bewegingen van het moment van sterven, als de gipsen beelden van overledenen in Pompeii.

    Ik had nooit eerder een dergelijke oorlog gezien. Maar wat misschien nog wel schokkender was: het leek alsof het allemaal een geheim was. En zo lijkt het nog altijd.

    Ook nu nog liggen de Oekraïense troepen ingegraven langs een kleine 400 kilometer frontlinie in de regio Donbas, in het oosten van het land. Daar blijft het Oekraïense leger verwikkeld in een statische loopgravenoorlog tegen de gecombineerde strijdkrachten van pro-Russische separatisten, buitenlandse huurlingen en Russische soldaten. En met de Russische troepenopbouw van tienduizenden manschappen aan de grens met Oekraïne [in april 2021] lijkt de mogelijkheid van een veelomvattender oorlog ineens wel erg reëel. 

    Overal in Oekraïne werd het straatbeeld bepaald door pijlen op gebouwen die de weg wezen naar de dichtstbijzijnde schuilkelder

    Tot nog toe heeft de oorlog zo’n veertienduizend Oekraïense levens geëist – meer dan de helft van de slachtoffers is gevallen nádat in februari 2015 de Minsk II-wapenstilstand werd gesloten. En met 1,7 miljoen mensen die nog altijd niet kunnen terugkeren naar huis, is dit niet alleen de enige landoorlog die momenteel nog in Europa woedt, maar tevens een van de grootste humanitaire crises op het continent.

    Onder het mom van een separatistische opstand annexeerden Russische speciale eenheden en veiligheidsdiensten in het voorjaar van 2014 de Donbas-regio. Even daarvoor, in februari, hadden Oekraïense demonstranten de sluipschutters getrotseerd op het centrale plein van Kiev, tijdens een opstand om Viktor Janoekovitsj, de pro-Russische president, tot aftreden te dwingen. In de kern ging die revolutie erom dat het land zich afkeerde van Rusland en een meer pro-Europese, prowesterse, prodemocratische koers zou gaan varen.

    Maar met een doelbewuste campagne van gemilitariseerde propaganda wist Rusland de annexatie van de Krim en het daaropvolgende conflict in Donbas af te schilderen als een opstand die was georganiseerd en geleid door onbetrouwbare, Russisch sprekende Oekraïners die van mening waren dat de nieuwe regering in Kiev onrechtmatig was.

    Voor Kiev zag het er niet goed uit in de zomer van 2014. Gecombineerde Russisch-separatistische troepen rukten op en er waren zorgen dat Oekraïne in tweeën zou worden gedeeld, of dat Rusland zou overgaan tot een grootschalige inval. Het Oekraïense leger was danig verzwakt na vele decennia van corruptie, en slechts in staat zesduizend gevechtsklare manschappen op de been te brengen. Overheden adviseerden de inwoners van Kiev om bij een Russische aanval de metrostations als schuilkelder te gebruiken. Overal in Oekraïne werd het straatbeeld bepaald door pijlen die op gebouwen waren gespoten en die de weg wezen naar de dichtstbijzijnde schuilkelder.

    In die eerste maanden van de oorlog vormden gewone Oekraïners, op de hielen gezeten door het reguliere leger van Oekraïne, de gelederen van de ongeregelde gevechtseenheden. Ondertussen waren hele legioenen vrijwilligers bezig om spullen in te zamelen en die naar de troepen aan de frontlinie te brengen – waarbij ze vaak een groot risico liepen. De oorlogsinspanningen werden gedragen door de bevolking, waarmee weer eens duidelijk werd dat Oekraïners in tijden van crisis eerder geneigd zijn zelf in actie te komen dan te wachten tot de regering iets doet. 

    In juli 2014 hadden de ongeregelde troepen van Oekraïne (de Bad News Bears van de oorlog, zoals ik ze ben gaan noemen) weer 23 van de 36 districten in handen die onder gecombineerd Russisch-separatistisch bewind hadden gestaan. Met de oprukkende troepen zag het er – heel even – naar uit dat Kiev al het terrein zou kunnen herwinnen dat het had moeten prijsgeven aan de troepen die voor de Russen streden. Maar toen, in augustus, stuurde Rusland zelf duizenden manschappen en ongekende hoeveelheden wapens en militair materieel naar het conflictgebied.

    Veel Oekraïners vreesden dat er een grootscheepse Russische invasie ophanden was; een aanval op de havenstad Marioepol leek onafwendbaar. Dankzij de wapenstilstand van september 2014 leek te zijn voorkomen dat de oorlog zou escaleren tot een rampzalig niveau. Die wapenstilstand werd echter al snel geschonden, maar door de Minsk II-wapenstilstand in februari 2015 concentreerde het conflict zich uiteindelijk rond het huidige grensgebied.

    Maar daarmee is er nog geen einde gekomen aan de oorlog.

    Persoonlijk

    De patstelling in de loopgraven in het oosten van Oekraïne is uitgegroeid tot een broze impasse, waarbij de twee grootste landlegers van Europa – gerekend naar manschappen – dagelijks beschietingen uitvoeren. Het is een langeafstandsstrijd die voornamelijk wordt uitgevochten met indirecte vuurwapens zoals mortieren en artillerie. In de meeste gevallen zien de soldaten nauwelijks op wie ze schieten – afgezien van de sluipschutters, die ik altijd al het meest angstaanjagende aspect van deze oorlog heb gevonden. In tegenstelling tot de willekeurige, lukrake dreiging van artillerievuur is het op een bepaalde manier persoonlijk om door een sluitschutter onder vuur te worden genomen – hij kijkt echt naar jou, door een vizier, en probeert je te doden. 

    Er zijn plekken waar het niemandsland enkele kilometers breed is. Op andere plekken zitten de Oekraïners en hun vijanden zo dicht op elkaar dat ze elkaar verwensingen kunnen toeschreeuwen. Zo heb ik in 2015 in Sjirokino kunnen zien hoe dronken soldaten van het Russische kamp ’s nachts naar de Oekraïense linies kropen en de Oekraïners uitdaagden voor gewapende gevechten, van man tot man, tot de dood erop volgde. Een soort gladiatorengevechten. 

    Het is al met al een bizar conflict waarin moderne technologie – zoals drones en elektronische oorlogsvoering – samengaat met fysieke omstandigheden die doen denken aan de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog, zij het op veel kleinere schaal. Als de Oekraïners niet in die loopgraven zitten, leven ze in de kelders van verlaten huizen. Het is domweg te gevaarlijk om veel tijd bovengronds door te brengen, met de onophoudelijke granaatbeschietingen en overal sluipschutters.

    In je achterhoofd leeft voortdurend de gedachte dat je elk moment dood kunt gaan. Die constante achtergrondruis van gevaar is iets heel anders dan wat ik heb meegemaakt toen ik was uitgezonden naar Irak en Afghanistan. Daar hadden we betrekkelijk veilige plekken om tussen onze verschillende missies door even op adem te komen.

    In Marioepol is een restaurant, uitgebaat door een veteraan, dat pizza’s bezorgt aan het front

    Maar ondanks alle ontberingen hebben de Oekraïense troepen geleerd zich aan te passen. Oorlog voeren is een manier van leven geworden. Hetzelfde geldt voor de Oekraïense burgers die zijn achtergebleven in het oorlogsgebied. Ik sta er altijd van te kijken dat in tijden van oorlog het dagelijks leven zo goed en zo kwaad als het gaat voortgang vindt. Kinderen gaan gewoon naar school, al zijn er dagelijks beschietingen. Winkels zijn gewoon open. Familieleden komen nog altijd samen voor de avondmaaltijd. Zo is er in Marioepol een restaurant, uitgebaat door een veteraan, dat pizza’s bezorgt aan het front.

    Een van de indringendste voorbeelden van het gewone leven in tijden van oorlog heb ik gezien in Lobacheve, een plaats aan de frontlinie. De stad wordt in tweeën gedeeld door een rivier – de Oekraïners hebben de ene kant van de stad in handen, de Russische separatisten de andere. Maar er is maar één school. Dus hebben de strijdende partijen besloten tot een kortstondig staakt-het-vuren, twee keer per dag, zodat de kinderen het pontje over de rivier kunnen nemen, van en naar school.

    In 2016 was ik getuige van zo’n bizarre, kortstondige time-out van de oorlog. Het had iets surrealistisch om de Oekraïense soldaten op hun dooie gemak aan de oever een sigaretje te zien roken, terwijl ze hun vijanden op de andere oever zagen staan. Maar zodra het moment voorbij was namen de sluitschutters weer hun positie in, zochten de soldaten dekking en was het weer oorlog. ‘Oorlog is een duistere komedie,’ zei Andriy, een Oekraïense soldaat die dag tegen me, terwijl we een veilig heenkomen zochten.

    De twee partijen moeten duidelijk weinig van elkaar hebben, al hebben veel Oekraïners familie in Rusland, en omgekeerd. Sterker nog, enkele oudere Oekraïense soldaten hebben in de Sovjettijd in het Rode Leger gediend, samen met de Russen. Ik heb zelfs Oekraïense soldaten gezien die Facebookberichten aan hun vijanden stuurden, die ze nog kenden uit hun jeugd, of van hun studie.

    ‘Het is lastig vechten tegen een vijand die dezelfde taal spreekt en hetzelfde geloof heeft,’ zegt Oleksandr Derevyanko, een 54-jarige Oekraïense soldaat en veteraan uit het Sovjetleger. ‘Maar we moeten dit gevecht wel leveren – er zit niets anders op. Rusland heeft ons aangevallen en we moeten ons vaderland verdedigen.’

    Derevyanko vocht in de jaren tachtig als Sovjetsoldaat in Afghanistan. ‘In Afghanistan heb ik geleerd dat het niet zo moeilijk is om een oorlog te beginnen, maar wél om een oorlog te beëindigen,’ zegt de oude soldaat. Ik ben zelf ook Afghanistan-veteraan en ik had het niet beter kunnen zeggen.

    De oorlog in Oekraïne is momenteel niets minder dan een zwaard van Damocles dat boven Oost-Europa hangt – elk moment kan de vlam in de pan slaan en kan het vuur om zich heen grijpen. Als de zon vanavond onder is, zullen de lichtspoorkogels de hemel uiteenrijten. Het artillerievuur zal donderen. En de soldaten en burgers, die allemaal oorlogsmoe zijn, zullen wegduiken in schuilkelders en loopgraven, en proberen hun angst de baas te blijven – net als de afgelopen zeven jaar.

    De oorlog gaat maar door. Wanneer zal er ooit een einde aan komen? 

    De oorlog in Oekraïne is een frontlinie ter verdediging van de geest, en de belofte, van de democratie

    Het is makkelijk om te denken dat de geschiedenis uiteindelijk altijd wel weer ten goede zal keren – dat het tijdperk van de wereldoorlogen achter ons ligt. Dat het nooit weer zal gebeuren. In Oekraïne voelt dat heel anders.

    Vergeet niet dat Oekraïne nog maar twee generaties terug het dodelijkste strijdtoneel was in een van de dodelijkste oorlogen in de geschiedenis van de mensheid. Sommige van de soldaten die in die oorlog hebben gevochten, en de burgers die het hebben overleefd, zijn momenteel nog in leven. Dus laat niemand denken dat een dergelijke oorlog nu niet meer mogelijk is, of dat de ontwikkelingen in de tijd waarin we nu leven op de een of andere manier immuun zijn voor de onophoudelijke cycli van oorlog en vrede die de geschiedenis typeren.

    De Amerikaanse oorlogscorrespondent Martha Gellhorn schreef ooit: ‘Tenzij ze tot de directe slachtoffers behoren, gedraagt de meerderheid van de mensheid zich alsof oorlog een kwestie is van overmacht, iets wat niet voorkomen had kunnen worden; of ze doen alsof een oorlog elders niet hun probleem is. Het zou een wrede kosmische grap zijn als we onze eigen ondergang bewerkstelligen door het wegkwijnen van de verbeelding.’

    De oorlog in Oekraïne is namelijk veel meer dan alleen een frontlinie tegen de Russische militaire agressie. Het is ook een frontlinie ter verdediging van de geest, en de belofte, van de democratie.

    Amerikaanse steun, in welke vorm ook – diplomatieke maatregelen of wapens – geeft een signaal aan de Oekraïense soldaten en burgers: dat ze niet zijn vergeten, en dat de democratische wereldorde, waar ze zo graag deel van willen uitmaken, nog altijd de strijd waard is. Vandaag de dag lijkt dat een boodschap die de hele wereld zou moeten horen.

    Met de geschiedenis als leidraad lijkt één ding duidelijk: als de oorlog in Oekraïne escaleert tot een veel groter en dodelijker conflict, zullen de gevechten niet beperkt blijven tot Oekraïners en Russen.

  • Sterke stijging huizenprijzen in de VS | Polen wil kernenergie

    Sterke stijging huizenprijzen in de VS | Polen wil kernenergie

    In de VS stijgen de huizenprijzen exorbitant

    Niet alleen in Nederland, maar ook in de VS wordt het steeds duurder om een huis te kopen. De huizenprijzen kenden in mei de grootste jaarlijkse stijging sinds ruim twee decennia, door een tekort aan onroerend goed en lage rentes op leningen die de vraag aanwakkeren, aldus The Wall Street Journal. Volgens de National Association of Realtors (NAR), de Amerikaanse makelaarsvereniging, bedroeg de gemiddelde verkoopprijs van bestaande woningen in mei voor het eerst 350.000 dollar, ruim 293.000 euro. Dat is bijna 24 procent hoger dan een jaar geleden.

    Mensen die vanuit huis kunnen werken, grepen de kans om naar een goedkopere stad te verhuizen

    De verkoopprijzen zijn sinds afgelopen zomer sterk gestegen, toen coronamaatregelen in het hele land werden versoepeld en veel mensen zich haastten om meer ruimte en grotere huizen te vinden. Mensen die vanuit huis kunnen werken, grepen de kans om naar een goedkopere stad te verhuizen. De prijsstijging zorgt voor vertraging in het tempo van woningverkopen. De verkoop van bestaande woningen daalde in mei met 0,9 procent ten opzichte van april, waarmee de vierde opeenvolgende maand van dalende verkopen een feit is, aldus NAR.


    Veel aanmeldingen voor European Space Agency

    European Space Agency (ESA) is verrast door het aantal mensen dat zich heeft aangemeld om lid te worden van het astronautenkorps, schrijf BBC. In totaal vulden 22.589 personen een online formulier in, tweeënhalf keer zoveel als bij de laatste oproep van ESA in 2008. Het aantal aanmeldingen van vrouwen steeg aanmerkelijk: 5419 aanvragen vergeleken met 1287 in 2008.

    ‘Het toont de interesse en het enthousiasme van mensen in Europa om astronaut te worden’

    ‘Meer dan 22.000 sollicitanten is nogal wat’, aldus Josef Aschbacher, directeur-generaal van ESA. ‘We zijn allemaal stomverbaasd. Het toont de interesse en het enthousiasme van mensen in Europa om astronaut te worden.’

    Er zijn aan vier tot zes mensen contracten te vergeven om zich fulltime bij het astronautenkorps te voegen. Daarnaast wordt een reservebestand van maximaal 20 personen gemaakt voor het geval er zich andere kansen voordoen. Het zou bijvoorbeeld kunnen dat een lidstaat van ESA een ‘nationale missie’ wil vliegen buiten de afspraken die het agentschap heeft met het International Space Station (ISS).


    Polen wil kernenergie

    Parlementsleden van vier uiteenlopende politieke partijen in Polen vragen premier Mateusz Morawiecki in een brief om partij-overschrijdend overleg over de bouw van kerncentrales. Het is een zeldzaam vertoon van samenwerking in de verdeelde Poolse politieke arena, volgens Notes from Poland. De parlementariërs stellen dat de plannen meerdere parlementaire termijnen zullen beslaan en dus een langdurige samenwerking tussen politieke groeperingen vereist. 

    Volgens de officiële nucleaire strategie van de regering, die onderdeel vormt van plannen om gaandeweg over te schakelen van steenkool naar energiebronnen met lage of geen uitstoot, zal de eerste reactor van Polen tegen 2033 in bedrijf moeten zijn. In 2043 zullen er dan nog vijf kerncentrales volgen. Het ministerie van klimaat liet vorig jaar weten dat het streven is om een totale nucleaire capaciteit van ongeveer 6 tot 9 GW te hebben, tegen een geschatte kostprijs van 80 miljard zloty (17 miljard euro). Sommige experts vrezen dat de voorgestelde tijdlijn te optimistisch is.


    12,833 biljoen

    Door de val van de roepie daalde het aantal dollarmiljonairs in India in 2019 van 764.000 tot 698.000, bericht het Indiase nieuwsportaal YourStory. Hun cumulatieve vermogen bedroeg 12,833 biljoen dollar, een daling van 594 miljard dollar of 4,4 procent ten opzichte van het voorgaande jaar, volgens een rapport van het onderzoeksinstituut van Credit Suisse.


    Argentinië hervat vleesexport

    Vanwege enorme prijsstijgingen en een tekort aan aanbod stelde Argentinië medio mei een exportverbod van een maand in op rundvlees om de prijzen te verlagen. Dat verbod is nu voorbij en Argentijnse fokkers mogen weer rundvlees exporteren, meldt Der Spiegel. Tot augustus blijft het toegestane exportvolume echter wel beperkt tot 50 procent van de gemiddelde export van vorig jaar. 

    In 2020 exporteerde Argentinië 819.000 ton vlees en leer

    Argentinië is de vierde grootste exporteur van rundvlees ter wereld. In 2020 exporteerde het land 819.000 ton vlees en leer, goed voor zo’n 2,8 miljard euro, voornamelijk naar China, Duitsland, Chili en Israël. Rundvlees maakt ongeveer 5 procent uit van de totale export van Argentinië.


    Draghi is positief gestemd

    Italië kan zich verheugen op een periode van sterke groei na de economische aardbeving die werd veroorzaakt door de pandemie, zo liet premier Mario Draghi woensdag aan het Italiaanse parlement weten. ‘De economische situatie in Europa en Italië verbetert enorm’, aldus Draghi. ‘Volgens de prognoses van de Europese Commissie zal Italië in 2021 en 2022 met respectievelijk 4,2 en 4,4 procent groeien, net als de rest van de EU. Veel indicatoren geven aan dat ons herstel waarschijnlijk nog duurzamer zal zijn.’

    De premier zei dat een sterkere groei het mogelijk zou maken om ‘de verhouding tussen schuld en bruto binnenlands product te verlagen‘, bericht ANSA.

    Lees ook:

  • Twitterblokkade in Nigeria brengt bloeiende start-upsector in de problemen

    Twitterblokkade in Nigeria brengt bloeiende start-upsector in de problemen

    De Nigeriaanse start-upsector is de veelbelovendste in heel Afrika, maar door de impasse tussen de overheid en een van ’s werelds grootste sociale netwerken zijn ondernemers bang dat investeerders afhaken.

    Het grootste evenement in de Afrikaanse start-upwereld in 2020 was de overname van Paystack, een elektronisch betalingssysteem dat in 2015 in Lagos werd gelanceerd door het Amerikaanse bedrijf Stripe. De transactie werd geschat op 200 miljoen dollar en was een mijlpaal voor de groeiende digitale gemeenschap van Nigeria.

    Lokale en buitenlandse investeerders jagen sindsdien op andere Paystacks. Ze zijn bang om de boot te missen. De breedbandpenetratie is gegroeid van minder dan 20 procent vijf jaar geleden tot meer dan 40 procent sinds mei 2020, en de sector informatie- en communicatietechnologie (ICT) is de snelst groeiende van het land: 6,31 procent in het eerste kwartaal van 2021. Dit alles, plus het feit dat 81 procent van de volwassen Nigerianen een mobiele telefoon bezit, zet investeerders aan tot het uitschrijven van cheques van miljoenen dollars. Digitale bedrijven hebben nog nooit zoveel aantrekkingskracht gehad en nog nooit zoveel tolerantie genoten in het dichtstbevolkte land van Afrika.

    Regelgevingsrisico’s

    Maar deze explosie van energie en innovatie stuit op een bekende vijand: de overheid. [Op 4 juni] blokkeerden de federale autoriteiten Twitter – een van ’s werelds grootste sociale netwerken – omdat het bedrijf een tweet verwijderde van het account van president Muhammadu Buhari, in de veronderstelling dat deze een dreiging met geweld inhield. [De Nigeriaanse president, die als soldaat vocht in Biafra tijdens de oorlog eind jaren zestig, richtte zich tot de Biafra-separatisten: ‘Veel van degenen die zich tegenwoordig slecht gedragen, zijn te jong om zich bewust te zijn van de vernietiging en het verlies van mensenlevens die plaatsvonden tijdens de burgeroorlog in Nigeria. Degenen onder ons die (…) de oorlog hebben meegemaakt, zullen hen behandelen in een taal die wij begrijpen’, twitterde hij.] Het gevolg van de blokkade is dat de media hun accounts moeten verwijderen en gewone burgers het netwerk niet langer mogen gebruiken op straffe van arrestatie.

    De blokkade van Twitter is de zoveelste grote schok voor de digitale sector: slechts zes maanden geleden beval de centrale bank van Nigeria banken om cryptocurrencytransacties niet langer toe te staan. Plotseling verloor Nigeria daarmee de belangstelling van digitale investeerders. ‘Het punt is dat regelgevingsrisico’s al een tijdje onze grootste zorg zijn’, zegt Tokunboh Ishmael, voormalig voorzitter van de raad van bestuur van de Africa Venture Capital Association. Alitheia Capital, de investeringsmaatschappij waarvan ze medeoprichter is, heeft Nigeriaanse start-ups helpen financieren. En het ‘reguleringsrisico speelde een grote rol in onze risicoberekening’, aldus Ishmaek. Start-ups zullen investeerders daarom een hoger investeringsrendement moeten bieden dan in meer stabiele markten, stelt ze.

    Nu Twitter is geblokkeerd, zullen digitale bedrijven niet alleen moeite hebben om fondsen te werven, sommigen zullen moeite hebben om überhaupt te blijven bestaan. Met zijn 2 miljoen gebruikers is Twitter een belangrijk platform voor bedrijven in Nigeria. Eloho Omame is de oprichter en CEO van Endeavour Nigeria [een bedrijf dat start-ups helpt groeien] en was onlangs een van de medeoprichters van FirstCheck Africa, een durfkapitaalinvesteerder die een beginkapitaal van 25.000 dollar [21.000 euro] biedt aan ‘vrouwelijke start-ups’. Twitter ‘was een essentieel contactpunt’ met de dertien start-ups die het bedrijf financiert, geeft ze aan.

    Een regering die vijandig staat tegenover nieuwe technologieën, maakt een land geen erg geloofwaardige bestemming voor toekomstgerichte investeringen

    FirstCheck Africa heeft een platform nodig om zichzelf op de markt te brengen en vrouwen aan te trekken die de toekomstige grote Afrikaanse succesverhalen kunnen zijn. ‘Een verre van onbeduidend deel van onze investeringskanalen is afhankelijk van bereikbaarheid op Twitter en een groot deel van onze werving gebeurt via Twitter. De blokkade maakte daar een einde aan. Een even effectief alternatief is er niet,’ aldus Omame.

    Twitter was een klantenservice geworden voor nieuwe start-ups die licht en flexibel wilden zijn. Het succes van Piggyvest, een spaar-app die in een jaar tijd groeide van 0 naar 450 gebruikers, is deels te verklaren door het feit dat het vrijwel niets aan marketing uitgaf, maar op Twitter vertrouwde om clientèle te vinden. De digitale bank Fairmoney heeft via e-mail een telefoonnummer, e-mailadres en Facebook-pagina verspreid voor de toekomstige klantenservice. Het online wisselkantoor Rise Vest stelde voor om het contact via Instagram voort te zetten. Henry Mascot, de oprichter van Curacel, een bedrijf dat fraudedetectieoplossingen verkoopt aan verzekeringsmaatschappijen, zegt dat hij een team buiten Nigeria moest werven om hun Twitter-feed te beheren. En dat brengt kosten met zich mee.

    Impact

    Volgens Mascot is het te vroeg om de impact van de Twitter-blokkade te kunnen bepalen. De investeerders die Curacel hielpen om in maart 450.000 dollar [380.000 euro] op te halen, zijn voor de lange termijn aan de start-up verbonden, maar Mascot maakt zich zorgen over de boodschap die het besluit van de autoriteiten naar investeerders als geheel stuurt. 

    Tayo Oviosu is van zijn kant optimistisch. Volgens hem zullen investeerders de opschorting van Twitter als een op zichzelf staand geval zien en niet weerhouden om de Nigeriaanse markt te betreden. Victor Basta van Magister Advisor, die miljoenencontracten in Afrika begeleidde, vindt de schorsing een negatieve ontwikkeling, maar verwacht niet dat deze gevolgen zal hebben voor de fondsenwerving. ‘We hebben verschillende contracten lopen met Nigeriaanse bedrijven, en we zien geen enkele terugslag’, zei hij.

    Zowel ondernemers als investeerders erkennen echter dat deze herhaalde willekeurige beslissingen een verkeerd signaal afgeven aan mensen die overwegen hun kapitaal te investeren in Nigeriaanse start-ups. ‘Een regering die voortdurend vijandig staat tegenover nieuwe technologieën, zendt de boodschap uit dat haar economie geen erg geloofwaardige bestemming is voor toekomstgerichte investeringen van tijd en geld’, zegt Eloho Omame. ‘We moeten met de rest van de wereld strijden om talent en kapitaal, en hierdoor staan ​​we nog zwakker.’

  • EU-sancties tegen Belarus | Zweedse regering valt over huurplafond

    EU-sancties tegen Belarus | Zweedse regering valt over huurplafond

    Ongekende economische sancties tegen Belarus

    Het gebeurt niet elke dag dat de lidstaten van de Europese Unie eensgezind stemmen. Maar maandag in Luxemburg besloten de ministers van Buitenlandse Zaken van de 27 EU-landen unaniem om het regime van Aleksander Loekasjenka aan te pakken. De maatregelen zijn zeldzaam volgens de internationale pers.

    ‘Een regen van sancties daalt neer op dictator Loekasjenka’, kopt het Belgische dagblad Le Soir. De EU heeft met name de activa bevroren van zeven bedrijven die worden gerund door familieleden van Aleksander Loekasjenka. De zoon van de president, Dmitri, en de vrouw van zijn oudste zoon Viktor, Lilia Loekasjenka, zijn op de zwarte lijst van de EU gezet.

    Kalium

    De ministers bevestigden vervolgens unaniem de reeks maatregelen die gevolgen hebben voor zeven sectoren van de Belarussische economie. Deze sancties omvatten ‘financiële diensten en verzekeringen, een embargo op petrochemische producten en de handel in kalium en tabak’, aldus L’Echo. Ook is een verbod ingesteld op nieuwe bankleningen aan de staat, de centrale bank, en overige banken en organisaties die voor het merendeel in handen van de staat zijn.

    ‘De export van kalium, een belangrijk ingrediënt voor het bemesten van landbouwgrond, is een onmisbare bron van inkomsten voor Belarus’, schrijft The New York Times . Het staatsbedrijf Belaruskali beweert 20 procent van de wereldvoorraad te produceren.

    Volgens L’Echo vereisten de financiële sancties een overeenkomst met Oostenrijk, aangezien Belarussische activa zijn ondergebracht bij Oostenrijkse banken.

    ‘We moeten nu het regime en de staatsoligopolies die verbonden zijn met Loekasjenka aanpakken’

    ‘Het instellen van economische sancties, een maatregel die zelden door Europa wordt genomen, is lang verworpen door de 27 staten, die de voorkeur gaven aan individuele beperkende maatregelen’, merkt Le Soir op. ‘Economische sancties werden tot dusver uitgesloten omdat ze “een negatieve impact op de bevolking” zouden kunnen hebben. Een ander argument was dat Loekasjenka alleen maar verder in de armen van Poetin zal worden geduwd als de Belarussische economie op de knieën wordt gedwongen. Daarnaast maakte elk van de 27 EU-landen de rekening op door een inschatting te maken van wat ze te verliezen hadden door hun zakelijke belangen met Minsk op te geven’, is de analyse van het Belgische dagblad.

    Volgens een Europese diplomaat die met Le Soir sprak, was de kaping van de Ryanair-vlucht doorslaggevend. ‘We moeten nu het regime en de staatsoligopolies die verbonden zijn met Loekasjenka aanpakken, en tegelijk zo min mogelijk de Europese belangen en die van de Belarussische bevolking aantasten’, zei hij.

    Verandering

    Deze economische sancties ‘markeren een stap voorwaarts in de strijd tegen het autoritaire regime van Loekasjenka’, merkt Financial Times op. De EU had al sancties opgelegd aan 88 leden van het regime, waaronder president Aleksander Loekasjenka zelf en zijn zoon. Maar deze individuele sancties hebben vooral geleid tot verdere repressie. Met de nieuwe economische sancties hopen de EU-leiders nu het regime tot verandering te dwingen.

    Om de strafmaatregelen nog meer gewicht te geven, hebben de EU-landen maandag in samenwerking met de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Canada ook nog eens sancties opgelegd aan tientallen personen en bedrijven die nauw samenhangen met de macht in Minsk.

    Lees ook:


    Andrew ‘Basisinkomen’ Yang toch niet de nieuwe burgemeester van New York

    De uitslag is nog niet definitief, maar gisteren waren in New York de Democratische voorverkiezingen voor de burgemeesterspost van New York. In een stad met meer dan zes keer zoveel Democraten als Republikeinen, is een overwinning in die voorverkiezing bijna een garantie voor het burgemeesterschap.

    Als pleitbezorger van optimisme en een universeel basisinkomen, viel ondernemer Andrew Yang al op als kandidaat tijdens de presidentsverkiezingen van 2020. Hij heeft zich kandidaat gesteld als burgemeester van New York met dezelfde ideeën, schrijft The Wall Street Journal.

    Toen Andrew Yang zich in de strijd om de Democratische voorverkiezingen stortte voorafgaand aan de presidentsverkiezingen van november 2020, na enkele jaren steun voor zijn project voor een basisinkomen te hebben vergaard, logenstrafte hij alle peilingen en hield hij het langer vol dan veel anderen, zo schrijft The Wall Street Journal. Hij gooide uiteindelijk de handdoek in de ring na de voorverkiezingen in New Hampshire in februari 2020.

    Zijn campagne draaide om één project: een maandelijkse uitkering van 1000 dollar aan alle Amerikanen tussen de 18 en 64 jaar

    Zijn campagne draaide om één project: een maandelijkse uitkering van 1000 dollar, ongeveer 820 euro, aan alle Amerikanen tussen de 18 en 64 jaar. Dankzij zijn energie en de interesse die hij destijds opwekte, was Andrew Yang een van de favorieten in de race om het burgemeesterschap van New York, maar zijn voorsprong werd al in de laatste peilingen kleiner. De voorlopige uitslag van dinsdagnacht wijst erop dat zijn rivaal Eric Adams hem voorbij is gestreefd en een grote kans maakt de Democratische kandidaat voor het burgermeesterschap van New York te worden, bericht The New York Times.

    Yangs kandidaatstelling voor het burgemeesterschap heeft de verkiezingscampagne door elkaar geschud en op slag werd hij het doelwit van tegenstanders, die hem bekritiseren omdat hij niet de nodige ervaring zou hebben om New York te leiden, vooral in deze periode van heropening na de pandemie.

    Andrew Yang, 46, is een van de dertien Democratische kandidaten die hopen de zittende burgemeester Bill de Blasio, ook een Democraat, op te volgen. Deze laatste zal aan het einde van dit jaar aftreden, aangezien hij het maximum aantal toegestane mandaten, twee periodes van vier jaar, heeft bereikt.

    Toen Yang in januari zijn kandidatuur aankondigde, waren het management en de politiek van de stad hem volkomen vreemd, in tegenstelling tot sommige van zijn tegenstanders, zoals het huidige Hoofd Financiën van New York Scott Stringer, voormalig directeur Stadssanering Kathryn Garcia en Eric Adams, de huidige stadsdeelvoorzitter van Brooklyn.

    Yang genoot echter al grote bekendheid, gevoed door zijn presidentiële kandidatuur, twee boeken die hij publiceerde en zijn optredens op CNN als politiek commentator. Hij had een campagnebudget van meerdere miljoenen dollars en de steun van ten minste drie politieke actiecomités om zijn campagne te financieren.

    Hij bracht bondgenoten uit alle lagen van de bevolking samen, zoals Ritchie Torres en Grace Meng, beide Democratische afgevaardigden in het Huis van Afgevaardigden in Washington, en verschillende leiders van de ultraorthodoxe joodse gemeenschap in de stad, die hem veel stemmen zouden opleveren.

    ‘Ik wil deze baan omdat ik denk dat ik de politiek in New York kan helpen verbeteren’, zei Yang, die in Hell’s Kitchen in het westen van Manhattan woont met zijn vrouw, Evelyn, en hun twee jonge zoons, Christopher en Damian.

    Basisinkomen in het klein

    De belangrijkste strekking van zijn campagne was het opzetten van een breed programma voor directe financiële hulp, een soort verkleinde versie van het universele basisinkomen, waar hij zijn presidentiële campagne omheen had gebouwd. Met dit programma zou 6 procent van de meest behoeftige New Yorkers, zo’n 500.000 mensen, gemiddeld zo’n 2000 dollar per jaar krijgen, ofwel ongeveer 140 euro per maand.

    In eerste instantie dacht hij deze kosten, die op 1 miljard dollar per jaar worden geschat, te financieren via de stadskas en gulle donoren. Maar in mei zei hij uitsluitend gemeentelijke financiering te overwegen.

    Hij wilde zijn project financieren door een einde te maken aan de vrijstelling van onroerendgoedbelasting die bepaalde gebouwen is vergund, zoals Madison Square Garden, de beroemde sporttempel en evenementenhal, en door andere inefficiënties op te sporen in het stadsbudget van ruim 98 miljard dollar. Een deel van het geld zou kunnen komen van bestaande sociale programma’s, die met de nieuwe aanpak hun nut zouden verliezen.

    ‘We hoeven daartoe slechts de effecten van die programma’s vast te stellen. Maar het zal niet gemakkelijk zijn om mensen te vertellen dat we bepaalde sociale programma’s niet meer nodig hebben omdat we een systeem van directe financiële hulp gaan invoeren.’

    Misstappen

    In de straten van New York staan mensen in de rij om met hem op de foto te gaan. Sommigen bedanken hem voor zijn kandidatuur want ze willen dat dingen veranderen. Maar zijn gebrek aan ervaring in gemeentelijk management heeft ertoe geleid dat hij verschillende misstappen maakte in enkele belangrijke kwesties.

    Zo stelde hij vorige maand voor dat de stad New York het openbaar vervoer weer in handen neemt, dat momenteel wordt beheerd door de staat New York, maar zijn voorstellen bleven vaag. Tijdens een openbare bijeenkomst sprak hij zich ook uit voor de oprichting van opvangcentra voor slachtoffers van huiselijk geweld. Dergelijke plekken bestaan echter al.

    Meer recentelijk, toen hij zijn plannen voor de hervorming van de politie verdedigde tijdens een persconferentie, raakte hij in verwarring toen een journalist hem om zijn mening vroeg over de intrekking van artikel 50-a. Die wet, enkele decennia oud, verhinderde het grote publiek om toegang te krijgen tot tuchtrechtelijke dossiers van de politie. Intrekking van die wet is een van de grootste strafrechtelijke hervormingen van het afgelopen jaar.

    ‘Andrew Yang is even pragmatisch, vooruitstrevend en bezorgd over deze kwesties als elke andere kandidaat voor deze functie, en New Yorkers die naar hem luisteren, malen er niet om of hij de juiste naam van bepaalde wetten kan opdreunen’, zo verdedigde woordvoerder Jake Sporn zijn campagne.

    Voorbeeld voor Aziatische Amerikanen

    Als we zijn aanhangers mogen geloven, is het vooral dankzij zijn energie dat hij zoveel kiezers voor zich heeft gewonnen. John Liu, Democraat en Senaatslid voor New York, steunt de kandidatuur van Andrew Yang. Yang is een inspiratie geweest voor veel Aziatische Amerikanen, vooral in New York, sinds zijn kandidatuur voor de presidentsverkiezingen, zegt hij.

    ‘Hij belichaamt onze hoop, onze droom’

    ‘Hij belichaamt onze hoop, onze droom’, verklaarde Liu, de eerste politicus van Aziatische afkomst die een zetel in de gemeenteraad verwierf en vervolgens in 2009 Hoofd Financiën van New York werd. ‘Hij biedt nationale zichtbaarheid aan Aziatische Amerikanen’, aldus Liu.

    Hij zei onder de indruk te zijn van de voorstellen van Andrew Yang, vooral die over onderwijs en de politie. Gevraagd naar het gebrek aan politieke ervaring van Yang, benadrukte hij diens praktijkervaring, die zeker zo belangrijk is. ‘Andrew Yang heeft veel ideeën om deze stad vooruit te helpen na de moeilijke en ongekende tijden die we net hebben doorgemaakt’, aldus Liu.

    Dinsdagnacht verklaarde Yang naar aanleiding van de voorlopige uitslag, dat hij geen kans meer maakt op de Democratische kandidatuur en gaf hij zijn verlies toe, meldt The New York Times. De huidige stadsdeelvoorzitter van Brooklyn, Eric Adams, gaat met 84 procent van de stemmen geteld aan de leiding met 31,7 procent. Yang zelf blijft steken op 11,7 procent en ziet zich ook voorbijgestreefd door Maya Wiley en Kathryn Garcia, die beide nog kans maken om de eerste vrouwelijke burgermeester van New York te worden.

    ‘We geloven nog steeds dat we kunnen helpen, maar niet als burgemeester en first lady’, zei Yang, die had gehoopt de eerste Aziatische Amerikaanse burgemeester van de stad te worden, dinsdagnacht, geflankeerd door zijn vrouw Eve.


    Motie van wantrouwen werpt Zweedse regering omver

    Het Zweedse parlement heeft een motie van wantrouwen tegen premier Stefan Löfven aangenomen, zo meldt BBC. In totaal stemden 181 van de 349 parlementsleden voor de motie, met 51 onthoudingen. Het is de eerste keer in de Zweedse geschiedenis dat een premier met een dergelijke stemming wordt afgezet.

    De regering van Löfven moest opstappen nadat een geschil over huurbescherming ertoe leidde dat de Linkse Partij haar steun aan de coalitie introk. Dit betekende een ineenstorting van de minderheidscoalitie van de sociaaldemocraten en de Groene Partij.

    De sociaaldemocratische leider heeft nu een week om af te treden of vervroegde verkiezingen uit te schrijven. Als Löfven besluit af te treden, moet de voorzitter van het parlement met alle partijen gaan onderhandelen om een nieuwe regering te vormen. Een mogelijk nieuwgevormde regering zal aanblijven tot de algemene verkiezingen, die in september volgend jaar zullen plaatsvinden.

    De Linkse Partij riep vorige week op tot de motie van wantrouwen na een ruzie over voorstellen om een huurplafond voor nieuwbouw op te heffen. Hoewel de partij van Löfven die maatregel niet steunt, heeft zij ermee ingestemd de plannen te overwegen om oppositiepartijen gunstig te stemmen.

    Het al dan niet afschaffen van huurplafonds is al lang een heet hangijzer in Zweden

    De vertrouwensstemming werd voorgesteld door de extreemrechtse Zweedse Democraten en werd gesteund door twee centrumrechtse oppositiepartijen.

    Het al dan niet afschaffen van huurplafonds is al lang een heet hangijzer in Zweden, dat kampt met woningnood. Maar tot vorige week hadden maar weinig politieke waarnemers voorspeld dat de kwestie de huidige regering ten val zou kunnen brengen.

    De ironie is dat de centrumlinkse premier van Zweden, Stefan Löfven, zelf voorstander is van de bestaande huurbeperkingen. Zijn coalitie stemde alleen in met het idee om te onderzoeken of de beperking in geval van nieuwbouw zou kunnen worden afgeschaft, om twee kleine centrumrechtse oppositiepartijen tegemoet te komen en zo de fragiele minderheidsregering overeind te houden.

    Maar daardoor verloor Löfven uiteindelijk de steun van een oude bondgenoot, de Linkse Partij. Die trok vorige week zijn steun aan de regering in, wat de weg vrijmaakte voor de motie van wantrouwen.

    Een tweede ironische wending is dat het huisvestingsdebat nu wel eens veel verder in de onderste regionen van de politieke agenda zou kunnen belanden. Nieuwe verkiezingen of een nieuwe regering zullen namelijk meer gefocust zijn op wat de centrumrechtse tegenstanders van Löfven als dringender kwesties beschouwen, zoals economisch herstel van het land na de pandemie, het toenemende aantal geweldsmisdrijven en immigratie.

    Lees ook: