Onderwerpen: Emancipatie

  • In Iran is ‘Dood aan Amerika’ veranderd in ‘Dood aan de dictator’

    In Iran is ‘Dood aan Amerika’ veranderd in ‘Dood aan de dictator’

    ‘Ze hebben geen bezwaren tegen de hoofddoek; maar tegen het feit dat ze niet het recht hebben om zelf te beslissen of ze die al dan niet willen dragen’, schrijft deze Iraans-Amerikaanse auteur. Iraniërs – vooral vrouwen – komen massaal in opstand tegen het theocratische bewind.

    Niemand kan voorspellen hoe een revolutie uitbreekt. Ook weet niemand van tevoren wanneer een misstand de woede van de bevolking zal doen ontvlammen – woede die sterker is dan angst. In 2010 zette in Tunesië een straatverkoper, Mohammed Bouazizi, een opstand in gang door zichzelf in brand te steken. Nu, in 2022 zijn na de dood van Mahsa Amini, een 22-jarige vrouw die in politiedetentie om het leven is gekomen, Iraniërs in alle hoeken van het land de straat opgegaan.

    Amini en haar broer waren vanuit Saqqez, een stad in Iraans-Koerdistan, naar de hoofdstad Teheran gekomen om familieleden te bezoeken. Op 13 september werd Amini opgepakt door de zogeheten zedenpolitie, omdat ze haar hijab, of hoofddoek, niet op de juiste wijze zou hebben gedragen. Drie dagen later werd bekendgemaakt dat ze was overleden. De autoriteiten zeggen dat ze is overleden aan een hartstilstand. Volgens een in Engeland gevestigde onafhankelijke Iraanse nieuwssite zijn op CT-scans van haar schedel tekenen van fracturen zichtbaar.

    Elke keer dat ik beelden van Amini zie, in coma in een ziekenhuisbed, denk ik onwillekeurig dat ik daar ook had kunnen liggen. Ik was een meisje in Iran toen er in 1981 een wet van kracht werd die alle vrouwen verplichtte een hijab te dragen. Dat was twee jaar na de Iraanse Revolutie. En ik was een tiener toen de zedenpolitie de straat opging en in het wilde weg mensen aanhield en inrekende, soms op grond van weinig meer dan een plukje haar dat onder een hoofddoek uit piepte.

    Woede en solidariteit

    Op een dag in augustus 1984 liep ik buiten, dik ingepakt in mijn islamitische uniform met hoofddoek terwijl het ondraaglijk heet was en alle fonteinen in Teheran waren stilgezet vanwege de ramadan, en ik betrapte me op de gedachte dat ik het niet erg zou vinden om te sterven als diegenen die ons leven tot een hel maakten ook zouden sterven. Later dat jaar verliet ik Iran, maar momenteel voel ik wat zovele Iraanse vrouwen voelen: ieder van ons is Mahsa Amini.

    Sinds haar dood zijn duizenden mensen de straat opgegaan, in een vertoon van woede en solidariteit dat ongekend is, zelfs in een land dat veel van dit soort tumultueuze momenten heeft gekend. Maar deze keer is het anders dan bij eerdere opstanden tegen het regime, de beweging is nu opmerkelijk breedgedragen en inclusief. De rijke inwoners van Noord-Teheran zijn de straat opgegaan samen met de arme mensen uit het zuidelijke deel van de stad. Je ziet jongeren op straat, maar ook hun ouders, en zelfs hun grootouders. Niet alleen in de stad gaan de mensen de straat op, maar ook op het platteland.

    De vrouwen van Iran hebben de mythe ontkracht dat de hoofddoek een Iraanse traditie zou zijn

    De vrouwen van Iran nemen het voortouw – de vrouwen die zich standvastig hebben verzet tegen de tirannie van het regime en die onvermoeid de mythe hebben ontkracht dat de hoofddoek een Iraanse traditie zou zijn. De aanblik van alle mannen aan hun zijde getuigt van een vrijwel universele afkeer van de officiële misogynie van het regime. Met alle risico’s die deze burgers nemen, en met de offers die ze brengen, tonen ze haarscherp aan dat een traditie die vierentwintig uur per dag verdedigd moet worden door gewapende mannen die mensen in elkaar moeten slaan om die traditie overeind te houden, het verdient te worden afgeschaft.

    Sinds de dood van Mahsa Amini komt de hele Iraanse samenleving in verzet tegen de machthebbers, ondanks meedogenloze repressie. Een beweging die weerklank vindt in het buitenland. Maar kan ze blijven voortbestaan zonder hulp van buitenaf?

    107838498 58c8de45 5ba5 4d62 88ed 0204f42747f1

    Iraanse promotievideo die laat zien hoe een Iraanse vrouw nadat ze aan het ‘goede voorbeeld’ wordt herinnerd bij een bezoek aan de juwelier, haar outfit aanpast en thuis een niqab aantrekt.

    Zelfs beroemdheden die er in het verleden het zwijgen toe hebben gedaan, laten zich nu horen. Filmsterren en sporthelden twitteren om hun steun te betuigen aan de demonstranten – sommigen doen zelfs een oproep aan het leger om achter het volk te gaan staan en in te grijpen. De populaire musicus Homayoun Shajarian, de zoon van de grote zanger van de Perzische muziek, Mohammad-Reza Shajarian, projecteerde bij zijn laatste optreden een grote foto van Mahsa Amini achter het podium – een openlijke provocatie van het bewind. Het publiek begon vervolgens te scanderen: ‘Dood aan Khamenei’ (Irans hoogste leider).

    Etnische verschillen

    Alles wat er in het verleden is gezegd over etnische en andere scheidslijnen, waardoor verschillende groepen binnen Iran tegenover elkaar zijn komen te staan, is nu vergeten. Vele jaren hebben geruchten over de dreiging van separatistische bewegingen, met name in Iraans-Koerdistan, geleid tot felle discussies. Maar de aloude spanningen verdwijnen naar de achtergrond door het verdriet over de dood van deze jonge Koerdische vrouw, een verdriet dat wordt gevoeld in het hele land, zelfs op onwaarschijnlijke plekken als de Turks sprekende stad Oermia. In het licht van het alledaagse onrecht waarmee elke Iraniër te maken krijgt, lijken etnische verschillen onbeduidend.

    Vandaag de dag worden er in Iran geen beeltenissen van Uncle Sam of Amerikaanse vlaggen in de fik gestoken. In plaats daarvan verbranden vrouwen op straat hun eigen hoofddoek, of ze gooien hem in een vreugdevuur dat door mannen is aangestoken. Ze hebben geen bezwaren tegen de hoofddoek zelf; hun bezwaren richten zich op het feit dat ze niet het recht hebben om zelf te beslissen of ze die al dan niet willen dragen. Ondanks het feit dat er in de praktijk al meer dan veertig jaar nauwelijks nog betrekkingen zijn tussen Iran en Amerika, hebben twee wezenlijke Amerikaanse opvattingen – over rechten en keuzevrijheid – hun weg gevonden naar de inwoners van dit land. De mensen die de straat opgaan scanderen dit keer niet ‘Dood aan Amerika’ maar ‘Dood aan de dictator’. De mensen die Amerika ooit voor de Grote Satan hielden, de bron van alle kwaad, scanderen nu: ‘Onze vijand bevindt zich hier. Het is een leugen dat het Amerika zou zijn.’

    De demonstranten vragen helemaal niets voor zichzelf; ze willen domweg dat het regime opstapt

    Drieënveertig jaar geleden vernederde Iran Amerika door ten overstaan van de gehele wereld het geblinddoekte personeel van de Amerikaanse ambassade te tonen. Vandaag de dag vernedert de Iraanse bevolking haar eigen leiders door de muurschilderingen van Ali Khamenei te bekladden en zijn foto van billboards te scheuren.

    Er wordt niet langer gedemonstreerd voor lagere benzineprijzen, salarisverhoging of eerlijke verkiezingen – de eisen van zoveel eerdere protesten. Sterker nog, de demonstranten vragen helemaal niets voor zichzelf; ze willen domweg dat het regime opstapt. 

    Politiestaat

    Irans ambitie om een rechtsstaat te worden dateert van ver voor de Islamitische Revolutie: meer dan een eeuw geleden vond de Perzische Constitutionele Revolutie plaats. De Amerikaanse overheid heeft bijna twintig jaar lang tientallen miljoenen dollars uitgegeven om het democratische proces in Iran te bevorderen. Die investering valt in het niet bij de miljarden die Amerika in de oorlogen heeft gepompt van twee van Irans buurlanden, Irak en Afghanistan – om nog maar te zwijgen van al het bloed dat is vergoten. Maar evengoed is de Amerikaanse steun voor de democratische droom van wezenlijk belang – en die steun lijkt nu misschien eindelijk vruchten af te werpen. 

    De vraag is of Washington hier klaar voor is. Hebben de Amerikaanse sponsors van de Iraanse democratie enig idee wat te doen als hun missie slaagt?

    Iran heeft zijn Oekraïnemoment bereikt, een punt waarop een volk zich realiseert dat het bereid is de prijs te betalen voor vrijheid. Iraniërs realiseren zich dat dit hun strijd is, en ze gaan – ongewapend – de straat op om de misdadigers van het regime het hoofd te bieden. Op social media hebben sommige van de bekendste activisten van deze beweging filmpjes gepost waarin ze zeggen dat ze weigeren het land te verlaten – wat de toekomst ook mag brengen, zij laten zich niet verjagen.

    De Verenigde Staten moeten ervoor kiezen de Iraniërs te steunen nu ze in het nauw zitten

    De Verenigde Staten moeten nu, door daden en niet enkel door steunbetuigingen, laten zien dat ze net zozeer zijn begaan met het verlangen naar vrijheid van het Iraanse volk als met het in toom houden van de nucleaire ambities van het regime. Een stap die de Verenigde Staten zouden kunnen zetten, is het opschorten van hun deelname aan de gesprekken over een nieuw nucleair akkoord. Dat zou een duidelijke boodschap zijn aan de ayatollahs dat er geen sprake kan zijn van het verlichten van de economische sancties zolang de bendes van de ayatollahs de eigen bevolking doodschieten in de straten van Iran. 

    Net zomin als de Oekraïners, kunnen de Iraniërs hun vrijheid veroveren zonder steun van de Verenigde Staten en andere westerse landen. Ze zijn bereid offers te brengen, maar hun bereidheid en vastberadenheid alleen zijn niet voldoende om revoluties te winnen. Amerika heeft vier decennia gewacht tot de Iraniërs de propaganda van het regime zouden verwerpen en Amerika niet langer als de vijand zouden zien. Dit is een historische kans voor beide landen om een nieuwe band te smeden, maar dan moeten de Verenigde Staten ervoor kiezen de Iraniërs te steunen nu ze in het nauw zitten. Wie wil dat de democratie wereldwijd een vlucht neemt, moet nu zijn verantwoordelijkheid nemen.

    Lees ook:

  • Slovenië legaliseert homohuwelijk als eerste Oost-Europees land

    Slovenië legaliseert homohuwelijk als eerste Oost-Europees land

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Elon Musk wil koop Twitter toch doorzetten voor afgesproken bedrag

    » Colombia: regering hervat dialoog met guerrillabeweging ELN

    Ook adoptie voor homoparen is nu gelegaliseerd

    In Slovenië is dinsdag het homohuwelijk gelegaliseerd, nadat het parlement een wijziging van het familierecht had aangenomen. In juli oordeelde het Constitutionele Hof ’dat de beperking van het huwelijk tot de verbintenis van een man en een vrouw discriminerend is’ voor paren van hetzelfde geslacht, aldus Euronews.

    Het hof had de parlementsleden zes maanden de tijd gegeven om de wet te wijzigen. ‘Met deze amendementen erkennen we de rechten van paren van hetzelfde geslacht die ze al lang hadden moeten hebben’, zei Simon Maljevac, de Sloveense staatssecretaris voor Arbeid, Gezin, Sociale Zaken en Gelijke Kansen, tegen de parlementsleden. Ook adoptie voor stellen van hetzelfde geslacht is door de wetswijzigingen gelegaliseerd.

    Slovenië is het eerste voormalig communistische land dat het homohuwelijk legaliseert

    Slovenië is door deze stap het eerste voormalig communistische land dat het homohuwelijk legaliseert. De regering van Estland kwam in 2016 het dichtst in de buurt door in andere landen aangegane verbintenissen tussen personen van hetzelfde geslacht te erkennen. Kroatië, Tsjechië, Hongarije en Montenegro hebben wetten over burgerlijke partnerschappen tussen personen van hetzelfde geslacht. In Hongarije staat er sinds de zomer van 2021 echter zelfs een boete op het praten over homoseksualiteit in het bijzijn van kinderen.

    Lees ook:

  • VS: Tientallen klinieken zijn gestopt met het uitvoeren van abortussen

    VS: Tientallen klinieken zijn gestopt met het uitvoeren van abortussen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van deze week:

    » Regering-Biden biedt Moskou een gevangenruil aan

    » Zware aardbeving treft noorden van Filipijnen

    In een maand tijd zijn 43 abortusklinieken gesloten

    In de maand nadat het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten abortus als grondwettelijk recht heeft herroepen door de historische uitspraak van Roe v. Wade uit 1973 terug te draaien, zijn ’drieënveertig klinieken in elf staten gestopt met het aanbieden van abortuszorg‘, meldt NPR. Deze cijfers zijn afkomstig van het Guttmacher Institute, een onderzoeksgroep die abortusrechten steunt.

    ‘In de periode van 24 juni, de dag dat de uitspraak werd teruggedraaid, tot 24 juli hebben zeven staten – Alabama, Arkansas, Mississippi, Missouri, Oklahoma, South Dakota en Texas – al hun abortusklinieken gesloten: ze zijn van achterdertig klinieken naar nul gegaan’, aldus NPR. In 2020 waren deze staten goed voor 80.500 abortussen.

    In dezelfde maand hebben Georgia, Ohio, South Carolina en Tennessee in totaal vijf abortusklinieken gesloten

    In dezelfde maand hebben Georgia, Ohio, South Carolina en Tennessee – staten die abortus na zes weken zwangerschap verboden hebben – in totaal vijf abortusklinieken gesloten. ‘Vóór zes weken zijn veel mensen zich er nog niet eens van bewust dat ze zwanger zijn,’ aldus het Guttmacher Institute. ‘Zelfs degenen die hun zwangerschap meteen herkennen, hebben hooguit twee weken de tijd om te beslissen of ze een abortus willen aanvragen, en om deze vervolgens in te plannen en te verkrijgen.’

    Lees ook:

  • Leonor Zalabata Torres wordt de eerste inheemse vrouw die Colombia vertegenwoordigt bij VN

    Leonor Zalabata Torres wordt de eerste inheemse vrouw die Colombia vertegenwoordigt bij VN

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van deze week:

    » Hussein al-Sheikh mogelijk nieuwe president Palestina

    » Hittegolven zorgen voor ‘eco-angst’ in Frankrijk

    Colombiaanse president benoemd Zalabata tot ambassadeur

    Op dinsdag 19 juli heeft de Colombiaanse president Gustavo Petro Leonor Zalabata benoemd tot nieuwe ambassadeur bij de Verenigde Naties. Daarmee wordt zij de eerste inheemse vrouw die deze positie bekleedt, meldt El Tiempo. Dergelijke posten zijn in Colombia gewoonlijk voorbehouden aan diplomaten of leden van de conservatieve elite.

    Leonor Zalabata (58), tandarts en mensenrechtenactivist, ‘was een van de weinige inheemse vrouwen die in de jaren zeventig aan de universiteit kon studeren’, aldus de Colombiaanse krant.

    Gustavo Petro, de eerste linkse president in de Colombiaanse geschiedenis, heeft daarnaast twee andere inheemsen aangewezen op officiële posten: Patricia Tobón als hoofd van de afdeling voor herstelbetalingen aan oorlogsslachtoffers, en Giovani Yule als hoofd van het departement voor de restitutie van land.

    Lees ook:

  • Deze Argentijnse is de machtigste vrouw in Hollywood

    Deze Argentijnse is de machtigste vrouw in Hollywood

    Marvel-baas Victoria Alonso houdt niet van politieke bemoeienis. Toch zijn haar films een stuk inclusiever dan die van Disney. ‘De “Lightyear”-kus staat voor een update van het gezin, en die zullen we blijven tonen.’

    Er is geen machtiger vrouw in Hollywood, noch een invloedrijkere Latina. De Argentijnse Victoria Alonso (La Plata, 56) is hoofd productie, postproductie, digitale effecten en animatie bij Marvel Studios. Boven haar staan alleen de opperbazen Kevin Feige en Louis D’Esposito, maar Alonso heeft de leiding over de productie van Marvel. Een functie die zo veel mogelijk naar haar zin werd gemodelleerd, omdat ze aanvankelijk terughoudend was om een ​​leidinggevende functie te aanvaarden. ‘Ik ben producer, de rest is bijzaak,’ zegt ze in haar hotelkamer in Madrid.

    Ze praat omzichtig, geeft niet graag interviews en vermijdt politieke uitspraken, bijvoorbeeld over het feit dat Marvel dit jaar de tweede Doctor Strange uitbracht waarin superheldin America Chavez twee moeders heeft. ‘We tonen gewoon hoe de maatschappij er vandaag de dag uitziet.’ Ze wil zich niet voordoen als vaandeldrager, maar is duidelijk in haar boodschap: ‘Te lang was ik de enige vrouw, en ik heb er geen enkele behoefte aan dat dat zo blijft.’

    Over hoe ze is gekomen waar ze is, wil ze niet praten. ‘Ik kijk nooit terug. Dat is in het verleden. Ik kijk altijd vooruit,’ zegt ze. Op haar negentiende verliet ze Argentinië om actrice te worden en ze was theaterstudent in Seattle. Ze ging naar de westkust, eerst naar San Francisco en uiteindelijk naar Los Angeles.

    Van productieassistent tot producer

    Omdat het acteren niet van de grond kwam, ging ze aan de slag als productieassistent en zo kwam ze terecht bij Digital Domain, de studio voor digitale effecten van James Cameron. In 2003 was ze producer van de visuele effecten in Tim Burtons Big Fish. Twee jaar later rekruteerde Kevin Fiege haar voor de nog jonge Marvel Studios, en Alonso, die zich niet ‘op haar gemak voelt binnen het keurslijf van een groot bedrijf’, sprong op die trein op voorwaarde dat zij mocht produceren en verantwoordelijk werd voor de complete postproductie. ‘Iedereen die er werkt draagt bij aan de film. Ik vind het van fundamenteel belang dat dit duidelijk is.’

    Alonso benadrukt nog eens dat het verleden haar niet bezighoudt. ‘Mensen onthouden het verleden om niet naar andere dingen te hoeven kijken. Maar het leidt af van het heden.’ Toch werkt ze voor een productiemaatschappij waarvan de films en series worden verslonden door nostalgische fans die juist erg bezig zijn met dat verleden. ‘Ik ben me ervan bewust dat onze basis generatiegebonden is. Als je als kind Spiderman-strips las, werd er een zaadje van avontuur in je geplant. Wij hebben nu het voorrecht om dat avontuur met audiovisuele middelen uit te werken.’

    Hoe letterlijk worden de strips dan naar het doek vertaald? ‘Ze vormen onze basis. Aan het begin van iedere productie bestuderen we de stripversie van het verhaal. Tot in details, zoals kleding. Ook als we dingen veranderen, zal de hamer van Thor altijd de hamer van Thor zijn. Aan sommige dingen zullen we ons heilig houden.’

    Het productieschema van Marvel is ver vooruit gepland. Is er ruimte voor improvisatie, of ligt alles helemaal vast? ‘Ja en ja. Producties van deze omvang zijn niet makkelijk op korte termijn te plannen. Tegelijkertijd is er voldoende flexibiliteit om aanpassingen te maken voor een beter resultaat. Waar we geen rekening mee hadden gehouden was de pandemie, die was echt een klap in het gezicht.’

    ‘Stop met zeggen dat je ons tolereert. Niemand “tolereert” mij, laat dat duidelijk zijn’

    De afgelopen maanden bracht Alonso twee keer de vooruitstrevendheid van Marvel onder de aandacht, een keer bewust en een keer als opwelling. De eerste keer was afgelopen april bij de uitreiking van de GLAAD-awards door de ngo Gay and Lesbian Alliance Against Defamation. Alonso nam de prijs voor beste film in ontvangst voor Eternals, en te midden van de socialemediastorm rond de anti-lhbti-wet van Florida, adresseerde ze in haar toespraak Bob Chapek, de CEO van Disney, en dus haar grote baas: ‘Stop met zeggen dat je ons tolereert. Niemand “tolereert” mij, laat dat duidelijk zijn. Je tolereert de hitte in Florida of de vochtigheid in Arizona of de driftbui van een kind. Ik wens niet “getolereerd” te worden, en ik wil ook niet “genormaliseerd” worden. Vecht tegen de antigaywetgeving, want zwijgen betekent de dood.’

    Alonso is getrouwd met actrice Imelda Corcoran, en tijdens het interview, dat plaatsvindt na het nieuws dat Lightyear in vijftien landen verboden is vanwege een kus tussen twee vrouwen, wordt hun dochter herhaaldelijk genoemd. ‘Het is belangrijk om je eigen cultuur te kunnen handhaven. Iedereen mag leven zoals hij wil, en dat betekent ook dat ervoor mag worden gekozen deze film niet uit te zenden. In de VS staat die kus voor een “update van het gezin”, en die zullen we blijven tonen. Hopelijk zal de wereld dat accepteren.’

    Marvel-comics waren altijd al inclusiever dan hun concurrenten. ‘Uiteraard moeten we aandacht hebben voor de context van de oorspronkelijke strip. Denk bijvoorbeeld aan Black Panther, die werd gemaakt in de jaren zestig, een tijd van sociale revolutie in de VS. Tegelijkertijd moeten we als filmmakers rekening houden met het publiek van vandaag.’

    Diversiteit

    Elke film is politiek en Marvel draagt een duidelijke boodschap uit van vrouwenemancipatie en diversiteit. ‘Een van de beste dingen die je een dertienjarige kan vertellen is dat het kan. Je kunt dromen, je kunt denken, je kunt jezelf uitdrukken, je kunt winnen, je kunt verliezen… Gedurende twee uur kijkt het publiek ongestoord naar onze films, en niet op hun mobieltjes. Daarom hou ik zo van theaters: alle sociale en culturele barrières die worden opgeworpen door klasse, godsdienst, familie en vrienden kunnen er worden vergeten… In die twee uur mogen ze vrijuit dromen. Als filmmaker is dat een voorrecht. Als van al onze kijkers de helft dat zo beleeft… dan voelt dat voor mij als triomf.’

    Een tweede spraakmakende opmerking ontglipte Alonso bij de première van Eternals in oktober, toen ze op de rode loper voor de ogen van de wereldpers in het Spaans stond te praten met Salma Hayek. Toen de Mexicaans-Amerikaanse actrice opmerkte dat journalisten hen niet konden begrijpen, flapte Alonso eruit: ‘Kan me niet schelen. Laat ze allemaal maar Spaans leren.’ Ze moet lachen als ze eraan terugdenkt. ‘Als ik met Salma ben, vergeet ik de wereld soms en kletsen we als oude vrienden,’ zegt ze. ‘Maar ik sta ook achter de boodschap. Ik heb het niet gezegd met die intentie, maar het is mijn waarheid, en als die weerklank vindt dan is dat prima.’

    ‘Ik heb het ervoor over als meisjes daardoor iemand hebben om tegenop te kijken’

    Aan het eind van het interview trekt Alonso zich terug. ‘Momenteel is er een probleem waarvoor ik 24 uur bewaakt wordt, dat is mijn realiteit. Maar ik heb het ervoor over als meisjes daardoor iemand hebben om tegenop te kijken, het gevoel hebben dat ze ook de baas van Marvel kunnen zijn. Ik had zelf nooit gedacht dat het zo zou lopen. Ik wilde alleen maar verhalen vertellen. Nu vertel ik verhalen, maar er komen veel andere dingen bij kijken.’

    Onlangs nam Alonso de beslissing om tijdelijk terug te keren naar Argentinië, als producer van Argentina, 1985 van Santiago Mitre, naar een scenario van Mitre en Mariano Llinás, beiden zwaargewichten in de auteurscinema van het land. Ricardo Darín en Peter Lanzani spelen de hoofdrollen als de hoofdaanklagers Julio Strassera en Luis Moreno Ocampo in ‘het proces van de Juntas’; de vervolging van de belangrijkste verantwoordelijken voor de laatste militaire dictatuur in Argentinië. ‘Het is een belangrijk project voor mijn land, het gaat over misschien wel het belangrijkste moment in onze geschiedenis,’ zegt de Alonso. ‘Deze film is nodig, zodat wat er tijdens de militaire dictatuur is gebeurd, nooit meer zal gebeuren.’

    Lees ook:

  • VS: rechter blokkeert antiabortuswetgeving in Louisiana en Utah

    VS: rechter blokkeert antiabortuswetgeving in Louisiana en Utah

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zuid-Afrika: mysterieuze dood van 21 jongeren in bar blijft onopgehelderd

    » Russische hackers vallen Litouwen aan vanwege sancties tegen Kaliningrad

    Zogeheten ‘trigger laws’ houden geen stand in rechtbank

    In de Verenigde Staten is het recht op abortus tijdelijk hersteld in Louisiana en Utah. De ‘trigger laws’, die jaren geleden waren ontworpen om in werking te treden zodra het arrest Roe v. Wade door het Hooggerechtshof zou worden vernietigd, dwongen artsen in deze twee conservatieve staten alle abortussen met ingang van vrijdag 24 juni stop te zetten. Maar maandag heeft plaatselijke rechter Robin Giarrusso in New Orleans de meervoudige antiabortuswetten van de staat Louisiana geblokkeerd, bericht The Washington Post. Die uitspraak volgde na een proces aangespannen door een abortuskliniek en een groep geneeskundestudenten. Volgens de aanklagers was de wet ‘grondwettelijk vaag’ en ‘dubbelzinnig’.

    Een paar uur later stond rechter Andrew Stone van Salt Lake City de heropening van abortusklinieken in Utah toe, met het argument dat de autoriteiten het risico liepen ‘de status quo te verstoren waar vrouwen in Utah en hun gezinnen al minstens vijf decennia op vertrouwen’, aldus The Washington Post in een tweede bericht. De besluiten zijn tijdelijk en zullen in de komende weken worden herzien.

    Lees ook:

  • VS: Oklahoma voert wet in die abortus vanaf bevruchting verbiedt

    VS: Oklahoma voert wet in die abortus vanaf bevruchting verbiedt

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Boerkini wordt opnieuw verboden in zwembaden Grenoble

    » Wetenschappers zetten grote stap richting revolutionair ‘kwantuminternet’

    Oklahoma krijgt strengste abortuswetgeving van de VS

    Oklahoma, een conservatief bastion in het zuiden van de Verenigde Staten, heeft woensdag de meest verregaande antiabortuswet van het land ingevoerd. ‘Ik heb de bevolking van Oklahoma beloofd dat ik als gouverneur alle prolifewetgeving zou ondertekenen die op mijn bureau belandde, en ik ben er trots op dat ik die belofte heb gehouden’, zei Kevin Stitt, de Republikeinse gouverneur van de staat.

    Stitt ondertekende een wet die burgers toestaat om wie een vrouw die een abortus wil ondergaan – in welk stadium van haar zwangerschap dan ook – ‘helpt of bijstaat’, aan te klagen. De vrouw die de procedure wenst, kan niet aangeklaagd worden.

    ’De wet lapt schaamteloos de bescherming van abortusrechten door het Hooggerechtshof aan zijn laars’

    De wet ‘lapt schaamteloos de bescherming van abortusrechten door het Hooggerechtshof aan zijn laars’, aldus The Oklahoman, en ‘kent slechts beperkte uitzonderingen voor medische noodgevallen, verkrachting en incest’. Onlangs onthulde Politico dat een meerderheid van de rechters van het Hooggerechtshof bereid was het arrest Roe v. Wade, dat abortusrechten garandeert, terug te draaien. Antiabortuswetten als in Oklahoma geven alvast ‘een voorproefje van een mogelijke toekomst na Roe v. Wade’, concludeert The Oklahoman.

    Lees ook:

  • Zo wil deze Amerikaanse rechter het recht op abortus afschaffen

    Zo wil deze Amerikaanse rechter het recht op abortus afschaffen

    Door nieuwe wetgeving te toetsen aan de geschiedenis, probeert de conservatieve opperrechter Samuel Alito de ongelijkheid uit het verleden terug te brengen naar het heden. Hij richt zijn pijlen vooralsnog op abortus, maar ook andere fundamentele rechten kunnen op het spel komen te staan.

    Al 250 jaar lang worstelen de Verenigde Staten om te voldoen aan de beloofde idealen van gelijkheid, vrijheid en democratie. Stapjes voor stapje hebben ze die vrijheden inmiddels uitgebreid, zodat ze niet langer enkel gelden voor de witte mannelijke grondbezitters aan wie ze aanvankelijk werden toegezegd. Maandagavond 2 mei publiceerde Politico een uitgelekt ontwerpadvies aangaande de beëindiging van het grondwettelijke recht op abortus door herroeping van Roe v. Wade [een uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof uit 1973 die het recht op abortus grondwettelijk beschermt]. In dat ontwerpadvies schetst opperrechter Samuel Alito het plan van de conservatieve beweging om deze verworvenheid terug te draaien en de Verenigde Staten, in ieder geval moreel en juridisch gezien, terug te brengen naar de negentiende eeuw.

    Met dit doel voor ogen duikt Alito terug in het verleden om zo aan te tonen dat abortus niet ‘diepgeworteld is in de geschiedenis en de traditie van de natie’. Dergelijk geschiedkundig graafwerk is gebruikelijk voor het Hooggerechtshof en vormt een vast onderdeel van de methodologie van hoge rechters. Maar als het erop aankomt een gelijkwaardige samenleving te creëren met volwaardig burgerschap voor iedereen, dan is het ronduit bedrieglijk om morele autoriteit toe te kennen aan een tijdperk waarin alleen rijke, witte mannen van de beloofde vrijheden konden profiteren.

    Roe v. Wade

    Het recht op abortus in Roe v. Wade was deels verankerd in het 14e Amendement, dat het universele recht op een eerlijk proces voorschrijft. En dus richt Alito zijn blik op het jaar 1868, om te schetsen hoe er tegen abortus werd aangekeken in de tijd waarin dit amendement werd opgesteld. ‘Tegen de tijd dat het 14e Amendement werd aangenomen, gold abortus in driekwart van de staten als strafbaar in elk stadium van de zwangerschap, en dat zou snel daarna ook voor de overige staten gelden’, schrijft Alito. Wat hij niet vermeldt, is dat het nog vijftig jaar zou duren voordat de meeste vrouwen mochten stemmen op de functionarissen die konden bepalen of abortus al dan niet strafbaar was. Het zou bovendien nog eens vijftig jaar duren voordat vrouwen zonder toestemming van hun echtgenoot een creditcard konden krijgen. Als het doel van historische analyse is om vast te stellen wat lang geleden als een beschermd recht werd beschouwd, dan dient deze vooral om de vooruitgang van de twintigste eeuw ongedaan te maken. En dat is duidelijk precies waar het hier om gaat.

    ‘Als besloten wordt Roe v. Wade terug te draaien, dan is dat een gevaar voor een hele reeks aan jurisprudentie die voortkomt uit de vrijheidsgarantie van het 14e Amendement’, waarschuwde Melissa Murray in december in The New York Times. ‘Deze rechtszaken grijpen terug op een besluit uit 1923 dat ouders het recht garandeert om hun kinderen op te voeden zonder overmatige staatsbemoeienis, en behelst bovendien het recht om te trouwen, het recht om als volwassene seksuele relaties aan te gaan en het recht om anticonceptie te gebruiken’, aldus Murray, expert op het gebied van staatsrecht en reproductieve rechten aan de New York University School of Law.

    Alito’s ontwerpadvies geeft een impuls aan een rechtse campagne die niet alleen de wettelijke grondslag van abortus wil wegnemen, maar zich ook tegen andere rechten met betrekking tot het huwelijk en intimiteit keert. Tijdens de recente hoorzittingen voor de aanstelling van Ketanji Brown Jackson aan het Hooggerechtshof klaagden verschillende Republikeinse senatoren dat het Hooggerechtshof bezig was ‘nieuwe’ rechten te verzinnen die niet expliciet in de grondwet worden genoemd. Deze zouden met name worden aangenomen via het 14e Amendement, dat het recht op een eerlijk proces voorschrijft. ‘Het huwelijk staat niet in de grondwet, of wel dan?’ vroeg senator John Cornyn (Republikein, Texas) aan Jackson. Met dergelijke vragen uitte hij zijn onvrede over een uitspraak van het Hooggerechtshof uit 2015 die het grondwettelijk recht op het homohuwelijk vastlegt.

    ‘Anticonceptie, interraciale huwelijken, seksuele intimiteit… geen van deze rechten zou de geschiedenis- en traditietoets van Alito kunnen doorstaan’

    Tijdens Jacksons hoorzittingen liet senator Mike Braun (Republikein, Indiana) zich ontvallen dat individuele staten niet alleen over het abortusrecht zouden moeten beslissen, maar ook over de wettelijkheid van het interraciale huwelijk. Hij krabbelde snel terug, maar de aap was uit de mouw. De conservatieven die nu beweren dat ze alleen abortusrechten willen terugdraaien, weten maar al te goed dat het interraciale huwelijk, anticonceptie en andere rechten die op vergelijkbare juridische en historische analyses gebaseerd zijn, eveneens op het spel staan – en vinden dat terecht.

    ‘Dit is een directe aanval op een eeuw aan precedenten van het Hooggerechtshof, waarin wordt erkend dat het 14e Amendement fundamentele rechten beschermt, ook als die niet specifiek in de tekst van de Grondwet worden vermeld,’ zei David Gans, directeur van het programma voor mensenrechten, burgerrechten en burgerschap bij het Constitutional Accountability Center, ten tijde van Jacksons hoorzittingen tegen Courthouse News Service. Abortus was slechts het begin, zo voorspelde hij.

    In zijn ontwerpadvies probeert Alito dat langetermijnplan te verhullen. Abortus, zo schrijft hij, is ‘fundamenteel anders’ omdat het daarbij gaat om het vernietigen van een foetus. Maar dat is geen onderscheid waar een opperrechter zich aan hoeft te houden. Alito’s uiteenzetting – zijn historische analyse – zal overduidelijk ook andere fundamentele rechten in gevaar brengen. ‘Ondanks Alito’s geruststelling lopen alle andere privacyrechten overduidelijk gevaar’, stelt Adam Winkler, grondwettelijk expert aan de UCLA School of Law, op Twitter. ‘Anticonceptie, interraciale huwelijken, seksuele intimiteit… geen van deze rechten zou de geschiedenis- en traditietoets van Alito kunnen doorstaan, die alleen kijkt naar de wetgeving vóór het 14e Amendement.’ Deze rechten zijn pas na de oprichting van het land verworven en maken dat de Verenigde Staten tot de democratieën van de eenentwintigste eeuw behoren in plaats van tot de theocratieën van de negentiende eeuw.

    Erfenis van het slavernijverleden

    Hoe dan ook, Alito’s geschiedenis is onvolledig: hij belicht sommige feiten terwijl hij andere negeert. Door naar de abortuswetgeving te kijken ten tijde van de aanname van het 14e Amendement, komen de patriarchale normen uit die tijd naar voren, terwijl de doelstellingen van het 14e Amendement, zoals lichamelijke autonomie en de vrijheid om zelf een gezin te kiezen, buiten beschouwing worden gelaten. Het 14e Amendement, betoogde Gans afgelopen november in The Atlantic, was een ingrijpende toevoeging aan de grondwet die tot doel had de erfenis van de slavernij ongedaan te maken. Mannen en vrouwen die tot slaaf gemaakt waren hadden geen zeggenschap over hun eigen lichaam en konden niet bepalen met wie ze trouwden of wanneer ze kinderen kregen.

    ‘Een van de wreedste aspecten van de slavernij was dat er binnen het gezinsleven geen reproductieve zelfbeschikking bestond’, schrijft Gans. ‘Plantage-eigenaren dwongen tot slaaf gemaakte vrouwen ertoe kinderen te baren die tot gevangenschap waren veroordeeld… Niet alleen werden tot slaaf gemaakte mensen gedwongen kinderen te baren; ze hadden niet het recht te trouwen met wie ze wilden of om hun eigen kinderen op te voeden.’ De wetgevers die het 14e Amendement opstelden, hadden deze vrijheid om een gezin te stichten in gedachten toen ze de vrijheden van burgerschap uitbreidden tot alle Amerikanen. En die vrijheid is niet mogelijk zonder het recht op abortus, contraceptie en huwelijksgelijkheid.

    Maar aangezien dat deel van de geschiedenis niet past bij de doelstellingen van de antiabortusbeweging, besteedt Alito er geen aandacht aan – terwijl hij zijn pijlen vol op andere rechten richt. ‘Pogingen om abortus te rechtvaardigen door een beroep te doen op het overkoepelende recht op zelfbeschikking en een definitie van het “concept van bestaan”, gaan te ver’, schrijft hij. Zo’n benadering zou kunnen worden ingezet om illegaal drugsgebruik of prostitutie te legaliseren, waarschuwt hij. ‘Geen van deze rechten kan aanspraak maken op een diepe worteling in de geschiedenis.’

    Als de stichters van Amerika een recht niet expliciet hebben genoemd, dan is er geen plek voor in Alito’s Amerika. En over enkele maanden kan dat ineens iedereens Amerika zijn.

    Lees ook:

  • Indonesië neemt na tien jaar wet op seksueel geweld aan

    Indonesië neemt na tien jaar wet op seksueel geweld aan

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Onderzoek: mannen over- en vrouwen onderschatten hun IQ

    » Israël boekt succes in ontwikkeling van luchtafweer met laser

    Controversiële wet eindelijk door het parlement

    Het Indonesische parlement heeft dinsdag een wetsvoorstel inzake seksueel geweld aangenomen. Het heeft meer dan tien jaar geduurd voordat deze controversiële wet kon worden goedgekeurd, schrijft Al Jazeera en citeert de voorzitter van het parlement, Puan Maharani, die zichtbaar ontroerd was. ‘Deze wet is een geschenk voor alle Indonesische vrouwen,’ zei ze.   

    Elizabeth Ghozali, die strafrecht doceert aan de katholieke Santo Thomas-universiteit in de stad Medan, vertelde Al Jazeera dat deze wet ‘vooruitstrevender’ is en verder reikt dan alleen bestraffing van fysiek seksueel geweld. De wet omvat nu ook niet-lichamelijk seksueel misbruik en uitbuiting, gedwongen anticonceptie, gedwongen sterilisatie en gedwongen huwelijken.

    Cruciaal in de wet is dat seksueel geweld binnen het huwelijk als strafbaar wordt beschouwd. Het huidige wetboek van strafrecht van Indonesië erkent verkrachting binnen het huwelijk niet.

    Volgens Usman Hamid, hoofd van Amnesty Indonesia, is de wet ‘een historisch moment’

    Een andere fundamentele verandering in de nieuwe wet is het aanleveren van bewijs. Volgens de Indonesische regelgeving moeten in een strafzaak doorgaans twee (of meer) bewijsstukken worden overlegd, maar het nieuwe wetsvoorstel staat toe dat naast de getuigenissen van de slachtoffers één bewijsstuk voldoende is.

    Volgens Usman Hamid, hoofd van Amnesty Indonesia, is de wet ‘een historisch moment’ en heeft het tien jaar hard werk gekost van vrouwenrechtenorganisaties en slachtoffers om het bewustzijn in Indonesië voor seksueel onrecht te vergroten, vertelde hij aan Al Jazeera.

    Het wetsvoorstel werd al langer gesteund door gematigde islamitische partijen, terwijl de meer extreme partijen in het voorstel een aanval zagen op de islamitische wet dat de gehuwde vrouw haar man in alles moet gehoorzamen.

    Lees ook:

  • Jonge Pakistanen willen ‘ketenen van het patriarchaat verbreken’

    Jonge Pakistanen willen ‘ketenen van het patriarchaat verbreken’

    Jonge, hoogopgeleide Pakistaanse vrouwen schudden met een nieuwe feministische beweging de sociale orde op in het islamitische, door mannen gedomineerde Pakistan.

    In de afgelopen vijf jaar is in heel Pakistan een nieuwe, assertieve feministische beweging ontstaan. Een jongere generatie vrouwen gaat de confrontatie aan met het diepgewortelde patriarchaat. De beweging eist radicale hervormingen om de rechten van andere gemarginaliseerde gemeenschappen en genderminderheden te beschermen.

    Wat begon als een jaarlijkse mars op Internationale Vrouwendag (8 maart), werd een doorlopende campagne voor sociale, politieke, economische en justitiële hervormingen. In deze nieuwe opleving van de Pakistaanse vrouwenrechtenbeweging klinken de stemmen van vrouwen steeds luider; door middel van demonstraties in grote steden zoals Karachi, Lahore en Islamabad probeert ze aandacht te trekken voor de vrouwenzaak. Naast het ophangen van posters en plakkaten zet de beweging breed in op digitale platforms, waarmee ze op grote schaal actievoert; maar ze richt zich ook op podiumkunsten, poëzie en liederen om te pleiten voor een ruimer begrip van vrouwelijkheid.

    De Pakistaanse Aurat-mars, of vrouwenmars, werd in 2018 voor het eerst georganiseerd in de handelsstad Karachi; de deelnemers wilden hiermee aandacht vragen voor de problemen waarmee Pakistaanse vrouwen worden geconfronteerd. De mars kwam tot stand nadat feministische collectieven en vrouwenrechtenorganisaties, waaronder het Women Democratic Front en het Women’s Action Forum, een niet-hiërarchische stuurgroep hadden opgericht die niet gelieerd is aan sociale of politieke organisaties. De stuurgroep opereert onder de noemer Hum Aurtein [Wij vrouwen].

    De beweging combineert online- en offline-actie en mobiliseert vrouwen van verschillende achtergronden via campagnes op sociale media. De fondsen worden grotendeels via crowdfunding gegenereerd. De afdelingen in de verschillende steden publiceren elk jaar een verklaring van eisen op sociale media, die de voortgang van dat jaar thematisch weergeeft.

    Opnieuw verbeeld

    Aanvankelijk waren de eisen van de beweging: een einde aan het dagelijkse geweld tegen vrouwen, non-binaire personen en religieuze minderheden; economische rechtvaardigheid door het invoeren van arbeidswetten en het erkennen van huishoudelijk werk als onbetaalde arbeid; reproductieve rechten voor vrouwen, non-binaire personen en alle seksuele identiteiten; en milieurecht, inclusief betere toegang tot water en land en een einde aan uitbuiting door bedrijven.

    De beweging stelt dit jaar als eis dat het Pakistaanse rechtssysteem radicaal en structureel wordt omgevormd. Zo wil ze de ‘oppervlakkige’, cijfermatige genderquota opheffen om huisvesting, gezondheidszorg en economische en psychosociale steun voor slachtoffers van geweld te kunnen garanderen, evenals meer financiering voor welzijnsinstellingen die zich richten op overlevenden van geweld.

    Het thema van het manifest van de Aurat-mars 2022 is Asal Insaaf, oftewel ‘Het rechtssysteem opnieuw verbeeld’. In plaats van kortetermijnoplossingen zoals de doodstraf en chemische castratie [als straffen voor seksueel geweld] roept het manifest op tot hervormingen van het systeem die patriarchaal geweld moeten voorkomen. ‘Het afgelopen jaar werden we, net als de jaren daarvoor, blootgesteld aan allerlei vormen van geweld: dat van de pandemie, geweld dat werd veroorzaakt door het beleid en de nalatigheid van de overheid, en geweld thuis en op straat,’ aldus het manifest van de organisatie van de Aurat-mars in Lahore.

    De jongere generatie streeft naar een alternatieve, feministische toekomst

    Het manifest benadrukt dat er een ‘cultuur van zorg’ moet worden gecreëerd die verder reikt dan zorg voor het individu. Een cultuur waarin gemeenschappen elkaar steunen in plaats van de slachtoffers de schuld te geven. Toen zij het manifest opstelden, raadpleegden de organisatoren de gemeenschappen om wie het ging: gezinnen die te maken hadden met verdwijningen, mensen die als huishoudelijke hulp werken, overlevenden van seksueel geweld en religieuze minderheden.

    De jongere generatie streeft naar een alternatieve, feministische toekomst. ‘Dit gedachte-experiment is nodig omdat we na vijf jaar tot de conclusie zijn gekomen dat vrouwen, transpersonen, genderfluïde en non-binaire personen er geen vertrouwen in hebben dat het bestaande rechtssysteem kan zorgen voor emancipatie,’ staat er.

    In het Global Gender Gap Report 2021 van het World Economic Forum staat Pakistan op plaats 153 van de 156 landen. Het houdt alleen het door oorlog verscheurde Irak, Jemen en Afghanistan achter zich. Volgens de mensenrechtencommissie van het land en het Pakistan Journal of Medical Sciences heeft 90 procent van de vrouwen te maken gehad met een vorm van huiselijk geweld door hun echtgenoot of familie, terwijl 47 procent van de getrouwde vrouwen te maken heeft gehad met seksueel misbruik, veelal verkrachting. Volgens de Thomson Reuters Foundation is Pakistan het op vijf na gevaarlijkste land ter wereld voor vrouwen. Pakistaanse vrouwen zijn 22 procent minder geletterd dan mannen, maken slechts 22 procent van de beroepsbevolking uit en ontvangen slechts 18 procent van ’s lands arbeidsinkomsten. Slechts 5 procent van de hogere leidinggevende functies in de economie wordt door vrouwen bekleed.

    Volgens Afiya Shehrbano Zia, een feministische wetenschapper die schreef over vrouwelijke seksualiteit en lichaamspolitiek in Pakistan, zijn de twee belangrijkste bijdragen van de Aurat-mars aan de vrouwenbewegingen in Pakistan het opstaan van jonge leiders en het doorbreken van de stilte rondom seksualiteit. ‘Deze bijdragen kwamen op een moedige, creatieve en vrijwillige manier tot stand, in plaats van politiek gemotiveerd of projectmatig,’ zegt ze.

    ‘De mars vertegenwoordigt alle ideologieën van het feminisme’

    Andere academici trokken een soortgelijke conclusie. Volgens hen beschouwen Pakistaanse feministen de Aurat-mars als een middel om de aandacht te vestigen op vrouwenkwesties. De mars brengt het onderwerp van vrouwenonderdrukking in het publieke domein en laat stemmen klinken uit verschillende sectoren van de samenleving: stad en platteland, arbeiders, huisvrouwen, jongeren en ouderen, kunstenaars, denkers, enzovoort. ‘De mars vertegenwoordigt alle ideologieën van het feminisme: liberalen die persoonlijke vrijheden, welzijn en wettelijke voorzieningen eisen, radicale feministen die de ketenen van het patriarchaat willen verbreken, en socialistische feministen die bevrijding van het kapitalisme en het patriarchaat nastreven,’ schrijven de wetenschappers Syeda Mujeeba Batool en Aisha Anees Malik.

    Naarmate de Aurat-mars aan populariteit en invloed won, groeide ook het verzet tegen de beweging, die als westers, anti-islamitisch en antinationaal wordt bestempeld. De organisatoren en deelnemers hebben aanhoudend te maken met een verdraaiing van feiten, beschuldigingen van godslastering en bedreigingen van de kant van het establishment en orthodoxe elementen in de samenleving.

    Sommige tegenstanders beweren dat de demonstranten elitair zijn. Ze zouden de initiatieven uit lokale gemeenschappen afwijzen en westerse waarden propageren. Anderen zien de actievoerders als een door het buitenland gefinancierde bedreiging voor de culturele waarden van Pakistan. De eerste twee Aurat-marsen leidden tot harde kritiek, en online werden de deelnemers aan de schandpaal genageld omdat de slogans op hun affiches niet overeenkwamen met de Pakistaanse culturele en godsdienstige waarden. Sommige tegendemonstranten bij de Haya-mars in maart 2020 [de Bescheidenheidsmars, georganiseerd door islamitische vrouwenorganisaties] gooiden stenen naar deelnemers van de Aurat-mars. Sommige organisatoren werden bedreigd met geweld, verkrachting en de dood.

    Een aantal slogans werd op grote schaal overgenomen en vormt nu het mikpunt van kritiek. De opvallendste zijn: Mera jism meri marzi [Mijn lichaam, mijn keuze], Khana khud garm karo [Warm zelf je eten op], Mein awaara, mein baddchalan [Ik treuzel, ik ben niet ijverig], ‘gescheiden en gelukkig’ en ‘alles wat jij kunt doen, doe ik al bloedend’.

    Dag van de Hidjab

    De Pakistaanse minister van Religieuze Zaken en Minderheden, Noorul Haq Qadri, schreef in februari een brief aan premier Imran Khan, waarin hij hem vroeg de Aurat-mars in het hele land te verbieden. Hij stelde voor om 8 maart uit te roepen tot Internationale Dag van de Hidjab. Eerder had de religieuze groepering Jamiat Ulema-e-Islam-Fazl openlijk gedreigd de mars met wapenstokken tegen te houden. De hooggerechtshoven in Islamabad en Lahore verwierpen vorig jaar petities om de mars te verbieden en zeiden dat het recht om vreedzaam bijeen te komen in de grondwet gewaarborgd is.

    Velen zeggen dat het patriarchale verzet bewijst dat de inspanningen van Pakistaanse vrouwen om hun zeggenschap terug te krijgen de opgeblazen, vrouwonvriendelijke mannelijke ego’s doen leeglopen. Journalist Durdana Najam schrijft dat wat Pakistan zag tijdens de Aurat-mars van 2019, anders was dan andere vrouwenmarsen: de mars was gedurfd en radicaal, en vooral de slogans brachten velen in verwarring. ‘Voor Pakistan was het onverteerbaar en schokkend om te zien hoe de vrouwen grenzen doorbraken en de schotten tussen hen en hun mannelijke tegenhangers neerhaalden.’

    Hoewel de Pakistaanse samenleving over het algemeen de Aurat-mars de hemel in prees, zegt Afiya Shehrbano Zia dat de mars ook kritisch werd bekeken, ook door andere feministische wetenschappers. Volgens haar kreeg de eerste Aurat-mars in 2018 kritiek omdat die niets te maken wilde hebben met de overheid, vanwege de ambivalente houding ten opzichte van religie en omdat ze zich richtte op sociale media in plaats van op serieuze politieke participatie. Wetenschappers Rubina Saigol en Nida Usman Chaudhary benadrukten deze kritiek in hun studie uit 2020, waarin zij wezen op spanningen tussen het uiten van zorgen en het stellen van politieke doelen, generatieverschillen en bediscussiëren van seksuele geaardheid.

    Lees ook:

  • In Zuid-Korea verdienen vrouwen nog steeds 38 procent minder dan mannen

    In Zuid-Korea verdienen vrouwen nog steeds 38 procent minder dan mannen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Biden noemt Poetin een ‘oorlogsmisdadiger’

    » Hondurese justitie staat uitlevering van ex-president Hernández toe

    Loonkloof neemt niet af

    De loonkloof tussen mannen en vrouwen bij grote bedrijven in Zuid-Korea is niet afgenomen, zo blijkt uit recent onderzoek van marktonderzoeker Korea CXO Research Institute dat maandag werd gepubliceerd. Uit het onderzoek blijkt dat vrouwen nog steeds bijna 40 procent minder verdienen dan mannen, bericht The Korea Herald.

    Het gemiddelde jaarloon van vrouwelijke werknemers bij de honderdvijftig grootste bedrijven van het land bedraagt sinds 2020 ongeveer 54,2 miljoen won, circa 40.530 euro. Dat is 38 procent minder dan het mannelijke gemiddelde van 79,7 miljoen won (59.600 euro). IT-bedrijven zoals Kakao en Naver bieden de hoogste salarissen voor vrouwelijke werknemers, met een gemiddelde van 75,2 miljoen won.

    Lees ook:

  • Stripvorm kan historische complexiteit effectief overbrengen

    Stripvorm kan historische complexiteit effectief overbrengen

    Historicus Richard Conyngham gebruikt de visuele slagkracht van een stripverhaal om de aandacht van jonge lezers te trekken voor een veronachtzaamde en belangrijke strijd tegen de pre-apartheidsstaat in Zuid-Afrika.

    Je loopt niet zomaar een rechterlijk archief binnen. Wie historisch onderzoek doet, kent de psychologische gevaren van zulke oorden: de kille, door tl-buizen verlichte eenzaamheid, de spoken van oud onrecht, de eindeloze, tergende belofte van documentair goud dat ligt te wachten in de volgende map of op het volgende karretje. De in Mexico-Stad woonachtige Zuid-Afrikaanse historicus Richard Conyngham vond in het archief van de Hoge Raad van Beroep in Bloemfontein een schatkamer van gerechtelijke drama’s. Het resultaat is All Rise: Resistance and Rebellion in South Africa 1910-1948, een baanbrekend historisch stripverhaal over de belangrijke strijd van arbeiders, kooplieden, wasvrouwen en boeren tegen de pre-apartheidsstaat.

    ‘Ik was heel kieskeurig en wilde kunstenaars vinden die iets van een band met het verhaal hadden, niet per se een rechtstreekse’

    Om deze verzetsverhalen nieuw leven in te blazen ging Conyngham op zoek naar de allerbeste kunstenaars om ze te tekenen, onder wie de broers Trantraal, Saaid Rahbeeni, Liz Clarke, Dada Khanyisa, Tumi Mamabolo en Mark Modimola. ‘Het was een geweldige uitdaging om die kunstenaars te strikken en bij te staan. Ik was heel kieskeurig en wilde kunstenaars vinden die iets van een band met het verhaal hadden, niet per se een rechtstreekse.’

    Het idee was om de visuele slagkracht van een stripverhaal te gebruiken om de aandacht van jonge lezers te trekken en een veronachtzaamd tijdperk uit de woelige Zuid-Afrikaanse geschiedenis aanschouwelijk te maken. ‘De rechterlijke archieven gaven een beeld van een ongelooflijk kleurrijke en explosieve periode,’ zegt Conyngham. ‘Maar van geschiedenisboeken op school of de universiteit krijg je dat idee niet.’

    Zoals [voormalig Zuid-Afrikaans rechter en advocaat] Edwin Cameron opmerkt in zijn voorwoord bij All Rise herinneren sommige verhalen eraan dat ‘de wet, indien juist toegepast, zelfs in tijden van groot onrecht tot rechtvaardige resultaten kan leiden’. Desondanks heeft hij in de annalen maar zelden een glimpje rechterlijke compassie gezien, zegt Conyngham. ‘De rechters hadden eerder respect voor de wet dan empathie met de betrokkenen,’ zegt hij. ‘Vaak komen ze over als racistisch of seksistisch, zelfs als hun oordeel in het nadeel van de staat uitvalt. Er was altijd bewegingsvrijheid en sommige rechters namen de wet zo letterlijk dat ze soms oordeelden op een manier die je niet zou verwachten. Ik denk dat Edwin als advocaat in de apartheidsjaren inderdaad heeft ervaren dat als je het goed aanpakte, je echt je voordeel kon doen met het respect van de rechter voor de wet.’

    Cover
    In de archiefkelder van de Hoge Raad van Beroep in Bloemfontein vond de Zuid-Afrikaanse historicus Richard Conyngham een schatkamer van gerechtelijke drama’s. Het resultaat is All Rise: Resistance and Rebellion in South Africa 1910-1948 (Jacana, 2022).

    Rode draad

    Historica Hlonipha Mokoena, verbonden aan het Wits Institute for Social and Economic Research in Johannesburg, wijst in haar voorwoord op de migratie die als een rode draad door de verhalen loopt: bijna alle verdachten, of ze nu zwart, wit of Indiaas waren, waren op de een of andere manier migranten die vochten voor de rechten die (sommige) burgers genoten. Die strijd wordt nog steeds gevoerd en deze verhalen, schrijft ze, ‘zijn een bevestiging van de redenen waarom onze grondwet niet slechts een aardig juridisch detail is, maar een moreel gebod’.

    Maar sommige historici die Conyngham raadpleegde hadden niet veel op met het medium strip, zegt hij. ‘In academische kringen rust er toch een soort stigma op het genre, ook omdat sommigen zich erdoor bedreigd voelen. Gaandeweg wist ik door te dringen tot veel autoriteiten op de verschillende gebieden waarnaar ik onderzoek deed. Sommige waren heel toegankelijk en andere helemaal niet, alsof ze het genre niet serieus namen, of wilden nemen.’

    ‘We vertrokken met de archiefstukken van twaalf tot vijftien zaken, soms wel duizend pagina’s lang’

    All Rise begon met een project van hiv- en aidsactivist Zackie Achmat, door wie Conyngham in 2015 werd ingehuurd als onderzoeker. ‘Het was Zackies idee om naar het archief van de Hoge Raad van Beroep te gaan,’ zegt Conyngham, ‘omdat hij als rechten-activist een paar duistere vonnissen uit het begin van de twintigste eeuw had ontdekt, zoals “Rex vs. Detody” (1926). Dus gingen we naar Bloemfontein en maakten we een heleboel fotokopieën. We vertrokken met de archiefstukken van twaalf tot vijftien zaken, soms wel duizend pagina’s lang.’

    Gaandeweg kwam Conyngham op het idee om een bloemlezing in stripvorm te maken in plaats van het conventionele geschiedenisboek dat ze aanvankelijk op het oog hadden. Met instemming van Achmat benaderde hij om te beginnen zijn vriend André Trantraal, een grote ster aan het Zuid-Afrikaanse stripfirmament, met wie hij al aan een ander grafisch project had samengewerkt. 

    Conyngham schreef de scripts zelf, onder strenge redactie van de kunstenaars als het aankwam op het schrappen van irrelevante details. Grafische non-fictie kan de historische complexiteit soms effectiever overbrengen dan een documentaire, vanwege de radicale vrijheid van een getrokken lijn. De boeken van bijvoorbeeld Joe Sacco, Marjane Satrapi, Art Spiegelman en Alison Bechdel doen dingen met waargebeurde verhalen die geen prozaboek voor elkaar krijgt.

    Om leesbaar te zijn vereist de vorm een economische manier van vertellen

    Maar om leesbaar te zijn vereist de vorm een economische manier van vertellen. Conyngham kreeg dat voor elkaar door veel van de historische achtergrond te verplaatsen naar subliem vormgegeven appendices aan het eind van ieder verhaal, compleet met hedendaagse foto’s van de locaties, de hoofdrolspelers en hun handgeschreven brieven. Het Zuid-Afrikaanse Nationaal Archief voorzag zelfs in haarlokken van Taffy Long, een deelnemer aan de Randopstand van 1922 die werd veroordeeld wegens het executeren van een spion. De lokken waren als bewijs gebruikt door de openbaar aanklager, die betoogde dat Long opzettelijk zijn haarkleur had veranderd met gebruikmaking van kaliumpermanganaat. Het proces tegen Long, die werd geëxecuteerd in de Centrale Gevangenis van Pretoria, is door Liz Clarke op een duistere, filmische manier tot leven gewekt in het hoofdstuk ‘Come Gallows Grim’.

    Jack Whittaker

    In het hoofdstuk ‘In the Shadow of a High Stone Wall’ behandelen de broers Nathan en André Trantraal het verhaal van Jack Whittaker, werkzaam bij de trammaatschappij van Johannesburg, die het werk neerlegde tijdens een staking in 1911. Daarin komen we ook Mary Fitzgerald tegen, de met een pikhouweel zwaaiende deelneemster aan de eerste uitingen van klassenstrijd in Johannesburg. Whittaker werd valselijk beschuldigd van het bezit van explosieven. Zijn uiteindelijke vrijspraak was een overwinning, zij het niet zo’n glorieuze als zijn latere succesvolle aanklacht tegen de staat wegens de inhumane opsluiting in afwachting van zijn proces.

    Het hoofdstuk ‘The Widow of Marabastad’, schitterend geïllustreerd door Dada Khanyisa, vertelt het verhaal van de lange strijd tegen de invoering van nachtpassen voor zwarte vrouwen in de Transvaal. Het verzet werd in 1926 geleid door wasvrouw Helena Detody. Met behulp van het Transvaal Native Congress vocht ze tot aan de Hoge Raad in Bloemfontein voor het recht op bewegingsvrijheid in de hele stad. Dankzij Detody’s overwinning konden zwarte vrouwen in de Transvaal zich twintig jaar lang vrijelijk bewegen.

    Tumi Mamabolo tekende ‘A House Divided’, over de krachtmeting tussen Bafokeng-opperhoofd August Mokgatle en zijn lekgotla, oftewel stamraad. Mokgatles raadsleden hadden zijn zwakke en grillige leiderschap verworpen, deels geïnspireerd door de democratische ideeën van de zwarte Jamaicaanse dominee Kenneth Spooner, die zich had gevestigd in Phokeng. Ondanks de vurige getuigenis van Sol Plaatje ter verdediging van de raadsleden werd de stamraad veroordeeld en verbannen, waarmee de weg werd gebaand voor Bantoestaanse marionettenregeringen en de beëindiging van prekoloniale vormen van stammendemocratie.

    Fictieve reconstructie

    In ‘Until the Ship Sails’ illustreert Saaid Rahbeeni het verhaal van Mahomed Chotabhai, een vijftienjarige Indiase jongen die niet mocht gaan werken bij zijn vader, een koopman in Johannesburg, vanwege de campagne van de regering van Jan Smuts tegen ‘vrije’ Indiase arbeiders. Het destijds ingevoerde registratiecertificaat voor Indiase arbeiders – een poging om nieuwe migranten te criminaliseren – lokte een massale verbranding van certificaten uit, en Mohandas ‘Mahatma’ Gandhi bemoeide zich persoonlijk met de zaak-Chotabhai.

    Richard Conyngham en Mark Modimola reconstrueren in ‘Here I Cross to the Other Side’ op vaardige wijze de wereld van de stakende mijnwerkers op de Reef in 1946, een staking die vakkundig de kop werd ingedrukt, evenals de vakbond van Afrikaanse mijnwerkers die haar had georganiseerd. Dit is niet zozeer een feitelijk verhaal als wel een knappe fictieve reconstructie van de eerste reis van een jonge Basotho-rekruut naar de Reef en de frontlinies van het verzet aldaar. Hoewel de staking van 1946 niet tot betere lonen en leefomstandigheden leidde, zorgde ze decennia later wel voor de wedergeboorte van vakbewegingen.

    All Rise is een aangrijpend eerbewijs aan de macht van de ogenschijnlijk machtelozen en zet op een kalme manier kanttekeningen bij de apathie en wanhoop die momenteel in Zuid-Afrika heersen. Zoals Richard Conyngham zegt: ‘Gewone mensen kunnen de wet op een moedige manier gebruiken zodat er werkelijk een blijvende, systemische verandering in gang wordt gezet. Hoewel we geneigd zijn te wachten tot een illustere figuur dat voor ons doet, laten de verhalen in dit boek zien dat we het ook zelf kunnen.’ 

    Schermafbeelding 2022 03 08 om 08.51.26
  • Waarom we slechte seks serieuzer moeten nemen

    Waarom we slechte seks serieuzer moeten nemen

    Consent, oftewel nadrukkelijke instemming, wordt afgeschilderd als de oplossing voor maatschappelijke problemen als seksueel geweld en #MeToo. Maar wat als het gebod ‘weet wat je wilt’ gewoon een andere vorm van dwang is?

    Ergens begin jaren tien van deze eeuw maakte de pornoacteur James Deen een film met een fan die hij Meisje X noemde. Dat deed hij wel vaker; fans schreven hem dat ze seks met hem wilden of hij deed een oproep: ‘Speel een scène met James Deen’. De resultaten kwamen op zijn website.

    In een interview van mei 2017, maar een paar maanden voordat de media zouden worden overspoeld met discussies over aanranding en seksuele intimidatie door Harvey Weinstein en anderen – en maar twee jaar nadat Deen zelf was beschuldigd (maar niet aangeklaagd) wegens diverse aanrandingen (die hij ontkende) – zei hij: ‘Ik heb een “Speel een scène met James Deen”-prijsvraag, waar vrouwen aan kunnen meedoen en pas na een heel lang gesprek en nadat ik maandenlang heb gezegd “Denk goed na, het kan invloed hebben op je toekomst” en haast heb geprobeerd het uit hun hoofd te praten, nemen we een scène op.’

    In maar een klein deel van de Meisje X-video is sprake van seks. Op de video zie je vooral een lang, flirterig, beladen gesprek dat draait om de vraag of ze het al dan niet gaan doen: seks hebben, opnames maken en online zetten. Meisje X aarzelt; ze is afwisselend aanhalig en schuchter; ze is stoer en dan weer gepijnigd; ze gaat overstag en houdt weer af. Ze weet niet wat ze moet doen, denkt na, piekert. Ze spreekt haar dilemma’s hardop uit en Deen probeert haar daarin te volgen.

    Slet

    Vermoedelijk was ze gewoon in voor ‘een scène met James Deen’ maar als hij de deur voor haar opendoet spelen de zenuwen op. Ze loopt het appartement binnen in een vinyl legging en een dichtgeknoopte crème zijden bloes met een zwart detail – wij kijken mee met de camera, met Deen, die haar filmt – en stapt opgewonden rond met een hoog, nerveus lachje terwijl ze ‘Oh my God, oh my God’ zegt. Nu en dan brengt hij de camera dicht bij haar gezicht; ze draait weg. Hij plaagt haar – ‘Je bent een studentje, je bent slim, aan jou heb je niks’ – terwijl ze rondlopen in de keuken met het glimmende kookeiland, in de gang met de witte plinten en dieprode muren.

    Ze is koket, nerveus – ‘Ik durf niet eens naar je te kijken’ – terwijl ze achterover leunt en weer voorover. Ze zit inmiddels aan een glimmend chromen tafeltje op een witte bank. Ze bespreken het contract en het beeld zoemt uit – de details gaan ons niet aan. Dan wordt weer in gezoemd en ze neemt een selfie. Ze staat op het punt om te tekenen maar stopt ineens en zegt ‘Waar ben ik in jezusnaam mee bezig? Wat de fuck doe ik met mijn leven?’ Ze kan altijd nog afhaken, zegt hij; ze kunnen het contract verscheuren. Opnieuw in en uit zoemen; we zien haar tekenen. ‘We verzinnen later wel een artiestennaam,’ zegt hij, ‘tenzij je gewoon Meisje X wilt zijn?’ ‘Ik weet het niet,’ zegt ze kribbig, aarzelend, ‘ik heb geen idee, ik heb dit nog nooit gedaan.’

    ‘Je heb met hen geneukt, waarom dan niet met mij?’

    Als Meisje X uiting geeft aan haar ambivalentie – ‘Ik wil seks met je,’ zegt ze, ‘maar ik weet niet of ik wil dat de wereld dat ziet’ – is hij begripvol: ‘Je wilt niet als slet bekend staan,’ zegt hij. Ze gaat er op in: ‘Zo van,’ zegt ze met een zware stem, ‘ik zag dat je met hem neukte, waarom dan niet met mij?’ Dit is niet helemaal paranoïde gedacht. Een van de beschuldigden in de rechtszaak tegen de rugbyverkrachters in 2018 in Noord-Ierland verzocht de aanklaagster toen hij de kamer binnenkwam nadat twee andere mannen seksuele handelingen met haar hadden gepleegd seks met hem te hebben en hij had naar het schijnt toen ze weigerde gezegd: ‘Je heb met hen geneukt, waarom dan niet met mij?’ Het (veronderstelde) verlangen van een vrouw – ook al is het eenmalig, naar één bepaalde man – maakt haar kwetsbaar. Haar verlangen diskwalificeert haar voor bescherming. Als een vrouw wordt geacht eens ja tegen iets te hebben gezegd, kan ze nergens meer nee tegen zeggen.

    We zullen waarschijnlijk nooit weten wat er precies gebeurde nadat Deen de camera had uitgezet; wat er gebeurde in de pauzes tussen de gefilmde onderdelen; wat er is weggelaten, welke gesprekken we niet hebben gehoord, welke seks we niet zagen. We zullen waarschijnlijk nooit weten wat Meisje X van de beschuldigingen tegen Deen vond en of er die dag dingen waren die haar ongemakkelijk maakten en verdrietig of kwaad. Ik ken het verhaal van Meisje X niet. Maar in de film herken ik de pijnlijke – en vertrouwde – ervaring naar alle kanten te worden getrokken; te moeten balanceren tussen verlangen en risico; te moeten stilstaan bij van alles in de nasleep van het genot.

    Vrouwen weten dat hun seksuele verlangen tegen hen kan werken en kan worden aangevoerd als bewijs dat geweld eigenlijk niet aan de orde was (ze wou het zelf). Maar Meisje X laat zien dat het niet alleen gaat om de uiting van verlangen maar om het verlangen op zich, dat al dan niet wordt geëntameerd door de omstandigheden. Hoe kunnen we weten wat we willen als weten wat we willen iets is dat van ons wordt geëist en ons op straf kan komen te staan. Geen wonder dat Meisje X gemengde gevoelens heeft en is verlamd door onzekerheid. Deen begrijpt niets van het melancholieke belang van seks voor Meisje X – dat hoeft hij niet. Meisje X is echter opgegroeid met tegenstrijdige belangen. Ze zit in de spagaat waarmee vrouwen hebben te leven: dat nee zeggen moeilijk kan zijn, maar ja zeggen ook.

    #MeToo

    Daarna overspoelde #MeToo – een slogan die Tarana Burke in 2006 bedacht om aandacht te vragen voor seksueel geweld tegen jonge vrouwen van kleur – de media en wekte vrouwen op hun verhaal over seksuele intimidatie te vertellen. De maanden erna stonden de media er bol van, met name over machtsmisbruik op de werkvloer. In die sfeer werd het feit dat je je uitsprak over je ervaringen als een vanzelfsprekend en noodzakelijk goed beschouwd.

    Ik was blij met de omvang maar ik was er ook bang voor en zette soms snel het nieuws en de onverbiddelijke parade akelige verhalen uit. Op het hoogtepunt van #MeToo was het soms of we onze verhalen móésten vertellen. De toevloed van verhalen online – op Facebook, op Twitter – en ook live gaf een gevoel van druk, van verwachting. Wanneer kom jij met het jouwe? Je moest wel blind zijn om niet te zien hoe collectief werd gehongerd naar dit soort verhalen, een honger die was ingebed in een taal van betrokkenheid en verontwaardiging die mooi aansloot bij het geloof dat het vertellen van de waarheid een grondrecht en de grondslag van het feminisme is. #MeToo legaliseerde het geluid van de vrouw niet alleen maar dreigde het ook verplicht te stellen; je moest en zou uiting geven aan je persoonlijke feminisme, aan je besluit het niet langer te nemen, aan je vermogen tot een krachtig antwoord op alle smaad. Hiermee werd ook tegemoet gekomen aan een ranzig soort honger naar verhalen over misbruik en vernedering van vrouwen – al was dat niet de opzet.

    Wanneer vragen we vrouwen om hun mond open te doen en waarom? Wie heeft er belang bij? Wie wordt om te beginnen gevraagd haar mond open te doen – en naar welke stemmen wordt geluisterd? Weliswaar stuit iedere beschuldiging van seksueel geweld tegen een vrouw algauw op krachtige weerstand, maar de verhalen van rijke witte vrouwen over seksueel geweld hadden tijdens #MeToo een streepje voor op die van bijvoorbeeld jonge zwarte vrouwen van wie de families hun gram probeerden te halen op de zanger R. Kelly, die tientallen jaren vrouwen misbruikte (hij heeft de beschuldigingen tegen hem ontkend). Studies laten zien dat zwarte vrouwen met klachten over seksueel geweld minder kans hebben geloofd te worden dan hun witte seksegenoten (waarbij zwarte meisjes als volwassener en seksueel rijper worden beschouwd dan hun witte leeftijdgenoten) en dat verklaringen over verkrachting die te maken hebben met witte slachtoffers serieuzer worden genomen dan die welke zwarte vrouwen aangaan. Niet ieder geluid is evenveel waard.

    ‘Het is onze plicht als vrouwen jegens onszelf en onze partners ons beter uit te spreken over wat we willen in bed’

    De afgelopen jaren was ineens sprake van twee vereisten voor goede seks: toestemming – consent – en zelfkennis. Vrouwen moeten zich inzake seks, waar toestemming althans idealiter vooropstaat, uitspreken – ook over wat ze willen. Zij moeten dus ook wéten wat ze willen.

    In wat ik de consent-cultuur zal noemen – de wijdverspreide aanname dat toestemming de manier is om al het kwaad uit onze seksuele cultuur te bannen – wordt de stem van vrouwen over wat ze willen vereist en geïdealiseerd en gelabeld als een teken van progressieve politiek. ‘Weet wat je wilt en ontdek wat je partner wil,’ luidde het dringende advies in een artikel in The New York Times, juli 2018, met de belofte dat ‘goede seks plaatsvindt waar twee agenda’s op elkaar zijn afgestemd’.

    Dit soort retoriek is niet helemaal nieuw; al sinds de jaren negentig wordt in de feministische strijd sterk gefocust op toestemming met heftige commentaren als gevolg. Rachel Kramer Bussel schreef niet zo lang geleden dat ‘het onze plicht als vrouwen jegens onszelf en onze partners is ons beter uit te spreken over wat we willen in bed en ook met de ander te delen wat we niet willen. Je kunt het je als deelnemer niet veroorloven passief te zijn en gewoon af te wachten hoe ver de ander wil gaan.’

    Deze dringende aanbeveling aan vrouwen om goed te weten en verwoorden wat ze willen zou vanzelf leiden tot bevrijding aangezien het vermogen van de vrouw tot – en het recht op – seksueel genot ermee gemoeid is.

    Seks als bevrijding

    In het progressieve denken zijn seksualiteit en genot lang neergezet als equivalenten van emancipatie en bevrijding. Het was precies dat wat de filosoof Michel Foucault in 1976, in De wil tot weten, bekritiseerde toen hij schreef dat ‘morgen seks weer goed zal zijn’. Hij parafraseert hier smalend de houding van de tegencultuur en seksuele bevrijdingsbewegingen in de jaren zestig en zeventig; de marxisten, revolutionairen, freudianen – iedereen die geloofde dat we om te worden bevrijd uit de betuttelende klauwen van het verleden, uit een repressief Victoriaans verleden, voorgoed de waarheid moesten vertellen over seksualiteit.

    Foucault was juist sceptisch over de manier ‘waarop we het heden ijverig wegtoveren en een beroep doen op de toekomst’ en betoogde dat die stoffige Victorianen eigenlijk heel spraakzaam waren over seks, ook al nam die spraakzaamheid de karikaturale vorm aan van ziekelijkheid, abnormaliteit en dwaling. Niet alleen herzag hij de klassieke aanname dat de Victorianen preuts, onderdrukt en gebonden aan stilzwijgen zouden zijn, hij nam ook stelling tegen gemeenplaatsen als zou praten over seks tot bevrijding leiden en zwijgen tot onderdrukking. ‘We moeten niet denken,’ schreef hij, ‘dat ja zeggen tegen seks betekent dat je nee zegt tegen de macht.’

    Seks was, en is nog steeds, op talloze manieren omringd met verboden en regels, en met name rond de seksualiteit van vrouwen golden er altijd sterke beperkingen en bepalingen. Maar toestemming en de idée fixe van absolute duidelijkheid dreigt de druk van goede seksuele interactie te koppelen aan het gedrag van de vrouw – aan wat zij wil en aan wat zij over haar verlangens zegt; aan haar vermogen een vrijmoedig seksueel zelfbeeld te creëren om te waarborgen dat seks over en weer plezierig en niet-afgedwongen is. Wee wie zichzelf niet kent en die taal niet spreekt.

    Antiverkrachtingscampagnes schetsen het beeld van de vrouw als kwetsbaar, goedgelovig en angstig

    Eind jaren tachtig en begin jaren negentig, toen activisten probeerden de publieke opinie te doen omslaan, waren de media vooral gefocust op ‘verkrachting tijdens een date’ of ‘verkrachting in de huiselijke sfeer’. In 1993 zorgde een beleidsstuk ter voorkoming van seksuele vergrijpen op het Antioch College, een klein Amerikaans instituut voor liberal arts, voor opschudding. In dat stuk, dat werd geschreven door vrouwelijke studenten die ontzet waren over verkrachtingen op een campus die zich voorstond op z’n progressieve inclusiviteit, werd gesteld dat ‘consent inhoudt met zoveel woorden toestemming vragen én met zoveel woorden verlenen of weigeren, en wel in alle stadia van de seks’. Toestemming diende steeds worden herhaald en was vereist ongeacht de relatie tussen partners, ongeacht de seksuele voorgeschiedenis of actuele activiteit. Verder kon iemand die dronken, buiten bewustzijn of in slaap was geen toestemming geven. Zoals de laatste jaren in toenemende mate in wetten en richtlijnen is vastgelegd, impliceert deze bepaling dat het ontbreken van een ‘nee’ niet wijst op toestemming en dat wederkerigheid bij seks van levensbelang is. Enorme heibel was het gevolg.

    In haar boek The Morning After: Sex, Fear, and Feminism, dat in hetzelfde jaar werd gepubliceerd als het beleidsstuk van het Antioch College, betoogde Katie Roiphe dat de antiverkrachtingscampagne van het instituut een ouderwets beeld van de vrouw schetste dat eerdere feministen met succes hadden bestreden: het beeld van de vrouw als kwetsbaar, goedgelovig en angstig. Twintig jaar later geldt dat argument nog steeds; in Unwanted Advances, dat in 2017 verscheen, betoogde Laura Kipnis dat richtlijnen voor het geven van toestemming hebben geleid tot een cultuur van hulpeloosheid en slachtofferschap op de Amerikaanse campussen. 

    Lees ook:

    Roiphe en Kipnis erkennen het onrecht en leed dat vrouwen wordt aangedaan, maar ze zoeken de oplossing in een geïdealiseerde figuur: de sterke vrouw die het allemaal aan kan – die het leed van zich af kan schudden en harder is, zeg maar minder kinderachtig. Hun kritiek geeft met andere woorden perfect uiting aan een zelfverzekerd feminisme – een feminisme dat de last legt bij de individuele vrouw en haar vermogen om uitdagingen aan te kunnen en te slagen in een ongelijke wereld.

    Slechte seks

    Voor deze critici weten ‘volwassen’ vrouwen hoe ze met de onvermijdelijke ups-and-downs bij seks moeten omgaan in plaats van moord en brand te schreeuwen. De uitdrukking ‘slechte seks’ speelt in dit soort gesprekken een belangrijke rol. Jonge vrouwen worden, aldus Kipnis, aangemoedigd om bureaucratische middelen in te zetten ‘om over seksuele twijfels en akelige seksuele ervaringen heen te komen’. Voor haar en haar geestverwanten was seks ‘hoe slecht ook (en dat is vaak zo)’ nog altijd ‘leerzaam’. Het idee dat vrouwen harder moeten worden strekt zich uit naar het politieke veld; de journaliste Bari Weiss formuleerde iets soortgelijks in haar reactie op de beschuldigingen aan het adres van de komiek Aziz Ansari in 2018. Die beschuldigingen, die werden geuit in een account op babe.net, veroorzaakten tumult – niet in het minst omdat de kennelijk versnelde publicatie niet lijkt te hebben voldaan aan de gangbare journalistieke normen, bijvoorbeeld Ansari’s recht op wederhoor. (Later verklaarde hij dat alles erop wees dat de seks ‘volkomen vrijwillig was geweest’ maar dat hij ‘zich haar woorden aantrok’.)

    ‘Grace’ (een pseudoniem) vertelde dat ze zich tot seks geprest voelde en – verbaal en non-verbaal – probeerde aan te geven dat ze niet wou, en ze beschuldigt Ansari ervan dat bij herhaling te hebben genegeerd. Velen klonk haar verhaal in de oren als een typisch voorbeeld van een seksbeluste bullebak zonder veel belangstelling voor het genot van de vrouw (of misschien zelfs van hemzelf?).

    ‘Er is een bruikbare term voor wat deze vrouw die nacht met Ansari meemaakte. Die term is “slechte seks”’

    Volgens anderen verwachtte ‘Grace’ dat Ansari gedachten kon lezen en was ze er niet in geslaagd hem haar verlangens of gebrek aan genot duidelijk te maken: ze had gefaald om enthousiast ja te zeggen en gefaald om duidelijk nee te zeggen. Er is, zegt Weiss, ‘een bruikbare term voor wat deze vrouw die nacht met Ansari meemaakte. Die term is “slechte seks”. Jammer dan.’ Weiss gaf toe dat vrouwen van oudsher geneigd zijn ‘de verlangens van de man boven die van henzelf te stellen’. Maar de oplossing hiervoor, stelde ze, is niet mannen kwalijk nemen ‘dat ze haar “non-verbale taal” niet begrijpen. Het is aan vrouwen verbaal sterker te zijn. Dat je zegt “nu ik”. Of “wil ik niet”.’ Weiss vermaant ‘Grace’ met opgestoken vinger: ‘Als hij jou wil dwingen tot iets wat jij niet wilt, gebruik dan een vierletterwoord, spring overeind en verlaat zijn huis.’ In dezelfde trant klaagt Kipnis in Jessa Crispin’s Public Intellectual Podcast over het feit dat studentes 30 seconden of 15 minuten slechte seks ‘niet kunnen verwerken’. En Megan Daum schreef in The Guardian over een kloof tussen de publieke steun van vrouwen aan #MeToo en hun privégesprekken. Ze schrijft: ‘”Wordt volwassen, dit is het echte leven,” hoor ik dezelfde feministen zeggen.’ Hier staan noodkreten van zwakke, gekwetste kinderen tegenover de geluiden van zelfverzekerde volwassen vrouwen, en het is duidelijk wie we verondersteld worden te willen zijn.

    In dit feminisme is het de plicht van iedere vrouw assertief en zelfverzekerd te zijn, en je vooral niet voor te doen als gekwetst en verongelijkt. Het feit alleen al dan je je gekwetst voelt is een teken van zwakte in dit regime van individueel kunnen. Sterker nog, slechte seks wordt voorgesteld als iets dat er onvermijdelijk bij hoort; iets onplezierigs en hardnekkigs waarmee je als vrouw te dealen hebt.

    Uiteenlopende critici als Kipnis en Weiss kunnen zichzelf als progressief profileren omdat ze er op hameren dat vrouwen macht en leiderschap kunnen en moeten uitoefenen. Toch leggen ze met hun luchtige houding ten aanzien van de onvermijdelijkheid van jeugdige, slechte seks een onevenredige druk op vrouwen om met de risico’s om te gaan. Zij zien mannelijke minachting van vrouwelijk genot en autonomie als een gegeven, terwijl ze de manier waarop vrouwen daarmee omgaan als een gebod brengen – en zij richten hun hoon op vrouwen die er niet in slagen gepast frivool te reageren.

    Experimenteren

    In 1993 stond in het opiniestuk van The New York Times over het consent-beleid op het Antioch dat adolescentie, met name de studentenjaren, de tijd bij uitstek is ‘voor experimenteren en experimenteren betekent fouten maken’; geen beleid kan ooit ‘alle jonge menen beschermen tegen dit soort katers’, momenten waarvan ‘mensen leren’. 

    Maar als ‘mensen’, zoals de New York Times het uitdrukt, leren van slechte seks, zijn dan de lessen die mannen en vrouwen trekken dezelfde? Het kan best zijn dat mannen leren dat ze ermee wegkomen als ze niet geven om het genot van een vrouw, en dat vrouwen leren dat ze het plezier van de man boven dat van zichzelf moeten stellen. Wie leren er dat het hun rol is om koste wat het kost genot te beleven, en wie dat ze de gevolgen van de seks in hun eentje moeten dragen?

    Toestemming is ten minste iets – het absolute minimum bij seks. En expliciete toestemming voldoet, zoals de seksuoloog Joseph Fischel in Screw Consent betoogt, in de wet bij grensoverschrijdend gedrag als criterium beter dan de criteria geweld, verzet of weigering. Vragen om een minimaal, niet per se verbaal teken dat de ander positief staat tegenover seks getuigt van respect voor iemands seksuele autonomie en is veelzeggender dan zwijgen of verzet. Maar toestemming stelt op zich weinig voor terwijl de impact ervan enorm is en niet valt te overzien welke onoverkomelijke problemen zich wellicht voordoen.

    Slechte seks verdient vanwege het ongelijke genot beslist aandacht

    Uit frustratie over de consent-cultuur en de gang van zaken op campussen en rond #MeToo komen critici tot het verbijsterde inzicht dat veel seks die met instemming en zelfs een volmondig ja tot stand komt slecht is: miserabel, onplezierig, vernederend, eenzijdig, pijnlijk. ‘Slechte seks’ hoeft geen aanranding te zijn om angstaanjagend, beschamend, misselijkmakend te zijn. Het daagt ze dat toestemming als wettig concept niet instaat is te verklaren hoe seks slecht kan zijn zonder dat het per se om aanranding gaat. Maar ze lijken wel verlamd door hun inzichten en laten na te onderzoeken (of zich er zelfs maar echt druk om te maken) wat de dynamiek is achter slechte seks – seks die vanwege het ongelijke genot beslist aandacht verdient. In plaats van ons neer te leggen bij de onvermijdelijkheid van slechte seks of deze zelfs te romantiseren als louter jeugdig gestuntel, moeten we zulke slechte seks serieus nemen en aan een zorgvuldig onderzoek onderwerpen.

    Slechte seks ontstaat in een context waarin vrouwen niet in gelijke mate seks kunnen najagen en mannen koste wat het kost recht hebben op bevrediging. De oorzaak is onvermogen en ongelijkheid in seksuele kennis en toegang tot seksuele opvoeding en gezondheidszorg.

    Machtsdynamiek

    Het gaat om ongelijke machtsdynamiek tussen de partijen en racistische opvattingen over onschuld en schuld. Slechte seks is een politieke kwestie, het gaat om ongelijke toegang tot genot en zelfbeschikking, en het is als een politieke kwestie dat we er naar zouden moeten kijken, liever dan de kwestie reduceren tot geïndividualiseerde, schouderophalende kritiek van jonge vrouwen die over de middelen beschikken om met de pijn van hun seksleven om te gaan.

    Het idee van niet alleen willige maar ‘enthousiaste’ toestemming legt de lat bij de beleving van seks hoger; we willen niet alleen dat vrouwen instemmen met seks die door mannen wordt geïnitieerd maar dat ze zelf seks willen, er opgewonden van zijn, hun eigen verlangens en eisen kenbaar maken. Vandaar de upgrade van instemming bij seks naar iets ambitieuzers: verlangen, genot, enthousiasme, een positieve houding.

    Het probleem met instemming is niet dat seks niet of nooit op contractbasis zou mogen plaatsvinden – de veiligheid van sekswerkers drijft op het idee van een contract en de mogelijkheid dat het wordt geschonden, zodat verkrachting kan worden aangetoond. Het probleem is ook niet dat instemming niet sexy of romantisch zou zijn.

    Veel seks waar vrouwen mee instemmen is ongewenst want zij stemmen in onder dwang

    Het probleem is dat we bij een wetsartikel over instemming als code voor onze manier van denken over seks – het probleem dat we er door ‘gemagnetiseerd’ zijn, zoals Fischel zegt – iets cruciaals over het hoofd zien van wat het is een mens te zijn: de machtsverhouding tussen individuen is zelden gelijkwaardig. Zo’n wet als overkoepelend kader voor het denken over goede en slechte seks komt neer op vasthouden aan de droom van het liberalisme, waarin, zoals Emily A. Owens zegt, ‘gelijkheid gewoon bestaat’.

    Veel seks waar vrouwen mee instemmen is ongewenst want zij stemmen in onder dwang, of uit behoefte aan voedsel of kleding voor zichzelf of hun gezin, of uit veiligheidsoverwegingen. Overal, iedere dag, stemmen vrouwen in met seks omdat ze voelen dat ze geen keus hebben; omdat ze bij een man in het krijt staan; omdat hij hen heeft bedreigd; omdat het een ramp kan zijn als hij hen aan de dijk zet, wegstuurt, hun illegale status verraadt of hen aangeeft voor een overtreding (bijvoorbeeld prostitutie waar dat strafbaar is). In veel instemmingswetten staat de bepaling dat instemming niet afgedwongen mag zijn, maar in werkelijkheid staan vrouwen seks toe die ze liever niet hadden, uit angst voor de consequenties.

    Daarom is het cruciaal het verschil tussen instemming en enthousiasme te handhaven, juist om te kunnen beschrijven wat er speelt in zo’n ongelijke machtsdynamiek.

    Iedere vorm van instemming verliest z’n waarde als een man niet openstaat voor een eventueel nee

    Bij ongelijke machtsverhoudingen zegt toestemming op zich niets over het verschil tussen goede en slechte seks, al kun je er tot op zekere hoogte seks mee onderscheiden van verkrachting. Toestemming kan sexy zijn wordt ons herhaaldelijk voorgehouden – een opmerking die wellicht komt is van critici die er een spelbreker in zien. Toestemming zou deel moeten uitmaken van de eerste speelse aftasting bij seks; toestemming kan, aldus de website Xojane.com, ‘dienen als een soort voorspel en uitgroeien tot een onlosmakelijk onderdeel van een seksueel samenzijn waarbij partners elkaar aftasten en prikkelen en bij elkaar nagaan wat ze wel (en niet) gaan doen’.

    Maar dit werkt alleen als we uitgaan van een bepaald soort partner die al volledig openstaat voor de complexe autonomie van de ander. Het hangt er allemaal van af of de vrouw voelt dat ze de optie heeft om te weigeren – iets dat niet is beperkt tot de wettelijke dwangsituatie. Het hangt er onder meer van af of de man met wie zij is in staat is een nee te verstaan; in staat is te onderhandelen zonder zijn vaak grotere fysieke en sociale macht te misbruiken; niet misbruik maakt van de wetenschap dat vrouwen zelden aangifte doen van verkrachting en de schijn vaak tegen hebben als ze het doen. Vraagt hij om seks terwijl hij openstaat voor haar eventuele nee? Kan hij leven met een nee? Zal hij opstuiven, haar negeren, op haar inpraten, haar vleien, kleineren, straffen? Iedere vorm van instemming verliest z’n waarde als een man niet openstaat voor het eventuele nee van zijn partner of haar veranderlijke verlangens en hij reageert met uit vernedering geboren woede. Een vrouw kan nog altijd uit een seksueel samenzijn komen met het terechte gevoel onjuist behandeld te zijn, terwijl de man zich veilig voelt in de wetenschap dat hij haar instemming had ‘verworven’.

    Hij vroeg het, zij zei ja. Dit betekent al met al niet dat we de toestemming overboord moeten gooien – toestemming is cruciaal en het absolute minimum. Maar er kan niet het hele gewicht van al onze emancipatieverlangens door worden gedragen; we moeten duidelijk zijn over de beperkingen.

    Toestemming – instemmen met seks – moet niet op een hoop worden gegooid met seksueel verlangen, plezier of enthousiasme; niet omdat we zouden moeten berusten in slechte seks, maar juist omdat we dat niet moeten doen. Dat vrouwen zoveel treurigmakende seks beleven is een door en door maatschappelijke en politieke kwestie, en instemming kan het niet voor ons oplossen.

    Lees ook:

  • ‘Historisch besluit’: Colombia legaliseert abortus tot 24 weken

    ‘Historisch besluit’: Colombia legaliseert abortus tot 24 weken

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Australië laat na bijna twee jaar weer toeristen toe

    » Burkina Faso: ten minste 59 doden bij een explosie in een goudmijn

    Grote stap voorwaarts voor activisten

    Het is een ‘historisch besluit’ dat het Colombiaanse Constitutionele Hof zojuist heeft genomen, aldus La Semana. De rechters hebben maandag besloten dat abortus alleen strafbaar zal zijn na de vierentwintigste week van de zwangerschap. In een verder gevorderd stadium van een zwangerschap zal abortus wel mogelijk zijn in drie specifieke gevallen, zoals reeds bij wet bepaald: in geval van gevaar voor het leven van de moeder, genetische misvorming van de foetus of in geval van verkrachting.

    Het besluit van de negen rechters voldeed niet aan de verwachtingen van vrouwenorganisaties die hadden gelobbyd voor de volledige decriminalisering van abortus in Colombia, schrijft El Tiempo. Maar het is een belangrijke stap voorwaarts voor activisten voor abortusrechten, die schatten dat elk jaar vierhonderdduizend vrouwen in het land een illegale abortus ondergaan.

    Lees ook:

  • Schrijver Maya Angelou is eerste zwarte vrouw op Amerikaanse munt

    Schrijver Maya Angelou is eerste zwarte vrouw op Amerikaanse munt

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Duitsland: gezamenlijke coming out van katholieke lhbti’ers

    » Na staatsgreep in Burkina Faso vragen demonstranten Rusland om hulp

    Maya Angelou op Amerikaans kwartje

    Dichter, schrijver en activist Maya Angelou is de eerste zwarte vrouw die op een Amerikaanse munt, het kwartje, verschijnt, bericht ArtNet News. De munt met haar beeltenis kwam vorige week in omloop als onderdeel van het American Women Quarters-programma. Dat brengt de komende vier jaar speciale munten uit ter ere van bijzondere Amerikaanse vrouwen.

    Angelou, die in 2014 op zesentachtigjarige leeftijd overleed, wordt beschouwd als een van de meest invloedrijke Amerikaanse dichters van de twintigste eeuw. De munt toont Angelou met opgeheven armen tegen een achtergrond van zonnestralen. De contouren van haar lichaam worden gespiegeld in het silhouet van een vliegende vogel achter haar, een verwijzing naar I Know Why the Caged Bird Sings uit 1969, de schrijnende en veelgelezen memoires over haar jeugd. Het muntontwerp is van de Amerikaanse kunstenaar Emily S. Damstra.

    Andere vrouwen die dit jaar worden geëerd, zijn onder meer de Chinees-Amerikaanse filmster Anna May Wong, astronaut Sally Ride, Cherokee-activiste Wilma Mankiller en voorvechter voor vrouwenrechten Nina Otero-Warren.

    Lees ook: