Onderwerpen: Emancipatie

  • Een voedselsysteem dat beter is voor boer, burger én planeet. Maar hoe?

    Een voedselsysteem dat beter is voor boer, burger én planeet. Maar hoe?

    Bijna iedereen is het erover eens: ons voedselsysteem moet op de schop. Maar hoe zorgen we ervoor dat we én gezonder eten, én beter omgaan met de planeet, én betere arbeidsomstandigheden creëren in de voedselindustrie? Deze activisten doen een poging.

    Een altaar is een heilige plek, maar je kunt er overal een inrichten, met wat je maar wil of toevallig voorhanden is. Zo kwam vorig jaar op 5 december een groepje mensen bijeen op een plein in het centrum van Springdale in Arkansas om daar op de betonnen treden van een trap een wake te houden met chrysanten en kaarsen van Onze Lieve Vrouw van Guadalupe, en handgeschreven witte kaarten met de namen van werknemers in pluimveeslachterijen die waren overleden aan corona. Onder elke naam stond ‘¡Presente!’ (Aanwezig!), wat zowel op de doden als de levenden kan slaan: in Latijns-Amerika wordt ermee gewezen op de aanwezigheid van de doden, met name slachtoffers van onderdrukking. Er lagen witte veiligheidshelmen bij, en aan de leuning hingen blauwe schorten: onderdelen van het bedrijfstenue dat deze werknemers droegen toen de coronapandemie al volop woedde en zij nog steeds schouder aan schouder 175 kippen of kalkoenen per minuut stonden te slachten – in deze stad die leeft van de pluimveeslachterijen en door Arkansas dan ook is uitgeroepen tot pluimveehoofdstad van de wereld.

    De arbeidersorganisatie Venceremos (Wij Zullen Zegevieren), die deze wake organiseerde, had maandenlang geijverd voor beschermingsmiddelen en gespreide diensten om het risico op coronabesmetting te verkleinen. (Volgens de Centers for Disease Control and Prevention waren eind mei in het hele land al meer dan 16.000 werknemers in de vleesverwerkende industrie besmet geraakt.) ‘Je zat in de orkaan en probeerde te overleven,’ zegt de voorzitter van Venceremos, de van oorsprong Mexicaanse Magaly Licolli (38). ‘En ineens begin je de doden te tellen.’ De mensen die ze daar herdachten, waren gestorven doordat ze werkzaam waren in de ‘vitale beroepen’, zoals de overheid dat nu noemt. Vitaal en dus waardevol, zou je denken, maar in plaats van waardering en een hogere beloning, bracht die kwalificering slechts dwang met zich mee.

    Toch heeft de term ‘vitale beroepen’, met die ondertoon van heroïek, sommige Amerikanen voor het eerst de ogen geopend voor de lang genegeerde levens van de boeren, de werknemers in slachterijen en de vakkenvullers zonder wie wij geen eten op tafel zouden krijgen. ‘Corona heeft een breder publiek erop attent gemaakt dat we een voedselsysteem hébben,’ zegt Navina Khanna (40), de directeur van de HEAL Food Alliance, die in Oakland woont. (HEAL staat voor Health, Environment, Agriculture and Labor.)

    Dat komt mede doordat het bedrijfsleven in de begindagen van de coronacrisis inspeelde op de angst voor lege schappen en waarschuwde dat een lockdown de voedselvoorziening in gevaar zou brengen. (In de brute optelsom van de kapitalistische productie zijn arbeiders minder waard dan de kippen die ze slachten.) Tyson Foods in Springdale, de grootste vleesverwerker van de VS (met in 2020 een omzet van 43,2 miljard dollar, 800 miljoen meer dan in het coronavrije jaar ervoor) plaatste in april een paginagrote advertentie in de grote kranten. ‘Het is onze verantwoordelijkheid om het land van voedsel te voorzien,’ schreef bestuursvoorzitter John Tyson daarin. ‘Dat is van even vitaal belang als medische zorg.’

    Gericht op winst

    Op zichzelf was dat voor zo’n industriegigant een radicale omslag. Sociale hervormers wijzen al jaren op de gevaren van een voedselsysteem dat louter gericht is op winst. Als je voedsel alleen maar ziet als handelswaar en niet als basisbehoefte, accepteer je in feite dat er altijd mensen zullen zijn die er geen geld voor hebben en dus honger moeten lijden. Volgens Feeding America, een landelijk netwerk van voedselbanken dat opereert vanuit Chicago, waren er het afgelopen jaar zo’n vijftig miljoen burgers, ofwel één op de zes Amerikanen, die gebrek aan voedsel hadden. Kijk maar naar de met 60 procent gestegen afname van producten bij voedselbanken in het hele land, waar soms kilometerslange rijen staan, en de scherpe stijging in het aantal winkeldiefstallen van zulke basisbenodigdheden als brood.

    Maar ook vóór de pandemie waren er al 35 miljoen mensen die niet genoeg eten konden kopen, en toen waren er maar weinig bedrijven die vonden dat ze het volk moesten voeden. En het was ook niet vanwege lege supermarkten dat mensen in 2020 bij de voedselbank aanklopten. Toen de president in april gelastte dat de vleesverwerkende industrie moest blijven draaien, zogenaamd om ‘de Amerikaanse burger van voldoende eiwit te blijven voorzien’, bleek de productie zo hoog dat de grote bedrijven voor honderdduizenden tonnen (en miljarden dollars) aan vlees naar het buitenland konden exporteren.

    Het is geen toeval dat naarmate Amerikaanse consumenten steeds verder vervreemd zijn geraakt van de herkomst van hun voedsel en de grotendeels onzichtbare arbeid die nodig is voor de productie ervan, datzelfde voedsel ook is uitgegroeid tot een soort nationale obsessie, zoals die tot uiting komt in alle kookprogramma’s op tv, de verafgoding van topkoks en #foodporn op Instagram. Het is makkelijk om dit af te doen als het hedonisme van een beschaving in zijn nadagen, waarvan de decadentie des te meer opvalt doordat de lockdowns een kloof hebben geschapen tussen mensen die zich niet kunnen afzonderen omdat ze tomaten moeten plukken of vakken vullen, en zij die zich de luxe kunnen veroorloven om thuis te blijven en al hun boodschappen te laten bezorgen.

    De obsessie met eten is een teken van een verlangen om weer in contact te komen met onze oorsprong

    Maar die obsessie met eten is ook een teken van angst en van een verlangen – al is het nog zo confuus – om weer in contact te komen met onze oorsprong. Dat biedt kansen aan voorvechters van verandering in de wereld van de voedselproductie, zoals Licolli en Khanna: zij kunnen zich richten tot een publiek dat nu ook (zij het aan de late kant) oog begint te krijgen voor de grote problemen van onze tijd: de kloof tussen arm en rijk, raciale ongelijkheid en de afbraak van het milieu. Problemen die ons al vóór corona parten speelden en waar we zonder systeemverandering ook nog wel mee zullen kampen als de pandemie alweer verleden tijd is.

    De gebreken van ons moderne voedselsysteem dateren al van de eerste suikerplantages op het Portugese eiland Madeira in de vijftiende eeuw, en de eerste mondiale ondernemingen die voortkwamen uit de zeventiende-eeuwse specerijenhandel. Europeanen konden zich toen verrijken dankzij de inzet van goedkope en vaak gedwongen arbeid uit andere landen: een bedrijfsmodel dat voor velen te winstgevend was om te weerstaan, ondanks de humanitaire tol die het eiste.

    Aan het eind van de achttiende eeuw hekelden Britse tegenstanders van de slavernij het leed dat in elk kopje thee en elk lepeltje suiker school, geproduceerd als die waren door Afrikaanse slaven in wat toen West-Indië heette. De boekhandelaar William Fox publiceerde in 1791 het pamflet ‘Een Pleidooi aan het Volk van Groot-Brittannië, over waarom het van Fatsoen getuigt om geen Suiker en Rum uit West-Indië te nuttigen’, waarvan aan weerszijden van de Atlantische Oceaan meer dan honderdduizend exemplaren in omloop waren: het was het meestverkochte pamflet van zijn tijd. ‘Met elk pond suiker consumeren wij in feite ook één ons mensenvlees,’ schreef Fox.

    Fair Trade

    De Engelse quaker Sophia Sturge ging in Birmingham van deur tot deur om mensen over te halen suiker uit West-Indië te boycotten, en sommige winkeliers gingen er prat op geen uit slavernij voortkomende producten te verkopen. Dat groeide uit tot een heuse beweging onder de noemer ‘Free Produce’, ‘slaafvrije producten’, die ook in Amerika voet aan de grond kreeg. Veel quakers hadden daar suikerriet al in de ban gedaan ten faveure van ahornsiroop en wilden geen katoen dat afkomstig was van de plantages in de Zuidelijke staten. (Het hedendaagse equivalent van Free Produce is het in de jaren tachtig ingevoerde Fair Trade-keurmerk, gestoeld op de gedachte dat het ethisch is om zo veel voor een product te betalen dat kleine boeren en producenten er iets aan kunnen verdienen – al blijft er discussie over de vraag wie daarop moet toezien en wie er werkelijk beter van wordt.)

    Tegenwoordig zijn alle onderdelen van de voedselvoorzieningsketen mikpunt van activisme: hoe voedsel wordt geproduceerd (milieuvervuilende landbouwpraktijken, onveilige arbeidsomstandigheden, de uitbuiting van illegalen en dwangarbeid van gedetineerden, dierenmishandeling), wie het kan produceren en hoe het wordt verkocht (raciale ongelijkheid bij het krijgen van leningen en investeringen, het schaalvoordeel van grote bedrijven, de verdringing van minderheidsculturen of de verspreiding van valse stereotypen daarover) en bij wie het belandt (armoede en honger, buurten waar geen vers en gezond voedsel te krijgen is, moralistische praatjes over de besteding van voedselbonnen).

    Sommige van die problemen worden wel opgepakt door topkoks, die in onze obsessieve eetcultuur enig respect afdwingen, maar hun pleidooi is vaak eerder juichend dan kritisch van aard (zoals in hun aansporing om vooral te eten wat het seizoen te bieden heeft en wat vers van de boer komt) en resulteert doorgaans niet in aanbevelingen voor nieuw beleid. Al zou dit onder invloed van de pandemie kunnen veranderen: de uit Spanje afkomstige José Andrés, die restaurants bezit in Las Vegas, Miami en Washington en die in het verleden voedselhulp heeft georganiseerd voor miljoenen slachtoffers van orkanen en ziekte, haalde onlangs uit naar de Amerikaanse overheid omdat het zou ontbreken aan de ‘politieke wil’ om een eind te maken aan de honger.

    ‘En niemand die vraagt: waaróm staan we eigenlijk in de rij?’

    Maar ook buiten de schijnwerpers wordt veel belangrijk werk verricht met buurtactivisme, zoals de moestuinen die Karen Washington (66) aanlegt in de Bronx. Ze begon in 1988 met één braakliggend, met vuilnis bezaaid perceel tegenover haar huis. Ze had geen grootse plannen, ze was al blij dat ze dat onooglijke lapje grond wist om te toveren tot de oase die ze de Garden of Happiness noemde, en dat ze haar buren op verse groente kon trakteren. Maar al snel sloeg ze de handen ineen met andere stadstuiniers om zich te verweren tegen de pogingen van de gemeente om hun tuintjes weg te halen en gebouwen neer te zetten op deze voorheen verwaarloosde stukjes grond, die inmiddels groeiden en bloeiden. (Natuurbeschermingsorganisaties schoten uiteindelijk te hulp door een aantal van die percelen op te kopen.) Ze heeft mettertijd al veel tuinen helpen opzetten en beleidsvoorstellen voor ambtenaren geschreven, maar de kern van haar werk is nog steeds wat ze in en voor haar eigen buurt doet. Tijdens de pandemie ging ze de huizen af om te kijken of ouderen wel genoeg te eten hadden, en een groot deel van de oogst uit haar moestuin gaat naar voedselbanken en gaarkeukens. ‘Als we koken, maken we altijd wat extra,’ zegt ze.

    Maar ze weet ook dat dit alleen maar een lapmiddel is. ‘We zijn al zo lang afhankelijk van de bedeling,’ zegt ze. ‘Er wordt voedsel uitgedeeld en we gaan in de rij staan. En niemand die vraagt: waaróm staan we eigenlijk in de rij?’

    Voedselactivisme bestrijkt zo veel terreinen dat het een versnipperd geheel is, een bonte lappendeken van uiteenlopende achterbannen, van geïmmigreerde bessenplukkers in de staat Washington die in de zomer stikken in de rook van de bosbranden, tot zwarte stadsboeren in Atlanta die kampen met de erfenis van racistische grondonteigening en New Yorkse ondernemers met kraampjes voor taco’s of halal hapjes die aan het begin van de pandemie hun omzet met 80 procent zagen dalen, maar niet voor overheidssteun in aanmerking kwamen omdat ze in de marges van de officiële economie werken, met veel contante betalingen en een minimum aan papierwerk. Na jarenlang soms wel veertien uur per dag te hebben gewerkt, zaten veel van deze ondernemers ineens aan de grond en waren ze aangewezen op de voedselbank. Carina Kaufman-Gutierrez (30), adjunct-directeur van het Street Vendor Project van het Urban Justice Center in Manhattan, dat met een team van zes medewerkers opkomt voor de belangen van zo’n twintigduizend straatverkopers, vindt het beschamend ‘dat de mensen die nu in de rij staan om eten te krijgen, de mensen zijn die al hun leven lang anderen van voedsel voorzien’.

    ‘We hadden al die tijd ook kunnen ijveren voor wetten op monopolievorming en een gelijk speelveld’

    Maar al sinds de jaren tachtig bestookt de voedselbeweging het grote publiek niet zozeer met oproepen om in opstand te komen, als wel met het vagelijk jubelende mantra om gezonder te eten door inkopen te doen op de boerenmarkt en biologisch en onbewerkt voedsel te kopen dat niet in massa geproduceerd is. En dat is ook wel goed voor het milieu en voor kleinere bedrijven, maar het lijkt soms alsof dat alleen maar mooi meegenomen is en het per saldo vooral gaat om het individueel welzijn. Alsof je mensen alleen zover kunt krijgen dat ze in het belang van arbeiders of de planeet ‘met hun vork stemmen’ door een beroep te doen op hun eigenbelang. De neiging om het gedrag van individuele consumenten te beïnvloeden in de hoop zo tot geleidelijke verandering te komen, staat in feite op gespannen voet met de noodzaak van directe politieke actie. ‘Dat geloof dat je de boel via de individuele keuzes van mensen kunt veranderen, is een manier om de markt zelf niet ter discussie te stellen,’ zegt de agro-ecoloog Eric Holt-Giménez (67), voormalig directeur van de in Oakland gevestigde denktank Food First. ‘We hebben de neiging vooral te kijken naar de romantische kant, de kleine boer die biologische groenten verbouwt, terwijl we al die tijd ook hadden kunnen ijveren voor wetten op monopolievorming en een gelijk speelveld.’

    De moeilijkste opgave voor elke activist is misschien wel hoe je mensen tot inzicht kunt brengen. De uit Nigeria afkomstige schrijver en kok Tunde Wey (37) uit New Orleans heeft daar zijn missie van gemaakt. Hij verbindt zich niet aan een restaurant, maar vergast de wereld op bijzondere pop-ups: bijvoorbeeld een kraampje waar witte klanten dertig dollar betalen voor een gerecht dat zwarte klanten maar twaalf dollar kost, als een afspiegeling van het gemiddelde inkomensverschil tussen zwarte en witte inwoners van New Orleans. Of een diner in een kerk waar het menu in het teken staat van de gentrificatie en je voor een halve kip 50.000 dollar betaalt – wederom als je wit bent, want zwarte gasten eten er gratis. Het is niet alleen maar provocatie en ook geen surrealistische grap, het zijn eerder gedachte-experimenten over de reële gevolgen van ongelijkheid. Zijn projecten ‘blijven achter bij de omvang van het probleem, dat kan niet anders’, zegt Wey. Hij wantrouwt mensen die zijn werk klakkeloos omarmen, want hij weet ‘hoe moeilijk het is om te veranderen’. Het echte werk ‘moet vanbinnen gebeuren’, zegt hij. ‘Ook bij mijzelf.’

    Land- en tuinbouw-cao

    ‘Het vraagt meer van je om voor anderen te zorgen,’ zegt de directeur van Community to Community Development in de westelijke staat Washington, Rosalinda Guillén (69). Als dochter van een geïmmigreerde landarbeider werkte ze als kind in de jaren zestig zelf ook in de aardbeienpluk. Dertig jaar later probeerde ze een vakbond op te zetten onder de werknemers van Chateau Ste. Michelle, de grootste wijnmaker in de staat. Ze organiseerde demonstraties, liet van zich horen op aandeelhoudersvergaderingen (speciaal met dat doel hadden de activisten aandelen in het bedrijf gekocht), en wat misschien nog wel het belangrijkste was: ze trok de aandacht van de buitenwereld. De countryzanger Willie Nelson zegde uit solidariteit een voorgenomen concert bij het wijnhuis af, dokwerkers in Europa weigerden de wijn uit te laden en stewardessen wilden die niet meer aan passagiers serveren. Guillén heeft jarenlang bij het bedrijf actie moeten voeren, ze werd bedreigd door beveiligers, haar banden werden lek gestoken en er werd suiker in haar tank gegooid. Maar uiteindelijk kregen de arbeiders hun cao, de eerste voor land- en tuinbouwwerknemers in de staat Washington.

    Raj Patel, een 48-jarige docent op het gebied van voedselsystemen aan de Universiteit van Texas in Austin, wijst erop dat internationale activisten de afgelopen decennia een bredere kijk hebben omarmd op wat ze voedselsoevereiniteit noemen. Dat begrip is gemunt door La Via Campesina, een internationale organisatie van boeren en landarbeiders die ontstaan is tijdens een conferentie in België in 1993. Voedselsoevereiniteit omvat meer dan alleen een betrouwbare voedselvoorziening voor iedereen en gaat ook over het erkennen van het belang van de culturele context, rentmeesterschap en het grondrecht op zelfbeschikking. ‘Eet je een biologische banaan omdat je vindt dat je lichaam een tempel is, of omdat landarbeiders degenen zijn die het meest onder pesticiden te lijden hebben?’ vraagt Patel.

    (Er is ook een akelige historische link tussen de beweging voor biologisch eten en blank etnisch nationalisme: beide putten uit een vergelijkbaar jargon van zuiverheid en wazige en geïdealiseerde denkbeelden over een bloedband met de aarde die niet mag worden bezoedeld met industriële bestrijdingsmiddelen of ‘Fremdstoffe’ – zoals de naziwetenschapper Werner Kollath het noemde, die in de Tweede Wereldoorlog niet alleen voorstander was van de slogan Lasst unsere Nahrung so natürlich wie möglich (‘laat onze voeding zo natuurlijk mogelijk zijn’), maar ook van gedwongen sterilisatie en eugenetica. Een van de extreemrechtse opstandelingen die begin januari na de rellen bij het Capitool in Washington werden opgepakt, schijnt in de gevangenis biologisch voedsel te hebben geëist omdat hij vreesde anders ziek te worden.)

    Armere minderheden hadden in Amerika tientallen jaren lang niet eens de mogelijkheid om voor gezond eten te kiezen

    Tijdens de Amerikaanse Gilded Age, de economische bloeitijd na de Burgeroorlog, leidde de snelle industrialisatie en de ophoping van rijkdom in de handen van een kleine groep tot de opkomst van een nieuwe arbeidersklasse in de VS. Die arbeiders waren veelal verse immigranten die onder aan de pikorde stonden en daarom geen kans maakten op goedbetaald werk. Zij zagen zich dus genoodzaakt de allerlaagste baantjes te accepteren, hoe vies en gevaarlijk de werkomstandigheden ook waren. Toen Upton Sinclair in zijn baanbrekende roman The Jungle (1906) het werk in slachthuizen en vleesverwerkingsfabrieken beschreef, was dat een sensatie – zij het om de verkeerde redenen, zo besefte hij al snel: de lezers gruwden eerder van de gedachte dat ze besmet vlees op hun bord konden krijgen dan van het harde arbeidersbestaan. ‘Ik mikte op het hart van het publiek, en raakte het bij toeval in de maag,’ schreef hij daar later over.

    Maar misschien dat de groeiende onzekerheid op de banenmarkt in alle sectoren, voor zowel arbeiders als kantoorpersoneel, en de miljoenen mensen die ten gevolge van corona nu zonder werk zitten, dit debat toch weer leven kunnen inblazen. ‘De gedachte dat men zich een uitweg uit de problemen kan kopen zit diep verankerd in het individualistische, kapitalistische denken,’ zegt Khanna, ‘in tegenstelling tot het besef dat we allemaal genaaid worden.’

    Critici van links tot rechts beschuldigen de voedselbeweging wel van elitarisme. Het vergt een zekere mate van betrekkelijke maatschappelijke voorsprong en welvaart om te kunnen eten op een manier die doorgaans als gezond wordt beschouwd. Etiketten zoals ‘biologisch’ dreigen daardoor alleen maar symbolen van status en deugdzaamheid te worden, terwijl mensen die op voedselbonnen zijn aangewezen geregeld wordt verweten dat ze met overheidsgeld ‘verkeerd’ voedsel kopen. De in voedsel gespecialiseerde schrijver en universitair docent S. Margot Finn uit Michigan stelde in 2019 in een artikel dat onder invloed van overwegend rijke en witte activisten de prioriteiten van de voedselbeweging te veel zijn doorgeslagen naar buurtmoestuinen, stadsboeren, groenteabonnementen en de beschikbaarheid van vers voedsel, in plaats van zich bijvoorbeeld te beijveren voor betaalbare gezondheidszorg voor iedereen of een hoger minimumloon. Het getuigt volgens haar van ‘een schrale morele verbeelding van wat de moeite waard is als het om eten gaat’. (Je kunt natuurlijk ook voor al deze zaken tegelijk strijden.)

    De pandemie heeft het thema van gratis schoolmaaltijden weer op de agenda gezet

    Maar voor de welgestelden mag gezond eten dan misschien vooral een kwestie van levensstijl zijn, armere minderheden hadden in Amerika tientallen jaren lang niet eens de mogelijkheid om voor gezond eten te kiezen. En de beschikbaarheid van gezond voedsel speelt vandaag de dag nog steeds een grote rol in het activisme van mensen van kleur. In 1969 begon de Black Panther Party met de verstrekking van een gratis ontbijt aan schoolkinderen, eerst in Oakland en daarna in het hele land: minstens twee keer per week kregen ze worst, spek of eieren met toast of maispap, melk, jus of warme chocolademelk en vers fruit. De Black Panthers beschouwden voedselonzekerheid als een vorm van onderdrukking en waren van mening dat gebrek aan goede voeding geen incidenteel probleem was, maar onderdeel van een systeem waarmee men zwarte mensen onder de duim hield. Het gratis ontbijt werd nooit als een oplossing voor de rassenongelijkheid beschouwd: het was een van de overlevingsprogramma’s van de Panthers (‘survival pending revolution’ was hun leus: overleven tot de revolutie). Zo wilden ze de zwarte burgers op de been houden tot ze in de positie verkeerden ‘om zich aan de laars van hun onderdrukker te ontworstelen’, zoals Huey P. Newton, een van de oprichters van de Panthers, in 1972 schreef.

    De federale overheid had in 1966 ook al een kleine pilot opgezet van haar eigen gratis ontbijtprogramma, maar dat werd pas landelijk uitgerold in 1975, toen de Panthers door de FBI praktisch waren ontmanteld en hun maatschappelijke hulpprogramma’s waren verdwenen. De pandemie heeft het thema van gratis schoolmaaltijden weer op de agenda gezet. In veel steden waar de scholen dichtgingen, bleven de schoolkantines open en werden daar maaltijden bereid en uitgedeeld voor ’s ochtends, ’s middags en soms ook ’s avonds, niet alleen voor kinderen maar ook voor andere mensen in nood. De toenmalige minister van landbouw Sonny Perdue versoepelde de federale wetgeving die sommige scholen in staat stelt gratis maaltijden te verstrekken zonder naar een inkomensbewijs te vragen. ‘Kinderen kunnen zich niet op de les concentreren als ze honger hebben,’ zei Perdue, waarmee hij een gedachte verwoordde die meer dan een halve eeuw geleden ook al in de partijkrant van de Black Panthers had gestaan: ‘Hoe kunnen onze kinderen iets leren als hun maag meestentijds leeg is?’ Vanuit diezelfde gedachte hebben veel vrijwilligersorganisaties tijdens de Black Lives Matter-betogingen van vorig jaar maaltijden verstrekt aan demonstranten. Dat was behalve voedselhulp ook een statement: wij staan achter jullie.

    Gezond voedsel

    Je mensen te eten geven als die niet altijd zeker zijn van voldoende voedsel, kan ook een daad van verzet zijn – de erkenning dat het ook een vorm van geweld is om mensen zulke basisbenodigdheden te onthouden. Dara Cooper (43) woont in Atlanta en is directeur van de National Black Food and Justice Alliance (NBFJA). Toen ze in de jaren tachtig opgroeide in de South Side van Chicago, zag ze dat haar moeder keihard werkte en toch maar met moeite genoeg eten op tafel kreeg. De groente in hun supermarkt zag er altijd oud, verlept en gehavend uit, heel anders dan de fleurige groente- en fruitafdelingen vol verse waren in de winkels van de rijkere en wittere buurten van de stad.

    Buurten waar niet of nauwelijks winkels met vers en gezond voedsel voorhanden waren, werden vroeger wel een voedselwoestijn genoemd: bijna alsof het een willekeurig en natuurlijk verschijnsel was, in plaats van het gevolg van bewust beleid. Buurten die als ‘risicovolle’ investering werden beschouwd, zoals bijna alle buurten waar vooral minderheden woonden, moesten het immers vaak zonder essentiële diensten stellen en kwamen niet in aanmerking voor leningen van de in de jaren dertig opgerichte hypotheekverstrekker van de overheid, de Home Owners’ Loan Corporation. Door de Fair Housing Act van 1968 is deze discriminatie nu weliswaar officieel verboden, maar de ongelijkheid blijft hardnekkig. Activisten spreken tegenwoordig van voedselapartheid, een term die opgeld deed toen de lokale bewonersorganisatie Community Coalition of South Los Angeles campagne voerde om de wildgroei van fastfoodzaken in wijken met lage inkomens af te remmen.

    Dara Cooper hielp in 2011 een afgedankte stadsbus om te bouwen tot een rijdende groentewinkel, Fresh Moves, waarmee verse groenten worden verkocht in wijken met te weinig goede winkels. Zo willen ze tegelijkertijd aandacht vragen voor het probleem en meteen ook demonstreren hoe je het kunt oplossen. Het probleem is niet alleen de afwezigheid van winkels met een goed assortiment, maar ook wie er in zo’n winkel de leiding heeft. Als grootwinkelbedrijven een filiaal in een zwarte wijk openen, zie je bij het management vaak nog vooroordelen die tot wrijving met klanten leiden, en weinig bereidheid om personeel uit de buurt te werven. Net als de moestuinen van Karen Washington in de Bronx was Fresh Moves bedoeld als een zaak van en voor de buurt, en het liep meteen storm. ‘We stonden naast een ijscowagen, en bij ons stond een langere rij,’ zegt Cooper.

    Tijdens de pandemie kreeg de NBFJA een recordaantal telefoontjes van mensen die om tips vroegen voor het opzetten van een eigen moestuin

    Sommige zwarte activisten vinden het vooral aantrekkelijk om hun eigen groente te verbouwen – zowel om in hun eigen behoeften te kunnen voorzien, als om zich af te zetten tegen een verleden waarin zwarte mensen op het platteland geen eigen grond mochten hebben, maar tot slavernij werden gedwongen. Tijdens de pandemie kreeg de NBFJA een recordaantal telefoontjes van mensen die om tips vroegen voor het opzetten van een eigen moestuin. Soul Fire Farm, een non-profitorganisatie buiten New York, organiseert workshops waarin praktijklessen in traditionele Afrikaanse landbouwmethoden gecombineerd worden met een kritische beschouwing van het voedselsysteem door de bril van ras en klasse. En wat betreft de groenteabonnementen van gemeenschapslandbouw, waarbij je als consument aandelen koopt in de jaaroogst van een boerderij en je dividend krijgt uitbetaald in de vorm van een aantal dozen verse groente per jaar: wie dat wegzet als een speeltje van linkse witte mensen, gaat voorbij aan het baanbrekende werk van Booker T. Whatley, een landbouwdocent aan de Tuskegee University in Alabama, die de lezers van zijn Handbook on How to Make $100,000 Farming 25 Acres in 1987 al adviseerde om zich van vaste inkomsten te verzekeren door een club op te zetten waarbij de leden vooruitbetalen voor een jaar lang groente.

    Jamila Norman (41), een milieukundig ingenieur die zich op de stadslandbouw heeft toegelegd wegens het gebrek aan winkels met gezond voedsel in haar eigen wijk in Atlanta, vindt het belangrijk om de grond waarop ze gewassen verbouwt in eigendom te hebben en rendabel te maken, ‘om een landbouwbedrijf neer te zetten als een levensvatbaar bedrijfsmodel voor mensen van kleur, zodat ze zien dat die weg voor hen vrij ligt’. Volgens cijfers van het Amerikaanse ministerie van Landbouw is het totale aantal boerderijen de afgelopen eeuw met 68 procent gedaald van bijna 6,5 miljoen in 1920 tot iets meer dan 2 miljoen in 2017. Maar het aantal boerderijen van zwarte boeren is gedaald van ongeveer 925.000 naar 35.000, een veel scherpere daling van wel 96 procent. Dat komt neer op de onteigening van miljoenen hectares, deels door discriminatie bij het verstrekken van leningen door zowel banken als de overheid. (In 1998 erkende het ministerie in een rapport dat er sprake was van ‘langdurige vooroordelen tegen en discriminatie van boeren uit etnische minderheden’.) Met de Patchwork City Farms, door Norman oorspronkelijk begonnen op een stuk grond dat ze pachtte van een openbare school, maar inmiddels gevestigd op een eigen perceel niet ver van haar huis, wil ze het ‘verhaal’ van de zwarte boer ‘heroveren’. Het doel is een toekomst waarin, zo zegt ze, ‘ik helemaal niet bijzonder meer ben omdat iedereen dan aan landbouw doet’.

    Het gevaar bestaat dat de bevolking na afloop van deze pandemie volledig is uitgeput en vooral terug wil naar ‘het oude normaal’

    De pandemie heeft veel voedselactivisten genoodzaakt om van belangenbehartiging over te stappen op noodhulp (de ‘overlevingsprogramma’s’ van Huey P. Newton) teneinde te kunnen voorzien in de eerste behoeften van mensen: voedsel voor wie honger lijdt, financiële steun voor kleine bedrijven op de rand van het faillissement, en bescherming van de levens van werknemers in ‘vitale’ beroepen. Het gevaar bestaat dat de bevolking na afloop van deze pandemie volledig is uitgeput en vooral terug wil naar ‘het oude normaal’. Maar ‘ons normaal is dodelijk’, zegt Guillén. En ook Holt-Giménez ziet het somber in: ‘Miljardairs, grote bedrijven en grote ketens komen beter uit de pandemie,’ zegt hij. ‘Het levert kansen op – en kijk wie die kansen benutten.’ Tegen het probleem van het schaalvoordeel valt praktisch niet op te boksen, zoals Wey ook laat zien. Norman wil haar kinderen van rond de twintig niet als knecht op haar boerderij inzetten. ‘Ik moet dit werk zelf kunnen doen,’ zegt ze, ‘dit rendabel houden zonder mensen uit te buiten.’ Maar grote landbouwbedrijven kunnen makkelijk lagere prijzen vragen door arbeidskrachten te behandelen als wegwerpartikelen en ze ‘in tijden van crisis zelfs op te offeren’, zegt Guillén. ‘De gedachte blijft toch: hoe dicht kun je de wettelijke grens van slavernij naderen?’

    Maar de huidige crisis zal niet meteen verdwenen zijn met het virus, die zoönotische infectie die van dier op mens is overgesprongen en dus duidelijk een nevenproduct is van onze inbreuken op de habitat van dieren en het existentiële gevaar van onze niet-aflatende belasting van het milieu. Met het stijgende tempo waarin de klimaatverandering om zich heen grijpt, en de schijnbare onuitroeibaarheid van raciale onrechtvaardigheid en de eeuwenoude verdeling van rijkdom en macht, zowel in Amerika als op mondiaal niveau (om nog maar te zwijgen over de bunkermentaliteit van diegenen die al zo lang aan de knoppen zitten dat ze het delen van macht meteen ervaren als de totale ondergang), is voedsel zowel een symbool als de letterlijke belichaming geworden van alle problemen om ons heen. Activisme kan de vorm aannemen van een betoging, van een boycot, van een campagne om een miljoen deuren af te gaan, of zelfs van een handvol zaad: een stukje toekomst dat je in de aarde steekt. Het kan bestaan uit een koor van stemmen en een groeiend bewustzijn dat wat wij eten niet alleen een afspiegeling is van onze (vaak laaghartige) keuzes als samenleving, maar die keuzes ook vormt; en dat het in onze macht ligt om iets aan die keuzes, en aan de manier waarop we leven, te veranderen.

  • ‘Bijna een groot kanselier.’ Merkels leiderschap in zeven punten

    ‘Bijna een groot kanselier.’ Merkels leiderschap in zeven punten

    Binnenkort vertrekt ze, na zestien jaar en vier verkiezingsoverwinningen, vele crises en catastrofen, successen en rampen. Der Spiegel boog zich in een speciaal nummer over het tijdperk Angela Merkel. In dit overzichtsartikel van Dirk Kurbjuweit wordt haar leiderschap zorgvuldig geëvalueerd, aan de hand van de belangrijkste thema’s die haar tijd kenmerkten.

    Het tijdperk-Merkel was een tijd van spoken. Het was doortrokken van crises die zich aanvankelijk onzichtbaar uitbreidden en daarom zo’n griezelige indruk maakten. Dat gold voor de kredietcrisis en de eurocrisis, voor de pandemie en de klimaatverandering. Er was iets aan de hand, maar wat er precies aan de hand was begrepen alleen deskundigen, wetenschappers echt goed. Voor de anderen bleef er vooral een gevoel van onzekerheid hangen, van angst ook. Hoe zal dat spook mijn leven veranderen of beschadigen? Want al die crises hadden of hebben mogelijk ook catastrofale gevolgen op persoonlijk vlak: verlies van banen, van een levenstandaard, ziekte en dood.

    Angela Merkel had veel in zich om de juiste bondskanselier voor deze tijd te zijn, om een gelukstreffer van de geschiedenis te worden. In haar eerste leven werkte ze als wetenschapper, ze was een vrouw van getallen, tabellen, curven. Ze is hoog intelligent, doordrenkt van rationaliteit. Gespook kan haar niet bang maken omdat ze in staat is om het wezen ervan, de feiten erachter, te doorgronden. 

    Maakte dat Merkel de juiste kanselier voor deze tijd, voor de jaren 2005 tot 2021, een tijd van crises en catastrofen zoals de bondsrepubliek die niet eerder beleefd heeft? Binnenkort treedt ze af, zodra de bondsdag een opvolger of opvolgster heeft gekozen, waarschijnlijk in de herfst. Merkel zal zich dan voorlopig terugtrekken uit de politiek, na 31 jaar.

    In 1990 begon haar adembenemende carrière, meteen na de val van de muur, toen Angela Merkel een streep zette onder haar bestaan als fysicus aan de Akademie der Wissenschaften van de DDR en de politiek in ging.

    Ze was in elk geval een subtiel grapje van de geschiedenis. Een vrouw uit het Oosten moest meehelpen om het Westen door zijn grote crisis heen te leiden. Dat was de tweede grote ontwikkeling van haar tijdperk, naast de spookachtige crises: de liberale democratieën in Europa, Noord-Amerika en Australië werden stevig door elkaar geschud. Het begon precies twintig jaar geleden met de islamitische terreuraanslagen van 11 september 2001, werd doorgetrokken met een nieuwe agressieve houding van Rusland, de snelle opkomst van China als supermacht en de mislukte poging om een westers stempel te drukken op een deel van de islamitische wereld, in Irak en Afghanistan. 

    Ook de interne toestand van het Westen biedt een somber beeld: brexit, Donald Trump, rechts populisme in veel landen, vooral de grote vragen die de kredietcrisis en de klimaatverandering hebben opgeworpen over de westerse economie en levenswijze, de twijfel of liberale democratieën efficiënt genoeg zijn om pandemieën effectief te bestrijden – dat alles maakte het Westen tot een crisisgebied, knaagde aan het zelfbewustzijn in de grote westerse samenwerkingsverbanden, de EU en de NAVO.

    Merkel moest antwoorden vinden, vooral voor de bondsrepubliek, maar ook voor Europa en de wereld. Hoe goed ze dat daadwerkelijk gedaan heeft, zullen we pas over een paar jaar, of decennia, weten. De geschiedenis neemt vaak de tijd voor haar oordeel. We kennen nog niet alle gevolgen van Merkels handelen, misschien zullen we ze onder invloed van haar opvolgers opnieuw beoordelen. Maar een voorlopige balans is natuurlijk mogelijk, en aan het eind van haar tijdperk noodzakelijk.

    Hier volgt een balans in zeven hoofdstukken, de zeven catastrofes of crises die met name een stempel hebben gezet op Merkels ambtsperiode. De catastrofe op de financiële markten, de eurocrisis, de eeuwige dreiging die Poetin heet, de grote toevloed van vluchtelingen, Donald Trump, wiens naam hier staat voor de aanval op de liberale democratie in het algemeen, de klimaatverandering en de pandemie.

    Daar moest ze doorheen. Dat beheerste haar overvolle, sombere agenda. Dat was haar tijd, haar tijdperk.


    1. De kredietcrisis

    ‘Wij zeggen tegen de spaarders dat hun tegoeden veilig zijn.’

    – Merkel op 5 oktober 2008

    Het gespook begint. Banken melden problemen, aandelenkoersen storten in, vakjargon overspoelt de publieke discussie: subprime, interbancaire handel, asset-backed security’s. Derivaten. Slechte leningen. Nog meer banken melden problemen. Op 15 september 2008 gaat de zakenbank Lehman Brothers in New York onderuit, met catastrofale gevolgen voor de financiële economie in de hele wereld.

    Merkel maakte een radeloze indruk in de beginfase van deze crisis. Ze wist ook niet precies wat er gebeurde, hoe diep de val kon zijn. Maar ze heeft zich snel ingewerkt, heeft haar intellect gevoed met informatie en analyses over de verwevenheden in de financiële wereld, ze heeft gelezen en vele uren met deskundigen gepraat. Toen was ze er klaar voor, op de hoogte van de nieuwe tijd.

    In de VS hadden banken vastgoedkredieten zonder toereikende dekking verhandeld. Die werden door het financiële systeem gebundeld tot producten waarvan de inferieure kwaliteit niet meteen zichtbaar was. Zulke pakketten lagen wereldwijd overal opgeslagen als mijnen die wachtten op het signaal om te ontploffen. Lehman Brothers was dat signaal.

    Kort daarna viel ook het Duitse Hypo Real Estate (HRE) om. In de nacht van 28 op 29 september pokerde Merkel met de toenmalige baas van de Deutsche Bank, Josef Ackermann, met als inzet welk aandeel de banken op zich zouden nemen voor het debâcle van HRE. Merkel eiste 10 miljard. Te veel, vond Ackermann. 9 miljard, zei Merkel. Nee, zei Ackermann. Bij 8,5 miljard hadden ze een deal. De staat moest 26,5 miljard dragen.

    Veel burgers toonden zich niettemin verontrust, grote bankbiljetten werden hier en daar schaars omdat men thuis geld oppotte. Op 5 oktober stelde Merkel zich met toenmalig minister van Financiën Peer Steinbrück op voor de camera’s en verzekerde de burgers dat hun spaartegoeden veilig waren. Een vangnet voor de banken van 480 miljard werd door de bondsdag gejaagd.

    Voor een deel van de bevolking was die eerste crisis het begin van een teleurstelling die niet meer zou verdwijnen

    Met de legendarische slooppremie en verruimde arbeidstijdverkorting ving Merkels regering de gevolgen voor de reële economie op. Weliswaar zakte het bruto nationaal product in 2009 met 5,7 procent, maar de werkgelegenheid bleef op niveau.

    Dit succes legde de basis voor Merkels reputatie als goede crisismanager. Een ander effect was ingrijpender. De financiële schok beroofde de bondskanselier volkomen van haar hervormingseuforie. Ze had de Duitsers al eerder als een angstig volk aangeduid, en nu wilde ze haar brave burgers niet nog meer belasten. Merkel, die zich met neoliberale ideeën een weg had gebaand naar het kanseliersambt, bouwde de verzorgingsstaat verder uit met een minimumloon, moederpensioen en oudergeld.

    Dat pakte ten dele heel goed uit, ook voor Merkel zelf, die zich daarmee verzekerde van herverkiezing, maar de hoognodige grondige hervorming van het pensioenstelsel bleef uit. Voor een deel van de bevolking was die eerste crisis bovendien het begin van een teleurstelling die niet meer zou verdwijnen: de bondskanselier weigerde in te gaan op de diepere oorzaken van de crisis en hoe het beter zou kunnen. Ze hield geen rede die houvast bood in een onheilspellende tijd.

    Merkel heeft de financiële crisis monetair en technocratisch opgelost, maar niet intellectueel, niet emotioneel in de publieke discussie. Dat men de banken hielp om uit de door hen zelf veroorzaakte crisis te komen ging het begripsvermogen van veel burgers te boven en maakte ze wantrouwend tegenover de politiek. Merkel versterkte die stemming nog door Josef Ackermann in 2008 te eren met een groot diner in haar ambtswoning, alsof hij zich verdienstelijk had gemaakt voor het algemeen belang. Terwijl juist de Deutsche Bank had willen profiteren van de handel in giftige financiële producten, en Ackermann zich had laten kennen als verachter van de staat.

    De kredietcrisis liet nog een tweede patroon zien in Merkels regeerstijl: ze hield afstand van lastige thema’s, had geen langetermijnplan om gewetenloos kapitalisme in te dammen. Zodra het weer opwaarts ging met het bruto nationaal product hield ze zich niet langer met deze problemen bezig, alsof ze opgelost waren.

    Maar het is eigen aan een langdurig kanselierschap dat onopgeloste problemen terugkomen, soms met een diepzwarte pointe. Toen in 2020 het Duitse fintechbedrijf Wirecard wegzonk in een stinkend moeras van bedrog en hebzucht, was dat ook de schuld van een falend overheidstoezicht op de financiële markt.

    Merkel moest zich een pijnlijke ondervraging door een onderzoekscommissie van de bondsdag laten welgevallen. Al was haar persoonlijke betrokkenheid bij dit schandaal niet groot, ze zat daar in zekere zin terecht: als een bondskanselier die maar weinig had gedaan om het financieel kapitalisme aan banden te leggen. 


    2. De eurocrisis

    ‘Mislukt de euro, dan mislukt Europa.’

    – Merkel op 19 mei 2010

    Over president Franklin D. Roosevelt werd ooit gezegd: ‘Een tweederangsintellect, maar een eersterangstemperament.’ Met deze combinatie loodste hij de VS uit een zware recessie, versloeg hij Hitler en kreeg hij een plaats in John Lewis Gaddis’ meesterwerk On Grand Strategy, over grote politieke strategiëen.

    Bij Merkel is het omgekeerd: hoogintelligent, weinig temperament. Dat gold als haar kracht, maar misschien is dat een vergissing. In de eurocrisis had meer Roosevelt een gunstig effect gehad.

    Voor de Europese Unie had Merkel vanaf het begin een strategisch doel: het oude continent te ertüchtigen (harder te maken), om het met een van haar lievelingswoorden te zeggen. De Unie moest naast de VS en China haar plaats innemen als de derde kracht in een nieuwe wereldorde. Daarmee wilde ze bovendien Duitsland verzekeren van een plaats in de wereldpolitiek.

    ‘Ertüchtigen’ betekende voor Merkel: de concurrentiekracht verbeteren, vooral in de andere lidstaten. Ze wilde politieke kracht ontlenen aan de de economische kracht.

    Aan dit idee hield ze vast toen in 2009 Griekenland als eerste door een schuldencrisis getroffen werd. Boven Merkels kanselierschap hing een paar jaar lang de allesbeheersende vraag: zal de euro het houden?

    Intelligentie neigt naar berekening, niet naar het nemen van risico’s

    Zij wilde de problemen gewoontegetrouw met het hoofd oplossen, probeerde alles met elkaar in overeenstemming te brengen. De behoeften van de noodlijdende staten, de in spaarzaamheid getrainde Duitsers, de financiële markten, waarin ook gewetenloze spelers nog steeds hun slag wilden slaan. In Brussel marchandeerde ze nachtenlang met haar collega’s uit het Zuiden, voor wie ze te weinig Europeaan was, en kreeg vervolgens van haar eigen partij te horen dat ze de Duitse belangen verwaarloosde.

    Ze draaide hier en daar wat aan schroefjes en hield op de een of andere manier de machine aan de praat, maar wat ontbrak was een grand strategy voor een sterk Europa. De vooraanstaande Duitse intellectueel Jürgen Habermas verweet de kanselier ‘tranquilistisch geworstel’.

    In zekere zin was dat succesvol: de euro stortte niet in, ook dankzij een genereuze Europese Centrale Bank.

    Crises, zegt men, zijn ook kansen. Deze werd gemist. Europa staat er tegenwoordig slechter voor dan aan het begin van Merkels kanselierschap. De Britten zijn er niet meer bij, de regeringen van Polen en Hongarije hebben afscheid genomen van de liberale democratie, nationaal egoïsme overschaduwt bijna overal het idee van de Unie, ook in Duitsland. Belangrijke projecten zoals een gemeenschappelijke defensiepolitiek zijn blijven steken.

    Daarvoor is natuurlijk niet alleen Merkel verantwoordelijk. Maar tijdens de crisis had ze de kans om het Europese idee glans te geven door meer solidariteit te tonen. Dat had haar een zeker gezag verschaft waarmee ze het continent bijeen had kunnen houden. Dat zij tijdens de pandemie het roer omgooide en instemde met gemeenschappelijke schulden, kwam daarvoor te laat.

    Een inzicht uit het tijdperk-Merkel is dat grote intelligentie geen grote politiek nastreeft. Intelligentie neigt naar berekening, niet naar het nemen van risico’s. En de berekening van politici komt bijna altijd neer op de overweging hoe de nationale verkiezingen te winnen zijn.

    Om risico’s te nemen is meer temperament nodig, in dit geval een hartstocht voor Europa die Merkel nu juist niet kon ontwikkelen. Haar biograaf Ralph Bollmann motiveert dat zo: ‘Een Europeaan in hart en nieren is Merkel nooit geweest, dat lag al besloten in haar socialisatie. Kohls Europese pathos bleef de voormalige DDR-burger vreemd.’

    Ook daarom is Europa’s slechte toestand niet een crisis die Merkel heeft overwonnen, maar een crisis die ze heeft achtergelaten.


    3. Poetin

    ‘Hoewel de Russische president, denk ik, heel goed wist dat ik er niet bepaald happig op was zijn hond te begroeten, bracht hij hem toch mee.’

    – Hondenhaatster Merkel over een bezoek aan Poetin in 2007

    Eén iemand was er altijd, al die zestien jaar. Merkels eeuwige kwelgeest, haar nemesis: Vladimir Poetin. Soms als minister-president, soms als president van Rusland. Zijn naam staat voor de permanente crisis van haar kanselierschap, voor de hoofdstukken ‘oorlog’ en ‘criminaliteit’. Ook de Turk Recep Tayyip Erdogan heeft Merkel gedurende haar hele tijdperk begeleid en gepest, maar hij was niet zo machtig en gevaarlijk als Poetin.

    Haar betrekkingen tot hem vormden geopolitiek gezien haar belangrijkste rol, als onderhandelaar van het Westen tegenover Rusland. Omdat ze uit haar eerste leven het Oostblok kende en omdat ze Russisch spreekt, was het vooral haar taak om Poetin in de hand te houden en tegenover hem het ‘normatieve project’ van het Westen, zoals historicus Heinrich August Winkler het heeft genoemd, overeind te houden: het bevorderen van vrijheid, democratie en mensenrechten overal ter wereld.

    Aan deze opdracht begon ze energiek; het kind van de onvrijheid streed hartstochtelijk voor de vrijheid, voerde een op waarden gebaseerde buitenlandse politiek, maande Poetin in 2006 om de moord op de kritische journaliste Anna Politkovskaja op te helderen, en ontving een jaar later de Dalai Lama, een vertegenwoordiger van de Tibetanen, die door de Chinese machthebbers bruut onderdrukt worden.

    Merkels doel was een betere wereld, en daarmee heeft ze veel mensen enthousiast gemaakt. Maar niet voor lang.

    Merkel was opgelucht dat ze het hoofdstuk Afghanistan kon afsluiten

    Poetin is niet een man die makkelijk te imponeren is. Het Russische regime liet openlijk vermeende tegenstanders vergiftigen of neerschieten, onder wie een Georgiër in de Berlijnse Tiergarten. Het land voerde en voert oorlogen in Georgië, in Syrië en stiekem in Oekraïne. Het annexeerde de Krim. Het overspoelde de westerse wereld met cyberaanvallen, ook de bondsdag en het kantoor van Merkel daar.

    Keer op keer belde Merkel met Moskou, uitte kritiek, waarschuwde, smeekte. In Minsk onderhandelde ze met Poetin over een wapenstilstand in Oekraïne en zag alleen aan het type maaltijd nog hoe laat het was. Ze is niet ingestort, ze toonde zich hard voor zichzelf en hardnekkig tegenover anderen, ze verwierf veel respect, ook van Poetin, maar alles bij elkaar heeft ze nauwelijks iets bereikt voor het normatieve project van het Westen.

    Omdat ze in principe een pacifiste is. Ze was niet bereid wapens tegen Rusland in te zetten en was ertegen dat de VS raketten leverde aan Oekraïne. Een wijs besluit, zeker. Oorlog met Rusland moest vermeden worden, zelfs al bezorgt dat het Westen een zwakke onderhandelingspositie omdat Poetin weet dat hij geen rekening hoeft te houden met een aanval.

    Bovendien verloor Merkel het doel van een betere wereld algauw uit het oog. De zaken van de BV Duitsland waren voor haar dan toch belangrijker; het vergroten van de welvaart van de natie werd snel haar belangrijkste project. De idealiste veranderde in de hoogste functionaris van het Duitse economische belang. Koppig hield ze vast aan de gaspijplijn NordStream 2 van Rusland naar Duitsland, hoewel ze daarmee de toorn van de VS afriep over Duitsland en haar geloofwaardigheid ondermijnde. Sancties zette ze tegen Poetins regime slechts met mate in. Na de gifaanslag tegen Aleksej Navalny, de criticus van het regime, vlamde haar engagement met de mensenrechten nog éénmaal op, maar al met al volgde ze een koers van appeasement.

    Nog duidelijker was Merkels koerswijziging in het geval van China, dat steeds belangrijker werd voor de Duitse export. De dalai lama heeft ze nooit meer officieel ontvangen, haar kritiek op het regime in Beijing klonk in elk geval niet luid. Enthousiasme wist ze niet meer op te wekken.

    Een ander patroon in Merkels kanselierschap kwam hier voor het eerst aan het licht: op idealistische aanzetten volgde weldra de ommekeer, het afscheid van zichzelf.

    Ze was vaak bereid het eigen project de rug toe te keren en haar volgelingen van dat moment teleur te stellen. Naast grote strategieën ontbrak het haar ook aan de wil vast te houden aan mooie doelen wanneer de prijs daarvoor haar te hoog leek.

    Dat geldt voor de hele westerse wereld, zoals blijkt in Afghanistan. De export van democratie was ook een doelstelling van deze militaire operatie. Vrouwen en mannen die de Amerikanen, de Duitsers en anderen vertrouwd hebben, zijn na de haastige aftocht overgeleverd aan de taliban en moeten vrezen voor hun leven. Dit komt vooral op rekening van de Amerikanen. Maar ook Merkel was opgelucht dat ze het hoofdstuk Afghanistan kon afsluiten. Het heeft haar nooit na aan het hart gelegen.


    4. De vluchtelingencrisis 

    ‘Wir schaffen das.’ 

    – Merkel in de nationale persconferentie op 31 augustus 2015

    Deze woorden blijven ons bij. Merkel sprak ze uit op het hoogtepunt van haar macht. Ze had de verkiezingen in de herfst van 2013 met een overweldigende meerderheid gewonnen, ze was geliefd bij de Duitsers, onomstreden in de CDU – er waren geen concurrenten. Toen kwamen de vluchtelingen. Dat was het kantelpunt voor Merkels kanselierschap.

    Toen zij op 4 september 2015 besloot om in Boedapest gestrande vluchtelingen naar Duitsland te laten komen, was dat niet alleen een zaak van het hoofd, maar ook van het hart. Hier toonde ze een temperament, een hartstocht voor de vrijheid, een afkeer van muren, en haar christelijke opvoeding, vooral door haar vader, die predikant was.

    Veel Duitsers haastten zich naar de stations, heetten de vluchtelingen welkom, deelden eten en kleding uit, stelden hun huizen open. Zelden was een regeringsleider het zo eens met een groot deel van de bevolking. Het was een magisch moment, een zeldzaam mooie politieke gebeurtenis. Time Magazine verkoos Merkel tot persoon van het jaar. Zij was de stralende ster van het Westen, de profetes van het normatieve project, van de op waarden gebaseerde politiek.

    Aan de andere kant rakelde de toestroom van vluchtelingen ressentimenten op, racisme en haat tegen het zogeheten andere, het vreemde. De AfD groeide van een splinterpartij uit tot een machtsfactor en zette voortaan de liberale democratie onder druk.

    In feite gold er weldra een bovengrens voor vluchtelingen, die geen bovengrens mocht heten

    Wat deed Merkel? Ze liet de enthousiastelingen in de steek en maakte politiek voor de anderen, de sceptici, de angstigen, de haters. Toen haar intellect weer de overhand kreeg, toen de berekening over verkiezingskansen domineerde, accepteerde en bedreef Merkel een politiek van afscherming, die vooral werd bevorderd door de CSU onder leiding van haar toenmalige partijleider Horst Seehofer.

    De nieuwe muur liet ze oprichten door de Turkse president Erdogan, met wie ze een deal sloot die verhinderen moest dat mensen over de Egeïsche zee de EU binnenkwamen. Daarmee leverde ze zich uit aan een despoot. Ze nam het later zelfs voor hem op, toen hij zich opwond over een satirische kritiek van de tv-komiek Jan Böhmermann. Dat was een klap voor de de vrijheid van meningsuiting, de kern van het normatieve project.

    Zo ontstond uit het mooie het lelijke. Seehofer heeft Merkel openlijk vernederd, heeft haar de les gelezen, getreiterd, en zij verweerde zich niet, zij nam het voor lief dat de politiek zich onder haar niveau afspeelde, werd verprutst en huichelachtig werd. Er viel een schaduw over de stralende ster.

    In feite gold er weldra een bovengrens voor vluchtelingen, die geen bovengrens mocht heten. Merkel wilde vluchtelingen voortaan ver van Duitsland houden, maar ze wilde de grenzen niet zichtbaar sluiten, wilde de mythe van haar liberale hoogtepunt in stand houden.

    Zo liet de vluchtelingencrisis meerdere patronen zien in Merkels regeringsstijl. Opnieuw had ze geen strategie gevolgd. In 2014 op z’n laatst werd al duidelijk dat er meer en meer vluchtelingen naar Europa zouden komen. Zij kon dat niet over het hoofd zien, maar ze heeft zich daar te weinig zorgen om gemaakt. Dat uit het stijgende aantal vluchtelingen een vluchtelingencrisis groeide, heeft ook te maken met die tekortkoming. 

    Opnieuw gaf ze een liberaal project op, omdat de prijs haar te hoog leek. En weer liet ze na om een grote kwestie met een grote rede te begeleiden. 

    Haar beslissing van 4 september 2015 veranderde haar kanselierschap. De samenleving, die lang in een soort nieuwe Biedermeierstemming verkeerde en was ingedut, werd wakker, discussieerde en polemiseerde. Voor Merkel zelf begon de lange afdaling.


    5. Trump

    ‘I love her.’ 

    – De toenmalige president van de VS Donald Trump bij de NAVO-top in 2018

    Niet Poetin was voor Merkel de grootste crime in de persoonlijke omgang, en Seehofer ook niet. Deze rol was weggelegd voor Donald Trump: een derderangsintellect, een wild temperament. Hij was haar tegenpool: irrationeel, zonder scrupules, en ijdel op het belachelijke af.

    Toen hij in 2016 tot president van de VS werd gekozen, was dat een dieptepunt in de crisis van de liberale democratie. Een verachter van het systeem veroverde met populisme en nationalisme de topfunctie in dat systeem. Hij was de laatste hoop van de Amerikanen die zich gemarginaliseerd voelden. Vervolgens viel hij vooral op door de vuiligheid die hij via Twitter de wereld in blies. 

    Dat verhief Merkel in veler ogen voor korte tijd tot aanvoerster van het liberale Westen. 

    Zijzelf wees deze promotie, als ze daarmee werd geconfronteerd, af met een van haar gezichten vol onbegrip – en terecht. Duitsland was te klein om deze rol een basis te verschaffen, en de leider van een verenigd Europa was Merkel niet geworden.

    Thuis moest ze de liberale democratie zelfs verdedigen tegen islamitische terreur en rechtsextremistische aanslagen in Halle en in Hanau.

    Toen de Thüringer Landtag in februari 2020 een FDP-politicus met stemmen van de AfD tot deelstaatpremier koos, was dat een klap voor de grote consensus van de bondsrepubliek: dat niets wat herinnert aan de tijd van het nationaalsocialisme bestaansrecht heeft. Merkel noemde de verkiezing ‘onvergeeflijk’, de uitkomst zou ‘ongedaan gemaakt’ moeten worden, zei ze ook met het oog op de Thüringer CDU, die zich niet stevig van de AfD distantieerde. Dit werd gezien als inmenging in de belangen van een bondsland en was daarom omstreden, maar evengoed was het wel Merkels beste daad voor de liberale democratie in Duitsland. Overigens toonde ze zich op dit gebied wankel.

    Waarschijnlijk verlangen mensen achter een muur meer naar vrijheid dan naar strijd

    Haar strategie van de ‘asymmetrische demobilisering’ blijft haar onvergeeflijke zonde tegen de democratie. In meerdere verkiezingen trok Merkel door het land als een zandmannetje en verspreidde een slaperige stemming. Lakse aanhangers van andere partijen moesten vooral geen reden zien om naar de stembus te gaan om zo Merkels herverkiezing te voorkomen. Ze was lief voor bijna iedereen en drukte daarmee de opkomstcijfers tot historische dieptepunten.

    Dat verkiezingen een feest voor de democratie moeten zijn, daar had ze geen gevoel voor. Een feest van strijd, maar ze hield niet van openlijke strijd. Ze wilde niet inzien dat een democratie deze brandstof nodig heeft bij het zoeken naar de beste oplossingen.

    Merkel heeft een grote hartstocht voor de vrijheid, maar niet voor het wezen van de democratie, die ze eerder met haar intellect bezag, op een instrumentele manier. Waarschijnlijk verlangen mensen achter een muur meer naar vrijheid dan naar strijd.

    Merkel had niet alleen tot Erdogan een ambivalente verhouding, maar ook tot Viktor Orbán, die in Hongarije een illiberale democratie heeft gevestigd. Lange tijd trad ze niet vastberaden tegen hem op, omdat zijn Fidesz net als de CDU deel uitmaakte van de Europese Volkspartij in het Europees parlement. Ze had hem nodig als deel van haar eigen kamp. Ook hier gaf berekening de doorslag. Het nutsprincipe werd bij Merkel nauwelijks gehinderd door diepe overtuigingen.

    Wat Trump betreft vond ze de meeste van zijn opvattingen beslist ook afschuwelijk, maar meer nog hekelde ze het irrationele, onberekenbare. Daarom voelde ze zich meer verbonden met de Chinese president dan met de Amerikaanse. Wie haar in de loop van haar ambtsperiode over China hoorde spreken, constateerde een groeiend begrip voor de collega’s in Beijing, die hun reusachtige rijk autoritair regeren. Merkel kon zich verplaatsen in hun rationaliteit. 

    Dit is een nadeel van lange regeringsperioden: men gaat steeds meer executief denken, men voelt zich deel van een internationale clan die iets voor elkaar moet krijgen. In een democratie komt het echter niet alleen op het resultaat aan, maar ook op het proces dat tot die resultaten leidt. Daar heeft Merkel te weinig rekening mee gehouden. Een groot democraat was ze om deze redenen niet.


    6. De klimaatcrisis

    ‘Het gaat om de grondslagen van het leven van de generaties die na ons komen. Wij weten dat we nu moeten handelen.’ 

    – Merkel bij de VN klimaatconferentie van 2015 in Parijs

    Na een VN-rapport over de dramatische gevolgen van hogere temperaturen verplicht Merkel de EU in maart 2007 om bindende klimaatdoelen te stellen. In juni dat jaar, bij de G8-top in Heiligendam, overtuigt ze de Amerikaanse president George W. Busch om de klimaatpolitiek in VN-verband te voeren, en reist in augustus naar Groenland, waar zij zich in een rood jack vermanend en schilderachtig laat fotograferen voor de witte, smeltende gletsjers. Merkel, zo lijkt het, heeft haar thema gevonden. Enthousiasme: Duitsland heeft een klimaatkanselier.

    In deze zes maanden van het jaar 2007 legde Merkel het fundament voor een groot kanselierschap. Sluit even de ogen en stel je voor hoe zij en Duitsland ervoor zouden staan als ze sindsdien een consequente klimaatpolitiek had gevoerd.

    Maar dat heeft ze niet gedaan.

    Vanaf 2009 of al eerder wilde ze zich niet meer zo veel met dit thema bezighouden. De financiële crisis verminderde de welvaart, Merkel wilde de burgers niet nog meer belasten. De partijen waarmee ze al die jaren regeerde hadden toch al geen diep gevoel voor klimaatbescherming ontwikkeld, noch CDU en CSU, noch de FDP en de SPD. En de kanselier hield zich aan haar eigen uitspraak: ‘Politiek is wat mogelijk is.’

    De onzichtbaarheid hielp haar om de urgentie van de klimaatpolitiek af en toe een poosje te vergeten

    Dat zijn woorden zonder enig temperament, koud en levenloos als diepgevroren vissticks. Dat is naakt pragmatisme.

    Politiek is echter ook de opdracht om datgene waarin je gelooft mogelijk te maken. Maar niet voor Merkel, die vooral herkozen wilde worden en daarom ook in de klimaatkwestie het eigen project en de enthousiastelingen in de steek liet. Als opperlobbyist van de Duitse auto-industrie streed ze in Brussel voor een afzwakking van de geplande grenswaarden voor de CO2-uitstoot.

    Maar aan het klimaatthema kon ze tijdens haar langdurige kanselierschap niet ontkomen. In 2019 dook het weer volop op omdat scholieren, ‘de generaties die na ons komen’, het vertrouwen in de politiek verloren hadden en naar het voorbeeld van de Zweedse Greta Thunberg demonstreerden voor een consequente klimaatpolitiek.

    Wat volgde was een bizarre, nauwelijks navolgbare vloed van steeds nieuwe klimaatdoelen voor Duitsland en de EU. ‘Kletskoek’ was niet meer genoeg, bitste de kanselier in 2019 in een fractievergadering van de CDU, waarmee ze onbewust ook een oordeel over haar eigen politiek uitsprak. Ze heeft zeker meer gedaan dan veel collega’s in andere landen, maar het was gewoon niet genoeg, zoals ze later zelf inzag. Dit falen werd zelfs door het Duitse constitutioneel gerechtshof bevestigd, dat de klimaatpolitiek tot dan toe in het voorjaar van 2021 als te laks, en daarmee in strijd met de grondwet brandmerkte. Een diepe val voor de klimaatkanselier van weleer.

    In de laatste maanden van haar ambtsperiode moest ze nog beleven hoe het spook ook werkelijkheid werd in Duitsland, waar de klimaatverandering zich tot dan toe meestal ongemerkt had voltrokken. Nu vernietigde die in de vorm van stortregens het bestaan en het leven van mensen.

    Ook al was het Merkel als voormalige wetenschapper steeds duidelijk wat er gebeurde, de onzichtbaarheid hielp haar om de urgentie van de klimaatpolitiek af en toe een poosje te vergeten. Voor haar opvolger zal dat niet meer mogelijk zijn.


    7. De pandemie

    ‘Het is serieus. Neem het ook serieus.’ 

    – Merkel in een tv-toespraak op 18 maart 2020

    Het ergste kwam aan het eind, de zevende grote crisis van haar ambtsperiode: de gesel van de mensheid, corona. Als iemand die precies weet wat een exponentiële ontwikkeling is, leek ze daarvoor heel goed uitgerust. En ook als iemand die haar zenuwen de baas is, als de meest ervaren toppolitica ter wereld.

    Zoals vele anderen vond Merkel maar langzaam haar weg in de crisis, een mondkapjesplicht wees ze aanvankelijk af, maar daarna leidde ze Duitsland omzichtig door de eerste golf. Bescherming van het leven plaatste ze boven de vrijheid zonder een coronadictatuur op te tuigen, zoals beweerd werd in de rechtse, ‘dwarsdenkende’ hoek. Deze periode behoort tot de sterkste van haar kanselierschap, ook omdat Merkel communicatiever was dan gewoonlijk en haar bureaucratische grondtoon afzwakte, zo nu en dan een zorgzame indruk wekte. Ze gaf zelfs de tip de mondkapjes heet te strijken, zodat ze effectief blijven.

    Maar covid-19 liet zich er niet onder krijgen. En hoe langer de strijd duurde, hoe zwakker de indruk was die de kanselier maakte. Deels verbazingwekkend zwak. Het lukte haar nauwelijks nog om haar ideeën voor een voorzichtige pandemiepolitiek in de kring van deelstaatpremiers erdoor te krijgen.

    Dat was als het ware de finale pointe: de vrouw die juist zo succesvol was geweest in het bedrijven van machtspolitiek, die al haar rivalen had uitgezeten of uitgeschakeld, die zich nauwelijks door haar eigen overtuigingen liet hinderen, waardoor ze zich van compromis naar compromis voort kon slingeren, deze vrouw ontbrak het in de zwaarste weken en maanden van de bondsrepubliek aan de macht om goed te kunnen regeren.

    Nu was ze een lame duck, een politica die met beperkte machtsmiddelen naar het eind van haar ambtstermijn dobberde

    Dat had veel te maken met haar grootste vergissing. In het moeilijke jaar 2018, toen de ruzies met Horst Lorenz Seehofer [bondsminister van Binnenlandse Zaken en Heimat] bijzonder onaangenaam waren, toen de CDU bij landelijke verkiezingen veel stemmen verloor, gaf Merkel het voorzitterschap van de CDU op. Dit was een nogal zeldzaam geval van egoïstisch aftreden: ze wilde haar kanselierschap daarmee redden.

    Hier zou een compleet aftreden consequent zijn geweest. Nu was ze een ‘lame duck’, een politica die met beperkte machtsmiddelen naar het eind van haar ambtstermijn dobberde. Juist de deelstaatpremiers van de CDU lieten zich nauwelijks nog door haar leiden. Het systeem-Merkel is op z’n laatst in de herfst van 2020 ingestort. Het gevolg was een wirwar van maatregelen die niemand kon overtuigen.

    Merkel werd nerveus, toonde soms een onrustige, norse gemoedstoestand, schimpte bij de parlementszittingen, liet gedachten aan aftreden doorschemeren, zonder dat die gevolg kregen. De soevereiniteit was weg. Ook haar omzichtigheid was ze kwijt. Ze liet de kans lopen om zich vroegtijdig met man en macht in te zetten voor een vaccinatiestrategie.

    Bovendien werden nalatigheden uit haar lange ambtsperiode zichtbaar. De bondsrepubliek bleek een ouderwets land dat te weinig aan digitalisering had gedaan. Vooral de scholen lijden daar nog altijd onder.

    Niettemin staat de bondsrepubliek er qua corona internationaal gezien helemaal niet zo slecht voor. We kunnen daar tevreden mee zijn, maar we kunnen ook zeggen dat het beter had kunnen en had móéten verlopen, zodat er minder mensen aan zouden sterven.

    En opnieuw geldt: wat er misging is niet alleen aan Merkel toe te schrijven, maar ook aan de politiek als geheel, de structuren en de stellingnames in het land. Maar zij was zestien jaar lang bondskanselier, ze heeft enorm veel gedaan om de macht te veroveren, te vergroten, te verdedigen. Wat er aan de hand was en is, heeft vanzelfsprekend veel te maken met wat zij wel en niet heeft gedaan.


    Een groot kanselier? 

     ‘Wat je mist, merk je pas als je het niet meer hebt.’ 

    – Merkel op 22 juli 2021 bij de nationale persconferentie

    Dit zei Merkel op de vraag wat ze na deze laatste persconferentie zou missen.

    Natuurlijk waren er niet alleen slechte ontwikkelingen tijdens haar kanselierschap. De Duitse economie toonde zich robuust, de werkloosheid bleef relatief laag, ondanks zware tegenslagen als gevolg van de kredietcrisis en de coronacrisis. Dat is veel waard.

    De grootste moderniseringsslag werd gemaakt in haar eerste ambtstermijn, met wetten die de combinatie kind en carrière voor vrouwen gemakkelijker maakten en hun onafhankelijkheid versterkten, met oudergeld, met de uitbreiding van kinderdagverblijven, met een nieuw scheidingsrecht dat de vaak levenslange alimentatie afschafte om vrouwen te motiveren een beroep uit te oefenen. Dat alles droeg ertoe bij de verhouding tussen mannen en vrouwen in een nieuwe balans te brengen. Deze of gene man zal misschien met gemengde gevoelens terugdenken aan deze bondskanselier wanneer hij krachtige vrouwelijke concurrentie ondervindt in zijn beroep, maar de vrouwen en de maatschappij als geheel heeft Merkel een grote dienst bewezen.

    Al met al verdient haar tijdperk toch veeleer de titel van een status quo-kanselierschap. Ondanks de crises en de catastrofes staat Duitsland er tamelijk goed voor, de welvaart werd over het geheel genomen gehandhaafd. Bij alle crises mag niet vergeten worden dat de meeste Duitsers in al die jaren van Merkels kanselierschap naar verhouding een goed leven hadden.

    In haar balans valt op dat zij, de kanselier van de CDU, geen echt conservatief programma had. Met haar politiek voor mensenrechten, vluchtelingen en klimaatbescherming enthousiasmeerde ze vooral mensen uit het andere kamp. Maar geen van deze projecten hield ze vol. Wat bij haar groot begon, eindigde bijna steeds in kleinmoedigheid. Het ontbrak het intellect meestal aan een temperament dat haar aanspoorde om vol te houden.

    Zij heeft zich niet dat grote staatsmanschap aangemeten, zwichtte niet voor dat ijdele, dat verhevene, die gewichtigheidsroes

    Bij de grote internationale thema’s valt weinig goeds te vermelden. De toestand van de EU, de toestand van het westen, de positie van de liberale democratie in de wereld, het klimaat – op deze belangrijke gebieden ziet het er nu slechter uit dan zestien jaar geleden. Merkel maakte deel uit van een internationaal leiderscollectief dat deze ontwikkelingen niet kon tegengaan.

    De ware consequenties staan ons nog te wachten: China’s dominantie in grote delen van de wereld, een leven met steeds drastischer gevolgen van de klimaatverandering, een Europa dat uiteenvalt in een liberaal en een illiberaal deel, nieuwe vluchtelingenstromen door onopgeloste conflicten overal ter wereld. Vergeleken daarmee zou het tijdperk-Merkel nog wel eens als een prettige tijd kunnen gelden, als de toestand die we missen.

    En zijzelf? Toen Merkel kanselier werd, was de vraag vooral wat een vrouw anders zou gaan doen. Wat echt anders was, in vergelijking met bijna al haar voorgangers: zij heeft zich niet dat grote staatsmanschap aangemeten, zwichtte niet voor dat ijdele, dat verhevene, die gewichtigheidsroes. Ze komt in 2021 niet heel anders uit het kanselierschap tevoorschijn dan ze er in 2005 aan begonnen is, afgezien van de slijtage na zestien jaar zwoegen.

    Haar eigenheid, die huiselijke pruimentaartbakkerij tussen twee telefoongesprekken over wereldpolitiek door, heeft bijgedragen aan haar doorgaans grote populariteit. Soms maakte ze een koddige indruk met haar oncontroleerbare mimiek, maar niemand zou daardoor op het idee komen haar niet serieus te nemen. Wat de serieuze, onvermoeibare uitoefening van haar ambt betreft heeft Merkel een hoge standaard neergezet.

    Toch blijft er uiteindelijk een gevoel van teleurstelling over. Toen eind 1989 de muur openging, kwam er een vrouw naar het Westen die ongemeen nieuwsgierig was, die een wakkere blik op de wereld wierp. Die heeft ze tot op heden behouden.

    Nieuwsgierigheid is de belangrijkste voorwaarde voor kennis. Je moet willen leren, je moet begerig zijn naar nieuwe kennis, nieuwe gedachten, ook van jezelf.

    Bij Merkel is dat het geval, en daarom was het meestal interessant om met haar te praten. Wat kennis en gedachten aangaat, was ze meestal goed op de hoogte van de problemen waarmee zij, Duitsland en de wereld te maken hadden. Dat grote voordeel van haar persoonlijkheid heeft ze te weinig benut.

    Een lichtgestalte met schaduwzijden.

  • Chili erkent neurorechten om burgers te beschermen tegen kunstmatige intelligentie

    Chili erkent neurorechten om burgers te beschermen tegen kunstmatige intelligentie

    Chili is het eerste land ter wereld dat in zijn grondwet opneemt dat iemands mentale identiteit niet mag worden gemanipuleerd. De drijvende kracht achter dit initiatief is neurowetenschapper Rafael Yuste: ‘We moeten voorkomen dat zich herhaalt wat met sociale media is gebeurd.’

    Eind augustus stelde Elon Musk ons de biggen Joyce, Dorothy en Gertrude voor. In het bijzin van een klein groepje toeschouwers tijdens een evenement in San Francisco, kwamen de eerste twee snel naar hem toegerend toen hij ze riep. Maar de laatste kwam iets later uit het hok dan verwacht en de Zuid-Afrikaanse goeroe moest zijn toevlucht nemen tot het afgezaagde ‘dat heb je met een live-uitzending’.

    De presentatie werd wereldwijd uitgezonden alsof het om een raketlancering ging. Toen de varkentjes eindelijk voor de camera stonden, kon Musk opgelucht ademhalen en uitleggen waarom ze daar waren. Ze waren er niet als hoofdpersonen van een kindersprookje, eerder als die uit een sciencefictionverhaal. Het evenement werd georganiseerd door NeuraLink, het neurotechnologiebedrijf dat de baas van SpaceX en Tesla heeft opgericht. En Gertrude, de bijzonderste van de drie, was het testvarkentje.

    Een paar maanden daarvoor was bij haar een chip geïmplanteerd die een deel van de hersensignalen registreerde die van en naar haar snuit gaan. Toen ze overal begon te snuffelen, begon halverwege de uitzending een apparaat te piepen. Musk noemde deze gadget een ‘brein-fitbit’. Hiermee maakte hij duidelijk dat hij op weg was een van zijn toekomstdromen waar te maken: het menselijke brein met een computer verbinden zonder dat er bedrading voor nodig is. In techjargon heet dat een ‘brain-computer interface’.

    ‘Op dat moment beseften we dat de situatie urgent werd,’ verklaart de Chileense senator Guido Girardi. Hij kwam meteen in actie.

    Met neurotechnologie kunnen nu al emoties, gevoelens en zelfs het onderbewustzijn worden uitgelezen

    En daardoor staat zijn land nu op het punt om als eerste ter wereld neurorechten te gaan erkennen en te reguleren. We hebben het hier over een baanbrekend wettelijk kader waarin wordt bepaald dat mentale integriteit niet manipuleerbaar is en waarin die wordt beschermd tegen de opmars van kunstmatige intelligentie en andere nieuwe technologieën. Dit wetsvoorstel wordt ook gevolgd door de Verenigde Naties en de techreuzen in Silicon Valley. Binnenkort wordt het geratificeerd door het Lagerhuis van het Zuid-Amerikaanse land nadat het in het Chileense Hogerhuis al unaniem was aangenomen.

    De bescherming van deze ‘nieuwe mensenrechten’, zoals Girardi ze noemt, heeft de steun van het complete Chileense parlement en wordt vastgelegd in de hervorming van de grondwet en een speciale wet met vijf grondbeginselen: het recht op geestelijke privacy, persoonlijke identiteit, vrije wil, gelijke toegang tot technieken voor ‘mentale verbetering’ en bescherming tegen vooringenomenheid en discriminatie door algoritmen. Bovendien worden in deze wet de neurale gegevens van ieder mens gelijkgesteld aan een orgaan: zonder dat er een leven mee kan worden gered en zonder uitdrukkelijke toestemming, mogen ze niet worden verhandeld. Wie er munt uit wil slaan, riskeert zware strafrechtelijke sancties.

    Menselijke maat

    Girardi is arts van beroep en zegt dat hij zich op dit vlak heeft laten inspireren door de Spaanse orgaantransplantatiewet. Hij waarschuwt met klem dat het nodig is om in actie te komen voordat sensoren zoals die van Neuralink op industriële schaal worden gefabriceerd en voor gebruikers net zo gemakkelijk verkrijgbaar zijn als de nieuwste generatie smartphones. Sinds een paar maanden brengt het bedrijf Hyperfine bijvoorbeeld een draagbare MRI-scanner op de markt waarmee hersenbeschadiging bij kinderen kan worden gediagnosticeerd. Dat kan zijn nut bewijzen bij zorginstellingen met weinig apparatuur.

    Guido Girardi CC 2
    De Chileense senator Guido Girardi. – © Wikimedia Commons

    ‘Democratische instituties en regelgeving lopen altijd achter wat betreft de bescherming van de menselijke maat, vooral in deze wereld die steeds verder versnelt. Bij dit soort processen is consensus nodig en dus verlopen ze altijd traag,’ aldus de woordvoerder van de sociaaldemocratische oppositiepartij PPD. ‘Maar technologische processen verlopen juist in een razend tempo en daarom moeten we dit er nu doorheen krijgen, later heeft het geen zin meer.’

    En hij waarschuwt: ‘Met neurotechnologie kun je nu al emoties, gevoelens en zelfs het onderbewustzijn uitlezen. En op basis daarvan kunnen gedachten en levensverhalen worden bedacht en weer worden teruggestopt in de hersenen. En dan weet je niet of die echt van jou zijn of dat die met een ander belang zijn gecreëerd. Dat brengt een enorm groot risico voor je beslissingsbevoegdheid met zich mee.’

    Tegen wie moeten we ons eigenlijk beschermen: de internetgiganten, de regering, hackers? Onszelf?

    De afgelopen jaren hebben behalve Musk, ook tycoons als Mark Zuckerberg (Facebook/CTRL-Labs) en Bryan Johnson (Braintree/Kernel) plannen aangekondigd om de connectiviteit van het menselijk brein te verbeteren en zelfs te herstellen met behulp van neurotechnologie. En ook bij Microsoft, IBM en Google zitten ze niet stil. Het zijn projecten die van een afstandje bekeken iets weg hebben van het Wilde Westen. ‘Er is wel gezegd dat we in een tijd zitten die te vergelijken is met de goudkoorts, alleen is dit vele malen complexer. Hier zijn ideologische actoren aan het werk die alle macht willen vergaren,’ waarschuwt Girardi.

    Zitten we misschien al middenin een Black Mirror-aflevering? Is de voortgang van de neurotechnologie dan echt zo eng als in de jaren vijftig de ontwikkeling van de kernenergie leek? En tegen wie moeten we ons eigenlijk beschermen: de internetgiganten, de regering, hackers? Of misschien wel tegen onszelf?

    Een dystopische connotatie dringt zich op (letterlijk en figuurlijk): in China zijn in 2019 op scholen in de provincie Zhejiang hoofdbanden ingevoerd die de aandachtsspanne van leerlingen meten. De leraar krijgt een seintje in de kleuren van een stoplicht. De paradox is dat deze hoofdband — of eentje die erop lijkt — iemand met amputaties of die verlamd is levensreddende ondersteuning kan bieden. Wetenschappers van de Amerikaanse universiteiten Stanford, Brown en Harvard hebben dat onlangs aangetoond.

    ‘We moeten naar de toekomst kijken om mogelijk schadelijk gebruik vóór te zijn’

    ‘Neurotechnologie kan de mensheid op drie terreinen helpen: de wetenschap omdat die ons kan helpen begrijpen hoe de hersenen werken en ontdekken wat een menselijk wezen eigenlijk is, de gezondheidszorg om patiënten met neurologische en geestesziekten te ondersteunen, en de economie,’ aldus Rafael Yuste, neurowetenschapper en hoogleraar aan de universiteit van Columbia (VS). ‘Voor elke negatieve toepassing zijn er negen positieve. Wat we moeten doen is naar de toekomst kijken om mogelijk schadelijk gebruik vóór te zijn. We moeten voorkomen wat er met sociale media is gebeurd, waarbij de technologiewereld zomaar in het diepe is gesprongen. Tien jaar later moeten we met veel spijt toegeven dat de spelregels zijn veranderd.’

    Rafael Yuste CC
    De Spaanse neurowetenschapper Rafael Yuste. – © Wikimedia Commons

    Yuste is de Spaanse onderzoeker die president Obama er in 2013 van overtuigde dat het een goed idee was om 6 miljard dollar te spenderen aan het in kaart brengen van de hersenen. Hij is ook een van de belangrijkste adviseurs van het Chileense project. Een paar jaar geleden heeft Girardi hem uitgenodigd voor Congreso Futuro, het forum dat in tien jaar tijd is uitgegroeid tot het belangrijkste wetenschappelijke en intellectuele evenement van Latijns-Amerika. Daar zijn ze samen ‘s nachts onder de sterrenhemel in de Atacama-woestijn tot de conclusie gekomen dat er wettelijke en ethische grenzen moesten worden gesteld aan het gebruik van apparatuur waarmee het brein kan worden uitgelezen en beschreven.

    Zo begon Yuste, de geestelijk vader van het NeuroRights Initiative, die al een team van 25 deskundigen in neurowetenschappen, recht en ethiek (Morningside Group) om zich heen had verzameld, samen met Congreso Futuro met het leggen van de wetenschappelijke basis voor het wijzigen van de Chileense grondwet. Onlangs heeft Morningside hetzelfde voorstel voorgelegd aan de entourage van President Biden. ‘Hoewel we verontrustend waren door de acties van Trump, hebben we gemerkt dat de Amerikaanse regering hier belangstelling voor heeft,’ vertelt Yuste.

    Zijn doel is enerzijds dat neurorechten worden opgenomen in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, en anderzijds dat neurotechnologen bereid zijn een eed af te leggen in de trant van Hippocrates. De Spaanse regering overweegt dit op te nemen in de Estrategia Nacional de Inteligencia Artificial (nationale strategie voor kunstmatige intelligentie) die ze momenteel aan het voorbereiden zijn.

    Vreemde gedragingen

    De Canadese filosoof Frederic Gilbert is bio-ethicus, geeft les aan de universiteit van Tasmanië (Australië) en bestudeert het beleid bij klinische en experimentele proeven op mensen, waaronder bij invasieve hersenchirurgie. Hij geeft toe ‘een beetje sceptisch’ te zijn over het inpassen van neurorechten in het VN-kader en vestigt liever de aandacht op de ‘schijn van controle’ die ze pretenderen. ‘Jij hebt natuurlijk een smartphone. Kun je één dag zonder? Merk je dat je hem steeds nodig denkt te hebben, ook als hij niet binnen handbereik is? En dan hebben we het hier niet over iets wat in je hoofd zit, maar je in je hand hebt.’

    Bij bijna alle patiënten bij wie een apparaatje was geïmplanteerd, bleek diepe hersenstimulatie heilzaam. Maar af en toe waren er meldingen van vreemde gedragingen als hypomanie of hyperseksualiteit. The New Yorker meldde enkele weken geleden bovendien dat bij 65 procent van deze mensen hun huwelijk of relatie was stukgelopen en dat ongeveer evenveel mensen met hun opleiding wilden stoppen. Kunnen dit soort ontwikkelingen in de toekomst ook plaatsvinden bij gebruik van technologie die nu wordt ontwikkeld? ‘Dat is een reële mogelijkheid,’ zegt Gilbert. ‘Zelfs al werkt het duurste en meest geavanceerde apparaat van Elon Musk nog zo goed, dat betekent nog niet dat de patiënt er ook baat bij heeft.’

    Het is bijna een kwart eeuw geleden dat de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) het gebruik van een apparaatje goedkeurde voor diepe hersenstimulatie tegen essentiële tremor en de ziekte van Parkinson in een vergevorderd stadium. Nu zijn er wereldwijd naar schatting minimaal 200.000 mensen met een of ander hersenimplantaat, bijvoorbeeld een Cochlear-implantaat voor mensen met hoorproblemen. Maar op de drempel van een nieuw tijdperk van bovenmenselijke kwaliteiten, moet je je afvragen wat de gevolgen zijn van het gebruik van neurotechnologie zonder doktersrecept.

    ‘Zoals tijdens corona een commissie besliste wie het eerst moest worden ingeënt, zou je kunnen beslissen wie het eerst aan de beurt is voor verbeterde cognitie’

    Yuste pleit ervoor de toegang tot neurotechnologie niet alleen een persoonlijke keuze te laten zijn, maar ook voor te leggen aan een ethisch panel bestaande uit artsen en vertegenwoordigers uit het maatschappelijk middenveld. Of dat er in ieder geval een of ander filter wordt ingesteld. ‘Zou ik bereid zijn vrijwillig een implantaat te nemen zonder dat er sprake is van een geestesziekte?’ vraagt hij zich af. ‘In dat geval zou ik de aanbevelingen van zo’n panel voetstoots aannemen. Zoals tijdens de coronapandemie een commissie besliste wie het eerst moest worden ingeënt, zou je met dit systeem kunnen beslissen wie het eerst aan de beurt is voor verbeterde cognitie.’

    Maar aan de andere kant van de Atlantische Oceaan toont Girardi zich bezorgder. ‘Zo zou een heuse kaste van ‘augmented’ menselijke wezens kunnen worden gegeneerd. Als je IQ 10 punten hoger is dan het gemiddelde, leef je langer, ben je gelukkiger, heb je minder last van ziektes, heb je meer geld, en ga zo maar door. Dat is wetenschappelijk aangetoond. Bij iemand met een IQ van 200 punten meer, wordt die kloof maatschappelijk gezien onoverbrugbaar,’ aldus Girardi. Als lid van het Hogerhuis is hij in zijn land ook de drijvende kracht achter de levensmiddelenwet en -etikettering waarop wordt gewaarschuwd voor een te hoog zout-, suiker- en verzadigd vetgehalte (te vergelijken met de Europese Nutri-Score).

    ‘Weet u of er multinationals zijn die uw project willen stilleggen of laten ontsporen? Hoe verdedigt u het wetgevingskader als het onder druk komt te staan?’ vroegen we hem.

    ’De voedingswaarde-etikettering erdoor krijgen bij frisdrankconsortia en andere grote bedrijven, was veel ingewikkelder. Ferrero zei dat ze ons bij de WTO zouden aanklagen en Nestlé bedreigt ons nu nog steeds. Maar we begrijpen dat ook dit niet gemakkelijk zal zijn’, luidde zijn antwoord.

    Wat zijn de vijf neurorechten?

    De groep wetenschappers onder leiding van Rafael Yuste dringt aan op het opnemen van vijf nieuwe rechten in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens die in 1948 door de Verenigde Naties is opgesteld:

    1. Het recht op geestelijke privacy. Hierin wordt bepaald dat informatie die wordt verzameld met neurotechnologische hulpmiddelen die interactie hebben met de hersenen (neurogegevens), even vertrouwelijk moet worden behandeld als informatie verkregen uit orgaantransplantaties.

    2. Het recht op persoonlijke identiteit. Dit beoogt het besef van het ik — de essentie van elk individu — te beschermen tegen elk gebruik van chips, sensoren en andere neurotechnologische apparatuur die hersenactiviteiten kunnen wijzigen.

    3. Het recht op vrije wil. Dit is nauw verwant aan het vorige punt en wil het vermogen van een mens om beslissingen te nemen — ‘agency’ genoemd in de psychologie — beschermen tegen hersenstimulatietechnieken met een massaal bereik.

    4. Het recht op gelijke toegang tot technieken voor ‘mentale verbetering’. ‘We leven in een wereld waarin mobiele apparatuur onze cognitieve vermogens al heeft verbeterd. Je komt bijvoorbeeld in een stad waar je nog nooit bent geweest, zet je smartphone aan en met GPS weet je dan misschien zelfs nog beter de weg dan een stadsbewoner,’ licht Yuste toe. ‘Door de overstap van dit soort technologie van je hand naar je brein, zou een mensheid van twee snelheden kunnen ontstaan. Met dit recht kunnen we voorkomen dat ongelijkheid tussen personen die zich de toegang tot dit soort instrumenten al dan niet kunnen veroorloven, ontaart in een sociale kloof. Een ethisch panel van artsen en vertegenwoordigers uit het maatschappelijk middenveld zou kunnen beslissen wie zich wel en niet cognitief mag verbeteren.’

    5. Het recht op bescherming tegen vooringenomenheid en discriminatie door algoritmen. Deze regel moet ervoor zorgen dat het gebruik van algoritmen in het menselijk brein niet leidt tot vooringenomenheid, zoals we bij het gebruik van sociale netwerken hebben gezien.

  • De 27e keer dat Toby Obed stierf

    De 27e keer dat Toby Obed stierf

    Over de misstanden in Canadese internaten voor Inuït-kinderen is de laatste jaren steeds meer bekend. Er werden verschillende massagraven gevonden. Toby Obed is een van de overlevenden. Een voorpublicatie uit het verhaal over zijn leven (en vele doden).

    Over de auteur

    In de reportages van de Poolse Joanna Gierak-Onoszko (1980) staan vaak mensenrechten en maatschappelijke kwesties centraal. Ze publiceert regelmatig in weekblad Polityka, dagblad Gazeta Wyborcza, het literaire non-fictietijdschrift Pismo en het reportageblad Non/fiction. Ze woonde een aantal jaar in Canada en schreef daar haar literaire debuut Het 27 keer sterven van Toby Obed (Dowody na Istnienie, 2019) over hoe werd omgegaan met de kinderen van de inheemse Canadese bevolking. Geschat wordt dat ongeveer 150.000 kinderen het slachtoffer zijn geworden van lichamelijk en psychisch geweld en seksueel misbruik.

    Het boek belandde in 2020 op de shortlist van de prestigieuze Nike-prijs en won de publieksprijs.

    Als Toby Obed eindelijk wakker wordt, is het al lente.

    Hij ligt op zijn rug in ongesteven beddengoed en herkent het plafond en de muren om hem heen niet. Net was hij nog in een kalme kunstmatige slaap, maar nu zijn zijn neuronen witheet en proberen alle informatie tegelijk te verwerken.

    Waar ben ik? Waarom doet het pijn? Zal het eindelijk overgaan?

    Toby kijkt om zich heen, zoekt naar het uitzicht uit het raam, een aanknopingspunt. Maar zijn blik dwaalt steeds af naar het midden van het bed. Dat is de plek waar zijn armen en benen zich zouden moeten bevinden, maar de deken waarmee Toby is toegedekt ligt vlak.

    Toby denkt dat hij hallucineert – dat gebeurt soms als je flink gedronken hebt. Hij wil in zijn ogen wrijven en heft zijn armen.

    Maar onder zijn linker elleboog is niets meer.

    Hij kijkt naar rechts. Wat er van zijn andere hand over is, zit in dik verband.

    ‘Wacht eens even! Waar zijn mijn benen? Wat hebben jullie verdomme met mijn armen gedaan?!’

    Een vrouw in een wit schort buigt zich over het bed.

    ‘Wat ben ik blij dat je wakker bent! We wisten niet of dat nog zou gebeuren. Toby, we zijn in het ziekenhuis in St. John’s, in de hoofdstad van Newfoundland en Labrador. Het is al maart. Je bent net tweeëntwintig geworden. En ik kan je zeggen dat je echt iets te vieren hebt.’

    Maar Toby is het oneens met dat het al maart is en ook met zijn nieuwe ingekorte lichaam. Hij kan zich niet herinneren dat iemand die veranderingen met hem heeft besproken.

    Het laatste dat hij zich herinnert is een feest in Happy Valley-Goose Bay, ruim zestienhonderd kilometer ten noorden van het bed dat van nu af aan altijd veel te lang zal lijken.

     * * * 

    Goose, zoals het stadje in de volksmond heet, ligt op het schiereiland Labrador – het deel van Canada dat in het oosten aan de Atlantische Oceaan en in het noorden aan het Noordpoolgebied grenst. Er wonen iets meer dan achtduizend mensen. Goose is het resultaat van het samenvoegen van twee plaatsen: Happy Valley en Goose Bay, maar de idyllische naam van het stadje is misleidend. Want de aanleiding van zijn bestaan is oorlog.

    In de jaren veertig stond in de kranten dat er in de Labradorzee torens van Duitse U-boten waren gezien. Nu de VS aan de oorlog deelnam was het duidelijk dat er in deze regio zo snel mogelijk een sterke militaire basis moest komen voor de verdediging van het continent. Voor de bouw werden mannen uit dorpen in heel Labrador naar Goose gehaald. Ze werkten in verschillende ploegendiensten. De bevoorrading had berekend dat ze vier- tot vijfduizend pakjes sigaretten per dag nodig hadden.

    De arbeiders kregen een fractie van het loon dat de mensen die in de binnenlanden werkten verdienden, maar ze morden niet. Ze klaagden maar over één ding: voor hun vertrek naar de bouw hadden ze hun huizen moeten afsluiten. En dat betekende dat ze voor vertrek hun honden hadden moeten afmaken.

    In 1943 beschouwde men Goose als het grootste vliegveld ter wereld. Na de oorlog bleef het een belangrijk knooppunt van de lucht-, asfalt- en zeewegen van Labrador. In vredestijd hielden NAVO-eenheden hier oefeningen en de door het leger beheerde terreinen zouden moeten dienen als reservelandingsplaats voor ruimtevaartuigen van de NASA.

    Maar Goose bleef voor altijd een reservestad. De oorlog ging eraan voorbij, er landde geen ruimteveer en in 2010 vertrokken de eenheden van de NAVO van de basis. Nu kom je hier voor satelliettelefoons – die zijn gratis te leen als je de omgeving gaat verkennen, wat het werk van de politie en de reddingsteams moet vereenvoudigen als een toerist verdwaalt. Tijdens lange tochten door Labrador kun je onderweg in Goose kariboeworstjes of gepaneerde kabeljauwtongetjes eten. Vroeger was het armeluisvoedsel, maar nu is het een chic hapje van 13 dollar per portie.

    Dat is nu Labrador, het Grote Land. Hier hoor je de Aarde bewegen, zeggen ze.

    Maar het stadje met de naam Happy Valley-Goose Bay bracht Toby Obed geen geluk. Hier stierf Toby voor de zesentwintigste keer.

    Dat was vlak voor hij tweeëntwintig werd, achttien jaar na zijn eerste dood.

    * * * 

    Als je in een piepkleine nederzetting van walvisjagers in het afgelegen Labrador woont, is een uitstapje naar Goose een hele afwisseling. Toby ging er zijn neef opzoeken. Ze hadden elkaar lang niet gezien en trokken een fles open. Toen kwam er een vriend: ‘Hoe is het? Laten we drinken.’

    Ze dronken.

    De rest zal door de verpleegster worden verteld.

    ‘De politie heeft je pas de volgende dag in de sneeuw gevonden. Ze waren ervan overtuigd dat je dood was.’

    Toby kwam in het Miller Center terecht, een ziekenhuis voor oorlogsveteranen waar chirurgen, fysiotherapeuten, psychologen en prothesemakers verminkten terugslepen naar het leven. De artsen hielden Toby twee maanden lang in een kunstmatig coma om hem zo uit zijn diepe hypothermie te krijgen.

    ‘Dat is gelukt, maar we hebben je moeten amputeren’, zegt de verpleegster aan zijn bed.

    ‘Mens, ik weet niet waar je het over hebt. Geef me mijn benen terug! Geef me onmiddellijk mijn arm terug!’

    ‘Je bent een gelukskind, Toby. Ik leef erg met je mee.’

    * * * 

    Sinds die nacht is er een kwarteeuw verstreken. In het voorjaar van 2018 is Toby Obed zevenenveertig, en zijn vijfhonderd Inuit uit het Dal van de Hoop zijn spiegel.

    Voordat de Europeanen hier arriveerden (onder wie de Portugese ontdekkingsreiziger João Fernandes Lavrador) woonden er op dit grondgebied inheemse gemeenschappen, zoals de Inuit en de Innu. Beide groepen noemden elkaar eskimo’s, wat rauwvleeseters betekent. Dat begrip werd overgenomen door witte antropologen en archeologen voor wie de Eskimo’s een algemene, brede benaming voor de mensen van het Noorden was: van Labrador, het Canadese Poolgebied en Alaska tot aan Kamtsjatka.

    In sommige Europese landen wordt het woord nog altijd gebruikt. In Canada daarentegen hoor je dat niet meer te zeggen, omdat het opgedrongen, discriminerend en beledigend is. De inwoners van de noordelijke provincies worden nu genoemd zoals ze zelf willen. In hun taal, ofwel het Inuktitut, betekent inuk mens, en inuit gemeenschap.

    En zo ziet Toby Obed hen en zichzelf: niet als museumstukken, maar als mensen. Hij zoekt hun gezelschap op, want ze zijn voor hem tegelijk een spiegel en identiteitsbewijs, belangrijker dan zijn Canadese paspoort.

    ‘Ik vind het fijn als een buurman terloops opmerkt dat ik net zo’n gezicht trek als mijn moeder. Of dat ik net zo loop als mijn vader, dat we van een afstand niet van elkaar te onderscheiden zijn. Dan ben ik zo gelukkig! Want dat betekent dat zij hebben bestaan – en dat ik een overblijfsel van hen ben.’

    Als Toby zijn moeder wil zien, raakt hij met zijn rechterhand zijn wang aan. Een gladde, strakke huid, zonder poriën, zonder ook maar een rimpel. Hoge, prominente jukbeenderen. Daarboven diepgelegen smalle ogen, verscholen onder dikke zwarte wenkbrauwen. Toby’s haar is als peper en zout. Zwart en helder wit, niets ertussenin. Dik en stug, tot aan zijn kleine driehoekige kin.

    Had zijn moeder zulk draadachtig haar? Zulke kleine ogen, zo zwart dat je maar moeilijk de pupil van de iris kunt onderscheiden?

    Dat weet Toby niet.

    ‘Ik heb geen enkele foto. Ik herinner me niet hoe ze eruitzag. Ik weet dus niet waar ik vandaan kom, en waarom.’

    * * * 

    De naam Tobijah betekent in het Hebreeuws ‘Jahweh is goed’. Een woord van troost voor iemand die alles heeft verloren en geen hoop meer heeft. Volgens het Oude Testament wordt Tobias blind, en gemarteld smeekt hij God te mogen sterven. Maar God heeft andere plannen met hem. De Schrift leert dat het grote lijden van Tobias geen straf voor hem is, maar een welgemeende beproeving. De liefhebbende God zendt eerst kwellingen, maar voorziet op zijn tijd een beloning voor gehoorzaamheid en loyaliteit. Het is een didactisch verhaal – de dreunen van het lot moet je opvatten als tekenen van de barmhartige God.

    Die profetische naam kreeg Toby van zijn moeder.

    Ze had vijf kinderen. Kinderen die moeite hadden om het thuis uit te houden. Hun ouders besteedden niet al te veel aandacht aan hen. Ze dronken. Emily en Sonny, ofwel Zoontje, waren een jaar of tien ouder dan de rest. Zij zorgden voor de kleintjes: Sara, Elias en Tobias.

    Hoe kwamen ze in zo’n afgelegen nederzetting voor walvisjacht aan zulke namen?

    Vroeger heette die plek Arvertok, wat in de taal van de Inuit de Walvissenplek betekent. Er werd op walvissen gejaagd in de wintermaanden – de Inuit woonden dan in diep in de rauwe, ongastvrije grond verborgen huizen die maar deels boven het oppervlak uitstaken. Ze zochten daar beschutting tegen de snijdende wind, en in de lente, als het zeehonden- en walvissenseizoen was afgelopen, trokken ze dieper het land in. Ze namen tenten van zeehondenhuid mee en gingen jagen op vleesrijke kariboes. Ze raapten de karige vruchten die de toendra mondjesmaat verschafte en bereidden zich voor op het doorstaan van de volgende winter.

    Suikerziekte, aderverkalking, kanker – dat waren ook geschenken die de witte kolonisten met zich meebrachten

    Dat ritme werd verstoord door de bewoners van het Oude Continent, Duitse mennonieten uit Moravië, missionarissen met een protestantse arbeidsethiek. Ze waren hier gebracht door de imperatief hun rijkdom te vergroten en de kerkelijke schola te vullen. Ze begrepen de mensen die ongehaast de cyclus van de natuur volgden niet. Ze verlangden er vurig naar om in naam van de handel onder zware omstandigheden te zwoegen: in Europa was grote vraag naar echte, warme bontjassen. Daarmee werd een fortuin verdiend, dat nu in Canada ‘oud geld’ wordt genoemd. De Moravische kolonisten waren verrukt over de ondiepe wateren vol zeehonden en de dichte bossen vol vossen. In 1782 doopten ze de Walvissenplek om in het Duitse Hoffenthal, het Dal van de Hoop.

    Ze brachten hetzelfde mee als de meeste anderen die van zichzelf zeiden dat ze nieuwe landen ontdekten: het woord Gods, gereedschap, wapens, groente en ziektes.

    Suikerziekte, aderverkalking, kanker – dat waren ook geschenken die de witte kolonisten met zich meebrachten. Labrador is ze tot op de dag van vandaag niet te boven gekomen.

    De mennonieten veroverden de gebieden met de hoorn en de trombone. Ze geloofden dat met Haydn en Bach als bondgenoten de Inuit verrukt zouden raken over de barokmissen en ze hun ziel zouden openstellen voor een hun onbekende God. Tot op de dag van vandaag kun je in het kleinste gehucht een blaasorkest vinden dat in de woestenij van de Canadese toendra Bachcantaten speelt.

    De missionarissen deelden graag hun bladmuziek, maar ze zeiden dat het hun God niet beviel hoe er in de huishoudens met elkaar geslapen werd: zonder sacrament, met meerderen tegelijk, in het bijzijn van de kinderen. Volgens de lokale traditie was een levenspartner precies zoals het klinkt: een compagnon, iemand met wie het leven draaglijker was of überhaupt mogelijk. Het gezin was een onderneming om te overleven, maar de mensen wilden naar bed met degenen die ze aantrekkelijk vonden, niet per se met de mensen met wie ze samenwerkten om te overleven. Soms woonden er meerdere gezinnen onder één dak en waren genegenheid en seks binnen handbereik.

    De missionarissen uit Moravië waren gekomen om hun mee te delen dat ze in zonde leefden en God beledigden, die zijn volk in de hitte door de woestijn had geleid. De bewoners van deze gebieden begrepen niet wat een zonde was en hadden nog nooit een woestijn gezien.

    De Duitse kolonisten zijn er nu niet meer – ze hebben de oorlog met het handelsimperium Hudson’s Bay Company (HBC) om de vachten verloren en hebben het Grote Land verlaten. Van hen zijn grafstenen, resten van de houten gebouwen van de mennonitische missie en de gewoonte om Inuitkinderen Bijbelse namen te geven achtergebleven. Na verloop van tijd, toen de Britse monarchie dit deel van de wereld in haar macht kreeg, werd de naam veranderd – van Hoffenthal in Hopedale.

    Er is hier niet veel meer veranderd dan dat.

    * * *

    In 1975 stond er opeens een politieagent in een rood uniform op de drempel en zei: ‘Kinderen, jeugdzorg is geweest, we moeten jullie meenemen.’

    Toby’s ouders waren verrast, want ze kwamen onaangekondigd. Geen gelegenheid om in te pakken, geen gelegenheid om afscheid te nemen.

    ‘We gingen zoals we er toen bij liepen. Later hoorden we dat ouders dergelijke situaties eigenlijk geen keuze hadden. Op het niet meegeven van de kinderen stonden straffen, waaronder hechtenis en het intrekken van de uitkering, waarvan de meeste gezinnen in de omgeving leefden. Of we ons verzetten? Dat weet ik niet meer. Of we huilden? We huilden allemaal. Emily was dertien, Sonny vijftien, en ik pas vier. Toen, in 1975, in de deuropening bij de laarzen van de agent van de bereden politie, stierf ik voor het eerst.

    We stapten in een klein vliegtuig dat op water kon landen. We vlogen een kilometer of tweehonderd naar het zuiden, naar North West River. Eerst brachten ze ons naar het ziekenhuis. Daar werd nagekeken of alles met ons in orde was. Routineonderzoek: of er geen actieve infecties waren, parasieten, ondervoeding. En of niemand ons kwaad had gedaan.

    Natuurlijk werden we gescheiden, mijn broers en zussen waren van een andere leeftijdscategorie. Ik begreep het niet. ’s Ochtends had ik nog familie, en nu was ik ineens alleen, terwijl ik pas vier jaar oud was. Alles wat ik weet van het leven, heb ik daar geleerd, in het internaat, in het juniorenhuis in North West River. Dat waren verplichte lessen die ik niet wilde. Rekenen en grammatica deden er nog het minste toe, je moest vooral snel door zien te krijgen wie je vriend was en wie je beter kon mijden. Waar je heen moest en hoe, en achter welke deur je nooit mocht komen. Wat je mocht zeggen en waar je jarenlang over moest zwijgen. Ik was een kleuter toen ik begreep dat ik, net zoals ik onbewust en automatisch ademhaalde, onophoudelijk en instinctmatig in de gaten moest houden of ik veilig was. Ik controleerde constant of ik niet in gevaar was. In zulke omstandigheden loeit er constant een alarm in je hoofd.’

    Toby Obed, een Canadees uit Labrador, zegt niet over zichzelf dat hij de Yale-school heeft afgerond die in North West River door de liefdadigheidsorganisatie Grenfell werd geleid.

    Hij zegt: ‘Ik ben een overlever. Ik heb het overleefd, ik ben in leven gebleven.’

    * * *

    Toby vertelt over school alsof er een veer is losgesprongen, alsof er een la met mappen vol politiedocumentatie is opengeschoten. Hij praat en praat, kalm, systematisch, alsof hij verslag uitbrengt van iets wat een ander is overkomen. Hij gaat bijna twee uur lang door.

    In Toby Obeds vroegschoolse herinneringen komen niet veel kaligrafie-oefeningen, lessen over scheepsbouw of zelfs het verplichte corvee in de koeienstal voor.

    De volgende sleutelwoorden komen wel steeds terug:

    zwiep, klets, pats (zo klapte de zweep); 

    taal, accent, slaag (voor het spreken van Inuktitut kreeg je ervan langs); 

    cel, duisternis, honger (een triade die elk kind zonder uitzondering verlamt).

    Ik hoor van Toby dat in je broek plassen van angst helemaal geen beeldspraak is.

    In zijn herinneringen komt een persoon in het bijzonder naar voren: een lerares, Miss Devil, Juffrouw Duivel.

    ‘Ze liet ons toekijken’, zegt Toby. ‘Ik wilde niet kijken, maar geen kind mocht zijn gezicht afwenden.’

    ‘Je bent vier, zes, tien jaar oud en je weet dat niemand, maar dan echt niemand zich voor je interesseert’

    Toby vat zijn schooltijd als volgt samen: ‘De volwassenen van buiten wisten het. Ze deden er niets aan.’

    Wat er binnen de houten wanden van Grenfell gebeurde was een verschrikking, maar werd mettertijd de norm. Maar je kon er echter niet aan wennen dat er niemand in de buurt was aan wie je erover zou kunnen vertellen. En die je niet zozeer om redding, om ingrijpen kon vragen, want daar hoopten de kinderen al niet meer op, maar om wat troost.

    Toby wachtte op mededogen, dat jarenlang niet kwam. Ook had hij niet het gevoel iemand dierbaar te zijn.

    ‘Je bent vier, zes, tien jaar oud en je weet dat niemand, maar dan echt niemand zich voor je interesseert.’

    Toen dachten de kinderen dat er van de door de liefdadigheidsorganisatie gerunde school geen bevrijding mogelijk was. Maar een zomer was het geld op en werd de instelling gesloten. Dat was in 1979 of 1980, de bronnen stemmen niet overeen.

    Er zijn in Canada geen kindertehuizen. De oplossing waren pleeggezinnen, waar de kinderen rechtstreeks van de kostschool heen werden gestuurd. Uiteraard zonder rekening te houden met familiebanden.

    De kinderen Obed maakten geen kans om samen te blijven. Wie wilde er nu voor een paar gebroken Inuit-kinderen zorgen? 

    Ze werden opnieuw gescheiden, deze keer voor jaren. De kinderen verloren elkaar volledig uit het oog. Die vakantie raakten ze echt alles kwijt, werden de laatste lijntjes verbroken. Toby zag zijn zus Sara pas zevendertig jaar later terug.

    ‘Ze maakten ons gezin helemaal kapot’, zegt Toby. ‘Ik was acht toen mijn leven opnieuw ten einde kwam.’

    Dat was tijdens de Koude Oorlog. In de Canadese bossen werden legereenheden ondergebracht, Goose Bay werd uitgebreid, er werden militairen gestationeerd. Velen van hen hadden al een vrouw, maar nog geen kinderen. Ze konden zorgen voor de beschermelingen van de school in het dennenbos.

    Toen Toby bij het eerste pleeggezin terechtkwam was hij acht jaar oud en dacht hij dat zijn lijdensweg ten einde was, dat hij nu een thuis zou krijgen. Maar in plaats daarvan verplaatsten ze hem van de ene verzorgers naar de andere.

    ‘De acht jaar die volgden heb ik bij twintig gezinnen gewoond. Gemiddeld eens in de vierenhalve maand verhuisde ik, of eerder – werd ik verhuisd. Wat ik wilde, wat ik ervan vond, vroegen ze niet. We werden behandeld als meubels, als obstakels, als zakken met vuilnis.

    In elk huis was het weer anders, maar ik werd geloof ik overal geslagen’, herinnert Toby zich. ‘Ik was niet klein meer, ik hoefde niet meer gespaard te worden. Ik ging al naar de tweede klas, dus ze konden me flink op m’n sodemieter geven. Dat verdiende ik op zich ook: ik begreep niet wat er tegen me gezegd werd. Ik wist niet hoe ik ze tevreden moest stellen. Ik probeerde ernaar te gissen, ik probeerde me aan te passen, maar ik was machteloos.’

    Uiteindelijk wende hij eraan. Het werd dus routine: eten, slapen, school, slaag. Nepmoeders en nepvaders sloegen met de riem en sloegen met de hand voor van alles en nog wat. Hoe je de klappen moest ontwijken, hoe je moest overleven leerde Toby van twintig gespierde, sportieve mannen die werden gesteund door twintig vooruitziende, toegewijde echtgenotes.

    Toby’s lichaam was sterk, dat hielp hem erdoor. Zijn geest was hem ook goedgezind, de meeste huizen heeft hij kunnen vergeten. Toby weet dat ze ergens zijn, hij ze in zich draagt als wild vlees, als littekens, als kanker. Maar zijn hoofd heeft hem ervan afgesneden. In het dagelijks leven ziet hij ze niet, zijn de ziektehaarden niet vast te stellen. Maar Toby weet dat ze nog altijd schade aanrichten, net als gezwellen die bij onderzoek niet te zien zijn.

    Van alle twintig gezinnen kan Toby er misschien vijf of zes voor de geest halen. Aan sommige heeft hij goede herinneringen. Hij gelooft dat ze hun best deden. Bijvoorbeeld enkele nepmoeders. Soms waren ze aardig, kookten ze, wilden ze Toby’s stijve dikke haar kammen.

    Als achtjarige had Toby het overlevens-abc voor kinderen onder de knie: hij loog, stal en bedroog

    ‘Rot op, zei ik, laat me met rust. Niet jij, maar mijn echte moeder zou me nu over mijn hoofd moeten aaien. Maak dat je uit m’n buurt komt, zei ik. Ook sommige nepvaders deden hun best. Soms maakten ze tijd voor me vrij. Probeerden me uit te leggen dat ik zelf om problemen vroeg. Dat spijbelen en weglopen nergens goed voor waren. Maar ik had geen zin om te luisteren. Ik neem het ze niet kwalijk. Ik was geen kind om van te houden, want waarvoor ook?’

    Als achtjarige had Toby het overlevens-abc voor kinderen onder de knie: hij loog, stal en bedroog. Hij vocht veel. De school in Goose waar hij toen op zat, was voor hem één grote boksring. Hij vocht vier, vijf keer per dag, dag in dag uit. En hij verloor nooit, hij was altijd degene die anderen tot bloedens toe sloeg. Hij hield niet op voor hij zeker wist dat ze pijn hadden. De kinderen op school zeiden dat Toby gevaarlijk was. Dat beviel hem wel. Vechten was die opening, die lichtflits, het moment waarop hij even sterk was en er iets van hem afhing. Hij werd dan overweldigd door geluk. Hij voelde geen pijn, het waren de anderen die leden. Ze leden, omdat hij zo beslist had.

    Dat zorgde ervoor dat hij zich kon wapenen voor de middag en avond. Want na school moest hij natuurlijk terug naar zijn pleeggezin en was hij degene die ervan langs kreeg. Maar er waren meer straffen, alledaagse, gewone. Meestal moest hij gewoon zijn mond houden en naar zijn kamer gaan. Ze stuurden hem weg, hij kreeg geen eten. Dat is zogenaamd alleen vervelend, geen marteling.

    ‘Weet je, een of twee keer kun je het best zonder avondeten doen. Maar zelfs als duidelijk is dat je het ergste, vervelendste kind bent, wil je niet de hele tijd honger hebben. Met een kind kun je alles doen. Het is voldoende om hem niet genoeg te eten te geven.’

    Jarenlang was hij ervan overtuigd dat hij slecht was, dat hij het niet verdiende om niet geslagen te worden, niet gestraft. Later drong tot hem door dat de militairen vaak moesten verhuizen. Er kwamen orders, en dan werden de in huis opgenomen kinderen en hun zaken achtergelaten. Maar niemand die dat aan de kinderen uitlegde. Die waren er dus van overtuigd dat ze steeds opnieuw werden verlaten, omdat ze net zo veel waard waren als knellende of afgedragen pantoffels.

    Terugkeren naar zijn vader en moeder was geen optie. De jaren gingen voorbij, maar zijn ouders hielden niet op met drinken. De autoriteiten lieten de kinderen niet terug naar huis gaan, maar er werd ook niet veel gedaan om de ouders te steunen. De kinderen uit huis plaatsen: dat was een radicale en eenvoudige, en vrijwel de enige mogelijke therapie.

    ‘Toen, mijn hele jeugd en nog vele jaren daarna, was ik kwaad. Agressief. Ik voelde me gekwetst en verworpen. Waarom konden anderen bij hun moeder blijven maar ik niet? Waarom konden anderen een normaal leven hebben, alleen ik niet?’

    Toen had Toby er nog geen idee van dat er in de omgeving meer dan duizend kinderen waren zoals hij.

    Deze vertaling kwam tot stand in samenwerking met CELA, Connecting Emerging Literary Artist.

  • ‘Historische’ abortusuitspraak in Mexico | Myanmar laat extremistische monnik vrij

    ‘Historische’ abortusuitspraak in Mexico | Myanmar laat extremistische monnik vrij

    ‘Historische’ abortusuitspraak in Mexico

    Het Mexicaanse Hooggerechtshof heeft op dinsdag 7 september ‘een historisch precedent’ geschapen door de strafbaarstelling van abortus in de noordelijke deelstaat Coahuila ongrondwettelijk te verklaren, schrijft de Mexicaanse krant Excelsior.

    ‘Dit besluit zal gevolgen hebben voor het hele land, zodat vrouwen die hun zwangerschap vroegtijdig afbreken in geen enkele staat kunnen worden gestraft’, aldus de krant.

    ‘Wat de beslissing van het Hof niet doet, is abortus volledig legaliseren

    ‘Wat de beslissing van het Hof niet doet, is abortus legaliseren in de dertig staten die het verbieden, noch op federaal niveau, schrijft de krant Reforma. De rechters hebben alleen de antiabortuswet van Coahuila ongeldig verklaard, ‘zodat de antiabortuswetten van de andere 29 staten die vrijwillige abortus strafbaar stellen (…) van kracht blijven’. Momenteel zijn Oaxaca en Mexico-Stad de enige staten waar abortus binnen de eerste twaalf weken van de zwangerschap volledig is gedecriminaliseerd, aldus Reforma.

    Maar deze uitspraak zal ‘alle rechters in het land ervan weerhouden vrouwen te vervolgen die beschuldigd worden van het misdrijf van vrijwillige abortus‘, en ‘als er tot vervolging wordt overgegaan, zal de federale rechterlijke macht in staat zijn die ongedaan te maken‘. Vrouwen die hun zwangerschap willen afbreken kunnen nu naar de rechter stappen ‘zodat een federale rechter de betrokken kliniek of het betrokken ziekenhuis kan bevelen de abortus uit te voeren’.

    Groene sjaals

    ‘Coahuila zwaait met groene sjaals!‘ kopt El Financiero. Dinsdag gingen in Saltillo, de hoofdstad van de deelstaat, verschillende feministische groepen de straat op met groene sjaals – het symbool van de strijd voor toegang tot abortus – om het nieuws te vieren.

    ‘Dit is een nieuwe stap in de historische strijd voor gelijkheid, waardigheid en volledige uitoefening van de rechten van de vrouw‘, aldus voorzitter Arturo Zaldívar van het Hooggerechtshof. Tijdens de stemming benadrukte rechter Ana Margarita Ríos Farjat dat de federale grondwet abortus niet verbiedt en dat het strafbaar stellen ervan in strijd is met de mensenrechten ‘zoals de menselijke waardigheid, autonomie, vrije ontplooiing van de persoonlijkheid, rechtsgelijkheid, gezondheid en reproductieve vrijheid‘, aldus El Universal.

    De rechter voegde hieraan toe dat naar schatting elk jaar tussen de 350.000 en een miljoen abortussen worden uitgevoerd in Mexico, waarvan een derde complicaties oplevert, doordat vrouwen moeilijk toegang hebben tot medische zorg, schrijft La Jornada.

    Lees ook:


    Myanmar laat extremistische monnik vrij

    De ultranationalistische monnik Ashin Wirathu, bekend om zijn anti-islamretoriek, is vrijgelaten en de aanklachten tegen hem zijn door het Myanmarese militaire regime ingetrokken. Wirathu had zich november vorig jaar aan de politie overgegeven na verscheidene maanden op de vlucht te zijn geweest, schrijft de website Myanmar Now. Hij werd vervolgd wegens opruiing, na toespraken waarin hij het voormalig de facto staatshoofd, Aung San Suu Kyi, had aangevallen.

    Sindsdien is de politieke situatie radicaal veranderd doordat het leger de verkozen regering van Aung San Suu Kyi op 1 februari omver heeft geworpen.

    Wirathu had zijn aanhangers opgeroepen om ‘het leger te koesteren alsof het Boeddha belichaamde’

    In 2019 had Wirathu zijn aanhangers opgeroepen om ‘het leger te koesteren alsof het Boeddha belichaamde’. Nationalistische groeperingen hebben sinds de machtsovername door het leger om zijn vrijlating gevraagd.

    Myanmar Now meldt dat het leger sinds 1 februari veel gevangenen heeft vrijgelaten, waaronder een andere boeddhistische extremist. Ook zijn gewone gevangenen vrijgelaten, alsmede personen die dicht bij het regime staan.

    In 2013 stond Wirathu op de voorpagina van het tijdschrift Time met de kop ‘Het gezicht van boeddhistisch terrorisme’. Tien jaar eerder was hij veroordeeld tot 25 jaar gevangenisstraf wegens het aanzetten tot antimoslimrellen in Kyaukse, in de regio Mandalay, schrijft Myanmar Now.

    Lees ook:


    Singapore geeft ‘zero covid’ op

    Singapore heeft besloten niet langer te streven naar ‘zero covid’ en zal moeten leren ‘leven met het virus’, aldus de premier van het land, Lee Hsien Loong. ‘Het is niet langer mogelijk om covid-19-gevallen tot nul te reduceren, ook al zouden we voor lange tijd op slot gaan. Daarom moeten we ons erop voorbereiden dat covid-19 endemisch wordt, zoals griep of waterpokken’, aldus Lee.

    Singapore heeft een van de hoogste vaccinatiepercentages ter wereld

    Zijn vaststelling komt ondanks het feit dat Singapore een van de hoogste vaccinatiepercentages ter wereld heeft, met 80 procent van de volwassenen die volledig zijn gevaccineerd. Daarmee staat Singapore op de tweede plaats na Malta met 82 procent, schrijft Gizmodo.

    Singapore, met ongeveer 5,7 miljoen inwoners, behoorde tot het handvol landen die een strategie volgen om covid-19 volledig uit te bannen, in plaats van alleen het virus te onderdrukken. Andere ‘zero covid’-landen waren het afgelopen jaar Nieuw-Zeeland, Taiwan, China, Vietnam en Australië.

  • Barcelona bestrijdt machogedrag en lhbti-fobie met centrum voor ‘nieuwe mannelijkheid’

    Barcelona bestrijdt machogedrag en lhbti-fobie met centrum voor ‘nieuwe mannelijkheid’

    Schrijver en journalist Ricardo F. Colmenero is sceptisch over het initiatief van burgemeester Ada Colau. ‘Met een therapie van twee uur per week, tien of zestien weken lang, zal Barcelona niet alleen nieuwe mannen kweken, maar ook problemen als huiselijk geweld, voortijdig schoolverlaten, oorlog en de consumptie van vet vlees de wereld uit helpen.’

    Vanuit het Centro de Masculinidades [Centrum voor Nieuwe Vormen van Mannelijkheid], een initiatief van burgemeester van Barcelona Ada Colau, zullen wij mannen na maar een paar weken therapie weer naar buiten stappen met hernieuwde instincten en gedragscodes die het mogelijk maken onze gewelddadige natuur te bedwingen. We moeten, aldus de burgemeester bij de presentatie van het centrum, af van het beeld dat mannen ‘hard en zelfs agressief’ moeten zijn omdat ‘man-zijn niet te verenigen is met gevoeligheid’. 

    Centrum voor Nieuwe Vormen van Mannelijkheid

    Om lgbti-fobie tegen te gaan heeft burgemeester Ada Colau van Barcelona een centrum aangekondigd ter ‘bevordering van positieve, open, veelvormige en heterogene mannelijkheid.’

    De burgemeester van Barcelona, Ada Colau, heeft aangekondigd dat zij in oktober het zogeheten Centrum voor Nieuwe Vormen van Mannelijkheid zal openen, een school of academie ter ‘bevordering en verspreiding’ van modellen voor ‘positieve, open, veelvormige en heterogene mannelijkheid, gekant tegen ongelijke of onrechtvaardige relaties’. In het centrum, dat wordt geopend naast het Estación de Francia, worden diverse initiatieven ontplooid. Zo zal er aandacht zijn voor mannen die hun persoonlijke relatie willen verbeteren om iedere vorm van geweld tegen te gaan. Ook worden er workshops gegeven die mannen een ander perspectief aanleren, aldus de burgemeester, en hen doen inzien ‘dat mannelijkheid wel degelijk kan samengaan met gevoeligheid’. Het centrum is onderdeel van de nieuwe activiteiten die het gemeentebestuur heeft ontplooid om de lhbti-fobie tegen te gaan.

    ‘Binnen sommige instellingen lijken uitingen van haat en discriminatie al bijna gewoon, maar in Barcelona is daar geen ruimte voor. Vandaag zetten we een nieuwe stap in ons voornemen om waar te maken waar wij als stad trots op zijn: onze diversiteit, en om duidelijk te maken dat hier geen enkele vorm van discriminatie of agressie wordt toegestaan,’ aldus Colau. 

    Laura Pérez, de locoburgemeester voor Burgerrechten, Algemeen Recht, Feminisme en Lhbti-Zaken, staat aan de basis van een grootschalig project dat machogedrag en lhbti-fobie een halt moet toeroepen en de agressie waaronder de gemeenschap te lijden heeft moet tegengaan. Het plan omvat vier speerpunten: educatie, cultuur, sociale omgeving en werkomgeving.

    Wat de educatie over gelijke rechten betreft, heeft de gemeenteraad een programma opgezet voor leerlingen tussen de zes en zestien jaar om discriminatie en geweld in de klas te voorkomen. Tot nog toe werd het programma op negenduizend leerlingen toegepast, en het gemeentebestuur wil dit aantal verder uitbreiden.

    Op cultureel vlak is het de bedoeling diversiteit via audiovisueel materiaal zichtbaar te maken. Ook zal er een werkgroep ‘historisch geheugen’ worden ingesteld, zal het genderperspectief in de cultuur worden aangemoedigd en is de gemeente een campagne begonnen tegen lhbti-fobie binnen gemeentelijke instellingen, zoals het gemeentehuis of de districtskantoren, en in het openbaar vervoer.

    Het Centrum voor Nieuwe Vormen van Mannelijkheid richt zich op de sociale omgeving. Hier zullen volgens Pérez ‘op positieve en diverse wijze’ verschillende denkbeelden worden bestudeerd over wat het betekent om ‘mens te zijn’. Het centrum zal ook trainingen aanbieden aan ambtenaren van de gemeente en aan jongeren. Pérez heeft het bijvoorbeeld over een meerdaagse workshop waarin specialisten uitleggen hoe je jongens opvoedt zonder hen in een hokje van mannelijkheid te stoppen.

    Wat de werkvloer betreft: er komt een handleiding ter verbetering van de kansen van transgenders, bedoeld voor beroepskeuzevoorlichters, evenals een handleiding om protocollen uit te werken voor gendertransitie op de werkplaats, bedoeld voor ondernemingen. 

    Alfonso L. Congostrina | El País

    Het is dus niet langer voldoende als je als man voor de kinderen zorgt, de vloer veegt, de wasmachine aanzet of zonder te morren een stuk minder verdient dan je vrouw. De wereld heeft mannen nodig die een zwangere vrouw niet meteen vragen naar het geslacht van de baby, die het lef hebben de g-plek in hun anus te vinden, die verstandiger eten en niet als gekken rijden zodat ze de gezondheidszorg niet langer overbelasten. 

    Dit zijn maar een paar punten uit een door ons geraadpleegde syllabus van zo’n tweehonderd velletjes plus een heel uitgebreide bibliografie. 

    Met een therapie van twee uur per week, tien of zestien weken lang, zal Barcelona niet alleen nieuwe mannen kweken, maar ook problemen als huiselijk geweld, voortijdig schoolverlaten, oorlog en de consumptie van vet vlees de wereld uit helpen. 

    De syllabus, die is uitgewerkt door de Servicio de Atención a Hombres para la promoción de relaciones no violentas (SAH), gespecialiseerd in ‘de bevordering van niet-gewelddadige relaties’, en de Asociación Candela para la Investigación y la Acción Comunitaria, gespecialiseerd in ‘het onderzoek en de stimulering van maatschappelijke processen’, staat vol voorbeelden van de grote voordelen die de verandering met name voor mannen zal opleveren. Zo zou je nu geen mislukte zelfmoordpoging kunnen doen zonder dat je mannelijkheid in gevaar zou komen. ‘Bij mannen lukt zelfmoord vaker, al doen ze minder pogingen; want zouden ze een poging overleven, dan betekent dat een mislukking, wat indruist tegen de mannelijke identiteit,’ zo valt te leren in het Centrum voor Nieuwe Vormen van Mannelijkheid.

    Amaral, bier en deodorant

    Er zijn theoretische en praktische sessies. Bij die laatste worden kwalijke verborgen boodschappen in schijnbaar onschuldige films als Grease en Aladdin blootgelegd. En ook in een enkel lied van [de Spaanse band] Amaral en praktisch alle reclames voor bier en deodorant. Deze nieuwe man zal in ons verrijzen door opdrachten uit te voeren als zeven dagen lang een (kippen)ei als een menselijk wezen te verzorgen en behandelen, waarbij je het meeneemt naar je werk en partijtjes en het voorstelt aan je vriendin en ouders. 

    Aanvankelijk was het initiatief bedoeld voor ambtenaren en scholieren, maar inmiddels kan iedereen in het Centrum terecht. Niet alleen wie denkt problemen te hebben met zijn mannelijkheid, of juist denkt van niet, maar ook ouders die hun zoons willen inwijden in het masculiene model van Ada Colau. 

    ‘Positieve, gezonde, geweldloze masculiene modellen moeten worden bevorderd,’ staat op de laatste pagina van de syllabus. En ook staat er dat ‘het in twijfel trekken van de traditionele mannelijke identiteit een individuele en collectieve verantwoordelijkheid’ is. De syllabus voorziet in vijf lessen of workshops: ‘Mannen, geslacht en vorming van mannelijkheid’, ‘Eigen verzorging: mannen, geslacht en gezondheid’, ‘Vriendschapsrelaties, romantische liefde en seksualiteit’, ‘Zorg voor anderen: medeverantwoordelijkheid en vaderschap’ en ‘De leerschool tot geweld: macht en patriarchaat’.

    In de loop van de cursus wordt tot vervelens toe benadrukt dat wordt gewerkt met stereotypen en dat niet alle mannen hetzelfde zijn. Begeleiders gaan uit ‘van de overtuiging dat mensen kunnen veranderen, zodat ze een positieve en hoopvolle boodschap op de cursisten kunnen overbrengen’ en ‘hen kunnen benaderen als deel van de oplossing in plaats van als het probleem’. Wel moeten ze ‘steeds hameren op de noodzaak af te zien van bepaalde privileges en machtsquota’, die als vanzelfsprekend worden beschouwd.

    ‘Hebben we ons ooit afgevraagd hoe het komt dat de eerste vraag bij het nieuws van een zwangerschap bijna altijd is of het een jongen of meisje wordt? Op de een of andere irrationele manier moeten we iemands geslacht kennen om te weten aan welke gedragscodes we ons moeten houden’, aldus de stelling. 

    Meisje koppig, jongen vasthoudend

    En dat allemaal omdat we, naar het schijnt, als een meisje druk is algauw zeggen dat ze nerveus is, maar bij een jongen dat hij ondernemend is. En dat een meisje dat niet toegeeft koppig is, maar een jongen vasthoudend, en dat een gevoelig meisje kwetsbaar is, maar een jongen verwijfd. En dat een brutaal meisje grof is, maar een jongen zelfverzekerd. En zo is een introvert meisje verlegen, terwijl een stillere jongen goed over de dingen nadenkt. 

    ‘Een man ben je niet alleen als je voldoet aan het rolgedrag dat bij een man wordt verondersteld,’ zegt Laura Pérez, burgemeester voor Burgerrechten, Algemeen Recht, Feminisme en LHBTI van het gemeentebestuur van Barcelona.

    ‘Jongens,’ staat onder punt 1, ‘leren hun fysieke kracht gebruiken en vatten deze op als het vermogen om de baas te spelen en anderen te domineren, waarbij ze bepaalde privileges denken te hebben, met name ten opzichte van vrouwen en van mannen die niet voldoen aan de stereotiepe kenmerken van een man’. 

    ‘De maatschappelijke vorming van de man voltrekt zich vanuit het besef dat ze geen vrouw zijn’

    Deze mannetjesputterij, die de overhand heeft en moet worden uitgeroeid (want daar is het Centrum ook voor), is de oorzaak van het machogeweld, de criminaliteit, de ongelukken op de snelwegen en op de werkvloer, voortijdig schoolverlaten, geflikflooi op school en pesten. Maar ook van geldverspilling in de gezondheidszorg, verslavingsgedrag, het vaderschap op afstand, emotioneel analfabetisme, homofobie, misogynie, ongelijkheid op de werkvloer, ongewenste intimiteiten en seksuele frustratie. 

    GettyImages 1152687745 3
    Burgemeester Ada Colau van Barcelona (r.) tijdens de openingsceremonie van de Gay Pride in 2019. – © Paco Freire / Getty

    ‘De maatschappelijke vorming van de man voltrekt zich vanuit het besef dat ze geen vrouw zijn,’ aldus de uitleg. Van kinds af aan ‘is de beste manier voor een man om te bewijzen dat hij geen vrouw of homo is, zichzelf te profileren als een agressieve, sterke, harde, onafhankelijke, zelfgenoegzame, rokkenjagende macho’, zo leren we. 

    ‘De man die overeenkomstig zijn geslacht handelt’, tast in zijn gedragingen de grenzen van zijn mannelijk kunnen af, of het nu is op het werk, als hij sport, seks heeft of alcohol gebruikt. En dus zou een puber meedoen aan een gevecht om maar niet als ‘mietje’ te worden gezien. Uitdrukkingen als ‘jezelf afmatten’, ‘pijn bestaat niet’, ‘geen ballen hebben’ versterken deze houding, die haaks staat op voorzichtigheid en die ontkenning van ziekte en verwondingen in de hand werkt. 

    Deze mannelijkheid is een risico voor iedereen. ‘We kunnen rustig spreken van een giftige kant van het overheersende manbeeld,’ aldus de syllabus. Zo consumeren mannen meer voedsel dat rijk is aan lipoïden en suikers, dierlijke vetten en cholesterol, en lopen ze als gevolg van het gebruik van steroïden en gevaarlijke drugs meer kans op stoornissen die te maken hebben met de omvang van de spiermassa, zoals vigorexia of spiervervorming.

    Gebruik van het vrouwenlichaam

    Ook seksualiteit is een belangrijk thema. Mannen, heet het, ontwikkelen een seksualiteit die ‘vaak dwingend is, toegespitst op het eigen genot en zelfbevrediging via het gebruik van het vrouwenlichaam, zonder begrip voor de seksuele partner, zonder ruimte voor wederzijds plezier of een emotionele band, en waarbij het initiatief altijd moet komen van de man, die ieder moment paraat moet zijn’.

    Bovendien wordt zijn seksualiteit ‘afgemeten naar drie kwantitatieve parameters, te weten: de grootte van de penis, de duur van de erectie en de penetratie, en de hoeveelheid seksuele contacten. Als je niet voldoet, ondermijn je je eigen mannelijke identiteit.’ Vandaar dat tijdens een van de oefeningen wordt geprobeerd de mythe te ontmaskeren dat anale seks is voorbehouden aan homoseksuelen: ‘Ook voor heteroseksuele mannen kan anale prikkeling heel prettig zijn bij seks. Het genot zit in de variatie.’ 

    Wat heeft dit alles in de praktijk tot gevolg? Dat wij mannen onbeschermde seksuele contacten onderhouden met het risico iemand ongewenst zwanger te maken of aandoeningen als hiv, die via seks worden overgebracht, op te lopen of over te brengen. Om maar te zwijgen van het feit dat ‘deze moraal, die is gebaseerd op macht over de ander, makkelijk kan leiden tot ongewenste intimiteiten, seksuele misdrijven of seksuele uitbuiting’. 

    Het grote probleem is dat er kennelijk geen profiel van de gewelddadige man bestaat. Niemand ontsnapt de dans

    Ada Colaus nieuwe man moet de ‘emotionele castratie’ of het ‘emotionele analfabetisme’, waaraan velen van nu lijden, te boven komen. ‘Een van de weinige emoties die vanuit het traditionele manbeeld zijn toegestaan, is de woede (…) Er zijn voorbeelden te over van mannen die in verdrietige of onzekere situaties met de vuist op de muur slaan en zo hun toevlucht nemen tot woede en agressiviteit, in plaats van tot adequate emoties.’ Daarom vind je aan het eind van dit deel van de syllabus oefeningen waarmee cursisten leren relaxen. ‘Iedere man die is opgegroeid in een maatschappij als de onze, heeft het in zich eventueel geweld te gebruiken tegen anderen. Daarom moeten mannen, van welke leeftijd ook, leren zich te uiten en vreedzaam, via dialoog, conflicten op te lossen, om te voorkomen dat het geweld een kans krijgt,’ luidt de conclusie.

    Het grote probleem is dat er kennelijk geen profiel van de gewelddadige man bestaat. Niemand ontsnapt de dans: ‘Dat wil zeggen, het gebruik van geweld hangt niet samen met je sociale klasse of ontwikkelingsniveau (…) Het verband tussen mannelijkheid en geweld’ is het gevolg van ‘de ongelijkheid tussen de seksen, het patriarchaat, de macht en privileges’.

    Liefdesrelaties zijn een voedingsbodem voor machogeweld, deels door traditionele sprookjes en deodorantreclames, heet het: ‘Mannen leren hoofdzakelijk over seks via reclames waarin vrouwen worden voorgesteld als objecten of via een commercieel soort porno waarin een seksualiteit wordt getoond die is gebaseerd op het genot van de man en de onderwerping van de vrouw.’

    De heropvoeding is geen sinecure, want de man is gedurende alle fasen van zijn leven geïndoctrineerd met slechte gewoontes: ‘In de puberteit leer je dat jongens begeren en kiezen, terwijl meisjes worden begeerd. Je leert dat “nee ja betekent”, dat anticonceptie de verantwoordelijkheid van meisjes is en dat iedere vrouwelijke seksuele neiging kan worden bespot. Je leert op straat onbekende vrouwen nafluiten, je leert dat de publieke ruimte en de ruimte om te spreken zijn voorbehouden aan mannen, je leert vrouwen als objecten zien. Ook wordt het gebruik van prostitutie en porno aangemoedigd en beloond.’

    En lang daarvoor gebeuren er al andere dingen: ‘We kunnen op het schoolplein zien hoe de jongens de rok van hun klasgenootjes optillen, aan hun vlechten trekken, hun polsen breken, hen uitlachen als ze menstrueren en hun borsten groter worden. Ze raken eraan gewend het lichaam, de seksualiteit en het leven van vrouwen te domineren, en dat stopt niet en zal alleen maar erger worden.’

  • Jonge lhbt’ers worden in Polen vermorzeld door de jeugdpsychiatrie

    Jonge lhbt’ers worden in Polen vermorzeld door de jeugdpsychiatrie

    Twee Poolse tieners ontmoeten elkaar op de psychiatrische afdeling van het kinderziekenhuis en sluiten een innige vriendschap. In een lhbti-vijandige omgeving vinden ze steun bij elkaar. Een verhaal over het falende Poolse jeugdzorgbeleid, en hoe lhbti-jongeren tot wanhoop worden gedreven in een intolerant klimaat.

    Janusz Schwertner ontving voor dit artikel de Distinguished Reporting Award van de European Press Prize 2021.

    De erfenis van Wiktor

    Janusz Schwertner vertelt het verhaal van Wiktor, een 14-jarige transgender jongen die, onder invloed van vervolging, transfobie, homofobie en de ineenstorting van de Poolse kinderpsychiatrie, zelfmoord pleegde. Het artikel veroorzaakte een storm in Polen. Het bracht een debat op gang over kinderpsychiatrie, verschrikkelijke statistieken over zelfmoord door kinderen in Polen en homofobie. Gedurende enkele weken werd het onderwerp door alle media in Polen opgepakt. Wiktor werd een van de symbolen van de slachtoffers van de anti-lhbti-campagne in Polen.

    Deze reportage vormde de inspiratie voor het boek Littekens. Hoe de jeugdpsychiatrie onze kinderen vernielt.

    De keuze van eindredacteur Joep Harmsen

    ‘Het verhaal van Wiktor is aangrijpend en Janusz Schwertner heeft het op een invoelende manier opgeschreven, waardoor het een van de stukken is dat mij dit jaar het meest heeft geraakt. Geen wonder dat Janusz Schwertner voor dit artikel de Distinguished Reporting Award van de European Press Prize 2021 ontving. Het is geen lichte kost of feel good, maar een weergave van de harde realiteit waarmee lhbti-jongeren in Polen, een land met “lhbti-vrije zones”, mee te maken hebben.’

    Praten over (gedachten aan) zelfdoding of hulp op dit gebied? Bel 113 Zelfmoordpreventie: 0900-0113 of neem contact op via 113.nl

    17 april 2019

    Warschau, metrohalte Centrum. Bewakingscamera’s volgen alle bewegingen van de metropassagiers.

    Op de beelden is te zien hoe een jongen zorgvuldig de veters van zijn ene schoen strikt, dan die van de andere, om zich heen kijkt, tot hij een naderende metro ziet waarna hij rustig voor de aanstormende wagon springt.

    De wielen van de metro verbrijzelen zijn halswervels, bekken, milt, onderkaak, verscheuren zijn longen.

    Daarop verzamelt zich een menigte kijkers, komt er een ambulance die hem naar het ziekenhuis brengt, politie en andere hulpdiensten. Na twee uur is de situatie op het station weer onder controle. In het ziekenhuis vecht de jongen voor zijn leven.

    Hij heet Wiktor.

    14 mei 2019

    Nog geen maand later registreren de bewakingscamera’s het vreemde gedrag van een andere jongen.

    Kacper loopt op sokken door metrostation Wilanowska. Overeenkomstig hun instructies moeten de metrobestuurders uiterst voorzichtig zijn en alle stations in Warschau zeer langzaam binnenrijden. Ze weten dat de jongen Wiktor kende en dat hij ook voor de metro kan springen.

    Uiteindelijk vinden politieagenten de wandelende jongen. Ze lopen op hem af en verlaten samen het metrostation.

    ‘Hoe hebben die twee elkaar leren kennen?’

    ‘In het Żwirki, enkele maanden eerder,’ zegt de moeder van Kacper. ‘Daar trokken ze erg met elkaar op. En toen ze eruit kwamen, waren ze al onafscheidelijk.’

    Het Żwirki is het kinderziekenhuis bij de Żwirki i Wigurystraat in Warschau.

    September 2017 – Wiktoria

    Twee jaar eerder was Wiktor nog Wiktoria, ze is 13 jaar en is net begonnen op haar nieuwe school. Ze moet wel, na een reorganisatie op haar vroegere basisschool is er geen klas 7 en 8 meer [in Polen gaan kinderen vanaf zevende naar de basisschool die in totaal acht jaar duurt].

    Wiktoria is het gevoelige type, ze is artistiek aangelegd. In de pauzes maakt ze geen snapchats en kliert ze niet met andere kinderen, maar leest ze boeken. Onder de les tekent ze manga’s. In haar vrije tijd monteert ze anime. Van jongs af aan hoort ze ‘Hoe is ‘t, mangamuts?’. Om de haverklap ziet ze spottende lachjes.

    Tegen haar moeder zegt ze dat ze niet weer van school wil veranderen en het op de een of andere manier wel volhoudt. Maar tegen een vriendin zegt ze aan het eind van het schooljaar dat ze zelfmoord wil plegen.

    September 2017 – Kacper

    Kacper heeft dezelfde eigenschappen als Wiktor, die niet erg in zwang zijn in deze tijden: breekbaar en gevoelig. Dat vertelt zijn moeder Agnieszka tenminste later over hem.

    Hij is ook dol op manga’s. Hij houdt niet van voetbal, maar van knutselen. Hij heeft lang haar, lange wimpers, blauwe ogen en beweegt zich anders dan de meeste jongens. Voor zijn klasgenoten is hij de ideale pispaal. Temeer daar de klassenleraar volstrekt het tegendeel is: krachtig, behendig, doelgericht. Hij houdt ervan om de zwakheden van zijn leerlingen belachelijk te maken. Hier is geen plaats voor een jongen die niet van sport houdt.

    ‘Waarom kan uw zoon zich niet gewoon aanpassen aan de anderen?’

    Agnieszka weet nog nog goed het moment dat ze de verandering in zijn gedrag merkte. Ze was bang. Als ze vroeg hoe het ging op school, reageerde hij kortaf. Hij zei dat de kinderen van zijn klas hem uitlachten en hem treiterden. Wat er precies gebeurde vertelt hij haar pas enkele maanden later.

    Zelf gaat ze in die tijd regelmatig langs bij de klassenleraar. Ze vraagt hem om een reactie. Hij is verbaast. Hij klaagt dat Kacper niet met de jongens wil voetballen. Een keer vraagt hij haar ronduit: ‘Waarom kan uw zoon zich niet gewoon aanpassen aan de anderen?’

    Juni 2018 – Wiktoria

    Het ziekenhuis in Józefów, bij Warschau. Op het beddengoed zijn nog de sporen te zien van de vorige patiënt. Het is helemaal bezweet, zichtbaar vies, maar het ergst zijn toch de opgedroogde bloedvlekken, waardoor je geen moment kunt vergeten waar je bent.

    In dat bed moet je gaan liggen, in slaap vallen en weer wakker worden en op de een of andere manier je walging onderdrukken.

    Daglicht, je bent net wakker, je kunt de wanden van je kamer bekijken. Ze zijn volgekliederd met de meest uiteenlopende viltstiften. Er zijn opschriften te lezen als: ‘Morgen maak ik er een eind aan’, ‘Fuck life’, maar ook tekeningen, meestal pikken en galgen. En overal bloedsporen: oud en uitgesmeerd tot op het plafond.

    Uit enkele bedden steken stangen, waaraan je je gemakkelijk kunt verwonden. Ze zijn vuil, zitten vol ziektekiemen. Veel patiënten gebruiken ze om hun huid open te halen, op hun armen, hun benen, hun kuiten. Vandaar die met bloed bevlekte lakens en wanden.

    Het komt voor dat er twee of drie kinderen per bed zijn

    Eerst kom je langs de kamer van de verpleegsters. Het is net de receptie van een spoedafdeling. Ouders vullen formulieren in, kinderen geven hun spullen af. Wiktoria laat haar kettinkje, armbandje en horloge achter. Vandaar loopt ze via de gang naar haar kamer.

    Maar zo gaat het niet altijd. De afdeling is meestal overbezet. Het komt voor dat er twee of drie kinderen per bed zijn. Dan worden de kinderen – die na een zelfmoordpoging worden opgevangen – op matrassen gelegd. De matrassen liggen op de gang, zijn oud, vuil, vol scheuren en gaten. Met grijs tape worden ze bij elkaar gehouden. Sommige zijn te kort, er zijn kinderen die met hun benen op de vloer liggen.

    Als je verder loopt zie je afgekrabde muren, wrakke meubels en kasten met kapotte deurtjes. Het ruikt er muf. Kinderen dolen doelloos rond, vaak met verse snijwonden op hun armen of op andere plaatsen.

    Aan het eind van de gang is de badkamer, die jongens en meisjes delen. Je komt er via een nis, waarin zich deurloze douchecabines bevinden. Die worden amper bedekt door loshangende douchegordijnen. Om naar het toilet te gaan, moet je langs de douchecabines. Zelfs als kinderen elkaar niet onder de douche willen bekijken, doen ze dat onwillekeurig toch. Als ze zich wilde wassen, wachtte Wiktoria altijd tot haar moeder kwam. Die lette erop dat als zij onder de douche stond er geen andere kinderen keken.

    Zo ziet de afdeling jeugdpsychiatrie in Józefów bij Warschau eruit.

    Wiktoria is hier voor het eerst. Julka – de vriendin aan wie zij haar zelfmoordgedachten toevertrouwde – vertelde het aan de klasselerares. Die stelde de moeder van Wiktoria op de hoogte, en de schoolpsycholoog adviseerde een gesprek met een psychiater. Zo kwam Wiktoria in Józefów terecht.

    ‘Ik herinner me de eerste nacht. Ik was zo overstuur dat ik haar daar moest achterlaten, dat ik begon te huilen toen ik bij de auto kwam,’ vertelt Justyna, haar moeder.

    Juni 2018 – Kacper

    De klas vindt Kacper maar een ‘nicht’, ‘mangagek’, ‘Japanse homo’. Op een keer omsingelen ze hem, slepen hem naar de toiletten en duwen zijn hoofd in de wc-pot. Een andere keer trekken ze zijn broek uit waar andere kinderen bij zijn. Iedere dag gaat hij door een hel.

    Op een dag roepen de kinderen van zijn klas dat hij ‘bi’ is. Hij begrijpt het niet. Hij gaat naar zijn moeder en vraagt wat het betekent.

    In de loop der tijd begrijpt hij het steeds beter en verzet hij zich steeds heviger. Hij haalt wit-roze kleren uit de kast. Hij speldt zijn lange pony op, doet roze diadeems om zijn nek. Op een keer neemt hij een regenboogvlag mee naar huis. Hij begint zich te identificeren met de lhbt-beweging. Of hij zelf homo is, weet hij niet.

    Juni 2018 – Wiktoria

    Na een directe confrontatie met het ziekenhuis in Józefów zijn ouders vaak bang dat dat de situatie van hun kind alleen maar zal verergeren. Maar ze brengen hun kinderen er naartoe omdat ze geen andere keus hebben.

    Justyna haalt haar dochter na vier dagen op uit Józefów.

    Vlak daarvoor had Wiktoria haar opgebiecht dat ze bang was voor een van de jongens. De jongen rende over de hele afdeling, beukte met zijn hoofd tegen de wand, liep luid te vloeken. Hij sloeg andere kinderen met zijn vuist op de rug, schopte ze, schold de patiënten en de verpleegsters uit. Niemand deed er iets aan. Wiktoria durfde niet alleen niet naar de badkamer te gaan, maar ook niet naar de gemeenschapsruimte.

    ‘De kinderen renden over de gangen, sloegen elkaar, spuugden naar elkaar’

    ‘De omstandigheden waren onmenselijk. Het leek wel een horrorfilm,’ zegt Justyna. ‘De artsen hadden geen tijd, dus van hen kreeg ik niets te horen. Er waren alleen verpleegsters die zich nergens aan stoorden. De kinderen renden over de gangen, sloegen elkaar, spuugden naar elkaar,’ herinnert ze zich.

    Wiktoria had maar één gesprek met een psycholoog. Voor meer consultaties hadden de overwerkte artsen geen tijd. Ten slotte smeekte het meisje haar moeder haar mee te nemen naar huis. De arts vond het goed, hij beval psychotherapie aan buiten de afdeling.

    September 2018 – Kacper

    In het begin van de zevende klas maakt Kacper de eerste, voor anderen onzichtbare, sneetjes in zijn lichaam. Met een scheermesje snijdt hij zich in zijn liezen, de wonden maakt hij schoon met water. Hij trekt een broek aan, en gaat door met zijn leven.

    Op school snijdt hij zichzelf in de pauze op de wc met een opengeschroefde puntenslijper. De leraren laten een ambulance komen. Met zijn moeder gaat hij voor de eerste keer naar de psychiatrische afdeling van het Żwirki.

    Ze komen er om twaalf uur ’s middags aan en moeten acht uur wachten voor ze aan de beurt zijn. Daar verwondt Kacper zich opnieuw, nu in het toilet van het ziekenhuis. Agnieszka weet door te dringen tot de dienstdoende arts. Die spreidt machteloos zijn armen, hij heeft geen tijd voor een consult. Ze keren terug naar huis. Twee dagen later constateert een psychiater bij de jongen actieve zelfmoordgedachten, en dringt hij er bij hen op aan onmiddellijk naar Józefów te gaan.

    ‘Toen ik daar binnenkwam, bedacht ik dat je daar wel een film kon opnemen over psychiatrische inrichtingen in Belarus of Oekraïne in de jaren zestig van de vorige eeuw,’ zegt Agnieszka. Ze ziet er wat Justyna en Wiktor eerder zagen: uit elkaar vallende bedden, meubels, vieze lakens. Op veel plaatsen ziet ze wandluizen.

    Haar aandacht wordt getrokken door een jongen. Zo op het oog een jaar of negen, hij rent door de gangen in een dwangbuis en een zachte helm op het hoofd. Hij schreeuwt en om de zoveel tijd miauwt hij als een kat. Hij beukt hard met zijn hoofd tegen de wand. De verpleegsters staan er onverschillig bij.

    ‘Kacper was daar anderhalve maand. Ik zal er de rest van mijn leven spijt van hebben’

    ‘Voor een moeder is het een dubbele shock. Je ziet die afschuwelijke plek, en tegelijkertijd denk je er aan dat je kind de hele tijd een eind aan zijn leven wil maken. Je slikt je speeksel weg, je houdt je tranen in,’ zegt Agnieszka. ‘Kacper was daar anderhalve maand. Ik zal er de rest van mijn leven spijt van hebben.’

    Over wat ze daar gezien heeft kan ze uren vertellen. Een keer kwam ze op de afdeling toen een hele groep kinderen zich verwondde met scherpe voorwerpen. In de recreatieruimte houdt niemand hen in de gaten. Ze hebben allemaal bloed op hun armen. Ze gaat naar de verpleegsters. Ze krijgt te horen: ‘Je kunt ze niet allemaal in de gaten houden, mevrouw, zo zijn die etterjes nou eenmaal.’

    In Józefów noemen ze kinderen ‘ettertjes’. Dreigementen zijn populair. Agnieszka herinnert zich een situatie: een meisje staat bij het loket van een verpleegster en huilt omdat ze haar moeder wil bellen. Ze negeren haar. Op een gegeven moment kan een van de verpleegsters zich niet beheersen en vraagt het meisje: ‘Wil je in de riemen?’

    ‘Wil je in de riemen?’ dat is het meest gehoorde dreigement op de kinderafdeling.

    Een andere keer: op de afdeling is een verpleger in de weer. Een vreemde figuur op het eerste gezicht. Hij heeft zijn oog laten vallen op een 15-jarig meisje en geeft haar complimentjes. Waar de verpleegsters en andere kinderen bij zijn. Kacper weet nog dat ze steeds van hem hoorde dat ze mooi en knap is, ze werd overal voorgetrokken. Alle kinderen fluisterden dat die twee iets met elkaar zouden kunnen hebben.

    Een andere keer, onder de douche – dezelfde waar Wiktor zich niet durfde te douchen tijdens zijn verblijf in Józefów – wordt een van de meisjes op brute wijze mishandeld. Twee andere patiëntes sloegen haar in elkaar . De politie kwam, de ambulance, eerder reageerde er niemand op tijd.

    November 2018 – Wiktoria

    In november zegt Wiktoria tegen haar moeder dat ze van geslacht wil veranderen. Haar moeder herinnert het zich als volgt:

    ‘Ze kwam gewoon naar me toe en zei het tegen me. Dat ze zich geen meisje voelde, maar een jongen. Ik drukte haar tegen me aan. Ik verzekerde haar dat het enige dat voor mij telde was dat ze gelukkig was. Maar ik maakte me de hele tijd grote zorgen. Niet over het besluit dat ze genomen had, maar over hoeveel ellende haar nog te wachten stond.’

    De eerste fase van de metamorfose van meisje naar jongen vindt plaats op twee niveaus.

    Eerst vroeg Wiktoria haar moeder om jongenskleren en ondergoed te kopen. Ze ging zelf naar de kapper en liet haar haar kort knippen. Ze liet het in een moeite door in een donkere kleur verven. Even later zag ze er al meteen uit als een jongen.

    En daarna vroeg ze haar of ze haar bij de mannelijke vorm van haar voornaam wilde noemen. Zo werd ze Wiktor.

    Over de geslachtscorrigerende operatie had ze zelf al eerder op internet gelezen. Lange tijd had ze daar al over nagedacht. In een meisjeslichaam voelde ze zich niet op haar gemak. Ze wist dat ze te jong was voor een operatie. Maar dat was niet erg. Ze kon wachten.

    De vader van Wiktoria, die het gezin kort na haar geboorte had verlaten, schreef toen hij achter het besluit van zijn dochter kwam: ‘Is ze helemaal besodemieterd?’

    November 2018 – Wiktor

    Wiktor zit al in de achtste klas. Hij komt naar school in zijn nieuwe gedaante.

    Voor de kinderen in zijn klas is hij nog steeds ‘die mangamuts’, maar nu ook een ‘flikker’ en een ‘nicht’. In de klassengroep op Facebook wordt hij vooral uitgelachen. Binnenkort zal de officier van justitie toegang proberen te krijgen tot die posts om bewijs te vinden voor aanhoudende intimidatie van de jongen. Voorlopig verlaat Wiktor zelf de groep, maar eerst vraagt hij zijn klasgenoten nog wanhopig of ze zelf zo behandeld zouden willen worden als ze hem behandelen.

    Julka blijft lid van de groep. Op haar maakt de verandering van Wiktoria in Wiktor weinig indruk. Ze zegt hem dat hij zich niet druk moet maken, want de andere kinderen zijn dom en begrijpen niks. Maar Julka laat hem zien dat er steeds meer posts komen, en dat ze steeds erger worden. Hij trekt het zich steeds meer aan. Op school vraagt hij of ze hem willen aanspreken met ‘Wiktor’ maar de leraren blijven in het klassenboek consequent zijn oude naam oplezen. Hij heeft er genoeg van.

    Op oudejaarsavond doet hij een zelfmoordpoging. Hij snijdt zijn polsen door. De ambulance komt. Zijn moeder rijdt mee naar het ziekenhuis in de Szaserówstraat om de wonden te laten hechten en daarna naar de psychiatrische afdeling van het Żwirki i Wigury-ziekenhuis.

    Daar leert hij Kacper kennen.

    November 2018 – Kacper

    Kacper verlaat Józefów. Hij wordt ontslagen met de diagnose ‘afwijkende persoonlijkheidsopbouw’. Hij keert terug naar huis, maar na vijf dagen doet hij opnieuw een zelfmoordpoging. Hij neemt de hele voorraad antidepressiva in, vervolgens de maandelijkse voorraad diabetespillen die hij thuis vindt. De ambulance brengt hem naar het Żwirki i Wigury. Het ziet er slecht uit, maar het lukt wonderwel om hem te redden.

    December 2018 – Wiktor

    Wiktor is uitgeput door het onophoudelijke getreiter op school.

    Hij komt terecht in het Żwirki en leert Kacper kennen, bezoekt enkele artsen. Hij is dol op een psychologe, en al gauw zitten ze op dezelfde golflengte. Maar op een dag roept die Justyna bij zich en vertelt haar dat haar zoon tijdens de gesprekken aangeeft dat hij zelfmoordplannen heeft. In die situatie – zo legt zij haar uit – moet Wiktor, voor de therapie begint, zo snel mogelijk naar het psychiatrisch centrum en enkele maanden worden geobserveerd.

    De psychiater, dr. Andrzej Towalski, bevalt hem niet vanaf het begin. Bij de eerste keer stelt hij als diagnose ‘depressie’ en laat hem medicijnen slikken. Ze hebben een kort gesprek, en dat gaat oké.

    Bij de tweede keer, wanneer Wiktor al sterk op een jongen lijkt, kijkt dr. Towalski naar hem als een zonderling. Hij zegt dat zij ‘sowieso geen geslachtsoperatie kan ondergaan omdat zij nog minderjarig is’. En dat het goed zou zijn als zij het eens zou proberen met een man, want dat is echt heel fijn. Ten slotte spreekt hij de hoop uit dat ze nog eens van gedachten verandert, want ze is zo’n mooi en gevoelig meisje.

    Op de patiëntenkaart van Wiktor schrijft hij een nieuwe diagnose: ‘(Wiktoria) geeft de voorkeur aan meisjes’. Onder die diagnose zet hij een stempeltje. Hij schrijft een nieuwe dosis medicijnen voor.

    December 2018-januari 2019 – Wiktor en Kacper

    Na zijn overdosis medicijnen blijft Kacper in het Żwirki – daar waar zich na zijn vorige zelfmoordpoging acht uur lang niemand voor hem interesseerde. Nu komt hij in deze extreme toestand terecht op de psychiatrische afdeling.

    Op oudejaarsavond sluit Wiktor zich bij hem aan, korte tijd nadat hij zijn polsen heeft doorgesneden. Dan leren ze elkaar kennen. Het is januari 2019, vier maanden voor het incident op het metrostation.

    Januari 2019 – Wiktor

    In het Żwirki trekt de arts die Wiktor begeleidt de diagnose van dr. Towalski in twijfel. Zij is van mening dat Wiktor geen depressie heeft. Hij heeft aanpassingsstoornissen en een afwijkende persoonlijkheidsopbouw.

    Desondanks schrijft ze hem Seronil voor, een antidepressivum en nog wel in een verhoogde dosis. De moeder van Wiktor weet hier niets van, zij komt daar pas enkele weken later achter, wanneer haar zoon uit het ziekenhuis is ontslagen. Waarom kreeg hij een antidepressivum, als hij geen depressie had? Dat zal ze nooit te weten komen.

    Ook Kacper slikt Seronil tijdens zijn verblijf in Józefów. En daarnaast nog het medicijn Ketrel. De arts laat hem beide medicijnen innemen. Vijf dagen nadat hij de afdeling heeft verlaten, doet de jongen een zelfmoordpoging. Wiktor – voordat het tot het incident bij de metro komt – krijgt ook Ketrel voorgeschreven in een privékliniek.

    Beiden worden enkele weken volgestouwd met deze twee medicijnen.

    Wanneer Seronil wordt verstrekt aan iemand die niet lijdt aan een depressie, verdubbelt het risico op zelfmoord

    Ketrel is een krachtig medicijn dat uitsluitend wordt voorgeschreven aan volwassenen. Het wordt gebruikt bij schizofrenie en het genezen van bipolaire affectieve stoornissen. Wanneer dit middel op ongecontroleerde wijze wordt verstrekt aan kinderen – in strijd met het advies van het Europees Geneesmiddelenbureau – kan dit ernstige en levenslange gevolgen hebben. Als je dit slikt gedraag je je als een robot, krijg je concentratieproblemen zelfs bij het verrichten van de meest simpele handelingen.

    De toepassing van Seronil mag alleen worden overwogen voor de behandeling van een depressie. Wiktor was niet gediagnosticeerd als depressief. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat wanneer het middel wordt verstrekt aan volwassenen die niet lijden aan een depressie, het risico op zelfmoord verdubbelt. En hoe zou dat dan voor kinderen zijn!

    ‘De arts vertelde me alleen dat hij beter zou slapen van die Ketrel,’ herinnert Justyna zich.

    Ketrel en Seronil zijn medicijnen die standaard worden voorgeschreven in de psychiatrische ziekenhuizen en privéklinieken in Warschau. Wanneer ze worden verstrekt aan jonge patiënten die niet gediagnosticeerd of niet depressief zijn, is dat spelen met hun leven.

    Januari 2019 – Wiktor

    Op de afdeling heeft Wiktor het niet gemakkelijk. De verpleegsters willen hem niet bij zijn jongensnaam noemen. Ze leggen uit dat ze het te druk hebben om zich met zulke onzin bezig te houden. Hij heeft er opnieuw genoeg van.

    Agnieszka, die in diezelfde tijd net als Justyna vaak naar de afdeling kwam, herinnert zich een voorval: ze komt de kamer van haar zoon uit en loopt over de gang, waar zoveel kinderen liggen dat ze erover kan struikelen. Een van hen is Wiktor. Plotseling hoor Agnieszka een gil: ‘Wiktoria, hier komen!’. Ze kijkt naar Wiktor en ziet dat de jongen overstuur raakt. Vervolgens kijkt ze verontwaardigd naar de verpleegster en wijst haar terecht: ‘Misschien moet je Wiktor zeggen en niet Wiktoria’. Waarop de verpleegster geïrriteerd roept: ‘Wiktor, Wiktoria, het is haar naar het hoofd gestegen.’

    En in het voorbijgaan: ‘Het is een meisje, hoor, dat ettertje!’

    Januari-maart 2019 – Wiktor en Kacper

    Aan het begin van het jaar worden de jongens ontslagen van de afdeling. Er begint een nieuw hoofdstuk in hun leven – ze zijn samen.

    Er is geen dag die ze niet samen doorbrengen. Wiktor is verliefd op Kacper, Kacper is nog te jong om dat helemaal te begrijpen. Voorlopig is Wiktor zijn beste vriend en dat is fijn.

    Wiktor vertelt ook over zijn grootste droom: trouwen met Kacper

    In de Warschause bioscoop Świt worden anime vertoond waar ze eindelijk samen naartoe kunnen. Ze gaan ook schaatsen, en met Justyna en Agnieszka gaan ze wandelen bij de Wisla. Meestal treffen ze elkaar bij Kacper thuis. Ze stoeien, ze kijken samen naar filmpjes. Op een keer vinden ze een pop van een tekenfilmfiguur, geven hem de naam Zenek en lachen dat hij hun zoon is. Ze zijn onafscheidelijk en liggen voortdurend in een deuk. Zoals kinderen dat doen.

    Bij bezoeken aan de psycholoog noemt Wiktor Kacper zijn vriendje. Hij zegt dat hij voor hem zal proberen zich niet te verwonden. Hij vertelt ook over zijn grootste droom: trouwen met Kacper, ooit op een dag, ergens in het buitenland.

    Februari 2019 – Wiktor

    School is het ergste. Nadat hij uit het ziekenhuis is ontslagen, gaat hij er twee keer heen. Daarna hoeft hij daar dankzij zijn moeder nooit meer naar terug. Iedere keer dat hij daar vandaan komt heeft hij zelfmoordgedachten.

    Justyna regelt voor hem privélessen. Bij de eerste les vraagt de aardrijkskundeleraar hem of hij hem moet aanspreken met zijn jongensnaam. Wiktor knikt ja, is dankbaar en aangenaam verrast, want het is de eerste keer dat iemand van buiten respect heeft voor zijn keus.

    Op de afdeling ging het heel anders. Zelfs de psychologe noemde hem ‘Wiktoria’. En de artsen en verpleegsters ook. Maar de aardrijkskundeleraar is een uitzondering. Voor de overige leraren blijft hij een meisje.

    Met Valentijn houdt hij het niet meer uit. Hij snijdt zich in zijn onderarm en gaat weer naar het Żwirki. Deze keer wordt hij niet opgenomen omdat er geen plaats is. Als hij aankomt is de afdeling voor 180 procent bezet.

    Justyna is in paniek. Ze neemt Wiktor mee naar de psychologe met wie hij enkele maanden eerder zo’n goed contact had. Die vraagt verbaasd waarom ze opnieuw naar haar toe gekomen zijn. Ze legt opnieuw uit dat het voor therapie nog te vroeg is, Wiktor moet zo spoedig mogelijk ter observatie worden opgenomen in het ziekenhuis. Want hij is er nu zo aan toe dat zelfs de kleinste crisis, een ruzie met zijn moeder of met Kacper, als gevolg kan hebben dat er ongelukken gebeuren.

    Er is echter geen enkele afdeling in Warschau die Wiktor wil opnemen.

    Maart 2019 – Wiktor en Kacper

    Op een dag, ’s avonds laat, brengt Kacper Wiktor weg naar de metro. Het duurt lang voor hij terugkeert, dus begint Agnieszka zich zorgen te maken. Ze belt hem, hij zegt haar alleen dat hij Wiktor helemaal thuis moet brengen. Dan verbreekt hij de verbinding. Wiktor doet hetzelfde. Er is geen enkel contact meer met hen.

    Agnieszka en Justyna schrikken. Beide springen in hun auto en rijden naar de bushalte in de buurt van het huis van Wiktor. Daar vinden ze hen uiteindelijk. Kacper is op van de zenuwen en huilt. Hij zegt dat Wiktor voor de metro wilde springen.

    ‘Voor een moeder is het een nachtmerrie als je hoort dat je kind zelfmoord wil plegen. Dat is iedere keer een dreun,’ zegt Justyna.

    Het is eind maart, en weer gaan ze naar Józefów. Justyna vertelt de artsen dat haar zoon voor de metro wilde springen. Maar opnieuw krijgen ze geen toestemming voor opname op de afdeling.

    Volgens de arts ging Wiktor ‘op een constructieve’ wijze om met zijn zelfmoordgedachten

    Ter motivering van hun besluit benadrukken de artsen dat er maar één zelfmoordgedachte is geweest en dat hij tijdens de consultatie had ontkend dat hij zich in de toekomst van het leven wilde beroven. Afgezien daarvan ging hij tot nu toe ‘op een constructieve’ wijze om met zijn zelfmoordgedachten, en de laatste zelfverminking dateerde van februari, bijna een maand geleden.

    Met andere woorden, er was geen reden om hem ter observatie op te nemen.

    Justyna verzoekt wanhopig om opname op de afdeling. Ze herinnert eraan dat de psychologe waar Wiktor heenging, therapie weigerde en juist aandrong op opname. De arts stelt voor in dat geval van psycholoog te veranderen omdat dit probleem ‘haar boven de pet gaat’.

    Op de patiëntenkaart schrijft hij: ‘er is geen levensbedreigende situatie en geen gevaar voor de gezondheid’. Hij ondertekent, zet een stempeltje en bedankt voor het bezoek. Hij beveelt verdere psychotherapie aan.

    Voor zover er een arts gevonden wordt die die wil geven.

    Justyna heeft een slecht voorgevoel. Op korte termijn een afspraak maken voor een kind bij een psychotherapeut in een openbare zorginstelling in Polen is niet mogelijk. Maar ook bij een privékliniek is het praktisch onmogelijk.

    Uiteindelijk komt ze terecht bij een privékliniek in Warschau. De arts onderzoekt Wiktor, waarna hij Justyna bij zich roept. Hij spreidt machteloos zijn armen en zegt dat Wiktor tijdens het gesprek zo gesloten was als een oester. Hij wilde niet praten, gaf op geen enkele vraag antwoord. In deze omstandigheden is hij genoodzaakt therapie te weigeren.

    Tegen Justyna zegt Wiktor dat hij alleen naar de vorige psychologe wil, en naar geen enkele andere, want alleen in haar heeft hij vertrouwen.

    April 2019 – Wiktor

    Drie weken later maakt hij met een scheermes een snee in zijn keel. In het ziekenhuis stelt hij de artsen gerust. Hij zegt dat hij de situatie onder controle had.

    Hij legt uit dat het geen zelfmoordpoging was, hij weet perfect waar de aders zitten, biologie is zijn lievelingsvak. Hij had het gedaan omdat hij ruzie had gehad met zijn vriendje, en later was hij verdrietig toen Kacper lange tijd niet reageerde op zijn berichtjes. Maar hij is alweer rustig, want hij weet dat Kacpers woede snel weer over zal zijn. Hij heeft er spijt van. ‘Ik heb al lang geen zelfmoordgedachten meer,’ zegt hij tegen de artsen.

    Justyna herinnert zich de woorden van de psychologe: ‘Zelfs de kleinste ruzie kan als gevolg hebben dat er ongelukken gebeuren’. 

    Tot het incident met de doorgesneden keel, in het trappenhuis van het flatgebouw van Kacper, net nadat hij de woning had verlaten. Ze hadden inderdaad ergens ruzie over gehad. Alleen had Kacper die dag plotseling een ander probleem aan zijn hoofd: onverwacht sterft zijn tante, de zus van Agnieszka. Hij rijdt met zijn moeder naar het ziekenhuis. De artsen stellen het overlijden van zijn tante vast, terwijl chirurgen de grote wond in de hals van Wiktor hechten.

    ‘In het ziekenhuis werd Wiktor doorverwezen naar Józefów,’ zegt Justyna. ‘Eerst vroegen ze me nog: “Waarom zit hij daar niet al een tijd?”’

    Ze komen er voor de derde en laatste keer terecht. Na een kort gesprek met Wiktor komen de artsen tot de conclusie dat de verminking veroorzaakt was door de ruzie met zijn vriend. Ze zien geen reden voor opname op de afdeling.

    ‘Ik was wanhopig,’ zegt Justyna. ‘Ik wist dat het verblijf in Józefów iets vreselijks was, maar het ging er gewoon om dat hij veilig was totdat we een nieuwe oplossing hadden bedacht. Ik maakte me zorgen om hem, ik was bang dat er iets ergs zou gebeuren.’

    ‘En toen stemden ze ermee in om hem op te nemen?’ vraag ik.

    ‘Nee. De dokter beweerde dat ik overgevoelig was en dat ik om meer tijd aan mezelf te besteden, op aerobics moest of naar een fitnessclub moest gaan. Om “me niet meer zo druk te maken om mijn dochter”.’

    April 2019 – Justyna, de moeder van Wiktor

    ‘Hoe kun je de angst beschrijven die je voelt als je kind rondloopt met zelfmoordplannen?’ vraag ik Justyna.

    ‘Er is zoiets als je moederinstinct. Ik maakte me zorgen om hem, op elk uur van de dag, elke seconde.’

    In april is ze zelfs bang om naar haar werk te gaan. In huis verstopt ze alle messen, pillen, scherpe voorwerpen. Om het half uur belt ze Wiktor. Over elk wissewasje, om te vragen of er nog melk in de koelkast staat, om gewoon maar even te kletsen. ’s Nachts staat ze op en gaat in zijn slaapkamer kijken. Ze controleert of hij slaapt, of hij ademhaalt. Ze kijkt naar zijn armen of hij zich niet gesneden heeft.

    17 april 2019 – Wiktor en Kacper

    Dit wordt geen gemakkelijke dag. Noch voor Wiktor, noch voor Kacper. Wiktor heeft een examen Engels ter afsluiting van de lagere school, en Kacper gaat met zijn moeder naar de begrafenis van zijn tante.

    Het examen begint om 9 uur ‘s ochtends. Zijn moeder brengt Wiktor naar school. Meteen na het examen stuurt hij haar een sms. Hij schrijft dat hij misschien wel een tien heeft gehaald. Hij vergist zich, maar minimaal. Enige tijd later worden de resultaten bekendgemaakt. Wiktor haalt een 9,8 voor Engels.

    Kacper is dan al met zijn moeder op weg naar de begrafenis. Plotseling krijgt de jongen tranen in zijn ogen. Hij kijkt naar zijn telefoon, op het scherm ziet hij een berichtje van Wiktor. Die schreef hem ‘dat hij ergens ging springen’. Hij probeert hem te bellen, maar de telefoon wordt niet opgenomen. Hij trekt zijn moeder aan haar arm, dat ze Wiktors moeder zo gauw mogelijk moet bellen.

    Agnieszka belt Justyna, en Justyna belt de politie.

    17 april 2019 – Wiktor.

    Politieagenten gaan langs bij Justyna. Ze vragen om een foto van Wiktor en sturen een melding naar heel Warschau. Ze zijn overal in de stad op zoek, willen alle metrostations omsingelen. Ze verwachten dat ze hem daar kunnen vinden, voordat er ongelukken gebeuren.

    Justyna belt Wiktor. Geen signaal.

    Ze brengen haar naar de eindhalte Mlociny. Ze stellen haar voor op eigen gelegenheid naar het centrum te gaan en zelf ook te proberen haar zoon te vinden. Ze stemt ermee in, het is een goed idee. Ze huilt.

    Ze zit in de metro. Plotseling klinkt er uit de luidsprekers een mededeling: ‘In verband met een ongeval bij halte Centrum rijdt de metro alleen tot halte Dworzec Gdański’. Ze beeft, stopt met ademen, sluit haar ogen.

    Uit de overvolle metro stapt ze uit bij Stare Bielany. Ze rent naar het flatgebouw van Kacper. De politie komt daar ook net aan, om na te gaan of Wiktor niet van gedachte is veranderd en niet naar huis is gegaan. Voor het flatgebouw ziet ze politieagenten. Ze vertelt hun van de mededeling in de metro.

    Het was Wiktor: ‘U hoeft zich over mij geen zorgen te maken. Tot ziens :)’

    Ze bevestigen het: even daarvoor is een jonge vrouw voor de metro gesprongen. De ambulance heeft haar naar het ziekenhuis in de Szaserówstraat gebracht. Justyna moet daar onmiddellijk naar toe.

    Kacper is op de begrafenis van zijn tante. Hij weet nog van niets. In de kerk kan hij zijn gedachten er niet bij houden, hij is op het ergste voorbereid.

    Op de begrafenis komen veel mensen te laat. Veel mensen verontschuldigen zich, leggen uit dat er in Warschau een ongeluk was gebeurd, en dat de metro een tijd heeft stilgestaan. En dat ze daarom niet op tijd waren. Tijdens de mis ontvangt Agnieszka een sms. Ze hoort het niet, ze leest het bericht pas later. Het was Wiktor: ‘U hoeft zich over mij geen zorgen te maken. Tot ziens :)’

    19 april 2019 – Wiktor

    Wiktor is op 17 april voor de metro gesprongen.

    Om 10.06 uur schreef hij nog een berichtje. Aan Kai, een internetvriendin die hij nooit heeft gezien, maar met wie hij erg bevriend was. Hij schreef: ‘Ik ga zelfmoord plegen. Sorry. Bedankt voor alles, maar ik kom er niet uit.’

    Om 10.52 uur stuurde hij haar een foto van de metrorails. Even later springt hij.

    Ondanks de ernstige verwondingen vecht hij twee dagen voor zijn leven.

    De arts die hem onmiddellijk na het ongeval opereerde, beweerde dat het moeilijk te verklaren is hoe Wiktor erin geslaagd was zijn zelfmoordpoging te overleven. In het ziekenhuis werd hij aangesloten op de kunstmatige beademing, opereerden ze zijn milt, maakten ze zich op om hem aan de stabilisator te leggen. Justyna geloofde in een wonder. Tijdens een volgende operatie kreeg hij een ernstige bloeding. Hij overleed op 19 april, twee weken voor zijn vijftiende verjaardag.

    April 2019 – Justyna, moeder van Wiktor

    Aan het eind van de maand haalt Justyna een brief uit de brievenbus. Afzender: de districtsrechtbank. Ze opent de envelop en gelooft haar ogen niet: het is een besluit om haar in verband met de zelfmoordpoging van Wiktor onder toezicht te stellen. Een curator zal naar haar huis komen en nagaan of zij goed voor haar zoon zorgt.

    Justyna leest de brief en huilt. Enkele maanden heeft ze er alles aan gedaan om ervoor te zorgen dat iemand zich het lot aantrekt van haar kind. En nu ze haar kind kwijt is, krijgt ze plotseling zo’n brief.

    Ze gaat naar de rechtbank met de overlijdensakte van haar zoon. Al snel ontvangt ze het besluit om de procedure te seponeren.

    In juni ontvangt ze weer een brief. Weer van de rechtbank. Deze keer veel gedetailleerder: met de specifieke gegevens van de curator en de data waarop deze voortaan naar haar huis zal komen om na te gaan hoe Justyna voor haar kind zorgt.

    Ze heeft geen puf meer om het uit te gaan leggen: ze kunnen de klere krijgen.

    Mei-december 2019 – Kacper

    ‘Ik durfde het niet tegen Kacper te zeggen,’ zegt Agnieszka. ‘Ik was bang dat hij hetzelfde zou kunnen doen. Zijn wandeling op het metrostation, een maand na Wiktors dood, dat was echt omdat hij hem miste.

    Kacper is nog niet naar het graf van Wiktor geweest. Hij verdringt zijn dood en kapt het onderwerp af. Hoewel hij de laatste tijd soms over hem begint te praten. Agnieszka weet nog niet of dat een moment van zwakte is of juist het tegenovergestelde. Dan biecht Kacper aan zijn moeder op dat hij hem heel erg mist en de hele tijd aan hem denkt. Op een keer zegt hij dat Wiktor zelfmoord zijn schuld was.

    Een andere keer zegt hij dat hij er een hekel aan heeft alleen thuis te blijven. Want dan haalt hij alle tekeningen van Wiktor uit zijn kast. Omdat hij alleen is kan hij zich niet inhouden. Hij bekijkt ze en huilt. Hij lijdt – zoals je lijdt wanneer je een teerbeminde verliest.

    Juli 2019 – Dr. Towalski

    In de zomer vindt het onderzoek naar de dood van Wiktor plaats. Bij de officier van justitie meldt dr. Towalski zich, dezelfde die eerder schreef dat ‘Wiktoria de voorkeur geeft aan meisjes’ en die van mening was dat zij voor haar geslachtsverandering het maar eens met een man moest proberen.

    Hij verklaart dat zijn zelfmoord het resultaat is van de invoering op school van ‘genderideologie’.

    In het najaar belt Justyna om een afspraak te maken met een psychiater. Ze heeft kalmeringsmiddelen nodig. In de hoorn hoort ze de vriendelijke stem van de receptioniste. Die legt haar uit dat de arts de praktijk heeft verlaten en dat alle patiënten zijn overgenomen door de nieuwe psychiater.

    Ze stelt Justyna voor om een afspraak te maken in maart 2020.

    Bij dr. Towalski.

    Officier van justitie

    Officier van justitie Jerzy Mierzewski rookte, toen we elkaar de laatste keer voor publicatie spraken, de ene na de andere sigaret. Als hij de ene uitdrukte, greep hij meteen naar een volgende, alsof hij bang was dat zijn longen het contact met de nicotine zouden verliezen.

    Voor journalisten is hij een echte expert op het gebied van het kwaad. Hij sloot de gangsters uit Pruszków op, hij zat achter de moordenaars van de hoofdcommandant van de politie Marek Papala aan en hij bracht aan het licht dat er in Polen in opdracht van de Amerikanen gevangenissen waren waar mensen werden gemarteld. En nu leidt hij het onderzoek naar de dood van Wiktor.

    ‘Wij, volwassenen. Wij zijn niet in staat in een kind een klein mens te zien’

    We ontmoeten elkaar in een Warschaus café. Er is geen plaats in de rokerszone. De officier maakt een gebaar met zijn hand en houdt het wel vol.

    ‘Ik kan me geen zaak herinneren die me menselijk gesproken meer heeft geraakt,’ zegt hij aan het begin. ‘Wij zijn verantwoordelijk voor wat er gebeurd is. Wij, volwassenen. Wij zijn niet in staat in een kind een klein mens te zien. We hebben geen zorgsysteem voor kinderen. We kunnen zelfs geen discussie over dat onderwerp beginnen! En zelfs de grootste inzet zou zinloos zijn als er in de ziekenhuizen geen plek is op de gang, en zelfs geen artsen.’

    De procedure zal waarschijnlijk moeten worden geseponeerd. De bepalingen zijn ontoereikend om de artsen die Wiktor niet op de afdeling hebben opgenomen ter verantwoording te roepen. Ze hebben hem niet opgenomen omdat er geen plaats was. De officier van justitie zou de hele jeugdpsychiatrie in staat van beschuldiging moeten stellen of de hele Poolse overheid. En voor homofobie kun je niemand vervolgen.

    ‘Het ontbreekt ons aan tolerantie, respect voor andersheid en andere mensen, en dan die toenemende krachtcultus. Dat alles neemt op een gegeven moment angstaanjagende technologische trekken aan. En wel zodanig dat het een klein mens zelfs kan aanzetten tot de dood,’ aldus de officier van justitie.

    En hij voegt eraan toe: ‘En wij zijn allemaal schuldig.’

    Plaag

    In 2019 verspreidde een van de Poolse kranten voor zijn lezers stickers met de tekst: ‘lhbt-vrije zone’. Agnieszka en Justyna zagen het met lede ogen aan. In de tijd dat Justyna in de rouw was, herhaalde aartsbisschop Marek Jedraszewski onophoudelijk zijn mantra over de regenboogplaag.

    Wiktor leeft niet meer. Justyna is haar kind kwijt. Kacper is veertien en heeft de donkerste zijde van het leven al leren kennen – hij heeft liefde in tijden van de plaag meegemaakt.


    Polen staat in Europa op de tweede plaats als het gaat om het aantal zelfmoorden onder kinderen. Duitsland staat iets hoger op de lijst – maar alleen omdat het land twee keer zo groot is.

    Uit de gegevens blijkt dat bijna 70 procent van de lhbt-tieners in Polen rondloopt met zelfmoordgedachten.

    ‘We moeten de toestand in de jeugdpsychiatrie aan de kaak stellen,’ zei ombudsman Adam Bodnar.

    Dr. Towalski weigerde een gesprek met Onet. De afdeling in Józefów reageerde niet op onze mail met vragen.

    Praten over (gedachten aan) zelfdoding of hulp op dit gebied? Bel 113 Zelfmoordpreventie: 0900-0113 of neem contact op via 113.nl

  • Seks is alomtegenwoordig – toch doen we hét minder

    Seks is alomtegenwoordig – toch doen we hét minder

    De wereld wordt seksueel gezien steeds losser en opener. En toch wordt er minder gevreeën. Seks? Ach, laten we nog maar een serie kijken. Waar dat aan kan liggen onderzocht Sebastian Hermann.

    Op handen en voeten kruipen de twee vrouwen naar elkaar toe, midden op het gigantische bed komen ze bij elkaar, gaan liggen, drukken hun kruis tegen dat van de ander en bewegen ritmisch op de muziek. De Amerikaanse zangeressen Cardi B en Megan Thee Stallion dragen strakke, metalig glanzende bikini’s die sterk aan Barbarella doen denken, maar ook geschikt zijn voor een alien-party in een parenclub. Het duo zingt hun gezamenlijk rap ‘WAP’. De afkorting WAP staat voor wet ass pussy. Cardi B, een voormalige stripper, rapt: ‘Ask for a car when you ride that dick’, en: ‘Put this pussy right in your face/ Swipe your nose like a credit card’.

    Je kunt zeggen dat hun song en hun show hyperseksueel zijn, of obsceen. Maar hij zit echt niet verstopt in de duistere pornohoekjes van het internet: hun optreden vond plaats op een felverlicht podium tijdens de uitreiking van de Grammy’s, tegelijk de belangrijkste en de populairste muziekprijzen. Puur mainstream.

    In your face, recht voor zijn raap, seks, seks, seks. En toch halen de meeste van de miljoenen kijkers hooguit hun schouders op. Het optreden past in de recente traditie van extreme seksuele openheid. De zangeressen laten alleen iets zien wat de afgelopen jaren is gegroeid. Seks als imago, als verwachting, als prestatiedruk is al jaren overal aanwezig. Naakte lichamen zijn overal, op tv, in Game of Thrones en Bridgerton, in elk geval in de reclame en helemaal op internet.

    Dat seks voor het huwelijk ooit een serieus taboe was, begrijpt niemand meer

    Oppervlakkig gezien heeft de grote seksuele openheid een vaste plaats in onze samenleving gekregen. Voor elk wat wils. Het belangrijkste is dat de deelnemers een hoogtepunt bereiken. Dat seks voor het huwelijk ooit een serieus taboe was, begrijpt niemand meer. Orale en anale seks zijn de kwade reuk van het abnormale kwijt. Datingapps als Tinder hebben het zoeken naar een partner fundamenteel veranderd. Vlogsters en auteurs schrijven zonder enige terughoudendheid over hun seksuele avonturen. Porno is permanent beschikbaar. We worden overspoeld met nieuws over polyamorie, open relaties en de voor niet-ingewijden inmiddels onoverzichtelijke hoeveelheid seksuele identiteiten – alloseksueel, sapioseksueel, panseksueel enzovoort – zo dol zijn de mensen erop. En in elk geval sinds het succes van de sm-kitsch Fifty Shades of Grey heeft ook het onderwerp bdsm een vaste plaats in de slaapkamers van de Vinex-wijken gekregen.

    Zo lijkt het althans.

    DO 2.2 1 1 1

    Heeft er de afgelopen twintig à dertig jaar soms een soort tweede seksuele revolutie plaatsgevonden? Als die vraag betrekking heeft op de liberalisering in het publieke domein, dan is het antwoord: ja. Maar als de vraag betrekking heeft op hoe mensen hun seksualiteit daadwerkelijk beleven, dan wordt het ingewikkelder. Dan ontstaat er opeens een vreemd en kennelijk paradoxaal beeld: de mensen lijken ondanks al die vrijheid van tegenwoordig wat minder seks en ook minder plezier in seks te hebben dan een paar jaar geleden. Alles mag, maar het gaat niet vanzelf.

    Maken we een seksuele recessie mee zoals Amerikaanse media al aankondigden? ‘De teruggang die we hebben waargenomen, is niet groot, maar gezien de korte periode wel opvallend,’ zegt psychologe Juliane Burghardt. Er is geen aanleiding voor paniek. ‘Maar als een grote groep van vooral jonge mensen aangeeft niet seksueel actief te zijn, is dat op zich al opmerkelijk,’ zegt ook Elmar Brähler van de univer-siteit van Leipzig. ‘Gezien de liberalisering van de seksuele moraal zou je een andere trend verwachten.’

    De wetenschap

    Steeds meer jonge mensen zijn single. Vanwege het wilde, avontuurlijke leven? Wel, in een relatie heb je nog altijd de meeste seks.

    Waarom dat zo is? In popmuziek of in gesprekken met bekenden zul je het antwoord niet vinden. Ondanks alle taboes die zijn gesneuveld, blijft het moeilijk om eerlijk te zijn over dit onderwerp. De een zwijgt, de ander overdrijft, of stelt het mooier voor dan het is, of jokt. Om de vraag naar de nieuwe seksuele vermoeidheid te benaderen, moeten we het terrein van de publiekelijke supererotiek en de ongeloofwaardige privéverhalen verlaten en afdalen naar de nuchterste en minst opwindende van alle werelden: de wetenschap.

    De wetenschap zegt dat in de nieuwe seksuele revolutie veel meer mensen zijn achtergebleven dan je zou denken. Althans volgens de Amerikaanse psychologe Jean Twenge. In het vaktijdschrift met de fraaie naam Archives of Sexual Behaviour zetten zij en haar collega’s uiteen dat het deel van de jonge Amerikanen dat heel weinig of helemaal geen seks heeft de afgelopen jaren is gestegen. Vergeleken met oudere generaties hadden Amerikanen die in de jaren negentig zijn geboren het minst seks. In elk geval de heteroseksuele mannen en vrouwen, om wier lust en verlangens het in dit en in de hierna genoemde onderzoeken vooral gaat. Nu heeft Jean Twenge onder wetenschappers de naam haar onderzoeksresultaten nogal dramatisch te presenteren en haar bevindingen zo toe te spitsen dat ze zich goed lenen voor haar lezingen. Haar verhaal over de tanende lust vormt daarop geen uitzondering.

    Maar zo makkelijk vallen haar waarnemingen niet te negeren. Juliane Burghardt van de Oostenrijkse Karl-Landsteiner-Universität en Manfred Beutel van de universiteit van Mainz en hun collega’s hebben twee rapporten gepubliceerd over seksuele activiteit en lustgevoelens van Duitse mannen en vrouwen. Daarvoor hebben ze de gegevens van meer dan duizend vrouwen en evenveel mannen vergeleken die in 2005 en in 2016 zijn geïnterviewd over hun seksleven. In 2016 gaf 73 procent van de ondervraagde mannen aan het afgelopen jaar seksueel actief
    te zijn geweest; in 2005 was dat percentage nog 81 procent. Bovendien zei 13 procent van de mannen dat ze geen zin in seks hadden gehad, een toename van vijf procentpunten ten opzichte van 2005. De antwoorden van de vrouwen gaven een vergelijkbaar beeld: het aandeel seksueel actieve vrouwen daalde in dezelfde periode van 67 naar 62 procent en het aantal vrouwen dat geen zin in seks had, steeg naar 26 procent (eerder 24 procent).

    De data van de enquête zijn een beetje grofmazig, veel blijft onduidelijk. ‘Bent u de afgelopen twaalf maanden met iemand intiem geweest?’ luidde een van de enquêtevragen. Dat laat nogal wat speelruimte: hoe vaak heeft iemand dan seks? Met hoeveel partners? Wat verstaan de ondervraagden onder ‘intiem’? Was het in 2005 moeilijker om toe te geven dat je geen zin of een niet bestaand seksleven had dan een goede tien jaar later? En, heel belangrijk,
    hoe tevreden of ontevreden waren de ondervraagden daar eigenlijk over?

    Zelfs in de wetenschap is seks een complex onderwerp en veel vragen blijven onbeantwoord. ‘De bevindingen op zich zijn in elk geval relatief hard,’ zegt psychiater Peer Briken, hoofd van het Institut für Sexualforschung, Sexualmedizin und Forensische Psychiatrie van het academisch ziekenhuis UKE in Hamburg. ‘Dat blijkt uit verschillende onderzoeken.’ In veel andere industrielanden zien we dezelfde resultaten. Bijna alle onderzoeken geven hetzelfde beeld: ‘Het is een generatie-effect,’ schrijven Juliane Burghardt c.s.

    Generatiefenomeen

    De afname in seksuele activiteit en het minder zin hebben in seks zijn het duidelijkst waarneembaar onder jonge en iets oudere mannen en vrouwen onder de veertig. En afhankelijk van het onderzoek geldt het wat meer voor mannen of wat meer voor vrouwen. Ook de in juni 2020 in het vaktijdschrift Jama gepubliceerde cijfers uit de Verenigde Staten pleiten voor een generatiefenomeen. Het aandeel van de – vrijwillig of onvrijwillig – seksueel niet-actieve mannen tussen 18 en 24 jaar lag daar tussen 2000 en 2002 nog op 18,9 procent; 15 jaar later was dat in dezelfde leeftijdscategorie 30,9 procent. Onder vrouwen steeg het aandeel van de groep zonder seks van 15,1 naar 19,1 procent.

    Een van de redenen: ‘Het aandeel singles onder jonge mensen is duidelijk gestegen,’ zegt sekstherapeut Uwe Hartmann van de Medizinische Hochschule Hannover. Ze aarzelen veel meer dan hun voorgangers uit eerdere generaties om een vaste relatie aan te gaan en – pas op: cliché! – mensen met een vaste partner hebben nu eenmaal het vaakst seks. Het idee van de promiscue single die het ene avontuurtje na het andere beleeft, is een karikatuur. Dat bleek ook uit de door Burghardt, Brähler en Beutel geanalyseerde data uit 2015: daaruit bleek dat 87 procent van de ondervraagde vrouwen met partner de afgelopen twaalf maanden seks had gehad en maar 37 procent van degenen zonder vaste relatie. Bij de ondervraagde mannen waren die percentages 88 procent, respectievelijk 54 procent.

    Het klinkt paradoxaal dat uitgerekend de jongens en meisjes van de Tinder-generatie met hun online datings en schijnbaar onbegrensde mogelijkheden schipbreuk lijden als het gaat om de bevrediging van hun lusten. Mogelijkheden te over en op het net wemelt het van de zoekenden. Maar misschien is dat juist het probleem. Zo heeft de Nederlandse sociaal psychologe Tila Pronk van de Universiteit Tilburg geconcludeerd dat met het aantal potentiële datingpartners ook de neiging toeneemt om zich terug te trekken en vrijwel iedereen af te wijzen. Hoe meer mogelijkheden, hoe kritischer die worden bekeken. Begrippen als Tinder fatigue en dating burn-out gonzen al over het net. Iemands tevredenheid over een beslissing neemt af naarmate er meer opties zijn, als er überhaupt al een beslissing wordt genomen.

    77 procent van de singles hadden in de vier weken voor de enquête geen seks gehad

    Sites als Tinder zijn nu eenmaal geen altruïstische relatiebemiddelaars: het concept is zodanig ontworpen dat gebruikers blijven en doorgaan met zoeken in plaats van met een partner in het analoge geluk te verdwijnen. Het is juist een kick om profielen van andere zoekenden door te nemen, je begeerd te voelen als een ander interesse in je heeft en bij twijfel gewoon weer verder te zoeken omdat nu eenmaal ooit je droompartner kan opduiken.

    Als je je een weg baant door de sites die expliciet het faciliteren van seksuele avontuurtjes ten doel hebben, krijg je algauw de indruk dat vrouwen omkomen in de reacties en dat mannen zo ongeveer alle vrouwen aanschrijven in de vergeefse hoop eindelijk, eindelijk iemand te vinden. Veel gebruikers doen maar alsof, ze bezoeken de sites alleen om hun fantasie te prikkelen en fantasieavontuurtjes te hebben. ‘Geen sekspraatjes please’ staat er dan ook in veel profielen.

    Noorse psychologen hebben bovendien geobserveerd dat op datingsites vooral de mensen succesvol zijn, die ook in de analoge wereld zonder veel moeite een scharrel of een partner vinden. ‘Het internet is vooral een speelplaats voor mensen met sociale remmingen,’ zegt Manfred Beutel. Veel onderzoekers hebben het al over ‘seksuele ongelijkheid’, die door datingsites nog zou worden versterkt. ‘Door op deze manier naar een partner te zoeken, wordt het nog belangrijker hoe iemand eruitziet,’ zegt Ruben Arslan, die zich op het Max-Planck-Institut für Bildungsforschung bezighoudt met vragen rond seksualiteit. Het uiterlijk krijgt op het net extra aandacht. Want andere eigenschappen zijn bij het vluchtig bekijken van een profiel moeilijk vast te stellen: of iemand humor heeft, hartelijk en betrouwbaar is, zie je niet zo makkelijk. Wie er op het eerste gezicht niet goed uitziet, is al afgevallen voor zijn eventuele goede karaktertrekken in beeld kunnen komen.

    77 procent van de singles hadden in de vier weken voor de enquête geen seks gehad, terwijl dat bij de mensen met een relatie maar 20 procent was. Dat blijkt uit een onderzoek onder bijna 5000 personen tussen oktober 2018 en september 2019 door het Academisch ziekenhuis UKE in Hamburg.

    ‘Veel jonge mensen stellen tegenwoordig extreem hoge eisen’

    Mannen hadden naar eigen zeggen gemiddeld 9,8 vrouwelijke sekspartners, vrouwen hadden slechts 6,1 partners. De onderzoekers van het UKE gaan ervan uit dat mannen zich eerder als seksueel actief profileren. Als vrouwen een groot aantal partners opgeven, lopen ze daarentegen nog steeds het risico negatief beoordeeld te worden en ze zijn dan ook geneigd een lager aantal partners te vermelden.

    ‘Veel jonge mensen stellen tegenwoordig extreem hoge eisen,’ weet Uwe Hartmann van de Medizinische Hochschule Hannover uit zijn therapeutische praktijk. Alles moet en zal kloppen. ‘Maar de juiste partner,’ zegt Hartmann, ‘staat eerder aan het eind dan aan het begin van een relatie. Je ontwikkelt je samen en groeit naar elkaar toe, maar daar is geduld voor nodig en de bereidheid compromissen te sluiten. Veel mensen zijn daar niet toe bereid.’ Hij ziet dat zelfbeschikking vaak voor alles gaat. ‘Ik, in plaats van wij.’ Een relatie aangaan impliceert
    verlies van individuele autonomie, dat kan nu eenmaal niet anders.

    Met de hoge eisen neemt mogelijk ook de angst toe om te worden afgewezen. Een dergelijke faalangst kan jonge mensen ertoe brengen alleen te blijven – en weer naar het internet brengen, maar dan naar een ander soort sites. ‘Juist op jonge, onzekere mannen oefent seks op internet een enorme aantrekkingskracht uit,’ zegt Manfred Beutel. ‘Voor onervaren, bang aangelegde mensen is in je eentje te mastur-beren makkelijker dan het risico lopen te worden afgewezen.’ Een van zijn patiënten zat hele nachten voor het scherm om naar een vrouw te kijken die seksuele handelingen verricht, live en tegen betaling. Die vrouw verdient goed aan klanten zoals hij. De jonge patiënt heeft zich diep in de schulden gestoken, verschijnt vaak niet op zijn werk en echte intimiteit zal hij zeker niet vinden. Sommige camgirls doen zelfs alsof ze een relatie met hun klant hebben. Ze sturen elkaar WhatsAppberichtjes en
    creëren zo een illusie van bij elkaar zijn. En als hij zich een tijdje niet meer laat zien en niet meer voor haar internetshows betaalt, blijft ze hem achterna zitten.

    Onzeker

    Maar ook hier geldt: of porno je zin in seks vermindert, zoals vaak wordt verondersteld, staat wetenschappelijk niet vast. Zo blijft ook de vraag of mensen wellicht wat minder seks met hun partner hebben omdat ze in plaats daarvan seks met zichzelf hebben, dus masturberen, voorlopig niet meer dan een vermoeden. Data over de frequentie van masturbatie vertonen op zijn best grote tekortkomingen. Mannen, zeggen sommige onderzoekers, blijven de laatste decennia met ongeveer dezelfde frequentie masturberen, vrouwen doen het sinds de jaren zestig vaker. Waarbij het een open vraag is of er tegenwoordig niet gewoon makkelijker over wordt gesproken. Onder onderzoekers lijkt een zekere consensus te zijn ontstaan dat soloseks een zelfstandige vorm van seksualiteit is, die parallel aan seks met een partner kan plaatsvinden.

    Om porno te kijken moet je handelingen verrichten, maar voor veel uitingen van de liberale seksuele moraal in het algemeen hoef je helemaal niets te doen. Die vinden jou wel, bijna continu en overal, wat er makkelijk toe kan leiden dat mensen zich onzeker gaan voelen. ‘De seksualisering van de publieke ruimte gaat mogelijk gepaard met ontseksualisering in het privédomein,’ vertelt Bernhard Strauβ van de universiteit van Jena. Als psycholoog en seksonderzoeker komt hij in zijn dagelijkse praktijk regelmatig patiënten tegen die over zichzelf en hun lustgevoelens twijfelen. Al die beelden en verhalen op het internet en uit andere bronnen vormen een belasting voor de mannen en vrouwen die naar de polikliniek van Strauβ komen. ‘Ze vinden zichzelf te normaal, te saai en te gewoontjes,’ zegt hij. Moet hun seksleven niet wat meer kleur en afwisseling krijgen dan het nu heeft? Moeten ze niet meer lust ervaren, net als alle anderen die kennelijk hun bdsm-fantasieën op frivole fetisjfeestjes uitleven of in als spirituele workshops vermomde tantraweekends de toppen van hun zeer persoonlijke gelukzaligheid bereiken? ‘Dat betreft typisch mensen die al jaren een vaste relatie hebben, met een routineus seksleven,’ zegt Strauβ, ‘en dan vertellen vrienden over allerlei wilde praktijken, wat ervoor zorgt dat ze gaan twijfelen en zich afvragen of ze geen saaie muts zijn en van alles missen.’

    ‘Overal draait het om seks, behalve in hun eigen slaapkamer’

    Want uiteraard hebben anderen altijd de beste seks. Daardoor slaat hun fantasie op hol, beelden ter inspiratie zijn massaal voorhanden. ‘Overal draait het om seks, behalve in hun eigen slaapkamer,’ zegt schrijfster Susanne Wendel. Daaruit ontstaan de extreme verwachtingen waar veel individuen en stellen last van hebben. Verschillende van zulke door hun (gebrek aan) zin in seks geteisterde mensen hebben zich al bij haar gemeld. Eigenlijk heeft ze voedingsleer gestudeerd, maar in plaats van met diëten houdt ze zich nu met erotiek bezig. Ook dat weerspiegelt wellicht de tijdgeest: in plaats van de voeding wordt nu de seksualiteit geoptimaliseerd.

    Sekscoach

    Susanne Wendel schrijft boeken met titels als Naai je gezond in twaalf weken. Als coach en ervaren swinger adviseert ze vooral cliënten wier seksbeleving geen gelijke tred houdt met hun verwachtingen. De stellen die bij haar komen, zegt Susanne Wendel, zijn eigenlijk overwegend heel gelukkig met elkaar. ‘Ze houden van elkaar, ze zijn op elkaar gesteld, maar de seks is ingedut, en meestal zou een van de twee graag weer wat meer willen.’

    Juist in deze tijd van pandemie en langdurige lockdown doet het probleem zich in gezinnen in geconcentreerde vorm voor. ‘Hoe moet je ’s avonds zin in gezamenlijke bedsport krijgen, als je al de hele dag op elkaars lip zit en ook de kinderen steeds je aandacht vragen,’ zegt Susanne Wendel. Een van haar klanten vertelde dat ze vaak opgelucht is als haar man op de bank voor de tv in slaap valt en niet meer naar haar slaapkamer komt. Dan is er in elk geval ook geen moment van twijfel of ze het nu wel of niet moesten doen, ook al had ze geen zin. ‘Om zin te hebben is afstand nodig,’ zegt Wendel. Verlangen ontstaat als je niet bij elkaar bent. Alleen als je je kunt terugtrekken, verlang je ook weer naar de lichamelijke nabijheid van je partner, met wie je misschien al jaren samenwoont en leven en bed deelt.

    Soms is het al voldoende om ergens anders te zijn, naar een hotel te gaan bijvoorbeeld, zegt Wendel. Of een vaste afspraak te maken om seks te hebben. ‘Dat klinkt misschien raar en banaal, maar het werkt wel.’ Als diëtiste heeft ze daar een passend spreekwoord voor: ‘Al etende krijgt men trek.’ Stellen die bij haar komen, stuurt ze naar een studentenhotel, seksshops of, voor gevorderden, naar een parenclub of een seksfeest. In een dergelijke aanpak zit veel tijdgeest en er is wat geluk en de echte wil tot verbetering bij nodig. Daar is Susanne Wendel zich heel goed van bewust. De vraag is of dit recept succes zal hebben bij de grote massa. Kunnen alle gefrustreerde stellen zich, excusez le mot, in twaalf weken gezond of in elk geval tevreden naaien?

    Als je alles kunt krijgen, kom je tot niets meer en hou je aan het eind alleen twijfel over

    Sommige dingen verliezen misschien hun magie als ze expliciet besproken en georganiseerd worden. Misschien ook slachten sommige van de hunkeraars hun kip met gouden eieren: wie altijd alles wil verbeteren en hebben, strandt uiteindelijk op een innerlijk eiland van eenzaamheid en ontevredenheid. Uit psychologisch onderzoek is bekend dat een expliciete zoektocht naar meer geluk en grotere tevredenheid paradoxale resultaten oplevert. Door de focus op
    persoonlijk geluk wordt juist de nadruk gelegd op de omstandigheden waar dat geluk ontbreekt. Misschien gaat het met seksualiteit ook zo. De eis dat iemand zijn verlangens per se bevredigd wil zien, wordt zo belangrijk dat hij de teleurstelling al in zich draagt. Was dat nou alles, kan het niet beter, bestaat er echt geen grotere climax? Als je alles kunt krijgen, kom je tot niets meer en hou je aan het eind alleen twijfel over: niets dus.

    Bovendien moet de wens van een vervuld seksleven tegenwoordig concurreren met andere verlangens. Er bestaan nog andere genoegens. ‘We hebben tegenwoordig vrijetijdsstress,’ zegt Uwe Hartmann, ‘vroeger waren er maar drie tv-programma’s en was seks een van de weinige andere vrijetijdsbestedingen.’ Nu ziet hij daarentegen een fenomeen dat hij Netflixlusteloosheid noemt. Een van de stellen uit Hartmanns praktijk leerde elkaar kennen tijdens de vakantie en had een tijd een latrelatie waarbij in het weekend seks en erotiek centraal stonden. Toen gingen ze samenwonen en zaten ze – in figuurlijke zin – steeds vaker samen lusteloos op de bank. Seks? Ach, laten we nog maar een serie kijken.

    Ook carrièrestress en werkloosheid benemen je de zin in seks. En juist de jongere generatie werkt vaak noodgedwongen als kwetsbare zzp’er of met een tijdelijke aanstelling. Financiële onzekerheid, vage carrièrepaden, soms ook nog kritische ouders in je nek: het zou allemaal een deel van de lustdip van deze generatie kunnen verklaren.

    Als je veel gamet, heb je geen tijd voor andere dingen

    En bovenaan de lijst prijkt de usual suspect: het mobieltje. ‘Digitale media zijn zeker relevant,’ zegt Juliane Burghardt, ‘maar het zou goed kunnen dat ze een heel andere invloed hebben dan vaak wordt verondersteld.’ Een smartphone vermindert het libido niet door zijn geheimzinnige straling, veel vaker is het zo dat het de aandacht vasthoudt die anders naar je partner en haar lichaam zou kunnen uitgaan. Surfen leidt af, wat voor soort apparaat je ook gebruikt. Onderzoekers in de Verenigde Staten hebben verbluffende resultaten gepubliceerd, die daarop wijzen. In de onderzochte regio’s correleerde het teruglopen van tienerzwangerschappen met het uitrollen van breedbandinternet. Waar sneller internet kwam, waren de meisjes meer bezig op internet, dan dat ze in de analoge wereld op avontuurtjes uit gingen, is de interpretatie van de onderzoekers. Voor jonge mannen daarentegen kan de teruglopende seksuele activiteit worden verklaard door computergames: als je veel gamet, heb je geen tijd voor andere dingen. Daar komt nog bij dat de consumptie van alcohol, vanouds een grote drempelverlager, lijkt terug te lopen, in het bijzonder bij jongeren, zoals sociologe Lei Lei van Rutgers University aanvoert. Als je wat gedronken hebt, spring je makkelijker over je schaduw heen en overwin je eerder je angst om afgewezen te worden.

    Mannen en vrouwen tussen 18 en 35 hebben gemiddeld vijf keer per maand seks, de 36- tot 55-jarigen ongeveer vier keer. De ‘eerste keer’ is voor bijna de helft van de 18 tot 25-jarigen nog voor hun zeventiende verjaardag (44 procent van de mannen en 42 procent van de vrouwen). Deze percentages zijn de laatste jaren niet erg veranderd, aldus de onderzoekers van het UKE.

    13 procent van de ondervraagde mannen in Duitsland zei geen zin in seks te hebben, een toename van ongeveer 5 procentpunten ten opzichte van 2005. Bij de vrouwen was een vergelijkbaar beeld te zien: het aantal seksueel actieve vrouwelijke ondervraagden nam af tot 62 procent (was 67 procent), het percentage vrouwen die geen zin hadden, steeg naar 26 procent (was eerder 24 procent).

    Seksuele moraal

    Oversexed and underfucked – misschien is het gewoon wel een naïef idee dat de liberalisering van de seksuele moraal en de seksualisering van de openbare ruimte de mensen bevrijd heeft. Seks is en blijft nu eenmaal iets machtigs, iets dat te maken heeft met controleverlies, iets dat de gevoelshuishouding ontregelt, het zelfbeeld ter discussie stelt, afgronden openbaart, het dierlijke in de mens opwekt. Iets dat, net als vroeger, met angst en schaamte te maken heeft, hoe naakt de wereld rondom ons ook mag zijn.

    ‘Ben ik mooi genoeg, ben ik te dik, hoe denken anderen over mij: al die twijfels heb je in een parenclub natuurlijk ook,’ vertelt een ervaren vrouwelijke swinger die op internet over haar seksuele avonturen en haar open relatie schrijft. En: ‘Het is heel, heel moeilijk voor me geweest om ook mijn onderdanige kant te laten zien,’ zegt ze, tenslotte is ze ‘door en door en feminist’. Zoals veel seksblogsters maakt ze het private (ook) publiek, om het te politiseren, net zoals dat in 1968 werd gedaan. Het gaat hun om de bevrijding van de vrouwelijke lust: zo lijkt het in
    elk geval. Maar vaak kan die strategie ook ter rechtvaardiging van het eigen handelen dienen. Wie zijn lust offensief ten dienste van een hoger doel stelt, voorkomt aanvallen van anderen. Want ondanks alle maatschappelijke vooruitgang stellen onderzoekers vast, dat vrouwelijke promiscuïteit nog altijd kritiek uitlokt.

    ‘Het is een teken van seksuele zelfbeschikking als vrouwen hardop zeggen dat ze geen zin hebben’

    In elk geval staat inmiddels wel vast dat vrouwen ‘tegenwoordig een aanzienlijk hoger seksueel zelf-bewustzijn hebben,’ zegt Bernhard Strauβ van de universiteit van Jena. Zowel als ze seks willen als wanneer ze dat niet willen: ‘Het is een teken van seksuele zelfbeschikking als vrouwen zich veroorloven geen zin te hebben en dat ook hardop zeggen.’ Kortgeleden is er een boek verschenen van de paren- en seksueel therapeute Anica Plaβmann waarvan de titel dit fenomeen, geheel conform de tijdgeest, bevestigt: Sexfrei. Warum es okay ist, keine Lust zu haben [‘Seksvrij. Waarom het oké is als je geen zin hebt’ (niet in het Nederlands vertaald)]. ‘Iedereen heeft recht op geen seks!’ staat op de flaptekst.

    Ook al hebben we het nu niet over mannen die geen zin hebben, toch zijn die er wel degelijk, zegt Uwe Hartmann. Als je die vraag aan therapeuten stelt, hoor je dat parallel aan het toegenomen seksuele bewustzijn van vrouwen, bij mannen juist de onzekerheid is toegenomen. De prestatiedruk die ze ervaren en seksuele faalangst hebben hen misschien een stille aftocht doen blazen. Liever helemaal geen lust, dan er een beetje dom bijhangen. De mannelijke seksualiteit wordt in het #MeToo-heden vooral als een duistere, destructieve kracht beschouwd. Veel mensen zien deze discussie als een maatschappelijke kans om de verhouding tussen de geslachten opnieuw te ijken. Maar op minder theoretisch vlak vergroot ze bij veel mensen ook de onzekerheid.

    ‘Mannen zijn hier juist enigszins in het defensief,’ zegt Manfred Beutel. Een van Hartmanns patiënten is bijvoorbeeld volkomen in paniek geraakt omdat hij bang is in de omgang met vrouwen iets te doen of te zeggen dat als seksueel geweld zou kunnen worden geïnterpreteerd. Ook in de bdsm-scene is een nieuwe terughoudendheid te bespeuren. Daar is een ‘enorm tekort aan dominante mannen,’ zegt Hartmann.

    De eeuwige vraag blijft: wat gaat er mis?

    Vermoedelijk ontstaat bij beide geslachten ook onzekerheid door de druk om hun eigen individuele vorm van seksualiteit te moeten definiëren. Hetero, homo, bi, aseksueel, alloseksueel, panseksueel: seksuele zelfdiagnose heeft een naam nodig. Misschien is het voor jongeren moeilijk een keus te maken uit al die identiteitssjablonen. Onderzoekers zien als tegenbeweging een terugkeer naar de traditie: het superklassieke beeld van een relatie met eerst een verloving en later een trouwdag die zo op Instagram kan.

    De eeuwige vraag blijft: wat gaat er mis?

    De neiging om seks te problematiseren is van alle tijden en niet afhankelijk van hoe je er tegenaan kijkt. Te veel seks? O nee, het einde der tijden nadert. Te weinig seks: O nee, het einde van de wereld zoals wij die kennen nadert! Cultuurpessimisme-light.

    Maar wellicht is er helemaal geen probleem. Want veel mensen kunnen er tegenwoordig goed mee omgaan dat ze minder zin hebben, zoals Manfred Beutel in de praktijk waarneemt. Dat de seks minder was geworden, dat haar lustgevoel was ingedommeld, vertelde een patiënte hem bijvoorbeeld slechts heel terloops. In de jaren tachtig zou het een complete opstand bij zijn patiënte hebben teweeggebracht. Toen was gebrek aan lust en een ingeslapen liefdesleven nog een regelrechte catastrofe, als het überhaupt al expliciet en als zodanig werd benoemd en niet schuilging onder andere onderwerpen. Over zijn jonge patiënten die doelloos door hun singleleven dwalen zegt Beutel: ‘Bij veel van hen heb ik de indruk dat ze helemaal niet zo in seks geïnteresseerd zijn.’

    ‘Misschien hebben we nu wel de optimale hoeveelheid seks die we als samenleving nodig hebben,’ zegt psychologe Juliane Burghardt. Er zijn veel redenen om seks te hebben, en die zijn niet allemaal goed. De psychologen Cindy Meston en David Buss hebben jaren geleden de inmiddels klassieke studie Waarom mensen seks hebben gepubliceerd en daarin het overgesimplificeerde idee weersproken dat mensen alleen seks hebben omdat ze het lekker vinden, kinderen willen of omdat hun hormonen zich roeren. Meer dan vijfhonderd proefpersonen hebben in dat onderzoek honderden redenen gegeven om met iemand fysiek intiem te willen zijn.

    Er bestaan ook slechte redenen om seks te hebben. Bijvoorbeeld om je partner plezier te doen of om haar niet teleur te stellen. Onvrijwillig seks hebben, bijvoorbeeld in combinatie met alcohol, die zoals hierboven al geschetst, niet alleen op onschadelijke wijze ontremmend werkt. Misschien is het tegenwoordig voor veel mensen wel makkelijker om nee te zeggen als ze niet willen, maar hebben ze op een of andere manier toch het gevoel dat ze het moeten doen, zegt Burghardt. Ja, misschien.

    Vast staat alleen dat het ingewikkeld blijft, heel ingewikkeld. Het gaat tenslotte om seks.

  • De barbaarse instellingen die Chinese lhbti-jongeren ‘transformeren’

    De barbaarse instellingen die Chinese lhbti-jongeren ‘transformeren’

    Dankzij een op sociale media uitgevochten ruzie tussen een zeventienjarige transgender vrouw en haar ouders, staan de Chinese correctieve ‘scholen’ ineens in het middelpunt van de belangstelling.

    In maart 2018, toen Huang Xiaodi zeventien werd, drong haar familie erop aan dat ze voor haar verjaardag naar huis zou komen, in Jiangyin, in de oostelijke provincie Jiangsu. Maar nog voordat Huang de taart kon aansnijden, werd ze door haar vader, haar zus en haar zwager naar buiten gedirigeerd. ‘We gingen zogenaamd winkelen,’ vertelt Huang over die bewuste avond. ‘Ik was verbaasd. Winkelen? Op dit uur?’ Toen ze na twintig minuten de snelweg op reden, begreep Huang dat er iets niet in de haak was. ‘Waar gaan we heen?’ wilde ze weten. 

    ‘We gaan je van je ziekte afhelpen,’ antwoordde haar vader. 

    Uren later, toen ze werd opgewacht door een stevige, gespierde drillinstructeur, een veertiger gehuld in een camouflage-uniform, begreep Huang pas wat dat inhield. ‘Wat moet dit voorstellen?’ protesteerde ze. ‘Wie is die griezel?’ 

    ‘Hij gaat je genezen.’ Haar vader en haar zus grepen haar bij de armen, trokken haar uit de auto en sleepten haar langs het ijzeren hekwerk naar de man die ze snel zou leren kennen, en vrezen, als Oude Zhang.

    Ze concludeerden dat er geen sprake was van een genderidentiteitsstoornis, en daarmee was de kous af

    De maand ervoor was Huang, geboren als jongen, van huis gelopen nadat ze zich in een handgeschreven brief aan haar familie bekend had gemaakt als transgender. Een week later werd ze in de kraag gevat door de politie. Haar vader nam haar mee naar de psychosociale afdeling van het Southwest Hospital in Chongqing, waar een geslachtsoperatie ter sprake kwam. Een enorme stap. Tijdens een uitgebreid onderzoek vroegen twee psychologen of ze ontevreden was met zichzelf, of zichzelf haatte. ‘Nee,’ antwoordde Huang in alle eerlijkheid. Ze concludeerden dat er geen sprake was van een genderidentiteitsstoornis, en daarmee was de kous af. ‘Ik had geen idee wat het gevolg was van die diagnose,’ vertelt Huang. Wat volgde was een ernstig gesprek met haar vader. ‘Hij dacht dat er maar twee geslachten bestonden, dus als ik geen vrouw wilde worden, moest ik maar een “echte man” worden.’ Daarna werd er met geen woord meer over gesproken. Huang keerde terug naar huis en vond een baan in Suzhou, op een uur reizen van Jiangyin. En nu ineens werd ze in Chongqing, duizend kilometer verderop, een oud schoolgebouw binnengesleept. 

    Huang herinnert zich als de dag van gisteren dat ze door die smalle, donkere gang van de Chongqing Lishi Information Engineering School liepen, langs lokalen waar kinderen in de deuropening samendromden om te zien wie er binnen werd gebracht. Sommigen groetten hen. ‘Ze zagen er zielloos uit,’ vertelt Huang. Ze werd naar een slaapzaal aan het einde van de gang gebracht, waar ze met z’n negenen sliepen: allemaal kinderen in de leeftijd van negen tot achttien jaar, kaalgeschoren en in camouflage-uniforms. Kussens en dekens voor de stapelbedden lagen op een grote stapel in de hoek, en de ramen van de kleine, vochtige doucheruimte hadden tralies.

    Heropvoedingskamp

    Na te hebben betaald, vertrok haar familie zonder afscheid te nemen. Niet veel later verscheen Oude Zhang in de slaapzaal om met Huang te praten. In de daaropvolgende maanden bestond de ‘behandeling’ die zij en de anderen voor hun afwijkende gedrag moesten ondergaan, uit bootcampachtige trainingen en herhaalde afranselingen. Volgens openbare bronnen is de school, een privé-instelling, in 2007 opgericht voor ‘de opleiding en opvoeding van jongeren’. Een contract vermeldt dat de school ‘psychologische crisisinterventie, militaire training, arbeidstraining en onderricht in kinderlijke dankbaarheid’ aanbiedt. In heel China zijn er dergelijke instellingen, bedoeld om het gedrag van tieners te ‘reguleren’, of ze nu homoseksueel of transgender zijn, verslaafd aan videogames of gewoon ongehoorzaam en opstandig. Feitelijk zijn het heropvoedingskampen.

    Hoewel homoseksualiteit in China in 1997 gedecriminaliseerd is en in 2001 van de lijst met geestesziekten geschrapt, staat ‘genderidentiteitsstoornis’ (GIS) nog altijd vermeld in het Chinese classificatiehandboek van psychische stoornissen. Het wordt omschreven als gedrag ‘dat langer dan een half jaar aanhoudt’ waarbij personen ‘zich kleden of deelnemen aan activiteiten van het andere geslacht en hardnekkig de eigen biologische kenmerken en sociale activiteiten afwijzen’. In de nieuwe versie van de Internationale Classificatie van Ziektes van de Wereldgezondheidsorganisatie, die per 2022 van kracht wordt, is GIS van de lijst met geestesziekten geschrapt, maar in China kom je zonder GIS-diagnose van een medisch instituut vooralsnog niet in aanmerking voor een geslachtsoperatie. ‘GIS is compleet achterhaald,’ zegt Xiaomi, directeur van de in Beijing gevestigde LHBTI-jongerenorganisatie China SOGIE Youth Network. ‘Het valt onder geestesziekten, waarmee gezegd wordt dat transgenders “abnormaal” zijn, wat leidt tot medische discriminatie.’

    Toen Huangs lichaam in de pubertijd begon te veranderen, zag ze ‘een monster’ als ze in de spiegel keek

    Huang – zoals ze om privacyredenen wil worden genoemd – werd in het voorjaar van 2001 geboren in Chongqing. Samen met haar oudere zus en broer groeide ze op bij haar grootouders, omdat haar ouders elders in China in fabrieken werkten, net als honderdduizenden andere arbeidsmigranten. Toen Huang de schoolgaande leeftijd had bereikt, verhuisde het hele gezin naar Jiangyin, waar haar ouders vast werk hadden gevonden. Huang, die in Chongqing veel was gepest, hoopte dat ze in Jiangyin een nieuwe start kon maken, maar het pesten ging gewoon door. ‘De andere kinderen vonden dat ik me als een meisje gedroeg,’ vertelt ze. ‘Ik speelde met andere meisjes “huisje” en serveerde gras als groente in kleien kommetjes.’ Op een keer liep Huang hand in hand met een ander jongetje, zoals de meisjes in de klas altijd deden. Ze werden meteen voor homo uitgemaakt en uitgejouwd omdat ze ‘met elkaar wilden trouwen’. Toen Huangs lichaam in de pubertijd begon te veranderen, zag ze ‘een monster’ als ze in de spiegel keek.

    Na haar eerste jaar op de middelbare school hield Huang het voor gezien. Ze vond een baantje in een garage en ging op zichzelf wonen. Tijdens haar zoektocht op het internet naar mensen zoals zij stuitte ze op een artikel over yaoniang, oftewel drugsmeisjes: jongens die medicijnen slikken, voornamelijk hormonen, om er vrouwelijker uit te zien. Ze volgde hun voorbeeld, en geleidelijk aan werd haar stem hoger en ontwikkelde ze borsten. Eindelijk kon Huang zichzelf weer in de spiegel aankijken. Haar ouders, die door hun werk werden opgeslokt, hadden niets in de gaten. En toen kwam die noodlottige dag in februari 2018, toen Huang besloot van huis weg te lopen en de brief achterliet waarin ze bekende dat ze hormonen slikte. ‘Jullie zullen me nooit accepteren’, schreef ze, ‘en zelfs als dat wel zo was, dan alsnog moeten jullie opboksen tegen oordelen uit de omgeving.’

    Huangs ouders gaven haar als vermist op en in heel Jiangyin begon een zoektocht naar een ‘vermiste zestienjarige jongen’. Op dag zeven werd Huang door de politie uit een taxi geplukt terwijl ze onderweg weg was naar Suzhou, honderd kilometer verderop. Een paar dagen later zat ze bij de psychologen in het ziekenhuis in Chonqing, waar ze het ernstige gesprek met haar vader voerde.

    ‘Waarom lopen jullie niet weg?’ vroeg Huang. Ze kreeg te horen dat er nog nooit iemand was ontsnapt

    Oude Zhang legde Huang de regels uit: de leerlingen aten samen en mochten geen elektronica, sieraden of make-up in hun bezit hebben. ‘Het zou om een proefperiode van een week gaan,’ vertelt ze. Die eerste nacht moest Huang het bed delen met een van de jongens. Ze lag te rillen onder het dunne dekentje. De volgende ochtend werden ze om vijf uur gewekt. De leerlingen moesten eerst hun zaal op orde maken en werden vervolgens om zes uur in de eetzaal verwacht voor een ontbijt van pap, broodjes en ingelegde groenten. Eens per week, op maandag, stonden er eieren op het menu. Na het ontbijt liet Huangs zaalgenoot Liao Zihao zien waar de uniforms lagen. ‘Deze moeten je aantrekken,’ zei hij. ‘Anders krijgen we straf.’ 

    Het ochtendprogramma bestond uit opdrukken, verspringen en vijf kilometer hardlopen. In de middag kregen ze wiskunde, Chinees en soms psychologie. Toen Huang die eerste nacht terugkeerde op de slaapzaal, vroeg ze de andere leerlingen waarom zij hier zaten. De redenen varieerden: vanwege te veel gamen, het zetten van een tatoeage, ’s nachts niet thuiskomen, vechten… ‘Waarom lopen jullie niet weg?’ vroeg Huang. Ze kreeg te horen dat er nog nooit iemand was ontsnapt. 

    Mishandeling

    Een docent psychologie van een van de andere locaties bezocht de school in Chongqing voor een vijf dagen durende training. ‘Ze huren psychologiedocenten in om de kinderen te begeleiden, maar dat heeft niets om het lijf,’ vertelt Lesley, een gefingeerde naam. Ze voegt eraan toe dat de meeste ouders, zelfs als er bij hun kind een bipolaire stoornis is vastgesteld, er liever hun ogen voor sluiten. ‘Ze hebben het gevoel dat zo’n diagnose gezichtsverlies betekent,’ zegt Lesley, en sommige ‘scholen’ beweren dat ze het kunnen behandelen, inspelend op de angst van de ouders en hun gebrek aan kennis over de aandoening. ‘Ze bieden natuurlijk helemaal geen psychologische begeleiding, in plaats daarvan zetten ze de psychologen voor de klas, er zijn niet eens aparte gespreksruimtes. Ik zou zeggen dat veel van de sociale problemen in China hier alleen maar worden onderstreept.’

    In 2017 onthulde een oud-leerling van een corrigerende instelling in Nanchang, in de zuidelijke provincie Jiangxi, in een serie berichten op Weibo (de Chinese Twitter) dat ‘lastige’ leerlingen regelmatig worden afgerost met linealen en snoeren en in raamloze ruimtes opgesloten worden met niets anders dan een smerige handdoek, een emmer water en een kommetje rijst. De beelden schokten het land. De in 2013 opgerichte school adverteerde juist met vakken als confuciaanse filosofie, klassieke Chinese literatuur en kalligrafie, die internet- en gameverslaafden zouden ‘transformeren’. Uit de stroom mediaberichten die op de onthulling volgde, bleek dat mishandeling in zulke instellingen schering en inslag was, waarna een slepende rechtszaak op gang kwam tussen een aantal oud-leerlingen en de school. In juli 2020, zo blijkt uit openbare rechtbankverslagen die beschikbaar zijn op China Judgments Online, werden vier docenten en de voltallige schoolleiding door een lokale rechtbank veroordeeld tot gevangenisstraffen variërend van elf maanden tot meer dan twee jaar voor de illegale opsluiting van leerlingen. Maar het kwaad was al geschied. Sommige leerlingen vertelden in interviews dat ze depressief of getraumatiseerd waren geraakt, anderen wilden niet spreken over hun ervaringen, en voor velen was de relatie met hun ouders, die hadden weggekeken, voorgoed om zeep geholpen.

    ‘Ik prentte mezelf in dat er hoop was zolang ik leefde, en dat ik moest zien te ontsnappen’

    Een paar weken nadat Huang in Chongqing was aangekomen, werden de leerlingen in het holst van de nacht gewekt door Oude Zhang en consorten. De veertienjarige Chen Hongbang had met een gestolen sleutelbos het hek geprobeerd te openen maar was gesnapt. ‘Zo’n ernstig incident is in geen tijden voorgekomen,’ blafte Oude Zhang. ‘We zullen ervoor zorgen dat jullie dit nooit meer vergeten. Alle activiteiten worden afgelast. Maak je maar op voor de hel!’ Cheng werd in een hoek van de slaapzaal door twee leerlingen tegen de grond gedrukt en door Oude Zhang afgetuigd. ‘We hoorden het gegil,’ vertelt Huang. ‘Het leek wel alsof er een varken werd geslacht. We stonden als aan de grond genageld. Niemand dacht daarna nog aan ontsnappen.’ Nu begreep ze dat er niet zoiets als een proefperiode bestond en ze besloot keihard te werken om met goede cijfers een wit voetje te halen. Vijf maanden later, in augustus 2018, werd ze tweede tijdens een sporttoernooi, na honderdvijftig push-ups in drie minuten. Hiermee had ze een ster op haar schouder verdiend, een eer die slechts vijf leerlingen op de hele school was gegund. Ze kreeg bepaalde privileges, zoals ijs. Wanneer ze werd afgeranseld, gaf ze geen kik. ‘Ik prentte mezelf in dat er hoop was zolang ik leefde, en dat ik moest zien te ontsnappen.’

    Die maand verraste Oude Zhang haar op een dag met het bericht dat haar ouders op bezoek waren. Ze namen haar mee voor een Chinese fondue in een restaurant, en Huang probeerde hen ervan te overtuigen dat ze omgeturnd was en geen dag langer wilde blijven. Haar ouders zeiden dat ze haar na het Chinese Nieuwjaar zouden ophalen. ‘Gedraag je,’ drukten ze haar op het hart, ‘en werk hard.’ 

    Na het eten stopten ze bij een avondwinkel, waar Huang met bonzend hart een paar dozen met chocolaatjes op de toonbank legde. Dit was haar kans. Nieuwjaar was pas over een half jaar, daar ging ze niet op wachten. Terwijl haar ouders hun kleingeld opdiepten, glipte ze achter de schappen langs en zette het op een lopen. Er was geen straatverlichting, ze werd tijdens haar vlucht door de heuvelachtige omgeving alleen bijgelicht door de maan. Regelmatig moest ze naar de grond duiken voor passerende auto’s. Toen vlak bij haar een busje stilhield waar twee docenten uitstapten, dook ze weg in een steeg en vluchtte van daaruit een veld in. Ze haalde haar knie open aan een hekwerk met komkommers en viel op de grond. ‘Hij gaat ervandoor,’ hoorde ze een van de mannen roepen. ‘We moeten ons verspreiden!’ De lichtbundels van de zaklampen scheerden rakelings over haar heen. Huang zette zich over haar angst heen en baande zich een weg uit het komkommerveld. Ze moest al haar krachten verzamelen om door te gaan. ‘Blijf rennen!’ sprak ze zichzelf toe. ‘Je kunt het!’ Hinkend bereikte ze een nabijgelegen brug. Ongeveer twintig minuten later had ze haar achtervolgers afgeschud en stond ze uit te hijgen op een verlicht industrieterrein. ‘Het was me gelukt!’ vertelt ze. 

    ‘Oude Zhang heeft extra geld van mijn tante afgetroggeld om me langer hier te kunnen houden’ 

    Met de paar yuan die ze op zak had, kocht ze een buskaartje naar het Southwest Hospital, de kliniek waar ze met haar vader de twee psychologen had bezocht. In de dagen die volgden, sliep ze in de ziekenhuisgangen, dronk ze water in de wc-ruimtes en spitte ze de afvalbakken door op zoek naar eten. Een van de schoonmaaksters wilde de politie waarschuwen, maar Huang smeekte haar dat niet te doen, en uiteindelijk drukte de vrouw haar een biljet van 20 yuan (ca. 2,50 euro) in de hand om elders hulp te zoeken. Huang probeerde werk te vinden in de nabijgelegen cafés en restaurants, maar dat lukte niet zonder identiteitsbewijs. Na een tijdje begon ze zelf te overwegen om naar de politie te stappen, maar zag daar uiteindelijk van af, uit angst dat ze een lijntje hadden met de school. 

    Een paar dagen later glipte ze ’s avonds na sluitingstijd de ziekenhuiskantine binnen en deed zichzelf te goed aan vleesdumplings, varkenskoteletten en eieren. De dag erna ging ze op zoek naar een mobiele telefoon. Een winkelmedewerker had met haar te doen en belde de politie. Op het bureau kon ze haar vader bellen, die zei dat ze terug moest keren naar school, een douche moest nemen en iets moest eten. Hij zou haar over een paar dagen komen ophalen. Met hangende pootjes keerde ze terug. 

    Er bleek een en ander veranderd sinds haar ontsnapping. Bezoekende ouders mochten niet meer met hun kinderen het terrein verlaten. Na een paar dagen begreep Huang dat haar vader en moeder haar opnieuw voor de gek hadden gehouden. Haar zaalgenoot, Liao, zei dat hij van begin af aan had geweten hoe het zou gaan. ‘Je ouders komen je echt niet halen,’ zei hij. ‘Je kunt je maar beter braaf aan de regels houden.’ Liao liep naar het raam en barstte in huilen uit. ‘Ik had hier allang weg moeten zijn, maar Oude Zhang heeft extra geld van mijn tante afgetroggeld om me langer hier te kunnen houden.’ 

    Poging twee

    Huang zon op een tweede ontsnappingspoging, maar een paar maanden later stonden haar ouders onaangekondigd op de stoep. Ze waren eindelijk overstag gegaan. En zo bracht Huang het Chinese Nieuwjaar thuis door. Ze kwam met haar ouders overeen dat ze een opleiding in Chongqing zou volgen en na de vakantie laadden ze de auto vol. Maar al snel merkte Huang dat ze de andere kant op reden, in de richting van de provincie Henan. Alweer hadden ze haar voorgelogen. Deze keer namen ze haar mee naar een kamp vlak bij het Shaolinklooster, bekend om zijn vechtkunst en pittige lichaamstraining.

    Vrijwel onmiddellijk begon Huang te broeden op een plan om te ontsnappen. Een paar dagen later klom ze met de hulp van een klasgenoot over de hoge ommuring en ging ervandoor. Ze liep honderden kilometers, sliep onder bruggen en at groente uit de omliggende velden: ui, kool, paksoi. Toen ze echt niet meer kon besloot ze om verder te liften: zo’n vijfhonderd kilometer naar Xuzhou, in noordwestelijk Jiangsu. Daar werd ze op een bouwplaats door een oude man ontdekt, die haar verhaal verbijsterd aanhoorde. ‘Mijn kind, hoe heb je dit allemaal volgehouden?’ zei hij. ‘Je kunt nauwelijks nog op je benen staan en je hebt helemaal ingevallen wangetjes!’ Hij belde haar vader, die haar de volgende ochtend kwam ophalen. ‘Ik zal je nergens meer toe dwingen,’ zei hij tegen haar. ‘Je kunt doen wat je wilt.’

    Aangifte

    Zhang Yunyi zat in 2019, niet lang nadat Huang was ontsnapt, op de school in Chongqing. Toen hij in juni vrijkwam, probeerde hij aangifte te doen bij de politie, maar die verwees hem door naar een politiebureau in de buurt van de school. ‘Daar durfde ik niet heen,’ vertelt Zhang. ‘Straks zouden ze me uitleveren. Oude Zhang heeft overal connecties.’ In plaats daarvan schreef hij naar de onderwijscommissie van de gemeente Chongqing. Hij ontving geen reactie. Vervolgens deed hij zich voor als ouder, belde de school en maakte een opname van het gesprek, waarin de receptionist opschepte hoe goed de leerlingen werden gedrild. Ook postte hij een paar filmpjes waarin hij zijn ervaringen deelde, maar die werden maar matig bekeken. Hij oogstte ongeloof en medeleven, meer leverde het niet op.

    Er zijn geen officiële cijfers van het aantal correctieve instellingen in China. In 2016 schatte de staatsradio, China National Radio, dat minstens driehonderd organisaties zich online afficheerden als ‘afkickcentra’ voor ‘kinderen met verslavingen, die rebels zijn, niet naar school willen, vroege relaties aangaan en van huis weglopen’. Media- en onlineberichten over mishandeling in zulke centra halen doorgaans weinig uit. In augustus 2020 zag Zhang dat de school in Chongqing weer kinderen wierf via onlineadvertenties. ‘Het deprimeerde me,’ vertelt hij, ‘want het betekent dat anderen dezelfde lijdensweg moeten doorstaan.’

    ‘We zijn geen monsters,’ zegt ze. ‘We zijn meisjes bij wie een en ander moet worden rechtgezet’

    Na de tweede ontsnapping nam Huangs vaders haar mee voor verder onderzoek, eerst in een plaatselijk ziekenhuis, daarna in het Shanghal Mental Health Centre, waar officieel de diagnose genderidentiteitsstoornis werd vastgesteld. ‘Ik was toen bijna zeventien en kreeg voor het eerst te horen wat een genderidentiteitsstoornis inhield,’ zegt Huang. ‘Als ik het eerder had geweten, had me dat een hoop ellende bespaard.’ Na de diagnose vond Huang troost in het idee dat ze in het verkeerde lichaam was geboren en ze wilde graag een geslachtsverandering ondergaan. Ze bleef benadrukken dat het geen keuze was om vrouw te worden; ‘het is een corrigerende operatie die ervoor zorgt dat ik word hoe ik had moeten zijn’. Ze vond het vreselijk dat de media tot in detail hadden beschreven dat ze zichzelf op jongere leeftijd met hormonen had ingespoten. ‘We zijn geen monsters,’ zegt ze. ‘We zijn meisjes bij wie een en ander moet worden rechtgezet. Door woorden te gebruiken als “drugsmeisjes” worden we afgeschilderd als perverselingen die vrouw willen worden door drugs te gebruiken.’

    Sinds ze berichten over haar ervaringen post, is er meer begrip, merkt Huang. Na de diagnose, in januari 2020, keerde ze terug naar Suzhou om werk te zoeken. Ze werd meermaals afgewezen wanneer werkgevers op haar ID-bewijs ‘man’ zagen staan. Dit bevestigde voor Huang alleen maar dat ze zich moest laten opereren. Via een ngo kwam ze in contact met mensen die in het buitenland een geslachtsoperatie hadden ondergaan, en ze maakte voor oktober een afspraak bij een kliniek in Thailand. Nu moest ze alleen nog genoeg geld bij elkaar zien te krijgen en toestemming regelen van haar ouders.

    Maar toen sloeg corona toe. 

    Huang begon in mei 2020 over haar ervaringen te schrijven op Weibo en ze lanceerde een crowdfundingcampagne voor de financiering van haar operatie. In een paar maanden tijd stroomde er meer dan 12.000 yuan (ca. 1560 euro) binnen, maar daarna droogden de donaties op, zodat ze de benodigde 100.000 yuan (13.000 euro) nog lang niet niet bij elkaar heeft.

    Toen ik haar een jaar geleden opzocht, droeg Huang een donker T-shirt en een wijdvallende broek. Ze zag eruit als een vrouw en werd in het openbaar door mannen met dajie aangesproken; grote zus. Ze had eindelijk werk gevonden in een kiprestaurant, waar ze twaalf uur per dag achter de frituurpan stond. Ze had uitgerekend hoeveel ze van haar loon kon sparen: ze was 500 yuan kwijt aan huur, een paar yuan aan eten. Ze had in geen maanden nieuwe kleren gekocht en droeg een grijs T-shirt vol vetvlekken. Al met al kon ze niet meer dan een paar duizend yuan per maand opzijleggen. Maar ze was allang blij dat ze een baan had, en hoewel de eigenaar van haar verleden af wist, spoorde hij haar aan om ‘zichzelf te zijn’. Met haar familie was ze niet veel verder gekomen. Hoewel ze een ongemakkelijke consensus hadden bereikt en haar ouders haar niet meer probeerde te bekeren, voelde ze zich niet echt geaccepteerd.

    Doodzwijgen

    Ik benaderde haar moeder via WeChat maar kreeg geen reactie. Huang vertelde dat ze de laatste tijd weinig contact hadden en dat haar eigen berichten meestal ook niet werden beantwoord. ‘Het is een strategie,’ zegt ze. ‘Ze zwijgen me dood en weigeren de toestemmingspapieren voor de operatie te tekenen.’ Ze had hen niet kunnen overhalen om haar naar Thailand te begeleiden. In 2019 hadden haar ouders zich eenmalig laten interviewen door het Chinese nieuwsportaal The Paper, maar sindsdien hielden ze zich stil. In het artikel zegt haar moeder, die zich Liu Fang noemt, dat het allemaal erg verwarrend en stressvol is, en dat ze best zou kunnen accepteren als haar zoon zich als vrouw kleedt, maar dat het idee van de operatie haar tegenstaat, omdat Huang dan ‘niet meer terug kan’.

    Op een dag in juli spuwde Liu haar gal in een WeChat-groep [WeChat is vergelijkbaar met een combinatie van Twitter, Facebook en WhatsApp]. Nadat Huang had geklaagd dat haar ouders haar niet accepteerden, schreef Liu: ‘Achter onze rug zit je ons altijd zwart te maken, je zegt dat wij hebben geprobeerd je om te turnen, je hebben laten opsluiten. Je hebt jezelf aangepraat dat wij jou haten. Maar wij hadden alleen maar het beste met je voor. (…) Vroeger was je altijd zo lief en gehoorzaam.’

    ‘Ik ben hier het slachtoffer,’ reageerde Huang. ‘Ik haat jullie helemaal niet, ik heb mijn ervaringen opgeschreven om de school aan te klagen en te zorgen dat er niet nog meer onschuldige slachtoffers vallen.’ Zonder haar dochter direct aan te spreken ratelde Liu verder over de sociale druk waar zij en haar man onder gebukt gingen. Sinds Huang online haar verhaal had gedaan, was het echtpaar in veel reacties met de grond gelijk gemaakt. Haar echtgenoot had Huang uit zijn WeChat gewist, maar zij chatte nog wel af en toe met haar kind. Maar ze begreep niet waarom Huang zich zo ‘blindstaarde’ op een operatie. 

    ‘Maar je had toch gewoon een leuke jongen kunnen zijn?’

    ‘Waarom luister je naar wat andere mensen zeggen?” vroeg Huang haar op WeChat. ‘Waarom luister je niet naar je eigen hart?’ 

    ‘Maar je had toch gewoon een leuke jongen kunnen zijn?’ jammerde haar moeder. ‘Wat hebben we toch verkeerd gedaan?’ 

    Voordat Huang kon antwoorden, ging Liu verder: ‘Had ik maar niet het verkeerde kind gebaard. Als ik nou maar gewoon een meisje had gebaard dan was er niks aan de hand geweest.’ 

    ‘Je hebt helemaal niks verkeerd gedaan,’ reageerde Huang. ‘En ik ook niet. We zijn allebei slachtoffer.’ Toen vroeg ze haar moeder of ze de papieren wilde ondertekenen voor de operatie. Liu antwoordde: ‘Ik heb het nu te druk op mijn werk.’

    In maart 2020 postte Liu op WeChat een foto van Huang, genomen op de school in Chongqin. Ze staat met een kaalgeschoren hoofd in camouflage-uniform op de binnenplaats, haar blik gericht op de horizon, ergens ver voorbij het ijzeren hekwerk. 

    Liu had de foto ook geliket. ‘Mijn knappe jongen’, schreef ze eronder.

  • Baanbrekende transwet in Spanje | Noorwegen verbiedt geretoucheerde foto’s

    Baanbrekende transwet in Spanje | Noorwegen verbiedt geretoucheerde foto’s

    Verbod op aangepaste foto’s

    Strijdend tegen onrealistische schoonheidsnormen heeft Noorwegen een nieuwe wet aangenomen die influencers en adverteerders verplicht om aan te geven of foto’s zijn geretoucheerd. Voortaan moeten advertenties waarbij de vorm, grootte of huid van een lichaam is geretoucheerd, of met filters is gefotografeerd, worden voorzien van een gestandaardiseerd label van het Noorse ministerie van Kinderen en Gezinszaken. Voorbeelden zijn vergrote lippen, aangepaste tailles en overdreven spierbundels, maar het is niet duidelijk of de wet ook geldt voor ingrepen in belichting of kleurverzadiging, schrijft Vice.

    De wet is het gevolg van een aanhoudend publiek debat in Noorwegen rond ‘kroppspress’, letterlijk: ‘lichaamsdruk’

    De wet geldt ook voor afbeeldingen van influencers en beroemdheden als ze ‘een betaling of ander voordeel ontvangen’ voor berichten op sociale media. Elke overtreding wordt bestraft met oplopende boetes en in extreme gevallen zelfs met gevangenisstraf.

    De wet is het gevolg van een aanhoudend publiek debat in Noorwegen rond ‘kroppspress’, letterlijk: ‘lichaamsdruk’, oftewel een ‘opgelegde schoonheidsnorm’. Volgens het ministerie van Kinderen en Gezinszaken blijkt die een factor te zijn die bijdraagt aan een negatief zelfbeeld bij jonge mensen.


    Toerismesector lijdt verlies van 4 biljoen dollar

    De ineenstorting van het internationale toerisme door corona zal voor de jaren 2020 en 2021 mogelijk leiden tot een wereldwijd verlies van meer dan 4 biljoen dollar, volgens een rapport dat UNCTAD deze week presenteerde samen met de Wereldtoerismeorganisatie van de VN. Herstel van het toerisme zal grotendeels afhangen van de wereldwijde vaccinatiegraad, schrijft Journal de Montreal.

    Lees ook:


    Baanbrekende wet in Spanje

    De Spaanse regering heeft een wetsvoorstel goedgekeurd dat burgers boven de 14 jaar het recht geeft om hun geslacht bij de burgerlijke stand te wijzigen zonder dat daarvoor bewijzen, getuigenissen of medische verklaringen nodig zijn.

    ‘We willen hiermee het gebrek aan erkenning voor de rechten van de LHBTI-gemeenschap rechtzetten’

    Het wetsvoorstel is goedgekeurd na maandenlange onderhandelingen en zal nu een reeks toetsen ondergaan voordat het aan het parlement wordt voorgelegd om erover te stemmen. In het voorstel is een mechanisme opgenomen om misbruik van het systeem te voorkomen. Degenen die hun geslacht bij de burgerlijke stand wijzigen, kunnen dit slechts één keer doen. Voor een eventuele volgende wijziging is rechterlijke toestemming nodig.

    ‘We willen hiermee stigmatisering en het gebrek aan erkenning voor de rechten van de LHBTI-gemeenschap proberen recht te zetten’, aldus regeringswoordvoerder María Jesús Montero tegen Euractiv. De wet, die door de LHBTIQ+-gemeenschap overwegend positief is ontvangen, verbiedt ook conversietherapie of andere pogingen om seksuele geaardheid, expressie en identiteit te beïnvloeden of te wijzigen.


    Canada wil af van benzineauto

    Alle nieuwe lichte voertuigen die vanaf 2035 in Canada worden verkocht, zullen emissievrij moeten zijn, zo maakte de federale minister van Transport Omar Alghabra deze week bekend. Vanaf dat jaar mogen er geen nieuwe personenauto’s of lichte vrachtwagens met verbrandingsmotor meer worden verkocht. meldt La Presse. De regering sluit zich hiermee aan bij de staat Quebec, die afgelopen herfst al de verkoop van voertuigen op benzine of diesel na 2035 verbood. De landelijke doelstelling was aanvankelijk vastgesteld voor 2040 en wordt dus met vijf jaar verkort, concludeert de Canadese krant.

    CO2-neutraal

    Voor 2025 en 2030 zullen tussentijdse doelstellingen worden vastgesteld, zodat de verkoop van nieuwe voertuigen met verbrandingsmotor geleidelijk afneemt, voordat ze volledig verboden worden. Ottawa zegt zijn ‘partners’ te willen raadplegen, met name de Verenigde Staten, waarmee het zijn regelgeving wil ‘harmoniseren’.

    Door de verkoop van nieuwe benzine- en dieselvoertuigen te verbieden, kan Canada in 2050 CO2-neutraal zijn, aldus Jonathan Wilkinson, minister van Milieu en Klimaatverandering.


    Britten hebben veel spaargeld

    Doordat lockdowns de mogelijkheden om geld uit te geven beperkten, bereikte het spaargeld dat Britse huishoudens begin dit jaar hadden opgebouwd het op één na hoogste niveau ooit, bericht The Guardian. Dit blijkt uit cijfers van het Office for National Statistics. Volgens het Britse statistiekbureau stegen de spaargelden in de eerste drie maanden van dit jaar sterk toen de derde nationale lockdown werd afgekondigd.

    De spaarquote, het percentage van het totale beschikbare inkomen dat huishoudens gebruiken om te sparen, steeg sinds eind december van 16,1 procent naar 19,9 procent en bereikte daarmee het op één na hoogste niveau sinds 1963. Het vorige record van 25,9 procent werd gevestigd in het tweede kwartaal van 2020 tijdens de eerste lockdown, die de Britse economie in een recessie stortte. In het decennium vóór de pandemie lag de spaarquote op een gemiddelde van 8,5 procent.

    Economen verwachten een hausse in de uitgaven als de beperkingen worden versoepeld.


    Nieuwe ontslagregeling in Italië

    Het kabinet van de Italiaanse premier Mario Draghi keurt een nieuw decreet goed dat het ontslag van werknemers regelt. De regering heeft overeenstemming bereikt met vakbonden en werkgeversorganisaties over een systeem dat in werking treedt wanneer het aan corona gekoppelde verbod op ontslagen afloopt. Aanvankelijk leek de regering van plan het ontslagverbod te willen verlengen voor kwetsbare sectoren, zoals de textiel. De vakbonden wilden juist verlenging van het algemene verbod tot aan oktober, uit angst voor massale ontslagen.

    Volgens de overeenkomst zullen bedrijven pas werknemers mogen ontslaan als alle beschikbare CIG-gelden, de Italiaanse inkomenssteun tijdens corona, zijn opgebruikt.


    Derde coronagolf in Zuid-Afrika

    Zuid-Afrika is verantwoordelijk voor bijna 40 procent van alle sterfgevallen door corona op het continent en telt tot dusver 60.038 officieel geregistreerde dodelijke slachtoffers. Het land wordt geteisterd door een derde golf, die is ontstaan door de snelle verspreiding van de Deltavariant schrijft Al-Jazeera. De provincie Gauteng, met Johannesburg – het financiële centrum van het land – en de administratieve hoofdstad Pretoria, is met ruim 60 procent van de nieuwe gevallen het epicentrum.

    In een televisietoespraak kondigde president Cyril Ramaphosa een reeks nieuwe beperkingen aan, waaronder een verbod op de verkoop van alcohol en bijeenkomsten, evenals uitbreiding van de avondklok van 21.00 uur tot 04.00 uur.

    Lees ook:

  • EU-leiders veroordelen Orbáns antihomowet | Zijn de Chinese coronavaccins wel effectief?

    EU-leiders veroordelen Orbáns antihomowet | Zijn de Chinese coronavaccins wel effectief?

    Hongaarse antihomowet leidt tot verhit debat in Brussel

    De recente Hongaarse wet die het ‘promoten’ van homoseksualiteit onder minderjarigen verbiedt, heeft donderdag tijdens de EU-top in Brussel de gemoederen verhit. Zeventien landen deden een plechtige oproep om de Europese waarden te respecteren, waarbij Mark Rutte zelfs voorstelde dat Hongarije de EU zou verlaten.

    ‘De Hongaarse antihomowet lijkt het geduld van de Europese leiders te hebben opgebruikt’, constateert El País. Tijdens de top die donderdag in Brussel van start ging, kreeg de Hongaarse premier Viktor Orbán te maken met een ‘ongebruikelijk gemeenschappelijk front van zeventien landen die hem beschuldigen van het overtreden van de Europese regels tegen discriminatie en het stigmatiseren van homoseksuelen’.

    Het Hongaarse parlement heeft vorige week een wet heeft aangenomen die het afbeelden van homoseksuelen in educatief materiaal, televisieprogramma’s, en films en series gericht op jongeren verbiedt. De wet is volgens de Hongaarse regering bedoeld om ‘kinderen te beschermen’, schrijft The Guardian.

    In een brief spreken zeventien EU-landen zich uit tegen ‘elke vorm van discriminatie op grond van seksuele geaardheid’

    In hun brief aan de EU-leiders spraken de zeventien ondertekenende landen – die een breed spectrum van politieke kleuren bestrijken, van progressief links in Spanje tot conservatief rechts in Oostenrijks – zich uit tegen ‘elke vorm van discriminatie op grond van seksuele geaardheid’ en benadrukten dat ‘respect en verdraagzaamheid de kern vormen van het Europese project’, bericht RFE-RL.

    Al voor het begin van de besprekingen liepen de spanningen hoog op: bij hun aankomst in Brussel namen de meeste EU-leiders een standpunt in over het onderwerp en beloofden zij verhitte debatten.

    ‘Homoseksualiteit als een gevaar voor jongeren zien, is vergeten dat homoseksueel zijn geen keuze is’

    De Luxemburgse premier Xavier Bettel, de enige openlijk homoseksuele EU-leider, heeft ‘geput uit zijn eigen ervaring’ om de Hongaarse wet te bekritiseren, meldt L’Essentiel. ‘Het moeilijkste was om mezelf te accepteren, toen ik besefte dat ik verliefd was op een persoon van hetzelfde geslacht’, zei hij vlak voor het begin van de top. ‘Op nationaal niveau homoseksualiteit in een kwaad daglicht stellen, het als niet-normaal beschouwen. Het als een gevaar voor jongeren zien, is vergeten dat homoseksueel zijn geen keuze is, in tegenstelling tot intolerantie tonen’, voegde hij eraan toe.

    Volgens Spaanse bronnen heeft ook premier Pedro Sánchez zich krachtig uitgesproken tegen ‘het vereenzelvigen van homoseksualiteit met pedofilie en pornografie’, waarvan volgens velen sprake is in de onlangs goedgekeurde Hongaarse wet, aldus El País.

    Financial Times stelt dat ‘de spanningen hoog opliepen’ tijdens de debatten. ‘Orbán verdedigde zijn wet door te zeggen dat deze bedoeld was om jongeren te beschermen en seksuele voorlichting voor te behouden aan ouders, niet aan scholen’.

    Mark Rutte

    Dit verweer overtuigde de Nederlandse premier Mark Rutte niet, die zei dat Hongarije met deze wet ‘niets meer in de EU te zoeken had’. Hij suggereerde zelfs dat Orbán in de voetsporen van het Verenigd Koninkrijk moet treden en ‘gebruik moet maken van artikel 50 van het Europees Verdrag’ om de EU te verlaten, ‘als hij de regels en waarden van de EU niet wil respecteren’, aldus CNN.

    Het zal niemand verbazen dat Orbán standvastig bleef en heeft verzekerd dat hij ‘de wet niet zal intrekken’, schrijft La Stampa. De Europese Commissie is echter niet van plan het hierbij te laten en heeft Hongarije om ‘uitleg’ gevraagd, aldus El Confidencial.

    Lees ook:


    Hoe effectief zijn de Chinese coronavaccins?

    Meer dan negentig landen gebruiken Chinese vaccins om de pandemie te bestrijden. Nu verschillende van hen worden geconfronteerd met nieuwe uitbraken van het coronavirus, rijst de vraag of de vaccins van Sinovac en Sinopharm wel goed werken. De cijfers uit de praktijk lijken de twijfels te bevestigen die ontstonden tijdens klinische proeven, meldt The New York Times.

    De Wereldgezondheidsorganisatie schreef dat de doeltreffendheid van het Sinovac-vaccin bij het voorkomen van symptomatische infecties in klinische proeven 51 procent bedroeg in Brazilië, 67 procent in Chili, 65 procent in Indonesië en 84 procent in Turkije. Voor het vaccin van Sinopharm bedroeg de werkzaamheid 78 procent in de Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein, Egypte en Jordanië. Ter vergelijking: de vaccins van Pfizer/Biontech en Moderna hadden een werkzaamheidsgraad van meer dan 90 procent.

    Om de doeltreffendheid van de Chinese vaccins in de praktijk te beoordelen, heeft The New York Times onder meer gekeken naar Mongolië, Bahrein en de Seychellen, die ‘althans ten dele’ op deze vaccins hebben vertrouwd in hun vaccinatiecampagne.

    ‘In plaats van bijna volledig coronavrij te zijn, kampen Mongolië, Bahrein en de Seychellen nu met een uitbraak van besmettingen’

    Tussen 50 en 68 procent van de mensen in de drie landen is al volledig gevaccineerd, volgens gegevens van Our World in Data. ‘Maar in plaats van bijna volledig coronavrij te zijn’, schrijft de krant, ‘kampen de drie landen nu met een uitbraak van besmettingen’.

    Volgens gegevens van The New York Times behoorden deze landen op 22 juni tot de vijftien landen ter wereld met het hoogste incidentiecijfer (het aantal infecties per 100.000 mensen).

    ‘Als de vaccins goed genoeg zijn, zouden we dit patroon niet moeten zien’, verklaart viroloog Jin Dongyan van de Universiteit van Hongkong tegen de krant.

    Minder doeltreffend

    De site Quartz is het daarmee eens: ‘Nieuwe golven van coronagevallen op plaatsen waar veel mensen zijn ingeënt met vaccins van Sinopharm of Sinovac doen vrezen dat deze vaccins in werkelijkheid minder doeltreffend zijn dan de autoriteiten hadden gehoopt’.

    The New York Times meldt ook dat meer dan 350 Indonesisch gezondheidswerkers, die volledig zijn ingeënt met Sinovac, de ziekte hebben opgelopen. Ook vergelijkt de krant de situatie op de Seychellen met die in Israël – landen met een vergelijkbaar hoge vaccinatiegraad. De archipel in de Indische Oceaan, die hoofdzakelijk het vaccin van Sinopharm gebruikt, heeft een dagelijks aantal bevestigde coronagevallen van 716 per miljoen, vergeleken met 4,95 gevallen per miljoen in Israël, dat Pfizer gebruikt.

    ‘Sinopharm heeft een minimaal effect gehad op het verminderen van de overdracht’

    Kan de aard van de vaccins zelf dit verschil verklaren? Quartz legt uit hoe Chinese vaccins verschillen van Amerikaanse vaccins. ‘Moderna en Pfizer (…) zetten messenger-RNA (mRNA) in, genetisch materiaal dat cellen instructies geeft om zich tegen het coronavirus te verdedigen. Sinopharm en Sinovac maken daarentegen gebruik van een geneutraliseerde versie van het coronavirus om immuniteit op te wekken.’

    De aard van de coronavirusvarianten speelt waarschijnlijk ook een rol. De deltavariant (ook wel bekend als de Indiase variant) vermindert de doeltreffendheid van de vaccins van AstraZeneca en Pfizer, zoals het tijdschrift Nature een paar dagen geleden vaststelde. Wellicht is dat effect nog belangrijker bij de Sinovac- en Sinopharm-vaccins.

    Volgens Australisch immunoloog Nikolai Petrovsky is het in ieder geval ‘redelijk om op basis van het verzamelde bewijsmateriaal aan te nemen dat het Sinopharm-vaccin een minimaal effect heeft gehad op het verminderen van de overdracht [van de ziekte]’, vertelde hij aan The New York Times.

    Hij voegde eraan toe dat er een groot risico bestaat dat mensen die een van de Chinese vaccins hebben gekregen, weinig of geen symptomen hebben en toch het virus op anderen kunnen overdragen.

    Lees ook:


    Tientallen doden na aanval van het Ethiopisch leger in Tigray

    Op dinsdag 22 juni heeft een luchtaanval van het Ethiopische leger tientallen mensen gedood in de stad Togoga, in Tigray, de noordelijke regio van het land dat in conflict is met Addis Abeba.

    ‘Ten minste 64 mensen werden gedood en 180 raakten gewond in een luchtaanval [op 22 juni] die gericht was op een markt in de door oorlog verscheurde regio Tigray’, meldde The Guardian op donderdag. De aanval komt op een moment dat ‘de gevechten tussen het TPLF (Tigray People’s Liberation Front), dat de regio controleert, en regeringstroepen verhevigen.’ Bovendien vond de aanval een dag na controversiële parlementsverkiezingen plaats, waarbij ‘miljoenen Ethiopiërs niet hebben kunnen stemmen’, waaronder de bevolking van Tigray.

    Dit is ‘de dodelijkste aanval’ sinds het conflict acht maanden geleden begon, aldus CNN. Het conflict heeft hongersnood veroorzaakt en ervoor gezorgd dat miljoenen mensen op de vlucht zijn geslagen.

    Uiterst zorgwekkend

    Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken verklaarde ‘zeer bezorgd’ te zijn over de berichten over de situatie ter plaatse en ‘veroordeelde krachtig’ deze daad van de Ethiopische regering. Ook de VN en de Europese Unie hebben de aanslag veroordeeld, voegt de Amerikaanse nieuwssite eraan toe. Brussel beschouwt deze aanslag als ‘uiterst zorgwekkend’.

    CNN meldt op basis van ‘medische bronnen’ dat ambulances die de gewonden kwamen redden, werden tegengehouden door legerofficieren die ‘hen ervan beschuldigden de Tigrinya-strijdkrachten te willen helpen’.

    De woordvoerder van het Ethiopische leger, geïnterviewd door persbureau AFP en geciteerd door The Guardian, zei dat alleen militair personeel het doelwit was van de luchtaanval en dat de gewonden of doden strijders ‘in burgerkleding’ waren. ‘De Ethiopische luchtmacht maakt gebruik van de nieuwste technologie en voerde de aanval dus uit met precisie en succes’, verklaarde kolonel Getnet Adane van het Ethiopische leger.

    Lees ook:

  • De vergeten grondlegger van de vogelbescherming

    De vergeten grondlegger van de vogelbescherming

    De activistische theekransjes van Emily Williamson stonden eind negentiende eeuw aan de wieg van het verzet tegen de handel in vogelveren, destijds een populaire modeaccessoire – en met succes. De tweede in onze reeks inspirerende persoonlijkheden.

    In 1889 verzond Emily Williamson (1855-1936) een reeks uitnodigingen om thee te drinken in haar huis in Didsbury, destijds een bosrijke omgeving van Manchester. Maar terwijl ze haar gasten thee en cakejes serveerde, ontstak de deugdzame getrouwde vrouw – door haar tijdgenoten beschouwd als een zachtaardige en meelevende ziel – plotseling in een woedende tirade.

    Het doel van de bijeenkomsten was namelijk om haar vooraanstaande gasten bewust te maken van het bloedbad waarvan vogels over de hele wereld slachtoffer zijn, enkel en alleen zodat de elegante gasten hun hoeden konden versieren met lange struisvogel- of zilverreigerveren, of die van paradijsvogels of kleine, glinsterende gekleurde kolibries – individueel met draad vastgebonden zodat ze mee zwiepten op de voetstappen van hun baasje.

    200 miljoen vogels per jaar

    Aan het einde van de negentiende eeuw was Londen het epicentrum van de internationale handel in veren. De haven stond vol met enorme ladingen huiden, hoofden en vleugels van vogels en een grote verscheidenheid aan veren. De handel trok internationale klanten aan en genereerde bijna 20 miljoen pond per jaar (tegenwoordig zou dat zo’n 2,9 miljard euro zijn). Wereldwijd werden jaarlijks maar liefst 200 miljoen vogels geofferd.

    Ook Britse vogels ontkwamen hier niet aan, vooral zeezwaluwen en rissa’s waren geliefd, die de kliffen aan de kust bewoonden. De fuut, een elegante watervogel, siert zichzelf tijdens het broedseizoen met een franje van hazelnootkleurige en zwarte veren. Deze halsbanden waren welbekend bij hoedenmakers en vormden een zeer modieus accessoire. Al snel waren er nog maar 42 futenpaartjes in de reproductieve leeftijd [nog altijd is de fuut een beschermde diersoort].

    In 1889 richtte Emily Williamson de Society for the Protection of Birds [SPB] op. Een brief die in 1890 in het tijdschrift Punch werd gepubliceerd, laat zien dat er draagvlak was voor haar ideeën: de columnisten zijn van mening dat het opgeven van vogelveren niet ‘zo’n ernstige ontbering’ voor vrouwen betekent. Maar daar is niet iedereen het mee eens.

    Een vrouw in een mannelijk universum

    Williamson mocht niet lid worden van de British Ornithologists’ Union (BOU), een club die uitsluitend uit mannen bestond die van mening waren dat een vrouw geen echte vogelaar kon zijn. Dit weerhield haar er niet van massaal te rekruteren: zes maanden na haar oprichting telde de SPB vijfduizend leden en in 1893 al twee keer zoveel. De vereniging publiceerde jaarlijks meer dan vijftienduizend brieven en vijftigduizend brochures.

    Emily Williamson
    Een portret van Emily Williamson

    In het najaar van 1892 boekte de SPB enkele winsten: hoeden versierd met veren en vogels werden nog steeds verkocht, maar waren niet langer in hoedenwinkels te vinden. Maar er was een belangrijker probleem dat de SPB moest aanpakken. De meeste vogelaars in het land waren mannen, en de verenhandel, de mode-industrie en krantenindustrie werden nog altijd door mannen gerund. Maar de SPB had ondanks de groei nog altijd weinig mannen in zijn gelederen. De oplossing: invloedrijke mannen werden gevraagd om zich als ‘geassocieerd lid’ bij de SPB aan te sluiten – wat velen van hen deden.

    In 1899 telde de vereniging twintigduizend leden. In dat jaar bevestigde koningin Victoria – een fel tegenstander van dierenmishandeling – het verbod op het dragen van zilverreigerveren in haar leger. Ze werden evengoed vervangen door gekweekte struisvogelveren.

    Ondanks de rol die ze speelde, is Emily Williamson grotendeels vergeten

    In 1906, twee jaar nadat de SPB veranderde in de Royal Society for Protection of Birds [RSPB, die nog steeds bestaat], schreef koningin Alexandra, de echtgenote van koning Edward VII, de vereniging dat ze het dragen van veren als accessoire afkeurde. Koningin Alexandra was een mode-icoon en enorm populair, en haar steun voor de zaak hielp de RSPB om haar invloed in het parlement uit te breiden. 

    Nog steeds was er echter nog enige weerstand tegen de ontwikkelingen. Telkens wanneer vogelbeschermers een argument aanvoerden voor een verbod op de handel in veren, verzetten de hoedenmakersgilde en bondgenoten zich daartegen met het argument dat een dergelijke stap negatieve gevolgen zou hebben – en dat de vogels op de een of andere manier toch zouden sterven.

    Parlement verbiedt invoer van vogelveren 

    De vereniging behaalde haar eerste echte politieke overwinning in 1920, toen kolonel Sir Charles Yate een wetsvoorstel in het Lagerhuis voorstelde. De tekst werd ingetrokken, maar in juli 1921 werd door het parlement een wet aangenomen die de invoer van vogelveren verbood. Het jaar erop trad deze in werking, drieëndertig jaar na de start van de campagne die door Williamson was gelanceerd. 

    Een handvol soorten is echter vrijgesteld, zoals gekweekte struisvogels en eidereenden, waarvan het dons wordt gebruikt om quilts te maken. Maar dat ging slechts om een fractie van de verschillende soorten veren waar hoedenmakers gebruik van maakten. De wet verbood de invoer in het Verenigd Koninkrijk van veren, huiden en andere delen van vogels. En omdat Londen het centrum van deze internationale business was, bracht deze beslissing die handel een fatale slag toe.

    Ondanks de rol die ze speelde, is Emily Williamson grotendeels vergeten. Tot onlangs, na veel verzoeken, de RSPB zich verdiepte in zijn oprichters. Williamsons vastberadenheid en activistische theekransjes maakten een einde aan een wereldwijde handel waarin miljoenen ponden omgingen en maakten vogelbescherming tot de nationale politieke prioriteit die het altijd is gebleven.

  • Liefde, lucratieve deals en offshore bedrijven. De voordelen van een huwelijk met Poetins dochter

    Liefde, lucratieve deals en offshore bedrijven. De voordelen van een huwelijk met Poetins dochter

    Duizenden mails die zijn onderschept uit de inbox van Kirill Sjamalov, de voormalige schoonzoon van de Russische president, laten haarscherp zien hoeveel macht en rijkdom het oplevert om deel uit te maken van Poetins inner circle.

    Winnaar van de The Investigative Reporting Award 2021 van de European Press Prize.

    Er zijn maar weinig geheimen in Rusland waarover zo wantrouwig wordt gewaakt als over de meest basale gegevens aangaande de familie van Vladimir Poetin. In de officiële biografie van de president wordt het alom bekende gegeven bevestigd dat hij en zijn voormalige echtgenote twee dochters hebben, Maria en Katerina. Maar Poetin noch zijn persvoorlichters hebben ooit de volledige namen van die dochters prijsgegeven, of iets losgelaten over hun privéleven of werk. Geen van beide dochters gebruikt in het openbaar haar achternaam.

    Een van de weinige gegevens die journalisten boven tafel hebben weten te krijgen, is dat Poetins jongste dochter, Katerina, getrouwd is geweest met ene Kirill Sjamalov. Sjamalov is een vermogend man, die op zijn tweeëndertigste de jongste miljardair van Rusland was. Hij genoot echter weinig bekendheid en er waren maar weinig details openbaar over de manier waarop hij zijn ongekende vermogen had vergaard.

    Maar nu komen er voor het eerst wat meer gegevens naar buiten over deze Sjamalov. Eerder dit jaar hebben journalisten van IStories, het Russische onderzoekscentrum van het Organized Crime and Corruption Reporting Project (OCCRP), via een anonieme bron toegang gekregen tot een uitgelekt mailarchief van Sjamalov. Het lek omvat meer dan tienduizend berichten uit de periode 2003-2020 en verschaft uitzonderlijke informatie in de man die als geen ander toegang heeft tot de machinaties binnen de Russische politiek.

    Collection No. 1

    De anonieme bron heeft niet onthuld hoe hij of zij aan Sjamalovs e-mails is gekomen, maar de berichten zelf wijzen in een bepaalde richting.

    In juni 2019 stuurde het Hasso-Plattner-Institut van de Universiteit van Potsdam, dat zich bezighoudt met cybersecurity, Sjamalov een waarschuwing: zijn inloggegevens waren aangetroffen in ‘Collection No. 1’, een archief van miljoenen wachtwoorden en e-mailadressen die een hacker uit Oekraïne had verzameld en te koop aangeboden. Sjamalov leek het bericht niet helemaal te begrijpen, want hij stuurde de mail door naar zijn assistent met de vraag: ‘Wat heeft dit te betekenen?’

    Gelekte informatie van een anonieme bron al dan niet publiceren is een lastige journalistieke beslissing. Om te beginnen kunnen er vraagtekens worden geplaatst bij de authenticiteit van documenten van een anonieme partij. Om het Sjamalov-archief te verifiëren, werden de mails eerst gestructureerd en geïndexeerd door data-analisten van het OCCRP. Vervolgens zijn journalisten van IStories bijna een jaar bezig geweest alles uit te pluizen: ze hebben onderwerpregels van e-mails nagetrokken, met afzenders gesproken en informatie vergeleken met bedrijfsgegevens, databases van makelaars, sociale netwerken en andere openbaar toegankelijke bronnen. Wij zijn tot de conclusie gekomen dat de mails authentiek zijn.

    kirill and katya
    © Shamalovs emailarchief.

    Een andere kwestie is de privacy. De bron heeft toegang gegeven tot het materiaal, maar heeft daarbij de journalisten verzocht geen medische gegevens openbaar te maken. Dat verzoek is gehonoreerd. IStories en het OCCRP hebben ook besloten niet het hele archief vrij te geven. De informatie die in dit onderzoek wordt gebruikt, is precies voldoende om een verhaal te vertellen dat het publieke belang dient.

    Sjamalov is een schoolvoorbeeld van de corrupte verstrengeling van macht en het zakenleven die het moderne Rusland typeert

    Niet alleen toont het archief onomstotelijk aan dat Sjamalov getrouwd is geweest met Poetins dochter Katerina, die de achternaam Tichonova gebruikt, ook bevat het enkele andere onthullingen over de financiële voordelen die dit huwelijk hem heeft opgeleverd, en de invloed die hij wist te vergaren door in de presidentiële familie te trouwen. Hij is duidelijk in staat geweest bronnen binnen de regering te gebruiken en heeft persoonlijke banden aangewend voor zijn eigen gewin en dat van zijn vrienden en zakenpartners – een schoolvoorbeeld van de corrupte verstrengeling van macht en het zakenleven die het moderne Rusland typeert.

    Kirill Sjamalov noch Katerina Tichonova wilde reageren op dit verhaal. Poetins woordvoerder, Dmitri Peskov, reageerde met één zin: ‘We hebben dergelijke vragen al veel vaker onbeantwoord gelaten.’

    Sjamalov senior

    Kirill Sjamalov is de zoon van Nikolai Sjamalov, een van Poetins oudste en beste vrienden. Halverwege de jaren negentig maakten Poetin en Sjamalov senior deel uit van een groep vrienden die investeerden in Ozero, een privégemeenschap van zomerhuizen in de buurt van Sint-Petersburg. Toen Poetin president werd, kregen zijn buren uit Ozero hoge posities binnen de regering of kwamen aan het hoofd te staan van staatsbedrijven. Drie Ozero-oprichters kregen in 2014 te maken met sancties van de Verenigde Staten in verband met de Russische inval in Oekraïne.

    Sjamalovs naam werd in brede kring bekend toen zijn voormalige zakenpartner Sergej Kolesnikov in 2010 een open brief publiceerde, gericht aan de toenmalige premier Dmitri Medvedev. De brief ging over de vermeende corruptie bij de bouw van een vorstelijk onderkomen aan de Zwarte Zee ter waarde van 1 miljard dollar voor Poetin, die toen president was.

    Belangrijkste feiten:

    Sjamalov en Poetins dochter spendeerden miljoenen aan luxueuze onderkomens in Rusland en Frankrijk, terwijl Poetin had bepaald dat de Russische elite geen buitenlandse bezittingen meer mocht hebben.

    • Niet lang na zijn huwelijk met Poetins dochter kocht Sjamalov voor het verbijsterend lage bedrag van 100 dollar een aandeel in de grootste petrochemische fabriek van Rusland, een bedrijf met een waarde van 380 miljoen dollar. 
    • Later kocht Sjamalov een nog veel groter aandeel in dit bedrijf. Met deze deal, die bepaald niet onopgemerkt bleef, werd hij in één klap miljardair. Uit zijn mailwisseling blijkt dat dit slechts een van de vele lucratieve deals was die hem werden aangeboden, en de mails werpen licht op de vraag hoe een en ander mogelijk in elkaar stak. 
    • Omdat Sjamalov zo dicht op de macht zat, was hij een zeer begeerde zakenpartner. In één geval kreeg hij een gratis aandeel in een groot bedrijf aangeboden in ruil voor zijn toegang tot ‘bronnen binnen de regering’. Een duidelijk voorbeeld van de corrupte verstrengeling van macht en zakenleven die het moderne Rusland typeert.

    Volgens Kolesnikov vervulde Sjamalov een sleutelrol binnen deze constructie, geïnstigeerd door Poetin, waarbij een medisch bedrijf lucratieve gezondheidszorgcontracten kreeg aangeboden. Deze werden gefinancierd door rijke oligarchen, in ruil voor de belofte eenderde van het geld over te maken naar buitenlandse banken. Het geld werd gebruikt voor de bouw van ‘Poetins paleis’ in de buurt van Gelendzjik.

    Nadat hij ruzie had gekregen met Sjamalov, verliet Kolesnikov het land en publiceerde hij zijn brief aan Medvedev. Hoewel het verhaal leidde tot een sensationeel schandaal en de inhoud van de brief werd gestaafd door documenten en geheime opnamen die Kolesnikov later aan de pers zou overhandigen, volgde er geen enkele officiële reactie.

    De heersende elite van Rusland bestaat voor een groot deel uit oude compagnons van Poetin

    Volgens een bekende heeft Nikolai Sjamalov, die dit jaar zeventig is geworden, zich teruggetrokken uit zowel het zakelijke als het publieke leven, en besteedt hij nu een groot deel van zijn tijd aan jagen. Zijn oudste zoon, Kirills broer Joeri, staat al sinds 2003 aan het hoofd van een van de grootste private pensioenfondsen van Rusland.

    De heersende elite van Rusland bestaat voor een groot deel uit oude compagnons van Poetin, die hem zijn gevolgd naar Moskou en die sinds Poetin president is geworden allerlei sleutelposities binnen de regering vervullen. Deze datsja-buren, judokameraden, massagetherapeuten en voormalige stadsbestuurbureaucraten worden ook wel de Piterskie genoemd, naar Sint-Petersburg, waar ze vandaan komen. Om de term Piterskie hangt een sterke geur van georganiseerde misdaad – denk maar aan andere geografisch gewortelde epitafen als de Tambovskie of de Izmailovskie.

    De meeste van deze mannen zijn nog niet van het toneel verdwenen. Maar in de twee decennia sinds Poetin aan de macht is, hebben hun kinderen en kleinkinderen hun eigen macht en vermogen vergaard en klimmen ze geleidelijk op naar de topposities. Je zou hen de ‘nieuwe Piterskie’ kunnen noemen.

    Sjamalovs e-mailarchief biedt een opmerkelijk beeld van deze groep. Velen van hen hebben, net als Sjamalov zelf, rechten gestudeerd aan de Staatsuniversiteit van Sint-Petersburg. Ze praten over posities binnen de regering, bij staatsbedrijven en grote ondernemingen, en ze merken op dat als zij naar Moskou komen, de stad er heel anders zal uitzien dan de stad die hun voorouders ooit hebben veroverd.

    Kirill katya2
    Illustratie: © Natalia Yamshchikova.

    Maar sommige dingen veranderen nooit. Net als in de wereld van hun ouders zijn persoonlijke connecties van cruciaal belang voor de nieuwe Piterskie. In juni 2004 ontving Sjamalov, in het laatste jaar van zijn studie, een mail van een jaargenoot, Jan Piskoenov:

    ‘Makker, we zullen alles zo goed mogelijk regelen. Het wordt geweldig. Het belangrijkste is dat we het over de organisatie hebben. Ik stuur je dinsdagochtend de speech. Ik haal vandaag of maandag de beoordeling op, en gedurende de week bereiden we de antwoorden voor op de vragen en opmerkingen van de beoordelaars. Ik vond het fijn om je eindelijk te zien. Rust wat uit en neem de tijd.’

    Gezien de context gaat dit bericht over hulp bij het voorbereiden van Sjamalovs verdediging van zijn scriptie – en een vooraf geschreven presentatie voor de examencommissie.

    Een paar dagen later was de speech klaar. ‘Hallo Sjamalov : ) !’ schreef Piskoenov. ‘Eerste versie speech… in de bijlage.’ En inderdaad, in de bijlage zit een presentatie bij een scriptie over vastgoedrecht.

    Toeval of niet, maar Sjamalovs oudere broer, Joeri, zit in de raad van bestuur van zowel de mediaholding als de bank

    De enthousiaste Piskoenov had een carrièreperspectief waar menig Russisch student jaloers op zou zijn. Niet lang na zijn afstuderen kreeg hij, op zijn vijfentwintigste, een hoge positie bij Gazprom-Media, de grootste mediaholding van Rusland, waar hij Deputy General Director werd en aan het hoofd kwam te staan van de juridische afdeling. Deze groep, met populaire kanalen als de tv-zenders NTV en TNT en de radiozender Echo of Moscow, is eigendom van Gazprombank. Toeval of niet, maar Sjamalovs oudere broer, Joeri, zit in de raad van bestuur van zowel de mediaholding als de bank. Hij heeft niet gereageerd op onze verzoeken om een reactie.

    In september 2009 dook Piskoenov weer op in Sjamalovs correspondentie, toen een kennis hem benaderde met een ongebruikelijk en nogal onomwonden verzoek: ‘Vraag: is het mogelijk om de standpunten van Piskoenov en Plesjkov ten aanzien van vliegveld Vnukovo te veranderen, of hun activiteiten te neutraliseren?’

    Een aangehecht memo levert de benodigde context: twee van de belangrijkste luchthavens van Moskou, Vnukovo en Domodedovo, waren verwikkeld geraakt in een commercieel geschil, waarbij Domodedovo uiteindelijk aan het langste eind trok. Als gevolg daarvan moest Vnukovo zo’n 350 miljoen roebel [4 miljoen euro] betalen. Volgens de afzender was de rechtbank ‘onder druk’ gezet door Dmitri Plesjkov, destijds ‘hoofd van het secretariaat van de voorzitter van het hooggerechtshof van arbitrage’, die zelf naar verluidt optrad ‘namens Jan Borisovitsj Piskoenov (…) van Gazprom-Media’. Hij vroeg of deze twee mannen konden worden beïnvloed op een manier waar vliegveld Vnukovo baat bij zou hebben.

    Er zijn geen bewijzen dat Sjamalov aan Piskoenov of Plesjkov zou hebben gevraagd zich te mengen in het vliegveldgeschil. Maar een maand later verwierp het federale arbitragehof van het district Moskou de eerdere beslissing van de rechtbank, wat Vnukovo miljoenen scheelde. Het was precies zo gelopen als de kennis van Sjamalov had gevraagd.

    Hoewel Sjamalov destijds nog maar 27 was, had hij al een indrukwekkend cv opgebouwd: hij had gewerkt voor Gazprom, Gazprombank, de Russische overheid en Rosoboronexport, de belangrijkste wapenexporteur van het land. Op het moment zelf was hij Vice President for Administrative Business Support bij Siboer, de grootste petrochemische fabriek van Rusland. Maar er stonden nog veel grootsere dingen op stapel.

    Renovatie

    In 2013 meldden verschillende media, waaronder Reuters, dat Sjamalov was getrouwd met ene Katerina Tichonova, van wie werd gezegd dat ze een dochter van Poetin was. Het Kremlin weigerde dat te bevestigen. Maar Sjamalovs mailarchief laat hier geen enkele twijfel over bestaan en maakt ook duidelijk dat Tichonova en Sjamalov in februari 2013 zijn getrouwd. Wanneer het stel elkaar heeft leren kennen wordt niet duidelijk vermeld. Maar uit het bewijsmateriaal, waaronder het volgende bericht van een van de organisatoren van hun bruiloft, blijkt dat hij haar al een groot deel van zijn leven kende:

    ‘Kirill, Katerina, tijdens de ijsshow zal achter het podium een scherm worden geplaatst om videobeelden te tonen, ter begeleiding van de optredens op het ijs. Tijdens sommige nummers zal er live worden uitgezonden wat op het podium te zien is (bijvoorbeeld tijdens jullie dans). Voor die videobeelden hebben we het volgende materiaal nodig:

    1. Foto’s van jullie samen uit 2012-2013 (‘recent’)

    2. Jeugdfoto’s – afzonderlijk, samen…

    3. Teksten uit berichten, zowel van Katerina als van Kirill… alleen de tekst… het is leuk om iets herkenbaars te tonen… wat jullie met elkaar uitwisselden…

    4. Kirill, een foto in uniform? Misschien met vrienden, of als je de eed aflegt, er is vast wel iets…

    5. Kirill, wat was je telefoonnummer in 2003/2004 – toen je Katerina belde?

    6. Katerina, we willen graag wat videoclips van je optredens. Misschien heb je foto’s van dat legendarische wereldkampioenschap in München, toen Kirill elf uur samen met jou heeft doorgebracht? Of wat je maar wilt laten zien (als ik het goed heb zitten er concurrenten in het publiek).’

    In de zomer voorafgaand aan hun huwelijk was het stel druk bezig een luxeleventje op touw te zetten in zowel Rusland als Frankrijk. Op 2 juni 2012 kreeg Sjamalov een mail van de vrouw die was belast met het renoveren en inrichten van een huis voor het jonge stel in Usovo, een dorp in een dure streek vlak bij Moskou, en niet ver van de Novo-Ogarevo-residentie van de president:

    ‘Beste Kirill, ik stuur je de foto’s van alles wat Katja heeft uitgekozen voor jullie tuin. Alles is op voorraad in Italië (dat is bevestigd). Om de levering in gang te zetten, moet je een aanbetaling doen van 60 procent van het begrote bedrag.’

    Er zat een bijlage bij met een lijst aankopen voor de inrichting van een kleine tent – een tafel, een bank, een paar leunstoelen, een stoffen gordijn – bij elkaar 53.000 euro. Sjamalov stuurde alles door aan zijn aanstaande. ‘Ik vind het prima, geen bezwaar. Wat denk jij?’

    Twee dagen later stuurde Tichonova hem een lijst van Japanse boeken voor hun thuisbibliotheek, ter waarde van dik 6300 euro. Dat was nog niets vergeleken bij het tapijt dat het stel kocht voor in die bibliotheek: 54.300 euro.

    Sjamalov kreeg met enige regelmaat updates over de voortgang van de inrichting van het huis, en aan de hand daarvan is het mogelijk een inschatting te maken van de totale kosten. De renovatie, de meubels en de verdere inrichting kwamen in totaal op een kleine 8 miljoen euro. Tel daar de geschatte kosten bij op van het land en het huis zelf, en het totale bedrag voor het onderkomen ligt ergens tussen de 15 en 17 miljoen euro.

    Aankopen voor het huis in Usovo

    Omschrijving – prijs in euro’s:

    Inrichting spa: 321.400

    Inloopkast: 102.500

    Sierconiferen voor de tuin: 91.200

    Stof voor banken in de woonkamer: 59.200

    Kleed voor de bibliotheek: 54.300

    Kleedkamer in het boudoir: 48.400

    Gordijnen: 20.000

    Muurkandelaars voor de eetkamer: 17.500

    Kroonluchter in de eetkamer: 15.500

    Shampoos, badstoffen accessoires voor de spa: 15.000

    Maar het huis in Usovo was niet het enige dure bezit van het stel. In oktober 2012 kocht Sjamalov, via tussenkomst van Alta Mira, een in Monaco gevestigd bedrijf, een groot huis in de Franse badplaats Biarritz. Het huis had toebehoord aan de familie van Gennadi Timtsjenko, een oude vriend van Poetin en een multimiljardair met belangen in energie, transport en infrastructuur. Afgaande op documenten in Sjamalovs mailarchief, kostte het huis in Biarritz 4,5 miljoen euro.

    Ook bij de inrichting van dit huis bleek dat het stel een dure smaak had. In juli 2014 vroeg een ontwerpster Sjamalovs goedkeuring voor de aanschaf van tuin- en terrasmeubilair ter waarde van 19.000 euro. Hij stuurde het bericht door aan Tichonova, die twee dagen later antwoordde: ‘Zo werkt het niet. Zeg dat ze foto’s moet sturen; of in ieder geval een link naar een site waarop foto’s te zien zijn.’

    In Sjamalovs mailarchief zijn ook details te vinden over de bruiloft van het stel, in februari 2013, in het skiresort Igora, niet ver van Leningrad. Vanaf eind januari verstuurt Sjamalov uitnodigingen, met daarin een gedetailleerde beschrijving van de uitgebreide dresscode voor drie dagen en nachten feest, zoals ‘cocktail dress,’ ‘creative black tie,’ en ‘casual chic’, alles ‘in Russische stijl’.

    Het jonge paar nodigt zo’n honderd gasten uit, onder wie zes officieren van de presidentiële geheime dienst, die in verband met de beveiliging in de buurt moeten blijven. Merkwaardig genoeg ontbreken op deze lijst de ouders van Tichonova: Poetin en zijn vrouw (het echtpaar had hun scheiding nog niet bekendgemaakt). Het is niet uitgesloten dat deze omissie verband houdt met de veiligheidsmaatregelen.

    Op 1 februari ontvangt Sjamalov het definitieve schema. Voor de eerste dag staat een ‘Russische tea party’ gepland, met een samowar, traditionele zoetigheden en koffiebroodjes, gevolgd door een diner. Op de ochtend van de tweede dag volgen het huwelijk zelf, in de kerk, gevolgd door festiviteiten op straat, ‘Russische vakantie op het plein’ genaamd, en een huwelijksdiner. Op de derde dag komen de gasten samen voor een afscheidsdiner, waarbij ze worden toegezongen door de Tichonova’s favoriete zangeres: Margarita Pozojan.

    Enveloppen

    Zoals gebruikelijk in Rusland vraagt het pasgetrouwde stel de gasten om een bijdrage voor een cadeau. ‘We zijn van plan een speciaal gemaakt bruiloftstheeservies voor 24 personen te bestellen bij de Imperial Porcelain Factory. Er zijn een speciaal moment en een speciale plek ingeruimd in het programma om enveloppen met geld in te zamelen,’ staat er op de kaart. Het pasgetrouwde stel brengt de huwelijksreis door op Mauritius.

    Na het huwelijk stijgt Sjamalovs rijkdom tot ongekende hoogten. Uit zijn mails blijkt dat Sjamalov al een heel netwerk aan offshorebedrijven had toen hij trouwde. Het merendeel van die bedrijven, bestierd door juristen uit verschillende landen, staat op naam van een gevolmachtigde. De belangrijkste hoeder van Sjamalovs offshoregeheimen is Dario Item, de ambassadeur van het Caribische staatje Antigua en Barbuda in Spanje, Monaco en Liechtenstein.

    In juni 2013 koopt Sjamalovs offshorebedrijf in Belize, Kylsyth Investments Limited, 38.000 aandelen van een in Guernsey geregistreerde offshore, Themis Holdings Limited, van weer een andere offshore, Volyn Portfolio Corp, dat is gevestigd op de Britse Maagdeneilanden. Op dat moment is Themis Holding het moederbedrijf van Siboer. Met andere woorden: met de aandelen Themis heeft Sjamalov 3,8 procent van het grootste petrochemische bedrijf van Rusland in handen gekregen. Hij heeft er het verbijsterend lage bedrag van 100 dollar voor neergeteld. Sjamalov schat de waarde later op zo’n 10 miljard dollar, wat betekent dat zijn deel zo’n 38 miljoen dollar waard is. Hij heeft voor bijna niets een ongekend vermogen verkregen.

    In een later interview met Kommersant zegt Sjamalov de aandelen Siboer te hebben verkregen door middel van een optieprogramma. Dergelijke programma’s zijn bedoeld om werknemers te belonen door ze in staat te stellen met korting aandelen in het bedrijf te kopen.

    In reactie op vragen van journalisten komt de persvoorlichter van Siboer met een verklaring van Dmitri Konov, de voorzitter van de raad van bestuur, waarin wordt bevestigd dat Sjamalov zijn aandelen op deze manier in bezit heeft gekregen. Hij zou hebben gehandeld als elke andere manager. ‘De voorwaarden van de aankoop (…) verschilden niet van de voorwaarden van aankopen van andere managers,’ aldus de persvoorlichter. ‘Er golden geen exclusieve voorwaarden voor Sjamalov.’

    Journalisten van IStories hebben gekeken naar de contracten van elf hoge managers bij Siboer die in dezelfde periode als Sjamalov deelnamen aan dit programma en het blijkt dat zij allemaal echt hebben betaald voor hun aandelen, met kortingen van zo’n 15 procent ten opzichte van de marktprijs. Zo heeft Sergej Komisjan, de executive director van het bedrijf, volgens zijn contract 21,6 miljoen dollar betaald voor een aandelenpakket dat 0,26 procent van het bedrijf vertegenwoordigde. De vicepresident, Alexei Filippovski, betaalde 12,7 miljoen dollar voor zijn 0,15 procent. (De bestuursvoorzitter van Siboer weerlegt deze getallen, maar komt niet met andere informatie.)

    De schoonzoon van de president is de enige die via dit programma voor een schijntje zo veel rijkdom heeft weten te vergaren. En dat is nog maar het begin van zijn huwelijkse voorspoed.

    Sjamalov kan kiezen uit geweldige aanbiedingen ter waarden van miljarden, zoals wij in de winkel kunnen kiezen tussen verschillende merken melk

    Terwijl zijn carrière bij Siboer gestalte krijgt, trekt Sjamalov hordes adviseurs en assistenten aan, die projecten zoeken waarin hij kan investeren, die samenvattingen schrijven voor zijn toespraken en die hem zelfs de antwoorden aanleveren voor vragen die uit het publiek kunnen komen – net als in zijn studententijd. Na zijn huwelijk met Tichonova gaan zijn assistenten op zoek naar financiële projecten voor hun baas. Sjamalov krijgt de ene na de andere mail met geweldige aanbiedingen ter waarden van miljarden, waaruit hij kan kiezen zoals wij in de winkel kunnen kiezen tussen verschillende merken melk.

    In mei 2013 stuurt Sjamalovs assistent Denis Nikienko hem een voorstel om gelijktijdig aandelen te kopen in drie verschillende bedrijven – Rostelecom, Tele2-Russia en Tricolor TV – en die vervolgens samen te voegen tot ‘een nationale telecommunicatieleider.’ De totale kosten van deze deal bedragen zo’n 9 miljard dollar. Nikienko oppert dat niet te financieren met eigen middelen, maar met geld van ‘bevriende financiële instellingen’ zoals Gazprombank of Gazfond, waar Sjamalovs broer de scepter zwaait.

    Kirill katya3
    Een petrochemische fabriek in Sibur in de regio Nizhni Novgorodrod. – © ITAR-TASS / Vladimir Smirnov

    De knapste koppen van Rusland stonden kennelijk te popelen om in zee te gaan met de jonge zakenman. In augustus en september 2013 stuurde Nikienko zijn baas enkele voorstellen van Sergej Kotljarenko, de assetmanager van voormalig vicepremier Igor Sjoevalov. In zijn eerste mail oppert Kotljarenko dat Sjamalov voor 1,3 miljard dollar een hele toren en een zakencentrum koopt in het zakendistrict van Moskou. Kotljarenko’s tweede idee is om een ‘wereldleider in oilfield services’ op te zetten, door RN-Bureniya op te kopen, een dochteronderneming van het staatsoliebedrijf Rosneft. ‘De baten van het bedrijf over 2014-2015 komen neer op zo’n 4,5 miljard per jaar,’ schrijft Kotljarenko. (Hij wilde niet ingaan op onze verzoeken om te reageren.)

    In april 2014 stuurt Nikienko nog enkele voorstellen aan Sjamalov. Een daarvan is om 51 procent op te kopen van VSMPO-Avisma, de grootste titaniumproducent ter wereld. Een dergelijk belang is op dat moment meer dan een miljard dollar waard. Hij licht de voordelen van deze deal toe:

    ‘Waarom 51 procent? Als iemand op een sanctielijst wordt geplaatst, kunnen Amerikaanse burgers en bedrijven niet langer zakendoen met bedrijven waarin de gesanctioneerde een belang heeft van meer dan 50 procent. Aangezien de VS er belang bij hebben samen te werken met VSMPO-Avisma, zullen ze niet snel sancties uitvaardigen tegen dit bedrijf of de aandeelhouders.’ 

    Een ander voorstel was dat Sjamalov een extra belang in Siboer zou kopen:

    ‘Het feit dat GNT [Gennadi Nikolajevits Timtsjenko] aandeelhouder in het bedrijf is, brengt bepaalde beperkingen met zich mee voor de bedrijfsvoering. Er zijn al gevallen bekend van banken en zakenpartners die hebben geweigerd zaken te doen met Siboer [omdat Timtsjenko op de sanctielijst staat]. Om dat probleem op te lossen is het voorstel om GNT’s aandeel uit te kopen. De koop kan door twee van de managers van het bedrijf worden geregeld en vervolgens kan het aandeel worden geconsolideerd (er is een aanpak uitgewerkt waarbij een kunstmatige lening wordt gecreëerd die wordt afbetaald met een tweede aandelenpakket).’

    Zoals blijkt uit het vervolg is dit het voorstel waarvoor Sjamalov uiteindelijk zal kiezen.

    De jongste miljardair in Rusland

    Op 1 augustus 2014 registreert Sjamalov een bedrijf, Yauza 12, op zijn adres in Moskou. Nog geen zes dagen later, zoals blijkt uit zijn mails, krijgt zijn bedrijf via Timtsjenko 17 procent van Siboer in handen, waarmee zijn aandeel in de petrochemische gigant op net iets meer dan 21 procent uitkomt – en zijn vermogen met 2 miljard is toegenomen. Dankzij deze transactie is Sjamalov de jongste miljardair in Rusland en de op een na grootste aandeelhouder in de grootste petrochemische holding van het land. Hij trekt daarmee behoorlijk wat aandacht, en het jaar erop vindt het gemoedelijke interview met Kommersant plaats.

    De schoonzoon van de president vertelt aan de krant dat hij geld had geleend voor de acquisitie van Gazprombank (waar zijn broer Joeri in de raad van bestuur zit), met zijn eigen bezittingen als onderpand. Hij licht niet toe wat die bezittingen zijn. Door te speculeren met de 3,8 procent van Siboer die hij al in bezit heeft, kan Sjamalov in theorie zo’n 500 miljoen dollar binnenhalen. Maar waar moet de jonge zakenman het resterende bedrag vandaan halen? 

    Sjamalovs mails geven geen antwoord op deze vraag, maar de gefingeerde lening waaraan Nikienko refereert is een prikkelende hint. Gefingeerde schulden gebruiken als legaal excuus om middelen over te hevelen als ‘terugbetaling’ is in de Russische juridische literatuur beschreven als een populaire manier om voor weinig tot geen geld bedrijven over te nemen.

    Maar die techniek hoeft niet beperkt te blijven tot vijandige overnames. Als er in dit geval een dergelijke methode zou zijn gebruikt, waarbij de Siboer-aandelen zouden worden overgeschreven als ‘terugbetaling’ van een schuld die eigenlijk niet bestaat, dan zouden er geen aanvullende fondsen nodig zijn. Afgezien van Nikienko’s suggestie in een mail is er geen bewijs dat het zo is gegaan, en het hele verhaal blijft onopgehelderd.

    Het is onbekend wanneer en hoe Sjamalovs bedrijf Yauza 12 de enorme lening heeft afbetaald. De meest recente beschikbare financiële gegevens, over 2016, vermelden 80 miljard roebel [ruim 9 miljoen euro] aan geleende gelden. Het bedrijf is in december 2017 geliquideerd.

    Sjamalov eindigt zijn interview in Kommersant met een patriottische uitspraak: ‘Ik ben in Rusland geboren en getogen, en ik woon er. En mijn ondernemingen zijn ook hier gevestigd. En ze vallen allemaal onder de jurisdictie van Rusland, niet onder buitenlandse jurisdictie. Het is niets voor mij om een uitwijkmogelijkheid te creëren, om zaken op te zetten in het buitenland.’

    Natuurlijk doet hij wel veel zaken in het buitenland: zijn transacties in Belize, zijn Franse villa (voorheen eigendom van een bedrijf uit Monaco) en verschillende bankrekeningen die hij dat jaar in Zwitserland heeft geopend. Maar in 2017, als steeds meer van Poetins bekenden op de sanctielijst belanden, schroeven Sjalomovs juristen zijn financiële activiteiten bij Europese banken terug en zetten een speciaal fonds voor hem op, het Centurion International Fund, op Labuan, een eiland voor de kust van Maleisië.

    Zelfs vóór zijn huwelijk kon Sjamalov worden beschouwd als een van de invloedrijkste mensen van Rusland, dankzij de vriendschap tussen zijn vader en de president, en dankzij zijn vrienden en bekenden van de ‘nieuwe Piterskie’. Maar na zijn huwelijk maakt hij deel uit van de familie – en dat brengt allerlei voorrechten met zich mee.

    Een van de gasten op zijn huwelijk, op de gastenlijst vermeld als een gast van de bruid, was Kirill Dmitriëv, hoofd van het Russian Direct Investment Fund (RDIF), het soevereine vermogensfonds van het Kremlin en een van de belangrijkste overheidsspelers in de Russische economie. Het fonds, dat is opgericht in 2011, heeft tot taak om te investeren in vooraanstaande Russische bedrijven en om buitenlandse investeerders aan te trekken.

    Dmitriëvs vrouw, Natalja Popova, was de rechterhand van Tichonova in haar non-profitorganisatie, en de twee jonge stellen zijn bevriend en een aantal keer samen op vakantie geweest. Sjamalov en Dmitriëv mailden elkaar geregeld, stuurden elkaar links en wisselden meningen uit over economische kwesties. In enkele gevallen stuurde Dmitriëv vertrouwelijke RDIF-documenten aan Sjamalov.

    Kirill katya
    llustratie: – © Natalia Yamshchikova.

    Op 7 december 2012 stuurt Dmitriëv Sjamalov een RDIF-presentatie die is aangemerkt als ‘strikt vertrouwelijk’. Er staat een voorgenomen transactie in beschreven om aandelen te kopen in Rostelecom, een van Ruslands grootste telecombedrijven. Op dat moment is deze deal nog niet bekend, en de baas van het RDIF is zich er terdege van bewust dat hij geheime informatie deelt:

    ‘Ik stuur je dit – maar alles is extreem vertrouwelijk – als je dit materiaal wilt gebruiken en aan anderen wilt laten zien – zeg het dan vooral – ik kan je uitleggen hoe je dat het beste kunt doen – want veel in deze bijlage is vertrouwelijk en alleen voor jou bestemd.’

    Bij een andere gelegenheid, in juli 2013, stuurt Dmitriëv een bericht door aan Sjamalov dat hij eerder had gestuurd aan Ksenia Joedaeva, die op dat moment aan het hoofd staat van het Expert Department van de Russische president. De bijlage bevat de notulen van een bespreking tussen RDIF-functionarissen en Nikolai Nikiforov, de minister van Communicatie, over het in het leven roepen van een postbank.

    Het is niet ongebruikelijk dat staatsinstellingen zoals het RDIF clausules hebben om handelsgeheimen te beschermen. Journalisten hebben niets van dien aard kunnen ontdekken op de RDIF-website, en het RDIF wilde niet ingaan op verzoeken om een reactie. Maar op de website van andere overheidsbedrijven zijn wel vergelijkbare documenten aangetroffen. Zo kan een werknemer van een dergelijk bedrijf alleen vertrouwelijke informatie doorsturen aan derden op basis van een overeenkomst. Bij het schenden van deze standaard is men wettelijk aansprakelijk, ook in strafrechtelijke zin.

    Meer dan alleen geld

    Het is niet bekend of Sjamalov baat heeft gehad bij de vertrouwelijke informatie die Dmitriëv hem heeft gestuurd, maar in theorie kan dergelijke informatie een vermogen waard zijn. Dat geldt met name waar het beursgenoteerde bedrijven als Rostelecom betreft. In 2013 krijgt het RDIF, samen met Deutsche Bank, 2,7 procent van het telecombedrijf in handen voor 7,7 miljard roebel [88 miljoen euro], zes maanden nadat Sjamalov deze plannen in handen heeft gekregen. Zodra dat bekend wordt, stijgen de aandelen Rostelecom met bijna 30 procent tussen augustus, wanneer het nieuws over een mogelijke deal naar buiten komt, en oktober, het moment waarop de deal wordt gesloten. Iemand die voorkennis had van deze plannen, zou daar een aardig slaatje uit hebben kunnen slaan. 

    Het RDIF blijkt Sjamalov ook van dienst te kunnen zijn in puur materiële zin. In januari 2015 stuurt Dmitriëv Sjamalov een artikel uit de krant Vedomosti met als kop: ‘RDIF schiet Siboer te hulp’. Het artikel gaat over de voorgenomen RDIF-investering in een Siboer-project om een petrochemische fabriek, ZapSibNeftekhim genaamd, neer te zetten in Tobolsk.

    ‘Beetje bij beetje begint het plan vorm te krijgen : )’, schrijft Dmitriëv.

    ‘Super!’ antwoordt Sjamalov, de op een na grootste aandeelhouder van Siboer.

    ZapSibNeftekhim, het grootste petrochemische complex in Rusland, is in mei dat jaar in bedrijf genomen, na een investering van 9,5 miljard dollar. Eind mei 2015 kondigt het RDIF op de website aan dat ze, samen met andere geldschieters, verantwoordelijk zijn voor meer dan eenderde van de investering.

    Om een dergelijk immens project van de grond te krijgen, is een staatsfonds ontoereikend, dus schiet Sjamalovs schoonvader te hulp. In oktober 2015 stemt Poetin in met de toewijzing van 1,75 miljard dollar uit het National Wealth Fund voor het ZapSibNeftekhim-project. Het National Wealth Fund is bedoeld om de pensioenspaartegoeden van de burgers te co-financieren en om tekorten van het pensioenfonds aan te vullen.

    Ook Dmitriëv spint garen bij zijn vriendschap met Sjamalov. Zo heeft het RDIF de Siboer-terminal aangekocht, voor het overschepen van lpg in de zeehandelshaven Ust-Luga. Uit Sjamalovs mail valt af te leiden dat niet iedereen in de Siboer-top even enthousiast was over het idee om de terminal te verkopen. De voormalige financieel directeur, Pavel Maly, schreef dat deze deal Siboer meer dan 250 miljoen dollar zou kosten:

    ‘Ik begrijp dat bij deze transactie andere zaken een rol kunnen spelen, waarvan ik niet op de hoogte ben. Misschien is het heel belangrijk voor ons om een samenwerking met het RDIF te bewerkstelligen (…) Deze informatie zou ik graag vernemen. Maar als er geen andere overwegingen meespelen, lijkt het mij het verstandigst om “de stekker eruit te trekken”.’

    Op de een of andere manier krijgt Dmitriëv deze vertrouwelijke notitie in handen en hij zet er in rood opmerkingen bij voor Sjamalov, waaruit blijkt dat hij het oneens is met Maly’s inschatting. Uiteindelijk gaat Siboer akkoord met de deal. Met een consortium van andere investeerders koopt het RDIF de terminal Ust-Luga voor 700 miljoen dollar.

    Dmitriëv heeft niet gereageerd op verzoeken om commentaar te geven op dit verhaal.

    Sjamalov was een ongekend geliefde zakenpartner

    Sjamalov was een ongekend geliefde zakenpartner. Zakenmannen stonden voor hem in de rij, met de aanlokkelijkste voorstellen, en hij kreeg gratis aandelen aangeboden in verschillende ondernemingen, duidelijk vanuit de veronderstelling dat de schoonzoon van de premier meer waardevols had te bieden dan alleen geld.

    In 2017 bood Sjamalovs voormalige jaargenoot Dimitri Utevski hem een aandeel in een groot afvalverwerkingsbedrijf in de regio Leningrad. Utevski beloofde zijn compagnon een ‘vast jaarinkomen’ en in ruil daarvoor vroeg hij letterlijk om ‘een bestuurlijke bron (minimaal op het niveau van het hoofd van een regio)’. In Rusland is dat de gebruikelijke omschrijving voor ambtenaren die hun macht aanwenden voor persoonlijk gewin. We weten niet hoe Sjamalov op dit voorstel heeft gereageerd, maar in zijn mailarchief komen we meerdere voorbeelden tegen waarbij hij zijn compagnons te hulp is geschoten via zijn contacten in de hoge echelons van de regering.

    Samen met zijn vader was Sjamalov vele jaren mede-eigenaar van de Russian Cement Company en de Siberian Cement Holding. In 2016 bevond Oleg Sjarikin, de belangrijkste eigenaar van deze bedrijven, zich in een netelige situatie. Op 7 april werden zijn huis en kantoor doorzocht door medewerkers van het onderzoekscomité en agenten van de Federale Veiligheidsdienst (FSB).

    Vier dagen later kreeg Sjamalov een mail van Valery Bodrenkov, de vicevoorzitter van Siberian Cement, met als onderwerp: ‘Voor de garantsteller, een “soft” versie’. Bijgevoegd was een bericht van Sjarikin aan Poetin. De eigenaar schreef dat de huiszoeking was geïnstigeerd door een ‘concurrent’, namelijk de voormalige bestuursvoorzitter van Siberian Cement. Hij sloot af met een klemmend beroep:

    ‘Ik verzoek u, beste Vladimir Vladimirovitsj, om u persoonlijk met deze kwestie bezig te houden, om de leiding van het Openbaar Ministerie van de Russische Federatie te verzoeken een onderzoek in te stellen naar de wetmatigheid van het handelen van de FSB en het onderzoekscomité van de Russische Federatie aangaande de huiszoekingen in mijn verblijf.’

    Nog diezelfde dag stuurde Sjamalov dit bericht door naar zijn secretaresse, met het verzoek het te printen. Het is niet bekend of Sjamalov het heeft overhandigd aan zijn schoonvader, maar dit was niet de enige keer dat Sjarikin hem om hulp vroeg – en er zijn bewijzen dat Sjamalov op zijn verzoeken is ingegaan.

    Een jaar later, in april 2017, stuurde Sjarikin Sjamalov nog twee berichten die bestemd waren voor de president. In het eerste bericht beklaagde hij zich dat zijn bedrijf, Ceramic Technologies (waarvan Sjamalovs vader ook enkele jaren mede-eigenaar was geweest) een innovatieve methode had ontwikkeld om radioactief afval te begraven, maar dat Rosatom had geweigerd medewerking te verlenen. ‘Ik verzoek u Likhatjsev A.V., het hoofd van de State Atomic Energy Corporation “Rosatom”, te gelasten een samenwerkingsprogramma op te zetten en te implementeren’, schreef Sjarikin.

    In zijn tweede bericht beklaagde Sjamalovs partner zich erover dat hetzelfde bedrijf, Ceramic Technologies, lenzen ontwikkelde voor telescopen, zowel in de ruimte als op aarde, maar dat het staatsbedrijf Roscosmos ze niet wilde kopen. ‘Ik verzoek u de directeur-generaal van de State Corporation for Space Activities ‘Roscosmos’, I.A. Komarov, te gelasten een samenwerkingsprogramma op te zetten voor het implementeren van bestaande technologieën’, schreef Sjarikin.

    Kennelijk was Sjamalov in staat om te helpen, of in ieder geval ten dele. Twee weken later, op 12 mei 2017, kreeg hij nog een mail van Sjarikin:

    ‘Goedemorgen Kirill, hierbij stuur ik je de protocollen. De bespreking met KSV is goed verlopen, hij is nauwgezet in alle kwesties gedoken. Hartelijke groet.’

    De afkorting KSV komt overeen met de initialen van Sergej Vladilenovitsj Kirijenko, niet alleen het voormalige hoofd van Rosatom, maar ook waarnemend premier van Rusland. Bijgesloten waren notulen van een bespreking tussen managers van Rosatom en Ceramic Technologies. Sjarikin wilde niet reageren.

    In een ander geval kwam er een verzoek om hulp via de organisatie van Tichinova, Innopraktika. Het bericht is zo typerend voor de wijze waarop de Russische economie functioneert, dat het de moeite waard is er uitgebreid uit te citeren. Op 12 november 2014 ontving Alexander Veresov, het hoofd van de stichting die samenwerkt met de wetenschappelijke wereld, een mail van de algemeen directeur van een bedrijf dat diergeneeskundige medicijnen ontwikkelt. Zijn bedrijf had moeite een bepaald geneesmiddel geregistreerd te krijgen. De pogingen liepen stuk op de monopolisering van de diergeneesmiddelenindustrie en op de algehele corruptie. Dus verzocht hij Veresov de hulp in te schakelen van de dochter van de president:

    ‘Om te beginnen moeten we serieuze problemen in de toekomst zien te vermijden, snap je, dus vraag Katerina deze informatie te gebruiken zonder dat er iets naar mij te herleiden is (…) De toegang tot de markt voor diergeneesmiddelen zit min of meer op slot voor de “verkeerde” bedrijven, die de concurrentie zouden kunnen aangaan met enkele van de grotere bedrijven, en degenen die daar uiteindelijk baat bij hebben zijn de functionarissen van de Rosselkhoznadzor [de federale dienst die toezicht houdt op de dier- en plantengeneeskunde].

    (…)

    ‘Het probleem is dat de “verkeerde” bedrijven aan alle voorwaarden moeten voldoen, waardoor het vrijwel onmogelijk is een geneesmiddel te registreren, terwijl dat voor de “goede” bedrijven meestal niet het geval is. Kort gezegd zou ik Katerina dan ook als eerste vragen om de kameraden die “dwarsliggen” een directe en heldere boodschap te sturen (zonder al te veel druk uit te oefenen) dat binnenlandse innovatieve ontwikkelingen een kans moeten krijgen. Want hun acties druisen in tegen de belangen en de veiligheid van de staat. Dit baart niet alleen mij zorgen, maar ook tientallen andere aanvragers die geen eerlijke kans krijgen. Maar ik zou Katerina wel willen vragen een duidelijk signaal af te geven dat we hun handelwijze voortaan aandachtig zullen MONITOREN (…) Als er van haar kant wordt gemonitord en gecontroleerd, zullen ze het wel uit hun hoofd laten te doen wat ze normaal gesproken doen.’

    We weten niet wat Sjamalov en Tichonova al dan niet hebben gedaan om te helpen, maar in 2016 werd het geneesmiddel geregistreerd.

    De scheiding

    Begin 2018 maakte Bloomberg bekend dat Sjamalov en Tichonova na vijf jaar huwelijk uit elkaar gingen. Zes maanden daarvoor had Sjamalov het aandeel Siboer verkocht, dat hij in 2013 van Timtsjenko had gekocht. Zijn mails werpen geen licht op de vraag of hij er iets voor heeft gekregen, en zo ja, hoeveel. Timtsjenko wilde niet reageren.

    Nadat hij was gescheiden van Tichonova, kreeg Sjamalov een nieuwe partner, Zhanna Volkova, een bekende socialite. In 2019 leek hun relatie officieel: in oktober van dat jaar stuurde Volkova documenten naar Sjamalov over de registratie van een offshorebedrijf op de Britse Maagdeneilanden, Kenaston Properties Ltd, waarvan zij de begunstigde werd. In de documenten staat haar achternaam vermeld als Sjamalova.

    In 2018 werd Sjamalov door de Verenigde Staten op een sanctielijst geplaatst, omdat hij na zijn huwelijk deel uitmaakte van ‘een selecte kring van miljardairs in de entourage van Vladimir Poetin’. De Amerikanen waren betrekkelijk laat: de laatste mail in het archief van Sjamalov en Tichonova dateert van 15 juni 2017. Sjamalov had een mail doorgestuurd van een beroemde architect uit Sint-Petersburg, met ontwerpvoorstellen voor een landhuis.

    Door: Roman Anin, Alesya Marokhovskaya, Irina Dolinina, Dmitry Velikovsky, Roman Shleynov, Sonya Savina, Olesya Shmagun, Denis Dmitriev

  • ‘Onvruchtbaarheid hoort ook bij moederschap’

    ‘Onvruchtbaarheid hoort ook bij moederschap’

    Een op de vier vrouwen die in de tweede helft van de jaren zeventig zijn geboren, wordt geen moeder. Niet omdat ze dat niet wil, maar omdat ze het niet kan. De pijn die dit bij betrokkenen veroorzaakt, wordt vergroot door het taboe dat op het onderwerp rust. ‘Een vrouw moet moeder worden, hoe dan ook, tegen elke prijs.’

    Onvruchtbaarheid

    ‘Niet in staat zijn een zwangerschap te voldragen ook al kun je wel zwanger worden.’ De begrippen steriliteit en onvruchtbaarheid worden vaak door elkaar gebruikt, maar zijn medisch gezien niet hetzelfde. Dit is een van de vele voorbeelden van het gebrek aan kennis over vruchtbaarheidsproblemen bij vrouwen. De meeste mensen zien vruchtbaarheid als iets vanzelfsprekends, tot er opeens belemmeringen opduiken. En naast de emotionele en financiële belasting brengt onvruchtbaarheid ook andere problemen met zich mee: de maatschappelijke druk om kinderen te krijgen en de geheimzinnigheid waarmee vruchtbaarheidsproblemen worden omgeven. Zes vrouwen en een man praten openhartig over het onderwerp, dat in hun ogen bij het moederschap hoort, ook als die zo gewenste ‘wonderbaby’ aan het eind van de rit niet komt.

    Dit artikel werd genomineerd voor de shortlist van de Innovation Award van de European Press Prize 2021.

    infertilityl persona1 b
    © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    ‘De eerste paar jaar heb ik er niet over gepraat, uit schaamte. Ik voelde me ellendig dat ik de enige vrouw in mijn omgeving was die niet zwanger kon worden of een kind kon krijgen. Alsof dat mijn eigen schuld was. Soms dacht ik zelfs: Misschien wil ik het niet graag genoeg? Wil ik soms niet echt moeder worden? Ik had het idee dat mijn lichaam anders was dan dat van andere vrouwen. Dat is niet zo: onvruchtbaarheid is iets natuurlijks, het hoort ook bij het moederschap.’

    De Míriam van nu is niet dezelfde als de Míriam van tien jaar geleden, die zich ervoor schaamde om over haar onvruchtbaarheidsproblemen te praten. Nu is ze een vrouw die de dingen bij de naam noemt. Ze heeft genoeg van dat ‘wonderbaby’-verhaal, over vrouwen die na jaren worstelen met onvruchtbaarheid en allerlei medische behandelingen uiteindelijk dat zo gewenste kind krijgen. Ze vindt dat er in dat verhaal nog een ander personage thuishoort: dat van de kinderloze vrouw.

    ‘Want dat is onvruchtbaarheid óók,’ zegt zij. ‘Het eindigt niet altijd met een baby in je armen.’ Vier op haar arm getatoeëerde stipjes, voor elk niet-geboren kind één, vormen het zichtbare aandenken aan de vier miskramen die ze heeft gehad. Voor haar lag de grens bij het moment dat ze aangewezen zouden zijn op een medisch geassisteerde bevruchting. ‘Dat wilden we niet: het leek zo zakelijk en ik had het gevoel dat we daarmee ingingen tegen wat mijn lichaam me vertelde. Bovendien kostte het veel geld om op die manier een kind te krijgen en zag ik ook op tegen de druk van de angst dat het toch weer mis zou gaan.’

    ‘Maar toen de tijd daar was en we beseften dat we via de natuurlijke weg geen kind zouden krijgen, dacht ik dat ik misschien een belemmering opwierp tegen zwanger worden via andere methode die niet beter of slechter was.’ Uiteindelijk besloten haar partner en zij om één poging te doen en probeerden ze eiceldonatie, maar zonder succes. En na tien jaar leven met onvruchtbaarheid, besloten ze het niet langer te proberen. Ze was toen 41. Eén jaar verwijderd van 42, de leeftijd die ze voor zichzelf als grens om moeder te worden had gesteld.

    1. Wanneer zeg je: het is genoeg?

    Míriam Aguilar
    ‘Het is heel belangrijk om voor jezelf een grens te bepalen, want de samenleving oefent druk op je uit om het te blijven proberen: “Je zult het zien: de volgende keer gaat het vast goed!” Waarom horen vrouwen die het blijven proberen toch altijd dat ze zo dapper zijn? Terwijl degenen die besluiten te stoppen worden beschouwd als zielenpieten die het niet gered hebben. Hoe lang had ik het moeten blijven proberen? En wie weet zou ik dan nu uiteindelijk wel een kind hebben en me realiseren dat ik niet gelukkiger was dan daarvóór. De dag waarop we besloten dat het klaar was, voelde ik me bevrijd. Ik had gedaan wat ik kon en moest accepteren wat mijn lichaam niet kon.’

    15-20 procent van de paren in de vruchtbare leeftijd hebben last van vruchtbaarheidsproblemen

    Ariana Ruglio

    ‘Waar je de grens trekt is heel persoonlijk. Ik heb al een dochter. Als ik nog helemaal geen kinderen had, zou ik het misschien wel blijven proberen. Of misschien niet. Ik denk dat je de grens moet trekken bij het moment dat je er zelf niet meer tegen kunt. Hou dan op en kijk eens goed naar je leven. Ik vind het een verschrikkelijk idee om dit allemaal continu te moeten doormaken. Het is ook moedig om te zeggen: “Dit was het.” Want het leven is veel meer dat dat. Voor ons was de grens dat ik meer wilde dan alleen moeder zijn.’

    Sandra Arolas

    ‘Dit was echt de laatste poging. Dat klinkt vreemd, omdat we zo lang zijn doorgegaan, maar het was ook de laatste om economische redenen. Want die behandelingen zijn niet gratis. En ook: je krijgt heel sterke hormoonbehandelingen en ik kan niet mijn hele leven hormonen blijven slikken. We gingen met een superdik dossier naar de arts en zeiden: “Dit is het dossier van alle behandelingen die ik heb gehad, dit hebben we allemaal al gedaan en dit is het laatste dat we willen doen.”’

    Ona Campillo

    ‘Ik blijf het niet eeuwig proberen. Er is een grens aan: we zijn ons ervan bewust dat we het nu al twee jaar proberen, we hebben vier miskramen gehad, en nu doen we in vitro-fertilisatie. Op een bepaald moment is het geld op. Dat zal een behoorlijk bepalende factor zijn.’

    Sandra Albert

    ‘Als ik de loterij had gewonnen, was ik het wel blijven proberen, maar het kostte veel geld en we besloten uit financiële overwegingen om niet door te gaan.

    Ze zeiden tegen ons: “Blijf het proberen en wie weet heb je geluk”. Hoeveel miskramen moet ik krijgen voordat ik een keer geluk heb? Elke keer als je een miskraam hebt, is het lichamelijk heel zwaar, en psychologisch ook. Voor mij was het een verschrikkelijke teleurstelling. Het was een mislukking. Ik bleef maar huilen en mijn partner zei dan tegen me: “Niet huilen.” Ik had het nodig om te huilen, ik had het recht om boos te zijn en ik moest rouwen. En dat veroorzaakte ook veel spanningen.’

    Na drie vroege miskramen, een buitenbaarmoederlijke zwangerschap en een medische pelgrimstocht beseften Sandra en haar man dat hun zwangerschappen nooit levensvatbaar zouden zijn. Het was het gevolg van een genetische afwijking bij hem. Het was een opluchting om de oorzaak te weten en vooral om de schuldgevoelens uit hun hoofd te kunnen zetten. Ze wendden zich tot geassisteerde voortplanting en na drie vergeefse ivf-pogingen, waarover ze hun omgeving niet vertelden, legde Sandra Albert zich erbij neer dat ze nooit kinderen zou krijgen. Hun relatie had zwaar onder dit alles geleden en zelf kon ze zich eindelijk herstellen van de emotionele en lichamelijke uitputting van zoveel jaren mislukte pogingen. Al die tijd had ze het voor zich gehouden, maar nu hielp het haar dat ze een groep vrouwen vond die hetzelfde hadden meegemaakt, zodat ze zich begrepen voelde en ook andere vrouwen kon helpen. 

    infertilityl persona5 a
    ‘En wie bekommert zich om de onvruchtbare vrouwen?’ – Glòria Labay, 54 jaar, verloskundige. – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    2. Relaties en seks

    Sandra Albert

    ‘We beleefden het ieder op onze eigen manier. Hij trok zich terug in zijn wereld en ik in de mijne. We groeiden uit elkaar. We konden geen manier vinden om hier samen doorheen te komen en onze relatie sterker te maken in plaats van zwakker. Uiteindelijk zijn we uit elkaar gegaan. Ons onvermogen om kinderen te krijgen heeft daarin een grote rol gespeeld, want hij weigerde om adoptie te overwegen. Ik kon me geen leven zonder kind voorstellen. En het was voor mij heel moeilijk te zien dat hij daar niets aan wilde doen.’

    Míriam

    ‘Je kunt niet zeggen dat het een negatieve invloed op onze relatie heeft gehad, sommige dingen maken de band juist sterker. Misschien heeft het wel invloed op ons seksleven: het is vreselijk om jarenlang op het moment van de ovulatie te moeten vrijen! Het wordt heel machinaal, wanneer je als stel zoiets natuurlijks gebruikt voor een bepaald doel. Bij seks moet het om de seks gaan, niet om kinderen krijgen.’

    Ona

    ‘Ik werd af en toe wel gespannen, want het is heel frustrerend om je seksleven zo te moeten plannen. Die druk ben je tenminste kwijt als je een ivf-traject ingaat.’

    Ariana

    ‘Mijn seksualiteit is anders dan vijf jaar geleden, maar dat geld ook voor mijn kijk op kinderen krijgen. Nu ben ik juist bang dat ik zwanger word: de arts heeft me verteld dat 99 procent van mijn zwangerschappen in een miskraam zal eindigen en dus moet je altijd ‘oppassen’.

    We hebben elkaar veel steun gegeven. Hij wilde meer kinderen en als het aan hem had gelegen zouden we het nog eens hebben geprobeerd, maar dat wilde ik niet. Je moet veel met elkaar praten en heel eerlijk zijn over hoe je je voelt en waar je bang voor bent, want een relatie kan gemakkelijk bezwijken onder al dat gedoe.’

    Ona en Edu

    O: ‘Wij hadden het geluk dat we elkaar goed begrepen, we konden elkaar steunen en ik denk dat het onze relatie sterker heeft gemaakt; onze pech heeft ons dichter bij elkaar gebracht.’

    E: ‘Soms wist ik niet of ik wel de juiste ondersteuning bood. Maar ik probeerde er voor haar te zijn, haar te begrijpen. Natuurlijk hoef je niet altijd sterk te zijn. Dankzij dit alles hebben wij geleerd dat er momenten zijn waarop je elkaar moet opvangen. Op sommige dagen ben ik heel negatief en op andere dagen is zij dat.

    Op dit moment hebben we drie of vier zwangerschappen in onze omgeving en we zouden liegen als we zeiden dat dat geen pijn doet. Uiteindelijk leer je het te aanvaarden, want je bent natuurlijk ook blij, het zijn je vrienden. Tegelijkertijd denk je: “Waarom overkomt mij dit?” Maar uiteindelijk leg je je erbij neer. Hoe lang het ook doorgaat, het zal altijd moeilijk voor ons blijven. Je moet accepteren dat je boos wordt. Verdriet en boosheid moeten er nu eenmaal uit.’

    Een positieve zwangerschapstest, die voor veel mensen gelijk staat aan blijdschap, betekent voor hen: ‘paniek’

    Zij begonnen drie jaar geleden voor het eerst te proberen in verwachting te raken. Ze dachten dat dat ‘een eitje’ zou zijn, net als in de meeste tv-series en films. Vanwege een menstruatie die uitbleef, gingen ze naar een dokter, die bevestigde dat Ona zwanger was geworden… en de vrucht had verloren. In de maanden daarna gaf de Predictor nog drie keer een positieve uitslag, die ofwel in een miskraam of in een buitenbaarmoederlijke zwangerschap eindigde.

    Het gevaarlijkste moment kwam toen Ona, zwaar bloedend, met spoed geopereerd moest worden vanwege een geperforeerde eileider. ‘Op zo’n moment ben je er niet mee bezig of je vader wordt of niet, want je loopt kans je partner te verliezen,’ zegt Edu. Nu weten ze dat ze niet langer kunnen proberen om op een natuurlijke manier zwanger te worden. Ze zijn al te vaak op de Eerste Hulp beland. Een positieve zwangerschapstest, die voor veel mensen gelijk staat aan blijdschap, betekent voor hen: ‘paniek’. Volgens de artsen zijn zij een ‘heel duidelijk’ geval van onvruchtbaarheid en ze staan op de wachtlijst voor ivf in de reguliere gezondheidszorg. Tegelijkertijd zijn ze ook aan het traject in de particuliere sector begonnen. Daar zitten ze nu middenin. We interviewden hen een paar dagen voor de terugplaatsing van het enige levensvatbare embryo dat hun eerste ivf had opgeleverd, en die hun zo’n 10.000 euro heeft gekost. Ze beleven het, zeggen ze ‘met de handrem erop’.

    infertilityl persona2 a
    ‘Na hoeveel miskramen zal ik eens geluk hebben?‘ – Sandra Albert, 48 jaar, werkloze administratief medewerker. – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    3. Sociale druk

    Ona

    ‘Het is een zware tijd, het schudt je emotioneel door elkaar en je hebt momenten waarop je er spijt van hebt en tegen jezelf zegt dat het jouw schuld is. Je ziet vriendinnen in verwachting raken terwijl jij al tweeënhalf jaar aan het proberen bent. En dan zeggen mensen dingen tegen je als: “Hou er gewoon mee op, en je zult zien dat je zwanger wordt. Je moet er gewoon niet meer zo over nadenken.”’

    Sandra Albert

    ‘Wij kregen steeds de vraag: ‘En, wanneer komen de kinderen?’ En als je op dat gebied problemen hebt, is dat ingewikkeld. Elk stel heeft zijn eigen tempo en eigen problemen. Deze vragen zouden niet gesteld moeten worden. Als een stel al lang bij elkaar is en geen kinderen heeft, is dat omdat ze het niet willen of omdat ze het niet kunnen.’

    Míriam

    ‘Er is een moment geweest waarop ik me afvroeg: “Als ik die druk niet voelde, zou ik dan doorgaan?” Je vraagt je af of je dit allemaal doet omdat je moeder wilt worden of omdat je moeder moet zijn om in het plaatje te passen van hoe de samenleving is ingericht. Ik begreep dat ik moeder wilde zijn, maar het was ook zo dat ik veel druk voelde.’

    Glòria Labay

    ‘Wij leven in een wereld die is gericht op kinderen krijgen, maar mijn partner en ik vormen nu ook een gezin, ook al hebben we geen kinderen samen.’

    Ariana

    ‘Het lijkt wel of het moederschap voor een vrouw het hoogste doel is. Dat is een patriarchale instelling. Een vrouw moet moeder worden, hoe dan ook, tegen elke prijs; het maakt niet uit of je lichaam volgestopt wordt met hormonen en medicijnen, het maakt niet uit of je kinderen doodgaan tijdens de zwangerschap, je moet het blijven proberen en dat heeft veel te maken met het idee dat vrouw zijn betekent moeder zijn.’

    4. De gevolgen: lichamelijk…

    Míriam

    ‘Het verlies van mijn baby’s was heel pijnlijk en de eerste miskraam was het ergst. Op dat moment dacht ik: ‘Wat is dit? Wat gebeurt er? Niemand bereidt je op zoiets voor en ik ging naar de Eerste Hulp. Op dat moment voelde ik me niet slecht behandeld, maar ook niet echt goed. Ik verloor bijna alles op het toilet van het ziekenhuis. Ik had het gevoel dat me iets verschrikkelijks was overkomen en dat zij het niet zo belangrijk vonden.’

    Sandra Albert

    ‘Na de behandelingen was ik vijftien of zestien kilo zwaarder. Bij elke zwangerschap en ivf kwam ik twee kilo aan en die bleven eraan.’

    5. … en emotioneel

    Sandra Arolas

    ‘Na de eerste drie miskramen had ik het een tijdlang heel zwaar. Het kostte me zelfs moeite om langs een kinderspeelplaats te lopen. Ik geloof niet dat het een obsessie werd, al had dat wel kunnen gebeuren, want we hebben veel behandelingen achter elkaar gedaan. En zo kwam er een moment waarop we zeiden dat het genoeg was geweest en zijn we een jaar lang gestopt, voordat we de laatste ivf deden.

    We hadden dat liever allemaal niet hoeven doen, dan was de lichamelijke, emotionele en financiële prijs veel lager geweest. Met die behandelingen moet je wel heel zeker weten dat je het echt wilt. En wij wisten dat heel zeker, maar toch komen er soms nog steeds twijfels op.’

    Het succespercentage van ivf is 30 procent, het is geen wondermiddel en het is een industrie waarin miljoenen omgaan

    Glòria

    ‘Ik werd wel zwanger en vervolgens verloor ik het telkens rond de acht weken. Hoeveel miskramen kan ik aan? Het was schadelijk voor me. Daarom heb ik het opgegeven. Zwangerschapsbehandelingen lijken het tovermiddel, maar dat zijn ze helemaal niet. Het succespercentage van ivf is 30 procent, het is geen wondermiddel en het is een industrie waarin miljoenen omgaan.’

    6. De financiële prijs

    Sandra Albert

    ‘We hebben er heel veel geld aan uitgegeven. Alles ging op aan de behandelingen, er bleef niets over voor reizen of iets anders, het was allemaal voor dat ene doel. We werkten alleen maar om dat te kunnen betalen.’

    Sandra Arolas

    ‘Wij hebben geld geleend en we probeerden niet eens meer om een huis te kopen of een andere auto. In het begin hadden we spaargeld en nu hebben we leningen – en twee kinderen, natuurlijk! En dat is fantastisch. Maar we moeten ook leningen terugbetalen voor behandelingen die niet werkten. Dat is zwaar, want op de een of andere manier kun je toch blijkbaar niet vergeten wat er niet goed ging.’

    Tussen de 35000 en 8000 euro

    Dat kost een ivf-behandeling, exclusief medicatie (rond de 700 euro) en extra technieken zoals pre-implantatie genetische diagnostiek (PGD) (4000 euro). 

    Nederland: De kosten van ivf verschillen per kliniek, maar over het algemeen kost een ivf-traject gemiddeld 3.000 euro. Een ivf/ICSI-behandeling in combinatie met PGD (preïmplantatie genetische diagnostiek – waarmee kan worden gezocht op ernstige genetische aandoeningen), kost per poging ongeveer 7000 euro. De eerste drie behandelingen worden (tot je 43e) door vrijwel alle ziektekostenverzekeraars vergoed. Wel geldt het eigen risico en het eventuele vrijwillige eigen risico. Het is mogelijk om extra ivf-behandelingen aanvullend te laten verzekeren.

    Ona

    ‘Wij hebben financiële steun gekregen: we hebben zelf de helft betaald en onze ouders hielpen ons met de andere helft, want ook al bieden ze veel mogelijkheden om het te financieren, vruchtbaarheid is nog steeds een commerciële aangelegenheid. Er spelen veel belangen mee en er is geen garantie dat het de eerste keer goed gaat.

    Op een bepaald moment moest ik elke maand in de gaten houden of ik wel of niet ongesteld werd, of ik een injectie moest gaan halen, of ik pleisters moest dragen, of ik naar de dokter moest… het was heel vermoeiend. Maar toch keken we er echt naar uit en daarom hebben we deze hele reeks behandelingen uiteindelijk gedaan. Ik had het gevoel dat ik niet meer in de maat liep. Het zijn zoveel hormonen dat je op een gegeven moment het contact met je lichaam een beetje verliest.’

    Na zes miskramen, bijna tien jaar behandelingen, ivf’s en twaalf embryoterugplaatsingen is Sandra Arolas in verwachting van haar tweede kind. Het oudste kind kwam vijf jaar geleden via de eerste ivf, na drie natuurlijke zwangerschappen die in een miskraam eindigden. De oorzaak van de onvruchtbaarheid was een genetisch probleem van haar partner.

    Sandra is gewend aan puncties, injectiespuiten en hormonen. Maar voor de laatste ivf, waarmee ze eindelijk de tweede zwangerschap kreeg waar ze zo lang op had gehoopt, moest ze een jaar stoppen en rust nemen. ‘Omdat ik wilde leven zonder te hoeven nadenken over of ik mijn medicijnen wel had genomen. Wanneer ik ongesteld moest worden. Ik wilde dat alles normaal was.’

    Nu telt ze de dagen af tot ze haar baby in haar armen heeft. Deze zwangerschap is niet gemakkelijk geweest: ‘Ik zie vrouwen die erg van hun zwangerschap genieten en die benijd ik wel. Ik kan er niet van genieten, omdat ik zo gespannen ben. Het is heel moeilijk voor me geweest om een band met dit kind te vormen. Ik weet inmiddels dat de statistieken voor mij niet gunstig zijn. Dus het is vreemd dat het goed gaat.’

    infertilityl persona6 b
    ‘Ik had behoefte dat iemand me zou vertellen: “Wat er met jou gebeurt, gebeurt met veel mensen.”’ – Ariana Ruglio, 36 jaar, administratief medewerker. – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    7. Verwachtingsmanagement

    Sandra Arolas

    ‘Wij wilden altijd kinderen, een stuk of wat. Ik wist zeker dat ik er drie wilde en dat er twee al voor mijn dertigste zouden komen. Maar dan ineens besef je dat het niet zo makkelijk gaat als je dacht. Ik dacht dat de eerste er wel zou zijn als ik 26 was, maar het duurde tot ik 32 was. En als de tweede komt ben ik 38. Je hebt bepaalde verwachtingen, maar je hebt het niet in de hand, het hangt niet van jou af.’

    Gemiddeld aantal kinderen

    Gemiddeld aantal kinderen per vrouw in Catalonië: 1,31; in de EU ligt het gemiddelde op 1,59 in Nederland op 1,57 (in 2019, CBS).

    Ona

    ‘Het was voor mij vanzelfsprekend dat ik zwanger zou worden. Mijn moeder raakte moeiteloos in verwachting, van een tweeling. Ik twijfelde er niet aan dat het bij mij ook zo zou gaan. Iedereen zei tegen ons dat we nog heel jong waren en dat ik heus wel in verwachting zou raken. En dan komen de obstakels, die niet passen in het plaatje dat je verwachtte. Ouders die besluiten om pas laat aan kinderen te beginnen, moet je dan ook nooit veroordelen, want het is niet alleen een kwestie van vruchtbaarheid. We hebben een probleem als samenleving. We worden pas later in ons leven economisch onafhankelijk. Toen ik 24 of 25 was, vond ik mezelf nog te jong om een kind te krijgen.’

    Glòria

    ‘Al je vruchtbare jaren besteed je aan je werk en dan merk je ineens dat als je kinderen wilt, het niet lukt. Ik wist dat de vruchtbaarheid vanaf je vijfendertigste begint af te nemen, maar je denkt altijd dat statistieken iets anders zijn dan individuele gevallen. Voor mij was het heel belangrijk om naar de universiteit te gaan, bijvoorbeeld. Ik zag het krijgen van kinderen als een vanzelfsprekendheid. Maar dat bleek niet terecht. Je moet er zelf actief in zijn.’

    8. Gebrek aan informatie

    Glòria

    ‘Als vrouw ben je een groot deel van je leven bezig met zorgen dat je niet zwanger wordt. Ik had anticonceptiemiddelen gebruikt, ik had een spiraaltje… Je hebt in je hoofd dat het heel gemakkelijk is om zwanger te worden en daarom gebruik je al die anticonceptiemethoden – maar dan blijkt dat het helemaal niet zo gemakkelijk gaat. In het begin denk je dat je best een paar jaar kunt wachten.’

    Ona

    ‘Ik heb nu geleerd hoe de vrouwelijke voortplanting werkt en ik heb mezelf ook leren kennen. Je denkt er nooit aan dat je maar twee of drie dagen per maand zwanger kunt raken. Je ziet zoveel films en tv-series waarin het al bij de allereerste keer raak is…

    Het verhaal van de “wonderbaby” is overal, maar waar zijn al die mensen bij wie het niet lukt? Waar zijn ze? Wat doen ze? Er is niets geregeld voor mensen bij wie het niet lukt. Tijdens de behandelingen is er psychologische ondersteuning, maar als het allemaal klaar is, ben je gewoon een mislukte vruchtbaarheidsbehandeling. Zo noemen ze het. Ik voel het niet als een mislukking. Soms zijn woorden ook belangrijk.’

    Ze wilde altijd moeder worden, maar bij geen van haar relaties was het ervan gekomen. Op haar achtendertigste zei ze tegen zichzelf: ‘Het is nu of nooit.’ Twee zwangerschappen met haar toenmalige partner eindigden in een miskraam en ze wendde zich in haar eentje tot geholpen voortplanting: inseminaties, ivf en uiteindelijk eiceldonatie. Dat laatste deed ze samen met haar huidige partner. Het lukte niet. Net zo min als het adoptietraject waaraan ze begon. Uiteindelijk besloot ze dat haar relatie met het moederschap, dat haar altijd heeft ‘gefascineerd’, professioneel zou blijven.

    Ze is vroedvrouw en helpt al meer dan twintig jaar baby’s op de wereld. ‘Ik heb geen ziekteverlof hoeven nemen omdat ik niet meer tegen het beroep kon, maar ik heb op bepaalde momenten wel vrij moeten nemen. Ik denk dat mijn ervaring me heeft geholpen om vrouwen te ondersteunen die een verlies hebben geleden, want niet alles in het moederschap is een roze wolk.’

    Nu begint ze een gezondheidszorgproject om andere vrouwen en stellen te helpen leven met onvruchtbaarheid, en ze is ook de drijvende kracht achter ‘La vida sin hijos’ (Leven zonder kinderen), een door haar bijeengebrachte groep vrouwen die taboes willen doorbreken.

    ‘Ik heb me niet afgevraagd of ik meer of minder man ben. Voor mij heeft het daar niets mee te maken’

    9. Nog steeds een taboe

    Glòria

    ‘Ik wilde niet meedoen aan dit taboe, dit complot van stilzwijgen. Het is net als vijftig jaar geleden, toen mensen altijd zeiden dat iemand die kanker had, een “lang ziekbed” had. Ik wil niet dat er eufemismen worden gebruikt als het over onvruchtbaarheid gaat.

    Ik ben er gewoon voor uitgekomen. Het probleem is dat er geen normale voorbeelden zijn van kinderloze vrouwen. Het gaat altijd om stereotypen, zoals de verbitterde vrouw of de stiefmoeder. Nu veel mensen besluiten hierover te praten, zal het taboe verdwijnen.’

    Sandra Arolas

    ‘Veel mensen vroegen of wij kinderen wilden. Maar als ik dan vertelde wat er speelde, begonnen ze vaak over hun eigen ervaring, die wel succesvol was. Zo krijg je uiteindelijk het gevoel dat je alleen staat, dat dit kennelijk alleen jou overkomt. Terwijl het juist heel veel mensen blijkt te overkomen. Het is niet waar dat het er maar weinig zijn. Er wordt gewoon niet over gepraat.’

    Míriam

    ‘Naar mijn idee werd iedereen uiteindelijk zwanger. Of dat nou natuurlijk ging of via behandelingen. Dus ik dacht: Wat gebeurt er? Waarom overkomt dit alleen mij? Terwijl er natuurlijk veel vrouwen zijn die niet zwanger worden of miskramen krijgen. Waarom praten mensen daar dan niet over?

    Over menstruatie wordt ook niet gepraat. Mensen praten niet over de postnatale periode of de moeilijke kanten van het moederschap of de borstvoeding. Niemand praat over wat dan ook dat vrouwen meemaken. En dit is óók iets dat wij meemaken.’

    infertilityl persona1 a
    ‘De dag dat ik besloot dat het klaar was, voelde ik me bevrijd.’ – Miriam Aguilar, 42 jaar, accessoireontwerper. – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    Ariana

    ‘Er hangt een groot taboe rond reproductieve gezondheid en de geestelijke gezondheid van vrouwen. Niemand vertelt je dat een op de vier zwangerschappen niet wordt voldragen. Niemand vertelt je dat als je kind binnenin je sterft, je misschien toch een bevalling door moet. Niemand vertelt het je omdat we het niet willen horen. Als mannen in deze positie verkeerden, zouden zij er dan meer over praten? Dit zijn gebeurtenissen die je niet kunt voorkomen, maar je kunt mensen die ze moeten doormaken wel helpen om ermee om te gaan.’

    Glòria

    ‘Het is heel belangrijk om erover te praten. De meeste mensen dragen onvruchtbaarheid in stilte. Veel onderwerpen die voor vrouwen belangrijk zijn, blijven onzichtbaar. Erover praten is zogenaamd feminisme.

    Als je niet vruchtbaar bent, is het alsof je een lichamelijk defect hebt. Maar dat gaat gewoon niet meer op. Dat vrouwen zijn waar we nu zijn, komt doordat we besloten méér te willen dan alleen moeder zijn. Maar het patriarchaat heeft bepaald dat de belangrijkste rol van vrouwen is om kinderen te krijgen. Een vrouw die geen moeder is, past daar gewoon niet in. Wat voor rol heeft een volwassen vrouw als ze niet voldoet aan wat er van haar wordt verwacht? Veel dingen zijn ineens buiten je bereik, je verwachting van hoe je leven zou zijn verdwijnt.’

    Sandra Arolas

    ‘Het idee dat je nutteloos bent als je geen kinderen kunt krijgen, bestaat nog steeds. Alsof mensen met een baarmoeder verplicht zijn nieuw leven op de wereld te zetten. Of het nu je eigen beslissing is of niet, het feit dat je geen kinderen hebt maakt je tot een uitzondering.’

    Ona en Edu

    O: ‘Wij vrouwen zijn opgevoed met de gedachte dat het onze missie in het leven is om moeder te worden. Als je dat doel niet bereikt, kun je nog zo’n vrije, zelfstandige vrouw zijn, maar toch besef je ergens dat jij ook zo bent, dat je nog steeds vastzit aan de regels van het patriarchaat. En dat is frustrerend.’

    E: ‘Ik heb me niet afgevraagd of ik meer of minder man ben. Voor mij heeft het daar niets mee te maken.’

    Sandra Albert

    ‘Toen de dokter ons vertelde dat onze enige mogelijkheid het gebruik van donorsperma was, zei mijn partner dat hij niet wilde dat iemand dat wist. Wat maakt het uit of het je eigen bloed is of niet?’

    Míriam

    ‘Ik zat er niet mee dat de eitjes niet van mezelf zouden zijn. Het maakte me niet uit, want wat ik wilde was een kind. Ik had niet dat bezitterige gevoel dat het van mij moest zijn.

    Ik heb me echt overweldigd gevoeld door het moederschap, maar ook erg in de steek gelaten bij mijn miskramen, omdat ik geen ruimte kreeg om te praten. Er hangt een enorm taboe rond de geestelijke gezondheid van vrouwen. Het is alsof je nergens last van mag hebben, alsof je gewoon moet vergeten en verder gaan.’

    Zij wilde altijd moeder worden. Maar haar eerste zwangerschap was niet wat ze zich ervan had voorgesteld en ook het moederschap was niet het sprookje dat haar was verteld. Bij haar is sprake van een secundaire onvruchtbaarheid. Haar eerste dochter werd met 41 weken geboren na een lange en zware, maar normale zwangerschap. De problemen kwamen later, toen ze probeerden een tweede kind te krijgen. Ze raakte in verwachting van Pol en Gala, maar die zwangerschappen eindigden abrupt na dertien en zestien weken. Uit onderzoeken bleek dat Ariana een immuunziekte had en dat zou er de oorzaak van kunnen zijn dat haar zwangerschappen mis liepen. Met behandeling was er een kans om het opnieuw te proberen, maar Ariana en haar man besloten ermee op te houden en te aanvaarden dat hun gezin een ongebruikelijke grootte had. ‘We besloten dat het klaar was. Ik wilde dat niet nog een derde keer meemaken. Er was misschien wel een oplossing voor mijn onvruchtbaarheid, maar ik besloot die niet aan te grijpen. Dat begrijpen veel mensen niet. Het lijkt zelfzuchtig als je je dochter geen broertje of zusje wilt geven. Mijn dochter heeft al een broertje en zusje, maar die zijn er niet. Wij hebben een ander gezin.’

    Op haar Instagramaccount ‘Temps de dol’ (Tijd van rouw) maakte ze de verschillende vormen van moederschap zichtbaar waarover je nooit hoort, met name verdriet rond geboortes. ‘Voor mij is onvruchtbaarheid moederschap. De dood van een kind in de baarmoeder maakt deel uit van het moederschap, de dood van je kind bij de geboorte maakt deel uit van het moederschap en het beëindigen van een zwangerschap is ook deel van het moederschap.’

    10. Wat mij geholpen heeft

    ‘Ik heb een Instagramaccount aangemaakt om het verhaal te vertellen, als een dagboek. Ik had behoefte aan iemand die tegen me zei: “Wat jou overkomt, overkomt velen van ons, je stelt je niet aan.” En ik begon te schrijven. Ik heb ook psychologische hulp gezocht omdat ik besefte dat ik er alleen niet uit zou komen. Beide dingen hebben me geholpen om me geen misbaksel te voelen.’

    Sandra Arola

    ‘De mensen die ons het meest na staan hebben ons er doorheen gesleept en nooit vraagtekens geplaatst bij onze keuzes: “Als je je goed voelt en je vindt dat je het moet doen, doe het dan.” En het is goed om mensen te hebben die naast je staan, want het is niet gemakkelijk.’

    infertilityl persona3 a
    ‘We zien overal om ons zwangerschappen, en het zou een leugen zijn om te zeggen dat dat geen pijn doet.’ – Ona Campillo en Eduard Pi, 31 en 32 jaar, communicatie technici. – – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    Ona en Edu

    O: ‘Erover praten helpt me om ermee in het reine te komen, de scherpe kantjes eraf te halen en niet boos op het leven te worden. En het heeft me geholpen om met andere vrouwen te praten die net zulke dingen hebben meegemaakt.’

    E: Wij zijn er heel open over en maken zelfs grapjes over onze situatie, want dat helpt ons om ons beter te voelen. Iedereen moet zijn of haar eigen manier vinden.’

    Sandra Albert

    ‘In mijn omgeving was het niet iets waarover je praatte. Ik heb mijn moeder uitgelegd dat ik de eerste behandeling zou ondergaan, maar daarna heb ik er met haar niet meer over gesproken. Want als je er niet over praat, bestaat het probleem niet. En ook om de druk te ontwijken en vragen als “En? Hoe ging het? Nu wel gelukt?”’

    11. Aanvaarding, een leven zonder kinderen

    Sandra Albert

    ‘Toen de laatste ivf ook niet lukte, was het tijd om eens goed over mijn leven na te denken, want ik was heel verdrietig. En ik zei tegen mezelf: “Ofwel je gaat op zoek naar iets om naar uit te kijken in je leven, of je wordt een verbitterd mens.” Nu kan ik er beter mee omgaan, maar ik heb een hele tijd in een vacuüm geleefd. Het is nu een paar jaar geleden en ik heb tijd gehad om het te verwerken. Op mijn leeftijd is het sowieso een gepasseerd station. Ik kan er nu goed mee omgaan. Het is moeilijk geweest om een balans te vinden, maar het gaat nu prima. Ik ben gegroeid als persoon.’

    Glòria

    ‘Ik lijd er niet meer onder: ik ben eroverheen gekomen. Als je maar praat, word je sterker. Dit is niet bepalend voor mij. Het is me overkomen, maar er is me heel veel meer overkomen.

    Als je geen kinderen blijkt te krijgen, komt alles een beetje op losse schroeven te staan, je waarden, wat je nalaat… En ik denk na over ouder worden. Ik denk dat mensen zonder kinderen daar meer mee bezig zijn dan mensen met kinderen, omdat ze ervan uitgaan dat die wel voor hen zullen zorgen.’

    Míriam

    ‘Ik dacht dat ik het nodig had om moeder te zijn. Ik weet nog hoe ik vroeger dacht over een meisje dat geen kinderen kon krijgen: “Ik zou doodgaan als mij dat zou gebeuren.” Nu weet ik dat je niet doodgaat omdat je geen kinderen hebt. Het zou normaal moeten zijn dat vrouwen zonder kinderen even gelukkig kunnen zijn. We moeten een eind maken aan die sociale druk. En mensen informeren, zodat ze niet van die pijnlijke vragen stellen. En we moeten realiseren dat een ivf-behandeling lang niet altijd werkt.’

    Ona en Edu

    E: ‘Natuurlijk moeten we ons erop voorbereiden dat we geen kinderen krijgen. Maar dat blijft toch een beetje doen alsof, want we willen nog steeds graag ouders zijn. Als het niet kan, kan het niet en moeten we naar andere manieren zoeken. Je kunt geen mogelijkheid najagen die er niet is, daar word je alleen maar ongelukkig van. Wat mij misschien nog het meest zou frustreren is dat ik mijn ouders dan ook geen grootouders kan maken. Dat zal voor mij misschien het moeilijkst te aanvaarden zijn.’

    Míriam

    ‘Dat ik mijn verhaal zo vaak vertel is ook bedoeld voor de vrouwen die dit doormaken of gaan doormaken. Zodat zij zich niet zo hoeven te voelen als ik me voelde: alleen. En ik denk ook aan mijn nichtje. Ik wil niet dat zij zich, als ze volwassen wordt, onder druk gezet voelt om kinderen te krijgen. Als zij dat niet wil of kan hoop ik dat ze de middelen en informatie heeft die ik niet had.’

  • Hongersnood dreigt in Tigray | Estland vraagt VK om sancties tegen Belarus

    Hongersnood dreigt in Tigray | Estland vraagt VK om sancties tegen Belarus

    Hongersnood dreigt in Tigray

    Mark Lowcock, ondersecretaris-generaal voor humanitaire zaken en noodhulpcoördinator van de Verenigde Naties, waarschuwde deze week dat dringende maatregelen nodig zijn om hongersnood in de Ethiopische regio Tigray te voorkomen. ‘Er is een ernstig risico op hongersnood als hulp de komende twee maanden niet wordt uitgebreid’, aldus Lowcock tegen Al-Jazeera.

    In november vorig jaar gaf premier Abiy Ahmed van Ethiopië opdracht tot een militaire operatie in Tigray nadat hij het Tigray People’s Liberation Front beschuldigde van aanvallen op federale legerkampen. Het conflict in Tigray heeft in zeven maanden tijd duizenden mensen gedood en circa vijf miljoen mensen hebben dringend hulp nodig.

    Lees ook:


    Estland doet oproep aan VK

    De president van Estland, Kersti Kaljulaid, heeft er bij Groot-Brittannië op aangedrongen actie te ondernemen om te voorkomen dat antidemocratische regimes zoals dat van Belarus corrupt geld kunnen doorsluizen via het financiële centrum van Londen, aldus The Guardian.

    Haar pleidooi komt nadat de EU nieuwe economische sancties tegen Belarus heeft aangekondigd, alsmede strafmaatregelen tegen de nationale luchtvaartmaatschappij van Belarus, in een reactie op de kaping van een Ryanair-vlucht die leidde tot de arrestatie van de dissidente journalist Roman Protasevitsj, eerder deze week.

    Lees ook:

    De Estse president riep de Britse regering op eensgezind te zijn met de EU en alles in het werk te stellen om zich te verzetten tegen antidemocratische regeringen, zoals die van de Belarussische president Aleksander Loekasjenka. ‘We begrijpen dat er wettelijke beperkingen zijn, maar wees zo sterk als u kunt zijn, want dit is geld waarvoor het Belarussische volk lijdt onder een regime dat hun democratische rechten vertrapt’, aldus Kaljulaid.


    Cultuursector VS wacht nog op 16 miljard

    In december riep het Amerikaanse Congres een nieuw subsidieprogramma in het leven om muziekpodia, theaters en musea te steunen die vanwege de pandemie hun deuren moesten sluiten, maar van de beloofde 16 miljard is nog geen dollar uitgekeerd, meldt CNN. Uitbaters maken zich ernstig zorgen over de uitbetaling, die onder meer wordt vertraagd door technische problemen.


    Duitse vrouw verdient €1192 per maand minder

    De inkomenskloof tussen vrouwen en mannen in Duitsland groeit, zo blijkt uit cijfers van het Federaal Bureau voor de Statistiek. Mannen zouden gemiddeld 1.192 euro bruto meer per maand verdienen dan vrouwen.

    Het salarisverschil tussen mannen en vrouwen is 4 euro groter dan vier jaar eerder

    Het gemiddelde inkomen in april 2018, de laatst beschikbare cijfers, was 2.766 euro per maand. Over dat gemiddelde was het salarisverschil tussen mannen en vrouwen 4 euro groter dan vier jaar eerder, schrijft Die Tageszeitung. De kloof wordt vooral duidelijk bij hogere salarissen. Bijna 3,2 miljoen mannen, tegenover slechts ongeveer 800.000 vrouwen, verdienden 5.100 bruto euro per maand of meer. Dat komt neer op een mannelijk aandeel van bijna 80 procent. Bij topverdieners met minimaal 12.100 euro per maand lag het aandeel mannen met ruim 87 procent zelfs nog hoger. In deze salarisgroep gaat het om 158.000 mannen en 23.000 vrouwen.

    Omgekeerd zijn vrouwen sterk oververtegenwoordigd in groepen met lagere inkomens. Ongeveer 12,5 miljoen vrouwen ontvingen minder dan het gemiddelde inkomen van 2.766 euro, tegenover 8,3 miljoen mannen. Dit komt overeen met een vrouwelijk aandeel van ruim 60 procent.


    Hoger opgeleiden verlaten Italië

    Steeds meer hoger opgeleiden verlaten Italië. Volgens de Italiaanse Rekenkamer is de braindrain de afgelopen jaren sterk gestegen. ‘Beperkte vooruitzichten op een baan en lage lonen dwingen steeds meer afgestudeerden om het land te verlaten’, aldus de Rekenkamer, geciteerd door ANSA, die een toename noteert van 41,8 procent sinds 2013.

    Diploma’s in Italië bieden geen grotere kans op werk vergeleken met lagere opleidingsniveaus

    Net als andere landen ziet Italië steeds meer jonge mensen afstuderen, maar in tegenstelling tot andere landen, vertrekken steeds meer afgestudeerde jongeren naar het buitenland, zo stelt de Rekenkamer. ‘Het fenomeen is te wijten aan de aanhoudende moeilijkheden bij het betreden van de arbeidsmarkt en het feit dat diploma’s in Italië, in tegenstelling tot andere OESO-landen, geen grotere kans op werk bieden vergeleken met lagere opleidingsniveaus.’

    Opeenvolgende regeringen hebben geprobeerd de braindrain terug te draaien en ook de huidige premier Mario Draghi heeft gezworen om van Italië ‘een land voor jongeren‘ te maken met behulp van het door de EU gefinancierde coronaherstelplan.


    Veel Koreanen hebben geldzorgen

    Meer dan de helft van de volwassenen in Zuid-Korea heeft het afgelopen jaar last gehad van angst en depressie vanwege hun financiële status, zo blijkt uit Koreaans onderzoek schrijft The Korea Herald. Het onderzoek werd eind vorig jaar uitgevoerd onder 2000 mensen tussen 20 en 64 jaar, en wijst uit dat 58,1 procent van de respondenten hoge niveaus van stress en neiging tot zelfmutilatie heeft ervaren. Ongeveer 3,2 procent van de deelnemers dacht zelfs aan zelfmoord vanwege hun verslechterde financiële situatie. Niveaus van stress en depressie lagen hoger bij vrouwen en dertigplussers, de respons op zelfmoord en zelfmutilatie lag hoger bij mannen en bij twintig- en dertigjarigen.

    De deelnemers werd gevraagd om hun financiële welzijn te beoordelen op een schaal van nul tot 10. De gemiddelde score was 4,79. De mate van tevredenheid en geluk met financiële omstandigheden lag gemiddeld onder de 5 punten, terwijl het gemiddelde voor angst boven de 5 uitkwam.


    Minder expats in Saoedi-Arabië

    Maar liefst 2,24 miljoen buitenlandse werknemers hebben de privésector in Saoedi-Arabië verlaten sinds het koninkrijk in 2017 begon het aandeel van Saoedi’s in de sector te verhogen. Uit officiële gegevens blijkt dat het aantal buitenlandse werknemers van 2017 tot en met het eerste kwartaal van 2021 met 26,4 procent is afgenomen, bericht Middle East Monitor.

    Eind 2016 werkten er 8,49 miljoen expats in het land, eind maart 2021 waren dat er nog 6,25 miljoen. Het aantal Saoedische werknemers steeg in dezelfde periode met 10 procent van 1,68 miljoen naar 1,84 miljoen.

    Saoedi-Arabië wil het werkloosheidspercentage onder zijn burgers in 2030 teruggebracht hebben tot 7 procent.

    Lees ook: