Onderwerpen: Emancipatie

  • Duitsland: gezamenlijke coming out van katholieke lhbti’ers

    Duitsland: gezamenlijke coming out van katholieke lhbti’ers

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Schrijver Maya Angelou is eerste zwarte vrouw op Amerikaanse munt

    » Na staatsgreep in Burkina Faso vragen demonstranten Rusland om hulp

    Katholieke lhbti’ers protesteren tegen discriminatie

    ‘Meer dan honderd werknemers van katholieke instellingen treden gezamenlijk naar voren als lhbti’ers. Zij willen de aandacht vestigen op een discriminerend systeem’, schrijft het Duitse nieuwsprogramma Tagesschau op haar website.

    In een documentaire van omroep ARD doen honderd queer katholieken voor het eerst publiekelijk verslag van hun ervaringen in de Katholieke Kerk en haar instellingen. Tegelijkertijd treedt een groep van honderdvijfentwintig gelovigen naar buiten onder de naam Out in Church, om te protesteren tegen de arbeidswetgeving en een niet-transparant systeem dat discriminatie van lhbti-werknemers toelaat. De kerk is de op een na grootste werkgever in Duitsland.

    ‘Wie voor de katholieke kerk of katholieke instellingen werkt, moet in zijn arbeidscontract instemmen met speciale bepalingen die diep in de privésfeer binnendringen en die queer, dat wil zeggen niet-heteroseksuele of cisgender personen, verbieden open te zijn over hun identiteit. Het homohuwelijk zou uiteindelijk tot ontslag kunnen leiden’, schrijft Tagesschau.

    Lees ook:

  • GitHub sluit Indiase website die moslima’s ‘ter veiling’ aanbiedt

    GitHub sluit Indiase website die moslima’s ‘ter veiling’ aanbiedt

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Polen en Hongarije kochten Pegasus-spyware kort na bezoek Netanyahu

    » Tesla bekritiseerd om openen showroom in Chinese regio Xinjiang

    Indiase moslima’s vaker slachtoffer van misbruik en geweld

    Quratulain Rehbar, een journalist in India, trof onlangs een profiel van zichzelf aan op nepveilingwebsite Bulli Bai, die zijn naam ontleent aan een scheldwoord voor moslima’s. Rehbar werd daar ‘ter veiling’ aangeboden, evenals tientallen andere moslima’s, waaronder beroemde vrouwen zoals Nobelprijswinnaar Malala Yousafzai, schrijft The Washington Post. Veel van deze vrouwen bekritiseren het hindoenationalisme en de behandeling van etnische en religieuze minderheden in India door premier Narendra Modi en zijn rechtse Bharatiya Janata-partij (BJP).

    Modi en de BJP voeren een agenda die de nadruk legt op het primaat van hindoes in het land. De afgelopen maanden laaide een golf van religieus geweld op tussen hindoes en moslims, waarbij critici van de BJP worden aangevallen door bendes. Online en soms offline misbruik en geweld zijn vooral wijdverbreid tegen vrouwelijke tegenstanders van het hindoenationalisme.

    De website, gebouwd op het populaire Amerikaanse coderingsplatform GitHub, werd overigens direct door GitHub gesloten na een stroom van online protesten.

    Lees ook:

  • Seksueel roofdiergedrag op de Amerikaanse campus

    Seksueel roofdiergedrag op de Amerikaanse campus

    Al jarenlang houden studenten op fraternities, verenigingen voor mannelijke studenten aan Amerikaanse universiteiten, weddenschappen over de vraag of ze wel of niet met zwaarlijvige vrouwen naar bed zullen gaan. Het levert ‘winnaars’ waardering op binnen de gemeenschappen; slachtoffers worden vernederd.

    Het principe van ‘hogging‘ is even eenvoudig als neerbuigend: om winnaar te worden, moet een van de deelnemende studenten hebben geslapen met ‘de dikste vrouw van de avond’, naar het oordeel van de groep. ‘Als de seksuele daad eenmaal is gepleegd, is het niet ongebruikelijk dat vervolgens een groep mannen in de slaapkamer verschijnt om het slachtoffer te vernederen’, aldus La Libre Belgique.

    De term hogging komt van het Engelse ‘hog’ voor varken en het werkwoord ‘hogging’ voor toe-eigenen. De praktijk bestaat al lange tijd maar kwam aan het licht doordat een slachtoffer de zaak op TikTok aan de kaak stelde, schrijft het Belgische Franstalige dagblad La Libre Belgique.

    Het fenomeen is niet nieuw: dergelijke weddenschappen blijken al tientallen jaren wijdverbreid te zijn op Amerikaanse universiteiten. Maar sinds plussize model Megan Mapes, een populaire verschijning op TikTok, de praktijk afgelopen november in de openbaarheid bracht wordt er veel over gesproken. 

    In een video op TikTok, die begin december al meer dan 1,5 miljoen keer was bekeken, laat Mapes zien hoe deze voortdurend terugkerende weddenschappen een traumatisch fenomeen zijn voor vrouwen, hetgeen ze staaft met onderzoeken die ernaar zijn gedaan.

    Die gebeurtenis is slechts één voorbeeld van hoe de mentaliteit binnen de studentenverenigingen ‘vrouwenhaat verheerlijkt’

    In 2018 berichtte de Amerikaanse nieuwssite Slate al over de schorsing van twee jaar die werd opgelegd aan een studentenvereniging van de Cornell University. Het dispuut had een wedstrijd gehouden onder de naam ‘Varken aan het spit’. Die gebeurtenis is slechts één voorbeeld van hoe de mentaliteit binnen de studentenverenigingen ‘vrouwenhaat verheerlijkt’, zo verklaarde destijds het studentenmedium Study Break, dat ook de voortdurende verkrachtingscultuur op universiteiten aan de kaak stelde.

    ‘Al bijna twintig jaar staat de term in de Urban Dictionary‘, schrijft de site BuzzFeed, die Megan Mapes interviewde. ‘Een manier om mannelijkheid te bewijzen, is dat sommige mannen met zoveel mogelijk vrouwen naar bed gaan. Ze zien dikke vrouwen als gemakkelijke doelwitten’, aldus Mapes.

    De populariteit van deze praktijken werd al in 2006 aangetoond in een studie van de sociologen Ariane Prohaska van de University of Alabama en Jeannine A. Gailey van de Texan Christian University. Volgens het tweetal, dat door La Libre Belgique werd geraadpleegd, kiezen mannen die deelnemen aan deze misogyne weddenschappen vrouwen met overgewicht als doelwit omdat die worden beschouwd ‘als minder aantrekkelijk en daarom meer bereid tot seks’. Het doel van de weddenschappen is om zoveel mogelijk veroveringen aan elkaar te rijgen en zo aan hun kompanen te kunnen laten zien dat ze ‘echte mannen zijn’. 

    De Belgische krant schrijft verder: ‘“Hogging” is een sociale handeling die binnen een groep moet worden voltrokken. Eén man is betrokken bij de seksuele activiteit, maar alle anderen in de omgeving die meedoen aan de weddenschappen en er plezier aan beleven zijn eveneens betrokkenen.’

    Bewustwording

    De sociologen werden tijdens hun onderzoek in 2006 verrast door de reactie van de mannen die ze hadden geïnterviewd: ‘Het meest verontrustend was dat iedereen het grappig vond.’

    Dankzij de video van Megan Mapes realiseerden verschillende vrouwen zich dat ze in het verleden slachtoffer waren geworden van deze weddenschappen, zo blijkt uit de commentaren. Gebruikers van Reddit hebben op het sociale medium verklaard dat ze ‘hogging’ kennen onder andere benamingen, soms al sinds de jaren negentig.

    Aangezien seksuele relaties vaak plaatsvinden na avonden vol alcohol en jonge meisjes de daadwerkelijke bedoelingen van de betreffende mannen niet kennen, bogen de twee sociologen zich over de vraag van toe- en instemming, schrijft La Libre Belgique.

    ‘Een van de belangrijkste onderdelen is dat mannen elkaar verantwoordelijk houden’

    ‘Het is aannemelijk dat deze vorm van seksueel roofdiergedrag overeenkomsten vertoont met verkrachting en andere gewelddadige seksuele handelingen die door sommige mannen worden gepleegd om hun mannelijkheid te bewijzen’, schreven ze in een tweede onderzoek uit 2010. ‘Als het gaat om elke vorm van geweld rond seks en seksualiteit, is een van de belangrijkste onderdelen dat mannen elkaar verantwoordelijk houden’, legt ze uit. ‘Om ze dat te laten doen, moeten ze in de eerste plaats horen wat het is, en weten dat het iets is dat bestaat en gebeurt.’

    Met haar video hoopt Megan Mapes in ieder geval mannen bewust te maken, verklaarde ze aan Buzzfeed: ‘Als het gaat om vormen van geweld rond seks en seksualiteit, is een van de belangrijkste onderdelen dat mannen elkaar verantwoordelijk houden’, legt ze uit. ‘Om ze dat te laten doen, moeten ze in de eerste plaats horen wat het is, en weten dat het iets is dat bestaat en gebeurt.’

    Lees ook:

  • Het laatste matriarchaat vind je op het Estse eiland Kihnu

    Het laatste matriarchaat vind je op het Estse eiland Kihnu

    Op het eiland Kihnu maken vrouwen de dienst uit. Van oudsher moesten zij de alleskunners zijn terwijl de mannen op zee waren voor vis op de plank.

    Op Kihnu kenden ze al streepjescodes ver voordat de wereld werd veroverd door computers en elektronische dataverwerking. Streepjescodes zijn op dit kleine, tot Estland behorende, eiland in de Oostzee al ruim tweehonderd jaar representatief voor de gemoedstoestand van de bewoners. De kört, de traditionele, gestreepte lange rok van de vrouwen – waarvan het patroon veel wegheeft van een barcode –, geeft bijvoorbeeld aan of de draagster verdrietig dan wel in feeststemming is.

    De kört is een van de redenen dat de traditionele levensvorm van de paar honderd inwoners op Kihnu inmiddels deel uitmaakt van het immateriële erfgoed van de Unesco. Dat komt door de manier waarop het kledingstuk ook tegenwoordig nog wordt geproduceerd: de rok wordt meestal door de vrouw die hem gaat dragen zelf gemaakt, van het spinnen van de wol en het verven met natuurlijke kleurstoffen tot en met het weven.

    Bron van informatie

    Bovendien is de kört een bron van informatie over de vrouw die hem draagt. Is hij overwegend rood, dan gaat het haar goed; naar zwart neigende blauw- en grijstinten getuigen daarentegen van verdriet over het verlies van haar echtgenoot. Maar ook een bruid gaat voorafgaand aan de huwelijksvoltrekking donker gekleed, omdat zij met haar huwelijk haar jeugdjaren achter zich laat. Die rok zal ze daarna nooit meer dragen, maar ze zal hem ooit meekrijgen in haar graf.

    Het signaalsysteem van de kört is zo uitgebreid dat er zelfs een proefschrift aan is gewijd aan de Universiteit van Tartu, die vermaard is vanwege zijn semiotiekonderzoek (studie naar de werking van signalen). Maar recentelijk verkreeg Kihnu internationale bekendheid vanwege nog een andere bijzonderheid: volgens onder meer BBC zou het eiland de laatste plek in Europa zijn met een matriarchaat. Hier maken vrouwen de dienst uit.

    Dat de vrouwen het leven van alledag domineren, is ongetwijfeld juist. Want de mannen zijn vaak dagen- of soms zelfs wekenlang niet op het eiland. Kihnu leefde lange tijd vrijwel uitsluitend van landbouw en visserij. De visserij en alles daaromheen, zoals het bouwen van boten, was het domein van de mannen. Zij zaten vaak lang op zee. Zodoende kwam alles wat met het land te maken had voor rekening van de vrouwen: van de verzorging van het gezin en de opvoeding van de kinderen tot het werk op de boerderij. Als bijvoorbeeld de tractor kapotging of de motorfiets met zijspan (sinds de Sovjettijd het favoriete vervoersmiddel op het eiland), moesten de vrouwen van Kihnu die zelf repareren. Zij moesten dus van oudsher alleskunners zijn.

    Een levende traditie

    De strikte scheiding tussen het domein van ‘zee en man’ en dat van ‘land en vrouw’ komt ook naar voren in het kleine museum in Linaküla, een van de vier buurtschappen op het eiland. Aan elk van beide werelden is een helft van de expositie gewijd. Maar hoe zit het vandaag de dag met dat vermeende matriarchaat? Maie Aav, de directrice van het museum, denkt een ogenblik na en zegt dan: ‘Ik weet niet of je het zo kunt noemen, maar vrouwen zijn hier zonder meer heel belangrijk.’

    Waarschijnlijk is de vraag sowieso fout gesteld. Want het feit dat het maatschappelijke leven op het eiland ook tegenwoordig nog vrijwel volkomen wordt bepaald door vrouwen, vindt zijn oorzaak in de historische leefwijze en de noodzaak van arbeidsdeling. Belangrijker voor Aav is dat het unieke, vooral door vrouwen in stand gehouden, cultuurgoed van het eiland niet verloren gaat.

    En de kansen daarop zijn niet eens slecht. Al op het busstation van Pärnu, de Estse kuststad waar de reis per bus en veerboot naar Kihnu begint, viel een jonge vrouw in het oog die dan wel een hoodie aanhad en op gymschoenen liep, maar ook een kört droeg. Misschien woont zij door de week voor haar werk of studie in Pärnu en keert ze alleen in de weekenden terug naar Kihnu. Maar ook op het vasteland toont zij zich een trotse bewoonster van het eiland. 

    Het handwerkkransje betekende voor jonge vrouwen een welkome mogelijkheid voor ontspanning

    ‘Helaas is er op het eiland voor jonge mensen geen middelbare school, en ook nauwelijks werk,’ vertelt Aav. Dat geldt ook voor haar eigen zoon, die op een school in Pärnu eindexamen doet en later ICT wil studeren. Maar dat wil nog niet zeggen dat de jeugd niets meer van de karakteristieke levensvorm op het eiland wil weten. Dat blijkt in een bijgebouw van het museum, waar de bezoekers elke zaterdag van juni tot augustus een voorstelling met voor Kihnu typische muziek en dans voorgeschoteld krijgen. In het groepje vrouwen is elke generatie vertegenwoordigd, ook tieners.

    ‘Maar als er in de donkere maanden geen toeristen meer komen,’ zegt Aav, ‘dan ontmoeten we elkaar op donderdag, zonder iemand van buiten.’ Dat heet dan ülalistumine, wat zich min of meer laat vertalen als ‘breibijeenkomst’. Vroeger was dat een belangrijke aangelegenheid. Het handwerkkransje betekende voor jonge vrouwen een welkome mogelijkheid voor ontspanning. Zo konden zij zich op goede gronden even onttrekken aan het zware werk op de boerderij en iets voor zichzelf doen. Tegenwoordig zijn de vrouwen die samen komen handwerken ouder – vrouwen die graag terugkijken op hun jonge jaren, toen ander vermaak op het afgelegen eiland dun was gezaaid. Ze zien uit naar een babbeltje en bovendien willen ze allemaal uitzoeken wie op dat moment het mooiste breipatroon heeft voor sokken of wanten. 

    De geïsoleerde ligging van Kihnu heeft tot op heden bijgedragen aan de instandhouding van deze bijzondere leefwijze. En de bewoners lieten zich er ook niet onder krijgen toen ze ruim vier decennia onder de Sovjetknoet leefden, een periode waarin blijken van nationale en regionale eigenheid als bourgeois en nationalistisch werden beschouwd, en in strijd met de nagestreefde schepping van de homo sovieticus

    Tussen museum en moderniteit

    Maar hebben dergelijke tradities nog wel toekomst? In ieder geval helpt het ecotoerisme, dat op Kihnu inmiddels een nieuwe bron van werk en inkomen vormt. Want het toerisme zet het unieke handwerk uit Kihnu in de etalage. Vrouwen organiseren workshops, van breien en haken tot en met broodbakken en het vervaardigen van natuurlijke cosmetica. Het kan zomaar gebeuren dat bij een zaterdagconcert ook Rosaali Karjam komt optreden, de ruim tachtigjarige doyenne van de handenarbeid, om iets nieuws uit haar werkplaats te tonen.

    Dankzij de maatschappelijke erkenning die de traditionele levensstijl van het eiland inmiddels ten deel valt, is het voor de lokale jeugd eenvoudiger geworden om de spagaat tussen het moderne leven en de sociale erfenis van het eiland te verkleinen. ‘En ook de school helpt tegenwoordig een handje mee en leert kinderen onze manier van leven beter te begrijpen,’ zegt museumdirectrice Maie Aav, ‘anders dan in de Sovjettijd, toen hij tegen ons werkte’. Zo is er op het eiland, dat vroeger vaak meewarig glimlachend als achterlijk werd afgedaan en waar de bewoners bespot werden vanwege hun specifieke dialect, een nieuw zelfbewustzijn ontstaan.

    Verstarren als openluchtmuseum, dat wil Kihnu niet, ook al worden de bezoekers juist aangetrokken door het voorhistorische karakter van het eiland. Maar de traditie is net als vroeger de grondslag voor de eigen identiteit. ‘Niemand hoeft hier tegenwoordig meer als vrouw een kört te dragen,’ zegt Aav. ‘Als wij hem dragen, doen wij dat omdat we het willen.’

    Lees ook:

  • Zuid-Koreaans zuivelmerk biedt excuses aan voor reclame met vrouw als koe

    Zuid-Koreaans zuivelmerk biedt excuses aan voor reclame met vrouw als koe

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Regio Berlijn investeert half miljard euro in kinderopvang

    » Ook Deense musea moeten sluiten vanwege oprukkende omikronvariant

    Seoul Milk verwijdert reclame van YouTube na kritiek

    Het grootste zuivelmerk van Zuid-Korea moet diep door het stof vanwege een reclame waarin vrouwen als koeien worden afgebeeld. In de commercial van Seoul Milk is te zien hoe een man in het geheim een groep vrouwen in een weiland filmt, die later in koeien veranderen. Na publieke verontwaardiging verwijderde Seoul Milk de commercial van YouTube, maar het filmpje is sindsdien viraal gegaan omdat het opnieuw werd geüpload door internetgebruikers, bericht BBC. De bezwaren betreffen ook het gedrag van de filmende man vanwege de vergelijking met ‘molka’, de Zuid-Koreaanse term voor de illegale praktijk van het stiekem filmen van vrouwen.

    ‘Aan iedereen die zich ongemakkelijk voelde bij de melkcommercial die vorige maand werd uitgebracht, bieden we onze oprechte excuses aan’, aldus moederbedrijf Seoul Dairy Cooperative in een online verontschuldiging. ‘We nemen deze zaak serieus en zullen een interne evaluatie uitvoeren om ervoor te zorgen dat soortgelijke incidenten in de toekomst worden voorkomen. Verontschuldigend buigen we onze hoofden.

    Lees ook:

  • Israëlische vrouwen verdienen bijna 30 procent minder na geboorte eerste kind

    Israëlische vrouwen verdienen bijna 30 procent minder na geboorte eerste kind

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Marokko streeft naar ‘normale’ betrekkingen met Duitsland

    » Indonesië begint met bouw van ’s werelds grootste ‘groene’ industriepark

    Loonkloof in Israël is relatief hoog

    In Israël wordt het de ‘straf voor het moederschap’ genoemd; de terugval in salaris van vrouwen na de geboorte van hun eerste kind. Volgens een studie van het Israëlische ministerie van Financiën bedraagt die daling maar liefst 28 procent, schrijft Haaretz.

    Het onderzoek richtte zich op de kloof tussen mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt. Israël staat wereldwijd hoog op de ranglijst wat betreft het percentage vrouwen dat deelneemt aan de arbeidsmarkt, dat in 2019 73,9 procent bereikte, vergeleken met 81,6 procent voor mannen – een verschil van slechts 7,7 procent. Het verschil in de gemiddelde arbeidsparticipatie in landen van de OESO is groter, namelijk 13,3 procent. Maar wat salarisverschillen betreft, is het beeld voor Israël minder flatterend. Het gemiddelde maandsalaris voor mannen is 16.100 shekel, circa 4570 euro, vergeleken met 10.700 voor vrouwen.

    Deze kloof is met 22,7 procent relatief hoog; in de OESO bedraagt de gemiddelde loonkloof slechts 12,4 procent.

  • Chili kent gelijke rechten toe aan homohuwelijk

    Chili kent gelijke rechten toe aan homohuwelijk

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Saoedi-Arabië: Frankrijk heeft verkeerde man gearresteerd voor moord Khashoggi

    » Inflatie in Polen bereikt hoogste punt in twee decennia

    Getrouwde homostellen krijgen toegang tot adoptie

    Een nieuwe wet die dinsdag door het parlement is aangenomen geeft getrouwde paren van hetzelfde geslacht dezelfde rechten als heteroseksuele paren, waaronder toegang tot adoptie, meldt CNN op haar Spaanstalige site. Sinds 2015 is het in Chili toegestaan voor koppels van hetzelfde geslacht om een geregistreerd partnerschap aan te gaan, maar was het hen niet toegestaan een kind te adopteren.

    Wereldwijd is het homohuwelijk toegestaan in zo’n dertig landen

    Het Zuid-Amerikaanse land heeft zich dinsdag aangesloten bij zo’n dertig landen wereldwijd die het homohuwelijk toestaan. Het wetsvoorstel was in 2017 in het parlement ingediend op initiatief van de sociaal-democratische oud-president Michelle Bachelet, tijdens haar tweede ambtstermijn (2014-2018). In een onverwachte verklaring op 1 juni van dit jaar heeft de huidige president, de conservatieve Sebastián Piñera, wiens ambtstermijn in maart 2022 eindigt, het parlement verzocht het wetsvoorstel ‘met de grootste zorgvuldigheid’ te behandelen.

    Lees ook:

  • Antiwoke-universiteit of noodzakelijke onderwijsvernieuwing?

    Antiwoke-universiteit of noodzakelijke onderwijsvernieuwing?

    De nieuwste universiteit van de VS was nog geen tien dagen oud of ze moest al in de verdediging. De instelling zou een uiterst rechts bastion zijn in plaats van een neutrale leerplek. Spraakmakende adviseurs van het eerste uur Steven Pinker en Robert Zimmer verlieten de raad van adviseurs, waar ze intellectuele steun gaven aan het idee van een op ‘vrij onderzoek’ gerichte plek.

    ‘We kunnen niet wachten tot universiteiten zichzelf herstellen. Dus beginnen we een nieuwe. Ik heb mijn positie als president van St. John’s College in Annapolis opgegeven om een universiteit in Austin te starten die is gewijd aan het onbevreesd nastreven van de waarheid.’ Zo kondigde Pano Kanelos op 8 november van dit jaar de oprichting aan van een splinternieuwe universiteit in Amerika, de ‘UATX’, University of Austin, Texas.

    Over de noodzaak voor deze nieuwe universiteit schreef hij: ‘Kunnen we echt beweren dat het nastreven van de waarheid – ooit het centrale doel van de universiteit – nog steeds de hoogste deugd is? Geloven we oprecht dat de cruciale middelen daarvoor, vrijheid van onderzoek en een open discours, nog de overhand hebben terwijl illiberalisme een alomtegenwoordig kenmerk van het universitair klimaat is geworden?’

    ‘Onze democratie hapert voor een belangrijk deel, omdat ons onderwijssysteem illiberaal is geworden’

    ‘De realiteit is dat veel universiteiten niet langer worden aangespoord een omgeving te creëren waarin intellectuele afwijkende meningen worden beschermd en modieuze meningen scherp worden bevraagd. Onze meest prestigieuze scholen dienen vooral als eindopleiding voor de aankomende nationale en mondiale elite. Te midden van baksteen en klimop houden deze studenten zich met steeds ontoegankelijkere theorieën bezig.’

    En dat is een groot probleem, aldus Kanelos. ‘Niet alleen worden studenten als individuen hiermee benadeeld; we laten de natie in de steek. Onze democratie hapert voor een belangrijk deel, omdat ons onderwijssysteem illiberaal is geworden.‘

    ‘Universiteiten zijn plekken waar de samenleving denkt, waar de gewoonten en zeden van onze burgers worden gevormd. Als deze instellingen niet open en pluralistisch zijn, als ze uitspraken beperken en degenen met onpopulaire standpunten verbannen, als ze wetenschappers ertoe brengen complete onderwerpen te mijden uit angst, als ze voorrang geven aan emotionele troost boven het vaak ongemakkelijke streven naar de waarheid, wie is er dan nog over om het discours vorm te geven dat nodig is om vrijheid in een zelfsturende samenleving in stand te houden?’

    Ayaan Hirsi Ali

    Kanelos introduceerde een lijst met namen van docenten, betrokkenen en adviseurs. De rechtse tot uiterst rechtse signatuur die hieruit naar voren kwam, leidde in de Amerikaanse universitaire en journalistieke wereld tot opgetrokken wenkbrauwen.

    ‘Ons project begon met een kleine bijeenkomst van degenen die zich zorgen maakten over de staat van het hoger onderwijs’, schreef Kanelos. ‘Niall Ferguson, Bari Weiss, Heather Heying, Joe Lonsdale, Arthur Brooks en ik, en sindsdien hebben ook vele anderen zich aangesloten, zoals de dappere professoren Kathleen Stock, Dorian Abt en Peter Boghossian. Maar ook universiteitsvoorzitters: Robert Zimmer, Larry Summers, John Nunes en Gordon Gee, en vooraanstaande academici, zoals Steven Pinker, Deirdre McCloskey, Leon Kass, Jonathan Haidt, Glenn Loury, Joshua Katz, Vickie Sullivan, Geoffrey Stone, Bill McClay en Tyler Cowen.

    We worden ook vergezeld door journalisten, kunstenaars, filantropen, onderzoekers en publieke intellectuelen, waaronder Lex Fridman, Andrew Sullivan, Rob Henderson, Caitlin Flanagan, David Mamet, Ayaan Hirsi Ali, Sohrab Ahmari, Stacy Hock, Jonathan Rauch en Nadine Strossen.

    Aan die politieke diversiteit van de nieuwe universiteit wordt ernstig getwijfeld

    Wij zijn een toegewijd team dat met de dag groeit. Onze achtergronden en ervaringen zijn divers; onze politieke opvattingen verschillen.’

    En precies over dat laatste ontstond een polemiek in de pers en de universitaire wereld, want aan die politieke diversiteit wordt ernstig getwijfeld.

    Zo schreef columnist Will Bunch in The Philadelphia Inquirer: ‘De echte reden voor het creëren van hun nieuwe bastion van hoger onderwijs is “wokeness”, waarvan zij beweren dat die het intellectuele debat verstikt. Volgens een van de bondgenoten, de conservatieve Ayaan Hirsi Ali: “Ons onderwijssysteem faalt: in plaats van een plek om te leren, zijn universiteiten getransformeerd in plekken van angst”, waarbij ze verwijst naar wat ze beschrijft als obsessies met “micro-agressies” rond huidskleur, geslacht of seksualiteit, de zogenaamde “cancelcultuur”, of het gebruik van de juiste voornaamwoorden.’

    ‘Zeker’, schrijft Bunch, ‘er zijn serieuze problemen rond vrijheid van meningsuiting op de campussen, maar dat ligt veel genuanceerder en gecompliceerder dan ze doen voorkomen. Ze zouden eens een paar dagen op een echte universiteit moeten doorbrengen, in plaats van alleen maar te lezen over de selectieve Breitbart/Fox News-“campus snowflake”-verontwaardiging van de dag.‘

    Onafhankelijkheid

    Voor Politico ging Derek Robertson verder op de zaak in met het artikel ‘Het is de university of Austin tegen iedereen – inclusief zichzelf’. Hij plaatst vraagtekens bij de neutraliteit en onafhankelijkheid die de nieuwe universiteit zegt na te streven.

    ‘Toen UATX begin november werd gelanceerd‘, aldus Robertson, ‘zei oprichter Pano Kanelos, dat “de betekenis van oldskool motto’s terug zouden keren. Licht. Waarheid. De wind van vrijheid” tegenover “universiteiten die er buitengewoon goed in zijn om studenten alles te bieden wat ze nodig hebben… behalve intellectuele durf”. Het was zowel een uitleg van zijn missie als een impliciete kritiek: de University of Austin zal “fel onafhankelijk” zijn, in tegenstelling tot het academische establishment dat hopeloos gevangen wordt gehouden door progressieve, censurerende ideologen.

    De oprichtingsaankondiging ging gepaard met klinkende namen om het project intellectuele glans te geven, zoals historicus Niall Ferguson van de Hoover Institution in Stanford – een van de oprichters van UATX – en voorts voormalig minister van Financiën en voormalig Harvard-voorzitter Larry Summers en econoom Tyler Cowen.

    Steven Pinker van Harvard zwijgt over waarom hij zijn deelname aan UATX heeft beëindigd, maar Robert Zimmer van de Universiteit van Chicago was er duidelijk over: hij is absoluut voor vrije meningsuiting, maar staat niet achter de directe aanval op het bestaande hoger onderwijs. In een verklaring zegt hij dat “de nieuwe universiteit een aantal uitspraken deed over het hoger onderwijs in het algemeen, het merendeel behoorlijk kritisch, die heel sterk afwijken van mijn eigen opvattingen”.

    ‘Het bijna onmogelijk om het project als iets anders te zien dan als politiek’

    Gordon Gee, president van de West Virginia University, een andere adviseur, blijft wel betrokken, maar was nog directer: “Ik ben het er niet mee eens dat andere universiteiten niet langer de waarheid zouden zoeken en ik heb ook niet het gevoel dat het hoger onderwijs onherstelbaar beschadigd is.”

    Al deze onenigheid weerspiegelt de ongemakkelijke tegenstelling in het hart van het ambitieuze project: ondanks de claim van onafhankelijkheid van de University of Austin in het politieke mijnenveld dat hoger onderwijs in 2021 is, is het bijna onmogelijk om het project als iets anders te zien dan als politiek op zich.

    Kanelos, de voormalige president van het St. John’s College, kondigde de lancering aan via de Substack-nieuwsbrief van Bari Weiss, een medeoprichter die geen academicus is, maar een journalist gespecialiseerd in het prikken in de liberale consensus. Medeoprichter en trustee Joe Lonsdale, tevens met Peter Thiel medeoprichter van het data-analysebedrijf Palantir, verdedigde het project in de conservatieve New York Post, en Ferguson schreef zuur bij Bloomberg dat ‘academische vrijheid sterft in wokeness’.

    De expliciet uitgesproken ideologische toewijding van de University of Austin is gericht op een pluralistische, klassiek liberale vrijheid van meningsuiting. Maar, zoals Zimmer en anderen hebben opgemerkt, berust het project van de universiteit in haar huidige vorm op een inherent politieke kritiek op bestaande instellingen. Voor een intellectueel vehikel dat zo toegewijd is aan diversiteit van denken dat het niet eens zou kunnen bestaan ​​in het huidige academische landschap, vormen de erbij aangesloten denkers zelf bijna een monocultuur: het zijn bijna allemaal iconen van hetzelfde confronterende, niet-vooruitstrevende liberale rationalisme.’

    Morele superioriteit

    ‘Het claimen van een open blik en van meritocratische, rationele vrijheid van ideologische dogma’s, is in de Amerikaanse politiek hetzelfde als morele superioriteit claimen’, vervolgt Robertson zijn artikel. ‘Door precies dat te doen, heeft UATX ongewild de kritiek bevestigd van de meeste linkse cultuurcritici die luidkeels opperen dat waarheid of objectiviteit niet bestaat. Op basis van haar huidige intellectuele kliek lijkt de zelfverklaarde “onafhankelijkheid” van UATX veel op een poging de dominantie van de eigen waarden van haar betrokkenen opnieuw te onderstrepen.

    Je hoeft je niet volledig over te geven aan relativisme om te erkennen dat morele superioriteit meer een doel of aspiratie is dan een toestand die je ooit echt kunt bereiken. Wanneer conservatieve figuren zoals senatoren Ted Cruz of Josh Hawley roepen dat Amerikaanse instellingen ideologisch gevangen zijn genomen en moeten terugkeren naar een of ander Eden-achtig, pre-woke ideaal, of wanneer progressieve opiniemakers zoals Nikole Hannah-Jones een objectieve feitelijke basis denken te kunnen claimen voor een project dat fundamenteel ideologisch is, dan verdraaien ze idealen voor hun eigen politieke doeleinden. Dat alles maakt deel uit van de slingerbeweging van het Amerikaanse intellectuele leven. Maar door te beweren daar buiten te staan, leggen UATX en zijn pleitbezorgers de lat onmogelijk hoog voor hun project.

    ‘Wat het project het meest kwetsbaar maakt voor kritiek in dit vroege stadium, is wie er niet bij betrokken zijn’

    Dat wil niet zeggen dat de structurele of ideologische kritiek op de academische wereld inherent verkeerd is; het zal moeilijk zijn om iemand te vinden (die geen goedbetaalde universiteitsbestuurder is) die zal beweren dat het huidige systeem perfect werkt. Maar de lancering van UATX, en de luidruchtige reacties die daarop volgden, kunnen worden gezien als een waarschuwing over de notie van objectiviteit in het moderne Amerikaanse intellectuele leven; over hoe verleidelijk het is aanspraak te maken op neutraliteit, en hoe een krachtig maar gevaarlijk gereedschap dat is geworden in de gereedschapskist van de cultuuroorlog.

    Ook al zijn de oprichtingsadviseurs van de universiteit uniform in hun oppositie tegen een bepaald soort progressieve retoriek, het is wel een beetje een lastig te plaatsen club. Tegenover alle gal die Ferguson verzamelde in zijn Bloomberg-opiniestuk, is er de omzichtigheid van iemand als Cowen; tegenover de zwaarwichtigheid van eikenhouten lambriseringen die een figuur als Gordon Gee omgeeft, is er het blotevuistengepolemiseer van Andrew Sullivan. Dan heb je nog een toneelschrijver, Trump-aanhanger David Mamet, en een geofysicus; Dorian Abbot, die meeschreef aan een opiniestuk waarin positieve discriminatie wordt bekritiseerd en wiens uitnodiging voor een prestigieuze MIT-lezing vervolgens werd afgezegd.

    Wat het project echter het meest kwetsbaar maakt voor kritiek in dit vroege stadium, is wie er niet bij betrokken zijn, namelijk iedereen van progressief links waarvan ze geloven dat die vrijheid van meningsuiting in de academische wereld zouden bedreigen. In een e-mail zei woordvoerder Hillel Ofek dat UATX ”geen enkele politieke of ideologische toegangstest zal doen. Wij zijn van mening dat het een fundamenteel onderdeel is van liberaal onderwijs om rigoureus om te gaan met radicaal alternatieve opvattingen en ideeën, inclusief die welke de vrijheid van meningsuiting in twijfel trekken. We zouden zeker iemand verwelkomen die een criticus is van de vrijheid van meningsuiting van links of rechts, zolang ze zich aan onze universitaire principes van open onderzoek en open en eerlijk debat houden.”’

    Vehikel tegen ‘wokeness’

    ‘Maar wat verklaart dan de rechtse signatuur van al die adviseurs van het eerste uur?’ vraagt Robertson zich af. ‘De meest barmhartige opmerking van critici zou kunnen zijn dat de oprichters van de universiteit progressieve censuur vrezen als een te grote bedreiging of belemmering (zie: Karl Poppers “paradox van tolerantie”). Maar, om Ockhams scheermes te gebruiken: het is veel gemakkelijker voor te stellen dat niemand ter linkerzijde, zeker niet in de moordende wereld van het hoger onderwijs waar reputatie goud waard is, bereid is om zich aan te melden voor een project dat door vakgenoten onvermijdelijk zal worden afgedaan als reactionair.

    “Ik betwijfel of iemand die, bij gebrek aan een betere terminologie, ‘progressief’ is, de kans zou verwelkomen om deel uit te maken van de raad van adviseurs”, denkt ook Nadine Strossen, professor aan de New York Law School en voormalig president van burgerrechtenorganisatie ACLU, die gelooft dat robuuste bescherming van de vrijheid van meningsuiting van het grootste belang is, niet alleen voor de bloei van het liberalisme, maar ook voor raciale rechtvaardigheid op zich.

    Strossen, een UATX-adviseur, zegt lange gesprekken te hebben gevoerd met universiteitsvoorzitter Pano Kanelos. “Ik twijfel er absoluut niet aan dat hij advies zou verwelkomen van iemand die zich uitspreekt en kritisch zou zijn over alles, inclusief de fundamentele missie.”

    En er is inderdaad iemand die de fundamentele missie van vrij onderzoek wil bekritiseren. Maar dat is geen criticus van links; het is Sohrab Ahmari, de aartsconservatieve katholiek die zichzelf omschreef als “postliberaal”. In een essay voor The American Conservative schreef Ahmari dat UATX het vooruitzicht verwelkomde van een traditionalistische interne dissident aan de tafel. “Ik denk dat het gewoon tijd wordt dat wij orthodoxe gelovigen de honneurs moeten gunnen aan liberale instellingen en onze aanwezigheid moeten gebruiken als een test van hun liberalisme, op grond van hun eigen principes.”

    Goedkeuring van iemand als Ahmari – bewonderaar van Viktor Orbans “illiberale democratie”, die ooit schreef dat conservatieve christenen “moeten proberen de waarden van beleefdheid en fatsoen te gebruiken om onze orde en orthodoxie af te dwingen, en nooit moeten doen alsof ze ooit neutraal kunnen zijn”  – is een vrij grimmig bewijs van de bewering van de school dat geen enkel idee te gevaarlijk is om niet ontgonnen te worden in de klas. Maar bij gebrek aan theoretische tegenhangers ter linkerzijde, maakt het van de universiteit ook een gemakkelijke schietschijf als niets meer dan een vehikel voor grieven tegen “wokeness”.’

    Neutraliteit

    ‘In 2018 schreef historicus David Greenberg voor Politico over “het einde van neutraliteit”, met het argument dat “als we niet kunnen vertrouwen op de regering en andere neutrale instanties om betrouwbare informatie te verstrekken en eerlijk te oordelen over verschillende standpunten, we het risico lopen een van de grootste deugden van onze democratie te verliezen, namelijk het vermogen om onze debatten vrij en controversieel te voeren, wetende dat de meesten van ons de uitkomsten uiteindelijk als legitiem zullen accepteren”’, schrijft Robertson tot slot.

    ‘Sommige grondleggers van de University of Austin proberen het type instelling te reconstrueren dat Greenberg beschrijft, maar dan wel naar hun eigen beeld, met alle inherente vooroordelen die dat met zich meebrengt, en met het uitgesproken streven om ze te bestrijden. En dat is uiteindelijk de reden waarom het project zoveel woede opwekt: in een wereld waar iedereen rationele en morele superioriteit claimt in dienst van hun ideologische verplichtingen, is het aannemen van een scheidsrechtersrol meer dan alleen overdreven hybris. Het is bedreigend.

    Daarom is het ook enigszins begrijpelijk dat links het project zoveel meer als een belediging ziet dan rechts. Iedereen houdt van vrijheid van meningsuiting totdat een eigen persoonlijke grens wordt overschreden, en bij afwezigheid van links in Austin heeft de beschuldiging van een intrarechtscentristisch feestje in ieder geval de schijn van waarheid.

    Maar voorlopig bestaat de University of Austin voornamelijk als een idee. Op een gegeven moment zal toewijding aan de kernmissie worden getest, zoals dat ook voor elke andere universiteit geldt, en het is onmogelijk te voorspellen of de verantwoordelijken dat zullen doen met de eerlijkheid en intellectuele gelijkmoedigheid die de oprichters zeggen na te streven.

    Als ze slagen, en daarmee bewijzen dat critici ongelijk hebben, zullen ze iets authentieks en nieuws hebben neergezet in het Amerikaanse intellectuele leven en met terugwerkende kracht het lawaai en de woede rond de aankondiging van de oprichting hebben gerechtvaardigd.’

  • Nadia Harhash: ‘Worden mannen geboren als vrouwenhaters?’

    Nadia Harhash: ‘Worden mannen geboren als vrouwenhaters?’

    Na korte blik op de geschiedenis kun je moeilijk anders concluderen dat mannen de neiging hebben vrouwen te willen domineren, stelt de Palestijnse mensenrechtenactiviste Nadia Harhash. Ze ging te rade bij Aristoteles en Plato om te achterhalen waar misogynie vandaan komt. ‘Waarom keken zij eigenlijk neer op vrouwen?’

    Nexus-conferentie: ‘Revolutie van de hoop‘

    ‘Revolutie van de hoop’ is dit jaar het onderwerp van de Nexus-conferentie. Met als hoofdvraag: Waar vinden we, te midden van al onze hedendaagse crises, de revolutionaire hoop, moed en creativiteit om nieuwe werelden vorm te geven? 

    Op zaterdag 20 november komen sprekers als Giuseppe Conte, Patti Smith, Wole Soyinka en Mary L. Trump bijeen in Amsterdam om een antwoord te formuleren op deze vragen.

    Deze week publiceert 360 Magazine artikelen en speeches van de sprekers van de Nexus-conferentie ‘Revolution of Hope’. De vierde in de reeks is de Palestijnse mensenrechtenactiviste Nadia Harhash.

    Na een korte blik op de geschiedenis van de mensheid snel een optelsom maken van alle onrechtvaardigheid en ongelijkheid die het bestaan van vrouwen altijd hebben bepaald, is niet moeilijk. Net zo gemakkelijk is het om snel een rechtlijnig oordeel te vellen en te zeggen dit te wijten is aan de misogyne aard van de man. Want het kan geen toeval zijn dat de meeste mannen uiteindelijk zo worden, hoewel natuurlijk niet allemaal.

    Lees ook de artikelen van de andere sprekers van de Nexus-conferentie:

    » Patrick J. Deneen: ‘De nieuwe aristocratie verbloemt haar bevoorrechte positie

    » Minouche Shafik: ‘We hebben een nieuw sociaal contract nodig’

    » Colombe Cahen-Salvador: ‘Mondiaal is het nieuwe normaal’

    Maar is de misogyne aard van mannen wel de oorzaak dat ze altijd de neiging hebben vrouwen te willen overtreffen, domineren, onderdrukken en volledig in hun macht willen krijgen? 

    Nu ik hier zo bij stilsta, meer dan tweeduizend jaar en paar eeuwen geleden na Plato en Aristoteles, komt er bij er iets me op: waarom keken zij eigenlijk neer op vrouwen? Is het misschien zo dat vrouwen óf duivelse, vrijgevochten hoeren in spe zijn, óf gehoorzame en onderdanige huisvrouwen? 

    In de wereld van nu, waarin vrouwen bovendien óf als leeghoofd worden afgeschilderd, óf een doek om hun hoofd moeten dragen, kan het archetype van de man als vrouwenhater nooit veranderen.

    Het lijkt wel een stigma, alsof vrouwen niet anders kunnen zijn dan zo.

    Maar ik geloof niet dat mannen misogyn worden geboren en ik geloof ook niet dat vrouwen gedoemd zijn tot stereotypische leeghoofdigheid of een nikab.

    De vraag blijft dus: waar stonden al die andere vrouwen toen, en waar staan ze nu? 

    Aristoteles

    Ik ben absoluut niet van plan mannen gratie te verlenen voor al het leed en onrecht dat ze vrouwen hebben aangedaan. Maar toch vraag ik me het volgende af: Aristoteles degradeerde de vrouw in wezen al voor ze überhaupt voet op aarde had gezet, door te beweren dat ze belichaming was van geesten die ooit een slecht leven hadden geleid en daarom hier op aarde veroordeeld waren tot een vrouwenlichaam. Aristoteles beweerde dat vrouwenzielen minder sterk waren dan mannenzielen. Dit gebrek aan zielskracht bij vrouwen betekende dat ze minder gevoelig waren voor emoties die met de ‘ziel’ verband hielden, maar niet wat betreft begeerten.

    Om het beeldender te zeggen, in zijn eigen woorden, en binnen het aanvankelijke onderscheid dat hij maakt in The Generation of Animals, hoofdstuk 1 van Boek IV, waar hij de aard van de seksen bespreekt: ‘De man en de vrouw verschillen in persoonlijke capaciteiten en onvermogen. De vrouw is degene die sperma ontvangt, maar kan dat niet zelf vormen, afscheiden of lozen. (…) De vrouw is tegengesteld aan de man en is vrouw vanwege haar onvermogen om [sperma] te voortbrengen en vanwege de koudheid van het bloedvoedsel [de menstruatie].’

    De rol van de vrouw is volgens Aristoteles op zijn best die van ontvanger van sperma

    De rol van de vrouw is voor hem op zijn best die van ontvanger [van sperma]. In zijn tekst over politieke gemeenschappen in zijn werk Politika geeft hij toe dat er een noodzaak is om zaken te verenigen die niet afzonderlijk kunnen bestaan, en dat de behoefte om te reproduceren niet voortkomt uit vrije wil, maar een natuurlijk fenomeen is.

    Hij ziet echter dat dit leidt tot een relatie van heerser en onderdaan die van nature verenigd zijn voor hun eigen welzijn. ‘Want zij die de dingen rationeel kunnen voorzien, zijn van nature heerser en meester, en zij die de dingen lichamelijk kunnen uitvoeren, zijn van nature onderdaan en slaaf. En daarom hebben meesters en slaven baat bij hetzelfde. Daarom is het eerste gezin ontstaan uit de twee verenigingen van mannen en vrouwen en meester en slaven.’

    In het licht van deze verhouding tussen heerser en onderdaan ziet hij de rol van de vrouw in het gezin als iets wat het midden houdt tussen slaaf en vrije persoon. 

    ‘Maar we moeten eerst alles bestuderen en beginnen met de kleinste componenten. En de eerste, allerkleinste componenten van het gezin zijn meester en slaven, man en vrouw en vader en zonen. Daarom moeten we nadenken over wat deze drie [relaties] precies inhouden en hoe die zouden moeten zijn. De eerste is despotisch, de tweede maritaal en de derde reproductief, hoewel de laatste twee geen precieze naam hebben. Laten we nadenken over deze drie dingen die we hebben genoemd.’ 

    Aristoteles benadrukt ook dat de relatie tussen mannen en vrouwen er een van heerser en onderdaan is

    Hij benadrukt ook dat ‘de relatie tussen mannen en vrouwen er een van heerser en onderdaan is. Als consequentie van hun verschillende functies hebben mannen en vrouwen andere deugden. Hoewel vrouwen het vermogen hebben om te beraadslagen, mist hun rede autoriteit, en terwijl een man over praktische intelligentie kan beschikken, kan een vrouw hooguit tot een waarachtig oordeel komen.’

    Wat deugd betreft, volgens Aristoteles is het duidelijk dat mannen en vrouwen noodzakelijkerwijs deugden delen, maar dat er ‘natuurlijke’ verschillen bestaan tussen hen. Volgens hem is de situatie als volgt: ‘Vrije personen heersen op een bepaalde manier over slaven, mannen [domineren] vrouwen op een andere manier en mannen zijn op weer een andere manier de baas over kinderen. In ieder van hen zijn delen van de ziel aanwezig, alleen anders. Slaven beschikken in het geheel niet over een oordeelsvermogen, vrouwen doen dat wel maar in beperkte mate en bij kinderen is dit nog niet goed ontwikkeld.’

    Om Aristoteles toch wat krediet te geven, hij geeft toe dat vrouwen intelligent zijn, in staat tot het maken van weloverwogen keuzen en dat ze goede raad kunnen geven. Het is dus niet zo dat vrouwen niet logisch kunnen redeneren, maar dat emoties hun afwegingen vaak overstemmen. Daarin zijn ze anders dan slaven die geen greintje verstand hebben, en kinderen die wel verstand hebben, maar dat niet goed gebruiken!

    Vernedering

    Als je Aristoteles’ standpunt tegen vrouwen wilt begrijpen, zou je dat enigszins kunnen rechtvaardigen als je bedenkt dat de grote filosoof erg is vernederd door een vrouw. Had dit misschien te maken met het vernederende voorval met Phyllis, de vrouw van Alexander, die Aristoteles als een ezel besteeg en een historisch beeld opdrong van hoe laag deze beruchte filosoof kon zinken?

    De houding van Plato tegenover vrouwen in zijn werk De Republiek is progressiever, maar hun recht om Wachter te worden bleef voor hem een punt van discussie. Helaas kun je zijn theorie over de ‘gelijkheid van de seksen‘ ook anders uitleggen. Want het is op zijn minst ambigu dat Plato het vermogen van vrouwen aanvecht om bepaalde taken even goed als mannen uit te voeren dankzij hun vaardigheden en talenten, en niet door hun natuurlijke aard.

    Toch hebben Plato en Aristoteles natuurlijk wel een filosofische methodiek geconstrueerd over het concept van de rol van de vrouw en een kader gecreëerd voor unieke denkbeelden over de verschillende uitersten.

    Plato zegt: ‘Vrouwen baren kinderen en mannen verwekken ze. Laten we zeggen dat er geen bewijs is dat vrouwen anders zijn dan mannen.’

    Plato neigt ernaar te benadrukken dat het gedrag van vrouwen een consequentie is van de samenleving waarin ze opgroeien en niet van haar natuurlijke aard

    De Republiek, de ideale staat in het gedachtegoed van Plato, behandelt in Boek V de kwestie van de rol van de vrouw door indirect te pleiten voor opname van vrouwen in de eliteklasse van de Wachters, met als argument dat de wachterklasse de meest getalenteerde personen moest omvatten. 

    Toch maakt Plato in de Republiek en andere werken, ook neerbuigende opmerkingen over vrouwen in relatie tot voor de hand liggende domeinen. In Boek V zegt hij bijvoorbeeld: ‘Ik wil het eigenlijk liever niet hebben over de kleine krenterigheden waarvan ze verlost zullen zijn, want die zijn niet vermeldenswaardig (zoals het vleien van de rijken door de armen): alle pijnen en kwellingen waar mannen mee te stellen hebben bij het grootbrengen van een gezin, aan geld moeten zien te komen om zaken voor het huishouden te kopen, geld lenen en niet kunnen terugbetalen, zich in alle bochten wringen en dan het geld aan vrouwen en slaven geven die het mogen houden. Zo veel kwaden van zo veel soorten waar mannen onder gebukt gaan, zijn overduidelijk vreselijk en niet de moeite waard om over te spreken.’

    Maar in tegenstelling tot Aristoteles heeft Plato de vrouwelijke natuur nooit gebruikt als verklaring voor zijn kritische mening over hun gedrag. Hij levert vaak kritiek op het gedrag van de Atheense vrouwen, maar de vrouwen in zijn utopische stad die onder ideale omstandigheden zijn opgegroeid, worden beoordeeld op de kwaliteit van hun ziel. En degenen die in aanmerking komen om Wachter te worden, krijgen een strenge opleiding.

    Bij de verdediging van de staat tegen vijanden geeft hij de vrouw als Wachter zelfs een meer strategische functie. Maar daar moeten we wel bij vermelden dat deze vrouwen alleen bestaan in zijn ideale stad in De Republiek.

    En daarbij moeten we ook opmerken dat Plato net zo kritisch is over mannen omdat die dezelfde wanorde in hun ziel dragen. Plato neigt ernaar te benadrukken dat het gedrag van vrouwen een consequentie is van de samenleving waarin ze opgroeien en niet van haar natuurlijke aard.

    In tegenstelling tot Aristoteles noemt Plato ziet lichamelijke processen niet als bepalend voor de kwaliteit van iemands ziel. De biologische verschillen tussen mannen en vrouwen hebben dus geen enkele invloed op hun vermogen om hetzelfde filosofische niveau te behalen.

    Hoedster

    Kinderen baren is volgens Plato vooral een puur lichamelijk fenomeen en niet zozeer emotioneel of spiritueel. Want na een kind te hebben gebaard, voelen vrouwelijke Wachters geen verlies of verlangen om dat kind op te voeden. Bevallen is gewoon een routineklus. In De Republiek is voor Plato de ideale rol van de vrouw dat te doen wat ze volgens haar aard het best kan.

    Hij besteed in De Republiek aandacht aan de kwestie van vrouwen omdat hij het onderwerp van een ideale staat niet kan bespreken als hij de helft van de bevolking weglaat. In Symposium echter, waarin de kwestie van sekse en de rol van de vrouw in de stad niet aan de orde komen en nauwelijks aandacht wordt besteed aan vrouwen, stelt Diotima deze kwestie wel aan de orde. 

    Wat betreft het gezin schrapt Plato in De Republiek het traditionele model van het huishouden. Voor hem is de vrouw in de eerste plaats een hoedster die de extra plicht heeft toekomstige burgers te baren.

    Plato voelde zich niet aangetrokken tot vrouwen en Aristoteles voelde zich door hen bedreigd

    In De Republiek wijst Plato vrouwen een rol toe die bijna gelijkwaardig is aan die van mannen. Alleen moeten we ook nu weer bedenken dat de vrouwen die destijds in Athene woonden, niet de vrouwen waren die hij in zijn republiek voor ogen had. 

    Als we rekening houden met de persoonlijke dilemma’s van beide filosofen — een voelde zich aangetrokken tot mannen en de ander werd vernederd door een vrouw — kunnen we beter begrijpen waar hun uitspraken op zijn gebaseerd. Eén voelde zich niet aangetrokken tot vrouwen en de ander voelde zich door hen bedreigd. Eén zag ze als leeghoofden en de ander wilde ervoor zorgen dat ze een sluier droegen. 

    Maar bij monde van vrouwen als Diotima die Plato noemt in Socrates’ verslag over Eros (de Griekse god van de liefde, seks en vruchtbaarheid), erkent hij de mogelijke rol van de vrouw op de meest glorieuze wijze: ‘Ik zal proberen voor u de toespraak over liefde te bespreken die ik eens hoorde van Diotima, een vrouw uit Mantinea, die erg wijs was en ook veel verstand had van veel andere zaken. Eens heeft zij zelfs de pest tien jaar lang weten af te weren door de Atheners te vertellen welke offers ze moesten brengen. Zij heeft mij de kunst der liefde onderwezen en ik zal haar toespraak doorlopen, zo goed als ik kan in mijn eentje.’

    Die vrouw bestond toen en bestaat nu nog steeds.

    Maar er is nog een lange weg te gaan vóór vrouwen geschiedenis zullen schrijven. Alleen dan zullen de sluiers van de hoofden gaan en zullen de leeghoofden vervliegen.

    Misschien zullen mannen dan als vrouwen zijn… En bijdragen aan het universum in hun natuurlijke rol als onderdeel van dit bestaan en niet als het middelpunt en de oorsprong daarvan.

    Nadia Harhash

    Nadia Harhash is een Palestijnse advocate, mensenrechtenactiviste en schrijfster. Ze staat bekend om haar diepteanalyses van het Palestijns-Israëlische conflict en het verslaan van belangrijke onderwerpen in de Palestijnse samenleving. Harhash is columniste van Raj Al-Youm.

    Ze is auteur van de autobiografische roman In the Shadows of Men (2016), de diepgravende studie Growth and Development of Palestinian Women Movement during the Mandate Period (2018) en On the Path of Mariam (2019). Haar recentste boek is Nietzsche in Jerusalem: A diary of a Dog (2021).

    Harhash is momenteel senior programmamanager bij HEKS/EPER, een ngo die zich inzet voor humanitaire zorg in onder meer Gaza. Daarnaast speelt Harhash een belangrijke rol in de democratische hervorming van de Palestijnse Autoriteit.

  • Japan wil einde maken aan archaïsche genderwetten

    Japan wil einde maken aan archaïsche genderwetten

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Brazilië: YouTube schorst Bolsonaro voor een week

    » Soedan: meerdere doden bij de demonstraties tegen de staatsgreep

    In Japan willen transgenders niet langer op de operatietafel om hun identiteit te veranderen

    De Japanse wet vereist dat elke transgender persoon een zeer dure geslachtsaanpassende operatie ondergaat om wat betreft burgerlijke staat van geslacht te kunnen veranderen. Deze situatie wordt nu aan de kaak gesteld door de betrokkenen, die dagelijks worden gestigmatiseerd, meldt de Japanse pers. 

    Op 4 oktober ging generaal Suzuki in Hamamatsu, centraal Japan, naar de districtsrechtbank in de regio om een ​​petitie in te dienen die het lot van alle transgenders in het land zou kunnen veranderen, zoals de publieke omroep NHK meldt.

    Deze 46-jarige transgender man, die in de burgerlijke stand is geregistreerd als vrouw, wil dat de Japanse rechtbanken erkennen dat de genderidentiteit van een persoon moet worden gerespecteerd ‘zonder dat een chirurgische ingreep noodzakelijk is’, aldus The Mainichi.

    In Japan, een land waar het homohuwelijk ondanks de goedkeuring van de meerderheid van de bevolking nog steeds niet is gelegaliseerd, legt de wet nog altijd archaïsche voorwaarden op de aanduiding van het geslacht op de burgerlijke staat te wijzigen. Transgenders worden inderdaad gedwongen om operatief te worden gesteriliseerd en moeten geslachtsdelen hebben die sterk lijken op die van het andere geslacht.

    ‘De staat dwingt mij een operatie af’

    Omdat de geslachtsaanpassende operatie erg duur is, gooit ongeveer 80 procent van de transgenders de handdoek in de ring en behoudt wettelijk het geslacht dat bij de geboorte is toegewezen, aldus NHK. Gen Suzuki legt zich daar niet bij neet:

    ‘Ik wil alleen maar leven met het geslacht waarmee ik me identificeer en dat past bij mijn uiterlijk. Het feit dat ik nog steeds eierstokken heb, heeft niets te maken met mijn mannelijke genderidentiteit. Dat de staat mij een operatie oplegt die ik niet eens wil, is onzin!’

    Volgens hem zijn deze door de staat opgelegde voorwaarden in strijd met de grondwet van het land, die gelijkheid voor de wet en respectering van de persoonlijkheid van het individu voorschrijft. Hij besloot daarom juridische stappen te ondernemen, in de hoop een verschil te maken.

    ‘In de burgerlijke stand en andere officiële documenten blijven deze mensen lijden onder de ontkenning van hun bestaan, zonder erin te slagen het geslacht te veranderen dat niet van hen is. Dit is een schending van de mensenrechten waarvan we niet weg moeten kijken’, citeert de regionale krant Shizuoka Shimbun zijn advocaat, Yoko Mizutani.

    Discriminatie die dagelijks zwaar weegt

    Omdat ze niet wettelijk van geslacht kunnen veranderen, worden transgenders in Japan dagelijks gediscrimineerd, schrijft de NHK- zender. Dit is het geval bij Chihiro Ueda. Hoewel ze al zestien jaar haar leven als vrouw leidt, wordt op haar identiteitsbewijs nog steeds aangegeven dat ze een man is, wat een echte barrière vormt bij het zoeken naar werk.

    Vele malen heb ik gesolliciteerd om als caissière of in een restaurant te werken. Maar mijn verzoek wordt vrijwel altijd geweigerd. En zelfs als het me lukt om een ​​baan te krijgen, laten ze me nooit klanten bedienen. Het is een voortdurende vernedering.

    ‘Een schending van de mensenrechten’ volgens de WHO

    In tegenstelling tot Japan hebben Europese landen deze voorwaarden de afgelopen jaren opgeheven. Als de betrokkene in Duitsland bijvoorbeeld meer dan drie jaar met het geslacht van zijn keuze leeft, kan hij het geslacht dat hem bij de geboorte is toegewezen in de burgerlijke stand wijzigen. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en andere internationale instellingen publiceerden in 2014 een gezamenlijke verklaring waarin zij de verplichting van de operatie als een ‘schending van de mensenrechten’ kwalificeerden .

  • Rassen bestaan niet (racisme wel)

    Rassen bestaan niet (racisme wel)

    De superioriteit van het ene ras over het andere is niet alleen een onderbuikkwestie. Wetenschap en filosofie hebben hun steentje bijgedragen.

    Keuze uit ons archief

    In 2012 stelden we een nummer samen over racisme, en wat we noemden ‘De angst voor zwart’, die in dit artikel van Nina Jablonski ook aan de orde komt. Zit racisme in onze genen? stelden we als vraag. Zelfs in dat geval is er iets aan te doen.

    Jablonski, hoogleraar antropologie aan de Pennsylvania State University en aan het Stellenbosch Institute for Advanced Study in Zuid-Afrika, baseerde dit essay op haar boek Living Color: The Biological and Social Meaning of Skin Color (University of California Press), waarin ze duidelijk maakt hoe door de tijd heen tegen verschillende soorten huidskleur is aangekeken, en hoe vooroordelen generatie op generatie werden overgedragen.

    Opbeurende opvattingen komen uit de Freedom Charter van Zuid-Afrika uit 1955. ‘De rechten van alle mensen zijn gelijk, ongeacht ras, huidskleur of geslacht. Alle wetten die discrimineren op basis van ras, huidskleur of geloof moeten worden ingetrokken.’ Ze waren later terug te vinden in de Zuid-Afrikaanse grondwet van 1996. Vergelijkbare frasen werden opgenomen in de Amerikaanse Civil Rights Act van 1964 en de Britse Race Relations Act van 1965. In de tweede helft van de twintigste eeuw werd discriminatie op basis van ras, huidskleur, geslacht, godsdienst of nationaliteit beschouwd als een schending van de fundamentele mensenrechten.

    Desondanks ging de verschillende behandeling van mensen op grond van ras en huidskleur gewoon door, vooral in landen als de VS en Zuid-Afrika, met hun lange geschiedenis van gelegaliseerde segregatie en discriminatie. Academici en onderzoekers zien vol ongeloof dat zulke ideeën tot in de eenentwintigste eeuw blijven bestaan en komen altijd met bewijsmateriaal om aan te tonen dat rassen biologisch gezien helemaal niet bestaan en ‘slechts’ sociale concepten zijn. 

    Toch is voor veel mensen op deze aarde rassendiscriminatie de realiteit. Ook al komt er steeds meer genetisch bewijs dat rassen niet bestaan, het geloof in de inherente superioriteit en inferioriteit van volkeren maakt nog steeds mensen het leven zuur.

    Veel ideeën over aangeboren superioriteit zijn gebaseerd op de overtuiging dat huidskleuren een hiërarchie kennen. Wanneer we op zoek gaan naar de dieperliggende oorzaken van het probleem, zien we dat het zijn oorsprong vindt in de verkeerde veronderstelling dat verschillen in intellectuele capaciteiten, morele standvastigheid en gedrag terug te voeren zijn op verschillen in huidskleur, met een glijdende schaal van blank naar zwart. 

    De hardnekkigheid van het verborgen, maar sterk aanwezige racisme is te verklaren uit een diepgewortelde en onwetenschappelijke aanvaarding van het genetische determinisme, de overtuiging dat verschillende groepen mensen geboren worden met verschillende capaciteiten, en dat die een natuurlijke sociale orde bepalen.

    Pigment

    Om een begin te maken met het ontrafelen van de oorsprong en hardnekkigheid van deze misvatting moeten we eerst bekijken hoe de diversiteit in de menselijke huid zich heeft ontwikkeld. Melaninepigment is verantwoordelijk voor de bijna oneindige variaties bruin die de menselijke huid kent. Het donkerste type melanine, eumelanine, is het belangrijkste en meest algemene pigment in de huid; het is een van de meest effectieve zonnefilters in de natuur, omdat het in staat is om ultraviolette straling te absorberen.

    Alle mensen in Afrika evolueerden onder een krachtige tropische zon en hadden een donkere huid, rijk aan beschermend eumelanine. Gedurende meer dan de helft van de geschiedenis van onze soort – van ruwweg 200.000 tot 80.000 jaar geleden – waren we Afrikanen, en terwijl we door Afrika trokken werd onze pigmentatie steeds weer aangepast aan de lokale omstandigheden.

    Vooroordelen zijn niet genetisch bepaald

    Ongeveer 80.000 jaar geleden begonnen kleine groepen donker gepigmenteerde mensen van het continent weg te trekken. De eerste migranten gingen naar de kusten van Zuid-Azië. Anderen drongen door in het achterland van West-Azië met een aanzienlijk minder zonnig klimaat en een meer seizoensgebonden hoeveelheid uv-straling. Sommige van die populaties trokken uiteindelijk naar Oost-Azië, terwijl andere zich in Midden-Europa en later in Noord-Europa vestigden. Die migratie bracht mensen op plekken die steeds minder zonnig waren, en genetische veranderingen – mutaties – kwamen tot stand om een lichter gepigmenteerde huid te produceren.

    Ultraviolette straling is meestal schadelijk, maar kleine hoeveelheden zijn noodzakelijk voor de productie van vitamine D in de huid. De evolutie van gedepigmenteerde huid betekende dat mensen die leefden in streken met een lager niveau aan uv B toch vitamine D konden aanmaken. Het feit dat die ontwikkeling zich overal voordeed waar uv B schaars was, getuigt van het vermogen van de natuurlijke selectie om gelijke fenotypes te produceren bij gelijke milieuomstandigheden. Enkele licht of gemiddeld gepigmenteerde populaties trokken weer naar gebieden met sterk zonlicht en een hoge uv-straling en werden, voorspelbaar, weer donkerder. Dus veranderingen in de huidpigmentatie waren aanpassingen aan heersende omstandigheden. Vanwege het belang van de huid als de belangrijkste beschermer van het lichaam tegen de omgeving is die het grootste deel van onze geschiedenis onderhevig geweest aan een strenge natuurlijke selectie.

    En zo werd de ‘huidskleurmeme’ geboren, de culturele overdracht van het vooroordeel tegen donkere mensen

    Goed kijken

    Omdat menselijke populaties zich uitbreidden, kregen veel groepen die eerder geïsoleerd van elkaar hadden geleefd nu contact met elkaar en begonnen ze handel te drijven: langs de Nijl en de kusten van de Middellandse Zee kwamen mensen met zichtbaar verschillende huidskleur regelmatig met elkaar in aanraking. Wat daar gebeurde, is leerzaam en nuttig. Uit de kunst en de historische bronnen van het oude Egypte en Griekenland weten we dat men de verschillen in huidskleur wel zag, maar dat die verschillen niet de onderlinge relatie of de handelstransacties beïnvloedden. Huidskleur werd gezien, maar bepaalde niet je waarde als mens.

    Wij zien huidskleur omdat dat het meest in het oog vallende kenmerk is en omdat we zeer visueel ingestelde wezens zijn. Het is echter niet genetisch bepaald dat we vooroordelen hebben, alleen dat we onze indrukken van anderen en de wereld om ons heen allereerst opdoen door wat we zien. Ons vertrouwen op ons gezichtsvermogen komt in elk aspect van ons leven als sociaal wezen tot uiting. De mensen om ons heen observeren we scherp, en als we niet weten wat we moeten doen, komen we vaak tot een besluit door te kijken naar wat degenen doen die we goed kennen of voor wie we veel respect hebben. Als we jong zijn, bekijken en imiteren we onze ouders en verzorgers, en besteden we veel aandacht aan de sociale nuances die door lichaamstaal worden overgebracht. Een verhevigd visueel bewustzijn en imitatiegedrag dragen eraan bij dat we onderdeel gaan uitmaken onze sociale groep.

    Die activiteiten bevorderen ook dat we aardig worden gevonden en dat anderen zich positief tegen ons gedragen. We kijken niet alleen naar hoe gezaghebbende personen zich gedragen, maar luisteren ook zorgvuldig en imiteren hun sociale categorieën. Als klein kind leren we heel veel van subtiele visuele aanwijzingen over wie er tot onze familie behoort en wie niet. We leren de voorkeur te geven aan individuen of groepen aan wie de volwassenen om ons heen extra aandacht schenken, ook al hebben de volwassenen nooit expliciet iets goeds of slechts over hen gezegd.

    Dus de overdracht van vooroordelen verloopt langzaam en subtiel. We leren mensen in categorieën in te delen op basis van overeenkomsten in uiterlijk of gedrag en door hoe gezaghebbende personen om ons heen zich ten opzichte van hen gedragen. Onze geest zit kennelijk zo in elkaar dat we gemakkelijk mensen in verschillende groepen kunnen indelen en dan de voorkeur geven aan onze eigen groep, de zogeheten ‘in-group’.

    Maar onze reacties op leden van ‘out-groups’ zijn niet automatisch negatief, noch zijn ze alles of niets. Ze worden bepaald door neurale responsen in de hersenen (vooral in de amygdala) die zich ontwikkelen wanneer we angst of boosheid bij de mensen om ons heen waarnemen en die gevoelens zelf beginnen te voelen of overnemen. Op zich creëren reacties in de hersenen op out-groups geen stereotypen, maar herhaaldelijk opgelegde associaties wel. En dan tellen vooral de verbale kwalificaties.

    Sterker nog, de aard van de sociale en handelsnetwerken tussen de volkeren die van ongeveer 3150 v.Chr. tot 476 n.Chr. langs de Nijl en de kusten van de Middellandse Zee leefden, werd bepaald door overeenkomsten en verschillen in cultuur en taal, niet door huidskleur. Slavernij bestond, maar de slaven waren gewoonlijk krijgsgevangenen, ongeacht hun huidskleur.

    Maar dat alles veranderde in de Middeleeuwen, toen het reizen over zee over langere afstanden sneller, veiliger en gebruikelijker werd, waardoor mensen plotseling in contact konden komen met verre ‘anderen’, vaak zonder dat ze vooraf van elkaars bestaan afwisten. Ze waren ook geschokt door elkaars uiterlijk. Dergelijke ontmoetingen voltrokken zich zelden op een gelijkwaardige sociale of militaire basis. Europese ontdekkingsreizigers waren op zoek naar buit en zelden uit op een gelijkwaardig contact. De meeste Europeanen verbaasden zich over donker gepigmenteerde huid, en hun reisverhalen uit die tijd beschreven de huidskleur van die verre volkeren in choquerende en vaak negatieve termen.

    Intellectuele basis

    De eerste wetenschappelijke taxonomie werd door Carl Linnaeus opgesteld in de eerste editie van zijn Systema Naturae uit 1735, waarin hij de mensen naar huidskleur en werelddeel indeelde in vier groepen. In 1758 definieerde Linnaeus die groepen nader op basis van temperament: sanguinisch voor Europeanen, melancholisch voor Aziaten, cholerisch voor Indianen en flegmatisch voor Afrikanen. De combinatie van volksgeloof over aanleg en karakter enerzijds en fysieke kenmerken vastgelegd in een gezaghebbende classificatie anderzijds legde de intellectuele basis voor het racisme zoals wij dat nu kennen. Sindsdien konden negatieve kwalificaties over karakter, cultuur en uiterlijk opgenomen worden in verhandelingen over de menselijke variatie en konden ze als wetenschappelijk worden beschouwd en niet zozeer als persoonlijke en emotionele uitingen van afkeer, ongemak en vooroordelen.

    De overdracht van vooroordelen verloopt subtiel

    In 1785, nog geen dertig jaar na Linnaeus’ herziene taxonomie, publiceerde Immanuel Kant zijn invloedrijke bespiegelingen over de menselijke variatie, waarin hij als eerste het woord ‘rassen’ gebruikte en die definieerde aan de hand van huidskleur en plaats van herkomst. Volgens Kant was ‘ras’ een onveranderbaar gegeven. Hij bracht een hiërarchie aan op basis van wat hij als hun talenten beschouwde, met de Europeanen bovenaan, dan ‘gele Indiërs’ met een gering talent, ‘negers’ kwamen daar ver onder en helemaal onderaan kwamen de indianen. Hoewel Kant werd bekritiseerd door invloedrijke critici onder zijn tijdgenoten, zoals de filosoof Johann Gottfried von Herder en de naturalist en anatoom Johann Friedrich Blumenbach, hield hij vast aan zijn definities.

    Voor Kant en de meeste theoretici na hem hield het verband tussen huidskleur en karakter in dat lichter gekleurde rassen superieur waren aan donkerder gekleurde, en dat leden van deze laatste voorbestemd waren om de eerste te dienen. Kants ideeën over huidskleur en karakter werden wijd en zijd aanvaard, omdat zijn geschriften in groten getale werden verspreid, hij een gezaghebbend filosoof en geleerde was en zijn publiek voor het merendeel naïef was en geen persoonlijk contact had gehad met de donker gekleurde – vooral Afrikaanse – mensen die hij zijn geschriften zo vernederde. En zo werd de ‘huidskleurmeme’ geboren, de culturele overdracht van het vooroordeel tegen donkere mensen.

    Knechting

    Het leggen van een verband tussen zwart zijn en anders zijn is een van de krachtigste en meest destructieve intellectuele concepten aller tijden. Het standpunt van de inherente superioriteit en inferioriteit van rassen werd gretig door de intelligentsia van West-Europa en uiteindelijk ook door het gewone volk geaccepteerd, omdat het paste in al aanwezige stereotypen. Voor hen die de overtuiging aanhingen dat de oorspronkelijk blanke mens zwart werd vanwege blootstelling aan extreme hitte, was de transformatie van licht naar donker een soort degeneratie en een afwijking van de norm.

    De negatieve associatie van een donkere huid met de waarde als mens werd winstgevend bij de opkomst van de trans-Atlantische slavenhandel. De grootscheepse knechting van Afrikanen werd sociaal aanvaardbaar gemaakt door het idee dat zij die werden geknecht alleen geschikt werden geacht voor de slavernij. Het geloof in de inferioriteit van de donker gekleurde volkeren van Afrika werd sterker naarmate de slavenhandel toenam.

    De tragische en negatieve verschuiving in de woordkeus ten opzichte van de donker gepigmenteerde Afrikanen wordt levendig geïllustreerd door twee lemmata uit de Encyclopaedia Britannicamet elkaar te vergelijken. Dit staat in de eerste editie uit 1771: ‘NEGERS, strikt genomen de inwoners van Nigritia in Afrika, ook wel zwarten of moren genoemd; maar deze naam wordt nu aan alle zwarten gegeven. De oorsprong van de negers, en de reden waarom ze zo verschillen van de rest van de menselijke soort, heeft naturalisten voor veel raadselen gesteld. Boyle is van mening dat het niet door het warme klimaat komt: want de hitte van de zon mag dan de huid donker kleuren, toch blijkt dat het onvoldoende is om het zwart van negers te veroorzaken.’

    In 1823 echter was het lemma doorspekt met pejoratieve ‘beschrijvingen’ en kwetsende beschimpingen: ‘NEGER, Homo pelli nigra, een naam van een variëteit binnen de menselijke soort, die geheel zwart is en wordt aangetroffen in tropische gebieden, in het bijzonder in dat deel van Afrika dat rond de evenaar ligt. De huidskleur van Negers kent verscheidene tinten, maar hun gezicht verschilt bij allen wezenlijk van andere mensen… De kwalijkste ondeugden kenmerken dit armzalige ras: ijdelheid, onbetrouwbaarheid, wraakzucht, wreedheid, losbandigheid, valsheid, onmatigheid, en ze stelen, liegen en vloeken, en die ondeugden lijken de principes van de natuurlijke zedenwetten te hebben verdrongen en het geweten het zwijgen te hebben opgelegd. Ze zijn onbekend met elk gevoel van compassie en ze vormen een afschrikwekkend voorbeeld van de verwording van de mens wanneer hij op zichzelf is teruggeworpen.’

    Sociaal darwinisme

    In het begin van de negentiende eeuw gold een mens met een donkere huid als inferieur en potentieel winstgevend als slaaf; een licht gepigmenteerde huid werd de norm waarvan de rest een afwijking was. De overheersing van de blanke Europeanen over de donkerder rassen werd ‘gerechtvaardigd’ door de onwrikbare, maar onjuiste overtuiging dat huidskleur onlosmakelijk verbonden was met moraal, economie, esthetica en taal. De opkomst van het sociale darwinisme aan het eind van de negentiende eeuw versterkte de opvatting dat de superioriteit van het blanke ras onderdeel uitmaakte van de natuurlijke orde, omdat bepaalde ‘loten van de stam’ verder waren geëvolueerd en cultureel superieur waren. Ze waren immers sterker en konden zich beter aanpassen. Het concept van de huidskleur had een wetenschappelijk keurmerk gekregen.

    In de VS en Zuid-Afrika, waar de knechting en uitbuiting van de donker gekleurde arbeidskrachten de hoekstenen van de economische groei vormden, werd de hiërarchie in huidskleur ondersteund door de rechterlijke macht en mondelinge overlevering over superioriteit en inferioriteit. In de loop van vele generaties raakte de ideologie van op huidskleur gebaseerde rassenwaan verankerd door de collectieve bevestiging van stereotypen en vele culturele tradities. Rassenwaan hield stand, tegelijk met de hiërarchie die daar impliciet uit voortvloeide. Rassenkwalificaties die berusten op negatieve afbeeldingen en verhalen hebben een krachtig effect op leden van zowel out-groups als in-groups, doordat het idee postvat dat hun eigen groep superieur, inferieur, slimmer, dommer, sterker of zwakker is. Zo wordt die kwalificatie bepalend voor de persoonlijkheid en de individuele ervaring en is ze een doel op zich.

    Dat betekent dat de ‘huidskleurmeme’ niet ons lot hoeft te bepalen. De opvattingen van een mens zijn door ervaringen en, wat nog belangrijker is, door bewuste keuzes, aan veranderingen onderhevig. Vooroordelen kunnen worden gewijzigd en zelfs teniet worden gedaan door ervaring en motivatie, en stereotypen kunnen worden veranderd wanneer mensen ertoe worden aangezet om iemand op de een of andere manier te zien als een lid van hun eigen groep. We zijn allemaal één volk. 

    Openingsbeeld: Nott en Gliddon publiceerden hun ‘Types of Mankind’ in 1850. Hun theorie werd gezien als een wetenschappelijke verklaring voor de menselijke verscheidenheid. – © HH

  • Henrietta Lacks’ cellen zorgden voor talloze medische doorbraken – zonder dat ze toestemming gaf

    Henrietta Lacks’ cellen zorgden voor talloze medische doorbraken – zonder dat ze toestemming gaf

    De erven van Henrietta Lacks hebben een farmaceutisch bedrijf aangeklaagd voor het verkopen van cellen die artsen van het Johns Hopkins-ziekenhuis in 1951 bij haar afnamen. Op basis van die cellen werden tal van medicijnen ontwikkeld die miljoenen aan winst opleverden, zonder dat de familie Lacks hierin meedeelde.

    Op 23 juni 2010 schreef Joanna Moorhead in The Guardian: ‘Henrietta Lacks, een eenendertigjarige moeder van vijf kinderen, stierf op 4 oktober 1951 aan baarmoederhalskanker. Hoewel haar ziekte een tragedie was voor haar familie, was het op een bepaalde manier een wonder voor de wereld van medisch onderzoek, en sterker nog, voor ieder van ons op deze aardbol.’

    Een wonder inderdaad, omdat de cellen van Lacks, die uit haar tumor werden gehaald terwijl ze een operatie onderging, in de jaren na haar dood verantwoordelijk zijn geweest voor enkele van de belangrijkste medische sprongen voorwaarts in de geschiedenis. Het poliovaccin, chemotherapie, klonen, het in kaart brengen van genen en ivf: het zijn slechts enkele mijlpalen in de gezondheidszorg, die te danken zijn aan het leven en de dood van de jonge moeder.

    De cellen van Lacks, die bekend staan als HeLa, naar de eerste twee letters van haar voor- en achternaam, vormden de eerste onsterfelijke menselijke cellijn in de geschiedenis. Wetenschappers in het ziekenhuis waar ze stierf, het Johns Hopkins in Baltimore, probeerden al jaren een continu reproducerende cellijn te produceren, maar dat mislukte steeds omdat het niet lukte de cellen in leven te houden. De cellen van Lacks waren de eerste die aansloegen, en waarmee een constant reproducerende lijn van cellen kon worden geproduceerd die letterlijk onsterfelijk zijn.

    Syfilis

    Gewone cellen die uit een menselijk lichaam worden gehaald en in een laboratorium worden bewaard, hebben een beperkte levensduur; maar een onsterfelijke cellijn wordt op zo’n manier gekweekt dat de cellen zich onbeperkt kunnen vermenigvuldigen. Waarom precies de cellen van Lacks gereproduceerd konden worden, terwijl die van honderden andere patiënten niet overleefden, is onduidelijk. het vermoeden is dat er verband bestaat met de hevigheid van haar tumor, die virulenter leek te zijn geworden doordat ze ook aan syfilis leed.

    Toen duidelijk werd dat de HeLa-cellen zich zouden blijven voortplanten, werden ineens allerlei onderzoeken en experimenten mogelijk. Om te beginnen betekende de beschikbaarheid van levende cellen buiten het menselijk lichaam dat artsen celdeling konden waarnemen en ook konden zien hoe virussen zich in de cellen gedroegen. Bovendien was het mogelijk om de cellen bloot te stellen aan omstandigheden die niet ethisch zouden zijn geweest als ze zich in een menselijk lichaam bevonden; artsen konden ze bijvoorbeeld bombarderen met kankerverwekkende stoffen om de resultaten te bestuderen. Dat gebeurde dan ook.

    Lees ook:

    Sinds 1951 zijn HeLa-cellen blootgesteld aan eindeloze toxines, infecties en bestralingen en zijn er talloze medicijnen op getest. En dat alles heeft geleid tot honderden, zo niet duizenden nieuwe inzichten en heeft zo bijgedragen aan de manier waarop de geneeskunde zich in de tweede helft van de twintigste eeuw en het eerste decennium van deze eeuw kon ontwikkelen.

    ‘De lerares wist alleen dat ze zwart was en dat ze in 1951 was overleden aan baarmoederhalskanker’

    Decennialang werden HeLa-cellen routinematig gebruikt in laboratoria over de hele wereld en werden ze geprezen als cruciaal voor doorbraak na doorbraak, maar niemand leek stil te staan bij de persoon erachter. Totdat, zevenendertig jaar na de dood van Lacks, een zestienjarig schoolmeisje genaamd Rebecca Skloot in een biologieles haar lerares hoorde uitleggen hoe kanker begint, en dat de kennis over dat proces was verworven door het bestuderen van HeLa-cellen op kweek. Die cellen, zei de leraar, waren afkomstig van een vrouw genaamd Henrietta Lacks.

    Toen de les voorbij was, liepen de andere studenten al weg, maar Skloot bleef rondhangen. ‘Ik vroeg mijn lerares: wie was deze vrouw Henrietta Lacks? Waar kwam ze vandaan? Had ze kinderen? Maar de lerares wist alleen dat ze zwart was en dat ze in 1951 was overleden aan baarmoederhalskanker.’

    Henrietta Lacks 1920 1951
    Henrietta Lacks circa 1945–1951. – © Wikimedia Commons

    Nadat ze biologische wetenschappen had gestudeerd, wijdde Skloot zich aan wat zij de ‘onsterfelijkheid’ van Lacks noemt, en aan het achterhalen van de waarheid achter de HeLa-cellen. Het resulteerde in het boek The Immortal Life of Henrietta Lacks, dat een van de bestverkochte nieuwe boeken van 2010 werd en vervolgens meer dan zes jaar op de bestsellerlijst van The New York Times stond en uiteindelijk op nummer 1 belandde. Het boek werd in 2017 verfilmd voor HBO, met Rose Byrne als Skloot en Oprah Winfrey als Deborah, de dochter van Lacks.

    ‘Henrietta’s cellen zijn afgenomen zonder haar medeweten en zonder haar toestemming’

    Wat Skloot ontdekte was dat terwijl de cellen van Lacks het aanzien van de moderne geneeskunde veranderden, haar man en kinderen er niet alleen niets van wisten maar ook zelf geen adequate gezondheidszorg kregen. ‘Waar mensen het meest van schrikken, is dat Henrietta’s cellen zijn afgenomen zonder haar medeweten en zonder haar toestemming’, aldus Skloot. ‘Maar dat is de standaardpraktijk, zowel in het VK als in de VS. Als je vóór de operatie een algemeen toestemmingsformulier ondertekent, kunnen eventuele verwijderde cellen later voor onderzoek worden gebruikt en hoeven artsen dit niet te laten weten.’

    ‘Het algemene standpunt van de medische wetenschap is dat cellen die van een individu zijn afgenomen en voor onderzoek worden gebruikt, ten goede komen aan het algemeen welzijn, en dat het oké is om ze te gebruiken. Maar het verhaal van Lacks laat zien dat dat niet zo is, in ieder geval niet in Amerika. Want Henrietta’s cellen werden gebruikt om medische behandelingen te ontwikkelen, maar die behandelingen waren alleen bereikbaar voor mensen die een zorgverzekering konden betalen. Verarmde gezinnen, zoals de familie Lacks, waren precies de gezinnen die dat niet konden.’

    Rechtszaak

    Tot overmaat van ramp maakten de cellen van Lacks farmaceutische bedrijven ook nog eens rijk. Meer specifiek verkochten celbanken en biotechbedrijven flesjes met haar cellen: de gangbare prijs voor een tube HeLa-cellen was in 2010 ongeveer 260 dollar. Geen cent van de winst die haar cellen hadden helpen genereren, ging naar haar nabestaanden. Terwijl de cellen van hun moeder wereldwijd wetenschappelijke bekendheid verwierven, was voor de familie Lacks geen fortuin weggelegd.

    Tot zover The Guardian in 2010. Mogelijk komt er nu een wending in het verhaal dat zo tragisch verliep voor de familie Lacks: nabestaanden hebben het farmaceutische bedrijf Thermo Fisher Scientific aangeklaagd. Ze beschuldigen het bedrijf ervan cellen van Lacks te hebben verkocht die artsen van het Johns Hopkins-ziekenhuis in 1951 zonder haar medeweten of toestemming hebben afgenomen, aldus een recent artikel The Guardian.

    ‘De HeLa-cellijn is de eerste lijn van menselijke cellen die met succes werd gekloond’ en die sindsdien voortdurend is gebruikt ‘voor onderzoek dat bijna elk domein van de geneeskunde heeft beïnvloed’, aldus de advocaten van de nabestaanden in een persbericht.

    Thermo Fisher Scientific, uit Waltham, Massachusetts, heeft willens en wetens weefsel in massa geproduceerd en verkocht, dat door artsen in het ziekenhuis van Lacks was afgenomen binnen ‘een raciaal onrechtvaardig medisch systeem’, aldus de federale aanklacht.

    Volgens de aanklacht jaagde een groep witte artsen van Johns Hopkins in de jaren vijftig op zwarte vrouwen met baarmoederhalskanker

    De rechtbank van Baltimore wordt gevraagd om Thermo Fisher Scientific te gelasten ‘het volledige bedrag van de nettowinst die is verkregen door de HeLa-cellijn te commercialiseren over te maken naar de erven Henrietta Lacks’. Daarnaast wordt verlangd dat het Thermo Fisher Scientific permanent wordt verboden om de HeLa-cellijn te gebruiken zonder toestemming van de nabestaanden. Op zijn website zegt het bedrijf dat het jaarlijks ongeveer 35 miljard dollar aan inkomsten genereert.

    Volgens de aanklacht jaagde een groep witte artsen van het Johns Hopkins-ziekenhuis in de jaren vijftig op zwarte vrouwen met baarmoederhalskanker, waarbij weefselmonsters uit hun baarmoederhals werden weggesneden zonder medeweten of toestemming.

    ‘De uitbuiting van Henrietta Lacks vertegenwoordigt helaas de gemeenschappelijke strijd die zwarte mensen door de geschiedenis heen hebben meegemaakt’, aldus de aanklacht. ‘Zwart lijden heeft geleid tot enorme medische vooruitgang en winsten, zonder eerlijke compensatie of erkenning.’

    Een van de advocaten van de familie is Ben Crump, een in Florida gevestigde burgerrechtenadvocaat die de afgelopen jaren nationaal bekendheid kreeg als vertegenwoordiger van de families van Trayvon Martin, Michael Brown, Breonna Taylor en George Floyd, de zwarte mensen wier dood door toedoen van politie en burgerwachten nieuw leven inblies in een nationale beweging voor politiehervorming en raciale rechtvaardigheid.

    Het Johns Hopkins-ziekenhuis zegt dat het zijn omgang met Lacks en haar familie na meer dan vijftig jaar en na de publicatie van het boek van Rebecca Skloot in 2010 met andere ogen bekijkt.

    ‘Op verschillende momenten in de afgelopen decennia hadden we als Johns Hopkins meer kunnen doen en moeten doen om de familie van Henrietta Lacks te informeren en samen te werken uit respect voor hun privacy en hun persoonlijke belangen’, zo meldt het Johns Hopkins-ziekenhuis op zijn website.

    Lees ook:

  • ‘Wij scheiden ons vuilnis en maken geen spelfouten’. De arrogantie van de elite

    ‘Wij scheiden ons vuilnis en maken geen spelfouten’. De arrogantie van de elite

    Jarenlang keek de progressieve elite stiekem neer op de mensen onder aan de maatschappelijke ladder. Die mensen zijn nu afgehaakt en stemmen overal ter wereld op de populisten. Eigen schuld, dikke bult, zegt Elisabeth Raether.

    Keuze uit het archief

    Vijf jaar geleden, september 2016, publiceerden wij een dossier genaamd: ‘Hé elite, kijk eens in de spiegel!’ In dit artikel daaruit fileert een jonge Duitse journaliste vlijmscherp de kronkels in de gedachten van wat meestal de linkse elite wordt genoemd. Hun stelregel lijkt te zijn: zolang je zelf alles volgens de – door hen zelf bepaalde – regels doet, is het geen probleem om op anderen neer te kijken.

    Na maanden van voorverkiezingsstrijd heeft onze verontwaardiging over Donald Trump iets overbodigs gekregen: hij zegt iets onbeschofts en wij grijpen geschrokken naar onze parelketting, als burgerdames die iemand aan tafel uit een vingerkommetje zien drinken. Maar de verrassing is er nu wel af. En vooral: Trump kwam niet uit het niets. Waarschuwingssignalen genoeg. We hebben lang gedacht dat het voldoende was iemand als hij met scherpzinnige spot en minachting op zijn plaats te zetten.

    Maar of het nu satirische stukjes of afkeurende hoofdartikelen waren, of dat we hem gewoon voor gek zetten om zijn haar: niets hielp. Eigenlijk hebben we steeds gedacht dat alleen dat kapsel al genoeg was om erger te voorkomen. Maar Trump en andere autoritaire leiders kregen steeds meer succes en werden steeds zelfbewuster.

    Het zou aan ons kunnen liggen. Want uit alle aanwijzingen, die we niet alleen over het hoofd hebben gezien maar bewust hebben genegeerd, blijkt dat wij − ook als Europeanen − een onaangename waarheid onder ogen moeten zien: wij leven in een klassenmaatschappij, waar de ene groep leidt en de andere volgt. En als we om Trump en Melania lachen, ontmaskeren we niet hén, maar onszelf.

    Wij hanteren dezelfde werkwijzen als alle elites overal ter wereld: wij definiëren wat goede smaak is en kijken neer op degenen die zich daar niet aan houden

    Wie zijn wij? Wij zijn de leiders. Wij zijn de nieuwe liberale elite. Wij zijn degenen die met tranen in de ogen luisteren naar Michelle Obama’s toespraak op de democratische conventie. Wij zijn het soort mensen dat niet bang is om een moderne en toch elegante outfit te dragen die vermoedelijk is ontworpen door een jonge designer uit New York wiens naam de meeste Amerikanen niet eens kunnen uitspreken. Wij zijn de mensen die überhaupt niet zo snel bang zijn, niet voor de onbegrijpelijke soevereiniteit waarmee de First Lady spreekt, noch voor de mengeling van macht en morele volmaaktheid die ze belichaamt als ze zegt: ‘Ik word iedere dag wakker in een huis dat is gebouwd door slaven.’ Michelle Obama is mooi, rijk, intelligent, elegant en heel, heel machtig. Maar ze is ook zwart, zodat ze zonder een zweempje schaamte mag genieten van al haar voorrechten, de schaamte die lange tijd de prijs is geweest van leven in de bovenlaag van de samenleving.

    Wij hanteren dezelfde werkwijzen als alle elites overal ter wereld: wij definiëren wat goede smaak is, wat hoort en wat niet hoort, en kijken neer op degenen die zich daar niet aan houden. We zoeken het gezelschap van ‘ons soort mensen’. Maar net als een regime dat door revolutie aan de macht is gekomen, staan we boven alle verwijten, want wij, althans de generaties voor ons, hebben voor die plaats moeten vechten.

    We hebben de tolerantie bij wijze van spreken uitgevonden, en we definiëren dus ook wat dat is

     Het resultaat is de onaantastbare macht van het juiste, onze macht dus. En inderdaad, we hebben veel goeds teweeggebracht wat we de wereld nalaten: vrijheid en rechten voor vrouwen, migranten, gehandicapten, homoseksuelen. Maar de klassen hebben we niet afgeschaft. We hebben ons in de top van de klassenmaatschappij genesteld, en hebben nu het gevoel dat alle remmen los zijn.

    Van onderaf zou dat er wel eens heel anders uit kunnen zien.

    Michelle en Melania

    Hillary Clinton heeft dochter Chelsea ‘perfect’ opgevoed, zei Michelle Obama in haar toespraak. Dat zal niet iedere Amerikaanse moeder van haar kinderen durven zeggen; in ieder geval niet de moeders van de dikzakken en de spijbelaars, gedetineerden, tienermoeders en drugsverslaafden. Maar die moeders kunnen de First Lady niet verwijten dat ze arrogant is, tenzij hun voorouders op zijn minst ook slaven waren.

    Na Michelle Obama was er een toespraak van een jonge transvrouw, Sarah McBride. Dankzij zorgvuldige medische ingrepen ziet ze er zo fantastisch uit als iedere vijfentwintigjarige zich zou wensen. McBride was stagiaire in het Witte Huis en werkt nu bij een ngo. Haar verhaal gaat er niet alleen over dat álle mensen gelijk zijn, ze vertelt ook over haar echtgenoot, een transman, die op zijn achtentwintigste aan kanker overleed en zich tot zijn dood heeft ingezet voor LBGTQA-mensen in de VS.

    Er zijn niet veel vijfentwintigjarigen die op de conventie mogen spreken, en nog minder die zo hoogstaand en onzelfzuchtig overkomen. Maar hoe zit het met die anderen? Die niet zwart of hoogbegaafd, niet stijlvol of transgender, geen stralende jonge weduwe en wellicht niet eens vrouw zijn? Wat is hun heldenverhaal?

    Op de conventie van de Republikeinen, kort daarvoor, stond Melania Trump op het podium. Ook zij is aan haar gezicht geopereerd, maar om andere redenen. Smalle ogen, volle lippen, geföhnd haar. Ze leest van de autocue, waar ze zich kennelijk erg voor moet concentreren. Ze heeft een zwaar Balkanaccent en een monotone stem. Haar gelaatsuitdrukking past niet bij wat ze zegt: ze praat over liefde, het gezin en kindness, maar ze kijkt als een roofdier, cool, sexy, alsof ze bezig is iemand te verleiden, alsof ze alleen maar zo kan kijken.

    Veel van wat bij een toespraak mis kan gaan, gaat ook mis. Dat is al duidelijk vóórdat iemand ontdekt dat hele passages ervan zijn overgeschreven uit een toespraak van Michelle Obama in 2008. Een paar dagen later onthult een tijdschrift in New York dat het designdiploma dat Melania Trump zou hebben in het postcommunistische Slovenië van de jaren tachtig helemaal niet bestond. Vanaf dat moment kent het leedvermaak geen grenzen meer. Als ze dan al een universitair diploma verzint, waarom dan niet een bestaand? Melania, een vrouw net zo nep als haar borsten.

    Maar hoe zit het met de fakeborsten van de jonge transvrouw? Waarom zijn sommige borsten progressief en andere reactionair? Als iemand zijn biologische geslacht niet wil accepteren, mag hij zich laten opereren tot zelfs zijn moeder hem niet meer herkent. En als iemand er mooier of jonger uit wil zien dan hij is, dan zou dat niet mogen? Hoe moet je dat uitleggen aan iemand buiten de liberale kliek?

    Je kunt ook anders naar het optreden van Melania Trump kijken. Een verkiezingsteam had het niet beter in scène kunnen zetten: de hoon waar Trumps vrouw tegenaan loopt, is dezelfde die bij zijn kiezers tomeloze woede-uitbarstingen veroorzaakt. Zij worden opnieuw bevestigd in hun wrok. Zwarte mannen en vrouwen in de VS zijn slachtoffer van politiegeweld, arm, en moeten zich tegen ontelbare vooroordelen verdedigen. Maar er is nog een groep die buitengesloten wordt. Want ook over mensen die de vooruitgang niet zo snel kunnen bijbenen, mogen we − ook in tijden van sekseneutrale taal − allerlei denigrerende dingen zeggen; de mensen die onzeker zijn, geen talenten hebben, bang zijn: de witte mannen. Hun verlangens, hun behoeften, hun angsten, hun levensverhalen: één grote grap. Je kunt ze white trash noemen, of arbeiders, werklozen, ongeschoolden. Hoe dan ook, populair zijn ze niet, wereldwijs evenmin en zelfspot kennen ze niet. Zij zijn degenen die gekwetst zijn.

    Het kan op het eerste gezicht misplaatst lijken dat juist degenen die zijn afgehaakt zich identificeren met het echtpaar Trump, dat tenslotte fabelachtig rijk is. Melania Trump post selfies vanuit haar gouden woonkamer en heeft een assistente die boodschappen voor haar doet. De tegenstrijdigheid dat uitgerekend miljardairs de uitgeslotenen weten te bereiken, verdwijnt snel: want ze zijn niet alleen economisch uitgesloten, maar vooral cultureel.

    Lees ook:

    De leidster van het Front National, Marine Le Pen, had een bevoorrechte jeugd in een rijke voorstad van Parijs, maar mensen die zich aan de kant gezet voelen, zijn dol op haar. Terwijl de welgestelden een lompe vrouw met prefascistische opvattingen zien, koesteren de gepijnigde zielen zich in haar warmte. Want zij voelen hoe de liberale elite op hen neerkijkt. Le Pen heeft jarenlang haar uiterste best gedaan om toegelaten te worden in de Parijse televisiestudio’s waar haar vader een ongewenste gast was. Nu vecht ze voor het presidentschap met een hartstocht alsof het niet om politiek, maar om het vereffenen van een rekening gaat.

    Dat is het heldenverhaal van de veronachtzaamden: jullie zogenaamd tolerante veelverdieners hebben ons jarenlang genegeerd. We mochten optreden in realityshows op tv, zodat jullie je, met je eeuwige ironie, konden amuseren. Maar nu is het ernst. Nu willen we de macht, en die zullen we krijgen ook. Jullie vonden het toch altijd zo erg dat we niet gingen stemmen? Nou, dat is precies wat we gaan doen.

    Maar wat is dan wel verstandig? Wij, de klasse van wereldburgers, gaan ervan uit dat we altijd weloverwogen meningen verkondigen

    ‘When they go low, we go high,’ zei Michelle Obama in haar toespraak op de conventie in de richting van de aanhangers van Trump, wat in het Nederlands zoiets betekent als: we laten ons door dat verschrikkelijke gedrag van jullie niet van de wijs brengen. Maar je kan haar uitspraak ook omdraaien: als jullie in hoger sferen verkeren, halen wij de boel nog eens naar beneden.

    Met gekwetstheid en angst heb je nog geen politiek manifest. Het is niet eens verstandig om je door zulke gevoelens te laten leiden, lezen we overal, of het nu gaat om de Brexitkiezers die tegen hun eigen belang gestemd hebben of om de fans van Trump, die nergens van schrikken, wat hun kandidaat ook beweert – of hij nu gelooft dat hij zijn NAVO-partners in de steek kan laten of dat Parijs in Duitsland ligt. Ook de AfD (Alternative für Deutschland) komt met absolute nonsens nog het verst. Sarah Palin ging acht jaar geleden de geschiedenis in als een rariteit. De toenmalig gouverneur van Alaska antwoordde op de vraag naar haar vicepresidentiële kwalificaties op het terrein van buitenlandse zaken met de legendarische zin: ’Van hieruit kun je Rusland zien.’ Desondanks was ze zo populair dat haar brilmontuur voortdurend was uitverkocht – er waren maar weinig politici met wie mensen zich zo sterk identificeerden. Palin was de voorloper van het fenomeen Trump: Ik ben een beetje onnozel, en dat is oké. Ze had buitengewoon veel succes, juist omdat ze de belichaming was van argeloosheid en gebrek aan gezond verstand.

    Het is makkelijk om vóór de EU te zijn als je al in alle (interessante) Europese hoofdsteden bent geweest en overal een leuk restaurantje weet

    Maar wat is dan wel verstandig? Wij, de klasse van wereldburgers, gaan ervan uit dat we altijd weloverwogen meningen verkondigen. Hoewel, bijvoorbeeld: niet alle tegenstanders van genetische modificatie kunnen je vertellen waarom ze daar zo tegen zijn, want het is ook gewoon een gevoel. Je wilt nou eenmaal graag dat wat je eet op een of andere manier waarde heeft en puur is.

    Ook kunnen niet alle pleitbezorgers van de EU uitleggen wat daar nou zo goed aan is, want het gaat uiteraard ook om onze identiteit, een vaag gevoel dat zich zo moeilijk laat beschrijven. Het is in ieder geval makkelijker om vóór de EU te zijn als je al in alle (interessante) Europese hoofdsteden bent geweest en overal een leuk restaurantje weet waar van die uitstekende, maar ongelooflijk goedkope wijnen op de kaart staan.

    Lees ook:

    Wereldwijde woede, vooral onder jongeren

    Iedereen heeft altijd meer begrip voor zijn eigen domheid dan voor die van de ander. Maar wie bepaalt wat dom is? Wie beslist wat de juiste problemen zijn en wat de verkeerde? Afgezien daarvan: Wat kan er nou dom aan zijn om iemand in het Witte Huis of het Elysée te kiezen waarmee je je kunt identificeren?

    Superioriteit

    ‘When they go low, we go high,’ zei Michelle Obama in haar toespraak op de conventie in de richting van de aanhangers van Trump, wat in het Nederlands zoiets betekent als: we laten ons door dat verschrikkelijke gedrag van jullie niet van de wijs brengen. Maar je kan haar uitspraak ook omdraaien: als jullie in hoger sferen verkeren, halen wij de boel nog eens naar beneden.

    Met gekwetstheid en angst heb je nog geen politiek manifest. Het is niet eens verstandig om je door zulke gevoelens te laten leiden, lezen we overal, of het nu gaat om de Brexitkiezers die tegen hun eigen belang gestemd hebben of om de fans van Trump, die nergens van schrikken, wat hun kandidaat ook beweert – of hij nu gelooft dat hij zijn NAVO-partners in de steek kan laten of dat Parijs in Duitsland ligt. Ook de AfD (Alternative für Deutschland) komt met absolute nonsens nog het verst. Sarah Palin ging acht jaar geleden de geschiedenis in als een rariteit. De toenmalig gouverneur van Alaska antwoordde op de vraag naar haar vicepresidentiële kwalificaties op het terrein van buitenlandse zaken met de legendarische zin: ’Van hieruit kun je Rusland zien.’ Desondanks was ze zo populair dat haar brilmontuur voortdurend was uitverkocht – er waren maar weinig politici met wie mensen zich zo sterk identificeerden. Palin was de voorloper van het fenomeen Trump: Ik ben een beetje onnozel, en dat is oké. Ze had buitengewoon veel succes, juist omdat ze de belichaming was van argeloosheid en gebrek aan gezond verstand.

    Het is makkelijk om vóór de EU te zijn als je al in alle (interessante) Europese hoofdsteden bent geweest en overal een leuk restaurantje weet

    Op het moment dat ze zo woedend werden, waren de uitgeslotenen allang van het politieke toneel verdwenen. De Franse socioloog Didier Eribon zegt dat de communistische arbeidersklasse vroeger ook al homofoob en racistisch was, maar dat ze nu vooral op het Front National stemmen omdat de socialistische regeringspartij niets meer met hen te maken wil hebben. De PS onder François Hollande wil het ‘nieuwe links’ zijn, vertegenwoordigd door vlerken als premier Manuel Valls en minister van economische zaken Emmanuel Macron, die geen idee hebben van de strijd die de afhakers tegen ‘die daar boven’ voeren. Onverholen hautain zei Valls laatst over degenen die tegen een geliberaliseerde arbeidsmarkt demonstreerden: Dat is het oude links. De Franse socialisten, de Duitse SPD, de Democraten in de VS, allemaal hebben ze hun groezelige komaf achter zich gelaten en zich geconcentreerd op de veel deftiger culturele vraagstukken.

    Dat de achterblijvers pas door autoritaire leiders en racisten weer een stem hebben gekregen, is een drama. Want natuurlijk hebben ook arbeiders en werklozen transgenderkinderen en homoseksuele zonen en dochters voor wie ze het allerbeste willen, en natuurlijk zullen vooral degenen die geïsoleerd zijn geraakt het meest te lijden hebben van de gevolgen van klimaatveranderingen. Maar wij hebben onze internationale attitude tot ons handelsmerk gemaakt. We hebben geen enkele mogelijkheid voorbij laten gaan om onze superioriteit te demonstreren: wij zijn zo veel intelligenter, humoristischer en hebben zo’n heldere kijk op de zaken. Wij scheiden ons vuilnis en maken geen spelfouten. Het mag dan slechts een ondertoon zijn, die onze arrogantie verraadt, we moeten er wel naar gaan luisteren. Bij de afhakers is de boodschap namelijk al lang aangekomen, en voor de autoritaire leiders was het vervolgens gemakkelijk om het nadenken over vrijheid en het verantwoordelijkheidsgevoel af te serveren als een luxe die maar weinigen zich kunnen permitteren. Zij beweren dat tolerantie de ideologie van de macht is. Dat mag onjuist en manipulatief zijn, het laat wel zien wat onze grootste zwakte is.

  • Oproep tot vernietiging van genderidentiteit

    Oproep tot vernietiging van genderidentiteit

    Zelfs in een cultuur die zo openstaat voor afwijkende seksuele identiteiten, moeten sommigen hun ware aard verborgen houden. ‘Ik ben geen jongensachtige vrouw, ik ben een man’, schrijft een Zuid-Indiase transseksueel.

    Voorbij het onderscheid tussen man en vrouw

    ‘Over de hele wereld komt het voor: de ziel van een man in het lichaam van een vrouw, of andersom. Hoe erop wordt gereageerd – door wie het overkomt maar ook door diens omgeving – verschilt van continent tot continent. In het Oosten lijkt de minste kramp te heersen, in het Westen loopt de emancipatie van de transseksueel nog ver achter bij die van de homo. Dat een jongen (Andrej Pejic) bh-model is (voor de Hema) verandert daar nog niks aan.’

    Zo luidde de inleiding van ons dossier over genderidentiteit in januari 2012. We noemden de tijden toen al ‘transseksueel’ en beschreven in zes artikelen hoe op verschillende plekken in de wereld met het onderwerp werd omgegaan. Als archiefstuk vandaag kozen we deze hartekreet van een Indiase transseksuele man die werkt bij LesBiT, een steungroep voor lesbiennes, biseksuele vrouwen en vrouw-naar-man transseksuelen.

    In Zuid-India bestaan meerdere (trans)-seksuele identiteiten. Zo is daar de vrouw-naar-man identiteit Thirunambigal in Tamil Nadu, Magaraidu in Andhra Pradesh en Gandabasaka in Karnataka. En ook de man-naar-vrouw identiteit zoals de kothi, hijra (ook wel genoemd Aravanis en Thirunangaigal in Tamil Nadu), Jogappa in Noord-Karnataka, Jogatha in Andhra Pradesh en Shiva Shakti in Maharashtra en Andhra Pradesh.

    Niet al deze identiteiten zijn zo bekend als de hijra, die synoniem is geworden met transseksualiteit. Dat komt voornamelijk door de historische zichtbaarheid van deze gemeenschap die voor zichzelf een culturele en sociale ruimte heeft gecreëerd via het guru-chela (leraar-leerling) systeem. Dat is een steun voor veel jonge hijra’s/kothi’s die uit huis zijn gegaan om zich bij een van de zeven gharanas (huizen) te voegen als ‘dochters’ of ‘leerlingen’ van hun goeroes. Een hijra/kothi zie je vaak bij stoplichten staan bedelen – een van de weinige manieren om zich staande te houden in een vijandige en discriminerende maatschappij.

    Het geld dat India ontvangt om hiv/aids te bestrijden is aangewend om door het hele subcontinent ngo’s op te zetten die zich richten op de kothi als primaire drager van de infectie. Maar de genderidentiteit van de kothi wordt verdoezeld doordat de door ngo’s gehanteerde term MSM (mannen die seks hebben met mannen) vaak gebruikt wordt voor kothi’s. Maar kothi’s zijn geen mannen. Ze hebben een mannenlichaam, maar voelen zich vrouw.

    Bemiddelaars

    Jogappa’s zijn jonge jongens, meestal afkomstig uit de kaste van de onaanraakbaren (dalit) of uit een andere ‘achterlijke’ kaste, soms zelfs uit moslimgezinnen in Noord-Karnataka, die de godin Yellamma zijn toegedaan. Ze dragen vrouwenkleren en treden op als bemiddelaars tussen gelovigen en de godin. Ze mogen niet trouwen.

    De Jogappa is geen uitsluitend uit transseksuelen bestaande categorie, maar een ruimte waarin van oudsher transgendergedrag is toegestaan. Veel transseksuele vrouwen vinden hier een legitieme plek om hun identiteit, die niet overeenkomt met de heersende normen, toch in de maatschappij tot uiting te brengen.

    Ik voel me een Thirunambi, een vrouw-naar-man transseksueel. Lang voordat ik wist wat ik was, wist ik al dat ik in het verkeerde lichaam zat. Pas onlangs vond ik de woorden die het best beschrijven wat ik ben en trof ik mensen die net zo in elkaar zitten als ik: iemand die geboren is als vrouw, maar met de genderexpressie van een man. Ik heb jarenlang geprobeerd onder woorden te brengen wat ik ben, en getracht mijn familie, vrienden en geliefden te vertellen dat ik geen jongensachtige vrouw ben, maar een man.

    Transseksuele mannen zijn er in allerlei soorten en maten. Sommigen van ons willen een geslachtsoperatie, anderen niet; sommigen voelen zich heteroseksueel, anderen lesbisch of homo, en weer anderen multiseksueel. Er zijn er die soepeler omgaan met hun genderidentiteit dan anderen. Sommigen zijn door hun familie gedwongen te trouwen met een man, terwijl het anderen is gelukt zich los te maken en elders een beperkte vorm van vrijheid te vinden.

    Maar hoe verschillend ook, allemaal hebben we te maken gehad met onderdrukking vanwege onze ‘afwijkende’ genderexpressie.

    Ons wordt het zwijgen opgelegd voor we kunnen spreken

    De mate waarin varieert natuurlijk naar gelang de positie die we binnen onze kaste en klasse innemen. Ik schrijf als een Engelssprekende Nair vrouw-naar-man transseksueel uit de middenklasse. Ik schrijf voor mijn niet- Engelssprekende vrouw-naar-man dalit-broeders uit de arbeidersklasse. Ik schrijf omdat onze stemmen nooit worden gehoord. Ons wordt het zwijgen opgelegd voor we kunnen spreken. We hebben dubbel te lijden omdat we naast onze nonconformistische genderexpressie ook nog eens als vrouw zijn geboren. We hebben geen systeem zoals de hijra’s.

    We hebben geen goeroes die voor ons zorgen als we weggaan bij onze familie. We zijn onzichtbaar omdat we geconditioneerd zijn om in het openbaar ‘door te gaan’ voor een man, om te zeggen dat ons lichaam er niet toe doet omdat we ons ervan afgesneden voelen.

    Is dat lichaam dat maandelijks bloedt, dat lichaam met borsten dat wordt beschouwd als vrouwelijk, míjn lichaam? Dat is een vraag waar wij allemaal mee geworsteld hebben.

    Het is voor ons moeilijk om te veranderen met behoud van respect voor ons lichaam, omdat de maatschappij zich amper bewust is van onze genderidentiteit. Het medische establishment is grotendeels niet op de hoogte van onze behoeften en geslachtsveranderingsoperaties zijn niet te betalen voor als vrouw geboren transseksuelen uit de arbeidersklasse. Sommigen van ons hebben lesbische relaties gehad zonder te kunnen verwoorden dat we mannen zijn.

    Sluipen

    Er zijn maar weinig fondsen beschikbaar voor onze strijd om erkenning. Zelfs feministische groeperingen sluiten ons uit en bestempelen ons als anti-feministisch omdat we de kant van de onderdrukker kiezen doordat we ons man voelen. Dat is een beperkend feminisme dat voorbijgaat aan onze ervaringen in een vrouwenlichaam. Een feminisme dat niet erkent hoe moeilijk het voor ons was om weg te gaan bij onze families om uitdrukking te geven aan onze genderidentiteit.

    We trekken geen aandacht, we sluipen langs de muren in de angst dat er geweld zal volgen als mensen merken dat we een vrouwenlichaam hebben


    We trekken geen aandacht, we sluipen langs de muren in de angst dat er geweld zal volgen als mensen merken dat we een vrouwenlichaam hebben, omdat ze nu eenmaal bang zijn voor transseksuelen. We moeten naar urinoirs waar mannen staan te plassen. We worden in elkaar geslagen als we naar een damestoilet gaan, door vrouwen die denken dat we voyeurs zijn.

    Wij strijden voor een samenleving waarin een ‘afwijkende’ identiteit niet als abnormaal wordt veroordeeld. We willen ons losmaken uit de marge en een plek in het midden opeisen, waar we niet bang hoeven te zijn en ons niet hoeven te verdedigen. Dit is een oproep om het bestaan te erkennen van transseksuelen die geen hijra zijn. Dit is een verzoek om steun aan mensen die hetero, homo, lesbisch, feministisch, multiseksueel of anderszins seksueel geaard zijn. Een oproep tot vernietiging van genderidentiteit zoals wij die nu kennen.

  • Vrouwenrechten in Afghanistan: ‘De nieuwe regering is allesbehalve inclusief‘

    Vrouwenrechten in Afghanistan: ‘De nieuwe regering is allesbehalve inclusief‘

    De zogenaamd ‘inclusieve’ regering is uiteindelijk slechts een doodgewone talibanorganisatie. Er zit niet één vrouw bij. Het enige doel is om in de smaak te vallen bij de Afghaanse meerderheid.

    Een tijdlang hadden de taliban er de mond van vol. ‘Wij werken aan de vorming van een inclusieve regering die het hele Afghaanse volk vertegenwoordigt,’ beloofde moellah Abdul Ghani Baradar nadat hij in Kabul was gearriveerd om een regering te vormen. ‘Wij willen in vrede leven,’ verzekerde regeringswoordvoerder Zabihullah Mujahid op 15 augustus tijdens de eerste persconferentie na de val van Kabul. ‘Wij willen noch binnenlandse, noch buitenlandse vijanden.’

    ‘Eerst zien, dan geloven,’ luidde al heel snel het devies van een steeds grotere kring van waarnemers, bestaande uit Afghanen, buitenlandse regeringen, mensenrechtenvertegenwoordigers en politieke experts. De nieuwe talibanregering is op dezelfde dag bekendgemaakt dat moedige betogers de straten van Kabul en andere steden op gingen, met name vrouwen die eisten dat hun rechten en hun plaats in het landsbestuur en de maatschappij gerespecteerd zouden worden.

    De nieuwe Afghaanse regering is allesbehalve inclusief, integendeel, ze bestaat uitsluitend uit taliban. De beweging heeft haar eigen organigram weer van stal gehaald, met de bijbehorende commissies, stafmedewerkers en de almachtige emir Haibatullah Akhundzada, om de regering vorm te geven.

    Niet één vrouw

    Het beruchte ministerie voor de Verspreiding van Deugd en het Voorkomen van Ondeugd van het eerste talibanregime is terug; het ministerie voor Vrouwen is verdwenen. De overgrote meerderheid van deze regering bestaat uit etnische Pashtun, met maar één Tadzjiek en één Hazara, die allebei taliban zijn. Er zit niet één vrouw bij, zelfs niet op een ondergeschikte positie. Het is een regering van de oude garde, met een nieuwe generatie moellahs en militaire bevelhebbers. De mannen die tijdens het talibanbewind van de jaren negentig aan de macht waren, zijn terug, met een nog langere en wittere baard. Ook zitten er voormalige gevangenen van Guantánamo bij, figuren die op de zwarte lijst van de Verenigde Staten en de Verenigde Naties staan, geharde strijders en zelfverklaarde onderhandelaars die aan gesprekken hebben deelgenomen en de regionale hoofdsteden zijn afgereisd om de beloften van de taliban 2.0 te verkondigen.

    Sommige namen springen eruit. De premier ad interim van de nieuwe regering heet Hassan Akhund; hij is een van de stichters van de taliban en staat op de sanctielijst van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. De minister van Binnenlandse Zaken ad interim is Sirajuddin Haqqani, een man van wie we alleen het gezicht kennen dankzij een foto waarop het deels aan het oog wordt onttrokken door een karamelkleurige sluier op een affiche met personen die worden gezocht door de FBI (die vijf miljoen dollar biedt voor zijn aanhouding). De nieuwe minister van Defensie ten slotte, moellah Mohammed Yaqoob, wordt afgebeeld met een zwart silhouet en is niemand anders dan de oudste zoon van moellah Omar, de stichter van de taliban.

    Het nieuwe regime lijkt het resultaat van een minutieus uitgewerkt compromis. Moellah Akhund staat opeens aan het hoofd en geeft daarmee diverse politieke rivalen en militaire zwaargewichten het nakijken, met name moellah Baradar die in weerwil van talrijke voorspellingen een ondergeschikte post heeft gekregen.

    Afghanistan is te belangrijk om aan zijn lot te worden overgelaten

    Ik herinner me een zin die werd uitgesproken door talibanonderhandelaar Mohammad Abbas Stanekzai, die is teruggekeerd op zijn vroegere post van onderminister van Buitenlandse Zaken. Toen ik hem afgelopen februari, na de ondertekening van het historische akkoord tussen de taliban en de Verenigde Staten, vroeg wat hij zou zeggen tegen Afghanen die bevreesd waren voor hun terugkeer, antwoordde hij nadrukkelijk: ‘Ik zou hun zeggen dat we een regering krijgen die acceptabel is voor de meerderheid.’ Hij legde zwaar de nadruk op het woord ‘meerderheid’. Met andere woorden, het zou een regering worden die de traditionele waarden hoog in het vaandel had, en niet de westerse ideeën waar de taliban niets van moeten hebben. De euforie vierde op dat moment hoogtij en de Afghanen begonnen te dromen van het einde van de oorlog. Enkele maanden later, op de eerste dag van de officiële onderhandelingen over Afghanistan in Qatar, gaven de taliban te verstaan dat ze niet langer de stichting van een islamitisch emiraat eisten. Ze zeiden te begrijpen hoe gevoelig dat onderwerp lag.

    Islamitisch emiraat

    Tijdens gesprekken met vrouwelijke onderhandelaars verzekerden ze dat vrouwen voor alle functies in aanmerking zouden komen, ook die van minister, met als enige uitzondering de post van president. Dat was enkele maanden geleden. Nu zijn de taliban aan de macht.

    In een verklaring die kort na de bekendmaking van de interimregering werd gepubliceerd zei de emir dat de taliban op zoek waren naar ‘iedereen met voldoende talent, competentie en werkervaring’.

    Maar bij al die aansporingen bleef duidelijk wat de prioriteit was: versterking van ‘het systeem’, oftewel de herinvoering van het islamitische emiraat. De rest is van secundair belang. Afghanistan is te belangrijk om aan zijn lot te worden overgelaten. Het risico dat het land een toevluchtsoord wordt voor terroristen, de zorgen over de mensenrechten en de verergering van de humanitaire en alimentaire crisis zullen heel wat mensen ertoe aanzetten manieren te zoeken om samen te werken met onervaren leiders die nog altijd meer in het verleden verankerd zijn dan gericht op een andere toekomst.

    Maar het devies blijft hetzelfde: eerst zien, dan geloven.