Onderwerpen: Eten

  • Dossier: Wat eten we morgen

    Dossier: Wat eten we morgen

    De productie is het probleem niet. Van wat er wereldwijd verbouwd wordt kan de hele wereldbevolking worden gevoed, en er is zelfs genoeg voor een extra drie miljard mensen. Het gaat om alles wat er tussen de akker en het bord in gebeurt.

    Met medewerking van Huib Stam.

    » Minder vlees, meer afwisseling

    » Activisten leggen voedselsysteem bloot

    » In Singapore bestel je kip gekweekt in het laboratorium

    » De toekomst van de landbouw op een steeds warmere planeet

    200 nummers geleden

    Tweehonderd nummers en tien jaar geleden, verscheen op 26 november 2011, het eerste magazine (in print) van 360. Diezelfde dag lanceerde NASA het onbemande ruimtevaartuig Curiosity om eventuele bewoonbaarheid van Mars te onderzoeken. Het verwachtingsvolle toekomstdenken van die missie stond behoorlijk haaks op het dossier waarmee 360 opende. Dat besteedde onder de titel ‘Aan tafel’ aandacht aan de Chinese voedselpraktijken.

    In China, waar eten een grote traditionele waarde heeft, volgde het ene voedselschandaal op het andere. Afgewerkte olie werd vermengd en opnieuw gebruikt en oesters zaten vol zware metalen. Was dat georganiseerde misdaad of een teken van een falende moraal?’ vroeg 360 zich af in het dossier met artikelen uit de Chinese media over het thema. In de partijkrant Renmin Wang, schreef Chen Jiaxing dat de ideologische waarden ten opzichte van voedsel-veiligheid de mens niet langer leiden naar beschaving, waardigheid en moderniteit. Zijn we nu, tien jaar later, beter af? De mondiale productie en voorziening van voedsel blijft een bron van zorg. Was corona nu wel of niet afkomstig van een Chinese markt met levende dieren, bedoeld voor consumptie?

    En hoe zit het met onze ecologische voetafdruk? De wereldwijde productie van voedsel is verantwoordelijk voor een derde van de klimaatverandering. Nu maar hopen dat het grootschalig gesjoemel een schandaal blijft van tien jaar geleden.

  • In Singapore bestel je kip gekweekt in het laboratorium

    In Singapore bestel je kip gekweekt in het laboratorium

    Singapore is hard op weg het Silicon Valley van de foodtech te worden. De kleine stadstaat wil vanaf 2030 30 procent van zijn voedsel lokaal produceren – met behulp van alternatieve eiwitbronnen, kweekvlees en verticale boerderijen.

    Het is een warme avond in Singapore en bij restaurant 1880 aan de oever van de rivier genieten chique gasten van gerechten met intrigerende namen als ‘bosgrond’ en ‘overstroomde toekomst’. Maar de echte sterren van de avond zijn twee minder flamboyant klinkende hoofdgerechten: chicken and waffles en chicken bao.

    De gebakken kip op de borden is stevig en gemakkelijk met een vork uit elkaar te trekken. Maar dit is geen gewoon kippenvlees. Het is gemaakt van stamcellen uit een kippenveer en opgekweekt in een speciale bioreactor.

    De aanwezigen in het restaurant behoren tot de eerste betalende gasten die kippenvlees uit een laboratorium voorgeschoteld krijgen.

    ‘Ik had niet verwacht dat ik dit ooit nog eens op het bord van een consument zou zien liggen’

    Kaimana Chee, chef-kok bij Eat Just, de in San Francisco gevestigde culinaire start-up die de kip heeft gefabriceerd, heeft geholpen bij de bereiding van het diner. ‘Ik was tot tranen toe geroerd, want ik had niet verwacht dat ik dit ooit nog eens op het bord van een consument zou zien liggen,’ zegt hij tegen Nikkei Asian Review.

    DO 2 1 1

    Vanwege alle belemmerende regels en het wereldwijde wantrouwen tegenover in het laboratorium gekweekt vlees was de 43-jarige Chee ervan overtuigd dat het jaren zou duren voor er groen licht kwam. Hij dacht dat het bij Eat Just, waar hij in 2016 kwam werken, zijn missie was om inspirerende gerechten te bedenken die ‘het zaadje moesten planten voor een volgende generatie’. Dus toen Singapore in december 2020 als eerste land de verkoop van dit type eiwit goedkeurde, was Chee stomverbaasd. 

    Veel waarnemers in deze bedrijfstak waren minder verrast. ‘Het is geen toeval dat Singapore de eerste markt ter wereld voor kweekvlees is,’ verklaart Mirte Gosker van het non-profit Good Food Institute Asia Pacific (GFI APAC). ‘De overheid heeft geïnvesteerd in een gunstig ecosysteem voor voedselinnovatie.’

    Betrouwbare voedselvoorziening

    Dat Singapore zich op het terrein van laboratoriumvlees en eiwitalternatieven – gemaakt van planten, insecten, algen en schimmels – begeeft, is onderdeel van een welbewust beleid om in de toekomst veerkrachtiger te zijn als er zich schommelingen voordoen in het voedselaanbod.

    De stadstaat heeft in Azië het voortouw genomen in de zoektocht naar een betrouwbare voedselvoorziening. Volgens schattingen van de Verenigde Naties zijn in deze regio meer dan 350 miljoen mensen ondervoed, terwijl zo’n 1 miljard mensen in 2019 te kampen kregen met matige of ernstige voedselonzekerheid, waarbij het moeilijk was om aan eten te komen of ze daadwerkelijk zonder voedsel kwamen te zitten, soms dagenlang. De uitdaging is nog urgenter geworden sinds het coronavirus toesloeg, waardoor de voedselonzekerheid in Azië nog groter is geworden en overheden alarmerende voorproefjes hebben gekregen van de manier waarop een crisis de voedselvoorraden kan bedreigen.

    Een van de maatregelen die Singapore heeft genomen is dat het nu voedsel importeert uit meer landen dan voorheen: ongeveer 170 landen en regio’s, zo’n 30 meer dan in 2004.

    In het jaar 2030 moet 30 procent van de Singaporese voedselbehoefte lokaal geproduceerd zijn

    Singapore streeft er ook naar om zelfvoorzienender te worden. In maart 2019 kondigde de stadstaat de doelstelling ‘30 in 30’ aan: in het jaar 2030 moet 30 procent van de Singaporese voedselbehoefte lokaal geproduceerd zijn, terwijl dat nu 10 procent is.

    ‘Veerkracht betekent het vermogen hebben om verstoringen in de voedseltoevoer op te vangen,’ zegt Paul Teng, expert op het gebied van voedselzekerheid bij de Nanyang Technological University (NTU) in Singapore. 

    Toen Teng en zijn collega’s rond 2005 onderzoek gingen doen naar voedselveerkracht, lag de focus vooral op voedselzekerheid. ‘Niemand luisterde toen naar ons,’ vertelt hij. 

    Het is een subtiel, maar belangrijk verschil. Als het om voedselzekerheid gaat, is de situatie in het rijke Singapore behoorlijk gunstig: het staat negentiende op de lijst van landen met de hoogste voedselzekerheid die in 2020 is opgesteld door de Economist Intelligence Unit – maar dat wil niet zeggen dat Singapore achterover kan leunen. ‘De strategie van de overheid was indertijd: ‘Als we ons bbp vergroten en de middelen hebben om voedsel te kopen, dan hoeven we ons geen zorgen te maken, want er zal altijd wel ergens voedsel te koop zijn,’ vertelt Teng. ‘Dat is allemaal goed en wel als er geen verstoringen plaatsvinden in de voedselproductie en in de aanvoerketen.’

    Maar grote prijsschommelingen tijdens de financiële crisis van 2008, de exportstop van Maleisië op vis in 2014 en andere gebeurtenissen hebben kwetsbaarheden blootgelegd. En toen kwam de pandemie.

    Buffer

    ‘Covid-19 heeft wereldwijd verstoringen veroorzaakt, doordat sommige exportlanden de uitvoer van bepaalde voedingswaren gingen verbieden om aan hun eigen binnenlandse behoefte te kunnen voldoen, of doordat ze in lockdown gingen,’ zegt Melvin Chow, topman bij de afdeling voedselinfrastructuur, -ontwikkeling en -management van de Singapore Food Agency. Volgens hem zou het vergroten van de voedselproductie volgens de ‘30 in 30’-strategie zorgen voor een buffer om verstoringen in het buitenland op te vangen. Maar meer voedsel kweken is gemakkelijker gezegd dan gedaan in Singapore, dat 50 bij 27 kilometer groot is. Dit op twee na dichtst bevolkte gebied ter wereld heeft maar 1 procent van zijn land beschikbaar voor landbouw.

    De stadstaat, die altijd behendig heeft weten om te gaan met zijn beperkte ruimte en hulpbronnen, wil nu zijn ‘capaciteiten op het gebied van wetenschap en technologie aanwenden om innovatieve oplossingen te ontwikkelen’, zegt Chow. En daar komen Eat Just en vergelijkbare start-ups om de hoek kijken. ‘Voor eiwitten die gebaseerd zijn op planten en cellen heb je veel minder ruimte en hulpmiddelen nodig om toch evenveel voedsel te produceren als met traditionele voedselbronnen,’ zegt Bernice Tay, hoofd voedselfabricage bij Enterprise Singapore, een overheidsorganisatie die zich bezighoudt met de ontwikkeling van kleine en middelgrote bedrijven.

    De overheid wil de voedseltechnologie graag stimuleren en heeft tot 2025 144 miljoen Singaporese dollar (ruim 90 miljoen euro) vrijgemaakt voor voedselgerelateerde R&D-programma’s. Enterprise Singapore is ook een samenwerking aangegaan met verscheidene mondiale investeringsmaatschappijen, waaronder Big Idea Ventures, dat een fonds van 50 miljoen dollar (ruim 42 miljoen euro) heeft voor alternatieve eiwitten. 

    ‘Singapore begint zich een plek te veroveren als het Silicon Valley van de foodtech’

    In april heeft Singapore de Future Ready Food Safety Hub (FRESH) opgericht, een samenwerkingsverband tussen overheid, bedrijfsleven en de academische wereld, om onderzoek te doen naar de veiligheid van nieuwe voedingsmiddelen en het onderzoek van de bedrijven zelf te ondersteunen. En vanaf september 2021 biedt NTU in samenwerking met GFI APAC studenten de mogelijkheid om een semester lang eiwitalternatieven te bestuderen en kennis op te doen over de commerciële mogelijkheden ervan. 

    Andre Menezes, medeoprichter van Next Gen Foods, een in Singapore gevestigd bedrijf dat in maart 2021 op soja gebaseerde kippendijen op de markt bracht, noemt de stad een ‘compleet ecosysteem op een heel klein, dichtbevolkt eiland’.

    ‘Singapore begint zich een plek te veroveren als het Silicon Valley van de foodtech, zegt Menezes, wiens kippendijproduct nu in meer dan 45 plaatselijke restaurants op de kaart staat. In februari haalde Next Gen Foods 10 miljoen dollar op bij een groep investeerders, waaronder de Singaporese maatschappij Temasek International. Het is het grootste investeringsbedrag tot nu toe voor een bedrijf in op planten gebaseerde voedseltechnologie. In juni opende Next Gen Foods nieuwe vestigingen in Hongkong, Macao en Kuala Lumpur.

    Binnenboerderijen

    Er zijn in Singapore de afgelopen twee jaar meer dan vijftien bedrijven gestart die ‘nieuwe’ eiwitten produceren. Naast Eat Just en Next Gen Foods zijn dat internationale spelers zoals de Californische producent van zuivelvervangers Perfect Day en de bedrijven Shiok Meats en Gaia Foods, die in Singapore zelf zijn opgekomen en respectievelijk werken aan de productie van gekweekte vis, schelp- en schaaldieren en gekweekt rood vlees.

    Nog een pijler onder de ‘30 in 30’-doelstelling van Singapore is hightech indoorlandbouw in stedelijk gebied. Er bestaan al 31 van dergelijke ‘boerderijen’, 28 voor groenten en 3 voor vis.

    Het feit dat de boerderijen binnen zijn, maakt ze ‘bestand tegen enkele van de gevolgen van klimaatverandering’, zegt Chow. Ze maken gebruik van smart technologieën die ‘het mogelijk maken om meer te verbouwen met minder’, met opbrengsten die per hectare grond tien tot vijftien keer zo hoog liggen als bij traditionele landbouw of op land gevestigde viskwekerijen.

    Een van die boerderijen, Commonwealth Greens, kan jaarlijks wel honderd ton groenten oogsten, bijna 1 procent van alle bladgroenten die ter plaatse worden verbouwd. In hoge ruimtes van een groot bedrijfspand verbouwt het bedrijf rijen groene mosterdplanten, snijbiet, zuring en verschillende soorten sla in plastic bakken. Elke groeibak is ongeveer een meter lang en heeft zijn eigen strip felle ledlampen die vanaf het plafond omlaaghangen als verticale jaloezieën.

    ‘Met het Internet der Dingen kunnen we grote hoeveelheden data verzamelen die van levensbelang zijn voor de planten’

    Voor in elke ruimte liggen de ‘hersens’ van de boerderij: twee sensoren. De ene regelt luchttemperatuur, vochtigheidsgraad, koolmonoxidegehalte en zuurgraden. De andere bepaalt de hoeveelheid en de samenstelling van de vloeibare voedingsstoffen die aan de planten worden toegediend.

    ‘Onze technologie maakt gebruik van het Internet der Dingen, waardoor we grote hoeveelheden data kunnen verzamelen die van levensbelang zijn voor de planten,’ vertelt Sven Yeo, medeoprichter en hoofd technologie van Archisen, het agritechbedrijf dat deze boerderij runt. ‘Voor elk gewas dat we verbouwen hebben we iets dat we een recept noemen.’ Dit is in wezen een reeks parameters: licht, pH, temperatuur enzovoort, die Yeo en zijn team precies afstemmen om een plant zo te laten groeien dat die ‘zijn maximale voedingswaarde en smaakprofiel haalt’.

    Het op hydrocultuur gebaseerde systeem verbruikt 95 procent minder water en 85 procent minder meststoffen dan traditionele, op aarde gebaseerde systemen. Volgens voorstanders bieden indoorboerderijen en alternatieve eiwitten betere opbrengsten en schoner vlees, met minimaal of helemaal geen gebruik van de pesticiden, antibiotica of hormonen die in de tegenwoordige voedselproducten zitten.

    ‘Klanten staan tegenwoordig veel kritischer tegenover het voedsel dat ze eten’

    ‘Klanten staan tegenwoordig veel kritischer tegenover het voedsel dat ze eten,’ zegt Aileen Supriyadi, onderzoeker van marketingresearchbureau Euromonitor International. Met name sinds de recente coronapandemie, en nu de Afrikaanse varkensgriep de veestapels in de regio bedreigt, maken consumenten zich meer zorgen over voedselveiligheid. Toch zijn veel mensen ook sceptisch, vooral tegenover gekweekt vlees. In een YouGov Omnibus-onderzoek onder 1068 inwoners van Singapore in december 2020 zei 48 procent van de ondervraagden dat ze zulk vlees niet zouden eten. Uit een onderzoek van Euromonitor in 2020 bleek dat 36,5 procent van de consumenten in Azië/Oceanië een voorkeur had voor geheel natuurlijke producten, tegen 33,3 procent in Europa en 28,4 procent in Noord-Amerika.

    Maar voor Singapore bieden de hightechboerderijen goede mogelijkheden om de voedselproductie op te voeren.

    Sommige experts denken dat ook andere Aziatische landen er profijt van zouden kunnen hebben. Indoorboerderijen zijn niet nieuw. Volgens Teng van NTU bestaan er in heel Azië al zo’n vierhonderd. Maar deze compacte landbouwmethode met haar hoge opbrengsten komt vooral goed van pas in sterk verstedelijkte gebieden waar de koopkracht groot is en vastgoedprijzen hoog zijn, aldus Yeo van Archisen.

    Jakarta is een goed voorbeeld, zegt Christian Prokscha, oprichter van Eden Towers, dat daar in februari een verticale boerderij begon. ‘Je kunt dingen verbouwen op de heuvels buiten Jakarta,’ zegt hij, ‘maar het probleem is dat je logistieke lijnen dan heel lang zijn.’

    Voor indoorboerderijen zijn vooral de kosten van de gebouwen en de geavanceerde apparatuur een grote uitdaging, zegt Yeo. Singapore heeft de afgelopen jaren genereuze subsidies verstrekt, en lanceerde nog in april een fonds van 60 miljoen Singaporese dollar (37,5 miljoen euro), dat ondernemers die een boerderij willen beginnen helpt de eerste bouwkosten op te brengen. Maar weinig Zuidoost-Aziatische landen hebben zulke diepe zakken als Singapore.

    Als het om ‘nieuwe’ eiwitten gaat vormen de hoge verkoopprijzen ook een hoge horde om te nemen. Niettemin is Azië bij uitstek geschikt om te profiteren van de verschuiving naar eiwitalternatieven, aldus Gosker van GFI APA, die wijst op de ‘vruchtbare landbouwgronden, uitgebreide infrastructuur en productiekracht, wereldvermaarde innovatiecentra en ongeëvenaarde marktvolume. Lokale producenten kunnen nu een vrijwel ongelimiteerd aantal verschillende ingrediënten krijgen, die volgens nieuwe en innovatieve methodes verwerken en zo de volgende generatie plantaardige vleesvervangers maken – allemaal op hetzelfde stukje van de wereld.’

  • De grote cultuuroorlog om de pizza Hawaï

    De grote cultuuroorlog om de pizza Hawaï

    De vraag wel of geen ananas op pizza verdeelt de wereld al sinds 1962. In een tijdperk dat zich kenmerkt door polarisatie, wordt het debat weer op het scherpst van de snede gevoerd. Waarom maken we ons zo druk over de pizza Hawaï?

    Het noodlottige experiment vond plaats in 1962. Sam Panopoulos, een restauranthouder, was niet bang om risico’s te nemen. Hij had Griekenland op twintigjarige leeftijd verlaten om een nieuw leven te beginnen in Canada en werd eigenaar van een succesvol restaurant in het centrum van Chatham, Ontario. Hij stond bekend om zijn speelse gevoel voor humor. Zijn noodlottige culinaire creatie was een combinatie van deze beide elementen van zijn karakter. Tijdens het bereiden van een pizza, opende hij een blikje gesneden ananas – en deed het ondenkbare.

    Zestig jaar later is de pizza Hawaï – een standaardlaag van mozzarella en tomaat belegd met ananas en ham of spek – een van de meest controversiële gerechten ooit gemaakt. In tegenstelling tot andere etenswaren waarover de meningen zo vrolijk verdeeld zijn (iemand zin in Marmite?) is het geen kwestie van deze pizza lekker vinden of niet. In een tijdperk dat zich kenmerkt door een neiging tot polarisatie, is het debat over de verdiensten (of tekortkomingen) van ananas op pizza een wereldwijd tijdverdrijf geworden. In profielen op dating-apps worden potentiële partners niet zelden geconfronteerd met een ‘voedselgevecht’; hou je van ananas op pizza? is evengoed een ijsbreker als een dealbreker. Publieke figuren hebben partij gekozen: Paris Hilton is er gek op, Gordon Ramsay windt zich erover op.

    Voor de lol

    Het debat over de ananaspizza is zo alomtegenwoordig dat de Amerikaanse regering in 2019 met de ‘The War on Pineapple’ kwam, een voorlichtingscampagne met als doel te laten zien hoe mensen kunnen worden gemanipuleerd via online posts over kwesties die gemoederen verdelen. Waarom ontlokt de pizza Hawaï dit soort uitgesproken meningen? Panopoulos zei dat hij de ananas slechts ‘voor de lol’ op deze pizza had gedaan. Toen de controverse over zijn creatie in 2017 viraal ging, liet de pensionaris – handenwrijvend – van zich horen: ‘Wat is er met jullie aan de hand?’ vroeg hij.

    De pizza Hawaï was niet altijd zo omstreden. In de jaren vijftig en zestig was pizza voor de meeste Amerikanen nog een relatieve nieuwigheid. Met de komst van huishoudelijke diepvriezers boden kant-en-klare pizzabodems een blanco canvas voor zelfexpressie. In recepten in Amerikaanse kranten werd voorgesteld om allerlei niet-traditioneel pizzabeleg uit te proberen, zoals gebakken aardappel en zure room, of zelfs om pizza als dessert te eten, met suiker, kaneel en banaan bovenop gesmolten mozzarella. De opvattingen over welk beleg aanvaardbaar was, waren nog niet verworden tot een religieus dogma.

    De naoorlogse periode was in Noord-Amerika een tijd van culinaire nieuwsgierigheid en experimenteren. De Italiaanse keuken nam een hoge vlucht in de buitenwijken. Tegelijkertijd bloeide, met de terugkeer van militairen uit de Stille Zuidzee, de tikicultuur op, met de bijbehorende cocktails, hoelameisjes en ananassen [Het begrip ’tikicultuur’ ontstond rond de jaren dertig van de vorige eeuw in de VS, en is geïnspireerd op de tikisnijkunst uit de Maoricultuur]. Omgekeerde ananastaart werd een favoriet dessert. Ingeblikte ananas was een belangrijk exportproduct voor Hawaï, dat tot de jaren zestig driekwart van de wereldvoorraad produceerde. Het was dus duidelijk hoe de nieuwe fruitige pizza van Panopoulos moest gaan heten: ‘Hawaï’. Ananas was slechts een van de vele Amerikaanse belegvariaties: in Californië werd gebarbecuede kip op pizza populair en in Chicago heerste de panpizza. Populaire combinaties wisselden elkaar af, maar de pizza Hawaï bleef een van de populairste pizza’s in Amerika [en veel andere landen].

    Fastfoodfenomeen

    Vrijwel elk ingrediënt is ooit als pizzatopping uitgeprobeerd. Sinds het ontstaan als goedkope maaltijd voor zeelieden in Napels was de pizza al een populair en laagdrempelig voedingsmiddel. Maar toen pizza een wereldwijd fastfoodfenomeen werd, kwam ook het begrip klasse om de hoek kijken: koos je voor het ‘authentieke’ recept, of bezweek je voor een verbastering met fruit?

    Puristen zagen ananas als een voorbeeld van hoe ver de pizza van zijn oorsprong was afgegleden. De tropische nieuwigheid was zo on-Italiaans als maar zijn kon. De ‘gourmet’-pizza’s in de chique Californische restaurants waren dan misschien even onecht, maar het was de pizza Hawaï die velen te ver ging.

    Nationale en culturele trots laaiden het vuur verder op. Toen de pizza steeds verder veramerikaniseerd raakte, vocht het land dat het gerecht bedacht terug. ‘Wij zijn tegen de culturele en commerciële vervorming van onze pizza’, aldus Antonio Pace, oprichter van de Associazione Verace Pizza Napoletana (vereniging voor de echte Napolitaanse pizza) bij de oprichting van de organisatie in 1984. ‘We willen onze oude tradities bestendigen.’

    ‘Pizza met ananas? Dat is een taart’

    In de jaren tachtig hadden de Italiaans-Amerikanen hun maatschappelijke achterstand ingelopen. Sommigen voelden dat hun identiteit gevaar liep. In 2002 vertelde een Italiaans-Amerikaanse pizzabakker aan The New York Times dat hij slechts één keer ananas op een pizza had gedaan: toen een klant die acht maanden zwanger was hem vertelde dat ze daar trek in had. ‘Maar dat was meteen ook de laatste keer,’ zei hij.

    Zeven jaar later, toen de Napolitaanse pizza een beschermde status kreeg volgens de Europese wet, vroeg dezelfde krant een pizzaiolo in Napels naar zijn mening: ‘Pizza met ananas? Dat is een taart.’

    ‘Het is oké om vrouwelijk, mannelijk, homo of hetero te zijn … maar het is nooit oké om ananas op pizza te doen’

    Ondanks het feit dat het een van de populairste pizza’s ter wereld is, kwam de pizza Hawaï te staan voor onechtheid, fastfood en slechte smaak. Er was maar één extra ingrediënt nodig om de controverse rondom de pizza Hawaï nog eens wereldwijd te doen toenemen: het internet.

    Het afgelopen decennium hebben meningsverschillen, anekdotes en vluchtige zaken uit de echte wereld online vaak onherkenbare vormen aangenomen. Socialmediaplatforms lenen zich evengoed om kattenfoto’s te bespreken als om in konijnenholen van extremistische politiek te vallen. De malle en toegankelijke pizza Hawaï bleek perfect voer voor de mememachine van het internet.

    De eigenheid van ananas leende zich uitstekend voor deze wereld waarin men het leuk vond om willekeurige en vreemde onderwerpen te vereren (of te ontheiligen). En het leukste was nog dat het om een gerecht ging dat de gemoederen deed oplaaien. Het was niet de pizza Hawaï die een meme werd, maar het debat over de pizza Hawaï. Wilde je meepraten, dan moest je een mening hebben.

    In december 2009 werd een Facebookpagina gelanceerd met de naam ‘Pineapple does NOT belong on PIZZA!’ (ananas hoort niet op pizza). Volgens Know Your Meme, een database van de internetcultuur, bracht deze pagina het online gekrakeel op gang. Mensen grepen de kans om zich over te geven aan ironie en overdrijving. ‘Het is oké om vrouwelijk, mannelijk, homo of hetero te zijn … maar het is nooit oké om ananas op pizza te doen,’ aldus een meme. Anderen, die het online debat onvermijdelijk torpedeerden, stelden dat Adolf Hitler een fan was van ananas als topping. ‘Knights of Pineapple’ (ananasridders), een Reddit-groep uit 2015 met op dit moment 68.000 leden, beloofde te ‘vechten voor de erkenning van de heerlijke pizza Hawaï’.

    #TeamPineapple

    Het debat ontworstelde zich van de online forums. In 2017 werd de president van IJsland naar verluidt door een student gevraagd hoe hij over de pizza in kwestie dacht: ‘Ik zou hem verbieden als ik de wetgevende macht had,’ zei hij. Hetzelfde jaar kwam Justin Trudeau, premier van Canada, swingend uit voor het thuisteam: ‘Ik heb een ananas. Ik heb een pizza. En ik sta volledig achter deze heerlijke creatie uit Zuidwest-Ontario. #TeamPineapple’, tweette hij.

    Tegen een achtergrond van trolling en takedowns, online echo-chambers en door social media verstoorde verkiezingen, ging het debat over de ananaspizza eigenlijk helemaal niet over eten. Het was polarisatie voor de bühne: een manier om te spotten met de kwalijke kanten van het internet. Veel onderwerpen waren inmiddels haast te beladen om te bespreken – zowel online als offline –, maar hier had je een onbeduidend onderwerp waarover iedereen kon meepraten en ruziën, zonder dat je je zorgen hoefde te maken over gevolgen in de echte wereld.

    Misschien verklaart dat waarom opiniepeilers, op het verkeerde been gezet door de schokkende uitslagen van het brexit-referendum en de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016, hun toevlucht namen tot enquêtes over pizza. YouGov stelde vast dat 53 procent van de Britten in 2017 ananas als beleg goedkeurde (slechts een iets kleiner deel had gestemd voor het verlaten van de Europese Unie). Pizza is een onderwerp geworden waarover je je zogenaamd kunt opwinden zonder dat het je eigenlijk een bal kan schelen. Het gerecht, dat vaak door een groep mensen wordt besteld en genuttigd, nodigt uit tot debat en discussie – maar vriend en vijand van de ananaspizza kunnen nog steeds aan dezelfde tafel zitten. En als het erop aankomt eten de meesten van ons welk stuk ons ook maar wordt voorgeschoteld.

    ‘Als 2020 een pizzatopping was, zou het ananas zijn’

    Er worden nog steeds berichten gepost op social media waarin het gerecht wordt aanbeden of verguisd. ‘Als 2020 een pizzatopping was, zou het ananas zijn’, is een typische klaagzang van deze tijd. Toen het Amerikaanse Cybersecurity and Infrastructure Security Agency wilde laten zien hoe buitenlandse actoren controversiële kwesties kunnen uitbuiten, zoals in 2016 gebeurde toen Russische trollen ‘meme warfare’ gebruikten om verdeeldheid te zaaien in Amerika, was het debat over de ananaspizza vanwege de herkenbaarheid een voor de hand liggend voorbeeld.

    De organisatie maakte een infographic om te laten zien hoe het discours rond de ananas als topping kon worden gepolitiseerd en verhit met uitspraken als: ‘tegen ananas zijn is on-Amerikaans’ of ‘millennials verpesten de pizza’. Later, toen het cyberbeveiligingsagentschap kennelijk de smaak van fruitige pizza’s te pakken had gekregen, werkte het samen met psychologen van de Universiteit van Cambridge om een online spel te maken dat was bedoeld om spelers ‘in te enten’ tegen politieke desinformatie doordat ze de processen sneller leerden herkennen. Spelers werden uitgenodigd onenigheid te zaaien in het vreedzame Harmony Square, een buurt die bekendstaat om zijn levende standbeeld, zijn majestueuze zwaan – en zijn jaarlijkse ananaspizzafestival.

    Tweespalt bleek veel dichter bij huis te worden aangewakkerd dan iemand van het cyberbeveiligingsagentschap had kunnen voorspellen. In november 2020, na weken van ophef over verkiezingsfraude, werd Chris Krebs, hoofd van Amerika’s cyberbeveiligingsagentschap, door Donald Trump ontslagen omdat hij in het openbaar de integriteit van de presidentsverkiezingen van november in twijfel had getrokken. Drie dagen later tweette Krebs: ‘Ik moet iets bekennen: Ik hou echt van ananas op pizza. Don’t @ me. #WarOnPineapple’.

    De reacties waren, zoals te verwachten was, gepolariseerd. Maar voor één keer volgden ze niet de partijlijnen. De strijd om de pizza Hawaï blijft een luchthartige met een verfrissend lage inzet, en een waarvan iedereen kan genieten. Een beetje zoals de pizza dus.

    Mark Rutte en ananas op pizza

    Tijdens een livestream op TikTok van de VVD-campagne in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 2021 kreeg Mark Rutte een kijkersvraag: ‘Ananas op een pizza, ja of nee?’ ‘Absoluut niet!’ antwoordde de VVD-leider met een vies gezicht. Zijn argumentatie: ‘Er is niets zo smerig, vind ik, als een combinatie van zoet en hartig. Dus ik vind dat helemaal niks.’

    Rutte was zich bewust van de verdeeldheid die rondom de kwestie heerst: ‘We zijn het vaak eens in dit land, maar Nederland splijt hier.’

    Toch zei Rutte dat hij op dit onderwerp geen consessies zou doen: ‘Ik behoor absoluut tot de groep die geen ananas op pizza gaat doen. Ik ga het gewoon niet doen.’

  • Wat de Japanse sneeuwaap ons leert over cultuur bij dieren

    Wat de Japanse sneeuwaap ons leert over cultuur bij dieren

    Lange tijd is de westerse wetenschap beheerst door antropocentrisme, ofwel de overtuiging dat de mens een unieke plaats inneemt in het centrum van de wereld. Doordat dit voor Japan niet gold, ontdekten studenten hier ‘precultuur’ bij dieren. Ben Crair wilde dit zelf waarnemen en koos ervoor de Japanse sneeuwaap te bestuderen: die was het schattigst.

    De Snow Monkey Express was bijna leeg toen ik met een paar andere toeristen van Nagano naar de laatste stop in Yamanouchi reed, een stad met 12.400 inwoners. Een spandoek verwelkomde ons in Snow Monkey Town en borden op het station toonden rode Japanse makaken die tot aan hun nek in warm bronwater zaten te weken. De apen hadden de ogen gesloten en de armen uitgestrekt terwijl stoom om hen heen opsteeg en sneeuwvlokken neerdaalden in de droge vacht op hun hoofd.

    Na een lange reisdag besloot ik zelf een duik te nemen in een van de onsenbaden van de stad. Ik liet mezelf in het kokendhete zwavelhoudende water zakken en dacht aan soortgelijke ervaringen die ik op andere plaatsen had gehad: de geurige vochtige hitte van de Russische banya, het Indiase ayurvedische stoombad in de kitscherige cabine. Door de eeuwen heen hebben mensen over de hele wereld de eenvoudige praktijk van het baden op vele verschillende uitgebreide manieren beoefend. Japanse primatologen waren de eersten die zich afvroegen of ook dieren hun eigen rituelen hebben ontwikkeld.

    De sneeuwapen zijn een van de vele groepen Japanse makaken die de manier waarop we dieren en onszelf zien hebben veranderd. Ze hebben ons geholpen de ware complexiteit van dierlijk gedrag te herkennen – en daarmee inzicht gegeven in de evolutionaire oorsprong van ons gedrag. Mijn plan was om verschillende van deze apentroepen door heel Japan te bezoeken en in deze Snow Monkey Town te beginnen omdat, nou ja, de apen hier het schattigst waren.

    Allesbehalve zen

    De volgende ochtend liep ik enkele kilometers door het bos naar het Jigokudani Monkey Park, waar een bord voor een ‘apenonsen’ over een voetgangersbrug wees. De poel stoomde op de rand van een klif boven de Yokoyu-rivier, en in het midden zat een enkele aap, een oud vrouwtje met een lange snuit en ronde amberkleurige ogen. Ze was een van de ongeveer veertig makaken die wel eens in bad gingen. Andere apen kibbelden over het graan dat arbeiders in het apenpark op de rivieroever en op de berghelling hadden uitgestrooid.

    De foto’s die ik voor de reis had gezien, gaven een indruk van ontspannen kleine dieren, maar het tafereel was allesbehalve zen. Wetenschappers beschrijven Japanse makakengemeenschappen als ‘despotisch’ en ‘nepotistisch’. Elke aap binnen een bepaalde groep had een plaats in een lineaire dominantiehiërarchie, één voor mannen en één voor vrouwen, en ze verdrongen voortdurend ondergeschikten om hun rang te versterken. De apen waren waakzaam terwijl ze graan uit de sneeuw plukten, ze keken voortdurend over hun schouders om hun buren in de gaten te houden; een hogere aap zou ze aan hun been mee kunnen slepen of zijn tanden in hun nek kunnen zetten.

    snow monkey 3971841 1
    © Pixabay

    Toen etenstijd voorbij was, begonnen de apen elkaar te verzorgen – hun manier om niet alleen parasieten te elimineren, maar ook om een ​​meerdere te paaien of een alliantie te vormen. Een paar juvenielen sprongen in de onsen, terwijl volwassen vrouwtjes voorzichtig het water in waadden. Ik hurkte neer voor een vrouwtjesmakaak, die met beide handen een steen vastpakte en haar achterhand onder water plaatste. Haar puberzoon hurkte achter haar terwijl haar dochtertje naast haar peddelde. De zoon kamde met zijn poot door haar vacht, eerst met zijn linkerhand en toen met zijn rechterhand, werkte door haar grijze ondervacht naar de blanke huid en at de stukjes op die hij erin vond. De moeder sloot haar blauwachtige oogleden en legde haar rode wang op de rots tussen haar handen. Haar naam was Tomiko, vertelde een parkmedewerker me. ‘Tomiko houdt erg van onsen’, verklaarde hij.

    Apen zoals Tomiko begonnen bijna zestig jaar geleden te baden in de onsen in Jigokudani. ‘Ik was de eerste die ze erin zag gaan’, vertelt een gepensioneerde professor genaamd Kazuo Wada van het Primate Research Institute van de Universiteit van Kyoto. Het was 1963, en hij bestudeerde de apen in Jigokudani. Het park voorzag in die tijd een groep van 23 apen van appels, in de buurt van een onsen waar gasten van een lokale ryokan, een traditionele Japanse herberg, kwamen om te baden. De apen vermeden het water, tot op een dag een appel het bad in rolde. ‘Een aap ging erachteraan en ontdekte dat het warm was’, herinnert Wada zich. Een paar minuten later nam de aap nog een duik. Jonge apen die vanaf de rand toekeken, werden nieuwsgierig en probeerden het al snel zelf.

    Zowel wetenschappers als de lokale bevolking keken al jaren naar de Jigokudani-apen, maar tot dat moment had niemand ze het water in zien gaan. Binnen een paar maanden was baden populair bij de jongere apen in de groep. Het was meer dan een rage. Hun baby’s leerden ook zwemmen. Uiteindelijk was een derde van alle apen in de troep aan het baden. In 1967 moest het park om hygiënische redenen een speciale apenonsen in de buurt bouwen zodat ze niet samen met hun gasten in het bad zouden gaan.

    GettyImages 52050622 1 1
    Een heetwaterbron bij Jigokudani-Onsen. – © Koichi Kamoshida/Getty Images

    ‘Monkey see, monkey do’ is een meestal spottend gebruikte uitdrukking voor leren middels imitatie, maar wetenschappers van Jigokudani geloofden dat ze getuige waren van iets diepgaands. Ze waren discipelen van Kinji Imanishi, een ecoloog en antropoloog die in 1967 het Primate Research Institute mede oprichtte. Terwijl westerse wetenschappers het leven als een darwinistische strijd om te overleven beschouwden, geloofde Imanishi dat in de natuur harmonie de basis vormde, en dat cultuur een uitdrukking was van deze harmonie. Hij voorspelde dat bij alle dieren die leefden in een ‘eeuwige sociale groep’ waar individuen van elkaar leerden en generaties lang bij elkaar bleven, een eenvoudige vorm van cultuur zou ontstaan. Antropologen hadden nooit aandacht besteed aan dieren, omdat de meesten van hen aannamen dat ‘cultuur’ strikt menselijk was. Vanaf de jaren vijftig ontdekten Imanishi’s studenten in Jigokudani en andere locaties in Japan dat dit niet het geval was.

    Net als mensen vertrouwen dieren op sociale gewoonten en tradities om belangrijk gedrag door te geven dat individuen niet instinctief kennen en niet zelf kunnen bedenken

    Tegenwoordig zijn culturen niet alleen erkend bij apen, maar ook bij verschillende zoogdieren, vogels en zelfs vissen. Net als mensen vertrouwen dieren op sociale gewoonten en tradities om belangrijk gedrag door te geven dat individuen niet instinctief kennen en niet zelf kunnen bedenken. De verspreiding van dit gedrag wordt bepaald door de sociale relaties tussen de dieren – degenen met wie ze tijd doorbrengen en degenen die ze mijden – en verschilt per groep. Onderzoekers hebben bijna veertig verschillende gedragingen bij chimpansees gevonden die ze als cultureel beschouwden, van een groep in Guinee die noten kraakt tot een andere in Tanzania die danst in de regen. Potviswetenschappers hebben verschillende vocale clans geïdentificeerd met hun eigen klikdialecten, waardoor wat een wetenschapper ‘multiculturele gebieden’ noemt in de zee zijn ontstaan.

    Cultuur is zo belangrijk voor sommige dieren dat Andrew Whiten, een evolutionair en ontwikkelingspsycholoog aan de Universiteit van St. Andrews in Schotland, het een ’tweede overervingssysteem’ noemt naast genetica. En wanneer dieren verdwijnen, verdwijnen ook de culturen die ze in de loop van de generaties hebben ontwikkeld. Instandhoudingsprogramma’s kunnen soms nieuwe dieren in een leefgebied herintroduceren, maar deze nieuwkomers kennen niets van het culturele gedrag van hun voorgangers. In 2019 publiceerde het tijdschrift Science twee artikelen waarin werd betoogd dat inspanningen voor natuurbehoud de impact van menselijke activiteit op gedrags- en culturele diversiteit bij dieren altijd over het hoofd hebben gezien. De auteurs van een van de artikelen drongen aan op het creëren van ‘culturele erfgoedsites’ voor chimpansees, orang-oetans en walvissen.

    nagano 3068677 1
    © Pixabay

    De kranten maakten geen melding van Japanse makaken, die namelijk geen bedreigde diersoort zijn. Maar het voorstel van culturele erfgoedsites voor dieren deed me meteen denken aan Japan, waar Imanishi en zijn studenten in de eerste plaats dierenculturen leerden herkennen. Van Jigokudani trok ik naar mijn volgende bestemming: de meest legendarische van hun veldsites, een eiland genaamd Koshima.

    ‘Eén ding waar mensen makaken niet de eer voor geven, is dat ze na mensen de meest succesvolle primaten zijn’

    Vanuit Jigokudani reed ik met een oude bus langs de Pacifische kust door Kyushu, het meest zuidelijke van de vier belangrijkste eilanden van Japan. Kleine huizen werden door hun tuinen grotendeels aan het zicht onttrokken, bergen rezen op en omarmden het water in de ronde blauwe baaien. Deze regio was ooit populair bij Japanse pasgetrouwden, maar de gouden eeuw eindigde toen het gemakkelijk werd om naar plaatsen als Hawaï te vliegen. Ik stapte uit de bus bij het veldstation dat in 1967 was opgericht door het Primate Research Institute en nu wordt beheerd door de Universiteit van Kyoto.

    Een Amerikaanse student genaamd Nelson Broche Jr. wachtte me op bij de bushalte. Hij bestudeerde acute stress bij Japanse makaken in het Koshima Field Center. ‘Eén ding waar mensen makaken niet de eer voor geven, is dat ze na mensen de meest succesvolle primaten zijn,’ vertelde hij me. Je kunt verschillende soorten makaken vinden in heel Azië, ook in de harten van grote steden zoals Delhi. Japanse makaken hebben zich aangepast aan bijna elke natuurlijke habitat in het land, van de besneeuwde bergen van Jigokudani tot de subtropische bossen op Kyushu.

    Broche stelde me voor aan Takafumi Suzumura, die al achttien jaar voor de universiteit van Koshima werkt. We liepen naar het water en ze wezen naar Koshima, een stuk groen bos in een kalme turquoise zee. Het was zo dichtbij dat surfers erheen konden zwemmen. We betaalden een visser om ons om de rotsachtige kustlijn heen naar een verborgen inham met een strand te varen.

    De apen stonden op het zand te wachten, als overlevenden van een schipbreuk. Zodra we verschenen begonnen ze te kirren en te zoemen. ‘Dat betekent: “Geef me eten”’, zei Suzumura. Het alfamannetje, Shika, stapte op Suzumura af met zijn staart in de lucht en joeg elke andere aap die te dichtbij kwam weg. In tegenstelling tot de apen in Jigokudani, die volledig onverschillig waren voor mensen, gromden sommige apen op Koshima naar me en vielen me aan als ik in de buurt kwam. Suzumura zei dat ik rustig moest blijven, oogcontact moest vermijden en me geen zorgen moest maken. ‘Ze bijten nooit,’ zei hij.

    Imanishi en zijn studenten arriveerden in 1948 op hetzelfde strand. Ze waren op zoek naar bewijs van ‘precultuur’ bij dieren, een fundamenteel proces dat ook de evolutionaire grondslag zou kunnen zijn van de diverse en verfijnde samenlevingen van de mens. Hun doel was om te onderzoeken hoe ‘een eenvoudig gedragsmechanisme zich heeft ontwikkeld tot een hoger complex mechanisme’, schreef Syunzo Kawamura, een student van Imanshi. Ze begonnen hun onderzoek ergens daar in de buurt op halfwilde paarden maar schakelden over op apen nadat ze merkten hoe goed hun troep was georganiseerd. Ze ontmoetten een plaatselijke leraar, Satsue Mito genaamd, die bekend was met de apen van Koshima. In 1952 hielp zij hen om twintig apen te voorzien van graan en zoete aardappelen op bospaden en op het strand.

    monkey 3132624 1
    © Pixabay

    Het was ongebruikelijk voor onderzoekers om wilde dieren te voeren, maar er was wel meer ongebruikelijk aan het onderzoek van Imanishi. Hij moest de apen tolerant maken tegenover menselijke waarnemers, zodat ze elk individueel dier konden identificeren en gedetailleerde observaties konden doen over hun gedrag en sociale relaties gedurende meerdere generaties. Het zou nog een decennium duren voordat westerse wetenschappers zoals Jane Goodall en Dian Fossey op deze manier naar apen gingen kijken. De meeste westerse wetenschappers waren gedrild om dieren nooit te antropomorfiseren. Ze gaven ze alfanumerieke identiteiten in plaats van namen en deden niet aan langetermijnobservaties: in hun ogen waren individuele dieren uitwisselbaar en niet in staat tot complexe sociale relaties.

    Anti-antropomorfisme kreeg steeds meer trekjes van een ander bekend vooroordeel: antropocentrisme, ofwel de overtuiging dat de mens een unieke plaats in het centrum van de wereld inneemt

    Anti-antropomorfisme kreeg steeds meer trekjes van een ander bekend vooroordeel: antropocentrisme, ofwel de overtuiging dat de mens een unieke plaats in het centrum van de wereld inneemt. De moderne westerse wetenschap ontwikkelde zich in samenlevingen met ouderwetse opvattingen over de suprematie van de mens over dieren, zoals de Nederlandse primatoloog Frans de Waal opmerkte. In de religieuze tradities in Japan heeft de mens daarentegen geen speciale status. ‘De Japanse cultuur benadrukt het verschil tussen mensen en dieren niet’, schreef de Japanse primatoloog Junichiro Itani. ‘En we hebben het gevoel dat dat veel belangrijke ontdekkingen mogelijk maakte.’

    Preculturele verspreiding

    Nadat de apen het graan van Suzumura op Koshima hadden opgegeten, begonnen ze op het strand naar eten te zoeken. Ze ontspanden zich en namen weinig zelfbewuste houdingen aan. Sommigen ploften languit op het zand neer terwijl een metgezel zich over hen heen boog, als Orpheus die om Eurydice rouwde. Anderen gingen slap over rotsen hangen, als offerslachtoffers. Eentje keek me bedeesd over haar schouder aan; een ander bekeek me hooghartig, met de kin in de lucht. Moeders hielden hun baby’s tegen hun borst gedrukt zoals elke Madonna die ik ooit heb gezien met haar kind doet.

    Terwijl ik met mijn smartphonecamera zo dicht mogelijk bij de apen probeerde te komen, verzamelde Suzumura met een paar eetstokjes fecesmonsters uit het zand. Hij hield gedetailleerde gegevens bij van elke aap op het eiland. Hij kon elk van hen identificeren en wist van alle apen de naam, leeftijd, sociale rang en status en de persoonlijkheid te vertellen. De gegevens gingen helemaal terug tot de tijd van Imanishi en volgden de levensgeschiedenis van elke individuele aap op Koshima gedurende meer dan zeventig jaar. Ze lieten zien hoe sommige apenfamilies de overhand kregen terwijl andere gaandeweg verdwenen. Imanishi en zijn studenten waren de eersten die zich realiseerden dat apen hun hele leven hechte allianties met familieleden onderhielden – en dus ‘nepotistisch’ waren. Precies het soort complexe sociale orde waaruit Imanishi voorspelde dat cultuur zou ontstaan.

    Imanishi en zijn team waren al vijf jaar op Koshima toen ze op een dag zagen hoe een anderhalfjarige aap genaamd Imo een zoete aardappel pakte en deze naar de rand van een beek droeg. Ze doopte de aardappel in het water en veegde het zand van de schil. Zo smaakte hij mogelijk beter, want daarna bleef ze haar aardappelen op die manier schoonmaken. De eerste apen die Imo kopieerden, waren twee die veel tijd met haar doorbrachten: haar moeder en een speelkameraadje. Al snel probeerden haar familieleden het ook, en hun speelkameraadjes kopieerden hen weer. Het wassen van zoete aardappelen werd een rage onder jongere apen. In 1958 wasten vijftien van de negentien jonge apen hun aardappelen.

    Masao Kawai, een andere student van Imanishi, beschreef deze fase als ‘preculturele verspreiding’. Imo had nieuw gedrag ontwikkeld dat zich verspreidde onder haar leeftijdsgenoten. Leeftijd en geslacht waren beide van invloed op de overdracht: jongere apen en vrouwtjes leerden zich vaker aan hun aardappelen te wassen dan volwassen apen en mannetjes. De volgende fase begon toen Imo en haar leeftijdsgenoten volwassen werden en zich voortplantten. Nu werd het gedrag overgegeven aan de volgende generatie, zowel mannetjes als vrouwtje, die het wassen van de zoete aardappelen van hun moeder leerde. Leeftijd en geslacht speelden niet langer een rol. ‘Preculturele druk werkt’, schreef Kawai. Een nieuw gedrag was vastgesteld binnen de troep.

    sugarman joe LybgMpDCCXI unsplash 1
    © Unsplash

    In 1961 wasten de meeste apen hun aardappelen niet langer in de beek maar in de zee. Misschien omdat zeewater overvloediger was, hoewel sommige wetenschappers dachten dat de apen misschien de smaak van het zoute water prefereerden: sommige doopten de aardappel er na elke hap weer in.

    Ik had gehoopt de huidige populatie apen op Koshima hun zoete aardappelen te zien wassen, maar Suzumura voerde ze nog slechts één of twee keer per jaar zoete aardappelen. De oorspronkelijke groep van twintig apen groeide in 1971 tot honderdtwintig. Sinds 1972 leverde het Primate Research Institute alleen nog graan. Toch was de culturele impact van het zoete aardappelen wassen nog altijd zichtbaar op Koshima.

    De kieskeurige kleine Imo had nóg een nieuw gedrag ontwikkeld dat zich snel verspreidde binnen de groep: ze scheidde haar tarwe van het zand waarmee het vermengd raakte door het in het water te gooien. Het graan bleef drijven en het zand zonk. (Sommige apen wassen hun tarwe nog steeds, zei Suzumura, maar zelf zag ik het niet gebeuren.) Baby’s die tijdens het wassen van de aardappelen door hun moeder mee het water in werden gedragen, begonnen tijdens het spelen te zwemmen, iets wat hun ouders nooit hadden gedaan.

    Voordat Imanishi’s team arriveerde, brachten de apen bijna al hun tijd door in het bos. Nu brachten ze ook een groot deel van hun tijd op het strand door en hadden ze een nieuw repertoire van gedragingen aangeleerd. ‘Sinds de wetenschappers voor het eerst begonnen met het voeren van de makaken op het eiland Koshima, heeft zich een geheel nieuwe levensstijl ontwikkeld’, schreven de Israëlische onderzoekers Eva Jablonka en Eytan Avital. Ze noemden dit een voorbeeld van ‘cumulatieve culturele evolutie’. Kawai was verrast door hoe snel de apen zich aanpasten aan hun nieuwe strandomgeving, gezien hun aanvankelijke afkeer van water. ‘We leren via de Koshima-troep dat zodra dat sterke traditionele conservatisme door een of andere oorzaak begon af te breken, het gemakkelijk helemaal verdween’, schreef hij.

    Toen ik er was slenterden de apen enkele uren over het strand. Het was middag, de temperatuur begon al te dalen en de dieren verdwenen in het bos om te foerageren. Het lege strand stak misschien bleek af bij ‘culturele erfgoedsites’ in de mensenwereld, zoals paleizen en kathedralen. De apen hadden niets gebouwd dat op architectuur leek, zelfs geen zandkasteel. Maar wat Koshima ons liet zien, is dat cultuur geen product was. Het was een proces. Stap voor stap begon het leven van de apen in Koshima er anders uit te zien dan dat van andere apen – en begon het iets meer op het onze te lijken.

    Ik was nieuwsgierig om apen te zien die nog nooit door mensen waren gevoerd

    Ik moest kiezen waar ik heen wilde na Koshima. Er waren andere sites die in aanmerking konden komen als cultureel erfgoed voor Japanse makaken. In Arashiyama bij Kyoto begonnen sommige apen in de jaren zeventig met stenen te spelen, en dat gedrag verspreidde zich in hetzelfde patroon als het wassen van zoete aardappelen in Koshima en het baden in Jigokudani: eerst horizontaal onder leeftijdsgenoten en vervolgens van de ene generatie op de andere. De wetenschapper die het gedrag voor het eerst observeerde, een Amerikaan genaamd Michael Huffman die nu verbonden is aan het Primate Research Institute, merkte dat verschillende groepen apen in de loop der tijd hun eigen manier ontwikkelden om met stenen om te gaan. In sommige groepen wreven de apen ze tegen elkaar, in andere knuffelden ze de stenen of sloegen ermee op de grond.

    Maar ik was nieuwsgierig om apen te zien die nog nooit door mensen waren gevoerd. De Japanse onderzoekers realiseerden zich ook dat het nieuwe gedrag op plaatsen als Koshima, Jigokudani en Arashiyama niet bepaald natuurlijk was. De wetenschappers zelf hadden hun ontwikkeling gestimuleerd door te voeren, waardoor de dieren in onbekende habitats terecht kwamen en tijd hadden om nieuw gedrag uit te proberen. Ook op andere plekken had het voeren invloed op het leven van de groep. ‘In de voederplaatsen waren de relaties tussen de mannetjes heel duidelijk. De ene is dominant, de andere is ondergeschikt,’ vertelde Yukimaru Sugiyama, een voormalig wetenschapper van het Primate Research Institute. Maar toen hij apen het bos in volgde, zaten jonge mannetjes vaak in de buurt van dezelfde dominante apen die ze op de voederplaats hadden vermeden.

    Naarmate de interesse van onderzoekers in het natuurlijke leven van de primaten toenam, leerden ze ze beter kennen door ze simpelweg te volgen. Aanvankelijk renden de primaten weg, maar de meeste verloren uiteindelijk hun angst voor mensen. Vanaf het einde van de jaren vijftig brachten Imanishi en zijn studenten wat ze in Japan hadden geleerd naar Afrika om chimpansees, gorilla’s en andere primaten te bestuderen. Door een combinatie van veldobservatie en experimenteel werk hebben ze daar veel van wat ze van apen in Japan hadden geleerd over cultuur, kunnen verifiëren en verbeteren. Dankzij het werk van mensen als Goodall kwamen westerlingen tot hun huidige technieken en bevindingen.

    Onheilspellend

    Omdat ik ze niet helemaal naar Afrika kon volgen, ging ik naar een ander eiland, genaamd Yakushima. Je kan naar Yakushima vliegen of een hogesnelheidsveerboot nemen, maar ik koos voor de goedkoopste optie: een tocht van dertien uur op een nachtelijk vrachtschip vanuit Kagoshima, een stad naast een vulkaan op de zuidpunt van Kyushu. Het eiland zag er onheilspellend uit toen we de volgende ochtend de haven binnenvoeren, de bergen omringd door mist en regen. Yakushima was beroemd om zijn oude mos en oerbossen. Ook leefden er ongeveer 10.000 Japanse makaken op het eiland – ongeveer evenveel als de menselijke populatie van ongeveer 13.000. De apen leefden in groepen van minder dan vijftig, en er was geen bevoorrading. Ze zochten naar fruit, bladeren, eikels en scheuten, maar ook naar insecten en spinnen.

    ‘Op Yakushima houden apen van paddestoelen’, zegt Akiko Sawada, een onderzoeker van de Chubu Universitaire Academie van Opkomende Wetenschappen. De Yakushima-apen aten meer dan zestig verschillende soorten en Sawada onderzocht of ze konden ruiken of een paddestoel al dan niet giftig was. Ze dacht dat dit sociale kennis was, waarbij een jonge aap leerde welke paddestoelen hij moest eten en welke hij moest vermijden door naar zijn moeder en andere volwassenen te kijken. Het was moeilijk te zeggen of gedragingen in Yakushima cultureel waren of op een andere manier aangeleerd, zoals door instinct of gewoon door vallen en opstaan. Al deze processen werkten samen om het leven van een aap vorm te geven en konden in een volledig natuurlijke omgeving niet gemakkelijk van elkaar worden gescheiden.

    Sawada nam me mee naar de rustige westkust van Yakushima, waar wetenschappers verschillende groepen hadden ondergebracht. De apen waren gemakkelijk te vinden, omdat ze onderweg graag elkaar verzorgden en zonnebaadden. Ze haastten zich uit de weg voor auto’s die snel reden, maar reageerden nauwelijks op langzaam rijdend verkeer. Het was ook paartijd en mannetjes en vrouwtjes zochten elkaar op en maakten leeftijdsgenoten op een afstand jaloers. Sawada wees erop hoe een van de oudere apen achterover leunde en naar haar armen keek terwijl ze een partner verzorgde: haar zicht werd slechter.

    We volgden een grote groep vanaf de weg het bos in. Professor Sugiyama had gelijk: er waren minder conflicten, omdat de apen een groot gebied hadden om te foerageren. Sommige braken eikels met hun tanden; anderen klommen in bomen voor fruit. Een jonge vrouw ontdeed de bodem van het bos van opgekrulde dode bladeren. ‘Ik denk dat ze cocons zoekt,’ zei Sawada.

    nomao saeki yuqwzT3C7yk unsplash 1
    © Unsplash

    Tijdens de wandeling werden we door vier herten vergezeld. Ze waren zo klein als honden en bijna net zo vertrouwd met mensen. De apen waren rommelige eters en de herten volgden hen om hun restjes op te rapen. Er ontstond een relatie: de apen verzorgden de herten, en klommen er soms op. Op een andere onderzoekslocatie in de buurt van Osaka bestegen apen soms zelfs herten in een zeldzaam voorbeeld van seks tussen soorten. Het is mogelijk dat de herten zachtaardiger partners waren voor kleine adolescenten die routinematig werden afgewezen door het andere geslacht of fysieke schade riskeerden van agressieve volwassenen. ‘Toekomstige observaties op deze plek zullen uitwijzen of deze groepsspecifieke seksuele eigenaardigheid een kortstondige rage was of het begin van een cultureel in stand gehouden fenomeen’, schreven de onderzoekers.

    Die middag liet Sawada me verschillende video’s zien die zij en haar collega’s in het bos hadden opgenomen. In één verslond een aap een gigantische duizendpoot; in een andere wreef een aap een rups tussen haar handen heen en weer om de stekende stekels te verwijderen voordat ze hem at; in een derde plukte een aap mollige witte horzellarven uit een nest. Sawada giechelde toen ze een video afspeelde van de apen die op grote hoogte leefden en bamboe aten: ze waren, om redenen die niemand echt begreep, extreem dik.

    Later, toen ik in mijn eentje de berg beklom, waren er geen bamboebossen of mollige apen op de rotsachtige top. Ik keek neer op het bladerdak van het oude cederbos en over de zee, denkend aan wat de primatoloog Itani had waargenomen: dat de Japanse cultuur geen sterk onderscheid maakt tussen mensen en dieren. In het Westen lijken cultuur en wetenschap vaak gescheiden krachten, maar hier versterkten ze elkaar. De wetenschap had de makakencultuur ontcijferd en de cultuur had ons wetenschappelijke begrip van de dierenwereld verbreed.

    Maciek Pożoga, gevestigd in Frankrijk, heeft voor dit verhaal twee weken lang Japanse makaken gefotografeerd. Bekijk in het originele artikel zijn werk.

  • Van visvoer tot megatrend: de evolutie van de erwt

    Van visvoer tot megatrend: de evolutie van de erwt

    Hoewel de smaak weinig markant is en de kleur wat aan de bleke kant, worden vrijwel alle eigenschappen van de erwt bejubeld. En de populariteit van de onopvallende peulvrucht zal alleen nog maar toenemen in een toekomst waarin vlees meer en meer wordt vervangen door de plantaardige variant.

    Op de velden rond het dorpje Knau in het zuiden van Thüringen staan dit voorjaar niet alleen zachtjes in de wind wuivende graanhalmen. Op 260 hectare schieten er ook de ranken van kruidachtige planten met groene bladeren uit de grond. In de vier Duitse fabrieken van de Emsland-groep – met een omzet van jaarlijks meer dan 600 miljoen euro een van de grootste verwerkers van agrarische producten in Europa – lopen niet meer enkel aardappelen over de lopende band. Met tonnen tegelijk worden er ook kleine korrelige vruchten schoongemaakt en opgesplitst. En nu op tv de reclameslogan ‘Vlees mevrouw, u weet wel waarom’ allang niet meer te zien valt, laat Amidori, een start-up uit Bamberg, zijn vegetarische braadworsten en gehaktballen aanprijzen door een animatiefiguurtje: een sprekende erwt. 

    De erwt is hét gewas van dit moment. En veel wijst erop dat de opmars die hij enkele jaren geleden begon, nog wel even voort zal duren. Dat is niet alleen zo in Duitsland, maar overal ter wereld: jaar na jaar worden er wereldwijd meer erwten geoogst; de grootste producenten zijn Canada en China. Het areaal waarop in Duitsland erwten geteeld wordt, is de laatste tien jaar verdubbeld. En nog altijd groeit de vraag sneller dan het aanbod. Tegenwoordig vertegenwoordigt deze onopvallende peulvrucht – in het spraakgebruik symbool voor alles wat nietig is – een miljardenmarkt. Daarop zijn landbouwbedrijven als Agrofarm Knau uit Thüringen actief, maar ook gevestigde ondernemingen zoals de Emsland-groep of opkomende bedrijven zoals Amidori.

    Megatrends

    Hoe kan dat? Maar liefst twee megatrends hebben de erwtenbusiness de wind in de rug gegeven. Als eerste: de zorg voor het milieu. Erwten bevatten veel eiwit, evenals linzen en bonen. Bovendien zijn ze goed voor de grond. Ze slaan er namelijk stikstof in op. Een boer die op een akker peulvruchten teelt, hoeft het volgend jaar minder kunstmest te gebruiken. Met als plezierig ecologisch bijeffect: wie erwten of veldbonen oogst, heeft voer voor het eigen vee. Voor de eiwitverzorging van zijn dieren hoeft deze boer dan niet langer zoveel soja uit Amerika te halen, een product dat als genetisch gemanipuleerde plant en notoire regenwoudkiller toch al in een kwaad daglicht staat. Om dit dubbel heilzame effect te bevorderen heeft de Duitse overheid in 2014 een ‘eiwitstrategie’ afgekondigd. Ook de EU zet een deel van haar agrarische subsidies in op de teelt van peulvruchten; sommige Duitse deelstaten zoals Thüringen leggen daar nog geld bij. Het was de prozaïsche reden voor bedrijven als Agrofarm in Knau om op grote schaal haar erwtenareaal uit te breiden. Zonder die subsidies, zo geven de boeren toe, zouden ze veel minder erwten telen.

    Op het moment dat politici en bureaucraten hun stimuleringsregelingen ontwierpen, was er van veggieburgers, visloze vis en melk zonder koeien nog maar nauwelijks sprake. Sindsdien hebben miljoenen mensen hun voedingspatroon aangepast – geen dierlijk voedsel meer, maar plantaardige vervangers. Aangespoord door gezondheidsapostelen, dierbeschermers en klimaatredders in Californië en aan de Amerikaanse oostkust, maar inmiddels ook salonfähig bij de gegoede burgerij in eigen land (zij het nog niet bij een meerderheid), is dat de tweede megatrend ter verklaring van de zegetocht van de erwt. De grote zoektocht naar alternatieven voor vlees, vis en melkproducten haalt tegenwoordig de hele levensmiddelenindustrie overhoop; vanwege de fantastische winstvooruitzichten zorgt hij over de hele wereld voor schitterende ogen bij financiële beleggers; zelfs het verder zo biovriendelijke pluimveeconcern PHW (Wiesenhof) doet hij ijverig samenwerken met fabrikanten van eiervervangers en vleesloze burgers. 

    En nu komt de clou: in deze burgers zit geen rundergehakt maar vooral erwtenpuree. Let wel, niet gemaakt van die groene erwten uit de diepvrieskast, maar van die gele korrelerwten die vroeger vooral aan het vee werden gevoerd en in de keuken tot hooguit een stevige soep werden verwerkt. Die tijden zijn voorbij. Met dank aan de veggiegolf. Tegenwoordig zit in alles erwten: in de tonijnvervanger van het Amerikaanse bedrijf Good Catch net zo goed als in het alom aangekondigde melkalternatief van VLY uit Berlijn, nog zo’n start-up uit het geheel van veggiebedrijven. Zelfs de Zwitserse voedingsmiddelengigant Nestlé brengt een erwtendrank op de markt. 

    Het is haast een wonder dat de erwt niet al veel eerder ontdekt is als een plant met grote toekomst

    Waarom groeide uitgerekend de erwt uit tot superster van de vleesvervangersbranche? Natuurlijk omdat hij zoveel eiwit bevat, tenslotte is dat de voedingsstof die vlees, vis en melk zo interessant maakt voor menselijke voeding. Maar ook alle overige peulvruchten bevatten veel eiwit. En subsidies die voor lage prijzen zorgen, zijn er ook voor linzen en bonen. Wat maakt de erwt dan zo bijzonder?

    Nina Blijdorp kan ons dat precies uitleggen aan de hand van een tabel met heel veel cijfers. Blijdorp is productmanager voor haver en erwten bij plantenverdelingsbedrijf KWS Saat in Einbeck; haar tabel bevat de aminozurenprofielen van een tiental verschillende planten. Want een eiwit is niet zomaar een eiwit, experts weten dat ze op onderdelen sterk kunnen verschillen: hoeveel histidine bevat het, hoeveel lysine, hoeveel fenylalanine? De erwt heeft alles precies in de juiste verhoudingen: een perfecte middelmaat. Bovendien bevat hij vrijwel geen stoffen die allergieën kunnen veroorzaken. En nog beter: de erwt doet dat allemaal zonder zelf erg veeleisend te zijn. ‘Hij heeft bijvoorbeeld maar ongeveer half zoveel water nodig als de veldboon,’ vertelt Nina Blijdorp.

    ANP 68140200
    Een erwtenoogstmachine leegt peulvruchten in een trailer van diepvriesbedrijf Frosta in Lommatzsch, Duitsland. Bijna alle erwten die in Duitsland worden gegeten, zijn diepgevroren. Bedrijven en boerderijen moeten in de vroege zomer voldoende erwten oogsten om aan de vraag van het hele jaar te voldoen. – © Sebastian Kahnert/dpa-Zentralbild/dpa/Newscom

    Zo bezien is het haast een wonder dat de erwt niet al veel eerder ontdekt is als een plant met grote toekomst. Het tegendeel was het geval. In de afgelopen vijftig jaar, zo geeft Nina Blijdorp toe, zijn er maar heel weinig pogingen ondernomen om de opbrengst te vergroten of de planten robuuster te maken. ‘De erwt was enigszins verwaarloosd, een soort weeskind. Maar sinds ongeveer vijf jaar is dat anders. Nu tonen landbouw en voedingsmiddelenindustrie ineens heel veel belangstelling voor onze veredelingspogingen.’ 

    Een paar jaar voor de meeste anderen ontdekte Friedrich Büse, de grondlegger van Amidori, het potentieel van de erwt. Büse voldeed dan ook aan de ideale voorwaarden om op dit gebied een pionier te worden. Opgeleid tot kok en slager werkte hij lange tijd in de vleeswarenindustrie. Tot hij zijn geloof in het hervormingsvermogen van zijn branche in de richting van meer dierenwelzijn en betere arbeidsomstandigheden verloor en het plan opvatte een onderneming te stichten die op planten gebaseerde alternatieven voor vlees op de markt moest brengen. Zo schildert Friedrich Büse het in elk geval zelf. ‘Sinds 2008 heb ik daarvoor diverse mogelijke eiwitbronnen onderzocht. Aanvankelijk stonden er zestien planten op mijn lijstje. In 2012 was duidelijk dat in Duitsland de erwt de meeste kansen bood. En in 2015 hadden we vervolgens de eerste oogst.’ In datzelfde jaar richtte Friedrich Büse in Bamberg Amidori op.

    Visvoer

    Vanuit landbouweconomisch perspectief is het een voordeel dat de erwt als voedingsmiddel in Europa een lange traditie heeft. ‘De boeren zijn er goed mee bekend,’ zegt Büse. ‘Bovendien laten erwten zich gemakkelijk opslaan. En waar koolzaad en linzen te klein zijn om ze in het productieproces veel verder te verwerken, hebben erwten daarvoor precies de juiste grootte.’ Zelfs wat in vroegere tijden eerder in het nadeel van de gele erwt was, verkeert nu in haar triomf. Dat de smaak weinig markant is en de kleur aan de bleke kant, maakt haar juist heel geschikt als proteïnebron voor vleesvervangers – die moeten immers niet op peulvruchten lijken en ernaar smaken, maar naar gehakt of braadworst, waarvoor dan weer een reeks andere plantaardige ingrediënten moet zorgen.

    Nu zit het zo: het vee in de stal vreet de korrelerwten zoals die in hun schil gegroeid zijn; ze hoeven alleen klein te worden gemaakt. Maar in de veggieburgers komen de erwten niet rechtstreeks van het veld, het deeg voor de plantaardige gehaktballen mengt ook vrijwel niemand thuis in de keuken. Daarvoor zijn de recepturen veel te complex. (Dat is ook een reden waarom vervangingsproducten zich zo goed lenen voor het opbouwen van merken met relatief hoge prijzen: aan de toonbank betaalt de klant ook voor de productie-knowhow van de producent.) De branche van nieuwe, alternatieve voedselproducenten noemt zich niet voor niets met een chic Engels woord FoodTech. Om aan de behoeften van deze FoodTech-bedrijven te voldoen, worden de erwten na de oogst eerst uitgesplitst in commercieel bruikbare bestanddelen. 

    Dat gebeurt bijvoorbeeld in de fabrieken van de Emsland-groep. Circa 180.000 ton erwten worden hier jaarlijks verwerkt. Ook op dit onderdeel van waardetoevoeging heeft een gunstig toeval de opmars van de erwt vereenvoudigd: het proces van schoonmaken, fijnwrijven, filteren en drogen dat de vrucht keurig uitsplitst in vezels, zetmeel en zogeheten proteïne isolaat met een zo hoog mogelijke eiwitconcentratie, hoefde niet specifiek voor de erwt te worden uitgevonden. Hetzelfde principe en dezelfde installaties worden op veel grotere schaal toegepast voor de verwerking van aardappelen. Met dit verschil dat de aardappel van oudsher vanwege haar zetmeel wordt gewaardeerd, terwijl het bij de erwt om het eiwit gaat.

    Binnen tien, misschien zelfs vijf jaar kan naar schatting van branchekenners 10 procent van het totale vleesverbruik van de wereldbevolking uit plantaardige vervangers bestaan

    Dat was overigens niet altijd zo, meldt Christian Kemper, een van de bedrijfsleiders van de ooit door aardappelboeren opgerichte Emsland-groep. ‘Het eiwit was een bijproduct; van groter belang was de vraag naar erwtenzetmeel en erwtenvezels vanuit de bakkerij- en zoetwarenindustrie, maar ook vanuit de papier- en textielproductie.’ Aan het begin van deze eeuw werd de overtollige erwtenproteïne nog vooral tot visvoer verwerkt. Stapje voor stapje is vervolgens echter het proteïne isolaat, een beige poeder, uitgegroeid tot het gewilde product. ‘Eerst werd het gebruikt voor sportvoeding, in de vorm van shakes en repen,’ vertelt Kemper. ‘Voor visvoer is erwtenproteïne inmiddels te duur geworden. Tegenwoordig leveren we circa 70 procent van deze proteïne aan fabrikanten van vleesvervangers.’

    In Duitsland is de omzet het afgelopen jaar met een kleine 40 procent gestegen tot 375 miljoen euro. Dat is weinig in vergelijking met de huidige 40 miljard euro die de vlees- en worstmarkt per jaar omzet. Maar de groeipercentages zijn enorm en er is sprake van een wereldwijde markt. Binnen tien, misschien zelfs vijf jaar, kan naar schatting van branchekenners 10 procent van het totale vleesverbruik van de wereldbevolking uit plantaardige vervangers bestaan. En dat betekent maar één ding: de wereld heeft meer erwten nodig.

    Wie daarvan overtuigd is, moet nu handelen. De Emsland-groep beraadt zich over de volgende grote investering in het verwerkingsproces van erwten. Friedrich Büse van Amidori stelt voor de tweede helft van dit jaar nieuwe producten in het vooruitzicht. En de plantenveredelaars van KWS Saat werken aan een erwtenplant met meer ranken en minder bladeren, die in oogsttijd niet meer zo vlak tegen de grond ligt. Dat is zo’n beetje de enige eigenschap van de erwt waarover momenteel niet wordt gejubeld.

  • Chili droogt op door avocado’s voor het buitenland

    Chili droogt op door avocado’s voor het buitenland

    Chili kampt al jaren met een grote droogte en een tekort aan water, wat in belangrijke mate aan de dorstige avocado-industrie te wijten is. Bovendien is door privatisering de drinkwaterrekening torenhoog. Toch zijn de bewoners van het dorpje Petorca blij met de kansen die de avocado hen biedt.

    Avocadodroogte

    In 2016 publiceerden wij een longread over de ‘oergezonde waterslurper’: de geliefde avocado. De bekendste soort superfood die er is, maar blijkbaar zijn voor de productie enorme hoeveelheden water nodig, waardoor de landen van herkomst, zoals Brazilië, Chili, Spanje, Zuid-Afrika en Peru, gevaar lopen.

    Deze reportage over een Chileens dorpje maakt duidelijk hoe ingewikkeld het probleem is. Zo zijn de bewoners als de dood dat door slechte pers mensen stoppen met avocado’s eten.

    Net buiten Petorca, een dorp in de gelijknamige provincie op ruim drie uur rijden ten noorden van de hoofdstad, ligt plantage La Chimba. Aan weerszijden van de ingang staan metershoge palmbomen. Achter hoge hekken groeien de avocado’s. Ook hier hebben ze een aanhoudend tekort aan water. 

    Hector Cavieres is opzichter, hij wijst naar boven en zegt: ‘Daar zijn we de bomen aan het snoeien. We hadden vijftig hectare maar we snoeien terug tot dertig hectare. Die bomen doen niks meer vanwege de droogte. Op deze manier kunnen ze een jaar overleven zonder water. Mocht het gaan regenen, dan gaan ze weer groeien.’

    Chincolco22 1
    Chimbaplantage, Chincolco, Chili.

    Iets hoger op de heuvel klinkt onafgebroken het geluid van kettingzagen. Het heeft iets treurigs, al die gekortwiekte gezonde bomen. Drie mannen zagen stug door. Als een van hen even stopt om het zweet van zijn voorhoofd te vegen, vertelt hij dat ze per omgezaagde boom betaald krijgen. ‘We tellen zelf de bomen, per rij staan er dertig. Voor een grote boom krijgen we meer dan voor een kleine.’ Op de vraag of hiermee een redelijk salaris te verdienen valt zegt hij een beetje aarzelend: ‘Jawel. Er wordt op heel veel plaatsen gesnoeid omdat er geen water is.’

    Het afgelopen jaar heeft La Chimba 700.000 kilo avocado’s geoogst. ‘Alle mooie avocado’s zijn voor de export,’ vertelt Cavieres, ‘als ze niet de goede maat hebben, kunnen we ze niet exporteren. Weinig water en de droogte leveren een kleinere avocado op, die blijven in Chili. Dit jaar kunnen we maar ongeveer 10 procent van het aantal van vorig jaar exporteren, zo’n 80.000 kilo.’ Cavieres gaat weer aan het werk, op zijn crossmotor scheurt hij tussen de avocadobomen weg.

    Zwaar werk

    Tijdens de oogst van de avocado’s werken hier vijfentwintig mensen die zijn ingehuurd via een soort uitzendbureau. Met lange stokken waaraan een net en een soort schaar zitten, verdwijnen ze tussen de bomen. Stevige zakken hangen aan hun schouders, hier worden de losgeknipte avocado’s in verzameld. Wanneer de zak vol is sjouwen ze hem naar de weegschaal. Hoe voller, hoe beter.

    Een meisje schrijft op een wit vel papier hoeveel kilo iemand geplukt heeft. Aan het einde van de dag telt ze alles op en wordt er uitbetaald. 

    De mannen, en een enkele vrouw, werken gestaag en veelal zwijgend door. Een van de mannen zegt: ‘Als je alleen lagere school hebt, kun je eigenlijk alleen in de landbouw werken en dan betaalt een avocadoplantage het best. Het ligt aan de grootte van de avocado wat we verdienen. Meestal rond de 24 euro per dag. Maar dan moet je goede en grote avocado’s hebben.’

    Hij knikt: ‘Ja, het is zwaar werk.’ En weg is hij weer, tijd is hier geld.

    Het is een slecht avocadojaar voor La Chimba. Ook hier verlangt men naar regen. 

    Lees ook:

    Een kilometer of twintig noordwaarts staat het bedrijf Agricola Santa Juana. Een grotere speler op de avocadomarkt. Met een heus ontvangstkantoor en een receptioniste. Ze belt haar meerdere maar die laat weten niets te willen zeggen. Buiten hangt een van de chefs over zijn autoportier en vertelt dat ze slechte ervaringen hebben met een Duits tijdschrift waarin werd opgeroepen de avocado niet meer te eten. 

    ‘Als het niet gaat regenen moeten we ons water ergens anders vandaan halen, uit de zee bijvoorbeeld’

    Manuel Montenegro (65) uit Chincolco ziet ook voordelen van de avocadoplantages in de regio. De werkgelegenheid bijvoorbeeld. ‘Verder is hier weinig werk. Er zijn alleen avocado’s, noten en cactussen.’

    Zijn dochter woont even verderop, vertelt hij. Al twintig jaar, in een wijkje waar veel alleenstaande vrouwen met of zonder kinderen wonen. Werken bij een avocadoplantage gaf deze vrouwen financiële onafhankelijkheid. Manuel knikt: zeker, dat is belangrijk, met eigen geld hebben ze geen man meer nodig. De verdiensten van zijn dochter zijn ongeveer 420 euro per maand. 

    Dat het watertekort een probleem is voor de regio zal hij niet ontkennen. ‘Sí, claro, avocado’s hebben veel water nodig. Dat heeft absoluut consequenties. Als het niet gaat regenen moeten we ons water ergens anders vandaan halen, uit de zee bijvoorbeeld.’

    Chincolco27 1 1 1 1

    Complex van factoren

    Op de vraag of de grote avocadotelers ook schuld hebben aan het watertekort geeft watermanagementspecialist Ricardo Ferreira uit La Ligua een ontwijkend antwoord. De problematiek van de provincie Petorca is een complex van factoren, zegt hij. Zo is een groot aantal waterrechten toegekend aan landbouwbedrijven zonder de resultaten van eerdere studies over de hoeveelheid water in de bekkens mee te nemen. ‘Ook daarom is er nu een tekort aan water.’

    Andere oorzaken zijn volgens hem het gebrek aan regen en het ontbreken van een bergketen in de provincie Petorca die het mogelijk zou maken om waterreserves vast te houden.

    Over de privatisering van water zegt Ferreira: ‘De huidige waterwet stamt nog uit de tijd van de dictatuur. Water mag als product worden verhandeld. De overheid levert gratis waterrechten aan private partijen en dat maakt het voor de overheid moeilijk om de watervoorraden te beheren. Het is dus van groot belang dat de grondwet gewijzigd wordt en er een nieuwe waterwet komt, zodat de overheid op democratische wijze het beheer over het water krijgt. Want nu kunnen waterrechten ook gekocht, verkocht of geleased worden zonder dat er rekening wordt gehouden met plaatselijke prioriteiten, zoals de behoefte aan drinkwater.’

    Lees ook:

    Er moeten verschillende acties ondernomen worden om het beheer van de watervoorraden te verbeteren en om nieuwe bevoorradingsbronnen te genereren.

    Ontzilting van zeewater is een initiatief dat ongetwijfeld belangrijk is, denkt Ricardo Ferreira. Zeker voor menselijke consumptie. Voor de landbouw zou het nog beter onderzocht moeten worden, maar de uitvoeringskosten zijn zeer hoog.

    Zout

    Ook Paula Quiroz (70) denkt dat het gebruik van ontzout zeewater een oplossing voor het watertekort zou kunnen zijn. ‘Hemelsbreed zitten we hier op zestig kilometer van de oceaan. We zitten niet zo hoog in de bergen, dus het kan niet heel moeilijk zijn om het water hierheen te brengen. We zijn te afhankelijk van regen die er niet is.’

    Wat te doen met al het zout? ‘Daar kunnen bakstenen van gemaakt worden,’ oppert Paula, ‘of we verkopen het aan landen waar het veel sneeuwt.’

    Ze lacht om haar laatste opmerking maar ze meent het wel, want ook zij maakt zich zorgen. Het grondwater daalt, de landbouw slaat steeds diepere putten, soms wel tot honderdvijftig meter diep. 

    Chincolco31 1 1

    Paula daalt de houten trap af die vanuit haar keuken naar de tuin leidt. Ze stapt over het betonnen irrigatiekanaal waar een keer per week water doorheen stroomt vanuit een verderop gegraven put. Omdat Paula relatief dicht bij die put zit, krijgt zij nog water maar de mensen die verder weg wonen moeten het zonder stellen, ‘daar komt het water niet eens’. 

    De dorre takjes op de droge grond knisperen onder haar voeten bij iedere stap die ze zet. ‘Kijk,’ zegt ze en ze buigt zich voorover naar een zwarte tuinslang met hele kleine gaatjes. ‘Dankzij dit irrigatiesysteem kan ik nog een paar fruitboompjes houden.’ Sinds een maand heeft ze deze slang in haar tuin. Heel langzaam, druppel voor druppel, komt er water uit de gaatjes. 

    Tegenwoordig moeten we ook betalen aan de fabriek die het water reinigt, voor de elektriciteit die dat kost en voor de leidingen

    Water is duur, en aan deze kant van het dorp is het nog duurder ‘dan beneden’, waar de bewoners water krijgen via een ander bedrijf. ‘Wij hebben een coöperatie voor het drinkwater,’ zegt Paula. ‘Vroeger was het goedkoop, toen betaalden we alleen het opgepompte water. Tegenwoordig moeten we ook betalen aan de fabriek die het water reinigt, voor de elektriciteit die dat kost en voor de leidingen.’ 

    De dorpsbewoners willen zich aansluiten bij een zonnepanelenproject om de kosten omlaag te brengen. Deze projecten worden gesubsidieerd door de overheid. 

    Chincolco13 1 1
    Paula Quiroz: ‘Dankzij dit irrigatiesysteem kan ik nog een paar fruitboompjes houden.’

    Van Paula’s tuin is nog maar een fractie beplant. Het grootste gedeelte ligt braak. Aan de randen groeien nog cactussen. Die krijgen haar afwaswater om te drinken. ‘Want ik wil echt niet dat mijn cactussen doodgaan.’

    Het is rond een uur of drie als Paula in haar oude Peugeot stapt. Ze klemt haar handen strak om het stuur en rijdt met dertig kilometer per uur naar haar zussen beneden in het dorp voor het dagelijkse theeritueel.

    Kleine groene oase

    Jorge Castro (70) brengt regelmatig hooi en stro bij Maria Roderiquez (78), die boven op een berg woont. Jorge rijdt met zijn pick-up kilometers over een onverharde weg, steekt de droge rivierbedding over en vervolgens gaat het omhoog, de bergen in. 

    Maria staat al op de uitkijk. Een struise dame met een verweerde, gebruinde huid zoals alleen mensen kunnen hebben die buiten wonen, daar waar de zon veel schijnt en de wind vaak waait. Ze leunt op een stok. Aan verschillende bomen zijn honden vastgebonden. Ze blaffen hard tegen elkaar op tot Maria en Jorge uit hun zicht verdwijnen. Maria gaat maté maken, een traditionele Argentijnse thee met kruiden en vooral ook veel suiker. Als Maria geen maté drinkt, krijgt ze hoofdpijn, zegt ze. Geboren en getogen is ze op deze plek. Zeven kinderen heeft ze er grootgebracht, en ze is hier alle dagen, behalve die ene keer per maand dat ze ‘naar beneden’ gaat om olie, thee, suiker en rijst te halen. 

    Ze slurpt van haar maté en knikt: ‘Ja, er is heel veel veranderd. Ik heb geen groenten meer in de tuin, vijf jaar geleden had ik nog mooie grote aardappelen. Maar de waterput is helemaal opgedroogd.’ Ook heeft Maria bijna geen dieren meer vanwege de droogte. Die eten een baal hooi per dag. ‘Ik kan geen dertig hooibalen per maand kopen van tien euro per stuk.’

    Toch prijst Maria zich gelukkig, zij kan het afvalwater opvangen uit de even verderop gelegen kopermijn. Daarmee heeft ze een kleine groene oase gecreëerd naast haar golfplatenhuisje, met druivenranken als afdak tegen de brandende zon.

    Chincolco06 1
    Maria Roderiquez: ‘Ik heb geen groenten meer in de tuin, vijf jaar geleden had ik nog mooie grote aardappelen. Maar de waterput is helemaal opgedroogd.’

    ‘Als ik hier drinkwater voor moest gebruiken dan zou ik een hele hoge waterrekening hebben. Ik dank God voor het water uit de mijn.’ 

    Nee, Maria gaat hier nooit meer weg. Onlangs zei een kleinkind tegen haar: ‘Oma, als u doodgaat dan kom ik hier wonen.’ Maria lacht: ‘Hij heeft erover nagedacht want hij wil een opvang voor gepensioneerde geiten beginnen.’

    Ze kijkt op haar horloge, dat aan haar schort geknoopt zit. Het is kwart voor twaalf, ze wil gaan koken.

    Brandbrief 

    Barbara Astudillo (31) opgegroeid in de provincie Petorca, is ecofeministe en onderzoeker bij Fundación Territorios Colectivos. Ze voert al jaren actie. ‘Want in het gebied waar ik zoveel van hou, worden de mensen- en milieurechten geschonden zodat men geen toegang heeft tot water.’

    Astudillo is van mening dat Chili nu prioriteit moet geven aan klimaatveranderingswetten en vermindering van het water- en energieverbruik van grote industrieën. Ook zij vindt dat de grondwet moet worden aangepast, maar er is in Chili gebrek aan politieke wil om veranderingen teweeg te brengen. 

    ‘Stop met de privatisering van water,’ zegt ze, ‘transformeer het naar een nationaal bezit waarbij de consumptie door burgers en de ecologische belangen vooropstaan. Maak de economie daaraan ondergeschikt.’

    Chincolco01 1 1 1 1
    Chincolco, Chili.

    Onlangs heeft ze een brandbrief gestuurd naar de speciaal rapporteur van de VN voor water en hygiëne Leo Heller. Daarin schrijft ze onder meer dat met name de gemeenten Cabildo, La Ligua en Petorca al jarenlang te lijden hebben onder het watergebruik van de agrobusiness, door de aanplant en het telen van citrusvruchten en avocado’s.

    Er groeien nog wat cactussen maar zelfs die hangen er een beetje treurig bij

    Dorpen zitten zonder watervoorziening als gevolg van accumulatie van grote hoeveelheden zoet water in boven- en ondergrondse kanalen voor deze agro-industriële bedrijven. Regelmatig zijn ze aangeklaagd door nationale en internationale organisaties zoals het bekende Chileense Modatima. De leiders van deze milieuactivistische organisatie worden niet zelden vervolgd en soms zelfs met de dood bedreigd. 

    Veel gezinnen worden tegenwoordig bevoorraad met een tankwagen, vijftig liter per persoon per dag. ‘Ja, natuurlijk is dat veel te weinig,’ zegt Barbara, ‘maar het is complex om met gebrek aan overheidsbeleid en investeringen de watercrisis in dit gebied te bestrijden.’

    Onlangs heeft het geregend in de provincie Petorca, voor het eerst in zestien jaar.

    ‘Maar het water bereikte de rivieren van onze vallei niet,’ verzucht ze. ‘Het bleef achter in de bassins van de avocado- en citrusfruittelers. Betaald met het geld van alle Chilenen om de grote ondernemers van het land te subsidiëren. We moeten de wereld écht anders in gaan richten.’

    Verloren paradijs

    Aan de onverharde weg tussen Petorca en Chincolco staat achter een hek het huisje van Zoila Lemus (73). De hond blaft onophoudelijk, zoals eigenlijk overal. Zoila woont hier samen met haar dochter en haar twee kleindochters. Alle bomen in haar tuin zijn dood, zo ook alle groene planten. Er groeien nog wat cactussen maar zelfs die hangen er een beetje treurig bij. 

    Het huisje kijkt uit op gortdroge bergen. Aan het einde van de vorige eeuw waren deze bergen veel groener. Maar men kapte alle bomen om de huizen te verwarmen en om te koken. Niemand plantte ooit een boom terug. 

    Zoila’s woning staat aan de oever van een rivier waar al twintig jaar geen water meer door stroomt. Ze pakt een ingelijste foto van een kastje. ‘Kijk,’ zegt ze, ‘de rivier was vroeger prachtig, we konden er zelfs in zwemmen. Onze tuin stond vol bomen en rozen in allerlei kleuren. We verbouwden alles zelf: tarwe voor het brood, bonen, mais, linzen, aardappelen, uien, knoflook, courgettes. Gewoon om zelf te eten en om in te maken. Nu kan ik hier niks meer laten groeien. We wonen in een woestijn zonder water. Alle putten die we gegraven hebben zijn opgedroogd.’

    Chincolco12 1 1 1 2
    Zoila Lemus: ‘De rivier was vroeger prachtig, we konden er zelfs in zwemmen. Onze tuin stond vol bomen en rozen in allerlei kleuren.’

    Zoila en haar familie krijgen vijftig liter water per dag om te koken, te wassen en te douchen. ‘Je kunt je beter wassen met een bakje water. Haren wassen kost heel veel water, we gebruiken een sok om ons haar nat te maken.’

    Tot voor kort kwam er een tankwagen om het water te brengen maar Zoila heeft sinds een maand een nieuwe waterput. Met een automatisch systeem dat niet goed werkt. ‘Soms hoor je water, soms hoor je niks. Maar het bedrijf dat de meter heeft geïnstalleerd geeft niet thuis.’

    Maar heeft ze, als het systeem goed zou werken, dan wel genoeg water?

    Zoila schudt haar hoofd: ‘Nee, er komt een liter water per seconde langs voor acht families.’ 

    Ze legt uit hoe het met de waterrechten in Chili zit. Het gaat zoals gezegd om een wet die nog stamt uit de tijd van de dictator Pinochet. Je kon je toen inschrijven voor water: een boer met bijvoorbeeld drie hectare grond had recht op drie ‘delen’ water. ‘Maar,’ zegt Zoila, ‘dat ging over oppervlaktewater. Ook voor het ondergrondse water kon je rechten kopen maar dat wisten de boeren niet. Het recht op ondergronds water is stiekem verkocht aan grote bedrijven. Die eisen nu alles op en oppervlaktewater is er allang niet meer. De regering moet nu de rechten kopen van die bedrijven zodat ze het water kan verdelen. Al die bedrijven verdienen er nog meer aan. En ik heb geen “recht” op water. Dat is waarom de mensen de grondwet willen veranderen.’

    Soms is er een project vanuit de overheid. Zo zouden Zoila en haar buren ook een waterleiding krijgen, er was bijna 35.000 euro voor beschikbaar. Verschillende aannemers en onderzoekers zijn langs geweest om te bestuderen hoe dat zou moeten. Al het geld is opgegaan aan onderzoek en er is verder niks gebeurd.

    Buiten blaft de hond. ‘Pasqalle!’ roept Zoila, ‘de hond!’ De oudste kleindochter hoort het niet. Ze is doof. Ze kunnen het niet bewijzen maar Zoila is ervan overtuigd dat het komt omdat haar dochter, toen drie maanden zwanger, op de avocadoplantage liep op het moment dat er een vliegtuigje overvloog met pesticiden.

    Ze trekt haar kleindochter even stevig tegen zich aan, de hond buiten is inmiddels stil.

    Auteur: Karin Stroo

    Foto’s: Goedele Monnens

  • Ngo’s boycotten Winterspelen in Beijing | Zagreb kiest groene kandidaat

    Ngo’s boycotten Winterspelen in Beijing | Zagreb kiest groene kandidaat


    32.210.000.000

    De Indiase export is in de maand mei met ruim 67 procent gegroeid tot 32,21 miljard dollar, dankzij positieve ontwikkelingen in sectoren als techniek, farmaceutica, olieproducten en chemie. Dit blijkt uit voorlopige gegevens die het Indiase ministerie van Handel deze week publiceerde. Business Standard bericht dat de export vorig jaar mei 19,24 miljard dollar bedroeg. In mei 2019 was dat 29,85 miljard dollar.


    Docenten willen vrijuit spreken

    Meer dan vier op de tien leraren van middelbare scholen in Hongkong vinden dat ze vrijuit hun mening moeten kunnen uiten, maar slechts een vijfde van de schoolhoofden denkt er hetzelfde over, zo blijkt uit een recente enquête. De bevindingen maken deel uit van een onderzoek door de Vereniging van Middelbare Schoolhoofden naar de professionele status en sociale erkenning van leraren.

    Bijna tweeduizend middelbare scholieren en meer dan honderd leraren werden uiteindelijk gearresteerd

    Uit de peiling blijkt ook dat de meeste docenten en ouders van mening zijn dat leraren het recht hebben om vrijelijk deel te nemen aan ‘sociale evenementen’, hoewel de meesten het er wel over eens zijn dat docenten de verantwoordelijkheid hebben om studenten te ontmoedigen om deel te nemen aan illegale activiteiten.

    Volgens de onderzoekers tonen de resultaten de opvattingen van ouders en leraren over de protesten tegen de regering die in juni 2019 uitbraken, waaraan veel docenten en studenten deelnamen. Bijna tweeduizend middelbare scholieren en meer dan honderd leraren werden uiteindelijk gearresteerd op verdenking van aan de protesten gerelateerde misdrijven, schrijft South China Morning Post.


    Ngo’s boycotten Winterspelen

    China zal de Winterspelen van 2022 in Beijing organiseren. Maar een groeiend leger van mensenrechtenactivisten roept landen op om de spelen te boycotten vanwege de schendingen van mensenrechten door China, zoals de vervolging van Oeigoerse moslims in Xinjiang, die door het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken is betiteld als’genocide’.

    Een coalitie van ongeveer honderdtachtig mensenrechtenorganisaties heeft een ‘oproep tot actie’gedaan waarin landen en atleten worden opgeroepen tot een boycot van wat ze de’genocide Olympics’ zijn gaan noemen. Als Beijing ongestoord een Olympisch spektakel mag organiseren, zeggen ze, dan komt dat neer op acceptatie van de wreedheden van de Chinese regering tegen de Oeigoeren, het antidemocratisch optreden in Hongkong en andere mensenrechtenschendingen, aldus Vox.

    ‘Als genocide geen aanleiding is om de Olympische Spelen te boycotten, dan is niets dat meer’, zegt Zumretay Arkin van het World Uyghur Congress, een van de groepen die de campagne voor een boycot steunen.


    België herroept ambassadeur

    In april sloeg de vrouw van de Belgische ambassadeur in Zuid-Korea een medewerker in een kledingwinkel. Volgens Zuid-Koreaanse media werd de vrouw verdacht van winkeldiefstal. Bij het verlaten van de winkel zou ze boos hebben gereageerd toen een medewerker vroeg of ze wel had betaald voor de jas die ze droeg. Op bewakingsvideo’s is te zien hoe de ambassadeursvrouw vervolgens een medewerker slaat en een ander lastigvalt, meldt Der Spiegel.

    De video werd later op sociale media gedeeld en daardoor leidde het incident tot wijdverbreide verontwaardiging. Sindsdien zijn de betrekkingen tussen de twee landen behoorlijk gespannen. Het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken heeft nu laten weten dat het zijn ambassadeur Peter Lescouhier terugtrekt uit Zuid-Korea. ‘Het is duidelijk geworden dat de huidige situatie hem niet toestaat zijn rol op een ontspannen manier te blijven uitoefenen’, aldus een verklaring van het ministerie. Lescouhier was sinds drie jaar de ambassadeur in Seoul.


    Zagreb kiest groene kandidaat

    Een linkse en groene kandidaat won afgelopen zondag de race om het burgemeesterschap van de Kroatische hoofdstad Zagreb door zijn extreemrechtse rivaal in een tweede ronde te verslaan. Met deze uitslag krijgt de stad voor het eerst in twee decennia een nieuwe burgemeester. Tomislav Tomasevic, die een vooruitstrevend milieubeleid beloofde om de leefbaarheid in de hoofdstad te verbeteren, kreeg 65 procent van de stemmen. Zijn tegenstander was de 59-jarige ex-popzanger Miroslav Skoro.

    De vertrekkende burgemeester, Milan Bandic, leidde meer dan twintig jaar de stad. Hij werd beschuldigd van corruptie, stapte toch in de race voor een nieuwe termijn, maar stierf in februari aan een hartaanval.

    Tomasevic, 39, die wordt gezien als symbool van een nieuwe generatie Kroatische politici, voerde campagne met de belofte om vriendjespolitiek en de ‘octopus van corruptie’ in de hoofdstad uit te roeien. Hij belooft de hoofdstad ‘groener, eerlijker, efficiënter en transparanter’ te maken, aldus EuroNews.


    Horeca Italië mag binnen open

    Italië zet de coronaversoepelingen door en sinds afgelopen dinsdag mogen bars en restaurants hun klanten ook weer binnen bedienen, tot opluchting van uitbaters die niet beschikten over een terras buiten. De verplichting tot het dragen van mondkapjes wanneer klanten niet zitten, eten of drinken, blijft vooralsnog van kracht.

    De klassieke Italiaanse gewoonte van een espresso ‘al bancone’, aan de bar, was sinds maart verboden, maar wordt nu dus weer in ere hersteld zo meldt The Local. Vooral dat verbod leidde tot protesten van Italiaanse bareigenaren, omdat de traditie van een snelle koffie aan de bar de ‘levensader’ vormt voor tienduizenden kleine bedrijven in de horeca.


    Situatie Libanon is uitzichtloos

    De langdurige economische crisis in Libanon behoort tot ’s werelds tien zwaarste crises sinds het midden van de negentiende eeuw. Dat schrijft de Wereldbank in een recent rapport, weergegeven door . ‘Voortdurende beleidsinactiviteit en de afwezigheid van een optimaal functionerende uitvoerende autoriteit bedreigen de toch al kwetsbare sociaal-economische omstandigheden en de broze sociale vrede, terwijl een duidelijk keerpunt aan de horizon ontbreekt’, aldus de Wereldbank geciteerd door Middle East Monitor. Volgens het rapport is het bbp van Libanon gekelderd van bijna 55 miljard dollar in 2018 tot naar schatting 33 miljard dollar in 2020, terwijl het bbp per hoofd van de bevolking in dollars met ongeveer 40 procent is gedaald.

  • Vaccinatievoorrang in Duitsland gaat vervallen | Orkaan treft India

    Vaccinatievoorrang in Duitsland gaat vervallen | Orkaan treft India

    Orkaan treft India dat worstelt met corona

    Maandag kwam de orkaan Tauktae aan land in de Indiase staat Gujarat, waardoor de pogingen van de autoriteiten om de verwoestende epidemie aan te pakken verder worden belemmerd. Het land probeert zich zo goed mogelijk te organiseren om patiënten te kunnen blijven behandelen, aldus de Indiase pers.

    In het westen van India verkeren de inwoners van Gujarat in gespannen afwachting van de komst van de krachtige orkaan, schrijft nieuwssite Daily News and Analysis. Na dagen van zware regenval en harde wind waarbij twintig mensen omkwamen, bereikte Tauktae maandagavond de staat Gujarat waar 62 miljoen mensen wonen. Een vrouw kwam om toen een stroomkabel naar beneden kwam in de stad Patan in het noorden van Gujarat.

    De nieuwssite schrijft dat India wordt getroffen door Tauktae op het moment dat het land worstelt met een tweede, intens zware coronagolf die dagelijks meer dan vierduizend mensenlevens eist. Maandag overschreed het totale aantal coronagevallen de drempel van 25 miljoen, nadat 263.533 nieuwe infecties op één dag werden geregistreerd, zo blijkt uit gegevens die dinsdag werden gepubliceerd door het ministerie van Volksgezondheid.

    Angst voor een opleving in de komende weken

    ‘Hoewel het aantal gevallen afneemt’ in Gujarat en Maharashtra, de twee staten die het hevigst door de orkaan worden getroffen, worstelen ze ‘nog steeds met de gevolgen van de catastrofale tweede golf’, schrijft de New Delhi Times. Volgens het dagblad moesten meer dan 150.000 mensen tijdelijk worden ondergebracht in onderkomens in lagergelegen gebieden van Gujarat, ‘waardoor de angst groeit dat de epidemie de komende weken zal verergeren’. In veel kuststeden die gevaar lopen door de orkaan heeft de federale overheid de vaccinatiecampagne stopgezet.

    De Indiase autoriteiten vrezen dat de orkaan toegang tot medicijnen en zuurstof zal bemoeilijken

    Volgens de New Delhi Times heeft de storm ook ‘de problemen verergerd waarmee de Indiase ziekenhuizen en gezondheidscentra worden geconfronteerd’. In Mumbai, de hoofdstad van Maharashtra, moesten 580 covid-19-patiënten die in gespecialiseerde centra werden behandeld, uit voorzorg worden overgebracht naar gemeentelijke ziekenhuizen. Het leger is gemobiliseerd om de aanvoer van zuurstof zeker te stellen.

    De Indiase autoriteiten vrezen dat de orkaan toegang tot medicijnen en zuurstof zal bemoeilijken, terwijl ze nu al schaars zijn. Aangezien Gujarat een zeer belangrijke leverancier van zuurstof is aan andere staten, aldus The Hindu, is het Indiase leger ingeschakeld om ervoor te zorgen dat de wegen toegankelijk zullen blijven als de orkaan voorbij is.

    De Indiase website Mint meldt dat Western Railway de afgelopen twee dagen meer dan 350 ton zuurstof heeft vervoerd vanuit de door de orkaan getroffen gebieden naar andere delen van het land. Om stroomstoringen te voorkomen in zo’n 400 ziekenhuizen en 41 zuurstofcentrales in de 12 kustdistricten waar Tauktae naar verwachting het hardst zal toeslaan, zijn er ook meer dan duizend generatoren geïnstalleerd.


    Vaccinatievoorrang in Duitsland vervalt per 7 juni

    Vanaf 7 juni speelt in Duitsland leeftijd, kwetsbaarheid of beroep geen rol meer in het vaccinatiebeleid en kunnen alle volwassenen op afspraak gevaccineerd worden tegen het coronavirus. Dit schrijft Süddeutsche Zeitung. Volgens de krant tekende Minister van Volksgezondheid Jens Spahn daarbij wel aan dat niet iedereen over tweeënhalve week onmiddellijk gevaccineerd kan worden. Artsen en vaccinatiecentra zullen eerst de huidige fase moeten afronden. Die is gericht op van het toedienen van vaccins aan doelgroepen waaraan eerder prioriteit is gegeven.

    Spahn noemde het terecht dat er de afgelopen maanden bepaalde criteria zijn gesteld om te bepalen wie voorrang kreeg bij vaccinatie. Hij sprak van een ‘morele verplichting’. ‘Het was geen kwestie van bureaucratie, het heeft mensenlevens gered’, aldus Spahn. Hij merkte ook op dat de snelheid waarmee zal kunnen worden gevaccineerd afhankelijk is van de snelheid waarmee vaccins zullen worden geleverd.

    40 procent van de 84 miljoen Duitsers zal eind mei ten minste één dosis hebben gekregen

    Dat Spahn de prioritering nu schrapt, is te verklaren door de voortgang van de vaccinatiecampagne: een toenemend aantal van de mensen die extra kwetsbaar waren voor corona, is nu minimaal één keer gevaccineerd. Volgens het ministerie van Volksgezondheid zal naar verwachting ongeveer 40 procent van de 84 miljoen inwoners van het land eind mei ten minste één dosis hebben gekregen. De Duitse regering heeft zich ten doel gesteld om tegen eind september alle volwassenen te hebben gevaccineerd.


    Musea achter het fornuis

    In samenwerking met beroemde chef-koks grijpen diverse musea werken uit hun collectie aan om ze te combineren met eten en drinken en zodoende een nieuw publiek te trekken, schrijft The Economist. Het Uffizi-museum in Florence lanceerde bijvoorbeeld een serie gastronomische video’s met als motto ‘Uffizi da mangiare – L’arte in cucina’ (‘Uffizi om te eten – Kunst in de keuken’). Italiaanse chef-koks bedenken een recept dat is geïnspireerd op een schilderij uit de collectie van het museum en presenteren zowel het werk als het gerecht. Zo bedacht de beroemde Toscaanse restauranthouder-slager Dario Cecchini bijvoorbeeld een costata alla fiorentina gebaseerd op een voorraadkast met wild, geschilderd door Jacopo Chimenti. Marco Stabile, een chef-kok uit Florence mét een Michelinster, transformeerde Giorgio De Chirico’s Stilleven met paprika’s en druiven in een risotto.

    Artistieke hapjes

    De keuken en voedsel waren altijd al een onderwerp voor kunstenaars, maar nu worden de rollen dus omgedraaid: schilderijen worden geïnterpreteerd als bron voor een gerecht en het resultaat kan online worden gedeeld als een artistiek hapje. Het is een aanlokkelijk stap voor musea die hun publiek moeten missen vanwege de pandemie.

    Vorig jaar lanceerde het Los Angeles County Museum of Art (LACMA) een driemaandelijkse videoserie genaamd Cooking with LACMA, met chef-koks, voedselhistorici en recepten die zijn geïnspireerd op de collecties. In de eerste video maakte Maite Gomez-Rejón van ArtBites, een site die culinaire geschiedenis en kunstgeschiedenis samenbrengt, een mezcal-margarita geïnspireerd op de werk van de Mexicaanse kunstenaar Rufino Tamayo. Deze maand volgt een Japans gerecht, gebaseerd op het werk van schilder Nara Yoshitomo; de video wordt op 25 mei geüpload. Vivian Lin van het museum hoopt dat mensen die de video’s zien ‘recepten en nieuwe perspectieven op de schilderkunst zullen delen’.

    Cocktails met een curator

    Cocktails zijn bijzonder populair in deze tijden van pandemie, ontdekte Gomez-Rejón. Ze werkte mee aan een videoserie die werken van het Huntington-museum in Californië opnieuw belicht in de vorm van drank en voedsel. Het Museum of Fine Art van Houston toverde een geel zelfportret van de Tsjechische kunstenaar Frantisek Kupka om tot een tropisch drankje. En The Frick Collection in New York, is begonnen met de Cocktail with a Curator-serie, een wekelijkse videopresentatie waarin experts een drankje associëren met het thema of de afkomst van een kunstwerk.

    De liefde van de kunstwereld voor koken begon overigens al vóór de pandemie. De vorig jaar uitgebrachte documentaire Ottolenghi and the Cakes of Versailles biedt bijvoorbeeld een herinterpretatie van de achttiende-eeuwse Franse keuken tijdens een luxueus banket in het Metropolitan Museum of Art, New York. De trend zal naar verwachting dan ook doorzetten na alle lockdowns. Musea zijn altijd op zoek naar meer bezoekers en de connectie met eten en drinken kan helpen nieuwe bezoekers aan te trekken en mogelijk tot samenwerking leiden met nieuwe partners. ‘Het kan echt een goed begin zijn voor mensen die zich nog niet zo gemakkelijk thuis voelen in de wereld van de kunst’, aldus Elee Wood van het Huntington.

    En vergeet niet, zegt Gomez-Rejón, ‘dat koken zelf een kunst is’. Net zoals beeldende kunst belicht koken de cultuur waar ze uit voortkomt en het naast elkaar plaatsen van deze twee vormen van creativiteit verrijkt ons cultuurbegrip.

    Neem bijvoorbeeld de blancmange die banketbakker Debora Massari bereidde voor de Uffizi-serie. Met dit gerecht, dat wortels heeft in de Arabische keuken en aan de Medici werd geserveerd, brengt Massari een eerbetoon aan de huwelijksportretten van Agnolo en Maddalena Doni, geschilderd door Raphael aan het begin van de 16e eeuw. Een ring van blancmange bedekt met pure chocolade stelt Agnolo voor, een ring bedekt met witte chocolade en citroenmarmelade staat voor Maddalena. Massari heeft beide ringen geplaatst op haar patisserieversie van de Doni Tondo die Michelangelo voor de Doni-familie maakte. Het geheel is een prachtige reis door de kunst en de geschiedenis en ziet er ook nog eens bijzonder appetijtelijk uit.

  • Een kolonisatieverhaal aan de hand van gerechten

    Een kolonisatieverhaal aan de hand van gerechten

    De Amerikanen zijn weg uit de Filipijnen, maar ‘de brandwonden van hun overheersing’ zijn er nog. Jill Damatac ‘kookte’ een schrijnend en poëtisch essay over haar familie die ‘ver van onze barrio’s, bergen en eilanden oefent in het doorslikken van onze onaangename waarheden, zuur en zwaar van bloed’.

    Tinola is een bescheiden gerecht. Het trekt niet de aandacht van foodies, met zijn uiterlijk dat bleek en waterig is, of zijn geur, van gemberachtige gekookte kip, of zijn smaak, die pas bij de tweede hap tot bloei komt, zacht en mild op de tong.

    Toen ik klein was, voordat ik de zonnige, Pacifische chaos van onze wereld verruilde voor de kille, Atlantische stilte van de nieuwe wereld, aten we tinola op zondagmiddag thuis bij lolo en lola [opa en oma], waar ik vaak in het weekend was. Vroeg in de morgen wandelden Lolo en ik dan door de straten van de barrio om bij de plaatselijke bakker verse pandesalte kopen, ik huppelend in gemompelde samenzang met de hanen, hij in de lucht stompend met atletische vuisten, net zoals hij dat in de oorlog met de Amerikaanse GI’s had gedaan. In Pennsylvania, waarheen hij ons een jaar na ons vertrek gevolgd was, liep hij altijd met me mee naar en van school en dan snoepten we samen uit een zak kleverige, zure tamarinde waarvan we de gladde, glanzende pitten in onze handpalm spuugden. Hij droeg altijd smetteloos witte Reeboks en had soms een grote cowboyhoed op. Ik herinner me nog mijn schaamte op de dagen dat hij met die hoed op kwam aanzetten. 

    Screenshot 2021 03 31 at 16.13.42

    Tinola

    (Gember-kippensoep)
    Voor 4 personen
    1 kilo kippendijen met vel en bot
    Kippenklauwen, nekken, hart, lever, spiermaag, als je die wilt gebruiken
    1 chayote, geschild, de zaden verwijderd, in blokjes gesneden
    1 kop moringabladeren
    5 tenen knoflook, geplet
    stuk (ongeveer 4 cm) geschilde gemberwortel, in lucifertjes gesneden
    1 rode ui, gesnipperd
    8 koppen ongezouten kippenbouillon
    Patis (vissaus) naar smaak

    Het was in die eerste jaren in het land of the free en home of the brave dat ik last had van schaamte, wat honger naar trots is, en van eenzaamheid, wat honger naar ergens bij horen is.

    De bescheiden, heldere, met gember doortrokken omhelzing van tinola hielp die honger te stillen, terwijl mijn tong de smaak van eigen bodem opnam.

    Fruit de knoflook, gember en ui in een grote pan en roerbak tot ze zacht zijn.

    Lola Rosing had een moringaboom in haar voortuin, verwilderd en stakerig, gevoed door de ochtendzon van Manila. Altijd als ze tinola maakte, moest ik verse bladeren van de boom plukken en dan drukte ze me op het hart om alleen de zoete, jonge twijgen te kiezen. Moringa is veel werk: de bladeren zijn een sterrenstelsel van individuele blaadjes die uit de hoofdtak het oneindige in groeien. In de dirty kitchen, waar in Filipijnse huizen het echte kookwerk plaatsvindt, plukten we bladeren tot zij tevreden was met de hoogte van de donkergroene stapel. Met een woordloze glimlach gaf ze me dan toestemming om buiten te gaan spelen.

    Eens, op een warme middag rende ik hun huis binnen, kermend om een bloedende knie van het fietsen. Lola trok een handvol bladeren van haar boom en spuugde in haar vijzel. Ze plette de moringabladeren met haar stamper en smeerde de pasta op mijn knie. Het bloeden hield meteen op.

    Soms zag ik haar slokjes nemen uit een kop heet water met moringabladeren en dan wist ik dat ze hoofdpijn had. Bij mijn geboorte was ik slecht toegerust voor deze wereld: mijn ledematen waren fragiel, mijn kreten langgerekt en hol. Lola maakte kommen moringasoep voor mijn moeder, die daar gretig van dronk. Al snel zwollen mama’s kleine, bleke borsten op, zodat ze mij kon voeden en de van moringa doortrokken melk versterkte mijn zachte babybotjes.

    Zelfs van zijn dromen is papa gescheiden. Die heeft hij achtergelaten op het cruiseschip dat hem naar Amerika bracht

    Maar ondanks al haar zorg en ijver bleef lola onbereikbaar. Het leek of haar ogen met die zware oogleden heen en weer schoten tussen werelden, haar blik bleef nooit echt hier op Pugao, ons aardrijk, hangen. Mijn grootmoeders gedachten waren altijd ergens anders, misschien in Kabunian, het hemelrijk waar we vandaan komen, of in Dalom, de onderwereld waar haar jongere broers en zussen en haar twee verloren baby’s wachtten. Toch vulde haar aanwezigheid, rustig en warm, het huis aan Aranga Street. Ze wikkelde haar moeder in dekens, waste de kleren van mijn grootvader en gaf mij te eten terwijl ik op de verwaarloosde oude piano van mijn vader speelde, die in de loop der tijd vals geworden was. Het grootste deel van haar leven hield lola haar woorden binnen; pas na de dood van lolo liet ze ze vrij. En toen zij stierf, ging niet lang daarna ook haar moringaboom dood.

    Leg de kip op de knoflook, gember en uien in de pan.

    De boom reikte hoger dan lola’s acht zoons, van wie er zes tot mannen opgroeiden. Een van hen was mijn vader, geboren tussen twee broers die deze wereld verlieten voor ze kind werden. 

    Dit verlaten-zijn heeft hem afgezonderd. Zijn dagen worden doorgebracht in eenzaamheid, een halve wereld verwijderd van zijn vijf overgebleven broers, oceanen van zijn twee dochters. Angstig en hooghartig onthouden we hem onze dankbaarheid en vergeving zodat we hem niet alleen zijn fouten kunnen verwijten, maar ook de onze.

    eryka raton m4mHucyUBdo unsplash
    Straatverkoper maakt mango’s en chayotes schoon in Manila, de hoofdstad van de Filipijnen. – © Eryka Raton / Unsplash

    Zelfs van zijn dromen is papa gescheiden. Die heeft hij achtergelaten op het cruiseschip dat hem naar Amerika bracht. Hij heeft door tijd en ruimte gereisd en bracht in zijn inheemse vlees en bloed het verzet van onze voorouders naar de straten van Manila in de jaren zeventig, protesterend tegen het noodtoestandregime van Marcos, de Grote Amerikaanse Marionet. Hij is over werelddelen en oceanen gereisd, terwijl hij met één hand achteruit, naar zijn vrouw en kinderen reikte en met de andere vooruit, naar de ivoren toetsen van zijn melodieën. Door ons onze dromen te geven en de zijne opzij te zetten is papa een heel eind afgedwaald van zijn jongenstijd in de bergen van Tadian.

    Dat bergleven was door de goden omlaaggebracht vanuit het hemelrijk. Speels hadden zij de groene toppen van de Cordilleras – hoger dan de Appalachen – gebeeldhouwd met daaronder de ruisende, bruine rivier de Chico, nieuwsgierig wat er zou gebeuren als ze met één deel van de aarde dít deden en met een ander deel dát. Via onze mama-o en onze mumbaki leerden de goden ons de aardse gaven te gebruiken en weer aan te vullen. De grootmoeders van mijn vader gebruikten planten zoals moringa als medicijn, om buikpijn te verzachten, dieper te kunnen ademen en de bloedstroom te verdikken.

    Doe de nekken, klauwen, hart, lever en maag erbij, als je die gebruikt. 

    De grootmoeders van mijn vader zouden het afschuwelijk vinden als ze wisten dat deze gaven nu door verkozen leiders worden geëxploiteerd, tegen de wil van onze inheemse volken in. Om onze trotse bergen te kunnen ontdoen van hun gordels van goud, mineralen en koper worden families uit de dorpen en van het land van hun voorouders verdreven, en zelfs de stromingen van de Chico en de wortels van elke boom worden aan de hoogste internationale bieder verkocht. Onze moringaboom, die steunpilaar van vele generaties, is nu een winstgevend exportproduct. Zijn twijgen en bladeren worden vermalen, als poeder verkocht, door wellness-influencers aangeprezen, tot smoothies gemixt, als capsules geslikt.

    En wanneer in het tyfoonseizoen modderige aardverschuivingen van onze kaalgeslagen hellingen stromen, blijft geen mens, huis of dorp onbestraft door de goden. Om aan hun toorn te ontkomen, vluchten onze mensen naar Baguio of naar Manila, of naar de air-bridged harbor, met zijn lamp beside the golden door [verwijzing naar het gedicht The New Colossus van Emma Lazarus, dat vaak wordt aangehaald als het om het verwelkomen van immigranten in Amerika gaat.].

    Schenk de kippenbouillon over het vlees en de rest, breng aan de kook en laat dan drie kwartier zachtjes sudderen.

    In het voorstedelijk Amerika van de jaren negentig was het onmogelijk om aan moringablad te komen. Mama verving het door wat ze maar had, spinazie of paksoi, afhankelijk van wat er die week bij de supermarkt te koop was. Als ze bij de plaatselijke Aziatische winkel peperbladeren kon kopen, was het mijn taak om het keiharde pakket uit de vriezer op te graven en het in een kom warm water naast de gootsteen te ontdooien terwijl ik mijn huiswerk maakte. Ik schreef opstellen over Columbus, Pizarro en Cortés en hun aanspraken op land dat nooit van hen was. Ik vergat waar ik geboren was.

    De grootmoeders van mijn vader zouden het afschuwelijk vinden als ze wisten dat deze gaven nu door verkozen leiders worden geëxploiteerd

    Chayote was een geschenk van onze Nahuatl-sprekende broeders en zusters, overgebracht tijdens onze gedeelde kolonisatie. Ten noorden van hun landen van oorsprong, in het gebied dat nu de Verenigde Staten heet, komt de vrucht zelden voor. Het doorschijnende vruchtvlees van de chayote geeft de tinola iets stevigs, een moment van groene zoetheid tegen het zachte zout van de met patis gekruide soep. We misten hem in het allegaartje van de Amerikaanse migrantentinola, smakten tussen de happen door en deden alsof papaja uit Florida even lekker was als chayote uit Benguet.

    Laat de chayote tien minuten meesudderen, tot hij zacht en doorschijnend is.

    Gember, gedomesticeerd door onze Austronesische voorouders, was in de nieuwe wereld gemakkelijker te vinden, naar het Westen gebracht door de handelsschepen van de Chinezen, die lang voordat Mao en zijn opvolgers met onze eilanden handel dreven, met ons leefden, vochten, trouwden. Hun kinderen, onze kinderen, werden opgenomen in het Spaanse kastensysteem, ingedeeld onder witte huid, maar boven bruin en zwart. Als kind viste ik naarstig de tot lucifertjes gesneden stukjes uit mijn tinola en legde ze zorgvuldig op de verste rand van mijn bord, anders zouden ze al het andere bederven. Als volwassene snijd ik gemberwortel in dunne plakjes, geslepen staal tegen blote handen, en buig me voorover om zijn pittige zoetheid op te snuiven. Het heeft me al mijn zevenendertig jaren gekost om van gember te gaan houden.

    Kippenhartjes, maagjes, levertjes, een nek en een of twee stel klauwen: die ongewenste onderdelen geven het gerecht een gelaagde smaak. Lola’s tinola bleef trouw aan zijn onbedwongen noordelijke bergmanieren, net als onze I-pugao-, Bontoc- en Benguet-volken tot aan de vorige eeuw. De kippenklauwen waren alleen voor mijn lolo Pedring. Hij pakte de rubberige, beige klauwen een voor een uit de soep en kloof er dan zichtbaar genietend het krakerige, geribbelde vlees af.

    ‘Hier, neem er ook een,’ zei hij dan met een grijns tegen mij, terwijl hij met een kippenklauw zwaaide, wetend hoe afschuwelijk ik die vond. ‘Het is goed voor je artritis.’

    Laten sudderen tot het vlees van het bot begint te vallen.

    Dat herinner ik me nu en ik wou maar dat lolo toen méér kippenklauwen had gegeten: tientallen, honderden, duizenden bij elke maaltijd, want zijn reumatische artritis heeft hem tot zijn laatste dag gepijnigd. Een aandoening geboren uit capitulatie, diepe pijn die naar zijn veteranenbotten uitstraalde vanuit de gebroken beloften van Dwight D. Eisenhower en zijn Rescission Act uit de Tweede Wereldoorlog, want de ontzegging van staatsburgerschap en vrijheid treft ook de bewegingen van het lichaam, die stijf worden van pijn en verlangen [De wet – door Harry Truman ondertekend – bepaalde dat Filipijnse veteranen de voorrechten werden ontnomen die hen waren beloofd toen zij mee moesten vechten tegen Japan in WO II].

    Ik wou maar dat we meer tijd samen hadden gehad op deze wereld. De nacht waarin hij het aardrijk verliet, bezocht lolo me voor één laatste geesteswandeling. Op die wandeling, het was een warme middag in Manila, sloeg de regen de gevallen herfstbladeren tot een glibberige bruine smurrie. Ik had moeten zien dat die bladeren niet klopten, maar ik was eenentwintig en ik had hem bijna tien jaar niet gezien. Ik had zijn leeftijdloosheid moeten zien, zijn haar dat even gitzwart was en zijn gezicht dat even Gregory Peck-knap was als toen ik een kind was. We wandelden over de grond waar hij begraven zou worden, in gelijke pas, naast elkaar, mijn blote voeten die houvast vonden op gladde bladeren, Lolo’s witte Reeboks onaangetast door de regen die ik niet op mijn huid voelde. Wat ik wel voelde was zijn begrip: voor mijn mislukkingen, voor afstand en voor de onvermijdelijkheid van de tijd.

    Ik vraag me af wat mijn kinderen, die ik misschien nooit krijg, van dit gerecht zouden vinden

    We kwamen bij het eind van het pad. Hij keerde zich naar me toe, legde zijn handen op mijn schouders en gaf er een zacht kneepje in.

    ‘Wees niet bang,’ zei hij. ‘Het zit in je.’

    Toen keerde lolo Pedring me de rug toe, stapte het gras op waar ik hem nog niet kon volgen, liep weg, zonder pijn, en verdween in de mist. En op dat moment, terwijl mijn lichaam in voorstedelijk New Jersey sliep, kromp oceanen ver weg het lichaam van mijn grootvader in elkaar van pijn en bloedde dood.

    Doe op het laatst de bladeren erin. Laat twee minuten op laag vuur zacht worden.

    Nu maak ik tinola en sluit mijn ogen, roerend in de moringabladeren die me over oceanen heen zijn gebracht door dezelfde multinationale krachten die van onze eilanden stelen. Achter mijn oogleden zie ik nog steeds lola Rosings knokige vingers de bladeren van de stengels plukken. Terwijl ik een heldere lepel tinola in de kom van mijn man schep, adem ik in en open mijn longen voor de damp van die warme middagmalen in Manila, met lolo Pedring aan mijn linkerzijde. Ik schuif een bergje zachte kip en luchtige rijst op mijn tong en overdenk waar ik verse kippennekken, harten, magen, levers en klauwen zou kunnen bestellen op internet.

    Giet de soep in kommen. Serveer de kip, chayote en moringa op gestoomde witte rijst. Zet patis op tafel.

    Ik vraag me af wat mijn kinderen, die ik misschien nooit krijg, van dit gerecht zouden vinden. Ik zie voor me hoe de Yorkshire-puddings van hun vader als schepen in hun kommen tinola drijven, hun bord omkranst door stukjes groene chayote en gele gember, die ze opzij hebben gelegd zoals hun moeder ooit deed. Met gekrulde tong neem ik een hap hete soep, slurpend om mijn gehemelte koelte toe te blazen, en ik stel me gasten uit andere werelden aan tafel voor. Ik slik de brok zoute tranen in mijn keel door en schraap mijn bord schoon.

    Sisig na Kambing

    Sisig

    (Varkensvlees op drie manieren)
    Voor 4 personen
    1 kilo varkensbuik
    120 g varkensoren
    120 g varkenssnuit
    120 g kippenlevertjes, in blokjes
    4 eieren
    5 laurierblaadjes
    1 el zwarte peperkorrels
    1 rode ui, gesnipperd
    6 rawit-pepertjes, gesneden
    10 knoflooktenen, gehakt
    60 ml suikerrietazijn
    2 el calamansi-sap
    Zeezout en gemalen
    zwarte peper

    Groene mango, knoflook, zout, chilipepers, azijn: sisig was in zijn oorspronkelijke vorm vleesloos, vegetarisch, rauw. Het gerecht komt van het volk van mijn moeder, de Kapampangan. Zij waren nakomelingen van Indonesische stammen en vestigden zich in ons centrale laagland, naast onze echte oorspronkelijke bevolking, de Aeta met hun amberkleurige huid. Oorlogvoerende goden vormden al vechtend hun eilanden, een voortdurende krachtmeting tussen ziedende vulkanen en de woedende zee. Geboren op vruchtbare lavagrond waren de Kapampangans vertrouwd met levenschenkende verwoesting, of die nu van de goden kwam of van missionarissen met bijbels. In naam van hun eenzame god stalen de christenen onze zachte, handgeweven zijdes in ruil voor hun ruwe slavenkatoen.

    Snij de varkensbuik in blokjes van 1 cm.

    Sisig is een geheugensteun. Als het in zijn gietijzeren pan sist, herinnert het je aan transformatie die alleen door vuur wordt gebracht. Terwijl je tanden op het knapperige, knarsende en zachte varkensvlees kauwen, herinnert het je aan alles waarvan het is gemaakt. Als zijn citruszure, gepeperde hitte op je tong blijft hangen, herinnert het je eraan hoe je onaangename waarheden moet doorslikken.

    Bak met plantaardige olie goudbruin in een grote koekenpan. Leg apart op een groot bord.

    Het volk van mijn moeder was gezegend door zijn goden, die vuur ademden, lava bloedden en het land voedden; in ruil daarvoor eisten ze elke maan een offer. Ze gaven ons sisig, een middel tegen acute verstoringen van het evenwicht: een kater, buikklachten, een scheepslading ongenode conquistadores. En terwijl de collectieve buikpijn van de kolonisatie postvatte, onderging sisig zijn eigen heilige gedaanteverwisseling: van sporadisch gebruikt geneesmiddel werd het dagelijks onderdeel van het door Jezus gezegende familiemaal. Met hun vingers en duim als schepje en hun elleboog steunend op een opgetrokken knie pakten Kapampangans een klompje rijst, wat vlees en een groene brok sisig en de bijtende, zure pittigheid hardde hun maag en gaf tegenwicht aan de bitterheid die, zwijgend, in hun bloed groeide.

    Mama’s lievelingssnack komt van dat voorouderlijke geneesmiddel: groene mango’s, wrange azijn, zoute patis. Het is ook mijn lievelingssnack, een versterkend tonicum als je opgroeit in de zoete overvloed van Amerika of je draai moet vinden in de clotted cream van Engeland.

    Veeg de koekenpan schoon. Verhit olie 
    op halfhoog vuur en bak daarin de 
    gehakte knoflook, het grootste deel van 
    de gesnipperde rode ui en het grootste deel 
    van de gesneden rawit-pepertjes.

    Ik was achtentwintig toen ik voor het eerst varkenssisig at in Amerika. Het was bij Maharlika, in de East Village. De maaltijd was mijn manier om te vieren dat het leven net vier jaar daarvoor was begonnen. Ik was laat op de avond met de bus vanuit New Jersey in Manhattan aangekomen met alleen een halfvolle reistas om de naderende winter mee door te komen. Ik vond onderdak in een opvanghuis voor vrouwen die lijden onder de handen van mannen (die zelf ook weer lijden onder de handen van andere mannen). Ik deed zalf op mijn gebutste gezicht, pleisters op mijn ellebogen en knieën en zette in het inschrijfboek van het opvanghuis een naam die niet de mijne was – een van de weinige kleine voordelen van geen papieren hebben. Mijn rug deed wekenlang pijn op de plek waar hij geschopt was, maar na een tijdje kon ik rechtop staan en lopen.

    Geregeld roeren, koken tot alles zacht is. Laat de rauwe geur eruit trekken.

    New York is het soort plek waar je kunt beginnen met telefoons beantwoorden in een receptie en je onopgeleide, papierloze, onwiskundige zelf uiteindelijk met cijfers kan goochelen op Wall Street. Met prestatiebonussen, hoeveel ook, zul je nooit je staatsburgerschap kunnen kopen (zelfs trouw betaalde belastingen niet), maar nou ja. Eindelijk had ik geld om te eten.

    Doe dan de gesneden kippenlevertjes erbij. Roer drie of vier minuten tot het geheel gaar en romig is.

    Aan dat eenpersoonstafeltje bestelde ik een gietijzeren schotel sissende sisig met knoflooksinangág. Instinctief had ik besteld wat mijn voorouders, wat onze goden vroegen, want wij vieren, rouwen en eren met varkensvlees. Terwijl ik at bekeek ik mezelf vanuit een andere wereld. Ik zag dat er meer pelgrimages zouden komen, meer aanpassingen.

    lyman gerona aGkU9NyRwf4 unsplash
    Bananen in gesmolten suiker, een lekkernij van straatverkopers in Manila. – © Lyman Gerona / Unsplash

    Ook sisig heeft zich aangepast. Het brengt niet langer evenwicht of genezing. Het is nu een lokmiddel. Verleiding. Aas. Witte mannen en cameraploegen – Anthony Bourdain, Andrew Zimmern, de foodie-zoon van de hertogin van Cornwall – daalden neer op Jackson Heights of Queens of bij Aling Lucing in Pampanga, riepen onze sisig uit tot hot en nieuw voor foodies over de hele wereld en vonden zo weer een manier om te verkopen wat hun niet toebehoort.

    Voeg dan de gesneden varkensoren, snuit en buik toe. Blijf roeren, schenk de azijn en het calamansi-sap erbij. Haal van het vuur.

    ‘Volgens mij heeft sisig alles om de hele wereld te veroveren’

    ‘Volgens mij heeft sisig alles om de hele wereld te veroveren,’ heeft Bourdain een keer gezegd. Dat was voor #foodies en #reizigers met hun koloniserende #wanderlust het sein om tickets te kopen en koffers te pakken. Filipino’s juichten bij deze lof van de witte man, maar ik weet dat onze altijd waakzame goden, die eeuwenoude grieven koesteren, wraakzuchtiger ideeën hebben.

    ‘Als je te veel sisig eet, ga je dood,’ zei mijn tito Arnold een keer tegen me. Het zal je aderen opvullen, je bloed zwaar maken, je hart laten stoppen. Ooit dankten we de goden door een dier te slachten, maar nu zijn varkens voor de pulutandie tot in de vroege ochtend wordt gegeten door zwetende tito’s in hun hemd. Ze spoelen het weg met bier en Frank Sinatra-karaoke, treurend om alles wat we hadden kunnen zijn. Onze goden kijken van bovenaf toe en treuren ook.

    Verhit twee eetlepels olie in een gietijzeren pan tot de olie een beetje begint te roken.

    Het is toepasselijk dat sisig voor het eerst op een Amerikaanse luchtmachtbasis op Kapampangan-grond in vergif veranderde. Het was in de tijd van Marcos, lang nadat de Amerikanen onze eilanden hadden onderworpen. De zongebruinde GI’s streken neer in Angeles City met hun wapens, hun muziek en hun trek, ook in jonge vrouwen en meisjes, maar niet in varkenspoten, snuiten of oren.

    Misschien geloofden ze dat ze door van hetzelfde varken te eten als onze nieuwe bezetters, vanzelf Amerikaans zouden gaan lijken, lopen en praten

    Niets verspillend, altijd behoeftig namen de koks van Clark Air Base, plaatselijke Kapampangans, deze versmade delen mee naar huis, die delen zonder welke het varken niet had kunnen horen, ruiken of lopen. Ze roerden deze ongewenstheden in medicinale brouwsels van zure groene mango, stopten er lepels vol van in hun mond en slikten het met gepeperde moeite door. Misschien geloofden ze dat ze door van hetzelfde varken te eten als onze nieuwe bezetters, vanzelf Amerikaans zouden gaan lijken, lopen en praten.

    Het duurde niet lang voordat sisig alleen nog maar van varkensvlees werd gemaakt, op drie verschillende manieren bereid, als om zichzelf ervan te overtuigen dat het de moeite waard was om te eten. De zure groentensisig van de goden, ons gegeven als geschenk, was snel vergeten. Wat zullen de goden op Arayat en Pinatubo hier boos om geworden zijn, te moeten toezien hoe de Amerikanen zich tegoed deden aan varkensbuik en -lende, terwijl wij weggegooide kraakbeen en pezen kauwden. Deze offers waren niet bedoeld om er varkenskarbonadediners of baconontbijten of worstjespicknicks van te maken.

    Verdeel de varkenssisig zorgvuldig gelijkmatig over de pan.

    De wraak van de goden openbaarde zich snel, hun belangen gingen samen met die van Marcos. Vlak na de Tweede Koloniale Oorlog bezaten onze eilanden, met hun hulpbronnen, infrastructuur en goed opgeleide mensen, meer rijkdom en economisch potentieel dan Japan. Niet lang nadat hij dictator was geworden, stortte Marcos met hulp van de Wereldbank en het IMF onze eilanden in schuld en narigheid. Banen werden schaars, van de economie bleef slechts het geraamte van contract-arbeid over. Net als andere Kapampangans leidden mijn grootouders, mijn moeder en haar broers en zussen al snel een moeizaam bestaan in Manila. Ze hadden losse baantjes, woonden onder een afdak dat aan het huis van de broer van mijn grootvader was gebouwd, hun zes ongewenste lichamen dicht tegen elkaar aan gepropt.

    ‘Soms keken we door het raam naar de tv,’ vertelde mama me een keer. ‘Soms deden ze dan de gordijnen dicht.’

    Als het varkensvlees in de hete pan sist, breek er dan de eieren over.

    Tito Arnold, de oudste broer van mijn moeder, zal deze herinnering achter zijn gesloten ogen hebben gezien, terwijl hij scheepsdekken schrobde onder de voeten van Britse officieren en Duitse technici. Die herinnering moet een bezwering en een talisman zijn geweest, die hem door die eenzame jaren op zee heen hielp. Zoals velen van onze eilanden was hij door honger en noodzaak uitgestoten, zijn economische ballingschap tot wet getekend door Marcos’ laatste greep naar de macht. Wij waren door onze goden verlaten, want we waren met de punt van een pen, de loop van een geweer gedwongen om hen te verlaten.

    Met zijn zuurverdiende overzeese geld bouwde tito Arnold een huis voor zijn vader en moeder. Hij richtte dit huis zo in dat zij binnen konden eten en tv-kijken. Hij trouwde met de vrouw van zijn door zee omsloten dromen, die al zijn brieven bewaarde en op hem wachtte en ze kregen drie kinderen. Hij gaf zijn dromen aan mijn moeder, zodat zij naar de universiteit kon gaan. En toen bouwde hij een restaurant in Quezon City, een hutjemutjezaak die helemaal van hem was. Hij maakte zijn geliefde gerecht in al zijn knapperige, heetzure, vette Kapampagnan-glorie, waar de verkoolde geur van geroosterd varken en de geesten van Angeles City de nevelige lucht verzadigden. Hij vroeg mijn vader en zijn band om te komen spelen, hun liedjes vermengden zich met rook en herinnering.

    Strooi de achtergehouden ui en pepertjes erover.

    ‘Wil je weten waarom mijn sisig zo bijzonder is?’ vroeg Tito me laatst boven een sissende schotel. We zaten samen te eten naast de vulkaan, Taal. Ik was onlangs naar de eilanden teruggekomen, na tweeëntwintig jaar Amerikaanse ballingschap zonder papieren.

    ‘Omdat ik het met varkensbuik maak. Meestal wordt het met de goedkope delen van het varken gemaakt, ha. Waarom zouden wij alleen goedkope delen eten? En liefde. Ik kook met liefde.’

    Sisig wordt niet meer alleen bereid met de ongewilde restjes, maar zijn giftige werking blijft. De Amerikanen zijn weg, maar de brandwonden van hun overheersing zijn er nog. Niet langer gevangen door onze kolonisatoren, houden we onszelf gevangen. We veranderen om te overleven, maar we dragen de gekookte, verkoolde, krakerige overblijfselen van ons verleden nog met ons mee. Ik zal blijven bestaan in een hongerige ruimte tussen verlangen en erbij horen, want mijn lichaam, weggevoerd uit zijn geboorteland, gedeporteerd uit het land van zijn groei, heeft nu alleen maar gevoel en herinnering die het thuis kan noemen.

    Roer met twee spatels tot de eieren gestold zijn en dien onmiddellijk op. Lekker met gebakken knoflookrijst.

    Ver van onze barrio’s, bergen en eilanden koken we, zodat we kunnen oefenen in het doorslikken van onze onaangename waarheden, zuur en zwaar van bloed. Net als onze eilanden wordt sisig op drie manieren bereid en wij, die afstammen van goden en zijn opgegroeid in dirty kitchens, moeten ze alle drie leren klaarmaken.

    Dirty Kitchen, zal in 2023 door Astra House worden uitgegeven. Dit is een uittreksel van deze memoires over voedsel, gezin, migratie en identiteit, dat werd genomineerd voor de 2021 Pushcart Prize.

  • Gletsjer in Alaska beweegt 100 keer sneller dan normaal | Hongerstaking voor Jemen

    Gletsjer in Alaska beweegt 100 keer sneller dan normaal | Hongerstaking voor Jemen

    Onderzoek naar het beleid van Bolsonaro

    De Braziliaanse Senaat startte deze week een onderzoek naar president Jair Bolsonaro’s aanpak van de bestrijding van het coronavirus. Senator Rodrigo Pacheco geeft aan dat de commissie zal gaan kijken naar de federale reactie op de gezondheidscrisis en welke middelen vanuit de overheid over de staten werden verdeeld.

    ‘De oprichting van deze parlementaire onderzoekscommissie betekent een tegenslag voor de regering van Bolsonaro, die haar nu probeert te ondermijnen’, schrijft Jornal do Brasil. Wel kan Bolsonaro de uitkomst volgens de krant mogelijk verzachten ‘door verklaringen van deelstaat- en gemeentelijke overheden te beïnvloeden’. De commissie krijgt een periode om de onderzoeksprocedures af te ronden en een eindrapport op te stellen dat in verband met mogelijke overtredingen zal worden doorgestuurd naar de officier van justitie, meldt Folha de Sao Paulo.

    Lees ook:

    Deutsche Welle noemt de commissie ‘een politiek hoofdpijndossier voor Bolsonaro, die nu al te maken heeft met dalende populariteit in een land met een van de hoogste covid-19-sterftecijfers ter wereld’. Het dodental dat in Brazilië in verband wordt gebracht met het coronavirus is meer dan 350.000, na de VS het hoogste aantal ter wereld.

    Het land heeft de situatie de afgelopen weken bovendien zien verslechteren, met dagelijkse sterfgevallen die soms oplopen tot vierduizend. De P.1-variant in het land lijkt ook jongeren meer te treffen.

    ‘Ik zou graag willen dat de mensen die een colbert en stropdas dragen met hun bedienden thuis praten’

    Ondertussen houdt Bolsonaro vol te doen ‘wat de mensen willen’. Zo zei hij in reactie op een rapport over de oprukkende honger tijdens de pandemie, dat hij wacht tot de bevolking ‘een signaal’ geeft om ‘actie te ondernemen’, meldt Correio Braziliense. De aanleiding was een onderzoek van de Food for Justice-beweging, waaruit blijkt dat zes op de tien Braziliaanse huishoudens vorig jaar tussen augustus en december kampten met voedseltekort; in totaal ging het om 125 miljoen Brazilianen.

    De president heeft ook zijn woede getoond over het voorgestelde onderzoek en zowel wetgevers als rechters onder vuur genomen. Woensdag [13 april] zei hij dat het land een ‘kruitvat’ is en dat er ‘ernstige problemen’ zullen ontstaan ​​als gevolg van maatregelen om het virus te beteugelen.

    ‘Ik zou graag willen dat de mensen die een colbert en stropdas dragen, die beslissen, de periferie bezoeken, met de bevolking praten, met hun bedienden thuis praten, in plaats van ze verhinderen te werken’, aldus de Braziliaanse president.


    Amerikaanse activisten in hongerstaking voor Jemen

    Activisten dringen er bij de Amerikaanse president Joe Biden op aan om de steun aan de door Saoedi-Arabië geleide coalitie in Jemen, waar miljoenen mensen honger lijden, stop te zetten.

    Iman Saleh, coördinator van de activistengroep Yemeni Liberation Movement, heeft al zeventien dagen niets gegeten. De 26-jarige Jemenitische Amerikaan en haar jongere zus, Muna, kwamen eind vorige maand vanuit de Amerikaanse staat Michigan naar Washington om de aandacht te vestigen op de humanitaire crisis in Jemen, waar al zes jaar een oorlog woedt.

    In hongerstaking gaan was een symbolische keuze, aldus Saleh tegen Al Jazeera, aangezien miljoenen Jemenieten te midden van het voortdurende conflict onder dreiging van wijdverbreide hongersnood leven.

    ‘We hebben het idee dat de wereld niet luistert naar wat er in Jemen gebeurt’, aldus Saleh. Aanvankelijk namen zes activisten deel aan de hongerstaking, nu zijn alleen zij en haar zus over. Ze leven van drinkwater en water met elektrolyten.

    ‘We willen door de wereld te laten zien wat het lichaam doormaakt als het verhongert (…) niet alleen aandacht en bewustzijn vestigen op wat er in Jemen gebeurt, maar mensen bovendien helpen de omstandigheden waar Jemenieten al jaren mee te maken hebben beter te begrijpen.’

    Druk op Biden

    De hongerstaking wordt gesteund door tientallen grassrootsorganisaties en krijgt veel steun van de internationale gemeenschap. ‘Beroemdheden als Mark Ruffalo en Noname en publieke figuren zoals Ilhan Omar, Rashida Tlaib en Marianne Williamson hebben hun steun aan de campagne van de stakers betuigd via Twitter’, schrijft Samidoun. Terwijl de hongerstaking voortduurt, neemt volgens de activistische site de druk op de regering-Biden om snel te reageren toe.

    https://twitter.com/LiberateYemen/status/1379231343414976512?ref_src=twsrc%5Etfw%7Ctwcamp%5Etweetembed%7Ctwterm%5E1379231343414976512%7Ctwgr%5E%7Ctwcon%5Es1_&ref_url=https%3A%2F%2Fsamidoun.net%2F2021%2F04%2Fyemeni-liberation-movement-hunger-strike-for-yemen-actions-this-week%2F
    Een video waarin YLM een overzicht geeft van de eerste week van de hongerstaking, de missie en de situatie in Jemen.


    The Washington Post publiceerde een ingezonden brief van Saleh, waarin ze eraan herinnert dat Biden in februari aankondigde een einde te zullen maken aan ‘alle Amerikaanse steun voor offensieve operaties in de oorlog in Jemen’. Noch Biden, noch het Congres hebben echter concrete stappen ondernomen om de steun te beëindigen, aldus Middle East Eye.

    Saleh in The Post: ‘Voor de regering vereist dit slechts een pennenstreek en een reeks opdrachten aan het Amerikaanse leger. Wij geloven niet dat deze acties een einde zouden maken aan de oorlog in Jemen, maar het zou zeker een effectieve stap zijn om een onvoorstelbare hoeveelheid leed ter plaatse te verlichten.’

    Weinig details vrijgegeven

    De oorlog in Jemen brak eind 2014 uit toen de Houthi-rebellen er grote delen van het land in beslag namen, waaronder de hoofdstad Sanaa. Het conflict escaleerde in maart 2015, toen Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten een door de VS gesteunde militaire coalitie samenstelden in een poging de regering van de door Riyad gesteunde president Abd-Rabbu Mansour Hadi te herstellen.

    Amerikaanse wetgevers hebben een beroep gedaan op de regering om duidelijkheid te krijgen over haar plan, schrijft MEE, maar er zijn weinig details vrijgegeven.


    De Muldrow-gletsjer in Alaska beweegt 100 keer sneller dan normaal

    In wat bekend staat als een glaciale golf, verschoof de meer dan 60 kilometer lange Muldrow-gletsjer de afgelopen maanden maar liefst 30 meter per dag. Pieken duren over het algemeen slechts enkele maanden en worden vaak pas gedetecteerd als ze al voorbij zijn. Maar de Muldrow-gletsjer bevindt zich in het Denali National Park and Preserve waar regelmatig vliegtuigen overheen vliegen, zodat de verschuiving al in vroeg stadium is opgemerkt.

    De Muldrow-gletsjer, die meestal langzaam beweegt en relatief gaaf is, vertoonde plotseling vele scheuren over bijna de gehele lengte van de gletsjer.

    De laatste keer dat de Muldrow-gletsjer een hoge vlucht nam, was in 1956-57

    Wetenschappers zijn er nog niet in geslaagd de afwijkingen genoeg te bestuderen om volledig begrip te krijgen van waarom ze plaatsvinden en te peilen wat de mogelijke rol hierop is van klimaatverandering, die snel smeltende gletsjers in Alaska en elders kan beïnvloeden.

    De laatste keer dat de Muldrow-gletsjer een hoge vlucht nam, was in 1956-57, toen hij in een paar maanden tijd meer dan 6 kilometer vooruitbewoog en een nu met aarde en vegetatie bedekt gebied van ijs achterliet, schrijft Alaska Public.

    Dave Schirokauer, teamleider van het Denali National Park Science and Resources, vloog onlangs de gletsjer op, en meldde dat de golf het oppervlak van de gletsjer heeft gekarnd, wat in juni naar verwachting zal resulteren in een grote hoeveelheid water.

  • ‘Dit zijn dorpen met vrouwen zonder baarmoeder’

    ‘Dit zijn dorpen met vrouwen zonder baarmoeder’

    In de droge Beed-regio in India is zo moeilijk aan werk te komen, dat vrouwen massaal hun baarmoeder laten verwijderen om aan de eisen van hun werkgevers te voldoen.

    ‘U zult in deze dorpen nauwelijks vrouwen met een baarmoeder vinden. Dit zijn dorpen met vrouwen zonder baarmoeder’, zegt Manda Ugale met sombere blik in de ogen. Ze zit in haar kleine huisje in Hajipur, in het door droogte geteisterde Beed-district van de Marathwada-regio van Maharashtra [het gebied ten Oosten van Mumbai landinwaarts]. Het kost haar duidelijk moeite om over het onderwerp te praten.

    In Vanjarwadi, waar ze vandaan komt, is het voor vrouwen ‘de norm’ om de baarmoeder te laten verwijderen nadat ze twee of drie kinderen hebben gekregen. Vijftig procent van hen heeft een zogeheten hysterectomie gehad.

    De meerderheid van deze vrouwen trekken tijdens het suikerrietseizoen naar het suikergebied van westelijk Maharashtra; naarmate de droogte toeneemt, neemt het aantal migranten ook toe. ‘De mukadam (aannemer) heeft graag vrouwen zonder baarmoeder in zijn groep rietkappers’, vertelt SatyaBhama, een andere van de vrouwelijke werknemers.

    Echtparen uit de regio trekken tussen oktober en maart beide naar het gebied, en krijgen van de aannemer gezamenlijk één contract. Daarin staat onder andere dat als de man of de vrouw een dag pauze wil nemen van het intensieve werk, het paar elke keer een boete van 500 Indiase roepie [ca. € 5,60] aan de werkgever moet betalen.

    ‘We hebben een doel waaraan moet worden voldaan, en daarbij kunnen we vrouwen die menstrueren niet gebruiken’

    Ook menstruaties belemmeren het werk en brengen dus boetes met zich mee. Volgens werkgevers willen vrouwen tijdens de menstruatie meestal een of twee dagen pauze, zodat het werk wordt onderbroken.

    ‘Na een hysterectomie is er geen kans op menstruatie. En dus worden er tijdens het kappen geen pauzes meer genomen. We kunnen het ons niet veroorloven om zelfs maar een roepie te verliezen’, zegt SatyaBhama.

    ‘We hebben een doel te behalen binnen een beperkt tijdsbestek, en daarbij kunnen we vrouwen die tijdens het kappen van suikerriet menstrueren niet gebruiken’, aldus Dada Patil, een werkgever. Patil houdt vol dat hij en andere werkgevers de vrouwen niet dwingen een operatie te ondergaan; de keuze wordt gemaakt door hun families.

    Maar volgens de vrouwen betalen werkgevers een voorschot voor een operatie, waarna het geld wordt ingehouden op hun loon.

    Ernstige impact

    Achyut Borgaonkar van Tathapi, een organisatie die hier onderzoek naar heeft gedaan, weet te vertellen: ‘In deze kringen wordt menstruatie als een probleem beschouwd en een operatie gezien als de enige manier om ervan af te komen. Maar die heeft een ernstige impact op de gezondheid van de vrouwen. Ze raken hormonaal uit balans, krijgen geestelijke gezondheidsklachten, komen aan et cetera. We zien dat zelfs jonge meisjes van vijfentwintig deze operatie ondergaan.’

    Bandu Ugale, echtgenoot van Satyabhama en zelf ook rietkapper, rekent het voor. ‘Een paar krijgt ongeveer 250 Indiase roepie [€ 2,80] na het kappen van een ton suikerriet. Op een dag kappen we ongeveer drie tot vier ton suikerriet en in een heel seizoen van vier tot vijf maanden kappen we samen ongeveer 300 ton suikerriet. Wat we tijdens het seizoen verdienen, is ons jaarlijkse inkomen, want als we terugkomen van het riet kappen hebben we geen werk’, zegt Ugale. ‘We kunnen ons dus geen dag pauze veroorloven. We moeten werken, zelfs als we gezondheidsproblemen hebben. Er is geen rust. Voor menstruatie is geen tijd’, aldus Ugale.

    Vilabai, een oudere vrouw, noemt het leven van een ‘rietkappersvrouw’ een hel. Ze laat doorschemeren dat er herhaaldelijk sprake is van seksuele uitbuiting van vrouwen door werkgevers en hun mannen.

    ‘Rietkappers moeten in suikerrietvelden of in een tent bij de suikermolens leven [een suikermolen is een grote pers met draaiende rollen waartussen vers gekapt suikerriet wordt gebroken om er het sap uit te persen]. Er zijn geen badkamers of toiletten. Onder deze omstandigheden is het voor een vrouw al helemaal geen doen als ze menstrueert’, vertelt ze.

    Ook vertellen de vrouwen dat artsen al een hysterectomieoperatie voorschrijven als ze zelfs maar klagen over buikpijn of afscheiding.

  • Ook genieën hebben 24 uur per etmaal. Hoe besteden ze die?

    Ook genieën hebben 24 uur per etmaal. Hoe besteden ze die?

    ‘We hebben allemaal dezelfde 24 uur als Beyoncé’ was een tweet die viral ging. Sommige mensen lijken niet alleen alles te hebben, maar slagen er op een of andere manier ook nog eens in alles te doen. Hoe dan?

    Dit artikel verscheen eerder in 360 Magazine # 57, mei 2014.

    Franz Kafka, ontevreden met zijn behuizing en het feit dat hij met overdag moest werken, schreef in 1912 in een brief aan Felice Bauer: ‘… mijn tijd is begrensd, mijn krachten zijn beperkt, het kantoor is een van verschrikking, mijn appartement is lawaaiig, en als een aangenaam, eenvoudig leven niet mogelijk is, dan moet je een manier vinden om je er subtiel tussendoor te manoeuvreren’.

    Kafka is een van de 161 geïnspireerde en inspirerende schrijvers, dichters, toneelschrijvers, schilders en filosofen, wetenschappers en wiskundigen met van wie de dagelijkse routine in het boek van Mason Currey wordt beschreven. Net als Kafka hadden ook de anderen te maken met talloze (soms zelf veroorzaakte) obstakels, wat resulteerde in een fascinerende verzameling ‘subtiele manoeuvres’ om hun werk iedere dag gedaan te krijgen; vroeg opstaan of juist laat gaan slapen, enorme hoeveelheden ’s koffie, lange wandelingen maken en ingeplande dutjes doen. Thomas Wolfe schreef als hij in de keuken stond en gebruikte de bovenkant van zijn ijskast als bureau. Jean-Paul Sartre kauwde altijd op Corydrane-tabletten (een mix van amfetamine en aspirine), waarvan hij tien keer de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid overschreed. Descartes bleef graag liggen luieren in bed, terwijl zijn gedachten in zijn slaap afdwaalden ‘naar bossen, tuinen en toverpaleizen’ waar hij ‘elk denkbaar plezier’ beleefde.

    George Balanchine, was gek op de was doen en verzette het meeste ‘werk’ als hij aan het strijken was

    En dan zijn er nog Anthony Trollope, die zichzelf elke ochtend verplichtte om voordat hij naar zijn werk op het postkantoor ging drieduizend woorden te schrijven (250 per kwartier, drie uur lang). Dat hield hij 33 jaar lang vol, waarin hij zo’n 25 boeken schreef; George Balanchine, was gek op de was doen en verzette het meeste ‘werk’ als hij aan het strijken was, George Gershwin zat twaalf uur per dag, van laat in de ochtend tot midden in de nacht, achter de piano te componeren in pyjama, badjas en slippers. James Joyce kon schrijven terwijl zijn gezin om hem heen dwarrelde, de naasten van Mark Twain bliezen op een posthoorn als ze hem écht nodig hadden – om maar niet op zijn deur te hoeven kloppen.

    Ook de routines van Jane Austen, Karl Marx, Charles Darwin, Pablo Picasso, Leo Tolstoj, Andy Warhol, John Updike, Twyla Tharp en Igor Stravinsky (die nooit een noot op papier kon zetten tenzij hij er zeker van was dat niemand hem kon horen en die, als hij zich geblokkeerd voelde, op zijn hoofd ging staan om ‘zijn hersenen ruimte te geven’) werden door Currey aan de hand van vooral (auto)biografieën, dagboeken en brieven uitgeplozen.

    Screen Shot 2021 04 09 at 6.37.36 PM
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.37.55 PM

    ‘Als een vaste routine op de juiste manier wordt toegepast, kan een nauwkeurig afgesteld mechanisme ontstaan waarbij beperkte middelen optimaal kunnen worden benut…. Op die manier kan iemand zijn mentale energie in goede banen leiden…’ – Mason Currey, auteur Daily Rituals

    Screen Shot 2021 04 09 at 6.41.12 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.41.01 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.40.51 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.40.40 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.40.20 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.40.09 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.39.57 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.39.48 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.39.37 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.39.24 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.39.15 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.39.00 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.38.47 PM 1 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.38.19 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.38.06 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.38.33 PM

    Mason Currey, Daily Routines, Knopf Doubleday Publishing Group, 2013.

    R.J. Andrews stelde aan de hand van de routines uit het boek op zijn site Info We Trust bovenstaande infographic samen.

  • ‘Een Sikh is bescheiden en oprecht, goudeerlijk en heeft een goede ziel’

    ‘Een Sikh is bescheiden en oprecht, goudeerlijk en heeft een goede ziel’

    Nisharat Kaur Matharu werd als baby achtergelaten op een vuilnisbelt. Nu is 97 en vastbesloten anderen zo lang als ze kan te helpen. Volgens haar dochter is dit exact volgens de Sikh-traditie, die gebiedt altijd behulpzaam te zijn en jezelf weg te cijferen – vooral als vrouw tegenover je man.

    In haar kleine, zonovergoten Londense keukentje leeft de 97-jarige Nisharat Kaur Matharu naar haar levensmotto: doe iets voor je medemens zolang je in staat bent om de handen uit de mouwen te steken. Dus zitten haar handen nu onder het meel van het deeg dat ze aan het kneden is in haar kraakschone en keurig geordende werkruimte, waar een sterke geur hangt van versgebakken chapatti’s.

    In deze keuken maakt ze sinds 2017 elke week honderden maaltijden voor daklozen: romige linzenschotels, Indiase rijstepap met noten en kardemom, knapperig gebak met komijnzaad. Maaltijden die worden uitgedeeld door Hope for Southall Street Homeless, een buurtinitiatief met een nachtopvang en een inloopcentrum in West-Londen, waar Nisharat al woont sinds ze in 1976 als 54-jarige moeder met vijf kinderen in Groot-Brittannië aankwam.

    Daklozen in Londen

    Het aantal mensen dat in Groot-Brittannië op straat slaapt, groeit snel. In Londen explodeerde het de laatste jaren. Ook in de betere buurten liggen mensen in slaapzakken op straat.

    Veel mensen belanden op straat omdat ze de huur niet meer kunnen betalen. Hulporganisaties luiden de noodklok: ze kunnen de vraag naar opvang niet aan.

    Bron: Streets of London

    Ze had toen al heel wat grote veranderingen in haar leven achter de rug. Met een brede glimlach maakt dochter Kulwant (67) zich op om het levensverhaal van haar moeder te vertellen – maar eerst vraagt ze haar om een masala chai. ‘De echte Indiase chai (thee), mama.’

    Op haar achtste kon ze al een driegangenmaaltijd maken en bakte ze perfecte chapatti’s

    ‘Mijn moeder is geboren in de Punjab en ze verloor haar moeder toen ze zes maanden oud was,’ vertelt ze. Ze zitten naast elkaar in Nisharats smetteloze witte woonkamer, waar in de hoek een industriële naaimachine staat. ‘Mijn grootvader is vrij snel daarna hertrouwd, wederom een gearrangeerd huwelijk, en toen hij met die vrouw zijn eerste kind kreeg, wilde de stiefmoeder niets meer van haar weten.’

    Toen Nisharat twee jaar oud was, werd ze bij het huis van haar familie in Moga buiten aan haar lot overgelaten. Na een paar uur trof een tante van vaderskant haar daar aan op een vuilnishoop, verbrand en rammelend van de honger. Zij nam haar mee naar Nisharats grootouders van vaderskant, die haar aan het werk zetten als huisbediende: ze moest koken, schoonmaken en ander huishoudelijk werk doen. Terwijl zij haar vingers openhaalde bij het snijden van uien, knoflook en pepers, zag ze leeftijdgenootjes naar school of naar het park gaan en vroeg zich af waarom zij dat niet mocht. Maar op haar achtste kon ze al een driegangenmaaltijd maken en bakte ze perfecte chapatti’s.

    De twee vrouwen praten door elkaar: Nisharat zit vaak in het Punjabi precies hetzelfde te vertellen wat Kulwant, moeder van drie kinderen en lerares, in het Engels beschrijft. In haar witte salwar kameez, het lange grijze haar keurig in een knotje, torent Kulwant met haar één meter tachtig een eind boven haar moeder uit. Ze zijn niet alleen moeder en dochter, maar hartsvriendinnen.

    ‘Doe wat je man zegt en geef hem geen grote mond’

    Nisharat was veertien toen een vriend van de familie haar koppelde aan een jongen van zestien uit een Indiase familie die in Oost-Afrika woonde. Ze maakte geen bezwaar tegen dat huwelijk, zegt ze, en kan zich er niet veel van herinneren, alleen dat haar vader tegen haar zei: ‘Doe wat je man zegt en geef hem geen grote mond. Doe nooit iets wat een smet op zijn baard kan geven.’ (Ofwel: toon altijd respect.) Ze dept met een tissue een paar tranen weg bij de herinnering.

    Een paar jaar later ging ze met haar man mee naar Oost-Afrika. Hij werkte daar als elektricien en zij werd geacht voor zijn familie te zorgen, met name voor zijn vader, die een polioverlamming had. Het leven was er zwaar. Ze woonde daar veertig jaar, bracht er vijf kinderen groot en deed altijd braaf wat haar werd opgedragen. En toen haar oudste kind al zesentwintig was en haar jongste tien, kreeg ze te horen dat ze naar Engeland zouden verhuizen. Haar man had een Brits paspoort omdat zijn vader nog in het Britse leger had gediend, maar hij zou dat kwijtraken als hij in Afrika bleef. Nisharat wilde daar niet weg, maar ze schikte zich, zoals ze zich altijd had geschikt in de beslissingen die hij nam.

    Sikh in Londen

    De aanwezigheid van het sikhisme in Engeland dateert van 1850, toen de laatste heerser van het Sikh-rijk naar het koninkrijk kwam. In 1911 werd in Londen de eerste Sikh-plaats van aanbidding, een Gurdwara, geopend. Tegenwoordig zijn er zo’n 450.000 Sikh in Groot-Brittannië, waarvan het meerendeel in gemeenschappen in Londen woont.

    In Engeland kwamen ze terecht in het huis waar ze nu nog steeds woont, in de Londense wijk Southall, waar inmiddels de grootste sikh-gemeenschap van Londen leeft, alsmede grote aantallen moslims en hindoes. Nisharat kon er maar moeilijk wennen: aan de taal, de cultuur, de eenzaamheid van een stad waar mensen niet zomaar even aanwippen, en het koken op gas in plaats van kolen.

    ‘Mijn moeder heeft veel te verstouwen gehad,’ zegt Kulwant, die steeds feller gaat praten. ‘Ze had het moeilijk, als vrouw van het Indiase platteland die naar Afrika moest, zonder daar de cultuur te kennen of de taal te spreken. Ze had daar niet alleen de zorg voor mij en haar vier andere kinderen, maar ook voor mijn ooms en tantes. Het oude Indiase liedje: alles komt op de schouders van de moeder neer,’ zegt ze met een meewarige blik.

    Strenge eisen

    En in Londen werd het er niet makkelijker op. Kulwant verheft haar stem als ze vertelt dat haar vader veel te veel dronk en zijn neus ophaalde voor het eten dat haar moeder had bereid als de chapatti’s niet helemaal aan zijn strenge eisen voldeden. ‘Mijn moeder zei er nooit wat van, ze ging gewoon door met koken. Ze at nooit samen met hem, altijd pas nadat hij gegeten had, en dan zat ze op de vloer.’

    Nisharat onderbreekt haar dochter om het verhaal aan te vullen, ze vertelt dat ze nooit iets durfde te zeggen als haar man dronken was. ‘Ik zei daar weleens iets van, maar mijn broers en zussen niet, en ik snap ook wel waarom,’ gaat Kulwant verder. ‘Ik weet nog dat mijn vader een keer stomdronken was en iets naar mijn moeders hoofd gooide. Ik sprong op om hem tegen te houden, het was een grote, zware man. Toen heeft hij me geslagen, want Indiase vrouwen moesten destijds hun mond houden. Hij heeft toen twee jaar lang geen woord meer tegen me gezegd. En ik was altijd zijn oogappel geweest, dus dat hakte er wel in.’

    Nisharat valt haar in het Punjabi in de rede om haar kant van het verhaal te vertellen: ‘Ik vond het vreselijk dat hij zoveel dronk. Ik begreep niet waarom hij zich zo gedroeg. Als hij dronken was, werd hij heel boos en agressief.’

    ‘We waren banger voor mijn moeder dan voor mijn vader, maar zij sloeg ons nooit’

    Ondanks de ernst van het onderwerp blijft het gesprek heel opgewekt en gemoedelijk, ze moeten geregeld lachen. Nisharat vertelt dat zij zich tegenwoordig spiegelt aan haar dochter. ‘Ze is een kopie van mij,’ zegt ze. ‘Ik wou dat ik alle dingen had gedaan die zij nu doet: ze helpt arme kinderen in India. Ze heeft daar een school opgezet en vindt het heerlijk om anderen te helpen. Ik ben trots op haar. Ze heeft een zware tijd gehad, ze heeft kanker gehad en is gescheiden, maar ze is altijd sterk gebleven en wil iets terugdoen voor de maatschappij. Het is echt een zegen.’

    ‘Maak nog eens zo’n lekker bakje masala chai, mama,’ zegt Kulwant dan. Met een glimlach staat Nisharat op en loopt naar de keuken. Dan buigt Kulwant zich naar voren en zegt op vertrouwelijke toon: ‘Het zit gewoon in haar om voor anderen te zorgen. Over haar eigen problemen zet ze zich heen, dat kunnen niet veel mensen. Zo moet een sikh zijn. Ze is bescheiden en oprecht, goudeerlijk en heeft een goede ziel. Ze zal nooit ergens over opscheppen, maar ze heeft alles voor anderen over. Ze gaat met iedereen om als met familie, ze is vol liefde voor iedereen.’

    ‘Mijn moeder is recht door zee. Ze is hoe ze is. Ik kan me niet heugen dat ze ooit anders geweest is. We waren banger voor mijn moeder dan voor mijn vader, maar zij sloeg ons nooit. En wat ze ook heel goed kon, was ons dingen uitleggen, terwijl ze dat zelf in haar leven altijd heeft moeten missen.’

    Popcorn en chai latte

    Voordat de coronapandemie uitbrak, spraken ze elke maand af om een ochtend te wandelen en naar de film te gaan, met popcorn en een chai latte. ‘Nu met de lockdown, dat is eigenlijk wel bijzonder, nu zijn we niet meer zo gebonden aan de alledaagse sleur van het werk. Dus kom ik vaker bij mijn moeder langs en dan koken we voor de daklozen,’ vertelt ze. Lachend bespreken ze dan de Indiase tv-series waar haar moeder graag naar kijkt. Ze hebben het gezellig samen. ‘Waar ik vooral van hou, is dat ze zo lief en rustig is, en iedereen onvoorwaardelijke liefde geeft.’

    Nisharat komt met de thee uit de keuken. Ze neemt plaats op de bank en pakt haar breiwerkje weer op – een mosterdgele trui. ‘Voor wie is die?’ vraagt Kulwant. Voor jou natuurlijk, voor wie anders, zegt haar moeder. Kulwant lacht: ‘Wist ik wel.’

    ‘Toen ik kanker had en in scheiding lag, kon ik alleen bij mijn moeder terecht,’ zegt Kulwant. ‘Ik kan haar niet missen. Ze is alles voor me.’ Nisharat kijkt haar aan en zegt in het Punjabi: ‘Mijn dochter is alles voor mij. Ze is een sterke vrouw, ik kijk tegen haar op.’

    Team

    Het koken voor daklozen heeft hen nader tot elkaar gebracht, zeggen ze allebei. ‘Dat is het hoogtepunt van onze week, we zijn een team,’ zegt Kulwant, en ze voegt eraan toe: ‘Die daklozen hebben allerlei verschillende achtergronden, maar er zitten veel Punjabi bij [Punjab is de bakermat van het sikhisme], en als we met het eten langskomen worden we door hen lachend ontvangen. Ze zeggen altijd dat het ze doet denken aan hoe hun moeders voor hen kookten in India.’

    Nisharat staat in de keuken weer chapatti’s te vullen en Kulwant beschrijft hoe ze te werk gaat. ‘Ze kookt aardappelen, laat ze afkoelen, snijdt ze dan in kleine blokjes en brengt ze op smaak met uien, pepers, een theelepeltje komijnzaad, wat gember, verse koriander en een snufje zout. Dan maak je chapatti-deeg, dat rol je uit tot een ronde pannenkoek, je legt dat mengsel in het midden en vouwt de chapatti op. Die leg je in de koekenpan en bak je aan twee kanten in een beetje boter tot ze bruin zijn, en ze zijn heerlijk, zeker met masala chai erbij.’

    Nisharat glimlacht. ‘Seva brengt meva,’ zegt ze, wat zoveel wil zeggen als ‘ontbaatzuchtige dienstbaarheid is een goede zaak’. ‘Ik bid tot Waheguru [de sikh-benaming voor God], en het is Zijn zegen die het eten smaak geeft.’

  • Chinezen kopen massaal ‘Patriottische producten’| Afvalmaffiosi gearresteerd

    Chinezen kopen massaal ‘Patriottische producten’| Afvalmaffiosi gearresteerd

    Puerto Rico krijgt herstelgeld

    De regering van Puerto Rico heeft deze week 912 miljoen dollar toegezegd gekregen van de Amerikaanse overheid, schrijft ABC News. Dat bedrag is bedoeld voor verbetering van de onderwijssituatie op het eiland. Puerto Rico worstelt nog steeds met herstel na de orkanen Irma en Maria in 2017 en een reeks aardbevingen eind 2019 die tientallen scholen verwoestten of beschadigden. 


    Fraude in Moldavië

    Op verzoek van justitie heeft het parlement van Moldavië deze week de immuniteit van twee parlementsleden opgeheven. Een van hen is Petru Jardan, plaatsvervangend leider van de Shor-partij. De ander, Denis Ulanov, behoort tot dezelfde partij die is vernoemd naar de voortvluchtige oligarch Ilan Shor, meldt Balkan Insight. Shor zou het meesterbrein zijn achter de verduistering van zeker een miljard dollar uit het Moldavische banksysteem via een reeks schimmige transacties tussen 2012 en 2014. Door de diefstal ging Moldavië bijna failliet.

    De twee partijgenoten van Shor, die nu dus hun parlementaire onschendbaarheid kwijt zijn, worden eveneens verdacht van frauduleus handelen. Ulanov zou hand- en spandiensten hebben verleend tijdens het Moldavische bankschandaal en Jardan wordt verdacht van fraude in verband met de verlening van een concessie voor de internationale luchthaven van Chisinau in 2013. De regering droeg in dat jaar het beheer van de luchthaven voor 49 jaar over aan Avia Invest, een bedrijf dat Ilan Shor amper een maand voor de concessieverlening oprichtte.


    Ieren kweken eigen voedsel

    Bibliotheken in Ierland helpen mee om mensen te leren hun eigen voedsel te verbouwen. De stap is onderdeel van een nieuw initiatief om gezond eten aan te moedigen, schrijft RTÉ uit Dublin. De campagne, waarin de organisaties Healthy Ireland en Libraries Ireland samenwerken en die ‘Grow It Yourself’ (Kweek het Zelf) is genoemd, stelt 50.000 voedselkweeksets gratis beschikbaar. Met elk pakket kunnen rode bieten, wortelen, sla, erwten en tomaten worden geteeld en handleidingen voor het kweken ervan worden bijgeleverd. In het pakket zitten ook ansichtkaarten en cadeaukaartjes voor het geval mensen pakketten willen delen.

    Deelnemers krijgen e-mails en filmpjes met tips en suggesties om het initiatief verder te verspreiden. De organisatoren hopen dat zo’n half miljoen mensen zullen profiteren van het zelf kweken. De tijd is er rijp voor volgens Michael Kell, de oprichter van Grow it Yourself, want door de pandemie is al een recordaantal mensen bezig met het verbouwen van eigen voedsel. 


    Afvalmaffiosi gearresteerd

    De Guardia di Finanza, de financiële opsporingsdienst van Italië, heeft beslag laten leggen op goederen met een waarde van zo’n 10 miljoen euro. Het betreft volgens een opsomming van Nepalese dagblad Il Mattino 44 commerciële panden en woonhuizen, 13 hectare grond en 900.000 euro op lopende rekeningen in bezit van de broers Antonio, Nicola en Salvatore Vassallo, afvalondernemers in Caserta, ten noorden van Napels. In eerste aanleg zijn de drie broers veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf voor het veroorzaken van ernstige milieuschade middels de ‘maffia-methode’, lees: het dumpen van gevaarlijk afval op illegale stortplaatsen. Ze deden dit in opdracht van de Casalesi-clan, een machtig onderdeel van de Camorra. 

    De drie gearresteerden zijn broers van Gaetano Vassallo, ooit een van de belangrijkste organisatoren van het verhandelen en illegaal lozen van giftig afval, leidend tot ernstige bodemverontreiniging en vergiftiging van het water in de omgeving van Napels. Gaetano Vassallo is inmiddels spijtoptant en werkt samen met de Italiaanse justitie.


    Zomers van zes maanden

    Als de opwarming van de aarde in het huidige tempo doorgaat duren de zomers op het noordelijk halfrond in 2100 bijna zes maanden, zo blijkt uit een studie die is gepubliceerd in het tijdschrift Geophysical Research Letters, weergegeven door NBC News. ‘Dit is de biologische klok voor elk levend wezen’, aldus de hoofdauteur van de studie, Yuping Guan van de Chinese Academie voor Wetenschappen. ‘Men spreekt over een temperatuurstijging van 2 of 3 graden, maar verandering van de seizoenen is veel makkelijker voor te stellen.’ 

    Guan en zijn collega’s onderzochten de dagelijkse klimaatgegevens van 1952 tot 2011 en ontdekten dat de zomers in die periode groeiden van gemiddeld 78 tot 95 dagen. De lengte van de winters kromp van 76 naar 73 dagen, de lenteseizoenen van 124 naar 115 dagen en de herfst van 87 naar 82 dagen. De veranderingen kunnen ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid, de landbouw en het milieu, waarschuwt Guan.


    Patriottische producten

    De hevige woordenwisseling die plaatsvond tussen Amerikaanse en Chinese topfunctionarissen tijdens de Alaska-top van vorige week heeft in China geleid tot de massale verkoop van T-shirts, hoodies, mokken, paraplu’s, tasjes, aanstekers, telefoonhoesjes en broeken met daarop patriottische teksten, schrijft AsiaOne.

    Vooral twee citaten van Yang Jiechi, chef buitenlands beleid van China, blijken populair te zijn: ‘De VS zijn niet gerechtigd tot een neerbuigende toon tegen China. Chinezen accepteren dat niet.’ En: ‘Bemoei je niet met de interne politiek van China.’ Kopers zeggen tot aanschaf van de ‘patriottische producten’ te zijn overgegaan vanwege de ‘onbeleefde en onredelijke houding’ van de VS.


    Lerarenstaking in Marokko

    Deze week zijn leraren met een tijdelijk contract in Marokko drie dagen in staking gegaan uit protest tegen de manier waarop veiligheidstroepen optraden tegen collega’s die een week eerder demonstreerden in Rabat. Daarbij werden verschillende betogers gearresteerd, schrijft Middle East Monitor. Op sociale media worden video’s van het hardhandige optreden verspreid. De Marokkaanse autoriteiten verdedigen het optreden omdat de demonstratie was verboden. 

    ‘Nieuwe aanvallen zullen het protest de komende dagen verder doen escaleren’, liet de nationale organisatie van tijdelijke leerkrachten weten. De leraren strijden al jaren voor vaste contracten binnen het Marokkaanse onderwijssysteem. Marokko telt naar schatting zo’n 100.000 leerkrachten met een tijdelijk contract.

  • Afghaanse meisjes mogen weer zingen | Algerije kampt met een tekort aan tafelolie

    Afghaanse meisjes mogen weer zingen | Algerije kampt met een tekort aan tafelolie


    Algerije kampt met een tekort aan consumeerbare olie

    Terwijl de ramadan over minder dan een maand plaatsvindt, is in Algerije een essentieel ingrediënt bijna niet te vinden in de schappen van de supermarkt: tafelolie. Dit vergroot nog eens de bezorgdheid en onvrede in een land dat toch al door een grote economische crisis gaat, schrijft Tout sur l’Algérie.

    Dagblad El Watan maakte een ‘trip naar de minimarkten’ in het centrum van de hoofdstad: ‘Er waren amper een paar flessen van een of twee liter te koop. De andere assortimenten van het product, met name de blikken van vijf liter, zijn nergens te vinden.’ In het stadje Boumerdes, 45 kilometer ten oosten van Algiers, moest de politie zelfs ingrijpen om orde te scheppen in een chaotische rij.

    Handelaars vs. producenten

    Mustapha Zebdi, voorzitter van de vereniging voor de bescherming en begeleiding van consumenten, vertrouwt Tout sur l’Algerie toe: ‘Uit officiële bron heb ik vernomen dat er op nationaal grondgebied nog 134.000 ton aan grondstoffen zijn, wat overeenkomt met drie maanden productie en consumptie van eetbare olie.’

    Vanwaar dan al die lege schappen? Aan de basis van het probleem ligt een patstelling tussen handelaren en producenten, legt El Watan uit. De productiekosten zijn erg gestegen, waardoor de verkoopprijs voor de handelaren de afgelopen weken omhoogschoot. Maar ze kunnen deze niet doorrekenen aan kopers, omdat de prijzen door de overheid worden gecontroleerd. Daarom kopen ze het product liever helemaal niet. 

    Lees ook:

    Tot het prijsplafond voor tafelolie werd in 2011 besloten, na ‘sociale onrust’, aldus El Watan. De Algerijnse minister van Financiën Aymen Benabderrahmane blijft het beleid van zijn land op dit gebied verdedigen. Ook geeft hij aan dat de nationale munteenheid niet in een situatie van ineenstorting verkeert ‘zoals sommigen vermoeden’, meldt de krant Liberté Algerije.

    Maar zijn uitspraken stellen niet gerust. De waardevermindering van de Algerijnse dinar leidt tot een ‘duidelijke erosie’ van de koopkracht, volgens nieuwssite ObservAlgérie. De krant Reporters beaamt dit en stelt dat ‘het jaar 2020 pijnlijk zal zijn geweest voor kleine en middelgrote beurzen’ en dat ‘de versnelling van de erosie van de koopkracht en de verarming van de kansarme lagen geen twijfel leiden’.


    De zingende meisjes van Afghanistan

    Het Afghaanse ministerie van Onderwijs lijkt terug te komen op een besluit om een ​​landelijk zangverbod voor schoolmeisjes op te leggen.

    In een brief aan schoolbesturen vorige week, die naar de media werd gelekt, zei de onderwijsafdeling van Kaboel dat meisjes van twaalf jaar en ouder niet langer zouden kunnen zingen bij openbare evenementen, tenzij de evenementen alleen door vrouwen werden bijgewoond. In de brief stond ook dat meisjes niet konden worden opgeleid door een mannelijke muziekleraar.

    De reden voor het besluit was dat studenten zo konden focussen op hun studie. Maar de aankondiging veroorzaakte wijdverbreide verontwaardiging, waarbij velen de regering ervan beschuldigden sympathie te hebben voor de taliban en discriminatie op grond van geslacht te bevorderen, schrijft The Guardian.

    Uit protest namen vrouwen uit het hele land, waaronder veel prominente Afghaanse leiders, video’s op waarin ze zongen en plaatsten deze op sociale media met de hashtag #IAmMySong.

    ‘Met prachtige resultaten’, aldus de site FranceInter. Zoals dit nummer dat over Afghanistan gaat en op Twitter is gepost door de broer van dit jonge meisje genaamd Nila, die dertien jaar oud is en aan het einde van het nummer benoemt hoe onzinnig de nieuwe regel is en over vrijheid spreekt.

    https://twitter.com/MurtazaIbrahimi/status/1370769708924944385

    ‘De meisjes hebben dus gewonnen’, aldus de site. ‘Maar het is een ambivalente overwinning. De vraag is waarom de stad Kaboel zich op dit gebied waagde? Het antwoord is tragisch: omdat momenteel onderhandelingen met de taliban plaatsvinden onder auspiciën van de Verenigde Staten.’

    Het idee is om een ​​eenheidsregering te creëren tussen de taliban en de huidige autoriteiten. Weliswaar dus een tijdelijke regering, maar sommigen zien het de verkeerde kant opgaan en ‘zenden radicale signalen naar toekomstige leiders van het land’.

    Lees ook:

    Ondertussen worden veel meisjes ook door hun eigen familie bedreigd of gevraagd om met de campagne te stoppen. Maram Abdallah, achttien, een pianiste die op het punt staat af te studeren aan het Afghaanse Nationale Muziek Instituut, vertelt bijvoorbeeld aan The Guardian: ‘Ik ben opgegroeid in Egypte, waar mijn ouders naar de universiteit gingen en ik begon met pianospelen toen ik vijf jaar oud was, maar toen we terugkeerden naar Afghanistan mocht ik er van mijn vader niet mee doorgaan.’ Abdallah’s vader noemde druk vanuit de samenleving als reden voor zijn verbod.

    Ahmad Sarmast, de oprichter van muziekinstituut, die de #IAmMySong-campagne begon, noemt het decreet ‘niet alleen een schending van de muzikale rechten van Afghaanse meisjes en een ontneming van de genezende kracht van muziek, maar ook een schending van de Afghaanse grondwet, kinderbeschermingswetten en de internationale conventie voor kinderrechten’.


    Svetlana Tichanovskaja blaast het protest in Belarus nieuw leven in

    In een video die op 18 maart op YouTube is gepost, lanceert Svetlana Tichanovskaja een nieuw initiatief: de voormalige Belarussische presidentskandidaat van augustus 2020, nu in ballingschap, roept haar landgenoten op om deel te nemen aan een soort online referendum over de noodzaak om onderhandelingen te beginnen met president Aleksander Loekasjenka: ‘Ieder van jullie weet dat het land door een crisis gaat. Maar we kunnen het op een vreedzame manier regelen door middel van onderhandelingen onder leiding van internationale instanties.’

    De VN en de OVSE hebben hun akkoord al gegeven. Nog dezelfde dag spraken 500.000 mensen zich uit voor dergelijke onderhandelingen op het Belarussische platform Golos (Voice). Op 24 maart om 12.00 uur hadden meer dan 700.000 burgers zich uitgesproken voor het initiatief.

    De onafhankelijke Belarussische site Intex-press legt uit dat de stemming ‘de burgers een gevoel van steun en solidariteit moet geven’, en dat het niet is georganiseerd om straatacties te vervangen, maar om ‘te zien met hoevelen we zijn’. Voor Svetlana Tichanovskaja is het doel van deze stemming vooral om ‘zo snel mogelijk een einde te maken aan het geweld’ en om ‘degenen die de afgelopen maanden om politieke redenen zijn gearresteerd, vrij te laten’.

    Lees ook:

    De oppositie zet erop in dat tegen mei of al eerder Alexander Loekasjenka onder internationale en binnenlandse druk ‘verplicht zal zijn een dialoog aan te gaan’. Externe druk zal volgens Tichanovskaja de vorm aannemen van ‘nieuwe sancties, de vermindering van contracten met Belarussische overheidsbedrijven, het politieke isolement van Loekasjenka, de opschorting van westerse financiering voor verschillende programma’s en investeringsprojecten’.

    Het uiteindelijke doel van de oppositie is om voor het einde van het jaar nieuwe presidentsverkiezingen te houden. Als de Belarussische regering de dialoog weigert, overweegt het Tichanovskaja-team zes scenario’s, meldt de site, waaronder die van een ‘externe interventie’.

    Het Russische dagblad Nezavissimaïa Gazeta herinnert eraan dat de repressie sinds augustus 2020 niet is gestopt, en dat het protest deze winter aanzienlijk is afgenomen. De kou, het politiegeweld, de gerechtelijke procedures, maar ook de pandemie, ‘waarvan men zich de omvang alleen maar kan voorstellen, omdat de autoriteiten er niet over spreken en er geen beperkingen zijn opgelegd’, hebben het moreel beïnvloed.

    Het Tichanovskaja-initiatief werd op het juiste moment gelanceerd om de bevolking aan te moedigen actief deel te nemen aan de volgende protestactie, gepland op 25 maart. Deze ‘Vrijheidsdag’ is de verjaardag van de oprichting van de Volksrepubliek Belarus in 1918, die meestal alleen wordt gevierd door de nationalistische democratische oppositie. Voor Loekasjenka komt de nationale feestdag overeen met de dag van de afkondiging van de onafhankelijkheid van het land van de USSR op 25 augustus 1991.

    In het hele land kondigden de oppositie en lokale activisten massale protesten tegen de autoriteiten aan voor 25 maart. Zoals te verwachten was, kregen ze hiervoor geen toestemming. ‘De acties van 25 maart zullen dus illegaal zijn, wat een gewelddadig scenario voorspelt’, vreest het Russische dagblad.