Niet alle landen willen troepen naar Oekraïne sturen
De leiders van de belangrijkste Europese landen hielden maandag op initiatief van president Emmanuel Macron een spoedvergadering in Parijs. Het doel was om ‘te proberen de Europese steun voor Oekraïne te coördineren, de veiligheid van het continent te garanderen en de rol van Europa binnen de NAVO te versterken op een moment dat Donald Trump zich voorbereidt om in Saoedi-Arabië te onderhandelen over de uitkomst van de oorlog met Vladimir Poetin, zonder Kyiv en zonder de Europeanen’, aldus Le Temps.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Maandag werd er in het Élysée-paleis ‘geen formele beslissing genomen, en de meeste kleinere EU-staten waren afwezig’. En toch ‘kwamen na deze “brainstormsessie” de eerste allianties en mogelijke breuklijnen al aan het licht’, analyseert Der Spiegel. De Europese leiders waren het onderling oneens over het sturen van troepen naar Oekraïne om een mogelijke toekomstige wapenstilstand te waarborgen, schrijft Politico.
‘Voorlopig zijn alleen Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk voorstander, terwijl Duitsland, Polen en Spanje het nog te vroeg vinden om het op tafel te leggen,’ merkt El País op, die gelooft dat deze kwestie ‘een test is voor de eenheid van de bondgenoten van Kyiv’. Net als Spanje vindt Duitsland discussies over het sturen van troepen ‘voorbarig’, omdat het ‘eerst wil afwachten of en hoe vrede (…) tot stand komt in Oekraïne’. ‘Er zijn echt veel dingen die moeten worden opgehelderd voordat we tot het sturen van troepen overgaan. We hebben het immers wel over de veiligheid van onze mannen en vrouwen,’ zei de Deense premier Mette Frederiksen.
Het doel is om gelijke concurrentievoorwaarden te creëren
De Europese Commissie heeft dinsdag een verordening aangenomen die extra douanerechten oplegt aan elektrische auto’s uit China, die ervan worden beschuldigd oneerlijke concurrentie te stimuleren. Het besluit, dat geldt voor een periode van vijf jaar, werd dinsdagavond gepubliceerd in het Publicatieblad van de EU en treedt woensdag in werking. Het doel is om weer gelijke concurrentievoorwaarden te creëren om gelijke tred te houden met fabrikanten die ervan worden beschuldigd te profiteren van massale overheidssubsidies.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
China heeft al op het besluit gereageerd. ‘China keurt dit besluit niet goed en accepteert het evenmin. Het heeft een klacht ingediend bij het systeem voor geschillenbeslechting van de Wereldhandelsorganisatie’, aldus een woordvoerder van het Chinese ministerie van Handel dinsdag in een verklaring.
‘Voor de EU, en in het bijzonder voor Ursula von der Leyen, zendt deze affaire een sterk politiek signaal uit naar China. Daarmee zegt ze eigenlijk: “we kunnen jullie model van het voeden van overcapaciteit in staal, mineralen, productie en andere sectoren niet langer negeren”’, concludeert Politico.
Op woensdag kondigde de EU haar voornemen aan om de inwerkingtreding van haar anti-ontbossingswet uit te stellen tot eind 2025. De beslissing van de Europese uitvoerende macht, die nog moet worden bekrachtigd door de lidstaten en het Europees Parlement, ‘volgt op maanden van druk vanuit de industrie en derde landen, die vragen om passende begeleiding om bedrijven te helpen de tekst correct te implementeren’, aldus Euronews.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De wet verbiedt het op de markt brengen in de EU van producten die afkomstig zijn van land dat na december 2020 is ontbost en zou december 2024 van kracht worden. Een aantal milieu-ngo’s vreest dat de vertraging in feite zal dienen om de tekst uit te hollen voordat deze van kracht wordt.
Europa zou 800 miljard euro extra per jaar moeten investeren
Maandag 9 september werd een ‘historisch’ en ‘langverwacht’ rapport gepubliceerd over hoe de economische achteruitgang van Europa een halt kan worden toegeroepen. Daarin zegt Mario Draghi, de voormalige voorzitter van de Europese Centrale Bank, dat het continent 800 miljard euro extra per jaar moet investeren om uit het dal van lage productiviteit en lage groei te klimmen.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Dit dal heeft ervoor gezorgd dat Europa achterop is geraakt bij de Verenigde Staten en China in de internationale pikorde, meldt Politico. ‘Draghi, die de eurozone op het hoogtepunt van de Griekse schuldencrisis in 2011 van de rand van de afgrond heeft gered, zegt dat er geen andere optie is dan radicale hervormingen door te voeren.’ De voormalige Italiaanse premier legde uit dat dit een ‘existentiële uitdaging’ is, aldus de politieke nieuwssite.
Von der Leyen kreeg de steun van alle Europese leiders
Zoals verwacht kreeg Ursula von der Leyen, de voorzitter van de Europese Commissie sinds 2019, donderdag de steun van de leiders van de EU-landen voor een tweede termijn van vijf jaar. ‘Nu begint het ingewikkelde werk pas echt’, waarschuwt Politico.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Het besluit van de regeringsleiders moet nog in juli worden bekrachtigd door het Europees Parlement, waar de Duitse politica niet unaniem wordt gesteund. Ze heeft 361 stemmen van de 720 Europarlementariërs nodig. Alleen de steun van centrumrechts, de kant van het politieke spectrum waar Von der Leyen zich bevindt, zal niet genoeg zijn om het benodigde aantal stemmen te krijgen, legt de site uit.
De voortvarende strategische ommezwaai die de Franse president Emmanuel Macron inzake Oekraïne maakte, heeft hoge verwachtingen gewekt in Kyiv. Nu alleen nog de middelen verschaffen die bij zo’n engagement horen, vindt Sylvie Kauffman, commentator bij Le Monde.
Dossier: Soeverein Europa
‘This is Europe’s moment to answer the call of history’, riep Ursula von der Leyen aan de vooravond van de verkiezingen. 360 maakte voor het juninummer (dat nu in de winkel ligt!) in aanloop van de Europese verkiezingen een rondje langs de lidstaten en koos in samenwerking met weekblad De Groene Amsterdammer de meest verheffende en inzichtelijke bijdragen van grote denkers als Varoufakis, Piketty, Mastrobuoni en Krastev, die hun deskundig licht laten schijnen over hoe de Europese integratie verdiept en verbeterd kan worden.
Na afloop van twee dagen overleg met zijn collega-ministers van Buitenlandse Zaken wilde David Cameron bij het verlaten van het gebouw van de NAVO in Brussel, voordat hij in de auto stapte, in een video die 4,5 miljoen keer is bekeken op X, graag uitleggen ‘wat er nu moet gebeuren’. Het fiasco van brexit heeft de zelfverzekerdheid van de Britse ex-premier, die nu minister van Buitenlandse Zaken is, duidelijk niet aangetast. Met de flair van een autoverkoper kondigt hij de maatregelen aan die nodig zijn om de Oekraïense oorlogsinspanningen te blijven steunen. ‘We moeten meer doen,’ zei hij met nadruk.
Dat is simpel en direct. Wat de militaire hulp aan Oekraïne betreft volgen de Britten sinds 2014, toen de gewapende Russische agressie begon, een behoorlijk constante lijn. Londen zegt 60.000 Oekraïense soldaten te hebben getraind. De Franse opstelling is wat gecompliceerder geweest. Eerst kozen de Fransen de weg van onderhandelingen, die de Duitse kanselier Angela Merkel en president François Hollande voerden met hun Russische en Oekraïense partners in de periode waarin het conflict zich beperkte tot de Donbas. Het doel was een oorlog, een grootschalige oorlog, te vermijden. Dat was ook het doel van de dialoog die Emmanuel Macron vanaf 2019 onderhield met Vladimir Poetin. Dat heeft allemaal niets uitgehaald. Op 24 februari 2022 heeft Poetin, die genoeg had van het onderhandelen, een grootschalige oorlog ontketend om Oekraïne te veroveren.
Berlijn en Parijs moesten van strategie veranderen. Kanselier Olaf Scholz sprak van een Zeitenwende, een keerpunt in de geschiedenis, en heeft uit die breuk de consequenties getrokken. De Franse president is meermalen van koers veranderd; hij heeft zich uitgesproken voor uitbreiding van de EU met Oekraïne en Moldavië; hij heeft toenadering gezocht tot de landen van Midden- en Oost-Europa die al twee decennia waarschuwden voor de Russische dreiging, zonder dat ernaar werd geluisterd. In tegenstelling tot Washington en Berlijn bepleitte hij de toetreding van Oekraïne tot de NAVO. En sinds het begin van dit jaar volgt hij een veel hardere lijn tegenover Rusland, dat, zo zegt hij, niet alleen Oekraïne, maar Europa aanvalt. We moeten dus niets meer uitsluiten om deze dreiging het hoofd te bieden, zelfs niet het sturen van ‘onze’ troepen.
Morele crisis
Deze daadkrachtige opstelling heeft veel hoop gewekt in Oekraïne, waar men een flinke morele crisis doormaakt vanwege de verpletterende kracht van de Russische wals en de problemen van de Westerse bondgenoten om op te schalen en meer macht te ontplooien. Washington verwijt Kyiv dat het veel te weinig jonge soldaten mobiliseert. Kyiv repliceert: ‘Wat voor zin heeft het jonge rekruten te mobiliseren als we ze niet kunnen bewapenen?’ Het vertrouwen van de Oekraïeners in de Verenigde Staten, waar de beloofde hulp van 60 miljard dollar (55 miljard euro) zes maanden lang geblokkeerd werd, is ernstig geschaad. In dat sombere landschap verschijnt dan een enthousiaste Franse leider die met bloemrijke taal schudt aan de Europese boom, op het gevaar af zich te vervreemden van zijn traditionele partners – en de Oekraïeners beginnen te dromen.
‘Na de fase van de angst, die van de empathie en die van de solidariteit gaan de Fransen nu een onverwachte fase in: die van de moed,’ oordeelt Aljona Getmansjoek, analist bij het New Europe Center in Kyiv. ‘De geschiedenis heeft laten zien dat Frankrijk de betekenis kent van de woorden “leiderschap” en “moed”, voegde Rostyslav Ogrysko, een hoge functionaris van het Oekraïense ministerie van Buitenlandse Zaken, eraan toe op 4 april, tijdens een conferentie van het Institut Français des relations internationales in Parijs. Moe van het steeds maar moeten herhalen waarom zijn land Patriot-raketten nodig heeft voor de luchtverdediging suggereert defensieminister Dmytro Koeleba ‘beter te luisteren naar Emmanuel Macron’.
Zij het dat… de Oekraïeners, de Balten en de Polen off the record allemaal bezorgd dezelfde vraag stellen: ‘Maar is deze strategische wending menens?’ Ze willen er graag in geloven, maar de geschiedenis heeft hen al eerder teleurgesteld; ze zijn al eens eerder in de steek gelaten. ‘Die vastberadenheid moet gepaard gaan met de middelen die erbij horen,’ merkt Aljona Getmansjoek verstandig op.
Daar wringt de schoen. Die fameuze ‘oorlogseconomie’, zoals president Macron het op 13 juni 2022 noemde tijdens de defensiebeurs Eurosatory in Villepinte, lijkt er nog altijd niet te zijn. Om deze indruk te ontkrachten, die versterkt wordt door de defensie-industrie, die bevestigt van de staat geen nieuwe bestellingen te hebben ontvangen die op een oorlogseconomie zouden wijzen, heeft Macron op donderdag 11 april de belangrijkste CEO’s van de defensie-industrie uitgenodigd in Bergerac in de Dordogne, waar hij de eerste steen legde van Eurenco’s nieuwe munitiefabriek. In het jargon van het Elysee spreekt men niet van een ‘oorlogseconomie’ maar van een ‘economie van verdediging en versterking van onze soevereiniteit’. Misschien is dat beter, want de definitie die het Elysee dinsdag gaf van ‘oorlogseconomie’ – ‘meer en sneller produceren’ – is een beetje beknopt.
Financiering
Wie ‘oorlogseconomie’ zegt of zelfs ‘defensie-economie’, zegt ook: ‘budget’, ‘middelen’, ‘geld’, kortom: financiering. Nu Frankrijk een ernstige crisis van de overheidsfinanciën doormaakt, moet openheid van zaken worden gegeven over de budgettaire beslissingen die een dergelijke oorlogseconomie vergt. Een maximalistische politieke aanpak kan geen genoegen nemen met een minimalistische economische of militaire aanpak.
Vladimir Poetin, die in Rusland een grootschalige oorlogseconomie heeft ingevoerd, hoeft zich het hoofd niet te breken over een eerlijk verhaal. Maar de Europese leiders zijn ertoe verplicht. Zij zijn dat verplicht aan hun kiezers. Ze zijn het ook verplicht aan de Oekraïeners en de andere Oost-Europeanen die nu op hen vertrouwen zonder dat hun ooit is uitgelegd waarom men tot 24 februari 2022 de verkeerde weg heeft gevolgd.
Bang dat Oekraïne verliest én bang dat Rusland wordt verslagen, bang voor migranten, Gaza en Trump – gedreven door angst maakt de EU slechte keuzes op Europees en internationaal niveau.
Dossier: Soeverein Europa
‘This is Europe’s moment to answer the call of history’, riep Ursula von der Leyen aan de vooravond van de verkiezingen. 360 maakte voor het juninummer (dat nu in de winkel ligt!) in aanloop van de Europese verkiezingen een rondje langs de lidstaten en koos in samenwerking met weekblad De Groene Amsterdammer de meest verheffende en inzichtelijke bijdragen van grote denkers als Varoufakis, Piketty, Mastrobuoni en Krastev, die hun deskundig licht laten schijnen over hoe de Europese integratie verdiept en verbeterd kan worden.
Op het wereldtoneel heeft Europa niet meer de macht van weleer, toen er een liberale internationale orde bestond die draaide om de macht van de VS en waarin internationale samenwerking floreerde. Inmiddels is die tijd voorbij en is de wereld een andere richting ingeslagen. Sommige kenmerken van het oude systeem leven voort, maar tegengestelde krachten zoals nationalisme, protectionisme en unilateralisme worden allemaal sterker.
Europa probeert zich aan deze nieuwe wereld aan te passen, maar om in de huidige tijd macht te kunnen uitoefenen, moet de EU niet alleen zichzelf radicaal anders bezien, maar ook radicaal anders te werk gaan. Dit heeft tot veel zelfonderzoek geleid. Zoals de Franse president, Emmanuel Macron, in zijn laatste toespraak aan de Sorbonne-universiteit toegaf, moet de EU zich aanpassen, wil ze de tand des tijds doorstaan. De EU is, in zijn woorden, ‘sterfelijk’.
Dit besef bezorgt Europa grote kopzorgen, zo niet regelrechte angst. En het is deze angst waaruit de slechte keuzes voortkomen die Europese landen en de EU op dit moment maken.
Neem de inconsistente Europese houding ten aanzien van de Russische invasie van Oekraïne. Waar de Amerikaanse politiek draait om heldendom en overwinning, en de bereidheid om Oekraïne te steunen toeneemt als de Oekraïners goed presteren op het slagveld, lijkt in Europa bijna het omgekeerde het geval. Als Oekraïne er slecht voor staat of aan de verliezende hand is, zijn Europese regeringen eerder geneigd om bij te springen. Uit bezorgdheid over een Oekraïense nederlaag en de gevolgen daarvan voor de veiligheid van het continent, komt Europa in actie, biedt ze iets meer militaire hulp, stemt ze in met het gebruik van rente uit bevroren Russische tegoeden om Oekraïne te steunen, overweegt ze zelfs troepen te sturen, zoals Macron herhaaldelijk heeft voorgesteld.
Maar doet Oekraïne het goed, zoals in 2022 met de succesvolle tegenoffensieven in Charkiv en Cherson, dan laait in Europa de angst op voor een Russische nederlaag en het risico dat die tot een nucleair armageddon of de ineenstorting van Rusland zal leiden. Zonder te willen afdingen op de politieke, economische en militaire steun die Europese regeringen Oekraïne hebben geboden – en de miljoenen vluchtelingen die EU-landen hebben opgevangen –, heeft deze angst ervoor gezorgd dat er vaak te laat en te weinig militaire hulp kwam. Angst speelt een grote rol bij het lastige parket waarin Oekraïne verkeert – het mag niet winnen maar ook niet verliezen –, wat ervoor zorgt dat de oorlog langer duurt en ontelbare levens kost.
Europa is niet alleen bang voor deze landen, ze staat letterlijk doodsangsten uit
Angst verklaart ook voor een groot deel de Europese houding ten aanzien van Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Waar angst zich in het geval van Oekraïne vertaalt in overdreven voorzichtigheid en terughoudendheid, uit die zich tegenover de landen ten zuiden van de Middellandse Zee in het volledig afzien van buitenlands beleid. Europa is niet alleen bang voor deze landen, ze staat letterlijk doodsangsten uit. De Europese vergrijzing zou moeten leiden tot een rationeel debat over het bevorderen van legale migratie, maar in plaats daarvan sluit de EU, voortgejaagd door angst, onethische deals met landen in de regio, die een zak geld krijgen in ruil voor de belofte om migratie naar Europa een halt toe te roepen. De recente deals van de EU met regimes in Tunesië, Egypte, Mauritanië en Libanon zijn hier het bewijs van. Voor alle duidelijkheid: het verleden was niet perfect. Zoals de president van de Democratische Republiek Congo, Félix Tshisekedi, onlangs onomwonden in een interview zei: Afrikaanse leiders zijn het opgeheven vingertje van westerse democratieën allang beu en werken liever samen met Rusland en China.
Dubbele moraal
Bovendien gaan er achter die mooie woorden over rechtvaardigheid en eerlijkheid altijd materiële belangen schuil. Migratie tegen willen gaan en tegelijkertijd oneerlijke deals sluiten op het gebied van handel en de winning van grondstoffen is niets nieuws. En bij elke crisis worden de zelfzuchtigheid en de dubbele moraal van Europa bevestigd: denk maar aan het ongegeneerde opkopen van vaccins tijdens de pandemie of de veel te lage klimaatfinanciering voor Afrika.
Maar in het verleden bestond in ieder geval nog een – zij het magere en incoherente – ambitie om invloed uit te oefenen en Afrikaanse landen te helpen door middel van ontwikkelings- en buitenlands beleid. Nu komt het beleid botweg neer op transactionalisme, waarbij Europese landen en EU-instellingen hun Afrikaanse tegenhangers benaderen alsof ze CEO’s zijn die zakendeals sluiten. De ‘geld voor (geen) migranten’-aanpak is geen buitenlands beleid. Het is het terzijde schuiven van buitenlands beleid.
Angst speelt een nog grotere rol met betrekking tot het Midden-Oosten, met name in het Israëlisch-Palestijnse conflict. Het is moeilijk uit te leggen waarom Europese regeringen ervoor kiezen om geen invloed uit te oefenen, terwijl ze wel veel invloed zouden kúnnen hebben. De EU is al decennialang een belangrijke handelspartner van Israël, en na de VS is Duitsland Israëls grootste militaire leverancier. De EU is ook de grootste hulpdonor van de Palestijnen. Toch is er niet de minste aanwijzing geweest dat de EU deze pressiemiddelen wilde gebruiken. En daar komt angst weer om de hoek kijken. Angst, in dit geval, voor Israëlische beschuldigingen van antisemitisme. Die gaan inmiddels zo ver dat ze elke vorm van kritiek op Israël of uiting van antizionisme kunnen omvatten.
Angst ligt ten grondslag aan de voortdurende Europese verdeeldheid over de oorlog in Gaza
Angst ligt ten grondslag aan de voortdurende Europese verdeeldheid over de oorlog in Gaza, waarbij sommige landen, zoals Duitsland, om evidente historische redenen gevoeliger zijn voor dergelijke beschuldigingen dan andere. Over het algemeen verklaart dat de onwil om vraagtekens te zetten bij de onvoorwaardelijke steun voor Israël, wat de huidige Israëlische regering ook doet. Niemand betwist dat de Israëlische oorlog in Gaza een humanitaire ramp heeft veroorzaakt. Als Israël de grondinvasie van Rafah doorzet, vrezen velen dat de ramp genocidale proporties aanneemt. Maar afgezien van loze woorden wijst niets erop dat Europa van plan is hier ook maar iets tegen te doen.
Kijken we dus oostwaarts, dan heeft de Europese angst geleid tot onnodige terughoudendheid en uitstelgedrag; kijken we zuidwaarts, dan heeft ze Europa als politieke gemeenschap aangezet tot het laten varen van een buitenlands beleid. Ook de blik westwaarts wordt vertroebeld door angst, nu Europa in afwachting van de Amerikaanse verkiezingen in de rats zit over de terugkeer van Trump. Deze angst werkt verlammend. De terugkeer van Trump is heel goed mogelijk, maar in plaats van voorbereidingen te treffen, doet Europa aan wensdenken.
Openlijk erkennen dat de EU niet het eeuwige leven heeft, zoals Macron heeft gedaan, is voor Europa de juiste stap om haar houding ten opzichte van de rest van de wereld nog eens tegen het licht te houden. Om Franklin D. Roosevelt te citeren: ‘Het enige wat we moeten vrezen, is de angst zelf.’ Door te zwichten voor FDR’s ‘vage, redeloze, ongerechtvaardigde angst die de vereiste inspanningen om achteruitgang om te zetten in vooruitgang, bij voorbaat verlamt’ riskeert Europa dat haar sterfelijkheid een selffulfilling prophecy wordt.
Al lang voor de Russische inval in Oekraïne was het Europese idee van een gezamenlijke welvaart aan het afbrokkelen. De Griekse econoom en voormalig minister van Financiën Yanis Varoufakis trekt zijn wenkbrauwen op over de koers van eurofielen.
Dossier: Soeverein Europa
‘This is Europe’s moment to answer the call of history’, riep Ursula von der Leyen aan de vooravond van de verkiezingen. 360 maakte voor het juninummer (dat nu in de winkel ligt!) in aanloop van de Europese verkiezingen een rondje langs de lidstaten en koos in samenwerking met weekblad De Groene Amsterdammer de meest verheffende en inzichtelijke bijdragen van grote denkers als Varoufakis, Piketty, Mastrobuoni en Krastev, die hun deskundig licht laten schijnen over hoe de Europese integratie verdiept en verbeterd kan worden.
Europa is onherkenbaar veranderd. Vroeger werd de Europese Unie door voorstanders van Europese eenwording altijd geroemd als een vredesproject, het ideaal van een ‘schitterend’ kosmopolitisme tegenover nationalisme dat, zoals de Franse president Mitterrand het in 1995 nogal dramatisch verwoordde, ‘gelijkstaat aan oorlog’. Maar al lang voor de Russische inval in Oekraïne was de klad gekomen in die eurofiele visie van een vreedzaam pad naar gezamenlijke welvaart. De metamorfose van de EU is door de Russische invasie hooguit versneld.
Josep Borrell, hoofd buitenlandse zaken van de EU, liet ons van die verschuiving van kosmopolitisme naar etnoregionalisme al iets merken toen hij de EU beschreef als een prachtige ‘tuin’ die bedreigd wordt door de niet-Europese ‘jungle’ buiten haar grenzen. En recentelijker hebben de Franse president Macron en de voorzitter van de Europese Raad Charles Michel de Europeanen niet alleen opgeroepen om zich op oorlog voor te bereiden, maar belangrijker, om voor de economische groei en technologische vooruitgang van de EU vooral te kijken naar de wapenindustrie. Nu ze Duitsland en de andere zogenaamd zuinige landen niet van het nut van een echte begrotingsunie kunnen overtuigen, vallen ze vertwijfeld terug op het bepleiten van een oorlogsunie.
Cruciaal moment
Dit is een cruciaal moment in de bewogen geschiedenis van de EU. Even afgezien van de luidruchtige minderheid van eurosceptici betrof het grootste verschil van inzicht in de Europese politiek een meningsverschil binnen het eurofiele kamp over de te kiezen koers: de keuze tussen het inslaan van een hamiltoniaans pad (Europese schulddeling, wat de ontwikkeling naar federalisering zou versnellen) of verdergaan op de ingeslagen weg van een intergouvernementele unie (geleidelijke marktintegratie). Regeringen van overschotlanden waren altijd voorstander van de laatste optie, terwijl landen met tekorten allicht eerder neigden naar een hamiltoniaanse oplossing, die zo permanent op de lange baan werd geschoven.
De eurocrisis legde bloot hoe onmogelijk het is om vol te houden dat schulden, banken en belastingen nationaal kunnen zijn terwijl de munt transnationaal is en de markten geïntegreerd zijn. De EU koos er helaas voor om alleen het hoogst noodzakelijke te doen voor het behoud van de euro, en bleef zo achter met het slechtste van twee werelden: een enorm ineffectieve pseudo-begrotingsunie (zonder goed instrument om de staatsschuld bij te sturen, zoals in de VS) en een Europese Centrale Bank die zich keer op keer genoopt ziet de eigen regels te overtreden (en daarvoor steeds creatievere uitvluchten verzint). Het ergst van al is misschien nog dat het gammele politieke proces waarmee gemeenschappelijke gelden en lasten worden verdeeld, elk greintje democratische legitimiteit ontbeert.
Decennialang hebben sommigen van ons campagne gevoerd voor een Europese Green New Deal. Omdat een federale unie op de afzienbare termijn niet haalbaar was, stelden we manieren voor om federale financiële instrumenten na te bootsen (bijvoorbeeld de uitgifte van eurobonds door de ECB) en zo via de Europese Investeringsbank jaarlijks minimaal vijfhonderd miljard euro op te halen voor een investeringsfonds in groene technologie. In plaats daarvan goochelden de beleidsmakers met vage alternatieven zoals het tot mislukken gedoemde plan-Juncker en een herstelfonds tijdens de pandemie, dat een gemeenschappelijke schuld creëerde zonder goed gemeenschappelijk doel.
Europese bewindslieden willen helaas niet inzien hoe nutteloos oude recepten in nieuwe verpakkingen zullen zijn
Daardoor zit de Europese economie nu in het slop. Door te kiezen voor een strategie van vlees noch vis (geen begrotingsunie, maar ook geen volstrekte nationale zelfstandigheid op het gebied van de begroting en het centralebankbeleid) veroordeelde de EU zichzelf tot twee decennia van minimale investeringen en heeft ze niet de technologieën kunnen ontwikkelen die Europa nodig heeft: groene technologie (waarmee Europa op zijn eigen voorwaarden zou kunnen stoppen met Poetins goedkope gas) en cloudkapitaal. De VS en China, de huidige monopolisten in cloudkapitaal, dat nieuwe instrument voor de accumulatie van rijkdom, dringen Europa bovendien een nieuwe Koude Oorlog op, met catastrofale gevolgen voor de toegang van de Duitse industrie tot de Chinese exportmarkten.
Europese bewindslieden willen helaas niet inzien hoe failliet het Europese bedrijfsmodel is en hoe nutteloos oude recepten in nieuwe verpakkingen zullen zijn. Zo denkt Duitsland zijn concurrentiekracht weer op te vijzelen met energiesubsidies en loonmatiging.
Het gevaar van dit debat is dat het afleidt van Europa’s werkelijke probleem: dat Duits industrieel kapitaal niet langer de overschotten accumuleert waarmee energiesubsidies voor krimpende industrieën gefinancierd kunnen worden. In deze context is het niet mogelijk om met welke loonmatiging dan ook (zoals toenmalig kanselier Gerhard Schröder die ooit wist af te dwingen) de concurrentiepositie te versterken van een auto-industrie die niet in staat is de batterijtechnologie of de algoritmen te produceren waarmee fabrikanten van moderne elektrische voertuigen reële nieuwe waarde aan hun product toevoegen.
Slechten van grenzen
Dus wat nu? Michel lijkt onze voorstellen voor eurobonds en voor het verstevigen van de positie van de Europese Investeringsbank uit de prullenbak van de recente Europese geschiedenis te hebben gevist. Alleen wil hij de nieuwe kredieten niet gebruiken voor het subsidiëren van groene technologie of cloudkapitaal, maar voor een nieuwe wapenindustrie die volgens hem ‘een krachtig middel zal zijn om onze technologische, innovatieve en industriële positie te versterken’.
Meent Michel dat nou serieus? Hoe moet de Europese Investeringsbank leningen terugverdienen aan de defensie-industrie, die per definitie onproductief is? Wat gebeurt er als onze magazijnen straks vol liggen met munitie en raketten?
Verstandige eurofielen kunnen dus maar beter hopen dat het plan van Michel net zo’n zachte dood sterft als dat van Juncker.
Ik mis de tijd waarin pro-Europeanen de EU nog bejubelden – hoe hypocriet soms ook – als een project voor het slechten van grenzen en het stimuleren van openheid, verscheidenheid en tolerantie. In plaats van een diverse democratische federatie die aantrekkelijk is voor de mensen buiten haar grenzen, wordt nu gestreefd naar een wit, christelijk rijk dat wordt afgeschermd met dure raketwerpers en hoge hekken die onder stroom staan. Dit is een Europa waar jongeren niet trots op kunnen zijn en dat de rest van de wereld niet serieus zal nemen.
Yanis Varoufakis is voormalig Grieks minister van Financiën, leider van de partij MeRA25 en hoogleraar economie aan de Universiteit van Athene.
De Franse econoom en hoogleraar Thomas Piketty ziet de mogelijke toetreding van Oekraïne tot de EU als een kans om de Unie te hervormen. In plaats van verdere liberalisering en marktwerking bepleit hij een hervorming in dienst van de rechtsstaat en het democratisch pluralisme.
Dossier: Soeverein Europa
‘This is Europe’s moment to answer the call of history’, riep Ursula von der Leyen aan de vooravond van de verkiezingen. 360 maakte voor het juninummer (dat nu in de winkel ligt!) in aanloop van de Europese verkiezingen een rondje langs de lidstaten en koos in samenwerking met weekblad De Groene Amsterdammer de meest verheffende en inzichtelijke bijdragen van grote denkers als Varoufakis, Piketty, Mastrobuoni en Krastev, die hun deskundig licht laten schijnen over hoe de Europese integratie verdiept en verbeterd kan worden.
Is de mogelijke toetreding van Oekraïne tot de Europese Unie (EU) een goed idee? Ja, als die tenminste gepaard gaat met een herformulering van het Europese project. Het zal aanleiding moeten zijn om de EU te herdefiniëren als een politieke gemeenschap in dienst van de rechtsstaat en het democratisch pluralisme en om afstand te nemen van de economische religie van vrijhandel en concurrentie als oplossing voor alle problemen, een religie die het Europese bouwwerk nu al decennia lang domineert.
Als de verdediging van Oekraïne tegen Rusland van vitaal belang is, dan is dat allereerst om politieke en democratische redenen. In tegenstelling tot zijn Russische buurman respecteert Oekraïne de principes van parlementaire democratie, democratische bestuurswisseling, scheiding der machten en een vreedzame oplossing van conflicten.
De toetreding van Oekraïne tot de EU moet aanleiding zijn voor het formuleren van strenge normen die garant staan voor alle vormen van pluralisme, zowel wat betreft de electorale organisatie (met eindelijk ambitieuze wetgeving inzake de financiering van campagnes en partijen) als wat betreft regels voor de media (met solide garanties voor redactionele onafhankelijkheid en een reële zeggenschapsverdeling tussen journalisten, burgers en publieke en particuliere aandeelhouders).
Europa presenteert zich graag als een vrijwel perfecte democratische club, een lichtend voorbeeld voor de wereld. Maar hoewel de electorale democratie er in bepaalde opzichten verder ontwikkeld is dan in andere delen van de wereld, is de institutionele grondslag ervan niet minder broos en onvolledig.
Er moet een harde kern worden gevormd van landen die bereid zijn strengere normen in te voeren op sociaal, fiscaal en milieugebied
Het is niet genoeg om de transparantie in Kiev te verdedigen en opnieuw aan de kaak te stellen dat Oekraïense oligarchen de politieke dienst uitmaken tijdens verkiezingen en in de media; ook de macht van Franse, Duitse, Italiaanse, Poolse en Maltese oligarchen moet worden ingeperkt en in de hele EU moeten nieuwe, democratischere, pluralistischere en egalitairdere vormen van politieke participatie worden bevorderd waarin geld en privébelangen geen rol meer spelen.
Het instellen van ambitieuzere democratische normen in Europa moet er ook toe leiden dat er afstand wordt genomen van de economische religie van vrijhandel en concurrentie die al sinds de Akte van 1986 en het Verdrag van Maastricht van 1992 moet doorgaan voor een Europese filosofie.
Als we willen voorkomen dat de toetreding van Oekraïne tot de EU leidt tot nieuwe schade op sociaal en milieugebied, met name vanwege de toegenomen concurrentie in de sectoren landbouw en industrie, dan is het onvermijdelijk dat er tegelijkertijd op twee fronten actie wordt ondernomen. Allereerst moet in deze vergrote EU zo snel mogelijk een harde kern worden gevormd van landen die in meerderheid bereid zijn strengere normen in te voeren op sociaal, fiscaal en milieugebied. Dat kan bijvoorbeeld door een Europese assemblee op te richten van landen die voorstander zijn van een verdergaande integratie. Ook andere oplossingen zijn denkbaar, op voorwaarde dat daarbij maar een klein aantal positief ingestelde landen betrokken is en er geen blokkades kunnen worden opgeworpen door andere landen.
Eigen voorwaarden
Vervolgens is het onvermijdelijk dat, in afwachting van de vorming van zo’n harde kern en om de acties te bestendigen, elk land weer de middelen krijgt om eigen voorwaarden te stellen bij de handel met andere landen, ook met zijn Europese partners.
Een buitengewoon duidelijk voorbeeld is fiscale dumping. Behalve dat de met de OESO en de EU uitonderhandelde vennootschapsbelasting van 15 procent op alle mogelijke manieren kan worden ontdoken, is die belachelijk laag. Omdat er alleen unaniem tot een aanpassing kan worden besloten, zal dat niet snel gebeuren.
De eenvoudigste manier om deze situatie te doorbreken is door middel van eenzijdige actie. Als een land als Frankrijk bijvoorbeeld vindt dat een adequate winstbelasting (laten we zeggen) 30 procent bedraagt, dan kan het heel goed besluiten dat over goederen en diensten die worden geïmporteerd uit landen met een lager tarief, het verschil moet worden bijbetaald. Het EU Tax Observatory heeft berekend dat zo’n maatregel Frankrijk 39 miljard euro zou opleveren, een aardig bedrag om in gezondheidszorg, onderwijs of openbaar vervoer te steken.
De voorstanders van veralgemeniseerde belastingdumping zullen roepen dat er sprake is van protectionisme, maar de werkelijkheid is volstrekt anders: het gaat er alleen maar om dat ondernemingen die goederen en diensten naar Frankrijk exporteren hetzelfde tarief betalen als ondernemingen die in Frankrijk zelf gevestigd zijn, wat al veel eerder als een minimale voorwaarde voor eerlijke handel had moeten worden aangemerkt.
Alleen als er nieuwe sociale en economische manoeuvreerruimte wordt gecreëerd zal de publieke opinie instemmen met verdere EU-uitbreiding
Dezelfde logica geldt voor normen op het gebied van volksgezondheid of CO2-uitstoot. Laten we in dit verband niet vergeten dat de beoogde opbrengst van het mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens, dat in 2022 door de EU is ingevoerd, tot 2027 amper 14 miljard euro zal zijn, oftewel minder dan 0,5 procent van de invoerrechten die worden geheven over alle goederen die van buiten Europa in de EU worden geïmporteerd (en nauwelijks meer dan 2 procent van de invoerrechten over de totale Chinese import). Laten we er geen doekjes om winden: om een significante impact te hebben op de handelsstromen tussen Europa en de rest van de wereld moeten deze bedragen met een factor tien of twintig worden vermenigvuldigd. Ook hier zullen alleen eenzijdige acties de huidige impasse kunnen doorbreken.
Alleen als er nieuwe sociale en economische manoeuvreerruimte wordt gecreëerd zal de publieke opinie instemmen met verdere EU-uitbreiding, omdat die dan zal zijn gestoeld op gedeelde democratische waarden en niet op een liberale economische religie waarvan vooral de allerrijksten profiteren en die de lagere en middenklasse steeds meer vervreemdt van het Europese ideaal.
Thomas Piketty is hoogleraar aan de École des hautes études en sciences sociales (EHESS) en de École d’économie in Parijs.
Als Polen niet was toegetreden tot de EU zou het land zich volgens politicoloog Paweł Świeboda in niemandsland bevinden, ergens tussen Europa en Rusland. ‘Maar onze ligging in het centrum van Europa bleek onze troef te zijn.’
Dossier: Soeverein Europa
‘This is Europe’s moment to answer the call of history’, riep Ursula von der Leyen aan de vooravond van de verkiezingen. 360 maakte voor het juninummer (dat nu in de winkel ligt!) in aanloop van de Europese verkiezingen een rondje langs de lidstaten en koos in samenwerking met weekblad De Groene Amsterdammer de meest verheffende en inzichtelijke bijdragen van grote denkers als Varoufakis, Piketty, Mastrobuoni en Krastev. Tot en met 6 juni komt er elke dag een artikel online waarin een van hen hun deskundig licht laat schijnen over hoe de Europese integratie verdiept en verbeterd kan worden.
Met welke gebeurtenis in de Poolse geschiedenis kan onze toetreding tot de EU worden vergeleken?
Pawel Świeboda: Het is een gebeurtenis van hetzelfde kaliber als de belangrijkste mijlpalen in de Poolse geschiedenis. Een van de keerpunten in onze geschiedenis, iets wat ooit op dezelfde lijst terecht zal komen als het congres van Gniezno, de Unie van Lublin of het herwinnen van de onafhankelijkheid. Misschien is de vergelijking met 1918 wel het treffendst: we hebben meer te zeggen gekregen over de vormgeving van onze toekomst. De Poolse geschiedenis werd overheerst door veldslagen, oorlogen en delingen, maar sinds twintig jaar verwezenlijken we onze belangen op vreedzame wijze, door middel van maatschappelijke ontwikkeling.
Na honderden jaren van allerlei nederlagen werden we onderdeel van de geslaagde landen.
Door toe te treden tot de EU is het ons gelukt om van een vloek een zegen te maken. Onze ligging in het centrum van Europa bleek onze troef te zijn, waarbij de nabijheid van Rusland en Belarus vandaag de dag natuurlijk een grotere uitdaging is dan in 2004.
Het lijkt me dat als we niet tot de EU waren toegetreden, we in de Chinese of Russische invloedssfeer zouden liggen.
Gezien onze verregaande afkeer van Rusland zouden we ons waarschijnlijk in de Chinese invloedssfeer bevinden of ons wagen aan geopolitieke experimenten, waarbij we verschillende allianties zouden uitproberen. Een dergelijk model probeert Groot-Brittannië na brexit te verwezenlijken, alleen heeft dat land een andere traditie en positie.
Wie heeft er meer profijt gehad van de toetreding van Polen? Wij of Europa?
Er zijn modellen die laten zien hoeveel het bbp van de EU is gestegen dankzij de uitbreiding met Centraal-Europa, maar veel belangrijker is dat de EU met de toelating van nieuwe landen heeft laten zien dat ze geopolitieke macht heeft en in staat is om landen en hun economieën te transformeren. De uitbreiding met Centraal-Europa was een soort kleine globalisering, waarmee de EU haar verhouding tot de rest van de wereld onderzocht. De EU kon nu een deel van haar productie verplaatsen van risicogebieden naar veilige gebieden. Polen profiteert hier nog steeds van als integraal onderdeel van Duitse en westerse toeleveringsketens. Wij hebben investeringen en banen, en de West-Europese industrie heeft meer veiligheidsgaranties dan wanneer ze haar productie in afgelegen delen van de wereld zou moeten vestigen. In de EU is er dus sprake van een uitbreiding van de zone van stabiliteit.
Je zou cynisch kunnen zeggen dat de EU door haar uitbreiding naar het oosten een bufferzone heeft gekregen die haar scheidt van Rusland.
Westerse landen hebben enorme belangen in Polen. We hebben veiligheidsgaranties van onze NAVO-bondgenoten. We zijn dus meer een oostelijke flank van het Westen dan een bufferzone. Dat waren we geweest als Polen niet was toegetreden tot de EU. Dan hadden we het alleen moeten redden.
‘Om onderdeel te worden van de club moesten we alles accepteren wat in de EU was bedacht, met alle voor- en nadelen’
Als we zo’n spectaculair succes zijn in de EU, waar komt het fenomeen van de polexit dan vandaan? Nog niet zo lang geleden werd er in regeringskringen serieus gesproken over het verlaten van de EU.
Het polexit-debat werpt een schaduw op onze twintig jaar in de EU. De eerste helft van die periode waren we een pro-Europees land en de tweede helft stond Polen op zijn zachtst gezegd sceptisch tegenover de toekomst van de EU. Ik denk dat dit verlangen naar een polexit voortkwam uit de behoefte om ons af te reageren na te hebben ervaren wat de toetreding tot de EU werkelijk inhield. Want let wel, het was een volledige aanpassing aan regels die door anderen waren gemaakt. Om onderdeel te worden van de club moesten we alles accepteren wat in de EU was bedacht, met alle voor- en nadelen, waarbij we hooguit onderhandelden over overgangsperiodes die ons in staat stelden bepaalde dingen te spreiden. Dit was de logica van de uitbreiding. Het polexit-debat werd aangewakkerd door een sterk gevoel van eigenwaarde. Rechtse politici probeerden op basis hiervan in Polen scepsis over de EU te zaaien, maar gelukkig bleef de samenleving hier grotendeels immuun voor.
Economen hebben berekend dat er de afgelopen twintig jaar 161,7 miljard euro aan EU-gelden naar Polen is gevloeid. Hebben we dit geld goed besteed?
Met geld van EU-fondsen is een enorm aantal indrukwekkende infrastructuurprojecten gerealiseerd. We hebben nu een netwerk van snel- en autowegen dat bijna tien keer zo lang is als toen we lid werden van de EU; in totaal ongeveer 5000 kilometer. We hebben drinkbaar kraanwater van zeer goede kwaliteit. Het lijdt geen twijfel dat de toetreding tot de EU een sprong voorwaarts was. Natuurlijk wordt vooruitgang tegenwoordig niet alleen afgemeten aan de lengte van snelwegen en moeten er steeds meer middelen worden uitgetrokken voor de ontwikkeling van menselijk kapitaal en kennis. We hebben de afgelopen twee, drie jaar aanzienlijke vooruitgang geboekt en goede projecten gerealiseerd, maar het is voor ons nog steeds gemakkelijker om EU-geld te besteden aan de ontwikkeling van infrastructuur. We moeten beseffen dat de economie nu investeringen vraagt in strategische technologieën, waarin we niet al te sterk zijn.
Zijn de Polen mentaal al in het Westen? Twintigers zeker, maar de oudere generatie?
Ik denk dat de Poolse samenleving in wezen al deel uitmaakt van het Westen. De Polen hebben over het algemeen niet meer de complexen die twintig jaar geleden een probleem vormden. Een deel van ons vergelijkt zich nog steeds vooral met niet-westerse Europese landen, maar de mentale barrières zijn grotendeels overwonnen. Dat is ook een enorm succes. Het is veelzeggend dat er de afgelopen twee, drie jaar meer landgenoten zijn teruggekeerd uit het buitenland dan er zijn vertrokken.
Het zag ernaar uit dat Polen met sterke instituties tot de EU zou toetreden, maar zodra de partij Recht en Rechtvaardigheid aan de macht kwam, werd begonnen met het verwoesten van de democratie. Had men zich hiertegen beter kunnen weren?
Als iemand me twintig jaar geleden had gevraagd waarover ik me meer zorgen maakte, over de economie of over de instellingen, dan had ik geantwoord: over hoe onze economie het zou redden. Op dat moment was de concurrentiekloof tussen Polen en de vijftien oude lidstaten nog enorm, maar de instanties waren vrij goed voorbereid op het lidmaatschap. Helaas bleken ze niet bestand tegen het enorme politieke offensief. De paradox is dat de lidstaten dankzij de beschermende paraplu van de EU veel meer speelruimte hebben voor allerlei foute experimenten met de democratie. Het EU-lidmaatschap is een soort garantie voor de financiële markten dat er ondanks de politieke beroering niets ergs kan gebeuren met de economie. Als gevolg daarvan hebben we sinds 2020, dat wil zeggen tijdens de tweede helft van de PiS-regering, in Polen de grootste toestroom van buitenlandse investeringen in onze geschiedenis kunnen noteren! Oftewel, het EU-lidmaatschap gaf de regeringen van Morawiecki en Orbán de vrijheid om de rechtsstaat te verwoesten, en de EU-instellingen hadden weinig invloed op wat er werkelijk gebeurde in Polen of Hongarije.
‘We bleken een land te zijn dat heel ferm voor zijn belangen opkomt, wat niemand in de EU, denk ik, had verwacht’
Orbán heeft zijn maffiastaat met EU-geld opgebouwd.
Dat is toch onvoorstelbaar! Het is moeilijk te accepteren dat de EU niet in staat is om mechanismen te vinden die dergelijk pathologisch handelen kunnen beperken. Er moet binnen de EU beter worden nagedacht over hoe de instellingen van de lidstaten kunnen worden beschermd tegen snode plannen van politici.
Wat was het grootste fiasco gedurende deze twintig jaar?
Dat afstand werd genomen van de rechtsstaat en dat er tegen ons EU-procedures ter bescherming van de democratie werden gestart. Zo ver had het nooit mogen komen.
Ik maak me zorgen over het gebrek aan prioriteit voor hoogwaardige technologie en de ontwikkeling van de wetenschap, maar ik zou dit eerder beschouwen als een teleurstelling dan als een fiasco.
Hoe is de EU de afgelopen twintig jaar veranderd?
We zijn toegetreden onder het motto van een ‘solidair Europa’. We bleken echter een land te zijn dat heel ferm voor zijn belangen opkomt, wat niemand in de EU, denk ik, had verwacht. Onder onze invloed is de EU dus pragmatischer en flexibeler geworden.
Een neveneffect van de toetreding van Polen en Hongarije tot de EU is ook de afkeer van verdere uitbreiding. Het Kaczyński-Orbánsyndroom?
De ervaringen die de EU heeft gehad met de regeringen van PiS en Fidesz zijn zeker niet bevorderlijk voor het ontwikkelen van steun voor dit proces. Vandaag de dag berekenen de regeringen van alle EU-landen of ze zich door toelating van een bepaald land geen vergelijkbare of nog grotere problemen op de hals halen. Als gevolg daarvan vordert de uitbreiding met een slakkengang. Helaas hebben Kaczyński en Orbán de politieke klasse in Europa ontmoedigd om de EU aanzienlijk uit te breiden.
Zal Polen over twintig jaar nog deel uitmaken van de EU? Zal die dan nog bestaan?
Het zal de EU goed vergaan en Polen zal dan deel uitmaken van de eurozone, ofwel van de harde kern. Ze zal in haar eigen tempo voortgaan. Over twintig jaar zal de EU even vloeibaar zijn als vandaag, om Zygmunt Bauman te parafraseren. Het zal een gebied van voortdurende compromissen zijn. Paradoxaal genoeg zal Polen in zo’n EU beter op z’n plaats zijn, omdat wij er tenslotte voor hebben gezorgd dat ze zo is geworden.
Paweł Świeboda (1972) is politicoloog en econoom. Hij heeft deelgenomen aan de toetredingsonderhandelingen als adviseur van president Aleksander Kwaśniewski en later als directeur van de EU-afdeling van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Later was hij onder andere een van de adviseurs van de voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker. Momenteel is hij verbonden aan de in Brussel gevestigde denktank European Policy Centre.
Geert Wilders’ politieke succes in Nederland heeft ook impact op de Europese politiek, stelt Süddeutsche Zeitung. ‘Sinds deze week zit er een groot gat in de brandmuur tegen rechts.’
Tot deze week kende de Europese verkiezingscampagne één bepalend moment. Het was een uitspraak van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen tijdens het debat van de belangrijkste Europese kandidaten eind april in Maastricht: ze was bereid om in de toekomst samen te werken met rechtse partijen in de zoektocht naar meerderheden in het Europees Parlement. Het aanbod was vooral gericht op de Italiaanse regeringsleider Giorgia Meloni en haar partij Fratelli d’Italia. De concurrentie gebruikte haar besluit om hun campagnethema te smeden: Europa heeft een brandmuur tegen rechts nodig!
Sinds deze week zit er een groot gat in de brandmuur. In Nederland is de rechtse Geert Wilders erin geslaagd om als winnaar van de verkiezingen een coalitieregering te vormen – en dit was alleen mogelijk omdat de liberale VVD-partij van de vorige regeringsleider Mark Rutte zich inliet met Wilders. Een alliantie tussen de Europese Volkspartij (EVP), waartoe Ursula von der Leyen als CDU-politica behoort, en Giorgia Meloni’s Fratelli komt nu in een ander, milder daglicht te staan. En vooral Emmanuel Macron, de Franse president, heeft als leidende kracht in het Europese liberale kamp nu een probleem.
Wankelen
Vorige week nog ondertekende Valéry Hayer, Macrons vertegenwoordiger in het Europees Parlement, samen met de sociaaldemocraten, de groenen en links een document gericht tegen Ursula von der Leyen. Het draagt de titel ‘Verdediging van de democratie’ en roept op om niet samen te werken met extreemrechtse, radicale partijen. Hayer heeft nu verklaard dat ze de Nederlandse coalitie ‘volledig’ afkeurt.
De gevolgen van het geschil voor de Europese politiek zijn nog onvoorspelbaar. In het uiterste geval kan het leiden tot een splitsing van de liberale fractie in het Europees Parlement (‘Renew’). Ruttes partij behoort tot dezelfde Europese groepering als de Duitse FDP. De sterkste kracht in ‘Renew’ zijn echter de volgelingen van Macron. De Europese Groenen hebben de liberalen al opgeroepen om de volgelingen van Rutte eruit te schoppen.
Hoe verdeelder het liberale kamp is, hoe groter de invloed van Meloni in de Europese politiek zal worden. In de vorige zittingsperiode steunden de liberalen het programma van de Commissievoorzitter samen met de EVP en de sociaaldemocraten. Volgens de peilingen zal deze informele alliantie na de verkiezingen wankelen. Meloni daarentegen kan rekenen op sterke winst.
Dit zal waarschijnlijk niet het laatste twistpunt zijn tussen de EU en de nieuwe Nederlandse regering
Om de reikwijdte van het conflict rond Geert Wilders te begrijpen, is het de moeite waard om naar de politieke kaart van de EU te kijken. Wilders is van een ander kaliber dan Meloni. Zijn PVV-aanhang in het Europees Parlement behoort tot dezelfde politieke groepering (‘Identiteit en Democratie’) als het Rassemblement National van Marine Le Pen, de FPÖ en de AfD. Het is het kamp van de verklaarde vijanden van de EU; ze liggen puur dwars in het parlement.
Meloni’s mensen daarentegen maken deel uit van de ‘Europese Conservatieven en Hervormers’ (ECR), een heterogene, nationaal conservatieve, EU-sceptische groep. De Fratelli hebben geholpen om met een centrumrechtse meerderheid belangrijke wetten aan te nemen, waaronder de grote hervorming van de Europese asielwetgeving.
Het is precies deze hervorming waar Wilders zich met zijn nieuwe regering niet aan wil onderwerpen. Het legt namelijk de plicht tot Europese solidariteit vast, althans als principe. Een land dat geen vluchtelingen opneemt volgens een EU-quotum moet op zijn minst compensatie betalen. De Nederlandse regering zal gebruikmaken van een opt-outclausule, zegt Wilders, die in Nederland de ‘strengste asielwet ooit’ wil opstellen. De Commissie heeft al verklaard dat zo’n clausule niet bestaat. Europees recht is Europees recht.
Dit zal waarschijnlijk niet het laatste twistpunt zijn tussen de EU en de nieuwe Nederlandse regering. Wilders heeft toegezegd op belangrijke punten de lijn van de EU te volgen. De regering trekt zich niet terug uit het Europese klimaatbeleid en belooft Oekraïne te blijven steunen in zijn verdediging tegen Rusland. Ze staat echter ‘zeer kritisch’ tegenover de uitbreiding van de EU, het grote thema van de komende jaren.
De debatten rond Wilders laten zien hoe moeilijk het in Europa is geworden om rechts af te bakenen. Voor het verkiezingskamp van Ursula von der Leyen komt het nieuws uit Nederland als een opluchting. Haar partijleider Manfred Weber, die nauwe contacten onderhoudt met Giorgia Meloni, benadrukt dat de ‘brandmuur’ van de EVP overeind blijft. Extreemrechtse allianties op Europees niveau zijn uitgesloten.
In de Nederlandse coalitie zitten echter ook de partij van voormalig christendemocraat Pieter Omtzigt en de Boerenpartij. Beide hebben aangekondigd zich te willen aansluiten bij de Europese Volkspartij. De EVP heeft aangekondigd dit na de Europese verkiezingen af te handelen.
Nationale defensieaanbestedingen – zoals in Nederland met de nieuwe onderzeeboten – zijn onnodig inefficiënt, schrijft hoogleraar Guntram Wolff. Het wordt tijd dat Europa gezamenlijk wapens gaat inkopen.
De situatie in Oekraïne is zeer zorgwekkend: terwijl de Russische troepen blijven oprukken, lijkt Europa niet in staat om Kyiv de hulp te bieden die het nodig heeft. En hoewel de Duitse bondskanselier Olaf Scholz in februari nog beweerde dat ‘zonder veiligheid al het andere niets is’, blijven de wapenleveranties onvoldoende. Verandering laat lang op zich wachten.
In Europa blijft de productie van munitie achter omdat politieke leiders na het begin van de grootschalige oorlog in februari 2022 hier geen prioriteit aan gaven. Ondertussen krijgt president Biden in de Verenigde Staten steeds moeilijker steun in het Congres voor militaire hulp aan Oekraïne – een situatie die alleen maar erger wordt met Donald Trump als president.
En toch gaven Europese landen — zowel EU-leden als Navo-bondgenoten — in 2022 in totaal 350 miljard dollar uit aan defensie. Dit betekent dat de Europese defensie-uitgaven al veel groter zijn dan die van Rusland. Rusland heeft als doel om de uitgaven voor defensie dit jaar op te voeren tot 30 procent van de begroting. Aangezien de Russische begroting ongeveer 390 miljard dollar bedraagt, betekent dit dat zelfs met een oorlogseconomie de Russische uitgaven voor defensie in 2024 slechts een derde van die van Europa zullen bedragen; rond de 120 miljard dollar.
De Europese defensieindustrie is gefragmenteerd en wapensystemen zijn vaak incompatibel
Waarom zijn de Europese defensie-uitgaven dan onvoldoende? Allereerst moet worden benadrukt dat niet alle Europese landen Oekraïne in dezelfde mate helpen. Terwijl de recente aankondiging van Denemarken dat het zijn volledige artillerievoorraad aan Kyiv zal overdragen indrukwekkend is, blijven andere landen achter.
Daarnaast is er een dieper, structureel probleem. De Europese defensieindustrie is gefragmenteerd, wapensystemen zijn vaak incompatibel en de geproduceerde hoeveelheden zijn klein, waardoor de productie relatief inefficiënt en duur is.
Ook zijn aanbestedingen in veel landen bureaucratisch en loodzwaar. Neem Duitsland: het afgelopen decennium probeerde het met weinig succes de aanbestedingsafdeling van de Bundeswehr te hervormen. Er werkten in 2010 8500 medewerkers; momenteel zijn dat er 11.000 — een enorme stijging sinds de Koude Oorlog, toen méér materiaal werd aangeschaft door aanzienlijk minder medewerkers.
Tegen deze achtergrond veroorzaakte Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, opschudding tijdens de Veiligheidsconferentie van München in februari met een voorstel: een EU-commissaris voor Defensie. Aangezien die waarschijnlijk toch niet het bevel over de krijgsmacht zal voeren, kan Von der Leyen beter een EU-commissaris voor Defensieaankopen aanwijzen.
Het vaccininkoopprogramma geldt als voorbeeld van zo’n gezamenlijke inkoop. Tijdens de coronapandemie stonden de EU-lidstaten hun soevereiniteit voor de inkoop van vaccins af aan de Europese Commissie. Deze kreeg een budget en kocht centraal in. Hierdoor kon de EU snel en in grote hoeveelheden vaccins veiligstellen én deze eerlijk verdelen. Het vergrootte de onderhandelingsmacht en verhinderde dat lidstaten elkaar beconcurreerden.
Of dit model ook geschikt en haalbaar is voor defensie blijft een cruciale vraag. Er was veel moed nodig om de gezondheid van de eigen bevolking in handen van de Europese Commissie te leggen — een echte overdracht van soevereiniteit. In het geval van bewapening zal dit nog uitdagender zijn. De relatie tussen wapenfabrikanten en regeringen is zeer nauw, en is de afgelopen decennia verder versterkt.
De existentiële dreiging waarmee we ons geconfronteerd zien, helpt hopelijk de geesten rijp te maken
Een betere analogie voor het instellen van een gemeenschappelijk defensieinkoop is ons bankwezen. De relatie tussen overheden en banken is in de loop der eeuwen gegroeid. Het bankwezen is tot kerngebied van de nationale soevereiniteit geworden. En toch besloot de EU op het hoogtepunt van de financiële crisis een bankenunie te creëren. Zij had geen keus: door de verregaande omhelzing tussen de overheden en de financiële sector was de eurozone kwetsbaar geworden.
De bankenunie is echter nooit helemaal voltooid. Overheden vonden het moeilijk om de koppeling tussen binnenlandse financiering en garanties voor banken en de eigen schatkist te verbreken.
Net zoals bij de bankenunie zal er waarschijnlijk ook grote weerstand bestaan tegen het europeaniseren van de defensieinkoop. De onderlinge strijd zal aanzienlijk zijn en de obstakels voor integratie zullen niet gemakkelijk worden overwonnen. En hoewel sommige van de zorgen legitiem zullen klinken, zullen de meeste vooral bureaucratische van aard zijn.
De existentiële dreiging waarmee we ons geconfronteerd zien, helpt hopelijk de geesten rijp te maken. Het is voor iedereen duidelijk dat ons huidige inkoopmodel niet alleen duur, gefragmenteerd en bureaucratisch is, maar bovenal niet voldoet om de Russische dreiging het hoofd te bieden.
Het is tijd om serieus — en snel — na te denken over het verbeteren van de Europese defensiecapaciteiten, zodat we ook Oekraïne beter kunnen helpen. Een Eurocommissaris voor Bewapening is precies wat we nodig hebben.
Guntram Wolff is directeur van de Deutsche Gesellschaft für Auswartige Politik, en hoogleraar aan de Willy Brandt School of Public Policy in Erfurt.
Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week blikken we terug op de geschiedenis van de Europese Unie aan de vooravond van de verkiezingen op 6 juni. Twintig jaar geleden vond de grootste uitbreiding van de EU in haar geschiedenis plaats. Maar liefst tien landen werden in één klap lid van de Europese Unie. Welke invloed heeft dat gehad op het verband? En hoe zijn deze landen door hun lidmaatschap veranderd?
Hoe heeft de uitbreiding de nieuwe lidstaten economisch veranderd?
‘De “big bang” van 2004 is een van de zeldzame historische beloften die later ook echt werden ingelost. De grote uitbreidingsronde met acht [Midden- en] Oost-Europese landen, Malta en Cyprus maakte de EU sterker, vreedzamer en Europeser. Het plan heeft gewerkt’, schrijft Andreas Ernst in een commentaar in Neue Zürcher Zeitung.
Op 1 mei 2004 presenteerden de leiders van tien nieuwe lidstaten van de Europese Unie hun vlaggen aan Pat Cox, toenmalig voorzitter van het Europees Parlement. De EU groeide van vijftien naar vijfentwintig lidstaten na de toetreding van Cyprus, Tsjechië, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slowakije en Slovenië. Afgezien van Cyprus en Malta waren dit allemaal voormalig communistische landen die tot 1989 gericht waren op de Sovjet-Unie.
Het blok telt nu 27 landen – Kroatië trad, na Bulgarije en Roemenië, het meest recent toe, in 2022. Het Verenigd Koninkrijk koos er in 2016 voor om te vertrekken; de Brexit. De tien nieuwe lidstaten van 2004 vertegenwoordigden een bevolkingstoename van 20 procent en het EU-grondgebied nam met bijna hetzelfde percentage toe. Het totale bbp groeide met ongeveer 9 procent, terwijl het bbp per hoofd van de bevolking daalde, somt Euronews op.
‘Hoewel de toenmalige nieuwkomers nog steeds netto-ontvangers zijn van financiële voordelen van de unie, hebben alle lidstaten profijt gehad van de uitbreiding van de interne markt. Duitsland, de macht in het centrum, heeft het meest geprofiteerd’, aldus Ernst in NZZ.
Aanvankelijk waren er in West-Europa veel gemengde gevoelens over de uitbreiding naar het oosten, aldus Ernst. ‘In alle landen gingen stemmen op die waarschuwden voor een toestroom van Oost-Europese migranten die banen en woonruimte zouden afpakken van de lokale bevolking.’ Maar ‘de aanvankelijke zorgen over negatieve effecten op de arbeidsmarkt en de lonen in de oude lidstaten werden niet bewaarheid’, aldus Süddeutsche Zeitung.
Integendeel, de uitbreiding heeft de EU als geheel veel voorspoed gebracht. In de afgelopen twintig jaar is de economie van de EU met 27 procent gegroeid, waarbij de landen die in 2004 zijn toegetreden een aanzienlijke economische groei lieten zien die boven het EU-gemiddelde lag. Tussen 1994 en 2004 is de handel tussen oude en nieuwe lidstaten bijna verdrievoudigd en tussen de nieuwe lidstaten vervijfvoudigd. De landen in Midden- en Oost-Europa groeiden gemiddeld met 4 procent per jaar vanaf het begin van het toetredingsproces tot de wereldwijde financiële crisis in 2008, vat Euractivde economische verworvenheden van de EU-uitbreiding samen. Volgens Financial Times zijn de nieuwe lidstaten zelfs door de gedeelde Europese markt en EU-fondsen verandert in ‘grootmachten op het gebied van productie en export’.
Wel leidde het vrije verkeer van personen tot een uitstroom van de bevolking en braindrain in Midden- en Oost-Europa, die de laatste jaren gedeeltelijk wordt teruggedraaid door de verbeterde economische situatie aldaar. De migratie van Oost-Europeanen naar het westen was ook een factor die speelde bij de Brexit en dus veroorzaakte dat de EU een zwaargewicht kwijtraakte.
Wat is de politieke houding van de nieuwe lidstaten binnen de EU?
De toetreding tot de EU ging voor de nieuwe lidstaten niettemin gepaard met grote socialeaanpassingskosten, aldus Ernst in NZZ. ‘Het transformatieproces bestond vaak uit het simpelweg imiteren van het westerse model. De samenlevingen moesten politieke en economische hervormingen doorvoeren die werden bevolen en gecontroleerd door ongekozen bureaucraten uit Brussel en managers van internationale kredietbanken. Met lokale tradities en manieren van doen werd geen rekening gehouden.’
Ernst vervolgt: ‘Dit leidde tot wrevel en antiliberale reacties. Niet doordat de Oost-Europeanen rouwden om hun autoritaire verleden en mentaal “er nog niet klaar voor waren”, zoals westerse commentatoren schreven. Het was het gebrek aan alternatieven voor de ingeslagen weg, zoals de aanjagers beweerden, die veel mensen tegenstond.’
De uitbreiding veranderde ‘meer dan West-Europeanen hadden verwacht, maar minder dan Oost-Europeanen hadden gehoopt’
Toch beschouwen Midden- en Oost-Europeanen de toetreding ook als een succes en een aanwinst. In Estland is 81 procent van de bevolking voorstander, in Polen 63 procent en zelfs in Hongarije, waar de regering-Orbán lange tijd elke gelegenheid heeft aangegrepen om de EU te bestempelen als een ‘koloniale macht’, is 54 procent van de bevolking voor de EU.
Volgens de Hongaarse Ferenc Lazló, universitair docent Europese geschiedenis aan de Universiteit van Maastricht, veranderde de uitbreiding ‘de unie meer dan West-Europeanen hadden verwacht, maar minder dan Oost-Europeanen hadden gehoopt’. Hoewel er weinig sprake was van verdringing op de arbeidsmarkt in West-Europa door Oost-Europeanen werd er wel veel overlast ervaren van werknemers uit het voormalige Oostblok en hadden Oost-Europeanen verwacht dat ze sneller op het welvaartsniveau van het westen zouden zouden zitten. Dit uit zich in politieke wrevel tussen oost en west, zo schrijft Lazló in New Eastern European.
Ook heeft de uitbreiding het politieke zwaartepunt van de EU verder naar het oosten verplaatst. Bijna een op de twee lidstaten van de EU is een voormalig communistisch land, terwijl deze landen maar een vijfde van de totale Europese bevolking huisvesten en zelfs een nog kleiner deel van het totale bbp. Elke lidstaat heeft een zetel in de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie, samen met het parlement de belangrijkste machtsorganen. In Europees Parlement zijn de zetels echter verdeeld op basis van inwonersaantallen, waardoor Oost-Europese landen zich altijd hebben verzet tegen een grotere rol van het democratisch verkozen parlement, stelt Lazló. Een van de grootste dwarsliggers in de EU is het Hongarije van premier Viktor Orbán, dat zich herhaaldelijk, naast tegen Europese integratie, heeft verzet tegen steun aan Oekraïne.
‘Hoewel het land er sinds 2004 economisch enorm op vooruit is gegaan, is het tot op de dag van vandaag een netto-ontvanger van betalingen uit Brussel’, aldus Süddeutsche Zeitung. In 2021 bijvoorbeeld, voordat de betalingen grotendeels werden bevroren vanwege het geschil over de rechtsstaat, ontving Hongarije 6 miljard euro uit Brussel terwijl het 1,7 miljard euro aan de EU-begroting afdroeg. ‘In haar aanvallen op Brussel neigt de Fidesz-regering echter voorbij te gaan aan het feit dat 78 procent van de Hongaarse export naar de EU gaat en dat economische integratie aanzienlijk bijdraagt aan het voortbestaan van het land.’
Kiran Patel, historicus aan de Universiteit van München en expert op het gebied van EU-integratie, zei tegen de Duitse krant ‘dat Orbán er de voorkeur aan heeft gegeven de mogelijkheden die de EU haar leden biedt te misbruiken om zijn eigen macht uit te breiden en de regelgeving van de EU uitsluitend gebruikt om zijn eigen belangen veilig te stellen’.
Door de Russische aanval op Oekraïne konden ‘de stemmen van de Oost-Europese landen in één klap niet meer genegeerd worden’
Een lichtpuntje is Polen, dat onder de vorige PiS-regering in de clinch lag met de Europese Unie, maar nu onder het leiderschap van Donald Tusk een voortrekkersrol aanneemt in Europa. De EU heeft Polen dan ook beloond voor haar pro-Europese koers door de in 2017 in gang gezette procedures tegen Warschau wegens schendingen van de rechtsstaat stop te zetten, waardoor vele miljarden uit Europese fondsen vrijkomen voor het land, aldus Neue Zürcher Zeitung.
Door de Russische aanval op Oekraïne konden ‘de stemmen van de Oost-Europese landen in één klap niet meer genegeerd worden’, stelt Ernst in de Zwitserse krant. ‘Want het werd duidelijk dat bijvoorbeeld de Polen, Esten, Letten en Litouwers al veel eerder begrepen wat nu ook de Duitsers en Fransen beseffen: dat Europa meer moet zijn dan een markt, namelijk een defensieve markt. De oorlog heeft het zwaartepunt van Europa ver naar het oosten verschoven. Niemand zal meer beweren dat Europeanen daar als tweederangsburgers leven.’
Moet de EU verder uitbreiden?
Andere Europese landen staan in de rij om lid te worden, met negen landen die als erkende kandidaat-lidstaten meedingen naar het lidmaatschap: Servië, Montenegro, Bosnië en Herzegovina, Noord-Macedonië, Albanië, Turkije, Oekraïne, Georgië en Moldavië.
Om toegelaten te worden tot het verband moet elke kandidaat zich inspannen om zich de waarden en wetten van de EU eigen te maken. Vorig jaar kregen de zes landen van de Westelijke Balkan – de vijf kandidaat-lidstaten plus Kosovo – als opstap naar volledig lidmaatschap van de unie een groeiplan voorgelegd en kregen ze toegang tot delen van de interne markt van de EU in ruil voor substantiële hervormingen.
Twee weken geleden zei de voorzitter van de Europese Raad, Charles Michel, dat de EU groter moet worden of anders het risico loopt dat zich een ’nieuw IJzeren Gordijn’ vormt langs haar oostflank, bericht Euronews, daarmee verwijzend naar de dreiging van Russische expansie door de oorlog in Oekraïne.
De opmerking komt op het moment dat de oorlog tussen Rusland en het toetredende land Oekraïne verhevigt. ‘Het is uiterst gevaarlijk een onstabiel buurland te hebben met een gebrek aan welvaart of aan economische ontwikkeling. Het is in ons gemeenschappelijke belang – van kandidaat-lidstaten én van de EU – om vooruitgang te boeken, om te versnellen,’ aldus Michel.
Het door oorlog verscheurde Oekraïne en buurland Moldavië deden hun aanvraag om lid te worden van de EU binnen enkele weken na de grootschalige inval van Rusland in februari 2022 en verwierven in recordtijd de status van kandidaat-lidstaat. De EU stemde ermee in om eind 2023 toetredingsonderhandelingen met Oekraïne te beginnen. Om lid te worden, moet het land de strijd tegen corruptie opvoeren, een uitgebreide lobbywet aannemen en de hervorming van het wettelijke kader voor nationale minderheden afronden.
‘De volgende uitbreidingsronde (met Oekraïne en de Westelijke Balkan) zal nog sterker worden gemotiveerd door het veiligheidsbeleid dan de “big bang” van 2004. En ze zal het karakter van de EU, haar spelregels en zelfs haar identiteit nog meer veranderen. 2004 heeft al laten zien dat de integratie van nieuwe leden meer inhoudt dan een uitbreiding, het gaat eerder om een soort heroprichting’, concludeert Andreas Ernst.
Of de EU zelf klaar is om uit te breiden, is nog maar de vraag. Globustwijfelt daar sterk aan. ‘Formeel gezien is uitbreiding van de EU mogelijk, maar in de praktijk is het nauwelijks haalbaar, omdat de EU al te groot is om effectief te kunnen functioneren binnen het huidige juridische kader.’ Het Kroatische dagblad pleit daarom voor de afschaffing van het vetorecht, waardoor besluiten met een meerderheid kunnen worden genomen, zonder dat individuele lidstaten dwarsliggen.
De Chinese president Xi Jinping is voor het eerst in vijf jaar in Europa. Bloomberg schrijft dat Xi zal proberen een wig te drijven tussen Europa en de Verenigde Staten en Europese landen meer naar China te laten kijken. De Chinese leider heeft drie landen uitgekozen om te bezoeken – Frankrijk, Servië en Hongarije – die allemaal, in meer of mindere mate, problemen hebben met de manier waarop de VS de wereld probeert in te delen.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Voor Europa zal het bezoek de relaties met zowel China als de VS op de proef stellen. De Chinees-Franse betrekkingen ‘hebben een model opgeleverd voor de internationale gemeenschap van vreedzame co-existentie en win-win-samenwerking tussen landen met verschillende sociale stelsels’, zei Xi in een verklaring die kort na zijn aankomst in Parijs werd uitgegeven.
Hij heeft zijn aankomst bij zijn tweede halte, Servië, getimed om samen te vallen met de vijfentwintigste verjaardag van het dodelijke NAVO-bombardement op de Chinese ambassade in Belgrado tijdens de Kosovo-oorlog. Die vergissingsaanval op 7 mei 1999, waarvoor het Witte Huis zich verontschuldigde, kostte drie Chinese journalisten het leven en leidde tot protesten rond de Amerikaanse ambassade in Peking.
Buiten het parlement demonstreerden tienduizenden Georgiërs
Een omstreden wetsvoorstel over ‘buitenlandse agenten’ heeft een tweede stemming in het Georgische parlement overleefd en heeft nog één stemming nodig om een wet te worden. Dat schrijft Al Jazeera. Tijdens de stemming demonstreerden tienduizenden Georgiërs buiten het parlement. Zij botsten hard met de oproerpolitie.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Critici van de wet zeggen dat het een door het Kremlin geïnspireerde poging is om de democratie te ondermijnen, wat een poging van Georgië om lid te worden van de Europese Unie zal schaden. Met de wet moeten organisaties die buitenlandse subsidies krijgen zich registreren als ‘buitenlands agent’, wat wordt gezien als een manier om oppositie monddood te maken.
Duizenden mensen demonstreren al dagen buiten het parlement in de hoofdstad Tbilisi. Dat deden ze ruim een jaar geleden ook, toen de wet voor het eerst werd ingediend. Na deze protesten werd het voorstel toen ingetrokken. Deze keer is de kans dat de regering de wet intrekt echter een stuk kleiner.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.