De man zou Kremlinpropaganda hebben verspreid in het EP
De Russische Federale Veiligheidsdienst (FSB) heeft een Servische staatsburger gebruikt om te infiltreren in EU-instellingen en daar vervolgens Kremlinpropaganda te verspreiden. Dat meldt Politico.De man zou ontmoetingen hebben gehad met leden van het Europees Parlement en vertegenwoordigers van vakbonden. Politico schreef dat deze functionarissen niet op de hoogte waren van de connecties van de man met Russische inlichtingendiensten.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De man, die Novica Antić wordt genoemd, werkt naar verluidt nauw samen met de Russische staatsburger Vjatsjeslav Kalinin, die Veteran News runt, een mediawebsite met een militair thema die banden heeft met de FSB en het Russische Ministerie van Defensie.’ ‘Ze grepen elke gelegenheid aan om Russische propaganda te promoten met betrekking tot de oorlog in Oekraïne’, schrijft de site over de activiteiten van Antić en Kalinin in Servië en de EU.
Antić, de leider van de Servische Militaire Vakbond, uit regelmatig kritiek op de Servische president Aleksandar Vučić en de Servische strijdkrachten. Hij werd vorige maand in Servië opgepakt. Het is niet voor het eerst dat men schrijft over Russische inmenging in het EP. Eerder meldde Russische media dat Tatjana Zdanoka, een langdurig lid van het Europees Parlement uit Letland, een geheim agent is die samenwerkt met Russische inlichtingendiensten.
Bij de komende Europese verkiezingen zal het landbouwbeleid een cruciale rol spelen. Boeren vinden dat ze veel moeten inleveren omwille van het klimaat, en dat terwijl Europa wereldwijd vooroploopt in de groene transitie.
Op een bord bevestigd op een van de tractoren die de Brandenburger Tor in Berlijn belegeren, staat: ‘Geen boerderijen, geen voedsel, geen toekomst’. Dat is de reactie van de boeren op het beleid dat Europa volgens hen moet veranderen in een uitgestrekte agrarische woestijn, overwoekerd met wild gras en woeste bossen. En dat allemaal om het dictaat uit te voeren van de ‘Farm to Fork’-strategie, die de kern vormt van de Green Deal voor Europa. Maar volgens de demonstranten is er zonder landbouw geen voedsel en zonder voedsel geen toekomst.
De laatste golf van boerenprotesten begon in Saksen, trok door Berlijn en over de Champs-Élysées, zwol vervolgens aan in Nederland en bereikte zijn hoogtepunt bij het Berlaymontgebouw, het Brusselse hoofdkwartier van de Europese Commissie met Ursula von der Leyen als voorzitter.
De eurocraten mogen dan het verhaal ophangen dat de protesten in Duitsland, Frankrijk en Nederland worden veroorzaakt door ‘lokale’ factoren, de leider van de Duitse boeren, Joachim Rukwied, denkt daar heel anders over: ‘We willen dat Olaf Scholz ons de belastingsteun voor diesel [voor landbouwvoertuigen] teruggeeft en de voertuigbelasting op tractors afschaft. Maar we willen ook dat Europa terugkomt op de Farm to Fork-strategie en stopt met het straffen van de boeren.’
Verkiezingen
In juni kiezen de Europese burgers de leden van het Europees Parlement. Bij die verkiezingen zal de landbouw een belangrijke rol spelen: de machtsverdeling op het oude continent zou weleens op zijn kop kunnen worden gezet door kiezers op het platteland. Dit is al gebeurd in Nederland, en het gaat ook gebeuren in Duitsland, waar de CDU altijd de partij van het platteland is geweest, maar waar in het hele oosten – het epicentrum van deze protestbeweging – Alternative für Deutschland in de peilingen ver voorligt op alle andere partijen.
De machtsverdeling op het oude continent zou weleens op zijn kop kunnen worden gezet door kiezers op het platteland
De kwestie van de boeren zal ook in Frankrijk een belangrijk thema zijn. Daar moet de regering beloften doen om te voorkomen dat de boeren massaal overlopen naar Marine Le Pen.
De Franse boeren laten flink van zich horen. Ze hebben dan ook aardig wat redenen gevonden om Europa te haten: het keurslijf dat het hun oplegt, de traagheid van de GLB-subsidies [Gemeenschappelijk landbouwbeleid], de invoer van producten van buiten Europa die zwaar drukken op de prijzen en de gunsten die de Europese Commissie volgens hen verleent aan supermarkten en multinationals.
Opkomst van rechts
In vrijwel heel Europa is er op het platteland sprake van een hang naar rechts en wordt er geprotesteerd. Zoals in Hongarije, waar Viktor Orbán inspeelt op het ongenoegen van graanboeren die de import uit Oekraïne willen blokkeren, net als in Slowakije en Polen. Maar het verzet leeft ook sterk in België, waar de beweging die openlijk het Europese veeteeltbeleid aanvecht al sinds maart haar stem laat horen. Hetzelfde geldt voor Nederland, waar op last van de voormalige regering-Rutte en in overleg met Brussel 30 miljoen runderen, varkens en kippen moeten worden afgemaakt en 11 200 boerenbedrijven moeten sluiten.
Volgens een nieuwe peiling van Europe Elects zal deze tractorrevolutie zwaar wegen bij de stembusgang: de groene partijen zouden nog slechts 49 zetels in het Europees Parlement overhouden, tegenover 74 op dit moment. Maar de grootste klap zullen ze ongetwijfeld in Duitsland, in hun eigen bastion, moeten incasseren: de Duitse Groenen zullen waarschijnlijk dalen van 24 procent naar 13 procent van de stemmen. Zoals Melanie Vogel, de covoorzitter van de Europese Groene Partij, onlangs zei op het partijcongres in Wenen: ‘Het grootste politieke risico voor de Groenen is de opkomst van rechtse coalities in de regering van de lidstaten.’
Misschien komt dat doordat het groene dogma een beetje te ver lijkt te zijn doorgeschoten. Dat is ook de mening van een groene hardliner die nu probeert zijn zetel te redden: Cem Özdemir, de Duitse minister van Landbouw. Hij was de eerste die het zei: je kunt geen 300 hectare bewerken met elektrische tractoren, dus je kunt niet zonder diesel. En: we kunnen geen Europa willen dat importeert in plaats van produceert. Maar zijn belangrijkste strijd is ongetwijfeld die voor de jaarlijkse rotatie van graangewassen.
Volgens GLMC-norm 7 (Goede landbouw- en milieuconditie) mag, om de biodiversiteit te bevorderen, eenzelfde gewas – zoals tarwe – niet meer dan twee jaar achter elkaar op één deel van de landbouwgrond worden verbouwd. Kort gezegd betekent dit dat Duitsland zal moeten stoppen met het verbouwen van miljoenen hectaren tarwe per jaar, net als Frankrijk, de grootste producent van zachte tarwe in de Europese Unie, en Italië, de grootste producent van harde tarwe in Europa. Als gevolg hiervan zullen we onze import moeten verdubbelen uit landen die zich niet aan dezelfde regels houden als wij.
Volgens GLMC-norm 7 mag eenzelfde gewas niet meer dan twee jaar achtereen op één deel van de landbouwgrond worden verbouwd
Bij deze verplichting om met de gewassen te variëren komt nog de Farm to Fork-strategie, die voorschrijft om 10 procent van de landbouwgrond niet langer te gebruiken voor akkerbouw, een kwart van de grond te gebruiken voor biologische landbouw, het gebruik van pesticiden te halveren en het gebruik van kunstmest tegen 2030 met 20 procent te hebben verminderd en tegen 2050 geheel te hebben afgeschaft. Allemaal doelstellingen die de Europese landbouw ernstig in gevaar dreigen te brengen.
De weg die Europa inslaat is dus bijzonder riskant, en dat wordt ook bevestigd door een dossier van Divulga. Dit grote Europese landbouwonderzoekscentrum heeft de schattingen van drie vooraanstaande onderzoeksinstituten gebundeld – het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek van de Europese Unie, de Wageningen Universiteit in Nederland en het Amerikaanse ministerie van Landbouw – die de impact van de Farm to Fork-strategie op de landbouwproductie van Europa hebben bestudeerd. Volgens het onderzoek stevent Europa af op een daling van de graanproductie met 10 à 20 procent, een stijging van de import van citrusvruchten met 93 procent en een stijging van de maïsimport van ruim 209 procent. De prijzen zullen volgens het onderzoek ook enorm omhooggaan: het voorziet een stijging van 24 procent voor rundvlees, 43 procent voor varkensvlees en 42 procent voor olie en wijn. En als klap op de vuurpijl: een exportdaling van 30 procentpunt.
Nog geen 1 procent
Vanaf een tractor gezien gaat het de verkeerde kant op met Europa. En dat alles in naam van het veronderstelde terugdringen van de broeikasgassen. Maar het is een feit dat de uitstoot van de Europese landbouw slechts 10,4 procent bedraagt van de totale uitstoot van Europa, dat op zijn beurt verantwoordelijk is voor ongeveer 9 procent van de totale uitstoot van de planeet. Willen we de Europese landbouw dan lamleggen om op te treden tegen nog geen 1 procent van de wereldwijde uitstoot?
Felice Adinolfi, professor aan de Universiteit van Bologna en directeur van Divulga, is pessimistisch: ‘Europa dreigt er alleen voor te staan in de wedloop om een groene transitie in de landbouw.’ En de cijfers geven hem gelijk. Brazilië is onze grootste leverancier van agrovoedingsmiddelen (ter waarde van 9 miljard euro in één jaar), gevolgd door de Verenigde Staten (6 miljard euro) en China (2,6 miljard euro). Deze drie landen zijn samen goed voor 27 procent van de wereldwijde landbouwemissies, die van 1990 tot 2019 met 15 procent zijn gestegen. Europa is de enige die zijn uitstoot heeft verminderd, met 18,5 procent.
‘Europa dreigt er alleen voor te staan in de wedloop om een groene transitie in de landbouw’
Adinolfi en zijn collega’s luiden daarom de noodklok: ‘De verzamelde gegevens vertellen ons dat het verbouwen van een hectare soja of het produceren van een kilo vlees in Europa vandaag de dag veel duurzamer is dan waar ook ter wereld. Daarom zijn wederzijdse milieu- en sociale verplichtingen essentieel als het Europese initiatief om de klimaatcrisis te bestrijden zijn vruchten wil afwerpen, en geen boemerangeffect wil hebben.’ Maar de negatieve gevolgen zijn er, en die zijn al duidelijk zichtbaar.
Met de dood van Jacques Delors eind 2023 slaat Europa een bladzijde om in zijn geschiedenis. Tijd dat we een kritische balans opmaken en lessen trekken voor de EU-verkiezingen in juni, schrijft Thomas Piketty.
De Europese Akte (1986) met vrij verkeer van goederen en diensten, de Europese richtlijn (1988) over de liberalisering van kapitaalstromen, het Verdrag van Maastricht (1992): het is een understatement om te zeggen dat het Europa dat we nu kennen in de tijd van Jacques Delors, toen voorzitter van de Europese Commissie, is gevormd. Vooral het Verdrag van Maastricht is fundamenteel. Het vormde de Europese Economische Gemeenschap om tot één Unie. En het introduceerde één gemeenschappelijke munt: de euro werd in 1999 van kracht in de financiële sector en in 2002 beschikbaar voor particulieren.
De daaropvolgende Europese Grondwet (2005) werd per referendum verworpen in Nederland (61,54 procent tegen) en Frankrijk (54,67 procent tegen). Het werd vervolgens met parlementaire middelen alsnog ingevoerd in de vorm van het Verdrag van Lissabon (2007), maar het kende eigenlijk geen grote nieuwigheden – het verdrag consolideerde vooral enkele cruciale besluiten die al tussen 1986 en 1992 waren genomen. Het begrotingsverdrag van 2012 scherpte criteria aan inzake schulden en tekorten, wederom zonder centrale innovatie.
Verwaarloosde kwestie
Wie wil begrijpen wat er op het spel stond in de Europese onderhandelingen die tussen 1985 en 1995 zijn gevoerd, leest het naslagwerk dat Rawi Abdelal in 2007 publiceerde (Capital rules. The construction of global finance). Gebaseerd op tientallen diepgaande interviews met de belangrijkste politieke spelers en hoge Europese functionarissen uit die tijd, in het bijzonder Jacques Delors, analyseert Abdelal met finesse de toekomstvisies en de onderhandelingsmarges van alle betrokken partijen.
Samenvattend kunnen we stellen dat de Franse socialisten destijds erop gokten dat de euro en de Europese Centrale Bank (ECB), een machtige federale instelling die haar beslissingen bij meerderheid van stemmen neemt, uiteindelijk de creatie van een Europese publieke macht mogelijk zou maken. Die zou in staat zijn om de economische krachten effectiever te reguleren dan de linkse regering die sinds 1981 in Frankrijk aan de macht was.
Om dit resultaat te bereiken, gaven de Franse socialisten gehoor aan de centrale eis van de Duitse christendemocraten. Die pleitten voor een liberalisering van de kapitaalstromen zonder enige publieke regulering, én zonder enige gemeenschappelijke belastingheffing. Een cruciale kwestie, die grotendeels werd verwaarloosd door François Mitterrand en Jacques Delors tijdens de onderhandelingen. Daarmee was de basis voor een compromis gelegd.
Meederheidsbesluiten
Dertig jaar later zijn de resultaten van deze innovaties genuanceerd. Enerzijds speelde de ECB een centrale rol bij het voorkomen van een ineenstorting na de financiële crisis van 2008 en de coronapandemie. Na aanvankelijke fouten tijdens de Griekse crisis, stelden meerderheidsbesluiten de ECB in staat om nationale veto’s – met name Duitsland – terzijde te schuiven, om snel en effectief aanzienlijke bedragen te mobiliseren om de Europese economie te stabiliseren en de crisis terug te dringen.
‘De Europese regels voor vrij verkeer van kapitaal bleken zo extreem dat zelfs het IMF ervoor terugschrok’
Niemand weet wat er zou zijn gebeurd zonder gemeenschappelijke munt. Het is duidelijk dat de euroloze Scandinavische landen het niet zo slecht hebben gedaan. Toch stelt geen enkele geloofwaardige politicus vandaag een terugkeer naar de Franse franc of Nederlandse gulden voor.
Aan de andere kant begrijpt iedereen dat geldschepping niet alle problemen oplost. Centrale banken zijn vooral bereid om banken en bankiers te redden, in plaats van investeringen in onderwijs, gezondheidszorg of het klimaat toe te staan. Daarmee dragen ze bij aan het concentreren van de rijkdom, aangezien de rijksten profiteren van de groei van aandelenmarkten die mogelijk gemaakt is door aandelenterugkoop, terwijl de inflatie het spaargeld van de armsten wegvaagt.
Parlementaire unie
De Europese regels voor vrij kapitaalverkeer uit 1992 bleken zo extreem en destabiliserend dat zelfs het IMF na de Aziatische crisis van 1997 en de crisis van 2008 besloot bepaalde controles op kapitaal voor kortetermijnstromen opnieuw in te voeren. De Europese regels dragen daarnaast bij aan het verergeren van belastingdumping: eindeloze verlagingen van bedrijfsbelastingen, ontwikkeling van belastingparadijzen en structurele onderbelasting van miljardairs en multimiljonairs.
Hoe moeten we nu omgaan met dit complexe, Europese erfgoed? Ten eerste moeten we tot doel stellen dat zich binnen de EU een harde kern van landen vormt, die bij meerderheid besluiten kan nemen over belastingtechnische, begrotings- en milieu-aangelegenheden. Zelfs als deze ‘Europese Parlementaire Unie’ niet onmiddellijk het levenslicht ziet, moet zij een centraal doel blijven om naar te streven.
Landen zullen, in afwachting van het vinden van een compromis, substantiële unilaterale maatregelen moeten nemen om intra-Europese en buiten-Europese fiscale, sociale en ecologische dumping tegen te gaan. Dit zal complexe maar overkomelijke crises veroorzaken, maar dit is onvermijdelijk als we aan de huidige blokkades willen ontsnappen.
Er werd over Oekraïne en het handelstekort gesproken
China en de Europese Unie hebben donderdag tijdens hun eerste top in vier jaar tijd afgesproken dat de huidige handelsbetrekkingen evenwichtiger moeten worden, meldt Politico. Het is een magere stap en verder leek niets erop te wijzen dat meningsverschillen over andere kwesties worden opgelost.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Er waren geen tekenen dat de EU enige vooruitgang had geboekt bij het overtuigen van China om zijn invloed op Rusland te gebruiken om een einde te maken aan de oorlog in Oekraïne, een onderwerp dat al langer voor spanningen tussen de EU en China zorgt. Over het handelstekort van China leken ook geen vorderingen te zijn gemaakt.
De voorzitter van de Europese Raad, Ursula von der Leyen, zei dat de partijen hun onevenwichtige handelsbetrekkingen hebben besproken, van een gebrek aan toegang tot de Chinese markt en een voorkeursbehandeling voor Chinese bedrijven tot overcapaciteit in de Chinese productie. ‘Politiek gezien zullen de Europese leiders niet kunnen tolereren dat onze industriële basis wordt ondermijnd door oneerlijke concurrentie,’ zei ze.
Het land kreeg geen geld vanwege antidemocratische wetten
De Europese Unie heeft donderdag 900 miljoen euro aan betalingen aan Hongarije goedgekeurd, afkomstig uit het tot nu toe bevroren deel van de herstelfondsen. Dat meldt Bloomberg. Met de tegemoetkoming probeert de EU het veto van Hongarije tegen verdere hulp aan Oekraïne te neutraliseren.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De Europese Commissie had Hongarije na de pandemie uitgesloten van economische steun, vanwege de toegenomen bezorgdheid over corruptie en antidemocratische wetten die premier Viktor Orbán doorvoerde. Daar kwam bij dat Hongarije EU-hulp aan Oekraïne blokkeerde. Zo gebruikte het land zijn veto om tot 2027 50 miljard euro aan economische hulp te geven en toetredingsonderhandelingen met Kyiv te beginnen. Ook een plan om de militaire steun van de EU aan Oekraïne met 20 miljard euro te verhogen haalde het niet.
Orbán heeft nooit een geheim gemaakt van zijn banden met Rusland. Toch lijkt de EU nu te willen proberen Hongarije met fondsen te overtuigen voor Europa te kiezen. Eerder kreeg ook Polen bevroren fondsen uitgekeerd. Dat had te maken met de nieuwe democratische weg die lijkt te zijn ingeslagen na de laatste verkiezingen.
Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar de Europese Unie. Een hele rits landen staan in de rij om lid te worden, maar is dat wel een goed idee? En wat moeten zij doen om lid te worden?
Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €5 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.
Welke landen willen lid worden van de Europese Unie?
Op 8 november presenteert de Europese Commissie haar jaarlijkse uitbreidingsverslag, waarin landen die lid willen worden van de Europese Unie, te horen krijgen wat ze moeten doen om dat te bereiken.
‘Het uitbreidingsrapport is enorm’, schrijft Radio Free Europe, ‘met beoordelingen van tien landen: Albanië, Bosnië-Herzegovina, Georgië, Kosovo, Moldavië, Montenegro, Noord-Macedonië, Servië, Turkije en Oekraïne’.
Een lange lijst inderdaad, en ieder land bevindt zich op een ander punt op de lange weg naar het EU-lidmaatschap. ‘Er zijn berichten dat de Europese Commissie naar aanleiding van het rapport zal aanbevelen om Georgië de officiële status van kandidaat-lidstaat te geven’, schrijft The Guardian.‘Alle ogen zullen echter gericht zijn op Oekraïne en Moldavië, die in juni 2022 de status van kandidaat-lidstaat kregen.’
Ook wordt verwacht dat er nieuws naar buiten komt over Bosnië. De andere landen zullen waarschijnlijk te horen krijgen waar zij nog aan moeten werken, als ze dichter bij het Europese lidmaatschap willen komen. Zo zitten Noord-Macedonië en Turkije al langer in de wachtkamer. Voor deze kandidaten staat er veel op het spel. Europese subsidies, handelsverdragen, open grenzen, academische samenwerkingen: wie lid wordt van de EU, wordt lid van een exclusieve club.
‘Men moet wel voldoen aan de voorwaarden en eisen van de Unie’, schrijft Eurozine. ‘De lidstaten geven delen van hun soevereiniteit op. Ze delegeren aanzienlijke beslissingsbevoegdheden aan de EU en accepteren het Europese Hof van Justitie als hoogste arbiter. Ze maken deel uit van de Europese interne markt, een uitgestrekt gebied waarbinnen goederen, diensten, mensen en kapitaal ongehinderd de nationale grenzen kunnen passeren. Dit wordt mogelijk gemaakt door bijna 100.000 pagina’s EU-wetgeving, die bindend is voor alle lidstaten.’
‘Hoe de onderhandelingen met deze aspirant-leden verlopen, zal duidelijk maken of de EU de naoorlogse visie van haar oprichters kan waarmaken, of dat haar interne tekortkomingen de overhand hebben gekregen’, schrijft Bloomberg. ‘De laatste grote uitbreidingsronde van de EU vond bijna twintig jaar geleden plaats, toen de EU tien voormalig communistische landen opnam. Het was een transformatie.’
De vraag is: moet Europa zich blijven uitbreiden, of is het tijd om een stop te zetten op de verdere groei en aspirant-leden de harde waarheid te vertellen dat zij niet langer welkom zijn?
Waarom moet de Europese Unie zich uitbreiden?
De EU is sinds de oprichting uitgegroeid tot een orgaan met 27 lidstaten. Momenteel willen tien landen lid worden. Veel van hen willen dat al een tijdje, maar sinds ruim een jaar is het toelatingsproces urgent geworden.
Europarlementariër Siegfried Muresan noemt in Euractivhet mogelijke lidmaatschap van Moldavië als goed voorbeeld van waarom de huidige geopolitieke situatie vraagt om uitbreiding van de EU. De vele kandidaat-landen op de Balkan zouden mogelijk in de Russische invloedssfeer terecht kunnen komen als de EU ze laat vallen.
‘Het openen van toetredingsonderhandelingen tussen de EU en Moldavië is een belangrijk politiek signaal nu de oorlog tegen Oekraïne de veiligheid van de hele regio aantast’, schrijft Muresan. ‘Moldavië is een directe buur van de EU én een directe buur van Oekraïne. Het zou voor alle EU-leden nadelig zijn als Poetin, naast dictator Loekasjenka in Belarus, een bondgenoot aan de macht zou hebben in de Republiek Moldavië.’
‘Ruim een decennium lang leken de ooit ambitieuze uitbreidingsplannen van de EU hun aantrekkingskracht voor de Europese bevolking te hebben verloren en werden ze op de plank gelegd’, schrijft Balkan Insight. ‘Toen kwam de Russische aanval op Oekraïne, een dramatisch moment voor Europa die een nieuwe impuls vormde voor een uitbreiding van de EU. Het politieke momentum is er en de belangstelling voor uitbreiding is terug. Er is bovendien een grote kans om de Unie niet alleen uit te breiden, maar ook fundamenteel te hervormen.’
Een groep experts onderzocht hoe de EU hervormd moest worden, nu het zich verder wil uitbreiden, schrijft Financial Times. ‘Ze willen dat zowel de EU als de kandidaat-lidstaten zich ertoe verbinden om tegen 2030 klaar te zijn voor uitbreiding. Ze willen de EU-besluitvorming stroomlijnen, met name door meer gemeenschappelijke uitgaven en meer stemmingen met gekwalificeerde meerderheid [zonder vetorecht]. Dat geldt idealiter voor alle EU-besluiten, behalve constitutionele, inclusief begrotingszaken. Ze willen een grotere EU-begroting. Ze willen een krachtig anticorruptiebureau dat toezichthoudt op de EU-instellingen zelf. En ze willen het makkelijker maken om financiering in te houden en stemrecht op te schorten bij schendingen van de rechtsstaat.’
De combinatie van uitbreiden en hervormen werd eerder deze maand ook genoemd door de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Annalena Baerbock. ‘We moeten af van de situatie waarin mensen geloven dat toetreding een of-ofding is’, citeert Politico. ‘We moeten ervoor zorgen dat mensen in deze kandidaat-landen, vooral jongeren, de kans krijgen om in een vroeg stadium te kunnen profiteren van de voordelen van de Europese Unie, zelfs voordat hun land volwaardig lid wordt.’ Als voorbeelden noemde ze versoepeling van visaprocedures, studieprogramma’s en cultuurprogramma’s.
Ook de president van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, noemde in een toespraak in september de noodzaak tot hervomring. ‘In een wereld waar grootte en gewicht ertoe doen, is [een uitbreiding] duidelijk in het strategisch belang van Europa,’ citeert Al Jazeera. ‘We moeten nadenken over hoe onze instellingen moeten werken – hoe het [Europees] Parlement en de Commissie eruit moeten zien. We moeten de toekomst van onze begroting bespreken – wat we willen financieren en hoe we dat gaan doen.’
Wat is er tegen verdere uitbreiding in te brengen?
Landen verwelkomen puur om te voorkomen dat het in de armen van Rusland valt, of omdat groter nu eenmaal sterker is, of omdat het past in de geest van de oprichters van de EU, daar valt wat tegen in te brengen. Allereerst zijn er de kosten. WION schreef dat indien negen landen, waaronder Oekraïne, lid worden van de EU, ‘dit de huidige leden meer dan 256 miljard euro gaat kosten. Dit zou betekenen dat door de uitbreiding van de EU veel landen die nu netto financiële voordelen hebben van de EU, veranderen in netto betalers’, schrijft de website. ‘Alle lidstaten zullen meer moeten betalen voor en minder ontvangen uit de EU-begroting.’
Linas Linkevicius, voormalig minister van Buitenlands Zaken en Defensie van Litouwen, schrijft in een artikel voor denktank Carnegie Europe dat de EU eerst aan zichzelf moet denken, voordat het aan anderen denkt. ‘Een EU die wordt verscheurd door interne meningsverschillen en inconsistenties, is niet in staat om een sterk principieel standpunt, een gemeenschappelijk beleid te formuleren’, schrijft hij.
The Week gaat dieper in op de onderlinge verschillen, die nu al voor zoveel onrust zorgen dat verdere uitbreiding misschien op een laag pitje moet worden gezet. ‘De toevoeging van toekomstige nieuwe lidstaten en hun economische sterke en zwakke punten zorgen nu al voor de nodige ontevredenheid in sommige EU-leden. Het blok heeft voortdurend problemen met de Poolse en Hongaarse houding ten opzichte van de binnenlandse rechtsorde, inclusief eerlijke verkiezingen en een onafhankelijke rechterlijke macht.’
Een ander argument tegen uitbreiding is de onvermijdelijke migratie van oost naar west die deze met zich mee zou brengen, schrijft de econoom Philip Pilkington op het blog Unherd.‘Of we openen de deur en groeien, of we sluiten hem en stagneren’, schrijft hij. ‘Als we voor de eerste optie kiezen, zullen er ongetwijfeld gevolgen zijn in de vorm van populisme, dat we nu al zo veel aantreffen in de westerse landen.’
Een besluit over het stopzetten van hulp werd teruggedraaid
De Europese Unie is maandag teruggekomen op een besluit van de Hongaarse EU-commissaris Oliver Varhelyi, die aankondigde dat het blok de ontwikkelingshulp voor de Palestijnse autoriteiten zou opschorten. Dat meldt The Guardian. ‘Er is op dit moment geen sprake van het opschorten van betalingen’, stond in een kort statement van de Europese Commissie.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Er werd geen directe verklaring gegeven voor de ommekeer, maar meerdere landen spraken na de uitlatingen van Varhelyi hun ongenoegen uit over zijn besluit. De EU zou al zestien jaar geen betalingen meer doen aan Hamas, die als terreurbeweging wordt beschouwd. EU-buitenlandchef Josep Borrell schreef daarnaast dat ‘een opschorting van de betalingen – waardoor het hele Palestijnse volk zou worden gestraft – de belangen van de EU in de regio zou schaden’.
De EU geeft zo’n 691 miljoen euro per jaar aan de Palestijnse gebieden. Dat geld wordt gebruikt voor onderwijs, ontwikkelingshulp en democratische ontwikkeling. Op dinsdag komen de EU-landen bijeen en zal de rel van maandag ongetwijfeld aan bod komen.
Ruim veertig landen zijn aanwezig in Granada voor de top
Leiders van ruim veertig Europese landen die onderdeel vormen van de Europese Politieke Gemeenschap (EPG) zijn bijeengekomen in de Zuid-Spaanse stad Granada. Het is de derde keer dat de landen bijeenkomen. Uiteraard wordt er op de top gesproken over Oekraïne, schrijft Reuters, maar ook andere thema’s, zoals Nagorno-Karabach, worden besproken.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
President Ilham Aliyev van Azerbeidzjan is echter niet aanwezig. Hij zegt dat er sprake is van ‘anti-Azerbeidzjaanse’ sentimenten, mede vanwege de aanwezigheid van de Franse president Emmanuel Macron, die aankondigde wapens naar Armenië te sturen. Zijn bondgenoot Recep Tayyip Erdogan uit Turkije komt ook niet.
Met de EPG wil de Europese Unie landen die lid willen worden van de unie alvast betrekken in politieke dialogen, omdat het toelatingsproces tot de EU jaren kan duren. De vorige bijeenkomsten stonden met name in het teken van de oorlog in Oekraïne, maar tijdens deze top zullen aanzienlijk minder steunpakketten gepresenteerd worden.
Hoewel de EU nieuwe sancties heeft ingesteld tegen de handel in Russische fossiele brandstoffen, blijven Europese tankers olie uit Rusland verschepen – en dus de Russische schatkist vullen. Het land verdient nog steeds ongeveer 640 miljoen euro per dag aan olie, kolen en gas.
Ondanks een EU-embargo exporteren Europese schepen nog steeds miljoenen tonnen fossiele brandstoffen vanuit Rusland. Zo financieren ze een aanzienlijk deel van de oorlog die Vladimir Poetin in Oekraïne begon. De sancties gelden sinds begin december en zijn bedoeld om Rusland minder te laten verdienen aan de oliehandel met Europa. Ook moeten ze Europese rederijen ontmoedigen om Russische olie naar andere landen te vervoeren.
Uit nieuw onderzoek van Investigate Europe en Reporters United, in samenwerking met DerTagesspiegel, blijkt dat het embargo grotendeels zonder effect blijft. Rusland blijft profiteren van de export van fossiele brandstoffen – en Europese bedrijven helpen daarbij. Dit blijkt uit scheepsgegevens die het team van journalisten vijf maanden lang heeft verzameld.
Uit het onderzoek blijkt dat het gesanctioneerde Russische staatsbedrijf Sovcomflot nog altijd handelspartner van Europa is
Nadat de sancties begin december werden ingevoerd, hebben Europese vrachtschepen en tankers met een capaciteit van bijna 16 miljoen ton draagvermogen olie, kolen en gas uit Rusland geëxporteerd. De schepen vervoerden ongeveer 40 procent van de fossiele brandstoffen die sindsdien de Russische havens zijn uitgevaren.
Van alle Europese scheepvaartsmaatschappijen doen Griekse rederijen de meeste zaken met Rusland. Maar ook schepen uit Italië, Noorwegen en Duitsland blijven vanuit Russische havens exporteren. Uit het onderzoek blijkt dat ook het Russische staatsbedrijf Sovcomflot, dat door de EU is gesanctioneerd, nog altijd handelspartner van Europa is.
Oorlogskas
Vorig jaar hebben de EU-lidstaten de handel in fossiele brandstoffen vanuit Rusland grotendeels aan banden gelegd. Sinds augustus geldt er een verbod op het vervoer van Russische kolen naar Europa, en sinds begin december mogen bedrijven ook geen Russische ruwe olie meer naar de EU verschepen. Naar andere landen mogen Europese rederijen en handelaren alleen ruwe olie uit Rusland vervoeren als deze landen niet meer betalen dan een maximumprijs, die vooraf door de EU-staten is vastgesteld.
Ondanks deze embargo’s blijven veel Europese bedrijven goed verdienen aan de handel met Rusland. Of de rederijen en handelaren daarbij gemaakte afspraken overtreden, kan niet worden aangetoond aan de hand van openbare gegevens. Duidelijk is in ieder geval dat ze met hun handel de Russische oorlogskas spekken.
Volgens openbaar toegankelijke gegevens vervoerden zij geen ruwe olie, maar zogenaamde olieproducten
Voor het onderzoek analyseerden Investigate Europe en Reporters United de databanken van het Centre for Research on Energy and Clean Air (CREA) en Equasis, leverancier van scheepvaartgegevens.
Volgens de onderzochte data verlieten tussen 5 december 2022 en 5 januari 2023 in totaal 689 schepen beladen met olie, kolen of gas de Russische havens. Hiervan kwamen 250 schepen uit Europa. De meeste waren gedekt door Europese verzekeraars.
In de eerste maand na de invoering van de nieuwe sancties hebben binnen de EU vooral Griekse rederijen olie, kolen en gas uit Rusland geëxporteerd. Hun schepen legden in totaal 161 keer aan in Russische havens, met een capaciteit van 12 miljoen ton. Ook Duitse rederijen bleven handel drijven met Rusland: er zijn meer dan twintig gevallen bekend van tankers, met een totale capaciteit van bijna 1 miljoen ton, die vanuit Russische havens fossiele brandstoffen vervoerden.
De hoeveelheid Russische brandstof die door EU-lidstaten wordt verscheept, is nauwelijks afgenomen
Onderstaande tabel toont de totale hoeveelheid gas, olie en steenkool die volgens de onderzoeksgegevens tussen 24 februari en eind december vorig jaar vanuit Russische havens naar andere landen is verscheept. De zendingen zijn geordend naar het land waar de betreffende rederij is geregistreerd.
1. Griekenland 135,8 miljoen ton
2. China 53,8
3. Verenigde Arabische Emiraten 35,5
4. Rusland 18,9
5. Singapore 17,4
6. Turkije 17,4
7. Duitsland 14,2
8. Japan 12,5
9. Groot-Brittannië 11,3
10. Monaco 9,9
Voor zover bekend hebben de Duitse rederijen met hun leveringen niet het embargo geschonden. Volgens openbaar toegankelijke gegevens vervoerden zij geen ruwe olie, maar zogenaamde olieproducten – en de EU zou de handel in bepaalde olieproducten pas begin februari verbieden.
Onderstaande gegevens hebben betrekking op de export vanuit Russische havens. Het kan daarbij gaan om olie, gas en steenkool, maar ook afgeleide of verwerkte producten. De onderzochte periode loopt vanaf het begin van het embargo (5 december) tot en met 5 januari.
De in Bremen gevestigde rederij German Tanker Shipping is verantwoordelijk voor vijftien van de twintig transporten. Tegenover Investigate Europe verklaarde een woordvoerder van het bedrijf dat de rederij ‘alle geldende sancties’ naleeft.
Maar Svitlana Romanko, directeur van de Oekraïense hulporganisatie Razom We Stand, maakt zich zorgen. ‘Ik ben geschokt dat Europese scheepvaartmaatschappijen Russische olie en gas blijven exporteren,’ zegt ze. ‘Ik eis dat de EU-functionarissen die hiervoor verantwoordelijk zijn onmiddellijk uitzoeken of sancties niet zijn nageleefd en of bedrijven hier illegaal hebben samengewerkt met de Russische staat.’
Het kan zijn dat deze transacties toch legaal waren vanwege een maas in de sancties
Volgens de data-analyse van Investigate Europe en Reporters United hebben schepen met een totale capaciteit van acht miljoen ton tussen 5 december 2022 en 5 januari 2023 olie, kolen en gas vanuit Russische havens naar Europa geëxporteerd. Sinds begin december vorig jaar geldt een EU-embargo op de invoer van Russische ruwe olie. Maar de analyse wijst uit dat ook na het begin van de sancties in ten minste dertig gevallen ruwe olie vanuit Rusland naar Europa is verscheept. In achttien van die gevallen gebeurde dat met Europese schepen.
Het kan zijn dat deze transacties toch legaal waren vanwege een maas in de sancties: schepen mogen nog steeds ruwe olie vanuit Russische havens exporteren als die olie oorspronkelijk uit een ander land komt.
Export via andere landen
Vanuit Kazachstan worden grote hoeveelheden ruwe olie verscheept naar de Russische havens in Novorossiysk en Oest-Loega. Drieëntwintig van de dertig ladingen ruwe olie die vorige maand de EU bereikten, zijn afkomstig uit Kazachstan. De scheepsterminal in Novorossiysk is onderdeel van het Caspian Pipeline Consortium (CPC), dat via pijpleidingen olie vanuit het westen van Kazachstan naar de haven aan de Zwarte Zee vervoert. De Russische staat heeft 24 procent van dat consortium in handen.
Naar verluidt blijft de Russische regering naar manieren zoeken om ondanks de sancties toch fossiele brandstoffen naar de EU te kunnen exporteren. De Russische rederij Sovcomflot zou al begonnen zijn een deel van haar vloot over te dragen aan een onderneming die geregistreerd is in de Verenigde Arabische Emiraten. De EU heeft Sovcomflot gesanctioneerd, maar de rederij kan dankzij deze truc handel blijven drijven.
Vooraanstaande managers van Sovcomflot staan in openbare registers vermeld als bestuurders van de onderneming Sun Ship Management. Die onderneming heeft de afgelopen maand al 39 transporten uitgevoerd, met een capaciteit van 3,2 miljoen ton. Zeven van die verschepingen hadden een haven in de EU als bestemming.
Rusland verdient nog steeds ongeveer 640 miljoen euro per dag aan export
Ondanks de EU-sancties blijft Rusland dus enorme hoeveelheden fossiele brandstoffen exporteren. De totale exportcapaciteit is vorig jaar nauwelijks afgenomen, maar tankers uit Russische havens gaan de laatste tijd vaker naar China, India en Turkije in plaats van naar Europa. Waar hun ladingen uiteindelijk terechtkomen, is moeilijk te traceren.
De EU heeft naast het exportverbod ook een prijsplafond ingevoerd. In januari publiceerde het Centre for Research on Energy and Clean Air een onderzoek waaruit blijkt dat de wereldmarktprijzen van olie en gas weer aanzienlijk zijn gedaald als gevolg van die maatregel. Maar Rusland verdient nog steeds ongeveer 640 miljoen euro per dag aan export.
Het probleem is volgens deskundigen dat China, India en Turkije, de nieuwe handelspartners van Rusland, zich niet aan dat prijsplafond houden. Bovendien ligt het plafond van 56 euro hoger dan de gemiddelde prijs van Russische ruwe olie. De Oekraïense president Volodymyr Zelensky noemt de regeling dan ook ‘zwak’. Samen met Polen en de Baltische staten heeft hij voor een aanzienlijk lager plafond gepleit.
Er is onvrede over de graanexport door Oekraïne naar Europa
Polen, een van de trouwste bondgenoten van Oekraïne, wil mogelijk niet langer wapens leveren vanwege een conflict over de graanexport door Oekraïne, zo schrijft The New York Times. Volgens premier Mateusz Morawiecki wil Polen zich concentreren op het moderniseren van de eigen strijdkrachten.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De president van Polen Andrzej Duda zegt echter dat het land niets meer stuurt omdat er weinig meer te sturen is, nadat er zo’n 320 tanks uit het tijdperk van de Sovjet-Unie naar Oekraïne zijn gebracht, naast veertien gevechtsvliegtuigen. Op de achtergrond speelt een importverbod van Polen op Oekraïens graan. Vanwege een gebrek aan afzetmarkten overspoelt Oekraïens graan Europa, waardoor boeren uit Polen, Hongarije en Slowakije komen te zitten.
Met de verkiezingen in aankomst wil Morawiecki mogelijk stemmen winnen in de rurale gebieden door zich hard op te stellen tegenover Oekraïne. De Oekraïense president Volodymyr Zelensky kaartte het verbod deze week aan bij de Verenigde Naties, tot woede van Polen, dat zei geen wapens meer te leveren.
De kustwacht zou een grotere rol hebben gespeeld dan gedacht
Twee migranten die de dodelijke scheepsramp voor de Griekse kust hebben overleefd, hebben tegenover de BBC een boekje opengedaan over de rol van de Griekse kustwacht in die tragedie. Zo zouden de negen Egyptenaren, die gelijk na de scheepsramp werden gearresteerd en veroordeeld, opvarenden zijn geweest die niks met mensensmokkel te maken hadden. Zij werden gedwongen te bekennen.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Andere overlevenden van de ramp werden eveneens gedwongen verklaringen over het negental af te leggen. Daarnaast zeggen zij tegen de BBC dat de kustwacht verantwoordelijk was voor het omslaan van het schip. De kustwacht zou een touw hebben vastgemaakt aan de boot in een poging de migranten naar Italiaanse wateren te slepen. Toen de boot omsloeg, voer de kustwacht weg.
De vissersboot kapseisde op 13 juni voor de kust van Griekenland. Het oude schip was afkomstig uit Libië en was overbeladen met vrouwen, kinderen en mannen uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Zeker 582 mensen kwamen om bij de scheepsramp, 104 andere opvarenden werden op tijd gered.
El País toont samen met Lighthouse Reports de tegenstrijdigheden aan in de officiële versie van de ramp die op 14 juni het leven kostte aan meer dan zeshonderd mensen. Verschillende officiële verklaringen van overlevenden zijn volkomen identiek, alsof ze gekopieerd en geplakt zijn.
Enkele seconden voordat hij in zee viel, keek Kamal, een zevenentwintigjarige Syrische vluchteling, op zijn horloge. Het was 14 juni, 02:05 uur. Zijn lichaam zonk weg in de duisternis, samen met zo’n zevenhonderdvijftig mensen die met hem meereisden aan boord van een oude blauwe vissersboot met Italië als bestemming. ‘De kustwacht sleepte ons met hoge snelheid weg en we kapseisden,’ zegt hij. Het water, tot dan toe kalm, lag vol met mensen die wanhopig probeerden zichzelf te redden. Er klonk geschreeuw, mannen scheurden hun kleren van hun lijf om zich te bevrijden van de drenkelingen die zich aan hen vastklampten om het hoofd boven water te houden…
De boot van de Griekse kustwacht was van dichtbij getuige van de gebeurtenis. Toen de jongeman weer op zijn horloge keek – inmiddels aan boord van het superjacht dat te hulp was gekomen – was het 04:15. ‘Ik heb meer dan twee uur gezwommen,’ verklaart hij.
Kamal is een van de overlevenden van de tragische schipbreuk die drie weken geleden plaatsvond op de Ionische Zee op minder dan tachtig kilometer van de Griekse kust. Maar zijn getuigenis staat haaks op de versie van de Griekse autoriteiten. Kemal staat daarin niet alleen. Voor een gezamenlijk onderzoek van El País met Lighthouse Reports, Reporters United, Monitor, SIRAJ en Der Spiegel werden zeventien getuigen afzonderlijk ondervraagd. Zestien daarvan gaven dezelfde beschrijving: toen de motor van de vissersboot ermee ophield, sleepte een boot van de kustwacht het schip met hoge snelheid weg aan een touw. De vissersboot kapseisde. Sommigen denken dat het mislukte optreden van de kustwacht een ongeluk was, anderen vermoeden opzet. Twee overlevenden zeggen dat ze de sleepactie met hun mobieltjes hebben gefilmd, maar dat de Griekse kustwachten hun apparaten in beslag hebben genomen. Allemaal willen ze uit angst voor represailles dat hun naam wordt veranderd.
Twijfel
Het schip, dat vijf dagen eerder uit Libië was vertrokken, vervoerde zo’n zevenhonderdvijftig mensen: Syrische, Afghaanse, Egyptische en Pakistaanse vluchtelingen. Mannen en vrouwen – van wie enkele zwanger waren – maar ook tieners en kinderen die vastzaten in het ruim van de boot en op geen enkele manier konden ontkomen. Slechts tweeëntachtig lichamen zijn geborgen. Door het vermoedelijke aantal slachtoffers, zeker meer dan zeshonderd, is dit het op een na ergste scheepsongeluk in de Middellandse Zee, na dat van april 2015, waarbij elfhonderd doden vielen.
Voor degenen die het overleefden, was het verschil tussen leven en dood een kwestie van honderd of tweehonderd euro. Dat bedrag rekenden de mensenhandelaren extra voor de vluchtelingen die aan dek wilden reizen en niet in het ruim.
De Griekse regering, die elke verantwoordelijkheid ontkent, heeft op de volgende cruciale vraag geen antwoord: hoe is het mogelijk dat honderden mensen verdronken terwijl de kustwacht zich urenlang in de buurt van de vissersboot begaf? Er liggen serieuze beschuldigingen op tafel. Is de kustwacht verantwoordelijk voor het zinken van het schip? Werd redding uitgesteld, zelfs toen er mensen verdronken? Probeerde de kustwacht koste wat kost te voorkomen dat honderden migranten Grieks grondgebied zouden bereiken?
Tot op de dag van vandaag is er geen definitief bewijs dat de Griekse versie kan weerleggen. De enige juridische procedure die nu loopt, is gericht tegen negen vermeende Egyptische smokkelaars die zich aan boord van het schip bevonden.
Het gezamenlijke onderzoek van El País, Lighthouse Reports en partners levert nieuwe informatie op die de beschuldigingen aan het adres van de Griekse autoriteiten bekrachtigt. Het onderzoek legt de ontberingen bloot van een reis waarbij passagiers urine en zeewater moesten drinken – de modus operandi van de smokelaarsmaffia – en werpt vooral licht op het optreden van de kustwacht. Interne rapporten van Frontex – dat met een vliegtuig en een drone over het gebied vloog –, documenten van de rechtszaak en de zeventien interviews met de hoofdrolspelers in deze tragedie, suggereren dat de redding van de opeengepakte en uitgeputte passagiers nooit prioriteit had voor de Griekse autoriteiten.
Enkele uren na ontscheping nam de kustwacht de verklaringen van negen overlevenden op. Analyse suggereert echter dat sommige identieke getuigenissen tot stand zijn gekomen via knippen en plakken – een indicatie van mogelijke manipulatie van de feiten.
Het alarm zou bijna een half uur na het zinken zijn verzonden
Meer dan veertien uur nadat maritieme coördinatiecentra van Griekenland en Italië de vissersboot in precaire omstandigheden hadden gelokaliseerd, kwam de Griekse kustwacht pas in actie. Dat gebeurde toen de vissersboot, Adriana genaamd, al aan het zinken was.
Voorafgaand aan de schipbreuk bood Frontex de Griekse autoriteiten luchtsteun aan, zo bevestigt een woordvoerder. ‘Maar we kregen geen reactie,’ zegt ze. Ze gingen wel in op het aanbod om een drone in te zetten, maar stuurden die naar een ander schip, voor de kust van Kreta, waar ‘tachtig mensen direct gevaar liepen’. Toen de drone terugkeerde, was de redding van de Adriana al in volle gang.
Cruciaal in de door Griekenland gecoördineerde operatie was de rol van een luxe jacht van 93 meter – de Mayan Queen IV – die haar reddingsboot liet zakken en hielp bij het zoeken naar overlevenden. Wij hadden inzage in de getuigenis die de Britse kapitein Richard Kirkby heeft afgelegd bij de Griekse autoriteiten. Daaruit blijkt dat hij om 02.30 uur bericht van de schipbreuk ontving en om 02:55 uur als eerste commerciële schip in het gebied arriveerde. Als dat tijdstip correct is (de kapitein van een olietanker die ook aan de zoekactie deelnam, beweert om 02:12 een noodsignaal te hebben ontvangen), zou het alarm bijna een halfuur na het zinken zijn verzonden.
De kapitein verklaart dat zijn bemanning na noodkreten vijftien schipbreukelingen uit zee heeft gehaald. Later namen acht grote schepen deel aan de zoektocht naar meer overlevenden, zonder veel succes. Toen ze aankwamen had de zee alles opgeslokt en leek het alsof er niets was gebeurd.
Om zes uur ’s ochtends kreeg de Brit via de radio opdracht om de mensen op te pikken die in afwachting waren van de kustwacht en hen naar de haven te brengen. Daarna gingen honderd mensen en vier kustwachters op weg naar Kalamata, vier uur rijden verderop. Op de vraag of hij nog iets aan zijn verklaring wil toevoegen, knikt Kirkby. ‘Ja, ik wil gezegd hebben dat naast de tien tot vijftien mensen die we hebben gered, mijn bemanning me heeft meegedeeld dat er nog veel meer mensen aan de oppervlakte dreven.’
Omgekomen van de honger
De interviews met zestien overlevenden tijdens ons onderzoek leveren vergelijkbare versies op van wat er die ochtend gebeurde, toen amper honderdvier mensen het overleefden, terwijl er zo’n zeshonderd verdronken in een van de diepste delen van de Middellandse Zee. Getuigen zeggen dat ze, in tegenstelling tot de versie van de Griekse autoriteiten, herhaaldelijk en wanhopig om hulp hebben gevraagd. ‘Rond 13.00 uur vloog er een vliegtuig over ons heen. Met onze handen gebaarden we om hulp. Al eerder waren twee mensen omgekomen van de honger. Hun lichamen hebben we boven op de kapiteinshut gelegd, zodat het vliegtuig ze kon zien,’ zegt Amin, een Syrische overlevende van in de veertig.
Drie getuigen verzekeren ook dat de kustwacht hen beval hun reis naar de Italiaanse reddingszone voort te zetten, dus buiten hun jurisdictie. ‘Onze afspraak met de Griekse kustwacht was dat we hun schip zouden volgen naar Italiaanse wateren, waar een reddingsschip zou liggen dat ons naar Italië kon brengen. [Het Griekse schip] kreeg groen licht en we volgden het totdat onze motor het begaf,’ herinnert Manhal zich, een Syrische metselaar van in de dertig. Hij verloor zijn broer bij de schipbreuk.
Aanvankelijk ontkende de kustwacht een touw naar het schip te hebben gegooid, maar toen overlevenden hun versie aan journalisten konden navertellen, werd de hypothese dat de kustwacht het schip inderdaad had gesleept steeds aannemelijker. Degenen die verantwoordelijk waren voor de reddingsoperatie erkenden uiteindelijk gebruik van het touw, maar zeggen dat ze niet van plan waren de boot te slepen. En al helemaal niet naar Italië. De Griekse autoriteiten beweren onder meer dat de Italiaanse zoek- en reddingszone zich op meer dan honderddertig kilometer afstand bevond, een afstand van twee tot drie dagen varen.
Hassan, een drieëntwintigjarige Syriër, geeft details over de riskante operatie. ‘Ze vertelden dat ze ons naar het [Italiaanse] reddingsschip zouden brengen en dat het maar twee uur varen naar het westen was. Ze sleepten ons voort als een auto. Een keer eerder stond onze boot op het punt om te slaan, maar bleef ze overeind. De tweede keer helde de boot naar rechts en kapseisde ze. Ik had niet eens de tijd om te besluiten in het water te springen. Het touw werd doorgesneden en de boot van de kustwacht draaide om.’ Verschillende getuigenissen bevestigen dit verhaal.
‘Waarom kwam het niet terug? Waarom stopten ze? Ze hadden veel levens kunnen redden’
Maher, een zesentwintigjarige Syrische tandarts, deelt zijn herinneringen aan die vroege ochtend vanuit het vluchtelingenkamp Malakasa, veertig kilometer buiten Athene. ‘Ik was op het dek toen we kapseisden. Ik viel in het water en de boot veroorzaakte een enorme golf die me zo’n dertig meter verderop stuwde. Het was erg donker. Het Griekse schip stopte ongeveer vijfhonderd meter verderop, misschien meer. Ik ben er nog steeds van in de war… Waarom kwam het niet terug? Waarom stopten ze? Ze hadden veel levens kunnen redden.’
Het is niet de eerste keer dat de Griekse kustwacht – berucht om het verdrijven van migranten en vluchtelingen uit zijn wateren – van soortgelijke daden wordt beschuldigd. Vorig jaar veroordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens de acties van Griekenland tegen een schip met zevenentwintig Afghaanse, Syrische en Palestijnse vluchtelingen dat in januari 2014 voor het Griekse eiland Farmakonisi voer. Griekse kustwachten probeerden het overbelaste schip mee te slepen totdat het kapseisde. Bij die schipbreuk kwamen elf vrouwen en kinderen om. Ook toen beweerde de Griekse kustwacht dat paniek en plotselinge bewegingen van de vluchtelingen aan boord het schip hadden doen zinken.
Acties van de Griekse kustwacht in de Egeïsche Zee zijn al langer reden tot zorg voor Frontex. Schendingen van het internationaal recht in Griekse wateren hebben ertoe geleid dat de functionaris van het grensagentschap dat belast is met grondrechten, heeft aanbevolen om niet langer met Athene samen te werken. Vooral de bewezen praktijk om groepen vluchtelingen in reddingsboten de zee op te slepen en ze naar Turkse wateren te brengen is zorgwekkend. De functionaris, aldus The New York Times, heeft opgeroepen tot de ‘sterkst mogelijke maatregelen’ om te zorgen dat Griekenland zich aan de wet zal houden.
Volgens documenten getuigden vier mensen in vrijwel dezelfde bewoordingen dat de trawler zonk omdat hij ‘oud’ was en dat ‘er geen reddingsvesten waren’
De kustwacht beweert dat getuigenissen van overlevenden, die in eerste instantie spaarzaam waren, zijn aangedikt onder invloed van externe actoren. ‘De aanpassingen van de verklaringen volgden op de overplaatsing van getuigen naar Malakasa, een kamp waartoe – in tegenstelling tot wat ze zelf beweren – leden van ngo’s en advocaten snel toegang hadden’, schreef het Griekse dagblad I Kathimerini deze week.
Maar analyse van de verklaringen van de overlevenden aan de kustwacht wijst juist op andere vormen van interventie. In de officiële interviews staan minstens vier vrijwel identieke verklaringen over een belangrijk moment van de reis en de schipbreuk, ook al zijn ze door vier verschillende mensen afgelegd aan verschillende vertalers. In een van de gevallen trad bovendien een van de kustwachten als vertaler op. Enkele nagenoeg identieke zinnen suggereren dat één verklaring is gekopieerd en in verschillende ondervragingen is geplakt. Volgens officiële documenten zouden de vier letterlijk hebben gezegd: ‘Mensen begonnen te klagen omdat we zonder voedsel en water zaten en veel passagiers dachten dat de kapitein verdwaald was en niet wist hoe hij in Italië moest komen, dus was hij genoodzaakt om hulp te vragen.’
Twee verklaringen – waarin elke verantwoordelijkheid van de kustwacht is weggelaten – vertonen letterlijke overeenkomsten wat betreft het moment van de schipbreuk. De twee zouden ten overstaan van verschillende tolken en op verschillende tijdstippen woordelijk hebben gezegd: ‘Op een bepaald moment kwam er ’s nachts een boot van de kustwacht om te helpen, maar plotseling kapseisde de boot (…) Toen hebben ze ons gered met een rubberboot. Daarna kwamen er nog twee of drie boten (…) Bij zonsopgang hebben ze ons op een van die boten gezet en naar de haven gebracht waar we nu zijn. Ze gaven ons ook water.’ Volgens deze documenten getuigden vier mensen in vrijwel dezelfde bewoordingen dat de trawler zonk omdat hij ‘oud’ was en dat ‘er geen reddingsvesten waren’.
Van de negen verklaringen aan de kustwacht die wij inzagen, noemt slechts één het slepen van de vissersboot als oorzaak van de ramp. Maar van de verklaringen die diezelfde getuigen voor de officier van justitie aflegden, zijn er zes die uitvoeriger beschrijven hoe hun boot werd gesleept voordat ze kapseisde.
Voor het onderzoek hebben we gesproken met twee van de negen overlevenden die een verklaring hebben afgelegd, eerst bij de kustwacht en daarna bij de officier van justitie. Allebei zeggen ze dat de kustwacht het deel van hun getuigenis heeft weggelaten waarin ze melding maken van het slepen van de trawler. ‘Ze vroegen me wat er met het schip was gebeurd en hoe het zonk. Ik heb ze verteld dat de kustwacht kwam en een touw aan onze boot vastbond, ons begon te slepen en het schip liet kapseizen,’ zegt een van hen. ‘Dat deel van mijn verklaring is niet genoteerd,’ vervolgt hij. Deze overlevende beweert ook dat hij zich onder druk gezet voelde om ten onrechte mensenhandelaren aan te wijzen. ‘Ze vroegen me naar de Egyptische mensenhandelaren (…) Ik was moe, dus ik vertelde ze wat ze wilden horen.’
Groen licht
Aangenomen wordt dat toen de Adriana zonk, veel van de slachtoffers al dood waren. De zevenhonderdvijftig mensen aan boord van het schip betaalden vijfenveertighonderd euro voor de overtocht, en ondergingen voorafgaand aan de reis maanden van mishandeling en afpersing. Het Libische netwerk dat de reis organiseerde, met vestigingen in Libanon en Syrië, hield een deel van de passagiers vast in een loods bij Tobroek, een stad op honderdvijftig kilometer van de grens met Egypte. Ze konden geen contact onderhouden met de buitenwereld, hun paspoorten waren ingenomen en ze kregen per dag slechts een portie brood en een stuk kaas te eten. De bewakers, zeggen de overlevenden, sloegen en beledigden hen en vermoordden iedereen die problemen veroorzaakte. ‘Als ze rond de pakhuizen van Tobroek zouden gaan graven, zouden ze veel lichamen vinden,’ zegt Kamal. Sommigen zaten acht maanden opgesloten, in afwachting van groen licht van de maffia voor het vertrek van het schip.
Zowel Griekenland als de Europese Commissie als Frontex geeft de smokkelaarsmaffia de schuld van de tragedie, maar alle verzwijgen dat de gangsters in sommige gevallen niet alleen profiteren van migrantengeld, maar ook van Europees geld dat ze krijgen in ruil voor de belofte de komst van mensen te verhinderen. Drie verschillende bronnen bevestigen dat een van de belangrijkste leiders van het netwerk dat het vertrek van de Adriana organiseerde voor de Libische marine werkt, onder leiding van generaal Khalifa Hafter, de krijgsheer die het oosten van het land controleert. Volgens een Libische bron werd op de avond van het vertrek van de Adriana een avondklok afgekondigd om de operatie te vergemakkelijken. Niets van wat er in dat gebied gebeurt, ontgaat de generaal. Hafter is onlangs door Italië en Malta gevraagd naar een oplossing om illegale immigratie naar de Europese Unie een halt toe te roepen.
Eenmaal op zee ontstonden er al snel problemen. De reis zou maximaal drie dagen duren, op de tweede dag werd duidelijk dat de kapitein was verdwaald. Het schip stond onder bevel van een tiental Egyptenaren die voor het criminele netwerk werkten en die, aldus de verklaringen van enkele overlevenden, de passagiers sloegen en beledigden. ‘Angst en paniek maakten zich van ons meester,’ herinnert Kamal zich. ‘We vroegen om redding, ook al was het aan de Libische kustwacht, want we waren in gevaar,’ zegt Manhal.
Op de derde dag raakten het voedsel en het water op en werden mensen ziek of begonnen ze flauw te vallen. Overdag was het extreem warm en ’s nachts erg koud. Als eersten stierven een Egyptenaar en een Pakistaan van de dorst. Vervolgens stierf de kapitein aan een hartaanval, wordt gezegd. De passagiers dronken zeewater dat was gezoet met dadels en vermengd met urine en vuil water uit een radiator.
‘We vroegen hen om ons aan boord te nemen, omdat ze een grote boot hadden, maar ze wilden ons niet meenemen’
Toen in de namiddag van de vierde dag twee olietankers op verzoek van de kustwacht de Adriana naderden om voorraden af te leveren, ontstond er verwarring en paniek. Er werd gevochten om voedsel en water. ‘We vertelden aan de tweede boot die kwam (de Faithful Warrior) dat we geen water en voorraden wilden; toen er flessen naar ons werden gegooid ontstond er paniek. We vroegen hen om ons aan boord te nemen, omdat ze een grote boot hadden, maar ze wilden ons niet meenemen,’ beweert Manhal. Dit verhaal staat haaks op de officiële versie, volgens welke er nooit om hulp is gevraagd.
Toen de boot op 14 juni rond twee uur ’s nachts kapseisde, klommen tientallen mensen op de romp die ondersteboven lag. De schipbreukelingen klampten zich zo goed mogelijk vast aan wat er nog restte van de Adriana. Maar de golven – veroorzaakt door de zinkende vissersboot en door de bewegingen van de boot van de kustwacht – maakten het moeilijk om grip te houden. Vier getuigenissen bevestigen dat het Griekse schip, in plaats van direct tot redding over te gaan, nog meer slachtoffers veroorzaakte door rond het schip te cirkelen en grote golven te genereren.
‘Het schip dat ons had laten zinken kwam dichterbij en veroorzaakte een grote golf’
‘Ik was uitgeput en zwom naar onze boot. Ik hield me ongeveer tien minuten vast aan een stuk metaal, maar het schip dat ons had laten zinken kwam dichterbij en veroorzaakte een grote golf. Mensen die zich vasthielden, vielen in het water,’ zegt Samir, een zevenendertigjarige Syriër. Na een tweede golf verdween de vissersboot. ‘Alsof er niets was gebeurd,’ zegt hij. ‘Het Griekse schip deed bijna een halfuur niets,’ volgens Maher. ‘Ik heb er geen verklaring voor. Waarom kwamen ze niet meteen terug? Als ze dat wel hadden gedaan, hadden ze veel vluchtelingen kunnen redden die nog in leven waren.’
‘Het duurde lang voordat ze een kleine boot stuurden,’ beaamt Nassim, een twintigjarige vluchteling uit Syrië. Hij beweert dat de boot die hij ervan beschuldigt hen tot zinken te hebben gebracht, alles van een afstand in de gaten hield. ‘We waren bang om dichterbij te komen en zwommen weg totdat we zagen dat ze met reddingen begonnen.’ Een van de Egyptenaren die de schipbreuk overleefde vertelt dat hij twee uur in het water dreef en bleef wachten. ‘De Griekse boot lag op ongeveer vijftig meter afstand, maar een halfuur lang deden ze niets.’
Manhal, de metselaar die zijn broer verloor, herinnert zich wel een snelle interventie van de kustwacht na de schipbreuk, maar vreesde al voor zijn leven toen het touw aan de boeg van de trawler werd vastgebonden. ‘We wisten dat slepen gevaarlijk zou zijn. Zelfs iemand die onervaren is, kan je vertellen dat je om een boot te stabiliseren touwen aan beide kanten van de boot moet vastmaken en niet alleen aan de voorkant… Dit zijn mensen van de kustwacht. We dachten dat ze wisten wat ze deden.’
Een groot deel van het geld komt van de Europese Unie
Op de Ukraine Recovery Conference hebben tientallen landen en bedrijven bij elkaar ruim 60 miljard euro aan steun toegezegd om het door oorlog verscheurde Oekraïne weer op te bouwen. Dat schrijft The National. Oekraïne heeft gezegd al tijdens de oorlog te zullen beginnen met de wederopbouw van het land.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Om Oekraïne weer volledig te heropbouwen is zeker 400 miljard dollar nodig, zo zei de regering van Oekraïne eerder. Op de conferentie kwam het meeste geld van de Europese Unie, dat tot 2027 een bedrag van 50 miljard euro in het vooruitzicht stelde. Daar komt bij de Europese Unie zegt dat een EU-lidmaatschap voor Oekraïne steeds dichterbij komt.
Om lid te worden moet het land zeven hervormingen doorvoeren. Op het gebied van de rechterlijke macht en de mediawetgeving voldoet het land inmiddels aan Europese standaarden. Twee andere kandidaat-landen, Moldavië en Georgië, zijn dichterbij. Moldavië heeft drie van de negen vereiste hervormingen doorgevoerd, Georgië heeft er drie van de twaalf af.
Ondanks de sancties slaagt Rusland erin via derde landen huishoudelijke apparaten uit de EU te importeren. Voor de sloop, welteverstaan, zodat de onderdelen gebruikt kunnen worden voor Russisch oorlogstuig.
Het verhaal dat al een tijdje de ronde doet klinkt te bizar om waar te zijn: Rusland zou het gemunt hebben op westerse koelkasten, vaatwassers en wasmachines. Niet omdat ze nu meer wassen dan voor de oorlog tegen Oekraïne, maar om de toestellen, die onder andere uit Duitsland komen, te slopen. Door de sancties komt het land veel spullen tekort, en halfgeleiders, transistors, weerstanden, spoelen en condensatoren kunnen gemakkelijk uit de apparaten worden gehaald. Die kan Rusland dan, in theorie althans, gebruiken als reserveonderdelen voor zijn oorlogstuig.
Het Bijbelse citaat ‘van zwaarden tot ploegscharen’ was een motto van de vredesbeweging in de jaren tachtig. Gebeurt hier het tegenovergestelde? Van koelkasten en wasmachines naar tanks en raketten? Een raar idee misschien, maar het is niet onmogelijk. Feit is dat deze apparaten naar Rusland gaan.
De export van elektrische apparaten uit de Europese Unie naar Russische buurlanden floreert. Vooral Kazachstan springt eruit. Volgens cijfers van Eurostat, het bureau voor de statistiek van de EU, doen wasmachines en koelkasten uit het Westen het daar momenteel buitengewoon goed. In 2022 steeg de waarde van geëxporteerde wasmachines met maar liefst 5172 procent ten opzichte van 2021. In de voormalige Sovjetrepubliek Armenië steeg de waarde in dezelfde periode met 450 procent. En in 2023 waren er maanden waarin het exportvolume van wasmachines naar Kazachstan zelfs nog sterker steeg.
Van koelkasten steeg de export ook aanzienlijk, hoewel minder dramatisch. De waarde van koelkasten die naar de twee landen werden geëxporteerd, steeg in 2021 en 2022 drie tot vier keer, aldus Eurostat. Het is onwaarschijnlijk dat Kazachen en Armeniërs opeens veel meer zijn gaan wassen. Dus wat is er aan de hand? Fungeren landen als Kazachstan in deze oorlog als draaischijf voor nieuwe Russische handel? Als een hub, een eldorado voor clandestiene tussenpersonen en verkopers van koelkasten?
Raadsel
Het in München gevestigde bedrijf BSH Hausgeräte maakt wasmachines en koelkasten voor Bosch en Siemens en stopte na het uitbreken van de oorlog met de productie in Rusland. Het bedrijf leverde ook geen apparaten meer aan het land – ook al viel dat niet onder de sancties. In ieder geval staan hightechproducten zoals geavanceerde halfgeleiders en speciale elektronische componenten wel op de sanctielijst, wat de zaak minder eenvoudig maakt. In München hebben ze geprobeerd om het pad van koelapparatuur en vaatwassers te volgen, maar ze staan voor een raadsel.
‘We keken naar onze verkooptrends in landen als Kazachstan en zagen geen grote schommelingen in de verkoop buiten de normale marktgroei,’ zegt het bedrijf. Ze kijken nu ‘veel nauwkeuriger’ naar nieuwe handelaren en leveranciers en houden hun handels- en distributienetwerken in de gaten. Maar zodra een handelaar de goederen heeft gekocht, is het traject ‘niet meer controleerbaar’. Bovendien komen de halfgeleiders in BSH-toestellen voornamelijk uit Azië, vooral uit China. China heeft zich niet aangesloten bij de Russische sancties. Is die route niet veel makkelijker voor raketreparateurs? Is het wel nodig om nieuwe wasmachines te slopen voor het interieur?
We bellen met Erlend Bollmann Bjørtvedt in Oslo. Bjørtvedt werkt voor het Noorse adviesbureau Corisk als risico-expert en hij heeft de westerse export naar buurlanden van Rusland geëvalueerd. Het gedoe met de keukenapparatuur komt hem ‘nogal vreemd’ voor, zegt hij. Op het eerste gezicht.
Het is wel zo dat ‘de Russen momenteel alles hamsteren wat ze kunnen’. Hij ziet dat ‘veel zaken nu via derde landen gaan – via Kazachstan, Wit-Rusland of Armenië’. Voor hem is dit het bewijs dat de westerse sancties tegen Rusland worden omzeild, want goederen vinden via ingewikkelde routes toch hun weg naar Russische klanten. Bjørtvedt zegt dat alleen al vanuit Duitsland goederen ter waarde van ongeveer twee miljard euro op deze manier Rusland hebben bereikt: ‘De sancties werken vaak niet omdat er in veel landen nog steeds mazen in de wet zijn.’
Dat wordt al langer erkend in Brussel, waar de EU-lidstaten al weken onderhandelen over een elfde sanctiepakket, zonder dat er noemenswaardige vooruitgang wordt geboekt. Er zit geen rek meer in de bereidheid om compromissen te sluiten over nieuwe, strengere sancties tegen Rusland, en economische strafmaatregelen vereisen consensus van de zevenentwintig EU-staten. Daarom richten diplomaten in Brussel zich nu op de nieuwe toeleveringsketens en de omzeiling van eerdere sancties via derde landen, want die moeten worden voorkomen.
Het oorspronkelijke idee om deze derde landen direct te sanctioneren is mislukt door verzet van onder andere Duitsland
Deskundigen van de EU-Commissie hebben hiervoor handelsgegevens bestudeerd, net als Bjørtvedt. Telkens weer duiken Turkije en Kazachstan op, evenals Georgië, Armenië, de Verenigde Arabische Emiraten en Oezbekistan. Gegevens over de export en import van grotere productgroepen, geven geen duidelijk antwoord, zegt een EU-diplomaat. Maar ze laten wel zien dat deze staten als doorvoerlanden fungeren en het mogelijk maken om EU-sancties te omzeilen. Hoogtechnologische onderdelen die ook worden gebruikt in moderne wapens, kunnen op deze manier nog steeds Rusland bereiken.
Het oorspronkelijke idee om deze derde landen direct te sanctioneren is mislukt door verzet van onder andere Duitsland. De EU wil namelijk ook met deze landen partnerschappen aangaan.
In wezen komt het daarom nu neer op drie maatregelen. Ten eerste moet de doorvoer van gevoelige producten – zoals vliegtuigonderdelen – naar Rusland worden beperkt; goederen bestemd voor export naar derde landen blijven nu vaak in Rusland hangen. Een tweede maatregel die wordt besproken is het aan banden leggen van de export van bepaalde goederen naar derde landen als laatste redmiddel, als die landen betrokken zijn bij het omzeilen van sancties en diplomatieke druk niets uitricht. Ten derde zou de EU doelgericht sancties kunnen opleggen aan bedrijven die betrokken zijn bij het omzeilen van sancties. Dat is omstreden omdat er in de huidige stand van zaken nog steeds enkele Chinese bedrijven op de lijst staan.
Het is interessant om te zien wat er behalve wasmachines en koelkasten nog meer in derde landen terechtkomt. Een groot deel van de export bestaat uit auto’s en vrachtwagens, zegt Bjørtvedt. ‘We zien vrachtwagens van alle grote fabrikanten, MAN, Daimler, Iveco, Volvo – ze zijn er allemaal.’
Uit cijfers van Eurostat blijkt dat er in 2022 bijna twee keer zoveel transportvoertuigen vanuit de EU naar Kazachstan werden geëxporteerd als in het jaar ervoor. Naar Armenië waren het er zelfs meer dan drie keer zoveel. Dat is in de eerste maanden van 2023 opnieuw toegenomen. Kazachstan importeerde in het eerste kwartaal vrachtwagens ter waarde van bijna 23 miljoen euro uit de EU: zes keer zoveel als in dezelfde periode vorig jaar. In Armenië steeg de waarde anderhalf keer.
Nieuw Kazachstan
Wasmachines en vaatwassers, halfgeleiders en vrachtwagens voor Poetins oorlog? Daimler is net zo verbijsterd als koelkastfabrikant BSH Hausgeräte. Ook bij Daimler is ‘geen buitengewone toename in de verkoop van vrachtwagens aan Kazachstan waargenomen’, aldus een woordvoerder. Aangenomen wordt dat het vaak om Jahreswagen gaat, voertuigen die binnen twaalf maanden door de eerste eigenaar zijn doorverkocht.
Als derden zoals Kazachstan zich nu aanbieden voor een soort omweg, roept dat een heel andere vraag op. Dat wordt duidelijk aan de hand van de website van het Oost-Europa Comité voor de Duitse economie, dat bedrijven vertegenwoordigt die actief zijn in de betreffende landen.
Daar wordt momenteel gesproken over een ‘nieuw Kazachstan’. Want het land zal in de toekomst een nieuwe rol spelen als belangrijke handelspartner voor westerse landen nu Rusland is afgehaakt vanwege de oorlog. ‘Door de Russische oorlog tegen Oekraïne en de gevolgen ervan staan de schijnwerpers nu gericht op het economisch sterkste land van Centraal-Azië’, staat op de website van het Oost-Europa Comité. Kazachstan presenteert zichzelf ‘vol vertrouwen als een alternatieve leverancier van energie en grondstoffen, als knooppunt tussen Europa en Azië en als een geopolitieke speler’.
Als de bevindingen van Bjørtvedt en anderen kloppen, dan heeft de term ‘draaischijf’ mogelijk een heel speciale betekenis. Michael Harms, directeur van het Oost-Europa Comité, is voorzichtig. ‘De Duitse exportgroei naar landen als Kazachstan kan niet automatisch worden geïnterpreteerd als het ontduiken van sancties,’ zegt hij.
‘Het zijn kleinere, vaak pas opgerichte bedrijven of individuen die via derde landen zakendoen met Rusland’
In veel gevallen zijn de distributiekanalen door de oorlog veranderd – wat niet betekent dat deze producten automatisch in Rusland terechtkomen. Er zijn ‘natuurlijk bedrijven die op criminele wijze de sancties proberen te omzeilen’. Maar het zijn ‘kleinere, vaak pas opgerichte bedrijven of individuen die via derde landen zakendoen met Rusland’. Harms wil dan ook dat ‘dergelijke tussenpersonen die betrokken zijn bij het omzeilen van sancties door de EU, publiekelijk op een zwarte lijst worden gezet, die als leidraad kan worden gebruikt door serieuze bedrijven’.
Er bestaat al een controversiële zwarte lijst, ‘Internationale Sponsors van Oorlog’ genaamd, die is samengesteld door een afdeling van het anticorruptieagentschap in Kyiv. Op deze lijst staan bedrijven die Rusland zouden helpen. De lijst is het grootste twistpunt geworden in de zware onderhandelingen over het elfde sanctiepakket. ‘We boeken eigenlijk goede vooruitgang,’ zegt een EU-diplomaat. ‘Maar er zijn nog steeds twee landen die alles blokkeren.’ Met zeldzame eensgezindheid verhinderen de Hongaarse en Griekse regering dat er een compromis wordt bereikt zolang Oekraïne bedrijven uit hun landen aanklaagt als sponsors van Poetins oorlog. De Hongaren maken zich zorgen over de OTP-bank en de Grieken over hun reders die met hun tankers Russische olie vervoeren. De lijst en de EU-strategie tegen het omzeilen van sancties zijn weliswaar twee verschillende dingen, maar beide landen gebruiken de onderhandelingen om Kyiv zover te krijgen dat hun bedrijven van de sanctielijst worden geschrapt.
Van Duitsland staat alleen Metro AG op de lijst. Deze levensmiddelengroothandel is een van de weinige bedrijven die nog volhardt in zijn Russische activiteiten. Net als chocoladeproducent Ritter Sport. De meeste Duitse bedrijven hebben hun activiteiten in Rusland allang gestaakt en leveren er geen producten meer aan.
Wie zaken blijft doen met het oorlogvoerende Rusland, wordt al snel aan de schandpaal genageld. Maar zakendoen met en in Rusland gaat verder dan chocoladerepen. Je ziet het alleen niet op de verpakking.
Macron hield een toespraak over de toekomst van Europa
De Franse president Emmanuel Macron was dinsdag in Den Haag om een toespraak te houden voor studenten over de toekomst van Europa. Daarbij werd hij in de rede gevallen door demonstranten die protesteerden tegen de manier waarop de Franse president zijn pensioenhervormingen doordrukt en reageert op de protesten. ‘Waar is de Franse democratie?’ riepen de jonge demonstranten, terwijl ze een spandoek ontvouwden waarop in het Engels ‘president van geweld en hypocrisie’ te lezen viel.
Het incident volgde op ‘een veel grotere storm van verontwaardiging die Macron onlangs ontketende’ door in een interview te zeggen dat Europeanen geen ‘navolgers’ van de VS of China moeten zijn in de kwestie-Taiwan, maar de middenweg moeten kiezen, schrijft Die Welt.
‘Macron liet zich niet ontmoedigen door de onruststoker’
‘Politiek analisten hadden gehoopt dat Macron de toespraak in Den Haag zou aangrijpen om alle misverstanden uit de weg te ruimen, maar dat was niet het geval. Macron liet zich niet ontmoedigen door de onruststokers en het vooruitzicht van een diplomatieke crisis met de VS.’
Tijdens zijn dertig minuten durende toespraak pleitte de Franse president voor meer Europese autonomie op economisch gebied. Hij benadrukte de noodzaak van hervormingen om het concurrentievermogen van Europa te versterken, en van beleid dat gericht is op het beschermen van de eigen industrie, een onderwerp dat lange tijd ‘taboe was in Europa’. De toespraak van Macron in Den Haag maakte deel uit van zijn staatsbezoek in Nederland, dat vandaag wordt afgesloten.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.