Onderwerpen: Gelijkheid

  • Gewenst of ongewenst – dat is niet (langer) de vraag

    Gewenst of ongewenst – dat is niet (langer) de vraag

    Filosoof Amia Srinivasan schreef over Elliot Rodger die in 2014 zeven mensen doodde, inclusief zichzelf. In zijn nagelaten pamflet beroept hij zich op zijn ‘recht op seks’. Dit bestaat uiteraard niet, aldus Srinivasan. Maar we moeten wel onder ogen zien dat politiek en onze verlangens onlosmakelijk verbonden zijn.

    Op 23 mei 2014 werd Elliot Rodger, een tweeëntwintigjarige schoolverlater, de beroemdste incel ter wereld. De term – een afkorting van involuntary celibate, onvrijwillig celibatair – kan in theorie zowel op mannen als op vrouwen slaan, maar wordt in de praktijk gebruikt voor niet zozeer seksloze mannen in het algemeen, als wel een bepaald soort seksloze man: het soort dat ervan overtuigd is dat hij het recht heeft op seks, en woedend is op de vrouwen die het hem ontzeggen. Rodger stak zijn twee huisgenoten, Weihan Wang en Cheng Hong, en hun vriend, George Chen, dood toen ze zijn appartement aan Seville Road in Isla Vista, Californië, binnengingen. Een paar uur later reed hij naar het studentenhuis Alpha Phi in de buurt van de campus van UC Santa Barbara. Voor de deur van het gebouw schoot hij drie vrouwen neer, waarbij hij er twee doodde: Katherine Cooper en Veronika Weiss. Vervolgens reed Rodger al schietend door Isla Vista, waarbij Christopher Michaels-Martinez, ook een student aan UCSB, in een winkel werd gedood met een kogel in de borst, en veertien anderen gewond raakten. Uiteindelijk reed hij met zijn BMW Coupé in op een geparkeerde auto, nadat hij zichzelf door het hoofd had geschoten. Hij werd door de politie dood gevonden. 

    In de uren tussen de moord op de drie mannen in zijn appartement en zijn rit naar Alpha Phi ging Rodger naar Starbucks, bestelde koffie en uploadde een video, Elliot Rodger’s Retribution, naar zijn YouTube-kanaal. Hij mailde ook een biografisch manifest van 107.000 woorden, My Twisted World: The Story of Elliot Rodger, naar een aantal mensen, onder wie zijn ouders en zijn therapeut. Samen beschrijven deze twee documenten het bloedbad dat Rodger had gepland en zijn beweegredenen. ‘Het enige wat ik wilde, was erbij horen en een gelukkig leven leiden,’ legt hij aan het begin van My Twisted World uit, ‘maar ik werd buitengesloten en afgewezen, gedwongen tot een bestaan van eenzaamheid en onzichtbaarheid, alleen maar omdat de vrouwen van de menselijke soort mij niet op waarde wisten te schatten.’ 

    Hierop volgt een beschrijving van zijn bevoorrechte en gelukkige jeugd in Engeland – Rodger was de zoon van een succesvolle Britse filmmaker –, gevolgd door zijn bevoorrechte en ongelukkige adolescentie in Los Angeles als een kleine jongen die slecht was in sport, verlegen, raar, geen vrienden had en wanhopig graag cool wilde zijn. Hij beschrijft hoe hij zijn haar blond verfde (Rodger was half blank en half Chinees-Maleisisch; blonde mensen waren ‘zoveel mooier’); hoe hij een ‘toevluchtsoord’ vond in Halo en World of Warcraft; hoe hij op zomerkamp geduwd werd door een mooi meisje (‘Dat was mijn eerste ervaring met mishandeling door een vrouw die ik heb doorstaan, en het heeft me enorm getraumatiseerd’); zich kwaad maakte over het seksleven van zijn leeftijdsgenoten (‘Hoe kan een minderwaardige, lelijke Zwarte jongen in staat zijn om een wit meisje te krijgen en ik niet? Ik ben mooi, en ik ben zelf voor de helft wit. Ik stam af van de Britse aristocratie. Hij stamt af van slaven’); van verschillende scholen af ging, vervolgens ook stopte met community college en hoe hij fantaseerde over een politieke wereldorde waarin hij de baas was en seks werd verboden (‘Vrouwen zijn de pest en moeten met zijn allen in quarantaine worden geplaatst’). Dit alles, zei Rodger, leidde vanzelf tot zijn ‘War on Women’, waarin hij ‘alle vrouwen zou straffen’ voor hun misdaad hem van seks te beroven. Zijn doelwit was de Alpha Phi-studentenclub, ‘de geilste studentenvereniging van UCSB’, omdat hier ‘de meisjes zitten die alles vertegenwoordigen wat ik haat aan het vrouwelijk geslacht (…) lekkere, mooie blonde meisjes (…) verwende, harteloze, vuile bitches’. Hij zou iedereen laten zien dat hij ‘superieur’ was. 

    Opheffing

    Eind 2017 sloot het onlinediscussieforum Reddit zijn veertigduizend leden tellende ‘incel’-ondersteuningsgroep voor mensen ‘die geen romantische relaties en seks hebben’. De opheffing volgde op het besluit van Reddit om inhoud te verbieden die ‘geweld aanmoedigt, verheerlijkt of ertoe aanzet of oproept’. Wat begon als een steungroep voor eenzame en seksueel geïsoleerde mensen, was uitgegroeid tot een forum waarop de gebruikers niet alleen tekeergingen tegen vrouwen en de ‘noncels’ en ‘normies’ die met hen naar bed gingen, maar ook vaak pleitten voor verkrachting. Een tweede incel-Reddit-groep, ‘Truecels’, werd na de beleidswijziging van de site eveneens verbannen. Hierop stonden teksten als: ‘Het aanmoedigen van of aanzetten tot geweld of andere illegale activiteiten zoals verkrachting is verboden. Maar je mag natuurlijk wel zeggen dat bijvoorbeeld verkrachting een lichtere straf moet krijgen of zelfs gelegaliseerd moet worden en dat sletterige vrouwen het verdienen te worden verkracht.’ 

    Het waren de meisjes die hem seks ontzegden, en daarom moesten de meisjes worden vernietigd

    Kort na Rodgers moorden begonnen incels op de manosphere te verkondigen dat vrouwen (en het feminisme) uiteindelijk verantwoordelijk waren voor wat er was gebeurd. Als een van die ‘vuile bitches’ Elliot Rodger gewoon zou hebben geneukt, dan had hij niemand hoeven te vermoorden. Feministische commentatoren haastten zich erop te wijzen dat uiteraard geen enkele vrouw verplicht was om seks met Rodger te hebben; dat zijn vermeende recht op seks een casestudy was binnen de patriarchale ideologie; dat zijn acties een voorspelbare, zij het extreme reactie waren op het dwarsbomen van dat recht. Ze hadden eraan toe kunnen voegen dat het feminisme in feite niet Rodgers vijand was, maar misschien wel juist de beweging die de meeste weerstand biedt aan een systeem dat hem – als kleine, onhandige, vrouwelijke, interraciale jongen – het gevoel gaf tekort te schieten. Uit zijn manifest blijkt dat het overwegend jongens waren, niet meisjes, die hem pestten: die hem in kluisjes duwden, hem een loser noemden, hem belachelijk maakten omdat hij nog maagd was. Maar het waren de meisjes die hem seks ontzegden, en daarom moesten de meisjes worden vernietigd. 

    Zou je ook kunnen zeggen dat Rodgers ‘onneukbaarheid’ een symptoom was van de internalisering van de patriarchale norm van wat mannen seksueel aantrekkelijk maakt voor vrouwen? Die vraag is om twee redenen moeilijk te beantwoorden. Ten eerste was Rodger een engerd, en kwam het op zijn minst deels door zijn eigen buitensporige nadruk op zijn esthetische, morele en raciale superioriteit, en wat het ook in hem was dat hem in staat stelde zijn huisgenoten en hun vriend in totaal 134 keer met een mes te steken, dat vrouwen bij hem uit de buurt bleven, en niet zozeer door zijn onvermogen te voldoen aan de eisen van heteromasculiniteit. Ten tweede hebben veel niet-moorddadige nerdy jongens wél seks. Een van de onrechtvaardige kanten van het patriarchaat, die door incels en andere ‘mannenrechtenactivisten’ niet wordt belicht, is dat zelfs zogenaamd onaantrekkelijke categorieën mannen aantrekkelijk worden gemaakt: geeks, nerds, onvruchtbare mannen, oude mannen, mannen met een bierbuik. Daartegenover heb je sexy schoolmeisjes en sexy docenten, Manic Pixie Dream Girls en milfs, maar deze zijn allemaal strak en sexy en vormen daarmee slechts kleine variaties op hetzelfde normatieve paradigma. (Zie je een artikel in GQ voor je waarin de vrouw met een uitgezakt lijf wordt bejubeld?) Dat gezegd hebbende, is het een feit dat het soort vrouwen waar Rodger seks mee wilde – knappe blonde dispuutsmeisjes – in de regel niet uitgaan met mannen zoals Rodger, ook niet met de niet-enge en ‑moordlustige variant – tenzij ze in Silicon Valley fortuin hebben gemaakt. Ook is het een feit dat dit te maken heeft met de rigide gendernormen die door het patriarchaat worden opgelegd: alfavrouwen willen alfamannetjes. En feit is dat Rodgers eigen verlangens – zijn erotische fixatie op de ‘verwende, verwaande, blonde slet’ – eveneens voortkomen uit het patriarchaat, net als de ‘lekkere blonde slet’ als ideaalbeeld van de vrouw. (In de manosphere werd spottend opgemerkt dat Rodger er niet eens in slaagde de vrouwen naar wie hij verlangde te vermoorden, als een definitieve bevestiging van zijn ‘omega’-status op seksueel gebied: Katherine Cooper en Veronika Weiss waren geen ‘lekkere blondjes’ van Delta Delta Delta, maar twee meisjes die toevallig langs het Alpha Phi-huis liepen.) In de feministische reacties op Elliot Rodger en het incelfenomeen in het algemeen komen het seksuele recht van mannen, objectivering en geweld uitgebreid aan de orde. Maar tot nu toe ging het nauwelijks over verlangen: de verlangens van mannen, de verlangens van vrouwen en hoe deze ideologisch worden gevormd. 

    Aanvankelijk kon je voor politieke kritiek op verlangen terecht bij het feminisme. Enkele decennia geleden stonden feministen vrijwel alleen in het denken over de manier waarop seksueel verlangen – de objecten en uitdrukkingen, fetisjen en fantasieën – wordt gevormd door onderdrukking. De radicale feministen van de late jaren zestig en zeventig keerden zich af van de freudiaanse opvatting dat seksueel verlangen, in de woorden van Catharine MacKinnon, ‘een aangeboren primaire natuurlijke prepolitieke ongeconditioneerde drang was die afhankelijk van het biologische gender werd gevormd’. In plaats daarvan, bepleitten ze, moeten we erkennen dat het patriarchaat seks heeft gegoten in de vorm die wij kennen, een vorm die wordt gekenmerkt door mannelijke overheersing en vrouwelijke onderwerping, met als belangrijkste emoties, in MacKinnons formulering, ‘vijandigheid en minachting, of de opwinding van een meester tegenover zijn slaaf, en ontzag en kwetsbaarheid, of de opwinding van een slaaf tegenover haar meester’. Dat sommige vrouwen desondanks in staat leken om onder deze omstandigheden plezier te beleven, toonde volgens de zogenaamde ‘antiseks’-feministen aan hoe slecht het wel niet ging. Voor velen van hen lag de oplossing in de weigering van seks en van een huwelijk met een man. Dit gold bijvoorbeeld voor The Feminists, een vrouwenbevrijdingsgroep die in 1969 in New York werd opgericht door Ti-Grace Atkinson, van wie niet meer dan een derde van de leden getrouwd mocht zijn of mocht samenwonen met een man. Dit quotum vertegenwoordigde de overtuiging van The Feminists dat feminisme ‘niet alleen rekening moet houden met wat vrouwen willen’, maar bovendien ‘moet veranderen wat vrouwen willen’. Cell 16, een groep uit Boston, opgericht in 1968, deed aan seksseparatisme, het celibaat en karate. De eerste opdracht voor de leden was om SCUM Manifesto van Valerie Solanas te lezen, waarin uiteen wordt gezet dat de vrouw haar zin in seks gemakkelijk – veel gemakkelijker dan ze misschien denkt – kan conditioneren, ‘waarna ze volledig koel, cerebraal en vrij zal zijn (…) wanneer de vrouw haar lichaam overstijgt (…) zal de man, wiens ego uit zijn pik bestaat, vanzelf verdwijnen’. 

    In navolging van Solanas noemt Roxanne Dunbar-Ortiz, oprichter van Cell 16, ‘degene die de hele seksscène heeft meegemaakt en dan vanuit afkeer voor een celibatair bestaan kiest, het verstandigst’. 

    Hoewel alle radicale feministen eind jaren zestig en begin jaren zeventig seks zagen als een constructie van het patriarchaat, verzetten sommige zich vanaf het begin tegen het idee dat de verlangens van vrouwen in overeenstemming moesten worden gebracht met hun politieke overtuigingen. Zoals Alice Echols beschrijft in Daring to Be Bad (1989), haar onderzoek naar radicaal feminisme in de VS, waren seks en een huwelijk met een man volgens zelfverklaarde ‘provrouw’-feministen voor de meeste vrouwen zowel een legitiem verlangen als een strategische noodzaak – een middel om politieke macht te verwerven of gewoon te overleven – in plaats van een symptoom van patriarchale indoctrinatie.

    ‘Persoonlijk solutionisme’

    Wat vrouwen nodig hadden, was niet de bevrijding van het opgelegde verlangen naar een heteroseksueel huwelijk, maar een nieuwe, gelijkwaardiger vorm van dat huwelijk. Het manifest van de radicale feministische groepering Redstockings, in 1969 opgericht door Shulamith Firestone en Ellen Willis, benadrukte dat ‘de onderwerping van vrouwen niet het resultaat is van hersenspoeling, domheid of geestesziekte, maar van de voortdurende, dagelijkse druk die mannen op ons uitoefenen. We moeten niet onszelf veranderen, maar de man.’ Daaruit volgde voor zowel de Redstockings als voor andere provrouwfeministen een afwijzing van ‘persoonlijk solutionisme’ – het idee dat de separatistische praktijken van groepen als Cell 16 en The Feminists revolutionaire verandering teweeg kon brengen. Deze groepen brachten in de ogen van provrouwfeministen onderscheid aan tussen ‘echte’ feministische vrouwen en de achterlijke vrouwen die vanwege hun relaties met mannen de revolutionaire zaak verraadden. In de ogen van provrouwfeministen deden alle vrouwen aan compromissen en onderhandeling, en vereiste echte bevrijding structurele in plaats van individuele verandering. Een prominente Redstocking zou tijdens een bijeenkomst hebben verklaard: ‘Zonder revolutie komen we niet van de plantage af!’ (Zoals de keuze van de metafoor doet vermoeden, waren de Redstockings, net als de meeste radicale feministische groepen, overwegend wit.) 

    Provrouwfeministen maakten zich ook zorgen dat antiseksfeministen, in hun ijver om het patriarchaat uit te bannen, vrouwelijke seksualiteit volledig zouden ontkennen. Die zorg was niet geheel ongegrond. Ellen Willis herinnert zich dat Ti-Grace Atkinson een bijeenkomst van de Redstockings bijwoonde en ‘nogal betuttelend’ opmerkte dat haar verlangen ‘allemaal in mijn hoofd zat’. Maar hoewel provrouwfeministen de oprechtheid van seksuele verlangens van vrouwen benadrukten, hadden ze weinig belangstelling voor het verdedigen van vrouwelijke verlangens buiten de grenzen van heteroseksualiteit. In hun ogen was het heterohuwelijk zowel praktisch noodzakelijk als intrinsiek wenselijk, en ze beschuldigden lesbiennes ervan zich terug te trekken van het ‘seksuele slagveld’ en de gemiddelde vrouw buitenspel te zetten. Een homoseksuele vrouw die de Redstockings verliet, merkte op dat de groep ‘aanzienlijk minder provrouw was als het aankwam op lesbiennes’.

    In deze neiging tot homofobie zaten provrouwfeministen bij uitzondering op één lijn met antiseksfeministen, van wie velen lesbiennes zagen als ‘door mannen gevormde’ seksuele bedreigingen voor andere vrouwen. Als reactie begonnen lesbische feministen steeds meer te pleiten voor de vereniging van hun seksuele identiteit met hun politiek, waarbij ze lesbianisme deden voorkomen als een kwestie van politieke solidariteit in plaats van als aangeboren seksuele geaardheid. Zo verklaarden The Furies, een radicaal lesbisch collectief dat in 1971 in Washington D.C. werd opgericht, dat ‘lesbianisme geen kwestie is van seksuele voorkeur, maar eerder een politieke keuze die elke vrouw moet maken als ze (…) een einde wil maken aan mannelijke overheersing’. Het antiseksfeministische pleidooi voor het celibaat werd nu dus gebruikt als argument voor (een specifiek soort) lesbianisme. Toen deze ‘politiek lesbiennes’ meer en meer werden gezien als de voorhoede van de vrouwenbevrijdingsbeweging, begonnen provrouwfeministen hen ervan te beschuldigen, zoals ze eerder bij de antiseksfeministen hadden gedaan, dat ze meer geïnteresseerd waren in individuele verandering dan in een politieke confrontatie. Op hun beurt beschuldigden politiek lesbiennes provrouwfeministen ervan de mannelijke overheersing in stand te houden. 

    Grote vijand

    De ontwikkelingen in het Verenigd Koninkrijk kwamen grotendeels overeen met die in de VS. In 1970 vond de eerste National Women’s Liberation Movement Conference (WLM) plaats in het Ruskin College in Oxford. Vanaf het begin werd de Britse tweede feministische golf intellectueel en politiek gedomineerd door socialistische feministen zoals Juliet Mitchell, Sally Alexander en Sheila Rowbotham, voor wie de strijd tegen kapitalistische uitbuiting centraal stond in de emancipatie van vrouwen, en die in linkse mannen belangrijke – zij het niet-ideale – bondgenoten zagen. Sommige feministen waren het daar niet mee eens en richtten speciale vrouwenhuizen en ‑groepen op. Maar het duurde nog tot 1977 voordat er een ware kloof ontstond tussen socialistische feministen en de feministen die niet het kapitalisme maar mannen als de grote vijand zagen. Op de negende Women’s Liberation Movement Conference, dit keer gehouden in Londen, presenteerde Sheila Jeffreys een verhandeling met de titel The Need for Revolutionary Feminism [De noodzaak tot revolutionair feminisme], waarin ze socialistische feministen ter verantwoording riep omdat ze niet inzagen dat mannelijk geweld en niet kapitalistische uitbuiting aan de basis lag van vrouwenonderdrukking, en daarom progressieve eisen stelden als verbetering van de kinderopvang. ‘De vrouwenbevrijdingsbeweging is en moet worden gezien als een bedreiging,’ zei Jeffreys, ‘en ik zie niet in waarom we de bijeenkomsten zouden doen voorkomen als gemengde tupperwareparty’s waar de mannen voor de koffie zorgen.’ Een fanatieke minderheid van Engelse feministen sloot zich bij haar standpunten aan en vormde separatistische groepen zoals de Leeds Revolutionary Feminist Group, beroemd vanwege het pamflet ‘Political Lesbianism: The Case against Heterosexuality’. Op de conferentie het jaar daarop, in Birmingham, dienden revolutionaire feministen een voorstel in om de zes eisen af te schaffen die de WLM op eerdere conferenties had geformuleerd, omdat ‘het belachelijk is om ook maar iets te eisen van een patriarchale staat – van mannen – oftewel de vijand’. Het voorstel ontbrak op de plenaire agenda – met opzet, beweerden de revolutionaire feministen. Toen het uiteindelijk hardop werd voorgelezen, stuitte het op felle tegenstand van socialistische feministen, die de revolutionaire feministen begonnen uit te dagen door sprekers te onderbreken en te gaan zingen. Het ontaardde in een hevige strijd over de vraag of mannelijk seksueel geweld een symptoom was van ‘mannelijke suprematie’ of van andere maatschappelijke kwalen als klassenonderdrukking, en of lesbische seksualiteit al dan niet door feministen moest worden verdedigd. Naarmate de avond vorderde, kon vrijwel niemand meer boven het geschreeuw uit komen; microfoons werden uit handen gerukt; veel vrouwen vertrokken uit woede en frustratie. Dit was de tiende en laatste WLM-conferentie.

    In de loop van de jaren zeventig en tachtig verhardden de standpunten. Vanaf midden jaren zeventig richtten antiseksfeministen in de VS, en in mindere mate revolutionaire feministen in het VK, hun pijlen steeds meer op pornografie, wat sommige feministen beschouwden als symbool voor het patriarchaat als geheel. (Net als de feministische homofoben waren ook antipornofeministen over het algemeen fel gekant tegen lesbisch sadomasochisme, dat volgens hen slechts een nabootsing was van de patriarchale dynamiek.) Veel feministen, met name Ellen Willis, vonden deze focus op porno verontrustend om dezelfde reden dat provrouwfeministen bezwaar hadden gemaakt tegen het celibaat: dat zou bijdragen aan de onderdrukking van vrouwelijke seksualiteit. Maar veel feministen wilden ook afstand nemen van de provrouwgedachte dat het monogame heterohuwelijk de ideale uitkomst voor vrouwen was. Willis, wier overtuigingen het midden hielden tussen provrouw‑en antiseksfeminisme, liep voorop in de ontwikkeling van wat later ‘proseks-’ of ‘sekspositief’ feminisme werd genoemd. In haar beroemde essay uit 1981, ‘Lust Horizons: Is the Women’s Movement Pro-Sex?’ betoogde Willis dat zowel provrouw‑ als antiseksfeminisme het conservatieve idee versterkte dat mannen naar seks verlangen terwijl vrouwen het alleen maar verdragen, een idee waarvan de ‘belangrijkste maatschappelijke functie’ het inperken van de autonomie van vrouwen was in ruimtes buiten de slaapkamer (of het steegje). Beide vormen van feminisme, schreef Willis, verlangden van ‘vrouwen dat ze een zogenaamde morele superioriteit accepteerden als substituut voor seksueel genot, en brachten de seksuele vrijheid van mannen terug tot een substituut voor macht’. Geïnspireerd door de toenmalige lgbt-rechtenbeweging benadrukten Willis en andere proseksfeministen dat vrouwen volwaardige seksuele wezens waren, wier instemming dan wel afwijzing – ja of nee – doorslaggevend was. 

    Seks is niet langer moreel problematisch of onproblematisch: het is gewenst of niet gewenst

    Sinds Willis werd dit proseksfeminisme steeds breder gedragen, doordat het feminisme zich bewoog richting intersectionaliteit. Feministen zijn gaan nadenken over de rol die ras en klasse spelen binnen de patriarchale onderdrukking en terughoudender geworden in het opstellen van universele wetten, waaronder een universeel beleid op het gebied van seks. De eis van gelijke toegang tot de werkplek zal meer weerklank vinden bij witte vrouwen uit de middenklasse van wie wordt verwacht dat ze thuisblijven dan bij de zwarte vrouwen en vrouwen uit een arbeidersmilieu die altijd al samen met hun mannen moesten werken. Evenzo zal seksuele zelfobjectivering een andere lading hebben voor een witte vrouw die, vanwege haar huidskleur, al voldoet aan het paradigma van vrouwelijke schoonheid, dan voor een zwarte of bruine vrouw, of een trans vrouw. Feministen zijn steeds minder gaan denken in termen van vals bewustzijn, zoals de gedachte dat vrouwen die met mannen seks hebben en trouwen het patriarchaat hebben geïnternaliseerd. Het wordt nu belangrijker gevonden om vrouwen op hun woord te geloven. Als een vrouw zegt dat ze graag in de porno-industrie werkt, of graag betaald wordt voor seks met mannen, of verkrachtingsfantasieën heeft, of stiletto’s draagt – en niet alleen van deze dingen geniet, maar ze bovendien ziet als emancipatoir onderdeel van haar feministische overtuigingen – dan zijn we verplicht, vinden veel feministen, om dat van haar aan te nemen. Dit is niet alleen een epistemische bewering, vanuit de gedachte dat wanneer een vrouw iets zegt over haar eigen ervaring, dat een sterke, zij het misschien niet onfeilbare reden is om aan te nemen dat het waar is. Het is ook, misschien wel in de eerste plaats, een ethische bewering: een feminisme dat te makkelijk uitgaat van zelfbedrog, loopt het risico degenen die het wil bevrijden juist te domineren. 

    Wederzijdse instemming

    Willis’ pleidooi in ‘Lust Horizons’ is nog altijd leidend. Sinds de jaren tachtig overheerst een feminisme dat de seksuele verlangens van vrouwen niet langer moraliseert, en van mening is dat het handelen naar die verlangens alleen wordt begrensd door de voorwaarde van wederzijdse instemming. Seks is niet langer moreel problematisch of onproblematisch: het is gewenst of niet gewenst. In die zin komen de normen van seks overeen met de normen van de kapitalistische vrije uitwisseling. Het gaat er niet om onder welke omstandigheden de dynamiek van vraag en aanbod ontstaan – waarom sommige mensen hun diensten moeten verkopen en andere ze kopen –, het gaat er alleen om dat zowel koper als verkoper met de overdracht heeft ingestemd. Het zou echter te makkelijk zijn om te zeggen dat sekspositiviteit de coöptatie van het feminisme door het liberalisme vertegenwoordigt. Hele generaties van feministen en homo‑ en lesbische activisten hebben hard gevochten om seks te bevrijden van schaamte, stigma, dwang, misbruik en ongewenste pijn. Het was essentieel om te benadrukken dat er grenzen zijn aan wat van buitenaf kan worden begrepen over seks, dat seksuele handelingen niet altijd vanuit publiek perspectief kunnen worden geïnterpreteerd, dat we er soms van uit moeten gaan dat een seksuele handeling in orde is, ook als we ons daar niets bij voor kunnen stellen. Feminisme trekt dus enerzijds het liberale onderscheid tussen het publieke en het private in twijfel, maar dringt er anderzijds op aan. 

    Toch zou het onvolledig zijn om niet in te gaan op de overlap, hoe onbedoeld ook, tussen sekspositiviteit en liberalisme, in hun gedeelde weerzin te onderzoeken waar onze verlangens vandaan komen. Feministen van de derde golf hebben bijvoorbeeld gelijk in hun bewering dat sekswerk werk is, en vaak beter werk dan het ondergeschikte werk dat veel andere vrouwen verrichten. En ze hebben gelijk als ze zeggen dat sekswerkers niet zozeer moeten worden gered en gerehabiliteerd als wel juridische en materiële bescherming nodig hebben, beveiliging en een veilige omgeving. Maar om te begrijpen wat voor soort werk sekswerk is – wat voor fysieke en psychische handelingen er worden gekocht en verkocht, en waarom het overwegend vrouwen zijn die het aanbieden, en overwegend mannen die ervoor betalen – moeten we toch iets zeggen over de politieke vorming van mannelijk verlangen. En zo zal er ook iets te zeggen zijn over andere vormen van vrouwenwerk: lesgeven, verplegen, verzorgen, het moederschap. Als we beweren dat sekswerk ‘gewoon werk’ is, vergeten we dat al het werk – mannenwerk, vrouwenwerk – nooit zomaar werk is: sekse speelt altijd een rol. 

    Fundamentele vragen

    Aan het einde van ‘Lust Horizons’ zegt Willis dat het voor haar ‘vanzelf spreekt dat wederzijds instemmende partners recht hebben op hun seksuele voorkeuren, en dat autoritair moralisme geen plaats heeft’ binnen het feminisme. En toch, vervolgt ze, ‘moet een werkelijk radicale beweging verder kijken (…) dan het recht om te kiezen, en de fundamentele vragen blijven stellen. Waarom kiezen we wat we kiezen? Wat zouden we kiezen als we een echte keuze hadden?’ Hier lijkt Willis nogal een draai te maken. Nadat ze ethische argumenten heeft aangevoerd waarom onze seksuele voorkeuren, wat die ook mogen zijn, op zichzelf staan en tegen morele bemoeienis moeten worden beschermd, vertelt Willis ons dat ‘echt radicaal’ feminisme precies die vraag moet stellen die aanleiding geeft tot ‘autoritair moralisme’: hoe zouden de seksuele keuzes van vrouwen eruitzien als ze echt vrij waren? Het voelt misschien alsof Willis met de ene hand wegneemt wat ze met de andere heeft gegeven. Maar misschien ook geeft ze met beide handen. Hier, zegt ze, ligt een taak voor het feminisme: onze vrije seksuele keuzes als vanzelfsprekend behandelen, terwijl we ook inzien dat, zoals antiseks‑ en lesbische feministes altijd hebben gezegd, dergelijke keuzes onder het patriarchaat zelden vrij zijn. Wat ik suggereer is dat feministes zo gefixeerd zijn op het eerste, dat ze het laatste dreigen te vergeten. 

    Als ethisch verantwoorde seks enkel zou worden begrensd door wederzijdse instemming, moeten we seksuele voorkeur als iets natuurlijks beschouwen, waarmee de verkrachtingsfantasie een oergegeven wordt in plaats van een politiek gevormd verschijnsel. En niet alleen de verkrachtingsfantasie. Denk aan de ultieme neukbaarheid van ‘lekkere blonde sletten’ en Oost-Aziatische vrouwen, de relatieve onneukbaarheid van zwarte vrouwen en Aziatische mannen, de fetisjisering van en angst voor zwarte mannelijke seksualiteit, de seksuele afkeer van gehandicapte, trans en dikke lichamen. Deze gegevens van wie ‘neukbaar’ is – niet wiens/wier lichaam wordt gezien als seksueel beschikbaar (in die zin zijn zwarte vrouwen, trans vrouwen en gehandicapte vrouwen maar al te neukbaar), maar wiens/wier lichaam status verleent aan degenen die er seks mee hebben – zijn politieke feiten. Het zijn feiten die we serieus moeten nemen om tot een volledig intersectioneel feminisme te komen. De sekspositieve kijk die zich niets aantrekt van Willis’ oproep tot ambivalentie, dreigt deze feiten als prepolitiek te beschouwen. Met andere woorden, de sekspositieve blik dreigt niet alleen vrouwenhaat te verdoezelen, maar ook racisme, validisme, transfobie en elk ander onderdrukkend systeem dat onder het schijnbaar onschuldige voorwendsel van ‘persoonlijke voorkeur’ zijn weg vindt naar de slaapkamer. 

    ‘De mooie torso’s op Grindr zijn meestal van Aziatische mannen die hun gezicht verbergen,’ zei een homoseksuele vriend tegen me. De volgende dag zag ik op Facebook dat Grindr een webserie is begonnen genaamd ‘What the Flip?’. In de eerste aflevering van drie minuten wisselen een mooie, Oost-Aziatische man met blauw haar en een goed verzorgde, knappe witte man van Grindr-profiel. De resultaten zijn jammerlijk voorspelbaar. De witte man, die nu het profiel van de Aziatische man gebruikt, wordt nauwelijks benaderd, en degenen die hem wel benaderen zeggen ‘Rice Queens’ te zijn en van Aziatische mannen te houden omdat ze ‘zich goed kunnen onderwerpen’. Als hij niet reageert, krijgt hij een beledigende opmerking. Ondertussen wordt de inbox van de Aziatische man overspoeld met bewonderaars. In hun gesprekje achteraf zien we bij de witte man ontsteltenis, bij de Aziatische jongen vrolijke berusting. ‘Je bent misschien niet ieders type, maar je zult zeker iemand vinden,’ merkt de witte man uiteindelijk zwakjes op, waarna ze elkaar omhelzen. In de volgende aflevering wisselt een afgetraind, Ryan Gosling-achtig type van profiel met een mollige kerel met een mooi gezicht. In weer een andere aflevering ruilt een vrouwelijke man met een mannelijke man. De resultaten zijn steeds weer even voorspelbaar. 

    De overduidelijke ironie van ‘What the Flip?’ is dat Grindr zijn gebruikers aanmoedigt om de wereld aan de hand van identiteitskenmerken te verdelen in degenen die wel en degenen die geen acceptabele seksuele objecten zijn – om te denken in termen van seksuele ‘dealbreakers’ en ‘vereisten’. En zo verdiept Grindr de discriminerende groeven waarlangs onze seksuele verlangens zich toch al bewegen. Bij online daten – en vooral op de geabstraheerde interfaces van Tinder en Grindr, die aantrekkingskracht tot de essentie herleiden: gezicht, lengte, gewicht, leeftijd, ras, geestige slogan – worden de slechtste kanten van de huidige staat van seksualiteit op onze schermen geïnstitutionaliseerd. 

    ‘Lichaamsfascistisch’

    Een vooronderstelling van ‘What the Flip?’ is dat dit vooral een homoseksueel probleem is: dat de homoseksuele mannengemeenschap te oppervlakkig is, te lichaamsfascistisch, te keurend. De homoseksuele mannen in mijn leven beamen dit voortdurend; ze voelen zich er allemaal slecht over, zowel de daders als de slachtoffers (de meeste zien zichzelf als beide). Ik ben niet overtuigd. Kunnen we ons voorstellen dat een datingapp die vooral door hetero’s wordt gebruikt, zoals Bumble of Tinder, een webserie maakt die de hetero-’gemeenschap’ aanmoedigt om haar seksuele racisme of vetfobie onder ogen te zien? Als dat onwaarschijnlijk klinkt, is de reden niet dat hetero’s geen lichaams‑ of seksueel racisten zijn. Het is omdat hetero’s – of, beter gezegd, witte, gezonde cishetero’s – niet geneigd zijn te denken dat er iets mis is met de manier waarop ze seks hebben. Daarentegen weten homoseksuele mannen – zelfs de mooie, witte, rijke, gezonde – dat het een politieke kwestie is met wie ze seks hebben en hoe. 

    Niemand is verplicht om seks met iemand anders te hebben

    Uiteraard is het niet zonder risico om onze seksuele voorkeuren aan politiek toezicht te onderwerpen. We willen dat het feminisme de oorsprong van verlangen kan ondervragen, maar zonder slutshaming, preutsheid of zelfverloochening te bewerkstelligen: zonder individuele vrouwen te vertellen dat ze eigenlijk niet weten wat ze willen, of niet mogen genieten van wat ze willen (zolang er sprake is van wederzijdse instemming). Sommige feministen denken dat dit onmogelijk is en dat kritiek op verlangen onvermijdelijk leidt tot autoritair moralisme. (Deze feministen kunnen we vergelijken met vrouwen die pleiten voor een soort ‘sekspositiviteit uit angst’, zoals Judith Shklar ooit pleitte voor een ‘liberalisme uit angst’ – de keuze voor liberalisme vanuit de angst voor autoritaire alternatieven.) Maar het ‘herpolitiseren’ van verlangen kan ook een discours van ‘seksueel recht’ in de hand werken. Wanneer je het hebt over mensen die onterecht seksueel worden gemarginaliseerd of uitgesloten, kan dat de weg vrijmaken voor de gedachte dat deze mensen recht hebben op seks, een recht dat wordt geschonden door degenen die weigeren seks met hen te hebben. Die opvatting is bijzonder kwalijk: niemand is verplicht om seks met iemand anders te hebben. Ook dit is een vanzelfsprekendheid. En dit is natuurlijk wat Elliot Rodger, net als de vele boze incels die hem als martelaar vereren, weigerde in te zien. In de inmiddels opgeheven Reddit-groep was een bericht verspreid met als titel ‘Het zou legaal moeten zijn voor incels om vrouwen te verkrachten’, waarin stond dat ‘geen uitgehongerde man naar de gevangenis zou hoeven gaan voor het stelen van voedsel, en geen seksueel uitgehongerde man naar de gevangenis zou hoeven gaan voor het verkrachten van een vrouw’. Het is een misselijkmakende vergelijking, die de gewelddadige misvatting belicht die ten grondslag ligt aan het patriarchaat. Sommige mannen worden om politiek dubieuze redenen uitgesloten van het seksuele domein – waaronder mogelijk enkelen van de mannen die hun wanhoop uiten op anonieme fora – maar op het moment dat hun frustratie zich omzet in woede ten opzichte van de vrouwen die hun seks ‘ontzeggen’, in plaats van woede op de systemen die verlangens vormen (van henzelf en van anderen), overschrijden ze de grens naar morele verwarring en verwerpelijkheid. 

    In haar scherpzinnige essay ‘Men Explain Lolita to Me’ wijst Rebecca Solnit ons erop dat ‘je geen seks met iemand mag hebben tenzij diegene seks met jou wil’, zoals ‘je niet met iemand een boterham kan delen, tenzij diegene die boterham met jou wil delen’. Geen hap van iemands boterham krijgen is ‘evenmin een vorm van onderdrukking’, aldus Solnit. Maar de analogie werkt even verwarrend als verhelderend. Stel dat je kind thuiskomt uit school en vertelt dat de andere kinderen hun boterhammen met elkaar delen, maar niet met haar. En stel dat je kind bruin is, of dik, of gehandicapt, of niet zo goed Engels spreekt, en dat je vermoedt dat dit de reden is dat de andere kinderen geen boterham met haar delen. Dan is de uitleg dat geen van de andere kinderen verplicht is om iets met je kind te delen, hoe waar ook, niet langer bevredigend. 

    Seks is geen boterham. Hoewel je kind niet wil dat er uit medelijden met haar wordt gedeeld – zoals niemand een wip uit medelijden wil, en zeker niet van een racist of een transfoob – zouden we het niet autoritair vinden als de leraar de andere leerlingen zou aanmoedigen ook met jouw dochter te delen, of een beleid voor gelijke verdeling zou invoeren. Maar een staat die zich op soortgelijke wijze zou bemoeien met de seksuele voorkeur en praktijken van zijn burgers – die ons zou aanmoedigen om seks gelijk te ‘verdelen’ – zou waarschijnlijk als buitengewoon autoritair worden beschouwd. (De utopische socialist Charles Fourier stelde een gegarandeerd ‘seksueel minimum’ voor, vergelijkbaar met een gegarandeerd basisinkomen, voor elke man en vrouw, ongeacht leeftijd of invaliditeit; pas als seksuele deprivatie zou zijn opgeheven, kunnen romantische relaties echt vrij zijn, zo meende Fourier. Deze maatschappelijke dienst zou worden verleend door een ‘amoureuze adel’ die, aldus Fourier, ‘in staat is liefde ondergeschikt te maken aan gevoelens van eer’.) Het maakt natuurlijk uit hoe bemoeienis eruit zou zien: activisten op het gebied van functiebeperking roepen bijvoorbeeld al lange tijd op tot meer inclusieve seksuele voorlichting op scholen, en velen pleiten voor regelgeving die diversiteit in reclame en media garandeert. Maar het zou naïef zijn om te denken dat dergelijke maatregelen voldoende zijn om onze seksuele verlangens te veranderen, om ze volledig van de groeven van discriminatie te bevrijden. En terwijl je in alle redelijkheid kunt eisen dat een groep kinderen hun boterham ‘inclusief’ deelt, is dat met seks simpelweg onmogelijk. Wat in het ene geval werkt, werkt in het andere niet. Seks is niet met een boterham te vergelijken, en ook niet met iets anders. Niets is tegelijkertijd zo met politiek verweven en toch zo onschendbaar persoonlijk. We moeten een manier zien te vinden om seks op zichzelf te zien. 

    Binnen het hedendaagse feminisme komen zulke kwesties veel aan bod in relatie tot trans vrouwen, die vaak worden geconfronteerd met seksuele uitsluiting door lesbische cisvrouwen, terwijl deze tegelijkertijd beweren hen serieus te nemen als vrouw. Dit fenomeen werd door trans pornoactrice en activiste Drew DeVeaux de ‘cotton ceiling’, het katoenen plafond, genoemd, waarbij ‘katoen’ verwijst naar ondergoed. Zoals veel trans vrouwen hebben opgemerkt, is de term uiterst ongelukkig gekozen. Terwijl het ‘glazen plafond’ de schending impliceert van het recht van een vrouw op een carrière, verwijst ‘katoenen plafond’ naar een gebrek aan iets wat niemand verplicht is te geven. Maar als je simpelweg tegen een trans vrouw, of een gehandicapte vrouw, of een Aziatische man zou zeggen: ‘Niemand is verplicht om seks met je te hebben’, zie je iets cruciaals over het hoofd. Er bestaat geen recht op seks, en iedereen heeft het recht om te willen wat ze willen, maar persoonlijke voorkeuren – GEEN LULLEN, GEEN FEMS, GEEN DIKZAKKEN, GEEN ZWARTEN, GEEN ARABIEREN, NO RICE NO SPICE, MASC FOR MASC – zijn zelden uitsluitend persoonlijk. 

    In 2018 betoogde de feministische en trans auteur Andrea Long Chu in een stuk voor n+1 dat de transervaring, niet zoals we geneigd zijn te denken ‘een ware identiteit uitdrukt, maar de kracht van een verlangen’. Trans zijn, zegt ze, is ‘niet een kwestie van wie je bent, maar van wat je wilt’.

    Ze vervolgt: 

    ‘Ik ben overgestapt vanwege de roddels en complimentjes, lippenstift en mascara, om te kunnen huilen in de bioscoop, om iemands vriendin te zijn, haar de rekening te laten betalen of mijn koffers te laten dragen, vanwege de neerbuigende vriendelijkheid van bankbedienden en telefonistes, de intimiteit van een telefoongesprek met een vriendin, het bijwerken van mijn make-up op het toilet, als Christus aan beide kanten geflankeerd door een zondaar, voor de seksspeeltjes, om me sexy te voelen, geslagen te worden door butches, voor de geheime inzichten in welke potten je in de gaten moet houden, voor Daisy Dukes, bikinitopjes, jurken en, mijn god, voor de borsten. Nu wordt wel duidelijk wat het probleem is met verlangen: we willen zelden wat we zouden moeten willen.’ 

    Deze verklaring dreigt, zoals Chu goed weet, het argument van antitransfeministen te versterken: dat trans vrouwen vrouwelijkheid gelijkstellen en verwarren met wat traditioneel wordt geassocieerd met vrouwelijkheid, waardoor het patriarchaat enkel wordt versterkt. Veel trans vrouwen reageren op deze beschuldiging door vol te houden dat trans zijn gaat over identiteit en niet over verlangen: dat ze al vrouw zijn, en niet vrouw willen worden. (Zodra trans vrouwen worden erkend als vrouwen, klinkt de klacht dat ze genderstereotypen versterken ineens idioot, aangezien je aanzienlijk minder klachten hoort over ‘buitensporige vrouwelijkheid’ onder cisvrouwen.) Chu benadrukt daarentegen dat trans vrouwen worden gevormd door een verlangen naar iets wat ze missen: ze willen niet alleen deel uitmaken van de metafysische categorie ‘vrouw’, maar verlangen naar de specifieke kenmerken van een cultureel geconstrueerde en beteugelende vrouwelijkheid – Daisy Dukes, bikinitopjes en ‘neerbuigende vriendelijkheid’. Volgens Chu moet de wens van trans vrouwen niet alleen gerespecteerd, maar ook materieel ondersteund worden, omdat ‘het geen enkele zin heeft om verlangen te conformeren aan politieke principes’. Dit, zegt ze, is ‘de ware les van het mislukte project van het politiek lesbianisme’. Om tot een werkelijk bevrijdend feminisme te komen, zou de radicaalfeministische behoefte om verlangens onder een politieke loep te leggen dus volledig moeten worden uitgebannen.

    Dit is om twee redenen problematisch. Als alle verlangens moeten worden afgeschermd van politieke kritiek, dan geldt dat ook voor de verlangens die maken dat trans vrouwen gemarginaliseerd en buitenspel gezet worden: zowel het erotische verlangen naar een bepaald soort lichaam als het verlangen om het vrouw-zijn niet te delen met de ‘verkeerde’ soorten vrouwen. Identiteit en verlangen zijn inderdaad, zoals Chu suggereert, niet volledig los van elkaar te zien, en de rechten van transgenders mogen niet afhangen van dit onderscheid, net zoals de rechten van homo’s niet mogen afhangen van de vraag of homoseksualiteit aangeboren is dan wel een keuze. Maar een feminisme dat de politieke kritiek op verlangen volledig afzweert, neemt geen stelling tegen de onrechtvaardige behandeling en uitsluiting van juist die vrouwen die het feminisme het hardst nodig hebben. 

    De vraag is dan hoe we omgaan met de ambivalentie dat niemand verplicht is om naar iemand anders te verlangen, dat niemand het recht heeft om begeerd te worden, maar dat wie begeerd wordt en wie niet tegelijkertijd een politieke kwestie is en wordt bepaald door algemene patronen van overheersing en uitsluiting. Het is opvallend, hoewel niet verrassend, dat mannen die met seksuele marginalisering te maken hebben vaak vinden dat ze recht hebben op een vrouwenlichaam, terwijl vrouwen in deze positie het doorgaans niet over rechten hebben, maar over empowerment. Wanneer ze het wel over rechten hebben, gaat het over het recht op respect, niet op andermans lichaam. Aan de andere kant vragen radicale zelfliefdebewegingen onder zwarte of dikke vrouwen en vrouwen met een functiebeperking ons om onze seksuele voorkeuren niet als een vaststaand gegeven te zien. ‘Zwart is mooi’ en ‘Big is beautiful’ zijn niet alleen slogans van empowerment, ze suggereren een herwaardering van onze waarden. Lindy West beschrijft hoe ze zich bij het bestuderen van foto’s van dikke vrouwen afvraagt hoe het zou zijn om deze lichamen – lichamen die haar voorheen met schaamte en zelfhaat vervulden – als objectief mooi te zien. Dit, zegt ze, is geen theoretische kwestie, maar een perceptuele: het gaat om de manier waarop je naar bepaalde lichamen – van jezelf en van anderen – kijkt, uitnodigend, zodat afkeer in bewondering kan omslaan. De vraag die radicale zelfliefdebewegingen stellen, is niet of het recht op seks bestaat (wat niet zo is), maar of het een plicht is om onze verlangens zo goed mogelijk te transformeren. 

    Om deze vraag serieus te nemen, moeten we erkennen dat het hele idee van een vaste seksuele voorkeur politiek van aard is en niet metafysisch. Diplomatiek als we zijn behandelen we de voorkeuren van anderen als heilig: we zijn terecht terughoudend om ons uit te spreken over wat mensen echt willen, of wat een geïdealiseerde versie van hen zou willen. We weten dat dit binnen een autoritair systeem bedrieglijk is. Dit geldt in het bijzonder voor seks, waar echte of ideale verlangens lange tijd werden opgevoerd als excuus om vrouwen en homoseksuele mannen te verkrachten. Maar feit is dat onze seksuele voorkeuren kunnen veranderen, soms onder invloed van onze eigen wil – niet automatisch, maar onmogelijk is het niet. Bovendien komen seksuele verlangens niet altijd overeen met ons eigen idee erover, zoals generaties homoseksuele mannen en vrouwen kunnen bevestigen. Verlangens kunnen ons verrassen, ons ergens heen leiden waar we nooit hadden gedacht te belanden, naar iemand naar wie we nooit hadden gedacht te verlangen, naar iemand van wie we nooit hadden gedacht te zullen houden. In de allerbeste gevallen, de gevallen die misschien de meeste hoop bieden, kunnen verlangens zich losmaken van wat de politiek voor ons heeft gekozen, en hun eigen keuze maken. 

  • Chili kent gelijke rechten toe aan homohuwelijk

    Chili kent gelijke rechten toe aan homohuwelijk

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Saoedi-Arabië: Frankrijk heeft verkeerde man gearresteerd voor moord Khashoggi

    » Inflatie in Polen bereikt hoogste punt in twee decennia

    Getrouwde homostellen krijgen toegang tot adoptie

    Een nieuwe wet die dinsdag door het parlement is aangenomen geeft getrouwde paren van hetzelfde geslacht dezelfde rechten als heteroseksuele paren, waaronder toegang tot adoptie, meldt CNN op haar Spaanstalige site. Sinds 2015 is het in Chili toegestaan voor koppels van hetzelfde geslacht om een geregistreerd partnerschap aan te gaan, maar was het hen niet toegestaan een kind te adopteren.

    Wereldwijd is het homohuwelijk toegestaan in zo’n dertig landen

    Het Zuid-Amerikaanse land heeft zich dinsdag aangesloten bij zo’n dertig landen wereldwijd die het homohuwelijk toestaan. Het wetsvoorstel was in 2017 in het parlement ingediend op initiatief van de sociaal-democratische oud-president Michelle Bachelet, tijdens haar tweede ambtstermijn (2014-2018). In een onverwachte verklaring op 1 juni van dit jaar heeft de huidige president, de conservatieve Sebastián Piñera, wiens ambtstermijn in maart 2022 eindigt, het parlement verzocht het wetsvoorstel ‘met de grootste zorgvuldigheid’ te behandelen.

    Lees ook:

  • Aan ‘Made in Xinjiang’ kleeft inmiddels een smet

    Aan ‘Made in Xinjiang’ kleeft inmiddels een smet

    De fabrieken van BASF, Coca-Cola en Volkswagen in Xinjiang zeggen te voldoen aan strenge normen met betrekking tot mensenrechten en milieu. Maar is dwangarbeid werkelijk uit te sluiten in een regio waar meer dan één miljoen Oeigoeren worden vastgehouden in interneringskampen?

    Het sist en het dreunt, stoom ontsnapt via smalle buisjes op de grond. De uit beton en staal opgetrokken blokken op het enorme terrein hebben diverse verdiepingen. Ze hebben wel wat weg van een parkeergarage – met dit verschil dat er op de etages geen auto’s staan maar tanks gevuld met chemicaliën en dat er overal pijpleidingen lopen. Een paar honderd meter verderop is aan de horizon een felle roodoranje vlam zichtbaar, daar worden overtollige gassen afgefakkeld. 

    Eigenlijk lijkt de fabriek van het Duitse chemieconcern BASF in de West-Chinese stad Korla erg op de hoofdvestiging van het bedrijf in Ludwigshafen. En toch is deze fabriek, die BASF met zijn Chinese jointventurepartner Markor exploiteert, niet als al die andere. Ze staat namelijk in Xinjiang, een provincie waar het Chinese staatsbestuur beticht wordt van zware schending van de mensenrechten. De regering van de Volksrepubliek China ‘begaat jegens Oeigoeren en leden van andere etnische en religieuze minderheidsgroepen in de autonome regio Xinjiang aanhoudend genocide en misdrijven tegen de menselijkheid’, waarschuwde de VS-regering vorige maand in een rapport. Hoezeer in Xinjiang productie en onderdrukking hand in hand gaan blijkt ook uit het voorbeeld BASF.

    Voor ondernemingen die zaken doen in Xinjiang niet alleen reputatieschade maar ook hoge geldstraffen

    De BASF-fabriek staat in de Korla Economic and Development Zone. Het is een industriegebied zoals er zoveel zijn in China. Een verharde weg met meerdere rijbanen voert door het gebied. Aan weerszijden ervan staan enorme industriecomplexen. Op een plek op hooguit tien minuten rijden buiten het stadscentrum exploiteert de Chinese overheid diverse gevangenkampen, aldus een internationaal veel aandacht trekkend onderzoek van de gerenommeerde Australische denktank Australian Strategic Policy Institute (ASPI). 

    Hier en in tientallen andere kampen en gevangenissen in Xinjiang zouden onder het mom van terreurbestrijding meer dan één miljoen leden van de Oeigoerse moslimminderheid tegen hun wil worden vastgehouden. Reden voor deze vaak maanden of jaren durende opsluiting kunnen volgens uitgelekte regeringsdocumenten kleinigheidjes zijn als het dragen van religieuze symbolen of het hebben van contact met buitenlanders. De Chinese overheid bestrijdt deze beschuldigingen. 

    Smet

    Stijn Brughmans, vicepresident Operations, Technology and Investments van BASF heeft in Azië-Pacific alle fabrieken van tussenproducten in zijn portefeuille. Hij leidt zijn bezoekers rond in het chemiecomplex in Korla, wijst op uitstaltafels met producten die gemaakt worden van de in Xinjiang gefabriceerde stoffen. Zoals inlineskates en sportkleding. Naar eigen zeggen lieten de berichten over wat er in de regio gebeurt hem ‘niet koud’.

    BASF zit er middenin, produceert in de regio van onderdrukking – en probeert zich volledig te distantiëren van aantijgingen van dwangarbeid en internering. En niet alleen BASF, 350 kilometer verderop, in Xinjiangs hoofdstad Ürümqi, hebben naast veel Chinese bedrijven ook het Amerikaanse drankenconcern Coca-Cola en de Duitse autoproducent Volkswagen een fabriek. Niet alleen de morele component geeft daarbij altijd weer aanleiding tot kritiek. Aanwezigheid in Xinjiang stelt bedrijven bloot aan het risico en de verdenking dat zij dwangarbeiders tewerkstellen – direct dan wel indirect via hun toeleveranciers. Omdat overal ter wereld regeringen intussen onder druk van de publieke opinie strikter toekijken op wat er in de regio gebeurt, dreigt voor ondernemingen die zaken doen in Xinjiang niet alleen reputatieschade maar ook hoge geldstraffen. Onlangs heeft het Duitse parlement een productieketenwet aangenomen die bedrijven met ingang van 2023 op straffe van boetes ertoe verplicht de eigen keten van toegevoegde waarde tot en met de toeleveranciers zo te controleren dat die voldoet aan de normen met betrekking tot mensenrechten en milieu. De EU werkt aan een soortgelijke regel.

    Aan ‘Made in Xinjiang’ kleeft inmiddels een smet. Na de internationale textielindustrie, die circa een vijfde van haar katoen uit de regio betrekt, wordt nu de solarbranche getroffen door Amerikaanse sancties tegen fabrikanten in de provincie.  

    De interneringskampen in de buurt van BASF en Volkswagen zijn vermomd als opleidingscentra

    BASF moet zich er meermaals van verzekeren dat niemand gedwongen tewerkgesteld wordt in zijn fabriek. In 2019 verordende CEO Martin Brudermüller een interne audit. Daarop volgde in 2020 een externe audit door een internationaal economisch onderzoeksbureau. Daarbij is volgens BASF-manager Brughmans onderzocht of bij het bedrijf in Xinjiang de internationale sociale normen en arbeidsstandaarden worden nageleefd. ‘Toen waren er geen aanwijzingen tegen welk vergrijp dan ook.’

    BASF houdt volgens Brughmans goed in de gaten dat alleen de joint venture beslist over de aanstelling van werknemers in de fabriek. ‘We werken bij de personeelsvoorziening of in het algemeen op humanresourcegebied niet samen met overheidsinstanties,’ benadrukt hij. Initiatieven vanuit overheidsinstanties om medewerkers te plaatsen zijn er bij zijn weten niet geweest. Vanwege de vereiste vakkennis kwamen de medewerkers niet vanuit de opleidingscentra, maar vanuit andere bedrijven naar BASF. 

    Maar controle ter plekke op het nakomen van arbeidsstandaarden wordt steeds moeilijker. ‘De pogingen van buitenlandse ondernemingen om naleving van mensenrechtstandaarden in China te implementeren, bijvoorbeeld via onderzoek, worden door de Chinese overheid inmiddels beschouwd als een vijandige daad, waartegen dan ook sancties worden getroffen,’ vertelt Katja Drinhausen die bij de Berlijnse denktank Mercis onderzoek doet naar mensenrechten in Xinjiang. De juridische basis hiervoor creëerde Beijing de afgelopen weken en maanden. Met de antisanctiewet bijvoorbeeld. 

    ‘Betrokkenheid’

    Van de in totaal 122 medewerkers die BASF met zijn jointventurepartner in Korla in dienst heeft, zijn er in de zengende hitte op het enorme terrein maar weinig te zien. Het Handelsblatt en de ARD-radio zijn de eerste internationale media die de fabriek in Korla bezoeken. Bij hun naspeuringen worden de teams gevolgd en geschaduwd – en dat moeten ze kennelijk merken ook. 

    Ondanks diverse verzoeken daartoe laat Volkswagen in zijn fabriek in Ürümqi geen bezoekers toe. Bezoek zou niet mogelijk zijn omdat er problemen zijn bij het afstemmen met zijn Chinese jointventurepartner SAIC, zo voert het autoconcern als reden aan. Ook weigert Volkswagen te antwoorden op gedetailleerde vragen hoe het bedrijf dwangarbeid denkt te voorkomen. Ditmaal onder verwijzing naar de halfjaarcijfers die binnenkort worden gepubliceerd.  

    Xinjang is een politiestaat. Messen in winkels en restaurants liggen aan een ketting

    Wie rondkijkt in Ürümqi kan moeilijk over het hoofd zien dat Xinjiang allang een politiestaat is. Om de paar honderd meter is er een politiebureau, agenten bewaken kruisingen en patrouilleren voor de grote Erdaoqiao-moskee. Messen in winkels en restaurants liggen aan een ketting. Zelfs voor benzinestations staan beveiligers en slagbomen. Daarbij komt nog alle bewakingstechniek. ‘Veel van de bewaking is niet meer zichtbaar maar vindt digitaal in het verborgene plaats,’ vertelt Mercis-expert Drinhausen. De Chinese overheid verdedigt de maatregelen onder het mom van terreurbestrijding. Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw waren er telkens weer conflicten in de regio. 

    Waarnemers die geregeld in het gebied rondreizen klagen hoezeer de situatie veranderd is: veel inwoners zaten al in interneringskampen of hebben familieleden die daar hebben gezeten. Anderen zitten opgesloten in gevangenissen. Er heerst een klimaat van angst of berusting. Hoe denkt een Duits of een Amerikaans bedrijf hier te kunnen garanderen dat al zijn werknemers uit vrije wil bij hen werken? Hoe vrij kunnen medewerkers in een dergelijk systeem echt zijn?

    De interneringskampen in de buurt van BASF en Volkswagen zijn vermomd als opleidingscentra. Daarna worden betrokkenen, zo luidt de aanklacht, overgedragen aan ondernemingen, waar ze gedwongen tewerkgesteld worden. Zo moeten ze verder kunnen worden gecontroleerd. Meer dan 80.000 mensen moeten alleen al tussen 2017 en 2019 met dwangarbeid zijn geconfronteerd, aldus het ASPI in een analyse.

    Voor Duitse bedrijven zijn de fabrieken in de regio een last geworden. Hoewel niet hardop uitgesproken, gaat men er in economische kringen in Beijing van uit dat geen enkel Duits bedrijf vandaag de dag nog voor deze standplaats zou kiezen. Maar ook toen onder toeziend oog van China’s minister-president Li Keqiang en bondskanselier Angela Merkel in 2013 de contracten voor de fabriek van BASF werden ondertekend, gingen er al verhalen rond over de onderdrukking van de moslimbevolking in Xinjiang. Volkswagen besloot ongeveer in dezelfde tijd als BASF er een fabriek te bouwen. In zijn Chinees-Duitse joint venture SAIC-Volkswagen verschaft VW in Ürümqi werk aan 600 medewerkers, allen Chinees staatsburger. Ongeveer 10 procent van hen behoort volgens eerdere informatie van Volkswagen tot de Oeigoerse moslimminderheid. 

    Ondanks alle kritiek wil Volkswagen vasthouden aan zijn fabriek. ‘Wij staan voor onze betrokkenheid in China, ook in Xinjiang,’ zei CEO Herbert Diess onlangs in de Frankfurter Allgemeine Sonntagszeitung: ‘Wij noch onze toeleveranciers stellen dwangarbeiders tewerk.’ 

    BASF is voorzichtiger met zulk soort uitspraken. Alle leveranciers hebben een codex ondertekend. Bij overtreding van clausules in het maatschappelijk contract spreekt het bedrijf zijn partners daarop aan, zegt Brughmans. Indien verandering achterwege blijft, zo vervolgt hij, ‘moeten we ons beraden op alternatieve bedrijfsmogelijkheden en dan behouden we ons ook het recht voor de zakenrelatie te beëindigen’.

  • Kehinde Andrews: ‘We zouden allemaal Malcolm X moeten lezen’

    Kehinde Andrews: ‘We zouden allemaal Malcolm X moeten lezen’

    ‘Malcom X’ analyse van racisme was zo helder en zo precies dat je hem bijna vijftig jaar na zijn dood haast profetisch kunt noemen.’ Los Angeles Review of Books interviewde de invloedrijke Britse Black Lives Matter-woordvoerder Kehinde Andrews over zijn grote voorbeeld.

    Nexus-conferentie: ‘Revolutie van de hoop‘

    ‘Revolutie van de hoop’ is dit jaar het onderwerp van de Nexus-conferentie. Met als hoofdvraag: Waar vinden we, te midden van al onze hedendaagse crises, de revolutionaire hoop, moed en creativiteit om nieuwe werelden vorm te geven? 

    Op zaterdag 20 november komen sprekers als Giuseppe Conte, Patti Smith, Wole Soyinka en Mary L. Trump bijeen in Amsterdam om een antwoord te formuleren op deze vragen.

    Deze week publiceert 360 Magazine artikelen en speeches van de sprekers van de Nexus-conferentie ‘Revolution of Hope’. De zesde in de reeks is Kehinde Andrews, hoogleraar Black Studies aan Birmingham City University.

    In een serie gesprekken met kunstenaars, schrijvers en kritische geesten over geweldsvraagstukken sprak Brad Evans met Kehinde Andrews over zijn boek Back to Black: Retelling Black Radicalism for the 21st Century (Zed Books, 2018). Andrews is hoogleraar Black Studies aan Birmingham City University, hoofd van het Centre for Black Studies, oprichter van de Harambee Organisation of Black Unity, en medevoorzitter van de Black Studies Association.

    Lees ook de artikelen van de andere sprekers van de Nexus-conferentie:

    » Nadia Harhash: ‘Worden mannen geboren als vrouwenhaters?’

    » Patrick J. Deneen: ‘De nieuwe aristocratie verbloemt haar bevoorrechte positie

    » Minouche Shafik: ‘We hebben een nieuw sociaal contract nodig’

    » Colombe Cahen-Salvador: ‘Mondiaal is het nieuwe normaal’

    » Antonio Spadaro: ‘Ook in tijden van internet moeten we over geloof nadenken’

    Waarom spreekt de boodschap van Malcolm X u nog altijd zo aan? En op welke manier is zijn gedachtegoed direct van invloed geweest op uw kijk op geweld in de wereld anno nu?

    ‘Malcolm X is een van de belangrijkste intellectuelen van de twintigste eeuw. Zijn analyse van racisme was zo helder en zo precies dat je hem bijna vijftig jaar na zijn dood haast profetisch kunt noemen. Het is niet overdreven om te stellen dat Malcolm de ontwikkelingen had voorspeld die we in deze raciale staat hebben gezien. Zijn voornaamste uitgangspunt was dat de Verenigde Staten en het westen in bredere zin net zomin “vrijheid, rechtvaardigheid en gelijkheid konden bieden” aan Zwarten dan dat “een kip eendeneieren kan leggen”. Hij zag racistische praktijken niet zozeer als een uitwas van maatschappelijke misstanden, maar eerder als de logica van het systeem. Terwijl velen zes decennia na de opkomst van de Burgerechtenbeweging verbaasd om zich heen kijken en constateren dat racisme nog altijd hoogtij viert, heeft Malcolm ons duidelijk gemaakt dat de ongelijkheid van nu de doodlopende weg is die we zijn ingeslagen op het moment dat we binnen een fundamenteel racistisch systeem probeerden het racisme te hervormen. De wetenschappelijke wereld komt pas eind jaren tachtig tot een soortgelijk inzicht met de Critical Race Theory (CRT), waarin wetenschappers duidelijk maken dat het racisme binnen de Amerikaanse maatschappij van “blijvende aard” is.

    ‘Net als andere radicale denkers spreekt Malcolm zich uit over de legitimiteit van geweld wanneer je wordt onderdrukt’

    Malcolm geeft niet alleen een vlijmscherpe analyse van het probleem, hij brengt ook de oplossing ongekend helder onder woorden. Meer dan wie ook weet hij duidelijk te maken dat het een radicale daad is om Zwart-zijn te omarmen als een politieke identiteit. Malcolm was compromisloos in hoe hij zijn Zwart-zijn beleefde, een Zwart-zijn dat was geworteld in een herwonnen trots op zijn Afrikaanse afkomst en zijn inzet voor de georganiseerde vrijheidsstrijd van Zwarte gemeenschappen. Hij riep “een nieuw soort Negro” in het leven, die zich er niet voor verontschuldigt zwart te zijn en die weigert geduldig te wachten op maatschappelijke hervormingen. Daarom vindt Malcolm zoveel weerklank onder jongeren en mensen in de marge: hij is meer dan wie ook de stem van wat hij de ‘Veld-Negro’ noemde, die tijdens de slavernij buiten op de plantage werkte.

    Waar het gaat om geweld keerde Malcolm de zaak om en betrok de vraag op de onderdrukten in plaats van de onderdrukkers, en wees hij de Verenigde Staten aan als voornaamste verspreider van geweld op deze aarde. Zo hekelde hij Zwarte Amerikanen en stelde hun de vraag: “Hoe kun je geweldloos zijn in Mississippi na het geweld dat je hebt gebruikt in Korea?” Zo herinnerde hij zijn publiek zowel aan het Amerikaanse koloniale verleden als aan hun plicht zich te verweren tegen het geweld van de overheid. Net als andere radicale denkers spreekt Malcolm zich uit over de legitimiteit van geweld wanneer je wordt onderdrukt.’

    Dat idee, dat je je niet hoeft te verontschuldigen voor je bestaan maar dat je een plek voor jezelf opeist op aarde, zelfs als dergelijke rechten je worden ontnomen, lijkt cruciaal om tot een radicalere opvatting van rechtvaardigheid te kunnen komen. Het doet ook denken aan de zapatisten, die zeiden dat het niet aan de overheid was om hun al dan niet rechten toe te kennen. Hoe ziet rechtvaardigheid in het licht van systematische vervolging er voor u uit, vanuit de inspiratie die u vindt bij Malcolm?

    ‘Rechtvaardigheid is alleen te bereiken door een nieuw politiek en economisch systeem op te zetten. De wortels van onderdrukking zijn gecodeerd in het DNA van raciaal kapitalisme. De valse voorstelling van zaken dat er alleen binnen dit kader ooit sprake kan zijn van rechtvaardigheid is een van de belangrijkste mythen die transformatieve verandering in de weg staan. Een van de eerste stappen op weg naar bevrijding is dat de onderdrukten hun eigen voorwaarden moeten definiëren, hun eigen perspectieven, hun eigen mechanismen om verandering te bewerkstelligen. Zoals Malcolm al stelde: “Niemand kan je vrijheid geven”, vrijheid is iets wat je moet nemen. Helaas richt het merendeel van de Zwarte bewegingen zich op de machthebbers die ons zouden moeten erkennen of legaliseren. De omslag van Black Power naar de slogan Black Lives Matter is in dat verband illustratief. Black Power is geworteld in een lange geschiedenis van mensen die de capaciteit van Zwarten hebben willen gebruiken om eigen alternatieven te creëren, of dat nou op lokaal, nationaal of globaal niveau is. Black Lives Matter wil een basale erkenning dat we allemaal mensen zijn, en zet zich ervoor in dat iedereen een eerlijke behandeling krijgt. Er zullen ongetwijfeld versies van Black Power zijn geweest die ook campagne wilden voeren voor een brede erkenning, zeker in de politiek, maar de radicale Black Power van Malcolm wilde het tegenovergestelde. Voor Malcolm ging het om het bepalen en definiëren van onze eigen menselijkheid en het streven was om een collectief te creëren en Black Power strijdvaardig te maken, om de bevrijding dichterbij te brengen. Voor Malcolms dood werkte hij met anderen samen om de Organization of Afro-American Unity (OAAU) op te zetten, die in veel leek op de eerdere Universal Negro Improvement Association (UNIA). Het doel was om de diaspora te verbinden aan de Afrikaanse revolutie en zo een maatschappij te creëren waarin vrijheid, rechtvaardigheid en gelijkheid waarlijk mogelijk waren.’

    Lees ook:

    De mainstreammedia, en ook het maatschappelijk middenveld, vinden het veel makkelijker om ruimte te bieden aan de nalatenschap van Martin Luther King, en die te incorporeren, dan aan de revolutionaire geest en de hartstocht van Malcolm. Cornel West heeft dat toegeschreven aan gesimplificeerde karikaturen, ‘een gekuiste Martin en een gedemoniseerde Malcolm,’ al was King tegen het einde van zijn leven duidelijk radicaler dan ten tijde van zijn ‘I have a dream’-speech, terwijl X verzoeningsgezinder was en meer openstond voor dialoog – zelfs met diegenen die hem naar het leven stonden. Waarom zou het voor Witte bevolkingsgroepen makkelijker zijn geweest om zich te verzoenen met Martin dan met Malcolm?

    ‘Malcolm en Martin staan voor heel verschillende benaderingen van Zwarte bevrijding. Martin is zonder meer gekuist maar hij kan makkelijk worden opgenomen in de mainstream omdat hij uiteindelijk geloofde dat de Verenigde Staten verlossing zouden kunnen vinden. Malcolm maakte zich echter geen illusies en was van mening dat er op zijn minst een revolutie nodig was om de sociale orde omver te werpen. Ik denk dat we niet te veel waarde moeten hechten aan de ommekeer aan het einde van hun leven. Ze hebben elkaar slechts één keer ontmoet voordat Malcolm werd vermoord en tegen het einde van zijn leven stond hij zeer kritisch tegenover Martin vanwege diens liberale standpunten. In januari 1965 werd hem op de Canadese televisie gevraagd of hij King ooit een Uncle Tom had genoemd. Malcolm legde uit dat hij die term niet snel zou gebruiken omdat hij dan aangeklaagd zou kunnen worden wegens smaad, maar dat hij wel wilde zeggen dat “Uncle Martin mijn vriend is”. Vervolgens legde hij uit waarom Martins aanpak Zwarte mensen nooit echte vrijheid zou brengen. Er is meer onenigheid geweest tussen Zwarten onderling dan tussen ons en Witten, en beide groepen staan voor verschillende politieke ideologieën, en de Witte meerderheid heeft minder moeite met de ideologie van King. King vertegenwoordigt een lange traditie van intellectuelen en activisten die zich ervoor hebben ingezet dat Zwarte mensen toegang konden krijgen tot de machtssystemen, en die druk hebben uitgeoefend om te zorgen dat die systemen werden hervormd. Hoewel dit een bedreiging kan vormen voor de dominante ideologie, kan het makkelijk worden geaccommodeerd binnen de liberale, goedbedoelende, naar links neigende politiek van de Witte meerderheid. Door ons bewust te zijn van hun privileges en ons toe te leggen op vermeend antiracistische praktijken kunnen we gezamenlijk optrekken in de richting van een zonniger toekomst. Malcolm biedt niets van een dergelijke troost, met zijn veroordeling van het politieke en economische systeem van Witte suprematie als onveranderlijk racistisch, met als enige oplossing revolutie. Hoewel King goedbedoelende Witten koesterde als een onmisbaar onderdeel van de coalitie om te komen tot raciale gelijkheid, hoeven in Malcolms analyse díe Witte mensen die waarlijk begrijpen wat hun rol is, enkel een stapje opzij te doen. Binnen de OAAU was Malcolm er heel stellig over dat “Witten ons kunnen helpen, maar zich niet bij ons kunnen aansluiten”.‘

    Ik wil graag iets dieper ingaan op de geestelijke weg naar macht en geweld die u keer op keer expliciet maakt in uw werk. U heeft betoogd dat kolonisatie en het voortdurende imperialisme een bepaalde Witte psychose blootleggen die wezenlijk onderdeel vormt van de raciale structurering van de wereld. Kunt u iets meer zeggen over wat u daar precies mee bedoelt, en wat dat betekent voor het radicale imperatief?

    ‘De psychose van Witheid is het volkomen irrationele en door waandenkbeelden bepaalde debat dat wordt gevoerd om het raciale imperialisme overeind te houden. Het Westen is opgetrokken uit een mate van geweld en barbarij die zijn weerga niet kent. De grootste genocide in de geschiedenis waarbij bijna 98 procent van de inheemse bevolking van de beide Amerika’s de dood heeft gevonden; de trans-Atlantische slavernij die miljoenen heeft geknecht en tientallen miljoenen meer heeft geruïneerd; het koloniale geweld overal ter wereld. Als gevolg daarvan is een mondiale politieke economie ontstaan naar het evenbeeld van de Witte suprematie, met Afrika als armste deel, Europa en Amerika als rijkste delen, en de rest van de wereld ergens daartussenin op een sociale, Darwiniaanse evolutieladder. Vandaag de dag sterft er elke tien seconden een kind doordat het geen water of voedsel heeft, vrijwel uitsluitend in de onderontwikkelde wereld. Onze welvaart stoelt op die dagelijkse stapel Zwarte en bruine kinderen en de psychose is bedoeld om het misplaatste gevoel te geven dat de westerse vooruitgang niet is te danken aan koloniaal geweld maar aan de vernuftigheid, de vastberadenheid en de wetenschap die we over de wereld verspreiden. Dat verklaart waarom 60 procent van de Britse bevolking van mening is dat het Britse Rijk, dat de dood van tientallen miljoenen mensen op zijn geweten heeft, de wereld veel goeds heeft gebracht; of dat de voormalige Engelse premier David Cameron er prat op gaat dat Engeland “de slavernij heeft afgeschaft”, zonder zich er rekenschap van te geven dat Engeland tot aan die tijd een van de belangrijke slavenhandelaren was. Het eurocentristische onderwijs, de pers en de media versterken de psychose, om ons allemaal te doen geloven dat onze in bloed gedrenkte handen schoon zijn, of sterker nog: dat het Westen de oplossing is voor het probleem dat het zelf heeft geschapen en waarvan het afhankelijk is.

    ‘Door in te zien dat Witheid een psychose is, wordt duidelijk dat revolutie de enige oplossing is’

    Psychose is echt het enige woord voor de stoornis en de bedrieglijke logica (zie alle hallucinaties in film en op televisie) die typerend zijn voor het begrip van ras en racisme. Zodra we inzien dat het gaat om een psychose, zullen we niet langer proberen via het onderwijs af te rekenen met racisme. Er zijn geen bewijzen of rationele argumenten die je kunt inzetten tegen mensen die in de greep zijn van een psychose. We hebben al vierhonderd jaar het gelijk aan onze kant, maar het mag niet baten. De enige manier om met een psychose om te gaan is de onderliggen stoornis aanpakken waaruit de psychose voortkomt. In dit geval is dat het politieke en economische systeem van het westers imperialisme. Door in te zien dat Witheid een psychose is, wordt duidelijk dat revolutie de enige oplossing is.’

    Gezien het feit dat Malcolm X nog vaak wordt gezien als een voorstander van positieve discriminatie (ik weet dat u wel is aangewreven dat te hebben overgenomen in recensies van auteurs die erom bekendstaan identiteit in de strijd te werpen zonder zich rekenschap te geven van hun eigen geïncorporeerde privilege), kan men zich afvragen waarom zijn werk nog altijd een niet-Zwart publiek aanspreekt. En wat hoopt u dat een Wit publiek dat vandaag de dag kennisneemt van zijn gedachten, ervan meeneemt?

    ‘Er bestaat niet zoiets als positieve discriminatie. Racisme is de logica waarop het huidige politieke en economische systeem stoelt en zo de bronnen van macht mobiliseert. Maar al te vaak worden vooroordelen verward met racisme. Een vooroordeel betekent dat je iets tegen iemand hebt op grond van een waargenomen categorie zoals huidskleur. Maar racisme is de macht om dat vooroordeel binnen de maatschappij als geheel door te voeren. Lynchpartijen in de Verenigde Staten waren op zich uitingen van vooroordelen. Wat ze racistisch maakte is het feit dat het gebeurde met de steun van de wetshandhavers en het gerecht. Het was duidelijk door de overheid gesanctioneerd geweld. Malcolm die alle Witten tot duivels uitriep, terwijl een deel van de Nation of Islam zonder meer bevooroordeeld is, maar niet racistisch. Sterker nog, de drijfveer voor de Nation of Islam om de mythe van de Witte duivel in het leven te roepen was antiracistisch, bedoeld om Zwarten te mobiliseren om af te rekenen met raciale onderdrukking.

    Malcolm had het over racisme, kolonialisme over de hele wereld, revolutie, klasse en identiteit

    Een belangrijk publiek voor Malcolm waren Witte universiteiten. Hij bezocht uiversiteiten door heel Amerika en hij sprak ook voor de Oxford Union en de University of Birmingham. Hij was mede zo populair omdat hij Witheid afwees, waarmee het publiek vaak een haast katholieke zelfkastijdingsobsessie heeft (zie Witheid als psychose). Maar zijn populariteit kwam ook doordat zijn analyses en ideeën zo inzichtelijk waren dat iedereen zich erin kon vinden. Malcolm had het over racisme, kolonialisme over de hele wereld, revolutie, klasse en identiteit, en hij bepleitte radicale maatschappelijke veranderingen. Zoals hij zei: “De waarheid staat aan de kant van de onderdrukten”, en het Zwarte radicale perspectief legt de ware aard en de condities van de maatschappij bloot.

    Malcolm bood de Witte meerderheid ook expliciet een weg om verre te blijven van het “raciale kruitvat” dat elk moment kon ontploffen. In een van zijn beroemde speeches, “The Ballot or the Bullet”, [het stembiljet of de kogel], legt hij uit dat Amerika het enige land in de geschiedenis is waar zich een “geweldloze revolutie∏ kan voltrekken, eenvoudigweg door Zwarte mensen te geven wat hun toekomt. Als het niet het stembriefje werd, waarschuwde hij, zou het vrijwel zeker de kogel worden. Malcolms werk is vandaag de dag nog altijd onverminderd belangrijk, in de zin dat hij niet alleen het racisme zelf onderkent, maar ook wat er op het spel staat als er geen oplossing komt.’

    Tot besluit wil ik even ingaan op de rol van de universiteit. We weten dat universiteiten in het verleden intellectuele legitimiteit hebben verleend aan systemen van raciale superioriteit – vaak gemaskeerd door de taal van verlichting en door een vermeend wetenschappelijk waarheidsgehalte. Hoe zou een werkelijk gedekolonialiseerde universiteit eruitzien, en is dat een haalbaar streven?

    ‘Het is onmogelijk om een universitair systeem te dekolonialiseren dat voortkomt uit het systeem van raciaal kapitalisme, en dat systeem ook in stand houdt. De reden dat de universiteit eurocentrische curricula hanteert en ernstige raciale ongelijkheden in stand houdt, heeft te maken met de functie van de universiteit binnen de maatschappij. De universiteit als een ivoren toren, een elitaire plek die is losgezongen van de rest van de wereld, en daarop neerkijkt, is een beeld dat zit ingebakken in de kennis en de praktijk van westerse universiteiten. We kunnen, en moeten, ons ervoor inzetten om zoveel mogelijk veranderingen in gang te zetten die de universiteit verrijken met nieuwe ideeën, nieuwe content en nieuwe gebruiken, al was het maar om de ervaringen draaglijker te maken voor studenten uit minderheidsgroepen. Maar bij Black Studies hebben we het over de noodzaak de universiteit te ‘koloniseren,’ door haar privileges en de middelen in te zetten om ook bevrijdingsbewegingen buiten de campus te steunen. De universiteit is een belangrijk onderdeel van het probleem, maar de oplossing zal niet van de universiteit komen. De les van Black Studies, en Malcolm is hier het perfecte voorbeeld van, is dat revolutionaire kennis alleen ontstaat in de strijd voor revolutie op plekken ver weg van de gewijde universiteitszalen, en vrijwel altijd wordt geïnstigeerd door diegenen die daar geen toegang toe hebben.’

    Kehinde Andrews

    Kehinde Andrews is de meest eloquente en invloedrijke woordvoerder voor Black Lives Matter in het Verenigd Koninkrijk. Hij werd een autoriteit in het publieke debat over racisme met zijn boek Resisting Racism: Race, Inequality and the Black Supplementary School Movement (2013) en de internationale bestseller Back to Black: Retelling Black Radicalism for the 21st Century (2018). Zijn meest recente boek is The New Age of Empire: How Racism and Colonialism Still Rule World (2021). Andrews is redacteur van de boekenreeks Blackness in Britain die bij Bloomsbury verschijnt.

    Daarnaast levert Andrews geregeld bijdragen aan onder meer The Guardian, The Washington Post en CNN, en is hij oprichter van de Harambee Organisation of Black Unity. Hij is tevens hoofdredacteur van de website Make it Plain, gericht op het verspreiden van kennis over de zwarte radicale intellectuele traditie. Andrews is hoogleraar Black Studies aan Birmingham City University.

  • Nadia Harhash: ‘Worden mannen geboren als vrouwenhaters?’

    Nadia Harhash: ‘Worden mannen geboren als vrouwenhaters?’

    Na korte blik op de geschiedenis kun je moeilijk anders concluderen dat mannen de neiging hebben vrouwen te willen domineren, stelt de Palestijnse mensenrechtenactiviste Nadia Harhash. Ze ging te rade bij Aristoteles en Plato om te achterhalen waar misogynie vandaan komt. ‘Waarom keken zij eigenlijk neer op vrouwen?’

    Nexus-conferentie: ‘Revolutie van de hoop‘

    ‘Revolutie van de hoop’ is dit jaar het onderwerp van de Nexus-conferentie. Met als hoofdvraag: Waar vinden we, te midden van al onze hedendaagse crises, de revolutionaire hoop, moed en creativiteit om nieuwe werelden vorm te geven? 

    Op zaterdag 20 november komen sprekers als Giuseppe Conte, Patti Smith, Wole Soyinka en Mary L. Trump bijeen in Amsterdam om een antwoord te formuleren op deze vragen.

    Deze week publiceert 360 Magazine artikelen en speeches van de sprekers van de Nexus-conferentie ‘Revolution of Hope’. De vierde in de reeks is de Palestijnse mensenrechtenactiviste Nadia Harhash.

    Na een korte blik op de geschiedenis van de mensheid snel een optelsom maken van alle onrechtvaardigheid en ongelijkheid die het bestaan van vrouwen altijd hebben bepaald, is niet moeilijk. Net zo gemakkelijk is het om snel een rechtlijnig oordeel te vellen en te zeggen dit te wijten is aan de misogyne aard van de man. Want het kan geen toeval zijn dat de meeste mannen uiteindelijk zo worden, hoewel natuurlijk niet allemaal.

    Lees ook de artikelen van de andere sprekers van de Nexus-conferentie:

    » Patrick J. Deneen: ‘De nieuwe aristocratie verbloemt haar bevoorrechte positie

    » Minouche Shafik: ‘We hebben een nieuw sociaal contract nodig’

    » Colombe Cahen-Salvador: ‘Mondiaal is het nieuwe normaal’

    Maar is de misogyne aard van mannen wel de oorzaak dat ze altijd de neiging hebben vrouwen te willen overtreffen, domineren, onderdrukken en volledig in hun macht willen krijgen? 

    Nu ik hier zo bij stilsta, meer dan tweeduizend jaar en paar eeuwen geleden na Plato en Aristoteles, komt er bij er iets me op: waarom keken zij eigenlijk neer op vrouwen? Is het misschien zo dat vrouwen óf duivelse, vrijgevochten hoeren in spe zijn, óf gehoorzame en onderdanige huisvrouwen? 

    In de wereld van nu, waarin vrouwen bovendien óf als leeghoofd worden afgeschilderd, óf een doek om hun hoofd moeten dragen, kan het archetype van de man als vrouwenhater nooit veranderen.

    Het lijkt wel een stigma, alsof vrouwen niet anders kunnen zijn dan zo.

    Maar ik geloof niet dat mannen misogyn worden geboren en ik geloof ook niet dat vrouwen gedoemd zijn tot stereotypische leeghoofdigheid of een nikab.

    De vraag blijft dus: waar stonden al die andere vrouwen toen, en waar staan ze nu? 

    Aristoteles

    Ik ben absoluut niet van plan mannen gratie te verlenen voor al het leed en onrecht dat ze vrouwen hebben aangedaan. Maar toch vraag ik me het volgende af: Aristoteles degradeerde de vrouw in wezen al voor ze überhaupt voet op aarde had gezet, door te beweren dat ze belichaming was van geesten die ooit een slecht leven hadden geleid en daarom hier op aarde veroordeeld waren tot een vrouwenlichaam. Aristoteles beweerde dat vrouwenzielen minder sterk waren dan mannenzielen. Dit gebrek aan zielskracht bij vrouwen betekende dat ze minder gevoelig waren voor emoties die met de ‘ziel’ verband hielden, maar niet wat betreft begeerten.

    Om het beeldender te zeggen, in zijn eigen woorden, en binnen het aanvankelijke onderscheid dat hij maakt in The Generation of Animals, hoofdstuk 1 van Boek IV, waar hij de aard van de seksen bespreekt: ‘De man en de vrouw verschillen in persoonlijke capaciteiten en onvermogen. De vrouw is degene die sperma ontvangt, maar kan dat niet zelf vormen, afscheiden of lozen. (…) De vrouw is tegengesteld aan de man en is vrouw vanwege haar onvermogen om [sperma] te voortbrengen en vanwege de koudheid van het bloedvoedsel [de menstruatie].’

    De rol van de vrouw is volgens Aristoteles op zijn best die van ontvanger van sperma

    De rol van de vrouw is voor hem op zijn best die van ontvanger [van sperma]. In zijn tekst over politieke gemeenschappen in zijn werk Politika geeft hij toe dat er een noodzaak is om zaken te verenigen die niet afzonderlijk kunnen bestaan, en dat de behoefte om te reproduceren niet voortkomt uit vrije wil, maar een natuurlijk fenomeen is.

    Hij ziet echter dat dit leidt tot een relatie van heerser en onderdaan die van nature verenigd zijn voor hun eigen welzijn. ‘Want zij die de dingen rationeel kunnen voorzien, zijn van nature heerser en meester, en zij die de dingen lichamelijk kunnen uitvoeren, zijn van nature onderdaan en slaaf. En daarom hebben meesters en slaven baat bij hetzelfde. Daarom is het eerste gezin ontstaan uit de twee verenigingen van mannen en vrouwen en meester en slaven.’

    In het licht van deze verhouding tussen heerser en onderdaan ziet hij de rol van de vrouw in het gezin als iets wat het midden houdt tussen slaaf en vrije persoon. 

    ‘Maar we moeten eerst alles bestuderen en beginnen met de kleinste componenten. En de eerste, allerkleinste componenten van het gezin zijn meester en slaven, man en vrouw en vader en zonen. Daarom moeten we nadenken over wat deze drie [relaties] precies inhouden en hoe die zouden moeten zijn. De eerste is despotisch, de tweede maritaal en de derde reproductief, hoewel de laatste twee geen precieze naam hebben. Laten we nadenken over deze drie dingen die we hebben genoemd.’ 

    Aristoteles benadrukt ook dat de relatie tussen mannen en vrouwen er een van heerser en onderdaan is

    Hij benadrukt ook dat ‘de relatie tussen mannen en vrouwen er een van heerser en onderdaan is. Als consequentie van hun verschillende functies hebben mannen en vrouwen andere deugden. Hoewel vrouwen het vermogen hebben om te beraadslagen, mist hun rede autoriteit, en terwijl een man over praktische intelligentie kan beschikken, kan een vrouw hooguit tot een waarachtig oordeel komen.’

    Wat deugd betreft, volgens Aristoteles is het duidelijk dat mannen en vrouwen noodzakelijkerwijs deugden delen, maar dat er ‘natuurlijke’ verschillen bestaan tussen hen. Volgens hem is de situatie als volgt: ‘Vrije personen heersen op een bepaalde manier over slaven, mannen [domineren] vrouwen op een andere manier en mannen zijn op weer een andere manier de baas over kinderen. In ieder van hen zijn delen van de ziel aanwezig, alleen anders. Slaven beschikken in het geheel niet over een oordeelsvermogen, vrouwen doen dat wel maar in beperkte mate en bij kinderen is dit nog niet goed ontwikkeld.’

    Om Aristoteles toch wat krediet te geven, hij geeft toe dat vrouwen intelligent zijn, in staat tot het maken van weloverwogen keuzen en dat ze goede raad kunnen geven. Het is dus niet zo dat vrouwen niet logisch kunnen redeneren, maar dat emoties hun afwegingen vaak overstemmen. Daarin zijn ze anders dan slaven die geen greintje verstand hebben, en kinderen die wel verstand hebben, maar dat niet goed gebruiken!

    Vernedering

    Als je Aristoteles’ standpunt tegen vrouwen wilt begrijpen, zou je dat enigszins kunnen rechtvaardigen als je bedenkt dat de grote filosoof erg is vernederd door een vrouw. Had dit misschien te maken met het vernederende voorval met Phyllis, de vrouw van Alexander, die Aristoteles als een ezel besteeg en een historisch beeld opdrong van hoe laag deze beruchte filosoof kon zinken?

    De houding van Plato tegenover vrouwen in zijn werk De Republiek is progressiever, maar hun recht om Wachter te worden bleef voor hem een punt van discussie. Helaas kun je zijn theorie over de ‘gelijkheid van de seksen‘ ook anders uitleggen. Want het is op zijn minst ambigu dat Plato het vermogen van vrouwen aanvecht om bepaalde taken even goed als mannen uit te voeren dankzij hun vaardigheden en talenten, en niet door hun natuurlijke aard.

    Toch hebben Plato en Aristoteles natuurlijk wel een filosofische methodiek geconstrueerd over het concept van de rol van de vrouw en een kader gecreëerd voor unieke denkbeelden over de verschillende uitersten.

    Plato zegt: ‘Vrouwen baren kinderen en mannen verwekken ze. Laten we zeggen dat er geen bewijs is dat vrouwen anders zijn dan mannen.’

    Plato neigt ernaar te benadrukken dat het gedrag van vrouwen een consequentie is van de samenleving waarin ze opgroeien en niet van haar natuurlijke aard

    De Republiek, de ideale staat in het gedachtegoed van Plato, behandelt in Boek V de kwestie van de rol van de vrouw door indirect te pleiten voor opname van vrouwen in de eliteklasse van de Wachters, met als argument dat de wachterklasse de meest getalenteerde personen moest omvatten. 

    Toch maakt Plato in de Republiek en andere werken, ook neerbuigende opmerkingen over vrouwen in relatie tot voor de hand liggende domeinen. In Boek V zegt hij bijvoorbeeld: ‘Ik wil het eigenlijk liever niet hebben over de kleine krenterigheden waarvan ze verlost zullen zijn, want die zijn niet vermeldenswaardig (zoals het vleien van de rijken door de armen): alle pijnen en kwellingen waar mannen mee te stellen hebben bij het grootbrengen van een gezin, aan geld moeten zien te komen om zaken voor het huishouden te kopen, geld lenen en niet kunnen terugbetalen, zich in alle bochten wringen en dan het geld aan vrouwen en slaven geven die het mogen houden. Zo veel kwaden van zo veel soorten waar mannen onder gebukt gaan, zijn overduidelijk vreselijk en niet de moeite waard om over te spreken.’

    Maar in tegenstelling tot Aristoteles heeft Plato de vrouwelijke natuur nooit gebruikt als verklaring voor zijn kritische mening over hun gedrag. Hij levert vaak kritiek op het gedrag van de Atheense vrouwen, maar de vrouwen in zijn utopische stad die onder ideale omstandigheden zijn opgegroeid, worden beoordeeld op de kwaliteit van hun ziel. En degenen die in aanmerking komen om Wachter te worden, krijgen een strenge opleiding.

    Bij de verdediging van de staat tegen vijanden geeft hij de vrouw als Wachter zelfs een meer strategische functie. Maar daar moeten we wel bij vermelden dat deze vrouwen alleen bestaan in zijn ideale stad in De Republiek.

    En daarbij moeten we ook opmerken dat Plato net zo kritisch is over mannen omdat die dezelfde wanorde in hun ziel dragen. Plato neigt ernaar te benadrukken dat het gedrag van vrouwen een consequentie is van de samenleving waarin ze opgroeien en niet van haar natuurlijke aard.

    In tegenstelling tot Aristoteles noemt Plato ziet lichamelijke processen niet als bepalend voor de kwaliteit van iemands ziel. De biologische verschillen tussen mannen en vrouwen hebben dus geen enkele invloed op hun vermogen om hetzelfde filosofische niveau te behalen.

    Hoedster

    Kinderen baren is volgens Plato vooral een puur lichamelijk fenomeen en niet zozeer emotioneel of spiritueel. Want na een kind te hebben gebaard, voelen vrouwelijke Wachters geen verlies of verlangen om dat kind op te voeden. Bevallen is gewoon een routineklus. In De Republiek is voor Plato de ideale rol van de vrouw dat te doen wat ze volgens haar aard het best kan.

    Hij besteed in De Republiek aandacht aan de kwestie van vrouwen omdat hij het onderwerp van een ideale staat niet kan bespreken als hij de helft van de bevolking weglaat. In Symposium echter, waarin de kwestie van sekse en de rol van de vrouw in de stad niet aan de orde komen en nauwelijks aandacht wordt besteed aan vrouwen, stelt Diotima deze kwestie wel aan de orde. 

    Wat betreft het gezin schrapt Plato in De Republiek het traditionele model van het huishouden. Voor hem is de vrouw in de eerste plaats een hoedster die de extra plicht heeft toekomstige burgers te baren.

    Plato voelde zich niet aangetrokken tot vrouwen en Aristoteles voelde zich door hen bedreigd

    In De Republiek wijst Plato vrouwen een rol toe die bijna gelijkwaardig is aan die van mannen. Alleen moeten we ook nu weer bedenken dat de vrouwen die destijds in Athene woonden, niet de vrouwen waren die hij in zijn republiek voor ogen had. 

    Als we rekening houden met de persoonlijke dilemma’s van beide filosofen — een voelde zich aangetrokken tot mannen en de ander werd vernederd door een vrouw — kunnen we beter begrijpen waar hun uitspraken op zijn gebaseerd. Eén voelde zich niet aangetrokken tot vrouwen en de ander voelde zich door hen bedreigd. Eén zag ze als leeghoofden en de ander wilde ervoor zorgen dat ze een sluier droegen. 

    Maar bij monde van vrouwen als Diotima die Plato noemt in Socrates’ verslag over Eros (de Griekse god van de liefde, seks en vruchtbaarheid), erkent hij de mogelijke rol van de vrouw op de meest glorieuze wijze: ‘Ik zal proberen voor u de toespraak over liefde te bespreken die ik eens hoorde van Diotima, een vrouw uit Mantinea, die erg wijs was en ook veel verstand had van veel andere zaken. Eens heeft zij zelfs de pest tien jaar lang weten af te weren door de Atheners te vertellen welke offers ze moesten brengen. Zij heeft mij de kunst der liefde onderwezen en ik zal haar toespraak doorlopen, zo goed als ik kan in mijn eentje.’

    Die vrouw bestond toen en bestaat nu nog steeds.

    Maar er is nog een lange weg te gaan vóór vrouwen geschiedenis zullen schrijven. Alleen dan zullen de sluiers van de hoofden gaan en zullen de leeghoofden vervliegen.

    Misschien zullen mannen dan als vrouwen zijn… En bijdragen aan het universum in hun natuurlijke rol als onderdeel van dit bestaan en niet als het middelpunt en de oorsprong daarvan.

    Nadia Harhash

    Nadia Harhash is een Palestijnse advocate, mensenrechtenactiviste en schrijfster. Ze staat bekend om haar diepteanalyses van het Palestijns-Israëlische conflict en het verslaan van belangrijke onderwerpen in de Palestijnse samenleving. Harhash is columniste van Raj Al-Youm.

    Ze is auteur van de autobiografische roman In the Shadows of Men (2016), de diepgravende studie Growth and Development of Palestinian Women Movement during the Mandate Period (2018) en On the Path of Mariam (2019). Haar recentste boek is Nietzsche in Jerusalem: A diary of a Dog (2021).

    Harhash is momenteel senior programmamanager bij HEKS/EPER, een ngo die zich inzet voor humanitaire zorg in onder meer Gaza. Daarnaast speelt Harhash een belangrijke rol in de democratische hervorming van de Palestijnse Autoriteit.

  • Minouche Shafik: ‘We hebben een nieuw sociaal contract nodig’

    Minouche Shafik: ‘We hebben een nieuw sociaal contract nodig’

    Een groot deel van de samenleving vindt dat het systeem niet voor hen werkt, aldus Minouche Shafik, directeur van de London School of Economics. ‘De pandemie heeft veel duidelijk gemaakt omdat ze bestaande ongelijkheden verder heeft vergroot.’

    Nexus-conferentie: ‘Revolutie van de hoop‘

    ‘Revolutie van de hoop’ is dit jaar het onderwerp van de Nexus-conferentie. Met als hoofdvraag: Waar vinden we, te midden van al onze hedendaagse crises, de revolutionaire hoop, moed en creativiteit om nieuwe werelden vorm te geven? 

    Op zaterdag 20 november komen sprekers als Giuseppe Conte, Patti Smith, Wole Soyinka en Mary L. Trump bijeen in Amsterdam om een antwoord te formuleren op deze vragen.

    Deze week publiceert 360 Magazine artikelen en speeches van de sprekers van de Nexus-conferentie ‘Revolution of Hope’. De tweede in de reeks is Minouche Shafik, directeur van de London School of Economics and Political Science.

    Iedereen neemt elke dag deel aan het sociaal contract en daar staan we zelden bij stil. Toch vormt het alle aspecten van ons leven: hoe we onze kinderen opvoeden bijvoorbeeld, en hoe we aan onderwijs deelnemen, wat we van onze werkgevers verwachten en hoe we ziekte en ouderdom ervaren. Voor al die dingen is nodig dat we, tot wederzijds voordeel, met anderen samenwerken en de voorwaarden voor die samenwerking vormen het sociale contract in onze maatschappij en daarmee ons leven.

    Al deze interacties steunen op wetten en normen. In sommige samenlevingen is het sociale contract meer gebaseerd op wederzijdse steun binnen families en gemeenschappen; in andere spelen de markt en de staat een grotere rol. Maar in alle samenlevingen geldt dat mensen worden geacht als volwassene bij te dragen aan het gemeenschappelijk belang en dat er daarvoor in ruil voor hen wordt gezorgd wanneer ze jong of oud zijn of niet voor zichzelf kunnen zorgen.

    Vier van de vijf mensen in China, Europa, India en de Verenigde Staten vinden dat het systeem voor hen niet werkt

    Ik kreeg belangstelling voor sociale contracten omdat ik de onderliggende oorzaken wilde begrijpen van de boosheid die zich de laatste tijd openbaart in de gepolariseerde politiek, cultuuroorlogen, conflicten over ongelijkheid en ras en intergenerationele spanningen over klimaatverandering. Het ongenoegen is wijdverbreid. Vier van de vijf mensen in China, Europa, India en de Verenigde Staten vinden dat het systeem voor hen niet werkt; in de meeste ontwikkelde economieën vrezen ouders dat hun kinderen het slechter krijgen dan zijzelf. Heel veel van wat verhuld was, heeft de pandemie duidelijk gemaakt, omdat ze de meest kwetsbaren, ouderen, zieken, vrouwen en mensen in onzekere banen, het hardst trof en bestaande ongelijkheden verder heeft vergroot.

    Lees ook:

    De voornaamste oorzaak van deze ontevredenheid is het feit dat bestaande sociale contracten niet in staat bleken de zekerheid en kansen te bieden die mensen verwachtten. Oude overeenkomsten zijn verbroken door verschillende factoren, ook als die over het geheel genomen een positieve invloed op de samenleving hebben gehad. Neem bijvoorbeeld de technologische verandering, die een revolutie op het gebied van werk teweegbrengt, en de toetreding van steeds meer goed opgeleide vrouwen op de arbeidsmarkt, die daardoor niet meer onbetaald voor de jongsten en de ouderen kunnen zorgen. Met het oog op vergrijzing zullen we nieuwe manieren moeten vinden om ouderen te ondersteunen; en de klimaatverandering dwingt ons nog harder te werken om de wereld ecologisch duurzaam te maken.

    Maar het goede nieuws is: er is een nieuw sociaal contract mogelijk, dat tegemoetkomt aan de individuele behoeften aan zekerheid en kansen en dat tegelijkertijd de problemen aanpakt die de samenleving als geheel aangaan. Dit nieuwe sociale contract rust op drie pijlers: zekerheid, gedeeld risico en kansen. Wat zou dit in de praktijk betekenen?

    Zekerheid

    Arbeidsmarkten zijn flexibeler geworden en informeel werken is zowel in de ontwikkelings- als in de ontwikkelde economieën niet meer weg te denken. We staan er in de samenleving steeds meer alleen voor: werkende mensen dragen zelf de risico’s als het gaat om hun inkomen, hoeveel uur ze werken en hoe ze zich redden als ze ziek of werkloos worden. De balans is te ver doorgeschoven in de richting van flexibiliteit voor werkgevers ten koste van de zekerheid van werkenden.

    Elke samenleving kan een ondergrens voor inkomens instellen waar niemand onder kan zakken. Dit kan gedaan worden door cash-transferprogramma’s in zich ontwikkelende economieën of belastingvoordelen voor laagbetaalden in ontwikkelde economieën. Op zijn minst zouden samenlevingen moeten zorgen voor een basisgezondheidszorgpakket voor iedereen en een minimum-staatspensioen om armoede onder bejaarden te voorkomen. Ziekengeld, werkloosheidsverzekering en toegang tot omscholing zouden beschikbaar moeten zijn, ongeacht het type arbeidscontract dat iemand heeft. In zich ontwikkelende landen betekent dit dat er meer werkenden in de formele sector gebracht moeten worden; in ontwikkelde economieën betekent het de verplichting voor werkgevers om ook voor flexibele arbeidskrachten sociale premies te betalen. Het gaat erom dat iedereen een minimumniveau van zekerheid heeft voor een fatsoenlijk leven.

    Gedeeld risico

    Te veel risico’s in onze samenleving worden gedragen door individuen, terwijl ze efficiënter door anderen gedragen of collectief beheerst zouden kunnen worden. Flexibiliteit voor de werkgever om afhankelijk van marktomstandigheden medewerkers in te huren of te ontslaan, is acceptabel als werkenden een gegarandeerd recht op een werkloosheidsuitkering en omscholing hebben, totdat ze een nieuwe baan vinden. De risico’s van economische schokken zouden opgevangen moeten worden door werkgevers en de samenleving als geheel en niet alleen moeten neerkomen op individuen.

    Zo moeten ook de risico’s rond de zorg voor kinderen, de gezondheidszorg en de oude dag opnieuw verdeeld worden. Het niet is duidelijk waarom bijvoorbeeld de kosten voor ouderschapsverlof meestal gedragen worden door werkgevers; zouden die gefinancierd worden via algemene belastingheffing, dan zou dat voor mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt een eerlijker speelveld opleveren en zou het een minder zware last zijn voor met name kleinere bedrijven.

    Ieders talent inzetten is echter niet alleen een kwestie van eerlijkheid, het is ook goed voor de economie

    Zo zijn ook veel gezondheidsrisico’s efficiënter te beheersen door ze over een grote bevolking te spreiden en tegelijkertijd individuen sterk te motiveren om risico’s in de hand te houden door middel van voeding en beweging. Wanneer pensioenleeftijden gekoppeld worden aan levensverwachting, kunnen individuen genoeg sparen voor hun pensioen. In plaats van financiële zekerheid voor ouderen te verbinden met een arbeidsovereenkomst, zoals meestal gebeurt, kan die gefinancierd worden via algemene belastingheffing. Als mensen automatisch opgenomen worden in een pensioenplan en een verzekering voor bejaardenzorg, zou hun dat aan het eind van hun leven meer zekerheid geven.

    Kansen

    Al te vaak wordt talent verspild omdat mensen geen kansen krijgen om het te ontwikkelen. In Denemarken bijvoorbeeld duurt het gemiddeld twee generaties voordat iemand van een lager inkomen naar een middeninkomen opklimt; in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten duurt dat vijf generaties; en in landen als Brazilië, Colombia en Zuid-Afrika meer dan negen generaties. De kansenarchitectuur in de meeste landen is nadelig voor vrouwen, minderheden en kinderen uit een arme familie of omgeving.

    Ieders talent inzetten is echter niet alleen een kwestie van eerlijkheid, het is ook goed voor de economie. Beter gebruik van alle talent in de samenleving leidde tussen 1960 en 2020 tot een productiviteitsstijging in de Amerikaanse economie van tussen de 20 en 40 procent. Veranderingen in wetten en normen hebben ertoe geleid dat werkgevers niet langer uit een beperkte talentenbron van voornamelijk witte mannen hoefden te putten, maar uit een breder aanbod van vaardigheden konden kiezen en mensen de banen konden geven die het best bij hen pasten. Hetzelfde geld voor de ‘verloren Einsteins’ van vandaag: vrouwen, minderheden en mensen met een laag inkomen. Als zij evenzeer konden innoveren als witte mannen uit welgestelde families, dan zou dat het aantal doorbraken kunnen verviervoudigen.

    Ingrijpen in de eerste duizend levensdagen is de meest efficiënte manier om kansengelijkheid te bewerkstelligen

    Hoe kunnen we al dat talent inzetten? Begin vroeg: de eerste duizend levensdagen zijn de belangrijkste voor de ontwikkeling van de hersens. Ingrijpen in deze periode is de meest efficiënte manier om kansengelijkheid te bewerkstelligen en kinderen de fundamentele vaardigheden voor toekomstig leren te bieden.

    Ondersteuning bij opvoeding en extra voeding voor peuters zorgen ook voor betere onderwijsresultaten en hogere inkomens later in het leven. Jonge kinderen in Jamaica die één keer in de week gezien werden door een gezondheidswerker, verdienden twintig jaar later 42 procent meer dan leeftijdgenoten die deze ondersteuning niet hadden gehad.

    Alle jonge mensen zouden recht moeten hebben op onderwijs, een vakopleiding en een levenslange beurs voor extra scholing tijdens hun carrière, die veel langer zal zijn. Uit honderden onderzoeken naar volwassenenonderwijs blijkt hoe sterke banden met werkgevers, vroege interventies en blijvende financiële ondersteuning mensen aan het werk houden, zodat ze een bijdrage aan de samenleving blijven leveren.

    Terwijl de meeste landen gelijke onderwijskansen voor jongens en meisjes hebben gecreëerd, zijn vrouwen op de werkvloer nog steeds in het nadeel, omdat zij zo’n twee uur per dag meer onbetaald huishoudelijk werk doen dan mannen. Met royaler ouderschapsverlof, publiek geld om gezinnen te ondersteunen en een eerlijker verdeling van arbeid thuis wordt vrouwelijk talent beter benut en kunnen meer mensen een bijdrage leveren aan het algemeen belang.

    Is het te betalen?

    Bij een nieuw sociaal contract gaat het niet om hogere belastingen, meer herverdeling en een grotere verzorgingsstaat. Het gaat om het fundamenteel herordenen en gelijktrekken van de manier waarop kansen en zekerheid over de samenleving zijn verdeeld. Dit zorgt voor een hogere productiviteit en een efficiëntere verdeling van de risico’s rond kinderen, gezondheid, werk en ouderdom, die zoveel spanningen veroorzaken. We zouden belasting moeten heffen op de dingen waarvan we minder willen hebben, zoals CO2 en roken en de dingen waarvan we meer willen hebben, zoals onderwijs en een groenere economie, moeten subsidiëren. Als iedereen de kans krijgt om zijn of haar talent te gebruiken en een bijdrage te leveren, verkleint dat de noodzaak tot herverdeling later.

    Lees ook:

    Om zo’n transformatie mogelijk te maken is een internationaal stelsel nodig. Dit houdt in dat internationale financiële instituties de middelen moeten hebben om samenlevingen te helpen bij het investeren in en steun geven aan minimuminkomens, onderwijs en gezondheidszorg. Het houdt ook in dat er betere regels voor mondiale belastingheffing moeten worden opgesteld, zodat bedrijven belasting betalen waar hun economische activiteit plaatsvindt ten bate van de mensen in de landen waar die bedrijven opereren. Zo’n internationaal stelsel zou de wereldeconomie stutten met een sociaal contract dat efficiënt is en daardoor ook meer kans maakt op publieke steun.

    Over de auteur

    Minouche Shafik is directeur van de London School of Economics and Political Science. Dit artikel is gebaseerd op haar onlangs verschenen boek What We Owe Each Other: A New Social Contract.

  • Thomas Piketty over de Pandora Papers: ‘Het is hoog tijd om in actie te komen’

    Thomas Piketty over de Pandora Papers: ‘Het is hoog tijd om in actie te komen’

    De Franse stereconoom Thomas Piketty roept naar aanleiding van de Pandora Papers op tot een openbaar financieel kadaster. Door het vrije verkeer van kapitaal zijn grote vermogens ongrijpbaar voor de fiscus, en dat moet volgens hem zo snel mogelijk veranderen.

    Na de LuxLeaks in 2014, de Panama Papers in 2016 en de Paradise Papers in 2017 tonen de onthullingen in de Pandora Papers, afkomstig van een nieuw lek van twaalf miljoen documenten over financiële offshoreconstructies, in welke mate de allerrijksten belasting blijven ontduiken. In tegenstelling tot wat soms wel wordt beweerd zijn er geen betrouwbare aanwijzingen dat de situatie de afgelopen tien jaar is verbeterd.

    Vóór de zomer had de site ProPublica al onthuld dat miljardairs in de Verenigde Staten praktisch geen belasting betalen in verhouding tot hun vermogen en tot wat de rest van de bevolking betaalt. Volgens Challenges is het vermogen van de vijfhonderd rijkste Fransen toegenomen van 210 miljard euro in 2010 tot ruim 730 miljard in 2020, en alles wijst erop dat de belasting die over deze enorme vermogens wordt betaald (in feite uiterst simpel te achterhalen informatie die de overheid echter nog altijd weigert te publiceren) buitengewoon gering is. Moeten we lijdzaam wachten op de volgende uitgelekte documenten, of wordt het tijd dat media en burgers met een actieplatform komen en regeringen onder druk zetten om deze kwestie op een systemische manier op te lossen?

    Ieder voor zich

    Het wezenlijke probleem is dat vermogens aan het begin van de eenentwintigste eeuw [in Frankrijk] nog altijd alleen worden belast op basis van onroerend goed, waarbij methodes en kadasters worden gebruikt die dateren uit het begin van de negentiende eeuw. Als we onszelf geen middelen verschaffen om deze stand van zaken te veranderen, zullen de schandalen zich blijven voordoen, met als risico een langzaam uiteenvallen van ons sociale en fiscale pact en een onontkoombare groei van het ieder-voor-zich.

    Belangrijk hierbij is dat het registreren en belasten van bezit historisch gezien altijd nauw met elkaar verbonden is geweest. Allereerst omdat het registreren van bezit de bezitter voordeel oplevert, namelijk bescherming door het rechtssysteem, en ten tweede omdat alleen een minimale belasting de registratie echt verplicht en systematisch kan maken. Daar komt bij dat bezit ook een indicator is voor de hoeveelheid belasting die mensen kunnen betalen, wat verklaart waarom inkomsten uit vermogen altijd een belangrijke rol hebben gespeeld in de moderne fiscale systemen, boven op de inkomstenbelasting (die soms flink kan worden gedrukt, vooral bij mensen met een zeer groot vermogen, zoals ProPublica heeft aangetoond).

    Door een gecentraliseerd kadaster in het leven te roepen voor alle onroerend goed, zowel met een woon- als bedrijfsbestemming (landbouwgrond, winkels, fabrieken et cetera), heeft de Franse Revolutie in één klap ook een belastingsysteem ingevoerd dat is gebaseerd op transacties (de nog altijd bestaande overdrachtsbelasting) en vooral op bezit (via de taxe foncière, de onroerendgoedbelasting).

    Het resultaat is een uitermate onrechtvaardig systeem dat grote ongelijkheid schept

    Zowel in Frankrijk als de Verenigde Staten en vrijwel alle andere rijke landen blijft de onroerendgoedbelasting, of de Angelsaksische variant daarvan, de property tax, de belangrijkste heffing op bezit (in Frankrijk rond de 2 procent van het bnp, oftewel zo’n 40 miljard euro per jaar). Het ontbreken van een dergelijk registratie- en belastingsysteem voor onroerend goed met een woon- of beroepsbestemming verklaart daarentegen de buitensporig grote omvang van de informele sector in veel zuidelijke landen en de daaruit voortvloeiende problemen bij het heffen van inkomstenbelasting.

    Het probleem is dat dit systeem van vermogensregistratie en -belasting de afgelopen twee eeuwen vrijwel ongewijzigd is gebleven, terwijl financiële activa tegenwoordig het grootste vermogensbestanddeel vormen. Het resultaat is een uitermate onrechtvaardig systeem dat grote ongelijkheid schept. Als u een woning of een bedrijfsruimte bezit met een waarde van 300.000 euro, en u hebt een schuld van 290.000 euro, dan betaalt u evenveel onroerendgoedbelasting als iemand die een pand met dezelfde waarde heeft geërfd en ook nog eens 3 miljoen euro aan financiële tegoeden bezit.

    Politieke keuze

    Geen enkel principe, geen enkel economisch argument kan een belastingsysteem rechtvaardigen dat zo genadeloos regressief is (de facto is de effectieve rente die mensen met weinig onroerend goed betalen structureel hoger dan die van mensen met veel onroerend goed), nog afgezien van het feit dat ervan wordt uitgegaan dat het onmogelijk zou zijn financieel bezit te registreren. Het gaat hier echter niet om een technische onmogelijkheid, maar om een politieke keuze: er is voor gekozen de registratie van effecten te privatiseren (via privaatrechtelijke dienstverleners als Clearstream of Eurostream) en vervolgens het vrije verkeer van kapitaal te introduceren dat gegarandeerd wordt door de staten, zonder enige voorafgaande fiscale coördinatie.

    De Pandora Papers herinneren ons er ook aan dat de allerrijksten erin slagen belasting over hun onroerend goed te ontduiken door het in belastingparadijzen als effecten te registreren, zoals in het geval van het echtpaar Blair en hun huis van 7 miljoen euro in Londen (waarmee 400.000 euro aan overdrachtsbelasting werd ontdoken) of dat van de villa’s aan de Côte d’Azur die via brievenbusfirma’s in het bezit zijn van de Tsjechische premier Babis (die ook wordt verdacht van verduistering van Europese gelden).

    Wat moet er gebeuren? De prioriteit moet de oprichting zijn van een openbaar financieel kadaster en het heffen van een minimale belasting op alle bezit, al was het maar om er objectieve informatie over te verkrijgen. Elk land kan daar onmiddellijk toe overgaan door van alle bedrijven die tegoeden op zijn grondgebied beheren of exploiteren te eisen dat ze de identiteit van de eigenaars onthullen, en die eigenaars vervolgens op volstrekt transparante wijze een belastingheffing op te leggen die overeenkomt met die voor gewone belastingbetalers, niet meer en niet minder. Als we iedere ambitie op het gebied van fiscale soevereiniteit en sociale rechtvaardigheid laten varen, moedigen we het separatisme van de allerrijksten en onze eigen in-onszelf-gekeerdheid alleen maar aan. Het is hoog tijd om in actie te komen.

    Thomas Piketty

    De Franse econoom en historicus Thomas Piketty verwierf in 2014 een rocksterstatus met de Engelse vertaling van Le capital au XXIe siècle door Harvard University Press. Hij is de wegbereider van Rethinking Economics, een herbezinning over de verdeling van kapitaal, concentratie van welvaart en economische groei; de grote vraagstukken van deze tijd.

  • Wereldnieuws: Probleem van bosbranden wordt alleen maar groter & Meer

    Wereldnieuws: Probleem van bosbranden wordt alleen maar groter & Meer

    Intensere bosbranden in Californië dan ooit

    De afgelopen twee jaar werd Californië getroffen door meer grootschalige bosbranden die met grotere intensiteit brandden dan ooit eerder werd geregistreerd. Ze trekken met steeds grotere snelheid en hogere frequentie door de staat, vernietigen gemeenschappen en hun rookpluimen zijn honderden kilometers verderop nog waarneembaar. Volgens Cal Fire, de brandweer van de staat, deden negen van de twintig grootste branden ooit in Californië zich sinds 2020 voor. Vier ervan woeden nog, bericht The New York Times.

    In drie maanden tijd werd meer dan 610 miljoen dollar uitgegeven om de brand onder controle te krijgen

    Eind augustus vochten hulpdiensten in een afgelegen bosgebied in Noord-Californië tegen de ‘Dixie Fire’, met een oppervlak van bijna 400.000 hectare (4000 vierkante kilometer) de op een na grootste brand in de geschiedenis van Californië. Binnen enkele weken groeide de bestrijding uit tot een operatie van nooit eerder vertoonde omvang: duizenden mensen gebruikten honderden bulldozers, vliegtuigen en ander materieel, miljoenen liters water en vlamvertragers. In drie maanden tijd werd meer dan 610 miljoen dollar uitgegeven om de brand onder controle te krijgen. Volgens het hoofd van Cal Fire is het verreweg de duurste blusoperatie in de geschiedenis van Californië.

    De Dixie Fire laat zien dat naarmate bosbranden groter worden, ook de omvang van de bestrijding toeneemt. Terwijl overheidsbegrotingen onder druk komen te staan en extreme droogte en andere effecten van klimaatverandering het landschap veranderen, wordt het bestrijden van megabranden steeds duurder. ‘Vijftien jaar geleden zou een brand van 40.000 hectare de grootste in mijn carrière zijn geweest’, zei Kristen Allison, een brandweervrouw met 25 jaar ervaring, verbijsterd. ‘Nu hebben we branden van 400.000 hectare: zo groot als Rhode Island, en we zijn op weg naar de omvang van Delaware.’ Die Amerikaanse staat heeft een oppervlakte van ruim 5000 vierkante kilometer. 

    Op 10 oktober hadden de branden al meer dan 1,13 miljoen hectare in Californië verwoest. Het einde van het bosbrandseizoen wordt pas over enkele weken verwacht. 


    ‘Geef een ander perspectief op de Holocaust’

    Een topbestuurder van het Carroll Independent School District in Southlake (Texas) heeft leraren laten weten dat als ze de Holocaust behandelen, ze leerlingen ook toegang moeten bieden tot een ‘tegengesteld’ perspectief, zo blijkt uit een geheime audio-opname die NBC News openbaarde.

    Gina Peddy, als directeur verantwoordelijk voor het curriculum van het schooldistrict, deed haar uitspraken tijdens een trainingssessie over boeken die leraren in de klas behandelen. Die training vond plaats nadat het schoolbestuur van Carroll in reactie op de klacht van een ouder had besloten een lerares te berispen, omdat die een antiracismeboek in haar klas had. Een medewerker van Carroll nam de gesprekken tijdens de training heimelijk op.

    ‘Hoe bied je het tegendeel van de Holocaust?’ vraagt een hoorbaar geshockeerde lerares

    ‘Probeer gewoon de concepten van House Bill 3979 toe te passen’, zegt Peddy in de opname, verwijzend naar een nieuwe wet in Texas die leraren verplicht meerdere perspectieven te presenteren bij het bespreken van ‘veelbesproken en controversiële’ kwesties. Om een voorbeeld te geven zegt ze: ‘Zorg ervoor dat als je een boek over de Holocaust hebt, je er dan ook een hebt met een tegendeel, dat andere perspectieven biedt.’ ‘Hoe bied je het tegendeel van de Holocaust?’ vraagt een hoorbaar geshockeerde lerares. Een andere lerares vraagt of ze nu boeken moeten gaan tegenspreken die de Holocaust behandelen vanuit het perspectief van slachtoffers. 

    In antwoord op vragen over de opmerkingen van Peddy zei een Carroll-woordvoerder dat het district probeert leraren te helpen om te voldoen aan de nieuwe staatswet in Texas die in december van kracht wordt.


    Ophef in Zuid-Italië

    De onthulling van een bronzen beeld van een vrouw in transparante jurk heeft in Italië geleid tot ophef. Het beeld werd eind september onthuld in het Zuid-Italiaanse Sapri, in de aanwezigheid van onder meer voormalig premier Giuseppe Conte, schrijft Info Cilento. Het werk van beeldhouwer Emanuele Stifano is bedoeld als eerbetoon aan het negentiende-eeuwse gedicht ‘La spigolatrice di Sapri’ (De arenraapster van Sapri) van Luigi Mercantini. Het is gebaseerd op de mislukte expeditie tegen het koninkrijk Napels door Carlo Pisacane, een van de eerste Italiaanse socialistische denkers. 

    Laura Boldrini van de centrum-linkse partij PD sprak van een ‘belediging voor vrouwen en de geschiedenis’. Wolfgang Achtner, een journalist die in Italië werkt voor grote angelsaksische media, schreef op de site van La Voce di New York: ‘Stifano heeft een landarbeidster van ruim tweehonderd jaar geleden afgebeeld in een provocerende houding met de nadruk op haar achterste, als una velina televisiva’. Oftewel zo’n schaars gekleed televisiemeisje waar de zenders van Berlusconi patent op hebben. 


    Demonstreren in Squid Game-pakken

    Het stadsbestuur van Seoel heeft een klacht ingediend tegen leden van de Koreaanse Confederation of Trade Unions (KCTU), het belangrijkste vakbondsorgaan van Zuid-Korea, meldt South China Morning Post. Ze trotseerden coronabeperkingen om in het centrum van Seoul te demonstreren voor meer banen en betere werkomstandigheden, terwijl ze outfits droegen van de hitserie Squid Game. Die negendelige thriller, waarin arme deelnemers dodelijke spelletjes spelen in een poging om 45,6 miljard won [circa 32 miljoen euro] te winnen, is gemaakt in Zuid-Korea en werd een wereldwijde sensatie voor Netflix.

    Getooid in Squid Game-pakken begeleidden de vakbondsleden zichzelf met trommels en andere instrumenten. Sommigen droegen vlaggen en borden met de tekst ‘Weg met ongelijkheid’ en ‘Veilige werkgelegenheid voor jongeren, kwaliteitswerk voor jongeren’. ‘Ongeveer tachtig leden van de jeugdvakbond hadden zich verkleed als een parodie op Squid Game, dat een bittere satire is op het harde gezicht van onze samenleving’, aldus de KCTU in een verklaring.


    Illegale migratie vanuit Algerije neemt toe

    De Algerijnse kustwacht heeft in een week tijd 701 illegale migranten gered die op weg waren naar Spanje en Italië, meldt het Algerijnse ministerie van Defensie geciteerd door Middle East Monitor. Volgens het ministerie heeft de kustwacht ‘meerdere migratiepogingen’ gedwarsboomd en ‘701 mensen gered die op weg waren aan boord van traditionele boten’. De arrestaties vonden plaats tussen 13 en 19 oktober.

    Illegale immigratie vanuit Algerije naar Europa is de afgelopen maanden sterk toegenomen, doordat Arabische economieën te lijden hebben onder de pandemie. Het Spaanse ministerie van Binnenlandse Zaken bevestigde de toename onlangs met de mededeling dat er van begin januari tot eind september van dit jaar zo’n 11.200 illegale migranten vanuit Algerije in Spanje waren aangekomen. Talloze boten zouden in de Middellandse Zee zijn gezonken. Volgens lokale Algerijnse media zijn de kosten voor illegale migratie gestegen tot 4000 euro per persoon.

  • Wenen stript op OnlyFans

    Wenen stript op OnlyFans

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Filipijnen vrezen hoge olieprijs

    » Klimaatcrisis treft Afrika

    Protest tegen de voortdurende censuur op naakte lijven

    Uit protest tegen de voortdurende censuur van socialemediaplatforms op afbeeldingen van naakte lijven is het toerismebureau van de stad Wenen begonnen met een account op OnlyFans, omdat dat sociale netwerk wel naakt toestaat, meldt The Guardian. In juli werd het nieuwe TikTok-account van het Albertina Museum geblokkeerd vanwege een blote vrouwenborst op een foto van Nobuyoshi Araki. Instagram, dat elke afbeelding van blote vrouwentepels verbiedt, haalde in 2019 een schilderij van Peter Paul Rubens offline en in 2018 verwijderde Facebook zelfs een foto van het 25.000 jaar oude beeld van Venus van Willendorf in het Natuurhistorisch Museum.

    Wenen hoopt bezoekers aan te trekken sinds het aantal in 2020 met 78,4 procent daalde in vergelijking met 2019. Maar volgens het toerismeburau is de nieuwe campagne ‘Wenen stript op OnlyFans’ niet alleen bedoeld om toeristen aan te trekken maar ook om mensen bewust te maken van de censuurnormen waarmee hedendaagse kunstenaars te maken hebben.

  • Rassen bestaan niet (racisme wel)

    Rassen bestaan niet (racisme wel)

    De superioriteit van het ene ras over het andere is niet alleen een onderbuikkwestie. Wetenschap en filosofie hebben hun steentje bijgedragen.

    Keuze uit ons archief

    In 2012 stelden we een nummer samen over racisme, en wat we noemden ‘De angst voor zwart’, die in dit artikel van Nina Jablonski ook aan de orde komt. Zit racisme in onze genen? stelden we als vraag. Zelfs in dat geval is er iets aan te doen.

    Jablonski, hoogleraar antropologie aan de Pennsylvania State University en aan het Stellenbosch Institute for Advanced Study in Zuid-Afrika, baseerde dit essay op haar boek Living Color: The Biological and Social Meaning of Skin Color (University of California Press), waarin ze duidelijk maakt hoe door de tijd heen tegen verschillende soorten huidskleur is aangekeken, en hoe vooroordelen generatie op generatie werden overgedragen.

    Opbeurende opvattingen komen uit de Freedom Charter van Zuid-Afrika uit 1955. ‘De rechten van alle mensen zijn gelijk, ongeacht ras, huidskleur of geslacht. Alle wetten die discrimineren op basis van ras, huidskleur of geloof moeten worden ingetrokken.’ Ze waren later terug te vinden in de Zuid-Afrikaanse grondwet van 1996. Vergelijkbare frasen werden opgenomen in de Amerikaanse Civil Rights Act van 1964 en de Britse Race Relations Act van 1965. In de tweede helft van de twintigste eeuw werd discriminatie op basis van ras, huidskleur, geslacht, godsdienst of nationaliteit beschouwd als een schending van de fundamentele mensenrechten.

    Desondanks ging de verschillende behandeling van mensen op grond van ras en huidskleur gewoon door, vooral in landen als de VS en Zuid-Afrika, met hun lange geschiedenis van gelegaliseerde segregatie en discriminatie. Academici en onderzoekers zien vol ongeloof dat zulke ideeën tot in de eenentwintigste eeuw blijven bestaan en komen altijd met bewijsmateriaal om aan te tonen dat rassen biologisch gezien helemaal niet bestaan en ‘slechts’ sociale concepten zijn. 

    Toch is voor veel mensen op deze aarde rassendiscriminatie de realiteit. Ook al komt er steeds meer genetisch bewijs dat rassen niet bestaan, het geloof in de inherente superioriteit en inferioriteit van volkeren maakt nog steeds mensen het leven zuur.

    Veel ideeën over aangeboren superioriteit zijn gebaseerd op de overtuiging dat huidskleuren een hiërarchie kennen. Wanneer we op zoek gaan naar de dieperliggende oorzaken van het probleem, zien we dat het zijn oorsprong vindt in de verkeerde veronderstelling dat verschillen in intellectuele capaciteiten, morele standvastigheid en gedrag terug te voeren zijn op verschillen in huidskleur, met een glijdende schaal van blank naar zwart. 

    De hardnekkigheid van het verborgen, maar sterk aanwezige racisme is te verklaren uit een diepgewortelde en onwetenschappelijke aanvaarding van het genetische determinisme, de overtuiging dat verschillende groepen mensen geboren worden met verschillende capaciteiten, en dat die een natuurlijke sociale orde bepalen.

    Pigment

    Om een begin te maken met het ontrafelen van de oorsprong en hardnekkigheid van deze misvatting moeten we eerst bekijken hoe de diversiteit in de menselijke huid zich heeft ontwikkeld. Melaninepigment is verantwoordelijk voor de bijna oneindige variaties bruin die de menselijke huid kent. Het donkerste type melanine, eumelanine, is het belangrijkste en meest algemene pigment in de huid; het is een van de meest effectieve zonnefilters in de natuur, omdat het in staat is om ultraviolette straling te absorberen.

    Alle mensen in Afrika evolueerden onder een krachtige tropische zon en hadden een donkere huid, rijk aan beschermend eumelanine. Gedurende meer dan de helft van de geschiedenis van onze soort – van ruwweg 200.000 tot 80.000 jaar geleden – waren we Afrikanen, en terwijl we door Afrika trokken werd onze pigmentatie steeds weer aangepast aan de lokale omstandigheden.

    Vooroordelen zijn niet genetisch bepaald

    Ongeveer 80.000 jaar geleden begonnen kleine groepen donker gepigmenteerde mensen van het continent weg te trekken. De eerste migranten gingen naar de kusten van Zuid-Azië. Anderen drongen door in het achterland van West-Azië met een aanzienlijk minder zonnig klimaat en een meer seizoensgebonden hoeveelheid uv-straling. Sommige van die populaties trokken uiteindelijk naar Oost-Azië, terwijl andere zich in Midden-Europa en later in Noord-Europa vestigden. Die migratie bracht mensen op plekken die steeds minder zonnig waren, en genetische veranderingen – mutaties – kwamen tot stand om een lichter gepigmenteerde huid te produceren.

    Ultraviolette straling is meestal schadelijk, maar kleine hoeveelheden zijn noodzakelijk voor de productie van vitamine D in de huid. De evolutie van gedepigmenteerde huid betekende dat mensen die leefden in streken met een lager niveau aan uv B toch vitamine D konden aanmaken. Het feit dat die ontwikkeling zich overal voordeed waar uv B schaars was, getuigt van het vermogen van de natuurlijke selectie om gelijke fenotypes te produceren bij gelijke milieuomstandigheden. Enkele licht of gemiddeld gepigmenteerde populaties trokken weer naar gebieden met sterk zonlicht en een hoge uv-straling en werden, voorspelbaar, weer donkerder. Dus veranderingen in de huidpigmentatie waren aanpassingen aan heersende omstandigheden. Vanwege het belang van de huid als de belangrijkste beschermer van het lichaam tegen de omgeving is die het grootste deel van onze geschiedenis onderhevig geweest aan een strenge natuurlijke selectie.

    En zo werd de ‘huidskleurmeme’ geboren, de culturele overdracht van het vooroordeel tegen donkere mensen

    Goed kijken

    Omdat menselijke populaties zich uitbreidden, kregen veel groepen die eerder geïsoleerd van elkaar hadden geleefd nu contact met elkaar en begonnen ze handel te drijven: langs de Nijl en de kusten van de Middellandse Zee kwamen mensen met zichtbaar verschillende huidskleur regelmatig met elkaar in aanraking. Wat daar gebeurde, is leerzaam en nuttig. Uit de kunst en de historische bronnen van het oude Egypte en Griekenland weten we dat men de verschillen in huidskleur wel zag, maar dat die verschillen niet de onderlinge relatie of de handelstransacties beïnvloedden. Huidskleur werd gezien, maar bepaalde niet je waarde als mens.

    Wij zien huidskleur omdat dat het meest in het oog vallende kenmerk is en omdat we zeer visueel ingestelde wezens zijn. Het is echter niet genetisch bepaald dat we vooroordelen hebben, alleen dat we onze indrukken van anderen en de wereld om ons heen allereerst opdoen door wat we zien. Ons vertrouwen op ons gezichtsvermogen komt in elk aspect van ons leven als sociaal wezen tot uiting. De mensen om ons heen observeren we scherp, en als we niet weten wat we moeten doen, komen we vaak tot een besluit door te kijken naar wat degenen doen die we goed kennen of voor wie we veel respect hebben. Als we jong zijn, bekijken en imiteren we onze ouders en verzorgers, en besteden we veel aandacht aan de sociale nuances die door lichaamstaal worden overgebracht. Een verhevigd visueel bewustzijn en imitatiegedrag dragen eraan bij dat we onderdeel gaan uitmaken onze sociale groep.

    Die activiteiten bevorderen ook dat we aardig worden gevonden en dat anderen zich positief tegen ons gedragen. We kijken niet alleen naar hoe gezaghebbende personen zich gedragen, maar luisteren ook zorgvuldig en imiteren hun sociale categorieën. Als klein kind leren we heel veel van subtiele visuele aanwijzingen over wie er tot onze familie behoort en wie niet. We leren de voorkeur te geven aan individuen of groepen aan wie de volwassenen om ons heen extra aandacht schenken, ook al hebben de volwassenen nooit expliciet iets goeds of slechts over hen gezegd.

    Dus de overdracht van vooroordelen verloopt langzaam en subtiel. We leren mensen in categorieën in te delen op basis van overeenkomsten in uiterlijk of gedrag en door hoe gezaghebbende personen om ons heen zich ten opzichte van hen gedragen. Onze geest zit kennelijk zo in elkaar dat we gemakkelijk mensen in verschillende groepen kunnen indelen en dan de voorkeur geven aan onze eigen groep, de zogeheten ‘in-group’.

    Maar onze reacties op leden van ‘out-groups’ zijn niet automatisch negatief, noch zijn ze alles of niets. Ze worden bepaald door neurale responsen in de hersenen (vooral in de amygdala) die zich ontwikkelen wanneer we angst of boosheid bij de mensen om ons heen waarnemen en die gevoelens zelf beginnen te voelen of overnemen. Op zich creëren reacties in de hersenen op out-groups geen stereotypen, maar herhaaldelijk opgelegde associaties wel. En dan tellen vooral de verbale kwalificaties.

    Sterker nog, de aard van de sociale en handelsnetwerken tussen de volkeren die van ongeveer 3150 v.Chr. tot 476 n.Chr. langs de Nijl en de kusten van de Middellandse Zee leefden, werd bepaald door overeenkomsten en verschillen in cultuur en taal, niet door huidskleur. Slavernij bestond, maar de slaven waren gewoonlijk krijgsgevangenen, ongeacht hun huidskleur.

    Maar dat alles veranderde in de Middeleeuwen, toen het reizen over zee over langere afstanden sneller, veiliger en gebruikelijker werd, waardoor mensen plotseling in contact konden komen met verre ‘anderen’, vaak zonder dat ze vooraf van elkaars bestaan afwisten. Ze waren ook geschokt door elkaars uiterlijk. Dergelijke ontmoetingen voltrokken zich zelden op een gelijkwaardige sociale of militaire basis. Europese ontdekkingsreizigers waren op zoek naar buit en zelden uit op een gelijkwaardig contact. De meeste Europeanen verbaasden zich over donker gepigmenteerde huid, en hun reisverhalen uit die tijd beschreven de huidskleur van die verre volkeren in choquerende en vaak negatieve termen.

    Intellectuele basis

    De eerste wetenschappelijke taxonomie werd door Carl Linnaeus opgesteld in de eerste editie van zijn Systema Naturae uit 1735, waarin hij de mensen naar huidskleur en werelddeel indeelde in vier groepen. In 1758 definieerde Linnaeus die groepen nader op basis van temperament: sanguinisch voor Europeanen, melancholisch voor Aziaten, cholerisch voor Indianen en flegmatisch voor Afrikanen. De combinatie van volksgeloof over aanleg en karakter enerzijds en fysieke kenmerken vastgelegd in een gezaghebbende classificatie anderzijds legde de intellectuele basis voor het racisme zoals wij dat nu kennen. Sindsdien konden negatieve kwalificaties over karakter, cultuur en uiterlijk opgenomen worden in verhandelingen over de menselijke variatie en konden ze als wetenschappelijk worden beschouwd en niet zozeer als persoonlijke en emotionele uitingen van afkeer, ongemak en vooroordelen.

    De overdracht van vooroordelen verloopt subtiel

    In 1785, nog geen dertig jaar na Linnaeus’ herziene taxonomie, publiceerde Immanuel Kant zijn invloedrijke bespiegelingen over de menselijke variatie, waarin hij als eerste het woord ‘rassen’ gebruikte en die definieerde aan de hand van huidskleur en plaats van herkomst. Volgens Kant was ‘ras’ een onveranderbaar gegeven. Hij bracht een hiërarchie aan op basis van wat hij als hun talenten beschouwde, met de Europeanen bovenaan, dan ‘gele Indiërs’ met een gering talent, ‘negers’ kwamen daar ver onder en helemaal onderaan kwamen de indianen. Hoewel Kant werd bekritiseerd door invloedrijke critici onder zijn tijdgenoten, zoals de filosoof Johann Gottfried von Herder en de naturalist en anatoom Johann Friedrich Blumenbach, hield hij vast aan zijn definities.

    Voor Kant en de meeste theoretici na hem hield het verband tussen huidskleur en karakter in dat lichter gekleurde rassen superieur waren aan donkerder gekleurde, en dat leden van deze laatste voorbestemd waren om de eerste te dienen. Kants ideeën over huidskleur en karakter werden wijd en zijd aanvaard, omdat zijn geschriften in groten getale werden verspreid, hij een gezaghebbend filosoof en geleerde was en zijn publiek voor het merendeel naïef was en geen persoonlijk contact had gehad met de donker gekleurde – vooral Afrikaanse – mensen die hij zijn geschriften zo vernederde. En zo werd de ‘huidskleurmeme’ geboren, de culturele overdracht van het vooroordeel tegen donkere mensen.

    Knechting

    Het leggen van een verband tussen zwart zijn en anders zijn is een van de krachtigste en meest destructieve intellectuele concepten aller tijden. Het standpunt van de inherente superioriteit en inferioriteit van rassen werd gretig door de intelligentsia van West-Europa en uiteindelijk ook door het gewone volk geaccepteerd, omdat het paste in al aanwezige stereotypen. Voor hen die de overtuiging aanhingen dat de oorspronkelijk blanke mens zwart werd vanwege blootstelling aan extreme hitte, was de transformatie van licht naar donker een soort degeneratie en een afwijking van de norm.

    De negatieve associatie van een donkere huid met de waarde als mens werd winstgevend bij de opkomst van de trans-Atlantische slavenhandel. De grootscheepse knechting van Afrikanen werd sociaal aanvaardbaar gemaakt door het idee dat zij die werden geknecht alleen geschikt werden geacht voor de slavernij. Het geloof in de inferioriteit van de donker gekleurde volkeren van Afrika werd sterker naarmate de slavenhandel toenam.

    De tragische en negatieve verschuiving in de woordkeus ten opzichte van de donker gepigmenteerde Afrikanen wordt levendig geïllustreerd door twee lemmata uit de Encyclopaedia Britannicamet elkaar te vergelijken. Dit staat in de eerste editie uit 1771: ‘NEGERS, strikt genomen de inwoners van Nigritia in Afrika, ook wel zwarten of moren genoemd; maar deze naam wordt nu aan alle zwarten gegeven. De oorsprong van de negers, en de reden waarom ze zo verschillen van de rest van de menselijke soort, heeft naturalisten voor veel raadselen gesteld. Boyle is van mening dat het niet door het warme klimaat komt: want de hitte van de zon mag dan de huid donker kleuren, toch blijkt dat het onvoldoende is om het zwart van negers te veroorzaken.’

    In 1823 echter was het lemma doorspekt met pejoratieve ‘beschrijvingen’ en kwetsende beschimpingen: ‘NEGER, Homo pelli nigra, een naam van een variëteit binnen de menselijke soort, die geheel zwart is en wordt aangetroffen in tropische gebieden, in het bijzonder in dat deel van Afrika dat rond de evenaar ligt. De huidskleur van Negers kent verscheidene tinten, maar hun gezicht verschilt bij allen wezenlijk van andere mensen… De kwalijkste ondeugden kenmerken dit armzalige ras: ijdelheid, onbetrouwbaarheid, wraakzucht, wreedheid, losbandigheid, valsheid, onmatigheid, en ze stelen, liegen en vloeken, en die ondeugden lijken de principes van de natuurlijke zedenwetten te hebben verdrongen en het geweten het zwijgen te hebben opgelegd. Ze zijn onbekend met elk gevoel van compassie en ze vormen een afschrikwekkend voorbeeld van de verwording van de mens wanneer hij op zichzelf is teruggeworpen.’

    Sociaal darwinisme

    In het begin van de negentiende eeuw gold een mens met een donkere huid als inferieur en potentieel winstgevend als slaaf; een licht gepigmenteerde huid werd de norm waarvan de rest een afwijking was. De overheersing van de blanke Europeanen over de donkerder rassen werd ‘gerechtvaardigd’ door de onwrikbare, maar onjuiste overtuiging dat huidskleur onlosmakelijk verbonden was met moraal, economie, esthetica en taal. De opkomst van het sociale darwinisme aan het eind van de negentiende eeuw versterkte de opvatting dat de superioriteit van het blanke ras onderdeel uitmaakte van de natuurlijke orde, omdat bepaalde ‘loten van de stam’ verder waren geëvolueerd en cultureel superieur waren. Ze waren immers sterker en konden zich beter aanpassen. Het concept van de huidskleur had een wetenschappelijk keurmerk gekregen.

    In de VS en Zuid-Afrika, waar de knechting en uitbuiting van de donker gekleurde arbeidskrachten de hoekstenen van de economische groei vormden, werd de hiërarchie in huidskleur ondersteund door de rechterlijke macht en mondelinge overlevering over superioriteit en inferioriteit. In de loop van vele generaties raakte de ideologie van op huidskleur gebaseerde rassenwaan verankerd door de collectieve bevestiging van stereotypen en vele culturele tradities. Rassenwaan hield stand, tegelijk met de hiërarchie die daar impliciet uit voortvloeide. Rassenkwalificaties die berusten op negatieve afbeeldingen en verhalen hebben een krachtig effect op leden van zowel out-groups als in-groups, doordat het idee postvat dat hun eigen groep superieur, inferieur, slimmer, dommer, sterker of zwakker is. Zo wordt die kwalificatie bepalend voor de persoonlijkheid en de individuele ervaring en is ze een doel op zich.

    Dat betekent dat de ‘huidskleurmeme’ niet ons lot hoeft te bepalen. De opvattingen van een mens zijn door ervaringen en, wat nog belangrijker is, door bewuste keuzes, aan veranderingen onderhevig. Vooroordelen kunnen worden gewijzigd en zelfs teniet worden gedaan door ervaring en motivatie, en stereotypen kunnen worden veranderd wanneer mensen ertoe worden aangezet om iemand op de een of andere manier te zien als een lid van hun eigen groep. We zijn allemaal één volk. 

    Openingsbeeld: Nott en Gliddon publiceerden hun ‘Types of Mankind’ in 1850. Hun theorie werd gezien als een wetenschappelijke verklaring voor de menselijke verscheidenheid. – © HH

  • Regering-Biden vraagt hoogste rechters om abortuswet in Texas te blokkeren

    Regering-Biden vraagt hoogste rechters om abortuswet in Texas te blokkeren

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Google Maps gaat reisadvies geven op basis van CO2-uitstoot

    » Rusland verbreekt de banden met de NAVO

    Volgens de Amerikaanse pers wordt het ‘een zware strijd’

    De regering van president Joe Biden heeft maandag het Amerikaanse Hooggerechtshof gevraagd een uiterst restrictieve abortuswet in Texas te blokkeren. De wet, die het voorwerp is van een felle juridische strijd, verbiedt abortus vanaf het moment dat de hartslag van een embryo kan worden waargenomen (na zes weken) en maakt geen uitzonderingen voor incest of verkrachting.

    Het is ‘niet zeker dat de regering een overwinning zal behalen met een conservatieve meerderheid in het Hooggerechtshof, dat onlangs is versterkt door drie nieuwe rechters benoemd door president Donald Trump‘, schrijft The Washington Post.

    Veel Texaanse vrouwen die een abortus willen laten uitvoeren zullen besluiten de grens over te steken naar Mexico

    Een spoeduitspraak van het Hooggerechtshof die was aangevraagd om de inwerkingtreding van de wet op 1 september te blokkeren, was al eerder door het Hof geweigerd. Het heeft geen uitspraak gedaan over de grond van de zaak. Het verzoek van de regering-Biden zou daarom wel eens ‘een zware strijd in het Amerikaanse Hooggerechtshof’ kunnen opleveren, aldus Politico.

    Geconfronteerd met het verzoek van de regering-Biden heeft het Hooggerechtshof maandag laten weten dat het ‘snel zal handelen’, aldus The New York Times. Het Hooggerechtshof verwacht de komende dagen uitspraak te kunnen doen.

    In de tussentijd zullen veel Texaanse vrouwen die een abortus willen laten uitvoeren, besluiten de grens over te steken naar Mexico, waar organisaties actief zijn om vrouwen te helpen een abortus te laten uitvoeren, zo meldt het tijdschrift Mother Jones.

    Lees ook:

  • Henrietta Lacks’ cellen zorgden voor talloze medische doorbraken – zonder dat ze toestemming gaf

    Henrietta Lacks’ cellen zorgden voor talloze medische doorbraken – zonder dat ze toestemming gaf

    De erven van Henrietta Lacks hebben een farmaceutisch bedrijf aangeklaagd voor het verkopen van cellen die artsen van het Johns Hopkins-ziekenhuis in 1951 bij haar afnamen. Op basis van die cellen werden tal van medicijnen ontwikkeld die miljoenen aan winst opleverden, zonder dat de familie Lacks hierin meedeelde.

    Op 23 juni 2010 schreef Joanna Moorhead in The Guardian: ‘Henrietta Lacks, een eenendertigjarige moeder van vijf kinderen, stierf op 4 oktober 1951 aan baarmoederhalskanker. Hoewel haar ziekte een tragedie was voor haar familie, was het op een bepaalde manier een wonder voor de wereld van medisch onderzoek, en sterker nog, voor ieder van ons op deze aardbol.’

    Een wonder inderdaad, omdat de cellen van Lacks, die uit haar tumor werden gehaald terwijl ze een operatie onderging, in de jaren na haar dood verantwoordelijk zijn geweest voor enkele van de belangrijkste medische sprongen voorwaarts in de geschiedenis. Het poliovaccin, chemotherapie, klonen, het in kaart brengen van genen en ivf: het zijn slechts enkele mijlpalen in de gezondheidszorg, die te danken zijn aan het leven en de dood van de jonge moeder.

    De cellen van Lacks, die bekend staan als HeLa, naar de eerste twee letters van haar voor- en achternaam, vormden de eerste onsterfelijke menselijke cellijn in de geschiedenis. Wetenschappers in het ziekenhuis waar ze stierf, het Johns Hopkins in Baltimore, probeerden al jaren een continu reproducerende cellijn te produceren, maar dat mislukte steeds omdat het niet lukte de cellen in leven te houden. De cellen van Lacks waren de eerste die aansloegen, en waarmee een constant reproducerende lijn van cellen kon worden geproduceerd die letterlijk onsterfelijk zijn.

    Syfilis

    Gewone cellen die uit een menselijk lichaam worden gehaald en in een laboratorium worden bewaard, hebben een beperkte levensduur; maar een onsterfelijke cellijn wordt op zo’n manier gekweekt dat de cellen zich onbeperkt kunnen vermenigvuldigen. Waarom precies de cellen van Lacks gereproduceerd konden worden, terwijl die van honderden andere patiënten niet overleefden, is onduidelijk. het vermoeden is dat er verband bestaat met de hevigheid van haar tumor, die virulenter leek te zijn geworden doordat ze ook aan syfilis leed.

    Toen duidelijk werd dat de HeLa-cellen zich zouden blijven voortplanten, werden ineens allerlei onderzoeken en experimenten mogelijk. Om te beginnen betekende de beschikbaarheid van levende cellen buiten het menselijk lichaam dat artsen celdeling konden waarnemen en ook konden zien hoe virussen zich in de cellen gedroegen. Bovendien was het mogelijk om de cellen bloot te stellen aan omstandigheden die niet ethisch zouden zijn geweest als ze zich in een menselijk lichaam bevonden; artsen konden ze bijvoorbeeld bombarderen met kankerverwekkende stoffen om de resultaten te bestuderen. Dat gebeurde dan ook.

    Lees ook:

    Sinds 1951 zijn HeLa-cellen blootgesteld aan eindeloze toxines, infecties en bestralingen en zijn er talloze medicijnen op getest. En dat alles heeft geleid tot honderden, zo niet duizenden nieuwe inzichten en heeft zo bijgedragen aan de manier waarop de geneeskunde zich in de tweede helft van de twintigste eeuw en het eerste decennium van deze eeuw kon ontwikkelen.

    ‘De lerares wist alleen dat ze zwart was en dat ze in 1951 was overleden aan baarmoederhalskanker’

    Decennialang werden HeLa-cellen routinematig gebruikt in laboratoria over de hele wereld en werden ze geprezen als cruciaal voor doorbraak na doorbraak, maar niemand leek stil te staan bij de persoon erachter. Totdat, zevenendertig jaar na de dood van Lacks, een zestienjarig schoolmeisje genaamd Rebecca Skloot in een biologieles haar lerares hoorde uitleggen hoe kanker begint, en dat de kennis over dat proces was verworven door het bestuderen van HeLa-cellen op kweek. Die cellen, zei de leraar, waren afkomstig van een vrouw genaamd Henrietta Lacks.

    Toen de les voorbij was, liepen de andere studenten al weg, maar Skloot bleef rondhangen. ‘Ik vroeg mijn lerares: wie was deze vrouw Henrietta Lacks? Waar kwam ze vandaan? Had ze kinderen? Maar de lerares wist alleen dat ze zwart was en dat ze in 1951 was overleden aan baarmoederhalskanker.’

    Henrietta Lacks 1920 1951
    Henrietta Lacks circa 1945–1951. – © Wikimedia Commons

    Nadat ze biologische wetenschappen had gestudeerd, wijdde Skloot zich aan wat zij de ‘onsterfelijkheid’ van Lacks noemt, en aan het achterhalen van de waarheid achter de HeLa-cellen. Het resulteerde in het boek The Immortal Life of Henrietta Lacks, dat een van de bestverkochte nieuwe boeken van 2010 werd en vervolgens meer dan zes jaar op de bestsellerlijst van The New York Times stond en uiteindelijk op nummer 1 belandde. Het boek werd in 2017 verfilmd voor HBO, met Rose Byrne als Skloot en Oprah Winfrey als Deborah, de dochter van Lacks.

    ‘Henrietta’s cellen zijn afgenomen zonder haar medeweten en zonder haar toestemming’

    Wat Skloot ontdekte was dat terwijl de cellen van Lacks het aanzien van de moderne geneeskunde veranderden, haar man en kinderen er niet alleen niets van wisten maar ook zelf geen adequate gezondheidszorg kregen. ‘Waar mensen het meest van schrikken, is dat Henrietta’s cellen zijn afgenomen zonder haar medeweten en zonder haar toestemming’, aldus Skloot. ‘Maar dat is de standaardpraktijk, zowel in het VK als in de VS. Als je vóór de operatie een algemeen toestemmingsformulier ondertekent, kunnen eventuele verwijderde cellen later voor onderzoek worden gebruikt en hoeven artsen dit niet te laten weten.’

    ‘Het algemene standpunt van de medische wetenschap is dat cellen die van een individu zijn afgenomen en voor onderzoek worden gebruikt, ten goede komen aan het algemeen welzijn, en dat het oké is om ze te gebruiken. Maar het verhaal van Lacks laat zien dat dat niet zo is, in ieder geval niet in Amerika. Want Henrietta’s cellen werden gebruikt om medische behandelingen te ontwikkelen, maar die behandelingen waren alleen bereikbaar voor mensen die een zorgverzekering konden betalen. Verarmde gezinnen, zoals de familie Lacks, waren precies de gezinnen die dat niet konden.’

    Rechtszaak

    Tot overmaat van ramp maakten de cellen van Lacks farmaceutische bedrijven ook nog eens rijk. Meer specifiek verkochten celbanken en biotechbedrijven flesjes met haar cellen: de gangbare prijs voor een tube HeLa-cellen was in 2010 ongeveer 260 dollar. Geen cent van de winst die haar cellen hadden helpen genereren, ging naar haar nabestaanden. Terwijl de cellen van hun moeder wereldwijd wetenschappelijke bekendheid verwierven, was voor de familie Lacks geen fortuin weggelegd.

    Tot zover The Guardian in 2010. Mogelijk komt er nu een wending in het verhaal dat zo tragisch verliep voor de familie Lacks: nabestaanden hebben het farmaceutische bedrijf Thermo Fisher Scientific aangeklaagd. Ze beschuldigen het bedrijf ervan cellen van Lacks te hebben verkocht die artsen van het Johns Hopkins-ziekenhuis in 1951 zonder haar medeweten of toestemming hebben afgenomen, aldus een recent artikel The Guardian.

    ‘De HeLa-cellijn is de eerste lijn van menselijke cellen die met succes werd gekloond’ en die sindsdien voortdurend is gebruikt ‘voor onderzoek dat bijna elk domein van de geneeskunde heeft beïnvloed’, aldus de advocaten van de nabestaanden in een persbericht.

    Thermo Fisher Scientific, uit Waltham, Massachusetts, heeft willens en wetens weefsel in massa geproduceerd en verkocht, dat door artsen in het ziekenhuis van Lacks was afgenomen binnen ‘een raciaal onrechtvaardig medisch systeem’, aldus de federale aanklacht.

    Volgens de aanklacht jaagde een groep witte artsen van Johns Hopkins in de jaren vijftig op zwarte vrouwen met baarmoederhalskanker

    De rechtbank van Baltimore wordt gevraagd om Thermo Fisher Scientific te gelasten ‘het volledige bedrag van de nettowinst die is verkregen door de HeLa-cellijn te commercialiseren over te maken naar de erven Henrietta Lacks’. Daarnaast wordt verlangd dat het Thermo Fisher Scientific permanent wordt verboden om de HeLa-cellijn te gebruiken zonder toestemming van de nabestaanden. Op zijn website zegt het bedrijf dat het jaarlijks ongeveer 35 miljard dollar aan inkomsten genereert.

    Volgens de aanklacht jaagde een groep witte artsen van het Johns Hopkins-ziekenhuis in de jaren vijftig op zwarte vrouwen met baarmoederhalskanker, waarbij weefselmonsters uit hun baarmoederhals werden weggesneden zonder medeweten of toestemming.

    ‘De uitbuiting van Henrietta Lacks vertegenwoordigt helaas de gemeenschappelijke strijd die zwarte mensen door de geschiedenis heen hebben meegemaakt’, aldus de aanklacht. ‘Zwart lijden heeft geleid tot enorme medische vooruitgang en winsten, zonder eerlijke compensatie of erkenning.’

    Een van de advocaten van de familie is Ben Crump, een in Florida gevestigde burgerrechtenadvocaat die de afgelopen jaren nationaal bekendheid kreeg als vertegenwoordiger van de families van Trayvon Martin, Michael Brown, Breonna Taylor en George Floyd, de zwarte mensen wier dood door toedoen van politie en burgerwachten nieuw leven inblies in een nationale beweging voor politiehervorming en raciale rechtvaardigheid.

    Het Johns Hopkins-ziekenhuis zegt dat het zijn omgang met Lacks en haar familie na meer dan vijftig jaar en na de publicatie van het boek van Rebecca Skloot in 2010 met andere ogen bekijkt.

    ‘Op verschillende momenten in de afgelopen decennia hadden we als Johns Hopkins meer kunnen doen en moeten doen om de familie van Henrietta Lacks te informeren en samen te werken uit respect voor hun privacy en hun persoonlijke belangen’, zo meldt het Johns Hopkins-ziekenhuis op zijn website.

    Lees ook:

  • ‘Wij scheiden ons vuilnis en maken geen spelfouten’. De arrogantie van de elite

    ‘Wij scheiden ons vuilnis en maken geen spelfouten’. De arrogantie van de elite

    Jarenlang keek de progressieve elite stiekem neer op de mensen onder aan de maatschappelijke ladder. Die mensen zijn nu afgehaakt en stemmen overal ter wereld op de populisten. Eigen schuld, dikke bult, zegt Elisabeth Raether.

    Keuze uit het archief

    Vijf jaar geleden, september 2016, publiceerden wij een dossier genaamd: ‘Hé elite, kijk eens in de spiegel!’ In dit artikel daaruit fileert een jonge Duitse journaliste vlijmscherp de kronkels in de gedachten van wat meestal de linkse elite wordt genoemd. Hun stelregel lijkt te zijn: zolang je zelf alles volgens de – door hen zelf bepaalde – regels doet, is het geen probleem om op anderen neer te kijken.

    Na maanden van voorverkiezingsstrijd heeft onze verontwaardiging over Donald Trump iets overbodigs gekregen: hij zegt iets onbeschofts en wij grijpen geschrokken naar onze parelketting, als burgerdames die iemand aan tafel uit een vingerkommetje zien drinken. Maar de verrassing is er nu wel af. En vooral: Trump kwam niet uit het niets. Waarschuwingssignalen genoeg. We hebben lang gedacht dat het voldoende was iemand als hij met scherpzinnige spot en minachting op zijn plaats te zetten.

    Maar of het nu satirische stukjes of afkeurende hoofdartikelen waren, of dat we hem gewoon voor gek zetten om zijn haar: niets hielp. Eigenlijk hebben we steeds gedacht dat alleen dat kapsel al genoeg was om erger te voorkomen. Maar Trump en andere autoritaire leiders kregen steeds meer succes en werden steeds zelfbewuster.

    Het zou aan ons kunnen liggen. Want uit alle aanwijzingen, die we niet alleen over het hoofd hebben gezien maar bewust hebben genegeerd, blijkt dat wij − ook als Europeanen − een onaangename waarheid onder ogen moeten zien: wij leven in een klassenmaatschappij, waar de ene groep leidt en de andere volgt. En als we om Trump en Melania lachen, ontmaskeren we niet hén, maar onszelf.

    Wij hanteren dezelfde werkwijzen als alle elites overal ter wereld: wij definiëren wat goede smaak is en kijken neer op degenen die zich daar niet aan houden

    Wie zijn wij? Wij zijn de leiders. Wij zijn de nieuwe liberale elite. Wij zijn degenen die met tranen in de ogen luisteren naar Michelle Obama’s toespraak op de democratische conventie. Wij zijn het soort mensen dat niet bang is om een moderne en toch elegante outfit te dragen die vermoedelijk is ontworpen door een jonge designer uit New York wiens naam de meeste Amerikanen niet eens kunnen uitspreken. Wij zijn de mensen die überhaupt niet zo snel bang zijn, niet voor de onbegrijpelijke soevereiniteit waarmee de First Lady spreekt, noch voor de mengeling van macht en morele volmaaktheid die ze belichaamt als ze zegt: ‘Ik word iedere dag wakker in een huis dat is gebouwd door slaven.’ Michelle Obama is mooi, rijk, intelligent, elegant en heel, heel machtig. Maar ze is ook zwart, zodat ze zonder een zweempje schaamte mag genieten van al haar voorrechten, de schaamte die lange tijd de prijs is geweest van leven in de bovenlaag van de samenleving.

    Wij hanteren dezelfde werkwijzen als alle elites overal ter wereld: wij definiëren wat goede smaak is, wat hoort en wat niet hoort, en kijken neer op degenen die zich daar niet aan houden. We zoeken het gezelschap van ‘ons soort mensen’. Maar net als een regime dat door revolutie aan de macht is gekomen, staan we boven alle verwijten, want wij, althans de generaties voor ons, hebben voor die plaats moeten vechten.

    We hebben de tolerantie bij wijze van spreken uitgevonden, en we definiëren dus ook wat dat is

     Het resultaat is de onaantastbare macht van het juiste, onze macht dus. En inderdaad, we hebben veel goeds teweeggebracht wat we de wereld nalaten: vrijheid en rechten voor vrouwen, migranten, gehandicapten, homoseksuelen. Maar de klassen hebben we niet afgeschaft. We hebben ons in de top van de klassenmaatschappij genesteld, en hebben nu het gevoel dat alle remmen los zijn.

    Van onderaf zou dat er wel eens heel anders uit kunnen zien.

    Michelle en Melania

    Hillary Clinton heeft dochter Chelsea ‘perfect’ opgevoed, zei Michelle Obama in haar toespraak. Dat zal niet iedere Amerikaanse moeder van haar kinderen durven zeggen; in ieder geval niet de moeders van de dikzakken en de spijbelaars, gedetineerden, tienermoeders en drugsverslaafden. Maar die moeders kunnen de First Lady niet verwijten dat ze arrogant is, tenzij hun voorouders op zijn minst ook slaven waren.

    Na Michelle Obama was er een toespraak van een jonge transvrouw, Sarah McBride. Dankzij zorgvuldige medische ingrepen ziet ze er zo fantastisch uit als iedere vijfentwintigjarige zich zou wensen. McBride was stagiaire in het Witte Huis en werkt nu bij een ngo. Haar verhaal gaat er niet alleen over dat álle mensen gelijk zijn, ze vertelt ook over haar echtgenoot, een transman, die op zijn achtentwintigste aan kanker overleed en zich tot zijn dood heeft ingezet voor LBGTQA-mensen in de VS.

    Er zijn niet veel vijfentwintigjarigen die op de conventie mogen spreken, en nog minder die zo hoogstaand en onzelfzuchtig overkomen. Maar hoe zit het met die anderen? Die niet zwart of hoogbegaafd, niet stijlvol of transgender, geen stralende jonge weduwe en wellicht niet eens vrouw zijn? Wat is hun heldenverhaal?

    Op de conventie van de Republikeinen, kort daarvoor, stond Melania Trump op het podium. Ook zij is aan haar gezicht geopereerd, maar om andere redenen. Smalle ogen, volle lippen, geföhnd haar. Ze leest van de autocue, waar ze zich kennelijk erg voor moet concentreren. Ze heeft een zwaar Balkanaccent en een monotone stem. Haar gelaatsuitdrukking past niet bij wat ze zegt: ze praat over liefde, het gezin en kindness, maar ze kijkt als een roofdier, cool, sexy, alsof ze bezig is iemand te verleiden, alsof ze alleen maar zo kan kijken.

    Veel van wat bij een toespraak mis kan gaan, gaat ook mis. Dat is al duidelijk vóórdat iemand ontdekt dat hele passages ervan zijn overgeschreven uit een toespraak van Michelle Obama in 2008. Een paar dagen later onthult een tijdschrift in New York dat het designdiploma dat Melania Trump zou hebben in het postcommunistische Slovenië van de jaren tachtig helemaal niet bestond. Vanaf dat moment kent het leedvermaak geen grenzen meer. Als ze dan al een universitair diploma verzint, waarom dan niet een bestaand? Melania, een vrouw net zo nep als haar borsten.

    Maar hoe zit het met de fakeborsten van de jonge transvrouw? Waarom zijn sommige borsten progressief en andere reactionair? Als iemand zijn biologische geslacht niet wil accepteren, mag hij zich laten opereren tot zelfs zijn moeder hem niet meer herkent. En als iemand er mooier of jonger uit wil zien dan hij is, dan zou dat niet mogen? Hoe moet je dat uitleggen aan iemand buiten de liberale kliek?

    Je kunt ook anders naar het optreden van Melania Trump kijken. Een verkiezingsteam had het niet beter in scène kunnen zetten: de hoon waar Trumps vrouw tegenaan loopt, is dezelfde die bij zijn kiezers tomeloze woede-uitbarstingen veroorzaakt. Zij worden opnieuw bevestigd in hun wrok. Zwarte mannen en vrouwen in de VS zijn slachtoffer van politiegeweld, arm, en moeten zich tegen ontelbare vooroordelen verdedigen. Maar er is nog een groep die buitengesloten wordt. Want ook over mensen die de vooruitgang niet zo snel kunnen bijbenen, mogen we − ook in tijden van sekseneutrale taal − allerlei denigrerende dingen zeggen; de mensen die onzeker zijn, geen talenten hebben, bang zijn: de witte mannen. Hun verlangens, hun behoeften, hun angsten, hun levensverhalen: één grote grap. Je kunt ze white trash noemen, of arbeiders, werklozen, ongeschoolden. Hoe dan ook, populair zijn ze niet, wereldwijs evenmin en zelfspot kennen ze niet. Zij zijn degenen die gekwetst zijn.

    Het kan op het eerste gezicht misplaatst lijken dat juist degenen die zijn afgehaakt zich identificeren met het echtpaar Trump, dat tenslotte fabelachtig rijk is. Melania Trump post selfies vanuit haar gouden woonkamer en heeft een assistente die boodschappen voor haar doet. De tegenstrijdigheid dat uitgerekend miljardairs de uitgeslotenen weten te bereiken, verdwijnt snel: want ze zijn niet alleen economisch uitgesloten, maar vooral cultureel.

    Lees ook:

    De leidster van het Front National, Marine Le Pen, had een bevoorrechte jeugd in een rijke voorstad van Parijs, maar mensen die zich aan de kant gezet voelen, zijn dol op haar. Terwijl de welgestelden een lompe vrouw met prefascistische opvattingen zien, koesteren de gepijnigde zielen zich in haar warmte. Want zij voelen hoe de liberale elite op hen neerkijkt. Le Pen heeft jarenlang haar uiterste best gedaan om toegelaten te worden in de Parijse televisiestudio’s waar haar vader een ongewenste gast was. Nu vecht ze voor het presidentschap met een hartstocht alsof het niet om politiek, maar om het vereffenen van een rekening gaat.

    Dat is het heldenverhaal van de veronachtzaamden: jullie zogenaamd tolerante veelverdieners hebben ons jarenlang genegeerd. We mochten optreden in realityshows op tv, zodat jullie je, met je eeuwige ironie, konden amuseren. Maar nu is het ernst. Nu willen we de macht, en die zullen we krijgen ook. Jullie vonden het toch altijd zo erg dat we niet gingen stemmen? Nou, dat is precies wat we gaan doen.

    Maar wat is dan wel verstandig? Wij, de klasse van wereldburgers, gaan ervan uit dat we altijd weloverwogen meningen verkondigen

    ‘When they go low, we go high,’ zei Michelle Obama in haar toespraak op de conventie in de richting van de aanhangers van Trump, wat in het Nederlands zoiets betekent als: we laten ons door dat verschrikkelijke gedrag van jullie niet van de wijs brengen. Maar je kan haar uitspraak ook omdraaien: als jullie in hoger sferen verkeren, halen wij de boel nog eens naar beneden.

    Met gekwetstheid en angst heb je nog geen politiek manifest. Het is niet eens verstandig om je door zulke gevoelens te laten leiden, lezen we overal, of het nu gaat om de Brexitkiezers die tegen hun eigen belang gestemd hebben of om de fans van Trump, die nergens van schrikken, wat hun kandidaat ook beweert – of hij nu gelooft dat hij zijn NAVO-partners in de steek kan laten of dat Parijs in Duitsland ligt. Ook de AfD (Alternative für Deutschland) komt met absolute nonsens nog het verst. Sarah Palin ging acht jaar geleden de geschiedenis in als een rariteit. De toenmalig gouverneur van Alaska antwoordde op de vraag naar haar vicepresidentiële kwalificaties op het terrein van buitenlandse zaken met de legendarische zin: ’Van hieruit kun je Rusland zien.’ Desondanks was ze zo populair dat haar brilmontuur voortdurend was uitverkocht – er waren maar weinig politici met wie mensen zich zo sterk identificeerden. Palin was de voorloper van het fenomeen Trump: Ik ben een beetje onnozel, en dat is oké. Ze had buitengewoon veel succes, juist omdat ze de belichaming was van argeloosheid en gebrek aan gezond verstand.

    Het is makkelijk om vóór de EU te zijn als je al in alle (interessante) Europese hoofdsteden bent geweest en overal een leuk restaurantje weet

    Maar wat is dan wel verstandig? Wij, de klasse van wereldburgers, gaan ervan uit dat we altijd weloverwogen meningen verkondigen. Hoewel, bijvoorbeeld: niet alle tegenstanders van genetische modificatie kunnen je vertellen waarom ze daar zo tegen zijn, want het is ook gewoon een gevoel. Je wilt nou eenmaal graag dat wat je eet op een of andere manier waarde heeft en puur is.

    Ook kunnen niet alle pleitbezorgers van de EU uitleggen wat daar nou zo goed aan is, want het gaat uiteraard ook om onze identiteit, een vaag gevoel dat zich zo moeilijk laat beschrijven. Het is in ieder geval makkelijker om vóór de EU te zijn als je al in alle (interessante) Europese hoofdsteden bent geweest en overal een leuk restaurantje weet waar van die uitstekende, maar ongelooflijk goedkope wijnen op de kaart staan.

    Lees ook:

    Wereldwijde woede, vooral onder jongeren

    Iedereen heeft altijd meer begrip voor zijn eigen domheid dan voor die van de ander. Maar wie bepaalt wat dom is? Wie beslist wat de juiste problemen zijn en wat de verkeerde? Afgezien daarvan: Wat kan er nou dom aan zijn om iemand in het Witte Huis of het Elysée te kiezen waarmee je je kunt identificeren?

    Superioriteit

    ‘When they go low, we go high,’ zei Michelle Obama in haar toespraak op de conventie in de richting van de aanhangers van Trump, wat in het Nederlands zoiets betekent als: we laten ons door dat verschrikkelijke gedrag van jullie niet van de wijs brengen. Maar je kan haar uitspraak ook omdraaien: als jullie in hoger sferen verkeren, halen wij de boel nog eens naar beneden.

    Met gekwetstheid en angst heb je nog geen politiek manifest. Het is niet eens verstandig om je door zulke gevoelens te laten leiden, lezen we overal, of het nu gaat om de Brexitkiezers die tegen hun eigen belang gestemd hebben of om de fans van Trump, die nergens van schrikken, wat hun kandidaat ook beweert – of hij nu gelooft dat hij zijn NAVO-partners in de steek kan laten of dat Parijs in Duitsland ligt. Ook de AfD (Alternative für Deutschland) komt met absolute nonsens nog het verst. Sarah Palin ging acht jaar geleden de geschiedenis in als een rariteit. De toenmalig gouverneur van Alaska antwoordde op de vraag naar haar vicepresidentiële kwalificaties op het terrein van buitenlandse zaken met de legendarische zin: ’Van hieruit kun je Rusland zien.’ Desondanks was ze zo populair dat haar brilmontuur voortdurend was uitverkocht – er waren maar weinig politici met wie mensen zich zo sterk identificeerden. Palin was de voorloper van het fenomeen Trump: Ik ben een beetje onnozel, en dat is oké. Ze had buitengewoon veel succes, juist omdat ze de belichaming was van argeloosheid en gebrek aan gezond verstand.

    Het is makkelijk om vóór de EU te zijn als je al in alle (interessante) Europese hoofdsteden bent geweest en overal een leuk restaurantje weet

    Op het moment dat ze zo woedend werden, waren de uitgeslotenen allang van het politieke toneel verdwenen. De Franse socioloog Didier Eribon zegt dat de communistische arbeidersklasse vroeger ook al homofoob en racistisch was, maar dat ze nu vooral op het Front National stemmen omdat de socialistische regeringspartij niets meer met hen te maken wil hebben. De PS onder François Hollande wil het ‘nieuwe links’ zijn, vertegenwoordigd door vlerken als premier Manuel Valls en minister van economische zaken Emmanuel Macron, die geen idee hebben van de strijd die de afhakers tegen ‘die daar boven’ voeren. Onverholen hautain zei Valls laatst over degenen die tegen een geliberaliseerde arbeidsmarkt demonstreerden: Dat is het oude links. De Franse socialisten, de Duitse SPD, de Democraten in de VS, allemaal hebben ze hun groezelige komaf achter zich gelaten en zich geconcentreerd op de veel deftiger culturele vraagstukken.

    Dat de achterblijvers pas door autoritaire leiders en racisten weer een stem hebben gekregen, is een drama. Want natuurlijk hebben ook arbeiders en werklozen transgenderkinderen en homoseksuele zonen en dochters voor wie ze het allerbeste willen, en natuurlijk zullen vooral degenen die geïsoleerd zijn geraakt het meest te lijden hebben van de gevolgen van klimaatveranderingen. Maar wij hebben onze internationale attitude tot ons handelsmerk gemaakt. We hebben geen enkele mogelijkheid voorbij laten gaan om onze superioriteit te demonstreren: wij zijn zo veel intelligenter, humoristischer en hebben zo’n heldere kijk op de zaken. Wij scheiden ons vuilnis en maken geen spelfouten. Het mag dan slechts een ondertoon zijn, die onze arrogantie verraadt, we moeten er wel naar gaan luisteren. Bij de afhakers is de boodschap namelijk al lang aangekomen, en voor de autoritaire leiders was het vervolgens gemakkelijk om het nadenken over vrijheid en het verantwoordelijkheidsgevoel af te serveren als een luxe die maar weinigen zich kunnen permitteren. Zij beweren dat tolerantie de ideologie van de macht is. Dat mag onjuist en manipulatief zijn, het laat wel zien wat onze grootste zwakte is.

  • Oproep tot vernietiging van genderidentiteit

    Oproep tot vernietiging van genderidentiteit

    Zelfs in een cultuur die zo openstaat voor afwijkende seksuele identiteiten, moeten sommigen hun ware aard verborgen houden. ‘Ik ben geen jongensachtige vrouw, ik ben een man’, schrijft een Zuid-Indiase transseksueel.

    Voorbij het onderscheid tussen man en vrouw

    ‘Over de hele wereld komt het voor: de ziel van een man in het lichaam van een vrouw, of andersom. Hoe erop wordt gereageerd – door wie het overkomt maar ook door diens omgeving – verschilt van continent tot continent. In het Oosten lijkt de minste kramp te heersen, in het Westen loopt de emancipatie van de transseksueel nog ver achter bij die van de homo. Dat een jongen (Andrej Pejic) bh-model is (voor de Hema) verandert daar nog niks aan.’

    Zo luidde de inleiding van ons dossier over genderidentiteit in januari 2012. We noemden de tijden toen al ‘transseksueel’ en beschreven in zes artikelen hoe op verschillende plekken in de wereld met het onderwerp werd omgegaan. Als archiefstuk vandaag kozen we deze hartekreet van een Indiase transseksuele man die werkt bij LesBiT, een steungroep voor lesbiennes, biseksuele vrouwen en vrouw-naar-man transseksuelen.

    In Zuid-India bestaan meerdere (trans)-seksuele identiteiten. Zo is daar de vrouw-naar-man identiteit Thirunambigal in Tamil Nadu, Magaraidu in Andhra Pradesh en Gandabasaka in Karnataka. En ook de man-naar-vrouw identiteit zoals de kothi, hijra (ook wel genoemd Aravanis en Thirunangaigal in Tamil Nadu), Jogappa in Noord-Karnataka, Jogatha in Andhra Pradesh en Shiva Shakti in Maharashtra en Andhra Pradesh.

    Niet al deze identiteiten zijn zo bekend als de hijra, die synoniem is geworden met transseksualiteit. Dat komt voornamelijk door de historische zichtbaarheid van deze gemeenschap die voor zichzelf een culturele en sociale ruimte heeft gecreëerd via het guru-chela (leraar-leerling) systeem. Dat is een steun voor veel jonge hijra’s/kothi’s die uit huis zijn gegaan om zich bij een van de zeven gharanas (huizen) te voegen als ‘dochters’ of ‘leerlingen’ van hun goeroes. Een hijra/kothi zie je vaak bij stoplichten staan bedelen – een van de weinige manieren om zich staande te houden in een vijandige en discriminerende maatschappij.

    Het geld dat India ontvangt om hiv/aids te bestrijden is aangewend om door het hele subcontinent ngo’s op te zetten die zich richten op de kothi als primaire drager van de infectie. Maar de genderidentiteit van de kothi wordt verdoezeld doordat de door ngo’s gehanteerde term MSM (mannen die seks hebben met mannen) vaak gebruikt wordt voor kothi’s. Maar kothi’s zijn geen mannen. Ze hebben een mannenlichaam, maar voelen zich vrouw.

    Bemiddelaars

    Jogappa’s zijn jonge jongens, meestal afkomstig uit de kaste van de onaanraakbaren (dalit) of uit een andere ‘achterlijke’ kaste, soms zelfs uit moslimgezinnen in Noord-Karnataka, die de godin Yellamma zijn toegedaan. Ze dragen vrouwenkleren en treden op als bemiddelaars tussen gelovigen en de godin. Ze mogen niet trouwen.

    De Jogappa is geen uitsluitend uit transseksuelen bestaande categorie, maar een ruimte waarin van oudsher transgendergedrag is toegestaan. Veel transseksuele vrouwen vinden hier een legitieme plek om hun identiteit, die niet overeenkomt met de heersende normen, toch in de maatschappij tot uiting te brengen.

    Ik voel me een Thirunambi, een vrouw-naar-man transseksueel. Lang voordat ik wist wat ik was, wist ik al dat ik in het verkeerde lichaam zat. Pas onlangs vond ik de woorden die het best beschrijven wat ik ben en trof ik mensen die net zo in elkaar zitten als ik: iemand die geboren is als vrouw, maar met de genderexpressie van een man. Ik heb jarenlang geprobeerd onder woorden te brengen wat ik ben, en getracht mijn familie, vrienden en geliefden te vertellen dat ik geen jongensachtige vrouw ben, maar een man.

    Transseksuele mannen zijn er in allerlei soorten en maten. Sommigen van ons willen een geslachtsoperatie, anderen niet; sommigen voelen zich heteroseksueel, anderen lesbisch of homo, en weer anderen multiseksueel. Er zijn er die soepeler omgaan met hun genderidentiteit dan anderen. Sommigen zijn door hun familie gedwongen te trouwen met een man, terwijl het anderen is gelukt zich los te maken en elders een beperkte vorm van vrijheid te vinden.

    Maar hoe verschillend ook, allemaal hebben we te maken gehad met onderdrukking vanwege onze ‘afwijkende’ genderexpressie.

    Ons wordt het zwijgen opgelegd voor we kunnen spreken

    De mate waarin varieert natuurlijk naar gelang de positie die we binnen onze kaste en klasse innemen. Ik schrijf als een Engelssprekende Nair vrouw-naar-man transseksueel uit de middenklasse. Ik schrijf voor mijn niet- Engelssprekende vrouw-naar-man dalit-broeders uit de arbeidersklasse. Ik schrijf omdat onze stemmen nooit worden gehoord. Ons wordt het zwijgen opgelegd voor we kunnen spreken. We hebben dubbel te lijden omdat we naast onze nonconformistische genderexpressie ook nog eens als vrouw zijn geboren. We hebben geen systeem zoals de hijra’s.

    We hebben geen goeroes die voor ons zorgen als we weggaan bij onze familie. We zijn onzichtbaar omdat we geconditioneerd zijn om in het openbaar ‘door te gaan’ voor een man, om te zeggen dat ons lichaam er niet toe doet omdat we ons ervan afgesneden voelen.

    Is dat lichaam dat maandelijks bloedt, dat lichaam met borsten dat wordt beschouwd als vrouwelijk, míjn lichaam? Dat is een vraag waar wij allemaal mee geworsteld hebben.

    Het is voor ons moeilijk om te veranderen met behoud van respect voor ons lichaam, omdat de maatschappij zich amper bewust is van onze genderidentiteit. Het medische establishment is grotendeels niet op de hoogte van onze behoeften en geslachtsveranderingsoperaties zijn niet te betalen voor als vrouw geboren transseksuelen uit de arbeidersklasse. Sommigen van ons hebben lesbische relaties gehad zonder te kunnen verwoorden dat we mannen zijn.

    Sluipen

    Er zijn maar weinig fondsen beschikbaar voor onze strijd om erkenning. Zelfs feministische groeperingen sluiten ons uit en bestempelen ons als anti-feministisch omdat we de kant van de onderdrukker kiezen doordat we ons man voelen. Dat is een beperkend feminisme dat voorbijgaat aan onze ervaringen in een vrouwenlichaam. Een feminisme dat niet erkent hoe moeilijk het voor ons was om weg te gaan bij onze families om uitdrukking te geven aan onze genderidentiteit.

    We trekken geen aandacht, we sluipen langs de muren in de angst dat er geweld zal volgen als mensen merken dat we een vrouwenlichaam hebben


    We trekken geen aandacht, we sluipen langs de muren in de angst dat er geweld zal volgen als mensen merken dat we een vrouwenlichaam hebben, omdat ze nu eenmaal bang zijn voor transseksuelen. We moeten naar urinoirs waar mannen staan te plassen. We worden in elkaar geslagen als we naar een damestoilet gaan, door vrouwen die denken dat we voyeurs zijn.

    Wij strijden voor een samenleving waarin een ‘afwijkende’ identiteit niet als abnormaal wordt veroordeeld. We willen ons losmaken uit de marge en een plek in het midden opeisen, waar we niet bang hoeven te zijn en ons niet hoeven te verdedigen. Dit is een oproep om het bestaan te erkennen van transseksuelen die geen hijra zijn. Dit is een verzoek om steun aan mensen die hetero, homo, lesbisch, feministisch, multiseksueel of anderszins seksueel geaard zijn. Een oproep tot vernietiging van genderidentiteit zoals wij die nu kennen.

  • ‘Bijna een groot kanselier.’ Merkels leiderschap in zeven punten

    ‘Bijna een groot kanselier.’ Merkels leiderschap in zeven punten

    Binnenkort vertrekt ze, na zestien jaar en vier verkiezingsoverwinningen, vele crises en catastrofen, successen en rampen. Der Spiegel boog zich in een speciaal nummer over het tijdperk Angela Merkel. In dit overzichtsartikel van Dirk Kurbjuweit wordt haar leiderschap zorgvuldig geëvalueerd, aan de hand van de belangrijkste thema’s die haar tijd kenmerkten.

    Het tijdperk-Merkel was een tijd van spoken. Het was doortrokken van crises die zich aanvankelijk onzichtbaar uitbreidden en daarom zo’n griezelige indruk maakten. Dat gold voor de kredietcrisis en de eurocrisis, voor de pandemie en de klimaatverandering. Er was iets aan de hand, maar wat er precies aan de hand was begrepen alleen deskundigen, wetenschappers echt goed. Voor de anderen bleef er vooral een gevoel van onzekerheid hangen, van angst ook. Hoe zal dat spook mijn leven veranderen of beschadigen? Want al die crises hadden of hebben mogelijk ook catastrofale gevolgen op persoonlijk vlak: verlies van banen, van een levenstandaard, ziekte en dood.

    Angela Merkel had veel in zich om de juiste bondskanselier voor deze tijd te zijn, om een gelukstreffer van de geschiedenis te worden. In haar eerste leven werkte ze als wetenschapper, ze was een vrouw van getallen, tabellen, curven. Ze is hoog intelligent, doordrenkt van rationaliteit. Gespook kan haar niet bang maken omdat ze in staat is om het wezen ervan, de feiten erachter, te doorgronden. 

    Maakte dat Merkel de juiste kanselier voor deze tijd, voor de jaren 2005 tot 2021, een tijd van crises en catastrofen zoals de bondsrepubliek die niet eerder beleefd heeft? Binnenkort treedt ze af, zodra de bondsdag een opvolger of opvolgster heeft gekozen, waarschijnlijk in de herfst. Merkel zal zich dan voorlopig terugtrekken uit de politiek, na 31 jaar.

    In 1990 begon haar adembenemende carrière, meteen na de val van de muur, toen Angela Merkel een streep zette onder haar bestaan als fysicus aan de Akademie der Wissenschaften van de DDR en de politiek in ging.

    Ze was in elk geval een subtiel grapje van de geschiedenis. Een vrouw uit het Oosten moest meehelpen om het Westen door zijn grote crisis heen te leiden. Dat was de tweede grote ontwikkeling van haar tijdperk, naast de spookachtige crises: de liberale democratieën in Europa, Noord-Amerika en Australië werden stevig door elkaar geschud. Het begon precies twintig jaar geleden met de islamitische terreuraanslagen van 11 september 2001, werd doorgetrokken met een nieuwe agressieve houding van Rusland, de snelle opkomst van China als supermacht en de mislukte poging om een westers stempel te drukken op een deel van de islamitische wereld, in Irak en Afghanistan. 

    Ook de interne toestand van het Westen biedt een somber beeld: brexit, Donald Trump, rechts populisme in veel landen, vooral de grote vragen die de kredietcrisis en de klimaatverandering hebben opgeworpen over de westerse economie en levenswijze, de twijfel of liberale democratieën efficiënt genoeg zijn om pandemieën effectief te bestrijden – dat alles maakte het Westen tot een crisisgebied, knaagde aan het zelfbewustzijn in de grote westerse samenwerkingsverbanden, de EU en de NAVO.

    Merkel moest antwoorden vinden, vooral voor de bondsrepubliek, maar ook voor Europa en de wereld. Hoe goed ze dat daadwerkelijk gedaan heeft, zullen we pas over een paar jaar, of decennia, weten. De geschiedenis neemt vaak de tijd voor haar oordeel. We kennen nog niet alle gevolgen van Merkels handelen, misschien zullen we ze onder invloed van haar opvolgers opnieuw beoordelen. Maar een voorlopige balans is natuurlijk mogelijk, en aan het eind van haar tijdperk noodzakelijk.

    Hier volgt een balans in zeven hoofdstukken, de zeven catastrofes of crises die met name een stempel hebben gezet op Merkels ambtsperiode. De catastrofe op de financiële markten, de eurocrisis, de eeuwige dreiging die Poetin heet, de grote toevloed van vluchtelingen, Donald Trump, wiens naam hier staat voor de aanval op de liberale democratie in het algemeen, de klimaatverandering en de pandemie.

    Daar moest ze doorheen. Dat beheerste haar overvolle, sombere agenda. Dat was haar tijd, haar tijdperk.


    1. De kredietcrisis

    ‘Wij zeggen tegen de spaarders dat hun tegoeden veilig zijn.’

    – Merkel op 5 oktober 2008

    Het gespook begint. Banken melden problemen, aandelenkoersen storten in, vakjargon overspoelt de publieke discussie: subprime, interbancaire handel, asset-backed security’s. Derivaten. Slechte leningen. Nog meer banken melden problemen. Op 15 september 2008 gaat de zakenbank Lehman Brothers in New York onderuit, met catastrofale gevolgen voor de financiële economie in de hele wereld.

    Merkel maakte een radeloze indruk in de beginfase van deze crisis. Ze wist ook niet precies wat er gebeurde, hoe diep de val kon zijn. Maar ze heeft zich snel ingewerkt, heeft haar intellect gevoed met informatie en analyses over de verwevenheden in de financiële wereld, ze heeft gelezen en vele uren met deskundigen gepraat. Toen was ze er klaar voor, op de hoogte van de nieuwe tijd.

    In de VS hadden banken vastgoedkredieten zonder toereikende dekking verhandeld. Die werden door het financiële systeem gebundeld tot producten waarvan de inferieure kwaliteit niet meteen zichtbaar was. Zulke pakketten lagen wereldwijd overal opgeslagen als mijnen die wachtten op het signaal om te ontploffen. Lehman Brothers was dat signaal.

    Kort daarna viel ook het Duitse Hypo Real Estate (HRE) om. In de nacht van 28 op 29 september pokerde Merkel met de toenmalige baas van de Deutsche Bank, Josef Ackermann, met als inzet welk aandeel de banken op zich zouden nemen voor het debâcle van HRE. Merkel eiste 10 miljard. Te veel, vond Ackermann. 9 miljard, zei Merkel. Nee, zei Ackermann. Bij 8,5 miljard hadden ze een deal. De staat moest 26,5 miljard dragen.

    Veel burgers toonden zich niettemin verontrust, grote bankbiljetten werden hier en daar schaars omdat men thuis geld oppotte. Op 5 oktober stelde Merkel zich met toenmalig minister van Financiën Peer Steinbrück op voor de camera’s en verzekerde de burgers dat hun spaartegoeden veilig waren. Een vangnet voor de banken van 480 miljard werd door de bondsdag gejaagd.

    Voor een deel van de bevolking was die eerste crisis het begin van een teleurstelling die niet meer zou verdwijnen

    Met de legendarische slooppremie en verruimde arbeidstijdverkorting ving Merkels regering de gevolgen voor de reële economie op. Weliswaar zakte het bruto nationaal product in 2009 met 5,7 procent, maar de werkgelegenheid bleef op niveau.

    Dit succes legde de basis voor Merkels reputatie als goede crisismanager. Een ander effect was ingrijpender. De financiële schok beroofde de bondskanselier volkomen van haar hervormingseuforie. Ze had de Duitsers al eerder als een angstig volk aangeduid, en nu wilde ze haar brave burgers niet nog meer belasten. Merkel, die zich met neoliberale ideeën een weg had gebaand naar het kanseliersambt, bouwde de verzorgingsstaat verder uit met een minimumloon, moederpensioen en oudergeld.

    Dat pakte ten dele heel goed uit, ook voor Merkel zelf, die zich daarmee verzekerde van herverkiezing, maar de hoognodige grondige hervorming van het pensioenstelsel bleef uit. Voor een deel van de bevolking was die eerste crisis bovendien het begin van een teleurstelling die niet meer zou verdwijnen: de bondskanselier weigerde in te gaan op de diepere oorzaken van de crisis en hoe het beter zou kunnen. Ze hield geen rede die houvast bood in een onheilspellende tijd.

    Merkel heeft de financiële crisis monetair en technocratisch opgelost, maar niet intellectueel, niet emotioneel in de publieke discussie. Dat men de banken hielp om uit de door hen zelf veroorzaakte crisis te komen ging het begripsvermogen van veel burgers te boven en maakte ze wantrouwend tegenover de politiek. Merkel versterkte die stemming nog door Josef Ackermann in 2008 te eren met een groot diner in haar ambtswoning, alsof hij zich verdienstelijk had gemaakt voor het algemeen belang. Terwijl juist de Deutsche Bank had willen profiteren van de handel in giftige financiële producten, en Ackermann zich had laten kennen als verachter van de staat.

    De kredietcrisis liet nog een tweede patroon zien in Merkels regeerstijl: ze hield afstand van lastige thema’s, had geen langetermijnplan om gewetenloos kapitalisme in te dammen. Zodra het weer opwaarts ging met het bruto nationaal product hield ze zich niet langer met deze problemen bezig, alsof ze opgelost waren.

    Maar het is eigen aan een langdurig kanselierschap dat onopgeloste problemen terugkomen, soms met een diepzwarte pointe. Toen in 2020 het Duitse fintechbedrijf Wirecard wegzonk in een stinkend moeras van bedrog en hebzucht, was dat ook de schuld van een falend overheidstoezicht op de financiële markt.

    Merkel moest zich een pijnlijke ondervraging door een onderzoekscommissie van de bondsdag laten welgevallen. Al was haar persoonlijke betrokkenheid bij dit schandaal niet groot, ze zat daar in zekere zin terecht: als een bondskanselier die maar weinig had gedaan om het financieel kapitalisme aan banden te leggen. 


    2. De eurocrisis

    ‘Mislukt de euro, dan mislukt Europa.’

    – Merkel op 19 mei 2010

    Over president Franklin D. Roosevelt werd ooit gezegd: ‘Een tweederangsintellect, maar een eersterangstemperament.’ Met deze combinatie loodste hij de VS uit een zware recessie, versloeg hij Hitler en kreeg hij een plaats in John Lewis Gaddis’ meesterwerk On Grand Strategy, over grote politieke strategiëen.

    Bij Merkel is het omgekeerd: hoogintelligent, weinig temperament. Dat gold als haar kracht, maar misschien is dat een vergissing. In de eurocrisis had meer Roosevelt een gunstig effect gehad.

    Voor de Europese Unie had Merkel vanaf het begin een strategisch doel: het oude continent te ertüchtigen (harder te maken), om het met een van haar lievelingswoorden te zeggen. De Unie moest naast de VS en China haar plaats innemen als de derde kracht in een nieuwe wereldorde. Daarmee wilde ze bovendien Duitsland verzekeren van een plaats in de wereldpolitiek.

    ‘Ertüchtigen’ betekende voor Merkel: de concurrentiekracht verbeteren, vooral in de andere lidstaten. Ze wilde politieke kracht ontlenen aan de de economische kracht.

    Aan dit idee hield ze vast toen in 2009 Griekenland als eerste door een schuldencrisis getroffen werd. Boven Merkels kanselierschap hing een paar jaar lang de allesbeheersende vraag: zal de euro het houden?

    Intelligentie neigt naar berekening, niet naar het nemen van risico’s

    Zij wilde de problemen gewoontegetrouw met het hoofd oplossen, probeerde alles met elkaar in overeenstemming te brengen. De behoeften van de noodlijdende staten, de in spaarzaamheid getrainde Duitsers, de financiële markten, waarin ook gewetenloze spelers nog steeds hun slag wilden slaan. In Brussel marchandeerde ze nachtenlang met haar collega’s uit het Zuiden, voor wie ze te weinig Europeaan was, en kreeg vervolgens van haar eigen partij te horen dat ze de Duitse belangen verwaarloosde.

    Ze draaide hier en daar wat aan schroefjes en hield op de een of andere manier de machine aan de praat, maar wat ontbrak was een grand strategy voor een sterk Europa. De vooraanstaande Duitse intellectueel Jürgen Habermas verweet de kanselier ‘tranquilistisch geworstel’.

    In zekere zin was dat succesvol: de euro stortte niet in, ook dankzij een genereuze Europese Centrale Bank.

    Crises, zegt men, zijn ook kansen. Deze werd gemist. Europa staat er tegenwoordig slechter voor dan aan het begin van Merkels kanselierschap. De Britten zijn er niet meer bij, de regeringen van Polen en Hongarije hebben afscheid genomen van de liberale democratie, nationaal egoïsme overschaduwt bijna overal het idee van de Unie, ook in Duitsland. Belangrijke projecten zoals een gemeenschappelijke defensiepolitiek zijn blijven steken.

    Daarvoor is natuurlijk niet alleen Merkel verantwoordelijk. Maar tijdens de crisis had ze de kans om het Europese idee glans te geven door meer solidariteit te tonen. Dat had haar een zeker gezag verschaft waarmee ze het continent bijeen had kunnen houden. Dat zij tijdens de pandemie het roer omgooide en instemde met gemeenschappelijke schulden, kwam daarvoor te laat.

    Een inzicht uit het tijdperk-Merkel is dat grote intelligentie geen grote politiek nastreeft. Intelligentie neigt naar berekening, niet naar het nemen van risico’s. En de berekening van politici komt bijna altijd neer op de overweging hoe de nationale verkiezingen te winnen zijn.

    Om risico’s te nemen is meer temperament nodig, in dit geval een hartstocht voor Europa die Merkel nu juist niet kon ontwikkelen. Haar biograaf Ralph Bollmann motiveert dat zo: ‘Een Europeaan in hart en nieren is Merkel nooit geweest, dat lag al besloten in haar socialisatie. Kohls Europese pathos bleef de voormalige DDR-burger vreemd.’

    Ook daarom is Europa’s slechte toestand niet een crisis die Merkel heeft overwonnen, maar een crisis die ze heeft achtergelaten.


    3. Poetin

    ‘Hoewel de Russische president, denk ik, heel goed wist dat ik er niet bepaald happig op was zijn hond te begroeten, bracht hij hem toch mee.’

    – Hondenhaatster Merkel over een bezoek aan Poetin in 2007

    Eén iemand was er altijd, al die zestien jaar. Merkels eeuwige kwelgeest, haar nemesis: Vladimir Poetin. Soms als minister-president, soms als president van Rusland. Zijn naam staat voor de permanente crisis van haar kanselierschap, voor de hoofdstukken ‘oorlog’ en ‘criminaliteit’. Ook de Turk Recep Tayyip Erdogan heeft Merkel gedurende haar hele tijdperk begeleid en gepest, maar hij was niet zo machtig en gevaarlijk als Poetin.

    Haar betrekkingen tot hem vormden geopolitiek gezien haar belangrijkste rol, als onderhandelaar van het Westen tegenover Rusland. Omdat ze uit haar eerste leven het Oostblok kende en omdat ze Russisch spreekt, was het vooral haar taak om Poetin in de hand te houden en tegenover hem het ‘normatieve project’ van het Westen, zoals historicus Heinrich August Winkler het heeft genoemd, overeind te houden: het bevorderen van vrijheid, democratie en mensenrechten overal ter wereld.

    Aan deze opdracht begon ze energiek; het kind van de onvrijheid streed hartstochtelijk voor de vrijheid, voerde een op waarden gebaseerde buitenlandse politiek, maande Poetin in 2006 om de moord op de kritische journaliste Anna Politkovskaja op te helderen, en ontving een jaar later de Dalai Lama, een vertegenwoordiger van de Tibetanen, die door de Chinese machthebbers bruut onderdrukt worden.

    Merkels doel was een betere wereld, en daarmee heeft ze veel mensen enthousiast gemaakt. Maar niet voor lang.

    Merkel was opgelucht dat ze het hoofdstuk Afghanistan kon afsluiten

    Poetin is niet een man die makkelijk te imponeren is. Het Russische regime liet openlijk vermeende tegenstanders vergiftigen of neerschieten, onder wie een Georgiër in de Berlijnse Tiergarten. Het land voerde en voert oorlogen in Georgië, in Syrië en stiekem in Oekraïne. Het annexeerde de Krim. Het overspoelde de westerse wereld met cyberaanvallen, ook de bondsdag en het kantoor van Merkel daar.

    Keer op keer belde Merkel met Moskou, uitte kritiek, waarschuwde, smeekte. In Minsk onderhandelde ze met Poetin over een wapenstilstand in Oekraïne en zag alleen aan het type maaltijd nog hoe laat het was. Ze is niet ingestort, ze toonde zich hard voor zichzelf en hardnekkig tegenover anderen, ze verwierf veel respect, ook van Poetin, maar alles bij elkaar heeft ze nauwelijks iets bereikt voor het normatieve project van het Westen.

    Omdat ze in principe een pacifiste is. Ze was niet bereid wapens tegen Rusland in te zetten en was ertegen dat de VS raketten leverde aan Oekraïne. Een wijs besluit, zeker. Oorlog met Rusland moest vermeden worden, zelfs al bezorgt dat het Westen een zwakke onderhandelingspositie omdat Poetin weet dat hij geen rekening hoeft te houden met een aanval.

    Bovendien verloor Merkel het doel van een betere wereld algauw uit het oog. De zaken van de BV Duitsland waren voor haar dan toch belangrijker; het vergroten van de welvaart van de natie werd snel haar belangrijkste project. De idealiste veranderde in de hoogste functionaris van het Duitse economische belang. Koppig hield ze vast aan de gaspijplijn NordStream 2 van Rusland naar Duitsland, hoewel ze daarmee de toorn van de VS afriep over Duitsland en haar geloofwaardigheid ondermijnde. Sancties zette ze tegen Poetins regime slechts met mate in. Na de gifaanslag tegen Aleksej Navalny, de criticus van het regime, vlamde haar engagement met de mensenrechten nog éénmaal op, maar al met al volgde ze een koers van appeasement.

    Nog duidelijker was Merkels koerswijziging in het geval van China, dat steeds belangrijker werd voor de Duitse export. De dalai lama heeft ze nooit meer officieel ontvangen, haar kritiek op het regime in Beijing klonk in elk geval niet luid. Enthousiasme wist ze niet meer op te wekken.

    Een ander patroon in Merkels kanselierschap kwam hier voor het eerst aan het licht: op idealistische aanzetten volgde weldra de ommekeer, het afscheid van zichzelf.

    Ze was vaak bereid het eigen project de rug toe te keren en haar volgelingen van dat moment teleur te stellen. Naast grote strategieën ontbrak het haar ook aan de wil vast te houden aan mooie doelen wanneer de prijs daarvoor haar te hoog leek.

    Dat geldt voor de hele westerse wereld, zoals blijkt in Afghanistan. De export van democratie was ook een doelstelling van deze militaire operatie. Vrouwen en mannen die de Amerikanen, de Duitsers en anderen vertrouwd hebben, zijn na de haastige aftocht overgeleverd aan de taliban en moeten vrezen voor hun leven. Dit komt vooral op rekening van de Amerikanen. Maar ook Merkel was opgelucht dat ze het hoofdstuk Afghanistan kon afsluiten. Het heeft haar nooit na aan het hart gelegen.


    4. De vluchtelingencrisis 

    ‘Wir schaffen das.’ 

    – Merkel in de nationale persconferentie op 31 augustus 2015

    Deze woorden blijven ons bij. Merkel sprak ze uit op het hoogtepunt van haar macht. Ze had de verkiezingen in de herfst van 2013 met een overweldigende meerderheid gewonnen, ze was geliefd bij de Duitsers, onomstreden in de CDU – er waren geen concurrenten. Toen kwamen de vluchtelingen. Dat was het kantelpunt voor Merkels kanselierschap.

    Toen zij op 4 september 2015 besloot om in Boedapest gestrande vluchtelingen naar Duitsland te laten komen, was dat niet alleen een zaak van het hoofd, maar ook van het hart. Hier toonde ze een temperament, een hartstocht voor de vrijheid, een afkeer van muren, en haar christelijke opvoeding, vooral door haar vader, die predikant was.

    Veel Duitsers haastten zich naar de stations, heetten de vluchtelingen welkom, deelden eten en kleding uit, stelden hun huizen open. Zelden was een regeringsleider het zo eens met een groot deel van de bevolking. Het was een magisch moment, een zeldzaam mooie politieke gebeurtenis. Time Magazine verkoos Merkel tot persoon van het jaar. Zij was de stralende ster van het Westen, de profetes van het normatieve project, van de op waarden gebaseerde politiek.

    Aan de andere kant rakelde de toestroom van vluchtelingen ressentimenten op, racisme en haat tegen het zogeheten andere, het vreemde. De AfD groeide van een splinterpartij uit tot een machtsfactor en zette voortaan de liberale democratie onder druk.

    In feite gold er weldra een bovengrens voor vluchtelingen, die geen bovengrens mocht heten

    Wat deed Merkel? Ze liet de enthousiastelingen in de steek en maakte politiek voor de anderen, de sceptici, de angstigen, de haters. Toen haar intellect weer de overhand kreeg, toen de berekening over verkiezingskansen domineerde, accepteerde en bedreef Merkel een politiek van afscherming, die vooral werd bevorderd door de CSU onder leiding van haar toenmalige partijleider Horst Seehofer.

    De nieuwe muur liet ze oprichten door de Turkse president Erdogan, met wie ze een deal sloot die verhinderen moest dat mensen over de Egeïsche zee de EU binnenkwamen. Daarmee leverde ze zich uit aan een despoot. Ze nam het later zelfs voor hem op, toen hij zich opwond over een satirische kritiek van de tv-komiek Jan Böhmermann. Dat was een klap voor de de vrijheid van meningsuiting, de kern van het normatieve project.

    Zo ontstond uit het mooie het lelijke. Seehofer heeft Merkel openlijk vernederd, heeft haar de les gelezen, getreiterd, en zij verweerde zich niet, zij nam het voor lief dat de politiek zich onder haar niveau afspeelde, werd verprutst en huichelachtig werd. Er viel een schaduw over de stralende ster.

    In feite gold er weldra een bovengrens voor vluchtelingen, die geen bovengrens mocht heten. Merkel wilde vluchtelingen voortaan ver van Duitsland houden, maar ze wilde de grenzen niet zichtbaar sluiten, wilde de mythe van haar liberale hoogtepunt in stand houden.

    Zo liet de vluchtelingencrisis meerdere patronen zien in Merkels regeringsstijl. Opnieuw had ze geen strategie gevolgd. In 2014 op z’n laatst werd al duidelijk dat er meer en meer vluchtelingen naar Europa zouden komen. Zij kon dat niet over het hoofd zien, maar ze heeft zich daar te weinig zorgen om gemaakt. Dat uit het stijgende aantal vluchtelingen een vluchtelingencrisis groeide, heeft ook te maken met die tekortkoming. 

    Opnieuw gaf ze een liberaal project op, omdat de prijs haar te hoog leek. En weer liet ze na om een grote kwestie met een grote rede te begeleiden. 

    Haar beslissing van 4 september 2015 veranderde haar kanselierschap. De samenleving, die lang in een soort nieuwe Biedermeierstemming verkeerde en was ingedut, werd wakker, discussieerde en polemiseerde. Voor Merkel zelf begon de lange afdaling.


    5. Trump

    ‘I love her.’ 

    – De toenmalige president van de VS Donald Trump bij de NAVO-top in 2018

    Niet Poetin was voor Merkel de grootste crime in de persoonlijke omgang, en Seehofer ook niet. Deze rol was weggelegd voor Donald Trump: een derderangsintellect, een wild temperament. Hij was haar tegenpool: irrationeel, zonder scrupules, en ijdel op het belachelijke af.

    Toen hij in 2016 tot president van de VS werd gekozen, was dat een dieptepunt in de crisis van de liberale democratie. Een verachter van het systeem veroverde met populisme en nationalisme de topfunctie in dat systeem. Hij was de laatste hoop van de Amerikanen die zich gemarginaliseerd voelden. Vervolgens viel hij vooral op door de vuiligheid die hij via Twitter de wereld in blies. 

    Dat verhief Merkel in veler ogen voor korte tijd tot aanvoerster van het liberale Westen. 

    Zijzelf wees deze promotie, als ze daarmee werd geconfronteerd, af met een van haar gezichten vol onbegrip – en terecht. Duitsland was te klein om deze rol een basis te verschaffen, en de leider van een verenigd Europa was Merkel niet geworden.

    Thuis moest ze de liberale democratie zelfs verdedigen tegen islamitische terreur en rechtsextremistische aanslagen in Halle en in Hanau.

    Toen de Thüringer Landtag in februari 2020 een FDP-politicus met stemmen van de AfD tot deelstaatpremier koos, was dat een klap voor de grote consensus van de bondsrepubliek: dat niets wat herinnert aan de tijd van het nationaalsocialisme bestaansrecht heeft. Merkel noemde de verkiezing ‘onvergeeflijk’, de uitkomst zou ‘ongedaan gemaakt’ moeten worden, zei ze ook met het oog op de Thüringer CDU, die zich niet stevig van de AfD distantieerde. Dit werd gezien als inmenging in de belangen van een bondsland en was daarom omstreden, maar evengoed was het wel Merkels beste daad voor de liberale democratie in Duitsland. Overigens toonde ze zich op dit gebied wankel.

    Waarschijnlijk verlangen mensen achter een muur meer naar vrijheid dan naar strijd

    Haar strategie van de ‘asymmetrische demobilisering’ blijft haar onvergeeflijke zonde tegen de democratie. In meerdere verkiezingen trok Merkel door het land als een zandmannetje en verspreidde een slaperige stemming. Lakse aanhangers van andere partijen moesten vooral geen reden zien om naar de stembus te gaan om zo Merkels herverkiezing te voorkomen. Ze was lief voor bijna iedereen en drukte daarmee de opkomstcijfers tot historische dieptepunten.

    Dat verkiezingen een feest voor de democratie moeten zijn, daar had ze geen gevoel voor. Een feest van strijd, maar ze hield niet van openlijke strijd. Ze wilde niet inzien dat een democratie deze brandstof nodig heeft bij het zoeken naar de beste oplossingen.

    Merkel heeft een grote hartstocht voor de vrijheid, maar niet voor het wezen van de democratie, die ze eerder met haar intellect bezag, op een instrumentele manier. Waarschijnlijk verlangen mensen achter een muur meer naar vrijheid dan naar strijd.

    Merkel had niet alleen tot Erdogan een ambivalente verhouding, maar ook tot Viktor Orbán, die in Hongarije een illiberale democratie heeft gevestigd. Lange tijd trad ze niet vastberaden tegen hem op, omdat zijn Fidesz net als de CDU deel uitmaakte van de Europese Volkspartij in het Europees parlement. Ze had hem nodig als deel van haar eigen kamp. Ook hier gaf berekening de doorslag. Het nutsprincipe werd bij Merkel nauwelijks gehinderd door diepe overtuigingen.

    Wat Trump betreft vond ze de meeste van zijn opvattingen beslist ook afschuwelijk, maar meer nog hekelde ze het irrationele, onberekenbare. Daarom voelde ze zich meer verbonden met de Chinese president dan met de Amerikaanse. Wie haar in de loop van haar ambtsperiode over China hoorde spreken, constateerde een groeiend begrip voor de collega’s in Beijing, die hun reusachtige rijk autoritair regeren. Merkel kon zich verplaatsen in hun rationaliteit. 

    Dit is een nadeel van lange regeringsperioden: men gaat steeds meer executief denken, men voelt zich deel van een internationale clan die iets voor elkaar moet krijgen. In een democratie komt het echter niet alleen op het resultaat aan, maar ook op het proces dat tot die resultaten leidt. Daar heeft Merkel te weinig rekening mee gehouden. Een groot democraat was ze om deze redenen niet.


    6. De klimaatcrisis

    ‘Het gaat om de grondslagen van het leven van de generaties die na ons komen. Wij weten dat we nu moeten handelen.’ 

    – Merkel bij de VN klimaatconferentie van 2015 in Parijs

    Na een VN-rapport over de dramatische gevolgen van hogere temperaturen verplicht Merkel de EU in maart 2007 om bindende klimaatdoelen te stellen. In juni dat jaar, bij de G8-top in Heiligendam, overtuigt ze de Amerikaanse president George W. Busch om de klimaatpolitiek in VN-verband te voeren, en reist in augustus naar Groenland, waar zij zich in een rood jack vermanend en schilderachtig laat fotograferen voor de witte, smeltende gletsjers. Merkel, zo lijkt het, heeft haar thema gevonden. Enthousiasme: Duitsland heeft een klimaatkanselier.

    In deze zes maanden van het jaar 2007 legde Merkel het fundament voor een groot kanselierschap. Sluit even de ogen en stel je voor hoe zij en Duitsland ervoor zouden staan als ze sindsdien een consequente klimaatpolitiek had gevoerd.

    Maar dat heeft ze niet gedaan.

    Vanaf 2009 of al eerder wilde ze zich niet meer zo veel met dit thema bezighouden. De financiële crisis verminderde de welvaart, Merkel wilde de burgers niet nog meer belasten. De partijen waarmee ze al die jaren regeerde hadden toch al geen diep gevoel voor klimaatbescherming ontwikkeld, noch CDU en CSU, noch de FDP en de SPD. En de kanselier hield zich aan haar eigen uitspraak: ‘Politiek is wat mogelijk is.’

    De onzichtbaarheid hielp haar om de urgentie van de klimaatpolitiek af en toe een poosje te vergeten

    Dat zijn woorden zonder enig temperament, koud en levenloos als diepgevroren vissticks. Dat is naakt pragmatisme.

    Politiek is echter ook de opdracht om datgene waarin je gelooft mogelijk te maken. Maar niet voor Merkel, die vooral herkozen wilde worden en daarom ook in de klimaatkwestie het eigen project en de enthousiastelingen in de steek liet. Als opperlobbyist van de Duitse auto-industrie streed ze in Brussel voor een afzwakking van de geplande grenswaarden voor de CO2-uitstoot.

    Maar aan het klimaatthema kon ze tijdens haar langdurige kanselierschap niet ontkomen. In 2019 dook het weer volop op omdat scholieren, ‘de generaties die na ons komen’, het vertrouwen in de politiek verloren hadden en naar het voorbeeld van de Zweedse Greta Thunberg demonstreerden voor een consequente klimaatpolitiek.

    Wat volgde was een bizarre, nauwelijks navolgbare vloed van steeds nieuwe klimaatdoelen voor Duitsland en de EU. ‘Kletskoek’ was niet meer genoeg, bitste de kanselier in 2019 in een fractievergadering van de CDU, waarmee ze onbewust ook een oordeel over haar eigen politiek uitsprak. Ze heeft zeker meer gedaan dan veel collega’s in andere landen, maar het was gewoon niet genoeg, zoals ze later zelf inzag. Dit falen werd zelfs door het Duitse constitutioneel gerechtshof bevestigd, dat de klimaatpolitiek tot dan toe in het voorjaar van 2021 als te laks, en daarmee in strijd met de grondwet brandmerkte. Een diepe val voor de klimaatkanselier van weleer.

    In de laatste maanden van haar ambtsperiode moest ze nog beleven hoe het spook ook werkelijkheid werd in Duitsland, waar de klimaatverandering zich tot dan toe meestal ongemerkt had voltrokken. Nu vernietigde die in de vorm van stortregens het bestaan en het leven van mensen.

    Ook al was het Merkel als voormalige wetenschapper steeds duidelijk wat er gebeurde, de onzichtbaarheid hielp haar om de urgentie van de klimaatpolitiek af en toe een poosje te vergeten. Voor haar opvolger zal dat niet meer mogelijk zijn.


    7. De pandemie

    ‘Het is serieus. Neem het ook serieus.’ 

    – Merkel in een tv-toespraak op 18 maart 2020

    Het ergste kwam aan het eind, de zevende grote crisis van haar ambtsperiode: de gesel van de mensheid, corona. Als iemand die precies weet wat een exponentiële ontwikkeling is, leek ze daarvoor heel goed uitgerust. En ook als iemand die haar zenuwen de baas is, als de meest ervaren toppolitica ter wereld.

    Zoals vele anderen vond Merkel maar langzaam haar weg in de crisis, een mondkapjesplicht wees ze aanvankelijk af, maar daarna leidde ze Duitsland omzichtig door de eerste golf. Bescherming van het leven plaatste ze boven de vrijheid zonder een coronadictatuur op te tuigen, zoals beweerd werd in de rechtse, ‘dwarsdenkende’ hoek. Deze periode behoort tot de sterkste van haar kanselierschap, ook omdat Merkel communicatiever was dan gewoonlijk en haar bureaucratische grondtoon afzwakte, zo nu en dan een zorgzame indruk wekte. Ze gaf zelfs de tip de mondkapjes heet te strijken, zodat ze effectief blijven.

    Maar covid-19 liet zich er niet onder krijgen. En hoe langer de strijd duurde, hoe zwakker de indruk was die de kanselier maakte. Deels verbazingwekkend zwak. Het lukte haar nauwelijks nog om haar ideeën voor een voorzichtige pandemiepolitiek in de kring van deelstaatpremiers erdoor te krijgen.

    Dat was als het ware de finale pointe: de vrouw die juist zo succesvol was geweest in het bedrijven van machtspolitiek, die al haar rivalen had uitgezeten of uitgeschakeld, die zich nauwelijks door haar eigen overtuigingen liet hinderen, waardoor ze zich van compromis naar compromis voort kon slingeren, deze vrouw ontbrak het in de zwaarste weken en maanden van de bondsrepubliek aan de macht om goed te kunnen regeren.

    Nu was ze een lame duck, een politica die met beperkte machtsmiddelen naar het eind van haar ambtstermijn dobberde

    Dat had veel te maken met haar grootste vergissing. In het moeilijke jaar 2018, toen de ruzies met Horst Lorenz Seehofer [bondsminister van Binnenlandse Zaken en Heimat] bijzonder onaangenaam waren, toen de CDU bij landelijke verkiezingen veel stemmen verloor, gaf Merkel het voorzitterschap van de CDU op. Dit was een nogal zeldzaam geval van egoïstisch aftreden: ze wilde haar kanselierschap daarmee redden.

    Hier zou een compleet aftreden consequent zijn geweest. Nu was ze een ‘lame duck’, een politica die met beperkte machtsmiddelen naar het eind van haar ambtstermijn dobberde. Juist de deelstaatpremiers van de CDU lieten zich nauwelijks nog door haar leiden. Het systeem-Merkel is op z’n laatst in de herfst van 2020 ingestort. Het gevolg was een wirwar van maatregelen die niemand kon overtuigen.

    Merkel werd nerveus, toonde soms een onrustige, norse gemoedstoestand, schimpte bij de parlementszittingen, liet gedachten aan aftreden doorschemeren, zonder dat die gevolg kregen. De soevereiniteit was weg. Ook haar omzichtigheid was ze kwijt. Ze liet de kans lopen om zich vroegtijdig met man en macht in te zetten voor een vaccinatiestrategie.

    Bovendien werden nalatigheden uit haar lange ambtsperiode zichtbaar. De bondsrepubliek bleek een ouderwets land dat te weinig aan digitalisering had gedaan. Vooral de scholen lijden daar nog altijd onder.

    Niettemin staat de bondsrepubliek er qua corona internationaal gezien helemaal niet zo slecht voor. We kunnen daar tevreden mee zijn, maar we kunnen ook zeggen dat het beter had kunnen en had móéten verlopen, zodat er minder mensen aan zouden sterven.

    En opnieuw geldt: wat er misging is niet alleen aan Merkel toe te schrijven, maar ook aan de politiek als geheel, de structuren en de stellingnames in het land. Maar zij was zestien jaar lang bondskanselier, ze heeft enorm veel gedaan om de macht te veroveren, te vergroten, te verdedigen. Wat er aan de hand was en is, heeft vanzelfsprekend veel te maken met wat zij wel en niet heeft gedaan.


    Een groot kanselier? 

     ‘Wat je mist, merk je pas als je het niet meer hebt.’ 

    – Merkel op 22 juli 2021 bij de nationale persconferentie

    Dit zei Merkel op de vraag wat ze na deze laatste persconferentie zou missen.

    Natuurlijk waren er niet alleen slechte ontwikkelingen tijdens haar kanselierschap. De Duitse economie toonde zich robuust, de werkloosheid bleef relatief laag, ondanks zware tegenslagen als gevolg van de kredietcrisis en de coronacrisis. Dat is veel waard.

    De grootste moderniseringsslag werd gemaakt in haar eerste ambtstermijn, met wetten die de combinatie kind en carrière voor vrouwen gemakkelijker maakten en hun onafhankelijkheid versterkten, met oudergeld, met de uitbreiding van kinderdagverblijven, met een nieuw scheidingsrecht dat de vaak levenslange alimentatie afschafte om vrouwen te motiveren een beroep uit te oefenen. Dat alles droeg ertoe bij de verhouding tussen mannen en vrouwen in een nieuwe balans te brengen. Deze of gene man zal misschien met gemengde gevoelens terugdenken aan deze bondskanselier wanneer hij krachtige vrouwelijke concurrentie ondervindt in zijn beroep, maar de vrouwen en de maatschappij als geheel heeft Merkel een grote dienst bewezen.

    Al met al verdient haar tijdperk toch veeleer de titel van een status quo-kanselierschap. Ondanks de crises en de catastrofes staat Duitsland er tamelijk goed voor, de welvaart werd over het geheel genomen gehandhaafd. Bij alle crises mag niet vergeten worden dat de meeste Duitsers in al die jaren van Merkels kanselierschap naar verhouding een goed leven hadden.

    In haar balans valt op dat zij, de kanselier van de CDU, geen echt conservatief programma had. Met haar politiek voor mensenrechten, vluchtelingen en klimaatbescherming enthousiasmeerde ze vooral mensen uit het andere kamp. Maar geen van deze projecten hield ze vol. Wat bij haar groot begon, eindigde bijna steeds in kleinmoedigheid. Het ontbrak het intellect meestal aan een temperament dat haar aanspoorde om vol te houden.

    Zij heeft zich niet dat grote staatsmanschap aangemeten, zwichtte niet voor dat ijdele, dat verhevene, die gewichtigheidsroes

    Bij de grote internationale thema’s valt weinig goeds te vermelden. De toestand van de EU, de toestand van het westen, de positie van de liberale democratie in de wereld, het klimaat – op deze belangrijke gebieden ziet het er nu slechter uit dan zestien jaar geleden. Merkel maakte deel uit van een internationaal leiderscollectief dat deze ontwikkelingen niet kon tegengaan.

    De ware consequenties staan ons nog te wachten: China’s dominantie in grote delen van de wereld, een leven met steeds drastischer gevolgen van de klimaatverandering, een Europa dat uiteenvalt in een liberaal en een illiberaal deel, nieuwe vluchtelingenstromen door onopgeloste conflicten overal ter wereld. Vergeleken daarmee zou het tijdperk-Merkel nog wel eens als een prettige tijd kunnen gelden, als de toestand die we missen.

    En zijzelf? Toen Merkel kanselier werd, was de vraag vooral wat een vrouw anders zou gaan doen. Wat echt anders was, in vergelijking met bijna al haar voorgangers: zij heeft zich niet dat grote staatsmanschap aangemeten, zwichtte niet voor dat ijdele, dat verhevene, die gewichtigheidsroes. Ze komt in 2021 niet heel anders uit het kanselierschap tevoorschijn dan ze er in 2005 aan begonnen is, afgezien van de slijtage na zestien jaar zwoegen.

    Haar eigenheid, die huiselijke pruimentaartbakkerij tussen twee telefoongesprekken over wereldpolitiek door, heeft bijgedragen aan haar doorgaans grote populariteit. Soms maakte ze een koddige indruk met haar oncontroleerbare mimiek, maar niemand zou daardoor op het idee komen haar niet serieus te nemen. Wat de serieuze, onvermoeibare uitoefening van haar ambt betreft heeft Merkel een hoge standaard neergezet.

    Toch blijft er uiteindelijk een gevoel van teleurstelling over. Toen eind 1989 de muur openging, kwam er een vrouw naar het Westen die ongemeen nieuwsgierig was, die een wakkere blik op de wereld wierp. Die heeft ze tot op heden behouden.

    Nieuwsgierigheid is de belangrijkste voorwaarde voor kennis. Je moet willen leren, je moet begerig zijn naar nieuwe kennis, nieuwe gedachten, ook van jezelf.

    Bij Merkel is dat het geval, en daarom was het meestal interessant om met haar te praten. Wat kennis en gedachten aangaat, was ze meestal goed op de hoogte van de problemen waarmee zij, Duitsland en de wereld te maken hadden. Dat grote voordeel van haar persoonlijkheid heeft ze te weinig benut.

    Een lichtgestalte met schaduwzijden.