Onderwerpen: Geschiedenis

  • Hoe de heks een feministisch symbool werd

    Hoe de heks een feministisch symbool werd

    Met bijna honderdtwintigduizend heksenprocessen behoort de heksenvervolging tot de grootste geweldsgolven uit de Europese geschiedenis. Het Historisch Museum van Nantes wijdt er deze zomer de tentoonstelling Sorcières aan.

    De tentoonstelling Sorcières in het Historisch Museum van Nantes staat in het teken van een van de grootste geweldsgolven uit de Europese geschiedenis: de heksenvervolgingen. Aan de hand van zo’n honderdtachtig objecten en kunstwerken wordt duidelijk hoe een misogyne en vernederende kijk op vrouwen al in de Oudheid ontstond, maar ook hoe het beeld van de ‘heks’ door de eeuwen heen veranderde en hoe zij – mede dankzij denkers als Mona Chollet – een hedendaags symbool van verzet en het feminisme werd.

    Hoe konden vrouwen destijds zo veel angst inboezemen bij de autoriteiten?

    In de moderne tijd vonden er in Europa bijna honderdtwintigduizend heksenprocessen plaats en zijn er tussen de zestigduizend en negentigduizend mensen geëxecuteerd, meestal op de brandstapel. Hoe konden vrouwen destijds zo veel angst inboezemen bij de autoriteiten? En welke sporen van de heksenvervolgingen zijn er vandaag de dag nog terug te zien in onze maatschappij?

    Musée d’histoire de Nantes, t/m 28 juni

  • Agenda

    Agenda

    Danstheater over Muhammad Ali, heksenvervolgingen, Matisse & meer

    Oud, maar ongekend vernieuwend

    KUNST – Matisse: 1941 – 1945

    ‘Ik hoop dat we, hoe lang we ook leven, jong zullen sterven’, schreef Henri Matisse in 1950 op tachtigjarige leeftijd. De Fransman stierf vier jaar later. Hij had zich al dertien jaar, ondanks een darmoperatie die hem in 1941 bijna het leven had gekost, bezield gevoeld door een nieuwe creatieve impuls, een soort ‘tweede leven’, zoals hij het zelf verwoordde in een brief aan zijn zoon Pierre. In de laatste jaren van zijn leven vond Matisse namelijk een nieuwe taal uit: die van uitgesneden vormen en felle kleuren. Precies deze periode staat centraal in de flamboyante tentoonstelling Matisse: 1941-1954. Het resultaat van een samenwerking tussen het Centre Pompidou (gesloten voor renovatie tot 2030) en het Grand Palais.

    AG Matisse compressed edited

    De twee musea hebben meer dan driehonderd werken van over de hele wereld verzameld. Sommige worden voor het eerst aan het publiek tentoongesteld. De verzameling toont de immense diversiteit van Matisse’s oeuvre, naast zijn beroemdste schilderijen. De tentoonstelling omvat tekeningen, gouache-uitknipsels, geïllustreerde boeken, textiel en glas-in-loodramen. Het geheel is een duizelingwekkend, vrolijk spektakel van kleuren, vormen, lijnen en licht. En dan nog eens een heleboel kleur.

    De laatste jaren van een kunstenaarsleven worden nog wel eens gezien als een periode van onvermijdelijke creatieve achteruitgang, maar deze verzameling aan innovatieve technieken en materialen bewijst het tegendeel. De tentoonstelling eert een kunstenaar die met de jaren alleen maar creatiever en gedurfder werd.

    Grand Palais, Parijs, t/m 26 juli


    De boksring

    DANS – À nos combats

    À nos combats belooft een sterk staaltje danstheater. Geïnspireerd door het legendarische boksevenement The Rumble in the Jungle tussen Muhammad Ali en George Foreman zullen de performers tegelijkertijd vechten en dansen. Met een choreografie van Salia Sanou.

    AG Boxen compressed

    Amare, Den Haag, 13 en 14 juni


    De wereld in beeld

    FOTOGRAFIE – World Press Photo Exhibition 2026

    De World Press Photo Exhibition 2026 omvat de winnaars van de negenenzestigste editie van de prestigieuze World Press Photo Contest. Een internationale wedstrijd voor de beste fotojournalistiek en documentairefotografie. Dit jaar werden er bijna zestigduizend beelden ingezonden door fotografen uit honderdeenenveertig verschillende landen. Slechts tweeënveertig foto’s werden geselecteerd. Zo ook het beeld van Tyrone Siu, die in Hong Kong de nasleep van een verwoestende brand in een wolkenkrabbercomplex vastlegde. In Kyiv fotografeerde Evgeniy Maloletka een gewonde vrouw na een Russische raketaanval. De foto van Saher Alghorra is gemaakt in Gaza en toont de strijd om voedsel te midden van humanitaire nood.

    AG Nieuwe kerk compressed edited

    Volgens de organisatie weerspiegelen de beelden vaak wereldwijde uitdagingen, zoals machtsmisbruik, klimaatcrisis en de menselijke tol van conflicten. Maar naast ontwrichting tonen ze ook veerkracht. De reizende tentoonstelling is wereldwijd te zien.

    De Nieuwe Kerk, Amsterdam, t/m 27 september


    Roze panter

    MUZIEK – PinkPantheress

    In 2021 schoot de carrière van PinkPantheress de lucht in toen haar zelfgeproduceerde tracks het algoritme van miljoenen luisteraars bereikten. Met een mix van UK garage, drum and bass en pop won ze talloze prijzen en bouwde ze een trouwe fanbase op.

    AG Pink Panthers compressed

    AFAS Live, Amsterdam, 1 juni


    Sorcières

    GESCHIEDENIS – Sorcières

    De tentoonstelling Sorcières in het Historisch Museum van Nantes staat in het teken van een van de grootste geweldsgolven uit de Europese geschiedenis: de heksenvervolgingen. Aan de hand van zo’n honderdtachtig objecten en kunstwerken wordt duidelijk hoe een misogyne en vernederende kijk op vrouwen al in de Oudheid ontstond, maar ook hoe het beeld van de ‘heks’ door de eeuwen heen veranderde en hoe zij – mede dankzij denkers als Mona Chollet – een hedendaags symbool van verzet en het feminisme werd.

    AG Sorcieres

    In de moderne tijd vonden er in Europa bijna honderdtwintigduizend heksenprocessen plaats en zijn er tussen de zestigduizend en negentigduizend mensen geëxecuteerd, meestal op de brandstapel. Hoe konden vrouwen destijds zo veel angst inboezemen bij de autoriteiten? En welke sporen van de heksenvervolgingen zijn er vandaag de dag nog terug te zien in onze maatschappij?

    Musée d’histoire de Nantes, t/m 28 juni


    Vlijmscherp

    STAND-UP – Not This Again

    De Indiase komiek Kanan Gill werd wereldwijd bekend door zijn YouTube-serie Pretentious Movie Reviews en groeide uit tot een van India’s grootste stand-upcomedians. Nu treedt hij voor het eerst op in Nederland.

    AG Komedie.jpg compressed

    Muziekgebouw, Eindhoven, 19 september & DeLaMar, Amsterdam, 20 september

  • Wereldnieuws: gokkers bedreigen journalisten & meer

    Wereldnieuws: gokkers bedreigen journalisten & meer

    Klimaatopwarming verlengt pollenseizoen met twee weken

    Als gevolg van klimaatverandering duurt het pollenseizoen in Europa sinds de jaren negentig één tot twee weken langer. In de periode 2015-2024 begon het voor berken, elzen en olijfbomen één tot twee weken eerder dan in de periode 1991-2000. Dat blijkt uit het meest recente onderzoek naar de gevolgen van klimaatverandering voor de gezondheid in Europa. Warm weer en hoge concentraties koolstofdioxide zorgen ervoor dat planten meer pollen produceren, wat allergische reacties veroorzaakt bij mensen met hooikoorts en leidt tot symptomen die variëren van lichte irritatie tot levensbedreigend, , schrijft The Guardian.

    De bevinding is misschien minder dramatisch dan de overstromingen en bosbranden die doorgaans met een opwarmende planeet worden geassocieerd, maar toch betekent ze een enorme toename van het gezamenlijke leed van tientallen miljoenen mensen, aldus de onderzoekers.

    WN pollen compressed edited scaled

    Hoe minder technologie, hoe meer concentratie

    Steeds meer scholen zetten in op digitale leermiddelen, maar dat pakt niet altijd goed uit. Toen een Amerikaanse docent alle schermen uit zijn klas verwijderde, verbeterden de concentratie en prestaties van zijn leerlingen merkbaar, schrijft The Atlantic.

    De docent besloot laptops en tablets volledig te bannen en terug te keren naar pen en papier. Binnen korte tijd merkte hij dat leerlingen alerter waren, minder afgeleid en actiever deelnamen aan de les. Ook maakten ze meer opdrachten af en werd het voor hem makkelijker om te zien waar leerlingen vastliepen.

    Volgens hem zorgen schermen er vaak voor dat leerlingen sneller afhaken of zich achter technologie verschuilen. Digitale tools kunnen handig zijn, maar leiden in de praktijk regelmatig tot multitasking en verlies van focus.

    Daarnaast maakt werken op papier het denkproces van leerlingen zichtbaarder: aantekeningen, fouten en verbeteringen zijn direct te volgen, wat gerichtere begeleiding mogelijk maakt. Dat zou niet alleen het leerproces verdiepen, maar ook de betrokkenheid vergroten.


    500.000 roze bloemen

    In het Fuji Motosuko Resort in Japan bloeien van half april tot eind mei zo’n 500.000 shibazakura, ook wel mossvlox genoemd, in oogstrelende tinten roze, paars en wit. Anders dan kersenbloesems groeien ze op de grond en vormen zo een tapijt dat wekenlang blijft liggen. My Modern Met beschrijft de bloemenvelden die ongeveer 15.000 vierkante meter beslaan, vergezeld door kunstinstallaties zoals de reflecterende Sparkling Flower Drop Mirror en het Door to Happiness-uitkijkpunt dat de Mount Fuji omlijst. De overgefotografeerde berg wordt vanaf de bekendste instagramhoek afgeschermd voor het toerisme met een groot zwart scherm.

    WN Sakura compressed edited 1

    Duitse NSDAP-zoekmachine razend populair

    Die Zeit heeft in samenwerking met Duitse en Amerikaanse archieven een online zoekmachine ontwikkeld waarmee mensen kunnen achterhalen of hun voorouders lid waren van de nazipartij. Met de tool kunnen mensen miljoenen ledenkaarten van de NSDAP doorzoeken. Sinds de lancering begin april is de zoekmachine ‘miljoenen keren geraadpleegd en duizenden keren gedeeld’, aldus Die Zeit.

    De NSDAP-ledenkaarten werden bijna vernietigd tijdens de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog, maar op het nippertje gered en aan de Amerikanen overhandigd, die ze in 1994 overdroegen aan het Duitse federale archief.

    WN Nazispeldje compressed edited

    Tot voor kort konden mensen de ledenkaarten alleen raadplegen door een formeel verzoek in te dienen bij het Duitse archief. In maart dit jaar is het Amerikaanse archief begonnen zijn archiefstukken online beschikbaar te stellen.


    Hoe de gokmarkt de vrije pers kan bedreigen

    De journalist Emanuel Fabian meldde op 10 maart op het liveblog van The Times of Israel dat er een raket was neergekomen in de Israëlische plaats Bet Shemesh en dat daarbij geen gewonden waren gevallen.

    Kort daarop kreeg Fabian meerdere berichtjes en mailtjes binnen waarin hij onder druk werd gezet om zijn nieuwsbericht aan te passen. Het betrof geen raket, maar de brokstukken van een onderschepte raket. De journalist begreep niet waarom mensen dat detail zo belangrijk vonden. Totdat hij ontdekte dat de afzenders actief waren op het gokplatform Polymarket.

    Wat was het geval? Mensen hadden geld ingezet op een weddenschap dat Iran op 10 maart een luchtaanval op Israël zou uitvoeren. Raketten en drones die onderweg werden onderschept, golden echter niet als een aanval, ook niet als ze in Israël landden of schade aanrichtten. Door bij de journalist erop aan te dringen zijn verslag te wijzigen, wilden degenen die ‘nee’ hadden gegokt alsnog hun gelijk halen en hun prijzengeld in de wacht slepen.

    De berichtjes ontaardden op den duur in doodsbedreigingen. De journalist besloot aangifte te doen bij de politie. Hoewel Fabian zijn rug recht hield, laat zijn verhaal zien onder welke druk journalisten in onze tijd soms hun werk moeten doen.


    Precieze locatie van Shakespeares huis in Londen ontdekt

    Fans van William Shakespeare weten dat de grote toneelschrijver afkomstig was uit Stratford-upon-Avon. Maar hij maakte naam in Londen – hoewel er in de Britse hoofdstad nog maar weinig sporen van hem te vinden zijn.

    Een recent ontdekte kaart uit de zeventiende eeuw werpt nieuw licht op het Londense leven van de toneelschrijver, schrijft The Independent. Voor het eerst is de exacte locatie bekend van het enige huis dat Shakespeare in de stad kocht, en waar hij mogelijk aan zijn laatste toneelstukken werkte. Volgens Shakespeare-onderzoeker Lucy Munro, die de kaart vond, voegt hij ‘extra stukjes van de puzzel’ van Shakespeares leven toe.

    Historici wisten allang dat Shakespeare in 1613 een stuk grond kocht in de buurt van het Blackfriars Theatre, maar de exacte locatie was een mysterie. Een plattegrond van het Blackfriars-complex toont echter in detail Shakespeares huis: een aanzienlijke L-vormige woning, uitgehouwen uit het voormalige middeleeuwse Dominicanenklooster.

    WN Shakespeare compressed edited

    Het is niet zeker of Shakespeare in zijn Londense woning woonde of deze alleen verhuurde. Volgens Munro suggereren de grootte van het huis en de ligging op vijf minuten loopafstand van het Blackfriars Theatre dat hij aan het einde van zijn leven mogelijk meer tijd in Londen heeft doorgebracht dan algemeen wordt aangenomen.

    Shakespeare liet het pand na aan zijn dochter Susanna, en het bleef nog een halve eeuw in de familie. In 1666 brandde het gebouw tot de grond toe af in de Grote Brand van Londen, die een groot deel van de middeleeuwse stad verwoestte.

    In dit gebied, dat nu deel uitmaakt van het financiële district van de Britse hoofdstad, zijn nog maar enkele overblijfselen van Shakespeares Londen te vinden, waaronder een fragment van een muur van het voormalige Dominicanenklooster. Vlakbij herinnert de naam Playhouse Yard eraan dat hier ooit een theater stond.

  • Landkaarten zijn geen onschuldige plaatjes

    Landkaarten zijn geen onschuldige plaatjes

    De Afrikaanse Unie dringt aan op afschaffing van het vervormde klassieke wereldbeeld van de Mercatorkaart. In plaats daarvan wil ze een eerlijke weergave die recht doet aan de werkelijke afmetingen.

    ‘Een landkaart is niet alleen een handig hulpmiddel, het is ook een symbool, en symbolen zijn belangrijk. Voor ons betekent een verbetering van de landkaart ook een verbetering van het wereldwijde narratief over Afrika,‘ zegt Fara Ndiaye, medeoprichter en adjunct-directeur van Speak Up Africa, een van de organisaties achter de campagne Correct the Map. De Afrikaanse Unie (AU) heeft zich onlangs geschaard achter dit initiatief, dat regeringen en internationale onderwijsinstellingen wil laten stoppen met het gebruik van de Mercatorwereldkaart, ten gunste van een waarop de omvang van Afrika preciezer staat afgebeeld. Op de traditionele kaarten wordt het continent verkleind weergegeven.

    ‘Het lijkt misschien alleen maar een kaart, maar dat is het niet,’ verklaarde de vicevoorzitter van de AU-commissie, Selma Malika Haddadi, tegen Reuters. Ze benadrukte dat de Mercatorkaart het valse beeld versterkt dat Afrika ‘marginaal’ is, al is het qua oppervlak het een-na-grootste continent ter wereld.

    Ndiaye ziet de steun van de Afrikaanse Unie als een historische mijlpaal waar een heel krachtig politiek signaal van uitgaat. ‘Het is voor het eerst dat een pan-Afrikaanse instantie duidelijk stelling neemt over de visuele weergave van Afrika,’ zegt ze in een videogesprek met El País. Ze legt uit dat dankzij deze steun een aanvankelijk ‘culturele en maatschappelijke eis verandert in continentaal beleid, dat zich richt op de hele wereld’.

    Voetnoot in eigen geschiedenis

    Voor Carlos Lopes, professor aan de Universiteit van Kaapstad en medewerker van Africa No Filter, de andere organisatie achter het initiatief, is deze steun ‘een teken dat Afrika weigert om langer een voetnoot te zijn in zijn eigen geschiedenis’. In een e-mailuitwisseling benadrukt de hoogleraar dat het niet alleen gaat om een cartografisch debat, maar om ‘waardigheid, scholing en zelfs diplomatie’. ‘Als je huis op Google Maps almaar te klein wordt voorgesteld, zul je uiteindelijk willen dat daar iets aan gebeurt,’ zegt hij.

    Al is dit soort kritiek op de Mercatorkaart niet nieuw, met deze campagne is het debat nieuw leven ingeblazen op een moment van postkoloniale onvrede en hernieuwd bewustzijn van de eigen identiteit. Dat de vervorming zo lang kon standhouden verklaart Lopes uit het feit dat ‘een wereldbeeld dat eenmaal heeft postgevat makkelijk went’. Toch ziet hij kaarten niet als ‘onschuldige plaatjes’. Ze bepalen volgens hem hoe wij onszelf en anderen zien: ‘Als Afrika kleiner lijkt dan het is [in verhouding tot andere continenten], geldt dat ook voor het belang van Afrika in de beleving van burgers en beleidsmakers. De kaart verbeteren is geen vrijblijvend gebaar; het houdt in dat je de werkelijkheid opeist.’

    Voordelen en nadelen van traditionele projecties

    In 1569 achtte de Vlaamse cartograaf Gerard Mercator een nieuwe kaart voor de zeevaart noodzakelijk. Immers, de aarde is rond en trok je bijvoorbeeld een rechte lijn van Sevilla naar Cuba, dan kwam je verkeerd uit, vertelt de Britse historicus Jerry Brotton, schrijver van het boek Een geschiedenis van de wereld in twaalf kaarten. De oplossing waar Mercator mee kwam bevatte onvermijdelijk vervormingen, en hoe noordelijker of zuidelijker, hoe groter die vervorming was. ‘Hij maakte het formaat van Afrika niet expres kleiner,’ zegt Brotton, die herhaalt dat Mercator dit deed om de scheepvaart tussen oost en west te bevorderen.

    Cartograaf Bernhard Jenny, professor aan de Monash-universiteit in Melbourne en medeontwikkelaar van de Equal Earth-projectie, geeft een voorbeeld van zo’n vervorming. ‘Kijk je naar poolgebieden als Siberië, Noord-Canada of Groenland, dan blijken die sterk uitvergroot. Ik laat mijn studenten het formaat van Groenland en Afrika vergelijken; bij Mercator zijn beide grondoppervlaktes even groot, maar in werkelijkheid is Groenland veertien keer zo klein.’

    ‘Dit is de kaart waar we sinds de zestiende eeuw hoofdzakelijk naar hebben gekeken,’ zegt Ndiaye. ‘Ik vind het wel echt belangrijk om te zeggen dat er een specifiek doel mee gediend was, de zeevaart; de opzet was niet een waarheidsgetrouw beeld van de continenten. Maar de wereld heeft de laatste eeuwen een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Nu is het zaak onze instrumenten zo te moderniseren dat ze de werkelijkheid weergeven.’ ‘Kinderen krijgen nog steeds onderwijs aan de hand van de oude kaarten,’ merkt Lopes op. ‘Ze groeien op met het idee dat Afrika maar bescheiden van formaat is, terwijl het in werkelijkheid gigantisch is, groter dan de VS, China, India, Japan en een groot deel van Europa bij elkaar. Waarneming vertaalt zich in vertrouwen en vertrouwen in actie. Dus ja, incorrecte kaarten ondermijnen de slagvaardigheid.

    ‘Kinderen groeien op met het idee dat Afrika maar bescheiden van formaat is, terwijl het in werkelijkheid gigantisch is‘

    Ook weten we dat zo’n vervorming geopolitieke gevolgen heeft, aangezien landkaarten ons beeld versterken van welke regio’s centraal en machtig zijn en welke perifeer,’ zegt Ndiaye. ‘Wanneer op school, in de media en bij internationale organisaties buiten Afrika de juiste afbeeldingen gangbaar worden, helpt dat de verouderde hiërarchie omver te schoppen en tot een evenwichtiger wereld te komen,’ legt ze uit.

    De Mercatorprojectie wordt nog steeds gebruikt door techbedrijven, organisaties en scholen, al doet zich langzaam maar zeker een kentering voor. In 2018 verving Google Maps zijn kaart door een aardbol in 3D, al kunnen gebruikers terug naar de Mercatorprojectie als ze dat liever willen. In de mobiele app blijft die de standaard. Instanties als NASA gebruiken inmiddels projecties als Equal Earth voor klimaatkaarten en een woordvoerder van de Wereldbank bevestigde tegenover Reuters dat ze daar nu Winkel-Tripel of Equal Earth gebruiken voor gewone kaarten en geleidelijk Mercator verwijderen van hun online kaarten.

    De campagne Correct the Map zet in op de Equal Earth-projectie, die in 2018 werd ontwikkeld door Bernhard Jenny, Tom Patterson en Bojan Savric. ‘We vroegen ons af hoe het bestaat dat mensen nog steeds serieus die cartografie [van Mercator] gebruiken voor wereldkaarten. We besloten dat het tijd werd voor actie,’ aldus Jenny. Met Equal Earth willen de makers een alternatief bieden voor de traditionele projecties, in de hoop dat mensen dan beter begrijpen hoe de continenten in elkaar zitten.

    Cartografische vervorming 2

    Volgens de adjunct-directeur van Speak Up Africa speelt er meer dan een herverdeling op de wereldkaart. ‘Als je Afrika op zijn ware grootte laat zien, versterkt dat de trots en het vertrouwen onder Afrikanen, met name bij de jeugd. Daarom vind ik het ook belangrijk dat zij als eersten over de cam pagne worden aangesproken,’ aldus Ndiaye. Ze is van mening dat de verandering vanuit het continent zelf moet komen. ‘Als we precies weten wie wij zijn en wat we in de wereld voorstellen, zal dat onze relatie met anderen vergemakkelijken.’ Wat niet wil zeggen dat de verbetering van de kaart enkel een Afrikaanse kwestie is. Zo’n preciezere weergave van de wereld gaat ons allemaal aan. ‘Als niet-Afrikanen hun kennis van kinds af aan halen uit vervormde kaarten, ontwikkelen ze het valse beeld dat Afrika kleiner is en minder voorstelt dan in werkelijkheid het geval is.’

    Met hun campagne hopen de organisaties, zeker na de bijval van de Afrikaanse Unie, dat Afrikaanse ministeries van Onderwijs de Equal Earth-projectie gaan opnemen in de leerplannen. Ook bepleiten ze dat zowel Afrikaanse als internationale media preciezere kaarten gaan gebruiken bij hun publicaties. Daarnaast willen ze een wereldwijd debat op gang brengen over het beeld van Afrika in het onderwijs en in de collectieve beeldvorming. Volgens Lopes zal de aanpassing ‘niet de ongelijkheid wegnemen, maar helpen bij het corrigeren van een onbewust vooroordeel. Een betere kaart zegt: de wereld is rond, divers en van ons allemaal.’

  • Extremisme triomfeert nooit op eigen kracht

    Extremisme triomfeert nooit op eigen kracht

    De blijvende les van Weimar is: extremisme triomfeert nooit op eigen kracht, de democratie wordt uitgehold doordat anderen het mogelijk maken – vanuit ambitie, angst of concessies en lijfbehoud.

    Op 23 maart 1933, in een sche- merige kamer die blauw stond van de sigarenrook, probeerde Ludwig Kaas zichzelf ervan te overtuigen dat hij de juiste beslissing nam. De katholieke priester en leider van de Duitse Centrumpartij stond op een kruispunt. Al enkele jaren probeerde zijn partij de opkomst van Adolf Hitler tegen te gaan, maar in 1932 waren Hitlers nationaalsocialisten (NSDAP; de nazi’s) uitgegroeid tot de grootste partij in het parlement, en in januari 1933 werd Hitler zelf kanselier. De Centrumpartij was het laatste obstakel op Hitlers weg naar totale macht in Duitsland.

    Hij had de Machtigingswet geïntroduceerd, die hem en zijn kabinet verstrekkende bevoegdheden zou geven om per decreet te regeren en daarmee de democratie tot in haar wezen af te breken. De wet had een tweederde-meerderheid nodig om te slagen. De sociaaldemocraten, de enige andere belangrijke groep parlementariërs die de democratie nog steeds fundamenteel steunden, waren te klein om de maatregel in hun eentje te stoppen. Alleen als de Centrumpartij zich ook verzette, kon deze worden voorkomen. Maar Kaas aarzelde. Hij vreesde wat er zou gebeuren als zijn partij de nazi’s zou trotseren. Zou ze het overleven? Kon de democratie standhouden als zijn partij zich verzette? Hitlers knokploegen waren al begonnen politieke tegenstanders te arresteren. Kaas overtuigde zichzelf ervan dat samenwerken de beste optie was: binnen de nieuwe realiteit werken in plaats van zich erdoor laten verpletteren. ‘We moeten onszelf trouw blijven,’ zei hij tegen zijn collega’s, ‘maar een verwerping van de Machtigingswet zal resulteren in onaangename gevolgen voor onze partij.’ De wet werd aangenomen met 444 tegen 94 stemmen, waarmee de weg naar Hit- lers dictatuur was geëffend.

    Dit voorval illustreert de gevaarlijke logi- ca van overgave: de overtuiging dat, wanneer de democratie wordt bedreigd, toegeven de beste strategie is, dat je met een autocraat moet samenwerken om te overleven en dat het vermijden van onmiddellijke consequenties voor de eigen partij belangrijker is dan dan het afwenden van langdurige autoritaire heerschappij. Kaas was niet de enige die zo dacht. In de jaren die aan dit moment voorafgingen, effenden drie rampzalige misrekeningen, elk geworteld in kortetermijndenken en zelfrechtvaardiging, het pad voor Hitlers opkomst.

    Vandaag de dag zou dit hoofdstuk uit de geschiedenis van de Weimarrepubliek opnieuw moeten worden bekeken. Nu de democratie aan kracht verliest op uiteenlopende plekken als Hongarije, India, Turkije en de Verenigde Staten, herinneren deze gebeurtenissen ons eraan dat de afbrokkeling vaak geleidelijk gaat, door de stapsgewijze overgave van degenen die haar zouden moeten verdedigen. Met elke concessie worden autocraten brutaler, verdedigingen zwakker en wordt terugdraaien moeilijker. Reacties die in een vroeg stadium nog pragmatisch kunnen lijken – afwachten, zwijgen, een compromis sluiten – werken in het voordeel van de autocraten en leiden uiteindelijk tot de algehele ondergang van de democratie.

    Fatale misrekeningen

    De noodlottige beslissingen waaraan de Weimarrepubliek ten onder ging, werden genomen na de Eerste Wereldoorlog, kort na het ontstaan van een nieuwe democratie in Duitsland. In de Grondwet van Weimar, opgesteld in 1919 onder invloed van vooraanstaande personen als de rechtsgeleerde Hugo Preuss en socioloog Max Weber, werden burgerlijke vrijheden verankerd, de rechten voor vrouwen uitgebreid en arbeidswetten geïntroduceerd. Dankzij de steun van een al stevig maatschappelijk middenveld kon een brede, zelfverzekerde coalitie van progressieven, liberalen, sociaaldemocraten en de katholieke Centrumpartij na de Eerste Wereldoorlog de Duitse republiek oprichten. Maar die republiek was nog kwetsbaar. Ze werd geteisterd door wijdverspreid politiek geweld, veelvuldige politieke moorden en straatgevechten tussen communisten en fascisten, die beide het nieuwe regime afwezen. Pas na drie turbulente jaren van hyperinflatie en onrust brak in 1924 in de Weimarrepubliek een periode aan van betrekkelijke stabiliteit.

    Maar vanaf 1929 kwam daar weer verandering in, toen de Amerikaanse beurscrash een catastrofale economische neergang en massale werkloosheid veroorzaakte. De communistische partij en de nazi’s wonnen terrein bij de verkiezingen, waardoor het vormen van coalities moeilijk werd en de president zijn toevlucht moest nemen tot het benoemen van kanseliers zonder parlementaire steun – een buitengewone maatregel. De daaruit voortvloeiende politieke impasse vergrootte de aantrekkingskracht van de nazi’s.

    Maar de ondergang van de Weimarrepubliek was niet alleen aan de Grote Depressie te wijden. Veel andere geteisterde staten in Europa en Noord-Amerika wisten deze periode van economische en politieke onrust te doorstaan, waaronder jonge democratieën als Tsjechoslowakije en Finland. Het ging niet zozeer om de tegenslagen zelf, het waren de reacties van de Duitse leiders daarop die het lot van de republiek bepaalden.

    hij bedacht een plan – niet om Hitler te stoppen, maar om hem te gebruiken

    De conservatieve bovenklasse beging de eerste fout. Eind jaren twintig had de grote rechtse partij, de Duitse Nationale Volkspartij, het zwaar. Haar leider, Alfred Hugenberg, was een machtige zakenman en mediamagnaat, maar het ontbrak hem aan charisma en aantrekkingskracht. Toen Hugenberg zag hoe Hitlers nazibeweging bij de deelstaat- en landelijke verkiezingen eind jaren twintig aan populariteit won, bedacht hij een plan – niet om Hitler te stoppen, maar om hem te gebruiken.

    Hugenberg betrok de nazi’s bij een campagne om de Duitse herstelbetalingen voor de Eerste Wereldoorlog af te schaffen. Hij hoopte dat hun gedrevenheid de conservatieve zaak nieuw leven zou inblazen. Het referendum van 1929 waarmee steun moest worden verkregen van de Duitse bevolking voor het opheffen van de terugbetalingsverplichting – en waarbij politici die met betaling instemden als verraders werden bestempeld – pakte niet goed uit, maar de samenwerking veranderde alles. Het verhief de nazi’s van een groep marginale extremisten tot een politieke kracht die door een van de invloedrijkste politieke figuren van Duitsland was erkend.

    En daar hielden Hugenbergs misrekeningen niet op. In 1931 organiseerde hij een grote rechtse manifestatie in kuuroord Bad Harzburg, waar Hitler werd uitgenodigd om zich aan de zijde van de nationalistische elite van Duitsland te scharen. Het idee was om een verenigd conservatief front te presenteren; in plaats daarvan stal Hitler de show. Terwijl zijn paramilitaire troepen door de straten marcheerden als vertoon van discipline en macht, verdween Hugenberg naar de achtergrond. In 1933 realiseerde laatstgenoemde zich de volledige omvang van zijn fout. Hij zou tegen een conservatieve collega hebben gezegd: ‘Ik heb de grootste dwaasheid van mijn leven begaan; ik heb me verbonden aan de grootste demagoog uit de menselijke geschiedenis.’ Maar tegen die tijd was het al veel te laat. Op een cruciaal moment had Hugenberg Hitler gegeven wat hij het hardst nodig had: aanzien.

    Afwendbare ondergang

    De volgende misrekening van het Duitse politieke establishment was nog ernstiger: Hitler rechtstreeks aan de macht brengen. In 1932 was het Duitse parlement nog steeds verlamd. Het lukte niet een regerende meerderheid te vormen. Conservatieven waren wanhopig op zoek naar een stabiele regering die de sociaaldemocraten en communisten uitsloot, maar ze hadden te weinig stemmen om zonder hen te kunnen regeren. President Paul von Hindenburg, een wat oudere oorlogsheld, bleef maar kanseliers vervangen omdat hij niemand kon vinden die de steun van een meerderheid van de parlementariërs genoot of de steeds dieper wordende economische crisis in Duitsland kon indammen. De toenmalige voormalige bondskanselier Franz von Papen deed een gewaagde suggestie: bied Hitler het kanselierschap aan, maar omring hem met conservatieve ministers om hem te controleren. Von Papen had er vertrouwen in dat Hitler in het gareel kon worden gehouden. ‘Maak je geen zorgen,’ zei hij tegen zijn rechtse collega’s. ‘Binnen twee maanden hebben we Hitler zo ver in het nauw gedreven dat hij gaat piepen.’ In januari 1933 keurde Hindenburg het plan goed, in de overtuiging dat Hitler slechts een boegbeeld zou blijven.

    Het tegenovergestelde gebeurde. Hitler begon onmiddellijk zijn macht te consolideren, zette zijn bescherm- heren buitenspel en schakelde de oppositie uit door leidende figuren te arresteren, onder wie de voormalige Pruisische minister van Binnenlandse Zaken en andere sociaaldemocratische en communistische parlementsleden. De nazipartij was geen keuze van de meerderheid: bij de verkiezingen van 1932 kregen ze maar ongeveer een derde van de stemmen, en Hitlers gewelddadige pogingen om zijn macht uit te breiden veroorzaakten een nieuwe golf van angst in het land. Het idee dat antidemocraten onder controle gehouden konden worden als ze eenmaal macht hadden, pakte desastreus uit.

    De Rijksdagbrand van februari 1933, die zo veel schade aan het parlementsgebouw veroorzaakte dat de volksvertegenwoordiging tijdelijk moest uitwijken naar het Kroll-operagebouw enkele straten verderop, bood het perfecte voorwendsel voor repressie. Hitlers nieuwe regering gaf de communisten de schuld van de brand en beweerde ook bewijs te hebben dat ze explosieven opsloegen. De naziregering verrichtte massaal arrestaties, waarna Hitler de Rijksdagbrandverordening afkondigde: een draconische wet die de persvrijheid en het recht op vergadering inperkte en de politie machtigde verdachten voor onbepaalde tijd en zonder proces vast te houden.

    Tijd kopen voor krachtig verzet? Ze hadden het allemaal mis

    Dit door de noodverordeningen veroorzaakte klimaat bood Hitler de mogelijkheid om de Machtigingswet in te dienen. Kaas en zijn collega-leiders van de Centrumpartij debatteerden er urenlang over, verscheurd tussen principe en zelfbehoud. Sommigen riepen op tot verzet en waarschuwden dat Hitlers macht in bedwang gehouden moest worden. Maar de meesten vreesden de gevolgen van verzet. Weer anderen hielden vast aan de hoop dat ze Hitler van binnenuit konden beïnvloeden, bijvoorbeeld door hun sociaaldemocratische rivalen te verzwakken of door garanties voor de Centrumpartij en katholieke leiders zeker te stellen. Bij de uiteindelijke stemming gaven alle 73 parlementsleden van de Centrumpartij zich gewonnen en rechtvaardigden ze hun overgave als een noodzakelijk kwaad om de partij te redden. Zoals Kaas zelf tegen zijn collega’s zei: ‘Als er geen tweederdemeerderheid wordt bereikt, zal de regering haar plannen wel op andere manieren doorvoeren.’

    Maar de gekozen strategie werkte ave- rechts. Net als alle andere oppositiepartijen in Duitsland werd de Centrumpartij binnen enkele maanden ontbonden. Haar steun voor de nieuwe wet remde Hitler niet af, maar gaf hem volledige macht. Dit was de laatste, fatale misrekening: het idee dat de democratie kon overleven terwijl haar beschermingsmechanismen werden wegonderhandeld.

    Gevaarlijke gok

    Geen enkele democratische grondwet handhaaft zichzelf, ook niet als deze veel ouder is dan de Weimarrepubliek begin jaren dertig. Burgers en leiders moeten voor democratische instituties opkomen zodra ze worden bedreigd – hoe groot of klein die dreiging ook is.

    De instorting van de Weimarrepubliek was niet onvermijdelijk. De NSDAP verwierf nooit de steun van een meerderheid van het Duitse electoraat. Voor de gevestigde politieke leiders waren er vele kansen om terug te slaan. Maar Hugenberg dacht dat hij Hitler kon inzetten om zijn conservatieve beweging nieuw leven in te blazen. Von Papen dacht dat hij Hitler in het gareel kon houden nadat hij hem kanselier had gemaakt. Kaas dacht dat toegeven aan Hitlers wensen zijn partij zou beschermen en hij op die manier tijd kon kopen voor een krachtiger verzet. Ze hadden het allemaal mis. Een democratie gaat zelden van de ene op de andere dag ten onder. Ze wordt geleidelijk uitgehold door overgave: rationalisaties en compromissen van machthebbers die zichzelf wijsmaken dat een klein beetje toegeven veiligheid biedt, of dat meebewegen met een ontwrichter praktischer is dan hem te weerstaan. Dit is de blijvende les van Weimar: extremisme triomfeert nooit op eigen kracht. Het slaagt doordat anderen het mogelijk maken – vanuit ambitie, angst of een verkeerde inschatting van de gevaren van een kleine concessie. Uiteindelijk verliezen degenen die een autocraat macht geven niet alleen hun democratie, maar ook juist de invloed die ze dachten veilig te stellen.

  • Wereldbeeld: ¡Viva El Salvador!

    Wereldbeeld: ¡Viva El Salvador!

    El Salvador viert elk jaar op 15 september dat het in 1821 onafhankelijk werd van Spanje. De nationale feestdag gaat traditioneel gepaard met kleurrijke festivals, indrukwekkende parades en een toespraak van de president.

    Ook met een omstreden tweede termijn van Nayib Bukele, de autoritaire president van El Salvador, herdenkt de bevolking op 15 september de onafhankelijkheidsverklaring van 1821. Rond dezelfde datum herdenken ook andere Centraal-Amerikaanse landen het einde van de Spaanse overheersing.

    Kruikdames 1
    ©ANP
  • Rachel Ruysch, bloemengodin van de Lage Landen

    Rachel Ruysch, bloemengodin van de Lage Landen

    Rachel Ruysch, een van de grootste Hollandse stillevenschilders uit de zeventiende en achttiende eeuw, is nu een voetnoot in de kunstgeschiedenis. Destijds was ze beroemder dan Rembrandt en Vermeer.

    ls het schilderen van stillevens gelijkstaat aan het vastleggen van verval, dan is het niet meer dan logisch dat Rachel Ruysch uitgroeide tot een van de grootste stillevenschilders in de kunstgeschiedenis. Haar vader, Frederik Ruysch, was een internationaal beroemde balsemer. Hij kon het lijk van een door een kogel doorboorde admiraal transformeren tot het ‘verse karkas van een baby’, zei Samuel Johnson ooit. Hij kon dode kinderen veranderen in de meest serene versie van zichzelf, zozeer dat mensen ze wilden kussen, zoals Peter de Grote ooit deed.

    Bloemen
    Rachel Ruysch, Vaas met bloemen, 1700

    Rachel Ruysch (1664-1750) wijdde zich aan het meest conventioneel mooie object in de natuur: de bloem, en groeide uit tot een van de beste bloemenschilders van Europa. Gedurende haar bijna zeventigjarige carrière schuwde Ruysch radicale vernieuwing en experimenten en koos ze voor de subtielste variaties op een thema. Geen grootse gebaren of avantgardistische manoeuvres. Alleen verfijning, focus en perfectie. Enkel bloemen en fruit.

    Vruchten
    Rachel Ruysch, Vruchten en Insecten, 1711.

    Tegen de tijd dat Ruysch in de twintig was, werden er al gedichten over haar geschreven. Ze werd geprezen als een ‘bloemengodin’, beter dan Maria van Oosterwijck (een gevierd bloemenschilder in Amsterdam). In de dertig werd Ruysch de eerste vrouw die werd toegelaten tot de Confrerie Pictura, het schildersgilde in Den Haag. In de veertig werd ze persoonlijk uitgekozen als hofschilder voor Johann Wilhelm, keurvorst van het Heilige Roomse Rijk en een hooggeplaatste Duitse hertog. In de vijftig won Ruysch de loterij – letterlijk, met een bedrag van 75.000 gulden (vs. 8000 voor een herenhuis aan de gracht destijds).

    Bloemen 3
    Rache Ruysch, Vaas met Bloemen, 1716.

    Maar makkelijk was haar leven niet. Uitgesloten van Latijnse scholen, universiteiten en beroepsgilden had ze geen schildergenre kunnen nastreven dat haar aansprak – de bloemstillevens waren waarschijnlijk een keuze van haar vader, vanwege haar geslacht. Ondertussen baarde ze tien kinderen van wie er slechts zes de volwassen leeftijd haalden.

    Druiven
    Rachel Ruysch, Stilleven met druiven, steenvruchten en een vlieg, 1686.

    Ruysch voltooide haar laatste werk toen ze drieëntachtig was. Een klein doek dat meer tederheid ademt dan haar monumentale boeketten: een aarzelende tulp, een bescheiden meloen, losse wilde bloemen die op het moment dat ze geschilderd verheven worden tot het belangrijkste ter wereld wat er maar bestaat.

    Wat kan een bloem zich nog meer wensen?

    Bloemen 2
    Rachel Ruysch, Bloemen in een glazen vaas, ca. 1700.

    Dit is een ingekorte versie van The Woman who Perfected Flower Painting van Zachary Fine.

  • India viert terugkeer van de Piprahwa-edelstenen na 127 jaar

    India viert terugkeer van de Piprahwa-edelstenen na 127 jaar

    De edelstenen zouden geveild worden bij Sotheby’s in Hongkong

    India viert de historische terugkeer van de Piprahwa-edelstenen, een verzameling van 334 kostbare artefacten die na 127 jaar weer in het land van herkomst zijn. Dat meldt The Times of India. Premier Narendra Modi sprak op X van ‘een vreugdevolle dag voor ons culturele erfgoed’.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De edelstenen maakten oorspronkelijk deel uit van een grafvondst die gelinkt zou zijn aan overblijfselen van Boeddha, in zijn vermoedelijke geboorteplaats Piprahwa. Ze werden in 1898 opgegraven door de Britse koloniale landhouder William Claxton Peppé. De relieken kwamen dit jaar opnieuw in het vizier toen ze werden aangeboden bij veilinghuis Sotheby’s in Hongkong.

    De Indiase regering wist de verkoop te voorkomen en werkte samen met het Indiase bedrijf Godrej Industries om de relieken terug te halen. Volgens het ministerie van Cultuur is dit de eerste keer dat een publiek-private samenwerking is ingezet om cultureel erfgoed te repatriëren.

    De edelstenen arriveerden woensdag op het vliegveld van Delhi en worden voorlopig tentoongesteld in het National Museum.

  • Oorlogen, crises en binnenkort weer Trump. Was vroeger echt alles beter? Helemaal niet!

    Oorlogen, crises en binnenkort weer Trump. Was vroeger echt alles beter? Helemaal niet!

    De wereld verkeert in zwaar weer, wat bij velen een sterk verlangen naar het verleden oproept. Nostalgie kan echter onze blik op de geschiedenis vertroebelen en een vertekend beeld schetsen van hoe het vroeger werkelijk was.

    Onlangs, tijdens een voetbalwedstrijd van de Dallas Cowboys, werd de camera gericht op de VIP-tribune: daar zat een goedgeluimde George W. Bush, de 43e president van de VS, in de loge. Dat waren nog eens tijden, aldus het gezelschap dat met mij voor de televisie zat. Toen de Republikeinen nog fatsoenlijk en betrouwbaar waren – in tegenstelling tot Donald Trump en zijn MAGA-discipelen! En zo denken veel mensen er vandaag over na de comeback van Trump, die zelfs onder nuchtere tijdgenoten wordt beschouwd als een potentiële doodgraver van de liberale democratie. Ah, die goeie ouwe tijd.

    Natuurlijk verschilt Bush, die uit het diepste establishment van de Grand Old Party kwam, in veel opzichten van Trump. Maar was alles toen echt zoveel beter in onze beleving?

    Bij de verkiezing van Bush in 2000 was er een hoop gesteggel bij het tellen van de stemmen in Florida (waar een van zijn broers gouverneur was). Even later kwam de schok van 9/11 en, als directe reactie, de zogeheten War on Terror: de invasie van Afghanistan, de invasie van Irak – onder valse voorwendselen – en de omverwerping van dictator Saddam Hoessein. Het Midden-Oosten verviel in chaos. Overal ter wereld werd gedemonstreerd tegen het Amerikaanse beleid; zelfs in Zwitserland gingen tienduizenden de straat op. Wie vandaag de foto’s bekijkt, zal versteld staan van het radicalisme: in Bern werd een groot spandoek door de stad gedragen: ‘USA World Enemy No. 1’ – de S in ‘USA’ is een hakenkruis.

    En de ooit gedemoniseerde Bush, die nu op wonderbaarlijke wijze weer populair is geworden, is slechts een willekeurig voorbeeld. Maar dat voorbeeld is symptomatisch voor de huidige tijdgeest in een heden dat gebukt gaat onder crises en oorlogen. Een tijdgeest die nostalgie wordt genoemd.

    Erkende ziekte

    Nostalgie was ooit een erkende ziekte. Het woord werd uitgevonden in Bazel aan het einde van de zeventiende eeuw in een medisch proefschrift door een zekere Johannes Hofer, die heimwee bestudeerde: een pathologisch verlangen om terug te keren naar de plaats van herkomst, vooral bij Zwitserse huurlingen. Later veranderde de betekenis van de term en maakte het concept snel carrière buiten de geneeskunde: het begrip stond nu voor een lyrische terugblik op voorbije, geïdealiseerde tijden. Mensen stelden zich een tijd voor die nooit was geweest, althans, niet zoals ze dachten dat hij was geweest. Maar het voelde goed. Nostalgie was ‘lijm voor alles’, zoals de Weense historicus Valentin Groebner het verwoordt.

    De romantisering en vervorming van het verleden leveren vandaag de dag bijzonder vreemde resultaten op. Enkele jaren geleden diagnosticeerde de socioloog Zygmunt Bauman in zijn boek Retrotopia een echt ‘tijdperk van nostalgie’; het oproepen van prachtig gekleurde verloren verledens is de laatste effectieve politieke utopie.

    Als je kijkt naar de politici die zich beroepen op die zogenaamd goeie ouwe tijd, is Baumans analyse allesbehalve vergezocht. Het ‘Make America Great Again’ van Trump is slechts het bekendste voorbeeld. En de bagatellisering van de openluchtgevangenis van de DDR door Duitse linkse en rechtse partijen is misschien wel het meest bizarre.

    Dit fenomeen is niet moeilijk te verklaren: het komt voort uit de worsteling met een heden dat als verwarrend en bedreigend wordt ervaren. Dat heden wordt gekenmerkt door veranderingen die zich schrikbarend snel voltrekken en door een stortvloed aan informatie in real time over de waanzin op aarde. De vele crises hebben geleid tot een wereldmoeheid waar vooral populisten handig gebruik van weten te maken. Zij die niets positiefs meer in de toekomst zien, worden bang en wenden zich tot het schijnbaar veilige en voorspelbare verleden – terug naar de rust. ‘De toekomst is niet meer wat ze geweest is,’ grapte de komiek Karl Valentin ooit. Tegenwoordig wordt deze uitspraak serieus genomen.

    De toekomst in westerse welvarende samenlevingen is veranderd van een belofte in een somber voorgevoel

    In feite is het geloof in een betere toekomst in het Westen grotendeels verloren gegaan, niet alleen onder de altijd al cultuurpessimistische conservatieven, maar over het gehele politieke spectrum. De afgekondigde rust- en keerpunten stapelen zich op en hellen altijd over naar de negatieve kant: eerst de pandemie, dan de aanvalsoorlog van Poetin in Oekraïne, de escalatie van het geweld in het Midden-Oosten, de dreigende signalen van China, de verzwakkende economieën, de toenemende sociale ongelijkheid, de democratische opkomst van ondemocratische krachten, niet in de laatste plaats door de nauwelijks beheersbare migratiestromen. En vooral: klimaatverandering en het uitsterven van diersoorten.

    De toestand van de wereld is niet erg rooskleurig. En dat roept angsten op. Je afkeren van het Westen of zelfs van de hele mensheid is een rage. De dreigende apocalyps heeft als genre allang de bestsellerlijsten veroverd – van Zeiten Ende (Het einde der tijden) tot Der Mensch schafft sich ab (De mensheid schaft zich af). Het boek van het moment is Verlust: Ein Grundproblem der Moderne (Verlies: een fundamenteel probleem van de moderniteit) van Andreas Reckwitz. Hierin analyseert de socioloog hoe de toekomst in westerse welvarende samenlevingen is veranderd van een belofte – we zullen het beter hebben dan vorige generaties – in een somber voorgevoel. En in de toekomst zullen we allemaal teleurgesteld zijn! Het burgerlijke idee van vooruitgang is vastgelopen, zo niet tot een einde gekomen, schrijft Reckwitz. Voorlopig is het enige advies dat overblijft veerkracht, oftewel het versterken van het vermogen om weerstand te bieden om beter om te gaan met de verlieservaringen van onze tijd.

    Dit zijn bevindingen die tot nadenken stemmen. Maar staan we echt op een belangrijk keerpunt in de geschiedenis?

    Rooskleurige retrospectie

    Als historicus kijk ik hier met scepsis naar. Bijna elke generatie was ervan overtuigd dat ze de laatste generatie vóór de ondergang was. Wanneer mensen tegenwoordig vol heimwee terugverwijzen naar voorbije decennia – in de politiek, de populaire cultuur, de journalistiek – blijven de grote onzekerheden van die tijd vreemd genoeg onderbelicht.

    Het ‘economische wonder’ vanaf 1950, dat achteraf zo overtuigend op ons overkomt, kwam voor tijdgenoten als een complete verrassing. De wereldorde werd bipolair en baarde mensen zorgen; volgens enquêtes waren de toekomstvoorspellingen tijdens de Koreaanse Oorlog pessimistischer dan ooit tevoren. In 1962, tijdens de Cubaanse Raketcrisis, had de mensheid geluk dat ze een nucleaire catastrofe kon vermijden. De VS voerden een verwoestende oorlog in Vietnam, terwijl West-Europa zich bewapende tegen een aanval van het Sovjetleger en zich terugtrok in bunkers. In 1972 publiceerde de Club van Rome De grenzen aan de groei, de heilige tekst van het scepticisme over de toekomst. Het jaar daarop volgden de schok van de olieprijs en de ergste recessie sinds 1945. De Britse historicus Eric Hobsbawm vatte het later samen in zijn boek Age of Extremes (1994): ‘Sinds 1973 is de geschiedenis van de twintigste eeuw de geschiedenis van een wereld die haar houvast verloor en afgleed naar instabiliteit en crisis.’

    De jaren tachtig waren sowieso een decennium van angst: zure regen, stervende bossen, het gat in de ozonlaag, de dreiging van een nucleair inferno, de ramp in Tsjernobyl, chemische rampen, de wereldwijde aidsepidemie, de heroïne- en crackepidemieën, maar ook de massale introductie van computers op het werk. Filosoof Jürgen Habermas sprak over de ‘nieuwe complexiteit’. En bijna niemand dacht er in deze ‘no future’-stemming aan dat de Berlijnse Muur een paar jaar later zou kunnen vallen. Zelfs de jaren negentig, die tegenwoordig worden geïdealiseerd als zulke onbekommerde jaren, waarin haastig het einde van de geschiedenis werd afgekondigd, bleven hectisch en wreed: de nerveuze reorganisatie van Oost-Europa, de Joegoslavische oorlogen, de genocide in Rwanda. Ze werden gevolgd door een decennium van islamitische terreur en de grootste wereldwijde financiële crisis sinds de beurskrach van 1929. Tot zover de goeie ouwe tijd.

    Nostalgie is een gevoelsmatige obsessie met een verleden dat nooit heeft bestaan

    De romantisering van het verleden kan psychologisch worden geïnterpreteerd. De jeugd en vroege volwassenheid stempelen ons meer dan latere jaren, terwijl negatieve ervaringen achteraf worden weggefilterd: deskundigen noemen dit ‘rooskleurige retrospectie’. Er is ook een trend om in het negatieve te blijven hangen, vooral in de media. Deze vertroebelt ons zicht op de positieve trends voor de lange termijn die er zijn, zoals wereldwijde verbeteringen op het gebied van gezondheid, welvaart, onderwijs, levensverwachting en vrede.

    Maar bovenal is het een basisprincipe van de geschiedenis dat het beeld in de achteruitkijkspiegel bedrieglijk is: de mist is opgetrokken, de vroegere onduidelijkheden hebben plaatsgemaakt voor duidelijke contouren. We weten hoe het is afgelopen. En met deze veronderstelde vanzelfsprekendheid vergeten we hoe zwaar en moeilijk deze tijden waren, hoe onzeker de toekomst ooit was – en hoe avontuurlijk sommige voorspellingen waren.

    Dit is geenszins bedoeld om de enorme uitdagingen van vandaag te bagatelliseren. En een serieuze bestudering van de geschiedenis helpt ons om het heden te begrijpen en de problemen aan te pakken. Maar nostalgie is een gevoelsmatige obsessie met een verleden dat nooit heeft bestaan. Klagen dat vroeger alles beter was, is niet alleen inhoudelijk verkeerd, onproductief en oncreatief – het is ook gevaarlijk. Er worden veel politieke spelletjes mee gespeeld, met ernstige gevolgen: mensen raken gedesillusioneerd en trekken zich terug, denken meer aan de wereld van gisteren dan aan die van morgen en ontvluchten uiteindelijk hun verantwoordelijkheden. Juist het tegenovergestelde is nodig – de verdediging en verdere ontwikkeling van onze liberale orde. Vooral in moeilijke tijden. 

  • President Rwanda wijst naar westerse wereld bij herdenking genocide

    President Rwanda wijst naar westerse wereld bij herdenking genocide

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Tienduizenden Israëliërs de straat op tegen de regering-Netanyahu

    » Nationalistische regering Slowakije wint bij presidentsverkiezingen

    President Kagame zei dat de wereld Rwanda in de steek liet

    Bij de herdenking van de genocide in Rwanda van 1994, waarbij ongeveer 800.000 mensen omkwamen, heeft Paul Kagame, de president van Rwanda, zich hard uitgelaten over de internationale gemeenschap, die het Afrikaanse land ‘in de steek liet’. Dat meldt Africa News. ‘De lessen die we hebben geleerd staan in bloed gegrift’, zei hij.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Op 7 april 1994 begonnen extremisten van de etnische Hutu-groep een 100 dagen durende slachtpartij, waarbij leden van de Tutsi-minderheid en gematigde Hutu’s werden afgeslacht. De voornamelijk Tutsi-strijdkrachten, die na de genocide aan de macht kwamen, zouden als vergelding duizenden Hutu’s in Rwanda hebben vermoord.

    Op zondag legden de heer Kagame en een groep hoogwaardigheidsbekleders kransen op massagraven bij het Kigali Genocide Memorial, waar meer dan 250.000 slachtoffers begraven liggen. De president ontstak ook een herdenkingsvlam. In een latere toespraak bedankte Kagame Afrikaanse landen als Oeganda, Ethiopië en Tanzania voor hun hulp bij het opnemen van Tutsi-vluchtelingen en het beëindigen van de genocide.

    ‘Veel van de landen die hier zijn, hebben hun zonen en dochters gestuurd om als vredesmacht in Rwanda te dienen’, zei Kagame. ‘Deze soldaten hebben Rwanda niet in de steek gelaten. Het was de internationale gemeenschap die ons allemaal in de steek liet. Uit minachting of lafheid.’ De voormalige Amerikaanse president Bill Clinton, aanwezig bij de herdenking, en de Franse president Emmanuel Macron via een videoboodschap, gaven deze fouten ook toe.

  • Jongere zus Fidel en Raúl Castro overleden

    Jongere zus Fidel en Raúl Castro overleden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Tientallen doden bij Israëlische luchtaanvallen op scholen in Gaza

    » Witte Huis: hulp aan Oekraïne dreigt dit jaar op te raken

    Juanita Castro gold als criticus van de Castro-dynastie

    Juanita Castro, de jongere zus van Fidel en Raúl Castro, is maandag overleden in Miami. Dat meldt El Mundo. Castro vocht tientallen jaren in ballingschap tegen het bewind van haar broers. Ze werd negentig jaar.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Juanita Castro ontvluchtte Cuba in 1964 nadat ze had gebroken met haar broers Fidel en Raúl tijdens de Cubaanse Revolutie van 1959. Ze ging in ballingschap in Miami, waar ze zich ontpopte tot groot criticus van haar broers en zelfs samenwerkte met de CIA, onder de codenaam Donna, in haar pogingen om de Cubaanse regering omver te werpen.

    ‘Ongetwijfeld heb ik meer geleden dan de rest van de ballingen, want er zijn maar weinig mensen die de paradox van mijn leven begrijpen’, zei Castro eens. ‘Voor de mensen in Cuba ben ik een deserteur omdat ik wegging en het regime aan de kaak stelde. Voor velen in Miami ben ik “persona non grata” omdat ik de zus ben van Fidel en Raúl.’

    Lees ook:

  • Zuid-Koreaans hof: Japan moet compensatie voor troostmeisjes betalen

    Zuid-Koreaans hof: Japan moet compensatie voor troostmeisjes betalen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Na Polen ook Hongarije: EU geeft bevroren fondsen vrij

    » Wapenstilstand Gaza later ingegaan vanwege nieuwe eisen van Hamas

    Het gaat om zestien vrouwen die in bordelen moesten werken

    Een Zuid-Koreaans hof heeft Japan donderdag veroordeeld tot het betalen van compensatie aan een groep van zestien vrouwen die gedwongen werden te werken in Japanse bordelen in oorlogstijd. Dat meldt The Japan Times. De kwestie over deze ‘troostmeisjes’, die in oorlogstijd seksueel misbruikt, verdeelt de twee landen nog altijd.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De erfenis van de Japanse koloniale overheersing van 1910-1945 over het Koreaanse schiereiland is voor beide partijen een groot thema, zeker omdat veel overlevende ‘troostvrouwen’ nog steeds een formele verontschuldiging en compensatie van Japan eisen. De zestien slachtoffers dienden de aanklacht in 2016 in en wilden elk 200 miljoen won (155.000 dollar) schadevergoeding. Een lagere rechtbank verwierp de zaak in 2021, omdat Japan niet aangeklaagd zou kunnen worden.

    Het Hooggerechtshof van Seoel draaide de beslissing van de lagere rechtbank echter terug en erkende de rechtsbevoegdheid van Zuid-Koreaanse rechtbanken over de Japanse regering als gedaagde. Japan heeft de Zuid-Koreaanse ambassadeur na de uitspraak ontboden uit protest. Volgens het land is de kwestie geregeld onder een verdrag uit 1965 en moeten de landen vooruitkijken.

    Lees ook:

  • Wat stofdeeltjes ons vertellen over de wereld

    Wat stofdeeltjes ons vertellen over de wereld

    Niemand staat stil bij stof, en toch is het een onontkoombaar fenomeen. Als we goed opletten, kunnen we de grootste dingen – tijd, dood en het leven zelf – waarnemen in deze kleine zwevende deeltjes. Dit is een bewerkt fragment uit Dust: The Modern World In a Trillion Particles van Jay Owens.

    Twee eeuwen lang waren de gebouwen in Londen zwart. Een zwavelhoudende roetmist van verbrande steenkool – de beruchte Londense ‘erwtensoep’– legde een dun laagje koolstof over elk oppervlak in de stad. Londen was zo smerig dat men zich niet kon herinneren dat het ooit anders was geweest. Tijdens de restauratie in 1954 van Downing Street 10 [de ambtswoning van de Britse premier] bleek dat de beroemde donkere gevel oorspronkelijk helemaal niet zwart was, maar van gele baksteen. Een te grote schok voor de Britten, en het nieuwe, schone gebouw werd zwart geschilderd om het oude, vertrouwde uiterlijk te behouden.

    Eind jaren tachtig en begin jaren negentig vond er een reusachtig grote schoonmaak plaats. Meer dan tien jaar lang stonden monumenten als St. Paul’s Cathedral in de steigers. Hogedrukreinigers spoten het vuil weg, waarna het in het riool verdween. Tegenwoordig zie je in de stad roodbruine, lichtgrijze, zilverglanzende en blauwgroene tinten – de kleuren van baksteen, kalksteen en glas. De vervuiling is nu polychroom: het belangrijkste residu dat zich aan gevels hecht is niet het zwarte roet van koolstof, maar de warmere bruingele kleur van organische koolwaterstoffen die in benzine en diesel voorkomen. Naarmate de uitstoot van sulfaat door het verkeer afneemt, worden de gebouwen misschien zelfs groen omdat mossen en korstmossen er weer kunnen groeien.

    Toch kunnen niet zomaar alle monumenten in Londen worden schoongespoten. Westminster Hall is het oudste parlementsgebouw en werd ongeveer negenhonderd jaar geleden gebouwd door William Rufus, zoon van de Normandische veroveraar. In 2007 ontdekten restaurateurs dat de muren waren aangetast door luchtvervuiling en vocht. Volgens hen was het gebouw in tweehonderd jaar nooit schoongemaakt. Het werd wel eens tijd.

    Zorgvuldig

    Maar hoe doe je dat zorgvuldig, met aandacht voor het materiaal waaruit het gebouw is opgetrokken? Kalksteen is poreus en lost op als het met de hogedrukspuit onder handen wordt genomen. Gelukkig bestaan er subtielere methoden. Delicaat materiaal kan worden gereinigd met een smeersel, een soort kleimasker voor stenen, dat hardnekkige zouten en vlekken verwijdert. Dunne laagjes latex zijn een andere optie: deze worden opgebracht met een kwast of een spray. Ze absorberen het vuil van de stenen, waarna de latex met vuil en al wordt losgetrokken.

    Nieuws over het grootse schoonmaakproject van Westminster Hall bereikte een New Yorkse kunstenaar, die toestemming kreeg om de latexvellen te bewaren die waren gebruikt om het steen schoon te maken. De kunstenaar, Jorge Otero-Pailos, toonde ze vervolgens op de tentoonstelling The Ethics of Dust. Toen ik in juni 2016 Westminster Hall binnenliep, stond ik voor een doorschijnend, fonkelend gordijn van vijftig meter lang en vijf meter hoog, opgehangen aan de oude dakbalken: een huidachtige lappendeken bedekt met het vuil van de hele stad.

    Sinds het begin van de moderne tijd hebben mensen geklaagd over stof in de lucht, maar maatregelen ertegen kwamen pas decennia of eeuwen later, als ze al kwamen. De kolenmijnen en fabrieken die de industriële revolutie van Groot-Brittannië aandreven, maakten de kapitalistische klasse heel erg rijk, terwijl de arbeiders de prijs moesten betalen met hun lichaam, longen en bloed. Voor mij ging The Ethics of Dust over menselijke aanwezigheid die zichtbaar werd gemaakt. Het gebouw van kalksteen en glas met de houten dakconstructie werd niet zozeer beschreven in grote abstracte bewoordingen als geschiedenis, traditie en macht, maar veeleer in de vorm van de materiële sporen van miljoenen lichamen, hun arbeid en hun levensonderhoud. De expositie verbond de polis, het volk, rechtstreeks met het parlement – en keek ook naar de bron van de historische welvaart van Groot-Brittannië.

    Niemand denkt normaal gesproken na over stof, over wat het kan doen of waar het naartoe zou moeten; stofdeeltjes zijn zo klein en zo volkomen alledaags dat ze buiten ons blikveld vallen. Maar als we er met aandacht naar kijken, kunnen we de wereld erin zien.

    Als we met aandacht naar stof kijken, kunnen we de wereld erin zien

    Stof wordt niet gedefinieerd op basis van de materiële herkomst, maar door de vorm (kleine vaste deeltjes), de transportwijze (door de lucht) en de inherente vormeloosheid. Als we precies wisten waar het van gemaakt was, zouden we het misschien geen stof noemen, maar huidschilfers, cement of pollen. Maar ‘kleine rondvliegende deeltjes’ kan volstaan als praktische startdefinitie.

    Tegenwoordig wordt er elk jaar wereldwijd 8,5 miljoen ton verbrande ‘zwarte koolstof’ uitgestoten, waarvan het meeste niet van natuurlijke oorsprong is, maar afkomstig van dieselmotoren, hout gestookte kooktoestellen en gecontroleerde branden om land vrij te maken voor landbouw. Zwarte koolstof heeft een krachtige invloed op het klimaat, omdat het de warmte van de zon absorbeert en aanzienlijk bijdraagt aan de opwarming van de aarde. Het is ook een belangrijk bestanddeel van fijnstofvervuiling, bekend als PM2,5 (deeltjes kleiner dan 2,5 micrometer).

    Deze microdeeltjes dringen tot diep in de longen door. Hun nog kleinere neefjes, de ultrafijne PM0,1’s, kunnen via de longblaasjes in de bloedbaan terechtkomen, waar ze naar elk orgaan worden getransporteerd en mogelijk schade toebrengen aan alle cellen in het menselijk lichaam. Luchtvervuiling veroorzaakt niet alleen ademhalingsaandoeningen, maar ook hartaandoeningen, kanker, onvruchtbaarheid en zelfs neurodegeneratieve ziekten zoals Alzheimer. Het is de vijfde doodsoorzaak ter wereld, goed voor 4,2 miljoen overlijdensgevallen per jaar. Als de lucht in Londen zou voldoen aan de normen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor PM2,5, zouden de inwoners gemiddeld 2,5 maand langer leven.

    Stedelijk stof is echter veel meer dan alleen roet afkomstig van verbranding: overal is er wrijving tussen mens en milieu. Remmen van auto’s, bussen en treinen schuren tegen banden die miljoenen keren per dag tegen wegen en rails drukken, waardoor materialen worden belast en kleine stukjes metaal, rubber en asfalt afslijten. 

    Metro

    In 2019 wees een onderzoek van Financial Times uit dat de Londense metro ‘de smerigste plek in de stad’ is; delen van de Central Line tussen Bond Street en Notting Hill Gate hebben meer dan acht keer de WHO-limiet voor PM2,5. Metrostof bevat vooral veel ijzeroxide afkomstig van metalen remmen en rails, maar er zit meer in. ‘Veel van het stof in deze omgeving komt van de passagiers zelf,’ zei Alno Lesch, operationeel manager voor reiniging van het spoor, tegen Financial Times, terwijl hij een zwart kluwen onder het perron vandaan plukte. Een pluk menselijk haar.

    Meer dan duizend mensen werken ’s nachts in de ondergrondse tunnels als de treinen stilstaan. Ze borstelen en stofzuigen de oppervlakken om stof te verwijderen en spuiten een fixeermiddel om wat achter is gebleven op zijn plaats te houden. Maar dat werkt niet altijd optimaal: afstoffen is tenslotte een proces waarbij deeltjes die eerst hun eigen gang gingen, worden losgemaakt. Toen Transport for London de Bakerloo-lijn schoonmaakte werd er 6,4 ton aan vuil en pluis verwijderd. Toch werd er na afloop op negen van de vijftien stations meer PM2,5 gemeten in plaats van minder.

    Technische oplossingen volstaan zelden om onze rommel op te ruimen. Wat betreft stof op de wegen blijken elektrische auto’s niet schoner te zijn dan de traditionele benzinevervuilers. Elektrische auto’s produceren ongeveer 75 procent minder remstof dan benzineauto’s, maar meer bandenstof en wegslijtage, en ze woelen meer vuil van de weg los, omdat ze door hun accu’s gemiddeld zwaarder zijn. Straatstof is een belangrijke wereldwijde bron van microplastics, de minuscule plastic deeltjes van minder dan vijf millimeter groot die het afgelopen decennium een steeds groter milieuvervuilingsprobleem zijn geworden. Elk jaar wordt er ongeveer 6,1 miljoen ton aan deeltjes door bandenslijtage gegenereerd – plus nog eens een half miljoen ton deeltjes door remslijtage. Daarmee is straatstof de bron van meer dan een derde van de microplastics in onze oceanen.

    Perfect afstoffen bestaat niet

    En dan heb ik het nog niet eens gehad over het stof in mijn flat. Stof is ontzettend moeilijk te verwijderen. Perfect afstoffen bestaat niet. Maar wanneer en waarom gingen we onszelf deze onmogelijke taak opleggen? In Europa en de VS werd het huishoudelijke landschap aan het begin van de twintigste eeuw bepaald door hout, kolen en ouderwets poetswerk. In haar autobiografie uit 1934 schrijft de Amerikaanse auteur Edith Wharton: ‘Ik ben geboren in een wereld waarin telefoons, motoren, elektrisch licht, centrale verwarming (behalve door heteluchtovens), röntgenstralen, bioscopen, radium, vliegtuigen en draadloze telegrafie niet alleen onbekend maar grotendeels ook onvoorzien waren.’ Tegen de tijd dat ze haar memoires schreef, waren deze eens zo opzienbarende nieuwigheden gemeengoed geworden.

    Maar hoe groot deze technologieën de wereld ook leken te maken – de dag werd langer, je kon je vrijer en verder verplaatsen – de gevolgen voor het leven van vrouwen waren vaak precies het tegenovergestelde. In plaats van vrouwen te bevrijden van huishoudelijke karweitjes, zorgden deze technologieën alleen maar voor meer werk in huis. Helder licht betekende dat stof en vuil nu beter zichtbaar waren en dus moest er grondiger en vaker worden schoongemaakt. Kleren moesten na een dag of twee worden gewassen; de kinderen ook.

    Huisvrouwen

    ‘Huishoudelijk werk zoals wij dat kennen, wordt niet door de grenzen van het menselijk immuunsysteem bepaald. In feite werd het rond de eeuwwisseling uitgevonden om vrouwen uit de middenklasse iets te doen te geven,’ schrijft auteur en activist Barbara Ehrenreich in 1993. ‘Toen voedselverwerking en kledingproductie van huis naar fabriek verhuisden, vielen de huisvrouwen uit de middenklasse in een ongemakkelijk gat. Moesten ze zich dan maar aansluiten bij de feministen? De arbeidsmarkt op gaan en met mannen concurreren? “Te veel vrouwen,” schreef Ladies’ Home Journal in 1911, “zijn gevaarlijk lui.” En zo ontstonden de huishoudelijke experts, een groep dames die, mocht er een feministische hel bestaan, eeuwig gemarteld zouden worden met plumeaus. Vrouwen die er een carrière van maakten om andere vrouwen te vertellen dat ze geen carrière konden maken omdat het huishouden al een hele klus op zich was.’

    Er verscheen een nieuwe generatie handleidingen voor huishoudelijk werk om vrouwen te instrueren in houding, gedrag en angsten die horen bij de rol van huisvrouw. Het abc van Good Housekeeping, gepubliceerd in 1949, bood de huisvrouw een werkschema van 7 uur ’s ochtends tot 7 uur ’s avonds. Om 9.30 uur begon het afstoffen, wanneer de slaapkamers moesten worden afgestoft en opgeruimd. Om 10.15 uur werden de woonkamer, eetkamer, overloop en trap geveegd en afgestoft. Tussen 11.30 en 12.30 uur en van 15.00 tot 16.00 uur kreeg de huisvrouw ‘speciale weektaken’ toegewezen, wat betekende dat vier van de zes dagen bepaalde kamers grondiger moesten worden afgestoft en schoongemaakt. Daarnaast moesten alle vloeren in huis elke dag worden geveegd of afgestoft. Tapijten moesten wekelijks worden gestofzuigd. Meubels kregen een dagelijkse afstofbeurt en werden ‘opgewreven’. Zelfs muuroppervlakken moesten wekelijks worden afgestoft.

    Hun leven werd gereduceerd tot dienstbaarheid

    In haar polemiek The Feminine Mystique uit 1963 beschrijft Betty Friedan hoe ‘miljoenen vrouwen hun leven modelleerden naar het beeld van die mooie foto’s van de Amerikaanse huisvrouw uit de voorsteden: hoe ze hun man gedag kussen, met hun stationcar hun kinderen op school afzetten en daarna glimlachend hun nieuwe elektrische waxer over de smetteloze keukenvloer laten glijden’. Hun leven werd gereduceerd tot dienstbaarheid, stelt ze, hun eigen ambities en belangen werden opzijgezet ten gunste van de behoeften van hun gezin. Friedan noemde het ‘een probleem zonder naam’, een zielsziekte die wordt veroorzaakt door een leven vol onbenullige taken en een sterk beperkte horizon. Denk aan Betty Draper, de perfecte blonde huisvrouw uit de televisieserie Mad Men. Haar handen worden gevoelloos van onderdrukte psychosomatische woede als ze de afwas en andere huishoudelijke klusjes moet doen. Als ze de dag ziet wegglijden in leegte, pakt ze een pistool en gaat ze de tuin in om op de duiven van de buren te schieten omdat die het lef hebben te genieten van de luchtige vrijheid die zij mist.

    Critici beweren dat Friedan de benarde situatie van de wanhopige huisvrouw overdrijft. Alle vrouwen over wie ze níét schreef – vrouwen van kleur en vrouwen uit de arbeidersklasse; alleenstaande moeders, lesbiennes en alleenstaanden – voerden hun eigen strijd, die in veel gevallen veel serieuzer was dan verveling. Toch schuilt er een sterke symboliek in dit cultuurfenomeen: de perfecte witte huisvrouw uit de voorsteden die gek wordt van een beetje stof.

    Interventies van negentiende-eeuwse sanitaire hervormers en de ‘huishoudkundemanie’ van rond de eeuwwisseling werden vaak gekenmerkt door klassevooroordelen. Adrian Forty, emeritus-hoogleraar architectuurgeschiedenis aan het University College in Londen, verbindt ‘de fetisj voor hygiëne’ met ‘burgerlijke angsten om sociale en politieke autoriteit kwijt te raken’. Hij schrijft: ‘Angst voor vervuiling ontstaat wanneer de buitengrenzen van een samenleving worden bedreigd.’ Verstedelijking en industrialisatie brachten de gevestigde sociale orde aan het wankelen en creëerden een nieuwe stedelijke arbeidersklasse die deelnam aan protesten, arbeidersstakingen en revoluties – in Frankrijk en Duitsland – om een eerlijk loon, betere arbeidsomstandigheden en stemrecht op te eisen.

    Status

    Hygiëne werd een middel om de ‘goede’, ‘respectabele’ armen te onderscheiden van het gespuis. Degenen die de regels van de maatschappelijk werkers voor de volksgezondheid naleefden, zouden een nieuw onderkomen kunnen krijgen als hun sloppenwijk met de grond gelijk werd gemaakt; degenen die minder volgzaam waren, werden uitgezet. De onfortuinlijken verbleven letterlijk op de vuilnisbelt, de grote, Londense vuilnisbelten, waar ze moesten zien rond te komen van wat er werd weggegooid. En de middenklasse moest op haar beurt een show van huishoudelijke netheid opvoeren om zichzelf te onderscheiden van degenen die ‘vuil werk’ deden.

    Stof – of liever: de afwezigheid ervan – bleef in het midden van de twintigste eeuw een teken van status en respect voor arbeidersgemeenschappen in het Verenigd Koninkrijk. Vrouwen in rijtjeshuizen in de binnenstad schrobden dagelijks of wekelijks hun stoepje, ze poetsten de treden voor hun voordeur op met rode boenwas en wreven tot ze blonken. Zelfs de straat werd geveegd om stof en vuil tegen te houden (belangrijk in industriegebieden) en over het trottoir werd een emmer zeepsop uitgegoten. ‘Zo liet je zien dat je keurig was,’ vertelde Margaret Halton, (destijds 85) in 1997 aan Lancashire Telegraph. ‘Je kon zien wie er proper was en wie niet, gewoon door naar de stoep te kijken.’ In deze smalle straatjes en hechte gemeenschappen waren alle ogen op jou gericht. Onder moeilijke omstandigheden onberispelijke netheid handhaven, was de manier om je trots te tonen.

    In Londen kan het je onmogelijk ontgaan dat de meerderheid van de schoonmakers in huizen en kantoren mensen van kleur zijn. De geschiedenis van de twintigste-eeuwse reinheid is niet alleen een geschiedenis van gender- en klassenonderscheid, maar ook van raciale ongelijkheid.

    Vrouwen in rijtjeshuizen in de binnenstad schrobden dagelijks of wekelijks hun stoepje

    Properheid is zelden gewoon properheid, zelden het praktische, functionele proces van het stofzuigen van tapijten en het wassen van je handen met zeep. Het is altijd beladen met extra betekenis. De ogenschijnlijk vanzelfsprekende voordelen van reinheid raken vertroebeld als je beseft dat het begrip al te vaak wordt gebruikt om onderscheid aan te brengen tussen mensen: de deugdzame burger tegenover de gemarginaliseerde. Vooral vrouwen worden terechtgewezen met woorden als ‘slet’, ‘slons’ en ‘sloddervos’ – begrippen die seksuele immoraliteit koppelen aan zaken als vuilheid en slordigheid. ‘Goede vrouw’ is nog altijd synoniem van ‘schone’, oppassende huisvrouw.

    Maar blijf alsjeblieft stofzuigen. Huisstofmijt veroorzaakt astma en de hormoonontregelende, brandvertragende chemicaliën die uit je bank vrijkomen naarmate deze ouder wordt, zijn nadelig voor de gezondheid. Weldoeners op het gebied van de sanitaire hervormingen uit de negentiende eeuw hebben daadwerkelijk iets goeds gedaan voor de volksgezondheid. Maar kunnen we ooit de morele verschrikkingen van stof wegnemen?

    Stof is tegelijkertijd een symbool van tijd, van verval en van dood, maar het is ook het residu van het leven. De betekenis is nooit zwart of wit, maar grijs en wat vaag. Leven met stof – en dat moeten we – is een langzame les in het omarmen van tegenstrijdigheden: schoonmaken, maar je niet identificeren met reinheid; de materiële behoefte aan hygiëne respecteren, terwijl je deze als sociale metafoor diep wantrouwt.

  • In Haïti staat een stad zonder bestuur

    In Haïti staat een stad zonder bestuur

    Na de vernietigende aardbeving in 2010 in Haïti probeerde burgemeester Rony Colin controle te krijgen over de haveloze stad Canaan. Dat mislukte, omdat de president en het kabinet wilden voorkomen dat Colin te veel zeggenschap zou krijgen in de verkiezingen. Een stem op Colin was een stem tegen henzelf.

    Op een warme dag in de nieuwste stad van Haïti stonden honderden mensen zwetend rond een politiebureau. Ze wachtten op de man die het eerste bureau van de stad officieel zou openen. Er was bijna negen jaar verstreken sinds de ramp die de aanleiding was voor het ontstaan van deze plaats: een aardbeving van 7 op de schaal van Richter die tussen de 46.000 en 316.000 mensen het leven kostte – het precieze aantal weet niemand. De regering van Haïti schat dat zo’n anderhalf miljoen mensen – een op de zeven Haïtianen – bij de ramp dakloos raakten. Enkele weken later begonnen de VN en internationale ngo’s een aantal ontheemden over te brengen naar een braakliggend stuk land ten noorden van de hoofdstad, een gebied dat Canaan wordt genoemd. Weldra volgden er heel wat meer. Ze sliepen in tenten en krakkemikkige keten en begonnen na verloop van tijd stukjes grond te claimen waarop ze hun eigen huis bouwden. Hun aantal nam toe van honderden tot duizenden, vervolgens tienduizenden en ten slotte honderdduizenden. Bijna tien jaar na de aardbeving noemden zo’n driehonderdduizend mensen Canaan hun thuis.

    Er was alleen één probleem: deze stad had geen bestuur. Tegen de tijd dat ik er een bezoek bracht hadden de inwoners zich verspreid over talloze bestaande gemeentes, maar niemand had zich officieel ingeschreven. Het was onmogelijk om het eigendomsrecht op een perceel te verwerven: geen formulieren om te ondertekenen, geen kantoor om naartoe te gaan, geen ambtenaren om een beroep op te doen. Er was geen bestuur dat de verantwoordelijkheid nam voor het graven van putten of voor de aanleg van parken of busstations. En er was geen politie.

    Colin, het type ‘van krantenjongen tot miljonair’, besloot, terecht of onterecht, dat Canaan zijn grondgebied was

    Eén man beloofde daar verandering in te brengen: Rony Colin, de burgemeester van de naburige stad Croix-des-Bouquets. Colin, het type ‘van krantenjongen tot miljonair’, besloot, terecht of onterecht, dat Canaan zijn grondgebied was.

    Amerika2 2
    Canaan probeert alle inwoners te registreren en een identiteitskaart te verstrekken aan degenen die een pasfoto overleggen. – © Getty Images 

    Van een chauffeur uit Colins geboorteplaats aan zee hoorde ik het levensverhaal dat over hem de ronde doet: de jonge Colin, die kampte met tegenslag, ging een bos in om een waarzegger te raadplegen. De man wist Colins drie geluksgetallen op te roepen en zei hem dat hij loten moest kopen waarop die voorkwamen. Colin liep het bos uit, kocht drie loten en won twee keer. De opbrengst bedroeg 7,5 miljoen Haïtiaanse gourde, destijds het equivalent van ruim 2 miljoen dollar.

    Zand

    Al decennia voor de aardbeving gebruikte Colin zijn winst om een bouwbedrijf te beginnen. Hij kocht machines in Canada, die hij naar de Dominicaanse Republiek liet verschepen, vanwaar ze met vrachtwagens over de grens naar Haïti werden gebracht. Na de aardbeving had Haïti dringend behoefte aan de bouw of herbouw van duizenden huizen en gebouwen die waren beschadigd of verwoest. Voor bouw is beton nodig en voor beton zand. Colin had het geluk dat hij een kleine 670 duizend hectare aan zandmijnen bezat aan de noordrand van Canaan, de lucratiefste van al zijn investeringen. Elke dag vervoerden tientallen kiepauto’s het zand naar Port-au-Prince en andere steden. Het is een inkomstenbron die waarschijnlijk pas zal opdrogen als er geen korrel zand meer in de mijnen te vinden is. ‘Dat is allemaal van mij,’ zei Colin terwijl hij me op de afgegraven flanken wees. ‘De mijnen leveren me een hoop geld op.’

    Binnen de kortste keren ging Colin in de politiek en begon hij een radiostation dat hij bemande met politiek commentatoren. In 2015 werd hij gekozen tot burgemeester van Croix-des-Bouquets. Colins toenemende macht hield gelijke tred met de toevloed van internationale hulp die volgde na de aardbeving. Hulporganisaties als het Rode Kruis hadden miljarden dollars ingezameld voor de wederopbouw van Haïti, maar het ontbrak aan iemand met gezag om de bouw groen licht te geven. Colin was hun man. Hij keurde projecten goed en legitimeerde ngo’s, die hem op hun beurt legitimeerden. De meeste ngo’s keerden hun geld uit en vertrokken weer, zodat de inwoners van de stad alleen nog met burgemeester Colin te maken hadden.

    Ze verlangden naar dingen waarin een bestuur zou moeten voorzien: verharde wegen, veiligheid, elektriciteit

    Sommige inwoners van Canaan zagen hem als een kans. Ze verlangden naar dingen waarin een bestuur zou moeten voorzien: verharde wegen, veiligheid, elektriciteit. Ze wilden kunnen stemmen, ze wilden veilig zijn. Bendes begonnen namelijk te infiltreren en inwoners af te persen, net als in Port-au-Prince: een realiteit van het leven in de hoofdstad waaraan de inwoners van Canaan hier nu juist wilden ontkomen. Daar was het nieuwe politiebureau voor. Zou Colin een weldoener zijn, die legitimiteit, welvaart en veiligheid bracht? Of zou hij een politicus zijn die zijn eigenbelang najaagde en de inwoners in de weg zat?

    De federale regering van Haïti had tot die tijd nog maar weinig in Canaan voor elkaar gekregen. Ngo’s betaalden steekpenningen aan ambtenaren en kochten benzine voor onderbetaalde medewerkers om zich naar Canaan te wagen en taxaties te doen voor projecten en grondaankoop. Overal waar ik in Canaan kwam, zeiden mensen dat hun nieuwe stad nog niet tot bloei was gekomen omdat de staat nog niet tot besturen was gekomen. Nu was Colin misschien hun laatste redding.

    Wijkvertegenwoordigers

    Nadat Colin voor het nieuwe politiebureau een toespraak had gehouden, werd hij omringd door tientallen aanhangers die ‘Tien jaar! Vijftien jaar!’ scandeerden, een belofte om hem nog vele malen te herkiezen. Colin glimlachte, haalde een stapel bankbiljetten uit zijn zak en begon die uit te delen als snoepgoed. Mensen worstelden om het geld terwijl Colin in een SUV stapte met een opzichtig nepgouden nummerbord met daarop de woorden ‘Burgemeester Rony Colin’.

    Elke wijk van Canaan had een leider aangewezen om haar te vertegenwoordigen, bijna allemaal mannen. Colin nodigde de wijkvertegenwoordigers uit voor een vergadering. In de woonkamer van de burgemeester mochten ze plaatsnemen op plastic stoelen. Sommige vertegenwoordigers droegen nette, keurig gepoetste zwarte schoenen. Colin zat onderuitgezakt in een leunstoel, met zijn schoenen uit; een scheurtje in zijn witte onderhemd accentueerde zijn buik. Hij klaagde over de overbevolking van Canaan. ‘Er is geen lapje grond of iemand wil het wel claimen,’ zei hij. ‘We kunnen niet leven in een maatschappij waar iedereen bang is voor elkaar. Ik ben een man van de staat. Ik ben hier voor jullie, en jullie zijn hier voor mij.’

    Amerika1
    Canaan, een gemeente van 300.000 mensen aan de rand van de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince. – © Getty Images

    Er waren maar twee problemen met het plan van Colin. Ten eerste had Canaan geen bureau waar mensen zich konden registreren om hun stem op hem of op wie dan ook uit te brengen. Ten tweede was Colin een politieke tegenstander van de president en diens kabinet, die in Haïti enorm veel zeggenschap hebben over het verkiezingsproces. De kans bestond dat de leiders verkiezingen in Canaan wilden voorkomen omdat een stem op Colin een stem tegen henzelf was. Haïti werd destijds geleid door president Jovenel Moïse. Tijdens zijn campagne omschreef Moïse zichzelf als een hardwerkende bananenboer, een man van het volk. In werkelijkheid was hij ten tijde van zijn kandidatuur een rijke eigenaar van bouwbedrijven en een grote landbouwinvesteerder voor wiens op export gerichte bananenplantage honderden kleine boeren het veld moesten ruimen.

    In 2017 was hij verwikkeld in een corruptieschandaal en kreeg hij te maken met omvangrijke protesten

    Veel mandaat had Moïse niet. Zijn verkiezing in 2015 werd later herroepen wegens onregelmatigheden en toen de verkiezingen het jaar daarop werden overgedaan, won hij bij een bedroevend lage opkomst van naar schatting 21 procent. In 2017 was hij verwikkeld in een corruptieschandaal en kreeg hij te maken met omvangrijke protesten, waarop zijn regering reageerde door de beruchte bendeleider Jimmy ‘Barbecue’ Chérizier van wapens te voorzien.

    Eind 2018 vielen Chérizier en zijn boevenbende een wijk in Port-au-Prince binnen waar de protesten tegen Moïse heftig waren geweest, waarbij ze 71 mensen vermoorden, onder wie een aantal kinderen, minstens 11 vrouwen verkrachtten en zo’n 150 huizen plunderden.

    Bob Anel

    Maar Colin had nog een ander probleem, veel dichter bij huis. Jean Adler Corriélus, beter bekend onder zijn nom de guerre Bob Anel, was een man met veel politieke macht die hof hield als een ware koning. Elke ochtend vulde zijn achtertuin zich met mensen die wachtten op hun kans om hem om een gunst te vragen of te proberen hem iets te verkopen. ‘Zie je al deze mensen?’ vroeg hij, om zich heen wijzend, op de dag dat ik hem bezocht. ‘Ze komen me allemaal wat vragen, wat geld, veiligheid. Misschien hebben ze een probleem gehad met de politie. Iedereen heeft wel wat.’ Volgens Anel was Colin de politiek ingegaan uit ambitie, maar Anel zag het als zijn plicht om de handschoen tegen hem op te nemen. 

    Anel beweerde dat Colin zich een groot stuk grond had toegeëigend dat lang geleden aan Anels grootvader was geschonken na diens militaire dienst. Het conflict tussen de twee ging verder dan politiek en ontaardde zelfs een keer in geweld. Volgens Colin vielen Anels schutters op motorfietsen zijn radiostation aan.

    Rechters en advocaten waren neergeschoten, ontvoerd, gedood

    Het rechtssysteem van Haïti was een puinhoop. Rechters en advocaten waren neergeschoten, ontvoerd, gedood. In een rechtbank waar een corruptiezaak liep waarbij Moïse betrokken was, probeerden mannen twee griffiers te ontvoeren. Twee rechters die waren belast met het onderzoek naar het schandaal vluchtten het land uit na het ontvangen van doodsbedreigingen. In 2020 werd het hoofd van de orde van advocaten van Port-au-Prince doodgeschoten op weg naar zijn huis, enkele uren nadat hij op de radio tekeer was gegaan tegen een grote schare Haïtiaanse politici, variërend van parlementariërs tot mensen in het presidentieel paleis.

    Een vloek

    Toen de wereld begin 2020 in de ban van corona raakte, had Haïti nog wel ergere problemen. Maar in maart van dat jaar stierf Colins 21-jarige zoon, die in Florida woonde, in zijn slaap; de doodsoorzaak is nog steeds onbekend. In de ogen van Colin moet het een vloek zijn geweest. De man die twee keer de loterij had gewonnen en bijgelovig was als geen ander, stelde vast dat aan zijn geluk een eind was gekomen. Kort daarna werd een ander kind van hem op weg naar school ontvoerd – ontvoeringen waren in deze periode aan de orde van de dag, een makkelijke manier voor bendes om geld af te persen. Colin maakte vervolgens bekend dat hij zich niet opnieuw verkiesbaar zou stellen bij nieuwe verkiezingen en dat hij aan het eind van zijn termijn zou aftreden. 

    Op 26 juni 2021 deed Colin iets waarvan veel van zijn landgenoten dromen en wat sommigen ook echt proberen, maar zelden met succes. Hij vertrok uit Canaan en stapte op een vlucht naar Florida om een veilig onderkomen te zoeken in de Verenigde Staten. De man die had geprobeerd Haïti’s onbestuurde stad te besturen trok zijn handen ervan af. Hij ging weg zonder dat hij van Canaan een officieel erkende stad had gemaakt, waardoor het de inwoners onduidelijk was hoe ze op een dag een eigen leider zouden kunnen kiezen.

    Elf dagen later werd president Moïse in zijn huis vermoord door Colombiaanse huurlingen

    Elf dagen later, op de avond van 7 juli 2021, werd president Moïse in zijn huis vermoord door Colombiaanse huurlingen. Een van de opdrachtgevers was een zakenman die in juni van dit jaar in Florida tot levenslang werd veroordeeld wegens zijn aandeel in het complot. Sindsdien is het zo mogelijk nog onveiliger geworden in Haïti, met bendes die vrouwen en kinderen verkrachten en mishandelen, en straffeloos schieten en doden. Een van de beruchtste bendes, 400 Mawozo, vestigde zijn bolwerk aan de rand van Canaan. De bende viel Colins radiostation aan nadat een van zijn commentatoren hen had bekritiseerd vanwege het terroriseren van de bevolking. Volgens Colin werden twee van zijn werknemers doodgeschoten en kwam ook een hem bekende politieman om het leven. De maand daarop sloot het radiostation voorgoed. 

    Sindsdien worden de achterblijvers in Canaan – die daarheen zijn verhuisd in de hoop op vrede en betere vooruitzichten – onder bedreiging van wapens afgeperst of moeten ze met hun kinderen dekking zoeken terwijl er voor hun deur in het wilde weg wordt geschoten. De door Colin beloofde veiligheid is er nooit gekomen. De hoge verwachtingen van de inwoners en de beloften van Colin waren achteraf bezien te optimistisch. De afgelopen tijd  is het bendegeweld – aanrandingen, berovingen, schietpartijen – alleen maar toegenomen en veel inwoners van Canaan zijn vertrokken. Sommigen zijn ingetrokken bij familie op het platteland. Anderen bivakkeren in parken en kerken, en zelfs voor de deur van de Amerikaanse ambassade, bij gebrek aan een ander onderkomen. Onlangs wist een pastoor honderden parochianen zover te krijgen dat ze in optocht door Canaan trokken om de stad te bevrijden van de bende die de stad terroriseert. Sommigen hadden stenen en machetes bij zich. Toen de agenten van een politiebureau dat ze passeerden weigerden in te grijpen, opende de bende het vuur op de menigte. De doden worden nog steeds geteld.

    Interim-premier

    Haïti wordt momenteel bestuurd, voor zover daar al sprake van is, door een ongekozen interim-premier die luistert naar de naam Ariel Henry, een man die banden heeft met een van de verdachten van de moord op zijn voorganger. Henry heeft de VS en andere westerse mogendheden opgeroepen militairen te sturen om de bendes een halt toe te roepen, een populair maar controversieel verzoek; het land is lange tijd bezet geweest door Amerikaanse militairen en door een VN-vredesmacht die burgers doodde, vrouwen en kinderen verkrachtte en een cholera-epidemie veroorzaakte waaraan meer dan tienduizend mensen zijn overleden. In augustus heeft Kenia, een land waarvan het leger en de politie berucht zijn om hun martelingen en massaslachtingen, aangeboden een vredesmacht te sturen om de Haïtiaanse politie bij te staan in haar strijd tegen de bendes. De VS zeiden een VN-motie te zullen indienen voor steun aan het plan om een ‘multinationale’ vredesmacht van duizend Keniaanse soldaten te leiden. De Haïtiaanse bendes hebben al gedreigd dat ze zullen terugvechten.

    Colin zegt dat hij klaar is met politiek, dat hij zich nooit meer verkiesbaar zal stellen. ‘We hebben verkiezingen nodig,’ zegt hij wanhopig. ‘We hebben geen president. We hebben geen parlement. We hebben geen burgemeesters. We hebben geen land.’

  • Op het eiland Bozcaada leefden Turken en Grieken samen – totdat de toeristen kwamen

    Op het eiland Bozcaada leefden Turken en Grieken samen – totdat de toeristen kwamen

    Op Bozcaada, een eiland in het noordoosten van de Egeïsche Zee, verbouwden Turken druiven die door Grieken geoogst werden. Die saamhorigheid dreigt verloren te gaan onder invloed van het toerisme, schrijft de kleindochter van een oorspronkelijke bewoner.

    De laatste veerboot van de dag vertrekt uit de haven van het stadje Geyikli. Sommige passagiers zijn deze aprilavond op het nippertje aan boord gegaan, onderweg naar hun huis op het eiland Bozcaada. Met iedere kilometer die we dichterbij komen, tekent het silhouet aan de horizon zich duidelijker af. Eerst zie je het hoogste punt, de Göztepe-heuvel, dan het machtige fort, waar vóór de Ottomanen al Perzen, Romeinen, Byzantijnen, Genuezen en Venetianen hebben geregeerd, en even later kijk je uit over de huisjes, die achter de haven met de vissersboten oplichten in het roze licht van de ondergaande zon.

    Mijn opa moet twaalf zijn geweest toen hij voor het eerst op het eiland kwam. Het was begin jaren zestig. Veerboten waren er nog niet. Een kapitein die op het eiland woonde voer de lokale bevolking met zijn motorboot in weer en wind heen en weer tussen hun huis en het vasteland. Op dit kleine Turkse eiland in het noordoosten van de Egeïsche Zee, 7 kilometer van het vasteland van de provincie Çanakkale, zag je haast nooit vreemdelingen.

    Denemarken

    De exquise eentonigheid van het bestaan

    Een groot aantal Denen heeft moeite om Omo aan te wijzen op de kaart. Dit eiland van 4,5 vierkante kilometer, dat 152 inwoners telt, ligt in het zuidwesten van Seeland, de regio waartoe ook Kopenhagen behoort. Het kost vijftig minuten varen om er te komen, een tocht die journalist Alexander Vissing van dagblad Politiken onderneemt om vroegere buren te bezoeken die uit de hoofdstad zijn vertrokken. Na hun pensionering zijn Hannah en Steffen Glismann ‘gevallen voor de charme van Omo, net als ik’, bekent Vissing.

    Op zoek naar een rustiger leven raakte het stel op slag verliefd op een huis dat samen met een klein café-restaurant, Loen genaamd, te koop stond. Zodoende zijn ze nu horecaondernemers. Wat bevalt deze ex-arts en zijn vrouw hier zo goed? ‘De gastvrijheid, de onderlinge betrokkenheid en de hulpvaardigheid.’ En zoals een toevallig passerende buurman opmerkt: ‘Hier maak je niets mee, want er gebeurt niets. Je bereikt gewoon een staat van weldadige rust.’

    Tegenwoordig is dat wel anders. Sinds het eiland via Instagram bekendheid heeft gekregen als een ver van het massatoerisme gelegen vakantiebestemming, waar je aan ongerepte turquoise baaien je verlangen naar rust en vrijheid kunt stillen, wil opeens iedereen naar Bozcaada. Wat mijn opa ervan zou hebben gevonden? Ik kan het hem niet meer vragen. Zijn vader stuurde hem er ooit naartoe omdat hij een lastig ventje was en bij zijn familie daar wel tot inkeer zou komen. Van de schoonheid van het eiland is hij zich altijd bewust gebleven en daar had hij alle reden toe: Bozcaada is een stukje grond van nog geen 37 vierkante kilometer, niet ver van de Dardanellen, grotendeels bedekt met wijngaarden, omringd door de zee en tegelijkertijd een plek van mythen en sagen. Vanaf de Göztepe kun je in noordoostelijke richting op het vasteland vaag de heuvel Hisarlık zien liggen – de plaats waar ooit Troje zou hebben gelegen. Volgens Homerus verstopten de Griekse krijgers zich op Tenedos – de mythologische, Griekse naam van het eiland – nadat ze het houten paard voor de poorten van Troje hadden neergezet. Als de Trojaanse oorlog ooit heeft plaatsgevonden, moet je hiervandaan hebben kunnen zien hoe de stad tot de grond toe afbrandde.

    Christenen en moslims

    Zoals altijd als ik op Bozcaada ben, slenter ik door de steegjes in het centrum van het eiland, beklim ik de talloze trappen en laat ik mijn blik over het stadje dwalen. Tussen de huizen verrijzen aan de ene kant twee minaretten en aan de andere kant een kerktoren. Al honderden jaren wonen christenen en moslims hier bijeen. Dat is bijzonder, omdat Grieks-orthodoxe mensen die woonachtig waren op het grondgebied dat nu Turks is, na de Grieks-Turkse Oorlog gedwongen werden te verhuizen, net zoals de moslims die in Griekenland woonden. Na 1923 werden meer dan 1,6 miljoen mensen van hun geboortegrond verdreven. Slechts een paar steden bleef deze zogeheten bevolkingsuitwisseling bespaard, waaronder Bozcaada, dat bij het Verdrag van Lausanne aan Turkije werd toegewezen.

    Als je wilt kun je hier de kunst van het onthaasten leren

    Hier bleven de twee bevolkingsgroepen dus naast elkaar leven, al zijn er op het eiland nog maar weinig christenen. Op het grote plein in het centrum, waar jong en oud onder de grote plataan koffie drinkt en een praatje maakt, hoor je overwegend Turks met af en toe een Griekse zin ertussen. Als je wilt kun je hier de kunst van het onthaasten leren. ‘Er is hier eigenlijk niemand die snel loopt,’ zegt Günay Yurdakul lachend. En de paar bewoners die dat wel doen, staan daar op het hele eiland om bekend.

    Yurdakul is wijnboer. Op Bozcaada worden al drieduizend jaar druiven verbouwd. Toen moslims en christenen wel naast elkaar woonden maar toch veelal onder elkaar bleven, was wijn de verbindende factor. In die tijd waren het de Turken die de druiven verbouwden en oogstten en de Grieken die er wijn van maakten. Die arbeidsdeling was een ongeschreven wet, waarmee Haşim Yunatcı in 1925 brak toen hij het bedrijf van een Griekse wijnproducent opkocht en de eerste Turkse wijnmaker op het eiland werd.

    Dossier Turkije

    Mijn opa zat in de jaren zestig met Yunatcı’s achterkleinzoon op school. Alles wat ik over de jeugd van mijn opa weet, heb ik van Haşim amca: oom Haşim. Op lange zomeravonden, onder het genot van vele glazen wijn, vertelde hij me niet alleen hoe het er vroeger op het eiland toeging, maar ook hoe ze af en toe een fles wijn uit de fabriek achteroverdrukten en zich stiekem bedronken op de vestingmuur. In de afgelopen twaalf jaar heb ik niet alleen het eiland, maar ook mijn grootvader, die ik al jong verloor, opnieuw leren kennen. Zijn eiland werd ook het mijne.

    Ook Haşim amca leeft niet meer. Maar Çamlıbağ, zijn levenswerk, is nog altijd een kleine wijnmakerij, die vijf generaties later door de 33-jarige Yurdakul draaiende wordt gehouden. Ik zoek hem op in de fabriek, waar hij wijn aan het bottelen is. In de nazomer, na de oogst, trekt de zoetzure geur van geperste druiven door de steegjes. Wat Bozcaada tot wijneiland maakt? ‘Gods geschenk,’ zegt Yurdakul eerst. Dan legt hij uit dat de bodem en het klimaat op het eiland buitengewoon geschikt zijn voor de wijnbouw. Ook Tenes, een kleinzoon van Poseidon en de man die het eiland Tenedos zijn naam gaf, moet zich dat gerealiseerd hebben toen hij – zoals het verhaal wil – de eerste Kuntra-stokken op het eiland plantte. Kuntra is de oudste lokale druivensoort van Bozcaada en Yurdakuls favoriet. Hij maakt er een rode wijn van die nergens anders bestaat. De wind, die hier eigenlijk altijd waait, noemt hij een zegen omdat deze de wijnstokken beschermt tegen ziektes.

    Noordenwind

    Poyraz, de noordenwind, heeft het hier meestal voor het zeggen. Verkiest hij te razen, dan blijft de veerboot in de haven. Je hebt dan maar te accepteren dat je de overtocht naar je werk, de universiteit of de dokter kunt vergeten. Wie hier woont heeft de wind tot vriend gemaakt en laat zich er graag door in slaap sussen. 

    De reis

    Heenreis
    Vlucht naar Istanbul of Izmir. Vandaar per bus of huurauto naar de haven van Geyikli, Çanakkale (+/- 4 uur). Overtocht per veerboot naar Bozcaada (+/- 30 min).

    Overnachten
    Aliki, klein en schappelijk geprijsd familiepension in de Griekse wijk. Boekingen per e-mail: aliki@hotmail.com.tr

    Wijn
    Wijnproeverij van Çamlıbağ-wijnen in Tenedion Winehouse in het centrum.

    Yurdakul neemt me mee naar de plaats waar hij het liefst is: de wijngaarden buiten het centrum van het eiland. Vanaf de helling werpt hij een blik op de zee en zegt: ‘Onze wijn kan alleen maar groeien en bloeien vanwege dit prachtige uitzicht.’ Behoud van de wijncultuur op Bozcaada vindt hij belangrijk, ook al loont het werk waar hij zijn ziel en zaligheid in legt al lang niet meer. Veel eigenaren verkopen daarom hun wijngaarden en openen in plaats daarvan een hotel waarmee ze in twee zomermaanden zo veel verdienen dat ze er de rest van het jaar van kunnen leven. ‘Door het toerisme zijn de mensen luier geworden,’ zegt Yurdakul.

    ‘Het eiland is een drug, het is moeilijk om ervan af te komen’

    Ooit was Bozcaada onder kampeerders en natuurliefhebbers een tip voor insiders. Ze hebben niet veel nodig, geen drukte, geen feesten. Maar sinds een paar jaar neemt het toerisme op het eiland steeds meer toe. In het hoogseizoen, juli en augustus, komen er boven op de drieduizend inwoners algauw vijftienduizend vakantiegangers. Te veel voor dit kleine eiland. Omdat het al lang mijn tweede thuis is, vrees ik voor Bozcaada. Ik vrees voor de druk die het veel te grote aantal toeristen op het eiland legt. Ik kom jonge eilandbewoners tegen die me vertellen dat hier wonen vaak minder eenvoudig is dan wordt gedacht. Dat het ook rauw en eenzaam kan zijn. Dat mensen het huis dat al eeuwen in de familie is, moeten verkopen omdat het leven op het eiland steeds duurder wordt; die huizen worden dan meestal omgebouwd tot hotels. Ze vertellen dat steeds meer jonge mensen wegtrekken en alleen nog ’s zomers terugkomen. Een vriendin die nog niet zover is, zei: ‘Het eiland is een drug, het is moeilijk om ervan af te komen.’

    Het eiland is ook bezig een deel van zijn identiteit te verliezen. Er wonen nog maar zo’n vijftien Grieks-orthodoxen. Toch opent de Papaz – zoals een priester hier heet – elke zondagochtend de kerkdeuren en roept hij de mensen op voor het gebed. Soms komt er niemand, maar hij is er altijd. Een van deze laatst overgeblevenen is Dimitri Mukata. In zijn tuin aan de oostkust van het eiland steekt hij een sigaret op. ‘Ik ben hier op mijn zeventiende weggegaan,’ zegt hij. Dat was midden jaren zeventig. In die tijd veranderde er iets op het eiland. Het conflict tussen Turken en Grieken op Cyprus bereikte ook Bozcaada. ‘In de taverne van Vasil, waar Turken en Rum altijd bij elkaar zaten, werden we door sommige mensen opeens niet meer gegroet.’

    Rum

    Rum is de Turkse benaming voor Grieks-orthodoxen die in Turkije wonen. Ze beschouwen zich niet echt als Grieken in de huidige betekenis van het woord. Ze spreken Grieks, maar ze komen niet uit het huidige Griekenland en hebben altijd al hier gewoond. Na 1974 – ‘vanwege Cyprus’, zoals Mukata zegt – zijn veel gezinnen naar Griekenland geëmigreerd.

    Duitsland

    ‘Het is hier geen Disneyland’

    Op Norderney heeft iedereen de mond vol van het plan voor een vijfsterrenhotel dat ‘alleen nog maar meer klanten met kapsones zal trekken’. Volgens weekblad Der Spiegel probeert dit Oost-Friese Waddeneiland in het noordwesten van Duitsland om niet in dezelfde val te lopen als Sylt, het eiland voor ultrarijken. ‘Het begon allemaal met een ontmoeting, een verhaal even oud als de wereld zelf.’ In de jaren zestig van de vorige eeuw vestigde de jonge architect Ewald Brune zich om amoureuze redenen op Norderney en renoveerde hij samen met zijn echtgenote Birgit het oude hotel Haus am Meer tot ‘een verbazingwekkende chique gelegenheid’.

    Sindsdien zijn er nog ‘decadentere’ oorden verrezen, die zich richten op een welvarende stedelijke clientèle. In 2020 heeft de plaatselijke toeristensector besloten paal en perk te stellen aan deze ontwikkeling. ‘Het is hier geen Disneyland, we willen geen hordes toeristen ten koste van de plaatselijke bevolking.’ Maar het plan voor een luxehotel, gedreven door de familie Brune, zou de kaarten weleens opnieuw kunnen schudden. De verwachte opening is in 2027.

    Mukata kwam pas in 2011 terug naar het eiland. Hij heeft het tweehonderd jaar oude familiehuis omgebouwd tot pension, maar het ziet er nog steeds uit als zíjn huis. Naast de toegangsdeur hangt een geschilderd portret van zijn ouders en daarnaast een van hemzelf. Daartussenin hangt een schoenlepel.

    Mijn opa moest na zijn schooltijd afscheid nemen van Bozcaada en is er, in tegenstelling tot Mukata, nooit meer teruggekomen. Maar het verlangen naar zijn eiland heeft hij altijd met zich meegedragen. Of hij het eiland nog zou herkennen? Zeker weten. En ondanks alle veranderingen zou hij er nog steeds van houden, maar vermoedelijk zou hij ook zeggen: vroeger was het nog mooier. 

    Lees ook: