Onderwerpen: Geschiedenis

  • Duitse vrouw van 97 veroordeeld voor rol in WOII

    Duitse vrouw van 97 veroordeeld voor rol in WOII

    » Taliban sluit universiteiten voor vrouwen

    » Opheffing coronamaatregelen China kan tot ramp leiden

    De vrouw werkte als secretaresse in een concentratiekamp

    In de Duitse stad Itsehoe is een vrouw van 97 veroordeeld voor haar rol in de holocaust. Zij heeft een voorwaardelijke celstraf van twee jaar gekregen voor medeplichtigheid aan de moord op ruim tienduizend mensen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Volgens Deutsche Welle kan het proces de laatste zaak zijn waarin iemand terechtstaat voor misdaden gepleegd tijdens de oorlog.

    Irmgard Furchner werkte tijdens de Tweede Wereldoorlog in concentratiekamp Stuffhof in Polen. Joden en krijgsgevangenen van de nazi’s moesten daar dwangarbeid doen. Daarnaast waren er ook gaskamers in het kamp nabij Gdansk. Zeker 65.000 mensen vonden er de dood.

    Furchner faciliteerde de situatie in het kamp door het invullen van papierwerk en het bijhouden van administratie. Ze werd veroordeeld volgens het jeugdrecht, omdat ze tussen 1943 en 1945, toen ze in het kamp werkte, tussen de 18 en 19 jaar oud was. In haar slotverklaring zei haar advocaat dat ze betreurt dat ze een rol in het kamp, zelfs al was het een administratieve.

    Lees ook:

  • Overblijfselen laatste Tasmaanse tijger gevonden

    Overblijfselen laatste Tasmaanse tijger gevonden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Negen jaar cel geëist tegen prominente Kremlincriticus

    » Zeker 34 doden bij aardverschuiving Colombia

    De botten en de huid lagen decennialang verstopt in een museum

    In een museum op het eiland Tasmanië zijn de overblijfselen van de laatste Tasmaanse tijger (Thylacinus cynocephalus) gevonden. Het dier is al bijna honderd jaar uitgestorven, maar sinds 1936 lagen er in het Tasmanian Museum and Art Gallery (TMAG) goed bewaarde botten, een schedel en de huid van een Tasmaanse tijger, zo schrijft ABC News.

    De resten behoren toe aan een in 1936 gestroopt roofdier. Een jager had het dier aan een dierentuin op het Tasmaanse Hobart verkocht, maar het overleed vlak na aankomst. De overblijfselen kwamen vervolgens in het TMAG terecht, maar het lichaam van de Tasmaanse tijger werd daar verkeerd gelabeld. Onderzoekers stuitten dit jaar op een rapport waarin het lichaam van het dier werd beschreven. Er werd vervolgens opnieuw gezocht in de archieven van het museum en de overblijfselen werden vorige week aangetroffen.

    De Tasmaanse tijger leefde eeuwenlang in Australië. Door de jacht nam de populatie van het roofdier af en leefden er alleen nog Tasmaanse tijgers op Tasmanië. De diersoort stierf aan het begin van de twintigste eeuw uit door de jacht en de concurrentie van de dingo, een wilde hond die door inheemse volkeren was geïntroduceerd.

    Lees ook:

  • Wereldnieuws: Musk jaagt adverteerders weg & Meer

    Wereldnieuws: Musk jaagt adverteerders weg & Meer

    Tweeling uit oudste embryo’s

    Ongeveer een maand geleden, op 31 oktober, werden Lydia en Timothy Ridgeway geboren. Die dag kwamen er wel meer kinderen ter wereld, maar wat deze tweeling zo bijzonder maakt is dat ze zijn geboren uit wat volgens het Amerikaanse National Embryo Donation Center de langst bevroren embryo’s zijn die ooit tot een levende geboorte hebben geleid, meldt CNN. De embryo’s werden op 22 april 1992 ingevroren. Ze waren afkomstig van een anoniem echtpaar dat in-vitrofertilisatie (ivf) had ondergaan. Bijna drie decennia lang werden de embryo’s bewaard in een tank met vloeibare stikstof van bijna 200 graden onder nul.

    ‘Het is verbazingwekkend’

    ‘Het is verbazingwekkend,’ zegt vader Philip Ridgeway, die met zijn vrouw en kinderen in Portland, Oregon, woont. ‘Ik was vijf jaar oud toen God Lydia en Timothy het leven schonk, en sindsdien heeft Hij dat leven in stand gehouden.’ Het stel heeft nog vier andere kinderen, van acht, zes, drie en bijna twee jaar oud, die geen van allen via ivf of donoren zijn verwekt.

    221119112545 04 twins 30 year old embryos
    Rachel en Philip Ridgeway kregen een tweeling uit embryo’s die bijna dertig jaar bevroren waren geweest. – © Courtesy Philip & Rachel Ridgeway

    Snacks en honden

    Een opgraving in het riool van het Colosseum in Rome heeft half opgegeten snacks opgeleverd van toeschouwers die ooit keken hoe gladiatoren vochten op leven en dood, aldus Ansa. Ook werden er resten gevonden van dieren die in de arena werden opgejaagd. Onder de gevonden hapjes zijn stukjes gegrild vlees, pizza, groenten en fruit, aldus archeologe Federica Rinaldi, die de werkzaamheden leidde. De opgraving bracht botten aan het licht van leeuwen, luipaarden, beren en honden, die gedwongen werden met elkaar te vechten of gedood werden door jagers. 

    Ook zijn er munten gevonden, waaronder een sestertie met het hoofd van Marcus Aurelius, vertelt archeologe Francesca Ceci. ‘Met een beetje fantasie kun je je voorstellen hoe deze glimmende munten naar beneden werden gegooid, in het zand van de arena terechtkwamen en wegstroomden met het bloed van mensen en dieren.’

    andrei popescu i7M726ZcwlE unsplash
    © Unsplash

    Grotere Hockney en dichterbij

    Met Bigger & Closer (not smaller & further away) maakt de wereldberoemde kunstenaar David Hockney een zogenaamde immersive ervaring van zijn werken, schrijft It’s Nice That. In plaats van ervoor te staan, kan de bezoeker de afbeeldingen werkelijk binnentreden. Het wordt de eerste tentoonstelling in Lightroom, een vier verdiepingen hoge ruimte in Kings Cross die is uitgerust met de nieuwste digitale projectie- en audiotechnologie. De reis door zijn werk kan bovendien gemaakt worden met commentaar van Hockney zelf, waarin hij uitlegt hoe hij fotografie gebruikt als een manier om te tekenen met een camera. Hockney werkte drie jaar lang met Lightroom  samen om de tentoonstelling technisch te vervolmaken. Van 25 januari tot 23 april 2023.

    david hockney lightroom bigger a.format webp.width 2880 4xDTe0nBGV6DyLyo
    David Hockneys The Arrival of Spring in Woldgate, East Yorkshire in 2011. – © David Hockney / Collection Centre Pompidou, Parijs

    Poetins energiewapen

    Volgens The Economist dient de beste kans voor Poetin om een wig te drijven tussen Oekraïne en het Westen zich deze winter aan. Vóór de oorlog leverde Rusland 40 tot 50 procent van het aardgas dat de EU importeert. In augustus draaide Poetin de kraan van een grote pijpleiding naar Europa dicht en schoten de brandstofprijzen omhoog.

    Meer kou betekent dat meer mensen sterven

    Tot nu toe heeft Europa deze schok goed doorstaan door voldoende gas op te slaan. Maar ook al zijn de marktprijzen voor brandstoffen in-middels gedaald, de reële gemiddelde kosten voor gas en elektriciteit voor huishoudens in Europa liggen veel hoger dan voorheen. Modellen die The Economist maakte, suggereren dat dat weleens grote gevolgen zou kunnen hebben. Meer kou betekent dat meer mensen sterven. Gegeven de relatie tussen sterfte, weersomstandigheden en energiekosten zou het aantal slachtoffers van Poetins ‘energiewapen’ in Europa weleens hoger kunnen uitvallen dan het aantal soldaten dat tot nu toe in Oekraïne is omgekomen.


    Amsterdam op ‘No List 2023’

    Fodor’s, het bedrijf voor reisinformatie dat groot werd door mensen te vertellen waar ze heen moeten om te slapen, eten en drinken, heeft nu een lijst gepubliceerd met plekken wereldwijd waar je in 2023 juist níét heen moet gaan, schrijft Grist. Hun ‘No List 2023’ adviseert niet om deze bestemmingen te vermijden vanwege het slechte eten, de slechte bezienswaardigheden of gevaar, maar omdat een teveel aan toeristen op deze plekken ecologische, culturele en sociale schade veroorzaakt. 

    De lijst richt zich op de impact van het wereldwijde toerisme op drie specifieke gebieden: unieke natuurlijke omgevingen die steeds verder worden aangetast door toeristen, culturele hotspots die te kampen hebben met grote drukte en een overbelaste infrastructuur, en bestemmingen die te maken hebben met een watercrisis.

    Na een korte onderbreking vanwege de pandemie is het toerisme weer explosief gestegen

    Lake Tahoe in Californië en Antarctica haalden de lijst van natuurwonderen die vanwege hun kwetsbaarheid het wegblijven van toeristen verdienen. Op de lijst met culturele bestemmingen waar de infrastructuur onder hoogspanning staat en stijgende kosten van levensonderhoud de plaatselijke bevolking verjagen, wordt Amsterdam genoemd, naast Venetië en de Amalfikust in Italië, Cornwall in Engeland en Thailand.

    Door een combinatie van voedselconsumptie, accommodatie, vervoer en de aankoop van souvenirs draagt het wereldwijde toerisme voor 8 procent bij aan de mondiale uitstoot van broeikasgassen. Na een korte onderbreking vanwege de pandemie is het toerisme weer explosief gestegen en inmiddels worden de cijfers van voor de pandemie zelfs overtroffen. 


    Musk jaagt adverteerders weg

    Het is een understatement om te zeggen dat het niet echt lekker gaat met Twitter sinds miljardair Elon Musk het platform op 27 oktober voor 44 miljard dollar overnam. Eind november had ruim eenderde van de honderd grootste marketeers al gedurende twee weken niet meer geadverteerd op het platform, zo blijkt uit een analyse door The Washington Post. Dat geeft aan dat adverteerders sinds de overname terughoudend zijn geworden. Tientallen topadverteerders, waaronder veertien bedrijven uit de top-50, stopten met adverteren, aldus de analyse van de krant op basis van van gegevens van Pathmatics, een bedrijf dat gespecialiseerd is in merkanalyses en digitale marketingtrends. 

    Advertenties van A-merken zoals Jeep en snoepfabrikant Mars, die in de zes maanden vóór de overname door Musk tot de top-100 van Amerikaanse adverteerders op Twitter behoorden, zijn in elk geval sinds 7 november niet meer op de site te zien geweest. ‘We zijn eind september begonnen met het opschorten van reclameactiviteiten op Twitter, toen we hoorden van enkele belangrijke ontwikkelingen op onder meer het gebied van merkveiligheid, die gevolgen hadden voor onze merken,’ aldus een verklaring van Mars, dat naast het gelijknamige snoepgoed ook voedingsmiddelen en producten voor huisdieren maakt. 

    Het gevaar voor hen en voor Twitter is dat Musk ‘zelf een heel sterk merk wordt’

    Ook farmaceut Merck, ontbijtgranenproducent Kellogg’s, telecommunicatiereus Verizon en bierbrouwer Boston Beer hebben de afgelopen weken hun advertenties stopgezet, volgens gegevens van Pathmatics.

    Volgens Matthew Quint, directeur van het Center on Global Brand Leadership aan de Columbia Business School in New York, zijn veel bedrijven zich bewust van ‘de mogelijke druk van belanghebbenden en consumenten, wanneer ze zich verbinden met inhoud die als opruiend wordt gezien.’ Het gevaar voor hen en voor Twitter is dat Musk ‘zelf een heel sterk merk wordt, een controversieel merk zelfs,’ aldus Quint. ‘Hoe meer hij op de voorgrond treedt, des te meer adverteerders er waarschijnlijk voor kiezen om niet geassocieerd te worden met een Elon Musk-platform.’

    Elon Musk at a Press Conference
    © Daniel Oberhaus / Wikimedia
  • Feministisch ontwaken onomkeerbaar in China

    Feministisch ontwaken onomkeerbaar in China

    Voor het eerst in 25 jaar zit er geen vrouw in het Chinese politbureau. Maar jonge vrouwen komen in opstand. De arrestatie in 2015 van vijf feministisch activisten betekende een keerpunt in de relatie tussen politiek en gender.

    De zaak rond Jingyao Liu betekende een keerpunt. Die vond weliswaar plaats in de Verenigde Staten, maar bracht een schok teweeg in China. De studente beschuldigde Richard Liu, een van de tweehonderd rijkste mensen ter wereld, in 2018 van verkrachting. Jingyao studeerde aan de Universiteit van Minnesota en werd uitgenodigd voor een diner waarbij de eigenaar van technologiebedrijf JD.com aanwezig was. Ze beweert dat ze onder druk werd gezet om te drinken en dat de miljardair haar daarna verkrachtte. Het proces zou de hele wereld overgaan, maar de twee partijen kwamen in oktober tot een schikking. 

    Het is het meest spraakmakende #MeTooInChina-voorval sinds de zaak van Zhou Xiaoxuan – die een Chinese tv-presentator beschuldigde bij wie zij stage liep – in 2021 werd geseponeerd. Maar het ontwaken van het Chinese feminisme – of althans de eerste tekenen daarvan – deed zich al eerder voor. 

    Haar arrestatie was een van de zeldzame momenten waarop het communistische China hard optrad tegen feministisch activisme

    In de avond van 6 maart 2015 was het kil in Beijing. Li Maizi wist nog niet dat ze die nacht klappertandend zou doorbrengen in een kerker. Toen ze bij haar voordeur geklop en geschreeuw hoorde, begreep ze wat er stond te gebeuren, maar ze dacht er niet aan om nog een extra jas aan te trekken. Waarom nu, terwijl ze alleen maar had deel-genomen aan een campagne tegen intimidatie, voorafgaand aan Internationale Vrouwendag? Waarom niet drie jaar eerder, toen ze met twee vriendinnen verkleed als bloedende bruiden door een voetgangersgebied in de stad had gelopen? Het leek erop dat ze nu eindelijk de ophef veroorzaakten die ze hadden gezocht. Li glimlachte tevreden, pakte haar ukelele en begon met haar partner te zingen totdat de politie een slotenmaker had gevonden en de woning binnendrong. Aanvankelijk was Li niet al te bezorgd; ze dacht dat haar opsluiting maar 24 uur zou duren.

    Li Maizi behoorde tot de Vijf Feministen, zoals de groep bekend zou worden. Haar arrestatie was een van de zeldzame momenten waarop het communistische China hard optrad tegen feministisch activisme. Het markeert dan ook een keerpunt in de relatie tussen politiek en gender in de geschiedenis van de CCP.

    Suzhi, kwaliteitsburgers

    In maart 1913 werd onder Yuan Shikai de Chinese feministische beweging voor vrouwenkiesrecht de kop ingedrukt. Het kiesrecht voor vrouwen kwam er pas in 1947 met de grondwet van de Volksrepubliek China, aan de vooravond van de opkomst van Mao Zedong. (De wet zou overigens pas in 1953 van kracht worden.) ‘Vrouwen houden de helft van de hemel omhoog,’ aldus Mao, die, hoewel hij de militante rol van vrouwen tijdens de Culturele Revolutie gelijkstelde aan die van mannen, de eisen van het feminisme als burgerlijk wegzette. Pas in 1980 introduceerde Deng Xiaoping tijdens zijn opendeurpolitiek het concept van de rechtsstaat (yifazhiguo) met een reeks basiswetten inzake gendergelijkheid. In 1995 vond in Beijing de Vierde Wereldvrouwenconferentie plaats en werden de rechten van vrouwen wettelijk vastgelegd als suzhi, kwaliteitsburgers.

    Schermafbeelding 2022 11 24 om 21.02.55

    Binnen de CCP bestaat de Federatie van Chinese Vrouwen, waarvan de steun-pilaren ooit werden gevormd door stedelijke feministen van de 4 Mei-generatie – een intellectuele revolutionaire beweging uit 1919 die confucianistische waarden wilde vervangen door progressieve waarden, zoals gelijkheid tussen mannen en vrouwen –, guerrillavrouwen op het platteland, intellectuelen en andere vrouwen die waren gevlucht voor een dreigend gearrangeerd huwelijk of een gewelddadige echtgenoot of schoonvader. De Federatie was in 1950 nog een voorvechter van het recht op echtscheiding, maar gleed af naar een omstreden instrument van de regering. Om bijvoorbeeld de geslachtsverhoudingen in de bevolking in evenwicht te brengen – in de leeftijdsgroep onder de dertig waren er 20 miljoen mannen meer dan vrouwen – organiseerde de groep twee omstreden campagnes.

    De eerste, in 2003, was gericht op het Chinese platteland en heette Guan Ai Nü’er (‘Zorg voor meisjes’). Vrouwen werden neergezet als ‘liefhebbend en zachtaardig’, waarbij de confucianistische waarden Sancong Side – de ‘Drie Gehoorzaamheden’ dochter, echtgenote en moeder – werden benadrukt. In 2007 voerde de Federatie campagne om ongehuwde zevenentwintigjarige vrouwen aan te sporen te trouwen. Dat deed ze door deze jonge vrouwen weg te zetten als sheng nü, ofwel ‘de overblijfsels’. 

    In datzelfde jaar was Li Maizi bezig met haar tweede jaar aan de universiteit, en ze wist dat er na haar plan om de lesbische gemeenschap te ondersteunen nog vele zouden volgen.

    Wei Tingting

    Toen Wei Tingting datzelfde geklop op haar voordeur hoorde, had ze een filmscript in gedachten; bovendien was ze van plan om op 8 maart de metro vol te plakken met anti-intimidatiestickers. Door het succes van haar bewerking van De Vagina Monologen, die ze in 2012 in Wuhan had geproduceerd – het toneelstuk was in China geïntroduceerd door Ai Xiaoming, die voor haar activisme werd bekroond met de Simone de Beauvoir-prijs – wist ze dat ze zich voor de zaak moest blijven inzetten. 

    Wei was verbaasd dat ze destijds niet al was gearresteerd, vooral omdat genderdeskundige Rong Weiyi had gezegd dat haar stuk een nieuwe richting betekende voor het Chinese feminisme, wat bij de regering de alarmbellen zou kunnen doen rinkelen. Of dat ze die keer in Shanghai geen boete kreeg, toen ze stickers plakte tegen een overheidscampagne die grensoverschrijdend gedrag beoogde te ‘voorkomen’ door vrouwen te vertellen dat ze meer ‘zelfrespect’ moesten hebben bij hun kledingkeuze.

    Vroeg of laat zou ze worden opgepakt, dat wist Wei zeker. Xi Jinping, die in 2012 aan de macht was gekomen – in de periode dat feministische activisten aan de universiteiten floreerden – had de als podiumkunst vermomde protesten al bestempeld als ‘lasterlijk’. Op dergelijke acties stond vijf jaar gevangenisstraf (en tien jaar als de acties meer dan een stad op z’n kop zetten). Net als haar collega’s was Wei klaar om het nieuwe Chinese feminisme een impuls te geven. Zelfs toen de overheid ingreep door hun feministische stemmen te onderdrukken op Weibo, het sociale netwerk dat hun levensader was, kon dat hen niet tegenhouden.

    Het taboe op seks komt voort uit de confucianistische traditie die discussie over het onderwerp verbiedt

    Wei wilde uiteindelijk in haar werk de seksuele vrijheid van vrouwen bepleiten, zoals in het matriarchale systeem van de Mosuo in Yunnan, het zuidwesten van China. De Mosuo hangen het Tibetaanse boeddhisme aan en alleenstaande moeders beoefenen er de vrije liefde. Maar ze moest bij de basis beginnen, en tot dan toe was seksuele voorlichting nog net zo beperkt als die van haarzelf was geweest: op school werden voortplanting en menstruatie besproken tijdens lessen die alleen voor meisjes bestemd waren.

    Het taboe op seks komt voort uit de confucianistische traditie die gesprekken over het onderwerp verbiedt: de seksuele daad wordt beschouwd als uitsluitend een echtelijke aangelegenheid – met een ondergeschikte rol voor de vrouw –, die moet uitmonden in een bevalling. Het taoïsme daarentegen, dat bepaalde aspecten deelt met het Tibetaanse boeddhisme, stelt een reeks technieken voor om de seksuele energie te verhogen. Het benadrukt de rol van de vrouwen om in de baarmoeder – waar de energie in uitmondt – het idee van leegte te belichamen, en pleit zo voor ‘terugkeer naar de universele moeder’, legt filosoof Carla Rosso uit. 

    Wei Tingting, die zich ook Waiting noemt, moest een aantal jaar wachten op onderwijsveranderingen in haar land. 

    Die volgden in 2019. Omdat slechts 10 procent van de twintigduizend ondervraagde universiteitsstudenten aangaf seksuele voorlichting te hebben gehad (de rest vond die in bibliotheken of via porno, die in China illegaal is), lanceerde de regering het initiatief ‘Gezond China’. Dat bevatte een aantal door de Unesco onderschreven punten, zoals het verbod op discriminatie op grond van geslacht, intimidatie en ongewenste zwangerschap en het recht op veilige abortus en preventie van seksueel overdraagbare aandoeningen. In 2020 werd het initiatief opgenomen als onderdeel van het schoolcurriculum.

    Wang Man

    Op die koude avond in maart werd er nog een arrestatie verricht. Elders in Beijing woonde Wang Man, de oudste van de groep. Zij werd bekend door een actie waarbij ze samen met Li Maizi mannentoiletten bezette om meer vrouwentoiletten te eisen op de universiteit. 

    Er bestaan onafhankelijke centra voor vrouwenstudies in China. Het eerste werd in 1987 opgericht aan de Universiteit van Zhengzhou – tot woede van de regering; die had namelijk al in 1949 haar Vrouwenuniversiteit opgericht, die was aangesloten bij de Federatie van Chinese Vrouwen. Dertig jaar geleden vormden vrouwen 20 procent van het totale aantal studenten; nu is dat 60 procent, en dus hebben zij meer ruimte nodig op de campus. Wang nam het op zich om dat artistiek uit te dragen.

    Het bezetten van de herentoiletten was een revolutionaire vorm van protest. Eerdere feministen namen de houding aan die het taoïsme wuwei noemt: ‘niet-doen’ of ‘passief zijn’, traditionele en zogenaamd ‘vrouwelijke’ eigenschappen die worden belichaamd in yin. Dat contrasteert met het activisme van de hedendaagse feministen die yang belichamen: het strijdbare, wat een zogenaamd ‘mannelijke’ eigenschap is. Maar in plaats van harmonie in de vereniging van yin en yang brachten deze studentes ongewild Xin Yidai voort: een ‘nieuwe generatie’.

    Wu Rongrong

    Ver weg van de Chinese hoofdstad, op 1300 kilometer afstand, verrichtte de politie nog een arrestatie: in de stad Hangzhou, beroemd om zijn Westelijke Meer, die dichters inspireerde en door Marco Polo werd geprezen als ‘de mooiste stad ter wereld’. Politieagenten stonden te schreeuwen buiten het huis van Wu Rongrong. De feministe had haar baan bij Alibaba opgezegd om vrijwilligerswerk te gaan doen bij een organisatie voor jonge vrouwen. Ze verwierf bekendheid met haar performance waarmee ze opkwam voor een vrouw die uit zelfverdediging een ambtenaar had gedood die haar had aangerand. Wu richtte ook het Weizhiming Vrouwencentrum op, dat opkomt voor de rechten van jonge vrouwen. Ze was de enige in de groep die getrouwd was en een kind had. 

    Wu en haar metgezellen behoorden tot de eenkindgeneratie. De eenkindpolitiek, opgelegd door de Communistische Partij, was van kracht tussen 1979 en 2015 en leidde tot een onevenwichtige verdeling van mannen en vrouwen. Amnesty International had scherpe kritiek op deze en andere wetten voor gezinsplanning, omdat die een schending betekenden van seksuele en reproductieve rechten. In die periode vonden naar schatting 30 miljoen abortussen en kindermoorden op meisjes plaats en werden 200 miljoen geboortes voorkomen. Daarbij zijn niet eens de baby’s meegeteld die in de steek werden gelaten of ter adoptie werden afgestaan. De prijs voor het overtreden van de wet was torenhoog, zowel economisch als moreel: gezinnen die uit elkaar vielen, spiraaltjes die zonder voorafgaande toestemming na de eerste geboorte werden geplaatst, en soms zelfs sterilisaties.

    Steeds meer vrouwen kiezen ervoor om alleenstaand te zijn of geen moeder te worden, en komen daar ook publiekelijk voor uit

    De eenkindpolitiek werd in 2015 afgeschaft – hetzelfde jaar ook waarin de arrestaties plaatsvonden. De bedoeling was om een tweede kind per koppel mogelijk te maken en zo het geboortecijfer te verhogen. Maar dat werkte niet, en toen China in 2021 het laagste geboortepercentage noteerde, stond de regering drie kinderen per gezin toe. Dat het op die twee momenten niet tot een demografische boom kwam, komt voornamelijk doordat de kosten die met de opvoeding gepaard gingen het lastig maakten om te concurreren op de arbeidsmarkt, maar ook door de opkomst van het feminisme. Steeds meer vrouwen kiezen ervoor om alleenstaand te zijn of geen moeder te worden, en komen daar ook publiekelijk voor uit. Dit jaar bood de CCP een financiële stimulans en bescherming voor moeders, op voorwaarde dat ze getrouwd zijn. Dat betekent bijvoorbeeld dat een ongehuwde vrouw juridisch machteloos is als zij wordt ontslagen omdat ze zwanger is. 

    Wu Rongrong vreesde dat ze door haar gevangenschap lang gescheiden zou zijn van haar jonge kind. Het is iets wat in de Chinese taal ligt besloten: het Chinese karakter 好 (hao) betekent ‘goed’ of ‘best’, en verenigt twee karakters in zich, namelijk een vrouw (女, nü), en haar kind (子, zi).

    Zheng Churan

    In Zuid-China was het die nacht van 6 maart 2015 veel warmer. In de stad Guangzhou bevond zich de laatste uit de groep jonge vrouwen die bekend zou worden als de Vijf Feministen: Zheng Churan. Zij woonde nog bij haar ouders toen ze haar kwamen halen. Tijdens de verhoren namen ze haar bril af en lieten haar in het donker achter. Ze bedreigden haar met repercussies voor haar ouders. Zheng leed aan stress, slapeloosheid en haaruitval. Toen het allemaal voorbij was, trok ze zich terug uit het activisme. Ook voelde ze zich extra bezwaard: ze vond dat ze schuld had aan de zevenendertig dagen opsluiting van haar metgezellen, omdat zij het was geweest die het plan had bedacht. 

    Maar zij was het ook die zorgde voor de hergroepering van een nieuwe generatie Chinese feministen.

    De nieuwe generatie feministen noemde zichzelf nüquan zhuyizhe. Dit neologisme betekent letterlijk ‘vrouwen voor recht/vrouwenmacht’. Het karakter quan (权) betekent zowel ‘recht’ als ‘macht’; het dook vanaf 1900 op in Chinese vertalingen van buitenlandse – en vooral Japanse – feministische teksten. De term die daarvóór werd gebruikt was nüxing zhuyi, ‘leer van de vrouwelijk sekse’ – xing (性) betekent ‘natuurlijkheid’ of ‘seksualiteit’. Om verwarring te voorkomen gaf de Federatie van Chinese Vrouwen de voorkeur aan het gebruik van funü quanli – ‘vrouwenrechten’. Funü is in het confucianisme het begrip voor ‘vrouw’.

    In de nacht dat de Vijf Feministen werden gearresteerd, gooide de politie ook andere vrouwen in de cel die bij soortgelijke initiatieven betrokken waren geweest. Maar die werden na 24 uur weer vrijgelaten, in tegenstelling tot het vijftal, dat ruim een maand vastzat. Elke ochtend herhaalde Li Maizi de mantra ‘volharding, moed, uithoudingsvermogen’ om het hoofd te kunnen bieden aan de ondervragingen door ambtenaren, die haar vernederden en haar – en de anderen – ervan beschuldigden spion te zijn. Op 13 april werden de Vijf Feministen vrijgelaten en zagen ze iets wat ze zich nooit hadden kunnen voorstellen.

    Internationaal was de hashtag #FreeTheFive viraal gegaan op sociale media. Journaliste en feministe Leta Hong Fincher besloot de verhalen van deze meiden die ‘blij waren Big Brother te verraden’ te bundelen in haar boek Betraying Big Brother: the Feminist Awakening in China. Feministisch activiste Xiao Meili, die eerder met de groep had samengewerkt, gaf in 2018 de aanzet tot de campagne #MeTooInChina. Met meer dan 3 miljoen views op Weibo was het zeven dagen lang de meest-bezochte pagina, voordat deze werd verwijderd. Dat gebeurde ook met het account van Nüquan Zhi Sheng (‘Feministische Stemmen’), de meest invloedrijke organisatie. In 2020 werden tien feministische fora op het sociale netwerk Douban gesloten en werd het verboden de van oorsprong Zuid-Koreaanse feministische beweging 6B4T bij naam te noemen. Die beweging bepleit dat vrouwen niet zouden moeten trouwen of kinderen moeten krijgen.

    Er is nu een nieuwe feministische generatie die nog steeds wordt vervolgd. De pandemie en het restrictieve beleid van Xi Jinping zijn weinig meer dan een excuus om de greep op vrouwen te versterken. Maar het ontwaken van het feminisme in China is niet meer te stoppen. dd054df5 6fcd 4549 9390 41dd03b379a5

    ANP 344937141 1
    Drie van de Chinese Vijf Feministen en hun advocaat keerden terug naar het detentiecentrum waar twee vrouwen vastzaten, vermoedelijk omdat zij op Internationale Vrouwendag wilden protesteren tegen seksuele intimidatie in het openbaar vervoer. Ze eisen dat de borgtocht wordt opgeheven en de zaak wordt geseponeerd. – © ANP
  • Haïtianen hebben tijd, ruimte en steun nodig

    Haïtianen hebben tijd, ruimte en steun nodig

    Haïti, het armste land van het westelijk halfrond, wordt behalve door natuurrampen geterroriseerd door extreem bendegeweld. Het zogenaamde Montana-akkoord zou daar verandering in kunnen brengen.

    Rivaliserende criminele groepen hielden de hoofdstad Port-au-Prince al in een ijzeren greep voordat vorig jaar president Jovenel Moïse werd vermoord. Het machts-vacuüm dat hij achterliet werd direct overgenomen door de bendes van onder andere Jimmy Chérizier, die bekendstaat onder de schuilnaam Barbecue. Ze blokkeerden de belangrijkste haven en de aanvoer van brandstof en voedsel. 

    Door dergelijke bendes, waarvan de meeste banden hebben met politieke en zakelijke leiders, ligt de Haïtiaanse economie nu zo goed als stil. Cholera, waaraan ooit zo’n tienduizend Haïtianen stierven, begint opnieuw om zich heen te grijpen.

    Officieel staat Ariel Henry aan het hoofd van de Haïtiaanse regering. Henry, die buitengewoon onpopulair is, is aan de macht gekomen met steun van de Verenigde Staten en andere grote regionale mogendheden. Toen een coalitie van Haïtiaanse maatschappelijke organisaties voorstelde om een meer representatieve interim-regering te vormen en de democratie weer op te bouwen, hebben Henry en zijn buitenlandse bondgenoten daar een stokje voor gestoken. Inmiddels vinden er in de grote steden al weken straatprotesten plaats, waarin zijn aftreden wordt geëist. Het is op veel plekken zo onveilig geworden dat Henry vrijdag pleitte voor een internationale veiligheidsmissie die de politie moet helpen de controle over de straten terug te krijgen.

    Er vinden al lange tijd verkiezingen plaats, maar kun je spreken van echte democratie?

    Hoewel de situatie complex lijkt, draait de chaos in feite om dezelfde vraag die al 230 jaar lang de aanleiding is van bijna elke crisis op het eiland: wie krijgt in Haïti de macht? En: komt er een moment waarop de Haïtianen dat vraagstuk zelf kunnen oplossen, of blijven buitenstaanders cruciale beslissingen nemen over de toekomst van het land?

    Die tweede vraag houdt mij al bezig sinds ik als jonge verslaggever bij The New York Times voor het eerst naar Haïti ging. Dat was in 2004, aan de vooravond van de tweehonderdste verjaardag van de Haïtiaanse onafhankelijkheid – het enige moderne voorbeeld van een succesvolle opstand die geleid werd door tot slaaf gemaakten. Naar aanleiding van mijn ervaringen in Haïti heb ik me als correspondent in Afrika en Azië altijd beziggehouden met zelfbeschikking en autonoom bestuur van de voorheen gekoloniseerde volkeren van het Zuiden. Vragen over zelfbeschikking zijn tevens de reden dat ik nu naar Haïti ben teruggekeerd. Het land is al lang onafhankelijk, maar kent het echte vrijheid? Er vinden al lange tijd verkiezingen plaats, maar kun je spreken van echte democratie?

    Jean-Bertrand Aristide

    Toentertijd, in 2004, was Jean-Bertrand Aristide aan de macht: een charismatische voormalige katholieke priester en de eerste democratisch verkozen president. Hij kreeg te maken met een grote golf van protesten, waarvan sommige niet alleen steun kregen van zijn oude vijanden uit de kleine, rijke elite, maar ook van vroegere trouwe bondgenoten, die hem nu als een beginnend autocraat zagen. De laatste parlementsverkiezingen waren nooit gehouden, dus Aristide regeerde in wezen per decreet. Om politieke druk uit te oefenen blokkeerden de Verenigde Staten en Europese partners elk honderden miljoenen dollars aan beloofde hulp. Volgens mensenrechtenactivisten spoorde Aristide straatbendes ertoe aan zijn regering te beschermen en tegenstanders van zijn regering te intimideren en zelfs te doden.

    Als verslaggever van een baanbrekende ontwikkeling raakte ik al snel verdwaald in alle voortschrijdende veranderingen. Ik bracht mijn dagen op straat door, waar ik gewone mensen interviewde. De meesten van hen bleven trouw aan Aristide, omdat het hem gelukt was zich vanuit de sloppenwijken omhoog te werken. Hun woede was tastbaar en zorgde vaak voor gewelddadige conflicten op straat.

    ‘Het is essentieel dat Haïti een hoopvolle toekomst krijgt. Dit is het begin van een nieuw hoofdstuk’

    Net als veel andere buitenlandcorrespondenten in Haïti destijds bracht ik mijn avonden door in het gezelschap van jonge Haïtianen die op mij leken: twintigers die in Noord-Amerika een universitaire opleiding hadden genoten, vloeiend Engels en Frans spraken en kosmopolitisch ingesteld waren. Hun rijke ouders hadden bedrijven die door Aristides beleid van herverdeling in het nauw kwamen, en ze steunden politici die hem wilden afzetten. Onder het genot van eindeloze flessen Prestige-bier en kip djon djon werd mijn kijk op de situatie onvermijdelijk gevormd door hun blik. In elk geval zorgde die voor een subtiele afzwakking van een grimmige realiteit, namelijk dat aan de wil van de meerderheid van het Haïtiaanse volk werd voorbijgegaan.

    Eind februari 2004 zorgde een gewapende opstand ervoor dat Aristide zijn macht verloor, waarna hij als balling werd weggevoerd in een Amerikaans vliegtuig. Kort daarop arriveerden Amerikaanse mariniers en verklaarde George W. Bush: ‘Het is essentieel dat Haïti een hoopvolle toekomst krijgt. Dit is het begin van een nieuw hoofdstuk.’

    Wie wilde af van Aristide? Tijdens alle straatprotesten tegen zijn regering was me duidelijk geworden dat oppositie tegen hem niet beperkt bleef tot een kleine rijke elite. Maar gezien zijn enorme populariteit onder de armen is het onwaarschijnlijk dat de meerderheid van de Haïtianen hem weg wilde hebben.

    Machtige vijanden

    Aristide had een aantal machtige vijanden gemaakt. Hij had geëist dat Frankrijk Haïti 21 miljard dollar zou betalen, als compensatie voor de enorme schuld die het zijn voormalige kolonie had nagelaten. Frankrijk was een van de eerste landen die zijn afzetting eisten. Aristides bondgenoten zouden zijn vertrek later een ontvoering noemen en de toenmalige Franse ambassadeur verklaarde onlangs in een interview met The New York Times dat de Verenigde Staten en Frankrijk in feite ‘een staatsgreep’ hadden gepleegd. Amerikaanse ambtenaren hebben zich daarentegen lang tegen die karakteriseringen verzet. Later zou onderzoek van The New York Times aantonen dat een machtige, conservatieve, Amerikaanse organisatie deels verantwoordelijk was voor de vorming van de oppositie tegen Aristide. Dat riep nieuwe vragen op over de verantwoordelijkheid van de Verenigde Staten.

    Aristide had zich ingezet voor een eerlijke herverdeling, om zo democratie en gelijkheid te verzekeren. Maar alle positieve elementen van wat hij vertegenwoordigde, waren verdwenen. Het enige wat resteerde, was de negatieve kant van zijn nalatenschap: de bendes die hem hadden geholpen zijn presidentschap veilig te stellen. Van dat trauma is Haïti nooit echt hersteld, waardoor het een gebroken natie is geworden die leeft in de schaduw van het machtigste land ter wereld. Voor de rest van de wereld is het nu niets meer dan een boeman, een hoofdpijndossier, een speelbal.

    Wat is de wereld vandaag de dag aan Haïti verschuldigd? Allereerst – en dit is het belangrijkst: laat het met rust. De Haïtianen moet tijd, ruimte en steun worden gegund om een andere toekomst voor hun land te realiseren.

    Wat kan er gebeuren? Dat zij er een groter potje van maken dan wij?

    Dan Foote, die vroeger als speciaal gezant van de VS in Haïti zat, levert sindsdien bijzonder felle kritiek op het Amerikaanse beleid. Foote: ‘Het Amerikaanse buitenlandse beleid gelooft onbewust nog steeds dat Haïti bestaat uit een stel domme zwarte mensen die hun land niet zelf kunnen organiseren. En dat wij ze moeten vertellen wat ze moeten doen, omdat het er anders echt slecht aan toe zal gaan. Maar elke keer dat internationale krachten hebben ingegrepen, hebben ze Haïti overhoopgegooid. Het is tijd om de Haïtianen een kans te geven. Wat is het ergste wat er kan gebeuren? Dat zij er een groter potje van maken dan wij?’

    Haïti is door machtiger mogendheden gebruikt en misbruikt sinds Columbus in 1492 de noordkust van het eiland bereikte. De Verenigde Staten hebben Haïti afwisselend genegeerd en onderdrukt. Eerst weigerden ze het land te erkennen, om het vervolgens in 1915 binnen te vallen en het negentien jaar lang als een soort kolonie te gebruiken. De VS achtten het in de Koude Oorlog van essentieel belang om hun grote invloed op de Haïtiaanse politiek en economie te behouden. Dat deden ze, soms met moeite, van 1957 tot 1986, toen achtereenvolgend Duvalier sr. en Duvalier jr. aan de macht waren.

    De afgelopen twaalf jaar is de Haïtiaanse politiek steeds meer verdeeld geraakt, onder andere door een verpletterende aardbeving en een reeks stormen en orkanen. De politiek wordt al een tijd lang gedomineerd door centrumrechtse leiders die Amerikaanse steun genieten en die naar alle waarschijnlijkheid corrupt zijn en banden onderhouden met criminele netwerken. 

    Buitenlandse inmenging

    Door het isolement van Haïti en door buitenlandse inmenging is de politieke cultuur giftig geworden. Niemand vertrouwt elkaar meer en er heerst paranoia. Bij gebrek aan een moderne, industriële economie zijn er in het land sterk uiteenlopende sociale lagen ontstaan. Er is een handelsklasse die haar geld voornamelijk verdient door goederen te importeren en te verkopen aan alle anderen – straatarme mensen die rondkomen van een hongerloon of van geld dat ze krijgen overgemaakt vanuit de bloeiende diaspora die zich uitstrekt tot onder andere de Verenigde Staten, Canada en Frankrijk.

    De gebeurtenissen van de afgelopen tijd hebben het vertrouwen van de Haïtianen in hun verkiezingen aangetast. Bij de eerste echt democratische verkiezingen van 1990 bracht meer dan de helft van de kiesgerechtigden een stem uit. Bij de laatste verkiezing was de opkomst minder dan 20 procent.

    Er is veel meer nodig om het vertrouwen in de regering te herstellen

    Zo ongeveer elke buitenstaander en de huidige regering zelf hebben de neiging om zo snel mogelijk verkiezingen te organiseren. Op die manier kan de ongrondwettelijke regering worden vervangen door een regering die de wensen van het Haïtiaanse volk vertegenwoordigt. Maar in een land met zo’n gebrek aan veiligheid is het nauwelijks mogelijk om geloofwaardige verkiezingen te houden. En hoewel verkiezingen een vereiste zijn voor werkelijke autonomie, zijn ze, zelfs als ze eerlijk en vrij zijn, niet voldoende. Er is veel meer nodig om het vertrouwen in de regering te herstellen.

    Onder verschillende Haïtianen leeft desalniettemin een klein maar hardnekkig sprankje hoop: zij geloven dat het eindelijk tijd is om een politiek faillissement af te kondigen. Alle oude politieke schulden zouden volgens hen vereffend moeten worden, zodat Haïti met een frisse start de toekomst tegemoet kan. Een groot deel van de Haïtiaanse samenleving, waaronder concurrerende politieke partijen, vakbonden, maatschappelijke organisaties en mensenrechtenactivisten, hebben samen een gedetailleerd plan opgesteld waarmee Haïti een politieke overgang kan realiseren.

    Dit zogenaamde Montana-akkoord eist dat er een interim-president wordt aangesteld. Voorstanders van het akkoord hebben begin dit jaar een kandidaat gekozen: Fritz Jean, een voormalig gouverneur van de Haïtiaanse centrale bank. Volgens Jean heeft het land tijd nodig om de maatschappelijke infrastructuur opnieuw op te bouwen en naar verkiezingen toe te werken. Hij belooft dat hij zich te zijner tijd niet kandidaat zal stellen voor het presidentschap.

    Speelbal

    Het Haïtiaanse volk is gedurende het merendeel van zijn bestaansgeschiedenis een speelbal geweest van machtige invloeden van zowel buitenaf als binnenuit; van koloniale en neokoloniale machten, economische elites, wereldwijde criminele netwerken en politici die hun eigen zakken wilden vullen.

    Dit alles doet me denken aan de term granmoun uit het Haïtiaanse Kreyòl. Letterlijk vertaald betekent het ‘grote persoon’, maar het heeft een diepere, onderliggende betekenis. Als je een granmoun bent, beschik je over je eigen lot, heb je de controle over je leven en je toekomst. Als je een granmoun bent, ben je soeverein. Magali Comeau Denis, leider van de groep die het Montana-akkoord wil verwezenlijken, stelt het begrip centraal in haar toekomstvisie voor Haïti. ‘Dit is de eerste keer in de Haïtiaanse geschiedenis dat we echt samen over onze toekomst praten. Economische, sociale, politieke en gemeenschapsgroepen zitten met elkaar aan tafel, hebben een eigen inbreng, stellen veranderingen voor en maken bezwaren,’ zegt ze. En ze sluit af met de hoopvolle woorden: ‘Dit is het. Dit is onze kans.’

    Als de rest van de wereld het land met rust laat, zou dat zomaar eens de eerste stap naar Haïtiaanse zelfbeschikking kunnen zijn, naar de onafhankelijke zwarte republiek die de revolutie ooit beloofde. 

  • Oor-aan-oorracen in Olympische Spelen in Alaska

    Oor-aan-oorracen in Olympische Spelen in Alaska

    Bij de World Eskimo-Indian Olympics in Fairbanks strijden atleten tegen elkaar op onderdelen als de blanket toss, knuckle hop en ear pull. Alle onderdelen zijn gebaseerd op overlevingstechnieken van hun voorouders.

    Elke zomer vindt in Fairbanks in Alaska een van de belangrijkste culturele evenementen voor de inheemse bevolking van Alaska plaats: de World Eskimo-Indian Olympics (WEIO). Sinds 1961 komen inheemse atleten op het vierdaagse evenement af, niet alleen vanuit de verste uithoeken van de staat, maar van over de hele wereld. Ze kunnen er deelnemen aan een groot aantal verschillende onderdelen, die allemaal gebaseerd zijn op overlevingstechnieken en culturele praktijken die al generaties lang van groot belang zijn in hun gemeenschappen.

    De geschiedenis van WEIO is relatief kort vergeleken met de geschiedenis van de vele inheemse volkeren in Alaska. Juist die grote verscheidenheid aan culturele gemeenschappen, waartoe onder andere de Inuit, Iñupiaq, Yupik en Athabasken behoren, is de reden dat de WEIO ooit zijn opgericht. 

    3760216543 6ef5873b06 o
    Na een succesvolle jacht moet het wild voor lange afstanden worden ingepakt; soms moet er hout of ijs worden vervoerd. Het onderdeel four man carry test het vermogen van de deelnemer om langdurig zware lasten te dragen. – © FairbanksMike / Fllickr CC 2.0

    In 1961 kwamen Bill English en Tom Richards sr., allebei piloot bij de nu opgeheven luchtvaartmaatschappij Wien Air Alaska, voor hun werk bij een aantal afgelegen gemeenschappen in de staat. Tijdens deze bezoeken aan inheemse volken woonden ze verschillende evenementen bij. Denk hierbij aan dansen, maar ook aan andere fysieke activiteiten, zoals de blanket toss, waarbij je als deelnemer op een strak gespannen deken van huiden staat die soms door wel meer dan dertig mensen wordt vastgehouden, waarna je de lucht in wordt gegooid en moet proberen in evenwicht te blijven en op je voeten te landen. (De traditie is ontstaan bij de Iñupiaq, een inheemse groep uit Noord-Alaska, die de techniek gebruikten om tijdens de jacht voorbij de horizon te kunnen kijken.)

    Belang van tradities

    Volgens Gina Kalloch, voorzitter van het WEIO-bestuur en een Athabaskische Koyukon, ‘hadden English en Richards oprechte waardering voor wat ze aantroffen. Ze beseften dat het belangrijk was deze activiteiten toegankelijk te maken voor mensen elders in de staat, zodat er meer begrip werd gekweekt voor het belang van de tradities die buiten de grote Alaskaanse steden plaatsvinden.’

    Die zomer werden in Fairbanks, met steun van de lokale Kamer van Koophandel en Wien Air Alaska, de eerste WEIO georganiseerd, die toen nog de World Eskimo Olympics werden genoemd. A.E. ‘Bud’ Hagberg en Frank Whaley, beiden werkzaam bij de luchtvaartmaatschappij, worden gezien als de oprichters van WEIO. Wien Air bood aan om vluchten te betalen zodat atleten uit verschillende dorpen konden deelnemen aan een reeks evenementen die grotendeels de nog levende tradities van inheemse culturen weerspiegelen. Er deden uiteindelijk vier Eskimo-dansgroepen en twee Indiaanse dansgroepen mee, plus deelnemers aan de high kick, blanket toss en seal skinning. Bij de opening werd bovendien gestreden om de titel Miss Eskimo Olympics Queen.

    ‘De ear pull is speciaal ontworpen om het verdragen van pijn op de proef te stellen’

    Vandaag de dag trekt het evenement duizenden toeschouwers en honderden atleten. Er vinden ruim twintig atletiekonderdelen plaats, allemaal traditionele spelen die al lang vóór de WEIO bestonden. Bij de zogenaamde knuckle hop staat uithoudingsvermogen centraal: deelnemers huppen vanuit een push-up naar voren en mogen daarbij alleen met hun knokkels en tenen de grond aanraken. De four man carry stelt kracht op de proef, en het vermogen om langere tijd een zware last te dragen, zoals bij het vervoer van vlees na de jacht. De Indian stick pull toetst de vaardigheden die nodig zijn om een vis uit het water te grijpen: twee deelnemers moeten een ingevet stuk hout van een meter lang uit elkaars hand zien te wrikken. Volgens de website van de WEIO draait de beruchte ear pull om ‘stamina’, uithoudingsvermogen. De deelnemers binden ieder hetzelfde stuk pees achter hun oor en trekken er zo hard mogelijk aan. Het doel is om de pees van het oor van de tegenstander af te rukken. 

    ANP 5798373
    Een deelnemer aan de World Eskimo-Indian Olympics wordt omhooggegooid bij het onderdeel blanket toss. De ‘blanket’ is gemaakt van walrusleer en wordt door 44 mensen vastgehouden. © Qi Heng / Xinhua

    ‘De ear pull is speciaal ontworpen om het verdragen van pijn op de proef te stellen,’ zegt Kalloch. ‘Dit onderdeel simuleert de pijn die je voelt bij bevriezing en leert mensen ermee om te gaan. Ik heb het één keer gedaan en doe het nooit meer, maar mijn dochter heeft er een gouden medaille mee gewonnen.’

    Kalloch heeft zelf een gouden medaille behaald bij de Alaskan high kick. Hierbij balanceer je als deelnemer op één hand terwijl je met gestrekt been tegen een in de lucht hangend voorwerp, een bal bijvoorbeeld, aan schopt. Ze heeft ook meegedaan aan een aantal krachtonderdelen, zoals de Eskimo stick pull: twee deelnemers trekken zittend aan dezelfde stok, met als doel hun tegenstander omver te trekken. Dat eerste spel is onder de Iñupiaq een populair tijdverdrijf tijdens koude winterdagen. Het tweede onderdeel is gebaseerd op de techniek waarmee men bij de winterjacht een zeehond uit een wak trekt.

    Signalen

    Volgens Kalloch zijn twee van de populairste onderdelen bij de Spelen de eenvoetige en tweevoetige high kick, waarbij atleten moeten springen en tegen een hangend voorwerp moeten schoppen om vervolgens weer op hun voeten te landen. De oorsprong van deze twee onderdelen, niet te verwarren met de Alaskan high kick, ligt in een communicatievorm die vóór de tijd van walkietalkies en mobiele telefoons door vissersgemeenschappen aan de kust werd gebruikt.

    ‘De noordelijke gebieden van Alaska zijn heel vlak, je kunt er kilometers ver kijken,’ zegt ze. ‘Tijdens de jacht konden jagers via verschillende soorten schoppen signalen naar het dorp sturen. Zo konden ze laten weten dat er iemand gewond was, of dat de jacht geslaagd was en er meer mensen nodig waren om de vangst te helpen dragen. Ze konden alles zeggen wat je nu via de telefoon of telegraaf kan overdragen.’

    ‘We kijken uit naar de WEIO, omdat we er met familieleden zijn die we niet vaak zien. Het is net een grote familiereünie’

    Amber Applebee, die ook een Athabaskische achtergrond heeft, doet bij de WEIO al jaren mee aan krachtonderdelen als de Eskimo stick pull, de arm pull (waarbij twee zittende deelnemers hun ellebogen om elkaar slaan en hun tegenstander omhoog proberen te trekken) en de greased pole walk (een evenwichtsspel waarbij tegenstanders met blote voeten over een ingevette boomstam lopen). Daarnaast is ze al ruim twintig jaar coach, en ze neemt het vaak op tegen atleten die ze zelf heeft getraind. Omdat de evenementen niet naar leeftijd worden ingedeeld, is het niet ongewoon dat tieners en adolescenten in een nek-aan-nekrace (of oor-aan-oorrace) zijn verwikkeld met iemand van hogere leeftijd. De WEIO maken alleen indelingen op basis van geslacht en deelnemers moeten minstens twaalf jaar oud zijn.

    ‘Lesgeven is onder inheemse Alaskanen een traditie,’ zegt Applebee. ‘Veel kinderen groeien op met dit evenement en zien hun ouders en grootouders eraan meedoen. We kijken uit naar de WEIO, omdat we er met familieleden zijn die we niet vaak zien. Het is net een grote familiereünie.’

    3761016884 059b14e94f o
    Verschillende onderdelen zijn gebaseerd op overlevingstechnieken en culturele praktijken die al generaties lang van groot belang zijn in de inheemse gemeenschappen. – © FairbanksMike / Flickr CC 2.0

    Applebee, wier drie kinderen stuk voor stuk medaillewinnaars zijn, noemt kameraadschap een belangrijk onderdeel van de wedstrijden. Volgens haar is het niet ongewoon dat deelnemers hun rivalen aanmoedigen. ‘Toen mijn dochter dertien was en voor het eerst meedeed, stonden we toevallig tegenover elkaar bij de Indian stick pull,’ zegt Applebee. ‘Ze heeft me er flink van langs gegeven: zij haalde goud en ik zilver.’ Nu, meer dan tien jaar later, is haar dochter jurylid.

    ‘Het is heel belangrijk voor mij om deze tradities aan nieuwe generaties door te geven,’ zegt ze. ‘Ik wil dat mijn kinderen weten wie we zijn en wat ons volk allemaal deed, en de WEIO zijn de beste manier om ze dat te leren.’

    Veranderingen

    De WEIO is een van de grootste organisaties in Alaska die deze inheemse tradities voor toekomstige generaties in leven houdt, maar ze is niet de enige. Zo biedt NYO Games Alaska een eigen spelprogramma dat speciaal op jonge atleten is gericht om ze al vroeg bij culturele tradities te betrekken. Beide organisaties bieden inheemse Alaskanen bovendien de mogelijkheid om de tradities van hun voorouders te blijven beoefenen. Dat is vooral belangrijk voor degenen die in stedelijke gebieden wonen, waar ze minder vaak met hun cultureel erfgoed in contact komen.

    ‘De WEIO worden elk jaar belangrijker, omdat zovelen van ons de band met ons land en onze talen zijn kwijtgeraakt’

    ‘De WEIO worden elk jaar belangrijker, omdat zovelen van ons de band met ons land en onze talen zijn kwijtgeraakt,’ zegt Kalloch. ‘Door veranderingen in de manier van leven verhuizen mensen naar de stad om werk te zoeken. Op een bepaalde manier is dat vooruitgang, maar voor inheemse mensen gaat met zulke veranderingen ook altijd verlies gepaard. De Spelen geven mensen de kans zich te verbinden met vroegere generaties en te doen wat hun voor-ouders deden. We voelen de noodzaak om zo veel mogelijk te behouden, want het maakt ons tot wie we zijn.’ 

  • Door droogte duikt ‘Spaanse Stonehenge’ weer op

    Door droogte duikt ‘Spaanse Stonehenge’ weer op

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Studie onthult opvallende verschillen tussen hersenen van moderne mens en neanderthaler

    » Elon Musk: ‘SpaceX bespreekt iPhone-satellietdiensten voor Apple’

    Droogte maakt onder water gezette monumenten weer zichtbaar

    Als het skelet van een uitgestorven zeemonster is de Dolmen van Guadalperal opgedoken uit de bodem van het stuwmeer van Valdecañas in West-Spanje, waar door de aanhoudende droogte in Europa het waterpeil sterk is gedaald, meldt The New York Times. De overblijfselen van deze graven uit de bronstijd, bijgenaamd het Spaanse Stonehenge, zijn nu voor de vijfde keer volledig blootgelegd sinds het gebied in 1963 opzettelijk onder water werd gezet als onderdeel van een plattelandsontwikkelingsproject.

    Dolmens, ook wel hunebedden genoemd, waren graftombes met één kamer die vaak werden gebruikt voor religieuze ceremonies en nauwkeurige waarnemingen van de zon. De onlangs in Spanje opgedoken dolmen dateert uit het vierde of vijfde millennium voor Christus en is daarmee zo’n tweeduizend jaar ouder dan zijn Keltische neef op de Salisbury-vlakte in Engeland.

    Lees ook:

  • Napels hangt de was buiten – wat de burgermeester ook wil

    Napels hangt de was buiten – wat de burgermeester ook wil

    De burgemeester van Napels vloekt in de kerk met de nieuwe verordening om geen druipende was meer buiten te hangen – het visitekaartje van de Zuid-Italiaanse havenstad. En balsporten mogen ook niet meer? Wat bezielt de burgervader?

    De lucht hangt vol met onderbroeken, rode, zwarte, groene. Met witte beddenlakens, streepjesoverhemden, badhanddoeken aan wasknijpers en met een bh, lichtblauw.

    En wat ruikt het toch fris in de straatjes van Napels. ‘Dash,’ zegt Teresa Sola. Ze draait zich om naar haar dochter: ‘Maria, dat is toch Dash?’ Voor een flinke was gebruikt ze Dash. Soms ook volstaat Blu Oxygen of Soft Liquid Gel, 3 euro per fles. Sola komt overeind uit de stoel voor haar basso, zoals de gelijkvloerse woningen in de arme wijk Quartieri Spagnoli genoemd worden. Deuren en ramen altijd open naar de straat. Ze haalt de fles met het goedkope spul. ‘Dit hier,’ zegt ze met een kritische blik, ‘ja, desnoods gaat het hiermee ook.’

    Met harde knallen raast er weer een motorfiets voorbij. Sola knijpt haar ogen dicht, alsof die ook haar oren afsluiten. ‘Zijn ze niet prachtig, de Quartieri Spagnoli?’

    Wij komen niet met kwade bedoelingen. Dat zij ooit gevraagd zou worden naar haar was had ze nooit voor mogelijk gehouden. Niet op haar leeftijd, niet zelfs dat nog. Maar de was in de straatjes van Napels is nou eenmaal een politiek item. Er dreigde iets ongelooflijks te gebeuren, niets minder dan een keerpunt in de geschiedenis. De gemeente wilde de was verbieden. Dat is toch onvoorstelbaar.

    Ze konden het gewoonweg niet geloven. De was moet weg. Echt waar, geen ondergoed meer in de lucht?

    Teresa Sola is 83. Ze is opgeleid als naaister. Vroeger verkocht ze kauwgom, snoep en cola; ze had een stalletje voor de deur van haar huis op nummer 36. En pizza maakte de familie ook, toen haar moeder nog leefde. Pizza fritta, gefrituurde pizza. Opgegroeid is ze even verderop, op nummer 31. Een heel leven op 50 meter. En al die tijd hing ze haar was te drogen in de straat. De kleinere kledingstukken komen aan de lijn bij de muur aan de overkant, de rest aan de lijn onder het raam van de slaapkamer. De was hangt dan wel over de straatschildering van Diego Armando Maradona.

    Doolhof van straatjes

    ‘Met helder weer,’ vertelt Sola, ‘komt de zon rond de middag van daar aan de overkant, verdwijnt dan eventjes achter de huizen en rond half twee is ze weer terug. ’s Avonds is de was droog.’ Zo doet iedereen dat in het doolhof van straatjes in het oude centrum van Napels, ook in Forcella en in Rione Sanità.

    Al sinds de zestiende eeuw, misschien zelfs wel langer. ‘Waar moeten we de was anders laten?’ vraagt Sola. De huizen zijn te klein, één kamer, een keuken, een badruimte, daar is geen plek voor een droogrek. En wie kan zich nou een droger veroorloven, of de elektriciteit daarvoor? Boven Sola’s wasmachine in de keuken hangt een prent van de maagd Maria.

    De Napolitanen zeggen van zichzelf dat ze zo sociaal zijn omdat ze altijd alles delen, zelfs hun waslijnen

    Op de bovenverdiepingen zijn de lijnen over de straat gespannen, van het ene huis naar het andere, van balkon naar balkon, van raam naar raam. De ene keer is de linkerkant van de straat aan de beurt om te wassen en te drogen, de andere keer de rechterkant. Soms ruilen overburen van dag. Dat schept een band voor heel het leven. De Napolitanen zeggen van zichzelf dat ze zo sociaal zijn omdat ze altijd alles delen, zelfs hun waslijnen.

    Voor toeristen vormen de panni stesi, de kleren aan de waslijn, natuurlijk een leuke folklore, het fotomotief van Napels bij uitstek. In grote groepen staan ze dan beneden op de Via Toledo en fotograferen naar boven in de kleurige straatjes, waar soms minuscule slipjes en verleidelijke lingerie hangen. Maar dat is uiteraard niet waar het hier om gaat.

    Decoro

    Een paar weken terug heerste er ineens grote opwinding. ‘Ik heb het vanuit mijn raam meegemaakt,’ vertelt Sola, het nieuws kwam kort na de berichten over de oorlog. Ze kwamen erachter dat de gemeenteraad een nieuwe verordening ter vergroting van de veiligheid en de hygiëne had bedacht. Het concept werd gepubliceerd. In paragraaf 11 stond de volgende zin: ‘Het is verboden ondergoed, lakens, kleding e.d. op te hangen buiten de private ruimte, dit geldt ook voor ramen, terrassen en balkons boven de straat indien als gevolg hiervan druppels op openbaar terrein vallen.’ De gemeenteraad was dus voornemens druppelende was te beboeten omdat die kennelijk uit de toon valt en afbreuk doet aan Napels’ glorie – aan het decoro, zoals de Italianen zeggen.

    ‘Ik stond perplex,’ zegt Sola.

    Wat de burgemeester in vredesnaam bezielde? De verontwaardiging was groot, maar nog groter was het onbegrip. Hoe haalde hij het in zijn hoofd?

    Tijd om af te reizen naar San Giovanni a Teduccio, een wijk aan de oostkant van de stad. Vroeger, toen Cirio [een grote Italiaanse voedselfabrikant] hier nog dozen vulde met tomaten, werkten er tienduizenden mensen in fabrieken, een hoge schoorsteen getuigt er nog van. De rest is afgebroken. In plaats daarvan verscheen er een trotse dependance van de Federico II, een van ’s werelds oudste universiteiten: moderne gebouwen opgetrokken uit grijze steen en groenblauw glas, als coulisse van de Vesuvius en de zee. Apple opende hier een academie voor masteropleidingen, andere bedrijven volgden. Het kapitaal hier belichaamt de hoop van een zuidelijke jeugd die verder eerder arm is aan verwachtingen.

    Straks komt Gaetano Manfredi, de burgemeester. Hij is pas een half jaar in functie, hiervoor was hij lange tijd rector van de Federico II en in Rome minister van Hoger Onderwijs en Onderzoek. 

    Feest

    Manfredi was ook de man die Apple naar Napels haalde, om eindelijk een revolutie door te kunnen voeren in de onderwijsmethodieken. Er kwam natuurlijk weerstand. Maar vandaag is het feest. De vicepresident van Apple is gekomen, studenten presenteren hun apps, waaronder een voor blinden en slechtzienden.

    Manfredi zit op de eerste rij, een slanke man van 58, de handen gevouwen voor zijn mond. Als hij aan de beurt is, wordt hij geïntroduceerd met de volgende woorden: ‘Drieduizend hoogleraren moest hij ervan overtuigen dat zijn idee met Apple goed was, nu heeft hij een veel eenvoudiger job. Dames en heren, de burgemeester van Napels.’

    Maar de stad moet heel nodig innoveren, ze moet zich aanpassen aan een veranderende wereld, aan de moderne tijd

    Applaus, hier staat een ster. Napels, zegt Manfredi, is een stad met een grote geschiedenis, grote kunst, grote tradities en een groot hart. Maar de stad moet heel nodig innoveren, ze moet zich aanpassen aan een veranderende wereld, aan de moderne tijd. 

    Moet dat echt? Op elk gebied? Verliest ze dan niet haar schitterende hart? Zijn mensen als Teresa Sola dan misschien een sta-in-de-weg voor de nieuwe tijd?

    Manfredi staat nu in een zijgang, een kwartiertje heeft hij, daarna moet hij weer door. ‘Ja, dat risico bestaat,’ zegt hij. Een stad met zo veel geschiedenis is nu eenmaal geneigd te denken dat het volstaat de geschiedenis te bewaren, dat deze geschiedenis zelf al de sleutel tot de toekomst is. ‘Maar zo dreigt ze gevangene te worden van haar eigen historie en clichés.’

    Geldt dat ook voor de was in de straatjes?

    ‘Ja: pizza, mandoline en panni stesi.’ Zo kijkt de buitenstaander naar Napels. ‘Wel wat erg clichématig, wat erg simpel. En de Napolitanen spiegelen zichzelf ook aan dat beeld. Ze verlustigen zich erin.’

    Smoesjes

    Natuurlijk, vervolgt hij met een glimlach, de was hoort bij Napels, dat moet ook zo blijven. Het concept is van tafel, weggeblazen door een storm van verontwaardiging. Manfredi had kunnen zeggen: oké het was wat kort door de bocht, het spijt me. Maar dat deed hij niet, hij zocht een uitvlucht in smoesjes. Het betrof een oud concept, zei hij, in feite al achterhaald. En die hele polemiek dan? Volkomen onnodig. Zo blijft de geschiedenis juist aan hem kleven.

    De burgemeester kent Napels nu eenmaal niet zo goed, hij wandelt te weinig door de straatjes van de stad, zegt Pino De Stasio. ‘Als rector zat hij te lang achter zijn bureau.’ En: ‘Hij komt tenslotte uit Nola.’ Voor wie dat niet weet: Nola ligt in het achterland van Napels, met de auto ben je er in twintig minuten. Maar als je De Stasio zo hoort, lijkt het om een andere planeet te gaan.

    Het is even na achten in bar Settebello, in het historische centrum. Vijf marmeren tafeltjes. De 62-jarige De Stasio maakt zijn bar gereed voor de avond. Met een afstandsbediening zorgt hij voor donkerrood licht uit de lampen. Pier Paolo Pasolini kwam hier over de vloer toen hij in Napels Il Decameron draaide en sondes de buik van de stad instuurde om haar te kunnen doorgronden. ‘Pasolini vond dat Napels een dorp was, met al zijn tegenstrijdigheden, zijn diepe culturele en sociale wortels,’ vertelt De Stasio. ‘Hij hield van dit Napels dat in verzet was tegen de wereld en het kapitalisme.’ Rechts van de bar staat een piano, lounge-achtige jazzmuziek dreunt uit de luidsprekers. Hond Arielle heeft honger, ze blaft.

    Als De Stasio niet zo veel stennis over de was zou hebben geschopt, was het verhaal waarschijnlijk niet in de Milanese Corriere della Sera gekomen en had het thema niet eerst nationaal en later zelfs internationaal de aandacht getrokken. 

    samuel c 70A alC6OY8 unsplash kopie
    © Unsplash

    Karakteristiek

    De Stasio is gemeenteraadslid in een van de districten van het centrum, Municipalità II. Tot zijn portefeuille behoort het behouden van alles wat het historische centrum karakteristiek maakt. Dat staat tenslotte op de Werelderfgoedlijst van de Unesco. Politiek staat hij dicht bij Manfredi, beiden zijn links. ‘Maar dat betekent niet dat ik hem in alles zijn gang maar laat gaan,’ zegt hij glimlachend. Napels kun je niet besturen zoals Turijn, niet als een gegoede burgerman die daar ergens hoog boven alles zweeft alsof het oude hart van de stad er absoluut niet toe doet. Apple is natuurlijk superbelangrijk, zegt De Stasio. ‘Maar de stad is geen hogeschool en al evenmin laat zij zich besturen als een universiteit.’

    Klopt het dan niet dat Napels in haar eigen gemeenplaatsen gevangenzit? Maar dat is toch ook een cliché, zegt De Stasio, terwijl hij zijn leesbril in de kraag van zijn T-shirt steekt. ‘Sommigen willen deze stad van haar kleur ontdoen, globaliseren, haar wegleiden van het portret dat Pasolini van haar schilderde, ze willen haar gelijkmaken aan welke stad dan ook.’ Mogelijk gebeurt dat zelfs onbewust, zoveel wil De Stasio de cultuurbarbaren nog wel toegeven. ‘De burgemeester had slechte adviseurs om zich heen. Mensen die hem influisterden dat hij met een simpele verordening de was kon weghalen uit de steegjes.’

    We mogen niet alles opofferen voor het toerisme. Anders lijkt het hier binnenkort op Venetië.

    Het stel aan het tafeltje ernaast stapt op. Waarschijnlijk stamgasten. ‘Ciao Pino.’ Hij steekt zijn hand op. ‘Bacio [kus],’ zegt hij en praat meteen weer verder. Voor hem zou dit verbod een breuk hebben betekend, een culturele breuk die veel verder reikt dan Dash. Vroeger hingen immers niet alleen arme Napolitanen hun was buiten. Op de dag van San Gennaro, de beschermheilige van de stad, deden rijken hetzelfde, adellijke families. Alleen waren dat in hun geval lakens van wit linnen, mooie kleren en dekens van satijn. Ter ere van San Gennaro. Ook toen was de was een heilig ritueel, een mythe, diep verankerd in het volksgeloof. 

    Er moest ook een verbod komen op balspelen in de straten en op de pleinen van de stad

    In het concept van de gemeenteraad voor ordening van de openbare ruimte stond nog een monstruositeit, die tot nog toe weinig aandacht heeft getrokken. Er moest ook een verbod komen op balspelen in de straten en op de pleinen van de stad. Uitgerekend dat. Je ziet in Italië nog maar weinig kinderen op straat voetballen. Misschien komt dat door de vele playstations, maar beslist ook door de ‘agressieve toeristificering’ van de Italiaanse cultuursteden, zoals De Stasio dat noemt. Alles wordt opgeofferd aan het toerisme. Florence? Onherkenbaar. ‘Om van Venetië maar te zwijgen.’ Ook Rome wordt aan alle kanten getoeristificeerd.

    Napels is toch anders, een wereld aan oorspronkelijkheid. Ietwat lastig te hanteren, een rauwe, echte wereld, die je rechtstreeks raakt. Het is de tegenpool van de Disneyparken in deze wereld.

    ‘Maar eens kijken wat ze met het voetbalverbod gaan doen,’ zegt De Stasio. Als dat toch nog in een nieuw conceptreglement voorkomt, gaat hij opnieuw voor een hoop stennis zorgen. Napels zonder voetbal in haar straatjes? Ondenkbaar. Wat zou Maradona daar wel niet van zeggen.

  • ‘Uitzonderlijk gesprek’ tussen Israëlische premier en Palestijnse president

    ‘Uitzonderlijk gesprek’ tussen Israëlische premier en Palestijnse president

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Moord Shinzo Abe: vuurwapengeweld uiterst zeldzaam in Japan

    » Frankrijk nationaliseert grootste elektriciteitsbedrijf

    Zeldzame telefoongesprekken tussen Israël en Palestina

    De nieuwe premier van Israël, Yair Lapid, en de Israëlische president Isaac Herzog voerden vrijdag ‘zeldzame telefoongesprekken’ met de Palestijnse president Mahmoud Abbas, meldt Middle East Eye. Hussein al-Sheikh, secretaris-generaal van het uitvoerend comité van de Palestijnse Autoriteiten, bevestigde het telefoongesprek tussen Abbas en Lapid.

    De Israëlische premier liet in een verklaring weten dat hij Abbas ‘een gezegend Offerfeest’ wenste en dat ze spraken over ‘het voortzetten van de samenwerking en het verzekeren van kalmte en de-escalatie’ voorafgaand aan het bezoek van de Amerikaanse president Joe Biden aan het Midden-Oosten. Ook liet Herzog weten dat hij het bezoek van Biden met Abbas in een telefoongesprek had besproken.

    De telefoontjes volgen minder dan vierentwintig uur na het bezoek van de Israëlische minister van Defensie aan Ramallah

    De telefoontjes van Lapid en Herzog naar Abbas volgen minder dan vierentwintig uur na het bezoek van de Israëlische minister van Defensie Benny Gantz aan Ramallah, waar hij donderdag laat op de avond met Abbas sprak. Ook dat was een ‘uitzonderlijke ontmoeting’, schrijft Middle East Eye.

    Gantz, voormalig stafchef van het leger en leider van de centristische Blauw-Wit-Partij, ontmoette Abbas om ‘de veiligheid en civiele coördinatie te bespreken voorafgaand aan het bezoek van de Amerikaanse president aan Israël’, aldus een verklaring die de minister liet uitgaan. In de verklaring wordt gemeld dat er ‘op een positieve manier’ werd gesproken. Beide partijen kwamen overeen ‘dat de coördinatie van de veiligheid moet worden voortgezet en activiteiten die tot instabiliteit kunnen leiden moeten worden vermeden’.

    Abbas benadrukte ook het belang van het creëren van een ‘rustige sfeer, waarin president Biden verwelkomd kan worden’.

    Lees ook:

  • Waarom het ene land rijk is en het andere arm

    Waarom het ene land rijk is en het andere arm

    Oded Galor deed onderzoek naar de economische geschiedenis van de mensheid sinds het verschijnen van de homo sapiens in Afrika, ongeveer 300.000 jaar geleden. Volgens de Israëlisch-Amerikaanse econoom hebben samenlevingen die diversiteit accepteren meer succes.

    Al lange tijd houden vooraanstaande denkers zich keer op keer bezig met twee fundamentele vragen. De eerste luidt: welke oorzaken leidden tot de industriële revolutie waarmee de mensheid zich wist te bevrijden uit een onvermijdelijk lijkende armoedeval? En de tweede: waarom profiteren niet alle landen in gelijke mate van de vruchten van materiële welvaart, die onder andere tot uiting komen in een hogere levensverwachting, een betere gezondheid en al met al een aangenamer leven? Juist in een tijd waarin veel economen zich steeds vaker lijken te wijden aan steeds specifiekere onderzoeken, verdient de poging deze belangrijke vragen van de mensheid te willen oplossen grote waardering.

    Oded Galor houdt zich er al decennialang mee bezig. Met zijn ‘uniforme groeitheorie’ draagt de uit Israël afkomstige, en sinds vele jaren aan de Amerikaanse Brown University docerende econoom de overtuiging uit dat een betrouwbare en volledige kennis van de mondiale economische ontwikkelingsfactoren slechts mogelijk is wanneer we de primaire drijvende krachten achter het gehele ontwikkelingsproces in beschouwing nemen, en niet alleen die van bepaalde perioden. De uniforme groeitheorie omvat ‘de reis van de mensheid sinds het verschijnen van de homo sapiens in Afrika, ongeveer 300.000 jaar geleden, door het hele verloop van de geschiedenis heen’.

    Nadat Galor gedurende vele jaren in deels zeer ambitieus opgezette wetenschappelijke artikelen zijn thesen heeft ontwikkeld, zoekt hij nu met een toegankelijk geschreven werk (De reis van de mensheid) een breder publiek.

    Voorwaarde voor economische bloei

    Je zou tegen Galors pretentie in kunnen brengen dat het niet ontbreekt aan plausibele verklaringen voor de ontwikkeling van welvaart en ongelijkheid. Een bekende stelling, gepopulariseerd door de Nobelprijswinnaar Douglas North, ziet in het bestaan van instituties die eigendomsrechten garanderen, een juridisch kader scheppen voor een profijtelijk samenleven en de concentratie van economische macht verhinderen een allesbeheersende voorwaarde voor een positieve economische ontwikkeling.

    Enkele jaren geleden hebben Daron Acemoglu en James Robinson in hun bestseller Waarom naties mislukken het begin van de industriële revolutie in Engeland verklaard uit gunstige institutionele veranderingen na de Glorious revolution van het jaar 1688. Men kan in het zoeken naar sporen van institutionele veranderingen nog verder teruggaan. Economiehistoricus Werner Plumpe uit Frankfurt onderkent in zijn boek over het kapitalisme (Das kalte Herz) in de vroegmiddeleeuwse herendienstwetgeving van de Karolingers een ontwikkeling die samen met andere invloeden, veel later in het noordwesten van Europa de voorwaarden schiep voor een economische opbloei.

    Een tweede interpretatie richt zich op de geografische omstandigheden van het economisch handelen. In zijn boek Arm en rijk verklaart de evolutiebioloog Jared Diamond de vroege bloei van de Mesopotamische cultuur met gunstige klimatologische omstandigheden voor de akkerbouw. De opkomst van Europa is volgens hem te danken aan een gefragmenteerde geografie, die de vorming van duurzame grote rijken verhinderde.

    De landbouw in het jaar 1000 bracht nauwelijks meer op dan de landbouw rond het begin van de jaartelling

    Galor wijst de op instituties en geografie gebaseerde verklaringen zeker niet af. Hij beschouwt ze als nuttig om afzonderlijke ontwikkelingen te verhelderen, maar volgens hem bezitten ze geen omvattende verklarende kracht. Zo verklaren, vanuit Galors gezichtspunt, de institutionele veranderingen wel waarom de industriële revolutie juist in Engeland uitbrak, maar niet waarom die industriële revolutie zich überhaupt voordeed.

    Galors verklaring is gebaseerd op een allesbeheersende rol van de technische vooruitgang en de bereidheid van de mensen om daarop in te haken, vooral door scholing. Toen ongeveer 60.000 jaar geleden mensen Oost-Afrika begonnen te verlaten en zich over de wereld verspreidden, bleef hun aantal lange tijd gering. Twaalfduizend jaar geleden bevolkten naar schatting slechts 2,5 miljoen mensen de aarde. Deskundigen duiden deze periode die tot de industriële revolutie duurde aan als de ‘malthusiaanse plafond’, ter herinnering aan de Britse econoom Thomas Malthus. De meeste mensen worstelden om te overleven; planning van het leven op langere termijn was helemaal niet mogelijk. Elke verbetering van de economische situatie verhoogde het aantal kinderen dat hun eerste levensjaren overleefde. Volgens Malthus’ beroemde formule groeide de bevolking in een meetkundige reeks (1,2,4,8….), maar het aanbod van voedingsmiddelen slechts met een rekenkundige reeks (1,2,3,4…). Een toename van de bevolking moest daarom wel tot een zware crisis leiden omdat er niet genoeg te eten was voor het snel groeiende aantal hongerige monden. Lange tijd maakte de mensheid niet echt vorderingen: de landbouw in het jaar 1000 bracht nauwelijks meer op dan de landbouw rond het begin van de jaartelling. De meeste mensen leefden gevaarlijk dicht bij het minimale bestaansniveau.

    Storm onder de oppervlakte

    Toch zou het fout zijn om de tijd tot aan het uitbreken van de industriële revolutie te beschouwen als een volledige stilstand in economisch opzicht, net zo min als men zich de industriële revolutie moet voorstellen als een plotselinge explosie van economische dynamiek. Galor spreekt van een ‘storm onder de oppervlakte’. Voor de industriële revolutie verliep de technische vooruitgang slechts langzaam, maar ze was er wel. Ze toonde zich niet in een toename van materiële rijkdom voor veel mensen – de meesten bleven straatarm – maar de vooruitgang was zichtbaar in het vermogen een groeiende bevolking te voeden. Aan het begin van onze jaartelling leefden er naar schatting ongeveer 200 miljoen mensen op aarde, rond het jaar 1600 zouden het er toch al 600 miljoen kunnen zijn geweest.

    Toen begon zich langzaam een dynamiek te ontwikkelen, want het aanbod en de vraag naar technologie hangen af van de bevolkingsgrootte. Hoe meer mensen er zijn, hoe meer hoofden iets nieuws kunnen bedenken. Met de groei van de bevolking nemen ook de mogelijkheden toe van een arbeidsdeling die de productiviteit verhoogt. Tegelijkertijd ontstaat door een groeiende bevolking ook de economische prikkel om innovatieve producten te ontwikkelen omdat het aantal potentiële kopers toeneemt. Een op gang komende technische vooruitgang zorgt voor steeds meer prikkels om verdere innovaties te ontwikkelen.

    Zo kwam het tot de industriële revolutie, die er veel begrijpelijker uitziet als ze niet als een plotselinge eruptie wordt opgevat, maar als een langdurig proces. Er is in deze fase op geen enkel tijdstip sprake geweest van een ‘schok’, schrijft Galor. ‘Weliswaar voltrok zich de overgang, in verhouding tot de hele geschiedenis van de mens, heel snel, maar de toename van de productiviteit in deze periode voltrok zich in kleine stapjes. In het begin van de industriële revolutie groeide de bevolking vanwege de toenemende technologische veranderingen wel sprongsgewijs, maar het gemiddelde inkomen groeide slechts in zeer bescheiden mate, precies zoals de malthusiaanse theorie voorspelde.’

    De vooruitgang van de mensheid berust in wezen op het samenwerken van technologie en scholing

    Het slechten van de malthusiaanse plafond lukte pas ongeveer een eeuw later, toen de bevolkingsaanwas in de opkomende industrielanden terugliep, en daardoor het inkomen per capita konden stijgen. Volgens de opvatting van Galor was het de omgang met de technologie die deze verandering tot stand bracht. Want de mensen begonnen te begrijpen dat een succesvolle omgang met de technische vooruitgang een duidelijk betere scholing vereiste. In plaats van hun materiële hulpbronnen te verbruiken in kinderrijke gezinnen gaven veel mensen de voorkeur aan kleinere gezinnen die het mogelijk maakten de middelen te investeren in de opleiding van de kinderen. Samen met de materiële vooruitgang verbeterden de levensomstandigheden en de levensverwachting. Steeds meer mensen beschikten over spaargeld; pas nu werd een vooruitziende planning van het leven mogelijk. De vooruitgang van de mensheid berust in wezen op het samenwerken van technologie en scholing. Technische vooruitgang staat niet alleen bevolkingsgroei toe, ze heeft ook invloed op de samenstelling van de bevolking.

    Maar industrialisering kan ook een valkuil zijn. Galor haalt als voorbeeld Noord-Frankrijk aan, dat bij het begin van de industrialisering, toen het bijvoorbeeld veel textielindustrie bezat, tot de rijkste delen van het land behoorde. Die fabrieken vroegen veel eenvoudige arbeid, maar dwongen niet tot een steeds betere scholing om gelijke tred te kunnen houden met de steeds modernere technologieën. Tegenwoordig zijn die regio’s rijk waar de toepassing van technische vooruitgang het betalen van hogere arbeidslonen toestaat. 

    Galor is duidelijk geen aanhanger van historisch determinisme: niets is voorbestemd. Geen samenleving heeft altijd materiële rijkdom gekend; omgekeerd is ook geen samenleving gedoemd om voor altijd tegen de mathusiaanse plafond te blijven aanlopen.

    Diversiteit

    Waarom zijn sommige landen dan al lange tijd rijk terwijl andere zich nooit wisten te bevrijden uit de ijzeren greep van de armoede? Voor Galor luidt het antwoord: het komt in een samenleving aan op een optimale mate van diversiteit, verbonden met het vermogen om vaak duizenden jaren oude tradities te overwinnen. Hij geeft een interessant voorbeeld. Voordat mensen enkele duizenden jaren geleden de ploeg uitvonden, deelden mannen en vrouwen het werk op het land. Omdat het voor gebruik van de ploeg lichaamskracht nodig was, waardoor mannen voor deze bezigheid in het voordeel waren, bevorderde de uitvinding van de ploeg in de visie van Galor een arbeidsdeling waarbij de man zich meer concentreerde op het werk op het veld, en de vrouw op het werk in het huis. Vanwege de verschillende bodemgesteldheden speelde de ploeg in de Europese geschiedenis in het zuiden een belangrijkere rol vroeger dan in het noorden. De observatie dat de beroepsmatige emancipatie van de vrouw in moderne samenlevingen in het noorden van Europa vandaag sterker ontwikkeld is dan in het zuiden verklaart Galor dan ook met de verschillen in het gebruik van de ploeg in de landbouw van vele jaren geleden.

    Diversiteit heeft in de visie van de econoom aanzienlijke voordelen, maar die hebben hun prijs. Diversiteit in samenlevingen, in combinatie met opleiding(sniveau) verhoogt de kans op technische vooruitgang. De Verenigde Staten, waar studenten uit vele landen ook aan de beste universiteiten kunnen studeren, zijn een schoolvoorbeeld voor deze stelling. Maar diversiteit kan eveneens gepaard gaan met aanzienlijke kosten in de vorm van sociale spanningen, zoals ook juist in de Verenigde Staten is waar te nemen. De samenlevingen in andere landen laten diversiteit slechts met tegenzin toe; vaak zijn ze economisch dan ook niet succesvol.

    ‘Waar de sociale samenhang zwak en corruptie wijd verbreid is, lopen omvattende hervormingen vaak in het honderd’

    Een succesvol recept voor het oplossen van deze problemen ligt volgens Galor niet algemene beleidsaanbevelingen, zoals ze in het verleden niet zelden door internationale organisaties werden uitgesproken. ‘Privatisering van de industrie, liberalisering van de handel en het vastleggen van eigendomsrechten kunnen groeibevorderende maatregelen zijn voor landen waarin al sociale en culturele voorwaarden voor economische groei bestaan, maar daar waar deze voorwaarden ontbreken, waar de sociale samenhang zwak en corruptie wijd verbreid is, lopen zulke omvattende hervormingen vaak in het honderd’, schrijft de econoom.

    ‘Geen hervorming, al is die nog zo efficiënt, zal een verarmd land in een handomdraai veranderen in een vooruitstrevende economie, want het grootste deel van de kloof tussen ontwikkelingslanden en industrielanden komt voort uit al millennia bestaande processen. Institutionele, culturele, geografische en sociale kenmerken uit een ver verleden hebben de beschavingen voortgestuwd op hun verschillende historische wegen en hebben de verschillen in welvaart tussen de naties verdiept.’ Een goede politieke strategie om de armoede te overwinnen is niet eenvoudig, maar ze is naar het inzicht van Galor wel mogelijk. De boodschap van zijn boek is optimistisch.

    Oded Galor, De reis van de mensheid. Waar welvaart en ongelijkheid vandaan komen, in vertaling van Pon Ruiter en Linda Broeder, is in maart 2022 verschenen bij De Bezige Bij.

  • Canada betaalt historische schadevergoeding aan inheemse gemeenschap

    Canada betaalt historische schadevergoeding aan inheemse gemeenschap

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Wapens voor Oekraïne kunnen bij criminelen terechtkomen, waarschuwt Interpol

    » Biden bezoekt Saoedi-Arabië – ondanks belofte om oliestaat als paria te behandelen

    Trudeau keert 1 ,3 miljard dollar uit aan de Siksika

    Canada zal 1,3 miljard dollar aan de Siksika, een inheemse gemeenschap, betalen wegens het afnemen van grondgebied. Het was een ‘historische’ overeenkomst die donderdag werd ondertekend door de Canadese premier Justin Trudeau en het hoofd van de Siksika, Ouray Crowfoot, aldus Calgary Herald.

    Tijdens een ceremonie in Alberta heeft Canada toegezegd het equivalent van 960 miljoen euro te betalen aan de inheemse gemeenschap in het westen van het land, als genoegdoening voor de onteigening van een deel van haar land aan het begin van de twintigste eeuw. Ook zal de Siksika op termijn 46.500 hectare land uit de omliggende gebieden kunnen verwerven.

    ‘Vandaag hebben we, zonder het verleden te vergeten, de kans om naar de toekomst te kijken’

    Het is een van de grootste schadevergoedingen voor grondonteigening in Canada ooit. Volgens Justin Trudeau heeft Canada op een ‘onwaardige manier’ gehandeld en heeft ze de gemeenschap beroofd van haar ‘vruchtbare en mineraalrijke land’.

    ‘Ik begrijp dat we nog veel werk te verzetten hebben op het pad van verzoening,’ zei Trudeau. ‘Maar vandaag hebben we, zonder het verleden te vergeten, de kans om naar de toekomst te kijken.’

    Lees ook:

  • ‘Ik kreeg te horen dat ik tot de mensheid zonder geschiedenis hoorde’

    ‘Ik kreeg te horen dat ik tot de mensheid zonder geschiedenis hoorde’

    Wat voor ‘anders’ of ‘de ander’ doorging is eeuwenlang bepaald door de koloniale Europese samenleving. Volgens Leopold-Joseph Bonny Duala-M’bedy, grondlegger van de xenologie, is elke vorm van anders-zijn een construct. In zijn leer gaat het altijd om het gezamenlijke referentiekader van de gehele mensheid.

    Eeuwenlang werden geschiedenis en filosofie bepaald door de koloniale Europese samenleving. Die definieerde wat voor anders doorging, en creëerde zo perspectief, hiërarchie en uitbuiting. Met zijn eigen ervaringen in de vroegere Duitse kolonie Kameroen als vertrekpunt ontvouwde Leopold-Joseph Bonny Duala-M’bedy een theorie die hem tot een pionier in de postkoloniale kritiek maakte. De xenologie die hij ontwikkelde maakt het anders-zijn los van het subject en heeft in plaats daarvan oog voor systemen die, gedreven door belangen, het concept ‘anders’ gebruiken om macht te kunnen uitoefenen. Een gesprek over een theorie die niet alleen inzichten wil bieden, maar ook gerechtigheid tot doel heeft.

    Xenologie is een fundamentele kritiek op het Europese discours van anders-zijn

    Professor Duala-M’bedy, men ziet u als de grondlegger van de xenologie. Wat is de kern van haar kennisleer?

    Xenologie is een fundamentele kritiek op het Europese discours van anders-zijn, en daarmee een principiële kritiek op antropologie en etnologie. Ten grondslag aan de klassieke etnologie ligt het evolutionistische denken dat een hiërarchische indeling van de mensheid rechtvaardigt. Het schortte echter aan een wetenschappelijk gefundeerd vertoog tegen een dergelijke denkwijze. Met mijn theorie van de xenologie is dat veranderd.

    Welke gedachte ligt aan deze theorie ten grondslag?

    In de xenologie worden het anders-zijn en ook de wijze van omgaan met het anders-zijn vervangen door het concept van het ‘xenische systeem’.

    Uw vertrekpunt is dus niet het anders-zijn maar het extern ontwikkelde systeem.

    Precies, want achter het fenomeen ‘anders’ schuilt geen subject maar een construct, een systeem. Het ‘xenische systeem’ is dus een filter waardoor elke samenleving een andere samenleving omzet in taal en symbolen. En zoals bij ieder systeem gaat het hierbij om ideologie.

    WIE IS DUALA-M’BEDY?

    Léopold-Joseph Bonny Duala-M’bedy (Duala, 1936) is een Kameroens politicoloog, socioloog, etnoloog en xenoloog. Hij is de grondlegger van de wetenschappelijke discipline van de xenologie. Duala-M’bedy komt uit het geslacht Duala-Bell, het koningshuis van Kameroen. Op veertienjarige leeftijd ging hij in Parijs naar een middelbare school; daarna studeerde hij er aan de Sorbonne. In 1962 promoveerde hij aan de Universiteit van Wenen en in 1972 habiliteerde hij (een soort tweede promotie waarmee het doceerrecht wordt verworven) als Alexander von Humboldt-bursaal bij de geschiedfilosoof Eric Voegelin. Zijn belangrijkste boek Xenologie: Die Wissenschaft vom Fremden und die Verdrängung der Humanität in der Anthropologie verscheen in 1977.

    Met als consequentie?

    Het discours over anders-zijn is altijd ook een discours over macht. Met behulp van de xenologische methode analyseren we zulke systemen om te achterhalen wie het anders-zijn creëert, en met welk doel. Want ten principale bestaat anders-zijn niet. Elke vorm van anders-zijn is een construct. Xenologie is niet alleen de wetenschap van het andersoortige en van de extern ontwikkelde systemen, ze ziet zichzelf ook als de wetenschap van die mensen die in de perceptie van de Europeanen geen geschiedenis hebben.

    Wie geen geschiedenis heeft, is ook geen mens

    Hegel bijvoorbeeld schreef dat Afrika geen geschiedenis had; Afrika had geen aanspraak op geschiedenis. Maar wie geen geschiedenis heeft, is ook geen mens. De mensen uit het zogeheten Zuiden werd daarmee het mens-zijn ontzegd, in een dergelijke logica bestonden zij eenvoudigweg niet. Dat is het lot van allen die ‘ontdekt’ werden, dus van alle mensen die ‘ontdekt’ werden door mensen die het wetenschappelijke discours domineerden. Ik heb daarom gezocht naar een wetenschappelijke categorie die recht doet aan het fenomeen ‘anders’. Het door mij ontwikkelde xenische narratief benoemt elke manifestatie van het anders-zijn en legt de machtsberekening bloot. Overigens doe ik met deze kennisleer niet alleen recht aan de Afrikaanse mens, het gaat in de xenologie altijd om het gezamenlijke referentiekader van de gehele mensheid.

    Heeft u in de ontwikkeling van de xenologie eigen ervaringen verwerkt?

    De xenologie kent een sterke biografische impuls, mijn levensverhaal volgt het voetspoor van de veroveraars van Afrika. Het begint bij de invloed van mijn ouders. Wij waren een godsdienstig gezin, gingen regelmatig naar de kerk. Mijn vader heeft me bijgebracht wat rechtvaardigheid betekent, mijn uitgesproken gevoel voor gerechtigheid heb ik van hem. Mijn moeder gaf me rechtlijnigheid en scherpzinnigheid mee. Beiden wilden dat ik priester werd, mijn zus woont als abdis in Zuid-Frankrijk. De eerste kerkmensen die bij ons in Duala arriveerden, waren Duitse protestanten. Mijn vader sprak vloeiend Duits en ook vloeiend Engels. In ons gezin werd Frans gesproken, de taal van de kolonisator.

    WAT IS XENOLOGIE?

    Qua kennistheorie bouwt de xenologie voort op de basisveronderstelling dat ‘de ander’ als zodanig niet bestaat, maar dat de aanduiding van mensen als ‘anders’ altijd wordt ingegeven door belangen met als oogmerk het creëren van machtsverschil. Het racistische discours over de ‘ander’ dat sinds de ontdekking van Amerika de relatie tussen Europa en de niet-Europese wereld heeft bepaald, komt volgens Duala-M’bedy voort uit het idee dat niet-Europese culturen een ‘voorstadium van de hoogontwikkelde Europese samenleving’ zijn. Die gedachte diende ter rechtvaardiging van onderwerping, ontrechting en uitbuiting van de niet-Europese koloniale wereld tot ver in de twintigste eeuw.

    Ten tijde van de Franse kolonisatie zat u in Kameroen op school. Welke herinneringen heeft u aan die tijd?

    Ik ervoer het als een groot onrecht. Met mijn broer Moise, die later diplomaat werd, nam ik een boot naar Europa. We arriveerden in de haven van Marseille, waar twee van onze oudere broers ons afhaalden. We woonden in Parijs bij een oom. Daar dompelde ik me als veertienjarige onder in een ander leven. Natuurlijk waren er ook heimwee, tranen, nostalgie en verlangen naar mijn ouders en naar Kameroen. De romantische kant in mijn denken vindt hier zijn oorsprong.

    Uiteindelijk koos u niet voor het priesterschap, maar voor een wetenschappelijke carrière

    Uiteindelijk koos u niet voor het priesterschap, maar voor een wetenschappelijke carrière.

    Ja, en die stond in het teken van de idee van gerechtigheid. Ik kwam naar Europa, ging me er bezighouden met etnologie en kreeg daar te horen dat ik tot de mensheid zonder geschiedenis behoorde. Etnologen doceerden mij een ‘surrogaatverhaal’.

    Hoe bedoelt u dat?

    De etnologie bood ons mensen die zogenaamd geen geschiedenis hebben een schadeloosstelling aan: ‘We doceren jullie geschiedenis. Alsjeblieft, hier is een cadeautje van ons: dit is jullie geschiedenis.’ Dat choqueerde me, het raakte mij ook persoonlijk, want aan de positieve ervaringen van het gezin waarin ik was opgegroeid werd volledig voorbijgegaan. In deze schok ligt de grondslag voor mijn wetenschappelijke werk.

    U promoveerde in Wenen bij de etnoloog Walter Hirschberg, die van meet af aan een vurig nationaal-socialist was en ook na 1945 als overtuigd racistisch evolutionist naar buiten trad. Ook was hij voorstander van het rekolonisatieproject. Welke herinneringen heeft u aan die tijd?

    Geen van de docenten sprak over het onrecht dat aan Afrikanen ieder historisch vermogen werd ontzegd. Er was geen enkele gevoeligheid voor onrecht. Walter Hirschberg begeleidde in Wenen jonge promovendi in de etnologie. Hij werd dus ook geacht mij en mijn kritische dissertatie te begeleiden, maar ik kreeg geen steun van hem, integendeel. Ik moest heel lang op zoek naar een promotor, naar een spirituele mentor. Ik volgde colleges van de etnoloog Claude Lévi-Strauss in Parijs over het structuralisme, maar hij maakte geen indruk op mij. Pas toen stuitte ik op Eric Voegelin, voor mij een geweldige gebeurtenis.

    Wat was er zo bijzonder aan uw ontmoeting met Voegelin?

    Eindelijk iemand die verstandige taal uitsloeg! (lacht) Zijn colleges gaven me een goed gevoel. Hij deed niet neerbuigend, hij kleineerde ons niet. Hij was inclusief en fair. Nooit eerder had ik een academicus ontmoet die eerlijk was in de omgang. Hij behandelde zijn studenten haast als collega’s. We zogen elk woord op dat hij doceerde.

    Kunt u die integere benadering concreet maken?

    Hij deed absoluut geen misplaatste of neerbuigende uitlatingen. Hij maakte korte metten met het concept ‘ras’ vanwege het ontbreken van wetenschappelijk bewijs daarvoor. Als bursaal van de Alexander von Humboldt Foundation werkte ik als onderzoeker samen met hem aan de Universiteit van München. Cruciaal was voor mij het moment dat hij voor het eerst mijn ouders ontmoette. Mijn vader en mijn docent spraken Duits met elkaar, en mijn vader zei: ‘Mijn zoon heeft me veel over u verteld.’ Voegelin antwoordde: ‘Uw zoon heeft een voortreffelijke studie geschreven.’

    Hoe heeft Voegelin uw zelfbesef als wetenschapper gevormd?

    Voor mij is hij de grootste denker van de twintigste eeuw. Voegelin schreef een cultuurgeschiedenis van het begrip ‘ras’; hij plaatste er negatieve connotaties bij, hij zag het als een nieuwe classificatie ter vervanging van het oude klassensysteem van de aristocratie. Voegelin hechtte ook sterk aan het maken van onderscheid tussen realiteit en ideologie.

    Ideologie definieerde hij als een in corrupt denken teloorgegane realiteit

    Ideologie definieerde hij als een in corrupt denken teloorgegane realiteit. Zijn in 1956 verschenen boek Order and History is een klassieker. Voegelin zag de geschiedenis als Casus Philosophicus. Hij benaderde de geschiedenis als geschiedfilosoof en zag haar niet als een verzonnen verhaal. Rechts georiënteerde studenten uit de Bondsrepubliek probeerden hem in diskrediet te brengen. Maar ik was zijn denken toegedaan. Ik pretendeerde te voltooien wat Voegelin had laten liggen. En ik heb die pretentie heel serieus genomen.

    Hoe ervoer u de sfeer op de Duitse universiteiten in de jaren zeventig en tachtig?

    De universiteiten en onderzoeksinstellingen in Duitsland waren uitermate homogeen qua etniciteit, geslacht en sociale herkomst. Dat zijn ze nog altijd. Wie op enigerlei wijze als anders wordt gezien, maakt minder kans op een hoogleraarschap, op wetenschappelijke onderscheidingen, op toegang tot onderzoeksgelden en invloedrijke posities. De bevoegdheid om te duiden wat vanuit wetenschappelijk oogpunt valide is en wie gekwalificeerd is een bijdrage te leveren aan kennisgeneratie, ligt nog altijd vast verankerd in koloniaal bepaalde structuren. Dat moet ter discussie worden gesteld. Het onvermogen de waarheid te onderkennen was en is mijn thema; voor mij is de functie van theorie dat zij de waarheid aangeeft. Wetenschap dient in dienst te staan van de waarheid. Zij moet observeren, analyseren, vragen naar het waarom, heroverwegen. Maar dat gaat niet wanneer een groot deel van de mensheid met zijn ervaringen, perspectieven en mogelijkheden van dit proces is uitgesloten. Een wetenschap die spreekt vanuit de positie van een kleine homogene groep is falsifieerbaarheid noch universeel.

    De xenologie is een enorme theoretische prestatie, ze heeft een groot deel van het Europese begrip van de ‘ander’ op losse schroeven gezet. Heeft deze aanval op de antropologische en etnologische status quo een tegenreactie uitgelokt?

    De redacteur van de uitgeverij waar ik mijn boek publiceerde zei destijds: ‘Hier maakt u vijanden mee.’ En zo is het ook gegaan. Er was veel onwetendheid en weinig discussie met mij, maar er was in de jaren tachtig en negentig ook sprake van een enorme boost in aanverwante disciplines. Interculturele germanistiek en filosofie kwamen tot ontwikkeling. In Bayreuth kwam een cultuurwetenschappelijke xenologie van de grond, die echter mijn eigen theorie van de xenologie links laat liggen. In Bochum werd de fenomenologie van het andere ontwikkeld, en daar was ik al evenmin bij betrokken. Aan de universiteit, en dat geldt vooral in Duitsland, moet je vechten om gezien te worden. Collegialiteit komt maar zelden voor. Het ontbrak zichtbaar aan steun, de omgangsvormen waren vaak kwetsend en vulgair.

    KONING RUDOLF

    Van 1884 tot 1918 was het West-Afrikaanse Kameroen een Duitse kolonie. Van 1908 tot 1914 regeerde koning Rudolf Duala Manga Bell. Hij had zijn opleiding genoten in Duitsland en stond in hoog aanzien bij het Duitse koloniale bestuur in Duala. Na de gewelddadige verdrijving en brute onteigening van de Duala door het koloniale bestuur, stelde de jonge koning zich aan het hoofd van een verzetsbeweging en protesteerde hij tegen het buitensporige geweld door de Duitse koloniale machthebbers. Met petities probeerde hij de Duitse regering ertoe te bewegen de met de Duala gesloten verdragen na te komen. Daarmee wekte hij het ongenoegen van de voorstanders van koloniale onteigening. Beschuldigd van hoogverraad werd hij in 1914 op 41-jarige leeftijd ter dood veroordeeld en opgehangen. Bij zijn procesgang werden zelfs de minimale wettelijke normen niet in acht genomen. Drie dagen lang hing zijn lijk aan de galg – ter afschrikking.

    Toen u begin jaren zeventig uw theorie over de xenologie presenteerde, was rassenscheiding nog een belangrijk issue in de VS. Ook de antikoloniale strijd was nog maar net achter de rug en Zuid-Afrika kende een systeem van apartheid.

    Het intellectuele dispuut over het kolonialisme begon doorgaans pas nadat de militante confrontatie was beëindigd. Wetenschappers als Frantz Fanon, Aimé Cesaire, Léopold Senghor en Cheikh Anta Diop waren de eersten die het kolonialisme benaderden als een politiek en ideologisch systeem. De xenologie past in de reeks revolutionaire geschriften van toen. Wereldwijd kreeg de wetenschappelijke eis van rechtvaardigheid de wind mee. Ik las toen alles wat ik maar te pakken kon krijgen, ik luisterde aandachtig naar alles wat fluitend langs mijn oren vloog.

    Vanaf de jaren negentig ontstond er een veelheid aan postkoloniale theorieën. Als baanbrekend boek geldt Edward Saids in 1978 verschenen studie over het oriëntalisme, terwijl u uw xenologie al een jaar eerder presenteerde. Staan de huidige postkoloniale theorieën in de traditie van uw werk?

    Ja, want net als bij de huidige uitingen van de postkoloniale theorie gaat het bij het xenologische werk om het analyseren van extern ontwikkelde systemen – en zodoende ook om het analyseren van asymmetrische relaties. De belangrijkste vragen zijn: welke machtsverhoudingen liggen aan die systemen ten grondslag en in hoeverre begunstigen ze uitbuitingsstructuren? Welke hiërarchieën zijn immanent, en welke vormen van culturele representatie en politieke controle maken dat die telkens weer in stand kunnen blijven? In mijn boek Xenologie is deze fundamentele kritiek op die Europese perceptie- en duidingspatronen met betrekking tot de niet-Europese mens al te vinden; sinds Saids werk wordt zij ook opgepakt en bediscussieerd in postkoloniale theorieën. Veel antiracistische debatten en bewegingen van nu beroepen zich op dat brede spectrum van kritische confrontatie met historische en hedendaagse machtsverhoudingen.

    Als wetenschapper en academisch docent heeft u het denken van diverse generaties studenten gescherpt en gevormd. Wat vond u in uw onderwijs belangrijk?

    Ik probeerde zo fundamenteel mogelijk te denken. Het ging me om het vermogen tot kritisch denken en om inzicht. Om een taal die veraf ligt van de hiërarchisering door de etnografie, een etnografie die spreekt van ‘stammen’, ‘natuurmensen’, ‘opperhoofden’ en ‘primitieven’. Zo’n taal bestaat nog niet. De ideologische vervorming door taal en wetenschappelijke categorieën moest ik tegemoet treden met theoretische precisie en taalgevoeligheid. Het ging om het blootleggen van machts- en gezagsverhoudingen, om vragen naar het waarom van privileges en om reflectie op waarderingssystemen. Ik heb heel veel gedoceerd en veel voortreffelijke scripties en afstudeeropdrachten begeleid. Met veel oud-studenten heb ik tot op de dag van vandaag contact.

    colonial troops german govt station ebolowa kamerun ie cameroon w africa
    Duitse koloniale troepen in Ebolowa, Kameroen, 1916 
    © Library of Congress.

    Welke bijdrage kan de theorie van de xenologie leveren aan het huidige wetenschappelijke discours?

    Het xenologische denken draagt bij aan het onderzoek van machtsverhoudingen en uitbuiting. Naast haar belangstelling voor wetenschappelijke inzichten heeft de xenologie ook een normatieve kant: ze wil gerechtigheid. Ze wil elk mens centraal stellen. Ze wil niet alleen beschrijven, maar ook verandering mogelijk maken. 

    Xenologie heeft ook een normatieve kant. Ze wil niet alleen beschrijven, maar ook verandering mogelijk maken. 

    Welke betekenis heeft de xenologie voor het actuele politieke debat over bijvoorbeeld genderrechtvaardigheid, uitsluiting en racistisch geweld, waaruit bewegingen zoals Black Lives Matter zijn voortgekomen?

    Black Lives Matter heeft het racisme en de creatie van het andere op de politieke agenda gezet. Hoewel er in dit specifieke geval vanuit Europa graag werd gewezen naar de VS, vonden er ook hier straatprotesten plaats, waarbij een relatie werd gelegd met het koloniale verleden. En eindelijk wordt er nu geruzied over de omgang met museumschatten die in de koloniale tijd werden buit-gemaakt. Denk aan het debat over het teruggeven van roofkunst uit de voormalige koloniën. Nieuw aan deze discussies is enerzijds de aanwezigheid van sterke, goedopgeleide jongeren die hun recht opeisen en anderzijds het bestaan van wetenschappelijke categorieën om dit debat te voeren, zodat er dus begrippen zijn waarmee onrecht ook theoretisch kan worden benoemd.

    Ook in Duitsland wordt er voor het eerst breed gediscussieerd over koloniale herstelbetalingen.

    Om een voorbeeld te geven: de genocide die tussen 1904 en 1908 door Duitse koloniale troepen op de Nama en Herero werd gepleegd, bepaalt tot op de dag van vandaag de bestaansbasis van deze volkeren in Namibië. Destijds werd bijna 80 procent van het Hererovolk uitgeroeid. Door erkenning van deze genocide erkent Duitsland voor het eerst zijn rol in de misdaden uit de koloniale tijd. Maar helaas laat Duitsland het afweten als het weigert de toegezegde gelden uit te betalen aan de nakomelingen – en als deze gelden geen ‘herstelbetalingen’ mogen heten maar ‘ontwikkelingshulp’. De oplossing voor de vele disputen van tegenwoordig moet ook niet alleen van de wetenschappelijke theorievorming komen. Er is op heel veel vlakken nog heel veel te doen, maar ik heb groot vertrouwen in de kritische, mondiaal denkende jongeren. 

  • Peru: Vrijlating van Fujimori wordt uitgesteld

    Peru: Vrijlating van Fujimori wordt uitgesteld

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Megaovername door conglomeraat van investeerder Waren Buffet

    » Hongaarse columnist: ‘Viktor Orbán leidt al twaalf jaar een idiocratie in Hongarije’

    Gratie voorlopig opgeschort

    Het Inter-Amerikaanse Hof voor de Rechten van de Mens (IACHR) heeft woensdag de Peruaanse justitie gevraagd de vrijlating van voormalig president Alberto Fujimori (83) uit te stellen, meldt El Comercio. Op 17 maart herstelde het Grondwettelijk Hof de presidentiële gratie die in 2017 was verleend aan Fujimori en na de beslissing van de rechtbank op maandag, leek zijn vrijlating aanstaande.

    Maar het IACHR wil eerst de uitspraak afwachten op het beroep dat is ingediend door de slachtoffers van de massamoorden, die werden gepleegd tijdens het presidentschap van het voormalige staatshoofd (1990-2000). In 2009 werd hij hiervoor tot vijfentwintig jaar gevangenisstraf veroordeeld.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/peruaanse-ex-president-alberto-fujimori-vervroegd-vrijgelaten%ef%bf%bc/
  • Taliban: Afghaanse vrouwen mogen niet meer alleen vliegen

    Taliban: Afghaanse vrouwen mogen niet meer alleen vliegen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Italië: ernstige droogte in het Po-gebied

    » Abramovitsj en Oekraïense onderhandelaars mogelijk vergiftigd

    Nieuwe beperkingen voor vrouwen in Afghanistan

    Wil een Afghaanse vrouw vliegen, dan moet ze vanaf vandaag vergezeld worden door een man. ’Vandaag is de laatste keer’ dat Afghaanse vrouwen alleen aan boord kunnen, noteerde het Indiase dagblad The Hindustan Times afgelopen maandag. Eind december hadden de taliban Afghaanse vrouwen al verboden om reizen van meer dan 72 kilometer door het land te maken als ze niet vergezeld waren van een mannelijk familielid.

    Deze nieuwe beperking komt een paar dagen na het besluit van de taliban om middelbare scholen voor meisjes te sluiten, net na de heropening die echter al ver van tevoren was aangekondigd.

    Lees ook:

  • ‘Als ik mijn land nu zou verlaten, zou ik het verraden’

    ‘Als ik mijn land nu zou verlaten, zou ik het verraden’

    Duizenden Russen zijn de afgelopen weken hun land ontvlucht uit onvrede met het politieke klimaat of uit financiële noodzaak vanwege de zware sancties. De onafhankelijke Russische nieuwsorganisatie Meduza sprak met enkele achterblijvers. Wat zijn hun redenen om niet te vertrekken?

    Duizenden mensen zijn de afgelopen weken Rusland ontvlucht, in de hoop de binnenlandse politieke, sociale en economische gevolgen van de oorlog te ontlopen. Maar zij zijn in de minderheid: niet iedereen kan zo snel naar een nieuw land verhuizen, al zouden ze dat nog zo graag willen. Sommigen blijven in Rusland vanwege familie, anderen kunnen het zich niet veroorloven om te vertrekken, terwijl weer anderen uit principe blijven waar ze zijn.

    Screen Shot 2022 03 17 at 9.16.47 PM 1

    Kirill – Ingenieur, Moskou

    ‘Mijn familie en ik dachten erover om te emigreren maar zien dat uiteindelijk niet zitten. Wat heeft het voor zin om ergens heen te gaan waar we niet kunnen blijven? Het zou alleen maar moeilijker worden om terug te keren. Ik ben er niet klaar voor om ergens als een illegale immigrant te leven. Nog niet.

    Als we via de officiële weg ergens legaal zouden kunnen wonen, dan zou ik vertrekken. Ik denk dat dit land donkere tijden te wachten staan. Hopelijk maakt de Russische bevolking de laatste stuiptrekkingen van haar grote leider mee.’


    Tatjana – Werkt voor een IT-bedrijf, regio Perm

    ’Mijn ouders zijn bejaard en mijn partner werkt in overheidsdienst. Om die redenen kan ik niet weg. Bovendien denken we dat de Europese Unie binnenkort waarschijnlijk ook in een grote crisis zit, en dan zal het in Rusland makkelijker overleven zijn.

    Vanwege de russofobie die nu overal heerst, is het onveilig om nu buiten Rusland te wonen. Om nog maar te zwijgen over het feit dat alles duur is geworden daar. De kosten voor levensonderhoud zijn zodra de migratie begon omhoog geschoten.’


    Elizaveta – Werkt in de pr en marketing, Angarsk

    ‘Ik heb overwogen om te vertrekken, en eigenlijk wil ik dat nog steeds. Ik ben dertig jaar oud en kom uit een kleine stad in Siberië. Ik begon net echt te leven in plaats van te overleven: ik had genoeg geld om lekker te eten, mooie spullen te kopen en met mijn man reizen te maken. En nu duwt mijn land mij terug de armoede in, terug naar de tijd toen reizen naar het buitenland alleen maar in onze verbeelding bestond.

    ‘Ik wil niets te maken hebben met dit agressorland’

    Ik wil niets te maken hebben met dit agressorland. Het past niet in mijn wereldbeeld. We blijven hier omdat we de voogdij over een kind hebben, en we op dit moment niet het recht hebben haar mee het land uit te nemen. Bovendien hebben we nog niet genoeg tijd gehad om te sparen voor een verhuizing. Maar we zijn begonnen met het leren van een vreemde taal. Zo kunnen we alvast een basis leggen.’


    Meduza & 360

    360 gaat samenwerken met de onafhankelijke Russischtalige nieuwssite Meduza.
    Sinds de Russische inval in Oekraïne hebben de autoriteiten Meduza afgesloten voor Russische internetgebruikers. Ook hebben veel buitenlandse correspondenten en media het land verlaten na een controversiële mediawet die het verspreiden van ‘nepnieuws’ sanctioneert met een gevangenisstraf die kan oplopen tot vijftien jaar. 360 breekt al jaren een lans voor onafhankelijke en vrije journalistiek. Met deze samenwerking wil 360 een platform bieden aan onafhankelijke en kritische geluiden uit Rusland, zodat ook de Nederlandse nieuwsvolger op de hoogte kan blijven van wat er speelt aan de Russische kant van het front.

    Aidar – Programmeur, Kazan

    ‘Ik heb me suf gedacht, en ik zal blijven twijfelen, ofwel tot ik vertrek, ofwel voor de rest van mijn leven. Er zijn verschillende redenen waarom ik blijf. Ik ben de oudste zoon en mijn broer werkt in het buitenland. Mijn ouders kunnen niet weg, tenminste niet op korte termijn. Het was niet meer dan logisch dat de jongste zoon naar een rijker land zou gaan om te werken, en dat de oudste zoon voorlopig bij onze ouders in dit totalitaire land zou blijven.

    De andere reden is mijn vriendin, hopelijk mijn toekomstige vrouw. Het is voor mij geen optie om weg te gaan terwijl zij hier achterblijft, en er zijn geen garanties als je in het buitenland bent. Ook niet als je hier blijft, trouwens. Als deze twee factoren niet meespeelden, zou ik vertrekken, zelfs zonder spullen en met een onzekere toekomst. Ik denk dat ik het in het buitenland best zou redden als ervaren programmeur, maar diezelfde garantie kan ik mijn dierbaren niet geven. Zij hebben me hier waarschijnlijk harder nodig.

    ‘Deelnemen aan een protestactie zou te gevaarlijk zijn’

    Ik zie niet voor me dat we in Rusland een comfortabel leven kunnen leiden. Een minder comfortabel leven in het buitenland lijkt me aantrekkelijker. Bovendien voel ik me elke dag dat de oorlog voortduurt indirect verantwoordelijk voor wat er gebeurt, en misschien ben ik dat ook wel: als burger ben je maar een klein beetje verantwoordelijk, maar niettemin verantwoordelijk voor wat jouw land aan het doen is. Deelnemen aan een protestactie en een gevangenisstraf riskeren, waardoor ik mijn dierbaren niet zou kunnen helpen of het land niet zou kunnen verlaten, zou te gevaarlijk zijn.’


    Elizaveta – Accountant, Moskou

    ‘Ik dacht eraan om weg te gaan toen ik nog studeerde – mijn seksuele geaardheid speelde een rol –, maar ik had de moed niet. En nu is die kans verkeken. Mijn moeder heeft een beroerte gehad, ik heb een puppy om voor te zorgen en ik ben blut. Om nog maar te zwijgen over mijn beroep, dat niemand in het buitenland zou interesseren.

    Ik denk dat er in de toekomst veel armoede in het land zal zijn door de hoge inflatie, werkloosheid en het sluiten van bedrijven. Wie arm is, zoals ik, zou dan wel eens van honger kunnen omkomen.’


    Alija – Werkt in een galerie voor moderne kunst, Moskou

    ‘Ik wil wel weg, maar mijn man niet. Hij denkt niet dat we in het buitenland werk zullen vinden zonder de taal te spreken of speciale vaardigheden te hebben. Dan is er ook nog de kwestie van mijn ouders en mijn oude, tweeënnegentigjarige grootmoeder, voor wie ik moet zorgen. Ik ben heel bang, maar mijn familie achterlaten kan ik niet. Ik denk dat het erg uit de hand gaat lopen: tirannieke wetshandhaving, armoede, banditisme, en misschien een burgeroorlog.

    ‘Niemand zit op kunst te wachten als er oorlog is, of in de nasleep ervan’

    We hebben een vakantiehuisje in een dorp, en als alles in duigen valt, zullen we daarheen moeten verhuizen. Ik heb geen enkele mogelijkheid meer om me beroepsmatig verder te ontwikkelen en plezier te hebben in mijn werk. Dat is me afgepakt. Niemand zit op kunst te wachten als er oorlog is, of in de nasleep ervan.’


    Alisa – Werkt in de dienstensector, Krasnodar

    ‘Ik denk er vaak over na om weg te gaan. Ik doe mijn uiterste best om een manier te vinden om mijn ouders mee te krijgen. Maar hoogstwaarschijnlijk blijf ik hier om dicht bij mijn dierbaren te zijn. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om ze achter te laten.

    Soms denk ik terug aan de verhalen van mijn vader, die vertelde hoe moeilijk het was in de jaren negentig. Nu voorzie ik een toekomst die veel erger is dan toen: veel mensen komen zonder werk te zitten, honger wordt een ernstig probleem en de criminaliteit zal de pan uit rijzen. We zitten op de Titanic, en die heeft net de ijsberg geraakt.’


    Nastya – Verkoopt producten op een markt, Moskou

    ‘Ik popelde om naar Georgië te gaan of naar een ander GOS-land [verbond van voormalige Sovjet-Unielanden]. Maar ik ben tweeëntwintig, die stomme leeftijd waarop ik wel een spaarpotje heb maar niet genoeg om alles te laten vallen en voor onbepaalde tijd naar een land te verhuizen waar ik niet kan werken.

    ‘Ik wil gewoon niet weg. Dit is mijn land en ik ben ervan overtuigd dat we iets kunnen veranderen’

    Ik ben ook bang om mijn grootmoeder en vader achter te laten, die in de Samara-regio wonen. Ik moet mijn oma gaan helpen om de meest noodzakelijke levensbehoeften in te slaan. Ik vrees dat haar pensioen niet genoeg is, of dat er een tekort aan producten zal zijn. Bovendien wil ik gewoon niet weg. Dit is mijn land en ik ben ervan overtuigd dat we iets kunnen veranderen. Vooral nu, nu het regime in Rusland bijzonder kwetsbaar is. Als we deze crisis overleven, kunnen we een nieuw Rusland opbouwen. Ik probeer er het beste van te maken en te doen wat ik kan.’


    Oleg – Werkt op een universiteit, Jelets

    ‘Ik heb nagedacht over weggaan. Ik weet niet hoe ik op morele wijze verder kan leven. Ik denk er nog steeds over na, maar… Ik heb hier een dochter, die bij mijn ex-vrouw woont. En hier is ook het graf van mijn moeder.’


    Jevgeni – Werkt in een autozaak, Vladivostok

    ‘Vijf jaar geleden besloot ik te blijven en sindsdien ben ik niet van gedachten veranderd. Even overwoog ik te vertrekken toen mijn vrienden meteen na 24 februari begonnen te praten over emigreren. In paniek sloot ik me aan bij enkele immigratiegroepen op internet. Ik had zelfs al een vliegticket naar Istanboel, voor begin maart. Ik had het al gekocht lang voordat dit allemaal gebeurde, wat een gelukkig toeval leek. Toch ben ik uiteindelijk niet in dat vliegtuig gestapt.

    ‘Ik maak vaak het grapje dat er uiteindelijk drie mensen in dit land over zullen blijven: Navalny, Poetin en ik’

    Ik heb in mijn leven al veel in het buitenland gewoond en heb genoeg ervaring opgedaan om te begrijpen hoezeer ik mijn thuis en mijn land waardeer. Ik hou echt van Rusland en de mensen hier. Ik heb hier geleerd wat vriendschap en liefde zijn, hier ben ik geworden wie ik ben, hier heb ik mijn belangrijkste waarden en de zin van mijn leven leren kennen, en daarom zal ik blijven. Ik denk dat vrijheid het waard is om voor te vechten. Ik maak vaak het grapje met mijn therapeut dat er uiteindelijk drie mensen in dit land over zullen blijven: Navalny, Poetin en ik.’