Onderwerpen: Geweld

  • ‘Je kunt nog beter iemand vermoorden.’ De gevaren van drugsgebruik in Belarus

    ‘Je kunt nog beter iemand vermoorden.’ De gevaren van drugsgebruik in Belarus

    De helft van de gevangenen in Belarus is veroordeeld wegens drugsbezit. Vooral jongeren zijn de dupe. Ze krijgen vijftien jaar voor bezit, twintig als er sprake is van een ‘georganiseerde’ misdaad. Moeders die zich tegen de uitspraken verzetten worden tot wanhoop gedreven. ‘Geef ze straf, maar pak hun leven niet af.’

    De telefoon ging: ‘Uw zoon is gearresteerd.’

    Dat moet een vergissing zijn, zei Julia, want wat kan een moeder in zo’n situatie zeggen – dat Emil zeventien jaar is en over een maand eindexamen doet? Dat hij nog nooit voor problemen heeft gezorgd, dat hij op school aan alle olympiades heeft meegedaan en dat hij in Polen zou gaan studeren?

    Ze greep haar tas en holde de deur uit.

    Emil stond geboeid bij de tramhalte. De militieagenten hadden hem uit de tram gehaald toen hij op weg was naar zijn vriendin. ‘Als je ons alles vertelt, laten we je naar huis gaan,’ hadden ze beloofd.

    Hij had kunnen antwoorden: ‘Ik wil eerst dat jullie mijn moeder waarschuwen.’ Het fouilleren van een minderjarige dient namelijk te gebeuren in aanwezigheid van een van de ouders, aldus het internationaal recht. Maar welke middelbare scholier weet zulke dingen? En wie durft in Belarus tegen militieagenten in te gaan?

    Voordat ze er was, had Emil hun verteld waar hij de marihuana bewaarde (in zijn kamer, in een theeblikje). Ze vonden dertien gram.

    ‘Er lag een beetje op de bodem van het blikje,’ zegt Julia. ‘Ik had er geen idee van dat hij blowde. Als ze het niet hadden gezegd, had ik gedacht dat het kruidenthee was.’

    ‘Een beetje’ – het Belarussische recht kent dat begrip niet. Er wordt ook geen onderscheid gemaakt tussen soft- en harddrugs, een hoeveelheid voor eigen gebruik of een handelsvoorraad. Hasj telt even zwaar als heroïne; elke joint telt als een zakje marihuana. Ook leeftijd doet er niet toe, een veertienjarige kan ook in de gevangenis terechtkomen, maar dat weet Julia niet. Ze gelooft dat ze haar zoon nog voor zijn eindexamen vrij kan krijgen.

    ‘Hij wilde economie gaan studeren in Warschau, aan de Leon Koźmiński-academie. Hij is al twee jaar Pools aan het leren bij de Poolse kerk,’ vertelt ze. ‘Hij las de biografieën van Steve Jobs en van Bill Gates, hij had het voortdurend over startups en bitcoins. Hij wilde niet naar school in een trui, maar droeg altijd een colbertje. Ik dacht dat ik een directeur had grootgebracht.’

    Bij de foto’s in het schoolalbum – donkere bos haar, glimlach, glinsterende ogen – schreef hij: ‘Ik ben onsterfelijk en ongrijpbaar! Een toekomstige zakenman en trader.’

    20 jaar gevangenisstraf

    Borysów, een industriestad op anderhalf uur rijden van Minsk; op het centrale plein een standbeeld van Lenin, aan de rand van de stad een houtbewerkingsbedrijf (vroeger heette het Overwinning van het Proletariaat, nu Borysowdrew). In de jaren zeventig van de twintigste eeuw werden hier lucifers geproduceerd voor de Sovjetmarkt, tegenwoordig vezelplaten en multiplex voor de export.

    Daar waar de stad eindigt staan lage huisjes tegen elkaar aan, met wat armetierige aanbouwsels, de daken zijn opgelapt met metaalplaat.

    Galina Makarowa verontschuldigt zich bij mijn binnenkomst dat het zo armoedig is. ‘Mijn man is met pensioen, ik krijg een uitkering omdat ik geopereerd ben aan kanker. Ik maak zuurkool en die verkoop ik op de markt om wat roebels bij te verdienen.’

    Op het fornuis in de hal worden pelmeni klaargemaakt voor het eten. Achter een gordijn staat een emmertje waar je je behoefte kunt doen, voor als je vanwege de vorst niet naar het toilet achter op het plaatsje wilt gaan. ‘Hier moest de badkamer komen, we hebben de tegels gezet, maar hebben geen geld om het af te maken. Al ons geld gaat op aan advocaten. We hebben alles verkocht, tot en met de vitrage, alleen in de kamer van Maksim is alles gebleven zoals het was.’

    Galina heeft uitgerekend dat ze tot nu toe al veertienduizend dollar hebben uitgegeven om hun zoon te redden

    Een gemiddeld pensioen bedraagt in Belarus ongeveer driehonderd dollar, een consult bij een advocaat kost honderdvijftig dollar. Galina heeft uitgerekend dat ze tot nu toe al veertienduizend dollar hebben uitgegeven om hun zoon te redden.

    ‘Het was een goede jongen, ijverig. Hij wilde het leger in, net als zijn vader, maar hij werd afgekeurd op zijn platvoeten, en dus ging hij naar de technische universiteit in Polatsk. Hij studeerde in het weekeinde, zodat hij ons kon helpen,’ vertelt zijn moeder.

    Hij werkte in Borysowdrew, waar hij machines programmeerde. Hij had de technische school eerder afgerond.

    Galina was gescheiden van de vader van Maksim toen de jongen nog klein was. Ze trouwde opnieuw, weer met een officier. Wiktor Wladimirowitsj schilt de aardappelen in de keuken en zegt niet veel.

    ‘Sinds ze onze zoon hebben gearresteerd, is mijn man in zichzelf gekeerd,’ legt Galina uit. ‘Hij heeft Maksim opgevoed als zijn eigen zoon, en nu mag hij hem niet eens bezoeken. En dat alles omdat wij niet op de formaliteiten hebben gelet. Ik heb zelf een boodschappentas met eten voor mijn zoon naar de gevangenis gesjouwd omdat ze mijn man voor de poort lieten wachten. Hij heeft gediend in Vietnam, Afghanistan, Tsjernobyl, hij heeft de dood in de ogen gekeken, maar hij heeft nog nooit zo gehuild als toen.’

    Lees ook:

    We kijken naar foto’s: een vierjarig jongetje in een trui met een aapje; met de kat Barsik, met een speelgoedrobot die Galina uit Polen had meegebracht.

    ‘Vijftien jaar kom ik al in Polen voor de handel. Bij ons was er zelfs geen water met prik in de schappen, maar Maksim nodigde zijn vrienden uit en deelde alles met ze.’

    Hij had drie vrienden: Ilja, Andrej en Maksim P. Ze kenden elkaar uit de buurt. Op een foto knuffelen Maksim en Ilja een pluchen Mickey Mouse, op een andere foto staan ze op een grasveld bij een flatgebouw, lachend, alsof ze zojuist een spelletje hebben onderbroken. De laatste oudejaarsnacht hadden ze ook samen doorgebracht, ze hadden hun vriendinnen uitgenodigd; de foto’s van dat feestje had hij daarna op het populaire Vkontakte gezet.

    ‘Ik zei tegen hem: “Ga jij maar lekker feesten, ik blijf wel bij je vader,”’ vertelt Galina. ‘Want de biologische vader van Maksim had een maand daarvoor een infarct gekregen. Hij kwam verlamd uit het ziekenhuis. Bij ons helpt de overheid je op geen enkele manier, zolang je niet bent erkend in een bepaalde invaliditeitscategorie, dus heeft Maksim hem zelf verschoond, te eten gegeven en gewassen. Hij kwam hier alleen even langs om wat te eten, en dan meteen weer naar zijn vader. Als het nodig was, belde hij Ilja, Andrej of de andere Maksim om hem af te lossen. Andrej studeerde informatica aan de Nationale Technische Universiteit van Belarus, vijfde jaar. Hij is zonder ouders opgegroeid; ze zijn beide gestorven toen hij vier jaar oud was.’

    Maksim P. volgde een opleiding voor boswachter. ‘Die boompjes heb ik van hem’, ze wijst naar een rij naaldboompjes in het tuintje. ‘Hij is ook halfwees, hij is opgegroeid zonder moeder.’

    Ilja deed aan boksen, hij wilde beginnen met wedstrijden.

    Ze werden allemaal op 2 april 2015 gearresteerd. Maksim Makarow en Ilja werden uit hun auto getrokken door de antiterroristische troepen van de OMON, een van de wreedste militie-eenheden. Andrej en de andere Maksim werden door de militieagenten van huis gehaald. De oudste van de jongens was tweeëntwintig jaar, de jongste twintig. Tenlastelegging: handel in drugs door een georganiseerde criminele groep. Daar staat twintig jaar gevangenisstraf op.

    Moeders 328

    De Belarussische jeugd moet rein, gezond en gehoorzaam zijn. Sinds enkele jaren komen er synthetische drugs uit Azië het land binnen; ze zijn goedkoper dan de klassieke drugs (hasj en marihuana) en veel gevaarlijker (de samenstelling is moeilijk te bepalen, nog afgezien van de bijwerkingen). In de kranten wordt een ongeluk beschreven: drie vrienden uit Homel kopen samen synthetische drugs, een van hen wordt na een feest gevonden met uitgestoken ogen. Aleksander Loekasjenka verklaart drugs de oorlog en in december 2014 ondertekent hij presidentieel decreet nr. 6, waardoor de regels worden aangescherpt. Op de handel in drugs staat nu tot vijftien jaar gevangenisstraf: als er sprake is van een georganiseerde criminele groep twintig jaar. De veroordeelden komen terecht in speciale heropvoedingskampen: om hen te onderscheiden van andere gevangenen krijgen ze groene strepen op hun gevangeniskleding. ‘We zullen ze zo hard aanpakken dat ze zullen smeken om de dood,’ aldus Loekasjenka.

    De arrestaties beginnen in de eerste maanden van 2015. Een van de eerste arrestanten, de achttienjarige Maksim, de jongste zoon van Larissa Zjigarowa uit Grodno, krijgt acht jaar omdat militieagenten bij hem thuis een hennepplant vinden.

    Aleh Wolczak, oppositielid en activist van de organisatie Rechtshulp voor het Volk, denkt dat de rechter zich gewoonweg heeft vergist. Maar hoe vaak kan hij zich vergissen? Twee keer? Drie keer? Tegenwoordig worden dit soort vonnissen in heel Belarus geveld. Toen begreep hij dat het geen toeval was, dat het stelselmatig is. Alsof er van boven een order is uitgevaardigd om ervoor te zorgen dat de statistieken van de militie omhooggaan.

    Een oproep om drugs in Belarus te legaliseren.

    De moeder van Maksim, Larissa, richt op Vkontakte de groep Moeders 328 op (naar het artikel in het wetboek van strafrecht op grond waarvan hun kinderen worden veroordeeld). In het begin zijn er tientallen leden, vervolgens honderden en nu zijn het er bijna duizend. Ze komen uit Minsk, Brest, Lida, Vitebsk en Homel. Ze ontmoeten elkaar thuis, in cafés, schrijven petities. De juristen van Rechtshulp voor het Volk helpen hen bij het invullen van aanvraagformulieren om de beweging te registreren, maar de autoriteiten weigeren. Ze krijgen ook geen vergunning om te demonstreren.

    Journalisten bellen Wolczak met het verzoek om commentaar te geven. Hij is jurist, werkte vroeger als onderzoeksrechter bij het OM. ‘Ik heb in mijn carrière vijftig moordzaken meegemaakt,’ aldus Wolczak. ‘Ik herinner me dat ze acht of tien jaar kregen, evenveel als de jeugd nu voor drugs.’ Hij is er zelf van overtuigd dat deze nieuwe rechtspleging nergens toe leidt. ‘Je kunt vooral niet mensen veroordelen wegens drugsbezit voor eigen gebruik. Als iemand verslaafd is, moet hij worden behandeld. En in de gevangenis is daartoe geen enkele mogelijkheid. Het probleem daarbij is dat er in Belarus geen moderne behandelmethodes zijn, er is geen preventie. Mensen zijn bang om het over hun problemen te hebben, omdat ze niet willen worden opgenomen in het centrale register van verslaafden dat Loekasjenka in 2015 heeft opgericht.’

    ‘Mensen die voor kleine vergrijpen de gevangenis in gingen, kwamen er jaren later weer uit, helemaal vervreemd van de samenleving’

    Wolczak is van mening dat de straffen te zwaar zijn. ‘In veel gevallen kun je naar andere middelen grijpen: een ondertoezichtstelling door een curator, taakstraffen, vooral als de pleger jong is, nog geen strafblad heeft en met een geringe hoeveelheid drugs is betrapt. Wij waarschuwden de autoriteiten dat je jongeren niet eindeloos kunt veroordelen, omdat je dan eindigt zoals in het Amerika onder Reagan. Mensen die voor kleine vergrijpen de gevangenis in gingen, kwamen er jaren later weer uit, helemaal vervreemd van de samenleving.’

    ‘De helft van de gevangenen in Belarus is veroordeeld wegens drugsdelicten,’ aldus Piotr Markielow, een vierentwintigjarige activist van de beweging Legalize Belarus. ‘Massa-arrestaties lossen het probleem niet op.’

    De beweging Legalize Belarus werd in 2017 opgericht door jonge mensen die verontwaardigd waren over de schaal waarop mensen werden gearresteerd op grond van artikel 328. Ze organiseren happenings en lezingen, ze sturen de veroordeelden briefkaarten, verzamelen handtekeningen voor een petitie om marihuana te legaliseren.

    ‘Ik heb ook wel eens een joint gerookt,’ erkent Markielow. ‘Maar niet in Belarus. Hier is het te gevaarlijk.’

    Een jaar geleden is hij van de universiteit gestuurd (theoretische natuurkunde), officieel omdat hij te vaak absent was. Twee keer is hij gearresteerd – één keer hebben ze hem aangehouden bij antiregeringsbetogingen, en één keer op een rave party in een verlaten bunker bij Minsk.

    Tegenwoordig zitten er wegens druggerelateerde delicten 18.000 mensen in de gevangenis. Mensenrechtenactivisten schatten dat 80 procent van hen nog geen dertig is. Onbekend is hoeveel van hen er minderjarig zijn.

    Op een bijeenkomst van Moeders 328 krijg ik een lijst:

    Marina Wladimirowna, haar zoon is gearresteerd op 17-jarige leeftijd. Hij kreeg 11 jaar en 7 maanden;

    Olga Borysowna, haar dochter is gearresteerd op 16-jarige leeftijd. Zij kreeg 10 jaar;

    Natalja, haar dochter is gearresteerd op 15-jarige leeftijd. Zij kreeg 10 jaar;

    Elena Georgijewna, haar zoon is gearresteerd op 16-jarige leeftijd. Hij kreeg 10 jaar;

    Zjanna Waclawowa, haar zoon is gearresteerd op 16-jarige leeftijd. Hij kreeg 8,5 jaar;

    Enzovoorts. Vijfendertig namen. En dat zijn alleen nog maar de namen van de mensen die ermee instemden de petitie aan de parlementariërs te ondertekenen.

    Striemen

    Sinds haar zoon gearresteerd is, eet en slaapt Galina niet meer. Drie dagen mogen ze iemand vasthouden zonder tenlastelegging. Op de derde avond belt ze haar broer, samen rijden ze naar de vader van Maksim. Zwijgend kijken ze naar de klok. De deurbel gaat.

    ‘Aan zijn ogen zag ik meteen hoe laat het was. Ik hoefde niks te vragen. Ik gaf hem een handdoek toen hij onder de douche stond en zag dat zijn hele lichaam onder de blauwe striemen zat. Ze moeten hem op z’n nieren hebben geslagen. Op zijn lever. In zijn hals had hij kleine rode plekjes; later kwam ik erachter dat die van de taser [een stroomstootwapen] zijn.’ Ze besluiten geen klacht in te dienen. ‘Toen ik dat zag, huilde ik in mijn kussen, maar het belangrijkste was dat ze me mijn zoon teruggaven.’

    Maar de molens draaiden, ze riepen Maksim weer op voor een verhoor.

    Andrej bekent meteen – hij gebruikte ook wel eens drugs, handelde er wat in. Bij Ilja wordt een rolletje vijfroebelbiljetten gevonden en een kaartje waarop – zo tonen experts aan – sporen van alfa-PVP worden aangetroffen, een stof die een vergelijkbare werking heeft als amfetamine.

    Alleen tegen de Maksims hebben de militieagenten niets, maar dat sluit voor hen nog niet uit dat zij geen verdachte zijn, tenslotte gingen zij veel met die andere twee om.

    ‘Andrej verklaarde dat hij alles in zijn eentje deed. Maar de onderzoeksrechter wist dat als hij van hen een georganiseerde criminele groep maakte, hij een wit voetje zou kunnen halen bij zijn superieuren.’

    Soms belt Galina Maksim P., om te horen hoe het met hem gaat. Hij is per slot van rekening halfwees, hij moet het in z’n eentje zien te redden. Hij nam een keer niet op, en toen maakte ze zich zorgen of alles wel in orde was met hem.

    Op die dag wachtte Maksim P. tot zijn zus naar haar werk in het winkelcentrum was gegaan, en hij alleen thuis was. Hij schreef drie brieven – aan zijn zus, aan zijn vader en aan zijn vriendin (ze waren drie maanden samen). Of hij bang was? Galina zegt dat ze hem, de jongste van het viertal, tijdens het onderzoeksverhoor opsloten in een zogenaamde press-chata (waar een nieuweling onder handen wordt genomen door recidivisten). Overdag sloegen de militieagenten hem, ’s nachts hoorde hij wat een twintigjarige als hem in de gevangenis boven het hoofd hing. Misschien had hij die beelden voor ogen, of misschien alleen de rust als hij zich van die beelden zou bevrijden.

    ‘Zelfmoord door het doorsnijden van de polsen,’ noteerden de militieagenten later.

    Andrej, Ilja en Maksim Makarow krijgen vijftien jaar gevangenisstraf.

    Nu gaan de moeders het internet op en leren nieuwe woorden kennen: zouten, kristallen, spices, mixjes om te roken

    Ze zeggen dat ze voor de arrestatie een gewoon leven leidden: werken, boodschappen doen, ’s avonds voor de televisie. Zelfs als dat leven je een dronken man, een scheiding of een ziekte bracht, dat was allemaal je vertrouwde lot, en geen dreiging die je van je verstand berooft.

    Nu gaan de moeders het internet op en leren nieuwe woorden kennen: zouten, kristallen, spices, mixjes om te roken – synthetische psychoactieve stoffen, in gewoon Nederlands namaakdrugs genoemd. Enkele jaren geleden konden sommige daarvan in Belarus nog legaal worden gekocht, na het presidentiële decreet nr. 6 worden ze beschouwd als drugs.

    ‘Dat houdt alleen maar in dat de handel erin is verplaatst naar het internet. Je hoeft maar als zoekterm in te typen: “Waar koop ik drugs in Minsk?” en meteen verschijnen er adressen van winkels,’ aldus Elena, en ze laat een prijslijst zien die ze heeft afgedrukt van het internet: stad, naam van de drug, prijs. Haar zoon Kiryl zit al twee jaar in de gevangenis (hij kreeg negen jaar).

    Verstopplaats – plaats waar de bestelde waar wordt verstopt. Dat kan een uitgeholde boomwortel in het bos zijn, een kuiltje in het veld buiten de ring van Minsk. Op de site van de winkel registreert de cliënt zich in een speciaal systeem, dat de gesprekken versleutelt; als je betaalt krijg je een kaart met de verstopplaats, waar de drugs op je wachten.

    Verstoppers – degenen die de handelswaar op de verstopplaats leggen. Verstoppers zijn meestal jonge mensen die op het internet afkomen op oproepen om wat bij te verdienen. Zij lopen ook het vaakst tegen de lamp.

    Irina, de moeder van Wladek, vertelt: ‘We hadden het thuis niet breed, en onze zoon zat op de middelbare school, hij wilde met zijn vriendin naar de bioscoop. Eerst werkte hij voor een bakkerij in de Komarowka-markthal, zwart, maar na een paar weken betaalde de eigenaar hem zijn loon niet uit.’

    De Komarowka is een van de grootste markten van Minsk, met meer dan tweehonderd kramen, het is er druk van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. ‘De jongen wist dat ze hem gewoon aan het lijntje hielden. Maar waar hij ook heen ging, het was overal hetzelfde liedje: werk zonder contract en een baas die allerlei smoezen verzint om niet te hoeven betalen,’ aldus Svetlana, de zus van Irina en de peetmoeder van Wladek. ‘En toen las hij dat berichtje op Vkontakte, dat een winkel in aromatische mengsels om te roken koeriers zocht. Ze zijn juist op zoek naar kinderen, doen hun rechtstreeks een aanbod om samen te werken en schrijven dat alles legaal is.’

    Misschien vermoedde Wladek dat dat niet helemaal waar was, want over zijn nieuwe baantje vertelde hij niks aan zijn ouders. Twee weken na het verzorgen van de eerste zending werd hij gearresteerd. Hij liep samen met zijn vriendin, Valerija, tegen de lamp. Ze waren zeventien en kregen tien jaar, omdat de onderzoeksrechter vond dat er sprake was van een georganiseerde criminele groep.

    OPG – de Belarussische afkorting van Organizowanaja prestoepnaja groepa, ofwel Georganiseerde criminele groep

    ‘De kinderen krijgen tien, vijftien jaar, de onderzoekers een premie en goeie baantjes’

    Loedmila legt een appel op tafel: ‘Ik zal je laten zien hoe onze kinderen een georganiseerde criminele groep vormen. Een appel is een winkel met drugs. De tweede appel is mijn zoon, die voor verstopplaatsen zorgde. Het baantje vond hij via het internet, zoals zij allemaal.’ ‘En dit’, Loedmila legt naast de eerste appel nog meer appels, ‘zijn andere kinderen, die voor dezelfde winkel voor verstopplaatsen zorgden. De militie spoort een winkel op en pakt ze allemaal op. Ze zien elkaar voor het eerst in de rechtszaal, maar voor de rechter is het een georganiseerde criminele groep. De kinderen krijgen tien, vijftien jaar, de onderzoekers een premie en goeie baantjes.’

    Haar zoon Artur, zit al vijf jaar in de gevangenis (hij kreeg dertien jaar).

    ‘En ik vraag dus: “Als het dan een georganiseerde criminele groep is, wie is dan de baas van deze business? Waar zijn de producenten, de laboratoria?”’ zegt Elena opgewonden. ‘De militie sluit een winkel op internet, maar onmiddellijk worden er tien andere geopend. En ze arresteren nog meer kinderen.’ De mensenrechtenactivisten stellen dat in deze oorlog die Loekasjenka heeft verklaard aan de drugs hoofdzakelijk kleine dealertjes en jongeren die voor eigen gebruik drugs kopen in de gevangenis belanden. Het recht zit zo in elkaar dat wie drugs koopt en het met vrienden deelt op een feestje, kan worden veroordeeld wegens distributie van verdovende middelen, waarop acht tot dertien jaar staat.

    ‘Tegen mijn zoon zeiden de militieagenten: “Je kunt nog beter iemand vermoorden,”’ aldus Alla, de moeder van Aleksander (veroordeeld tot veertien jaar).

    Loedmila: ‘Het strafdossier van mijn zoon beslaat acht ordners, de rechter bladerde er nog geen uur in. Toen de advocaat opstond om een vraag te stellen, zei hij: “Zitten!”’

    Julia: ‘Vóór ons was een proces van een man die zijn vrouw in elkaar had geslagen. Dat was een recidivist, hij was al twee keer veroordeeld. Nu had hij haar zo toegetakeld dat ze twee maanden in het ziekenhuis had gelegen met hoofdwonden. Hij kreeg twee jaar en zes maanden, en mijn zoon tien jaar.’

    150 gevangenen in een cel

    Galina brengt haar zoon iedere maand een pakket: dertig kilo, meer mag niet.

    In een emmer giet ze een liter gekookt water, thee, uienringen, brengt het op smaak met zout en suiker, en op de bodem legt ze stukken rauwe vis. Na drie dagen haalt ze de vis eruit en hangt deze op boven het fornuis om te drogen. Gezouten vis is lichter dan gekookte, er past meer in het pakket. Spek zout ze ook zelf, omdat dat goedkoper is. Voor zes roebel koopt ze een kilo rauw spek op de markt. Voor gezouten spek zou ze in de winkel twaalf roebel moeten betalen.

    ‘Het zijn jonge kerels, ze moeten eten, en wat krijgen ze daar te eten? De hele zomer hebben ze daar alleen gort gekregen. Dat heeft mijn zoon drie tanden gekost, zoveel steentjes zaten erin,’ klaagt Galina en wikkelt het spek in papier.

    ‘Elke maand sturen we Maksim honderdtwintig roebel, meer mag niet. Ze werken in tweeploegendienst in een meubelfabriek, iedere maand krijgen ze dertig kopeken in de hand gedrukt. Honderdvijftig mensen slapen in een zaal. De britsen staan naast elkaar, vijfhoog, van de vloer tot het plafond. Ze hebben drie badkamers met z’n allen.’

    Maksim heeft al twee keer straf gekregen wegens overtreding van het reglement. Eén keer was hij op de grond gaan liggen in plaats van op zijn brits; hij had gezegd dat hij last had van zijn rug. Een andere keer had hij zijn kraagje niet dichtgeknoopt. Toen mocht hij zijn familie niet zien.

    ‘Ik ben toen naar de directeur gestapt: “Ik wacht al een half jaar om mijn zoon te zien. Jullie hebben mij, zijn moeder, veroordeeld!”’

    Eén keer per week mogen ze telefonisch met hun kinderen praten, niet langer dan een minuut. 

    ‘Hij vertelt me niks, maar als hij ’s avonds in zijn kussen ligt te huilen, hoor ik dat, dat kun je niet uitleggen. Dat is je moederhart.’

    Boeken

    Een half jaar na de arrestatie van haar zoon heeft Julia Ostrowsko een uitgebluste blik, de wallen onder haar ogen verbergt ze met poeder. Ze is tien kilo afgevallen. Ze is gestopt met haar werk, ze heeft haar jongste dochtertje naar haar moeder in Wilejka gestuurd, honderd kilometer van Minsk. Kamila mist haar broer, vraagt waarom hij geen afscheid is komen nemen toen hij ging studeren. Voorlopig heeft ze haar niet de waarheid verteld. ‘Ze hebben mijn zoon gevangengezet, maar het hele gezin wordt gestraft,’ zegt Julia.

    ‘Ik weet niet hoe ik me zo in de nesten heb gewerkt, mama,’ schrijft Emil haar. ‘Zeg tegen mijn vrienden, want ik zal ze de komende tien jaar niet zien, dat ze geen stommiteiten begaan. En stuur me niks, alleen boeken.’

    De militieagenten hadden bij hem thuis zijn telefoon en computer meegenomen (bij de halte had hij hun alle wachtwoorden gegeven). Ze hadden het berichtje gevonden dat hij had uitgewisseld met de internetwinkel die de namaakdrugs verkocht; daar bleek uit dat hij een pakje bij hen had opgehaald. Hij kreeg tien jaar voor de handel in drugs als lid van een georganiseerde criminele groep.

    ‘Het is niet bekend wat dat voor groep is, want verder hebben ze niemand opgepakt: noch een leider, noch andere leden van de groep. Ook geen enkele meerderjarige die deel uit zou maken van die groep, alleen mijn zoon.’

    In de strafkolonie werkt Emil nu bij de recycling van metaal uit oude elektriciteitskabels. Volgens Julia worden die uit de zone van Tsjernobyl gehaald; geen enkel vrij persoon zou dat materiaal aanraken, maar de gevangenen halen ze uit elkaar met hun blote handen. En wie er iets van zegt, gaat de isoleercel in. Ze wonen bijna onder de grond, in de cellen is het koud en vochtig, alleen een klein raampje onder het plafond laat wat licht binnen. Ze krijgen alleen maar waterige soep met stukjes aardappel.

    Lees ook:

    Eén keer in de drie maanden krijgen ze bezoek, veertig minuten. Ze praten door een telefoonhoorn, de ouders aan de ene kant van het glas, de kinderen aan de andere kant, en achter in de zaal zit een cipier die met een schakelaar beslist welke cabine hij afluistert. Eén keer per half jaar mogen ze elkaar zonder glas ertussen zien.

    ‘Als ik eruit kom, kan ik alleen nog straatveger worden,’ schrijft hij haar vertwijfeld.

    Ze troost hem dat hij nog eindexamen kan doen. Ze neemt zijn boeken voor Engels mee. Ze schrijft naar de directeur van de gevangenis, naar de minister van Onderwijs om te vragen of haar zoon de hoogste klas mag afmaken en examen mag doen bij een commissie. Ze antwoorden dat het recht niet voorziet in de opleiding van gevangenen.

    Tegenover haar zoon geeft ze niet toe dat ook zij last heeft van sombere gedachten. Als hij eruit komt, zal hij achtentwintig jaar oud zijn. Wie komt hij daar tegen, wat voor mens word je daar? Julia durft er niet over na te denken.

    Hongerstaking

    Galina is ervan overtuigd dat haar zoon onschuldig is. Ze heeft het over afgedwongen bekentenissen, manipulaties van de rechter, twijfelachtig bewijsmateriaal.

    Er zijn ook moeders die erkennen: ‘Ja, onze kinderen hebben de wet overtreden.’ ‘Maar geef ze dan drie jaar, en geen tien. Geef ze straf, maar pak hun leven niet af,’ aldus Elena, de moeder van Kiryl.

    Samen met de juridische adviseurs hadden ze een wetsvoorstel opgesteld om het wetboek van strafrecht te wijzigen. Belangrijkste eis: verlaging van de vonnissen. De parlementariërs die ze met het wetsvoorstel benaderden schudden hun hoofd: ‘We begrijpen het wel, maar er is niets aan te doen.’ Anderen zeggen ronduit: ‘In fatsoenlijke gezinnen laten kinderen zich niet in met drugs.’ Nu worden ook de moeders veroordeeld dat ze hun kinderen hebben opgevoed tot slechte mensen.

    Ik vraag naar de vaders: strijden zij ook voor hun zoons?

    ‘Ze zijn bang,’ zegt Marina. ‘Die van mij zei: “Als vrouwen de straat op gaan krijgen ze een boete. Maar wij worden in elkaar geslagen door de militie.”’

    ‘Ze moeten geld verdienen,’ voegt Irina eraan toe. Zij werkt op het consultatiebureau voor autistische kinderen, haar man is chauffeur. Elke avond vraagt hij haar met vermoeide stem hoeveel ze nog nodig hebben voor de advocaat. Ze vonden het verstandiger niet allebei met de autoriteiten overhoop te liggen.

    ‘Maar er is er eentje,’ zegt Elena, ‘een jurist uit Grodno. Hij zit urenlang op internet en zoekt alles uit: wie richt de bedrijfjes op, waar komt het geld vandaan, hoe de banken er geld aan verdienen. We hebben een document met de resultaten van zijn onderzoek, maar helaas zijn de autoriteiten er niet in geïnteresseerd.’

    In april 2018 gingen de moeders in hongerstaking. Zeven hongerden in een datsja in de buurt van Kalinkowitsje, in het district Homel, zeven bij Poechowitsje onder Minsk. ‘Ze gaven ons geen vergunning om te protesteren in de stad, maar in mijn datsja, wie zal het ons verbieden?’ zegt Elena.

    De grond was nog koud: ze namen warme slaapzakken mee, zetten tenten op.

    Om iets te doen te hebben, pootten ze de eerste dag aardappelen. Er zoemde iets boven hun hoofd. Een drone, de KGB? Elena haalde haar schouders op en groef verder in haar tuintje.

    Er kwamen journalisten, vertegenwoordigers van ngo’s. ‘Ik werd gedwongen om de keuken uit te komen en oppositielid te worden,’ zei een moeder in Poechowitsje tegen het tv-kanaal Belsat.

    ‘Dehydratie, tachycardie,’ verklaart de arts. ‘Als u wilt blijven leven, moet u onmiddellijk ophouden met uw hongerstaking’ 

    Het huisje van Elena is het laatste huis van het dorp, verder zijn er alleen velden en weilanden, er is geen mens te zien. Als iedereen weer weg is, praten de moeders over hun kinderen, dan is het gemakkelijker de honger te vergeten.

    Op de tiende dag valt Loedmila flauw, de oudste van allemaal (64 jaar). Ze geven haar water met honing, dat helpt een beetje, maar dan beginnen de problemen met haar hart, dat verschrikkelijk tekeergaat in haar borst.

    ‘Dehydratie, tachycardie,’ verklaart de arts. ‘Als u wilt blijven leven, moet u onmiddellijk ophouden met uw hongerstaking.’ 

    Bij Poechowitsje blijven er nog zes hongerstaaksters over; ze zeggen steeds minder, ze gaan steeds meer op het gras liggen. Ze hebben last van duizelingen, misselijkheid en problemen met hun nieren.

    Op de veertiende dag gaat de telefoon: ze bellen van het kabinet van de president, dat ze bereid zijn om te praten. De groep uit Kalinkowitsje krijgt een onderhoud; Natalja Katsjanowa, chef van het kabinet van Loekasjenka, ontvangt de moeders. Ze belooft hun dat er nog dit jaar over project Moeders 328 zal worden gedebatteerd in het parlement.

    ‘Ze hebben ons voorgelogen,’ zegt Elena. ‘Alleen om ervoor te zorgen dat we onze hongerstaking beëindigden.’

    Roosjes van crème

    Op kerstavond is Galina naar de kerk gegaan, ze heeft de tafel gedekt. Dit was al het vierde jaar dat ze met Wiktor Wladimirowicz tegen de lege stoel van Maksim aankeek. Bij het laatste bezoek heeft ze iets raars aan hem gemerkt, zegt ze terwijl ze haar tranen wegslikt. Maksim zat achter het glas en krabde zich aan zijn bovenbenen, heel mechanisch, keer op keer. Zijn ogen waren heel onrustig, alsof hij iets zocht. ‘Jongen, wat is er toch met je?’ vroeg ik. ‘Toen pas drong het tot hem door, hield hij op met krabben en keek hij me met zo’n verwonderde blik aan. Ik ben bang dat hij psychisch al erg veranderd is.’

    Julia organiseerde een feestje voor Emils achttiende verjaardag: er was taart met roosjes van crème, champagne, er kwamen vrienden, familie. De kaarsjes bliezen ze met z’n drieën uit: zij, haar zus Emila en zijn vriendin Palina. Ze stuurden hem in de strafkolonie een foto met de tekst: ‘We wachten op je’.

    Wanneer we afscheid nemen, krijgen ze net bericht: in de strafkolonie heeft een meisje van zestien dat op grond van artikel 328 was veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf, zelfmoord gepleegd.

  • Oproep tot vernietiging van genderidentiteit

    Oproep tot vernietiging van genderidentiteit

    Zelfs in een cultuur die zo openstaat voor afwijkende seksuele identiteiten, moeten sommigen hun ware aard verborgen houden. ‘Ik ben geen jongensachtige vrouw, ik ben een man’, schrijft een Zuid-Indiase transseksueel.

    Voorbij het onderscheid tussen man en vrouw

    ‘Over de hele wereld komt het voor: de ziel van een man in het lichaam van een vrouw, of andersom. Hoe erop wordt gereageerd – door wie het overkomt maar ook door diens omgeving – verschilt van continent tot continent. In het Oosten lijkt de minste kramp te heersen, in het Westen loopt de emancipatie van de transseksueel nog ver achter bij die van de homo. Dat een jongen (Andrej Pejic) bh-model is (voor de Hema) verandert daar nog niks aan.’

    Zo luidde de inleiding van ons dossier over genderidentiteit in januari 2012. We noemden de tijden toen al ‘transseksueel’ en beschreven in zes artikelen hoe op verschillende plekken in de wereld met het onderwerp werd omgegaan. Als archiefstuk vandaag kozen we deze hartekreet van een Indiase transseksuele man die werkt bij LesBiT, een steungroep voor lesbiennes, biseksuele vrouwen en vrouw-naar-man transseksuelen.

    In Zuid-India bestaan meerdere (trans)-seksuele identiteiten. Zo is daar de vrouw-naar-man identiteit Thirunambigal in Tamil Nadu, Magaraidu in Andhra Pradesh en Gandabasaka in Karnataka. En ook de man-naar-vrouw identiteit zoals de kothi, hijra (ook wel genoemd Aravanis en Thirunangaigal in Tamil Nadu), Jogappa in Noord-Karnataka, Jogatha in Andhra Pradesh en Shiva Shakti in Maharashtra en Andhra Pradesh.

    Niet al deze identiteiten zijn zo bekend als de hijra, die synoniem is geworden met transseksualiteit. Dat komt voornamelijk door de historische zichtbaarheid van deze gemeenschap die voor zichzelf een culturele en sociale ruimte heeft gecreëerd via het guru-chela (leraar-leerling) systeem. Dat is een steun voor veel jonge hijra’s/kothi’s die uit huis zijn gegaan om zich bij een van de zeven gharanas (huizen) te voegen als ‘dochters’ of ‘leerlingen’ van hun goeroes. Een hijra/kothi zie je vaak bij stoplichten staan bedelen – een van de weinige manieren om zich staande te houden in een vijandige en discriminerende maatschappij.

    Het geld dat India ontvangt om hiv/aids te bestrijden is aangewend om door het hele subcontinent ngo’s op te zetten die zich richten op de kothi als primaire drager van de infectie. Maar de genderidentiteit van de kothi wordt verdoezeld doordat de door ngo’s gehanteerde term MSM (mannen die seks hebben met mannen) vaak gebruikt wordt voor kothi’s. Maar kothi’s zijn geen mannen. Ze hebben een mannenlichaam, maar voelen zich vrouw.

    Bemiddelaars

    Jogappa’s zijn jonge jongens, meestal afkomstig uit de kaste van de onaanraakbaren (dalit) of uit een andere ‘achterlijke’ kaste, soms zelfs uit moslimgezinnen in Noord-Karnataka, die de godin Yellamma zijn toegedaan. Ze dragen vrouwenkleren en treden op als bemiddelaars tussen gelovigen en de godin. Ze mogen niet trouwen.

    De Jogappa is geen uitsluitend uit transseksuelen bestaande categorie, maar een ruimte waarin van oudsher transgendergedrag is toegestaan. Veel transseksuele vrouwen vinden hier een legitieme plek om hun identiteit, die niet overeenkomt met de heersende normen, toch in de maatschappij tot uiting te brengen.

    Ik voel me een Thirunambi, een vrouw-naar-man transseksueel. Lang voordat ik wist wat ik was, wist ik al dat ik in het verkeerde lichaam zat. Pas onlangs vond ik de woorden die het best beschrijven wat ik ben en trof ik mensen die net zo in elkaar zitten als ik: iemand die geboren is als vrouw, maar met de genderexpressie van een man. Ik heb jarenlang geprobeerd onder woorden te brengen wat ik ben, en getracht mijn familie, vrienden en geliefden te vertellen dat ik geen jongensachtige vrouw ben, maar een man.

    Transseksuele mannen zijn er in allerlei soorten en maten. Sommigen van ons willen een geslachtsoperatie, anderen niet; sommigen voelen zich heteroseksueel, anderen lesbisch of homo, en weer anderen multiseksueel. Er zijn er die soepeler omgaan met hun genderidentiteit dan anderen. Sommigen zijn door hun familie gedwongen te trouwen met een man, terwijl het anderen is gelukt zich los te maken en elders een beperkte vorm van vrijheid te vinden.

    Maar hoe verschillend ook, allemaal hebben we te maken gehad met onderdrukking vanwege onze ‘afwijkende’ genderexpressie.

    Ons wordt het zwijgen opgelegd voor we kunnen spreken

    De mate waarin varieert natuurlijk naar gelang de positie die we binnen onze kaste en klasse innemen. Ik schrijf als een Engelssprekende Nair vrouw-naar-man transseksueel uit de middenklasse. Ik schrijf voor mijn niet- Engelssprekende vrouw-naar-man dalit-broeders uit de arbeidersklasse. Ik schrijf omdat onze stemmen nooit worden gehoord. Ons wordt het zwijgen opgelegd voor we kunnen spreken. We hebben dubbel te lijden omdat we naast onze nonconformistische genderexpressie ook nog eens als vrouw zijn geboren. We hebben geen systeem zoals de hijra’s.

    We hebben geen goeroes die voor ons zorgen als we weggaan bij onze familie. We zijn onzichtbaar omdat we geconditioneerd zijn om in het openbaar ‘door te gaan’ voor een man, om te zeggen dat ons lichaam er niet toe doet omdat we ons ervan afgesneden voelen.

    Is dat lichaam dat maandelijks bloedt, dat lichaam met borsten dat wordt beschouwd als vrouwelijk, míjn lichaam? Dat is een vraag waar wij allemaal mee geworsteld hebben.

    Het is voor ons moeilijk om te veranderen met behoud van respect voor ons lichaam, omdat de maatschappij zich amper bewust is van onze genderidentiteit. Het medische establishment is grotendeels niet op de hoogte van onze behoeften en geslachtsveranderingsoperaties zijn niet te betalen voor als vrouw geboren transseksuelen uit de arbeidersklasse. Sommigen van ons hebben lesbische relaties gehad zonder te kunnen verwoorden dat we mannen zijn.

    Sluipen

    Er zijn maar weinig fondsen beschikbaar voor onze strijd om erkenning. Zelfs feministische groeperingen sluiten ons uit en bestempelen ons als anti-feministisch omdat we de kant van de onderdrukker kiezen doordat we ons man voelen. Dat is een beperkend feminisme dat voorbijgaat aan onze ervaringen in een vrouwenlichaam. Een feminisme dat niet erkent hoe moeilijk het voor ons was om weg te gaan bij onze families om uitdrukking te geven aan onze genderidentiteit.

    We trekken geen aandacht, we sluipen langs de muren in de angst dat er geweld zal volgen als mensen merken dat we een vrouwenlichaam hebben


    We trekken geen aandacht, we sluipen langs de muren in de angst dat er geweld zal volgen als mensen merken dat we een vrouwenlichaam hebben, omdat ze nu eenmaal bang zijn voor transseksuelen. We moeten naar urinoirs waar mannen staan te plassen. We worden in elkaar geslagen als we naar een damestoilet gaan, door vrouwen die denken dat we voyeurs zijn.

    Wij strijden voor een samenleving waarin een ‘afwijkende’ identiteit niet als abnormaal wordt veroordeeld. We willen ons losmaken uit de marge en een plek in het midden opeisen, waar we niet bang hoeven te zijn en ons niet hoeven te verdedigen. Dit is een oproep om het bestaan te erkennen van transseksuelen die geen hijra zijn. Dit is een verzoek om steun aan mensen die hetero, homo, lesbisch, feministisch, multiseksueel of anderszins seksueel geaard zijn. Een oproep tot vernietiging van genderidentiteit zoals wij die nu kennen.

  • De 27e keer dat Toby Obed stierf

    De 27e keer dat Toby Obed stierf

    Over de misstanden in Canadese internaten voor Inuït-kinderen is de laatste jaren steeds meer bekend. Er werden verschillende massagraven gevonden. Toby Obed is een van de overlevenden. Een voorpublicatie uit het verhaal over zijn leven (en vele doden).

    Over de auteur

    In de reportages van de Poolse Joanna Gierak-Onoszko (1980) staan vaak mensenrechten en maatschappelijke kwesties centraal. Ze publiceert regelmatig in weekblad Polityka, dagblad Gazeta Wyborcza, het literaire non-fictietijdschrift Pismo en het reportageblad Non/fiction. Ze woonde een aantal jaar in Canada en schreef daar haar literaire debuut Het 27 keer sterven van Toby Obed (Dowody na Istnienie, 2019) over hoe werd omgegaan met de kinderen van de inheemse Canadese bevolking. Geschat wordt dat ongeveer 150.000 kinderen het slachtoffer zijn geworden van lichamelijk en psychisch geweld en seksueel misbruik.

    Het boek belandde in 2020 op de shortlist van de prestigieuze Nike-prijs en won de publieksprijs.

    Als Toby Obed eindelijk wakker wordt, is het al lente.

    Hij ligt op zijn rug in ongesteven beddengoed en herkent het plafond en de muren om hem heen niet. Net was hij nog in een kalme kunstmatige slaap, maar nu zijn zijn neuronen witheet en proberen alle informatie tegelijk te verwerken.

    Waar ben ik? Waarom doet het pijn? Zal het eindelijk overgaan?

    Toby kijkt om zich heen, zoekt naar het uitzicht uit het raam, een aanknopingspunt. Maar zijn blik dwaalt steeds af naar het midden van het bed. Dat is de plek waar zijn armen en benen zich zouden moeten bevinden, maar de deken waarmee Toby is toegedekt ligt vlak.

    Toby denkt dat hij hallucineert – dat gebeurt soms als je flink gedronken hebt. Hij wil in zijn ogen wrijven en heft zijn armen.

    Maar onder zijn linker elleboog is niets meer.

    Hij kijkt naar rechts. Wat er van zijn andere hand over is, zit in dik verband.

    ‘Wacht eens even! Waar zijn mijn benen? Wat hebben jullie verdomme met mijn armen gedaan?!’

    Een vrouw in een wit schort buigt zich over het bed.

    ‘Wat ben ik blij dat je wakker bent! We wisten niet of dat nog zou gebeuren. Toby, we zijn in het ziekenhuis in St. John’s, in de hoofdstad van Newfoundland en Labrador. Het is al maart. Je bent net tweeëntwintig geworden. En ik kan je zeggen dat je echt iets te vieren hebt.’

    Maar Toby is het oneens met dat het al maart is en ook met zijn nieuwe ingekorte lichaam. Hij kan zich niet herinneren dat iemand die veranderingen met hem heeft besproken.

    Het laatste dat hij zich herinnert is een feest in Happy Valley-Goose Bay, ruim zestienhonderd kilometer ten noorden van het bed dat van nu af aan altijd veel te lang zal lijken.

     * * * 

    Goose, zoals het stadje in de volksmond heet, ligt op het schiereiland Labrador – het deel van Canada dat in het oosten aan de Atlantische Oceaan en in het noorden aan het Noordpoolgebied grenst. Er wonen iets meer dan achtduizend mensen. Goose is het resultaat van het samenvoegen van twee plaatsen: Happy Valley en Goose Bay, maar de idyllische naam van het stadje is misleidend. Want de aanleiding van zijn bestaan is oorlog.

    In de jaren veertig stond in de kranten dat er in de Labradorzee torens van Duitse U-boten waren gezien. Nu de VS aan de oorlog deelnam was het duidelijk dat er in deze regio zo snel mogelijk een sterke militaire basis moest komen voor de verdediging van het continent. Voor de bouw werden mannen uit dorpen in heel Labrador naar Goose gehaald. Ze werkten in verschillende ploegendiensten. De bevoorrading had berekend dat ze vier- tot vijfduizend pakjes sigaretten per dag nodig hadden.

    De arbeiders kregen een fractie van het loon dat de mensen die in de binnenlanden werkten verdienden, maar ze morden niet. Ze klaagden maar over één ding: voor hun vertrek naar de bouw hadden ze hun huizen moeten afsluiten. En dat betekende dat ze voor vertrek hun honden hadden moeten afmaken.

    In 1943 beschouwde men Goose als het grootste vliegveld ter wereld. Na de oorlog bleef het een belangrijk knooppunt van de lucht-, asfalt- en zeewegen van Labrador. In vredestijd hielden NAVO-eenheden hier oefeningen en de door het leger beheerde terreinen zouden moeten dienen als reservelandingsplaats voor ruimtevaartuigen van de NASA.

    Maar Goose bleef voor altijd een reservestad. De oorlog ging eraan voorbij, er landde geen ruimteveer en in 2010 vertrokken de eenheden van de NAVO van de basis. Nu kom je hier voor satelliettelefoons – die zijn gratis te leen als je de omgeving gaat verkennen, wat het werk van de politie en de reddingsteams moet vereenvoudigen als een toerist verdwaalt. Tijdens lange tochten door Labrador kun je onderweg in Goose kariboeworstjes of gepaneerde kabeljauwtongetjes eten. Vroeger was het armeluisvoedsel, maar nu is het een chic hapje van 13 dollar per portie.

    Dat is nu Labrador, het Grote Land. Hier hoor je de Aarde bewegen, zeggen ze.

    Maar het stadje met de naam Happy Valley-Goose Bay bracht Toby Obed geen geluk. Hier stierf Toby voor de zesentwintigste keer.

    Dat was vlak voor hij tweeëntwintig werd, achttien jaar na zijn eerste dood.

    * * * 

    Als je in een piepkleine nederzetting van walvisjagers in het afgelegen Labrador woont, is een uitstapje naar Goose een hele afwisseling. Toby ging er zijn neef opzoeken. Ze hadden elkaar lang niet gezien en trokken een fles open. Toen kwam er een vriend: ‘Hoe is het? Laten we drinken.’

    Ze dronken.

    De rest zal door de verpleegster worden verteld.

    ‘De politie heeft je pas de volgende dag in de sneeuw gevonden. Ze waren ervan overtuigd dat je dood was.’

    Toby kwam in het Miller Center terecht, een ziekenhuis voor oorlogsveteranen waar chirurgen, fysiotherapeuten, psychologen en prothesemakers verminkten terugslepen naar het leven. De artsen hielden Toby twee maanden lang in een kunstmatig coma om hem zo uit zijn diepe hypothermie te krijgen.

    ‘Dat is gelukt, maar we hebben je moeten amputeren’, zegt de verpleegster aan zijn bed.

    ‘Mens, ik weet niet waar je het over hebt. Geef me mijn benen terug! Geef me onmiddellijk mijn arm terug!’

    ‘Je bent een gelukskind, Toby. Ik leef erg met je mee.’

    * * * 

    Sinds die nacht is er een kwarteeuw verstreken. In het voorjaar van 2018 is Toby Obed zevenenveertig, en zijn vijfhonderd Inuit uit het Dal van de Hoop zijn spiegel.

    Voordat de Europeanen hier arriveerden (onder wie de Portugese ontdekkingsreiziger João Fernandes Lavrador) woonden er op dit grondgebied inheemse gemeenschappen, zoals de Inuit en de Innu. Beide groepen noemden elkaar eskimo’s, wat rauwvleeseters betekent. Dat begrip werd overgenomen door witte antropologen en archeologen voor wie de Eskimo’s een algemene, brede benaming voor de mensen van het Noorden was: van Labrador, het Canadese Poolgebied en Alaska tot aan Kamtsjatka.

    In sommige Europese landen wordt het woord nog altijd gebruikt. In Canada daarentegen hoor je dat niet meer te zeggen, omdat het opgedrongen, discriminerend en beledigend is. De inwoners van de noordelijke provincies worden nu genoemd zoals ze zelf willen. In hun taal, ofwel het Inuktitut, betekent inuk mens, en inuit gemeenschap.

    En zo ziet Toby Obed hen en zichzelf: niet als museumstukken, maar als mensen. Hij zoekt hun gezelschap op, want ze zijn voor hem tegelijk een spiegel en identiteitsbewijs, belangrijker dan zijn Canadese paspoort.

    ‘Ik vind het fijn als een buurman terloops opmerkt dat ik net zo’n gezicht trek als mijn moeder. Of dat ik net zo loop als mijn vader, dat we van een afstand niet van elkaar te onderscheiden zijn. Dan ben ik zo gelukkig! Want dat betekent dat zij hebben bestaan – en dat ik een overblijfsel van hen ben.’

    Als Toby zijn moeder wil zien, raakt hij met zijn rechterhand zijn wang aan. Een gladde, strakke huid, zonder poriën, zonder ook maar een rimpel. Hoge, prominente jukbeenderen. Daarboven diepgelegen smalle ogen, verscholen onder dikke zwarte wenkbrauwen. Toby’s haar is als peper en zout. Zwart en helder wit, niets ertussenin. Dik en stug, tot aan zijn kleine driehoekige kin.

    Had zijn moeder zulk draadachtig haar? Zulke kleine ogen, zo zwart dat je maar moeilijk de pupil van de iris kunt onderscheiden?

    Dat weet Toby niet.

    ‘Ik heb geen enkele foto. Ik herinner me niet hoe ze eruitzag. Ik weet dus niet waar ik vandaan kom, en waarom.’

    * * * 

    De naam Tobijah betekent in het Hebreeuws ‘Jahweh is goed’. Een woord van troost voor iemand die alles heeft verloren en geen hoop meer heeft. Volgens het Oude Testament wordt Tobias blind, en gemarteld smeekt hij God te mogen sterven. Maar God heeft andere plannen met hem. De Schrift leert dat het grote lijden van Tobias geen straf voor hem is, maar een welgemeende beproeving. De liefhebbende God zendt eerst kwellingen, maar voorziet op zijn tijd een beloning voor gehoorzaamheid en loyaliteit. Het is een didactisch verhaal – de dreunen van het lot moet je opvatten als tekenen van de barmhartige God.

    Die profetische naam kreeg Toby van zijn moeder.

    Ze had vijf kinderen. Kinderen die moeite hadden om het thuis uit te houden. Hun ouders besteedden niet al te veel aandacht aan hen. Ze dronken. Emily en Sonny, ofwel Zoontje, waren een jaar of tien ouder dan de rest. Zij zorgden voor de kleintjes: Sara, Elias en Tobias.

    Hoe kwamen ze in zo’n afgelegen nederzetting voor walvisjacht aan zulke namen?

    Vroeger heette die plek Arvertok, wat in de taal van de Inuit de Walvissenplek betekent. Er werd op walvissen gejaagd in de wintermaanden – de Inuit woonden dan in diep in de rauwe, ongastvrije grond verborgen huizen die maar deels boven het oppervlak uitstaken. Ze zochten daar beschutting tegen de snijdende wind, en in de lente, als het zeehonden- en walvissenseizoen was afgelopen, trokken ze dieper het land in. Ze namen tenten van zeehondenhuid mee en gingen jagen op vleesrijke kariboes. Ze raapten de karige vruchten die de toendra mondjesmaat verschafte en bereidden zich voor op het doorstaan van de volgende winter.

    Suikerziekte, aderverkalking, kanker – dat waren ook geschenken die de witte kolonisten met zich meebrachten

    Dat ritme werd verstoord door de bewoners van het Oude Continent, Duitse mennonieten uit Moravië, missionarissen met een protestantse arbeidsethiek. Ze waren hier gebracht door de imperatief hun rijkdom te vergroten en de kerkelijke schola te vullen. Ze begrepen de mensen die ongehaast de cyclus van de natuur volgden niet. Ze verlangden er vurig naar om in naam van de handel onder zware omstandigheden te zwoegen: in Europa was grote vraag naar echte, warme bontjassen. Daarmee werd een fortuin verdiend, dat nu in Canada ‘oud geld’ wordt genoemd. De Moravische kolonisten waren verrukt over de ondiepe wateren vol zeehonden en de dichte bossen vol vossen. In 1782 doopten ze de Walvissenplek om in het Duitse Hoffenthal, het Dal van de Hoop.

    Ze brachten hetzelfde mee als de meeste anderen die van zichzelf zeiden dat ze nieuwe landen ontdekten: het woord Gods, gereedschap, wapens, groente en ziektes.

    Suikerziekte, aderverkalking, kanker – dat waren ook geschenken die de witte kolonisten met zich meebrachten. Labrador is ze tot op de dag van vandaag niet te boven gekomen.

    De mennonieten veroverden de gebieden met de hoorn en de trombone. Ze geloofden dat met Haydn en Bach als bondgenoten de Inuit verrukt zouden raken over de barokmissen en ze hun ziel zouden openstellen voor een hun onbekende God. Tot op de dag van vandaag kun je in het kleinste gehucht een blaasorkest vinden dat in de woestenij van de Canadese toendra Bachcantaten speelt.

    De missionarissen deelden graag hun bladmuziek, maar ze zeiden dat het hun God niet beviel hoe er in de huishoudens met elkaar geslapen werd: zonder sacrament, met meerderen tegelijk, in het bijzijn van de kinderen. Volgens de lokale traditie was een levenspartner precies zoals het klinkt: een compagnon, iemand met wie het leven draaglijker was of überhaupt mogelijk. Het gezin was een onderneming om te overleven, maar de mensen wilden naar bed met degenen die ze aantrekkelijk vonden, niet per se met de mensen met wie ze samenwerkten om te overleven. Soms woonden er meerdere gezinnen onder één dak en waren genegenheid en seks binnen handbereik.

    De missionarissen uit Moravië waren gekomen om hun mee te delen dat ze in zonde leefden en God beledigden, die zijn volk in de hitte door de woestijn had geleid. De bewoners van deze gebieden begrepen niet wat een zonde was en hadden nog nooit een woestijn gezien.

    De Duitse kolonisten zijn er nu niet meer – ze hebben de oorlog met het handelsimperium Hudson’s Bay Company (HBC) om de vachten verloren en hebben het Grote Land verlaten. Van hen zijn grafstenen, resten van de houten gebouwen van de mennonitische missie en de gewoonte om Inuitkinderen Bijbelse namen te geven achtergebleven. Na verloop van tijd, toen de Britse monarchie dit deel van de wereld in haar macht kreeg, werd de naam veranderd – van Hoffenthal in Hopedale.

    Er is hier niet veel meer veranderd dan dat.

    * * *

    In 1975 stond er opeens een politieagent in een rood uniform op de drempel en zei: ‘Kinderen, jeugdzorg is geweest, we moeten jullie meenemen.’

    Toby’s ouders waren verrast, want ze kwamen onaangekondigd. Geen gelegenheid om in te pakken, geen gelegenheid om afscheid te nemen.

    ‘We gingen zoals we er toen bij liepen. Later hoorden we dat ouders dergelijke situaties eigenlijk geen keuze hadden. Op het niet meegeven van de kinderen stonden straffen, waaronder hechtenis en het intrekken van de uitkering, waarvan de meeste gezinnen in de omgeving leefden. Of we ons verzetten? Dat weet ik niet meer. Of we huilden? We huilden allemaal. Emily was dertien, Sonny vijftien, en ik pas vier. Toen, in 1975, in de deuropening bij de laarzen van de agent van de bereden politie, stierf ik voor het eerst.

    We stapten in een klein vliegtuig dat op water kon landen. We vlogen een kilometer of tweehonderd naar het zuiden, naar North West River. Eerst brachten ze ons naar het ziekenhuis. Daar werd nagekeken of alles met ons in orde was. Routineonderzoek: of er geen actieve infecties waren, parasieten, ondervoeding. En of niemand ons kwaad had gedaan.

    Natuurlijk werden we gescheiden, mijn broers en zussen waren van een andere leeftijdscategorie. Ik begreep het niet. ’s Ochtends had ik nog familie, en nu was ik ineens alleen, terwijl ik pas vier jaar oud was. Alles wat ik weet van het leven, heb ik daar geleerd, in het internaat, in het juniorenhuis in North West River. Dat waren verplichte lessen die ik niet wilde. Rekenen en grammatica deden er nog het minste toe, je moest vooral snel door zien te krijgen wie je vriend was en wie je beter kon mijden. Waar je heen moest en hoe, en achter welke deur je nooit mocht komen. Wat je mocht zeggen en waar je jarenlang over moest zwijgen. Ik was een kleuter toen ik begreep dat ik, net zoals ik onbewust en automatisch ademhaalde, onophoudelijk en instinctmatig in de gaten moest houden of ik veilig was. Ik controleerde constant of ik niet in gevaar was. In zulke omstandigheden loeit er constant een alarm in je hoofd.’

    Toby Obed, een Canadees uit Labrador, zegt niet over zichzelf dat hij de Yale-school heeft afgerond die in North West River door de liefdadigheidsorganisatie Grenfell werd geleid.

    Hij zegt: ‘Ik ben een overlever. Ik heb het overleefd, ik ben in leven gebleven.’

    * * *

    Toby vertelt over school alsof er een veer is losgesprongen, alsof er een la met mappen vol politiedocumentatie is opengeschoten. Hij praat en praat, kalm, systematisch, alsof hij verslag uitbrengt van iets wat een ander is overkomen. Hij gaat bijna twee uur lang door.

    In Toby Obeds vroegschoolse herinneringen komen niet veel kaligrafie-oefeningen, lessen over scheepsbouw of zelfs het verplichte corvee in de koeienstal voor.

    De volgende sleutelwoorden komen wel steeds terug:

    zwiep, klets, pats (zo klapte de zweep); 

    taal, accent, slaag (voor het spreken van Inuktitut kreeg je ervan langs); 

    cel, duisternis, honger (een triade die elk kind zonder uitzondering verlamt).

    Ik hoor van Toby dat in je broek plassen van angst helemaal geen beeldspraak is.

    In zijn herinneringen komt een persoon in het bijzonder naar voren: een lerares, Miss Devil, Juffrouw Duivel.

    ‘Ze liet ons toekijken’, zegt Toby. ‘Ik wilde niet kijken, maar geen kind mocht zijn gezicht afwenden.’

    ‘Je bent vier, zes, tien jaar oud en je weet dat niemand, maar dan echt niemand zich voor je interesseert’

    Toby vat zijn schooltijd als volgt samen: ‘De volwassenen van buiten wisten het. Ze deden er niets aan.’

    Wat er binnen de houten wanden van Grenfell gebeurde was een verschrikking, maar werd mettertijd de norm. Maar je kon er echter niet aan wennen dat er niemand in de buurt was aan wie je erover zou kunnen vertellen. En die je niet zozeer om redding, om ingrijpen kon vragen, want daar hoopten de kinderen al niet meer op, maar om wat troost.

    Toby wachtte op mededogen, dat jarenlang niet kwam. Ook had hij niet het gevoel iemand dierbaar te zijn.

    ‘Je bent vier, zes, tien jaar oud en je weet dat niemand, maar dan echt niemand zich voor je interesseert.’

    Toen dachten de kinderen dat er van de door de liefdadigheidsorganisatie gerunde school geen bevrijding mogelijk was. Maar een zomer was het geld op en werd de instelling gesloten. Dat was in 1979 of 1980, de bronnen stemmen niet overeen.

    Er zijn in Canada geen kindertehuizen. De oplossing waren pleeggezinnen, waar de kinderen rechtstreeks van de kostschool heen werden gestuurd. Uiteraard zonder rekening te houden met familiebanden.

    De kinderen Obed maakten geen kans om samen te blijven. Wie wilde er nu voor een paar gebroken Inuit-kinderen zorgen? 

    Ze werden opnieuw gescheiden, deze keer voor jaren. De kinderen verloren elkaar volledig uit het oog. Die vakantie raakten ze echt alles kwijt, werden de laatste lijntjes verbroken. Toby zag zijn zus Sara pas zevendertig jaar later terug.

    ‘Ze maakten ons gezin helemaal kapot’, zegt Toby. ‘Ik was acht toen mijn leven opnieuw ten einde kwam.’

    Dat was tijdens de Koude Oorlog. In de Canadese bossen werden legereenheden ondergebracht, Goose Bay werd uitgebreid, er werden militairen gestationeerd. Velen van hen hadden al een vrouw, maar nog geen kinderen. Ze konden zorgen voor de beschermelingen van de school in het dennenbos.

    Toen Toby bij het eerste pleeggezin terechtkwam was hij acht jaar oud en dacht hij dat zijn lijdensweg ten einde was, dat hij nu een thuis zou krijgen. Maar in plaats daarvan verplaatsten ze hem van de ene verzorgers naar de andere.

    ‘De acht jaar die volgden heb ik bij twintig gezinnen gewoond. Gemiddeld eens in de vierenhalve maand verhuisde ik, of eerder – werd ik verhuisd. Wat ik wilde, wat ik ervan vond, vroegen ze niet. We werden behandeld als meubels, als obstakels, als zakken met vuilnis.

    In elk huis was het weer anders, maar ik werd geloof ik overal geslagen’, herinnert Toby zich. ‘Ik was niet klein meer, ik hoefde niet meer gespaard te worden. Ik ging al naar de tweede klas, dus ze konden me flink op m’n sodemieter geven. Dat verdiende ik op zich ook: ik begreep niet wat er tegen me gezegd werd. Ik wist niet hoe ik ze tevreden moest stellen. Ik probeerde ernaar te gissen, ik probeerde me aan te passen, maar ik was machteloos.’

    Uiteindelijk wende hij eraan. Het werd dus routine: eten, slapen, school, slaag. Nepmoeders en nepvaders sloegen met de riem en sloegen met de hand voor van alles en nog wat. Hoe je de klappen moest ontwijken, hoe je moest overleven leerde Toby van twintig gespierde, sportieve mannen die werden gesteund door twintig vooruitziende, toegewijde echtgenotes.

    Toby’s lichaam was sterk, dat hielp hem erdoor. Zijn geest was hem ook goedgezind, de meeste huizen heeft hij kunnen vergeten. Toby weet dat ze ergens zijn, hij ze in zich draagt als wild vlees, als littekens, als kanker. Maar zijn hoofd heeft hem ervan afgesneden. In het dagelijks leven ziet hij ze niet, zijn de ziektehaarden niet vast te stellen. Maar Toby weet dat ze nog altijd schade aanrichten, net als gezwellen die bij onderzoek niet te zien zijn.

    Van alle twintig gezinnen kan Toby er misschien vijf of zes voor de geest halen. Aan sommige heeft hij goede herinneringen. Hij gelooft dat ze hun best deden. Bijvoorbeeld enkele nepmoeders. Soms waren ze aardig, kookten ze, wilden ze Toby’s stijve dikke haar kammen.

    Als achtjarige had Toby het overlevens-abc voor kinderen onder de knie: hij loog, stal en bedroog

    ‘Rot op, zei ik, laat me met rust. Niet jij, maar mijn echte moeder zou me nu over mijn hoofd moeten aaien. Maak dat je uit m’n buurt komt, zei ik. Ook sommige nepvaders deden hun best. Soms maakten ze tijd voor me vrij. Probeerden me uit te leggen dat ik zelf om problemen vroeg. Dat spijbelen en weglopen nergens goed voor waren. Maar ik had geen zin om te luisteren. Ik neem het ze niet kwalijk. Ik was geen kind om van te houden, want waarvoor ook?’

    Als achtjarige had Toby het overlevens-abc voor kinderen onder de knie: hij loog, stal en bedroog. Hij vocht veel. De school in Goose waar hij toen op zat, was voor hem één grote boksring. Hij vocht vier, vijf keer per dag, dag in dag uit. En hij verloor nooit, hij was altijd degene die anderen tot bloedens toe sloeg. Hij hield niet op voor hij zeker wist dat ze pijn hadden. De kinderen op school zeiden dat Toby gevaarlijk was. Dat beviel hem wel. Vechten was die opening, die lichtflits, het moment waarop hij even sterk was en er iets van hem afhing. Hij werd dan overweldigd door geluk. Hij voelde geen pijn, het waren de anderen die leden. Ze leden, omdat hij zo beslist had.

    Dat zorgde ervoor dat hij zich kon wapenen voor de middag en avond. Want na school moest hij natuurlijk terug naar zijn pleeggezin en was hij degene die ervan langs kreeg. Maar er waren meer straffen, alledaagse, gewone. Meestal moest hij gewoon zijn mond houden en naar zijn kamer gaan. Ze stuurden hem weg, hij kreeg geen eten. Dat is zogenaamd alleen vervelend, geen marteling.

    ‘Weet je, een of twee keer kun je het best zonder avondeten doen. Maar zelfs als duidelijk is dat je het ergste, vervelendste kind bent, wil je niet de hele tijd honger hebben. Met een kind kun je alles doen. Het is voldoende om hem niet genoeg te eten te geven.’

    Jarenlang was hij ervan overtuigd dat hij slecht was, dat hij het niet verdiende om niet geslagen te worden, niet gestraft. Later drong tot hem door dat de militairen vaak moesten verhuizen. Er kwamen orders, en dan werden de in huis opgenomen kinderen en hun zaken achtergelaten. Maar niemand die dat aan de kinderen uitlegde. Die waren er dus van overtuigd dat ze steeds opnieuw werden verlaten, omdat ze net zo veel waard waren als knellende of afgedragen pantoffels.

    Terugkeren naar zijn vader en moeder was geen optie. De jaren gingen voorbij, maar zijn ouders hielden niet op met drinken. De autoriteiten lieten de kinderen niet terug naar huis gaan, maar er werd ook niet veel gedaan om de ouders te steunen. De kinderen uit huis plaatsen: dat was een radicale en eenvoudige, en vrijwel de enige mogelijke therapie.

    ‘Toen, mijn hele jeugd en nog vele jaren daarna, was ik kwaad. Agressief. Ik voelde me gekwetst en verworpen. Waarom konden anderen bij hun moeder blijven maar ik niet? Waarom konden anderen een normaal leven hebben, alleen ik niet?’

    Toen had Toby er nog geen idee van dat er in de omgeving meer dan duizend kinderen waren zoals hij.

    Deze vertaling kwam tot stand in samenwerking met CELA, Connecting Emerging Literary Artist.

  • Israël noemt Poolse wet ‘antisemitisch’ | Mexicaanse kartels bedreigen media

    Israël noemt Poolse wet ‘antisemitisch’ | Mexicaanse kartels bedreigen media

    Omstreden Poolse wet leidt tot diplomatieke crisis met Israël

    De Poolse president Andrzej Duda heeft een controversiële wet ondertekend die de verjaringstermijn voor claims op gestolen eigendommen beperkt tot dertig jaar na diefstal. Daardoor wordt teruggave van door de nazi’s geroofde kunst feitelijk onmogelijk. Zowel de VS als Israël hebben de wet bekritiseerd. De Israëlische premier Naftali Bennett spreekt in Times of Israel van een ‘beschamende beslissing en een schandelijke minachting voor de herinnering aan de Holocaust’.

    Leila Amineddoleh, expert op het gebied van cultureel erfgoedrecht, noemt de nieuwe wet in Artnet News ‘zeer teleurstellend’. ‘Slachtoffers ondervonden al overweldigende obstakels in restitutiezaken. Het voor de rechtbank bewijzen van eigendom van kunst die decennia eerder is gestolen, was al een enorme uitdaging. Nu zullen rechtbanken deze geschillen niet eens meer behandelen.’

    Volgens president Duda zal de wetgeving een einde maken aan de ‘restitutiemaffia’

    Verwijzend naar vermeende fraude in restitutiezaken uit de Tweede Wereldoorlog, zegt Duda dat de wetgeving een einde zal maken aan een ‘tijdperk van juridische chaos’ en ‘restitutiemaffia’. Hij ontkent antisemitisme: ‘Ik maak bezwaar tegen de koppeling van deze wet aan de Holocaust.’

    Zaterdag 31 augustus kondigde het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken, onder leiding van Yair Lapid, aan dat het land de zaakgelastigde in Warschau terugroept en geen nieuwe ambassadeur voor Polen zal benoemen. Het heeft ook ‘aanbevolen‘ dat de Poolse ambassadeur in Israël, Marek Magierowski (momenteel met verlof in Polen), niet naar Israël terugkeert, bericht Gazeta Wyborcza.

    ‘Israëls besluit (…) is ongegrond en onverantwoordelijk, en de woorden van Yair Lapid wekken de verontwaardiging van ieder eerlijk mens’, schreef de Poolse premier Morawiecki in een verklaring op Facebook. ‘Als de Israëlische regering Polen op deze manier blijft aanvallen, zal dit een zeer negatief effect hebben op onze betrekkingen – zowel bilateraal als op het internationale toneel.’


    Mexicaanse drugskartels bedreigen media

    Een groep gewapende leden van de drugsorganisatie Cartel Jalisco Nueva Generación bedreigde vorige week in Mexico drie nationale mediabedrijven, de krant El Universal, de omroeporganisatie Televisa en het dagblad Milenio. De criminelen zijn boos over de manier waarop ze worden afgeschilderd door deze media, schrijft El País.

    Bedreigingen van verslaggevers in Mexico zijn al meer dan twee decennia aan de orde van de dag. Sinds 2004 werd elk jaar zeker één journalist vermoord. Het Comité voor de bescherming van journalisten (CPJ) registreerde sinds 1994 moorden op 129 verslaggevers.

    Vorig jaar werden zes Mexicaanse journalisten vermoord

    Volgens Leopoldo Maldonado, directeur van de organisatie Artículo 19 die toezicht houdt op persvrijheid, moet de Mexicaanse regering nu echt actie gaan ondernemen. ‘Als er geen reactie van de staat komt, zal dit leiden tot nog meer geweld’, zegt hij tegen El País. Artículo 19 registreerde vorig jaar 692 gevallen van agressie jegens journalisten, een stijging van 13,6 procent ten opzichte van 2019. Vorig jaar werden zes Mexicaanse journalisten vermoord.


    Parlement blijft buiten werking in Tunesië

    De Tunesische president, Kaïs Saïed, heeft op maandag 23 augustus besloten de schorsing van de werkzaamheden van het parlement tot nader order te verlengen, meldt Tunisie Numérique. Op 25 juli had het staatshoofd zich op de grondwet beroepen om zichzelf volledige bevoegdheid te verlenen, de regeringsleider, Hichem Mechichi, te ontslaan en het parlement voor dertig dagen te schorsen. Kaïs Saïed zal ‘de natie toespreken’ in ‘de komende dagen’, aldus de nieuwssite.

    Lees ook:

  • ‘In Myanmar betalen we elke dag de prijs voor de vrijheid die we opeisen’

    ‘In Myanmar betalen we elke dag de prijs voor de vrijheid die we opeisen’

    Wat betekent vrijheid als je leeft onder een militaire dictatuur? Op die vraag probeert de jonge Myanmarese activistenleider Thinzar Shunlei Yi een antwoord te geven.

    Vrijheidslezingen

    In de programmareeks The Freedom Lecture nodigt debatcentrum De Balie in Amsterdam vier keer per jaar iemand uit die uit eigen ervaring weet wat het betekent om niet vrij te zijn. Het doel van de lezingen is om de verhalen van de sprekers te delen, hun boodschap uit te dragen en te leren van hun strijd. Zo ontving De Balie eerder al FEMEN-leider Inna Sjevtsjenko, de Oegandese lhbt-activist Frank Mugisha, de Russische journaliste Jevgenia Albats, internetactiviste Esra’a Al Shafei uit Bahrein en Patrisse Cullors & Janaya Khan van de Black Lives Matter-beweging.

    Hieronder volgt de lezing die mensenrechtenactivist Thinzar Shunlei Yi uit Myanmar uitsprak op 3 juli in De Balie.

    Altijd wanneer ik aan Vrijheid denk, vraag ik me altijd af of ik de werkelijke betekenis en kleur daarvan wel ken. Want die heb ik nog nooit meegemaakt. Maar ik heb er wel mijn hele leven lang voor geknokt, me afvragend of vrijheid ons een betere wereld kan brengen.

    Is vrijheid een toestand waarin we niet bang meer zijn, geen enkele vorm van discriminatie meer ervaren en bevrijd zijn van culturele normen en de beperking van onze vrijheid van meningsuiting?

    Is vrijheid iets wat je door iemand, een militair of jezelf, wordt gegund?

    Ik weet niet zeker of ik je de ware betekenis ervan kan uitleggen. Maar omdat ik dat wel graag wil proberen, maak ik hier van de gelegenheid gebruik om u te vertellen hoe vrijheid er volgens mij zou moeten uitzien.

    Ik denk dat vrijheid een aangeboren kwaliteit is. We hebben haar moeten afleren omdat ze nu wordt onderdrukt. Maar om onszelf te kunnen zijn, proberen we haar onszelf opnieuw aan te leren.

    Elk moment dat we onze stem verheffen om te eisen wat we willen, is een moment van vrijheid

    Vrijheid is van niemand anders dan van ons. Om het terug te winnen, protesteren we in Myanmar elke dag. En omdat we bezig zijn onze vrijheid terug te winnen, zijn we nu vrijer dan we eerst waren. Elk moment dat we een vrijere samenleving opeisen, elk moment dat we onze stem verheffen om te eisen wat we willen, is een moment van vrijheid.

    Daarom denk ik dat Myanmar nu vrijer is dan voor de staatsgreep van 1 februari. Mensen bevrijden zichzelf om dingen opnieuw te leren en een eind te maken aan de staatsgreep en het militaire regime. De coup heeft ons wakker geschud en ertoe aangezet ons tegen de onderdrukker te verzetten en onze vrijheid op te eisen. Deze strijd voeren we elke dag opnieuw. Zal het ons vandaag wel of niet lukken om vrij te blijven? Kunnen we onze mening vandaag vrij uiten of niet? Elke dag weer betalen we de prijs voor de vrijheid die we opeisen. Met levens. Met banen en geluk. Vrijheid wordt duur betaald, vind ik.

    Lees ook:

    Innerlijke bevrijding

    Niemand van ons heeft het recht de vrijheid die we hebben, van ons af te pakken of er misbruik van te maken. Vrijheid is voor mij innerlijke bevrijding. Om mezelf vrij te kunnen maken, moet ik eerst beseffen dat die macht in mij ligt en dat die macht me zonder mijn toestemming, nooit kan worden afgenomen. Vrijheid is het vermogen de macht zelf in handen te hebben.

    We lopen tegen veel problemen en vraagstukken aan. De meeste daarvan hebben diepe wortels en de oorzaak is een volledige ontkenning van de omstandigheden. Als mensen de situatie niet accepteren zoals die is, blijven ze zichzelf voorliegen, de zaken vanuit hun eigen perspectief bekijken en de waarheid vanuit hun eigen blikveld formuleren. Vrijheid komt wanneer je je bewust bent van jezelf en je doel als mens op deze aarde. Vrijheid komt wanneer je situaties kunt accepteren zoals ze zijn en de gang van zaken aanvaardt. Zo kun je jezelf bevrijden en jezelf toestaan met de stroom mee te zwemmen en aanwezig te zijn in het hier en nu. Vrijheid komt met dit diepe innerlijke bewustzijn en het besef van je eigen kracht. Waar, hoe en wie je ook bent, we hebben allemaal de innerlijke kracht om wat met jou of anderen gebeurt, te begrenzen of toe te staan.

    Als je wordt onderdrukt en je je daartegen verzet, ben je vrij.

    Op 26 juni is het 46 jaar geleden dat de eerste studentenleider Salai Tin Maung Oo door de dictator van Myanmar ter dood werd veroordeeld. Voor hij werd vermoord, sprak hij deze ondubbelzinnige en indrukwekkende woorden: ‘Ik zal nooit buigen voor een dictator. Mij kun je vermoorden, maar mijn geloof en waar ik voor sta, zul je nooit kunnen uitwissen.’ Dit is een pregnant voorbeeld van innerlijke kracht en dat tot je laatste adem verdedigen. Hij werd vermoord maar zijn overtuigingen en nalatenschap stralen nog steeds omdat zijn innerlijke kracht overeind bleef. Hij heeft niet verkwanseld waar hij heilig in geloofde en hij heeft geen compromissen gesloten.

    Zo ziet vrijheid eruit. Als je wordt onderdrukt en je je daartegen verzet, ben je vrij. Als je altijd achter je principes blijft staan en die onder alle omstandigheden blijft verdedigen, ben je vrij. Zelfs in levensbedreigende situaties, als je blijft opkomen voor de waarheid tegenover het gezag, ben je vrij. Vrijheid is gelukkig zijn zonder jezelf te hoeven inhouden en zonder je schuldig te voelen over wat je wel of niet in het verleden hebt gedaan. Vrijheid is de pure vreugde van in het moment te leven, bij je volle bewustzijn en zonder wroeging over waarom je nog steeds ademt.

    Laten we onszelf afvragen of we echt vrij zijn.

    Over de auteur

    Thinzar Shunlei Yi won de Women of the Future Southeast Asia Award in 2019 en werd uitgeroepen als ‘Emerging Young Leader’ door het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Ze werkt met lokale politieke coalitie CDD als rechtscoördinator voor mensenrechten en democratie in Myanmar. Thinzar is momenteel bezig met de wereldwijde campagne genaamd #Sisters2Sisters voor solidariteit met vrouwen in Myanmar.

    26274552750 4ac229ab58 o 1 1
    © Flickr / CC
  • Myanmar worstelt met Delta-variant en geweld | China blokkeert beursgang VS

    Myanmar worstelt met Delta-variant en geweld | China blokkeert beursgang VS

    Beijing belemmert buitenlandse beursgang Chinese bedrijven

    De procedure voor een buitenlandse beursgang op markten zoals de New York Stock Exchange en de Nasdaq, zal worden herzien, aldus de Chinese regering. Volgens analisten zal dat gevolgen hebben voor enkele van de grootste deals op de mondiale financiële markten en zal het de gestage stroom van beursgangen door Chinese technologie- en biotechbedrijven in New York en Hongkong belemmeren, schrijft South China Morning Post.

    De Amerikaanse kapitaalmarkt is de populairste bestemming voor Chinese bedrijven

    De Amerikaanse kapitaalmarkt staat voor Chinese bedrijven bovenaan de mondiale ranglijst als bestemming voor een beursgang. Het aantal in de VS genoteerde Chinese bedrijven is de afgelopen zeven maanden met 14 procent gestegen, ook al bevonden de diplomatieke betrekkingen tussen beide landen zich op een dieptepunt. Op 5 mei waren maar liefst 248 Chinese bedrijven aan Amerikaanse beurzen genoteerd, tegenover 217 op 2 oktober 2020. Met een derde van ’s werelds totale beursintroductie-opbrengsten in de eerste helft van 2021 waren Chinese bedrijven verantwoordelijk voor het grootste aandeel van alle landen.


    Myanmar worstelt met Delta-variant en onderdrukking


    Terwijl de Delta-variant zich over het land verspreidt, sterven veel coronapatiënten door gebrek aan toegang tot beademingsapparatuur. Het is bijna onmogelijk geworden om in Myanmar aan zuurstof te komen, vooral nu het leger is begonnen met het gewelddadig uiteenjagen van degenen die zuurstoftanks proberen te bemachtigen.

    Het maakte hem niet uit dat de junta een avondklok heeft opgelegd. Thuya Aung was vastbesloten om zuurstof te vinden voor zijn met covid-19 besmette vader, die bedlegerig was in hun huis in Yangon. ‘De tijd drong‘, vertelde hij aan South China Morning Post. ‘Daarom moest ik naar buiten, ook al riskeerde ik door de soldaten gearresteerd of neergeschoten te worden.’ Een riskante maar uiteindelijk vergeefse missie. Zijn moeder belde hem, zijn vader was net overleden.

    Op maandag 12 juli, zo schrijft de krant uit Hongkong, meldden de Myanmarese gezondheidsautoriteiten 5014 nieuwe infecties, ‘waarmee voor het eerst de grens van 5000 infecties per dag werd overschreden’. Een dag eerder, voegt The Irrawaddy toe, werden 82 doden gemeld, opnieuw ‘het hoogste aantal sinds de staatsgreep van 1 februari’. In totaal zijn sinds het begin van de pandemie officieel bijna vierduizend mensen gestorven aan corona. Maar ‘velen denken dat deze cijfers een zware onderschatting zijn’, merkt de onafhankelijke site op, ‘in een tijd waarin er drie varianten, waaronder Delta, in het hele land rondgaan’.

    Zuurstoftekort

    De Delta-variant legt een zware druk op de medische infrastructuur van het land, maar ook op de zuurstofvoorraden. Net als Thuya Aung hebben veel mensen moeite om zuurstoftanken te vinden, waarvan de prijs de pan uit rijst. The Irrawaddy meldt dat tot voor kort flessen van 40 liter werden verkocht voor 230.000 kyat (118 euro). ‘Nu gaan ze van de hand voor 350.000 kyat‘, oftewel 180 euro. Dit is een fortuin voor de meeste Birmezen. ‘Maar zelfs zij die het zich kunnen veroorloven, kunnen ze niet vinden’

    In Mandalay, zo meldt The Irrawaddy, hebben zich enorme rijen gevormd voor bedrijven die zuurstof produceren. Maar op zaterdag 10 juli kregen hun eigenaars de opdracht alleen te leveren aan ziekenhuizen en klinieken die door het ministerie van Volksgezondheid worden gecontroleerd. Het bevel voor het gehele land werd twee dagen later bevestigd door de woordvoerder van de junta, waardoor de mogelijkheden om het onontbeerlijke gas te verkrijgen nog verder werden beperkt.

    Volgens de nieuwswebsite Coconuts Yangon zijn de militairen op dinsdag 13 juli begonnen hun bevel kracht bij te zetten. In het Dagon-district van Yangon hebben soldaten schoten gelost om een menigte uiteen te drijven die hoopte zuurstof te krijgen. Naar verluidt joegen ze ook degenen weg die met een fles naar huis gingen. Er vielen geen gewonden, maar allen moesten hun zuurstoftanks achterlaten.

    Velen worden weggestuurd uit ziekenhuizen, die beweren dat ze niet genoeg bedden hebben

    Veel Myanmarezen sterven omdat ze geen beademingshulp kunnen krijgen. Zelfs in ziekenhuizen. Zo is ook het geval in Mandalay. ‘Gisteren zijn 23 mensen gestorven. We hebben vanmorgen ook negen mensen begraven’, zegt Ko Htwar Gyi, lid van een liefdadigheidsorganisatie in deze grote stad in het noorden van het land. Maar, zoals de vader van Thuya Aung, worden velen gewoon weggestuurd uit ziekenhuizen, die beweren dat ze niet genoeg bedden hebben, aldus South China Morning Post.

    Na de staatsgreep van 1 februari is een deel van het medisch personeel in staking gegaan om te protesteren tegen de afzetting van de gekozen regering van Aung San Suu Kyi. De protestbeweging gaat door en sommige van de stakers zitten nu achter de tralies of zijn slachtoffer geworden van gewelddadige represailles. Op 1 juli telde het Myanmar Doctors for Human Rights Network 240 aanvallen op gezondheidswerkers, waarvan zeventien met de dood tot gevolg.

    Lees ook:


    Demonstrant gedood in Cuba

    Een man werd maandag gedood in Cuba tijdens anti-regeringsprotesten, zo maakte het ministerie van Binnenlandse Zaken dinsdag 13 juli bekend. Een woordvoerder zei dat de 36-jarige was omgekomen terwijl hij deelnam aan de ‘onrust‘.

    ‘Dit is de eerste officieel bevestigde dode sinds het begin van de protesten tegen de communistische regering van het land op 11 juli’, schrijft de Spaanstalige website Cubanet, gevestigd in Florida.

    Lees ook:

  • Nooit eerder vertoonde protesten in Cuba | Kortere werkweek is een succes

    Nooit eerder vertoonde protesten in Cuba | Kortere werkweek is een succes

    Cubanen uiten woede in niet eerder vertoonde protesten

    Het Caribische eiland ‘had sinds 1994 geen demonstraties van deze omvang meer gekend’, schrijft de onafhankelijke site Cubanet. Van Havana tot Santiago zijn zondag duizenden Cubanen de straat opgegaan om te protesteren tegen de regering, terwijl het eiland de ergste economische crisis in dertig jaar doormaakt, die nog verergerd is door de coronapandemie.

    Volgens Miami Herald heeft de datajournalistieksite Inventario vijfentwintig rally’s geteld in verschillende steden op het eiland. De demonstraties, waarvan de beelden op grote schaal werden verspreid op sociale netwerken, begonnen spontaan op zondagochtend, een zeldzame gebeurtenis in dit land waar de enige toegestane bijeenkomsten die van de regerende communistische partij zijn.

    Deze volkswoede komt na maanden van tekorten aan medicijnen en voedsel, meldt Diario de Cuba. CNN wijst erop dat de toch al haperende economie van Cuba hard is getroffen doordat het toerisme en de invoer van goederen tijdens de pandemie sterk zijn gedaald. De protesten van zondag komen op een moment dat Cuba te maken heeft met een ongekend aantal nieuwe infecties en sterfgevallen in verband met covid-19, aldus Havana Times.

    ‘De mensen zijn het zat. De situatie is de laatste weken verergerd door stroomuitval’

    ‘De mensen zijn het zat’, vertelde Nidialys Acosta, een ondernemer met een klein bezorgbedrijfje, aan The Washington Post. ‘De situatie is de laatste weken verergerd door stroomuitval. Op het platteland kan het wel zes uur duren‘, zegt ze.

    ‘De energievoorziening lijkt de gemoederen bij sommige verhit te hebben‘, erkende de Cubaanse president Miguel Díaz-Canel zondag tegenover verslaggevers, en gaf de VS en hun sancties de schuld van de crisis. ‘Als u wilt dat de mensen het beter krijgen, moet u eerst het embargo opheffen, dat al sinds 1962 van kracht is’, zei hij. ‘Er is een Cubaans-Amerikaanse maffia die heel goed betaalt op sociale media (…). Zij hebben de situatie in Cuba als voorwendsel gebruikt en overal in het land tot demonstraties opgeroepen‘, verklaarde hij, terwijl hij zijn aanhangers aanmoedigde de straat op te gaan.

    Lees ook:

    Aan het eind van de dag waren meerdere groepen demonstranten in verschillende delen van de hoofdstad bijeengekomen om zich voor te bereiden op de protestmars. Adonis Milán, theaterdirecteur in Havana, vertelde The New York Times dat er oproerpolitie op straat was en dat verschillende artiesten waren gearresteerd nadat ze hadden gevraagd om op nationale televisie te mogen spreken. ‘Ik wist te ontsnappen’, legde hij uit. Zondagavond riep Washington Cuba op om geen geweld te gebruikten tegen de demonstranten.

    Volgens The Washington Post ‘benadrukken deze protesten de risico’s die de Cubaanse regering heeft genomen door het land van 11 miljoen mensen in 2019 breder open te stellen voor het internet, toen het toegang kreeg tot 3G, en sociale media zo toegankelijker werden‘. Dissidenten hebben met name het internet gebruikt om hun anti-regimeboodschap te verspreiden, vooral na de arrestatie vorig jaar van Denis Solís, een Havaanse rapper en criticus van de regering. Mobiel internet werd zondagmiddag in een groot deel van het land afgesloten toen de protesten aan kracht wonnen.


    Zuid-Afrika in de greep van geweld na opsluiting Zuma

    Vijf dagen na de gevangenneming van de voormalige Zuid-Afrikaanse president zijn verschillende regio’s in Zuid-Afrika nog steeds het toneel van geweld. Wegen zijn afgesloten, er vinden plunderingen plaats en er zijn schermutselingen met de politie geweest. De Zuid-Afrikaanse pers vraagt zich af of aanhangers van Jacob Zuma proberen de regering te dwingen hun leider vrij te laten.

    Het Zuid-Afrikaanse Constitutionele Hof boog zich op maandag 12 juli opnieuw over de zaak-Zuma. Twee weken geleden veroordeelde het de voormalige president tot vijftien maanden gevangenisstraf wegens minachting van het Hof – Zuma weigerde vragen te beantwoorden in het kader van een onderzoek naar een uitgebreid systeem van corruptie dat werd opgezet toen hij aan de macht was, van 2009 tot 2018. Het hoogste Zuid-Afrikaanse rechtscollege moet dat vonnis nu herzien en zich uitspreken over de aanvaardbaarheid van een veroordeling die meer op vorm dan op inhoud is gebaseerd.

    De opsluiting van een voormalige president – een primeur in de geschiedenis van Zuid-Afrika – is niet alleen een politieke aardbeving. Het is ook al sinds enkele dagen het startpunt van een uitbarsting van geweld.

    Maandagmorgen werden 219 mensen gearresteerd, en ook zijn er volgens officiële cijfers zes doden gevalen

    De woede-uitbarstingen begonnen in KwaZulu-Natal, de thuisregio van Jacob Zuma, en verspreidden zich vervolgens naar Johannesburg, de economische hoofdstad, meldde Daily Maverick. Wegen, waaronder de belangrijkste verbindingsweg tussen de twee provincies, zijn afgesneden, er zijn schermutselingen met de politie geweest en er is geplunderd. Maandagmorgen werden 219 mensen gearresteerd, en ook zijn er volgens officiële cijfers zes doden gevalen, meldt News 24.

    Zoals het Zuid-Afrikaanse dagblad opmerkt, vinden deze rellen ook plaats tegen een achtergrond van economische crisis, die door de coronaepidemie voor veel Zuid-Afrikanen steeds moeilijker te dragen is geworden. Op zondag 11 juli kondigde president Cyril Ramaphosa aan dat de beperkingen die waren ingesteld om de ziekte te bestrijden, met twee weken werden verlengd. Tijdens zijn toespraak waarschuwde hij ook dat gewelddadigheden niet zouden worden getolereerd.

    Is dit een symptoom van sociaal-economische malaise of een politieke confrontatie?

    Is dit een symptoom van sociaal-economische malaise of een politieke confrontatie? ‘Decennialang is geweld een politiek instrument geweest in Zuid-Afrika. Tijdens de apartheid gebruikte de regering geweld, en na de komst van de democratie bleef geweld gebruikt worden. Stakingen waren gewelddadig, maar dat gold ook voor interne rivaliteiten binnen politieke partijen‘, aldus Daily Maverick in een ander artikel.

    De rivaliserende leiders van het ANC, Jacob Zuma en Cyril Ramaphosa, zijn al maanden in een bittere strijd verwikkeld. De aanhangers van de eerste groep hebben verschillende malen tevergeefs geprobeerd de macht van de tweede groep over te nemen. Na zijn veroordeling probeerde de voormalige president een nieuwe rol te spelen in deze interne strijd door zijn zoon naar voren te schuiven, zijn militanten te mobiliseren, en tot het laatste moment te wachten om uiteindelijk in te stemmen met zijn gevangenneming.

    ‘Jacob Zuma’s aanhangers willen de mensen misschien doen geloven dat zij in staat zijn het land tot de grond toe af te branden en dat de enige manier om hen te stoppen de vrijlating van [hun leider] is‘, meent Daily Maverick. ‘Maar zelfs als het geweld hevig is, is het onwaarschijnlijk dat het zijn doel bereikt. Integendeel, het zal Zuma binnen het ANC verder verzwakken en de hoop op gratie of een terugkeer in de politiek nog verder doen vervliegen.’

    Kortere werkweek is een succes

    Proeven met een kortere werkweek in IJsland zijn een succes geworden. De productiviteit bleef gehandhaafd en het welzijn werd verbeterd. Door dit resultaat heeft de meerderheid van de IJslandse werknemers nu of in de toekomst recht op een kortere werkweek, bericht EuroNews.

    Voor de proeven werd het aantal werkuren tussen 2015 en 2019 verlaagd van 40 naar 35 of 36 uur. Het leidde tot verminderde niveaus van stress en burn-out, en een verhoogd of gelijkblijvend productiviteitsniveau. Bij de proeven, die werden geleid door de overheid en de BSRB, een belangrijke vakbondsfederatie, waren ongeveer 2500 mensen betrokken, 1 procent van de IJslandse beroepsbevolking. Volgens het eindrapport was de proef ‘een overweldigend succes’, omdat het welzijn van de werknemers een impuls kreeg, er een betere balans tussen werk en privéleven ontstond, en er sprake was van ‘een betere coöperatieve sfeer op de werkvloer’. De werknemers ontvingen voor de minder gewerkte uren hetzelfde inkomen als voorheen.

  • Toeschouwerloze Spelen in Tokio | Spanje opgeschrikt door dodelijk homogeweld

    Toeschouwerloze Spelen in Tokio | Spanje opgeschrikt door dodelijk homogeweld

    Noodtoestand in Tokio zorgt voor toeschouwerloze Spelen

    Geconfronteerd met de oplopende coronabesmettingen in Tokio, heeft de Japanse premier opnieuw de noodtoestand afgekondigd in de hoofdstad. De evenementen van de Olympische Spelen in en rond Tokio zullen daarom zonder toeschouwers plaatsvinden.

    Met nog maar twee weken te gaan voor de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Tokio op 23 juli, heeft zich weer een ommekeer voorgedaan. Tegen de achtergrond van de opleving van de coronaepidemie in de hoofdstad als gevolg van de ontwikkeling van de Delta-variant is door de Japanse regering op 8 juli voor de vierde keer de noodtoestand afgekondigd in Tokio, meldt het dagblad Nikkei Shimbun. De maatregel treedt in werking op 12 juli en blijft van kracht tot 22 augustus.

    De noodtoestand betekent met name een beperking van de verkoop van alcohol en dwingt bars en restaurants te sluiten om 20.00 uur. Voor openbare evenementen gaat een maximum van vijfduizend toeschouwers, of 50 procent van de capaciteit van een locatie tellen.

    ‘Het is uiterst betreurenswaardig dat de Spelen op zeer beperkte schaal zullen plaatsvinden’

    Regeringswoordvoerder Katsunobu Kato gaf op donderdag 8 juli al toe dat hij met het Internationaal Olympisch Comité (IOC) overlegt over een ‘toeschouwerloze Spelen’, aldus Nikkei Shimbun. Kort daarna werd op donderdagavond het officiële besluit genomen om alle evenementen in de prefectuur Tokio en de drie aangrenzende prefecturen (Chiba, Saitama, Kanagawa) zonder toeschouwers te laten plaatsvinden, meldt The Japan Times.

    ‘Het is uiterst betreurenswaardig dat de Spelen op zeer beperkte schaal zullen plaatsvinden in het licht van de verspreiding van nieuwe coronabesmettingen’, zei Seiko Hashimoto, voorzitter van het organisatiecomité. ‘Ik betreur het ten zeerste voor de tickethouders en de lokale bewoners die uitkeken naar de Spelen.’

    De minister voor de Olympische Spelen, Tamayo Marukawa, zei echter dat op sommige locaties buiten Tokio nog steeds fans zullen worden toegelaten, tot 50 procent van de capaciteit. Het gaat onder meer om Fukushima, waar honkbal en softbal zullen worden gespeeld, Miyagi, waar sommige voetbalwedstrijden zullen worden gehouden, en Shizuoka, waar het wielrennen zal plaatsvinden, bericht The Guardian.

    De situatie binnen het organisatiecomité lijkt steeds chaotischer te worden. De Japanse krant Asahi publiceerde een artikel over de zorgen binnen het comité voor de bekendmaking van het definitieve besluit.

    Lees ook:

    ‘Als de Japanse autoriteiten kiezen voor de optie van nul toeschouwers, zal dat de 90 miljard yen (70 miljoen euro) aan ticketinkomsten waarop het comité hoopte, in rook doen opgaan’, aldus krant. ‘Japanse ambtenaren zullen het gat moeten dichten met overheidsgeld.’

    ‘Ik weet niet of we deze Spelen wel kunnen houden. De zorgen wordt alleen maar groter’

    Ook de onderhandelingen over de eet- en drinkkraampjes rond de stadions lijken ingewikkeld te verlopen. ‘Ik weet niet of we deze Spelen wel kunnen houden. Het lijkt haast onwerkelijk. De zorgen worden alleen maar groter’, bekende een commissielid aan Asahi.

    Kritiek op de regering, die de noodtoestand eind juni in allerijl heeft opgeheven ondanks het risico van een nieuwe uitbraak, zaait zelfs binnen de regerende Liberaal-Democratische Partij verdeeldheid. ‘De premier was te optimistisch, we hadden ons moeten voorbereiden op het ergste scenario’, zei een lid van de partij, geciteerd door het nieuwsagentschap Jiji Tsushin. Bij de laatste verkiezingen voor de districtsraad van Tokio, begin juli, behaalde de partij de op een na slechtste score in haar geschiedenis.

    Lees ook:


    Biden verdedigt definitieve terugtrekking uit Afghanistan

    De Amerikaanse president Joe Biden heeft donderdag ‘met hand en tand’ zijn besluit verdedigd om de Amerikaanse militaire inzet in Afghanistan te beëindigen, schrijft The Wall Street Journal, ‘ondanks de snelle opmars van de taliban, tekenen van spanning in het Afghaanse leger en grimmige prognoses van Amerikaanse militaire en inlichtingenfunctionarissen’.

    Biden gaf deze verklaring ‘enkele dagen’ na terugtrekking van de Amerikaanse troepen van luchtmachtbasis Bagram, het centrum van de Amerikaanse operaties sinds het begin van de oorlog twee decennia geleden, schrijft The New York Times. De Democratische president zei dat het vertrek van de troepen ‘tegen 31 augustus voltooid’ zou zijn. En hij verzekerde dat de overname van het land door de taliban ‘niet onvermijdelijk’ was.

    Het staatshoofd betoogde dat de Amerikanen ‘de doelen hebben bereikt’ die zij zich twintig jaar geleden hadden gesteld, namelijk het bestrijden van de terroristische dreiging. Biden zei dat hij niet verklaarde dat de missie was volbracht – een verwijzing naar een toespraak in 2003 van toenmalig president George W. Bush, die de VS als overwinnaar in Irak beschouwde, ook al duurde het tot 2011 voordat de troepen het land verlieten. ‘De missie is echter volbracht in die zin dat we Osama bin Laden te pakken hebben gekregen en het terrorisme niet langer uit dat deel van de wereld komt’, aldus de Amerikaanse president.

    ‘Het is hoogst onwaarschijnlijk dat er één regering in Afghanistan zal zijn die het hele land zal controleren’

    Hij stelde dat het nu aan de Afghanen zelf is om over zijn eigen toekomst te beslissen. ‘Het is het recht en de verantwoordelijkheid van het Afghaanse volk om te beslissen over zijn toekomst en hoe het zijn land wil besturen’, zei hij, en hij verzekerde dat hij ‘vertrouwen had in de capaciteiten van het Afghaanse leger’. Maar hij erkende dat ‘het hoogst onwaarschijnlijk is dat er één regering in Afghanistan zal zijn die het hele land zal controleren’.

    ‘Ik zal niet nog een generatie Amerikanen naar de oorlog in Afghanistan sturen zonder hoop op een ander resultaat’, voegde Biden eraan toe. Er zijn al meer dan tweeduizend Amerikanen omgekomen in de oorlog, aldus The Wall Street Journal.

    Vanaf maart 2006 zijn er vijfentwintig Nederlandse militairen omgekomen in tijdens de missies in Afghanistan. Eind juni keerden de laatste Nederlandse militairen terug.

    Burgeroorlog

    In de afgelopen weken hebben de taliban tientallen districten heroverd en ‘controleren zij ongeveer een derde van het land’, aldus The Wall Street Journal. ‘In een recente evaluatie van de Amerikaanse inlichtingendiensten wordt geconcludeerd dat Kaboel binnen zes maanden na de volledige terugtrekking van de Amerikaanse troepen deze zomer in handen van de taliban zou kunnen vallen’, aldus de krant. Bovendien heeft generaal Scott Miller, de hoogste Amerikaanse bevelhebber in Afghanistan, ‘gewaarschuwd voor het risico van een burgeroorlog’ na het vertrek.

    Terwijl de taliban oprukken, ‘neemt de kritiek toe over wat sommigen zien als een te haastig vertrek’, aldus CNN. Maar volgens The New York Times lijkt de aankondiging van het Amerikaanse vertrek niet echt iets teweeg te brengen in de Verenigde Staten. Het land concentreert zich vooral op zijn eigen problemen. ‘Er is vrijwel geen debat tussen Democraten en Republikeinen over de vraag of terugtrekking verstandig is. En peilingen tonen aan dat een groot aantal Amerikanen van beide partijen terugtrekking uit Afghanistan steunen,’ aldus de krant.

    Lees ook:


    Doodgeslagen homoseksuele man brengt Spanje in beroering

    Op maandag 5 juli werden in veel Spaanse steden demonstraties gehouden ter nagedachtenis aan Samuel Luiz, een vierentwintigjarige homoseksuele man uit Galicië die zaterdag in A Coruña werd doodgeslagen. Volgens de Spaanse pers nemen de aanvallen op de lhbt-gemeenschap in het land toe.

    ‘Applaus, ontroering en de slogan ‘Justicia para Samuel’ (‘Gerechtigheid voor Samuel’): op maandag verzamelden duizenden mensen zich in A Coruña, Galicië, in het noordwesten van Spanje, en in andere steden van het land om Samuel Luiz, die door homogeweld om het leven kwam, te eren’, zo meldt El País.

    Lhbt-organisaties hadden opgeroepen tot de demonstratie, terwijl de dood van de 24-jarige Galiciër – ‘het slachtoffer van een aanval met homofobe inslag, waarvan het precieze motief nog wordt onderzocht’ – in het hele land voor opschudding zorgt. Dinsdagavond zijn drie mannen opgepakt voor de moord op Luiz, meldt The Guardian.

    Op maandag sprak het plaatselijke dagblad La Voz de Galicia met Lina, ‘een van Samuels beste vrienden’, die getuige was van de tragedie. Zij en Samuel verlieten zaterdag kort voor drie uur ’s nachts een nachtclub in A Coruña om een sigaret te roken en een videogesprek te voeren.

    ‘Of je stopt met opnemen, of ik vermoord je, flikker’

    Volgens Lina liep er een stel langs. De jongeman, die ten onrechte dacht dat hij gefilmd werd, vroeg hen daarmee te stoppen. Ondanks diens uitleg ging hij op Samuel af en bedreigde hem: ‘Of je stopt met opnemen, of ik vermoord je, flikker.’

    Woedend sloeg hij hem verschillende keren voordat hij vluchtte. ‘Samuel was enigszins versuft door het pak slaag dat hij had gekregen en vroeg Lina om terug de nachtclub in te gaan om haar mobiele telefoon te halen. Toen zij terugkeerde op straat, was haar vriend niet meer waar zij hem had achtergelaten’, aldus La Voz de Galicia.

    Ondertussen, een paar meter verder, ‘werd Samuel omsingeld door een groep van een tiental mensen’, volgens verschillende getuigen. ‘Ze schopten en sloegen hem overal en noemde hem een vieze flikker’, vervolgt het dagblad. De jongeman was bewusteloos en lag op de grond.

    De dood van Samuel Luiz vond plaats aan het einde van de Pride Week in Spanje, een belangrijke viering voor de Spaanse lhbt-gemeenschap

    De dood van Samuel Luiz vond plaats aan het einde van de Pride Week in Spanje, een belangrijke viering voor de Spaanse lhbt-gemeenschap, en ‘na een jaar vol symbolische gebeurtenissen, zoals de recente goedkeuring van de transgenderwet’, aldus InfoLibre.

    Volgens de linkse website ‘blijkt uit officiële gegevens dat het geweld tegen de lhbt-gemeenschap toeneemt’.

    In het meest recente rapport uit 2019 telde het Spaanse ministerie van Binnenlandse Zaken 278 haatmisdrijven op basis van seksuele geaardheid en genderidentiteit, tegenover 182 geregistreerde gevallen een jaar eerder.

    ‘Deze cijfers betreffen echter alleen gemelde misdrijven, en laten alle misdrijven die de autoriteiten nooit bereiken buiten beschouwing’, concludeert de website.

    Lees ook:

  • Haïtiaanse president Jovenel Moïse vermoord

    Haïtiaanse president Jovenel Moïse vermoord

    Vijfde golf rolt over Spanje

    Geconfronteerd met een toename van het aantal coronabesmettingen, vooral onder jongeren, draaien de Spaanse autonome regio’s de duimschroeven aan om de heropleving van de epidemie te beteugelen. In Catalonië sluiten uitgaansgelegenheden vanaf vrijdag 9 juli weer voor veertien dagen hun deuren.

    Op maandag 5 juli verklaarde de hoofdepidemioloog van het Spaanse ministerie van Volksgezondheid, Fernando Simón, dat het aantal besmettingen onder jongeren 600 gevallen per 100.000 bedraagt – driemaal het nationale gemiddelde van alle leeftijdsgroepen bij elkaar. Als oorzaak wordt vooral gewezen naar de uitbraak tijdens examenreizen op de Balearen van afgelopen maand.

    Als reactie hierop beginnen de autonome regio’s, die verantwoordelijk zijn voor de volksgezondheid, maatregelen te nemen om de opmars van de epidemie af te remmen. In Catalonië zullen uitgaansgelegenheden (zoals nachtclubs, bars en karaokebars) vanaf vrijdag 9 juli gedurende minstens twee weken gesloten zijn.

    Klap voor de sector

    Dit besluit ‘is ontvangen als een klap voor de sector’, die hun activiteiten na een sluiting van anderhalf jaar nog maar nauwelijks had hervat, zo schrijft het conservatieve dagblad ABC. Dit zal echter geen gevolgen hebben voor de festivals die voor die twee weken zijn gepland, aldus El Periódico de Catalunya.

    Ook moet iedereen die buitenevenementen met meer dan vijfhonderd mensen bijwoont, een negatieve antigeen- of PCR-test van minder dan twaalf uur oud kunnen overleggen of gevaccineerd zijn. De Catalaanse autonome regering raadt aan om ook in de buitenlucht een mond-neusmaskers te dragen.

    Andere autonome regio’s, zoals Castilië en León, overwegen de avondklok opnieuw in te stellen. Intussen is al meer dan 40 procent van de Spaanse bevolking volledig gevaccineerd.

    ‘Buitenlandse toeristen verkassen naar plaatsen waar het aantal besmettingen minder alarmerend is dan aan de Spaanse kust’

    In Barcelona spreekt de liberaal-conservatieve La Vanguardia zich in een redactioneel met de titel ‘De vijfde golf’ bezorgd uit over het Spaanse toerisme in het licht van deze toename van het aantal gevallen: ‘Een groot deel van de reserveringen die voor deze zomer waren gemaakt zijn geannuleerd. Buitenlandse toeristen blijven liever thuis of verkassen naar plaatsen waar het aantal besmettingen minder alarmerend is dan aan de Spaanse kust.’

    Commentator Mariano Guindal erkent dat de situatie ‘niet zo belabberd is als tijdens de vorige vier golven’, vooral wat betreft het aantal ziekenhuisopnames en sterfgevallen.

    Maar gezien de situatie in de rest van Europa was Spanje gewaarschuwd, stelt hij. ‘Het Verenigd Koninkrijk, dat een van de landen met de hoogste vaccinatiegraad was, is plotseling weer het toneel van de grootste uitbraak van de nieuwe Delta-variant geworden. Ons buurland Portugal, dat als eerste de gevolgen ondervond van het uitblijven van tijdige maatregelen, zag zich genoodzaakt de avondklok weer in te stellen.’


    Haïtiaanse president Jovenel Moïse vermoord

    Jovenel Moïse, president van Haïti sinds 2017, werd in de nacht van 6 op 7 juli in zijn privéwoning vermoord, maakte de vertrekkende premier Claude Joseph op 7 juli in een verklaring bekend, weergegeven door de Haïtiaanse site Alterpress.

    ‘Omstreeks één uur ’s nachts (…) heeft een groep niet-geïdentificeerde personen, van wie sommigen Spaans spraken, de privéwoning van de president van de Republiek bestormd en daarbij het staatshoofd dodelijk verwond’, aldus de premier.

    ‘Haïti ging al gebukt onder bendegeweld en protesten tegen [Moïses] steeds autoritairder bewind’

    De politie doodde vier verdachten en arresteerde uren later nog twee anderen, ‘te midden van groeiende chaos in een land dat al gebukt gaat onder bendegeweld en protesten tegen [Moïses] steeds autoritairder bewind’, schrijf Associated Press.

    Drie politieagenten die door de vermoedelijke schutters werden gegijzeld, werden woensdag vrijgelaten nadat de politie een huis had omsingeld waar enkele van de verdachten zich schuilhielden, zei Léon Charles, hoofd van de nationale politie van Haïti, aldus het persbureau.

    De website van Haïti Press Network meldt dat ‘de gewonde first lady Martine Moïse momenteel wordt behandeld in een ziekenhuis (…)’.

    Controversiële president

    Het presidentschap van Jovenel Moïse wordt al enkele maanden betwist vanwege zijn autoritaire methoden, met name door een heterogene groep tegenstanders die een ‘voorlopige overgangspresident’ hebben aangesteld. Onlangs kondigde hij aan nieuwe parlementsverkiezingen uit te schrijven. Op maandag 5 juli had hij een nieuwe premier benoemd, Ariel Henry.

    Het land wordt al maandenlang geteisterd door extreem geweld van bewapende bendes, met name in sommige wijken van Port-au-Prince, de hoofdstad. Dit ongecontroleerde geweld heeft de kritiek op het staatshoofd, die al bijna twee jaar het doelwit is van spontane of door de oppositie georganiseerde demonstraties, aangewakkerd.

    ‘Alle maatregelen worden genomen om de continuïteit van de staat te waarborgen en de natie te beschermen’, vervolgde de aftredende regeringsleider in zijn verklaring.

    Lees ook:


    Donald Trump klaagt Twitter, Facebook en Google aan

    De voormalige president van de VS, die na de gebeurtenissen op Capitol Hill op 6 januari 2021 van de sociale netwerken werd geweerd, slaat terug en beschuldigt Facebook, Twitter en Google van censuur. Hij zegt dat hij ‘triljoenen’ aan schadevergoeding wil.

    NPR ziet het als ‘de nieuwste escalatie in de langlopende vete tussen Trump en de sociale netwerken waar hij voor en tijdens zijn presidentschap gretig gebruik van maakte’. Woensdag kondigde het voormalige staatshoofd vanuit zijn golfbaan in Bedminster, New Jersey, aan dat hij Facebook, Twitter en Google aanklaagde, omdat zij hem en de Republikeinen zouden censureren.

    ‘Wij eisen een einde aan de schaduwverboden, een einde aan het monddood maken en een einde aan de zwarte lijsten, verbanningen en het cancelen,’ zei de man die door de drie techbedrijven werd geschorst voor berichten die voor, tijdens en na de aanslag van 6 januari op het Capitool in Washington werden geplaatst.

    Volgens CNN doet Trump een ‘laatste wanhoopspoging’ om terug te komen op sociale media

    Donald Trump zegt dat hij een schadevergoeding wil die potentieel kan oplopen tot ‘triljoenen dollars’, al ‘lijkt dit onwaarschijnlijk’, vat The Verge samen.

    Volgens CNN doet Trump een ‘laatste wanhoopspoging’ om terug te komen op sociale media. De zakenman ‘heeft een lange geschiedenis van het nemen van gerechtelijke stappen als tactiek om angst aan te jagen zonder daadwerkelijk door te gaan met de rechtszaak.’ Als hij deze keer zou doorzetten, is zijn aanklacht ‘waarschijnlijk bij voorbaat al gedoemd’, aldus CNN

    Zoals Yahoo! opmerkt, beweert Trumps juridische team in de drie aanklachten dat de techreuzen hem door het Eerste Amendement gewaarborgde vrijheid van meningsuiting hebben geschonden. Maar ‘het amendement beschermt tegen overheidscensuur, niet tegen censuur door bedrijven’, verduidelijkt de site. ‘Juristen hebben onmiddellijk kritiek geuit op de aanklachten en voorspeld dat hij weinig kans van slagen heeft in de rechtbank’, bevestigt The Washington Post.

    Sectie 230

    Ook in het geding is Sectie 230, een wet uit de jaren negentig die webbedrijven extra bescherming biedt. Toen Donald Trump in het Witte Huis zat, probeerde hij deze tevergeefs te hervormen door middel van een presidentieel decreet.

    De wet ligt echter zowel van links als van rechts onder vuur, waarbij de Democraten zeggen dat zij de verspreiding van desinformatie mogelijk maakt en de Republikeinen dat zij maatregelen tegen censuur verhindert. In het laatste geval, merkt CNN op, hebben verschillende studies aangetoond dat ‘partijdige stemmen, vooral aan de rechterzijde, op grote schaal gebruikmaken van het platform’.

    ‘Dat Trump zich voordoet als verdediger van de vrijheid van meningsuiting is nogal gedurfd gezien zijn verleden’

    The Atlantic spaart de voormalige president niet. ‘Dat hij zich voordoet als verdediger van de vrijheid van meningsuiting is nogal gedurfd’, schrijft het tijdschrift, dat eraan herinnert dat Trump journalisten heeft aangeklaagd voor hun uitlatingen, heeft opgeroepen tot wetgeving om gemakkelijker iemand te kunnen aanklagen voor smaad en heeft geprobeerd de procureur-generaal in te schakelen om achter zijn critici aan te gaan.

    De aanklachten zijn zonder twijfel een publiciteitsstunt, schrijft The Atlantic. Hij probeert ‘de aandacht af te leiden van de echte juridische problemen die hij heeft, met de denkbeeldige problemen die hij wil’. Hoewel zijn ban van Twitter en Facebook al dateert van januari, is het niet toevallig dat de aankondiging een week na de aanklacht tegen de Trump Organization in een rechtbank in New York kwam, aldus The Atlantic.

    The Washington Post meldt dat de aanklachten, die zijn ingediend in een federale rechtbank in Miami, waarschijnlijk weerklank zullen vinden bij Trump-aanhangers die ervan overtuigd zijn dat de platforms niet genoeg conservatieve stemmen laten horen. Terloops merkt The Wall Street Journal op dat ‘kort na de persconferentie’ de Republikeinse Partij en het Trump-comité de rechtszaken naar voren brachten in hun oproepen om donaties.

  • Terugkeer van traditionele Franse partijen | Moordende politie-eenheid in Nairobi

    Terugkeer van traditionele Franse partijen | Moordende politie-eenheid in Nairobi

    Macron, Le Pen en de terugkeer van traditionele partijen

    De eerste regionale verkiezingen in Frankrijk van afgelopen zondag werden gekenmerkt door een historisch lage opkomst, een scherpe teruggang voor Rassemblement National (RN), de populistische extreemrechtse partij van Marine Le Pen, en een slechte prestatie van de partij van Emmanuel Macron. Dit alles ten voordele van traditionele rechtse en linkse partijen, aldus Le Courrier, dat de commentaren in de buitenlandse pers analyseerde.

    De algehele teneur in de internationale media is dat de uitslagen van zondag suggereren dat de kaarten voor de presidentsverkiezingen van 2022 wel eens heel anders zouden kunnen komen te liggen dan verwacht.

    Joëlle Meskens, correspondent van de Belgische Franstalige krant Le Soir, vatte de uitslagen als volgt samen: ‘Een Rassemblement National dat ver beneden haar verwachtingen presteert; een presidentiële partij die meer dan ooit worstelt om lokaal voet aan de grond te krijgen en traditionele partijen, van rechts tot links, die zich verzetten: de eerste ronde van de regionale verkiezingen werd gekenmerkt door een reeks grote verrassingen.’

    Het percentage niet-stemmers wordt geschat tussen 66,1 en 68,6 procent

    Van het percentage niet-stemmers, geschat tussen 66,1 en 68,6 procent, een record, hebben vooral traditioneel rechts en links geprofiteerd. Volgens schattingen van marktonderzoekbureau IFOP haalden de Republikeinen 34,4 procent van de stemmen en de socialisten 28,7 procent. De eersten hopen hun zeven regio’s te kunnen behouden en de laatsten de vijf die ze al hadden.

    Aan de andere kant is de nederlaag ‘verpletterend’ voor Emmanuel Macron en de zijnen, merkt Politico op. Volgens Ipsos haalt de presidentiële partij slechts 11,5 procent van de stemmen, een score die de zwakke lokale kracht van zijn partij LREM bevestigt. ‘Het lijdt geen twijfel dat Macron voor een grote uitdaging staat’ wat betreft de presidentsverkiezingen van 2022, stelt de BBC.

    In een toespraak, die door Bloomberg als ‘somber’ werd omschreven, gaf Marine Le Pen toe dat haar kiezers ‘zich niet hadden vertoond’ en ze riep hen dan ook op ‘een sprong’ te maken bij de tweede ronde. Op nationaal niveau kwam de RN, dat volgens de peilingen aanvankelijk in zes van de dertien regio’s aan de leiding zou gaan, uiteindelijk alleen in Provence-Alpes-Côte d’Azur als beste uit de bus. De extreemrechtse partij behaalde slechts 19,4 procent van de stemmen op nationaal niveau, tegen 27,7 procent in 2015.

    Terugkeer van de oude politiek

    ‘De verrassing is des te groter omdat analyses en peilingen vooraf een explosie van extreemrechts voorspelden en rechts en de socialisten weg zagen vallen. Maar het tegenovergestelde is gebeurd’, zo schrijft Eduardo Febbro, de Parijse correspondent van het Argentijnse dagblad Página 12. ‘Als deze dynamiek de komende maanden aanhoudt of toeneemt, kan de terugkeer van partijen met een traditie van regeren en presidentschap (Parti Socialiste en Les Républicains) de fundamenten van de macronistische strategie ondermijnen’, meent hij. ‘De oude vijanden zijn teruggekeerd aan tafel; Le Pen en Macron zitten niet langer alleen aan het banket.’

    Ook het Spaanse dagblad El País ziet deze resultaten als een teken dat ‘de oude politiek weigert te verdwijnen’. De uitslag van de eerste ronde zet vraagtekens bij ‘de diagnose van Macron en Le Pen’, volgens welke ’de partijdige verdeeldheid die de Franse politiek sinds de naoorlogse periode kenmerkte, de afwisseling tussen centrumlinks en centrumrechts, niet meer gold.’ Zondag werden Macron en Le Pen ‘verslagen door de oude wereld’, voegt Le Soir daaraan toe.

    Overhaaste conclusies

    ‘Door de lage opkomst is het moeilijk om lessen te trekken voor de presidentsverkiezingen van april-mei 2022’, waarschuwt daarentegen Richard Werly van het Zwitserse Le Temps, die op zijn hoede is ‘voor te overhaaste conclusies’.

    Volgens Werly moeten we ook ‘begrijpen dat de verdeling van het grootstedelijke Frankrijk in dertien grote administratieve regio’s niet goed is ontvangen, wat ertoe kan hebben geleid dat veel Fransen de stemhokjes hebben gemeden om hun onvrede en hun gebrek aan vertrouwen op dit politieke niveau te tonen. Deze massale stemonthouding weerspiegelt een gedemotiveerd politiek Frankrijk’, merkt hij op. Voor hem blijven ‘de presidentsverkiezingen het belangrijkste kompas van dit gecentraliseerde land’.

    Lees ook:


    Pagani Six: een moordende politie-eenheid in Nairobi

    In de gevaarlijkste sloppenwijken van de Keniaanse hoofdstad wordt een speciale politie-eenheid beschuldigd van buitengerechtelijke executies, zo schrijft de Keniaanse krant Daily Nation.

    ‘Twee mannen op een motor. Grijpen het mobieltje van een voorbijganger. Politie in burger verschijnt uit het niets en onderschept de motor, zet hem klem in een hoek, uit het zicht. Schoten klinken. “Ik heb niet gezien of de man dood was of niet omdat er te veel mensen waren, maar ik kreeg te horen dat hij werd gezocht door de Pagani Six”, aldus een getuige.’

    Zo begint het verhaal van de Daily Nation, dat ‘een publiek geheim’ onderzocht: dat speciale politie-eenheden die zijn belast met het opsporen van criminelen in de gevaarlijkste sloppenwijken van Nairobi, dood en verderf zaaien.

    ‘De mensen die we zoeken, moeten we hebben, dood of levend’

    Pagani Six is zo’n eenheid die wordt beschuldigd van buitengerechtelijke executies. Een video van de leider, korporaal Ahmed Rashid, die een geboeide man executeerde, veroorzaakte in 2017 een schandaal nadat de beelden op sociale netwerken waren verspreid.

    ‘De mensen die we zoeken, moeten we hebben, dood of levend’, vertelde Ahmed Rashid een jaar later aan de BBC. Terwijl de korporaal nog steeds in dienst is, ‘is niet alleen het aantal buitengerechtelijke executies door zijn squadron toegenomen, maar lijkt de tactiek van zijn politie-eenheid te worden geïmiteerd in vrijwel elke sloppenwijk waar bendes jongeren gewapend met pistolen of messen door de steegjes dwalen’, schrijft Daily Nation.

    Tientallen doden

    Volgens Social Justice Centers Working Group, een organisatie die buitengerechtelijke executies in sloppenwijken registreert, zijn sinds januari 2021 alleen al 54 jongeren vermoord in de wijk Mathare en ongeveer twintig in twee andere sloppenwijken van Nairobi. Missing Voices, een vergelijkbare organisatie, schat dat in 2020 166 mensen zijn omgekomen door toedoen van de politie.

    ‘Terwijl mensenrechtengroepen zich zorgen maken over de toename van buitengerechtelijke executies wanneer bendes in botsing komen met de politie, steunen sommige bewoners in de sloppenwijken van Nairobi de wetshandhavers’, vervolgt Daily Nation.

    ‘Ik kan zeggen dat 80 procent van de mensen op de hand van de politie is vanwege de onveiligheid. De overige 20 procent zijn ouders of mensen die vanuit hun mooie wijken demonstreren voor mensenrechten. Als je zou meemaken wat wij doormaken, zou je voorstander zijn van de politie-aanpak in de bestrijding van de misdaad.’

    Anders dan in meer welvarende buurten, waar bewoners klachten indienen en misdrijven worden geregistreerd voor nader onderzoek, worden overtredingen in sloppenwijken zelden gemeld ‘tenzij iemand gewond is geraakt’, omdat bewoners daar wantrouwen koesteren jegens de politie, schrijft Daily Nation.

    Als we ze niet doden, zullen deze gevaarlijke criminelen jou vermoorden’

    Bij gebrek aan officiële aangiftes zou de politie ‘zwarte lijsten’ opstellen van personen die verdacht worden van misdrijven. ‘We hebben begrepen dat zodra de naam van een crimineel op de zwarte lijst verschijnt, hun beschrijving en foto onder agenten gaat circuleren. Zo wordt hij tot doelwit’, schrijft de Keniaanse krant.

    ‘Als we ze niet doden, zullen deze gevaarlijke criminelen jou vermoorden’, is het tegenargument van een officier, die de krant sprak op voorwaarde van anonimiteit. ‘We praten met ze, we vertellen hun ouders hen te waarschuwen. De meesten zijn al eens gearresteerd en hebben voor de rechtbank gestaan, maar ze blijven stelen en moorden ook als ze op borgtocht zijn vrijgelaten.’

    Op 21 mei werd een vuilnisman uit de wijk Mathare die naast zijn zwangere vrouw sliep, rond 22.00 uur wakker gemaakt. Hij werd geboeid door gewapende mannen en meegenomen in een busje. Twee dagen later werd hij in het mortuarium gevonden. Degenen die hem kenden verzekeren dat hij geen crimineel was, aldus Daily Nation. Een vriend van hem, die getuige was van het tafereel, is vandaag aangeklaagd voor diefstal met geweld. Burgerrechtenorganisaties proberen hem vrij te krijgen, of, als dat niet lukt, ervoor te zorgen dat het tot een eerlijke rechtszaak komt.

    Lees ook:


    Britten kiezen voor het water

    Het aantal mensen dat in Groot-Brittannië op het water woont, is in tien jaar tijd explosief gestegen, aldus The Guardian. Stijgende huizenprijzen en beperkingen op reizen naar het buitenland hebben tot een toename van de populariteit van woonboten geleid.

    Een half jaar geleden woonden Paul en Anthony Smith-Storey in een half-vrijstaand huis met drie slaapkamers aan de rand van Liverpool. Maar samen met hun hond Dexter hebben ze alles ingeruild voor een leven op het water in een twee meter brede narrowboat op Peak Forest Canal in Derbyshire. ‘We haalden ons eigen vermogen uit het huis, kochten de boot en willen ervan genieten zolang we leven’, aldus de 48-jarige Anthony. Ze zijn niet de enigen.

    ‘Er zijn nu meer boten op onze waterwegen dan op het hoogtepunt van de industriële revolutie’

    Volgens de Canal and River Trust vertoeft een recordaantal Britten op de Britse rivieren en kanalen. De populariteit is zo groot dat de instelling, die 3200 kilometer aan waterwegen in Engeland en Wales beheert, zegt: ‘Er zijn nu meer boten op onze waterwegen dan op het hoogtepunt van de industriële revolutie.’

    In maart waren er 35.130 mensen met een vaarbewijs voor rivieren en kanalen, vergeleken met 34.435 vorig jaar en 32.490 in 2012. Enquêtes schatten het aandeel van degenen die aan boord wonen op ongeveer 25 procent. Dat is een stijging met 15 procent sinds 2011. In Londen worden de meeste boten waarschijnlijk voor permanente bewoning gebruikt. Volgens de Inland Waterways Association (IWA) varen er ongeveer 80.000 motorboten over de waterwegen van Engeland, Schotland en Wales.

    Recordvraag

    Ondertussen noteren botenbouwers en verkopers een recordvraag. Volgens Jamie Greaves, die al meer dan twintig jaar in de industrie werkt en al meer dan een decennium eigenaar is van Aintree Boats in Liverpool, komt de grote belangstelling door de pandemie. ‘Mensen willen op dit moment niet naar het buitenland want ze voelen zich niet veilig, dus gaan ze liever op een bootvakantie in Engeland.’ Anderen profiteren volgens hem van de stijgende huizenprijzen door hun huis te verkopen, een boot te kopen en wat geld te sparen. Het afgelopen jaar was zo druk dat zijn bedrijf werk moest weigeren.

    Chris Hill, directeur van New and Used Boat Co, met kantoren in het hele land, meldt een recordverkoop in januari en februari met een omzetstijging van 50 procent ten opzichte van vorig jaar. Zijn klanten, die meestal tussen de 45 en 60 jaar oud zijn, maar waarvan 25 procent jonger is, lieten hem weten: ‘Spaargeld op de bank levert niet veel op, je kunt niet echt naar het buitenland reizen en we hebben altijd al een boot willen hebben, dus we zeggen nu: “gewoon doen”.’

    De waarde van nieuwe en gebruikte boten is gestegen; het gemiddelde voor een gebruikte boot is ongeveer 45.000 tot 50.000 pond (52.500 tot 58.300 euro) en een nieuwe, volledig uitgeruste brede boot kost rond de 140.000 pond.

    ‘Tijdens de industriële revolutie waren de kanalen privé en werden ze gebruikt voor vrachtvervoer’, zegt Matthew Symonds, Manager bij de Canal & River Trust, ‘dus het aantal boten was veel kleiner en ook echt alleen voor werkdoeleinden. Maar nu hebben we veel meer mensen die de waterwegen gebruiken voor hun vrije tijd, maar ook mensen die ze gebruiken om te wonen.’

    ‘Voor sommigen is het geen vrijwillige keuze of passie, maar echt een van de weinige keuzes die hen rest’

    ‘De huisvestingscrisis in Londen heeft een rol gespeeld bij de keuze om op boten te gaan wonen’, aldus Symonds, en dat is voor sommigen geen vrijwillige keuze of passie, maar echt ‘een van de weinige keuzes die hen rest’.

    Andrew Carpenter, manager van een organisatie voor boten in Camden, vindt het positief dat meer mensen van de waterwegen genieten, maar hij waarschuwt dat de recente toename van het aantal boten druk uitoefent op allerlei faciliteiten zoals drinkwatervoorziening, afvoer en reiniging.

    Permanente ligplaatsen kunnen duur zijn en moeilijk te vinden, maar veel mensen kiezen ervoor om te blijven cruisen, hetgeen betekent dat ze minstens één keer per veertien dagen op zoek moeten naar een andere ligplaats.

    Annie Mellor, 28, en Hayden Crocker, 32, die beiden werken voor techstart-ups, wonen op de Lee rivier en Regent’s Canal, sinds ze in september een narrowboat kochten, geïnspireerd door hun wandelingen langs jaagpaden tijdens de lockdown. ‘Het is financieel heel aantrekkelijk’, aldus Crocker, ‘en het is een manier om zonder enorme middelen een niet-standaard leven te leiden.’

  • De regering en de betogers in Colombia lijken elkaar nauwelijks te verstaan

    De regering en de betogers in Colombia lijken elkaar nauwelijks te verstaan

    Er lijkt geen oplossing in zicht voor Colombia. Het wantrouwen van de betogers in de politiek is groot en de communicatiekanalen zitten potdicht. De regering weigert op haar beurt het gesprek aan te gaan met ‘terroristen’.

    Voortdurend hoor je mensen zeggen hoe verbaasd ze zijn dat de protesten in Colombia al zo lang duren en zo heftig zijn. De staking duurt nu een maand en de regering lijkt geen duidelijk plan te hebben om tegemoet te komen aan de eisen van de betogers, waardoor die geen reden zien om te stoppen met protesteren. Het lijkt wel of de regering en de betogers een andere taal spreken en elkaar niet meer begrijpen. De regering spreekt de taal van law-and-order, heeft het over terrorisme en het in gevaar brengen van de veiligheid, de betogers hebben het over armoede, werkgelegenheid en onderwijs. Ze lijken elkaar nauwelijks te horen. 

    In een land waar het deel van de bevolking dat in armoede leeft met 6,8 procent is gegroeid, waar bijna 30 miljoen Colombianen moeten leven van nog geen 330.000 peso per maand [ca. 75 euro], waar vrouwen sneller arm worden dan mannen, en waar jongeren steeds moeilijker toegang krijgen tot de arbeidsmarkt en het onderwijs, is de onverschillige houding van de regering steeds lastiger te begrijpen. Natuurlijk zijn er aan beide kanten mensen die erbij gebaat zijn meer chaos te creëren. Maar blijven volhouden dat die paar relschoppers het probleem vormen en zo de legitieme eisen negeren van een wanhopige, in armoede levende bevolking, zal alleen maar meer frustratie veroorzaken en meer mensen de straat op jagen. 

    De jongeren hebben het gevoel nergens bij te horen, een gevoel dat versterkt wordt als er geen kans is op werk en onderwijs

    In de arme wijken van de grote steden zijn de demonstraties massaler en soms ook gewelddadiger geworden. Als gevolg van de pandemie is de situatie verslechterd. Vaak zijn er illegale groepen actief (guerrillagroeperingen, partijen die zich bezighouden met het kruimelwerk in de drugshandel of met andere vormen van criminaliteit) die kansen zien om deze jongeren te rekruteren. Het gaat om wijken waarnaar ontheemde gezinnen, die huis en haard hebben verlaten, uitwijken op zoek naar bescherming in de anonimiteit van de grote stad. De jongeren daar hebben het gevoel nergens bij te horen, een gevoel dat versterkt wordt als er geen kans is op werk en onderwijs. 

    Alsof dat nog niet genoeg is, staat hun verhouding met de politie constant onder hoogspanning: achtervolgingen, onwettige aanhoudingen en machtsmisbruik zijn aan de orde van de dag. Het probleem is nog erger geworden doordat de ordetroepen tijdens de pandemie extra bevoegdheden kregen om de naleving van de maatregelen omtrent bioveiligheid te waarborgen. Terwijl de jongeren en hun families thuiszaten en steeds armer werden, was de politie op straat heer en meester van de publieke ruimte. Toen de economische situatie onhoudbaar werd, botsten de gefrustreerde jongeren en de politie op een manier die in het recente verleden zijn weerga niet kent.

    Lees ook:

    Er is nog een bijkomend probleem. Onder de Colombiaanse bevolking groeit het wantrouwen in de instituties en politieke partijen. In 2004 was 57,7 procent van de bevolking tevreden over de instituties, inmiddels is dat nog maar 18,2 procent, aldus het Observatorio de la Democracia (Democratieobservatorium). Daar komt bij dat het vertrouwen in de media en maatschappelijke organisaties is afgenomen, wat weer met zich meebrengt dat het Comité del Paro (Stakingscomité) de stem van de demonstranten niet lijkt te vertolken. Er is nog geen oplossing gevonden voor het feit dat de stakers zich niet vertegenwoordigd voelen. Vandaar dat veel Colombianen alleen via protestdemonstraties hun eisen kenbaar kunnen maken. 

    Ze hebben er geen vertrouwen meer in dat hun volksvertegenwoordiging adequaat zal reageren. Als gevolg hiervan zitten de communicatiekanalen tussen de regering en de demonstranten potdicht. Alle partijen benadrukken dat onderhandelen de enige oplossing is voor deze staking, die nu dus al een maand duurt. Maar onderhandelaars aanwijzen blijkt een hels karwei. Intussen heeft de regering haar kaarten gezet op hardhandige ordehandhaving: ze criminaliseert de demonstraties, legt disproportioneel veel nadruk op de materiële schade en beweert slachtoffer te zijn van electorale belangen. En dus zijn de betogers de enigen die iets kunnen doen en hun stem kunnen laten horen. 

    Als je daarbij optelt dat de regering zelf deel is van het probleem, en dat ze het grove politiegeweld niet veroordeelt, kun je slechts concluderen dat ze zelf bijdraagt aan het voortduren en almaar massaler worden van de staking. De bijzonder zwakke regering van Iván Duque, wiens eigen partij niet eens de belastinghervorming steunt die de directe aanleiding was voor de protestdemonstraties, vormt het grootse obstakel om uit deze impasse te komen. Ze is niet in staat om op te roepen tot een dialoog over de noodzakelijke maatregelen die genomen moeten worden. Het gevolg is weinig perspectief en veel repressie.

    De aanleiding van de protesten

    De rechtse regering van Iván Duque wil onder meer de mogelijkheden tot belastingaftrek terugschroeven, de inkomstenbelasting voor sommige groepen verhogen en de btw-vrijstellingen voor een aantal goederen en diensten afschaffen. Met de hervormingen hoopte de regering 5 miljard euro te besparen, om de staatsfinanciën te stabiliseren. Dat maakte ze eind april bekend.

    Het plan bevatte ook een soort basisinkomen voor de allerarmsten. Sinds het uitbreken van de pandemie kregen drie miljoen Colombianen dankzij de Ingreso Solidario maandelijks zo’n 40 euro. Na de hervormingen zouden zelfs 4,7 miljoen inwoners in aanmerking komen voor deze steun.

    Toch bleek uit peilingen dat 82 procent van de Colombianen niet zou stemmen op congresleden die voorstander waren van belastingverhogingen. Er klonk vooral kritiek vanuit de middenklasse, die vreesde erop achteruit te gaan, omdat de hervorming lagere inkomens eerder zou belasten. Na hevige protesten zegde Duque toe zijn plan te herzien.

    Maar die repressie vergroot de kans op politiegeweld en zal door de internationale reactie op de mensenrechtenschendingen in Colombia steeds meer ter discussie komen te staan. Een besluit zonder precedent illustreert dit: eerst weigerde de regering het verzoek van de Comisión Interamericana de Derechos Humanos (Inter-Amerikaanse Mensenrechtencommissie) om de situatie in het land ter plekke te bekijken, later stemde ze er alsnog mee in. Het schrijnende van dit alles is dat elke dag die verstrijkt een gemiste kans is om noodmaatregelen te nemen, om de radeloos makende economische situatie van al die arme gezinnen enigszins te verbeteren. 

    De ordetroepen zijn marionetten van de regering geworden

    Elke dag die verstrijkt zal de manier waarop de regering meent te moeten handelen het vertrouwen in de beschadigde instituties verder ondermijnen. De ordetroepen, die erop moeten toezien dat de rechten van de burgers niet worden geschonden, zijn marionetten van de regering geworden en kunnen niet langer functioneren als handhavers. De politiek heeft alleen oog voor haar electorale belangen in de verkiezingen in 2022. Linkse politici, die altijd een leidende rol hebben bij sociale protesten, zijn voorzichtig; ze willen niet beschuldigd worden van medeplichtigheid aan de excessen. Rechtse politici wachten rustig het moment af waarop ze een betoog kunnen afsteken waarin ze verwijzen naar Castro en Chávez, en pleiten voor hard optreden. En het politieke midden heeft dit moment uitgekozen voor een crisis. 

    De overige maatschappelijke sectoren blijven zich verschansen in soortgelijke veroordelingen, die niet of nauwelijks bijdragen aan een oplossing. Verontwaardiging helpt ons niet om iets voor elkaar te krijgen; daarmee plaatsen we ons in deze netelige situatie alleen maar op een voetstuk van morele superioriteit. Oproepen tot eenheid en terugkeren naar hoe het was, zoals docent Andrés Parra suggereert in een onlangs verschenen artikel, zal geen soelaas bieden als er geen oplossing komt voor de armoede en werkloosheid die als gevolg van de pandemie zijn toegenomen. Met andere woorden, zoals Parra zelf stelt: het probleem is juist de situatie van vóór de pandemie. 

    Openingsbeeld: Duizenden mensen wonen de inhuldiging bij van een monument dat in de volksmond Puerto Resistencia wordt genoemd; het epicentrum van protesten tegen politiegeweld en de regering van Ivan Duque, in Cali, Colombia. – © EFE / Ernesto Guzman

  • Twee miljoen Hongkongers zeggen nee tegen China

    Twee miljoen Hongkongers zeggen nee tegen China

    De menigte demonstranten had gelijk om een democratisch front te vormen tegen de koppigheid van Hongkongs bestuurder Carrie Lam en de macht van Beijing, vindt columnist An Tu.

    Keuze uit het archief

    Vandaag wordt het vijfentwintigste jubileum van de overdracht van Hongkong aan China gevierd, in het bijzijn van de Chinese president Xi Jinping. In Hongkong wordt vooral de verloren vrijheid betreurd. Na maanden van protesten in 2019 – tegen toenemende invloed van Beijing – sloeg de Chinese overheid terug met de invoering van een Nationale Veiligheidswet en de hervorming van het kiessysteem. Die werden gebruikt om tegenstanders te muilkorven, en de geleidelijke democratisering van Hongkong terug te draaien. Deze journalist van een van de belangrijkste kranten van Hongkong, dat ondanks de kritische houding nog altijd bestaat, zag de ontwikkelingen drie jaar geleden al aankomen. 

    De hele bevolking van Hongkong is te hoop gelopen, de scheidslijnen tussen de verschillende groepen zijn verdwenen en daardoor heeft de beweging resultaat geboekt. De reden voor deze volkswoede is op het eerste gezicht het wetsvoorstel dat uitlevering aan China mogelijk maakt. Dit zou een duidelijke aantasting zijn van de juridische onafhankelijkheid en de autonomie van Hongkong, die juist het hart vormen van het principe ‘één land, twee systemen’ (de basis van de verhouding tussen de vroegere Britse kolonie en Beijing).

    Maar belangrijker nog: de gebeurtenissen tonen de totale mislukking van de manier waarop de verhouding tussen de regering en de bevolking van Hongkong is georganiseerd. De autoriteiten en het ‘constructieve’ (lees: pro-Beijing-) kamp houden helemaal geen rekening met de stemmen van de oppositie die in de samenleving klinken, en in het Parlement (de LegCo, oftewel Legislative Council) worden de meningen van de prodemocratische, door de bevolking gekozen vertegenwoordigers niet gerespecteerd.

    De autoritaire houding van de ‘constructieve’ kliek en de brutale arrogantie van de leider weerspiegelen het falen van de parlementaire democratie in Hongkong, die al zo beknot is. (De parlementsleden moeten aan allerlei geografische en professionele criteria voldoen en dit complexe systeem is in het nadeel van de democraten. De leider wordt benoemd door Beijing.)

    Er is geen sprake meer van normale politieke omstandigheden, de conflicten tussen de bevolking en de regering zijn niet meer te sussen, en geen bemiddelaar kan nog een verzoening tussen de twee kanten bewerkstelligen.

    In Hongkong is de parlementaire democratie in feite geen ‘gewoon’ en ‘volwassen’ politiek systeem waarin een zekere mate van ‘onderhandelen’ mogelijk is tussen de bevolking en de regering; dat is alleen maar een illusie. Nu is het ware totalitaire en autocratische karakter van het regime aan het licht gekomen; er is alleen nog maar sprake van ‘regeringsgezag’, en dat betekent onvermijdelijk het einde van de ‘politiek’.

    Massale protesten in Hongkong. – © Getty
    Massale protesten in Hongkong. – © Getty

    Dat ‘einde van de politiek’ is reden voor teleurstelling en wanhoop. We hebben geen vertegenwoordigers meer die kunnen ‘onderhandelen’ met de totalitaire regering: de opinieleiders en de volksvertegenwoordigers hebben hun leidende rol totaal verloren (vooral sinds de Paraplurevolte van 2014, die uitliep op een bezetting van 79 dagen van het centrum van Hongkong om werkelijk algemeen kiesrecht af te dwingen). De bevolking moet dus rechtstreeks de strijd met de autoriteiten aangaan in een serieuze en wanhopige fysieke krachtmeting.

    Zo serieus was inderdaad de grote manifestatie van 9 juni, waarbij een miljoen mensen op de been kwamen. Er heerste een sfeer van stilzwijgende woede en wanhoop in die enorme stroom mensen. Onder die miljoen demonstranten dachten maar weinigen dat ze de herziening van de uitleveringswetgeving werkelijk konden verhinderen; de meesten demonstreerden eigenlijk zonder te weten of het iets zou uithalen.

    Ze kwamen niet zozeer om politieke druk op de regering uit te oefenen, maar vooral om gehoor te geven aan een diep gevoel van onmacht (tegenover de macht in Beijing), om uit hun isolement te breken en de angst te overwinnen dat ze weer verdeeld zouden raken en individueel zouden worden vervolgd door het totalitaire regime. Ook wilden ze de wereld laten zien dat de Hongkongers nog steeds in staat waren om zich te verzetten.

    En juist die ernst rond de acties heeft bij sommigen hun twijfels over het verzet weggenomen. Daarom zag je tijdens de bloedige confrontaties en gewelddadige botsingen op 12 juni jongeren in de frontlinie, in de rug gesteund door ouderen. Het gewelddadige optreden tegen dit collectieve verzet had af en toe het bloedige karakter van een slagveld, wat bijzonder schokkend was. De discussie ‘vreedzaam blijven’ tegenover ‘je met geweld verzetten’, die in de loop van de Paraplurevolte opkwam (in 2014), is nu door de harde werkelijkheid ingehaald.

    Dankzij deze opstand tegen de mogelijkheid dat burgers worden uitgeleverd aan China, hebben wij de juistheid kunnen constateren van het principe dat ‘soldaten zonder hoop verzekerd zijn van de overwinning’. Inderdaad, omdat de bevolking zich niet druk maakte over winnen of verliezen en niemand binnen de beweging de kans kreeg om individueel de vruchten van een eventuele overwinning te plukken, kon het verzet zich verspreiden en groeide er eensgezindheid over de oude scheidslijnen heen. De mensen zijn mee komen doen aan deze ‘laatste slag’, omdat ze hun woede wilden uiten. Zo is de beweging een strijd geworden voor waarden, ideeën en identiteit.

    De bevolking moet rechtstreeks de strijd met de autoriteiten aangaan in een serieuze en wanhopige fysieke krachtmeting

    In feite zijn er deze keer – duidelijker dan in 2014 – twee soorten verzet opgekomen en al is de ene kant het niet per se eens met de methoden van de andere, ze begrijpen en verdragen elkaar veel beter, en soms bewonderen ze elkaar zelfs. Het is gedaan met de absurde verspilling van energie aan interne discussies uit de tijd van de Paraplurevolte.

    Onder de noemer van het vreedzaam verzet hebben zich mensen uit alle geledingen van de samenleving verzameld, met sterk verschillende beweegredenen. Scholen, universiteiten, maar ook professionele, religieuze en maatschappelijke organisaties hebben via hun netwerken een ongekende mobilisatiekracht getoond en ouders hebben zelfs hun kinderen opgeroepen tot actie. In het buitenland is door veel verschillende kanalen aandacht aan de gebeurtenissen besteed, zodat de hele wereld ervan op de hoogte raakte.

    Ook was er grote steun vanuit de diaspora; de verschillende gemeenschappen in het buitenland vonden elkaar op basis van hun Hongkongse identiteit. Mensen hebben de gelegenheid aangegrepen om hun onderlinge band te versterken en een gemeenschap te vormen van mensen die in de eerste plaats Hongkonger zijn.

    De radicalere actievoerders hebben spontane organisaties ontwikkeld (zonder veel officiële status) die heel verschillende gezichten aannamen. Hun manier van actievoeren – direct, flexibel en gevarieerd – toonde hun onverzettelijke engagement, en al degenen die belang stellen in de problemen van Hongkong, werden getroffen door hun moed en vastberadenheid. Dankzij deze groepen is voor het oog van de hele wereld de bruutheid onthuld van dit regime, dat nu zijn fluwelen handschoenen heeft uitgetrokken.

    De combinatie van deze verschillende manieren van verzet heeft uiteindelijk geleid tot een nieuw moreel pact en vooral tot een nieuwe, hybride manier van actievoeren. Zo kon het gebeuren dat activisten de hele nacht leuzen scandeerden om hun protest uit te drukken, dat bewoners video’s gemaakt door bewakingscamera’s in hun wijk uitzonden om de bewegingen van de politie te laten zien, of hoe moeders vreedzaam bijeenkwamen als teken van protest tegen het geweld van de onderdrukking.

    De verschillende manieren van actievoeren hebben een nieuwe taakverdeling opgeleverd. In de zoektocht naar middelen om de gevestigde media te omzeilen, heeft het verzet de grote diversiteit van al die deelnemers benut en hun energie gebundeld. Nu is alleen de vraag of dit pact en deze nieuwe manier om zo veel verschillende mensen op de been te brengen, blijvend zullen zijn.

    © Afdeling Planning, regering van Hongkong

    © Afdeling Planning, regering van Hongkong

    Eén land, twee systemen

    Na de machtsoverdracht in 1997 beloofde moederschoot China de ex-kolonie als Speciale Administratieve Regio (SAR) vijftig jaar lang met rust te laten. Leider Deng Xiaoping stemde er bovendien mee in dat Hongkong zijn economische, politieke en juridische systemen, zijn burgerlijke vrijheden en een vrije pers zou behouden. Die autonomie kent Hongkong inderdaad, behalve bij echt belangrijke kwesties, dan heeft de Volksrepubliek het laatste woord. Dat de Communistische Partij zich steeds meer laat gelden, veroorzaakt al jaren veel protest. Hongkongers vinden dat hun autonomie steeds verder wordt uitgehold, terwijl die tot 2047 zou zijn gegarandeerd onder de formule ‘één land, twee systemen’.