Vaccins zouden volgens deze theorie autisme veroorzaken
Wetenschappelijke informatie gepubliceerd op de website van de Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention (CDC), de grootste federale gezondheidsdienst, is vervangen ‘door antivaccinargumenten die een mogelijk verband tussen vaccins en autisme niet uitsluiten, ondanks ruimschoots bewijs voor een gebrek aan correlatie’, meldt CNN.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Na de update van woensdag stelt de website nu dat ‘de bewering dat vaccins geen autisme veroorzaken niet door bewijs wordt ondersteund’, omdat, volgens de CDC, ‘studies de mogelijkheid dat kindervaccins autisme veroorzaken niet hebben uitgesloten’, merkt het Amerikaanse nieuwsnetwerk op.
Voor Alison Singer, voorzitter en medeoprichter van de Autism Science Foundation, ‘is dit soort taalgebruik een veelgebruikte tactiek om twijfel te zaaien over de veiligheid van vaccins’, omdat ‘je geen wetenschappelijk onderzoek kunt uitvoeren om te bewijzen dat het ene niet het andere veroorzaakt’, verklaarde ze donderdag. Deze antivaccinargumenten worden al jaren verdedigd door de huidige minister van Volksgezondheid en Sociale Zaken, Robert Kennedy Jr.
Het wordt algemeen aangenomen dat we neerslachtig zijn in de winter. Maar sommige onderzoekers zetten vraagtekens bij de psychologische effecten van de seizoenen.
Velen van ons voelen zich opgewekt als de zomertijd weer ingaat, omdat na maandenlange neerslachtigheid door de koude winter de lente weer aanbreekt. Toch? Het verhaal is dat we de winter hebben doorstaan met als beloning een fonkelende aanloop naar de zomer. De gedachte aan de winter als een seizoen met donkere, deprimerende, koude dagen die mensen ternauwernood overleven, lijkt immer aanwezig. Die gedachte wordt in stand gehouden door artikelen over hoe je de ‘winterblues’ te lijf kunt gaan. Lichttherapie is een miljardenindustrie en in het noordwesten van de VS (waar ik woon) wordt er zelfs afgeteld naar wat wij ‘De Grote Duisternis’ noemen.
Sommige onderzoekers zetten hier echter hun vraagtekens bij en stellen de psychologische effecten van de winter ter discussie. Ze vragen zich af of we niet inmiddels zo vaak hebben gehoord dat de winter vreselijk is voor onze psyche, dat we daar ondubbelzinnig in zijn gaan geloven. Het begrip seasonal affective disorder [seizoensgebonden affectieve stoornis] – of liever nog de pakkende afkorting SAD – is zo populair dat het in alledaagse gesprekken wordt gebruikt.
‘De grafiek bleef het hele jaar door gewoon zo plat als een pannenkoek’
Steve LoBello, psycholoog en onderzoeker aan de Auburn University in Montgomery, wilde vaststellen wat de landelijke omvang is van SAD – een jaarlijkse depressie die strikt de cyclus van de seizoenen volgt, meestal optreedt in de herfst en de winter en weer afneemt in de lente en de zomer. Om te zien of depressies seizoensgebonden zijn, analyseerden LoBello en zijn team de gegevens van een onderzoek naar gedragsrisicofactoren door het CDC, de Amerikaanse tegenhanger van het RIVM. Honderdduizenden Amerikanen worden jaarlijks voor dat onderzoek gevraagd naar hun gezondheid en welzijn, en het bevat een aparte vragenlijst met betrekking tot depressie en angst.
‘We verwachtten dat het aantal gevallen in de winter zou toenemen en in het vroege voorjaar zou afnemen, maar vonden daarover niets in de gegevens,’ aldus LoBello over de studie die in 2016 werd gepubliceerd. ‘De grafiek bleef het hele jaar door gewoon zo plat als een pannenkoek.’ Ze vonden ook geen correlatie tussen een zware depressie en de breedtegraad (of uren daglicht) van de respondent. LoBello publiceerde een paar jaar later, in 2018, een andere studie waarin zelfs geen correlatie werd gevonden tussen milde depressie en de seizoenen. Toch domineert het idee dat we in de winter allemaal meer kans lopen om verdrietig en depressief te worden. Volgens LoBello is die gedachte meer gebaseerd op folklore dan op wetenschap.
SAD betrad de wereld van de psychologie door een artikel uit 1984 waarin een Amerikaans onderzoek onder 29 patiënten wordt beschreven. Deze patiënten hadden zich na een advertentie in de krant vrijwillig aangemeld voor het onderzoek en werden vooraf gescreend zodat alleen diegenen deelnamen die al gediagnosticeerd waren met een ernstige affectieve stoornis. De meesten van hen hadden een bipolaire affectieve stoornis en lieten weten dat ze gedurende ten minste twee voorgaande winters een depressie hebben gehad die in de lente of de zomer afnam.
Al snel werd de specificatie ‘seizoensgebonden’ toegevoegd aan het hoofdstuk over affectieve stoornissen in het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders. Tevens werden er criteria vastgesteld voor de diagnose SAD: iemand moet tijdens een bepaald seizoen lijden aan een zware depressie, die depressie moet verdwijnen tijdens een ander seizoen en dat patroon moet zich minstens twee jaar lang herhalen. Naar schatting lijdt tegenwoordig 4 tot 6 procent van de Amerikaanse bevolking tijdens de wintermaanden aan SAD – een kleiner percentage van de SAD-gevallen wordt veroorzaakt door de zomer. Deze percentages stemmen niet overeen met hoe gemakkelijk mensen de term op zichzelf toepassen.
‘De koude winterlucht zorgt ervoor dat ik me levendiger en alerter voel, terwijl zomerhitte me juist slaperig maakt’
De vraag hoe de seizoenen onze hersenen beïnvloeden is net als bij andere psychologische onderzoeken gecompliceerd en zeer uiteenlopend. Veel studies suggereren dat er voor sommige mensen enig verband bestaat tussen de seizoenen, blootstelling aan licht en symptomen van depressiviteit. Andere studies betwisten deze bevindingen. Zo is er een literatuuronderzoek uit 2008 van een team in Noord-Noorwegen dat zelfs in die extreme winteromgeving ‘geen correlatie kon vinden tussen depressieve symptomen en de hoeveelheid omgevingslicht’. Nationale gezondheidsdiensten in Zweden en Groot-Brittannië hebben gemeld dat het bewijs voor lichttherapie bij de behandeling van depressieve stoornissen niet overtuigend is. Dat wil niet zeggen dat niemand in de winter vanwege het weer depressieve symptomen ervaart, maar het is moeilijk om vast te stellen dat er voor de hele bevolking een verband bestaat tussen winter en een slecht humeur.
Zeker is in ieder geval dat niet ieders stemming en cognitie op dezelfde manier worden beïnvloed door de seizoenen. Hoewel langere, warmere dagen algemeen worden beschouwd als een soort volksremedie tegen neerslachtigheid, melden sommige mensen die in een klimaat leven waar de zon altijd schijnt dat ze zich niet lekker voelen door de afwezigheid van de winter. Kate Sedrowski, een 42-jarige bergbeklimmer en schrijver, groeide op in Michigan en studeerde in Boston voordat ze naar Los Angeles verhuisde. ‘Het ontbreken van seizoenen – en dan vooral van de winter – voelde voor mij gewoon niet goed,’ laat ze weten per e-mail. ‘De koude winterlucht zorgt ervoor dat ik me levendiger en alerter voel, terwijl zomerhitte me juist zo slaperig als een luiaard maakt. De korte dagen in de winter dwingen me om het daglicht te benutten om dingen voor elkaar te krijgen, voordat ik me kan ontspannen en overgeven aan de winterslaap als het donker wordt.’ Sedrowski, die nu in Golden in Colorado woont, zegt dat ze in de koude wintermaanden vol sneeuw de meeste energie heeft.
Sommige mensen ontdekken zelfs een ander soort productiviteit in de winter. De koelere, zuidelijke winter is nu Muriel Vega’s favoriete tijd van het jaar. Zij heeft als inwoner van Atlanta absoluut niet te lijden van strenge winters, maar is opgegroeid in een tropisch land waar het altijd zonnig en warm was. Vega vindt het prettig dat de hitte en de constante sociale verplichtingen onderbroken worden. ‘De winter is een heel bijzondere tijd om binnen te blijven,’ zegt de 36-jarige productmanager. De zomer staat meestal bol van de uitjes met vrienden, dagen op het strand en bezoeken aan het park, maar in de winter kan ze op andere manieren productief zijn. Dan besteedt ze meer tijd aan haar gezin, aan lezen en huiselijke dingen als schoonmaken en uitgebreid koken.
Tromsø
Hersenonderzoekers besteden ook aandacht aan de vraag of de winter ons mentaal slomer maakt. Timothy Brennen, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Oslo en gespecialiseerd in geheugen en cognitie, onderzoekt of verschillen tussen de seizoenen leiden tot verandering in cognitieve activiteit zoals herinnering, attentie of reactiesnelheid. Hij koos voor zijn onderzoek Tromsø in Noorwegen. Dat ligt boven de poolcirkel en twee maanden per jaar komt de zon er helemaal niet boven de horizon uit. Het maakt de stad bij uitstek geschikt voor dit soort onderzoek. ‘De meeste testen laten geen verschil in prestatie zien tussen zomer en winter, en als ze dat wel doen, suggereren vier van de vijf zelfs dat de winter voordelen heeft’, schrijft Brennen in zijn artikel. Toch schrijven velen van ons slaperigheid of gebrek aan geestelijke productiviteit toe aan een seizoensgebonden depressie. Als we allemaal echt depressief zouden zijn in de winter, aldus Brennen, ‘dan zou dat enorme gevolgen moeten hebben voor de samenleving. Maar dat is niet zo.’
De seizoenen beïnvloeden ons leven wel degelijk, verduidelijkt Brennen, maar steeds meer onderzoeken tonen aan dat de meesten van ons in de winter geen grote psychologische effecten ervaren zoals depressie en cognitieve sloomheid, ook al denken we van wel. Wakker worden op donkere winterochtenden kan bijvoorbeeld moeilijker zijn dan wakker worden in de zomer. ‘Maar suf zijn nadat je bent ontwaakt uit een diepe slaap heeft niets te maken met depressie,’ zegt hij. Je voelt in dergelijke gevallen de effecten van een verstoring van je slaapcyclus. Of je voelt de verleiding van een knus, warm bed op een koude ochtend.
We kunnen ons ongemakkelijk voelen bij lagere temperaturen of bij gevaarlijke weersituaties zoals sneeuwstormen. Ook kunnen we grapjes maken dat we het hele seizoen een winterslaap zouden willen houden. Maar ons zenuwstelsel en ons leven staan niet zomaar stil. Sommige van de drukste reisweekenden vinden plaats tijdens de wintervakantie. Veel mensen trekken in januari en februari naar de bergen om te skiën, snowboarden of sleeën. De winter kan zeker donker zijn en lastig om door te komen, maar voor de meesten van ons heeft het seizoen geen ernstigere effecten dan dat.
Sjeiks en aristocraten, managers en politici en zelfs Hollywoodsterren: de vastenkliniek Buchinger Wilhelmi aan het Bodenmeer is een bedevaartsoord voor de rijken en superrijken.
Zwarte chocolade. Een klein stukje. Dat is haar grootste wens, zegt een oudere dame met een aristocratische uitstraling. Met trage passen loopt ze over het terrein. Daar beneden golft het Bodenmeer zachtjes. De dame heeft wekenlang bijna niets gegeten en daar veel geld voor betaald.
De Buchinger Wilhelmi-vastenkliniek is een opmerkelijke plek. De sfeer op het complex houdt op het eerste gezicht het midden tussen [de Duitse televisieseries] Bergdoktor en Traumschiff. Het is er stil als in een klooster: spreken vervalt bijna onvermijdelijk in gefluister. Het is er allesbehalve spartaans en luxueuzer dan in de meeste tophotels. Rijken en superrijken, mooie en niet meer zo mooie mensen zijn hier om aan te sterken. Ze mediteren en lezen, doen aan lichte sporten en lange wandelingen, lepelen bouillon en nippen thee.
Soms lijkt het er zo gezond, gepolijst en schoon dat je verwacht dat iemand weldra de dubbelzinnigheid ervan blootlegt. Dit zou met een beetje fantasie ook het decor kunnen zijn van een misdaadserie op Netflix, waarin de heilzame façade van het therapeutische vasten instort en met elke volgende slok vruchtensap de afgrond van het afzien duidelijker zichtbaar wordt.
Mal
Leonard Wilhelmi belichaamt deze ideale wereld als geen ander. Hij is de vierde generatie die het familiebedrijf leidt, en als je hem ontmoet krijg je het gevoel dat de erfgenamen van de Buchinger Wilhelmi onthoudingsdynastie uit een mal komen. Zo perfect past hij in zijn rol. Hij groeide hier op en nam de kliniek over van zijn ouders. Hij kreeg het vasten mee met de moedermelk, zogezegd.
Ooit maakte hij zijn huiswerk in de kliniek. Om de hoek, een paar honderd meter heuvelopwaarts, ging hij naar school. Zoals het toeval en de ongeschreven wet van het Duitse familieondernemerschap het wilden, was die school hét Duitse elite-internaat bij uitstek: kasteel Salem. Hij woonde er ook, ondanks de nabijheid van zijn ouderlijk huis.
Zijn ouders stuurden hem tussendoor ook nog twee jaar naar een elite-internaat in Schotland. Hij studeerde bedrijfskunde in Sankt Gallen, aan de dichtstbijzijnde, internationaal goed aangeschreven universiteit. Maar als je naar hem luistert was hij nooit zo’n turbokapitalist, maar eerder iemand met geweten en hersens. ‘Ik vond managementconsultancy en investment banking niet creatief,’ zegt hij over zijn studententijd aan de andere kant van het Bodenmeer.
Toch maakte hij carrière, bij een telecommunicatieconcern en ook bij een managementadviesbureau. Daarnaast richtte hij een sociale onderneming op voor gehandicapten die appelsap produceren. Maar hij nam altijd de tijd om zijn rust te nemen, zegt hij. ‘Ik had de neiging om eerder te vasten dan antibiotica te nemen.’ Hij liet zijn medestudenten kennismaken met vasten en overtuigde hen van het Tupperware-systeem dat de familie Wilhelmi toepast om hun ochtendmuesli efficiënt en gedisciplineerd te bereiden. Zelf eet hij meestal pas rond elf uur, omdat intervalvasten een lange pauze tussen avondeten en ontbijt vereist. Als je hem vraagt of hij nooit uit deze ideale wereld heeft willen breken, kijkt hij je met grote donkere ogen aan: hij heeft er nooit enige reden toe gehad.
Wilhelmi vervult vele functies. Hij is tegelijkertijd abt van het vastenklooster, directeur, manager van het hotel en van de kliniek en familieondernemer. ’s Avonds geeft hij soms lezingen en de meeste gasten ontvangt hij persoonlijk.
Deze kliniek is onderdeel van een internationale industrie die zorgt voor de rijkste mensen ter wereld, en vertrouwelijkheid is er het hoogste goed
Het is een illustere omgeving. De namen van een gravin en verschillende andere aristocraten die belang lijken te hechten aan hun blauwe bloed en ook namen van buitenlandse politici zijn te vinden op de naambordjes die de plaats van de gasten aangeven in de eetzaal van de vastenkliniek. Deze schijnbare tegenstelling van ‘eetzaal’ en ‘vasten’ wordt in de stijl van de jaren vijftig opgelost. De welgestelde gasten worden teruggevoerd naar de tijd waarin de kliniek werd opgericht: wie toch iets wil eten omdat het vasten te inspannend is, krijgt bijvoorbeeld een carpaccio van rode biet of gegrilde savooiekool voorgeschoteld.
Niet zelden bevinden zich beroemdheden onder de gasten: zelfs Hollywoodsterren komen naar Überlingen of naar de tweede Buchinger-kliniek in het Spaanse Marbella, die Wilhelmi’s grootouders in de jaren zeventig openden en die nu door zijn neef wordt geleid. Ook Saoedische sjeiks, gestreste managers of politici met lijfwachten vasten volgens de Buchinger-regels: Josef Ackermann herstelde hier van de stress die hij ervoer door het najagen van rendement en Eckart von Hirschhausen van de beproevingen van het talkshowcircuit.
Vasten-kok Hubert Hohler, al sinds geruime tijd coryfee in zijn vakgebied en door menige superrijke vereerd als goeroe, is speciaal ingevlogen voor de luxe catering. Hij vertelt over zijn mountainbiketocht in gezelschap van een tv-dokter en vraagt zich dan plots af of hij daarmee niet een ijzeren wet van de kliniek overtreedt: niet spreken over de gasten. Want deze kliniek is onderdeel van een internationale industrie die zorgt voor de rijkste mensen ter wereld, en vertrouwelijkheid is er het hoogste goed.
Als er televisieploegen komen om verslag te doen van de geheimen van het vasten, zijn er elke keer klachten, zegt Wilhelmi. Tegelijkertijd is publiciteit nodig. Je kunt er de klok op gelijk zetten dat artikelen over de kliniek aan het begin van het jaar verschijnen – wanneer mensen nog zo veel geloof hechten aan hun goede voornemens dat ze er ook geld aan willen spenderen – en kort voor de vastentijd voorafgaand aan Pasen. Een pr-adviseur die al lang in het vak zit, cultiveert het imago van de vastenclan.
Jaarsalaris
Afzien heeft zijn prijs. Het kortste vastenprogramma duurt volgens de brochure tien dagen en kost tussen de 3550 en 24.850 euro, afhankelijk van de kamer. Wie achtentwintig nachten wil blijven is minstens een kleine auto kwijt (9940 euro), maar kan ook aanzienlijk meer dan een gemiddeld jaarsalaris neertellen (69.580 euro). Die suite heeft dan wel een eigen sauna, een jacuzzi, een regendouche, een kleedkamer en natuurlijk uitzicht op het meer. Vasten, maar vorstelijk.
Dit alles is voor Wilhelmi slechts ogenschijnlijk een tegenstelling. ‘In welke omgeving wordt een mens weer gezond?’ vraagt hij retorisch. In dit bijna kloosterachtige complex met reguliere zorg? Of in een gewoon ziekenhuis dat alleen maar diepvriesmaaltijden voorschotelt?
De gezondheidswijsheden van Wilhelmi, zijn kok of zijn hoofdarts hebben steeds weer hetzelfde effect. Enerzijds voel je je schuldig dat je je lichaam mishandelt met stoffen die in de vastenwereld als gif worden beschouwd. En ook omdat het je niet vaak genoeg lukt om voor jezelf de strengheid en discipline op te brengen die deze kliniek uitstraalt. Aan de andere kant is hun overtuigde – zelfs autoritaire – benadering wel erg streng. Koffie met muesli is een zonde, zegt chef Hohler, alsof het een vanzelfsprekendheid is. En dan begint hij een voordracht over de vitaminen in muesli en het looizuur in koffie, terwijl de meeste mensen slechts geïnteresseerd zijn in de cafeïne.
De familie Wilhelmi is nogal terughoudend als het over haar economische situatie gaat. Het aardse verstoort de schoonheid. Maar in de geconsolideerde jaarrekening in de Bundesanzeiger is de belangrijkste informatie te vinden, al is die niet heel recent. De kliniek kwam in 2021 samen met die in Marbella, die ongeveer een derde kleiner is dan die in Überlingen, uit op een winst van een kleine vijf miljoen euro, na een min van een kleine driehonderdduizend euro in het coronajaar 2020. De familie Wilhelmi haalde daarmee bijna het niveau van voor de pandemie in 2019, toen ze een winst boekten van ruim zes miljoen euro. Ze mikten vorig jaar op een winst van ongeveer zeven en een half miljoen euro. De omzet bereikte in 2021 met ruim vierenveertig miljoen euro bijna de waarde van voor de pandemie. Ze hoopten daar in 2022 overheen te gaan. De klinieken hebben samen zo’n vijfhonderdvijftig mensen in dienst.
Opgeruimd
Wilhelmi wil verder uitbreiden en zijn bijdrage leveren aan de dynastie. Zijn overgrootvader, de arts Otto Buchinger, richtte de kliniek op. Zijn grootouders breidden uit naar Marbella, vergrootten het kameraantal en ontwikkelden therapieën. Zijn ouders werkten aan de wetenschappelijke basis. Nu is het aan hem om een nalatenschap te scheppen: hij heeft een ‘vastenbox’ ontwikkeld waarmee klanten thuis kunnen vasten. ‘Zo blijven we het hele jaar door met elkaar in contact.’
Het programma duurt vijf dagen en de box bevat onder meer verschillende soorten thee, soepen, olie en een meetlint. De inhoud is goed voor meer dan twee keer zo veel calorieën per dag als het strenge regime in Überlingen toestaat; daar komt het neer op 250 kilocalorieën per dag. Er zit een app bij die video’s bevat over meditatie en medische lezingen. De box kost 199 euro.
Economisch gezien mogen ze de pandemie dan lang achter zich hebben gelaten, ze zien de naweeën ervan nog regelmatig bij hun patiënten. ‘Af en aan behandelen we long covid,’ zegt Wilhelmi. Hij is ervan overtuigd dat vasten daarbij helpt, wat hij verklaart aan de hand van ontstekingsparameters en de activiteit van de mitochondriën. Patiënten boeken ook vaker een psychotherapeut. Wilhelmi heeft speciaal daarvoor nieuwe specialisten aangesteld.
Zijn relatie met andere medewerkers is opmerkelijk. De hoofdarts, chef Huber en de masseur werken al tientallen jaren in de kliniek. ‘Leo’, zoals ze hem noemen, kennen ze al sinds hij als klein kind tussen de vastende clientèle speelde. Is het niet vreemd dat die jongen nu hun baas is? O nee, geen probleem, zeggen ze. En hun vriendschappelijke omgang oogt inderdaad niet als een toneelstukje voor de pers, maar eerlijk en harmonieus. Dit is de opgeruimde wereld van het therapeutische vasten.
Het is alsof de kliniek de deur wil openhouden naar alle milieus
De kliniek in Überlingen heeft ongeveer twee keer zoveel medewerkers als kamers. De meeste medewerkers die je op het terrein ziet zijn jong en sportief, zoals je van een goed hotel mag verwachten. Jonge mensen uit de regio doen hier vakantiewerk. Deze medewerkers zorgen voor de grijzende gasten die hun baantjes trekken in het zwembad, fitnessoefeningen doen met uitzicht op het Bodenmeer of mediteren in de gebedsruimte.
Dertig jaar geleden hadden gasten nog het gevoel dat ze in hun doen en laten werden beperkt als ze naar de kliniek kwamen, zegt Wilhelmi. Nu beschouwen ze een verblijf hier als een investering in zichzelf. Een psychische aandoening als burn-out behoort tot een van de vier diagnosegroepen waarin de kliniek haar gasten indeelt. Wilhelmi noemt ook het metabool syndroom, dus hart- en vaatziekten en ontstekingsziekten. Ziekten die moeilijk te genezen zijn, zoals multiple sclerose, Parkinson of kanker, vallen onder het kopje ‘veelbelovend’ – een gebied dat nog in ontwikkeling is. Met het vasten hopen ze een bijdrage te leveren aan de genezing.
De methode die de Buchinger Wilhelmi-kliniek hanteert staat historisch gezien niet ver af van andere alternatieve geneeswijzen die in het zuidwesten van Duitsland populair zijn. Wilhelmi’s overgrootvader Otto Buchinger, die door een vastenkuur van zijn artritis genas, was eerst quaker en daarna streng katholiek en wilde de patiënten in zijn kliniek tot inkeer brengen. Wilhelmi zelf noemt hem een oerdwarsdenker uit een breder spiritueel milieu, waarin bijvoorbeeld ook Rudolf Steiner, de grondlegger van de antroposofie, actief was.
Wilhelmi neemt afstand van dat milieu, maar ook weer niet te veel. De esoterie die veel van deze bewegingen kenmerkt, past niet echt in de elitaire vastenkliniek van nu. Het is koorddansen, zegt hij. Hij noemt zijn aanpak complementaire in plaats van alternatieve geneeskunde en hij benadrukt dat wordt samengewerkt met zorgverzekeraars en dat de kliniek gecertificeerd is. Zijn streven naar wetenschappelijke erkenning blijkt ook uit zijn woordkeuze. Als hij bijvoorbeeld zegt ‘Vasten is de grootste niet-farmacologische interventie’, dan klinkt hij als een arts.
Tegelijkertijd zegt hij ook dat sommige natuurlijke geneeswijzen wonderen doen. Er staan nog altijd dikke homeopathische boekwerken in de bibliotheek van de kliniek. De hoofdarts zegt niets met antroposofie te hebben, maar ze zweert bij Kneipp en natuurgeneeskunde en is sceptisch over de motieven van de farmaceutische industrie, die voor van alles geneesmiddelen probeert te maken en blij is met veel diabetici. Het is een beetje alsof de kliniek de deur wil openhouden naar alle milieus of, in zakelijke termen uitgedrukt, geen enkele klantengroep van zich wil vervreemden.
En/en
Het is een strategie van zo min mogelijk aanstoot geven, een voortdurend en/en. Daarin past ook de omgang van Wilhelmi met de traditie, die hij benadrukt waar hij maar kan. Zo staat er een standbeeld in de tuin: Otto Buchinger tijdens een van zijn geliefde wandelingen met zijn teckel. En bij de ingang en in het trappenhuis van de kliniek hangen familiefoto’s uit verschillende decennia, waarop alle mooie, gezonde familieleden van Wilhelmi te zien zijn. De meeste vrouwen zijn blond, de donkerharige mannen tonen Spaanse invloed. Ze zien eruit als de familie in een Spaanse telenovela [een uit Latijns-Amerika afkomstig televisiegenre].
Aan de andere kant, zo zegt Wilhelmi, doen ze niets ‘enkel omdat Otto Buchinger het heeft gezegd’. En daarom streven ze, ondanks de associatie met natuurgeneeskunde en het Demeter-voedsel dat in overeenstemming met de maanstanden wordt gekweekt, naar wetenschappelijke erkenning. De kliniek werkt samen met wetenschappers van de Charité [een van de grootste universitaire ziekenhuizen van Europa in Berlijn] en publiceert studies in wetenschappelijke tijdschriften. Al die onderzoeken hebben één ding gemeen: ze zijn betaald door de Wilhelmi-familie. Aan onderzoek geven ze een bedrag uit van zeven cijfers per jaar, zegt Leonard Wilhelmi. De onderzoeksafdeling, opgebouwd door zijn moeder, telt zeven vaste medewerkers.
Is dat eigenlijk niet gewoon een succesvolle marketingcampagne? Wilhelmi verwerpt dat. ‘Wij doen dit niet vanwege commerciële doeleinden.’ Ze willen ‘de pioniers van het vasten’ blijven en conclusies kunnen trekken als iets niet werkt, zegt hij. De kliniek is met zes- tot zevenduizend gasten per jaar het grootste onderzoekslaboratorium voor therapeutisch vasten ter wereld.
Maar zouden ze ook onderzoeksresultaten publiceren waaruit blijkt dat vasten niet werkt? De erfgenaam van de vastendynastie geeft een ontwijkend antwoord. ‘Tot nu toe heeft het altijd gewerkt,’ zegt hij met vriendelijke glimlach. Hij gelooft hoe dan ook dat er duidelijk bewijs is: ‘We beschikken over een stroom aan wetenschappelijke documentatie. Het wordt steeds moeilijker om de werking van vasten te ontkennen.’
De meeste patiënten wonen in minder welvarende landen
Zonder voldoende maatregelen en financiering zou het aantal nieuwe kankergevallen wereldwijd de komende 25 jaar met ongeveer 61 procent kunnen toenemen tot 30,5 miljoen en zou het jaarlijkse aantal sterfgevallen met bijna 75 procent kunnen stijgen tot 18,5 miljoen.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Zo luidt de conclusie van een nieuwe evaluatie die is gepubliceerd in The Lancet en is uitgevoerd in het kader van Global Burden of Disease, een onderzoeksprogramma dat de dodelijkheid en schadelijke gevolgen van ernstige ziektes en de risicofactoren onder verschillende bevolkingsgroepen onderzoekt.
De onderzoekers roepen op tot meer preventie en behandeling, met name in minder welvarende landen. De meerderheid van de patiënten woont momenteel in landen met een laag of gemiddeld inkomen.
Ons haar bevat het eiwit keratine, dat glazuur kan nabootsen
Onderzoekers van het King’s College London zeggen dat ze een stof hebben ontdekt die beter dan fluoride beschermt tegen tandbederf en vroegtijdige tandschade herstelt: menselijk haar. Ons haar bevat namelijk keratine, een eiwit dat ook voorkomt in de huid, nagels en schapenwol, aldus New York Post.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De onderzoekers ontdekten dat wanneer keratine op het tandoppervlak wordt aangebracht, ze een wisselwerking aangaat met mineralen die van nature in speeksel aanwezig zijn, waardoor een kristalachtige structuur ontstaat die lijkt op glazuur. Deze structuur kan de functie van natuurlijk glazuur nabootsen, zodat de tanden worden beschermd en blootliggende zenuwkanalen kunnen worden afgesloten.
De bevindingen worden geprezen als een vooruitgang in de regeneratieve tandheelkunde, een vakgebied dat zich richt op het benutten van de genezingsmechanismen van het lichaam in plaats van synthetische materialen om beschadigd tandweefsel te herstellen en opnieuw aan te maken.
Door de vrijhandelsovereenkomst uit 1994 werd de consumentenmarkt in Mexico overstroomd met ultrabewerkte levensmiddelen uit de VS. Dat heeft niet de welvaart gebracht die beloofd was, maar woekerende diabetes en een obesitaspandemie.
De halve familie van Cecilia Acero is overleden aan diabetes. Haar opa Mario van vaderskant, haar oma Toñita van moederskant en in 2022 na zes martelende jaren van dialyse op achtenzestigjarige leeftijd als laatste haar vader Raúl. Als ze het vertelt, breekt Cecilia’s stem. De tranen springen haar in de ogen, die schuilgaan achter een grote bril met een dik, zwart montuur. Ze is veertig, een antropoloog met donkere krullen en een vriendelijk gezicht. We hebben afgesproken in het kantoor van haar wetenschappelijkonderzoeksinstituut in het noordwesten van de oude koloniale stad San Cristóbal. Door het raam hebben we uitzicht op het berglandschap van de Sierra Madre de Chiapas, bedekt met altijdgroene pijnbomen.
‘Hier zeggen ze dat Coca-Cola goed voor je is,’ zegt ze. ‘Je knapt ervan op, het houdt je wakker en helpt tegen hoofdpijn. Voor mijn vader was cola een soort medicijn.’ In het weekend speelde hij keyboard in een band en in de pauzes dronk hij altijd Coca-Cola, elke avond zeker acht glazen, schat Cecilia. Een glas van 250 milliliter bevat 27 gram suiker, wat gelijkstaat aan bijna negen suikerklontjes. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), het Zwitserse Bureau voor Voedselveiligheid en Diergeneeskunde en de Duitse Obesitasvereniging mag de dagelijkse dosis eigenlijk niet meer dan 50 gram bedragen, anders bestaat op langere termijn het risico van diabetes en ernstige hart- en vaatziekten.
‘s Ochtends was Raúl moe en dronk hij zijn eerste coke om op gang te komen voor zijn werk op de administratie van een school. Voor de lunch nam hij vaak een twee-liter gezinsfles mee, die hij voor het grootste deel zelf opdronk. Toen zijn gezicht, buik, handen en voeten begonnen op te zwellen, kon het probleem niet langer worden genegeerd. In die tijd begon Cecilia Acero met haar onderzoek naar diabetes. Ze wilde begrijpen waarom de lijdensweg van haar grootouders zich herhaalde bij haar vader, waarom mensen met diabetes type 2 in de deelstaat Chiapas zich zo weinig om hun gezondheid bekommerden. Ze bleef haar vader aanspreken op zijn eet- en drinkgewoonten: ‘Anders ga je langzaam maar zeker dood en moeten wij je verplegen.’ Maar zijn verslaving aan de donkere, zoete drank was uiteindelijk sterker.
‘Geef hem toch een colaatje’
Voor Cecilia Acero was het moeilijk te verdragen. Pas toen zijn nieren het begaven, begon hij zijn drinkgewoonten te veranderen. Daar werd hij vaak humeurig van. Als er vrienden op bezoek kwamen, zeiden ze: ‘Geef hem toch een colaatje.’ Zijn toestand verslechterde zozeer, dat hij zich in december 2021 nauwelijks nog kon bewegen. Het was duidelijk dat het zijn laatste kerst zou worden. Op kerstavond kreeg hij zijn laatste glas Coca-Cola, dat maakte nu toch niet meer uit.
Toen haar vader begraven was, overwoog Cecilia Acero met haar onderzoeksproject te stoppen. Als ze het niet eens voor elkaar kreeg een familielid te redden, wat had het dan voor zin? Maar collega’s herinnerden haar eraan dat ze haar onderzoek ook begonnen was om een maatschappelijke verandering tot stand te brengen. Dus ze zette door. Op haar laptop zit een sticker met de tekst: ‘¡Fuera Coca- Cola!’: ‘Weg met Coca Cola!’
Dit verhaal speelt zich af in een streek in het zuiden van Mexico, waar meer Coca-Cola wordt gedronken dan waar ook ter wereld; waar je makkelijker aan een fles van de suiker- en cafeïnehoudende drank komt dan aan een slok drinkwater en waar Coca-Cola door zijn agressieve marketing intussen zo alomtegenwoordig is, dat het zelfs onderdeel van religieuze rituelen is geworden.
Terwijl de markt voor frisdrank in de westerse industrielanden krimpt (VS, Zwitserland) of stagneert (Duitsland), drinken Mexicanen er jaar na jaar meer van. Bijna twee derde van de consumptie per hoofd van de bevolking staat op het conto van Coca-Cola Original met het rode etiket. In Chiapas, waar het berglandschap in het grensgebied met Guatemala overgaat in dicht tropisch regenwoud, drinken de mensen nog aanzienlijk meer frisdrank. Volgens een veel geciteerde studie zou dat in het hoogland dagelijks 2,25 liter per hoofd van de bevolking zijn. Hoe kan dat? En wat zijn de gevolgen?
San Cristóbal is bij bezoekers uit de hele wereld populair. De stad van 220.000 inwoners ligt in een vallei op een hoogte van ruim 2100 meter en is omgeven door heuvels die je in de schemering nauwelijks kunt onderscheiden van de wolken die daar omheen hangen. De stenen huizen in het centrum zijn gebouwd in Spaans-koloniale stijl, de balkons zijn versierd met kunstig bewerkte smeedijzeren balustrades en bloemen. Bijna alles hier heeft kleur: de gevels van de kerken, de kleding van de inheemse bevolking, de bonen op de markt. De enorme macht van Coca-Cola is de meeste van de bijna honderdduizend toeristen die San Cristóbal in 2024 bezochten waarschijnlijk niet eens opgevallen. Zo diep is het corporate design van een van de bekendste merken ter wereld in het collectieve onderbewustzijn verankerd.
Als je vanuit het centrum naar de rand van de stad loopt en er goed op let, zie je het op elke straathoek. Forse rode trucks staan aan de kant van de weg om pallets Coca-Cola, sap, water en melk van FEMSA, de grootste drank- producent van Mexico, af te leveren bij de negentien Oxxo-supermarkten, die eveneens eigendom zijn van Coca-Cola, en bij restaurants en kleine kruideniers. Op de gevels van die bedrijven prijken reclameborden van Coca-Cola, sommige gevels zijn rood-wit geschilderd en voorzien van het karakteristieke logo dat de boekhouder en eerste reclameman van Coca-Cola, Frank Mason Robinson, in 1886 in Atlanta heeft ontworpen. In de winkels staan rode koelkasten met het Coca-Colalogo, waarin frisdrank de meeste ruimte inneemt, met voorop Coca-Cola, dat verkrijgbaar is in blikjes en flessen tot drie liter.
RFK pakt de voedings richtlijnen aan
Gezondheidsminister Robert F. Kennedy Jr. staat op het punt om met zijn ‘Make America Healthy Again’ (MAHA)-agenda de Amerikaanse voedingsrichtlijnen grondig te herzien.
Het vijfjaarlijkse richtlijnenrapport, dat normaal nogal lijvig en complex is, zou onder zijn leiding flink worden ingekort, volgens The Atlantic; mogelijk tot slechts een beknopte vierpaginaoproep: ‘Eet onbewerkt voedsel; eet wat goed voor je is.’ (‘Eat whole food; eat the food that’s good for you.’) De invloed reikt ver; deze richtlijnen bepalen wat er in scholen, het leger en andere federale programma’s wordt gegeten, en sturen de voedingsindustrie. Onder Kennedy’s aansturing zou nadrukkelijk worden ingezet op het beperken van kunstmatige kleurstoffen, ultrabewerkt voedsel en zaadoliën, terwijl meer ruimte ontstaat voor volle zuivel en minder bewerkte ingrediënten. Ondanks zijn controversiële reputatie, bijvoorbeeld als antivaccinactivist, hebben Kennedy’s beleidsambities op het gebied van voeding momenteel de meeste kans van slagen.
De winkeliers krijgen de koelkasten gratis, maar die zijn dan alleen voor de verkoop van Coca-Cola-producten bestemd. Ze zijn voorzien van een zendertje, zodat ze kunnen worden gelokaliseerd en niet privé kunnen worden gebruikt. In Chiapas moet dat een aantrekkelijk aanbod zijn, want het maandelijkse inkomen bedraagt hier ongeveer 5300 peso (238 euro), een derde onder het landelijke gemiddelde. Meer dan 75 procent van de inwoners van San Cristóbal leeft onder de Mexicaanse armoedegrens, in veel dorpen in de hooglanden zelfs bijna 100 procent. De economie van de regio is kleinschalig en informeel en voornamelijk gebaseerd op de verbouw en verkoop van maïs, bonen en koffie.
Het verhaal hoe Coca-Cola in deze plattelandsomgeving voet aan de grond kreeg, kan misschien het best beginnen bij een twee meter hoge betonnen muur in het zuiden van de stad. Daarop zijn twee inmiddels door de regen wat verbleekte afbeeldingen geschilderd. Als twee bladzijden van een boek laten ze zien dat er in dit verhaal een ervoor en een erna is, misschien ook wel een utopie en een dystopie. Op de ene muurschildering is in lichte, vriendelijke kleuren een heuvel geschilderd waaruit bronwater stroomt dat in een rivier uitkomt. We zien een kolibrie, een vlinder en mensen in harmonie met de natuur. Op de andere muurschildering daar pal naast valt meteen de iconische glazen Coca-Cola-fles op, met daarin een rode fabriek. De fles staat in een verdord, in donkere tinten geschilderd landschap. Een man met hoge hoed zit op een vulinstallatie geld te tellen, terwijl een uitgemergelde bedelaar tussen een grafzerk, vuilnis en mestzakken iets eetbaars zoekt.
Als je het moment zou moeten kiezen waarop de bladzijde in dit verhaal is omgeslagen, is dat vermoedelijk de jaarwisseling van 1993-1994. In de vroege ochtend van 1 januari kwamen er een paar duizend guerrillastrijders uit de bergen, die San Cristóbal en vijf andere steden in Chiapas bezetten. Het waren Maya-groepen, waaronder veel vrouwen en jongeren, gewapend met Kalasjnikovs, oude karabijnen en speelgoedgeweren, hun gezichten verborgen onder zwarte bivakmutsen. Ze bezetten het stadhuis, verwoestten overheidsgebouwen, overvielen een militaire basis bij San Cristóbal en kondigden aan dat ze zouden doormarcheren naar de hoofdstad om de regering omver te werpen.
Rechten inheemse volken
Het Zapatistisch Nationaal Bevrijdingsleger (EZLN) is in 1983 opgericht door een kleine groep marxisten en inheemse bewoners van het tropische regenwoud van Chiapas. In de traditie van Latijns-Amerikaanse guerrillagroepen keerden ze zich tegen koloniale uitbuiting en het neoliberale economische model. Ze streefden naar een samenleving waar iedereen toegang tot onderwijs, gezondheidszorg en werk heeft en waarin de rechten van inheemse volken worden gerespecteerd. Op die eerste dag van 1994 trad het Noord-Amerikaanse Vrijhandelsverdrag (NAFTA) tussen de VS, Canada en Mexico in werking, wat de aanleiding was voor de opstand van de Zapatisten. Zij vreesden dat het de kleine inheemse boeren nog verder in de armoede zou storten.
Een van hun leiders was subcomandante Marcos, iemand die graag pijp rokend en te paard poseerde. Hij bewonderde Che Guevara en Foucault en verwierf zich met zijn strijdvaardige en literaire toespelingen en zijn met ironie doorspekte communiqués een zekere faam bij de wereldpers. Hij zei destijds tegen buitenlandse verslaggevers: ‘Het vrijhandelsakkoord is het doodvonnis voor de inheemse bevolking van Mexico.’ De toenmalige president Carlos Salinas was er daarentegen van overtuigd dat het verdrag het land van de derde naar de eerste wereld zou brengen.
Drie decennia later kunnen we stellen dat dat voor de mensen in Chiapas vooralsnog maar zeer gedeeltelijk is gerealiseerd: door NAFTA is de buitenlandse handel van Mexico weliswaar aanzienlijk toegenomen en zijn er in de industrie in het noorden ook banen gecreëerd, maar tegelijkertijd zijn in het zuiden in de landbouw, die binnen de vrijhandelszone niet concurrerend was, aanzienlijk meer banen verloren gegaan. Het loonniveau bleef laag. Wel werd de consumentenmarkt overstroomd met ultrabewerkte levensmiddelen uit de VS. En dat had gevolgen: terwijl in 1992 volgens de WHO bijna 16 procent van de bevolking te dik was, was dit percentage in 2022 tot 36 procent gestegen. De Mexicanen hadden gehoopt op welvaart en kregen een obesitasepidemie.
Ambivalente relatie
Omdat de regering in januari 1994 onmiddellijk duizenden soldaten naar Chiapas stuurde en de luchtmacht inheemse dorpen liet bombarderen, trokken de Zapatisten zich na twaalf dagen met geringe verliezen terug in de bergen. Twee jaar later kwamen ze met de regering een wet overeen waarin het recht op autonomie voor de inheemse bevolking werd vastgelegd. Deze wet is echter nooit aangenomen, onder meer omdat het dan moeilijker zou worden op inheems grondgebied concessies voor de winning van grondstoffen te verlenen.
Desondanks hebben de Zapatisten tot nu toe in zo’n duizend dorpen een structurele basis gelegd voor democratisch zelfbestuur, waar de Mexicaanse staat niet intervenieert. Hun relatie met Coca-Cola is echter al die jaren ambivalent gebleven. Er zijn berichten dat de rode vrachtwagens gedurende de opstand als enige de frontlinies mochten passeren. Ook tijdens hun ‘encuentras’ werd het toonbeeld van Amerikaans cultureel imperialisme geschonken, wat de aanwezige buitenlandse linkse revolutionairen hoofdschuddend bezagen.
Eveneens in 1994 werd in de westelijke uitlopers van San Cristóbal een vulinstallatie voor Coca-Cola in gebruik genomen. Dat was een belangrijk onderdeel van de expansie van het Amerikaanse concern in Mexico. Reeds het jaar daarvoor had het voor 195 miljoen dollar 30 procent van de softdrinkdivisie van de Mexicaanse drankproducent FEMSA gekocht en het aandeel van de dochteronderneming naar de beurs gebracht. Dit was de opmaat voor miljardeninvesteringen in de reclame, distributie en bedrijfsovernames waarmee het concern Latijns-Amerika wilde veroveren. Het okerkleurige fabriekscomplex waarachter de uitgedoofde en met dicht groen overdekte vulkaan Huitepec tegen de hemel boven Chiapas afsteekt, is met een imposant stalen hekwerk beveiligd. In een persbericht uit 2023 noemde Coca-Cola de bottelarij van FEMSA de meest efficiënte ter wereld. Waar vroeger meer dan twee liter water nodig was om 1 liter Coca-Cola te produceren, zou dat in San Cristóbal slechts 1,17 liter zijn. Maar deze cijfers, afkomstig van het bedrijf zelf, laten buiten beschouwing dat frisdrank niet onder laboratoriumomstandigheden wordt geproduceerd.
De bottelarij pompt dagelijks 1.3 miljoen water op
Als we naar de voetafdruk van water kijken – dat wil zeggen het verbruik en de vervuiling van zoet water in de gehele productieketen – kost de productie van een halve liter Coca-Cola 170 tot 310 liter water. Terwijl het concern zich erop laat voorstaan dat het in San Cristóbal de laatste tijd slechts 82 procent van het water verbruikt dat het mag oppompen, komt in de huizen in de stad het grootste deel van de dag geen water uit de kraan. En als dat wel gebeurt, kun je het beter niet drinken.
Dit is misschien wel de grootste tegenstrijdigheid in het verhaal. Wie daar met de directie over wil spreken, wordt bij de ingang vriendelijk teruggestuurd door een medewerkster in een roze veiligheidsvest: tot hier en niet verder. Het Coca-Cola-imperium is gebaseerd op franchise: een bottelaar koopt een licentie, produceert volgens de voorschriften uit de VS de drank en distribueert die op een regionaal beschermde markt. Sinds 1896 is Coca- Cola in Mexico verkrijgbaar, de eerste bottelarij werd in 1926 geopend in de havenstad Tampico. Tijdens de Olympische Spelen van 1968 in Mexico-Stad, met Coca-Cola als hoofdsponsor, was het land al uitgegroeid tot de op twee na grootste markt, na de VS en Duitsland. Twee jaar later dreigde de net gekozen president Luis Echeverría van de Socialistische Eenheidspartij PRI het Amerikaanse concern te boycotten als het zijn geheime recept, dat tegenwoordig in een kluis in het World of Coca-Cola Museum in Atlanta ligt, niet zou vrijgeven voor de Mexicaanse bottelaars. Een delegatie van Coca-Cola slaagde er echter in Echeverría van zijn voornemen af te brengen.
Dat was vooral te danken aan Vicente Fox, die in 1964 als verkoper bij Coca-Cola was begonnen, en die hij aanvankelijk ook zelf distribueerde, was voor hem een stimulerend middel in de strijd tegen de destijds nog machtiger rivaal Pepsi.
Binnen negen jaar klom hij op tot CEO van Coca-Cola Mexico en introduceerde hij de agressieve verkoopmethodes waarmee het Pepsi binnen de kortste keren had ingehaald. Toen hij zijn functie in 1979 neerlegde en terugging naar de hacienda van zijn familie, had hij de omzet met bijna 50 procent vergroot. Twee decennia later zou Fox terugkeren op het grote toneel, opnieuw ten faveure van het drankconcern. Bij de presidentsverkiezingen van 2000 stelde hij zich kandidaat voor de conservatieve Nationale Actie Partij PAN, waarbij hij niet alleen profiteerde van het feit dat de Mexicanen de 71 jaar durende alleenheerschappij van de PRI en de zwakke economie van het land beu waren, maar ook dankzij een donatie in de campagnekas van, inderdaad, Coca-Cola.
Water
In zijn zesjarige ambtstermijn – herverkiezing is volgens de grondwet verboden – installeerde Fox een goed geoliede draaideur tussen zijn regering, de ministeriële bureaucratie en zijn vroegere werkgever, waardoor meer dan tien personen werden gesluisd die in de loop der jaren de politieke besluitvorming ten gunste van Coca-Cola beïnvloedden. Cristóbal Jaime Jáquez, onder Fox algemeen directeur van Coca-Cola Mexico, werd benoemd tot directeur van de Nationale Watercommissie Conagua. Onder hem verdrievoudigde het aantal waterconcessies voor dochterondernemingen van Coca-Cola. De bottelarij in San Cristóbal kreeg toestemming dagelijks 1,3 miljoen liter water op te pompen zonder dat er noemenswaardige heffingen of belastingen naar de stad of de deelstaat vloeiden.
Water is in Mexico een gevoelig onderwerp. In de grondwet van 1917 werden alle natuurlijke hulpbronnen tot staatseigendom verklaard en in 2012 werd daar het recht op toegang tot voldoende, schoon en makkelijk toegankelijk water aan toegevoegd. Wat echter tot vandaag de dag ontbreekt, zijn concrete bepalingen hoe dat in praktijk moet worden gebracht. De staat, die tijdens de regeringsperiodes van de PRI voortdurend op de rand van faillissement balanceerde en verlamd was door corruptie, is er in grote delen van het land niet in geslaagd een betrouwbare watervoorziening te realiseren. In de periode van economische openstelling van Mexico mislukten ook publiek-private partnerschappen op dit gebied.
Multinationale concerns sprongen in het gat, kregen concessies, haalden water uit de bodem en stopten het in flessen. Na een ernstige choleraepidemie in 1991, die in heel Zuid- en Midden-Amerika twaalfduizend mensen het leven kostte, profiteerden zij bovendien van de zorgen van Mexicanen over hun gezondheid. Zo ontstond in een paar jaar tijd de grootste markt voor flessenwater ter wereld. In 2024 verbruikten de Mexicanen 262 liter gebotteld water per hoofd, in Duitsland en Zwitserland is dat nog niet de helft. Naar schatting controleren Coca-Cola, Pepsi en Danone met hun mineraalwater samen ongeveer 80 procent van de markt.
Britse suikertaks blijkt effectief
Sinds 2018 zorgt de Britse suikertaks ervoor dat fris- dranken minder suiker bevatten en consumenten hun inname fors hebben teruggeschroefd.
De Britse sugar tax (formeel de Soft Drinks Industry Levy, SDIL) is in maart 2016 aangekondigd en in april 2018 ingevoerd als onderdeel van de strijd tegen obesitas. De heffing geldt op frisdranken met toegevoegde suikers: dranken met 5-8 g per 100 ml worden belast met 18 p (pence) per liter (ca. 21 eurocent), dranken met 8 g of meer met 24 p per liter. De opbrengsten zouden aanvankelijk naar sportprogramma’s op basisscholen gaan.
Al vóór de invoering pasten vele fabrikanten hun recepten aan om de belasting te vermijden; meer dan de helft van de frisdranken werd hervormuleerd, aldus The Guardian. Toen de heffing eenmaal van kracht was, daalde het suikergehalte in frisdranken aanzienlijk –met bijna 29 procent tussen 2015 en 2018. Consumenten reageerden ook: kinderen verkleinden hun inname van suikerhoudende dranken met ongeveer de helft en bij volwassenen was dat een derde.
Een studie gepubliceerd in het Journal of Epidemiology and Community Health meldt dat het dagelijk suikerverbruik daalde met circa 4,8 g bij kinderen en 10,9 g bij volwassenen binnen een jaar na de invoering van de belasting. De daling werd vooral bewerkstelligd door de hervorming van producten terwijl consumenten overschakelden op minder suikerhoudende dranken; er was geen aanwijzing dat suiker elders werd gecompenseerd.
Eigenlijk is er in de deelstaat Chiapas genoeg natuurlijk water. Anders dan in grote delen van het land, waar momenteel als gevolg van El Niño voor de tweede keer in vijftien jaar extreme droogte heerst, is in de zuidelijkste deelstaat van Mexico tijdens de regentijd constant veel water gevallen. Het hoogland van Chiapas beschikt over een van ’s werelds grootste grondwaterreserves, maar de mensen hebben daar niets aan. Zij hebben alleen toegang tot oppervlaktewater – en dat is vervuild. San Cristóbal wordt doorkruist door sloten met groene alg, rottende drek en plastic afval. Zij zorgen ervoor dat huishoudelijk afvalwater ongezuiverd in de Amarillo en de Fogótico terechtkomt, rivieren die belangrijk zijn voor de watertoevoer van de stad, maar waar regelmatig coli- en andere bacteriën uit menselijke en dierlijke uitwerpselen in worden aangetroffen. Naast zware metalen uit het lekwater van de nabijgelegen vuilstortplaats.
Plannen voor de bouw van rioolwaterzuiveringsinstallaties in de stad liggen er al jaren, maar ze zijn gestrand, mede door verzet van de bevolking, die nu niets betaalt voor afvalwaterzuivering en bang is voor extra kosten. San Cristóbal is de afgelopen vijftig jaar extreem gegroeid. Omdat daardoor ook de wetlands vlak buiten de stad, die water opsloegen en filterden, de een na de ander verdwenen, is de waterhuishouding volkomen ontwricht. Als je leidingwater drinkt of gebruikt om te koken, kan dat diarree, darmontsteking of nierfalen veroorzaken, wat ook toeristen op pijnlijke wijze moeten ondervinden. Bij een enquête in 2023 onder huishoudens was maar 7 procent van de bevolking van Chiapas van mening dat hun water drinkbaar is.
Weer heel anders is het in het droge seizoen, wanneer vanwege de verouderde en lekkende leidingen overdag geen druppel water uit de kraan komt. Inwoners vertellen dat ze ’s nachts, wanneer er een paar uur wel water uit de leidingen komt, opstaan en water in emmers opvangen om het in elk geval te kunnen gebruiken om de was te doen, schoon te maken en zich te wassen. De meeste huishoudens zijn gedwongen kilometers te lopen naar niet-besmette bronnen of om van hun geringe inkomen water te kopen bij tankwagens.
Coca-Cola FEMSA op zijn beurt betaalt vrijwel niets voor het water dat het oppompt en daarmee, al dan niet onder toevoeging van suikersiroop, zijn flessen vult. De twee bottelconcessies die het concern heeft, kosten elk een belachelijke 2600 peso per jaar, omgerekend 117 euro. Voor het water zelf moet het 10 cent per duizend liter betalen. Niet dat er tegen dit oneerlijke systeem niet is geprotesteerd: in 2017 demonstreerden 1500 mensen bij de fabriek en drie jaar later eiste de burgemeester van San Cristóbal dat de waterconcessie van Coca-Cola FEMSA zou worden ingetrokken. Maar Conagua weigerde: de diepe waterputten zouden geen enkele invloed hebben op de watervoorziening van de bevolking uit oppervlaktewater.
Toekomstige generaties
Valentina is nog altijd verontwaardigd als ze aan de motivering van de federale autoriteiten denkt. Zelfs als nu het grondwater niet wordt gebruikt, is het belangrijk als plan B wanneer de klimaatcrisis Chiapas treft. ‘De mensen die nu deze beslissingen nemen, zijn dan dood. Maar jonge mensen zoals wij en toekomstige generaties zullen eronder lijden,’ zegt de jonge vrouw met haar lange bruine haar en een kleine tatoeage op haar onderarm. Door klimaatverandering worden voor de regio tegen 2050 vaker extreme weersomstandigheden verwacht. Met de regens is er al veel veranderd, ze komen onverwachter en zijn heviger geworden, waardoor er vaker overstromingen zijn. Valentina kent de gevolgen van klimaatverandering en heeft deelgenomen aan een VN-conferentie over biodiversiteit. Uit angst voor represailles wil ze niet dat haar echte naam in de krant wordt gebruikt.
Op een ochtend bespreekt ze met een kleine groep activisten in een achterzaaltje van een café in San Cristóbal hoe de macht van Coca-Cola FEMSA kan worden gebroken. Ze zijn het eens dat de gemeenteraad het goed heeft gedaan door het aanbod van het concern een waterzuiveringsinstallatie te bouwen tweemaal af te wijzen, ook omdat onduidelijk bleef wie verantwoordelijk zou zijn voor de exploitatie en het onderhoud. ‘Door zo’n cadeau aan te nemen, zouden we oneerlijke spelregels hebben geaccepteerd,’ zegt Valentina. ‘Het zou dan lijken alsof ons protest schandalig was.’ Ze kennen de practies van Coca-Cola FEMSA: om zich te wapenen tegen kritiek betaalt het nu eens voor een gemeentelijke watertank, dan weer voor een opvangsysteem voor regenwater. Voor Valentina is één verhaal symptomatisch: een paar jaar geleden liet Coca-Cola FEMSA met veel publiciteit duizenden bomen planten, die vervolgens geen water kregen en dus verdroogden. De activisten protesteren inmiddels niet alleen meer tegen de vercommercialisering van het grondwater, ze proberen mensen ook voor te rekenen welke kosten hun Coca-Cola-verslaving op lange termijn met zich meebrengt.
Al tijdens het presidentschap van Vicente Fox waren er steeds meer signalen dat er met de gezondheid van de Mexicanen iets mis was. Niet alleen het percentage mensen met obesitas nam toe, ook het aantal diabetici en hun mortaliteit schoot omhoog. Wetenschappers ontdekten dat de Maya-bevolking een verhoogde genetische aanleg had voor diabetes type 2. In Chiapas kwam daar de bijzonder ongunstige combinatie van armoede, ondervoeding en obesitas nog bij. Met de gebrekkige medische zorg – 30 tot 40 procent van de diabetici weten niets van hun ziekte en bij twee derde is de bloedsuikerspiegel niet goed ingeregeld – zorgde dat voor ‘de perfecte bom’, zoals Alejandro Calvillo, directeur van de Mexicaanse consumentenbond, het ooit noemde. In nog geen twee decennia steeg het aantal sterfgevallen ten gevolge van diabetes in Chiapas met 219 procent.
Antropologe Cecilia Acero wilde weten waarom de mensen, inclusief haar vader, er zo slecht in slagen hun eetgewoonten te veranderen. ‘Met name ouderen willen niet aan een dieet,’ zegt ze. ‘Ze willen niet worden gezien als zieken, of als mensen die zich geen pleziertje gunnen.’ Vooral mannen vinden het moeilijk hulp te accepteren. Hoe gevaarlijk suikerziekte kan zijn, bleek in het eerste coronajaar toen in de deelstaat vergeleken met het jaar ervoor het officiële aantal sterfgevallen ten gevolge van diabetes aanzienlijk steeg. Want diabetici waren door hun verzwakte immuunsysteem niet alleen vatbaarder voor het coronavirus, maar ook belast met negatieve emoties. ‘Die mensen waren bang, konden niet naar de dokter en zaten eenzaam thuis. Daardoor ging bij velen van hen de bloedsuikerspiegel sterk omhoog,’ zegt Acero. Stress en angst kunnen inderdaad het verloop van de ziekte beïnvloeden of zelfs veroorzaken. Veel Mexicanen lijden echter onder de misvatting dat hun levensstijl er geen invloed op heeft.
Club de Diabéticos
Dat dacht de zeventigjarige Amelia García ook, totdat ze lid werd van de Club de Diabéticos, die bijeenkomt op de binnenplaats van het gemeentelijke gezondheidscentrum van San Cristóbal. Ze draagt elegante zwarte kleren met gouden oorbellen, haar nagels blauw gelakt. Samen met een twintigtal andere senioren doet García kniebuigingen en draait ze met haar heupen, waarna ze dansen op Y.M.C.A. Als de vrouwen elkaar met applaus belonen, laat ze haar rauwe maar hartelijke lach horen. De eigenaardige dorst begon bij haar nadat haar zus was overleden aan een hersentumor. Toen de dokter haar bloedsuiker mat, bedroeg die 360 milligram per deciliter, terwijl 100 normaal is. Amelia García dacht dat de diabetes door haar verdriet was veroorzaakt en deed dus niets aan haar eetgewoontes. Ze was gewend veel vlees te eten en elke dag minstens één fles Coca-Cola te drinken. ‘Het gemene was dat water mijn dorst niet kon lessen,’ zegt ze, ‘maar frisdrank wel.’
Het is goed mogelijk dat ze toen al een tijd diabetes had. Meestal begint het onschuldig, met vermoeidheid of kleine infecties. Het belangrijkste symptoom – een te hoge bloedsuikerspiegel, veroorzaakt door een tekort aan het hormoon insuline – blijft vaak onopgemerkt. Als daar grote dorst en vaak moeten plassen bijkomen, is de ziekte al gevorderd. Steeds meer organen worden aangetast: ogen, zenuwstelsel of het weefsel van de voeten. Je kunt blind worden, er kan een been geamputeerd moeten worden of je kunt, zoals de vader van Acero, je nierfunctie verliezen. Een hoge bloedsuikerspiegel leidt bovendien vaak tot vetafzetting in de bloedvaten, wat een hartinfarct of beroerte kan veroorzaken.
Toen Amelia García zich realiseerde dat ze moest stoppen met vet eten en cola drinken, moest ze huilen. Daarop nam ze haar lot in eigen hand en sloot zich, inmiddels een kwart eeuw geleden, aan bij de diabetesgroep. Hun bijeenkomsten beginnen met een voordracht.
Dokter José Maria Gómez tekent lichaamscellen op het bord om de stofwisseling uit te leggen en vraagt aan de groep: ‘Waarmee zijn de cellen met elkaar verbonden?’ ‘Kauwgom,’ zegt een vrouw lachend. ‘Fout’, zegt de arts: ‘Siliconen natuurlijk.’ Iedereen lacht. Dan vraagt hij: ‘Welke levensmiddelen zijn met het oog op diabetes slecht voor ons?’ De vrouwen antwoorden bijna in koor: ‘La Coca.’
Economische gevolgen van obesitas
Obesitas is allang geen individueel gezondheidsprobleem meer, maar een economische bedreiging van mondiale proporties, schrijft El País.
Volgens de World Obesity Atlas 2023 zullen de wereldwijde kosten van overgewicht in 2035 oplopen tot 4,32 biljoen dollar per jaar – bijna 3 procent van het mondiale bbp. Daarmee is obesitas economisch even ontwrichtend als de coronapandemie in 2020. In 2019 lag de rekening nog op 2,19 procent van het mondiale bbp, maar zonder krachtig ingrijpen stijgt dat percentage naar 3,29 procent in 2060. De schade zit niet alleen in medische behandelingen, maar ook in productiviteitsverlies: ziekte, arbeidsongeschiktheid, verzuim, vroegtijdige pensionering en zelfs voortijdige sterfte dragen allemaal bij.
Tegenover dit groeiende probleem zoeken overheden naar effectieve beleidsinstrumenten. Suikertaksen gelden als veelbelovende maatregel. Het VK voerde in 2018 een succesvolle belasting op frisdranken in (zie kader p. 16). In Latijns-Amerika, waar de obesitascrisis flink toeneemt, heeft Colombia in 2023 de meest ambitieuze gezondheidsbelasting van het continent ingevoerd: een heffing van 10 procent op ultrabewerkte producten, oplopend tot 20 procent in 2025.
De redenering is dubbel: hogere prijzen ontmoedigen consumptie van ongezonde voeding, terwijl de belastingopbrengsten direct ingezet kunnen worden voor preventie en gezondheidszorg.
Amelia Garcia’s bloedsuikerspiegel is inmiddels stabiel 100. Ze eet veel groenten, weinig vlees en drinkt alleen nog ongezoete drank. Ook haar zeven kinderen heeft ze het belang van gezonde voeding bijgebracht – tot nu toe heeft geen van hen diabetes. Zelfs haar man, die vroeger elke dag acht tot tien flessen cola dronk, is daarmee gestopt. Toch blijven ze in hun winkel in Cruztón, iets buiten San Cristóbal, cola verkopen. García heeft daar geen slecht geweten van, iedereen moet zelf uitmaken wat hij of zij eet. Soms verkopen ze wel honderd flessen tegelijk, als het dorpshoofd een bijeenkomst organiseert. En het komt voor dat Coca-Cola FEMSA gratis drank laat uitdelen: als compensatie dat elke ochtend vanaf drie uur vrachtwagens door het dorp denderen om Coca-Cola naar de bergdorpen te brengen. ‘De inheemse bevolking drinkt het namelijk nog veel meer,’ zegt García.
Tijdens een rit door de bergen ten noorden van San Cristóbal rijden we door nevelwoud en passeren graslanden en maïsvelden. Langs de kant van de weg sjouwen inheemse vrouwen jerrycans op hun hoofd naar hun dorpen, waar geen waterleiding is maar wel winkels met koelkasten vol Coca-Cola. Op reclameborden staat in de taal van de inheemse bevolking: Drink je Coca-Cola-water. En: Breng de lege fles terug. Ook zie je hier kleine kinderen al aan flessen lurken.
Agressieve marketing
Marcos Arana beziet dit al een tijdlang met zorg. Hij is arts en directeur van een opleidingscentrum om de gezondheidsvoorlichting aan de inheemse kleine boeren te verbeteren. Tijdens de jaarlijkse algemene vergadering van het moederbedrijf van Coca-Cola in april 2023 heeft hij het woord gevoerd namens een kritische vereniging van aandeelhouders. In zijn verklaring wenste hij de huidige CEO van de Coca-Cola Company, de Amerikaan James Quincey, een goede morgen, waarna hij een onderzoek naar borstvoeding aanhaalde waaruit blijkt dat een derde van de inheemse kinderen al Coca-Cola te drinken krijgt voordat ze één jaar oud zijn. In de hooglanden van Chiapas, waar in veel dorpen meer dan 40 procent van de volwassenen analfabeet is, dringt de agressieve marketing van het concern door tot in de privésfeer. Ze kunnen kleine leningen of commissies krijgen als ze via hun familienetwerk Coca-Cola verkopen. Ariana is ervan overtuigd dat de strategie lijkt op de praktijken van de georganiseerde drugshandel.
Coca-Cola’s verovering van de bergdorpen begon in 1962, toen Salvador López Tuxum, een inheems dorpshoofd, de eerste vergunning verwierf om het in San Juan Chamula te verkopen Hij kwam te paard naar San Cristóbal om de flessen op te halen. In hetzelfde decennium doken de eerste reclameborden op met afbeeldingen van Coca-Cola drinkende inheemse mensen in traditionele kledij. Twee artsen uit de hooglanden vertellen ons dat ze zich nog kunnen herinneren dat in de dorpen gratis cola werd uitgedeeld. Tot een jaar of tien geleden was in de dorpswinkels een fles cola goedkoper dan een fles mineraalwater.
Tot een jaar of tien geleden was in de dorpswinkels een fles cola goedkoper dan een fles mineraalwater.
In de hooggelegen gemeente Chamula, waar we langskomen, heeft Coca-Cola bewust of onbewust een marketingstunt gepleegd. Daar werd de drankonderdeel van de religieuze rituelen van de plaatselijke bevolking, die zich Chamula’s noemt en tot de Maya-gemeenschap van de Tzotzil wordt gerekend. Het gebied werd in de zestiende eeuw door de Spanjaarden veroverd en met geweld gekerstend. In San Juan Chamula hebben de conquistadores een kerk gebouwd en Johannes de Doper tot beschermheilige uitgeroepen. Op iconen wordt hij vaak afgebeeld met een lam om zijn rol als voorloper van Christus te benadrukken. In het stadje lopen schapen vrij rond, ze worden niet gemolken of geslacht, omdat ze als heilige dieren worden gezien. Alleen hun wol wordt gebruikt om kleding te weven en hun mest voor de maïs- en groententeelt. Als een schaap doodgaat, wordt het begraven.
Ook het autonoom bestuurde San Juan Chamula is een bijzondere plaats. Terwijl veel inheemse gemeentes in de deelstaat Chiapas zich zo goed mogelijk tegen de invloed van de georganiseerde misdaad verzetten, is hier de laatste paar jaar het eerste indigene kartel van Mexico ontstaan. De Motonetos controleren de handel in mensen, wapens, drugs en porno in het gebied. Usb-sticks met films waarop ook minderjarige inheemse vrouwen seksueel worden misbruikt, zijn in de straten van San Cristóbal te koop voor omgerekend zes euro. Tegelijkertijd verzetten ze zich uit alle macht tegen invloed van buiten. Veel Chamula’s weigeren naar het ziekenhuis te gaan. Baby’s worden met oude Mayakennis vaak thuis geboren. Als ze ziek zijn, vertrouwen inheemse bewoners op geneeskrachtige kruiden of de werking van rituelen.
Voedsel voor de goden
De Iglesia de San Juan Bautista ziet er van buiten net zo uit als talloze andere katholieke kerken in Mexico. Binnen is fotograferen verboden, waardoor menig toerist al een dag in de cel heeft doorgebracht. De Maya’s geloven dat camera’s de macht hebben hun ziel te stelen. Inmiddels lijkt het verbod onderdeel van een toeristisch concept, en tegelijkertijd moet het een zeer intieme ruimte beschermen. Binnen verlicht een zee van minstens tienduizend kaarsen het schip van de kerk. Ze staan op tafels langs de zijmuren voor de heiligenbeelden en op de met dennentakken belegde grond. Hun geur vermengt zich met de zoetige wierookwolken. De kaarsen verbruiken aan één stuk door de zuurstof uit de warme, zware lucht. Aan het plafond hangen lappen stof, kroonluchters en bossen bloemen. Vooraan bij het koor staat een beeld van Johannes de Doper.
Overal op de grond zitten groepen inheemse mensen bij sjamanen die in het Tzotzil bezweringsformules mompelen. Uit meegebrachte tassen steken de koppen van kippen, die gehypnotiseerd lijken door de kaarsen, de dampen en de rook. Dan grijpt een van de genezers een kip, maakt er rondgaande bewegingen mee boven de brandende kaarsen en strijkt ermee over de persoon die van een spirituele ziekte moet worden genezen of wiens ziel van demonen moet worden bevrijd. Daarna laat hij de kip op de grond zakken, zet zijn voet op haar kop en breekt haar nek. Het dier wordt vastgehouden tot het niet meer fladdert. Deze offerhandeling wordt zo verheven en lucide uitgevoerd, dat het haast iets vredigs heeft. Binnen deze moeilijk te bevatten liturgie van rituelen ontdekken we Coca-Cola-flessen. De drank wordt op de grond rond de brandende kaarsen uitgegoten, maar ook in bekers aan alle deelnemers aan het ritueel geschonken. Wat heeft die hier te zoeken?
Met de zegen van sjamanen werd alcohol in rituelen verruild voor frisdrank
Agustín de la Cruz is de kerkopzichter en probeert het ons uit te leggen. Hij draagt een poncho van schapenvacht en heeft een slecht gebit, zoals veel mensen in Chamula. De la Cruz houdt van Coca-Cola, vroeger dronk hij tien flessen per dag. Maar hij kreeg maagpijn en moest vaak overgeven. Anders dan zijn vrouw heeft hij nooit diabetes gekregen.
‘Coca-Cola is voor ons niet heilig,’ zegt hij. ‘Ook dat verhaal over het boeren is onzin.’
Water als handelswaar
Van de heuvels rond Lima tot de drukke straten van Karachi is het beeld vergelijkbaar: waar de overheid tekortschiet en infrastructuur hapert, grijpen handelaren hun kans.
In de sloppenwijken van Lima kost een emmer water vaak meer dan in de villa’s van de stad. Bewoners zonder aansluiting op het waterleidingnet zijn aangewezen op particuliere tankwagens die op onregelmatige tijden verschijnen en woekerprijzen rekenen, schrijft Le Monde in een indringende reportage. Terwijl de middenklasse onbeperkt de kraan kan opendraaien, betalen de armsten tot tien keer zoveel
voor een basisbehoefte. Het contrast pijnlijk; ‘In een stad waar het recht op water formeel bestaat, druppelt de ongelijkheid dagelijks uit de kraan.’ Ook in Karachi wordt water tot handelswaar gemaakt, schrijft The Guardian. Daar beheerst een ‘watertankermaffia’ de distributie: corrupte netwerken die leidingwater aftappen en tegen hoge prijzen verkopen aan huishoudens zonder officiële aansluiting. Inwoners zijn afhankelijk van een illegaal systeem waarin schaarste een verdienmodel is geworden. ‘Wat in essentie een publieke voorziening moet zijn, verandert zo in een private markt waar burgers gegijzeld worden’, aldus de Britse krant.
In Lima hebben bewoners zich verenigd in wijkcomités om samen water in te kopen en druk uit te oefenen op de overheid, terwijl internationale banken helpen bij de aanleg van nieuwe leidingen, wat veel tijd kost. In Karachi proberen activisten en media de watertankermaffia te ontmaskeren en belooft de lokale politiek hervormingen, maar corruptie en traag bestuur blijven het systeem verlammen.
Op internet staan talloze berichten over deze kerk. Reisjournalisten en bloggers schrijven herhaaldelijk dat de inheemse bevolking cola drinkt om door te boeren boze geesten uit hun lichaam te verdrijven. ‘Soms spellen buitenlandse gidsen je dat op de mouw om hun verhalen interessanter te maken. En toeristen geloven alles,’ zegt De la Cruz.
Eeuwenlang hebben in Chiapas spanningen geheerst tussen de katholieke veroveraars en de inheemse bevolking, wier religieuze praktijken zijn gebaseerd op spirituele ideeën over het geloof en op magie. Steeds weer moesten er compromissen worden gesloten die uiteindelijk leidden tot dit unieke syncretisme. Vroeger werd bij de rituelen pox gedronken, een sterke drank gemaakt uit suikerriet, tarwe en maïs. In de eerste helft van de twintigste eeuw kwamen evangelische groeperingen uit de VS en Engeland naar het hoogland om de Maya-gemeenschappen te bekeren en er sociaal werk op te zetten. Ze maakten de inheemse bevolking duidelijk dat alcohol ongezond en satanisch is en dronkenschap in de kerk ongepast. Zo vond met de zegen van de sjamanen aanvankelijk plaatselijke limonade haar weg in de rituelen. Niet koolzuur was doorslaggevend, maar de zoetige geur van de drank die als voedsel voor de goden diende, zegt De la Cruz. En zo maakte de interventie van een paar missionarissen voor Coca-Cola de weg vrij naar de inheemse geloofspraktijk.
In de jaren zeventig braken er conflicten uit tussen religieuze groeperingen en werden duizenden protestantse inheemse bewoners met geweld verdreven uit plaatsen als San Juan Chamula, ook omdat de katholieke leiders niet wilden afzien van hun inkomsten uit de verkoop van alcohol en Coca-Cola. En zo valt er nu in de supermarkten van Chamula een soort tweede syncretisme te bewonderen. Kleuren en logo hebben de winkels schaamteloos gejat van de Oxxofilialen van Coca-Cola-bottelaar FEMSA, net als hun naam: Osso. Binnen is er Coca-Cola. En zelfgestookte suikerrietbrandewijn.
‘Pas toen Coca-Cola onderdeel was geworden van de rituelen kreeg de drank zijn maatschappelijke status. Sindsdien wordt het bij elke gelegenheid gedronken, ook bij religieuze en politieke evenementen als bruiloften,’ zegt Jaime Page. Wanneer we via Zoom met de arts, antropoloog en promotor van Cecilia Acero spreken, is hij net uit een van de bergdorpen terug in San Cristóbal. Page is niet alleen expert op het gebied van de inheemse cultuur, hij heeft hen ook herhaaldelijk ondervraagd over hun drinkgedrag. In een van zijn onderzoeken werd voor het eerst het cijfer van 2,25 liter frisdrank per persoon per dag in de hooglanden van Chiapas genoemd. Hier wordt het even spannend: Page zegt het cijfer van de website van Coca-Cola FEMSA te hebben, waar het later weer van is verwijderd.
De drankenproducent bestrijdt dat. Na wat heen en weer gepraat kunnen we een afspraak maken met twee pr-dames in een restaurant in Mexico-Stad. Uit dit gesprek – waarbij we kip met mole poblano (een chocolade-chilisaus) eten en cola drinken – mogen we niet citeren, maar achteraf sturen ze ons een ver- klaring waarin ze zich baseren op een overheidsstatistiek waaruit zou blijken dat per huishouden 420 peso aan drank, waaronder alcohol, wordt uitgegeven. Volgens dezelfde statistiek bedraagt de consumptie van frisdrank per hoofd van de bevolking 1,8 liter. Niet per dag, maar per maand. Dit ten hemel schreiende verschil strookt niet met onze indrukken ter plaatse en ook niet met een persbericht van Coca-Cola FEMSA van november 2023. Daarin verkondigde het bedrijf dat het zijn omzet in Latijns-Amerika, waarvan het de helft in Mexico realiseert, sinds de beursgang in 1993 vervijftienvoudigd had. De koers van het aandeel is de afgelopen vijf jaar meer dan verdubbeld.
Verbod op scholen
Het getal dat Jaime Page noemt, is daarentegen ook op websites van de overheid gepubliceerd, wat in elk geval een teken is dat de invloed van frisdrank op de gezondheidscrisis in het land op de politieke agenda is gekomen. Toen het aantal diabetesdoden in 2016 voor het eerst de grens van 100.000 overschreed, riep de regering de nationale noodtoestand uit. Twee jaar eerder had zij al een belasting op suikerhoudende dranken ingevoerd van 5 cent per liter; in vergelijking met Chili of Engeland relatief laag, omdat de Coca-Cola Company voor Mexico onderzoek had medegefinancierd waarin de effectiviteit van een belasting en de invloed van frisdrank op obesitas in twijfel werd getrokken. In tegenstelling tot wat wetenschappers dringend adviseerden, worden de belastinginkomsten niet voor preventieve zorg gebruikt.
Het was dan ook een verrassing toen de huidige president Claudia Sheinbaum na haar aantreden politieke veranderingen aankondigde. Ze verklaarde dat de toegang tot water een van de topprioriteiten van haar presidentschap zou worden en kwam met een nationaal waterplan, waarvan ook een herziening van alle concessies voor particuliere bedrijven deel uitmaakt. Coca-Cola FEMSA probeert momenteel een internationaal gerespecteerd certificaat voor verantwoord watergebruik voor de bottelarij in San Cristóbal te krijgen.
‘Que me vas a hacer, Claudia’: Wat maak je me nou, Claudia
In april 2025 is een verbod op de verkoop van frisdrank en snoep op scholen van kracht geworden. Wel 40 procent van de kinderen en jongeren in Mexico wordt inmiddels als obees beschouwd, waarmee ze de diabetespatiënten van morgen zijn. Coca-Cola heeft zijn suikerhoudende dranken al uit basisscholen weggehaald. Wellicht is een verkooppunt daar ook helemaal niet meer nodig. In een TikTok-video die met 1,4 miljoen likes viraal ging, is een twaalfjarige scholier ergens in Mexico te zien die van een literfles Coca-Cola geniet. In de zijvakken van zijn rugzak heeft hij nog twee van die flessen. ‘Que me vas a hacer, Claudia’ is in de video te lezen: Wat maak je me nou, Claudia (de president).
‘De mensen willen gewoon Coca-Cola drinken,’ zegt ook Jaime Page, die denkt dat Sheinbaum daar niet veel aan zal veranderen. In de zinnen die hij in de camera van zijn computer spreekt, klinkt bittere woede door: ‘Soms denk ik dat we te maken hebben met een etnocidale politiek. Het is blijkbaar beter wanneer de inheemse bevolking sterft.’
Zo ver gaat Cecilia Acero niet. ‘Ik ben behoorlijk kwaad op Coca-Cola. Maar niemand houdt je een pistool tegen je hoofd om dat spul te drinken,’ zegt ze. Sinds haar vader diabetes kreeg, drinkt Acero bijna geen Coca-Cola meer. Toen ze het op een warme dag aangeboden kreeg, nam ze een slok en vond het best verfrissend. Eén keer per jaar, op de traditionele Día de Muertos (Allerzielen), versieren de mensen in San Cristóbal, net als overal in Mexico, hun familiealtaren op begraafplaatsen of thuis met kaarsen en bloemen. Ze brengen dan voor de doden dingen mee waar die tijdens hun leven van hielden. Dus koopt Cecilia Acero dan een fles Coca-Cola om op het graf van haar vader te zetten.
1. Kraanwater: geen calorieën, geen suiker, mineralen.
2. Koffie: positieve effecten, maar let op cafeïne.
3. Thee/ijsthee zonder suiker. (Industriële ijsthee minder goed.)
4. Vruchtensap: veel vitaminen, maar ook veel suiker.
5. Cola en energiedranken: veel suiker, veel risico’s.
Meerdere functionarissen van het CDC zijn opgestapt
Begin deze week riep minister van Volksgezondheid Robert F. Kennedy Jr. (RFK) Susan Monarez, toenmalig directeur van het Centrum voor ziektebestrijding en -preventie (CDC), naar zijn kantoor in Washington om haar ‘een ultimatum te stellen’, aldus The New York Times.
‘Ze moest de leidinggevenden van het agentschap ontslaan en beloven haar adviseurs te steunen als zij zouden aanbevelen de toegang tot vaccins te beperken, op straffe van haar ontslag’, vervolgt de Amerikaanse krant. De weigering van Monarez veroorzaakte een kettingreactie die sinds donderdag de belangrijkste gezondheidsdienst van het land ‘lamlegt’.
Woensdag maakte RFK zijn dreigement waar en ontsloeg Monarez, die weigerde haar functie neer te leggen met het argument dat alleen Donald Trump – die haar amper een maand geleden had benoemd – een dergelijke beslissing kon nemen. Enkele uren later gaf het Witte Huis hieraan gevolg en bevestigde haar ontslag. Donderdag kondigde RFK aan dat zijn adjunct-minister, Jim O’Neill, de leiding van het CDC zou overnemen.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Maar het gedwongen vertrek van Monarez ‘veroorzaakte een exodus’ van andere CDC-functionarissen, waardoor het CDC nu op de rand van een ‘totale implosie’ staat, meldt Al-Jazeera. De gezondheidsinstantie is ‘in chaos gestort’, voegt Time toe, nu ‘de leiders van de CDC steeds vaker in conflict komen met Kennedy over zijn visie op het gezondheidsbeleid, met name rond vaccins’.
De situatie van de CDC ‘schetst een verontrustend beeld van de toestand van de belangrijkste gezondheidsinstantie van het land’, waarschuwt The Washington Post. En nu de ‘hogere echelons’ van het CDC ‘gedecimeerd’ zijn, vroegen ‘vooraanstaande volksgezondheidsexperts zich donderdag hardop af of het agentschap zich hiervan zou kunnen herstellen – en wat er zou gebeuren in geval van een pandemie of andere gezondheidscrisis’, aldus The New York Times.
Een vaccindeskundige, die in juni ontslag nam bij het agentschap, uitte haar pessimisme tegenover The Atlantic: ‘Het lijkt erop dat het gedaan is met het CDC.’
Dinsdag start een zesde VN-top over een wereldwijd plasticverdrag
De wereld kampt met een ‘ernstige, groeiende en onderbelichte plasticcrisis’ die jaarlijks minstens 1,5 biljoen dollar aan gezondheidsschade veroorzaakt. Dat meldt The Guardian op basis van een nieuw rapport in medisch tijdschrift The Lancet. Plasticproductie is sinds 1950 meer dan 200 keer toegenomen en dreigt tegen 2060 bijna te verdrievoudigen. Vooral wegwerpplastic, zoals flessen en voedselverpakkingen, is sterk in opmars.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Plastic vormt in elke fase een gevaar voor mens en milieu, aldus het rapport, van de winning van de fossiele brandstoffen waarvan plastic wordt gemaakt tot de productie, het gebruik ervan en afvalverwerking. Het leidt tot luchtvervuiling, blootstelling aan giftige stoffen en opname van microplastics in het lichaam. Deze deeltjes zijn aangetroffen in bloed, hersenen, placenta’s en moedermelk. Plasticvervuiling kan zelfs zorgen voor meer ziekteverspreidende muggen, omdat water dat in weggegooid plastic blijft staan een goede broedplaats vormt.
Het rapport verscheen kort voor de zesde en vermoedelijk laatste onderhandelingsronde voor een wereldwijd, juridisch bindend plasticverdrag. De VN-top start dinsdag in Genève, Zwitserland.
Een pikketanussie is niet alleen fijn als ontspanning na een lange werkweek, maar kan ook de economie, de sociale cohesie en de maatschappelijke creativiteit stimuleren.
De blauwe knoop verovert de wereld. Waarschijnlijk voor het eerst in de geschiedenis is de wereldwijde alcoholconsumptie aan het dalen. In rijke landen laat een groot deel van Gen Z (geboren na 1997) de fles helemaal staan: dertig procent van de Amerikaanse twintigers heeft het afgelopen jaar geen druppel gedronken. Zelfs in Frankrijk nemen hoogopgeleide twintigers geen karafje wijn meer bij de lunch.
Vooral bij de maatschappelijke bovenlaag lijkt drank uit de gratie. Drie van de laatste vier Amerikaanse presidenten zijn geheelonthouders (Barack Obama hield nog wel van een martini). In Silicon Valley is geheelonthouding een statussymbool. Investeerder Marc Andreessen zwoer de drank af in 2022. Sam Altman van OpenAI onderstreept graag dat er in de geschiedenis ‘zo veel veranderde toen mensen eenmaal ophielden de hele dag alcohol te drinken’. Elon Musk noemt alcohol een ‘oubollige drug’. De etentjes van techgiganten worden opgefleurd met groene thee.
Stoppen met drinken doet de gezondheid van mensen meestal goed. Ze vallen af. Slapen beter. Maar vanuit economisch standpunt is geheelonthouding een ondoordachte en schadelijke ideologie, om drie redenen.
De zaak tegen de nuchterheid
Ten eerste zijn geheelonthouders profiteurs. Allerlei maatschappelijke en economische structuren leunen al generaties lang op de consumptie van alcohol. Geheelonthouders liften daarop mee zonder eraan bij te dragen. Op feestjes profiteren niet-drinkers bijvoorbeeld van de gezelligheid van de hardwerkende drinker. Waar blijft onze sociale cohesie als straks iedereen de fles afzweert? Joe Strummer van de Engelse rockband The Clash had ergens wel een punt met de (al dan niet terecht) aan hem toegeschreven uitspraak dat het ‘niet-rokers verboden moet worden iets te kopen wat door rokers is gemaakt’.
Of neem het verdienmodel van de horeca. De winstmarge op drank is stukken hoger dan op eten, want in de bereiding van het laatste gaat veel meer werk zitten. Op grond van officiële Amerikaanse cijfers durft uw columnist wel te stellen dat alle winst in de restaurantsector afkomstig is van alcohol. De drinkers subsidiëren de niet-drinkers. Al die mensen die het bij een spaatje rood houden, kunnen zich even verheven voelen boven de rest. Maar als niemand meer een flesje bordeaux bestelt, zullen heel wat restaurants kopje onder gaan. In San Francisco, het kloppend hart van de Nieuwe Geheelonthouding, vallen ze bij bosjes om.
Ten tweede maakt geheelonthouding mensen eenzamer. Al eeuwenlang heeft drank een sociale functie. Alcohol helpt mensen te ontspannen. Je geeft er ook een signaal mee af dat je best even wat trager en kwetsbaarder wil zijn (dat je je wapens bij de deur hebt afgegeven), en dat stelt anderen op hun gemak. Uit een onderzoek dat in 2012 in Psychological Science stond, bleek dat alcohol de sociale binding versterkt. Robin Dunbar van de universiteit van Oxford en zijn co-auteurs constateerden dat kroegbezoek een gunstig effect heeft op de betrokkenheid van mensen bij hun buurt, wat weer goed is voor de levensvreugde. Je kunt zonder overdrijving stellen dat alcohol een grote rol heeft gespeeld in de evolutie van onze sociale cohesie.
Als het moeilijker wordt om je te ontspannen, wordt het ook moeilijker om een partner te vinden
Stelletjes zeggen vaak dat het mede aan drank te danken was dat ze elkaar leerden kennen. Misschien dus ook geen toeval dat onze drankmijdende jeugd eenzaam is. Amerikanen in de leeftijd van 15 tot 24 besteden nu een derde minder tijd aan sociale contacten dan begin deze eeuw. Jean Twenge van San Diego State University en zijn co-auteurs constateerden in een artikel in 2021 een ‘wereldwijde toename van eenzaamheid onder adolescenten’. Jongeren hebben minder seks dan oudere generaties. Als het moeilijker wordt om je te ontspannen, wordt het ook moeilijker om een partner te vinden.
Het derde argument voor alcoholconsumptie heeft te maken met innovatie. Men treedt steeds minder vaak buiten gebaande paden. Hollywood drijft momenteel op remakes en sequels, niet op oorspronkelijk nieuw werk. In een recent blogbericht constateert de consultant Peter Ruppert hetzelfde voor muziek: ‘het tempo van echte muzikale vernieuwing is dramatisch gedaald’. In een artikel uit 2020 constateren Nicholas Bloom van Stanford University en zijn co-auteurs dat nieuwe ideeën ‘moeilijker te vinden’ zijn. De mondiale productiviteitsgroei is matig. Er is iets faliekant verkeerd gegaan met de productie van nieuwe ideeën in westerse samenlevingen.
Drank mijden kan op korte termijn je werkprestaties verbeteren. Als je morgen een grote presentatie moet houden, is het beter vanavond even niks te drinken. Maar denk aan de wereld die de drank ons geeft – zij het rommelig en onvoorspelbaar, en tegen een prijs – en geheelonthouding lijkt een stuk minder zinnig.
De creatieve geest
Van Aeschylus tot Coleridge en Dickens hebben creatieve geesten hun inspiratie eeuwenlang uit de fles gehaald. In de jaren zestig van de vorige eeuw, toen de productiviteit de lucht in schoot, dronk iedereen zich voortdurend lam. Geen enkel ander roesmiddel heeft in de loop der eeuwen zo’n structurele rol gespeeld in de innovaties van de mens. Dronkenschap kan onverwachte inzichten losmaken. In louter rationeel en lineair denkende hersenen doet zich minder vaak zo’n bliksemflits van inzicht voor die een hele kunstvorm of bedrijfstak op zijn kop zet. Drank geeft hersenen zicht op nieuwe verbanden. In een studie naar Amerikaanse kunstschilders door Ann Roe van Yale University stelde zij in 1946 dat ‘een cocktail als aperitief voor het avondeten bijdraagt aan het voorkomen van een staat van chronische spanning, zeker in perioden waarin de creatieve activiteit op zijn hoogst is’.
Uit onderzoek blijkt dat drank, mits met mate gebruikt, de creativiteit kan stimuleren. Andrew Jarosz van de Mississippi State University en zijn co-auteurs zagen dat mensen onder invloed sneller problemen oplossen en hun oplossing ’eerder als het resultaat van een onverwacht inzicht ervaren’. In een vergelijkbaar onderzoek constateerden Mathias Benedek van de Oostenrijkse universiteit van Graz en zijn co-auteurs dat ‘bepaalde aspecten van de creatieve cognitie baat hebben bij een lichte vermindering van de cognitieve controle’. Op de korte termijn kan dronkenschap de werking van je hersenen nadelig beïnvloeden, en dat kan frustrerend zijn. Maar over de gevolgen voor de lange termijn is veel minder bekend.
Zoals met de meeste dingen in het leven is de gulden middenweg het beste: geen drankinname van het kaliber Hemingway, maar ook geen geheelonthouding. Het geheim van een goede relatie en van baanbrekende innovaties is door de wetenschap nog steeds niet ontrafeld. Dus al ben je een whizzkid in Silicon Valley die de wereld wil veranderen, ik zou de traditie maar even de traditie laten. Gin uit de vriezer, goede vermout, citroenschil erbij: gewoon doen.
Dinsdag meldden de Soedanese autoriteiten een sterke toename van het aantal choleragevallen in het land, met 2729 gevallen en 172 doden in één week, waarbij de staat Khartoem alleen al goed was voor 90 procent van de nieuwe infecties. In Soedan, een land dat al twee jaar in oorlog is, hebben ‘drone-aanvallen stroomstoringen veroorzaakt bij waterzuiveringsinstallaties, waardoor de bevolking geen andere keus heeft dan vervuild water te gebruiken’, legt de BBC uit.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Volgens Artsen zonder Grenzen (AZG) zijn er vorige week in Khartoem ‘op één dag maar liefst vijfhonderd gevallen van cholera gemeld’, terwijl er ook andere uitbraken zijn gemeld in het noorden en zuiden van het land. Hoewel ‘de meeste mensen met cholera milde of geen symptomen hebben’, kan de ziekte ‘dodelijk zijn bij ernstige diarree’, aldus de BBC.
De staf van Joe Biden maakte zondag bekend dat de voormalige Amerikaanse president lijdt aan een agressieve vorm van prostaatkanker en botmetastasen. De 82-jarige Democraat, die samen met zijn familie behandelingsopties aan het evalueren is, had vorige week ‘aanvullende tests ondergaan na de ontdekking van een prostaatknobbel’, aldus NPR. De diagnose werd vrijdag gesteld en de kanker zou niveau negen hebben op een schaal die loopt tot tien. ‘Hoewel dit een agressievere vorm van de ziekte is, lijkt de kanker hormoonafhankelijk te zijn, waardoor de ziekte effectief kan worden behandeld’, aldus het kantoor van de voormalige president.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Onder Amerikaanse mannen is ‘prostaatkanker een van de belangrijkste doodsoorzaken door kanker en de meest voorkomende vorm van kanker, na niet-melanome huidkanker’, aldus NPR. In een bericht op zijn sociale netwerk Truth schrijft president Donald Trump dat hij en zijn vrouw Melania ‘bedroefd’ zijn door het nieuws en wenst hij ‘Joe een volledig en spoedig herstel’ toe. De voormalige president Barack Obama zei in een reactie dat zijn oud-vicepresident zou vechten ‘met de vastberadenheid en elegantie die hem kenmerken’.
Bij een experiment in de Engelse stad Coventry in de jaren zestig kregen 21 Zuid-Aziatische vrouwen radioactief brood te eten zonder dat zij daar toestemming voor hebben gegeven. Toen dit aan het licht kwam heerste er angst en woede. Maar wat is er precies gebeurd?
In 2019 had Shahnaz Akter, postdoctoraal onderzoeker aan Warwick University, het met haar zus over een documentaire die in de jaren negentig werd uitgezonden op televisie. Het ging over radioactieve experimenten op mensen, waaronder een in 1969 in Coventry, Engeland. In een onderzoek naar ijzerabsorptie werden aan 21 vrouwen chapatis gegeven met radioactieve isotopen, zonder dat zij daar toestemming voor hadden gegeven.
Akhter, die in de hechte Zuid-Aziatische gemeenschap in Coventry was opgegroeid, was verbaasd dat ze hier nog nooit over had gehoord. Ze besloot dieper in dit onderzoek te duiken en stuitte op een enquête uit 1995 van het Coventry Health Department die kort na de documentaire was uitgevoerd. De enquête onderzocht of het experiment de gezondheid van de proefpersonen in gevaar had gebracht en of er wel sprake was van geïnformeerde toestemming. Het perspectief van de vrouwen werd maar in één zin benoemd: ‘Bij de openbare bijeenkomst bleek dat twee participanten geen geïnformeerde toestemming hebben gegeven.’
Toen Akhter dit las barstte ze in tranen uit. ‘Ik moest aan mijn eigen moeder denken,’ zei ze. ‘Het was knap van deze vrouwen dat ze van zich lieten horen en dat ze tegengeluid gaven, maar hun ervaringen werden gewoon weggewuifd.’ Akhter besloot deze vrouwen en hun families te achterhalen. Maar ze twijfelde ook. Het was 2020; er heerste een pandemie en vooral etnische minderheden werden zwaar getroffen. Akhter nam contact op met haar lokale parlementslid, Taiwo Owatemi van de Labour Party. ‘Ik was geschokt,’ zei Owatemi tegen mij. ‘Ik dacht: waarom hoor ik hdit nu pas? En hoe kunnen we deze vrouwen identificeren?’ Toch twijfelde Owatemi of dit het juiste moment was om zo’n medische misstand aan het licht te brengen, zeker gezien grote vaccinatiescepsis onder etnische minderheden. Akhter besloot geen openbaar onderzoek te starten, maar voorzichtig binnen de gemeenschap te vragen of mensen misschien families kenden die hierdoor getroffen waren.
‘Ik las dit en vond het schandalig, bizar en sinister’
Het toeval wil dat Dr Louise Raw, historica en televisiemedewerker, rond die tijd een oude publicatie tegenkwam over de radioactieve chapatis. Het was een artikel uit 1995 in India Today, een follow-up over de documentaire. Opeens herinnerde Raw zich de film en ze was meteen gefascineerd. ‘Ik las dit en vond het schandalig, bizar en sinister,’ vertelt ze. Raw vond ook dat het verhaal meer aandacht verdiende – misschien een parlementaire enquête of compensatie – en begon erover te posten op sociale media. ‘Wat zijn de Britten toch hartverwarmend,’ begint haar thread op Twitter uit Augustus 2023. ‘Elke ochtend komt er een busje voorrijden bij je huis in Coventry. Een vriendelijke man brengt je een versgebakken platbrood. Dit brood is alleen voor jou, dus niet voor het hele gezin. ’s Middags komt hij langs om te kijken of je het hebt opgegeten.’ Verder beschrijft ze de centrale punten van de documentaire en de follow-up in India Today.
Het is niet gek dat het viraal ging: het was goed verwoord voor sociale media en dankzij de pandemie was vertrouwen in de medische zorg laag. Tegelijkertijd was er steeds meer bewustzijn over racisme en identiteitspolitiek. Het eerste bericht is 9000 keer gedeeld en door zeven miljoen mensen bekeken. Samenvattende TikToks leverden tienduizenden views op. Ook reguliere media zoals The Guardian, BBC en Daily Mail hadden het erover, waarbij veel artikels zich richtten op Akhter en Owatemi’s zoektocht naar deze vrouwen.
Het verhaal wakkerde angst aan in Coventry. Hoewel slechts 21 vrouwen meededen aan het onderzoek werd Owatemi gecontacteerd door tientallen mensen die doodsbang waren dat hun moeder of grootmoeder misschien een van de proefpersonen was. Kalbir, een vrouw in de zestig uit de Punjabi gemeenschap in Coventry, had het bericht ook gelezen. Ze stuurde het door naar haar familie, en even later reageerde haar zus: ‘Oh ja, mama had het daar ooit over. Dit wist je toch al?’ Kalbir kwam er tot haar verbazing achter dat, kort nadat de documentaire in 1995 op tv kwam, hun moeder had gezegd dat ze een van de proefpersonen was. Kalbir woonde toen niet thuis en niemand had er iets over gezegd tegen haar. Ze was er kapot van. Haar moeder was al twintig jaar overleden, maar Kalbir bleef achter met veel vragen: ‘Wat is er gebeurd? Was er nazorg? Wat waren de gevolgen? Heeft dit haar gezondheid beïnvloed?’ Eten werd altijd gedeeld in haar huis, en Kalbir raakte in paniek: had zij, of een broer of zus, misschien ook van de radioactieve chapati’s gegeten?
Haar moeder was al twintig jaar overleden, maar Kalbir bleef achter met veel vragen
Kalbir ziet zichzelf als een eloquente, assertieve vrouw: een echte vechter. Dus ging ze wanhopig op zoek naar de medische dossiers van haar moeder, met weinig resultaat. De praktijk van de dokter bestond niet meer en de medische geheimhoudingsplicht is na overlijden van een patiënt nog steeds van kracht. Akhter en Owatemi kwamen ondertussen niet veel verder. De medische onderzoeksraad (MRC), het orgaan dat Brits medisch onderzoek financiert en coördineert, heeft naar eigen zeggen geen documentatie over de studie, niet eens een lijst met proefpersonen. Uit vervolgonderzoek blijkt dat de vrouwen maar een heel kleine dosis straling hebben gekregen, maar niet iedereen is hiermee gerustgesteld. ‘Ik herinner me nog goed dat mijn moeder erg ziek was. Ze dacht dat ze doodging,’ zei Kalbir. ‘Zonder duidelijke informatie gaat er van alles in je hoofd rondspoken.’ Naast de angst over stralingsvergiftiging is er de verschrikkelijke gedachte dat er zonder toestemming op mensen is geëxperimenteerd.
Hoewel dit onderzoek meer dan vijftig jaar geleden plaatsvond, roept het nog steeds veel emoties op, waaronder angsten over racistische gezondheidsongelijkheid en medische misstanden. Na zoveel tijd is het moeilijk om de waarheid nog te achterhalen: wat is er precies gebeurd in Coventry in 1969?
Met goede bedoelingen
In de vroege jaren zestig woonde in Belfast een jonge ambitieuze epidemioloog genaamd Peter Elwood. Na een aantal ‘ongelooflijk fascinerende’ onderzoeksprojecten vond begon hij zijn strijd tegen een bron van veel gezondheidsklachten: bloedarmoede, ook wel bekend als anemie. Het wordt vaak veroorzaakt door ijzertekort. Bij bloedarmoede maakt het bloed niet genoeg rode bloedcellen aan, waardoor de organen te weinig zuurstof krijgen. Het leidt vaak tot vermoeidheidsklachten, maar kan ook de cognitieve ontwikkeling van kinderen remmen en onder zwangere vrouwen kan het zelfs leiden tot vroegtijdige geboorte of moedersterfte. De WHO identificeert anemie nog steeds als een wereldwijd gezondheidsprobleem.
Op een dag reed Elwood met zijn auto door Belfast en besprak hij met een collega hoe ze anemiebehandeling het beste konden verbeteren. ‘Huisartsen met pillen legden weinig zoden aan de dijk – dus hoe moesten we dit aanpakken?’ verhaalt hij. Sinds de jaren vijftig werd Brits brood veelal aangesterkt met ijzer, calcium en andere mineralen, maar er was weinig onderzoek naar of dit wel effectief was, of hoe het type ijzer of meel de absorptie beïnvloedde. ‘En zo begon dit hele vakgebied, dat tien jaar bestond en eindigde met de radioactieve chapati’s. Het begon met een idee in de auto,’ aldus Elwood. (Elwood, die nu in de negentig is, heeft een interview voor dit artikel afgewezen. Alle citaten in dit artikel zijn uit een interview met de Queen Mary University of London uit 2000).
‘Het begon met een idee in de auto’
In 1963 werd Elwood een baan aangeboden bij de epidemiologische onderzoekseenheid, een onderdeel van de MRC, en dus verhuisde hij naar Cardiff. Hij begon nieuwe onderzoeken naar ijzer in brood, vergeleek verschillende soorten meel en testte hoe de absorptie werd beïnvloed door inname van andere etenswaren. In de jaren zestig begon hij te experimenteren met een spannende nieuwe onderzoekstechniek: straling. Normaal gesproken wordt ijzerabsorptie gemeten door iemand ijzerrijk voedsel of supplementen te geven en vervolgens het bloed te testen op de hoeveelheid hemoglobine – een proces dat maanden kan duren. Met radioactieve ijzerisotopen is een volledig onderzoek een kwestie van weken of zelfs dagen. Het radioactieve element werkt als een soort label dat aan het ijzer vastzit, zodat wetenschappers precies kunnen meten wat er in het lichaam mee gebeurt. Vandaag de dag worden radioactieve tracers nog steeds gebruikt, bijvoorbeeld voor kankerdiagnoses.
Na de oorlog werd voor bijna alle medische behandelingen straling gebruikt, van artritis tot ringworm. Maar in de jaren vijftig werd duidelijk dat straling de kans op bepaalde vormen van kanker verhoogt en dat het tot onvruchtbaarheid kan leiden, dus werd het gebruik ervan ingeperkt. Toch bleven medische wetenschappers enthousiast over de snelheid en de precisie van stralingsexperimenten. Mede hierdoor – maar ook dankzij nieuwe technologieën zoals celkweek en toename van antibiotica – ontstond de gedachte dat de mens misschien wel alle ziektes zou kunnen uitroeien.
In de tijd van Elwoods ijzeronderzoek was de medische cultuur paternalistisch. De meeste dokters vonden het beter als zij zelf namens patiënten inschattingen maakten over mogelijke risico’s. Velen vonden toestemming onnodig, anderen vonden het zelfs hinderlijk voor de wetenschap. Nadat het proces van Neurenberg de verschrikkingen van de Duitse medische experimenten op kampgevangenen had blootgelegd, werden er in de Code van Neurenberg nieuwe principes opgesteld omtrent ethisch onderzoek op mensen. De eerste van tien punten luidt: ‘De vrijwillige toestemming van de proefpersoon is absoluut essentieel.’ In de Code staan ook andere principes: experimenten moeten bijdragen aan de samenleving, ze moeten door gekwalificeerde wetenschappers worden uitgevoerd, en het risico moet nooit groter zijn dan het mogelijke voordeel. Maar de code had eerst weinig effect op wetenschappers uit het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Zij vonden het meer van toepassing op kwaadaardige oorlogscriminelen en niet op hoogstaande dokters die de wetenschap wilden voortzetten. In 1964 schreef medicus Paul Beeson, die tevens professor was geweest bij Yale en Oxford, over de Neurenbergcode: ‘dit document laat prachtig zien waarom de oorlogsmisdaden verschrikkelijk waren, maar het is geen geschikte gids voor klinische wetenschap die met goede bedoelingen bedreven wordt’.
‘[De Code van Neurenberg] is geen geschikte gids voor klinische wetenschap die met goede bedoelingen bedreven wordt’
Naarmate er meer details aan het licht kwamen van onderzoeken uit de twintigste eeuw werd echter duidelijk dat het doel de middelen niet heiligt. Zo werd in het Tuskegee-experiment, dat in Alabama van 1932 tot 1972 werd uitgevoerd, de aanwezigheid van syfilis onder jonge zwarte mannen onderzocht. De deelnemers dachten dat ze voor hun ziekte behandeld werden maar kregen een placebo, zelfs nadat penicilline in de jaren veertig veelal beschikbaar was als snel, effectief medicijn. Velen zijn onnodig gestorven. Ook werden in de jaren zestig voor een vaccinonderzoek een aantal verstandelijk beperkte kinderen van de Willowbrook School in Staten Island opzettelijk met virale hepatitis besmet. Er zijn nog talloze voorbeelden uit de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Canada. Sommige van deze experimenten gebruikten straling: In de jaren vijftig werden zwangere vrouwen in Londen en Aberdeen met radioactief jodium geïnjecteerd voor onderzoek naar hun schildklier, ondanks het feit dat baby’s extra gevoelig zijn voor straling. In de jaren veertig en vijftig kreeg een aantal kinderen met een onderwijsachterstand in Massachusetts radioactieve havermout te eten bij een onderzoek naar hoe Quaker havermout werd verteerd.
In de jaren zestig trokken twee dokters aan de bel over onethische praktijken: Henry Beecher uit de VS en Maurice Pappworth uit het Verenigd Koninkrijk. Ze signaleerden twee problemen: ten eerste dat er vaak geen ruimte was om toestemming te geven voor experimenten en ten tweede dat het risico van bepaalde studies niet te verantwoorden was. ‘In hun onuitputtelijke ijver voor de wetenschap zijn veel medici het zicht op hun proefpersonen verloren. Deze mensen zijn individuen en ze hebben rechten,’ schreef Papworth in 1967.
Hoewel dit soort ingrepen omstreden waren, begon de medische wereld langzamerhand alert te worden op de risico’s van onethisch onderzoek. Deze discussie vond dus plaats terwijl Elwood in de jaren zestig ijzerabsorptie onderzocht. Toen hij radioactieve isotopen bij zijn werk betrok, waren er echter nog geen regels of richtlijnen voor het gebruik van straling op mensen. Elwood had al veel ontdekt over hoe het lichaam ijzer verwerkt. ‘[Dat waren] hele interessante studies, en ik stelde de mogelijkheid om een idee door te zetten erg op prijs,’ zei hij. Straling was simpelweg een manier om hier meer over te weten te komen.
Het onderzoek
Elwood publiceerde in 1968 een onderzoek waarin vrijwilligers – volgens Elwood voornamelijk vrienden en collega’s – een dagelijks ontbijt kregen, inclusief ijzerrijk brood. ‘Twee weken later nodigden we ze uit in Harwell om te meten hoe het ijzer door het lichaam was verwerkt,’ zei Elwood. Het Harwell-laboratorium, ook wel bekend als het Onderzoekscentrum voor Kernenergie, werd door de overheid bestuurd en stond vlak buiten Oxford. Nergens anders in het land waren er instrumenten waarmee ze zulke zwakke straling konden meten. Uit Elwoods onderzoek bleek dat eieren de ijzerabsorptie remmen, maar dat vruchtensap het juist stimuleert. Dit kwam onder de aandacht van de media, ook in de Verenigde Staten. Dit onderzoek is tot op de dag van vandaag leidend – mijn dokter schreef mij laatst ijzerpillen toe en zei nog dat ik ze met sinaasappelsap moest innemen.
Dankzij dit daverende succes werd Elwood toegelaten tot het Comité IJzertekort bij de WHO. ‘Een van de eerste dingen die ik bij het comité te horen kreeg was dat mijn onderzoek naar brood interessant was, maar ook vrij irrelevant voor de landen waar anemie een groot probleem is. Daar eten ze namelijk vooral chapati’s of tortilla’s,’ vertelt Elwood. ‘Ze zeiden: “We weten niet wat fermentatie met ijzer doet. Zou u dit onderzoek kunnen herhalen met chapati’s?”’
Elwood huurde dus een Indiase huisvrouw in om in Cardiff aan een aantal Welse huisvrouwen te leren hoe ze chapati’s moesten bakken. Met ijzerrijk meel maakten ze tweehonderd chapati’s, die ze vervolgens invroren. Ondertussen zocht Elwood naar deelnemers: Zuid-Aziatische vrouwen met een traditioneel dieet. Uiteindelijk stuitte hij op Coventry, waar zich een gemeenschap bevond van immigranten uit Punjab, een regio in India. Elwoods team verkaste zich naar een huisartsenpraktijk in Foleshill, het centrum van de Zuid-Aziatische gemeenschap in Coventry, om mogelijke proefpersonen te identificeren.
Zij dachten dat dit dieet hun zou genezen, of ten minste zou helpen bij een diagnose
Dokter Shah, de huisarts die de vrouwen naar het onderzoek doorverwees, was alom bekend in Foleshill. Kalbir herinnert zich een vriendelijke man die patiënten vaak thuis bezocht. Wat Shah precies aan de 21 doorverwezen vrouwen vertelde is cruciaal maar omstreden, en we kunnen het hem niet meer vragen aangezien hij al een aantal jaar dood is. Het is echter wel duidelijk geworden dat minstens twee van deze vrouwen Shah om advies vroegen – een had last van artritis en een ander van migraine – en dat zij dachten dat dit dieet hun zou genezen, of ten minste zou helpen bij een diagnose. Kalbir was zeven jaar oud in 1969 en ze heeft dus geen idee wat er aan haar moeder werd verteld, maar ze betwijfelt zeer dat haar moeder precies wist wat er op het spel stond. ‘Een dokter kon je vertrouwen,’ zei ze.
Nadat ze door Shah geïdentificeerd waren, werden de vrouwen naar Elwoods team doorverwezen. Volgens een enquête van MRC werden alle vrouwen bezocht door een teamlid – vaak Elwood zelf – dat het doel van het onderzoek uitlegde en ze op de hoogte stelde van de lage dosis straling. De vrouwen zouden elk een brief hebben ontvangen waarin stond dat ze radioactieve isotopen zouden innemen om hun ijzerabsorptie te testen. (Toen ik deze brieven wilde inzien zei het MRC dat er geen documenten over dit onderzoek in het archief aanwezig zijn.) Maar er was een probleem. De brieven en gesprekken waren allemaal in het Engels, terwijl de meeste vrouwen enkel Punjabi of Pothwari spraken, en sommigen helemaal niet konden lezen.
‘We kwamen op bezoek bij Aziatische mensen die wantrouwig waren en bovendien geen Engels spraken,’ zei Janie Hughes, een onderzoeker die met Elwood naar Coventry kwam. (Alle citaten van Hughes komen uit een interview met Mary Queen University of London uit 2000). Vandaag de dag moet iedereen die meedoet aan een medisch onderzoek schriftelijke toestemming geven, en moeten er professionele tolken aanwezig zijn voor mensen die geen Engels spreken. Dit gold niet in de jaren zestig.
Als er vertaalproblemen waren of als Butt er niet was, sprongen de kinderen van de vrouwen bij
Soms kwam Mrs Butt, een lokale thuiszorg, met het team mee om te vertalen. Ze sprak Punjabi maar ze was geen professionele tolk. Als er vertaalproblemen waren of als Butt er niet was, sprongen de kinderen van de vrouwen bij. Het is uiteraard niet ideaal om medische informatie door kinderen te laten vertalen, zeker als er onbekende termen zoals ‘radioactieve isotopen’ bij komen kijken. Hughes weet nog dat taal een groot probleem was voor Elwood. ‘Hij probeerde alles duidelijk te maken. Ethisch gezien moet je wel toestemming hebben, zeker als je bloed opneemt, en dan vroeg je je wel af: snappen ze wel waar ik het over heb?’ Later voegde ze toe: ‘Kan je je voorstellen dat je dit moet uitleggen aan iemand die alleen Urdu spreekt?’ (De vrouwen spraken geen Urdu, de lingua franca van Pakistan.)
Ondanks deze vertaalproblemen en het gevaar dat de vrouwen niet wisten wat er aan de hand was, ging het onderzoek toch door. Vier dagen lang werden er ’s ochtends radioactieve chapati’s bezorgd en werden de vrouwen verzocht er elk een te eten. Een paar uur later kwam Tom Benjamin, een onderzoeker bij Elwoods team, bij alle 21 vrouwen langs om te controleren of ze de chapati’s hadden opgegeten en te vragen wat ze nog meer hadden gegeten en gedronken. Zeventien dagen later kregen de vrouwen een rit van anderhalf uur naar het Harwell-laboratorium voor wat tests. 31 jaar later spreekt Elwood van een zeer aangename reis naar Harwell: ‘Tom Benjamin had heel erg zijn best gedaan om de vrouwen welkom te heten en ze op hun gemak te stellen. Hij had een uitstapje georganiseerd zodat ze op die dag in Harwell ook nog wat leuks konden zien,’ zei hij. ‘Hij nam ze mee naar Oxford om de universiteit te laten zien en om een kopje thee te drinken. Onderweg naar Harwell waren er trouwens ook theepauzes. Ik heb het gevoel dat ik twintig nieuwe vrienden heb gemaakt bij dat project. Het was heel gezellig.’
Dit verhaal is niet te verifiëren, maar het laboratorium moet op zijn minst een vreemde plek zijn geweest voor deze vrouwen. Kalbir stelt zich niet graag voor hoe haar moeder door dat grote gebouw in de buitenwijken van Oxford wandelt. ‘Ik denk dat het heel eng voor ze was,’ zei ze. ‘Het bestaan in Engeland was al zwaar.Racisten vielen ons huis aan, we werden op straat lastiggevallen en dan doet het systeem ze ook nog zoiets aan.’
In 1970 werd het onderzoek gepubliceerd en het bleek dat er weinig verschil in ijzerabsorptie was tussen het gefermenteerde chapatimeel en broodmeel. De resultaten werden niet met de vrouwen gedeeld en er is niemand meer langsgekomen om hun gezondheid te controleren na het stralingsonderzoek. Dit was toentertijd de norm en de onderzoekers achtten de kans op gezondheidsklachten klein. ‘Iedereen was het alweer vergeten,’ zei Elwood. Pas na 26 jaar doken de feiten weer op.
De documentaire
Toen documentairemaker John Brownlow in de jaren negentig naar een nieuw onderwerp op zoek was, stuitte hij op een verhaal uit de Verenigde Staten. Eileen Welsome had onlangs een Pulitzer Prize gewonnen voor haar reportage over stralingsexperimenten op mensen, waarbij ze de slachtoffers had opgezocht om aan al het leed een gezicht te geven. De experimenten had ze onderverdeeld in twee categorieën. De eerste was de militaire categorie, waarbij de straling uit kernwapens zonder toestemming op mensen werd getest om te kijken hoe het lichaam erop reageerde. Een van de meest schokkende voorbeelden kwam voor tussen 1945 en 1947, een test waarbij achttien (voornamelijk arme of laagopgeleide) ziekenhuispatiënten uit de hele Verenigde Staten een plutoniuminjectie kregen. De tweede categorie bestaat uit studies die een oprecht medisch doel hadden – bijvoorbeeld ijzerabsorptie of het functioneren van de schildklier – maar nog steeds zonder toestemming een groot risico vormde. Zo vond er in de jaren veertig een experiment plaats waarbij een kliniek in Nashville 849 zwangere vrouwen radioactieve ijzerisotopen toediende om ijzerabsorptie in de baarmoeder te onderzoeken. Het ziekenhuis houdt vol dat het veilige doses betrof, maar alle vormen van straling zijn schadelijk voor een ongeboren kind. Welsome kwam erachter dat het kind van een van deze vrouwen, dat deze straling in de baarmoeder ondervonden had, later aan een zeldzame vorm van kanker was gestorven.
Met financiële steun van Channel 4 stelde Brownlow een klein team samen om te kijken of er ook in het Verenigd Koninkrijk soortgelijke experimenten zijn gedaan. Ze hebben zich een weg gebaand door openbare documenten en wetenschappelijke studies, op zoek naar gegevens over de kernlaboratoria in het Verenigd Koninkrijk. Ze hebben verschrikkelijke experimenten ontdekt. In de jaren vijftig werden voor het zogeheten Project Sunshine lichaamsdelen van dode kinderen naar de Verenigde Staten gestuurd, zonder toestemming van de ouders, om de effecten van kernsplijting op mensenbotten te testen. Veel studies die Brownlow vond, leken erg op die van Welsome in Nashville. In Aberdeen, Liverpool en Londen werd onderzoek gedaan naar schildklierfunctie, ijzerabsorptie en de placenta van zwangere vrouwen. De vrouwen kregen radioactieve pillen of injecties zonder dat het risico aan hen werd uitgelegd, of zonder ook maar enige informatie.
Brownlow’s oog viel op een titel: IJzerabsorptie met chapati van tarwebloem. ‘Ik dacht: wat is dit?’ vertelt hij. Samen met Sukhbender Singh, een lokale journalist uit Punjab, wist het team een van de proefpersonen te vinden: een vrouw genaamd Pritam Kaur. De filmmakers besloten het gesprek met haar gezin met een open blik aan te gaan. ‘Misschien zouden ze wel zeggen: “De wetenschappers hebben het helemaal uitgelegd,”’ zei hij tegen mij. ‘Maar of dat was niet zo, of ze begrepen me niet goed.’
‘Mijn moeder zei dat als ze ervan geweten had, ze dat nooit had opgegeten’
Kaur vertelde dat ze met migraine naar haar huisarts was gegaan, die zei dat het misschien door bloedarmoede kwam. In de documentaire is Kaur een oude vrouw en ze ziet er kwetsbaar uit. Ze zit op de bank naast haar zoon, die voor haar vertaalt: ‘Hij zei dat we met deze chapati kunnen uitzoeken wat eraan scheelt. Hij legde uit: “Er komt dagelijks iemand bij je langs met wat chapati’s. Eet die op, dan nemen we je mee en kijken we wat er aan de hand is.”’ Kaur onderbreekt hem in het Punjabi en haar zoon voegt toe: ‘Mijn moeder zei dat als ze ervan geweten had, ze dat nooit had opgegeten.’
Dit was niet het allerergste dat Brownlow in Coventry had ontdekt. In Wales had hij een echtpaar ontmoet dat hun baby niet voor haar begrafenis kon aankleden omdat de botten in haar benen waren meegenomen voor Project Sunshine. Het chapati-experiment had tenminste nog een duidelijk, gunstig doel: onderzoek naar het bestrijden van bloedarmoede, maar de manier waarop het experiment was ondernomen kwam overeen met andere studies die Brownlow vond. ‘Het ging om kwetsbare groepen – in dit geval een gemeenschap die moeite had met de Engelse taal – wiens toestemming door anderen werd bepaald,’ vertelde hij mij.
De documentaire Deadly Experiments ging op 6 Juli 1995 op Channel 4 in première. Eerst behandelt de film de oorsprong van nucleair onderzoek in kernwapenontwikkeling. In de tweede helft gaat het over experimenten in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk waarbij mensen zonder toestemming aan kernstraling werden blootgesteld. Elwood werd gecontacteerd voordat de film op televisie kwam maar hij komt niet in de documentaire voor. Toen hij hem bekeek was hij ‘zeer skeptisch’. In de documentaire klinkt er onheilspellende muziek en worden er af en toe beelden getoond van paddenstoelenwolken, om het verband tussen straling en kernwapens te benadrukken. Tijdens het kijken zei Elwoods schoondochter, telkens als deze beelden te zien waren: “Kijk, daar gaat weer zo’n chapati!”
Sindsdien is Elwood overgegaan op ander onderzoek, en heeft hij veel aanzien gekregen. Zijn team heeft onder andere een belangrijke doorbraak gemaakt door te bewijzen dat de dagelijkse inname van aspirine na een hartaanval van levensreddend belang kan zijn. Het was dus ook schokkend om zijn eerdere onderzoek in zo’n kwaad daglicht te zien. Het Coventry-experiment wordt helemaal aan het einde van de documentaire behandeld en het segment duurt maar vijf minuten. Elwood keek verbijsterd toe terwijl er ‘buitengewone beweringen’ werden gedaan over zijn onderzoeksmethode. Kaurs verhaal wisselt zich af met een interview met een woordvoerder van het MRC, die beweert dat er toestemming was gegeven en dat ‘wanneer er taalproblemen waren’, het gesprek dan werd voortgezet ‘met hulp van een familielid dat Engels sprak.’ Weg van de camera zegt Brownlow tegen de MRC-beambte dat een van de vrouwen beweert dat zij nooit van enige straling afwist. ‘Dat is toch duidelijk onethisch?’ zegt hij. De beambte antwoordt: ‘Als dit waar is, dan is dat inderdaad onethisch.’
‘Mensen waren in paniek. Ze dachten dat het hen ook zou overkomen’
Na de documentaire waren er nieuwsitems en politieke debatten, maar er heerste ook angst. ‘Mensen waren in paniek. Ze dachten dat het hen ook zou overkomen,’ zegt Brownlow. Het verhaal uit Coventry werd herhaald in de Indiase media. India Today interviewde de dochter van Danti Sohanta, Kaurs buurvrouw, die zei dat ze doorverwezen werd nadat ze naar de huisarts ging met artritisklachten. ‘De dokter zei tegen haar: “U wordt vast weer beter als u dit dieet volgt,”’ aldus haar dochter. ‘Ze geloofde hem. In die tijd trok je een dokter niet in twijfel. In dit artikel wordt ook een vreemd moment beschreven. Paul Fawcett, een woordvoerder voor MRC, beweert dat er ‘met de dokter altijd een zorgverlener meekwam die Gujarati sprak’. De journalist wees hem erop dat de vrouwen Punjabi spraken, geen Gujarati. (Gujarat ligt op duizend kilometer afstand van Punjab.) ‘Fawcett las zijn aantekeningen even door en herhaalde vervolgens wat hij zei,’ aldus het artikel.
Te midden van alle onrust richtte de gemeente van Coventry een hulplijn op voor bezorgde bewoners en stelde de gezondheidsautoriteit van Coventry een onderzoek in. Elwood vond het een pijnlijke ervaring. ‘Ik ging naar Coventry en het hoofd van de medische dienst zei tegen mij: “Laten we via de achterdeur naar binnen gaan. Er is een menigte aan journalisten en Aziaten, en ze hebben het op je gemunt – het zijn heel lastige types,”’ vertelt hij. Elwood gaf wat uitleg over het experiment voordat hij vragen beantwoordde. ‘Een aantal mensen werd heel agressief,’ zei hij. Een Aziatische man ‘sloeg met zijn vuist op tafel en riep dat ik samenspande met het ministerie van Defensie, dat deze arme vrouwen gedupeerd zijn, dat ik ze had bedrogen… dat ze allemaal gezondheidsklachten hadden. Maar ze waren allemaal in de tachtig, en er waren ook al een paar vrouwen overleden. Alles wat er aan die vrouwen mankeerde werd mij toegeworpen.’
Elwood was duidelijk niet op zoveel woede voorbereid. Hij betwistte zelfs dat de vrouwen nauwelijks Engels konden, maar dit was toen al bevestigd. ‘Ze zeiden dat deze vrouwen laaggeletterd waren, en dat ik ze expres had uitgekozen zodat ze er niets van zouden begrijpen,’ zei hij. ‘Nou, ik heb brieven van een stuk of drie vrouwen waarin ze mij bedanken voor het interessante onderzoek, allemaal in uitstekend Engels.’ (Ik heb MRC gevraagd of Elwood deze brieven nog steeds bezit, maar zij beweren dat hij geen enkel contact heeft onderhouden omtrent dit onderzoek.)
‘Ze zeiden dat (…) dat ik ze expres had uitgekozen zodat ze er niets van zouden begrijpen’
Elwood heeft dan geen prettige ervaring gehad, toch gaf het rapport van de gezondheidszorg in Coventry hem groot gelijk. De conclusie was dat hij aan alle ethische standaarden van die tijd had voldaan, en dat de dosis straling – volgens een onafhankelijke expert – erg laag was: ongeveer gelijk aan één röntgenfoto in die tijd. Het rapport levert kritiek op de documentaire, dat deze namelijk ‘onnodige paniek heeft gezaaid onder Aziatische mensen in Coventry’. Er ontbrak alleen één ding aan het rapport: de stem van de proefpersonen. Volgens het rapport heeft MRC geen overzicht meer van de vrouwen die meededen aan het experiment. Daardoor hebben ze alleen maar met ‘de weinige’ vrouwen kunnen spreken die na de documentaire contact hebben opgenomen. Het is niet duidelijk hoe, en of, MRC contact met de vrouwen heeft gezocht, maar Kalbirs moeder heeft hier niets over gehoord en wist niet dat dit onderzoek gaande was. De vrouwen worden één keer genoemd: een zin waarin staat dat twee vrouwen zich niet kunnen herinneren of ze toestemming hebben gegeven.
In de nasleep van de documentaire is de MRC een eigen enquête begonnen waarin alle MRC-experimenten die in de film voorkomen zijn onderzocht. Het onderzoek werd in 1998 gepubliceerd en de conclusie was dat alle experimenten helemaal conform de regels van die tijd zijn gegaan. De vrouwen zijn hierbij opnieuw over het hoofd gezien; er stond in het rapport dat ‘hoewel er veel kanalen zijn gebruikt’, niemand zich heeft gemeld. De wetenschappers hadden het experiment aan de vrouwen uitgelegd – wat niet gebruikelijk was – dus wordt Elwood in het rapport beschreven als ‘een zeer integere wetenschapper’, en was dit ‘een voorbeeldige studie waarbij de onderzoeksstandaarden hun tijd ver vooruit waren’. Het rapport benoemt ook het gebrekkige Engels van sommige vrouwen, en het feit dat kinderen soms voor ze vertaalden: ‘het is mogelijk dat, ondanks de goede bedoelingen van het team, de vrouwen de volledige details van de studie niet helemaal hebben begrepen’. Dit wordt verder niet veel besproken, behalve dat ‘men de behoeften van proefpersonen uit etnische minderheden nu over het algemeen beter begrijpt, en daar dus ook voorzichtiger mee omgaat.’
In de Verenigde Staten begon de regering onder Bill Clinton als gevolg van Eileen Welsome’s reportage een volledige enquête naar menselijk stralingsonderzoek. Clinton bood slachtoffers zijn excuses aan en na een aantal collectieve rechtszaken volgde er compensatie. Hier zaten zaken tussen die veel weg hadden van het chapati-experiment en andere soortgelijke onderzoeken die Bronlow in het Verenigd Koninkrijk had ontdekt. Dit waren experimenten die een relatief goedaardig medisch doel hadden en waar het probleem niet zozeer om radioactieve schade ging, maar om het gebrek aan toestemming. De zwangere vrouwen in Nashville hebben meer dan 10 miljoen dollar ontvangen, dit terwijl hun stralingsdosis relatief laag was. Een vervolgonderzoek toonde aan dat er een ‘klein maar statistisch onbeduidend’ hoger aantal kankerpatiënten onder de kinderen was. Een aantal van de leerlingen uit Massachusetts die radioactieve havermout hadden gegeten hebben een schikking van 1,85 miljoen dollar ontvangen, hoewel er opnieuw uit onderzoek bleek dat er relatief kleine doses straling bij kwamen kijken.
In het Verenigd Koninkrijk waren er geen vervolgstudies over de potentiële schade, geen rechtszaken, geen compensatie. Niet eens een verontschuldiging.
De lege archieven
Toen het Coventry-experiment in 2023 weer onder de aandacht kwam, riep men op tot een openbare enquête en compensatie voor de vrouwen. Dit is alleen moeilijk te bewerkstelligen: zelfs basisfeiten, zoals de namen van de vrouwen, zijn nauwelijks toegankelijk. In 1995 zei MRC al dat ze deze informatie niet hadden. ‘Als wetenschapper vind ik dat erg vreemd,’ zei Owatemi, die, voordat ze de politiek inging, zelf wetenschapper is geweest. ‘Deze onderzoeker leeft nog, en ik geloof er niets van dat MRC dit zomaar uit zijn archief zou halen.’ (MRC heeft hierop gereageerd, en heeft mij beleidsdocumenten getoond waarin staat dat medisch onderzoek twintig jaar wordt bewaard, en recentere GDPR-regels die voorschrijven om data niet langer dan nodig te bewaren.)
Het achterhalen van de identiteit van deze vrouwen is een moeizaam proces. Akhter, de onderzoeker bij de Warwick-universiteit, heeft contact met een aantal families die vermoeden dat hun moeder of grootmoeder bij het experiment betrokken was, en is van plan ze hierover te interviewen. MRC is een eigen onafhankelijk onderzoek gestart naar het Coventry-experiment en andere soortgelijke proeven ‘waarbij het onderzoeksproces, en specifiek toestemmingsprocedures, niet aan hedendaagse ethische standaarden voldoen (maar eventueel wel aan de standaarden toentertijd)’. Ze hebben een team van de Universiteit van Leicester gevraagd om de gezinnen en de bredere gemeenschap te interviewen met blik op ‘vertrouwen binnen gemeenschappen van etnische minderheden’. Owatemi hoopt erop dat ze de vrouwen kan identificeren zodat er officiële excuses en een morbiditeitsonderzoek naar de gezondheidsgevolgen kunnen plaatsvinden.
In de jaren negentig hebben MRC-woordvoerders herhaaldelijk gezegd dat een vervolgonderzoek naar de vrouwen geldverspilling zou zijn aangezien de stralingsdoses zo laag waren. ‘Ik ben boos, gefrustreerd en bang,’ zei Kalbir tegen mij. ‘Ik eis antwoorden en gerechtigheid.’ Het chapati-verhaal is door de jaren heen meermaals onder de aandacht gekomen, en inmiddels staat het symbool voor iets veel groters. ‘Deze vrouwen hadden het zwaar in Engeland,’ zei Kalbir. ‘Ze begrepen de wetenschap en de medische wereld niet. Ze vertrouwden er blindelings op. Dit had nooit mogen gebeuren.’
Het voertuig zal basiszorg verlenen aan kinderen in Gaza
Een pausmobiel van de recent overleden paus Franciscus wordt omgebouwd tot een kinderapotheek in Gaza. ‘Er wordt al aan gewerkt’ om het kleine witte voertuig om te bouwen, aldus Caritas, de humanitaire tak van het Vaticaan, in een verklaring. De auto staat momenteel in Bethlehem, op de Westelijke Jordaanoever, waar de paus hem in 2014 achterliet als geschenk na een officieel bezoek, aldus de Italiaanse media Il Post.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De kleine mobiele apotheek – een project dat de paus tijdens zijn leven steunde – zal worden uitgerust met hechtsets, spuiten, zuurstof en vaccins die in een minikoelkast worden bewaard. Het voertuig, uitgerust met een chauffeur, zal worden beheerd door een team van artsen. ‘Wanneer de humanitaire corridor met Gaza weer opengaat’, zal het voertuig dat ter beschikking is gesteld aan Caritas Jeruzalem ‘klaarstaan om basiszorg te verlenen aan kinderen’, aldus de organisatie.
Dagelijkse blootstelling aan DEHP, een specifiek ftalaat dat in veel huishoudelijke artikelen van plastic voorkomt, ‘zou in 2018 alleen al wereldwijd verantwoordelijk kunnen zijn geweest voor ruim 356.000 sterfgevallen door hartziekten’, aldus onderzoek dat dinsdag in het tijdschrift The Lancet eBioMedicine is gepubliceerd. Volgens de auteurs van het onderzoek vertegenwoordigt dit ‘meer dan 13 procent van de wereldwijde sterfte door hartziekten in 2018 onder mannen en vrouwen tussen de 55 en 64 jaar’.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Driekwart van de sterfgevallen vond plaats in het Midden-Oosten, Zuid- en Oost-Azië en de Stille Oceaan. Mensen in landen met een hoog inkomen worden minder aan deze stoffen blootgesteld. De onderzoekers benadrukken dat er ‘al decennia’ verbanden zijn gelegd in onderzoeken tussen gezondheidsproblemen en blootstelling aan ftalaten ‘in cosmetica, schoonmaakmiddelen, oplosmiddelen, plastic buizen en insecticiden’.
‘Een belangrijke mijlpaal,’ aldus de WHO-directeur-generaal
Na meer dan drie jaar onderhandelen hebben de lidstaten van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) woensdag met consensus een ‘historische’, wettelijk bindende wettekst goedgekeurd die voorziet in een versterking van de bescherming tegen nieuwe ziekteverwekkers, aldus Al-Jazeera. ‘Deze avond markeert een belangrijke mijlpaal in onze gezamenlijke reis naar een veiligere wereld,’ zei Tedros Adhanom Ghebreyesus, de directeur-generaal van de WHO.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De onderhandelingen boekten dinsdag echter minder vooruitgang dan verwacht, na een onderbreking van drie dagen. Het belangrijkste struikelblok was de overdracht aan ontwikkelingslanden van technologie waarmee gezondheidsproducten kunnen worden geproduceerd die pandemieën kunnen tegengaan, zoals vaccins. Het was vooral deze kwestie die de ergernis van de armste landen opwekte tijdens de covid-19-pandemie, toen ze zagen dat rijke landen doses vaccins oppotten zonder dat ze zelf daartoe in staat waren bij gebrek aan de daarvoor vereiste technologie.
Washington ‘nam geen deel aan de meest recente onderhandelingsronden’, aangezien Donald Trump in februari een decreet uitvaardigde om het Amerikaanse lidmaatschap van de WHO op te zeggen, zoals Al-Jazeera opmerkt.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.