Onder druk van de grote babymelkschaarste in het land heeft de Amerikaanse president woensdag een nieuw actieplan aangekondigd onder de naam Operation Fly Formula, meldt The Wall Street Journal. Hiermee kunnen commerciële luchtvaartmaatschappijen worden gemobiliseerd om zuigelingenvoeding in andere landen op te halen.
De regering-Biden wil ook gebruikmaken van de Defense Production Act, een wet die is overgeërfd van de Koreaanse oorlog, om de producenten te verplichten hun ingrediënten bij voorrang te leveren aan de Amerikaanse fabrikanten van zuigelingenmelk.
Begin mei was in 43 procent van de winkels die normaal babyvoeding verkopen, het product niet op voorraad, volgens Datasembly, een bedrijf dat productgegevens levert. De crisis treft armere gezinnen onevenredig hard. Bijna de helft van de babyvoeding in de VS wordt gekocht in het kader van een ondersteuningsprogramma dat bedoeld is om gezinnen met een laag inkomen te helpen. Nu deze producten niet geleverd konden worden, moeten gezinnen naarstig op zoek naar alternatieven, schrijft The Guardian.
Veganistische dieet zorgt voor lagere bloedsuikerspiegel
Een veganistisch dieet kan mensen met overgewicht of diabetes type 2 helpen gewicht te verliezen en hun bloedsuikerspiegel te verlagen, zo blijkt uit onderzoek dat The Guardianaanhaalt. Een meta-analyse toonde aan dat het volgen van een veganistisch dieet gedurende drie maanden het lichaamsgewicht met gemiddeld ongeveer 4,1 kg verminderde in vergelijking met gecontroleerd diëten, en ook de bloedsuikerspiegel verlaagde. Er was weinig of geen effect op de bloeddruk of op het gehalte aan cholesterol of triglyceriden, een type vet.
De gegevens zijn afkomstig van elf gerandomiseerde onderzoeken waaraan 796 mensen deelnamen die overgewicht hadden met een body mass index (BMI) van ten minste 25, of die diabetes type 2 hadden. De resultaten werden gepresenteerd op het Europees Congres over Obesitas.
Veganistische diëten leiden tot gewichtsverlies omdat ze gepaard gaan met een verminderde calorie-inname
Anne-Ditte Termannsen, van diabetescentrum Steno in Kopenhagen, die het onderzoek leidde, verklaarde dat ‘veganistische diëten waarschijnlijk leiden tot gewichtsverlies omdat ze gepaard gaan met een verminderde calorie-inname als gevolg van een lager vetgehalte en een hoger gehalte aan voedingsvezels’.
Uit een tweede onderzoek, dat op de conferentie in Maastricht werd gepresenteerd, bleek dat vrouwen tijdens het eerste jaar van de covid-19-pandemie meer kans hadden om aan te komen dan mannen. Bij beide geslachten hadden mensen onder de vijfenveertig jaar meer kans op extra kilo’s dan oudere leeftijdsgroepen.
Slechte slaap kan pogingen om gewichtsverlies te behouden ondermijnen. Dat wijst onderzoek dat The Guardian aanhaalt uit. Miljoenen mensen met overgewicht of obesitas slagen er elk jaar in om gewicht te verliezen. Maar velen hebben daarna moeite om de kilo’s niet langzaam terug te laten kruipen. De resultaten van een gerandomiseerd onderzoek, dat werd uitgevoerd door de Universiteit van Kopenhagen en gepresenteerd op het Europees Congres over Obesitas, wijzen erop dat een beter en langer slaappatroon kan helpen om het gewicht voorgoed te laten verdwijnen.
Niet genoeg slaap wordt ook in verband gebracht met diabetes, ontstekingen en hartziekten
Het is bekend dat te weinig slaap of slaap van slechte kwaliteit het risico op een hoge bloeddruk, een hoog cholesterolgehalte en de vorming van vetafzettingen in de slagaders verhoogt. Niet genoeg slaap wordt ook in verband gebracht met diabetes, ontstekingen en hartziekten. Wetenschappers raken er steeds meer van overtuigd dat een slechte nachtrust kan bijdragen aan gewichtstoename na gewichtsverlies.
Uit eerder onderzoek is gebleken dat meer dan een derde van de volwassenen in het VK en de VS niet genoeg slaap krijgen, wat grotendeels te wijten is aan een groot aantal factoren in het moderne leven, waaronder stress, computers en het vervagen van de grenzen tussen werk en privéleven.
Voorzitter FIFA betwist onderzoek van The Guardian
Gianni Infantino, sinds 2016 voorzitter van FIFA (Fédération Internationale de Football Association), heeft op een conferentie in Los Angelos gereageerd op geruchten over migranten die worden gedwongen te werken aan de bouw van nieuwe stadions en over het aantal arbeiders dat op deze bouwplaatsen is omgekomen: 6500, volgens een gepubliceerd onderzoek in The Guardian.
Qatar is later dit jaar gastheer van het Wereldkampioenschap voetbal. Duizenden migranten worden ingezet voor projecten die met het toernooi te maken hebben, zoals de bouw van stadions en de beveiliging. De rol die de FIFA naar verluidt speelt bij het mogelijk maken van de uitbuiting van migranten is stelselmatig bekritiseerd door organisaties als Amnesty International, dat recentelijk verklaarde dat sommige WK-arbeiders ‘dwangarbeid’ hebben moeten verrichten.
‘Het is geen liefdadigheid’
‘Laten we één ding niet vergeten als we over dit onderwerp spreken’, zei Infantino op het Milken Institute, geciteerd door The Athletic. ‘Wanneer je iemand werk geeft, zelfs in moeilijke omstandigheden, geef je hem waardigheid en trots. Het is geen liefdadigheid.’
Ook ging hij in op het onderzoek van The Guardian: ‘Wat betreft de bouw van de WK-stadion: we onderzoeken al deze zaken met behulp van externe partijen. Het zijn drie personen die zijn overleden. Dat is drie te veel, maar het zijn er geen zesduizend.’
Infantino erkent dat de verschillende controverses rond de wedstrijd ‘een schaduw hebben geworpen op de voorbereiding’ van het evenement.
De machtigste leden van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) verklaarden dinsdag dat zij een overeenstemming hebben bereikt over een voorstel tot de vrijstelling van de intellectuele-eigendomsrechten voor Covid-19-vaccins, in de hoop de wereldwijde uitrol ervan te versnellen, meldt The Guardian. De directeur-generaal van de WTO, Ngozi Okonjo-Iweala, heeft sinds zij in 2021 in functie trad van vaccinatiegelijkheid haar topprioriteit gemaakt.
Het voorstel van de zogenaamde Quad (de Europese Unie, India, Zuid-Afrika en de Verenigde Staten) moet nog aan de voltallige Raad worden voorgelegd, maar China heeft aangegeven dat het bereid is voor te stemmen. Als het voorstel wordt aangenomen, zouden de ontwikkelingslanden Covid-vaccins kunnen produceren zonder licenties te hoeven betalen aan Pfizer, Moderna en andere farmaceutische bedrijven.
Meer dan dertig landen hebben minder dan 10 procent van hun bevolking ingeënt
De vaccinatiegraad in rijke landen ligt nu tussen 70 procent en 90 pocent, en in veel landen wordt gesproken over een vierde ronde injecties. In armere landen blijft de vaccinatiegraad laag, als gevolg van de kosten en een gebrek aan aanbod. Meer dan dertig landen hebben minder dan 10 procent van hun bevolking ingeënt, volgens de Multilateral Leaders Taskforce on Covid-19.
Kane Tanaka, de Japanse vrouw die erkend was als de oudste persoon ter wereld, is op 119-jarige leeftijd overleden. Tanaka wilde graag 120 worden, maar is enkele maanden voor haar verjaardag gestorven, schrijft South China Morning Post. De Japanse vrouw, geboren op 2 januari 1903, stierf van ouderdom op 19 april in een ziekenhuis in Fukuoka, haar geboortestad in het zuiden van Japan waar ze haar hele leven doorbracht.
In 2019, toen ze 116 jaar oud was, riep het Guinness Book of Records haar uit tot de oudste persoon ter wereld. Gevraagd naar haar lange levensduur, zei ze dat lekker eten, koolzuurhoudende drankjes, en blijven leren haar geheimen waren. Ze hield ook erg van chocolade.
EU wil grootschalig verbod op ziekmakende chemicaliën
Duizenden potentieel schadelijke chemische stoffen zouden binnenkort in Europa verboden kunnen worden op grond van nieuwe beperkingen, bericht The Guardian. Het Europees Milieubureau (EEB) heeft het over ’s werelds ‘grootste verbod op giftige chemische stoffen ooit’.
Eerder dit jaar verklaarden wetenschappers dat de chemische verontreiniging een ‘planetaire grens’ had overschreden, wat de ineenstorting van wereldwijde ecosystemen als gevolg zou kunnen hebben. Schadelijke chemische stoffen zouden walvissoorten op de rand van uitsterven brengen. Ook zoude deze stoffen de oorzaak zijn van de dalende menselijke vruchtbaarheidscijfers en 2 miljoen sterfgevallen per jaar.
Het is voor het eerst dat een plan zich richt op hele klassen van chemische stoffen
In de maandag gepubliceerde ‘routekaart’ van de EU wordt gebruikgemaakt van bestaande wetten om giftige stoffen te verbieden die in verband worden gebracht met kanker, hormonale verstoring, reprotoxische aandoeningen, zwaarlijvigheid, diabetes en andere ziekten.
Het is voor het eerst dat een plan zich richt op hele klassen van chemische stoffen, aldus The Guardian. Stoffen die op de lijst staan voor een verbod zijn bijvoorbeeld alle vlamvertragers, bisfenolen, PVC-plastics, giftige chemicaliën in luiers voor eenmalig gebruik en PFAS, die ook wel ‘forever chemicals’ worden genoemd vanwege de lange tijd die ze nodig hebben om op natuurlijke wijze af te breken.
Ruim 23 miljoen jonge kinderen in Afrika ontvangen vaccinaties
Ruim 23 miljoen jonge kinderen in zuidelijk Afrika krijgen vaccinaties tegen wilde polio aangeboden nu voor het eerst sinds 1992 een uitbraak van het virus is geconstateerd in Malawi, meldt The Guardian. In Lilongwe, de hoofdstad van Malawi, werden afgelopen zondag kinderen onder de vijf jaar ingeënt als onderdeel van onmiddellijke actie tegen de ziekte. De komende vier maanden zullen vaccins worden aangeboden aan kinderen elders in Malawi en in Mozambique, Tanzania, Zambia en Zimbabwe.
Vorige maand registreerde Malawi het eerste geval van wilde polio in dertig jaar, en het eerste in Afrika sinds de regio in 2020 vrij werd verklaard van het inheemse, natuurlijk voorkomende poliovirus. Tot nu toe is er één geval ontdekt.
’Ter ondersteuning van Malawi en zijn buren handelen we snel om deze uitbraak een halt toe te roepen en de dreiging de kop in te drukken met effectieve vaccinaties’, aldus Matshidiso Moeti, regionaal directeur voor Afrika bij de Wereldgezondheidsorganisatie.
Consent, oftewel nadrukkelijke instemming, wordt afgeschilderd als de oplossing voor maatschappelijke problemen als seksueel geweld en #MeToo. Maar wat als het gebod ‘weet wat je wilt’ gewoon een andere vorm van dwang is?
Ergens begin jaren tien van deze eeuw maakte de pornoacteur James Deen een film met een fan die hij Meisje X noemde. Dat deed hij wel vaker; fans schreven hem dat ze seks met hem wilden of hij deed een oproep: ‘Speel een scène met James Deen’. De resultaten kwamen op zijn website.
In een interview van mei 2017, maar een paar maanden voordat de media zouden worden overspoeld met discussies over aanranding en seksuele intimidatie door Harvey Weinstein en anderen – en maar twee jaar nadat Deen zelf was beschuldigd (maar niet aangeklaagd) wegens diverse aanrandingen (die hij ontkende) – zei hij: ‘Ik heb een “Speel een scène met James Deen”-prijsvraag, waar vrouwen aan kunnen meedoen en pas na een heel lang gesprek en nadat ik maandenlang heb gezegd “Denk goed na, het kan invloed hebben op je toekomst” en haast heb geprobeerd het uit hun hoofd te praten, nemen we een scène op.’
In maar een klein deel van de Meisje X-video is sprake van seks. Op de video zie je vooral een lang, flirterig, beladen gesprek dat draait om de vraag of ze het al dan niet gaan doen: seks hebben, opnames maken en online zetten. Meisje X aarzelt; ze is afwisselend aanhalig en schuchter; ze is stoer en dan weer gepijnigd; ze gaat overstag en houdt weer af. Ze weet niet wat ze moet doen, denkt na, piekert. Ze spreekt haar dilemma’s hardop uit en Deen probeert haar daarin te volgen.
Slet
Vermoedelijk was ze gewoon in voor ‘een scène met James Deen’ maar als hij de deur voor haar opendoet spelen de zenuwen op. Ze loopt het appartement binnen in een vinyl legging en een dichtgeknoopte crème zijden bloes met een zwart detail – wij kijken mee met de camera, met Deen, die haar filmt – en stapt opgewonden rond met een hoog, nerveus lachje terwijl ze ‘Oh my God, oh my God’ zegt. Nu en dan brengt hij de camera dicht bij haar gezicht; ze draait weg. Hij plaagt haar – ‘Je bent een studentje, je bent slim, aan jou heb je niks’ – terwijl ze rondlopen in de keuken met het glimmende kookeiland, in de gang met de witte plinten en dieprode muren.
Ze is koket, nerveus – ‘Ik durf niet eens naar je te kijken’ – terwijl ze achterover leunt en weer voorover. Ze zit inmiddels aan een glimmend chromen tafeltje op een witte bank. Ze bespreken het contract en het beeld zoemt uit – de details gaan ons niet aan. Dan wordt weer in gezoemd en ze neemt een selfie. Ze staat op het punt om te tekenen maar stopt ineens en zegt ‘Waar ben ik in jezusnaam mee bezig? Wat de fuck doe ik met mijn leven?’ Ze kan altijd nog afhaken, zegt hij; ze kunnen het contract verscheuren. Opnieuw in en uit zoemen; we zien haar tekenen. ‘We verzinnen later wel een artiestennaam,’ zegt hij, ‘tenzij je gewoon Meisje X wilt zijn?’ ‘Ik weet het niet,’ zegt ze kribbig, aarzelend, ‘ik heb geen idee, ik heb dit nog nooit gedaan.’
‘Je heb met hen geneukt, waarom dan niet met mij?’
Als Meisje X uiting geeft aan haar ambivalentie – ‘Ik wil seks met je,’ zegt ze, ‘maar ik weet niet of ik wil dat de wereld dat ziet’ – is hij begripvol: ‘Je wilt niet als slet bekend staan,’ zegt hij. Ze gaat er op in: ‘Zo van,’ zegt ze met een zware stem, ‘ik zag dat je met hem neukte, waarom dan niet met mij?’ Dit is niet helemaal paranoïde gedacht. Een van de beschuldigden in de rechtszaak tegen de rugbyverkrachters in 2018 in Noord-Ierland verzocht de aanklaagster toen hij de kamer binnenkwam nadat twee andere mannen seksuele handelingen met haar hadden gepleegd seks met hem te hebben en hij had naar het schijnt toen ze weigerde gezegd: ‘Je heb met hen geneukt, waarom dan niet met mij?’ Het (veronderstelde) verlangen van een vrouw – ook al is het eenmalig, naar één bepaalde man – maakt haar kwetsbaar. Haar verlangen diskwalificeert haar voor bescherming. Als een vrouw wordt geacht eens ja tegen iets te hebben gezegd, kan ze nergens meer nee tegen zeggen.
We zullen waarschijnlijk nooit weten wat er precies gebeurde nadat Deen de camera had uitgezet; wat er gebeurde in de pauzes tussen de gefilmde onderdelen; wat er is weggelaten, welke gesprekken we niet hebben gehoord, welke seks we niet zagen. We zullen waarschijnlijk nooit weten wat Meisje X van de beschuldigingen tegen Deen vond en of er die dag dingen waren die haar ongemakkelijk maakten en verdrietig of kwaad. Ik ken het verhaal van Meisje X niet. Maar in de film herken ik de pijnlijke – en vertrouwde – ervaring naar alle kanten te worden getrokken; te moeten balanceren tussen verlangen en risico; te moeten stilstaan bij van alles in de nasleep van het genot.
Vrouwen weten dat hun seksuele verlangen tegen hen kan werken en kan worden aangevoerd als bewijs dat geweld eigenlijk niet aan de orde was (ze wou het zelf). Maar Meisje X laat zien dat het niet alleen gaat om de uiting van verlangen maar om het verlangen op zich, dat al dan niet wordt geëntameerd door de omstandigheden. Hoe kunnen we weten wat we willen als weten wat we willen iets is dat van ons wordt geëist en ons op straf kan komen te staan. Geen wonder dat Meisje X gemengde gevoelens heeft en is verlamd door onzekerheid. Deen begrijpt niets van het melancholieke belang van seks voor Meisje X – dat hoeft hij niet. Meisje X is echter opgegroeid met tegenstrijdige belangen. Ze zit in de spagaat waarmee vrouwen hebben te leven: dat nee zeggen moeilijk kan zijn, maar ja zeggen ook.
#MeToo
Daarna overspoelde #MeToo – een slogan die Tarana Burke in 2006 bedacht om aandacht te vragen voor seksueel geweld tegen jonge vrouwen van kleur – de media en wekte vrouwen op hun verhaal over seksuele intimidatie te vertellen. De maanden erna stonden de media er bol van, met name over machtsmisbruik op de werkvloer. In die sfeer werd het feit dat je je uitsprak over je ervaringen als een vanzelfsprekend en noodzakelijk goed beschouwd.
Ik was blij met de omvang maar ik was er ook bang voor en zette soms snel het nieuws en de onverbiddelijke parade akelige verhalen uit. Op het hoogtepunt van #MeToo was het soms of we onze verhalen móésten vertellen. De toevloed van verhalen online – op Facebook, op Twitter – en ook live gaf een gevoel van druk, van verwachting. Wanneer kom jij met het jouwe? Je moest wel blind zijn om niet te zien hoe collectief werd gehongerd naar dit soort verhalen, een honger die was ingebed in een taal van betrokkenheid en verontwaardiging die mooi aansloot bij het geloof dat het vertellen van de waarheid een grondrecht en de grondslag van het feminisme is. #MeToo legaliseerde het geluid van de vrouw niet alleen maar dreigde het ook verplicht te stellen; je moest en zou uiting geven aan je persoonlijke feminisme, aan je besluit het niet langer te nemen, aan je vermogen tot een krachtig antwoord op alle smaad. Hiermee werd ook tegemoet gekomen aan een ranzig soort honger naar verhalen over misbruik en vernedering van vrouwen – al was dat niet de opzet.
Wanneer vragen we vrouwen om hun mond open te doen en waarom? Wie heeft er belang bij? Wie wordt om te beginnen gevraagd haar mond open te doen – en naar welke stemmen wordt geluisterd? Weliswaar stuit iedere beschuldiging van seksueel geweld tegen een vrouw algauw op krachtige weerstand, maar de verhalen van rijke witte vrouwen over seksueel geweld hadden tijdens #MeToo een streepje voor op die van bijvoorbeeld jonge zwarte vrouwen van wie de families hun gram probeerden te halen op de zanger R. Kelly, die tientallen jaren vrouwen misbruikte (hij heeft de beschuldigingen tegen hem ontkend). Studies laten zien dat zwarte vrouwen met klachten over seksueel geweld minder kans hebben geloofd te worden dan hun witte seksegenoten (waarbij zwarte meisjes als volwassener en seksueel rijper worden beschouwd dan hun witte leeftijdgenoten) en dat verklaringen over verkrachting die te maken hebben met witte slachtoffers serieuzer worden genomen dan die welke zwarte vrouwen aangaan. Niet ieder geluid is evenveel waard.
‘Het is onze plicht als vrouwen jegens onszelf en onze partners ons beter uit te spreken over wat we willen in bed’
De afgelopen jaren was ineens sprake van twee vereisten voor goede seks: toestemming – consent – en zelfkennis. Vrouwen moeten zich inzake seks, waar toestemming althans idealiter vooropstaat, uitspreken – ook over wat ze willen. Zij moeten dus ook wéten wat ze willen.
In wat ik de consent-cultuur zal noemen – de wijdverspreide aanname dat toestemming de manier is om al het kwaad uit onze seksuele cultuur te bannen – wordt de stem van vrouwen over wat ze willen vereist en geïdealiseerd en gelabeld als een teken van progressieve politiek. ‘Weet wat je wilt en ontdek wat je partner wil,’ luidde het dringende advies in een artikel in TheNew York Times, juli 2018, met de belofte dat ‘goede seks plaatsvindt waar twee agenda’s op elkaar zijn afgestemd’.
Dit soort retoriek is niet helemaal nieuw; al sinds de jaren negentig wordt in de feministische strijd sterk gefocust op toestemming met heftige commentaren als gevolg. Rachel Kramer Bussel schreef niet zo lang geleden dat ‘het onze plicht als vrouwen jegens onszelf en onze partners is ons beter uit te spreken over wat we willen in bed en ook met de ander te delen wat we niet willen. Je kunt het je als deelnemer niet veroorloven passief te zijn en gewoon af te wachten hoe ver de ander wil gaan.’
Deze dringende aanbeveling aan vrouwen om goed te weten en verwoorden wat ze willen zou vanzelf leiden tot bevrijding aangezien het vermogen van de vrouw tot – en het recht op – seksueel genot ermee gemoeid is.
Seks als bevrijding
In het progressieve denken zijn seksualiteit en genot lang neergezet als equivalenten van emancipatie en bevrijding. Het was precies dat wat de filosoof Michel Foucault in 1976, in De wil tot weten, bekritiseerde toen hij schreef dat ‘morgen seks weer goed zal zijn’. Hij parafraseert hier smalend de houding van de tegencultuur en seksuele bevrijdingsbewegingen in de jaren zestig en zeventig; de marxisten, revolutionairen, freudianen – iedereen die geloofde dat we om te worden bevrijd uit de betuttelende klauwen van het verleden, uit een repressief Victoriaans verleden, voorgoed de waarheid moesten vertellen over seksualiteit.
Foucault was juist sceptisch over de manier ‘waarop we het heden ijverig wegtoveren en een beroep doen op de toekomst’ en betoogde dat die stoffige Victorianen eigenlijk heel spraakzaam waren over seks, ook al nam die spraakzaamheid de karikaturale vorm aan van ziekelijkheid, abnormaliteit en dwaling. Niet alleen herzag hij de klassieke aanname dat de Victorianen preuts, onderdrukt en gebonden aan stilzwijgen zouden zijn, hij nam ook stelling tegen gemeenplaatsen als zou praten over seks tot bevrijding leiden en zwijgen tot onderdrukking. ‘We moeten niet denken,’ schreef hij, ‘dat ja zeggen tegen seks betekent dat je nee zegt tegen de macht.’
Seks was, en is nog steeds, op talloze manieren omringd met verboden en regels, en met name rond de seksualiteit van vrouwen golden er altijd sterke beperkingen en bepalingen. Maar toestemming en de idée fixe van absolute duidelijkheid dreigt de druk van goede seksuele interactie te koppelen aan het gedrag van de vrouw – aan wat zij wil en aan wat zij over haar verlangens zegt; aan haar vermogen een vrijmoedig seksueel zelfbeeld te creëren om te waarborgen dat seks over en weer plezierig en niet-afgedwongen is. Wee wie zichzelf niet kent en die taal niet spreekt.
Antiverkrachtingscampagnes schetsen het beeld van de vrouw als kwetsbaar, goedgelovig en angstig
Eind jaren tachtig en begin jaren negentig, toen activisten probeerden de publieke opinie te doen omslaan, waren de media vooral gefocust op ‘verkrachting tijdens een date’ of ‘verkrachting in de huiselijke sfeer’. In 1993 zorgde een beleidsstuk ter voorkoming van seksuele vergrijpen op het Antioch College, een klein Amerikaans instituut voor liberal arts, voor opschudding. In dat stuk, dat werd geschreven door vrouwelijke studenten die ontzet waren over verkrachtingen op een campus die zich voorstond op z’n progressieve inclusiviteit, werd gesteld dat ‘consent inhoudt met zoveel woorden toestemming vragen én met zoveel woorden verlenen of weigeren, en wel in alle stadia van de seks’. Toestemming diende steeds worden herhaald en was vereist ongeacht de relatie tussen partners, ongeacht de seksuele voorgeschiedenis of actuele activiteit. Verder kon iemand die dronken, buiten bewustzijn of in slaap was geen toestemming geven. Zoals de laatste jaren in toenemende mate in wetten en richtlijnen is vastgelegd, impliceert deze bepaling dat het ontbreken van een ‘nee’ niet wijst op toestemming en dat wederkerigheid bij seks van levensbelang is. Enorme heibel was het gevolg.
In haar boek The Morning After: Sex, Fear, and Feminism, dat in hetzelfde jaar werd gepubliceerd als het beleidsstuk van het Antioch College, betoogde Katie Roiphe dat de antiverkrachtingscampagne van het instituut een ouderwets beeld van de vrouw schetste dat eerdere feministen met succes hadden bestreden: het beeld van de vrouw als kwetsbaar, goedgelovig en angstig. Twintig jaar later geldt dat argument nog steeds; in Unwanted Advances, dat in 2017 verscheen, betoogde Laura Kipnis dat richtlijnen voor het geven van toestemming hebben geleid tot een cultuur van hulpeloosheid en slachtofferschap op de Amerikaanse campussen.
Roiphe en Kipnis erkennen het onrecht en leed dat vrouwen wordt aangedaan, maar ze zoeken de oplossing in een geïdealiseerde figuur: de sterke vrouw die het allemaal aan kan – die het leed van zich af kan schudden en harder is, zeg maar minder kinderachtig. Hun kritiek geeft met andere woorden perfect uiting aan een zelfverzekerd feminisme – een feminisme dat de last legt bij de individuele vrouw en haar vermogen om uitdagingen aan te kunnen en te slagen in een ongelijke wereld.
Slechte seks
Voor deze critici weten ‘volwassen’ vrouwen hoe ze met de onvermijdelijke ups-and-downs bij seks moeten omgaan in plaats van moord en brand te schreeuwen. De uitdrukking ‘slechte seks’ speelt in dit soort gesprekken een belangrijke rol. Jonge vrouwen worden, aldus Kipnis, aangemoedigd om bureaucratische middelen in te zetten ‘om over seksuele twijfels en akelige seksuele ervaringen heen te komen’. Voor haar en haar geestverwanten was seks ‘hoe slecht ook (en dat is vaak zo)’ nog altijd ‘leerzaam’. Het idee dat vrouwen harder moeten worden strekt zich uit naar het politieke veld; de journaliste Bari Weiss formuleerde iets soortgelijks in haar reactie op de beschuldigingen aan het adres van de komiek Aziz Ansari in 2018. Die beschuldigingen, die werden geuit in een account op babe.net, veroorzaakten tumult – niet in het minst omdat de kennelijk versnelde publicatie niet lijkt te hebben voldaan aan de gangbare journalistieke normen, bijvoorbeeld Ansari’s recht op wederhoor. (Later verklaarde hij dat alles erop wees dat de seks ‘volkomen vrijwillig was geweest’ maar dat hij ‘zich haar woorden aantrok’.)
‘Grace’ (een pseudoniem) vertelde dat ze zich tot seks geprest voelde en – verbaal en non-verbaal – probeerde aan te geven dat ze niet wou, en ze beschuldigt Ansari ervan dat bij herhaling te hebben genegeerd. Velen klonk haar verhaal in de oren als een typisch voorbeeld van een seksbeluste bullebak zonder veel belangstelling voor het genot van de vrouw (of misschien zelfs van hemzelf?).
‘Er is een bruikbare term voor wat deze vrouw die nacht met Ansari meemaakte. Die term is “slechte seks”’
Volgens anderen verwachtte ‘Grace’ dat Ansari gedachten kon lezen en was ze er niet in geslaagd hem haar verlangens of gebrek aan genot duidelijk te maken: ze had gefaald om enthousiast ja te zeggen en gefaald om duidelijk nee te zeggen. Er is, zegt Weiss, ‘een bruikbare term voor wat deze vrouw die nacht met Ansari meemaakte. Die term is “slechte seks”. Jammer dan.’ Weiss gaf toe dat vrouwen van oudsher geneigd zijn ‘de verlangens van de man boven die van henzelf te stellen’. Maar de oplossing hiervoor, stelde ze, is niet mannen kwalijk nemen ‘dat ze haar “non-verbale taal” niet begrijpen. Het is aan vrouwen verbaal sterker te zijn. Dat je zegt “nu ik”. Of “wil ik niet”.’ Weiss vermaant ‘Grace’ met opgestoken vinger: ‘Als hij jou wil dwingen tot iets wat jij niet wilt, gebruik dan een vierletterwoord, spring overeind en verlaat zijn huis.’ In dezelfde trant klaagt Kipnis in Jessa Crispin’s Public Intellectual Podcast over het feit dat studentes 30 seconden of 15 minuten slechte seks ‘niet kunnen verwerken’. En Megan Daum schreef in TheGuardian over een kloof tussen de publieke steun van vrouwen aan #MeToo en hun privégesprekken. Ze schrijft: ‘”Wordt volwassen, dit is het echte leven,” hoor ik dezelfde feministen zeggen.’ Hier staan noodkreten van zwakke, gekwetste kinderen tegenover de geluiden van zelfverzekerde volwassen vrouwen, en het is duidelijk wie we verondersteld worden te willen zijn.
In dit feminisme is het de plicht van iedere vrouw assertief en zelfverzekerd te zijn, en je vooral niet voor te doen als gekwetst en verongelijkt. Het feit alleen al dan je je gekwetst voelt is een teken van zwakte in dit regime van individueel kunnen. Sterker nog, slechte seks wordt voorgesteld als iets dat er onvermijdelijk bij hoort; iets onplezierigs en hardnekkigs waarmee je als vrouw te dealen hebt.
Uiteenlopende critici als Kipnis en Weiss kunnen zichzelf als progressief profileren omdat ze er op hameren dat vrouwen macht en leiderschap kunnen en moeten uitoefenen. Toch leggen ze met hun luchtige houding ten aanzien van de onvermijdelijkheid van jeugdige, slechte seks een onevenredige druk op vrouwen om met de risico’s om te gaan. Zij zien mannelijke minachting van vrouwelijk genot en autonomie als een gegeven, terwijl ze de manier waarop vrouwen daarmee omgaan als een gebod brengen – en zij richten hun hoon op vrouwen die er niet in slagen gepast frivool te reageren.
Experimenteren
In 1993 stond in het opiniestuk van TheNew York Times over het consent-beleid op het Antioch dat adolescentie, met name de studentenjaren, de tijd bij uitstek is ‘voor experimenteren en experimenteren betekent fouten maken’; geen beleid kan ooit ‘alle jonge menen beschermen tegen dit soort katers’, momenten waarvan ‘mensen leren’.
Maar als ‘mensen’, zoals de New York Times het uitdrukt, leren van slechte seks, zijn dan de lessen die mannen en vrouwen trekken dezelfde? Het kan best zijn dat mannen leren dat ze ermee wegkomen als ze niet geven om het genot van een vrouw, en dat vrouwen leren dat ze het plezier van de man boven dat van zichzelf moeten stellen. Wie leren er dat het hun rol is om koste wat het kost genot te beleven, en wie dat ze de gevolgen van de seks in hun eentje moeten dragen?
Toestemming is ten minste iets – het absolute minimum bij seks. En expliciete toestemming voldoet, zoals de seksuoloog Joseph Fischel in Screw Consent betoogt, in de wet bij grensoverschrijdend gedrag als criterium beter dan de criteria geweld, verzet of weigering. Vragen om een minimaal, niet per se verbaal teken dat de ander positief staat tegenover seks getuigt van respect voor iemands seksuele autonomie en is veelzeggender dan zwijgen of verzet. Maar toestemming stelt op zich weinig voor terwijl de impact ervan enorm is en niet valt te overzien welke onoverkomelijke problemen zich wellicht voordoen.
Slechte seks verdient vanwege het ongelijke genot beslist aandacht
Uit frustratie over de consent-cultuur en de gang van zaken op campussen en rond #MeToo komen critici tot het verbijsterde inzicht dat veel seks die met instemming en zelfs een volmondig ja tot stand komt slecht is: miserabel, onplezierig, vernederend, eenzijdig, pijnlijk. ‘Slechte seks’ hoeft geen aanranding te zijn om angstaanjagend, beschamend, misselijkmakend te zijn. Het daagt ze dat toestemming als wettig concept niet instaat is te verklaren hoe seks slecht kan zijn zonder dat het per se om aanranding gaat. Maar ze lijken wel verlamd door hun inzichten en laten na te onderzoeken (of zich er zelfs maar echt druk om te maken) wat de dynamiek is achter slechte seks – seks die vanwege het ongelijke genot beslist aandacht verdient. In plaats van ons neer te leggen bij de onvermijdelijkheid van slechte seks of deze zelfs te romantiseren als louter jeugdig gestuntel, moeten we zulke slechte seks serieus nemen en aan een zorgvuldig onderzoek onderwerpen.
Slechte seks ontstaat in een context waarin vrouwen niet in gelijke mate seks kunnen najagen en mannen koste wat het kost recht hebben op bevrediging. De oorzaak is onvermogen en ongelijkheid in seksuele kennis en toegang tot seksuele opvoeding en gezondheidszorg.
Machtsdynamiek
Het gaat om ongelijke machtsdynamiek tussen de partijen en racistische opvattingen over onschuld en schuld. Slechte seks is een politieke kwestie, het gaat om ongelijke toegang tot genot en zelfbeschikking, en het is als een politieke kwestie dat we er naar zouden moeten kijken, liever dan de kwestie reduceren tot geïndividualiseerde, schouderophalende kritiek van jonge vrouwen die over de middelen beschikken om met de pijn van hun seksleven om te gaan.
Het idee van niet alleen willige maar ‘enthousiaste’ toestemming legt de lat bij de beleving van seks hoger; we willen niet alleen dat vrouwen instemmen met seks die door mannen wordt geïnitieerd maar dat ze zelf seks willen, er opgewonden van zijn, hun eigen verlangens en eisen kenbaar maken. Vandaar de upgrade van instemming bij seks naar iets ambitieuzers: verlangen, genot, enthousiasme, een positieve houding.
Het probleem met instemming is niet dat seks niet of nooit op contractbasis zou mogen plaatsvinden – de veiligheid van sekswerkers drijft op het idee van een contract en de mogelijkheid dat het wordt geschonden, zodat verkrachting kan worden aangetoond. Het probleem is ook niet dat instemming niet sexy of romantisch zou zijn.
Veel seks waar vrouwen mee instemmen is ongewenst want zij stemmen in onder dwang
Het probleem is dat we bij een wetsartikel over instemming als code voor onze manier van denken over seks – het probleem dat we er door ‘gemagnetiseerd’ zijn, zoals Fischel zegt – iets cruciaals over het hoofd zien van wat het is een mens te zijn: de machtsverhouding tussen individuen is zelden gelijkwaardig. Zo’n wet als overkoepelend kader voor het denken over goede en slechte seks komt neer op vasthouden aan de droom van het liberalisme, waarin, zoals Emily A. Owens zegt, ‘gelijkheid gewoon bestaat’.
Veel seks waar vrouwen mee instemmen is ongewenst want zij stemmen in onder dwang, of uit behoefte aan voedsel of kleding voor zichzelf of hun gezin, of uit veiligheidsoverwegingen. Overal, iedere dag, stemmen vrouwen in met seks omdat ze voelen dat ze geen keus hebben; omdat ze bij een man in het krijt staan; omdat hij hen heeft bedreigd; omdat het een ramp kan zijn als hij hen aan de dijk zet, wegstuurt, hun illegale status verraadt of hen aangeeft voor een overtreding (bijvoorbeeld prostitutie waar dat strafbaar is). In veel instemmingswetten staat de bepaling dat instemming niet afgedwongen mag zijn, maar in werkelijkheid staan vrouwen seks toe die ze liever niet hadden, uit angst voor de consequenties.
Daarom is het cruciaal het verschil tussen instemming en enthousiasme te handhaven, juist om te kunnen beschrijven wat er speelt in zo’n ongelijke machtsdynamiek.
Iedere vorm van instemming verliest z’n waarde als een man niet openstaat voor een eventueel nee
Bij ongelijke machtsverhoudingen zegt toestemming op zich niets over het verschil tussen goede en slechte seks, al kun je er tot op zekere hoogte seks mee onderscheiden van verkrachting. Toestemming kan sexy zijn wordt ons herhaaldelijk voorgehouden – een opmerking die wellicht komt is van critici die er een spelbreker in zien. Toestemming zou deel moeten uitmaken van de eerste speelse aftasting bij seks; toestemming kan, aldus de website Xojane.com, ‘dienen als een soort voorspel en uitgroeien tot een onlosmakelijk onderdeel van een seksueel samenzijn waarbij partners elkaar aftasten en prikkelen en bij elkaar nagaan wat ze wel (en niet) gaan doen’.
Maar dit werkt alleen als we uitgaan van een bepaald soort partner die al volledig openstaat voor de complexe autonomie van de ander. Het hangt er allemaal van af of de vrouw voelt dat ze de optie heeft om te weigeren – iets dat niet is beperkt tot de wettelijke dwangsituatie. Het hangt er onder meer van af of de man met wie zij is in staat is een nee te verstaan; in staat is te onderhandelen zonder zijn vaak grotere fysieke en sociale macht te misbruiken; niet misbruik maakt van de wetenschap dat vrouwen zelden aangifte doen van verkrachting en de schijn vaak tegen hebben als ze het doen. Vraagt hij om seks terwijl hij openstaat voor haar eventuele nee? Kan hij leven met een nee? Zal hij opstuiven, haar negeren, op haar inpraten, haar vleien, kleineren, straffen? Iedere vorm van instemming verliest z’n waarde als een man niet openstaat voor het eventuele nee van zijn partner of haar veranderlijke verlangens en hij reageert met uit vernedering geboren woede. Een vrouw kan nog altijd uit een seksueel samenzijn komen met het terechte gevoel onjuist behandeld te zijn, terwijl de man zich veilig voelt in de wetenschap dat hij haar instemming had ‘verworven’.
Hij vroeg het, zij zei ja. Dit betekent al met al niet dat we de toestemming overboord moeten gooien – toestemming is cruciaal en het absolute minimum. Maar er kan niet het hele gewicht van al onze emancipatieverlangens door worden gedragen; we moeten duidelijk zijn over de beperkingen.
Toestemming – instemmen met seks – moet niet op een hoop worden gegooid met seksueel verlangen, plezier of enthousiasme; niet omdat we zouden moeten berusten in slechte seks, maar juist omdat we dat niet moeten doen. Dat vrouwen zoveel treurigmakende seks beleven is een door en door maatschappelijke en politieke kwestie, en instemming kan het niet voor ons oplossen.
Rijke landen rekruteren in toenemende mate artsen en verpleegkundigen in arme landen, die daardoor het risico lopen dat de toch al kwetsbare gezondheidszorg verder destabiliseert. In Afrika doen ze daarom hun best gezondheidswerkers uit de diaspora terug te halen.
Canada, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk staan bovenaan de lijst van landen die een groot gebrek aan verplegend personeel hebben en die daarom als nooit tevoren proberen om in andere landen personeel te rekruteren. Maar ook andere rijke landen, zoals Duitsland of Finland, die minder gewend zijn om een beroep te doen op buitenlandse artsen en verpleegkundigen, hebben onlangs wervingscampagnes gelanceerd die specifiek zijn gericht op de Filippijnen, op landen in Afrika, of in het Caribisch gebied.
Dit schrijft Stephanie Nolan in een artikel voor The New York Times met als kop ‘Rijke landen lokken zorgmedewerkers uit lage-inkomenslanden om tekorten te bestrijden’. Het is een situatie die veel vragen oproept over de ethiek van deze wervingscampagnes en de weerklank die ze krijgen, zeker tijdens een pandemie. De ontwikkeling treft landen waarvan de gezondheidsstelsels al verzwakt zijn.
Volgens Sinead Carbery, president van O’Grady Peyton International, een internationaal wervingsbureau, arriveren elke maand ongeveer duizend verpleegsters in de Verenigde Staten uit Afrikaanse landen, de Filippijnen en het Caribisch gebied.
De Verenigde Staten trekken al langer verpleegkundigen uit het buitenland aan, maar de huidige vraag van Amerikaanse zorginstellingen is volgens Carbery de hoogste die ze in drie decennia heeft gezien. Naar schatting tienduizend staan buitenlandse verpleegkundigen van over de hele wereld op wachtlijsten voor sollicitatiegesprekken bij Amerikaanse ambassades, hopend op de vereiste visa om vacatures te kunnen vervullen.
Verlies van gekwalificeerd personeel
‘Er vertrekt constant personeel’, zegt Lillian Mwape, directeur verpleging in een Zambiaans ziekenhuis. Haar mailbox loopt voortdurend vol met e-mails van recruiters die haar laten weten dat ook zij de mogelijkheid heeft om heel snel een visum voor de Verenigde Staten te krijgen.
Officieel leidt Zambia te veel verpleegkundigen op en duizenden jonge afgestudeerden zijn werkloos. Maar het zijn de ervaren verpleegkundigen die het meest gewild zijn bij recruiters en die dus vertrekken. ‘Het zijn de meest gekwalificeerde verpleegkundige die we verliezen en die kunnen we niet echt vervangen’, aldus Lillian Mwape.
De emigratie van in arme landen opgeleide gezondheidswerkers naar rijke landen is niets nieuws. Maar de stroom is sinds twee jaar geëxplodeerd, nu sommige landen versnelde procedures hebben ingevoerd voor het uitgeven van werkvisa en de erkenning van diploma’s, schrijft The New York Times.
Zo heeft de Britse regering bijvoorbeeld in 2020 een ‘gezondheids- en zorgvisum’ gelanceerd, met verlaagde tarieven en snellere verwerking van aanvragen. Canada heeft de taalvereisten voor een permanente verblijfsvergunning versoepeld en het proces voor erkenning van kwalificaties voor internationaal opgeleide verpleegkundigen versneld. Japan biedt professionals in de ouderenzorg een snellere weg naar het verwerven van een permanente verblijfsvergunning. En Duitsland staat toe dat in het buitenland opgeleide artsen direct doorstromen naar assistent-artsposities.
‘Recruitmentbureaus onderhandelen rechtstreeks met verpleegkundigen die ze zeer voordelige voorwaarden bieden’
Het gevolg van deze ontwikkelingen is dat een land als de Filippijnen, dat al sinds lange tijd te veel verpleegkundigen opleidde om ze vervolgens naar het buitenland te kunnen sturen, vooral naar de Golfstaten, momenteel een gebrek heeft aan ziekenhuispersoneel.
‘Op mijn afdeling werken vijftien verpleegkundigen en de helft heeft een aanvraag in behandeling om in het buitenland te gaan werken’, zegt Mike Noveda, een ervaren verpleegster neonatologie in de Filippijnen die tijdelijk is overgeplaatst om covid-19-afdelingen te leiden in een groot ziekenhuis in Manilla. ‘Over zes maanden zijn ze allemaal vertrokken.’
Wat de internationale werving van verplegend personeel betreft, hebben de lidstaten van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in 2010 een gedragscode aangenomen. Dit gebeurde op instigatie van met name Afrikaanse landen, die zagen dat ter plaatse opgeleide artsen en verpleegkundigen in groten getale naar de Verenigde Staten of Groot-Brittannië vertrokken.
‘We moeten terugkeer naar het continent van Afrikaanse artsen bevorderen’
Van bestemmingslanden wordt verwacht dat zij bepaalde initiatieven van herkomstlanden op het gebied van gezondheidszorg ondersteunen en aanvullende opleidingen opzetten om expats in staat te stellen met nieuwe vaardigheden naar hun land terug te keren. Maar sinds het begin van de pandemie hebben sommige recruiters een manier gevonden om dergelijke overeenkomsten te omzeilen.
‘Recruitmentbureaus komen binnen en onderhandelen rechtstreeks met verpleegkundigen die ze zeer voordelige voorwaarden bieden’, zegt Howard Catton van de International Nurses Organization. ‘De aangeworven professionals zijn niet van plan terug te keren naar hun thuisland. Integendeel: ze willen zich in het buitenland vestigen en hun gezin meenemen.’
In theorie zou een land als Nigeria tweeënzeventigduizend gekwalificeerde artsen moeten hebben, maar volgens de Nigeriaanse senator Abba Moro waren er in 2021 slechts vijfendertigduizend in het land actief, aldus The Guardian. Desondanks gelooft John Nkengasong, directeur van de Africa Centers for Disease Control and Prevention (Africa CDC), dat hij gezondheidswerkers die nu in het buitenland werken, ervan kan overtuigen weer aan het werk te gaan in hun eigen land.
Africa CDC heeft zeven werkgroepen ingesteld zodat Afrikaanse artsen en wetenschappers die in rijke landen werken, regelmatig advies van afstand kunnen geven. ‘Ze zijn erg behulpzaam geweest tijdens de pandemie. We moeten dit systeem formaliseren en terugkeer naar het continent bevorderen’, vindt Nkengasong.
Investeren
Om de exodus van medisch personeel te keren is het noodzakelijk dat Afrikaanse regeringen in actie komen. ‘Leiders op ons continent moeten investeren in het versterken van gezondheidssystemen. We hebben een zeer proactief programma nodig dat Afrikanen in de diaspora helpt om terug te keren. Een Ghanees of een Nigeriaan die in Londen woont, wordt niet op een ochtend wakker en zegt dan plotseling: ‘Ik ga voor een jaar terug naar mijn land. Ze hebben verantwoordelijkheden, een baan. Zo iemand moet geholpen worden met huisvesting en vervoer.’
Africa CDC zal naar verwachting binnenkort aan de leden van de Afrikaanse Unie een reeks maatregelen voorstellen voor een regionaal gezondheidsverdrag dat tot doel heeft de reactie van het continent op de pandemie te coördineren. Er moeten met name mechanismen worden ingevoerd om de terugkeer en ondersteuning van expats aan te moedigen.
Want ook al lijkt Afrika tot nu toe minder onder corona te hebben geleden dan andere continenten, het zal zich moeten voorbereiden ‘op de verschijning van andere varianten die moeilijker te behandelen zijn dan die waarmee we te maken hebben gehad’, waarschuwt John Nkengasong.
Het is een ‘historisch besluit’ dat het Colombiaanse Constitutionele Hof zojuist heeft genomen, aldus La Semana. De rechters hebben maandag besloten dat abortus alleen strafbaar zal zijn na de vierentwintigste week van de zwangerschap. In een verder gevorderd stadium van een zwangerschap zal abortus wel mogelijk zijn in drie specifieke gevallen, zoals reeds bij wet bepaald: in geval van gevaar voor het leven van de moeder, genetische misvorming van de foetus of in geval van verkrachting.
Het besluit van de negen rechters voldeed niet aan de verwachtingen van vrouwenorganisaties die hadden gelobbyd voor de volledige decriminalisering van abortus in Colombia, schrijft El Tiempo. Maar het is een belangrijke stap voorwaarts voor activisten voor abortusrechten, die schatten dat elk jaar vierhonderdduizend vrouwen in het land een illegale abortus ondergaan.
Dankzij implantaten die direct in het ruggenmerg worden geplaatst, een systeem dat is ontwikkeld door Zwitserse onderzoekers, kunnen drie mensen die verlamd raakten bij motorongelukken weer lopen, bericht El País. Alle drie verloren de motorische functies van hun romp en benen door volledig ruggenmergletsel. ‘Een dag nadat ik begon te oefenen zag ik dat mijn benen weer in beweging kwamen; een zeer emotionele ervaring’, aldus Michel Rocatti, een van de drie patiënten, op een persconferentie.
Neurowetenschapper Grégoire Courtine van het Zwitserse Federale Instituut voor Technologie (EPFL) in Lausanne, en de neurochirurg Jocelyne Bloch van het universitair ziekenhuis van Lausanne (CHUV) leidden het wetenschappelijke team dat het systeem ontwikkelde.
Miljoenen mensen sterven als gevolg van ooit behandelbare infecties door bacteriën die nu resistent zijn tegen antibiotica. Deze resistentie tegen antimicroben (AMR) vormt wereldwijd een kritieke bedreiging voor de gezondheid van mens, dier en milieu. Steeds meer artsen staan machteloos tegenover infecties zoals Streptococcus pneumoniae en Staphylococcus aureus, die vaak worden verspreid in de ziekenhuizen waar ze zelf werken. Vaak ontbreekt het clinici aan gegevens die nodig zijn om overheden aan te moedigen meer te investeren in interventies waarmee AMR kan worden beheerst, zoals infectiepreventie en -bestrijding, of betere diagnostiek. Dit blijkt uit een onderzoek dat vorige week is gepubliceerd in het gezaghebbende medische tijdschrift The Lancet.
AMR was in 2019 de directe doodsoorzaak in zeker 1,27 miljoen gevallen; veel meer dan erkende sterfgevallen door malaria en hiv/aids. Volgens het onderzoek drukt AMR extra op gezondheidsmedewerkers en is er dringend actie nodig om deze dreiging te beheersen, schrijft Statnews.
Na een relatiebreuk en de dood van haar vader verbleef schrijver Wendell Steavenson een winter aan de Bretonse kust. Daar ontdekte ze hoe louterend een dagelijkse duik in het ijskoude water is. ‘Als ik in koud water zwem, ervaar ik een lucide zuiverheid.’
Keuze uit het archief
Oud en nieuw staat voor de deur en dat betekent dat veel mensen zich zoals elk jaar weer aan de traditionele nieuwjaarsduik zullen wagen. Mocht je je afvragen wat het nut is van zwemmen in koud water, dan zou je eens te rade moeten gaan bij schrijver Wendell Steavenson.
In dit artikel van The Guardian legt ze uit hoe deze bezigheid haar hielp bij de verwerking van haar relatiebreuk en de dood van haar vader. ‘Zwemmen in koud water is geen kwestie van wilskracht of het overwinnen van geestelijke blokkades. Net als met verdriet is het een kwestie van je aanpassen aan een nieuwe situatie.’
Op 6 oktober 2020, mijn verjaardag, maken mijn vriend en ik na bijna tien jaar een einde aan onze relatie. We zitten in de auto op weg naar huis, na een vakantie in Maine – een laatste poging om onze relatie te redden. We hadden het heerlijk gehad; het veranderde helemaal niets.
‘We kunnen niet…’ ‘Het is niet…’ ‘We hebben geen…’
Overal om ons heen lijken de bomen in brand te staan, de bladeren één grote, vlammende kleurenpracht. Vervuld van afgrijzen zie ik de lange weg naar beneden voor me. Hij blijft in de Verenigde Staten, waar hij werkt; ik ga naar het huisje dat we samen hebben gekocht, aan de noordkust van Bretagne. Dat lijkt de beste plek om de pandemie uit te zitten, tot rust te komen, mijn wonden te likken, misschien zelfs wat te schrijven.
We gaan terug van Maine naar New York naar Washington. Ik stap op een vliegtuig naar Londen, neem de Eurostar naar Parijs, de TGV naar Morlaix, en vanuit Morlaix is het een half uur rijden naar de kust. Het platteland strekt zich groen en blauw voor me uit als ik de laatste helling neem en bij de weidse aanblik van de zee laat ik mijn adem ontsnappen.
Badpak
Het is frisjes: winderig maar zonnig. Achter de haven ligt ons huisje, de luiken gesloten, de zomerrozen deinend in de wind; binnen liggen zijn kleren en zijn boeken, foto’s van een gedeeld leven, snuisterijen en souvenirs en herinneringen. Ik pak mijn spullen uit en huil, door de uitputting van de reis en het schrijnende gevoel van verlies en mislukking. Trek mijn badpak aan.
Ik had nooit van mijn leven kunnen denken dat ik zo iemand zou zijn die het lekker vindt om in koud water te zwemmen. Ik zwom als het warm was, of ik trok baantjes in een binnenbad; ik kon uren in bad zitten. Ik was gek op water, maar ik was net een kat: ik had het vooral graag warm.
Het begint allemaal in de zomer van 2017. Mijn vader is net overleden. We wonen in Parijs en lieve vrienden zeggen dat ik wel een tijd in hun huisje in Locquirec, in Bretagne, mag zitten, om alleen te zijn, tot rust te komen en weer op krachten te komen. De eerste middag loop ik over de weg naar het strandje bij de haven waar zeilboten liggen afgemeerd, waar kleuters zandkastelen kapot slaan en pubers van de havenmuur in zee springen.
Alleen en verdrietig sta ik tot aan mijn enkels in de branding. Het is juli, maar bewolkt. Het briesje bezorgt me kippenvel. Het is te koud om te zwemmen maar ik wil niet opgeven en met alleen natte voeten teleurgesteld huiswaarts gaan. Ik weifel, waag me nog iets dieper, het water klotst ijzig tegen mijn knieën, tegen mijn dijen. Na een minuut of twee lijken mijn benen gewend te zijn geraakt aan de temperatuur. Maar als de zee aan mijn buik likt, voel ik de kou venijnig steken. Ik aarzel, wil me nog niet gewonnen geven. Zo blijf ik lange tijd staan dubben, met de zee rond mijn heupen. Op een onbewaakt moment geef ik ineens toe. Misschien is het makkelijker om me over te leveren aan de zee dan aan zelfverwijt omdat ik de zee heb laten winnen. En daar lig ik dan ineens, mijn borstkas zwoegend; een snelle, oppervlakkige ademhaling en armen die een driftige schoolslag maken – ik zwem.
Om de een of andere reden is het vrijwel onmogelijk om in zee te huilen
De schrik wordt al snel minder en de kou lijkt minder koud. Ik zwem naar een boei, kijk tevreden naar het water dat over mijn schouders golft. Ik zwem terug naar de kust en zie met een glimlach mijn eigen voetstappen in het zand dichterbij komen. Het is me gelukt! Ik wil papa bellen om het hem te vertellen.
Het verlies is nog niet echt doorgedrongen. Ik verkeer nog altijd in de onwerkelijke, eerste fase van de rouw. Papa voelt nog zo dichtbij dat de dood absurd lijkt, misschien zelfs zinsbegoocheling. Ik ga op onderzoek uit in het dorp: een kerk met een opengewerkte, stenen torenspits, een cafeetje en een paar restaurants rond een haventje, een rotsachtige dam, een breed, halvemaanvormig strand waar surfers in wetsuit als zwarte zeehonden liggen te dobberen. Ik loop om de punt en staar naar de blauwe horizon, worstel met vragen die ergens tussen zee en hemel in zweven. ‘Waar ben je gebleven, pap?’ vraag ik hardop.
De volgende dag ga ik weer. En de dag erna ook. Drie weken lang zwem ik elke dag. Om de een of andere reden is het vrijwel onmogelijk om in zee te huilen.
Schotland
In september nemen mijn moeder, mijn broers en ik de Caledonian Sleeper naar Rannoch Moor in de Schotse Hooglanden om de as van mijn vader uit te strooien op de plek waar hij is opgegroeid. Terwijl mijn moeder en mijn broers verbijsterd toekijken, ga ik zwemmen in het steenkoude meer. Als kind waren we nooit op het idee gekomen om daar te gaan zwemmen. Het water is stil en helder en diep. Mijn neus maakt rimpelingen in het wateroppervlak, ik ruik de oude veengrond en de mineraalachtige geur van graniet. Ik heb het gevoel dat ik deel uitmaak van het landschap dat altijd deel heeft uitgemaakt van papa, en waarvan hij nu weer deel uitmaakt. Even houdt het op met motregenen, de wolken drijven uiteen en de zon spat in een goudkleurige vonkenregen van het water. ‘Het is net alsof papa ons even begroet,’ zegt mijn broer Michael.
Ooit gaf mijn vriend me met kerst een professioneel neopreen wetsuit dat ook door triatleten wordt gebruikt. Het zat zo strak dat ik tien minuten nodig had om het aan te trekken. We gingen naar onze vrienden in Locquirec, om oud en nieuw te vieren, en daar probeerde ik het uit in de winterzee. Het pak was dun maar beschermde me tegen de kou; ik voelde me onoverwinnelijk. Al tintelden mijn handen pijnlijk. Onze vrienden zeiden dat ze gingen verhuizen en dat ze hun huis binnenkort zouden verkopen. Of wij belangstelling hadden?
Locquirec ligt aan zee en heeft een gematigd klimaat. De kust doet denken aan die van Cornwall, maar dan aan de andere kant van het kanaal: rotsachtig, wild, regenachtig. Als je geluk hebt is het in de zomer stralend weer, zonder dat het ooit echt heet wordt. Als het kwik boven de 22 graden komt, zijn de Bretons ontstemd en beginnen te mopperen. ‘Ouf! C’est trop chaud!’ In juli en augustus is het zeewater zo’n 17 of 18 graden. Verkwikkend, laten we het daar op houden. Na enige zomers raak ik eraan gewend en ga elke dag zwemmen, ook met grijze luchten, harde wind of hoosbuien. In de winter draag ik mijn wetsuit, mijn neopreen handschoenen, laarsjes en een bivakmuts.
Als ik er in mijn eentje naartoe ga, ergens halverwege oktober vorig jaar, is het zeewater een graad of vijftien. De zee loopt altijd een paar maanden achter op de seizoenen, in het najaar duurt het even voordat ze is afgekoeld en in het voorjaar duurt het even voordat ze weer is opgewarmd. Ik vraag me af of het te koud voor me is, maar omdat het zo’n gedoe is om me in dat superheldenpak te wurmen en het weer uit te krijgen, besluit ik zonder dat pak te gaan zwemmen.
Voor ik er erg in heb, ben ik volkomen high van de endorfines. Ik wil niet meer stoppen
Het duurt een paar minuten voordat ik door ben. Ik ga stapje voor stapje het water in. Het is niet zo dat ik al mijn moed bijeen moet rapen om mijn angst opzij te zetten. Want ik weet dat de kou in het begin heel naar zal zijn, maar ik weet ook dat dat gevoel van tijdelijke aard is. Dus ik wacht gewoon even tot de aanvankelijk zo stekende kou minder venijnig wordt. Ik wilde zwemmen; uiteindelijk zwem ik ook echt. Ik slaak eerst kreetjes van de schrik, maar ook van verrukking. Mijn slagen worden telkens iets soepeler en krachtiger, totdat ik mijn schouders ontspan, mijn kin laat zakken en het water kus, waarna ik door de zee glijd.
De volgende dag is het al iets makkelijker om het water in te gaan, en de dag erop is het nog weer makkelijker. Ik voel me schoon en gezuiverd en energiek. De vierde dag stormt het en er staan schuimkoppen op de golven. Tot mijn verbazing laat ik me niet afschrikken. De golven klappen tegen mijn hoofd en slaan stuk op de havenmuren, het water bruist en zuigt als een wasmachine. De zee zwelt aan en gaat wild tekeer, het ene moment wordt mijn blik vertroebeld door zeewater, het volgende moment word ik boven de wereld uitgetild. Ik voel me versmelten met de energie. Het is opwindend. Ineens zing ik uit volle borst een INXS-nummer (ik heb de avond ervoor op Netflix een documentaire gezien over Michael Hutchence). ‘Mystify! MYSTIFY ME!’ Voor ik er erg in heb, ben ik volkomen high van de endorfines. Ik wil niet meer stoppen. Ik moet mezelf streng toespreken om het water uit te gaan voordat de zee me meesleurt.
‘Wat gebeurt er met me als ik in koud water zwem?’ vraag ik aan Mike Tipton, hoogleraar menselijke en toegepaste fysiologie aan het laboratorium voor extreme omstandigheden aan de universiteit van Portsmouth. Zeker, ik voel me verkwikt en energiek, maar ik wil iets begrijpen van de fysiologie achter mijn reacties.
Tropische dieren
‘We zijn tropische dieren,’ zegt Tipton. De homo sapiens is geëvolueerd op equatoriale vlakten, vertelt hij. We voelen ons prettig bij een omgevingstemperatuur van rond de 28 graden. Daarom zijn we in koelere klimaten al vroeg huizen gaan bouwen en kleren gaan dragen. In koud water springen is dan ook een behoorlijke schok, waardoor het lichaam in actie komt: de vecht-of-vluchtreflex maakt dat je sneller gaat ademen om meer zuurstof op te nemen, en je hart gaat sneller kloppen. Op die momenten, vertel ik hem, wordt mijn huid gevoelloos, voelt mijn borstkas als een centrale verwarming en tintelt mijn hoofd van het licht.
‘Het lichaam reageert met stresshormonen,’ zegt Tipton. ‘Je ziet een toename van adrenaline en cortisol, je ziet veranderingen in de biochemische en hormonale reacties van de vecht-of-vluchtmodus. Je hartslag gaat omhoog, je ademhaling versnelt. Dat is waarom mensen zeggen: ‘Ik voel me energiek, ik ben scherp, ik ben daarna de hele dag helder.’
Een gebroken hart heelt langzaam; hoop is heel hardnekkig. Ik huil elke dag, soms met langzaam biggelende tranen, soms met heftige snikken. Ik ben labiel, bij het minste of geringste stort ik in. Ik laat een van onze blauwgerande wijnglazen op de stenen vloer vallen en veeg schreeuwend de scherven bij elkaar.
Ik schrijf in mijn dagboek: ‘een gevoel van totale verlatenheid overspoelt me, als een zoeklicht. Pijn, teleurstelling, verdriet; allemaal normaal, allemaal deel van het leven, van wat het betekent om mens te zijn. Maar ik ben moe. Ik schuif alles voor me uit, kom tot niets, haal alleen af en toe ergens een doekje over, doe een afwasje. Ik voel de lethargie opkruipen. En alles gaat kapot. Een kastdeurtje in de keuken hangt scheef, de elektrische blender komt niet in beweging, een strip van de dakbedekking heeft losgelaten. Hij klappert de hele nacht. Om vier uur ’s nachts klaarwakker, met een glas whisky. Slapeloze slaap, warrige dromen. Wakker worden met weer zo’n ellendige dag voor de boeg, gaan zwemmen.’
Begin november test ik de watertemperatuur met mijn keukenthermometer, en die geeft 12,3 graden aan. Ik trek mijn neopreen handschoenen aan. Maar het valt me op dat ik nu makkelijker het water in loop, zonder aarzeling.
Uit onderzoek is gebleken dat gewenning aan koud water niet zozeer een mentale aanpassing is als een fysieke. De effecten van wat wetenschappers ‘koudwatershock’ noemen – het aanvankelijke happen naar adem en de versnelde hartslag – worden telkens iets minder hevig. En je lichaam ‘herinnert’ zich deze bijgestelde reactie. Zelfs als je weken of maanden niet in koud water bent geweest is de schok niet zo groot als de allereerste keer.
Net als met verdriet is het een kwestie van je aanpassen aan een nieuwe situatie
Mensen die in een dikke jas met sjaal over de havenmuur lopen, roepen me toe: ‘Vous êtes courageuse!’ Maar zwemmen in koud water is geen kwestie van wilskracht of het overwinnen van geestelijke blokkades; het is geen kwestie van jezelf of de omstandigheden de baas worden. Net als met verdriet is het een kwestie van je aanpassen aan een nieuwe situatie, en net als met verdriet heeft het proces meer te maken met een natuurlijke gewenning dan met bewuste gedachten. Drie jaar na zijn dood mis ik papa nog altijd, maar inmiddels ontlokt de herinnering me eerder een glimlach dan tranen. Terwijl ik me leer aanpassen aan het koude water, begin ik zelfs te genieten van de aanvankelijke tinteling.
Ik krijg geregeld gezelschap van andere coronabannelingen in Locquirec. Jeff, een gepensioneerde politiecommandant; Jean, een andere gepensioneerde, die een huis aan de haven heeft en het lekker vindt om er heel even in te springen en er snel weer uit te komen; de gracieuze Anne, in een chic taupe badpak, en Kat, een Amerikaanse van in de dertig, getrouwd met een Fransman. Kat gaat het liefst een eind rennen voor ze het water in duikt. We noemen onszelf Les Penguins en Peignoirs omdat we ons in grote witte badlakens wikkelen zodra we uit het water komen. Het is voor ons allemaal de eerste winter dat we zwemmen. We zijn amateurs vergeleken met Les Bonnets Rouges, een groepje oudere dames met opvallende rode badmuts, die al vele jaren lang elke dag gaan zwemmen bij het strandje aan het einde van de baai.
Ik loop over het weggetje naar het strand, moe, met een zwaar gevoel en hangend hoofd. ‘Hoe gaat het?’ vraagt Jeff me. En ik antwoord: ‘Oké. Nou ja, niet echt.’
Inmiddels steekt de kou nog maar een paar tellen, een paar korte ademstoten, tot mijn borstkas in het water zakt en ik voel hoe de zee me omsluit, me drijvend houdt. Zelfs op grijze, grauwe dagen, flikkert het licht zilverig op het wateroppervlak. Mijn huid is zo gevoelloos dat ik geen idee heb van de temperatuur, maar ik voel wel speldenprikken en huiveringen en rimpelingen. Ik heb het zowel warm als koud, ik ben zowel verrast als heel kalm. Een melkwitte mist boven het water bij zonsopkomst, verblindende zonnestralen, glashelder water of schuim dat van de golven waait – ik zwem evengoed, mijn armen doorklieven het water, en Jeff zegt: ‘Ha, je lacht. Dat is beter!’ En zo is het, dit is hoe ik me voel, die kostbare tien minuten in zee.
Donkere decembermaand
’s Avonds steek ik het vuur in het fornuis aan, schenk wat te drinken in, kijk op Netflix naar Queer Eye, probeer te geloven in de mogelijkheid van transformatie, luister naar Adele, en huil. Brei zinnen aaneen tot verhalen. Lees de betere verhalen van anderen; word geraakt en huil weer.
Ik lees The Lost Cat van Mary Gaitskill. Het is een indringende novelle, messcherp, meedogenloos; hij raakt aan open zenuwen. De kat is natuurlijk een metafoor voor alles wat de hoofdpersoon is kwijtgeraakt en niet meer kan vinden. Ze vindt de kat niet meer terug. Ik huil weer.
Gek genoeg hangt het scheve keukenkastje na een paar weken ineens weer recht. Mijn buurman, die heel handig is, repareert de blender. Jeff komt langs en vult de kier tussen de loszittende strip en de dakrand met takjes en wijnkurken zodat de strip niet meer klappert, hoe hard het ook waait. Problemen lossen zich op. Alleen weet ik nog niet zo zeker of ik mijn eigen probleem kan oplossen. Mijn tekortkomingen houden me uit mijn slaap, sijpelen naar buiten, maken vlekken op mijn kussen, bezorgen me een gevoel van schaamte. Ik kan niet… ik ben niet… het lukt me niet.
Die hele donkere decembermaand regent het. Ik zak weg in konijnenholen op internet. Op een dag scrol ik door een fragment uit Obama’s memoires en kom ineens terecht in een interview van Steve Martin en Jerry Seinfeld. Seinfeld zegt: ‘Comedy is net zoiets als in de branding springen en proberen te zwemmen. Je moet je aanpassen aan krachten die jou overstijgen.’
Het grappige aan getijden – wat ik me pas realiseer als ik aan de kust ga wonen – is dat er geen peil op valt te trekken. Locquirec Bay verandert in een zandvlakte met eb (het moment om kokkels te zoeken), dus moet ik zwemmen als het vloed is. De tijd waarop het vloed wordt, verandert met de dag. De tijd dat het vloed blijft, verandert ook met de dag. De ene keer is het een half uur later vloed dan de dag ervoor, soms wel twee uur later. En bovendien verandert het waterpeil zelf ook telkens. Soms komt de zee met vloed maar tot halverwege het strand; een paar dagen later is er geen strand meer te bekennen.
De zee is voorspelbaar en onvoorspelbaar tegelijk, elke dag weer anders, maar ook elke dag mijn kompasnaald, mijn bestemming
Om het beste moment en de beste plek te vinden om te zwemmen, moet ik getijdetabellen en coëfficiënten bestuderen, kijken hoe laat de zon opkomt en ondergaat, kijken uit welke richting de wind komt, afstemmen met Les Penguins en Peignoirs en het schema van Les Bonnets Rouges. Ik heb al twintig jaar de gewoonte om van ’s ochtends negen tot ’s middags twee te schrijven, maar dat kan ik nu wel vergeten. Ik moet leren flexibeler te worden, mijn vaste gewoonten en houvasten los te laten, me te laten meevoeren op de stroming van eb en vloed.
De golven zwellen aan en spatten in mijn gezicht, dragen me op hun toppen als de adem van een grote, goedaardige reus. De zee is voorspelbaar en onvoorspelbaar tegelijk, elke dag weer anders, maar ook elke dag mijn kompasnaald, mijn bestemming. En ook een alledaagse tautologie: je doet dingen door ze te doen. Soms ben ik tot weinig meer in staat dan zwemmen. Er zijn kalme dagen waarop het water kristalhelder is en er zijn dagen dat de zee woelig is, zanderig. Het weer is ook voortdurend aan verandering onderhevig. Het ene moment word ik gegeseld door hagelstenen, het volgende moment is het stralend weer. Voor mij persoonlijk is hoop een soort wassende en afnemende maan, maar dan eentje die een geheel eigen ritme volgt. Ik leer om de slechte tijden uit te zitten; uiteindelijk houdt het wel een keer op met regenen, er bestaat de kans dat morgen de zon zal schijnen en ik me beter voel.
Nog los van het weer krijg ik steeds meer oog voor het licht. Anne-Marie Caroff, de oprichtster en leider van Les Bonnets Rouges, zwemt al twintig jaar in zee bij Locquirec.
‘De lucht ziet er vaak grauw uit,’ zegt ze, ‘maar ook dan is er altijd wel ergens een stukje blauw.’ En ze heeft gelijk. Vanaf mijn bank kan het er buiten grijs en somber uitzien, maar als ik in het water lig, breekt er altijd wel ergens een zonnestraal door de wolken, schittert de zee in verschillende kleuren: roze met zonsopkomst, citroengeel in de winterzon, blauwig in de namiddag. Op heldere dagen verandert de zee in een schitterend turkoois en zwem ik over het gloeiende pad van de zon, ogen toegeknepen tegen het felle licht, lichaam gestold, gezicht verwarmd.
‘Het heeft iets heel intiems om op ooghoogte met het wateroppervlak te zijn,’ merkt Kat op.
Zonsopkomst
Op nieuwjaarsdag ga ik bij zonsopkomst zwemmen met Les Bonnets Rouges. Het is een grijze dag met veel donderwolken. We zijn met meer dan dertig, en de dames stuiven gillend en giechelend het water in. ‘Bonne année!’ ‘Bonne année!’ ‘Bonjour Wendy!’ ‘Ça va!’ ‘Elle est bonne! Elle est bonne!’ ‘Wat is het water lekker! O, wat is het lekker!’ Plotseling breekt in het oosten het wolkendek open. We zwemmen in de regen, met de zon op ons gezicht, en we zijn getuige van een uitzonderlijk natuurverschijnsel: een enorme dubbele regenboog.
Als ik vrienden vertel dat ik elke dag in zee zwem, reageren ze vaak met: ‘O, ken je die malle Nederlander, die koudwatergoeroe?’ Zodoende kijk ik naar de aflevering van Goop, Gwyneth Paltrows lifestyle-serie op Netflix, met Wim Hof, de beroemde Nederlandse kampioen onderdompelen in ijskoud water.
Hij zegt dat zijn regime van zwemmen in koud water en zijn ademhalingsoefeningen hem hebben geholpen over zijn verdriet heen te komen na de zelfmoord van zijn vrouw, en hij zegt dat hij zo zijn eigen immuunsysteem onder controle heeft gekregen. Hof is een eenenzestigjarige yogi met lang haar, een baard en een haast evangelische overtuiging. Zijn website belooft mensen gezondheid en geluk door het volgen van zijn ijsbadworkshops, onlinecursussen, apps en boeken. In de Netflix-aflevering springt de ene na de andere vrijwilliger in het vrieskoude water van Lake Tahoe, in Californië, het grootste zoetwatermeer in de Sierra Nevada. Als ze weer uit het water komen, lijken ze een ander mens. ‘Dit is echt next level shit,’ zegt er een.
De heilzame effecten van koud water worden veelvuldig bejubeld door de liefhebbers, maar er is weinig onderzoek naar gedaan. ‘Het gaat dan over het homeopathische, esoterische, Wim Hof-achtige spectrum,’ zegt Tipton. ‘Je krijgt nog eerder een onderzoek gefinancierd naar verdrinking.’ Wetenschappers houden zich al lange tijd veel meer bezig met de gevaren van koud water dan met de mogelijke heilzame effecten ervan.
Het leidt geen twijfel dat de stimulus van koud water in het hele lichaam hormonale en chemische veranderingen in gang zet – adrenaline, dopamine, serotonine, endorfine. We weten dat het metabolisme hierdoor versnelt, dat het aantal witte bloedlichaampjes een boost krijgt en dat na verloop van tijd en na herhaaldelijke blootstelling, ontstekingen worden tegengegaan – waarmee in theorie de afweer wordt opgepept en versterkt – al is niet helemaal duidelijk hoe dit precies in zijn werk gaat.
Door aan koud water te wennen, zou je beter in staat zijn andere stressvolle omstandigheden het hoofd te bieden
Er zijn veel aandoeningen en ziekten die worden veroorzaakt, of versterkt, door auto-immuunreacties en ontstekingen – boezemfibrilleren, slagaderverharding, chronische darmontsteking, suikerziekte, alzheimer, depressie; dus is het verleidelijk om te denken dat iets dat zo ruim, en gratis, voorhanden is als koud water, soelaas zou kunnen bieden.
Maar het onderzoek is mager en blijft anekdotisch. Koudwaterzwemmers zeggen dat ze minder ontstekingen hebben, dat ze minder last hebben van spierpijn en artritis; sommige zwemmers die kampen met angsten en depressie hebben melding gemaakt van verbetering, zozeer zelfs dat ze met hun medicatie zijn gestopt.
Maar er is vrijwel geen onderzoek naar gedaan welke specifieke aspecten van koudwaterzwemmen verantwoordelijk zouden zijn voor bepaalde effecten. Is een koude douche ook afdoende? Of is het beter om van top tot teen onder te gaan? En hoelang moet de blootstelling aan koud water duren: is een minuut voldoende, of moeten het er tien zijn? Een keer per week of elke dag? Wat is de juiste dosering?
Wat er ook precies gebeurt, de psychologische veranderingen lijken niet van tijdelijke aard. ‘Je zou kunnen stellen dat de aanpassing aan koude een component bevat die opgaat voor stress in bredere zin,’ zegt Tipton. Met andere woorden: door aan koud water te wennen, zou je beter in staat zijn andere stressvolle omstandigheden het hoofd te bieden. Tipton heeft experimenten gedaan door koudwaterzwemmers de bergen in te sturen (met behulp van simulaties) en hij kwam tot de conclusie dat ze regelmatiger ademden, minder zuurstof gebruikten en minder last hadden van de hoogte.
Ik zeg tegen Tipton dat me is opgevallen dat ik de laatste tijd rustiger ben, dat ik minder overstuur raak als ik, om maar iets te noemen, een glas laat vallen.
‘Zorgt het koude water ervoor dat ik in psychologisch opzicht minder gestrest ben over andere dingen, dus niet alleen over fysieke dingen zoals de temperatuur?’ vraag ik hem.
‘Heel eerlijk gezegd weet ik dat niet,’ zegt hij. ‘Maar ik twijfel er niet aan dat er een meer algemeen aspect aan dit alles zit. Alleen weten we niet precies wat dat is.’
Zwemmen met maanlicht
Anne-Marie Caroff heeft tachtig mensen op haar mailinglist staan voor Les Bonnets Rouges, van wie ongeveer de helft ook in de winter regelmatig zwemt. Zij ziet niet alleen fysieke voordelen, maar ook sociale voordelen. Les Bonnets Rouges heeft zich ontwikkeld tot een collectief van gelijkgestemden, ze geven elkaar wat ze over hebben van de oogst uit hun tuin: ’s zomers tomaten, ’s winters appels. Ze gaan samen vissen, ze zoeken naar mosselen of ze plukken zeekraal in het estuarium. Les Bonnets Rouges heeft de traditie in het leven geroepen van de eindejaarsduik, of de nieuwjaarsduik (afhankelijk van het moment waarop het hoogwater is) en inmiddels komen daar meer dan honderd mensen op af, om te zwemmen of wat rond te spetteren. Mensen nemen warme chocomelk mee, glühwein en zelfgebakken taart, en de plaatselijke krant stuurt een fotograaf. Aan het einde van de zomer is er een grote picknick – ‘het begint een beetje uit de hand te lopen,’ erkent Caroff. Iedereen neemt eten mee, en er komen zo’n vijftig, zestig mensen. Als het zomers volle maan is en het tij meezit, organiseren ze nachtelijke zwempartijen. ‘Met maanlicht is de zee echt op haar mooist,’ zegt ze.
Caroff vertelt me dat februari en maart de moeilijkste maanden zijn, dan is de zee op haar koudst. Maar hoe kouder het water in februari, hoe meer het trekt. Ik was ervan uitgegaan dat ik op zeker moment zou besluiten mijn wetsuit aan te trekken, maar dat is niet het geval. Het lijkt of mijn hersenen anders functioneren, alsof er nieuwe verbindingen zijn gemaakt. Ik heb jaren en jaren rondgelopen met een zekere zwaarte in mijn hoofd, een gevoel van niet goed genoeg zijn. Er is een lange lijst van dingen die me het gevoel geven dat ik klem zit, dat ik niets waard ben, ik ben alleen, afgesneden van mijn familie en vrienden door corona en brexit, ik teer in op mijn spaargeld, zit emotioneel aan de grond na een verbroken relatie – en toch voel ik me vaak op een merkwaardige manier fantastisch.
Ergens rond Valentijnsdag houd ik op met huilen. Ik houd op met schreeuwen en smijten en dingen kapotmaken als er iets tegenzit: een afwijzing van een uitgever, een aangebrande taart, de keer dat ik 200 euro in de pinautomaat heb laten zitten.
Mijn gedachten worden overgenomen, niet door de balsem van opwinding maar door een innerlijke spanning
Ik heb respect voor de kou, maar ik ben er niet langer bang voor. Op dezelfde manier leer ik mijn somberte en mijn teleurstellingen te respecteren, zonder er bang voor te zijn.
In februari komt er een koudegolf. Het ijzelt, auto’s glibberen de berm in. Aan het strand is het zand bevroren in richels, wit van de vorst. De lucht is zo ijzig dat de zee relatief warm aanvoelt, al geeft de thermometer 5 graden aan. Ik moet achteruit zwemmen omdat de wind sneeuw in mijn gezicht jaagt. Mijn gedachten worden overgenomen, niet door de balsem van opwinding maar door een innerlijke spanning, een gebalde focus van pure overlevingsdrift. Als ik uit het water kom, is mijn lichaam rood als een kreeft.
Ik had gedacht dat er een grens is aan wat ik aankon, maar nu wordt me duidelijk dat dat niet het geval is. Les Bonnets Rouges maken zich vrolijk over de sneeuwstorm: ‘Oef! Het was wel frisjes! Maar nu is het gelukkig weer 7 graden!’ Ik heb het ergste van de winter doorstaan. Ik koop narcissenbollen en zie ze vrolijk geel openbloeien.
Yann, een vriend van me in het dorp, heeft het zwaar, hij heeft multiple sclerose. Hij is in de veertig en in het verleden surfte hij de hele winter door, werkte hard voor zijn gezin en zorgde voor zijn zesjarige tweeling; nu is hij uitgeput, zowel lichamelijk als geestelijk. Als hij na een aanval terugkeert uit het ziekenhuis weet ik hem over te halen mee te gaan zwemmen. Het zeewater is inmiddels een milde 9 graden, koud genoeg om oningewijden af te schrikken, dus ik zegt dat hij beter een wetsuit kan aantrekken.
Verkwikkend
‘GODVER wat is dit koud!’ roept hij, terwijl hij tot aan zijn middel het water in waadt. Een paar minuten later laat hij weten: ‘Het wordt al iets beter.’ Nog weer een paar minuten later ligt hij te dobberen. ‘AIIEE! Het is koud als het bij je nek naar binnen druppelt!’
‘Tja,’ zei ik plagerig. ‘Als je geen wetsuit draagt, heb je daar allemaal geen last van.’
Yann gaat de volgende dag weer zwemmen, en de dag erna ook. Elke dag wordt het ietsje makkelijker, precies zoals het bij mij ging. Elke keer zegt hij na afloop dat hij zich een stuk beter voelt – ‘super bien’ – en met een glimlach verlaat hij het strand. ‘Het is verkwikkend! Zelfs als ik denk dat ik moe ben,’ zegt hij, ‘maakt de zee me wakker.’
Caroff erkent dat ze zonder meer verslaafd is. Misschien komt het door alle endorfine, maar naarmate de weken verstrijken merk ik dat het zwemmen steeds minder gaat over de kou, over het trotseren van de kou, maar meer en meer over de waardevolle minuten van verwondering. Ik ervaar een lucide zuiverheid. Ik begin te begrijpen dat het een soort mediteren is, een overgave aan de fundamentele elementen water en licht – en schoonheid: de regen die een grijze sluier over de hele baai legt, de regendruppels die opspatten van het wateroppervlak, de meeuwen die laag over scheren en de aalscholvers met hun sierlijke parabolen. De golven rijzen op, ik sluit mijn ogen tegen het felle zonlicht.
Caroff vertelt me dat ze zelfs na twintig jaar zwemmen nog elke keer verbaasd staat van zichzelf. ‘Soms pak ik mezelf dik in om de hond uit te laten, compleet met jas en sjaal en muts, en vijf minuten later sta ik dan in alleen mijn badpak op het strand – het is bijna alsof het buiten mezelf om gebeurt. Heel vreemd.’
In zee ben ik een raadsel voor mezelf. Ik heb geen idee hoe ik hier ben gekomen, of waar ik mee bezig ben. Het enige wat ik doe is zwemmen en me verwonderen.
Transplantatie met varkensharten is ‘medische revolutie’
Dave Bennett, een 57-jarige Amerikaan, stemde toe om proefkonijn te zijn voor een riskante operatie. Na een negen uur durende operatie zijn artsen van het University of Maryland Medical Center in de Verenigde Staten er zaterdag in geslaagd zijn hart te vervangen door dat van een eenjarig varken. Om de slagingskans te vergroten was het varken genetisch gemodificeerd, zo meldt USA Today.
Een wereldprimeur. ‘Het is niets minder dan een wonder,’ zei David Bennetts zoon. ‘Varkens hebben organen die lijken op die van mensen’, aldus het Amerikaanse dagblad. Met meer dan honderdduizend patiënten die in de VS op de wachtlijst voor een orgaantransplantatie staan, zou dit soort procedures een revolutie in de geneeskunde teweeg kunnen brengen. Op deze manier kunnen zesduizend levens per jaar worden gered – het aantal patiënten in de VS dat gemiddeld sterft voordat zij aan de beurt komen voor orgaantransplantatie.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.