Onderwerpen: Journalistiek

  • Recordaantal journalisten gedood in Pakistan dit jaar

    Recordaantal journalisten gedood in Pakistan dit jaar

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Ariane 6-lancering markeert Europa’s terugkeer naar de ruimtevaart

    » Archeologen ontdekken marmeren standbeeld in Romeins riool

    Onder hen waren zowel reguliere journalisten als burgerjournalisten

    In de eerste zes maanden van 2024 zijn in Pakistan zeven journalisten vermoord, een recordaantal op jaarbasis met nog een half jaar te gaan, meldt The Guardian. Ten minste vier van deze gevallen, waarbij zowel traditionele journalisten als burgerjournalisten betrokken waren, zouden werkgerelateerd zijn.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De meeste sterfgevallen vonden plaats in kleinere steden, waar sociale media een belangrijke rol spelen in het bieden van een platform aan burgerjournalisten. Burgerjournalistiek is de afgelopen jaren sterk gegroeid in Pakistan, aangewakkerd door de beperkingen op de reguliere pers. Volgens The Guardian hebben burgers de taak op zich genomen om verslag te doen van de verslechtering van de openbare orde.

    Pakistan zakte dit jaar twee plaatsen in de World Press Freedom Index naar de 152e positie van de 180 landen. Volgens de index is Pakistan ‘een van de gevaarlijkste landen ter wereld voor journalisten, met drie tot vier moorden per jaar die vaak verband houden met corruptie of illegale handel en die meestal onopgemerkt blijven’.

  • De persvrijheid in Rusland bereikt een nieuw dieptepunt

    De persvrijheid in Rusland bereikt een nieuw dieptepunt

    Journalist Sergej Gorboenov verliet Rusland drie jaar geleden uit angst voor politieke vervolging. Nu ziet hij hoe propaganda de vrijheid van meningsuiting heeft overwonnen en alle kritische stemmen gesmoord zijn.

    free press unlimited

    360 Magazine publiceert met ondersteuning van Free Press Unlimited elke maand een artikel over de staat van de persvrijheid in een bepaald land.

    RFG Magazine

    Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met RFG, een organisatie voor gevluchte journalisten.

    Tegen de achtergrond van recente gebeurtenissen als de dood van Aleksej Navalny en Poetins ‘herverkiezing’ verkeert de Russische persvrijheid in zwaar weer. Volgens experts en journalisten in Rusland komt de vrijheid van meningsuiting sinds de verkiezingen van maart onder steeds grotere druk te staan. De verkiezingsuitslag zou de doodsklap kunnen zijn voor de onafhankelijke journalistiek, voor zover deze überhaupt nog functioneerde. Zo is Rusland in twee jaar oorlog met Oekraïne zeven plaatsen gezakt in de jaarlijkse persvrijheidsindex gepubliceerd door Reporters zonder Grenzen; het land staat nu op de 162e plaats van de 180. Direct na de presidentsverkiezingen dit jaar begonnen de Russische autoriteiten buitenlandse journalisten te arresteren, die voorheen als onaantastbaar werden beschouwd. Journalisten van Forbes, Associated Press en Deutsche Welle werden gearresteerd. Volgens mensenrechtenactivisten van OVD-Info zijn sinds het begin van de oorlog met Oekraïne meer dan 66.061 internetpublicaties geblokkeerd en 1152 journalisten vervolgd.

    Televisie en onlinemedia 

    In alle media zal alleen nog pro-Poetin-nieuws verspreid worden. Met onafhankelijke televisie heeft de Russische overheid al begin 2000 afgerekend, snel gevolgd door de radio-omroepen. De laatste onafhankelijke krant, Novaya Gazeta, hield het amper een halfjaar uit na de start van de oorlog in Oekraïne, hoewel de hoofdredacteur een jaar eerder de Nobelprijs voor de Vrede had ontvangen. Ook van Facebook, Instagram en Twitter moesten de Russen in 2022 afscheid nemen. Onafhankelijke journalisten, activisten, politici en zelfs gewone burgers kregen de status van ‘buitenlandse agent’, waardoor het officieel verboden werd met deze mensen samen te werken.  Nog voor de herverkiezing kondigde Poetin een nieuwe strijd aan, dit keer tegen VPN-diensten, waarmee het in Rusland aan banden gelegde internetverkeer omzeild kan worden. Onmiddellijk daarna werden kritische bloggers aangepakt, door ze als buitenlandse agenten te beschouwen en ze te verbieden advertenties in hun video’s te plaatsen, waardoor ze van hun inkomsten werden beroofd.

    Door lezers en kijkers van onafhankelijke media te bedreigen hoopt de staat hun aantal te verminderen

    Veel Russische journalisten werken nu vanuit het buitenland. Volgens gegevens van RFI in december 2023 hebben tussen de 1500 en 1800 journalisten het land verlaten. De meeste media in ballingschap zijn geblokkeerd of als ongewenst bestempeld op Russisch grondgebied, en vermelding ervan kan leiden tot strafrechtelijke vervolging. Zo werd in mei 2023 de eerste zaak aangespannen voor het herposten van een nieuwsartikel van het als ‘ongewenst’ bestempelde medium Meduza. Ondanks de risico’s kunnen gewone Russen nog toegang krijgen tot onafhankelijke media in ballingschap via platforms als Telegram of YouTube, maar elke dag neemt het risico op repressie toe. Door lezers en kijkers van onafhankelijke media te bedreigen hoopt de staat hun aantal te verminderen. Russische media in het buitenland moeten voortdurend veiligheidsmaatregelen in acht nemen. Zo is de in Amsterdam gevestigde onafhankelijke tv-zender TV-Rain zelfs gestopt met het inzamelen van donaties van kijkers in Rusland om hun donateurs te beschermen. 

    Sergei Gorbunov (1988) is een journalist, politicoloog en redacteur bij Russischtalige media in ballingschap. Hij heeft een masterdiploma in politicologie (2019). In 2021 verliet hij Rusland vanwege politieke vervolging.

  • Tunesië: twee journalisten veroordeeld tot jaar gevangenisstraf

    Tunesië: twee journalisten veroordeeld tot jaar gevangenisstraf

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: Nikki Haley kondigt aan dat ze op Trump zal stemmen

    » China lanceert grote militaire operatie tegen Taiwan

    Critici zien het vonnis als een aanval op het vrije woord

    De kroniekschrijvers Borhen Bsaïes en Mourad Zeghidi, die bekendstaan als critici van de Tunesische regering, zijn woensdag door een rechtbank in Tunis beide veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf. ‘Ze werden schuldig bevonden aan het gebruik van informatienetwerken en -systemen om valse informatie te verspreiden die bedoeld is om derden te belasteren en materiële en morele schade toe te brengen’, meldt de nieuwswebsite Tunisie Numérique.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De twee mannen werden op 11 april gearresteerd, dezelfde dag als de Tunesische advocaat en columnist Sonia Dahmani. De aanklachten werden ingediend op grond van een wetsdecreet dat in 2022 werd uitgevaardigd door de Tunesische president Kais Saied om de verspreiding van nepnieuws tegen te gaan – een maatregel die door critici wordt gezien als een wetgevend wapen om de vrijheid van meningsuiting in Tunesië de kop in te drukken.

  • Omarm de AKP of ga weg

    Omarm de AKP of ga weg

    Voor een land dat elke dag een stap terug doet op het gebied van persvrijheid en vrijheid van meningsuiting, denk ik dat we het beter kunnen hebben over ‘personderdrukking’ in plaats van ‘persvrijheid’, schrijft de Koerdische journalist Mehmet Fırat Özgür, die in 2022 uit Turkije vluchtte en sinds een jaar in Nederland woont.

    free press unlimited

    360 Magazine publiceert met ondersteuning van Free Press Unlimited elke maand een artikel over de staat van de persvrijheid in een bepaald land.

    RFG Magazine

    Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met RFG, een organisatie voor gevluchte journalisten.

    De architect van deze personderdrukking is de AKP, de Turkse politieke partij die ruim twintig jaar aan de macht is en erin slaagde om de media vorm te geven, in samenwerking met commerciële bedrijven. Maar sinds de kapitalistische kringen die zich verzetten tegen de AKP de macht hebben verloren, is er zelfs geen sprake meer van mainstream media als tegenmacht (die nochtans afhankelijk zijn van het kapitaal). Toen tv-zenders en kranten geleidelijk aan van eigenaar veranderden, werden mediawerkers rond 2018 geconfronteerd met een dilemma: ‘Omarm de AKP of ga weg’. Veel medewerkers van de reguliere media werken sindsdien voor tv-zenders, kranten of websites van de oppositie of andere politieke partijen. Ook deze mediaorganisaties hebben te maken met voortdurende online blokkades, opschorting van uitzendingen en arrestatie en detentie van hun werknemers.

    Volgens het rapport 2023 van Verslaggevers zonder Grenzen zijn de vooruitzichten voor Turkije steeds verontrustender. In het rapport, waarin 180 landen worden geanalyseerd, stond Turkije in 2023 op de 165e plaats, 16 plaatsen lager dan in 2022. Turkije stond op de 99e plaats toen de AKP in 2002 aan de macht kwam. Hoewel de persvrijheid eerder als beter werd beschouwd, stonden veel kranten en tijdschriften van de oppositie, vooral de Koerdische pers, ook onder zware druk vóór de komst van de AKP en waren veel journalisten het slachtoffer van onopgeloste moorden. 

    Een beschrijving van de repressie die journalisten in slechts één jaar ervaren, zou van dit artikel een lang epistel maken. Ongeveer dertig journalisten worden momenteel gevangengehouden, in weerwil van hun recht op persvrijheid en vrijheid van meningsuiting. Bovendien wordt niet alleen hun rechtszekerheid, maar ook hun veiligheid bedreigd. Onlangs werd journalist Sinan Aygül geslagen en met de dood bedreigd vanwege een artikel dat hij had geschreven. De aanvallers, die voor de show werden vastgehouden, werden kort daarna weer vrijgelaten. 

    De huiszoekingen waren tevergeefs, want ik was niet thuis

    Mijn huis werd in 2019 ook binnengevallen door de politie, onder het voorwendsel dat mijn antioorlogsuitspraken bestraft zouden worden. De huiszoekingen waren tevergeefs, want ik was niet thuis. Ze hadden echter een grote impact op mijn familieleden, die wel thuis waren, en leidden er zelfs toe dat mijn broer in het ziekenhuis werd opgenomen vanwege psychische klachten. In de periode daarna zorgden de druk en de bedreigingen ervoor dat ik het land in augustus 2022 verliet.

    Ondanks deze verontrustende situatie gaan onafhankelijke mediaorganisaties en journalisten door met hun werk. Zoals Mezopotamya Agency, dat de stem blijft voor mensenrechten, tegen corruptie en voor de door het Koerdische volk gestelde eis van een gelijkwaardig leven. En er zijn onafhankelijke mediaorganisaties zoals T24, Medyascope en Bianet, die blijven publiceren in naam van het algemeen belang. 

    Mehmet Fırat Özgür werd in 1997 geboren in Bursa in Turkije. Hij studeerde af aan de Universiteit van Mersin, afdeling journalistiek. Hij begon aan zijn master, maar moest het land verlaten voor hij zijn studie had afgerond. Zijn artikelen zijn gepubliceerd in Evrensel, Yeni Yaşam, İleri Haber en Siyasi Haber.

  • Journalistiek in Iran is levensgevaarlijk

    Journalistiek in Iran is levensgevaarlijk

    De Iraanse president Ebrahim Raisi is drukdoende het weinige nog resterende journalistieke toezicht op de leiders van de Islamitische Republiek onmogelijk te maken. Correspondenten zijn afwezig, en voor lokale verslaggevers bestaat persvrijheid niet.

    Iran is nog net niet het onherbergzaamste land voor journalisten, maar het gaat wel hard die kant op. Volgens Verslaggevers Zonder Grenzen scoren alleen Vietnam, China en Noord-Korea lager dan Iran als het om persvrijheid gaat. Ebrahim Raisi, de meest meedogenloze president in de geschiedenis van de in 1979 opgerichte Islamitische Republiek, doet schijnbaar zijn uiterste best om ervoor te zorgen dat Iran Noord-Korea inhaalt.

    De cijfers schetsen een verontrustend beeld. Zo telde het Comité ter Bescherming van Journalisten in oktober 2023 maar liefst 95 arrestaties van journalisten sinds de uitbraak van de ‘Woman, Life, Freedom’-demonstraties in het jaar ervoor. Sommige bronnen, waaronder de Internationale Federatie van Journalisten (IFJ), beweren dat zes van de gearresteerden nog steeds vastzitten. Ook zegt de IFJ dat negen journalisten die in dienst waren van aan de overheid gelieerde kranten zijn ontslagen vanwege hun politieke opvattingen, en dat aan acht (online)kranten disciplinaire maatregelen zijn opgelegd. De pro-hervormingsnieuwssite Ensaf News moest zijn directeur vervangen om te mogen blijven bestaan.

    Een lokale verslaggever die Morseli op sociale media had bekritiseerd werd tot zes maanden gevangenisstraf veroordeeld

    Onder het bewind van Raisi ligt de lat van wat wordt toegestaan lager dan ooit, waardoor er een aura van onschendbaarheid lijkt te hangen rond eenieder die zich in kringen van de macht bevindt. Zo leidde een door gebedsleider Hassan Morseli aangespannen rechtszaak in juni 2022 tot de veroordeling tot zes maanden gevangenisstraf van een lokale verslaggever die Morseli op sociale media had bekritiseerd. En een pr-manager van het staatsbedrijf Bakhtar Regional Electricity diende in juli 2022 een klacht in tegen de website Bargh News om de identiteit van een anonieme reageerder te achterhalen; die had in een commentaar onder een nieuwsbericht het arbeidsethos van de manager bekritiseerd. 

    Fanatieke overheid

    Tegenwoordig moeten journalisten in Iran zich laten registreren bij het ministerie van Cultuur en Islamitische Begeleiding. In ruil voor persoonlijke informatie, die het ministerie zorgvuldig bewaart, ontvangen zij hun perskaart. Betrokken ambtenaren zeggen dat dit initiatief Iraanse journalisten beschermt, maar daar denken journalisten wel anders over. Zij menen dat, net als bij de regulering van het internet, het ministerie hun juist een recht ontneemt.

    Er was een tijd waarin journalisten zich konden beroepen op een grondwet die, ondanks zijn tekortkomingen, op zijn minst lippendienst bewees aan het idee van persvrijheid. Dat document maakt nu plaats voor fanatieke overheidsinstanties die mediabedrijven de mond snoeren en journalisten neerzetten als staatsvijanden.

    Dat het medialandschap van Iran in staat van crisis verkeert, valt niet te ontkennen

    Dat het medialandschap van Iran in staat van crisis verkeert, valt niet te ontkennen. Buitenlandse correspondenten die verslag doen zijn nergens te bekennen en het staatsmonopolie op alle vormen van uitzendingen maakt een onafhankelijk toezicht op het bestuur van de Islamitische Republiek nagenoeg onmogelijk. Grootspraak en propaganda geven de betreurenswaardige realiteit een rooskleurig tintje en de relatie tussen overheid en media is grotendeels transactioneel: lovende reportages worden beloond, kritiek afgestraft.

    In oktober vertelde de Iraanse minister van Wetenschap Mohammad Ali Zolfigol studenten aan Sharif University of Technology dat Iran enkele van de ‘meest vrije universiteiten ter wereld’ heeft. De duisternis van zijn onbedoelde humor kan niet worden overschat. Na verloop van tijd leiden dit soort uitspraken tot minder verontwaardiging en worden ze genegeerd. En sympathisanten van de overheid verwijzen er juist naar als bewijs voor het feit dat Iran journalisten voorziet van ongekende veiligheid en bescherming.

    Verdiensten van de regering

    In 2019 verkondigde de toenmalige vicepresident Eshaq Jahangiri dat ‘Iran het meest vrije land in het Midden-Oosten’ was. Afgelopen augustus beweerde president Raisi dat vrijheid van pers en meningsuiting de verdiensten zijn van de Islamitische regering: ‘Geïnspireerd door het bloed van onze martelaren hebben we de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid gegarandeerd.’ Esmaeil Kowsari, commandant van de Iraanse Revolutionaire Garde en voormalig parlementslid, zei in reactie op de toenemende kritiek op het hardhandige optreden van de regering tegen de ‘Woman, Life, Freedom’-demonstraties van vorig jaar dat ‘het niveau van vrijheid van meningsuiting in ons land hoger is dan in Europa of Amerika’.

    Een verslaggever uit de stad Rasjt, die spreekt op voorwaarde van anonimiteit, vertelt dat het ministerie van Cultuur en Islamitische Begeleiding onder de vorige president Hassan Rouhani de redactie van zijn tijdschrift adviseerde welke nieuwsonderwerpen voorrang moesten krijgen. Zo werd hun onder meer opgedragen om essays te publiceren over thema’s als familie, kinderen en sociale media. Als het tijdschrift deze richtlijnen niet navolgde, riskeerde het strafmaat­regelen. 

    Het is dan ook logisch dat veelal kleine redacties ervoor kiezen de richtlijnen van de overheid te volgen

    Iran heeft een staatskapitalistische economie; dat betekent dat de overheid invloed heeft op de privésector en bepaalt hoeveel financiering elke onderneming ontvangt. Binnen dit systeem kan zelfs de formeel onafhankelijke pers niet aan de genade van de uitvoerende macht ontkomen. Subsidies, belastingvrijstellingen, verzekeringsvoordelen en vervroegd pensioen zijn in Iran geen garanties, maar gunsten die je moet verdienen. Het is dan ook logisch dat veelal kleine redacties ervoor kiezen de richtlijnen van de overheid te volgen.

    Paramilitaire militie

    Volgens de verslaggever uit Rasjt is dit systeem in de afgelopen jaren ietwat veranderd. Zo is het ministerie van Cultuur inmiddels vervangen door de Basij, een paramilitaire militie die sinds 2011 over een mediatak beschikt. De Basij controleert de verslaggeving van lokale media en organiseert conferenties over thema’s zoals de toestand in Palestina, het verplicht dragen van de hijab, kuisheid, seksesegregatie, nucleaire zelfvoorziening, sjiitische rouwrituelen en de nalatenschap van generaal Qassem Soleimani. Lokale journalisten worden gesponsord om deel te nemen aan deze evenementen en er verslagen over te schrijven. De ‘krachtigste’ stukken komen in aanmerking voor soms royale geldprijzen.

    Kranten en tijdschriften worden minder vaak gesloten dan voorheen. Niet omdat de Islamitische Republiek zich niets aantrekt van publieke of internationale kritiek, maar omdat sluitingen bijdragen aan de werkloosheid. Als alternatief plaatst de overheid liever plotselinge verboden op verkooppunten of probeert het nieuwsconsortia en uitgeversbedrijven te nationaliseren: een relatief goedkope strategie. 

    Neem Hamshahri, een enorm mediabedrijf dat in 2008 werd opgericht en momenteel zeven kranten, tijdschriften en websites onder zijn hoede heeft. Op zijn hoogtepunt had het bedrijf maar liefst achttien dochterondernemingen en gold het onder de leiding van een van de meest gerenommeerde journalisten van het land als betrouwbare informatiebron. Vandaag de dag is het bedrijf in handen van Alireza Zakani, de ultraconservatieve burgemeester van Teheran, en bestaat de missie naar eigen zeggen uit verslaggeving ‘binnen het kader van de doelen en waarden van de Islamitische Revolutie’ en het opleiden van ‘mediapersoneel dat loyaal is aan het heilige systeem van de Islamitische Republiek’.

    Studenten

    Een andere grote naam in de Iraanse nieuwswereld die een klap kreeg als gevolg van het micromanagement van de overheid is het Iraanse Studentennieuwsagentschap. Dit werd in 1999 opgericht door het door de staat gerunde Academisch Centrum voor Onderwijs, Cultuur en Onderzoek als stem van de academische gemeenschap van Iran. Het was een nieuwsdienst die werd bemand door jonge hervormingsgezinde journalisten en studenten die de wereldbeschouwing van voormalig president Mohammad Khatami onderschreven. Het agentschap won het vertrouwen van zijn lezerspubliek en werd gezien als een uitstekende nieuwswebsite met een redelijk niveau van redactionele onafhankelijkheid. Maar vanaf het moment dat president Mahmoud Ahmadinejad aan de macht kwam, werd die relatieve openheid aangetast door diverse ontslagrondes. En onder het presidentschap van Raisi verwerd de organisatie tot een zoveelste spreekbuis voor totalitaire newspeak.

    De website staat nu vol met ‘whataboutisme’ en onjuiste informatie over de wereldpolitiek, laster tegen een kwijnende hervormingsbeweging en sentimenteel geslijm over de extremisten van de regering-Raisi, waaronder een ononderbroken lofzang over de president zelf.

    Hoewel deze sombere situatie weinig ruimte overlaat voor optimisme, zijn er wel degelijk enkele journalisten en progressieve (online)kranten in Iran die een tipje van de maatschappelijke sluier blijven oplichten en verhalen aan het licht brengen die de staat verborgen houdt. 

    De in augustus 2003 opgerichte krant Shargh Daily is een van de laatste restanten van een collectief van veelbelovende liberale kranten die opkwamen tijdens de hervormingsperiode. Sinds de oprichting is Shargh vier keer tijdelijk verboden geweest door de overheid. De meest recente sluiting, in 2012, was het gevolg van de publicatie van een prent over strijders uit de Irak-Iranoorlog die door de autoriteiten als kleinerend werd beschouwd. 

    Een andere pro-hervormingskrant, Ham-Mihan, roept herinneringen op aan de jaren rond de eeuwwisseling

    Shargh heeft zijn status als bolwerk van kritische, vooruitstrevende journalistiek weten te behouden, zij het in verzwakte vorm. De krant produceerde onder andere een artikel over een gettowijk in de stad Mashhad, een onderzoek naar de dood van grensarbeiders die door de strijdkrachten onder vuur waren genomen, een onthullend verhaal over de vergiftiging van schoolmeisjes na de ‘Woman, Life, Freedom’-protesten en een vernietigend rapport over eerwraak.

    Een andere pro-hervormingskrant, Ham-Mihan, roept herinneringen op aan de jaren rond de eeuwwisseling, toen tientallen uitgesproken kranten dapper en onverbloemd verslag leverden. Ham-Mihan, opgericht in 2000, is net als Shargh meerdere malen verboden geweest. De huidige redactie bestaat uit een aantal toonaangevende verslaggevers die het land niet hebben verlaten en tot nog toe geen slachtoffer zijn geworden van willekeurige vervolging.

    Angst

    In september 2023 publiceerde de krant een rapport waarin werd geconcludeerd dat de moord op Mahsa Amini door de zedenpolitie en het gewelddadig neerslaan van de daaropvolgende demonstraties tot angst en andere psychische aandoeningen hebben geleid onder de Iraanse bevolking. De verslaggevers spraken met apothekers in diverse steden en onthulden dat een op de vijf patiënten psychiatrische medicatie kreeg voorgeschreven.

    De interviews en verhalen die in het rapport werden gedeeld, bevestigen een sluimerende geestelijkegezondheidscrisis, die wordt verergerd door politieke onderdrukking – een klap in het gezicht van de overheid, die aanhoudend stelt dat psychische aandoeningen niet in de media mogen worden besproken. Politici beschouwen de verwijzingen naar geestesziekten als een beschuldiging dat zij er niet in zijn geslaagd een veilige, gelukkige samenleving te creëren. Wanneer kranten dit dilemma openlijk bespreken, voelt de regering zich beledigd omdat dit zou suggereren dat het bestuur van de Islamitische Republiek het probleem zelf heeft veroorzaakt. Juist daarom moet volgens hen het debat onder het tapijt worden geveegd.

    De journalistiek in Iran is gehandicapt en verlamd

    De journalistiek in Iran is gehandicapt en verlamd. Maar dat betekent niet dat het potentieel van de Iraanse journalisten is verdwenen en dat ze geen stevig, respectabel werk meer kunnen leveren. Integendeel: ze grijpen iedere kans, hoe klein ook, aan om hun vak uit te oefenen.

    Een langdurig tekort aan journalistiek onderwijs en een gebrek aan professionele trainingsmogelijkheden hebben de ontwikkeling van de Iraanse mediawereld aanzienlijk afgeremd. Eind december zaten er in Iran nog steeds minstens 62 verslaggevers achter de tralies – een wereldrecord. De journalistiek van het land is in levensgevaar, maar ademt nog steeds. 

  • Van persvrijheid in Afghanistan is onder de taliban zo goed als niets meer over

    Van persvrijheid in Afghanistan is onder de taliban zo goed als niets meer over

    De pers aan de ketting leggen is meestal het eerste wat een totalitair regime doet om de macht te behouden. In Afghanistan bepaalt nu één man wat er naar buiten mag komen, schrijft de Afghaanse journalist Ghulamullah Habibi, die in augustus 2021 naar Nederland vluchtte.

    Free Press Unlimited

    360 Magazine publiceert met ondersteuning van Free Press Unlimited elke maand een artikel over de staat van de persvrijheid in een bepaald land.

    Onder de Taliban verdween de persvrijheid in Afghanistan als sneeuw voor de zon. Daarvóór was werken als journalist in het land ook al niet eenvoudig, maar lukte het nog wel. 

    In 2019 beschikten de naar schatting veertig miljoen inwoners van Afghanistan nog over een breed en divers medialandschap. Ze hadden de keuze uit maar liefst 107 televisiekanalen, 284 radiozenders, een duizendtal gedrukte media en ruim 1800 onlinekanalen. Veruit de meeste media publiceren in het Pashto en het Dari, de officiële talen van Afghanistan. 

    De machtsovername van de Taliban, medio augustus 2021, veranderde alles. De vrijheid van meningsuiting in het land is sindsdien sterk ingeperkt, de toegang tot informatie is gering. In verschillende provincies van Afghanistan werden journalisten gearresteerd, gevangengezet, geslagen en na onderzoek op borgtocht vrijgelaten.

    Door wetgeving van de Taliban werden heel wat Afghaanse journalisten die de afgelopen twintig jaar voor binnen- en buitenlandse media hebben gewerkt, gedwongen om hun baan op te zeggen. Het aantal journalisten in Afghanistan is dan ook sterk afgenomen. Velen zijn uit veiligheidsoverwegingen het land ontvlucht. Dat deed ik ook: samen met mijn vrouw en kinderen woon ik nu tweeënhalf jaar in Nederland.

    Kritische stukken over de Taliban zijn verboden, interviews met regeringsfunctionarissen worden geweigerd

    Voor de achterblijvers is het werk moeilijk, zo niet onmogelijk. Kritische stukken over de Taliban zijn verboden, interviews met ministers of andere regeringsfunctionarissen worden consequent geweigerd. Alle vragen aan de overheid, hoe groot of klein ook, moeten aan een en dezelfde persoon worden gesteld: Zabihullah Mujahid, de woordvoerder van de Talibanregering. Vragen die niet in zijn straatje passen, worden niet beantwoord. 

    Nog lastiger is het leven van vrouwelijke journalisten. Wanneer zij in de media verschijnen, moeten ze een hidjab dragen en moet hun gezicht bedekt zijn. 

    De Afghaanse regering die vóór de Taliban aan de macht was, heeft twintig jaar lang veel werk verzet voor de persvrijheid. Journalisten konden opereren binnen het kader van de Afghaanse grondwet en de wet op de media. Toch was ons werk niet eenvoudig. Informatie was vaak niet toegankelijk en soms werden we geïntimideerd door de overheid, om van de problemen op het vlak van veiligheid nog te zwijgen.

    Dat heb ik zelf ook ondervonden, toen ik een reportage maakte over de illegale smokkel van auto-onderdelen van Afghanistan naar Pakistan, waarbij verschillende overheidsfunctionarissen waren betrokken. Ondanks aandringen kreeg ik nooit een reactie van de overheid – ze probeerden de publicatie van het artikel zelfs te verhinderen.

    Toch was het, terugkijkend, geen slechte tijd, want op dit moment is de persvrijheid in het land volstrekt nihil. Alle journalisten moeten hun berichtgeving met de Taliban delen. Pas na hun goedkeuring mag die, wat het ook is, worden gepubliceerd of uitgezonden. Dat maakt het werk van journalisten er op dit moment zo goed als onmogelijk.

    Dit artikel kwam tot stand met ondersteuning van RFG, een organisatie voor gevluchte journalisten.

  • Prinses Kate biedt excuses aan na bewerken foto

    Prinses Kate biedt excuses aan na bewerken foto

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Levenslang voor Amerikaan na aanval op toeristen bij Duits kasteel

    » Zelensky: Russische opmars is tot stilstand gestopt

    Kensington Palace deelde voor het eerst een foto van de prinses

    Kate, de prinses van Wales en vrouw van prins William, heeft haar excuses aangeboden voor het delen van een bewerkte officiële foto. Dat schrijft de BBC. Na het delen van de foto liet een aantal internationale persbureaus het beeld terugroepen, omdat het vermoeden bestond dat de foto was gemanipuleerd.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Kate schreef op X: ‘Zoals veel amateurfotografen experimenteer ik af en toe met bewerken. Ik wilde mijn excuses aanbieden voor de verwarring die de familiefoto die we gisteren deelden heeft veroorzaakt.’ Kate is al sinds januari niet meer op officiële gelegenheden verschenen en de bewerkte foto heeft de onrust over haar afwezigheid vergroot.

    De foto, die zondag werd vrijgegeven ter gelegenheid van Moederdag in het Verenigd Koninkrijk, was de eerste officiële foto van Kate sinds ze in januari een buikoperatie onderging. Op maandag werd Kate voor het eerst publiekelijk gezien, al was dat niet tijdens een officiële gelegenheid.

  • Lokale journalistiek is onmisbaar

    Lokale journalistiek is onmisbaar

    In de VS worden wekelijks meer dan twee regionale kranten opgedoekt. Van de ooit vierentwintigduizend dag- en weekbladen zijn er nog maar zesduizend over. Nieuwsorganisaties proberen de teloorgang van ‘de buurtvriend’ op verschillende manieren te herstellen.

    Er was een tijd dat ik, als ik ver van huis moest zijn, steevast plaatselijke kranten meepakte. Ik las ze van voor tot achter. Ze boden een momentopname van een kleine maar echte wereld: een schandaal in het schoolbestuur, een winnend schoolteam, de dood van een geliefde leraar.

    Veel verslaggevers van mijn (gevorderde) leeftijd zijn begonnen bij kleine dag- of weekbladen, waarvan vrijwel elke plaats of buitenwijk er destijds wel eentje had. Zelf ben ik begonnen bij The News Tribune in Woodbridge, New Jersey, een onafhankelijk dagblad met een oplage van ongeveer 58.000 exemplaren. We schreven over van alles en nog wat: van schoolbestuursvergaderingen tot een jongen die het bij de padvinderij tot Eagle Scout had geschopt. Mijn eerste grote nieuwsitem was een lokale verkiezing, een stoomcursus in politiek en de bron van een van de beste – en wellicht meest profetische – citaten die ik ooit heb opgetekend, van een zittende burgemeester die had verloren en snauwde: ‘Het tweepartijensysteem zaait verdeeldheid.’

    Ze waren de bouwstenen van de gemeenschap, de democratie, de politiek

    Terugdenken aan die lokale krantjes is niet alleen maar nostalgie van een oude dagbladjournalist. Ze waren de bouwstenen van de gemeenschap, de democratie, de politiek. Hun teloorgang is een belangrijke reden voor de acute polarisatie en politieke verwarring die we vandaag de dag zien. ‘In de afgelopen tien jaar dringt het beeld zich op dat lokaal nieuws zich in een ernstige crisis bevindt’, schrijven Ellen Clegg en Dan Kennedy, beiden doorgewinterde journalisten, in hun nieuwe boek What Works in Community News: Media Start-Ups, News Deserts, and the Future of the Fourth Estate, waarin ze onderzoeken hoe verschillende gemeenschappen het vacuüm proberen op te vullen.

    Middagkrant

    The News Tribune was een middagkrant, wat typisch was voor Noord-New Jersey, waar de New Yorkse kranten de ochtenden domineerden. Na de werkdag wachtte de lokale krant op de deurmat, met plaatselijke nieuwtjes, supermarktbonnen, rubrieksadvertenties, kerkdienstroosters en sportuitslagen van middelbare scholen.

    Het was een fantastische leerschool voor een beginnend verslaggever. De ervaren redacteuren hadden tijd om de stukken na te lezen, en schrijven over lokale schandalen, stakingen of raadsvergaderingen vormde een stoomcursus in correctheid. Je schreef per slot van rekening voor mensen die wisten hoe de vork in de steel zat en die bij de eerste de beste fout aan de telefoon zouden hangen.

    Het pepertje dat ik, toen het mijn beurt was, kokhalzend naar binnen werkte, brandde een permanente angst om het fout te doen in mijn brein

    De krant had een speciale beproeving voor beginnelingen na het maken van hun eerste fout die een rectificatie behoefde: de persoon in kwestie moest boven op de ronde tafel in het midden van de redactieruimte een hete chilipeper opeten uit een potje dat Elias Holtzman, een van de oudgedienden, speciaal voor deze beproeving had klaarstaan. Het pepertje dat ik, toen het mijn beurt was, kokhalzend naar binnen werkte, brandde een permanente angst om het fout te doen in mijn brein.

    Jonge verslaggevers bleven meestal niet lang hangen – niet vanwege de pepers maar omdat een lokale krant de gebruikelijke opstap was voor een journalistieke carrière.

    Maar het was een leerschool van onschatbare waarde en een onvergetelijke ervaring, vooral vanwege de journalistieke macht om dingen voor elkaar te boksen. Je vastbijten in lokale politici in Noord-New Jersey leverde altijd iets op: een reeks artikelen die ik samen met een collega schreef over de exorbitante tarieven van gemeentelijke juristen leidde tot publieke verontwaardiging en actie, en leverde smakelijke citaten op. Een lokale ambtenaar die werd beschuldigd van het aannemen van steekpenningen muntte deze uitspraak toen hij voor een vakantiereisje naar de Caraïben vloog: ‘Het goede van Amerika is dat je onschuldig bent totdat je portemonnee leeg is.’

    Voor lezers was het ook een leerschool. De kandidaten bij lokale verkiezingen of de sprekers op vergaderingen van schoolbesturen behandelden kwesties die de lezers direct aangingen. Ambtelijke corruptie was geen ver-van-mijn-bedshow; het was misbruik van fondsen die naar de school van je kind of je bibliotheek hadden moeten gaan. Overigens vond ik het bevredigend om te lezen dat de leugens van afgevaardigde George Santos vóór hij werd verkozen, waren onthuld door een kleine krant op Long Island, The North Shore Leader. Alleen jammer dat het nieuws zich niet buiten de kring van 20.000 lezers verspreidde.

    Buurtvriend

    ‘De krant was hier diepgeworteld,’ vertelt Charles Paolino, die hoofdredacteur van The News Tribune was toen ik er werkte. ‘Hij werd al zo lang uitgegeven, sinds de negentiende eeuw, dat mensen het gevoel hadden dat ze de krant konden bellen als ze in de problemen zaten of in een winkel niet fatsoenlijk waren geholpen, of als ze vastliepen in de stroperige bureaucratie. We waren een buurtvriend. Ik maak me zorgen om de vraag wie die rol nu vervult.’

    En dat niet alleen. Ellen Clegg, geroutineerd verslaggever en voormalig redacteur van de opiniepagina van The Boston Globe, vertelt lachend hoe ze bij haar buurman in Brookline, Massachusetts, moest aankloppen om te horen of hij bij een lokale verkiezing had gewonnen. Dan Kennedy, professor journalistiek aan de Northeastern University, stelt dat het lokalenieuwsvacuüm mensen ontvankelijk maakt voor het gepolariseerde karakter van het nationale nieuws, zodat ouders op schoolbestuursvergaderingen staan te schreeuwen over vaccinaties of de kritische rassentheorie, maar niet op de hoogte zijn van zaken als wiskundetoetsen of nieuwe faciliteiten.

    Begin 1900 telde Amerika zo’n vierentwintigduizend dag- en weekbladen

    Als mensen niet weten wie er op de kieslijst staat, is de opkomst belabberd. ‘We zien nu veel meer “straight-ticket voting”,’ [dat kiezers met één vinkje alle partijkandidaten kunnen aankruisen voor verschillende algemene verkiezingen] zegt Penelope Muse Abernathy, auteur van The State of Local News 2023, een onderzoeksrapport van de Medill School of Journalism van Northwestern University,  en mijn oud-collega bij The Times. ‘Een van de mooie dingen als je als krant veel verslaggevers hebt, is dat ze bijeenkomsten kunnen bijwonen. Als er een obligatie-uitgifte was, schreven ze wat het zou gaan kosten. Nu moeten we meer belasting betalen, neemt de corruptie toe en past er niemand meer op de winkel.’

    Begin 1900 telde Amerika zo’n vierentwintigduizend dag- en weekbladen. Dat aantal is in de loop van de twintigste eeuw gedaald – de afgelopen twee decennia in sneltempo. Inmiddels zijn er nog maar zesduizend over, waarvan velen het water aan de lippen staat, blijkt uit het onderzoek. Op dit moment worden er wekelijks meer dan twee kranten opgedoekt. Sommige gebieden, veelal getekend door armoede, zijn veranderd in ‘nieuwswoestijnen’, zoals Abernathy ze noemt, verstoken van betrouwbare nieuwsbronnen: geen papieren of online kranten, geen nieuwsuitzendingen op radio of tv.

    Hoe het zover heeft kunnen komen is uitvoerig gedocumenteerd. Adverteerders zijn naar het internet uitgeweken, wat voor veel kranten de nekslag betekende; conglomeraten en hedgefondsen kochten zieltogende dagbladen op en zetten het mes in het personeelsbestand. Het leek er zelfs even op dat solide kranten het niet zouden halen.

    Maar er zijn tekenen dat het tij keert. Clegg en Kennedy beschrijven in hun boek hoe lokale en regionale nieuwsorganisaties de berichtgeving op verschillende manieren proberen te herstellen. Het gaat voornamelijk om non-profitorganisaties, vaak bijgestaan door een aantal stichtingen die nieuwsstart-ups helpen. Het is nog geen tsunami, maar de bottom-upgroei van lokale nieuwsorganisaties heeft inmiddels wel al gezorgd voor de verspreiding van nieuws dat anders niet naar buiten zou zijn gebracht.

    Eigen, unieke stempel

    Ik hoop van harte dat er sprake is van een omslag. Toen ik het internet afstruinde naar verhalen over mijn oude krant, stuitte ik op een stuk dat Holtzman, de man van de hete pepers, in 1995 schreef toen The News Tribune ophield te bestaan: ‘Weer een krant ter ziele, en daarmee de vitaliteit die de berichtgeving over een lokale gemeenschap met zich meebrengt, het eigen, unieke journalistieke stempel, het vuur van de concurrentie en alles wat de krant betekende voor de gemeenschap waarvoor ze schreef.’ 

    Wat zou het geweldig zijn als de berichten over de dood van de lokale journalistiek overtrokken zouden blijken en Eli kokhalzend en met tranende ogen op zijn bureau zou moeten staan. 

  • Beeldbanken verkopen AI-beelden over Gaza zonder te vermelden dat ze niet echt zijn

    Beeldbanken verkopen AI-beelden over Gaza zonder te vermelden dat ze niet echt zijn

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Roemenië en Bulgarije bereiken akkoord met Oostenrijk over toetreding Schengen

    » Britse pensionado’s in Spanje kampen met eenzaamheid

    Problematische AI-beelden

    Gebombardeerde huizen, vernielde voertuigen, puin op straat. In die chaos lopen twee kinderen in warm avondlicht. Het is een foto die zó genomineerd kan worden voor een persprijs, ware het niet dat hij door AI is gegenereerd. Hoewel Gaza niet expliciet wordt vermeld in de beschrijving van de afbeelding, komt hij bij een zoekopdracht op de site met stockfoto’s van Adobe als een van de eerste naar voren bij het trefwoord ‘Gaza’.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het beeld van de twee kinderen is gemaakt door de Iraanse kunstenaar Meysam Azarneshin, die op Adobe Stock nog veel meer werken aanbiedt. Twee daarvan kwamen terecht op de website van het Duitse leger en in een publicatie van het Oostenrijkse ministerie van Defensie, aldus Neue Zürcher Zeitung. Bij de beelden staat niet dat ze met behulp van AI gegenereerd zijn, terwijl dat volgens richtlijnen van Adobe Stock wel zou moeten. Kennelijk handhaaft het bedrijf de eigen regels niet, en het wil ook geen persvragen beantwoorden. Hetzelfde geldt voor Alamy dat, anders dan Adobe Stock, naast stockfoto’s ook echte persfoto’s aanbiedt.

    Sinds de aanval van Hamas op Israël wordt online een grote hoeveelheid onbetrouwbare informatie over het conflict verspreid. Het wordt steeds moeilijker om te zeggen wat waar is en wat niet, vooral als het gaat om AI-afbeeldingen, die steeds vaker rondgaan.

    Het wordt steeds moeilijker om te zeggen wat waar is en wat niet, vooral als het gaat om AI-afbeeldingen

    Het is steeds eenvoudiger om ze te maken, en ze verkopen op Adobe Stock kennelijk beter dan echte foto’s. Volgens informatie van Stockperformers, een analyseportaal voor stockfotografen, verdienen kunstenaars op Adobe Stock gemiddeld 17 cent per maand per AI-afbeelding, vier keer zoveel als het gemiddelde. Toch is het de vraag of het verstandig is om ze te gebruiken, zo merkte Amnesty International in april. Dengo postte AI-afbeeldingen op sociale media ter illustratie van een rapport over politiegeweld in Colombia en vermeldde erbij dat de beelden door AI waren gecreëerd. Desondanks werd Amnesty beschuldigd van valse informatie, omdat de afbeeldingen de waarheid van het rapport geweld aan zouden doen.

    Lees ook:

  • Hoe een Russische drijvende kerncentrale op de Noordpool de verhoudingen op scherp zet

    Hoe een Russische drijvende kerncentrale op de Noordpool de verhoudingen op scherp zet

    De Russische regering liet een drijvende kerncentrale over de ijsschotsen naar Pevek slepen, het noordelijkste stadje in Siberië, om het noordpoolgebied klaar te stomen voor een strategische sleutelrol. Aan de belangen van de inheemse bevolking wordt daarbij echter in het geheel niet gedacht.

    Iedereen heeft het over de eieren van Aleksej. De eieren van Aleksej Aleksandrovitsj Korjapov zijn een happening in het dorp. Zelf loopt hij als een haan tussen de kippenhokken, met zijn blonde kuif als hanenkam. In een oogwenk heeft de verlegen man die ik ontmoette bij de ingang van de loods – gebouwd met de restanten van een compound van de Sovjetkustwacht – een transformatie ondergaan. Vijftienhonderd kippen heeft hij. Hij haalt ze aan, geeft sommige liefdevolle tikjes op hun snavel: ‘Moet je zien hoe ze kibbelen om het voer, de dametjes. Hou daarmee op, jij!’ Hij vertelt dat ze in september 2019 als kuikens zijn aangekomen, per schip vanuit Vladivostok via de Beringstraat.

    Voor die tijd – vóór Aleksejs geniale start-up – kostten eieren hier in Pevek, waar het gemiddelde maandinkomen omgerekend ongeveer 165 euro bedraagt, 600 roebel per dozijn, dat is bijna 7 euro. Duurder dan de kaviaar die afkomstig is van de lokale vis die vooral wordt gevangen in de Kolyma in het gelijknamige district van de stalinistische goelags. De eieren werden één keer per maand met vrachtwagens of via de Noordelijke IJszee aangevoerd vanuit de regio Amoer in het binnenland van Rusland. Nu kosten ze minder dan de helft. De zevenendertigjarige Aleksej is geëmotioneerd: ‘De moeders omhelzen me, ze zeggen dat ze  hun kinderen eindelijk een fatsoenlijk ontbijt kunnen geven. Op school, in het ziekenhuis en in het verzorgingstehuis verkopen we ze voor een symbolisch bedrag. Mijn eieren zijn een symbool van hoop, het is een prachtige ontwikkeling,’ zegt hij.

    WINNAAR

    True Story Award

    De True Story Award is erin geslaagd om, na de digitale versie tijdens de pandemie, weer een livefestival te organiseren in Bern dankzij de vereende krachten van het Reportagen-team.

    Deze zomer (23 en 24 juni) werd de internationale journalistiek in het Zwitserse zonnetje gezet, weliswaar in afgeslankte vorm omdat de sponsoring van de stad Bern uitbleef.

    Het ambitieuze project, in het leven geroepen door Daniel Puntas Bernet van Reportagen, vraagt journalisten over de hele wereld elk jaar hun beste reportages of ander hoogstaand journalistiek werk in te sturen en laat die vervolgens door jury’s op verschillende continenten beoordelen. De drie winnaars van 2023 versloegen negen andere finalisten die, net als alle andere 24 genomineerden, elk 1000 euro kregen. In totaal waren er meer dan 900 inzendingen uit 94 landen in 21 talen.

    De verhalen zijn in het Engels te lezen op truestoryaward.org/winners.

    1.
    De eerste prijs ging naar de Italiaanse journalist Marzio G. Mian (25.000 euro) met zijn in deze editie gepubliceerde reportage ‘Azzardo a nordest’ over een drijvende nucleaire centrale in Siberië.

    2.
    De tweede prijs van (15.000 euro) ging naar Juan José Martínez d’Aubuisson uit El Salvador voor zijn onderzoek ‘How the MS13 Became Lords of the Trash Dump’ in Honduras, gepubliceerd in Insight Crime (zie kader).

    3.
    De derde prijs (10.000 euro) werd gewonnen door de Amerikaanse journalist Katia Patin voor haar reportage ‘Poland’s Ministry of Memory Spins the Holocaust’, gepubliceerd in Coda Story.

    In de kippenschuur is het 21 graden, de scherpe geur van mest en voer is overweldigend, met spinnenwebben en witte veertjes bedekte elektriciteitskabels bungelen als feestslingers. Buiten is het 35 graden onder nul, het parelkleurige licht van de wintermiddag verdwijnt op de vlakke, bevroren toendra, opgeslokt door de poolnacht. Aleksej vertelt dat hij en zijn neef Viktor werkloos waren en zich dus geen eieren konden veroorloven. Maar zelfs zonder bankrekening konden ze toegang krijgen tot renteloze leningen, dankzij het nieuwe federale ontwikkelingsprogramma voor het Russische Verre Oosten dat twee jaar geleden door de Russische regering werd goedgekeurd, vertelt hij, en hij wijst eerbiedig op de foto van president Vladimir Poetin die aan een spijker in een scheur in het beton hangt. ‘We gaan uitbreiden, we mikken op vijfduizend kippen over drie jaar. Er zullen hier veel mensen komen,’ kondigt hij enigszins plechtig aan.

    De drijvende kerncentrale is vanuit Moermansk zesduizend kilometer over zee naar Pevek gesleept

    De datum 14 september 2019 zal in Pevek worden herinnerd vanwege twee uitzonderlijke gebeurtenissen die allebei symbool staan voor de transformatie die dit havenstadje, de noordelijkste gemeente van Rusland en gesticht in 1967, doormaakt: de komst van Aleksejs kippen en de komst van de Akademik Lomonosov, de eerste drijvende kerncentrale ter wereld [de Amerikaanse marine maakte in 1963 al gebruik van de een drijvende kerncentrale op het schip de Sturgis MH-1A]. Die is vanuit Moermansk zesduizend kilometer over zee naar Pevek gesleept en daar voor anker gelegd om Poetins obsessie voor het noordpoolgebied te voeden en de goudkoorts aan te wakkeren in Tsjoekotka, de uiterste noordoost-Siberische landstrook aan de Beringzee. Dit autonome district staat onder het strenge regime van grensgebieden aangezien Tsjoekotka en Alaska van elkaar gescheiden zijn door maar drie zeemijlen: de afstand tussen het Amerikaanse eiland Klein Diomedes dat wordt bewoond door een stuk of honderd Inuit, en Groot Diomedes, waar een Russische militaire basis is gevestigd.

    Schermafbeelding 2023 07 26 om 12.30.21
    © Studio tmo

    Voor wie hier niet woont is het heel lastig om in deze zwaarbeveiligde regio te komen. Voor Russische journalisten is het al een hele onderneming, voor buitenlandse journalisten bijna onmogelijk. Na een jaar lang te zijn geconfronteerd met een digitale papierwinkel en heen en weer te zijn gestuurd van het ministerie van Buitenlandse Zaken naar de lokale regering van Anadyr, van de FSB (Russische Federale Veiligheidsdienst) naar de veiligheidsautoriteiten van de ‘grens’, hebben we waarschijnlijk geprofiteerd van een zeldzaam hiaat in het gepantserde Russische controlesysteem en zijn we – onwelkome gasten – uiteindelijk nu toch op deze plek aangekomen: een van de dunbevolktste, koudste, meest mysterieuze en beschermde uithoeken van de wereld. Bovendien zijn we hier aangekomen op het slechtst denkbare moment, want we zijn ooggetuigen van de aanwezigheid van wat Greenpeace ‘Tsjernobyl op ijs’ noemt. Aleksej is er zeker van dat de twee ‘ondernemingen’, zijn kippen en de drijvende kerncentrale, nauw met elkaar verbonden zijn: ‘Net als de kip en het ei brengt de kerncentrale vooruitgang, nieuwe banen, nieuwe gezinnen. En wie wil er ’s ochtends niet een lekker vers eitje?’

    Wanneer we de school in Pevek bezoeken is het net pauze. Buiten is het als gevolg van de ijzige noordenwind 40 graden onder nul, maar binnen is het warm en ruikt het naar dennen. In de hal ligt een berg warmtepakken. De school telt in totaal 512 leerlingen en is opgedeeld in een middenbouw en een bovenbouw. De sfeer is er onbezorgd maar beheerst, niet één stem die boven het geroezemoes op de gangen uitstijgt, weinig sneakers, geen mobiele telefoons. Een voor een lopen de leerlingen in de rij langs de grote, moderne keuken waar de kantinedames druk in de weer zijn met pannen raapjessoep met heilbot, die heerlijk ruikt. De leerlingen nemen hun lunch in ontvangst en splitsen zich vervolgens op in groepjes, jongens en meisjes meestal apart, zoals normaal is bij tieners.

    Het hart van Pevek

    De directrice van de school, Elena Stepanova, doceert Russische literatuur. Ze is rond de vijftig en heeft grote groene ogen en een ovaal gezicht dat wordt omlijst door een kastanjebruin pagekapsel. Haar kantoor is opgesierd met zijden bloemen, beeldjes en schilderijen van leerlingen. Zelf staat ze op geen enkele foto. Ze is discreet en praat nooit over zichzelf, maar toch merk je dat ze macht heeft: er wordt gezegd dat zij de meest gezaghebbende en gerespecteerde persoon van de stad is. Niet zozeer omdat ze de dienst uitmaakt in het mooiste gebouw – waar in die algehele troosteloosheid weinig voor nodig is – maar omdat ze het instituut vertegenwoordigt dat door iedereen wordt beschouwd als ‘het hart en de ziel van Pevek’, de plek waar de kinderen bijna het hele jaar wonen, weg van de alcohol en de verloedering binnen hun families: een toevluchtsoord en een oase. Er is een foto van Poetin, maar ook een van de oliemagnaat Roman Abramovitsj, die niet alleen eigenaar is van de Engelse voetbalclub Chelsea, maar ook gouverneur van Tsjoekotka is geweest: zijn vriend in het Kremlin had hem deze provincie van het Russische rijk toevertrouwd. En hij is degene die de nieuwe school in 2005 heeft bekostigd. ‘Uit eigen zak,’ volgens Stepanova.

    Surrealistisch

    Op de gangmuren van de drie verdiepingen van de school zijn in pasteltinten schilderingen aangebracht van grote mannen uit de Russische cultuur in situaties die allesbehalve traditioneel zijn, maar eerder surrealistisch: Poesjkin wordt bijvoorbeeld heel vrolijk afgebeeld in een sidecar. Ook de verhalen over Tsjoekotka worden vrij van stereotypen verteld. De afbeeldingen zijn geïnspireerd op de woorden van dichters en schrijvers, zoals de grote Joeri Rytcheoe, zoon van een sjamaan, opgegroeid in een Tsjoektsjenstam en later een van de krachtigste stemmen van de Sovjetliteratuur, die echter helaas door Poetins nieuwe koers naar de prullenbak werd verwezen. Stepanova praat over hem met passie, maar haast fluisterend, alsof het om een geheime liefde gaat. Ze vertelt dat Abramovitsj degene was die de taboes heeft doorbroken door zijn lievelingsroman, Skitanija Anny odintsovoj (De reis van Anna) opnieuw uit te geven, maar alleen voor de scholen in het district Tsjoekotka.

    De klaslokalen zijn in verschillende kleuren geschilderd, die doen denken aan de explosie van kleuren op de toendra in de zomer, en elk lokaal is bestemd voor een bepaald vak. De leerlingen lopen tussen de lessen door steeds naar een ander lokaal. De glimmende schoolborden zijn multifunctioneel, de nu al compleet uitgeruste laboratoria voor techniek en informatica worden binnenkort gemoderniseerd, zoals blijkt uit de dozen die staan te wachten om te worden uitgepakt. De directrice vertelt over haar creatie alsof het Ruslands kostbaarste bezit is, vergelijkbaar met de Hermitage in Sint-Petersburg of het Bolsjojtheater in Moskou. En toch zijn we in Pevek, in het district Tsjoekotka, het einde van de wereld, het gebied met de laagste bevolkingsdichtheid na Antarctica en de Sahara. Waar de lawine van de economische crisis na de instorting van de Sovjet-Unie in de jaren negentig van de vorige eeuw het hardst is aangekomen en waar de bevolking is gedaald van 148.000 inwoners in 1991 naar ongeveer 50.000 nu.

    ‘We beginnen het symbool te worden van de Arctische ontwikkeling’

    ‘Tot 1989 waren het er bijna 15.000. Er waren drie scholen en twee grote kostscholen voor de kinderen uit de dorpen van de Tsjoektsjen. Pevek boogde op een gemeenschap van wetenschappers waar zelfs de Staatsuniversiteit van Moskou niet aan kon tippen. Sommige wetenschappers kwamen hier speciaal voor de exploratie van de mijnen, andere zijn hier gebleven nadat de goelags werden gesloten en hebben hier vervolgens een gezin gesticht, zoals mijn grootvader. In de jaren negentig leden we honger, er was geen melk, we aten aardappelschillen, kaarsen waren een luxe.’ Maar nu, zo verzekert de directrice, ‘is de adrenaline terug, al heeft het inwonersaantal nog niet de vijfduizend bereikt. Er komen jonge geologen en ingenieurs met hun gezinnen. Dankzij een nieuwe satelliet die speciaal is gelanceerd om Oost-Siberië te dekken, hebben we internet en er worden wegen aangelegd. We beginnen het symbool te worden van de Arctische ontwikkeling, Pevek zal een van de belangrijkste havens worden op de nieuwe poolroute, de shortcut van de globalisering. Het is de moderne uitdaging van het hoge noorden, net als in de tijd van de Sovjetpioniers. We zijn nu de hoofdrolspelers en niet langer de verschoppelingen van de mensheid.’

    1. Marzio G. Mian

    Winnaar True Story Award

    De Italiaanse journalist Marzio G. Mian, winnaar van de True Story Award, is al een bekroond correspondent en auteur. Hij was zeven jaar lang adjunct-hoofdredacteur voor het weekblad Corriere della Sera en werkt tegenwoordig voor verschillende Italiaanse en Zwitserse media.

    Mian richtte het The Arctic Times Project op, een journalistieke non-profitorganisatie die zich richt op de gevolgen van klimaatverandering in de Arctische regio, en The River Journal, een multimediaal project waarin hij samen met andere journalisten, fotografen en filmmakers verslag doet van actuele kwesties rondom de grootste rivieren ter wereld.

    Marzio Mian ontving het Rainforest Journalism Fund (RJF) van het Pulitzer Center in Washington D.C. voor een onderzoek naar de rivier de Mekong in Cambodja. Met een aantal journalisten onderzocht Mian de ontbossing en de gevolgen daarvan – minder regenval en kortere en intensere moessonseizoenen – die resulteren in een perfecte storm voor het hele ecosysteem van de Mekong. Ook ontving hij de Marco Lucchetta International Press Award en de Amerigo Vespucci-prijs voor reisliteratuur

    Dan klinkt er een piano vanuit de gang. We zijn op de tweede verdieping, aan de kant die uitkijkt over de haven en de Tsjaoenbaai met het pakijs. We vragen of we even mogen gaan kijken, Stepanova antwoordt dat er wordt gerepeteerd in de danszaal, misschien is dit niet een geschikt moment. Heel even twijfelt ze nerveus, maar dan opent ze voorzichtig de grote eikenhouten deur en laat ons naar binnen kijken. De vijf meisjes dansen onverstoorbaar verder op de muziek van Alexander Skrjabins Prométhée. Zoals we ook al hadden gezien vanuit de ramen van de klaslokalen op de derde verdieping, valt ook hier op hoe de felle lichten van de Akademik Lomonosov worden weerkaatst door het ijs; hier is het een nog indrukwekkender tafereel omdat de ruiten groter zijn en het net lijkt of de kerncentrale een oceaan­stomer is die vanuit de duisternis recht op de school afkomt.

    Daar, vijftig meter verderop, ligt de centrale gevangen in een drie meter dik pak ijs, maar het lijkt of je hem kunt aanraken. De danseressen letten er niet op, alsof het bij de choreografie hoort. Onze blikken kruisen die van de directrice, die allang heeft begrepen waarom we hier zijn en wat we van haar willen weten. ‘Ze zeggen dat de centrale veilig is, waarom zouden we het niet vertrouwen? Ze hebben ons zelfs uitgenodigd aan boord, ze hebben aan de leerlingen uitgelegd hoe alles werkt, ze hebben alle vragen beantwoord, ze hebben de gym en het zwembad laten zien. Wat kon ik doen? Het is nou eenmaal zo gegaan. Maar komen jullie een andere keer terug, dan praten we er rustig over.’

    Schermafbeelding 2023 07 26 om 12.31.13
    De drijvende kerncentrale Akademik Lomonosov werd gebouwd in Sint-Petersburg en heeft twee kernreactoren aan boord. – © Getty Images

    Pevek is alleen bereikbaar per vliegtuig (mits het weer het toelaat één vlucht per week vanuit Moskou, met een tussenlanding in Jakoetsk). Blijkbaar ontkomt niemand aan de controles. Op het kleine vliegveld worden we langdurig ondervraagd door zes grenswachten, die hier agenten van de FSB zijn. Onze vergunningen zijn in orde maar toch noteren ze de namen van onze familieleden, onze bezittingen en onze verplaatsingen in de afgelopen twee maanden. Ze ondervragen ook degene bij wie we zullen logeren, Igor Ranav, een kleine Tsjoektsjische ondernemer en activist die bekend is vanwege zijn meldingen van verkiezingsfraude en zijn polemiek met de regering in de hoofdplaats van Tsjoekotka, Anadyr.

    Beschermingsniveau

    De daaropvolgende dagen maken we met een drone, profiterend van het halfuur daglicht, verschillende luchtopnamen boven Pevek, zonder toestemming en zonder gevolgen. We vliegen vier keer van verschillende kanten over de kerncentrale en naderen die verontrustende platte schuit, geschilderd in de kleuren van de Russische vlag, tot op enkele tientallen meters. Er gebeurt niets. Hoe is het mogelijk dat een drone door niemand wordt onderschept, hoewel de Akademik Lomonosov aan de hele oostkant van de haven wordt beschermd door een gewapend ‘fort’ dat uitsluitend bedoeld is voor de beveiliging van de centrale en dat is uitgerust met geavanceerde radars? Wat is het beschermingsniveau en de interventiecapaciteit in geval van een vijandige aanval of een ongeluk? 

    We hebben het hier over de elfde Russische atoomcentrale, de noordelijkste ter wereld en de eerste [tweede] mobiele kerncentrale die ooit in gebruik is genomen: een platform van 21.500 ton, 140 meter lang en 30 meter breed, uitgerust met twee KLT-40c-reactoren op laagverrijkt uranium die samen 70 megawatt kunnen opwekken en een stad van honderdduizend inwoners veertig jaar lang ononderbroken van elektriciteit en warmte kunnen voorzien. Het idee van een prêt-à-porter kerncentrale bestaat al sinds de jaren zestig, ook de Verenigde Staten hebben lange tijd met het idee gespeeld. Maar om economische en veiligheidsredenen werd het verworpen, aanvankelijk ook door de Russen. Op uitdrukkelijk verzoek van Poetin heeft Rosatom, het Russische nucleaire staatsagentschap, haast gemaakt met het plan en er tien jaar arbeid op de scheepswerven van Sint-Petersburg en circa 450 miljoen euro aan staatsgelden in geïnvesteerd (wat toch tien keer zo weinig is als de kosten van een traditionele kerncentrale).

    Deze klasse van kernreactoren wordt door Moskou beschouwd als de enige oplossing om de meest afgelegen gebieden van het Russische noordpoolgebied te voorzien van de energie die nodig is voor de exploitatie van mineralen en fossiele brandstoffen, maar ook om het ontstaan van nieuwe wooncentra te bevorderen. Er wordt een vloot gebouwd die moet worden geankerd in de havens langs de Noordelijke Zeeroute, de voormalige Noordoostelijke Doorvaart. Het Kremlin en Rosatom hebben aangekondigd dat alleen al in Tsjoekotka nog eens vijf kerncentrales in gebruik zullen worden genomen (waarvan twee voor het eind van 2024) tegen een geschatte kostprijs van 2,25 miljard dollar.

    Niet manoeuvreerbaar

    Jan Haverkamp, nucleair expert van Greenpeace, heeft onlangs alarm geslagen: ‘Het is geen duikboot of ijsbreker, dit is een schuit die niet manoeuvreerbaar is,’ zegt hij. ‘Als het anker losbreekt of er nadert een ijsberg, wat gebeurt er dan? De Noordpool warmt drie keer zo snel op als de rest van de wereld, het smelten van de ijskappen leidt tot ongekende omstandigheden, deze oceaan wordt steeds gevaarlijker. En wat zou er gebeuren in geval van een tsunami, al zegt Rosatom dat ook dat risico is ingecalculeerd? De Russen hebben een lange ervaring met kerncentrales, maar ook een lange geschiedenis van rampen. We weten hoe moeilijk het is nucleaire ongelukken op land het hoofd te bieden, laat staan op zee en in zulke afgelegen gebieden.’ De radioactiviteit van de Akademik Lomonosov is 25 keer zo laag als die van de kerncentrale van Tsjernobyl, maar de gevolgen van een ongeluk zouden enorme proporties aannemen dankzij de poolwinden en de zeestromingen: ‘Dat zou het einde zijn van het kwetsbaarste ecosysteem ter wereld.’

    2. Juan José Martínez d’Aubuisson

    MS13 & Co.

    Juan José Martínez d’Aubuisson kreeg de tweede prijs voor het eerste artikel in zijn vierluik ‘MS13 & Co.’, over hoe de MS13 (Mara Salvatrucha) – een bende die in de jaren 1980 ontstond in Los Angeles om Salvadoraanse immigranten te beschermen tegen andere bendes – na verloop van tijd een traditionele criminele organisatie werd met investeringen in talloze bedrijven, zowel legaal als illegaal.

    In dit deel onderzoekt Martínez d’Aubuisson hoe de MS13 bepaalde aspecten van de afvalrecycling sector in Honduras heeft overgenomen en probeert erachter te komen welke connecties er bestaan tussen de bende en de hoogste regionen van de Hondurese politiek en zakenwereld. Daarvoor sprak hij met tientallen leden van de gang in de VS, Mexico en Honduras. De bronnenlijst is eindeloos en omvat behalve hoofdrolspeler Alexander Mendoza, alias ‘Porky’, die vastzit in een zwaarbeveiligde gevangenis ook lokale journalisten, politieagenten, overheidsfunctionarissen, beschermde getuigen en overlopers van de maffia, evenals slachtoffers van de maffia. Met die informatie voerde hij een uitvoerige analyse uit aan de hand van gerechtelijke documenten, bedrijfscontracten en andere officiële documenten, evenals gespecialiseerde literatuur over het onderwerp corruptie en recycling in Honduras en de wereld.

    De ramen van het appartement van de 65-jarige geoloog Valentin Poskotinov kijken uit op de  Tsjemodanovastraat, de weg of baan die parallel aan het pakijs door Pevek loopt. Het standbeeld van Lenin wordt verlicht door het gele schijnsel van een lantaarn. Bedekt met ijs en sneeuw is het herkenbaar aan de klassieke pose, en de geopende hand lijkt precies te wijzen naar het raam dat Poskotinov op een kier zet om te roken: hij hoeft maar heel even zijn gezicht uit het raam te steken of zijn neusharen en borstelige wenkbrauwen zijn wit.

    ‘Waar vind je een kerncentrale op vijfhonderd meter afstand van een school vol met kinderen?’

    Tussen twee trekjes door herhaalt Poskotinov zijn vraag: ‘Waar ter wereld vind je een kerncentrale op vijfhonderd meter afstand van een school vol met kinderen? Die vraag stelde ik meneer Ivanov van Rosatom op de informatieavond over het project voor de bevolking in het Zal Aisberg-theater. Ze zeiden dat ze de centrale pas zouden gaan bouwen als het plan door de bewoners werd goedgekeurd, maar intussen stortten ze al beton om de pier te bouwen waar de centrale zou worden afgemeerd. Maar meneer Ivanov heeft mijn vraag niet beantwoord.’

    Wurgende keuze

    Ook onze gastheer Igor Ranav was die avond als een van de weinige Tsjoektsjen aanwezig in het Zal Aisberg-theater. Hij was voorstander van de komst van het platform: ‘Ik dacht dat iets nieuws altijd beter was dan niets, voor mijn volk kon het nooit erger worden dan het al was.’ Volgens hem zijn de inwoners voor een wurgende keuze gesteld: de schone energie van de drijvende atoomcentrale in de haven accepteren, of nog eens 75 jaar lang de lucht inademen van de oude kolencentrale Čaunskaya Hpp, die in het centrum van Pevek staat; de opwindende uitdaging van verandering en vooruitgang aangaan, of leven in het gezelschap van die zwarte pluim die wordt gegeseld door de wind en die de sneeuw, de longen en de hoop bevuilt. Je hoeft maar de heuvel op te lopen en je ziet op een vluchtig moment van opaalkleurig licht alles samengevat: beneden een wirwar van rokende wrakstukken te midden van een landschap van ruïnes met betonrot waarboven gigantische kraaien cirkelen; iets verderop een fonkelend ruimteschip in het ijs, wat een sinister gevoel van reinheid geeft; en daarachter, aan de horizon van de Noordelijke IJszee, gemarkeerd door een violette mist, lijkt het alsof je de Noordpool zelf zou kunnen zien.

    In werkelijkheid zal de kolencentrale nog tot ten minste 2025 samen met de kerncentrale in werking blijven

    Rosatom had beloofd dat de prehistorische kolencentrale, bijgenaamd de ‘verroeste kachel’, onmiddellijk buiten werking zou worden gesteld, want nu was er de Akademik Lomonosov, ‘de Russische trots in de wereld’, aldus de directeur, Vitalij Trutnev, om elektriciteit en warmte naar de mensen te brengen en de versleten kernreactoren van Bilibino, 240 kilometer verderop in de toendra, te vervangen. In werkelijkheid zal de kolencentrale nog tot ten minste 2025 samen met de kerncentrale in werking blijven.

    ‘De prioriteiten liggen elders,’ zegt Valentin. Hij is geboren in Sint-Petersburg en behoort tot de generatie van jonge afgestudeerde pioniers die in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw met een patriottische geest het avontuur tegemoetgingen om in het hoge noorden voorbij het Oeralgebergte, in het ruwe noordoosten, de rijkdommen te exploreren die nog niet waren gewonnen door de politiek gevangenen die tot de jaren zeventig op industriële schaal als dwangarbeiders waren ingezet. ‘Ik ben een van degenen die zijn gebleven,’ zegt hij. ‘Uit heimwee naar die jeugd, maar ook omdat ik was gegijzeld door de natuur. De witte koorts, zo noem ik het.’

    Oligarch en gouverneur

    Natuurlijk komen we uiteindelijk te spreken over Roman Abramovitsj, de oligarch die van 2000 tot 2008 gouverneur van Tsjoekotka was en plotseling in Pevek, maar ook in de dorpen van de oorspronkelijke bevolking, weer heel belangrijk werd – en niet vanwege de overwinning van zijn club Chelsea in de Champions League. Hij had sentimentele banden met het hoge noorden; zijn grootouders waren geïnterneerd geweest in de goelags. Maar bovenal was het een kwestie – of een zaak – tussen twee vrienden: de oliemagnaat die meer dan wie ook had geïnvesteerd in de voormalige KGB-agent Vladimir Poetin werd door de nieuwe tsaar beloond met de toekenning van de afgelegen Arctische provincie. In die tijd begreep bijna niemand waarom, want Tsjoekotka was de armzaligste regio van Rusland.

    Schermafbeelding 2023 07 26 om 12.31.31
    De Tsjoektsjen wonen in Pevek in traditionele tenten van hertenleer die tchotaguns worden genoemd. – © Getty Images

    Om de schatkist van de overheid te vullen verplaatste Abramovitsj drie filialen van oliegigant Sibneft naar de hoofdplaats Anadyr: de belastinggelden die dat opbracht waren goed voor 80 procent van de begroting van de autonome regio. Meteen bleek wat dat opleverde. En nog wel het duidelijkst in Pevek, waar in het eerste decennium van deze eeuw behalve de school, het ziekenhuis en het nieuwe gemeentehuis meerdere sociale en residentiële wooncomplexen werden gebouwd ter vervanging van de oude Sovjetcomplexen die in de jaren negentig waren verlaten en toevluchtsoorden voor roedels zwerfhonden waren geworden. Ook de oorspronkelijke bevolking, de veertien­duizend Tsjoektsjen, rendierhouders die zijn verbannen naar de over de toendra verspreide dorpen, werd een stukje opgetild van de bodem van de fles waarin ze hun wanhoop verdronken: in 2000 was de gemiddelde levensverwachting van de Tsjoektsjen 34 jaar; in 2010 was dat gestegen naar 38 jaar. 

    Belastingopbrengsten

    ‘In werkelijkheid betaalde Abramovitsj de belastingopbrengsten uit aan zichzelf,’ zegt Valentin. ‘En voor 2 roebel kocht hij van de overheid, dus van zichzelf, enorme stukken grond waar zich volgens de landkaarten, die nog waren getekend door Sovjetgeologen zoals ik, rijkdommen bevonden. Hier bevinden zich de grootste koper- en goudafzettingen ter wereld.’ En die zijn nu in handen van Abramovitsj. Net als die van Baimskaya, waar naar schatting een koperreserve ligt van 9,5 miljoen ton en bijna 500 ton goud. En de enorme afzettingen van Pešanka in het district Bilibino, waar 23 miljoen ton koper en meer dan 2000 ton goud zal worden gewonnen. Op beide plaatsen werkt de magnaat samen met Kaz Minerals, het belangrijkste kopermijnbedrijf van Kazachstan, dat evenwel gevestigd is in Londen. ‘Wij hebben al die afzettingen ontdekt, we waren jongens vol idealen, we woonden maandenlang op de toendra en aten alleen maar bessen en hazen. We hebben ook andere afzettingen van goud, koper, platina, zilver en wolfraam in kaart gebracht, die nu worden ontgonnen, zoals de mijnen van Majskoe en Kupolte,’ zegt Poskotinov. ‘Het district van Bilibino is een nieuw Klondike en heeft veel energie nodig om echte rijkdom te genereren.’

    Katia Patin

    Derde prijs

    ‘Multimediajournalist’ Katia Patin maakt documentaires en schreef artikelen voor gerenommeerde media als Time Magazine, NBC, The Guardian en The Atlantic. Het True Story Festival gaf Patin de derde prijs voor haar artikel ‘Poland’s Ministry of Memory Spins the Holocaust’, dat werd gepubliceerd door het Amerikaanse Coda Story. Het is een schokkend relaas over de Poolse Olympische sporter Dariusz Popiela, die probeert het bewuste uitwissen van de Joodse geschiedenis door de Poolse overheid te bestrijden met zijn stichting Mensen, geen getallen.

    Ongeveer drie miljoen Poolse Joden werden vermoord door de nazi’s, maar zowel tijdens het communisme als daarna werd en wordt die barbaarse slachting verdoezeld ten faveure van het trotse, ‘officiële’ verhaal over hoezeer Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog werden geholpen door hun Poolse medeburgers. Jaroslaw Kaczynski, leider van de aartsconservatieve regeringspartij PiS, beschuldigt Popiela ervan een ‘pedagogie van schaamte’ te hanteren. Centraal in de controverse staat het machtige en rijkelijk door de overheid gefinancierde IPN, het Nationaal Herdenkingsinstituut, dat het als zijn taak ziet ‘de goede naam’ van Polen te bewaken. Het Instituut blijkt het daarbij niet al te nauw te nemen met de historische waarheid.

    Dat is de reden waarom Abramovitsj in werkelijkheid nooit is weggegaan uit Tsjoekotka. En dat is de reden waarom de Akademik Lomonosov in Pevek is gekomen en de haven nu wordt onderworpen aan een gigantische uitbreiding, met investeringen door Kazachstan en China. Het zal een van de strategische tussenstops worden op de noordelijke vaarroute, die door de Chinezen de Arctische Zijderoute wordt genoemd. Na de recente blokkade van het Suezkanaal en de sterke stijging van de grondstofprijzen als gevolg van de pandemie heeft Poetin vaart gemaakt en druk gezet op Rosatom, dat belast is met de ontwikkeling van de 6000 kilometer lange poolroute. De doorgang wordt steeds makkelijker dankzij het smeltende ijs, maar ook dankzij de door kernmotoren aangedreven containerschepen die het hele jaar kunnen varen zonder gebruik te hoeven maken van ijsbrekers: van de huidige 40 miljoen ton goederen die van en naar Azië worden vervoerd – grotendeels natuurlijk vloeibaar gas uit de Russische afzettingen van Jamal – wil het Kremlin voor het einde van 2026 komen tot 80 miljoen. In Pevek is de groei sinds 2018 100 ton per jaar geweest. ‘Het goud en koper van Abramovitsj zal terechtkomen in China,’ zegt Poskotinov. ’60 procent van het koper op de hele wereld wordt verbruikt in China. Waarom zouden ze het in Chili, Peru of Australië halen als ze het uit Tsjoekotka kunnen krijgen? Ze hoeven maar de Beringstraat over te steken om hun schepen vol te laden.’

    Grootse ideeën

    De Akademik Lomonosov is met zijn verblindende witte lampen ook te zien vanuit het appartement van Igor Ranav, dat honderd meter van de school vandaan ligt. De aanwezigheid van de Akademik voedt vooral zijn voorliefde voor grootse ideeën en de hoop dat de regio spoedig niet meer onder een toezichtsregime zal staan dat nog erger is ‘dan in de Sovjettijd’. Hij denkt bijvoorbeeld zijn dromen te kunnen verwezenlijken: een Cessna kopen en een luchttaxidienst opstarten naar Anadyr of Bilibino, of een groentekas bouwen. Net als alle andere Tsjoektsjen hield hij rendieren op de toendra, maar zijn talent voor zaken, van de bouw tot het begrafenisondernemerschap tot de handel in oud ijzer, heeft hem bevrijd van zijn armoede en, naar de norm van zijn volk, tot een rijk man gemaakt.

    Tot 1867 behoorde Alaska tot het tsaristische rijk, daarna werd het verkocht aan de Verenigde Staten voor een equivalent van 125 miljoen dollar

    Hij is een paar keer aan de overkant van de Beringstraat geweest, in Alaska, en dat is zijn idee van de beschaafde wereld. Hij zegt dat het ‘twee verschillende planeten’ zijn. Tot 13.000 jaar geleden kon je de Beringstraat lopend oversteken, en het landschap is identiek. De gebouwen zijn volgens dezelfde methode gebouwd als de paalwoningen, en de smeltende permafrost veroorzaakt dezelfde problemen: verzakking van veel kustdorpen, kadavers die na honderden jaren tevoorschijn komen uit de graven. Tot 1867 behoorde Alaska tot het tsaristische rijk, daarna werd het verkocht aan de Verenigde Staten voor een equivalent van 125 miljoen dollar, gelijk aan de waarde van de olie die in vier dagen wordt gewonnen in Prudhoe Bay. 

    Veel Eskimo-gezinnen, Inuit genoemd in Alaska en Joepik in Tsjoekotka, leven van elkaar gescheiden op de twee oevers, want de Koude Oorlog in 1948 maakt een einde aan elke vorm van contact. In het tijdperk Reagan-Gorbatsjov, eind jaren tachtig, leek het even of de ‘Beringmuur’ was gevallen, er was een levendige culturele uitwisseling, er werden visa afgegeven en er was zelfs nu en dan een vlucht. ‘Je kan het zien op de kaart, het zijn twee neuzen die tegen elkaar aan wrijven: we zijn een gescheiden tweeling,’ zegt Ranav.

    In de loop van de jaren heb ik ook de andere ‘neus’ bezocht. In Nome, het Amerikaanse havenstadje aan de Beringzee, is de parkeergelegenheid voor privévliegtuigen even groot als die van Newark in New Jersey, 8200 vliegvergunningen in de hele staat. Er is een krant die al meer dan honderd jaar bestaat en nu eigendom is van een jong Duits stel, terwijl er in Tsjoekotka twee staatskranten in omloop zijn en niet één onafhankelijk nieuwsmedium is. Het gemiddelde loon in Noord-Alaska bedraagt rond de 1500 dollar per maand en de oorspronkelijke bevolking heeft meer dan een miljard dollar ontvangen aan herstelbetalingen voor de vervolging waaronder ze hebben geleden. In North Slope, waar de Inuit in de meerderheid zijn en waar zich de meest productieve olievelden bevinden, beheren zij dertien bedrijven die op Wall Street genoteerd staan met hun deel van de olie-opbrengsten. Ook in het noorden van Alaska is alcoholisme een plaag, maar de andere helft van de ‘tweeling’ in Tsjoekotka drinkt zes keer zoveel (volgens het ministerie van Volksgezondheid in Moskou) als de gemiddelde bevolking van Rusland, dat bepaald geen land van geheelonthouders is.

    Eervolle vermelding

    Isaac Otidi Amuke

    De Keniaanse Isaac Otidi Amuke, hoofdredacteur van Debunk Media, kreeg een eervolle vermelding voor zijn artikel ‘The Rise and Fall of Mike Sonko: Nairobi’s Matatu King’. Na te hebben vastgezeten voor fraude, ontwikkelt Gidion Mbuvi Kioko zich tot de koning van de matatu’s, de bont beschilderde en luide minibusjes die in Kenia fungeren als publiek transportmiddel. Vanwege zijn dure sieraden, opzichtige kleding en extravagante levensstijl krijgt hij de bijnaam Sonko, wat in het Sheng, de Keniaanse straattaal, ‘rijkaard’ betekent. Sonko schopt het in 2017 zelfs tot gouverneur van Nairobi.

    Ranav raakt geen alcohol aan maar klokt liters warme thee naar binnen en is een sterke man met een onstuitbare vitaliteit. Hij wisselt gemiddeld om de drie jaar van echtgenote, maar onderhoudt uitstekende relaties met al zijn exen en is altijd aan de telefoon om de logistiek van zijn gecompliceerde relaties te regelen. De vriendin van wie hij nooit scheidt is Jaska, een klein wit rendiertje dat aan een of ander neurologische aandoening lijdt en door haar moeder was achtergelaten op de toendra. Een paar jaar geleden heeft hij de hand weten te leggen op een gigantische oude truck, een Gaz-66 Ural, die in de tinmijnen werd gebruikt. Die heeft hij omgebouwd tot terreinwagen waarmee hij maar liefst vijftien personen kan vervoeren over de zimniki, de wegen van ijs en sneeuw die de binnenlanden van de regio doorkruisen.

    Schermafbeelding 2023 07 26 om 12.31.52

    We doen er drie uur over om naar Rytkoetsji te rijden, een nederzetting van ongeveer vijfhonderd Tsjoektsjen ten zuiden van de Tsjaoenbaai. Het is een vochtig gebied waar drie rivieren samenkomen, ’s zomers een kraamkamer voor de rendieren en het ongerepte rijk van een stuk of tien inheemse vissoorten. We gaan met de sneeuwscooter op bezoek bij Sasja Prokopoiev, een van de vertegenwoordigers van de gemeenschap, in zijn balok, het hokje op ski’s waar hij zich tijdens het ijsvissen verwarmt aan een kerosinekacheltje. De kou is beangstigend, zodra de vissen uit het gat komen sissen ze alsof ze in kokend hete olie worden gegooid. Prokopoiev bevestigt dat er voor het koper en goud van Abramovitsj wordt gewerkt aan de bouw van een nieuwe haven bij kaap Naglejnyn, door de Tsjoektsjen ‘de schoot van de wereld’ genoemd. De rendierhouders van Rytkoetsji brengen daar altijd hun 25.000 rendieren naartoe om zich vet te eten voordat ze moeten werpen. ‘Zo gaat het al vierhonderd jaar,’ zegt hij. ‘Maar over vijf jaar zullen er geen graslanden meer zijn, dan zullen er geen rendieren meer zijn en verdwijnen de dorpen, want zonder rendieren bestaat er geen leven op de toendra.’

    1 miljard euro

    Moskou heeft al 1 miljard euro beschikbaar gesteld voor de haven, terwijl het onzeker is hoeveel Kaz Minerals zal betalen voor de weg die de mijnen in de regio Bilibino zal verbinden met Kaap Naglejnyn: ‘Ze zouden de haven van Pevek kunnen gebruiken, maar met die nieuwe haven hoeven de vrachtwagens vierhonderd kilometer minder te rijden. Die weg belemmert de migratie van rendieren en voor de aanleg ervan moet de bovenloop van de rivieren worden verlegd, waar onze vissen kuit schieten. Voor de extractie van goud wordt cyanide gebruikt, dat in de rivieren terechtkomt. Voor ons is de toendra niet een kwestie van prioriteit, maar van verantwoordelijkheid.’ Dat heeft de schrijver die zo wordt bewonderd door de directrice van de school, Joeri Rytcheoe, milieuactivist in de tijd dat de Sovjet-Unie het milieu verwoestte in naam van de nieuwe mens en de collectieve welvaart, goed uitgelegd: ‘Op de toendra is de tijd niet lineair, maar circulair. Net als de natuur slijt de tijd niet, maar vernieuwt hij zich.’

    De gemeenschappen hebben een brief geschreven aan de Verenigde Naties, waarin zij zich beroepen op de verklaring van de rechten van inheemse volkeren. Ranav staat in de voorste gelederen, we zijn hier niet in Pevek tussen de Russen, dit is zijn grond en het gaat om zijn volk: in Naglejnyn zullen vijf net zulke platforms als de Akademik Lomonosov worden aangemeerd. ‘De komst van Abramovitsj heeft ons leven beslist verbeterd,’ zegt Prokopoiev terwijl hij door de patrijspoort naar buiten kijkt, waar de riviermond intussen is opgeslokt door de duisternis. ‘Zijn mensen deelden voedsel uit, bij elke verkiezing in Rytkoetsji kwamen ze aanzetten met strijkijzers en televisietoestellen en speelgoed. Maar in werkelijkheid heeft hij ons geplukt als kippen. Hij heeft misschien 1 miljard geïnvesteerd maar er 10, 20 of wie weet hoeveel miljard aan verdiend. Hij heeft ons omgekocht met glazen kralen en in ruil daarvoor Tsjoekotka ingepikt. Nu zijn we nog maar vijfhonderd obstakels die die klootzakken in de weg zitten.’

    De impact van de Oktoberrevolutie van 1917 in Tsjoekotka werd pas zichtbaar in oktober van het jaar daarop

    Ranav belooft dat ze de grond tegen elke prijs zullen verdedigen: ‘Abramovitsj kent onze geschiedenis.’ De Kozakken probeerden in de zeventiende eeuw belasting te heffen, de jasak, maar moesten toegetakeld het veld ruimen. Peter de Grote probeerde de Tsjoektsjen te onderwerpen en stuurde zijn vertrouweling Afanasij Sestakov, maar diens schip zonk en de schipbreukelingen werden op het pakijs uit de weg geruimd: de stammen ondertekenden een vredesverdrag dat hun in staat stelde zelf te bepalen hoeveel belasting ze zouden betalen. De impact van de Oktoberrevolutie van 1917 in Tsjoekotka werd pas zichtbaar in oktober van het jaar daarop, toen twee Bolsjewistische afgevaardigden twee dagen nadat ze de macht hadden gegrepen, uit de weg werden geruimd.

    In de weg

    We komen aan in het dorp, het licht is net uitgevallen. Iemand zegt dat er een kraai op de hoogspanningsdraad terecht is gekomen, dat is al eerder gebeurd. Maar Sasja is ervan overtuigd dat het dit keer komt door de werkzaamheden op de lijn die het kernplatform moet verbinden met het elektriciteitsnet van de regio Bilibino: ‘We zitten die klootzakken in de weg,’ herhaalt hij.

    Eervolle vermelding

    Bastian Berbner en John Goetz

    Twee journalisten van Die Zeit kregen een eervolle vermelding voor What Guantánamo Made of Them’, een verhaal over Mr. X., een beul in Guantánamo Bay, en zijn slachtoffer Mohamedou Slahi, gepubliceerd in editie 209 van 360.
    Mr. X. woont inmiddels als een gebroken man ergens in de VS en lijdt net als slachtoffers van martelingen aan depressie en zelfmoordgedachten. Hij is er nog altijd van overtuigd dat Slahi een terrorist is. Slahi woont inmiddels in Nederland. Zijn bestseller Guantánamo Diary verscheen in 2015 en werd verfilmd als The Mauritanian.

    Helaas zien we Elena Stepanova, de directrice, niet meer terug. Kort voor onze nieuwe afspraak, waarvoor ze een ontmoeting met een paar leerlingen had georganiseerd, laat ze ons weten dat het hoofdbureau van politie haar heeft ‘aangeraden’ ons niet opnieuw te ontmoeten. Ze zou duizend excuses kunnen bedenken, maar ze vertelt liever de waarheid. Maar wij zijn daar inmiddels wel aan gewend, interviews worden op het laatste moment afgezegd, mensen met wie we hebben gesproken krijgen bezoek van een of andere functionaris. De afgelopen dagen zijn we achtervolgd, gevolgd door een stilstaande auto voor het huis en een paar keer ondervraagd.

    De derde keer dat ze ons ondervragen komen ze om zes uur ’s ochtends het huis van Ranav binnen. Een jonge agente legt bruusk uit dat de handtekeningen ontbreken in het verhoor van de vorige dag. Wij staan erop onze verklaringen te herlezen, waaraan is toegevoegd dat ‘het doel van onze reis is de flora en fauna van Tsjoekotka te documenteren’. Zo zouden ze gemachtigd zijn het materiaal in beslag te nemen dat aantoont dat we ons midden in de poolwinter niet hebben beziggehouden met Tsjernobylbloemen. Ranav filmt ze met zijn mobiel terwijl ze ons proberen te dwingen te tekenen. Even heerst er grote nervositeit, dan vertrekken ze. Wij haasten ons, lang voor de vertrektijd, naar het vliegveld. Vlak voordat we opstijgen, stapt er een militair in het vliegtuig die rechtstreeks naar ons toe loopt om er zeker van te zijn dat we Tsjoekotka écht verlaten. 

    Dit artikel werd gepubliceerd in het nummer van 30 juli 2021 van Internazionale. Op 23 juni 2023 won het de True Story Award, een internationale prijs voor onderzoeks- en reportagejournalistiek.

    Lees ook:

  • Deze journalisten in Hongkong blijven het nieuws verslaan – ondanks zware straffen

    Deze journalisten in Hongkong blijven het nieuws verslaan – ondanks zware straffen

    Ondanks de vage nationale veiligheidswet, die autoriteiten het recht geeft afwijkende meningen met levenslange celstraffen de mond te snoeren, blijft de onafhankelijke pers in Hongkong volharden in zijn missie. ‘Ik wil verhalen brengen vanuit het perspectief van Hongkong.’

    Het onlinenieuwsmedium Hong Kong Court News, dat begin dit jaar van start ging, opereert vanuit een gehuurde coworkingspace in Wong Chuk Hang, een artistieke wijk in het zuiden van Hongkong. Er is net genoeg ruimte voor de twee oprichters van de site – Cheung Lai San en Alvin KM Chan – en drie verslaggevers. Twee katten van de buren komen even langs voor wat aandacht. Op een muur staat het woord

    平安 (ping on), dat ‘veilig en wel’ betekent; het is samengesteld uit felgekleurde velletjes papier die bij rechtszittingen worden uitgedeeld aan verslaggevers.

    Als ik op bezoek kom, zitten Cheung en Chan aan hun bureau, schakelend tussen computerscherm en telefoon. Cheung is in de veertig, heeft schouderlang haar en draagt een bril met dik montuur. Tot voor kort was ze redacteur bij Citizen News – ‘een vluchtelingenkamp’, zoals een medewerker het omschreef, voor leden van de onafhankelijke pers van Hongkong. Citizen News maakte eerder vooral analyses, maar in de zomer van 2019, toen de stad in de greep was van prodemocratische protesten, ging de redactie zich meer toeleggen op verslaggeving. In 2020 vaardigde de regering van het Chinese vasteland een nationale veiligheidswet uit – een vage, ruime wet die de autoriteiten het recht gaf afwijkende meningen de mond te snoeren, met als maximumstraf levenslang. De media behoorden tot de eerste slachtoffers; meer dan duizend verslaggevers in Hongkong verloren hun baan. Citizen News ging begin vorig jaar op zwart. ‘Ik moest dus kiezen,’ zegt Cheung. ‘Teruggaan en een baan zoeken in deze sector, een carrièreswitch maken, onafhankelijk worden’ – lees: freelance gaan werken – ‘of voor mezelf beginnen.’

    Jimmy Lai kreeg dertien maanden gevangenisstraf voor zijn vermeende betrokkenheid bij een herdenking van het bloedbad op het Tiananmenplein

    Op dat moment waren al minstens tienduizend Hongkongers gearresteerd in verband met de protesten. Minder dan eenderde werd formeel aangeklaagd, maar de veiligheidswet gaf de regering een vrijbrief om iedereen aan te klagen, ook een twintigtal journalisten. De stadsrechtbank liep grote achterstanden op. Cheung besloot Hong Kong Court News op te richten om het verloop van die zaken bij te houden, ook die waarbij de persvrijheid op het spel stond.

    Onder de nieuwsorganisaties die hun deuren sloten na het begin van de veiligheidswet waren Apple Daily – een belangrijke krant waar Chan vroeger werkte – en Stand News, bekend om zijn controversiële politieke verhalen. De oprichter van Apple Daily, Jimmy Lai, werd veroordeeld tot dertien maanden gevangenisstraf voor zijn vermeende betrokkenheid bij een wake ter herdenking van het bloedbad op het Plein van de Hemelse Vrede. Chung Pui-kuen, voormalig hoofdredacteur van Stand News, en zijn opvolger Patrick Lam werden beschuldigd van opruiing.

    Toen Cheung en Chan met Hong Kong Court News begonnen, diende net de zaak van Chung en Lam bij de rechtbank. Dagelijks publiceerde Hong Kong Court News updates, inclusief transcripties van het kruisverhoor, wat nogal onorthodox is voor media in Hongkong. Laura Ng, de hoofdaanklager, vroeg aan Chung of de medewerkers van Stand News ‘geel’ waren – de kleur die symbool staat voor het prodemocratische kamp. ‘Dat zou ik niet zeggen,’ antwoordde Chung.

    Op kantoor vertelt Chan, een veertiger met kort haar, snor en een zwart omrande bril, dat het een strategische stap was om zich te concentreren op de rechtszaal in plaats van op de bredere politieke context in Hongkong. ‘Het risico is iets kleiner,’ zegt hij.

    Cheung is het daarmee eens. ‘Er is geen ruimte om iets te veranderen of te duiden,’ zegt ze. ‘We schrijven over dat wat er in de rechtbank wordt gezegd.’ Door rechtstreeks te transcriberen wat er tijdens de hoorzittingen gebeurt, denken ze de harde politieke realiteit van Hongkong te kunnen laten zien, zonder beschuldigd te worden van vooringenomenheid. Er is zeker geen tekort aan zaken; elke avond nadat de medewerkers naar huis zijn gegaan, bekijkt het tweetal de lijsten van de rechtbanken in Hongkong en overleggen ze in een groepschat wat ze de volgende dag zullen verslaan. ‘We proberen geen enkele rechtszaak van algemeen belang te missen,’ zegt Cheung.

    180 abonnementen

    Vóór Hong Kong Court News was Chan verantwoordelijk voor de planning en distributie van de laatste editie van Apple Daily. In zijn huidige baan neemt hij een groot aantal taken op zich. Cheung wijst naar hem en zegt: ‘Ziehier de HR-afdeling, de redactie, de boekhouding, de IT, de administratie en de vormgeving.’

    ‘Klopt,’ zegt Chan. De site moet het van abonnementen hebben. Dat zijn er zo’n honderdtachtig, maar die leveren onvoldoende op om de kosten van de redactie te dekken. Cheung en Chan betalen hun verslaggevers en nemen zelf genoegen met een karig salaris; ze moeten hun inkomen aanvullen met freelance schrijfwerk. Toch blijven ze plannen maken: ze willen een wekelijkse krant maken met een overzicht van de belangrijkste zaken.

    ‘Maar ja, wie weet wat er morgen gebeurt?’ zegt Cheung. Ze lacht en werpt me een veelbetekenende blik toe. ‘Als we zes maanden kunnen overleven, is dat al een mijlpaal.’

    Hun doel – zoeken naar mogelijkheden binnen een strak gereguleerde omgeving – is gebruikelijk onder journalisten in Hongkong. In een industrieel gebouw in Kowloon, gelegen tussen de volkswijken in het noorden van de stad, bezoek ik een studio die wordt gedeeld door Ryan Lai en Jacky Cheung, twee voormalige verslaggevers van Citizen News. Het is er gezellig; bijna het volledige interieur – tafels, stoelen, computerschermen – hebben ze overgenomen van het oude Citizen News-kantoor. Een tv-scherm dat vroeger toebehoorde aan het China Team – ooit een elitegroep van verslaggevers die zich richtte op nieuws van het vasteland en die massaal opstapte na een leiderschapswissel – is nu ViuTV te zien, een lokale zender die velen als ‘geel’ beschouwen. Als ik arriveer, zendt ViuTV tekenfilms met Barbie uit.

    Journalisten zoeken naar mogelijkheden binnen een strak gereguleerde omgeving

    Lai, een lange, slanke man van zesentwintig met een bril, heeft iets dromerigs als hij spreekt, alsof hij net een dutje heeft gedaan. Er staat een koffiezetapparaat in de studio, maar hij drinkt liever instantkoffie uit een papieren beker, want ‘schoonmaken is te veel moeite’, zegt hij. Hij besteedt zijn tijd liever aan andere dingen. Zijn carrière begon in een politieke context die steeds autoritairder werd. Zijn eerste baan was videoverslaggever voor Citizen News, maar dat werk duurde slechts enkele maanden.

    Vorig jaar lanceerde hij een YouTubekanaal met de naam The WELL. Die naam ontleende hij aan een gedicht van een Chinese advocaat, die het op zijn beurt had ontleend aan het gedicht van Martin Niemöller uit het nazitijdperk: ‘Eerst kwamen ze voor…’ Het eerste couplet in de Chinese versie luidt: ‘De mijnwerkers bleven sterven, maar ik kwam niet voor hen op, want ik hoefde niet af te dalen in de schacht [the well].’ Toen Citizen News aankondigde te gaan sluiten, plaatsten medewerkers afscheidsbrieven aan lezers op de website; in de zijne citeerde Lai het gedicht. ‘Ik wil de persoon zijn die in de schacht afdaalt’, schreef hij.

    In de studio werkt Lai aan een documentaire over de jonge werkende armen van Hongkong. Eerder maakte hij films over de daklozen van de stad en over mensen die naar de afgelegen eilanden van Hongkong waren verhuisd. Het zijn allemaal sympathieke humaninterestverhalen. Maar bij het aansnijden van ‘gevoelige onderwerpen’, zoals de verjaardag van de sluiting van Apple Daily, censureert hij zichzelf en richt zich dan op de emotionele toestand van de geïnterviewden, in plaats van op beladen feiten. ‘Het is onmogelijk om deze onderwerpen te vermijden,’ zegt hij, ‘maar je moet wel heel voorzichtig zijn.’

    ‘Het is goed om te weten dat er nog steeds mensen zijn die zich bekommeren om media-ethiek’

    Aan de andere kant van de kamer zit Cheung (28). Hij spreekt zacht en draagt een zwart honkbalpetje dat zijn halve gezicht bedekt. ‘Ik wil verhalen brengen vanuit het standpunt van Hongkong,’ zegt hij. ‘Dingen die de buiten Hongkong gevestigde media niet kunnen doen.’ Na de veiligheidswet en het verdwijnen van de meeste nieuwszenders van eigen bodem werden de reguliere media – waaronder Radio Television Hong Kong (RTHK), de publieke omroep van de stad – onder toezicht van de regering geplaatst. Cheung zag de verhalen uit de stad verschuiven naar stemmen van buiten. De berichtgeving kwam van Flow HK, gevestigd in Taiwan, van Green Bean Media in het Verenigd Koninkrijk en van sites als Commons Hong Kong en The Points, die op afstand worden gerund door voormalige leden van de Hongkongse pers. ‘Je kunt het sentiment van mensen niet voelen als je je niet vlakbij bevindt,’ zegt Cheung. Afgelopen maart begon hij met een eigen site: Hong Kong City Creation.

    Hong Kong City Creation behandelt algemeen nieuws en cultuur. Met zijn artikelen – over verboden films, over een winkel in Kwai Chung Plaza die uit de gevangenis ontslagen demonstranten in dienst neemt en over ene Thomas die door de stad trekt in een dinosauruspak – produceert Cheung niet dezelfde soort directe politieke verslaggeving als in zijn vorige baan. Maar hij wil verhalen over de stad vertellen en belangrijke politieke onderwerpen aansnijden op manieren die, althans oppervlakkig gezien, niet zo controversieel zijn. Vorig jaar spoorde hij een jongen op die hij had zien huilen op een politiebureau tijdens een aanval van een knokploeg in Yuen Long in 2019. ‘Hij vertelde dat vrienden die altijd met hem gingen fietsen de afgelopen jaren allemaal Hongkong hadden verlaten. Maar hij stond erop om te blijven,’ zegt Cheung. ‘Door zijn ogen kon je de veranderingen in Hongkong goed zien.’

    Bijbaantjes

    Zowel The WELL als Hong Kong City Creation leeft van donaties, waarmee een deel van de studiohuur kan worden voldaan. Om hun activiteiten te kunnen volhouden moesten ze tot nu toe bijbaantjes nemen; Cheung gaf les aan een journalistenclub op een basisschool. Hoelang ze hun passie en hun projecten kunnen volhouden is onzeker. ‘We leven van dag tot dag,’ zegt Cheung.

    Aan de andere kant van Kowloon stap ik uit op metrostation Prince Edward, waar het wemelt van de eetgelegenheden en winkelcentra. Tijdens de protesten deden geruchten de ronde dat de politie hier activisten had doodgeslagen. Agenten vergrendelden de plek, versperden journalisten en ambulancepersoneel de toegang en ontkenden de beschuldigingen. Sindsdien laten Hongkongers elke maand bloemen achter bij het station. Vlakbij, in een oud winkelpand, is een onafhankelijke boekwinkel gevestigd met de naam Have a Nice Stay. Die werd afgelopen mei geopend door een groep journalisten wier werkgevers waren opgeheven.

    hk 001 Courtesy of Hong Kong Court News
    Hong Kong Court News opereert vanuit een gehuurde coworkingruimte in Wong Chuk Hang, een kunstzinnige wijk in Hongkong. Er is net genoeg ruimte voor de medeoprichters van de site. © Hong Kong Court News

    De naam van de winkel is een boodschap aan degenen die in Hongkong zijn gebleven tijdens de emigratiegolf – een duidelijk politieke golf die zich niet beperkte tot leden van de pers. In 2022 meldden de lokale autoriteiten het vertrek van zestigduizend inwoners. Kris Lau, een van de oprichters van Have a Nice Stay, die tien jaar lang het lokale nieuws versloeg, zegt dat het doel van de groep is om een plek te creëren waar Hongkongers boeken kunnen lezen, wijn kunnen drinken en zich op hun gemak kunnen voelen. Ze zien de winkel ook als een ontmoetingsplaats om de schamele onafhankelijke pers die de laatste tijd weer opkomt, te promoten. ‘Fragmentatie is de toekomst,’ zegt hij. ‘Als je een geïntegreerd nieuwsmedium bent’ – lees: een algemeen nieuwskanaal – ‘zul je bepaalde dingen moeten vermijden, zijn er dingen die je niet kunt doen.’ Focussen op één onderwerp lijkt het makkelijker te maken om verboden zaken te omzeilen. ‘Idealiter zou de totale hoeveelheid informatie voor de lezers hetzelfde moeten blijven als voorheen – het is de verantwoordelijkheid van de lezers om hun eigen krant samen te stellen, van de voorpagina tot entertainment en sport.’

    Eerste editie Apple Daily

    Lau – drieëndertig jaar, met een rond brilletje en kort krullend haar – leidt me rond. Have a Nice Stay is bescheiden ingericht. Aan de muur hangt een verzameling voorpagina’s van kranten, onder andere die van de eerste editie van Apple Daily en van South China Morning Post uit juli 1997 over de Britse overdracht van Hongkong aan China. Houten planken staan vol met literaire non-fictie en boeken met nieuws-verslaggeving voor dummy’s. Bijna elk weekend nodigen de oprichters journalisten uit om hun werk te delen, zoals Alvin KM Chan, Jacky Cheung en Bao Choy, een voormalige freelance-documentairemaker van RTHK. Zij werd veroordeeld voor het afleggen van valse verklaringen tijdens haar verslaggeving over de prodemocratische protesten. Onlangs is ze begonnen met een start-up voor onderzoeksjournalistiek onder de naam The Collective HK. Veel van de vaste klanten van de winkel zijn aspirant-verslaggevers, zegt Lau.

    Voor een workshop ontving Have a Nice Stay in februari In Voices Strong, een groep documentairemakers. Dora Choi, vrijwilliger bij In Voices Strong, was eerder werkzaam bij Hong Kong Connection, een langlopend documentair nieuwsprogramma van RTHK. Choi en haar collega’s werden vroeger opgeleid door oudere makers; nu RTHK zijn onafhankelijkheid kwijt is, is het voor nieuwkomers lastig om kennis te verwerven over productietechniek, montage en ethiek. ‘Het is moeilijk voor hen, want de senior verslaggevers met verstand van documentaires zijn vertrokken,’ zegt Choi.

    Tijdens een recente sessie besprak Choi de complexe relatie tussen filmmakers en geïnterviewden. Zijn we werkpartners? Kunnen we vrienden zijn? Hoe win je vertrouwen? Waarom zou iemand ermee instemmen gefilmd te worden? Een student vroeg: ‘Is het maken van documentaires wel moreel verantwoord?’ Choi had daar geen sluitend antwoord op. ‘Alles hangt af van de aanpak en de werkwijze van de persoon achter de camera,’ zegt ze.

    Choi was ontroerd door de aanwezigheid van jonge filmmakers. ‘Het is goed om te weten dat er nog steeds mensen zijn die zich bekommeren om media-ethiek en dit soort zeer inhoudelijke problemen,’ zegt ze. ‘En het is goed dat we nog steeds bijeen kunnen komen.’

    Toen de veiligheidswet werd ingevoerd, zegt Lau, waren Hongkongers depressief en bang. Maar na verloop van tijd ‘hadden de mensen zoiets van: o, ik kan eigenlijk wel raden waar de grens ligt en hoe ik het spel moet meespelen’. Het blijft altijd gissen. ‘Soms is het verstikkend,’ zegt hij. ‘Maar er is altijd nog ruimte om te ademen.’

    Lees ook:

  • Chaos bij CNN: CEO Chris Licht moet al na een jaar vertrekken

    Chaos bij CNN: CEO Chris Licht moet al na een jaar vertrekken

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Donald Trump doelwit in juridisch onderzoek naar geheime documenten

    » Verenigd Koninkrijk gaat wereldwijde top over AI organiseren

    Live-uitzending met Donald Trump liep uit op debacle

    CNN-baas Chris Licht verlaat zijn functie na iets meer dan een jaar aan het hoofd van de nieuwszender, meldt Variety. De eenenvijftigjarige Licht had de steun van zijn teams verloren na het doorvoeren van een reeks redactionele veranderingen die als chaotisch werden beschouwd. In het bijzonder werd hij zwaar bekritiseerd voor het aanbieden van een openbare live-uitzending aan voormalig president Donald Trump in mei.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Licht was vorige week het onderwerp van een beschadigend profiel in The Atlantic waarin hij werd afgeschilderd als afstandelijk tegenover het personeel, iemand met een dunne huid ten opzichte van berichtgeving in de pers en geïrriteerd door vergelijkingen met zijn voorganger Jeff Zucker.

    ‘Licht stond aan het hoofd van een chaotisch tijdperk bij CNN, een tijdperk waarin anchors werden doorgeschoven in een poging om een nieuwe missie van het moederbedrijf te volgen: het afzwakken van de militante toon die het netwerk aansloeg in de verslaggeving over de Trump-administratie onder Zucker’, schrijft Variety.

    ‘Het resultaat? De kijkcijfers zijn gekelderd en de prognoses voor de zakelijke prestaties van CNN in 2023 zijn niet goed. (…) De advertentie-inkomsten van CNN zullen in 2023 naar schatting met ongeveer 5 procent dalen tot 562,6 miljoen dollar, voornamelijk als gevolg van dalende kijkcijfers. En een aanzienlijk aantal getalenteerde CNN-presentatoren en -producenten is overgestapt naar rivalen als MSNBC, CBS News en ABC News’, concludeert het Amerikaanse tijdschrift.

    Lees ook:

  • De Zweedse krant Aftonbladet brengt het nieuws als rap

    De Zweedse krant Aftonbladet brengt het nieuws als rap

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Saoedi-Arabië verlaagt olieproductie opnieuw om prijs te stuwen

    » Levensbedreigende hitte kan tegen 2100 twee miljard mensen treffen

    AI vertaalt nieuwsartikelen naar rapmuziek

    Om jongeren te trekken verpakt het Zweedse dagblad Aftonbladet het nieuws in rapsongs: AI zorgt ervoor dat verhalen in rapvorm op muziek worden gezet. Deze vorm is een van de resultaten van overleg met jongeren over meer prikkelende manieren om het nieuws te brengen, aldus adjunct-hoofdredacteur Martin Schori in zijn column. 

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Aftonbladet testte het resultaat begin mei op duizend geselecteerde jonge gebruikers. De reacties waren positief, schrijft Schori, zowel van de proefpersonen als van de jongeren die met het oorspronkelijke idee kwamen. Verreweg het populairst bleek een rap te zijn over het bezoek van Beyoncé aan Stockholm in het kader van haar wereldtournee.

    ‘We moeten oude conventies uitdagen en luisteren naar de nieuwsconsumenten van de toekomst,’ aldus Schori. ‘Behalve nieuws als rap gebruiken we AI inmiddels om video’s te ondertitelen en interviews te transcriberen, en er zijn meer tools in ontwikkeling.’

    Lees ook:

  • Persvrijheid in Griekenland: ‘In Europa is maar één land waar onlangs een journalist is vermoord’

    Persvrijheid in Griekenland: ‘In Europa is maar één land waar onlangs een journalist is vermoord’

    Griekenland is in één jaar maar liefst achtendertig plaatsen gezakt op de internationale persvrijheidsindex van Verslaggevers Zonder Grenzen en staat nu het laagst van alle Europese landen. Journalist Stavros Malichudis, die zelf door de inlichtingendienst in de gaten werd gehouden, weet wel hoe dat komt.

    Laten we een spelletje doen: pak een pen of potlood en een stuk papier. Ik weet dat je het niet zult doen. Maar ik meen het. Geef het een kans: pak een pen of potlood en een stuk papier.

    Zit je klaar? Laten we doen van wel. Bedenk nu welke vijftien bedrijven de meeste invloed hebben op je dagelijks leven en schrijf ze op. Neem bijvoorbeeld de bedrijven waar je op een gewone dag het meest mee in aanraking komt.

    Ik begin wel: Cosmote (mobiele telefoon). Vodafone (vaste lijn). De Piraeus Bank (geld). E-food en Wolt (eten). Public en Plaisio (loop ik tegenaan zodra ik mijn huis uit kom). OPAP (ik kom langs de eerste vestiging van dit kansspelbedrijf nog voor ik tegen de Public en Plaisio aanloop). Athenian Brewery, Olympic Brewery, Coca-Cola (grote kans dat ik tijdens een zakelijke afspraak of ’s avonds in een bar een van deze merken bestel). Aegean Airlines. Hellenic Petroleum. Energiebedrijf DEI. Mytilineos. En natuurlijk de bouwbedrijven: Ellaktor, GEK Terna en opnieuw Mytilineos.

    Bedenk nu wanneer je voor het laatst een programma van een publieke of commerciële omroep hebt gezien dat onderzoek deed naar een van deze bedrijven. Wanneer heb je voor het laatst een reportage gezien – over arbeidsovereenkomsten waar het niet zo nauw mee wordt genomen, over een vermoedelijke voorkeursbehandeling van de staat, over een eventueel oneerlijke houding tegenover kleine spelers op de markt – op een groot mediakanaal?

    Rotte appels

    Waarschijnlijk is dat heel lang geleden. Wat is hier aan de hand? In Griekenland kom je waar je ook kijkt rotte appels tegen. Kan het zo zijn dat op magische wijze alleen de belangen van de grote spelers onaangetast blijven? Hebben alleen andere bedrijven last van de kwalen waarvan we allemaal op de hoogte zijn?

    Noteer nu eens welke van deze bedrijven je weleens hebt zien adverteren op grotere media, of welke de evenementen sponsorden die je hebt bezocht.

    Lijkt alles nu niet ineens een stuk duidelijker?

    Voor bedrijven in Griekenland dient adverteren bij mediakanalen één doel: een afhankelijkheidsrelatie creëren. Voor veel Grieken is dat natuurlijk niets nieuws, maar het is interessant om te zien hoe buitenlandse bedrijven zich aan deze realiteit aanpassen.

    In september 2021 ontstond er ophef over e-food, het Duitse bedrijf dat pizza, souvlaki en zelfs boodschappen thuisbezorgt. Toen een ongelukkig bericht uitlekte waarin bepaalde bezorgers werden geïnformeerd dat ze niet langer in loondienst zouden werken, en dat ze ofwel verder konden gaan als freelancer of e-food vaarwel konden zeggen, werden de bezorgers op sociale media massaal gesteund.

    ‘In Europa is maar één land waar onlangs een journalist is vermoord’

    De media besteedden niet alleen veel aandacht aan het nieuws, maar ook aan de eisen en acties van de werknemers. Door deze publiciteit daalde de rating van het bedrijf in een paar uur tot één ster – en werden de ontslagen teruggedraaid.

    Tijdens die eerste dagen, toen ik het enthousiasme zag waarmee de binnenlandse media de kwestie maar bleven behandelen, vroeg ik me iets af. Kort daarna wist een bron die goed op de hoogte was mijn vraag te beantwoorden: nee, e-food adverteerde niet bij de binnenlandse mediakanalen. Aangezien het zakenmodel van e-food gericht is op internetgebruikers – die terwijl ze naar een YouTubefilmpje of posts van hun vrienden op Facebook kijken vroeg of laat wel iets zullen bestellen – werd adverteren op radio en tv niet nodig gevonden voor de groei van het bedrijf. Dit verklaarde deels de ongekende vrijheid waarmee de mediakanalen zich tegen het bedrijf richtten.

    In het tussenliggende jaar heeft e-food zijn les geleerd: tegenwoordig adverteert het bedrijf op grote landelijke tv- en radiozenders. Daarmee heeft het zijn eigen beschermingscontract getekend en voorkomen dat de pers, en daarmee de consument, zich met toekomstige misstanden zal bemoeien.

    Gezakt

    In 2022 stond Griekenland op plek 108 van de 180 landen op de jaarlijkse internationale persvrijheidsindex van Verslaggevers Zonder Grenzen (VZG). Het was achtendertig plaatsen gezakt ten opzichte van het jaar ervoor en stond nu het laagst van alle Europese landen.

    Sinds de dag dat de lage plek op de index bekend werd gemaakt, is er in Griekenland iets eigenaardigs aan de hand. Een deel van de oppositie gedraagt zich alsof de uitkomst onverwacht was, bijna alsof het woord ‘Griekenland’ voor hen tot vorig jaar gelijkstond aan persvrijheid. Dit terwijl de regering niet alleen het rapport maar ook de instantie die het publiceert geheel in twijfel trekt.

    Inspelend op de inlandse neiging om ngo’s te wantrouwen (volgens de peilingen wantrouwen Griekse burgers ngo’s het meest van alle instituties) verwijst de regering denigrerend naar Verslaggevers Zonder Grenzen als ‘een ngo’, terwijl de premier het rapport als ‘rotzooi’ heeft bestempeld.

    Het is moeilijk te begrijpen waarom de rechtsvorm ‘non-profitorganisatie’ bepalender zou zijn voor de kwaliteit van het jaarlijkse rapport, dat wereldwijd van belang wordt geacht, dan bijvoorbeeld het feit dat VZG onderscheiden is door het Europees Parlement. In plaats van de index te erkennen wordt er in Griekenland gewezen op de Afrikaanse landen die hoger op de lijst staan en wordt er gevraagd: hoe is het mogelijk dat Griekenland het slechter doet dan die landen?

    Op een internationaal journalistiek congres dat in 2022 in Athene werd georganiseerd gaf Pavol Szalai, die bij de journalistieke non-profitorganisatie iMedD verantwoordelijk is voor de Balkanlanden en de EU, een antwoord dat met applaus werd ontvangen. Hij zei dat we nu eindelijk eens moeten ophouden met het als vanzelfsprekend beschouwen dat er in Afrikaanse landen minder persvrijheid heerst dan in Europese landen.

    In november 2021 werd onthuld dat ik in de gaten werd gehouden door de nationale inlichtingendienst

    Szalai lichtte toe dat Griekenland vandaag de dag alle problemen in zich verenigt die je in andere Europese landen aantreft. ‘Er is maar één land waar onlangs een journalist is vermoord, waar journalisten willekeurig in de gaten worden gehouden en waar mensen die verslag doen van de immigrantenkwestie worden aangevallen en geïntimideerd. Ook zijn er veel SLAPP-gevallen [acroniem voor het door middel van rechtszaken intimideren van journalisten], is er politiegeweld, heerst er een gebrek aan onafhankelijkheid van publieke nieuwsmedia – en zo kan ik nog wel even doorgaan,’ zei hij.

    Internationale journalistieke organisaties (naast VZG) en buitenlandse Europarlementariërs blijven onvermoeibaar opheldering eisen over de moord op Giorgos Karaivaz [een Griekse onderzoeksjournalist die was gespecialiseerd in de georganiseerde misdaad en in april 2021 in Athene werd doodgeschoten]. En dat is het eerste wat er zou moeten gebeuren, wil de regering het imago van het land verbeteren. Maar ruim anderhalf jaar later is er, ondanks de aanvankelijke aankondigingen, geen enkele vooruitgang geboekt.

    Het directe gevolg van deze ongekende gebeurtenis – de moord op een misdaadverslaggever op klaarlichte dag – is het vermoeden dat zoiets opnieuw kan gebeuren.

    Als er geen haast wordt gemaakt met de opheldering van de moord op een vooraanstaande journalist, die zelfs bij de bewoners van het meest afgelegen Griekse dorp bekend was door zijn dagelijkse televisieoptredens, wat valt er dan te verwachten als er iets met een van ons zou gebeuren?

    In november 2021 onthulde een reportage in [de Griekse krant] Efimerida ton Syntakton dat ik in de gaten werd gehouden door de nationale inlichtingendienst, in het kader van een reportage voor Solomon.

    Onder toezicht

    We weten niet waarom ik onder toezicht kwam te staan. Aanvankelijk werd het ontkend, terwijl maanden later bleek dat het omwille van de ‘nationale veiligheid’ was gebeurd (net als jaarlijks minstens vijftienduizend andere burgers overkomt). Uit het gepubliceerde document kwam naar voren dat de geheime dienst in die periode interesse had in een reportage waaraan we werkten, over een twaalfjarige vluchteling uit Syrië die opgesloten zat in een kamp op Kos.

    Daarop volgde een verklaring van de Journalistenbond van Atheense Dagbladen. Ook de Buitenlandse Persvereniging en internationale journalistenverenigingen kwamen met verklaringen. Er werden vragen gesteld in het Europees Parlement en internationale media die als betrouwbaar bekendstaan kwamen met reportages.

    Toen de zaak meer bekendheid kreeg, maakte ik met mijn collega’s bij Solomon de volgende afspraak: we zouden ons niet overhaast tot linkse media of kanalen van de oppositie wenden, die uit principe of uit opportunisme belangstelling voor de zaak zouden tonen. In plaats daarvan zouden we wachten en andere media de kans geven een kwestie te belichten die in strijd is met vrijheden die in de grondwet verankerd zijn.

    We wachten nog steeds.

    Het is merkwaardig: de nieuwswebsites in Griekenland hebben journalisten in dienst die op een werkdag per persoon soms wel vijfentwintig verschillende nieuwsberichten moeten plaatsen. Maar nergens werd het nodig gevonden om tien minuten vrij te maken en een werknemer een nieuwsbericht van honderd woorden te laten tikken over de verklaring van onze vakbond – of toch ten minste over het feit dat een collega-journalist in de gaten werd gehouden.

    Journalist Thanasis Koukakis bleek te worden afgeluisterd met de spyware Predator

    De impact van het volledig verzwijgen van een gebeurtenis door de media is enorm: het betekent dat de gebeurtenis voor de lezers nooit heeft plaatsgevonden.

    Dit werd nog duidelijker in het geval van Thanasis Koukakis, een redacteur economie die voor Griekse en buitenlandse media als Financial Times bankschandalen onderzoekt. Hij bleek niet alleen onder toezicht te staan van de Griekse inlichtingendienst, maar ook te worden afgeluisterd met de spyware Predator. Ondertussen paste de regering decennia oude wetgeving zo aan dat hij niet meer te weten kon komen waarom dit heeft plaatsgevonden.

    Ondanks de informatie die hierover naar buiten kwam, werd ook hiervan amper verslag gedaan. Heel weinig mediakanalen zonden een nieuwsbericht uit over het feit dat een van hun collega’s, iemand die ze kenden, in de gaten werd gehouden.

    Onderzoeksjournalist Eliza Triantafillou van journalistencollectief Inside Story, die samen met Reporters United ruim een half jaar wijdde aan de onthulling van het schandaal dat vandaag de dag in binnen- en buitenland bekend is als Predator Gate, maakte een heel relevante opmerking. Volgens haar zagen de Griekse media zich gedwongen te erkennen (en hun publiek ervan op de hoogte te stellen) dat er daadwerkelijk iets aan de hand was toen het afluisteren van Nikos Androulakis aan het licht kwam – want hoe kun je verzwijgen dat een verkozen Europarlementariër en leider van de derde politieke partij van het land werd bespioneerd?

    Overheidsagentschap

    Wil een nieuwsbericht in Griekenland kans maken om het grote publiek te bereiken, dan moet het worden geplaatst door het Atheens-Macedonische Persbureau (AMNA), het enige overheidsagentschap. Het bedrijfsmodel van honderden websites in het hele land is gebaseerd op de reproductie van de berichten van AMNA; ze hebben verder weinig tot geen eigen nieuws. Misschien wel acht van de tien nieuwsberichten die we dagelijks op het internet lezen zijn afkomstig van dit persbureau.

    Onmiddellijk na zijn verkiezing in juli 2019 plaatste premier Kyriakos Mitsotakis, als een van zijn eerste handelingen, AMNA, de publieke omroep ERT en de nationale inlichtingendienst EYP onder zijn toezicht.

    Zijn besluit om EYP onder zijn directe verantwoordelijkheid te plaatsen is omstreden, omdat de lijst met journalisten, burgers en instanties die vermoedelijk onder toezicht van de geheime dienst staan almaar langer wordt. Maar het besluit van de premier om de publieke omroep en AMNA onder zijn verantwoordelijkheid te plaatsen, kan als geheel onnodig worden beschouwd. Beide overheidsinstellingen hebben immers altijd de belangen van de zittende regering behartigd, in plaats van de belangen van het publiek dat ze financiert.

    Dit is vandaag de dag nog steeds zo. Wanneer buitenlandse media als The Guardian en Le Monde de goed gedocumenteerde resultaten publiceren van maandenlang onderzoek naar de pushbacks van vluchtelingen door Griekenland, houdt AMNA zich stil. Maar wanneer diezelfde media korte reisreportages publiceren waarin ze de stranden van een Grieks eiland ophemelen, neemt het persbureau een heel andere houding aan en plaatst het een nieuwsbericht dat vervolgens door honderden websites wordt overgenomen.

    Griekse burgers werden ingelicht over de problematische stand van de persvrijheid in Rusland, China en elders – zonder dat ze iets lazen over hun eigen land

    Een voorbeeld waaruit het unieke vermogen van het overheidsagentschap blijkt om gebeurtenissen buiten de journalistiek te houden, waardoor ze schijnbaar niet hebben plaatsgevonden, is het interview van Washington Post-journalist Lally Weymouth met de premier. Toen AMNA het interview had vertaald en geherpubliceerd, ontbraken de momenten waarop de journalist Mitsotakis het vuur na aan de schenen had gelegd door hem op te roepen een door zijn regering ingevoerde problematische wet tegen nepnieuws in te trekken. De Griekse lezers hebben nooit meegekregen dat iets dergelijks had plaatsgevonden, hoewel Mitsotakis het jaar daarop zelf ook toegaf dat de regering de wet verkeerd had ingeschat.

    Maar het meest verhelderende voorbeeld van de rol van AMNA brengt ons weer bij Verslaggevers Zonder Grenzen en de manier waarop het staatspersbureau de jaarlijkse index bekendmaakte. Het was op zijn zachtst gezegd een hele uitdaging om de index in Griekenland te presenteren zonder te vermelden dat Griekenland nu op de laatste plek in Europa stond.

    Maar het is de redacteurs van AMNA toch gelukt. En zo kwam het dat de Griekse burgers werden ingelicht over de problematische stand van de persvrijheid in Rusland, China en elders – zonder dat ze iets lazen over die in hun eigen land.

    In de winter van 2019 zaten er in Griekenland circa 2500 onbegeleide minderjarige vluchtelingen vast onder erbarmelijke omstandigheden. De toenmalige minister van Burgerveiligheid, Michalis Chrisochoidis, stuurde een brief naar zijn Europese ambtgenoten waarin hij een plan voorstelde om de minderjarigen naar rato te verdelen over alle EU-landen. Het plan van de Griekse minister stuitte op de onverschilligheid van andere regeringen, maar waar het hier om draait is de inhoud van de brief en de uitkomst van de poging om die te achterhalen.

    Investigate Europe, een pan-Europees journalistenteam, vroeg de brief op bij de achtentwintig Europese regeringen. De helft daarvan reageerde. Hoewel het naar buiten brengen van de zaak in het belang van Griekenland kon zijn, weigerden de Griekse autoriteiten de brief vrij te geven. 

    De houding van bijvoorbeeld Finland daarentegen getuigt van een compleet andere bestuurscultuur. De brief werd er niet alleen vrijgegeven, de betreffende e-mail was zelfs ondertekend door een stagiair bij het verantwoordelijke ministerie.

    Toegang krijgen tot openbare gegevens heeft heel wat voeten in aarde

    Het verwerven van toegang tot openbare gegevens heeft in Griekenland heel wat voeten in aarde. Instellingen en diensten behandelen deze gegevens bijna als hun persoonlijke geheimen. Wij, journalisten die deelnemen aan internationale onderzoeken, moeten onze collega’s er continu van overtuigen dat het geen kwestie is van luiheid dat we geen toegang kunnen krijgen tot gegevens die zij in hun eigen land moeiteloos (vaak binnen een dag!) verkrijgen.

    Datajournalistiek is in het buitenland al jaren in opkomst, en er bestaan teams die zich specialiseren in aanvragen voor toegang tot openbare informatie. Dat geen van de grote media in Griekenland een dergelijke afdeling heeft, is tekenend. Zo’n afdeling zou namelijk nutteloos zijn.

    Deze kwesties hebben niet alleen maar betrekking op de huidige regering. Maar alleen een regering kan een kader bieden waarin redacteurs zichzelf niet censureren omdat ze weten dat een reportage de eigenaar van het mediakanaal waarvoor ze werken, of de adverteerders, in het verkeerde keelgat zal schieten. Alleen een regering kan de grondvesten leggen waardoor de grote spelers niet langer buiten schot blijven – en voor nationale media zorgen die het publiek informeren en niet het imago van de regering van dat moment dienen.

    Klokkenluiders

    En alleen een regering kan wetten maken om klokkenluiders te beschermen wanneer dat in het algemeen belang is. Hoewel hier EU-richtlijnen voor bestaan, blijft Griekenland weigeren deze in het nationale recht op te nemen. De regering volstaat met de herhaalde mededeling dat ‘er niets aan de hand is met de persvrijheid in Griekenland’, en benadrukt dat de persvrijheid in de grondwet verankerd ligt. De regering weigert het bestaan van deze kwesties te erkennen.

    Door te weigeren ze onder ogen te zien, ontzegt de regering burgers het recht om vrij van deze kwesties te leven. Het is dan ook veel doeltreffender wanneer de persvrijheid ondermijnd kan worden zonder bloedvergieten of conflicten, wanneer de persvrijheid in theorie gewaarborgd wordt en alleen stilletjes wordt betwist. Wanneer journalisten weten dat er in ons land bepaalde verhalen, onderwerpen en domeinen bestaan ‘waar je simpelweg niet aankomt’.

    Lees ook:

  • Kunstenaars brengen hommage aan Julian Assange

    Kunstenaars brengen hommage aan Julian Assange

    In Londen wordt een kunsttentoonstelling georganiseerd ter ere van Julian Assange. De organisatoren willen zo aandacht vragen voor de – in hun ogen – buitenproportionele gevangenisstraf van de WikiLeaks-oprichter.

    Wikileaks-ambassadeur Joseph Farrell en kunstconsulent bij Stichting Wau Holland Chloe Schlosberg organiseren een grote kunstmanifestatie voor klokkenluider Julian Assange, die voor het lekken van duizenden overheidsdocumenten veroordeeld werd tot 175 jaar celstraf en sinds 2019 wordt vastgehouden in de zwaarbeveiligde Belmarsh-gevangenis in Londen. Confidentiële documenten zullen op eigen risico in te zien zijn. 

    Inzet is de schijnwerpers te richten op repressieve, mondiale machtsstructuren. En Farrell en Schlosberg willen publiciteit genereren over de buitenproportionele straf die Assange is opgelegd voor het publiceren van de waarheid. 

    Kunstenaars, muzikanten, activisten en onderzoeksjournalisten, onder wie Ai Weiwei, Dread Scott en The Vivienne Foundation zullen allemaal werken presenteren die gaan over onderdrukking, oorlog en marteling, politiegeweld en surveillance. Een begeleidend programma wordt gepresenteerd door hiphopartiest en activist Lowkey. 

    States of Violence, Londen, 24/3 tot 8/4