Onderwerpen: Journalistiek

  • Franse krant stopt met peilingen

    Franse krant stopt met peilingen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Aantal wereldwijde coronadoden passeert de grens van 5 miljoen

    » Klimaattop Glasgow: Wereldleiders sluiten akkoord om ontbossing te stoppen

    Peilingen leiden af van essentiële discussies, aldus Ouest-France

    Hoofdredacteur François-Xavier Lefranc van Ouest-France, met een oplage van ruim 600.000 exemplaren het grootste betaalde dagblad van Frankrijk, heeft aangekondigd dat zijn krant geen peilingen meer zal houden over de Franse presidentsverkiezingen en ook die van anderen zal negeren. Omdat ‘de obsessie voor peilingen ons verblindt’ en omdat ‘de tijd die besteed wordt aan het becommentariëren van de peilingen, politici en de media afleidt van wat essentieel is’, citeert Courrier International hoofdredacteur Lefranc.

    Verschillende Franse partijen overwegen om hun kandidaat voor 2022 voor te dragen op basis van hun positie in de peilingen

    De betrouwbaarheid van peilingen wordt al langer in twijfel getrokken. In Frankrijk sinds de verkiezingen van 2002, toen peilingen voor de tweede ronde ten onrechte een duel tussen Chirac en Jospin aankondigden. En in de Verenigde Staten zag niemand in 2016 de overwinning van Donald Trump aankomen. Maar er is nog iets wat de krant uit Rennes motiveert: verschillende Franse partijen, van links tot rechts, overwegen om hun kandidaat voor 2022 voor te dragen op basis van hun positie in de peilingen, in plaats van hun ideeën en hun programma.

  • Gecanceld? Op Substack kun je gewoon terecht

    Gecanceld? Op Substack kun je gewoon terecht

    ​Als uitgevers en sociale media steeds meer bepalen wat journalistieke objectiviteit is, vormt Substack een aantrekkelijk alternatief. Prominente schrijvers vinden op dit platform een nieuw en lonend businessmodel.

    Wie Substack alleen van horen zeggen kent, denkt misschien dat het het nieuwe medium voor rechtelozen is. Want op deze site vol nieuwsbrieven en blogs wemelt het van de ‘gecancelde’ journalisten, die bij de gevestigde media in ongenade zijn gevallen omdat ze politieke lastpakken zijn.

    Bari Weiss, een voormalig columniste van de New York Times, trok zich daar tegenstribbelend terug uit de redactie vanwege haar pro-Israëlische en gematigd conservatieve houding. En Glenn Greenwald, een van de journalisten die Edward Snowden ondersteunen, verliet onder protest het mede door hem opgerichte onlinemedium The Intercept, omdat het zijn kritische exposé over Joe Bidens zoon Hunter niet wilde plaatsen. De homoseksuele alt-liberal Andrew Sullivan ging weg bij New York Magazine omdat hem transfobie werd aangewreven.

    Professionele vrijheid

    Deze namen staan boven aan de lijst van topjournalisten die, uit vrije wil of onder dwang, hun mediahuis hebben verlaten en nu als zelfstandig ondernemer hun geluk beproeven op Substack, dat door de prominente schrijvers die erop publiceren een begrip geworden is. Wat zit er achter deze hype? Toen ze de site in 2017 presenteerden onder de naam Substack-blog, beklaagden de oprichters zich hoogdravend over ‘de ondergang van de grootse journalistieke totems van de afgelopen eeuw’. Om te overleven, aldus het trio Chris Best, Hamish McKenzie en Jairaj Sethi, zouden nieuwsorganisaties tegenwoordig hun heil zoeken bij clickbait, ‘lijstjesjournalistiek’ en fake news.

    Substack daarentegen gaat volgens hen voor een model met abonnees en zonder reclame, voor onafhankelijke schrijvers die kwaliteit willen leveren. Scherp zeilend aan de wind van de tijdgeest en de sharing economy presenteerde het zichzelf als de Uber of Airbnb van de mediabranche. Dat geldt nog steeds: auteurs leveren hun teksten aan en Substack stelt hun de software en een publicatieplatform ter beschikking om te bloggen en hun nieuwsbrieven per e-mail te versturen. Dat is gratis of, wanneer een schrijver een maandelijkse bijdrage van zijn lezers vraagt, kost 10 procent van het abonnementsgeld plus 3 procent provisie. In ruil daarvoor behoudt de auteur zijn redactionele en professionele vrijheid.

    Door de in de VS toenemende druk op politiek lastige of onafhankelijke stemmen in de mediawereld is dit aanbod een schot in de roos. Als uitgevers en sociale media steeds meer bepalen wat journalistieke objectiviteit is en hun libertijnse schrijvers en journalisten voorschrijven wat ze wel en niet mogen schrijven, dan is Substack een aantrekkelijk alternatief, met name voor onderzoeksjournalistiek en reportages, waarvoor in de politieke orthodoxie van menige newsroom geen plaats meer is.

    Ook onbekenden kunnen op Substack aanzien en een behoorlijk honorarium verwerven

    Bovendien loont het: als je duizend betalende abonnees hebt die bereid zijn elke maand 5 dollar te betalen, verdien je meer dan de 45.000 dollar die een journalist in de Verenigde Staten per jaar gemiddeld verdient. Als een topjournalist als Glenn Greenwald zijn 1,6 miljoen volgers op Twitter zou kunnen overhalen een Substack-abonnement te nemen voor datzelfde bedrag, zou zijn bruto inkomen per maand zo’n 750.000 dollar bedragen.

    Maar ook al is niet iedereen een Greenwald, de site is niet alleen een optie voor gevestigde persoonlijkheden en influencers. Zoals pandemieblogger Haley Nahman en hoogleraar geschiedenis Heather Cox Richardson laten zien, kunnen ook onbekenden op Substack aanzien en een behoorlijk honorarium verwerven. Volgens The New York Times schreef Cox Richardson het afgelopen jaar met geschiedkundige onderwerpen een miljoen dollar bij elkaar.

    Substack wordt ook door mediastartups gebruikt. Bij het conservatieve onlineblaadje The Dispatch bijvoorbeeld werken onder leiding van Stephen Hayes, voormalig hoofdredacteur van de opgeheven Weekly Standard, en Jonah Goldberg (voorheen van de National Review) nog geen twintig verslaggevers, documentalisten, vormgevers en administratief medewerkers. The Dispatch verstuurt dagelijks via Substack een aantal nieuwsbrieven, en voor zijn abonnees zijn alle publicaties voor 10 dollar per maand beschikbaar.

    Geen wonder dat Substack populair is bij bloggers: op de site zijn in zestien inhoudelijke categorieën duizenden auteurs te vinden. Ze zijn niet allemaal even populair: terwijl in de categorie ‘geloof’ veertien mensen schrijven, zijn het er op de terreinen economie, cultuur en politiek honderden. Midden vorig jaar had Substack naar eigen zeggen een kwart miljoen betalende lezers. Gezien de toestroom van gevestigde auteurs zullen het er inmiddels aanzienlijk meer zijn.

    Businessmodel

    Toch is het te vroeg om dit als het nieuwe model voor de mediabusiness te zien. Zeker, de site zorgt ervoor dat de backofficekosten laag blijven. Als socialemediaplatform is het naar Amerikaans recht   ̶  net als bijvoorbeeld Facebook   ̶  gevrijwaard van aanklachten wegens schending van de privacy, smaad en laster. E-mailadressen en klantgegevens blijven eigendom van de auteurs, die op elk moment kunnen weggaan. En zoals gezegd, ze blijven verschoond van politieke richtlijnen.

    Maar het businessmodel heeft ook zijn zwakke kanten. Blogs en nieuwsbrieven waarop je je moet abonneren, zijn geen nieuw idee. Concurrenten als Medium, Patreon en Kickstarter volgen een soortgelijke strategie. Ook is Substack volgens CEO Chris Best nog niet winstgevend. Dat alles maakt het platform gevoelig voor disruptie. Het is daarom niet verbazingwekkend dat Substack meer diensten is gaan aanbieden of in de planning heeft. Daartoe behoren juridisch advies, ondersteuning bij de financiering van auteurs met tussen de 3000 tot 30.000 dollar evenals het project Substack Pro, waar bekende auteurs jaarlijkse overeenkomsten tot maximaal 250.000 dollar kunnen afsluiten.

    Op die manier muteert Substack tot iets wat het aanvankelijk juist niet wilde zijn, namelijk een klassiek mediabedrijf. Andere critici vinden dit juist een noodzakelijke ontwikkeling. De Californische mediadeskundige professor Sarah T. Roberts stelde onlangs dat de onafhankelijke auteurs van Substack de autoriteit en het beroepsethos van de journalist ondergraven, omdat ze zich zonder redactionele kwaliteitscontrole en zonder documentatie overgeven aan een nieuwe opiniejournalistiek om daarmee hun zakken te vullen. Dat zou Substack zelf tot een gevaar voor de journalistiek maken.

    Op Substack is geen sprake van selectieve berichtgeving

    Matt Taibbi, een andere topauteur bij Substack, verdedigde zich mede namens anderen fel tegen Roberts’ verwijt. Juist op Substack is geen sprake van selectieve berichtgeving, wat wel het geval is in de newsrooms van de grote media die vanuit een vooropgestelde overtuiging schrijven. Bovendien zouden kranten als The New York Times zich moeten afvragen of zíj de macht controleren of zelf een controleorgaan van de macht geworden zijn.

    Gezien het grote aantal en de verscheidenheid van schrijfsters en onderwerpen op Substack is het moeilijk een oordeel te geven over wie gelijk heeft. Zeker is dat er serieuze en diepgravende reporters actief zijn, zoals Taibbi en de medewerkers van The Dispatch, die worden ondersteund door documentalisten en redacteurs. Een algemeen inhoudelijk oordeel over de inhoudelijke kwaliteit van de journalistiek is, net als bij de gevestigde media, nauwelijks mogelijk. 

    Desondanks zal Substack er waarschijnlijk niet aan kunnen ontkomen zich duidelijker te positioneren. Of ze definiëren zichzelf puur als platform voor schrijvers, of als gatekeeper die de schrijvers ook diensten verleent en hun verplichtingen oplegt zoals dat ook op de redacties en in de newsrooms van de klassieke media gebruikelijk is. Over aandacht hebben ze momenteel in elk geval niet te klagen. Zo probeerden onlineactivisten een paar maanden geleden bij Substack een redactionele zuivering af te dwingen door auteurs die hun niet bevielen op sociale media aan te pakken. 

    Cancel culture

    Uit protest tegen vermeende antitransgenderstandpunten van vooraanstaande Substackauteurs maakte auteur Jude Sady Doyle zijn vertrek bij het platform bekend. Naar eigen zeggen wilde hij voorkomen dat het succesvolle mediabedrijf met haatdragende teksten winst bleef maken en hij riep andere auteurs op zijn voorbeeld te volgen.

    In mediakringen kreeg zijn aanval behoorlijk veel aandacht, tenslotte bespeelt Doyle volop het orgel van de ‘cancel culture’. Doyles voornaamste doelwit was freelancejournalist Jesse Singal, schrijver van een groot en deels kritisch, maar buiten transgenderkringen niet als unfair beschouwd artikel in The Atlantic in 2018 over transgenderkinderen. Singal, inmiddels naar Substack gemigreerd, stelde zich tegen de verwijten luidkeels teweer en weerlegde de aan karaktermoord grenzende laster. Terwijl Substack zich terughoudend opstelde, wakkerde de kwestie de publieke belangstelling voor Singal juist aan. 

    Sommige gearriveerde media zullen uit angst sponsors en adverteerders te verliezen hun handen wellicht van hem hebben willen aftrekken door hem geen opdrachten meer te geven. Maar volgens Singal zelf heeft hij dankzij deze shitstorm meer verdiend dan ooit, en bovendien was het gratis reclame voor zijn nieuwe boek. Ook voor Substack is dat allemaal goed nieuws. 

  • Salman Rushdie is op Substack. ‘Welke stemmen de ruimte krijgen is een belangrijke vraag’

    Salman Rushdie is op Substack. ‘Welke stemmen de ruimte krijgen is een belangrijke vraag’

    De Britse schrijver Salman Rushdie waagt het erop. Hij publiceert zijn volgende boek als een serie op het onlineplatform Substack. Hij hoopt dat Substack ‘misschien een iets complexere band mogelijk maakt’ en hem de ruimte zal bieden om over dingen te praten die ‘te groot zijn om in tweets te bespreken’.

    Vanuit het donker verschijnt Salman Rushdie langzaam in beeld, het vertrouwde gezicht met baardje en bril vult het scherm, terwijl hij voor een boekenkast zit die in aanmerking komt voor de titel ‘meest indrukwekkende Zoom-boekenplankachtergrond’.

    Vanuit zijn New Yorkse appartement komt hij met drie mededelingen: hij heeft een deal gesloten om zijn volgende roman als serie op Substack te laten verschijnen; hij wil een lang gekoesterde wens om filmrecensent te worden in vervulling laten gaan; en hij durft nog steeds geen poëzie te schrijven.

    ‘De laatste tijd, deze vreemde anderhalf jaar, voel ik me erg aangetrokken tot het idee om dingen uit te proberen die ik nooit eerder heb gedaan,’ zegt hij.

    ‘Dat heeft te maken met de omstandigheden waarin we allemaal verkeerden, dat we gedwongen werden om naar binnen te kijken. Ik heb dat boek met essays uitgebracht, mijn twintigste boek, en was al bezig met het eenentwintigste boek, dat een roman wordt. Eigenlijk dacht ik alleen maar: Doe eens iets anders. En precies op dat moment kwam dit project.’

    ‘Dit project’ is zijn activiteit op Substack en werd geboren toen dat nieuwsbrievenplatform contact opnam met Rushdies literair agent Andrew Wylie, die hem vervolgens vroeg of hij er iets voor zou voelen.

    Het platform, dat vooral bekendstaat om de gerenommeerde journalisten die het aan zich heeft weten te binden, probeert de laatste tijd ook fictieschrijvers binnen te halen. Patti Smith publiceert erop, net als de Israëlische schrijver Etgar Keret.

    ‘Ik heb me verdiept in Kerets Substack en dat is zo geestig en prettig om te lezen, en hij heeft er zo duidelijk plezier in, dat ik dacht: Misschien kan ik dat wel doen.’

    Betaald en gratis

    Substack biedt een platform waar lezers zich kunnen abonneren op individuele schrijvers, van wie ze dan de posts in hun inbox krijgen of online kunnen lezen. Schrijvers bieden vaak een mengeling van betaalde en gratis content aan, en dat wil Rushdie ook gaan doen.

    ‘Ik ga het min of meer al doende bedenken, maar ik heb wel wat uitgangspunten,’ zegt hij. Afgezien van de romanafleveringen zal hij er korte verhalen op zetten, literaire roddels (‘zolang het geen laster is’) en gaat hij schrijven over boeken – en films.

    ‘Ik heb altijd al over films willen schrijven. Ooit, honderd jaar geleden, toen iemand bij The New Yorker ouderschapsverlof op zou nemen, werd mij gevraagd of ik een paar maanden wilde invallen als filmrecensent. Dat leek me geweldig en ik hapte meteen toe. Uiteindelijk nam de recensent om wie het ging toch geen verlof op, dus werd ik ontslagen nog voor ik was begonnen.’

    In de periode dat hij noodgedwongen binnen zat vanwege de pandemie stelde Rushdie voor zichzelf een schema op om alle films die hem in zijn jeugd zijn liefde voor films hadden bijgebracht opnieuw te bekijken: ‘De Franse nouvelle vague, het Italiaanse neorealisme, al die andere grote films uit de jaren zestig en zeventig. Het was heel interessant om te zien wat in mijn ogen overeind is gebleven en wat niet.’

    ‘Ik heb nooit eerder meegemaakt dat je iets publiceert waar mensen iets over kunnen zeggen terwijl het gaande is’

    Zijn novelle, getiteld The Seventh Wave, heeft ook een link met film. De tekst, die oorspronkelijk 60.000 woorden omvatte maar nu is teruggebracht tot 35.000 woorden, gaat over een filmregisseur en een acteur/muze, geschreven in de stijl van de nouvelle vague-cinema, ‘met vreemde inconsequenties, abrupte overgangen en gangsters’.

    ‘De test die altijd werkt voor alles wat ik schrijf, is gêne,’ zegt Rushdie. ‘Vind ik het te gênant om het jou te laten lezen, dan is het nog niet klaar. Er komt een punt waarop ik me er niet meer voor schaam en het zelfs graag aan anderen wil laten lezen. Deze tekst is helemaal op de schop gegaan – indikken, comprimeren, schrappen, hier en daar de verhaallijn iets veranderen – en nu ben ik er blij mee.’

    Het wordt een digitaal experiment: fictie gepubliceerd in serievorm (‘zoals dat in het allereerste begin ook ging’), waarbij een jaar lang ongeveer eens per week een nieuwe aflevering zal verschijnen. Op zich is die serievorm niet nieuw. Een verrassend aantal literaire klassiekers is oorspronkelijk in afleveringen verschenen: De nagelaten papieren der Pickwick Club van Charles Dickens is het bekendste voorbeeld, maar het geldt ook voor Madame Bovary, Oorlog en Vrede en Hart der Duisternis. Rushdie beschrijft hoe het Samuel Richardson verging, die in 1748 zijn roman Clarissa als serie uitbracht.

    ‘Zijn lezers verwachtten dat zij op het eind verliefd op die man zou worden. Maar dan verkracht hij haar. Richardson kreeg veel brieven van lezers die ondanks die verschrikkelijke daad nog steeds wilden dat het verhaal een happy end kreeg – en hij bleef koppig weigeren daaraan te voldoen. Ik heb nooit eerder meegemaakt dat je iets publiceert waar mensen iets over kunnen zeggen terwijl het gaande is.’

    Zou híj bereid zijn het verhaal aan te passen naar aanleiding van de reacties van lezers? 

    ‘Dan zou het wel een heel goed voorstel moeten zijn. Maar soms gebeurt het wel dat iemand iets over een personage zegt waar jezelf niet aan had gedacht toen je het schreef. Stel bijvoorbeeld dat iemand zegt: “O, dat is interessant, daar wil ik wel iets meer over horen”, dan zal ik daar misschien iets dieper op ingaan.’

    Controle

    Rushdie zegt dat hij Substack niet wil gebruiken als politiek platform (‘Ik denk dat dat dan alles overneemt en de rest overschaduwt’), maar hij erkent dat hij er bij actuele gebeurtenissen (‘denk aan Afghanistan’) misschien niet aan ontkomt om er iets over te zeggen.

    Toch is er wel een kans dat Rushdie met zijn keus voor Substack in een politieke strijd over het modereren van techplatforms terechtkomt. Met het Trumptijdperk en nu corona zijn vragen die de afgelopen tien jaar al onder de oppervlakte smeulden, over het controleren van inhoud, over desinformatie en welke stemmen gehoord worden, hoog opgelaaid. Eerder dit jaar kreeg Substack het verwijt dat het te weinig controle uitoefende, waardoor antitransgeluiden konden worden gepubliceerd. Het leidde ertoe dat enkele schrijvers het platform uit protest de rug toekeerden. Net als zijn voorgangers heeft Substack geprobeerd die kritiek af te wimpelen door te zeggen dat het zelf geen uitgever is, maar dat de gebruikers dat zijn.

    In mei heeft het bedrijf via twee afzonderlijke posts de gedachte achter Substack Pro (waarop gebruikers, zoals Rushdie, een voorschot betaald krijgen voor hun eerste jaar) en het eigen modereerbeleid (geen scheldpartijen, intimidatie, bedreigingen of doxing) geformuleerd. Maar volgens critici heeft het platform de plicht om transparant te zijn over wie het betaalt om te schrijven.

    Sinds de Iraanse ayatollah Khomeini in 1989 een fatwa over hem uitsprak vanwege zijn roman De duivelsverzen, wordt Rushdie door het publiek geassocieerd met vrijheid van meningsuiting. 

    ‘Als je een Substack wilt, kun je er gewoon een beginnen: je hoeft niet te worden uitgenodigd’

    ‘Welke stemmen de ruimte krijgen om zich te laten horen is een heel belangrijke vraag,’ zegt hij. ‘In de uitgeefwereld was dat echt een probleem en ik zeg niet dat dat nu voorbij is, maar er is wel verandering gaande. Hier [in de VS] is veel meer ruimte voor schrijvers van kleur dan vroeger, zowel als auteur als als recensent. En zoiets als dit, waar nauwelijks belemmeringen zijn, kan er ook voor zorgen dat er een diverser scala aan stemmen klinkt. Als je een Substack wilt, kun je er gewoon een beginnen: je hoeft niet te worden uitgenodigd. Maar het gaat mij er niet om Substack te promoten. Ik vond het interessant om dit te proberen en ik heb me maar voor twaalf maanden vastgelegd. Over een jaar ga ik bekijken hoe het ervoor staat en of ik ermee doorga of niet.’

    Op dit moment is hij vooral benieuwd naar het aangaan van de dialoog met lezers. In de eerste post op zijn Substack, die ‘Salman’s Sea of Stories’ heet, beschrijft Rushdie poëtisch hoe verhalen andere verhalen voortbrengen; als voorbeeld neemt hij twee verhalen uit zijn eigen leven die hem op het idee brachten voor zijn Bookerprize-winnende roman Middernachtskinderen

    ‘Mensen zijn altijd verhalenvertellers geweest en dat gebruik je als een manier om te begrijpen wie je bent en wie de mensen om je heen zijn en wat er gaande is. Als ik terugkijk, wat ik niet zo vaak doe, is het alsof de boeken de weerslag zijn van verschillende fases van mijn bewustzijn. Ik denk dat de meeste mensen dat doen: we vertellen elkaar voortdurend verhalen.’

    Band met geboorteland

    Rushdie vertelt dat hij dankzij Twitter de mogelijkheid heeft om een band met zijn geboorteland te onderhouden, omdat een verhoudingsgewijs groot deel van zijn 1,1 miljoen volgers in India woont.

    ‘Zo kon ik vanuit New York in gesprek zijn met mensen over heel India, alsof ik daar was. En soms krijg ik dan ook echt het gevoel dat ik daar ben, omdat ik in hun woonkamer kom, op hun computer, terwijl zij online zijn.’

    Dankzij zijn banden met die gemeenschap heeft Rushdie zich altijd beziggehouden met India’s politieke situatie en met de problemen van het land door de coronapandemie, en is hij ook betrokken geraakt bij campagnes om geld in te zamelen voor zuurstofflessen en dergelijke. Hij hoopt dat Substack ‘misschien een iets complexere band mogelijk maakt’ en hem de ruimte zal bieden om over dingen te praten die ‘te groot zijn om in tweets te bespreken’.

    ‘Nieuwe technologie maakt altijd nieuwe kunstvormen mogelijk en ik geloof dat de literatuur haar nieuwe vorm in dit digitale tijdperk nog niet heeft gevonden. De nieuwe vorm die deze nieuwe wereld met zich meebrengt, hebben we volgens mij nog niet gezien. En ik heb het sterke vermoeden dat het niet iemand van mijn leeftijd zal zijn die ermee komt.’

    Rushdie maakt zich niet druk om het resultaat van dit nieuwe project.

    ‘Ik duik er gewoon in en dan zien we wel. Het wordt ofwel iets prachtigs en aangenaams, of niet.’ Maar hij beseft ook dat hij zich door zijn fictie online te brengen een stapje verwijdert van het medium dat hij liefheeft en waaraan hij zijn leven heeft gewijd.

    ‘Er wordt al zo lang over de dood van de roman gepraat, al bijna sinds de geboorte van de roman. Maar ongelooflijk genoeg is dat echte, ouderwetse ding, het papieren boek, nog steeds springlevend, tegen de verdrukking in. En nu doe ik weer een poging om het de nek om te draaien.’

  • Oktobernummer | 200 keer het beste uit de internationale pers

    Oktobernummer | 200 keer het beste uit de internationale pers

    »  Lees dit nummer online

    Met onder andere:

    » Dossier: Wat eten we morgen

    » ‘Bijna een groot kanselier.’ Merkels leiderschap in zeven punten

    » Griekse muur van 40 kilometer gewapend beton in aanbouw

    » Alleen een sterke staat kan pact tussen politiek en misdaad verbreken

    Tien jaar

    Redactioneel

    ‘Voor u ligt een nieuw venster op de wereld. Die wijde, veranderlijke wereld, waarover we alles willen weten’, stond hier 200 edities en 23 readers geleden op 25 november 2011. Dat die ‘we’, aangestoken door ons eigen enthousiasme, en masse een abonnement op 360 ging afsluiten, was een door dopamine gestuurde aanname vol bravoure en ambitie. Maar laten we wel wezen, er was toch niets tegen in te brengen, een magazine dat speurt naar het beste wat de internationale media te bieden heeft, het kaf van het koren scheidt op basis van kwaliteit en relevantie en de lacunes in het internationale nieuws dicht, als dat zich vooral richt op landen waar verkiezingen, conflicten of rampen de voorpagina’s bepalen?

    Dat ‘wereldse’ voornemen zijn wij trouw gebleven. Zoals een schare ‘we’ 360 trouw is gebleven. Daar zijn we zeer dankbaar voor.

    Met evenveel animo blijven wij verder zoeken naar originele stemmen en nieuwe perspectieven

    Tien jaar kan een eeuwigheid lijken voor pasgeborenen terwijl ouderen bij een decennium wellicht niet langer stilstaan dan bij een trilling in de vleugels van een vlinder. Onweerlegbaar is dat er in de tien tussenliggende jaren ontzettend veel is gebeurd, ook al gaan wezenlijke veranderingen tergend langzaam. De eerste nummers gingen toen al over de verschuivende wereldorde, zowel multilateraal als particulier, aan het genderfront (Hij/zij, ed. 4, 2012). We publiceerden meerdere malen in verschillende edities over wat nog steeds de grote kwesties van deze tijd zijn: de verkramping van de macht, ongelijkheid, immigratie, racisme en de alarmerende conditie van natuur en klimaat. We zagen onderwerpen elders opduiken voordat deze in Nederland of Europa op de agenda kwamen, doordat bijvoorbeeld het Pakistaanse dagblad The Express Tribune schreef over de mislukkende internationale missie en de binnenlandse taliban in de miljoenenstad Karachi en de voormalig leider van de taliban interviewde (De terugkeer van de taliban, ed. 33, 2013). En we lieten veel verschillende stemmen aan het woord over de opkomst van het populisme (Wraak op de elite, ed. 106, 2016) en het wel en wee van de #MeToo-discussie (o.a. ed. 128, 2017).

    Maar we vonden ook talloze opzienbarende reportages en andere onterecht onopgemerkt gebleven inzichten die vrolijk stemden en boven alles bewezen dat er overal ter wereld met knisperende intelligentie en creativiteit geschreven wordt. Met evenveel animo blijven wij verder zoeken naar originele stemmen en nieuwe perspectieven in de internationale pers, voor iedereen die over zijn eigen grenzen wil kijken.

    Katrien Gottlieb

    gottlieb@360international.nl

    INT 21200 1 LR 1
  • Hoe de laatste kritische krant van Taiwan ten onder ging

    Hoe de laatste kritische krant van Taiwan ten onder ging

    Apple Daily was ooit de succesvolste krant van Taiwan, met een combinatie van roddelnieuws en onverschrokken onderzoeksjournalistiek. Maar door politieke druk bleven adverteerders weg en kwam de krant in financiële problemen.

    VRIJDENKERSFESTIVAL: TEGEN DE MACHT

    Van 28 tot en met 31 oktober vindt in De Balie in Amsterdam het Vrijdenkersfestival plaats, met dit jaar als thema ‘tegen de macht’. Vier dagen lang programma’s over en met vrijheidsstrijders en dissidenten. Kunst, discussie en verhalen met nationale en internationale journalisten en vrijdenkers die zich verzetten tegen een totalitair regime. Is Amsterdam nog altijd een veilig toevluchtsoord voor dissidenten en andersdenkenden? Welke vrijheden staan bij ons op het spel? Wat betekent het om tegen de stroom in te zwemmen, en hoe hou je dat vol?

    Op zaterdag 29 oktober wordt in De Balie om 15:00 de film The Hong Konger vertoond, waarin we kennismaken met Jimmy Lai, een mediatycoon en voorvechter van de Hongkongse beweging tegen de Chinese Communistische Partij.

    Dit artikel krijg je van ons cadeau. Wil je meer internationale kwaliteitsjournalistiek lezen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang elke week vrijblijvend onze selectie van de week in je inbox.

    Op een avond in mei trok Marty Chang, een ervaren grafisch ontwerper, voor de laatste keer de deur achter zich dicht bij de krant waarvoor hij ruim vijftien jaar had gewerkt en bijna duizend voorpagina’s had opgemaakt: de Taiwanese Apple Daily. Hij vertrok met al zijn spullen uit het kantoor van het dagblad dat ooit door alle Taiwanezen werd gelezen, van gewone burgers tot ambtenaren en zakenlui. Op zijn hoogtepunt had de krant, op dit eiland met 23 miljoen inwoners, een oplage gehad van 700.000 exemplaren.

    Op 18 mei had Apple Daily aangekondigd alleen nog verder te gaan als onlinekrant en het personeelsbestand te halveren. De Hongkongse zusterkrant werd vijf weken later, op 24 juni, helemaal opgeheven. Next Digital, het Hongkongse moederbedrijf van beide kranten, heeft de aandelenbeurs in Hongkong inmiddels laten weten dat het in gesprek is met mogelijke kopers voor de Taiwanese krant.

    Politieke druk

    ‘Er waren wel voortekenen, maar we hadden geen idee dat het zo snel zou gaan,’ zegt Chang. ‘De advertentie-inkomsten liepen al een tijdje sterk terug, mede door politieke druk op de reclamebureaus en de grote merken, die niet meer in de krant durfden te adverteren uit vrees voor politieke represailles.’

    Jimmy Lai, de oprichter van Next Digital, het moederbedrijf van Apple Daily en Next Magazine, zit in Hongkong achter de tralies vanwege zijn steun aan de demonstraties voor democratie. De mediamagnaat bezat verschillende kranten, tijdschriften en videoplatforms in Hongkong en heeft de afgelopen twintig jaar ook een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van de werkwijze en de normen en waarden van de Taiwanese mediasector. Vanaf 1 juli 2021 zal Next Digital al zijn activiteiten staken.

    Begin deze eeuw betrad Lai met zijn Hongkongse Next Digital ook de Taiwanese markt. Next Magazine, een weekblad dat roddels combineerde met onderzoeksjournalistiek, ging in het eerste nummer meteen van start met een onthulling over de schoonzoon van Taiwans toenmalige president Chen Shui-bian, die in 2001 een langdurige relatie had verbroken om met de dochter van de president te kunnen trouwen. In mei 2003 opende Apple Daily met een bericht over de eerste arts die was overleden aan SARS. In de jaren daarna werden in de krant talloze schandalen en andere maatschappelijke en economische kwesties rondom politici, zakenlui en mediapersoonlijkheden aan de kaak gesteld.

    ‘De mediasector is keihard, om je daarin staande te houden moet je zo meedogenloos zijn als ik’

    Barry Lam, de topman van Quanta Computer, en Terry Gou, de oprichter van de Foxconn Technology Group, trachtten allebei te verhinderen dat Lais verslaggevers in hun privéleven doken. ‘De mediasector is keihard, om je daarin staande te houden moet je zo meedogenloos zijn als ik,’ zei Lai ooit in een interview voor Next Magazine. ‘Als ik belang zou hechten aan vrienden, en aan hoe mensen mij zien, zou ik niet in de media zitten. Maar het mag niet zo zijn dat mijn media nieuws over mensen stilhouden omdat het mijn vrienden zijn.’

    Het was Next Magazine dat in 2002 voor het eerst berichtte over het omstreden ‘nationale veiligheidsfonds’ van oud-president Lee Teng-hui, een dag nadat de autoriteiten een inval hadden gedaan bij de journalist thuis en op zijn werk. Het blad haalde die week een recordoplage van 320.000 exemplaren. En verslaggevers van Apple Daily gingen maandenlang undercover om onderzoek te doen naar een grote vleesleverancier die het gewicht van koeien verhoogde door water bij ze in te spuiten. Een tien maanden durend onderzoek naar frauduleuze landbouwgrondspeculatie werd in 2020 bekroond met de SOPA Scoop Award. De krant was voor de duvel niet bang; Pei Wei, die er vijftien jaar de leiding had, kreeg meer dan tweehonderdvijftig rechtszaken aan zijn broek.

    Apple Daily deinsde er nooit voor terug om kritische verhalen over politici of bedrijven te publiceren

    ‘Lai is zonder meer de ziel van Apple Daily,’ zegt Louis Hou, die als onderzoeksjournalist bij de krant heeft gewerkt. ‘Hij belichaamt die onverschrokken weigering om te buigen voor de macht. Apple Daily deinsde er nooit voor terug om kritische verhalen over politici of bedrijven te publiceren, als de feiten maar grondig waren nagetrokken. En Lai gaf zelf het goede voorbeeld.’

    Er was ook wel kritiek op de sensatiebeluste aanpak van de krant, die de heersende journalistieke mores aan zijn laars lapte. Lai had zich de paparazzicultuur eigen gemaakt. Hij verleidde zijn lezers met sappige roddels, smeuïge nieuwtjes en veel primeurs – alles waarvoor je bij de saaie United Daily en China Times al vijftig jaar aan het verkeerde adres was – en zette daarmee in bepaalde kringen kwaad bloed. Bij een vooraanstaand financieel tijdschrift in Taiwan gold de ongeschreven regel dat ze nooit oud-werknemers van Next Digital in dienst namen, want dat waren roddeljournalisten, geen serieuze verslaggevers.

    Maar de Apple Daily was niet te stuiten en werd de grootste en invloedrijkste krant in Taiwan, die in 2009 zijn hoogste gemiddelde oplage van 510.000 exemplaren bereikte. De afgelopen tien jaar kampte de krant echter met teruglopende inkomsten. Volgens het jaarverslag over 2019 telde de online-editie dat jaar twaalf miljoen niet-terugkerende bezoekers. En concurrenten hadden de succesformule inmiddels gekopieerd. Liberty Times, United Daily en China Times stapten allemaal over op schreeuwerige koppen, grotere foto’s en vlotter taalgebruik – en veel roddels en beroemdheden.

    Revolutionaire verandering

    Ho Hsu-chu, voormalig redacteur bij Apple Daily en tegenwoordig hoofd van de vakgroep Journalistiek en Communicatie aan de Katholieke Universiteit Fu Jen in Taipei, heeft de opkomst en invloed van Next Digital in kaart gebracht. ‘Vroeger gaven de media alleen informatie waarvan zijzelf vonden dat het publiek die moest krijgen,’ zegt Ho. ‘Next Digital zag het als zijn hoofdtaak om het publiek ter wille te zijn. Het had succes door nieuws te brengen dat mensen willen lezen. Iedereen probeerde van Apple te leren.’

    ‘Iedereen schrok zich twintig jaar geleden kapot van de opkomst van Next Magazine en Apple Daily,’ zegt een redacteur die onder meer voor Next TV heeft gewerkt. ‘Een tijdlang moesten hoofdredacteuren van andere kranten Apple Daily en Next Magazine lezen om erachter te komen wat ze hun eigen journalisten moesten laten doen. Want daar wisten ze hoe ze aan primeurs konden komen.’

    Lea Yang, een van de Apple Daily-medewerkers van het eerste uur, weet nog goed dat men zich in het vak aanvankelijk erg ‘terughoudend’ opstelde tegenover Lai, maar dat er wel meteen het gevoel heerste dat hier een revolutionaire verandering was ingezet. ‘Als verslaggever bij Next Digital hoef je je geen zorgen te maken als je gevoelig nieuws hebt, ook niet als het om vooraanstaande personen gaat, zolang je maar weet dat je de waarheid brengt,’ zegt Yang. ‘Als je reportage tot rechtszaken leidt, schieten de advocaten van het bedrijf je te hulp, zelfs als je al niet meer voor ze werkt.’

    Yang vertelt dat Lai persoonlijk toezag op de verslaggeving bij de Apple Daily. Ze herinnert zich de post-its die hij in de begindagen van de Taiwanese krant op de pagina’s plakte. ‘Hij vroeg ons waarom we alleen nieuws brachten over grote techbedrijven die ver van de lezers af stonden,’ zegt ze. ‘Dus begonnen we ook over kleinere en middelgrote bedrijven te schrijven. En als we goede restaurants bespraken, waarom zetten we daar dan niet meteen een routebeschrijving bij?’

    ‘Lai wilde lezers trekken met gevarieerde en onthullende verhalen,’ zegt Yang. ‘Sommige dingen in de Apple Daily waren heel vernieuwend. Ik weet nog dat we met een team alle handelsbeurzen van de wereld afgingen, ook al liep dat enorm in de kosten.’

    De filosofie van Next Magazine: ‘We gaan voor de waarheid, niet voor diepgang’

    In de tweede helft van het eerste decennium breidde Lai zijn Taiwanese media-imperium uit met Next Animation Studio en Next TV. De animaties trokken wereldwijd de aandacht toen CNN de filmpjes liet zien waarin Next Digital de perikelen rond de buitenechtelijke affaires van Tiger Woods en diens ruzies met zijn vrouw had verbeeld. De Amerikaanse talkshowpresentator Conan O’Brien vond het knap dat ze in 48 uur animaties wisten te maken waar zijn eigen team zes weken over deed.

    Kritiek was er ook: sommige mensen waren bang dat het breed uitmeten van misdaden en rampen alleen maar tot pornografie en geweld zou aanzetten en een slechte invloed zou hebben op vooral tieners. De slogan van Next TV was: ‘Ik heb lef en ik ga ervoor.’ En de filosofie van Next Magazine: ‘We gaan voor de waarheid, niet voor diepgang.’

    Op het hoogtepunt had alleen al de Taiwanese editie van Apple Daily zo’n honderd grafisch ontwerpers in dienst. ‘We moesten nieuwsberichten binnen drie tot vier uur van pakkende beelden voorzien,’ zegt Chang. ‘Critici vonden de verslaggeving en de opmaak van de Apple Daily veel te sensatiebelust, maar wij wilden gewoon eerlijk verslag doen van wat er gebeurde.’

    De stijl van de krant heeft de leesgewoonten van de Taiwanezen veranderd. ‘Op een dag kwam het woord “verkracht” wel dertien keer in de koppen voor, en daar konden veel mensen niet tegen,’ zegt Jean Hsieh, die als journalist en redacteur voor Apple Daily werkte. ‘Maar op alle verschillende afdelingen waar ik heb gewerkt, heb ik vooral één ding geleerd: dat je journalistieke integriteit boven alles gaat. Als iemand je iets vertelt, of je hoort iets over een bedrijf, dan mag je dat nooit klakkeloos geloven, je moet zo veel mogelijk mensen naar hun kant van het verhaal vragen.’

    ‘En als je mooi en literair proza wilde schrijven, zat je daar verkeerd. We schreven alles altijd zo eenvoudig mogelijk op, zodat een zo breed mogelijk publiek het kon volgen.’

    Competitieve cultuur

    Lai gaf zijn journalisten en redacteuren veel waardering en betaalde ze ook beter dan de concurrent, maar hij was wel streng en stelde de hoogste eisen aan hun werk. Ze werden geacht ‘met een bijl’ naar de redactievergadering te komen: daar moesten de journalisten van de verschillende afdelingen elkaar continu uitdagen en bekritiseren, elkaar wijzen op wat er fout ging en wat er nog beter kon. Zo kweekte hij op de krant een zeer competitieve cultuur. Een andere traditie was ‘het snoeien van de Apple-boom’: bijna elk jaar werd 5 procent van de medewerkers ontslagen omdat ze ondermaats presteerden.

    Er werd ook veel waarde gehecht aan focusgroepen: gewone lezers van alle leeftijden die hun oordeel moesten geven over de inhoud en opmaak van de krant. Hun mening telde volgens huidige en oud-medewerkers zwaar mee. Columns en thema’s met een te lage lezerswaardering moesten het veld ruimen. ‘Lais methode was om veel meer mensen aan te nemen dan andere media en om groot in te zetten op technologie en geavanceerde apparatuur,’ zegt een oud-redacteur. ‘Bij het opzetten van een nieuw bedrijfsonderdeel keek hij nooit op de kosten. Het was alsof er iemand van een andere planeet neerdaalde. Hij wilde altijd nieuwe dingen uitproberen en veranderen. Nooit tevreden achteroverleunen.’

    Na de opheffing van de Hongkongse editie is de onlineversie van de Taiwanese Apple Daily het enige wat er nog van Lais media-imperium over is. En dat heeft de laatste jaren veel van zijn glans verloren: volgens de jaarverslagen van Next Digital was de oplage van de papieren krant na het hoogtepunt van 500.000 in 2010 al teruggelopen tot 82.000 in 2020. Next TV werd door Lai al in 2013 van de hand gedaan, in 2018 stopte hij met de papieren editie van Next Magazine en vorig jaar is die titel helemaal opgeheven.

    Hij bezat ook een aantal gebouwen, waaronder het hoofdkantoor van het concern in Taipei. Dat vastgoed is de afgelopen jaren allemaal afgestoten. En een poging om ook Apple Daily te verkopen liep begin april van dit jaar op niets uit. Het totale personeelsbestand van Next Digital in Hongkong, Taiwan en Canada is geslonken van ruim vijfduizend werknemers in 2011 tot iets meer dan tweeduizend in september 2020: 1228 in Hongkong en 866 in Taiwan, volgens het jaarverslag.

    ’Taiwans Apple Daily is geboren tijdens een epidemie en sterft nu tijdens een epidemie’

    Op 14 mei kondigde Apple Daily aan dat de krant vanaf 18 mei niet meer zal worden gedrukt en dat er 326 mensen worden ontslagen – bijna de helft van het totale aantal werknemers. Next Digital boekt al sinds 2016 elk jaar verlies en liet de beurs weten dat het op 30 juni geen halfjaarcijfers kon publiceren. De handel in aandelen van het bedrijf werd op 17 juni stilgelegd, nadat de Hongkongse politie bij een inval verschillende leidinggevenden en redacteuren had aangehouden.

    ‘Er lijkt wel sprake van een onzichtbare hand in de geschiedenis,’ schreef hoofdredacteur Eric Chen in een Facebookbericht op 17 mei, de dag waarop de laatste papieren editie verscheen. ‘Taiwans Apple Daily is geboren tijdens een epidemie [SARS] en sterft nu tijdens een epidemie.’

    Minder kritisch

    De invloed van de krant was sterk afgenomen doordat de concurrentie was gegroeid en Apple Daily steeds minder geld had om te investeren in onderzoeksjournalistiek en primeurs. En van de kritische opstelling tegenover de zittende macht was ook niet veel meer over sinds het aantreden van president Tsai Ing-wen, die kritisch is op China en heel uitgesproken over Hongkong. ‘De krant is nog steeds heel kritisch over de Communistische Partij van China, maar niet meer zo onafhankelijk en kritisch in de berichtgeving over de Taiwanese regering,’ zegt een redacteur die op 18 mei bij Apple Daily is vertrokken. De krant zelf wilde geen commentaar geven.

    ‘Het is triest, maar ik ben bang dat de Apple Daily het niet lang meer volhoudt,’ zegt Hou. ‘Er is steeds minder geld voor goede journalistiek. Hoe kun je in de razend concurrerende onlineomgeving nog invloed hebben, als je niet meer over het geld en een grote vijver vol talent beschikt?’

    ‘De invloed van Apple Daily is sterk afgenomen,’ zegt Ho van de Katholieke Universiteit Fu Jen. ‘Ze hebben wel een model met online-abonnementen uitgeprobeerd, maar ze konden het oude succes niet herwinnen. Met de sluiting van de Apple Daily in Hongkong en de teloorgang van de krant in Taiwan zal de invloed van Jimmy Lai en van Hongkongse thema’s op het openbaar debat in Taiwan mettertijd steeds meer afnemen.’

    ANP 367687958
    Jimmy Lai in 2011 voor het hoofdkwartier van Apple Daily. © Mike Clarke / AFP
  • Israël noemt Poolse wet ‘antisemitisch’ | Mexicaanse kartels bedreigen media

    Israël noemt Poolse wet ‘antisemitisch’ | Mexicaanse kartels bedreigen media

    Omstreden Poolse wet leidt tot diplomatieke crisis met Israël

    De Poolse president Andrzej Duda heeft een controversiële wet ondertekend die de verjaringstermijn voor claims op gestolen eigendommen beperkt tot dertig jaar na diefstal. Daardoor wordt teruggave van door de nazi’s geroofde kunst feitelijk onmogelijk. Zowel de VS als Israël hebben de wet bekritiseerd. De Israëlische premier Naftali Bennett spreekt in Times of Israel van een ‘beschamende beslissing en een schandelijke minachting voor de herinnering aan de Holocaust’.

    Leila Amineddoleh, expert op het gebied van cultureel erfgoedrecht, noemt de nieuwe wet in Artnet News ‘zeer teleurstellend’. ‘Slachtoffers ondervonden al overweldigende obstakels in restitutiezaken. Het voor de rechtbank bewijzen van eigendom van kunst die decennia eerder is gestolen, was al een enorme uitdaging. Nu zullen rechtbanken deze geschillen niet eens meer behandelen.’

    Volgens president Duda zal de wetgeving een einde maken aan de ‘restitutiemaffia’

    Verwijzend naar vermeende fraude in restitutiezaken uit de Tweede Wereldoorlog, zegt Duda dat de wetgeving een einde zal maken aan een ‘tijdperk van juridische chaos’ en ‘restitutiemaffia’. Hij ontkent antisemitisme: ‘Ik maak bezwaar tegen de koppeling van deze wet aan de Holocaust.’

    Zaterdag 31 augustus kondigde het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken, onder leiding van Yair Lapid, aan dat het land de zaakgelastigde in Warschau terugroept en geen nieuwe ambassadeur voor Polen zal benoemen. Het heeft ook ‘aanbevolen‘ dat de Poolse ambassadeur in Israël, Marek Magierowski (momenteel met verlof in Polen), niet naar Israël terugkeert, bericht Gazeta Wyborcza.

    ‘Israëls besluit (…) is ongegrond en onverantwoordelijk, en de woorden van Yair Lapid wekken de verontwaardiging van ieder eerlijk mens’, schreef de Poolse premier Morawiecki in een verklaring op Facebook. ‘Als de Israëlische regering Polen op deze manier blijft aanvallen, zal dit een zeer negatief effect hebben op onze betrekkingen – zowel bilateraal als op het internationale toneel.’


    Mexicaanse drugskartels bedreigen media

    Een groep gewapende leden van de drugsorganisatie Cartel Jalisco Nueva Generación bedreigde vorige week in Mexico drie nationale mediabedrijven, de krant El Universal, de omroeporganisatie Televisa en het dagblad Milenio. De criminelen zijn boos over de manier waarop ze worden afgeschilderd door deze media, schrijft El País.

    Bedreigingen van verslaggevers in Mexico zijn al meer dan twee decennia aan de orde van de dag. Sinds 2004 werd elk jaar zeker één journalist vermoord. Het Comité voor de bescherming van journalisten (CPJ) registreerde sinds 1994 moorden op 129 verslaggevers.

    Vorig jaar werden zes Mexicaanse journalisten vermoord

    Volgens Leopoldo Maldonado, directeur van de organisatie Artículo 19 die toezicht houdt op persvrijheid, moet de Mexicaanse regering nu echt actie gaan ondernemen. ‘Als er geen reactie van de staat komt, zal dit leiden tot nog meer geweld’, zegt hij tegen El País. Artículo 19 registreerde vorig jaar 692 gevallen van agressie jegens journalisten, een stijging van 13,6 procent ten opzichte van 2019. Vorig jaar werden zes Mexicaanse journalisten vermoord.


    Parlement blijft buiten werking in Tunesië

    De Tunesische president, Kaïs Saïed, heeft op maandag 23 augustus besloten de schorsing van de werkzaamheden van het parlement tot nader order te verlengen, meldt Tunisie Numérique. Op 25 juli had het staatshoofd zich op de grondwet beroepen om zichzelf volledige bevoegdheid te verlenen, de regeringsleider, Hichem Mechichi, te ontslaan en het parlement voor dertig dagen te schorsen. Kaïs Saïed zal ‘de natie toespreken’ in ‘de komende dagen’, aldus de nieuwssite.

    Lees ook:

  • Poolse wet is ‘ongekende aanval op persvrijheid’ | Nederlands pensioenfonds waarschuwt Korea

    Poolse wet is ‘ongekende aanval op persvrijheid’ | Nederlands pensioenfonds waarschuwt Korea

    Pools parlement neemt wet aan in die persvrijheid bedreigt

    Het Poolse parlement heeft een omstreden mediawet aangenomen die de persvrijheid bedreigt. De wet, die op woensdagavond werd aangenomen, zou de Amerikaanse groep Discovery kunnen dwingen het grootste deel van haar belang in de commerciële televisiezender TVN, dat vaak kritisch staat tegenover de conservatieve regering, te verkopen. In het wetsvoorstel staat dat alleen bedrijven uit de Europese Economische Ruimte een uitzendvergunning mogen bezitten.

    ‘Washington had Warschau gevraagd deze wet niet in stemming te brengen, maar de nationalistische regeringspartij liet zich niet afschrikken’, merkt de Europese editie van de website Politico op. Het besluit van het parlement is ‘een ongekende aanval op de vrijheid van meningsuiting en onafhankelijkheid van de media’, zo reageerde de directie van TVN, die de Poolse Senaat en de president opriep de wet te verwerpen.

    Vicepremier Jaroslaw Gowin werd ontslagen vanwege zijn verzet tegen de omstreden wet

    De wet was een van de oorzaken van de val van de regeringscoalitie op dinsdag. Vicepremier Jaroslaw Gowin werd door premier Mateusz Morawiecki ontslagen vanwege zijn verzet tegen de omstreden wet en zijn fractie van tien zetels stapte op. Toch wisten de overgebleven regeringspartijen de wet erdoor te krijgen met steun van kleine partijen in de 460 zetels tellende Sejm, de Poolse Tweede Kamer, schrijft Politico.

    Lees ook:


    Huawei investeert 100 miljoen dollar in start-ups

    Het Chinese techbedrijf Huawei investeert de komende drie jaar 100 miljoen dollar in het startup-ecosysteem in Azië-Pacific, bericht YourStory. Al eerder werd geïnvesteerd in start-uphubs in Singapore, Thailand, Sri Lanka en Maleisië en Huawei wil dit zogenoemde Spark-programma uitbreiden in India als de coronapandemie in het land is afgenomen.


    Pensioenfonds APG waarschuwt Korea voor bouw kolencentrales

    Het in Amsterdam gevestigde APG Asset Management, onderdeel van het Nederlandse pensioenfonds APG, heeft de Zuid-Koreaanse regering gewaarschuwd dat het niet schrappen van een plan om drie kolencentrales te bouwen een ‘aanzienlijke risicofactor’ zal vormen voor haar investeringen in Korea, bericht The Korea Herald. De brief heeft betrekking op drie centrales met een gecombineerd vermogen van 6,3 gigawatt die in aanbouw zijn in de provincie Gangwon.

    ‘De kolencentrales zullen onvermijdelijk een belasting vormen voor de toekomst van de mensheid’

    Park Yookyung, hoofd verantwoord beleggen Azië van APG Asset Management, schrijft in de brief dat de centrales in de nabije toekomst een bedreiging zullen vormen voor het streven naar CO2-neutraliteit. ‘In het licht van de klimaatcrisis zullen kolencentrales onvermijdelijk een belasting vormen voor de Koreaanse economie en de toekomst van de mensheid’, aldus de in het Koreaans opgestelde brief. ‘De uitstoot van broeikasgassen in Korea zal niet alleen een zware last vormen voor de particuliere sector, maar ook voor andere binnenlandse bedrijven in dit op export gerichte land.’

  • Johnson in quarantaine op ‘Freedom Day’ | Mohammed-cartoonist overleden

    Johnson in quarantaine op ‘Freedom Day’ | Mohammed-cartoonist overleden

    Johnson in quarantaine op ‘Freedom Day’

    De Britse premier zit tot 26 juli in quarantaine nadat hij contact heeft gehad met minister Sajid Javid van Volksgezondheid, die zaterdag bekendmaakte dat hij positief had getest op covid-19. Boris Johnson had aanvankelijk geprobeerd aan de quarantaine te ontkomen door te zeggen dat hij zou deelnemen aan een proef met dagelijkse tests als alternatief voor isolatie. Maar vanwege de daarover ontstane ‘golf van woede’, werd hij uiteindelijk ‘gedwongen tot een vernederende ommezwaai’, aldus The Independent.

    In een zondag vrijgegeven video riep de premier op tot ‘voorzichtigheid’ aan de vooravond van de opheffing van coronabeperkingen in Engeland, terwijl het land kampt met een groeiend aantal besmettingen. Hij verzekerde niettemin dat het ‘het juiste moment’ was om door te gaan met deze belangrijke stap in het afbouwen van de maatregelen, omgedoopt tot ‘Freedom Day’. Een groep invloedrijke internationale wetenschappers heeft vrijdag de regering opgeroepen op haar besluit terug te komen, dat ‘de inspanningen om de pandemie onder controle te krijgen dreigt te ondermijnen, niet alleen in het VK maar ook in andere landen’.

    Lees ook:


    1 sterfgeval per 5,6 minuten aan overdosis

    Volgens het Amerikaanse National Center for Health Statistics stierven in 2020 ruim 93.000 mensen in de VS aan een overdosis van medicijnen en drugs als opioïde pijnstillers, amfetamine en cocaïne, bericht CNN. Dat komt neer op één sterfgeval per 5,6 minuten. Het aantal steeg met 29,4 procent ten opzichte van 2019, toen 72.151 mensen stierven aan een overdosis.

    Lees ook:


    Zes activisten vrijgelaten in Egypte na internationale kritiek

    Zaterdag werden zes Egyptische activisten uit de gevangenis vrijgelaten, waaronder journalist en blogger Esraa Abdel-Fattah, een van de symbolen van de revolutie van 2011, meldt Al-Jazeera. Zij was in oktober 2019 gearresteerd en zat bijna 22 maanden vast wegens ‘verspreiding van nepnieuws’ en ‘collaboratie met een terroristische groepering’.

    Analisten zeggen dat de vrijlating van de activisten een manier is om de internationale gemeenschap tegemoet te komen, nadat de VS de arrestaties veroordeelden en zeiden dat de onderhandelingen over wapenverkoop tussen de twee geallieerde landen hierdoor zouden worden beïnvloed.

    De Egyptische regering van generaal Sisi heeft de afgelopen jaren op grote schaal opgetreden tegen dissidenten en duizenden mensen gevangengezet. Ook journalisten zijn het doelwit geweest: tientallen zijn in de gevangenis beland en sommige buitenlandse journalisten zijn het land uitgezet. Volgens het Committee to Protect Journalists is Egypte het land waar de meeste journalisten worden gevangengezet, samen met Turkije en China, schrijft Al-Jazeera.


    Deense Mohammed-cartoonist overleden

    Kurt Westergaard is op 86-jarige leeftijd in zijn slaap na een lang ziekbed overleden, zo heeft zijn familie aan Berlingske laten weten. De tekenaar was verantwoordelijk voor de beroemdste van de twaalf tekeningen die op 30 september 2005 door het conservatieve Deense dagblad Jyllands-Posten werden gepubliceerd onder de titel ‘Het gezicht van Mohammed’. Zijn bijdrage toonde de Profeet met een bomvormige tulband.

    De spotprent leidde in februari 2006 tot anti-Deense demonstraties in de moslimwereld, die in Denemarken werden gezien als de ernstigste crisis in het buitenlands beleid van het land sinds de Tweede Wereldoorlog. Het geweld bereikte in 2015 een hoogtepunt met de aanslag op Charlie Hebdo in Parijs, dat de cartoons in 2012 had heruitgegeven.

    Lees ook:

  • Amerikanen bouwen op risicoplekken | Ruzie in de Vijfsterrenbeweging

    Amerikanen bouwen op risicoplekken | Ruzie in de Vijfsterrenbeweging

    Publieksactie Coca-Cola faalt

    Coca-Cola hoopte klanten in de Verenigde Staten te lokken met gepersonaliseerde flessen, maar oogst vooral boze reacties op Twitter, schrijft CNN. Met een ‘make your own label’-actie kunnen klanten speciale colaflesjes bestellen met daarop een eigen tekst. Het bedrijf heeft een systeem opgezet om bepaalde teksten en merknamen te blokkeren, maar gebruikers ontdekten dat dat aan alle kanten rammelt.

    ‘Gay Pride’ is niet toegestaan. ‘Ik haat homo’s’ kan dan weer wel

    Zo mag ‘Black Lives Matter’ niet, maar ‘White Lives Matter’ wel en is er een speciaal regenbooglabel voor juni, de Pride Month, maar is ‘Gay Pride’ niet toegestaan. ‘Ik haat homo’s’ kan dan weer wel. Op ‘Hitler’ en ‘Nazi’ rust een verbod, maar flessen kunnen wel worden uitgerust met teksten als ‘I am a Nazi’, of ‘Sieg Heil’.

    Dergelijke publiekscampagnes gaan wel vaker mis. Zo begon de Amerikaanse bank JPMorgan in 2013 met een ‘Vraag ons alles’-campagne onder de hashtag #AskJPM. Mensen vroegen al snel hun in beslag genomen huizen terug en vervloekten bestuursvoorzitter Jamie Dimon, waarop JPMorgan stopte met de campagne. Wat Coca-Cola gaat doen is nog niet bekend.


    Kazachs hoger onderwijs in particuliere handen

    Van de 130 hogescholen en universiteiten in Kazachstan zijn de meeste eigendom van hoge ambtenaren of hun familie, zo blijkt uit onderzoek door Radio Free Europe/RL. Deze trend begon in 1993, toen door post-Sovjet-hervormingen voor het eerst privébezit van onderwijsinstellingen werd toegestaan en het eigendom ervan werd verdeeld tussen de staat en particulieren. Zo kwamen veel instellingen in handen van lieden die dicht bij de macht stonden, zoals de familie van de voormalige minister van Onderwijs en Wetenschap Bachytzjan Zjoemagoelov, nu een invloedrijk lid van de Kazachse Senaat.

    ‘Het wordt problematisch als ambtenaren een financieel belang hebben in de sector waarvoor zij verantwoordelijk zijn’

    Er is geen wet in Kazachstan die familieleden van ministers of hoge ambtenaren verbiedt een hogeschool of universiteit te bezitten. Maar volgens onderzoeker Mihaylo Milovanovitsj wordt het ‘problematisch qua belangenverstrengeling als ambtenaren een financieel belang hebben in de sector waarvoor zij verantwoordelijk zijn’.


    Ruzie in de Vijfsterrenbeweging

    In de Italiaanse Vijfsterrenbeweging (M5S) is beroering ontstaan door een botsing tussen de oprichter, komiek Beppe Grillo, en de beoogde nieuwe leider, oud-premier Giuseppe Conte. Volgens parlementaire bronnen hangt het mogelijke leiderschap van Conte aan een zijden draadje, schrijft ANSA.

    Conte zou verantwoordelijk worden voor vernieuwing van M5S, nadat de tweede coalitieregering die hij leidde begin dit jaar klapte. Hij stond al dicht bij M5S, maar maakte niet eerder deel uit van de beweging. De oud-premier en Grillo zijn het niet eens over mogelijke aanpassingen van de statuten, bijvoorbeeld over het verbod voor vertegenwoordigers om meer dan twee termijnen te dienen. Ook steggelen ze over de rol die Grillo zal gaan spelen. Grillo noemt Conte ‘rationeel’ en zichzelf een ‘visionair’. ‘Conte moet begrijpen dat ik nog steeds nuttig voor hem kan zijn,’ aldus Grillo.


    Amerikanen bouwen op verkeerde plekken

    Meer dan de helft van de gebouwen in de VS bevindt zich in een mogelijk rampgebied, zo blijkt uit een recente studie. Tientallen miljoenen huizen, bedrijven en andere gebouwen staan in gebieden waarvoor het hoogste risico geldt op orkanen, overstromingen, bosbranden, tornado’s en aardbevingen, meldt NPR.

    De bevindingen onderstrepen hoe stedelijke ontwikkeling schade door klimaatverandering kan verergeren. ‘We weten al dat we elk jaar miljarden dollars en levens verliezen door natuurrampen,’ aldus Virginia Iglesias, onderzoeker aan de Universiteit van Colorado en een van de auteurs van de studie. ‘Natuurlijk heeft de klimaatverandering ermee te maken, want die vergroot de kans op extreme gebeurtenissen. Maar tegelijkertijd maakt het ook uit wat en waar er wordt gebouwd.’

    Stedelijke ontwikkeling heeft versneld heeft plaatsgevonden in gebieden die gevoelig zijn voor natuurbranden

    Iglesias en haar collega’s analyseerden gegevens die teruggaan tot 1945, om te zien hoeveel gebouwen zich in het brandpunt van de natuurlijke dreiging bevinden. Ze richtten zich op gebieden waar de kans op een ramp in de hoogste 10 procent ligt. Zo ontdekten ze dat dergelijke hotspots ongeveer 30 procent van de VS beslaan, maar plaats bieden aan bijna 60 procent van de gebouwen van het land. Oftewel: stedelijke ontwikkeling vindt plaats op de gevaarlijkste plekken.

    Uit het onderzoek blijkt dat stedelijke ontwikkeling sinds de jaren tachtig versneld heeft plaatsgevonden in gebieden die gevoelig zijn voor natuurbranden, vooral in het westen van de VS. In het oosten van het land blijven steden zich uitbreiden op plaatsen die extreem kwetsbaar zijn voor orkanen.

    Zo’n anderhalf miljoen gebouwen bevinden zich zelfs op plekken waarvoor twee of meer gevaren gelden. Delen van het westen zijn bijvoorbeeld extreem vatbaar voor zowel natuurbranden als aardbevingen, terwijl regio’s in het zuiden een verhoogd risico lopen op overstromingen, orkanen en tornado’s.

    Iglesias hoopt dat het onderzoek beleidsmakers en bewoners helpt om zorgvuldiger te bepalen waar nieuwe ontwikkeling gewenst is en hoe gebouwen beter kunnen worden ontworpen met het oog op natuurrampen.


    Haperende start voor GB News

    Op 13 juni begon in Groot-Brittannië GB News, een controversiële televisiezender die belooft de ‘cancelcultuur’ te bestrijden en zegt een ‘anti-woke’-positie in te nemen. Critici beschuldigen GB News van het aanwakkeren van culture wars, in de stijl van het Amerikaanse Fox News. Andrew Neil, een omroepveteraan die de zender opzette en er ook als presentator werkt, is nog geen twee weken na de lancering opgestapt, omdat hij behoefte heeft aan vrije tijd, zoals hij zelf zei. Hij gaf toe dat de zender ‘een moeilijke start’ kende. De voormalige BBC-coryfee zei dat hij ‘een paar weken’ weg zou zijn en terug zou keren ‘voordat de zomer voorbij is’.

    Er kwamen na een uitzending van Tonight Live with Dan Wootton honderden klachten binnen

    In de eerste weken ging er van alles mis, schrijft The Independent. Zo kwamen na een uitzending van Tonight Live with Dan Wootton honderden klachten binnen omdat Wootton, eerder werkzaam bij tabloid The Sun, had beweerd dat medische experts en politici die belast zijn met de volksgezondheid een ‘ultravoorzichtige bioveiligheidsstaat’ proberen te creëren, ‘zoals China’. Verder werden uitzendingen geteisterd door technische problemen en trok een aantal grote adverteerders zich terug, uit angst geassocieerd te worden met het conservatieve gedachtengoed.

    ‘We worden elke dag beter en er is duidelijk interesse voor wat we doen,’ zei Neil desondanks. ‘In slechts twee weken hebben we al een loyaal publiek opgebouwd dat al onze verwachtingen heeft overtroffen; het is groter dan dat van veel andere nieuwszenders, en het groeit nog steeds. Dus namens GB News zeg ik tegen al onze kijkers: bedankt. We laten je niet in de steek, and you ain’t seen nothing yet.


    Library Whisperer

    Francine Houben van architectenbureau Mecanoo kon niet bij de heropening van de openbare bibliotheek in New York zijn, maar in september opent nog een bibliotheek van haar hand in Washington D.C. en later dit jaar ook een in Taiwan. In de VS wordt Houben al de library whisperer genoemd. De nieuwe dakconstructie met schuine aluminium vlakken in New York is geïnspireerd op Manhattans mansardedaken uit 1904 en op de taps toelopende art-decowolkenkrabbers in de stad en de gefacetteerde gevels van nieuwere torens.

    Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is mecanoo-stavros-niarchos-foundation-library-new-york-designboom-06.jpg
    © John Bartelstone / Designboom
  • Julinummer | Kan dit nog?

    Julinummer | Kan dit nog?

    »  Lees dit nummer online

    Moed

    Redactioneel

    Twee van de in deze editie gepubliceerde artikelen zijn geschreven door journalisten die zich niet de mond laten snoeren door het dictatoriale bewind in hun land. Dat is, zacht uitgedrukt, bewonderenswaardig. Wereldwijd zijn er vorig jaar tientallen journalisten vermoord vanwege hun werk. De afweging of waarheidsvinding desnoods met de dood bekocht moet worden, is waarschijnlijk een vraag die deze helden zich niet hebben gesteld. Er stroomt ander bloed door hun aderen, iets moet de oorzaak zijn van hun onberedeneerbare burgermoed.

    Omgaan met de macht in de geglobaliseerde wereld vergt een grote dosis zelfbeheersing en sluwheid. Zowel van de kritische massa die de macht dient te controleren als van de dictators die ten koste van alles en iedereen die macht willen behouden. Een eigenaardige ambitie, maar ze bestaat en neemt helaas niet af, ook niet als telkens weer duidelijk wordt dat tirannie als staatsvorm geen lang en zeker geen leuk leven beschoren is. Uiteindelijk wordt elke ooit aanbeden machtswellusteling van zijn voetstuk getrokken. Om die dreiging zo lang mogelijk af te wenden is het voor zich winnen van de pers en de vernietiging van de onafhankelijke berichtgeving een van de grootste prioriteiten. Alsof het in de instructies staat voordat men de koepel betreedt.

    Zo moeilijk is dat niet: je trekt vergunningen in, strooit gul met het stempel ‘opruiend’ en haalt als het moet een vliegtuig onder valse voorwendselen uit de lucht, omdat er iemand in zit wiens stem je niet bevalt. 

    Opposanten uit de weg ruimen, daar draaien de machthebbers hun hand niet voor om

    Opposanten uit de weg ruimen, daar draaien de machthebbers hun hand niet voor om. Sinds de opkomst van sociale media is de gebruiksaanwijzing aangevuld met verregaande surveillance en de inzet van trollenlegers en onlinebots.

    Blijven ageren, dat is de kunst. Maar tegen welke prijs?

    Daarom mag er voor elke broeder, zuster en x die ondanks de gruwelijke repressie blijft (of bleef) publiceren over het optreden van zijn of haar regime tegen onafhankelijke media een hufterproof monument worden opgericht. Als het goed is komen er nog een hoop sokkels vrij. Vroeg of laat leggen dictators hopelijk het loodje. Want als we historicus en sinoloog Frank Dikötter mogen geloven, presenteren ze zich graag als almachtig, maar zijn het eigenlijk zwakke figuren – anders zouden ze wel zijn verkozen door een meerderheid.

    Katrien Gottlieb

    gottlieb@360international.nl

    Cover197 LR 2 1 1

  • Chili droogt op door avocado’s voor het buitenland

    Chili droogt op door avocado’s voor het buitenland

    Chili kampt al jaren met een grote droogte en een tekort aan water, wat in belangrijke mate aan de dorstige avocado-industrie te wijten is. Bovendien is door privatisering de drinkwaterrekening torenhoog. Toch zijn de bewoners van het dorpje Petorca blij met de kansen die de avocado hen biedt.

    Avocadodroogte

    In 2016 publiceerden wij een longread over de ‘oergezonde waterslurper’: de geliefde avocado. De bekendste soort superfood die er is, maar blijkbaar zijn voor de productie enorme hoeveelheden water nodig, waardoor de landen van herkomst, zoals Brazilië, Chili, Spanje, Zuid-Afrika en Peru, gevaar lopen.

    Deze reportage over een Chileens dorpje maakt duidelijk hoe ingewikkeld het probleem is. Zo zijn de bewoners als de dood dat door slechte pers mensen stoppen met avocado’s eten.

    Net buiten Petorca, een dorp in de gelijknamige provincie op ruim drie uur rijden ten noorden van de hoofdstad, ligt plantage La Chimba. Aan weerszijden van de ingang staan metershoge palmbomen. Achter hoge hekken groeien de avocado’s. Ook hier hebben ze een aanhoudend tekort aan water. 

    Hector Cavieres is opzichter, hij wijst naar boven en zegt: ‘Daar zijn we de bomen aan het snoeien. We hadden vijftig hectare maar we snoeien terug tot dertig hectare. Die bomen doen niks meer vanwege de droogte. Op deze manier kunnen ze een jaar overleven zonder water. Mocht het gaan regenen, dan gaan ze weer groeien.’

    Chincolco22 1
    Chimbaplantage, Chincolco, Chili.

    Iets hoger op de heuvel klinkt onafgebroken het geluid van kettingzagen. Het heeft iets treurigs, al die gekortwiekte gezonde bomen. Drie mannen zagen stug door. Als een van hen even stopt om het zweet van zijn voorhoofd te vegen, vertelt hij dat ze per omgezaagde boom betaald krijgen. ‘We tellen zelf de bomen, per rij staan er dertig. Voor een grote boom krijgen we meer dan voor een kleine.’ Op de vraag of hiermee een redelijk salaris te verdienen valt zegt hij een beetje aarzelend: ‘Jawel. Er wordt op heel veel plaatsen gesnoeid omdat er geen water is.’

    Het afgelopen jaar heeft La Chimba 700.000 kilo avocado’s geoogst. ‘Alle mooie avocado’s zijn voor de export,’ vertelt Cavieres, ‘als ze niet de goede maat hebben, kunnen we ze niet exporteren. Weinig water en de droogte leveren een kleinere avocado op, die blijven in Chili. Dit jaar kunnen we maar ongeveer 10 procent van het aantal van vorig jaar exporteren, zo’n 80.000 kilo.’ Cavieres gaat weer aan het werk, op zijn crossmotor scheurt hij tussen de avocadobomen weg.

    Zwaar werk

    Tijdens de oogst van de avocado’s werken hier vijfentwintig mensen die zijn ingehuurd via een soort uitzendbureau. Met lange stokken waaraan een net en een soort schaar zitten, verdwijnen ze tussen de bomen. Stevige zakken hangen aan hun schouders, hier worden de losgeknipte avocado’s in verzameld. Wanneer de zak vol is sjouwen ze hem naar de weegschaal. Hoe voller, hoe beter.

    Een meisje schrijft op een wit vel papier hoeveel kilo iemand geplukt heeft. Aan het einde van de dag telt ze alles op en wordt er uitbetaald. 

    De mannen, en een enkele vrouw, werken gestaag en veelal zwijgend door. Een van de mannen zegt: ‘Als je alleen lagere school hebt, kun je eigenlijk alleen in de landbouw werken en dan betaalt een avocadoplantage het best. Het ligt aan de grootte van de avocado wat we verdienen. Meestal rond de 24 euro per dag. Maar dan moet je goede en grote avocado’s hebben.’

    Hij knikt: ‘Ja, het is zwaar werk.’ En weg is hij weer, tijd is hier geld.

    Het is een slecht avocadojaar voor La Chimba. Ook hier verlangt men naar regen. 

    Lees ook:

    Een kilometer of twintig noordwaarts staat het bedrijf Agricola Santa Juana. Een grotere speler op de avocadomarkt. Met een heus ontvangstkantoor en een receptioniste. Ze belt haar meerdere maar die laat weten niets te willen zeggen. Buiten hangt een van de chefs over zijn autoportier en vertelt dat ze slechte ervaringen hebben met een Duits tijdschrift waarin werd opgeroepen de avocado niet meer te eten. 

    ‘Als het niet gaat regenen moeten we ons water ergens anders vandaan halen, uit de zee bijvoorbeeld’

    Manuel Montenegro (65) uit Chincolco ziet ook voordelen van de avocadoplantages in de regio. De werkgelegenheid bijvoorbeeld. ‘Verder is hier weinig werk. Er zijn alleen avocado’s, noten en cactussen.’

    Zijn dochter woont even verderop, vertelt hij. Al twintig jaar, in een wijkje waar veel alleenstaande vrouwen met of zonder kinderen wonen. Werken bij een avocadoplantage gaf deze vrouwen financiële onafhankelijkheid. Manuel knikt: zeker, dat is belangrijk, met eigen geld hebben ze geen man meer nodig. De verdiensten van zijn dochter zijn ongeveer 420 euro per maand. 

    Dat het watertekort een probleem is voor de regio zal hij niet ontkennen. ‘Sí, claro, avocado’s hebben veel water nodig. Dat heeft absoluut consequenties. Als het niet gaat regenen moeten we ons water ergens anders vandaan halen, uit de zee bijvoorbeeld.’

    Chincolco27 1 1 1 1

    Complex van factoren

    Op de vraag of de grote avocadotelers ook schuld hebben aan het watertekort geeft watermanagementspecialist Ricardo Ferreira uit La Ligua een ontwijkend antwoord. De problematiek van de provincie Petorca is een complex van factoren, zegt hij. Zo is een groot aantal waterrechten toegekend aan landbouwbedrijven zonder de resultaten van eerdere studies over de hoeveelheid water in de bekkens mee te nemen. ‘Ook daarom is er nu een tekort aan water.’

    Andere oorzaken zijn volgens hem het gebrek aan regen en het ontbreken van een bergketen in de provincie Petorca die het mogelijk zou maken om waterreserves vast te houden.

    Over de privatisering van water zegt Ferreira: ‘De huidige waterwet stamt nog uit de tijd van de dictatuur. Water mag als product worden verhandeld. De overheid levert gratis waterrechten aan private partijen en dat maakt het voor de overheid moeilijk om de watervoorraden te beheren. Het is dus van groot belang dat de grondwet gewijzigd wordt en er een nieuwe waterwet komt, zodat de overheid op democratische wijze het beheer over het water krijgt. Want nu kunnen waterrechten ook gekocht, verkocht of geleased worden zonder dat er rekening wordt gehouden met plaatselijke prioriteiten, zoals de behoefte aan drinkwater.’

    Lees ook:

    Er moeten verschillende acties ondernomen worden om het beheer van de watervoorraden te verbeteren en om nieuwe bevoorradingsbronnen te genereren.

    Ontzilting van zeewater is een initiatief dat ongetwijfeld belangrijk is, denkt Ricardo Ferreira. Zeker voor menselijke consumptie. Voor de landbouw zou het nog beter onderzocht moeten worden, maar de uitvoeringskosten zijn zeer hoog.

    Zout

    Ook Paula Quiroz (70) denkt dat het gebruik van ontzout zeewater een oplossing voor het watertekort zou kunnen zijn. ‘Hemelsbreed zitten we hier op zestig kilometer van de oceaan. We zitten niet zo hoog in de bergen, dus het kan niet heel moeilijk zijn om het water hierheen te brengen. We zijn te afhankelijk van regen die er niet is.’

    Wat te doen met al het zout? ‘Daar kunnen bakstenen van gemaakt worden,’ oppert Paula, ‘of we verkopen het aan landen waar het veel sneeuwt.’

    Ze lacht om haar laatste opmerking maar ze meent het wel, want ook zij maakt zich zorgen. Het grondwater daalt, de landbouw slaat steeds diepere putten, soms wel tot honderdvijftig meter diep. 

    Chincolco31 1 1

    Paula daalt de houten trap af die vanuit haar keuken naar de tuin leidt. Ze stapt over het betonnen irrigatiekanaal waar een keer per week water doorheen stroomt vanuit een verderop gegraven put. Omdat Paula relatief dicht bij die put zit, krijgt zij nog water maar de mensen die verder weg wonen moeten het zonder stellen, ‘daar komt het water niet eens’. 

    De dorre takjes op de droge grond knisperen onder haar voeten bij iedere stap die ze zet. ‘Kijk,’ zegt ze en ze buigt zich voorover naar een zwarte tuinslang met hele kleine gaatjes. ‘Dankzij dit irrigatiesysteem kan ik nog een paar fruitboompjes houden.’ Sinds een maand heeft ze deze slang in haar tuin. Heel langzaam, druppel voor druppel, komt er water uit de gaatjes. 

    Tegenwoordig moeten we ook betalen aan de fabriek die het water reinigt, voor de elektriciteit die dat kost en voor de leidingen

    Water is duur, en aan deze kant van het dorp is het nog duurder ‘dan beneden’, waar de bewoners water krijgen via een ander bedrijf. ‘Wij hebben een coöperatie voor het drinkwater,’ zegt Paula. ‘Vroeger was het goedkoop, toen betaalden we alleen het opgepompte water. Tegenwoordig moeten we ook betalen aan de fabriek die het water reinigt, voor de elektriciteit die dat kost en voor de leidingen.’ 

    De dorpsbewoners willen zich aansluiten bij een zonnepanelenproject om de kosten omlaag te brengen. Deze projecten worden gesubsidieerd door de overheid. 

    Chincolco13 1 1
    Paula Quiroz: ‘Dankzij dit irrigatiesysteem kan ik nog een paar fruitboompjes houden.’

    Van Paula’s tuin is nog maar een fractie beplant. Het grootste gedeelte ligt braak. Aan de randen groeien nog cactussen. Die krijgen haar afwaswater om te drinken. ‘Want ik wil echt niet dat mijn cactussen doodgaan.’

    Het is rond een uur of drie als Paula in haar oude Peugeot stapt. Ze klemt haar handen strak om het stuur en rijdt met dertig kilometer per uur naar haar zussen beneden in het dorp voor het dagelijkse theeritueel.

    Kleine groene oase

    Jorge Castro (70) brengt regelmatig hooi en stro bij Maria Roderiquez (78), die boven op een berg woont. Jorge rijdt met zijn pick-up kilometers over een onverharde weg, steekt de droge rivierbedding over en vervolgens gaat het omhoog, de bergen in. 

    Maria staat al op de uitkijk. Een struise dame met een verweerde, gebruinde huid zoals alleen mensen kunnen hebben die buiten wonen, daar waar de zon veel schijnt en de wind vaak waait. Ze leunt op een stok. Aan verschillende bomen zijn honden vastgebonden. Ze blaffen hard tegen elkaar op tot Maria en Jorge uit hun zicht verdwijnen. Maria gaat maté maken, een traditionele Argentijnse thee met kruiden en vooral ook veel suiker. Als Maria geen maté drinkt, krijgt ze hoofdpijn, zegt ze. Geboren en getogen is ze op deze plek. Zeven kinderen heeft ze er grootgebracht, en ze is hier alle dagen, behalve die ene keer per maand dat ze ‘naar beneden’ gaat om olie, thee, suiker en rijst te halen. 

    Ze slurpt van haar maté en knikt: ‘Ja, er is heel veel veranderd. Ik heb geen groenten meer in de tuin, vijf jaar geleden had ik nog mooie grote aardappelen. Maar de waterput is helemaal opgedroogd.’ Ook heeft Maria bijna geen dieren meer vanwege de droogte. Die eten een baal hooi per dag. ‘Ik kan geen dertig hooibalen per maand kopen van tien euro per stuk.’

    Toch prijst Maria zich gelukkig, zij kan het afvalwater opvangen uit de even verderop gelegen kopermijn. Daarmee heeft ze een kleine groene oase gecreëerd naast haar golfplatenhuisje, met druivenranken als afdak tegen de brandende zon.

    Chincolco06 1
    Maria Roderiquez: ‘Ik heb geen groenten meer in de tuin, vijf jaar geleden had ik nog mooie grote aardappelen. Maar de waterput is helemaal opgedroogd.’

    ‘Als ik hier drinkwater voor moest gebruiken dan zou ik een hele hoge waterrekening hebben. Ik dank God voor het water uit de mijn.’ 

    Nee, Maria gaat hier nooit meer weg. Onlangs zei een kleinkind tegen haar: ‘Oma, als u doodgaat dan kom ik hier wonen.’ Maria lacht: ‘Hij heeft erover nagedacht want hij wil een opvang voor gepensioneerde geiten beginnen.’

    Ze kijkt op haar horloge, dat aan haar schort geknoopt zit. Het is kwart voor twaalf, ze wil gaan koken.

    Brandbrief 

    Barbara Astudillo (31) opgegroeid in de provincie Petorca, is ecofeministe en onderzoeker bij Fundación Territorios Colectivos. Ze voert al jaren actie. ‘Want in het gebied waar ik zoveel van hou, worden de mensen- en milieurechten geschonden zodat men geen toegang heeft tot water.’

    Astudillo is van mening dat Chili nu prioriteit moet geven aan klimaatveranderingswetten en vermindering van het water- en energieverbruik van grote industrieën. Ook zij vindt dat de grondwet moet worden aangepast, maar er is in Chili gebrek aan politieke wil om veranderingen teweeg te brengen. 

    ‘Stop met de privatisering van water,’ zegt ze, ‘transformeer het naar een nationaal bezit waarbij de consumptie door burgers en de ecologische belangen vooropstaan. Maak de economie daaraan ondergeschikt.’

    Chincolco01 1 1 1 1
    Chincolco, Chili.

    Onlangs heeft ze een brandbrief gestuurd naar de speciaal rapporteur van de VN voor water en hygiëne Leo Heller. Daarin schrijft ze onder meer dat met name de gemeenten Cabildo, La Ligua en Petorca al jarenlang te lijden hebben onder het watergebruik van de agrobusiness, door de aanplant en het telen van citrusvruchten en avocado’s.

    Er groeien nog wat cactussen maar zelfs die hangen er een beetje treurig bij

    Dorpen zitten zonder watervoorziening als gevolg van accumulatie van grote hoeveelheden zoet water in boven- en ondergrondse kanalen voor deze agro-industriële bedrijven. Regelmatig zijn ze aangeklaagd door nationale en internationale organisaties zoals het bekende Chileense Modatima. De leiders van deze milieuactivistische organisatie worden niet zelden vervolgd en soms zelfs met de dood bedreigd. 

    Veel gezinnen worden tegenwoordig bevoorraad met een tankwagen, vijftig liter per persoon per dag. ‘Ja, natuurlijk is dat veel te weinig,’ zegt Barbara, ‘maar het is complex om met gebrek aan overheidsbeleid en investeringen de watercrisis in dit gebied te bestrijden.’

    Onlangs heeft het geregend in de provincie Petorca, voor het eerst in zestien jaar.

    ‘Maar het water bereikte de rivieren van onze vallei niet,’ verzucht ze. ‘Het bleef achter in de bassins van de avocado- en citrusfruittelers. Betaald met het geld van alle Chilenen om de grote ondernemers van het land te subsidiëren. We moeten de wereld écht anders in gaan richten.’

    Verloren paradijs

    Aan de onverharde weg tussen Petorca en Chincolco staat achter een hek het huisje van Zoila Lemus (73). De hond blaft onophoudelijk, zoals eigenlijk overal. Zoila woont hier samen met haar dochter en haar twee kleindochters. Alle bomen in haar tuin zijn dood, zo ook alle groene planten. Er groeien nog wat cactussen maar zelfs die hangen er een beetje treurig bij. 

    Het huisje kijkt uit op gortdroge bergen. Aan het einde van de vorige eeuw waren deze bergen veel groener. Maar men kapte alle bomen om de huizen te verwarmen en om te koken. Niemand plantte ooit een boom terug. 

    Zoila’s woning staat aan de oever van een rivier waar al twintig jaar geen water meer door stroomt. Ze pakt een ingelijste foto van een kastje. ‘Kijk,’ zegt ze, ‘de rivier was vroeger prachtig, we konden er zelfs in zwemmen. Onze tuin stond vol bomen en rozen in allerlei kleuren. We verbouwden alles zelf: tarwe voor het brood, bonen, mais, linzen, aardappelen, uien, knoflook, courgettes. Gewoon om zelf te eten en om in te maken. Nu kan ik hier niks meer laten groeien. We wonen in een woestijn zonder water. Alle putten die we gegraven hebben zijn opgedroogd.’

    Chincolco12 1 1 1 2
    Zoila Lemus: ‘De rivier was vroeger prachtig, we konden er zelfs in zwemmen. Onze tuin stond vol bomen en rozen in allerlei kleuren.’

    Zoila en haar familie krijgen vijftig liter water per dag om te koken, te wassen en te douchen. ‘Je kunt je beter wassen met een bakje water. Haren wassen kost heel veel water, we gebruiken een sok om ons haar nat te maken.’

    Tot voor kort kwam er een tankwagen om het water te brengen maar Zoila heeft sinds een maand een nieuwe waterput. Met een automatisch systeem dat niet goed werkt. ‘Soms hoor je water, soms hoor je niks. Maar het bedrijf dat de meter heeft geïnstalleerd geeft niet thuis.’

    Maar heeft ze, als het systeem goed zou werken, dan wel genoeg water?

    Zoila schudt haar hoofd: ‘Nee, er komt een liter water per seconde langs voor acht families.’ 

    Ze legt uit hoe het met de waterrechten in Chili zit. Het gaat zoals gezegd om een wet die nog stamt uit de tijd van de dictator Pinochet. Je kon je toen inschrijven voor water: een boer met bijvoorbeeld drie hectare grond had recht op drie ‘delen’ water. ‘Maar,’ zegt Zoila, ‘dat ging over oppervlaktewater. Ook voor het ondergrondse water kon je rechten kopen maar dat wisten de boeren niet. Het recht op ondergronds water is stiekem verkocht aan grote bedrijven. Die eisen nu alles op en oppervlaktewater is er allang niet meer. De regering moet nu de rechten kopen van die bedrijven zodat ze het water kan verdelen. Al die bedrijven verdienen er nog meer aan. En ik heb geen “recht” op water. Dat is waarom de mensen de grondwet willen veranderen.’

    Soms is er een project vanuit de overheid. Zo zouden Zoila en haar buren ook een waterleiding krijgen, er was bijna 35.000 euro voor beschikbaar. Verschillende aannemers en onderzoekers zijn langs geweest om te bestuderen hoe dat zou moeten. Al het geld is opgegaan aan onderzoek en er is verder niks gebeurd.

    Buiten blaft de hond. ‘Pasqalle!’ roept Zoila, ‘de hond!’ De oudste kleindochter hoort het niet. Ze is doof. Ze kunnen het niet bewijzen maar Zoila is ervan overtuigd dat het komt omdat haar dochter, toen drie maanden zwanger, op de avocadoplantage liep op het moment dat er een vliegtuigje overvloog met pesticiden.

    Ze trekt haar kleindochter even stevig tegen zich aan, de hond buiten is inmiddels stil.

    Auteur: Karin Stroo

    Foto’s: Goedele Monnens

  • Liefde, lucratieve deals en offshore bedrijven. De voordelen van een huwelijk met Poetins dochter

    Liefde, lucratieve deals en offshore bedrijven. De voordelen van een huwelijk met Poetins dochter

    Duizenden mails die zijn onderschept uit de inbox van Kirill Sjamalov, de voormalige schoonzoon van de Russische president, laten haarscherp zien hoeveel macht en rijkdom het oplevert om deel uit te maken van Poetins inner circle.

    Winnaar van de The Investigative Reporting Award 2021 van de European Press Prize.

    Er zijn maar weinig geheimen in Rusland waarover zo wantrouwig wordt gewaakt als over de meest basale gegevens aangaande de familie van Vladimir Poetin. In de officiële biografie van de president wordt het alom bekende gegeven bevestigd dat hij en zijn voormalige echtgenote twee dochters hebben, Maria en Katerina. Maar Poetin noch zijn persvoorlichters hebben ooit de volledige namen van die dochters prijsgegeven, of iets losgelaten over hun privéleven of werk. Geen van beide dochters gebruikt in het openbaar haar achternaam.

    Een van de weinige gegevens die journalisten boven tafel hebben weten te krijgen, is dat Poetins jongste dochter, Katerina, getrouwd is geweest met ene Kirill Sjamalov. Sjamalov is een vermogend man, die op zijn tweeëndertigste de jongste miljardair van Rusland was. Hij genoot echter weinig bekendheid en er waren maar weinig details openbaar over de manier waarop hij zijn ongekende vermogen had vergaard.

    Maar nu komen er voor het eerst wat meer gegevens naar buiten over deze Sjamalov. Eerder dit jaar hebben journalisten van IStories, het Russische onderzoekscentrum van het Organized Crime and Corruption Reporting Project (OCCRP), via een anonieme bron toegang gekregen tot een uitgelekt mailarchief van Sjamalov. Het lek omvat meer dan tienduizend berichten uit de periode 2003-2020 en verschaft uitzonderlijke informatie in de man die als geen ander toegang heeft tot de machinaties binnen de Russische politiek.

    Collection No. 1

    De anonieme bron heeft niet onthuld hoe hij of zij aan Sjamalovs e-mails is gekomen, maar de berichten zelf wijzen in een bepaalde richting.

    In juni 2019 stuurde het Hasso-Plattner-Institut van de Universiteit van Potsdam, dat zich bezighoudt met cybersecurity, Sjamalov een waarschuwing: zijn inloggegevens waren aangetroffen in ‘Collection No. 1’, een archief van miljoenen wachtwoorden en e-mailadressen die een hacker uit Oekraïne had verzameld en te koop aangeboden. Sjamalov leek het bericht niet helemaal te begrijpen, want hij stuurde de mail door naar zijn assistent met de vraag: ‘Wat heeft dit te betekenen?’

    Gelekte informatie van een anonieme bron al dan niet publiceren is een lastige journalistieke beslissing. Om te beginnen kunnen er vraagtekens worden geplaatst bij de authenticiteit van documenten van een anonieme partij. Om het Sjamalov-archief te verifiëren, werden de mails eerst gestructureerd en geïndexeerd door data-analisten van het OCCRP. Vervolgens zijn journalisten van IStories bijna een jaar bezig geweest alles uit te pluizen: ze hebben onderwerpregels van e-mails nagetrokken, met afzenders gesproken en informatie vergeleken met bedrijfsgegevens, databases van makelaars, sociale netwerken en andere openbaar toegankelijke bronnen. Wij zijn tot de conclusie gekomen dat de mails authentiek zijn.

    kirill and katya
    © Shamalovs emailarchief.

    Een andere kwestie is de privacy. De bron heeft toegang gegeven tot het materiaal, maar heeft daarbij de journalisten verzocht geen medische gegevens openbaar te maken. Dat verzoek is gehonoreerd. IStories en het OCCRP hebben ook besloten niet het hele archief vrij te geven. De informatie die in dit onderzoek wordt gebruikt, is precies voldoende om een verhaal te vertellen dat het publieke belang dient.

    Sjamalov is een schoolvoorbeeld van de corrupte verstrengeling van macht en het zakenleven die het moderne Rusland typeert

    Niet alleen toont het archief onomstotelijk aan dat Sjamalov getrouwd is geweest met Poetins dochter Katerina, die de achternaam Tichonova gebruikt, ook bevat het enkele andere onthullingen over de financiële voordelen die dit huwelijk hem heeft opgeleverd, en de invloed die hij wist te vergaren door in de presidentiële familie te trouwen. Hij is duidelijk in staat geweest bronnen binnen de regering te gebruiken en heeft persoonlijke banden aangewend voor zijn eigen gewin en dat van zijn vrienden en zakenpartners – een schoolvoorbeeld van de corrupte verstrengeling van macht en het zakenleven die het moderne Rusland typeert.

    Kirill Sjamalov noch Katerina Tichonova wilde reageren op dit verhaal. Poetins woordvoerder, Dmitri Peskov, reageerde met één zin: ‘We hebben dergelijke vragen al veel vaker onbeantwoord gelaten.’

    Sjamalov senior

    Kirill Sjamalov is de zoon van Nikolai Sjamalov, een van Poetins oudste en beste vrienden. Halverwege de jaren negentig maakten Poetin en Sjamalov senior deel uit van een groep vrienden die investeerden in Ozero, een privégemeenschap van zomerhuizen in de buurt van Sint-Petersburg. Toen Poetin president werd, kregen zijn buren uit Ozero hoge posities binnen de regering of kwamen aan het hoofd te staan van staatsbedrijven. Drie Ozero-oprichters kregen in 2014 te maken met sancties van de Verenigde Staten in verband met de Russische inval in Oekraïne.

    Sjamalovs naam werd in brede kring bekend toen zijn voormalige zakenpartner Sergej Kolesnikov in 2010 een open brief publiceerde, gericht aan de toenmalige premier Dmitri Medvedev. De brief ging over de vermeende corruptie bij de bouw van een vorstelijk onderkomen aan de Zwarte Zee ter waarde van 1 miljard dollar voor Poetin, die toen president was.

    Belangrijkste feiten:

    Sjamalov en Poetins dochter spendeerden miljoenen aan luxueuze onderkomens in Rusland en Frankrijk, terwijl Poetin had bepaald dat de Russische elite geen buitenlandse bezittingen meer mocht hebben.

    • Niet lang na zijn huwelijk met Poetins dochter kocht Sjamalov voor het verbijsterend lage bedrag van 100 dollar een aandeel in de grootste petrochemische fabriek van Rusland, een bedrijf met een waarde van 380 miljoen dollar. 
    • Later kocht Sjamalov een nog veel groter aandeel in dit bedrijf. Met deze deal, die bepaald niet onopgemerkt bleef, werd hij in één klap miljardair. Uit zijn mailwisseling blijkt dat dit slechts een van de vele lucratieve deals was die hem werden aangeboden, en de mails werpen licht op de vraag hoe een en ander mogelijk in elkaar stak. 
    • Omdat Sjamalov zo dicht op de macht zat, was hij een zeer begeerde zakenpartner. In één geval kreeg hij een gratis aandeel in een groot bedrijf aangeboden in ruil voor zijn toegang tot ‘bronnen binnen de regering’. Een duidelijk voorbeeld van de corrupte verstrengeling van macht en zakenleven die het moderne Rusland typeert.

    Volgens Kolesnikov vervulde Sjamalov een sleutelrol binnen deze constructie, geïnstigeerd door Poetin, waarbij een medisch bedrijf lucratieve gezondheidszorgcontracten kreeg aangeboden. Deze werden gefinancierd door rijke oligarchen, in ruil voor de belofte eenderde van het geld over te maken naar buitenlandse banken. Het geld werd gebruikt voor de bouw van ‘Poetins paleis’ in de buurt van Gelendzjik.

    Nadat hij ruzie had gekregen met Sjamalov, verliet Kolesnikov het land en publiceerde hij zijn brief aan Medvedev. Hoewel het verhaal leidde tot een sensationeel schandaal en de inhoud van de brief werd gestaafd door documenten en geheime opnamen die Kolesnikov later aan de pers zou overhandigen, volgde er geen enkele officiële reactie.

    De heersende elite van Rusland bestaat voor een groot deel uit oude compagnons van Poetin

    Volgens een bekende heeft Nikolai Sjamalov, die dit jaar zeventig is geworden, zich teruggetrokken uit zowel het zakelijke als het publieke leven, en besteedt hij nu een groot deel van zijn tijd aan jagen. Zijn oudste zoon, Kirills broer Joeri, staat al sinds 2003 aan het hoofd van een van de grootste private pensioenfondsen van Rusland.

    De heersende elite van Rusland bestaat voor een groot deel uit oude compagnons van Poetin, die hem zijn gevolgd naar Moskou en die sinds Poetin president is geworden allerlei sleutelposities binnen de regering vervullen. Deze datsja-buren, judokameraden, massagetherapeuten en voormalige stadsbestuurbureaucraten worden ook wel de Piterskie genoemd, naar Sint-Petersburg, waar ze vandaan komen. Om de term Piterskie hangt een sterke geur van georganiseerde misdaad – denk maar aan andere geografisch gewortelde epitafen als de Tambovskie of de Izmailovskie.

    De meeste van deze mannen zijn nog niet van het toneel verdwenen. Maar in de twee decennia sinds Poetin aan de macht is, hebben hun kinderen en kleinkinderen hun eigen macht en vermogen vergaard en klimmen ze geleidelijk op naar de topposities. Je zou hen de ‘nieuwe Piterskie’ kunnen noemen.

    Sjamalovs e-mailarchief biedt een opmerkelijk beeld van deze groep. Velen van hen hebben, net als Sjamalov zelf, rechten gestudeerd aan de Staatsuniversiteit van Sint-Petersburg. Ze praten over posities binnen de regering, bij staatsbedrijven en grote ondernemingen, en ze merken op dat als zij naar Moskou komen, de stad er heel anders zal uitzien dan de stad die hun voorouders ooit hebben veroverd.

    Kirill katya2
    Illustratie: © Natalia Yamshchikova.

    Maar sommige dingen veranderen nooit. Net als in de wereld van hun ouders zijn persoonlijke connecties van cruciaal belang voor de nieuwe Piterskie. In juni 2004 ontving Sjamalov, in het laatste jaar van zijn studie, een mail van een jaargenoot, Jan Piskoenov:

    ‘Makker, we zullen alles zo goed mogelijk regelen. Het wordt geweldig. Het belangrijkste is dat we het over de organisatie hebben. Ik stuur je dinsdagochtend de speech. Ik haal vandaag of maandag de beoordeling op, en gedurende de week bereiden we de antwoorden voor op de vragen en opmerkingen van de beoordelaars. Ik vond het fijn om je eindelijk te zien. Rust wat uit en neem de tijd.’

    Gezien de context gaat dit bericht over hulp bij het voorbereiden van Sjamalovs verdediging van zijn scriptie – en een vooraf geschreven presentatie voor de examencommissie.

    Een paar dagen later was de speech klaar. ‘Hallo Sjamalov : ) !’ schreef Piskoenov. ‘Eerste versie speech… in de bijlage.’ En inderdaad, in de bijlage zit een presentatie bij een scriptie over vastgoedrecht.

    Toeval of niet, maar Sjamalovs oudere broer, Joeri, zit in de raad van bestuur van zowel de mediaholding als de bank

    De enthousiaste Piskoenov had een carrièreperspectief waar menig Russisch student jaloers op zou zijn. Niet lang na zijn afstuderen kreeg hij, op zijn vijfentwintigste, een hoge positie bij Gazprom-Media, de grootste mediaholding van Rusland, waar hij Deputy General Director werd en aan het hoofd kwam te staan van de juridische afdeling. Deze groep, met populaire kanalen als de tv-zenders NTV en TNT en de radiozender Echo of Moscow, is eigendom van Gazprombank. Toeval of niet, maar Sjamalovs oudere broer, Joeri, zit in de raad van bestuur van zowel de mediaholding als de bank. Hij heeft niet gereageerd op onze verzoeken om een reactie.

    In september 2009 dook Piskoenov weer op in Sjamalovs correspondentie, toen een kennis hem benaderde met een ongebruikelijk en nogal onomwonden verzoek: ‘Vraag: is het mogelijk om de standpunten van Piskoenov en Plesjkov ten aanzien van vliegveld Vnukovo te veranderen, of hun activiteiten te neutraliseren?’

    Een aangehecht memo levert de benodigde context: twee van de belangrijkste luchthavens van Moskou, Vnukovo en Domodedovo, waren verwikkeld geraakt in een commercieel geschil, waarbij Domodedovo uiteindelijk aan het langste eind trok. Als gevolg daarvan moest Vnukovo zo’n 350 miljoen roebel [4 miljoen euro] betalen. Volgens de afzender was de rechtbank ‘onder druk’ gezet door Dmitri Plesjkov, destijds ‘hoofd van het secretariaat van de voorzitter van het hooggerechtshof van arbitrage’, die zelf naar verluidt optrad ‘namens Jan Borisovitsj Piskoenov (…) van Gazprom-Media’. Hij vroeg of deze twee mannen konden worden beïnvloed op een manier waar vliegveld Vnukovo baat bij zou hebben.

    Er zijn geen bewijzen dat Sjamalov aan Piskoenov of Plesjkov zou hebben gevraagd zich te mengen in het vliegveldgeschil. Maar een maand later verwierp het federale arbitragehof van het district Moskou de eerdere beslissing van de rechtbank, wat Vnukovo miljoenen scheelde. Het was precies zo gelopen als de kennis van Sjamalov had gevraagd.

    Hoewel Sjamalov destijds nog maar 27 was, had hij al een indrukwekkend cv opgebouwd: hij had gewerkt voor Gazprom, Gazprombank, de Russische overheid en Rosoboronexport, de belangrijkste wapenexporteur van het land. Op het moment zelf was hij Vice President for Administrative Business Support bij Siboer, de grootste petrochemische fabriek van Rusland. Maar er stonden nog veel grootsere dingen op stapel.

    Renovatie

    In 2013 meldden verschillende media, waaronder Reuters, dat Sjamalov was getrouwd met ene Katerina Tichonova, van wie werd gezegd dat ze een dochter van Poetin was. Het Kremlin weigerde dat te bevestigen. Maar Sjamalovs mailarchief laat hier geen enkele twijfel over bestaan en maakt ook duidelijk dat Tichonova en Sjamalov in februari 2013 zijn getrouwd. Wanneer het stel elkaar heeft leren kennen wordt niet duidelijk vermeld. Maar uit het bewijsmateriaal, waaronder het volgende bericht van een van de organisatoren van hun bruiloft, blijkt dat hij haar al een groot deel van zijn leven kende:

    ‘Kirill, Katerina, tijdens de ijsshow zal achter het podium een scherm worden geplaatst om videobeelden te tonen, ter begeleiding van de optredens op het ijs. Tijdens sommige nummers zal er live worden uitgezonden wat op het podium te zien is (bijvoorbeeld tijdens jullie dans). Voor die videobeelden hebben we het volgende materiaal nodig:

    1. Foto’s van jullie samen uit 2012-2013 (‘recent’)

    2. Jeugdfoto’s – afzonderlijk, samen…

    3. Teksten uit berichten, zowel van Katerina als van Kirill… alleen de tekst… het is leuk om iets herkenbaars te tonen… wat jullie met elkaar uitwisselden…

    4. Kirill, een foto in uniform? Misschien met vrienden, of als je de eed aflegt, er is vast wel iets…

    5. Kirill, wat was je telefoonnummer in 2003/2004 – toen je Katerina belde?

    6. Katerina, we willen graag wat videoclips van je optredens. Misschien heb je foto’s van dat legendarische wereldkampioenschap in München, toen Kirill elf uur samen met jou heeft doorgebracht? Of wat je maar wilt laten zien (als ik het goed heb zitten er concurrenten in het publiek).’

    In de zomer voorafgaand aan hun huwelijk was het stel druk bezig een luxeleventje op touw te zetten in zowel Rusland als Frankrijk. Op 2 juni 2012 kreeg Sjamalov een mail van de vrouw die was belast met het renoveren en inrichten van een huis voor het jonge stel in Usovo, een dorp in een dure streek vlak bij Moskou, en niet ver van de Novo-Ogarevo-residentie van de president:

    ‘Beste Kirill, ik stuur je de foto’s van alles wat Katja heeft uitgekozen voor jullie tuin. Alles is op voorraad in Italië (dat is bevestigd). Om de levering in gang te zetten, moet je een aanbetaling doen van 60 procent van het begrote bedrag.’

    Er zat een bijlage bij met een lijst aankopen voor de inrichting van een kleine tent – een tafel, een bank, een paar leunstoelen, een stoffen gordijn – bij elkaar 53.000 euro. Sjamalov stuurde alles door aan zijn aanstaande. ‘Ik vind het prima, geen bezwaar. Wat denk jij?’

    Twee dagen later stuurde Tichonova hem een lijst van Japanse boeken voor hun thuisbibliotheek, ter waarde van dik 6300 euro. Dat was nog niets vergeleken bij het tapijt dat het stel kocht voor in die bibliotheek: 54.300 euro.

    Sjamalov kreeg met enige regelmaat updates over de voortgang van de inrichting van het huis, en aan de hand daarvan is het mogelijk een inschatting te maken van de totale kosten. De renovatie, de meubels en de verdere inrichting kwamen in totaal op een kleine 8 miljoen euro. Tel daar de geschatte kosten bij op van het land en het huis zelf, en het totale bedrag voor het onderkomen ligt ergens tussen de 15 en 17 miljoen euro.

    Aankopen voor het huis in Usovo

    Omschrijving – prijs in euro’s:

    Inrichting spa: 321.400

    Inloopkast: 102.500

    Sierconiferen voor de tuin: 91.200

    Stof voor banken in de woonkamer: 59.200

    Kleed voor de bibliotheek: 54.300

    Kleedkamer in het boudoir: 48.400

    Gordijnen: 20.000

    Muurkandelaars voor de eetkamer: 17.500

    Kroonluchter in de eetkamer: 15.500

    Shampoos, badstoffen accessoires voor de spa: 15.000

    Maar het huis in Usovo was niet het enige dure bezit van het stel. In oktober 2012 kocht Sjamalov, via tussenkomst van Alta Mira, een in Monaco gevestigd bedrijf, een groot huis in de Franse badplaats Biarritz. Het huis had toebehoord aan de familie van Gennadi Timtsjenko, een oude vriend van Poetin en een multimiljardair met belangen in energie, transport en infrastructuur. Afgaande op documenten in Sjamalovs mailarchief, kostte het huis in Biarritz 4,5 miljoen euro.

    Ook bij de inrichting van dit huis bleek dat het stel een dure smaak had. In juli 2014 vroeg een ontwerpster Sjamalovs goedkeuring voor de aanschaf van tuin- en terrasmeubilair ter waarde van 19.000 euro. Hij stuurde het bericht door aan Tichonova, die twee dagen later antwoordde: ‘Zo werkt het niet. Zeg dat ze foto’s moet sturen; of in ieder geval een link naar een site waarop foto’s te zien zijn.’

    In Sjamalovs mailarchief zijn ook details te vinden over de bruiloft van het stel, in februari 2013, in het skiresort Igora, niet ver van Leningrad. Vanaf eind januari verstuurt Sjamalov uitnodigingen, met daarin een gedetailleerde beschrijving van de uitgebreide dresscode voor drie dagen en nachten feest, zoals ‘cocktail dress,’ ‘creative black tie,’ en ‘casual chic’, alles ‘in Russische stijl’.

    Het jonge paar nodigt zo’n honderd gasten uit, onder wie zes officieren van de presidentiële geheime dienst, die in verband met de beveiliging in de buurt moeten blijven. Merkwaardig genoeg ontbreken op deze lijst de ouders van Tichonova: Poetin en zijn vrouw (het echtpaar had hun scheiding nog niet bekendgemaakt). Het is niet uitgesloten dat deze omissie verband houdt met de veiligheidsmaatregelen.

    Op 1 februari ontvangt Sjamalov het definitieve schema. Voor de eerste dag staat een ‘Russische tea party’ gepland, met een samowar, traditionele zoetigheden en koffiebroodjes, gevolgd door een diner. Op de ochtend van de tweede dag volgen het huwelijk zelf, in de kerk, gevolgd door festiviteiten op straat, ‘Russische vakantie op het plein’ genaamd, en een huwelijksdiner. Op de derde dag komen de gasten samen voor een afscheidsdiner, waarbij ze worden toegezongen door de Tichonova’s favoriete zangeres: Margarita Pozojan.

    Enveloppen

    Zoals gebruikelijk in Rusland vraagt het pasgetrouwde stel de gasten om een bijdrage voor een cadeau. ‘We zijn van plan een speciaal gemaakt bruiloftstheeservies voor 24 personen te bestellen bij de Imperial Porcelain Factory. Er zijn een speciaal moment en een speciale plek ingeruimd in het programma om enveloppen met geld in te zamelen,’ staat er op de kaart. Het pasgetrouwde stel brengt de huwelijksreis door op Mauritius.

    Na het huwelijk stijgt Sjamalovs rijkdom tot ongekende hoogten. Uit zijn mails blijkt dat Sjamalov al een heel netwerk aan offshorebedrijven had toen hij trouwde. Het merendeel van die bedrijven, bestierd door juristen uit verschillende landen, staat op naam van een gevolmachtigde. De belangrijkste hoeder van Sjamalovs offshoregeheimen is Dario Item, de ambassadeur van het Caribische staatje Antigua en Barbuda in Spanje, Monaco en Liechtenstein.

    In juni 2013 koopt Sjamalovs offshorebedrijf in Belize, Kylsyth Investments Limited, 38.000 aandelen van een in Guernsey geregistreerde offshore, Themis Holdings Limited, van weer een andere offshore, Volyn Portfolio Corp, dat is gevestigd op de Britse Maagdeneilanden. Op dat moment is Themis Holding het moederbedrijf van Siboer. Met andere woorden: met de aandelen Themis heeft Sjamalov 3,8 procent van het grootste petrochemische bedrijf van Rusland in handen gekregen. Hij heeft er het verbijsterend lage bedrag van 100 dollar voor neergeteld. Sjamalov schat de waarde later op zo’n 10 miljard dollar, wat betekent dat zijn deel zo’n 38 miljoen dollar waard is. Hij heeft voor bijna niets een ongekend vermogen verkregen.

    In een later interview met Kommersant zegt Sjamalov de aandelen Siboer te hebben verkregen door middel van een optieprogramma. Dergelijke programma’s zijn bedoeld om werknemers te belonen door ze in staat te stellen met korting aandelen in het bedrijf te kopen.

    In reactie op vragen van journalisten komt de persvoorlichter van Siboer met een verklaring van Dmitri Konov, de voorzitter van de raad van bestuur, waarin wordt bevestigd dat Sjamalov zijn aandelen op deze manier in bezit heeft gekregen. Hij zou hebben gehandeld als elke andere manager. ‘De voorwaarden van de aankoop (…) verschilden niet van de voorwaarden van aankopen van andere managers,’ aldus de persvoorlichter. ‘Er golden geen exclusieve voorwaarden voor Sjamalov.’

    Journalisten van IStories hebben gekeken naar de contracten van elf hoge managers bij Siboer die in dezelfde periode als Sjamalov deelnamen aan dit programma en het blijkt dat zij allemaal echt hebben betaald voor hun aandelen, met kortingen van zo’n 15 procent ten opzichte van de marktprijs. Zo heeft Sergej Komisjan, de executive director van het bedrijf, volgens zijn contract 21,6 miljoen dollar betaald voor een aandelenpakket dat 0,26 procent van het bedrijf vertegenwoordigde. De vicepresident, Alexei Filippovski, betaalde 12,7 miljoen dollar voor zijn 0,15 procent. (De bestuursvoorzitter van Siboer weerlegt deze getallen, maar komt niet met andere informatie.)

    De schoonzoon van de president is de enige die via dit programma voor een schijntje zo veel rijkdom heeft weten te vergaren. En dat is nog maar het begin van zijn huwelijkse voorspoed.

    Sjamalov kan kiezen uit geweldige aanbiedingen ter waarden van miljarden, zoals wij in de winkel kunnen kiezen tussen verschillende merken melk

    Terwijl zijn carrière bij Siboer gestalte krijgt, trekt Sjamalov hordes adviseurs en assistenten aan, die projecten zoeken waarin hij kan investeren, die samenvattingen schrijven voor zijn toespraken en die hem zelfs de antwoorden aanleveren voor vragen die uit het publiek kunnen komen – net als in zijn studententijd. Na zijn huwelijk met Tichonova gaan zijn assistenten op zoek naar financiële projecten voor hun baas. Sjamalov krijgt de ene na de andere mail met geweldige aanbiedingen ter waarden van miljarden, waaruit hij kan kiezen zoals wij in de winkel kunnen kiezen tussen verschillende merken melk.

    In mei 2013 stuurt Sjamalovs assistent Denis Nikienko hem een voorstel om gelijktijdig aandelen te kopen in drie verschillende bedrijven – Rostelecom, Tele2-Russia en Tricolor TV – en die vervolgens samen te voegen tot ‘een nationale telecommunicatieleider.’ De totale kosten van deze deal bedragen zo’n 9 miljard dollar. Nikienko oppert dat niet te financieren met eigen middelen, maar met geld van ‘bevriende financiële instellingen’ zoals Gazprombank of Gazfond, waar Sjamalovs broer de scepter zwaait.

    Kirill katya3
    Een petrochemische fabriek in Sibur in de regio Nizhni Novgorodrod. – © ITAR-TASS / Vladimir Smirnov

    De knapste koppen van Rusland stonden kennelijk te popelen om in zee te gaan met de jonge zakenman. In augustus en september 2013 stuurde Nikienko zijn baas enkele voorstellen van Sergej Kotljarenko, de assetmanager van voormalig vicepremier Igor Sjoevalov. In zijn eerste mail oppert Kotljarenko dat Sjamalov voor 1,3 miljard dollar een hele toren en een zakencentrum koopt in het zakendistrict van Moskou. Kotljarenko’s tweede idee is om een ‘wereldleider in oilfield services’ op te zetten, door RN-Bureniya op te kopen, een dochteronderneming van het staatsoliebedrijf Rosneft. ‘De baten van het bedrijf over 2014-2015 komen neer op zo’n 4,5 miljard per jaar,’ schrijft Kotljarenko. (Hij wilde niet ingaan op onze verzoeken om te reageren.)

    In april 2014 stuurt Nikienko nog enkele voorstellen aan Sjamalov. Een daarvan is om 51 procent op te kopen van VSMPO-Avisma, de grootste titaniumproducent ter wereld. Een dergelijk belang is op dat moment meer dan een miljard dollar waard. Hij licht de voordelen van deze deal toe:

    ‘Waarom 51 procent? Als iemand op een sanctielijst wordt geplaatst, kunnen Amerikaanse burgers en bedrijven niet langer zakendoen met bedrijven waarin de gesanctioneerde een belang heeft van meer dan 50 procent. Aangezien de VS er belang bij hebben samen te werken met VSMPO-Avisma, zullen ze niet snel sancties uitvaardigen tegen dit bedrijf of de aandeelhouders.’ 

    Een ander voorstel was dat Sjamalov een extra belang in Siboer zou kopen:

    ‘Het feit dat GNT [Gennadi Nikolajevits Timtsjenko] aandeelhouder in het bedrijf is, brengt bepaalde beperkingen met zich mee voor de bedrijfsvoering. Er zijn al gevallen bekend van banken en zakenpartners die hebben geweigerd zaken te doen met Siboer [omdat Timtsjenko op de sanctielijst staat]. Om dat probleem op te lossen is het voorstel om GNT’s aandeel uit te kopen. De koop kan door twee van de managers van het bedrijf worden geregeld en vervolgens kan het aandeel worden geconsolideerd (er is een aanpak uitgewerkt waarbij een kunstmatige lening wordt gecreëerd die wordt afbetaald met een tweede aandelenpakket).’

    Zoals blijkt uit het vervolg is dit het voorstel waarvoor Sjamalov uiteindelijk zal kiezen.

    De jongste miljardair in Rusland

    Op 1 augustus 2014 registreert Sjamalov een bedrijf, Yauza 12, op zijn adres in Moskou. Nog geen zes dagen later, zoals blijkt uit zijn mails, krijgt zijn bedrijf via Timtsjenko 17 procent van Siboer in handen, waarmee zijn aandeel in de petrochemische gigant op net iets meer dan 21 procent uitkomt – en zijn vermogen met 2 miljard is toegenomen. Dankzij deze transactie is Sjamalov de jongste miljardair in Rusland en de op een na grootste aandeelhouder in de grootste petrochemische holding van het land. Hij trekt daarmee behoorlijk wat aandacht, en het jaar erop vindt het gemoedelijke interview met Kommersant plaats.

    De schoonzoon van de president vertelt aan de krant dat hij geld had geleend voor de acquisitie van Gazprombank (waar zijn broer Joeri in de raad van bestuur zit), met zijn eigen bezittingen als onderpand. Hij licht niet toe wat die bezittingen zijn. Door te speculeren met de 3,8 procent van Siboer die hij al in bezit heeft, kan Sjamalov in theorie zo’n 500 miljoen dollar binnenhalen. Maar waar moet de jonge zakenman het resterende bedrag vandaan halen? 

    Sjamalovs mails geven geen antwoord op deze vraag, maar de gefingeerde lening waaraan Nikienko refereert is een prikkelende hint. Gefingeerde schulden gebruiken als legaal excuus om middelen over te hevelen als ‘terugbetaling’ is in de Russische juridische literatuur beschreven als een populaire manier om voor weinig tot geen geld bedrijven over te nemen.

    Maar die techniek hoeft niet beperkt te blijven tot vijandige overnames. Als er in dit geval een dergelijke methode zou zijn gebruikt, waarbij de Siboer-aandelen zouden worden overgeschreven als ‘terugbetaling’ van een schuld die eigenlijk niet bestaat, dan zouden er geen aanvullende fondsen nodig zijn. Afgezien van Nikienko’s suggestie in een mail is er geen bewijs dat het zo is gegaan, en het hele verhaal blijft onopgehelderd.

    Het is onbekend wanneer en hoe Sjamalovs bedrijf Yauza 12 de enorme lening heeft afbetaald. De meest recente beschikbare financiële gegevens, over 2016, vermelden 80 miljard roebel [ruim 9 miljoen euro] aan geleende gelden. Het bedrijf is in december 2017 geliquideerd.

    Sjamalov eindigt zijn interview in Kommersant met een patriottische uitspraak: ‘Ik ben in Rusland geboren en getogen, en ik woon er. En mijn ondernemingen zijn ook hier gevestigd. En ze vallen allemaal onder de jurisdictie van Rusland, niet onder buitenlandse jurisdictie. Het is niets voor mij om een uitwijkmogelijkheid te creëren, om zaken op te zetten in het buitenland.’

    Natuurlijk doet hij wel veel zaken in het buitenland: zijn transacties in Belize, zijn Franse villa (voorheen eigendom van een bedrijf uit Monaco) en verschillende bankrekeningen die hij dat jaar in Zwitserland heeft geopend. Maar in 2017, als steeds meer van Poetins bekenden op de sanctielijst belanden, schroeven Sjalomovs juristen zijn financiële activiteiten bij Europese banken terug en zetten een speciaal fonds voor hem op, het Centurion International Fund, op Labuan, een eiland voor de kust van Maleisië.

    Zelfs vóór zijn huwelijk kon Sjamalov worden beschouwd als een van de invloedrijkste mensen van Rusland, dankzij de vriendschap tussen zijn vader en de president, en dankzij zijn vrienden en bekenden van de ‘nieuwe Piterskie’. Maar na zijn huwelijk maakt hij deel uit van de familie – en dat brengt allerlei voorrechten met zich mee.

    Een van de gasten op zijn huwelijk, op de gastenlijst vermeld als een gast van de bruid, was Kirill Dmitriëv, hoofd van het Russian Direct Investment Fund (RDIF), het soevereine vermogensfonds van het Kremlin en een van de belangrijkste overheidsspelers in de Russische economie. Het fonds, dat is opgericht in 2011, heeft tot taak om te investeren in vooraanstaande Russische bedrijven en om buitenlandse investeerders aan te trekken.

    Dmitriëvs vrouw, Natalja Popova, was de rechterhand van Tichonova in haar non-profitorganisatie, en de twee jonge stellen zijn bevriend en een aantal keer samen op vakantie geweest. Sjamalov en Dmitriëv mailden elkaar geregeld, stuurden elkaar links en wisselden meningen uit over economische kwesties. In enkele gevallen stuurde Dmitriëv vertrouwelijke RDIF-documenten aan Sjamalov.

    Kirill katya
    llustratie: – © Natalia Yamshchikova.

    Op 7 december 2012 stuurt Dmitriëv Sjamalov een RDIF-presentatie die is aangemerkt als ‘strikt vertrouwelijk’. Er staat een voorgenomen transactie in beschreven om aandelen te kopen in Rostelecom, een van Ruslands grootste telecombedrijven. Op dat moment is deze deal nog niet bekend, en de baas van het RDIF is zich er terdege van bewust dat hij geheime informatie deelt:

    ‘Ik stuur je dit – maar alles is extreem vertrouwelijk – als je dit materiaal wilt gebruiken en aan anderen wilt laten zien – zeg het dan vooral – ik kan je uitleggen hoe je dat het beste kunt doen – want veel in deze bijlage is vertrouwelijk en alleen voor jou bestemd.’

    Bij een andere gelegenheid, in juli 2013, stuurt Dmitriëv een bericht door aan Sjamalov dat hij eerder had gestuurd aan Ksenia Joedaeva, die op dat moment aan het hoofd staat van het Expert Department van de Russische president. De bijlage bevat de notulen van een bespreking tussen RDIF-functionarissen en Nikolai Nikiforov, de minister van Communicatie, over het in het leven roepen van een postbank.

    Het is niet ongebruikelijk dat staatsinstellingen zoals het RDIF clausules hebben om handelsgeheimen te beschermen. Journalisten hebben niets van dien aard kunnen ontdekken op de RDIF-website, en het RDIF wilde niet ingaan op verzoeken om een reactie. Maar op de website van andere overheidsbedrijven zijn wel vergelijkbare documenten aangetroffen. Zo kan een werknemer van een dergelijk bedrijf alleen vertrouwelijke informatie doorsturen aan derden op basis van een overeenkomst. Bij het schenden van deze standaard is men wettelijk aansprakelijk, ook in strafrechtelijke zin.

    Meer dan alleen geld

    Het is niet bekend of Sjamalov baat heeft gehad bij de vertrouwelijke informatie die Dmitriëv hem heeft gestuurd, maar in theorie kan dergelijke informatie een vermogen waard zijn. Dat geldt met name waar het beursgenoteerde bedrijven als Rostelecom betreft. In 2013 krijgt het RDIF, samen met Deutsche Bank, 2,7 procent van het telecombedrijf in handen voor 7,7 miljard roebel [88 miljoen euro], zes maanden nadat Sjamalov deze plannen in handen heeft gekregen. Zodra dat bekend wordt, stijgen de aandelen Rostelecom met bijna 30 procent tussen augustus, wanneer het nieuws over een mogelijke deal naar buiten komt, en oktober, het moment waarop de deal wordt gesloten. Iemand die voorkennis had van deze plannen, zou daar een aardig slaatje uit hebben kunnen slaan. 

    Het RDIF blijkt Sjamalov ook van dienst te kunnen zijn in puur materiële zin. In januari 2015 stuurt Dmitriëv Sjamalov een artikel uit de krant Vedomosti met als kop: ‘RDIF schiet Siboer te hulp’. Het artikel gaat over de voorgenomen RDIF-investering in een Siboer-project om een petrochemische fabriek, ZapSibNeftekhim genaamd, neer te zetten in Tobolsk.

    ‘Beetje bij beetje begint het plan vorm te krijgen : )’, schrijft Dmitriëv.

    ‘Super!’ antwoordt Sjamalov, de op een na grootste aandeelhouder van Siboer.

    ZapSibNeftekhim, het grootste petrochemische complex in Rusland, is in mei dat jaar in bedrijf genomen, na een investering van 9,5 miljard dollar. Eind mei 2015 kondigt het RDIF op de website aan dat ze, samen met andere geldschieters, verantwoordelijk zijn voor meer dan eenderde van de investering.

    Om een dergelijk immens project van de grond te krijgen, is een staatsfonds ontoereikend, dus schiet Sjamalovs schoonvader te hulp. In oktober 2015 stemt Poetin in met de toewijzing van 1,75 miljard dollar uit het National Wealth Fund voor het ZapSibNeftekhim-project. Het National Wealth Fund is bedoeld om de pensioenspaartegoeden van de burgers te co-financieren en om tekorten van het pensioenfonds aan te vullen.

    Ook Dmitriëv spint garen bij zijn vriendschap met Sjamalov. Zo heeft het RDIF de Siboer-terminal aangekocht, voor het overschepen van lpg in de zeehandelshaven Ust-Luga. Uit Sjamalovs mail valt af te leiden dat niet iedereen in de Siboer-top even enthousiast was over het idee om de terminal te verkopen. De voormalige financieel directeur, Pavel Maly, schreef dat deze deal Siboer meer dan 250 miljoen dollar zou kosten:

    ‘Ik begrijp dat bij deze transactie andere zaken een rol kunnen spelen, waarvan ik niet op de hoogte ben. Misschien is het heel belangrijk voor ons om een samenwerking met het RDIF te bewerkstelligen (…) Deze informatie zou ik graag vernemen. Maar als er geen andere overwegingen meespelen, lijkt het mij het verstandigst om “de stekker eruit te trekken”.’

    Op de een of andere manier krijgt Dmitriëv deze vertrouwelijke notitie in handen en hij zet er in rood opmerkingen bij voor Sjamalov, waaruit blijkt dat hij het oneens is met Maly’s inschatting. Uiteindelijk gaat Siboer akkoord met de deal. Met een consortium van andere investeerders koopt het RDIF de terminal Ust-Luga voor 700 miljoen dollar.

    Dmitriëv heeft niet gereageerd op verzoeken om commentaar te geven op dit verhaal.

    Sjamalov was een ongekend geliefde zakenpartner

    Sjamalov was een ongekend geliefde zakenpartner. Zakenmannen stonden voor hem in de rij, met de aanlokkelijkste voorstellen, en hij kreeg gratis aandelen aangeboden in verschillende ondernemingen, duidelijk vanuit de veronderstelling dat de schoonzoon van de premier meer waardevols had te bieden dan alleen geld.

    In 2017 bood Sjamalovs voormalige jaargenoot Dimitri Utevski hem een aandeel in een groot afvalverwerkingsbedrijf in de regio Leningrad. Utevski beloofde zijn compagnon een ‘vast jaarinkomen’ en in ruil daarvoor vroeg hij letterlijk om ‘een bestuurlijke bron (minimaal op het niveau van het hoofd van een regio)’. In Rusland is dat de gebruikelijke omschrijving voor ambtenaren die hun macht aanwenden voor persoonlijk gewin. We weten niet hoe Sjamalov op dit voorstel heeft gereageerd, maar in zijn mailarchief komen we meerdere voorbeelden tegen waarbij hij zijn compagnons te hulp is geschoten via zijn contacten in de hoge echelons van de regering.

    Samen met zijn vader was Sjamalov vele jaren mede-eigenaar van de Russian Cement Company en de Siberian Cement Holding. In 2016 bevond Oleg Sjarikin, de belangrijkste eigenaar van deze bedrijven, zich in een netelige situatie. Op 7 april werden zijn huis en kantoor doorzocht door medewerkers van het onderzoekscomité en agenten van de Federale Veiligheidsdienst (FSB).

    Vier dagen later kreeg Sjamalov een mail van Valery Bodrenkov, de vicevoorzitter van Siberian Cement, met als onderwerp: ‘Voor de garantsteller, een “soft” versie’. Bijgevoegd was een bericht van Sjarikin aan Poetin. De eigenaar schreef dat de huiszoeking was geïnstigeerd door een ‘concurrent’, namelijk de voormalige bestuursvoorzitter van Siberian Cement. Hij sloot af met een klemmend beroep:

    ‘Ik verzoek u, beste Vladimir Vladimirovitsj, om u persoonlijk met deze kwestie bezig te houden, om de leiding van het Openbaar Ministerie van de Russische Federatie te verzoeken een onderzoek in te stellen naar de wetmatigheid van het handelen van de FSB en het onderzoekscomité van de Russische Federatie aangaande de huiszoekingen in mijn verblijf.’

    Nog diezelfde dag stuurde Sjamalov dit bericht door naar zijn secretaresse, met het verzoek het te printen. Het is niet bekend of Sjamalov het heeft overhandigd aan zijn schoonvader, maar dit was niet de enige keer dat Sjarikin hem om hulp vroeg – en er zijn bewijzen dat Sjamalov op zijn verzoeken is ingegaan.

    Een jaar later, in april 2017, stuurde Sjarikin Sjamalov nog twee berichten die bestemd waren voor de president. In het eerste bericht beklaagde hij zich dat zijn bedrijf, Ceramic Technologies (waarvan Sjamalovs vader ook enkele jaren mede-eigenaar was geweest) een innovatieve methode had ontwikkeld om radioactief afval te begraven, maar dat Rosatom had geweigerd medewerking te verlenen. ‘Ik verzoek u Likhatjsev A.V., het hoofd van de State Atomic Energy Corporation “Rosatom”, te gelasten een samenwerkingsprogramma op te zetten en te implementeren’, schreef Sjarikin.

    In zijn tweede bericht beklaagde Sjamalovs partner zich erover dat hetzelfde bedrijf, Ceramic Technologies, lenzen ontwikkelde voor telescopen, zowel in de ruimte als op aarde, maar dat het staatsbedrijf Roscosmos ze niet wilde kopen. ‘Ik verzoek u de directeur-generaal van de State Corporation for Space Activities ‘Roscosmos’, I.A. Komarov, te gelasten een samenwerkingsprogramma op te zetten voor het implementeren van bestaande technologieën’, schreef Sjarikin.

    Kennelijk was Sjamalov in staat om te helpen, of in ieder geval ten dele. Twee weken later, op 12 mei 2017, kreeg hij nog een mail van Sjarikin:

    ‘Goedemorgen Kirill, hierbij stuur ik je de protocollen. De bespreking met KSV is goed verlopen, hij is nauwgezet in alle kwesties gedoken. Hartelijke groet.’

    De afkorting KSV komt overeen met de initialen van Sergej Vladilenovitsj Kirijenko, niet alleen het voormalige hoofd van Rosatom, maar ook waarnemend premier van Rusland. Bijgesloten waren notulen van een bespreking tussen managers van Rosatom en Ceramic Technologies. Sjarikin wilde niet reageren.

    In een ander geval kwam er een verzoek om hulp via de organisatie van Tichinova, Innopraktika. Het bericht is zo typerend voor de wijze waarop de Russische economie functioneert, dat het de moeite waard is er uitgebreid uit te citeren. Op 12 november 2014 ontving Alexander Veresov, het hoofd van de stichting die samenwerkt met de wetenschappelijke wereld, een mail van de algemeen directeur van een bedrijf dat diergeneeskundige medicijnen ontwikkelt. Zijn bedrijf had moeite een bepaald geneesmiddel geregistreerd te krijgen. De pogingen liepen stuk op de monopolisering van de diergeneesmiddelenindustrie en op de algehele corruptie. Dus verzocht hij Veresov de hulp in te schakelen van de dochter van de president:

    ‘Om te beginnen moeten we serieuze problemen in de toekomst zien te vermijden, snap je, dus vraag Katerina deze informatie te gebruiken zonder dat er iets naar mij te herleiden is (…) De toegang tot de markt voor diergeneesmiddelen zit min of meer op slot voor de “verkeerde” bedrijven, die de concurrentie zouden kunnen aangaan met enkele van de grotere bedrijven, en degenen die daar uiteindelijk baat bij hebben zijn de functionarissen van de Rosselkhoznadzor [de federale dienst die toezicht houdt op de dier- en plantengeneeskunde].

    (…)

    ‘Het probleem is dat de “verkeerde” bedrijven aan alle voorwaarden moeten voldoen, waardoor het vrijwel onmogelijk is een geneesmiddel te registreren, terwijl dat voor de “goede” bedrijven meestal niet het geval is. Kort gezegd zou ik Katerina dan ook als eerste vragen om de kameraden die “dwarsliggen” een directe en heldere boodschap te sturen (zonder al te veel druk uit te oefenen) dat binnenlandse innovatieve ontwikkelingen een kans moeten krijgen. Want hun acties druisen in tegen de belangen en de veiligheid van de staat. Dit baart niet alleen mij zorgen, maar ook tientallen andere aanvragers die geen eerlijke kans krijgen. Maar ik zou Katerina wel willen vragen een duidelijk signaal af te geven dat we hun handelwijze voortaan aandachtig zullen MONITOREN (…) Als er van haar kant wordt gemonitord en gecontroleerd, zullen ze het wel uit hun hoofd laten te doen wat ze normaal gesproken doen.’

    We weten niet wat Sjamalov en Tichonova al dan niet hebben gedaan om te helpen, maar in 2016 werd het geneesmiddel geregistreerd.

    De scheiding

    Begin 2018 maakte Bloomberg bekend dat Sjamalov en Tichonova na vijf jaar huwelijk uit elkaar gingen. Zes maanden daarvoor had Sjamalov het aandeel Siboer verkocht, dat hij in 2013 van Timtsjenko had gekocht. Zijn mails werpen geen licht op de vraag of hij er iets voor heeft gekregen, en zo ja, hoeveel. Timtsjenko wilde niet reageren.

    Nadat hij was gescheiden van Tichonova, kreeg Sjamalov een nieuwe partner, Zhanna Volkova, een bekende socialite. In 2019 leek hun relatie officieel: in oktober van dat jaar stuurde Volkova documenten naar Sjamalov over de registratie van een offshorebedrijf op de Britse Maagdeneilanden, Kenaston Properties Ltd, waarvan zij de begunstigde werd. In de documenten staat haar achternaam vermeld als Sjamalova.

    In 2018 werd Sjamalov door de Verenigde Staten op een sanctielijst geplaatst, omdat hij na zijn huwelijk deel uitmaakte van ‘een selecte kring van miljardairs in de entourage van Vladimir Poetin’. De Amerikanen waren betrekkelijk laat: de laatste mail in het archief van Sjamalov en Tichonova dateert van 15 juni 2017. Sjamalov had een mail doorgestuurd van een beroemde architect uit Sint-Petersburg, met ontwerpvoorstellen voor een landhuis.

    Door: Roman Anin, Alesya Marokhovskaya, Irina Dolinina, Dmitry Velikovsky, Roman Shleynov, Sonya Savina, Olesya Shmagun, Denis Dmitriev

  • Amerikaanse soldaten onthullen geheimen over kernwapens in Nederland

    Amerikaanse soldaten onthullen geheimen over kernwapens in Nederland

    De rechten en plichten die komen kijken bij het veilig onderbrengen van kernwapens in Europa, worden niet altijd nageleefd. Bellingcat zocht het uit.

    Voor Amerikaanse soldaten die belast zijn met de bewaring van kernwapens in Europa staat er veel op het spel. Beveiligingsprotocollen zijn lang, gedetailleerd en moeten uit het hoofd worden geleerd. Om dat proces te vereenvoudigen maakten sommige militairen gebruik van voor iedereen toegankelijke flashkaart-apps – waarmee ze onbedoeld een groot aantal gevoelige beveiligingsprotocollen hebben onthuld over Amerikaanse kernwapens en de bases waar die liggen opgeslagen.

    Hoewel de aanwezigheid van Amerikaanse kernwapens in Europa al lang bekend is via verschillende uitgelekte documenten, foto’s en verklaringen van oud-functionarissen, is hun exacte locatie officieel nog steeds geheim. Overheden bevestigen noch ontkennen de aanwezigheid ervan. Volgens actievoerders en parlementsleden in sommige Europese landen belemmert deze tegenstrijdigheid vaak een open en democratisch debat over de rechten en plichten die komen kijken bij het onderbrengen van kernwapens.

    Op de flashkaarten die worden gebruikt door soldaten die de taak hebben deze wapens te bewaken, staan echter niet alleen de bases, maar zelfs de exacte schuilplaatsen met ‘warme’ kluizen (hierna ‘vaults’ genoemd) die vermoedelijk kernwapens bevatten. Ook worden gedetailleerde beveiligingsdetails en -protocollen genoemd, zoals posities van camera’s, de frequentie van patrouilles rond de vaults, geheime tekens die aangeven dat een bewaker wordt bedreigd en unieke identificatiekenmerken die een badge voor een afgeschermd gebied moet hebben.

    image21 1 1200x507 1
    Een foto die in 2013 op Facebook werd geplaatst toont Amerikaanse soldaten die op de Nederlandse vliegbasis Volkel poseren met wat een dummy-kernwapen lijkt te zijn.

    Net als hun analoge naamgenoten zijn flashkaart-apps populaire leermiddelen met vragen op de ene kant en de antwoorden op de andere. Door eenvoudig online te zoeken naar termen waarvan algemeen bekend is dat ze in verband worden gebracht met kernwapens, wist Bellingcat kaarten te vinden die werden gebruikt door militair personeel op alle zes de Europese militaire bases waarvan bekend is dat er kernwapens liggen opgeslagen.

    Volgens deskundigen die door Bellingcat werden benaderd vormen deze bevindingen een ernstige schending van de beveiligingsprotocollen en doen ze nieuwe vragen rijzen over de inzet van Amerikaanse kernwapens in Europa.

    Zoveelste waarschuwing

    Jeffrey Lewis, oprichter en uitgever van Arms Control Wonk.com en directeur van het East Asia Nonproliferation Program bij het James Martin Center for Nonproliferation Studies, noemde de bevindingen een ‘flagrante schending’ van de beveiligingsprocedures van Amerikaanse kernwapens die gestationeerd zijn in NAVO-landen.

    Hij zei verder dat de ‘geheimhouding over het stationeren van Amerikaanse kernwapens in Europa er niet is om de wapens uit handen te houden van terroristen, maar alleen in stand wordt gehouden zodat politici en militaire leiders niet de lastige vraag hoeven te beantwoorden of de regelingen van de NAVO voor het delen van kernwapens vandaag de dag nog wel zinvol zijn. Het is de zoveelste waarschuwing dat er iets mis is met de beveiliging van deze wapens.’

    Hans Kristensen, directeur van het Nuclear Information Project van de Federation of American Scientists, was het hier in grote lijnen mee eens en verklaarde dat je veiligheid bereikt door ‘effectieve beveiliging, niet door geheimhouding’.

    Sommige flashkaarten die in de loop van dit onderzoek werden ontdekt, waren al in 2013 online voor het publiek zichtbaar. Op andere sets stonden processen beschreven die in elk geval tot april 2021 door gebruikers uit het hoofd werden geleerd. Het is niet bekend of geheime zinnen, protocollen of andere beveiligingsprocedures sindsdien zijn gewijzigd.

    Alle flashkaarten die in dit artikel worden beschreven lijken te zijn verwijderd van de leerplatforms waarop ze te zien waren, nadat Bellingcat voorafgaand aan de publicatie de NAVO en het Amerikaanse leger om commentaar had gevraagd. Een woordvoerder van het Nederlandse ministerie van Defensie verklaarde dat er samen met de NAVO en US European Command (EUCOM) actie is ondernomen nadat Bellingcat een foto had ontdekt die in 2013 op Facebook was gedeeld.

    Een woordvoerder van de Amerikaanse luchtmacht bevestigde dat men ervan op de hoogte was dat militairen  flashkaart-apps gebruikten om ‘een groot aantal verschillende onderwerpen’ te leren. Maar, zo zei men, militair personeel werd daar niet toe aangemoedigd en men wilde niet praten over oudere of huidige beveiligingsprotocollen. Volgens de woordvoerder was de luchtmacht er niet van op de hoogte dat er door het Department of Defense of het Department of the Air Force naar het gebruik van onlinestudiehulpmiddelen werd gekeken, maar wel dat ‘de geschiktheid van informatie die via studieflashkaarten werd gedeeld wordt onderzocht’.

    Met de ministeries van Defensie van België, Duitsland, Italië en Turkije – alle landen waarvan is gemeld dat er bases zijn met Amerikaanse kernwapens – is ook contact gezocht over het gebruik van flashkaarten door Amerikaanse soldaten die op hun grondgebied zijn gestationeerd. Geen van de ministeries kwam met een antwoord.

    Vliegbasis Volkel in Nederland

    Militair jargon zit vol termen en afkortingen, en dat is ook het geval bij de opslag van kernwapens. In onlineartikelen, aanbestedingsstukken van overheden en zelfs Wikipedia-artikelen is echter informatie over enkele belangrijke termen te vinden.

    Op bases met kernwapens vind je bijvoorbeeld beschermende schuilplaatsen, Protective Aircraft Shelters (PAS), uitgerust met wapenopslag- en beveiligingssystemen (Weapons Storage and Security Systems, WS3) die bestaan uit elektronische bedieningssystemen, sensoren en een bewaarplaats (vault) die in de vloer is ingebouwd. Deze vaults bieden elk plaats aan maximaal vier B61 thermonucleaire zwaartekrachtbommen.

    Simpelweg op Google zoeken naar ‘PAS, ‘WS3’ en ‘vault’, in combinatie met de namen van luchtmachtbases in Europa, leidde al snel naar gratis flashkaartplatforms zoals Chegg, Quizlet en Cram.

    Een voorbeeld is de Nederlandse vliegbasis Volkel. Hoewel de aanwezigheid van Amerikaanse kernwapens op Volkel wordt beschreven in uitgelekte documenten en verklaringen van oud-functionarissen, beschouwt de Nederlandse regering het nog steeds als een geheim. Maar een set van zeventig flashkaarten op Chegg, getiteld ‘Study!’, lijkt een stap verder te gaan door de exacte PAS te vermelden waar de wapens zich bevinden.

    Maar een set van zeventig flashkaarten getiteld ‘Study!’ op Chegg lijkt een stap verder te gaan door de exacte shelters te vermelden waar de wapens zich bevinden:

    image23
    Twee flashkaarten gemaakt op Chegg in 2019. De nummers verwijzen naar de beschermende vliegtuigshelter waar de vault zich in bevindt. De laatste twee cijfers zijn door Bellingcat gecensureerd.

    Zoals te zien is op de afbeelding hierboven, zijn vijf van de elf WS3-vaults op Volkel aangeduid met ‘HOT’ en de andere zes met ‘COLD’. 

    Op een andere set van meer dan tachtig flashkaarten voor de Aviano Air Base in Italië, een andere locatie waar naar verluidt Amerikaanse kernwapens liggen opgeslagen, staan nog meer gevoelige details vermeld:

    image19 1 1
    Een flashkaart gemaakt op Cram in 2019.

    ‘WS3 response order’ lijkt te verwijzen naar de volgorde waarin een soldaat moet reageren op verschillende alarmen afkomstig van het WS3-systeem waarmee de vaults zijn beschermd. Voor zowel ‘Level 1’- als ‘Level 2’-alarmen ligt de prioriteit bij ‘hot (loaded vaults)’ – waarschijnlijk de vaults waar kernwapens liggen. Op andere kaarten worden ‘loaded’ en ‘hot’ vaults door elkaar gebruikt, één keer zelfs in combinatie met ‘nuclear weapon’.

    Ook voor Aviano staat op een andere flashkaart te lezen welke vault koud is in ‘tango loop’ (een specifiek gedeelte van de Aviano Air Base, ook wel ‘tower loop’ genoemd).

    image9 1 1
    Een flashkaart gemaakt op Cram in 2019.

    Op elke set flashkaarten kunnen nieuwe definities en acroniemen staan. Als je naar die termen zoekt, vind je nog meer nieuwe flashkaarten. 

    Need-to-knows

    Op het eerste gezicht lijken de meeste flashkaarten niet erg interessant. Op vrijwel alle sets staat dezelfde algemene handboekinformatie die soldaten leren om hun loopbaanontwikkelingsvakken te halen. Het gaat om definities van termen, afkortingen, formulieren die moeten worden ingeleverd, wetten, procedures en radioprotocollen.

    Maar in veel gevallen hebben militairen hun eigen ‘need-to-knows’ en zeer specifieke beveiligingsdetails toegevoegd.

    Zo noteerde iemand op een basis meer dan honderd dingen die hij voor zijn specifieke functie moest weten. Hierbij ging het om zaken als de locatie van modems die de vaults met de bewakingsfaciliteit verbinden, de procedures voor noodsignalen voor elk gebied op de basis, het beeld van camera’s die op de vault zijn gericht, en de onderdelen en werking van de bijbehorende bedieningspanelen. Ook details over de samenstelling van wachtwoorden, gebruikersnamen en of deze spaties kunnen bevatten, werden op de kaarten vermeld.

    Op sommige platforms is bovendien te zien wanneer gebruikers hun flashkaarten voor het laatst hebben bestudeerd. De hierboven genoemde persoon gebruikte de flashkaart voor het laatst in april 2021, maar ook deze bleek te zijn verwijderd nadat Bellingcat contact had opgenomen met de NAVO, het Amerikaanse ministerie van Defensie en EUCOM om een reactie te vragen op de bevindingen in dit artikel.

    image14 1
    Een notitie waarin te zien is wanneer een door een Amerikaanse soldaat geposte flashkaart voor het laatst is bestudeerd.

    De informatie die op flashkaarten kan worden aangetroffen hangt af van de basis waarnaar wordt gezocht. 

    Laten we beginnen met de informatie die nuttig is om de locaties van kernwapens te traceren (en het aantal vaults, als indicatie van hoeveel het er zouden kunnen zijn). Naast nieuwe informatie over ‘koude’ en ‘warme’ vaults in Aviano (Italië) en Volkel hebben we ook details kunnen vinden over vaults op alle andere bases in Europa waar naar verluidt kernwapens liggen opgeslagen: Incirlik (Turkije), Ghedi (Italië), Büchel (Duitsland) en Kleine-Brogel (België).

    image13 1 1200x98 1
    Een flashkaart gemaakt op Cram in 2014, in een set getiteld ‘Incirlik Job Knowledge’. IAB staat voor Incirlik Air Base.

    Maar misschien net zo zorgwekkend is het openbaar posten van nauwkeurige informatie over beveiligings- en basisprotocollen. Op sommige flashkaarten staat het aantal beveiligingscamera’s en hun positie op verschillende bases, informatie over sensoren en radarsystemen, de unieke identificatiekenmerken van badges voor afgeschermde zones (restricted area badges, RAB) voor Incirlik, Volkel en Aviano, evenals geheime dwangwoorden en het type uitrusting dat de responstroepen dragen die de bases bewaken.

    Screenshot 2021 05 28 at 11.01.21 1
    Een naar Chegg geüploade flashkaart met door Bellingcat gecensureerde details.

    Dan is er nog informatie over de beschermende vliegtuigshelters, het WS3-systeem en de vaults zelf. Voor sommige bases vond Bellingcat online onder meer flashkaarten met informatie over de gebouwen waar de sleutels van de vliegtuigshelters worden bewaard, informatie over hoe vaak een ‘warme’ en ‘koude’ PAS wordt gecontroleerd, en details over de sensoren die de PAS beschermen tegen indringers en die zijn ingebouwd in de vaults zelf.

    Het militaire personeel noteerde ook tot in detail welke objecten in beveiligingsfaciliteiten tegen manipulatie zijn beveiligd, alsook de locaties van reservegeneratoren en van A- en B-versies van universele vrijgavecodes, waarmee alle vaults tegelijk kunnen worden geopend.

    Het is niet helemaal duidelijk waarom of hoe deze informatie openbaar doorzoekbaar is geworden. Op de website van Quizlet staat dat de zichtbaarheid van alle flashkaarten standaard is ingesteld op openbaar – gebruikers kunnen daarna de privacy wijzigen als ze dat willen. Op dezelfde manier instrueert de help-pagina van de Cram-website gebruikers hoe ze sets privé kunnen maken, wat impliceert dat alle geüploade flashkaarten ook standaard openbaar zijn. In het Q&A-gedeelte van de Chegg-website wordt uitgelegd hoe gebruikers de privacy-instellingen van hun flashkaarten kunnen wijzigen, maar staat niet expliciet vermeld of ze ook standaard openbaar zichtbaar zijn. (In 2018 nam Chegg het flashkaarten-platform van StudyBlue over, waarvan de website ook onduidelijk is over de vraag of sets flashkaarten standaard openbaar zichtbaar waren.)

    Enkele flashkaart-vragen die Bellingcat heeft ingezien gaan onder meer over wat je in de lokale taal moet roepen tegen een indringer, over lokale wetgeving en over namen van squadrons, zones en gebouwen

    Het verifiëren van de informatie op de flashkaarten was relatief eenvoudig – wat op zichzelf al zonder meer op een beveiligingsprobleem duidt. Sommige sets die op Cram en Quizlet waren gemaakt, waren traceerbaar doordat gebruikersnamen de volledige naam bevatten van de personen die de kaarten hadden gemaakt. Anderen gebruikten dezelfde foto als op hun LinkedIn-profiel.

    Zelfs in gevallen waarin het niet direct duidelijk was waar de gebruikers zich bevonden, kon de militaire basis waarnaar hun flashkaarten verwezen worden afgeleid uit wat ze aan het leren waren. Enkele flashkaart-vragen die Bellingcat heeft ingezien gaan onder meer over wat je in de lokale taal moet roepen tegen een indringer, over lokale wetgeving en over namen van squadrons, zones en gebouwen.

    Screenshot 2021 05 28 at 11.03.44
    Op twee flashkaarten uit dezelfde set stond de naam van het squadron ‘701 MUNSS’ en een zin in het Vlaams om iemand te dwingen wapens zijn in te inleveren, wat duidelijk maakt dat de beveiligingsdetails van toepassing zijn op de luchtmachtbasis Kleine-Brogel in België.

    Ook subtielere details konden worden geverifieerd. De flashkaart die melding maakt van vault 27 op ‘Tango loop’, vliegbasis Aviano, komt bijvoorbeeld overeen met een openbaar Amerikaans militair document waarin wordt bevestigd dat er op vliegbasis Aviano een Protective Aircraft Shelter’ is met de naam ‘t-27’.   

    En ook de inhoud van anonieme flashkaarten (zonder gebruiksnamen) kon worden geverifieerd. Een van deze flashkaarten leek procedures te beschrijven van het Nederlandse Volkel. Deze informatie lijkt nergens anders openbaar beschikbaar te zijn, maar is vergelijkbaar met informatie die werd aangetroffen in de sets van geverifieerde gebruikers op onder meer de bases Incirlik, Aviano, Kleine-Brogel. De anonieme set bevatte bijvoorbeeld een flashkaart die specifiek gericht was op de authenticatiegegevens van een RAB en van geverifieerde gebruikers.

    image10 2
    Een flashkaart zichtbaar op Chegg met enkele door Bellingcat gecensureerde details.
    image11 2
    Een openbaar toegankelijke flashkaart op Cram met enkele door Bellingcat gecensureerde details.

    Een van de interessantste kaarten in de anonieme sets was de ‘vault status’-flashkaart, die lijkt aan te geven welke vaults in Volkel kernwapens bevatten. Om deze informatie te kunnen verifiëren moeten we eerst vaststellen of deze vaults daadwerkelijk bestaan. Volkel heeft 32 beschermende vliegtuigshelters (te zien op Google Earth), maar niet elke PAS heeft een WS3-vault. We moeten dergelijke shelters vinden met zo’n vault, en kijken of het aantal overeenkomt met dat op de flashkaart.

    image18 1
    Een flashkaart geüpload naar Chegg met enkele door Bellingcat gecensureerde details.

    ‘703rd MUNSS’

    Een snelle zoektocht op Google leidt ons naar een kaart van Volkel (uit 1999), gepubliceerd door Ontwapen!, een antimilitaristische actiegroep. Op de kaart staan acht Protective Aircraft Shelters met vaults – drie minder dan de elf vaults op de flashkaart (uit 2019). Er zijn verschillende webpagina’s (uit 2007 en 2014) te vinden met nummers van shelters waar de kernwapens liggen opgeslagen. Toch is het onduidelijk wat de bronnen zijn van deze posts en komen de details slechts gedeeltelijk overeen met de aantallen op onze flashkaart.

    image8 1
    Een kaart met ‘Hangars met WS3-vaults’ op de vliegbasis Volkel, gelabeld ‘Intern gebruik defensie’ en gepubliceerd door Ontwapen! In 2010.

    Maar zoals uit eerdere artikelen van Bellingcat over fitness-apps en een bierproef-app is gebleken, kunnen soldaten in dergelijke omstandigheden zelf zonder het te weten een bron van informatie zijn. De eerste stap is de personen vinden die toegang hebben tot deze locaties.

    Via Wikipedia kunnen we zien dat de kernwapens in Volkel worden onderhouden door een Amerikaans squadron: het 703rd Munitions Support Squadron. In militair jargon is dat afgekort tot ‘703rd MUNSS’ en ‘703 MUNSS’. Een snelle zoektocht op Facebook levert verschillende groepsfoto’s op, waarvan sommige zijn gedeeld, getagd en geliket door de personen die erop staan afgebeeld. De tweede stap is het onderzoeken van het openbare profiel van een van deze personen.

    Daar vinden we een foto gedeeld in 2013.

    image21 1 1200x507 2 1
    Een foto die door iemand van het 703rd MUNSS op Facebook is geplaatst. De gezichten zijn door Bellingcat gecensureerd.

    De foto was niet geografisch getagd. Alle personen dragen een Amerikaans uniform en de foto was door een Amerikaan gedeeld op zijn persoonlijke Facebookprofiel. Wie door de pagina scrollt, zou kunnen denken dat de foto in de VS is genomen. Maar er zijn aanwijzingen waaruit blijkt dat dit niet het geval is.

    Links op de foto zijn twee vlaggen te zien. Op een bijgesneden foto van een Facebook-post uit 2013 is een militair voertuig te zien.

    image17 1

    Op het militaire voertuig staat een Nederlandse vlag. De tekst op de andere vlag eindigt op UNSS, de laatste vier letters van de naam van het eerdergenoemde squadron: 703 MUNSS.

    De foto is gepost in 2013, maar de dichtstbijzijnde, ongecensureerde satellietfoto op Google Earth Pro van de vliegbasis Volkel dateert uit 2016. Ondanks de verschillen in begroeiing op de foto’s uit deze twee verschillende jaren kunnen deze satellietbeelden nog steeds nuttig zijn om overeenkomsten te vinden. Er staan drie details op de Facebookfoto waardoor één hangar op de vliegbasis Volkel in aanmerking komt als een mogelijke kandidaat voor de locatie van de foto; deze zijn omcirkeld in rood, blauw en groen.

    Vergelijking met satellietbeelden wijst op een correlatie. De vorm en positie van de hangar ten opzichte van de landingsbaan, de locatie van de bomen, de positie van de gele lijn op de grond, het object links en het gebouw achter de landingsbaan komen allemaal overeen. Deze geografische locatie komt ook overeen met een hangar die op de uitgelekte kaart is gemarkeerd als een ‘Hangar met WS3-vault’.

    image5 1 1200x467 1
    Een Google Earth-beeld vergeleken met een kaart van Volkel.

    Op dezelfde uitgelekte kaart staat een shelter met nummer 532. Op een van de flashkaarten staat inderdaad een shelter 532 die een vault heeft.

    image4 2
    Een flashkaart gevonden op Chegg.com, gemaakt in 2019. De laatste twee cijfers zijn door Bellingcat gecensureerd.

    Deze Facebookfoto lijkt de informatie op de flashkaart te bevestigen dat de shelter een vault heeft, maar volgens de flashkaart is deze vault ‘COLD’. Jeffrey Lewis van het James Martin Center for Nonproliferation Studies vindt het zeer onwaarschijnlijk dat militairen in actieve dienst poseren met een echte bom. De informatie op de flashkaart dat de vault ‘COLD’ is, is volgens hem waarschijnlijk juist. Maar kan dat wordt bevestigd met de details op de foto?

    De bom

    Laten we de bom van wat dichterbij bekijken.

    Screenshot 2021 05 28 at 09.15.38
    Een door iemand verbonden aan het 703rd MUNSS op Facebook geposte foto. De gezichten zijn door Bellingcat gecensureerd.

    Kernwapens hebben regelmatig onderhoud nodig. De trailer van het Secure Transportable Maintenance System is speciaal voor die taak ontworpen. Uit openbaar beschikbare documenten van het Amerikaanse leger blijkt dat de kabels en toebehoren om de bom in een vliegtuig te laden en te prepareren voor een missie. opgeborgen dienen te worden in een zogenaamde zadeltas. De vorm komt ook overeen met openbaar beschikbare afbeeldingen van de B61-kernbom.

    image3 3
    Boven: de bom op de Facebook-foto. Onder: een foto van de B61 op Wikipedia.

    Het probleem is dat de vliegtuigbemanning een oefenversie van de B61 gebruikt, de BDU-38, met dezelfde vorm en grootte. En om het nog verwarrender te maken, heeft het grondpersoneel ook oefenversies van de B61. Hoe onderscheid je ze van elkaar?

    Oefenwapens erkennen

    Oefenwapens zijn meestal te herkennen aan hun kleuren. B61’s zijn zilvergrijs (ze worden soms aangeduid met de term ‘silver bullet’), BDU-38’s lijken wit. Op een ongedateerde foto, gepubliceerd door de Federation of American Scientists in 2009, maar waarschijnlijk een aantal jaren eerder genomen, lijken witte BDU-38’s te zien te zijn, gelabeld als ‘inert nuclear bombs’ (onschadelijke kernbommen) na te zijn gedropt op de Vliehors, Nederlands enige oefenterrein voor bombardementen.

    In Facebook-groepen van Volkel-vliegtuigspotters is een andere foto te vinden van een BDU-38 uit 2005, die gedeeltelijk wit lijkt.

    Zoeken op Google naar de Nederlandse term ‘witte bommen’ leidt naar een andere vliegtuigfotograaf, die foto’s deelde van F16’s op Volkel met hetzelfde wapen in 2007. Deze fotograaf noemde het wapen niet. Hij beschreef de foto’s alleen als Nederlandse en Belgische F16’s die opstegen van Volkel om ‘grote rood-witte bommen’ te droppen op de Vliehors. Net als Nederland beschikt ook België over B61’s.

    Als je deze oefenbommen (hier en hier te zien) vergelijkt met de bom waarmee het Amerikaanse squadron poseerde (hieronder te zien), zie je dat ze dezelfde vorm en grootte hebben, maar dat ze qua kleur verschillen.

    Te oordelen naar de zilveren kleur van de bom waarmee het Amerikaanse squadron poseerde, kunnen we dus zien dat het niet gaat om een rood-witte oefenbom die door Nederlandse vliegtuigbemanningen wordt gebruikt.

    De oefenversies van de B61 voor grondpersoneel lijken ook dezelfde zilveren kleur te hebben als het wapen op de Facebook-foto, maar zijn meestal voorzien van rode letters. Hier is een voorbeeld van een B61 in een museum. De tekst in het midden van de bom luidt: ‘TRAINING ONLY – DO NOT FLY‘ (alleen training – niet mee vliegen).

    Op andere exemplaren buiten musea staan ook rode letters op de neus, het midden van de huls en de vinnen. Het is onmogelijk te zeggen of het wapen buiten vault 532 deze markeringen heeft.

    Het enige detail dat zekerheid zou kunnen verschaffen, is het serienummer van de bom, dat we op deze foto niet kunnen zien. Volgens Hans Kristensen van de Federation of American Scientists staat op deze wapens ‘normaal gesproken het type en serienummer vermeld. Als het een echt wapen is, staat er B61-x en yyyyyyyyy. Op een oefenversie zou iets staan als B61-x Type 3E. Maar ik zie geen markeringen op het wapen op deze foto.’

    Screenshot 2021 05 28 at 11.40.24
    Een voorbeeld van een oefenversie van de B61 met serienummer, gepost door @Casillic.

    Kristensen voegde er wel aan toe: ‘Ik betwijfel of ze een scherp oorlogswapen tevoorschijn zouden halen voor een foto, ik gok dat dit een oefenwapen is.’

    De protocollen en beveiligingsmaatregelen om een kernwapen uit zijn vault te halen zijn bijzonder streng. Als het een echt kernwapen is, zou de Facebookfoto getuigen van een enorme beveiligingsfout. Als het geen echt kernwapen is dat voor schuilkelder 532 wordt getoond, is het logisch dat de flashkaart de vault als ‘COLD’ aanduidde.

    De protocollen en beveiligingsmaatregelen om een kernwapen uit zijn vault te halen zijn bijzonder streng. Als het een echt kernwapen is, zou de Facebookfoto getuigen van een enorme beveiligingsfout. Als het geen echt kernwapen is dat voor schuilkelder 532 wordt getoond, is het logisch dat de flashkaart de vault als ‘COLD’ aanduidde.

    Beveiligingsfout

    De schaal waarop soldaten beveiligingsgegevens hebben geüpload en onbedoeld hebben gedeeld betekent dus een enorme operationele beveiligingsfout.

    Vanwege de mogelijke implicaties voor de openbare veiligheid nam Bellingcat vier weken voor deze publicatie contact op met de NAVO, EUCOM, het Amerikaanse ministerie van Defensie en het Nederlandse ministerie van Defensie. Dat laatste erkende in een e-mail dat er over deze kwestie contact was met de NAVO en EUCOM. Het ministerie verklaarde dat Nederland een nucleaire taak heeft, maar dat het geen commentaar kan geven over aantallen kernwapens of over locaties, omdat men gebonden is aan NAVO-afspraken die gebaseerd zijn op veiligheidsoverwegingen.

    Er blijken ook kaarten te zijn voor heel andere militaire doeleinden. Bellingcat kon bijvoorbeeld sets vinden met vragen over de uitvoering van een drone-aanval met een MQ-9 Reaper.

    image20 1 1200x227 1
    Een flashkaart geplaatst op Quizlet.

    Vanwege de mogelijke implicaties voor de openbare veiligheid nam Bellingcat vier weken voor deze publicatie contact op met de NAVO, EUCOM, het Amerikaanse ministerie van Defensie en het Nederlandse ministerie van Defensie. Dat laatste erkende in een e-mail dat er over deze kwestie contact was met de NAVO en EUCOM. Het ministerie verklaarde dat Nederland een nucleaire taak heeft, maar dat het geen commentaar kan geven over aantallen kernwapens of over locaties, omdat men gebonden is aan NAVO-afspraken die gebaseerd zijn op veiligheidsoverwegingen.

    Bellingcat kon links overleggen naar vijftig gevonden kaartensets met beveiligingsdetails op Chegg, Quizlet en Cram, met de nadrukkelijke kanttekening dat de lijst mogelijk niet volledig is. Ook melde het hoe de sets waren ontdekt. Het Nederlandse ministerie van Defensie deelde Bellingcat mee dat de informatie in deze sets geen gevolgen had voor de veiligheid van Nederland. De verklaring van de Amerikaanse luchtmacht: ‘Uit beleidsoverwegingen worden onze beveiligingsprotocollen om de bescherming van gevoelige informatie en operaties te waarborgen voortdurend getoetst en beoordeeld.’ Alle door Bellingcat onder de aandacht gebrachte sets bleken kort voor publicatie offline te zijn gehaald.

    Voor activisten die strijden voor nucleaire ontwapening onderstreept de door Amerikaanse soldaten onthulde informatie echter wat zij zien als de gevaren van het onderbrengen van kernwapens in Europa, zonder dat daar een duidelijke strategische reden voor is.

    Susi Snyder, projectleider van het No Nukes-programma bij de Nederlandse vredesorganisatie PAX en coördinator van de campagne Don’t Bank on the Bomb, zei het volgende: ‘De mensen in Europese landen waar B61-bommen zijn geplaatst, steunen in overweldigende meerderheid het Verdrag inzake het verbod op kernwapens. Een geheimhoudingsbeleid dat de democratie naast zich neerlegt kan niet blijven voortbestaan, het brengt de veiligheid van de bevolking in gevaar. Geheime stationering is, net als kernwapens zelf, geen oplossing voor de dreigingen van vandaag of morgen.’

    Kristensen van de Federation of American Scientists voegde daaraan toe: ‘Er zijn zo veel vingerafdrukken die verraden waar de kernwapens zich bevinden, dat het geen enkel militair of veiligheidsdoel dient om te proberen deze locaties geheim te houden. Toegegeven, er kunnen specifieke operationele en veiligheidsdetails zijn die geheim moeten worden gehouden, maar de aanwezigheid van kernwapens an sich is dat niet. Het ware doel van geheimhouding is het vermijden van een controversieel publiek debat in landen waar kernwapens niet populair zijn.’

  • Bankier, prinses, warlord: de vele levens van Asma al-Assad

    Bankier, prinses, warlord: de vele levens van Asma al-Assad

    In interviews met westerse media stelde ze Bashar in de schaduw. Ze was zijn ambassadeur in landen waar hij niet graag werd gezien, wilde Damascus omvormen tot Europese metropool en ging uit winkelen terwijl de stad afbrandde. Wie is de vrouw die in het naoorlogse Syrië de touwtjes in handen heeft?

    De keuze van hoofdredacteur Laura Weeda

    Dit Economist-artikel is buitengewoon goed geschreven en geeft een heel mooi en genuanceerd beeld van de ontwikkelingen in Syrië de laatste dertig jaar vanuit een verrassend perspectief: de First Lady, Asma al-Assad. Ooit was ze in Syrië een gevierde vrouw die van Damascus één groot cultureel park wilde maken, nu komt ze vooral mysterieus en meedogenloos over. In haar levensverhaal wekt ze soms bewondering op, dan weer zijn haar gedrag en beslissingen volstrekt onnavolgbaar.

    Deze longread van Nicholas Pelham geeft ook goed weer hoe wankel geopolitieke relaties zijn door het grote contrast tussen Damascus als opbloeiende stad, toen Al-Assad er kwam wonen, en de ruïne die de hoofdstad van Syrië nu is.‘

    Afgelopen zomer circuleerde een foto van de First Lady van Syrië op social media. In het noordwesten van het land bombardeerden regeringstroepen op dat moment de overgebleven verzetshaarden. De foto toont Asma al-Assad, haar man Bashar al-Assad en hun drie kinderen op een winderige heuveltop, geflankeerd door soldaten in camouflagetenue. Met zijn windjack, sportschoenen en poloshirt vlot over zijn broek lijkt Bashar in alles op een huisvader die zijn kroost meeneemt op een zondagmiddagwandelingetje, en in niets op een man die dissidenten laat martelen. Asma oogt wat stijfjes, houdt haar armen langs haar lichaam. Witte spijkerbroek, sportschoenen en zo’n vliegeniersbril waar despoten in het Midden-Oosten om de een of andere reden dol op zijn. Ze staat midden op de foto; Bashar, president van Syrië, schurkt wat onhandig tegen haar aan.

    Achter Asma is een bedrieglijk vredig landschap te zien. Tien jaar na de Arabische lente, waarin miljoenen mensen in het Midden-Oosten zich tegen repressieve regimes keerden, heeft de heersende familie van Syrië de macht behouden en daar een gruwelijke prijs voor geëist.

    Het regime heeft honderdduizenden Syriërs vermoord en er ruim 14.000 doodgemarteld. De helft van de bevolking sloeg op de vlucht, waarmee de grootste vluchtelingencrisis sinds de Tweede Wereldoorlog een feit werd. Iran, Turkije, de Verenigde Staten en Rusland, stuk voor stuk streden ze direct of indirect om invloed op Syrische bodem. In de hele Arabische wereld is de hoop op een betere toekomst vermorzeld, maar nergens ging dat met zo veel bloedvergieten gepaard als in Syrië.

    Marie Antoinette 

    Asma’s ster is in die tijd echter tot ongekende hoogte gerezen. Haar pad naar de heerschappij over dit verwoeste land was bochtig en legde ze af in vele gedaanten: de financieel expert van J.P. Morgan die tot in de kleine uurtjes doorwerkte om lucratieve deals uit het vuur te slepen; de glamoureuze First Lady die in de overtuiging verkeerde dat sociale hervormingen en haute couture een pariastaat konden moderniseren; de Marie Antoinette van Damascus, die uit winkelen ging, ook al stond haar land in brand; de moeder van de natie, die tegen kanker streed terwijl de troepen van haar man opstandelingen verpletterde.

    Waar eindigt de reis? De prominente plaats die ze in de hofhouding van de Assads wist te veroveren is niet langer alleen maar voer voor Syrische roddelcircuits. Vorig jaar bestempelde de Amerikaanse regering Asma tot een van de beruchtste oorlogsprofiteurs van Syrië. Er wordt nu zelfs gefluisterd dat ze haar man als president zou kunnen opvolgen. Asma al-Assad heeft de gestucte twee-onder-een-kapwoning in Londen waar ze is opgegroeid ver achter zich gelaten.

    Voor een dictatorsvrouw is haar achtergrond ongewoon. Asma Akhras werd in 1975 geboren in Acton, een onopvallend deel van West-Londen dat grenst aan veel rijkere buurten. Zoals de meeste Syriërs zijn haar ouders soennitische moslims: die vormden de dominante groep in Syrië totdat in de jaren zestig een kleine, gemarginaliseerde sekte, de Alawieten, een staatsgreep pleegde. Bashars vader, Hafez al-Assad, zat in het complot en riep zichzelf in 1970 uit tot leider van het land.

    Asma’s ouders kwamen in de jaren zeventig naar Londen, hopend op een beter bestaan. Het gezin bleef religieus: haar vader bezocht het vrijdaggebed in de moskee en haar moeder wierp haar hijab pas af nadat Asma was getrouwd. Vrienden omschrijven het gezin als cultureel conservatief, al was het wel de bedoeling dat de kinderen zouden assimileren. Op haar Anglicaanse basisschool stond Asma bekend als Emma. ‘Als je het niet wist, zou je niet denken dat ze Syrisch was,’ herinnert een buurman zich.

    Haar bezoeken aan Damascus met haar ouders bracht zij grotendeels bij het zwembad van het Sheraton-hotel door

    Asma leek bestemd voor een leven te midden van Londense welgestelden. Als tiener ging ze naar een van de oudste particuliere meisjesscholen van Groot-Brittannië, Queen’s College, niet ver van haar vaders particuliere medische praktijk in Harley Street. Ze studeerde computerwetenschappen aan King’s College in Londen. Vriend en vijand zeggen dat ze slim en ijverig was.

    Niemand kan zich herinneren dat zij enige belangstelling voor het Midden-Oosten toonde. Haar bezoeken aan Damascus met haar ouders bracht zij grotendeels bij het zwembad van het Sheraton-hotel door. ‘Ze was erg Engels en leek niets met Syrië te maken te willen hebben,’ aldus een vriend van de familie.

    Weinigen waren verrast toen ze een baan kreeg bij J.P. Morgan, een investeringsbank. Het personeel werd geacht soms 48 uur achter elkaar te werken en zelfs op kantoor te slapen. Sommige stagiairs waren vrijpostig en onverholen ambitieus, maar Paul Gibbs, Asma’s leidinggevende, herinnert zich haar als ‘bescheiden, beleefd en dienstbaar’. Ze droeg keurige zwarte pakjes. Ze specialiseerde zich in fusies en overnames (wat haar later in Syrië van pas kwam). Af en toe ging ze uit met een collega, ze kreeg zelfs huwelijksaanzoeken.

    Haar moeder, Sahar, had grootse plannen voor Asma. Haar eigen oudoom had Hafez al-Assad geholpen bij diens machtsgreep. Sahar wilde deze connectie gebruiken om Asma te koppelen aan Bashar, de tweede zoon van Hafez. Ten minste, dat schrijft de Libanees-Amerikaanse journalist Sam Dagher, auteur van het boek Assad or We Burn the Country.

    Slungelige student

    Bashar en Asma ontmoetten elkaar in het Londen van de jaren negentig. Hij was toen nog een slungelige student medicijnen, die in de schaduw van zijn autoritaire vader was opgegroeid. Als enige van zes broers en zussen ging hij in het buitenland studeren. Zijn afkeer van bloed bracht hem ertoe zich te specialiseren in oogheelkunde, een medisch vakgebied met niet al te veel aanzien. Bashars oudere broer, Basil, diende in het Syrische leger, reed in snelle auto’s en zat achter de vrouwen aan. Bashar was juist ‘ijverig, punctueel, ging elke dag naar de universiteit en vermeed uitspattingen’, aldus Wafic Said, een rijke Syrische expat die de familie kent. Hij luisterde naar Phil Collins en Electric Light Orchestra, dronk groene thee en bewoog zich op de fiets door de stad. In tegenstelling tot zijn vader, die zijn boerse tongval nooit zou kwijtraken, eigende Bashar zich het verfijnde, zangerige accent van de Damasceense elite toe.

    Hij was wel gevoelig voor vrouwelijk schoon en ging vaak uit met de gemanicuurde afdankertjes van zijn broer. De keuze van een vrouw mocht hij echter niet helemaal zelf bepalen. Toen Basil in 1994 omkwam bij een auto-ongeluk, rustte het lot van de Assad-dynastie plotseling op de schouders van Bashar. Die was nog ongetrouwd toen zijn vader in juni 2000 overleed. Twee maanden later bezorgden schijnverkiezingen hem het presidentschap.

    Bij terugkeer vertelde ze haar werkgever dat een onstuimige Syriër haar had veroverd

    Op dat moment werkte Asma al twee jaar bij J.P. Morgan. Maar ineens verdween ze en bleef drie weken lang weg, zonder kennisgeving. Bij terugkeer vertelde ze haar werkgever dat een onstuimige Syriër haar had veroverd. Hij had haar meegenomen naar Libië, waar hij hun verbintenis bezegelde in een tent in de Sahara. Asma koos voor de liefde en nam onmiddellijk ontslag.

    Buiten het Sheraton is Syrië een ingewikkelde plek. De bergen en woestijnen herbergen een lappendeken aan etnische en religieuze groepen, waarvan de meeste elkaar wel eens hebben dwarsgezeten. De Fransen maakten het land buit op de Ottomanen, hun bestuur tussen de wereldoorlogen was kort en omstreden. De eerste jaren van Syriës onafhankelijkheid verliepen echter ook verre van rimpelloos. Er woedde er een continue onderlinge strijd, de staatsgrepen volgden elkaar in rap tempo op.

    Aan deze woelingen kwam in 1970 een einde met de komst van Hafez al-Assad, een onbuigzame luchtmachtofficier van de regerende Baath-partij. Tijdens zijn schrikbewind onderhielden veiligheidsdiensten informantennetwerken, luisterden ze telefoons af en martelden ze mensen in het wilde weg. Toen soennitische islamistische dissidenten in 1982 in hun bolwerk Hama de Baath-heerschappij tartten, maakte Hafez een deel van de stad met de grond gelijk.

    GettyImages 110839797 2
    Bashar en Asma al-Assad te gast in Parijs bij de Quatorze Juillet-parade in 2008. – © Pool Benaninous / Getty Images

    Hafez was al dood tegen de tijd dat Asma eind 2000 naar Damascus verhuisde, maar zijn nalatenschap was alomtegenwoordig: van architectuur in Sovjetstijl tot uithangborden met zijn beeltenis die zijn lof prezen. Zijn steun aan terroristische organisaties in de regio had Syrië van het Westen vervreemd. De opkomst van Bashar bood een kans de betrekkingen te herstellen.

    In zijn inaugurele rede beloofde Bashar de corruptie te bestrijden en eerlijke meerpartijenverkiezingen toe te staan. Kort daarna sloot hij een van de grootste gevangenissen van het land. In de cafés van Damascus begon men voorzichtig over politiek te praten.

    Asma leek in deze periode van dooi een zeer geschikte partner voor de nieuwe Syrische leider. Koningin Rania van Jordanië, Sheikha Moza van Qatar, zelfs prinses Diana in Groot-Brittannië hadden stuk voor stuk laten zien hoe een door glamour omgloorde first lady een drijvende kracht achter hervormingen kon zijn. Dankzij de dominante positie van de seculiere Baath-partij, waren openbare functies toegankelijker voor vrouwen dan in de meeste Arabische landen. ‘Ik verwachtte dat deze twee Syrië samen tot een hemel aarde zouden maken,’ zegt Wafic Said, de eerder vermelde Syrische expat.

    Net als veel vrouwen die haar voorgingen, moest Asma wel rekening houden met haar schoonfamilie. Bashars moeder Anisa had gewild dat haar zoon binnen de clan was getrouwd teneinde een duurzame dynastie, zoals die van de Saoeds in Saoedi-Arabië, te creëren. Sommige familieleden vonden zelfs dat Bashar het presidentschap moest opgeven omdat hij met een soennitische was getrouwd.

    Bashars moeder stond erop de titel ‘First Lady’ te behouden

    Het lukte de moeder van Bashar niet het huwelijk af te wenden, dus besloot ze het te verdonkeremanen. Er kwamen geen nieuwsbulletins over de bruiloft. Officiële foto’s werden nooit vrijgegeven. Asma kreeg herhaaldelijk te horen dat het haar taak was om erfgenamen voort te brengen en uit het nieuws te blijven. Bashars moeder stond erop de titel ‘First Lady’ te behouden; staatsmedia noemden Asma akilatu alrais, de echtgenote van de president. Niemand die haar op straat herkende. Het huiselijk leven ging bepaald niet over rozen. ‘Ze haatten haar,’ aldus Ayman Abdel Nour, destijds adviseur van Bashar. Asma sprak nog geen vloeiend Arabisch. 

    Tijdens etentjes maakte de familie er een punt van om in onverstaanbaar Alawitisch dialect te converseren. De rest van de heersende elite was ook niet toeschietelijk. Met name de voormalige bondgenoten van zijn vader dwarsboomden de hervormingen van Bashar. ‘Hafez al-Assad was een octopus die zijn tentakels aanstuurde,’ zegt een aan het regime gelieerde zakenman. 

    Masker

    Binnen enkele maanden werd duidelijk dat Bashars beloften van hervormingen weinig om het lijf hadden en vooral waren bedoeld om steun voor zijn opvolging te verwerven. ‘Bashar vertelde je precies wat je wilde horen en deed vervolgens helemaal niets,’ zegt Wafic Said. Al snel viel het masker. Academici belandden in de cel. De affiches van Bashar kregen nog grotere afmetingen dan die van zijn vader. Het recht op openbare vergaderingen werd dermate ingeperkt dat paren een overheidsvergunning nodig hadden om een bruiloft in een hotel te houden.

    Herhaaldelijk werd de hoop op verandering in Syrië getorpedeerd. Na de aanslagen van 11 september 2001 gaf Bashar de Amerikanen de middelen om terreurverdachten te ondervragen. ‘Democratie verspreiden’ was destijds evenwel het credo van de regering-Bush, en Syrië kon wel eens het volgende doelwit van dit voornemen zijn. De ontwikkelingen in Irak brachten het Syrische regime ertoe het roer weer om te gooien. Bashar stuurde jihadisten van eigen bodem de grens over om de Iraakse opstand tegen de Amerikanen te steunen.

    Terwijl hij zijn machtspositie versterkte, vervulde Asma plichtsgetrouw de rol van fokmerrie. Ze kreeg snel achter elkaar drie kinderen, van wie twee zonen. Nog steeds kleedde ze zich als een ingetogen bankemployé. De enige keren dat ze de krantenkoppen haalde, was tijdens buitenlandse reizen. En zelfs dan werd de woede van haar schoonfamilie gewekt.

    Onmenselijkheid

    De onmenselijkheid binnen de familie werd geëvenaard door wreedheid erbuiten. Op 14 februari 2005 kwam een van de meest prominente politici van Libanon, Rafik Hariri, om het leven door een aanslag met een autobom. Syrië hield zijn kleine, disfunctionele buurman al jaren onder de duim en velen gingen ervan uit dat Bashar de opdracht had gegeven. Onder druk van mogelijke internationale sancties en massale demonstraties in Libanon, haalde Bashar bakzeil. Na dertig jaar bezetting trok hij zijn troepen terug uit Libanon – tot woede van de Syrische hardliners. Meer dan ooit had Bashar bondgenoten nodig: zijn Britse vrouw zou westerse regeringen gunstig kunnen stemmen. Hij beloofde Asma dat hij haar schoonfamilie het zwijgen zou opleggen en stemde ermee in haar tot ‘First Lady’ te promoveren.

    Twee maanden na de moord op Hariri stond zij aan de zijde van haar man bij de begrafenis van paus Johannes Paulus II. Weinigen wilden zijn hand schudden, maar Asma, discreet aantrekkelijk in haar zwartkanten sluier, viel wél in de smaak. Op foto’s is te zien hoe zij zich met wereldleiders onderhoudt. Dit was een beslissend moment voor het paar. Tot dan was Asma, de indringer, naar het tweede plan verbannen. Nu ging ze een centrale rol spelen in de internationale rehabilitatie van Bashar. ‘Ze was zijn ambassadeur in alle landen waar hij niet graag gezien werd,’ zegt Abdel Nour, de voormalige adviseur van Bashar.

    In interviews met westerse media stelde ze Bashar in de schaduw. Zij zou het niet in haar hoofd halen joden ‘moordenaars van Christus’ te noemen, zoals hij had gedaan in een poging christenen aan zich te binden. Ook thuis retoucheerde Asma het imago van het stel. De Assads gingen voortaan prat op hun bescheidenheid. Ze meden het gigantische, met marmer beklede paleis dat de Saoedi’s voor de Assads hadden laten bouwen, en kozen voor een soberder onderkomen van drie verdiepingen. Asma haalde haar kinderen elke dag op van de plaatselijke Montessorischool. Toen Wafic Said bij hen thuis dineerde, was hij verbaasd over het gebrek aan pracht en praal. Het echtpaar diende het eten zelf op.

    ‘Ze wilde van Damascus een regionaal Dubai maken, een belastingparadijs’

    Niettegenstaande deze soberheid gaf Asma met hulp van een nieuwe kapper haar uiterlijk en uitstraling een stevige oppepper. Haar naaldhakken en oorbellen kregen er een paar centimeter bij, haar nagels waren verzorgd en gelakt. Hoewel zij noch Bashar een trouwring droeg, sierden koninklijke agaten haar hals. Het grondpersoneel van Syrian Airlines in Londen herinnert zich de aanvoer van talloze kisten met kleding uit de beste Londense warenhuizen.

    Syrische diplomaten noemden haar Imelda Marcos, naar de Filipijnse first lady met een schoenenverslaving. Het charmeoffensief wierp vruchten af. Slechts enkele maanden na de moord op Hariri opperde The New York Times dat het paar ‘de essentie van seculiere West-Arabische fusion’ belichaamde. ‘Ik was betoverd,’ zegt een Syrische diplomaat die nu in ballingschap is en destijds een Europese rondreis voor hen organiseerde. ‘Ze pakt je onmiddellijk in met haar lieftalligheid. En hij is anders dan andere dictators in het Midden-Oosten, ziet er modern en verfijnd uit. Dat maakt hem zo gevaarlijk.’

    Asma’s volgende project was Syrië zelf. Na decennia van centrale planning en importbeperkingen wilde ze een frisse wind door het land laten waaien. Ze begoochelde haar man met financieel jargon en drong er bij de banksector op aan zich open te stellen voor particuliere en buitenlandse bedrijven. ‘Ze wilde van Damascus een regionaal Dubai maken, een belastingparadijs,’ vertelt een Syrische econoom.

    Economische hervormingen strookten echter niet met de belangen van een aantal machtige Syriërs. Om de zakelijke cultuur te veranderen, moest Asma het opnemen tegen Rami Makhlouf, neef van Bashar en lid van de aristocratische clan van diens moeder. Volgens sommige schattingen hadden de bedrijven van Makhlouf meer dan de helft van de Syrische economie in handen. Asma tartte zijn suprematie in 2007 door haar eigen holdingmaatschappij op te richten, maar slaagde er niet in genoeg Syrische zakelijke zwaargewichten aan haar kant te krijgen. Haar plannen voor de Syrische economie moesten in de ijskast.

    Asma vond al snel een nieuwe manier om haar invloed uit te breiden. Al vroeg in haar huwelijk had ze zich met liefdadigheid beziggehouden. Nu probeerde ze haar projecten in één organisatie, de Syria Trust for Development, samen te brengen. Ze wilde van deze trust de voornaamste trait d’union van Syrië  met de rest van de wereld maken. Met dat doel ging ze koortsachtig werven onder Engelstalige Syriërs in het buitenland, voormalige functionarissen van de Verenigde Naties en strategen van het Amerikaanse managementadviesbureau Monitor Group. ‘De trust mocht met buitenlanders omgaan, terwijl andere organisaties daar geen toestemming voor hadden,’ zegt een diplomaat die in Damascus werkte.

    Met zijn ruige landschap en archeologische rijkdommen behoorde Syrië een toeristische trekpleister te zijn, vond Asma. Ze wierf curatoren van het Louvre en het British Museum en liet die op het centrum van Damascus los. Een cementfabriek zou een galerie worden, naar het voorbeeld van het Londense Tate Modern. De oevers van een smoezelige rivier door de stad moesten in een cultureel park worden omgetoverd. Er zou een spoorlijn komen om Damascus te verbinden met de oude Assyrische steden in het onderontwikkelde noordoosten.

    Prinsessengedrag

    De meeste westerse diplomaten in Damascus steunden de trust van Asma van harte. Ze wist de Europese Unie, de VN, de Wereldbank en Qatar voor zich te winnen, en vergaarde miljoenen dollars voor de financiering van haar visie. Krantenartikelen bejubelden de ‘culturele renaissance’ van Damascus, zoals Asma die noemde. ‘Dit is hoe je extremisme bestrijdt: met kunst,’ zei Bashar.

    Haar collega’s zagen ook een andere kant van haar. Op goede dagen was ze ‘enorm nieuwsgierig’ en ‘uitermate behulpzaam’, aldus een oud-medewerker. Maar een andere adviseur bewaart wat minder prettige herinneringen aan haar ‘prinsessengedrag’, haar geschreeuw, en hoe ze zich op anderen afreageerde. Hij nam na acht maanden ontslag: ‘Ze is een control freak, een eng mens.’

    Asma werd geportretteerd als ‘een roos in de woestijn’, die vastbesloten was om van Syrië een ‘merk’ te maken

    Maar ze was ook effectief. ‘Het was opvallend hoe vaak ze zei: Ik zou willen dat er dit of dat gebeurde, en het dan ook gebeurde,’ aldus iemand die zes jaar voor haar in Damascus werkte. Haar personeel hield zich aan het straffe schema waaraan ze bij J.P. Morgan gewend was geraakt: het kantoor ging om zes uur ’s ochtends open en het werk ging tot in de late uren door. Ambtenaren wisten dat ze Asma beter konden raadplegen dan de minister van Cultuur als het om belangrijke kwesties ging.

    Asma huurde Britse en Amerikaanse pr-firma’s in om haar imago op te poetsen. Die vlogen parlementariërs van over de hele wereld in om haar goede werken te bewonderen. Allerlei beroemdheden kwamen naar Damascus, onder wie Angelina Jolie en Brad Pitt, Sting en Damon Albarn van Blur. De grootmoefti nodigde Syrische joden uit die decennia eerder voor vervolging waren gevlucht. Brown Lloyd James, een Amerikaans pr-bedrijf, regelde in maart 2011 een coverstory in Vogue, waarin Asma werd geportretteerd als ‘een roos in de woestijn’, die vastbesloten was om van Syrië een ‘merk’ te maken. 

    Onbenullen

    De trust had beperkte bevoegdheden. ‘Wat met de moskee, religie en politiek te maken had lieten we ongemoeid,’ zegt een medewerker. Dergelijke grenzen waren wel moeilijk te bewaken. Opvoeders reisden door Syrië met een grote opblaasbare iglo die bedoeld was als ‘vertelruimte’, gebouwd met de hulp van een voormalig directeur van het Science Museum in Londen. Het was de bedoeling dat alleen onomstreden kwesties aan de orde zouden komen, zoals het recht van een kind op schone lucht. Er werden echter ook misstanden van het regime aangekaart.

    ‘Een jongen zei dat hij een verhaal had over mensenrechten en vertelde hoe hij werd gearresteerd, uitgekleed en op een fles moest gaan zitten,’ aldus een organisator. De buitenlandse consultants van de trust woonden in een vergulde bubbel in Damascus: ze bestelden sushi via roomservice, streken hoge salarissen op, en kletsten ondertussen over vermogensopbouw. ‘Veel dorpen hadden geen goede riolering of elektriciteit en dan verscheen zij daar met haar adviseurs en vertelde ze over ondernemerschap, het maatschappelijk middenveld, duurzame ontwikkeling en kaas maken,’ zegt Samir Aita, een adviseur van het ministerie van Financiën. ‘Asma dacht dat de Syria Trust alles voor elkaar kon krijgen, maar het waren gewoon onbenullen die arme boeren in het Engels toespraken.’

    Binnen de trust zelf rees het vermoeden dat de organisatie slechts een voertuig was voor Asma’s zelfverheerlijking. Adviseurs moesten haar aanspreken met ‘excellentie’ en opstaan als ze een vertrek betrad. Onder hen die garen sponnen bij Asma’s opkomst was haar eigen vader, Fawaz Akhras. Kort nadat Asma met Bashar getrouwd was, richtte hij de British-Syrian Society op, een organisatie in Londen die politieke en financiële steun voor Syrië wierf. Hij coördineerde de activiteiten van de vereniging met de club van Asma en trok tal van rijke Syriërs aan. Akhras was openhartig over zijn nauwe banden met de macht: zijn favoriete aanhef van een toespraak was: ‘Als schoonvader van de president…’ 

    ‘Vergeleken met hem was de Syrische ambassadeur een loopjongen,’ zegt Yahya al-Aridi, die voor de Syrische regering de communicatie verzorgde in Londen. Asma’s rijzende ster kwam ook het internationale profiel van Syrië ten goede. Amerikaanse functionarissen bezochten Damascus weer, zeker na Obama’s presidentsverkiezing in 2008. Het gerucht deed de ronde dat er een uitnodiging voor Washington ophanden was. De Fransen waren haar nog gunstiger gezind. Paparazzi volgden de Assads op de voet toen ze Parijs bezochten. ‘Zij verspreidt licht in een land vol schaduwen,’ schreef Paris Match over Asma.

    Op 10 december 2010 sprak ze de verzamelde Franse elite toe op de Internationale Diplomatieke Academie, een denktank in Parijs. Ze repte over de ‘verandering die gaande is in mijn land’. Een paar dagen later stak een Tunesische groenteverkoper zichzelf in brand en ontketende daarmee opstanden in Noord-Afrika en het Midden-Oosten die spoedig de Arabische Lente werden genoemd. *Snel zou blijken dat de Assads niet genoeg hadden aan soft power en naaldhakken om die lente te kunnen overleven.

    De eerste twee maanden van 2011 heerste er opwinding in het Midden-Oosten. Na decennia van stagnatie en onderdrukking werd het overspoeld door demonstraties, van Tunesië tot Libië, Algerije tot Bahrein, Jordanië tot Jemen. Massaprotesten in Caïro brachten het bewind van Hosni Moebarak, dictator van Egypte gedurende bijna dertig jaar, ten val. Het tij van de revolutie leek niet te keren. Veel Syriërs lieten zich meeslepen door wat ze zagen, maar angst weerhield de meesten van hen de straat op te gaan. Toen, op een februariavond in het saaie plattelandsstadje Deraa ten zuiden van Damascus, spoot een groep schoolkinderen graffiti op een muur met de tekst: ‘Nu is het jouw beurt, dokter.’

    Adviseurs moesten haar aanspreken met ‘excellentie’

    De plaatselijke veiligheidschef was een neef van Bashar – een misdadiger, zelfs naar de maatstaven van de Syrische geheime diensten. Zijn mannen pakten de kinderen op en martelden ze. Grote groepen mensen verzamelden zich buiten de moskeeën van Deraa en eisten waardigheid en vrijheid. Troepen openden het vuur.

    Aanvankelijk was het niet duidelijk – zelfs niet voor Asma, zo lijkt het – hoe Bashar zou reageren. Een generaal gaf hem de raad de plaatselijke veiligheidschef gevangen te zetten en excuses aan te bieden voor het bloedvergieten in Deraa. De grotere steden in Syrië waren nog steeds rustig, dus zouden publiek berouw en nieuwe hervormingsbeloften mogelijk volstaan om de situatie in de hand te houden.

    In Washington hielp de ambassadeur van Syrië Bashar bij het opstellen van een toespraak waarin hij deze hervormingen aankondigde. Ook Asma leek een sussende boodschap aan het volk te verwachten. Toen de Arabische lente in een stroomversnelling kwam, zei ze dat het regime wist dat het moest veranderen. Volgens een voormalige medewerker probeerde ze met de oppositie te praten.

    ‘Toen ik met Bashar kennismaakte, sprak hij over hervormingen. Het was verschrikkelijk om te ontdekken dat het een schijnvertoning was’

    Op 30 maart sprak Bashar het grotendeels ceremoniële parlement van Syrië toe. ‘Syrië moet een grote samenzwering het hoofd bieden,’ verklaarde hij tot veler verrassing. Hij bestempelde beelden van veiligheidstroepen die demonstranten neerschoten tot nep. Hij wees de oproepen tot hervorming af en zei dat ze een dekmantel vormden voor een niet nader gespecificeerd buitenlands complot.

    ‘Hier sprak het oude regime,’ zegt een van Asma’s bestuursleden, die Syrië direct na de toespraak verliet. ‘Er was geen enkel woord van verzoening, geen erkenning dat er veel dingen anders konden. Toen ik met Bashar kennismaakte, sprak hij over hervormingen. Het was verschrikkelijk om te ontdekken dat het een schijnvertoning was.’

    Na de toespraak groeiden de demonstraties wekelijks in aantal en omvang. Zeker na het vrijdaggebed namen ze massale vormen aan. Zo begon een escalerende cyclus van begrafenissen, protesten en geweld. Binnen een maand stuurde het regime eerst boeventuig op de bevolking af, daarna kwamen de sluipschutters en ten slotte werd er zwaar geschut ingezet.

    De invloed van Syrische generaals, hoofden van inlichtingendiensten en van de Baath-partij was de afgelopen tien jaar afgenomen. Dit was hun moment van vergelding. Anisa, de moeder van Bashar, drong ook aan op een ferme reactie. Wat zou je vader hebben gedaan, schamperde ze tegen Bashar. De opstand tegen diens bewind in 1982 had hij op uiterst brute wijze de kop ingedrukt. Een voormalige Franse ambassadeur in Damascus zegt dat Bashar rond deze tijd op de volgende uitspraak werd betrapt: ‘Mijn vader had gelijk. Duizenden doden in Hama hebben ons drie decennia stabiliteit opgeleverd.’

    Ziektekiemen

    Terwijl Syrië in chaos verviel, stortten Asma’s luchtkastelen in. Een gala ter gelegenheid van de herlancering van het nationaal museum werd afgelast. Haar culturele vernieuwingsprojecten kwamen niet van de grond. Na zeven jaar planning bleef het Museum of Discovery, naar het voorbeeld van het Science Museum in Londen, een betonnen omhulsel. De financiering droogde op en adviseurs verlieten het land. Ze verwijderden de Syria Trust uit hun bestanden. De meest prominente westerse bezoekers waren paria’s als Nick Griffin, toenmalig hoofd van de extreemrechtse British National Party. Wafic Said zegt dat hij Bashar destijds op het hart drukte een gematigde koers te volgen. ‘Ze houden van jou en je vrouw, je bent geen Moebarak,’ hield hij hem voor. ‘Mis deze kans niet om de grootste leider in de Arabische wereld te worden. Geef ze gewoon wat rechten, een beetje waardigheid en je zult voor de rest van je leven worden bemind.’ Maar Bashars koers lag vast. In een tweede toespraak, in juni, vergeleek hij demonstranten met ‘ziektekiemen’. Syrië stond aan de vooravond van een duister hoofdstuk in zijn geschiedenis.

    In februari 2012, een jaar nadat de Arabische Lente was uitgebroken, richtte de Vierde Pantserdivisie van Syrië onder bevel van Maher, de jongere broer van Bashar, haar artillerie op Homs, in het westen van Syrië. Asma’s ouders waren opgegroeid in de stad; nu waren de protesten daar tot een gewapende opstand uitgegroeid. Soldaten liepen over naar de rebellen. In het hele land waren al zo’n zevenduizend burgers omgekomen.

    Sinds het begin van de protesten was Asma nauwelijks in het openbaar verschenen, wat aanleiding gaf tot geruchten. Was ze een gevangene van de omstandigheden of steunde ze de acties van haar man? Misschien was ze wel naar het buitenland gevlucht. Mensen die in de begindagen van de crisis vertrouwelijk met haar spraken, zeggen dat ze strikt vasthield aan de officiële lijn: de opstand was een buitenlandse samenzwering. 

    In theorie had Asma naar Londen kunnen gaan. Er werd haar een veilige doortocht aangeboden. De Britse regering verklaarde herhaaldelijk dat ze haar als Brits staatsburger de toegang tot het land niet kon ontzeggen. Maar ook in Londen was de sfeer weinig uitnodigend. Demonstranten smeerden rode verf op de deur van haar ouderlijk huis in Acton. Queen’s College schrapte haar naam van de lijst eervolle alumni.

    Om sancties te vermijden liet ze haar kapper inkopen doen

    Er werd gefluisterd dat Asma de wijk had genomen. Een toenmalige functionaris van de Syrische ambassade in Londen herinnert zich dat veiligheidsfunctionarissen zich voorbereidden om eind 2011 een VIP te ontvangen. Anderen zeggen dat ze op weg naar de luchthaven van Damascus werd tegengehouden door handlangers van het regime. Maandenlang gaf Asma geen interviews. Vroegere vrienden vonden dat ze er in januari 2012, tijdens een zeldzaam openbaar bezoek aan een pro-regeringsbijeenkomst, uitgemergeld uitzag. Op zeker moment verhuisden zij en haar kinderen naar het zomerpaleis van de familie aan de kust, ver van beschietingen en traangas.

    Nu ze het zonder openbare functie moest stellen, concentreerde Asma zich op een opknapbeurt van haar huis. In het eerste jaar van de opstand plaatste ze een advertentie voor een tuinman en gaf ze 250.000 Britse ponden uit aan meubels. Om sancties te omzeilen stuurde ze haar kapper naar Dubai om boodschappen te doen en gebruikte ze een schuilnaam voor haar bestellingen bij Harrods. Een contact van de Assad-familie in Londen handelde haar verzoeken voor kroonluchters af. Asma’s koopwoede kwam aan het licht aan de hand van duizenden e-mails van Assads intimi, die in 2012 door activisten van de Syrische oppositie naar The Guardian werden gelekt. Ook WikiLeaks deed een duit in het zakje. De berichten wekken de indruk dat Asma in dubio verkeerde.

    In december 2011 had ze een e-mail-uitwisseling met de dochter van de toenmalige emir van Qatar, die een vriendin van haar was totdat de Qatari’s zich achter de Syrische rebellen schaarden. De prinses hield Asma voor dat het ‘niet te laat was om zich te bezinnen en die staat van ontkenning af te schudden’. Asma’s antwoord was opvallend dubbelzinnig: ‘Het leven is niet eerlijk, meisje – maar uiteindelijk is er een realiteit waar we geen van allen omheen kunnen.’ Ze leek te suggereren dat er krachten waren die haar dwongen te blijven.

    De e-mails boden ook een inkijkje in het huwelijk van de Assads. Velen menen dat de verbintenis vooral gericht was op veiligstelling van de belangen beider families. Bashar stond bekend als schuinsmarcheerder. Dat bleek ook uit eveneens gelekte aanhankelijke mails van jonge vrouwelijke assistenten. Toch toonden Bashar en Asma genegenheid voor elkaar. Op 28 december 2011, toen tanks de geboorteplaats van haar familie – Homs – beschoten, schreef Asma haar echtgenoot: ‘Als we samen sterk zijn, komen we dit ook samen te boven … ik hou van je.’ Het is onduidelijk of wat ze ‘te boven moesten komen’, betrekking had op Syrië of op hun huwelijk.

    Een paar dagen later, toen ze haar batta (‘eend’ in het Arabisch, en haar koosnaam voor haar man) mailde, reageerde hij met een hartje. In februari 2012 leek Bashar zich op verdekte wijze te verontschuldigen voor zijn gescharrel door haar een country-and-western liedje te sturen met de tekst: ‘I’ve made a mess of me / The person that I’ve been lately / Ain’t who I wanna be.’ Niet veel later gaf Asma haar eerste officiële verklaring af sinds het begin van de opstand: ‘De president is de president van heel Syrië, niet de leider van een Syrische factie, en de First Lady steunt hem in deze rol.’

    Als men dissidenten mag geloven maakte Asma’s verzoening met haar echtgenoot deel uit van haar pogingen terug te keren in het openbare leven. Voortaan zou ze een volwaardige partner van het staatshoofd zijn. In de zomer van 2012 vluchtte de zus van Bashar, Bushra, naar Dubai nadat haar man was omgekomen bij een bomaanslag. De rebellen eisten de verantwoordelijkheid op, maar ze leken helemaal niet in staat tot een dergelijke actie. Bushra en haar echtgenoot behoorden tot de grootste vertolkers van anti-Asma-sentiment in intieme kring. Velen gingen ervan uit dat de moord een inside job was.

    Zenuwgas

    Het jaar daarop verbeterden de vooruitzichten van Bashar. Hij bracht de opmars van de rebellen tot staan en joeg ze uit hun bolwerk in Homs. Antiregeringstroepen controleerden nog steeds enkele buitenwijken van Damascus en bestookten het stadscentrum met granaten, maar waren niet in staat de Assads omver te werpen.

    Naarmate de oorlog voortduurde, werd Bashar meedogenlozer. Een westerse diplomaat herinnert zich de langzame escalatie van geweld – het gebruik van artillerie tegen burgers, de luchtaanvallen en tenslotte vaatbommen. ‘Ze deden iets één keer, en dan was er verontwaardiging, maar niet zo veel dat er internationale interventie dreigde,’ zei de diplomaat. ‘Dus breidden ze het uit, en werd dat het nieuwe normaal.’

    De internationale veroordeling van de misdaden van Bashar zwol aan, maar de langzame wurging van Syrië in plaats van een grootscheeps offensief zorgde ervoor dat er geen interventie kwam. Op 21 augustus 2013 verschenen er nieuwe beelden van mensen in de door rebellen bezette buitenwijken van Damascus met schuimende bellen bij hun neus en mond en schokkende ledematen. Honderden stierven aan vergiftiging door sarin, een zenuwgas, zo bleek uit een VN-onderzoek. Het was de ergste aanval met chemische wapens sinds de gifgasaanval van Saddam Hoessein in 1988 op het Koerdische stadje Halabja, die aan zo’n vijfduizend mensen het leven kostte. De volgende dag, terwijl de wereld nog bezig was de beelden te verwerken, werd op Facebook een uitgebreide fotoreportage gepubliceerd van officiële activiteiten van de First Lady. Op een foto was zij te zien met haar man, zetelend in een zee van bloemen op een balkon. Het onderschrift luidde: ‘Liefde is een land dat wordt geleid door een leeuw die korte metten maak met samenzweringen, en een First Lady die haar vaderland is toegewijd.’ 

    Nieuwe Asma

    De vernietiging van Syrië in de daaropvolgende jaren valt moeilijk te becijferen. In 2014 benutte de soennitische terreurbeweging Islamitische Staat de chaos om een zogenaamd kalifaat in Syrië en Irak te stichten. Die vormde een ernstige bedreiging voor de troepen van Bashar, maar verzwakte ook de steun voor zijn oppositie en legitimeerde Iraanse en Russische steun. Hoewel Bashar Aleppo als laatste van de grote steden in 2016 heroverde, bleef hij met bommen gooien: bijna de helft van de Syrische steden kwam in puin te liggen. De VN stopten in 2016 met het tellen van doden: dat waren er al bijna een half miljoen. Ruim 10 miljoen Syriërs werden vluchteling. 

    De nieuwe realiteit van Syrië vereiste een nieuwe Asma. De hakjes, de manicures, de powerjackets en de sieraden verdwenen. Ervoor in de plaats kwamen platte schoenen, T-shirts en broeken, die haar dunne armen en breekbare gestalte aan het licht brachten. 

    ANP 415356501 2
    Bashar al-Assad en zijn vrouw Asma op bezoek bij soldaten ergens in Syrië in 2020. Op de achterste rij hun kinderen. – © ANP / Abacapress

    In 2018 werd er bij Asma borstkanker vastgesteld. De ziekte weerhield haar er niet van om zorgvuldig toe te zien op haar publieke imago en ervoor te zorgen dat iedereen wist dat ze in Syrië was gebleven voor haar behandeling. Van haar strijd brachten de presidentiële sociale mediakanalen en staatsmedia gedetailleerd verslag uit. Ze werd zelfs gefilmd terwijl ze de operatiekamer in werd gereden. Toen haar haar uitviel werd ze gefotografeerd met chique hoofddoeken die zowel van kwetsbaarheid als kracht getuigden, een onweerstaanbare metafoor voor de strijd van haar man tegen de opstand. ‘Gefeliciteerd met uw overwinning op kanker,’ stak een tv-interviewer van wal. ‘Dank u,’ antwoordde Asma. ‘Ik hoop dat we binnenkort ook de overwinning van Syrië kunnen vieren.’ Nog voor haar volledige herstel toonden regeringsgezinde media hoe Asma deelde in het verdriet van Syrië. 

    Vergezeld van cameraploegen klopte ze op deuren in verarmde bergdorpen, omhelsde de verraste moeders van martelaren en stopte hen wat toe. Ze werkte zo hard aan haar Arabisch dat zelfs Syriërs geen Engels accent meer ontwaarden. Westerse media stond ze niet meer te woord, ze accepteerde alleen nog verzoeken van Russische en lokale zenders. 

    Het inkomen van haar liefdadigheidsinstelling, de Syria Trust, droogde op nadat de EU in 2012 sancties had opgelegd. Nu stroomde er internationale humanitaire hulp binnen om Syriërs te ondersteunen die door de oorlog alles kwijt waren geraakt. Veel van dat geld kwam al snel bij Asma terecht. Voor VN-agentschappen die hulp wilden bieden aan door het regime gecontroleerde gebieden, was de trust een onschatbare gesprekspartner: het Engelssprekende personeel was vertrouwd met internationale regel-geving. Asma kon deuren en checkpoints openen. In 2017 werd er meer VN-geld via de trust gesluisd dan via veruit de meeste andere Syrische organisaties. Zelfs VN-veteranen waren geschokt door de mate waarin hun organisatie zich inliet met Syrische overheidsinstanties. 

    Van 2016 tot en met 2019 ontving de Syria Trust elk jaar steeds méér geld van VN-agentschappen (de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR alleen al schonk 6,5 miljoen dollar in de eerste vijf maanden van 2018). De trust telde tegen 2020 bijna vijftienhonderd medewerkers, een vertienvoudiging in tien jaar tijd, en vijfduizend vrijwilligers. Als hoofd van de Syria Trust verwierf Asma meer dan alleen rijkdom. Ze schiep een uitgebreid patronagenetwerk, waartoe ook Syrische krijgsheren behoorden. Naar verluidt betuigden mensen hun dankbaarheid voor haar bescherming en welwillendheid door geldkoffers af te leveren bij organisaties waarmee ze banden had. Asma profiteerde ook nog op directere wijze van de oorlogseconomie. Een bedrijf waaraan ze gelieerd was sleepte een overheidscontract voor het beheer van smartcardbetalingen binnen. Ze lanceerde ook een distributiebedrijf van mobiele telefoons, Emmatel geheten (als kind werd ze Emma genoemd). Het kwam op naam te staan van Khodr Ali Taher, ‘Asma’s façade voor alles’, volgens een zakenman. 

    Syriatel

    Asma is volgens een Europese Assad-lobbyist Bashars ‘belangrijkste economische adviseur’ geworden. In 2019 zetten de Russen hem onder druk om leningen terug te betalen, en verscherpte Amerika de sancties. De Syrische regering had dringend geld nodig en de Assads zochten een doelwit. In de loop van tientallen jaren had Rami Makhlouf, de neef van Bashar, zijn connecties met de heersende familie gebruikt om een zakelijk imperium op te bouwen, met importmonopolies en smokkelroutes. Een van zijn troeven was Syriatel, de belangrijkste gsm-aanbieder. Op papier was Makhlouf een succesvol zakenman, in de praktijk trad hij op als overheidspotentaat. Beweerd werd dat hij met één telefoontje een minister kon ontslaan.

    Sinds Anisa – Bashars moeder – dood was, had Makhlouf zijn beschermer verloren. De Syria Trust nam de liefdadigheidsinstelling over die hij had gebruikt om gunsten te winnen in gebieden waar veel Alawieten wonen. De regering stelde Syriatel onder curatele. De bankrekeningen van Makhlouf werden bevroren en relaties van Asma werden aangesteld in de raden van bestuur van zijn ondernemingen. De fusies en overnames van Asma gaan in hoog tempo door. Het op een na grootste gsm-bedrijf van Syrië is ook onder curatele gesteld; vorige maand werden Asma’s trawanten in het bestuur benoemd. Emmatel heeft nu vestigingen in het hele land, zelfs in gebieden die haar man niet controleert. 

    Vlak na de gifgasaanval zitten ze samen in een bloemenzee op een balkon

    Hoe het ook zij: Asma kan niet meer worden verweten dat ze niet begrijpt hoe Syrië werkt. In het naoorlogse Syrië heeft Asma de touwtjes in handen*. In Homs zijn portretten van haar te zien die hele woonblokken beslaan. Ministers hebben ervoor gekozen haar beeltenis naast die van Bashar in hun kantoren te tonen. Zo ver had nog geen enkele Syrische First Lady het geschopt. Nu Makhlouf op een zijspoor is gezet en de zus en moeder van Bashar er niet meer zijn, heeft Asma nog maar weinig rivalen van enige statuur in intieme kring. Veel van haar naaste adviseurs vervullen topfuncties in het kantoor van de president.

    Zowel in Damascus als in buitenlandse hoofdsteden speculeren Syriërs er openlijk over of ze het hoogste ambt nastreeft. Als de positie van Bashar onhoudbaar wordt, zou een presidentschap van Asma dan een zoethoudertje kunnen zijn voor de soennitische meerderheid? ‘Bashar en Asma denken er allebei over na,’ zegt een voormalige Syrische diplomaat. ‘Ze zou dolgraag president willen worden en beiden beschouwen het als een revolutionaire oplossing om het regime te redden.’

    Ooit zou Groot-Brittannië Asma’s ambities wellicht hebben gesteund, en haar dankbaar hebben toegevoegd aan de reeks leiders uit het Midden-Oosten met Britse banden. Hoewel de Britse regering de Assads luidkeels heeft aangeklaagd, is het staatsburgerschap van Asma nooit ingetrokken – in tegenstelling tot dat van Shamima Begum, die in 2015 als tiener vanuit Oost-Londen naar Syrië reisde om zich bij Islamitische Staat aan te sluiten. Alawitische hardliners zien waarschijnlijk niets in Asma’s presidentschap. Ze is sterker, maar ook kwetsbaarder dan ooit. Alleen al praten over presidentiële ambities kan gevaarlijk voor haar zijn. De jacht op de hoogste prijs zou het meisje uit West-Londen wel eens de kop kunnen kosten. ‘Ik maak me zorgen om haar,’ zegt vriend van de familie Wafic Said. Maar Asma weet al heel lang dat er geen weg terug meer is. 

  • Wederopstanding van de Pakistaanse taliban | Het excuus van Martin Bashir

    Wederopstanding van de Pakistaanse taliban | Het excuus van Martin Bashir

    De wederopstanding van de Pakistaanse taliban

    Nu de terugtrekking van Amerikaanse troepen uit Afghanistan nadert, duiken de Pakistaanse taliban, die jarenlang vrijwel afwezig waren, weer op met een nieuwe strategie en nieuwe lokale allianties, aldus nieuwssite Gandhara.

    Verdeeld, verzwakt door de dood van een aantal van zijn leiders en verdreven uit voormalige machtsbases, werd de gewapende groep Tehrik-e Taliban Pakistan (TTP) eigenlijk als afgeschreven beschouwd. Maar TTP, ook wel bekend als de Pakistaanse taliban, is het afgelopen jaar weer opgekrabbeld, heeft ruziënde facties verenigd en een golf van dodelijke aanslagen gepleegd in de tribale regio’s van het land.

    Lees ook:

    Om de wederopstanding te onderstrepen, voerde TTP vorige maand een dodelijke autobomaanslag uit bij een zwaar bewaakt luxehotel in de zuidwestelijke Pakistaanse stad Quetta, ver buiten zijn machtsbasis in het noordwesten.

    ‘TTP richt zich nu voornamelijk op Pakistaanse instanties en hun vertegenwoordigers’

    Deze TTP is niet langer dezelfde militante groep die van 2007 tot 2014 grote schade aanrichtte in Pakistan, toen een groot legeroffensief de groep over de grens naar Afghanistan dreef. Onder leiding van Noor Wali Mehsud, meer een religieus figuur dan een strijder, die sinds 2018 de leiding heeft, heeft TTP haar nauwe banden met Al-Qaida weliswaar behouden, maar de organisatie is gedecentraliseerd en het aantal willekeurige aanvallen op burgers is verminderd, volgens waarnemers.

    Lokaal jihadisme

    ‘TTP richt zich nu voornamelijk op Pakistaanse instanties en hun vertegenwoordigers’ en niet meer op soft targets, volgens Abdul Basit, Pakistaanse veiligheids- en antiterrorisme-specialist, verwijzend naar vroegere aanvallen op burgers. ‘In die zin is TTP overgegaan van een mondiaal naar een lokaal jihadistisch discours.’

    Er zijn aanwijzingen dat TTP een nieuw front heeft geopend tegen Chinese belangen in Pakistan. Peking oefent aanzienlijke politieke invloed uit in het land en geeft miljarden uit aan infrastructurele projecten. De aanval van TTP op het Serena Hotel in Quetta, de hoofdstad van de onrustige provincie Balochistan, toont de groeiende operationele kracht van de militante groep, zeggen waarnemers.

    Het was de eerste aanval in Pakistan sinds jaren waarin een met explosieven beladen auto, of wat militaire experts noemen ‘zelfmoordvoertuigen op basis van geïmproviseerde explosieven’ (SVBIED’s), werd gebruikt. Het was ook de eerste aanval van TTP in een grootstedelijk centrum sinds de wederopstanding. ‘Dit toont aan dat TTP het vermogen heeft om SVBIED’s te organiseren en zwaarbewaakte doelen te raken’, aldus Basit.

    Er is wijdverbreide wrok ontstaan bij de inwoners van Balochistan, die vinden dat hun thuisprovincie wordt uitgebuit door de staat

    Daarnaast is de bomaanslag, die vijf mensen doodde en een dozijn anderen verwondde, ook significant omdat hij in Balochistan plaatsvond. Balochistan ligt niet alleen buiten het traditionele gebied van TTP, maar het is ook een uitgestrekte regio die door zijn rijkdom aan hulpbronnen de afgelopen jaren een grotere betekenis heeft gekregen.

    Het is de locatie van een nieuwe haven in de stad Gwadar, een Chinees paradepaardje en onderdeel van de China-Pakistan Economic Corridor (CPEC) die in totaal 65 miljard dollar omvat. Het project, dat voorziet in een haven, een luchthaven, een snelweg en een ziekenhuis, is bedoeld om de Chinese provincie Xinjiang te verbinden met de Arabische Zee.

    Etnische Baloch-separatisten hebben zich al regelmatig gericht tegen de Chinese activiteiten in Balochistan, dat het toneel was van een separatistische opstand waarop brute repressie van de staat volgde, die sinds 2004 duizenden mensen het leven heeft gekost. Zo is er wijdverbreide wrok ontstaan bij de inwoners, die vinden dat hun thuisprovincie wordt uitgebuit door de staat.

    Alliantie

    Volgens waarnemers suggereert de aanval van TTP op het Serena Hotel, waar de Chinese ambassadeur in Pakistan verbleef maar op dat moment niet aanwezig was, dat de groep zich heeft aangesloten bij de lokale strijd tegen Chinese belangen. De sterke toename van het aantal aanvallen op Pakistaanse veiligheidstroepen in Balochistan in de afgelopen maanden wijst ook op een dergelijke alliantie.

    Separatisten in Balochistan, waarvan velen seculier zijn, gingen al eerder in het verleden vormen van samenwerking aan met extremistische islamistische groeperingen, zoals Al-Qaida, de belangrijkste bondgenoot van TTP, maar ook met Islamitische Staat (IS) en Lashkar-e Jhangvi, een sektarische soennitische militante moslimgroepering.

    Er zijn tot 6.500 Pakistaanse militanten in Afghanistan aanwezig, de meesten van hen zijn leden van TTP

    Volgens deskundigen heeft TTP zijn financiële middelen inmiddels aanzienlijk vergroot door afpersing, smokkel en door belastingen te heffen bij de lokale bevolking en bedrijven. Onder de nieuwe leiding is TTP ook in toenemende mate gedecentraliseerd, waarbij gezag is overgedragen aan lokale commandanten. Elke commandant leidt een eenheid die ongeveer 25 tot 30 strijders telt. Voorheen werden slechts enkele commandanten voor bepaalde zones aangesteld.

    Ondertussen is TTP ook actief in Afghanistan: volgens een rapport van de VN dat juli vorig jaar werd gepubliceerd, zijn er tot 6.500 Pakistaanse militanten in Afghanistan aanwezig, de meesten van hen zijn leden van TTP.

    In Pakistan bestaat dan ook de vrees dat in Afghanistan, als een vredesakkoord uitblijft, een burgeroorlog zal uitbreken na de aangekondigde internationale militaire terugtrekking in september. Een dergelijke situatie zou TTP dusdanig kunnen versterken, dat aanvallen op Pakistaans grondgebied kunnen worden opgevoerd.


    Het excuus van Martin Bashir

    Martin Bashir, de voormalige BBC-verslaggever die wordt beschuldigd van het vervalsen van documenten om in 1995 een exclusief interview met prinses Diana te krijgen, legde dit weekeinde verantwoording af in The Sunday Times over de zaak die een schandaal in Groot-Brittannië veroorzaakte en de reputatie van de BBC ernstig heeft aangetast.

    ‘Met zijn reputatie aan stukken’ spreekt Bashir als ‘een gebroken man’, zo is te lezen in het artikel in The Sunday Times waarin met de verslaggever wordt teruggeblikt op zijn interview met prinses Diana in 1995. Aanleiding voor die terugblik is de publicatie van het zogenoemde rapport-Dyson, de conclusie van een onderzoek naar de gang van zaken onder leiding van John Dyson, een voormalig rechter van het Britse Hooggerechtshof. Uit het rapport blijkt dat Bashir valse bankafschriften gebruikte om Charles Spencer, de broer van Diana, ervan te overtuigen dat ze werd bespioneerd. Zo wist Bashir het vertrouwen van de prinses te winnen. Prins William gelooft dat deze valse informatie ‘de angst en eenzaamheid’ aanwakkerde bij zijn moeder, die twee jaar later stierf.

    ‘Het interview met Diana veranderde Bashir van een onbekende in een van de beroemdste journalisten van het land’

    ‘Het spijt me zeer’, zegt Bashir, ‘Ik heb Diana nooit kwaad willen doen.’ Maar hij zegt ook dat hij niet ‘verantwoordelijk kan worden gehouden voor de vele dingen die er in haar leven gaande waren noch voor de complexe kwesties rond allerlei beslissingen’. Volgens hem is de suggestie dat hij daar persoonlijk verantwoordelijk voor ‘onredelijk en oneerlijk’.

    De belangrijkste verdediging van Bashir, zo merkt The Sunday Times op, is dat hij wijst op het feit dat hij bevriend raakte met Diana en dat ze erg blij was met het BBC-interview. De krant citeert echter ook een voormalige collega dat meent dat Bashir de waarheid ‘ongemakkelijk’ vindt.

    ‘Het interview met Diana veranderde Bashir van een onbekende in een van de beroemdste journalisten van het land’, aldus The Sunday Times. Hij ging aan het werk voor ITV en vervolgens voor ABC en NBC in de Verenigde Staten, en keerde in 2016 terug bij de BBC waar hij vorige week ontslag nam. De 58-jarige Bashir zegt te kampen met verschillende gezondheidsproblemen.


    Een nieuwe etalage voor hedendaagse kunst in Parijs

    Parijs heeft een nieuw museum, de Bourse de Commerce, en dat zorgt voor verdere verrijking van het toch al diverse culturele aanbod, schrijft de Spaanse krant El País. Geografisch gezien ligt het museum op een steenworp afstand van het Louvre, en zo dicht bij het Centre Pompidou dat het kleurrijke dak van de instelling door de ramen te zien is.

    De Bourse de Commerce wordt de eerste privé-instelling in de Franse hoofdstad die zich uitsluitend toelegt op hedendaagse kunst uit de collectie van één individu, multimiljonair François Pinault. Deze etalage voor de Pinault-collectie is sinds zaterdag eindelijk open na jaren van voorbereiding, verbouwing naar ontwerp van de Japanse architect Tadao Ando en een uitgestelde inauguratie vanwege de coronapandemie.

    Pinault is oprichter van het Kering-imperium, waarin merken als Yves Saint Laurent, Gucci en Balenciaga zijn ondergebracht

    Pinault, oprichter van het Kering-imperium, waarin merken als Yves Saint Laurent, Gucci en Balenciaga zijn ondergebracht, ziet nu zijn droom in vervulling gaan: zijn immense bezit te kunnen exposeren in de hoofdstad van kunst en luxe, bestaande uit zo’n 10.000 werken van meer dan 380 kunstenaars ‘uit alle continenten en van verschillende generaties’. Pinault gaat zo de concurrentie aan met andere rijke mecenassen, zoals Bernard Arnault met zijn Louis Vuitton Foundation.

    Volgens Pinault, die 84 jaar geleden geboren werd op het platteland van Bretagne, is kunst ‘een school voor nederigheid, want ze leert ons dat we nooit klaar zijn met de schoonheid van de wereld, en dat ons vluchtige leven alles te winnen heeft door de wereld te omarmen in plaats van te domineren.’ Nederigheid is echter niet wat in het oog springt bij deze buitengewone collectie waarvan de waarde door het Franse tijdschrift Challenges wordt geschat op 1,5 miljard euro.

    Ouverture, de eerste tentoonstelling in de Bourse de Commerce, een voormalige graanhal van meer dan 10.000 vierkante meter in het eerste arrondissement van Parijs, toont ongeveer 200 werken van 32 kunstenaars die zijn gekozen door Pinault zelf. De selectie beoogt meer te zijn dan louter een blik op de collectie: het gaat hem om thema’s te tonen die hem na aan het hart liggen en die weerspiegeld worden in zijn acquisities. Zo zijn voor het eerst in Europa alle stukken te zien die hij bezit van de ‘radicale en compromisloze’ Amerikaanse kunstenaar David Hammons.