Onderwerpen: Kunst

  • De visioenen van Leonora Carrington

    De visioenen van Leonora Carrington

    In het Deense Museum Arken is een retrospectief te zien van het surrealistische werk van de Britse schilder Leonora Carrington. In haar schilderijen is het onderscheid tussen mens en dier vaak ver te zoeken.

    ‘Je probeert wanhopig mijn werk te intellectualiseren,’  zegt Leonora Carrington op haar 94ste tegen haar nicht die toevallig ontdekte familielid te zijn van de beroemde kunstenares, ‘and you are waisting your time.’

    In het Deense Museum Arken is een retrospectief te zien van het letterlijk fantastische werk van de van oorsprong Britse Leonora Carrington, die op jonge leeftijd haar Anglo-Ierse milieu verruilde voor de armen van de surrealistische kunst, en die van Max Ernst. Ze woonde eerst in Parijs, maar vertrok noodgedwongen naar Madrid toen de oorlog uitbrak en Ernst werd geïnterneerd. Uiteindelijk kwam ze dankzij zakenman Renato Leduc in Mexico terecht, waar ze de rest van haar leven doorbracht. Haar vader, een textielfabrikant uit Lancashire die haar als twintiger liet opnemen in een psychiatrische inrichting, zag ze nooit meer terug. ‘Ik was veel banger voor mijn vader dan voor Hitler,’ beweerde ze. Door shocktherapie met cardiazol-injecties kreeg Leonora angstaanjagende visioenen die haar innerlijke visuele wereld mede gevormd hebben.

    De meest extravagante wezens komen voorbij in haar werk. Vaak is het onderscheid tussen mens en dier of tussen dier en machine ver te zoeken, maar haar kundige hand trekt de belangstellende moeiteloos het oneindig diepe doek in. Vrouwen – voor wie ze haar talent activistisch inzette in Mexico – moesten niet alleen hun burgerrechten claimen, maar ook hun recht op mysterie en verwantschap met de natuur.

    Leonora Carrington, Museum Arken, Denemarken, te zien tot 15/01/23

  • Veelkleurige protestmars

    Veelkleurige protestmars

    Het werk van de Britse beeldhouwer Hew Locke, die opgroeide in Guyana, is vaak politiek geladen en legt etnische spanningen in de Britse samenleving bloot. In zijn spectaculaire nieuwe werk The Procession delen honderd figuren een complex verleden.

    Met wapperende spandoeken en roffelende trommels meandert een krioelende optocht van mannen, vrouwen en kinderen door het hart van Tate Britain. De spektakel-parade (The Procession) van Hew Locke in het Londense museum wordt bevolkt door soldaten, vluchtelingen en vissers, monteurs in overalls en dandy’s in smoking. Alles komt voorbij, iedereen ziet er anders uit, maar in deze ‘stroom van menselijkheid’, schrijft The Guardian, is iedereen gelijk. Wat hen met elkaar verbindt, is een politieke geschiedenis, iets waar Locke al zijn hele carrière mee bezig is. Bijna altijd bevatten zijn complexe, tot in detail bedachte en uitgewerkte sculpturen en installaties de sporen van koloniale onderdrukking.

    Hew Locke mengt schoonheid met beelden die juist ongemak opwekken; het maakt zijn werk sprookjesachtig mooi, maar tegelijkertijd vreemd, griezelig en surrealistisch

    De 62-jarige Guyanees-Britse kunstenaar had niet eerder zo grootschalig gewerkt. Aanvankelijk zou hij zestig aangeklede poppen aan het museum leveren, maar het werden er honderd, levensgroot.  

    c Tate Photography Joe Humprhys 16
    The Procession van Hew Locke in Tate Britain, Londen. – © Tate Photography/Joe Humphrys

    De spectaculaire figuren in de parade zijn gemaakt van onder meer gips, karton en papier-maché. Sommige gaan gekleed in schooluniformen en legeroverjassen, andere hebben buitenissige kostuums aan, gemaakt uit een internationale lappendeken van batik, tartan, sari-zijde, oude borduursels en moderne kunststoffen. Er zijn paarden met veelkleurige dekens en maskers in allerlei vormen. En op de spandoeken staan afbeeldingen die verwijzen naar onderdrukking en ongelijkheid. 

    Henry Tate

    De jongen aan het begin van de optocht slaat op een ouderwetse trommel, waarvan de huid is gemaakt van een obligatie van de Russische General Oil Corporation, een eeuw geleden gedrukt maar controversiëler dan ooit. Achteraan worden we herinnerd aan tot slaaf gemaakte mensen op de suikerrietplantages. Een niet onbelangrijk detail is dat kunstverzamelaar Henry Tate, de oprichter van het museum, zelf zijn fortuin heeft gemaakt met de verkoop van suiker.

    c Tate Photography Joe Humprhys
    The Procession van Hew Locke in Tate Britain, Londen. – © Tate Photography/Joe Humphrys

    Halverwege staat een spookachtige begrafenisstoet, waarin twee slaven op palen het dodenmasker van een Engelse generaal dragen, vergezeld van kleine figuren in zwarte crinolines, hoepelrokken waarop nog net de bleke wangen van koningin Victoria zichtbaar zijn. Het lijkt alsof de stoet beweegt. 

    Locke mengt schoonheid met beelden die juist ongemak opwekken. Het maakt zijn werk sprookjesachtig mooi, maar tegelijkertijd vreemd, griezelig en surrealistisch. Door de subtiele verschuiving van kleur verandert Locke de gemoedstoestand in de parade, die er op het eerste gezicht nogal vrolijk uitziet. De figuren achteraan lijken echter door stofwolken te zijn gelopen of gevlucht te zijn voor overstromingen. Hun kleren dragen de sporen van de beproevingen waaraan de miljoenen vluchtelingen heden ten dage worden blootgesteld. De mars wordt daar een protest, een massamigratie. Iedereen probeert ergens te komen of ergens van weg te gaan. 3b72dc22 aa01 48d7 a227 f44b292112cc

    Hew Locke TB Commission 47
    The Procession van Hew Locke in Tate Britain, Londen. – © Tate Photography/Joe Humphrys

    Hew Locke werd in 1959 geboren in Edinburgh. Hij woonde van 1966 tot 1980 in Georgetown (Guyana). Sindsdien woont en werkt hij in Cornwall en Londen.

    c Tate Photography Matt Greenwood
  • Door droogte duikt ‘Spaanse Stonehenge’ weer op

    Door droogte duikt ‘Spaanse Stonehenge’ weer op

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Studie onthult opvallende verschillen tussen hersenen van moderne mens en neanderthaler

    » Elon Musk: ‘SpaceX bespreekt iPhone-satellietdiensten voor Apple’

    Droogte maakt onder water gezette monumenten weer zichtbaar

    Als het skelet van een uitgestorven zeemonster is de Dolmen van Guadalperal opgedoken uit de bodem van het stuwmeer van Valdecañas in West-Spanje, waar door de aanhoudende droogte in Europa het waterpeil sterk is gedaald, meldt The New York Times. De overblijfselen van deze graven uit de bronstijd, bijgenaamd het Spaanse Stonehenge, zijn nu voor de vijfde keer volledig blootgelegd sinds het gebied in 1963 opzettelijk onder water werd gezet als onderdeel van een plattelandsontwikkelingsproject.

    Dolmens, ook wel hunebedden genoemd, waren graftombes met één kamer die vaak werden gebruikt voor religieuze ceremonies en nauwkeurige waarnemingen van de zon. De onlangs in Spanje opgedoken dolmen dateert uit het vierde of vijfde millennium voor Christus en is daarmee zo’n tweeduizend jaar ouder dan zijn Keltische neef op de Salisbury-vlakte in Engeland.

    Lees ook:

  • Noorse ‘Bibliotheek van de Toekomst’ bewaart publicaties honderd jaar lang

    Noorse ‘Bibliotheek van de Toekomst’ bewaart publicaties honderd jaar lang

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van deze week:

    » Bibliotheken Oklahoma verboden om informatie over abortus te verstrekken

    » Aanhoudende droogte leidt tot uitzonderlijk slechte oogsten in Italië

    Schrijvers van over de hele wereld nemen deel aan het project

    Onlangs kwamen ruim tweehonderd mensen bijeen voor een bijzondere ceremonie in een bos met duizend sparren ten noorden van Oslo. Dat bos is in 2014 aangeplant door de Schotse kunstenaar Katie Paterson. De boompjes zijn nu nog maar een meter hoog, maar in 2114 zijn ze groot genoeg om het papier te leveren voor een speciale collectie boeken: enkele van ’s werelds meest gerenommeerde auteurs hebben namelijk bij de Bibliotheek van de Toekomst in Oslo manuscripten ingeleverd die pas over een eeuw zullen worden gedrukt, met papier dat van de sparren komt, meldt BBC.

    De ceremonie in het bos voor deze Bibliotheek van de Toekomst – een honderdjarig kunstproject dat door Paterson is bedacht om onze ideeën over tijd te verruimen en het besef van onze verplichtingen aan het nageslacht te vergroten – vindt sinds 2014 elk jaar plaats. De kunstenaar nodigt jaarlijks samen met een kleine groep mensen een prominente schrijver uit om een manuscript te leveren. Die opdrachten lopen door tot 2113, waarna de boeken allemaal zullen worden gepubliceerd.

    Tot aan de publicatie worden de manuscripten honderd jaar lang bewaard in de grootste openbare bibliotheek van Oslo

    Margaret Atwood was de eerste auteur die een verhaal inleverde, met de titel Scribbler Moon; daarna ontving de Bibliotheek van de Toekomst inzendingen vanuit de hele wereld, van de Engelse romanschrijver David Mitchell en de IJslandse dichter Sjón tot de Turkse Elif Shafak, Han Kang uit Zuid-Korea en de Vietnamees-Amerikaanse dichteres Ocean Vuong. Dit jaar kwamen de Zimbabwaanse auteur Tsitsi Dangarembga en de Noorse schrijver Karl Ove Knausgård naar het bos om hun verhaal te overhandigen. De auteurs mogen niets over de inhoud van hun werk onthullen, maar alleen de titel prijsgeven: dat van Dangarembga heet Narini en haar ezel (narini is Zimbabwaans voor ‘oneindigheid’); dat van Knausgaard heet Blind boek.

    Tot aan de publicatie worden de manuscripten honderd jaar lang bewaard in de grootste openbare bibliotheek van Oslo, in afgesloten glazen laden in een kleine houten opslag die ‘De stille kamer’ wordt genoemd.

    Lees ook:

  • Ontwerpers grijpen terug naar agitprop

    Ontwerpers grijpen terug naar agitprop

    Politieke affiches die vooral in het Verenigd Koninkrijk na de Tweede Wereldoorlog baanbrekend waren, worden door ontwerpers opnieuw gebruikt om inspiratie uit te putten. Ze gaan terug naar het straatactivisme, recht-voor-zijn-raap, fel en kleurig.

    Maatschappelijke en politieke bewegingen hebben vaak baanbrekend grafisch ontwerp voortgebracht. Van de overvloed aan propaganda-affiches tijdens de Tweede Wereldoorlog tot het telkens hergebruikte portret van Che Guevara en de uiterst effectieve aids-poster Silence = Death uit de jaren tachtig: een goed ontworpen affiche kan invloed uitoefenen, verandering brengen en inspireren.

    Maar nu de wereld meer dan ooit in het onlinedomein verkeert, is het de vraag hoe relevant een medium nog is dat altijd bij uitstek zichtbaar was op straat. Sinds de snelle commercialisering en commodificering van de ontwerpkunst worden nu vaak gedachteloos dezelfde beelden en stijlen gereproduceerd, en daarmee is de kans op een radicale en innovatieve aanpak afgenomen. Maar via collectieven als Labour Party Graphic Designers en Autonomous Design Group zijn ontwerpers bezig uit dat stramien los te breken, nieuwe esthetische wegen te zoeken en het radicale affiche nieuw leven in te blazen. 

    Labour Party Graphic Designers (LPGD) is een onafhankelijk ontwerperscollectief dat zich sterk maakt voor een Labour-regering

    Labour Party Graphic Designers (LPGD) is een onafhankelijk ontwerperscollectief dat zich sterk maakt voor een Labour-regering. Het collectief is in 2018 opgericht door freelance ontwerper Kevin Kennedy-Ryan en was aanvankelijk bedoeld om linkse ontwerpers bij politieke discussies te betrekken en de partij een praktische manier van communiceren te bieden. Kevin benadrukt dat LPGD ‘onofficieel’ gelieerd is met de Labour Party. Hij weet nog goed hoe de partij vlak na de oprichting van het collectief (dat toen voornamelijk vanuit zijn flatje opereerde) contact met hem legde. ‘De eerste boodschap die we ooit van de partij kregen was: “Hé, cool project. Kun je wel een disclaimer toevoegen dat jullie niet met ons verbonden zijn?”’ Sana Iqbal, freelance strategisch ontwerper en pas later lid geworden van LPGD, heeft onlangs met de afdeling Lewisham van de Labour Party samengewerkt. Daarvoor werd ze benaderd via ‘een berichtje in mijn direct mails’ zegt ze. ‘Ik werk meestal alleen en het was fijn om met een collectief te werken en meer mensen te leren kennen met dezelfde politieke ideeën en ontwerpinteresses.’

    1935.6 SqCQOd7.format webp.width 1440 Ab5C19JT6jJNCggh
    Verkiezingsposter van onbekende ontwerper, 1935. – © The Labour Party

    Archiefnerd

    De designgeschiedenis van Labour is een van de belangrijkste inspiratiebronnen voor het collectief en in hun werk proberen ze vaak de levendigheid, kracht en invloed van de vroegere Partij-ontwerpen te hervinden. Volgens Kevin, die zichzelf een ‘archiefnerd’ noemt, zijn vooral de jaren dertig tot het eind van de jaren zestig van de vorige eeuw een bepalende periode geweest voor het linksgeoriënteerde design. Hij vertelt over zijn liefde voor de sterk typografische affiches in boekdruk en houtsnede uit de jaren dertig, maar ziet ook de jaren vlak na de oorlog als een bepalende periode, ‘toen de partij terugkeerde naar de ideeën van het millennianisme, wedergeboorte en de opbouw van een beter land’. 

    Sana zag bij een recent en verhelderend bezoek met LPGD aan het People’s History Museum in Manchester hoeveel geld en aandacht Labour vroeger voor grafisch ontwerp over had. De tentoongestelde voorbeelden, met hun emblemen, goudfolie, illustraties en kalligrafie, stonden voor een veel grotere boodschap. ‘Het was bijna een manier om tegen de kijker te zeggen: “Wij vinden jou zo belangrijk, dat we je niet zomaar een stukje plastic geven, we geven je iets dat zo prachtig is dat je het wilt hebben en bewaren,”’ vertelt ze een beetje weemoedig.

    Dus wanneer is het misgegaan? Kevin: ‘Tussen eind jaren tachtig en eind jaren negentig werd communicatie veel meer ”verfijnd”. New Labour deed dat uitzonderlijk goed en zo kreeg de partij waarschijnlijk voor het eerst zeer strikte merkrichtlijnen opgelegd.’ Volgens Sana is als gevolg van deze vercommercialisering ‘de centrale functie van het design zijn fundament kwijtgeraakt en nu is het naar mijn idee net een reusachtig verkoopapparaat, en daar heb ik gewoon niets mee’. Het is deze aanpak waartegen LPGD iets probeert te doen: het vluchtige wegwerpkarakter van onverschillig politiek design.

    Het collectief geeft om de paar maanden een ‘artpack’ uit met daarin een aantal door verschillende ontwerpers gemaakte affiches

    Het collectief geeft om de paar maanden een ‘artpack’ uit met daarin een aantal door verschillende ontwerpers gemaakte affiches. Deze pakketten stellen altijd een actueel thema aan de orde, zoals de vierdaagse werkweek, de privatisering van de National Health Service, het belang van vakbonden en de klimaatcrisis. Hiervoor creëert de groep visuele elementen waaraan evenveel zorg en aandacht zijn besteed als aan de affiches uit het verleden, met de bedoeling iets te maken wat ‘mooi’ is. Sana: ‘Van oudsher bestond de opvatting dat kunst aan alle mensen toebehoort en dat die “beautification” iets is waarnaar we allemaal moeten streven: het idee dat het leven voor mensen uit de arbeidersklasse mooier moet zijn. En dat is wat LPDG probeert te doen: dingen maken waarvan mensen denken: “Dit is zo mooi, dat wil ik in mijn huis.”’

    628b3f28e461d3b1878b8b5c Simon Pates

    Een van de middelen waarmee LPDG deze ‘beautification’ wil bereiken is door afstand te doen van de archetypische kleurkeuzes. Sana: ‘De functie van kleuren is met de tijd echt veranderd. “Conservatief blauw” en “Labour rood” gaven ooit echt onderscheid aan. Maar nu vervaagt dat onderscheid.’ Het verlangen om niet door kleur te worden beperkt wordt duidelijk als je naar de vele artpacks van LPDG kijkt. In zijn affiche voor het artpack Public Spaces gebruikte Keir Barnett paarse, roze, gele en oranje tinten om een opvallend, in het licht van een zonsondergang badend berglandschap te creëren. Talitha Cargil gaf haar affiche – in het artpack over de privatisering van de NHS – een zuurstokroze achtergrond met pastelkleurige typografie. Dat uiterst zoete beeld vormt een scherp contrast met de serieuze boodschap van het affiche.

    Helderheid en directheid

    Nog een aspect van het historische Labour-design dat LPDG probeert terug te brengen is het gevoel van helderheid en directheid. ‘Hoe verder je teruggaat, hoe meer visuele eenvoud je ziet,’ zegt Kevin. ‘De boodschap is heel effectief, met name wanneer die goed samengaat met de visuele kant.’ Kijkend naar het werk van LPDG noemen Kevin en Sana het affiche van Toby Forster uit het New Green Deal-artpack als een voorbeeld van een ontwerp dat het potentieel van een simpel beeld bewijst. Met een figuur die op een windturbine in aanbouw staat, is het affiche een volmaakt voorbeeld van het adagium ‘show, don’t tell’.

    ‘Wij proberen te bereiken dat meer mensen voor hun eigen groep en hun eigen actie ontwerpen kunnen maken’

    De Autonomous Design Group is een anoniem ontwerperscollectief, opgericht door een groep individuele ontwerpers die voornamelijk voor linkse activistische organisaties werken. Verreweg de meeste groepsleden, die affiches ontwerpen over actuele maatschappelijke en politieke kwesties zoals huisvesting, vakbonden en de politie, hebben het vak in de praktijk geleerd: maar twee leden hebben een academische kunstopleiding gevolgd. Belangrijke motivatie voor dit collectief is dat iedereen toegang tot design zou moeten hebben, zodat het medium in feite wordt ‘gedemocratiseerd’; leden van de groep organiseren en leiden vaak workshops voor organisaties als People and Planet, The World Transformed en de huurdersbond Acorn. ‘Wij proberen te bereiken dat meer mensen voor hun eigen groep en hun eigen actie ontwerpen kunnen maken.’

    Nog een kerndoel van ADG is om de ontwerpen van de groep op straat te krijgen: ‘Wij ontwerpen niet alleen om het ontwerpen, of om ons werk in een galerie te laten zien. We willen het als instrument inzetten en daarvoor gebruiken we de straat.’ Voor deze manier van werken heeft ADG zich vooral laten inspireren door Atelier Populaire. Dit was een groep radicale studenten die in het Parijs van 1968 demonstraties organiseerde en affiches maakte ter ondersteuning van de arbeidersstakingen. Door de affiches gratis te verspreiden en een kleurige, opvallende, maar simpele zeefdrukstijl te hanteren, gebruikte de groep de straat als megafoon. ADG is ook beïnvloed door de Cubaanse politieke organisatie OSPAAAL (Organización de Solidaridad con los Pueblos de Asia, Europa, África y América Latina), die vooral bekend is uit de jaren zestig, en door See Red Women’s Workshop, een feministische zeefdrukstudio die in de jaren zeventig tegen de kleinerende behandeling van vrouwen protesteerde. Wat al deze bewegingen verbindt is het ‘idee van collectief ontwerpen’, volgens ADG. De groep kan zo twee van de belangrijkste redenen opnoemen waarom er in het Verenigd Koninkrijk nu zo weinig van dit type bewegingen zijn: de voortdurende afbraak van de verzorgingsstaat en van het recht op kraken.

    628684dc3d12e7bebdde79c5 Untitled 26

    Dit verlangen om de verloren gegane waarden van het zichtbare straatactivisme een nieuw bestaan en nieuwe kracht te geven drijft het werk van ADG. En misschien is de belangrijke esthetische invloed die ADG ondergaat van groepen als Atelier Populaire, OSPAAAL en See Red Woman’s Workshop wel hun neiging om affiches te maken die recht-voor-zijn-raap, fel en kleurig zijn. ‘Omdat ons echte doel is om kunst te maken die gewone mensen op straat kunnen zien.’ Dit betekent dat er ook designbewegingen in het verleden zijn die ADG esthetisch gezien verwerpt, met name het werk van de anarchisten uit de jaren negentig. Het collectief vindt dat veel van die ontwerpen door het overheersende gebruik van rood en zwart ‘angstaanjagend’ overkomen, waardoor de politieke en maatschappelijke boodschap die de makers proberen over te brengen, ‘intimiderend’ kan overkomen. ‘Die ideeën zouden niet supereng moeten zijn, of alleen gericht op een bepaald subgroepje in de samenleving. Door je eigen esthetiek te bederven, schiet je jezelf in de voet.’

    Rent Strike-posters

    Een briljant voorbeeld van de kleurige en betrokken benadering van ADG is te vinden in de door het collectief zelf geïnitieerde Rent Strike-posters, waarvan vele tijdens de pandemie werden ontworpen, toen al langer bestaande huisvestingsproblemen en ongelijkheden extra duidelijk naar voren kwamen. Een ervan – The Rent is too Damn High. RENT Strike – is een collage in de sfeer van de Franse affiches uit de jaren zestig: een brutalistisch flatgebouw, bijna verscholen achter weelderige palmbomen, met daaronder de slogan in een retro-lettertype. Op een ander opvallend exemplaar – Landlords Need Us, We Don’t Need Landlords – breekt zo’n brutalistisch gebouw door de diepblauwe achtergrond heen, terwijl de barsten zijn versierd met roze bloesems. Beide posters vertonen schoonheid en een zichtbaar optimisme en geven zo hoop op de mogelijkheid van een betere toekomst. Het is het zeldzame type politiek affiche, zowel anekdotisch als visueel, dat je in je slaapkamer zou willen hangen.

    ‘Met een klein beetje tekst laten we zien hoe ze daadwerkelijk bij de beweging betrokken kunnen raken’

    Met dit soort opvallende en unieke ontwerpen hoopt het collectief mensen aan te trekken. ‘Met een klein beetje tekst laten we zien hoe ze daadwerkelijk bij de beweging betrokken kunnen raken.’ Daarom zijn naast de beeldkeuze ook de tekst en formulering voor het collectief van groot belang. Net als LPGD streeft ADG naar eenvoud, toegankelijkheid en samenhang. ‘Links heeft een veel te grote neiging naar onnodig wollige taal. Maar die is niet bevorderlijk om een idee toegankelijk over te brengen.’ Daarom discussieert de groep vaak uitgebreid over de ‘exacte’ formulering van een slogan, de hoeveelheid tekst en hoe zichtbaar die moet zijn. Daarbij wordt altijd één belangrijke vraag gesteld: ‘Als mensen hierlangs lopen, zien ze het dan en, belangrijker: begrijpen ze het?’

    628b3df8a5a4f75d3a2305b7 Peter Brawne2

    Het is duidelijk dat de twee collectieven bepaalde kernaspecten van hun ontwerpen, hun aanpak en hun ethische opvattingen gemeen hebben. Beide zien ontwerpersbewegingen uit de twintigste eeuw als krachtiger en overtuigender, terwijl een verenigde, radicale ontwerpcultuur in hun ogen momenteel ontbreekt. Ze vinden het belangrijk om levendigheid, kleur en visuele herkenbaarheid in hun affiches terug te brengen en dat onderscheidt hen van de saaie monotonie waaronder het huidige politieke design lijdt. Ten slotte willen ze afstand nemen van al te grote gecompliceerdheid en zich juist op eenvoud en toegankelijkheid richten. Daarom zijn hun affiches niet alleen esthetische objecten, maar ook een middel om een duidelijke en inzichtelijke boodschap af te geven. Bij de discussie over de toekomst van hun projecten zijn LPDG en ADG tot dezelfde conclusie gekomen, namelijk dat ze meer middelen moeten verwerven en op zoek moeten gaan naar creatieve samenwerkingsverbanden tussen individu en collectief. Met deze aanpak kunnen de affiches van nu weer even vooruitziend, tijdloos en overtuigend worden als die uit het verleden.

  • Worden de Verenigde Arabische Emiraten na vijftig jaar een mondiale soft power?

    Worden de Verenigde Arabische Emiraten na vijftig jaar een mondiale soft power?

    Het doel van Expo 2020, het mega-evenement dat onlangs de deuren weer sloot in Dubai, was om bij ‘de groten’ te gaan horen. Deze journalist toont zich enthousiast over het resultaat.

    Expo 2020 bood baanbrekende innovaties, onderzocht de grootste uitdagingen waarvoor de mensheid zich geplaatst ziet en vermaakte zijn bezoekers met meer dan zestig live-evenementen per dag. De expositie bood landen de gelegenheid hun cultuur, keukens, kunst en reismogelijkheden te tonen. Ze had ten doel mensen te inspireren, te boeien, te vermaken en samen te brengen in het grootste publieksevenement sinds het uitbreken van de covid-19-pandemie. Expo 2020 gaf de wereld het teken dat het ergste definitief achter de rug is. Het was een baken van hoop.

    Expo 2020 was echter niet alleen ’s werelds grootste voorstelling; het toonde en bekrachtigde ook de rol van de VAE als mondiale soft power.

    De afgelopen jaren hebben de VAE een strategische koerswijziging in hun buitenlands beleid doorgevoerd. Die heeft zich snel vertaald in meer soft power. Er is geen beter voorbeeld dan Expo 2020. Expo 2020, die naties verbindt en bruggen bouwt door innovatie en inspiratie, is het toonbeeld van soft power – een model dat aanspreekt en aantrekt; een symbool van alles waar de VAE voor staan.

    Waar anderen muziek, lokale kookkunst en soapseries exporteren, exporteren de VAE ideeën, innovaties en best practices

    Internationale betrekkingen hebben ons – met dank aan de Amerikaanse politicoloog Joseph Nye – geleerd dat landen soft power gebruiken om anderen over te halen te doen wat zij willen, zonder geweld of dwang, en om hun standpunten en voorkeuren op lange termijn vorm te geven. Zo hebben de VS – succesvolle voorvechters van soft power – deze uitgeoefend via hun commerciële bedrijven, universiteiten, Hollywood, cultuur en waarden.

    Voor een land als de VAE, door analisten vaak een opkomende regionale macht of Klein Sparta genoemd, gaat de term soft power nog iets verder. Decennialang was internationale buitenlandse hulp de belangrijkste soft power-beleidsstrategie, maar vandaag de dag zijn er diverse andere, even belangrijke instrumenten. De VAE zijn al lang een toeristisch en commercieel knooppunt, en tevens de thuishaven van internationale merken als Emirates Airlines en de Jumeirah-groep. Nu heeft het land zich ook ontpopt als een leider in technologie, wetenschap en start-ups. Waar anderen muziek, lokale kookkunst en soapseries exporteren, exporteren de VAE ideeën, innovaties en best practices.

    Verenigde Arabische Emiraten

    MO kaartje NL

    Oppervlakte: 82.880 km² (≈ Oostenrijk) 

    Bevolking: 9,8 miljoen, waarvan een derde in Abu Dhabi woont en een derde in Dubai. Slechts 10,5 procent van de bevolking zijn Emiratis, lokale Arabieren. De economie van de Verenigde Arabische Emiraten (of de VAE ) is de op drie na grootste in het Midden-Oosten (na Turkije, Saoedi-Arabië en Iran), met een bbp van 421 miljard dollar in 2020.

    Belangrijkste handel wordt gedreven met: India, Japan, China 
    Voornaamste leveranciers: China, India en de Verenigde Staten. 

    Op de HDI-ranglijst, de index van menselijke ontwikkeling, staat de VAE op nummer 31 van de 189 landen

    Vijftigste verjaardag

    Als jonge natie aan de vooravond van haar vijftigste verjaardag, is het de VAE gelukt een belangrijke mondiale soft power te worden. Volgens de 12e Arab Youth Survey zijn de VAE voor Arabische jongeren al negen jaar op rij het favoriete land om te wonen – meer nog dan de VS en Canada. Het land heeft zich bovendien ontwikkeld tot modelland voor expats van alle leeftijden en nationaliteiten, die ervoor kiezen hier te werken of gewoon te wonen. Het heeft zijn verblijfswetten en -programma’s gemoderniseerd en is een internationale campagne begonnen om buitenlands talent aan te trekken, zoals artsen, ingenieurs, studenten, kunstenaars en wetenschappers, samen met hun gezinnen. Het voert een langetermijnvisie uit om van de VAE een welvarend en gastvrij tehuis voor zijn inwoners te maken.

    World Wealth Report schat dat meer dan 35.000 vermogende particulieren tussen 2000 en 2020 naar de VAE zijn verhuisd

    De VAE blijven ook een van de favoriete bestemmingen voor migrerende vermogende particulieren, terwijl velen tijdens de pandemie een uittocht hadden verwacht. Het laatste World Wealth Report schat dat meer dan 35.000 vermogende particulieren tussen 2000 en 2020 naar de VAE zijn verhuisd. Veel van deze mensen zijn afkomstig uit India, het Midden-Oosten en Afrika.

    De wereld in een stad

    Expo 2020 is de wereld in een stad – ze laat zien hoe de VAE hun soft power vormgeven door middel van allianties, partnerschappen en creativiteit. Expo 2020 neemt een centrale plaats in bij het oplossen van de grootste wereldproblemen op het gebied van klimaatverandering, energie en duurzame ontwikkeling. Ze belichaamt de kernwaarden van de VAE: tolerantie en co-existentie. Expo 2020 toont talloze technologische ontwikkelingen en levensveranderende innovaties. Aan bod komen de toekomst van de luchtvaart, uitdagingen in de gezondheidszorg, de inzet van kunstmatige intelligentie ten dienste van de mensheid, en er komt een paviljoen geïnspireerd door de grote Stephen Hawking.

    Het evenement is gegrondvest op de visie van een betere wereld door verbinding en door het bouwen aan een toekomst. En dat is dan weer, in een notendop, waar het om draait in de dynamische kijk van de VAE op soft power.

    Disclaimer: De meningen van de auteurs in deze rubriek zijn uitsluitend de hunne en geven niet noodzakelijkerwijs het standpunt van Arab News weer.

  • NFT’s hebben de kunsthandel met astronomische verkoopcijfers op z’n kop gezet

    NFT’s hebben de kunsthandel met astronomische verkoopcijfers op z’n kop gezet

    Tot voor kort was digitale kunst een niche waar weinig geld in omging. Maar de opkomst van NFT’s, oftewel digitale eigendomscertificaten, heeft tot speculatie en astronomische bedragen geleid. ‘De kunsthandel is radicaal veranderd door techspeculanten.’

    Hebt u weleens gehoord van ene Mike Winkelmann, alias Beeple? Tot een jaar geleden was hij een relatief onbekende grafisch ontwerper en animatiekunstenaar uit de Verenigde Staten. In maart 2021 veranderde hij ineens in de op twee na populairste levende kunstenaar ter wereld – na de Britten David Hockney en Damien Hirst – toen het veilinghuis Christie’s zijn werk Everydays: The First 5000 Days verkocht voor 69,5 miljoen dollar (62,3 miljoen euro). Het gaat niet om een doek of beeldhouwwerk. Je kunt het niet aanraken. Het is een mozaïek bestaande uit vijfduizend plaatjes en video’s die Beeple dag na dag in zijn social media plaatst en dat hij heeft gecodificeerd als een uniek digitaal bestand. 

    Welkom in het universum van de NFT’s, dat voor een omwenteling in de kunsthandel heeft gezorgd. 2021 kan in de bewuste drie letters worden samengevat. Zelfs het Collins-woordenboek koos NFT (non fungible token) als woord van het jaar: ‘Een digitaal certificaat dat dient om het eigendom van een afbeelding te registreren als kunstwerk of verzamelobject.’ Op zich is een NFT niets materieels: het is alleen een gesloten link, een via blockchaintechnologie versleuteld bestand, waardoor je bent verzekerd van een bepaald eigendom, of het nu gaat om een tweet, een meme, een liedje of een artikel… In één jaar tijd heeft dit technologische gereedschap de kunstwereld met astronomische verkoopcijfers op z’n kop gezet. 

    Beeple 1536x1536 1
    Uit Everydays: The First 5000 Days

    Nieuw veilingrecord

    Zeven maanden na de aftrap bij Christie’s was Beeple goed voor een nieuw veilingrecord: 28,9 dollar voor Human One, een eenzame astronaut die almaar, dag en nacht, bij zon en bij regen (de omgeving verandert al naargelang de tijd en de plaats waar het werk wordt geïnstalleerd) door postapocalyptische landschappen struint. Het werk kan dienen als een vingerwijzing voor de weg die NFT-kunst zal gaan: ook die zal echt worden. Beeple presenteerde zijn videosculptuur in twee formats, het ene zuiver digitaal, het andere als fysiek object: een soort cabine waarin de astronaut rondloopt op een paar langzaam draaiende LED-schermen. Hij had maar twee veilingen nodig om 2021 af te sluiten met 100 miljoen dollar. 

    ‘Fantastisch, nu kunnen dus ook kunstenaars veranderen in kleine kapitalistische idioten’

    ‘Fantastisch, nu kunnen dus ook kunstenaars veranderen in kleine kapitalistische idioten.’ Aldus Brian Eno, die meer dan veertig jaar de grenzen van de muziek en de kunst heeft opgerekt door te experimenteren met digitale omgevingen en het componeren van uiterst avant-gardistische stukken. Nog radicaler laat David Hockney zich erover uit: ‘Internationale dieven en oplichters,’ liet hij zich met z’n 83 jaar ontvallen in een podcast. Hockney, de koning van de meest verfijnde popart, een van de eerste klassieke schilders die met zijn iPad overging op digitaal tekenen, kwalificeerde de NFT-kunstwerken als ‘belachelijk kinderachtig’. Damien Hirst daarentegen, die het best heeft weten te profiteren van marketing als artistieke handeling, sloot zich snel bij de NFT-golf aan en lanceerde zijn eigen collectie van 10.000 pixels of kleurenpuntjes (gebaseerd op een van zijn werken uit 2016). 

    Vijandige en sceptische tongen waarschuwen voor een speculatieve zeepbel terwijl enthousiaste technologen gewagen van een digitale revolutie zonder weerga. Filosofen als Gilles Lipovetsky en Zygmunt Bauman predikten een vloeibare moderniteit; inmiddels zijn we beland in het tijdperk van de niet-dingen, zoals de modieuze denker Byung-Chul Han het zegt. En de NFT’s manifesteren zich als de apotheose van de vloeibaarheid en de niet-dingen

    Duizelingwekkende cijfers

    Hoewel het moeilijk is om aan officiële cijfers te komen en de bedragen variëren al naar gelang het adviesbureau, bedroeg de wereldwijde NFT-omzet het afgelopen jaar rond de 20 miljoen euro, aldus het in blockchain gespecialiseerde bedrijf DappRadar. In het meest recente onderzoek van het verzekeringsbedrijf Hiscox wordt geschat dat de onlinekunstmarkt vergeleken met 2019 zo’n 280 procent is gestegen dankzij de NFT-omzet, die meer dan 3 miljard euro bedroeg. 

    De VIP-apenkoorts

    Neymar Jr. heeft zijn profielfoto op Twitter verruild voor die van een aap. 

    De populaire presentator Jimmy Fallon en de rapper Eminem hebben hem ook: hun kostte hij respectievelijk 220.000 en 462.000 dollar; omdat Neymar later kwam moest hij 1,1 miljoen dollar neertellen voor twee apen. Steeds meer acteurs, zangers en basketbalvedettes hebben hun eigen verveelde aap: ze zijn een statussymbool en maken dat je ‘cool’ overkomt, maar ze geven daarnaast toegang tot de meest exclusieve, virtuele én echte, privéfeesten. De serie ‘Bored Ape Yacht Club’, uit de Yuga Labs-studio, begon als een beperkte editie van 10.000 apen, in feite een soort luxe plaatjes (een ervan bracht 3,4 miljoen op bij Sotheby’s). Adidas kleed ze aan, voor een miljoenenakkoord.

    Is er sprake van speculatie? ‘Zeker.’ Gaat het om een revolutie? ‘Ook.’ ‘De NFT-speculatieboom is nauw verbonden met de pandemie. Historisch vallen tijden van crisis samen met wilde speculatieve transacties,’ stelt Daniel Canogar (Madrid, 1964), een van de pioniers op het gebied van digitale kunst in Spanje. Canogar is allesbehalve een fan van NFT’s en hij stopte zijn kritiek in een digitaal kunstwerk, Shred, dat via een algoritme in real time de NFT-werken die online te koop waren uit elkaar haalde. Hij stelde het kunstwerk afgelopen jaar op de kunstbeurs ARCO tentoon en het ‘baarde veel opzien bij pers en kritiek, maar deed qua verkoop niets’. Tot zijn galerie in New York hem overhaalde het te verkopen als NFT (het bestand wordt versleuteld via blockchaintechnologie). Toen was het wel degelijk in recordtijd uitverkocht. Een NFT-werk dat NFT’s bekritiseert? Cryptoverzamelaars lusten er wel pap van.

    ‘NFT is en blijft technologie en is goed noch slecht. In feite profileert NFT zich als de toekomst van de niet-tactiele media, als de manier om een digitaal werk te waarborgen. Maar toch… inhoudelijk stelt het heel weinig voor en heeft het meer te maken met grafisch ontwerp en emoji’s, instant-esthetiek en videospelletjes… Misschien is dat de tijdgeest. Maar ik mis makers die het gereedschap bewuster gebruiken, ik zou graag complexere werken zien,’ constateert Canogar, die al zeker vijftien jaar werkt aan een even doordacht als poëtisch oeuvre door de mogelijkheden van de technologie te verkennen en dieper door te dringen in de dematerialisatie van de kunst en de moderne tijd.

    Voor de Madrileense kunstenaar ‘heeft het fenomeen NFT niets te maken met de wereld van de kunst maar met cryptomunten’. ‘Het doet me een pervers genoegen als ik zie hoe radicaal de kunsthandel op z’n kop is gezet door de techspeculanten. Zo’n schok kán goede dingen teweegbrengen: minder elitisme, meer verantwoordelijkheid van de kunstenaars voor hun eigen werk,’ geeft Canogar toe.

    chayka boredapeclub
    Een eigen verveelde aap als profielfoto is inmiddels statussymbool.

    Paradigmawissel

    Om de paradigmawissel in het profiel van de verzamelaar te begrijpen is het miljoenenbod op The First 5000 Days verhelderend. De voornaamste bieder was de Chinese multimiljonair Justin Sun (31 jaar), CEO bij Bit Torrent en oprichter van het cryptomuntenplatform Tron. Maar een zekere MetaKovan ging op het laatste moment over zijn bod heen en bemachtigde de toen al historische Beeple. Achter het pseudoniem MetaKovan zit de impresario Vignesh Sundaresan (32 jaar), de ontwerper van de geldautomaten voor bitcoins. Voor hij miljonair werd in Singapore was Sundaresan een immigrant die India verliet zonder een cent op zak. ‘Cryptomunten vormen een nivellerende kracht tussen het Westen en de rest, het hele Zuiden komt in opstand,’ verklaarde hij bij die gelegenheid. 

    ‘Mijn leven is er drastisch door veranderd. Eerst kon ik niet van mijn werk rondkomen en nu ben ik miljonair’

    Enfin, binnen een paar weken nam Justin Sun revanche door een Picasso (een echte, uit 1932) voor 20 miljoen te kopen en er een token van te maken, dus een NFT-versie voor zijn virtuele kunstcollectie, die hij op de metaverse toegankelijk wil maken. ‘Mijn leven is er drastisch door veranderd. Eerst kon ik niet van mijn werk rondkomen en nu ben ik miljonair,’ laat ook de kunstenaar Javier Arrés (Motril, 1982) vanaf Fuerteventura weten. Moest Arrés voorheen zijn kunstenaarschap combineren met een baan in een animatiestudio om het eind van de maand te halen, het afgelopen jaar beliep de omzet van zijn werk een miljoen euro. 

    Arrés was een traditionele tekenaar, zo een die de kunstacademie heeft afgerond. Zijn illustraties en muurschilderingen hadden een heel hoog detaillistisch gehalte, bijvoorbeeld het werk dat hij met inkt en viltstift maakte voor de Biënnale in Londen waarmee hij in 2019 in zijn discipline de eerste prijs won. Tot hij het potlood verwisselde voor een tablet (‘Het is hetzelfde, behalve dat het potlood digitaal is’) en zijn Visual Toys (Visueel speelgoed) ging maken: bewegende constructies, microkosmossen waarin van alles gebeurt. 

    ‘Het is een soort puzzel met digitale stukken. Vroeger wist ik niet hoe ik dit aan de man moest brengen. Maar NFT is het ideale format voor dit soort digitale, niet-statische werk. Ik begrijp dat er veel verwarring over NFT bestaat, je ziet een hoop flauwekul, maar er zijn digitale werken met een heel ambachtelijke inslag,’ wil hij benadrukken. 

    Met het oog op de NFT-boom overweegt ook Arrés om een pauze in te lassen. ‘Al die speculatie is niet goed, de markt raakt oververzadigd. In 2019 kostte de creatie van een werk [in NFT veranderen en met blockchain versleutelen] maar 10 dollar. Normaal zou dat bedrag rond de 80 dollar schommelen, maar het is inmiddels gestegen naar 250 of 300 dollar, gewoon waanzin. Er is te veel vraag: er wordt als een gek ingebracht.’

    Voordelen

    Wat zijn de voordelen voor de kunstenaar? ‘De toegang tot de markt is democratischer en transparanter geworden. Er is geen tussenpersoon die profiteert, geen galerie die 50 procent voor jouw werk opstrijkt. Bovendien krijg je als dat werk binnen bepaalde tijd opnieuw wordt verkocht een deel van de opbrengst, bij wijze van auteursrecht. Dat is nooit eerder vertoond,’ aldus Arrés.

    In 2020 was de cryptokunst nog een undergroundbeweging die zich afspeelde op platforms voor cryptomunten en op metaversen als Decentraland of Cryptovoxels (virtuele universums die lijken op een videospel, met hun eigen wijken, galeries en musea). Nu wordt ervoor geadverteerd in de straten van New York, betaal je met Visa (het is niet nodig virtuele munten als ethers of bitcoins te hebben) en geldt Paris Hilton als influencer. Niemand heeft de NFT’s in de Verenigde Staten zo populair gemaakt als zij. Als muze, verzamelaar en mecenas lanceerde ze haar eigen collectie, Planet Paris, in samenwerking met de kunstenaar Blake Kathryn (haar virtuele Barbie-portret, Iconic Crypto Queen, werd voor 1,1 miljoen verkocht).

    Historische misstand  

    Kunnen NFT’s een historische misstand rechtzetten? Dat vraagt de cineaste en activiste Carmen Peláez zich af in haar manifest over de Amalia’s, de schilderijen van haar oudtante Amalia Peláez, die ze in NFT-versie online heeft gezet.

    Amalia Peláez (1896-1968) was een van Cuba’s belangrijkste schilders. Zo exposeerde ze in het MOMA in New York en introduceerde de avant-garde op haar geboorte-eiland. In haar stijl combineert ze het modernisme van Parijs met de meer uitgelaten aard van Cuba.

    Alle schilderijen die ze bij haar dood naliet, werden uiteindelijk door het regime van Fidel Castro geconfisqueerd en maken nu deel uit van de collectie van het Museum van Schone Kunsten in Havana.

    De achternicht, die in Miami woont en directeur van de Stichting Peláez is, heeft haar toevlucht tot NFT’s genomen om het werk van de kunstenares ‘aan de wereld terug te geven’. De opbrengsten komen ten goede aan de productie van een overzichtscatalogus en aan diverse organisaties die zich inzetten voor de mensenrechten op Cuba. ‘Amalia heeft nooit deel uitgemaakt van de revolutie. Ze zal altijd horen bij Cuba én bij de Cubanen, waar ze zich ook bevinden,’ aldus Peláez.

    De NFT’s hebben zich al enigszins toegang verworven tot de wereld van de galeries en musea. Het eerste museum in Europa dat een zaal reserveerde die permanent was gewijd aan cryptokunst was het Museum of Modern and Contemporary Art (MOCO), dat afgelopen oktober in Barcelona aftrapte met de nieuwste kunst, van Kaws tot Banksy. Het MOCO is net als z’n naamgenoot in Amsterdam een particulier museum waarachter de Nederlandse verzamelaars Lionel en Kim Logchies zitten, directeuren van de Lionel Gallery. 

    Potentieel

    ‘2022 wordt het jaar waarin we zullen zien hoe de NFT’s de traditionelere musea en instituten veroveren. Cryptokunst is een revolutie op zich. Die zal veel dingen decentraliseren en veranderen, door alle makers kansen te geven,’ voorspelt Kim Logchies. Het MOCO, dat is gevestigd in het zestiende-eeuwse Palacio Cervelló, in de historische wijk El Born, is uitgegroeid tot het meest op instagram geposte museum van Barcelona, vooral vanwege de overweldigende digitale kunstinstallaties. In de NFT-zaal zijn zeven werken te zien van kunstenaars als Beeple, Daniel Arsham, de Argentijn Andrés Reisinger (die de aandacht op zich heeft gevestigd met zijn hybride mix van digitaal en fysiek werk) en… Blake Kathryn, die namens Paris Hilton in Bedroom Bliss, een roze fantasieslaapkamer creëert die ‘de kijker een etherisch vredesmoment bezorgt’. ‘Het potentieel is ongelooflijk. NFT’s en de digitale kunst in het algemeen kunnen onze creativiteit nog meer prikkelen dan traditionele kunst. Maar ze zullen altijd naast elkaar blijven bestaan,’ wil Logchies nog kwijt.

    De NFT’s zijn gewoon een typisch eenentwintigste-eeuws gereedschap met hun schaduwkanten en voors en tegens

    In november waren de NFT’s al een van de voornaamste attracties in de Miami Art Week en ze zullen ook een plaats krijgen op de volgende editie van de ARCO (Madrid, van 23 tot 27 februari), een van de meest invloedrijke kunstmanifestaties. ‘NFT-technologie speelt vandaag de dag en in de toekomst ongetwijfeld een rol en de vraag is hoe die zich in de kunstwereld zal ontwikkelen. Het is belangrijk om in gedachten te houden dat NFT gebruikmaakt van blockchaintechnologie om de uniciteit van de werken te waarborgen; het gaat op zich om digitale werken die al jarenlang in de kunstwereld meedraaien,’ aldus Maribel López, directeur van ARCO.

    Dat het NFT is, wil niet zeggen dat het kunst is. Dat Warner 100.000 avatars uit The Matrix online zet voordat de film in première gaat (zelfs Keanu Reeves kon zijn verbazing niet verbergen) betekent niet dat die virtuele kosmossen kleine kunstwerken zijn, eerder lucratieve merchandising: met 5 dollar per avatar is de actie goed voor zo’n 5 miljoen. Zelfs Melanie Trump kwam aanzetten met een NFT van haar ogen. Zangers en voetballers als Shakira en Piqué bleven niet achter. De NFT’s zijn gewoon een typisch eenentwintigste-eeuws gereedschap met hun schaduwkanten en voors en tegens. 

  • Agenda

    Agenda

    360 selecteert een aantal toonaangevende internationale concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities.

    Aldwyths ogen

    DOCUMENTAIRE | Onterecht lang een outsider in de kunst-wereld gebleven is de Amerikaanse Mary Aldwyth Dickman. Nu is er de fascinerende documentaire Aldwyth: Fully Assembled, over de kunstenares die het gender uit haar naam haalde en verder ging als Aldwyth toen een conservator het rood in haar werk als menstruatiebloed interpreteerde. Pas na twaalf ongelukken, een scheiding en dertien ambachten stortte zij zich maniakaal op het maken van collages. Zoals het doek Casablanca (classic version) (2003-2006) – geïnspireerd door de Hollywoodklassieker uit 1942, waarin Humphrey Bogart de beroemde filmzin ‘Here’s looking at you, kid’ de wereld in slingerde – dat bestaat uit honderden verschillende ogen van grote en minder grote kunstenaars die zij door de jaren heen verzamelde. Omdat Aldwyth anticipeerde op de vraag van wie die oogballen dan wel allemaal zijn, vermeldde ze aan de zijkant van de collage zorgvuldig welke oog aan wie toebehoort. 

    Wat ze niet gekregen of gehaald had, kreeg ook een vakje

    Veel erkenning kreeg ze niet. Ook dat zette ze om in kunst: in de sculptuur We Regret to Inform You doorboorde ze alle afwijzingen met roestige spijkers. Om een South Carolina Fellowship te krijgen, stuurde ze een drie-dimensionale cv in: een in delen uitklapbaar houten koffertje met tientallen vakjes die elk stonden voor een verworvenheid in haar carrière. Wat ze niet gekregen of gehaald had, kreeg ook een vakje. 

    In haar propvolle studio staan de tijdschriften waar ze haar materiaal uit haalt in hoge stapels tegen de muur. Want alles wat ze gebruikt moet uit een origineel drukwerk afkomstig zijn. Toen een aandoening haar dat geknip niet meer toeliet, kon ze dankzij een beurs iemand inhuren om dat voor haar te doen. Waar ze dan woonde, wilde een interviewer weten, waarop Aldwyth een matras boven op een werktafel uitrolde en zei: ‘Hier.’

    aldwyth

    Jon Bernthal

    SERIE | De serie We Own This City, gebaseerd op ware gebeurtenissen uit het van Baltimore Sun-verslaggever Justin Fenton, volgt de opkomst en ondergang van de corrupte afdeling moordzaken van agent Wayne Jenkins, gespeeld door Jon Bernthal. 

    We Own This City, vanaf 25 april te zien op HBO Max.

    ebzk8252wco1 full

    Beiroet in Berlijn

    TENTOONSTELLING | In het Berlijnse Gropius Bau is een heterogene mix te zien van kunstenaars uit de gouden jaren zestig in Beiroet, van de Libanoncrisis van 1958 tot 1975. Vol drang naar vernieuwing en vasthoudende politieke overtuigingen. 

    Beirut and the Golden Sixties: A Manifesto of Fragility, tot 12 juni te zien in Gropius Bau, Berlijn.

    448954 4d9b533ff62258809a699ba3a9dbc8311600

    Adolf Mas

    FOTOGRAFIE | De Catalaanse fotograaf Adolf Mas werkte voor architecten die hem opdracht gaven hun gebouwen te fotograferen. Ondertussen legde hij met verhalende beelden de Spaanse stad uit het begin van de twintigste eeuw vast. 

    Los ojos de Barcelona, tot 18 mei te zien in Fundación Mapfre, Barcelona.

    adolf mas los ojos de barcelona

    Een jaar lang Paul Robeson

    TENTOONSTELLING | Burgerrechtenactivist, zanger en acteur Paul Robeson (1898-1976) was een charismatisch en compromisloos leider in de strijd tegen het kolonialisme en het imperialisme. Hij stond op de barricade voor de emancipatie van de zwarte bevolking. In de jaren dertig speelde Robeson de hoofdrol in Othello in Stratford, trok hij in Londen op met toekomstige leiders van Afrika zoals Kenyatta en Nkrumah, werkte hij samen met regisseur Sergei Eisenstein en plande hij een film over de Haïtiaanse revolutionair Toussaint Louverture.

    Robeson bleef een onvermoeibare voorvechter van de menselijke waardigheid en verzette zich zijn leven lang tegen het fascisme en racisme. Zijn activisme wordt wel gezien als de basis van de burgerrechtenbeweging. Ook produceerde hij nog eens 250 songs, speelde in 11 speelfilms en stond op talloze podia. Zijn indrukwekkende nalatenschap zal een jaar lang het onderwerp zijn in kunstcentrum West in Den Haag, met films, optredens, opnames, muziek, toespraken en interviews onder leiding van curator Baruch Gottlieb. 

    The Artist as Revolutionary, tot 4 maart 2023 te zien in Kunstcentrum West, Den Haag.

    show1

    Zeven jaar ongemak

    TENTOONSTELLING | In Amsterdam-Noord is een selectie te zien van internationale kunstenaars die de verschillende aspecten van het fenomeen ‘ongemak’ in hun werk onderzoeken, zowel visueel als conceptueel. In hoeverre manifesteert deze gemoedstoestand zich in de beeldende kunst? Wat veroorzaakt hinder of ongerief in het hoofd van de kunstenaar, of zit het ’m juist in de spanning van het materiaal of het object, en hoe wordt dat zichtbaar? 

    Maar net zo goed gaat het over ongemak ten opzichte van de hedendaagse politiek, met technologie of de tijd waarin we leven. De expositie Are You Comfortable? toont kunstwerken van zeven kunstenaars, onder wie Jose Dávila, Melanie Smith, William Kentridge en de Spaanse multidisciplinaire kunstenares Alicia Framis, die mode en architectuur gebruikt om maatschappelijke kwesties aan de orde te stellen.

    Are You Comfortable?, tot 31 juli te zien in Project Space on the Inside, Amsterdam.

    MIK COMMUNITAS 0274 30X20 BRAUN
  • Red Hong Yi open eerste bankfiliaal in Kuala Lumpur

    Red Hong Yi open eerste bankfiliaal in Kuala Lumpur

    De Maleisische kunstenaar Red Hong Yi raakte geïnspireerd door centrale banken die overal ter wereld geld bijdrukken. Ze maakte haar eigen bankbiljetten met behulp van geëtste koperplaten en opende een heuse bank: Memebank.

    Met een vriendelijk gezicht kijkt Red Hong Yi in de camera alsof ze een persoonlijke bekentenis voor Instagram gaat opnemen. ‘Ik heb besloten niet langer kunstenaar te zijn’, zegt ze ernstig. Maar dan klaart haar gezicht op. Een lach ontbloot haar tanden – boven en onder voorzien van een beugeltje – en ze vervolgt uitbundig: ‘Want ik ben geïnspireerd door centrale banken. En hoe ze gewoon geld kunnen drukken als het op is. Op een dag was mijn geld op en toen dacht ik: Waarom druk ik niet mijn eigen geld? En dat ben ik gaan doen.’ En zo ontstond Memebank, een parodie op het geldsysteem van centrale banken overal in de wereld, met de 36-jarige Maleisische kunstenaar Hong Yi, beter bekend als ‘Red’, als oprichter en directeur. 

    George Washington op het Amerikaanse 1-dollarbiljet verandert bij Red in een stripfiguurtje van een Wall Street-bankier met diamanten in beide handen

    Inspiratie voor de door haar ontworpen bankbiljetten komt van de Amerikaanse dollar, de Maleisische ringgit, de Japanse yen, het Britse pond en de Singaporese dollar. George Washington op het Amerikaanse 1-dollarbiljet verandert bij Red in een stripfiguurtje van een Wall Street-bankier met diamanten in beide handen. Op het aan de ringgit ontleende biljet staat de tekst ‘2 seconds after buying crypto’ en heeft koning Tuanku Abdul Rahman plaatsgemaakt voor drie orang-oetans, waarvan er een vraagt: ‘Where Lambo?’ Oftewel: waar is de Lamborghini, want met crypto word je toch schathemeltjerijk? Op het aan de yen ontleende papiergeld staat Satoshi Nakamoto, die ontkent dat hij de bedenker is van de bitcoin en daarom een zonnebril op heeft.

    Red opende eind januari het eerste filiaal van haar Memebank in Kuala Lumpur. Het gebouw van een voormalige drukkerij werd omgetoverd in een heuse bank, voorzien van geldautomaten bij de entree en overal tapijt in de knalrode bedrijfskleur. Aan het plafond hingen duizenden biljetten van het Memebank-geld, ‘speciale’ klanten werden ontvangen in een vipruimte en ondertussen waren medewerkers van het team bezig met het drukken van nieuw geld. Geheel in de geest van het project vond de financiering plaats volgens de laatste ontwikkelingen in de financiële kunstwereld: Red Hong Yi vergaarde de benodigde financiën door zes koperen printplaten waarmee ze haar geld drukt te verkopen als NFT, als non-fungible token, een ‘niet-inwisselbaar bewijs’.

    Het is allemaal meer dan simpelweg een parodie, vindt Red. Ze hoopt mensen bewust te maken van de economische systematiek die schuilgaat achter het geld waarvan ze dagelijks afhankelijk zijn, en hoopt dat ze zich vragen gaan stellen over de afkomst en de betekenis ervan. Over inflatie bijvoorbeeld, die ontstaat door maar geld bij te blijven drukken. 

    Het systeem met bankbiljetten en centrale banken zoals het nu is, hoeft niet altijd zo te blijven

    Daarom komt ook de modernisering van het financiële systeem met vindingen zoals cryptocurrency’s aan de orde. Daarover zegt Joe, voormalig bankier en nu adviseur van Memebank: ‘De opkomst van alternatieve investeringen zoals crypto is de afgelopen jaren een uitdaging geworden voor het bestaande monetaire systeem. Grote groepen mensen zien de efficiëntere en transparantere technologie erachter en beschouwen die als een afdekking tegen inflatie.’ Waarmee Memebank maar wil zeggen: het systeem met bankbiljetten en centrale banken zoals het nu is, hoeft niet altijd zo te blijven.