De Latijns-Amerikaanse Ronde Tafel voor Reflectie, geleid door de Chileense ex-president Michelle Bachelet, heeft zich uitgesproken tegen de repressie in Venezuela, meldt El País. De groep beschouwt de uitzetting van het Bureau van de Hoge Commissaris van de VN en de arrestatie van activist Rocío San Miguel als een ernstige fout van het chavismo, en waarschuwt voor een ‘dictatoriale tendens’ die niet past bij Venezuela.
Sinds haar arrestatie op 9 februari zit de activist San Miguel gevangen in El Helicoide
Sinds haar arrestatie op 9 februari zit de activist San Miguel gevangen in El Helicoide, de beruchte gevangenis van de Venezolaanse inlichtingendienst. Ze wordt verdacht van het beramen van een staatsgreep. Toen de VN-commissie zich uitsprak tegen de arrestatie van San Miguel werd de organisatie gesommeerd het land te verlaten. Volgens de Venezolaanse minister van Buitenlandse Zaken, Yván Gil, is de mensenrechtencommissie ‘een privékantoor geworden van coupplegers en terroristische groeperingen die voortdurend complotten smeden tegen het land’.
Japanse wetenschappers zijn erin geslaagd een satelliet te ontwikkelen van hout. De LignoSat-sonde is gemaakt van magnoliahout, dat bij experimenten in het International Space Station (ISS) bijzonder stabiel bleek te zijn en bestand tegen scheuren. De sonde wordt deze zomer met een Amerikaanse raket gelanceerd, schrijft Nikkei Asia.
De houten satelliet is gebouwd om te zien of deze kunnen dienen als milieuvriendelijk alternatief voor de gebruikelijke metalen
De houten satelliet is gebouwd door onderzoekers van de Universiteit van Kyoto en het bosbouwbedrijf Sumitomo Forestry om te zien of deze kunnen dienen als milieuvriendelijk alternatief voor de gebruikelijke metalen. ‘Alle satellieten die de atmosfeer van de aarde weer binnenkomen, verbranden en creëren kleine aluminiumoxidedeeltjes die jarenlang in de bovenste atmosfeer blijven zweven,’ legt Takao Doi uit, astronaut en ruimtevaartingenieur van de Universiteit van Kyoto. ‘Die deeltjes tasten het milieu op aarde aan.’
Lokale politici hebben last van intimidatie
In 2022 heeft meer dan 60 procent van de lokale volksvertegenwoordigers in Duitsland te maken gehad met bedreigingen en agressie, blijkt uit gegevens van de Heinrich-Böll-Stiftung en de Universiteit van Duisburg-Essen. Vooral burgemeesters liggen onder vuur.
‘Veel mensen die betrokken zijn bij de lokale politiek ervaren vijandigheid,’ schrijft Die Tageszeitung. In januari 2024 richtte het Duitse ministerie van Binnenlandse Zaken daarom zelfs een ‘contactpunt voor de bescherming van gemeenteambtenaren en gekozen vertegenwoordigers’ op om dit fenomeen aan te pakken. Minister Nancy Faeser zei dat het doel van het nieuwe contactpunt was om aan ambtsdragers en gekozen vertegenwoordigers over te brengen: ‘Je staat er niet alleen voor.’
Dit varieert van haatmails tot fysieke aanvallen en zelfs moord
‘Lokale politiek is direct,’ aldus Faeser. Deze nabijheid maakt mensen echter ook kwetsbaar. Dit varieert van haatmails tot fysieke aanvallen en zelfs moord, zoals in het geval van de districtsvoorzitter van Kassel, Walter Lübcke, die in 2019 werd vermoord door een rechts-extremist.
Veel van deze overtredingen worden niet eens bij de politie gemeld, aldus Faeser. Pogingen tot intimidatie zoals ‘Ik weet naar welke school je kinderen gaan’ zijn niet ongewoon. Ze heeft al met verschillende burgemeesters gesproken die zeiden: ‘Dan kan ik maar beter stoppen om mijn gezin te beschermen.’
Lokale politici waarmee Die Tageszeitung sprak, maken melding van haatcampagnes en intimidatie op sociale netwerken, rotte eieren die naar hun huizen werden gegooid en beledigende brieven. Gekozen vertegenwoordigers voelen zich in de steek gelaten wanneer ze worden geconfronteerd met bedreigingen, geven het op en stellen zich niet langer verkiesbaar.
Thomas Zschornak, de CDU-burgermeester van Nebelschütz, een kleine gemeente in het oosten van Duitsland, is een van de bedreigde politici. Twee jaar lang was hij het slachtoffer van een intense intimidatiecampagne; ook hij stelde zich niet herkiesbaar. Hij verliet de politiek met een burn-out.
Showmax verdringt Netflix in Afrika
Het Zuid-Afrikaanse streamingbedrijf Showmax is Netflix voorbijgestreefd in Afrika, schrijft Rest of World. Showmax, dat in 2015 ontstond uit MultiChoice, Afrika’s grootste entertainmentbedrijf, had eind november 2023 2,1 miljoen abonnees op het continent, tegenover 1,8 miljoen voor Netflix, volgens marktonderzoeksbureau Omdia. Showmax heeft Netflix ingehaald te midden van de hevige concurrentie in de Afrikaanse videostreamingindustrie, waar internationale bedrijven, grote telecombedrijven en verschillende landspecifieke apps vechten om het geld van de consument. Het bedrijf probeert zich te onderscheiden door een aanbod van series en films gericht op de Afrikaanse consument.
Showmax werkt samen met HBO en Comcast. Het platform heeft ook de streamingrechten voor de Engelse Premier League.
Onderzoek: herbebossing houdt klimaatopwarming tegen
Onderzoekers hebben ontdekt dat herbebossingsprojecten in het oosten van de Verenigde Staten ‘een verbluffende prestatie hebben geleverd’: het inperken van de stijgende temperaturen die het gevolg zijn van de klimaatcrisis. The Guardianmeldt dat wetenschappers al lange tijd verbaasd waren over een zogenaamd ‘opwarmingsgat’ boven delen van het zuidoosten van de VS, waar de temperaturen constant zijn gebleven of zelfs zijn gedaald, ondanks de onmiskenbare bredere opwarmingstrend. Een belangrijke reden voor deze afwijking, zo blijkt uit het nieuwe onderzoek, is de enorme herbebossing van een groot deel van het oosten van de VS na het aanvankelijke verlies van grote aantallen bomen na de Europese kolonisatie van het Amerikaanse continent.
‘De herbebossing is opmerkelijk geweest’
‘De herbebossing is opmerkelijk geweest en we hebben aangetoond dat dit zich heeft vertaald in de omringende luchttemperatuur,’ zegt Mallory Barnes, een milieuwetenschapper aan de Universiteit van Indiana die het onderzoek leidde. ‘Het “opwarmingsgat” was een echt mysterie en hoewel het niet alles verklaart, toont dit onderzoek aan dat er een belangrijk verband is met herbebossing.’
Vanaf de jaren 1920 is de Amerikaanse regering begonnen met een voortvarend boomplantprogramma. Dat heeft ertoe geleid dat er in de afgelopen eeuw ongeveer 15 miljoen hectare herbebost gebied is bijgekomen in het oosten van de VS – genoeg bomen om een gebied groter dan Engeland te bedekken.
Karkassen
Onder een donkere, met ijs bedekte zee voor de kust van Groenland stuit een dappere duiker op de enorme karkassen van dwergvinvissen. Alex Dawson, die het spectaculaire beeld maakte, won hiermee de prijs voor Onderwaterfotograaf van het Jaar 2024. Whale Bones werd gefotografeerd onder de zwaarste omstandigheden, waarbij hij met duikpak en ademhalingsondersteuning afdaalde onder de ijskap van Groenland.
De foto werd gekozen uit 6500 inzendingen van over de hele wereld
De foto werd gekozen uit 6500 inzendingen van over de hele wereld. Een andere winnaar was JingGong Zhangs, die eerder het paren van zeepaardjes vastlegde en dit jaar het broedseizoen van de Japanse Zoarchias, een zogeheten puitaal, wist te fotograferen.
Kunstenaar Isaac Julien maakt dromerige films over serieuze onderwerpen: ras, seks en politiek. Centraal in zijn werk staat de zwarte queer identiteit.
Weelderig en dromerig zijn de films van kunstenaar Isaac Julien (Londen, 1960), in tegenstelling tot het gewicht van de onderwerpen die hij behandelt: ras, seks en politiek. In plaats van de harde werkelijkheid te tonen verleidt en verwart Julien met zijn werk. Opgegroeid in de jaren zeventig pionierde hij met experimentele documentaires over politiegeweld in Londen.
Julien werd in 1989 bekend met de film Looking for Langston. Wat hij een ‘meditation’ noemt over de dubbelzinnige queer identiteit van de zwarte Amerikaanse dichter Langston Hughes, zette de toon voor zijn latere stijl: feiten afgewisseld met fictie, documentaire met drama, drijvende droomlandschappen met archiefbeelden, montages van dans, zang en monoloog, de camera zwevend op mooie mensen en plaatsen. Dit cultwerk, dat wordt geprezen als de eerste kunstfilm gemaakt over morele maatschappelijke kwesties, vormt het hart van deze overzichtstentoonstelling.
Bonnefantenmuseum Maastricht, 9 maart t/m 18 augustus
In het Madrileense Prado krijgt de bezoeker een blik op de achterkant van klassieke schilderijen, zoals Las Meninas van Diego Velázquez en een zelfportret van Van Gogh. ‘Een schilderij is veel meer dan gewoon een afbeelding. Het heeft drie dimensies.’
Wat zit er achter op de schilderijen die aan de muren van musea hangen? Stof en spinnenwebben in de slordigste gevallen of een eenvoudige donkere afdekking om het werk van de kunstenaar te beschermen? Iedere bezoeker kan hier vrij over fantaseren, want tot nu toe waren de mogelijkheden om in een kunstwerk te treden, behalve voor de maker, restaurateur of verzamelaar, meestal heel beperkt. Het leek een ongeschreven regel dat alleen sculpturen van alle kanten bekeken mochten worden. Het Prado brengt daar nu verandering in met de expositie Reversos (Keerzijden), een reis door een woud aan schoonheid en mysterie dat zich ontvouwt op de zwartgeverfde muren van zaal A en B van het museumgebouw in de wijk Retiro.
De tentoonstelling, die is samengesteld door Miguel Ángel Blanco en gesponsord door Fundación AXA, zal tot 3 maart voor het publiek geopend zijn. Alles lijkt ongewoon en nieuw op deze tentoonstelling die Miguel Falomir, de directeur van het museum, vergelijkt met de avonturen in Alice in Wonderland. Net als in het boek van Lewis Carroll kan de toeschouwer door holen en spiegels stappen en in wonderlijke situaties terechtkomen.
Een filosoof (voorkant), Salomon Koninck, 1635.Een filosoof (achterkant), Salomon Koninck, 1635.
De reis langs de achterkant van de schilderijen nam zeven jaar geleden een aanvang toen Miguel Ángel Blanco aan Falomir de suggestie deed hem de keerzijden van de doeken in het Prado te laten onderzoeken. Het was niet voor het eerst dat een dergelijk project werd ondernomen, maar nooit eerder gebeurde het op zo grote schaal. Blanco slaagde erin om werken uit dertig publieke en particuliere collecties van over de hele wereld in bruikleen te krijgen. Uiteraard kon hij rekenen op de eigen collectie van het Prado. Uit de depots van het museum zelf doken anonieme werken op die normaal niet aan het publiek worden getoond.
In Las Meninas van Diego Velázquez is de uitnodiging om in het schilderij te stappen al aanwezig, aldus Falomir tijdens de opening van de expositie. ‘Las Meninas, ons meest iconische werk, dat hangt in zaal XII, bestaat voor een vijfde uit de achterkant van het doek waaraan Velázquez werkt. Het is een truc,’ volgens Falomir, ‘die ons eraan herinnert dat een schilderij veel meer is dan gewoon een afbeelding. Het heeft drie dimensies. Als we de voorkant én de achterkant zien, hebben we in feite zicht op de complete stratigrafie van een archeologische vindplaats.’
De heilige familie (voorkant), Bernard van Orley, 1522.De heilige familie (achterkant), Bernard van Orley, 1522.
Er zijn heel wat hoogtepunten op de tentoonstelling. Het eerste dient als startpunt van de route en bestaat uit een nauwkeurige reproductie van de achterkant van Las Meninas. Het kunstwerk maakt deel uit van de reeks ‘Verso’ van de Braziliaanse kunstenaar Vik Muniz (São Paulo, 62 jaar). De maten zijn identiek (320,5 x 281,5 cm) en dat geldt ook voor de materialen en weefsels. Ook reproduceert hij nauw gezet de klinknagels, vlekken en hout nerven.
Vlak bij de keerzij van Las Meninas hangt een ander pronkstuk van de tentoonstelling: De schilder in zijn atelier (1628), van Rembrandt, een olieverfschilderij op doek (24,8 x 31,7 cm) dat de kunstenaar in gedachten verzonken voor zijn ezel laat zien, een scène in de trant van Las Meninas. De twee schilders leefden in dezelfde tijd, maar ze hebben elkaar niet gekend, zodat de overeenkomsten in de compositie eerder te wijten zullen zijn aan toeval dan aan wederzijdse invloed.
Guernica
De expositie loopt van de middeleeuwen tot aan het heden, met werk van kunstenaars als José María Sicilia, Sophie Calle en samensteller Miguel Ángel Blanco zelf. In het midden stuit je op een hele wereld aan keerzijden boordevol informatie maar zonder chronologische volgorde. Een van de opmerkelijkste achterkanten vormt het originele raamwerk van Guernica.
Een van de opmerkelijkste achterkanten vormt het originele raamwerk van Guernica
Picasso’s meesterwerk is eigendom van het Reina Sofía-museum en het is voor het eerst dat het publiek nu de houten verbindingslatten te zien krijgt die het muurbrede doek moesten ondersteunen tot ze bijna bezweken van al het gereis. Tentoongesteld als goden in een heidense kapel vertonen de pijnhouten latten van het oorspronkelijke frame tientallen gaatjes en putjes als gevolg van hamerslagen op het oppervlak, concrete bewijzen van een lange geschiedenis vol reizen en lijden.
Het analyseren van het wel en wee van ieder werk afzonderlijk was wat de onderzoekers het meest inspireerde, aldus de samensteller. Net zo interessant blijkt het voor de bezoeker om het binnenste van een kunstwerk te bekijken: hoe het is gemaakt, met wat voor materialen, met hoeveel twijfels de kunstenaar te kampen had voordat hij aan de slag ging. Twee wereldberoemde Catalaanse kunstenaars, Antoni Tàpies en Joan Miró, delen een muur en geven je de gelegenheid om te ontdekken hoe ze gebruikmaakten van jute, hars, glas, cement en andere verrassende materialen, zoals vuur.
Een van de belangrijkste onderdelen van de expositie is gewijd aan schilderijen waarvan ook de achterkant is beschilderd, ook wel ‘tweegezichten’ genoemd, vertelt de samensteller. In die gevallen heeft de achterkant net zo goed artistiek belang en vult hij de hoofdafbeelding op diverse wijzen aan.
Knielende non (voorkant), Martin van Meytens, 1731.Knielende non (achterkant), Martin van Meytens, 1731.
Dat kan te maken hebben met het scheppingsproces, een speelse grap van de kunstenaar of een gril van de verzamelaar die het kunstwerk heeft besteld. Dat laatste lijkt het geval bij Knielende non (1731), van Martin van Meytens. Op de voorkant zie je een vrouw die met haar gezicht naar de toeschouwer toe geknield zit. Op de achterkant zie je de uitbundige billen van de non met haar habijt tot over haar rug opgesjord. Toen deze olieverf op brons ontstond, gold aan het Zweedse hof een verbod op naakten. De kunstenaar riskeerde zijn leven, en de verzamelaar ook, maar deze schilderijen bleven gemaakt worden en de meest intieme en geheime ruimtes van de paleizen sieren.
In deze collectie, die als was het een sok binnenstebuiten is gekeerd, figureren kunstenaars die tot nu toe niet in het Prado te zien waren. De lijst is lang, maar twee sprekende voorbeelden volstaan: een zelfportret van Van Gogh dat door het aan de schilder gewijde museum in Amsterdam in bruikleen werd gegeven en Het lege masker van Magritte, afkomstig uit de Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen in Düsseldorf.
In Tokio en andere delen van Japan werken straatkunstenaars in samenwerking met bewoners aan muurschilderingen om buurten te verlevendigen. Via de kunst ontstaat een gesprek over wat voor gemeenschap ze eigenlijk willen zijn.
In een straatje niet ver van het grote overdekte winkelcentrum in Koenji, een woonwijk ten westen van het centrum van Tokio, spreidt een reusachtige adelaar zijn vleugels boven bladerrijke bomen en een klaterend beekje.
De meer dan levensgrote, zachtroze adelaar prijkt op een immense muurschildering die de zijkant bedekt van een zes verdiepingen hoog gebouw, dat particulier eigendom is. De muurschildering, gemaakt door WHOLE9, een kunstenaarsduo uit Osaka, is getiteld SYNC. De inwoners van Koenji staan erop afgebeeld in de vorm van een adelaar, omgeven door abstracte vormen die de diversiteit van het leven symboliseren.
‘Het is een muurschildering met vele kleuren, wat symbool staat voor de grote variëteit die Koenji kenmerkt,’ aldus Simo, een van de twee WHOLE9-kunstenaars.
Koenji Mural City Project
SYNC is in opdracht gemaakt, als onderdeel van het Koenji Mural City Project, een collectief van kunstenaars, inwoners en anderen, onder leiding van kunstproducent Kenji Daikoku. Dit project past binnen een opkomende trend in Tokio en andere delen van Japan om straatkunst – en dan met name muurschilderingen – te stimuleren om buurtgemeenschappen te verlevendigen.
In de afgelopen jaren zijn er muurschilderingen opgedoken in heel Tokio, zowel in woonwijken als Koenji en Nakano, als in meer commerciële buurten zoals Nihonbashi in het centrum van Tokio. De trend beperkt zich niet tot de hoofdstad: er verschijnen ook muurschilderingen in andere stedelijke gebieden, waaronder Yokohama, Kawasaki en Osaka.
Anders dan commerciële muurschilderingen, waarmee bedrijven proberen hun diensten of waren aan de man te brengen, zijn deze schilderingen, die prijken op de buitenkant van treinstations, winkels, openbare gebouwen en gebouwen die particulier bezit zijn, voor het merendeel gemaakt door bewoners die zich verbonden voelen met hun omgeving en die menen dat kunst positieve ontwikkelingen in gang kan zetten.
‘We wilden de creativiteit van kunstenaars gebruiken om de maatschappij te verbeteren’
‘We wilden de creativiteit van kunstenaars op een positieve manier gebruiken om de maatschappij te verbeteren,’ aldus Daikoku, die zegt te hopen dat de muurschilderingen in Koenji de plaatselijke gemeenschap vreugde zullen brengen door enerzijds te zorgen dat de bewoners trots zijn op hun buurt en anderzijds de buurt zelf te profileren als een artistieke hub die in de belangstelling staat en bezoekers trekt.
Tot nu toe zijn er in Koenji elf muurschilderingen gemaakt – onder meer op de muur van een badhuis, op de rolluiken van winkels en op een muur die langs de rivier de Momozono loopt. ‘Dit is meer dan zomaar een klus, ik doe dit omdat het iets toevoegt aan de culturele rijkdom van mijn leefomgeving,’ zegt Daikoku.
Ten oosten van Koenji, in Nakano, worden ook muurschilderingen gebruikt om de culturele waarde van de buurt te vergroten en de buurt aantrekkelijker te maken voor zowel bewoners als mensen van buiten. Nakano gaat prat op veel culturele evenementen, zoals taiko-concerten en het traditionele no-spel.
Daarnaast is het een centrum van manga en anime. Maar volgens de lokale overheden hebben de inwoners al langere tijd het gevoel dat het niet echt lukt om duidelijk te maken dat dit een aantrekkelijke buurt is om te wonen en te werken, of om te bezoeken.
In 2021 zette Nakano het Nakano Mural Project op, dat tot nog toe opdracht heeft gegeven voor vijf muurschilderingen op een verscheidenheid aan plekken, zoals onder meer een school. ‘Muurschilderingen spelen een belangrijke rol in ons streven om de lokale cultuur uit te dragen,’ zegt Tomoya Takahashi in het districtskantoor.
Dat streven wordt gedeeld door vele voorstanders van muurschilderingen in de openbare ruimte; het zijn kunstwerken die doorgaans geworteld zijn in de geschiedenis en de cultuur van de buurt, en die vaak worden gezien als een mooie manier om de lokale cultuur uit te dragen en de gemeenschapszin te versterken.
Renovatie van de wijk
In de wijk Tennozu, vooral bekend om de warenhuizen en de nabijheid van het vliegveld Haneda, zijn zeventien reusachtige muurschilderingen gemaakt in het kader van de renovatie van de wijk en het streven om uit te groeien tot hét kunstcentrum van Tokio.
In veel gevallen is het ontwerp van muurschilderingen erop gericht de door de bewoners gewaardeerde kenmerken van de buurt te treffen en tegelijk de ambities van de buurt uit te dragen. Zo zijn op muurschilderingen in Ningyocho, in de wijk Nihonbashi in het centrum van Tokio, afbeeldingen te zien die refereren aan het traditionele karakter van de buurt, die al sinds het Edo-tijdperk (1603-1867) centrum is van zowel handel als traditionele ambachten. In Ningyocho zijn nog altijd veel bedrijven gevestigd uit het Edo-tijdperk, en de geest van het oude Tokio is dan ook nog voelbaar.
‘Er treden van tijd tot tijd nog geisha’s op,’ zegt Koichiro Kato, die aan het hoofd staat van het Mural Art Project @ Ningyocho, dat Kato samen met een zakenpartner heeft opgezet. Op een van de werken, gemaakt door Kensuke Takahashi, is een geisha te zien, op de muur van Hiding Bar Zoro, een bar in een gerenoveerd oud Japans huis. De geishacultuur in Japan is al langere tijd op haar retour.
Deze gemeenschappelijke aanpak vergroot de belangstelling voor kunst
Een ander kenmerk van de muurschilderingen is dat ze vaak voortkomen uit een samenwerking tussen kunstenaars en bewoners. Deze gemeenschappelijke aanpak vergroot de belangstelling voor kunst en versterkt de gemeenschapszin.
Het aanbrengen van muurschilderingen op plaatsen waar iedereen ze kan zien is meer dan alleen een manier om bezoekers te trekken, kunstenaars een kans te bieden om zich te uiten, en de kunst zelf toegankelijk te maken voor de gemeenschap. Het brengt ook een discussie op gang tussen de inwoners onderling over wat voor gemeenschap ze eigenlijk willen zijn, zegt Daikoku.
Een maand in de wijk
De kunstenaars die zijn gevraagd voor het Koenji-project hebben allemaal op de een of andere manier een band met Koenji. De twee leden van WHOLE9 hebben een maand in de wijk doorgebracht, om met de inwoners te praten en om een beeld te krijgen van wat de inwoners van Koenji beweegt. In Nakano zijn workshops georganiseerd voor de bewoners, onder wie kinderen, die een inbreng hebben gehad bij de keuze van het ontwerp en die ook hebben geholpen bij het maken van de muurschildering.
Doordat de muurschilderingen zich in de openbare ruimte bevinden en voor iedereen toegankelijk zijn, weten ze de kunst dichter naar de mensen te brengen. ‘Binnen de mondiale kunstmarkt (met een totale waarde van 63,3 miljard dollar) bedraagt het aandeel van Japan slechts 1 tot 3 procent,’ zegt Takanobu Kawazoe, de CEO van het in Osaka gevestigde Wall Share, dat tot nog toe meer dan 100 muurschilderingen heeft geleverd.
Het interessante aan muurschilderingen is dat mensen kunnen zien hoe kunst tot stand komt
Dit gebrek aan belangstelling om kunst te kopen is deels het gevolg van het feit dat men over het algemeen niet zo vertrouwd is met kunst. ‘Als er kunst in de stad is, kan iedereen ermee in aanraking komen,’ zegt Kawazoe. ‘Het interessante aan muurschilderingen is dat mensen kunnen zien hoe kunst tot stand komt. Voor zowel oude mensen als kinderen geldt dat ze het leerzaam en spannend vinden om te zien hoe een muurschildering wordt gemaakt en dat het daarmee iets wordt waar ze trots op kunnen zijn.’ Toch waren er nog zorgen over de reacties van de bewoners op de muurschilderingen. Anders dan in het Westen, waar het werk van straatkunstenaars als Banksy in brede kring wordt gewaardeerd en miljoenen dollars kan opleveren, maakten muurschilderingen tot nu toe geen deel uit van het openbare leven in Japan.
Maar voorlopig lijken de reacties zeer positief. ‘Aanvankelijk maakten we ons zorgen, omdat niet iedereen in Ningyocho het meteen een goed idee vond. Maar toen de mensen de kunstwerken zagen, waren ze om,’ zegt Kato. Het bestuur van Nakano heeft veel verzoeken binnengekregen van bewoners die meer muurschilderingen in de buurt willen, vertelt Tomoya Takahashi.
Schenking van 10 miljoen yen
De grootste uitdaging voor de initiatiefnemers is vaak om aan voldoende middelen te komen om de kunstenaars en hun materiaal te kunnen betalen. De vijf muurschilderingen die in opdracht van het Nakano Mural Project zijn gemaakt, zijn gefinancierd door de Shinkin Central Bank die een schenking heeft gedaan van 10 miljoen yen. De schildering op de muur van de gymzaal van basisschool Saginomiya is betaald door de school zelf en de oudercommissie. De muurschilderingen in Ningyocho zijn gefinancierd door het bureau voor culturele zaken, dat onderdeel is van het Japanse ministerie van Onderwijs, Cultuur, Sport, Wetenschap en Technologie.
Hoewel het een uitdaging blijft om fondsen te werven, zal het enthousiasme voor muurschilderingen naar verwachting alleen maar toenemen door het groeiende besef dat muurschilderingen in de openbare ruimte een positief effect kunnen hebben op lokale gemeenschappen.
‘Ik ben ervan overtuigd dat we steeds meer muurschilderingen zullen gaan zien omdat ze bijdragen aan het stimuleren en ontwikkelen van gemeenschappen, en dat is waar we behoefte aan hebben,’ zegt Daikoku. ‘Zodra de vooroordelen tegen muurschilderingen zijn weggenomen en de regelgeving is versoepeld – de twee belangrijkste hindernissen – verwacht ik dat deze trend snel om zich heen zal grijpen,’ zegt hij.
Pepper X, een kleine, rimpelige geelgroene peper geteeld in de VS, is nu officieel de heetste chilipeper ter wereld, volgens Guinness World Records. Dat schrijft NPR. Ed Currie van PuckerButt Pepper Company in South Carolina ontving de Guinnessprijs in het programma Hot Ones op YouTube. Om de intensiteit van Pepper X te meten, werd de Schaal van Scoville gebruikt. Die werd bedacht in 1912 en meet de concentratie van capsaïcinoïden, de stoffen in pepers die de scherpe smaak geven.
‘Pepper X geeft niet zo’n branderig gevoel in je keel als de Reaper, maar dat komt later als de pijn begint’
Een gemiddelde jalapeño telt 2000 tot 8000 Scoville Heat Units (SHU), een serranopeper tussen de 10.000 en 23.000. Maar dan de Pepper X: die heeft er gemiddeld 2.693.000. De vorige recordhouder, de Carolina Reaper – ook geteeld door Currie – heeft er gemiddeld 1,64 miljoen. ‘De Scoville-schaal is logaritmisch, dus Pepper X is drie keer zo heet als een Reaper,’ aldus Currie. ‘Pepper X geeft niet zo’n branderig gevoel in je keel als de Reaper, maar dat komt later als de pijn begint.’
Roemenië en Bulgarije in Schengen?
Dat kan spannend worden: de toetreding tot Schengen van Roemenië en Bulgarije zou begin december opnieuw in stemming kunnen worden gebracht. Dat is volgens Euronews in ieder geval de wens van Spanje, dat dit half jaar het roulerende voorzitterschap van de Raad van de EU bekleedt en ook de politieke agenda bepaalt.
Toelating van nieuwe leden tot het Schengengebied, waar geen grenscontroles zijn, vereist unanieme goedkeuring van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ), waarin de ministers van Binnenlandse Zaken van de lidstaten zijn verenigd. De laatste JBZ-bijeenkomst onder Spaans voorzitterschap vindt plaats op 5 en 6 december. Fernando Grande-Marlaska, de Spaanse waarnemend minister van Binnenlandse Zaken, zei op 19 oktober dat Spanje hoopt dat de toetreding van beide landen ‘in december werkelijkheid zal worden’ en voor Spanje ‘een prioriteit’ is.
‘Laten we ze dus eindelijk binnenbrengen – zonder verder uitstel’
Roemenië en Bulgarije zijn nog niet toegelaten tot het Schengengebied, ook al zegt de Europese Commissie al sinds 2011 dat beide landen aan alle Schengencriteria voldoen. Commissievoorzitter Ursula von der Leyen deed in september dan ook opnieuw een oproep tot lidmaatschap: ‘Ze hebben het bewezen: Bulgarije en Roemenië maken deel uit van ons Schengengebied. Laten we ze dus eindelijk binnenbrengen – zonder verder uitstel.’ Maar Oostenrijk ligt dwars. Het land zegt dat het aanhoudend hoge aantal onwettige grensoverschrijdingen aan de buitengrenzen van de EU, geschat op ongeveer 232.350 in de eerste acht maanden van 2023, voldoende reden is om verdere uitbreiding van Schengen te vertragen.
Een toenemend aantal lidstaten, zoals Oostenrijk, Duitsland, Polen en Tsjechië, hebben tijdelijke grenscontroles ingevoerd om de stroom asielzoekers die in frontlijnstaten aankomen en later naar het noorden trekken, in te dammen. ‘Ons standpunt is dat het Schengensysteem als geheel niet werkt en daarom staan we niet open voor uitbreiding ervan,’ zei de Oostenrijkse minister van Binnenlandse Zaken Gerhard Karner in augustus.
Het probleem van de erven Berlusconi
De erven Berlusconi hebben een probleem, aldus The Guardian. Behalve de miljarden die hij naliet met zijn imperium, is er de vraag wat te doen met zijn enorme collectie nagenoeg waardeloze schilderijen van naakte vrouwen en Madonna’s, die voor 800.000 euro per jaar liggen opgeslagen in een enorm pakhuis tegenover zijn huis in Arcore bij Milaan. De voormalige minister-president, die in juni op 86-jarige leeftijd overleed, vergaarde de collectie, die wel 25.000 schilderijen telt, in de laatste jaren van zijn leven; het merendeel kocht hij via nachtelijke shoppingprogramma’s op televisie.
Vittorio Sgarbi, voormalig medewerker van het ministerie van Cultuur, kunstcriticus en goede vriend van Berlusconi, zegt dat de dwangneurose om kunst te kopen via tv-programma’s serieus begon in 2018 als gevolg van ‘slapeloze nachten’. Berlusconi spendeerde zo’n 20 miljoen euro aan wat Sgarbi omschrijft als een verzameling kladderwerk: zijn focus leek eerder te liggen op kwantiteit dan op kwaliteit.
Funflatie
Amerikanen worden getroffen door funflatie, zo schrijft The Wallstreet Journal. Dat woord wordt gebruikt om de enorme kostenstijging te beschrijven van entertainment, uiteenlopend van concerten tot een bezoek aan pretparken en sportwedstrijden. De stijging was vorig jaar groter dan de prijsstijgingen van bijvoorbeeld voedsel en benzine volgens het Amerikaanse Bureau of Labor Statistics, dat consumentengedrag analyseert. Als de prijsstijgingen in dit tempo doorgaan, zullen Amerikanen dit jaar zo’n 95 miljard dollar uitgeven aan entreebewijzen. Dat is 23 procent meer dan vorig jaar en 12,5 procent meer dan in 2019, het laatste jaar voor de pandemie.
De gemiddelde ticketprijs voor de honderd grootste Amerikaanse tournees is sinds 2011 met bijna 100 procent gestegen
Vooral de kosten voor livemuziek zijn enorm gestegen. Muziekmanagers schrijven dit toe aan marketing op sociale media en de mondialisering van popmuziek dankzij streaming. De gemiddelde ticketprijs voor de honderd grootste Amerikaanse tournees is sinds 2011 met bijna 100 procent gestegen.
Klimaateducatie
De staat New Jersey heeft als eerste in de VS een Office of Climate Education opgericht. De staat is al pionier op het gebied van onderwijs over klimaatverandering, en wil met dit officiële bureau voor klimaatonderwijs kennis en het bewustzijn onder studenten en docenten vergroten, zo schrijft The Planetary Press. ‘Tijdens enkele van de ergste klimaatgerelateerde gebeurtenissen waarmee ons land ooit te maken heeft gehad, is New Jersey proactief in de strijd tegen klimaatverandering. Onderwijs vormt de basis van deze inspanningen,’ aldus gouverneur Phil Murphy. ‘Met dit initiatief bevorderen we niet alleen het milieubewustzijn, maar bereiden we onze jongeren ook voor op het innoveren, leiden en vormgeven van effectieve oplossingen voor een groenere wereld.’
Onder Amerikaanse jongeren groeit de vraag naar uitgebreider onderwijs over klimaatverandering
Het bureau gaat staatsscholen ondersteunen bij het implementeren van de New Jersey Student Learning Standards for Climate Change Education. Met dat programma eiste New Jersey in 2020 als eerste staat in de VS van scholen dat leerlingen worden onderwezen over klimaatverandering. Daarnaast heeft het nieuwe bureau tot doel studenten te ondersteunen en voor te bereiden op toekomstige banen die zullen ontstaan door de transitie naar een groene economie. Onder Amerikaanse jongeren groeit de vraag naar uitgebreider onderwijs over klimaatverandering, en ook naar opleidingen die hun kansen bieden om zich voor te bereiden op groene banen. Ruim 86 procent van de leraren en 84 procent van de ouders in de VS steunt voorlichting over klimaatverandering – desondanks is onderwijs in klimaatwetenschap in de meeste staten een bron van controverse.
Betonnen lotuswortels
Het ontwerpbedrijf Reef Design Lab is bezig het leven onder water te regenereren. Dat doen ze door betonnen op lotuswortels lijkende organische vormen gemengd met lokaal gewonnen gerecyclede schelpen in zee te laten zakken. Onderzocht is dat na verloop van tijd deze modules verdere erosie kunnen helpen voorkomen en een leefbare omgeving scheppen voor bijvoorbeeld mosselen en oesters. Elk exemplaar weegt ongeveer 1800 kilo, zodat het bestand is tegen zware golven, en is gemaakt van herbruikbare bekisting en gegoten in een energiezuinig betonmengsel met gerecyclede schelpen, waaronder oesters. Ook met duikers is rekening gehouden, de gaten zijn groot genoeg om doorheen te zwemmen.
360 selecteert een aantal toonaangevende internationale concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities.
Uitsluitend hergebruikt materiaal
BEELDENDE KUNST | In het Stedelijk Museum hangt een draperie van de Ghanese kunstenaar El Anatsui (1944), die werd aangekocht om het 125-jarige bestaan van het museum te vieren. El Anatsui werkt vrijwel uitsluitend met afgedankt materiaal, hout, aluminium, flessendoppen, keramiek en koperdraad, waarmee verwezen wordt naar consumentisme en uitbuiting, maar ook naar de evolutie van de menselijke beschaving en de Afrikaanse dekolonisatiebewegingen en migratiegeschiedenissen.
Van dichtbij blijken gemaakt van geplette blikjes, metalen lesdoppen en de aluminium wikkels van flessenhalzen
Sinds eind jaren negentig maakt hij reusachtige metalen wandkleden die in plooien over de muur golven. Van dichtbij blijken ze niet gemaakt van kostbaar, weelderig textiel, maar van geplette blikjes, metalen flessendoppen en de aluminium wikkels van flessenhalzen.
Anatsui was meer dan vier decennia professor in de beeldhouwkunst aan de Universiteit van Nigeria in Nsukka. In 2015 kreeg hij een Gouden Leeuw voor zijn oeuvre en in 2009 ontving hij de Prins Claus Award. Nu hangt zijn werk in de Turbine Hall van de Londense Tate Modern dankzij de Hyundai Commission. Het werk bestaat uit drie delen. In de The Red Room moet de spanning tussen de slavenhandel en de consumptie van goud, suiker en alcohol voelbaar zijn. In het tweede gedeelte, The World, suggereert de sculptuur een wereld die zowel uiteenvalt als samenkomt.
Tot slot brengt El Anatsui met The Wall een ode aan het Ewe-volk (van Togo en Ghana).
El Anatsui, Behind the Red Moon, Tate Modern, Londen, t/m 14/04 2024
Tom en Will
MUZIEK | Een ensemble van vijf viola da gamba’s en The King’s Singers, meesters van de elizabethaanse muziek, brengen Tom & Will, Thomas Weelkes en William Byrd, twee van Engelands grootste componisten. Beide stierven 400 jaar geleden.
Muziekgebouw,12/11/2023
Op zoek naar menselijkheid
BEELDENDE KUNST | Keiharde kritiek op de Chinese censuur, en op corruptie en massaproductie, – het zijn immer terugkerende thema’s in het werk van de wereldberoemde Chinese kunstenaar en mensenrechtenactivist Ai Weiwei.
In de overzichtstentoonstelling In Search of Humanity is zowel vroeg als recent werk te zien van Weiwei, die zijn jeugd in ballingschap doorbracht als gevolg van de Culturele Revolutie van 1966 tot 1976, en in 2011 81 dagen werd vastgehouden door de Chinese geheime dienst. Het werk S.A.C.R.E.D., uit 2013 (Supper, Accusers, Cleansing, Ritual, Entropy, Doubt) bestaat dan ook uit zes ijzeren diorama’s, die elk een scène in zijn cel destijds weergeven: Ai Weiwei in bed, op de wc, etend aan tafel, met bewakers altijd in de buurt.
Geen wonder dat hij altijd op zoek is naar menselijkheid en een betere wereld
Geen wonder dat hij altijd op zoek is naar menselijkheid en een betere wereld. Na zijn vrijlating kijkt de kunstenaar steeds minder naar China. Als hij in 2015 zijn paspoort terugkrijgt, vertrekt hij naar het buitenland. Een aantal recente werken gaat over oorlog en migratie, waarmee hij wil laten zien dat migratie eeuwenoud is.
In Search of Humanity, Kunsthal, t/m 3/03 2024
Lee Miller
MODE EN FOTOGRAFIE | In het Brighton Museum heeft modeconservator Martin Pel 35 van Lee Millers (1907-77) bekendste foto’s gecombineerd met tien outfits die deze fotograaf, surrealist en oorlogscorrespondent in verschillende fasen van haar leven droeg.
Lee Miller Dressed, 18/02 2024
Losse schroeven
TENTOONSTELLING | Wie bepaalt waar de grens van ‘normaal zijn ligt’? In Gent is een tentoonstelling gemaakt over machtsrelaties in de psychiatrie en de vele labels die zowel hulp als hindernis zijn. De tweedeling tussen lichaam en geest wordt ter discussie gesteld.
Museum Dr. Guislain, 30/06 2024
Graswortel patronen
TEXTIEL | De in Amsterdam gevestigde Duitse kunstenaar Diana Scherer (1971) maakt botanische installaties, objecten, textiel en fotografie en is een pionier in biotechnologische kunst. Ze kweekt bijvoorbeeld graswortels om te laten zien dat het complexe organismen zijn op manieren die vaak onzichtbaar voor ons blijven. In haar werk verkent ze de relatie tussen de mens en zijn natuurlijke omgeving en het verlangen van de mens om de natuur te beheersen.
De wortels groeien volgens haar eigen patronen tot intrigerende organische weefsels
Ze bestudeert bijvoorbeeld planten en wortelstelsels om hun natuurlijke groeiprocessen in kunstmatige biotopen na te bootsen met behulp van aarde, zaden en licht. De wortels groeien volgens haar eigen patronen tot intrigerende organische weefsels, een soort levende sculpturen.
Farming Textiles, Museum Kranenburgh, t/m 10/3 2024
Franse musea proberen hun energiegebruik te verminderen door hun kunstwerken op een andere manier te bewaren en te vervoeren. De grootste winst valt echter te behalen bij de gasten: 99 procent van de CO2 die het Louvre uitstoot, wordt veroorzaakt door de bezoekers.
Alle toevoer afsnijden! Water, gas, elektriciteit! Afgelopen lente heeft het Maison des arts de Malakoff in het departement Hauts-de-Seine zijn energiegebruik uit eigen beweging volledig stilgezet: geen enkele expositie meer, een radicale stop van vijf maanden. ‘We hadden al veel milieumaatregelen genomen, zoals het opvangen van regenwater, het planten van een boomgaard en het installeren van andere verlichting,’ vertelt directeur Aude Cartier. ‘We moeten de milieuangst omzetten in initiatieven die mensen mobiliseren en de wereld veranderen in plaats van haar te versomberen, en onze instellingen kunnen daarbij een rol spelen.’
Lampen op zonne-energie, emmers water in de wc’s… Aude Cartier en haar team hebben elk onderdeel van het dagelijks leven een nieuwe invulling gegeven. In de vorm van sculpturen, een broodoven in de tuin, fermentatieworkshops voor het maken van miso, kombucha en kimchi, het middels allerlei acrobatische toeren kweken van paddenstoelen en het voeren van talloze discussies over morgen.
Niet alle Franse musea en kunstencentra gaan zo ver, maar aandacht voor het milieu is onontkoombaar sinds de coronapandemie. De klimaatrampen van 2022 hebben alles nog in een stroomversnelling gebracht. Er is geen groot museum meer zonder duurzaamheidsadviseur. Doel, volgens het collectief Les Augures dat de groene transitie in de beeldende kunst begeleidt, is ‘het reduceren van de negenduizend ton CO2 die een gemiddeld museum jaarlijks uitstoot, de voetafdruk van achthonderd Fransen’. In Malakoff heeft het collectief een maximaal aantal gegevens verzameld, variërend van de wijze waarop bezoekers naar het museum komen tot de psychologische impact die bepaalde veranderingen hebben op het team. Alles is geïnventariseerd en geanalyseerd, ‘om te kunnen bepalen wat werkt en wat niet, en om ook anderen van onze bevindingen te laten profiteren’, legt Aude Cartier uit.
‘Musea weten vaak niet waar ze moeten beginnen‘
Want dat is het grootste struikelblok. ‘Musea weten vaak niet waar ze moeten beginnen, het valt buiten hun competentie en stelt ze voor een aantal heel uiteenlopende uitdagingen,’ onderstreept Fanny Legros, die drie jaar geleden Karbone Prod heeft opgericht, een ander bureau dat zich in procesbegeleiding op dit gebied heeft gespecialiseerd.
Een toekomstig museum dat 100 procent duurzaam is? Daarvoor moet je het verbruik van een vrachtauto kunnen berekenen, expert worden op het gebied van isolatie, de herkomst van de vis in je restaurant kunnen vermelden, op de hoogte zijn van het Franse decreet van 2019 dat bepaalt dat het energieverbruik van openbare gebouwen in 2030 met 40 procent verminderd moet zijn, in 2040 met 50 procent en in 2050 met 60 procent, je bezoekers aansporen om op de fiets te komen, de levenscyclus van de bekleding van je banken achterhalen, een toekomst bedenken voor afgedankte vloerbedekking. Een duizelingwekkende hoeveelheid uiteenlopende expertises.
Recycling
‘Maar we hebben geen keus: binnen enkele jaren zal Frankrijk het klimaat van Andalusië hebben,’ benadrukt Sandra Patron, die een voortvarend actieplan heeft gelanceerd voor het Musée d’Art Contemporain in Bordeaux dat ze sinds 2019 leidt. ‘Ons hoofdgebouw? Het is binnenkort misschien te warm om daar exposities te houden. Maar we verwerpen het idee dat de toekomst uitzichtloos is. De vragen die voorliggen zijn even fascinerend als beangstigend. En hoe meer je op de zaken vooruitloopt, des te intelligenter de antwoorden.’ Patron zet vooral in op recycling: komende herfst zal Bordeaux een ondergrondse recyclinginstallatie in gebruik nemen die het ‘afval’ van de culturele instellingen van de stad zal inzamelen en herverdelen. Een prijzenswaardig initiatief dat is gestart door de Réserve des arts de Pantin in het departement Seine-Saint-Denis en sinds 2020 ook in Marseille is gerealiseerd. In 2022 heeft de organisatie 722 ton materiaal ingezameld bij tal van grote en kleine musea en kunstenaars; 520 ton daarvan is weer in gebruik genomen door de 13.000 aangeslotenen. Vooral hout, maar ook metaal, textiel, leer. Een succes dat helaas wordt bedreigd: omdat de Réserve binnenkort moet verhuizen wordt wanhopig naar een nieuwe locatie gezocht, terwijl er nog nooit zo’n groot beroep op de organisatie is gedaan. Want veel instellingen hebben zich met name op het meest voor de hand liggende afvalitem gestort: expositiepanelen. Deze worden voor elke tentoonstelling op maat gemaakt en belandden voorheen systematisch in de afvalcontainer. Maar dat is nu verleden tijd.
‘Het wordt hoog tijd dat een expositie van begin tot eind milieubewuster verloopt’
En verder? De musea wisselen steeds meer ervaringen uit, maar ieder voor zich blijft de regel. Frankrijk kent geen equivalent van de in het Verenigd Koninkrijk opgerichte Gallery Climate Coalition, waarbij momenteel 800 musea aangesloten zijn, van PS! in New York tot Barbican in Londen, die tussen nu en 2030 hun CO2-uitstoot willen halveren en streven naar 0 procent afval. Het enige aangesloten Franse museum is het Musée Picasso in Parijs.
‘Frankrijk loopt een beetje achter, want het ontbreekt ons aan gegevens over de werkelijke voetafdruk van de cultuursector, die geen deel uitmaakt van de koolstofarme strategie die de overheid voorstaat,’ zegt Fanny Legros spijtig. Karbon Prod en Augures hebben daarom de handen ineengeslagen om een instrument voor dataverzameling te ontwikkelen waarvoor ze de financiering op korte termijn hopen rond te krijgen; een tiental Franse musea zou als ‘bêtatesters’ fungeren. ‘Het wordt hoog tijd dat een expositie van begin tot eind milieubewuster verloopt en dat er meetinstrumenten komen voor elk afzonderlijk geval,’ aldus Legros.
Permacultuur als model
Intussen voltrekt de facelift zich zo goed en zo kwaad als het gaat: de exposities worden langer, er wordt vaker een beroep gedaan op plaatselijke collecties, koolstofboekhouding vindt steeds meer ingang. Maar dat volstaat in de ogen van Guillaume Désanges niet voor een duurzaam ontwikkelingsbeleid: de directeur van het Palais de Tokyo in Parijs wil verder gaan en permacultuur, een duurzame landbouwmethode, als model gebruiken. ‘Natuurlijk moeten we de koolstofuitstoot beperken, maar we moeten vooral weer ontdekken dat het nodig is om dingen anders te doen. Wij gaan prat op onze vrolijke, creatieve nederigheid. Voor ons is duurzaamheid geen gespreksonderwerp, maar het uitgangspunt van de manier waarop we werken.’
Dankzij sponsorgelden heeft het Palais de Tokyo het bureau Utopies in de arm kunnen nemen voor het opstellen van een koolstofboekhouding. In 2021 heeft het museum 7200 ton CO2 uitgestoten, constateert het rapport. Oftewel 16 kilo per bezoeker, twee keer zo veel als het Gugenheim in Bilbao. Drie kwart daarvan wordt veroorzaakt door de bezoekers van exposities, die voor het overweldigende merendeel uit het buitenland komen. Een situatie die op nationale schaal aangepakt zou moeten worden: van de 4 miljoen ton CO2 die het Louvre uitstoot wordt 99 procent veroorzaakt door de bezoekers.
Voor het overige beschikt het Palais de Tokyo nog over de nodige manoeuvreerruimte, verzekert de directeur. Doel is 42 procent minder CO2-uitstoot in 2030. Eerst genomen beslissing in de zomer van 2023 was de sluiting van de glazen zaal op de begane grond, die tijdens grote hitte onbruikbaar is. De tienduizend vierkante meter met airco koelen is ondenkbaar. Het hele parcours is herzien: vanuit de frisse tuinen komt men binnen via het souterrain en de expositie van Laura Lamiel wordt omsloten door dikke muren. ‘Deze initiatieven helpen om het cynisme te doorbreken van de kunstwereld, waar veel over duurzaamheid wordt gesproken zonder werkelijk te beseffen wat er aan de hand is. Maar het belangrijkste is dat we een opwaartse spiraal creëren,’ vervolgt Guillaume Désanges. ‘Het Palais is een levend ecosysteem dat niet als monocultuur mag worden gebruikt, maar waar de gebruiksintensiteit varieert en er soms ruimte onbenut blijft.’
Op het programma van dit duurzame Palais staat een intensievere dialoog met andere instellingen en het afwijzen van ‘concurrentiestrategieën zodat de artistieke en intellectuele inbreng voorrang krijgt. Altijd haantje de voorste zijn? Die logica is zijn doel voorbijgeschoten. Wij houden ons liever aan de tijd van de kunstenaars.’ En ook aan hun vergroeningstempo, dat ze zichzelf inmiddels heel vaak opleggen. Zo heeft Davide Balula het project Artists Commit gelanceerd, dat de voetafdruk van een expositie haarfijn wil analyseren.
Grote oceaanstomer
Bij musea met oude kunst speelt deze aandrang minder. Hoe kunnen we deze grote oceaanstomers een draai laten maken? ‘Bij al onze projecten houden we de energietransitie in het oog; daar staan we met onze teams dagelijks bij stil,’ verzekert Virginie Donzeau, directielid van het Musée d’Orsay.
’s Winters één graad minder, ’s zomers één graad meer: eind 2021 heeft Orsay een plan aangenomen voor een haarfijne afstelling van verwarming en airconditioning, aldus Donzeau. Resultaat is dat de energiekosten in de winter van 2022 met 16 procent zijn gedaald. Er zal onder geen beding een beroep worden gedaan op de uitzonderingsclausule voor monumenten die in het energiedecreet van 2019 is opgenomen: voor 2024 wordt gemikt op een daling van het energiegebruik met 25 procent, en voor 2050 met 60 procent, conform de eisen die het decreet stelt aan alle openbare gebouwen van meer dan duizend vierkante meter. ‘Ons gebouw, een spoorstation uit de negentiende eeuw dat aan vier windrichtingen is blootgesteld, is onze grootste uitdaging, maar we zien die complicatie ook als een kans,’ verzekert Donzeau.
In alle tentoonstellingszalen is inmiddels ledverlichting aangebracht, en de andere ruimtes zullen binnenkort volgen. De renovatie van de entree zal het verbruik ook doen dalen. Er wordt zelfs aan gedeeltelijke geothermie gedacht. ‘De daling van de CO2-uitstoot die in 2022 is gerealiseerd heeft ons een beetje verrast,’ vervolgt ze, ‘want die is nogal contra-intuïtief. Als je de bezoekers niet meetelt komen de exposities zelf pas op de vierde plaats qua energieverbruik, na het gebouw, de winkelactiviteiten en de horeca.’ Transporteurs bewegen tot verduurzaming van hun wagenpark, met verzekeraars onderhandelen om een of twee kunstwerken meer in dezelfde vrachtwagen of hetzelfde vliegtuig te mogen vervoeren, elk detail wordt onder de loep genomen om de uitstoot van broeikasgassen tussen nu en 2030 met 30 procent te verminderen.
Het beheer van de museumcollecties, waar nog heel wat werk aan de winkel is, blijft een knelpunt
Origineler is nog dat het museum een project heeft geïnitieerd voor vergroening van de oevers van de Seine in Argentueil in het departement Val d’Oise, naar voorbeeld van de impressionistische doeken waarop het destijds nog ongerepte landschap staat afgebeeld.
Maar er blijft een knelpunt, namelijk het beheer van de museumcollecties, waar nog heel wat werk aan de winkel is. Zelfs de International Council of Museums breekt zich daar het hoofd over: ‘Sommige normen voor preventieve conservering dateren van dertig jaar geleden. Zijn die nog valide en werkbaar in de huidige tijd?’ Sandra Patron gaat nog verder: ‘Kun je nog werken in koelcellen conserveren à raison van 15.000 euro per jaar? Je moet verder durven denken, zelfs als dat in strijd is met de regels.’
De Japanner Itaru Sasaki bouwde in 2010 in zijn tuin op een heuveltop een telefooncel met daarin een niet-aangesloten telefoon met draaischijf, om het nummer van een geliefd overleden familielid te kunnen draaien en te praten over zijn verdriet, meldt Atlas Obscura. Een jaar later werd Japan getroffen door een drievoudige ramp: een aardbeving gevolgd door een tsunami, die de kernramp van Fukushima veroorzaakte. Otsuchi, Sasaki’s geboorteplaats, werd getroffen door negen meter hoge golven, waarbij 10 procent van de inwoners om het leven kwam.
Drie jaar na de ramp hadden tienduizend mensen de telefooncel in Otsuchi bezocht
Sasaki stelde vervolgens zijn kaze no denwa (‘windtelefoon’) open voor het grote aantal mensen in de buurt dat rouwde om het verlies van een dierbare. Het nieuws over de rouwtelefoon verspreidde zich en vanuit het hele land ondernamen verdrietige mensen een tocht naar de telefoon. Drie jaar na de ramp hadden tienduizend mensen de telefooncel in Otsuchi bezocht, en de plek wordt nog altijd intensief gebruikt.
Hortus Maximus in Hongkong
Studio Job, van de Nederlands-Belgische kunstenaar Job Smeets, is een samenwerking aangegaan met het gerenommeerde huis Hermès in Hongkong. Smeets maakte voor het luxe modemerk een etalage waarin een droomachtige oase te zien is. Het tableau moet leven in de betonnen jungle van de stad brengen en voorbijgangers stil laten staan bij deze excentrieke Hortus Maximus. Daarin staan dieren model als elegante boeren en zijn groenten van prijswinnende telers opgeblazen tot ontzagwekkende, Alice in Wonderland-achtige proporties. De mix van surreële, hoogwaardige afwerking kenmerkt het werk van de studio, dat wel vaker verwijst naar zowel het traditionele als het actuele, het organische en het kunstmatige.
Onlineonderwijs vanwege geweld
In de door misdaad geteisterde Ecuadoraanse kustprovincie Guayas – en dan met name in Guayaquil, de grootste stad van het land – gaan scholen tijdelijk over op onlineonderwijs om leerlingen voor geweld te behoeden, aldus Mercopress. Het ministerie van Onderwijs liet op X (voorheen Twitter) weten dat ze van plan is gedurende enige tijd ‘het Onderwijscontinuïteitsplan [onderwijs op afstand] toe te passen in bepaalde onderwijsinstellingen’. Zodra de lessen weer worden hervat moet de steun van veiligheidstroepen ‘prioriteit zijn om de levens en het recht op onderwijs van leerlingen te beschermen,’ aldus het ministerie.
Het aantal moorden en aanslagen steeg in vijf jaar tijd van 5,8 naar ruim 25 per 100.000
Confrontaties tussen rivaliserende bendes begonnen in 2020 met bloedbaden in de gevangenissen, maar het geweld is nu ook overgeslagen naar de straat. Het aantal moorden en aanslagen steeg in vijf jaar tijd van 5,8 naar ruim 25 per 100.000. Experts vrezen dat dit eind 2023 zelfs op 40 per 100.000 zal uitkomen.
Een Ross voor ruim 9 miljoen
A Walk in the Woods, een olieverfschilderij van bomen rond regenplassen uit 1983, is te koop voor 9,85 miljoen dollar (9,26 miljoen euro), zo schrijft Hyperallergic. Dat is een hoop geld, maar het gaat dan ook om het eerste van duizend schilderijen die de Amerikaan Bob Ross (1942-1995) maakte tijdens zijn populaire tv-serie The Joy of Painting. De eerste aflevering van die serie, die elf jaar zou lopen onder Ross’ motto ‘Iedereen kan schilderen’, werd in 1983 uitgezonden. Een andere beroemde uitspraak van Ross is dat er geen fouten bestaan, maar alleen happy accidents, ‘gelukkige ongelukjes’. ‘Volgens Google Analytics is Bob Ross Andy Warhol en Pablo Picasso gepasseerd als meest gezochte kunstenaar op internet,’ aldus de eigenaar van Modern Artifact, de Amerikaanse galerie die het schilderij aanbiedt. ‘Dat is ongelooflijk indrukwekkend, vooral omdat er amper officiële marketing is en zijn originelen vrijwel niet te vinden zijn.’
VS overwegen enorme wapenleverantie aan Vietnam
De Amerikaanse regering is volgens ingewijden in gesprek met Vietnam over de grootste wapenoverdracht in de geschiedenis tussen de twee voormalige vijanden, schrijft Reuters. De deal was afgelopen maand een belangrijk onderwerp van gesprek tussen Vietnamese en Amerikaanse ambtenaren in Hanoi, New York en Washington D.C. Er wordt gesproken over een overeenkomst die binnen een jaar rond zou kunnen zijn en waarin sprake is van de levering van onder meer Amerikaanse F-16 gevechtsvliegtuigen. Washington overweegt gunstige financieringsvoorwaarden voor deze dure levering aan Hanoi, dat krap bij kas zit. Het zou Vietnam kunnen helpen een einde te maken aan de traditionele afhankelijkheid van goedkopere wapens van Russische makelij. De wapenverkoop zou Rusland op een zijspoor zetten, maar wel leiden tot irritatie bij China. Vietnam en buurland China staan op gespannen voet met elkaar vanwege een slepend territoriaal geschil in de Zuid-Chinese Zee, hetgeen verklaart waarom Vietnam zijn maritieme verdediging wil versterken.
De wapenverkoop zou Rusland op een zijspoor zetten, maar wel leiden tot irritatie bij China
Sinds de opheffing van het Amerikaanse wapenembargo in 2016 bleef de export van Amerikaans materieel naar Vietnam beperkt tot schepen voor de kustwacht en trainingsvliegtuigen. Rusland leverde ongeveer 80 procent van het wapenarsenaal van het land. Vietnam geeft jaarlijks naar schatting 2 miljard dollar uit aan de aankoop van wapens en Washington hoopt dat het land op langere termijn een deel van dat budget zal verleggen naar wapens die worden gefabriceerd door de VS of door bondgenoten en partners, zoals Zuid-Korea en India.
De lucht in Europa is ernstig vervuild
Nagenoeg iedereen op het Europese continent woont in een gebied met een gevaarlijk niveau van luchtvervuiling, zo blijkt uit een onderzoek in opdracht van The Guardian. Een analyse van gegevens die werden verzameld met behulp van geavanceerde methoden – zoals gedetailleerde satellietbeelden en metingen door ruim 1400 meetstations – laat zien dat 98 procent van de mensen in Europa op plekken woont waar sprake is van zeer schadelijke fijnstofvervuiling die de richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) overschrijdt. Bijna tweederde woont in gebieden waar de luchtkwaliteit meer dan twee keer zo slecht is als de WHO-richtlijnen voorschrijven. Noord-Macedonië is er het slechtst aan toe. Bijna tweederde van de inwoners van dat land woont in gebieden met meer dan vier keer de door de WHO acceptabel geachte hoeveelheid PM2,5 – kleine deeltjes met een doorsnee van nog geen 2,5 micrometer die door de lucht zweven en vooral worden geproduceerd door de verbranding van fossiele brandstoffen. Sommige ervan kunnen de longen of de bloedbaan binnendringen en zo bijna elk orgaan in het lichaam aantasten. Vier andere gebieden in Noord-Macedonië, waaronder de hoofdstad Skopje, blijken een luchtvervuiling te hebben die bijna zes keer zo hoog is als de toegestane norm.
‘Dit is een ernstige crisis voor de volksgezondheid’
Uit de analyse blijkt dat slechts 2 procent van de Europese bevolking in gebieden woont die binnen de gestelde limieten vallen. Experts zeggen dat PM2,5-vervuiling jaarlijks voor ongeveer vierhonderdduizend doden op het continent zorgt.
‘Dit is een ernstige crisis voor de volksgezondheid,’ aldus Roel Vermeulen, hoogleraar milieu-epidemiologie aan de Universiteit Utrecht, die het team van onderzoekers leidde dat op het hele continent gegevens verzamelde. ‘We zien dat bijna iedereen in Europa ongezonde lucht inademt.’ Volgens Vermeulen zijn dit de beste gegevens die momenteel beschikbaar zijn. ‘Nu hebben we politici nodig die moedig en ambitieus zijn en de noodzakelijke stappen zetten om deze crisis aan te pakken.’
Omdat de Nederlandse economie in de Gouden Eeuw vrijwel alles aan het weer te danken had – zonder wind draaide geen molen en kon geen schip uitvaren – weerspiegelde de binnenlandse kunst deze maritieme onderwerpen. Zo speelden wolken in schilderijen een belangrijke rol als sfeermakers.
In de maritieme schilderkunst uit de Gouden Eeuw dient het weer niet alleen als decor. Luchten hebben karakter en creëren drama en sfeer. Donkere wolken die boven schepen uittorenen, kunnen een waarschuwing zijn; windstilte en slappe zeilen kunnen kalmte, uitputting of frustratie uitdrukken. Maar het weer biedt ook een mogelijkheid tot waarheidsgetrouwheid. Vanaf de jaren dertig van de zeventiende eeuw, aldus een recente meteorologische analyse, raakten kunstenaars meer geïnteresseerd in het afbeelden van waarneembare wolkenformaties, in plaats van te volstaan met de generieke, bolle vormen op het werk van hun voorgangers. Ze bootsten omstandigheden na die ze met eigen ogen waarnamen langs de Noordzeekust.
Schepen op de Rede, ca. 1658, Willem van de Velde de Jonge, collectie Mauritshuis
Accuratesse bij het afbeelden van wind en water, waaruit bleek dat de schilder zelf op ervaring in de zeevaart kon bogen, was een kwestie van trots. Hendrick Cornelisz Vroom liet zich erop voorstaan dat hij een schipbreuk voor de kust van Portugal had overleefd. Willem van de Velde de Oude nam zichzelf op in zijn penschilderij Slag bij Scheveningen (1655). Hij staat afgebeeld als een minuscuul figuurtje met een hoed, dat in een bootje zijn schetsboek en potlood vastklemt. De details die hij op deze tekening heeft vastgelegd, wil hij maar zeggen, had hij niet veilig vanaf de kust kunnen waarnemen.
De vloot staat opgesteld voor een te voeren zeeslag. Willem van de Velde, 1685
De buitensporige macht van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in de zeventiende eeuw was afhankelijk van schepen en zeelieden. Het land dankte zijn rijkdom aan de zee, verworven via zeehandel met andere Europese landen en de controle over koloniale aanvoerroutes. Het toonde zijn macht op zee, tijdens zeeslagen met de Engelse, Franse, Spaanse en Portugese marine om zijn handelsposten te verdedigen. Zijn binnenlandse kunstmarkt was een weerspiegeling van deze belangen. Welvarende Nederlandse mannen en vrouwen – kooplieden, scheepsbouwers, bankiers en hun familie – deden in navolging van de aristocratie aan zelfpromotie door het verstrekken van opdrachten aan kunstenaars. Hun voorkeur ging uit naar maritieme onderwerpen, composities die de lof zongen van de plekken en acties waaraan ze hun fortuin dankten: zeestukken, havengezichten, reddingen bij stormachtig weer, zeeslagen.
Een branderaanval op de Royal James, tijdens de Zeeslag bij Solebay, 7 juni 1672. Willem van de Velde de Jonge, 1675
Details in de maritieme schilderkunst zijn dikwijls metoniemen voor grotere, abstracte concepten die de grenzen van het schilderij overschrijden. Een opbollende Nederlandse vlag aan de marssteng van een oorlogsschip op de voorgrond van Reinier Nooms’ Amsterdamse havenscène (ca. 1654-55) lijkt groter dan de zeilen van de schepen daarachter. Op Hollandse schepen op een kalme zee (1665) van Willem van de Velde de Jonge herinneren gouden toetsen eraan dat macht en geld hand in hand gaan: op een van de schepen prijkt een met goudverf geschilderd wapen; het boegbeeld in de vorm van een leeuw op een ander schip heeft krullende gouden manen.
Zelfstandig onderwerp
Het weer kan als volgt worden geïnterpreteerd, aan de hand van gemeenschappelijke associaties: storm is slecht, zonnestralen zijn goed. De interessantere maritieme schilderijen behandelen het als een zelfstandig onderwerp. Vrooms Een Nederlands schip en een Kaag in een frisse bries (ca. 1628-30), waarop een varend oorlogsschip en een kleinere boot staan afgebeeld, gaat evenzeer over de wind en het effect ervan als over schepen. Fraaie golvende lijnen in de wolken van Vroom, die zijwaarts over het schilderij lopen, brengen ze in beweging. Dezelfde daaronder gereproduceerde lijnen, fijne veegjes en dalletjes in het water, laten zien hoe de zee in dezelfde richting raast en wolkjes schuim opwerpt. Op schilderijen waarop eerder verstilling dan beweging wordt afgebeeld, wordt de atmosfeer het onderwerp. Op Gezicht op Hoorn (ca. 1650) van Abraham de Verwer tonen de slappe zeilen van de schepen dat er niets beweegt.
De Zeeslag bij Kijkduin, 21 augustus 1673, Willem van de Velde de jonge, circa 1687
Het belangwekkende schuilt in de onmetelijke hemel, waar zich kleine verschillen in het gewicht van de lucht manifesteren: tussen stukken puur doorzichtig blauw hangen slierten wolk en zwaarder ogende cumulusformaties. Schilderijen met een narratief element maken het weer onderdeel van hun verhaal. Op Het verzamelen van de Nederlandse vloot voor de Vierdaagse Zeeslag, 11 tot 14 juni 1666 (1670) van Van de Velde de Jonge staan oorlogsschepen in formatie afgebeeld voor aanvang van een van de bloedigste conflicten uit de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog. Het indrukwekkende vaartuig op de voorgrond, De Liefde, is in schaduw gehuld en zijn fragiel ogende masten en tuigage worden bijna omgeven door een dikke, donkere wolkenmassa. Het schip ging ten onder in de strijd, waarbij vijftienhonderd mannen omkwamen.
De zeeslag bij Nieuwpoort, Willem van de Velde de Oude, 1653
In Schepen in nood voor een rotsachtige kust (1667), van Ludolf Backhuysen, is eerder sprake van een rechtstreeks drama dan van een voorafschaduwing daarvan. Drie vrachtschepen, die allemaal een mast missen, hellen angstwekkend schuin over in hoge golven. De matte, afstotelijke kleur van het water komt terug in de massief grijze wolkenstructuren aan de hemel. Op de voorgrond steken rotsen als tanden uit het water.
Het weer kan zekerheid of doelmatigheid uitdrukken
Het weer wijst in twee richtingen tegelijk. De ene afloop van het verhaal wordt gesuggereerd door de kolkende wolkenmassa, het wrakhout dat al in het water drijft, de mannen die op het punt staan te springen. De andere wordt weergegeven door de bovenste hoek van het schilderij, waar een stuk warmgele lucht, vanachter verlicht door zonnestralen, erop kan duiden dat de storm zal gaan liggen.
Gespreksonderwerp
Eén reden waarom het weer zo’n bruikbaar gespreksonderwerp is, is de tijdelijkheid ervan. Wolken bewegen, wind verandert, regen komt en gaat: er is altijd iets om over te praten. (Volgens mijn Nederlandse partner denken Nederlanders dat ze bekendstaan om hun geklaag over het weer.) In verf is die tijdelijkheid moeilijk te vatten. ‘Dag in, dag uit/ Liggen we stil, bries noch beweging/ Statisch als een geschilderd schip/ Op een geschilderde oceaan’, zegt de Oude Zeeman van [de Engelse dichter] Coleridge, die de onveranderlijkheid van kunst gebruikt als metafoor voor bewegingloosheid.
De schilderkunst van de Gouden Eeuw doet haar best om de incidentele aspecten van het weer in beeld te brengen. Op Estuarium aan het einde van de dag (ca. 1640-45) van Simon de Vlieger drijft er rook mee met de wind en waagt een werkman het erop een romp te teren voor het donker wordt. Maar de meeste kunstenaars uit die tijd geven de voorkeur aan het toevalsaspect van het weer, de manier waarop het kan worden gebruikt om zekerheid of doelmatigheid uit te drukken. Achter De Vliegers werkman die zwoegt op de kust, en achter de vloot schepen die zichtbaar is in de riviermond in de verte, schieten er schemerige stralen zonlicht uit de wolken als goddelijke pijlen. Op Na de storm (ca. 1700) van Van de Velde de Jonge, een andere compositie met zonsondergang, wordt het beeld overheerst door de dreigende, loodgrijze lucht. De schepen op de voorgrond lijken geluk te hebben gehad dat ze behouden zijn gebleven. Maar de lichtstralen die vanuit de verre hoek omlaag wijzen naar de vaartuigen, geven aan waaraan ze hun geluk te danken hebben. Als Nederlanders overleefden op zee, dan was het omdat ze iets groters aan hun kant hadden dan het weer.
Op het fotofestival Cortona On The Move in Italië zijn dit jaar ‘nieuwe visies en originele vormen van visuele communicatie’ te zien met als thema ‘Meer en Minder’. Twee tegenpolen die volgens de directeur onze huidige wereld typeren.
Het internationale fotografiefestival Cortona On The Move heeft sinds 2011 als missie om hedendaagse fotografie te verspreiden, te promoten en te bekronen. Het festival brengt een keur aan fotografen samen en biedt tentoonstellingen, lezingen en workshops. Belangrijk onderdeel dit jaar zijn ‘nieuwe visies en originele vormen van visuele communicatie’. Zoals de fotoroman. In het naoorlogse Italië met meer dan twee miljoen werklozen was de fotoromanzo een welkome vorm van afleiding in het harde dagelijkse bestaan. De fotoroman was een onmiddellijk succes, maar culturele kringen keken erop neer en beschouwden dit nieuwe concept ten onrechte als een goedkoop subgenre van de literatuur.
Rijk aan ideeën en arm aan simplificaties – dat belooft het festival te zijn
Dit jaar is het thema van het festival ‘Meer en Minder’. Directeur Paolo Woods schrijft dat die twee uitersten meer dan ooit onze huidige wereld bepalen en het de hoogste tijd is om te onderzoeken hoe deze tegenpolen ons wereldbeeld, onze ideologieën en ons gedrag vormgeven. Overvloed staat tegenover schaarste, het overbodige tegenover het essentiële, de happy few tegenover de massa, rijk tegenover arm – het is een schier oneindige lijst van tegenstellingen die overal om ons heen te zien zijn. Volgens de statistieken zou een gemiddelde Amerikaan drie miljoen jaar moeten werken om net zo rijk te worden als de rijkste Amerikaan.
Fotografie is het middel bij uitstek om dergerlijke thema’s in beeld te brengen. Rijk aan ideeën en arm aan simplificaties – dat belooft het festival te zijn.
De voorwerpen hebben een totale waarde van 3,5 miljoen dollar
De autoriteiten van de staat New York hebben gestolen kunstvoorwerpen ter waarde van bijna 3,5 miljoen dollar teruggegeven aan Italië. Het is niet voor het eerst dat New York deze stap neemt: ook in 2022 werd voor miljoenen aan antiquiteiten teruggestuurd naar het Zuid-Europese land, schrijft de BBC. Met de acties wil New York zijn imago als mondiaal centrum voor de illegale handel in kunstwerken aanpakken.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Tijdens de repatriëringsceremonie, die werd uitgevoerd in samenwerking met Italiaanse ambtenaren, werden tweeënveertig kunstvoorwerpen overhandigd, waarvan sommige meer dan 2500 jaar oud zijn. Sinds Alvin Bragg officier van justitie is geworden in Manhattan, zijn al zeker tweehonderd voorwerpen teruggekeerd naar Italië, wat een van zijn beloften was bij zijn aantreden.
Onder de voorwerpen die werden teruggegeven is een vaas uit Apulië in Zuid-Italië, die dateert van 335 v.Chr. De vaas was gestolen van een begraafplaats en vervolgens naar het buitenland gesmokkeld door de beruchte kunsthandelaar Giacomo Medici. De afgelopen jaren zijn door de staat New York ook kunstvoorwerpen teruggebracht naar landen als Irak, China en India.
In het Smithsonian Design Museum in New York is nu voor het eerst de artistieke nalatenschap van de Amerikaanse textielontwerpster Dorothy Liebes te zien. Liebes werkte samen met grote namen als Frank Lloyd Wright.
In het Cooper Hewitt, Smithsonian Design Museum in New York is de eerste monografische tentoonstelling in meer dan vijftig jaar te zien over het werk van Dorothy Liebes (1897-1972), een invloedrijke textielontwerpster en weefster. Ze wordt ook wel de ‘moeder van het moderne weven’ genoemd. Liebes speelde een sleutelrol in de Amerikaanse interieurs midden vorige eeuw. Ze werkte samen met niemand minder dan Frank Lloyd Wright en Raymond Loewy.
Tijdens haar leven kreeg Liebes veel erkenning, maar de reikwijdte van haar opdrachten – die zich uitstrekten van het gebouw van de Verenigde Naties in New York tot filmsets van Adam’s Rib van George Cukor met Katharine Hepburn en Spencer Tracy uit 1949 – is nu pas te zien op de overzichtstentoonstelling in New York. Meer dan 175 werken zijn bewaard gebleven na haar dood in 1972.
A Dark, A Light, A Bright, Smithsonian Design Museum, New York, t/m 04/2/2024
Antoni Tàpies was met Miró en Picasso een van de belangrijkste Spaanse kunstenaars van de twintigste eeuw. In het Brusselse Bozar kun je binnenkort zien waarom hij dat was.
Het Brusselse Bozar toont een groot retrospectief van de Spaanse abstracte kunstenaar Antoni Tàpies (Barcelona, 1923-2012) en het werk dat hij maakte tussen 1944 en de jaren negentig. Tàpies gold als een van de belangrijkste Spaanse kunstenaars van de twintigste eeuw. Hij was een tijdgenoot van Joan Miró en Pablo Picasso, en hij werd in 2010 in de adelstand verheven wegens zijn bijdrage aan de Spaanse kunst. Ook ontving hij de Prins van Asturiëprijs voor de Kunsten, een van de belangrijkste onderscheidingen in de Spaanstalige wereld.
In 1966 werd hij een paar jaar gevangengezet wegens illegale bijeenkomsten
Op de tentoonstelling is vrijwel alles te zien: van vroege tekeningen en zelfportretten, zijn ‘materieschilderijen’ uit de jaren vijftig en zijn assemblages uit de jaren zestig en zeventig. Hij gebruikte touw, gips, zand, lijm, hout en ijzerdraad, met vaak felgekleurde accenten tegen een achtergrond die lijkt op een bepleisterde, verweerde muur die de vergankelijkheid symboliseert. Tàpies heeft zich altijd verzet tegen het Franco-regime en vond heil in het occultisme. In 1966 werd hij een paar jaar gevangengezet wegens illegale bijeenkomsten.
Antoni Tàpies. De praktijk van de kunst, Bozar, Brussel, 15/9 t/m 7/1/24
Als je weet waar je moet kijken, kun je het geweld van Vermeers tijd terugvinden in zijn serene meesterwerken. Zijn schilderijen kunnen niet slechts als decoratief of technisch hoogstaand worden gezien, betoogt kunstliefhebber en schrijver Teju Cole. Ze dragen de last van eeuwen koloniale geschiedenis op hun schouders.
Ik maakte kennis met Vermeer toen ik op een middag door de boeken en publicaties bladerde die bij ons thuis, in Lagos, in de boekenkast stonden. Ik was veertien of vijftien. Tussen de oude studieboeken van mijn ouders (Nigeriaanse toneelstukken, Franse geschiedenisboeken, handboeken over bedrijfsmanagement) vond ik iets dat ik nog niet eerder had gezien: het jaarverslag van een multinational. Ik weet niet meer welk bedrijf het was, maar het moet iets met eten of drinken te maken hebben gehad, want op de voorkant stond een schilderij van boeren in een glooiend veld en op de achterkant dat van een vrouw die melk inschenkt.
Ik weet nog hoe kalm ik me die middag voelde en hoe gefascineerd ik was door de afbeeldingen in het verslag. Ze leken de ruimte om me heen te transformeren. De onderschriften vertelden me dat het de schilderijen De korenoogst van Pieter Bruegel de Oude en Het melkmeisje van Johannes Vermeer betrof. Ik kende deze werken niet, maar ik was al wel een groot kunstliefhebber en wist wanneer iets me echt raakte. Vooral het schilderij van Vermeer had een indrukwekkende, mysterieuze aantrekkingskracht. Nog nooit had ik een muur zo goed geschilderd gezien, of een menselijke figuur zo overtuigend gesitueerd in de visuele ruimte. En alles was doordrenkt van licht dat het tafereel, meer nog dan andere schilderijen, levensecht maakte. De term ‘Noordelijk licht’ kwam toen nog niet in me op, maar ik wist wel dat ik naar iets vreemds en verleidelijks keek, iets dat zich afspeelde in een wereld die radicaal verschilde van mijn tropische omgeving.
Portaal
Nog steeds ontroert het me als ik terugdenk aan het stille wonder dat zich op die middag voor mijn adolescentenoog voltrok. Sindsdien is mijn band met kunst veranderd: nu zoek ik naar het problematische. Een schilderij van Vermeer is voor mij niet meer simpelweg ‘vreemd en verleidelijk’, maar een artefact dat getuigt van ’s werelds complexiteit: de tijd waarin het schilderij gemaakt werd, bijvoorbeeld, is verstrengeld met onze tijd. Op deze manier kijken doet in geen enkel opzicht afbreuk aan die kunstwerken. Integendeel, het verleent ze openheid: wat eerst een tweedimensionaal oppervlak was, wordt een portaal waarlangs nieuwe onthullingen worden gedaan.
Dit voorjaar stond ik in het Rijksmuseum in Amsterdam opnieuw oog in oog met Het melkmeisje, drieëndertig jaar na die dag in Lagos. Opnieuw maakte ik kennis met haar nederigheid, degelijkheid en met het huishoudelijk werk dat ze constant moest verzetten. Ik houd niet minder van haar dan vroeger. Zij was het die Wislawa Szymborska’s inspireerde tot het schrijven van haar epigrammatische gedicht ‘Vermeer’ (door Karol Lesman vanuit het Pools naar het Nederlands vertaald):
Zolang die vrouw uit het Rijksmuseum
in geschilderde stilte en concentratie
uit een kan in een schaal
dag in, dag uit melk giet,
verdient de Wereld
geen einde van de wereld.
Het was een veelgeprezen tentoonstelling. De conservatoren van het Rijksmuseum brachten het grootste aantal schilderijen van Vermeer bijeen die ooit samen zijn getoond: achtentwintig van de ongeveer vijfendertig overgebleven schilderijen die over het algemeen aan hem worden toegeschreven. Het is een enorme prestatie, die flink wat coördinatie van de organisatoren vereist heeft en waarvoor bruikleengevers vrijgevig zijn geweest. Onze generatie gaat een dergelijke verzameling op deze schaal waarschijnlijk niet nog een keer meemaken.
Toch had ik tot dan toe geen echte interesse in de tentoonstelling gehad. De redenen hiervoor begonnen zich op te stapelen. Alle toegangskaartjes, bij elkaar opgeteld zo’n 450.000 stuks, waren binnen een paar weken na de opening uitverkocht en zelfs als het me was gelukt er een te bemachtigen, was het ongetwijfeld druk geweest in de museumzalen. Bovendien had ik mijn twijfels over de beperkte insteek van de tentoonstelling: de ene Vermeer na de andere… De meeste succesvolle tentoonstellingen vereisen simpelweg meer contextualisering. Maar wat me echt begon tegen te staan, was de niet-aflatende lovende feedback. De naam Vermeer is een soort codewoord geworden: Vermeer is synoniem voor artistieke uitmuntendheid. Veel van de lovende recensies klonken evengoed als emotionele codes. Waar ‘grootheid’, ‘perfectie’ en ‘sublimiteit’ eigenlijk voor stonden, was een heel specifiek soort culturele ervaring. Wie de tentoonstelling wel had gezien, riep jaloezie op bij de wegblijvers. Met een haast religieuze toewijding werd beloofd dat het een ‘once-in-a-lifetime’-ervaring zou zijn. (Maar hebben we onze mooiste kunstervaringen niet juist in een klein museum, op een rustige dag? En zijn de momenten waarop we bewust van kunst genieten niet allemaal ‘once-in-a-lifetime’-ervaringen?) De overtuiging dat de kunstwerken prachtig waren was op de een of andere manier tot een dogma verworden: ze waren niets dan prachtig. Iedereen leek eensgezind in het enthousiasme, en het was bijna onmogelijk om iemand te vinden die een kritisch tegengeluid vertegenwoordigde.
De laatste golf reguliere bezoekers werd naar buiten geleid, zodat wij, de drie gelukkigen, als enigen overbleven met achtentwintig Vermeers
Een paar Nederlandse vrienden wisten toch een toegangskaartje voor me te regelen, waardoor mijn vastberadenheid afzwakte. Toen nodigde Martine Gosselink, directeur van het Mauritshuis (de thuisbasis van Meisje met de parel en tevens een van de belangrijkste bruikleengevers van de tentoonstelling), me uit om na sluitingstijd met haar door de tentoonstelling te lopen. Dat aanbod afslaan zou compleet absurd zijn geweest. Samen met een vriend bezochten we op 13 maart de tentoonstelling. De laatste golf reguliere bezoekers werd naar buiten geleid, zodat wij, de drie gelukkigen, als enigen overbleven met achtentwintig Vermeers.
Vermeer was geen productief schilder: waarschijnlijk heeft hij in totaal maar tweeënveertig schilderijen gemaakt. Logischerwijs dachten kunsthistorici lange tijd dat dit lage productietempo het gevolg was van een bijzonder nauwgezette techniek. Maar uit röntgenfoto’s en infraroodbeelden blijkt dat hij niet veel tijd besteedde aan zijn onderschilderingen en maar heel weinig voorbereidende tekeningen maakte. Wat deed hij dan met al die extra tijd? Allereerst werkte hij overdag als kunsthandelaar, het beroep dat hij van zijn vader overnam. Bovendien was hij zelf vader van vijftien kinderen (waarvan vier tijdens zijn leven overleden). Het moet een luidruchtig huishouden zijn geweest.
Terwijl het op de achtergrond dus waarschijnlijk steeds lawaaierig was, maakte Vermeer verbluffende, evenwichtige schilderijen, twee of drie per jaar. In zijn schilderijen doet hij dingen met licht die geen enkele schilder vóór hem had gedaan. Volgens kunsthistoricus Lawrence Gowing neemt Vermeer zijn onderwerp nauwelijks in acht; hij richt zich alleen op de uiterlijke verschijning ervan. ‘Vermeer lijkt niet geïnteresseerd in, of zich zelfs niet bewust van wat hij schildert. Hoe het licht hier valt… Noemen andere mensen dat een neus? Een vinger? Wat weten we van de vorm ervan? Voor Vermeer doet dit er allemaal niet toe, de conceptuele wereld van namen en kennis vergeet hij en hij houdt zich alleen bezig met wat zichtbaar is: de toon, de lichtval.’
We bleven staan voor Brieflezende vrouw. Het was adembenemend. Er zijn maar een paar tinten verf gebruikt: de muur is gebroken wit met blauwe ondertonen; de grote kaart van de regio’s Holland en West-Friesland is lichtbruin met een vleugje groen; de twee stoelen aan weerszijden van de vrouw hebben glinsterende koperen spijkers die de diepblauwe bekleding op zijn plaats houden. De ene stoel is groter dan de andere, staat dichter bij de kijker. Tussen de stoelen bevindt zich de ruimte waarin de vrouw staat. Ze draagt een blauw jasje en een donkere, olijfgroene rok. Alle kleuren zijn zo dof dat het lijkt alsof je ze niet op een schilderij bekijkt, maar in een verre herinnering. De vrouw is en profil weergegeven en lijkt diep in gedachten verzonken. Ze heeft haar ogen dromerig neergeslagen en houdt met beide handen een brief vast. Er zitten linten in haar haar. Het blauwe, klokvormige huisjasje is een zogenaamde beddejak. Ze is zwanger. Geleerden betwijfelen of ze zwanger is, of zeggen dat we het niet zeker kunnen weten. Maar van geleerden vragen we dat ze ons uitleggen wat voor ons nog onzichtbaar is, niet wat we overduidelijk wél zelf kunnen zien.
Hebzucht
Wat heeft hij haar geschreven – want het moet toch zeker een hij zijn, de vader van haar kind? Haar mond staat een beetje open. Vermeers suggestiviteit begint langzaam vorm te krijgen. De kaart, de vroege ochtend, de brief die door de nacht reisde om bezorgd te worden: onder de stilte van de scène gaat een verhaal schuil. Er is hier sprake van drama, zo niet van melodrama. We stellen ons iemand voor die ver weg is en wiens afwezigheid wordt overpeinsd door degene die hij heeft achtergelaten. Misschien is hij wel een soldaat of een zeeman. De rugleuning van de stoel links werpt zachte, blauwachtige schaduwen op de muur. Het raam waarlangs het licht binnenvalt, wordt alleen geïmpliceerd, niet afgebeeld, en het licht valt op het voorhoofd van de vrouw en op haar flauw opbollende beddejak, blauw als de zee. Het is het resultaat van penseelwerk dat precies maar niet pietluttig is; een streepje licht hier, een streepje licht daar. Als kijker houd je je adem in, omdat je niet wil onderbreken wat hier ook maar gaande is. De vrouw wacht op de terugkeer van haar geliefde, op de geboorte van haar kind. De schilder wacht, na elke ochtend achter zijn ezel te hebben gewerkt, tot de volgende ochtend aanbreekt, en de ochtend daarop. Hij wacht op de momenten dat het licht hem gunstig gezind is, wacht tot het werk af is. Lawrence Gowing heeft gelijk: Vermeer schildert het licht. En hij schildert, op voortreffelijke wijze, de tijd.
Maar laten we nu op zoek gaan naar het problematische. Overal in het oeuvre van Vermeer zie je voorwerpen zoals die in Brieflezende vrouw, voorwerpen die ons herinneren aan de enormiteit van de wereld. De wereld van Vermeer ontstond na de langdurige strijd die de Nederlanden voor onafhankelijkheid van de Spaanse overheersing voerden. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog en de directe nasleep ervan vestigden de Nederlanders handelsposten in Azië, Afrika en Amerika. In binnen- en buitenland bloeide het kapitalisme op – en daarmee werd de basis van een koloniaal rijk gelegd. Hoewel Nederlanders aan den lijve hadden ondervonden hoe onderwerping voelde, nam hun verlangen om anderen te onderwerpen niet af. De Verenigde Oost-Indische Compagnie domineerde de zeeroutes waarlangs haar aandeelhouders het geld binnen harkten. De West-Indische Compagnie was een belangrijke speler in de handel in tot slaaf gemaakten. Gewone Nederlandse burgers werden rijk van deze criminele ondernemingen. Zich opnieuw bewust van hun positie in de wereld, vulden ze hun huizen met zeldzame objecten en vergezochte snuisterijen. Je kon luxe voorwerpen hebben, en ze bovendien op schilderijen laten afbeelden. Die schilderijen herinnerden je onder andere aan je sterfelijkheid, maar ook aan je rijkdom.
In zijn treffende boek Vermeer’s Hat (2008) geeft historicus Timothy Brook een overzicht van de herkomst van de verschillende voorwerpen die op Vermeers schilderijen zijn weergegeven. Ze komen van over de hele wereld. Brook zegt bijvoorbeeld dat het zilver op de tafel in Vrouw met weegschaal afkomstig zou kunnen zijn uit de beruchte Potosí-zilvermijn, een helse plek die draaide op de arbeid van tot slaaf gemaakte mensen in het toenmalige Peru (tegenwoordig Bolivia). Het vilt op de hoed van de soldaat in De soldaat en het lachende meisje is vrijwel zeker gemaakt van beverhuiden die Franse avonturiers uit de gewelddadige handelsnetwerken van het zeventiende-eeuwse Canada haalden. De luchtige scène die op dit zogenaamde genreschilderij staat afgebeeld, brengt Brook in verband met de bittere geschiedenis van de ‘hongerwinter van 1649-50’. De Europese hebzucht naar pelzen leidde tot verdrijving, oorlog en de uitmoording van de Huron-indianen.
Martine vertelt dat de beddejak in Brieflezende vrouw is geschilderd met ultramarijn, het zeldzaamste en duurste blauwe pigment waarover een zeventiende-eeuwse Nederlandse schilder kon beschikken. Ultramarijn werd gemaakt van lapis lazuli, dat naar West-Europa werd geïmporteerd vanuit Afghaanse mijnen; het kwam van ergens voorbij de zee (in het Latijn ‘ultra marinus’). Waarschijnlijk gaf zo’n duur pigment Vermeer meer prestige en stelde het hem in staat een hogere prijs voor zijn schilderijen te vragen. Waarschijnlijk bracht hij zijn werk graag in verband met schilderijen uit vroeger tijden, waarin lapis lazuli werd gebruikt voor het blauw van het gewaad van de Maagd Maria. Het effect van ultramarijn is oogverblindend en emotioneel. Maar wie ontgon de lapis lazuli in Afghanistan? En onder welke omstandigheden?
Elk kunstwerk zegt iets over de materiële omstandigheden van zijn tijd. De allerbeste kunstwerken tonen niet alleen aan – ze vertellen er ook iets over. Binnen de omlijsting van één groot schilderij bestaan medeplichtigheid en transcendentie naast elkaar. Dat is wat ik dacht toen ik door de museumzalen liep. In de tentoonstelling kwamen deze onderwerpen niet aan bod en ik las de catalogus, die wetenschappelijk en inzichtelijk was, pas later, maar eerder die middag had ik geluncht met Valika Smeulders, hoofd van de afdeling geschiedenis van het Rijksmuseum. Smeulders was medecurator van de baanbrekende slavernijtentoonstelling die in 2021 in het museum werd gehouden. Daar werden artefacten uit de eigen collecties van het Rijksmuseum en uit een breed scala aan andere bronnen getoond. Er waren schilderijen, prenten, tekeningen en documenten, maar ook plantagebellen, voetstokken, een koperen halsband, een brandijzer met een logo (waarschijnlijk van de WIC) en een ceremonieel glas dat succesvolle slavendrijvers gebruikten om te toasten. Regelmatige bezoekers van het Rijksmuseum waren gewend om lovende verhalen over hun nationale geschiedenis te horen. Hier werden ze geconfronteerd met de wreedheid op de plantages in Batavia, Zuid-Afrika en de Banda-eilanden en met de verhalen van een selecte groep van de honderdduizenden mensen die door de Nederlanders tot slaaf werden gemaakt.
Ze biedt haar lichaam en haar land aan. Het schouwspel is van een onverbloemde brutaliteit
Eén schilderij in die tentoonstelling was van Pieter de Wit, mogelijk een leerling van Rembrandt. De directeur-generaal van de Goudkust staat erop afgebeeld, ene Dirk Wilre, in een sierlijk interieur in Elmina Castle, in het huidige Ghana. Schildertechnisch kan De Wit zich absoluut niet meten met Vermeer, maar het valt me op dat een paar details in zijn werk overeenkomen met De geograaf, een schilderij dat Vermeer maakte in hetzelfde jaar, 1669. In beide schilderijen bevindt zich links een buitenraam met glas-in-lood, er staat een globe en op tafel ligt een bont tapijt. Maar op het schilderij van De Wit zijn twee figuren te zien die niet op De geograaf staan afgebeeld. Een van hen is een vrouw: ze is zwart, heeft een ontbloot bovenlichaam en knielt op één knie, in een duidelijke staat van dienstbaarheid. Als de slippers die op de vloer liggen van haar zijn, zou die dienstbaarheid ook seksueel van aard kunnen zijn. De geknielde vrouw overhandigt Wilre een landschapsschilderij met daarop Fort Sint George. Ze biedt haar lichaam en haar land aan. Het schouwspel is van een onverbloemde brutaliteit.
De tentoonstelling in het Rijksmuseum, die tot en met 4 juni te zien was, hing vol aangrijpende schilderijen. Vele daarvan maakte Vermeer ergens midden jaren 1660, toen hij op het hoogtepunt van zijn focus en inventiviteit was. In die jaren maakte hij een aantal onsterfelijke werken: onder andere de verschillende variaties op het thema van een eenzame vrouw in een verstild interieur met een met bont afgezette beddejak aan. In Vrouw met weegschaal is ze zwanger en is de kamer donkerder dan gewoonlijk, met enkel een glimp van daglicht dat zich van achter het citroengele gordijn een weg naar binnen heeft gebaand. De weegschaal die de vrouw omhooghoudt is leeg; ze is aan het balanceren, niet aan het wegen. Op de tafel voor haar liggen gouden en zilveren munten en parels en achter haar hangt een schilderij van het Laatste Oordeel.
Op een ander schilderij staat de Vrouw met parelsnoer en profil; ze kijkt naar links. Het is hetzelfde gele gordijn, ditmaal opengetrokken, waardoor zacht licht naar binnen valt. Links in de schaduw staat een donkerblauwe porseleinen pot met een harde glans die contrasteert met de zachte textuur en gele kleur van haar beddejak – een iets kouder geel dan dat van het gordijn. Schrijvende vrouw in het geel bestaat ook weer voornamelijk uit geel en blauw. We weten niet wie ze is, deze vrouw uit lang vervlogen tijden; van alle vrouwen weten we het niet en zullen we het waarschijnlijk ook nooit weten. Ook deze vrouw draagt een geel jasje. (Vermeers weinige rekwisieten hebben iets weg van de favoriete acteurs van een toneelschrijver.) Ze zit aan haar schrijftafel en kijkt ons rechtstreeks aan met iets wat lijkt op diepmenselijk begrip. Het is een prachtig schilderij, afkomstig uit de collectie van de National Gallery in Washington. Ik had het al eerder gezien, maar nog nooit goed bekeken. Tenslotte ga je daarom naar het museum: om opnieuw te leren kijken, om schoonheid en ook problemen te ontdekken. En ja, daar is het Meisje met de parel, verbluffend en direct. Zo bezien, in de context van alle werken bijeen, is het domweg het zoveelste hoogtepunt. Maar wat een reeks schilderijen, en wat een hoogtepunt.
Troost en terreur
Als we de tentoonstelling bijna verlaten, haast ik me terug om nog één keer te gaan kijken naar het schilderij dat me het meest heeft verrast: Schrijvende vrouw in het geel. Haar blik heeft een schaduwachtige complexiteit, een zachte glimlach; op haar irissen zitten witte puntjes. (Ze voelt voor mij veel echter aan dan de Mona Lisa.) Er zitten ook witte accenten op haar enorme pareloorbellen. Als ze echt zijn, zijn de parels geoogst door parelduikers in de Golf van Mannar, gelegen tussen het huidige Sri Lanka en India. Met haar rechterhand houdt ze een ganzenveer vast. Daaronder staat een streep witte verf die perfect een stuk papier verbeeldt. De sierlijke schrijfdoos, gemaakt van verschillende houtsoorten en versierd met ronde metalen noppen, komt waarschijnlijk uit het Goa van de Portugese overheersing. Wie zou hem gemaakt hebben? vraag ik me weer af. Onder welke omstandigheden? Achter haar is een schilderij te zien waarop in een donkere omberkleur een viola da gamba staat afgebeeld: verstilde muziek die suggereert of bevestigt dat het in dit schilderij om de liefde draait. Maar als haar geliefde afwezig is, wie heeft haar aandacht dan gegrepen? Naar wie glimlacht ze met zo’n zachte vertrouwdheid?
Naar jou. Haar blik heeft de jouwe eeuwenlang vastgehouden, de tijd voor jou opgeschort. Nergens in het schilderij is een harde lijn te zien, alleen lagen verf die naast elkaar zijn gezet. De kleurvlekken vloeien in elkaar over alsof je kijkt door een oude cameralens die maar niet scherp wil stellen. De zachtheid van Schrijvende vrouw in het geel is zo doordringend dat het lijkt alsof het schilderij op het punt staat in rook op te gaan. Ochtend na ochtend zit Vermeer achter zijn ezel, terwijl buiten de wereld raast, een wereld waar mensen knielen in onderwerping, waar mensen worden gebrandmerkt met een heet ijzer. Zelfs vóór zijn eigen deur is er de gewelddadige zwager die dreigt de vrouwen in zijn huishouden in elkaar te slaan. De afbeeldingen zijn onherroepelijk met deze externe problemen verbonden. Die amoureuze soldaten houden geen verkleedpartijtje. Ze vechten en doden. In Vermeers oeuvre is geen enkel schilderij te vinden van een eenvoudig, gelukkig gezin, van een moeder, vader en kind in huiselijke vrede. Nee, de wereld van de schilderijen is poëtisch en lyrisch, maar ook gebroken, kwetsbaar, geïsoleerd en vol angst. Zijn schilderijen (en die van anderen; mijn betoog reikt verder dan Vermeer) kunnen niet slechts als decoratief of technisch hoogstaand worden gezien. In de schilderijen ligt verdriet besloten en ze hebben recht op een eerlijker context, een groter verhaal. We bewijzen ze geen gunst als we ze alleen maar zien als advertenties voor schoonheid of eenvoudige symbolen van cultuur en elegantie. Op hun lange reis door de eeuwen heen hebben de schilderijen van Vermeer zowel troost als terreur meegebracht. En zolang dat het geval is, verdient de wereld geen einde van de wereld.
Teju Cole is romanschrijver, essayist en fotograaf. Van 2015 tot 2019 schreef hij de rubriek On Photography die werd genomineerd voor een National Magazine Award. Hij is docent schrijven aan Harvard.
360 selecteert een aantal toonaangevende internationale concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities.
Cindy’s Shermans
FOTOGRAFIE | Cindy Sherman kan nog altijd van gedaante wisselen, terwijl er al honderden zelfportretten van de conceptuele kunstenares (69) bestaan. Deze zomer exposeert ze nieuw werk in Zürich, een volgende fase in minutieus geconstrueerde beelden die inmiddels een duizelingwekkende galerij vormen. Een paar extra oren of armen, kunstmatige intelligentie? Cindy Sherman doet er niet moeilijk over. De originele foto’s, gemaakt tussen 2010 en 2023, versnijdt ze graag en met digitale technologie maakt ze er een geheel nieuwe compositie van. Deze keer in zwart-wit, met sommige gedeelten in kleur.
Ze is altijd haar eigen model, dat eindeloos kan worden aangekleed. Met prothesen, valse tanden, pruiken, make-up en decors leidt dat tot groteske portretten. ‘Ze is meester in de kunst van de deconstructie’, schreef het Britse designmagazine Wallpaper. Tegen de Financial Times zei Sherman dat de traditionele schoonheid haar niet zo interesseert. ‘Wat er onder een glad oppervlak zit, dat houdt me bezig.’ Het zijn volgens haar de kleuren of de textuur van een object die aantrekken, van dichtbij jagen ze angst aan. Uiteindelijk is het niets anders dan een lokmiddel, een illusie. Een spel met de verwachtingen van de kijker, ‘die niet moeten denken dat mijn foto’s echt zijn. De werkelijkheid is al afschuwelijk genoeg.’
Tegelijkertijd reflecteert het werk de verstreken jaren waarin Sherman zich op al die verschillende manieren voorstelde. Nu ze ouder wordt, blijft ze zich vermommen. ‘Hoe ik eruitzie, ja, dat is een feit. Daar begint het mee.’
Cindy Sherman, Hauser & Wirth, Zürich, t/m 16/8
Het talent van de bezoekers
INSTALLATIE | In Museum Tinguely verwelkomen Janet Cardiff en George Bures Miller bezoekers om met hun theater-, video- en geluidsontwerpen mee te doen: hun Dream Machines. Het Canadese kunstenaarsduo begon per toeval samen te werken toen ze in een gezamenlijke studio met andere kunstenaars niet meer wisten wat nu precies wiens idee was. Hun decennialange samenwerking wordt nu uitgebreid getoond in Basel, met veertien multimediawerken.
Een tafel bedekt met luidsprekers wordt bijvoorbeeld geactiveerd door de bewegingen van bezoekers. De aanwezigheid van wat Cardiff ‘getalenteerde deelnemers’ noemt, kan de werken echt laten zingen. In New York kwam Talking Heads-frontman David Byrne onaangekondigd meespelen op The Instrument of Troubled Dreams (2018). Wanneer de voorgeprogrammeerde toetsen daarvan worden aangeslagen, zet gezang of het geluid van de zee of van draaiende windmolens in.
Dream Machines, Museum Tinguely, Basel, t/m 24/8
Inspiratie van elders
BEELDENDE KUNST | Kunstenaars hebben door de eeuwen heen hun inspiratie elders gezocht. De expo Aan de horizon begint met Utrechtse kunstenaars die in de zeventiende eeuw geïnspireerd raakten door het landschap en hun Italiaanse tijdgenoten, en vervolgens een nieuwe schilderstijl introduceerden, met mediterraan licht. Ook komen hedendaagse kunstenaars aan bod bij wie een bepaald landschap de aanzet tot een kunstwerk gaf of juist de wanderlust, het reizen zonder bestemming in gedachten, de aanleiding vormde.
Le soleil toujours van de Libanese kunstenaar Etel Adnan bestaat uit 136 handgemaakte en beschilderde keramiektegels, met als middelpunt een grote zon. Het Centraal Museum gaat ook thema’s als gedwongen migratie en klimaatcrisis niet uit de weg; zo bestaat het werk Ntabamanzi van Lungiswa Gqunta bijvoorbeeld geheel uit prikkeldraad.
Aan de horizon, Centraal Museum, Utrecht, t/m 27/8
Vitrines
De Mexicaans-Nederlandse Azul Ehrenberg bewerkt beelden die zij print op door haar gemaakt papier van planten en andere vezels. Voor de serie vitrines in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt gebruikte ze verschillende Mexicaanse en Europese begraafplaatsen als inspiratiebron.
T/m 27/8, zie kunsttrajectamsterdam.nl
Carte Blanche
Het Stedelijk Museum Schiedam lost een oude belofte in en geeft Anne Wenzel volledige vrijheid om, met alle medewerking, te maken wat zij wil in een van de vleugels van het museum.
Stedelijk Museum Schiedam, t/m 14/1
Nusantara Beat
De leden van Nusantara Beat speelden eerder in Jungle by Night, POM, The Mysterons, Altın Gün en Surf Aid-Kit. Met deze formatie worden ze één met hun gedeelde Indonesische roots. Loom en psychedelisch, of juist upbeat, met mooie vocalen.
Into the Great Wide Open, Vlieland, 31/8-3/9
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.