Onderwerpen: Literatuur

  • Bewustzijnsreis langs de gruwelen in Gaza

    Bewustzijnsreis langs de gruwelen in Gaza

    In haar nieuwste boek Quando il mondo dorme ontleedt VN-rapporteur Francesca Albanese de mechanismen achter de internationale onverschilligheid jegens Palestina. Een ‘helder en verontrustend boek én een daad van liefde, moed en waarheid’, meldt de Franse boekensite Babelio.

    In Quando il mondo dorme (2025) beschrijft de Italiaanse advocaat Francesca Albanese hoe en waarom de wereld op het hoogste politieke en diplomatieke niveau structureel wegkijkt van de oorlog in Gaza. Albanese is gespecialiseerd in internationaal recht en werd in 2022 door de Verenigde Naties aangesteld als speciaal rapporteur voor de mensenrechten in de Palestijnse gebieden. In maart 2024 sprak ze als eerste VN-functionaris van genocide door Israël. In een profielschets meldt Newsweek dat ‘Albanese en dertig VN-experts dit middels hun onderzoeken overtuigend bevestigden’.

    ‘In haar boek neemt de auteur ons mee op een reis die wordt gekenmerkt door de verhalen van tien mensen die haar hebben vergezeld om de geschiedenis, het heden en de toekomst van Palestina te begrijpen,’ schrijft Maria Elena De Gruttola voor het Italiaanse Avanti. Volgens de criticus gaat Albanese daarnaast in op de ‘duidelijke economische en technologische medeplichtigheid van talloze wereldwijd opererende bedrijven, wier steun het regime van de bezetter versterkt en oplossingen belemmert’.

    Albanese geeft ‘een stem aan de vrouwen, mannen en kinderen die dagelijks onrecht ervaren in Palestina’

    Een ‘helder en verontrustend boek én een daad van liefde, moed en waarheid’, meldt de Franse boekensite Babelio. Volgens de recensent geeft Albanese ‘een stem aan de vrouwen, mannen en kinderen die dagelijks onrecht ervaren in Palestina’. Ze tekent onder meer de verhalen op van ‘een chirurg die is getekend door de gruwelen die hij heeft meegemaakt, een verbannen kunstenaar en een Joodse denker die door de apartheid is gebroken’. Giovanna Casagrande stelt voor Indielibri dat Albanese de mechanismen blootlegt ‘die zijn ingesteld om elke kritiek op Israël, dat wordt gedefinieerd als de enige democratie in het Midden-Oosten, tegen te gaan, terwijl het al decennia onder een apartheidsregime functioneert’.

    ‘Dit essay behoeft geen commentaar,’ vindt Alessia Ragno in L’Indiependente. ‘Dat dit boek in de Italiaanse boekhandel ligt, is een groot geluk en een redding uit de onwetendheid. Rijk aan bronnen, maar bovenal menselijk.’ Ragno haalt aan dat Albanese zelf in de bezette gebieden woon- de: ‘Ze heeft uit de eerste hand de gevolgen van de Israëlische koloniale bezetting ervaren en gebruikt de geschiedenis en de wet om elke stap, elke zin te demonstreren. Het lezen van haar boek is als een bewustzijnsreis.’

  • ‘De vrijheid die ik in Engeland had ervaren, kwam in het gedrang toen ik schrijver werd’

    ‘De vrijheid die ik in Engeland had ervaren, kwam in het gedrang toen ik schrijver werd’

    De vrijheid die Suleiman Addonia op zijn eerste dag in Engeland ervoer, kwam jaren later onder druk te staan toen zijn schrijverschap botste met de verwachtingen van zowel zijn familie als de westerse uitgeefwereld. ‘Als niet-witte schrijver genoot ik niet de vrijheid om te schrijven wat ik wilde.’

    Freedom Lecture: Sulaiman Addonia

    Sulaiman Addonia schrijft provocerende fictie die de veelkleurige realiteit van vluchtelingen toont — verhalen die niet alleen over trauma gaan, maar ook over liefde, seksualiteit en autonomie.

    Op donderdag 4 december gaat Arnon Grunberg met hem in gesprek tijdens een Freedom Lecture in De Balie in Amsterdam.

    4 december / 20:00 / De Balie, Amsterdam

    Ik herinner me de ochtend in 1990 dat ik op Kilburn High Road stond, een dag nadat ik vanuit Jeddah naar Londen was gekomen. De mist van angst die ik in het vliegtuig had gevoeld wilde maar niet optrekken. Het geroezemoes op straat, vol onbekende talen, was overweldigend. Maar toen ik verder liep, voelde ik me thuis, voelde ik me ogenblikkelijk verbonden met de stad en haar inwoners. Ik voelde me op slag Brit.

    Ik begrijp dat mensen zo en nu en dan verbaasd opkijken als ik dat zeg. Saoedi-Arabië, waar ik de vormende periode van mijn jeugd heb doorgebracht, was in vrijwel alle opzichten het tegenovergestelde van het Verenigd-Koninkrijk, en ik sprak nog geen Engels. Maar toch, toen ik daar zo liep – in een straat die om de honderd meter van naam veranderde, een straat met een tempel, een synagoge, een kerk en een moskee – voelde ik me op een bepaalde manier thuis. De verdraagzaamheid die de stad uitstraalde deed me denken aan de sfeer in het Soedanese vluchtelingenkamp waar ik had gezeten. Mijn wandeling voerde me naar de Speakers’ Corner in Hyde Park, waar ik mensen hartstochtelijk zag debatteren. Een zwarte man, wiens woorden door een vriend voor me werden vertaald, sprak over de onderdrukking van zwarte mensen in het Westen. Een Aziatisch-Caribische spreker vertelde dat zijn mensen het pittige eten naar het VK hadden gebracht, evenals inventieve manieren om de liefde te bedrijven. En vervolgens hekelde iemand de koningin, terwijl er een agent vlak voor zijn neus stond. Die agent was er niet om hem in te rekenen, maar om zijn vrijheid van meningsuiting te verdedigen. Ik kon mijn ogen niet geloven, ik vergaapte me aan dit toonbeeld van vrijheid. Ik had het ministerie van Binnenlandse Zaken helemaal niet nodig om mijn asielaanvraag goed te keuren of om me het Britse staatsburgerschap te verlenen. Op dat moment voelde ik me al volkomen Brits.

    Die agent was er niet om hem in te rekenen, maar om zijn vrijheid van meningsuiting te verdedigen. Ik kon mijn ogen niet geloven

    Maar dat gevoel van vrijheid dat ik die eerste dag in Engeland had ervaren, kwam in het gedrang toen ik jaren later schrijver werd. Hoewel de keuze voor het schrijverschap niet echt voor de hand had gelegen, had ik mijn ras, klasse of vluchtelingenachtergrond nooit gezien als hindernissen binnen de literaire wereld, waar dat in andere delen van de samenleving wel het geval was. Sterker nog, ik verkeerde in de overtuiging dat Europa alle zielen verwelkomde, zelfs die van mensen zoals ik, mensen die aanvankelijk veiligheid hadden gezocht maar inmiddels bereid waren artistieke grenzen op te zoeken.

    Tot mijn verbazing stuitte ik echter op de ene na de andere hindernis op mijn pad richting de ‘ware kunst’ – hindernissen die zowel werden opgeworpen door mijn land in Afrika als door mijn nieuwe thuis in Europa. Het begon allemaal op het moment dat ik ging schrijven over de liefde en het seksleven van ontheemden.

    Om te beginnen mijn moeder

    ‘Wil je me dan helemaal nooit meer zien?’ zei mijn moeder tegen me aan de telefoon, ergens eind 2008. Ze zat in Eritrea. Het was een paar maanden na het uitkomen van mijn debuutroman, Als gevolg van liefde, over liefde in de gender-gesegregeerde samenleving van Saoedi-Arabië. Een familielid uit Europa had haar net gebeld, volkomen in shock over de expliciete seksscènes buiten het huwelijk in het heilige land. Hij had erop aangedrongen dat zij me tot de orde zou roepen.

    Ik zat in Londen te schrijven en had geen moment stilgestaan bij de gevolgen van mijn woorden voor mijn familie thuis. ‘Ik ben nu Brits en kan schrijven wat ik wil,’ zei ik tegen mijn moeder, waarmee ik mijn onafhankelijkheid benadrukte, en het feit dat ik onderdeel was van een Europees land dat heel anders was dan haar land. Het leven van zowel mijn moeder als dat van mij was doordesemd van afscheid, al vanaf de tijd dat ik drie was en zij me achterliet bij haar ouders in een Soedanees vluchtelingenkamp, om te kunnen gaan werken in Saoedi-Arabië. Zeven jaar later werden we herenigd in Jeddah, om vijf jaar later weer van elkaar te worden gescheiden toen ze mij samen met mijn zeventienjarige broer naar Londen stuurde, uit angst dat we door haar werkgever, een Saoedische prinses, zouden worden teruggestuurd naar oorlogsgebied.

    HOR Eritrea compressed edited
    Vluchtelingen uit Eritrea in het opvangkamp Wad Sharifey, Soedan, vlak bij de grens met Eritrea. – © Getty Images

    Maar nu dreef mijn schrijverschap een wig tussen ons, zoals dat eerder was gebeurd door de oorlog en alles wat had geleid tot ons afscheid. Dezelfde pen die ik scherpte om mijn proza te perfectioneren dreigde nu de band door te snijden die me verbond met mijn moeder. En waarvoor? Vrienden brachten me keer op keer in herinnering dat de mensen die de scepter zwaaien in de Britse uitgeefwereld nooit het werk zouden waarderen of accepteren van iemand zoals ik, iemand die schreef in zijn tweede taal, iemand die een vluchteling was, en zwart.

    Toen begon me te dagen dat ik, door te schrijven in een taal die niet de mijne was, een buitenstaander was binnen de literaire wereld, zoals ik ook een buitenstaander was geweest in alle landen waar ik had gewoond sinds we op mijn tweede waren gevlucht. Ik gaf het schrijven eraan en zocht een baan voor academici. Maar ik hield het niet lang vol, want ik herinnerde me welke rol verhalen hebben gespeeld in mijn leven.

    Er waren geen bibliotheken of boekhandels in het vluchtelingenkamp waar ik van mijn tweede tot mijn tiende heb gezeten. In Saoedi-Arabië, waar ik als tiener woonde, was literatuur praktisch verboden, zodat mijn broer en ik op zoek moesten gaan naar zeldzame, gesmokkelde exemplaren, met alle risico’s van dien. Toen mijn broer en ik als alleenreizende minderjarige asielzoekers naar Londen kwamen, kreeg ik zeventien pond per week van de Engelse overheid, niet eens voldoende om eten van te kunnen kopen, laat staan boeken.

    Door te schrijven in een taal die niet de mijne was, was ik een buitenstaander binnen de literaire wereld

    Als ik terugkijk op mijn reis door letterenland, realiseer ik me dat het altijd een strijd is geweest, dat het nooit een geëffend pad was. Deze strijd heeft me uitgeput, maar ook duidelijk gemaakt welke cruciale rol verhalen hebben gespeeld in het humaniseren van mijn bestaan, terwijl het asielwezen me van mijn waardigheid beroofde. Zonder verhalen zou ik mijn moeder zijn kwijtgeraakt in mijn verbeelding, zoals dat in de werkelijkheid gebeurde toen ze ons achterliet in het vluchtelingenkamp, ik nog een kind.

    Omdat ze niet kon schrijven, sprak mijn moeder haar brieven in op cassettebandjes en stuurde die, evenals een cassettespeler, van Saoedi-Arabië naar Soedan. Op die bandjes beschreef ze haar leven als bediende in het paleis. Door haar beschrijvende manier van vertellen kon ik me een beeld vormen van haar wereld en zo voelde ik me dichter bij haar. Het waren haar woorden die de liefde voor verhalen in me aanwakkerden.

    Dus zette ik me weer aan het schrijven, maar dit keer met de belofte dat ik het anders zou aanpakken in mijn volgende roman. Het deel van mij dat hunkerde naar ouderlijke liefde, hoe abstract ook, beteugelde mijn verlangen naar vrijheid. Ik koos thema’s waarvan ik dacht dat de Eritrese overheid er geen aanstoot aan zou nemen, om niet te worden verbannen uit het land waar ik mijn moeder zou kunnen bezoeken. Ik schreef verhalen die onze cultuur thuis respecteerden.

    Ik koos thema’s waarvan ik dacht dat de Eritrese overheid er geen aanstoot aan zou nemen

    Ik volgde dit behoedzame pad totdat ik op bezoek ging bij iemand in Parijs, niet lang na het gesprek met mijn moeder. In een museumwinkel kocht ik een boek over Degas en zijn serie van een vrouw die naakt baadt met een emmer. Die emmer deed me eraan denken hoe we in vluchtelingenkampen een bad hadden genomen. Het schilderij gaf me een ingeving: een roman schrijven waarin ik met woorden een vrouw in een vluchtelingenkamp zou schilderen. Naaktheid en liefde zouden de kern vormen van mijn nieuwe boek, dat uiteindelijk als titel zou krijgen: Stilte is mijn moedertaal

    Maar ik was nog niet aan het boek begonnen of ik werd overmand door schuldgevoelens. Mijn moeder doemde voor me op, haar woorden galmden in mijn oren: mijn boek zou veel mensen thuis en in de diaspora van streek maken. Mijn moeder ging symbool staan voor censuur. Ik probeerde de vrijheidsinstincten van mijn personages te beteugelen, hun drijfveren politiek correct te maken, een muur op te trekken tussen hun verlangens en mijn pen. Ze werden gevangenen van mijn geweten. In mij voltrok zich een strijd tussen de schrijver en de zoon.

    Overweldigd door dit alles schoof ik mijn roman aan de kant. En toen verhuisde ik in 2009 naar Brussel om daar te gaan samenwonen met mijn Belgische vriendin.

    Mijn vriendin vond een fulltime baan, haalde de banden aan met oude vrienden en maakte nieuwe vrienden op haar werk, en ik voelde me alleen. Ik zocht het gezelschap van dode kunstenaars die doorleefden in mijn boekenkast, kunstenaars die kunst maakten om te provoceren omdat provocatie hun manier was om naar de wereld te kijken, en tevens de manier waarop de wereld naar hén keek. Het leek erop dat ik me voorbereidde op een nieuwe strijd, een nieuwe migratie, dit keer naar een land dat was opgebouwd door kunstenaars en schrijvers in de wolken. De woorden van dode dichters die ik las tijdens mijn slapeloze nachten overspoelden me en ik klampte me eraan vast, als een touw waarlangs ik hun wereld binnen kon klimmen. Illusie ging deel uitmaken van een realiteit waarin mijn verbeelding gedijde. En mijn verbeelding stuurde de roman die was gesitueerd in een Soedanees vluchtelingenkamp in een verontrustende richting. Om hem te kunnen schrijven moest ik de wereld betreden van mijn personages, een wereld zonder de waarden die ik me had eigengemaakt.

    Illusie ging deel uitmaken van een realiteit waarin mijn verbeelding gedijde

    Na afloop van een schrijfsessie ontleende ik geen vreugde aan mijn woorden, vond ik geen voldoening in de zinnen en personages die ik het licht had doen zien. Het was alsof ik misbruik maakte van de mensen thuis wanneer ik in mijn werk bepaalde ideeën uitwerkte. Mijn roman was als een tweesnijdend zwaard, zowel gericht tegen de tradities van mijn eigen mensen omdat ze de waarheid over mijn personages ontkenden, als tegen mezelf omdat ik leugens verkondigde en die presenteerde als de waarheid.

    Maar het schrijven werd een baken, op de manier waarop ons vluchtelingenkamp dat ooit was geweest. Elk woord op de pagina ankerde me, en met elk hoofdstuk kreeg ik meer houvast. Ik had mijn hut gebouwd te midden van mijn personages. Hier was ik geen vluchteling, noch een schandvlek van Europeanen. Hier was ik gewoon een schrijver.

    Schrijvers jagen voortdurend personages de dood in. Ik ben gewend aan bloedeloze afrekeningen met de personages die ik in me draag. Mijn gemoed is een overvol kerkhof. Maar afrekenen met een moeder die artistieke integriteit najaagt is een ander verhaal. Toch zou ik moeten kiezen of ik een zoon wilde zijn of een schrijver. Het kon niet allebei. Niet met dit boek.

    Ik herinner me de nacht waarin ik in mijn verbeelding mijn moeder doodde. In de rouwstoet kreeg ik gezelschap van Tayeb Salih, Pina Bausch, Georges Bataille, Namio Harukawa, Anne Desclos, Zora Neale Hurston en Nawal El Saadawi, die me na afloop naar mijn bureau leidden, waarachter ik naakt plaatsnam, nadat ik alles afgelegd: normen en waarden, oordelen, taboes, gender. Ik werd even androgyn als Hermaphroditus.

    Ten tweede: westerse uitgevers en westerse lezers.

    In Brussel, omgeven door de avant-gardekunstenaars die op mijn boekenplanken prijkten, zette ik me aan het werk. Het ging vloeiend. De woorden bleven maar stromen. Ik was als Pina Bausch die danste in die kleine ruimte van Café Müller, te midden van tafels en stoelen, en hoewel ik tegen al die obstakels op botste en me nu en dan bezeerde, voltooide ik mijn boek. Gebutst maar niet gebroken: geen enkel misdrijf blijft zonder gevolgen, al is het zo surrealistisch als het in gedachten vermoorden van je eigen moeder om de weg vrij te maken voor de verbeelding.

    Toen mijn roman dan eindelijk het licht zag, werd ik geconfronteerd met een andere vorm van censuur – geworteld in de westerse verbeelding. Mijn vrienden hadden gelijk gehad: als niet-witte schrijver genoot ik niet de vrijheid om te schrijven wat ik wilde.

    Op de zin die ik schreef in Stilte is mijn moedertaal, over Saba die masturbeerde op de eerste ochtend nadat ze in het vluchtelingenkamp was aangekomen, werd geschokt gereageerd. Men vroeg zich af waarom iemand die de oorlog is ontvlucht op de eerste ochtend in een kamp zoiets zou doen. Men vond mijn obsessie met lichamelijke intimiteit in een kamp ongeloofwaardig: waar waren de beelden van honger, armoede? Afrikanen mochten niet zo vrij worden afgeschilderd als in mijn boeken, die vol stonden met scènes van masturbatie, orale seks waarbij vrouwen op het gezicht van de ander zaten, omkeringen van genderrollen en travestie. Iemand stelde zelfs voor dat allemaal te schrappen en in plaats daarvan een wit personage ten tonele te voeren, iemand die zowel Saba als haar broer zou redden, in plaats van dat Saba zichzelf zou redden.

    Ik verdedigde mijn recht op dezelfde vrijheid die witte auteurs genoten. Naast het feit dat ik schrijver was, moest ik ook jurist worden. Om kunst met Afrikaanse personages te maken en te publiceren, moest ik een voetsoldaat worden van mijn verbeelding. Het deed pijn om in militaire termen over kunst te denken – maar ik had geen keus als ik mijn verbeelding tot het vrijste land op aarde wilde maken. De grootste vrijheid voor mij als schrijver is dat mijn personages zichzelf kunnen zijn, en dat heb ik ook gezegd tegen de mensen in de uitgeverswereld.

    Het deed pijn om in militaire termen over kunst te denken

    Hun standpunt was duidelijk. Als ik mijn tweede roman wilde verkopen, moest die beantwoorden aan de verwachtingen van een westers lezerspubliek: verwarrende, pijnlijke thema’s dienden te worden geschuwd. Ik moest de setting – een vluchtelingenkamp – afzwakken zodat hij paste bij het beeld van deze lezer. Ik had het gevoel dat mijn verbeelding was geketend aan de verwachtingen van deze denkbeeldige westerse lezer, en dat mijn vrijheid werd ingeperkt door het beeld dat de uitgeverswereld had van die lezer. Ik wist voldoende van echte lezers om te beseffen dat dit een al te eenvoudige voorstelling van zaken was. Was ik niet zelf ook een Europeaan, een westerling?

    Ik benijdde Henry Miller, die een heel boek had geschreven over het seksleven van een witte man in Parijs, en die erom was bejubeld. En evenzeer benijdde ik Pasolini, wiens Italië dat van mij had gekoloniseerd, maar toen hij films maakte met Eritrese acteurs in seksscènes werd hij geprezen, terwijl mij te verstaan werd gegeven dat ik dat voortaan moest laten.

    ‘Onze ideeën vallen evenmin goed in onze eigen cultuur als in Europa,’ zei mijn broer, die ook schrijver is, een keer tegen me. ‘Beide kanten richten hun pijlen op ons.’

    Ik moest denken aan zijn woorden, en aan alle strijd die ik had geleverd sinds ik was gaan schrijven, bij het voltooien van De zieners, een boek geïnspireerd op avantgardistische kunstenaars, een boek dat ik in drie weken had geschreven, terwijl ik vier jaar nodig had om een Engelse uitgever te vinden. Toch liet ik me niet ontmoedigen door de strijd die ik keer op keer moest leveren. Sterker nog, het sterkte me in mijn vastberadenheid om een bijdrage te leveren aan de opkomst van een nieuwe Afrikaans-Europeaanse avant-garde, waarin ieders vrijheid centraal staat, dus ook die van ontheemden die worden gedreven door een hunkering naar liefde en lust. 

    HO Addonia compressed
    Sulaiman Addonia is de zoon van een Ethiopische vader en een Eritrese moeder. De familie Addonia ontvluchtte het oorlogsgeweld in Eritrea na de moord op zijn vader. Ze belandden in 1977 in een vluchtelingenkamp in Soedan en verhuisden later, in 1984, naar Saoedi- Arabië. In 1990 migreerde hij naar Londen, waar hij asiel kreeg. – © De Balie
  • 360 top 5 non-fictie

    360 top 5 non-fictie

    Deze top 5 is samengesteld door de redactie van 360. Deze (en andere) titels zijn direct online te bestellen via de webshop.

    Just Kids

    Patti Smith

    Over hoe ze als jonge kunstenaar in het Chelsea Hotel woonde en figuren als Bob Dylan en Janis Joplin tegen het lijf liep, en haar bijzondere relatie met Robert Mapplethorpe. Warm, herkenbaar, intiem: in Smiths wereld is liefde sterker dan haat. Onlangs verscheen ook Engelenbrood, haar tweede memoires.

    BOEK Smith compressed

    De familie Speak

    Chaim Potok

    Dit boek beschrijft op meeslepende wijze het leven van een Joods gezin in Rusland onder Stalins bewind, waarbij de loyale communistische vader en zijn dissidente zoon op tragische wijze tegenover elkaar komen te staan. Net als in ander werk trekt Potok ook parallellen naar de Joodse religieuze geschriften.

    BOEK Potok compressed

    De ondergang

    Édouard Louis

    Over de tragische levensweg van zijn broer, die gevangenzat in armoede en destructieve patronen en verlangde naar een leven als wereldberoemd ambachtsman die veel zou reizen en fortuinen verdiende. En naar de bevestiging van zijn vader. Een aangrijpend verhaal over verlies, pijn, familie en liefde.

    BOEK Louis compressed

    Oer en andere tijden

    Olga Tokarczuk

    Dit boek, bekroond met de Nobelprijs voor de literatuur, vertelt het verhaal van het Poolse dorp Oer en zijn intrigerende bewoners die proberen om te gaan met twintigste-eeuwse veranderingen. Hoe men zich er ook tegen verzet, niets kan eeuwig blijven bestaan en niet alles is te doorgronden.

    BOEK Tokarczuk compressed

    De droom van Marcus Aurelius

    Frédéric Lenoir

    Over het leven en denken van Marcus Aurelius, een van de weinige ‘goede’ Romeinse keizers, die te midden van oorlog, intriges en rampen zijn kalmte probeerde te bewaren. Zijn stoïcijnse ideeën over aanvaarding, verantwoordelijkheid en het algemeen belang nog altijd houvast bieden in ons eigen leven.

    BOEK Lenoir compressed
  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.

    Veeleisende plaat in dertien talen

    Rosalía’s verzet tegen het algoritme

    MUZIEK – In een wereld waarin luisteraars steeds meer worden aangemoedigd om achterover te leunen en het werk aan algoritmen en AI over te laten, zou het enorm bemoedigend zijn als we een album omarmen dat precies het tegenovergestelde van ons vraagt, schrijft Alexis Petridis in The Guardian. De gelauwerde Catalaanse singer-songwriter Rosalía windt er geen doekjes om dat dat precies is wat ze met Lux van haar luisteraars verlangt. Op de vraag in een podcast van The New York Times of het album – dat een liedcyclus in vier ‘movements’ bevat gebaseerd op de levens van ver- schillende vrouwelijke heiligen, waarop ze in dertien verschillende talen zingt onder begeleiding van het London Symphony Orchestra en dat in geen enkel opzicht klinkt als voorganger Motomami uit 2022 – niet erg veeleisend is, antwoordt ze: ‘Absoluut.’

    Lux zou, vervolgt de Nieuw-Zeelandse omroep RNZ haar antwoord, een reactie zijn op de snelle dopamineshot die gedachteloos scrollen op sociale media met zich meebrengt: iets waar je je aandacht echt bij moet houden. Toch, aldus Petridis, is het album niet ‘louter experimenteel’, daarvoor zijn de nummers ‘te doortrokken van emotionele rauwheid’. Het zijn ‘stuk voor stuk prachtige songs, vol opvallende momenten. (…) Hoeveel moeite er ook in de totstandkoming is gestoken – van het leren van al die talen tot het inhuren van Pulitzerprijswinnaar en klassiek componist Caroline Shaw voor de arrangementen – Lux is te dramatisch, te doorleefd om te voelen als slechts de uitwerking van een slimme hypothese.’

    REC Rosalia

    Ondanks alle eruditie en grensoverstijgingen is Lux geen gigantisch pakket huiswerk, meent ook Pitchfork: ‘Het is een opera-achtige klaagzang voor een nieuwe generatie, een verfijnd oratorium voor het rommelige hart. Ja, de credits lezen als een conservatorium’ – Catalaanse koren, klassieke muzikanten en Pharrell Williams, om er maar een paar te noemen – ‘maar Rosalía’s stem blijft het middelpunt.’

    ‘Er móét een andere manier zijn om pop te maken. Björk heeft het bewezen. Kate Bush heeft het bewezen,’ licht de zangeres zelf haar motivatie nader toe – waarmee ze niet alleen afgeeft op het huidige mediaklimaat, maar ook op het mainstreammuzieklandschap.


    Bewustzijnsreis langs de gruwelen in Gaza

    VN-rapporteur verricht daad van liefde, moed en waarheid

    LITERATUUR – In Quando il mondo dorme (2025) beschrijft de Italiaanse advocaat Francesca Albanese hoe en waarom de wereld op het hoogste politieke en diplomatieke niveau structureel wegkijkt van de oorlog in Gaza. Albanese is gespecialiseerd in internationaal recht en werd in 2022 door de Verenigde Naties aangesteld als speciaal rapporteur voor de mensenrechten in de Palestijnse gebieden. In maart 2024 sprak ze als eerste VN-functionaris van genocide door Israël. In een profielschets meldt Newsweek dat ‘Albanese en dertig VN-experts dit middels hun onderzoeken overtuigend bevestigden’.

    ‘In haar boek neemt de auteur ons mee op een reis die wordt gekenmerkt door de verhalen van tien mensen die haar hebben vergezeld om de geschiedenis, het heden en de toekomst van Palestina te begrijpen,’ schrijft Maria Elena De Gruttola voor het Italiaanse Avanti. Volgens de criticus gaat Albanese daarnaast in op de ‘duidelijke economische en technologische medeplichtigheid van talloze wereldwijd opererende bedrijven, wier steun het regime van de bezetter versterkt en oplossingen belemmert’.

    REC Albanese compressed

    Een ‘helder en verontrustend boek én een daad van liefde, moed en waarheid’, meldt de Franse boekensite Babelio. Volgens de recensent geeft Albanese ‘een stem aan de vrouwen, mannen en kinderen die dagelijks onrecht ervaren in Palestina’. Ze tekent onder meer de verhalen op van ‘een chirurg die is getekend door de gruwelen die hij heeft meegemaakt, een verbannen kunstenaar en een Joodse denker die door de apartheid is gebroken’. Giovanna Casagrande stelt voor Indielibri dat Albanese de mechanismen blootlegt ‘die zijn ingesteld om elke kritiek op Israël, dat wordt gedefinieerd als de enige democratie in het Midden-Oosten, tegen te gaan, terwijl het al decennia onder een apartheidsregime functioneert’.

    ‘Dit essay behoeft geen commentaar,’ vindt Alessia Ragno in L’Indiependente. ‘Dat dit boek in de Italiaanse boekhandel ligt, is een groot geluk en een redding uit de onwetendheid. Rijk aan bronnen, maar bovenal menselijk.’ Ragno haalt aan dat Albanese zelf in de bezette gebieden woon- de: ‘Ze heeft uit de eerste hand de gevolgen van de Israëlische koloniale bezetting ervaren en gebruikt de geschiedenis en de wet om elke stap, elke zin te demonstreren. Het lezen van haar boek is als een bewustzijnsreis.’


    Het omarmen van vreugdevolle chaos

    Nepbiografie van een meesterwerk uit de Franse cinema

    FILM – Richard Linklater (65), bekend van Before Sunrise (1995), Before Sunset (2004), Boyhood (2014) en nog pakweg 25 films, bewijst met Nouvelle Vague alle eer aan de gelijknamige Franse filmbeweging. In zijn nieuwe werk keert de Amerikaanse regisseur terug naar 1960, toen de destijds 29-jarige Jean-Luc Godard zijn baanbrekende meesterwerk À bout de souffle opnam. Hedendaagse acteurs vertolken de rollen van Godard, van collega-regisseurs als Eric Rohmer, Agnès Varda en François Truffaut en van hoofdrolspelers Jean Seberg en Jean-Paul Belmondo.

    REC Linklater.png compressed

    In The Detroit News noemt Adam Graham de film ‘een feestje voor filmliefhebbers waarin het idee wordt gevierd dat cinema de wereld kan veranderen’. Volgens de criticus slaagt Linklater er met zijn ‘losse, komische toon in om de jeugdige energie van de scènes te vangen waarmee Godard de filmtradities van die tijd bekeek’. Olivia Waxman gaat voor TIME terug naar de gemengde kritieken die Godards film destijds ten deel vielen. Men vond dat er ‘geen plot was in de gebruikelijke zin van het woord en schreef over de ‘irrationale samenhang van een nachtmerrie. (…) Dat tekent de rebelse geest waarmee de film is gemaakt, als reactie op wat er toen speelde: van protesten tegen de Vietnamoorlog tot de seksuele revolutie. Bewegingen die ingingen tegen alle conventies. Precies wat de jonge Franse filmmakers aan het doen waren.’ Volgens Antoine Desrues van Écran Large is het Linklater in ‘deze nepbiografie van Godards film’ niet zozeer te doen om de gedachte achter een van de invloedrijkste films uit de geschiedenis, ‘maar omarmt hij de vreugdevolle chaos die het tot een meesterwerk zal maken’.

    In Le Figaro schrijft Eric Neuhoff dat het geen toeval is dat Nouvelle Vague door ‘een buitenlander’ is gemaakt, iemand die ‘met de nodige afstand een scherp, geïnspireerd en teder oog werpt op deze gezegende periode. (…) Linklater brengt een eerbetoon aan een generatie: vrolijk, levendig, nostalgisch en broederlijk.’


    Met humor, maar ook veel wrok

    Atwoods leven zonder drank, drugs en seksuele escapades

    LITERATUUR – Margaret Atwood had enige scrupules om een literaire autobiografie te schrijven. Ze was bang dat het saai zou worden: ‘Ik schreef een boek, ik schreef een tweede boek, ik schreef nog een boek…’ Overmatig drankgebruik, uit de hand gelopen feestjes en seksuele escapades zouden het verhaal hebben kunnen opleuken, maar zo heeft ze nu eenmaal niet geleefd, aldus Blake Morrison in The Guardian. Het resultaat noemt The Washington Post desalniettemin ‘rijk, weids en vol levensvreugde’; een wijze en geestige terugblik op het leven dat haar schrijverschap gevormd heeft. De bedenking kenmerkt Atwood (1939), die onder meer bekendstaat om haar humor en zelfspot. Als ‘nerdy brainiac’ groeide de Canadese op tussen stad en wildernis – winters in Ottawa, lange zomers in de bossen van Quebec en Ontario. Ze begon al jong gedichten en verhalen te schrijven en toont in haar werk veel en feministische betrokkenheid en ‘een hardnekkige neiging om conflicten en kritiek frontaal aan te gaan’. Met meer dan zestig boeken en de wereldwijde roem van onder meer Het verhaal van de dienstmaagd en Kattenoog groeide ze uit tot een van de invloedrijkste schrijvers van onze tijd.

    REC Atwood compressed

    Volgens Los Angeles Times leest Book of Lives: A Memoir of Sorts net zo soepel als haar romans; The New York Times noemt het een vat van toorn – ‘en toorn is interessant’. Zoals een vriend van haar zou hebben gezegd: ‘Maak haar niet boos, want dan leef je voor eeuwig.’ Een negatieve noot van New Statesman heeft eveneens met deze eigenschap te maken, namelijk dat Atwood ‘ondanks haar succes niet in staat is kritiek en oude krenkingen los te laten’.

  • Hongaars-Britse auteur David Szalay wint Booker Prize met de roman Flesh

    Hongaars-Britse auteur David Szalay wint Booker Prize met de roman Flesh

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » BBC geschokt door vertrek van twee prominente medewerkers

    » VS: Senaat stemt voor een einde aan de shutdown

    Szalay was in 2016 al eens genomineerd voor de prijs

    De Hongaars-Britse auteur David Szalay heeft de Booker Prize 2025 gewonnen met zijn roman Flesh, meldt The Guardian. Szalays zesde fictiewerk volgt het leven van één man, István, van zijn jeugd tot zijn middelbare leeftijd. De jury ‘had nog nooit zoiets gelezen’, aldus juryvoorzitter Roddy Doyle, die de prijs in 1993 won. ‘Het is in veel opzichten een duister boek, maar het is een genot om te lezen.’

    Flesh begint met een schokkend incident dat zich afspeelt terwijl de tiener István met zijn moeder in een appartementencomplex in Hongarije woont. Szalay volgt de hoofdpersoon vervolgens terwijl hij een tijd in het leger doorbrengt voordat hij naar Londen verhuist, waar hij voor de superrijken gaat werken. De roman, geschreven in sober proza, onderzoekt mannelijkheid, klasse, migratie, trauma, seks en macht.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Szalay werd maandagavond tijdens een ceremonie in Old Billingsgate in Londen uitgeroepen tot winnaar van de prijs van 50.000 pond (ruim 56.000 euro). Hij was eerder genomineerd voor de prijs in 2016, voor zijn roman All That Man Is, schrijft The Guardian.

    De beslissing om Szalay de prijs toe te kennen was ‘unaniem’, aldus Doyle. Het boek ‘focust zich op een man uit de arbeidersklasse, die normaal gesproken niet veel aandacht krijgt’, aldus Doyle. ‘Het presenteert ons een bepaald type man’ en ‘nodigt ons uit om achter het gezicht te kijken’.

  • Emily Forever is ‘een stille, stralende kleine roman’

    Emily Forever is ‘een stille, stralende kleine roman’

    Na lovende kritieken in heel Scandinavië is Emily Forever van Maria Navarro Skaranger nu ook in Nederlandse vertaling verschenen. De roman wordt geprezen als een intiem, poëtisch portret van een jonge vrouw die zwanger is en haar eigen weg zoekt.

    Met Emily Forever bevestigt Maria Navarro Skaranger haar reputatie als schrijver die ‘met klein materiaal groot weet te raken’, meent Aftenposten. De Noorse krant typeert de roman als intiem en beeldschoon, ‘gedragen door een opvallend milde, invoelende blik’; ‘Skaranger beschrijft zonder sensatiezucht, maar met precisie, hoe een jonge vrouw haar weg zoekt in een benauwd bestaan.’

    Hoofdpersoon Emily, afkomstig uit een niet al te welvarend milieu, is negentien jaar oud en zwanger, en de vader van het kind is niet van plan om zich met haar of het leven van het ongeboren kind bezig te houden. Emily’s moeder besluit om bij haar dochter in te trekken en haar voor en na de bevalling te helpen. Ondertussen dienen zich andere mannen aan in Emily’s omgeving, maar ze heeft geen tijd, of geen zin, om hun aandacht te registreren. De roman gaat over hoe Emily wordt gezien door anderen, en hoe die lijken te denken te weten wie ze is.

    De Noorse krant Adresseavisen prijst de manier waarop Skaranger haar verhaal overbrengt. Dat dit een allesbehalve somber boek is, schrijft recensent Ole Jacob Hoel, is te danken aan de ‘eigenzinnige verteller die tastend, speels en licht ironisch’ observeert en daarmee een ‘onverwacht poëtische’ toon weet te vangen.

    ‘Met vitaliteit, ironie en poëzie schrijft ze over zwangerschap, bevalling en kraamtijd en bovendien over klasse’

    Ook bij NRK Bok valt vooral Skarangers stijl in de smaak: ‘met vitaliteit, ironie en poëzie schrijft ze over zwangerschap, bevalling en kraamtijd en bovendien over klasse, wat tot uiting komt in de materiële details en de subtiele manier waarop over zorg en afhankelijkheid wordt geschreven’. Die combinatie levert, aldus de recensent, een compacte, gelaagde en geslaagde roman op.

    Morgenbladet onderstreept dat de auteur ‘innig’ schrijft over een richtingloos bestaan – grijze dagen, televisie die de leegte moet vullen, zware gedachten – en dat het vertelperspectief niet alleen origineel is, maar bovendien een grote solidariteit met Emily opwekt.

    Ook in Zweden zijn de besprekingen positief. Upsala Nya Tidning noemt Emily Forever ‘een stille, stralende kleine roman’: fragmentarisch maar trefzeker, klein in gebaar en groot in effect. Het Poolse cultuurplatform Wrocławski Portal Kulturalny benadrukt hoe Skaranger de thema’s moederschap, kwetsbaarheid en een sociaal precair bestaan zonder sentimentaliteit benadert. Juist dat het verhaal geen pathetisch tintje heeft en Emily niet tot slachtoffer wordt gemaakt, maakt het resultaat volgens de recensent ontroerend. ‘(…) het is (…) Skarangers’ onverzettelijke aandringen dat iedereen zijn eigen persoon is die het [boek] zo menselijk maakt. Prachtige literatuur,’ besluit het Deense Information.

    Emily Forever verscheen in september bij Uitgeverij Oevers in een vertaling van Liesbeth Huijer.

  • Gesignaleerd

    Gesignaleerd

    De boeken-top 5 is samengesteld door de redactie van 360. Deze (en andere) titels zijn direct online te bestellen via onze webshop.

    De kolonie

    Audrey Magee

    Op een afgelegen Iers eiland in 1979 botsen kunst, taal en politiek wanneer een Engelse schilder en Franse taalkundige neerstrijken. Een scherpzinnige, beklemmende roman over macht en identiteit.

    Magee

    Bomen

    Aya Kōda

    Fijnzinnige Japanse essays waarin obser- vaties van belangrijke en bewonderde bomen, zoals de jezosparren in Hokkaido en de blauweregen uit haar jeugd, uitmonden in beschouwingen over parallellen van leven en dood, rijping en ontwikkeling in het alledaagse leven.

    Bomen

    Gestolen trots

    Arlie Russell Hochschild

    Een geëngageerde reportage over waardigheid, werk en identiteit in hedendaags Amerika en hoe gekrenkte eigenwaarde politieke keuzes vormt.


    Vervloekte dochters

    Oyinkan Braithwaite

    Literaire roman waarin de Nigeraans-Britse auteur haar kenmerkende scherpe humor en spanning inzet om familiebanden, loyaliteit en schuldgevoel te fileren.


    De arrogante aap

    Christine Webb

    Prikkelende non-fictie over wat de mens wel (en niet) onderscheidt van andere dieren; een frisse blik op evolutie, intelligentie en onze neiging onszelf te overschatten.

    758x1200

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.

    Dansbaar protest tegen het stigma van de menopauze

    Niet pauzeren maar vrolijk doorknallen

    In 2001 scoorde de Engelse zangeres Sophie Ellis-Bextor (46) een wereldhit met het uiterst dansbare, retro-discoachtige Murder On The Dance­floor dat twee jaar geleden opnieuw de charts bestormde dankzij de soundtrack van de speelfilm Saltburn. Onlangs verscheen Ellis-Bextors achtste album Perimenopop, waarmee ze volgens critici afrekent met leeftijdsdiscriminatie van oudere vrouwelijke muzikanten.

    In Musikexpress stelt Christina Mohr dat Ellis-Bextor met deze plaat kiest voor de ‘enige juiste reactie op de schandalige biologische aanfluiting van de menselijke waardigheid die “menopauze” heet. Door niet te pauzeren maar vrolijk door te knallen.’

    Haar collega van RTV Suisse legt uit dat Ellis-Bextor heeft besloten ‘de perimenopauze, de hormonale overgangsfase die voorafgaat aan de menopauze, frontaal aan te pakken. In plaats van het te stigmatiseren, maakt ze er het centrale thema van haar album van en viert ze die periode van het vrouwenleven met humor en lichtheid.’ Tegelijkertijd ‘markeert de plaat een terugkeer naar haar roots: naar het dance-popgenre dat haar begin deze eeuw zoveel succes bracht’.

    GER Ellis

    Roisin O’Connor schrijft in The Independent dat Ellis-Bextor wil bewijzen dat, ‘hoe onze vrouwenhatende muziekindustrie er ook tegenaan kijkt, vrouwen na hun vijfentwintigste uitstekend in staat zijn om knallers te maken. Daar slaagt ze in, en spectaculair ook. Ze levert een huzarenstukje met deze uitstekend geproduceerde en gedurfde plaat.’

    Matt Collar noteert voor AllMusic dat de zangeres een paar ‘heerlijke nummers heeft gemaakt die haar dansvloerelan laten zien en haar coole, chique accent tegen pulserende disco-grooves. Gelukkig heeft ze de kunstzinnige lyriek van haar vorige, goed ontvangen barokpopalbums niet volledig verlaten.’ In Clash Magazine is Maddy Smith alleen al onder de indruk van de grootheden die aan het album hebben meegewerkt: van wie bassist en producer Nile Rodgers (voorheen Chic), de Amerikaanse ster Selena Gomez en de Britse singer-songwriter MNEK de bekendste zijn. Het leidt, ‘afgezien van momenten die wat flauw aanvoelen’, onder meer tot ‘funky anthems, een mix van jaren 80 synths met club-geïnspireerde muziek en een hele reeks van met dance doordrenkte popgenres, met Ellis-Bextors suikerzoete zang als statement’.


    Onverwacht poëtisch

    Het kleine grote verhaal van Emily

    Met Emily Forever bevestigt Maria Navarro Skaranger haar reputatie als schrijver die ‘met klein materiaal groot weet te raken’, meent Aftenposten. De Noorse krant typeert de roman als intiem en beeldschoon, ‘gedragen door een opvallend milde, invoelende blik’; ‘Skaranger beschrijft zonder sensatiezucht, maar met precisie, hoe een jonge vrouw haar weg zoekt in een benauwd bestaan.’

    Hoofdpersoon Emily, afkomstig uit een niet al te welvarend milieu, is negentien jaar oud en zwanger, en de vader van het kind is niet van plan om zich met haar of het leven van het ongeboren kind bezig te houden. Emily’s moeder besluit om bij haar dochter in te trekken en haar voor en na de bevalling te helpen. Ondertussen dienen zich andere mannen aan in Emily’s omgeving, maar ze heeft geen tijd, of geen zin, om hun aandacht te registreren. De roman gaat over hoe Emily wordt gezien door anderen, en hoe die lijken te denken te weten wie ze is.

    De Noorse krant Adresseavisen prijst de manier waarop Skaranger haar verhaal overbrengt. Dat dit een allesbehalve somber boek is, schrijft recensent Ole Jacob Hoel, is te danken aan de ‘eigenzinnige verteller die tastend, speels en licht ironisch’ observeert en daarmee een ‘onverwacht poëtische’ toon weet te vangen.

    GER Navarro boek compressed

    Ook bij NRK Bok valt vooral Skarangers stijl in de smaak: ‘met vitaliteit, ironie en poëzie schrijft ze over zwangerschap, bevalling en kraamtijd en bovendien over klasse, wat tot uiting komt in de materiële details en de subtiele manier waarop over zorg en afhankelijkheid wordt geschreven’. Die combinatie levert, aldus de recensent, een compacte, gelaagde en geslaagde roman op.

    Morgenbladet onderstreept dat de auteur ‘innig’ schrijft over een richtingloos bestaan – grijze dagen, televisie die de leegte moet vullen, zware gedachten – en dat het vertelperspectief niet alleen origineel is, maar bovendien een grote solidariteit met Emily opwekt.

    Ook in Zweden zijn de besprekingen positief. Upsala Nya Tidning noemt Emily Forever ‘een stille, stralende kleine roman’: fragmentarisch maar trefzeker, klein in gebaar en groot in effect. Het Poolse cultuurplatform Wrocławski Portal Kulturalny benadrukt hoe Skaranger de thema’s moederschap, kwetsbaarheid en een sociaal precair bestaan zonder sentimentaliteit benadert. Juist dat het verhaal geen pathetisch tintje heeft en Emily niet tot slachtoffer wordt gemaakt, maakt het resultaat volgens de recensent ontroerend. ‘(…) het is (…) Skarangers’ onverzettelijke aandringen dat iedereen zijn eigen persoon is die het [boek] zo menselijk maakt. Prachtige literatuur,’ besluit het Deense Information.

    Emily Forever verscheen in september bij Uitgeverij Oevers in een vertaling van Liesbeth Huijer.


    Subtiel of toch overgestileerd?

    Het regiedebuut van actrice Kristen Stewart

    De memoires van de Amerikaanse schrijver Lidia Yuknavitch (1963) naar het grote scherm brengen is geen geringe opgave, meent cultuurmagazine I-D. Toch zijn veel recensenten lyrisch over de verfilming door Kristen Stewart. De Californische actrice zou met The Chro­nology of Water ‘glansrijk [slagen] achter de camera’, met een eerste speelfilm die I.D. ‘ambitieus en abstract’ noemt. Het autobiografische relaas waarop de film is gebaseerd ‘is het meedogenloze verslag van seksueel geweld in haar [Yuknavitchs] jeugd, gevolgd door jaren van vlucht (in drugs, hyperseksualiteit en zelfdestructief gedrag), waarna de auteur (…) haar pijn kanaliseert in de literatuur’, beschrijft The Hollywood Reporter.

    Volgens Variety slaagt Stewart waar velen faalden: ‘Als regisseur balanceert ze op een koord: ze maakt een film die vrijwel uitsluitend over bewustzijn gaat, en laat ons alles zien zonder ooit té expliciet te zijn.’

    Hierbij spelen zowel de audio als het camerawerk een grote rol, die beide de kijker tot de psyche van de hoofdpersoon doen doordringen. Ook wordt het acteerwerk van onder andere Imogen Poots geprezen. ‘Zoals te verwachten haalt Stewart het beste uit haar acteurs,’ aldus Variety. Het duo zou erin slagen Lidia ‘niet te reduceren tot een optelsom van pijnlijke herinneringen’ maar haar in al haar nuances en complexiteit te verkennen, volgens Rolling Stone. Het magazine noemt de manier waarop de regisseur ons onomwonden in het verhaal stort een beetje ‘punk’.

    GER Yuknavitch compressed

    Die aanpak overtuigt niet iedereen; vooral uit het VK klinkt stevige kritiek. Time Out prijst Stewarts ambitie, maar vindt de film ‘te lang en herhalend’. The Upcoming struikelt over ‘clichés’, ‘overgestileerde opnamen’ en een pretentieuze toon die het emotionele gewicht zou ondergraven. The Arts Desk meent dat de vorm het gevoel overvleugelt, Radio Times noemt de film ‘zelfgenoegzaam en naïef’, en The Guardian prijst weliswaar de intense, zintuiglijke regie en het sterke spel van Poots, maar bekritiseert tegelijk ‘jeugdig indie-gehannes’ en clichématige stileringen die vertragend werken. Zelf zal Stewart misschien niet al te veel over deze kritiek inzitten; fouten, zegt ze in een interview naar aanleiding van de film, zijn ‘fucking hot’.

    The Chronology of Water verschijnt januari 2026 in de bioscoop.


    De onverzoenlijke misselijkheid van het bestaan

    Iraanse regisseur grossiert in prijzen

    In It was just an accident herkent garagehouder Vahid de bestuurder van een auto die met pech komt aanrijden. Kan niet missen: het vreemde loopje en het geluid van zijn prothese; Eghbal, zijn voormalige beul in de beruchte Evin-gevangenis in Teheran. Vahid besluit hem te gijzelen en wil hem levend begraven – tot hij gaat twijfelen. Vervolgens gaat hij op zoek naar getuigen die Eghbals identiteit kunnen bevestigen. ‘Jafar Panahi, Iraans meest prominente en gerespecteerde filmmaker, maakte een wonder van een film omdat er zo veel misging’, schrijft Barry Hertz in The Globe and Mail. Daarmee verwijst hij naar de zeven maanden dat Panahi zelf in de Evin-gevangenis zat. ‘Het maakt zijn nieuwste productie tot een bewijs van vindingrijkheid en moed, terwijl het ook een stille, woedende reactie is op het Iraanse regime.’

    GER Panahi compressed

    ‘Grappig, ontroerend en weerzinwekkend,’ vindt Hubert Heyrendt in La Libre. ‘Een oogverblindende getuigenis van Panahi’s talent. Hij maakt nu deel uit van de zeer selecte kring van regisseurs die de Gouden Palm, Leeuw en Beer hebben gewonnen.’

    Volgens David Ehrlich van IndieWire wordt het hart van de film gevormd door ‘de onverzoenlijke misselijkheid van het bestaan in een land waar de getraumatiseerde slachtoffers van het regime gedwongen worden als buren te leven naast de mensen die het mogelijk blijven maken’.

    It was just an accident van Jafan Panahi draait vanaf 6 november in de bioscoop.

  • In harmonie leven met machines? Kleine kans

    In harmonie leven met machines? Kleine kans

    Er moet een internationaal embargo komen op de ontwikkeling van AI, totdat we de gevolgen beter begrijpen, vinden de auteurs Yudkowsky en Soares. ‘Door toegang te verlenen tot onze sociale media en financiële inrichtingen geven we AI alle middelen om de wereld over te nemen.’

    Kunnen mensen in harmonie samenleven met machines? Eliezer Yudkowsky en Nate Soares hebben er een hard hoofd in. Ze winden er geen doekjes om in de titel van hun nieuwe boek: If Anyone Builds It, Everyone Dies: Why Superhuman AI Would Kill Us All, dat op 16 september gepubliceerd werd.

    Dit lijkt misschien op paniekzaaierij, maar de schrijvers – Yudkowsky en Soares, respectievelijk medeoprichter en hoofd van het Machine Intelligence Research Institute in Berkeley, Californië – benadrukken in de introductie dat ze ‘niet op effectbejag uit zijn’. Als een land of bedrijf een zogeheten ‘kunstmatige superintelligentie’ bouwt die ‘ook maar een beetje lijkt op wat we vandaag de dag onder AI verstaan, zal iedereen, overal op aarde, sterven’.

    Ze zijn niet de enigen die vrezen dat AI ons allemaal zal vernietigen als de technologie in dit tempo wordt doorontwikkeld.

    Verontrustende toon

    In The Intelligence Explosion: When AI Beats Humans at Everything slaat James Barrat een bijna net zo verontrustende toon aan. Barrat is een documentairemaker uit Maryland in de Verenigde Staten en schrijft al meer dan tien jaar over kunstmatige intelligentie. Hij citeert deskundigen zoals Roman Yampolskiy, die zegt dat superintelligente AI wellicht ‘een van de grootste problemen van de mensheid kan worden’. (Barrat citeert trouwens ook Yudkowsky en Soares, die daar hetzelfde over denken.) Maar Barrat voegt eraan toe dat er in plaats van het probleem onder ogen te zien ‘op een dodelijk scenario afstevenen’. Beide boeken leveren goede argumenten, maar lezers zullen zich meer aangetrokken voelen tot Yudkowsky en Soares; hun diagnose van de problemen omtrent AI toont hoeveel ervaring ze hebben binnen het vakgebied. Zo sluiten ze elk hoofdstuk af met een QR-code waarmee lezers uitgebreidere analyses kunnen raadplegen. Ook zijn ze niet bang om de grote bonzen van Silicon Valley bij naam te noemen; ze beschuldigen Elon Musk en Yann LeCunn, hoofdwetenschapper van Meta AI, van het bagatelliseren van reële risico’s.

    De auteurs zijn het over veel dingen eens. De generatieve AI van 2025 – denk aan machines als ChatGPT en Gemini die informatie van allerlei bronnen assimileren en daaruit nieuwe informatie genereren – vormt nog geen existentiële bedreiging. Maar als AI-ontwikkeling met zo’n sneltreinvaart doorgaat, zullen er snel problemen ontstaan. ‘Machine-superintelligentie’, waarvan sommigen in het vakgebied denken dat die binnen tien jaar zal worden bereikt, zal ‘slimmer zijn dan ieder levend mens, slimmer dan de mensheid als geheel’, schrijven Yudkowsky en Soares.

    Als het zover is kunnen we volgens Barrat niet alleen economische chaos, maar ook toenemende waanzin in de overheid verwachten. Analisten schatten in dat miljoenen mensen in ontelbare vakgebieden hun baan zullen verliezen en dat ‘AI-gestuurd bedrog en desinformatie’ eerlijke verkiezingen in gevaar zullen brengen, aldus Barrat. Barrat beweert ook dat AI met zijn huidige intelligentieniveau al bloed aan zijn virtuele handen heeft. Volgens berichten heeft het Israëlische leger AI ingezet bij aanvallen waarbij burgers in Gaza omkwamen, terwijl de aanval van de industrie op het klimaat onverminderd doorgaat. Elke dag ‘verbruikt ChatGPT evenveel elektriciteit als een kleine stad’.

    Kennis vergaren

    De twee boeken waarschuwen ook voor de obscure manier waarop AI zijn kennis vergaart. In tegenstelling tot klassieke hardware en besturingssystemen wordt generatieve AI ‘niet gepro- grammeerd, maar getraind’, aldus Barrat – in de woorden van Yudkowsky en Soares; ‘verbouwd, niet vervaardigd’. Na het bouwen van een generatieve AI weten programmeurs ‘nauwelijks wat er omgaat in het brein van zo’n machine’.

    In The Intelligence Explosion wordt Stuart Russell, professor in computerwetenschappen, aangehaald. ‘We hebben geen idee hoe het werkt, en toch stellen we het bloot aan honderden miljoenen mensen’, aldus de professor. Door toegang te verlenen tot onze sociale media en financiële inrichtingen ‘geven we AI alle middelen om de wereld over te nemen’. Yudkowsky en Soares hebben zo hun twijfels bij wereldovername, maar beamen dat we nooit zeker kunnen weten wat voor ‘voorkeuren’ er zullen ontstaan. Haar ‘buitenaardse mechanische geest’ zal beschikken over een ‘interne psychologie’ die niet overeenkomt met de onze. Er is geen enkele reden om te verwachten dat tot die voorkeuren ‘gelukkige, gezonde mensen met een vervuld leven’ zal behoren, aldus de auteurs.

    De doemscenario’s zoals beschreven in If Anyone Builds It, Everyone Dies zijn angstaanjagend. Een op hol geslagen superintelligente AI kan financiële instellingen of laboratoria met dodelijke ziektes infiltreren, mensen afpersen, gewetenloze leiders omkopen of aan de haal gaan met grootschalige wapensystemen. In de VS zijn bijna vijftienduizend AI-start-up waarvan ten minste enkele medewerkers het gevaar reëel achten, aldus Barrat; ‘De meeste experts met wie ik heb gesproken achten een AI-overname waarschijnlijk’, schrijft hij. Yudkowsky en Soares noemen verschillende vooraanstaande computerwetenschappers die publiekelijk hebben gezegd dat er minstens 10 procent kans is dat AI de mensheid zal uitroeien.

    We praten steeds meer als ChatGPT

    Sinds de introductie van ChatGPT wordt er niet alleen meer geschreven, maar ook anders. Mensen nemen steeds vaker de stijl en toon van de chatbot over.

    In e-mails, sollicitatiebrieven en zelfs WhatsApp-berichten duiken formuleringen op die doen denken aan standaardantwoorden van een taalmodel: beleefd, volledig, neutraal, soms iets te gepolijst, aldus The Atlantic. Taalwetenschappers noemen dit verschijnsel ‘AI-speak’ of ‘prompt-speak’: een manier van communiceren waarin nuance, humor of rafelranden verdwijnen. The Atlantic beschreef hoe jongeren elkaar mailen in een stijl die ‘glad en zonder frictie’ aandoet – alsof elke zin door een algoritme is getest op beleefdheid. Het gaat vaak om uitdrukkingen die veilig en voorspelbaar zijn, zoals ‘I completely understand your concern’ of ‘I appreciate your feedback’.

    Critici vrezen dat deze invloed subtiel maar verstrekkend is. Waar sociale media ooit zorgden voor meer losse en informele taal, introduceert ChatGPT juist een toon die meer wegheeft van corporate jargon. Daarmee dreigt menselijke communicatie zijn emotionele schakeringen en speelsheid te verliezen.

    In een wereld waarin AI steeds vaker de antwoorden levert vóór de vraag is gesteld, waarschuwt Africa Is A Country, dooft onze nieuwsgierigheid mogelijk langzaam uit. Gemak gaat boven kritisch denken doordat lezers samenvattingen consumeren in plaats van teksten zelf te analyseren. Democratische betrokkenheid en politieke controle zouden worden verzwakt omdat burgers zich minder afvragen welke belangen schuilgaan achter de informatie.

    Albanië gaat wat dat betreft een gewaagd experiment aan: hier werd in september Diella, een AI-chatbot, gepromoveerd tot virtueel minister, met als portefeuille het beheren van publieke aanbestedingen en het tegengaan van corruptie. Volgens de regering moet de digitale bewindvoerder zorgen voor meer transparantie en efficiëntie, maar critici waarschuwen dat de benoeming vooral symbolisch is.

    Wat nu? Alle drie de auteurs stellen dat er een embargo moet komen op AI-ontwikkeling totdat we een beter idee hebben over hoe de toekomst eruit zal komen te zien. Yudkowsky en Soares treden meer in detail; ze stellen dat er wetten en ‘internationale regelgevingskaders’ moeten komen waarmee ‘het verboden wordt om als AI-bedrijf in dit tempo kunstmatige intelligentie te ontwikkelen’.

    Door de politieke verlamming in Washington is het onwaarschijnlijk dat hieraan gehoor wordt gegeven. Toch betuigen Yudkowsky en Soares dat het hoog tijd is dat mensen die hiermee instemmen zich erover uitspreken. Draag bij door contact op te nemen met wetgevers, te stemmen op kandidaten die deze problemen begrijpen, protesten bij te wonen en door vrienden en familie op de hoogte te stellen van de gevaren, aldus de auteurs. Ze zullen je aanvankelijk misschien ‘vreemd aankijken’, maar als er ook maar een kans bestaat dat het geschetste scenario waar is, dan hebben we wel iets belangrijkers aan ons hoofd dan zo nu en dan een meewarige blik.

  • Een grillig boek over De man die uit de lucht viel

    Een grillig boek over De man die uit de lucht viel

    Het nieuwste boek van Jan Stocklassa leest volgens recensenten meer als een roman dan als onderzoeksjournalistiek. ‘Je kunt het boek maar beter in de categorie entertainment plaatsen’, aldus Anna Lavfors van de Zweedse website Bläddrat.

    Na zijn boek Stieg Larssons erfenis, over het ontrafelen van de moord op de Zweedse premier Olof Palme in 1986, besloot Jan Stocklassa zich nooit meer in te laten met hypothesen en complottheorieën. Tot hij, opnieuw speurend in de archieven van Millenium-auteur Larsson, op een ander onopgelost mysterie stuitte. In De man die uit de lucht viel probeert Stocklassa de waarheid achter de bomaanslag op een vliegtuig boven het Schotse Lockerbie in 1988 te achterhalen. Na een jarenlang internationaal politieonderzoek werd een Libische terrorist als dader aangewezen en tot levenslang veroordeeld, terwijl de toenmalige Libische leider Muammar Khadaffi 2,7 miljard dollar moest betalen.

    Catrin Fägerstrand schrijft in het Zweedse magazine Corren dat Stocklassa ‘mogelijke motieven en spannende toevalligheden’ naast elkaar zet. Ze laat de auteur vertellen waarom de Lockerbie-zaak hem zo intrigeerde: ‘Een van de 270 slachtoffers was politicus en diplomaat Bernt Carlsson, een vertrouweling van Palme. Twee jaar later werd ook hij gedood bij een aanslag. Was dat toeval? Niemand heeft er ooit serieus naar gekeken. Dat vormde het startpunt van mijn boek.’

    In Bläddrat waarschuwt Anna Lavfors de lezer voor een ‘wilde reis, zowel mentaal als geografisch’. Ze wijst op de ‘wirwar van losjes verbonden informatie die als waarheid wordt gepresenteerd. Daarom kun je het boek maar beter in de categorie entertainment plaatsen.’

    ‘autofictie en onderzoeksjournalistiek [is] geen voor de hand liggende combinatie.’

    Teodor Stig-Matz van dagblad ETC vindt ‘autofictie en onderzoeksjournalistiek geen voor de hand liggende combinatie.’ Doordat Stocklassa in één moeite door over ‘prostaatangst, zijn gestrande huwelijk en zijn liefde voor cocker-spaniël Rut schrijft, is het net of je een roman zit te lezen’.

    ‘Wie echt meer wil weten over de Lockerbie-ramp, moet iets anders lezen dan dit grillige boek’, vindt Per Anderson van SVT Nyheter. Beschouwt de criticus het als een ‘serieus onderzoek naar een ernstige terroristische daad’, dan raakt hij ‘moedeloos en depressief’. Leest hij het als kluchtroman, dan beleeft hij er ‘veel plezier aan’. Wanneer hij het interpreteert als ‘onthullende belichaming van samenzweerderig denken’, kan hij er ‘zelfs iets van leren’.

    De man die uit de lucht viel en de jacht op de vergeten terrorist verscheen begin september in een vertaling van Ron Bezemer bij Hollands Diep.

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.

    Van de moord op Olof Palme naar de Lockerbie-aanslag

    Gissen naar de waarheid

    LITERATUUR – Na zijn boek Stieg Larssons erfenis, over het ontrafelen van de moord op de Zweedse premier Olof Palme in 1986, besloot Jan Stocklassa zich nooit meer in te laten met hypothesen en complottheorieën. Tot hij, opnieuw speurend in de archieven van Millenium-auteur Larsson, op een ander onopgelost mysterie stuitte. In De man die uit de lucht viel probeert Stocklassa de waarheid achter de bomaanslag op een vliegtuig boven het Schotse Lockerbie in 1988 te achterhalen. Na een jarenlang internationaal politieonderzoek werd een Libische terrorist als dader aangewezen en tot levenslang veroordeeld, terwijl de toenmalige Libische leider Muammar Khadaffi 2,7 miljard dollar moest betalen.

    Catrin Fägerstrand schrijft in het Zweedse magazine Corren dat Stocklassa ‘mogelijke motieven en spannende toevalligheden’ naast elkaar zet. Ze laat de auteur vertellen waarom de Lockerbie-zaak hem zo intrigeerde: ‘Een van de 270 slachtoffers was politicus en diplomaat Bernt Carlsson, een vertrouweling van Palme. Twee jaar later werd ook hij gedood bij een aanslag. Was dat toeval? Niemand heeft er ooit serieus naar gekeken. Dat vormde het startpunt van mijn boek.’

    In Bläddrat waarschuwt Anna Lavfors de lezer voor een ‘wilde reis, zowel mentaal als geografisch’. Ze wijst op de ‘wirwar van losjes verbonden informatie die als waarheid wordt gepresenteerd. Daarom kun je het boek maar beter in de categorie entertainment plaatsen.’

    ‘autofictie en onderzoeksjournalistiek [is] geen voor de hand liggende combinatie.’

    Teodor Stig-Matz van dagblad ETC vindt ‘autofictie en onderzoeksjournalistiek geen voor de hand liggende combinatie.’ Doordat Stocklassa in één moeite door over ‘prostaatangst, zijn gestrande huwelijk en zijn liefde voor cocker-spaniël Rut schrijft, is het net of je een roman zit te lezen’.

    ‘Wie echt meer wil weten over de Lockerbie-ramp, moet iets anders lezen dan dit grillige boek’, vindt Per Anderson van SVT Nyheter. Beschouwt de criticus het als een ‘serieus onderzoek naar een ernstige terroristische daad’, dan raakt hij ‘moedeloos en depressief’. Leest hij het als kluchtroman, dan beleeft hij er ‘veel plezier aan’. Wanneer hij het interpreteert als ‘onthullende belichaming van samenzweerderig denken’, kan hij er ‘zelfs iets van leren’.

    De man die uit de lucht viel en de jacht op de vergeten terrorist verschijnt begin september in een vertaling van Ron Bezemer bij Hollands Diep.

    247 Recensie Stocklassa

    Nachtelijke Odyssee door Portland

    Van maatschappijkritiek tot afdaling naar de hel

    FILM – Tussen de voicemails van haar schuldeisers door luistert Lynette naar het nieuws over de Amerikaanse huizencrisis. De hoofdpersoon van Night Always Comes, die vanaf 15 augustus op Netflix te zien is, staat op het punt haar huis uitgezet te worden vanwege onbetaalde schulden. ‘Lynette (Vanessa Kirby) woont samen met Doreen (Jennifer Jason Leigh), haar vreselijk onverantwoordelijke, instabiele moeder, en Kenny (Zack Gottsagen), haar oudere broer met het syndroom van Down’, beschrijft The New York Times. Ze combineert drie banen: barvrouw, bakker en sekswerker.

    Zij en haar moeder hebben genoeg geld bij elkaar gesprokkeld om de aankoop van hun huis te starten, maar laatstgenoemde komt niet opdagen op de afspraak voor de aanbetaling en besteedt deze aan een nieuwe auto. De film van Benjamin Caron volgt Lynette één nacht, ‘waarin ze wanhopig streeft naar het onmogelijke: $ 25.000 [€ 21.400] vinden. Ze benadert een rijke klant, gespeeld door Randall Park, die haar in haar gezicht uitlacht als ze het bedrag noemt dat ze nodig heeft.’ Vervolgens steelt ze zijn auto en wordt alles van kwaad tot erger.

    Glenn Kenny, recensent van de The New York Times, is zeer onder de indruk van de hoofdrolspeelster: ‘Kirby’s spel toont van begin tot eind een combinatie van vastberadenheid en hulpeloosheid.’ De Wall Street Journal is het daarmee eens en noemt haar personage ‘boeiend’. The Hollywood Reporter vindt vooral de scènes met haar broer, die ze ‘mee moet slepen in een reeks gevaarlijke situaties’, ontroerend. In zijn ontwapenende onschuld wordt hij met grote gevaren geconfronteerd – zonder dat je haar daarvoor veroordeelt, aldus recensent David Rooney. Maar hij betreurt dat de film niet dezelfde kritische kracht heeft als de gelijknamige roman van Willy Vlautin (2021). Het scenario van Sarah Conradt is ‘meer gericht op de afdaling van de hoofdpersonen naar de hel dan op de meedogenloze economische context van een Amerika dat voortdurend gentrificeert en verwatert daarmee de maatschappijkritiek die het boek zo goed maakte’.

    Ook Variety is minder overtuigd door het geheel, inclusief de rol van Kirby, al bootst de Britse een ‘onberispelijk Pacific Northwest-accent’ na. Wel houdt Night Always Comes je volgens het blad scène voor scène op het puntje van je stoel. ‘De relaties tussen de personages zijn raak en overtuigend neergezet. De cinematografie – zoals te verwachten in Portland – benut de stad en haar omgeving ten volle. Cameraman Damián García toont zich hier op het hoogtepunt van zijn kunnen, met beelden die het verhaal de allure van een rauw avontuur geven. Alleen dat al maakt deze nachtelijke odyssee de moeite waard.’

    Night Always Comes, sinds 15 augustus te zien op Netflix

    247 Recensie Night Always Comes1

    Je kunt ook eten wat je bent

    De counter images van Hiền Hoàng

    FOTOGRAFIE – De kijker voelt onmiddellijk de spanning in Hiền Hoàng werk, schrijft het toonaangevende kunsttijdschrift ArtReview. In haar series en installaties keert de Vietnamese kunstenaar steeds terug naar dezelfde vraag: hoe worden lichamen – en vooral Aziatische lichamen – gezien, geconsumeerd en vervormd door een westerse blik? ‘In haar werk speelt ze op zowel humoristische als verontrustend wijze met stereotypen’, kenschetst METAL Magazine. Bijvoorbeeld in Asia Bistro, waarin sojasaus uit een vrouwenborst druipt, of in de performance Made in Rice, waar de kunstenaar letterlijk uit rijst tevoorschijn komt. Het zijn beelden die ‘tegelijkertijd verleidelijk en afstotend zijn’, en daarom verwarren.

    ‘Hoàngs serie Asia Bistro kannibaliseert dat oude gezegde [je bent wat je eet], en suggereert dat je ook kunt eten wat je bént’, schrijft ArtReview, dat haar in 2024 opnam in de prestigieuze lijst Future Greats. Het ongemak wordt volgens de recensent nergens sterker dan in de serie Across the Ocean, waarin Hoàng tofu presenteert met daarin verborgen haren, een beeld dat ook Creative Review ‘banaal en verontrustend’ noemt. Het Britse tijdschrift prijst vooral de kritische kracht van het werk: ‘Fotografie toont hoe we collectief culturele beelden consumeren, en counter images verstoren dat collectieve denken.’

    Ook kenmerkend voor Hoàngs werk volgens METAL Magazine is de wisselwerking tussen kunst en wetenschap, die in haar meest recente project, Garden of Entanglement, opnieuw naar voren komt. Hierin verlegt ze de aandacht van het lichaam naar de natuur en vertaalde ze samen met wetenschappers data van bomen in sculpturen van mycelium en UV-prints in een poging de herinneringen van de natuur zelf tastbaar te maken. ‘Het is een multidisciplinaire zoektocht naar onze verhouding met migratie, kolonialisme en ecologie’, aldus PhMuseum. Daarbij staat één kernachtige vraag centraal: ‘Wat zouden bomen zich van ons herinneren als wij er niet meer zijn?’

    247 REcensie Hien Hoang

    Bollywood-romcom vanuit queer-perspectief

    Indiase stereotypen ondermijnd

    SPEELFILM – De Indiase familie van Naveen heeft zijn seksuele geaardheid geaccepteerd, maar zit niet te wachten op een grootse Bollywood-bruiloft met zijn vriend Jay. Al is Jay wit en, als adoptiekind van Indiase ouders, een vrome hindoe. Dat is het uitgangspunt in A nice Indian boy van de Amerikaans-Indiase regisseur Roshan Sethi. ‘Een heerlijke, hilarische romcom’, schrijft William Stottor in Loud and Clear Reviews. ‘Het verhaal lijkt dun, maar wordt door de uitgediepte karakters gaandeweg compact en diep ontroerend. Het is onmogelijk dat je er niet door meegesleept wordt.’

    Variety-criticus Guy Lodge vindt Jay ‘net iets te mooi en ideaal om geloofwaardig te zijn’, maar laat zich wel overtuigen door de manier waarop de film ‘clichés en cynisme overstijgt’. Volgens Proma Khosla in Indie Wire gaat de film over ‘het ondermijnen van stereotypen over de Indiase cultuur’. Ze stelt dat de regisseur wil benadrukken dat Bollywood-liefde niet alleen is weggelegd voor hetero’s maar geen onderscheid maakt tussen generaties en culturen. ‘Een rechttoe-rechtaan komedie,’ schrijft Jared Richard voor het Australische ABC, ware het niet dat hoofdpersoon ‘worstelt met queerness én familietradities’. Richard heeft wel kritiek op de financiering van de film: ‘Die kwam pas rond toen Broadway-ster Jonathan Groff, de enige witte acteur in de cast, zijn contract had getekend.’

    A Nice Indian Boy van Roshan Sethi draait vanaf 4 september in de bioscoop.

    247 Recensie Indian Boy

  • Te midden van de oorlog floreert de boekenmarkt in Oekraïne

    Te midden van de oorlog floreert de boekenmarkt in Oekraïne

    Nieuwe boekwinkels openen de deuren, uitgeverijen groeien en klassieke boeken worden heruitgegeven. Door de oorlog is Oekraïne aan het lezen geslagen.

    Tussen boekenwanden, kunstwerken en hangende bloembakken zorgen comfortabele fauteuils voor een woonkamer­sfeer. Tot 21:00 kun je koffie of wijn bestellen en wordt er gelezen. ‘Er zijn momenteel veel van dit soort boekwinkels in Kyiv,’ zegt IT-specialist Mariana Fuhalewich, die het zich gemakkelijk heeft gemaakt in de ‘Boekenleeuw’ in de trendy wijk Podil in Kyiv. Haar collega Darina Chrapach vraagt haar een foto van haar te maken in de fauteuil. ‘Ik heb hier vele heerlijke uren doorgebracht.’ De boekwinkels zijn er niet alleen om te snuffelen, als de stroom uitvalt zijn ze een toevluchtsoord voor buurtbewoners, lezers en schrijvers. En ze getuigen van een opmerkelijke opleving te midden van de oorlog.

    De Russische oorlog is niet alleen gericht tegen Oekraïne als grondgebied, maar ook tegen de cultuur, taal en literatuur van het land. Overal waar Russische troepen binnenvallen, verstoppen mensen snel hun boeken voordat ze door de bezetters worden vernietigd en vervangen door propaganda uit Moskou. ‘Ze wisselen de boeken direct na de bezetting om,’ vertelt Joeri Belousov, hoofd van de afdeling Oorlogsmisdaden van het Oekraïense Openbaar Ministerie.

    Onder vuur

    Sinds 2022 zijn ongeveer achthonderd Oekraïense bibliotheken en boekwinkels verwoest. In mei 2024 werd de grootste drukkerij van Oekraïne getroffen: een raketaanval op Factor Druk in Charkov kostte zeven werknemers het leven. Naast de persen verbrandden ook de vers gedrukte nieuwe uitgaven van vele uitgeverijen, een week voor de belangrijkste boekenbeurs van het land.

    Ook Oekraïense literaire instellingen werden tijdens de meest recente aanvalsgolf onder vuur genomen: in Kyiv werd begin juli een opslagplaats van de schrijversvereniging PEN Oekraïne getroffen. Boeken van het project ‘Onverwoestbare Bibliotheken’, dat Engelstalige en tweetalige boeken verzamelt voor 250 bibliotheken in 17 regio’s van het land, werden verwoest. Diezelfde nacht ging het magazijn van uitgeverij Nasch Format (Ons Formaat) gedeeltelijk verloren en werden sommige boeken onherstelbaar beschadigd. De directie van de uitgeverij verkondigde: ‘We weten waar we voor vechten. We publiceren boeken die kracht bieden, een kritische blik en waardigheid – precies waar Rusland bang voor is.’

    ‘De sector is sinds het begin van de invasie razendsnel gegroeid’

    De Oekraïense literatuur trotseert de verwoesting en beleeft zelfs een renaissance: te midden van luchtaanvallen, raketterreur en de dagelijkse realiteit van oorlog, blijft de boekenmarkt groeien. Volgens het Oekraïense Boekeninstituut nam de verkoop in 2024 toe met 31 procent. Het aantal actieve uitgevers steeg van 300 naar 350. ‘De sector is sinds het begin van de invasie razendsnel gegroeid,’ zegt econoom Hlib Wischlinski van het Centrum voor Economische Strategie. ‘Verrassend genoeg gaven mensen in oorlogstijd meer geld uit aan boeken.’

    De trend is duidelijk zichtbaar op beurzen zoals het Boekarsenaal in Kyiv of de openluchtbeurs Boekenland. Op de laatstgenoemde werden in vier dagen tijd 90.000 boeken verkocht. Boekhandelketens breiden uit, zoals blijkt uit cijfers van het Oekraïense Boekeninstituut. Daarbij is vooral Oekraïense literatuur gewild – van klassiekers tot nieuwe oorlogspoëzie en fantasyromans. Was in 2021 een op de vijf boeken in het land door een Oekraïense auteur geschreven, in 2023 was dat drie op de vijf.

    Steeds meer Oekraïense auteurs belanden in de maandelijkse top 10

    Midden in de oorlog openen onafhankelijke boekhandels hun deuren in Kyiv, Lviv en Odessa. Dat deed ook Boekenleeuw, in augustus 2022, toen de wijk Podil zo goed als uitgestorven was. Naast boeken over de Oekraïense geschiedenis en kunst is er vraag naar vertalingen van internationale literatuur en zelfhulpboeken. Oorlogsliteratuur en -poëzie doen het goed, zoals de teksten van de dichtende verpleegkundige en dronepiloot Yaryna Chornohuz of de oorlogsdagboeken van vechter en schrijver Artem Chekh. Ook reportages en fotoboeken over de bezette gebieden en de onherroepelijk verwoeste steden zoals Marioepol zijn populair.

    Steeds meer Oekraïense auteurs belanden in de maandelijkse top 10, zegt Katerina Ivanova, medeoprichter van de boekhandel. ‘We hadden vertrouwen in de Oekraïense boekenmarkt en dat er genoeg boeken zouden verschijnen om de schappen te vullen,’ aldus Ivanova. Ze is ervan overtuigd dat de opening op het allerslechtst denkbare moment anderen heeft geïnspireerd.

    Renaissance van Oekraïense klassiekers

    Vooral de renaissance die klassiekers doormaken is opmerkelijk: ‘Bloemlezingen van Oekraïense klassiekers zijn ware melkkoeien,’ vertelt de boekhandelaar. De Oekraïense literatuur uit de negentiende en vooral de twintigste eeuw was in de Sovjet-Unie decennialang onderdrukt of zelfs verboden. Begin jaren dertig decimeerde Jozef Stalin de bloeiende Oekraïense cultuur op brute wijze; bijna driehonderd Oekraïense schrijvers werden geëxecuteerd en veel kunstenaars belandden in de Goelag. In het huidige Oekraïne spreekt men van de ‘doodgeschoten renaissance’, vertelt de Oekraïense vertaler en psychoanalyticus Jurko Prochasko.

    Nu worden hun literaire werken heruitgegeven en opnieuw onder de aandacht gebracht, onder andere door Wichola. Met de serie Oncanonieke Canon bracht deze jonge uitgeverij literair-wetenschappelijke boeken van vergeten stemmen op de markt, uitsluitend Oekraïense auteurs. Met succes.

    ‘Het is een kwestie van identiteit. Mensen realiseerden zich dat de Russen hen kwamen vermoorden, puur omdat ze Oekraïners waren,’ zegt Bohdana Neborak, manager culturele projecten en redacteur van tijdschrift The Ukrainians. ‘Dus vroegen ze zich af: wat betekent het eigenlijk om Oekraïens te zijn? De klassieke literatuur gaat daar vaak op in.’

    247 Oekraine3 1
    Valeriy (40) leest een boek voor aan haar zoon Pasha (11) in een metrostation dat als schuilkelder wordt gebruikt in de wijk Saltivka in de stad Charkov, Oekraïne. – © Getty Images

    Ook worden innovatieve concepten opgezet om het lezen te bevorderen. Boekhandel Sens aan de promenade Chresjtsjatyk in Kyiv combineert bijvoorbeeld coworking, evenementen, gastronomie en literatuur. Sinds de opening in februari 2024 is het aantal bezoekers gestaag gegroeid. Maandelijks ontmoeten 50.000 lezers, auteurs en creatievelingen elkaar op deze plek. Je vindt er het nieuwe boek van historicus Serhii Plokhy over de ondergang van de Sovjet-Unie evenals de vertaling van Timothy Snyders’ Over vrijheid. Op een kleine tafel staan drie werken van Artem Chekh. Internationale bestsellers, zoals Rebecca F. Kuangs fantasytrilogie The poppy war, zijn ook populair.

    Wat je hier níét vindt zijn werken in het Russisch of van Russische auteurs. Het feit dat de kasten vol staan met boeken in de lokale taal vervult Sens-oprichter Olexi Erinchak met trots. Lange tijd was dit nauwelijks denkbaar: tot de Russische invasie van de Krim en de regio’s Donetsk en Loehansk in het oosten van het land in 2014 domineerden boeken van Russische uitgevers en auteurs de markt. ‘Lange tijd was het runnen van een Oekraïense uitgeverij meer een soort liefhebberij,’ zegt econoom Wischlinski. Er viel niet op te concurreren tegen de Russische markt. ‘Tegenwoordig is het big business geworden.’

    Flexibel

    Een van de redenen is de geleidelijke loskoppeling van de Russischtalige boekenmarkt sinds 2016, en de hernieuwde aandacht voor de Oekraïense taal. Sinds 2023 zijn de import van boeken uit Rusland en Wit-Rusland evenals de activiteiten van Russische uitgeverijen verboden. Uitgevers mogen bovendien alleen nog publiceren in het Oekraïens, in de talen van erkende minderheden of van de Europese Unie. ‘Zo is er een nieuwe markt ontstaan, vooral op het gebied van internationale vertalingen,’ aldus Wischlinski. En of het nu om thrillers of liefdesromans gaat, ook in Oekraïne wakkert BookTok, oftewel boekgerelateerde content op TikTok, de vraag aan.

    Het blijft een wonder dat de boekenmarkt zich zo snel ontwikkelt, want de situatie is nog altijd fragiel. Hoewel de verwoeste drukkerij Factor Druk dankzij een gulle donor is heropgebouwd, blijven de toeleveringsketens onzeker, is papier duur en zijn vertalers schaars. ‘Titels verschijnen met vertraging,’ zegt boekhandelaar Erinchak. ‘Maar in oorlogstijd moet je flexibel te zijn.’ Hij koopt nu titels in zodra er belangstelling voor ontstaat.

    ‘Voor deze generatie schrijvers is de oorlog verwoestend’

    Een groot deel van de groeiende inkomsten van de boekenindustrie is te danken aan de gestegen prijzen, legt Oleksandra Kowal uit, hoofd van het Oekraïense Boekeninstituut. Dat mensen toch boeken blijven kopen, schrijft econoom Wischlinski mede toe aan het feit dat ze minder kunnen reizen en dat hun consumptiepatroon sowieso verandert. Maar hij is voorzichtig: de markt is nog niet erg stabiel. ‘Mensen hebben nog steeds geld, dankzij steun uit het Westen. Maar de toekomst is onzeker. Over twee of drie jaar zullen we zien hoeveel boekwinkels er nog zijn. Als mensen alleen nog het hoognodige kopen, zullen boeken als eerste wegvallen.’

    De oorlog vormt niet alleen een bedreiging voor boeken, de economie en de infrastructuur, maar ook voor de makers zelf. ‘Voor deze generatie schrijvers is de oorlog verwoestend,’ zegt cultuurmanager Bohdana Neborak. Veel schrijvers bevinden zich aan het front. Sommigen zijn gesneuveld, anderen tijdens de gevechten verdwenen – zoals dichter en boekontwerper Mikola Leontowitsch. ‘Hij was briljant,’ zegt Neborak over haar vriend. ‘Sinds twee jaar is er niets nieuws meer van hem verschenen.’

    ‘Lezen helpt ons onze waardigheid behouden’

    Op een avond in juni modereert Neborak een boekpresentatie bij Sens. Het betreft een nieuwe editie van een vergeten vertaling van Hans Christian Andersens De Sneeuwkoningin en andere sprookjes, in Oekraïne gepubliceerd aan het einde van de negentiende eeuw. De zaal zit vol. ‘Mensen verlangen naar klassiekers én naar nieuwe stemmen. Er is grote behoefte aan plekken waar die boeken onder de aandacht staan.’ Steeds meer boekhandels en uitgeverijen richten daarom boekenclubs en discussieformats op.

    ‘Mensen kunnen hier hun emoties delen,’ zegt Neborak. In oorlogstijd is lezen meer dan alleen afleiding: het is ook een manier om menselijkheid, identiteit en verzet tot uitdrukking te brengen. ‘Lezen is een humanistische daad,’ zegt ze. ‘Het helpt ons onze waardigheid te behouden – zelfs onder de meest verwoestende omstandigheden.’ Daarbij draait het om hoop en troost. ‘Door te lezen voelen mensen dat ze niet alleen zijn, en dat ze nog steeds mens zijn.’

  • Georgi Gospodinov: ‘Fictie kan wonderen verrichten’

    Georgi Gospodinov: ‘Fictie kan wonderen verrichten’

    Fictie is geen ‘onware, niet-feitelijke literatuur’, vindt International Booker Prize-winnaar Georgi Gospodinov. Ze schenkt betekenis aan de werkelijkheid en helpt ons die te begrijpen.

    Wat kan fictie (ook in vertaling) doen in tijden als de onze? Niets. Dat zou het kortste, krachtigste en meest pessimistische antwoord zijn op de vraag. Maar dat zou betekenen dat we deze tekst moeten negeren, de festivals moeten afblazen, de boeken uit de bibliotheken moeten verwijderen, het creëren van literatuur moeten staken en gedwee het einde van de wereld afwachten. Want als we stoppen met het vertellen van verhalen over de wereld, is het einde inderdaad nabij.

    Vooral fictie is in staat om wonderen te verrichten. Mijn eerste ervaring hiermee deed ik op toen ik zes of zeven jaar oud was, dus ik begin met een persoonlijk verhaal. Ik had een terugkerende nachtmerrie. Op een ochtend verzamelde ik de moed om hem aan mijn grootmoeder te vertellen; destijds woonde ik bij haar in het dorp. Maar zodra ik begon te praten, hield ze me tegen en drukte een vinger tegen haar lippen. Enge dromen mogen niet opnieuw worden verteld, omdat ze daardoor uitkomen. Eigenlijk drukte ze het veel mooier uit: ze vullen zich dan met bloed en komen tot leven. Dus bleef ik alleen achter met mijn nachtmerrie. En zo kwam ik op het, in mijn ogen, briljante idee – we kunnen pas briljant zijn vanaf ons zesde of zevende – om mijn droom op te schrijven. Ik scheurde in het geheim een pagina uit het notitieboekje van mijn opa en gebruikte de pas geleerde letters van het alfabet om mijn droom uit te spellen. En… er gebeurde een wonder. De nachtmerrie is nooit meer teruggekeerd. Maar ik ben hem ook nooit vergeten. Dat was de prijs. (Negenenveertig jaar later herinner ik me de droom nog steeds levendig. Wie weet besluit ik hem aan het einde van de lezing te vertellen.)

    Er zijn twee dingen die ik uit deze herinnering wil afleiden. Ten eerste: schrijven bevrijdt ons van onze angsten. Het tweede is dat schrijven ons doet onthouden. We vertellen verhalen om te onthouden. Soms ook geldt het omgekeerde: we onthouden iets om het door te kunnen vertellen. Schrijven brengt dus herinneringen voort, ook al is dat er soms een aan iets beangstigends. De herinnering aan iets beangstigends is niet altijd een beangstigende herinnering. Integendeel, als een verhaal eenmaal verteld is, als het eenmaal gezellig is bijgeplaatst in de kamers van de herinnering, beginnen ook de beangstigende varianten hun angstaanjagende aard te verliezen. Door verhalen te vertellen kunnen we onze angsten dus een beetje temmen.

    Verhalen vertellen

    Waarom vertellen we kinderen ’s avonds voordat ze in slaap vallen een verhaaltje? Om dezelfde reden dat er mythen bestaan. We vertellen verhalen om de wereld te temmen. We vertellen verhalen om een chaotische en onverklaarbare wereld van onweersbuien, vuur en overstromingen te verklaren, evenals een wereld van diezelfde elementen binnenin ons. Terwijl we verhalen vertellen, creëren we de illusie dat deze wereld überhaupt vertelbaar is (dat ze in woorden kan worden samengevat en gedeeld) en ordenbaar (dat ze kan worden georganiseerd). Stiekem vermoed ik dat er geen orde is en dat alleen onze verhalen deze creëren. Maar dat maakt ze des te belangrijker.

    Laat me een zijpad inslaan naar de kwantumfysica. Volgens het onzekerheidsprincipe van Heisenberg, opgesteld in de jaren twintig, verandert het waarnemen van een proces zélf al de uitkomst ervan. Met andere woorden: in de kwantumwereld verloopt een proces anders afhankelijk van of het wordt bekeken of niet. Als we dat doortrekken naar onze eigen wereld: stel dat niemand zou kijken, luisteren en verhalen vertellen – zou die wereld dan niet allang uit elkaar gevallen zijn?

    Feestmaal met Nino Haratischwili

    De Georgisch-Duitse schrijver en theaterregisseur Nino Haratischwili (1983), bekend van onder meer Het achtste leven, organiseert tijdens het Forum een supra; een traditionele Georgische feestmaaltijd waarbij het gaat om gastvrijheid en het delen van verhalen.

    De supra, letterlijk ‘tafel’ in het Georgisch, is een diepgeworteld sociaal en cultureel fenomeen in Georgië. Bij dit ceremoniële banket komen gasten samen om te dineren, wijn te drinken, te zingen en te luisteren naar toespraken van de tamada, de ceremoniële toastmeester. Thema’s als vriendschap, liefde, geschiedenis en familie staan daarbij centraal, vaak aan de hand van persoonlijke verhalen en beschouwingen.

    Traditioneel wordt de supra geleid door mannen, en vinden de gesprekken en rituelen plaats binnen een patriarchaal kader. Vrouwen, wier aanwezigheid weliswaar wordt gevierd in een poëtische en vaak verheffende toast, spelen vooral een rol als kok en gastvrouw.

    Haratischwili plaatst deze eeuwenoude traditie in een nieuw licht, door de supra vanuit vrouwelijk perspectief te benaderen. Samen met Georgische muzikanten en actrices creëert ze een alternatieve versie van het ritueel, waarin vrouwelijke stemmen en verhalen centraal staan. Tijdens de avond wordt er gegeten, gezongen, gedeeld – en nagedacht over de betekenis van cultuur, identiteit en verbondenheid binnen Europa. Het publiek is uitgenodigd.

    25/06, 19:30 in de Grote Zaal in De Balie, Amsterdam.

    En daarmee belanden we bij de volgende belangrijke taak van de schrijver, die toch al veel op zijn schouders draagt: verhalen vertellen om de wereld bij elkaar te houden. Om betekenis te geven aan wat er gebeurt – met de wereld en met onszelf – als tegenwicht voor de stille angst dat er misschien helemaal geen betekenis is. Ook daarom lezen we boeken, en vooral fictie.

    Veel mensen geloven dat fictie denkbeeldige, onware, niet-feitelijke literatuur is. In mijn ogen is dit een diepgaand misverstand

    Veel mensen geloven ten onrechte dat fictie denkbeeldige, onware, niet-feitelijke literatuur is. In mijn ogen is dit een diepgaand misverstand. Fictie weeft mythen en schenkt betekenis aan de werkelijkheid; het vormt een legende rond wat we zien, maakt er een verhaal van en helpt ons het te begrijpen. Zoals Pessoa schreef: ‘De mythe is het niets dat alles is.’

    Fictie kan echte herinneringen oproepen. Ik zal nooit vergeten hoe ik na het lezen van Oorlog en vrede op het slagveld van Austerlitz lag en naar de wolken boven me keek alsof ik ze voor het eerst zag. Hoe kan ik ze nooit eerder hebben opgemerkt? zei ik hardop in mijn eigen stem, in plaats van die van de gewonde prins Bolkonsky. Na Honderd jaar eenzaamheid had ik een duidelijke herinnering aan een middag waarop mijn vader me meenam naar de zigeuners om voor het eerst echt ijs te zien. Ik herinner me ook een sneeuwstorm en de kaars die flikkerde in de kamer à la Pasternak [een verwijzing naar de klassieker Dokter Zjivago].

    Literatuur richt zich niet alleen op het verleden en de herinnering, maar werpt ook vaak een blik vooruit en schetst mogelijke toekomsten. Literatuur verbeeldt utopieën – ideale werelden – en reikt daarmee de samenleving, het lot en zelfs het universum suggesties aan voor wat komen kan. Toch slaan zulke toekomstvisies vaak om in dystopieën, al blijken veel van de dystopische romans die we schrijven verrassend realistisch te zijn. Orwell verzette zich achteraf tegen het idee dat 1984 een handleiding zou zijn; het was bedoeld als waarschuwing, niet als blauwdruk. Iets soortgelijks heb ik ervaren met mijn roman Schuilplaats voor andere tijden – maar dat is een verhaal voor een andere keer.

    Behalve herinneringen creëeren en onze angsten beteugelen, is literatuur in staat tot het meest wezenlijke: levens redden.

    Nieuwsgierigheid 

    Literatuur vertelt verhalen en stelt daarmee het einde uit. Dat komt het meest letterlijk tot uiting bij Sjeherazade. Met elk verhaal dat ze vertelt, wint ze een levensdag. Haar verhalen zijn haar krachtigste onderhandelingsmiddel om te blijven leven. Veranderen ze iets in Shahryar, de vrouwenmoordenaar? Wekken ze zijn empathie voor de wereld? Wie zal het zeggen. Wat ze hem in elk geval schenken, is een nieuw soort nieuwsgierigheid – naar de wereld met al haar wonderen, verrassingen, liefde en bedrog.

    Wanneer het slachtoffer een verhaal vertelt, bevindt ze zich tijdelijk in een andere, beschermde ruimte. De verteller – vrouw of man – en hun luisteraars (of lezers) raken verstrikt in het labyrint van het verhaal, een wereld op zichzelf. Ze bevinden zich als het ware op twee plaatsen tegelijk: in de echte én in de fictieve wereld. Zo kom ik terug bij de elementaire deeltjes in de kwantumfysica, die ook op twee locaties tegelijk kunnen bestaan. In dat opzicht lijken literatuur en kwantumfysica meer op elkaar dan we vaak beseffen. En de literatuur begreep dit al eeuwen vóórdat de wetenschap erachter kwam. 

    Als kind voelde ik onbewust de garantie die literatuur ons biedt; ik koos er altijd voor om boeken te lezen die in de eerste persoon enkelvoud werden verteld, omdat ik dan wist dat de hoofdpersoon aan het einde van het boek niet zou sterven. Zolang ik verhalen vertel, besta ik. Zolang ik verhalen vertel, houd ik mezelf en de wereld om me heen intact. Ik vertel, dus ik ben.

    Fictie verdedigt het menselijke. Ze weigert mee te gaan in de terugval naar ontmenselijking

    Vandaag de dag bevinden we ons in de context van twee oorlogen aan de rand van Europa; die in het Midden-Oosten en die tegen Oekraïne. Dit zijn echte oorlogen, met tanks, drones, dode soldaten en burgers, vluchtende gezinnen, verwoeste steden en landschappen. Dat alles gebeurt vandaag de dag, in een Europa dat dacht dat het zichzelf voorgoed van de verschrikkingen van de oorlog had bevrijd. Maar Poetins invasie van Oekraïne begon niet met de eerste schoten en de opmars van Russische tanks. Hij begon lang daarvoor, met propaganda en nepnieuws. De strijd om woorden en verhalen – de propagandaoorlog – liep parallel aan de gevechten aan het front. Het doel: de tegenstander ondermijnen en het verzet al vóór het eerste schot breken. Propaganda- en complottheorieën, racistische uitbarstingen en agressie, post-truth zijn alle bedoeld om te ontmenselijken, om de Ander zijn menselijke eigenschappen te ontnemen en hem tot kanonnenvoer te maken, tot een vijand, die geen lid is van het menselijk ras. De vijand heeft geen eigen geschiedenis. Als die opzet lukt, dan is de strijd al gewonnen voordat deze zelfs maar is begonnen.

    Wat voor rol kan fictie hierbij spelen? Ze verdedigt het menselijke. Ze weigert mee te gaan in de terugval naar ontmenselijking. Literatuur werkt als een natuurlijk tegengif tegen het gif van propaganda. Waar propaganda de wereld in drie minuten reduceert tot zwart-wit – goed tegenover kwaad – biedt fictie een rijker, gelaagder en vollediger perspectief. In fictie draait alles om het individu, met diens angsten, verlangens, kwetsbaarheid, hoop en verdriet. Ook propaganda speelt in op emoties, maar slechts als middel tot massamanipulatie. Fictie en propaganda opereren op hetzelfde terrein, dat van het mens-zijn, maar ze doen dat met totaal verschillende bedoelingen.

    De werkelijkheid

    Je zou kunnen zeggen dat propaganda en fictie hetzelfde zijn; ze gebruiken allebei verhalen en bieden afwijkende versies van de werkelijkheid. Maar laten we proberen het verschil te zien. Het verraderlijke van propaganda en complottheorieën is dat ze fundamentele inzichten uit de menselijke kennis vervangen, eeuwen aan cultuur en beschaving terugbrengen tot karikaturen en het volledige geestelijke erfgoed van de mensheid ondermijnen en vernietigen. Terwijl echte literatuur, fictie en verhalen op dit archief voortbouwen en versies van de wereld construeren met behulp van gecoördineerde systemen van goed en kwaad, leugens en waarheid, het humane en het inhumane, het toegestane en het ontoelaatbare. Of we het beseffen of niet, vandaag de dag zijn we aanwezig bij, nemen we feitelijk deel aan een grootse en soms onzichtbare strijd – niet alleen om het menselijk leven te beschermen, maar om de kern van wat het betekent mens te zijn, en het leven zelf, te behouden.

    We komen langzaam tot het besef dat de wereld niet verklaard kan worden door politieke en economische verhoudingen alleen. Omdat we niet alleen bestaan uit economie en politiek. We bestaan ook uit verdriet en twijfel, uit broze en moeilijk te bevatten elementen. Juist daar ligt het domein van de literatuur – haar kracht ligt in het vinden van taal voor precies die fragiele beleving.

    Waartoe is literatuur nog meer in staat? Smaak creëren. Het belang daarvan mag absoluut niet worden onderschat; smaak is niet alleen een kwestie van esthetiek. Iemand met smaak is minder vatbaar voor flauwe propaganda, is bijvoorbeeld in staat de politieke kitsch zien die ten grondslag ligt aan het nationalisme. Zo zei Joseph Brodsky dat zijn verzet tegen het Sovjetgezag wellicht minder politiek dan esthetisch was. Voordat de rede het kwaad heeft begrepen, hebben onze zintuigen – als ze voldoende op elkaar zijn afgestemd – de vieze adem al geroken en zijn ze al vol walging teruggedeinsd. Ook de literatuur draagt eraan bij om een dergelijke fijngevoeligheid te produceren.

    Meestal zie ik de schrijver als een oor, één groot oor dat luistert naar de verhalen van de wereld

    Een verhaal wordt verteld als er een luisterend oor is. Ik denk dat het belangrijk is om hierop te wijzen, omdat we storytelling prijzen. Storytelling is belangrijk, maar het is niets zonder het gevoel dat er ergens een oor klaar staat om te horen. Er is geen storytelling zonder storyhearing. Als we de schrijver met slechts één lichaamsdeel zouden afbeelden, zou het geen schrijvende hand of een mond zijn die kostbare woorden uitspreekt. Meestal zie ik de schrijver als een oor, één groot oor dat luistert naar de verhalen van de wereld. Een oor en een hart. Een oor afgestemd op alles wat pijn doet.

    Tash Aw over kolonialisme en identiteit

    De Maleisisch-Britse schrijver en essayist Tash Aw gaat tijdens het forum in gesprek over de maatschappelijke verschuivingen waarmee generaties te maken krijgen. Centraal daarbij staat zijn nieuwe boek The South, waarin hij de diepgaande politieke en sociale omwentelingen in Azië in de jaren negentig beschrijft, door de ogen van een Maleisische familie. Hij onderzoekt hierin thema’s als klasseverschillen, economische onzekerheid en de zoektocht naar (queer) identiteit. Zijn werk belicht de pijnlijke overgang van postkoloniale samenlevingen waarin traditie botst met moderniteit en persoonlijke verlangens vaak in conflict komen met collectieve verwachtingen. Wat betekent het om jezelf te vinden in een wereld waarin culturele normen en maatschappelijke structuren voortdurend verschuiven?

    Tash Aw (1971) groeide op in Maleisië en vertrok als tiener naar Engeland om rechten te studeren. Tegenwoordig woont hij in Parijs. Hij brak internationaal door met The Harmony Silk Factory (2005), gevolgd door het eveneens gevierde Five Star Billionaire (2013), dat evenals andere werken van hem werd genomineerd voor de Man Booker Prize. Hij staat bekend om zijn genuanceerde benadering van gevoelige onderwerpen en wordt gezien als een van de belangrijkste literaire stemmen uit Zuidoost-Azië.

    26 juni, 17:30 in De Salon in De Balie, Amsterdam.

    Tegenwoordig hebben we een sterke behoefte aan empathie, zowel op persoonlijk als op politiek vlak. Totalitaire ideologieën en fundamentalisme kennen geen empathie. Voor hen is de ander – de vijand – ontdaan van menselijkheid. ‘Geen mens, geen probleem,’ zei Stalin ooit cynisch. Vandaag echoën populisme en propaganda dat idee: zonder menselijkheid is er niets om rekening mee te houden. Dat is misschien wel het angstaanjagendste van alles. Daarom hebben we verhalen nodig – en empathie. De stille kracht van onze persoonlijke verhalen zit in hun vermogen om het wezenlijk menselijke te raken, dat aan elke ideologie en elke staatsmacht voorafgaat.

    Ik zal hier niet ingaan op een strikt wetenschappelijke definitie van empathie. Omdat ik denk dat iedereen op de hoogte is van dit ‘in de schoenen van de ander stappen’, en ook omdat het een wat uitgehold concept is. Maar ik denk dat we het breder moeten inzetten. Empathie is niet alleen aangeboren, maar wordt verworven, geleerd en ontwikkeld door dagelijkse oefening, ook door het lezen van fictie. Zonder empathie is verhalen vertellen, lezen, luisteren en zelfs samenleven onmogelijk. Hoe lees je een roman zonder je in te leven? Hoe leef je te midden van anderen zonder je in hen te verplaatsen?

    De Ander

    Maar wie is vandaag de dag de Ander? Als we het over empathie hebben, blijven we normaal gesproken, bewust of onbewust, binnen de grenzen van de menselijke soort. Is het niet tijd om over te stappen op een bredere empathie voor het milieu? Als we ons sprookjes en onze eigen kindertijd herinneren, zullen we zien dat literatuur en kinderen dat al heel lang doen. Voor hen is het heel normaal om met een slak, een hond of een roos te praten en je in te leven in hun verhalen.

    Laat de mens een tijdje zijn mond houden en in de stilte die volgt de stem horen van een andere verhalenverteller – een vis, libel, wezel of bamboe, kat, orchidee of kiezelsteen… 

    Interessant genoeg wijzen ook recente onderzoeken van milieuwetenschappers, die zoeken naar manieren om mensen te motiveren de natuur te beschermen, op het belang van empathie. De hoopvolle conclusie: mensen blijken, althans als het om klimaatverandering gaat, eerder gemotiveerd door empathie voor niet-menselijke wezens dan door eigenbelang. Een mogelijke verklaring is dat dit appelleert aan onze aangeboren neiging tot compassie.

    Een korte evolutionaire zijlijn: vaak wordt gedacht dat sympathie en het helpen van zwakkeren geen rol spelen in natuurlijke selectie. Volgens deze redenering zouden empathie en altruïsme evolutionair zwak staan tegenover egoïsme. Maar evolutiebioloog David Sloan Wilson, een volgeling van Darwin, zegt iets anders. In zijn visie geldt: binnen een groep wint egoïsme het van altruïsme, maar altruïstische groepen verslaan eerder egoïstische groepen.

    Laten we eerst luisteren naar de verhalen en stemmen van het heden, de verhalen van anderen, van migranten, van vluchtelingen

    Als we deze stelling in historisch perspectief plaatsen, zien we dat altruïstische samenlevingen meer ontwikkeld en gevoeliger waren en beter hebben gepresteerd op het gebied van politiek, economie, cultuur en menselijk geluk dan dictaturen. Onderzoek heeft dit uitgewezen.

    Misschien is het tijd om nieuwe verhalen over de toekomst te vertellen, om de lege kamers te vullen met de verhalen waar we in willen wonen. Maar laten we eerst luisteren naar de verhalen en stemmen van het heden, de verhalen van anderen, van migranten, van vluchtelingen, van degenen die de oorlog ontvluchten, van degenen die het vandaag in de schuilkelders van Oekraïne hebben overleefd. Laten we deze verhalen keer op keer vertellen en horen totdat we een herinnering hebben gecreëerd die sterk genoeg is om te voorkomen dat deze nachtmerries zich herhalen, althans niet zo snel.

    Tot slot heb ik besloten u die nachtmerrie van negenenveertig jaar geleden te vertellen. De droom was eenvoudig en eng. Aan de onderkant van onze dorpsbron bevindt zich mijn hele gezin: mijn moeder, vader en broer. De put is diep en donker. Ik zie nog net hun silhouetten omhoogkijken, niet in staat om eruit te komen. Ik ben de enige erbuiten. Veilig, maar alleen. De angst is tweeledig: ten eerste voor hen, en ten tweede voor mij: ik ben van hen gescheiden, ik ben niet bij hen, wat ik wel wil, ook al zitten ze op de bodem van de put. Deze dubbele angst – voor anderen en voor mijzelf – dit gevoel van verlatenheid heeft me waarschijnlijk tot een schrijver gemaakt, of heeft in ieder geval aanleiding gegeven tot dat eerste verhaal van mij, gekrabbeld in lelijke, kromme letters. En het opschrijven hielp. Mijn redenen om vandaag te blijven schrijven zijn niet veel veranderd ten opzichte van de reden van die jongen om zijn nachtmerrie op te schrijven. Ik schrijf omdat ik niet wil dat de nachtmerries uitkomen. 

    Georgi Gospodinov (1968) is een Bulgaarse auteur, dichter en toneelschrijver. Zijn romans, waaronder Tijdschuilplaats (Booker Prize 2023), zijn bekroond en wereldwijd vertaald. 

  • De herontdekte roman noir van Elspeth Barker

    De herontdekte roman noir van Elspeth Barker

    Elspeth Barker was in veel opzichten haar tijd vooruit met haar roman O Caledonia uit 1991, die enkele decennia lang ‘vergeten’ werd. Maar in tijden van maatschappelijke onrust is het niet gek dat het de roman noir juist nu een comeback maakt.

    ‘In een roman noir is iedereen verdorven,’ citeert Chelsea Fitzgerald romanschrijver Megan Abbott in LitHub. ‘Goed en kwaad zijn niet duidelijk gedefinieerd en misschien zelfs ongrijpbaar.’ Juist daarom leent het genre zich bij uitstek voor het ‘verkennen van complexe, systemische problemen, zoals genderongelijkheid of de onverschilligheid tegenover de niet-menselijke wereld. (…) Niet één ding is mis, alles is mis.’

    Volgens Abbott is het dan ook geen wonder dat het genre ons juist nu aanspreekt, in een tijd waarin ‘bepaalde machtsstructuren niet langer logisch lijken en we ons afvragen: waarom zouden we ze nog gehoorzamen?’

    Elspeth Barker was in veel opzichten haar tijd vooruit met haar roman O Caledonia uit 1991, die enkele decennia lang ‘vergeten’ werd. Niet alleen wordt de hogere positie van de mens ten opzichte van dieren in twijfel getrokken, het boek gaat ook over ‘iemand die geen plek in de samenleving heeft. Te intelligent, te rusteloos, te ongemakkelijk en te grensverleggend – Janet leek nergens in te passen, zelfs niet in haar eigen lichaam,’ aldus Times.

    O Caledonia laat in het midden óf en hoe de mens een beschadigde wereld kan herstellen’

    Deze Janet wordt op haar zestiende vermoord – meteen aan het begin van het boek –, waarna een vogeltje dat ze tijdens haar leven heeft gered zich uit wanhoop tegen de muren van het Schotse landhuis stort waar Janet woonde. ‘De echte intrige is niet wie haar doodde, maar waarom haar ouders niet om haar treurden,’ zegt Times. ‘“Alleen de waarzegsters, de vroedvrouwen, de kwaadsprekers spraken over haar, herhaalden eindeloos een litanie van verwijten; want iemand moest de schuld krijgen (…). Hun stemmen jammerden en dreunden, venijnig als de ijzige wind die hun hoofddoeken tegen hun gezichten sloeg terwijl ze ineengedoken stonden bij de bushalte in het dorp.”’

    Als contrast naast de eigentijdse thematiek is de setting een ouderwetse ode aan Edgar Allen Poe: ‘… de wind [giert] over de kantelen, kauwen zwermen samen, een sinistere tuinman vilt konijnen in de keuken, haar excentrieke, bohemienachtige nicht Lila verzamelt paddenstoelen…’

    De moordenaar wordt uiteindelijk bekend, maar, schrijft LA Review of Books, ‘O Caledonia laat in het midden óf en hoe de mens een beschadigde wereld kan herstellen. Dit mysterie blijft onopgelost (…) Barker suggereert echter dat er geen hoop is zolang mensen weigeren om het tweede slachtoffer onder ogen te zien.’   

    O Caledonia verschijnt in april bij uitgeverij Orlando, in een vertaling van Lisette Graswinckel.

  • Peru: schrijver Mario Vargas Llosa op 89-jarige leeftijd overleden

    Peru: schrijver Mario Vargas Llosa op 89-jarige leeftijd overleden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Ecuador: zittend president Daniel Noboa herkozen

    » Rusland voert aanval uit op centrum van Oekraïense stad Soemy: 34 doden

    Hij won in 2010 de Nobelprijs voor de Literatuur

    De Peruviaanse schrijver en Nobelprijswinnaar Mario Vargas Llosa is overleden. De francofiel, die in zijn jeugd Jules Verne en Alexandre Dumas had gelezen, lang voordat hij werd verkozen tot lid van de Académie Française, begon zijn carrière als het ware op de militaire school waar zijn vader hem naartoe had gestuurd, aldus El Comercio. Leerlingen van de kostschool betaalden hem om liefdesbrieven te schrijven.

    In 1959 verhuisde hij naar Frankrijk, waar hij werkte als vertaler, leraar en journalist. Zijn eerste roman, De stad en de honden, werd gepubliceerd in 1963. Daarna volgden Het groene huis – ‘een roman die me bijna deed walgen van literatuur en bijna van het leven, omdat ik tijdens het schrijven onuitsprekelijke dingen heb geleden’, aldus Llosa – en Gesprek in de kathedraal.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    In 1976 gaf hij de Colombiaanse auteur Gabriel García Márquez een klap op zijn linkeroog. Het gebaar markeerde het einde van een lange vriendschap tussen de twee schrijvers, meldt El Comercio. Het geheim van hun breuk is nooit opgelost. Twee jaar later publiceerde hij De eeuwige orgie, ‘een essay waarin hij zijn fascinatie voor Gustave Flaubert beschrijft, misschien wel de schrijver die hem het meest heeft beïnvloed’.

    Mario Vargas Llosa deed mee aan de presidentsverkiezingen van 1990 en verloor in de tweede ronde van Alberto Fujimori. Daarna bemoeide hij zich niet meer met de politiek. De schrijver kreeg in 2010 de Nobelprijs voor Literatuur ‘voor het in kaart brengen van machtsstructuren en zijn scherpe visie op individueel verzet, rebellie en het falen ervan’.