In zijn nieuwste werk The world after Gaza biedt de Indiase journalist Pankaj Mishra een niet-westers perspectief op het Israëlisch-Palestijnse conflict. Het resultaat is ‘een meesterlijke analyse’ en een ‘overtuigend kader om te begrijpen hoe historische trauma’s selectief worden herinnerd of onderdrukt om hedendaagse politieke doelstellingen te dienen’, schrijft Tabish Khair in The Hindu.
In The world after Gaza bekijkt de Indiase journalist Pankaj Mishra het Israëlisch-Palestijnse conflict vanuit een niet-westers perspectief. Oliver Farry noemt het inIrish Timeseen ‘stimulerend boek waarvoor grondig onderzoek is gedaan’. ‘Geen opruiende polemiek, maar een sobere en uitgebreid gedocumenteerde verhandeling over het ontstaan van de huidige situatie.’
Volgens Farry toont Mishra aan hoe Israël na de Tweede Wereldoorlog werd ‘opgenomen als onderdeel van westerse geopolitieke belangen’, wat in ‘niet-westerse landen als voortzetting van koloniale praktijken werd gezien’. Mishra’s betoog maakt indruk op de criticus ‘omdat hij eerst vertelt dat hij Israël steunde, iets wat vanzelf sprak in het Indiase brahmaanse milieu waarin hij opgroeide, maar later, na een reis naar de Westelijke Jordaanoever in 2008, zijn mening moest herzien’.
‘Een protest tegen de systematische ontkenning door de westerse wereld van de morele verontwaardiging die de Gaza-oorlog vormt,’ schrijft Indranil Banerjie voor Asian Age. Voor Mishra vormen de Israëlische vergeldingsacties ‘een aanval op de hele mensheid en haar morele fundamenten’.
‘Geen opruiende polemiek, maar een sobere en uitgebreid gedocumenteerde verhandeling over het ontstaan van de huidige situatie’
Ben Hubbard vindt in The New York Times dat Mishra is ‘bezield door een verontwaardigde, postkoloniale houding’. En al verwerkt de auteur ‘acht decennia van de wereldgeschiedenis, het boek leidt niet tot nieuwe inzichten in het geweld in het Midden-Oosten’.
Volgens Tabish Khair in The Hindubespreekt Mishra de ‘implicaties van het grotendeels genegeerde genocidale geweld tegen Palestijnen voor degenen die niet in het Westen zijn opgegroeid’. Khair noemt het ‘een belangrijk boek’ waarin duidelijk wordt ‘dat er niet op de veelgeroemde democratische instellingen van het Noorden kan worden vertrouwd om de rechten van niet-witte en gemarginaliseerde volkeren te beschermen’.
Voor Muhammad Nadeem van het Indiase nieuwsmagazine Kashmir Lifedoet Mishra ‘indringend onderzoek naar de morele tegenstellingen van het westerse liberalisme’. Het resultaat is ‘een meesterlijke analyse’ en een ‘overtuigend kader om te begrijpen hoe historische trauma’s selectief worden herinnerd of onderdrukt om hedendaagse politieke doelstellingen te dienen’. In zijn beschrijving van Duitslands transformatie van Holocaust-dader tot zelfbenoemd bewaker van Joodse belangen, laat Mishra de complexe wisselwerking zien tussen collectief geheugen, politieke identiteit en buitenlands beleid’.
Pankaj Mishra, De wereld na Gaza, vertaald door Rogier van Kappel, Atlas Contact, verschenen op 27 februari
Roy Jacobsen onderzoekt in De onwaardigen de grijze zone tussen heldendom en verraad. Door de ogen van een Noorse jongensbende in de Tweede Wereldoorlog laat hij zien hoe morele grenzen vervagen wanneer overlevingsdrang de boventoon voert.
Voor zijn roman De onwaardigen verdiepte bestsellerauteur Roy Jacobsen, die met De onzichtbaren in 2017 als eerste Noor de shortlist van de Booker Prize haalde, zich in de ruim driekwart van zijn landgenoten die ‘onverschillig’ waren tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog. ‘Maar wat waren ze dan aan het doen, degenen die noch schurken noch helden waren?’, luidt volgens Ingrid Bentzrud van Dagbladetde hamvraag in ‘een boek van een verbluffend goede verteller, dat leest als een thriller’. In Göteborgs-Posten antwoordt Johan Werkmäster dat het in deze ‘warme en vermakelijke roman’ draait om een groep ‘ondeugende’ jongens uit een arbeidersmilieu die ‘hun tijd besteden aan stelen en het plegen van misdaden die geld en voedsel opleveren’. Gaandeweg komt het tot gewapende overvallen en zelfs moorden. ‘Bij gebrek aan morele richtlijnen wordt het steeds moeilijker om uit elkaar te houden wie deelneemt aan het verzet en wie verraad pleegt.’ Daarmee zet Jacobsen ‘de deur open naar een deel van de werkelijkheid dat niet strookt met de geschiedschrijving’, schrijft Johanne Boesdal voor de Deense literaire site BOG. ‘Hij probeert te vertellen hoe complex de oorlogsomstandigheden waren, zonder duidelijke slachtoffer- of schurkenrollen.’
‘Hij probeert te vertellen hoe complex de oorlogsomstandigheden waren, zonder duidelijke slachtoffer- of schurkenrollen’
Niels Dichov Lund van het Deense POV Internationalzijn vooral de ‘briljant gedetailleerde stemmings- en situatiesignalen van een gedreven en stijlbewuste auteur’ bijgebleven. Wel betrapt hij Jacobsen op ‘te veel einddrama’ en moet die oppassen voor ‘een belerende toon’. Hij concludeert dat ‘hedendaagse oorlogen ons er voortdurend aan herinneren dat buitensporige omstandigheden en mentale turbulentie niet alleen tot het verleden behoren.’ ‘Realistische oorlogsliteratuur’, vindt Jytte Kjær Schou van Historie Online. Ze vermoedt dat Jacobsen zich zo ‘volledig kan onderdompelen in deze wereld en vertrouwd is met geweld en zorg voor elkaar’, omdat hij zelf ooit deel uitmaakte van een jongensbende.
De onwaardigen van Roy Jacobsen is in een vertaling van Maud Jenje verschenen bij De Bezige Bij.
In zijn allerlaatste roman onderzoekt de 88-jarige Nobelprijswinnaar Mario Vargas Llosa hoe criolla-muziek Peru’s diepe verdeeldheid zou kunnen helen.
Literatuur – In 2023 publiceerde de inmiddels 88-jarige Mario Vargas Llosa zijn naar eigen zeggen laatste roman Le dedico mi silencio, waarvan in januari de Nederlandse vertaling verschijnt. De Nobelprijswinnaar (2010) beschrijft daarin de bewogen geschiedenis van zijn geboorteland Peru aan de hand van inheemse en creoolse volksmuziek. Vargas Llosa doet dat vanuit het perspectief van hoofdpersoon Toño Azpilcueta, een miskend auteur die de kost verdient als muziekrecensent en alsnog zijn naam wil vestigen met een biografie over de onbekende gitarist Lalo Molfino. Daarmee denkt Azpilcueta de oorsprong van de Peruaanse identiteit te achterhalen.
Omar Guerrero schrijft in El Hablador dat hij de roman niet los kan zien van ‘het verstrijken van de tijd en de ouderdom. Misschien is dat de reden dat deze roman vol nostalgie en verlangen zit. Hoofdpersoon Azpilcueta is ervan doordrongen en gaat zijn verlangens en ideeën op den duur als een mogelijkheid in plaats van een utopie beschouwen.’
‘Een essay over criolla-muziek als wondermiddel om de verdeeldheid en ongelijkheid in het land op te lossen’
Volgens Ricardo Baixeras van El Periódico komt die utopische stelling erop neer ‘dat het niet de marxistische krachten zullen zijn die het land verenigen, maar de componisten, zangers van walsen en zeelieden’. Tegelijkertijd constateert Baixeras dat Vargas Llosa in zijn laatste boeken ‘steeds meer is gaan reflecteren en fictie en essay vermengt. Daarbij blijft zijn verhalende ritme intact, net als de soepele dialogen. Hij schrijft onberispelijk nauwkeurig en baseert zich op overweldigend onderzoek.’
‘Een essay over criolla-muziek als magisch wondermiddel om de verdeeldheid en ongelijkheid in het land op te lossen,’ concludeert Domingo Rodenas de Moya in El País. ‘Vargas schreef het niet als eerbetoon aan zijn geliefde muziekgenre maar om te laten zien hoe goedbedoeld idealisme tot bedrog, nederlaag en melancholie kan leiden’.
Le dedico mi silencio van Mario Vargas Llosa werd door Mariolein Sabarte Belacortu in het Nederlands vertaald als Ik draag mijn stilte op aan jou en verschijnt half januari bij uitgeverij Meulenhoff.
De Amerikaanse schrijver Percival Everett levert met James een verrassende en ontroerende hervertelling van een Amerikaanse klassieker. ‘Geen literaire gimmick, maar een prachtige roman’, schrijft recensent Maureen Coorigan van NPR.
De Amerikaanse schrijver Percival Everett (67), internationaal bekend van zijn romans Erasure (2001) en I Am Not Sidney Poitier (2009), publiceerde dit jaar James, waarin het slavernijverleden prominent aan bod komt. Everett neemt The Adventures of Huckleberry Finn van Mark Twain als leidraad, maar vertelt zijn verhaal vanuit het perspectief van de zwarte, van de plantage gevluchte Jim.
‘Geen literaire gimmick, maar een prachtige roman’, schrijft Maureen Coorigan voor NPR. ‘Omdat Everett vol humor de absurditeiten van het racisme blootlegt. Waar Twain niet dramatiseert, laat Everett de barbaarsheid van de plantagetijd zien.’
‘Een liefdesbrief aan het geschreven woord’
Ron Charles van The Washington Post denkt dat het boek niet op een beter moment had kunnen verschijnen: ‘Precies nu ons land wordt verscheurd door vragen over het in de ban doen van bepaalde boeken en over de juiste manier om onderwijs over de Afro-Amerikaanse geschiedenis te geven.’
‘Een liefdesbrief aan het geschreven woord’, vindt Garrett Biggs inChicago Review of Books. Volgens hem speelt Everett subtiel met de Engelse taal: ‘Zo leert Jim zwarte kinderen hoe ze precies de verkeerde, ongrammaticale zinnen moeten gebruiken om hun blanke kwelgeesten in de waan van superioriteit te laten.’
James, van Percival Everett, werd in het Nederlands vertaald door Peter Bergsma, verscheen bij Atlas Contact en stond op de shortlist van de Booker Prize.
De opstand tegen het Zuid-Koreaanse regime van Chun Doo-hwan loopt als een rode draad door het werk van dichteres Han Kang. Kangs poëtische schrijfstijl richt zich intens op de hoofdpersoon, die vaak een slachtoffer is. Ze won dit jaar de Nobelprijs voor de Literatuur.
Terwijl de naam van de Koreaanse dichter Ko Un regelmatig werd genoemd in verband met de Nobelprijs voor de Literatuur, werd deze uiteindelijk uitgereikt aan auteur Han Kang (1970). ‘Dit is de tweede Nobelprijs voor Korea, na de Nobelprijs voor de Vrede’, somt de Koreaanse nieuwssite Donga Ilbo trots op. ‘Han Kang is (…) de zesde Aziatische schrijver en de eerste Aziatische vrouw die deze onderscheiding ontvangt.’
‘Ik kan niets anders doen als ik schrijf. Ik kan niet bewegen. Ik kan niet lopen of eten’
Kangs poëtische schrijfstijl richt zich intens op de hoofdpersoon, die vaak een slachtoffer is, kenschetst de Koreaanse krant Hankyoreh. In een interview zegt de auteur: ‘Ik kan niets anders doen als ik schrijf. Ik kan niet bewegen. Ik kan niet lopen of eten. Niets is belangrijker dan het schrijven en de woorden die op papier verschijnen (…) Een andere manier is er niet.’
De impact van de Gwangju-democratiseringsbeweging in mei 1980, waarbij demonstranten in opstand kwamen tegen het militaire regime van Chun Doo-hwan, vormt een centraal thema in Kangs werk, schrijft de krant Joongang. Toen haar vader haar toen ze dertien was een fotoalbum toonde met afbeeldingen van de slachtoffers, vormde dat voor Kang aanleiding tot ‘fundamentele vragen over de mensheid’, wat resulteerde in haar roman De Vegetariër, die de International Booker Prize won.
In het Nederlands verschijnt Kangs werk bij Nijgh en Van Ditmar, in vertalingen van Monique Eggermont (via het Engels) en Mattho Mandersloot (uit het Koreaans).
In de schaduw van zijn indrukwekkende successen als tech-pionier en filantroop komt het beeld van Bill Gates steeds meer onder druk te staan. Auteur Anupreeta Das voegt met haar nieuwe biografie Billionaire, Nerd, Saviour, King weinig toe aan wat we al wisten over de Microsoft-oprichter.
Na eerdere boeken over Bill Gates komt nu ook Anupreeta Das, financieel redacteur van The New York Times, met een biografie over de tech-miljardair: Billionaire, Nerd, Saviour, King. Charlie English schrijft in The Guardian dat het boek weinig toevoegt aan wat we al weten over de ondernemer en filantroop: ‘Das heeft geen nieuwe smoking gun gevonden over wat Gates heeft gedaan. De titel van het voorlaatste hoofdstuk, ‘Cancel Bill’, zegt genoeg, stelt English: ‘Zo voelt het hele boek: een oproep aan de publieke opinie om Gates af te schrijven. Vooralsnog, en in vergelijking met wat andere Amerikaanse miljardairs doen en waarmee ze wegkomen, lijkt dat een beetje oneerlijk.’
‘Das heeft geen nieuwe smoking gun gevonden over wat Gates heeft gedaan’
Richard Wateren van Financial Times vindt dat Gates’ ‘gecreëerde publieke imago van wereldwijde ziener en weldoener is bezoedeld door zijn contacten met zedendelinquent Jeffrey Epstein, de affaire met een Microsoft-medewerkster en de scheiding van zijn vrouw Melinda’. Dat rechtvaardigt volgens hem een nieuwe biografie ‘waarin de focus ligt op de impact van zijn filantropische werk. Das neemt daarin een genuanceerd standpunt in.’
Billionaire, Nerd, Saviour, King – Bill Gates and His Quest to Shape Our World van Anupreeta Das werd in augustus uitgebracht door Avid Reader Press, en is (nog) niet vertaald in het Nederlands.
Haar debuut Fleishman Is in Trouble was een internationale hit en werd bovendien tot Disney+-serie verwerkt. Nu is Taffy Brodesser-Akner terug met haar nieuwe roman Long Island Compromise.
‘Laten we dit maar meteen duidelijk maken: de titel van Taffy Brodesser-Akners nieuwe roman, Long Island Compromise, verwijst naar anale seks. Dat zegt iets over de subtiliteit van het verhaal’, schrijft Ron Charles in The Washington Post. ‘Niet dat iemand zich tot Brodesser-Akner wendt voor subtiliteit. Haar vorige roman (…) was een oogverblindende explosie van komische genialiteit die bewees dat de New York Times-schrijver nog buitensporiger boeiend kon zijn als ze haar eigen personages verzon.’ Dit ‘intelligente en uiterst boeiende debuut’ (The Guardian), Fleishman Is in Trouble, was een internationale hit en werd bovendien tot Disney+-serie verwerkt.
‘Dit is haar Big American Reform Jewish Novel’
Ook de Britse krant noemt de ‘zelfbewuste verteller die onze aandacht opeist’ als belangrijk kenmerk van deze tweede roman, waarbij de eerste zin van het boek meteen de toon legt: ‘Wil je een verhaal horen met een vreselijk einde?’ Tweede boeken kunnen natuurlijk fataal zijn, benoemt onder andere Sloane Crosley van The New York Times, maar ‘Ik zal nieuwsgierige lezers de spanning besparen en de (…) vraag beantwoorden: is dit boek net zo goed? Het is beter. Dit is haar Big American Reform Jewish Novel. Dit keer doet het minder denken aan Roth (Philip of Henry) en meer aan Franzen (Jonathan)’. Apple TV+ heeft de rechten al gekocht.
Long Island Compromis verscheen 30 augustus bij Prometheus in een vertaling van Petra van Eerden en Frank Lekens.
Patrick Joyce, emeritus hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit van Manchester, schreef een hommage aan de boerencultuur en haar geschiedenis vol tradities, wijsheden, vieringen en opstanden.
Zeker duizend jaar lang vormden boeren overal ter wereld de grootste beroepsgroep. Tegenwoordig is nog maar een paar procent van de beroepsbevolking actief in de landbouw. Vanuit dat perspectief schreef Patrick Joyce, emeritus hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit van Manchester, met zijn boek Remembering Peasants: A Personal History of a Vanished World ‘een klaagzang over de boer en zijn kenmerkende manier van leven’, stelt Jonathan Sumption in The Spectator. ‘Geen geschiedenisboek, maar een ode aan en een daad van verering van Joyce’ boerenfamilie op het Ierse platteland.’
Het is ‘een lofzang op een levenswijze en een manier om de wereld te begrijpen’
Fintan O’Toole noemt het in The New York Times een ‘prachtig geschreven’ boek: ‘Een ontroerende en gevoelige overpeinzing over het historische lot van deze “aardgebonden” mensen.’ Tegelijkertijd is het volgens O’Toole ‘een lofzang op een levenswijze en een manier om de wereld te begrijpen’.
Volgens Peter Mandler in History Today schetst Joyce ‘een levendig beeld’ van het boerenleven en laat hij de ‘dunne scheidslijnen zien tussen natuur, het bovennatuurlijke en religie in het plattelandsleven. Onder het oppervlak sluimert altijd woede, die uitbreekt in geweld tegen landeigenaren, de staat of stedelijke elites.’
Boerencultuur: Hoe het platteland verdwijnt uit onze herinnering, uit het Engels vertaald door Rob Kuitenbrouwer en Frank Lekens, verscheen begin juni bij De Arbeiderspers
Hij ontving bij leven talrijke internationale prijzen
Albanië rouwt om de dood van zijn literaire grootheid Ismail Kadare. Hij was ‘de schrijver met wereldwijde faam die hielp Albanië te maken tot wat het is’, zo luidt de kop in de Tirana Times. De grootste schrijver van Albanië, zoals de krant hem beschrijft, overleed maandag op 88-jarige leeftijd. De romanschrijver, dichter en essayist ‘Kadare wordt ook algemeen beschouwd als een van de grootste schrijvers en intellectuelen van de 20e en 21e eeuw en als een universele stem tegen het totalitarisme’, aldus het weekblad.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Kadare ontving talrijke internationale prijzen tijdens zijn leven, waaronder de Booker International Prize in 2005 en de American Prize for Literature in 2023. Zijn naam is ook vele malen genoemd voor de Nobelprijs voor Literatuur, maar hij heeft deze nooit ontvangen.
De Ierse schrijver Colm Tóibín, die internationale bekendheid verwierf met zijn geprezen biografieën over Thomas Mann en Henry James, duikt in zijn nieuwste roman Long Island diep in de complexiteit van het leven in een hechte dorpsgemeenschap.
De Ierse schrijver Colm Tóibín verwierf wereldfaam met zijn geromantiseerde biografieën over Thomas Mann (De Tovenaar) en Henry James (De Meester). Met Long Island schreef hij het vervolg op zijn lovend ontvangen en verfilmde roman Brooklyn uit 2009.
Daarmee keert Tóibín volgens Ellen Akins in LA Times terug naar het andere genre waarmee hij succesvol is: ‘de bedrieglijk eenvoudige vertelling van gewone levens’. Lezing van het eerste boek is geen voorwaarde om van het tweede te genieten, schrijft Akins. ‘Maar als je vertrouwd bent met de personages, scènes en complicaties, grijpt het verhaal je wel meer aan.’ Het draait om roddel en geheimhouding in een Iers dorpje waar hoofdpersoon Eilis terugkeert nadat haar leven in New York een dramatische wending heeft genomen: ‘De hoofdpersonen doen hun uiterste best om vooral niets te zeggen, uit angst om het evenwicht in de gemeenschap te verstoren. Maar ook niets zeggen kan grote gevolgen hebben en Tóibín laat dat op meesterlijke wijze zien.’
‘Een verpletterende roman van een van ’s werelds beste nog levende schrijvers’
‘Een verpletterende roman van een van ’s werelds beste nog levende schrijvers,’ vindt Joan Frank in The Boston Globe. Ze denkt dat Tóibíns kracht ligt in ‘zijn zuinigheid en gedistilleerde precisie, opgediend in stabiel en rustig taalgebruik, waardoor de impact van elke scène alleen maar sterker wordt’.
In Columbia Magazine schrijft Rebecca Shapiro dat Tóibín ‘schittert zodra hij de innerlijke wereld van hoofdpersoon Eilis weergeeft. Hij schrijft prachtig over de strijd tussen de troost van wat vertrouwd is en de hoop op iets beters.’ Volgens Shapiro gaat het verhaal net zo goed over plekken als over mensen: ‘Wat maakt dat je je ergens thuis voelt? En hoe vind je je weg tussen twee werelden?’
Long Island van Colm Tóibín, uit het Engels vertaald door Nadia Ramer, is half mei verschenen bij uitgeverij De Geus.
Volgens Anton Jäger bevinden we ons in het tijdperk van hyperpolitiek, zoals beschreven in zijn gelijknamige boek, waarin digitale eenzaamheid ervoor zorgt dat mensen niet langer betrokken zijn bij het politieke proces & meer boekentips in deze top 5 non-fictie, aangeraden door 360 en Athenaeum Boekhandel.
De grote golf – Michiko Kakutani
Pullitzerprijswinnaar en gevreesd literair recensent Kakutani maakt in De Grote golf – een verwijzing naar Hokusais bekende houtsnede – een scherpe analyse van het chaotische en vaak surrealistische politieke en culturele klimaat waarin de Verenigde Staten zich bevinden.
Een probleem uit de hel – Samantha Power
Aan de hand van voorbeelden maakt Power inzichtelijk waarom de internationale gemeenschap zo vaak heeft gefaald. Deze klassieker over Amerika, het Westen en het tijdperk van de genocide verscheen onlangs in vertaling bij Uitgeverij Pluim.
Een doolhof vol verdwaalden – Amin Maalouf
Maalouf schreef een groots historisch fresco dat een literair licht werpt op wat er op het spel staat in de wereld en op de vreemde paradoxen van onze tijd. Alleen het erkennen van een collectieve morele en politieke dwaling kan een nieuwe tragedie voorkomen.
Hyperpolitiek – Anton Jäger
Volgens de Vlaamse historicus Anton Jäger bevinden we ons in het tijdperk van de hyperpolitiek. Alleen laat die opwinding zich zelden vertalen in collectieve daden. Dat is volgens hem het gevolg van digitale eenzaamheid, waardoor mensen niet langer betrokken zijn bij het politieke proces.
Van Peking naar Parijs – Kassia St Clair
Een waargebeurd verhaal over een autorace van Peking naar Parijs in 1907. Terwijl de auto’s en de bestuurders het Euraziatische continent oversteken, maak je kennis met geopolitieke en technologische ontwikkelingen zoals de aanstaande Russische revolutie en de komst van de telegraaf en de automobiel.
Schrijver Salman Rushdie werd in 2022 neergestoken tijdens een lezing. Hij raakte aan één oog blind. In zijn boek Knife kijkt hij terug op de moordaanslag.
‘Om een indruk te geven van deze gruwel’ heeft Alice in 24HeuresduLivre een sonnet van Shakespeare afgedrukt: ‘Rushdie schrijft dat de 27 seconden die de steekpartij duurden, lang genoeg zijn om het voor te dragen.’ De criticus vindt dat hij door zijn ontmoeting, verkering en huwelijk met de dertig jaar jongere Amerikaanse dichter en romanschrijfster Rachel Eliza Griffith te beschrijven ‘dynamiek toevoegt aan dit openhartige en aangrijpende relaas’.
‘Een hartverscheurend maar ongelooflijk opbeurend boek’
Volgens de recensent van West Observer nodigt Rushdie de lezer uit om ‘zijn reis van overleving, genezing en de blijvende kracht van de menselijke geest mee te maken. De manier waarop hij ruimte vindt voor humor en vergeving getuigt van een niet-aflatende mentale kracht.’ Ook Dwight Garner roemt in The New York Times Rushdies gevoel voor humor: van de schrik dat zijn mooie Ralph Lauren-pak onder het bloed kwam te zitten tot zijn vreugde over 27 kilo gewichtsverlies, ‘al zou hij niemand deze afslankingskuur aanbevelen’. Wel moest Garner bijkomen van de ‘scherpe twist’ tegen het einde van Knife. In plaats van een gesprek met zijn aanvaller koos Rushdie voor een fictief interview: ‘Daarin gaat het over radicalisering, meedogenloosheid en de kortzichtige overtuiging dat je strijdt voor een rechtvaardige zaak.’ Het deed hem denken aan de woorden van Charb, de bij de terroristische aanslag in 2015 vermoorde hoofdredacteur van Charlie Hebdo: ‘Als we mensen gaan respecteren die ons niet respecteren, kunnen we de tent net zo goed sluiten.’
‘Een hartverscheurend maar ongelooflijk opbeurend boek’, vindt de recensent van het Indiase Literature Today. ‘Rushdie biedt een diepgaande meditatie over de fijne kneepjes van het bestaan en de veerkracht om de donkerste periodes te overleven. Een meesterwerk waarin de tijdloze kracht van literatuur wordt onthuld.’
Salman Rushdie, Mes. Gedachten na een poging tot moord, vertaald uit het Engels door Karina van Santen en Martine Vosmaer, uitgeverij Pluim.
In Somaliland, een autonome regio in het uiterste noorden van Somalië, speelden dichters een belangrijke rol in het publieke leven. Ze kwamen van pas bij rechtszaken of werden erbij gehaald om vrede te stichten tussen rivaliserende families. En dat is nog niet alles. Poëten hebben zelfs regeringen omvergeworpen.
Op een donkere februariavond plaatst een jonge Somalische wiskundeleraar een gedicht op zijn Facebookpagina. Volgens de traditie van zijn voorouders, die tot voor kort een orale cultuur in stand hielden, spreekt hij het gedicht hardop uit:
‘Toen ik besefte dat
niemand een put
voor jou heeft gegraven,
er geen redders onderweg zijn
en de leiders die gekozen zijn om het land te dienen
de rijkdommen hebben aangetast…’
Vervolgens uploadt hij de geluidsopname op zijn account.
In Somaliland werden gedichten vaak voorgedragen door mannen als tijdverdrijf op lange karavaantochten, en door vrouwen die matten weefden om hun koepelvormige hutten mee te bedekken. De gedichten hadden een cyclische structuur, als het leven van de nomadische volken zelf. Op hun jaarlijkse migratie namen ze hun dieren en hun poëzie mee.
De gedichten dienden ook een publiek doel: ze kwamen van pas bij rechtszaken of om vrede te stichten tussen rivaliserende families. De kracht die uit de versregels sprak, konden maar weinig andere volken begrijpen. In Somaliland, een autonome regio in het uiterste noorden van Somalië, heeft poëzie oorlogen ontketend, regeringen omvergeworpen en wegen naar vrede gebaand.
De stem van de wiskundeleraar, bij een foto van hem op een winderig strand, vervolgt:
‘toen ik getuige was van
parlementsleden die geacht werden voor het land te werken,
Allah te vrezen
en mee te leven met de kwetsbaren,
mensen die, toen hij ze nodig had,
onder de hete zon bijeenkwamen [om op hem te stemmen];
maar eenmaal zijn doel bereikt
vergat hij hun rechten,
hield zich niet aan zijn belofte
en werd een zakenman
die zijn waardigheid verkocht
en jullie grondstoffen’
Xasan Daahir Ismaaciil schrijft in zijn vrije tijd poëzie onder het pseudoniem Weedhsame. Als hij op die avond in 2017 dit gedicht uitspreekt, weet hij nog niet dat hij daarmee in de eregalerij belandt van dichters die in zijn land als moderne wijzen worden beschouwd. Hij weet niet dat hij een poëziedebat ontketent dat de natie op haar grondvesten zal doen schudden.
‘dit gedicht van bezorgdheid
als een [lied] voor lammeren,
dit gedicht dat zucht,
de verantwoordelijkheid draagt me op om voor te dragen – en de omstandigheid draagt jou op te luisteren.’
Hij heeft meer dan tien minuten nodig om het ruim driehonderd verzen tellende gedicht uit te spreken.
Weedhsame begon als tiener gedichten te schrijven. Zijn eerste poëzie ging over de liefde; later ging hij schrijven over corruptie, belastingen, wanbeheer en vriendjespolitiek. Die ontwikkeling was niet vreemd – in de Somalische samenleving waren poëzie en politiek altijd al met elkaar verweven, en het werd als de taak van een dichter gezien om het onrecht te beschrijven.
En in Somaliland was er veel onrecht. Dat kwam deels van buitenaf: maar weinig landen erkenden het autonome stukje land, wat betekende dat de bevolking grotendeels afgesneden was van de mondiale instellingen. Officieel was Somaliland in 1991 geïsoleerd geraakt, toen het door een burgeroorlog werd afgescheiden van Somalië. Maar in wezen was het een terugkeer naar de grens die Britse en Italiaanse kolonisten eind negentiende eeuw hadden getrokken, toen ze Brits- en Italiaans-Somaliland stichtten.
Na de oorlog werd Somaliland min of meer onafhankelijk; onrecht was er nog steeds, alleen nu minder zichtbaar. Mensen klaagden over corruptie, vriendjespolitiek en onderdrukking. Geld van buitenlandse hulp verdween in de zakken van politici, en strenge religieuze leiders verboden de muziek en het theater waar Somaliland ooit beroemd om was geweest.
Aanvankelijk was er niet zo veel belangstelling voor Weedhsames gedichten over corruptie. Maar jaren later zou een generatie die wanhopig op zoek was naar iemand die hun waarheid sprak, ze uit het hoofd leren.
Poëziedebat
Niemand weet wanneer het eerste poëziedebat in Somaliland gehouden werd. Al generaties lang is poëzie verweven met elk facet van het leven. Dichters kenden de vele poëtische richtlijnen uit het hoofd – je zou er een encyclopedie mee kunnen vullen. Liefdesgedichten kenden hun eigen stijl, evenals de nationalistische verzen die tijdens de onafhankelijkheidsstrijd werden gebruikt. Sommige stijlen werden begeleid door de oed, een snaarinstrument uit het Midden-Oosten; kortere, snellere metrische verzen waren voorbehouden aan vrouwen.
In de jaren vijftig van de negentiende eeuw bezocht de Britse ontdekkingsreiziger Richard Burton de Hoorn van Afrika. Hij keek ervan op dat elke Somalische stamoudste een eigen dichter had die zijn leiderschap prees en de eer van de stam verdedigde. ‘Het is apart dat een dialect zonder schrift zo rijk is aan poëzie en welsprekendheid,’ merkte hij op tijdens zijn verblijf in de regio die nu Somaliland is.
Pas in 1972 werd een geschreven vorm van de Somalische taal gestandaardiseerd
In de loop der jaren probeerde het Somalische volk achttien schriftsystemen uit, maar de geschiedenis en cultuur bleven mondeling doorgegeven worden in liederen, gedichten en toneelstukken. Pas in 1972 werd een geschreven vorm van de Somalische taal gestandaardiseerd.
Meer dan een eeuw lang had Somaliland geleden onder kolonialisme, dictatuur, burgeroorlog en economisch verval. Soms liepen de spanningen zo hoog op dat ze in verzen leken uit te barsten. Terwijl journalisten vaak monddood werden gemaakt, konden dichters hun grieven publiekelijk uiten. Het ene gedicht stak het andere aan.
Keten
Wanneer een debat – dat silsilad, oftewel ‘keten’, werd genoemd – in volle gang was, konden dichters uit alle windstreken hun bijdrage leveren. Ze droegen hun gedichten in het openbaar voor en vertrouwden erop dat de luisteraars die zouden onthouden en doorgeven. Later, met het voortschrijden van de technologie, konden ze hun stem op cassettebandjes opnemen en naar de mensen in de diaspora sturen, die ze vervolgens kopieerden en deelden.
Wanneer Weedhsame zijn gedicht op Facebook zet, is dat al tientallen jaren na het laatste poëziedebat in Somaliland – een debat dat jaren duurde en volgens sommigen de weg vrijmaakte voor de val van de dictatuur.
In 2017 overweegt het parlement van Somaliland de Verenigde Arabische Emiraten toestemming te geven om een militaire basis te bouwen in de havenstad Berbera. Weedhsame is geschokt: de maatregel lijkt zonder debat te worden aangenomen. Is er omkoping in het spel?
Maar toch is hij stomverbaasd als het viraal gaat – hij had geen idee dat duizenden Somaliërs over de hele wereld zijn frustraties deelden
Hij voelt zich gefrustreerd en machteloos, denkt aan de toekomst van zijn kinderen en gaat schrijven. In het gedicht ‘Aanklager’ beschrijft hij een rechtbankdrama waarin hij de regering ter verantwoording roept voor corruptie. Hij beseft dat het gedicht emoties oproept die in andere vormen van protest niet geuit kunnen worden. Maar toch is hij stomverbaasd als het viraal gaat – hij had geen idee dat duizenden Somaliërs over de hele wereld zijn frustraties deelden.
Het aantal views neemt met tienduizenden toe en van Canada tot Abu Dhabi reageren mensen op het bericht. Presidentskandidaten en politieke leiders bellen hem op: om goodwill te kweken, te klagen, en soms om te dreigen of te proberen hem om te kopen.
Zijn vriend in de Verenigde Staten, de dichter Cabdullaahi Xasan Ganey, ziet het gedicht en besluit te reageren. Hij doet zich voor als een getuige in de rechtszaal die Weedhsame heeft bedacht. In een lang gedicht schrijft hij hoe het land door zijn politici is verraden:
‘De onderdrukte persoon zei:
“Hoe bitter de waarheid ook is,
ze is broodnodig:
[jullie] verkopen de vliegvelden,
doen de havens van de hand,
exporteren alle mineralen
of zijn de tussenpersoon;
[jullie] misleiden de jongeren,
verkopen hen aan smokkelaars.
Bij Allah, jullie hebben jezelf in gevaar gebracht;
jullie hebben geen geweten.”’
Een debat moet minstens twee partijen hebben, en al snel neemt een volgende dichter de verdediging van de regering op zich. Hij noemt Weedhsame en Ganey verraders die hun land economische ontwikkeling ontzeggen. Dit schrijft Daaha Cabdi Gaas:
‘In mijn geest en spirituele hart
lijkt het of de dichters te horen hebben gekregen
dat het doel van poëzie is
om [de regering] ten onrechte aan te vallen;
weet je wel hoe rampzalig
het is om poëzie
als een scherpe zaag te gebruiken?’
Dan neemt een andere dichter het woord. Hij stelt zich op als de rechter die in het voordeel van Weedhsame oordeelt. Al snel verschijnen er geluidsopnamen in de reacties op zijn post. Door een nieuw poëziedebat te ontketenen heeft Weedhsame een traditie in ere hersteld die teruggaat tot zijn dichtende voorvaders.
Somalische poëzie is overwegend metrisch en allitererend, met verzen die rond een bepaalde letter draaien. Bij ‘Aanklager’ is dat de M. Anderen volgen deze structuur, en zo krijgt het poëziedebat de naam Miimley, ‘Die in M’.
‘Onze poëzie brengt moeilijke en belangrijke kwesties onder woorden’
Waar eerdere poëzieketens zich via cassettebandjes over de Somalische diaspora verspreidden, waardoor ze maar langzaam uitgroeiden tot een debat, barstte deze meteen los. In de twee maanden die volgen fungeert Weedhsame als moderator: hij scant alle gedichten om verwijzingen naar etnische rivaliteit uit te bannen, voordat hij de reacties op zijn Facebookpagina plaatst.
‘Onze poëzie brengt moeilijke en belangrijke kwesties onder woorden,’ zegt Weedhsame. ‘We zijn nog steeds een mondelinge samenleving. We zijn afhankelijk van de woorden die onze dichters voordragen.’
Radio Hargeysa
In 1941 werd Radio Hargeysa opgericht. Nog voordat er liedjes werden gedraaid, zond het station poëzie uit, die vanaf dat jaar op band werd gezet. Het archief van het radiostation – één kamer met rekken tot aan het plafond – is in wezen een archief van de Somalische geschiedenis. Toen er in 1988 een burgeroorlog uitbrak, smokkelden de radiomakers de tapes de stad uit of begroeven ze in tunnels onder het gebouw. Na de oorlog begon het nieuwe ministerie van Informatie alle cassettebandjes te verzamelen die in de stad te vinden waren. Tegenwoordig vormen die vijf miljoen cassettebandjes het omvangrijkste archief van de overheid van Somaliland.
Het Cultureel Centrum van Hargeysa daarentegen begon alle Somalische cassettebandjes te verzamelen die er in de hele wereld te vinden waren. De tapes vullen de muren van het centrum, waar de eenentwintigjarige Hafsa Omer werkt als archivaris. Zij verdeelt haar tijd tussen haar studie psychologie, het spelen in het plaatselijke clandestiene vrouwenbasketbalteam en het catalogiseren van de gedichten en liederen van haar voorouders.
‘Ik dacht dat Somaliërs niet zo slim waren en niet zelf dingen in gang konden zetten’
In het Somaliland waarin Omer opgroeide, is oorlog overal. Buurland Somalië werd door de internationale gemeenschap lange tijd beschouwd als een mislukte staat. In Somaliland zijn er weinig mogelijkheden voor culturele producties en nog minder plaatsen om die te beleven. Maar toen Omer naar de tapes luisterde, ging er een wereld voor haar open.
‘Ik dacht dat Somaliërs niet zo slim waren en niet zelf dingen in gang konden zetten,’ zegt ze. Haar mening veranderde toen ze de poëziedebatten hoorde die de generatie van haar ouders wakker hadden geschud. ‘Ze dachten aan ons… Ze stelden zich voor hoe de wereld er over twee of drie generaties uit zou zien.’
Uit een onlinearchief waar ze jaren aan heeft gewerkt, duikelt ze een bandopname op. Het begint met een gedicht, waarna de ritmische stem van de presentator klinkt: ‘Ik ben Xasan Mohamed, en ik interview Yusuf Shaacir. Met hem praat ik over de gedichten van Siinley.’
De dichter Shaacir had elk vers van Siinley, oftewel ‘Die in S’, uit zijn hoofd geleerd. Het was een debat uit het begin van de jaren zeventig. Siinley was aanvankelijk niet gepland als debat, vertelde Shaacir, maar kwam voort uit een lied in een toneelstuk van de schrijver Cabdi Qays. Daarin vraagt die zich af waar het hiernamaals is: bij de sterren, op het land, in de bergen?
Wetenschappelijk socialisme
Het lied maakte iets los in Mohamed Ibrahim Warsame, een dichter die bekendstaat als Hadraawi, de gerespecteerde vader van de Somalische poëzie. Sinds 1969 was in Somalië, waar Somaliland destijds nog deel van uitmaakte, de wrede dictator Mohamed Siad Barre aan de macht, die autoritair regeerde door middel van een systeem dat ‘wetenschappelijk socialisme’ werd genoemd.
Hadraawi interpreteerde het hiernamaals van Qays als een zoektocht naar vrijheid en gerechtigheid, als een ontsnapping aan de onderdrukking. Het lied bood volgens hem een ingang om over de regering te praten. Dus antwoordde hij met een gedicht.
Over en weer schreven Qays en Hadraawi elkaar gedichten. Al snel namen symboliek en allegorieën de overhand. ‘Is de middelvinger gelijk aan de duim?’ vroeg Qays zich bijvoorbeeld af. Niet lang daarna hadden twintig dichters zich aangesloten, uit Djibouti, Mogadishu en Hargeysa, ieder met hun eigen cryptische kijk op de toestand waarin de natie zich bevond.
‘De tong is een scherpe zaag,’ zei een van de deelnemers later
Er waren al eerder poëziedebatten geweest: de Halac-dheere-keten aan het begin van de twintigste eeuw debatteerde over de ethiek van gastvrijheid tussen twee stammen. Tien jaar lang hadden acht dichters aan het debat bijgedragen. Jaren later was er de Guba-keten, ‘De brandende’, die twee generaties dichters overspande, gedurende bijna dertig jaar. Dat poëziedebat zou hebben aangezet tot twee stammenoorlogen. ‘De tong is een scherpe zaag,’ zei een van de deelnemers later.
Maar dit debat was anders. De verzen van Siinley waren gecodeerde, met symboliek beladen boodschappen die maar weinig luisteraars begrepen. Afgeschermd door metaforen behandelden de dichters de heetste actuele hangijzers, zoals de samensmelting van het Somalische volk tot één natie. Maar ondanks die ondoorzichtigheid had de dictatuur wel door dat deze krachtige gedichten een bedreiging vormden voor haar macht. Al snel werden de tapes dan ook verboden.
In het opgenomen radioprogramma merkt de presentator op dat het harde optreden van de overheid de ware aard van de gedichten blootlegde: ‘Volgens veel mensen effende Siinley als eerste het pad voor kritiek op de overheid.’
Het regime arresteerde Hadraawi, die vervolgens vijf jaar in de gevangenis doorbracht. Maar het was al te laat. Gewone Somaliërs luisterden naar de cassettebandjes die ze onder hun bed verstopten, of in het dak van hun huis, en die ze doorgaven aan vrienden. De luisteraars ‘smachtten naar iemand die iets over de regering durfde te zeggen’, vertelt dichter Shaacir in het radio-interview. ‘Door naar het gedicht te luisteren geeft de gemeenschap er betekenis aan. En voor de gemeenschap was dit wat ze op dat moment nodig hadden.’
Niet lang daarna was de tijd rijp voor een poëziedebat dat krachtig genoeg was om de regering omver te werpen.
Bladeren vangen
Het verzamelen van een orale traditiegeschiedenis is als het vangen van bladeren die van de boom dwarrelen. Abdirahman Yusuf Ducaale, de officieuze chroniqueur van Somaliland, nam deze zware taak op zich. Wat hij niet kon verzamelen in de tijd dat hij meevocht in de burgeroorlog – die in de jaren tachtig begon en in 1991 eindigde met de val van Barre en de gedeeltelijke onafhankelijkheid van Somaliland – verzamelde hij alsnog toen hij minister van Informatie werd in de nieuwe regering.
Zijn huis, in een rustige, zanderige uithoek van Hargeysa, ligt bezaaid met stukjes papier, krantenknipsels, notulen, foto’s, cassettebandjes, filmpjes – zelfs wandelstokken van voormalige leiders van Somaliland. Dit fysieke archief is een ruwe schets van de geschiedenis van Somaliland.
De boeken die Ducaale schreef, liggen op de salontafel in zijn woonkamer; ze gaan over beroemde en onbekende dichters, over oorlog en vrede. Nu hij met zijn vijfenzeventig jaar minder goed ziet, dicteert hij zijn nieuwste boek aan een jonge student die het bij hem thuis komt uittypen.
Elk nieuw boek betekent voor Ducaale dat hij vanaf nul moet beginnen
Elk nieuw boek betekent voor Ducaale dat hij vanaf nul moet beginnen. Voor de biografie van zijn favoriete dichter, de analfabete boer Timacadde, ging hij in diens geboortestad van huis tot huis om verzen te verzamelen bij mensen die ze uit het hoofd kenden. Hij laat een YouTube-video zien en zingt mee.
‘Zo’n stem raakt de mensen diep,’ zegt hij. Elke dichter heeft een eigen klankkleur, en als een dichter geen krachtige stem heeft, kan hij professionele zangers inhuren om ervoor te zorgen dat zijn woorden worden verspreid.
Debat
Voor het schrijven van Deelley: A Prophecy That Came True, zijn boek over het belangrijkste poëziedebat van Somaliland, stuurde Ducaale een vragenlijst naar de tientallen dichters die aan het debat hadden deelgenomen. Zijn bevindingen nemen 468 pagina’s in beslag.
Dit debat, in 1979, zou het lot van Somaliland voorgoed veranderen. In dat jaar publiceerde de dichter Maxamed Xaashi Dhamac, bekend als Gaarriye, een gedicht met als titel ‘Tribalisme biedt geen bescherming’. De Somalische samenleving draait om vijf wijdvertakte familiestambomen die teruggaan op twee broers. De loyaliteit aan deze familiebanden wakkert conflicten aan en voedt de politiek. Eind jaren zeventig wilde de regering-Barre de kracht van deze stamverbanden tegengaan en vroeg deze Gaarriye om een debat te beginnen.
Het gedicht van Gaarriye, dat in het Somalisch begint met het woord dugsi, begon een keten van alliteraties met de letter D. Zo’n vijftig dichters voegden hun gedichten toe aan de keten, die bekend werd als Deelley, oftewel ‘Die in D’. Binnen zes maanden bestond de keten uit bijna zeventig gedichten en trok de regering haar handen ervan af.
Het debat werd met open vizier gevoerd, heel anders dan bij Siinley. De gedichten keerden zich al snel tegen de regering-Barre. ‘Voor het eerst spraken Somaliërs zich openlijk uit tegen het regime,’ vertelt Ducaale. Omdat Barre ertegen opzag om de dichters op te sluiten, organiseerde hij een prijsuitreiking in het nationale theater. Door medailles uit te reiken, dacht hij, zouden de dichters begrijpen dat het debat voorbij was. Zijn plan mislukte, aldus Ducaale: een jaar later was het debat nog steeds gaande. Het jaar daarop, in 1982, werd de Somalische Nationale Beweging opgericht, die de belangrijkste oppositie zou vormen in de burgeroorlog die eind jaren tachtig werd uitgevochten.
‘Alsof het een repetitie was voor de gewapende strijd,’ zegt Ducaale. ‘Een test voor de mensen om de dictator toe te spreken en hem te bekritiseren.’
Verzoeningsdichters
De oude dichters herinneren zich nu hoe poëzie en politiek samenspanden bij het opbouwen van een nieuwe natie. Na drie wrede jaren van burgeroorlog kwam er een einde aan de dictatuur en maakte Somaliland zich los van Somalië. In 1991 vormde het een eigen regering. Een tiental dichters kwam bijeen om te helpen; ze wilden geen rivaliteit meer en zetten zich in voor de vrede. Nu staan ze bekend als de verzoeningsdichters.
‘Poëzie vertelt ons wie we zijn, het is onze literatuur en onze cultuur’
Jamac Cali Xassan, bekend als Gaashaan-cade, heeft nu grijze haren en loopt met een wandelstok. Hij herinnert zich de dagen dat de traditionele leiders bijeenkwamen om de eerste president te kiezen, en de dichters om poëzie voor te dragen. De dichters waren geliefd. Politici nodigden Xassan bij hen thuis uit, en tapes van zijn gedichten werden naar Somaliërs in het buitenland gestuurd. ‘Poëzie vertelt ons wie we zijn, het is onze literatuur en onze cultuur,’ zegt hij. ‘Ik wil dat iedereen deze cultuur gebruikt.’
De dichters van Somaliland zijn fakkeldragers met een grote sociale verantwoordelijkheid. Nu hij in de veertig is, weet Weedhsame dat maar weinig mensen lessen trekken uit de geschiedenis. In zijn cultuur wordt dit soort kennis nog steeds doorgegeven in verzen: mensen wenden zich tot dichters voor een analyse van hun samenleving, voor een onthulling van wat verborgen is. ‘Elke dichter is een soort politicus,’ zegt Weedhsame. ‘Dichters hebben geen politieke positie, maar zijn de stemmen van de samenleving.’
Voorgangers van Weedhsame moesten nog maar afwachten of hun gedichten zich via cassettebandjes zouden verspreiden. Tegenwoordig post Weedhsame zijn gedichten naar zijn 314.000 volgers op Facebook. Door ze op te schrijven wijkt hij af van de mondelinge traditie, maar houdt hij die ook in stand. En zijn volgers luisteren.
Tegen het einde van het Miimley-debat hadden ruim negentig dichters in totaal zo’n honderdtwintig gedichten geschreven. Miimley had meer deelnemers en gedichten opgeleverd dan enig ander debat, en dat in recordtijd. Ongeveer zes maanden later koos Somaliland een nieuwe president. De kandidaten debatteerden over corruptie, nationale hulpbronnen, internationale erkenning – kwesties die door het poëziedebat waren aangewakkerd. Muse Bihi Abdi, die de verkiezingen zou winnen, kwam zelfs met de dichters praten over hun kritiek.
‘Ze hebben gezien dat we het stemgedrag kunnen beïnvloeden’
Weedhsame was blij met deze erkenning. ‘Nu zagen ze tenminste dat een jonge generatie dichters zich kan organiseren,’ vertelt hij. ‘Ze hebben gezien dat we het stemgedrag kunnen beïnvloeden.’
Ondanks de protestgedichten is er nog steeds corruptie, meent Weedhsame. Maar dankzij het debat beseffen politici nu dat ze de poëzie niet kunnen negeren. Lange tijd konden dichters kritiek uiten, maar hun mening in verzen hullen heeft hen niet altijd beschermd. Onder het autoritaire bewind van Barre werden sommige dichters gearresteerd en een paar vermoord. Anderen namen overheidsgeld aan om te zwijgen of zich aan de partijlijn te houden.
Cruciaal
‘Dit medium is van cruciaal belang: het laat mensen dingen zeggen die ze anders misschien niet zouden kunnen zeggen’, schrijft Christina Woolner, onderzoeker van Somalische poëzie aan de Universiteit van Cambridge, in haar aankomende studie over het poëziedebat. ‘Het creëert ruimte voor een bedachtzame afweging over het heden en de toekomst van de staat van de democratie in Somaliland.’
Elke generatie geeft haar eigen invulling aan de traditie, tot de lengte van de regels en de metrische stijl toe. Om de kortere aandachtsboog van tegenwoordig vast te houden, zijn de moderne poëtische genres korter en sneller geworden. De woorden veranderen ook, nu nomadische stammen zich in steden vestigen en traditionele dialecten plaatsmaken voor een uniformere taal.
Elk nieuw gedicht helpt de orale cultuur in de moderne tijd te brengen. De afgelopen jaren trad de regering van Somaliland hard op tegen de vrijheid van meningsuiting en zette ze meerdere dichters en journalisten gevangen. Maar hun vervolging inspireerde hen precies tot datgene wat de regering wilde onderdrukken: een klein poëziedebat. Het werd Liinta xoorka leh genoemd, naar de drank die wordt geserveerd aan nieuwe gedetineerden in de gevangenissen van Somaliland. Het duurde niet lang en was niet zo opzienbarend als Miimley, maar het was nieuw en relevant. Het was een volgende stap in een aloude traditie.
Natuurmysteries ontrafeld beschrijft 150 bijzondere natuurfenomenen uit de planten- en dierenwereld & meer boekentips in deze top 5 non-fictie, aangeraden door 360 en Athenaeum Boekhandel.
Tragedies – Aischylos
Van de ongeveer negentig stukken van Aischylos zijn zeven tragedies compleet overgeleverd. Perzen bekijkt de overwinning van de Grieken bij Salamis door de ogen van de verliezers. Hoogtepunt in Aischylos’ oeuvre is de Oresteia, een trilogie vol moord en geweld binnen één familie.
Natuurmysteries ontrafeld – Vincent Albouy
Hoe wordt een vlinder geboren? Waarom heeft een hommel zo veel stuifmeel op zijn vacht? En wat is het mysterie achter de herrezen slang? In de natuur kom je soms gekke dingen tegen. Natuurmysteries ontrafeld beschrijft 150 bijzondere natuurfenomenen uit de planten- en dierenwereld.
Cryptomanie – Zeke Faux
Onderzoeksjournalist Zeke Faux brengt de cryptohype, sinds 2021, levendig in beeld: van de overmoedige beloftes over de rol die crypto ‘binnenkort’ in de financiële wereld zou spelen, tot mensen die in die droom geloofden en oplichters die misbruik maakten van die goedgelovigheid.
Splinters – Leslie Jamison
Kort nadat Leslie Jamison moeder is geworden van een dochter, komt er abrupt een einde aan haar huwelijk. Even scherp als onverschrokken legt ze haar eigen gevoelens, twijfels en angsten bloot en zoekt ze naar antwoorden op enkele van de kwellendste levensvragen: hoe gaan we om met verlies?
Het koude crematorium – József Debreczeni
Het koude crematorium was in 1950 het eerste boek in communistisch Oost-Europa dat het ware gezicht van de Holocaust liet zien. Met nietsontziende precisie beschrijft Debreczeni de mechanismen van ontmenselijking in de kampen. Ruim zeventig jaar later is dit meesterwerk wereldwijd vertaald.
Veertien dagen bevat de persoonlijke verhalen van zesendertig wereldberoemde auteurs, waaronder Margaret Atwood en Dave Eggers, over de begintijd van de coronapandemie.
Tijdens de eerste lockdown van de covidpandemie verzamelden New Yorkse flatgenoten zich ’s avonds op het dak om hun steun aan hulpverleners te betuigen door op potten en pannen te slaan. Later begonnen ze elkaar verhalen te vertellen waarin ze ook iets over zichzelf moesten prijsgeven. Dit gegeven vormde het uitgangspunt voor het boek Veertien dagen. Zesendertig schrijvers leverden een bijdrage, onder wie Margaret Atwood en Preston Douglas, die gezamenlijk de redactie voerden.
Het boek doet Alex Clark in The Guardian denken aan de Decamerone van Boccaccio en aan ‘de grote roman over het leven in een appartement: Het leven een gebruiksaanwijzing van George Perec’. Volgens Clark keren in elk verhaal van Veertien dagen ‘het meedogenloze verdriet en de onzekerheid van begin 2020 terug. Spookverhalen wedijveren met verhalen over verloren liefde, ruige hondenverhalen met het alledaagse, zwarte humor met het zoete en sentimentele. Het eindresultaat is een immens plezierig product van een immens onplezierige tijd.’
‘Kwesties als immigratie, racisme, politiegeweld en PTSS komen allemaal aan bod in deze monologen,’ staat te lezen op de site 24heuresdulivre. ‘Dankzij Atwood en Preston komt de lezer niet in de verleiding om telkens te kijken wie welk hoofdstuk heeft geschreven.’ De criticus concludeert dat ‘de naden misschien glad zijn, maar dat het wel een gekke lappendeken heeft opgeleverd’.
Samen leveren ze het bewijs dat de verhalen die we achterlaten ons menselijk maken.
Ook Rob Merrill van The Washington Post houdt het op ‘een allegaartje, zoals te verwachten met drie dozijn schrijvers’. Wat ze gemeen hebben, is dat ze proberen ‘het zinloze te begrijpen en orde te scheppen in de wanorde. Samen leveren ze het bewijs dat de verhalen die we achterlaten ons menselijk maken.’
In The Scotsmangeeft Stuart Kelly aan dat hij het lezen van Veertien dagen als een spelletje beleefde: ‘Wie schreef wat? Nou, probeer dan maar eens het verschil tussen Dave Eggers en John Grisham uit te leggen.’ Meer algemeen heeft hij er veel plezier aan beleefd: ‘Al zit het er dik in dat geen enkele lezer van elk verhaal zal genieten.’
Fourteen Days, onder redactie van Margaret Atwood en Douglas Preston, vertaald door Liedwien Biekmann als Veertien dagen, verscheen in februari bij De Arbeiderspers.
Door Diederik Samwel
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.