Onderwerpen: Maatschappij

  • Het dilemma van de progressieve twintiger

    Het dilemma van de progressieve twintiger

    Liberale idealen benadrukken zelfontplooiing in de twintiger jaren, terwijl mensen met progressieve ideeën over gendergelijkheid en vrouwenemancipatie het krijgen van kinderen op de lange baan schuiven. Is hier sprake van een cultuuroorlog?

    Voor jonge, niet-gelovige, progressieve mannen en vrouwen is het krijgen van kinderen iets geworden wat je op de lange baan schuift. De traditioneel liberale gedachte is dat je je als twintiger wijdt aan zelfontdekking en zelfontplooiing op persoonlijk en professioneel vlak. Kinderen krijgen wordt beschouwd als een bonus, iets waar je pas aan toekomt na een lange lijst te hebben afgevinkt: een diploma halen, een bevredigende en stabiele carrière opbouwen, een huis kopen en de perfecte liefdespartner vinden.

    De eisen op die lange lijst zijn zo hoog en tegelijkertijd zo abstract dat het nauwelijks hoeft te verbazen dat mensen er niet aan kunnen voldoen. En onderzoeksgegevens wijzen inderdaad uit dat mensen later aan kinderen beginnen dan vroeger en er minder krijgen dan ze zouden willen.

    Voor progressieven is wachten met kinderen ook deel van een soort ethische code. Om gendergelijkheid en de empowerment van vrouwen te waarborgen mag de vrouwenemancipatie niet worden geofferd op het altaar van het moederschap. Om de vrouwelijke autonomie te garanderen zou een vrouw nooit onder druk moet worden gezet om deze of gene reproductieve beslissing te nemen – noch door een fanatieke partner noch door toondoof geklets over tikkende biologische klokken. Onvoorwaardelijk enthousiasme voor het krijgen van kinderen zou als reactionair kunnen overkomen.

    ‘Familiewaarden’

    De afgelopen vier jaar hebben we interviews gehouden met en onderzoeken gedaan onder honderden jonge Amerikanen over hun houding ten opzichte van het krijgen van kinderen. Uit deze gesprekken is gebleken dat de succesverhalen van het modern liberale leven weinig ruimte laten voor het stichten van een gezin. Vrouwen die kinderen willen, komen daar doorgaans pas laat achter, ergens begin dertig – de zogenaamde ‘paniekjaren’. Als ze geluk hebben, zit hun partner (als ze die hebben) met hen op één lijn. Zo niet, dan hebben ze de keus tussen opnieuw de relatiemarkt op gaan, hun eicellen invriezen (als ze dat niet al gedaan hebben), alleenstaande moeder worden of de hoop op een eigen kind opgeven.

    Op deze manier ontneemt de logica van het uitstellen, zoals die wordt gepromoot door liberalen en progressieven – en wordt geschraagd door een overtrokken optimistisch geloof in voortplantingstechnologieën – jonge mensen hun zelfbeschikking. Hoeveel kinderen ze krijgen en of ze die überhaupt zullen krijgen, wordt steeds meer bepaald door de omstandigheden en door culturele conventies. 

    Dit leidt niet alleen tot ongelukkige mensen, maar laat ook zien dat velen ten prooi zijn aan een diepe verwarring. Het ís niet inherent onprogressief om positief te staan tegenover het vooruitzicht van kinderen. Zelfs Simone de Beauvoir, de filosoof die als een van de eersten aan de kaak stelde dat de voortplanting en het gezin als middelen werden gebruikt om de vrouw te onderdrukken, erkende dat het vormen van het karakter en het intellect van een ander menselijk wezen de meest fijngevoelige en serieuze taak is die er maar bestaat. Hoewel linksdenkenden vast niet veel aankunnen met sommige conservatieve visies op het gezinsleven – zoals ‘tradwives’ en het pronatalisme uit Silicon Valley – zouden progressieven het krijgen van kinderen niet langer moeten beschouwen als het stokpaardje van de conservatieven en het in plaats daarvan opnieuw moeten omarmen als dat wat het in werkelijkheid is: een fundamentele menselijke aangelegenheid.

    ‘Jonge mensen komen nu voor de legitieme vraag te staan: is het nog verantwoord om kinderen te krijgen?’

    De focus op het gezin – beschouwd als de haard van traditionele waarden en gebruiken – was lange tijd de voornaamste aantrekkingskracht van het conservatisme. Toch is het nog niet zo lang geleden dat Republikeinen en Democraten kibbelden over de vraag welk van beide zich de partij van de ‘familiewaarden’ mocht noemen. Toen Bill Clinton het tijdens zijn presidentscampagne in 1992 opnam tegen George H.W. Bush, noemde hij de preoccupatie van de Republikeinse Partij met het gezin hypocriet. ‘Waar zijn ze dan,’ vroeg hij, ‘wanneer zwangere vrouwen het zonder gezondheidszorg moeten stellen? Wanneer er te veel kinderen met een laag geboortegewicht worden geboren?’ Daarna presenteerde Clinton zijn veertien agendapunten met betrekking tot de Amerikaanse familiewaarden.

    Maar in de loop der tijd begonnen zowel liberalen als progressieven ervoor terug te schrikken het Amerikaanse gezin openlijk als symbool en ideaal te omarmen. Nadat Clinton – zelf hypocriet waar het op familiewaarden aankwam – aan een impeachment werd onderworpen en George W. Bush mede dankzij een krachtige groep evangelische stemmers werd gekozen, gingen liberalen gruwelen van gezinsvriendelijke retoriek; die werd beschouwd als nep, opdringerig en hatelijk. (Een opvallende uitzondering was het homohuwelijk, dat werd gelegaliseerd met behulp van argumenten die de goede kanten van het gezin benadrukten.) Tegenwoordig verdedigt politiek links trots het heilige recht op abortus en reproductieve rechtvaardigheid, maar het omzeilt de vraag of het krijgen van kinderen überhaupt een waardevolle onderneming is.

    De grimmige polarisatie in de huidige samenleving heeft de terughoudendheid van links ten opzichte van kinderen alleen maar vergroot, zowel op persoonlijk als op politiek vlak. Nederlagen van links worden vaak beantwoord met antinatalistische grootspraak. Leden van de in 2018 opgerichte activistische beweging BirthStrike verklaarden dat ze tegen een gebrek aan klimaatactie protesteerden door bewust kinderloos te blijven. Het jaar daarop, kort na een resolutie voor een Green New Deal te hebben ingediend, verwoordde Congreslid Alexandria Ocasio-Cortez de twijfel die progressieven, geconfronteerd met klimaatverandering, voelen om zich voort te planten, toen ze tegen haar 2,5 miljoen Instragramvolgers zei: ‘Jonge mensen komen nu voor de legitieme vraag te staan: is het nog verantwoord om kinderen te krijgen?’

    Filosofische vraag

    De uitspraak van het hooggerechtshof in de zaak Dobbs vs Jackson Women’s Health Organization, die in 2022 het grondwettelijke recht op abortus verwierp, heeft het vormen van een gezin voor liberalen en progressieven nog onaantrekkelijker gemaakt. Een jaar na de zaak-Dobbs schreef journalist Andrea González-Ramírez dat ze van plan was geweest kinderen te krijgen als ze begin dertig was, maar daarvan afzag door de uitspraak van het hooggerechtshof: ‘Ik ben er nooit helemaal zeker van geweest dat ik moeder wilde worden, laat staan dat mijn kinderwens sterk genoeg zou zijn om de risico’s te aanvaarden. Nu zit die deur dicht. Ik kies voor mezelf.’

    Ze is geen uitzondering. In een recent onderzoek liet 34 procent van de vrouwen tussen de 18 en de 39 weten dat zijzelf of iemand die ze kenden ‘had besloten niet zwanger te worden uit bezorgdheid over het gebrek aan mogelijkheden bij eventuele complicaties en medische noodgevallen’. Dat klinkt misschien alsof hun bezorgdheid de toegang tot abortus gold, maar uit het onderzoek blijkt dat de zaak-Dobbs twijfels over het krijgen van kinderen in het algemeen heeft versterkt. En inderdaad: van alle vrouwen die beweerden vanwege de Dobbs-uitspraak geen kinderen te willen krijgen, woonde ongeveer de helft in staten waar het recht op abortus nog bestond.

    De ironie zal niemand ontgaan: doordat ze de conservatieve beweging van invloed laten zijn op hun benadering van de vraag of ze wel of geen kinderen willen, laten liberalen en progressieven hun reproductieve strategie toch door de conservatieven bepalen, zij het indirect.

    Je inzetten voor progressieve langetermijndoelen is prima verenigbaar met het omarmen van het gezinsleven

    Maar het is fundamenteel onjuist om de kwestie te bekijken door de lens van de ene of andere politieke kleur; het krijgen van kinderen is meer dan politiek. Bij onze beslissing om wel of geen kinderen te krijgen beantwoorden we een filosofische vraag: is het leven, met al zijn imperfecties en uitdagingen – vol politieke strijd en rampen – de moeite waard?

    Toegegeven, kinderen krijgen is niet de enige manier om deze kwestie te benaderen. Maar kinderen krijgen blijft de toegankelijkste manier voor de meesten van ons om de waarde van ons leven en dat van anderen te bekrachtigen. Dat heeft ermee te maken dat je door een kind te krijgen en op te voeden een van de grootste verantwoordelijkheden aangaat die een mens voor een ander mens op zich kan nemen. Bovendien maakt de voortzetting van menselijk leven al het andere waar we om geven mogelijk.

    Je inzetten voor progressieve langetermijndoelen zoals economische, sociale, etnische en milieurechtvaardigheid, is prima verenigbaar met het omarmen van kinderen en het gezinsleven. Maar dat niet alleen, het veronderstelt ook de bereidheid om persoonlijke en collectieve verantwoordelijkheid te nemen voor de volgende generatie: het opvoeden, koesteren en opleiden van degenen die de toekomst van ons land en onze planeet zullen bepalen.

    Natuurlijk zullen progressieven en conservatieven zeer uiteenlopende antwoorden geven op de vraag hoe de opvoeding van kinderen eruit zou moeten zien – net als op de vraag hoe de Amerikaanse samenleving zou moeten worden ingericht. Maar progressieven moeten blijven nadenken over de manieren waarop het hebben van kinderen al dan niet overeenkomt met hun waarden, en welke vorm ze willen dat hun leven aanneemt. Daar moet de loyaliteit aan hun politieke partij geen rol in spelen. Kinderen zijn te belangrijk om op te offeren aan een cultuuroorlog.

  • Zijn de studentenprotesten tegen de oorlog in Gaza effectief?

    Zijn de studentenprotesten tegen de oorlog in Gaza effectief?

    In verschillende steden hebben studenten universiteiten bezet om aandacht te vragen voor de situatie in Gaza. Ze eisen dat de banden verbroken worden met Israelische organisaties die op een of andere manier medeplichtig zouden zijn aan de oorlog. Twee opiniemakers gaan erover met elkaar in debat.

    Nee: ‘Uit alles wat ik heb gelezen, blijkt dat veel van deze protesten onderdeel van het probleem zijn geworden’

    Een commentaar van NYT-columnist en auteur van From Beirut to Jerusalem Thomas L. Friedman

    ‘Ik heb me sinds 7 oktober alleen uitgelaten over de gebeurtenissen ter plaatse in het Midden-Oosten, maar dit is te groot geworden om te negeren,’ schrijft Thomas L. Friedman in The New York Times. ‘In het kort: ik vind het hele gebeuren erg verontrustend, omdat deze studenten waarheden verwerpen over hoe de oorlog is begonnen en wat er nodig is om die tot een eerlijk en blijvend einde te brengen.’ Daarmee bedoelt hij niet dat hij de protesten antisemitisch vindt. ‘Ik zou dat woord niet gebruiken in deze context, en ik voel me als Jood ongemakkelijk bij de manier waarop de beschuldigingen van antisemitisme te pas en te onpas worden gebruikt in de kwestie Israël-Palestina. Mijn punt is dat ik een nuchtere pragmaticus ben die in Beiroet en Jeruzalem heeft gewoond en geef om mensen aan beide kanten.’ Tijdens zijn decennialange aanwezigheid in de regio is hij naar eigen zeggen tot een belangrijke conclusie gekomen. ‘De enige rechtvaardige en werkbare oplossing voor deze kwestie zijn twee natiestaten voor twee inheemse volken.’ Zolang je voor die oplossing bent, ongeacht religie, nationaliteit of politieke voorkeur, maak je volgens Friedman deel uit van de oplossing. ‘En als je dat niet bent, ben je deel van het probleem. Uit alles wat ik heb gelezen en gezien, blijkt dat te veel van deze protesten onderdeel van het probleem zijn geworden.’ 

    Friedman geeft hier drie redenen voor. 

    ‘Ten eerste gaat het vrijwel overal over het schandelijke gedrag van Israël, terwijl er een vrijbrief wordt gegeven aan Hamas’ schandelijke schending van het staakt-het-vuren op 7 oktober.’ Friedman benadrukt dat iedereen ontzet zou moeten zijn over de reactie van Israël. ‘Maar als je weigert te erkennen wat Hamas heeft gedaan om dit teweeg te brengen – niet om goed te praten wat Israël heeft gedaan, maar om uit te leggen hoe de Joodse staat Palestijnse mannen, vrouwen en kinderen in omgekeerde richting zo veel leed kan aandoen – ben je gewoon weer een partijdig iemand die olie op het vuur gooit.’

    ‘Ten tweede, als mensen slogans scanderen als “free Palestine” en “from the river to the sea”, dan roepen ze in wezen op tot het uitwissen van de staat Israël, en niet tot een tweestatenoplossing.’ De studenten beweren in deze gevallen volgens Friedman dat het Joodse volk geen recht op zelfbeschikking of zelfverdediging zou hebben. ‘Ik geloof in een tweestatenoplossing waarbij Israël zich, in ruil voor veiligheidsgaranties, terugtrekt uit de Westelijke Jordaanoever, de Gazastrook en de Arabische gebieden in Oost-Jeruzalem, en waarbij een gedemilitariseerde Palestijnse staat die het principe van twee staten voor twee volkeren aanvaardt, wordt gevestigd in de gebieden die in 1967 werden bezet.’

    ‘Ik ben zowel intens anti-Hamas als anti-Netanyahu’

    In zijn 45-jarige carrière is Friedman het trotst op zijn interview met de Saoedische kroonprins Abdoellah bin Abdoel Aziz in februari 2002. ‘Daarin riep de kroonprins de hele Arabische Liga op om volledige vrede en normalisatie van de betrekkingen met Israël aan te bieden in ruil voor volledige terugtrekking tot de linies van 1967 – een oproep die ertoe leidde dat de Arabische Liga de maand daarop in Beiroet een vredesconferentie hield.’ Het werd het Arabische vredesinitiatief genoemd. ‘En weet je wat de reactie van Hamas was op dat eerste pan-Arabische vredesinitiatief voor een tweestatenoplossing? Na de opening van de vredestop doodde een zelfmoordterrorist 19 mensen en verwondde nog eens 172 mensen in een eetzaal van een hotel in een Israëlische kustplaats. Hamas eiste de verantwoordelijkheid voor de aanslag op.’

    Maar hoe zit het dan met het geweld dat Israëlische kolonisten pleegden tegen Palestijnen en met Bibi Netanyahu, die doelbewust Hamas opbouwde en de Palestijnse Autoriteit ondermijnde? ‘Dat geweld en die acties van Netanyahu zijn vreselijk en ook schadelijk voor een tweestatenoplossing. Daarom ben ik zowel intens anti-Hamas als anti-Netanyahu. En als je alleen tegen het ene bent en niet ook tegen het andere, moet je eens wat beter nadenken over wat je roept tijdens je protest of je antiprotest. Want niemand heeft méér gedaan om de vooruitzichten op een tweestatenoplossing te schaden dan de van elkaar afhankelijke Hamas- en Netanyahu-aanhangers.’

    De derde reden dat de protesten volgens Friedman onderdeel zijn geworden van het probleem, is dat ze voorbijgaan aan de mening van de Palestijnen in Gaza die de autocratie van Hamas verafschuwen. ‘Hamas lanceerde deze oorlog zonder toestemming van de Gazaanse bevolking en zonder voorbereiding voor Gazanen om zichzelf te beschermen, terwijl Hamas wist dat er een brute Israëlische reactie zou volgen. Dat rechtvaardigt de excessen van Israël niet, maar, nogmaals, het is ook geen vrijbrief voor Hamas.’ Friedman gelooft dat Hamas bereid was om duizenden Gazaanse burgers op te offeren om wereldwijd de steun van de TikTok-generatie te winnen. ‘En dat heeft gewerkt. Een van de redenen waarom het heeft gewerkt is dat te veel mensen in die generatie niet kritisch genoeg nadenken – het resultaat van een campuscultuur die inmiddels veel te veel gaat over wát je moet denken en niet hóé je moet denken.’

    ‘Dit is geen tijd voor uitsluitingsdenken’

    Inmiddels zijn er collegevoorzitters die instemmen met een aantal eisen van de studenten om zo de protesten te kunnen beëindigen. De eisen variëren per instelling, maar over het algemeen willen ze dat er een einde komt aan de oorlog in Gaza, dat de investeringen van deze instellingen openbaar gemaakt worden en dat er niet meer wordt geïnvesteerd in bedrijven die banden hebben met Israël of die anderszins profiteren van de militaire operatie in Gaza. ‘Wat Palestijnen en Israëli’s nu het meest nodig hebben, zijn geen performatieve gebaren, zoals desinvestering, maar betekenisvolle gebaren, zoals effectieve investeringen, bijvoorbeeld in organisaties die het wederzijdse begrip bevorderen. Voorbeelden daarvan zijn de Abraham Initiatives, het New Israel Fund of het prachtige Education for Employment Network of Anera, die een nieuwe generatie zullen helpen om de Palestijnse Autoriteit over te nemen en sterke, niet-corrupte instellingen op te bouwen om een Palestijnse staat te leiden.’ 

    De studentenprotesten werken volgens Friedman dus niet mee aan de oplossing. ‘Dit is geen tijd voor uitsluitingsdenken. Het is tijd voor complexiteit en pragmatisch denken: hoe komen we tot twee natiestaten voor twee inheemse volken? Als je een verschil wilt maken en niet alleen een punt wilt maken, sta daar dan voor, zet je daarvoor in, wijs iedereen af die deze oplossing afwijst en geef een knuffel aan iedereen die haar omarmt.’

    Ja: ‘Een protest is altijd ongemakkelijk. Dat is de hele bedoeling van een protest’

    Een commentaar van voormalig diplomaat en huidig voorzitter van het Center for American Progress Patrick Hubert Gaspard

    ‘Ik heb vreedzaam gedemonstreerd. Ik ben burgerlijk ongehoorzaam geweest door overheidsgebouwen te bezetten. Ik heb het de machtigen ongemakkelijk gemaakt. Dat is de hele bedoeling van een protest,’ schrijft Patrick Hubert Gaspard in The Guardian. ‘Als je midden in een demonstratie zit die uitloopt op chaos en geweld, kom je er snel achter of je in staat bent je eigen angst en paniek opzij te zetten en de behoeften van de massa voor ogen te blijven houden.’ Het is hem meer dan eens overkomen. ‘Die spanning heeft me er altijd aan herinnerd dat democratie een keuze is en burgerschap een fullcontactsport.’

    ‘De protesten van studenten en de reacties daarop van universiteiten en ordehandhavers domineren de media en hebben de Amerikaanse politiek opgeschrikt aan het begin van dit belangrijke verkiezingsseizoen.’ Taferelen van tentenkampen, zingende activisten en bezette gebouwen doen denken aan het activisme van eerdere generaties, dat volgens Gaspard een onuitwisbare invloed op de cultuur heeft gehad.

    ‘Politici, wier beleid uiteindelijk het doelwit is van deze demonstraties, hebben de haatzaaiende uitspraken van enkele marginale figuren verward met het doel van een hele beweging, die gericht is op het vergroten van het bewustzijn over een bloedig conflict dat tienduizenden onschuldigen het leven heeft gekost en een humanitaire crisis heeft veroorzaakt voor meer dan een miljoen mensen.’ Volgens Gaspard moeten universiteiten en bekende mensen een stapje terug doen en nadenken over wat er nu kan worden gewonnen, of juist onherroepelijk verloren kan gaan. ‘En jonge activisten moeten nadenken over hun verantwoordelijkheid om de beweging duurzaam en inclusief te maken, zonder hun blik af te wenden van de benarde toestand van de echte slachtoffers: zowel de Israëli’s die hebben geleden onder een gruwelijke terreurdaad als de Palestijnen die nog steeds lijden onder een gewetenloze en onmenselijke collectieve bestraffing.’ Gaspard benadrukt dat het recht om te demonstreren en het recht op veiligheid twee belangrijke pijlers zijn van elke democratie. ‘Hoewel wetteloosheid en geweld moeten worden aangepakt – en antisemitisme en islamofobie niet kunnen worden getolereerd – is er een reëel gevaar dat het eenzijdig typeren van deze protesten en de harde sancties die volgden op daden van vreedzaam verzet tot gevolg hebben dat een kritisch platform van afwijkende meningen wordt gesmoord, terwijl dat nodig is voor de bevordering van de democratie.’

    ‘In álle gevallen waren die verstoring en die ontwrichting juist de bedoeling’

    ‘Ik heb vreedzaam geprotesteerd en het de machtigen ongemakkelijk gemaakt, terwijl ik mijn onvrede uitte te midden van een vreedzame maar geëngageerde ordeverstoring,’ schrijft de voormalig diplomaat. ‘Maar in álle gevallen waren die verstoring en die ontwrichting juist de bedoeling.’ Gaspard heeft dit naar eigen zeggen gedaan ‘volgens de goeie ouwe Amerikaanse traditie van de “good trouble”’, een term van wijlen mensenrechtenactivist John Lewis.

    ‘Sommige burgers hebben toegang tot beleidsmakers omdat ze politieke donaties kunnen gebruiken als middel om belangen te behartigen. Anderen hebben de mogelijkheid om het publiek te bereiken via de media of kunnen invloed uitoefenen in wetenschappelijke kringen door schenkingen aan universiteiten,’ schrijft hij. ‘Maar voor de overgrote meerderheid die maatschappelijk geëngageerd is, is het recht om te demonstreren veel meer dan een correct gespreksonderwerp voor politici; als we de belofte van een heuse participatiedemocratie willen waarmaken, is het is net zo essentieel als het stemrecht.’

    Als immigrant uit een autoritaire samenleving en een trotse activist is Gaspard zich naar eigen zeggen maar al te goed bewust van de relatie tussen ongecontroleerde staatsmacht en geweld. En juist daarom is hij verontrust door de niet-onderzochte beweringen tegen deze studenten, die hen in verband brengen met terrorisme, buitenlandse agenten en opruiers van buitenaf. ‘Ik ben gealarmeerd door oproepen van vooraanstaande Democraten en Republikeinen voor toezicht op en onderzoek naar studenten door de FBI.’ Hij wijst er ook op dat tientallen wetgevende instanties wetsvoorstellen hebben ingediend om straatblokkades aan te merken als terreurdaden. ‘Dit is verontrustend, en het doet denken aan de donkerste momenten uit de geschiedenis.’

    ‘Ik wist dat die bewegingen niet zouden moeten wachten op de goedkeuring van de mensen met macht’

    ‘Er is een hoge dosis moed en een flinke scheut radicale naïviteit nodig om de confrontatie met het regeringsbeleid aan te gaan,’ schrijft Gaspard. Daar heeft hij zelf ervaring mee. ‘Ik herinner me de hartkloppingen toen ik op bruggen vóór het verkeer ging staan om op te komen voor hardwerkende mensen die tot armoede waren veroordeeld. En ik weet nog hoe bang ik was toen ik de knuppel moest ontwijken van een paniekerige politieagent die niet voorbereid was op de emoties van een menigte die demonstreerde tegen onverdraagbaar politiegeweld. Terwijl ik tranen van wanhoop en panische angst bedwong, heb ik moeten vluchten voor de rondvliegende stenen en flessen van opruiers die infiltreerden in demonstraties die ik had helpen organiseren. Ik kan nog steeds de golf van trots voelen, dertig jaar nadat het Amerikaanse Congres na onze protesten, arrestaties en, ja, bezettingen op onze universiteiten eindelijk aan de juiste kant van de geschiedenis was gaan staan met de goedkeuring van sancties tegen apartheid in Zuid-Afrika.’

    Het is voor Gaspard door de jaren heen duidelijk geworden: ‘Bewegingen slagen alleen als ze een ontwrichtende kracht hebben. ‘Ik wist dat die bewegingen niet zouden moeten wachten op de goedkeuring van de mensen met macht.’’ Het verhaal van de Amerikaanse vooruitgang is volgens Gaspard juist een verhaal van burgerlijke ordeverstoring en geuite onvrede. ‘Maar het is voor mij ook altijd duidelijk geweest dat ontwrichting gepaard moet gaan met dialoog.’ Hij geeft als voorbeeld de dialoog die werd aangegaan door Arabische en Joodse studenten aan de Universiteit van Wisconsin-Madison, met lid van het Huis van Afgevaardigden Ro Khanna. ‘Ze bevroegen onbehaaglijke aannames over elkaar en stelden uitdagende vragen over de geschiedenis. Ze gingen van protest naar participatie en begrepen dat oplossingen ver weg lagen, maar het werk waard waren.’

    De protesten zijn volgens Gaspard belangrijk. ‘Demonstreren is nooit gemakkelijk, nooit comfortabel en vaak onpopulair. Maar het doorbreken van onverschilligheid en het aandurven van ordeverstoringen is een manier om actief te kiezen voor democratische waarden.’

  • Einde aan bezetting universiteit Dublin na breken banden met Israël

    Einde aan bezetting universiteit Dublin na breken banden met Israël

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Nationalistisch rechts wint ruim bij verkiezingen Noord-Macedonië

    » Iran veroordeelt bekende regisseur tot acht jaar gevangenisstraf

    Vijf dagen lang bezetten studenten de campus van de universiteit

    Studenten aan het Trinity College in Dublin hebben een einde gemaakt aan een vijfdaagse campagne nadat de universiteit had beloofd de banden met Israëlische bedrijven te verbreken. Dat schrijft Al Arabiya. De studenten, die in navolging van studenten elders ter wereld een groot deel van de universiteit bezet hielden, spraken van een overwinning.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het bestuur sloot een akkoord met de demonstranten, zei de universiteit in een verklaring. ‘Trinity zal zich stoppen met investeringen in Israëlische bedrijven die activiteiten hebben in de bezette Palestijnse gebieden en op de zwarte lijst van de VN staan.’ Slechts één Israëlisch bedrijf blijft om contractuele redenen tot maart 2025 op de lijst staan.

    Het kampement begon op 3 mei toen pro-Palestijnse demonstranten tientallen tenten opzetten op het Fellows’ Square, terwijl vergelijkbare acties plaatsvonden in de VS, Europese steden, Australië en India uit protest tegen de oorlog van Israël tegen Hamas in Gaza. In tegenstelling tot confrontaties in de VS, waar de politie demonstranten op verschillende universiteiten met geweld uit hun tenten zette, werd hier geen poging gedaan om het protest te stoppen. Eoin O’Sullivan, een decaan die de gesprekken met de studenten leidde, bedankte hen voor hun ‘engagement’.

  • Achter het nieuwe gordijn

    Achter het nieuwe gordijn

    In het door het Pulitzer Center on Crisis Reporting ondersteunde artikel ‘Behind the New Iron Curtain’ biedt Marzio Mian een diepgaand inzicht in hedendaags Rusland, met een focus op de ervaringen van Russen langs de rivier de Wolga.

    Het lijkt ongelooflijk, schrijft hij, dat in het tijdperk van sociale media, er zo weinig bekend is over het land dat de internationale orde verstoort en voor veel waarnemers in het Westen opnieuw een verre, mysterieuze en vijandige plek is geworden. Maar dat is wat de buitenkant laat zien; het is iets anders – en daarvoor bestaat de journalistiek – om van binnenuit te proberen te begrijpen hoe Russen de oorlog ervaren, hoe ze reageren op sancties en wat hun hoop is voor de toekomst. Helaas weert het regime ook journalisten of maakt het het uitoefenen van hun beroep onmogelijk, waardoor Rusland lijkt te zijn veranderd in een andere planeet. 

    Vorig jaar zomer reisde Mian een maand langs de rivier de Wolga. De rivier der rivieren. Ze noemen haar matushka, de moeder; die stroomt van de Waldaj-heuvels naar het land van de Tsjoevasjen, de Tataren, de Kozakken, de Kalmukken, en komt uit in de Kaspische Zee. Daar waar Europa en Azië elkaar ontmoeten, of zich van elkaar afkeren. 

    Het is een volk dat bereid is om te lijden en zich heeft neergelegd bij een toekomst van isolatie en autocratie

    Langs de rivier liggen veel steden die bepalend zijn geweest voor de vorming van de Russische cultuur, van Oeljanovsk, de geboorteplaats van Lenin, tot Stalingrad (nu Wolgograd genoemd), de plaats van de beruchte belegering in de Tweede Wereldoorlog. Mian leert er de Russische identiteit elke dag beter te begrijpen; het is een volk dat bereid is om te lijden en zich heeft neergelegd bij een toekomst van isolatie en autocratie.

    Een oude bekende van Mian, Michaïl Piotrovski, directeur van de Hermitage in Sint-Petersburg, zei tegen hem voordat hij aan zijn reis begon: ‘De Wolga was alles, en is nog steeds alles.’ In tegenstelling tot andere rivieren die je je nietig doen voelen, biedt deze moeder der rivieren bescherming en roept een streven naar grootsheid in mensen op. Mian zal tijdens zijn reis nog vaak aan de ontmoeting met de geleerde Piotrovski terugdenken.

    Veerkrachtig

    Bijvoorbeeld wanneer hij ziet hoe veerkrachtig de Russische samenleving reageert op de sancties en het isolement, hoe sommige gebieden hun economieën heroriënteren naar het oosten, met name naar Iran, en hoe er lokale voedselbewegingen ontstaan, waarbij Russische gastronomische tradities herleven. Hij ziet ook het zogenaamde Sovjetrevivalisme, bedrijven die zichzelf identificeren als communistisch-stalinistisch en die nog steeds een belangrijke rol spelen in de Russische economie. En hij ontmoet mensen voor wie sancties de spil vormen van veel nieuwe ontwikkelingen. ‘Pure adrenaline.’ Iemand zegt: ‘Het Westen had ze in de jaren negentig moeten opleggen. Dan zouden we nu de motor van de wereld zijn. Jammer.’ Zijn bedrijf heeft Italiaanse, Duitse en Israëlische ‘productieprocessen’ tot op de letter gekopieerd en levert nu aan bijna duizend supermarkten in heel Rusland. 

    De oorlog in Oekraïne, zo bleek, heeft veel Russen een berg roebels opgeleverd. ‘De kaasproductie is met 80 procent gegroeid.’ En dat ze de oorlog zullen winnen, daar is weinig twijfel over. ‘We weten hoe we moeten vechten en kunnen niet verliezen. Als het moet, zullen we atoomwapens gebruiken, we zullen de aarde vernietigen, we zullen alles vernietigen.’  

    De Italiaan Marzio Mian is een bekroonde correspondent en auteur. Hij werkte voor een keur aan tijdschriften en kranten, waaronder Corriere della Sera, Reportagen, Revue XXI, GQ Italia en L’Espresso. Meestal schrijft hij over culturele, sociale en geopolitieke onderwerpen, maar de Balkan en Rusland hebben zijn speciale belangstelling.

     

  • Journalistiek in Iran is levensgevaarlijk

    Journalistiek in Iran is levensgevaarlijk

    De Iraanse president Ebrahim Raisi is drukdoende het weinige nog resterende journalistieke toezicht op de leiders van de Islamitische Republiek onmogelijk te maken. Correspondenten zijn afwezig, en voor lokale verslaggevers bestaat persvrijheid niet.

    Iran is nog net niet het onherbergzaamste land voor journalisten, maar het gaat wel hard die kant op. Volgens Verslaggevers Zonder Grenzen scoren alleen Vietnam, China en Noord-Korea lager dan Iran als het om persvrijheid gaat. Ebrahim Raisi, de meest meedogenloze president in de geschiedenis van de in 1979 opgerichte Islamitische Republiek, doet schijnbaar zijn uiterste best om ervoor te zorgen dat Iran Noord-Korea inhaalt.

    De cijfers schetsen een verontrustend beeld. Zo telde het Comité ter Bescherming van Journalisten in oktober 2023 maar liefst 95 arrestaties van journalisten sinds de uitbraak van de ‘Woman, Life, Freedom’-demonstraties in het jaar ervoor. Sommige bronnen, waaronder de Internationale Federatie van Journalisten (IFJ), beweren dat zes van de gearresteerden nog steeds vastzitten. Ook zegt de IFJ dat negen journalisten die in dienst waren van aan de overheid gelieerde kranten zijn ontslagen vanwege hun politieke opvattingen, en dat aan acht (online)kranten disciplinaire maatregelen zijn opgelegd. De pro-hervormingsnieuwssite Ensaf News moest zijn directeur vervangen om te mogen blijven bestaan.

    Een lokale verslaggever die Morseli op sociale media had bekritiseerd werd tot zes maanden gevangenisstraf veroordeeld

    Onder het bewind van Raisi ligt de lat van wat wordt toegestaan lager dan ooit, waardoor er een aura van onschendbaarheid lijkt te hangen rond eenieder die zich in kringen van de macht bevindt. Zo leidde een door gebedsleider Hassan Morseli aangespannen rechtszaak in juni 2022 tot de veroordeling tot zes maanden gevangenisstraf van een lokale verslaggever die Morseli op sociale media had bekritiseerd. En een pr-manager van het staatsbedrijf Bakhtar Regional Electricity diende in juli 2022 een klacht in tegen de website Bargh News om de identiteit van een anonieme reageerder te achterhalen; die had in een commentaar onder een nieuwsbericht het arbeidsethos van de manager bekritiseerd. 

    Fanatieke overheid

    Tegenwoordig moeten journalisten in Iran zich laten registreren bij het ministerie van Cultuur en Islamitische Begeleiding. In ruil voor persoonlijke informatie, die het ministerie zorgvuldig bewaart, ontvangen zij hun perskaart. Betrokken ambtenaren zeggen dat dit initiatief Iraanse journalisten beschermt, maar daar denken journalisten wel anders over. Zij menen dat, net als bij de regulering van het internet, het ministerie hun juist een recht ontneemt.

    Er was een tijd waarin journalisten zich konden beroepen op een grondwet die, ondanks zijn tekortkomingen, op zijn minst lippendienst bewees aan het idee van persvrijheid. Dat document maakt nu plaats voor fanatieke overheidsinstanties die mediabedrijven de mond snoeren en journalisten neerzetten als staatsvijanden.

    Dat het medialandschap van Iran in staat van crisis verkeert, valt niet te ontkennen

    Dat het medialandschap van Iran in staat van crisis verkeert, valt niet te ontkennen. Buitenlandse correspondenten die verslag doen zijn nergens te bekennen en het staatsmonopolie op alle vormen van uitzendingen maakt een onafhankelijk toezicht op het bestuur van de Islamitische Republiek nagenoeg onmogelijk. Grootspraak en propaganda geven de betreurenswaardige realiteit een rooskleurig tintje en de relatie tussen overheid en media is grotendeels transactioneel: lovende reportages worden beloond, kritiek afgestraft.

    In oktober vertelde de Iraanse minister van Wetenschap Mohammad Ali Zolfigol studenten aan Sharif University of Technology dat Iran enkele van de ‘meest vrije universiteiten ter wereld’ heeft. De duisternis van zijn onbedoelde humor kan niet worden overschat. Na verloop van tijd leiden dit soort uitspraken tot minder verontwaardiging en worden ze genegeerd. En sympathisanten van de overheid verwijzen er juist naar als bewijs voor het feit dat Iran journalisten voorziet van ongekende veiligheid en bescherming.

    Verdiensten van de regering

    In 2019 verkondigde de toenmalige vicepresident Eshaq Jahangiri dat ‘Iran het meest vrije land in het Midden-Oosten’ was. Afgelopen augustus beweerde president Raisi dat vrijheid van pers en meningsuiting de verdiensten zijn van de Islamitische regering: ‘Geïnspireerd door het bloed van onze martelaren hebben we de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid gegarandeerd.’ Esmaeil Kowsari, commandant van de Iraanse Revolutionaire Garde en voormalig parlementslid, zei in reactie op de toenemende kritiek op het hardhandige optreden van de regering tegen de ‘Woman, Life, Freedom’-demonstraties van vorig jaar dat ‘het niveau van vrijheid van meningsuiting in ons land hoger is dan in Europa of Amerika’.

    Een verslaggever uit de stad Rasjt, die spreekt op voorwaarde van anonimiteit, vertelt dat het ministerie van Cultuur en Islamitische Begeleiding onder de vorige president Hassan Rouhani de redactie van zijn tijdschrift adviseerde welke nieuwsonderwerpen voorrang moesten krijgen. Zo werd hun onder meer opgedragen om essays te publiceren over thema’s als familie, kinderen en sociale media. Als het tijdschrift deze richtlijnen niet navolgde, riskeerde het strafmaat­regelen. 

    Het is dan ook logisch dat veelal kleine redacties ervoor kiezen de richtlijnen van de overheid te volgen

    Iran heeft een staatskapitalistische economie; dat betekent dat de overheid invloed heeft op de privésector en bepaalt hoeveel financiering elke onderneming ontvangt. Binnen dit systeem kan zelfs de formeel onafhankelijke pers niet aan de genade van de uitvoerende macht ontkomen. Subsidies, belastingvrijstellingen, verzekeringsvoordelen en vervroegd pensioen zijn in Iran geen garanties, maar gunsten die je moet verdienen. Het is dan ook logisch dat veelal kleine redacties ervoor kiezen de richtlijnen van de overheid te volgen.

    Paramilitaire militie

    Volgens de verslaggever uit Rasjt is dit systeem in de afgelopen jaren ietwat veranderd. Zo is het ministerie van Cultuur inmiddels vervangen door de Basij, een paramilitaire militie die sinds 2011 over een mediatak beschikt. De Basij controleert de verslaggeving van lokale media en organiseert conferenties over thema’s zoals de toestand in Palestina, het verplicht dragen van de hijab, kuisheid, seksesegregatie, nucleaire zelfvoorziening, sjiitische rouwrituelen en de nalatenschap van generaal Qassem Soleimani. Lokale journalisten worden gesponsord om deel te nemen aan deze evenementen en er verslagen over te schrijven. De ‘krachtigste’ stukken komen in aanmerking voor soms royale geldprijzen.

    Kranten en tijdschriften worden minder vaak gesloten dan voorheen. Niet omdat de Islamitische Republiek zich niets aantrekt van publieke of internationale kritiek, maar omdat sluitingen bijdragen aan de werkloosheid. Als alternatief plaatst de overheid liever plotselinge verboden op verkooppunten of probeert het nieuwsconsortia en uitgeversbedrijven te nationaliseren: een relatief goedkope strategie. 

    Neem Hamshahri, een enorm mediabedrijf dat in 2008 werd opgericht en momenteel zeven kranten, tijdschriften en websites onder zijn hoede heeft. Op zijn hoogtepunt had het bedrijf maar liefst achttien dochterondernemingen en gold het onder de leiding van een van de meest gerenommeerde journalisten van het land als betrouwbare informatiebron. Vandaag de dag is het bedrijf in handen van Alireza Zakani, de ultraconservatieve burgemeester van Teheran, en bestaat de missie naar eigen zeggen uit verslaggeving ‘binnen het kader van de doelen en waarden van de Islamitische Revolutie’ en het opleiden van ‘mediapersoneel dat loyaal is aan het heilige systeem van de Islamitische Republiek’.

    Studenten

    Een andere grote naam in de Iraanse nieuwswereld die een klap kreeg als gevolg van het micromanagement van de overheid is het Iraanse Studentennieuwsagentschap. Dit werd in 1999 opgericht door het door de staat gerunde Academisch Centrum voor Onderwijs, Cultuur en Onderzoek als stem van de academische gemeenschap van Iran. Het was een nieuwsdienst die werd bemand door jonge hervormingsgezinde journalisten en studenten die de wereldbeschouwing van voormalig president Mohammad Khatami onderschreven. Het agentschap won het vertrouwen van zijn lezerspubliek en werd gezien als een uitstekende nieuwswebsite met een redelijk niveau van redactionele onafhankelijkheid. Maar vanaf het moment dat president Mahmoud Ahmadinejad aan de macht kwam, werd die relatieve openheid aangetast door diverse ontslagrondes. En onder het presidentschap van Raisi verwerd de organisatie tot een zoveelste spreekbuis voor totalitaire newspeak.

    De website staat nu vol met ‘whataboutisme’ en onjuiste informatie over de wereldpolitiek, laster tegen een kwijnende hervormingsbeweging en sentimenteel geslijm over de extremisten van de regering-Raisi, waaronder een ononderbroken lofzang over de president zelf.

    Hoewel deze sombere situatie weinig ruimte overlaat voor optimisme, zijn er wel degelijk enkele journalisten en progressieve (online)kranten in Iran die een tipje van de maatschappelijke sluier blijven oplichten en verhalen aan het licht brengen die de staat verborgen houdt. 

    De in augustus 2003 opgerichte krant Shargh Daily is een van de laatste restanten van een collectief van veelbelovende liberale kranten die opkwamen tijdens de hervormingsperiode. Sinds de oprichting is Shargh vier keer tijdelijk verboden geweest door de overheid. De meest recente sluiting, in 2012, was het gevolg van de publicatie van een prent over strijders uit de Irak-Iranoorlog die door de autoriteiten als kleinerend werd beschouwd. 

    Een andere pro-hervormingskrant, Ham-Mihan, roept herinneringen op aan de jaren rond de eeuwwisseling

    Shargh heeft zijn status als bolwerk van kritische, vooruitstrevende journalistiek weten te behouden, zij het in verzwakte vorm. De krant produceerde onder andere een artikel over een gettowijk in de stad Mashhad, een onderzoek naar de dood van grensarbeiders die door de strijdkrachten onder vuur waren genomen, een onthullend verhaal over de vergiftiging van schoolmeisjes na de ‘Woman, Life, Freedom’-protesten en een vernietigend rapport over eerwraak.

    Een andere pro-hervormingskrant, Ham-Mihan, roept herinneringen op aan de jaren rond de eeuwwisseling, toen tientallen uitgesproken kranten dapper en onverbloemd verslag leverden. Ham-Mihan, opgericht in 2000, is net als Shargh meerdere malen verboden geweest. De huidige redactie bestaat uit een aantal toonaangevende verslaggevers die het land niet hebben verlaten en tot nog toe geen slachtoffer zijn geworden van willekeurige vervolging.

    Angst

    In september 2023 publiceerde de krant een rapport waarin werd geconcludeerd dat de moord op Mahsa Amini door de zedenpolitie en het gewelddadig neerslaan van de daaropvolgende demonstraties tot angst en andere psychische aandoeningen hebben geleid onder de Iraanse bevolking. De verslaggevers spraken met apothekers in diverse steden en onthulden dat een op de vijf patiënten psychiatrische medicatie kreeg voorgeschreven.

    De interviews en verhalen die in het rapport werden gedeeld, bevestigen een sluimerende geestelijkegezondheidscrisis, die wordt verergerd door politieke onderdrukking – een klap in het gezicht van de overheid, die aanhoudend stelt dat psychische aandoeningen niet in de media mogen worden besproken. Politici beschouwen de verwijzingen naar geestesziekten als een beschuldiging dat zij er niet in zijn geslaagd een veilige, gelukkige samenleving te creëren. Wanneer kranten dit dilemma openlijk bespreken, voelt de regering zich beledigd omdat dit zou suggereren dat het bestuur van de Islamitische Republiek het probleem zelf heeft veroorzaakt. Juist daarom moet volgens hen het debat onder het tapijt worden geveegd.

    De journalistiek in Iran is gehandicapt en verlamd

    De journalistiek in Iran is gehandicapt en verlamd. Maar dat betekent niet dat het potentieel van de Iraanse journalisten is verdwenen en dat ze geen stevig, respectabel werk meer kunnen leveren. Integendeel: ze grijpen iedere kans, hoe klein ook, aan om hun vak uit te oefenen.

    Een langdurig tekort aan journalistiek onderwijs en een gebrek aan professionele trainingsmogelijkheden hebben de ontwikkeling van de Iraanse mediawereld aanzienlijk afgeremd. Eind december zaten er in Iran nog steeds minstens 62 verslaggevers achter de tralies – een wereldrecord. De journalistiek van het land is in levensgevaar, maar ademt nog steeds. 

  • Betoging in Georgië na herintroductie ‘buitenlandse agenten’-wet

    Betoging in Georgië na herintroductie ‘buitenlandse agenten’-wet

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Abortus volledig verboden in Arizona na uitspraak Hooggerechtshof

    » Oud-president Jacob Zuma mag meedoen aan verkiezingen Zuid-Afrika

    Vorig jaar werd het voorstel ingetrokken na protesten

    Duizenden demonstranten hebben zich dinsdag buiten het parlement van Georgië verzameld om te demonstreren tegen de herinvoering van een wetsvoorstel dat organisaties verplicht stelt zich te registreren als ‘buitenlandse agenten’ als ze donaties uit het buitenland krijgen. Dat meldt Politico.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De Russisch-gezinde regeringspartij Georgische Droom kondigde vorige week aan het wetsvoorstel, dat vorig jaar na gewelddadige protesten werd ingetrokken, weer in te voeren. Volgens de wet zouden organisaties die meer dan 20 procent van hun financiering uit het buitenland halen, zich moeten laten registreren als ‘agenten van buitenlandse belangen’. De formulering is vergelijkbaar met een wet die in Rusland onder president Vladimir Poetin is ingevoerd.

    Demonstranten marcheerden door het centrum van Tbilisi en schreeuwden slogans tegen ‘de Russische wet’. Rusland, dat Georgië in 2008 binnenviel, is daar alom impopulair vanwege zijn steun aan de afgescheiden regio’s Abchazië en Zuid-Ossetië. Georgische Droom verwerpt de vergelijking tussen zijn wetsvoorstel en dat van Rusland en zegt dat het noodzakelijk is om buitenlandse invloed tegen te gaan.

  • Enorme demonstratie in Tel Aviv tegen Israëlische regering

    Enorme demonstratie in Tel Aviv tegen Israëlische regering

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Grote nederlaag partij Erdogan bij lokale verkiezingen in Turkije

    » Poetin roept 150.000 Russen op voor militaire dienstplicht

    De betogers eisten onder meer het vertrek van premier Netanyahu

    Duizenden demonstranten zijn zaterdagavond de straat op gegaan in Tel Aviv om te demonstreren tegen de regering van premier Benjamin Netanyahu. Dat schrijft Haaretz. Tel Aviv is regelmatig het toneel van demonstraties waarin de regering wordt opgeroepen om een staakt-het-vuren af te kondigen om de gijzelaars die sinds oktober in Gaza worden vastgehouden te bevrijden. De protesten van dit weekeinde waren de grootste in maanden.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Demonstranten zwaaiden met vlaggen en droegen foto’s van de Israëlische gijzelaars met borden waarop stond ‘Gijzeldeal nu’. Hoewel de demonstratie grotendeels vreedzaam was, zei de politie dat ‘enkele honderden demonstranten’ de openbare orde probeerden te verstoren door vuren aan te steken, een snelweg te blokkeren en de confrontatie met de politie aan te gaan.

    Agenten gebruikten een waterkanon om enkele demonstranten van een snelweg te verdrijven en verrichtten zestien arrestaties. Netanyahu en zijn regering kampen al langer met zeer lage populariteitscijfers, mede vanwege de bloeddorstige aanpak van het offensief in Gaza.

  • Filosoof Kohei Saito is voorvechter van economische krimp

    Filosoof Kohei Saito is voorvechter van economische krimp

    De Japanse hoogleraar filosofie vindt dat we moeten ontgroeien en minder buitensporig moeten consumeren. ‘Wil iedereen op aarde een fatsoenlijk leven kunnen leiden, dan moet het mondiale Noorden opgeven wat niet noodzakelijk is.’

    Stel je een wereld voor waarin je maar drie of vier dagen per week hoeft te werken. In je vrije tijd kun je sporten, tijd aan je dierbaren besteden, tuinieren of actief zijn in de lokale politiek. Bezorging binnen 24 uur, reclame en privévliegtuigen zijn verleden tijd, maar gezondheidszorg, onderwijs en groene stroom zijn voor iedereen gratis. Dat is het radicale ideaal dat de marxistische hoogleraar filosofie Kohei Saito voorstaat. Hij houdt een pleidooi voor ‘degrowth’, ‘ontgroei’, een doelbewuste krimp van de economie om zo de rijkdom beter te verdelen en over te gaan op een trager economisch stelsel waarin het welzijn van mens en planeet centraal staat.

    In de VS en andere rijke landen woedt onder voorvechters van klimaatmaatregelen steeds meer discussie over de vraag of economische groei moet worden ontmoedigd om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Het stimuleren van duurzame energie en groene technologie zal tot nieuwe banen en meer economische activiteit leiden. En ontwikkelingslanden hebben groei nodig om hun levensstandaard te verhogen.

    Maar pleitbezorgers van krimp zoals Saito en economen zoals Jason Hickel en Tim Jackson zeggen dat het vervangen van fossiele brandstoffen door groene energie niet volstaat. Volgens hen moeten de rijke landen, die verantwoordelijk zijn voor het leeuwendeel van de uitstoot van broeikasgassen, ook gaan minderen in hun energieverbruik en hun gebruik van grondstoffen uit ontwikkelingslanden, en zich meer richten op het voor hun burgers gratis maken van elementaire levensbenodigdheden als voedsel, onderdak, schoon water en energie.

    Waarom denkt u dat er steeds meer interesse is in kritiek op het kapitalisme en in economische krimp in het algemeen?

    De afgelopen decennia zijn onze samenlevingen overal ter wereld ernstig ontwricht door neoliberale hervormingen. En er is veel debat over het oplossen van de klimaatcrisis en het tegengaan van economische ongelijkheid. Maar de maatregelen werken niet en de klimaatcrisis wordt alleen maar erger. De mensen hebben te lijden onder banen zonder zekerheid, lage lonen en veel concurrentie. Mensen worden er ongelukkig van.

    Krimp en een postkapitalistische samenleving zijn op dit moment in zekere zin natuurlijk nog een utopie

    Krimp en een postkapitalistische samenleving zijn op dit moment in zekere zin natuurlijk nog een utopie. Maar anderzijds: voor mensen die echt op zoek zijn naar een alternatief, die zich echt zorgen maken om de crisis, is er binnen het bestaande kader geen oplossing te vinden. Ik zeg niet dat mijn oplossing alleen zaligmakend is, maar hij raakt wel een snaar, in deze algehele sfeer van onvrede en onbehagen, zeker onder de jongere generatie.

    Ik wil wat dieper ingaan op de kritiek op het kapitalisme zoals u die uiteenzet in Slow Down. Kunt u uitleggen waarom het kapitalisme volgens u de aanjager is van de ongelijkheid in de wereld en van de klimaatverandering?

    Karl Marx heeft aangetoond dat het kapitalisme de tendens vertoont om de economische ongelijkheid te vergroten, omdat onder dat systeem arbeiders worden uitgebuit, zodat het kapitaal zich ophoopt bij een kleine minderheid. En Marx zei ook dat in zo’n systeem van uitbuiting niet alleen mensen, maar ook de natuur wordt uitgebuit. Van die tendens waren we ons jarenlang niet bewust omdat rijke landen zoals de VS, Japan en de EU veel kosten elders konden onderbrengen. We hadden ons rijke leventje veelal te danken aan goedkope producten en grondstoffen die werden verkregen door uitbuiting van mens en natuur in het mondiale Zuiden.

    Door de globalisering heeft het kapitalisme nu de hele wereld veroverd. Dat betekent dat we alle kosten elders hebben ondergebracht. En nu kunnen we er nergens meer mee terecht, want China groeit, Brazilië groeit, India groeit: iedereen wil nu een kapitalist zijn en dan loopt het spaak. We hebben te maken met de wereldwijde ecologische crisis, de pandemie, de klimaatcrisis, de wedijver om grondstoffen, en dat is allemaal nauw verbonden met het kapitalisme en de neiging tot constante groei.

    Veel klimaatbeleid van tegenwoordig, zoals plannen voor een Green New Deal, zijn sterk gericht op meer hernieuwbare energie en groene technologie, met daarbij aanhoudende groei van de werkgelegenheid en de economie. Waarom is dat volgens u niet genoeg om iets tegen de klimaatcrisis te doen?

    Om te beginnen ben ik niet tegen technologie. We hebben hernieuwbare energie nodig. Elektrische auto’s en zo, die hebben we nodig. Ik ben voor het ontwikkelen van nieuwe technologieën en het investeren in goedkopere groene energie. Ik ben geen pleitbezorger van ‘terug naar de natuur’.

    Het probleem is dat we in het streven naar groei steeds meer en steeds grotere producten gaan verkopen. Het duidelijkste voorbeeld daarvan is de SUV. Ook al stappen we over op elektrisch rijden, als we steeds grotere auto’s blijven maken, zullen we nog steeds veel energie en grondstoffen verbruiken die vooral uit het mondiale Zuiden komen. Dan komt er dus geen eind aan de roof van land en grondstoffen, de uitbuiting van mijnwerkers en de vernietiging van inheemse gemeenschappen, de ontbossing enzovoort.

    Misschien moeten we privévliegtuigen verbieden. Misschien moeten we korte binnenlandse vluchten verbieden, omdat je evengoed de trein kunt nemen

    Wat volgens mij nodig is: investeer vooral in die groene technologieën. Maar we moeten ook eens gaan praten over bijvoorbeeld het terugdringen van het aantal auto’s, of van de vleesconsumptie, of van het vliegverkeer. Misschien moeten we privévliegtuigen verbieden. Misschien moeten we korte binnenlandse vluchten verbieden, omdat je evengoed de trein kunt nemen. Dat moet ook prioriteit krijgen.

    Het probleem met het mainstream debat over groen kapitalisme is dat het nooit gaat over het terugdringen van onze buitensporige consumptie en productie, want dat is iets wat het kapitalisme niet kan accepteren. Wil iedereen op aarde een fatsoenlijk leven kunnen leiden, dan moet het mondiale Noorden opgeven wat niet noodzakelijk is. Daar is het kapitalisme niet toe in staat.

    Daarom komt u met uw alternatieve economische visie van degrowth-communisme. Waarom zou het daarmee beter lukken om de mondiale klimaatdoelen te halen?

    Degrowth houdt in dat het bbp niet meer je enige toetssteen voor vooruitgang is. En dat je stopt met dingen die niet echt nodig zijn.

    Je kunt het bbp verhogen door dingen te produceren die niet echt nodig zijn, zoals privévliegtuigen. En ik zeg: misschien hebben we geen behoefte aan die dingen, want ze zijn alleen voor rijkelui en je maakt er de planeet mee kapot. Dus waarom steken we onze energie en ons geld niet in dingen die duurzamer zijn en die iedereen nodig heeft? Zoals gratis internet, gratis openbaar vervoer, gratis onderwijs, gratis zorg. Al die dingen die meestal aan commerciële partijen worden overgelaten, zeker in de VS, moeten uit handen van de commercie worden gehaald.

    Ons huidige model is dat de economie steeds groeit, zodat de taart groter wordt en iedereen een steeds groter stuk krijgt. Maar als we de economie zo laten groeien, produceren we enorm veel overbodige zaken. Als we overgaan op een economie zonder groei, wordt de taart niet meer groter. Dan moeten we de bestaande rijkdom met elkaar delen.

    Je levert er misschien iets voor in, maar je wint aan maatschappelijke rust, gemeenschapszin en betere producten

    Er zijn natuurlijk dingen die we niet kunnen delen, zoals privé-eigendom. Maar wat we wel kunnen delen is bijvoorbeeld kennis en onderwijs, openbaar vervoer, cultuur, gemeenschappelijke landbouw, elektriciteit enzovoort. Dan kunnen we gelukkiger zijn, over meer essentiële goederen en diensten beschikken en een stabieler leven leiden.

    Dan hebben we niet meer om de twee jaar een nieuwe iPhone. Hebben we geen wegwerpmode meer. Geen industriële vleesproductie. Misschien ook geen McDonald’s meer, maar wel gezonder eten. Dan hebben we duurzamere kleding, die je jarenlang kunt dragen. Je levert er misschien iets voor in, maar je wint aan maatschappelijke rust, gemeenschapszin en betere producten.

    Sommigen wijzen erop dat het vertragen van de economische groei schadelijk kan zijn voor de landen die nog in ontwikkeling zijn. Wat zou krimp betekenen voor het mondiale Zuiden?

    Ik zeg niet dat het mondiale Zuiden de beginselen van krimp meteen moet omarmen. We moeten daar nog meer wegen aanleggen en huizen, scholen en ziekenhuizen bouwen. We moeten daar ook meer energiecentrales bouwen en zonnepanelen aanleggen.

    Maar ik vind dat ook die landen in hun groei meer prioriteit moeten geven aan het voorzien in basisbehoeften dan aan het stimuleren van winstgevendheid en concurrentie, de manier waarop ontwikkeling nu door de Wereldbank met structurele aanpassingsprogramma’s wordt afgedwongen. We hebben voor het mondiale Zuiden andere ontwikkelingsmodellen nodig.

    Het verbruik van grondstoffen en energie zal in het Zuiden natuurlijk eerst stijgen, want hun verbruik ligt nu te laag

    Het verbruik van grondstoffen en energie zal in het Zuiden natuurlijk eerst stijgen, want hun verbruik ligt nu te laag. Hun ontwikkeling zal onvermijdelijk meer verbruik van energie en grondstoffen met zich meebrengen. Dat legt druk op de planetaire grenzen. Dat betekent dus dat het mondiale Noorden bewust naar krimp moet streven, omdat het zich te ver ontwikkeld heeft en overmatig produceert en consumeert.

    U schrijft in uw boek dat de transitie naar krimp niet van het ene op het andere moment hoeft plaats te vinden, en dat die overgang zelfs nu al gaande is. Kunt u een paar voorbeelden geven van stappen in de richting van degrowth?

    Frankrijk heeft een verbod ingesteld op korte binnenlandse vluchten, dat is een belangrijke stap. Sommige Europese landen experimenteren nu met minder arbeidstijd, zoals een werkweek van vier dagen. Gratis onderwijs en gratis zorg zijn andere voorbeelden. Gratis internet hoort daar ook bij, iets wat Jeremy Corbyn een paar jaar geleden in zijn verkiezingsprogramma had opgenomen.

    Verder de invoering van een maximum op jaarinkomens, en van werknemerscoöperaties, en de nationalisering van sommige bedrijven, zoals nutsbedrijven. Dat zijn een paar elementaire tegenmaatregelen die we binnen het kapitalisme kunnen nemen.

    Volgens sommigen is krimp een te grote politieke opgave en maak je jezelf niet populair als je de bevolking in het mondiale Noorden vraagt om bijvoorbeeld te gaan consuminderen. Wat is ervoor nodig om te zorgen dat de politieke prioriteiten zo breed worden verlegd? Is het wel realistisch om naar krimp te streven?

    In zekere zin is het een utopie, denk ik. Maar de gedachte dat het kapitalisme de komende decennia tot grote bloei zal leiden is ook utopisch, want we krijgen meer natuurrampen, inflatie en oorlogen, en met de klimaatcrisis wordt dat alleen maar erger. Dus het is naïef om te denken dat we op de een of andere manier ons leventje wel kunnen voortzetten. 

    Maar ons wereldbeeld is nu radicaal aan het veranderen en mensen als Greta Thunberg hebben het debat echt naar een hoger plan getild

    Ik denk dat er nu meer mensen zijn, zeker onder de jonge generatie, die radicalere verandering eisen. Ik vermoed dat bewegingen als de Sunrise Movement, Fridays for Future, Extinction Rebellion en Just Stop Oil vijftien jaar geleden nog niet op veel steun onder de bevolking konden rekenen en niet genoeg media-aandacht kregen. Maar ons wereldbeeld is nu radicaal aan het veranderen en mensen als Greta Thunberg hebben het debat echt naar een hoger plan getild. De herwaardering van waarden kan eigenlijk best snel gaan. 

    Capital in the Anthropocene (2020), is in november bij Arbeiderspers uitgegeven als Systeembreuk. Een nieuwe visie op kapitaal, natuur en maatschappij als antwoord op de klimaatcrisis. Het dit jaar in het Engels verschenen Slow Down: The Degrowth Manifesto is nog niet in het Nederlands vertaald.

  • Wereldnieuws: Lokale politici hebben in Duitsland last van intimidatie & meer

    Wereldnieuws: Lokale politici hebben in Duitsland last van intimidatie & meer

    Politici waarschuwen voor ‘dictatoriale tendens’

    De Latijns-Amerikaanse Ronde Tafel voor Reflectie, geleid door de Chileense ex-president Michelle Bachelet, heeft zich uitgesproken tegen de repressie in Venezuela, meldt El País. De groep beschouwt de uitzetting van het Bureau van de Hoge Commissaris van de VN en de arrestatie van activist Rocío San Miguel als een ernstige fout van het chavismo, en waarschuwt voor een ‘dictatoriale tendens’ die niet past bij Venezuela.

    Sinds haar arrestatie op 9 februari zit de activist San Miguel gevangen in El Helicoide

    Sinds haar arrestatie op 9 februari zit de activist San Miguel gevangen in El Helicoide, de beruchte gevangenis van de Venezolaanse inlichtingendienst. Ze wordt verdacht van het beramen van een staatsgreep. Toen de VN-commissie zich uitsprak tegen de arrestatie van San Miguel werd de organisatie gesommeerd het land te verlaten. Volgens de Venezolaanse minister van Buitenlandse Zaken, Yván Gil, is de mensenrechtencommissie ‘een privékantoor geworden van coupplegers en terroristische groeperingen die voortdurend complotten smeden tegen het land’.

    gettyimages 1156650706 594x594 1
    © Sean Gallup/Getty Images

    ’s Werelds eerste houten satelliet

    Japanse wetenschappers zijn erin geslaagd een satelliet te ontwikkelen van hout. De LignoSat-sonde is gemaakt van magnoliahout, dat bij experimenten in het International Space Station (ISS) bijzonder stabiel bleek te zijn en bestand tegen scheuren. De sonde wordt deze zomer met een Amerikaanse raket gelanceerd, schrijft Nikkei Asia.

    De houten satelliet is gebouwd om te zien of deze kunnen dienen als milieuvriendelijk alternatief voor de gebruikelijke metalen

    De houten satelliet is gebouwd door onderzoekers van de Universiteit van Kyoto en het bosbouwbedrijf Sumitomo Forestry om te zien of deze kunnen dienen als milieuvriendelijk alternatief voor de gebruikelijke metalen. ‘Alle satellieten die de atmosfeer van de aarde weer binnenkomen, verbranden en creëren kleine aluminiumoxidedeeltjes die jarenlang in de bovenste atmosfeer blijven zweven,’ legt Takao Doi uit, astronaut en ruimtevaartingenieur van de Universiteit van Kyoto. ‘Die deeltjes tasten het milieu op aarde aan.’


    Lokale politici hebben last van intimidatie

    In 2022 heeft meer dan 60 procent van de lokale volksvertegenwoordigers in Duitsland te maken gehad met bedreigingen en agressie, blijkt uit gegevens van de Heinrich-Böll-Stiftung en de Universiteit van Duisburg-Essen. Vooral burgemeesters liggen onder vuur.

    ‘Veel mensen die betrokken zijn bij de lokale politiek ervaren vijandigheid,’ schrijft Die Tageszeitung. In januari 2024 richtte het Duitse ministerie van Binnenlandse Zaken daarom zelfs een ‘contactpunt voor de bescherming van gemeenteambtenaren en gekozen vertegenwoordigers’ op om dit fenomeen aan te pakken. Minister Nancy Faeser zei dat het doel van het nieuwe contactpunt was om aan ambtsdragers en gekozen vertegenwoordigers over te brengen: ‘Je staat er niet alleen voor.’

    Dit varieert van haatmails tot fysieke aanvallen en zelfs moord

    ‘Lokale politiek is direct,’ aldus Faeser. Deze nabijheid maakt mensen echter ook kwetsbaar. Dit varieert van haatmails tot fysieke aanvallen en zelfs moord, zoals in het geval van de districtsvoorzitter van Kassel, Walter Lübcke, die in 2019 werd vermoord door een rechts-extremist.

    Veel van deze overtredingen worden niet eens bij de politie gemeld, aldus Faeser. Pogingen tot intimidatie zoals ‘Ik weet naar welke school je kinderen gaan’ zijn niet ongewoon. Ze heeft al met verschillende burgemeesters gesproken die zeiden: ‘Dan kan ik maar beter stoppen om mijn gezin te beschermen.’

    Lokale politici waarmee Die Tageszeitung sprak, maken melding van haatcampagnes en intimidatie op sociale netwerken, rotte eieren die naar hun huizen werden gegooid en beledigende brieven. Gekozen vertegenwoordigers voelen zich in de steek gelaten wanneer ze worden geconfronteerd met bedreigingen, geven het op en stellen zich niet langer verkiesbaar.

    Thomas Zschornak, de CDU-burgermeester van Nebelschütz, een kleine gemeente in het oosten van Duitsland, is een van de bedreigde politici. Twee jaar lang was hij het slachtoffer van een intense intimidatiecampagne; ook hij stelde zich niet herkiesbaar. Hij verliet de politiek met een burn-out.


    Showmax verdringt Netflix in Afrika

    Het Zuid-Afrikaanse streamingbedrijf Showmax is Netflix voorbijgestreefd in Afrika, schrijft Rest of World. Showmax, dat in 2015 ontstond uit MultiChoice, Afrika’s grootste entertainmentbedrijf, had eind november 2023 2,1 miljoen abonnees op het continent, tegenover 1,8 miljoen voor Netflix, volgens marktonderzoeksbureau Omdia. Showmax heeft Netflix ingehaald te midden van de hevige concurrentie in de Afrikaanse videostreamingindustrie, waar internationale bedrijven, grote telecombedrijven en verschillende landspecifieke apps vechten om het geld van de consument. Het bedrijf probeert zich te onderscheiden door een aanbod van series en films gericht op de Afrikaanse consument.

    Showmax werkt samen met HBO en Comcast. Het platform heeft ook de streamingrechten voor de Engelse Premier League.

    Onderzoek: herbebossing houdt klimaatopwarming tegen

    Onderzoekers hebben ontdekt dat herbebossingsprojecten in het oosten van de Verenigde Staten ‘een verbluffende prestatie hebben geleverd’: het inperken van de stijgende temperaturen die het gevolg zijn van de klimaatcrisis. The Guardian meldt dat wetenschappers al lange tijd verbaasd waren over een zogenaamd ‘opwarmingsgat’ boven delen van het zuidoosten van de VS, waar de temperaturen constant zijn gebleven of zelfs zijn gedaald, ondanks de onmiskenbare bredere opwarmingstrend. Een belangrijke reden voor deze afwijking, zo blijkt uit het nieuwe onderzoek, is de enorme herbebossing van een groot deel van het oosten van de VS na het aanvankelijke verlies van grote aantallen bomen na de Europese kolonisatie van het Amerikaanse continent.

    ‘De herbebossing is opmerkelijk geweest’

    ‘De herbebossing is opmerkelijk geweest en we hebben aangetoond dat dit zich heeft vertaald in de omringende luchttemperatuur,’ zegt Mallory Barnes, een milieuwetenschapper aan de Universiteit van Indiana die het onderzoek leidde. ‘Het “opwarmingsgat” was een echt mysterie en hoewel het niet alles verklaart, toont dit onderzoek aan dat er een belangrijk verband is met herbebossing.’

    Vanaf de jaren 1920 is de Amerikaanse regering begonnen met een voortvarend boomplantprogramma. Dat heeft ertoe geleid dat er in de afgelopen eeuw ongeveer 15 miljoen hectare herbebost gebied is bijgekomen in het oosten van de VS – genoeg bomen om een gebied groter dan Engeland te bedekken.

    Showmax PR Mobile Device 1240x698 1

    Karkassen

    Onder een donkere, met ijs bedekte zee voor de kust van Groenland stuit een dappere duiker op de enorme karkassen van dwergvinvissen. Alex Dawson, die het spectaculaire beeld maakte, won hiermee de prijs voor Onderwaterfotograaf van het Jaar 2024. Whale Bones werd gefotografeerd onder de zwaarste omstandigheden, waarbij hij met duikpak en ademhalingsondersteuning afdaalde onder de ijskap van Groenland. 

    De foto werd gekozen uit 6500 inzendingen van over de hele wereld

    De foto werd gekozen uit 6500 inzendingen van over de hele wereld. Een andere winnaar was JingGong Zhangs, die eerder het paren van zeepaardjes vastlegde en dit jaar het broedseizoen van de Japanse Zoarchias, een zogeheten puitaal, wist te fotograferen.

    Alex DawsonUPY2024
    © Alex Dawson/UPY2024
  • Lokale journalistiek is onmisbaar

    Lokale journalistiek is onmisbaar

    In de VS worden wekelijks meer dan twee regionale kranten opgedoekt. Van de ooit vierentwintigduizend dag- en weekbladen zijn er nog maar zesduizend over. Nieuwsorganisaties proberen de teloorgang van ‘de buurtvriend’ op verschillende manieren te herstellen.

    Er was een tijd dat ik, als ik ver van huis moest zijn, steevast plaatselijke kranten meepakte. Ik las ze van voor tot achter. Ze boden een momentopname van een kleine maar echte wereld: een schandaal in het schoolbestuur, een winnend schoolteam, de dood van een geliefde leraar.

    Veel verslaggevers van mijn (gevorderde) leeftijd zijn begonnen bij kleine dag- of weekbladen, waarvan vrijwel elke plaats of buitenwijk er destijds wel eentje had. Zelf ben ik begonnen bij The News Tribune in Woodbridge, New Jersey, een onafhankelijk dagblad met een oplage van ongeveer 58.000 exemplaren. We schreven over van alles en nog wat: van schoolbestuursvergaderingen tot een jongen die het bij de padvinderij tot Eagle Scout had geschopt. Mijn eerste grote nieuwsitem was een lokale verkiezing, een stoomcursus in politiek en de bron van een van de beste – en wellicht meest profetische – citaten die ik ooit heb opgetekend, van een zittende burgemeester die had verloren en snauwde: ‘Het tweepartijensysteem zaait verdeeldheid.’

    Ze waren de bouwstenen van de gemeenschap, de democratie, de politiek

    Terugdenken aan die lokale krantjes is niet alleen maar nostalgie van een oude dagbladjournalist. Ze waren de bouwstenen van de gemeenschap, de democratie, de politiek. Hun teloorgang is een belangrijke reden voor de acute polarisatie en politieke verwarring die we vandaag de dag zien. ‘In de afgelopen tien jaar dringt het beeld zich op dat lokaal nieuws zich in een ernstige crisis bevindt’, schrijven Ellen Clegg en Dan Kennedy, beiden doorgewinterde journalisten, in hun nieuwe boek What Works in Community News: Media Start-Ups, News Deserts, and the Future of the Fourth Estate, waarin ze onderzoeken hoe verschillende gemeenschappen het vacuüm proberen op te vullen.

    Middagkrant

    The News Tribune was een middagkrant, wat typisch was voor Noord-New Jersey, waar de New Yorkse kranten de ochtenden domineerden. Na de werkdag wachtte de lokale krant op de deurmat, met plaatselijke nieuwtjes, supermarktbonnen, rubrieksadvertenties, kerkdienstroosters en sportuitslagen van middelbare scholen.

    Het was een fantastische leerschool voor een beginnend verslaggever. De ervaren redacteuren hadden tijd om de stukken na te lezen, en schrijven over lokale schandalen, stakingen of raadsvergaderingen vormde een stoomcursus in correctheid. Je schreef per slot van rekening voor mensen die wisten hoe de vork in de steel zat en die bij de eerste de beste fout aan de telefoon zouden hangen.

    Het pepertje dat ik, toen het mijn beurt was, kokhalzend naar binnen werkte, brandde een permanente angst om het fout te doen in mijn brein

    De krant had een speciale beproeving voor beginnelingen na het maken van hun eerste fout die een rectificatie behoefde: de persoon in kwestie moest boven op de ronde tafel in het midden van de redactieruimte een hete chilipeper opeten uit een potje dat Elias Holtzman, een van de oudgedienden, speciaal voor deze beproeving had klaarstaan. Het pepertje dat ik, toen het mijn beurt was, kokhalzend naar binnen werkte, brandde een permanente angst om het fout te doen in mijn brein.

    Jonge verslaggevers bleven meestal niet lang hangen – niet vanwege de pepers maar omdat een lokale krant de gebruikelijke opstap was voor een journalistieke carrière.

    Maar het was een leerschool van onschatbare waarde en een onvergetelijke ervaring, vooral vanwege de journalistieke macht om dingen voor elkaar te boksen. Je vastbijten in lokale politici in Noord-New Jersey leverde altijd iets op: een reeks artikelen die ik samen met een collega schreef over de exorbitante tarieven van gemeentelijke juristen leidde tot publieke verontwaardiging en actie, en leverde smakelijke citaten op. Een lokale ambtenaar die werd beschuldigd van het aannemen van steekpenningen muntte deze uitspraak toen hij voor een vakantiereisje naar de Caraïben vloog: ‘Het goede van Amerika is dat je onschuldig bent totdat je portemonnee leeg is.’

    Voor lezers was het ook een leerschool. De kandidaten bij lokale verkiezingen of de sprekers op vergaderingen van schoolbesturen behandelden kwesties die de lezers direct aangingen. Ambtelijke corruptie was geen ver-van-mijn-bedshow; het was misbruik van fondsen die naar de school van je kind of je bibliotheek hadden moeten gaan. Overigens vond ik het bevredigend om te lezen dat de leugens van afgevaardigde George Santos vóór hij werd verkozen, waren onthuld door een kleine krant op Long Island, The North Shore Leader. Alleen jammer dat het nieuws zich niet buiten de kring van 20.000 lezers verspreidde.

    Buurtvriend

    ‘De krant was hier diepgeworteld,’ vertelt Charles Paolino, die hoofdredacteur van The News Tribune was toen ik er werkte. ‘Hij werd al zo lang uitgegeven, sinds de negentiende eeuw, dat mensen het gevoel hadden dat ze de krant konden bellen als ze in de problemen zaten of in een winkel niet fatsoenlijk waren geholpen, of als ze vastliepen in de stroperige bureaucratie. We waren een buurtvriend. Ik maak me zorgen om de vraag wie die rol nu vervult.’

    En dat niet alleen. Ellen Clegg, geroutineerd verslaggever en voormalig redacteur van de opiniepagina van The Boston Globe, vertelt lachend hoe ze bij haar buurman in Brookline, Massachusetts, moest aankloppen om te horen of hij bij een lokale verkiezing had gewonnen. Dan Kennedy, professor journalistiek aan de Northeastern University, stelt dat het lokalenieuwsvacuüm mensen ontvankelijk maakt voor het gepolariseerde karakter van het nationale nieuws, zodat ouders op schoolbestuursvergaderingen staan te schreeuwen over vaccinaties of de kritische rassentheorie, maar niet op de hoogte zijn van zaken als wiskundetoetsen of nieuwe faciliteiten.

    Begin 1900 telde Amerika zo’n vierentwintigduizend dag- en weekbladen

    Als mensen niet weten wie er op de kieslijst staat, is de opkomst belabberd. ‘We zien nu veel meer “straight-ticket voting”,’ [dat kiezers met één vinkje alle partijkandidaten kunnen aankruisen voor verschillende algemene verkiezingen] zegt Penelope Muse Abernathy, auteur van The State of Local News 2023, een onderzoeksrapport van de Medill School of Journalism van Northwestern University,  en mijn oud-collega bij The Times. ‘Een van de mooie dingen als je als krant veel verslaggevers hebt, is dat ze bijeenkomsten kunnen bijwonen. Als er een obligatie-uitgifte was, schreven ze wat het zou gaan kosten. Nu moeten we meer belasting betalen, neemt de corruptie toe en past er niemand meer op de winkel.’

    Begin 1900 telde Amerika zo’n vierentwintigduizend dag- en weekbladen. Dat aantal is in de loop van de twintigste eeuw gedaald – de afgelopen twee decennia in sneltempo. Inmiddels zijn er nog maar zesduizend over, waarvan velen het water aan de lippen staat, blijkt uit het onderzoek. Op dit moment worden er wekelijks meer dan twee kranten opgedoekt. Sommige gebieden, veelal getekend door armoede, zijn veranderd in ‘nieuwswoestijnen’, zoals Abernathy ze noemt, verstoken van betrouwbare nieuwsbronnen: geen papieren of online kranten, geen nieuwsuitzendingen op radio of tv.

    Hoe het zover heeft kunnen komen is uitvoerig gedocumenteerd. Adverteerders zijn naar het internet uitgeweken, wat voor veel kranten de nekslag betekende; conglomeraten en hedgefondsen kochten zieltogende dagbladen op en zetten het mes in het personeelsbestand. Het leek er zelfs even op dat solide kranten het niet zouden halen.

    Maar er zijn tekenen dat het tij keert. Clegg en Kennedy beschrijven in hun boek hoe lokale en regionale nieuwsorganisaties de berichtgeving op verschillende manieren proberen te herstellen. Het gaat voornamelijk om non-profitorganisaties, vaak bijgestaan door een aantal stichtingen die nieuwsstart-ups helpen. Het is nog geen tsunami, maar de bottom-upgroei van lokale nieuwsorganisaties heeft inmiddels wel al gezorgd voor de verspreiding van nieuws dat anders niet naar buiten zou zijn gebracht.

    Eigen, unieke stempel

    Ik hoop van harte dat er sprake is van een omslag. Toen ik het internet afstruinde naar verhalen over mijn oude krant, stuitte ik op een stuk dat Holtzman, de man van de hete pepers, in 1995 schreef toen The News Tribune ophield te bestaan: ‘Weer een krant ter ziele, en daarmee de vitaliteit die de berichtgeving over een lokale gemeenschap met zich meebrengt, het eigen, unieke journalistieke stempel, het vuur van de concurrentie en alles wat de krant betekende voor de gemeenschap waarvoor ze schreef.’ 

    Wat zou het geweldig zijn als de berichten over de dood van de lokale journalistiek overtrokken zouden blijken en Eli kokhalzend en met tranende ogen op zijn bureau zou moeten staan. 

  • Ook in Spanje boerenprotesten: tractors rijden door Madrid

    Ook in Spanje boerenprotesten: tractors rijden door Madrid

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » ‘Zeker zestig doden bij Oekraïense luchtaanval op Russische troepen’

    » Onderzoek naar dood Chileense dichter Pablo Neruda heropend

    Volgens de boeren is er te weinig steun van de regering

    Honderden tractoren hebben woensdag het verkeer in Madrid geblokkeerd, tijdens een protest van talloze boeren die zeggen dat er te weinig steun is van de regering. Dat schrijft El País. Net als boeren de afgelopen tijd in Polen, Griekenland en Tsjechië riepen de Spaanse boeren op tot minder bureaucratie rond het landbouwbeleid van de Europese Unie en tot een versoepeling van de milieuregels.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Toen de tractoren eenmaal arriveerden in het centrum van Madrid, ontstonden er rellen met de politie. Ook werden journalisten lastiggevallen. Vakbondsleden en demonstranten in gele hesjes sloten zich later aan en het protest groeide uit tot een anti-regeringsprotest.

    Boeren in Spanje kampen al langere tijd met problemen vanwege de aanhoudende droogte in het land. Volgens de boeren in het land zorgen de regels vanuit Europa voor meer obstakels en oneerlijke concurrentie.

  • Spaanse dorpen worden met uitsterven bedreigd. ‘Iedereen wil weg’

    Spaanse dorpen worden met uitsterven bedreigd. ‘Iedereen wil weg’

    Twee op de drie dorpen in de Spaanse provincie Granada dreigen leeg te lopen. Vaak liggen ze ver uit elkaar, wonen er weinig kinderen en is er een aanzienlijke werkloosheid. Daarom wordt er nu gekeken naar de lokale sterke kanten, zoals erfgoed en biologische landbouw.

    Europese verkiezingen

    In aanloop naar de verkiezingen voor het Europees parlement, van 6 tot en met 9 juni, zoomt 360 in op de belangrijkste maatschappelijke kwesties in enkele van de 27 lidstaten. Wat speelt er onder de bevolking? Welke politieke kwesties beheersen er het debat. Deze keer richten we de blik op Spanje.

    Zo’n 1,5 miljoen jaar geleden vestigde de eerste mensaap van West-Europa zich in Orce, een dorp in het noordoosten van de provincie Granada. Tegenwoordig telt het dorp 1118 inwoners en staat het bovenaan de lijst met dorpen in de provincie waar het risico op ontvolking het hoogst is.

    Orce voldoet aan de twee criteria die de Europese Unie heeft opgesteld voor dorpen die met uitsterven worden bedreigd. Om te beginnen is dat de bevolkingsdichtheid; wanneer er minder dan acht personen per vierkante kilometer wonen, is de kans op ontvolking groot. Vervolgens wordt er gekeken naar de hoeveelheid inwoners: slinkt het aantal mensen in een dorp in tien jaar tijd met meer dan 1 procent, dan bevindt het zich in de gevarenzone. De situatie in Orce is precair: het dorp telt 3,5 inwoners per vierkante kilometer en het aantal inwoners is de afgelopen tien jaar met 11 procent teruggelopen.

    Krimp

    Het gaat niet alleen om Orce, twee op de drie van de in totaal 174 gemeentes in Granada dreigen uit te sterven. In drie van die dorpen – Capileira, Lanteira en Huélago – is er alleen sprake van een lage bevolkingsdichtheid. In 74 dorpen krimpt het aantal mensen in hoog tempo. Gobernador springt met een terugval van 35 procent extra in het oog: in 2010 woonden er nog 322 mensen in het dorp, in 2022 nog maar 210. Zet deze trend door, dan is er over twintig jaar niemand meer over. Er zijn 38 dorpen waar beide factoren een rol spelen; die baren het meest zorgen.

    Deze gegevens zijn afkomstig uit een studie over het risico op ontvolking in de provincie Granada, inclusief voorgestelde maatregelen, uitgevoerd door een groep onderzoekers van de Universiteit van Granada in opdracht van het provinciebestuur. Het doel was een beeld te krijgen van de situatie, zodat er adequate stappen genomen konden worden.

    Hoogleraar financiële economie Andrés Navarro leidde het onderzoek. ‘Er is niet alleen gekeken naar de twee criteria van de Europese Unie, maar naar 68 variabelen in elk dorp,’ zegt hij. ‘We hebben ons wel beperkt tot de 167 dorpen met minder dan twintigduizend inwoners, want daar is de provincie vooral in geïnteresseerd. En wij denken zelf dat dorpen met meer inwoners in de nabije toekomst minder risico lopen.’ Aan de hand van de 68 variabelen – te vinden in het door El País ingezien onderzoeksverslag – hebben de onderzoekers de kenmerken beschreven van dorpen die met uitsterven worden bedreigd.

    De burgemeester van Orce is een beetje in zijn wiek geschoten omdat zijn dorp bovenaan de lijst staat

    Vaak betreft het dorpen met verschillende kernen die ver uit elkaar liggen, wonen er veel 65-plussers en mensen die afhankelijk zijn van zorg, zijn er weinig kinderen onder de zestien, is er een aanzienlijke werkloosheid en bevinden ze zich ver weg van de hoofdstad.

    José Ramón Martínez, burgemeester van Orce (voorheen namens Izquierda Unida, nu van Para la Gente), is een beetje in zijn wiek geschoten omdat zijn dorp bovenaan de lijst staat. ‘Onze gemeente beslaat 325 vierkante kilometer, waarvan logischerwijs een groot deel niet bewoond is. Daarom staan we bovenaan. En al hebben we een krimpprobleem, ik denk niet dat wij het meeste risico lopen, al wil ik daarmee het probleem niet ontkennen.’

    De jaren vijftig en zestig

    Volgens de burgemeester ligt de oorzaak, net als op zoveel andere plekken, in de jaren vijftig en zestig, toen mensen massaal naar de grote steden trokken. Dat tij heeft men niet weten te keren. ‘Dat moeten we wel doen, of we moeten het proces in elk geval proberen te vertragen,’ zegt Martínez. ‘In anderhalf miljoen jaar is er heel wat volk door Orce getrokken en nu wil iedereen weg,’ vervolgt hij gekscherend. ‘Industrie hebben we niet, we moeten ons focussen op onze sterke kanten: erfgoed en biologische landbouw. Daar moeten we zodanig op inzetten dat niemand meer weg wil en er mensen hiernaartoe willen komen.’

    Bovendien hoopt hij dat overheden, zoals de provincie en het regiobestuur van Andalusië, hun best gaan doen om te decentraliseren, zodat niet alle afdelingen en loketten zich in de hoofdstad concentreren. Martínez zegt dat ze al een paar maatregelen hebben getroffen om leegloop tegen te gaan, maar hij beseft dat er nog veel meer moet gebeuren.

    ‘Nu wonen veel mensen alleen maar in de stad omdat daar medische voorzieningen zijn’

    ‘De situatie in de provincie Granada is niet verontrustender dan die in andere provincies in Spanje, voor zover dat is onderzocht,’ zegt Andrés Navarro. ‘Er zijn geen vergelijkbare onderzoeken naar de stand van zaken op provinciaal niveau, dit is het eerste onderzoek. Er zijn wel gegevens met betrekking tot de autonome regio’s in Spanje, maar die onderzoeken zijn minder gedetailleerd. Castilië-La Mancha en Castilië en Leon blijken de dunstbevolkte regio’s te zijn.’

    De groep onderzoekers van de Universiteit van Granada wilde zich niet beperken tot het stellen van een diagnose, maar doet ook suggesties. ‘Is de kwaal eenmaal vastgesteld, dan moet je laten zien hoe je die kunt genezen. Liever geen algemene suggesties, je moet elk geval apart bekijken en op basis van die 68 variabelen acteren op de relevante punten.’ De onderzoekers hebben de suggesties die voor de afzonderlijke gevallen zijn gedaan bij elkaar geveegd en er vijftig maatregelen uit gedestilleerd, verdeeld over vijf strategische pijlers.

    Spanje was altijd al leeg

    Volgens een onderzoek dat werd gepubliceerd in The Journal of Regional Science is slechts 13 procent van het Spaanse landoppervlak bewoond. Daarmee is Spanje het dunst bevolkte land van Europa; zelfs landen als Finland (30 procent) en Zweden (25,2 procent) zijn dichter bevolkt. Het verschil is helemaal groot als je kijkt naar de buurlanden van Spanje; zo is Frankrijk voor 67,8 procent bevolkt en Portugal voor 46,6 procent. En dit is geen nieuw fenomeen: al in de zestiende eeuw schreven reizigers zoals de Venetiaanse ambassadeurs Federico en Giovanni Cornaro dat Spanje grotendeels leeg was. ‘Spanje is zo dunbevolkt dat het lijkt op een Libische woestijn’, citeert de Spaanse onlinekrant El Confidencial uit een reisverslag van de Venetiërs.

    De onderzoekers stellen dat de industrialisatie en de trek van het platteland naar de steden zeker invloed heeft gehad op de verdeling van Spanjaarden over het land. Maar toch ziet Spanje er niet zo heel erg anders uit dan eeuwen geleden. Hoewel er meer mensen uit het binnenland naar de grote steden en de kustgebieden zijn getrokken, is de bevolking in Spanje in de afgelopen eeuwen altijd geconcentreerd geweest in een relatief klein aantal dorpen en steden.

    Een van die maatregelen – die voor jongeren vaak al bestaat, maar niet voor 65-plussers – is openbaar vervoer naar Granada (heen en terug op dezelfde dag) en andere gemeenten, zoals die aan de Costa Tropical. Dat gesubsidieerde vervoer zou er dan een paar keer per dag moeten zijn en op dusdanige tijden dat de inwoners van zo’n dorp de nacht thuis kunnen doorbrengen. ‘Het mooist zou zijn als het gratis is,’ zegt Navarro. ‘Dan zouden veel mensen die regelmatig naar de dokter of het ziekenhuis moeten in hun dorp kunnen blijven wonen en gratis en op gepaste tijden naar de hoofdstad kunnen reizen. ‘Nu wonen veel van die mensen alleen maar in de stad omdat daar medische voorzieningen zijn.’

    Berggebieden

    Francisco Rodríguez, de geliefde voorzitter van het provinciebestuur van Granada, legt uit waarom het noodzakelijk was om dit uitgebreide onderzoek te laten uitvoeren. ‘Het is belangrijk om eerst de situatie goed te doorgronden, zo voorkom je dat er lukraak maatregelen worden getroffen, zoals vroeger weleens het geval was.’ Hij benadrukt dat de provincie wat betreft mobiliteit en vervoer kampt met een paar extra uitdagingen. ‘Allereerst is Granada de provincie met de meeste gemeentes van Andalusië. Daarnaast bestaat een groot deel van de provincie uit de berggebieden Sierra Nevada en Alpujarra, wat het extra lastig maakt.’

    Alpujarra, op zijn zachtst gezegd een moeilijk toegankelijk gebied, waar in 20 van de 24 dorpjes de bevolking krimpt, heeft de oplossing voor het probleem gevonden door te investeren in waar ze goed in zijn. Rodríguez: ‘In het dorp Pórtugos wonen steeds meer kinderen en het aantal schoolklassen neemt toe. De oplossing lag in de productie van serranoham, met alles wat daarbij komt kijken, van de bedrijven tot aan de droogkamers. De serranoham-industrie trekt veel gezinnen aan die zich in het gebied vestigen.’ Het blijkt een deel van de oplossing: onderzoek wat lokaal de sterke punten zijn en hoe die verder kunnen worden ontwikkeld.

    Het dorp heeft de lokale goudmijn gevonden: de ouderenzorg

    Behalve het bergachtige karakter van de provincie is er volgens Rodríguez nog een probleem. De dorpjes liggen her en der verspreid. Een duidelijk voorbeeld is de plaats Loja (20.550 inwoners), waar achttien deelgemeentes onder vallen. Sommige deelgemeentes zijn met tweeduizend inwoners groter dan gemeentes met een eigen gemeentehuis.

    Rodríguez is ervan overtuigd dat met de juiste maatregelen de dorpen niet zullen leegstromen. Hij heeft al concrete maatregelen genomen om dit probleem op te lossen. Bijvoorbeeld door meer subsidies en meer budget vrij te maken voor de bouw en voor diensten in de dorpen en gemeentes die met uitsterven worden bedreigd, met name waar de bevolking her en der verspreid woont. ‘Door te blijven inzetten op deze maatregelen en de effectiviteit ervan te evalueren weten we over vijf à tien jaar of we op de goede weg zitten,’ aldus Rodríguez.

    ‘Orce is de grootste gemeente van de provincie en kan bogen op een paleontologisch erfgoed en op natuurlijk erfgoed, dat ons echter niets oplevert,’ zegt burgemeester Martínez. Maar het dorp heeft de lokale goudmijn gevonden: de ouderenzorg. ‘Meer dan twintig mensen werken als verzorger voor ouderen, een overheidsdienst waar de zorgwet in voorziet. Ik ben me ervan bewust dat het geld afkomstig is uit publieke middelen, maar het is werk en werk creëert welvaart en dat maakt dat de mensen hier willen blijven wonen. Daar zetten we op in.’

  • Moet je bedelaars altijd iets geven?

    Moet je bedelaars altijd iets geven?

    Bedelaars wekken medelijden op. Maar geef je ook iets als hij opdringerig is, tot een georganiseerde bende behoort of het geld zou kunnen uitgeven aan drank? Twee redacteuren van Süddeutsche Zeitung gaan met elkaar in debat.

    Ja: ‘Oordeel niet’

    De tijd dat medeleven goedkoop was, is duidelijk voorbij. Duitsers hebben ofwel minder geld dan gewoonlijk of zijn bang dat het ooit zover zal komen; in elk geval maken ze zich steeds meer zorgen over hun financiële toekomst. Mensen die zomaar iets krijgen, maar zonder er hard voor gewerkt te hebben of zich nederig tonen, worden steeds meer met argwaan bekeken, met afgunst zou je soms bijna zeggen. Toch zouden maar weinig mensen van plaats willen ruilen met de mensen die ze hun aalmoezen niet gunnen.

    Het uitkeringssysteem Hartz IV heet nu burgerinkomen en wordt dat op 1 januari met 12 procent verhoogd? Dan zullen ze vast op hun luie reet gaan liggen en mogelijk nog makkelijker rondkomen dan jij! Komen mensen uit verre landen onder levensbedreigende omstandigheden naar ons toe omdat ze hopen op veiligheid en een beter leven hier? Laten we er dan voor zorgen dat ze niet onze banen en tandartsafspraken afpakken en uiteindelijk toch geen Duits spreken en zich niet aanpassen aan de dominante cultuur – op onze kosten! Vluchtelingen uit Oekraïne krijgen een gratis woning? Wat brutaal, je betaalt zelf 15 euro per vierkante meter, kale huur!

    Voor de staat is deze houding tot op zekere hoogte toelaatbaar, zelfs noodzakelijk. De staat heeft maar een beperkte hoeveelheid geld te besteden, dus moet de overheid beslissen wie hoeveel krijgt en onder welke voorwaarden. Met andere woorden, de staat bepaalt de voorwaarden. Het is de taak van de staat om deze voorwaarden op een universeel geldige manier te formuleren, idealiter op zo’n manier dat het resultaat door de meerderheid van de bevolking als eerlijk wordt ervaren. Dit kan niet de taak zijn van het individu, wat een voorrecht is: hij kan ervoor kiezen om onvoorwaardelijk te geven. En dat brengt ons bij het bedelen.

    Experts waarschuwen dat iedereen die hier geld geeft maffiastructuren steunt en versterkt

    Als je iemand op straat ziet zitten met een kartonnen bordje en een metalen bekertje, heb je drie opties. Eén: niets geven. Twee: in ieder geval iets geven. Drie: iets onder bepaalde voorwaarden geven. Deze voorwaarden houden meestal in dat de bedelaar niet opdringerig is. Dat hij niet de indruk wekt dat hij op het punt staat het gekregen geld bij de dichtstbijzijnde slijterij te verbrassen. Dat hij geen oneerlijke trucjes uithaalt of onder valse voorwendselen bedelt. Dat hij niet bij een bedelbende hoort en dus achteraf een groot deel van het geld moet afstaan.

    Het is vooral de verdenking dat hij deel uitmaakt van een bende die mensen ervan weerhoudt om in hun buidel te tasten. Experts waarschuwen dat iedereen die hier geld geeft maffiastructuren steunt en versterkt. Maar hoe kun je snel herkennen of de bedelares met het kind bij zo’n bende hoort? En zelfs als dat zo is: maakt het kleine bedrag dat ze mag houden misschien het verschil voor haar aan het eind van de dag? En hoe zit het met degenen die bedelaars opzettelijk alleen eten geven zodat ze met het geld geen drank kunnen kopen – nemen zij hier niet opnieuw de rol van rechter op zich door dit signaal af te geven: ik kijk weliswaar niet de andere kant op, maar ik beslis wat goed voor jou is? Een moreel dilemma natuurlijk, maar die vraag kun je jezelf stellen.

    De bottomline blijft hetzelfde: het meest genereuze (en overigens ook het meest bevredigende) geschenk is niet aan voorwaarden gebonden, het is gericht aan een persoon die het niet verdient. In dit opzicht is het onrechtvaardig. In de Bijbel staat de gelijkenis van de verloren zoon (Lukas 15:11-32): de jongste zoon eist bij zijn vader zijn erfenis op, verkwist die en keert als een arm man terug naar huis – waar zijn vader hem om de hals valt en een vetgemest kalf slacht om het te vieren. De oudste zoon, die al die jaren hard heeft gewerkt, vindt dit oneerlijk, maar de vader laat niet van de wijs brengen brengen.

    Het Centraal Comité van Duitse Katholieken heeft een lezenswaardige uitleg daarover gepubliceerd: goddelijke rechtvaardigheid, hoog gewaardeerd in het Oude Testament, staat in de gelijkenis van de verloren zoon tegenover liefde, die uiteindelijk sterker blijkt te zijn. En het is een feit: ‘Het primaat en de verhevenheid van de liefde boven de gerechtigheid komt juist tot uitdrukking in mededogen.’ Dat is een radicaal goede uitspraak, en niet alleen met Kerstmis.

    Tanja Rest


    Nee: ‘Een kwestie van afwegen’

    Individuen kunnen niet iedereen helpen, dus maken ze keuzes, en dat is prima. Omdat mensen mensen zijn en geen gevoelloze leeghoofden, raken ze ontroerd als iemand op de grond gehurkt zit bij de tochtige ingang van een metrostation, voor een kerk, bedelend om hulp. Met Kerstmis, dat gevoel krijg ik althns, zijn er meer mensen op straat aan het bedelen dan normaal; velen hebben een kartonnen bordje voor zich neergezet waarop staat ‘Ik ben in nood’, ‘Ik heb honger’, naast een beker of een hoed voor de munten die ze hopen te ontvangen.

    Misschien valt deze overduidelijke armoede ook meer op doordat het moeilijker te verdragen is dat de warme adventssfeer en koude misère tegelijkertijd aanwezig zijn. Ik heb het warm en heb iets te eten en ben misschien al bezig met het vervullen van kerstwensen – terwijl anderen bevriezen en verhongeren en zeer basale wensen hebben.

    In een ideale wereld zou iedereen in nood geholpen moeten worden. Dat is naastenliefde, een belangrijke, misschien wel de belangrijkste lijm die de maatschappij bij elkaar houdt. Het lot van anderen zou je nooit onverschillig mogen laten, mede omdat het kan gebeuren dat je zelf ook een keer afhankelijk bent van anderen. Het individu kan echter niet iedereen helpen, maar inderdaad: alleen individuen. Dus kiezen en beslissen ze of en, zo ja, aan wie ze één of twee euro geven en aan wie niet. En dat is prima.

    Kiezen betekent immers niet dat men voorwaarden stelt. Dat is vaak het verwijt als mensen zeggen dat ze nadenken voor ze een muntje in iemands beker doen: aha, dus nu worden zelfs bedelaars en paupers in de neoliberale meritocratie geacht netjes te presteren en hun hongerloontje te verdienen, door er aangenaam uit te zien, niet te drinken in het openbaar, misschien zelfs door er een kleine prestatie tegenover te zetten. Wat een laatdunkende houding!

    Het aanpakken van fundamentele problemen is in de eerste plaats de taak van de staat

    Maar dit is een beschuldiging die nergens toe leidt. Want de criteria om een keuze te maken kunnen totaal verschillend zijn en vooral onafhankelijk van de individuele bedelaar: ik geef iets aan elke vierde persoon die ik passeer. Ik doe het alleen op een bepaalde dag van de week. Ik koop een van de vele daklozenkranten die nu in de steden verkrijgbaar zijn, met een goede fooi voor degenen die ze aanbieden en uren in de kou wachten. Ik neem intuïtieve beslissingen, die soms onaangenaam kunnen zijn – bijvoorbeeld als je doorloopt omdat je bent lastiggevallen voor de supermarkt.

    Je denkt dus heel eenvoudig na over aan wie je iets geeft. Dit gedrag wordt nooit echt ter discussie gesteld in gesprekken wanneer je geld overmaakt naar liefdadigheidsinstellingen, zelfs niet voor Kerstmis. Wat, even terzijde, waarschijnlijk sowieso de betere oplossing is: als je regelmatig grote bedragen doneert aan organisaties zoals de Kältebus, beslissen anderen die het beter weten dan jij waar het geld het beste aan besteed kan worden.

    En het kan ook betekenen: ik geef niet aan iemand van wie ik het gevoel heb dat hij deel uitmaakt van een georganiseerde bende. Want dan is de kans groot dat het geld niet terechtkomt bij de mensen die ik wil steunen. Met mijn donatie versterk ik een maffia-achtig systeem dat weerloze mensen uitbuit. Ja, deze houding benadeelt deze mensen die het waarschijnlijk hard nodig hebben. Om het bot te zeggen: we weigeren hen te helpen. Op dit punt wil ik echter opmerken dat het aanpakken van fundamentele problemen zoals dakloosheid, armoede (en bendecriminaliteit) in de eerste plaats de taak van de staat is – niet van het individu.

    Je zou hieruit een fatale conclusie kunnen trekken, namelijk dat je gewoon nooit iets van je geld moet weggeven. Wat heeft het voor zin als ik er bijna niets mee voor elkaar krijg? Niets verander aan de fundamentele structuren? Maar dat is geen optie. Want deze beslissing zou niet alleen een teken van hardvochtigheid à la Ebenezer Scrooge zijn, het zou ook betekenen dat je bewust de andere kant opkijkt: je kijkt bewust weg van de plek waar je moet kijken. En niet alleen in de weken voor Kerstmis.

    Maureen Linnartz

  • Tienduizenden deelnemers aan pro-Palestina-betogingen in Europa

    Tienduizenden deelnemers aan pro-Palestina-betogingen in Europa

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Veroordelingen in Iran voor journalisten die zaak-Amini versloegen

    » Schrijver Salman Rushdie ontvangt prestigieuze Duitse vredesprijs

    Onder meer in Londen, Parijs en Rome werd gedemonstreerd

    In meerdere Europese steden zijn dit weekend massale demonstraties gehouden om aandacht te vragen voor de situatie in de Gazastrook. Onder meer in Londen, Parijs, Berlijn, Rome en Brussel werd door tienduizenden mensen geprotesteerd. Vrijwel al deze protestmarsen verliepen gemoedelijk en zonder incidenten.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De politie in Londen sprak volgens de BBC van ongeveer 100.000 mensen, die deelnamen aan een protestmars waarbij ze ‘Free Palestine’ scandeerden, spandoeken vasthielden en met Palestijnse vlaggen zwaaiden. De betoging eindigde op Downing Street, waar de officiële residentie van de Britse premier Rishi Sunak is gevestigd.

    Ondanks een demonstratieverbod van de Berlijnse politie trokken zaterdag enkele honderden pro-Palestijnse demonstranten ongehinderd door de straten van de Duitse hoofdstad. Tegelijkertijd verzamelden duizenden mensen in Berlijn zich bij een demonstratie om verzet tegen antisemitisme en steun voor Israël te tonen. In Parijs werd de eerste legale pro-Palestina-mars gehouden, nadat eerdere betogingen waren verboden door de autoriteiten.

    Lees ook:

  • Waarom onze angst om opgelicht te worden schadelijk is

    Waarom onze angst om opgelicht te worden schadelijk is

    De angst om bedrogen te worden kan zo groot worden dat hij tot wantrouwen leidt en onze besluitvorming beïnvloedt. Dit kan zelfs bijdragen aan de versterking van discriminatie en racisme, beweert hoogleraar in de rechten Tess Wilkinson-Ryan.

    In 2007 bedachten drie experimenteel psychologen, enigszins ironisch, het begrip sugrophobia, ‘sugrofobie’, wat je zou kunnen omschrijven als de ‘angst om de sukkel te zijn’. Onderzoekers Kathleen Vohs, Roy Baumeister en Jason Chin zochten een term voor de bekende en specifieke angst die mensen ervaren als ze het idee hebben de sukkel te zijn – de angst dat iemand ze belazert, mede door hun eigen toedoen. Het idee dat psychologen sukkels aan academisch onderzoek zouden onderwerpen lijkt in eerste instantie bijna belachelijk. Maar als je er eenmaal naar op zoek gaat, wordt duidelijk dat sugrofobie niet alleen echt bestaat, maar zelfs een ware epidemie is. De invloed ervan reikt van individuele keuzes die we maken tot maatschappijbrede opvattingen die wantrouwen en discriminatie zaaien.

    Alleen al het aantal synoniemen voor sukkel duidt op een culturele obsessie: kluns, dwaas, onnozele, oen, loser enzovoort. Publieke debatten over allerlei sociale beleidsmaatregelen en technologische ontwikkelingen worden gekenmerkt door de sluimerende angst over de vraag wie de volgende is die opgelicht zal worden. Gaat ChatGPT studenten helpen om nietsvermoedende leraren op te lichten? Is werken op afstand sinds de pandemie populair omdat werknemers er dan gemakkelijker de kantjes vanaf kunnen lopen? Zorgt het kwijtschelden van studieschulden ervoor dat ‘luie barista’s’ hardwerkende belastingbetalers uitbuiten, zoals een Amerikaanse politicus opperde?

    De angst om bedrogen te worden kan zo veel afkeer oproepen dat hij het rationele denken overstijgt

    Sugrofobie is meer dan alleen de angst om belazerd te worden. De hoeveelheid ponzischema’s of Enron-achtige scenario’s om in verwikkeld te raken is beperkt, en de meeste mensen zullen nooit in een fraudezaak belanden waarin er veel op het spel staat. Toch komt het gevoel een sukkel te zijn – en de angst voor dat gevoel – veel voor. Als je lunch meer kost dan je had verwacht, als je collega zich voor de derde keer deze maand ziek meldt, als je die aandringende automobilist op de vluchtstrook voor laat gaan: in zulke tamelijk onbeduidende situaties hebben veel mensen een gevoel van zelfverwijt: ‘Wacht even, ben ik nu de sukkel?’ De angst om bedrogen te worden kan zo veel afkeer oproepen dat hij het rationele denken overstijgt en iets onbewusters en intensers wordt: een echte fobie.

    Oplichterij

    Het is logisch om op je hoede te zijn voor oplichterij: je moet geen spammails beantwoorden, hoe graag je ook een prins zou willen helpen om miljoenen uit een trustfonds te halen. Maar buitensporige scepsis brengt ook kosten met zich mee, zowel voor jezelf als voor de maatschappij. Diverse voorbeelden uit de psychologie en de gedragseconomie kunnen ons helpen die kosten te begrijpen. Op persoonlijk niveau kan de angst om bedrogen te worden iemand aanmoedigen om risico’s te mijden en zodoende samenwerkingen uit de weg te gaan die essentieel kunnen zijn om iets nieuws te ondernemen. Op systeemniveau is de prijs van wantrouwen nog hoger: de angst om opgelicht te worden kan een excuus worden om solidariteit af te wijzen en mensen verdacht te maken. Als hier op grote schaal sprake van is, draagt dit bij aan de instandhouding van groepsstereotypen – over wie te vertrouwen is en wie in de gaten moet worden gehouden – en de versterking van traditionele klasse-, ras- en genderhiërarchieën op een manier die we eigenlijk niet willen.

    Horizon7
    Een vrachtwagen op Pennsylvania Avenue in Washington D.C. noemt president Donald Trump een loser.– © Getty Images

    Er zijn tal van voorbeelden die laten zien dat de afkeer van het idee bedrogen te worden onze besluitvorming beïnvloedt, ook als we er niets nuttigs mee bereiken. Veel bewijs voor deze afkeer wordt geleverd door experimentele economische studies die proberen menselijke transacties tot de essentie terug te brengen. Dat helpt onderzoekers om andere verklaringen voor wat ze observeren uit te sluiten. De studies betreffen doorgaans experimentele spellen met echte prikkels – deelnemers kunnen afhankelijk van de uitkomst daadwerkelijk geld verdienen of verliezen, maar de spelers ontmoeten elkaar niet, noch kennen ze elkaars identiteit. Aan de transacties zijn geen daadwerkelijke sociale gevolgen verbonden. Dit stelt onderzoekers in staat de volgende vraag te stellen: als niemand erachter komt wat er tijdens een interactie is gebeurd, en als er geen precedent wordt geschapen of voorbeeld wordt gesteld, reageren mensen dan nog steeds overmatig op het risico om opgelicht te worden?

    Het vertrouwensspel

    Dat brengt ons bij de Trust Game, het vertrouwensspel. Dit is een eenvoudig experiment waarbij spelers aan elkaar gekoppeld worden om een korte reeks transacties uit te voeren. Eén speler wordt aangewezen als investeerder. Deze begint het spel met bijvoorbeeld 10 dollar en moet een keuze maken: hoeveel maakt hij eventueel over aan de andere speler (de ‘beheerder’)? Het bedrag dat hij overmaakt wordt automatisch vermenigvuldigd. Zodra de beheerder weet hoeveel hij heeft ontvangen, verricht hij de laatste actie: hij beslist hoeveel geld hij eventueel teruggeeft aan de investeerder. 

    Het is duidelijk waarom dit een vertrouwensspel wordt genoemd: beide spelers zijn beter af als ze goed samenwerken en gul geld overmaken – wat ze vaak ook doen. Maar de eerste stap van de belegger is riskant: die kan al of bijna al het geld weggeven en er vervolgens weinig of niets voor terugkrijgen. Het risico dat je je een sukkel zult voelen is duidelijk aanwezig.

    In het vertrouwensspel en in de echte wereld schrikt het vooruitzicht een sukkel te worden mensen af

    In de loop der jaren is er weleens betoogd dat terughoudende beleggers niet zozeer angst voelen om de sukkel te zijn, maar gewoon rationeel risicomijdend zijn. De psychologen Daniel Effron en Dale Miller probeerden dat na te gaan door een slimme draai aan het spel te geven. In hun versie konden beleggers ofwel 10 dollar overmaken, of niets. Als de investeerder ervoor koos om geld over te maken, werd het vermenigvuldigd en kon de beheerder ofwel 15 dollar (de helft van het uiteindelijke bedrag, een eerlijk rendement) of 8 dollar (een mager rendement) teruggeven. (Het onderzoek betrof valuta gebaseerd op punten, maar voor het gemak gebruik ik hier dollarbedragen.) Sommige investeerders werd verteld dat het bedrag dat de tegenpartij terug zou geven willekeurig zou worden bepaald, op basis van een door de computer gegenereerd getal. Andere beleggers kregen te horen dat de tegenpartij zelf die beslissing zou nemen. In beide gevallen werd tegen de investeerders gezegd dat de kans op een oneerlijk rendement 30 procent was. Sommigen liepen risico op verlies omdat de beslissing van de computer voor hen slecht uitpakte; anderen hadden een even grote kans om te verliezen vanwege een onbetrouwbare tegenpartij. De vraag was: hoeveel van hen zouden ervoor kiezen om hun 10 dollar over te maken?

    Horizon6
    Charles Ponzi neemt zijn hoed af als hij de gevangenis verlaat in Charleston, South Carolina. – © Getty Images

    De spelers hadden elkaar nooit ontmoet, dus er stonden geen reputaties op het spel. Het risico vóélde in beide gevallen alleen anders, omdat samenwerken met een egoïstische persoon jou tot de sukkel zou maken. Toen de onderzoekers de deelnemers vroegen naar hun risicoberekening, was het element van zelfverwijt een overweging die opviel. De deelnemers voorzagen dat ze zichzelf zouden beschuldigen van misplaatst vertrouwen.

    In het vertrouwensspel en in de echte wereld schrikt het vooruitzicht een sukkel te worden mensen af. Het is een waarschuwing om niet te delen, niet samen te werken, niet mee te doen. In risicovolle financiële scenario’s is duidelijk wat er op het spel staat; iedereen houdt daar rekening mee, wat de situatie ook mag zijn. De angst om de sukkel te zijn is een automatisme. Maar soms kan het ‘sukkelframe’ een retorische keuze zijn, een wapen dat gebaseerd is op sugrofobie.

    Slang

    Toen Donald Trump zich kandidaat stelde voor het presidentschap in 2016, herhaalde hij voortdurend een fabeltje dat uit een oud liedje afkomstig is. Het is het verhaal van een vrouw die een bibberende en hongerige slang op haar pad vindt. ‘Help me, goede vrouw,’ smeekt de slang, net zolang tot ze toegeeft – waarop de slang haar prompt een dodelijke beet toedient. Als ze klaagt over haar onverdiende lot, snauwt de slang: ‘Je wist donders goed dat ik een slang was voordat je me in huis nam.’ 

    De fabel is afkomstig van een lied over burgerrechten uit de jaren zestig (The Snake van Oscar Brown Jr.), maar werd door Trump gebruikt met een heel ander doel: om Amerikanen erop te wijzen dat ze te laks waren op het gebied van immigratie. De fabel was bedoeld om steun aan vluchtelingen op grond van mensenrechten af te wijzen en suggereerde dat Amerikanen die dachten dat het een morele verplichting was om op humanitaire gronden asiel te verlenen, werden bedrogen: je dacht een heilige te zijn, maar je bent eigenlijk gewoon een sukkel. Het doel was om een wig te drijven tussen Amerikanen en hun medelevende instincten, en om de onderbuikgevoelens op te wekken die horen bij het risico om bedrogen te worden.

    Verhalen over sukkels zijn een kernonderdeel van de sociale constructie van ‘de anderen’

    De neiging die mensen over het algemeen hebben om waakzamer te zijn tegen uitbuiting door buitenstaanders en ambitieuze mensen dan tegen uitbuiting door hen die daadwerkelijk de macht hebben om kwaad te doen, laat zich deels verklaren door de angst voor sociale degradatie. Werknemers die werkgevers zouden bedriegen, of studenten die leraren zouden foppen: vooral dergelijke angsten springen eruit, omdat ze de basisstructuur van de macht ondermijnen.

    In feite zijn verhalen over sukkels een kernonderdeel van de sociale constructie van ‘de anderen’. Psycholoog Jim Sidanius stelt dat elke menselijke samenleving groepscategorieën creëert en zichzelf daarin onderbrengt. In hun boek Social Dominance uit 1999 schrijven Sidanius en zijn collega Felicia Pratto dat ‘groepsvooroordelen, stereotypen en ideologieën van groepssuperioriteit en -inferioriteit deze op groepen gebaseerde sociale hiërarchie helpen produceren en er ook een weerspiegeling van zijn’. Eenvoudiger gezegd: het doel van discriminatie is macht.

    Straattaal

    Om te zien hoe de retoriek van oplichting bijdraagt aan vervreemding tussen groepen, hoef je alleen maar te kijken naar straattaal voor ‘bedrogen worden’. Een verbluffend aantal synoniemen heeft zijn wortels in racisme, antisemitisme, xenofobie of misogynie. Het beledigende Engelse werkwoord to gyp is een verwijzing naar een wijdverbreid stereotype over Roma. (Het scheldwoord verwijst naar ‘Egyptisch’, en is niet alleen onvriendelijk maar ook onjuist: Roma kwamen uit Noord-India). Als iemand bij een deal wordt beschuldigd van welching, is dat een toespeling op verhalen over onbetrouwbare Welshe gokkers op de renbaan. En vanzelfsprekend bestaat er een lange lijst met woorden voor vrouwen die doen alsof het om liefde gaat terwijl ze eigenlijk op geld uit zijn: die beginnen bij ‘golddigger’ en worden gaandeweg erger.

    Horizon5
    Een zakkenroller aan het werk in 1940. – © Getty Images

    Sidanius en Pratto noemen de verhalen die verteld worden over wie wat verdient de ‘legitimerende mythes’ van sociale overheersing: ze bieden morele en intellectuele rechtvaardiging voor sociale ongelijkheid. Het zijn verhalen als: ‘Deze mensen willen je vrienden niet zijn; ze willen alleen maar je spullen afpakken.’ Of: ‘Ze hebben helemaal geen hulp nodig, maar proberen gewoon je baan in te pikken.’

    Stereotypen

    Onderzoek naar stereotypen, vooral over vrouwen en mensen van kleur, suggereert dat een belangrijke ‘legitimerende mythe’ van sommige sociale hiërarchieën erop neerkomt dat er minder sprake is van discriminatie dan historisch gemarginaliseerde groepen graag beweren. Oftewel: ‘Ze worden niet gediscrimineerd, maar willen gewoon “speciale gunsten”.’

    Psychologen houden zich al langer bezig met het meten van vooroordelen. Vanaf de jaren zeventig ontwikkelden onderzoeksteams schalen om raciale vooroordelen mee te meten, door specifiek te kijken naar tegenstand tegen zwarte sociale macht en economische voorspoed. De onderdelen op de hieruit voortkomende Modern Racism Scale moesten ‘verborgen’ racisme zo goed mogelijk in kaart brengen – niet alleen botte vijandigheid, maar ook iets wat dichter bij rancune ligt. De opvattingen die hedendaags racisme in de VS kenmerken zijn op deze manier treffend – en hard – samengevat:

    ‘Van discriminatie is niet langer sprake aangezien zwarte mensen buitensporige eisen blijven stellen voor veranderingen in de status quo – eisen die oneerlijk zijn, omdat zwarte mensen al alle rechten hebben die ze nodig hebben. Daarom is de aandacht die zwarte mensen krijgen van de overheid en andere instellingen onverdiend: dit creëert een ‘voorkeursbeleid’.’ Twee aanvullende stellingen zijn: de bovengenoemde overtuigingen zijn empirische feiten; mensen die deze overtuigingen onderschrijven, zijn dus niet racistisch.’

    Het onderzoek suggereert, met andere woorden, dat een belangrijke uiting van racisme de overtuiging is dat wanneer zwarte mensen protesteren tegen discriminatie, ze eigenlijk samenzweren om macht te verwerven die ze niet verdienen. Zo bezien worden mensen die klachten over discriminatie serieus nemen dus voor de gek gehouden.

    Solidariteit en samenwerking is het juiste antwoord op ongelijkheid

    Vergelijkbare verhalen duiken op in psychologische studies over vrouwenhaat. Onderzoekers hebben ontdekt dat de neiging tot discriminatie op basis van geslacht samenhangt met seksistische opvattingen als: ‘Vrouwen overdrijven problemen die ze op hun werk hebben.’ En: ‘Veel vrouwen zijn eigenlijk op zoek naar speciale gunsten, zoals een sollicitatiebeleid dat hen bevoordeelt ten opzichte van mannen, onder het mom van een pleidooi voor “gelijkheid”.’

    Deze afkeer van een speciale behandeling is een vorm van vooringenomenheid die berust op een automatische reactie: als je oplichting waarneemt, verwerp je de oplichters. Als leden van een gemarginaliseerde sociale groep worden gezien als mensen die oprecht om gelijkheid vragen, dan doen ze een diep morele oproep die je moeilijk kunt verwerpen. Moreel en intuïtief gezien is solidariteit en samenwerking dan het juiste antwoord op ongelijkheid. Maar als deze mensen in plaats daarvan worden gezien als mensen die om ‘speciale gunsten’ vragen, ontstaat er een moreel voorbehoud om ze te geven wat ze willen. En als men denkt dat ze om een speciale behandeling vragen maar doen alsof ze alleen maar gelijkheid willen, dan lijkt dat op oplichterij en is het een reden om ze meteen af te wijzen.

    De sukkel is een kneedbaar concept. Het menselijke sociale leven is ingewikkeld en mensen zijn geneigd het geschiktste of aantrekkelijkste verhaal te geloven over wie de sukkel is en wat oplichterij is. Door de angst om de sukkel te zijn te bestuderen – of zelfs maar te benoemen – kunnen we de strijd aangaan met dit concept, dat zijn verderfelijkste werk doet wanneer niemand oplet. 

    Lees ook: