Onderwerpen: Maatschappij

  • Suriname nog steeds in shock na bestorming van parlement

    Suriname nog steeds in shock na bestorming van parlement

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: China overweegt wapenleveringen aan Rusland

    » Brazilië: 36 doden in deelstaat São Paulo door zware regenval

    Een organisator van het protest is gearresteerd

    Enkele dagen nadat een woedende menigte het nationale parlement in de Surinaamse hoofdstad Paramaribo bestormde, zijn autoriteiten in het land bezig verantwoordelijken aan te houden en herhaling te voorkomen. De politie heeft bij monde van justitieminister Kenneth Amoksi toegegeven niet voorbereid te zijn geweest op de onlusten, meldt Starnieuws. Voor de komende dagen is het centrum van Paramaribo grotendeels afgesloten, net als het aangelegen district Wanica.

    Vanwege de protesten en de daaropvolgende rellen zijn 128 mensen opgepakt. Twintig mensen raakten gewond, onder meer door traangaskogels die werden afgevuurd door de oproerpolitie. Naast wegblokkades in Paramaribo zijn overheidsgebouwen extra beveiligd. Ook heeft het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken het reisadvies voor Suriname aangepast. Reizigers wordt nu aangeraden voorlopig niet naar drukbezochte plekken te gaan.

    Stephano Biervliet, die het protest vrijdag organiseerde, is dit weekend aangehouden. Zelf zegt Biervliet geen banden te hebben met de relschoppers die plunderingen aanrichtten en het parlement bestormden. Volgens de protestleider waren de relschoppers goed georganiseerd en ging het om een vooropgezette actie, een observatie die gedeeld wordt door de Surinaamse politie.

    Lees ook:

  • Van ‘Kiss me’ tot ‘Crazy 4 U’: wat snoephartjes ons vertellen over de liefde

    Van ‘Kiss me’ tot ‘Crazy 4 U’: wat snoephartjes ons vertellen over de liefde

    De lieve boodschappen die we elkaar rond Valentijnsdag via snoephartjes overbrengen, spreken boekdelen over hoe we in het leven en in de liefde staan. In meer dan honderd jaar tijd zijn de teksten veelvuldig aangepast om te voldoen aan behoeften van de moderne minnaar.

    Het snoephartje is een soort culturele barometer geworden, dat al meer dan een eeuw lang romantische boodschappen overbrengt in de taal van het moment. Deze krijtachtige kleine snoepjes vereisen jaarlijkse aandacht. Maanden voor Valentijnsdag gaan snoepfabrikanten aan de slag om nieuwe teksten te verzinnen en gedateerde spreuken te schrappen. (‘On Fleek’ [Tiptop] kan bijvoorbeeld echt niet meer.)

    De ongeveer twaalf nieuwe spreuken moeten zowel actueel als correct zijn, zowel charmant als geestig. En ze mogen niet de klassieke liefdesuitingen als ‘Kiss Me’ [Kus me]) overschaduwen die in 1902 voor het eerst werden gebruikt door een bedrijf uit Boston had uitgevonden. Zo veranderde ‘Call me’ respectievelijk in ‘Fax Me’, ‘Page Me’, ‘Email Me’ en ‘Text Me’. Nu Michelle Williams, voormalig zangeres van Destiny’s Child, haar comeback heeft gemaakt met een liedje over candy corn, wordt het misschien tijd dat we de staat van de liefde in de Verenigde Staten gaan duiden aan de hand van snoephartjes.

    Verbinding

    De Spangler Candy Company, een van de twee dominante snoephartjesfabrikanten, heeft voor de collectie snoephartjes van 2023 een dierenthema gekozen. Spreuken als ‘Big Dog’ [I blaf you], ‘Love Birds’ [Tortelduifjes] en ‘Purr Fect’ [Ik miauw van jou] zijn een knipoog naar alle mensen die tijdens de pandemie een huisdier hebben aangeschaft.

    Het bedrijf verzon vorig jaar, toen het land nog van corona aan het herstellen was, zestien oppeppende slogans zoals ‘Youda Best’ [Je bent de beste], ‘Fear Less’ [Niet getreurd] en ‘Good Job’ [Goed gedaan]. Het doel was volgens het bedrijf om mensen een steuntje in de rug te geven.

    Fans van meer vurige slogans waren daar misschien niet blij mee. Toch denkt Helen Fisher, onderzoeker aan het Kinsey Instituut en auteur van zes boeken over liefde, seks en de hersenen, dat de minder amoureuze boodschappen een cultureel keerpunt aangeven. ‘Deze snoephartjes zijn het zoveelste voorbeeld van de enorme maatschappelijke verandering die sinds de pandemie heeft plaatsgevonden,’ zegt ze. ‘De nieuwe stijl past binnen het thema van verbinding. Een groot deel van de wereld wil zich settelen, en daarbij zijn mensen niet alleen op zoek naar romantische liefde, maar ook naar diepe, langdurige verbinding.’

    Valentijnssnoepjes zorgen slechts voor zo’n 3 procent van de jaarlijkse snoepverkoop, en velen zullen ze misschien eerder met verliefde schoolkinderen associëren. Maar ongeveer 23 procent van Amerikaanse huishoudens koopt voor Valentijnsdag snoepgoed dat geen chocola is – en daar horen ook snoephartjes bij. Volgens IRI, een wereldwijd marktonderzoeksbureau, zijn de grootste afnemers in deze categorie huishoudens met kinderen waarvan de ouders millennials zijn of tot generatie X behoren.

    Het team dat de teksten voor de snoephartjes van volgend jaar bedenkt heeft al een nieuw thema gekozen dat op die doelgroep is toegespitst. Maar voordat we kijken wat de boodschap zal worden, heeft het zin om ons te verdiepen in hoe die zich in het verleden heeft ontwikkeld.

    ‘Even kort door de bocht: dit is rotzooi’, schreef een snoepblogger

    Het snoephartje werd geboren tijdens de zuigtablettenrage in de VS, halverwege de negentiende eeuw. Apothekers verkochten destijds snoepjes met een medicinale werking om keelpijn te verzachten en hoest te onderdrukken. (Sommige van die snoepjes bevatten toen nog ingrediënten als morfine en heroïne.)

    Het was tijdrovend om zuigtabletten met de hand te maken. De apotheker Oliver Chase uit Boston vond in 1847 een machine uit die medicinale tabletten uit suikerpasta stanste. Aangezien zijn werk- en woonplaats destijds het centrum van de Amerikaanse snoepfabricage was, stichtte hij een snoepbedrijf dat later de New England Confectionery Company, of Necco, zou gaan heten.

    Bijna twintig jaar later begon de broer van Chase met een viltkussen en rode plantaardige kleurstof woorden op snoepjes te stempelen. Het bedrijf sneed deeg in verschillende vormpjes, zoals vliegers en honkballen, noemde ze motto lozenges (tekstsnoepjes) en bedrukte ze met lange spreuken, zoals: ‘Hoe lang moet ik nog wachten? Toon alsjeblieft wat begrip’, ‘Moeder weet dat ik de deur uit ben’ en ‘Wie in het roze trouwt, grijpt later naar de fles’.

    Het iconische hartje werd voor het eerst in 1902 gemaakt. Sindsdien is het basisrecept – ongeveer 90 procent suiker, met een beetje maïssiroop en glycerine – niet veel veranderd. Smaken uit die tijd zoals kruidnagel en sassafras hebben plaatsgemaakt voor een reeks onduidelijke fruitige smaken en een die wintergreen heet.

    In 2010 veranderde Necco het recept: de textuur werd zachter en er kwamen meer uitgesproken fruitsmaken bij. Blauwe framboos verving wintergreen. Maar de vernieuwde snoephartjes werden met de grond gelijk gemaakt – zoals ook met New Coke gebeurde [een drankje dat de Coca-Cola Company in 1985 op de markt probeerde te zetten]. ‘Even kort door de bocht: dit is rotzooi’, schreef een snoepblogger. Het bedrijf paste het recept weer aan, zodat de snoepjes weer meer op het origineel leken.

    Moo Point

    Necco had gedurende tientallen jaren het monopolie op snoephartjes. Maar dat veranderde toen Brach’s in de jaren vijftig zijn intrede deed. Dat bedrijf experimenteerde met nieuwe smaken, zoals tropisch fruit, en verkocht korte tijd plastic bootjes gevuld met hartjes, die ‘Friend Ships’ heetten. Brach’s bracht in 2021 een reeks op de markt die ‘Wisecracks! End the Conversation Hearts’ [Wijsneusjes! Einde-gesprekhartjes] heette en spreuken als ‘Nope’ [Nee bedankt] en ‘4 Never’ [Nooit van mijn leven] bevatte. Dit jaar zijn de snoephartjes van Brach’s bedrukt met iconische zinnen uit de sitcom Friends, zoals ‘Moo Point’.

    Medewerkers van Brach’s wijzen erop dat hun snoepjes worden bedrukt met een laser, wat tot een schoner ogend eindresultaat leidt dan traditionele stempels, die soms misvormde harten en vage letters produceren. (Een werknemer bij het productieteam van Necco vertelde in 2013 aan The Atlantic dat het bedrijf gestopt was met teksten die begonnen met de letter P, omdat die er soms uit kwam te zien als een F.)

    Liefhebbers van snoepgoed zijn in twee kampen op te delen. ‘Brach’s heeft dan misschien niet het bedrukken van snoephartjes met schunnige boodschappen uitgevonden, maar ze hebben tenminste wel het fatsoen gehad om de klant textuur en smaak te bieden’, schrijft Mike Pomranz. Pomranz, culinair journalist, beweert dat de snoephartjes van Necco niets meer zijn dan gewijzigde Necco Wafers en dat de snoephartjes van Brach’s vanwege hun zachtere textuur superieur zijn.

    De hartjes van Brach’s verkochten tegen 2019 beter dan het origineel. Katie Duffy, vicepresident en algemeen manager seizoensgebonden snoep van de Ferrara Candy Company, dat Brach’s bezit, zegt dat het bedrijf nu goed is voor 60 procent van de snoephartjesmarkt. Snoephartjes zijn volgens haar het meest verkochte snoep rond Valentijnsdag.

    Maar zelfs klanten die loyaal zijn aan Brach’s kunnen niet om de geschiedenis van meer dan een eeuw aan Necco-spreuken heen. Die teksten werden na verloop van tijd beperkt tot negen letters, zodat ze op een klein hartje passen. En als er in de spreuk een W gebruikt wordt, zijn het er nog minder.

    ‘The One I Love’ en ‘I’ll See You Home’ waren aan het begin van de twintigste eeuw populair, maar zijn lang geleden uit de mode geraakt. Ook ‘Go Fly a Kite’ [Maak dat je wegkomt], ‘Excuse My Dust’ [Sorry dat ik besta], ‘23 Skidoo’ [Toedeloe] en ‘O! You Kid’ [Je brengt mijn hoofd op hol] worden niet meer gebruikt. ‘We wisten dat al die oubollige uitdrukkingen voor de moderne mens geen betekenis meer hadden,’ vertelde Margaret M. Kedian, pr-directeur van Necco, in 1950 aan The Daily Boston Globe.

    Rond die tijd had het bedrijf moeite nieuwe teksten te verzinnen, dus vroeg het zijn verkopers om goed op straattaal te gaan letten. Zo hadden ‘Going My Way’ [Ik doe lekker wat ik wil], ‘What Gives’ [Hoe is het?] en ‘My Aching Back’ gedurende korte tijd een sterrenstatus.

    ‘Hep Cat’ [Hippe gast] en ‘Hubba Hubba’ [Ooh lala] vonden tegen de jaren tachtig geen aansluiting meer bij het publiek. Om redenen die voor zich spreken, werd de productie van ‘You’re Gay’ gestopt.

    En zo ging het maar door, met zo’n vijf miljard hartjes per jaar, totdat Necco in 2018 faillissement aanvroeg

    Snoepfabrikant Walter Marshall was tientallen jaren in zijn eentje verantwoordelijk voor tachtig tot honderdvijfentwintig Necco-spreuken per jaar. Bij het selectieproces vroeg hij anderen om suggesties, putte hij inspiratie uit zijn dagelijks leven en vertrouwde hij meer op zijn intuïtie dan op marktonderzoek. Hij vond ‘You Go Girl’ [Zet hem op meid] leuk, dat zijn kleindochter in de talkshow van Rosie O’Donnell had gehoord. Hij ging akkoord met ‘Awesome’ [Fantastisch], maar wees ‘Phat’ [Vet] af.

    Necco besloot een paar jaar nadat Marshall in 2000 met pensioen was gegaan om thema’s te kiezen die niet meer alleen over liefde gingen, maar over van alles en nog wat. Het thema was in 2003 onderwijs, met ‘Let’s Read’ [Laten we lezen] en ‘Wise Up’ [Tijd om te leren]. Sportteams uit New England hadden in 2005 een topjaar, wat leidde tot de spreuken ‘Be a Sport’ [Grote speler] en ‘Cheer Me On’ [Juich me toe]. Zelfs het weer kwam in 2008 aan bod, met ‘Heat Wave’ [Hittegolf] en ‘In a Fog’ [Hoofd in de wolken].

    En zo ging het maar door, met zo’n vijf miljard hartjes per jaar, totdat Necco in 2018 faillissement aanvroeg. Het verkocht zijn verschillende merken, waaronder de Sweethearts, Necco Wafers en Canada Mints, voor bijna negentien miljoen dollar aan het familiebedrijf Spangler Candy Company, een bedrijf uit Ohio dat ook Dum-Dums fabriceert en Circus Peanuts, een soort marshmallows.

    Brugklassers in het hele land kregen in 2019 een klap te verwerken: er waren geen Sweethearts te verkrijgen. Spangler was begonnen de hartjes in Mexico te produceren, maar kreeg de apparatuur niet op tijd klaar. Maar het jaar daarop waren ze er weer, en de nieuwe eigenaren presenteerden hun eerste reeks teksten. Ze kozen voor klassiekers: ‘QT Pie’ [Lekker ding], ‘Sweet Talk’ [Zoete woordjes] en ‘UR Mine’ [Je bent de mijne]. Toen kwam in 2021 het jaar van de peptalk, gevolgd door de ‘Paw Some’ [Beregezellige] spreuken voor huisdieren dit jaar.

    Nieuw thema

    Dat brengt ons bij de plannen voor 2024. Spangler heeft Tombras, een reclamebureau, ingehuurd om TikTok– en Instagramaccounts voor Sweethearts op te zetten en te helpen bij het schrijven van nieuwe teksten.

    Het bedrijf wil nog niets over concrete spreuken kwijt, maar er is een nieuw thema. Ondanks Spanglers nieuwe digitale opmars zal 2024 helemaal in het teken staan van IRL [de echte wereld], aldus Reise Kitts, die voor Tombras het account beheert. ‘Iedereen kan online likes uitdelen alsof het snoepjes zijn,’ zegt hij. ‘Waarom zouden we geen echte snoepjes uitdelen om te laten zien dat we iemand leuk vinden?’

    Maar niet iedereen gelooft daarin. ‘Ik heb nog nooit gehoord van een stel dat bij elkaar kwam door de woorden ‘Crazy 4 U’,’ aldus culinair journalist Pomranz. ‘Ik denk dat je beter kunt beginnen met een substantiëlere lekkernij zoals een echte 3 Musketeers [een chocoladereep]. Dat is pas liefde.’

    Lees ook:

  • De laatste ronde: hoe onze liefde voor alcohol verdween

    De laatste ronde: hoe onze liefde voor alcohol verdween

    Steeds meer jongeren kiezen ervoor om niet te drinken. Maar hoe ziet onze maatschappij eruit zonder alcohol? En kan een alcoholvervanger ons echt een roes zonder risico’s bieden?

    Keuze uit het archief

    Het jaar 2024 is bijna ten einde. Voor sommigen betekent dit dat de tijd van de goede voornemens weer is aangebroken. Een van die voornemens is om het jaar met een alcoholvrije maand te beginnen, de zogeheten Dry January. Dit artikel van The Guardian van twee jaar geleden laat zien hoe door de jaren heen steeds meer mensen er bewust voor zijn gaan kiezen om de drank te laten staan.

    Proost en mazzeltov! Halverwege januari merkten we dat ons lichaam het door alle feestelijke frivoliteiten zwaar te verduren had. Maar op de een of andere manier hebben we de ondraaglijke opeenstapeling van katers weer overleefd. We hebben de glasbakken gevuld en de flessen bubbels uit het zicht en uit het hoofd gezet. En voornemens in de trant van ‘een nieuw jaar, een nieuwe ik’ kunnen we inmiddels weer achter ons laten. Iemand zin in een biertje?

    Of heb je daar dit jaar toch net wat minder trek in? Je zou zeker niet de enige zijn die in 2023 overweegt om voorgoed te stoppen: welkom in het tijdperk van de sober-curious, de nieuwsgierigen naar nuchterheid. Blijkbaar bestaat er een steeds grotere beweging van mensen die willen uitvinden hoe een leven zonder alcohol eruitziet. Onder jonge Britten spreken de cijfers voor zichzelf. Het percentage 16- tot 24-jarigen in Engeland dat aangaf maandelijks te drinken daalde tussen 2002 en 2019 van 67 procent naar 41 procent. En hoewel de statistieken niet aantonen dat oudere volwassenen de drank voorgoed laten staan, is er toch iets aan het verschuiven. Volgens de organisatoren van Dry January probeerde een op de zes Britse volwassen alcoholdrinkers dit jaar mee te doen. Ooit waren alcoholvrije biertjes een marginaal verschijnsel, tegenwoordig liggen ze in de schappen van de supermarkten door het hele land. Een 0,0-bestelling gaat niet langer vergezeld van vragen over zwangerschap of verbaasde blikken.

    Tot voor kort ging ik ervan uit dat millennials los stonden van deze nieuwe generatie geheelonthouders en dat dit het domein was van Generatie Z. Maar onlangs merkte ik een verandering op. Nu zie ik een constante stroom van berichten in de tijdlijnen van mijn sociale media waarin vrienden – van eind twintig of begin dertig – aankondigen dat ze zomaar uit zichzelf voor een nuchter leven hebben gekozen.

    De meesten van hen stoppen niet vanwege een zogenaamd drankprobleem: ze besluiten gewoon dat ze beter af zijn zonder. Ook in de datingscene wordt dit zichtbaar. Volgens de app Bumble is een derde van haar Britse gebruikers nu meer geneigd om op een dry date te gaan dan voor de pandemie. En bijna twee derde gelooft dat nuchter daten leidt tot een duurzamere relatie.

    Exponentieel

    Ik kan niet beweren dat ik tot een generatie van onwelwillende drinkers behoor. In mijn tienerjaren werd drank vereerd als het toppunt van de zo felbegeerde volwassenheid. Mijn leeftijdgenoten waren tijdens de vroege pubertijd geen bijzonder zware drinkers, maar dat was een kwestie van vraag en aanbod. Toen ik vijftien was, pikte ik een paar biertjes uit het keukenkastje. Al snel werden de flessen sterke drank van mijn vader langzaam maar zeker verdund. De avond na mijn eindexamen gingen we met een groep kamperen. Tijdens het opzetten van de tenten tikte ik een tweeliterfles Strongbow-cider achterover en ik viel meteen in slaap.

    Op de universiteit nam het drinken exponentieel toe. We waren beter op de hoogte van de nieuwste aanbiedingen bij de slijter dan van onze lesstof, twee flessen ‘witte Italiaanse’ voor vijf pond vormden het ideale begin van de avond – van wat voor avond dan ook. Nu ik de dertig nader, ben ik gematigder geworden. Tequila Tuesdays? Mogen ze rusten in vrede. Desondanks vormt het nuttigen van alcohol zonder twijfel nog altijd een hoeksteen van mijn sociale leven, ondanks mijn Sober October-poging in 2017. Veel leuke ervaringen uit mijn jeugd – en, eerlijk gezegd, ook uit mijn volwassen leven – waren op z’n minst enigszins drankovergoten. Maar dat geldt blijkbaar niet voor iedereen.

    In Japan schreef de regering een wedstrijd uit om drinken onder jongeren te stimuleren

    De uitdrukking sober-curiosity [nuchtere nieuwsgierigheid] werd populair in 2018, maar de verandering in drinkgewoonten gaat verder terug. Amy Pennay, senior onderzoeker aan La Trobe University’s Centre for Alcohol Policy in Melbourne, volgt wereldwijd de alcoholconsumptie. ‘In rijke landen zien we zeker dat jongeren minder gaan drinken,’ aldus Pennay. En dat is al gaande sinds de millenniumwisseling. ‘De VS waren koploper in 1999,’ zegt Pennay. ‘In IJsland, Zweden en de andere Scandinavische landen begon de daling in 2001. Daarop volgden de overige West-Europese landen, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. Vervolgens, rond 2005, ook het overige grootste deel van Europa.’ Alcohol is een belangrijke bron van belastinginkomsten; in Japan schreef de regering zelfs een wedstrijd uit om drinken onder jongeren te stimuleren.

    ‘Wanneer het alcoholverbruik in een land verandert, zie je dat normaal geproken terug in alle delen van de bevolking,’ zegt Penney. ‘Maar nu blijven ouderen drinken, terwijl de gewoonte bij jongeren afneemt.’ Deze generatie, zegt ze, is dus de drijvende kracht achter een verschuiving die niet kan worden verklaard door traditionele factoren zoals veranderde vergunningen, recessie of oorlog. Vooralsnog is het onduidelijk of jongeren ook later beginnen met drinken. Maar als de huidige trend doorzet, zou alcohol op een dag wel eens achterhaald kunnen zijn.

    Alternatief

    Om vier uur ’s middags op een winterse donderdag is het druk aan de bar van de studentenvereniging Liverpool University Guild. Een groepje studenten staart naar hun laptop; ernaast nippen twee ouder uitziende gasten, verwikkeld in een verhitte discussie, aan een cappuccino. Het is nog vroeg, maar voor een studentencafé wordt er verrassend weinig gedronken; ik tel slechts een handvol dat een middagbiertje drinkt. Het past wel dat ik hier zit met het hoofd van de Sober Society van Liverpool – een naam die tot voor kort nogal onconventioneel was. De Sober Society, opgericht in het vorige academiejaar, is een nieuwe naam op de lijst van studentenorganisaties hier, maar zeker niet de enige club in zijn soort die de afgelopen jaren opdook. UCL, Queen Mary’s, York en Leeds zijn slechts enkele van de vele instellingen die voor ‘nuchter-nieuwsgierige’ groepen alcoholvrije evenementen organiseren.

    Joey Duckworth, nu drieëneenhalf jaar geheelonthouder, is sinds september vorig jaar voorzitter. Een logische stap voor de zeventwintigjarige student astrofysica. Op zijn negentiende ging hij voor de eerste keer naar de universiteit, maar hij had moeite om bij te blijven en stopte. In de daaropvolgende jaren, zegt hij, werd drank een probleem. Tegen de tijd dat hij zich opnieuw inschreef, was dat definitief verleden tijd. ‘Er bestaat nog steeds een zware drinkcultuur op de universiteit,’ zegt hij, ‘en Liverpool staat bekend om zijn nachtleven.’ Op de meest recente beurs voor eerstejaars bemande Duckworth de Sober Society-kraam en keek hij eens rond bij andere uitgestalde aanbiedingen. ‘Allemaal boden ze vooral alcoholgerelateerde evenementen aan: kroegentochten, ontmoetingen in pubs, drinksessies… Wij willen een alternatief bieden voor wie niet of minder wil drinken.’

    We gaan naar een zaaltje in een aangrenzend gebouw. Daar zijn dertig studenten bijeengekomen voor een sober social, een alcoholvrij samenzijn, voorzien van een stapel bordspellen. Vorig jaar ging het tijdens deze bijeenkomsten vooral over de relatie van de aanwezigen met alcohol. Nu is de belangrijkste functie om vriendschappen te laten opbloeien zonder drank. Eerstejaarsstudent Hannah drinkt af en toe, maar vindt de mate waarin op de campus gedronken wordt buitenproportioneel; Isabella, 18, houdt niet van de smaak noch van het idee dat ze geen controle meer heeft. ‘Het is alsof er nu minder druk bestaat om te drinken,’ zegt Angelina, 19. ‘Er zijn ook zoveel redenen om het niet te doen, zoals lichamelijke en geestelijke gezondheid. En het is duur en door de katers kun je je moeilijk op je werk concentreren.’

    Tien jaar geleden leek de mentaliteit op de campussen: ‘Drink je er maar doorheen’. De huidige lichting daarentegen schaamt zich niet om nee te zeggen. Generatie Z, nog meer digital native dan de millennials, is beter geïnformeerd over de gevaren van alcohol. In mijn tienerjaren leek het volkomen normaal om foto’s van dronkenschap te uploaden naar het pas opgerichte Facebook; tegenwoordig begrijpen jongeren de gevaren van deze onlinebeelden. Simpel gezegd, ze zijn zelfbewuster. De universiteit wordt steeds meer gezien als een weg naar de arbeidsmarkt, niet als een tussendoortje. Drinken leidt af bij de zware strijd om een baan.

    De gin-o’clock-cultuur en prosecco-drinkende ouders hebben alcohol misschien wel oncool gemaakt

    Het is ook mogelijk dat drank uit de mode is geraakt. De gin-o’clock-cultuur en prosecco-drinkende ouders hebben alcohol misschien wel oncool gemaakt. Er zijn tekenen dat jongeren steeds vaker illegale drugs gebruiken. En er is ook nog de kostencrisis: alcohol is een luxe die velen zich niet kunnen veroorloven. In plaats van zichzelf wezenloos te drinken, voelen jongeren de druk om productief te zijn, hetzij op het werk, hetzij door te proberen de wereldwijde klimaatramp op te lossen.

    Weinig mensen kunnen dit fenomeen beter uitleggen dan Millie Gooch, oprichtster van de Sober Girl Society, een grote onlinegemeenschap van niet-drinkende jonge vrouwen, die ook regelmatig live-evenementen organiseert. Gooch, nu 31, was vroeger een grote drinker. ‘Toen ik 26 was,’ vertelt ze, ‘was mijn leven een cyclus van uitgaan, dronken worden, een kater en dan weer van voren af aan. Op een ochtend werd ik wakker en realiseerde ik me: dit kan zo niet doorgaan.’

    Een vloedgolf van nieuwe boeken en onlinebronnen bood haar al direct houvast. ‘Google maar eens sober-curiosity– er is zoveel te vinden,’ zegt Gooch. ‘Podcasts, influencers, online-artikelen – de generatie van onze ouders beschikte niet over al deze bronnen.’ Technologie is ook een factor. ‘Je wilt niet dronken viraal gaan op TikTok – dat is iets wat zomaar kan gebeuren. Onze ouders hoefden als ze wakker werden niet te denken: “Shit, heb ik nou gisteravond mijn ex vijftien keer gebeld?” Als ik wakker werd met een kater zag ik vrienden op Instagram die stoelen aan het opknappen waren of iets anders nuttigs deden. Ik voelde me schuldig dat ik het weekend dan wel dronken, dan wel in bed had doorgebracht.’

    Gooch predikt geen evangelie van geheelonthouding of onthouding. Haar organisatie is geen alternatief voor Anonieme Alcoholisten. ‘Ik wil gewoon dat mensen zien dat er een andere relatie met alcohol mogelijk is,’ zegt ze. ‘Toen ik nog dronk had ik een leuke avond zolang ik de hoeveelheid onder controle hield. De problemen ontstonden pas als ik te ver ging.’

    Voetstuk

    Dus waarom zou je het risico nemen? Als we alleen naar de medische gegevens kijken, is alcohol zeker een plaag voor de wereldbevolking. Een studie in The Lancet uit 2018 meent dat er ‘geen veilig niveau van alcoholconsumptie’ bestaat, en raadt regeringen aan om totale onthouding te adviseren. Een recenter artikel, gepubliceerd in hetzelfde medische tijdschrift, stelde dat mensen onder de veertig jaar alcohol moeten vermijden omdat het nuttigen ervan aanzienlijke gezondheidsrisico’s en geen voordelen met zich meebrengt. Zoals hoofdauteur Emmanuela Gakidou het formuleert: ‘Onze boodschap is simpel: jongeren moeten niet drinken.’

    Maar ondanks alle nadelen van recreatief drinken, kan het ook gewoon leuk zijn. Eeuwenlang speelde alcohol een grote rol in onze meest gedenkwaardige avonturen; drank hielp ons om los te komen. Het vooruitzicht van een generatie geheelonthouders – die zich nooit zal overgeven aan de geneugten van de roes vanwege de onophoudelijke druk van het eenentwintigste-eeuwse leven – stemt enigszins somber, bijna triest. Is dat mijn eerste flirt met de ‘in mijn tijd was alles beter’-fase van het ouder worden? Of zou het kunnen dat ondanks de rationele redenen voor onthouding, er ook echt iets verloren gaat?

    Alcohol is in de westerse cultuur lange tijd op een voetstuk geplaatst. Maar volgens sommigen zwaait de slinger nu te ver de andere kant op.

    In Drunk, zijn boek uit 2021, worstelt Edward Slingerland met deze vraag. Als hoogleraar filosofie aan de Universiteit van British Columbia gelooft hij dat de huidige consensus over alcoholgebruik niet helemaal juist is. ‘We hebben te vaak een beperkte kijk op de rol die alcohol heeft gespeeld in de vorming van de samenleving,’ stelt Slingerland in een gesprek via Zoom. De focus op berichten over de volksgezondheid gaat volgens hem voorbij aan andere, minder tastbare voordelen van drank in ons leven. ‘Natuurlijk,’ maakt Slingerland duidelijk, ‘is het totale netto fysiologische effect van alcohol negatief. Puur vanuit gezondheidsperspectief bekeken kun je er maar beter vanaf blijven. Maar als je een bredere wetenschappelijke, antropologische en historische blik op alcohol werpt, gaat het niet alleen om de medische kant.’ Kijk maar naar het menselijk brein, betoogt Slingerland; dat kan een goede reden zijn om jezelf nog eens een glas in te schenken.

    ‘De prefrontale cortex (PFC),’ legt Slingerland uit, ‘speelt een centrale rol bij het uitvoeren van cognitieve controle. Hij stelt je in staat om gefocust te blijven en taken af te ronden.’ Of het nu gaat om planning, besluitvorming of het matigen van gedrag, de PFC is er een integraal onderdeel van. ‘Maar het mes snijdt aan twee kanten,’ aldus Slingerland, ‘want de PFC is ook beperkend: sommige inzichten vereisen creativiteit en het vermogen buiten de kaders te denken.’

    En dat, gaat Slingerland veder, is waar alcohol om de hoek komt kijken. Simpel gezegd kan alcohol de PFC kalmeren en onze geest verruimen. ‘Alcohol is als een culturele technologie, die we hebben ontwikkeld om ons even terug te voeren naar de hersenen van een vijfjarige,’ meent Slingerland. ‘We worden er flexibeler en creatiever van. Na een paar uur is het effect uitgewerkt en kunnen we de resultaten noteren.’ Door de geschiedenis heen werd alcohol overal ter wereld geassocieerd met creatievelingen: kunstenaars, dichters, grote denkers. ‘En dit is geen mythe,’ zegt hij. ‘Er zijn stevige bewijzen dat alcohol de creativiteit verhoogt. En dat is wat we als samenleving ook nodig hebben.’

    Ik voorspel een minder creatieve en meer geatomiseerde samenleving

    Daarnaast kan alcohol een belangrijke rol spelen bij het bevorderen van relaties. Door de PFC tijdelijk uit te schakelen, zijn we geneigd andere mensen meer te vertrouwen en opener te zijn. ‘Zoals handen schudden begon als een manier om te laten zien dat we geen wapens dragen,’ zegt Slingerland, ‘is het als we een biertje drinken – ofwel onze PFC uitschakelen – alsof we onze mentale wapens aan de kant zetten. Door de PFC te ontspannen, is het moeilijker om te liegen of onoprecht te zijn.’ En, voegt hij eraan toe, alcohol stimuleert de aanmaak van chemische stofjes zoals dopamine, serotonine en endorfine, waardoor we ons prettig voelen. ‘Die maken ons niet alleen minder geneigd om vals te spelen; doordat we ons positief ten opzichte van elkaar opstellen, ontstaat er bovendien een band die cruciaal is voor ons menszijn.’

    Hetzelfde resultaat kan worden bereikt met andere stoffen. Bedwelmende middelen zoals cannabis kunnen soortgelijke functies vervullen, hoewel de effecten minder uniform zijn. En de genoemde effecten kunnen ook ontstaan door bijvoorbeeld slaaponthouding of inspannende groepswandelingen. In religies en culturen die alcohol beperken, zegt Slingerland, worden vaak andere praktijken toegepast. Maar zonder dergelijke alternatieven, concludeert hij, zou er iets verloren gaan. ‘Het zou zorgwekkend zijn als deze effecten teniet worden gedaan. Ik voorspel dan een minder creatieve en meer geatomiseerde samenleving. Als het klopt dat jongeren in een sociale omgeving minder vaak in een roes verkeren, voorspel ik een afname van innovatie en ook van samenwerking.’

    Slingerland verwoordt wat een gelegenheidsdrinker als ik niet helemaal kan plaatsen. Waarom houden we toch vol, ondanks het feit dat we weten dat alcohol enorm verslavend is, tot allerlei ziekten leidt en in 2021 de oorzaak was van bijna tienduizend sterfgevallen in het Verenigd Koninkrijk? Alcohol is blijkbaar ook functioneel en voor velen de risico’s waard. Gelukkig lijkt er binnenkort een oplossing voor deze paradox te komen.

    Sentia

    Professor David Nutt is een van de belangrijkste Britse drugsexperts. De laatste jaren probeert hij een vervanger voor alcohol samen te stellen. Het gaat hem er niet om de smaak van wijn of bier na te bootsen – wat in feite dure frisdranken oplevert – maar om een effect dat ook hij ‘functioneel’ noemt. ‘Als alles volgens plan verloopt,’ legt hij uit, ‘hebben we binnenkort een ingrediënt dat aan elke drank kan worden toegevoegd om de sensatie van een paar eenheden alcohol te creëren. Zo worden duidelijke sociale voordelen gereproduceerd zonder risico’s.’

    Er is al één product op de markt: Sentia, een natuurlijke, plantaardige drank die zich richt op bepaalde zenuwreceptoren om de ervaring van die eerste paar glazen na te bootsen. ‘En we hebben ook een nieuwe molecuul uitgevonden,’ aldus Nutt. ‘Die heet Alcarelle, en wordt momenteel getest op voedselveiligheid. Alcohol is de ultieme sociale drug. Er is een goede reden om het te gebruiken. We willen een alternatief vinden dat de positieve effecten heeft, en tegelijkertijd een heleboel levens spaart.’

    De medische redenen om geen alcohol te drinken zijn evident. En net zoals we blij mogen zijn dat minder jongeren roken, mogen we het vanuit gezondheidsoogpunt ook waarderen dat het alcoholgebruik afneemt. Maar als je verder kijkt, zie je dat gezondheid niet de enige drijfveer is achter de beweging van nuchtere nieuwsgierigen. Of het nu de druk is van sociale media, het onderwijs, de economie of de arbeidsmarkt, misschien hebben jongeren moeite zich over te geven aan een middel dat je tijdelijk afleidt van alle spanningen van het moderne leven. En dat, denk ik, zou wel eens zorgelijk kunnen zijn.

    Alcohol – meestal met mate – heeft veel plezier in mijn leven gebracht. Dat waardeer ik en daar komt mijn liefde voor drinken vandaan. Vooralsnog lijkt het erop, zoals wel vaker, dat jongeren verstandigere keuzes maken dan degenen voor hen. Gelukkig biedt de wetenschap binnenkort mogelijk een oplossing waarmee de genoegens behouden blijven terwijl de potentiële schade enorm kan worden beperkt. Interessante stof dus voor in de kroeg vanavond, of tijdens een inspannende nachtelijke groepswandeling.

    Dit artikel werd geselecteerd en vertaald in samenwerking met 360 Magazine.

  • De ‘afgeraden’ maar luxueuze vakanties van de Russische elite

    De ‘afgeraden’ maar luxueuze vakanties van de Russische elite

    Na een reeks schandalen worden Russische ambtenaren en volksvertegenwoordigers ‘aangemoedigd’ om hun vakantie niet in het buitenland door te brengen. Maar dit lijkt alleen te gelden voor bestuurders van de tweede garnituur.

    ‘Mi amigos, como estas? Mando felicidad, mando salud en año nuevo!’ De man in zwembroek, bloemetjeshemd en strohoed spreekt krakkemikkig Spaans, maar wel met de perfecte ongedwongen air van een vakantieganger. Meer op zijn gemak gaat hij verder in het Russisch: ‘Hallo broeders, gelukkig nieuwjaar! Ik wens jullie veel geld toe, veel geluk, en ik neem een kleine cocktail…’ Hij voegt de daad bij het woord en giet twee flesjes bier bij een onbekende vloeistof in een grote pul. De camera toont daarna het aanlokkelijke Mexicaanse strand waarop dit tafereel zich afspeelt.

    De eerste week van januari, van oudejaarsavond tot het orthodoxe kerstfeest, is heilig in Rusland. Het hele land is in winterslaap, bedrijven en overheidsdiensten zijn dicht. Iedereen voelt zich even vrij om te doen wat hij wil: een week lang drinken, zich tegoed doen aan een [traditionele Russische] salade Olivier, oude Sovjetfilms kijken op televisie of wandelen over de ideale stranden van de Caraïben of Thailand…

    de1bb35 1673939293424 vassilev
    Maksim Vasiljev, een parlementslid uit de regio Koersk (Rusland) op een strand in Mexico, in een video op Telegram, 7 januari 2023.

    Maar de huidige periode in Rusland is helemaal zoals anders en onze Mexicaanse cocktailliefhebber is niet zomaar iemand. Het betreft Maksim Vasiljev, afgevaardigde in het parlement voor de regio Koersk. Zijn vrouw Svetlana, die hem filmt, is gemeenteraadslid in de dezelfde stad en ook lid van de regerende partij Verenigd Rusland.

    Dergelijke luchtigheid is in deze periode van de ‘speciale operatie’ in Oekraïne niet echt welkom. Reizen in bepaalde delen van de wereld is een logistieke krachttoer geworden. De overgrote meerderheid van de Russen worstelt al een decennium met dalende koopkracht en sommige Russen slapen voornamelijk in bevroren loopgraven aan het Oekraïense front. De regio Koersk wordt bijna dagelijks beschoten.

    ‘Wraak van Wagner’

    Deze video van Vasiljev, die op 7 januari verscheen op een lokaal Telegram-kanaal, veroorzaakte tandengeknars bij de bevolking, maar leidde vooral tot felle reacties van politiek leiders. De gouverneur van Koersk eiste sancties en zei dat hij ‘extreem pissig’ was. De secretaris-generaal van Verenigd Rusland, Andrej Toertsjak, eiste zonder meer dat Vasiljev zou aftreden.

    Het publieke debat in Rusland kan bijzonder heftig verlopen. Toertsjak bedreigde parlementslid Vasiljev geheel in stijl ‘met de wraak van Wagner’, een verwijzing naar de buitengerechtelijke executies die door het huurlingenbedrijf worden gefilmd en verspreid. Even kenmerkend was de verdediging van Vasiljev. De gekozen functionaris verontschuldigde zich, maar schreef de verspreiding van de video toe aan ‘een vertegenwoordiger van West-Oekraïne’.

    Voor de Russische regering is momenteel alles schadelijk wat het idee kan versterken dat de elite het beter heeft dan het volk

    Voor de Russische regering is momenteel alles schadelijk wat het idee kan versterken dat de elite het beter heeft dan het volk. Vergelijkbare schandalen deden zich in verschillende regio’s voor. Twee leden van de lokale overheid hadden het nieuwe jaar in Thailand en Sri Lanka doorgebracht. Als reactie hierop dreigde de gouverneur van Oeljanovsk zelfs ambtenaren te verbieden op vakantie in het buitenland te gaan.

    Op 17 januari meldde dagblad Kommersant dat ambtenaren en gekozen vertegenwoordigers in meerdere regio’s een informeel verbod (een ‘dringende aanbeveling’) hebben gekregen. Officieel mogen militairen, politie, medewerkers van verschillende veiligheidsdiensten en burgers met schulden voorlopig niet naar het buitenland reizen. Het verbod treft in totaal ongeveer 10 miljoen mensen.

    Het lijkt erop dat de vakantiegangers die in deze controverse verwikkeld zijn de fout hebben gemaakt iets te luidruchtig hun geluk te verkondigen – met zelfs foto’s als bewijs. En dat terwijl ze slechts tweederangs leden van het Russische staatsapparaat zijn. Andrej Toertsjak staat dicht bij Vladimir Poetin en heeft dan ook nooit hoeven verantwoorden dat zijn familie een villa aan de Côte d’Azur bezit die nergens in officiële documenten staat vermeld.

    Dubai, Bali of Californië

    Het onderzoeksteam van Alexei Navalny signaleerde onder meer dat het privévliegtuig van de president van Tatarstan, Rustam Minnikhanov, tijdens de vakantieperiode een week op de Malediven stond. Minnikhanov had eerder een tussenstop in Dubai gemaakt voor een officiële afspraak met de Wereldraad voor Vrede en Tolerantie. Het vliegtuig van de Tsjetsjeense president Ramzan Kadyrov maakte op 31 december en 8 januari twee retourvluchten naar Dubai om niet-geïdentificeerde passagiers af te zetten en op te halen.

    Het team van Navalny had vlak voordat de vakantie aanbrak al een diepgaand onderzoek gepubliceerd naar de fabelachtig luxe levensstijl van onderminister van Defensie Timoer Ivanov. Hij is onder meer belast met de wederopbouw van de Oekraïense stad Marioepol. En daarnaast groot liefhebber van vakanties in Saint-Tropez.

    De Russische onderzoeksjournalistieke website The Insider, die nu in ballingschap opereert, besteedde begin januari aandacht aan de vakanties van de kinderen van de elite, uitgaande op wat gepubliceerd is op sociale netwerken. Foto’s die door haar metgezel werden geplaatst, onthulden dat de dochter van de minister van Defensie, Sergej Sjojgoe, het nieuwe jaar doorbracht in een luxehotel in Dubai. Ksenia Sjojgoe staat dan ook bekend als een zeer rijke zakenvrouw… vooral dankzij de toekenning van tal van overheidsopdrachten.

    Tussen andere bekende namen valt in Marokko de aanwezigheid op van de zoon van Sergej Chemezov, baas van Rostech en verantwoordelijk voor het toezicht op de productie van wapenfabrieken. De dochter van Sergej Narisjkin, directeur van de buitenlandse inlichtingendienst, nam enkele dagen de tijd om uit te rusten op Bali en daarna in Turkije – het land dat lid is van de Atlantische Alliantie en dat door haar vader vol overgave wordt beschimpt. Ook de dochter van Alexander Zhukov, vicevoorzitter van de Doema, werd op Bali gespot.

    De zoon van de zeer anti-Amerikaanse senator Vladimir Dzjabarov bracht zijn vakantie door in Californië. En de zoon van Valentina Matvijenko, voorzitter van de Federatieraad, koos voor de Malediven, waar hij verbleef in een hotel met kamerprijzen van 3000 euro. Deze Sergej Matvijenko bemachtigde in het verleden enorme stukken land in Sint-Petersburg, het bolwerk van zijn schoonmoeder, en haalde contracten ter waarde van miljarden roebels binnen voor de renovatie van de riolering in vele Russische steden.

    Lees ook:

  • Chinese bevolking is in 2022 voor het eerst in 60 jaar gedaald

    Chinese bevolking is in 2022 voor het eerst in 60 jaar gedaald

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VK: leraren sluiten zich aan bij staking

    » Polen wijzigt wet om te voldoen aan Europese normen over onafhankelijke rechtspraak

    Verwachting is dat krimp decennia aanhoudt

    Voor het eerst in zestig jaar is in China, het land met de meeste inwoners, het bevolkingsaantal gedaald. In China werden vorig jaar in totaal 9,56 miljoen geboorten geregistreerd, tegenover 10,41 miljoen sterfgevallen, maakte het Nationaal Bureau voor de Statistiek (NBS) dinsdag in een rapport bekend. Deze daling zal volgens veel demografen enkele decennia aanhouden, schrijft South China Morning Post.

    Voor het jaar 2022 kan deze daling met name worden verklaard door de sterk gestegen kosten van levensonderhoud, door het hogere opleidingsniveau van vrouwen, waardoor zwangerschappen worden uitgesteld, en door het gebrek aan een kinderwens bij de jongere generaties. Deze ‘demografische crisis’ in combinatie met ‘een snel vergrijzende bevolking zal ongetwijfeld verstrekkende economische gevolgen hebben’, merkt het dagblad uit Hongkong op. Dit zal naar verwachting leiden tot ‘een krimpende beroepsbevolking, verminderde koopkracht en een onder druk staand pensioenstelsel’, aldus SCMP.

    In 2021 werden de beperkingen opgeheven op het krijgen van drie kinderen

    De laatste keer dat China een bevolkingskrimp meemaakte was in 1961. Sinds 2016 nam de bevolkingsgroei al af, hoewel Beijing tal van maatregelen heeft genomen om koppels meer kinderen te laten krijgen. Zo werd in 2021 de beperkingen opgeheven op het krijgen van drie kinderen, waardoor ouders recht kregen op kinderopvang en andere voordelen. Ook werden er op lokaal niveau subsidies uitgedeeld aan mensen die één tot drie kinderen hadden. Maar uit onderzoek blijkt dat die maatregelen weinig effect hebben gehad, bericht SCMP.

    Lees ook:

  • Wereldnieuws: Toenemende censuur in Indonesië & meer

    Wereldnieuws: Toenemende censuur in Indonesië & meer

    Toenemende censuur in Indonesië

    Eerder deze maand nam het parlement van Indonesië een wet aan die veel kritiek oogst omdat daarmee onder meer seks voor het huwelijk en samenwonen buiten het huwelijk strafbaar worden. Minder aandacht kreeg het feit dat diezelfde wet, die bekendstaat als KUHP, ook de greep van de regering op online-uitingen sterk vergroot, schrijft Rest of World. Dat betreft berichtgeving door traditionele media, maar ook uitingen van particulieren op sociale media. De wet beperkt een breed scala aan uitingen, uiteenlopend van het verspreiden van nepnieuws en marxistisch-leninistische ideologieën tot het beledigen van de president. Techbedrijven kunnen worden gedwongen om inhoud te verwijderen die de Indonesische regering onwelgevallig is.

    AMSI, de Indonesische vereniging voor onlinemedia, deelt zijn bezorgdheid, evenals online-uitgevers, gebruikers van sociale media en activisten

    Hoofdstuk 241 van de KUHP is bijvoorbeeld gericht tegen critici van de regering en betreft ‘verspreiding van vernederingen van de regering of staatsinstellingen’. Hoofdstuk 218 richt zich op degenen die ‘de eer en waardigheid’ van de president of vicepresident aantasten, behalve als dat gebeurt in ‘het algemeen belang of uit zelfverdediging’. Gebruikte termen als ‘vernedering’, ‘kritiek’ en ‘nepnieuws’ zijn uiterst vaag en rekbaar, is de klacht van onder meer Damar Juniarto, van het Southeast Asia Freedom of Expression Network (SAFEnet). Dat stelt de regering in staat dergelijke termen naar believen te interpreteren. De zinsnede ‘elke vorm van informatietechnologie’ betekent dat de wet kan worden toegepast op alle vormen van kritiek op sociale media. ‘Iedereen kan gecriminaliseerd worden,’ aldus Juniarto. AMSI, de Indonesische vereniging voor onlinemedia, deelt zijn bezorgdheid, evenals online-uitgevers, gebruikers van sociale media en activisten. 

    De nieuwe wet volgt op de eerdere zogenoemde PSE-verordening die digitale platforms verplicht zich in Indonesië te registreren, waarna de platforms zijn gehouden om alle inhoud te verwijderen die de regering ‘onwettig’ acht – een brede term die van toepassing kan zijn op van alles, variërend van pornografie tot grappen over de president. 

    hobi industri 7tXqXcVcLDM unsplash
    © Unsplash

    Tunesische vakbond waarschuwt president

    De UGTT, de machtigste vakbond van Tunesië, heeft de Tunesische president Kais Saied gewaarschuwd dat een tweede ronde van de omstreden parlementsverkiezingen moet worden uitgesteld om chaos te voorkomen, aldus Al Jazeera. Volgens de UGTT zal het nieuwe parlement geen legitimiteit hebben, gezien de absurd lage opkomst bij de eerste verkiezingsronde eerder deze maand, toen uit protest slechts 11,2 procent van de kiesgerechtigden stemde. ‘Ik verwachtte dat de president de boodschap van die lage opkomst zou hebben begrepen… maar hij gaat door met zijn plannen,’ aldus UGTT-voorman Noureddine Taboubi. Zijn vakbond met meer dan een miljoen leden wist eerder door stakingen de economie stil te leggen en speelde een belangrijke rol in de revolutie van 2011.

    In Tunesië is het onrustig sinds Saied vorig jaar het door de oppositie gedomineerde parlement ontbond en de grondwet zodanig wijzigde dat die ondergeschikt werd aan het presidentschap. De oppositie beschuldigt hem ervan een ‘staatsgreep’ te hebben gepleegd.

    Kais Said 2
    Kais Saied – © Houcemmzoughi / Wikimedia

    Vliegen met een geladen pistool

    De Transportation Security Administration (TSA), die zorg draagt voor de binnenlandse veiligheid in het luchtverkeer in de Verenigde Staten, liet deze maand weten dat de maximumstraf voor overtredingen met vuurwapens zal worden verhoogd, nadat medewerkers in 2022 een recordaantal vuurwapens onderschepten bij veiligheidscontroles op luchthavens. TSA-agenten namen meer dan 6301 vuurwapens in beslag, en daarvan was meer dan 88 procent geladen, schrijft BuzzFeed News. Dat aantal overtreft het vorige record van 5072 uit 2021, en volgens TSA zullen er in de laatste weken van dit jaar nog eens zo’n 300 wapens in handbagage worden gevonden. Dat betekent dat TSA dit jaar dagelijks bijna 16 geladen vuurwapens aantrof. Als reactie daarop zal de TSA de maximumboete voor overtredingen met vuurwapens verhogen tot 14.950 dollar, ruim 14.000 euro.

    patrick campanale oCsQLKENz34 unsplash
    O’Hare International Airport Chicago, VS – © Unsplash

    Opgedragen aan sekswerkers 

    Jaarkalenders hebben vaak een thema. Dat zette Playbabe-oprichters Aurélia Majean en Lucy Owen Jones aan het denken: waarom niet de 2023-editie opdragen aan sekswerkers? Playbabe is een non-profitproject dat verschillende feministische verenigingen steunt en kalenders gebruikt om geld in te zamelen.

    Vorig jaar zamelden zij geld in voor En Avant Toutes, dat zich inzet voor gendergelijkheid en het einde van geweld tegen vrouwen en mensen uit de lgbtqia+-gemeenschap. De Playbabe-kalender van 2023 doneert 100 procent van de verkoopwinst aan Hydra Berlin, dat opkomt voor de rechten van sekswerkers. Tot nu toe is er 1200 euro ingezameld, aldus Itsnicethat.


    Griekenland presteerde het best in 2022

    The Economist stelde een lijst samen van landen die het best en landen die het slechtst presteerden in 2022, dat als een slecht jaar de boeken in gaat. Door sterke inflatie gingen de meeste inkomens in rijke landen erop achteruit en aandelenmarkten kelderden wereldwijd met 20 procent. Verrassend genoeg heeft vooral het Middellandse Zeegebied reden voor een economisch feestje. Bovenaan de lijst staat Griekenland, en ook Portugal en Spanje scoren hoog. Ondanks de politieke chaos deed Israël het goed.

    In Zwitserland bleef de inflatie laag en stegen de consumentenprijzen met slechts 3 procent. Landen met niet-Russische energiebronnen, zoals Spanje, dat een groot deel van zijn gas uit Algerije betrekt, scoorden bovengemiddeld. Duitsland had een slecht jaar ondanks de politieke stabiliteit, en Estland en Letland – die werden geprezen om hun hervormingen – staan nu onderaan. Nederland eindigt op de 19e plek van de 34 geanalyseerde landen.


    Bedrijven bemoeien zich met uiterlijk Schotse binnensteden

    Meer dan drie van de vier grootste winkelcentra in Schotland zijn geregistreerd in belastingparadijzen, zo blijkt uit onderzoek door de Schotse onderzoeksjournalistieke site The Ferret. Het onderzoek maakt deel uit van de serie Who Owns Urban Scotland?, waarin de site oproept tot meer transparantie over de belangen van eigenaren en hun betrokkenheid bij Schotse steden. Gekeken werd naar 23 grote winkelcentra in Glasgow, Edinburgh, Dundee, Aberdeen, Inverness, Perth, Stirling en Dunfermline. Daarvan hebben 18 winkelcentra eigendomsstructuren die gebruik maken van in belasting-paradijzen geregistreerde bedrijven.

    Veel winkelcentra worstelen met de klappen die de retailmarkt vooral sinds de pandemie kreeg te verwerken

    Veel winkelcentra worstelen met de klappen die de retailmarkt vooral sinds de pandemie kreeg te verwerken. Tussen 2016 en 2021 ging 83 procent van de winkels failliet, waaronder grote warenhuizen als BHS en Debenhams – ‘ankerpunten’ waar winkelcentra traditioneel van afhankelijk waren. Hun verdwijnen bemoeilijkt het bestrijden van de huidige leegstand. Sommige buurten zullen worden omgevormd tot ‘stadswijken’ met nieuwe straten, kantoren, woningen en openbare ruimte. Critici betogen dat de ‘onzichtbare’ eigenaren van dergelijke winkelcentra een ‘onhoudbare invloed’ hebben op de ontwikkeling van Schotse stedelijke centra en pleiten voor wetgeving die een einde maakt aan het gebruik van belastingparadijzen. Registratie in een belastingparadijs is niet illegaal, maar organisaties als het Tax Justice Network, menen dat overheden hierdoor inkomsten mislopen en dat het kleinere, binnenlandse bedrijven ondermijnt.

    Billy Wilson Jenners Department Store Edinburgh Scotland
    Billy Wilson Jenners Department Store Edinburgh Scotland

  • Canada verbiedt buitenlanders twee jaar lang huizen te kopen

    Canada verbiedt buitenlanders twee jaar lang huizen te kopen

    » Verkiezing nieuwe voorzitter Huis van Afgevaardigden loopt vertraging op

    » Kroatië twintigste land dat euro invoert

    De regering wil de dure huizenprijzen tegengaan

    In Canada is het de komende twee jaar verboden voor buitenlanders om een huis te kopen. De regering van Justin Trudeau heeft het verbod afgekondigd om de exorbitante huizenprijzen enigszins aan banden te leggen en meer grip te krijgen op de huizenmarkt. De woningmarkt in Canada geldt aan een van de duurste ter wereld, schrijft het Canadese CTV News.

    Zo kost een huis gemiddeld tussen de 470.000 dollar en 570.000 dollar, elf keer zoveel als een gemiddeld huishouden in een jaar verdient. Alleen internationale studenten die al langer in het land zijn, mensen met een tijdelijke werkvergunning en vluchtelingen worden uitgezonderd van het verbod.

    De huizenprijzen in Canada stijgen al jaren: zo lagen de huizenprijzen anno 2022 bijna 50 procent hoger dan in 2013. De salarissen en inkomens van Canadezen stegen in die periode veel minder hard, waardoor steeds meer gezinnen moeten huren en de Canadese huizenmarkt daardoor een populaire investering is voor buitenlandse kopers. Met name de steden Toronto en Vancouver zijn voor middenklassengezinnen haast onbetaalbaar.

    Lees ook:

  • De helft van de wereldbevolking heeft een clitoris. Waarom wordt die dan zo weinig bestudeerd?

    De helft van de wereldbevolking heeft een clitoris. Waarom wordt die dan zo weinig bestudeerd?

    De clitoris wordt ‘door vrijwel iedereen genegeerd’, aldus medische deskundigen. Die nalatigheid kan funest zijn voor de seksuele gezondheid van vrouwen.

    Gillian zat niet te wachten op een perforator in de buurt van haar geslachtsdelen. Dus toen een gynaecoloog in 2018 voorstelde om voor een kankercontrole een biopt van haar vulva te nemen, aarzelde ze. De arts had het vermoeden dat het witachtige huidvlekje dat Gillian naast haar clitoris had gevonden lichen sclerosus was, een huidaandoening die meestal goedaardig is. Gillian, die als verpleegster werkt, vond het wat extreem klinken om uit haar gevoeligste lichaamsdeel een stukje weg te laten halen.

    Uiteindelijk stemde ze toch toe, want hij was een dokter en zij slechts een verpleger. Ze ging ervan uit dat hij op het gebied van de clitoris een autoriteit was. ‘Ik had nooit in de gynaecologie gewerkt,’ zegt Gillian, die vanwege haar privacy alleen haar voornaam noemt. ‘Ik was behoorlijk onwetend.’

    Vóór de biopsie kreeg ze een ruggenprik om het gebied te verdoven. Haar benen werden in beugels geplaatst. Om het bloeden te stelpen, legde de dokter zijn ene hand over de andere heen en drukte vervolgens hard tegen haar vulva aan. (Dat zijn de uitwendige delen van de vrouwelijke genitaliën, waartoe de binnenste en buitenste schaamlippen, de opening naar de vagina en de clitoris behoren.) Zelfs door de verdoving heen kon ze de druk tegen haar schaambeen voelen. Ze gilde het uit.

    Een maand later, toen Gillian met haar vriend in bed lag, realiseerde ze zich dat ze geen orgasme meer kon krijgen. Ze werd nog wel opgewonden, maar de momenten waarop ze voorheen een hoogtepunt had bereikt ‘liepen nu op niets uit’, herinnert ze zich. ‘En zo gaat het nog steeds.’

    Ze vertelde het haar gynaecoloog. Die vermoedde dat ze door de littekens last had van gevoelloosheid, en dat dat met de tijd vanzelf weg zou gaan. Maar dat gebeurde niet. Gillian raakte steeds meer verontrust en zocht de ene na de andere specialist op in de hoop een verklaring of wellicht een oplossing te vinden. Toen kwam ze erachter dat niemand met haar over haar clitoris wilde praten.

    Gillian vertelt dat een uroloog haar verwonding vergeleek met de symptomen van iemand die door verkrachting trauma heeft opgelopen. Wat ze ervoer, zou een soort traumareactie op haar biopsie zijn. Iemand anders, een specialist op het gebied van het vrouwelijk lichaam, diagnosticeerde haar probleem als een zogenaamde ‘perimenopauze’ [een periode in de overgang waarin de vruchtbaarheid van de vrouw verdwijnt] en schreef haar testosteroncrème voor. Een andere gynaecoloog raadde aan een ‘O-shot’ te nemen ofwel een vaginale verjongingsprocedure.

    Telkens als ze probeerde het gesprek terug te brengen op haar clitoris, kreeg ze nietszeggende blikken terug. ‘Ze keken me aan alsof ik gek was,’ vertelt Gillian. ‘Ik bleef maar zeggen dat er iets mis was met mijn clitoris, en het leek wel alsof ze er alles aan deden om het maar niet over dat deel van mijn lichaam te hoeven hebben.’

    ‘Hooguit een bijzaak’

    Sommige urologen vergelijken de vulva met ‘een klein stadje in het Amerikaanse Midwesten’, zegt dr. Irwin Goldstein, uroloog en pionier op het gebied van de seksuele geneeskunde. Artsen laten de vulva compleet links liggen en besteden er nauwelijks aandacht aan op hun weg naar de bestemming: de baarmoederhals en baarmoeder. Daar gebeurt het echte medische werk: daar worden de echo’s gemaakt, uitstrijkjes genomen, spiraaltjes ingebracht en kinderen gebaard.

    Als de vulva in haar geheel een ondergewaardeerde stad is, dan is de clitoris een bar langs de doorgaande weg; maar weinig mensen besteden er gedachten aan en nog minder mensen kennen haar echt goed. De meesten gaan het liefst met een grote boog om de clitoris heen. ‘Het orgaan wordt door vrijwel iedereen compleet genegeerd,’ zegt Rachel Rubin, uroloog en specialist in seksuele gezondheid, in de buurt van Washington, D.C. ‘Er is in de medische wereld niet echt een groep die zich heeft toegelegd op het onderzoeken, behandelen en diagnosticeren van vulva-gerelateerde aandoeningen.’

    Als antwoord op de vraag wat ze tijdens haar studie geneeskunde over de clitoris heeft geleerd, stelt Rubin: ‘Ik kan me niet echt iets herinneren. Als mijn professoren er al iets over hebben gezegd, was het hooguit in een bijzin.’

    Pas jaren later leerde Rubin hoe ze de vulva en het zichtbare deel van de clitoris, ook wel de glans clitoridis genoemd, moest onderzoeken. Ze liep destijds bij dr. Goldstein stage op het gebied van seksuele geneeskunde en ontdekte dat de volledige clitoris een diepe structuur is die grotendeels uit erectiel weefsel bestaat, tot in het bekken reikt en om de vagina heen ligt.

    Vandaag de dag omschrijft Rubin zichzelf als de meest vooraanstaande ‘clitoroloog’ van Washington. De grap is natuurlijk dat maar weinig andere medici aanspraak willen maken op die titel – ofwel uit schaamte, ofwel uit een gebrek aan kennis, ofwel uit angst dat de term patiënten in verlegenheid brengt. ‘Artsen richten zich graag op wat we al weten,’ zegt ze. ‘We laten onze zwakke kanten niet graag zien en geven een gebrek aan kennis niet graag toe.’

    Schaamlipverkleining is een van de snelst groeiende cosmetische ingrepen ter wereld en kan ook tot zenuwschade leiden

    Dat vragen over de clitoris bijna universeel vermeden worden, heeft gevolgen voor patiënten. In een wetenschappelijk artikel dat in 2018 in het tijdschrift Sexual Medicine verscheen, toonden Rubin en Goldstein met andere collega’s aan dat het gebrek aan onderzoek naar de vulva en clitoris ertoe leidt dat artsen seksuele gezondheidsaandoeningen regelmatig over het hoofd zien. Onder de vrouwelijke patiënten in de kliniek van Goldstein had bijna een op de vier bijvoorbeeld last van clitorisverklevingen. Die ontstaan wanneer het kapje van de clitoris aan de eikel kleeft en ze kunnen leiden tot irritatie, pijn en een afname in seksueel genot.

    De auteurs concludeerden dat alle zorgverleners routinematig de clitoris van hun patiënten zouden moeten onderzoeken. Maar, gaven ze daarbij al aan, dat is makkelijker gezegd dan gedaan: de meeste zorgverleners ‘weten niet hoe ze de clitoris moeten onderzoeken en voelen zich er ook niet bij op hun gemak’.

    Deze nalatigheid brengt niet alleen schade toe aan vrouwen, maar ook aan trans mannen en andere mensen met een vulva. Het komt vaker voor dat de clitoris letsel oploopt bij procedures zoals een bekkengaasoperatie, een episiotomie tijdens de bevalling [het inknippen van het perineum; de bilnaad tussen vulva en anus] of zelfs een heupoperatie. Schaamlipverkleining is een van de snelst groeiende cosmetische ingrepen ter wereld en kan, indien slecht uitgevoerd, ook tot zenuwschade leiden. Het gevolg daarvan is pijn in de genitaliën en verlies van seksueel gevoel.

    Veel van deze verwondingen kunnen volgens dr. Rubin worden voorkomen als artsen meer tijd zouden besteden aan de bestudering van de clitoris. Dat bepleitte ze in januari in een lezing over vrouwelijke seksuele gezondheid, tegenover een zaal met voornamelijk mannelijke artsen tijdens de jaarlijkse conventie van militaire urologen in Palm Springs, Californië. Ze was praktisch, geanimeerd en onverstoorbaar, en haar lezing werd uitgeroepen tot de beste van de conferentie.

    Rubin benadrukt dat de anatomie in kwestie geen magie is, maar doodgewone biologie. ‘De clitoris is niet een vreemdsoortig, haast mythisch gebied waarmee je alleen maar orgasmes kan krijgen,’ verklaart ze begin juli in haar kantoor in Rockville, Maryland. Omringd door penisprotheses, bekkenmodellen en een grote Hitachi-vibrator vervolgt ze: ‘Het is belangrijk dat je weet wat wat is en waar verschijnselen vandaan komen.’

    Jarenlange verwaarlozing

    Waarom kunnen we juist die vragen dan niet beantwoorden? Volgens Rubin is de verklaring eenvoudig: de clitoris is nauw verbonden met het vrouwelijk genot en orgasme. Tot voor kort hadden deze onderwerpen binnen de geneeskunde geen prioriteit en werden ze niet beschouwd als geschikt voor medisch onderzoek.

    Zelfs op het gebied van bijvoorbeeld de urologie, waarvan het seksueel genot en het orgasme van mannen een integraal onderdeel zijn, wordt de seksuele gezondheid van vrouwen nog altijd ‘gezien als hysterie, als de doos van Pandora, als puur en alleen psychosociaal en niet als echte geneeskunde’, aldus Rubin, die tevens educatief voorzitter van de International Society for the Study of Women’s Sexual Health is. ‘De seksuele gezondheid en levenskwaliteit van vrouwen krijgen weinig tot geen aandacht.’ (Viagra daarentegen is al tientallen jaren een van de meest winstgevende farmaceutische geneesmiddelen – zo heeft Pfizer er sinds het in 1998 op de markt kwam tientallen miljarden dollars aan verdiend.)

    Gynaecologie is bovenal gericht op vruchtbaarheid en ziektepreventie. ‘We kunnen niet goed praten over het genotsaspect van seks’, aldus dr. Frances Grimstad, gynaecoloog in het Boston Children’s Hospital. ‘Het gaat altijd over preventie, over het voorkomen van seksueel overdraagbare aandoeningen en zwangerschappen – tenzij je natuurlijk juist zwanger wilt worden. Maar over seksueel plezier hebben we het in ieder geval niet.’

    Dr. Helen O’Connell, de eerste vrouwelijke uroloog van Australië, weet nog goed dat de clitoris tijdens haar eigen medische opleiding nauwelijks aan bod kwam. Een van haar handboeken was een editie van Last’s Anatomy uit 1985, waarin geen dwarsdoorsnede van het vrouwelijke bekkengebied was opgenomen. Bepaalde delen van de vrouwelijke genitaliën stonden beschreven als ‘slecht ontwikkeld’, als een ‘mislukte vorm’ van het mannelijke geslacht. Aan de beschrijving van de penis daarentegen waren vele pagina’s gewijd. Volgens haar verklaart deze wijdverbreide medische veronachtzaming waarom urologen zich altijd al inspanden om de zenuwen in de penis te behouden bij prostaatoperaties, maar zich daar bij bekkenoperaties bij vrouwen niet mee bezig hielden.

    O’Connell besloot de volledige anatomie van de clitoris in kaart te brengen met behulp van microdissectie en MRI’s. In 2005 publiceerde ze een uitgebreid onderzoek waaruit bleek dat het buitenste deel van de clitoris – het gedeelte dat zicht- en tastbaar is – slechts het topje van de ijsberg is en vergelijkbaar is met de eikel van de penis. Het volledige orgaan strekt zich ver onder het oppervlak uit en bestaat uit twee druppelvormige bollen, twee armen en een schacht.

    Het volledige orgaan strekt zich ver onder het oppervlak uit en bestaat uit twee druppelvormige bollen, twee armen en een schacht

    O’Connell waarschuwde ervoor dat chirurgen die geen rekening houden met die anatomie, gevoelige zenuwen kunnen beschadigen die voor genot en orgasme zorgen en langs de top van de schacht lopen. Bij procedures zoals bekkengaasoperaties en urethrale operaties ‘kan het zijn dat delen van de clitoris in het gedrang komen’, aldus dr. O’Connell. ‘Je moet altijd rekening houden met wat eronder zit en wat je dus mogelijk aantast.’

    Steeds meer vrouwen spreken zich uit over vergelijkbare verwondingen die ze bij standaardprocedures opliepen. Zo ook Julie, een vierenveertigjarige kantoormanager in Essex, die in 2012 haar vermogen om een orgasme te krijgen kwijtraakte door een eenvoudige heupoperatie tegen rugpijn. Ze deelde haar verhaal vorig jaar publiekelijk in The Telegraph, waarbij ze alleen haar voornaam vermeldde om eventuele discriminatie door toekomstige werkgevers te voorkomen.

    Tijdens een Zoomgesprek in januari beschrijft Julie de hevig brandende pijn die ze rond haar clitoris voelde toen ze uit haar narcose ontwaakte. Haar chirurg zei dat het gewoon wat blauwe plekken waren die vanzelf zouden verdwijnen. Een paar maanden later merkte ze echter dat ze geen orgasme meer kon krijgen. Als ze het probeerde, ‘voelde het letterlijk alsof iemand de stekker uit het stopcontact had getrokken’, zei ze. ‘Alles was doodgeslagen.’

    Pas na twee jaar zoeken op het internet ontdekte ze dat een cilindervormige stang die tijdens de operatie tussen haar benen was geplaatst waarschijnlijk haar clitorale zenuwen had platgedrukt. Het gebruik van het apparaat, een zogenaamde perineale paal, kan zenuwschade veroorzaken, iets wat op haar toestemmingsformulier niet vermeld stond.

    Julie vergelijkt haar letsel met het verlies van smaak en reuk, waarvan het genot voor lief wordt genomen, maar waarvan het verlies alles verandert. ‘Het is nu tien jaar geleden en ik kan het nog steeds niet geloven,’ vertelt ze tijdens het Zoomgesprek. ‘Ik heb er ook nog geen vrede mee.’

    Gillian probeert er nog steeds achter te komen wat de oorzaak van haar verwonding is geweest. Was het de biopsie? Of de druk die haar gynaecoloog daarna zette? Vier jaar en twaalf specialisten later heeft ze zich erbij neergelegd dat ze het gevoel misschien nooit meer zal terugkrijgen. ‘Het heeft mijn hele leven veranderd,’ zegt ze. ‘De schade die dit veroorzaakt, kun je nooit meer herstellen. Nooit.’

    De clitoris in kaart brengen

    Toen dr. Blair Peters, een drieëndertigjarige plastisch chirurg aan de Oregon Health & Science University, voor het eerst phalloplastieken [een operatie waarbij een penis wordt gemaakt met weefsel van elders uit uw lichaam] begon uit te voeren voor trans mannen en non-binaire mensen, verbaasde hij zich over de zenuwen van de clitoris. Met een diameter van gemiddeld drie millimeter waren ze groter dan hij had verwacht. (Ter vergelijking, de gevoelszenuw van de wijsvinger is ongeveer een millimeter breed.)

    ‘Toen ik geneeskunde studeerde, heb ik niets concreets over de clitoris geleerd, afgezien van het feit dat die bestaat,’ vertelt Peters. Hij zegt dat hij er daardoor ‘onbewust van uitging dat de clitoris niet een superduidelijke structuur zou hebben. Maar die heeft dat wel.’

    Peters behoort tot een handjevol jonge, socialemedia-bewuste artsen die net als Rubin de clitoris in kaart brengen en er zo voor zorgen dat wat Julie en Gillian is overkomen zich niet herhaalt. Om de seksuele sensatie van phalloplastiekpatiënten te kunnen verbeteren, heeft Peters onlangs de clitorale zenuwen met een microscoop bestudeerd en geteld hoeveel zenuwvezels ze bevatten. Het aantal dat hij vond staat onder embargo totdat hij zijn bevindingen later deze maand op een conferentie presenteert. Wat hij wel al kwijt kan, is dat het ‘aanzienlijk meer’ is dan achtduizend, een aantal dat vaak wordt genoemd en stamt uit een verouderd onderzoek op dit gebied naar koeien.

    Ze hoopte dat andere mensen in het vakgebied vervolgonderzoek zouden doen naar haar bevindingen, die in een tijdschrift voor plastische chirurgie werden gepubliceerd. ‘Ik ben nog maar een vierdejaars student geneeskunde, ik denk niet dat ik de aangewezen persoon ben om dit project uit te voeren,’ zei ze eind 2021. ‘Maar er is niemand anders die het doet.’

    In 2020 had Victoria Gordon, student geneeskunde aan de Kansas City University of Medicine and Biosciences, de leiding over een onderzoek dat een ‘gevarenzone’ rond de clitoris moest vaststellen die plastisch chirurgen zouden moeten vermijden. Bij het ontleden van kadavers viel haar op dat clitorale zenuwen zich soms als wortels vertakken in fijne ranken. Die vertakkingen konden relevant zijn voor chirurgen, maar waren nog niet eerder in medische publicaties beschreven.

    Artsen zijn niet de enigen die willen dat er aandacht komt voor de volledige anatomie van de clitoris. In 2018, toen Gillian online naar een verklaring voor haar verwonding zocht, stuitte ze op een Medium-artikel van een vrouw in Dallas wier situatie akelig veel op de hare leek. Jessica Pin, nu zesendertig, was het grootste deel van haar clitorale gevoel kwijtgeraakt nadat ze op achttienjarige leeftijd labiaplastiek [schaamlipcorrectie] had ondergaan.

    Ze spitte de belangrijkste verloskundig-gynaecologische handboeken door en ontdekte dat de zenuwen van de clitoris zelden of nooit goed werden weergegeven. Volgens haar brengt deze belangrijke vergissing bij een aantal procedures de clitoris in gevaar. ‘De nalatigheid lijkt te wijten aan sociaal-cultureel ongemak rondom de clitoris en een diepgeworteld gebrek aan respect voor de vrouwelijke seksuele respons’, schreef ze op Medium.

    Gillian was geïntrigeerd. ‘Pin was de enige op het internet die er iets over zei,’ vertelt ze. Dus stuurde ze haar een Facebookbericht. Pin zette uiteindelijk een sociale-mediacampagne op. Het doel was om ervoor te zorgen dat de anatomie van de clitoris in gynaecologische handboeken en opleidingen zou worden opgenomen. Gillian hielp eerst op de achtergrond om Pin meer volgers te bezorgen en sloot zich vervolgens bij Pin aan op Instagram, met als gebruikersnaam @nursevulvaadvocate. Op het account kreeg ze honderden vragen van over de hele wereld van mensen die hun genitale gevoel hadden verloren door medische ingrepen aan of in de buurt van de clitoris.

    Gillian vertelt dat ze op iedereen probeerde te reageren maar ze kon niet het medische advies geven waar velen naar op zoek waren. Na zes maanden hief ze haar account op. Tegenwoordig spant ze zich op lokaal niveau in voor hun zaak: zo rijdt ze vaak naar dokterspraktijken om posters van de anatomie van de clitoris af te geven. In haar werk met oudere patiënten besteedt ze veel aandacht aan eventuele genitale problemen, van vulvaire jeuk tot pijn na een kankeroperatie.

    Pin zette door. In de afgelopen jaren zorgde ze er door lobbyen voor dat verschillende handboeken en anatomische hulpbronnen hun afbeeldingen van de clitoris en zenuwen hebben bijgewerkt. Met haar inspanningen haalde ze de voorpagina van Reddit, verwierf ze meer dan 160.000 volgers op TikTok en was ze te gast in The Daily Show with Trevor Noah. In 2019 publiceerde ze samen met haar vader, die plastisch chirurg is, een onderzoek over clitorale zenuwen.

    Maar haar strategie is niet onomstreden. Ze is verwikkeld in tal van socialemediageschillen en werd beschuldigd van intimidatie omwille van haar aanhoudende en soms ongepaste pogingen om gynaecologen en auteurs van anatomische handboeken te bereiken.

    Nu, na zich vijf jaar lang te hebben ingespannen, wil ze ‘klaar zijn’, zo zegt ze. ‘Het zou geweldig zijn als artsen de kwestie oppakken en erover gaan praten.’ Het feit dat een aantal medische professionals, waaronder dr. Rubin, dat hebben gedaan is ‘echt een grote stap’, voegt ze eraan toe.

    De vulva eer aandoen

    Elke patiënt die bij Rubin binnenkomt, krijgt, ongeacht haar leeftijd, een rondgang langs haar eigen vulva. Voor het bekkenonderzoek legt ze niet meer een laken over de benen van de patiënt heen – volgens Rubin draagt die gewoonte eraan bij dat de ‘privédelen’ van vrouwen als schaamtevol worden gezien en verborgen blijven. In plaats daarvan begint Rubin de sessie door aan haar patiënten een spiegel te overhandigen. Die heeft een lang handvat, zodat ze mee kunnen kijken naar hun eigen anatomie.

    Met een wattenstaafje tast Rubin elk deel van de vulva af. Ze controleert op pijn en wijst de kleine schaamlippen, de grote schaamlippen en de vaginale opening aan terwijl haar patiënt meekijkt. Daarna controleert ze de clitoris op verklevingen of andere huidaandoeningen. Het hele onderzoek duurt meestal minder dan vijf minuten. ‘U bepaalt het tempo,’ vertelde ze onlangs aan een tweeënzestigjarige patiënt die pijn had gekregen na het vrijen. ‘U bent de baas van deze show.’

    Rubin en haar collega’s geloven dat hun vakgebied bij uitstek geschikt is om de status van de clitoris en het vrouwelijke genot te bevorderen. Volgens dr. Barbara Chubak, uroloog aan de Icahn School of Medicine van het Mount Sinai-ziekenhuis in New York, zijn urologen echter ‘alleen maar bezig met de fallus’. Al is de clitoris technisch gezien ook een soort fallus: ze is opgebouwd uit dezelfde embryologische structuren en bestaat uit dezelfde erectiele weefsels als de penis.

    ‘Per definitie zou de anatomie van de clitoris dus ook een urologische aangelegenheid kunnen en moeten zijn,’ aldus Rubin [urologie omvat alle problemen aan de urinewegen en de mannelijke geslachtsorganen].

    Daarbij komt nog dat urologen er helemaal geen moeite mee hebben te oreren over dingen waarvoor zorgverleners te preuts zijn. ‘Urologie gaat over plassen en over seks,’ zegt Chubak. ‘Urologen praten graag over dingen die andere mensen te gênant vinden om te bespreken. Clitorale geneeskunde behoort de urologen toe.’

    Toch is er volgens Rubin meer nodig dan gepassioneerde ‘penisartsen’ om de vulva de aandacht te geven die ze verdient. Er moet een gezamenlijke beweging op gang komen, die de traditionele specialismen van de geneeskunde overstijgt, zodat de anatomie kan worden begrepen en in kaart gebracht. En om dat mogelijk te maken moeten andere vakgebieden erkennen dat vrouwelijk seksueel genot essentieel is en behouden moet worden.

    ‘Ik geloof echt dat we wat de vrouwelijke anatomie betreft decennia achterlopen,’ zegt Rubin. ‘Maar we moeten ons blijven inzetten. En daarvoor is het noodzakelijk dat mensen het onderwerp belangrijk genoeg vinden om zich ervoor in te zetten.’

  • Officieel acht miljard mensen op aarde

    Officieel acht miljard mensen op aarde

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Eerste hulpgoederen bereiken Tigray

    » Twee doden bij raketinslagen in Polen

    Negen miljard wordt naar verwachting in 2037 gehaald

    Dinsdag is de wereldbevolking officieel gegroeid tot acht miljard mensen, zo melden de Verenigde Naties. De historische mijlpaal werd een jaar later dan verwacht behaald, omdat de pandemie de wereldwijde bevolkingsgroei liet afzwakken, schrijft de Wall Street Journal. Volgens de VN toont de mijlpaal dat er de afgelopen decennia grote vooruitgang is geboekt qua geneeskunde, voedingskunde, volksgezondheid en persoonlijke hygiëne.

    De dichtstbevolkte regio’s ter wereld liggen in Azië. Zowel China als India zijn daar goed voor ruim 1,4 miljard inwoners en India zal naar verwachting volgend jaar meer inwoners kennen dan China. De gemiddelde levensverwachting ligt rond de 73 jaar, met grote verschillen tussen westerse landen en armere landen, die vaak wel hogere vruchtbaarheidscijfers hebben.

    Naar verwachting wordt de mijlpaal van negen miljard mensen behaald in 2037. Rond 2080 wordt een piek verwacht, rond de 10,4 miljard. Demografen stellen dat in de jaren daarna wereldwijde bevolkingsaantallen zullen dalen vanwege verminderde vruchtbaarheidscijfers.

    Lees ook:

  • Bestorm dit fort! Pleidooi voor data als publiek goed

    Bestorm dit fort! Pleidooi voor data als publiek goed

    Data zijn de grootste schat van de digitale samenleving. Ze worden opgeslagen in gigantische serverfarms. Wat particuliere ondernemingen ermee doen bedreigt niet alleen het milieu, maar ook de democratie.

    Wie inzicht wil krijgen in de problemen van de toekomst, de bedreiging van de democratie en het controleren van burgers, hoeft maar te kijken naar de toekomststad die architectenbureau Snøhetta momenteel in Noorwegen plant. Op het eerste gezicht lijkt het ontwerp geenszins problematisch, integendeel. Uit de nevel doemt een reusachtig gebouw op dat enigszins doet denken aan de beroemde Neue Nationalgalerie in Berlijn, alleen lijken de pilaren in dit ontwerp op berkenstammen. Door een moerassig landschap loopt iemand op het gebouw af. Alles is groen en idyllisch. Het gigantische gebouw zelf is een serverpark, een datacentrum. Snøhetta ontwierp het voor het Nokia-concern, vastgoedontwikkelaar Miris en twee Scandinavische bouwbedrijven. Het geheel heet The Spark, en voor het eerst moet een datacentrum het centrum van een kleine stad worden en een paar woonwijken voorzien van de enorme warmte die bij het koelen van de servers als afvalproduct vrijkomt. De serverfarm vormt ‘zowel het lichaam als de hersenen’ van de nieuwe stad, jubelen de architecten. Boven op de hersenen groeien groenten en waterlelies: op het openbare dakterras komen een contemplatieve zenvijver en bloemperken. Op deze manier moet ‘de menselijke factor in ons gedigitaliseerde, door smartphones beheerste leven, worden teruggebracht’, aldus de architecten.

    Dat in de serverracks in de eerste plaats de problemen worden gefabriceerd – dankzij manipulatie op basis van data die gebruikers van mobiele telefoons opzettelijk verslaafd maken – waarvan het omhulsel van The Spark hen daarboven met vijver en wortelen wil genezen, is slechts een van de vele paradoxen van deze nieuwe wereld. Is het een goed idee dat burgers hun data, de basis voor participatie en politiek in het digitale tijdperk, afstaan aan particuliere bedrijven in ruil voor gratis verwarming, een beetje zenpraat en een gratis ecowortel?

    Datacentra zijn de zetel van de macht

    Tot dusver toonde het publiek weinig belangstelling voor datacentra. Toch zijn deze voor het digitale tijdperk wat het kasteel was voor de middeleeuwen: de zetel van de macht. In de moderne consumptiemaatschappij draaide het om de kantoortorens van de grote concerns; de wolkenkrabbers van Woolworth en Chrysler waren al van veraf te zien, als uitroeptekens achter de verkondiging wie het in het kapitalisme voor het zeggen had. De huidige digitale revolutie verandert alles radicaler dan ooit, de invloed van digitale concerns op de economie en de politiek is overduidelijk, maar deze verschuivingen hebben zich nog niet afgetekend in de steden. Verscholen, op het platteland of aan stadsranden maakt de bouw van datacentra echter een bliksemsnelle groei door: in 2019 waren er alleen al in de Verenigde Staten ruim 3 miljoen datacentra en meer dan 500 hyperscalers; extreem grote datacentra.

    Dat de centra liever onzichtbaar bleven heeft vele redenen. Een daarvan is de milieuvervuiling die wordt veroorzaakt door het immateriële internet en zijn luchtige clouds. Datacentra verbruiken ondanks alle inspanningen om klimaatneutraal te worden namelijk nog steeds buitensporige hoeveelheden energie. Het internet brengt nu al meer schade toe aan het milieu dan alle luchtverkeer. Als het wereldwijde web een land was, zou het wat betreft elektriciteitsverbruik en de uitstoot van klimaatgassen meteen na de Verenigde Staten en China komen. Vooral servers en datacentra verbruiken enorme hoeveelheden: in Europa is hun energiebehoefte tussen 2010 en 2020 met 55 procent gestegen tot 87 terawattuur. 2 procent van alle broeikasgasemissies in de wereld is uitsluitend toe te schrijven aan serverfarms, 8 procent van de wereldwijd geproduceerde elektriciteit gaat naar het transport van data op eindapparaten.

    Volgens het klimaatrapport van Frankfurt zal de stad zijn energiedoelstellingen niet halen vanwege de elektriciteitsvraag van zijn servers. In 2020 hebben de serverfarms in Frankfurt 60 procent meer elektriciteit verbruikt dan alle 400.000 huishoudens in de stad, en die hoeveelheid loopt nog op. Hoe groter de hoeveelheid data die nodig zijn voor Big Data, cloudcomputing en kunstmatige intelligentie, hoe gigantischer de opslagbehoefte. Steeds meer kleine en middelgrote bedrijven slaan hun data elders op, grote bedrijven bouwen de hardware zelf. De grootste hyperscaler is Amazon Web Service (AWS). Dit cloudplatform levert een forse bijdrage aan Amazons bedrijfsresultaat, méér dan de pakketverzending: ongeveer twee derde van Amazons beurswaarde is te danken aan AWS. De op een na grootste hyperscaler is Azure (Microsoft), Google volgt op de derde plaats.

    Collectieve schat

    Digitale concerns verzamelen niet alleen de data van hun gebruikers, ze bouwen ook de raffinaderijen waar ze worden opgeslagen en geanalyseerd en behandelen deze data in de streng beveiligde faciliteiten als hun privé-eigendom. Dat is niet probleemloos, alleen al omdat op deze manier het digitale gedrag van burgers wordt voorspeld en gemanipuleerd. En aangezien deze ondernemingen bijna allemaal in de Verenigde Staten of in China zijn gevestigd, staat niet alleen de technologische, maar ook de economische en politieke soevereiniteit van Europa op het spel.

    Het feit dat data de brandstof en de grootste economische schat van het digitale informatietijdperk zijn, staat in schril contrast met de naïviteit waarmee gewone burgers uit gemakzucht op de ‘accepteer alles’-optie klikken en zo hun gegevens prijsgeven. Toch hebben veel onderzoekers indrukwekkend beschreven hoe mensen kunnen worden gemanipuleerd op basis van de analyse van gedragsgegevens, hoe algoritmes raciale vooroordelen en sociale ongelijkheid vergroten en helpen bij de verspreiding van nepnieuws. In haar studie Dirty Data, Bad Predictions beschrijft Rashida Richardson hoe in de Verenigde Staten zelfs politiebureaus die zich schuldig hebben gemaakt aan ‘vooringenomen racistische of anderszins illegale’ praktijken data blijven verstrekken voor de ontwikkeling van nieuwe geautomatiseerde systemen die agenten ondersteunen in hun werk. Datamisbruik kan fatale, zelfs dodelijke gevolgen hebben. Uit een onderzoek van Berkeley bleek dat algoritmes in de Verenigde Staten Latino’s en mensen uit zwarte gemeenschappen bij voorbaat afkeuren wanneer zij zich aanmelden voor een leegkomende woning. Naar verluidt zijn er onder hen namelijk meer wanbetalers. 

    Als data de grootste collectieve schat van een digitale samenleving zijn – goud, olie, de grondstof van de eenentwintigste eeuw, het basismateriaal voor bedrijfsleven en politiek – en het bezit ervan de waarborg is voor democratie en transparantie, moeten ze dan niet worden behandeld als gemeengoed, als deel van de openbare infrastructuur? Als we niet willen dat de gezondheidszorg van burgers in de toekomst wordt overgenomen door Google-werknemers en het vervoer door Uber – en dat de enorme winsten van beide bedrijven richting de Verenigde Staten stromen – hebben we regulering nodig van het tot nu toe wildwestachtige wegvloeien van data, en hebben we instellingen nodig die de digitale soevereiniteit van Europa (en, net zo belangrijk, van Afrika) kunnen garanderen ten opzichte van Amerikaanse en Chinese concerns: Europa’s eigen techbedrijven, meer kwantumcomputers, betere algoritmes én datacentra die deel uitmaken van de openbare infrastructuur.

    In zijn essay Big data for the people: it’s time to take it back from our tech overlords pleit Ben Tarnoff ervoor dat de maatschappij, en niet de industrie, bepaalt of en hoe haar hulpbronnen worden gebruikt – big data vormen daarop geen uitzondering. Het zou voldoende zijn om data publiek goed te noemen. Bedrijven kunnen doorgaan met het verfijnen ervan en worden betaald om ze te analyseren, maar op onze voorwaarden en ‘ten behoeve van ons welzijn’. Maar wie definieert dit ‘welzijn’? Wie bepaalt of de analyse van persoonsgegevens voor een gezondheidsapp in het belang is van het ‘welzijn’ van de gebruiker (zoals de providers zouden beweren) dan wel dient om hem bang te maken en ertoe aan te zetten meer producten en apps te kopen die de gezondheid helpen verbeteren en zo de kassa’s van diezelfde providers te vullen? De staat? De burger? Vooral inwoners van het mondiale zuiden moeten de soevereiniteit over hun data veiligstellen en deze ‘nationaliseren’, betoogt Ulises Ali Mejias, directeur van het Institute for Global Engagement aan de State University van New York. Niet alleen olie, kostbare aardmetalen en grondstoffen, maar ook data worden daar op grote schaal gewonnen door westerse en Chinese concerns: er is sprake van een nieuw datakolonialisme. 

    In tijden van datakapitalisme is een openbare serverfarm een symbool van burgerlijke vrijheid

    Alleen al daarom is er dringend behoefte aan een publieke plaats waar zichtbaar wordt hoe sterk gegevensopslag en macht met elkaar verweven zijn, hoe groot het gevaar is de controle te verliezen en hoe belangrijk het is om de data niet te verzamelen op de servers van grote particuliere ondernemingen, maar decentraal in handen van burgers te leggen. Alleen op die manier is een nieuwe rol voor burgers mogelijk, een nieuwe rijkdom voor iedereen. Maar hoe zou deze publieke plaats er dan uit kunnen zien?

    Het is de taak van de staat om iets nieuws te bouwen dat alle onbegrijpelijke technologieën die meer dan wat ook een stempel drukken op het leven, zichtbaar en begrijpelijk maakt: een hybride gebouw bestaande uit een datacentrum, bibliotheek en museum van de toekomst, een nieuwe onderwijsinstelling waar de gehele bevolking, scholieren en politici kunnen leren hoe gevaarlijk het heersende bedrijfsmodel van het digitale kapitalisme is voor democratie en zelfbeschikking. Deze openbare serverfarm zou programmeerscholen, tentoonstellingsruimten en onderzoeksfaciliteiten kunnen huisvesten en eveneens een centrum kunnen zijn voor digitale soevereiniteit. Ook in kleinere steden en dorpen zouden lokale gedecentraliseerde servers nieuwe openbare plaatsen kunnen worden, zoals gemeenschapshuizen, dorpsscholen en bibliotheken dat ooit waren.

    De enorme hitte die vrijkomt bij het koelen van de data zou ook hier de basis kunnen vormen voor een volledig nieuwe openbare – en niet, zoals bij The Spark, particulier geëxploiteerde – architectuur: bibliotheken, sporthallen, kassen, zwembaden, een collectieve dorpshuiskamer, overkoepelde tropische altijd groene woongebieden. In tijden van datakapitalisme zou zo’n openbare serverfarm een symbool van burgerlijke vrijheid zijn, zoals het stadhuis dat ooit was als tegenwicht voor het kasteel van de feodale heer; een schatkamer van het digitale tijdperk waarin data als collectief eigendom, als ‘publiek goed’ worden beschouwd.

    Deze tekst is een fragment uit het boek van Niklas Maak: Servermanifest Architectur der Aufklärung: Data Centra als Politik-maschinen. Met een voorwoord van Francesca Bria. Hatje Cantz Verlag, 112 blz. met vele afbeeldingen, € 17,99. Het boek is op 13 juni 2022 verschenen.

  • ‘Banen verdwijnen niet door technologie, maar door hebzucht’

    ‘Banen verdwijnen niet door technologie, maar door hebzucht’

    Sommige economen, technologiefreaks en CEO’s zijn zo vol van de geautomatiseerde wereld dat ze zich niet kunnen herinneren wat mensen doen of waarom. Maar volgens Harvard-professor Shoshana Zuboff is het allerminst onvermijdelijk dat menselijke arbeid in de toekomst overbodig wordt. 

     

    Keuze uit het archief

    In 2014 publiceerden we dit artikel uit de Frankfurter Allgemeine Zeitung over hoe CEO’s in de techwereld niet in lijken te zien hoe belangrijk menselijke arbeidskrachten zijn. Acht jaar later tonen de acties van Elon Musk als nieuwe baas bij Twitter en Mark Zuckerberg recent bij Meta dat ze nog steeds geloven dat technologie mensen overal kan vervangen. Zoals Shoshana Zuboff hier schrijft: ‘Businessmodellen die kortetermijnmaatregelen voor kostenverlaging belonen, zijn een uitgeholde karikatuur van de “grote productkennis en de continue ontwikkeling van productspecifieke vaardigheden van managers en werknemers” die bedrijven ooit groot hebben gemaakt.’

    Volgens de legende keek Newton hoe de appel uit de boom viel, maar zag hij eigenlijk iets heel anders: een onzichtbare kracht die sterk genoeg was om de appel naar zich toe te trekken. Was hij een ingenieur of econoom uit Silicon Valley geweest, dan was hij waarschijnlijk in de ban geraakt van het vallende voorwerp: ‘Wow, moet je die appel zien!’ Hij had een algoritme kunnen ontwikkelen om de beweging van de appel te simuleren, of de efficiëntie van zijn naar de aarde gerichte beweging kunnen berekenen.

    In plaats daarvan formuleerde hij zijn theorie van de universele zwaartekracht, een onzichtbare kracht die aanwezig is in elk materieel lichaam, en in staat is zijn invloed over honderden miljoenen kilometers uit te oefenen. Soms helpt het om te denken als Newton – vooral wanneer het de economie en onze vooruitzichten voor de toekomst betreft. Net als de zwaartekracht trekken verborgen krachten digitale technologieën aan en bepalen ze hoe deze in onze economie en onze banen ‘vallen’. Om ze op de proef te stellen en vorm te geven moeten we deze krachten opsporen en benoemen.

    Ons publieke debat wordt beheerst door een gevoel van onheil en hulpeloosheid. Als herten verblind door koplampen kijken we toe hoe economen, technologiefreaks en CEO’s in vervoering raken van de nieuwe digitale mogelijkheden. Ze zeggen dat de machines bijna al ons werk zullen kunnen overnemen en dat de onverbiddelijke wetten van de markt gebieden dat mensen worden vervangen door almaar goedkoper wordende digitale krachten in de vorm van robots en algoritmen.

    Hierdoor raakt de mens verwikkeld in een dodelijke race tegen de machine. Sommige van deze lieden lijken zich zelfs af te vragen in hoeverre de mens nog een bijdrage kan leveren aan deze gerobotiseerde toekomst. *Ze zijn zo vol van de geautomatiseerde wereld dat ze zich niet kunnen herinneren wat mensen doen of waarom.

    Er is niets onvermijdelijks aan de manier waarop digitale technologie wordt gebruikt

    42 57317248

    Eerder deze maand namen Google-oprichters Sergey Brin en Larry Page deel aan een zeldzame publieke ‘chat’ met medemiljardair en durfkapitalist Vinod Khosla. Daarbij bleek dat Page een wereld voorziet waarin machines bijna al het werk doen. Mensen, die in deze situatie niets meer te doen hebben, zullen volgens hem blij zijn ‘dat ze meer tijd met hun gezin kunnen doorbrengen of zich aan hun eigen interesses kunnen wijden’.

    In zijn utopische visie ziet Page echter één punt over het hoofd: de meesten van ons zijn geen miljardair. Zullen de kapitaalbezitters hun winsten werkelijk herverdelen zodat we allemaal voorgoed afscheid kunnen nemen van banen die, althans naar de mening van Page, meestal toch onnodig zijn? Als Page zijn roze wolk een dag zou verlaten, zou hij ontdekken dat voor de rest van ons werkloosheid geen vrije tijd betekent; het betekent strijd, onzekerheid en almaar toenemende sociale ongelijkheid. Zelfs degenen die boven aan de banenladder staan ontkomen niet aan deze nieuwe angst. Zoals Bill Gates het onlangs formuleerde: ‘Over twintig jaar zal de vraag van werkgevers naar veel vaardigheden aanmerkelijk lager zijn.’

    Er is maar één probleem met dit perspectief: het is een goocheltruc. Er is in feite niets onvermijdelijks aan de manier waarop digitale technologie wordt gebruikt. Net als bij elke goede truc leidt het verhaal onze aandacht af naar de digitale appel, terwijl de werkelijke krachten die de baan van de appel bepalen aan het oog worden onttrokken. Wat zijn deze verborgen krachten? Het zijn bekrompen businessmodellen en economische aannames die kostenbesparing boven alles stellen, vooral als het om lonen gaat.

    In veel gevallen gaat het alleen maar om vormen van bijgeloof waarop de machtigen een beroep doen om de status quo te handhaven. Er bestaat niet maar één beste manier om markten of technologieën te laten werken. Integendeel, er zijn gegronde redenen om te denken dat deze toekomstvisie evolutionair gezien een doodlopende straat is, net als een vogel met tanden. In plaats van de Apocalyps kunnen digitale technologieën een nieuwe menselijke wending in de economische geschiedenis aankondigen.

    Vaak gaat het om bijgeloof waarmee de machtigen de status quo proberen te handhaven

    Laten we even inzoomen op de taal van onvermijdelijkheid en digitaal determinisme, zodat we later weer kunnen uitzoomen om te zien welke verborgen krachten aan deze formuleringen ten grondslag kunnen liggen. Het proces van misleiding blijkt alleen al uit de koppen en de sleutelpassages van veel artikelen die op mijn bureau liggen. De auteurs daarvan wijzen ‘technologie’ aan als de drijvende kracht achter automatisering, in plaats van ‘kapitaal’ of ‘zakelijke belangen’.

    In een recente studie bijvoorbeeld van economen van de Universiteit van Chicago, waarbij vijftien jaar lang gegevens van 56 landen zijn onderzocht, wordt geconstateerd dat in 47 van die landen het arbeidsaandeel in het inkomen is afgenomen. De auteurs concluderen dat hun resultaten ‘de visie ondersteunen dat technologische veranderingen, die waarschijnlijk verband houden met het computer- en informaticatijdperk, belangrijke factoren zijn voor het verklaren van langetermijnveranderingen’ in het arbeidsaandeel.

    Een andere veelgeciteerde studie van twee Oxford-onderzoekers betoogt dat ‘computers steeds meer cognitieve taken overnemen van de menselijke werknemer’. Een artikel in de Technology Review van het Massachusetts Institute of Technology [MIT] is getiteld ‘Hoe technologie banen vernietigt’. Een boek van twee MIT-hoogleraren, The Second Machine Age, voorspelt een nieuwe economie van ‘winnaars en verliezers’: ‘Sommige mensen zullen achterblijven terwijl de technologische vooruitgang voortraast, misschien zelfs heel veel mensen (…); digitale technologie heeft de neiging de economische baten voor winnaars te vergroten, terwijl andere mensen minder nodig worden, en daarom minder goed beloond.’

    Hogere goochelkunst

    Een veel geciteerd artikel uit The Economist stelt dat een nieuw automatiseringstijdperk, ‘mogelijk gemaakt door steeds krachtiger en capabeler computers’, tot massale werkloosheid kan leiden. ‘De combinatie van “big data” en slimme machines zal sommige beroepen in hun geheel overnemen; in andere gevallen zal ze bedrijven in staat stellen meer te doen met minder werknemers.’

    Een ander voorbeeld komt van het World Economic Forum van dit jaar, waar Google-CEO Eric Schmidt een ‘haardvuurgesprek’ voor vijftig uitverkorenen organiseerde, waarin hij verkondigde dat de ‘technologisch gerelateerde banenvernietiging nog maar net begint, dat de ongelijkheid erger zal worden en dat de oplossing is dat de bevolking zich tot ondernemers omschoolt om in dit nieuwe tijdperk te kunnen overleven’. Schmidt waarschuwde: ‘De race gaat tussen computers en mensen, en de mensen moeten winnen (…). In deze wedstrijd is het heel belangrijk dat we de dingen ontdekken waarin mensen echt goed zijn.’

    Volgens The Economist zullen Big Data en slimme machines beroepen geheel overnemen

    Schmidts woorden suggereren dat hij de CIA-handboeken van John Mulholland heeft gelezen, ‘de goochelaar aller goochelaars’. Hoewel hij minder bekend is dan Harry Houdini, genoot Mulholland veel respect binnen het goochelvak vanwege de verfijnde precisie waarmee hij te werk ging, vooral zijn vingervlugheid – het vermogen om mensen van dichtbij te misleiden.

    ‘Alle goochelaars’, schreef Mulholland, ‘zijn voor een groot deel afhankelijk van het feit dat ze niet bekendstaan als goochelaars, of daar zelfs maar van verdacht worden (…); ze moeten zo normaal te werk gaan, en hun handelingen moeten zo natuurlijk zijn, dat niets aan hen argwaan wekt (…). Goochelen staat of valt met een bepaalde manier van denken. Het is een geacteerde leugen (…). Het doel van de goochelaar is eerder om de geest te misleiden dan het oog.’

    Mulholland werd in 1953 ingehuurd om een uiterst geheim officieel CIA-handboek voor list en bedrog te schrijven en agenten te trainen. Mulholland benadrukte dat bedrog afhankelijk was van het vermogen om te verwarren, met de bedoeling om te misleiden. Hij hamerde op het belang van ensceneringstechnieken en de manipulatie van zichtlijnen om de aandacht strategisch te af te leiden. Met de juiste enscenering en afleiding, stelde hij, konden feiten worden vervangen door plausibele redenen om echte bedoelingen te camoufleren en de aandacht van de toeschouwer af te leiden van de leugen.

    De triomf van Schmidts haardvuurenscenering, vermoedelijk bedoeld om associaties te wekken met de wekelijkse radiopraatjes van Franklin Delano Roosevelt, duidt erop dat hij de goochelkunst machtig is. Wat zit er verstopt onder zijn mantel? Om te beginnen, denk aan Newton, de taal die de aandacht naar ‘de computer’ trekt in plaats van naar de verborgen businessmodellen, aannames en keuzes van leidinggevenden die bepalen hoeveel computers er zullen worden gebruikt.

    Dan is er nog een andere vorm van misleiding: het idee dat we er op de een of andere manier achter moeten zien te komen ‘waar mensen echt goed in zijn’. De implicatie is dat mensen te slordig, dom, onvoorspelbaar en onbeheerst zijn om in de toekomst nog een rol van betekenis te kunnen spelen. Onze talenten zijn Schmidt een raadsel.

    Wordt dit soort handwerk in de toekomst alleen nog maar door robots verricht?
    Wordt dit soort handwerk in de toekomst alleen nog maar door robots verricht?

    Ten slotte is er het beroep op de elite om iets te vinden om de massa’s bezig te houden, te vermaken en bovenal af te leiden van het geheim dat de kern vormt van de truc. Schmidts commentaren roepen een angst op die mensen afleidt van woede. In plaats van naar de leugen te zoeken, vragen we ons bezorgd af hoe we onszelf en onze kinderen kunnen behoeden voor deze onontkoombare golf van verdringing en verbanning.

    Men herinnere zich dat de vingervlugheid van de goochelaar afhankelijk is van de nabijheid van de toeschouwer. Wat gebeurt er met deze argumenten wanneer we uitzoomen om de cyaankalikogels en giftige pennen te zien die verborgen liggen achter de zichtlijnen van de truc? Wat voor geheimen gaan er schuil in deze elektronische hoge hoed? Als we naar het grotere plaatje kijken, is een eerste voor de hand liggende vraag: wie profiteert van de schijnbaar onontkoombare digitale krachten die klaarstaan om je baan over te nemen?

    U hebt waarschijnlijk gehoord dat de bedrijfswinsten naar recordhoogte zijn gestegen terwijl het arbeidsaandeel afneemt en de inkomensongelijkheid groeit. Maar al sinds Henry Fords ‘vijf dollar per dag’ gaan economische modellen ervan uit dat bedrijven liever een grote vraag hebben, ook al moet daarvoor een hoger loon worden betaald. Deze aanname maakt het idee dat de technologie de schuldige is geloofwaardig. Lage lonen zouden immers nooit het resultaat kunnen zijn van keuzes van het management.

    Maar econoom Paul Krugman vraagt zich af of ‘een bescheiden crisis bedrijven misschien niet in de kaart speelt’. Hij stelt dat elke werkgever zijn winst probeert te maximaliseren door lonen te verlagen of banen af te schaffen. Collectief leiden deze individuele keuzen tot meer werkloosheid, aangezien bedrijven liever investeren in goede hardware die kan worden afgeschreven dan in het aannemen van mensen.

    Karikatuur van bedrijven

    Wat Krugmans hypothese plausibeler maakt, is de wetenschap dat CEO’s volgens de regels van het huidige businessmodel van het financieel kapitalisme worden beloond voor het verlagen van de kosten, vooral arbeidskosten. Dit is een van die onzichtbare krachten achter onze zichtlijn. Het zou ook kunnen verklaren waarom, blijkens een antitrustonderzoek uit 2010 door het Amerikaanse ministerie van Justitie, Steve Jobs van Apple en Eric Schmidt van Google in het geheim afspraken de werknemerssalarissen kunstmatig te verlagen door geen mensen bij elkaar te rekruteren en door informatie over inkomens uit te wisselen. Deze illegale deal, door Michael Bloomberg gekarakteriseerd als ‘onvoorstelbare overmoed’, strekte zich uiteindelijk ook uit tot Adobe, Pixar, Intel en Intuit en reduceerde de loonkosten met meer dan 9 miljard dollar, geld dat ten goede kwam aan de bedrijfswinsten.

    Bestuursvoorzitters zijn verplicht de aandeelhouderswaarde te maximaliseren

    Hier nog zo’n exploderende zeeschelp: de betaling van CEO’s wordt vaak gelinkt aan de aandelenkoers van hun bedrijven, en analisten taxeren de koersen van bedrijven hoger naarmate ze de kosten en salarissen verder verlagen. Dit verklaart mede waarom volgens het Institute for Policy Studies Amerikaanse CEO’s die ‘het diepst in hun loonkosten hadden gesneden’ in 2009 met 42 procent meer compensatie naar huis gingen dan het dat jaar toch al ijzingwekkend hoge CEO-gemiddelde.

    NBC News maakte dit verhaal wereldkundig en voegde er een nadere verklaring aan toe: ‘Er mag niet worden vergeten dat de bestuursvoorzitter van een bedrijf de fiduciaire verplichting heeft de aandeelhouderswaarde van zijn bedrijf te maximaliseren.’ Dat mag tegenwoordig gebruikelijk zijn, het is een nieuwe wending in de geschiedenis van het kapitalisme. Volgens economisch historicus Alfred Chandler is dit nieuwe financieel kapitalisme een uitzondering op de aloude logica van industrieel succes.

    Volgens zijn lezing is de veronderstelde onvermijdelijkheid van grootscheepse arbeidsvervanging het resultaat van een specifieke en recente geschiedenis die sterk afwijkt van wat eerder gebruikelijk was. Businessmodellen die kortetermijnmaatregelen voor kostenverlaging belonen, zijn een uitgeholde karikatuur van de ‘grote productkennis en de continue ontwikkeling van productspecifieke vaardigheden van managers en werknemers’ die bedrijven ooit groot hebben gemaakt.

    Vluchtelingen in eigen land

    Dit alles suggereert dat banen niet door de technologie worden vernietigd, maar door mensen. Door businessmodellen en economische aannames. Hebzucht speelt een rol. Automatisering hoeft het belang van de aanwezigheid van mensen en hun probleemoplossend vermogen niet per se in de weg te staan. Evenmin worden winnaars er onvermijdelijk door beloond en zogeheten ‘verliezers’ uitgerangeerd. Denk aan de luchtvaartmaatschappijen en de gevolgen van hun businessmodel.

    Luchtvaartmaatschappijen zijn voorbeelden van economische modellen die erop vertrouwen dat de automatisering van menselijke arbeid kostenbesparend werkt. Van het kopen van tickets tot aan vertrek en aankomst heeft men niet langer met luchtvaartpersoneel te maken, maar met een gigantisch computersysteem. Reizigers onderhandelen met een anonieme kolos, waarbij het menselijk contact is beperkt tot enkele personeelsleden die de sociale orde moeten handhaven.

    De luchtvaartmaatschappijen hebben de kosten verlaagd door ze op de reiziger af te wentelen. Men moet zelf online gaan om tickets aan te schaffen en informatie te verwerken, krijgt te maken met substantiële en niet onderhandelbare extra kosten wanneer wordt afgeweken van systeemregels en ondervindt stress op de luchthaven wanneer er in het geval van problemen, veranderde omstandigheden of onzekerheid letterlijk niemand is tot wie men zich kan wenden.

    Banen worden niet door technologie vernietigd, maar door mensen

    The New York Times berichtte onlangs over de situatie op de luchthaven van Atlanta, waar 225.000 dagelijkse passagiers geen enkele hulp krijgen. Hun behoefte daaraan is zo groot dat vrijwilligers van lokale kerken zich ermee zijn gaan bemoeien, in weerwil van het businessmodel. Zij hebben de klantenservice op zich genomen die de luchtvaartmaatschappijen niet langer geven en verlenen bijstand bij alles wat varieert van gemiste vluchten tot discussies aan de ticketbalie. De onnodige ‘verliezers’ bij het businessmodel van de luchtvaartmaatschappijen – de werknemers – waren in feite nog de enigen die de verder gerobotiseerde ervaring een menselijk tintje gaven.

    De luchthaven van Atlanta is een concreet voorbeeld van het soort wereld dat sommige CEO’s, economen en beursanalisten voor onze toekomst in gedachten hebben. In zo’n wereld zijn we vluchtelingen in ons eigen land, uitgesloten van de activiteiten die de kwaliteit en effectiviteit van ons leven bepalen. Er dreigt een soortgelijke situatie in de onderwijssector, waar online leren als een manier wordt gezien om kosten te besparen en docenten te ontslaan.

    Technologische netwerken zullen ons in staat stellen in elke uithoek van de aarde veel meer mensen op te leiden tegen veel geringere kosten, maar onderzoek toont aan dat het een misvatting is te denken dat dit met minder docenten kan worden gedaan. Een onlangs gepubliceerde studie van Gallup-Purdue wees de drie universitaire ervaringen aan die succes in leven en werk het beste voorspellen: 1) een docent door wie je leren leuk ging vinden, 2) een docent die om je gaf als persoon en 3) een mentor die je aanmoedigde om je dromen na te volgen. Geen van deze ervaringen kun je bij geautomatiseerd onderwijs opdoen. Er zullen vele nieuwe manieren komen om les te geven, te leren en hulpmiddelen te configureren, maar die zullen stuk voor stuk mensen vereisen – docenten, facilitators, begeleiders, opvoeders, coördinators, visionairs, integrators, ondersteunende gemeenschappen en medestudenten. Het zal geen robotwereld van winnaars en verliezers zijn zoals de modellen suggereren, maar eerder een rijke menselijke wereld met vele winnaars.

    Begrip te boven

    Hier nog zo’n leugen van de goocheltruc: kunstmatige intelligentie vraagt niet om minder menselijke vaardigheden – maar juist om meer. Of het nu om geprogrammeerde financiële producten of militaire drones gaat, complexe systemen verhogen de behoefte aan mensen die kritisch kunnen redeneren en strategisch overzicht hebben. Dit is een van de meest beangstigende lessen van de financiële crisis geweest. Het eindrapport van de Amerikaanse commissie die de oorzaken van de financiële en economische crisis in de VS onderzocht, beschrijft de wankele fundamenten van de industrie van subprime-hypotheken: ‘Deze gehele markt was afhankelijk van vernuftige computermodellen – die los bleken te staan van de realiteit (…). Toen die zeepbel barstte, barstte ook de zeepbel van de complexiteit: de schuldbrieven die bijna niemand begreep (…) waren de eerste dominostenen die omvielen.’

    Bedrijven op Wall Street vertrouwden op quants, wiskundigen die complexe financiële producten en handelsalgoritmes ontwierpen. De managers zelf begrepen de producten of de werking daarvan niet, evenmin als de financiële toezichthouders die ‘het steeds meer aan de banken overlieten om hun eigen risico’s te managen’.

    Kunstmatige intelligentie vraagt niet om minder menselijke vaardigheden, maar om meer

    Deze menselijke fouten stortten de wereld in een nachtmerrie waarvan de meesten van ons nog niet geheel zijn bekomen. Toen de mantel van de goochelaar werd weggerukt, bleek er een wezenloze blik en een vraagteken achter schuil te gaan. De bedrijven op Wall Street vertrouwden op hun gerobotiseerde digitale circuits. Ze koesterden de algoritmes en lieten het menselijk systeem tot verontrustende passiviteit en afhankelijkheid vervallen. Economische waarde werd vernietigd, en de menselijke tol bestond uit chaos en pijn. Het komt goed uit om deze feiten over het hoofd te zien, maar rationeel is het beslist niet.

    Wat blijft er ten slotte over onder de mantel van de goochelaar? Louter één doorklinkende gedachte: dezelfde technologieën waarmee ze ons wilden verbannen, kunnen ons in staat stellen om de oude businessmodellen aan flarden te schieten. ‘Alles wat we hebben bereikt wordt door de machine bedreigd, zolang die het waagt als Idee te bestaan, en niet als een gehoorzaam hulpmiddel,’ schreef Rilke.

    De door velen voorspelde robotinvasie gaat uit van een economie van minachting die leidt naar een doodlopende straat van uitsluiting en stagnatie. In plaats daarvan kunnen we een nieuwe, menselijke economie opzetten. Ze zal nieuwe beroepen ontsluiten, nieuwe relaties kweken en nieuwe vormen van participatie voorstaan. Onder de goochelaarsmantel zal de valse dichotomie van winnaars en verliezers verdwijnen.

    We kunnen het ons niet veroorloven alle informatierijkdom en de activiteiten die daarmee gepaard gaan over te laten aan een elite. We kunnen de technologie allemaal vooruithelpen en er ons voordeel mee doen. Belangrijke nieuwe onderzoeksliteratuur over ‘neurale plasticiteit’ [veranderingen in de organisatie van de hersenen als gevolg van ontwikkeling, leren of ervaring] suggereert dat ieder van ons in staat is om veel meer te begrijpen, te voelen en te presteren dan de wereld ons ooit heeft gevraagd of toegestaan. En toch blijven we ons lichaam en onze geest opsluiten in werkplekken, scholen en ziekenhuizen waarvan de organisatieprincipes eeuwenlang nauwelijks veranderd zijn.

    Er is niets onvermijdelijks of noodzakelijks aan de huidige regels van het marktspel

    Ik zie een wereld waarin nog maar een fractie van het menselijk potentieel wordt benut. De digitale technologie kan ons helpen een nieuwe menselijke wending in de economische geschiedenis te bewerkstelligen en onze hardnekkigste problemen in elke sector aan te pakken, vooral op het gebied van klimaat, onderwijs en gezondheid. Elk daarvan zal vereisen dat mensen elkaar op nieuwe manieren steunen om moeilijke problemen op te lossen.

    Er is geen andere reden dan de gewoonte om te veronderstellen dat markteconomieën maar op één manier kunnen werken. In feite is juist het tegendeel het geval. Ons kapitalisme is defect geraakt. De vroegere successen van het kapitalisme waren het gevolg van zijn vermogen om zich voortdurend aan te passen aan de nieuwe behoeften van nieuwe mensen. Er is niets onvermijdelijks of noodzakelijks aan de huidige regels van het marktspel of de politiek die daardoor wordt ingegeven. Dit is geen utopische gedachte. Integendeel, het zou onrealistisch zijn te denken dat het huidige bestel niet kan en moet worden uitgedaagd.

    De meesten van ons hoeven geen ‘dingen te zoeken waar mensen echt goed in zijn’. Dat weten we al: we zijn goed in het mens zijn. Op die manier maken we de wereld menselijker, en dat gaat beter als we in de gelegenheid zijn om te leren en een bijdrage te leveren. We hebben lief, en dat doen we beter als we zelf worden liefgehad en op waarde geschat. Het sonnet van Rilke vervolgt: ‘Maar ons kan het bestaan nog altijd bekoren; op een honderdtal plekken is het nog altijd de Oorsprong.’ Laat dit onze elektronische wereld zijn. ‘Ik bezing het elektrische lichaam,’ schreef [de Amerikaanse dichter] Whitman, ‘de legers van degenen die ik liefheb omgorden mij en ik omgord hen…’ Laat ook dit onze elektronische wereld zijn.

  • Dorp te koop in Spanje: 44 huizen voor 260.000 euro

    Dorp te koop in Spanje: 44 huizen voor 260.000 euro

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Filmploeg vindt onderdelen spaceshuttle Challenger

    » Agent en dader om het leven gekomen bij aanslag Brussel

    Het dorp staat al 30 jaar leeg en kent een hotel, school en kerk

    Mensen die op zoek zijn naar een nieuwe woning en de overhitte woningmarkt in Nederland zat zijn, doen er wellicht beter aan om over de grens te kijken. In het noordwesten van Spanje wordt volgens de BBC een heel dorp verkocht voor de luttele som van 260.000 euro. Het gaat om Salto de Castro, vlak bij de grens met Portugal, op drie uur rijden van hoofdstad Madrid.

    In het Spaanse stadje vind je 44 huizen, een hotel, een kerk, een school, een openbaar zwembad en zelfs een oude kazerne. Het stadje is al dertig jaar verlaten, alle inwoners zijn vertrokken en de huidige eigenaar is een tachtigjarige man die het dorp begin 2000 kocht met het idee er een toeristische hotspot van te maken. Dat project kwam mede door de financiële crisis niet van de grond.

    Hoewel Salto de Castro een leuke buitenkans is voor een investeerder met grote plannen, vertelt de leegstand in het stadje het verhaal van grote delen van ruraal Spanje. Vanwege vergrijzing en een gebrek aan arbeidskansen trekken steeds meer mensen weg uit dorpen en ontstaan er spookstadjes waar niemand meer in leeft. In andere Zuid-Europese landen kunnen jonge gezinnen in zulke stadjes gratis aan woningen komen, zolang ze er zich maar vestigen en zo het voortbestaan van dorp garanderen.

    Lees ook:

  • Hoogste bedrag ooit gewonnen bij loterij

    Hoogste bedrag ooit gewonnen bij loterij

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Voormalig FIFA-president noemt WK in Qatar een vergissing

    » Agent in Spanje veroordeeld voor verspreiden nepnieuws

    Een onbekende winnaar won ruim 2 miljard dollar in de VS

    Na weken van spanning is de grootste jackpot ooit gevallen in de Verenigde Staten. Een nog onbekende winnaar kocht het felbegeerde lot van de Powerball-loterij in een winkeltje in de buurt van Los Angeles, schrijft de LA Times. De winnaar heeft ruim 2 miljard dollar gewonnen, een wereldrecord.

    Omdat de winnaar er echter voor heeft gekozen zijn prijzengeld volledig te ontvangen, krijgt hij het bedrag over 29 jaar op zijn bankrekening gestort. In veel gevallen kiezen winnaars van loterijen er bij zulke hoge bedragen voor de winst in één keer te ontvangen. Vaak gaat het dan om de helft van het winstbedrag.

    Powerball is een van de grootste loterijen in de VS en in de meeste staten kunnen Amerikanen meedoen. Omdat bij vorige trekkingen het winnende lot, dat 2 dollar kostte, niet was gekocht, bleef het prijzengeld toenemen tot het huidige astronomische bedrag. De kans om te winnen was 1 op 292,200,000.

    Lees ook:

  • Mizrachim-feministen schudden mensenrechtensituatie in Israël op

    Mizrachim-feministen schudden mensenrechtensituatie in Israël op

    Een nieuwe beweging komt met een ander model om te strijden voor de rechten van de meest onzichtbare en gemarginaliseerde groepen binnen de Israëlische maatschappij. Heeft dat kans van slagen?

    Sapir Sluzker Amran werkte nog voltijds als advocaat toen ze Dalal Daoud leerde kennen. Dat was in November 2018. Zoals elk jaar was Sluzker Amran op zoek naar een manier om aandacht te besteden aan de komende International Day for the Elimination of Violence Against Women (Internationale Dag voor de Uitbanning van Geweld tegen Vrouwen).

    Destijds zat Daoud, een Palestijnse inwoner van Israël, een gevangenisstraf uit van vijfentwintig jaar in Israëls enige vrouwengevangenis, Neve Tirtza, voor de moord op haar man, die haar stelselmatig had mishandeld, verkracht en haar binnenshuis had geketend. Nadat Sluzker Amran had gehoord over Daouds verhaal, en ze haar aan de telefoon had gesproken, stond haar besluit vast: dit jaar zou ze geld inzamelen voor Daoud, zodat ze wat spullen zou kunnen kopen in het gevangeniswinkeltje. Op die manier wilde Sluzker Amran haar duidelijk maken dat er buiten de gevangenis vrouwen waren die zich haar lot aantrokken.

    Maar meteen bij hun eerste ontmoeting begreep Sluzker Amran dat geld voor het gevangeniswinkeltje slechts het begin was van hun relatie. Ze besloot een campagne op te zetten om Daoud vrij te krijgen en ging minder werken zodat ze één dag per week kon besteden aan de coördinatie van dit project.

    Het werkte. Na enkele maanden campagne voeren kwam Daoud in juni 2019 voorwaardelijk vrij

    ‘Een kleine groep vrouwen en enkele organisaties sloten zich aan bij de campagne, en alle plannen werden samen met Dalal uitgewerkt,’ vertelt Sluzker Amran aan +972 Magazine. In de campagne werden straatprotesten gecombineerd met breed opgezette acties op social media en aandacht in de traditionele media, en daarnaast werd er gelobbyd in de Knesset – dit alles met de bedoeling om het verhaal van Dalal in een ander perspectief te plaatsen. De nadruk kwam te liggen op haar veerkracht en haar vermogen om zich te handhaven in een onmogelijke situatie.

    Het werkte. Na enkele maanden campagne voeren kwam Daoud in juni 2019 voorwaardelijk vrij. Niet alleen had het leven van Daoud een radicale wending genomen, het succes van de campagne betekende ook een keerpunt voor Sluzker Amran nadat ze bijna tien jaar lang had geprobeerd haar radicale activisme te combineren met haar carrière in de advocatuur. ‘Op de dag dat Daoud vrijkwam, besloot ik te stoppen met mijn werk als advocaat omdat ik merkte dat ik op deze manier meer effect kon sorteren,’ zegt ze.

    Formule voor succes

    Sluzker Amran beschikte over een formule voor succes, maar ze beschikte nog niet over de middelen om die formule ook op grotere schaal toe te passen. Daar had ze een beweging voor nodig, en ze wist precies tot wie ze zich zou moeten wenden om een dergelijke beweging van de grond te krijgen: Carmen Elmakiyes Amos, met wie ze al heel lang samen actievoerde. De beide vrouwen zetten zich in op verschillende terreinen die allemaal te maken hebben met armoede en huisvesting. Ze droomden er allebei van hun activisme naar ‘een hoger plan te tillen en meer te structureren’, zegt Elmakiyes Amos. 

    En zo zag eind 2019 een nieuwe beweging het licht: Shovrot Kirot (Hebreeuws voor ‘Muren neerhalen’, in de vrouwelijke vorm).

    De naam van de beweging is een hommage aan een gedicht van Vicki Shiran – een van de grondlegsters van het Mizrachim-feminisme [Mizrachim zijn Joden die uit Arabische of moslimlanden naar Israël zijn geëmigreerd]. Het gedicht vertelt het verhaal van een Mizrachim-vrouw uit de periferie die de muren waartussen ze gevangen zat neerhaalde en vervolgens wegvloog. De naam is ook bedoeld als een veeg uit de pan naar het traditionele ‘liberale’ feminisme, dat geen oog zou hebben voor racisme en de financiële problemen waar veel niet-witte vrouwen mee worstelen.

    ‘Wij hebben het over de vrouwen die muren moeten neerhalen voordat ze door welk glazen plafond ook kunnen breken’

    ‘[Liberale feministen] hebben het altijd over het glazen plafond en over op het schild gehesen, geprivilegieerde vrouwen die een inspiratie voor ons zouden moeten zijn,’ zegt Sluzker Amran. ‘Wij hebben het over de vrouwen die muren moeten neerhalen voordat ze door welk glazen plafond ook kunnen breken – vrouwen die niet eens een huis hebben, of die geen geld hebben om de elektriciteitsrekening te betalen, of die bang zijn te worden vermoord door hun man. Dat zijn de meest inspirerende leiders die we hebben.’

    Het verhaal van Sluzker Amran en Elmakiyes Amos begint meer dan tien jaar geleden, in de zomer van 2011. De demonstraties in Israël voor ‘sociale rechtvaardigheid’ hebben zich uitgebreid naar de chique Rothschild Boulevard in Tel Aviv, midden in het financiële district, en in het hele land grijpt de onvrede in razend tempo om zich heen. Honderdduizenden mensen gaan de straat op en slaan tenten op, in reactie op de krapte op de woningmarkt en het onbetaalbare levensonderhoud op het platteland. Ze schreeuwen de bekende leuze die is geïnspireerd op de Arabische Lente: ‘Het volk eist sociale rechtvaardigheid!’

    Voor Sluzker Amran, die destijds twintig was, betekende de golf van protesten het begin van haar activistische reis: nadat ze had gelezen over de demonstraties, besloot ze naar de tenten op Rothschild Boulevard te gaan en zich aan te sluiten. Maar wat ze daar aantrof was geen radicale beweging die iets wilde doen aan de benarde omstandigheden van de meest gemarginaliseerde groeperingen binnen de samenleving, maar een groep van voornamelijk Ashkenazi-activisten uit de middenklasse, die op de allereerste plaats probeerden de huren in Tel Aviv naar beneden te krijgen. Gedesillusioneerd keerde ze huiswaarts. 

    Dezelfde financiële problemen

    In het belangrijkste tentenkamp van de demonstranten leek men zich niet bewust van het feit dat niet alle Israëli’s worstelen met dezelfde financiële problemen. De Mizrachim worden al tientallen jaren gediscrimineerd en gemarginaliseerd door het Ashkenazi-Zionistisch establishment, waardoor er binnen de Joods-Israëlische maatschappij een etnische onderklasse is ontstaan. De Mazrachim verzetten zich al sinds de oprichting van de staat tegen hun onderdrukking – van opstanden in de ma’abarot [doorgangskampen] begin jaren vijftig en de rebellie van 1959 in Wadi Salib, een wijk in Haifa, tot de protesten van de Black Panthers begin jaren zeventig. Maar de strijd voor enerzijds een eerlijke herverdeling van de natuurlijke rijkdommen en anderzijds de erkenning van het onrecht uit het verleden, gaat tot vandaag de dag door.

    Toen de protesten in 2011 om zich heen bleven grijpen, ging Sluzker Amran met een eigen tent terug naar de protesten en vond aansluiting bij een andere groep mensen, het zogenaamde ‘No Choice’-kamp, bestaande uit mensen die geen enkele andere vorm van onderdak hadden, een groep waarmee ze meer affiniteit voelde. ‘Ik vond niet per se aansluiting bij de studenten of bij mensen van mijn eigen leeftijd, maar veel meer bij de daklozen, de alleenstaande moeders, de mensen die net uit de gevangenis kwamen en een plek moesten hebben om te wonen,’ zegt ze. Geleidelijk vond Sluzker Amran haar weg naar de parallelle tentenkampen die waren opgeslagen in de over het algemeen armere en voornamelijk door Mizrachim bevolkte buurten in het zuiden van Tel Aviv, waar een gemeenschappelijke kennis haar in contact bracht met Elmakiyes Amos.

    ‘Wij wilden dat er ook gepraat zou worden over allerlei kwesties die als een stuk minder sexy werden beschouwd’

    Dat bleek een van de vele bepalende ontmoetingen te zijn tussen Mizrachim-activisten, in die zomer waarin overal de initiatieven uit de grond schoten. De vrouwen vonden elkaar in hun kijk op de mainstream protestkampen. ‘Wij wilden dat er ook gepraat zou worden over armoede, over sociale huisvesting, over kindertoeslagen – over allerlei kwesties die als een stuk minder sexy werden beschouwd,’ zegt Elmakiyes Amos. Zo stak ze op een avond met een groep activisten de koppen bij elkaar en werd er besloten een nieuwe beweging in het leven te roepen, Lo Nechmadim/Lo Nechmadot (‘niet aardig’, zowel mannelijk als vrouwelijk, een ironische verwijzing naar de beschrijving die de toenmalige premier Golda Meir had gegeven van de Israëlische Black Panthers, nadat ze die in de jaren zeventig had ontmoet).

    Nadat de mainstream protesten van 2011 weer waren geluwd, bleef Lo Nechmadim/Lo Nechmadot jaren onvermoeibaar strijd leveren voor sociale huisvesting in Israël, samen met een aantal andere grassrootsbewegingen en -organisaties. Deze groeperingen demonstreerden geregeld voor de deur van ministers; in hun ogen waren de privéwoningen van gekozen bestuurders legitieme plekken om te demonstreren als deze politici er verantwoordelijk voor waren dat andere mensen uit hun huis werden gezet. Maar al hun inspanningen leverden frustrerend weinig resultaat op en zowel Sluzker Amran als Elmakiyes begreep dat, zoals de eerste het formuleerde, ‘de manier waarop we ons hadden georganiseerd in het begin prima had gewerkt, maar dat het nu tijd werd voor iets anders’.

    Geen enkele link

    Terugkijkend op hun ervaringen met ngo’s, en in het besef dat ze niet in staat waren gebleken de gewenste veranderingen binnen de Israëlische maatschappij te realiseren, zagen Sluzker Amran en Elmakiyes Amos een structureel probleem, dat zij de ‘ngo-driehoek’ noemden. Er is geen enkele link, betogen zij, tussen de ‘experts’ die werkzaam zijn binnen mensenrechtenorganisaties; hun cliënten binnen de gemarginaliseerde groepen in de samenleving, die vaak afhankelijk zijn geworden van de steun van de ngo’s; en diegenen die het werk van de ngo’s financieren, meestal grote internationale stichtingen, rijke buitenlandse geldschieters of zelfs buitenlandse regeringen.

    Het Shovrot Kirot-model beoogt deze drie categorieën samen te voegen tot één: de ‘cliënten’ zouden zelf het voortouw moeten nemen in de strijd voor hun rechten, goeddeels gefinancierd door kleine donaties die de beweging in staat stellen haar onafhankelijkheid te bewaren. ‘Mensen die ooit dit soort werk hebben gedaan weten precies hoe wezenlijk die vrijheid is,’ zegt Elmakiyes Amos. Na twee jaar zijn de eerste successen van dit model al zichtbaar: ‘We zien vrouwen die een jaar geleden nog door ons werden geholpen, maar die nu partner kunnen worden in de beweging – als donor of als activist – omdat ze het hoofd boven water kunnen houden,’ voegt ze eraan toe.

    ‘Mijn streven is dat niemand hoeft door te maken wat ik heb doorgemaakt’

    Daoud is hier een uitstekend voorbeeld van. Nadat ze was vrijgelaten uit de gevangenis sloot ze zich als activist aan bij Shovrot Kirot, en inmiddels geeft ze leiding aan een ‘community’ (de naam die binnen de beweging wordt gebruikt voor een groep activisten die strijden voor een specifiek doel) die zich bezighoudt met gevangenisstraffen en rehabilitatie, specifiek van vrouwen. ‘De mensen buiten de gevangenis hebben geen idee wat zich daar afspeelt,’ zegt Daoud tegen +972. ‘Maar ik weet nu hoe ik mensen kan helpen als ze in de gevangenis zitten, en nadat ze zijn vrijgekomen – met zaken als geld, zorg en opvang. Er zijn wezenlijke dingen die we kunnen doen zodat deze vrouwen een nieuwe start kunnen maken en niet afhankelijk hoeven te zijn. Mijn streven is dat niemand hoeft door te maken wat ik heb doorgemaakt.’

    Maar ondertussen blijkt het niet eenvoudig om de beweging gaande te houden met alleen kleine donaties. Elmakiyes Amos legt uit dat het met name bij dit soort projecten moeilijk is om financiering te krijgen. Er zijn namelijk maar weinig mensen die zich hiervoor willen inzetten als ze er niet zelf direct mee te maken hebben gekregen – omdat ze bijvoorbeeld in sociale huurwoningen zitten, de elektriciteitsrekening niet kunnen betalen of zelf ooit hebben vastgezeten. Deze situatie werd nog eens verergerd door de uitbraak van de corona-epidemie kort na het opzetten van hun beweging. ‘We houden het hoofd nog net boven water, maar als we nog langer willen doorgaan, zal ons maandelijkse budget van kleine donaties omhoog moeten,’ zegt Elmakiyes Amos.

    ‘Dat vrouwen in armoede leven, en dan met name Mizrachim of vrouwen uit Ethiopië, laat de meeste mensen min of meer koud,’ vervolgt ze. ‘Het lijkt erop dat veel mensen die zich mensenrechtenactivist noemen zich niet zo graag bezighouden met onze problemen en onze mensen. Het is echt lastig om mensen ervan te doordringen dat kwesties als armoede, het recht op onderdak en het recht op elektriciteit een onlosmakelijk deel zijn van de strijd voor mensenrechten in Israël, en dat deze kwesties even belangrijk zijn als de strijd tegen de bezetting en de strijd voor democratie. Natuurlijk is die strijd belangrijk, maar er spelen ook nog andere dingen die volkomen uit beeld zijn verdwenen.’

    Speerpunt

    Voor Shovrot Kirot blijft de strijd voor sociale woningbouw een speerpunt, in navolging van Lo Nechmadim/Lo Nechmadot en andere bewegingen die daaraan voorafgingen. Momenteel staan er in Israël meer dan dertigduizend gezinnen op een wachtlijst voor sociale huurwoningen, terwijl duizenden andere gezinnen zich niet eens kunnen inschrijven vanwege de stringente criteria die de regering heeft opgesteld. En omdat binnen dit systeem arme Mizrachim-vrouwen het sterkst worden uitgebuit, is het een strijd met een uitgesproken feministisch en Mizrachim-karakter.

    Nog los van het gebrek aan sociale huurwoningen en het feit dat het ongekend moeilijk is zo’n woning te bemachtigen, hebben de huurders nauwelijks een poot om op te staan als de autoriteiten besluiten ze uit hun huis te zetten, waardoor hun woonsituatie zeer hachelijk is. In de afgelopen jaren is Givat Amal, een buurt in het noorden van Tel Aviv, uitgegroeid tot een krachtig symbool van dit verrotte systeem en van de strijd voor rechtvaardigheid – een strijd waarin Shovrot Kirot weer haar unieke organisatiemodel heeft ingezet.

    ‘In 2011 gingen mensen de straat op omdat ze het gevoel hadden dat ze geen steun meer kregen van de staat’

    ‘In 2011 gingen mensen de straat op omdat ze het gevoel hadden dat ze geen steun meer kregen van de staat,’ zegt Ronit Aldouby, die lid is van het actiecomité van Givat Amal, en die in de buurt heeft gewoond totdat in november 2011 de laatste bewoners met geweld uit hun huis werden gezet, waarna de huizen met de grond gelijk werden gemaakt.

    Het verhaal van Givat Amal is een verhaal van uitbuiting, verwaarlozing en verbroken beloften. Givat Amal is ontstaan in 1947, oorspronkelijk vanuit een Ashkenazi-Zionistisch establishment dat de Mizrachim beschouwde als ‘menselijk materiaal’ voor de kolonisatie van Palestina. De eerste Joodse inwoners vestigden zich daar om te voorkomen dat de Palestijnse vluchtelingen uit al-Jammasin al-Gharbi zouden terugkeren. Maar het werd de Mizrachim-families wettelijk onmogelijk gemaakt om de panden te kopen waarin ze woonden. 

    Ondanks veelvuldige beloften dat de inwoners van Givat Amal niet uit hun huis zouden worden gezet zonder volledig te worden gecompenseerd en zonder dat er voor andere woonruimte werd gezorgd, werd het land waarop ze woonden herhaaldelijk doorverkocht. Totdat de huidige eigenaar, onroerend goed tycoon Yitzhak Tshuva, in 2005 uiteindelijk instemde met een grootschalig project waarmee hun uitzetting een feit werd. De inwoners hebben jaren strijd geleverd, wat heeft geresulteerd in een pakket compensatiemaatregelen waarmee de laatst overgebleven inwoners uiteindelijk akkoord zijn gegaan vlak voordat ze zouden worden uitgezet. Maar het geld is blijven steken op het ministerie van Justitie onder Gideon Sa’ar (wiens New Hope-partij tegenwoordig ook het ministerie van Huisvesting in handen heeft).

    Sleutelrol

    Shovrot Kirot heeft een sleutelrol gespeeld in wat Aldouby de ‘Sisyfusstrijd’ van de inwoners heeft genoemd, een strijd die ze voeren sinds de oprichting van de groep in 2019 – al zijn de oprichters en de activisten al bij de strijd betrokken sinds 2014, het jaar waarin zo’n tachtig gezinnen in deze buurt uit hun huis werden gezet. ‘Die jaren leverden we strijd om een einde te maken aan de uitzettingen, en Carmen en Sapir begeleidden ons bij alle protestacties. Ze waren ook bij de uitzettingen – Sapir is zelfs een keertje opgepakt.’

    Tijdens een demonstratie begin februari, mede georganiseerd door Shovrot Kirot, om rechtvaardigheid te eisen voor de bewoners die uit hun huis waren gezet, blokkeerden zo’n honderd actievoerders het drukke kruispunt tussen Givat Amal en het appartement van Gideon Sa’ar – een appartement dat, wrang genoeg, uitkijkt op wat nu de ruïnes van een platgegooide buurt zijn. Met bordjes, megafoons en trommels, en met in hun kielzog tientallen agenten, scandeerden de actievoerders: ‘Criminele regering, maak een einde aan de uitzettingen!’ en ‘We blijven strijden voor compensatie!’ Bij de toegang tot Givat Amal, naast een tiental waxinelichtjes die zo waren neergezet dat ze de woorden ‘We zullen niet vergeven’ vormden, stond een handgeschreven bord met daarop de naam Shovrot Kirot, en als tekst: ‘Het beleid om mensen uit hun huis te zetten is geweld tegen vrouwen.’

    Hoewel de vrouwen nog altijd wachten op de door de regering toegezegde compensatie, putten ze er kracht uit dat ze er in ieder geval in zijn geslaagd de regering onder druk te zetten. Het feit dat ze, op instigatie van Shovrot Kirot, nieuwe tactieken hebben ingezet – en vooral het besluit om het juridische strijdperk te betreden, naast het organiseren van demonstraties en het werven van steun via nieuwe én traditionele media – heeft hier ook een rol gespeeld.

    ‘Carmen en Sapir gingen met andere activisten naar de debatten in de Knesset,’ zegt Aldouby. ‘Ze zitten zelfs in de WhatsAppgroep van het buurtcampagneteam, ontvangen alle updates en denken met ons mee over wat de volgende stappen moeten zijn. Ze staan naast ons, bij alles wat er gebeurt en bij elke beslissing die er wordt genomen.’ 

    Ook hier worden alleenstaande moeders het zwaarst getroffen door het overheidsbeleid

    Hoewel Shovrot Kirot zichzelf bestempelt als Mizrachim-feministische beweging, zit de beweging zo in elkaar dat er makkelijk aansluiting kan worden gevonden tussen de strijd van de Mizrachim en de strijd van andere onderdrukte bevolkingsgroepen in Israël – zoals de Palestijnse inwoners. De afgelopen maanden is de beweging steeds actiever geworden in Jaffa, waar als gevolg van een agressieve gentrificatie het leven onbetaalbaar wordt voor de Palestijnen die er na de Nakba zijn blijven wonen. Ook hier worden alleenstaande moeders het zwaarst getroffen door het overheidsbeleid en het feit dat het gemeentebestuur niet in sociale woningbouw investeert.

    In november 2021, in de week dat de laatste inwoners van Givat Amal uit hun huis werden gejaagd, besloot Farida Najar, een alleenstaande Palestijnse moeder die al vier jaar op de wachtlijst stond voor een woning, een tent op te zetten in een park in Jaffa, en daar met haar vier kinderen te gaan wonen. Al snel kreeg Najar gezelschap van acht andere moeders met hun kinderen, die ook hun tent opzetten in het park om te protesteren tegen het falende stadbestuur van Tel Aviv-Jaffa, dat geen oplossing had weten te vinden voor hun nijpende situatie. Uiteindelijk werd er een tijdelijke oplossing overeengekomen.

    Ohad Amar, een sociaal-advocaat die in de raad van bestuur zit van Shovrot Kirot, ging naar het park om met de moeders te praten, en zette zich vanaf dat moment in om rechtsbijstand voor hen te regelen. ‘Toen ik de vrouwen sprak, werd me duidelijk dat ze geen van allen hebben waar ze recht op hebben, in termen van sociale zekerheid of huisvesting. Ze hebben geen van allen een advocaat, ze hebben niemand die hen kan helpen met het aanvragen van een uitkering,’ zegt hij tegen +972.

    ‘We proberen een groep vrijwilligers samen te stellen om dat te regelen, want het is ongekend moeilijk voor mensen om hun recht te halen,’ vervolgt hij. Voor de negen vrouwen in Jaffa die op deze manier hulp hebben gekregen is er een tijdelijke oplossing gevonden, en hun bijstandsaanvragen zijn ingediend. Maar, zo zegt Amar, zelfs als dat allemaal is geregeld, ‘leven deze vrouwen nog altijd in armoede’.

    Ethiopische vrouwen

    Ook Ethiopische vrouwen zijn oververtegenwoordigd in sociale woningbouwprojecten in Israël. Elmakiyes Amos herinnert zich een episode waarin een Mizrachim-vrouw, Rachel Levy, met haar kinderen uit huis werd gezet nadat haar moeder was overleden, omdat ze niet langer voldeed aan de voorwaarden voor een sociale huurwoning. ‘De autoriteiten wezen de woning toe aan een andere Ethiopische vrouw,’ zegt Elmakiyes Amos. ‘Toen zij Rachel zag, die na haar uithuisplaatsing een tent had opgezet in het gras voor de deur, bood ze haar verontschuldigingen aan. Maar Rachel antwoordde: “Jij kunt hier niets aan doen. We zouden niet hoeven te vechten om dit appartement; er zou een appartement voor jou moeten zijn en een appartement voor mij.” Naar mijn idee is dat de essentie van deze tragedie. Toen ik dat zag, werd me duidelijk hoe intrinsiek kwalijk dit beleid is, waarmee verzwakte groepen tegen elkaar op worden gezet. Het illustreert ook perfect de noodzaak voor verzwakte bevolkingsgroepen om samen op te trekken en dit soort verbonden aan te gaan.’

    Het bevorderen van solidariteit tussen onderdrukte groepen is zeker een van de ambities van de activisten van Shovrot Kirot, al is het momenteel slechts een neveneffect van hun inspanningen. Voor nu is Amar ervan overtuigd dat er nog altijd spanning bestaat tussen mensen die strijden voor ‘sociale rechtvaardigheid’ en mensen die ‘politieke rechten’ propageren – hoofdzakelijk de Palestijnse strijd.

    Een deel van deze spanning is terug te voeren op de aard van de links/rechts-dichotomie in Israël, waarin wat als ‘links’ wordt gezien – en dan met name als ‘zionistisch links’ – grotendeels wordt gelijkgesteld aan de rijkere, voornamelijk Ashkenazi-delen van de samenleving; terwijl dat wat als ‘rechts’ wordt beschouwd van oudsher het armere deel van de samenleving is, voornamelijk Mizrachim.

    ‘Ik weet niet of we er al aan toe zijn om te zeggen dat er een verband is tussen de rechten van de Palestijnen en het verzet tegen het kapitalisme’

    ‘We hebben nog niet de basis gevonden om samen op te trekken in alle campagnes en voor alle strijdpunten,’ zegt Amar. ‘Ik weet niet of we er al aan toe zijn om te zeggen dat er een verband is tussen de rechten van de Palestijnen en het verzet tegen het kapitalisme, en of we onze krachten al moeten bundelen. Links Israël kan zich makkelijker verhouden tot de bezette gebieden dan tot mensen die bijvoorbeeld zijn afgesneden van de elektriciteit, waarbij zij zich de vraag moeten stellen: “Tja, wil dat zeggen dat ik meer belasting zou moeten betalen?”’

    ‘Aan de andere kant,’ vervolgt hij, ‘staat onze gemeenschap open voor het idee van sociale rechtvaardigheid, dus we willen het graag in één en hetzelfde gesprek kunnen hebben over het debat over de rechten van de Palestijnen en het recht op sociale huisvesting. Volgens mij is dat de functie van Shovrot Kirot: mensen meer bewust maken van sociale rechtvaardigheid, zodat we strijd kunnen voeren tegen zowel het kolonialisme als kapitalisme.’

    Eigen gemeenschap

    Sluzker Amran is ervan overtuigd dat het strategische waarde heeft om je allereerst op de eigen gemeenschap te richten. ‘Niet dat we ons verzet tegen de bezetting opgeven – ik denk dat de Palestijnen een einde zullen maken aan de bezetting,’ benadrukt ze. ‘Maar tegelijkertijd kunnen we ervoor zorgen dat onze eigen gemeenschappen sterker worden. En we kunnen er samen over praten op een manier waar iedereen zich in kan vinden en waarbij we de overeenkomsten benoemen.’

    ‘Mij staat geen “vredeskamp” voor ogen, waarin de meeste mensen zeer geprivilegieerd zijn en afkomstig uit een milieu dat al behoorlijk links is,’ vervolgt Sluzker Amran. ‘Ik richt me op mensen die weten hoe het is om met politiegeweld te maken te krijgen, mensen die niet verbaasd opkijken als de politie Iyad al-Hallaq vermoordt [een 32-jarige autistische Palestijnse man die werd neergeschoten en gedood door de Israëlische politie toen hij niet stopte bij de controlepost Lions’ Gate in Jeruzalem], of als ze zien hoe de politie zich opstelt tegenover de Bedoeïenen in de Negev-woestijn of bij de vrijdagse demonstraties in het bezette Oost-Jeruzalem. In Givat Amal, maar ook op andere plekken, zien ze de uitzettingen in Sheikh Jarrah en in de Negev-woestijn, ze zien de foto van een oude vrouw die de agenten of de soldaten smeekt om in haar huis te mogen blijven.’

    ‘Het is niet hetzelfde,’ verduidelijkt Sluzker Amran. ‘Maar mensen zien de gelijkenissen. Dat is niet de reden dat ik dit doe, maar ik heb wel het idee dat ik me op deze manier verzet tegen de bezetting.’

    Sivan Tahel, een activist van Shovrot Amran die zich voornamelijk bezighoudt met politiegeweld, ziet er geen meerwaarde in als de beweging zich zou voegen naar traditionele politieke labels. ‘Zeggen dat ik een Mizrachim-vrouw ben is al een politieke stellingname,’ betoogt ze, ‘omdat daarmee de machtsverhoudingen worden benoemd; niet of ik tot het “linkse” of het “rechtse” kamp behoor.’

    ‘Daarom zijn bewegingen als de onze ook zo belangrijk, want wij hebben eigenlijk geen politieke kleur’

    ‘Daarom zijn bewegingen als de onze ook zo belangrijk,’ vervolgt ze. ‘Want wij hebben eigenlijk geen politieke kleur. En wat is er zo radicaal aan om binnen het systeem op zoek te gaan naar een politieke kleur? Wij zijn activisten, waar wij naar streven is een verandering van het hele systeem, niet alleen van de mensen aan de top.’

    Maar hoewel Tahel de overeenkomsten ziet tussen verschillende gemarginaliseerde groepen die met dezelfde sociale problemen worstelen, waarschuwt ze ook dat de verschillen niet moeten worden uitgevlakt. ‘Door bevolkingsgroepen met elkaar te verbinden, creëer je een mechanisme dat de tactiek van verdeel-en-heers ondermijnt,’ zegt ze. ‘Maar als we ons willen verenigen in de strijd, is het belangrijk om te onderkennen dat elke bevolkingsgroep uniek is.’

    Ze licht toe: ‘Het is schadelijk om de Mizrachim-strijd altijd te zien als een poort naar de strijd van een andere gemeenschap die een zwakkere positie zou hebben dan wij, aangezien de Mizrachim meer dan zeventig jaar lang zijn onderdrukt en uitgesloten zonder dat er ook maar sprake is van enige rechtvaardigheid of compensatie. Als Mizrachim moet je constant strijd leveren om je plek op te eisen, en je moet mensen er voortdurend van overtuigen dat je de waarheid vertelt over het feit dat je wordt onderdrukt. Dus de Mizrachim hebben een eigen strijd, die ook gevoerd moet worden. En Shovrot Kirot geeft ons daar de kracht voor.’

  • Het wonder van Indiase ‘open gevangenissen’

    Het wonder van Indiase ‘open gevangenissen’

    In deze Indiase gevangenis kunnen gedetineerden twaalf uur per dag in- en uitlopen om te gaan werken of familie te bezoeken. De gedetineerde keert aan het eind van de dag vrijwel altijd terug.

    In de elf jaar die Arjiram in een conventionele Indiase gevangenis doorbracht, heeft de numbardar – de man die dagelijks de aanwezigen controleert – niet één keer zijn naam genoemd. ‘Hij telde simpelweg onze hoofden,’ aldus Arjiram, die is veroordeeld voor moord. ‘Het gevoel van anonimiteit was zo extreem,’ zegt hij, ‘dat ik in de gesloten gevangenis zelfs mijn eigen naam begon te vergeten.’

    Dergelijke vernederingen kenmerkten Arjirams gevangenschap, die hij beschrijft als een jarenlang proces van ontmenselijking. En zijn ervaring is typerend voor het gevangenisleven in India. Hij verbleef in krappe, vieze ruimtes, waar het ontbrak aan basisvoorzieningen. Hij sliep op overvolle vloeren en deelde van insecten krioelende dekens met andere gevangenen. ‘Om mezelf af te leiden van de nare herinneringen aan de gesloten gevangenis, ben ik op een gegeven moment tijdens het appel in de open gevangenis mieren gaan voeren. Zo had ik geen last van de verstoorde gemoedstoestand die bij mij opspeelt wanneer ik aan de gesloten gevangenis moet denken,’ zegt hij. ‘Door de mieren te voeren verdreef ik een gevoel van doelloosheid en leerde ik elk schepsel met respect te behandelen.’

    In 2014 vond een grote verandering plaats in Arjirams leven als gedetineerde. Hij werd overgeplaatst naar een ander type penitentiaire inrichting: de Sanganer Open Prison.

    ‘Ik kon vertrekken om te gaan werken en dan weer terugkomen. En het beste was dat ze me vertrouwden’

    Hoewel de gedetineerden in de open gevangenis van Sanganer wettelijk opgesloten zitten, kunnen ze de inrichting overdag verlaten en mogen ze zich binnen de stadsgrenzen bewegen. Vrijwel direct na zijn aankomst voelde Arjiram zijn gevoel van eigenwaarde terugkeren. ‘Het voelde niet langer alsof ik in een gevangenis zat,’ vertelt hij. ‘Ik kon vertrekken om te gaan werken en dan weer terugkomen. En het beste was dat ze me vertrouwden.’ Na meer dan tien jaar zonder naam en identiteit voelde hij zich weer een volwaardig mens.

    Volgens het National Crime Records Bureau van India zijn er ongeveer 88 open gevangenissen in het land. De meeste bevinden zich in de deelstaat Rajasthan, waar het concept voor het eerst werd geprobeerd. De Indiase open gevangenissen worden minimaal beveiligd. Ze worden bestuurd en onderhouden door de staat en de gevangenen kunnen gaan en staan waar ze willen. In Sanganer is de gevangenis twaalf uur per dag geopend. Elke avond moeten de gevangenen terugkomen en worden ze tijdens het dagelijkse appel geteld.

    Resocialisatie

    Het systeem heeft niet straffen maar resocialisatie tot doel en is gebaseerd op de overtuiging dat vertrouwen aanstekelijk werkt. Het veronderstelt en stimuleert zelfdiscipline bij de gevangenen. En het heeft praktische voordelen: doordat gedetineerden kunnen werken, verdienen ze geld voor zichzelf en hun gezin, doen ze nieuwe vaardigheden op en onderhouden ze contacten in de buitenwereld die van nut kunnen zijn als ze vrijkomen.

    Dit gevangenismodel gaat al ver terug in India. Een van de eerste open gevangenissen werd opgericht in 1953 om gevangenen te laten meewerken aan de bouw van een dam in Uttar Pradesh. In de daaropvolgende decennia ontwikkelde het concept zich tot een systeem gericht op rehabilitatie, dat in het bijzonder werd gepromoot door Sampurnanand, de gouverneur van Rajasthan in de jaren zestig.

    Door de grootte van het land lijkt het succes van een open gevangenissysteem dus onwaarschijnlijk. En toch werkt het

    Open gevangenissen zijn in India tot op heden niet de norm – ze huisvesten minder dan drie procent van de gevangenisbevolking. Toch neemt het aantal toe en vertegenwoordigen ze een opmerkelijk progressieve opvatting over opsluiting. India behoort tot een kleine groep landen die open gevangenissen kennen. Hiertoe behoort bijvoorbeeld ook Finland, dat vaak geroemd wordt om zijn vooruitstrevende rechtssysteem. Maar Finland is een klein, welvarend land met iets meer dan 5 miljoen inwoners en relatief weinig gewelddadige criminaliteit: er worden slechts een paar honderd moorden per jaar geregistreerd. In India daarentegen wonen 1,4 miljard mensen en vinden tienduizenden moorden, verkrachtingen en aanrandingen plaats. Door de grootte van het land lijkt het succes van een open gevangenissysteem dus onwaarschijnlijk. En toch werkt het.

    open jail 23455
    In een open gevangenis is resocialisatie het doel, uitgaand van het idee dat vertrouwen aanstekelijk werkt. – © Wikimedia Commons

    Het toelatingsproces tot de open gevangenissen van India is vergelijkbaar met de voorwaardelijke vrijlating in veel andere landen. Gevangenen worden van conventionele gevangenissen overgeplaatst naar open gevangenissen als ze voldoen aan een reeks criteria, zoals goed gedrag, bereidheid te resocialiseren en lichamelijke en geestelijke gezondheid.

    De open gevangenissen zijn niet alleen bedoeld voor gevangenen die lichte misdrijven hebben begaan. Hari Singh (niet zijn echte naam) was veroordeeld voor moord en werd, nadat hij zijn tijd had uitgezeten in een gesloten gevangenis, vijf jaar geleden overgebracht naar de open gevangenis van Sanganer. Vóór zijn gevangenschap werkte hij in de bouw. ‘Nu rijd ik op een e-riksja en verdien ik 600 tot 700 roepies (7,50 tot 8,50 euro) per dag,’ zegt hij. ‘Ik heb acht jaar in de gesloten gevangenis gezeten, waar we van de wereld waren afgesloten en ons voortdurend zorgen maakten. Hier leiden we een zorgeloos bestaan – kamao aur khao (verdienen en eten).’

    Los van het feit dat open gevangenissen gedetineerden in hun eigen onderhoud laten voorzien

    Los van het feit dat open gevangenissen gedetineerden in hun eigen onderhoud laten voorzien, is er minder personeel nodig en bedragen de operationele kosten maar een fractie van wat gesloten gevangenissen aan gedetineerden kwijt zijn – gemiddeld zo’n 7000 tot 10.000 roepies (87 tot 123 euro) per maand. In India zijn er weinig betrouwbare gegevens over recidive beschikbaar, maar de recidivecijfers van Scandinavische landen met open gevangenissen behoren tot de laagste ter wereld.

    Menswaardige omstandigheden

    Maar het meest opmerkelijk aan open gevangenissen zijn de menswaardige omstandigheden. Net als in veel andere landen is overbevolking in Indiase gevangenissen een groot probleem, wat ingrijpende gevolgen heeft voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de ingezetenen. Open gevangenissen kunnen een oplossing bieden.

    ‘Wat we missen in een traditionele gevangenis, is kleur,’ zegt Pooja Chabra, die in 2015 vanuit een gesloten gevangenis werd overgeplaatst naar de open gevangenis van Sanganer. Zodra ze in Sanganer kwam, begon Chabra bloemen te planten. ‘Ik heb vóór mijn onderkomen in de Sanganer Open Prison wat goudsbloemen geplant,’ zegt ze. ‘Die gaven plotseling kleur aan mijn leven.’

    Alleenstaande vrouwen worden over het algemeen niet toegelaten in open gevangenissen

    En dat was niet het enige goede wat Chabra hier overkwam: ze ontmoette ook haar geliefde, Kishan Devagowda. ‘Er is een nieuwe fase voor me aangebroken en het zijn misschien wel de gelukkigste jaren van mijn leven,’ aldus Devagowda.

    Alleenstaande vrouwen worden over het algemeen niet toegelaten in open gevangenissen, maar sommigen vinden toch een manier om te worden overgeplaatst. Soms besluit een groep alleenstaande vrouwen bijvoorbeeld een familie te zijn. ‘Vanaf het moment dat we dat besloten, veranderde ons leven,’ zegt Geeta Sharma, die samen met haar ‘familie’ naar de open gevangenis in Sanganer werd overgeplaatst.

    GettyImages 88870346 kopie
    Urmila Jain (42) verblijft sinds zeven jaar in de open gevangenis van Sanganer, Rajasthan, India. Ze helpt in de crèche voor kinderen van medegedetineerden en verdient daar iets meer dan twintig euro per maand mee. – © Purushottam Diwakar/ The India Today Group via Getty Images

    Andere soorten

    India kent ook andere soorten open gevangenissen. De open gevangenis van Cherlapally in Hyderabad in Telangana is verspreid over 120 hectare weidegrond. De ingezetenen worden betaald om gewassen te telen, te vissen en kippen te fokken. De gevangenis in Cherlapally biedt iets minder vrijheid dan de open gevangenis van Sanganer, maar stelt gevangenen wel in staat om verschillende vaardigheden te ontwikkelen, familie te ontvangen en al met al een normaler, minder opgesloten leven te leiden.

    ‘De gevangenen werken op de boerderijen en met het pluimvee’

    ‘De gevangenen werken op de boerderijen en met het pluimvee,’ zegt een plaatsvervangend opzichter van de Cherlapally Open Prison, die anoniem wil blijven. ‘Ze leren nieuwe teelttechnieken, die na vrijlating de kans op een baan vergroten.’ Het Telangana State Prisons Department heeft op de All India Industrial Exhibition, die onlangs in Hyderabad plaatsvond, zelfs een verkooppunt opgezet met de naam My Nation. Hier worden artikelen verkocht als beddenlakens, handdoeken, deurmatten, stalen voorraadkasten, krukken, schoonmaak- en bakkerijproducten. Alle producten worden gemaakt door de gevangenen, die daarvoor betaald krijgen.

    Na meer dan een decennium met gedetineerden te hebben gewerkt richtte Smita Chakraborty in 2018 Prison Aid and Action Research (PAAR) op, een organisatie die zich inzet voor gevangenishervorming. Ze is misschien wel de grootste voorvechter van de open gevangenis in India. ‘Als ze een voorwaardelijk-vrijlatingssysteem kunnen bedenken,’ zegt ze, ‘kunnen ze ook een opengevangenissysteem bedenken.’

    Het vertrouwen waarop het model is gebaseerd lijkt wederzijds respect af te dwingen tussen de staat en de ingezetenen

    En haar inzet heeft geloond: het aantal open gevangenissen in India neemt toe. In 2017 heeft het Indiase Hooggerechtshof de centrale regering opgedragen gesprekken te organiseren met autoriteiten in heel het land, met als doel meer open gevangenissen op te zetten. Sinds die uitspraak zijn er in het hele land dertig nieuwe open gevangenissen opgezet.

    Chakraborty wijst erop dat minder dan 1 procent van de mensen in open gevangenissen van India veelplegers zijn, en dat de overgrote meerderheid niet gewelddadig is en weinig bedreiging vormt voor de samenleving. Bovendien komt het maar zelden voor dat iemand uit een open gevangenis ‘ontsnapt’. Het vertrouwen waarop het model is gebaseerd lijkt wederzijds respect af te dwingen tussen de staat en de ingezetenen.

    Te conservatief

    Als er al kritiek is, dan is het vooral dat het systeem juist te conservatief is – vooral waar het aankomt op de gevangenen die worden toegelaten. Volgens sommige critici zijn de toelatingscriteria onnodig streng, waardoor veel gevangenen die waarschijnlijk geen bedreiging vormen, in gesloten gevangenissen moeten blijven. In 2021 had India de capaciteit om 6213 mensen in zijn open gevangenissen te huisvesten, maar werden er slechts 3075 toegelaten.

    Dat het probleem niet bovenaan de agenda staat, is misschien te wijten aan algemene onverschilligheid ten aanzien van gevangenen, die vaak als sociaal uitgerangeerd worden gezien. Maar naarmate open gevangenissen een groter aandeel vormen van het Indiase rechtssysteem, neemt de kans toe dat daar verandering in komt. ‘Dit concept zou wel eens kunnen uitgroeien tot een van de belangrijkste ontwikkelingen van de eenentwintigste eeuw,’ zegt Ajit Singh, voormalig directeur-generaal van de gevangenissen in Rajasthan.