Onderwerpen: Mensenrechten

  • ‘Sla hard toe’. Zo werkt China’s campagne om de Oeigoeren te onderdrukken

    ‘Sla hard toe’. Zo werkt China’s campagne om de Oeigoeren te onderdrukken

    De Oeigoerse dichter Tahir Hamut Izgil werd meerdere malen door de Chinese politie gearresteerd. Om aan vervolging te ontkomen vluchtte hij naar de Verenigde Staten. In zijn autobiografie Wachten op mijn arrestatie in de nacht laat hij zien hoe China de Oeigoeren in het land constant in de gaten houdt en intimideert. Een fragment.

    Ik blijf terugkeren naar de eerste dag van het jaar 2013.

    Die avond werd ik onverwachts opgebeld door Ilham Tohti, een hoogleraar economie van de Centrale Universiteit voor Nationaliteiten in Beijing. Het was jaren geleden dat we elkaar hadden gesproken. Hij zat in een Oeigoers restaurant achter de universiteit, waar hij het nieuwe jaar vierde met een wederzijdse vriend uit Beijing.

    Na het uitwisselen van beleefdheden zei Ilham: ‘Xi Jinping heeft de macht naar zich toe getrokken. Voor ons gaat het dus beter worden. Verlies de moed niet, en geef aan onze vrienden in Ürümqi maar door dat ze optimistisch mogen zijn.’ Ilham was heel opgewekt. Toen hij zei dat het beter zou gaan met ons doelde hij op de politieke omstandigheden van de Oeigoeren. Die waren in het recente verleden snel verslechterd.

    Op dit moment is volstrekt duidelijk hoe absurd het was om van Xi Jinping iets te verwachten wat positief uit zou pakken voor de Oeigoeren, maar indertijd leefde die hoop wel bij veel Oeigoerse intellectuelen. Ook onder Han-intellectuelen waren er mensen die verwachtten dat Xi relatief progressief zou zijn. De Chinese politiek is zo ondoorzichtig dat er over de politieke opvattingen van nieuwe leiders alleen maar gespeculeerd kan worden.

    Xi’s vader Xi Zhongxun was kort nadat de Partij aan de macht was gekomen de hoogste functionaris in het noordwesten van China geweest, en had kritiek geuit op het repressieve beleid van de Partij in Xinjiang. Oeigoerse intellectuelen wilden maar al te graag geloven dat Xi Jinping op dit gebied de voetstappen van zijn vader zou drukken. Het was een uit wanhoop geboren hoop, de droom van een gehavende gemeenschap over een betere behandeling door haar koloniale overheersers.

    Ilham Tohti

    Ik had aan het begin van de jaren negentig kennisgemaakt met Ilham Tohti. Aan het Centrale Instituut voor Nationaliteiten, zoals de naam toen nog luidde, was ik bezig met het afronden van het eerste deel van mijn studie. Ilham deed een master economie. Hij was een enorm energieke, spraakzame man, die heel snel praatte, alsof zijn hoofd vol gedachten zat en hij die in de hoogste versnelling onder woorden wilde brengen. Als we elkaar op de campus tegen het lijf liepen begon hij meteen opgewonden te praten. En als hij eenmaal bezig was, was hij bijna niet meer te stuiten, vooral als het over zijn favoriete onderwerp ging, de economie en demografie van de regio waar de Oeigoeren woonden. Later zou Ilham een van de meest vooraanstaande Oeigoerse dissidente intellectuelen worden. Rond 2005 zette hij een website in het Chinees op, waarop hij artikelen zette waarin hij de rechten van Oeigoeren verdedigde. Hij betoogde dat de Chinese overheid zich in Oeigoers gebied niet aan haar officiële autonomiebeleid hield, dat het Productie- en Constructiekorps in Xinjiang functioneerde als een wetteloze staat binnen de staat, dat door de snelle instroom van Han-kolonisten de inheemse bevolking een minderheid in eigen land aan het worden was, dat er onder de Oeigoeren een enorme werkloosheid was en dat in het onderwijs het Oeigoers was gemarginaliseerd.

    Een van de belangrijkste doelstellingen van zijn website was het aanmoedigen van een gezonde dialoog tussen Oeigoeren en Han-Chinezen en het versterken van een goede verstandhouding tussen de twee etnische groepen. De website trok veel gelijkgestemde intellectuelen en studenten aan, Oeigoeren, Han-Chinezen en anderen, en kreeg ook in het buitenland steeds meer invloed. Mijn neef had me verteld over de site. Hij zei dat veel jonge Oeigoeren actief bijhielden wat erop werd gezet en dat ze daar vaak over discussieerden.

    Het zal geen verwondering wekken dat Ilham Tohti’s dissidente opvattingen de aandacht trokken van de Chinese overheid. De politie nodigde hem vaak uit ‘op de thee’, een eufemisme voor een informele waarschuwing of een verhoor. In bepaalde gevoelige perioden, zoals de Spelen van 2008 of wanneer westerse leiders op bezoek kwamen in Beijing, stuurde de politie het gezin van Ilham een maand ‘op vakantie’. In 2009 zei de overheid dat Ilham verantwoordelijk was voor het geweld van juli dat jaar in Ürümqi. Hij en zijn gezin verdwenen. Men ging ervan uit dat Ilham was gearresteerd. Maar na anderhalve maand informele hechtenis in een buitenwijk van Beijing mochten ze weer naar huis. Ondanks dit alles ging Ilham ervan uit dat de overheid hem niet formeel zou arresteren of gevangenzetten. Per slot van rekening gaf hij college aan een universiteit in de hoofdstad. Hij vond ook dat hij met zijn kritiek volledig binnen de wet bleef. En dat het gezin in Beijing geregistreerd stond was ook bevorderlijk voor zijn gemoedsrust. Het behoeft geen betoog dat het politieke klimaat in de hoofdstad heel anders was dan in Xinjiang. Als hij daar dit soort activiteiten had ontplooid, zou hij allang gearresteerd zijn.

    Arrestatie

    Maar het pakte toch anders uit dan hij had gedacht. Medio januari 2014 hoorden we in Ürümqi dat Ilham was opgepakt in Beijing. Ik vroeg welke eenheid van de politie dat had gedaan en hoorde dat het mensen uit Ürümqi waren geweest.

    Het was niet normaal dat rechercheurs uit Ürümqi een afstand van meer dan 2500 kilometer aflegden om een hoogleraar aan een universiteit in Beijing te arresteren. Normaal gesproken had de politie van Beijing dan jurisdictie. Dat de politie van Ürümqi erop af werd gestuurd betekende dat de beslissing om Ilham te arresteren op het hoogste niveau was genomen. Niet lang daarna hoorden we dat rond dezelfde tijd een aantal studenten van Ilham waren verdwenen. Waarschijnlijk waren ze gearresteerd. Anders gezegd: het zag er niet best uit.

    Ik schrok van de arrestatie van een intellectueel die alleen maar de overheid had opgeroepen om zich aan haar eigen wetten te houden. Daardoor kreeg ik het sombere voorgevoel dat het met de Oeigoerse intelligentsia als groep helemaal de verkeerde kant op ging. Om toch wat te doen tegen het naderende gevaar stak ik een paar uur in het controleren van alle bestanden op mijn laptop en de computer die ik op mijn werk gebruikte en wiste alle bestanden, videobeelden, opnamen en foto’s die de politie mogelijk kon aangrijpen om me te arresteren. Ik gaf iedereen bij ons op kantoor opdracht hetzelfde te doen. Niet lang daarvoor was ik al surfend op het internet Charter ’08 tegengekomen, een manifest waarin Nobelprijswinnaar Liu Xiaobo en anderen een oproep deden voor democratie en burgerrechten in China. Na het lezen besloot ik het in het Oeigoers te vertalen, maar omdat ik het nergens kon publiceren had ik het maar op mijn computer laten staan. Een paar jaar geleden had ik van een vriend een Word-bestand gekregen met een Chinese vertaling van Xinjiang: China’s Muslim Borderland, een bundel wetenschappelijke artikelen uit de Verenigde Staten en elders. De politieke afdeling van het Volksbevrijdingsleger had het boek in het Chinees vertaald, waarschijnlijk om mensen er intern kennis van te laten nemen. Omdat de overheid de toegang tot informatie vanuit het buitenland strikt reguleerde wilde ik heel graag alle mogelijke buitenlandse informatie over Oeigoeren en ons land in handen krijgen, en dus las ik het boek wel drie keer. Ik had ook de pdf van een in Tainwan gepubliceerd boek van Wang Lixiong waarvan de titel zich in het Engels laat vertalen als My West China, Your East Turkestan. En ik had een foto van de dalai lama met de verbannen Oeigoerse leider Rebiya Kadeer, zijn arm liefdevol om haar schouder geslagen. Het was ontroerend om deze warme band te zien tussen leiders van twee gemeenschappen die in China werden onderdrukt.

    Het was ontroerend om deze warme band te zien tussen leiders van twee gemeenschappen die in China werden onderdrukt

    Het had me heel wat moeite gekost om deze teksten te vinden en te vertalen, en het gaf me een onbehaaglijk gevoel toen ik ze een voor een wiste. Maar latere gebeurtenissen zouden aantonen dat ik er goed aan had gedaan. Het ging echt de verkeerde kant op. De repressie die het gevolg was geweest van de rellen die in 2009 in Ürümqi waren uitgebroken was nog niet voorbij toen de overheid een aparte campagne tegen de Oeigoeren op touw zette, die de naam ‘Sla hard toe’ meekreeg. Die was gericht tegen ‘religieus extremisme, etnisch separatisme en gewelddadig terrorisme’, en had verreikende gevolgen. Han-migranten stroomden in nog grotere aantallen dan eerst Xinjiang binnen. Huizen van Oeigoeren werden gesloopt en hun land werd in beslag genomen. In godsdienstig en cultureel opzicht kregen de Oeigoeren met steeds meer repressie te maken, en in het dagelijkse bestaan werden ze steeds meer gediscrimineerd. Aan de problemen die door Tohti waren benoemd werd niet alleen niets gedaan, ze mochten ongehinderd doorwoekeren. Toch bleef de overheid zeggen dat alle ontevredenheid onder de Oeigoeren voortkwam uit separatisme en terrorisme, en werden er lukraak mensen bestraft.

    Twee maanden nadat Tohti was gearresteerd bereikten ons berichten over een terroristische aanslag in een treinstation in de Zuid-Chinese stad Kunming, duizenden kilometers bij Ürümqi vandaan. Staatsmedia berichtten dat vijf zwart gemaskerde Oeigoeren met messen passagiers hadden aangevallen in de hal waar kaartjes werden verkocht.

    Weer gingen twee maanden voorbij. Toen kwamen staatsmedia met het bericht dat twee Oeigoeren passagiers hadden aangevallen bij de uitgang van het station, waarna ze zich hadden opgeblazen. Kort daarop kwam het bericht dat Oeigoerse terroristen een zelfmoordaanslag hadden uitgevoerd op een markt in Ürümqi.

    De houding en de retoriek van de overheid werden agressiever dan ooit

    In de jaren na het geweld van 2009 in Ürümqi leek het rustiger te zijn geworden in Xinjiang. Maar door drie aanslagen binnen twee maanden liep de spanning weer behoorlijk op. De houding en de retoriek van de overheid werden agressiever dan ooit.

    Oeigoeren reageerden steevast op dit soort gebeurtenissen door ‘Er is iets gebeurd’ te zeggen. Mensen die ik kende hadden complexe gevoelens over zulke incidenten. Enerzijds koesterden ze zoveel ressentiment jegens overheid en Han-Chinezen dat ze dachten: hun verdiende loon. Anderzijds vonden ze het verkeerd om je pijlen te richten op burgers in plaats van op de overheid. Verder waren mensen bang dat zulke aanslagen nog meer repressie tot gevolg zouden hebben en dat ze daar persoonlijk last van zouden krijgen. En als er negatieve gevolgen waren, werd er gemopperd: ‘Laat die lui dankbaar zijn voor hun dagelijks brood in plaats van stomme dingen te doen.’ De officiële rapporten over zulke voorvallen waren meestal vaag, tegenstrijdig en niet erg overtuigend. Verdenkingen, gissingen en geruchten deden algauw de ronde. Volgens de overheidspropaganda werden al deze aanslagen gepleegd door separatisten en terroristen, die Xinjiang af wilden scheiden van China en tot een onafhankelijk Oost-Turkestan wilden komen. De overheid weigerde te erkennen dat het geweld mogelijk een gevolg was van haar eigen beleid, dat nefaste gevolgen had voor het leven van de Oeigoeren.

    Maar onder de Oeigoeren deden tal van geruchten de ronde over wie er achter de aanslagen zaten. Meestal vermoedde men dat ze waren gepleegd door mensen die het slachtoffer waren geworden van overheidsgeweld en nu wraak wilden nemen. Anderen dachten dat de overheid zelf de aanslagen had gepleegd om zo een excuus te hebben voor nog meer repressie en om de wil tot verzet van de Oeigoeren te breken.

    Niet alleen werden de mensen die betrokken waren bij de aanslagen zwaar bestraft, de overheid pakte ook mensen aan die niets te maken hadden met de aanslagen maar connecties hadden met de daders: familieleden, kennissen, mensen met wie ze ooit samen hadden gegeten of bij wie ze hadden gelogeerd. Die werden ervan beschuldigd dat ze terroristen ‘onder hun vleugels hadden genomen’.

    Verboden artikelen

    Net als veel andere Oeigoerse intellectuelen wilde ik graag weten wat er in buitenlandse media over deze aanslagen werd geschreven en hoe er in het buitenland op werd gereageerd. Na het geweld van 2009 in Ürümqi werd in Xinjiang bijna een heel jaar het internet afgesloten. Ook toen het weer werd opengesteld bleven veel buitenlandse websites, vooral op het gebied van nieuws, ontoegankelijk. Als je toch toegang tot zulke sites wist te krijgen gold dat als een ernstig misdrijf. Desondanks gebruikten we stiekem toch VPN’s om de Great Firewall, de beruchte digitale Grote Chinese Muur, van de overheid te omzeilen en op allerlei internationale nieuwssites te komen. We hadden zo weinig informatie over ons eigen land en wat er om ons heen gebeurde dat we dat risico wel wilden lopen. Na de arrestatie van Ilham Tohti en de aanslagen werd de repressie zo hevig dat ons niets anders overbleef dan onze VPN’s te verwijderen en het te doen zonder internationale nieuwssites. Als ik geen gebruik meer kon maken van internet leek er nog maar één optie over te blijven: op de korte golf luisteren naar buitenlandse nieuwszenders.

    Dat jaar gingen we met het gezin op vakantie in Qashqar. We brachten een bezoek aan mijn ouders en gingen bij oude vrienden langs. De man van een vrouw met wie Marhaba op school had gezeten had in een winkelcentrum daar een zaak met elektronische spullen. Ik besloot daar een kortegolfradio te kopen. Hij wist vast wel wat een goede was.

    Toen ik naar binnen liep was hij net bezig alle radio’s uit de winkel in dozen te doen. Ik vroeg wat hij aan het doen was. ‘Het politiebureau heeft gebeld,’ zei hij verbitterd. ‘We moeten al onze radio’s uit de winkel halen. We mogen ze niet meer verkopen.’

    De lijst met verboden artikelen was blijkbaar nog langer geworden. Een paar jaar daarvoor waren lucifers verboden. Kennelijk wilde de overheid het separatisten onmogelijk maken om van de zwavel in luciferkoppen explosieven te maken.

    Dat betekende het einde van mijn plan om een radio te kopen. Een paar dagen later hoorde ik dat de overheid de radio’s in beslag was gaan nemen die bij mensen in huis stonden, eerst in de dorpen, later ook in de steden.

    ‘Zo te zien is het radiotijdperk voorgoed afgelopen,’ zei ik tegen mezelf.

    Lees ook:

  • VN: bewijs van oorlogsmisdaden en mogelijk genocide in Oekraïne

    VN: bewijs van oorlogsmisdaden en mogelijk genocide in Oekraïne

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Duizenden Armeniërs verlaten Nagorno-Karabach na overname Azerbeidzjan

    » Boliviaanse oud-president Evo Morales weer verkiesbaar

    Volgens de onderzoekers martelden Russen mensen dood

    Een onafhankelijke, door de Verenigde Naties gesteunde mensenrechtenmissie heeft maandag gezegd dat er nieuwe bewijzen van oorlogsmisdaden door Rusland in Oekraïne zijn. Dat meldt Al Jazeera. Russische troepen zouden zich schuldig hebben gemaakt aan dodelijke martelingen, verkrachtingen en het ‘aanjagen van genocide’.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het is de tweede keer dat VN-onderzoekers met een rapport over de situatie in Oekraïne komen. Volgens het team zijn er aan beide kanten misdaden tegen de menselijkheid gepleegd, maar dat het gros van de mishandelingen zijn gepleegd door Russische troepen. Er zou sprake zijn geweest van ‘grootschalige en systematische’ martelpraktijken in bezette gebieden, die soms de dood tot gevolg hadden.

    Ook was er volgens de VN sprake van seksueel geweld. ‘Russische militairen hebben vrouwen in de leeftijd van 19 tot 83 jaar verkracht’, schrijft de hoofdonderzoeker. Hij zegt dat in Cherson, een gebied dat nog steeds deels bezet is door Rusland, families werden gedwongen mee te luisteren.

    Lees ook:

  • Middelbare scholiere in Saoedi-Arabië krijgt 18 jaar vanwege tweets

    Middelbare scholiere in Saoedi-Arabië krijgt 18 jaar vanwege tweets

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Akkoord bereikt in Hollywood: staking scriptschrijvers waarschijnlijk voorbij

    » Minder spoor en meer snelwegen in Europa ondanks klimaatdoelen

    Saoedi-Arabië deelt zware straffen uit voor kritiek op sociale media

    Saoedi-Arabië heeft een middelbare scholiere veroordeeld tot achttien jaar gevangenisstraf en een reisverbod voor het plaatsen van tweets waarin ze steun betuigt aan politiek gevangenen. Dat onthulde de mensenrechtengroep ALQST, die mensenrechtenschendingen in Saoedi-Arabië documenteert. Het Saoedische Strafhof heeft de straf in augustus uitgesproken tegen de achttienjarige Manal al-Gafiri, die slechts zeventien jaar was ten tijde van haar arrestatie, schrijft Middle East Eye.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De Saoedische rechterlijke macht, de facto onder het bewind van kroonprins Mohammed bin Salman, heeft verschillende zware gevangenisstraffen uitgesproken wegens onlineactivisme en het gebruik van sociale media voor het bekritiseren van de regering, aldus MEE. Zo werd Mohammed al-Ghamdi, een gepensioneerde leraar, recent ter dood veroordeeld voor uitlatingen op Twitter en YouTube, en werd Salma al-Shebab, promovenda aan de Universiteit van Leids, veroordeeld tot 34 jaar vanwege kritische tweets.

    De kroonprins bevestigde de veroordeling van Ghamdi tijdens een uitgebreid interview met Fox News op woensdag. Hij gaf de schuld aan ‘slechte wetten’ die hij niet kan veranderen. Saoedische mensenrechtenactivisten betwisten echter Mohammed bin Salmans woorden en zeggen dat het hardhandig optreden tegen socialemediagebruikers is toegenomen sinds zijn machtsovername.

    Lees ook:

  • Zweedse ambtenaar al anderhalf jaar vast in Iran

    Zweedse ambtenaar al anderhalf jaar vast in Iran

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Weer lange gevangenisstraf voor betrokkene Capitoolbestorming

    » Cuba maakt melding van rekrutering huurlingen door Rusland

    Johan Floderus wordt beschuldigd van spionage door Iran

    De Iraanse autoriteiten houden al zeker anderhalf jaar een Zweedse ambtenaar, die in Brussel voor de Europese Unie werkte, vast in een beruchte gevangenis. Dat schrijft The New York Times in een nieuw onderzoek. De 33-jarige Johan Floderus werd in april van vorig jaar aangehouden in Teheran op verdenking van spionage.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Sinds de arrestatie hebben zowel Iran, Zweden als de EU niets losgelaten over de identiteit van Floderus. Na het artikel van de Amerikaanse krant is daar echter verandering in gekomen. Zweden heeft er publiekelijk bij Iran op aangedrongen de man vrij te laten. Volgens het land is Floderus slachtoffer van wat ook wel ‘gijzeldiplomatie’ wordt genoemd, waarbij iemand wordt aangehouden om vervolgens te worden geruild voor een Iraanse gevangene.

    EU-buitenlandchef Josep Borrell heeft gezegd dat de EU probeert de Zweed vrij te krijgen. De Evin-gevangenis in Iran, waar Floderus vast zou zitten, is berucht vanwege martelingen en andere misstanden die er plaatsvinden. Na het artikel is er veel kritiek gekomen op de manier waarop zowel de EU als Zweden de gevangenneming aanpakken.

    Lees ook:

  • Saoedi-Arabië: broer van prominente geestelijke ter dood veroordeeld

    Saoedi-Arabië: broer van prominente geestelijke ter dood veroordeeld

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Hoogleraar klaagt Harvard-onderzoekers aan voor laster na beschuldigingen van fraude

    » VK: kwart van de Britse muzikanten heeft geen werk in de EU sinds Brexit

    Al-Ghamdi tweette over corruptie

    De Saoedische rechtbank heeft de broer van een prominente geestelijke ter dood veroordeeld vanwege tweets over corruptie en het verdedigen van andere geestelijken, aldus Middle East Monitor. Het Gespecialiseerde Strafhof in Riyad heeft mijn broer, Mohammad al-Ghamdi, ter dood veroordeeld na vijf tweets waarin hij kritiek uitte op corruptie en mensenrechtenschendingen,’ twitterde de Saoedische geestelijke Saeed bin Nasser al-Ghamdi eind augustus. Mohammad, een gepensioneerde leraar, zou tijdens zijn verhoor ook vier Saoedische geleerden hebben verdedigd.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De uitspraak stamt al van begin juli, bijna een jaar nadat hij werd gearresteerd. Volgens Saeed heeft de rechtbank geen rekening gehouden met medische rapporten en de chronische neurologische aandoeningen van zijn broer, ‘noch met zijn hoge leeftijd en ziekte, noch met het feit dat zijn account slechts negen volgers heeft’.

    Lees ook:

  • Chili gaat zoeken naar vermisten uit het tijdperk van Pinochet. Waarom nu?

    Chili gaat zoeken naar vermisten uit het tijdperk van Pinochet. Waarom nu?

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar Chili, waar de regering een nieuw plan lanceert om honderden vermisten uit het tijdperk van dictator Pinochet terug te vinden. Waarom doet de regering dit vijftig jaar na dato?

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €4 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.

    Wat is de Chileense regering van plan?

    Op 1 juni, tijdens zijn jaarlijkse toespraak in het Congres, kondigde de Chileense president Gabriel Boric aan dat de zoektocht naar vermiste Chilenen uit het tijdperk van dictator Augusto Pinochet (1973-1990) zou worden opgevoerd. ‘Ik wil hier vandaag herhalen dat we de morele plicht niet zullen opgeven om alle mogelijke middelen in te zetten om de families van verdwenen en geëxecuteerde gevangenen die niet zijn gevonden de waarheid te weten kennen over wat er is gebeurd,’ zei Boric volgens website Ex-Ante.

    ‘Niets zal de schade goed maken, maar als samenleving zijn we hun de mogelijkheid verschuldigd om afscheid te nemen van hun familieleden en om iets van de pijn van zo veel jaren te verzachten. Te veel jaren werd de zoektocht naar slachtoffers van gedwongen verdwijningen bijna uitsluitend gestuurd door de families, en vandaag neemt de staat als geheel deze taak op zich,’ aldus de president.

    Vandaag, op woensdag 30 augustus, heeft Boric daadwerkelijk het decreet ondertekend, waarmee de regering van start gaat met het zoeken naar de vermisten. Het gaat daarbij niet alleen om het actief zoeken naar mensenresten, bijvoorbeeld in de Atacamawoestijn in het noorden van het land. Minister van Justitie Luis Cordero ging in een interview met Deutsche Welle dieper in op hoe de regering zich had voorbereid.

    ‘In eerste instantie proberen we alle informatie te verzamelen en te integreren om misdaden tijdens de dictatuur goed te kunnen beoordelen,’ zei Cordero. De Chileense minister noemde drie specifieke punten waarop men verbetering wil: het ophelderen van de omstandigheden van verdwijning en overlijden van de slachtoffers; het garanderen van toegang tot informatie en participatie van familieleden en de samenleving in het zoekproces naar slachtoffers; en het bieden van financiële compensatie voor de nabestaanden.

    ANP 475675485
    De Chileense president Gabriel Boric is een groot aanhanger van de afgezette president Salvador Allende. – © Elvis Gonzalez / EPA

    Volgens El País gaat het om zeker 1162 personen die na 1973, toen Pinochet via een staatsgreep aan de macht kwam, vermist raakten. Ze werden opgepakt en vervolgens werd nooit meer wat van hen vernomen. Of ze werden geëxecuteerd, waarna hun lichamen verdwenen. Sommigen werden begraven in massagraven. Anderen werden met de beruchte ‘dodenvluchten’ in helikopters in de oceaan gegooid. Al deze personen hebben families en nabestaanden die willen weten wat er met hun echtgenoten, kinderen en ouders is gebeurd.

    Hoe zijn de reacties op de plannen?

    Vanuit de hoek van de nabestaanden werd uiteraard positief gereageerd op de plannen van de regering, al werd benadrukt dat men in Chili al wel erg lang wacht op hulp vanuit de staat. ‘We hebben ons leven eraan gewijd om een antwoord te krijgen van de staat, om het lot te achterhalen van onze geëxecuteerde familieleden en politiek gevangenen,’ zei een opgeluchte Héctor Marín Rossel van de Vereniging van familieleden van politiek geëxecuteerden en politiek gevangenen tegen Radio Universidad de Chile.

    Ook mensenrechtenorganisaties reageerden positief, en politici in Chili, met name uit de linkse regeringscoalitie, steunden de plannen ook. Maar binnen het parlement zorgt het plan voor discussie. Rechtse partijen in Chili steunden Pinochet tijdens de dictatuur en hebben leden in hun partij die onder Pinochet carrière maakten. Vijftig jaar later klinkt hun relativering van de dictatuur steeds luider. Dat botst met onder meer de Communistische Partij, anno 2023 coalitiepartner in de Chileense regering. Communisten werden tijdens het tijdperk-Pinochet opgejaagd, gearresteerd, gemarteld en vermoord. In het parlement zitten nog mensen die tijdens de dictatuur zijn gemarteld.

    Een van de botsingen tussen beide partijen vond plaats op 14 november 2022, schrijft El Mostrador, toen de regering de eerste indicaties over de plannen voor de zoektocht gaf. Een parlementslid van de ultrarechtse Republikeinse Partij noemde het overheidsgeld voor de plannen ‘nutteloos’. De parlementsvoorzitter moest ingrijpen om te voorkomen dat het tot een fysieke confrontatie kwam met leden van de Communistische Partij.

    ANP 476627962
    In het Museum van Herinnering en Mensenrechten van Chili in Santiago hangen foto’s van de vermiste Chilenen. – © Lucas Aguayo Araos / Agency Anadolu

    Een ander voorbeeld komt van de zeer rechtse en controversiële parlementariër Johannes Kaiser, die zei dat de regering zich op andere dingen moest focussen. ‘Ik denk dat de regering vijftig jaar na de militaire opstand een geweldige kans heeft om dit hoofdstuk af te sluiten,’ zei Kaiser volgens BioBioChile. ‘Dit land is lang genoeg verdeeld geweest door wat is gebeurd, zowel het revolutionaire proces als het contrarevolutionaire proces dat plaatsvond vanaf 1973.’

    Het is tekenend voor de verhoudingen in de Chileense politiek en maatschappij, waar men lijnrecht tegenover elkaar staat, zeker als het aankomt op hoe de dictatuur van Pinochet moet worden herinnerd. Zelf als het over iets fundamenteels als mensenrechtenschendingen gaat is het land dus verdeeld; zelfs een zoektocht naar vermiste Chilenen kan op weerstand rekenen. 

    Waarom komt de regering hier nu pas mee?

    De grootste reden dat de regering dit plan nu aankondigt is het feit dat Chili op 11 september herdenkt dat de staatsgreep vijftig jaar geleden plaatsvond. De regering van Boric, de meest linkse regering sinds de afgezette president Salvador Allende, heeft hiervoor groots uitgepakt, zo schrijft La Tercera. Bij het presidentieel paleis La Moneda, dat werd gebombardeerd tijdens de staatsgreep, vindt die dag een grote ceremonie plaats. Regeringsleiders uit Zuid-Amerika, zoals de presidenten van Colombia, Argentinië en Mexico, zijn uitgenodigd en ook uit Europa komen afgevaardigden. 

    Gabriel Boric is een president die de nadruk legt op mensenrechten. Hij deinst er niet voor terug om eveneens linkse regeringen in Zuid-Amerika, zoals die van Nicaragua en Venezuela, aan te spreken op hun aanpak van mensenrechten, schrijft Emol. Hij ziet mensenrechten als iets dat politieke scheidslijnen overstijgt, en los van de symboliek lijkt de jonge president het als zijn plicht te zien om de nabestaanden van vermiste Chilenen te geven waar ze al die tijd op wachten.

    ANP 476670977
    Nabestaanden vragen aandacht voor het lot van hun familieleden. – © Esteban Felix / AP

    Daarnaast laat Boric zich ook zeer inspireren door Salvador Allende, de president die werd afgezet bij de staatsgreep. Dat benadrukte Boric ook in zijn toespraak bij de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in september 2022, aldus Chile Today. En daarnaast zitten er in zijn regering meerdere ministers die op een bepaalde manier te maken hebben gehad met repressie tijdens de dictatuur.

    Maya Allende, minister van Defensie, is een kleindochter van Salvador Allende. De vader van Carolina Toha, de minister van Binnenlandse Zaken, was ook minister en werd tijdens de dictatuur vermoord. En zoals gezegd: de coalitiepartners van Boric zijn de Communistische Partij en de Socialistische Partij, waarop werd gejaagd door het regime van Pinochet.

    Symboliek, politieke gewin en persoonlijke inspiraties: de redenen dat de Chileense regering weer een poging doet om de ruim 1100 vermiste Chilenen uit de dictatuur te zoeken zijn talrijk. Aan de andere kant blijkt Pinochet anno 2023 populairder dan ooit. En dat is direct het grootste obstakel van de huidige regering: kunnen hun plannen op continuïteit rekenen onder andere regeringen? En nog belangrijker: zullen de honderden families en nabestaanden van vermisten ooit de waarheid te weten komen?

    Lees ook:

  • Zeven voormalig Chileense soldaten veroordeeld voor moord op zanger Víctor Jara

    Zeven voormalig Chileense soldaten veroordeeld voor moord op zanger Víctor Jara

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Tropische storm Idalia: Florida bereidt zich voor op grote orkaan

    » Militie doodt minstens 14 mensen in Democratische Republiek Congo

    Veroordeling vond bijna 50 jaar na moord op Jara plaats

    In Chili zijn oud-soldaten van het Pinochet-regime eindelijk veroordeeld voor de moord op de populaire zanger Víctor Jara. Op maandag bevestigde het Chileense Hooggerechtshof de straffen die varieerden van acht tot vijfentwintig jaar gevangenisstraf voor zeven voormalige soldaten, tussen de leeftijden van drieënzeventig en vijfentachtig jaar. Zij waren schuldig bevonden aan het martelen en vervolgens vermoorden van dit icoon van de Latijns-Amerikaanse populaire muziek in 1973, zo meldt El País.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Bijna vijftig jaar na de moord op de zanger laat de zaak-Jara zien hoe lang het heeft geduurd in Chili om mensenrechtenschendingen tijdens de dictatuur van Pinochet te bestraffen, schrijft het Spaanse dagblad. Als lid van de Chileense Communistische Partij was Víctor Jara een fervent aanhanger van president Salvador Allende, die in 1970 de verkiezingen won en omver werd geworpen door een door de CIA gesteunde militaire staatsgreep op 11 september 1973.

    Lees ook:

  • Jonge Zuid-Koreanen hebben het gehad met de overwerkcultuur

    Jonge Zuid-Koreanen hebben het gehad met de overwerkcultuur

    Overwerken is voor jonge Zuid-Koreanen normaal en een manier om hun financiële toekomst te waarborgen. Maar toen de overheid voorstelde om de werkweek uit te breiden naar 69 uur, kwamen zij in verzet. ‘Gezond en gelukkig leven kan pas als je de baas bent over je eigen leven.’

    ‘Het was voor mij normaal geworden dat ik werkte tijdens vakanties en in het weekend,’ vertelt Lee Sang-hyuk (35). Hij was in dienst bij een groot farmaceutisch bedrijf in de buurt van Seoul, waar overwerken aan de orde van de dag was. ‘Gaandeweg realiseerde ik me dat mijn kwaliteit van leven en mijn gezondheid er door de overuren op achteruitgingen. Ik had nooit energie en verwaarloosde mijn persoonlijke relaties.’

    Hij kreeg rugpijn van alle uren die hij achter zijn bureau doorbracht en werd angstig en lusteloos, vertelt hij. ‘De paar keren dat ik met mijn vrienden kon afspreken, kon ik daar niet eens van genieten, omdat ik alleen maar aan mijn werk kon denken. Ik dacht dat het aan mij lag.’

    Uiteindelijk deed Lee wat ooit als ondenkbaar gold in de Zuid-Koreaanse cultuur, waarin lange werkdagen de norm zijn: hij nam ontslag.

    En hij is niet de enige. Het verhaal van Lee is tekenend voor een grotere ontwikkeling in Zuid-Korea: een generatie van vastberaden jongeren die in opstand komt tegen de verstikkende greep van de strenge werkcultuur. Millennials en Gen Z’ers, die in Zuid-Korea samen de ‘MZ-generatie’ worden genoemd, vormen de voorhoede van een mogelijke omwenteling van de nationale werkcultuur.

    Van 40 naar 69 uur

    De druppel die de emmer deed overlopen diende zich aan in maart. Toen stelde de regering voor om de regels omtrent arbeidsuren te herzien en een werkweek van maximaal 69 uur toe te staan. Onder de huidige wet geldt voor bedrijven een werkweek van 40 uur, met maximaal 12 overuren, al zijn er uitzonderingen.

    Het plan zou bedrijven flexibiliteit bieden door ze in staat te stellen gemiddelde arbeidsuren over langere perioden te berekenen

    Het plan werd gepresenteerd als een ‘oplossing voor de uitdagingen op de arbeidsmarkt’. Het zou bedrijven flexibiliteit bieden door ze in staat te stellen gemiddelde arbeidsuren over langere perioden te berekenen. Voordat hij president werd zei Yoon Suk-yeol, een conservatief van wie bekend is dat hij het bedrijfsleven een warm hart toedraagt, dat mensen indien nodig ook 120 uur per week mochten werken.

    Ook werd het plan aan de man gebracht als een manier om werkende vrouwen te ondersteunen. Vrouwen zouden meer overuren kunnen maken, die ze in de toekomst konden inwisselen voor vrije dagen. Die tijd zouden ze bijvoorbeeld kunnen besteden aan gezins- en zorgtaken (Zuid-Korea heeft het laagste geboortecijfer ter wereld).

    Maar jongeren, vakbonden en politici van de oppositie kwamen tegen het plan in opstand, waarna de regering zich gedwongen zag haar beslissing te heroverwegen. Een woordvoerder van de Democratische Partij, de belangrijkste oppositiepartij, noemde de regering van Yoon ‘schaamteloos’ en zei dat het land steeds meer begon te lijken op de ‘arbeidshel uit het verleden’. Jonge werknemers demonstreerden tegen een ‘onverantwoord en onmenselijk beleid dat niet aansluit bij de realiteit’. Ook op sociale media kreeg het voorstel veel kritiek.

    Zuid-Korea behoort tot de landen met de langste werkdagen in de geïndustrialiseerde wereld

    De regering leek snel terug te krabbelen en Kim Eun-hye, de perschef van Yoon, beloofde om in de toekomst beter te luisteren naar de mening van werknemers, vooral die van de MZ-generatie. Er is evenwel nog geen vervangend beleid voorgesteld en de angst bestaat dat het voorstel later dit jaar in een andere vorm zal terugkeren.

    Zuid-Korea behoort tot de landen met de langste werkdagen in de geïndustrialiseerde wereld. Dit wordt vaak gezien als een erfenis van de opmerkelijke economische groei die het land heeft doorgemaakt. In het verleden bleven mensen vaak tot hun pensioen bij één bedrijf werken, omdat dat werkzekerheid en inkomensgarantie bood. In ruil hiervoor werd doorgaans van hen verwacht dat ze lange dagen maakten en zich toegewijd toonden aan het bedrijf.

    ‘Dat idee is nog springlevend,’ zegt Lee over de generatie van zijn ouders, die nog altijd gelooft dat je jezelf moet opofferen voor je familie en je land. ‘In het begin zeiden mijn ouders dat ik me erdoorheen moest slepen, dat dat goed zou zijn voor mijn carrière. Maar toen ik er uiteindelijk voor koos om te vertrekken, steunden ze me en vonden ze dat ik een moedige keuze had gemaakt.’

    Dood door overwerk

    Te lange werkdagen zijn in Zuid-Korea meermaals in verband gebracht met een verhoogd risico op zelfmoord. Dit is de belangrijkste doodsoorzaak onder mensen tussen de 10 en 39 jaar.

    ‘Jongeren hebben ondervonden hoe schadelijk lange werkdagen kunnen zijn,’ zegt Kim Ji-hyun, hoofd beleid van de Youth Community Union, een activistische groep die pleit voor betere werkomstandigheden voor jongvolwassenen. ‘Ze realiseren zich dat ze als werknemers niet altijd meedelen in de winsten van het bedrijf, hoe hard ze ook werken.’

    Jongeren zijn steeds terughoudender om zich voor langere tijd aan één bedrijf te binden, vooral nu de kosten van het levensonderhoud stijgen. Uit een onderzoek van informatieportaal JobKorea bleek dat 55 procent van de werknemers van de MZ-generatie geen managementfunctie nastreeft, en dat 47 procent zich zegt voor te bereiden op de overstap naar een ander bedrijf.

    Ze werkte soms tot vier uur ’s nachts en had het gevoel dat ze continu moest bewijzen dat ze haar best deed

    ‘Ze hebben misschien gezien hoe familieleden, kennissen of vrienden in hun eentje moeten zien te overleven, zelfs als ze ziek zijn geworden door te veel over te werken. Het is meer dan logisch dat ze ertegen protesteren. Ze weten dat het verkeerd is,’ zegt Kim.

    Lee Myung-ha (36) werkte voor een overheidsinstantie en moest vaak dag en nacht beschikbaar zijn om internationale zaken te regelen. Ze werkte soms tot vier uur ’s nachts en had het gevoel dat ze continu moest bewijzen dat ze haar best deed. ‘Ik was mezelf niet meer,’ zegt ze. Als jongste lid van haar team werd ze ook geacht aanvullende, tijdrovende taken op zich te nemen, zoals het organiseren van verjaardagsfeestjes en de aankoop van kantoorartikelen. Ze vertelt dat ze nooit voor deze extra taken betaald kreeg.

    Misbruik

    Uit een onderzoek van Gapjil 119, een maatschappelijke organisatie die campagne voert tegen machtsmisbruik en een slechte behandeling van werknemers, blijkt dat 59 procent van de deelnemers niet voor hun overuren betaald krijgt. ‘Behalve over grensoverschrijdend gedrag op het werk gaan de meeste vragen die we krijgen over lonen en werktijden,’ zegt Oh Jin-ho, uitvoerend directeur van Gapjil 119.

    Hij benadrukt dat er geen wettelijke verplichting is om gewerkte uren nauwkeurig bij te houden. Dat geldt in het bijzonder voor werknemers die een contract hebben in een ‘dekkend loonsysteem’, waarbij overuren worden verrekend in het salaris. Dit systeem biedt volgens hem veel ruimte voor misbruik: werkgevers vragen hun werknemers om extra uren te draaien, en die kunnen dat moeilijk weigeren. ‘En hoewel het onder de Koreaanse arbeidswetgeving verplicht is om voor overuren anderhalf keer het normale loon te betalen, gebeurt dat in de praktijk vaak niet,’ vertelt Oh.

    Volgens hem staat het uitbreiden van de werkweek naar 69 uur gelijk aan het wettelijk bevorderen van dood door overwerk. Officieel eist die doodsoorzaak zo’n vijfhonderd levens per jaar, maar waarschijnlijk ligt het werkelijke cijfer hoger.

    Bijna de helft van de ondervraagden uit de MZ-generatie zou geen baan aannemen waarvoor ze meer uren moeten werken dan ze willen

    Politici debatteren nog over wetgeving die moet voorkomen dat bedrijven misbruik maken van het dekkend loonsysteem. Ondertussen roepen actievoerders op tot de afschaffing ervan. Uit een recent onderzoek van het Zuid-Koreaanse ministerie van Arbeid blijkt dat jongeren het liefst 42 uur per week willen werken. Bijna de helft van de ondervraagden uit de MZ-generatie zou geen baan aannemen waarvoor ze meer uren moeten werken dan ze willen, zelfs als ze voor de extra uren worden betaald.

    Een ambtenaar van het ministerie van Arbeid zegt dat de regering de bezorgdheid van de burgers erkent en verschillende sectoren om feedback heeft gevraagd. ‘We zullen ook een landelijk onderzoek uitvoeren en klankbordgroepen formeren, en we zijn van plan om later dit jaar een uitgebreid, herzien plan aan te kondigen voor het urensysteem,’ aldus de ambtenaar.

    Lee Myung-ha werkt nu dertig uur per week als manager in een wijnwinkel in Seoul. Sinds het opzeggen van haar kantoorbaan haalt ze plezier uit nieuwe dingen. ‘Ik kan nu makkelijker op vakantie, ik heb tijd om met mijn vrienden af te spreken en nieuwe dingen te leren,’ zegt ze. Ze geeft wel toe dat dit alleen kan omdat ze geld bespaart door nog bij haar ouders te wonen.

    ‘De eerste stap is dat de werktijden worden teruggedraaid, zodat werknemers voldoende rust krijgen’

    Lee Sang-hyuk, die nu een apotheek runt in Bucheon, vlak bij Seoul, zegt dat een evenwichtig leven van essentieel belang is. Hij gelooft dat Zuid-Korea een efficiëntere werkcultuur nodig heeft om op de wereldmarkt te kunnen blijven concurreren. ‘De eerste stap is dat de werktijden worden teruggedraaid, zodat werknemers voldoende rust krijgen,’ zegt hij. ‘Gezond en gelukkig leven kan pas als je de baas bent over je eigen leven.’

  • Hoe we steden weer toegankelijk kunnen maken voor iedereen

    Hoe we steden weer toegankelijk kunnen maken voor iedereen

    Door gentrificatie dreigen steden te vervallen tot bevoorrechte eilanden te midden van zeeën van achterstand. Met het juiste beleid en de juiste investeringen kunnen we steden weer betaalbaar maken voor alle inwoners, schrijven auteurs Ian Goldin en Tom Lee-Devlin.

    Meer dan de helft van de wereldbevolking woont nu in steden. In 2050 zal dat aandeel naar verwachting oplopen tot twee derde. Dat betekent dat de drijvende krachten achter het leven in de stad nu ook de drijvende krachten achter de wereld als geheel zijn. Door de geschiedenis heen zijn steden aanjagers geweest van vooruitgang, omdat ze ons dichter bij elkaar kunnen brengen – iets wat we nu meer dan ooit nodig hebben. Veel van de grootste problemen die we vandaag de dag hebben, kunnen we oplossen door onze steden te hervormen. Maar als we geen actie ondernemen, zullen diezelfde steden de gevaren die voor ons liggen alleen maar groter maken.

    Veel van de populistische politiek die we de afgelopen jaren hebben gezien, wordt gekenmerkt door afkeer tegen wereldsteden als Londen en New York. Deze steden hebben een hoge vlucht genomen, terwijl andere steden juist met grote problemen kampten. De kloof tussen opbloeiende steden en de rest van de wereld is niet alleen gegroeid, de ongelijkheid binnen deze steden is eveneens toegenomen. De ongelijkheid in de meeste metropolen in de Verenigde Staten wordt sinds de jaren tachtig steeds groter – het snelst in grote, welvarende steden zoals New York, San Francisco en Chicago. Daar is de ongelijkheid nu veel hoger dan het landelijke gemiddelde. Hoogopgeleide kenniswerkers verdienen meer dan ooit, terwijl laagopgeleide werknemers in de dienstensector juist minder verdienen. Die kloof wordt nog eens vergroot doordat de kosten van levensonderhoud in deze steden snel stijgen.

    Deze wereldmetropolen hebben steeds meer weg van ivoren torens: de welvaart is sterk geconcentreerd in het centrum, dat wordt bediend door een uitgestrekte, achtergestelde periferie. In stadscentra is de werkgelegenheid toegenomen, de criminaliteit gedaald en zijn openbare diensten aanzienlijk beter gaan functioneren. Pakhuizen en fabrieken van Kings Cross in Londen tot Brooklyn in New York zijn omgebouwd tot luxe appartementen voor hoogopgeleide (en doorgaans witte) professionals. Voormalige arbeiderswijken zijn gerenoveerd of herontwikkeld. Ze staan nu vol met hippe cafés en kroegen, dure sportscholen en biowinkels.

    Exurb

    Deze voormalige betaalbare arbeiderswijken zijn inmiddels aanzienlijk gegentrificeerd. Voor alle duidelijkheid: de bevolkingsgroei in de binnensteden is gering in vergelijking met de suburbanisatie. Er is in feite een nieuwe bevolkingsring ontstaan: de zogenaamde ‘exurb’. De sociaaleconomische samenstelling van deze concentrische cirkels van steden is daarentegen wel veranderd. Vroeger vluchtten rijke stedelingen naar de buitenwijken, nu verhuizen ze veelal juist terug naar de stedelijke kern. De armoede verplaatst zich ondertussen steeds meer naar de buitenwijken. Journalist Alan Ehrenhalt noemt het fenomeen terecht ‘de grote omkering’.

    Stadscentra zijn weer populair en dat is te zien aan de veranderende huizenprijzen binnen de concentrische cirkels van de stad. Uit een onderzoek naar de top twintig steden in de Verenigde Staten blijkt dat er de afgelopen decennia een grote verschuiving heeft plaatsgevonden in de verhouding tussen huizenprijzen en de afstand tot het stadscentrum. De huizenprijzen stegen in 1980 naarmate een woning verder van het centrale zakendistrict af lag, maar in 2010 was dat omgekeerd. De kosten voor woningen in stedelijke centra zijn sindsdien verder gestegen: de gemiddelde huizenprijzen in de vijf binnenste stadsdelen van New York City zijn tussen begin 2010 en begin 2020 vier keer zo snel gestegen als in de rest van de metropool. Tijdens de coronapandemie nam de groei van de huizenprijzen in de voorsteden snel toe, maar die ontwikkeling is inmiddels gestagneerd, waardoor het langetermijnbeeld grotendeels ongewijzigd blijft.

    Waarom verruilen goedbetaalde professionals hun vrijstaande huis met tuin in de buitenwijken voor dichtbevolkte buurten in stedelijke centra? Er spelen veel verschillende factoren mee. Dankzij strengere regulering en de terugloop van vervuilende industrieën zijn steden in rijke landen in de laatste decennia van de twintigste eeuw steeds schoner geworden. De rivier de Theems, die door het hart van Londen stroomt, was lange tijd een bron van afgrijzen voor de inwoners van de stad. In 1858 veroorzaakte de combinatie van industrieel, menselijk en dierlijk afval en warm weer zo’n vreselijke geur dat men sprak van ‘the Great Stink’. De Theems bleef, ondanks latere pogingen om de waterkwaliteit te verbeteren, ernstig vervuild. Het Natural History Museum verklaarde de Theems in 1957 zelfs ‘praktisch gezien dood’. Maar dankzij een schoonmaak- en zuiveringsprogramma dat meerdere decennia heeft geduurd, is de rivier indrukwekkend genoeg hersteld.

    In steden als Chicago vond een vergelijkbare ontwikkeling plaats. Door verbeterde milieuregels, zoals het verbod op lood in brandstof, is de luchtkwaliteit van steden in rijke landen aanzienlijk verbeterd, hoewel er nog veel werk aan de winkel is. De luchtkwaliteit in Londen heeft een lange weg afgelegd sinds in 1952 de zogenaamde ‘great smog’ duizenden levens eiste.

    De afgelopen decennia heeft er bovendien een fundamentele verschuiving plaatsgevonden in onze leefgewoonten. Ook daardoor is het steeds wenselijker geworden om in stedelijke centra te wonen. Vanaf de jaren zestig werden stedelijke centra vooral aantrekkelijk voor mensen die niet leefden volgens gangbare burgerlijke normen. Leden van de lhbtq+-gemeenschap omarmden de binnenstad: het was een plek waar ze konden ontsnappen aan het oordeel van de middenklasse in de voorsteden. In de tweede helft van de twintigste eeuw vond er een aanzienlijke stijging plaats van het aantal immigranten. Er vormden zich in de binnensteden diasporagemeenschappen van etnische minderheden, die een contrast vormden met de overwegend witte buitenwijken. Als gevolg daarvan werden de binnensteden opvallend tolerant en open, in tegenstelling tot de buitenwijken.

    Binnensteden functioneren als een soort huwelijksmarkt

    Een nieuw ontstane, hoogopgeleide elite draagt op esthetisch vlak een bepaalde tegencultuur uit die vermengd is met de economische voordelen die de overgang naar een kenniseconomie met zich meebrengt. Voor deze groep is niet een woning met een dubbele garage in een of andere buitenwijk een teken van succes, maar een woning in een centrale stadsbuurt, omringd door creativiteit, cultuur en comfort. De levenscyclus van gentrificatie volgde de afgelopen decennia een voorspelbaar patroon: als eerste komen de kunstenaars, dan de projectontwikkelaars en daarna de hoogopgeleide kenniswerkers. Dit proces zie je overal terug, van Shoreditch in Londen tot SoHo in New York en Surry Hills in Sydney.

    Gentrificatie is niet bepaald nieuw. In de afgelopen decennia is het proces echter versneld en uitgebreid naar veel buurten die ooit betaalbare woningen boden aan mensen met lagere inkomens, waardoor grote delen van de stad voor hen onbereikbaar zijn geworden. We mogen niet toelaten dat onze steden bevoorrechte eilanden worden te midden van zeeën van achterstand. Gelukkig is met het juiste beleid en de juiste investeringen een betere, inclusievere en duurzamere toekomst mogelijk.

    De groeiende vraag naar woningen in de binnenstad hangt samen met het feit dat millennials volwassen zijn geworden. Stedelijke centra oefenen een sterke aantrekkingskracht uit op mensen die net aan het begin van hun carrière staan, de wereld willen ontdekken en nieuwe ervaringen willen opdoen. Het is de levensfase waarin iemand net (of bijna) financieel onafhankelijk is geworden, maar nog geen grote woonruimte nodig heeft om zijn gezin te huisvesten. Ongehinderd door dergelijke beperkingen trekken deze mensen naar de stad om te genieten van de opwinding die deze biedt.

    Dat proces wordt nog eens versterkt doordat binnensteden functioneren als een soort huwelijksmarkt. Zelfs in dit tijdperk van online daten zijn er maar weinig stellen die hun relatie op de lange termijn volledig virtueel houden. En hoe verder je van drukke, stedelijke centra vandaan woont, hoe kleiner de kans is om een goede match te vinden. Langzaamaan krijgen steeds meer singles een relatie en een gezin, zodat ze meer ruimte nodig hebben en te weinig tijd overhouden om te genieten van het leven in de grote stad. Het resultaat is een exodus: veel ouders met jonge kinderen trekken weg uit de stad.

    Dit cyclische patroon is duidelijk terug te zien in de netto migratiestromen in en vanuit de binnenste stadsdelen van Londen. Hoewel veel tieners na de middelbare school de stad verlaten om naar de universiteit te gaan, keren ze na hun studie terug en brengen ze nog veel meer jongvolwassenen uit het hele land met zich mee. Als gevolg hiervan verandert de netto migratie naar het centrum van Londen onder volwassenen van begin twintig van negatief naar positief. Dat aandeel blijft stijgen tot ze midden twintig zijn – daarna neemt de migratie af. Het aandeel wordt uiteindelijk weer negatief als ze kinderen krijgen en naar de buitenwijken en forensensteden vertrekken.

    Kentering

    De afgelopen twintig jaar is dat patroon echter op twee belangrijke manieren veranderd. Ten eerste is de netto migratie van volwassenen van midden twintig naar het centrum van Londen bijna verdrievoudigd. Ten tweede is de leeftijd waarop de netto migratie omslaat – waarbij er plotseling meer volwassenen vertrekken dan binnenkomen – met wel tien jaar verschoven: van 34 naar 44 jaar. De reden hiervoor ligt in de veranderende demografie. De gemiddelde huwelijksleeftijd is de afgelopen decennia aanzienlijk gestegen. Toen prins Charles en Lady Diana in 1981 trouwden, lag in het Verenigd Koninkrijk de gemiddelde leeftijd van het eerste huwelijk voor vrouwen op 22 en voor mannen op 24 jaar; toen prins Harry en Meghan Markle in 2018 trouwden, was deze leeftijd gestegen tot respectievelijk 30 en 32. In dezelfde periode is de gemiddelde leeftijd waarop vrouwen kinderen krijgen in het Verenigd Koninkrijk gestegen van 27 naar 31 jaar. Jonge mensen wachten dus langer totdat ze trouwen en een gezin stichten, waardoor de stedelijke levensstijl langer aantrekkelijk blijft. In steden als Londen wordt wonen steeds minder betaalbaar, waardoor een groeiend aantal jonge mensen de stad uit wordt gedreven. Velen van hen zouden echter liever blijven.

    Deze grote kentering heeft een enorme tol geëist van veel van de meest achtergestelde groepen in de samenleving. Terwijl rijke bewoners zich in de stad vestigen, worden de oorspronkelijke, arme bewoners weggedreven. Voor mensen die toevallig een huis bezitten in een gentrificerende wijk, kan dit een financieel buitenkansje opleveren. Maar jammer genoeg zijn de meest achtergestelde bewoners in deze gebieden vaak huurders, die geconfronteerd worden met snel stijgende woonprijzen. De effecten van gentrificatie zijn minder voelbaar als de buurt in kwestie ooit voornamelijk bestond uit industrieel en commercieel vastgoed. Maar de voorraad van dergelijk vastgoed is in New York, Chicago en Londen al heel snel uitgeput geraakt. Het resultaat is een combinatie van steeds meer geconcentreerde achterstand in een klein aantal binnenstedelijke buurten – zoals de Bronx in New York of Englewood in Chicago – en een algemene trek van armere mensen naar de buitenwijken.

    Vaak komen mensen die door gentrificatie zijn verdrongen in verre buitenwijken terecht. De huizen zijn daar goedkoop, maar er is maar weinig werkgelegenheid. De reistijden naar het stadscentrum zijn slopend, vooral voor mensen die zich geen auto kunnen veroorloven en afhankelijk zijn van het openbaar vervoer. Sheila James, die in de gezondheidszorg werkt, vertelde in een interview met The New York Times dat de vastgoedprijzen in San Francisco haar zo ver buiten de stad hadden gedreven dat haar werkdag om 02:15 uur begon. Tussen 2000 en 2015 is het aantal buitenwijken in de Verenigde Staten met een armoedepercentage van meer dan 20 procent meer dan verdubbeld. De gemiddelde tijd van het woon-werkverkeer neemt in de Verenigde Staten over de hele linie toe, maar stijgt veel sneller onder zwarte en Latijns-Amerikaanse werknemers. Vroeger woonden de meest achtergestelde mensen in arme buurten in de binnensteden, maar nu zitten ze steeds vaker vast in gebieden aan de stadsrand, waar de bevolkingsdichtheid laag is.

    Dat binnensteden worden overgenomen door hoogopgeleide professionals eist duidelijk een hoge tol. Maar het is onduidelijk of het alternatief aantrekkelijker is. In de huidige economie kunnen steden alleen succesvol worden als ze erin slagen om hoogopgeleide kenniswerkers aan te trekken. Deze werknemers willen in trendy stedelijke centra wonen tot ze eind dertig zijn, en misschien zelfs nog langer. Het is geen toeval dat gentrificatie trager verloopt of nagenoeg afwezig is in minder welvarende steden zoals Detroit en Cleveland.

    Hoe kunnen we dit veranderen? Om ervoor te zorgen dat steden toegankelijk zijn voor alle inwoners, en niet alleen voor een gelukkige minderheid, zijn er drie pijlers nodig: eerlijker huisvesting, eerlijker openbaar vervoer en eerlijker onderwijs. Om met het onderwijs te beginnen is het nuttig om te kijken naar rijke landen die erin geslaagd zijn leerlingen, ongeacht hun sociaaleconomische achtergrond, relatief gelijke resultaten te laten behalen. Het Japanse onderwijssysteem staat dan misschien voornamelijk bekend om de hoge eisen die het aan leerlingen stelt, maar het is tevens een van de meest egalitaire systemen ter wereld.

    Tussen het einde van de oorlog en het begin van de jaren tachtig werden er meer dan vier miljoen sociale woningen bijgebouwd

    Het Japanse onderwijssysteem biedt een aantal waardevolle inzichten. Het eerste is dat de financiering van scholen niet langer afhankelijk moet zijn van lokale inkomensstromen. In de Verenigde Staten is bijna de helft van de financiering van scholen afkomstig van lokale overheidsinkomsten, die sterk afhankelijk zijn van de welvaart van een gebied. In Japan daarentegen is de financiering van lerarensalarissen, schoolgebouwen en andere uitgaven voornamelijk afkomstig van nationale en provinciale besturen. Het feit dat heel weinig leerlingen in het lager en lager middelbaar onderwijs in Japan naar privéscholen gaan, betekent ook dat vrijwel iedereen tijdens deze formatieve jaren deelneemt aan hetzelfde onderwijssysteem.

    Het tweede inzicht is dat leraren niet rechtstreeks door scholen moeten worden ingehuurd. In Japan worden leraren ingehuurd door provincies en daardoor komen ze in de loop van hun carrière meestal bij een aantal verschillende scholen te werken. Hierdoor kan de overheid goed presterende leraren naar achterstandsgebieden sturen. Op die manier wordt de sociaaleconomische kloof in schoolprestaties niet vergroot door ongelijke spreiding van de beste leerkrachten.

    Er bestaan veel andere ideeën over hoe we de ongelijkheid in het onderwijs kunnen verminderen – sommige zijn gemakkelijk te realiseren, andere moeilijker. Onderzoek door Roland Fryer, die aan Harvard werkt, heeft aangetoond dat de prestaties van leerlingen op openbare scholen al sterk kunnen verbeteren door schooldirecteuren simpelweg meer training aan te bieden. In Groot-Brittannië heeft de lerarenvakbond ervoor gepleit om een bepaald aantal plekken op goed presterende scholen te reserveren voor kansarme leerlingen van buiten het schoolgebied. In de Verenigde Staten bestaat er een vergelijkbaar concept: de zogenaamde ‘magneetschool’, die tot doel heeft om getalenteerde leerlingen ongeacht hun achtergrond bij elkaar te brengen. Wat voor effect dit heeft op de kansarme leerlingen die niet geselecteerd worden, is echter nog onduidelijk. Betaalbare huisvesting is misschien wel de meest effectieve manier om de verschillen in onderwijsresultaten binnen steden te verkleinen. Zo krijgen armere gezinnen toegang tot de betere scholen in rijkere buurten.

    In de eerste decennia van de twintigste eeuw kwamen er steeds meer zorgen over de levenskwaliteit van arme arbeiders, die zichzelf gedwongen zagen in overvolle en krakkemikkige woningen in binnensteden te wonen. Veel rijke landen leverden daarom grote inspanningen om dergelijke gebieden te ontruimen en de woongelegenheid te vervangen door sociale huisvesting, een proces dat in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog in een stroomversnelling raakte. Groot-Brittannië was hierin bijzonder voortvarend: tussen het einde van de oorlog en het begin van de jaren tachtig werden er meer dan vier miljoen sociale woningen bijgebouwd. Dergelijke initiatieven gingen natuurlijk gepaard met de nodige kritiek. Stedenbouwkundige Jane Jacobs hield in de jaren zestig bijvoorbeeld een krachtig pleidooi tegen de aanpak die in New York City gangbaar was: sloppenwijken werden platgewalst en vervangen door levensloze, slecht ontworpen woonprojecten die ten koste gingen van de lokale gemeenschappen.

    Toch heeft sociale huisvesting een belangrijke rol gespeeld in het verminderen van ongelijkheid in steden, doordat alle inwoners van onderdak worden voorzien. Als sociale woningen door de stad verspreid liggen, helpen ze bovendien om sociaaleconomische segregatie tegen te gaan.

    In Londen werden in de naoorlogse decennia bijvoorbeeld ook sociale woningen gebouwd in welgestelde wijken als Chelsea of Primrose Hill. Een voordeel hiervan was dat achtergestelde gezinnen toegang kregen tot dezelfde scholen en lokale diensten als hun welgestelde buren. Vanaf de jaren tachtig gold echter het neoliberale beleid van onder andere Thatcher en Reagan. Sociale huisvesting raakte in veel landen uit de gratie. Het kooprechtbeleid van Thatcher leidde er in Groot-Brittannië toe dat miljoenen woningen aan huurders werden verkocht, waardoor de staat in de daaropvolgende jaren niet langer mensen in nood kon huisvesten.

    Economen begonnen te pleiten voor een marktvriendelijker model: voor arme gezinnen moesten er directe financiële steun komen in de vorm van huisvestingsvouchers. Als gevolg hiervan nam de sociaaleconomische segregatie in veel steden toe, omdat huishoudens met lage inkomens samenklonterden in buurten waar de huren laag waren. In de afgelopen jaren heeft Groot-Brittannië geprobeerd dit probleem te verhelpen door te eisen dat nieuwe woonwijken boven een bepaalde omvang een bepaald aantal woningen onder de marktprijs aanbieden. Maar zelfs als deze woningen worden meegerekend, is het aantal sociale en goedkopere woningen in Groot-Brittannië sinds de jaren tachtig gestaag gedaald.

    Onbereikbaar

    Steden als Wenen laten zien dat het anders kan. Meer dan 60 procent van de inwoners van Wenen woont in gesubsidieerde huurwoningen – terwijl dat in Londen ongeveer 20 procent is en in New York iets meer dan 5 procent. Ongeveer de helft daarvan is eigendom van de gemeentelijke overheid, de andere helft is in het bezit van gesubsidieerde non-profitcoöperaties. De liberale bovengrens voor een huishoudinkomen om in aanmerking te komen voor gesubsidieerde huisvesting ligt relatief hoog: 53.340 euro voor een alleenstaande bewoner en 79.490 euro voor een stel. Dat betekent dat in deze woonblokken mensen uit een relatief breed sociaaleconomisch spectrum worden samengebracht.

    Door de snelle stijging van de huizenprijzen in veel grote steden is woningbezit – en de rijkdom die dat met zich meebrengt – voor veel mensen steeds onbereikbaarder geworden. De huizenprijzen in Londen, Parijs, New York en Sydney zijn de afgelopen decennia veel sneller gestegen dan het gemiddelde inkomen. Dat maakt het moeilijk om genoeg geld te sparen voor een eerste koophuis.

    Er zijn twee grote boosdoeners die ervoor zorgen dat huizen steeds minder betaalbaar worden. De eerste is dat de rentes jarenlang heel laag zijn geweest, waardoor een hypotheek tot voor kort ongewoon goedkoop was. Mensen die al over het startkapitaal voor een aanbetaling beschikten, konden daarom meer geld inleggen voor een woning, of die nu voor henzelf was of een belegging. Daardoor stegen de prijzen en werd het voor mensen zonder spaargeld moeilijker om een woning te kopen. De recente stijging van de rentetarieven heeft niet geholpen, omdat de kosten van woningkredieten meer zijn gestegen dan de huizenprijzen zijn gedaald. 

    De tweede boosdoener is de langetermijnvertraging in de bouw van nieuwe huizen. Als we de veranderde bevolkingsgrootte in ogenschouw nemen, bouwen rijke landen nu minder dan de helft van het aantal huizen dat ze in 1970 bouwden. Het probleem is vooral nijpend in binnensteden, waar het woningaanbod de afgelopen decennia nauwelijks is gegroeid en de bouwactiviteit vooral is gericht op het opknappen van de al bestaande voorraad. Tussen 2010 en 2019 steeg het totale aantal woningen in de vijf stadsdelen van New York City met slechts 6 procent, terwijl de werkgelegenheid met 21 procent toenam.

    Steden moeten stoppen met uitdijen aan de randen en in plaats daarvan de dichtheid verhogen. Dit hoeft geen eindeloze hoogbouw en vernietiging van erfgoed te betekenen – er kan veel bereikt worden door gebruik te maken van middelhoogbouw en door voormalige kantoren en industriële ruimtes sneller te verbouwen. Aangezien de bevolking in rijke landen vergrijst en jongeren langer alleen wonen, kan het ook helpen om eengezinswoningen sneller op te splitsen in eenpersoonswoningen.

    De laatste pijler voor eerlijkere steden is eerlijker openbaar vervoer. Toegang tot goedkoop vervoer is lange tijd van essentieel belang geweest om de kansarme inwoners van steden toegang te geven tot betaald werk. Toch zijn de bestaande openbaarvervoersystemen in veel grote steden meer dan een eeuw geleden ontworpen en gebouwd, in een tijd waarin armoede heel anders verdeeld was. Naarmate de binnensteden meer gegentrificeerd raken en de armoede zich naar de buitenwijken verplaatst, bestaat het risico dat de infrastructuur in veel steden uiteindelijk de bewoners bedient die haar het minst nodig hebben. De kosten van een maandabonnement zijn in Londen bijvoorbeeld het hoogst voor mensen die van de buitenwijken naar de binnenstad moeten pendelen, terwijl de armoede juist in deze gebieden het snelst toeneemt.

    Ook moet worden nagedacht over hoe het openbaar vervoer gefinancierd wordt. In Londen is meer dan 70 procent van de inkomsten uit het openbaar vervoer afkomstig van kaartjes, twee keer zo veel als in Parijs. Een maandabonnement in Londen voor de zones een tot en met drie – min of meer de binnenste wijken – kost op het moment van schrijven 211 euro. In Parijs kost een metrokaart voor alle zones – waarmee eenzelfde afstand kan worden afgelegd – 84 euro.

    De voorspelling dat binnensteden op grote schaal verlaten zouden worden, is niet uitgekomen

    Een vervoerssysteem zoals dat van Londen, dat meer afhankelijk is van ticketinkomsten dan van algemene belastingen, legt een grotere financiële druk op de armste inwoners van de stad en vergroot het risico dat ze vast komen te zitten in problematischer buurten. Toch is het Londense systeem, ondanks al zijn gebreken, veel beter dan de infrastructuur in Amerikaanse steden als Los Angeles of Atlanta, die volledig is gericht op autorijden. Het gebrek aan openbaar vervoer houdt de inwoners aldaar die zich geen auto kunnen veroorloven arm.

    Door de pandemie zijn steeds meer mensen op afstand gaan werken. Drie jaar later hebben we een duidelijker beeld van wat voor invloed dat op steden heeft gehad. De voorspelling dat binnensteden op grote schaal verlaten zouden worden, is niet uitgekomen: bewoners hechten waarde aan meer dan alleen reistijd. Toch eist de daling van het woon-werkverkeer in de centrale zakenwijken een grote tol: kantoren staan leeg, het openbaar vervoer is onderbenut en de winkels en restaurants die forenzen bedienden, hebben moeite te overleven. De verpaupering van het centrum van San Francisco illustreert dergelijke risico’s. Het langdurig daklozenprobleem waaronder de stad gebukt gaat, wordt verergerd door onbetaalbare huisvesting. Het is tijd voor gedurfd beleid, gebaseerd op een verfrissende, nieuwe aanpak.

    Steden zijn in alle samenlevingen een bron van vernieuwing. Al vijfduizend jaar vormen ze de motor van vooruitgang en stimuleren ze samenwerking, specialisatie en creativiteit: de drijvende krachten achter de ontwikkeling van de mensheid. Vandaag leven er meer mensen in steden dan ooit tevoren. Het is noodzakelijk dat we leren hoe we steden kunnen verduurzamen en toegankelijk kunnen maken voor iedereen, en niet alleen voor die paar gelukkigen.

    Dit is een bewerkt uittreksel uit Age of the City: Why Our Future Will Be Won or Lost Together door Ian Goldin en Tom Lee-Devlin.

  • Grenswacht Saoedi-Arabië doodde honderden vluchtelingen

    Grenswacht Saoedi-Arabië doodde honderden vluchtelingen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Nog honderden vermisten na natuurbranden op Hawaï

    » Bernardo Arévalo wint presidentsverkiezingen Guatemala met groot verschil

    Onder meer vrouwen en kinderen werden doodgeschoten

    Grenswachten uit Saoedi-Arabië hebben in een jaar tijd honderden vluchtelingen, met name afkomstig uit Ethiopië, gedood. Dat schrijft mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch op basis van eigen onderzoek, meldt France Presse. Ook vrouwen en kinderen zouden slachtoffer zijn geworden van het Saoedisch geweld.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Volgens HRW hebben de grenswachten zich met name schuldig gemaakt aan moordpartijen in de meer afgelegen gebieden van het land. De Saoedische grenswachten worden al langer beschuldigd van dodelijk geweld tegen Afrikaanse vluchtelingen, maar het is voor het eerst dat een mensenrechtenorganisatie met harde cijfers komt.

    Volgens de organisatie zou er van dichtbij zijn geschoten, maar zouden ook explosieven zijn ingezet om te voorkomen dat de vluchtelingen het land konden bereiken. Ieder jaar trekken veel vluchtelingen uit Afrika via Jemen naar Saoedi-Arabië, op zoek naar werk of op de vlucht voor de oorlog in Tigray. Momenteel werken zeker 250.000 Ethiopiërs in het land.

    Lees ook:

  • Verscherpte grenscontroles leiden tot meer geld voor smokkelaars – en meer doden op zee

    Verscherpte grenscontroles leiden tot meer geld voor smokkelaars – en meer doden op zee

    Sinds de landen rond de Middellandse Zee hun controles hebben aangescherpt, zijn de ‘handelaren in hoop’ ertoe gedwongen nieuwe – en gevaarlijkere – manieren en routes te vinden om migranten te smokkelen. ‘Smokkelaars bepalen waar en hoe mensen zich verplaatsen en hoe veilig ze zijn tijdens hun reis.’

    Vanaf 2015, toen de vluchtelingenstroom onhoudbaar groot was, hebben Europese en nationale instanties van de landen rond de Middellandse Zee enerzijds reddingsoperaties georganiseerd en anderzijds controles aangescherpt. Maar de mensensmokkelaars, die hun onmenselijke werk tot een wetenschap hebben verheven, blijven migranten in levensgevaar brengen, omdat er veel geld mee te verdienen valt. In bepaalde gevallen, schreef The New Humanitarian, is de dienst die een mensensmokkelaar levert voor hemzelf de laatste strohalm. In andere gevallen biedt dit werk economische vooruitzichten die het leven van zijn familie kan veranderen.

    De routes vanuit Afrika en Turkije veranderen voortdurend, de vertrekpunten ook, de drijvende wrakken hebben soms ‘echte’ kapiteins en soms migranten die de rol van kapitein op zich nemen om niet te hoeven betalen voor de overtocht. De mensensmokkelaars doen er alles aan om te zorgen voor meer ruimte op de boot (ze geven de migranten bijvoorbeeld geen reddingsvesten, die ruimte innemen). Ze rusten de boten uit met extra motoren om zo’n groot mogelijke afstand te kunnen afleggen en zo dicht mogelijk bij hun eindbestemming te komen.

    Van 2015 tot april 2023 hebben de Europese autoriteiten onder leiding van Frontex vier grote operaties georganiseerd en uitgevoerd: operatie Sophia (start: juni 2015), Poseidon (start: januari 2016), Indalo (start: maart 2017) en Themis (start: februari 2018). Er zijn hierbij respectievelijk 44.916, 133.126, 108.106 en 373.945 mensen gered. Volgens onderzoekers en internationale media bedraagt het dodental tot nu toe echter meer dan 20.000. De VN maakt zelfs melding van minstens 25.000 doden sinds 2015.

    Vaak vinden de migranten datgene waarvoor ze op de vlucht zijn: de dood

    Er gaan levens verloren omdat mensensmokkelaars gedwongen worden op steeds creatievere manieren de hoop te verkopen die migranten – naast de honderden euro’s die een wanhopig persoon moet neertellen om zich te verzekeren van een plekje op een hopeloze boot – het leven kan kosten. Vaak vinden de migranten datgene waarvoor ze op de vlucht zijn: de dood. 

    Hoewel Europa haar grensbeveiliging heeft aangescherpt en zich heeft gestort op de strijd tegen mensenhandel, groeit het aantal mensensmokkelaars volgens The Conversation, ondanks de overeenkomsten van de EU met bijvoorbeeld Turkije of Libië.

    De vertrekpunten van de route worden steeds verlegd, vanuit heel Noord-Afrika naar Griekenland of Italië, vaker naar Italië, omdat dat land enorme kustgrenzen heeft, terwijl de Griekse grenzen beter worden bewaakt. Aangezien de Turkse kustlijn dichtbij is, zou de irreguliere migratie in Griekenland gemakkelijker te beheersen zijn. Bovendien verloopt de samenwerking met de Turkse kustwacht gemakkelijker. Euronews meldt echter dat smokkelaars steeds vaker met grotere schepen de internationale wateren voor het Griekse vasteland op varen, om zo de patrouilles van de lokale kustwacht te omzeilen.

    Libië als vertrekpunt

    Van de belangrijkste routes die voor migrantensmokkel worden gebruikt – de oostelijke (Turkije), de centrale (Libië, Egypte, enzovoort) en de westelijke (Marokko) –, lijken smokkelaars tegenwoordig aan Libië de voorkeur te geven als vertrekpunt. De reden hiervoor is het instabiele politieke klimaat in het land, waar de chaos die volgde op Khaddafi’s dood in 2011 haast normaal schijnt te zijn geworden.

    Bovendien lijkt een gedestabiliseerde sociaal-politieke omgeving de corruptie van de autoriteiten te verergeren; grenswachten in de landen van herkomst worden in grote mate omgekocht. Zoals een Libische mensensmokkelaar jaren geleden aan The Guardian vertelde: ‘Een van de redenen dat vis [in Libië] duur is, is het gebrek aan vissersboten die de zee op gaan om te vissen. Ze worden allemaal gebruikt door smokkelaars.’

    Pushbacks

    Uit onderzoek blijkt dat de Griekse kustwacht die in het verleden al meerdere malen is beschuldigd van pushbacks (het terug de zee op drijven van boten met migranten om te verhinderen dat ze de territoriale wateren bereiken) in de nacht van 14 juni op z’n minst een uiterst bedenkelijke rol heeft gespeeld bij een schipbreuk die aan zeker zeshonderd migranten het leven heeft gekost.

    Een gammele vissersboot die op 9 juni uit Libië was vertrokken met zo’n 750 mannen, (zwangere) vrouwen en kinderen aan boord – afkomstig uit onder meer Syrië, Afghanistan, Egypte en Pakistan – sloeg op 14 juni rond twee uur ’s nachts om, op minder dan 80 kilometer voor de kust van de Griekse Peloponnesos. Na deze ramp, die de meeste slachtoffers eiste sinds een vluchtelingenboot zonk in 2015, deden onder meer de Spaanse krant El País, het Nederlandse collectief voor onderzoeksjournalistiek Lighthouse Reports en het Duitse weekblad Der Spiegel gezamenlijk onderzoek. Daaruit ontstaat het beeld dat de Griekse kustwacht eerst op verkeerde wijze de vissersboot op sleeptouw heeft genomen – waardoor die omsloeg – en vervolgens veel te lang wachtte met reddingspogingen. Ook bleek dat overlevenden die elkaars taal niet spreken letterlijk dezelfde verklaring zouden hebben afgelegd. Dat maakt de resultaten van het ‘officiële’ onderzoek naar de toedracht door de Griekse autoriteiten, die alle schuld ontkennen, uiterst dubieus.

    ‘De migratiestromen zijn tegenwoordig “gemengd”. Vaak valt niet direct te achterhalen waarom deze mensen zich in ons land of in Italië bevinden; er zijn veel kleine, regionale crises, vooral in Afrika ten zuiden van de Sahara, waarvan we de samenhang niet altijd begrijpen,’ vertelt Anastasios Yfantis, operationeel directeur van de Griekse tak van Médecins du Monde. 

    Dit alles is natuurlijk van invloed op de ‘tarieven’ van de mensensmokkelaars. Als er bijvoorbeeld veel smeergeld nodig is om de autoriteiten om te kopen, moet de wanhopige die een nieuw leven zoekt ook meer betalen. De prijs die de mensensmokkelaars vragen, hangt ook af van de manier waarop ze de migranten vervoeren: over land, over zee of door de lucht.

    Een boot met honderden mensen daarentegen, kost minder per persoon, maar is ook gevaarlijker

    De tarieven zijn ook afhankelijk van het aantal mensen per boot. De overtocht kan kleinschaliger zijn – en wellicht veiliger – en daardoor meer kosten. Een boot met honderden mensen daarentegen, kost minder per persoon, maar is ook gevaarlijker.

    Wat er de laatste tijd echter wordt waargenomen is dat de mensensmokkel op grotere schaal plaatsvindt maar met minder boten. Dit levert de smokkelaars veel winst op, maakt dat er meer mensen hun land van herkomst verlaten en het vermindert het aantal overtochten. 

    Tegelijkertijd zijn de schepen die gebruikt worden van goedkoop metaal. ‘Deze metalen schepen zijn goedkoop geproduceerd en aan elkaar gelast. Ze zijn lang niet zo zeewaardig als de houten vissersboten die vroeger op de Tunesische route werden gebruikt of de motorboten waar Tunesische migranten de voorkeur aan geven,’ aldus Flavio Di Giacomo, woordvoerder van de Internationale Organisatie voor Migratie – het VN-migratieagentschap, op InfoMigrants. Di Giacomo zegt dat ‘de boten zo instabiel zijn dat als iemand tijdens de reis om welke reden dan ook beweegt of het vaartuig door de golven heen en weer wordt geschud, de hele boot kan vollopen met water en veel gemakkelijker kapseist dan de boten die in het verleden werden gebruikt.’

    De tarieven veranderen voortdurend en worden volledig bepaald door de smokkelaars

    ‘Eén ding is zeker: op de Middellandse Zee zijn de schepen die migranten aan boord hebben steeds vaker rijp voor de schroot, en de plastic nepboten op de Egeïsche Zee, die vanuit Turkije vertrekken, worden door de mensen die ermee gevaren hebben “doodsballonnen” genoemd. Hoe het ook zij, naargelang het toezicht en de maatregelen in de landen rond de Middellandse Zee worden aangescherpt en het risico van de onderneming toeneemt, stijgt ook de prijs van de reis. Je hoort mensen zeggen dat ze 1000 euro per persoon hebben betaald en dat de prijs binnen een maand is verdubbeld of zelfs verviervoudigd. De tarieven veranderen voortdurend en worden volledig bepaald door de smokkelaars. Voordat de mensen oversteken naar hun bestemming werken ze een tijdje in het tussenland, brengen de 10.000 euro voor het gezin bijeen en gaan dan aan boord van de tot mislukken gedoemde boot, zonder zwemvest en zonder te kunnen zwemmen. Samen met hun kinderen. Het is echt hun laatste hoop,’ aldus Anastasios Yfantis.

    Weinig ontmanteld

    Het is opmerkelijk, zo meldt The Conversation, dat de Europese autoriteiten geregeld informatie openbaar maken over mensen die gearresteerd zijn op verdenking van mensenhandel, maar dat er weinig bekend wordt gemaakt over hoeveel van deze arrestaties daadwerkelijk tot een veroordeling leiden. Onderzoek toont aan dat de meeste pogingen om mensenhandel te bestrijden vooral leiden tot het terugdringen van kleinschalige criminele activiteiten, meestal ad hoc georganiseerd door de migranten zelf.

    Voormalig Frontex-directeur Gil Arias Fernández zegt dat Europese rechtshandhavingsinstanties in 2022 maar heel weinig grote groepen smokkelaars hebben ontmanteld. Dit is deels te wijten aan logistieke problemen – de ‘grote’ smokkelaars opereren meestal vanuit buurlanden en gaan nooit zelf aan boord van de boten – maar ook aan het gebrek aan bewijsmateriaal tegen grote, transnationale, georganiseerde misdaadgroepen die betrokken zijn bij het smokkelen van irreguliere migranten. 

    Voor de smokkelaars lijken alle lichten op groen te staan; ze kunnen vrijwel ongestoord doorgaan met hun activiteiten

    Voor de smokkelaars lijken alle lichten op groen te staan; ze kunnen vrijwel ongestoord doorgaan met hun activiteiten. ‘Smokkelaars zijn de officieuze instantie achter de hedendaagse irreguliere migratie. Zij bepalen waar en hoe mensen zich verplaatsen en hoe veilig ze zijn tijdens hun reis’, schrijft The New Humanitarian.

    ‘Ons inzicht in de werkwijze van mensensmokkelaars hebben we van de mensen die erin geslaagd zijn ons land te bereiken en vervolgens terecht zijn gekomen in opvang- of detentiecentra op Chios, Samos, Lesbos, enzovoort. Hoeveel brandjes er ook geblust worden, zolang mensen genoodzaakt zijn om op deze manier te reizen, zullen ze dat blijven doen. Ze zullen niet ophouden. Mensen uit Eritrea hebben ons verteld dat ze vanuit Noord-Afrika naar Europa zijn vertrokken na in detentiecentra in Egypte of Tripoli te hebben gezeten. Ze zagen dat als een fase waarvan ze wisten dat ze die zouden moeten doorlopen voordat ze de volgende stap van de gevreesde reis konden zetten,’ vertelt Anastasios Yfantis. 

    Lees ook:

  • In de ‘sweatshops’ van Facebook beoordelen moderatoren de gruwelijkste beelden

    In de ‘sweatshops’ van Facebook beoordelen moderatoren de gruwelijkste beelden

    Wereldwijd zijn er tienduizenden contentmoderatoren voor sociale media werkzaam. Ze worden slecht betaald en door de extreme beelden die ze te zien krijgen, is het werk psychisch zwaar. Daniel Motaung is een van hen. Hij liep een posttraumatische stresstoornis op terwijl hij in Kenia werkte voor Facebook.

    ‘We zijn net mijnwerkers die zonder veiligheidsuitrusting een instortende schacht worden ingestuurd,’ zegt Mukisa Akello [de namen in dit artikel zijn aangepast]. Hij heeft een van de meest bedenkelijke banen in de technologie-industrie: contentmoderator. Wereldwijd zijn er tienduizenden contentmoderatoren werkzaam. Ze houden socialemediaplatforms vrij van geweld, haat en opruiing. Daarvoor moeten ze elke dag honderden berichten doorspitten, de ene extreme post na het andere. Ze zien executies, zelfmoorden, kindermisbruik, oorlogsmisdaden, seksueel geweld en dierenmishandeling voorbijkomen. De berichten zijn zo onmenselijk en wreed, zo moeilijk te verdragen, dat het werk zijn sporen nalaat. Het is een kantoorbaan met fysieke gevolgen.

    Daniel Motaung stapt in 2019 op het vliegtuig van Zuid-Afrika naar Kenia. Hij wil aan een nieuwe levensfase beginnen – als contentmoderator. Op papier klinkt de baan goed. Daniel denkt dat het gewoon administratief werk op de computer zal zijn, een klassieke kantoorbaan. Tijdens zijn studie heeft hij geleerd hoe hij met databases en onlinedocumenten moet werken. Eindelijk zal hij op eigen benen staan en ontsnappen aan de armoede in zijn geboortedorp. 

    Na een paar dagen training begint zijn eerste werkdag. Hij zit in Nairobi, in een kantoor met airconditioning. Wat hij nog niet weet: deze dag zal zijn leven veranderen. De video die hij ziet is binnen een oogwenk weer voorbij, maar zal hem tot in zijn diepste dromen blijven achtervolgen. Het is een video van een executie. Een man wordt voor de camera onthoofd. Het is een korte video, maar genoeg om Daniel Motaung een posttraumatische stressstoornis te bezorgen. Tot op de dag van vandaag, vijf jaar later, worstelt hij met de gevolgen. Hij wordt geplaagd door nachtmerries, flashbacks en rusteloosheid. De zes maanden die David als contentmoderator doorbracht, hebben hem gebroken. Hij woont weer in zijn dorp op het Zuid-Afrikaanse platteland, werkloos en psychisch ziek.

    In stilte

    Contentmoderatoren zoals Daniel hebben jarenlang in stilte gewerkt. Bijna niemand wist van het bestaan van dit werk af, laat staan van de precaire omstandigheden waaronder het plaatsvindt. Time Magazine noemt de Keniaanse kantoren waar de contentmoderatoren werken de Afrikaanse sweatshops van Facebook. Je vindt deze sweatshops over de hele wereld: in de Filippijnen, Venezuela, India, de Verenigde Staten en vele andere landen. Een standaardwerkdag wordt gekenmerkt door toezicht, tijdsdruk en uitbuiting. Jarenlang zijn de arbeidsomstandigheden stilgehouden, maar sinds kort komen er steeds meer contentmoderatoren in opstand tegen hun werkgevers. 

    Daniel Motaung is een van de eersten die zich, net als zijn collega’s, hard begon te maken voor fatsoenlijke arbeidsomstandigheden. Het is een strijd van David tegen Goliath: de bedrijven waar ze tegenover staan zijn haast onoverwinnelijk. Ze behoren tot de rijkste bedrijven ter wereld. Denk aan Meta, Bytedance, Google en Twitter. Iedereen kent de producten die ze leveren en de socialemediaplatforms zoals Instagram, Facebook en TikTok. Maar niemand kent de gezichten van de contentmoderatoren die de platforms op de achtergrond draaiend houden. Als ze in opstand komen, worden ze bestraft of ontslagen. Zo werd Daniel Motaung ontslagen toen hij een vakbond wilde oprichten.

    ANP 472623323
    Nathan Nkunzimana is een van de bijna tweehonderd voormalig contentmoderatoren voor Facebook die het het bedrijf en een lokale onderaannemer aanklagen in een rechtszaak in Kenia die gevolgen zou kunnen hebben voor het werk wereldwijd. – © Khalil Senosi / AP Photo

    De techbedrijven proberen het werk zo onzichtbaar mogelijk te maken. Ze besteden het uit aan derden. Daniel en zijn collega’s modereren weliswaar voor een aantal van de grootste platforms, maar officieel werken ze voor onbekende outsourcingbedrijven. Dat de banen worden uitbesteed is een van de redenen dat de sector zo ondoorzichtig is. Het is onmogelijk om bij te houden hoeveel moderatoren er wereldwijd werkzaam zijn. Techbedrijven willen niks te maken hebben met het stressvolle werk en de slechte werkomstandigheden; ze willen hun imago behouden en de reputatie van hun merk niet aantasten.

    Doordat het werk wordt uitbesteed, dragen de bedrijven geen verantwoordelijkheid meer voor de contentmoderatie. De contentmoderatoren moeten strikte geheimhoudingsovereenkomsten ondertekenen, zodat er zo weinig mogelijk naar buiten komt over deze praktijken en het precaire werk. De overeenkomsten zijn overdreven streng en verbieden zelfs dat moderatoren met hun collega’s over hun werkomstandigheden praten. Zo wordt een cultuur van angst en geheimhouding gecreëerd.

    Het belang van het werk kan niet worden onderschat: zonder moderatoren zouden er geen socialemediaplatforms zijn

    Ook in Duitsland zijn er contentmoderatoren. Op 9 maart van dit jaar sta ik in de lobby van de vakbond Verdi in Berlijn. Ik werk met mijn organisatie SUPERRR Lab al weken naar deze dag toe. Straks staan er vijftig contentmoderatoren van verschillende bedrijven in de entreehal. Ze komen in het vakbondsgebouw bijeen om ’s werelds eerste bijeenkomst van contentmoderatoren, de ‘Content Moderator Summit’, bij te wonen. Het was niet gemakkelijk om ze te vinden: de outsourcingbedrijven waarvoor ze werken gebruiken voor de functie niet het begrip contentmoderator, maar hanteren termen als ‘systeemanalist’ of ‘medewerker klantenservice’. Een woordkeuze die verhult waar het werkelijk om gaat. 

    Onze partner Foxglove, een Britse non-profitorganisatie in Londen, benaderde de moderatoren via LinkedIn. Er is veel belangstelling voor de bijeenkomst; veel van de aanwezigen willen zich met collega’s van andere bedrijven organiseren en samen strijden voor betere arbeidsomstandigheden. Terwijl ik in de lobby sta, probeer ik me voor te stellen om wat voor mensen het gaat. Hoe zien ze eruit? Waar komen ze vandaan? Wat is hun professionele achtergrond? Voordat ik me een beeld heb kunnen vormen, komen de eersten al binnen. Ze zijn tussen de vijfentwintig en veertig jaar oud, spreken Engels en lijken op mij. Velen hebben een universitair diploma, sommigen zijn aan het promoveren. Ze komen niet overeen met het beeld van een uitgebuite ‘klikwerker’. Ze zijn niet wanhopig en lusteloos, maar dapper en strijdlustig.

    De contentmoderatoren vertellen over de extreme psychologische tol die hun werk eist. Ze zien per dag tussen de tweehonderd en duizend berichten, waarvan sommige extreem gewelddadig zijn. Het werk is ingedeeld in drie shifts: sommige mensen werken overdag, sommige ’s nachts. De kantoren zijn steriel en de werkplek wordt bewaakt. Het systeem waarmee ze werken registreert elke klik, elke beweging die de cursor maakt en houdt bij hoelang de moderatoren erover doen om een bericht te beoordelen. Idealiter duurt dat slechts een paar seconden. Alleen de snelste en efficiëntste moderatoren mogen zelf kiezen welke diensten ze werken. Nacht- en weekenddiensten worden beter betaald. 

    Het vaste loon bedraagt 14,40 euro per uur, iets boven het minimumloon. Het is een mager bedrag voor een veeleisende baan die veel culturele, politieke en taalkundige kennis vereist. Het belang van het werk kan niet worden onderschat: zonder moderatoren zouden er geen socialemediaplatforms zijn. Veel van de moderatoren die ik ontmoet zijn migrant. In Duitsland wordt niet alleen de Duitstalige markt gemodereerd, ook buitenlandse markten komen aan bod, waaronder berichten in het Arabisch, Perzisch en Turks. Eén moderator vertelt me dat ze naar Duitsland is gekomen om te studeren. Dit werk begon als een parttimebaan, maar sinds ze is afgestudeerd doet ze het fulltime. Ze wil ermee stoppen, maar haar verblijfsvergunning hangt ervan af. Zulke verhalen hoor ik veel.

    De werkgever biedt geen goede, psychologische ondersteuning door externe deskundigen aan, maar iets wat ‘welzijnsbegeleiding’ wordt genoemd. De moderatoren vinden het nutteloos en zelfs bespottelijk. De sessies zijn er volgens hen alleen maar voor de vorm. De moderatoren zijn getraumatiseerd door wat ze dagelijks zien, maar krijgen van hun coaches enkel het advies om ademhalingsoefeningen te doen of een wandeling te maken. Bovendien vertrouwen de moderatoren hun coaches niet: ze zijn bang dat ze bespioneerd worden en dat vertrouwelijke informatie wordt doorgespeeld naar hun werkgever. Toegang tot deskundige psychologische begeleiding en minder tijdsdruk zijn noodzakelijke maatregelen om het werk dragelijk te maken, zo zeggen veel van de mensen die ik spreek.

    ‘Beterschap’

    Om verandering te bewerkstelligen hebben de moderatoren een manifest opgesteld met acht eisen voor betere arbeidsomstandigheden. Naast psychologische begeleiding en een gepast salaris eisen ze dat er een einde komt aan de cultuur van intimidatie en outsourcing. Techbedrijven moeten zelf verantwoordelijkheid nemen voor het werk en zorgen voor betere omstandigheden. Binnen een paar dagen ondertekenen meer dan driehonderd moderatoren in Duitsland het manifest. Half juni wordt het gepresenteerd bij een bijeenkomst van deskundigen in de digitale commissie van de Bondsdag. 

    Het is de eerste keer dat moderatoren ten overstaan van de leden van de Duitse Bondsdag over hun werkomstandigheden spreken. De anders nogal zakelijke en droge sfeer in de commissie wordt opgeschud door de emotionele betogen van de moderatoren. De hele vergaderzaal luistert geboeid naar de verhalen van de twee gespreksleiders, Daniel Motaung uit Zuid-Afrika en Cengiz Haksöz uit Duitsland. Haksöz begint zijn betoog met een citaat uit de Dreigroschenoper van Bertolt Brecht: ‘De mensen in het donker worden niet gezien.’ Hij vertelt dat zijn collega’s elkaar aan het eind van de werkdag geen ‘fijne avond’, maar ‘beterschap’ wensen. Ze hebben hun vrije avond nodig om bij te komen van de stress en spanning van het werk.

    De parlementsleden zijn erg geïnteresseerd en stellen veel vragen. Eén onderwerp komt steeds weer terug: kunstmatige intelligentie. Ze vragen of kunstmatige intelligentie in de toekomst het werk van moderatoren zal kunnen vervangen. Het is een vraag die techbedrijven graag krijgen: zo kunnen ze speculeren over de toekomst, in plaats van zich te bekommeren om de omstandigheden waaronder tienduizenden mensen nu werken. 

    Vooralsnog is kunstmatige intelligentie nog lang niet ontwikkeld genoeg om de complexe taak van een contentmoderator over te nemen. Het is ingewikkeld werk: de beoordeling van veel van de berichten moet genuanceerd gebeuren. Denk bijvoorbeeld aan satire of aan politiek commentaar. Geautomatiseerde systemen staan erom bekend dat ze videocontent en andere talen dan Engels slecht kunnen beoordelen. Ze zijn dus nog niet geschikt als alternatief voor menselijke moderatoren. Haksöz zegt dat de focus moet liggen op de ondersteuning van mensen nu, in plaats op van speculatie over hun toekomstige vervanging. Aan het einde van de vergadering verzekert Tabea Rößner, de voorzitter van de commissie, dat ze aan de slag gaan om de omstandigheden te verbeteren.

    Als ze zich publiekelijk uitspreken over hun arbeidsomstandigheden, zetten ze hun baan op het spel

    Haksöz ondervindt onmiddellijk gevolgen van zijn dappere optreden. Slechts een paar dagen na de hoorzitting wordt hij ontslagen door zijn werkgever. Hij mag het bedrijfsgebouw niet meer in. Zo wordt de angstcultuur weer eens bevestigd. Met het ontslag geeft de bedrijfsleiding een duidelijk signaal af aan de werknemers: als ze zich publiekelijk uitspreken over hun arbeidsomstandigheden, zetten ze hun baan op het spel. De werkgever van Haksöz zegt dat hij zijn ‘arbeidsvoorwaarden’ heeft geschonden met zijn uitspraken in de Bondsdag en de media. Maar als burger in een democratie heeft Haksöz het goed recht om over zijn ervaringen te vertellen. 

    Nu moet hij zijn zaak voor de arbeidsrechter brengen om zijn taken als commissielid voor de komende verkiezingen voor de ondernemingsraad weer te kunnen hervatten. Vakbond Verdi stelt het optreden van de werkgever gelijk aan union busting: daarvan is sprake wanneer werkgevers voorkomen of bemoeilijken dat hun werknemers actief zijn in de vakbond. Haksöz bereidt zich voor op de verkiezingen. Ondertussen zegt zijn werkgever bij de arbeidsrechtbank af te zullen dwingen dat hij ontslagen wordt. Samengevat: er worden nog meer intimidatietechnieken ingezet om de vakbondsactiviteiten van de moderatoren te verhinderen.

    Een functionerende ondernemingsraad is een eerste, kleine stap in de richting van betere werkomstandigheden. Maar er moet nog veel meer veranderen om de arbeidsomstandigheden wereldwijd te verbeteren. Zo moet er striktere regelgeving komen voor techbedrijven. Zij zijn verantwoordelijk voor de uitbuiting en dus ook voor de schade. Begin juni deed een arbeidsrechtbank in Nairobi een voorlopige uitspraak waarin precies dat werd vastgelegd. Volgens de rechtbank is Meta de belangrijkste werkgever van de contentmoderatoren van Facebook in Kenia. Als je resultaten wil boeken, is het belangrijk om het probleem vanuit verschillende oogpunten te bekijken. Wat kan er gedaan worden op nationaal, Europees en mondiaal niveau? In Duitsland is in januari de Lieferkettensorgfaltspflichtengesetz van kracht geworden. Deze wet stelt bedrijven die producten leveren verantwoordelijk voor het naleven van mensenrechten in hun wereldwijde toeleveringsketens. Met een vergelijkbare regeling voor digitale diensten zoals contentmoderatie zou het mogelijk worden om het probleem van uitbuiting bij de wortel aan te pakken.

    Tot dat moment zullen moderatoren elke dag blijven afdalen in de mijnschacht van de sociale media om onze gezondheid en democratie te beschermen. Maar ze doen het niet langer in het donker. Ze worden steeds vaker gezien. 

    Lees ook:

  • Twintig jaar geëist tegen Russische oppositieleider Navalny

    Twintig jaar geëist tegen Russische oppositieleider Navalny

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Google ontwikkelt AI-tool die zelf nieuwsverhalen schrijft

    » Onrust in Berlijn om mogelijke loslopende leeuwin

    De Russische autoriteiten beschuldigen hem van extremisme

    Tegen de Russische oppositieleider Aleksej Navalny is nog eens twintig jaar geëist. Navalny zou verantwoordelijk zijn voor de oprichting van een extremistische beweging. Dat schrijft The Moscow Times. Navalny zit al maanden in de gevangenis vanwege verschillende zaken die volgens experts politiek gemotiveerd zijn.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Publiek is niet toegestaan bij de behandeling van de rechtszaak tegen Navalny, die een celstraf van bijna twaalf jaar uitzit in een strafkolonie op honderden kilometers van Moskou. De advocaten van de oppositieleider zeggen dat de Russische regering met de vele rechtszaken tegen Navalny probeert hem te ‘breken’.

    Navalny geldt als de meest prominente rivaal van Vladimir Poetin. Hij beschuldigt het Kremlin, Poetin en zijn naasten van corruptie en is uitgesproken tegenstander van de oorlog in Oekraïne. Een eerdere poging om Navalny te vergiftigen, vermoedelijk door Russische agenten, mislukte. De rechtbank doet naar verwachting begin augustus uitspraak in de zaak.

    Lees ook:

  • Deze journalisten in Hongkong blijven het nieuws verslaan – ondanks zware straffen

    Deze journalisten in Hongkong blijven het nieuws verslaan – ondanks zware straffen

    Ondanks de vage nationale veiligheidswet, die autoriteiten het recht geeft afwijkende meningen met levenslange celstraffen de mond te snoeren, blijft de onafhankelijke pers in Hongkong volharden in zijn missie. ‘Ik wil verhalen brengen vanuit het perspectief van Hongkong.’

    Het onlinenieuwsmedium Hong Kong Court News, dat begin dit jaar van start ging, opereert vanuit een gehuurde coworkingspace in Wong Chuk Hang, een artistieke wijk in het zuiden van Hongkong. Er is net genoeg ruimte voor de twee oprichters van de site – Cheung Lai San en Alvin KM Chan – en drie verslaggevers. Twee katten van de buren komen even langs voor wat aandacht. Op een muur staat het woord

    平安 (ping on), dat ‘veilig en wel’ betekent; het is samengesteld uit felgekleurde velletjes papier die bij rechtszittingen worden uitgedeeld aan verslaggevers.

    Als ik op bezoek kom, zitten Cheung en Chan aan hun bureau, schakelend tussen computerscherm en telefoon. Cheung is in de veertig, heeft schouderlang haar en draagt een bril met dik montuur. Tot voor kort was ze redacteur bij Citizen News – ‘een vluchtelingenkamp’, zoals een medewerker het omschreef, voor leden van de onafhankelijke pers van Hongkong. Citizen News maakte eerder vooral analyses, maar in de zomer van 2019, toen de stad in de greep was van prodemocratische protesten, ging de redactie zich meer toeleggen op verslaggeving. In 2020 vaardigde de regering van het Chinese vasteland een nationale veiligheidswet uit – een vage, ruime wet die de autoriteiten het recht gaf afwijkende meningen de mond te snoeren, met als maximumstraf levenslang. De media behoorden tot de eerste slachtoffers; meer dan duizend verslaggevers in Hongkong verloren hun baan. Citizen News ging begin vorig jaar op zwart. ‘Ik moest dus kiezen,’ zegt Cheung. ‘Teruggaan en een baan zoeken in deze sector, een carrièreswitch maken, onafhankelijk worden’ – lees: freelance gaan werken – ‘of voor mezelf beginnen.’

    Jimmy Lai kreeg dertien maanden gevangenisstraf voor zijn vermeende betrokkenheid bij een herdenking van het bloedbad op het Tiananmenplein

    Op dat moment waren al minstens tienduizend Hongkongers gearresteerd in verband met de protesten. Minder dan eenderde werd formeel aangeklaagd, maar de veiligheidswet gaf de regering een vrijbrief om iedereen aan te klagen, ook een twintigtal journalisten. De stadsrechtbank liep grote achterstanden op. Cheung besloot Hong Kong Court News op te richten om het verloop van die zaken bij te houden, ook die waarbij de persvrijheid op het spel stond.

    Onder de nieuwsorganisaties die hun deuren sloten na het begin van de veiligheidswet waren Apple Daily – een belangrijke krant waar Chan vroeger werkte – en Stand News, bekend om zijn controversiële politieke verhalen. De oprichter van Apple Daily, Jimmy Lai, werd veroordeeld tot dertien maanden gevangenisstraf voor zijn vermeende betrokkenheid bij een wake ter herdenking van het bloedbad op het Plein van de Hemelse Vrede. Chung Pui-kuen, voormalig hoofdredacteur van Stand News, en zijn opvolger Patrick Lam werden beschuldigd van opruiing.

    Toen Cheung en Chan met Hong Kong Court News begonnen, diende net de zaak van Chung en Lam bij de rechtbank. Dagelijks publiceerde Hong Kong Court News updates, inclusief transcripties van het kruisverhoor, wat nogal onorthodox is voor media in Hongkong. Laura Ng, de hoofdaanklager, vroeg aan Chung of de medewerkers van Stand News ‘geel’ waren – de kleur die symbool staat voor het prodemocratische kamp. ‘Dat zou ik niet zeggen,’ antwoordde Chung.

    Op kantoor vertelt Chan, een veertiger met kort haar, snor en een zwart omrande bril, dat het een strategische stap was om zich te concentreren op de rechtszaal in plaats van op de bredere politieke context in Hongkong. ‘Het risico is iets kleiner,’ zegt hij.

    Cheung is het daarmee eens. ‘Er is geen ruimte om iets te veranderen of te duiden,’ zegt ze. ‘We schrijven over dat wat er in de rechtbank wordt gezegd.’ Door rechtstreeks te transcriberen wat er tijdens de hoorzittingen gebeurt, denken ze de harde politieke realiteit van Hongkong te kunnen laten zien, zonder beschuldigd te worden van vooringenomenheid. Er is zeker geen tekort aan zaken; elke avond nadat de medewerkers naar huis zijn gegaan, bekijkt het tweetal de lijsten van de rechtbanken in Hongkong en overleggen ze in een groepschat wat ze de volgende dag zullen verslaan. ‘We proberen geen enkele rechtszaak van algemeen belang te missen,’ zegt Cheung.

    180 abonnementen

    Vóór Hong Kong Court News was Chan verantwoordelijk voor de planning en distributie van de laatste editie van Apple Daily. In zijn huidige baan neemt hij een groot aantal taken op zich. Cheung wijst naar hem en zegt: ‘Ziehier de HR-afdeling, de redactie, de boekhouding, de IT, de administratie en de vormgeving.’

    ‘Klopt,’ zegt Chan. De site moet het van abonnementen hebben. Dat zijn er zo’n honderdtachtig, maar die leveren onvoldoende op om de kosten van de redactie te dekken. Cheung en Chan betalen hun verslaggevers en nemen zelf genoegen met een karig salaris; ze moeten hun inkomen aanvullen met freelance schrijfwerk. Toch blijven ze plannen maken: ze willen een wekelijkse krant maken met een overzicht van de belangrijkste zaken.

    ‘Maar ja, wie weet wat er morgen gebeurt?’ zegt Cheung. Ze lacht en werpt me een veelbetekenende blik toe. ‘Als we zes maanden kunnen overleven, is dat al een mijlpaal.’

    Hun doel – zoeken naar mogelijkheden binnen een strak gereguleerde omgeving – is gebruikelijk onder journalisten in Hongkong. In een industrieel gebouw in Kowloon, gelegen tussen de volkswijken in het noorden van de stad, bezoek ik een studio die wordt gedeeld door Ryan Lai en Jacky Cheung, twee voormalige verslaggevers van Citizen News. Het is er gezellig; bijna het volledige interieur – tafels, stoelen, computerschermen – hebben ze overgenomen van het oude Citizen News-kantoor. Een tv-scherm dat vroeger toebehoorde aan het China Team – ooit een elitegroep van verslaggevers die zich richtte op nieuws van het vasteland en die massaal opstapte na een leiderschapswissel – is nu ViuTV te zien, een lokale zender die velen als ‘geel’ beschouwen. Als ik arriveer, zendt ViuTV tekenfilms met Barbie uit.

    Journalisten zoeken naar mogelijkheden binnen een strak gereguleerde omgeving

    Lai, een lange, slanke man van zesentwintig met een bril, heeft iets dromerigs als hij spreekt, alsof hij net een dutje heeft gedaan. Er staat een koffiezetapparaat in de studio, maar hij drinkt liever instantkoffie uit een papieren beker, want ‘schoonmaken is te veel moeite’, zegt hij. Hij besteedt zijn tijd liever aan andere dingen. Zijn carrière begon in een politieke context die steeds autoritairder werd. Zijn eerste baan was videoverslaggever voor Citizen News, maar dat werk duurde slechts enkele maanden.

    Vorig jaar lanceerde hij een YouTubekanaal met de naam The WELL. Die naam ontleende hij aan een gedicht van een Chinese advocaat, die het op zijn beurt had ontleend aan het gedicht van Martin Niemöller uit het nazitijdperk: ‘Eerst kwamen ze voor…’ Het eerste couplet in de Chinese versie luidt: ‘De mijnwerkers bleven sterven, maar ik kwam niet voor hen op, want ik hoefde niet af te dalen in de schacht [the well].’ Toen Citizen News aankondigde te gaan sluiten, plaatsten medewerkers afscheidsbrieven aan lezers op de website; in de zijne citeerde Lai het gedicht. ‘Ik wil de persoon zijn die in de schacht afdaalt’, schreef hij.

    In de studio werkt Lai aan een documentaire over de jonge werkende armen van Hongkong. Eerder maakte hij films over de daklozen van de stad en over mensen die naar de afgelegen eilanden van Hongkong waren verhuisd. Het zijn allemaal sympathieke humaninterestverhalen. Maar bij het aansnijden van ‘gevoelige onderwerpen’, zoals de verjaardag van de sluiting van Apple Daily, censureert hij zichzelf en richt zich dan op de emotionele toestand van de geïnterviewden, in plaats van op beladen feiten. ‘Het is onmogelijk om deze onderwerpen te vermijden,’ zegt hij, ‘maar je moet wel heel voorzichtig zijn.’

    ‘Het is goed om te weten dat er nog steeds mensen zijn die zich bekommeren om media-ethiek’

    Aan de andere kant van de kamer zit Cheung (28). Hij spreekt zacht en draagt een zwart honkbalpetje dat zijn halve gezicht bedekt. ‘Ik wil verhalen brengen vanuit het standpunt van Hongkong,’ zegt hij. ‘Dingen die de buiten Hongkong gevestigde media niet kunnen doen.’ Na de veiligheidswet en het verdwijnen van de meeste nieuwszenders van eigen bodem werden de reguliere media – waaronder Radio Television Hong Kong (RTHK), de publieke omroep van de stad – onder toezicht van de regering geplaatst. Cheung zag de verhalen uit de stad verschuiven naar stemmen van buiten. De berichtgeving kwam van Flow HK, gevestigd in Taiwan, van Green Bean Media in het Verenigd Koninkrijk en van sites als Commons Hong Kong en The Points, die op afstand worden gerund door voormalige leden van de Hongkongse pers. ‘Je kunt het sentiment van mensen niet voelen als je je niet vlakbij bevindt,’ zegt Cheung. Afgelopen maart begon hij met een eigen site: Hong Kong City Creation.

    Hong Kong City Creation behandelt algemeen nieuws en cultuur. Met zijn artikelen – over verboden films, over een winkel in Kwai Chung Plaza die uit de gevangenis ontslagen demonstranten in dienst neemt en over ene Thomas die door de stad trekt in een dinosauruspak – produceert Cheung niet dezelfde soort directe politieke verslaggeving als in zijn vorige baan. Maar hij wil verhalen over de stad vertellen en belangrijke politieke onderwerpen aansnijden op manieren die, althans oppervlakkig gezien, niet zo controversieel zijn. Vorig jaar spoorde hij een jongen op die hij had zien huilen op een politiebureau tijdens een aanval van een knokploeg in Yuen Long in 2019. ‘Hij vertelde dat vrienden die altijd met hem gingen fietsen de afgelopen jaren allemaal Hongkong hadden verlaten. Maar hij stond erop om te blijven,’ zegt Cheung. ‘Door zijn ogen kon je de veranderingen in Hongkong goed zien.’

    Bijbaantjes

    Zowel The WELL als Hong Kong City Creation leeft van donaties, waarmee een deel van de studiohuur kan worden voldaan. Om hun activiteiten te kunnen volhouden moesten ze tot nu toe bijbaantjes nemen; Cheung gaf les aan een journalistenclub op een basisschool. Hoelang ze hun passie en hun projecten kunnen volhouden is onzeker. ‘We leven van dag tot dag,’ zegt Cheung.

    Aan de andere kant van Kowloon stap ik uit op metrostation Prince Edward, waar het wemelt van de eetgelegenheden en winkelcentra. Tijdens de protesten deden geruchten de ronde dat de politie hier activisten had doodgeslagen. Agenten vergrendelden de plek, versperden journalisten en ambulancepersoneel de toegang en ontkenden de beschuldigingen. Sindsdien laten Hongkongers elke maand bloemen achter bij het station. Vlakbij, in een oud winkelpand, is een onafhankelijke boekwinkel gevestigd met de naam Have a Nice Stay. Die werd afgelopen mei geopend door een groep journalisten wier werkgevers waren opgeheven.

    hk 001 Courtesy of Hong Kong Court News
    Hong Kong Court News opereert vanuit een gehuurde coworkingruimte in Wong Chuk Hang, een kunstzinnige wijk in Hongkong. Er is net genoeg ruimte voor de medeoprichters van de site. © Hong Kong Court News

    De naam van de winkel is een boodschap aan degenen die in Hongkong zijn gebleven tijdens de emigratiegolf – een duidelijk politieke golf die zich niet beperkte tot leden van de pers. In 2022 meldden de lokale autoriteiten het vertrek van zestigduizend inwoners. Kris Lau, een van de oprichters van Have a Nice Stay, die tien jaar lang het lokale nieuws versloeg, zegt dat het doel van de groep is om een plek te creëren waar Hongkongers boeken kunnen lezen, wijn kunnen drinken en zich op hun gemak kunnen voelen. Ze zien de winkel ook als een ontmoetingsplaats om de schamele onafhankelijke pers die de laatste tijd weer opkomt, te promoten. ‘Fragmentatie is de toekomst,’ zegt hij. ‘Als je een geïntegreerd nieuwsmedium bent’ – lees: een algemeen nieuwskanaal – ‘zul je bepaalde dingen moeten vermijden, zijn er dingen die je niet kunt doen.’ Focussen op één onderwerp lijkt het makkelijker te maken om verboden zaken te omzeilen. ‘Idealiter zou de totale hoeveelheid informatie voor de lezers hetzelfde moeten blijven als voorheen – het is de verantwoordelijkheid van de lezers om hun eigen krant samen te stellen, van de voorpagina tot entertainment en sport.’

    Eerste editie Apple Daily

    Lau – drieëndertig jaar, met een rond brilletje en kort krullend haar – leidt me rond. Have a Nice Stay is bescheiden ingericht. Aan de muur hangt een verzameling voorpagina’s van kranten, onder andere die van de eerste editie van Apple Daily en van South China Morning Post uit juli 1997 over de Britse overdracht van Hongkong aan China. Houten planken staan vol met literaire non-fictie en boeken met nieuws-verslaggeving voor dummy’s. Bijna elk weekend nodigen de oprichters journalisten uit om hun werk te delen, zoals Alvin KM Chan, Jacky Cheung en Bao Choy, een voormalige freelance-documentairemaker van RTHK. Zij werd veroordeeld voor het afleggen van valse verklaringen tijdens haar verslaggeving over de prodemocratische protesten. Onlangs is ze begonnen met een start-up voor onderzoeksjournalistiek onder de naam The Collective HK. Veel van de vaste klanten van de winkel zijn aspirant-verslaggevers, zegt Lau.

    Voor een workshop ontving Have a Nice Stay in februari In Voices Strong, een groep documentairemakers. Dora Choi, vrijwilliger bij In Voices Strong, was eerder werkzaam bij Hong Kong Connection, een langlopend documentair nieuwsprogramma van RTHK. Choi en haar collega’s werden vroeger opgeleid door oudere makers; nu RTHK zijn onafhankelijkheid kwijt is, is het voor nieuwkomers lastig om kennis te verwerven over productietechniek, montage en ethiek. ‘Het is moeilijk voor hen, want de senior verslaggevers met verstand van documentaires zijn vertrokken,’ zegt Choi.

    Tijdens een recente sessie besprak Choi de complexe relatie tussen filmmakers en geïnterviewden. Zijn we werkpartners? Kunnen we vrienden zijn? Hoe win je vertrouwen? Waarom zou iemand ermee instemmen gefilmd te worden? Een student vroeg: ‘Is het maken van documentaires wel moreel verantwoord?’ Choi had daar geen sluitend antwoord op. ‘Alles hangt af van de aanpak en de werkwijze van de persoon achter de camera,’ zegt ze.

    Choi was ontroerd door de aanwezigheid van jonge filmmakers. ‘Het is goed om te weten dat er nog steeds mensen zijn die zich bekommeren om media-ethiek en dit soort zeer inhoudelijke problemen,’ zegt ze. ‘En het is goed dat we nog steeds bijeen kunnen komen.’

    Toen de veiligheidswet werd ingevoerd, zegt Lau, waren Hongkongers depressief en bang. Maar na verloop van tijd ‘hadden de mensen zoiets van: o, ik kan eigenlijk wel raden waar de grens ligt en hoe ik het spel moet meespelen’. Het blijft altijd gissen. ‘Soms is het verstikkend,’ zegt hij. ‘Maar er is altijd nog ruimte om te ademen.’

    Lees ook:

  • Einde aan humanitaire missie in Syrië door veto Rusland

    Einde aan humanitaire missie in Syrië door veto Rusland

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » NAVO-top eindigt in teleurstelling voor Oekraïne

    » Onrust bij de BBC én bij The Sun om misbruikaantijgingen

    Grensovergang in noordoosten met Turkije dicht

    Een belangrijke VN-missie in het noorden van Syrië, die noodhulp voor miljoenen Syriërs verzorgde vanuit Turkije, wordt niet verlengd. Dat komt door een veto dat Rusland dinsdag heeft uitgesproken in de VN-Veiligheidsraad, schrijft Al Jazeera. De leveringen van onder meer drinkwater, voedsel en medicijnen worden stopgezet.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Delen van het noorden van Syrië zijn bezet door rebellen die vechten tegen het regime van Bashar al-Assad, een bondgenoot van Rusland. Volgens de Syrische regering schendt de noodhulp de Syrische soevereiniteit omdat deze niet via door de overheid gecontroleerde gebieden wordt verstrekt. De leveringen van hulpgoederen, die via de grensovergang bij Bab al-Hawa het land binnenkwamen, waren voor Syrië illegaal. Rusland steunt dit standpunt.

    Desondanks ontvingen miljoenen mensen in het door de burgeroorlog en later door aardbevingen getroffen gebied de VN-noodhulp. Rusland wilde de grensovergang niet langer dan zes maanden openhouden, de VS en Frankrijk zetten in op een jaar. Een compromis van negen maanden werd weggestemd met een veto door Rusland. Wie de miljoenen mensen nu van noodhulp gaat voorzien, is onduidelijk.

    Lees ook: