Onderwerpen: Mensenrechten

  • Estland stemt als eerste voormalige Sovjetstaat voor homohuwelijk

    Estland stemt als eerste voormalige Sovjetstaat voor homohuwelijk

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zeker 41 doden bij rellen in vrouwengevangenis Honduras

    » Spionagedienst: extreemrechts en Rusland grootste gevaren voor Duitsland

    Landen als Litouwen en Letland zijn bezig met soortgelijke wetten

    Een kleine meerderheid in het Estse parlement heeft voor een wet gestemd waarmee het homohuwelijk wordt gelegaliseerd, schrijft CNN. Het is het eerste land uit de voormalige Sovjet-Unie dat het homohuwelijk bij wet mogelijk maakt. Buurlanden als Litouwen en Letland zijn bezig geregistreerd partnerschap voor stellen van hetzelfde geslacht te legaliseren, wat wordt gezien als de eerste stap richting de legalisering van het homohuwelijk.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Vijfenvijftig van de honderdeneen parlementariërs stemden vóór de wet. Er was met name tegenstand van conservatieve partijen die de etnische Russische minderheid in het land vertegenwoordigen. In een reactie noemde de vrouwelijke premier van Estland, Kaja Kallas, de weg richting legalisering ‘een noodzaak om het huwelijk en liefde te promoten’.

    Estland is de afgelopen tien jaar een meer pro-Europese koers gaan voeren, wat inhoudt dat progressieve agendapunten als de uitbreiding van homo- en vrouwenrechten steeds belangrijker worden in de maatschappij. Ruim de helft van de Esten is tegenwoordig voor het homohuwelijk, waar dat tien jaar geleden nog een derde was.

    Lees ook:

  • Protesten in Senegal na veroordeling oppositieleider

    Protesten in Senegal na veroordeling oppositieleider

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » BRICS-landen willen nieuw machtsevenwicht in de wereld

    » EPG-top vindt plaats met Oekraïne als heet hangijzer

    Sonko krijgt twee jaar celstraf vanwege onzedelijk gedrag

    Ousmane Sonko is donderdag veroordeeld tot twee jaar celstraf vanwege onzedelijk gedrag, bericht Al Jazeera. De oppositieleider was ook beschuldigd van het verkrachten en bedreigen van een vrouw, maar daar werd hij van vrijgesproken. Door de veroordeling kan Sonko niet meedoen aan de volgende verkiezingen in het Afrikaanse land.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Na de uitspraak in de rechtszaak tegen Sonko gingen duizenden mensen de straat op in hoofdstad Dakar om te demonstreren. Onder meer op een grote universiteiscampus in Dakar kwam het tot een gewelddadig treffen met de oproerpolitie. Volgens zijn aanhang is Sonko onschuldig en is er sprake van een politieke vervolging.

    Ook Sonko zelf ontkent alle beschuldigingen en wijst naar president Macky Sall, die er alles aan zou doen om te voorkomen dat de oppositieleider meedoet aan de komende verkiezingen. Sonko is nog niet gearresteerd, maar autoriteiten hebben wel gezegd dat dat op ieder moment kan gebeuren.

    Lees ook:

  • Tientallen gevangenen overleden in El Salvador sinds uitroepen noodtoestand

    Tientallen gevangenen overleden in El Salvador sinds uitroepen noodtoestand

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Moskou: Oekraïne voerde grootste droneaanval tot nu toe uit op Rusland

    » Selfmade miljardair Elizabeth Holmes in de gevangenis

    President Bukele riep in maart 2022 een noodtoestand uit

    Een rapport van mensenrechtenorganisatie Cristosal, dat een jaar nadat de noodtoestand in El Salvador werd uitgeroepen is verschenen, schijnt licht op de mensonterende omstandigheden in de gevangenissen in het land. Dat schrijft persbureau AP. Volgens Cristosal zijn ruim honderdvijftig mensen omgekomen in de gevangenissen, terwijl ze nooit zijn veroordeeld voor het misdrijf waarvoor ze waren opgepakt.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Sinds president Bukele in maart 2022 de noodtoestand uitriep in El Salvador om zo het bendegeweld in het land het hoofd te bieden, zijn zeker zeventigduizend mensen gearresteerd. Om de vele nieuwe gedetineerden te kunnen opsluiten zijn er massagevangenissen gebouwd. Het gros van de gevangenen krijgt echter geen toegang tot een advocaat, hoort niet waarom ze zijn opgepakt en worden mishandeld.

    Zo blijkt uit het rapport van Cristosal dat tegen alle 153 overledenen vormen van geweld was gebruikt, van marteling tot andere soorten verwondingen, waarna medische hulp was geweigerd. In enkele extreme gevallen waren gevangenen zelfs overleden door ondervoeding. Ondanks de mensonterende behandeling van soms onschuldige gedetineerden, is Bukele nog steeds zeer populair in El Salvador, waar het geweldsniveau sinds de noodtoestand is gedaald.

    Lees ook:

  • Wereldnieuws: Klimaatverandering bedreigt twee miljard mensen & meer

    Wereldnieuws: Klimaatverandering bedreigt twee miljard mensen & meer

    Rechtenschendingen op theeplantages

    De wereldwijde thee-industrie worstelt niet alleen met de economische gevolgen van de oorlog in Oekraïne maar ook met een ander probleem: schendingen van mensenrechten op de plantages, aldus de New Yorkse nieuwswebsite Quartz. Volgens het Britse Business & Human Rights Resource Centre (BHRRC) zijn ongeveer 13 miljoen arbeiders op theeplantages in India, Sri Lanka, Bangladesh, Kenia, Oeganda en nog 43 andere landen het slachtoffer van rechtenschendingen. De beschuldigingen omvatten schending van de vrijheid van vereniging, van gezondheids- en veiligheidsvoorschriften, loonbetalingen en aantasting van de levensstandaard.

    De productiekosten van thee zijn de afgelopen jaren gestegen, maar de prijzen zijn min of meer gelijk gebleven. ‘Beheerders van plantages proberen kosten te besparen in een steeds minder winstgevende sector. Daardoor is er sprake van een groeiende trend om gebruik te maken van tijdelijke contracten, koppelbazen en andere onzekere arbeidsomstandigheden,’ aldus het BHRRC-rapport. ‘Werknemers zijn daardoor kwetsbaarder voor allerlei vormen van misbruik, waaronder seksuele uitbuiting en schendingen van gezondheid en veiligheid. Het is moeilijker voor werknemers om zich bij een vakbond aan te sluiten.’ Bedrijven als Starbucks, Unilever, Marks & Spencer, Twinings, en het in Nederland gevestigde Ekaterra betrekken hun thee van plantages waar 47 van de 70 gesignaleerde mensenrechtenschendingen hebben plaatsgevonden. Deze bedrijven tonen volgens het rapport ‘weinig betrokkenheid bij de leveranciers om de effecten voor werknemers te verzachten’.


    Crypto voor Fentanyl

    Fentanyl – een verslavende pijnstiller – werd in de crypto-economie dusdanig gevaarlijk geacht dat veel markten op het darkweb handel erin hebben verboden. Maar uit onderzoek van Elliptic en Chainalysis, die cryptocurrency traceren, blijkt dat Chinese chemische producenten ingrediënten voor fentanyl verkopen aan drugslabs overal ter wereld.

    Meer dan negentig Chinese chemische bedrijven verkopen de ingrediënten openlijk online en 90 procent zegt betaling in cryptocurrency’s te accepteren. Elliptic en Chainalysis traceerden transacties ter waarde van tientallen miljoenen dollars in de afgelopen vijf jaar. Volgens de bedrijven is dat slechts het topje van de ijsberg, schrijft maandblad Wired.

    Drogen Spritze Pulver fentanyl opiods
    Unsplash

    Levende nachtmerrie

    Het echtpaar dat op een dag verrast werd door een enorme Banksy-muurschildering op de zijkant van hun huis in Lowestoft, vertelde aan de Engelse boulevardkrant The Sun hoe zij in een ‘levende nachtmerrie’ terechtkwamen.

    Banksy schilderde een enorme zeemeeuw op de muur die naar beneden duikt om bouwafval uit een (echte) container te pikken. Realiseert de kunstenaar wel waar hij mensen onbedoeld mee opscheept? zei het echtpaar, dat 40.000 pond per jaar zou moeten gaan betalen voor onderhoud en bescherming tegen diefstal. In plaats daarvan besloot het de meeuw met muur en al te laten weghalen; het werk ligt opgeslagen in afwachting van de verkoop.

    ANP 435372890
    © ANP – JUSTIN TALLIS

    New York zinkt

    Op de 777 vierkante kilometer die New York beslaat, drukt 762 miljoen ton beton, glas en staal, aldus de United States Geological Survey (USGS). Dat enorme gewicht betreft de bouwmaterialen, maar niet de inrichting en het meubilair in alle gebouwen, noch de vervoersinfrastructuur en de 8,5 miljoen inwoners. Door de druk van de bovenliggende stad zakt de New Yorkse bodem met een à twee millimeter per jaar. En dat is zorgelijk, vooral als de bodemdaling wordt opgeteld bij de stijging van de zeespiegel. Die wordt geschat op drie tot vier millimeter per jaar, schrijft BBC Future.

    Over een paar jaar gaat dat problemen opleveren en niet alleen voor New York maar ook voor andere kuststeden met een groeiende bevolking, in de VS en elders in de wereld. Zo daalt Jakarta jaarlijks zelfs met twee tot vijf centimeter. Vermindering van het grondwatergebruik en andere manieren van vestigen, zoals in drijvende steden, zou voor oplossingen kunnen zorgen.


    Nieuws als rap

    Om jongeren te trekken verpakt het Zweedse dagblad Aftonbladet het nieuws in rapsongs: AI zorgt ervoor dat verhalen in rap-vorm op muziek worden gezet. Deze vorm is een van de resultaten van overleg met jongeren over meer prikkelende manieren om het nieuws te brengen, aldus adjunct-hoofdredacteur Martin Schori in zijn column. Aftonbladet testte het resultaat begin mei op duizend geselecteerde jonge gebruikers. De reacties waren positief, schrijft Schori, zowel van de proefpersonen als van de jongeren die met het oorspronkelijke idee kwamen. Verreweg het populairst bleek een rap te zijn over het bezoek van Beyonce aan Stockholm in het kader van haar wereldtournee.

    ‘We moeten oude conventies uitdagen en luisteren naar de nieuwsconsumenten van de toekomst,’ aldus Schori. ‘Behalve nieuws als rap gebruiken we AI inmiddels om video’s te ondertitelen en interviews te transcriberen, en meer tools zijn in ontwikkeling.’

    iStock 1217805754
    © Lorado – iStock

    Klimaatverandering bedreigt twee miljard mensen

    Wetenschappers waarschuwen dat meer dan een vijfde van de mensheid tegen het einde van deze eeuw zal worden blootgesteld aan gevaarlijk hoge temperaturen, aldus de Franse nieuwszender Euronews. Volgens een nieuwe studie van de Universiteit van Exeter in het Verenigd Koninkrijk zijn we met het huidige klimaatbeleid op weg naar een opwarming van 2,7°C. De Intergouvernementele Werkgroep inzake Klimaatverandering (IPCC) van de Verenigde Naties waarschuwt dat daarmee de limiet van 1,5°C – die nodig is om een klimaatramp te voorkomen – wordt overschreden. Als de opwarming van de aarde op deze schaal doorgaat, zullen tegen 2100 twee miljard mensen – dat is ongeveer 20 procent van de verwachte wereldbevolking – worden blootgesteld aan levensbedreigende hitte en extreem weer. De gemiddelde wereldtemperatuur bedraagt dan ruim 29°C en valt buiten de ‘menselijke klimaatniche’, oftewel de omstandigheden waarin mensen goed kunnen gedijen. De optimale temperatuur voor de mens ligt tussen 13 en 25°C.

    De Universiteit van Exeter onderzocht niet de financiële maar de menselijke kosten van de opwarming van de aarde. Extreme hitte beïnvloedt het vermogen om te werken, te denken en te leren, heeft een verwoestend effect op gewassen en vergroot de kans op conflicten, infectieziekten en zwangerschapscomplicaties. Naarmate de gevolgen groter worden, zullen meer mensen uit hun huizen worden verdreven en zich gedwongen zien om naar koelere klimaten te migreren.

    India, waar nu al mensen sterven door de hitte, zal een van de zwaarst getroffen landen blijven, gevolgd door Nigeria, Indonesië, de Filipijnen en Pakistan. Ook plekken die aan de koelere kant van de voorspelde opwarming blijven, krijgen te maken met meer hittegolven en droogtes.

    Door de wereldwijde temperatuurstijging te beperken tot 1,5 °C, de richtlijn van het klimaatakkoord van Parijs, zal het aantal mensen dat aan extreme hitte wordt blootgesteld, verminderen tot 400 miljoen, zo blijkt uit het onderzoek dat werd gepubliceerd in Nature Sustainability.

    gettyimages 1253520314 594x594 1
    © Getty Images NurPhoto / Contributor
  • Controversiële antihomowet in Oeganda van kracht

    Controversiële antihomowet in Oeganda van kracht

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Spanningen in Kosovo na lokale verkiezingen

    » Venezuela weer welkom op Zuid-Amerikaanse top

    Homoseksuelen kunnen zelfs de doodstraf krijgen

    In Oeganda is maandag een anti-homowet van kracht gegaan, waardoor de lhbtqi+-gemeenschap in het Afrikaanse land zwaar onderdrukt wordt, schrijft Africa News. Vanuit het buitenland is ontstemd gereageerd op het feit dat de wet, die al langer onder vuur ligt, is aangenomen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Met de wet worden de rechten van homoseksuelen streng beperkt. Zo hebben zij niet langer het recht op huisvesting of medische zorg. Relaties tussen homoseksuelen zijn verboden en op het aanzetten van homoseksualiteit – zoals door hulporganisaties – worden bestraft met lange celstraffen. Wie hiv heeft en seks heeft met iemand anders van hetzelfde geslacht kan zelfs de doodstraf krijgen.

    Westerse landen en hulporganisaties hebben de wet veroordeeld en aangekondigd hulpgelden aan het land terug te schroeven. Ook wordt er gesproken over het invoeren van sancties om Oeganda te straffen voor de mensenrechtenschendingen die de wet feitelijk inhoudt.

    Lees ook:

  • Aantal executies door landen vorig jaar flink gestegen

    Aantal executies door landen vorig jaar flink gestegen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Nieuw-Zeeland: zeker zes doden bij brand in hostel

    » Belangrijkste oppositieleider Tunesië veroordeeld tot celstraf

    Volgens Amnesty is het aantal met zeker de helft gestegen

    Afgelopen jaar zijn er in de hele wereld 883 mensen geëxecuteerd. Dat meldt Amnesty International, schrijft Deutsche Welle. Het gaat om een stijging van ruim 50 procent ten opzichte van een jaar eerder, zegt de mensenrechtenorganisatie.

    Ruim de helft van de executies in 2022 vond plaats in Iran. Ook Saoedi-Arabië executeerde veel mensen: bijna tweehonderd mensen werden daar omgebracht, onder meer door middel van onthoofding. Aangezien Amnesty International alleen geregistreerde executies meldt, kan het daadwerkelijke wereldwijde aantal nog hoger liggen. Momenteel zitten er wereldwijd zeker 28.000 ter dood veroordeelden in een gevangenis.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Volgens de organisatie werd een overgrote meerderheid van de executies voltrokken in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Toch worden ook Aziatische landen als China, Noord-Korea en Vietnam genoemd. Sterker nog, volgens Amnesty staat China met stip op één als land met de meeste executies: daar worden naar schatting ieder jaar duizenden mensen omgebracht, maar ontbreken harde cijfers. In Europa is de doodstraf alleen nog van kracht in Belarus, dat het vonnis in 2022 één keer voltrok.

    Lees ook:

  • Hoe het is om Oegandees en queer te zijn terwijl je land zich tegen je identiteit keert

    Hoe het is om Oegandees en queer te zijn terwijl je land zich tegen je identiteit keert

    Het Oegandese parlement heeft een anti-lhbti-wet aangenomen die het al strafbaar maakt om je als queer te identificeren. The Daily Maverick sprak met Oegandezen over de wet en hoe die hun leven en dat van andere leden in de lhbti-gemeenschap beïnvloedt.

    Op dinsdag 21 maart, dezelfde dag dat in Zuid-Afrika de Dag van de Mensenrechten werd gevierd, nam het Oegandese parlement een wet aan die grove mensenrechtenschendingen mogelijk maakt tegenover de queer gemeenschap in het land. Deze wet moet het bevorderen van homoseksualiteit en het overwegen van homoseksuele handelingen strafbaar maken. Hoewel de wet drie weken geleden door het parlement werd aangenomen, moet hij nog door president Yoweri Museveni worden ondertekend. 

    Frank Mugisha, een Oegandese lhbti-activist, zegt in een interview met DemocracyNow dat er verschillende redenen kunnen zijn waarom de president nog afwacht. Zo zouden lokale activisten en het maatschappelijk middenveld hem verzoeken de wetgeving niet te snel te ondertekenen vanwege de mogelijk heftige reacties en consequenties. 

    De Oegandese anti-lhbti-wetgeving komt op een moment waarop homofobe en transfobe wetgeving wereldwijd in opkomst lijkt. In de VS bijvoorbeeld zijn dit jaar alleen al minstens 417 anti-lhbti-wetsvoorstellen geïntroduceerd. 

    Voordat de nieuwe wet werd aangenomen, bestond in Oeganda al lange tijd vijandigheid jegens homoseksualiteit. Het is niet het eerste wetsvoorstel dat homofobie in het land probeert vast te leggen. 

    Privé

    Natukunda (een pseudoniem, want ze wil anoniem blijven) identificeert zich als panseksueel. Hoewel ze deel is van de Oegandese diaspora in Zuid-Afrika, brengt ze nog steeds veel tijd door in Oeganda, vooral sinds haar ouders in 2019 terug verhuisden naar Kampala. 

    ‘Natuurlijk hou ik van Oeganda. Mijn ouders komen er vandaan en het is een prachtig land met fijne mensen. Dat het land de Antihomoseksualiteitwet aanneemt is erg teleurstellend, want nu zit ik helemaal klem. Ik zou me willen identificeren als Oegandees, maar dat kan niet verenigd worden met wie ik echt ben, en in het bijzonder met mijn seksualiteit.  

    ‘Behalve mijn broers en zussen wist niemand in Oeganda dat ik queer was. Zelfs mijn ouders niet – zij weten het nog steeds niet. Dus ik stond thuis gewoon bekend als hetero. Sterker nog, er werd nooit over seksualiteit gesproken, omdat Afrikaanse families het daar niet echt over hebben.’ 

    In Zuid-Afrika voelde Natukunda zich in staat haar seksualiteit te uiten. 

    ‘In Oeganda zag ik soms mensen – zowel mannen als vrouwen – tot wie ik me aangetrokken voelde, maar ik handelde er nooit naar. Ik hield het voor mezelf. Die kant uitte ik alleen hier in Zuid-Afrika,’ zegt ze. 

    ‘Stel je voor dat ik nu in Oeganda ben en iemand leuk vind. Dan kan ik mijn affectie alleen maar tot uiting brengen als ik in een bar of nachtclub ben die behoorlijk ondergronds is, waar het donker is en waar anderen zich comfortabel voelen in de buurt van queer mensen. Anders houd je het privé.’ 

    Natukunda weet nog goed dat ze in een Oegandese stad twee mannen hand in hand over straat zag lopen, met een glimlach op hun gezicht. Iedereen stopte om hen aan te staren.   

    ‘Ik heb mijn ouders al verschillende keren verteld dat ik wel van mijn familie houd en zo, maar dat ik me er niet op mijn gemak voel’

    Ze zegt dat migranten die naar huis terugkeren voor heel uitgesproken uitdagingen komen te staan: in het buitenland kunnen ze openlijk hun seksualiteit tonen, terwijl homoseksuele mensen hun seksuele voorkeur in Oeganda altijd verborgen moeten houden. Als ik nu naar huis ga, is het dan echt veilig? vraagt ze zich af.

    Maar volgens haar is het belangrijk is om nog geen ophef te maken over de situatie in Oeganda, aangezien Museveni het wetsvoorstel nog moet ondertekenen. 

    Dembe (een pseudoniem, want hij wil anoniem blijven) is Oegandees en queer.

    ‘Ik weet nog dat ik tijdens mijn tienerjaren besloot af te komen van de “Oegandeesheid” van mijn identiteit. Ik had het gevoel dat die niet strookte met mijn queerness, en ik wist dat ik die niet kon veranderen. Dus probeerde ik de band met mijn Oegandese identiteit zwakker te maken.’ 

    ‘Om een voorbeeld te geven: de moedertaal van mijn ouders, en ook die van mij, is Loeganda. Maar in mijn tienerjaren begon ik uitsluitend Engels met ze te spreken. Ik wilde niet meer proberen de taalkundige of culturele band met Oeganda in stand te houden.’

    Mukasa (een pseudoniem, want hij wil anoniem blijven) is een mensenrechtenadvocaat die gespecialiseerd is in gelijke rechten. Daartoe behoren de rechten van mensen met een beperking, migranten en leden van de lhbti-gemeenschap. Hij identificeert zich als queer en maakt deel uit van de Oegandese diaspora in Zuid-Afrika. 

    Hij zegt dat zijn ouders, die ook in Zuid-Afrika wonen, minstens één keer per jaar naar Oeganda gaan om familie te zien, meestal rond Kerstmis. ‘Ik heb mijn ouders al verschillende keren verteld dat ik wel van mijn familie houd en zo, maar dat ik me er niet op mijn gemak voel. Ik voel me niet veilig genoeg om terug te keren naar Oeganda. Ik blijf in Zuid-Afrika en vier Kerst zonder mijn familie,’ zegt Mukasa. 

    Hij vertelt dat het pijnlijk is om afstand te nemen van zijn Oegandese identiteit. ‘Het is erg treurig om te bedenken dat mijn banden met mijn familieleden, mijn cultuur en mijn geschiedenis hierdoor minder sterk worden.’ 

    Zijn ouders zijn van plan terug te keren naar Oeganda. Dat heeft hem aan het denken gezet: ‘Als ik op een dag een gezin zou hebben en met een man zou trouwen, kan ik ze dan meenemen naar Oeganda zodat ze mijn ouders kunnen ontmoeten? Als mijn ouders overlijden en begraven worden in Oeganda, kan ik dan een begrafenis bijwonen zonder dat mijn veiligheid in gevaar komt? Als mijn ouders ziek worden, kan ik dan teruggaan om bij ze te zijn? Zulke angsten komen bij me boven.’

    Roofdieren

    Mukasa vindt de manier waarop er over de nieuwe wet gesproken wordt vreemd. Oegandese wetgevers zeggen dat de wet bedoeld is om ‘traditionele Afrikaanse waarden’ te beschermen, wat het idee in stand houdt dat homoseksualiteit en andere vormen van queer-zijn per definitie anti-Afrikaans zijn. 

    ‘Er worden veel argumenten aangevoerd om het wetsvoorstel te rechtvaardigen. Veel daarvan verwarren homoseksualiteit met pedofilie. Een van de definities van agressieve homoseksualiteit die in het wetsvoorstel voorkomt, is bijvoorbeeld seks met een minderjarige zonder diens toestemming. Dat heeft helemaal niets te maken met homoseksualiteit, maar mensen lijken het idee te hebben dat vooral homoseksuele mannen een soort roofdieren zijn die op je kinderen jagen. Dat we gevaarlijk zijn. 

    Een ander beeld dat men van queer-zijn heeft is dat het uit het Westen is geïmporteerd, of dat het gedrag is dat men in het Westen heeft aangeleerd. Of dat mensen homoseksueel worden door naar films of series op DStv [een tv-zender in zuidelijk Afrika] en Netflix te kijken. Er zijn altijd al homoseksuele Afrikanen geweest.’

    Mukasa geeft het voorbeeld van een Oegandese monarch, koning Mwanga II, die van 1884 tot 1888 regeerde. Er zijn historische bewijzen dat de koning queer was, zodat bekend is dat queerness zelfs in het prekoloniale Oeganda voorkwam. 

    In meer dan dertig Afrikaanse landen zijn homoseksuele relaties verboden

    Antihomowetten en beeldvorming rondom homoseksualiteit blijven niet beperkt tot Oeganda. In meer dan dertig Afrikaanse landen zijn homoseksuele relaties verboden. Mukasa legt uit hoe de nieuwe Oegandese wet andere Afrikaanse landen zou kunnen beïnvloeden. ‘Het lijkt alsof sommige landen zich hebben laten inspireren door Oeganda, en dat is verontrustend. Een Keniaans parlementslid zei onlangs dat hij een soortgelijk wetsvoorstel wil indienen, wat betekent dat hij min of meer kopieert wat er in Oeganda gebeurt.’

    We zijn blij dat het wetsvoorstel wereldwijd aandacht krijgt en wordt veroordeeld. Ik denk dat het maatschappelijke middenveld in Afrika en vooral Zuid-Afrika een unieke en invloedrijke rol kan spelen. Want, zoals ik al eerder zei: het idee bestaat dat homoseksualiteit on-Afrikaans en geïmporteerd is, dat het westers gedrag is. 

    Maar als Afrikanen in Zuid-Afrika en op het hele continent zich ook uitspreken tegen wat er gaande is, wordt dat verhaal ondermijnd. Het zou laten zien dat Afrika geen monoliet is – dat we niet allemaal homofoob zijn of geloven dat homoseksueel gedrag in strijd is met onze cultuur.’

    Lees ook:

  • Persvrijheid in Griekenland: ‘In Europa is maar één land waar onlangs een journalist is vermoord’

    Persvrijheid in Griekenland: ‘In Europa is maar één land waar onlangs een journalist is vermoord’

    Griekenland is in één jaar maar liefst achtendertig plaatsen gezakt op de internationale persvrijheidsindex van Verslaggevers Zonder Grenzen en staat nu het laagst van alle Europese landen. Journalist Stavros Malichudis, die zelf door de inlichtingendienst in de gaten werd gehouden, weet wel hoe dat komt.

    Laten we een spelletje doen: pak een pen of potlood en een stuk papier. Ik weet dat je het niet zult doen. Maar ik meen het. Geef het een kans: pak een pen of potlood en een stuk papier.

    Zit je klaar? Laten we doen van wel. Bedenk nu welke vijftien bedrijven de meeste invloed hebben op je dagelijks leven en schrijf ze op. Neem bijvoorbeeld de bedrijven waar je op een gewone dag het meest mee in aanraking komt.

    Ik begin wel: Cosmote (mobiele telefoon). Vodafone (vaste lijn). De Piraeus Bank (geld). E-food en Wolt (eten). Public en Plaisio (loop ik tegenaan zodra ik mijn huis uit kom). OPAP (ik kom langs de eerste vestiging van dit kansspelbedrijf nog voor ik tegen de Public en Plaisio aanloop). Athenian Brewery, Olympic Brewery, Coca-Cola (grote kans dat ik tijdens een zakelijke afspraak of ’s avonds in een bar een van deze merken bestel). Aegean Airlines. Hellenic Petroleum. Energiebedrijf DEI. Mytilineos. En natuurlijk de bouwbedrijven: Ellaktor, GEK Terna en opnieuw Mytilineos.

    Bedenk nu wanneer je voor het laatst een programma van een publieke of commerciële omroep hebt gezien dat onderzoek deed naar een van deze bedrijven. Wanneer heb je voor het laatst een reportage gezien – over arbeidsovereenkomsten waar het niet zo nauw mee wordt genomen, over een vermoedelijke voorkeursbehandeling van de staat, over een eventueel oneerlijke houding tegenover kleine spelers op de markt – op een groot mediakanaal?

    Rotte appels

    Waarschijnlijk is dat heel lang geleden. Wat is hier aan de hand? In Griekenland kom je waar je ook kijkt rotte appels tegen. Kan het zo zijn dat op magische wijze alleen de belangen van de grote spelers onaangetast blijven? Hebben alleen andere bedrijven last van de kwalen waarvan we allemaal op de hoogte zijn?

    Noteer nu eens welke van deze bedrijven je weleens hebt zien adverteren op grotere media, of welke de evenementen sponsorden die je hebt bezocht.

    Lijkt alles nu niet ineens een stuk duidelijker?

    Voor bedrijven in Griekenland dient adverteren bij mediakanalen één doel: een afhankelijkheidsrelatie creëren. Voor veel Grieken is dat natuurlijk niets nieuws, maar het is interessant om te zien hoe buitenlandse bedrijven zich aan deze realiteit aanpassen.

    In september 2021 ontstond er ophef over e-food, het Duitse bedrijf dat pizza, souvlaki en zelfs boodschappen thuisbezorgt. Toen een ongelukkig bericht uitlekte waarin bepaalde bezorgers werden geïnformeerd dat ze niet langer in loondienst zouden werken, en dat ze ofwel verder konden gaan als freelancer of e-food vaarwel konden zeggen, werden de bezorgers op sociale media massaal gesteund.

    ‘In Europa is maar één land waar onlangs een journalist is vermoord’

    De media besteedden niet alleen veel aandacht aan het nieuws, maar ook aan de eisen en acties van de werknemers. Door deze publiciteit daalde de rating van het bedrijf in een paar uur tot één ster – en werden de ontslagen teruggedraaid.

    Tijdens die eerste dagen, toen ik het enthousiasme zag waarmee de binnenlandse media de kwestie maar bleven behandelen, vroeg ik me iets af. Kort daarna wist een bron die goed op de hoogte was mijn vraag te beantwoorden: nee, e-food adverteerde niet bij de binnenlandse mediakanalen. Aangezien het zakenmodel van e-food gericht is op internetgebruikers – die terwijl ze naar een YouTubefilmpje of posts van hun vrienden op Facebook kijken vroeg of laat wel iets zullen bestellen – werd adverteren op radio en tv niet nodig gevonden voor de groei van het bedrijf. Dit verklaarde deels de ongekende vrijheid waarmee de mediakanalen zich tegen het bedrijf richtten.

    In het tussenliggende jaar heeft e-food zijn les geleerd: tegenwoordig adverteert het bedrijf op grote landelijke tv- en radiozenders. Daarmee heeft het zijn eigen beschermingscontract getekend en voorkomen dat de pers, en daarmee de consument, zich met toekomstige misstanden zal bemoeien.

    Gezakt

    In 2022 stond Griekenland op plek 108 van de 180 landen op de jaarlijkse internationale persvrijheidsindex van Verslaggevers Zonder Grenzen (VZG). Het was achtendertig plaatsen gezakt ten opzichte van het jaar ervoor en stond nu het laagst van alle Europese landen.

    Sinds de dag dat de lage plek op de index bekend werd gemaakt, is er in Griekenland iets eigenaardigs aan de hand. Een deel van de oppositie gedraagt zich alsof de uitkomst onverwacht was, bijna alsof het woord ‘Griekenland’ voor hen tot vorig jaar gelijkstond aan persvrijheid. Dit terwijl de regering niet alleen het rapport maar ook de instantie die het publiceert geheel in twijfel trekt.

    Inspelend op de inlandse neiging om ngo’s te wantrouwen (volgens de peilingen wantrouwen Griekse burgers ngo’s het meest van alle instituties) verwijst de regering denigrerend naar Verslaggevers Zonder Grenzen als ‘een ngo’, terwijl de premier het rapport als ‘rotzooi’ heeft bestempeld.

    Het is moeilijk te begrijpen waarom de rechtsvorm ‘non-profitorganisatie’ bepalender zou zijn voor de kwaliteit van het jaarlijkse rapport, dat wereldwijd van belang wordt geacht, dan bijvoorbeeld het feit dat VZG onderscheiden is door het Europees Parlement. In plaats van de index te erkennen wordt er in Griekenland gewezen op de Afrikaanse landen die hoger op de lijst staan en wordt er gevraagd: hoe is het mogelijk dat Griekenland het slechter doet dan die landen?

    Op een internationaal journalistiek congres dat in 2022 in Athene werd georganiseerd gaf Pavol Szalai, die bij de journalistieke non-profitorganisatie iMedD verantwoordelijk is voor de Balkanlanden en de EU, een antwoord dat met applaus werd ontvangen. Hij zei dat we nu eindelijk eens moeten ophouden met het als vanzelfsprekend beschouwen dat er in Afrikaanse landen minder persvrijheid heerst dan in Europese landen.

    In november 2021 werd onthuld dat ik in de gaten werd gehouden door de nationale inlichtingendienst

    Szalai lichtte toe dat Griekenland vandaag de dag alle problemen in zich verenigt die je in andere Europese landen aantreft. ‘Er is maar één land waar onlangs een journalist is vermoord, waar journalisten willekeurig in de gaten worden gehouden en waar mensen die verslag doen van de immigrantenkwestie worden aangevallen en geïntimideerd. Ook zijn er veel SLAPP-gevallen [acroniem voor het door middel van rechtszaken intimideren van journalisten], is er politiegeweld, heerst er een gebrek aan onafhankelijkheid van publieke nieuwsmedia – en zo kan ik nog wel even doorgaan,’ zei hij.

    Internationale journalistieke organisaties (naast VZG) en buitenlandse Europarlementariërs blijven onvermoeibaar opheldering eisen over de moord op Giorgos Karaivaz [een Griekse onderzoeksjournalist die was gespecialiseerd in de georganiseerde misdaad en in april 2021 in Athene werd doodgeschoten]. En dat is het eerste wat er zou moeten gebeuren, wil de regering het imago van het land verbeteren. Maar ruim anderhalf jaar later is er, ondanks de aanvankelijke aankondigingen, geen enkele vooruitgang geboekt.

    Het directe gevolg van deze ongekende gebeurtenis – de moord op een misdaadverslaggever op klaarlichte dag – is het vermoeden dat zoiets opnieuw kan gebeuren.

    Als er geen haast wordt gemaakt met de opheldering van de moord op een vooraanstaande journalist, die zelfs bij de bewoners van het meest afgelegen Griekse dorp bekend was door zijn dagelijkse televisieoptredens, wat valt er dan te verwachten als er iets met een van ons zou gebeuren?

    In november 2021 onthulde een reportage in [de Griekse krant] Efimerida ton Syntakton dat ik in de gaten werd gehouden door de nationale inlichtingendienst, in het kader van een reportage voor Solomon.

    Onder toezicht

    We weten niet waarom ik onder toezicht kwam te staan. Aanvankelijk werd het ontkend, terwijl maanden later bleek dat het omwille van de ‘nationale veiligheid’ was gebeurd (net als jaarlijks minstens vijftienduizend andere burgers overkomt). Uit het gepubliceerde document kwam naar voren dat de geheime dienst in die periode interesse had in een reportage waaraan we werkten, over een twaalfjarige vluchteling uit Syrië die opgesloten zat in een kamp op Kos.

    Daarop volgde een verklaring van de Journalistenbond van Atheense Dagbladen. Ook de Buitenlandse Persvereniging en internationale journalistenverenigingen kwamen met verklaringen. Er werden vragen gesteld in het Europees Parlement en internationale media die als betrouwbaar bekendstaan kwamen met reportages.

    Toen de zaak meer bekendheid kreeg, maakte ik met mijn collega’s bij Solomon de volgende afspraak: we zouden ons niet overhaast tot linkse media of kanalen van de oppositie wenden, die uit principe of uit opportunisme belangstelling voor de zaak zouden tonen. In plaats daarvan zouden we wachten en andere media de kans geven een kwestie te belichten die in strijd is met vrijheden die in de grondwet verankerd zijn.

    We wachten nog steeds.

    Het is merkwaardig: de nieuwswebsites in Griekenland hebben journalisten in dienst die op een werkdag per persoon soms wel vijfentwintig verschillende nieuwsberichten moeten plaatsen. Maar nergens werd het nodig gevonden om tien minuten vrij te maken en een werknemer een nieuwsbericht van honderd woorden te laten tikken over de verklaring van onze vakbond – of toch ten minste over het feit dat een collega-journalist in de gaten werd gehouden.

    Journalist Thanasis Koukakis bleek te worden afgeluisterd met de spyware Predator

    De impact van het volledig verzwijgen van een gebeurtenis door de media is enorm: het betekent dat de gebeurtenis voor de lezers nooit heeft plaatsgevonden.

    Dit werd nog duidelijker in het geval van Thanasis Koukakis, een redacteur economie die voor Griekse en buitenlandse media als Financial Times bankschandalen onderzoekt. Hij bleek niet alleen onder toezicht te staan van de Griekse inlichtingendienst, maar ook te worden afgeluisterd met de spyware Predator. Ondertussen paste de regering decennia oude wetgeving zo aan dat hij niet meer te weten kon komen waarom dit heeft plaatsgevonden.

    Ondanks de informatie die hierover naar buiten kwam, werd ook hiervan amper verslag gedaan. Heel weinig mediakanalen zonden een nieuwsbericht uit over het feit dat een van hun collega’s, iemand die ze kenden, in de gaten werd gehouden.

    Onderzoeksjournalist Eliza Triantafillou van journalistencollectief Inside Story, die samen met Reporters United ruim een half jaar wijdde aan de onthulling van het schandaal dat vandaag de dag in binnen- en buitenland bekend is als Predator Gate, maakte een heel relevante opmerking. Volgens haar zagen de Griekse media zich gedwongen te erkennen (en hun publiek ervan op de hoogte te stellen) dat er daadwerkelijk iets aan de hand was toen het afluisteren van Nikos Androulakis aan het licht kwam – want hoe kun je verzwijgen dat een verkozen Europarlementariër en leider van de derde politieke partij van het land werd bespioneerd?

    Overheidsagentschap

    Wil een nieuwsbericht in Griekenland kans maken om het grote publiek te bereiken, dan moet het worden geplaatst door het Atheens-Macedonische Persbureau (AMNA), het enige overheidsagentschap. Het bedrijfsmodel van honderden websites in het hele land is gebaseerd op de reproductie van de berichten van AMNA; ze hebben verder weinig tot geen eigen nieuws. Misschien wel acht van de tien nieuwsberichten die we dagelijks op het internet lezen zijn afkomstig van dit persbureau.

    Onmiddellijk na zijn verkiezing in juli 2019 plaatste premier Kyriakos Mitsotakis, als een van zijn eerste handelingen, AMNA, de publieke omroep ERT en de nationale inlichtingendienst EYP onder zijn toezicht.

    Zijn besluit om EYP onder zijn directe verantwoordelijkheid te plaatsen is omstreden, omdat de lijst met journalisten, burgers en instanties die vermoedelijk onder toezicht van de geheime dienst staan almaar langer wordt. Maar het besluit van de premier om de publieke omroep en AMNA onder zijn verantwoordelijkheid te plaatsen, kan als geheel onnodig worden beschouwd. Beide overheidsinstellingen hebben immers altijd de belangen van de zittende regering behartigd, in plaats van de belangen van het publiek dat ze financiert.

    Dit is vandaag de dag nog steeds zo. Wanneer buitenlandse media als The Guardian en Le Monde de goed gedocumenteerde resultaten publiceren van maandenlang onderzoek naar de pushbacks van vluchtelingen door Griekenland, houdt AMNA zich stil. Maar wanneer diezelfde media korte reisreportages publiceren waarin ze de stranden van een Grieks eiland ophemelen, neemt het persbureau een heel andere houding aan en plaatst het een nieuwsbericht dat vervolgens door honderden websites wordt overgenomen.

    Griekse burgers werden ingelicht over de problematische stand van de persvrijheid in Rusland, China en elders – zonder dat ze iets lazen over hun eigen land

    Een voorbeeld waaruit het unieke vermogen van het overheidsagentschap blijkt om gebeurtenissen buiten de journalistiek te houden, waardoor ze schijnbaar niet hebben plaatsgevonden, is het interview van Washington Post-journalist Lally Weymouth met de premier. Toen AMNA het interview had vertaald en geherpubliceerd, ontbraken de momenten waarop de journalist Mitsotakis het vuur na aan de schenen had gelegd door hem op te roepen een door zijn regering ingevoerde problematische wet tegen nepnieuws in te trekken. De Griekse lezers hebben nooit meegekregen dat iets dergelijks had plaatsgevonden, hoewel Mitsotakis het jaar daarop zelf ook toegaf dat de regering de wet verkeerd had ingeschat.

    Maar het meest verhelderende voorbeeld van de rol van AMNA brengt ons weer bij Verslaggevers Zonder Grenzen en de manier waarop het staatspersbureau de jaarlijkse index bekendmaakte. Het was op zijn zachtst gezegd een hele uitdaging om de index in Griekenland te presenteren zonder te vermelden dat Griekenland nu op de laatste plek in Europa stond.

    Maar het is de redacteurs van AMNA toch gelukt. En zo kwam het dat de Griekse burgers werden ingelicht over de problematische stand van de persvrijheid in Rusland, China en elders – zonder dat ze iets lazen over die in hun eigen land.

    In de winter van 2019 zaten er in Griekenland circa 2500 onbegeleide minderjarige vluchtelingen vast onder erbarmelijke omstandigheden. De toenmalige minister van Burgerveiligheid, Michalis Chrisochoidis, stuurde een brief naar zijn Europese ambtgenoten waarin hij een plan voorstelde om de minderjarigen naar rato te verdelen over alle EU-landen. Het plan van de Griekse minister stuitte op de onverschilligheid van andere regeringen, maar waar het hier om draait is de inhoud van de brief en de uitkomst van de poging om die te achterhalen.

    Investigate Europe, een pan-Europees journalistenteam, vroeg de brief op bij de achtentwintig Europese regeringen. De helft daarvan reageerde. Hoewel het naar buiten brengen van de zaak in het belang van Griekenland kon zijn, weigerden de Griekse autoriteiten de brief vrij te geven. 

    De houding van bijvoorbeeld Finland daarentegen getuigt van een compleet andere bestuurscultuur. De brief werd er niet alleen vrijgegeven, de betreffende e-mail was zelfs ondertekend door een stagiair bij het verantwoordelijke ministerie.

    Toegang krijgen tot openbare gegevens heeft heel wat voeten in aarde

    Het verwerven van toegang tot openbare gegevens heeft in Griekenland heel wat voeten in aarde. Instellingen en diensten behandelen deze gegevens bijna als hun persoonlijke geheimen. Wij, journalisten die deelnemen aan internationale onderzoeken, moeten onze collega’s er continu van overtuigen dat het geen kwestie is van luiheid dat we geen toegang kunnen krijgen tot gegevens die zij in hun eigen land moeiteloos (vaak binnen een dag!) verkrijgen.

    Datajournalistiek is in het buitenland al jaren in opkomst, en er bestaan teams die zich specialiseren in aanvragen voor toegang tot openbare informatie. Dat geen van de grote media in Griekenland een dergelijke afdeling heeft, is tekenend. Zo’n afdeling zou namelijk nutteloos zijn.

    Deze kwesties hebben niet alleen maar betrekking op de huidige regering. Maar alleen een regering kan een kader bieden waarin redacteurs zichzelf niet censureren omdat ze weten dat een reportage de eigenaar van het mediakanaal waarvoor ze werken, of de adverteerders, in het verkeerde keelgat zal schieten. Alleen een regering kan de grondvesten leggen waardoor de grote spelers niet langer buiten schot blijven – en voor nationale media zorgen die het publiek informeren en niet het imago van de regering van dat moment dienen.

    Klokkenluiders

    En alleen een regering kan wetten maken om klokkenluiders te beschermen wanneer dat in het algemeen belang is. Hoewel hier EU-richtlijnen voor bestaan, blijft Griekenland weigeren deze in het nationale recht op te nemen. De regering volstaat met de herhaalde mededeling dat ‘er niets aan de hand is met de persvrijheid in Griekenland’, en benadrukt dat de persvrijheid in de grondwet verankerd ligt. De regering weigert het bestaan van deze kwesties te erkennen.

    Door te weigeren ze onder ogen te zien, ontzegt de regering burgers het recht om vrij van deze kwesties te leven. Het is dan ook veel doeltreffender wanneer de persvrijheid ondermijnd kan worden zonder bloedvergieten of conflicten, wanneer de persvrijheid in theorie gewaarborgd wordt en alleen stilletjes wordt betwist. Wanneer journalisten weten dat er in ons land bepaalde verhalen, onderwerpen en domeinen bestaan ‘waar je simpelweg niet aankomt’.

    Lees ook:

  • ‘Ze sloegen hem dood in de cel en sleepten hem als een beest naar buiten’

    ‘Ze sloegen hem dood in de cel en sleepten hem als een beest naar buiten’

    Sinds zijn aantreden voert president Nayib Bukele in El Salvador een nietsontziende oorlog tegen bendegeweld. Tienduizenden worden op beschuldiging van lidmaatschap van een bende opgesloten in de gevangenis. Twee ex-gevangenen vertellen over slechte omstandigheden en martelingen.

    Beiden zagen ze mensen sterven in hun cel, beiden werden ze gemarteld en beiden brachten maanden door in een overvolle gevangenis, met amper voedsel en zonder enige bijstand van een advocaat. Door El País verzamelde getuigenissen van twee mensen die gevangenzaten tijdens de noodtoestand – door president Nayib Bukele van El Salvador uitgeroepen in het kader van zijn oorlog tegen bendegeweld – komen overeen met meldingen van systematisch misbruik door nationale en internationale mensenrechtenorganisaties. Het gaat onder meer om sterfgevallen tijdens hechtenis, extreme overbezetting, marteling, willekeurige opsluiting – ook van minderjarigen – en het ontbreken van de mogelijkheid te communiceren met advocaten of familieleden.

    Manuel vertelt dat de gevangenis in zijn geval letterlijk duisternis betekende. ‘Vanaf het moment dat ik de gevangenis inging tot ik eruit kwam heb ik geen zonlicht gezien.’ Dat was van half april vorig jaar tot begin februari 2023. Manuel zat dus nagenoeg een jaar opgesloten in de Izalco-gevangenis, ongeveer twee uur ten westen van de hoofdstad. Hij zat met meer dan zeventig mensen in een cel die geschikt was voor twintig personen. Door het ruimtegebrek sliepen de gevangenen om beurten zittend, in shifts van twee of drie uur. Er was slechts één toilet. Normaal gesproken kregen de gevangenen één maaltijd per dag: ‘twee tortilla’s en een lepel bonen’.

    Onder zijn celgenoten was iemand met diabetes, ‘een man van tweeënzestig die een winkel had en veel huilde’. Hij mocht van de anderen de hele nacht zittend slapen terwijl de rest bleef staan. Maar op een dag werd hij niet meer wakker. Verschillende mensen probeerden hem te verplaatsen, maar hij was verstard. Toen de bewakers arriveerden, had hij geen hartslag meer. Manuel vertelt dat er slechts ‘twee of drie keer’ een dokter kwam om deze man de insuline-injecties te geven die volgens hem elke week door de familie werden gestuurd. Het gebrek aan medische hulp in de gevangenissen is een van de schendingen van grondrechten die door verschillende organisaties aan de kaak worden gesteld.

    Martelmethodes

    Een andere gevangene, vertelt Manuel, ‘een jongeman van eenentwintig jaar die Daniel heette’, stierf eveneens in zijn cel. ‘Hij was wanhopig en schreeuwde om medicijnen of klaagde over honger en pijn.’ De politie reageerde met geweld; schoppen of slaag met knuppels of met de kolf van hun geweren. ‘Op een dag sloegen ze hem zo hard en vaak dat hij stierf. Ze sleepten hem als een beest naar buiten.’

    Uit onderzoek van Human Rights Watch, dat toegang had tot een database van het ministerie van Justitie, blijkt dat alleen al tijdens de eerste vijf maanden van de noodtoestand, van maart tot augustus, ten minste tweeëndertig mensen werden geregistreerd als ‘overleden in gevangenschap’, zonder dat de omstandigheden zijn opgehelderd. De meesten van hen bevonden zich in de gevangenissen van Mariona en Izalco, waar ook Manuel gevangenzat. Een andere telling van de Salvadoraanse organisatie Cristosal, die loopt tot eind oktober, brengt het aantal doden op tachtig.

    Naast de afranselingen heeft Manuel het ook over een andere martelmethode. In de cel werden regelmatig waterslangen gebruikt en als de vloer nat was, werd een stroomstootwapen geactiveerd ‘zodat we allemaal een schok kregen’.

    Onder de gevangenen waren mensen met tatoeages van twee bendes, MS-13 en Barrio 18. ‘Ik sprak niet met ze omdat ik ze haat. Ik had het gevoel dat ik daar zat vanwege hen.’ Het was gebruikelijk om gezamenlijk te bidden. ‘Het geloof was onze steun.’ Manuel vertelt dat een van de gevangenen in het bijzonder, een evangelist, voor iedereen bad. ‘De grootste vijand die je hebt als je daarbinnen zit, is de somberte. Je voelt een immense leegte en je wilt gewoon dood.’

    Politieagenten hebben de mogelijkheid om vrijwel iedereen op te sluiten

    Manuel werd eind maart gearresteerd, een paar dagen na het begin van de noodtoestand die nu al een jaar duurt. Volgens hem ging het om een wraakactie van enkele politieagenten. Tijdens de pandemie hadden agenten zijn tienjarige zoon geslagen omdat hij geen persoonsbewijs bij zich had toen hij op straat tortilla’s verkocht. Manuel gaf de agenten aan en een rechter veroordeelde hen. Vervolgens verschenen tien agenten bij zijn huis met een arrestatiebevel. Diezelfde dag begonnen de mishandelingen, die duurden ‘tot ze zich begonnen te vervelen’. Hij had twee gebroken ribben. Maar Manuel, een administratief medewerker die tot aan zijn arrestatie op een kantoor werkte waar hij Excel-documenten invulde en fotokopieën maakte, is nog het meest gekwetst doordat hij door de pers werd voorgesteld als een bendelid dat zich schuldig zou hebben gemaakt aan afpersing, moord en lidmaatschap van een terroristische organisatie.

    De operatie van Bukele beoogt het geweld terug te dringen en de bendes te ontmantelen. Maar dit proces gaat niet alleen gepaard met beschuldigingen van mensenrechtenschendingen, maar ook met toenemende gebrek aan transparantie. Volgens een telling eind januari door de minister van Justitie en Veiligheid, Gustavo Villatoro, zijn bijna 63.000 mensen gearresteerd. Dat is geen willekeurig aantal; het komt overeen met het geschatte aantal bendeleden in dit land met slechts zes miljoen inwoners.

    Kritische politieagenten hebben bekendgemaakt dat ze sinds het begin van de noodtoestand quota opgelegd krijgen om het symbolische aantal arrestaties te bereiken waar de president voortdurend naar verwijst. Van het totale aantal gevangenen is volgens de president zelf 5 procent weer vrijgelaten. Mensenrechtenorganisaties in het land hekelen het feit dat van nauwelijks een derde van de gedetineerden bewezen is dat ze banden hebben met bendes. Bovendien worden strafbare feiten, zoals lidmaatschap van een ‘terroristische organisatie’, zo ruim en onnauwkeurig omschreven dat ze de mogelijkheid bieden om vrijwel iedereen op te sluiten.

    Hoopvol

    Dolores Almendares, die eveneens met El País sprak, werd op 6 mei vorig jaar door vijf politieagenten gearresteerd op beschuldiging van afpersing. ‘Ze vertelden me dat mijn kinderen “huur” ophaalden bij bedrijven en dat ik dat geld incasseerde,’ vertelt de gemeentelijke bode uit Cuscatancingo, een stad ten noorden van San Salvador. Ze kreeg een akte voorgelegd met daarin de beschuldigingen, maar weigerde te ondertekenen omdat ‘ze geen bewijs hadden’. Ze vroeg om een advocaat, maar ook zij kreeg geen enkele juridische bijstand gedurende de vijf maanden dat ze gevangenzat. Dolores, die lid is van een vakbond, vermoedt dat ze eigenlijk werd gearresteerd omdat ze verschillende stakingen voor betere werkkleding en hogere lonen organiseerde.

    Eenmaal op het politiebureau werd ze in de cel geplaatst met ‘meisjes van bedenkelijk allooi. Sommigen hadden MS op hun voorhoofd getatoeëerd’. Ze zegt dat ze niet bang was omdat ze ‘daar nooit bij hoorde’. Net als Manuel besloot ze niet met de andere gedetineerden te praten, want ‘stilte levert je wat op, terwijl je door te praten juist iets kunt verliezen’. Ze herinnert zich dat een politieman tijdens de eerste nacht tegen haar zei: ‘Nu zijn jullie het doelwit. Ik kan jullie nu neerschieten en zeggen dat jullie wilden ontsnappen.’

    Ze schat dat er meer dan achthonderd vrouwen opeengepakt sliepen op de betonnen vloer

    Tijdens haar eerste dag in de Ilopango-gevangenis, op een half uur van de hoofdstad, werd ze samen met andere gevangenen op een rij gezet. Ze werd uitgekleed, moest samen met twintig andere vrouwen in een ton op de binnenplaats baden en vervolgens moest ze door een scanner. Daarna werd ze in haar genitaliën gekeken ‘om te zien of ik drugs of iets dergelijks bij me droeg, denk ik’. Dolores bracht tweeëntwintig dagen door in een ruimte van 150 vierkante meter met een blikken dak en wanden van geperforeerd metaal. Ze schat dat er meer dan achthonderd vrouwen opeengepakt sliepen op de betonnen vloer, ieder met het hoofd tegen de voeten van een ander. Het toilet was een emmer en de douche een slang. Het eten bestond uit ‘gedroogde bonenpasta’.

    Een van de gevangenen, ‘een meisje genaamd Esmeralda’, had onder aan haar nek een tatoeage van het symbool voor oneindigheid. Dolores herinnert zich dat ‘Esmeralda moest overgeven van alles wat ze te eten kreeg. Ze leed ook aan diarree en is uiteindelijk aan uitdroging gestorven.’ Toen ze het bewustzijn verloor, moest ze door verschillende gevangenen worden gedragen ‘omdat ze zo zwaar was’. Vervolgens werd ze meegenomen door de politie en is ze nooit meer gezien. ‘Ze vertelden ons dat ze onderweg naar het ziekenhuis is overleden.’

    Mensenrechtenorganisaties hekelen het feit dat de autoriteiten de dood van gevangenen niet melden. Er zijn zelfs verhalen dat families de lichamen van hun gedetineerde familieleden in een massagraf aantroffen.

    Dolores bracht nog drie maanden door in de gevangenis van Apanteos, anderhalf uur buiten de hoofdstad. ‘Daar werden we iets beter behandeld. We mochten een uur naar buiten op de binnenplaats, ze gaven ons drie maaltijden en soms kwamen er priesters langs.’ Tijdens haar verblijf in de gevangenis waren er twee onlinehoorzittingen. Er waren geen getuigen of advocaten aanwezig.

    Half september werd ze vrijgelaten. Ze moet zich om de twee weken op het politiebureau melden. Haar proces staat gepland voor 8 december, maar haar advocaat vertelde haar iets wat haar voorzichtig enige hoop geeft: ‘Als de noodtoestand voor die tijd wordt beëindigd, zullen degenen die weg mochten uit de gevangenis, helemaal vrij zijn.’

    Lees ook:

  • De harde hand van Nayib Bukele krijgt steeds meer Latijns-Amerikaanse bewonderaars

    De harde hand van Nayib Bukele krijgt steeds meer Latijns-Amerikaanse bewonderaars

    De Salvadoraanse president wordt vanwege zijn harde optreden tegen bendegeweld ervan beschuldigd de mensenrechten te schenden en de democratie af te breken. Maar in de regio is zijn mano dura-aanpak voor velen een voorbeeld.

    Volgens critici heeft Nayib Bukele, de president van El Salvador, zich ontwikkeld tot een meedogenloze hardliner, die eerlijke rechtsgang en andere civiele bescherming met voeten treedt. Maar in Latijns-Amerika heeft hij met zijn gemilitariseerde optreden tegen bendes een fanclub verworven die maar blijft groeien. Prominente politici en doorsneeburgers tonen bewondering voor zijn beleid. Niet alleen in aangrenzende landen, maar ook in het verder gelegen Peru en Chili. Ze wensen dat hun eigen land een soortgelijke aanpak volgt.

    Na de mano dura – de aanpak met harde hand die escaleerde toen Bukele afgelopen maart de uitzonderingstoestand afkondigde – is het aantal moorden in El Salvador teruggedrongen en keerde relatieve veiligheid terug in steden en dorpen die jarenlang door geweld werden geteisterd. Maar daarmee is ook het recht op een eerlijk proces nagenoeg verdwenen voor degenen die ervan worden beschuldigd lid van een bende te zijn. Ongeveer zestigduizend Salvadoranen werden in minder dan een jaar tijd gevangengezet. De regering van Bukele werd het doelwit van berispingen en sancties van de VS en is door mensenrechtenorganisaties veroordeeld. Maar in veel delen van Latijns-Amerika zijn de reacties een stuk positiever.

    Bukele is bij de Ecuadorianen twee keer zo populair is als alle andere politici in het land

    In het door geweld geteisterde Guatemala en Honduras hielden burgers pro-Bukele-demonstraties en tijdens het bezoek van de Salvadoraanse president aan die landen werd hij toegejuicht. De minister van Veiligheid van Costa Rica, Jorge Torres, riep zijn regering op om Bukele na te volgen. Rodolfo Hernández, de bij de presidentsverkiezingen van Colombia nipt werd verslagen, reisde vóór de verkiezingen af naar San Salvador, om het beleid van Bukele uit eerste hand te observeren. Rafael López Aliaga, burgemeester van de Peruaanse hoofdstad Lima en rechtse presidentskandidaat, beloofde een ‘Bukele-strategie’ om de stedelijke criminaliteit aan te pakken. Zelfs in het verre Chili, waar de criminaliteit sterk toeneemt, waren pro-Bukele-demonstraties een veelbesproken onderwerp op sociale media.

    Critici van Bukele in Latijns-Amerika daarentegen zijn opmerkelijk dun gezaaid. De Ecuadoriaanse president Guillermo Lasso, die door critici onder druk werd gezet om zich uit te spreken over de verslechterende veiligheidssituatie in eigen land, vond dat Bukele te ver was gegaan. Hij klonk als een roepende in de woestijn. Niet zo gek, want een recente opiniepeiling laat zien dat Bukele bij de Ecuadorianen twee keer zo populair is als alle andere politici in het land.

    Weldoener

    De soft power van Bukele – ongewoon voor een president van zo’n klein land – is de vrucht van jarenlange diplomatieke arbeid. Al voordat hij in 2019 president werd gaf hij aan dat hij de banden met zijn buurlanden wilde aanhalen, maar zijn echte kans kwam daarna. Het lanceerplatform werd de pandemie, die de doodsklok luidde voor zittende presidenten in de hele regio.

    Om zijn internationale imago te promoten profiteerde hij van de relatief doeltreffende – zij het draconische – reactie van zijn regering op de pandemie. In mei 2021 schonk zijn land 34.000 vaccins aan juichende menigtes in Honduras, waar een tekort was ontstaan door corruptie en incompetentie. Nadat verwoestende orkanen de regio troffen, stuurde zijn regering ook medische noodhulp naar Honduras en Guatemala en bood zij aan om Nicaraguaanse artsen in dienst te nemen die waren ontslagen omdat ze kritiek hadden geuit op de dictatuur van Daniel Ortega. Net als zijn jeugdidool Hugo Chávez lapte Bukele de presidentstermijnen aan zijn laars en zuiverde hij de rechterlijke macht in eigen land. Ondertussen cultiveerde hij het imago van weldoener in het buitenland, om zijn regering te beschermen tegen kritiek.

    In 2023 lijkt Bukele dat script te herhalen, alleen exporteert hij nu zijn veiligheidsbeleid. De Salvadoraanse minister van Veiligheid, Gustavo Villatoro, vertelde eind vorig jaar aan de Hondurese El Heraldo dat de Salvadoraanse autoriteiten sinds afgelopen maart regelmatig bijeenkomen met hun Guatemalteekse en Hondurese collega’s om informatie uit te wisselen over het gaan en staan van verdachte bendeleden die de grens oversteken. Een bendeleider die werd gezocht voor een reeks moorden werd in december door Guatemala overgedragen aan El Salvador, en de Hondurese president Xiomara Castro stuurde militaire politie naar de grens met El Salvador om te voorkomen dat verdachte criminelen die zouden oversteken. ‘Wat we in El Salvador hebben bereikt, is haalbaar voor alle landen,’ zei Villatoro na een bijeenkomst in februari waar de ministers van Veiligheid van Mexico, de Dominicaanse Republiek en verschillende Centraal-Amerikaanse landen besloten tot coördinatie van hun strategie tegen bendes.

    De trage groei en kolossale buitenlandse schuld van El Salvador zouden Bukele de wind uit de zeilen kunnen nemen

    Ideologie lijkt niet te bepalen welke buitenlandse volgelingen zich aansluiten bij Bukele. Castro, die als links politicus campagne voerde met de bedoeling het misbruik door de veiligheidstroepen van Honduras aan banden te leggen, noemde Bukele een lichtend voorbeeld. Castro heeft in zestien van de achttien departementen van het land de permanente uitzonderingstoestand uitgeroepen – massale aanhoudingen laten nog op zich wachten. De conservatieve Zury Ríos, waarvan algemeen wordt aangenomen dat ze dit jaar de aan kop zal gaan bij de presidentsverkiezingen in Guatemala, prijst op sociale media het veiligheidsbeleid van Bukele en heeft banden gesmeed met zijn getrouwen.

    Porfirio Chica, een Salvadoraanse mediastrateeg die nauw heeft samengewerkt met Bukele, vertelde Americas Quarterly dat Ríos hem tweemaal heeft geraadpleegd over de politieke strategie in het kader van de komende verkiezingen. Hij merkt daarbij op dat Bukele de soevereiniteit van zijn buren altijd strikt heeft gerespecteerd. De invloed van het veiligheidsbeleid van Bukele reikt nog veel verder. In januari verklaarde de Salvadoraanse vicepresident Félix Ulloa dat regeringsambtenaren een ontmoeting hadden met de Haïtiaanse premier Ariel Henry. Hij wil in Port-au-Prince een agentschap vestigen om een strategie te ontwikkelen tegen bendes in Haïti.

    De ideeën en retoriek van Bukele verspreiden zich nog steeds snel, maar het is niet duidelijk hoe ver hun invloed werkelijk reikt. Verschillende krachten zouden hem de wind uit de zeilen kunnen nemen – bijvoorbeeld de trage groei en kolossale buitenlandse schuld van El Salvador. Het IMF voorspelt dat deze tegen 2027 – mede gevoed door de dure campagne tegen bendegeweld en de populistische economische hervormingen – 97,5 procent van het bbp zal bedragen. De regering zal de uitgaven moeten beperken, want dat politie en soldaten gratis gaan patrouilleren, is onwaarschijnlijk.

    Diversiteit

    De diversiteit van Midden-Amerika, die voor landen al vaker een sta-in-de-weg is geweest om onderling te integreren, is een ander potentieel obstakel. De regeringen in Guatemala en Honduras hebben te maken met een groter, geografisch diverser gebied en met andere betrokken maatschappelijke organisaties. Die zien het waarschijnlijk niet zitten om de agressievere handhavingsmethode van Bukele te kopiëren. In Costa Rica, en wellicht ook in de Dominicaanse Republiek en Panama, kan het relatief sterke rechtssysteem een rem zijn, als daar de aanpak van Bukele wordt geïmiteerd. Ook burgers zelf kunnen zich ertegen verzetten. Bukele heeft zich weliswaar gepresenteerd als een moderne Francisco Morazán – de negentiende-eeuwse onafhankelijkheidsstrijder die een groot deel van Midden-Amerika verenigd wilde houden – voor anderen doet hij juist denken aan Operatie Condor.

    De zoektocht van Bukele naar soft power in Latijns-Amerika is vooralsnog te succesvol om hem nu al af te schrijven. Gewelddadige criminaliteit, de voedingsbodem voor zijn soort beleid, is vrijwel overal in Latijns-Amerika een groot probleem. Zowel burgers van Chili en Ecuador, waar het altijd rustig is geweest, als die van chronisch gewelddadige landen zoals Haïti, Honduras en Colombia, hebben conventioneel veiligheidsbeleid al te vaak zien mislukken. Voor velen is de aantrekkingskracht van Bukele juist zijn radicale aanpak van misdaad. Mano dura-presidenten in de regio die hem voorgingen – zoals Antonio Saca van El Salvador of Otto Perez Molina van Guatemala – lijken vergeleken met hem voorzichtig en gezagsgetrouw. Vooralsnog nemen de ambtsgenoten van Bukele er nota van.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/wat-gebeurt-er-allemaal-in-el-salvador/
  • Oegandese parlement wil doodstraf voor homoseksualiteit invoeren

    Oegandese parlement wil doodstraf voor homoseksualiteit invoeren

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Krachtige aardbeving doodt minstens 13 mensen in Pakistan en Afghanistan

    » Griekenland: premier kondigt nieuwe verkiezingen aan voor het voorjaar

    Mensenrechtenactivisten spreken van een ‘haatwet’

    Oegandese parlementsleden hebben een controversieel wetsvoorstel tegen de lhbti-gemeenschap aangenomen dat homoseksuele handelingen met de dood bestraft, bericht The Guardian. Op twee na hebben alle 389 parlementsleden dinsdagavond gestemd voor het strenge wetsontwerp, dat stelt dat homoseksuele seks en ‘werving, promotie en financiering’ van homoseksualiteit bestraft kunnen worden met de doodstraf.

    Een eerdere versie van de wet leidde tot veel internationale kritiek en werd later door het constitutionele hof van Uganda op procedurele gronden nietig verklaard. De wet gaat nu naar president Yoweri Museveni, die zijn veto kan uitspreken of de wet kan ondertekenen. In een recente toespraak leek hij zijn steun voor het wetsontwerp uit te spreken.

    In Oeganda staat op homoseksuele seks al levenslange gevangenisstraf

    Het wetsvoorstel is de laatste in een reeks tegenslagen voor lhbti-rechten in Afrika, waar homoseksualiteit in de meeste landen illegaal is, schrijft The Guardian. In Oeganda, een overwegend conservatief christelijk land, staat op homoseksuele seks al levenslange gevangenisstraf. Mensenrechtenactivisten hebben de beslissing van het Oegandese parlement veroordeeld en spreken van een ’haatwet’.

    Lees ook:

  • Yuval Noah Harari: ‘Netanyahu, stop met je staatsgreep of wij stoppen het land’

    Yuval Noah Harari: ‘Netanyahu, stop met je staatsgreep of wij stoppen het land’

    Al wekenlang demonstreren Israëliërs tegen de plannen van de rechtse regering om het Hooggerechtshof buitenspel te zetten. Historicus Yuval Noah Harari is een van hen. ‘De regering is bezig met een antidemocratische staatsgreep.’

    We bevinden ons midden in een historische orkaan. Deze orkaan wekt geen woede of haat op, maar angst. We slapen ’s nachts niet, we zijn gewoon doodsbang. En dat is prima. Er zijn momenten in de geschiedenis dat angst de verstandigste reactie is. Er zijn momenten in de geschiedenis dat angst nodig is om aan te zetten tot actie.

    We hebben nu een uitstekende reden om bang te zijn en we hebben een uitstekende reden om te handelen. Laat niemand u voor de gek houden: wat deze regering uitvoert is geen hervorming van het rechtssysteem, maar een antidemocratische staatsgreep. Dit is precies hoe een staatsgreep eruitziet.

    Coups worden niet altijd uitgevoerd met tanks in de straten. Veel staatsgrepen in de geschiedenis werden achter gesloten deuren uitgevoerd met pen en papier, en tegen de tijd dat de mensen begrepen wat er op die papieren stond was het te laat voor verzet.

    ‘Vertrouw ons’

    In de geschiedenis waren er talloze dictaturen van mensen die aanvankelijk met legale middelen aan de macht kwamen. Het is een oude truc: eerst gebruik je de wet om macht te verkrijgen, dan gebruik je je macht om de wet aan te passen. Als je de wetten die deze regering nu aan het opstellen is in hun geheel bekijkt, hebben ze één simpele betekenis (en je hoeft geen doctor in de rechten te zijn om dat te begrijpen): als ze worden aangenomen, zal de regering de macht hebben om onze vrijheid volledig te vernietigen.

    Dan kunnen eenenzestig leden van de Knesset [het Israëlische parlement, met honderdtwintig leden] elke racistische, onderdrukkende en antidemocratische wet aannemen die zij bedenken; eenenzestig leden van de Knesset kunnen het kiesstelsel zo veranderen dat we het regime niet meer kunnen vervangen. Wanneer wij de leiders van deze staatsgreep vragen wie de regering dan in toom houdt en fundamentele mensenrechten beschermt, dan hebben zij slechts één antwoord: ‘Vertrouw ons’.

    Premier Netanyahu, minister van Justitie Levin, parlementslid Rothman, voorzitter van de grondwetcommissie, wij vertrouwen jullie niet! Jullie verscheuren het contract dat onze samenleving vijfenzeventig jaar lang op de een of andere manier bij elkaar heeft gehouden, en jullie verwachten vertrouwen van ons?

    We vertrouwen jullie niet, omdat we heel goed weten wat jullie willen. Jullie willen onbeperkte macht. Jullie willen ons de mond snoeren en ons vertellen hoe te leven, wat te eten, wat te dragen, wat te denken en zelfs van wie te houden.

    Wij Israëliërs zijn koppig, we zijn vrijgevochten en niemand is er ooit in geslaagd ons de mond te snoeren

    Maar jullie begrijpen niet met wie jullie te maken hebben. Van Israëliërs kan je geen goede slaven maken [de slavernij van de oude Hebreeërs is een kernonderdeel van de Joodse heilige teksten dat vooral op het feest van Pesach wordt herdacht]. Wij Israëliërs zijn koppig, we zijn vrijgevochten en niemand is er ooit in geslaagd ons de mond te snoeren. Wij zullen niet toestaan dat jullie van Israël een dictatuur maken.

    Dus wat gaat er de komende weken gebeuren?

    De regering zal blijven proberen haar dictatoriale wetten door te voeren. Ze zal ons ook ‘anarchisten’ en ‘verraders’ blijven noemen, en extreme gebeurtenissen uitbuiten of zelfs initiëren om verzet te onderdrukken. Aan onze kant zullen wij blijven protesteren. En we zullen ervoor zorgen dat de rechters van het hooggerechtshof zowel de steun als de vastberadenheid van de bevolking hebben om deze dictatoriale wetten te schrappen.

    En wat als de regering weigert de uitspraak van het hooggerechtshof te accepteren? Dan belanden we in een constitutionele crisis, op onbekend terrein, zonder duidelijke regels en wetten. Van wie zal de politie orders aannemen – van de regering of van het hof? Van wie krijgen de Shin Bet en de Mossad bevelen? Aan wie zullen de Israel Defence Forces [IDF, de Israëlische strijdkrachten] gehoorzamen? En de allerbelangrijkste vraag: wat zullen de burgers doen?

    De opiniepeilingen zijn duidelijk: een grote meerderheid van de Israëli’s steunt de acties van de regering niet. Maar peilingen houden dictaturen niet tegen. De geschiedenis leert ons dat jullie, de burgers, de laatste en belangrijkste verdedigingslinie zijn in elke democratie.

    Geen tweede kans

    Een democratie is een overeenkomst, die voorschrijft dat burgers de besluiten van de regering moeten respecteren, op voorwaarde dat de regering de fundamentele vrijheden van burgers respecteert. Als de ene partij de afspraak verbreekt, hoeft de andere partij haar deel niet na te komen. Wanneer een regering probeert een dictatuur in te stellen, mogen burgers zich verzetten.

    Dit is een historische test voor de burgers van Israël, en als we falen, krijgen we geen tweede kans. We moeten ons nu oprichten – of de rest van ons leven ons hoofd naar beneden houden. We moeten nu onze stem verheffen – of de rest van ons leven onze mond houden. Dit is het moment om te protesteren, te schreeuwen én om stil te staan.

    Als universitair docent hoop ik bijvoorbeeld dat, zolang deze antidemocratische staatsgreep voortduurt, alle academische instellingen in Israël gaan staken. We moeten natuurlijk onze studenten blijven steunen in deze onrustige tijden, maar dit is het moment om alle reguliere cursussen stop te zetten, en alleen les te geven over democratie, mensenrechten en vrijheid.

    Hebben sommigen van ons moeite met een officiële staking? Ik ben ervan overtuigd dat wij Israëli’s creatieve manieren zullen vinden om te vertragen en bevelen te negeren. Ieder van ons kan een kleine spaak in het wiel van deze antidemocratische staatsgreep steken.

    Het is waar dat jullie vierenzestig vingers in de Knesset hebben, maar dat betekent niet dat jullie die vingers overal in mogen steken

    Aangezien ik de microfoon heb gekregen, wil ik, als typische Israëli, van de gelegenheid gebruik maken om enkele persoonlijke boodschappen over te brengen. Aan Esther Hayut, opperrechter van het hooggerechtshof en aan Gali Baharav-Miara, de procureur-generaal: aan u is een van de moeilijkste en belangrijkste missies in de geschiedenis van Israël toevertrouwd. Dit is een grote verantwoordelijkheid, maar ook een groot voorrecht. Dit is uw moment om geschiedenis te schrijven. Aarzel niet en deins niet terug: bescherm onze vrijheid.

    Aan president Herzog en de leiders van de oppositiepartijen: bescherm onze vrijheid en sluit geen compromissen. Als een tijger ons komt verslinden, kunnen we niet onderhandelen over een compromis waarbij de tijger slechts de helft van ons lichaam opeet. Aan reserve IDF-soldaten die overwegen iets te doen – dien geen dictators! Jullie hebben een contract met de Israëlische democratie, niet met degenen die haar willen begraven.

    Aan de IDF, de Shin Bet, de Mossad en de Israëlische politie – als het moment van de waarheid komt, maak dan de juiste keuze. Ga de geschiedenis in als beschermers van burgers en niet als dienaren van despoten.

    Tegen alle demonstranten die hier vanavond zijn gekomen en tegen degenen bij de tientallen andere protesten in heel Israël wil ik alleen maar zeggen dat ik van jullie hou.

    En last but not least wil ik een duidelijke boodschap van ons allen overbrengen aan Netanyahu, Levin, Rothman en hun collega’s – het is waar dat jullie vierenzestig vingers in de Knesset hebben, maar dat betekent niet dat jullie die vingers overal in mogen steken. Blijf met je handen van onze vrijheid af.

    Stop de staatsgreep – of wij stoppen het land.

    Yuval Noah Harari is historicus en auteur van Sapiens, Homo Deus en Unstoppable Us.

    Deze tekst sprak Yuval Noah Harari uit tijdens een prodemocratische demonstratie in Tel Aviv op 4 maart.

  • Controverse: ‘Peru moet zijn socialistische waandenkbeelden laten varen’

    Controverse: ‘Peru moet zijn socialistische waandenkbeelden laten varen’

    Al maanden wordt er heftig geprotesteerd in Peru. Nadat president Pedro Castillo werd afgezet en in de gevangenis werd gegooid omdat hij probeerde het parlement buitenspel te zetten, claimen zijn aanhangers dat er sprake is van een staatsgreep door de rechtse elite. Wat moet er gebeuren om de rust te doen wederkeren in het Zuid-Amerikaanse land?

    Volgens Mario Vargas Llosa, de beroemde Peruaanse schrijver die in 2010 de Nobelprijs voor de Literatuur won, ligt het probleem bij de politieke ideologie van Castillo. De inmiddels opgesloten president is lid van de Marxistische partij in Peru en wilde grote sociale hervormingen doorvoeren in Peru. ‘Socialistische waandenkbeelden’, aldus Vargas Llosa, die zowel Peru als andere Zuid-Amerikaanse landen moeten vergeten.

    De Franse schrijver Éric Vuillard ziet het anders. Allereerst moet de repressie door de ordetroepen, aangestuurd door interim-president Dina Boluarte, gestopt worden. Castillo moet worden vrijgelaten, zelfs als hij ongrondwettelijke dingen heeft gedaan, en het zeer impopulaire Congres moet worden ontbonden. Nieuwe verkiezingen zijn de uitkomst, zegt Vuillard, om niet in een spiraal van geweld terecht te komen.

    Lees hieronder hun betogen:

    Het uur van de waarheid

    Laten we hopen dat de Peruanen bij de volgende verkiezingen een betere keuze maken. Niet alleen Peru, maar alle ontwikkelingslanden moeten hun socialistische waandenkbeelden laten varen.

    Kortgeleden las ik een artikel in de Miami Herald waarin Andrés Oppenheimer de spijker op zijn kop slaat als het gaat over de situatie in Peru. Hij onthult daarin dat de verkozen presidenten van Mexico, Argentinië, Bolivia, Chili, Honduras en Colombia samen een klein complot vormen met de bedoeling een staatsgreep te plegen om zo een eind te maken aan de democratie van Peru. Uiteraard zijn Cuba, Venezuela en Nicaragua ook bij deze samenzwering betrokken, maar dat zijn geen ‘democratieën’, vooral Cuba niet, het eiland waar vrije verkiezingen al meer dan zestig jaar verboden zijn. Daarom kunnen we deze drie landen niet in deze statistiek opnemen.

    Hoe zit het nou precies met de situatie in Peru? Heel simpel. Pedro Castillo, de president die door het Peruaanse volk verkozen is, hield op 7 december een ‘toespraak’ op nationale radio en televisie, waarin hij aangaf een staatsgreep te willen plegen. De toespraak was een kopie van die van Alberto Fujimori van dertig jaar terug. In de toespraak, die door miljoenen Peruanen werd aangehoord, zei het staatshoofd toentertijd dat hij alle parlementariërs naar huis stuurde en kondigde hij verkiezingen aan om het Congres te vervangen door een parlementaire vergadering, iets wat volgens de wetten van Peru abnormaal en illegaal is. Ook verklaarde hij dat het Openbaar Ministerie en de rechterlijke macht ‘gereorganiseerd’ zouden worden (dat wil zeggen, hij ontbond ze).

    Laten we hopen dat de Peruanen bij de volgende verkiezingen een betere keuze maken

    Het Congres hield een spoedberaad en zette de president af, die onmiddellijk daarop door zijn erewacht aan de politie werd uitgeleverd, in plaats dat hij naar de ambassade van Mexico gebracht werd, waar president Andres Manuel López Obrador hem asiel had aangeboden. Sindsdien zit Pedro Castillo op gerechtelijk bevel gevangen, in afwachting van zijn vonnis, vanwege het misdrijf dat hij een poging deed tot een staatsgreep. De militaire strijdkrachten van Peru hebben daartegen opgetreden overeenkomstig de grondwet en de wetten en zijn daarbij dus binnen de wettelijke kaders gebleven.

    Als plaatsvervanger van de president heeft het parlement de vicepresident Dina Boluarte benoemd, die lid is van dezelfde partij als president Castillo en bij meerdere gelegenheden verklaard heeft dat ze een ‘leninistische marxist’ is. Zij heeft voorgesteld om binnen een jaar verkiezingen te houden, en het Congres heeft de vervroeging van de verkiezingen in eerste instantie reeds goedgekeurd, wat in geen enkel opzicht indruist tegen de grondwet. Binnen iets meer dan twaalf maanden zullen de Peruanen dus een staatshoofd hebben dat verkozen is op een manier die geheel in lijn is met de wet.

    En hier beginnen de ‘verkozen presidenten’ van de buurlanden Mexico, Argentinië, Colombia, Chili, Bolivia en Honduras hun gal te spuwen. Volgens hen was president Castillo helemaal niet van plan om een staatsgreep te plegen en is het de schuld van de ‘rechtse’ partijen met heel die samenzwering van hen dat hij nu gevangen is genomen. Waar halen die presidenten dit absurde en krankzinnige idee vandaan? Geen idee, maar de beschuldiging ligt er en is naar het schijnt verzonnen door het Mexicaanse staatshoofd López Obrador, die het gezin van Castillo naar zijn land heeft overgebracht en onophoudelijk dit soort lasterpraatjes verkondigt. Het is bedroevend dat meerdere landen geloof hechten aan dit verzinsel, namelijk dat president Castillo het slachtoffer zou zijn van de intriges van de rechtse partijen van Peru.

    Waar halen die presidenten dit absurde en krankzinnige idee vandaan?

    Datzelfde waandenkbeeld heeft postgevat onder bepaalde extreemlinkse groeperingen in Peru, die steden en luchthavens aanvallen en daarbij een politieagent levend verbrand hebben en confrontaties hebben uitgelokt met de ordehandhavers, waarbij tot nu toe al bijna zestig doden zijn gevallen. De president Dina Boluarte heeft aangekondigd dat de gerechtelijke instanties al deze sterfgevallen zullen onderzoeken om de verantwoordelijken voor het gerecht te slepen, en ondertussen eist de algemene opinie dat ze het onderzoek zo gauw mogelijk uitvoeren. De president, die van haar stuk is gebracht door de uitspraken van haar vroegere medestanders, zal voor nu al wel afstand genomen hebben van hun ideologische opvattingen.

    Het is onzinnig om te stellen dat de rechterflank heel deze schijnvertoning op touw heeft gezet om af te rekenen met Pedro Castillo. Alle Peruanen hebben de toespraak gehoord waarin Castillo zich uitzonderlijke bevoegdheden aanmatigde en de parlementariërs, openbare aanklagers en rechters naar huis stuurde. Het enige wat voor hem verkeerd uitpakte was dat de soldaten hem niet steunden en dat zijn erewacht hem aan de politie uitleverde in plaats van hem naar de ambassade van Mexico te brengen.

    Waar komt dat achterlijke waandenkbeeld vandaan dat Pedro Castillo ‘ontvoerd’ is door de rechtse partijen?

    Dit is min of meer de stellingname van Andrés Oppenheimer die hij na diepgaand onderzoek in de Miami Herald onthulde en die miljoenen Peruanen zonder enig bezwaar zullen onderschrijven. Binnen een jaar zullen er verkiezingen worden gehouden en zullen de Peruanen een nieuwe president hebben, in lijn met de wetten en de constitutie. Het is geloof ik de eerste keer in de nationale geschiedenis dat het leger zich aan de wet gehouden heeft.

    Waar komt dat achterlijke waandenkbeeld vandaan dat Pedro Castillo ‘ontvoerd’ is door de rechtse partijen? López Obrador, het staatshoofd van Mexico, heeft uit woede, niemand weet waarom, samen met de president van Colombia heel deze onzin verzonnen die de bevolking en de regering van Peru uit alle macht van de hand wijzen. Meneer López Obrador kan zich beter bezighouden met de problemen in Mexico, waar moordpartijen aan de orde van de dag zijn.

    De Peruanen betreuren het dat de jonge president van Chili, Gabriel Boric, het oor leent aan deze farce en de belachelijke beschuldigingen van López Obrador steunt, die zegt dat de val van Pedro Castillo het werk is ‘van de rechtervleugel van Peru’. Tot nu toe was hij erg voorzichtig te werk gegaan en had hij de wet nauw in acht genomen. Terwijl Gustavo Petro van Colombia zijn welbekende leugens verkondigde, hield Boric zich tactvol afzijdig, maar die afzijdigheid heeft hij nu doorbroken. Wat heeft hem op andere gedachten gebracht? Dit is een beklagenswaardige daad die het Peruaanse volk altijd bij zal blijven.

    De waarheid is dat weinig Peruanen wakker zullen liggen van de val van president Pedro Castillo. Sinds zijn verkiezing hebben de blunders van deze man, die de meest fundamentele kwesties in Peru negeerde, in verschillende sectoren van de maatschappij geleid tot verontwaardiging en woede. Een van zijn barbaarse acties was dat hij een eind wilde maken aan de mijnbouw om het nationale leefgebied in de kijker te zetten. De stumperd snapte niet dat Peru niet zonder de mijnbouw kan als het ooit een efficiënt land wil worden en op het lijstje met de meest welvarende landen ter wereld wil komen. Dit geeft al min of meer een indruk van de intellectuele kwaliteiten van de man die door de Peruanen verkozen is tot hoofd van de staat, een beslissing die tot een conflict geleid heeft. Bij zo’n 70 procent van de bevolking was hij al in ongenade gevallen, en die schrikbarende cijfers zouden nog oplopen.

    Als gevolg van de poging van Castillo tot een staatsgreep is de krankzinnige verkiezingsuitslag waardoor hij in het regeringspaleis terechtgekomen is, teruggedraaid. Daarom geloof ik vast en zeker dat het niet genoeg is dat er ‘vrije verkiezingen’ worden gehouden in ontwikkelingslanden, maar stemgerechtigden moeten ook een goede keuze maken, oftewel de keuze voor democratie en vooruitgang.

    In Latijns-Amerika hebben we het voorbeeld van Venezuela gezien; erger kan niet

    Als ze namelijk een verkeerde keuze maken, bijvoorbeeld door op een dictator te stemmen die alles in zijn eigen zak steekt en geen moeite doet om de lagen in de samenleving naar een hoger niveau te tillen, zal de situatie verergeren, met het gevolg dat honderden of duizenden gezinnen aan hun lot worden overgelaten. Laten we hopen dat de Peruanen bij de volgende verkiezingen een betere keuze maken dan de vorige keer.

    Niet alleen Peru heeft met dit probleem te kampen, maar ook heel Latijns-Amerika en de ontwikkelingslanden in het algemeen. Het verbazingwekkende is dat landen in deze tijd ervoor kunnen kiezen om arm of welvarend te zijn. Daarom moeten ontwikkelingslanden echt afscheid nemen van socialistische waandenkbeelden. Waar heeft het socialisme gezegevierd? In Latijns-Amerika hebben we het voorbeeld van Venezuela gezien; erger kan niet. Of neem Cuba, de situatie daar is toch dramatisch?

    Zestig jaar geleden was ik net als vele anderen enthousiast over de Cubaanse revolutie. Sindsdien is het met het land van kwaad tot erger gegaan en miljoenen Cubanen zwerven op dit moment door de wereld op zoek naar werk in een poging invulling te geven aan hun leven, omdat hun eigen land ze geen werk of hoop te bieden heeft. Dat is toch triest? Ik hoop dat de mensen in Latijns-Amerika dit bij de volgende stembusgang in hun achterhoofd houden.

    Mario Vargass Llosa – El País


    De noodkreet van de Peruanen

    De Peruanen die de straat opgaan, hebben laten zien dat ze zich ervan bewust zijn dat ze overheerst en uitgebuit worden door een hebzuchtige en corrupte elite. Om het geweld te stoppen, moet er een eind komen aan de repressie, moet president Castillo worden bevrijd en moeten er nieuwe verkiezingen komen.

    Het begint allemaal met een indrukwekkende sliert politieagenten. Een inheemse vrouw vaart tegen ze uit: ‘Ik studeer niet, maar ik weet heus wel dat…’ Haar stem klinkt hees, ze maakt hartstochtelijke, koortsachtige gebaren. Ze heeft wat te zeggen. Al twee maanden lang hebben arme boeren, straatventers, kleine ambachtslieden, het stadse en plattelandse proletariaat, alle mensen die in Peru meestal onder de noemer ‘vreedzame Peruanen’ geschaard worden, wat te zeggen. En al twee maanden lang worden ze in elkaar geslagen, opgesloten en neergeschoten. Dit kan zo niet langer.

    Om het geweld te stoppen, moet er een eind komen aan de repressie

    In een korte video die ik van een Peruaanse vriend kreeg doorgestuurd, is te zien hoe de inheemse vrouw tegen de agenten tekeergaat met een moed en overtuiging waar je alleen maar het diepste respect voor kunt hebben. Er is heel wat intelligentie en pijn voor nodig om een dergelijke mate van vastberadenheid en karakter te bereiken. Tegen de achtergrond van de vijftig doden die er gevallen zijn [inmiddels zijn er negenenzestig dodelijke slachtoffers] en de troosteloze situatie waar de Peruaanse middenklasse, ofwel de overgrote meerderheid van het land, in zit, moeten de aanhoudende demonstraties en blokkades gezien worden als een concrete aanwijzing voor datgene wat ze ook wel ‘bewustzijn’ noemen.

    Hoe vervelend het ook is voor die twee jongens in de video die onverschillig met een blikje bier in de hand tussen de rij politieagenten en de inheemse vrouw door lopen, de bevolking van Peru heeft bewustzijn. Bewustzijn van hun concrete situatie, van de overheersing waar ze al sinds het kolonialisme onder gebukt gaan, van het feit dat ze uitgebuit worden door een hebzuchtige en corrupte elite.

    Castillo is de eerste mesties in de nationale geschiedenis die president werd

    De twee jongens lopen onbekommerd langs. Een van hen, degene met de korte broek aan, de brutaalste van het stel, glimlacht naar de agenten en roept: ‘Knal haar neer, slome drol.’ Dit grapje was bedoeld voor de politie-eenheden die sinds het begin van de protesten al meer dan vijftig mensen hebben gedood en past binnen het kader dat honderdvijftig jaar geleden voor eens en altijd werd vastgesteld. Het is dus geen grap. Het is een begrip om de klasse mee aan te duiden. Peru is geen democratie.

    Castillo is de eerste mesties in de nationale geschiedenis die president werd, en de keuze voor hem als president is de mensen duur komen te staan. Dat bleek overduidelijk toen er onlangs corrupte zaakjes van hem aan het licht kwamen. Castillo heeft niet alleen te lijden gehad van de systematische tegenwerking door een parlement dat in handen is van de rechterflank, maar is ook voortdurend het mikpunt geweest van de wraak van de media die in dienst staan van mensen die geld hebben. Iedereen weet dat. 

    De president, de eerste die van lage komaf was en uit het Andesgebied kwam, werd uiteindelijk aangehouden, afgezet en beschuldigd van een poging tot een staatsgreep, en dat terwijl de toestand van het land juist vanaf dat moment meer dan ooit aan een echte staatsgreep doet denken. Hoe dan ook, sinds zijn arrestatie wordt hij gesteund door de Peruaanse bevolking, die met de demonstraties haar leven op het spel zet.

    Deze video, die al door vele Peruanen bekeken is, laat ons in negentien seconden de werkelijkheid zien waarin wij leven. Twee gewone en doorsnee jongens, zoals je ze overal in stadscentra in ontwikkelde landen ziet, maken een ommetje. Op het eerste gezicht staan we voor een kopie van een wereld die ons vertrouwd voorkomt: de wereld die opkomt voor de tolerantie, de liberale democratie, het hoger onderwijs; de wereld van ‘onze waarden’. Na tien seconden verandert dat echter allemaal. Een van de jongens wendt zich tot de afschrikwekkende sliert politieagenten en zegt tegen een van hen, met een glimlach op zijn gezicht: ‘Knal haar neer, slome drol.’

    Peru is een feodaal land. Onze wereld is dat echter voor een deel ook

    De boeken van José María Arguedas, de grote schrijver van Peru, beschrijven doorlopend deze afschuwelijke werkelijkheid: Peru is een feodaal land. Onze wereld is dat echter voor een deel ook. In het beste geval wekken de inheemsen, de zwarten, de mestiezen, de arme mensen op deze planeet bij ons de nieuwsgierigheid van een toerist of medelijden op, maar in het dagelijks leven buiten we ze op afstand uit en verachten we ze. Wat deze korte video ons met al zijn rauwheid, dwars door de hardheid van de koloniale samenleving van Peru laat zien, is dat onze wereld een schijnwerkelijkheid is en dat de structuur ervan zeer diep in de grond verankerd is. In werkelijkheid leven we wederom in een feodale wereld, net als in de tijd voor de Verlichting, waarin het de rijksten totaal niet kan schelen hoe de rest het heeft.

    En ondertussen is Frankrijk in z’n nopjes met het feit dat het een Peruaanse schrijver mag vereren die zijn steun gegeven heeft aan Keiko Fujimori, aan de extreemrechtse flank dus, uiteraard vanuit een ‘open mentaliteit’ die ‘beantwoordt aan onze waarden’. De koning-emeritus van Spanje, die na de zoveelste beschuldiging van corruptie moest aftreden, was aanwezig toen zijn vriend toetrad tot de Franse Academie.

    Met wat voor vreemd globaliseringsproces zijn we eigenlijk bezig? Heeft deze globalisering alleen betrekking op het liberale deel van de wereld? Terwijl de Peruaanse bevolking al wekenlang demonstraties houdt, treedt een Peruaanse schrijver die zich tussen de jet set beweegt toe tot de Franse Academie en nodigt hij een koning-emeritus uit die bij duistere zaakjes betrokken is en vanuit zijn ballingsoord in een oliemonarchie naar de ceremonie toe komt. Wat een bizarre wereld!

    Als je de video nog eens bekijkt, zie je uiteindelijk woede tegenover onderdrukking, oprechtheid tegenover onverschilligheid, woorden tegenover geweld, minachting tegenover ellende staan. De woorden die de jongen zegt zijn heel zeker geen grapje. Niemand maakt hier grapjes. Schrijvers niet, academiën niet, koningen-emeritus niet, oliemonarchieën niet, hippe stadsbewoners niet. Als die glimlachende jongen aan de politie vraagt: ‘knal haar neer, slome drol’, dan moeten we dat helaas letterlijk opvatten. Wat hebben mensen de afgelopen eeuwen eigenlijk gedaan, in de tijd van het kolonialisme, van de dictaturen, van de omverwerping van regimes naar het goeddunken van de VS en van de landen die alleen in naam een democratie zijn? Arbeiders, mestiezen en arme inheemsen afslachten.

    Met wat voor vreemd globaliseringsproces zijn we eigenlijk bezig?

    Dit moet ophouden. Er moet een eind komen aan de repressie. Er moet een eind komen aan het geweld van de politie-eenheden. En als we werkelijk willen dat het tot een verzoening komt, dan moet president Castillo, wat we verder ook van hem vinden, worden vrijgelaten en moet het Congres worden ontbonden om nieuwe verkiezingen uit te kunnen schrijven. Algemene verkiezingen in Peru, nu! Een andere mogelijkheid om gerechtigheid en vrede tot stand te brengen is er niet.

    Ik ben Peru wat verschuldigd. Ik ben daar geweest. Ik heb daar herinneringen en vrienden. De roman Diamanten en vuurstenen van José Maria Arguedas bevat een passage waarin Quechua kinderen een bloem op een klif proberen te pakken en schreeuwen: ‘Kon ik je maar bereiken!’ Vandaag de dag schreeuwt de monddood gemaakte bevolking van Peru: ‘Kon ik je maar bereiken!’ Laat het niet weer gebeuren dat er niets met deze noodkreet gedaan wordt.

    Éric Vuillard – El País

  • Arrestaties in Iran na vergiftigingen schoolmeisjes

    Arrestaties in Iran na vergiftigingen schoolmeisjes

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Opnieuw zware bootramp voor kust Libië

    » Documentaire doet boekje open over slavernijverleden Catalonië

    Al maanden worden meisjes vergiftigd in scholen door heel Iran

    In Iran zijn meer dan honderd mensen gearresteerd die een rol zouden hebben gespeeld bij de massale vergiftigingen van schoolmeisjes de afgelopen maanden. Dat meldt het Iraanse staatspersbureau IRNA. Volgens de Iraanse autoriteiten wilden de daders angst zaaien ‘bij mensen en studenten’ en er zo ‘voor zorgen dat scholen zouden sluiten’. Ook zouden ze het regime in een kwaad daglicht willen stellen, aldus een verklaring van het Iraanse ministerie van Binnenlandse Zaken.

    De gearresteerde verdachten komen uit verschillende delen van het land. De vergiftigingen in Iran zijn al maanden aan de gang: sinds november zouden er op vijftig tot ruim honderd scholen gevallen van vergiftiging zijn voorgekomen bij in totaal zeker 2400 schoolgaande meisjes. Zij werden opgenomen met ademhalingsklachten en duizeligheid, in veel gevallen omdat er via de luchtventilatie gassen werden verspreid.

    De Iraanse ayatollah Khamenei heeft eerder zijn grootste afkeuring uitgesproken voor de misdaden en vindt dat de daders de doodstraf moeten krijgen. Critici van de regering denken echter dat de autoriteiten zelf achter de misdaden zitten, omdat veel meisjes en jonge vrouwen meededen aan de grootschalige antiregeringsprotesten van vorig jaar.

    Lees ook:

  • Primeur in Zwitserland: eerste gevangene beëindigt leven onder begeleiding

    Primeur in Zwitserland: eerste gevangene beëindigt leven onder begeleiding

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Georgië trekt omstreden ‘Russisch’ wetsvoorstel in na grote protesten

    » Artsen Zonder Grenzen schaalt activiteiten in Haïti verder af

    Zwitserse gedetineerden hebben recht op hulp bij zelfdoding

    Praten over (gedachten aan) zelfdoding of hulp op dit gebied? Bel 113 Zelfmoordpreventie: 0900-0113 of neem contact op via 113.nl.

    Op dinsdag 28 februari beleefde Zwitserland een primeur: voor het eerst in de geschiedenis van het land maakte een gevangene een einde aan zijn leven met de hulp van Exit, een organisatie voor hulp bij zelfdoding. Hij was ondergebracht in de penitentiaire inrichting Bostadel en is de eerste gedetineerde in Zwitserland die onder begeleiding zijn leven heeft beëindigd, schrijft Die Wochenzeitung.

    De gedetineerde Peter Vogt stelde bijna vijf jaar geleden in een televisiereportage voor het eerst de vraag of hij zijn leven mocht beëindigen bij Exit. Op dat moment was het nog omstreden of gedetineerden dit recht hadden. Tegenstanders vonden dat zij hun straf zouden ontlopen door een einde te maken aan hun leven.

    Alle gevangenen kunnen contact opnemen met een organisatie voor hulp bij zelfdoding

    Voor veel gevangenen met een doodswens gaat dit argument echter niet op, omdat de meesten hun straf al lang hebben uitgezeten. Zij zitten nog steeds in de gevangenis omdat zij als gevaarlijk worden beschouwd en de bevolking tegen hen moet worden beschermd.

    Inmiddels hebben gedetineerden in Zwitserland in beginsel het recht hebben om begeleiding bij zelfdoding te krijgen. Zo zijn er richtlijnen opgesteld over hulp bij zelfdoding in de gevangenis. Daarin staat dat alle gevangenen die wettelijk veroordeeld zijn, contact kunnen opnemen met een organisatie om begeleiding te krijgen om een einde aan hun leven te maken. Maar uiteindelijk moet de Zwitserse justitie nog steeds toestemming geven voor zelfmoord.

    Peter Vogt hoopt nog steeds op een vrijlating uit de gevangenis, maar heeft al gesproken met vertegenwoordigers van Exit. De organisatie heeft naar eigen zeggen momenteel contact met twee andere gevangenen die overwegen gebruik te maken van de diensten van Exit.

    Lees ook: