Tichanovskaja staat bekend als boegbeeld van de oppositie
Een gerechtshof in Minsk heeft de Belarussische oppositieleider Svetlana Tichanovskaja bij verstek veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf, schrijft Politico. Ze zou schuldig zijn bevonden aan hoogverraad, het aanzetten tot haat, pogingen tot staatsgreep, lidmaatschap van een ‘extremistische’ groepering en het bedreigen van de nationale veiligheid door publiekelijk op te roepen tot sancties tegen de Belarussische regering.
Tichanovskaja staat bekend als een van de boegbeelden van de Belarussische oppositie. Ze nam het in de presidentsverkiezingen van 2020 op tegen zittend president Aljaksandr Loekasjenka, maar verloor. Veel Belarussen en Europese landen gaan ervan uit dat er gesjoemeld is met de uitslagen en dat in werkelijkheid Tichanovskaja de verkiezingen had gewonnen. Tichanovskaja tekende dan ook bezwaar aan.
‘We zullen blijven doen wat we kunnen om democratische veranderingen in gang te zetten’
Om aan vervolging door het regime te ontkomen, week ze uit naar Litouwen. Haar man Sergej was in 2020 opgepakt en werd een jaar later veroordeeld tot achttien jaar cel vanwege het aanzetten tot haat en maatschappelijke onrust.
In een bericht op Telegram reageerde Tichanovskaja op haar vonnis. Ze zei dat zij en andere Belarussische voorstanders van de democratie ‘zullen blijven doen wat we kunnen om onze politiek gevangenen te bevrijden en in ons land democratische veranderingen in gang te zetten’. Volgens Belarussische mensenrechtenwaakhonden zijn er bijna vijftienhonderd politiek gevangenen in het land, waaronder activisten van de oppositie, vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld en journalisten.
Het Nicaraguaanse regime onder leiding van president Daniel Ortega en zijn vrouw en vicepresident Rosario Murillo maakt zich schuldig aan misdaden tegen de menselijkheid. Dat schrijft UN News op basis van een rapport van onderzoekers van de VN. Volgens het rapport doet de regering er alles aan om de oppositie onschadelijk te maken.
De onderzoekers spreken in het rapport van ‘wijdverspreide en systematische mensenrechtenschendingen tegen burgers’ die sinds 2018 zijn gepleegd en ‘zijn ingegeven door politieke motieven’. Als voorbeelden worden buitengerechtelijke executies, politieke vervolgingen, martelingen en preventieve detenties aangehaald. De nationale politie en aan de regering gelieerde milities worden hiervoor verantwoordelijk gesteld.
De VN-onderzoekers vinden dat de internationale gemeenschap moet ingrijpen. Zo wordt er geopperd dat er sancties worden ingesteld tegen Nicaragua en dat degenen die zich schuldig hebben gemaakt aan mensenrechtenschendingen moeten worden gestraft.
Iedere dag worden vrouwelijke journalisten bedreigd en geïntimideerd. In Duitsland, in door Rusland bezette gebieden, in Noord-Ierland, in Mexico en elders. Wie zitten erachter en wat kan er tegen het geweld worden gedaan? Vier vrouwen doen verslag van de dagelijkse dosis haat.
‘We zullen je vinden en vermoorden.’ Deze zin las Nastia Zhvik op het Russische sociale netwerk VKontakte. Een andere gebruiker schreef haar: ‘We steken je neer en begraven je.’ De zinnen waren voor haar bedoeld. Als waarschuwing.
Zhvik is journalist, een jonge vrouw met een kalme stem. Ze komt uit Sebastopol, een havenstad op het door Rusland bezette schiereiland Krim. Politieagenten hadden kort voor de onlinebedreigingen de tweekamerwoning doorzocht die ze met haar ouders deelt en haar laptop en smartphone in beslag genomen. De agenten dreigden haar met een strafzaak wegens extremisme, gevolgd door enkele jaren gevangenisstraf in Rusland, vertelt Zhvik. De beschuldiging: Zhvik had na de explosie op de Krimbrug op Instagram een Engelstalig bericht gedeeld waarin ze de aanslag onderschreef en de brug, een prestigeproject van Poetin, illegaal noemde.
Forbidden Stories
Dit onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het project Story Killers van de non-profit Forbidden Stories, dat verhalen van bedreigde journalisten publiceert. Veel verzoeken om interviews bleven onbeantwoord of werden geweigerd uit angst voor verdere repressie, vooral in China, Rusland en Iran. Alleen al in januari werden in Iran verschillende vrouwelijke journalisten gearresteerd.
Zhvik noemt zichzelf Oekraïens met Russische en Belarussische wortels. Ze studeerde journalistiek in Moskou, Passau en Venetië, woonde in het buitenland en schrijft voor media die kritisch staan tegenover het Kremlin, zoals het nieuwsportaal Meduza. Meduza is door Rusland geclassificeerd als ‘buitenlandse agent’. De site bekritiseert de machthebbers in Moskou of bericht over gevoelige onderwerpen als de stigmatisering van lhbtq+-mensen in Rusland. De agenten vroegen op het bureau aan Zhvik: Wie zijn je klanten in het buitenland? Wie betaalt je? Hoeveel geld krijg je?
Een Russisch Telegram-kanaal had een aantal uren eerder het contract van Zhvik met Meduza over haar honorarium gepubliceerd. Later die dag verscheen op een nationalistische website een artikel over haar, waarin ze een ‘door het Westen betaalde beïnvloedingsagent’ en een ‘gek’ werd genoemd. Ze trok zich daar eerst niet veel van aan, zegt Zhvik. Toen kwamen de haatberichten. Vrienden en collega’s drongen er bij haar op aan de situatie serieus te nemen: ‘Je moet snel vertrekken.’ Zo begon de vlucht van Nastia Zhvik door Europa, die vooralsnog is geëindigd op een zolderflat in Heidelberg.
Lastercampagnes
Zhvik is niet de enige journaliste die gevaar loopt. Vrouwelijke journalisten zijn overal ter wereld het doelwit van lastercampagnes en intimidatie. Zo is er Maria Ressa, journalist op de Filipijnen en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede in 2021, die in haar thuisland wordt uitgemaakt voor heks en hoer. Of Patricia Devlin, een verslaggever in Noord-Ierland, die werd bedreigd met verkrachting van haar zoon. Of Marion Reimers, een sportpresentatrice in Mexico, die tienduizenden haatberichten ontvangt op Twitter, Facebook en Instagram – een lawine van haat die in gang wordt gezet door botnetwerken.
Mannelijke journalisten worden ook bedreigd als ze kritiek hebben op de machthebbers en de rijken. Maar het wordt zelden zo bruut en persoonlijk als bij vrouwelijke journalisten.
Het gaat niet alleen om geweld in de digitale ruimte, hoewel de dreiging met marteling, verkrachting en moord al traumatiserend genoeg is voor de betrokkenen. Het gaat ook om geweld in het echte leven. Vrouwelijke journalisten worden fysiek aangevallen en vijandig benaderd, gedwarsboomd, lastiggevallen en vastgehouden door officiële instanties.
Een team van Der Spiegel deed onderzoek in een tiental landen en sprak met vrouwelijke journalisten die regelmatig te maken krijgen met geweld. In Noord-Ierland, Mexico, Colombia, Ghana, de geannexeerde Krim en de Filipijnen, maar ook in Duitsland. Het team ontmoette vrouwen die worden bedreigd door bendes, vervolgd door overheden en geïntimideerd door religieuze fanatici. Het onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het project Story Killers van de non-profit Forbidden Storiesdat verhalen van bedreigde journalisten publiceert. Veel verzoeken om interviews bleven onbeantwoord of werden geweigerd uit angst voor verdere repressie, vooral in China, Rusland en Iran. Alleen al in januari werden in Iran verschillende vrouwelijke journalisten gearresteerd.
‘Ik wilde tastbaar bewijs leveren van de omvang en wreedheid van onlinegeweld tegen vrouwelijke journalisten’
Julie Posetti weet als geen ander hoe funest de situatie is voor haar vrouwelijke collega’s. Posetti was vroeger verslaggever bij de Australische omroep ABC en is nu wereldwijd onderzoeksdirecteur bij het International Center for Journalists (ICFJ), een in Washington gevestigde belangenorganisatie voor journalisten. Ze documenteerde de afgelopen jaren hoe vrouwelijke journalisten online worden belasterd. Soms privé, soms voor een miljoenenpubliek, maar bijna altijd met het doel hun stem te smoren. Posetti en een internationaal team van onderzoekers ondervroegen meer dan 700 vrouwelijke journalisten uit 125 landen en analyseerden meer dan 2,5 miljoen Facebook- en Twitterberichten. Hun bevindingen staan in het Unesco-ICFJ-rapport getiteld The Chilling ofwel Het afschrikken.
‘Ik wilde tastbaar bewijs leveren van de omvang en wreedheid van onlinegeweld tegen vrouwelijke journalisten,’ zegt Posetti. De resultaten zijn schokkend: drie op de vier vrouwelijke journalisten zeiden tijdens hun werk slachtoffer te zijn geweest van digitaal geweld, en een op de vier is bedreigd met fysiek geweld, zelfs met moord. In 37 procent van de gevallen zaten politiek betrokkenen achter de aanvallen. VN-secretaris-generaal António Guterres heeft inmiddels uit de studie geciteerd.
De digitale aanvallen op vrouwelijke journalisten escaleren, merkt Posetti op. Ze worden professioneler, verraderlijker en zijn vaak georkestreerd. En veel te vaak worden ze afgedaan als geïsoleerde incidenten.
Nastia Zhvik, 26 (Krim/Oekraïne)
Het verhaal van Nastia Zhvik laat zien hoe staatsrepressie en digitale desinformatie elkaar versterken.
Politieagenten verschenen op 24 oktober 2022 om zeven uur ’s ochtends voor Zhviks deur in Sebastopol. Een paar maanden later zit ze aan de keukentafel in Heidelberg in een spijkerbroek en een beige trui. Nadat ze weken op de vlucht is geweest, gaf een vriend haar onderdak. Haar labrador Molly ligt aan haar voeten.
Zhvik vertelt zachtjes hoe er berichten op haar telefoon verschenen kort nadat het eerder genoemde artikel op die nationalistische website verscheen. Doodsbedreigingen, beledigingen, geweldsfantasieën. Zhvik vermoedt dat het misschien toch niet allemaal toeval was: haar tijdelijke arrestatie, het verhoor op het politiebureau, de lasterlijke tekst, de online-agitatie tegen haar – het gebeurde allemaal op dezelfde dag. Ze weet nu dat iemand haar mailbox heeft gehackt en haar contract met het Kremlin-kritische medium Meduza online heeft gezet om haar in diskrediet te brengen. Meduza staat sinds eind januari op de lijst van ‘ongewenste organisaties’ die Russische autoriteiten hebben opgesteld. Auteurs die voor Meduza schrijven riskeren gevangenisstraffen van meerdere jaren.
Zhviks advocaat Galina Arapova, een bekende media-advocaat in Rusland die ook juridisch advies geeft aan Der Spiegel, spreekt van een gecoördineerde aanval door de veiligheidsautoriteiten. ‘De manier waarop dit is georganiseerd – dat kan alleen de binnenlandse inlichtingendienst FSB zijn.’ Zhvik past goed in hun vijandprofiel: journalist, in het buitenland gestudeerd, kritisch over Moskou, woont op de geannexeerde Krim.
Het optreden tegen kritische journalisten is massaal toegenomen sinds de Russische aanval op Oekraïne en de censuurwetten, aldus Arapova. Ze worden belasterd en beledigd op ultranationalistische Telegram-kanalen. ‘De bedoeling is journalisten psychologisch zo te beschadigen dat ze het land verlaten.’
Zhvik werd op die bewuste oktoberdag gewaarschuwd door collega’s. ‘Slaap vannacht niet thuis, verstop je paspoort,’ schrijven vrienden. ‘Breng jezelf in veiligheid.’ Ze ruziet en haar moeder bagatelliseert de boel – haar ouders staan achter Rusland. Nastia Zhvik stapt twee dagen later met haar hond in haar gele Lada en rijdt weg.
Telegram-kanaal
Ze leest later op het Telegram-kanaal ‘Colonelcassad’ dat ze is opgeleid door medewerkers van de CIA. Dat kanaal wordt gerund door de bekende Russische militaire hardliner Boris Roschin en heeft meer dan 830.000 abonnees. Iemand heeft haar mobiele telefoonnummer gepost, talloze commentatoren roepen op haar te vermoorden en vragen naar haar adres. Zhvik zegt met woede in haar stem: ‘Mensen wensen me dood. Wat heb ik ze in godsnaam aangedaan?’
Geweld beperkt zich vaak niet tot het web, zoals blijkt uit het geval van de Maltese journalist Daphne Caruana Galizia, die in oktober 2017 door een autobom om het leven kwam. Galizia had jarenlang verslag gedaan van de corruptie in haar thuisland en werd daarvoor op internet belasterd. Twee broers werden vijf jaar na de moord schuldig bevonden. Ze bekenden Galizia voor een bedrag van vijf cijfers te hebben vermoord. Het is nog steeds onduidelijk wie er achter de moord zat. Een onafhankelijk onderzoek stelde later dat de staat medeplichtig was aan de dood van de journalist: de regering had een ‘sfeer van straffeloosheid’ gecreëerd en verzuimd Galizia te beschermen tegen bedreigingen.
Vrouwen die een publieke rol spelen en machtige mensen bekritiseren worden vooral in conservatieve culturen gezien als een bedreiging voor de sociale orde. Ook religie en afkomst spelen een rol. Zwarte vrouwelijke journalisten, maar ook vrouwelijke verslaggevers uit bijvoorbeeld Azië of de Arabische wereld worden op internet bijzonder fel aangevallen.
Het geldt ook voor vrouwelijke journalisten die over politieke kwesties berichten. Dat heeft wellicht te maken met het feit dat zij in de meeste gevallen onderzoek doen naar mannen die veel te verliezen hebben. Dat was het geval met Maria Ressa, een journalist uit de Filipijnen die in 2021 samen met de Russische journalist Dmitri Moeratov, hoofdredacteur van de onafhankelijke krant Novaya Gazeta, de Nobelprijs voor de Vrede kreeg.
Maria Ressa, 59 (Filipijnen)
Ressa was lange tijd onderzoeksjournalist voor CNN en richtte in 2011 met collega’s in Manilla het nieuwsportaal Rappler op. Ressa werd een van de bekendste critici van Rodrigo Duterte, die van 2016 tot 2022 president van de Filipijnen was, met name wat betreft zijn war on drugs, waarbij duizenden mensen werden vermoord door huursoldaten. Duterte viel Rappler meermaals publiekelijk aan. Meer dan twintig Filipijnse journalisten en medewerkers van media-instellingen werden tijdens zijn ambtstermijn vermoord.
Julie Posetti en haar team analyseerden in hun studie bijna vijfhonderdduizend berichten over Ressa op Facebook en Twitter. Bijna 60 procent was erop gericht de geloofwaardigheid van de journalist in diskrediet te brengen. Ze vonden in bijna elke tweede post persoonlijke aanvallen: ‘heks’, ‘hoer’ en de hashtag #Presstitute, een samentrekking van press en prostitute, deden de ronde. Onbekenden hadden op foto’s die van haar op het net circuleerden in opzichtige letters de woorden ‘veroordeelde crimineel’ gezet. Ressa werd in 2018 beschuldigd van belastingfraude in haar hoedanigheid als directeur van Rappler. Ze werd onlangs vrijgesproken, maar er lopen nog andere zaken tegen haar.
‘Totdat ik begreep dat het niet gaat om fouten, maar dat ze ons het zwijgen wilden opleggen’
Duterte is sindsdien afgetreden, maar Ressa blijft vechten tegen de politieke toestanden in haar thuisland. Ze neemt tijdens een boekpresentatie in Londen even de tijd om met ons te praten. Ze zegt dat sociale media haar in het begin een zegen leken. Maar toen kwam de haat. ‘Ik dacht: wat heb ik verkeerd gedaan?’ Steeds weer, zegt ze, controleerde ze of zij en haar team fouten hadden gemaakt. ‘Totdat ik begreep dat het niet gaat om fouten, maar dat ze ons het zwijgen wilden opleggen.’
Ressa zou het zichzelf gemakkelijk kunnen maken door naar de VS te verhuizen, want ze heeft ook een Amerikaans paspoort. Maar als ze toegeeft – als ‘ik mijn mond houd’ –, dan laat ze haar land en de democratie in de steek. Dat is voor haar ondenkbaar. En dus blijft ze werken in Manilla, waar ze een schone kussensloop en een tandenborstel in haar auto bewaart voor het geval ze weer gearresteerd wordt. Als ze de deur uitgaat, draagt ze een kogelvrij vest.
Patricia Devlin, 36 (Noord-Ierland)
Ongeveer een op de tien journalisten zegt dat hun omgeving en hun kinderen ook worden bedreigd. Dat raakt een gevoelige snaar bij de betrokkenen – vooral als ze, zoals Patricia Devlin, werken in een regio waar vaak gewelddadige excessen plaatsvinden en een dode journalist als nevenschade wordt beschouwd. Hoewel er sinds het Goede Vrijdagakkoord van 1998 officieel vrede heerst in Noord-Ierland, controleren paramilitaire groepen nog steeds hele stadsdelen.
Patricia Devlin heeft de auto van haar man geleend om naar het protestantse oosten van Belfast te rijden. Hier wonen veel loyalisten die willen dat Noord-Ierland zo veel mogelijk onderdeel wordt van het Verenigd Koninkrijk. Het gebied wordt ook gekenmerkt door georganiseerde misdaad. Steeds weer, vertelt Devlin, zijn er conflicten tussen paramilitaire groepen. Ze rijdt met de auto over Holywood Road, langs bakstenen huizen met muurschilderingen die stille getuigen zijn van het Noord-Ierse conflict. Onderweg wijst ze: daar werd een man op straat vermoord, hier werd een vrouw door een menigte doodgeslagen.
Ze stopt bij een drukke weg, stapt uit, bedekt haar donkere haar met een geruite sjaal en loopt naar een van de muren waarop ooit haar naam naast een schietschijf was gespoten. Er zijn slechts twee minuten verstreken als een man vanaf de overkant van de straat schreeuwt: ‘Devlin! Hoer!’ Hij lacht kwaadaardig. Devlin rent trillend terug naar de auto. ‘Je weet nooit waartoe dit soort mensen in staat zijn.’
Patricia Devlin heeft lang voor lokale media geschreven over gewapend bendegeweld. ‘In het begin accepteerde ik gewoon de haat, ik dacht dat het normaal was in mijn werk,’ zegt ze. Toen werden meerdere malen haar woonplaats, mobiele telefoonnummer en e-mailadres online verspreid. Ze voelde zich jarenlang nergens veilig. De situatie escaleerde toen ze zwanger was van haar derde kind. ‘Een vrouw schreef me dat ze hoopte dat ik binnenkort mijn kinderen zou moeten begraven.’ Iemand bedreigde haar in een Facebookbericht met misbruik van haar zoon: ze moest een bepaalde plek mijden of ‘je zult toekijken hoe je pasgeboren jongetje wordt verkracht’.
Maandenlang
Ze ging de deur maandenlang niet uit en sliep of at nauwelijks. Ze nam het zichzelf kwalijk dat ze door haar werk haar gezin in gevaar had gebracht. De politie belde eind 2020 bij haar aan. De agenten zeiden dat ze informatie hadden dat Devlin in de komende 48 uur zou worden doodgeschoten. Ze zeiden ook dat haar kinderen gevaar liepen. Devlin was eerder in een Facebookbericht beschuldigd van het plaatsen van pijpbommen onder auto’s van vrouwen met kinderen in Belfast. De politie ondernam nauwelijks iets tegen de daders, ondanks vele tips. Ze voelde zich ook op andere manieren in de steek gelaten, zegt Devlin. ‘Mijn baas zei alleen maar dat ik van Twitter weg moest blijven. Mijn vakbond adviseerde me over te stappen naar een ander vakgebied.’
Wie zijn de mensen die vrouwelijke verslaggevers aanvallen? En vooral, waarom doen ze het?
Onderzoeker Posetti zegt dat sommige daders, meestal mannen, zich organiseren in netwerken om vrouwelijke journalisten op de korrel te nemen. De aanvallen zijn bijna altijd anoniem. Posetti noemt vrouwenhaat en seksisme als motieven. In een Canadees onderzoek uit 2019 zei 85 procent van de meer dan 100 ondervraagde vrouwelijke journalisten uit Noord-Amerika dat hun baan de afgelopen jaren minder veilig was geworden.
Er wordt wereldwijd onderzoek gedaan naar de oorzaken. Het gaat vaak om rechts-extremisme en populisme, maar ook om wat deskundigen een ‘desinfodemie’ noemen: een epidemie van desinformatie door middel van samenzweringsmythes die hele landen vergiftigen. Deze mythes circuleerden vooral tijdens de pandemie, ook in Duitsland.
Het is nog nooit zo erg geweest, zegt de Duitse verslaggever Sophia Maier, die verschillende keren berichtte over demonstraties tegen de coronamaatregelen. Ze schreef bijvoorbeeld het artikel ‘Woede op straat – is onze democratie in gevaar?’ Ze kreeg als reactie binnen twee dagen zo’n vijfduizend berichten op Instagram, waaronder veel vrouwenhaat. Ooit ontving ze dit bericht: ‘Op een dag zal iemand je wegrossen. Duizenden kennen je smoel en je wordt zeker niet gespaard. Bitch!’ Ondertussen, zegt ze, kan ze alleen nog met beveiliging verslag doen van protesten. Niettemin werd haar een microfoon uit de handen geslagen en één keer greep een demonstrant haar tussen de benen, vertelt ze.
Marion Reimers, 37 (Mexico)
Er is wereldwijd een markt voor mensen die critici het zwijgen willen opleggen. Een Amerikaanse ngo telde in 2021 in totaal 87 trollenacties tegen vrouwelijke journalisten, ruim een vijfde meer dan het jaar ervoor. De aanvallen op Marion Reimers laten zien hoe vrouwen onzeker worden gemaakt en uit het openbare leven worden gemanoeuvreerd.
Reimers is een van de bekendste vrouwelijke sportjournalisten in Mexico en een pionier in Latijns-Amerika. Ze was de eerste Spaanstalige vrouw die het commentaar deed bij een Champions League-finale in 2019. Haar penthouse bevindt zich in Mexico-Stad, in de chique wijk Condesa. Twee katten hebben het zich makkelijk gemaakt op de bank. Ze spreekt alsof ze voor de camera staat: heldere stem, perfecte intonatie, intense blik. Maar ze verliest even haar professionele afstand als ze beschrijft hoe de haatreacties haar hebben geraakt. ‘Ik begon aan mezelf te twijfelen,’ zegt ze zacht, ‘terwijl ik toch een getrainde voetbalcoach ben.’
Zodra ze commentaar geeft bij een wedstrijd op tv beginnen de aanvallen: honderden bots beledigen en belasteren haar op Twitter. Tienduizenden reacties zorgen ervoor dat haar naam trending topic wordt in Mexico: ouwe heks, stinkerd, zet haar uit!
Ze zegt dat ze werd bedreigd met groepsverkrachting, ze kreeg foto’s toegestuurd van dode vrouwen
Voetbal is in Latijns-Amerika nog steeds het domein van het patriarchaat. Een vrouw moet zich aanpassen, behagen en sexy zijn. Marion Reimers kwam daartegen in opstand, kwam uit de kast als lesbienne, richtte een initiatief op tegen discriminatie in de sportjournalistiek – en betaalde er een hoge prijs voor.
Ze zegt dat ze werd bedreigd met groepsverkrachting, ze kreeg foto’s toegestuurd van dode vrouwen en gevilde mensen en er werd beweerd dat ze haar ex-vriendin had geslagen. Ze zegt dat haar omgeving haar adviseerde dit allemaal niet zo serieus te nemen, dat het gewoon internet was. ‘Ja,’ zegt Reimers, ‘het is een parallel universum, maar ik ben wel een echt mens.’
Ze werd afgelopen augustus achterdochtig tijdens een wedstrijd van Real Madrid tegen Eintracht Frankfurt. Er rolde opnieuw een golf van haat over haar heen op Twitter. Maar deze keer was het niet zijzelf die de de wedstrijd becommentarieerde, maar een vrouwelijke collega van haar. Ze liet haar account analyseren door deskundigen. Die ontdekten dat de aanvallen waarschijnlijk afkomstig waren van beruchte botfarms in Mexico, waar exploitanten tegen betaling ook politieke campagnes voeren. Er verschenen soms wel zo’n 160 haattweets per minuut en in totaal zo’n 70.000 commentaren, onder meer afkomstig van circa 400 botaccounts. De deskundigen vermoeden dat die door ongeveer 40 personen worden geëxploiteerd, wat enkele tienduizenden euro’s kost.
Nu weet Reimers dat de haat tegen haar wordt betaald. Maar door wie? Zitten er aartsconservatieve groeperingen achter, die een lesbische presentator willen schaden? Een concurrerende omroep? Ze heeft geen antwoord op deze vragen.
Zwijgen over aanvallen
Veel vrouwelijke journalisten kiezen ervoor te zwijgen over de aanvallen. Uit schaamte, maar ook uit angst om de dader of daders op te hitsen. Ze proberen zelf de situatie onder controle te houden door reacties te verwijderen en accounts te blokkeren. Velen trekken zich definitief terug van sociale netwerken. Slechts weinigen melden de aanvallen. Wat moet er gebeuren? Zoals zo vaak het geval is, ligt de oplossing in de eerste plaats bij de politiek. De Europese Unie wil een richtlijn invoeren ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. De Berlijnse organisatie HateAid, die opkomt voor slachtoffers van digitaal geweld, ziet daarin een kans om ‘seksistische aanvallen en vernedering van vrouwen te stoppen’ en strafbaar te stellen.
De Digital Services Act werd in november op EU-niveau van kracht. Techbedrijven moeten er dankzij deze nieuwe verordening voor zorgen dat ze hun gebruikers beter beschermen tegen haatzaaien en desinformatie. Twitter, Instagram en Facebook hebben tot nu toe geweigerd om door gebruikers gemelde haatberichten te melden aan instanties voor rechtshandhaving en gebruikersgegevens van daders vertrouwelijk aan hen over te dragen. Tegelijkertijd ontbreekt het de autoriteiten nog altijd aan de digitale vaardigheden en het personeel om op internet consequent criminelen op te sporen. Bovendien wordt er te weinig over landsgrenzen heen samengewerkt.
Elke journalist die uit angst haar baan opzegt, voedt de twijfel bij collega’s: waarom doe ik mezelf dit nog aan?
Er is ook op nationaal niveau ruimte voor verbetering. Hoewel haatzaaien in veel Europese landen als een strafbaar feit wordt beschouwd, valt vrouwvijandigheid daar vaak niet onder, constateert het onderzoek van Posetti.
Vrouwelijke journalisten zijn onmisbaar voor het publieke debat. Als ze hun baan opzeggen, houden minder mensen de machthebbers in de gaten. Elke journalist die uit angst haar baan opzegt, voedt de twijfel bij collega’s: waarom doe ik mezelf dit nog aan?
De bedreigingen tegen Patricia Devlin in Belfast zijn afgenomen sinds ze is gestopt als verslaggeefster. Ze produceert nu een podcast met interviews met ex-terroristen en slachtoffers van het Noord-Ierse conflict.
Marion Reimers uit Mexico heeft er vaak aan gedacht haar baan op te zeggen. ‘Maar ik hou van mijn werk,’ zegt ze, ‘en ik ben er echt goed in.’ Ze kijkt niet meer op haar Twitter-account.
Nastia Zhvik uit de door Rusland bezette Krim staat sinds enkele weken op plaats 508 van de lijst met ‘agenten’ van het Russische ministerie van Justitie. Ze is nu officieel een vijand van de staat. Toch is ze teruggekeerd naar haar vaderland. ‘Ik kon gewoon niet anders,’ zegt ze.
In Nicaragua zijn donderdag tweehonderd politiek gevangenen vrijgelaten en naar de Verenigde Staten gevlogen. Onder hen zijn vijf voormalig presidentskandidaten en andere prominente critici van het autoritaire bewind van Daniel Ortega, meldt persbureau Reuters. Vicepresident Rosario Murillo, tevens de vrouw van Ortega, verdedigde de vrijlating en zei dat ‘mensen die zijn veroordeeld wegens aanvallen op de soevereiniteit’ zijn uitgezet.
De vrijlating komt op een verrassend moment en wordt door de VS uitgelegd als een manier om de vastgelopen relatie tussen de twee landen te verbeteren. Eerder kreeg Nicaragua te maken met zware Amerikaanse sancties nadat politieke opponenten van Ortega in aanloop naar verkiezingen gevangen werden gezet. In de VS krijgen de vrijgelaten gevangenen een humanitair visum.
Ondanks de vrijlating en de toegang tot de VS kunnen veel van de gevangenen niet terugkeren naar Nicaragua, omdat de huidige regering werkt aan een wet om ze het staatsburgerschap te ontnemen. Veel familieleden van de vrijgelaten Nicaraguanen woonden al in de VS en wachtten de vrijgelatenen op de luchthaven in Washington op.
Duizenden in erbarmelijke omstandigheden vastgehouden
Mensenrechtenorganisatie Viasna is met een rapport over de situatie rondom politieke gevangenen in Belarus in 2022 naar buiten gekomen gekomen. Volgens de organisatie werden afgelopen jaar bijna 6400 mensen vastgehouden. De schattingen zijn dat het totale aantal politieke gevangenen hoger ligt, omdat Viasna niet van alle arrestaties en aanhoudingen op de hoogte is.
Mensen werden aangehouden vanwege protesten tegen de regering van autoritair leider Loekasjenka, maar ook omdat ze tegen de oorlog in Oekraïne demonstreerden of foto’s zouden hebben genomen en verspreid van Russisch militair materieel. In sommige gevallen werden arrestanten na vrijlating opnieuw gearresteerd zonder aanklacht, puur om hen onder druk te zetten.
Viasna schrijft ook over martelingen door de Belarussische politie. In veel gevallen werden gevangenen geslagen met stokken of ze kregen elektrische schokken toegediend. Sommige gevangenen zitten al vast sinds de protesten in 2020 in overvolle cellen waar het licht altijd brandt en waar ze op de grond moeten slapen. Ook zou het ontbreken aan hygiënische middelen en medische hulp.
Deze performancekunstenaar, die al sinds juli 2021 gevangenzit, blijft vanuit zijn cel zijn hoop op vrijheid verkondigen, berichtte de in Florida gevestigde website CubaNet.
Op maandag 23 mei 2022 heeft Luis Manuel Otero Alcántara voor de eerste keer van zich laten horen sinds hij op 11 juli 2021 werd gearresteerd toen hij zich probeerde aan te sluiten bij een betoging die op die dag op Cuba werd gehouden. De gesproken boodschap van deze Cubaanse ‘artivist’ [een kruising van de woorden ‘artiest’ en ‘activist’], die in een zwaarbewaakte gevangenis in Guanajay zit, is op Facebook gezet door kunstconservator Claudia Genlui: hij vraagt alle Cubanen ‘te blijven hopen dat het goede, de waarheid en de vrijheid zullen zegevieren’. ‘Ik wil iedereen vragen de vrije kunst, mijn kunst, te steunen, waar het ook is. Laat me niet in de steek, laten we Cuba niet in handen van een dictator of van het lot laten blijven.’
Trots
Otero Alcántara liet ook weten dat zijn gezondheid ‘naar omstandigheden goed’ is en hij heeft de na-bestaanden gecondoleerd van de slachtoffers van de ontploffing op 6 mei in Hotel Saratoga. Daarnaast bedankte hij ‘alle verlichte personen en instituties die zich bekommeren om en zich bezighouden met mijn snelle invrijheidstelling en die van alle andere politieke gevangenen die zich hebben ingezet voor de bevrijding van Cuba. Het is bijna een jaar geleden dat het Cubaanse volk op een vreedzame en ongehoorde manier massaal begon op te komen voor zijn vrijheid. Ik heb het afgelopen jaar nog niet gezegd hoe trots ik erop ben Cubaan te zijn, en hoe trots ik ben op mijn landgenoten, of ze nu op het eiland wonen of in ballingschap leven. Ik weet zeker dat de vrijheid heel, heel gauw zal komen.’
CUBA
LUIS MANUEL OTERO ALCÁNTARA
Luis Manuel Otero Alcántara is een van de krachtige stemmen van het collectief San Isidro, dat bestaat uit kunstenaars, journalisten en activisten en zich inzet voor de vrijheid van meningsuiting op Cuba. Op 2 mei 2021 hebben agenten van de staatsveiligheidsdienst deze kunstenaar onder dwang naar een ziekenhuis gebracht toen hij in hongerstaking was om te protesteren tegen de inbeslagname van zijn werk door de autoriteiten. Na zijn vrijlating een maand later kondigde hij op 11 juli 2021 online aan dat hij zou deelnemen aan een van de grootste betogingen die Cuba sinds decennia had meegemaakt. Voordat de betoging begon werd hij gevangengezet. Na een proces achter gesloten deuren werd hij in juni 2022 tot vijf jaar gevangenisstraf veroordeeld.
WAT EIST AMNESTY?
Zijn onmiddellijke en onvoorwaarde- lijke invrijheidstelling en het verlenen van de vereiste medische zorg.
Ook noemde Alcántara zichzelf ‘een kunstenaar en een mens die strijdt voor zijn vrijlating uit deze onrechtvaardige gevangenis’ maar verklaarde hij ook dat zijn liefde voor de vrije kunst ‘met de dag vastberadener’ werd en zijn ‘liefde voor zijn medemensen en Cuba met de dag onwankelbaarder’. ‘Het enige perspectief op vrijheid dat het regime me de afgelopen maanden heeft geboden is ballingschap ver buiten Cuba, of anders zeven jaar gevangenisstraf.’ Ook bracht hij de jaren van ‘onmenselijke vervolging en repressie door het Cubaanse regime’ in herinnering waaronder hijzelf en veel van zijn vrienden hebben geleden. ‘Nu droom ik dat alle Cubanen op de wereld, wat hun politieke kleur ook is, zich verzamelen langs de Malecón-boulevard [in Havana] om Cuba te verlossen van de dictatuur zodat alle andersdenkende Cubanen niet langer vervolgd, mishandeld of gevangengezet zullen worden.’
De verklaringen van Otero Alcántara, die lid is van de Movimiento San Isidro, een groep Cubaanse kunstenaars en ontwerpers die zich verzetten tegen de censuur, werden op 23 mei bekendgemaakt, tegelijkertijd met de aankondiging door het regime van de datum waarop het proces zou beginnen tegen hem en de rapper Maykel ‘Osorbo’ Castillo.
GUATEMALA BERNARDO CAAL XOL
Bernardo Caal Xol is op 24 maart 2022 vrijgelaten. Deze Guatemalaan was tot zeven jaar en vier maanden gevangenisstraf veroordeeld nadat hij op een vreedzame manier had geprotesteerd tegen de bouw van twee hydro-elektrische centrales langs de rivier de Cahabón, die heilig is voor de Kekchi-Maya’s die daar wonen. De Amnesty- petitie voor zijn vrijlating was door meer dan vijf miljoen mensen ondertekend.
In 2016 deed de Riffijnse opstand het Marokkaanse gezag wankelen. Nasser Zefzafi, een gevangengenomen en gemartelde activist, is uitgegroeid tot het symbool van dit maatschappelijke en politieke protest.
Wie binnenkomt bij de familie Zefzafi betreedt een andere wereld, een wereld die in het teken staat van een voorbije tijd. De meubels staan nog bijna net zoals toen Nasser Zefzafi er woonde, benadrukt zijn vader, Ahmed Zefzafi, terwijl hij ons verschillende plekken in het huis laat zien. Zwarte vlaggen wapperen al op hun dak sinds 29 mei 2017, de dag waarop Nasser werd gearresteerd omdat hij aan het hoofd stond van Hirak, de grootste protestbeweging die er deze eeuw in het Rifgebied is geweest. ‘Deze deur is door de nationale politie ingetrapt,’ zegt Ahmed, wijzend naar de hoofdingang van het huis, ‘en toen zijn ze met 54 man binnengestormd.’ Het zijn de laatste herinneringen die hij nog heeft aan zijn zoon, die sindsdien wereldwijd als de bekendste Berber uit het Rifgebied geldt.
Nasser Zefzafi heeft zich tijdens de Riffijnse opstand, die duurde van 2016 tot 2017, ontpopt als een van de felste activisten. Aanleiding was de dood van een visverkoper, Mouhcine Fikri, die werd vermalen door een vuilniswagen waaruit hij zijn door de autoriteiten in beslag genomen koopwaar probeerde terug te pakken.
MAROKKO
NASSER ZEFZAFI
Nasser Zefzafi is veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf wegens het eisen van meer sociale gerechtigheid. Als boegbeeld van de Riffijnse Hirak, een volksbeweging die in 2016 in de gemarginaliseerde regio in het noorden van Marokko is ontstaan, is hij in mei 2019 gearresteerd wegens het verstoren van een preek in een moskee, waarbij hij de imam ervan beschuldigde zich als spreekbuis van de autoriteiten te lenen. Al vóór zijn veroordeling is hij tijdens zijn gevangenschap gemarteld en ook op andere manieren slecht behandeld door de politie. Hij zit al sinds zijn arrestatie in isolatie en krijgt niet de medische zorg die hij nodig heeft.
WAT EIST AMNESTY?
Dat er een eind komt aan de slechte behandeling en dat Zefzafi onvoorwaardelijk in vrijheid wordt gesteld.
Het oproer dat ontstond was niet alleen een teken van solidariteit met de ongelukkige visverkoper. De dood van Mouhcine Fikri was het uitvloeisel van een beleid dat het Rifgebied en zijn inwoners al jarenlang doelbewust marginaliseerde. Nasser was nog geen activist op het moment dat dit incident zich voordeed. Zoals veel gewone Riffijnen van die tijd was hij werkloos en waren zijn vooruitzichten slecht omdat de streek steeds verder in het slop raakte, in tegenstelling tot andere regio’s in Marokko die zich allengs moderniseerden. ‘Pas op die dag begon hij de straat op te gaan om deel te nemen aan de vreedzame marsen door Al Hoceima waarbij bloemen en kaarsen werden neergezet,’ vertelt Ahmed.
Opkomen voor waardigheid
Ondanks zijn bescheiden afkomst groeide Nasser al snel uit tot een van de boegbeelden van de verzets-beweging Hirak: hij hield toespraken, organiseerde wekelijkse bijeenkomsten en riep zijn mensen vooral op om met vreedzame betogingen voor hun waardigheid op te komen. ‘Ik zou Nasser geen leider of haantje de voorste willen noemen, maar hij wist Hirak meer aanzien te geven,’ zegt Ahmed. ‘Als Nasser er niet was geweest was er op de avond dat Mouhcine om het leven kwam niets gebeurd.’
Maar Nasser heeft zijn moed duur moeten betalen. ‘Op 26 mei kwamen ze hem halen en trapten ze onze deur in, maar hij was niet thuis, hij was ondergedoken,’ vertelt Ahmed. ‘Op 29 mei om zes uur ’s ochtends is Nasser in handen van de nationale brigade van de gerechtelijke politie (BNPJ) gevallen. Ze hebben hem meegenomen in een helikopter en hem gemarteld totdat hij in de gevangenis van Casablanca arriveerde.’
Hoge tol
Nasser Zefzafi werd gearresteerd wegens ‘schending van de binnenlandse staatsveiligheid’, aldus een communiqué dat de procureur-generaal van het gerechtshof van Al Hoceima na zijn gevangenneming deed uitgaan. Ook zou hij gevangen zijn gezet op verdenking van ‘inbreuk op de vrijheid van godsdienst’ wegens het verstoren van een preek tijdens het vrijdaggebed in een plaatselijke moskee waarin de betogingen van Hirak werden bekritiseerd. In juni 2018 veroordeelde een Marokkaanse rechtbank Nasser tot twintig jaar gevangenisstraf wegens verstoring van de openbare orde en bedreiging van de nationale eenheid.
‘Al sinds 1956 doen ze voortdurend alsof wij het regime omver willen werpen’
‘Al sinds 1956 doen ze voortdurend alsof wij het regime omver willen werpen,’ zegt Ahmed. Hij verwijst naar de periode die volgde toen Marokko officieel onafhankelijk werd van Frankrijk, wat binnenslands gepaard ging met een reeks aanvaringen met de Riffijnen die zichzelf altijd als een ondergeschoven kindje hebben beschouwd.
Nasser zit nu al meer dan vier jaar in de gevangenis en hij moet nog vijftien jaar uitzitten. Ondanks de afstand die alles ingewikkeld maakt belt hij zijn ouders bijna elke dag, waarbij hij zijn best doet zo gelukkig mogelijk over te komen. Maar Ahmed vertelt dat de toestand van zijn zoon met de dag achteruitgaat. ‘Bij aankomst in de gevangenis was hij kerngezond, maar nu lijdt hij aan drie chronische ziektes. En van de week hebben ze microben in zijn maag aangetroffen. Ook heeft hij ademhalingsproblemen.’
Nasser heeft een hoge tol moeten betalen voor zijn protest, maar hetzelfde geldt voor zijn ouders. Desondanks verzekert Ahmed dat als hij de tijd kon terugdraaien hij niet zou proberen Nasser te weerhouden van wat hij heeft gedaan. ‘Ik zou het precies zo laten als nu,’ zegt hij.
Hij is trots op wat zijn zoon heeft volbracht en hoezeer het hem ook verdriet dat Nasser nu in de gevangenis zit, toch vindt hij dat hij heeft gedaan wat hij moest doen om de al zo lang vergeten rechten van de Riffijnse Berberbevolking te verdedigen. ‘Wij willen maar één ding: leven onder een regime dat de rechten van de mens respecteert, leven als vrije mensen, profiteren van het geluk dat onze aarde ons brengt. Maar er is niemand tot wie wij ons kunnen richten,’ legt Ahmed uit. Hij verzekert dat de beweging die door zijn zoon werd geleid alleen maar eiste dat de Riffijnen op een waardige manier werden behandeld, met respect en aandacht.
Woordvoerder der Riffijnen
Tot de verzoeken die aan de regering werden gericht behoorden heel concrete en simpele dingen, zoals de bouw van een ziekenhuis, meer scholen en meer initiatieven om de plaatselijke economie te ontwikkelen. Nasser Zefzafi wordt nog altijd als de woordvoerder van talloze Riffijnen beschouwd. Natuurlijk zit hij achter de tralies, maar voor veel Riffijnen is het een beetje alsof ze samen met hem in de cel zitten.
ZIMBABWE
CECILLIA CHIMBIRI, JOANAH MAMOMBE EN NETSAI MAROVA
Op 13 mei 2020, na hun deelname aan een betoging tegen de regering, werden Joanah, Netsai en Cecillia volstrekt willekeurig gearresteerd. Twee dagen later werden ze met tal van verwondingen teruggevonden. Ze werden in het ziekenhuis opgenomen en beschuldigd van overtreding van de wet door deelname aan een betoging, ‘samenscholing met de bedoeling openbaar geweld uit te lokken’ en ‘verstoring van de op enbare orde’. Het proces tegen Joanah, Netsai en Cecillia is begonnen in
januari 2022 en nog niet afgerond.
WAT EIST AMNESTY?
Onmiddellijke en onvoorwaardelijke intrekking van de aanklachten tegen hen.
‘In de moslimwereld worden deze zwarte vlaggen op twee verschillende manieren opgevat,’ legt Ahmed uit terwijl hij de twee grote vaandels toont die aan het dak van zijn huis zijn bevestigd. ‘Voor sommigen betekent het dat we sjiieten zijn en voor anderen dat we IS-aanhangers zijn. Maar wat zijn we echt? Geen van beiden. We zijn alleen maar in rouw, en zolang mijn zoon niet uit de gevangenis komt, zullen we deze vlaggen laten wapperen om hem te gedenken.’
Wegens het verspreiden van ‘valse informatie’ over het leger riskeert kunstenaar Aleksandra Skotsjilenko tien jaar gevangenisstraf. Het nieuwe gezicht van de Russische dissidenten zit in voorlopige hechtenis. Onlangs verlengd tot april 2023.
Aleksandra Skotsjilenko is het nieuwe gezicht van de Russische dissidenten. Deze kunstenaar uit Sint-Petersburg had in een supermarkt prijsstickers vervangen door etiketjes met informatie over de oorlog in Oekraïne. Wegens het verspreiden van ‘valse informatie’ over het leger riskeert ze tien jaar gevangenisstraf. Aleksandra (Sasja) Skotsjilenko zit sinds april in voorlopige hechtenis en kampt met duizeligheid, buikpijn en hartproblemen, meldde haar advocaat Jana Nepovinnova op 17 november op Telegram. Hoewel een Russische rechter haar voorlopige hechtenis in september heeft verlengd tot april 2023, moeten de twee vrouwen toch af en toe lachen als ze de aanklacht tegen Sasja doorbladeren, ‘zo belachelijk zijn de beschuldigingen die erin staan’, aldus de advocaat.
RUSLAND
ALEKSANDRA SKOTSJILENKO
Deze Russische musicus en kunstschilder heeft zich in het openbaar tegen de oorlog in Oekraïne gekeerd. Op 31 maart heeft ze in een supermarkt in Sint-Petersburg prijsstickers op producten vervangen door papieren etiketjes met informatie over de Russische invasie in Oekraïne.
Elf dagen later werd Aleksandra Skotsjilenko aangehouden door de politie en, op grond van een artikel dat pas enkele dagen eerder in het Russische wetboek van strafrecht was opgenomen om critici de mond te snoeren, beschuldigd van het ‘opzettelijk verspreiden van onjuiste informatie over de inzet van de Russische strijdkrachten’. Nu wacht ze onder erbarmelijke omstandigheden haar proces af en riskeert ze tot tien jaar gevangenisstraf.
WAT EIST AMNESTY?
Intrekking van alle aanklachten en onmiddellijke invrijheidstelling.
De 32-jarige Sasja werd op 11 april gearresteerd nadat er – volgens de officiële lezing – een klacht was ingediend door een gepensioneerde vrouw die in dezelfde supermarkt in Sint-Petersburg boodschappen deed als zij. Deze vrouw had papieren etiketjes aangetroffen met informatie over de Russische invasie in Oekraïne die door Sasja op artikelen waren geplakt. Er was informatie op te lezen die bijeen was gesprokkeld door onafhankelijke media in Rusland, zoals het bombarderen van het theater in Marioepol door het Russische leger terwijl zich daar kinderen bevonden, of het aantal Russische soldaten dat sinds het begin van de oorlog gesneuveld was. Deze informatie week inderdaad volstrekt af van het officiële verhaal, en de bejaarde dame was dan ook ‘uiterst verbolgen’. In haar aangifte legde ze uit dat ze sterk meeleefde met het lot van de Russische soldaten in Oekraïne zoals dat door de staatstelevisie werd getoond en dat ze het onverdraaglijk vond om zulke leugens te moeten lezen, aldus Radio Svoboda, de Russische tak van Radio Free Europe/Radio Liberty die door het Amerikaanse Congres wordt gefinancierd.
Sasja blijft achter haar actie staan en houdt vol dat de informatie die zij heeft doorgegeven niet op leugens berust
De rechercheurs hoefden alleen artikel 207.3 van het Russische wetboek van strafrecht maar van stal te halen dat begin maart, kort na de invasie in Oekraïne, via een wetswijziging in allerijl was ingevoerd. Ingevolge dit artikel staat op het ‘opzettelijk verspreiden van desinformatie over het Russische leger’ maximaal tien jaar gevangenisstraf. Het is inmiddels bijna tweeduizend keer toegepast tegen Russen die het optreden van hun leger in Rusland hebben bekritiseerd: bekende oppositieleden, studenten, docenten of pacifisten die door de politie in de gaten worden gehouden.
FRANKRIJK
ZINEB REDOUANE
Op 1 december 2018, terwijl ze haar raam wilde sluiten, werd Zineb Redouane in het gezicht geraakt door een traangasgranaat die was afgevuurd door de politie om betogers uiteen te jagen. Ze overleed de volgende dag in het ziekenhuis. Bijna vier jaar later is het onderzoek naar haar dood nog steeds niet afgerond. Niemand is vanwege deze doodslag in staat van beschuldiging gesteld of geschorst.
WAT EIST AMNESTY?
Dat de Franse autoriteiten deze zaak ophelderen en dat er tegen degenen die er verantwoordelijk voor zijn een gerechtelijke procedure wordt aangespannen
In het geval van Sasja was de tenlastelegging dat de informatie die op de door haar opgeplakte etiketten stond ‘onjuist’ was. De rechtbank gelastte een merkwaardig ‘linguïstisch onderzoek’ naar deze etiketten, uitgevoerd door twee vrouwelijke onderzoekers die bekendstaan als Kremlin-sympathisanten, aldus de in Litouwen gevestigde onlinekrant Meduza. Hun conclusie, waarin regelmatig de loftrompet werd gestoken over de ‘zeer humane houding van het Russische leger jegens de inwoners van Oekraïne’, luidde dat deze informatie onjuist was omdat ze niet overeenkwam met die welke door het Russische ministerie van Defensie werd verspreid. ‘Dit onderzoek is van nul en generlei waarde omdat de onderzoekers geen enkele kennis van de materie hebben,’ sneert advocaat Jana Nepovinnova. Sasja blijft achter haar actie staan en houdt vol dat de informatie die zij heeft doorgegeven niet op leugens berust.
Zwakke gezondheid
Het idee om de prijsstickers in Russische supermarkten te vervangen door etiketten over de oorlog was half maart gelanceerd door een organisatie die zich ‘Feministisch verzet tegen de oorlog’ noemt, aldus de Russische nieuwsdienst van de BBC. Op Telegram was zelfs al een opmaak gepost die klaar was om gedrukt te worden, vergezeld door enkele veiligheidsadviezen voor de activisten: mijd bewakingscamera’s en betaal alleen maar contant. ‘Maar al snel bleek dat deze maatregelen de anonimiteit van de activisten niet konden garanderen,’ vervolgde de BBC, die vermoedt dat in navolging van Sasja nog een tiental andere etikettenplakkers door de politie is geïdentificeerd en aan-gehouden.
Op basis van getuigenissen van familie en goede bekenden kwam de BBC met een uitvoerig portret van deze veelzijdige jonge vrouw, die over een complexe en fragiele persoonlijkheid beschikt. Als kunstschilder, musicus en gelegenheidsjournalist (voor het onafhankelijke digitale blad Boemaga) was Sasja een bekende in het artistieke wereldje van Sint-Petersburg. Ze gaf toneel- en filmles aan Oekraïense kinderen, publiceerde een voor kinderen bedoeld boekje over ‘depressie’, speelde in toneelgroepen en deed al op haar tiende mee aan een komisch televisieprogramma. In een interview met Meduza vertelt haar partner Sonja dat Sasja al sinds haar kinderjaren met diverse gezondheidsproblemen kampt, waaronder een bipolaire stoornis en een glutenintolerantie, wat haar verblijf in de gevangenis extra zwaar maakt.
Paul Biya slaat elke vorm van oppositie keihard neer
De president, die al veertig jaar de absolute macht heeft, onderdrukt iedere vorm van oppositie, verlamt het land en schendt mensenrechten aan een stuk door.
In februari 2017 eisten 27 Kameroense en internationale organisaties dat er een eind zou komen aan de willekeurige en illegale gevangennemingen in Kameroen, aldus Centrifuge Hebdo. Ook meldde het Kameroense weekblad dat er door deze organisaties een open brief was gestuurd aan Paul Biya, de president van de Republiek Kameroen.
Naast Dorgelesse Nguessan, die gevangenzit nadat ze had deelgenomen aan een betoging, werden er nog talloze andere namen genoemd in dit openbare beroep dat op het staatshoofd werd gedaan. De open brief klonk als een lange opsomming van oppositieleden of gewone betogers die in het Kameroen van Paul Biya zijn gearresteerd en mishandeld. Zoals Penn Terence Khan: gearresteerd, gemarteld, beschuldigd van terrorisme en door een militaire rechtbank tot twaalf jaar gevangenisstraf veroordeeld omdat hij T-shirts met politieke slogans had vervaardigd. En ook de onafhankelijke journalist Tsi Conrad, die door de militaire rechtbank tot vijftien jaar gevangenisstraf werd veroordeeld.
KAMEROEN
DORGELESSE NGUESSAN
Dorgelesse Nguessan was kapster van beroep toen haar leven op zijn kop werd gezet. Op 22 september 2020 nam ze voor de eerste keer deel aan een vreedzame betoging in Douala, waarbij meer dan vijfhonderd mensen werden gearresteerd, onder wie Dorgelesse. Zij werd beschuldigd van rebellie, samenscholing en deelname aan een openbare betoging en veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf.
WAT EIST AMNESTY?
Onmiddellijke en onvoorwaardelijke invrijheidstelling.
Een aantal van de mensen die werden genoemd had deelgenomen aan de mars op 22 september 2020, georganiseerd door partijen die oppositie voeren tegen het regime van Paul Biya en diens aftreden eisen. Volgens Human Rights Watch zetten de veiligheidstroepen vervolgens traangas en waterkanonnen in om overal in het land vreedzame betogingen uiteen te jagen. Bovendien zouden er meer dan vijfhonderd mensen zijn gearresteerd, voornamelijk leden en aanhangers van oppositiepartijen. De autoriteiten hebben bij zowel deze arrestaties als tijdens hun gevangenschap talloze mensen afgeranseld. Ook werden sommige betogers beschuldigd van bedreiging van de staatsveiligheid en tot lange gevangenis-straffen veroordeeld, aldus de website Cameroun1, die ook zelf met een lijst veroordeelden kwam. Op 8 december 2021 meldde de site dat minstens 154 activisten van de MRC [Beweging voor de weder-geboorte van Kameroen] en vijf andere van Stand Up for Cameroon, twee oppositiepartijen, creperen in de gevangenis.
Paul Biya leidt Kameroen al sinds 1982 met ijzeren vuist. Bij de politieke crisis voegt zich inmiddels ook een ‘Engelstaligencrisis’, waarin de regering en separatistische groeperingen in Engelstalige regio’s in het westen van het land tegenover elkaar staan. Ook staat de veiligheid van Kameroen voortdurend onder druk door herhaaldelijke aanslagen van jihadistische groeperingen. Gevolg van deze spanningen is dat de veiligheidstroepen in het land de mensenrechten regelmatig schenden.
Broer geëxecuteerde Nafid Afkari vreest voor zijn leven
Na zijn arrestatie in 2018 op verdenking van moord werd deze tegenstander van het regime in de gevangenis met de dood bedreigd. Zijn geval illustreert de talloze ontsporingen van de Iraanse justitie, die wordt gecontroleerd door de machthebbers.
Vahid Afkari was een eenvoudige stukadoor in Chiraz, een grote stad in het zuidwesten van Iran, toen hij op 17 september 2018 werd gearresteerd samen met zijn broer Navid, eveneens stukadoor maar ook een in Iran en het buitenland befaamde worstelaar. De autoriteiten beschuldigden de twee broers ervan in augustus 2018, tijdens een betoging vanwege de economische achteruitgang en de grote droogte, een man te hebben gedood die nu eens werd voorgesteld als een lid van de Iraanse inlichtingendienst en dan weer als een werknemer van het waterbedrijf van Chiraz.
IRAN
VAHID AFKARI
Vahid Afkari en zijn twee broers hadden deelgenomen aan vreedzame betogingen in hun stad Chiraz, die waren gericht tegen de ongelijkheid en de politieke onderdrukking. Wegens die deelname werden ze thuis gearresteerd. Terwijl ze in afzondering werden gehouden en werden gemarteld, werden ze gedwongen overtredingen te ‘bekennen’ waaraan ze zich eerder herhaaldelijk onschuldig hadden verklaard. Een van de broers werd geëxecuteerd en de andere werd uiteindelijk vrijgelaten. Vahid zit sinds september 2020 in een isoleercel.
WAT EIST AMNESTY?
Een eind aan deze afschuwelijke mishandeling en intrekking van alle aanklachten.
Navid Afkari werd ter dood veroordeeld en in september 2020 geëxecuteerd, ondanks internationale campagnes waarin het onrechtvaardige proces en de door marteling afgedwongen bekentenissen aan de kaak werden gesteld. Ook veroordeelde de rechter de broers van de worstelaar, Vahid en Habib Afkari, tot respectievelijk vierenvijftig en zevenentwintig jaar gevangenisstraf.
Met de dood bedreigd
Sindsdien crepeert Vahid in een isoleercel in de Adel Abad-gevangenis in Chiraz – zijn broer Habib is in maart 2022 vrijgelaten. In de context van de huidige, ongekende opstand tegen het regime van de moellahs zijn familie, goede bekenden en medestanders van Vahid beducht voor wraakacties en vrezen ze voor zijn leven, terwijl hij volgens diverse Iraanse media ook al aan mensonwaardige behandelingen wordt blootgesteld. Afgelopen augustus bevestigde zijn broer Saeed al op social media dat hij met de dood werd bedreigd en dat ‘de directeur van de Adel Abad-gevangenis weer een bewakingscamera in de isoleercel van Vahid wilde laten plaatsen voor zijn eigen veiligheid’, aldus Iran International, een in Londen gevestigde televisie-zender die tegen het Iraanse regime is gekant. Deze beslissing zou zijn ingegeven door het gerucht dat ‘bepaalde personen’ van de afwezigheid van een camera zouden willen profiteren om Vahid in de gevangenis te vermoorden, aldus zijn broer.
IranWire, een andere oppositiesite, komt gedetailleerd terug op de arrestatie van de broers Afkari en citeert diverse getuigen die het officiële feitenrelaas ontkrachten en op talrijke juridische onregelmatigheden wijzen.
Marteling
Om te beginnen de plaats waar Vahid Afkari zich bevond toen de agent van de inlichtingendienst door de broers Afkari in Chiraz zou zijn gedood. Volgens een door de site geciteerd familielid was Vahid helemaal niet op de plek waar de moord plaatsvond. Toen hij werd gearresteerd ‘wilde justitie geen tussenkomst van onze advocaten in deze zaak zolang het onderzoek niet was afgerond’, zegt het familielid. ‘In de praktijk kwam het erop neer dat onze advocaten Vahid niet konden bijstaan voordat er (via marteling) een bekentenis was afgedwongen.’
In augustus 2021 maakte Saïd Dehghan, de advocaat van de familie, bekend dat het verzoek om een nieuw proces door het hooggerechtshof was afgewezen, aldus BBC Persian. De advocaat maakte melding van ‘vierentwintig leugens en drie onwaarheden’ in het vonnis en noemde de vierenvijftig jaar gevangenisstraf waartoe was besloten ‘in strijd met het wetboek van strafrecht’. In een getuigenverklaring die in september 2020 in zijn gevangenis is opgenomen ging Vahid gedetailleerd in op de martelingen die hij tijdens zijn verhoren had moeten ondergaan. ‘Terwijl ik was vastgeketend hebben ze me over mijn hele lichaam geslagen en me elektrische schokken toegediend. Ze drukten me languit tegen de grond en sloegen met een knuppel tegen mijn voetzolen, waarna ze me dwongen om te lopen.’
Begin april verklaarde Saeed Afkari op Twitter dat de gevangenisautoriteiten Vahid hadden geslagen en zijn hand hadden gebroken. ‘Wij zijn heel erg ongerust over onze broer maar onze weg blijft die van Navid en we zijn niet bang voor de dood,’ lichtte hij toe.
Twee gevangenisstraffen, dat is de prijs die Chow Hang-tung, een 37-jarige advocaat, moet betalen voor het verdedigen van democratische waarden. Ze was in Hongkong vicevoorzitter van het Verbond voor Steun aan Patriottistische Democratische Bewegingen in China.
Omdat ze weigert te erkennen dat ze ergens schuldig aan is, zit Chow Hang-tung nog altijd achter de tralies. Haar twee veroordelingen houden verband met de herdenking van de massamoord op het Tiananmenplein in Beijing in juni 1989. Op 4 januari 2022 werd Chow tot vijftien maanden gevangenisstraf veroordeeld nadat ze drie weken eerder al een straf van een jaar opgelegd had gekregen.
Tijdens een zitting van de rechtbank van West Kowloon op 2 september 2022 antwoordde Chow op de vraag van een rechterlijk ambtenaar of ze ‘de misdaad van het oproepen tot ondermijning van de staatsmacht’ erkende: ‘Het streven naar democratie is geen misdaad,’ aldus het nieuwsportaal Hong Kong 01. ‘In het Victoriapark hebben de inwoners van Hongkong zich van hun beste kant laten zien,’ verklaarde ze ontroerd tijdens dezelfde zitting. In haar jaren op de basisschool vergezelde ze haar moeder al naar het Victoriapark om de herdenking van Tiananmen bij te wonen. Nadat ze in 2010 haar doctorsgraad in de natuurkunde had behaald in Oxford, keerde Chow terug naar haar geboorteplaats om rechten te studeren. Tegelijkertijd werd ze vrijwilliger bij het in 1989 opgerichte Verbond voor Steun aan Patriottistische Democratische Bewegingen in China. Het Verbond – waarvan ze zes jaar later vicevoorzitter werd – ijvert voor ‘de invrijheidstelling van prodemocratische activisten’ en streeft naar een einde aan de eenpartijdictatuur.
HONGKONG
CHOW HANG-TUNG
Chow is een advocaat gespecialiseerd in mensenrechten. Op 4 juni 2021 heeft ze op social media mensen aangemoedigd de repressie op het Tiananmenplein te herdenken door middel van het aansteken van kaarsjes. Ze werd nog diezelfde dag gearresteerd wegens het ‘bevorderen van of ruchtbaarheid geven aan een niet-toegestane bijeenkomst’. Ze zit momenteel een gevangenisstraf van tweeëntwintig maanden uit wegens‘ongeoorloofde samenscholing’.
WAT EIST AMNESTY?
Intrekking van alle aanklachten en onmiddellijke invrijheidstelling.
Elk jaar werd er op de avond van 4 juni een herdenking gehouden, zelfs na de overdracht van Hongkong aan de Volksrepubliek China in 1997, aldus de Singaporese krant Lianhe Zaobao, die eraan toevoegt dat zelfs in 2020, het jaar waarin de nationale veiligheidswet voor Hongkong werd aangenomen en de politie de bijeenkomst niet langer toestond, talrijke inwoners van Hongkong desondanks met kaarsen in de hand naar het park zijn blijven komen.
Handlanger van het buitenland
In augustus 2021 beschuldigde de politie van Hongkong het Verbond ervan ‘een handlanger van het buitenland’ te zijn en werden de gegevens van de leden opgeëist. Volgens de Amerikaanse zender Voice of America was dat de eerste keer dat de politie op grond van een artikel uit de nationale veiligheidswet inzake buitenlandse handlangers van een niet-gouvernementele organisatie eiste dat ze haar gegevens prijsgaf. Een maand later maakte het Verbond zijn opheffing bekend.
PARAGUAY
YREN ROTELA ET MARIANA SEPULVEDA
Deze twee Paraguayaanse transgendervrouwen mogen hun voornaam niet veranderen en kunnen geen identiteitsbewijzen krijgen die stroken met hun genderidentiteit. Zij zetten zich in voor verandering. De overheid en conservatieve groeperingen in Paraguay staan vijandig tegenover de lhbtiq-gemeenschap en proberen haar onzichtbaar te maken. Betogingen, die vaak verboden zijn, vormen soms het mikpunt van aanslagen.
WAT EIST AMNESTY?
Dat het gender van transpersonen juridisch wordt erkend door de Paraguayaanse overheid zodat zij hun grondrechten kunnen
uitoefenen.
Op 29 mei 2022 postte Chow Hang-tung op Facebook: ‘Een kaarsje branden is geen misdaad.’ In haar post zei ze het te betreuren dat gezien de juridische context haar verbond geen herdenking meer kon organiseren. ‘De regering kan bijeenkomsten op een bepaalde plek verbieden, maar ze kan niet verbieden dat overal in Hongkong kaarsjes worden aangestoken.’ Chow’s advocaat zei tegen het blad Ming Pao, dat de kaars het gewicht van het geweten draagt en dat de inwoners van Hongkong de waarheid blijven spreken.’ Ze benadrukte dat ‘het aan hen te danken is die, goedschiks of kwaadschiks, een ruimte in dit land hebben weten te behouden waar de waarheid kan worden gesproken’.
Chow werd ervan beschuldigd ‘anderen aan te zetten tot deelname aan een verboden bijeenkomst’, meldde Ming Pao een maand later. De website van de krant schrapte Chows artikel, waarna het door de Chinees-Amerikaanse site China Digital Times werd overgenomen.
Op 26 mei 2021 publiceerde Apple Daily, een andere toonaangevende krant in Hongkong, een portret van Chow: ‘Laat de angst zich niet verspreiden’, schreef het blad, eraan toevoegend dat ‘de angst als een aangekondigde plaag in alle hoeken van Hongkong om zich heen grijpt’.
Het portret eindigde met de vraag of er in het huidige Hongkong nog plaats is voor burgers zoals Chow. Uit angst voor represailles is Apple Daily een maand later dichtgegaan na eerst al zijn archieven te hebben geruimd. Het portret van Chow is bewaard door de site Wenku, een platform dat de geschiedenis van Hongkong ‘veilig wil stellen’.
Omdat hij zijn bezorgdheid over de plannen om een kolencentrale te bouwen in Banshkhali met jongeren had gedeeld, heeft milieuactivist Shahnewaz Chowdhury tachtig dagen gevangengezeten en riskeert nog eens tien jaar opsluiting.
‘Milieuactivist Shahnewaz Chowdhury is momenteel voorwaardelijk vrij,’ meldt Al-Jazeera op zijn website. Maar hij riskeert tien jaar gevangenisstraf vanwege een post op Facebook. Shahnewaz Chowdhury, die zich in Bangladesh actief inzet voor het milieu, was in mei 2021 gearresteerd omdat hij zijn bezorgdheid had uitgesproken over de plannen om een kolencentrale te bouwen in Banshkhali, een stad in het zuidwesten van Bangladesh.
BANGLADESH
SHAHNEWAZ CHOWDHURY
Deze ingenieur heeft op social media zijn zorgen geuit over de bouw van een nieuwe kolencentrale in zijn dorp. Verder heeft hij de jongeren in zijn land aangemoedigd om luid en duidelijk in het geweer te komen. In mei 2021 is Shahnewaz vanwege zijn post op Facebook door de politie gearresteerd. Hij werd tachtig dagen vastgehouden onder onmenselijke omstandigheden, zonder veroor- deeld te zijn. Hij werd in augustus 2021 voorwaardelijk vrijgelaten maar riskeert tien jaar gevangenisstraf.
WAT EIST AMNESTY?
Intrekking van alle aanklachten tegen hem.
In een ‘moedige boodschap’ had hij jongeren opgeroepen om ‘in opstand te komen tegen onrechtvaardigheid’ en hen deelgenoot gemaakt van zijn zorgen over een centrale die ‘het milieu verpest’. Dat kwam hem, ingevolge de wet op de digitale veiligheid, op een beschuldiging van het verspreiden van ‘onjuiste en beledigende’ informatie te staan en van het creëren van ‘chaos’.
De 37-jarige man heeft tachtig dagen in de gevangenis gezeten en riskeert nog eens tien jaar opsluiting. De maximumstraf onder deze wet, die door critici als ‘draconisch’ wordt bestempeld, is veertien jaar gevangenis. Het plan om een kolencentrale in Banshkhali te bouwen is uitermate controversieel: meer dan twaalf mensen zijn geveld door politiekogels toen ze in april 2021 tegen de komst van de centrale protesteerden. ‘Het inzetten van de wet op de digitale veiligheid [tegen Shahnewaz Chowdhury] is niet te rechtvaardigen en een flagrant voorbeeld van wetsmisbruik,’ zegt C.R. Abrar, een Bengalese academicus, in de krant Daily Star.
Zwijgen opleggen
Mensenrechtenorganisaties beschul-digen de regering ervan de wet te misbruiken om milieuactivisten en andere critici het zwijgen op te leggen. ‘De arrestatie van Shahnewaz Chowdhury zal een ontmoedigende uitwerking hebben op mensen die de corruptie en de onrechtmatigheden aan de kaak stellen die gepaard gaan met het plan voor de kolencentrale,’ zegt Abrar, die oproept om de beschuldigingen aan het adres van de milieuactivist in te trekken.
Symbolen die worden gevangengezet
Op 25 juni viel het vonnis, na een haastig proces achter gesloten deuren: de 34-jarige Luis Manuel Otero Alcántara werd veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf.
Hij zat al sinds 11 juli 2021 in voorlopige hechtenis omdat hij wilde deelnemen aan de grote betogingen die Cuba die dag op zijn kop zetten. Als lid en medeoprichter van de Movimiento San Isidro, waarin Cubaanse kunstenaars en ontwerpers zich in 2018 hebben verenigd om in het geweer te komen tegen de censuur en de dictatuur op het eiland, was hij al diverse keren in de gevangenis beland. Otero Alcántara, die door het Amerikaanse blad Time tot een van de honderd invloedrijkste figuren van 2021 is uitgeroepen, werd veroordeeld vanwege ‘het beledigen van symbolen van het vaderland, het beledigen van de autoriteiten en het verstoren van de openbare orde’, schreef de Nuevo Herald in Miami de dag na het vonnis.
De krant citeerde Julie Trébault, directeur van de Artist at Risk Connection van PEN America, een ngo die opkomt voor de vrijheid van meningsuiting, die zei dat ‘het gaat om een aanslag op de artistieke vrijheid op Cuba, op Cubaanse kunstenaars en activisten die strijden voor het recht om zich uit te spreken. Maar hoe de Cubaanse regering ook haar best doet om de vrijheid van meningsuiting met wortel en tak uit te roeien, ze zal daar niet in slagen.’
Luis Manuel Otero Alcántara verscheen in een clip die in januari 2021 op YouTube werd gepost door een groep bekende funk- en rapartiesten op het eiland en werd daarmee een symbool van het Cubaanse protest. Zijn hit ‘Patria y Vida’, het tegenovergestelde van de favoriete slogan ‘Het vaderland of de dood’ van het castristische regime, bevat teksten als: ‘Geen leugens meer. Het volk eist vrijheid, geen doctrines meer. Wij roepen niet meer “Het vaderland of de dood” maar “Het vaderland en het leven”.’ Een van de schrijvers van het nummer, rapper Maykel ‘Osorbo’ Castillo, die nog op het eiland woont – de andere auteurs leven in ballingschap in Miami – werd tot negen jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens ‘belediging van de autoriteiten, verstoring van de openbare orde en smaad jegens instituties en helden en martelaars van de Cubaanse revolutie.’
Luis Manuel Otero Alcántara ging afgelopen oktober een week in hongerstaking omdat hij niet mocht telefoneren noch bezoek mocht ontvangen.
Dit artikel werd samengesteld in samenwerking met Courrier International en Amnesty International.
Middelbaar onderwijs was eerder al verboden voor vrouwen
Alle vrouwen in Afghanistan worden per direct uitgesloten van het volgen van hoger onderwijs. De Taliban heeft dat volgens de BBC dinsdag aangekondigd middels een brief. Al eerder waren vrouwen uitgesloten van het volgen van middelbaar onderwijs.
Het verbod geldt als een nieuwe stap van het strenge regime om de vrjiheden van vrouwen te beperken. Universitair onderwijs was al beperkt voor vrouwen: zo mochten zij geen diergeneeskunde, techniek, economie en landbouw studeren. Ook moesten zij hun lessen volgen in gescheiden klaslokalen en waren de ingangen van de campussen van universiteiten gescheiden. Hun lessen mochten zij alleen krijgen van vrouwelijke professoren of oudere mannen.
Ondanks al deze beperkingen bleven duizenden meisjes en vrouwen proberen toegang tote en universitaire studie te krijgen: drie maanden geleden deden vrouwen in heel Afghanistan toelatingsexamens voor de universiteit. Sinds de machtsovername door de Taliban vorig jaar zijn veel academici en universitaire professoren uit het land vertrokken.
Elf mensen zijn ter dood veroordeeld, twee mensen geëxecuteerd
In Iran gaan de veroordelingen in de speciale tribunalen na de betogingen in het land onverminderd door. Tot op heden zijn zeker vierhonderd mensen veroordeeld voor betrokkenheid bij de protesten. Zij hebben celstraffen tot tien jaar gekregen. In sommige gevallen gaat het om minderjarige betogers die veroordeeld zijn.
Elf betogers zijn ter dood veroordeeld en in twee gevallen zijn deze doodstraffen ook daadwerkelijk voltrokken. De tweede executie vond deze week plaats, schrijft Al Jazeera, en zorgde voor grote internationale ophef. Volgens Amnesty International wordt geprobeerd angst te zaaien onder de bevolking om hen tegen te houden nog de straat op te gaan.
De protesten zijn niet volledig gestopt, maar de grootte van de betogingen is wel afgenomen. De protesten begonnen in september, toen de 22-jarige Mahsa Amini overleed na een hardhandige arrestatie door de moraalpolitie. De Iraanse autoriteiten zeggen bij wijze van concessie deze moraalpolitie te hebben opgeheven. Desondanks werd bij de protesten hard ingegrepen en kwamen zeker 458 betogers om het leven.
The Indian Express ontmoette negen families van arbeiders die stierven op de bouwplaatsen van het WK. Allemaal hekelen ze de ontkenning van de Qatarese autoriteiten en het gebrek aan financiële compensatie voor deze arbeidsongevallen.
Toen op 20 november het wereldkampioenschap voetbal begon, waren alle ogen gericht op het schitterende Al Bayt-stadion in Doha met zijn zestigduizend zitplaatsen – een architectonisch hoogstandje in de vorm van een nomadentent, dat een eerbetoon is aan het verleden en de toekomst van Qatar.
Maar in zijn schaduw leven de verhalen van migranten uit India die naar de Golfstaat trokken om van deze onwaarschijnlijke plek in de woestijn een mondiaal voetbalknooppunt te maken. Ze keerden terug naar hun families in dorpen van Bihar tot Punjab en Telangana – in doodskisten.
Gedurende acht maanden onderzocht The Indian Express officiële documenten en nam de krant interviews af met arbeidsbemiddelaars, met activisten voor migrantenwelzijn en met lokale ambtenaren in het hele land. Ook diende The Indian Express WOB-verzoeken in om de families op te sporen van migranten die in Qatar stierven terwijl ze werkten aan projecten of een baan hadden die gerelateerd was aan het WK.
Het nieuws over het overlijden bereikte hen via vrienden of collega’s van de werknemers in Qatar
De krant sprak met de families van negen van hen, ontmoette sommige daarvan thuis en concludeert dat ze worstelen om de brokstukken van hun gebroken leven op te rapen, vechtend tegen de toenemende financiële nood. Ze krijgen daarbij geen enkele steun. En allemaal uiten ze dezelfde grieven: schadevergoeding ontbreekt en ze lopen op tegen een muur van ontkenning door de werkgevers.
In zeven van deze gezinnen waren de omgekomen werknemers de enige kostwinners. De meesten van hen waren mannen in de werkende leeftijd en ze stierven voornamelijk door ‘een natuurlijke oorzaak’. Drie van de negen werknemers waren jonger dan dertig jaar, een was pas tweeëntwintig jaar oud, en vijf anderen waren jonger dan vijftig. In meer dan de helft van de gevallen, zeggen de families, was er geen medische voorgeschiedenis. Het nieuws over het overlijden bereikte hen via vrienden of collega’s van de werknemers in Qatar.
‘De werkgever heeft ons niet ingelicht over de dood van mijn man. Ik hoorde het voor het eerst van een vriend in ons dorp die op de hoogte was gesteld door een kennis in Qatar,’ zegt Savita Kumar. Haar man Akhilesh (22), een loodgieter uit Sallahpur in Siwan in Bihar, was vorig jaar bezig een ondergrondse leiding aan te leggen in de buurt van een WK-stadion net buiten Doha, toen de put waarin hij werkte instortte.
Akhilesh was een van de twee Indiase arbeiders die bij dat incident om het leven kwamen. De andere was de tweeëndertigjarige Jagan Surukanti uit Mallapur in Telangana. ‘Ik weet alleen dat mijn zoon er volledig fit heen ging,’ zegt Jagans vader Rajareddy, 59, terwijl hij zijn tranen bedwingt. ‘En hij kwam terug in een kist.’
The Indian Express spoorde acht van de negen betrokken werkgevers op om te vragen naar hun normen voor compensatie en steun voor de getroffen families. Zeven van hen reageerden niet; een bleek niet bereikbaar te zijn per e-mail of telefoon.
The Indian Express nam contact op met het Supreme Committee for Delivery and Legacy, de Qatarese organisatie die officieel verantwoordelijk is voor de uitvoering van het WK. Dat erkende slechts een totaal van ‘drie sterfgevallen als gevolg van arbeidsongevallen en zevenendertig sterfgevallen buiten het professionele kader’ onder werknemers uit de hele wereld, die werkten aan projecten die verband hielden met het toernooi.
‘Hartstilstand’
In antwoord op een WOB-vraag van The Indian Express over het aantal dodelijke slachtoffers onder Indiase werknemers bij WK-projecten sinds Qatar de rechten kreeg om het toernooi te organiseren, in 2010, zei de Indiase ambassade in Doha in mei 2022: ‘Daarover is geen informatie beschikbaar bij de ambassade van India in Doha.’
De ambassade reageerde niet op een door The Indian Express gemailde vragenlijst die betrekking heeft op de negen werknemers. De FIFA, de wereldvoetbalbond, reageerde niet op vragen van The Indian Express om commentaar op de dood van Indiërs die aan WK-projecten in Qatar werkten. In mei citeerde Associated Press Gianni Infantino, de voorzitter van de FIFA, die zei dat er slechts drie mensen zijn gestorven op de bouwplaatsen van het WK.
Uit gegevens van Lok Sabha – het Lagerhuis van India – blijkt dat alleen al in de laatste drie jaar, van 2020 tot juli 2022, 72.114 werknemers uit India in Qatar terecht zijn gekomen. Volgens het ministerie van Buitenlandse Zaken zijn van 2011 tot mei 2022 3313 Indiase burgers in Qatar om het leven gekomen.
Op de vraag of de sterfgevallen van Indiase arbeiders in deze periode in Qatar in verband kunnen worden gebracht met het WK, zegt welzijnswerker voor migranten Bheem Reddy Mandha, voorzitter van Emigrants Welfare Forum en lid van het Migrant Forum in Asia: ‘Natuurlijk. Want het WK is het grote ding. Alles heeft ermee te maken. Voor vertrek naar Qatar is men gezond. Na vertrek sterven er mensen, ook onder de veertig, velen door een hartstilstand. Het is een ernstige kwestie.’
In de families van de arbeiders gaan de verhalen rond: er is het onafgemaakte huis van Ramesh Kalladi, een negenenveertigjarige arbeider, wiens familie zich nu in de schulden en de ellende bevindt; of het lot van de vijfentwintigjarige Padam Shekar, wiens eerste baan als bezorger voor een WK-sponsor ook zijn laatste bleek te zijn.
‘We kregen twee maanden achterstallig loon. Maar geen compensatie,’ zegt Ashique (24), wiens vader Abdul Majid (56) in juli 2020 overleed. Majid, uit Dharpally in Telangana, was een vrachtwagenchauffeur die door Trey Trading Company in Doha in dienst was genomen om arbeiders naar werklocaties te brengen.
‘Ijskoud zeiden ze dat mijn man was overleden na een hartstilstand en dat ze het lichaam binnen een week zouden vervoeren. Ze stuurden alleen het verschuldigde salaris, ongeveer 24.000 roepies [nog geen 300 euro]. Er was geen sprake van een vergoeding,’ aldus Latha Bollapally uit het dorp Mendora in Telangana, wiens man Madhu op 17 november 2021 bezweek aan een ‘hartstilstand’.
‘Er zijn geen studies, noch door de regering die kunnen verklaren waarom zoveel sterfgevallen het gevolg zijn van een hartstilstand of andere natuurlijke oorzaken’
Volgens een rapport van Human Rights Watch zijn de arbeidswetten van Qatar zodanig dat bedrijven alleen compensatie aan families moeten betalen als het overlijden plaatsvindt op een werkplek of direct verband houdt met het werk. Dit maakt het voor families moeilijk om een legitieme claim in te dienen.
Swadesh Parkipandla, voorzitter van de Pravasi Mitra Labour Union, zegt: ‘In gevallen die als een natuurlijke dood worden aangemerkt, wordt geen autopsie verricht. Er zijn geen studies, noch door de regering, noch door onafhankelijke groepen, die kunnen verklaren waarom zoveel sterfgevallen het gevolg zijn van een hartstilstand of andere natuurlijke oorzaken.’
Een zo’n geval staat vermeld in een officieel rapport van het Qatarese Supreme Committee. Op 27 april 2016 rond half tien ’s morgens bevond staalarbeider Jaleshwar Prasad zich in de spelerstunnel van het Al Bayt Stadion toen hij in elkaar zakte. Twee uur later werd hij doodverklaard. Volgens het rapport van het Supreme Committee overleed Prasad aan ‘hartstilstand door ernstige ademhalingsmoeilijkheden’.
Maar niets geeft het drama beter weer dan de reis van Ramesh Kalladi uit Velmal in Telangana, wiens onafgemaakte huis een gruwelijke herinnering is aan de menselijke tol die wordt betaald voor wat door de organisatoren in Qatar is omschreven als ‘een FIFA World Cup als geen ander’.
Op 10 augustus 2016, zes dagen voor zijn vijftigste verjaardag, keerde de truckchauffeur na het werk terug naar zijn kamp in de industriële zone Sanaya van Doha, toen hij plotseling in elkaar zakte en overleed. De volksgezondheidsdienst van Qatar noemde het een natuurlijke dood – een bewering die zijn familie betwist.
In 2010, het jaar waarin Qatar de WK-rechten verwierf, sloot Kalladi een lening af om daar te kunnen werken voor 1300 Qatarese riyal per maand, circa 360 euro tegen de huidige wisselkoers. In het kamp kreeg hij een ‘piepklein kamertje met vijf andere mannen’, vertelt zijn zoon Sravan. ‘Er werden stadions gebouwd en er werden wegen omheen aangelegd,’ aldus Sravan, die zich in 2015 bij zijn vader in Qatar voegde. ‘Mijn vader legde een van die wegen aan die naar het stadion leiden.’
Na werkzaamheden in het stof en in extreem hoge temperaturen, oplopend tot 50 graden Celsius, begon de gezondheid van Kalladi te verslechteren. Dat leidde tot zijn dood, aldus Sravan. Het enige dat zij van zijn werkgevers, Boom Construction Company, ontvingen, aldus de familie, was het maandsalaris dat hem toekwam. ‘We hebben geen enkele compensatie van hen ontvangen,’ zegt Sravan.
In Hongkong is de mediamagnaat Jimmy Lai zaterdag veroordeeld tot bijna zes jaar gevangenisstraf, schrijft de Washington Post. Lai was oprichter van de Apple Daily, een online krant die zich uitsprak voor democratie in Hongkong. De krant schreef regelmatig kritisch over de Chinese invloed op Hongkong. Lai werd in 2020 gearresteerd toen agenten de redactie van de Apple Daily binnenvielen. Een jaar later stopte de krant te bestaan, nadat de rechter beslag had gelegd op alle bankrekeningen.
De meeste aanklachten tegen Lai lijken politiek gemotiveerd. Zo zegt de rechter dat Lai de redactie van Apple Daily onder illegale voorwaarden onderverhuurde aan andere bedrijven. Eerder had Lai al ruim anderhalf jaar gevangenisstraf gekregen omdat hij, ondanks coronabeperkingen, meeliep in een herdenking van de Tiananmen-opstand.
Naar verwachting zal de gevangenisstraf van Lai nog oplopen. Onder de veiligheidswet die het pro-Chinese bestuur in Hongkong arresteerde, wordt de activist verdacht van “samenspanning met buitenlandse mogendheden”. Indien hij schuldig wordt bevonden, kan hij levenslang krijgen.
De Nobelprijs voor de Vrede ging naar een drietal uit Sovjetlanden
De winnaars van de Nobelprijs voor de Vrede hebben zaterdag bij een ceremonie in de Noorse hoofdstad Oslo hun prijs in ontvangst genomen, schrijft Deutsche Welle. De winnaars uit drie voormalige Sovjetlanden konden niet allemaal aanwezig zijn bij de uitreiking: de Belarussische mensenrechtenactivist Ales Bialiatski werd opgepakt in de nasleep van de protesten tegen de Belarussische leider Aleksandr Loekasjenko en zit in de gevangenis. Zijn vrouw verving hem tijdens de uitreiking.
De twee andere winnaars kwamen uit Rusland en Oekraïne. De Russische mensenrechtenorganisatie Memorial zet zich in voor mensenrechten in meerdere voormalige Sovjetlanden, waar het Oekraïense Center for Civil Liberties (CCL) zich bezighoudt met het verdedigen van de democratische rechtstaat in Oekraïne. De oorlog tussen Rusland en Oekraïne speelde vanzelfsprekend een rol bij de uitreiking. Alle prijswinnaars refereerden aan de Russische agressie en riepen op om mensenrechtenschendingen door het land te vervolgen.
De Nobelprijs wordt ieder jaar uitgereikt in Oslo, alleen in 2021 en 2020 vond er vanwege de pandemie geen ceremonie plaats. De prijswinnaars uit dit jaren waren er deze zaterdag ook bij. Ook de andere Nobelprijzen werden dit weekend uitgereikt. Alle winnaars ontvangen 900.000 euro aan prijzengeld, een medaille en een diploma.
Wat er met Maria Kolesnikova aan de hand is, is onduidelijk
De bekende Belarussische oppositieleider Maria Kolesnikova is maandag opgenomen op de intensive care, meldt BBC. Volgens andere oppositieleden die het autoritaire regime in het land ontvlucht zijn, is er veel onduidelijk aan wat er met Kolesnikova aan de hand is. Ze zat sinds vorig jaar in een isolatiecel vanwege haar politieke verzet tegen de Belarussische dictator Loekasjenko.
Kolesnikova werd in september 2020 vastgezet nadat ze had geweigerd het land te verlaten. Ze werd vervolgens veroordeeld tot 11 jaar cel omdat ze een belangrijke rol had gespeeld in de hevige protesten tegen Loekasjenko eerder dat jaar. Andere oppositieleden en medestanders van Kolesnikova werden ook opgepakt in nasleep van die protesten.
Een van de oppositieleiders die het land wel ontvluchtte, is Svetlana Tichanovskaja, die uitweek naar Litouwen. Zij zegt dat ook de advocaat van Kolesnikova geen toegang krijgt tot de veertigjarige politica en dat de situatie zeer verontrustend is.
Eerder zei het land nog dat er drie migranten waren omgekomen
Volgens Hassan Al-Thawadi, verantwoordelijk voor de organisatie van het WK in Qatar, zijn er bij de bouw van stadions en andere infrastructuur voor het toernooi tussen de 400 en 500 arbeidsmigranten om het leven gekomen, schrijft CNN. De inschatting van Al-Thawadi is opvallend, omdat zowel Qatar als de FIFA in eerste instantie spraken van drie doden bij de voorbereiding van het toernooi.
In een interview met Piers Morgan op TalkTV werd uitgezonden zei Al-Thawadi: ‘Ik heb het exacte aantal niet, dat is iets wat besproken is. Eén dode is te veel, zo simpel is het.’ Desondanks ligt de schatting van de Qatarese functionaris nog fors lager dan de 6500 arbeidsmigranten die volgens onderzoek van The Guardian zijn overleden.
Vanwege mensenrechtenschendingen rondom de voorbereiding op het WK wordt het toernooi in Qatar gezien als zeer controversieel. Arbeidsmigranten uit landen als Bangladesh en Pakistan moesten bij aankomst hun paspoort inleveren, lange werkdagen in de brandende hitte draaien en kregen niet altijd hun salaris uitgekeerd. Daarnaast overnachtten ze op mensonterende plekken en kregen ze slecht te eten.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.