Nadat ze even uit de spotlights was verdwenen, dook Lady Gaga opnieuw de studio in – dit keer voor haar zevende album: Mayhem. Een plaat die, zoals de titel al verraadt, allesbehalve braaf is.
Waar megasterren als Ariana Grande en Selena Gomez tegenwoordig op het witte doek verschijnen, dook Lady Gaga weer de geluidsstudio in voor haar zevende album: Mayhem.
‘Een plaat als een overwinningstournee waarin Lady Gaga teruggrijpt naar haar grootste hooks,’ schrijft India Block in The Standard. ‘Muziek om de hele nacht op te dansen. Met een kort, filmisch verhaal in elke track, in een behoorlijk moorddadige sfeer.’ Volgens Block wordt de muziek ongetwijfeld omarmd door de queerscene: ‘In tijden waarin onze rechten stevig onder vuur liggen, vormt dit album een geschenk.’
‘Een van ’s werelds grootste sterren is klaar om de popmuziek te ontwortelen’
Ook Robin Murray van Clash Magazine put in deze ‘roerige periode’ hoop uit de comeback van Lady Gaga. ‘Een van ’s werelds grootste sterren is klaar om de popmuziek te ontwortelen. En wij zijn er helemaal voor in.’ Hij schrijft over ‘volgasentertainment’ tijdens een ‘thrillerachtige achtbaanrit’.
Minder enthousiast is Ed Power in Irish Times. Op een paar nummers na vindt hij de plaat ‘een mislukte poging om zichzelf opnieuw uit te vinden na haar rampzalige rol in Joker: Folie à Deux, als vriendin van. Make-up zonder inhoud, alsof haar creatieve batterijen leeg zijn.’
Voor Plattentests noteert Felix Heinecker dat hij op Mayhem ‘verdomd aanstekelijke nummers hoorde (…) waar je gewoon ontzettend blij van wordt. Zelfs een vermoedelijk ongelukje, het duet met Bruno Mars, blijkt te werken.’
Mayhem van Lady Gaga werd begin maart wereldwijd uitgebracht
Met meer dan 500 nummers toont Spotify’s Billions Club welke hits wereldwijd de meeste streams trekken. Toch ontbreken opvallend veel grote namen. The Guardian onderzoekt hoe moderne hits worden geboren – en waarom sommige supersterren het afleggen tegen virale TikTok-deuntjes.
In 2011 woonden Jacob Rubeck en Nick Rattigan in een kelder in Reno, Nevada en wilden een band starten. Op een middag bedacht Rubeck een dartel Stonesachtig gitaarrifje waar Rattigan vervolgens een melodie en tekst op bedacht en Surf Curse’s ‘Freaks’ was geboren. ‘We hebben het in een half uur geschreven,’ zegt de zanger.
Freaks, een pakkend nummer over vervreemding en verlangen, kwam uit in 2013 en werd een denderend hoogtepunt van hun liveoptredens maar de buitenwereld hield zich er niet mee bezig, tot het uit het niets werd ontdekt door vele TikTokgebruikers. De spotify-streams rezen de pan uit en uiteindelijk bereikte het nummer een indrukwekkende mijlpaal. In tegenstelling tot Bob Dylan, Bruce Springsteen, Pink Floyd en Prince heeft Surf Curse wel een plek weten te bemachtigen in Spotify’s Billions Club, de playlist waar alle nummers met meer dan een miljard streams in komen te staan. Ze weten niet zo goed wat ze ermee moeten.
‘Ik had een soort oplichterssyndroom,’ zegt Rattigan. ‘Het is onecht. Ik heb het voor zover mogelijk weten te negeren.’ Rubeck voegt toe: ‘Soms snap ik het en soms weer niet. Ik vind het fijn dat jonge muzikanten kunnen zien dat ook een indie-rockband uit Reno, Nevada dit kan bereiken – maar het is ook absurd dat het gebeurd is. Verdien je het nou echt om naast vijftig, zestig jaar oude klassiekers te staan?’
Fascinatie
Ik raakte laatst gefascineerd door de Billions Club-playlist en wat het ons leert over populariteit in het streamingtijdperk. One Dance van Drake werd in oktober 2016 het eerste nummer met een miljard streams op Spotify, maar de Billions Club werd in juni 2021 pas aangemaakt, met 150 nummers. Forbes noemde de lijst ‘het nieuwe klassensysteem’ van de muziek, hij is nog steeds vrij exclusief. Op 16 januari 2025 stonden er 857 nummers in de lijst, waarvan er 131 ook de Two Billions Club, en 17 de Three Billions Club hebben bereikt. De Four Billions Club is een intieme aangelegenheid, met enkel Blinding Lights van The Weeknd en Ed Sheeran’s Shape of You. Spotify zet de clubs ook in voor marketing: onlangs publiceerde Spotify een gefilmde versie van het eerste Billions Club Live-optreden met the Weeknd, om te vieren dat hij als eerste 25 nummers in de lijst heeft (inmiddels heeft hij er 26 [vert: inmiddels alweer 27]).
Voor een groot deel van de populaire muziekgeschiedenis was het onmogelijk om de populariteit van nummers goed in kaart te brengen. In de top 40 kon je per week zien welke singles het best verkochten, maar er was geen zicht op of ze het lang uithielden. Met albumverkoopcijfers had je enige kijk op levensduur, maar niet op welke nummers het meest werden gedraaid. Klassieke rock- en zogeheten ‘adult contemporary’-radiozenders hadden een canon opgebouwd, maar de enige directe aansturing door luisteraars was in verzoekprogramma’s. Pas in de jaren 2010 werd het door de doorbraak van transparante streamingdata mogelijk om direct te bekijken waar de wereld precies naar luistert.
Spotify is hierbij geen omstander, maar een facilitator. Door obscure suggestiealgoritmen, samengestelde playlists en functies waarmee artiesten tegen betaling worden gepromoot, speelt het platform geen neutrale rol in de moderne muzikale canon. Bij de openbare streamingcijfers komen ook problemen kijken – ze nodigen vaak uit tot conflict tussen superfans of ze worden gebruikt om sterren te vernederen als ze onderpresteren. Toch is Spotify de marktleider en zijn deze statistieken dus de beste benadering van de publiekssmaak in een versplinterd internettijdperk.
Als je enkel uitgaat van de Billions Club zou je een aardig vertekend beeld krijgen van de popgeschiedenis
De Billions Club groeit steeds sneller, en hij is in de laatste anderhalf jaar zelfs in lengte verdubbeld. Naarmate er meer nummers bijkomen worden er steeds meer opvallende gaten opgevuld, maar het blijft een gekke lijst; veel van de bekendste popliederen – zoals Imagine, Jolene, Blue Monday en Get Ur Freak On – staan er nog niet in. De Beatles, Rolling Stones, Led Zeppelin, U2 en Abba zijn allemaal maar één keer vertegenwoordigd. Michael Jackson, wiens Thriller het meest verkochte album ooit is, heeft er maar twee, en er staan maar twee Motown-nummers in. Imagine Dragons heeft meer nummers dan al deze artiesten bij elkaar.
Als je enkel uitgaat van de Billions Club zou je een aardig vertekend beeld krijgen van de popgeschiedenis. Madonna zou bijvoorbeeld alleen maar bekendstaan als gastartiest op Popular van The Weeknd; Stevie Wonder enkel als sample op een nummer van Coolio; en Bob Dylan is slechts degene die een Adèle-hit heeft geschreven. Beyoncé en Jackson zouden minder bekend zijn dan de Zweedse zangeres Zara Larsson; Radiohead en REM zouden minder invloed hebben gehad op de rockgeschiedenis dan Måneskin, de Italiaanse Eurovisiewinnaars uit 2021.
‘Als ik zie dat een lied als Bridge Over Troubled Water de miljard niet heeft gehaald, voelt dat pijnlijk,’ zegt Patrick Watson, signer-songwriter uit Quebec, lachend. Zijn lied Je Te Laisserai des Mots heeft onlangs als eerste Franstalige nummer een miljard streams bereikt. Hij heeft het geschreven voor de film Mères et Filles uit 2009, en het is een tere samenstelling van piano, cello en Franse zwijmelzang. ‘Mijn bekendste nummers gaan me vaak het minst aan,’ zegt Watson. ‘Ik dacht: hier gaat niemand naar luisteren. En ik had jarenlang gelijk.’ Voordat het op TikTok razend populair werd, had het maar een miljoen streams. ‘Die getallen kan ik niet omvatten,’ vervolgt Watson. ‘Ik waardeer het, maar ik kan het moeilijk als een echte prestatie toe-eigenen.’
Houdbaarheidsdatum
De voornaamste reden dat de cijfers zo vreemd verdeeld zijn is dat Spotifygebruikers vooral een jonge smaak hebben; meer dan driekwart van de nummers uit de playlist zijn uitgekomen na 2011, het jaar dat Spotify in de VS uitkwam. Naast The Weeknd zijn de populairste artiesten Ariana Grande, Drake, Bad Bunny en Justin Bieber. Het album dat het meest op de playlist voorkomt is Sour van Olivia Rodrigo, met zeven nummers. De grootste veteranen zijn Coldplay en Eminem, die elk twaalf nummers hebben over een periode van twintig jaar. (Van alle nummers vóór 2011 is Yellow van Coldplay het meest beluisterd.) Daar tegenover staat XXXTentacion, de rapper uit Florida die in 2018 op twintigjarige leeftijd is vermoord, die in een periode van dertien maanden maar liefst tien miljardennummers wist uit te brengen. De aanwezigheid van Tones & I, Gotye en Lilly Wood and The Prick in de lijst laat zien dat de one hit wonders de wereld nog niet uit zijn.
Maar dit was allemaal te verwachten. Het wordt pas echt interessant als nummers die voor het streamingtijdperk uitkwamen toch een plek op de lijst weten te veroveren. De enige drie van voor 1961 zijn Kerstnummers, die geen houdbaarheidsdatum hebben. Maar wie had ooit gedacht dat volgens het Spotifypubliek de populairste band van de jaren zestig, met drie van de dertien nummers uit het decennium, Creedence Clearwater Revival is? Of de op drie na grootste hit uit de jaren negentig het nummer Iris, de gepijnigde powerballad van de Goo Goo Dolls?
Soms komt de Billions Club overeen met traditionele populariteit. De grootste nummers uit de twintigste eeuw zijn Bohemian Rhapsody van Queen (de op twee na bestverkochte single in het Verenigd Koninkrijk) en Every Breath You Take van The Police (officieel het meest gespeelde radionummer ooit). Legendarische albums als Rumours van Fleetwood Mac (1977), Appetite for Destruction van Guns ’n Roses (1987) en Californication van de Red Hot Chili Peppers (1999) presteren nog steeds, met elk drie nummers op de lijst. Het is opvallend dat 481 nummers drie tot vier minuten duren, de welbekende ideale radiolengte.
Jonge luisteraars verwerken het verleden chaotisch, en chronologie en context raken vaak verdraaid
Maar jonge luisteraars verwerken het verleden chaotisch, en chronologie en context raken vaak verdraaid. Rock (en dan vooral Amerikaanse rock) leeft opvallend lang door, van AC/DC tot nu-metal; pop-rockhits van rond de millenniumwisseling zoals All-Star van Smash Mouth en The Middle van Jimmy Eat World staan naast atypische Amerikaanse doorbraken van Radiohead (Creep) en Blur (Song 2).
Toch komen veel giganten van de popmuziek tekort als ze buiten hun historische context worden geplaatst; Do They Know It’s Christmas?, Candle in the Wind ’97, (Everything I Do) I Do It For You en Blurred Lines, ze zijn allemaal minder populair dan All I Want door de Ierse Kodaline, die in 2013 op nummer 67 kwam.
Net als bij alle andere muziekplatforms – zoals de radio of MTV – kunnen artiesten gebruikmaken van de systematische voorkeuren van Spotify. Artiesten weten op twee contrasterende manieren – met pakkende rapnummers van twee minuten of juist met ‘gedempte, standaard-tempo, melancholische’ achtergrondgerichte nuttigheidsmuziek die Spotify-criticus Liz Pelly ‘Spotifycore’ noemt –de afgeleide online luisteraar te bereiken. Maar dit fenomeen wordt niet in de miljardenclub weerspiegeld: telkens als ik een naam tegenkwam waar ik nooit van had gehoord bleek die plek op de lijst een verklaring te hebben in de buitenwereld.
TikTok
Ten eerste brengen de wereldwijde luistercijfers de grootste regionale hits in kaart, met name Spaanstalige liederen. Gata Only, een reggaeton-hit van de Chileense FloyyMenor en Cris MJ, domineerde deze zomer Latijns-Amerika en continentaal Europa, maar heeft de Top 40 in het Verenigd Koninkrijk volledig gepasseerd. Een andere factor komt ook snedig in het nummer voor: ‘het ritme van de TikTok.’
Tijdens de lockdown in 2020-21 werd het videoplatform een brandhaard voor opvallende obsessies met oude en nieuwe nummers, die compleet losstond van de gebruikelijke promotie- en radiowereld. TikTokhits worden aan Spotify’s redactieplaylists toegevoegd en opgepikt door het algoritme, en er ontstaat een sneeuwbaleffect. Dit verklaart een aantal opmerkelijke leden van de Billions Club, zoals jonge artiesten met namen die klinken als stukjes van automatisch gegenereerde wachtwoorden (d4vd, JVKE) en indie-rockalbums die jaren na dato opeens van de grond komen, zoals Lovers Rock van TV Girl (2014), Space Song van Beach House (2015) en Apocalypse van Cigarettes After Sex (2017). Dit is soms wat desoriënterend. Tegen de tijd dat The Walters’ bittere, dromerige I Love You So (2014) zeven jaar later een hit werd, had de band uit Chicago er al een punt achter gezet en moesten ze de handen vlug weer ineenslaan.
De meeste artiesten kunnen met streaming geen brood verdienen en de openbare tellers
die op Spotify laten zien hoe vaak een nummer beluisterd is zijn soms ontmoedigend. In de onderbetaalde middenklasse van de streameconomie is een miljardennummer dus een lot uit de loterij. Dankzij Freaks’ immense populariteit kreeg Surf Curse eindelijk een platencontract en ging het financieel voor de wind.
‘Mensen willen graag verdrietig zijn. En als je verdrietig bent wil je je niet eenzaam voelen’
‘Het is toverij,’ zegt Rattigan. ‘Wij hebben nog geluk dat het hele lied bekend is geworden. Sommigen hebben maar vijftien seconden.’ Hij heeft een ouderwets indie-rockachtig vermoeden over hoe hij het klaar heeft weten te spelen. ‘Een van de redenen dat een tien jaar oud nummer het zo goed doet is dat het gemaakt is zonder enige verwachting dat het in die sferen zou belanden.’
Liedjes barsten op TikTok uit hun voegen omdat ze goed van pas komen: structureel (op een dramatische beat-drop kan je goed monteren) maar ook emotioneel. Het is dan wel een nieuw platform, maar de aantrekking tot indienummers van bands zoals Cigarettes After Sex of Beach House is iets fundamenteels; in de jaren zestig zwijmelden ze ook al over doo-wop en meidengroepen. Nummers als Creep van Radiohead of het treurige Stick Season, Noah Kahan’s nummer 1-hit van het Verenigd Koninkrijk in 2024, vormen de achtergrondmuziek van puberliefde en gebroken harten, beladen met de wanhopige klanken van de onbeantwoorde liefde. Mijn dochter zegt dat ze om veel van die nummers heeft gehuild. ‘Ze zijn zo populair omdat je er iets bij voelt,’ zegt ze. ‘Mensen willen graag verdrietig zijn. En als je verdrietig bent wil je je niet eenzaam voelen.’
Een van haar standaard-tranentrekkers is Watsons miljardenstreamer, die een soort emotioneel Esperanto is geworden omdat het op bijna alle narigheid toepasbaar is. ‘Tijdens Covid wilden mensen volgens mij iets simpels dat ze kon troosten,’ zegt Watson. ‘Er zitten geen toeters en bellen aan.’ Er is weinig context, en hoewel dit voor promotie weinig helpt ligt daar de kracht van het nummer. ‘Vaak gaat muziek gepaard met een gezicht op een aanplakbiljet. Misschien voelt dit meer alsof iemand voor je zingt die helemaal niet bestaat.’
Ondoorgrondelijk
Watsons op een na grootste nummer, To Build a Home (met het Cinematic Orchestra), was populair geworden omdat het op TV en in films voorkwam, en daarmee gaat een nummer snel viraal. Kate Bush en The Clash waren zonder Stranger Things nooit in de Billions Club gekomen. Florence + The Machine’s Dog Days Are Over heeft zijn plaats aan de Guardians of the Galaxy te danken, en dankzij herhalingen van Friends is With or Without You het enige U2-nummer in de lijst.
Nog even terug naar Iris van de Goo Goo Dolls. Het succes van dit nummer komt door meerdere factoren: dit melodramatische liefdesnummer is voor de film City of Angels geschreven, vervolgens in 1998 op de radio afgefakkeld, in 2011 opnieuw leven ingeblazen door The X Factor, in 2021 door TikTok herontdekt, en vervolgens kwam het vorig jaar prominent in de film Deadpool & Wolverine voor. Mysterie opgelost.
Toch is het bevredigend hoe ondoorgrondelijk megapopulariteit nog steeds is. Een nummer kan wel vaart krijgen door een TikTokrage of als het op TV komt en vervolgens kan het in Spotify’s algoritmecyclus terecht komen, maar het zal de miljarden niet halen zonder enorm veel mensen die het oprecht keer op keer willen luisteren.
‘Ik besef nu: een goed nummer is gewoon een goed nummer,’ zegt Rubeck. ‘De oorwurm bestaat nog.’ Ondertussen hoort Watson vaak van fans dat Je Te Laisserai des Mots ze door moeilijke tijden heeft geholpen. ‘Het is ongelooflijk om op zo’n grote schaal een bijdrage te kunnen leveren,’ zegt hij. ‘Dat hou ik vast. De rest maakt mij niets uit.’
Ten midden van de Israëlische aanvallen op Gaza en Libanon, die al langer dan een jaar duren, vallen de standpunten van sommige Arabische queeractivisten op. Een van hen is de Palestijnse artiest Bashar Murad. Hij vertelt over zijn ervaringen en over de impact van Arabische queeractivisten in dit interview met het Libanese nieuwsplatform Raseef22.
Israël probeerde de bezettingen in Palestina en Libanon af te schilderen als een ‘reddingsactie’ die leden van de LGBTQIA+-gemeenschap redt uit hun zogenaamd ‘extreme en barbaarse’ samenlevingen. Palestijnse queerinfluencers spraken dit narratief van Israël tegen en daagden het uit. Ze onthulde de pinkwashing-propaganda die Israël gebruikt om zijn ware imago te verfraaien en zijn acties te rechtvaardigen, wat veel weerklank vond in zowel de Arabische als de westerse wereld, en een ander facet van de Arabische queerstrijd onthulde.
Een kleurrijke jeugd
Bashar Murad is een Arabische kunstenaar en mensenrechtenactivist die zich bezighoudt met mensenrechtenkwesties in de Arabische wereld. Bashar werd in 1993 geboren in Jeruzalem en staat niet alleen bekend om zijn kunst en humanitaire werk, maar ook om zijn inzet voor de rechten van seksuele minderheden en zijn voortdurende oproep om een einde te maken aan de bezetting van de Palestijnse gebieden.
‘Het is voor mij belangrijk geworden om te vertellen waar ik geboren ben, omdat de wereld een deel van mijn identiteit probeert uit te wissen en mijn zelfexpressie probeert te onderdrukken,’ vertelde Bashar aan Raseef22.
Bashar Murad groeide op in een artistiek huishouden en ontwikkelde een sterk bewustzijn voor het theater en de studio. Hij is de zoon van Said Murad, de oprichter van de band Sabreen die in 1980 in Jeruzalem werd opgericht, waardoor muziek een medium voor hem werd om zichzelf uit te drukken en verbinding te maken met de wereld.
Over zijn jeugd zegt Bashar: ‘Het was een kleurrijke en mooie jeugd, ondanks de uitdagingen van de bezetting. Ik werd beïnvloed door Palestijnse dichters zoals Mahmoud Darwish, Hussein Barghouthi, Fadwa Tuqan en nog veel andere Palestijnse en Arabische schrijvers. Dit alles creëerde in mij een bewustzijn van mijn identiteit en zorgde ervoor dat ik daar nog meer aan vasthield en het nog heviger wilde verdedigen.’
Bashar verhuisde naar de Verenigde Staten om zijn universitaire studies af te ronden, waar hij werd blootgesteld aan nieuwe ervaringen die hem in staat stelden zichzelf te ontwikkelen. Hij keerde vervolgens terug naar Jeruzalem, met veel dromen die hij probeerde te verwezenlijken tijdens zijn werk in Ramallah.
De liefde en het verlangen naar verzet
Bashar Murad beschrijft zijn dagelijkse reis tussen zijn woonplaats Jeruzalem en Ramallah als een open les over de bezetting en de negatieve en gevaarlijke gevolgen ervan. ‘De weg tussen Ramallah en Jeruzalem is normaal gesproken 15 minuten rijden. Nu duurt het 120 minuten, of misschien langer, vanwege controleposten en onmenselijke praktijken die ons onze vreugde en ons leven ontnemen, net zoals ze ons land stelen.’
Hij benadrukt dat de bezetting het Palestijnse volk probeert te verstikken, door hen op te sluiten achter hoge muren en barrières. ‘Het is moeilijk om je een toekomst voor te stellen vol pluraliteit en diversiteit, wanneer de bezetting elke vorm van diversiteit afwijst en een gevangenis creëert waar etnische zuivering voor de ogen van de wereld wordt uitgevoerd.’ Bashar beweert dat Palestijnen al vroeg de zware betekenis leren van woorden als invasie, belegering en gevangenis. ‘Het is logisch dat dit een verlangen naar verzet aanwakkert en een basis legt voor creativiteit,’ zegt hij.
Een oproep tot vrijheid en vrede
Naast het oproepen tot rechtvaardigheid en gelijkheid, bevatten Bashars liederen veel afwijzende termen, die duidelijk proberen de opgelegde realiteit aan te vechten en verandering opeisen. Deze liederen roepen op tot vrede in de wereld zonder persoonlijke en culturele eigenschappen te verliezen. De trots op collectieve en individuele identiteit wordt aangesterkt door de aanwezigheid van Palestijnse symbolen en namen.
Enkele van zijn bekendste Engelstalige nummers zijn: Wild West, ITSAHELL! en Intifada on the Dance Floor.
Bashar verbindt de Palestijnse strijd met de wereldwijde strijd voor bevrijding, verwijzend naar de prestaties van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging die de segregatie en discriminatie tegen Afro-Amerikanen aanvocht, apartheidswetten ontmantelde en gelijke rechten promootte. Hij maakte onder andere een Arabische en Engelse cover van Nina Simone’s ‘I Wish I Knew How It Would Feel to Be Free’ uit 1967.
Zijn Arabische liedjes zijn meer sociaal georiënteerd en zijn bekendste werken zijn onder andere: Maskhara, Ana Zalameh, Shillet Hamal (Bunch of Bums) en Ma Bitghayirni.
‘Ik verwerp elke vorm van onrecht en mijn liedjes zijn politiek, sociaal en emotioneel divers.’ Hij gelooft dat zijn lied Ilkul 3am Bitjawaz (iedereen gaat trouwen) velen vreugde bracht omdat de tekst hun ervaringen weerspiegelt. Hij beschrijft dit type sociale kunst als het verzet tegen dominante maatschappelijke normen, het streven naar verandering en de bescherming van individuele vrijheid, terwijl de privacy en persoonlijke keuzes van mensen worden gerespecteerd. ‘Ik heb de waarden van vrijheid geleerd van mijn familie. Ik ben een zoon van deze diverse gemeenschap en ik vertegenwoordig een van haar vele verhalen.’
In zijn muziek en teksten behandelt Bashar concepten zoals identiteit, gender en seksualiteit. ‘Op jonge leeftijd begon ik al deze onderwerpen te verkennen. Ik hield van dingen die anders waren dan die van mijn leeftijdsgenoten en mijn omgeving bestond voornamelijk uit meisjes. Hierdoor realiseerde ik me dat ik anders was, en daarom maak ik deze muziek voor het Bashar-kind dat opgroeide zonder rolmodellen zoals ik.’
Zelfexpressie
Bashar Murad spreekt met trots over zijn seksuele identiteit en zijn lidmaatschap van de LGBTIA+-gemeenschap. ‘Palestijns en homoseksueel tegelijk zijn is een verrijkende factor die mij in staat stelt om zowel mijn nationale als seksuele identiteit te bevestigen. De beperkingen die de bezetting oplegt, creëren een honger naar vrijheid en creativiteit. Bovendien draagt de diversiteit binnen de Palestijnse samenleving, met haar verschillende identiteiten, allemaal bij aan de rijkdom van de artistieke productie.’
Bashar deed mee aan een felle competitie om IJsland te vertegenwoordigen op het Eurovisie Songfestival, waar hij het lied Wild West zong. Hij zong ook het lied Klefi / Samed (Resilience) in samenwerking met de IJslandse band Hatari, die bekendheid verwierf in de Arabische wereld nadat ze de Palestijnse vlag hesen op het Eurovisie Songfestival in Tel Aviv in 2019.
Bashar gelooft niet dat iedereen zijn werk leuk moet vinden, maar hij benadrukt dat hij een divers publiek heeft wat betreft leeftijden, geslacht en seksuele identiteit. ‘Het podium is waar ik mezelf uitdruk, waar ik mijn identiteit en bestaan voel en waar ik met anderen kan communiceren.’
Bashars uitstraling op het podium is heel uniek. ‘Elk deel van mijn identiteit geeft mij kracht. Ik weet dat het een weg is vol obstakels, maar uiteindelijk wil ik zeggen wat ik wil en mijn vrijheid verkrijgen.’
‘Wat we met al deze artistieke productie doen, is onze verschillende identiteiten in de Arabische wereld bevestigen’
Bashar blijft optimistisch over de ontwikkeling van artistieke expressie van queers in de Arabische wereld, en merkt op dat ze professioneler worden. Hij gelooft echter dat ze nog tijd nodig hebben om zichtbaarder te worden. Hij hoopt op meer empowerment en steun voor queerindividuen om hun talenten te ontwikkelen. Bashar moedigt queerindividuen aan om hun talenten te laten zien. ‘Ieder van ons speelt een rol in het bouwen van een nieuwe structuur. Cultuur en collectief bewustzijn is een cumulatief proces.’
Bashar beschrijft zichzelf als iemand die van uitdagingen houdt. Hij probeert een lang artistiek pad te bewandelen met veel prestaties, waaronder het houden van concerten in de Arabische wereld. Hij wil verschillende creatieve ervaringen opdoen en nieuwe ideeën ervaren, om zijn artistieke werk te diversifiëren.
Naast zingen, songteksten schrijven en muziek maken, werkt hij ook als regisseur en model. Hij ziet deze variatie als essentieel voor elke artiest, omdat het hun ideeën, carrière en bewustzijn van de wereld verrijkt. ‘Wat we met al deze culturele en artistieke productie doen, is onze verschillende identiteiten in de Arabische wereld bevestigen. We zijn jonge, interactieve samenlevingen en er zijn veel mogelijkheden, maar we hebben tijd en ervaring nodig om een vrije artistieke ruimte te creëren die de verschillen accepteert. Tot we die ruimte bereikt hebben, presenteren we wat we kunnen en zetten we een stap voorwaarts op het pad.’
Om af te sluiten benadrukt Bashar Murad dat hij hoopt op een einde aan de Israëlische oorlogsmisdaden en genocide in Gaza, naast zijn persoonlijke ontwikkeling. ‘Ik hoop mijn artistieke reis voort te zetten, ruimte te hebben om mijn ambacht te ontwikkelen en een groter vermogen te hebben om mijn verhaal aan de wereld te vertellen. Ik hoop ook het aantal fans te vergroten, die ik als mijn familie beschouw.
Met zijn nieuwe album Like a Ribbon levert John Glacier een eclectisch en persoonlijk album af dat lovende recensies oogst. ‘Het is een plaat om op repeat te zetten,’ aldus The Guardian.
‘Like a Ribbon is een ufo in de Britse raphemel,’ verkondigt The Guardian. Het Britse dagblad is lyrisch over het op 14 februari uitgebrachte album van John Glacier. De in Jamaica geboren Londense artiest groeide op in Hackney, een wijk in Oost-Londen die bekendstaat om zijn diverse migrantenpopulatie. Haar eerste nummers maakte ze in haar slaapkamer en postte ze op Soundcloud.
Tijdschrift DIYspreekt van ‘de perfecte catharsis, die je opzuigt en vervolgens bevrijdt’.
Voor tijdschrift Clash is het ‘onmogelijk om je niet te laten meevoeren’, aangezien het album een persoonlijk verhaal vertelt over de onzekerheden en ontwikkeling van een muzikant die terugblikt op haar jaren als twintiger.
‘Er zitten zo veel ideeën in deze dertig minuten dat één keer luisteren niet genoeg is’
‘Er zitten zo veel ideeën in deze dertig minuten dat één keer luisteren niet genoeg is, het is een plaat om op repeat te zetten,’ aldus The Guardian. Ook het ‘bedwelmende eclecticisme’ (tijdschrift Dork) draagt hieraan bij: ‘Electro, Lo-Fi piano’s, elektrische gitaar, hiphop, UK garage, grime en drum-‘n-bass; Glacier schakelt met gemak tussen stijlen en ritmes.’
Mede daardoor behoudt Like a Ribbon ondanks de rode lijn ‘een sluier van mysterie’, aldus The Guardian – ‘en dat is juist het geniale ervan. Je bereikt nooit echt het einde.’
Na zeven jaar stilte is de rockband Franz Ferdinand terug met een zesde album The Human Fear. ‘De Schotten vliegen er opnieuw als bezetenen in, met dansbare gitaren en pakkende refreinen’, schrijft Guy Stevens van Het Nieuwsblad.
Twintig jaar geleden vergaarde de Schotse band Franz Ferdinand wereldfaam met stevige, aanstekelijke rock vol tempowisselingen. Na zeven jaar stilte verscheen onlangs hun zesde album, The Human Fear.
Volgens Guy Stevens van Het Nieuwsblad staat er geen vervaldatum op Franz Ferdinand: ‘De Schotten vliegen er opnieuw als bezetenen in, met dansbare gitaren en pakkende refreinen. Ze schieten raak zoals ze op hun debuut deden.’ In The Observer constateert Phil Mongredien dat het inbrengen van ‘vers bloed’ frontman Alex Kapranos en bassist Bob Hardy hoorbaar goed heeft gedaan: ‘Het bruist van de ideeën, manische energie en een frisheid die op vorige albums afwezig was. Sommige nummers verdienen het om de dansvloer te vullen.’
Een korte, pittige maar uiteindelijk ongelijke collectie nummers’
Amélie Revert schrijft voor Le Devoir dat de band trouw aan zichzelf is gebleven: ‘Dit album brengt geen revolutie teweeg, maar heeft het effect van een heerlijke madeleine van Proust. Sterker nog, misschien hebben we meer waardering voor de geruststellende dan voor de avontuurlijke nummers.’
‘Een korte, pittige maar uiteindelijk ongelijke collectie nummers’, vindt John Meagher in The Irish Independent: ‘Een paar tracks blijven in de tweede versnelling hangen, maar er zit nog steeds genoeg goudstof tussen.’
Franz Ferdinand, The Human Fear (V2 Records). Concerten: 1 maart, Antwerpen; 3 maart, Amsterdam.
In samenwerking met muzikale partners programmeert het Muziekgebouw in Amsterdam in The Rest is Noise muziek van eigenzinnige makers die grenzen verleggen en werelden verbinden.
Het Muziekgebouw in Amsterdam presenteert in samenwerking met muzikale partners grensverleggende muziek en audiovisuele performances onder de naam The Rest is Noise. Innovatieve makers verkennen diverse genres, van hedendaagse en elektronische clubmuziek tot qawwali en van vooruitstrevende elektronische muziek tot cutting-edge audiovisuele performances.
Zo halen ze hedendaagse muziek, elektronische clubmuziek, desert blues en alles daartussen naar het Muziekgebouw en Bimhuis in Amsterdam. Concerten in de The Rest is Noise worden vaak kort van tevoren geboekt. Geef je op voor de nieuwsbrief via muziekgebouw.nl/nieuwsbrief, zo blijf je altijd op de hoogte.
Eind november kwam het vijftiende studioalbum Gratitude van Mary J. Blige uit. Volgens muziekcriticus Talia M. Wilson van RIFF Magazine illustreren de nummers perfect ‘dat de zang van Blige elk genre aankan’.
Hiphop-, soul- en R&B-zangeres Mary J. Blige (1971) won in haar carrière negen Grammy’s en werd onlangs opgenomen in de Rock & Roll Hall of Fame. Eind november verscheen haar vijftiende studioalbum: Gratitude.
Het verleidde Garrett Richardello tot een lofzang voor film- en muzieksite CrypticRock: ‘Volwassen muziek waarop Bliges levenslessen doorklinken.’ Volgens de criticus is het een ‘wonder dat ze de opnamesessies heeft doorstaan’. Het getuigt van ‘zo’n immense kwetsbaarheid en soms zelfs wanhoop dat het een emotionele marathon van epische proporties moet zijn geweest’. Daarnaast schrijft hij over ‘een vocale legende’ die een ‘briljante aanvulling’ op haar eerdere muziek heeft afgeleverd.
Ook Fabrizio Testa vindt het ‘een album van niveau’, schrijft hij voor het Italiaanse muziekmagazine SentireAscoltare. In vergelijking met haar vorige platen, waarin ze de weerslag van gebroken relaties en depressies liet horen, wil Blige volgens hem ditmaal ‘niet langer een Grammy najagen’. Haar nieuwste tracks zijn geschreven en geproduceerd ‘om te laten horen dat ze nog steeds die verdomde koningin van de Bronx is, maar nu met veel meer liefde voor zichzelf’.
De nummers vloeien zo soepel in elkaar over dat je zou willen dat ze een andere richting koos
Op Plattentests vindt Lena Zschirpe dat Blige met Gratitude ‘trouw blijft aan zichzelf. Daar ligt zowel de kracht als de zwakte van deze plaat.’ De zangeres begeeft zich volgens de Duitse recensent op ‘vertrouwd terrein met discrete beats en soulvolle trompetklanken’. Met piano en ingetogen percussie ontstaat ‘een bijna intieme sfeer die haar stem de ruimte biedt die ze verdient. Maar dat maakt het hier en daar ook voorspelbaar. De nummers vloeien zo soepel in elkaar over dat je zou willen dat ze een andere richting koos. Iets meer risico zou de Queen niet misstaan.’
Talia M. Wilson van RIFF Magazine hoorde juist ‘onafhankelijke nummers met verschillende bezettingen, die perfect illustreren dat de zang van Blige elk genre aankan. Van hiphopnummers boordevol nostalgie, een soulvolle ballad met zachte pianolicks tot een track in het discogebied met een aanstekelijke sfeer. Vocaal is ze nog nooit zo sterk geweest, terwijl haar creativiteit naar een nieuw niveau is geëvolueerd.’
Gratitude van Mary J. Blige verscheen eind november 2024
Een politieagent stuitte op een opmerkelijke vondst in een garagebox: vijftien onuitgebrachte nummers van Michael Jackson. Deze zullen echter niet openbaar worden gemaakt.
In een opslagplaats ergens in Los Angeles ontdekte de 56-jarige politieagent Gregg Musgrove een schat. De opslagruimte was eigendom geweest van zanger en muziekproducent Bryan Loren, die met Michael Jackson werkte aan zijn album Dangerous. Van Loren was geen spoor meer te bekennen, de inhoud van de box werd ter veiling aangeboden en tussen alle troep lagen daar enkele cassettebandjes van opnamesessies van de King of Pop, gemaakt tussen 1989 en 1991, met daarop vijftien ongepubliceerde nummers. Een van de nummers, Don’t Believe it, lijkt ‘te verwijzen naar de geruchten [over pedofilie] die [toen al] de ronde deden in de media’, constateert The Hollywood Reporter, die de opnames te horen kreeg.
Helaas maken de opnames geen schijn van kans maken om te worden uitgebracht
Helaas maken de opnames geen schijn van kans om te worden uitgebracht, zo maakte Jackson Estate, beheerder van Michael Jacksons erfenis, duidelijk. Het bedrijf gaf aan de originele opnames te bezitten; het gaat dus om kopieën.
Musgrove, die de waarde van zijn ontdekking op enkele miljoenen dollars schat, overweegt de tapes ter veiling aan te bieden en richt zijn hoop daarbij vooral op Lady Gaga, die al meer dan vijftig objecten en souvenirs op veilingen kocht die toebehoorden aan haar idool.
Coldplay is terug met een tiende studioalbum. In Moon Music verkent de band de balans tussen toegankelijke pop en artistieke ambities, maar niet alle recensenten zijn erover te spreken.
‘Zomerpop met zonnebrand.’ Felix Heinecker heeft in Plattentests geen goed woord over voor Moon Music, het nieuwe album van de Britse popgroep Coldplay. Niet wanneer hij de composities beschrijft: ‘De band besteedt verbazingwekkend veel tijd aan instrumentale soundscapes en korte intermezzo’s die helaas de flow verstoren in plaats van verrijken.’ En evenmin wat betreft de liedteksten: ‘Neem het inhoudsloze pianonummer All My Love: “Of het nu regent of giet, ik ben helemaal van jou.”’ Op lange termijn zal de muziek volgens Heinecker ‘door besluiteloosheid tussen platte euforische pop en artistieke aspiraties waarschijnlijk in niemandsland uitdoven’.
In Musikexpress toont André Boße zich milder: ‘Met stevige funkpop, Americana en Eurodisco kent de plaat zijn momenten.’ Maar de poging om met het nummer We Pray ‘het Coldplay-pathos met moderne hiphop te combineren gaat ondanks de ijzersterke gastenlijst met Little Simz en Burna Boy grandioos de mist in’.
‘Je kunt niet om de banaliteit van de teksten heen: vol versleten clichés en lompe zinswendingen’
Alice Durand vond dat nou juist een ‘uitstekende, opzwepende humanistische hymne, gedragen door dramatische en opwindende violen’, schrijft ze in Le Point. Ze geeft toe dat Coldplay zich profileert als ‘stadionband met een mainstream register van popsynths, waardoor artistieke leegheid op de loer ligt’. Tegelijkertijd benadrukt Durand dat je de band op zijn ‘totale discografie’ moet beoordelen: ‘Het zou een misdaad zijn om deze muziek, die briljant is in zowel haar positivisme als haar muzikale creativiteit, links te laten liggen.’
In The Independent kent Louis Chilton weinig mededogen: ‘Je kunt niet om de banaliteit van de teksten heen: vol versleten clichés en lompe zinswendingen.’ De muziek voelt aan ‘als psychedelica in het hoofd van een man die vanille-extract als favoriete drug kiest’. De recensent wil, gezien ‘de goede wil en positiviteit’ op het album, niet overkomen als een ‘ellendige cynicus, maar liefde is iets ingewikkelds en vereist meer welsprekendheid dan Chris Martin en co kunnen bieden’.
Wild God, het eerste album van Nick Cave met The Bad Seeds sinds het verlies van zijn tweede zoon, toont een Cave die de balans zoekt tussen verdriet en levenslust.
Nick Cave (66) nam drie soloalbums op om de dood van zijn zoon Arthur (in 2015) te verwerken, voor hij weer met zijn vaste band The Bad Seeds de studio in dook. In 2022 verloor hij ook zoon Jethro. Caves nieuwe plaat Wild God is volgens André Boße van Musikexpress gemaakt onder het motto: ‘Het verdriet mag niet vergeten worden, maar er moet ook ruimte zijn voor vreugde.’ De muziek beweegt van ‘mysterieus-religieus naar sprookjesachtig’, met Cave ‘die de blues zingt zoals hij dat al vele jaren doet’.
Dominicus Tardif probeert voor La Presse de albumtitel te doorgronden: ‘In het evangelie volgens Cave zijn we allemaal gekke goden in een al even gek leven, die hier en daar stukjes vreugde wegkapen, ondanks de constante dreiging van een lange, donkere nacht.’ Tardif stelt dat dit album niet het ‘gaga’ werk is van een man ‘die de diep wrede aard van het bestaan ontkent, maar dat van een overlevende die, ondanks zijn intieme ervaring van deze wreedheid, weigert dienst te nemen in de toch al imposante legers van het nihilisme’.
‘Dit is een extatische onderdompeling in het ruisende, samensmeltende water van liefde en verlies’
Lewis Wade van The Skinny mist tot zijn ‘verrassing’ de samenhang tussen de tracks op het album, waardoor ‘experimentalisme’ de overhand krijgt: ‘Maar alles wat de band uitprobeert werkt goed. Alsof je naar een slecht geconstrueerd greatest hitsalbum luistert: zonder duidelijke flow, hoewel elk afzonderlijk deel geweldig klinkt.’ Misschien is het wel een kwestie van ‘té veel creativiteit die Cave in tien nummers probeert te persen’.
‘Waar een optreden voor Cave gelijkstaat aan een communie, voelt Wild God meer als een doop’, schrijft Helen Brown in The Independent: ‘Dit is een extatische onderdompeling in het ruisende, samensmeltende water van liefde en verlies.’ Cave heeft zijn ‘trage, biddende predikerstijl aangescherpt, waarmee hij zijn verhalen hartstochtelijk over de contouren van de muziek laat dwalen’. Voor Andrew Trendell van NME was de muziek van Nick Cave & The Bad Seeds altijd ‘doordrenkt van ondergang en somberheid’. Dit nieuwe album is ‘weliswaar geen uitbarsting van vreugde, maar ditmaal laat de eens zo duistere prins het licht binnen’.
Diederik Samwel
Wild God van Nick Cave & The Bad Seeds werd in augustus uitgebracht.
Laat je niet misleiden door de klank van milieuprotest: deze liederen werden gezongen met de stem van de houthakker en niet de boom.
“Woodman, oh woodman, you must spare that tree.” Houthakker, oh houthakker, spaar deze boom. Zo zong volkszanger Robin Grey in zijn album From the Ground Up (2017). “Raak geen enkele tak aan, want in mijn jeugd was dat mijn beschutting.”
Het is een oud lied. De woorden werden in 1830 geschreven door de Amerikaanse dichter George Pope Morris, oorspronkelijk onder de titel “The Oak.” Zeven jaar later werd zijn tekst door de Engelse pianist Henry Russell op muziek gezet. Zijn lied, getiteld “Woodman, Spare That Tree,” werd een enorm succes. Tegenwoordig is het vooral een vroeg voorbeeld – of misschien zelfs voorbode – van het milieuprotestlied. Het past dan ook goed thuis in het oeuvre van Grey, een milieubewuste songwriter die zich aansluit tot een radicale protesttraditie. Naast “Woodman” bevat zijn album From the Ground Up teksten over fossiele brandstof (“Laat het in de grond,” zingt hij. “Ik wil niet dat onze wereld verdrinkt”) en omgang met de natuur (“ik zorg voor het land en het land zorgt voor mij”).
Grey behoort tot een subgroep volksmuzikanten die soms het label “eco-folk” voordragen: een oprechte, voornamelijk akoestische genre van protest- en volksliederen die mede dankzij schrijver en academicus Robert Macfarlane steeds meer aandacht krijgt. Macfarlane schreef eerder over muzikanten als Karine Polwart, Julie Fowlis en Seckou Keita. Zijn eigen protestgedicht, “Heartwood” (“Zou je me uithakken / tot op het kernhout, houthakker? / Zou je me met een open hart achterlaten?”), is bovendien een duidelijke opvolger van “Woodman, Spare That Tree.”
Protest
Dit soort milieubewuste volksmuziek bouwt voort op decennia van invloedrijke protestliederen van naoorlogse songwriters en muzikanten zoals Malvina Reynolds (“What Have They Done to the Rain?”), Pete Seeger (God Bless the Grass) en Peter La Farge (“As Long as the Grass Shall Grow”). Tegenwoordig versterkt de zogeheten “enfolkification” van plattelandsprotesten – waar demonstraties over klimaatverandering en landbeheer dikwijls gepaard gaan met folkloristisch theater en ukelelemuziek – het populaire beeld van volksmuziek als “groene” muziek.
Protestmuziek is van nature compromisloos en eenzijdig; geen enkel groot protestlied eindigt na het tussenstuk met een couplet dat begint met “Maar aan de andere kant…” Tegelijkertijd gaat succesvolle kunst – net als een geschiedenisles – om complexiteit en tegenstrijdigheden. Als we alleen het felgroene naoorlogse tintje zien in de relatie tussen volksmuziek en het milieu, zien we een belangrijk feit over het hoofd: dat de stem van volksmuziek net zo vaak de stem van de houthakker is geweest als die van de boom.
Volksliederen zijn arbeidersliederen. De geschiedenis van de mens is per slot van rekening de geschiedenis van hakken, graven, schuren, onderwerpen, jagen, temmen, grijpen en plunderen. Het is het werk van talloze menselijke handen, en terwijl we dit werk deden, was volksmuziek onze soundtrack: in de bossen, in de heuvels, en op de open zee.
Schrijvend in 2021, op het hoogtepunt van de TikTok Wellerman-hype, probeerde de literatuurwetenschapper David Farrier te wijzen op de “duistere kant van de zeemansliederen.” “Niemand wil een spelbreker zijn,” schreef Farrier in het magazine Prospect, “maar het is de moeite waard om te herinneren dat de stuwende ritmes van deze liederen…het tempo bepaalden van georganiseerd geweld.”
In slechts een klein aantal historische volksliederen heeft de zanger werkelijk medelijden met de vos, walvis, of boom
“Wellerman,” een walvisvaarderslied uit de Zuidzee dat de Schotse (parttime) volkszanger Nathan Evans in één klap wereldwijd beroemd maakte, is een zogenaamd ‘cutting-in’ lied, bedoeld om het ritmische en bloederige slachten van een gevangen walvis te begeleiden. Farrier merkte terecht op dat de walvisvangst een moorddadige en buitengewoon schadelijke handel was: het walvisstation van Otago, waar de gebroeders Weller in 1831 het maritieme bevoorradingsbedrijf “Wellerman” oprichtten, kon tot wel 100 walvissen per jaar verwerken. Als ‘inland’ station richtte het bedrijf zich vooral op zwangere vrouwtjes en kalveren. Dit is in zekere zin die “duistere kant” waar Farrier over spreekt, maar dan wel een die altijd duidelijk zichtbaar is geweest. Dit zijn bovenal menselijke liederen: liederen uit het Antropoceen, over menselijk werk, menselijke vreugde, menselijk lijden en menselijke liefde. In slechts een klein aantal historische volksliederen heeft de zanger werkelijk medelijden met de vos, walvis, of boom.
Volksmuziek geeft een menselijke stem aan de eeuwen van milieuaantasting en herinnert luisteraars dat, ondanks dat de eisen van kapitaal, industrie en technologie onze planeet in een productielijn en een consumentistische lopende band doen veranderden, dit een menselijk proces is. De waarden en prioriteiten van historische volksliederen zijn zo niet onze waarden en prioriteiten, dan wel de basis van ons gezamenlijke verhaal.
Het eerste muziekstuk dat ik ooit hoorde, was een jachtlied: “We’ll hunt him down, we’ll hunt him down, / We’ll run old Reynard to the ground.” Ik moet vier of vijf jaar oud zijn geweest. Mijn vader had het lied op een LP, misschien zelfs een cassettebandje opgenomen van de radio. Ik ken dat refrein als geen ander. Het behoort tot een lied genaamd “The Hunt,” geschreven en opgenomen rond 1980 door de Nieuw-Zeelandse folkzanger genaamd Paul Metsers. Het bijzondere aan “The Hunt” is dat het een protestsong is: zowel een jachtlied als een anti-jachtlied.
In een paar a capella coupletten fileert Metsers behendig de klassenongelijkheid (“I am the lord of all around / and me you shall obey”) en de lafheid van de vossenjacht (“For sport it surely be / To hunt a single red fox down / With twenty men and three”). Niets wordt overdreven of opgeblazen. Bovendien zit er veel schoonheid in de tekst, misschien zelfs meer dan het lied nodig heeft. Mesters afkeer voor de vossenjacht is onmiskenbaar, maar tegelijkertijd voelt het alsof hij zich aan de jachtcultuur heeft aangepast. In plaats van satire of kritiek spreekt de songwriter simpelweg over de “zilverachtige lucht,” de hoorn van de jager, en blaffende honden: men kan zich met gemak een negentiende-eeuwse jager voorstellen die naar deze woorden luistert en denkt: “Ja, zo is het,” terwijl hij zijn rode jas aantrekt en jachtpaard zadelt.
Vossenjacht
Het Engelse jachtlied is zowel pastoraal als sentimenteel, en lof voor mooie, heldere ochtenden is kenmerkend voor het genre. “What a fine hunting day, it’s as balmy as May.” “The morn is a fine one, right healthy and clear.” “’Tis a beautiful, glittering, golden-ey’d morn.” Uiteindelijk verandert “The Hunt” in een klaagzang: “The air is still, and nature seems / To mourn another son.” Het lied opereert zowel in de protest- als de pastorale traditie, en dat maakt het zo fascinerend.
Toch zijn vossenjachtliederen geen echte werkliederen, laat staan volksliederen in de traditionele zin. Hoe hard het fysieke werk ook mag zijn, een vossenjacht was tijdverdrijf voor mensen van adel. Liederen, geschreven in de 18e of 19e eeuw, zitten vol met provinciale toespeling, sportief geklets en rooskleurige mythes over de een of andere beroemde hond, paard of jager. Tegelijkertijd is zelfs het meest doorleefde volkslied niet zomaar uit de grond ontsproten. Het genre barst van vakmanschap, van bewustzijn van creatie. Vossenjachtliederen zijn liederen van het volk en van het land, en nemen plaats in een lange, wereldwijde traditie van jachtliederen.
De Canadese musicologe Lynn Whidden verzamelde meer dan 80 traditionele jachtliederen van de Cree, een inheems volk uit Noord-Amerika, in Manitoba en Noord-Quebec tussen 1970 en 2000. Deze liederen, ook wel niitooh-nikamon genoemd, “voorspelden succesvolle uitkomsten voor een extreem uitdagende en opwindende bezigheid,” zo schreef ze in haar boek Essential Song: Three Decades of Northern Cree Music (2007). “De levendige beelden in de liederen tonen de waardering van de jager voor de dieren en de hele natuur.” Ook deze liederen passen in het kader pastorale werkliederen: “De uitvoering van een lied stimuleert de intuïtie en de creatieve kracht die nodig was om een wild dier te vangen.”
“De jachtliederen,” voegt ze toe, “zijn een persoonlijke uitdrukking van emotie, maar geen van de 86 die ik heb opgenomen, drukte verdriet of spijt uit.” De relatie tussen Cree en natuur is een verbond, een “spirituele overeenkomsten van wederkerigheid” tussen de menselijke en niet-menselijke wereld. Deze relatie bestaat naast – en is onafscheidelijk van – de onverbiddelijke dagelijkse praktijk van jagen, doden en consumeren van wilde dieren.
Ze richten zich op de mens, in plaats van op de levende wereld waar deze mensen zo destructief doorheen bewegen
Menig traditioneel jachtlied toont een fundamenteel gevoel van zelfgenoegzaamheid. Deze zelfgenoegzaamheid heeft niets te maken met de aard van het jagersleven – integendeel, ik denk dat jachtculturen alleen kunnen bestaan door een kille kijk te behouden op hoe wreed de evolutionaire processen op individuele dieren werken (“Zo onzorgvuldig met het enkele leven,” zoals Lord Tennyson ooit dichtte). Deze liederen uiten eerder een impliciete onbezorgdheid over de omvang van natuurlijke hulpbronnen. Het zijn beslist niet de liederen van een slinkend ecosysteem; het zijn liederen van een eeuwige oogst, van een planeet die zichzelf vernieuwt, die intrinsiek en voor altijd overvloedig lijkt. Het oogsten van de aardbol is een eindeloze arbeid. Wat altijd was, zal altijd zijn. Zonder twijfel hadden de 14e-eeuwse Polynesische kolonisten van Nieuw-Zeeland hun eigen vreugdevolle liederen over het jagen op de moa, tot de roep van de moa verstomde en alle moa’s uitstierven.
Deze zelfgenoegzaamheid van overvloed maakt het mogelijk om zich te richten op de mens, op het harde leven en de kleine genoegens van de arbeiders, in plaats van op de levende wereld waar deze mensen zo destructief doorheen bewegen. Liederen van de walvisvloot besteden bijvoorbeeld vaak aandacht aan de onmenselijkheid van de industrie tegenover de walvisjagers. “They’ll use you, they will rob you, worse than any slave / Before you go a-whaling, boys, you’d best be in your graves” luidt een klaagzang uit 1856. Ze gaan ook vaak over de beloningen die worden opgeëist zodra de bemanning weer aan land is (“And we’ll make our courtships flourish, boys, when we arrive on shore / And when our money is all gone, we’ll plough the seas for more” is een vrij typisch voorbeeld uit 1832). Toch houden ze zelden rekening met hun eigen wreedheid, met het doden van walvissen: de “gevechten” die worden beschreven zijn vaak gewelddadig en bloederig, en de walvissen worden soms “dapper” genoemd, maar uiteindelijk bestaan deze wezens volgens muzikanten enkel om gedood te worden.
Dit perspectief leefde voort tot ver in het naoorlogse protesttijdperk. De liederen van de Schots-Australische walvisvaarder en volkszanger Harry Robertson vertellen daarom over het ruige leven aan boord van walvisschepen, over kameraadschap en avontuur. Robertson is niet helemaal onverschillig tegenover de wreedheid van de handel, “of slaughter and of killing just to get that smelly oil,” maar hanteert wel een jagersfilosofie: “Where Nature’s largest creatures die and on factory decks they bleed, / Ordained by law of Nature, that man must meet his need.” Robertson was actief en populair gedurende de jaren zestig en zeventig, zelfs toen natuurbeschermingsgroepen zich begonnen te verenigen achter de slogan “Save the Whales” en Australië zich steeds meer tegen de walvisjacht keerde. Robertson’s liederen “The Humpback Whale” en “The Little Pot Stove” – “Where the winter blizzards blow, and the whaling fleet’s at rest…” – werden in 1980 opgenomen door de grote Britse folk-revival muzikant Nic Jones.
Ecobewustzijn
Een interessant kenmerk van walvisliederen is de manier waarop vroege tekenen van een soort ecobewustzijn, een ontluikend besef dat de hulpbronnen van de aarde misschien toch niet oneindig zijn, worden vertaald in uitdrukkingen van economische angst, sombere bedrijfsvooruitzichten en zorgen over waar de volgende salarisstrook vandaan zal komen. Men vermoedt dat, voordat de commerciële walvisvangst in de noordelijke oceanen op gang kwam, er tussen de 9.000 en 21.000 Noord-Atlantische noordkapers waren (zo genoemd voor hun gewoonte om dicht bij het oppervlak en de kust te zwemmen). Vele duizenden werden gevangen door Baskische en Nieuw-Engelse walvisschepen in de 16e en 17e eeuw; tegen het begin van de 20e eeuw hadden decennia van geïndustrialiseerde jacht en slachting de populatie bijna uitgeroeid.
“Als ik de vleugels van een meeuw had, jongens,” zong de verteller in The Weary Whaling Grounds, een lied uit de 19e eeuw, “dan zou ik ze spreiden en naar huis vliegen. / Ik zou het ijzige land van Groenland verlaten, / want er zijn geen noordkapers meer.” Wat hij beschrijft, stond onder jagers bekend als “walvisziekte.” Geen aandoening die geassocieerd wordt met langdurige blootstelling aan slachtingen en slachtoffers, maar juist het tegenovergestelde: een doordringende melancholie veroorzaakt door slechte walvisvangsten. De naam roept een vergelijking op met “heimwee.” De klap in het lied is uiteindelijk financieel: “Maar we gaan naar de agent om de reis af te rekenen, / En we ontdekken dat we reden hebben om te berouwen. / Want we hebben vier jaar van ons leven gezwoegd / En ongeveer drie pond tien verdiend.”
De uitroeiing van een diersoort wordt hier niet als een tragedie gezien, maar als een economische neergang, misschien een zakelijke misrekening, vergelijkbaar met een crash op Wall Street, maar in elk geval een nieuwe tegenslag voor de hardwerkende man. In de 20e eeuw uitte Robertson een soortgelijk sentiment: “Not a whale caught today, / Bloody Jonah’s had his way.” Vanuit dit perspectief is “Save the Whales” niet zozeer een pleidooi voor genade als wel een zakelijke overweging.
Het vellen van een boom was geen tragedie of misdaad, maar een prestatie
Voor de houtkap, een andere winstgevende handel in de Noord-Atlantische regio, bestond er geen “boomziekte” en waren er meer redenen voor een zekere mate van zelfgenoegzaamheid. De bosarbeiders van de uitgestrekte Canadese wouden zongen, net als walvisvaarders en zeelieden, over ontberingen, arbeid en kameraadschap, maar de bossen leken letterlijk eindeloos: we weten nu dat ze ongeveer 2,4 miljoen vierkante kilometer beslaan, een gebied ongeveer 18 keer zo groot als Engeland. In haar roman Barkskins (2016) dramatiseert Annie Proulx het leven van bosarbeiders begin 18e eeuw. “Welke hulpbron bestond er in deze nieuwe wereld, die onbegrensd was, die waarde had, die een fortuin kon opbouwen?” vraagt een toekomstige houtkoopman zich af. Proulx vervolgt: “Hij verwierp levende wezens zoals bevers, vis, zeehonden, wild of vogels, allemaal onderhevig aan plotselinge verdwijning en grillige markten…Er was één eeuwige grondstof die Europa ontbrak: het bos.”
In de 18e en 19e eeuw was er een ongebreidelde uitbreiding van de houtkap in de noordoostelijke wouden van Canada. Er ontstond een cultuur van houthakkerskampen of “shanties” onder de mannen die dit zware seizoenswerk deden. Shanty-volksliederen speelden meerdere rollen in het leven van de houthakkers. Ze dienden onder andere verloren kameraden te herdenken (houtkap was gevaarlijk werk), om wrok te uiten (de satires van schrijver Larry Gorman waren berucht om hun onenigheid jegens zowel zijn collega’s als werkgevers) en natuurlijk om te vermaken.
Niemand in de kampen zong echter klaagzangen voor de gevallen dennen, eiken of berken. Het vellen van een boom was geen tragedie of misdaad, maar een prestatie – “For spectators they will thunder, / They’ll gaze on you and wonder, / How noisy was the thunder, / The falling of the pine,” luidt een van de oudste Noord-Amerikaanse houthakkersliederen. Bovenal was het omhakken van bomen werk, een klus die gedaan moest worden.
“Peter Emberley,” een ballade uit Nieuw-Brunswijkin Canada, werd rond 1880 geschreven als reactie op de dood van een jonge houthakker: “I hired for to work in the lumber woods, / Where they cut the tall spruce down, / It was loading two sleds from a yard / I received my deathly wound.” Een ander oud lied, “Harry Dunn,” ook wel bekend als “The Hanging Limb,” vertelt het verhaal van een man wiens dood in het bos – “a hanging limb fell down on him and sealed his fateful doom” – zijn ouders van verdriet doet sterven. “The Jam on Gerry’s Rocks,” misschien wel het beroemdste Noord-Amerikaanse houthakkerslied, herdenkt de dood van zes mannen en hun voorman, Monroe: “Meanwhile their mangled bodies a-floating down did go, / While dead and bleeding at the bank lay that of young Monroe.”
Gedenktekens
Deze liederen fungeren als gedenktekens: rauwe, eerlijke en onvergetelijke daden in een werkcultuur waar de natuur vijandig was en mensen vervangbaar waren. Ze zijn vaak kunsteloos en sentimenteel. Bovendien zijn het verklaringen van erkenning en getuigenis. Menselijke pijn en menselijk verdriet lijken minuscuul in de grote schaduw van de eeuwige bossen, maar deze liederen staan erop dat ze niet niets zijn: geen voetnoten of bijkomende schade, maar juist gebeurtenissen die hun eigen lied verdienen.
Dit zijn geen salonsballades over verre avonturen en glorie, maar liederen over houthakkers, door houthakkers, voor houthakkers. Deze mannen wisten toen ze deze liederen zongen dat wat er met Harry Dunn gebeurde, of wat er bij Gerry’s Rocks gebeurde, hen net zo goed kon overkomen. “Welke houthakker heeft zijn vrienden niet zien omkomen?” schreef de grote Canadese folklorist en liedverzamelaar Edith Fowke in 1961. “Ieder heeft een zeer persoonlijk belang in de details van elk ongeluk. Op de lange winternachten, wanneer ze in hun hutten zitten, vragen ze naar liederen die vertelden hoe een ongelukkige houthakker zijn lot ontmoette.”
“Heb je kernhout, houthakker?” smeekt Macfarlane, sprekend namens de bomen, in zijn gedicht “Heartwood.” Het klopt dat de houthakker niet huilt om de boom, noch de walvisvaarder om de walvis. Toch zou het een vergissing zijn om te concluderen dat houthakkers en walvisvaarders gevoelloos waren. De liederen van arbeiders, zelfs wanneer hun klungelig, wreed en schadelijk lijkt, belichamen hun eigen complexe menselijke waarden met betrekking tot familie, liefde, werk, angst, vriendschap, thuis, vreugde, rechtvaardigheid, pijn, moed, beloning.
Misschien is het ethos van het landelijk-industriële in Noord-Amerika sterker dan in Europa. Misschien maakt de schaal van industriële operaties op het platteland van de VS – mogelijk gemaakt door de enorme omvang van het landschap – het gemakkelijker om een bos te zien als een werkplek of een product, in plaats van als een levend ecosysteem. Maar zelfs op plaatsen waar de balans tussen leven en arbeid subtieler is, kunnen we in volksliederen een gevoel van de voorrang van werk vinden. Het land, de “natuur,” mag de ultieme bron van ons levensonderhoud en onderdak zijn, maar deze bron is nutteloos voor ons zonder de tussenkomst van arbeid, zonder het werk van de boer, jager, boswachter, of rietsnijder. De “natuur” kan een vriend of een vijand zijn; het werk bepaalt welke van de twee het is.
De verteller in “The Powte’s Complaint” is een ‘powte’, vermoedelijk een vis die nu bekendstaat als ongedierte
“The Powte’s Complaint” is een ballade uit het begin van de 17e eeuw, verzameld in 1662 door antiquair William Dugdale. Het is een krachtig en strijdlustig protestlied dat tekeergaat tegen het droogleggen van het Fenland, een ecologisch uniek moerasgebied in het laaggelegen oosten van Engeland, door rijke landeigenaren. De verteller is een ‘powte’, vermoedelijk een vis die nu bekendstaat als ongedierte. Het zogenaamd niet-menselijke perspectief heeft sommige critici ertoe gebracht “The Powte’s Complaint” te classificeren als een ecologisch lied en misschien zelfs proto-eco-folk.
Ook ik classificeer “The Powte’s Complaint” als protest- en milieulied. Maar voor wie spreekt de dappere powte? “Steltlopermakers en leerlooiers zullen klagen over deze ramp,” zegt de vis. “Want ze zullen elk modderig meer omvormen tot weiland voor kalveren in Essex.” De powte is geen natuurbeschermer. Hij spreekt voor het moeras, maar niet voor het moeras als een niet-menselijk ecosysteem; hij spreekt voor de economie van het moeras, voor het moeras als een bron, als bewerkt land. “Welke vissoort de auteur ook heeft voorgesteld als de persona, de primaire zorg van het lied is de impact van de drooglegging op de menselijke economie,” schrijven Todd A. Borlik en Clare Egan in een analyse uit 2018. “De vis klaagt dat het vernietigen van wetlands de waterafhankelijke beroepen van bootbouwers, steltlopermakers, vissers en leerlooiers zal verlammen; de leerlooiers waren bijzonder beruchte vervuilers. Het zou dus voorbarig zijn om stevige milieumotieven toe te schrijven aan de auteur van het lied.”
Antropocentrisme landt anders wanneer, zoals Borlik en Egan verder opmerken, “het onderscheid tussen economie en wat we nu ecologie noemen [niet] geheel discreet is,” wanneer het platteland en het werkende leven duidelijk van elkaar afhankelijk zijn, en er nog geen duidelijke “wij” en “zij” tegenstelling is ontstaan tussen het landelijke en het industriële, wanneer het werk het land is, en het land het werk.
Hoe dan ook zijn er altijd moeilijke paradoxen aanwezig in vragen over onze verbinding met, of nabijheid tot de natuur, en deze komen onvermijdelijk naar voren wanneer we luisteren naar de volksliederen van het platteland. Er is een diepe en belangrijke verbinding tussen de levende wereld en de jager, walvisvaarder of houthakker wiens levensonderhoud letterlijk afhankelijk is van die levende wereld, van haar veerkracht en voortbestaan, zelfs terwijl hij hakt en jaagt. Het is misschien geen eco-folk – en het zal de wereld niet redden! – maar ook deze zijn, desalniettemin, de levende liederen van onze draaiende aarde.
Het volk tegen het systeem
Volksmuziek is altijd de muziek geweest van onderdrukte mannen en vrouwen, dienstplichtigen, voetsoldaten. Of liever gezegd, deze mensen hebben altijd liederen gezongen, en de liederen die zij zingen hebben altijd onze volksmuziek gevormd. De rijke en waardevolle protesttraditie in de volksmuziek, de traditie van “het volk” tegen het systeem, de octopus, de machine, loopt parallel aan een erfenis van stemmen van binnen het systeem: de liederen van de arbeiders wiens strijd, om te werken, te verdienen, gezinnen te voeden, harde levens op te bouwen op barmhartige plekken, een krachtig verhaal vormen. Dit, niet minder dan de verhalen van uitsterving en ecocide, is een verhaal van verliezen, ontberingen en het wankele voortbestaan van hoop.
We kunnen de systemische oorzaken van milieudaling en ecologische ineenstorting identificeren (ongereguleerd kapitalisme, extractief kolonialisme) zonder te vergeten dat deze oorzaken in de praktijk, aan het werkelijke front, werden uitgevoerd door mensen – mensen die, over het algemeen, zelden in de positie waren om verder te kijken dan de omringende dennenbossen of de bolwerken van hun schip, verder dan de volgende loonuitbetaling, het einde van de reis, de terugkeer van vaders, broers, zonen van de jacht of de zee of de noordelijke bossen. Dit is de geleefde ervaring die wordt bewaard (gezouten, ingelegd in vaten) in onze volksliederen.
Dertig jaar na haar doorbraak als frontvrouw van de Britse trip-hopband Portishead keert zangeres Beth Gibbons terug op het podium met haar eerste soloalbum Lives outgrown.
Dertig jaar geleden gold zangeres Beth Gibbons van de band Portishead als vaandeldrager van de Britse trip-hop, de mix van duistere melodieën, elektronische muziek en samples. Daarna hield ze het bij spaarzame gastoptredens en studio-opnames voor andere artiesten vóór ze eind mei met Lives outgrown haar eerste soloalbum uitbracht.
De nummers klinken Felix Heinecker van Plattentestsvertrouwd in de oren: ‘De sfeer, intensiteit en die onmiskenbare stem…’ De muziek komt volgens hem vooral tot zijn recht ‘op bewolkte dagen, wanneer het buiten stormachtig is en knettert. Het lijkt veel spontaner dan de platen van Portishead en toch zit er zoveel ziel in. Dus neem gerust de tijd, Beth. We wachten af.’
Het album heeft een ‘herfstachtige, aangrijpende somberheid waar soms licht en warmte in doorschemeren’
Alex Petridis schrijft in The Guardianover ‘Gibbons hypnotiserende ritmes en haar onderscheidende, gekwelde stem.’ Het album heeft een ‘herfstachtige, aangrijpende somberheid waar soms licht en warmte in doorschemeren.’ Gibbons voert de luisteraar mee naar ‘een geheel eigen klankwereld met treurig laag spelende of dissonant piepende strijkers.’ Op een andere track ‘rommelt het onheilspellend, als het laatste geluid dat je zou horen voordat je ritueel wordt geofferd.’
Ook Sophie Rosemont komt in Vogue France met een bloemrijke bespreking: ‘Gibbons vloert haar publiek met het geluid van verloren liefdes en vogels in de ochtend.’ Volgens de criticus cultiveert de zangeres haar mythe door de schijnwerpers uit de weg te gaan mysterieus te blijven: ‘Zo stelt ze op een briljante manier een van de paradigma’s uit de popwereld ter discussie: jezelf tonen om niet te worden vergeten.’
Close listening is een absolute vereiste, vindt Sam Walton voor Loud And Quiet: ‘Eerst blijft het bij een zachte, elegante droefheid, daarna barst het album open.’ En blijkt Gibbons openhartig, met name over de klimaatcrisis: ‘Dan verandert ze in een rouwende moeder die niet weet hoe ze straks haar kinderen achterlaat op deze steeds sneller opwarmende planeet.’
Lives outgrown van Beth Gibbons is eind mei wereldwijd uitgebracht.
De Amerikaanse zangeres Billie Eilish keert terug met haar langverwachte derde album Hit Me Hard and Soft, vol meerstemmige nummers en introspectieve teksten die volgens Slant Magazine gebaat zijn bij meerdere luisterbeurten.
De lat ligt hoog voor een artiest die met haar eerste twee albums negen Grammy’s en tal van andere internationale prijzen pakte, en die Oscars won voor zowel de soundtrack van de laatste James Bondfilm als die van Barbie. Met haar nieuwe album Hit Me Hard and Soft maakt de Amerikaanse Billie Eilish (22) die status ‘met verve’ waar, vindt Amrit Virdi in Clash: ‘Een organisch klinkend geheel met gitaren, drums en verrukkelijke strijkers die de zachte zang van Eilish aanvullen.’ Kenmerkend voor haar muziek zijn volgens haar de ‘twists’: ‘van akoestische gitaar naar synthesizer, van uptempo terug naar de strijkerssectie’.
Nick Seip van Slant Magazine is niet de enige recensent die wijst op de invloed van Billies broer Finneas Eilish. ‘Samen experimenteren ze met structuren en stijlen, en onderzoeken ze op een speelse en tegelijkertijd diepgaande manier haar beroemdheid en haar persoonlijkheid.’ Volgens Seip is het album, ‘vol meerstemmige nummers en introspectieve teksten, gebaat bij meerdere luisterbeurten’. Laura Fernández houdt het er in El Paísop dat ‘Eilish zich met dit album moest herontdekken om te kunnen ontsnappen aan de duisternis’ waarin ze terecht was gekomen na haar plotselinge wereldsucces. Op het nieuwe album is sprake van ‘epische introspectie, waarin ze de nuances van haar stem verkent: van fluisteren naar huilen’.
‘Zo gaat ze van depressie, isolement en ellende naar expliciete lust’
In Le Monde noemt Stéphane Davet ‘de mix van minimalisme en subtiele muzikale vondsten het handelsmerk van het familieambacht’. Op het ene nummer klinken ‘liederen van Amerikaanse voorouders’ door, een andere track doet denken aan ‘de triphop van Massive Attack en Portishead’. Daarnaast roemt hij Eilish’ ‘durf en efficiëntie om de gangbare codes van de hedendaagse popmuziek door elkaar te schudden’. ‘Een coming-of-ageplaat,’ schrijft Rob Sheffield voor Rolling Stone. ‘Maar net zo goed bezingt ze haar coming-out. Met een non-stop stroom van emotionele en snelle muzikale wendingen. Zo gaat ze van depressie, isolement en ellende naar expliciete lust.’ In haar teksten draait het om ‘de roem die haar gevangenhoudt, het trauma van haar lichaamsbeeld en de niet te stillen honger van het internet’.
Hit Me Hard and Soft van Billie Eilish is in mei verschenen
De grande dame van de alternatieve rock Pearl Jam is terug met Dark Matter, hun twaalfde studioalbum. Volgens Irish Times-recensent Ed Power komt het album neer op een ‘stormachtig back-to-basics’.
Kwestie van zelfvertrouwen waarschijnlijk: bandleider Eddie Vedder laat alvast weten dat Pearl Jam met de nieuwe plaat Dark Matter het beste werk tot nu toe heeft gemaakt. Criticus Alexander Hoggard is een tikkeltje minder uitbundig. Hij noemt het twaalfde studioalbum in The Independent ‘het beste wat Pearl Jam de afgelopen twee decennia heeft laten horen’. Volgens hem maakt de band de reputatie van liveband volledig waar met het nummer Wreckage: ‘Voorbestemd als concertfavoriet: een meezinger van jewelste en een outro met lijfliedachtige allure.’
In zijn recensie voor Irish Times klinkt Ed Power net zo onstuimig als de nieuwe Pearl Jam: ‘Gitaren als bulldozers, het schrapende keelgeluid van de frontman en een knarsend punknummer dat wordt gedomineerd door het sloopkogelgitaarspel van Mike McCready.’ Power schrijft dat het album neerkomt op een ‘stormachtig back-to-basics’, wat volgens hem vooral te danken is aan producer Andrew Watt: ‘Die bracht vorig jaar ook The Rolling Stones met Hackney Diamonds terug naar hun klassieke sound, ‘zonder een spoor van zelfparodie’. Power concludeert dat de band zich keurig houdt aan ‘de gouden rockregel: wees luid en compromisloos, en zing alles alsof je het meent.’
‘Hymnes tegen isolement en vereenzaming, die welwillend in de richting van kitsch neigen’
Van de meeste tracks begrijpt Ralf Hoff van Plattentests duidelijk het verband met de albumtitel Dark Matter: ‘Pearl Jam ontdekt weinig goeds in de huidige wereldsituatie. Vedder blaft daar vol overtuiging zijn ongenoegen over uit.’ Verder vindt hij dat de band uit Seattle bij vlagen precies datgene maakt waar deze ‘grande dame van de alternatieve rock’ goed in is: ‘hymnes tegen isolement en vereenzaming, die welwillend in de richting van kitsch neigen, maar er steeds weer aan ontsnappen’.
In El País heeft Carlos Marcos het over een ‘rockalbum met furieuze en zweterige nummers, enkele intieme momenten van existentiële helderheid en magische mid-tempo’s’. Van muzikale luiheid als op vorige albums is geen sprake, vindt hij: ‘Hier hoor je vijf jongens die zich volledig concentreren op het uitlokken van een geluid, zonder al te veel uitleg. Dat is ook helemaal niet nodig.’
Dark Matter, het nieuwe album van Pearl Jam, werd medio april uitgebracht.
Britse critici zijn het erover eens dat ‘de tumultueuze Libertines’, onder leiding van Pete Doherty en Carl Barât, met hun nieuwe album All Quiet on the Eastern Esplanade eindelijk tot rust zijn gekomen, maar de onverwachte koerswending roept uiteenlopende reacties op.
Voor Rolling Stone UK heeft de groep niets aan glans ingeboet in All Quiet on the Eastern Esplanade. Het typeert dit album als ‘pure rock die sterk doet denken aan de explosieve en chaotische charme van hun debuut, verrijkt door hun ervaring als veertigers’.
Muzieksite NMEwaardeert de onverwachte koerswending die deze artiesten met hun wilde drugsverleden hebben genomen, van wie Doherty nu, geheel vrij van verslavingen, een rustig leven leidt in Normandië. Ook The Independent spreekt van een plaat die ‘is gemaakt met een heldere geest’, met als gevolg, aldus de krant, dat Doherty een groter stembereik heeft, zijn teksten meer samenhang vertonen en dat hij zijn dierlijke instincten deze keer beperkt tot ‘zo nu en dan een miauwtje op de achtergrond’. Dit zou het meest overtuigende album zijn dat hij met Carl Barât heeft afgeleverd sinds Up the Bracket uit 2002; hun eerste plaat, die ‘een ode [was] aan de jeugd en de liefde in het Londen van rond de eeuwwisseling’.
‘Elf pakkende nummers over wat het betekent om Engels te zijn, de migratiecrisis, alcoholisme en eenzaamheid’
Ruim twintig jaar later, meent The Daily Telegraph, blijft de groep trouw aan haar originele sound. Dit vierde album is ‘op en top Libertines: elf pakkende nummers over wat het betekent om Engels te zijn, de migratiecrisis, alcoholisme, gebroken harten en eenzaamheid, tegen een achtergrond van krassende gitaren en hectische ritmes’. Maar, aldus het conservatieve dagblad, doordat hier meer van het persoonlijke wordt afgeweken en ‘wordt geflirt met een soort toekomstvisie voor het Verenigd Koninkrijk’, verliest het album ‘gaandeweg helaas aan overtuiging’. Zo gaat Merry Old England, het vierde nummer, over het lot van Syriërs, Irakezen en Oekraïners die het VK over zee proberen te bereiken, en de algemene onverschilligheid voor hun lot. Volgens The Telegraph ‘had dit nummer de potentie een polemische aanklacht te zijn, maar door (…) een vlak stemgeluid en een gebrek aan inleving pakt dat anders uit’. De krant spreekt van ‘een prima prestatie van een groep die zichzelf vooral lijkt te feliciteren met het feit dat ze nog bestaan’.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.