Onderwerpen: Natuur

  • De Iztaccíhuatl kent nog maar drie gletsjers, Pecho, Panza en Suroriental 

    De Iztaccíhuatl kent nog maar drie gletsjers, Pecho, Panza en Suroriental 

    In Mexico zijn nog maar vijf gletsjers over, die zich op twee bergen bevinden: de Iztaccíhuatl en de Pico de Orizaba. In totaal gaat het om minder dan één vierkante kilometer ijs en volgens deskundigen zijn de gletsjers rond 2050 verdwenen. De oorzaak van het snelle verdwijnen van deze watervoorziening is ontegenzeggelijk de opwarming van de aarde.

    In Mexico zijn nog maar vijf gletsjers over, die zich op twee bergen bevinden: de Iztaccíhuatl en de Pico de Orizaba. In totaal gaat het om minder dan één vierkante kilometer ijs en volgens deskundigen zijn de gletsjers rond 2050 verdwenen. De oorzaak van het snelle verdwijnen van deze watervoorziening is ontegenzeggelijk de opwarming van de aarde.

    De gletsjertong en het firnbekken van de Ayoloco-gletsjer zijn zo goed als verdwenen. Alleen een muur van oud ijs en gletsjerkrassen in de rotsen zijn er stille getuigen van dat hier in hartje Mexico op 4700 meter hoogte, op de top van de vulkaan Iztaccíhuatl, ooit een gletsjer was. De groeven die deze ruige, 200 meter dikke ijsmassa heeft achtergelaten, zijn nog heel tastbaar. Als een bulldozer sleurde hij stenen mee op zijn weg naar beneden en deponeerde die op een grote modderige hoop onderaan de helling. En met zijn oeroude krachten overdekte hij de reusachtige bruine rotsmassa’s die hij niet in beweging kreeg met krassen [gletsjerkrassen of striaties zijn krassen in gesteente die door de schurende werking van gletsjers ontstaan].

    Midden in een sneeuwstorm zijn twee onderzoekers van de Nationale Autonome Universiteit van Mexico (UNAM) bezig een metalen gedenkplaat te plaatsen in een van de oeroude geulen. Eerst smeren ze lijm op de plaat, vervolgens zetten ze hem stevig vast met schroeven, zodat hij de volgende storm zal overleven. ‘Deze plaat herinnert ons eraan dat hier ooit de Ayoloco stroomde,’ zegt glacioloog Hugo Delgado. ‘En dat die zich steeds verder terugtrok en in 2018 compleet verdween, als gevolg van de klimaatverandering door menselijk handelen.’

    ‘De mens had lang geleden al actie moeten ondernemen’

    De geoloog wijdt zijn hele carrière al aan het bestuderen van de Mexicaanse gletsjers en benadrukt dat de mens lang geleden al actie had moeten ondernemen. Het verdwijnen van deze watervoorziening is namelijk onomkeerbaar. Het enige wat nu nog over is van de gletsjers in het Mexicaanse hooggebergte zijn kale hellingen met her en der wat stenen, die er als botten over verspreid liggen.

    De Ayoloco op de Iztaccíhuatl – met zijn 5230 meter de op twee na hoogste bergtop van het land – is de laatste gletsjer die verdween. Op de berg die aan een slapende vrouw doet denken werden in 1958 nog elf gletsjers geteld. Daarvan zijn er nu nog maar drie over: de Pecho, de Panza en de Suroriental. Samen zijn die goed voor amper 0,2 vierkante kilometer ijs. In 1850, de laatste bloeiperiode tijdens de zogeheten Kleine IJstijd, was dat nog 6,23 kilometer. In 170 jaar is de berg dus ruim 95 procent van zijn gletsjermassa kwijtgeraakt.

    In heel Mexico zijn nog maar twee andere gletsjers over: de Glaciar Norte en de kleinere Glaciar Noroccidental. Samen hebben ze een oppervlak van iets meer dan 0,6 vierkante kilometer. Ze bevinden zich op de Pico de Orizaba, ook wel Citlaltépetl genoemd, op de grens tussen de staten Puebla en Veracruz. Met zijn 5675 meter is dit de hoogste berg van het land. De laatste zestig jaar zijn vier van zijn gletsjers verdwenen. Ook de Norte, de laatste hoop van geologen, is op sterven na dood. Zijn gletsjertongen, acht ijstentakels die de berg af kronkelden, is hij al kwijt. ‘De rotsen zijn al te zien, de ijsdikte is minimaal,’ zegt Delgado, die tot april dit jaar directeur was van het Instituut voor Geofysica van de UNAM.

    De toekomst ziet er slecht uit voor de laatste vijf Mexicaanse gletsjers. De geoloog voorspelt dat de drie gletsjers op de Iztaccíhuatl de komende vijf jaar zullen verdwijnen; die op de Pico de Orizaba geeft hij nog twee decennia. Hoe dan ook ‘zijn er in 2050 geen gletsjers meer in Mexico’.

    En niet alleen hier is het aftellen begonnen. Delgado vertegenwoordigt Mexico in de internationale groep voor gletsjeronderzoek. Hij vertelt dat hij altijd plagerige grapjes moest aanhoren van collega’s uit Ecuador en Peru die opschepten over hun schitterende exemplaren. ‘Binnenkort hoef je niet meer naar onze bijeenkomsten te komen, zeiden ze dan lachend tegen me,’ vertelt hij. ‘Ze vonden de omvang van mijn gletsjers altijd een lachertje, maar maken zich tegenwoordig grote zorgen over hun eigen gletsjers, waarvan het ijs nu ook zienderogen smelt.’

    Overal op aarde zie je dit drama zich voltrekken. Van de Ok in IJsland, de Pizol in Oostenrijk, de aangekondigde dood van de Spaanse gletsjers tot en met de vorming van meren in de Himalaya, overal wordt afscheid van ze genomen. Geen gletsjer ontkomt aan de opwarming van de aarde. Ze zijn een van de meest evidente en logische sensoren van klimaatverandering geworden: hoe hoger de temperatuur op aarde, hoe sneller ze krimpen. En het feit dat ze aan de lopende band verdwijnen is tekenend voor het leven dat ons op aarde te wachten staat: heter, droger, uitgeputter.

    Knerpende voetstappen op de aarde, zware ademhaling en het geselen van het gras dat de hellingen van de Iztaccíhuatl als een deken heeft begroeid. Naarmate we hoger komen, kwijnt de vegetatie weg en worden de rotsen zichtbaar. Net onder de sneeuwlijn zien we op een open plek kruisen staan. Deze zijn opgericht voor Luis Rosas, een bergbeklimmer die in 1971 verongelukte, en Daniel Peralta die, nadat hij vele toppen had bedwongen, hier in 2013 eveneens om het leven kwam. Dit soort gedenkplaten ter nagedachtenis aan bevlogen alpinisten vormden de inspiratie voor een plaat voor de Ayoloco.

    Popocatépetl

    Plotseling wordt de stilte op het pad verstoord door een laag en aanhoudend gerommel. ‘Horen jullie dat? Dat is een gaslek, onder hoge druk. Je hoort ook wat explosies, het is de Popocatépetl,’ roept Robin Campion enthousiast. Hij is vulkanoloog aan de UNAM en vergezelt Delgado op zijn gletsjerexpedities. Vanaf de voet van de Iztaccíhuatl zie je de rookpluim van deze imposante vulkaan. De pluim tekent zich duidelijk af tegen de heldere hemel, als nadrukkelijk geheugensteuntje dat hij er ook nog is.

    Ook op de Popocatépetl waren er tot het jaar 2000 gletsjers, maar die zijn na een grote vulkaanuitbarsting allemaal bedolven. ‘Er is nog een klein beetje ijs, maar dat functioneert niet meer als gletsjer, want het stroomt niet meer en groeit niet meer aan. Ironisch genoeg worden die ijsmassa’s eigenlijk in stand gehouden door vulkaanas,’ zegt Delgado. ‘Als de Popocatépetl op een dag inactief zou worden en het ijs zou niet zijn gesmolten door de temperatuurstijging, zou de gletsjer dankzij deze ijsblokken kunnen herstellen.’

    Tijdens de beklimming zijn de bergbeklimmers gehuld in een dikke wolkendeken die de voeten, de knieën en de buik van de Iztaccíhuatl bedekt. Op de westelijke helling onderweg naar de Ayoloco bevindt zich het bekken waar tot ongeveer 2012 de Atzintli-gletsjer lag. Vroeger vormden deze gletsjers, als er gebrek aan water was, een belangrijke bron. Hun belang voor de bewoners aan deze kant van de berg spreekt duidelijk uit hun Nahuatl-namen ‘hart van water’ en ‘mijn water’. Nu wonen tussen de morenen hagedissen en zijn deze rotsen op 4500 meter hoogte overdekt met korstmossen. 

    Toen de temperaturen begonnen te stijgen, zijn beide gletsjers verdwenen doordat ze één voor één onder de zogeheten evenwichtslijn kwamen te liggen. Zo noemen geologen de zone in het hooggebergte waar de gemiddelde jaartemperatuur nul graden Celsius of lager is. Boven die lijn blijven sneeuw en hagel liggen en kan een gletsjer aangroeien. ‘Wanneer een gletsjer aangroeit, stroomt hij omlaag door de zwaartekracht. Maar wanneer hij de evenwichtslijn overschrijdt, komt hij terecht in wat de ablatiezone wordt genoemd,’ vertelt Delgado. ‘Daar ligt de temperatuur boven nul, en dat betekent dat alle neerslag wegsmelt. Gletsjers hebben een dynamiek van aangroei en smelten. Er bestaat een bepaald evenwicht waarbij ze ijsmassa behouden en kwijtraken,’ aldus de glacioloog.

    Maar deze balans is in de loop der tijd op natuurlijke wijze verstoord. Ooit waren alle bergen in de Vallei van Mexico boven de 3500 meter bedekt met ijs. De Ajusco, de Sierra de la Cruces, de Nevado de Toluca en de Sierra Nevada, op alle bergen waren gletsjers. In 1958 lag de evenwichtslijn in Mexico nog op 4500 meter en nu is dat 5250 meter. Alle gletsjers op de Iztaccíhuatl zitten al onder deze grens.

    Vonnis

    Terwijl de onderzoekers de gedenkplaat vastzetten op de Ayoloco, valt er een dik pak sneeuw op de buik van de berg. Het regenseizoen is net begonnen en op deze hoogte sneeuwt het onophoudelijk grote vlokken. Maar grote bruine plekken blijven open. ‘De sneeuw blijft maar een paar dagen liggen, met een beetje geluk een paar weken. Maar dan is alle sneeuw gesmolten en groeien de gletsjers niet meer aan.’ De drie laatste gletsjers op de Iztaccíhuatl zitten verborgen in kraters. Daar wordt de ijsmassa beschermd door het bekken. ‘Door de geomorfologische omstandigheden zijn ze er nog, maar de kans dat ze blijven voortbestaan is eigenlijk nihil.’ Het vonnis: ‘Hun tijd is gekomen.’

    Bij de Pico de Orizaba ligt dat anders. De top en de gletsjers liggen nog steeds 120 meter boven de evenwichtslijn. Maar geologen hebben een ander probleem ontdekt: een gebrek aan synchronisatie. Wanneer het sneeuwt in het regenseizoen – dat in Mexico in de zomer valt – blijft de sneeuw door de hoge temperaturen niet liggen. En als het wel koud genoeg is, valt er geen neerslag. ‘Als het zo doorgaat met de temperatuurrecords, zijn ze over een paar decennia verdwenen,’ zegt Delgado.

    Afgezien van de opwarming van de aarde moeten de Mexicaanse gletsjers zien te overleven midden tussen de industriezones in de Vallei van Mexico en Puebla en overbevolkte steden als Mexico-Stad en Ciudad Nezahualcóyotl. Bovendien hebben ze te kampen met een lokale factor: wanneer gletsjerijs smelt, komen donkere rotsen tevoorschijn die de zonnestralen niet weerkaatsen maar juist absorberen. Met weer extra opwarming tot gevolg.

    Ook het enige glaciologische station dat de ijsmassa’s op de Pico de Orizaba kan observeren – door blikseminslag en materiaaldiefstal heeft het station op de Iztaccíhuatl maar een paar maanden bestaan – bevestigt dat het ijs in Mexico ‘heet ijs’ is. De temperatuur ligt er zo dicht bij nul dat het ijs bij de minste stijging smelt. Bovendien hebben de gletsjers, door hun hoogte en ligging, in de droge seizoenen (ook al zijn de temperaturen dan laag) zo veel last van de zon dat het ijs sublimeert: het gaat van zijn vaste toestand direct over in gas en verdampt.

    ‘De werkelijke uitdaging is nu wat we eraan gaan doen’

    Delgado heeft de Iztaccíhuatl in 1974 beklommen en daarbij geleerd om op sneeuw te lopen. Met hamer en ijshouweel beklom hij het schitterende Ayoloco-bekken. Om zich voor te bereiden op een expeditie naar de Himalaya leefde hij in 1979 twee weken lang in deze zeven kilometer lange siërra. Hij verloor er bovendien zijn beste vriend, die de berg wel honderd of misschien zelfs tweehonderd keer had gelopen. Delgado, die de Iztaccíhuatl als een vriendin ziet, vat de toestand van de Mexicaanse gletsjers als volgt samen: ‘Onze gletsjers zijn echte helden: ze strijden tot ze erbij neervallen.’

    De onomkeerbare verdwijning van unieke Mexicaanse gletsjers op 20 graden noorderbreedte betekent het verlies van een betrouwbare sensor van klimaatverandering, maar vooral het verlies van een belangrijke watervoorziening. In dit steeds dichterbevolkte en drogere land – de laatste 34 jaar is de gemiddelde temperatuur in Mexico twee graden gestegen – zijn gletsjers in het droge seizoen een extra hulpbron voor gemeenschappen die in de buurt van de bergen wonen. Gletsjers zijn goed voor ongeveer 5 procent van de waterkringloop in die regio’s, dankzij smeltwater of doordat ze de grondwaterstand voeden. ‘Het is niet veel, maar alle kleine beetjes helpen,’ zegt Delgado.

    Alle voortekenen – krimpende gletsjers, smeltende polen, leeglopende stuwmeren – wijzen in dezelfde richting: ‘Er is steeds minder water beschikbaar. Onze samenleving gaat last krijgen van waterstress. Dat probleem bestaat nu al, alleen heeft het zijn volle omvang nog niet bereikt. De werkelijke uitdaging is nu wat we eraan gaan doen.’

    Voor de stervende ijsmassa’s op de bergtoppen is alle hoop vervlogen, en ook de opwarming van de aarde kan niet meer worden teruggedraaid, waarschuwt de glacioloog. Maar we kunnen wel proberen dit proces af te remmen. De uitstoot van broeikasgassen terugdringen, water besparen, ontbossing tegengaan en investeren in milieueducatie: het is allemaal hoognodig. Delgado heeft vooral vertrouwen in de volgende generaties. ‘Het gaat hier niet om de bescherming van de planeet, maar van de omgeving waarin wij als soort kunnen overleven. Ons voortbestaan staat op het spel.’

  • Koerden vrezen vertrek VS uit Syrië | Met menselijk haar de oceanen opruimen

    Koerden vrezen vertrek VS uit Syrië | Met menselijk haar de oceanen opruimen

    Koerden in Syrië hopen dat het Amerikaanse leger hen niet in de steek laat

    De Arabisch-Koerdische strijdkrachten die het noordoosten van Syrië in handen hebben, hebben de terugtrekking van de VS uit Afghanistan ‘met argusogen gadegeslagen’, meldt The Washington Post.

    In 2019 had voormalig president Trump besloten dat meer dan de helft van de Amerikaanse troepen die in Syrië zijn gestationeerd moesten vertrekken. Dit werd ervaren als ‘verraad aan de Koerden’ die streden tegen de jihadistische groepering Islamitische Staat (IS), aldus het Amerikaanse dagblad. De gedeeltelijke terugtrekking had ‘de kaart hertekend‘ van Noordoost-Syrië, waarvan delen in handen kwamen van een door Turkije gesteunde Syrische militie, en andere in handen van het Syrische leger, gesteund door Rusland en Iran. Een ‘pijnlijke herinnering die nog vers in het geheugen staat’ van de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF).

    ‘In het noordoosten van Syrië denken weinig mensen dat de Amerikanen voor onbepaalde tijd zullen blijven’

    Maar in de afgelopen maanden heeft de regering-Biden ‘getracht’ de leiders van de Arabisch-Koerdische strijdkrachten gerust te stellen door het zenden van militairen. Ongeveer negenhonderd Amerikaanse troepen zijn nog steeds in het gebied om IS te bestrijden. ‘De [Amerikaanse] regering heeft verklaard dat het partnerschap sterk blijft en dat de Amerikaanse troepen niet op korte termijn zullen vertrekken’, schrijft The Washington Post.

    ‘Amerikaanse officieren kwamen naar ons toe en zeiden dat er geen verandering zou komen in Syrië‘, bevestigt SDF-leider Mazloum Abdi, geïnterviewd door de Amerikaanse krant.

    Over de toekomst van de Amerikaanse aanwezigheid is de Koerdische generaal ‘voorzichtig maar optimistisch’ en hoopt hij dat ‘Amerika zich aan zijn beloften zal houden’. In het noordoosten van Syrië ‘denken weinig mensen dat de Amerikaanse troepen voor onbepaalde tijd zullen blijven’, aldus de krant. Maar voor Abdi moeten de Amerikaanse troepen ’blijven tot er een oplossing voor de Syrische crisis is gevonden’.

    Voor de Amerikanen is aanwezigheid in de regio belangrijk voor het ‘machtsevenwicht’ in Syrië, waar naast het Syrische leger ook Russische, Turkse en Iraanse strijdkrachten aanwezig zijn.

    Lees ook:


    Chinese telefoonfabrikant Xiaomi groeit hard

    Amerikaanse sancties hebben de smartphoneactiviteiten van Huawei hard geraakt en ondertussen profiteert een ander Chinees bedrijf daarvan. Technologiebedrijf Xiaomi heeft het gat opgevuld dat door Huawei is achtergelaten op de markten van Europa tot Zuidoost-Azië en China. Het doet dit volgens een scenario dat ook door veel andere Chinese merken wordt gehanteerd, namelijk door producten aan te bieden met eigenschappen die vergelijkbaar zijn met die van concurrenten, maar dan wel tegen veel lagere prijzen, schrijft The Wall Street Journal.

    Er is geen enkel bedrijf dat wereldwijd meer telefoons heeft verkocht in de maand juni dan Xiaomi

    Volgens marktonderzoeker Counterpoint Research is er geen enkel bedrijf dat wereldwijd meer telefoons heeft verkocht in de maand juni dan het in Beijing gevestigde Xiaomi. Het bedrijf passeerde Samsung en Apple en werd voor het eerst het nummer één smartphonemerk ter wereld. De maand-op-maandomzet groeide met 26 procent en daarmee was Xiaomi ook het snelst groeiende merk van juni. In het tweede kwartaal van dit jaar was Xiaomi wereldwijd het tweede merk qua verkoop.

    Lees ook:


    Red een pelikaan met je paardenstaart

    Nadat je je haar hebt laten knippen bij Pitch, een kapsalon in het centrum van San Francisco, verzamelen de kappers de afgeknipte lokken en voeren die aan viltmachines die buiten staan. Deze veranderen het haar in strak geweven viltmatten die worden gebruikt om watervervuiling aan te pakken. Het is een idee van Phil McCrory, een haarstylist uit Huntsville, in Alabama, schrijft Reasons to be Cheerful. In 1989 zag hij beelden van de olieramp met de Exxon Valdez in Alaska. Hij wist hoe gemakkelijk olie zich aan haren hecht en vroeg zich af of je ook mensenhaar zou kunnen gebruiken om olie op te ruimen. Wetenschappers bevestigden zijn theorie: elke haar absorbeert drie tot negen keer zijn gewicht in olie. 

    Het idee van McCrory leidde tot een wereldwijde beweging. In 1998 ging hij een partnerschap aan met Matter of Trust, een non-profitorganisatie van Lisa Gautier uit San Francisco. Samen lanceerden ze het baanbrekende Clean Wave-programma om vezelmatten te produceren van mensenhaar uit kapsalons, dierenvacht uit salons voor huisdieren en zelfs pluisjes uit wasserettes.

    Inmiddels doneren alleen al in de VS veertigduizend kapsalons hun haarresten

    Inmiddels doneren alleen al in de VS veertigduizend kapsalons hun haarresten. Elke kapsalon en dierentrimmer knipt ongeveer anderhalve kilo haar of vacht per dag, en dat levert een enorme hoeveelheid op aan natuurlijke vezels. De viltfabriek in San Francisco ontvangt nu dagelijks haar uit dertig landen.

    De haarmatten van Matter of Trust zijn inmiddels al met succes gebruikt bij grote olielozingen, zoals in Ecuador, waar Texaco tussen 1964 en 1992 meer dan 60 miljard liter giftig afvalwater dumpte, naast miljoenen liters ruwe olie. In 2010 leidde de lekkage van bijna 800 miljoen liter ruwe olie door BP in de Golf van Mexico tot een ongekende reactie: binnen vier dagen ontving Matter of Trust 340.000 kilo aan vezels. EPA, het milieuagentschap van de overheid, noemde het de grootste burgeractie die het ooit had gezien.

  • Wereldnieuws: Zweeds bedrijf produceert ‘groen’ staal & Meer

    Wereldnieuws: Zweeds bedrijf produceert ‘groen’ staal & Meer

    Red een pelikaan met je paardenstaart

    Nadat je je haar hebt laten knippen bij Pitch, een kapsalon in het centrum van San Francisco, verzamelen de kappers de afgeknipte lokken en voeren die aan viltmachines die buiten staan. Deze veranderen het haar in strak geweven viltmatten die worden gebruikt om watervervuiling aan te pakken. Het is een idee van Phil McCrory, een haarstylist uit Huntsville, in Alabama, schrijft Reasons to be Cheerful. In 1989 zag hij beelden van de olieramp met de Exxon Valdez in Alaska. Hij wist hoe gemakkelijk olie zich aan haren hecht en vroeg zich af of je ook mensenhaar zou kunnen gebruiken om olie op te ruimen. Wetenschappers bevestigden zijn theorie: elke haar absorbeert drie tot negen keer zijn gewicht in olie. 

    Het idee van McCrory leidde tot een wereldwijde beweging. In 1998 ging hij een partnerschap aan met Matter of Trust, een non-profitorganisatie van Lisa Gautier uit San Francisco. Samen lanceerden ze het baanbrekende Clean Wave-programma om vezelmatten te produceren van mensenhaar uit kapsalons, dierenvacht uit salons voor huisdieren en zelfs pluisjes uit wasserettes.

    Inmiddels doneren alleen al in de VS veertigduizend kapsalons hun haarresten

    Inmiddels doneren alleen al in de VS veertigduizend kapsalons hun haarresten. Elke kapsalon en dierentrimmer knipt ongeveer anderhalve kilo haar of vacht per dag, en dat levert een enorme hoeveelheid op aan natuurlijke vezels. De viltfabriek in San Francisco ontvangt nu dagelijks haar uit dertig landen.

    De haarmatten van Matter of Trust zijn inmiddels al met succes gebruikt bij grote olielozingen, zoals in Ecuador, waar Texaco tussen 1964 en 1992 meer dan 60 miljard liter giftig afvalwater dumpte, naast miljoenen liters ruwe olie. In 2010 leidde de lekkage van bijna 800 miljoen liter ruwe olie door BP in de Golf van Mexico tot een ongekende reactie: binnen vier dagen ontving Matter of Trust 340.000 kilo aan vezels. EPA, het milieuagentschap van de overheid, noemde het de grootste burgeractie die het ooit had gezien.


    De laatste zwaardmakers van Toledo

    De Carthaagse generaal Hannibal en de Romeinse legioenen waren ruim tweeduizend jaar geleden al fan van zwaarden uit het Spaanse Toledo. De reputatie van deze zwaarden was enorm; met honderden smeden was de stad een van ’s werelds belangrijkste centra voor dit ambacht. Nu zijn er nog maar twee ambachtelijke zwaardmakers over. Ze vormen de laatste schakel in de duizenden jaren oude traditie, aldus The Guardian.

    ‘Zwaarden maken is nauw verbonden met deze stad’, zegt Antonio Arellano van Artesania Arellanos. ‘Als we dat kwijtraken, is het een enorm verlies.’

    ‘Toen ik begon zat het in en om het historische centrum van Toledo nog vol met werkplaatsen’

    Arellano is afkomstig uit een lange lijn van ijzerbewerkers en begon dertig jaar geleden met het maken van zwaarden. Klanten bestonden toen al niet meer uit edellieden en zwaardvechters; in plaats daarvan concentreerde het bedrijf zich op toeristen en verzamelaars die graag een beroemd stuk Toledo-staal wilden aanschaffen. ‘Toen ik begon zat het in en om het historische centrum van Toledo nog vol met werkplaatsen’, aldus Arellano, met zijn 69 jaar de laatste meester-zwaardsmid van Toledo. De afgelopen jaren moesten de lokale zwaardmakers concurreren met inferieure, massaal geproduceerde zwaarden uit Azië. Vervolgens kwam corona en bleven de toeristen weg.

    Toch zal Arellano’s zoon het bedrijf overnemen, want er is nog hoop, schrijf de Britse krant. Belangstelling voor geschiedenis heeft geleid tot een stroom aan opdrachten van tv-series en theaterproducties die op zoek zijn naar historisch nauwkeurig materiaal. En onlangs tekende Arellano een overeenkomst met een historisch themapark, waar zijn zoon ten overstaan van het publiek zwaarden zal gaan smeden.


    ‘Vertrek van tienduizenden is normaal

    Tijdens een bezoek aan Hongkong ontkende een hoge Chinese regeringsfunctionaris dat tienduizenden inwoners de stad hebben verlaten vanwege de door Beijing opgelegde nationale veiligheidswet. De regering van de stadstaat maakte eerder deze maand bekend dat ruim 89.000 mensen uit Hongkong zijn vertrokken sinds de invoering van de veiligheidswet, twaalf maanden geleden. Maar volgens Huang Liuquan, van het Bureau voor Zaken aangaande Hongkong en Macau, hebben de twee zaken niets met elkaar te maken, schrijft South China Morning Post.

    ‘Inwoners hebben hun rustige en veilige leven hervat en de sociale orde is hersteld’

    ‘Sommigen suggereren dat mensen Hongkong hebben verlaten omdat ze ontevreden zijn over de uitvoering van de nationale veiligheidswet en het vertrouwen in de ontwikkeling van de stad hebben verloren. Ik denk niet dat dat juist is’, aldus Huang. ‘Inwoners hebben hun rustige en veilige leven hervat, de principes van de rechtsstaat zijn duidelijk gemaakt en de sociale orde is hersteld. De ontwikkeling van Hongkong is weer op de goede weg. Dit zijn onmiskenbare feiten.’

    Huang beweerde dat een uittocht van tienduizenden inwoners normaal is voor een internationaal georiënteerde stad, zeker tijdens een pandemie.


    Groen staal uit Zweden

    De groene staalonderneming HYBRIT uit Zweden heeft ’s werelds eerste staal geleverd dat is geproduceerd zonder gebruik van steenkool. Het bedrijf wil een revolutie teweegbrengen in een industrie die goed is voor ongeveer 8 procent van de mondiale CO2-uitstoot. HYBRIT, eigendom van SSAB, Vattenfall en mijnbouwbedrijf LKAB, levert het ‘groene’ staal aan Volvo voor een testfase en mikt op volledige commerciële productie in 2026. Volgens SSAB, dat verantwoordelijk is voor 10 procent van de Zweedse en 7 procent van de Finse CO2-uitstoot, is de proeflevering een ‘belangrijke stap in de richting van een volledig fossielvrije keten’, aldus Reuters.

    ‘Ik ben blij de minister te zijn in een land waar de industrie bruist van energie voor een groene reset

    HYBRIT startte vorig jaar met testactiviteiten in zijn proeffabriek in Luleå, in het noorden van Zweden. Ook het bedrijf H2 Green Steel werkt aan een fossielvrije staalfabriek in Noord-Zweden. ‘Ik ben blij de minister van Ondernemen en Energie te zijn in een land waar de industrie bruist van energie voor een groene reset’, was de reactie van Ibrahim Baylan, minister van Ondernemen, Industrie en Innovatie.


    Toch porno op OnlyFans

    Minder dan een week nadat OnlyFans had aangekondigd pornografie op zijn platform te verbieden, trok de Britse site die beslissing weer in, omdat het bedrijf ‘garanties heeft gekregen die nodig zijn om onze gemeenschap van diverse makers te kunnen ondersteunen’. Kennelijk zijn er nieuwe overeenkomsten afgesloten met banken, zodat makers die inhoud op OnlyFans plaatsen kunnen worden betaald, ook degenen die seksueel expliciet materiaal aanbieden, schrijft Variety.

    OnlyFans doet zo’n 300 miljoen dollar aan uitbetalingen per maand

    Oprichter en directeur Tim Stokely legde de schuld voor het pornoverbod bij onder meer JP Morgan Chase, Bank of New York Mellon en Metro Bank. Het conflict met de banken is mogelijk opgelost door openbaar te maken hoeveel geld er door de site stroomt: OnlyFans doet zo’n 300 miljoen dollar aan uitbetalingen per maand. Ook de woedende reacties van sekswerkers die op de site vertrouwden voor hun onderhoud zullen doorslaggevend zijn geweest.

  • Wat de Japanse sneeuwaap ons leert over cultuur bij dieren

    Wat de Japanse sneeuwaap ons leert over cultuur bij dieren

    Lange tijd is de westerse wetenschap beheerst door antropocentrisme, ofwel de overtuiging dat de mens een unieke plaats inneemt in het centrum van de wereld. Doordat dit voor Japan niet gold, ontdekten studenten hier ‘precultuur’ bij dieren. Ben Crair wilde dit zelf waarnemen en koos ervoor de Japanse sneeuwaap te bestuderen: die was het schattigst.

    De Snow Monkey Express was bijna leeg toen ik met een paar andere toeristen van Nagano naar de laatste stop in Yamanouchi reed, een stad met 12.400 inwoners. Een spandoek verwelkomde ons in Snow Monkey Town en borden op het station toonden rode Japanse makaken die tot aan hun nek in warm bronwater zaten te weken. De apen hadden de ogen gesloten en de armen uitgestrekt terwijl stoom om hen heen opsteeg en sneeuwvlokken neerdaalden in de droge vacht op hun hoofd.

    Na een lange reisdag besloot ik zelf een duik te nemen in een van de onsenbaden van de stad. Ik liet mezelf in het kokendhete zwavelhoudende water zakken en dacht aan soortgelijke ervaringen die ik op andere plaatsen had gehad: de geurige vochtige hitte van de Russische banya, het Indiase ayurvedische stoombad in de kitscherige cabine. Door de eeuwen heen hebben mensen over de hele wereld de eenvoudige praktijk van het baden op vele verschillende uitgebreide manieren beoefend. Japanse primatologen waren de eersten die zich afvroegen of ook dieren hun eigen rituelen hebben ontwikkeld.

    De sneeuwapen zijn een van de vele groepen Japanse makaken die de manier waarop we dieren en onszelf zien hebben veranderd. Ze hebben ons geholpen de ware complexiteit van dierlijk gedrag te herkennen – en daarmee inzicht gegeven in de evolutionaire oorsprong van ons gedrag. Mijn plan was om verschillende van deze apentroepen door heel Japan te bezoeken en in deze Snow Monkey Town te beginnen omdat, nou ja, de apen hier het schattigst waren.

    Allesbehalve zen

    De volgende ochtend liep ik enkele kilometers door het bos naar het Jigokudani Monkey Park, waar een bord voor een ‘apenonsen’ over een voetgangersbrug wees. De poel stoomde op de rand van een klif boven de Yokoyu-rivier, en in het midden zat een enkele aap, een oud vrouwtje met een lange snuit en ronde amberkleurige ogen. Ze was een van de ongeveer veertig makaken die wel eens in bad gingen. Andere apen kibbelden over het graan dat arbeiders in het apenpark op de rivieroever en op de berghelling hadden uitgestrooid.

    De foto’s die ik voor de reis had gezien, gaven een indruk van ontspannen kleine dieren, maar het tafereel was allesbehalve zen. Wetenschappers beschrijven Japanse makakengemeenschappen als ‘despotisch’ en ‘nepotistisch’. Elke aap binnen een bepaalde groep had een plaats in een lineaire dominantiehiërarchie, één voor mannen en één voor vrouwen, en ze verdrongen voortdurend ondergeschikten om hun rang te versterken. De apen waren waakzaam terwijl ze graan uit de sneeuw plukten, ze keken voortdurend over hun schouders om hun buren in de gaten te houden; een hogere aap zou ze aan hun been mee kunnen slepen of zijn tanden in hun nek kunnen zetten.

    snow monkey 3971841 1
    © Pixabay

    Toen etenstijd voorbij was, begonnen de apen elkaar te verzorgen – hun manier om niet alleen parasieten te elimineren, maar ook om een ​​meerdere te paaien of een alliantie te vormen. Een paar juvenielen sprongen in de onsen, terwijl volwassen vrouwtjes voorzichtig het water in waadden. Ik hurkte neer voor een vrouwtjesmakaak, die met beide handen een steen vastpakte en haar achterhand onder water plaatste. Haar puberzoon hurkte achter haar terwijl haar dochtertje naast haar peddelde. De zoon kamde met zijn poot door haar vacht, eerst met zijn linkerhand en toen met zijn rechterhand, werkte door haar grijze ondervacht naar de blanke huid en at de stukjes op die hij erin vond. De moeder sloot haar blauwachtige oogleden en legde haar rode wang op de rots tussen haar handen. Haar naam was Tomiko, vertelde een parkmedewerker me. ‘Tomiko houdt erg van onsen’, verklaarde hij.

    Apen zoals Tomiko begonnen bijna zestig jaar geleden te baden in de onsen in Jigokudani. ‘Ik was de eerste die ze erin zag gaan’, vertelt een gepensioneerde professor genaamd Kazuo Wada van het Primate Research Institute van de Universiteit van Kyoto. Het was 1963, en hij bestudeerde de apen in Jigokudani. Het park voorzag in die tijd een groep van 23 apen van appels, in de buurt van een onsen waar gasten van een lokale ryokan, een traditionele Japanse herberg, kwamen om te baden. De apen vermeden het water, tot op een dag een appel het bad in rolde. ‘Een aap ging erachteraan en ontdekte dat het warm was’, herinnert Wada zich. Een paar minuten later nam de aap nog een duik. Jonge apen die vanaf de rand toekeken, werden nieuwsgierig en probeerden het al snel zelf.

    Zowel wetenschappers als de lokale bevolking keken al jaren naar de Jigokudani-apen, maar tot dat moment had niemand ze het water in zien gaan. Binnen een paar maanden was baden populair bij de jongere apen in de groep. Het was meer dan een rage. Hun baby’s leerden ook zwemmen. Uiteindelijk was een derde van alle apen in de troep aan het baden. In 1967 moest het park om hygiënische redenen een speciale apenonsen in de buurt bouwen zodat ze niet samen met hun gasten in het bad zouden gaan.

    GettyImages 52050622 1 1
    Een heetwaterbron bij Jigokudani-Onsen. – © Koichi Kamoshida/Getty Images

    ‘Monkey see, monkey do’ is een meestal spottend gebruikte uitdrukking voor leren middels imitatie, maar wetenschappers van Jigokudani geloofden dat ze getuige waren van iets diepgaands. Ze waren discipelen van Kinji Imanishi, een ecoloog en antropoloog die in 1967 het Primate Research Institute mede oprichtte. Terwijl westerse wetenschappers het leven als een darwinistische strijd om te overleven beschouwden, geloofde Imanishi dat in de natuur harmonie de basis vormde, en dat cultuur een uitdrukking was van deze harmonie. Hij voorspelde dat bij alle dieren die leefden in een ‘eeuwige sociale groep’ waar individuen van elkaar leerden en generaties lang bij elkaar bleven, een eenvoudige vorm van cultuur zou ontstaan. Antropologen hadden nooit aandacht besteed aan dieren, omdat de meesten van hen aannamen dat ‘cultuur’ strikt menselijk was. Vanaf de jaren vijftig ontdekten Imanishi’s studenten in Jigokudani en andere locaties in Japan dat dit niet het geval was.

    Net als mensen vertrouwen dieren op sociale gewoonten en tradities om belangrijk gedrag door te geven dat individuen niet instinctief kennen en niet zelf kunnen bedenken

    Tegenwoordig zijn culturen niet alleen erkend bij apen, maar ook bij verschillende zoogdieren, vogels en zelfs vissen. Net als mensen vertrouwen dieren op sociale gewoonten en tradities om belangrijk gedrag door te geven dat individuen niet instinctief kennen en niet zelf kunnen bedenken. De verspreiding van dit gedrag wordt bepaald door de sociale relaties tussen de dieren – degenen met wie ze tijd doorbrengen en degenen die ze mijden – en verschilt per groep. Onderzoekers hebben bijna veertig verschillende gedragingen bij chimpansees gevonden die ze als cultureel beschouwden, van een groep in Guinee die noten kraakt tot een andere in Tanzania die danst in de regen. Potviswetenschappers hebben verschillende vocale clans geïdentificeerd met hun eigen klikdialecten, waardoor wat een wetenschapper ‘multiculturele gebieden’ noemt in de zee zijn ontstaan.

    Cultuur is zo belangrijk voor sommige dieren dat Andrew Whiten, een evolutionair en ontwikkelingspsycholoog aan de Universiteit van St. Andrews in Schotland, het een ’tweede overervingssysteem’ noemt naast genetica. En wanneer dieren verdwijnen, verdwijnen ook de culturen die ze in de loop van de generaties hebben ontwikkeld. Instandhoudingsprogramma’s kunnen soms nieuwe dieren in een leefgebied herintroduceren, maar deze nieuwkomers kennen niets van het culturele gedrag van hun voorgangers. In 2019 publiceerde het tijdschrift Science twee artikelen waarin werd betoogd dat inspanningen voor natuurbehoud de impact van menselijke activiteit op gedrags- en culturele diversiteit bij dieren altijd over het hoofd hebben gezien. De auteurs van een van de artikelen drongen aan op het creëren van ‘culturele erfgoedsites’ voor chimpansees, orang-oetans en walvissen.

    nagano 3068677 1
    © Pixabay

    De kranten maakten geen melding van Japanse makaken, die namelijk geen bedreigde diersoort zijn. Maar het voorstel van culturele erfgoedsites voor dieren deed me meteen denken aan Japan, waar Imanishi en zijn studenten in de eerste plaats dierenculturen leerden herkennen. Van Jigokudani trok ik naar mijn volgende bestemming: de meest legendarische van hun veldsites, een eiland genaamd Koshima.

    ‘Eén ding waar mensen makaken niet de eer voor geven, is dat ze na mensen de meest succesvolle primaten zijn’

    Vanuit Jigokudani reed ik met een oude bus langs de Pacifische kust door Kyushu, het meest zuidelijke van de vier belangrijkste eilanden van Japan. Kleine huizen werden door hun tuinen grotendeels aan het zicht onttrokken, bergen rezen op en omarmden het water in de ronde blauwe baaien. Deze regio was ooit populair bij Japanse pasgetrouwden, maar de gouden eeuw eindigde toen het gemakkelijk werd om naar plaatsen als Hawaï te vliegen. Ik stapte uit de bus bij het veldstation dat in 1967 was opgericht door het Primate Research Institute en nu wordt beheerd door de Universiteit van Kyoto.

    Een Amerikaanse student genaamd Nelson Broche Jr. wachtte me op bij de bushalte. Hij bestudeerde acute stress bij Japanse makaken in het Koshima Field Center. ‘Eén ding waar mensen makaken niet de eer voor geven, is dat ze na mensen de meest succesvolle primaten zijn,’ vertelde hij me. Je kunt verschillende soorten makaken vinden in heel Azië, ook in de harten van grote steden zoals Delhi. Japanse makaken hebben zich aangepast aan bijna elke natuurlijke habitat in het land, van de besneeuwde bergen van Jigokudani tot de subtropische bossen op Kyushu.

    Broche stelde me voor aan Takafumi Suzumura, die al achttien jaar voor de universiteit van Koshima werkt. We liepen naar het water en ze wezen naar Koshima, een stuk groen bos in een kalme turquoise zee. Het was zo dichtbij dat surfers erheen konden zwemmen. We betaalden een visser om ons om de rotsachtige kustlijn heen naar een verborgen inham met een strand te varen.

    De apen stonden op het zand te wachten, als overlevenden van een schipbreuk. Zodra we verschenen begonnen ze te kirren en te zoemen. ‘Dat betekent: “Geef me eten”’, zei Suzumura. Het alfamannetje, Shika, stapte op Suzumura af met zijn staart in de lucht en joeg elke andere aap die te dichtbij kwam weg. In tegenstelling tot de apen in Jigokudani, die volledig onverschillig waren voor mensen, gromden sommige apen op Koshima naar me en vielen me aan als ik in de buurt kwam. Suzumura zei dat ik rustig moest blijven, oogcontact moest vermijden en me geen zorgen moest maken. ‘Ze bijten nooit,’ zei hij.

    Imanishi en zijn studenten arriveerden in 1948 op hetzelfde strand. Ze waren op zoek naar bewijs van ‘precultuur’ bij dieren, een fundamenteel proces dat ook de evolutionaire grondslag zou kunnen zijn van de diverse en verfijnde samenlevingen van de mens. Hun doel was om te onderzoeken hoe ‘een eenvoudig gedragsmechanisme zich heeft ontwikkeld tot een hoger complex mechanisme’, schreef Syunzo Kawamura, een student van Imanshi. Ze begonnen hun onderzoek ergens daar in de buurt op halfwilde paarden maar schakelden over op apen nadat ze merkten hoe goed hun troep was georganiseerd. Ze ontmoetten een plaatselijke leraar, Satsue Mito genaamd, die bekend was met de apen van Koshima. In 1952 hielp zij hen om twintig apen te voorzien van graan en zoete aardappelen op bospaden en op het strand.

    monkey 3132624 1
    © Pixabay

    Het was ongebruikelijk voor onderzoekers om wilde dieren te voeren, maar er was wel meer ongebruikelijk aan het onderzoek van Imanishi. Hij moest de apen tolerant maken tegenover menselijke waarnemers, zodat ze elk individueel dier konden identificeren en gedetailleerde observaties konden doen over hun gedrag en sociale relaties gedurende meerdere generaties. Het zou nog een decennium duren voordat westerse wetenschappers zoals Jane Goodall en Dian Fossey op deze manier naar apen gingen kijken. De meeste westerse wetenschappers waren gedrild om dieren nooit te antropomorfiseren. Ze gaven ze alfanumerieke identiteiten in plaats van namen en deden niet aan langetermijnobservaties: in hun ogen waren individuele dieren uitwisselbaar en niet in staat tot complexe sociale relaties.

    Anti-antropomorfisme kreeg steeds meer trekjes van een ander bekend vooroordeel: antropocentrisme, ofwel de overtuiging dat de mens een unieke plaats in het centrum van de wereld inneemt

    Anti-antropomorfisme kreeg steeds meer trekjes van een ander bekend vooroordeel: antropocentrisme, ofwel de overtuiging dat de mens een unieke plaats in het centrum van de wereld inneemt. De moderne westerse wetenschap ontwikkelde zich in samenlevingen met ouderwetse opvattingen over de suprematie van de mens over dieren, zoals de Nederlandse primatoloog Frans de Waal opmerkte. In de religieuze tradities in Japan heeft de mens daarentegen geen speciale status. ‘De Japanse cultuur benadrukt het verschil tussen mensen en dieren niet’, schreef de Japanse primatoloog Junichiro Itani. ‘En we hebben het gevoel dat dat veel belangrijke ontdekkingen mogelijk maakte.’

    Preculturele verspreiding

    Nadat de apen het graan van Suzumura op Koshima hadden opgegeten, begonnen ze op het strand naar eten te zoeken. Ze ontspanden zich en namen weinig zelfbewuste houdingen aan. Sommigen ploften languit op het zand neer terwijl een metgezel zich over hen heen boog, als Orpheus die om Eurydice rouwde. Anderen gingen slap over rotsen hangen, als offerslachtoffers. Eentje keek me bedeesd over haar schouder aan; een ander bekeek me hooghartig, met de kin in de lucht. Moeders hielden hun baby’s tegen hun borst gedrukt zoals elke Madonna die ik ooit heb gezien met haar kind doet.

    Terwijl ik met mijn smartphonecamera zo dicht mogelijk bij de apen probeerde te komen, verzamelde Suzumura met een paar eetstokjes fecesmonsters uit het zand. Hij hield gedetailleerde gegevens bij van elke aap op het eiland. Hij kon elk van hen identificeren en wist van alle apen de naam, leeftijd, sociale rang en status en de persoonlijkheid te vertellen. De gegevens gingen helemaal terug tot de tijd van Imanishi en volgden de levensgeschiedenis van elke individuele aap op Koshima gedurende meer dan zeventig jaar. Ze lieten zien hoe sommige apenfamilies de overhand kregen terwijl andere gaandeweg verdwenen. Imanishi en zijn studenten waren de eersten die zich realiseerden dat apen hun hele leven hechte allianties met familieleden onderhielden – en dus ‘nepotistisch’ waren. Precies het soort complexe sociale orde waaruit Imanishi voorspelde dat cultuur zou ontstaan.

    Imanishi en zijn team waren al vijf jaar op Koshima toen ze op een dag zagen hoe een anderhalfjarige aap genaamd Imo een zoete aardappel pakte en deze naar de rand van een beek droeg. Ze doopte de aardappel in het water en veegde het zand van de schil. Zo smaakte hij mogelijk beter, want daarna bleef ze haar aardappelen op die manier schoonmaken. De eerste apen die Imo kopieerden, waren twee die veel tijd met haar doorbrachten: haar moeder en een speelkameraadje. Al snel probeerden haar familieleden het ook, en hun speelkameraadjes kopieerden hen weer. Het wassen van zoete aardappelen werd een rage onder jongere apen. In 1958 wasten vijftien van de negentien jonge apen hun aardappelen.

    Masao Kawai, een andere student van Imanishi, beschreef deze fase als ‘preculturele verspreiding’. Imo had nieuw gedrag ontwikkeld dat zich verspreidde onder haar leeftijdsgenoten. Leeftijd en geslacht waren beide van invloed op de overdracht: jongere apen en vrouwtjes leerden zich vaker aan hun aardappelen te wassen dan volwassen apen en mannetjes. De volgende fase begon toen Imo en haar leeftijdsgenoten volwassen werden en zich voortplantten. Nu werd het gedrag overgegeven aan de volgende generatie, zowel mannetjes als vrouwtje, die het wassen van de zoete aardappelen van hun moeder leerde. Leeftijd en geslacht speelden niet langer een rol. ‘Preculturele druk werkt’, schreef Kawai. Een nieuw gedrag was vastgesteld binnen de troep.

    sugarman joe LybgMpDCCXI unsplash 1
    © Unsplash

    In 1961 wasten de meeste apen hun aardappelen niet langer in de beek maar in de zee. Misschien omdat zeewater overvloediger was, hoewel sommige wetenschappers dachten dat de apen misschien de smaak van het zoute water prefereerden: sommige doopten de aardappel er na elke hap weer in.

    Ik had gehoopt de huidige populatie apen op Koshima hun zoete aardappelen te zien wassen, maar Suzumura voerde ze nog slechts één of twee keer per jaar zoete aardappelen. De oorspronkelijke groep van twintig apen groeide in 1971 tot honderdtwintig. Sinds 1972 leverde het Primate Research Institute alleen nog graan. Toch was de culturele impact van het zoete aardappelen wassen nog altijd zichtbaar op Koshima.

    De kieskeurige kleine Imo had nóg een nieuw gedrag ontwikkeld dat zich snel verspreidde binnen de groep: ze scheidde haar tarwe van het zand waarmee het vermengd raakte door het in het water te gooien. Het graan bleef drijven en het zand zonk. (Sommige apen wassen hun tarwe nog steeds, zei Suzumura, maar zelf zag ik het niet gebeuren.) Baby’s die tijdens het wassen van de aardappelen door hun moeder mee het water in werden gedragen, begonnen tijdens het spelen te zwemmen, iets wat hun ouders nooit hadden gedaan.

    Voordat Imanishi’s team arriveerde, brachten de apen bijna al hun tijd door in het bos. Nu brachten ze ook een groot deel van hun tijd op het strand door en hadden ze een nieuw repertoire van gedragingen aangeleerd. ‘Sinds de wetenschappers voor het eerst begonnen met het voeren van de makaken op het eiland Koshima, heeft zich een geheel nieuwe levensstijl ontwikkeld’, schreven de Israëlische onderzoekers Eva Jablonka en Eytan Avital. Ze noemden dit een voorbeeld van ‘cumulatieve culturele evolutie’. Kawai was verrast door hoe snel de apen zich aanpasten aan hun nieuwe strandomgeving, gezien hun aanvankelijke afkeer van water. ‘We leren via de Koshima-troep dat zodra dat sterke traditionele conservatisme door een of andere oorzaak begon af te breken, het gemakkelijk helemaal verdween’, schreef hij.

    Toen ik er was slenterden de apen enkele uren over het strand. Het was middag, de temperatuur begon al te dalen en de dieren verdwenen in het bos om te foerageren. Het lege strand stak misschien bleek af bij ‘culturele erfgoedsites’ in de mensenwereld, zoals paleizen en kathedralen. De apen hadden niets gebouwd dat op architectuur leek, zelfs geen zandkasteel. Maar wat Koshima ons liet zien, is dat cultuur geen product was. Het was een proces. Stap voor stap begon het leven van de apen in Koshima er anders uit te zien dan dat van andere apen – en begon het iets meer op het onze te lijken.

    Ik was nieuwsgierig om apen te zien die nog nooit door mensen waren gevoerd

    Ik moest kiezen waar ik heen wilde na Koshima. Er waren andere sites die in aanmerking konden komen als cultureel erfgoed voor Japanse makaken. In Arashiyama bij Kyoto begonnen sommige apen in de jaren zeventig met stenen te spelen, en dat gedrag verspreidde zich in hetzelfde patroon als het wassen van zoete aardappelen in Koshima en het baden in Jigokudani: eerst horizontaal onder leeftijdsgenoten en vervolgens van de ene generatie op de andere. De wetenschapper die het gedrag voor het eerst observeerde, een Amerikaan genaamd Michael Huffman die nu verbonden is aan het Primate Research Institute, merkte dat verschillende groepen apen in de loop der tijd hun eigen manier ontwikkelden om met stenen om te gaan. In sommige groepen wreven de apen ze tegen elkaar, in andere knuffelden ze de stenen of sloegen ermee op de grond.

    Maar ik was nieuwsgierig om apen te zien die nog nooit door mensen waren gevoerd. De Japanse onderzoekers realiseerden zich ook dat het nieuwe gedrag op plaatsen als Koshima, Jigokudani en Arashiyama niet bepaald natuurlijk was. De wetenschappers zelf hadden hun ontwikkeling gestimuleerd door te voeren, waardoor de dieren in onbekende habitats terecht kwamen en tijd hadden om nieuw gedrag uit te proberen. Ook op andere plekken had het voeren invloed op het leven van de groep. ‘In de voederplaatsen waren de relaties tussen de mannetjes heel duidelijk. De ene is dominant, de andere is ondergeschikt,’ vertelde Yukimaru Sugiyama, een voormalig wetenschapper van het Primate Research Institute. Maar toen hij apen het bos in volgde, zaten jonge mannetjes vaak in de buurt van dezelfde dominante apen die ze op de voederplaats hadden vermeden.

    Naarmate de interesse van onderzoekers in het natuurlijke leven van de primaten toenam, leerden ze ze beter kennen door ze simpelweg te volgen. Aanvankelijk renden de primaten weg, maar de meeste verloren uiteindelijk hun angst voor mensen. Vanaf het einde van de jaren vijftig brachten Imanishi en zijn studenten wat ze in Japan hadden geleerd naar Afrika om chimpansees, gorilla’s en andere primaten te bestuderen. Door een combinatie van veldobservatie en experimenteel werk hebben ze daar veel van wat ze van apen in Japan hadden geleerd over cultuur, kunnen verifiëren en verbeteren. Dankzij het werk van mensen als Goodall kwamen westerlingen tot hun huidige technieken en bevindingen.

    Onheilspellend

    Omdat ik ze niet helemaal naar Afrika kon volgen, ging ik naar een ander eiland, genaamd Yakushima. Je kan naar Yakushima vliegen of een hogesnelheidsveerboot nemen, maar ik koos voor de goedkoopste optie: een tocht van dertien uur op een nachtelijk vrachtschip vanuit Kagoshima, een stad naast een vulkaan op de zuidpunt van Kyushu. Het eiland zag er onheilspellend uit toen we de volgende ochtend de haven binnenvoeren, de bergen omringd door mist en regen. Yakushima was beroemd om zijn oude mos en oerbossen. Ook leefden er ongeveer 10.000 Japanse makaken op het eiland – ongeveer evenveel als de menselijke populatie van ongeveer 13.000. De apen leefden in groepen van minder dan vijftig, en er was geen bevoorrading. Ze zochten naar fruit, bladeren, eikels en scheuten, maar ook naar insecten en spinnen.

    ‘Op Yakushima houden apen van paddestoelen’, zegt Akiko Sawada, een onderzoeker van de Chubu Universitaire Academie van Opkomende Wetenschappen. De Yakushima-apen aten meer dan zestig verschillende soorten en Sawada onderzocht of ze konden ruiken of een paddestoel al dan niet giftig was. Ze dacht dat dit sociale kennis was, waarbij een jonge aap leerde welke paddestoelen hij moest eten en welke hij moest vermijden door naar zijn moeder en andere volwassenen te kijken. Het was moeilijk te zeggen of gedragingen in Yakushima cultureel waren of op een andere manier aangeleerd, zoals door instinct of gewoon door vallen en opstaan. Al deze processen werkten samen om het leven van een aap vorm te geven en konden in een volledig natuurlijke omgeving niet gemakkelijk van elkaar worden gescheiden.

    Sawada nam me mee naar de rustige westkust van Yakushima, waar wetenschappers verschillende groepen hadden ondergebracht. De apen waren gemakkelijk te vinden, omdat ze onderweg graag elkaar verzorgden en zonnebaadden. Ze haastten zich uit de weg voor auto’s die snel reden, maar reageerden nauwelijks op langzaam rijdend verkeer. Het was ook paartijd en mannetjes en vrouwtjes zochten elkaar op en maakten leeftijdsgenoten op een afstand jaloers. Sawada wees erop hoe een van de oudere apen achterover leunde en naar haar armen keek terwijl ze een partner verzorgde: haar zicht werd slechter.

    We volgden een grote groep vanaf de weg het bos in. Professor Sugiyama had gelijk: er waren minder conflicten, omdat de apen een groot gebied hadden om te foerageren. Sommige braken eikels met hun tanden; anderen klommen in bomen voor fruit. Een jonge vrouw ontdeed de bodem van het bos van opgekrulde dode bladeren. ‘Ik denk dat ze cocons zoekt,’ zei Sawada.

    nomao saeki yuqwzT3C7yk unsplash 1
    © Unsplash

    Tijdens de wandeling werden we door vier herten vergezeld. Ze waren zo klein als honden en bijna net zo vertrouwd met mensen. De apen waren rommelige eters en de herten volgden hen om hun restjes op te rapen. Er ontstond een relatie: de apen verzorgden de herten, en klommen er soms op. Op een andere onderzoekslocatie in de buurt van Osaka bestegen apen soms zelfs herten in een zeldzaam voorbeeld van seks tussen soorten. Het is mogelijk dat de herten zachtaardiger partners waren voor kleine adolescenten die routinematig werden afgewezen door het andere geslacht of fysieke schade riskeerden van agressieve volwassenen. ‘Toekomstige observaties op deze plek zullen uitwijzen of deze groepsspecifieke seksuele eigenaardigheid een kortstondige rage was of het begin van een cultureel in stand gehouden fenomeen’, schreven de onderzoekers.

    Die middag liet Sawada me verschillende video’s zien die zij en haar collega’s in het bos hadden opgenomen. In één verslond een aap een gigantische duizendpoot; in een andere wreef een aap een rups tussen haar handen heen en weer om de stekende stekels te verwijderen voordat ze hem at; in een derde plukte een aap mollige witte horzellarven uit een nest. Sawada giechelde toen ze een video afspeelde van de apen die op grote hoogte leefden en bamboe aten: ze waren, om redenen die niemand echt begreep, extreem dik.

    Later, toen ik in mijn eentje de berg beklom, waren er geen bamboebossen of mollige apen op de rotsachtige top. Ik keek neer op het bladerdak van het oude cederbos en over de zee, denkend aan wat de primatoloog Itani had waargenomen: dat de Japanse cultuur geen sterk onderscheid maakt tussen mensen en dieren. In het Westen lijken cultuur en wetenschap vaak gescheiden krachten, maar hier versterkten ze elkaar. De wetenschap had de makakencultuur ontcijferd en de cultuur had ons wetenschappelijke begrip van de dierenwereld verbreed.

    Maciek Pożoga, gevestigd in Frankrijk, heeft voor dit verhaal twee weken lang Japanse makaken gefotografeerd. Bekijk in het originele artikel zijn werk.

  • Waarom we niet bang moeten zijn voor eenzaamheid

    Waarom we niet bang moeten zijn voor eenzaamheid

    De mens heeft contact met anderen nodig om te kunnen overleven. Toch is het allesbehalve nutteloos om soms alleen te zijn, zegt Maggie Jackson. ‘Laat die inktzwarte uitgestrektheid en oneindige stilte op je inwerken en bezin je daarop.’

    Halverwege zijn eerste ruimtewandeling voelt astronaut John Herrington zich plots onvoorstelbaar alleen. Het is twee dagen voor Thanksgiving in 2002, en hij is bezig apparatuur aan de achterzijde van het Internationale Ruimtestation (ISS) te controleren. ‘Ik ben aan het eind, aan de rand van het ruimtestation,’ zegt hij. ‘Ik kan mijn collega-ruimtewandelaar niet zien, hij is ergens anders bezig. Ik ben alles wat er is.’

    Zich vastklampend aan een vaartuig dat zich ruim 380 kilometer boven de aarde bevindt en er met een snelheid van ruim 28.000 kilometer per uur omheen cirkelt, is Herrington op dat moment de meest vooruitgeschoven menselijke post in het universum. Hij heeft net een boutenstelsel op de draagconstructie ‘P1’ getest. En dan draait hij zich om en ziet hij niet de aarde, maar de oneindigheid die zich voorbij die aarde uitstrekt. En beseft, zo weet hij later nog: ‘Er zit niets tussen mij en wat het ook mag zijn wat daar nog meer is’.

    ‘Laat die inktzwarte uitgestrektheid en oneindige stilte op je inwerken en bezin je daarop’

    Momenten van schrikbarende eenzaamheid overvallen astronauten vaak op hun ruimtewandelingen. Ze verscherpen het bewustzijn, roepen nieuwsgierigheid, opwinding en soms vrees op. Juist dan dringen de adembenemende nieuwe perspectieven van een verblijf in de ruimte zich het meest op, zo zeggen ze. 

    Herrington vertelde me dat hij er een punt van had gemaakt om op dat soort momenten even iedere activiteit te staken, zodat hij alles in zich kon opnemen. Hij deed dat op advies van een mentor, een astronaut die zeven shuttlevluchten op zijn naam had staan. Ervaren astronauten drukken het nieuwe collega’s dikwijls op het hart, soms schrijven ze het hun ondergeschikten zelfs voor: zet dat moordende, perfectionistische NASA-werktempo een minuutje of twee van je af, laat die inktzwarte uitgestrektheid en oneindige stilte op je inwerken en bezin je daarop. 

    Tegenwoordig klampen we ons vast aan technologieën die veel meer doen dan ons ondersteunen in onze dagelijkse bezigheden. Onze apparaten versplinteren onze tijd en onze geest. Ze eisen onze aandacht op met verleidelijke, verslavende, gokautomaatachtige uitbarstingen van meldingen, uitnodigingen en likes. De gelijktijdigheid van ‘zijn’ en ‘doen’ die uitvinders in het onheuglijke tijdperk van telefoon en pc bewerkstelligden, heeft plaatsgemaakt voor een luidruchtige verscheidenheid en de ongekende nieuwe mogelijkheid dat we eenzaamheid volledig uit ons leven kunnen bannen. 

    Alleen zijn, en dan vooral met onze gedachten, is nooit erg gemakkelijk geweest voor een sociaal dier als de mens, dat contact met anderen nodig heeft om te kunnen overleven. Maar als we die momenten van alleen zijn afdoen als nutteloos of als iets waarvoor je wel of niet kunt kiezen, begaan we een dure fout. Eenzaamheid is de bakermat van het bezinningsproces.

    Digitale detox

    Enkele jaren geleden onderwierp ik een aantal studenten van een grote Amerikaanse universiteit een paar dagen lang aan een experiment dat destijds nieuw was: een digitale detox van 24 uur. De iPhone bestond nog maar een paar jaar, maar jongeren van rond de twintig waren toen al zo’n acht uur per dag ingelogd, en vaak op meerdere apparaten tegelijk. De meeste studenten faalden in hun opdracht, soms al na enkele uren, en zaten daar vaak niet eens mee. Velen die ik sprak voegden mij koeltjes toe dat technologie een niet weg te denken plaats innam in hun leven. Wat me het meest opviel was hoezeer ze van streek raakten als ze ook maar heel even niet verbonden waren. Dan voelden ze zich kwetsbaar en onbeschermd: als ze opstonden, over de campus liepen, naar een lezing luisterden of gingen slapen. ‘Ik had niets te doen, niemand om mee te praten,’ zei een student over een half uurtje offline autorijden.

    Toch vingen sommigen wel een glimp op van een andere wereld achter de flikkering en het kabaal van hun eigen universumpje. Mike, een ouderejaars, vertelde me dat hij een ochtend in zijn eentje aanvankelijk weliswaar als ‘griezelig’ ervoer, maar dat die hem toch de gelegenheid bood om orde te scheppen in de chaos van zijn gedachten over de vraag of hij wel of niet moest intrekken bij zijn vriendin. ‘Ik kon de positieve en negatieve kanten van de situatie goed op een rij zetten en afwegen.’ 

    In de klas merkte student Brian op dat hij tijdens de opdracht kon horen wat er in zijn hoofd omging. Dat was wel anders wanneer hij aan het gamen was of muziek speelde. De docent hoorde dit met verbazing aan. Later begaf ik me naar een deel van de campus waar men bezig was een stiltetuin aan te leggen. ‘Nu zo veel mensen overvolle agenda’s hebben en de wereld een beetje brozer lijkt, is het moeilijk de tijd – laat staan een plek – te vinden om na te denken,’ stond op een flyer die ik daar vond. T.S. Eliots’ klacht uit zijn Four Quartets kwam in me op: ‘We had the experience but missed the meaning.’ (‘We hadden de ervaring maar misten de betekenis.’)

    ‘Zware multitaskers’ hebben moeite om dingen te onthouden, al is het maar voor even

    In dit tijdperk van jagen en jachten nemen we niet alles meer goed in ons op. Diepgang schiet er vaak bij in. Veel over het effect van technologie op het denken is nog onbekend, maar er begint zich wel een groeiende wetenschappelijke consensus te vormen. ‘Door ons op al die moderne apparaten te verlaten, leren en onthouden we minder van onze ervaringen,’ zo luidt de recente conclusie van cognitief wetenschapper Jason Chein en collega’s. Degenen die moderne mediaconsumptie met hun dagelijkse routine verweven – die bijvoorbeeld tijdens hun werk naar een wedstrijd kijken of sms’en – zijn minder goed in staat om afleiding weg te filteren en te herkennen wat relevant is in hun omgeving, dan mensen die niet meer dan een of twee dingen tegelijk doen. 

    ‘Zware multitaskers’ hebben ook moeite om dingen te onthouden, al is het maar voor even – waarschijnlijk komt dat door voortdurende verlies van aandacht, zo menen veel wetenschappers tegenwoordig. Met andere woorden: het is niet zo dat mensen die veel ballen in de lucht houden zich op sommige zaken beter kunnen concentreren dan op andere. Ze houden geen enkele bal goed in de gaten. Het leven raast grotendeels ongemerkt aan hen voorbij.

    Achter de drukke werkzaamheden bevindt zich echter geen leegte, maar een kwetsbare ruimte die door eenzaamheid wordt beschermd en gekoesterd. Een ruimte waar een hogere vorm van denken de kans heeft te ontkiemen. Probeer je eens in te denken hoe het zou zijn als je je telefoon uitzette, de deur achter je sloot, een wandeling ging maken, deel werd van je omgeving en jezelf daarmee de kans gaf om door je eigen gedachten te waden.

    Dit is het soort fysiek alleen zijn dat we meestal gelijkstellen aan eenzaamheid. Maar dat is niet het hele verhaal.

    Mentale opschoning

    Stel je de geestelijke toestand voor die je nodig hebt om je volledig te kunnen wijden aan een lastig probleem of om heel even door een hemelbestormend inzicht te worden getroffen. Een toestand die ik cognitieve eenzaamheid noem, en die voortvloeit uit een mengeling van concentratie, doorzettingsvermogen en ‘bereidheid’, of wat de filosoof John Dewey wholeheartedness noemt, een soort onvoorwaardelijke overgave. Het resultaat is een mentale opschoning die de weg vrijmaakt voor het spel van verdiepend denken.

    Misschien stelt deze toestand ons in staat ‘te vinden wat er in onze gedachten sluimert’, en daarop voort te borduren, zegt filosoof Nathan Ballantyne, auteur van Knowing Our Limits. Mensen kunnen niet alleen goed werken in een lawaaierig café omdat ze een tafeltje in een stil hoekje hebben uitgezocht, of omdat ze in die omgeving anoniem kunnen zijn, maar ook omdat ze bereid zijn alleen te zijn met hun gedachten. Een arts die in de operatiekamer op een probleem stuit, houdt vaak haar handen even stil en maant haar team tot kalmte, zodat ze haar geest volledig op het probleem kan richten. Alleen door periodes van fysieke en cognitieve eenzaamheid in ere te houden, kunnen we blijvend betekenis ontlenen aan de onrust en verwarring die onze dagen tekenen.

    Kort na de opwindende tijden van het Apollo-programma in de jaren zestig kwamen bemande ruimtemissies onder vuur te liggen. Robots konden het werk wel doen, stelden velen. Astronauten waren veredelde reparateurs en vlaggenplanters, aldus critici. Maar de astronauten zelf betoogden met passie dat de wereld een diepgevoelde en doordachte menselijke kijk op het universum nodig had en dat ze tijd in de ruimte benutten om tot dergelijke bezinningsmomenten te komen. ‘Ze realiseren zich dat ze zich in een unieke situatie bevinden en willen daar gebruik van maken’, zegt Frank White, auteur van The Overview Effect: Space Exploration and Human Evolution. ‘Ze bekijken de hele kosmos op een andere, nieuwe manier.’ Het is een zienswijze die velen binnen de NASA zijn gaan respecteren. 

    John Herringtons geplande terugkeer naar de aarde werd vertraagd door lage bewolking die de spaceshuttle drie dagen in een baan om de aarde hield. Zo kreeg hij een onverwachte vakantie in de ruimte. Elke dag ging hij, nu zijn taken waren volbracht, in zijn eentje naar het vliegdek van de shuttle, deed de lichten uit, zweefde, keek naar de aarde en sterren en verwonderde zich over een kosmos die de mens nog maar net is begonnen te verkennen. Momenten dat er niets is tussen ons en ons gedachtenuniversum zijn schaars en kortstondig. Is het niet zonde om daarvoor te vluchten?

    Maggie Jackson is de auteur van Distracted: Reclaiming Our Focus in a World of Lost Attention. Dit essay verscheen oorspronkelijk in het voorjaarnummer van het tijdschrift Phi Kappa Phi Forum.

  • Strijd tussen mens en nijlpaard in Kenia | Opnieuw nederlaag voor Le Pen en Macron

    Strijd tussen mens en nijlpaard in Kenia | Opnieuw nederlaag voor Le Pen en Macron

    Opnieuw nederlaag voor Le Pen en Macron

    Net als vorige week na de eerste ronde van de Franse regionale verkiezingen, noteert de internationale pers ook na de tweede ronde van afgelopen zondag een ‘bittere nederlaag’ voor Rassemblement National (RN), het vroegere Front National van Marine Le Pen. Daarnaast valt opnieuw het ‘ontwaken’ van traditioneel rechts op, dat in een sterke positie lijkt om Emmanuel Macron uit te dagen voor de presidentsverkiezingen van 2022.

    ‘Velen zagen deze regionale verkiezingen als een opwarmertje voor de presidentsverkiezingen van volgend jaar, maar voor de zogenaamde favorieten van 2022, Emmanuel Macron en Marine Le Pen, viel er niet veel te vieren’, zo schrijft The Guardian.

    Zowel het huidige staatshoofd als Le Pen, leider van RN, zijn de grote verliezers in de tweede ronde van de regionale en departementale verkiezingen, die opnieuw worden gekenmerkt door een zeer lage opkomst; ongeveer 66 procent van de kiezers kwam niet opdagen.

    Fiasco

    De partij van Macron, La République en Marche! (LREM), ‘had in de eerste ronde al catastrofale resultaten behaald en had weinig meer te verliezen’, merkt de Spaanse krant La Vanguardia op. Maar de klap is nog groter voor RN, die er niet in slaagde de enige regio waar zij kans maakte te winnen: Provence-Alpes-Côte d’Azur werd uiteindelijk behouden door Renaud Muselier van Les Républicains (LR).

    ‘De tweede ronde van de Franse regionale verkiezingen was niet onbelangrijk voor de toekomst van het land’, aldus Clarín. Deze verkiezingen zouden laten zien ‘hoe ver RN zou kunnen komen bij de presidentsverkiezingen’, maar kiezers hebben zowel de stembus als extreemrechts gemeden en de resultaten zijn een ‘absoluut fiasco’ voor RN, schrijft het Argentijnse dagblad.

    Marine Le Pen erkende haar nederlaag, maar schreef deze toe aan ‘tegennatuurlijke allianties’ die door traditionele partijen waren gesmeed om haar te blokkeren, aldus Deutsche Welle.

    ‘De Franse kiezer leunt nu sterk naar rechts wat betreft de nationale verkiezingen’

    Ook al behield links de regio’s waar het al regeerde, de Franse kiezer leunt ‘nu sterk naar rechts wat betreft de nationale verkiezingen. Politici die vanuit hun regio’s spraken nadat de resultaten bekend werden, benadrukten herhaaldelijk het belang van thema’s als law and order’, zo analyseert Financial Times.

    ‘En het is de LR-partij, de politieke familie die Frankrijk de meeste van zijn presidenten heeft gegeven tijdens de Vijfde Republiek, die zich het sterkst heeft getoond tijdens deze regionale verkiezingen’, voegt het dagblad eraan toe.

    Ook de correspondent van El País in Parijs bevestigt dat traditioneel rechts, dat Emmanuel Macron ‘al jaren poogt te verzwelgen’, sterker uit deze verkiezingen is gekomen en daarmee aantoont ‘dat de volgende presidentsverkiezingen niet noodzakelijk een zaak is tussen Macron en Le Pen’.

    Xavier Bertrand

    Volgens Le Temps ‘profiteert rechts in Frankrijk in feite van het macronisme, dat drijft op politieke strijd. Daarom is het van beslissend belang om een goede kandidaat te vinden die Macron kan tegenwerken, als hij zich in 2022 weer kandidaat stelt’. Deze kandidaat, ‘gesterkt’, door de resultaten van zondag, zou Xavier Bertrand kunnen zijn, ‘die reeds is gelanceerd in de presidentiële race’, aldus het Zwitserse dagblad.

    Le Soir onderstreept dat Bertrand, winnaar van de regio Hauts-de-France, zich onmiddellijk presenteerde als ‘de natuurlijke kandidaat van zijn kamp’. ‘Het was spectaculair om te zien hoe Xavier Bertrand gisteravond direct zijn toespraak hield, vlak nadat de resultaten bekend waren gemaakt’, schrijft het Belgische dagblad. ‘Met een presidentiële houding en accenten à la Sarkozy, heeft de man die zich al kandidaat heeft gesteld voor het Élysée, het fundament gelegd voor een nieuwe campagne die nu gericht is op heel Frankrijk.’

    Lees ook:


    Strijd tussen mens en nijlpaard in Kenia

    Ze hebben niet echt de reputatie, maar nijlpaarden zijn de dodelijkste wilde dieren in Afrika. In de regio van het Naivashameer, ten noorden van Nairobi, zijn ze zo in aantal gegroeid dat er nu plannen zijn om ze uit te roeien, meldt La Repubblica.

    Hoe is het mogelijk dat nijlpaarden, die schijnbaar slome dieren, zo angstaanjagend zijn dat mensen ze willen uitroeien, vraagt de krant zich af. Hoe moeilijk ook voor te stellen, het idee slaat in ieder geval aan in de buurt van het Naivashameer, een van Kenia’s mooiste en meest ongerepte regio’s, waar zilt water grenst aan gigantische vlaktes met uitgestrekte, prachtig gekleurde bloemenkwekerijen. De afgelopen maanden hebben nijlpaarden steeds vaker vissers en boeren in de regio aangevallen. Alleen al afgelopen winter waren er zeker veertig aanvallen, waarvan veertien met dodelijke afloop.

    Vijfhonderd slachtoffers per jaar

    ‘Het is de diersoort die de meeste menselijke slachtoffers eist, aldus Maurizio Oltolina, van het zoölogisch park Le Cornelle in Valbrembo, in de Italiaanse provincie Bergamo. ‘Niet zozeer omdat nijlpaarden agressief zijn, maar omdat ze zo groot en sterk zijn dat elk contact met hen erg gevaarlijk kan zijn.’

    Hoewel ze bijna twee ton wegen, kunnen de dikhuiden tot 40 kilometer per uur rennen. Ze hebben kaken die 180 graden open kunnen met daarin hoektanden van 40 centimeter lang. Jaarlijks doden ze wereldwijd ongeveer vijfhonderd mensen, een stuk meer vergeleken met tweehonderd dodelijke slachtoffers door de leeuw, een dozijn door haaien en minder dan tien door beren.

    Nijlpaarden vallen mensen niet aan om ze op te eten, maar om hun territorium te beschermen

    Omdat het herbivoren zijn, vallen ze mensen niet aan om ze op te eten, maar om hun territorium te beschermen: nijlpaarden dulden de nabijheid van anderen niet in de buurt van hun jongen of in gebieden waar ze aan het grazen zijn.

    Samenleven met nijlpaarden rond het Naivashameer was tot vorig jaar nooit een probleem, integendeel: de dieren werden gewaardeerd als toeristische trekpleister en dus als een bron van inkomsten, en beschermd door de lokale bevolking. Maar binnen een paar maanden raakte deze balans om verschillende redenen uit evenwicht.

    Klimaatverandering

    Ten eerste brak in 2001 een kweekvijver voor karpers open en kwamen duizenden vissen in het meer terecht. Ze verslonden de eieren van de lokale fauna en plantten zich duchtig voort, met als resultaat dat ze nu 90 procent van de waterfauna van het meer vertegenwoordigen. Fijn voor de visindustrie, maar met schadelijke effecten voor de biodiversiteit.

    De tweede reden is klimaatverandering. De zware regenval die in oktober 2019 begon, zorgde ervoor dat het Naivashameer overstroomde, waardoor het water, dat eerst alleen tot de oevers en de bloemenkassen reikte, nu fabrieken en woningen rond het meer nadert. Het meer beslaat nu 173 vierkante kilometer, tegen 112 tien jaar geleden. Zo worden mensen en nijlpaarden, tegenwoordig zo’n 1500, dichter op elkaar gedwongen. En zelfs als het water van het meer weer terugtrekt, schreef de lokale krant Africa News een paar weken geleden, verkeert het gebied in een kritieke situatie omdat het nu ook geteisterd wordt door andere wilde dieren: naast de nijlpaarden die tussen de woningen komen grazen, zijn er nu buffels en slangen in overvloed.

    Bij deze toch al gecompliceerde situatie kwam covid-19. De pandemie heeft veel banen in de regio vernietigd, vooral in de tuinbouw. Kenia is de grootste producent van bloemen ter wereld en die markt is bijna volledig ingestort door de afwezigheid van westerse kopers. Om te overleven proberen werkloze tuinders nu met vissen in hun levensonderhoud te voorzien. ‘Ten minste 70 procent van de illegale vissers’, aldus Immaculate Maina, van het Comité voor Landbouw van Nakuru County, ‘bestaat uit voormalige tuinbouwarbeiders die werkloos zijn sinds de tuinbouwbedrijven zijn gesloten’. Ze dringen nu het leefgebied van de nijlpaarden binnen en vice versa. Met als dramatisch resultaat dat boeren en vissers in de regio nu eisen dat de nijlpaarden worden afgeschoten.

    Oplossing

    Voorlopig zijn de boswachters in het gebied daar nog op tegen, maar als het water van het meer blijft stijgen, kan slachting onvermijdelijk worden. En dat zou rampzalig zijn. ‘Nijlpaarden worden beschouwd als een bedreigde diersoort en staan op de Rode Lijst van de Internationale Unie voor Natuurbehoud’, aldus Isabella Pratesi, directeur van WWF Italië. ‘Er zijn er naar schatting nog iets meer dan 100.000 in de wereld, terwijl dat aan het begin van de vorige eeuw meer dan het dubbele was. Ze worden voornamelijk gedood door stropers die op het ivoor van hun tanden uit zijn, door vervuiling van rivieren en door de geleidelijke afname van hun leefgebied. Maar dieren afschieten kan niet de oplossing zijn, als is het maar om praktische redenen. Zonder de nijlpaarden en zonder hun uitwerpselen zou de regio veel minder vruchtbaar zijn. Het gebied dat ermee gewonnen wordt zou voor boeren niet meer bruikbaar zijn.’

    Er zal echter een oplossing moeten worden gevonden, omdat niemand een zoogdier van twee ton in zijn achtertuin wil hebben. ‘Maar we kunnen het probleem oplossen zonder dieren te doden, door bijvoorbeeld elektrische omheiningen te gaan plaatsen.’


    Eerste zwarte Zuid-Afrikaanse renner in de Tour de France

    Afgelopen zaterdag begon de Tour de France en als renner van het Zuid-Afrikaanse team Qhubeka NextHash heeft Nic Dlamini al geschiedenis geschreven: de 25-jarige renner is de eerste zwarte man die is geselecteerd door het Zuid-Afrikaanse team. ‘Het was altijd al een kwestie van “wanneer” en niet “of” voor de man uit Kaapstad’, schrijft de Zuid-Afrikaanse krant Daily Maverick.

    De renner, die een gebroken arm opliep bij een gewelddadige politiecontrole in 2019, is ‘het werkpaard’ van de ploeg, met als belangrijkste rol mee te gaan tijdens ontsnappingen in geselecteerde etappes en het ondersteunen van zijn teamgenoten Michael Gogl en Simon Clarke.

    ‘Een geweldig moment voor Nic, voor Zuid-Afrika en voor ons team’

    ‘Een geweldig moment voor Nic, voor Zuid-Afrika en voor ons team’, aldus teambaas en oud-renner Douglas Ryder over de voormalige hardloper. ‘Hij is altijd iemand geweest die zichzelf overtreft en die vecht voor zijn kansen’, aldus Ryder, die van mening is dat de keuze voor Dlamini ‘veel zegt over wat we met dit team hebben gecreëerd en opgebouwd’.

    Hoewel Team Qhubeka NextHash geen renners die kans maken om de drieweekse etappekoers te winnen, is de doelstelling om enkele individuele etappes te winnen niet zo gek; de ploeg won drie etappes in de recente Giro d’Italia.

    Op Twitter schrijft Nic Dlamini verheugd te zijn om zijn droom waar te kunnen maken en hij hoopt ‘meer kinderen te kunnen inspireren om in zijn voetsporen te treden en op de fiets de wereld te ontdekken’.

    Dlamini hoopt op 18 juli, de Internationale Dag van Nelson Mandela, de Champs-Élysées te bereiken; daarna zal hij deelnemen aan de Olympische Spelen in Tokio.

  • Chili droogt op door avocado’s voor het buitenland

    Chili droogt op door avocado’s voor het buitenland

    Chili kampt al jaren met een grote droogte en een tekort aan water, wat in belangrijke mate aan de dorstige avocado-industrie te wijten is. Bovendien is door privatisering de drinkwaterrekening torenhoog. Toch zijn de bewoners van het dorpje Petorca blij met de kansen die de avocado hen biedt.

    Avocadodroogte

    In 2016 publiceerden wij een longread over de ‘oergezonde waterslurper’: de geliefde avocado. De bekendste soort superfood die er is, maar blijkbaar zijn voor de productie enorme hoeveelheden water nodig, waardoor de landen van herkomst, zoals Brazilië, Chili, Spanje, Zuid-Afrika en Peru, gevaar lopen.

    Deze reportage over een Chileens dorpje maakt duidelijk hoe ingewikkeld het probleem is. Zo zijn de bewoners als de dood dat door slechte pers mensen stoppen met avocado’s eten.

    Net buiten Petorca, een dorp in de gelijknamige provincie op ruim drie uur rijden ten noorden van de hoofdstad, ligt plantage La Chimba. Aan weerszijden van de ingang staan metershoge palmbomen. Achter hoge hekken groeien de avocado’s. Ook hier hebben ze een aanhoudend tekort aan water. 

    Hector Cavieres is opzichter, hij wijst naar boven en zegt: ‘Daar zijn we de bomen aan het snoeien. We hadden vijftig hectare maar we snoeien terug tot dertig hectare. Die bomen doen niks meer vanwege de droogte. Op deze manier kunnen ze een jaar overleven zonder water. Mocht het gaan regenen, dan gaan ze weer groeien.’

    Chincolco22 1
    Chimbaplantage, Chincolco, Chili.

    Iets hoger op de heuvel klinkt onafgebroken het geluid van kettingzagen. Het heeft iets treurigs, al die gekortwiekte gezonde bomen. Drie mannen zagen stug door. Als een van hen even stopt om het zweet van zijn voorhoofd te vegen, vertelt hij dat ze per omgezaagde boom betaald krijgen. ‘We tellen zelf de bomen, per rij staan er dertig. Voor een grote boom krijgen we meer dan voor een kleine.’ Op de vraag of hiermee een redelijk salaris te verdienen valt zegt hij een beetje aarzelend: ‘Jawel. Er wordt op heel veel plaatsen gesnoeid omdat er geen water is.’

    Het afgelopen jaar heeft La Chimba 700.000 kilo avocado’s geoogst. ‘Alle mooie avocado’s zijn voor de export,’ vertelt Cavieres, ‘als ze niet de goede maat hebben, kunnen we ze niet exporteren. Weinig water en de droogte leveren een kleinere avocado op, die blijven in Chili. Dit jaar kunnen we maar ongeveer 10 procent van het aantal van vorig jaar exporteren, zo’n 80.000 kilo.’ Cavieres gaat weer aan het werk, op zijn crossmotor scheurt hij tussen de avocadobomen weg.

    Zwaar werk

    Tijdens de oogst van de avocado’s werken hier vijfentwintig mensen die zijn ingehuurd via een soort uitzendbureau. Met lange stokken waaraan een net en een soort schaar zitten, verdwijnen ze tussen de bomen. Stevige zakken hangen aan hun schouders, hier worden de losgeknipte avocado’s in verzameld. Wanneer de zak vol is sjouwen ze hem naar de weegschaal. Hoe voller, hoe beter.

    Een meisje schrijft op een wit vel papier hoeveel kilo iemand geplukt heeft. Aan het einde van de dag telt ze alles op en wordt er uitbetaald. 

    De mannen, en een enkele vrouw, werken gestaag en veelal zwijgend door. Een van de mannen zegt: ‘Als je alleen lagere school hebt, kun je eigenlijk alleen in de landbouw werken en dan betaalt een avocadoplantage het best. Het ligt aan de grootte van de avocado wat we verdienen. Meestal rond de 24 euro per dag. Maar dan moet je goede en grote avocado’s hebben.’

    Hij knikt: ‘Ja, het is zwaar werk.’ En weg is hij weer, tijd is hier geld.

    Het is een slecht avocadojaar voor La Chimba. Ook hier verlangt men naar regen. 

    Lees ook:

    Een kilometer of twintig noordwaarts staat het bedrijf Agricola Santa Juana. Een grotere speler op de avocadomarkt. Met een heus ontvangstkantoor en een receptioniste. Ze belt haar meerdere maar die laat weten niets te willen zeggen. Buiten hangt een van de chefs over zijn autoportier en vertelt dat ze slechte ervaringen hebben met een Duits tijdschrift waarin werd opgeroepen de avocado niet meer te eten. 

    ‘Als het niet gaat regenen moeten we ons water ergens anders vandaan halen, uit de zee bijvoorbeeld’

    Manuel Montenegro (65) uit Chincolco ziet ook voordelen van de avocadoplantages in de regio. De werkgelegenheid bijvoorbeeld. ‘Verder is hier weinig werk. Er zijn alleen avocado’s, noten en cactussen.’

    Zijn dochter woont even verderop, vertelt hij. Al twintig jaar, in een wijkje waar veel alleenstaande vrouwen met of zonder kinderen wonen. Werken bij een avocadoplantage gaf deze vrouwen financiële onafhankelijkheid. Manuel knikt: zeker, dat is belangrijk, met eigen geld hebben ze geen man meer nodig. De verdiensten van zijn dochter zijn ongeveer 420 euro per maand. 

    Dat het watertekort een probleem is voor de regio zal hij niet ontkennen. ‘Sí, claro, avocado’s hebben veel water nodig. Dat heeft absoluut consequenties. Als het niet gaat regenen moeten we ons water ergens anders vandaan halen, uit de zee bijvoorbeeld.’

    Chincolco27 1 1 1 1

    Complex van factoren

    Op de vraag of de grote avocadotelers ook schuld hebben aan het watertekort geeft watermanagementspecialist Ricardo Ferreira uit La Ligua een ontwijkend antwoord. De problematiek van de provincie Petorca is een complex van factoren, zegt hij. Zo is een groot aantal waterrechten toegekend aan landbouwbedrijven zonder de resultaten van eerdere studies over de hoeveelheid water in de bekkens mee te nemen. ‘Ook daarom is er nu een tekort aan water.’

    Andere oorzaken zijn volgens hem het gebrek aan regen en het ontbreken van een bergketen in de provincie Petorca die het mogelijk zou maken om waterreserves vast te houden.

    Over de privatisering van water zegt Ferreira: ‘De huidige waterwet stamt nog uit de tijd van de dictatuur. Water mag als product worden verhandeld. De overheid levert gratis waterrechten aan private partijen en dat maakt het voor de overheid moeilijk om de watervoorraden te beheren. Het is dus van groot belang dat de grondwet gewijzigd wordt en er een nieuwe waterwet komt, zodat de overheid op democratische wijze het beheer over het water krijgt. Want nu kunnen waterrechten ook gekocht, verkocht of geleased worden zonder dat er rekening wordt gehouden met plaatselijke prioriteiten, zoals de behoefte aan drinkwater.’

    Lees ook:

    Er moeten verschillende acties ondernomen worden om het beheer van de watervoorraden te verbeteren en om nieuwe bevoorradingsbronnen te genereren.

    Ontzilting van zeewater is een initiatief dat ongetwijfeld belangrijk is, denkt Ricardo Ferreira. Zeker voor menselijke consumptie. Voor de landbouw zou het nog beter onderzocht moeten worden, maar de uitvoeringskosten zijn zeer hoog.

    Zout

    Ook Paula Quiroz (70) denkt dat het gebruik van ontzout zeewater een oplossing voor het watertekort zou kunnen zijn. ‘Hemelsbreed zitten we hier op zestig kilometer van de oceaan. We zitten niet zo hoog in de bergen, dus het kan niet heel moeilijk zijn om het water hierheen te brengen. We zijn te afhankelijk van regen die er niet is.’

    Wat te doen met al het zout? ‘Daar kunnen bakstenen van gemaakt worden,’ oppert Paula, ‘of we verkopen het aan landen waar het veel sneeuwt.’

    Ze lacht om haar laatste opmerking maar ze meent het wel, want ook zij maakt zich zorgen. Het grondwater daalt, de landbouw slaat steeds diepere putten, soms wel tot honderdvijftig meter diep. 

    Chincolco31 1 1

    Paula daalt de houten trap af die vanuit haar keuken naar de tuin leidt. Ze stapt over het betonnen irrigatiekanaal waar een keer per week water doorheen stroomt vanuit een verderop gegraven put. Omdat Paula relatief dicht bij die put zit, krijgt zij nog water maar de mensen die verder weg wonen moeten het zonder stellen, ‘daar komt het water niet eens’. 

    De dorre takjes op de droge grond knisperen onder haar voeten bij iedere stap die ze zet. ‘Kijk,’ zegt ze en ze buigt zich voorover naar een zwarte tuinslang met hele kleine gaatjes. ‘Dankzij dit irrigatiesysteem kan ik nog een paar fruitboompjes houden.’ Sinds een maand heeft ze deze slang in haar tuin. Heel langzaam, druppel voor druppel, komt er water uit de gaatjes. 

    Tegenwoordig moeten we ook betalen aan de fabriek die het water reinigt, voor de elektriciteit die dat kost en voor de leidingen

    Water is duur, en aan deze kant van het dorp is het nog duurder ‘dan beneden’, waar de bewoners water krijgen via een ander bedrijf. ‘Wij hebben een coöperatie voor het drinkwater,’ zegt Paula. ‘Vroeger was het goedkoop, toen betaalden we alleen het opgepompte water. Tegenwoordig moeten we ook betalen aan de fabriek die het water reinigt, voor de elektriciteit die dat kost en voor de leidingen.’ 

    De dorpsbewoners willen zich aansluiten bij een zonnepanelenproject om de kosten omlaag te brengen. Deze projecten worden gesubsidieerd door de overheid. 

    Chincolco13 1 1
    Paula Quiroz: ‘Dankzij dit irrigatiesysteem kan ik nog een paar fruitboompjes houden.’

    Van Paula’s tuin is nog maar een fractie beplant. Het grootste gedeelte ligt braak. Aan de randen groeien nog cactussen. Die krijgen haar afwaswater om te drinken. ‘Want ik wil echt niet dat mijn cactussen doodgaan.’

    Het is rond een uur of drie als Paula in haar oude Peugeot stapt. Ze klemt haar handen strak om het stuur en rijdt met dertig kilometer per uur naar haar zussen beneden in het dorp voor het dagelijkse theeritueel.

    Kleine groene oase

    Jorge Castro (70) brengt regelmatig hooi en stro bij Maria Roderiquez (78), die boven op een berg woont. Jorge rijdt met zijn pick-up kilometers over een onverharde weg, steekt de droge rivierbedding over en vervolgens gaat het omhoog, de bergen in. 

    Maria staat al op de uitkijk. Een struise dame met een verweerde, gebruinde huid zoals alleen mensen kunnen hebben die buiten wonen, daar waar de zon veel schijnt en de wind vaak waait. Ze leunt op een stok. Aan verschillende bomen zijn honden vastgebonden. Ze blaffen hard tegen elkaar op tot Maria en Jorge uit hun zicht verdwijnen. Maria gaat maté maken, een traditionele Argentijnse thee met kruiden en vooral ook veel suiker. Als Maria geen maté drinkt, krijgt ze hoofdpijn, zegt ze. Geboren en getogen is ze op deze plek. Zeven kinderen heeft ze er grootgebracht, en ze is hier alle dagen, behalve die ene keer per maand dat ze ‘naar beneden’ gaat om olie, thee, suiker en rijst te halen. 

    Ze slurpt van haar maté en knikt: ‘Ja, er is heel veel veranderd. Ik heb geen groenten meer in de tuin, vijf jaar geleden had ik nog mooie grote aardappelen. Maar de waterput is helemaal opgedroogd.’ Ook heeft Maria bijna geen dieren meer vanwege de droogte. Die eten een baal hooi per dag. ‘Ik kan geen dertig hooibalen per maand kopen van tien euro per stuk.’

    Toch prijst Maria zich gelukkig, zij kan het afvalwater opvangen uit de even verderop gelegen kopermijn. Daarmee heeft ze een kleine groene oase gecreëerd naast haar golfplatenhuisje, met druivenranken als afdak tegen de brandende zon.

    Chincolco06 1
    Maria Roderiquez: ‘Ik heb geen groenten meer in de tuin, vijf jaar geleden had ik nog mooie grote aardappelen. Maar de waterput is helemaal opgedroogd.’

    ‘Als ik hier drinkwater voor moest gebruiken dan zou ik een hele hoge waterrekening hebben. Ik dank God voor het water uit de mijn.’ 

    Nee, Maria gaat hier nooit meer weg. Onlangs zei een kleinkind tegen haar: ‘Oma, als u doodgaat dan kom ik hier wonen.’ Maria lacht: ‘Hij heeft erover nagedacht want hij wil een opvang voor gepensioneerde geiten beginnen.’

    Ze kijkt op haar horloge, dat aan haar schort geknoopt zit. Het is kwart voor twaalf, ze wil gaan koken.

    Brandbrief 

    Barbara Astudillo (31) opgegroeid in de provincie Petorca, is ecofeministe en onderzoeker bij Fundación Territorios Colectivos. Ze voert al jaren actie. ‘Want in het gebied waar ik zoveel van hou, worden de mensen- en milieurechten geschonden zodat men geen toegang heeft tot water.’

    Astudillo is van mening dat Chili nu prioriteit moet geven aan klimaatveranderingswetten en vermindering van het water- en energieverbruik van grote industrieën. Ook zij vindt dat de grondwet moet worden aangepast, maar er is in Chili gebrek aan politieke wil om veranderingen teweeg te brengen. 

    ‘Stop met de privatisering van water,’ zegt ze, ‘transformeer het naar een nationaal bezit waarbij de consumptie door burgers en de ecologische belangen vooropstaan. Maak de economie daaraan ondergeschikt.’

    Chincolco01 1 1 1 1
    Chincolco, Chili.

    Onlangs heeft ze een brandbrief gestuurd naar de speciaal rapporteur van de VN voor water en hygiëne Leo Heller. Daarin schrijft ze onder meer dat met name de gemeenten Cabildo, La Ligua en Petorca al jarenlang te lijden hebben onder het watergebruik van de agrobusiness, door de aanplant en het telen van citrusvruchten en avocado’s.

    Er groeien nog wat cactussen maar zelfs die hangen er een beetje treurig bij

    Dorpen zitten zonder watervoorziening als gevolg van accumulatie van grote hoeveelheden zoet water in boven- en ondergrondse kanalen voor deze agro-industriële bedrijven. Regelmatig zijn ze aangeklaagd door nationale en internationale organisaties zoals het bekende Chileense Modatima. De leiders van deze milieuactivistische organisatie worden niet zelden vervolgd en soms zelfs met de dood bedreigd. 

    Veel gezinnen worden tegenwoordig bevoorraad met een tankwagen, vijftig liter per persoon per dag. ‘Ja, natuurlijk is dat veel te weinig,’ zegt Barbara, ‘maar het is complex om met gebrek aan overheidsbeleid en investeringen de watercrisis in dit gebied te bestrijden.’

    Onlangs heeft het geregend in de provincie Petorca, voor het eerst in zestien jaar.

    ‘Maar het water bereikte de rivieren van onze vallei niet,’ verzucht ze. ‘Het bleef achter in de bassins van de avocado- en citrusfruittelers. Betaald met het geld van alle Chilenen om de grote ondernemers van het land te subsidiëren. We moeten de wereld écht anders in gaan richten.’

    Verloren paradijs

    Aan de onverharde weg tussen Petorca en Chincolco staat achter een hek het huisje van Zoila Lemus (73). De hond blaft onophoudelijk, zoals eigenlijk overal. Zoila woont hier samen met haar dochter en haar twee kleindochters. Alle bomen in haar tuin zijn dood, zo ook alle groene planten. Er groeien nog wat cactussen maar zelfs die hangen er een beetje treurig bij. 

    Het huisje kijkt uit op gortdroge bergen. Aan het einde van de vorige eeuw waren deze bergen veel groener. Maar men kapte alle bomen om de huizen te verwarmen en om te koken. Niemand plantte ooit een boom terug. 

    Zoila’s woning staat aan de oever van een rivier waar al twintig jaar geen water meer door stroomt. Ze pakt een ingelijste foto van een kastje. ‘Kijk,’ zegt ze, ‘de rivier was vroeger prachtig, we konden er zelfs in zwemmen. Onze tuin stond vol bomen en rozen in allerlei kleuren. We verbouwden alles zelf: tarwe voor het brood, bonen, mais, linzen, aardappelen, uien, knoflook, courgettes. Gewoon om zelf te eten en om in te maken. Nu kan ik hier niks meer laten groeien. We wonen in een woestijn zonder water. Alle putten die we gegraven hebben zijn opgedroogd.’

    Chincolco12 1 1 1 2
    Zoila Lemus: ‘De rivier was vroeger prachtig, we konden er zelfs in zwemmen. Onze tuin stond vol bomen en rozen in allerlei kleuren.’

    Zoila en haar familie krijgen vijftig liter water per dag om te koken, te wassen en te douchen. ‘Je kunt je beter wassen met een bakje water. Haren wassen kost heel veel water, we gebruiken een sok om ons haar nat te maken.’

    Tot voor kort kwam er een tankwagen om het water te brengen maar Zoila heeft sinds een maand een nieuwe waterput. Met een automatisch systeem dat niet goed werkt. ‘Soms hoor je water, soms hoor je niks. Maar het bedrijf dat de meter heeft geïnstalleerd geeft niet thuis.’

    Maar heeft ze, als het systeem goed zou werken, dan wel genoeg water?

    Zoila schudt haar hoofd: ‘Nee, er komt een liter water per seconde langs voor acht families.’ 

    Ze legt uit hoe het met de waterrechten in Chili zit. Het gaat zoals gezegd om een wet die nog stamt uit de tijd van de dictator Pinochet. Je kon je toen inschrijven voor water: een boer met bijvoorbeeld drie hectare grond had recht op drie ‘delen’ water. ‘Maar,’ zegt Zoila, ‘dat ging over oppervlaktewater. Ook voor het ondergrondse water kon je rechten kopen maar dat wisten de boeren niet. Het recht op ondergronds water is stiekem verkocht aan grote bedrijven. Die eisen nu alles op en oppervlaktewater is er allang niet meer. De regering moet nu de rechten kopen van die bedrijven zodat ze het water kan verdelen. Al die bedrijven verdienen er nog meer aan. En ik heb geen “recht” op water. Dat is waarom de mensen de grondwet willen veranderen.’

    Soms is er een project vanuit de overheid. Zo zouden Zoila en haar buren ook een waterleiding krijgen, er was bijna 35.000 euro voor beschikbaar. Verschillende aannemers en onderzoekers zijn langs geweest om te bestuderen hoe dat zou moeten. Al het geld is opgegaan aan onderzoek en er is verder niks gebeurd.

    Buiten blaft de hond. ‘Pasqalle!’ roept Zoila, ‘de hond!’ De oudste kleindochter hoort het niet. Ze is doof. Ze kunnen het niet bewijzen maar Zoila is ervan overtuigd dat het komt omdat haar dochter, toen drie maanden zwanger, op de avocadoplantage liep op het moment dat er een vliegtuigje overvloog met pesticiden.

    Ze trekt haar kleindochter even stevig tegen zich aan, de hond buiten is inmiddels stil.

    Auteur: Karin Stroo

    Foto’s: Goedele Monnens

  • Hoe de pandemie het populair futurisme veranderde

    Hoe de pandemie het populair futurisme veranderde

    Speculatieve non-fictie was lange tijd vooral gericht op de beperkte perspectieven en doelstellingen van het bedrijf – en dus op het verdienen van geld. Mede door de pandemie kunnen we het populaire genre mogelijk aanwenden voor een betere toekomst.

    De pandemie, die in veel opzichten vreemder is dan sciencefiction, heeft veel discussie uitgelokt over de rol van speculatieve fictie bij onze toekomstvoorstellingen. Waar sommigen in de mogelijkheden die zulke verhalen voorspiegelen antwoorden zien op onzekere tijden, vragen anderen zich af waar deze dystopische visioenen eindigen. Maar misschien is het net zo relevant om ons weer eens in de speculatieve non-fictie te verdiepen, een zich constant ontwikkelend genre dat we als ‘populair futurisme’ zouden kunnen betitelen.

    Wat zijn de kenmerken van een ‘populair-futuristisch’ boek? Het schetst mogelijke toekomstperspectieven, belicht nieuwe belangwekkende trends en belooft manieren waarop zelfs niet-gespecialiseerde lezers deze inzichten op hun eigen leven en werk kunnen toepassen. Zo’n boek heeft waarschijnlijk een fascinerend omslag, in een stijl die dateert van het werk dat met recht en reden een pionier in dit genre kan worden genoemd en nog altijd toonaangevend is: Toekomstshock van Alvin Toffler. Dit boek, dat het concept ‘futurisme’ populair maakte in de mainstreamcultuur en in de zakenwereld en kortgeleden zijn vijftigste verjaardag vierde, verscheen in de meest veelkleurige versies, zodat het als een neonregenboog in het oog zou springen vanuit de schappen van de boekwinkels. Andere titels hebben een kinetische belettering die je vanaf de pagina tegemoet vibreert alsof ze zich met hoge snelheid verplaatst. De toon van de boeken houdt meestal het midden tussen start-uppitch en zelfhulpmantra en straalt het profetische zelfvertrouwen uit van de teruggekeerde tijdreiziger.

    Wat er komen gaat

    Hoewel hun inhoud mee verandert met de tijdgeest, blijft datgene wat ons in populair-futuristische boeken aantrekt hetzelfde: we willen allemaal weten wat er komen gaat. Ze boren de oeroude kracht van de toekomst aan om ons te boeien en bang te maken, op zo’n manier dat onze hedendaagse angsten erdoor worden gesust en aangewakkerd. Zoals alle populair-wetenschappelijke of zelfhulpteksten beloven ze signaal van ruis te scheiden en geven ze ons wat geruststellende (zij het illusoire) controle in een chaotische wereld. Ze laten zien wat de toekomst ons brengt, ook al oogt het heden nog als zo’n warboel.

    Maar de belangrijkste belofte die ten grondslag ligt aan de canon waarvan Toekomstshock de eersteling is, is dat lezers zich met de juiste vooruitziende blik niet alleen kunnen voorbereiden op wat komen gaat, maar er ook van kunnen profiteren. Deze onschuldige vorm van handelen met voorkennis stelt de toekomst voor als een bulkgoed, als een oefening in tijdsbeoordeling waarbij kennis van nieuwe ontwikkelingen financieel voordeel oplevert. Het is geen toeval dat de auteurs van zulke boeken traditioneel een wit, mannelijk en kapitalistisch wereldbeeld hebben; velen van hen werken als in de toekomst gespecialiseerde consultants in het grijze gebied tussen zakenwereld, overheid, technologie, reclame en sciencefiction. 

    Deze zakelijke benadering is tot nu toe dominant in het populair futurisme, maar dat zou wel eens kunnen veranderen. Het afgelopen jaar is er een verbazingwekkend groot aantal nieuwkomers aangetreden, wat gek genoeg voor de hand ligt in een tijd waarin grote onzekerheid heerst over wat er morgen zal gebeuren, om over het komende decennium nog maar te zwijgen. Kan zo’n traditioneel zelfgenoegzaam genre nog enige troost bieden, laat staan deugdelijke inzichten?

    De confrontatie met een tsunami van veranderingen maakte de meeste mensen angstig, gedesoriënteerd en ontregeld

    Om die vraag te beantwoorden moeten we terug naar Toekomstshock. Hoewel de titel ons tegenwoordig nog maar vagelijk bekend voorkomt, werd het boek na zijn publicatie in juli 1970 algauw wereldberoemd. Het ging in miljoenen exemplaren over de toonbank, er werd een door Orson Welles ingesproken documentaire van gemaakt en de titel inspireerde Curtis Mayfield tot een song [Future Shock]. Het boek gaf mede aanzet tot een genre dat nog altijd bloeit en bezorgde Toffler een decennialange carrière als auteur, deskundige en consultant. Herlezing van Toekomstshock toont aan dat het boek niet alleen de kiem heeft gelegd voor de powerpointprofetieën van de TED Talk-cultuur en een hele bedrijfstak van toekomstconsultants heeft gecreëerd, maar ook onze toekomstvisie heeft vormgegeven.

    Ook als fysiek object was het opvallend. Het was zo’n vijfhonderd pagina’s dik, het omvangrijke register niet meegerekend. Het was kleurrijk en, nou ja, futuristisch, tot het ronde maar robotachtige lettertype van de titel aan toe, dat was gebaseerd op het MICR-font [Magnetic Ink Character Recognition], ontworpen om door zowel mensen als machines te kunnen worden gelezen. Futurist Scott Smith herinnert zich dat hij als jongen de lijvige paperback op het nachtkastje van zijn ouders zag liggen en deze er zowel eng als verleidelijk vond uitzien; half grappend zegt hij dat hij er zijn beroepskeuze aan dankt.

    Alvin Toffler, de auteur wiens naam in onuitwisbare letters op het omslag prijkt, was een journalist uit Brooklyn die in het begin van zijn carrière samen met zijn vrouw Heidi schreef over progressieve politiek en de arbeidersbeweging. Ze werkten samen aan een trilogie waarvan Toekomstshock het eerste deel was, maar Heidi werd pas in een later boek officieel erkend als auteur. Dat zelfs een toekomstgericht powerkoppel in dit opzicht verbazingwekkend ouderwets was, bewijst maar weer eens dat we allemaal bevattelijk zijn voor de blinde vlekken van onze tijd, net als Toekomstshock.

    Het kernbetoog van het boek is wellicht herkenbaar, misschien omdat Toffler het zo overtuigend beargumenteerde dat het een cliché is geworden: de wereld veranderde in een exponentieel toenemend tempo, waardoor mensen in ‘shock’ raakten en worstelden om het hoofd boven water te houden. In elk geval in de westerse landen onderging de maatschappij een ingrijpende historische verandering toen de industriële revolutie plaatsmaakte voor de informatie-economie; die verandering werd op haar beurt versneld door nieuwe technologieën op het gebied van massacommunicatie. De confrontatie met een tsunami van veranderingen maakte de meeste mensen angstig, gedesoriënteerd en ontregeld. Het boek probeerde deze nieuwe toestand te doorgronden, de ‘bronnen en symptomen’ ervan bloot te leggen en mogelijke manieren te bedenken om de effecten te verzachten.

    Hij maakt van de toekomst de meest spectaculaire show op aarde, en je zou wel gek zijn als je wegkeek

    De belangrijkste strategie om de toekomstshock te bestrijden, aldus Toffler, was om zich met extra kracht op de toekomst zelf te richten. Hij riep overheidsinstanties op om grootschalige toekomststudies te financieren, sciencefictionauteurs om meer methodische toekomstvoorspellingen in hun boeken op te nemen en Amerikaanse scholen om toekomstgerichte lessen te geven (als tegenwicht tegen geschiedenislessen). ‘Om zulke beelden in het leven te roepen en daarmee de impact van een toekomstshock te verzachten,’ schreef hij, ‘moeten we allereerst zorgen dat speculeren over de toekomst iets respectabels wordt.’

    Dit was geen nieuwe uitdaging; ook H.G. Wells had zich moeite getroost te benadrukken dat de systematische poging om mogelijke toekomsten te projecteren op basis van hedendaagse gegevens een vorm van wetenschap zou kunnen zijn, en niet alleen maar waarzeggerij. Maar dankzij Tofflers boek werd het futurisme een mainstreamfenomeen, dat zich niet beperkte tot militair gebied (zoals de nucleaire scenario’s die de RAND Corporation als eerste uitwerkte), maar ook op de ‘zachte’ sectoren van het dagelijks leven toepasbaar was, van ‘politiek en speelplaatsen tot skydiven en seks’.

    Maar behalve door zijn inhoud vond Toekomstshock ook veel weerklank door zijn stijl. Naar het voorbeeld van de Canadese mediatheoreticus Marshall McLuhan, wiens vermogen om grote ideeën in pakkende soundbites te presenteren onmiskenbaar een inspiratiebron was, maakte Toffler van het medium de boodschap. Zijn toon is evenzeer gealarmeerd als energiek, professoraal als ademloos. Hij spreekt van een ‘vuurstorm van verandering’, van het ‘zinderende schokeffect’ van nieuwe ideeën, van ‘pijlsnel groeiende’ populaties; zijn taalgebruik wedijvert met de voortstuwingssnelheid die hij beschrijft. Hij gebruikt pakkende termen als ‘ad-hoccratie’; hij maakt van de toekomst de meest spectaculaire show op aarde, en je zou wel gek zijn als je wegkeek.

    Zelfs wanneer Toffler de potentiële gevaren van versnelde verandering schildert, zoals ongelukken op boorplatforms of besluitvormingsalgoritmen, en de noodzaak van regelgeving benadrukt, gelooft hij dat oplossingen gelegen zijn in een grondige oriëntatie op toekomstige transformaties. ‘De kracht van de technologische ontwikkelingsdrang is te groot om door vooruitgangssceptici te worden gestopt,’ schrijft hij, en ondanks de soms waarschuwende toon definieert het boek op een bedwelmende manier de voorwaarden voor zijn eigen wereldbeeld. ‘Is dit allemaal overdreven?’ luidt zijn beroemde vraag. ‘Ik denk het niet.’

    Optimaliseren

    Zoals de krachtige stijl van Toekomstshock een bestseller heeft gemaakt, zo heeft het succes van het boek de weg gebaand voor een heel genre dat met de beslommeringen van elk navolgend tijdperk is mee veranderd. Eén subgenre van populair-wetenschappelijke boeken die snel na Toekomstshock verschenen, was sterk gericht op het voorspellen van consumentengedrag, te beginnen in 1982 met Megatrends van John Naisbitt en eindigend in 1991 met The Popcorn Report van de nestrix van de trendspotters: Faith Popcorn.

    Met de eerste dot.com-boom werd technologie een algemener thema, ongetwijfeld geholpen door het zelfbeeld van Silicon Valley als de plek waar de toekomst haar beslag krijgt. Deze nieuwe fase van het genre gaf de prioriteit aan innovaties op hardware- en softwaregebied, en sommige titels begonnen de wildste technologische grenzen op te zoeken, zoals The Age of Spiritual Machines (1999) van Ray Kurzweil en Physics of the Future (2011) van Michio Kaku. Maar of hij nu zakelijk banaal of cybergnostisch is, de klassieke populair-futuristische canon vooronderstelt een publiek dat industrieën wil ontmantelen met behoud van de status quo. Zelfs futuristen als Kurzweil, een van de herkenbaarste hedendaagse auteurs en een erfgenaam van Toffler, presenteren ideeën die revolutionair lijken – de uniciteit, de mogelijkheid van onsterfelijkheid – in een taal die wordt beperkt door individualistisch ondernemersdenken. Alles is doordesemd van de logica van het optimaliseren van alles en iedereen, zelfs van onze ziel.

    Gedurende het grootste deel van hun geschiedenis hebben deze boeken zich vooral op de beperkte perspectieven en doelstellingen van het bedrijfsmatige futurisme gericht. Vaak onder invloed van de agenda van haar klanten, concentreert de toekomstbranche zich op het oplossen van de problemen waarvoor ze is ingehuurd. Omdat ze zijn voortgekomen uit organisatieadviesbureaus en oververhitte start-ups, zijn futuristen meer geïnteresseerd in, en kunnen ze zich gemakkelijker een voorstelling maken van ruimtekolonies en het eeuwige leven – voor sommigen een rechtstreekse weg naar winst – dan van een kwestie als het afschaffen van gevangenissen.

    (Een nieuwe ster aan Tofflers toekomstversnellingsfirmament, maar zonder zijn weloverwogen zorgen te delen, is The Future Is Faster Than You Think van Peter Diamandis en Steven Kotler, waarin ademloos wordt beschreven hoe nieuwe technologieën zoals kunstmatige intelligentie ertoe zullen leiden dat de mensheid ‘een grotere omwenteling zal meemaken en meer rijkdom zal creëren dan in de afgelopen honderd jaar’. Wie met de omwenteling wordt geconfronteerd en naar wie de rijkdom gaat is niet moeilijk te raden. Problemen als klimaatverandering, stelt het boek, kunnen te lijf worden gegaan met zich steeds verder ontwikkelende gadgets, zoals goedkopere zonnepanelen en brandweerdrones.)

    Kathedraaldenken

    Maar terwijl de regels en de definitie van het ‘toekomstdenken’ veranderen en zich verspreiden via andere stemmen, geografieën en ideologische structuren, verandert het populair-futuristische boek mee – en treedt het soms uit Tofflers voetsporen, als het al niet een geheel nieuwe weg inslaat.

    Vorig jaar verscheen After Shock, een officiële hommage aan Toekomstshock. De bundel bevat lovende maar zeker ook kritische woorden van de hand van meer dan honderd hedendaagse futuristen en denkers. Het boek How to Future: Leading and Sense-Making in an Age of Hyperchange van Scott Smith en Madeline Ashby staat voor een stap in een andere richting en beschrijft strategieën voor het begeleiden en creëren van verandering in verschillende contexten, die zich lang niet altijd beperken tot het commerciële en technologische domein. Het is een bewonderenswaardige poging om tot een ‘toekomsthandleiding’ voor verschillende doelgroepen en doelstellingen te komen, geïllustreerd met de toepassing van bijvoorbeeld scenarioplanning, een in de Koude Oorlog door militairen ontwikkelde methodologie, op terreinen als non-profitmanagement en gezondheidszorg. De casestudy’s en procesbeschrijvingen zijn verhelderend, al gaat de gedetailleerdheid soms te ver voor de niet-academische lezer die het in de naaste toekomst niet als handboek zal gebruiken.

    Ook het veelgenoemde idee van ‘langetermijndenken’ duikt in diverse recente boeken op als een cruciaal middel om een andere existentiële dreiging te lijf te gaan: de klimaatcrisis. In De goede voorouder roept filosoof Roman Krznaric kalm op tot een heroriëntering op de toekomst, niet ten bate van onszelf (zoals typerend is voor het populair-futuristische boek), maar van onze verre nazaten. Hij gebruikt de term ‘kathedraaldenken’ voor reusachtige projecten die niet tijdens ons eigen leven zullen worden afgerond, maar waarmee nu wel hoognodig een begin moet worden gemaakt, vergelijkbaar met het werk van verschillende generaties aan de middeleeuwse kathedralen die hun achterkleinkinderen pas voltooid zouden zien.

    Waar in boeken als Toekomstshock de toekomst wordt beschreven als een reusachtige golf die onontkoombaar en verpletterend op ons af raast, is de centrale metafoor in het boek van Krznaric (dat soms leest alsof je door een stil bos dwaalt) de eikel. Het gaat erom dat je bijvoorbeeld niet alleen maar bomen plant (al wordt herbebossing letterlijk een cruciaal langetermijnproject genoemd), maar ook het belang en het potentieel van het huidige moment benadrukt, hoe gebrekkig ook, om de toekomst te beïnvloeden.

    Interactieve kaartspellen zijn misschien wel beter dan een boek in staat de vreemde, veranderlijke manieren te belichamen waarop de toekomst zich ontvouwt

    Het meest inventief wordt dit thema misschien wel onderzocht in populair-futuristische projecten die de grenzen van het boek volledig overschrijden. Een daarvan is Afro-Rithms from the Future, een digitaal kaartspel dat spelers uitdaagt toekomstscenario’s te bedenken met een expliciete focus op zaken als sociale rechtvaardigheid en ongelijkheid. Tot het team dat het spel heeft ontwikkeld behoren futurist, acteur en kunstenaar Ahmed Best en Lonny Brooks, universitair hoofddocent Communicatie aan de California State University. Het spel maakt gebruik van afrofuturistische denkwijzen en kunstvormen om radicale visies op een rechtvaardiger wereld te stimuleren en groepsdiscussies uit te lokken over het veranderen van de huidige situatie om zover te komen. De kosmische, bontgekleurde kaarten zijn uitnodigend en in scherp contrast met het beeld van blauwe lasers dat maar al te vaak de standaardesthetiek van de ‘toekomst’ vormt. Interactieve kaartspellen en collectieve verhaalprojecten zijn misschien wel beter dan een lineair boek in staat de vreemde, veranderlijke, participatieve manieren te belichamen waarop de feitelijke toekomst zich ontvouwt.

    Ook voordat de coronapandemie begin 2020 over de wereld begon te razen, hadden de catastrofale vooruitzichten voor de planeet – klimaatverandering, opkomend nationalisme, systemische ongelijkheid, technologie die meer problemen veroorzaakt dan oplost – iedere hoop op een stabiele toekomst al de bodem ingeslagen. Maar een heel klein lichtpuntje is misschien dat dit het jaar kan worden waarin we het duidelijkst beseffen dat we op een geheel nieuwe manier over de toekomst zullen moeten praten, als we die rechtvaardig en duurzaam willen maken voor iedereen. Net als in 1970 wordt de toekomst momenteel gevormd door ingewikkelde interacties van mensen, systemen, gemeenschappen en materiële en milieuomstandigheden – en door de verhalen waardoor die interacties worden beïnvloed.

    Dit nieuwe hoofdstuk van populair futurisme toont zijn blijvende aantrekkingskracht als een vertrouwd dialect, ook al is de boodschap die het genre brengt nu van een andere urgentie. Misschien kan het nog altijd nieuwe toekomstperspectieven voor een gezondere wereld bieden, maar die moeten dan wel net zo levendig en onweerstaanbaar overkomen als Toekomstshock vijftig jaar geleden. Waar Toffler en zijn volgelingen de versnelde, door winstbejag gedreven toekomst duizelingwekkend maakten, probeert de volgende generatie denkers deze paradox op te heffen en tragere, meer op herstel en gemeenschapszin gerichte toekomsten te verzinnen, die even onweerstaanbaar zijn.

  • Columnist Éric Zemmour haalt Le Pen in op rechts | Een onwaarschijnlijke coalitie tegen Netanyahu

    Columnist Éric Zemmour haalt Le Pen in op rechts | Een onwaarschijnlijke coalitie tegen Netanyahu

    Een onwaarschijnlijke coalitie tegen Netanyahu

    De Knesset, het Israëlische parlement, stemde afgelopen zondag voor een nieuwe coalitieregering, geleid door de radicaal-rechtse leider Naftali Bennett, waarmee een einde komt aan twaalf jaar ononderbroken macht van Benjamin Netanyahu. Het valt nog te bezien of deze bonte alliantie stand zal houden, aldus de Israëlische pers.

    ‘Het tijdperk van Netanyahu is voorbij’, schrijft Maariv. Als premier van Israël gedurende twaalf jaar, werd de onverwoestbare Likoed-leider zondag officieel uit de macht gezet na een stemming van de Knesset die vertrouwen geeft aan een bonte coalitie onder leiding van zijn voormalige bondgenoot en ex-minister Naftali Bennett. Zestig parlementsleden stemden voor de nieuwe coalitie, die uitwaaiert van rechts naar links, inclusief steun van een Arabische partij. Negenenvijftig andere parlementariërs, voornamelijk van Likoed, extreemrechtse en ultraorthodoxe partijen, stemden tegen.

    De sfeer in de Knesset was gespannen. Volgens The Times of Israel namen aanhangers van Netanyahu vooral Naftali Bennett onder vuur. De afgezette premier schudde met gesloten ogen de hand van zijn opvolger. Maar toen Bennett zijn hand later een tweede keer uitstak, negeerde Netanyahu hem, zo merkte The Jerusalem Post op. In ieder geval heeft Netanyahu ‘niet de Knesset bestormd en zijn aanhangers daartoe ook geen opdracht gegeven’, zoals ‘zijn vriend de Amerikaanse president Donald Trump op 6 januari’, zo stelt de rechtse krant vast. ‘De grootste critici van Netanyahu, die een bloedige transitie voorspelden, hadden het daarom bij het verkeerde eind’, concludeert The Jerusalem Post.

    Nadat het resultaat van de stemming in de Knesset bekend werd gemaakt, vierde een grote menigte Israëli’s het vertrek van Netanyahu in Jeruzalem en op het Rabin-plein in Tel Aviv.

    ‘Netanyahu werd niet uit zijn functie gezet wegens gebrek aan vaardigheid of succes. Ook niet omdat zijn rivalen meer stemmen kregen’

    Deze regeringswisseling is ‘een cruciale herbevestiging van het Israëlische democratische proces, ondanks het klimaat van demonisering dat door Netanyahu werd gepropageerd, ondanks de beschuldigingen van verraad tegen sommige leden van de nieuwe coalitie en ondanks de dreigementen met geweld’, schrijft David Horovitz, hoofdredacteur van Times of Israel in een commentaar. ‘Netanyahu en zijn aanhangers hebben zijn afzetting onwettig genoemd’, maar ‘de verandering van regering is natuurlijk niet frauduleus of onwettig. Integendeel, hij toont aan dat een krappe parlementaire meerderheid zich verenigd heeft in de overtuiging dat het beëindigen van Netanyahu’s greep op de macht de meest urgente politieke behoefte van Israël is.’

    Bij de laatste parlementsverkiezingen in maart eindigde Likoed aan kop, maar Netanyahu slaagde er niet in de meerderheid van 61 parlementsleden te verkrijgen die nodig is om een regering te kunnen vormen. President Reuven Rivlin vertrouwde de taak vervolgens toe aan de leider van de oppositie, de centristische Yaïr Lapid. Deze ex-minister van Netanyahu slaagde er begin juni op de valreep in om een meerderheid te krijgen, door een coalitie te vormen van twee centrumpartijen, twee linkse en drie rechtse partijen, waaronder de Yamina-partij van Naftali Bennett, en, een zeldzaamheid, de Arabische partij Ra’am van Mansour Abbas.

    Lees ook:

    Het aan boord krijgen van Bennett, leider van radicaal rechts en voormalig bondgenoot van Netanyahu, was essentieel om een meerderheid te behalen. Om zijn steun te verkrijgen stelde Lapid voor dat Bennett eerst premier gedurende twee jaar zou worden, waarna Lapid hem zal opvolgen in augustus 2023. 

    ‘Netanyahu werd niet uit zijn functie gezet wegens gebrek aan vaardigheid of succes. Ook niet omdat zijn rivalen meer stemmen kregen’, analyseert Haaretz-journalist Anshel Pfeffer. Hij werd volgens Pfeffer ‘gedwongen om te vertrekken omdat hij loog, te veel bondgenoten en politieke supporters intimideerde en te veel toezeggingen deed.’

    Of deze bonte coalitie stand zal houden, valt nog te bezien. Deze ‘uiterst onwaarschijnlijke alliantie wordt door sommige analisten nu al beschouwd als van onvermijdelijk korte duur’, schrijft David Horovitz in The Times of Israel. Maar volgens hem kan Netanyahu ‘de lijm zijn die zorgt voor de samenhang van de nieuwe coalitie’. Hoe vastbeslotener Netanyahu is om de macht terug te veroveren, ‘hoe meer hij het risico loopt deze onwaarschijnlijke coalitie van zijn tegenstanders te verenigen’.


    Éric Zemmour, de controversiële figuur die Marine Le Pen rechts inhaalt

    Of hij nu wel of geen kandidaat is voor de presidentsverkiezingen van 2022, de Franse stercolumnist Éric Zemmour heeft een invloed verworven waarmee hij in ieder geval invloed kan uitoefenen op de verkiezingscampagne, schrijft Politico in een analyse. Volgens Marine Le Pen is ze naast Zemmour het toonbeeld van redelijkheid. 

    Éric Zemmour, een columnist en een journalist die in Frankrijk een beroemdheid is geworden, ontketent zo’n beetje wekelijks een controverse over immigratie, seksisme, de islam of genderkwesties. De vraag die in Parijse kringen rondwaart is of hij zijn bekendheid zal gebruiken als springplank naar het Élysée.

    Opruiend

    Hij is al meerdere keren veroordeeld voor het aanzetten tot haat. Volgens sommigen is hij degene die een seksistisch en racistisch discours naar het grote publiek brengt. Maar zelfs zijn politieke tegenstanders geven toe dat zijn snelle opkomst op televisie aantoont dat hij de sombere stemming in Frankrijk weet uit te buiten.

    Zijn tirades worden zo opruiend geacht dat zijn dagelijkse shows vooraf worden opgenomen en geverifieerd voordat ze worden uitgezonden. Zo vergeleek Zemmour begin juni behandelingen voor transkinderen met medische experimenten van de nazi’s. Beschuldigingen van aanranding tegen hem dragen bij aan het verhitte debat over zijn invloed.

    Marine Le Pen neemt de dreiging van Zemmours mogelijke kandidatuur zo serieus dat ze haar vader Jean-Marie, die ze eerder uit de partij had gezet, om hulp heeft gevraagd. Zemmour ‘zou kunnen voorkomen dat haar partij Rassemblement National (RN) een tweede ronde haalt’, zei ze in een privégesprek, verwijzend naar het Franse kiessysteem waarin de twee hoogst scorende kandidaten na een eerste stemming het tegen elkaar opnemen in een tweede ronde.

    Le Pen bereidt zich voor om in 2022 voor de derde keer deel te nemen aan de presidentsverkiezingen en de peilingen wijzen op een nek-aan-nek-race met Emmanuel Macron. Nu ze een aantal van haar meer radicale standpunten heeft opgegeven, loopt ze het risico rechts te worden ingehaald door Zemmour, een droge, magere man die verschillende boeken heeft geschreven over de Franse politiek en geschiedenis. 

    Bestsellers

    Hij lijkt op het eerste gezicht een onwaarschijnlijke extreemrechtse vaandeldrager. Toch is hij al jarenlang het baken van de beweging van de nieuwe reactionairen, een groep schrijvers die de ‘overheersing van links’ aan de kaak stelt. Zijn talrijke boeken betogen dat Frankrijk sinds 1968 in verval is en zich heeft overgegeven aan een laat-maar-waaien-mentaliteit, ongecontroleerde immigratie en de islam.

    Zemmour, joods en van Algerijnse afkomst, heeft het concept van ‘The Great Replacement’ gepopulariseerd, dat stelt dat Europeanen geleidelijk worden ‘vervangen’ door immigranten, een samenzweringstheorie die populair is in kringen van witte supremacisten. Met de omstreden Jordan Peterson deelt hij het idee dat westerse samenlevingen lijden aan een masculiene crisis.

    Zijn boeken zijn inmiddels bestsellers. Van zijn Le Suicide français uit 2014, een polemiek met een apocalyptische ondertoon over nationaal verval, werden meer dan 400.000 exemplaren verkocht. Velen beschuldigen Zemmour en de zijnen er dan ook van dat ze xenofoob extreemrechts een filosofische ruggengraat geven.

    Het was zijn komst op televisie die hem tot dé controversiële figuur van de Franse politieke klasse maakte: mensen haten hem of houden van hem. Zijn programma Face à l’info gaf een tweede leven aan de 24-uurs nieuwszender CNews, die nu in opkomst is als een platform voor extreemrechtse ideeën, vergelijkbaar met het Amerikaanse Fox News.

    ‘We houden de mogelijkheid open om de stekker eruit te trekken, mocht dat nodig zijn’

    De kracht van Zemmour is dat hij een denker is die kan praten over De Gaulle, de Franse Revolutie en Karel Martel, maar die ook vernietigende teksten uitkraamt die op Twitter rondgepompt worden. De oproep om zijn publiek om te vormen tot een politieke kracht wordt steeds luider.

    Hij moet nog een beslissing nemen, volgens degenen die achter de schermen werken aan zijn mogelijke campagne. ‘Hij is momenteel geen kandidaat’, zegt Jacques Bompard, de burgemeester van Orange, die een lijst van ‘vrienden van Eric Zemmour’ steunt voor de regionale verkiezingen van 20 en 27 juni.

    Er zijn echter tekenen dat de voorbereidingen voor een campagne in volle gang zijn. ‘We hebben de structuur’, zegt iemand die werkt voor de beweging “Ik teken voor Zemmour”. ‘Maar we houden de mogelijkheid open om de stekker eruit te trekken, mocht dat nodig zijn.’ De regionale verkiezingen zullen cruciaal zijn, voegt hij eraan toe. Een slechte score van de RN zou Zemmour op de voorgrond kunnen plaatsen.

    Zijn electoraat bestaat uit televisiekijkers, rijke 50-plussers, maar ook ‘zelfstandigen en eigenaren van kleine bedrijven’.

    In de afgelopen twee maanden hebben zijn aanhangers groepen opgericht op Telegram, Twitter en elders, die hem oproepen om zich in 2022 verkiesbaar te stellen. Zemmour is ook op zoek naar een campagneleider, zo meldt ‘Playbook Paris’, een rubriek van Politico: Patrick Stefanini, die verschillende rechtse campagnes heeft geleid, waaronder die van oud-premier François Fillon in 2017, is benaderd.

    ‘Hij heeft me verteld over zijn project en ik luisterde met belangstelling’, zegt Stefanini. ‘Hij is enorm getalenteerd, zijn project is interessant, maar is zijn talent met woorden ook een politieke kracht? Heeft hij de capaciteit om een echt team op te bouwen?’

    Rechts ingehaald

    Het kamp van Marine Le Pen neemt Zemmours mogelijke presidentiële kandidatuur ondertussen zeer serieus. ‘Naast hem zie ik er redelijk uit. Hij ziet een botsing der beschavingen, terwijl ik zeg: ja, de islam is verenigbaar met de republiek’, zei ze in een privégesprek over haar potentiële rivaal. ‘Hij duwt me naar centrumrechts’, voegde ze eraan toe.

    Door deze ‘normalisering’ lijkt RN grotere aantrekkingskracht te krijgen, maar de strategie dreigt ook ruimte te creëren voor een nog rechtsere kandidaat. Marine Le Pen slikte haar trots in en vroeg haar vader, die ze eerder deze maand uit de partij had gezet, om haar te helpen in de strijd tegen Zemmour, aldus een artikel in Le Point dat door verschillende partijfunctionarissen werd bevestigd. 

    De beslissing om op te gaan voor het presidentschap is riskant voor Zemmour: als hij aan dit hachelijke electorale avontuur begint, loopt hij het risico zijn verdiensten als journalist bij CNews en bij het conservatieve dagblad Le Figaro te verliezen. Volgens een peiling zou 13 procent van de Fransen op hem stemmen, maar slechts 4 procent zegt zeker op hem te zullen stemmen.

    Aanranding

    En dan zijn er zijn relaties met vrouwen. Verschillende vrouwen hebben hem de afgelopen twee maanden beschuldigd van aanranding. Er zijn nog geen klachten ingediend, maar deze beschuldigingen zetten Zemmour en de zijnen onder druk. En met een grotere publieke bekendheid zal er ook meer publieke controle komen.

    De campagne van Macron in 2017 overtuigde velen ervan dat het mogelijk is om president te worden zonder partij en zonder ervaring. Zemmour is zich er echter ongetwijfeld van bewust dat Macron niet zomaar naar het Elysée kwam, maar dat hij ministeriële assistentie, geld en steun van politieke zwaargewichten had.

    ‘Zemmour is geen man om zijn comfortabele leven op te offeren. Hij is in staat tot intellectuele transgressie, maar niet tot daadwerkelijke’, denkt een prominente rechtse politiek adviseur. ‘Zijn vrienden en anderen die hem heel goed kennen, weten dat hij niet tot de bodem zal gaan. Het is een kleine voorstelling die hij opvoert’, voegt hij eraan toe. Er is ook de angst dat Zemmour de kansen van Marine Le Pen zou torpederen, en dat zouden zijn fans hem nooit vergeven. 

    De speculaties over zijn mogelijke kandidatuur zijn echter secundair naast een potentieel krachtiger fenomeen. Naast zijn media-optredens bouwt Zemmour een netwerk op dat als hefboom kan dienen in een tijd waarin immigratie en veiligheid belangrijke kwesties zijn voor kiezers.

    Zijn online supporters, van wie sommigen afkomstig zijn uit de gaming-wereld, kunnen een belangrijke kracht zijn, zegt iemand die voor zijn beweging werkt. ‘Er zijn er niet veel voor nodig, misschien honderdvijftig, tweehonderd. Als ze allemaal online hetzelfde onderwerp gaan pushen, wordt het trending.’ Die kracht zou kunnen worden gebruikt om Le Pen te promoten, te beschadigen of ter verantwoording te roepen. 

    Inmiddels merken aanhangers van Zemmour dat er nu ook ministers naar zijn uitzendingen beginnen te komen. Het is een teken dat zelfs Macron luistert.


    Zalm krijgt een lift

    Californië gaat zalm per tankwagen naar de oceaan vervoeren. De maatregel is bedoeld om de overlevingskansen van de vissen te vergroten, schrijft The Guardian.

    In de staat aan de Amerikaanse Westkust waar een ‘historische’ droogte heerst, zullen dit jaar bijna zeventien miljoen stuks zalm ‘een helpende hand krijgen’ om de oceaan te kunnen bereiken. Babychinookzalm uit Central Valley in Californië moet een lange tocht stroomafwaarts maken naar de oceaan, maar om dit jaar te kunnen overleven is een vloot vrachtwagens nodig die de vissen naar zee transporteert. ‘Dit is niet de eerste keer dat natuurbeheerders zalm stroomafwaarts vervoeren, maar dit jaar drogen de rivieren sneller op dan normaal en zijn ze te heet voor zalm om te kunnen overleven’, aldus de krant. In totaal worden 16,8 miljoen vissen vervoerd met 146 ladingen, in vrachtwagens met temperatuurregeling.

    Californië beleeft het op drie na droogste jaar in de geschiedenis van de staat. De meeste waterreservoirs zijn met minder dan 50 procent van de totale capaciteit gevuld en sommige rivieren stromen dit voorjaar met slechts 30 procent van hun gemiddelde snelheid. De hoge temperaturen betekenen ook dat regen eerder verdampt voordat de grond wordt bereikt waardoor de bodem sneller uitdroogt. 

    De zalm, die zowel commercieel als recreatief wordt gevangen, genereert jaarlijks meer dan 900 miljoen dollar aan inkomsten voor Californië. De kosten om de zeventien miljoen vissen een lift te geven naar de oceaan zullen meer dan 800.000 dollar bedragen, maar de inspanning zal veel van de 23.000 banen in de visserijsector kunnen redden.

  • Onderschat nooit de intelligentie van bomen

    Onderschat nooit de intelligentie van bomen

    Bomen kunnen met elkaar communiceren, dragen zorg voor hun nageslacht en raken gestrest. Wortelnetwerken functioneren net als zenuwstelsels. Nautilus in gesprek met wetenschapper Suzanne Simard.

    Keuze uit ons archief

    We zijn gewend bomen wijsheid en zelfs persoonlijkheid toe te kennen, en toch is het begrip boomintelligentie, in de westerse wereld althans, nieuw. Evenals boomemoties, en boomstress. Als bomen intelligente wezens met gevoel blijken te zijn – zoals de wetenschap aantoont –, gaan we ze dan ook beter beschermen?

    Dit artikel verscheen eerder op 9 januari 2020 in nummer 172 van 360 Magazine

    Kijk naar een bos: je ziet natuurlijk de stammen en het bladerdek. Steken er een paar wortels kunstig boven de grond en de gevallen bladeren uit, dan zie je die ook, maar je staat nauwelijks stil bij de ondergrondse voedingsbodem die zich misschien wel even dik en ver uitstrekt als de takken boven je hoofd. Fungi worden al helemaal niet opgemerkt, op her en der wat paddenstoelen na; die worden afzonderlijk waargenomen, in plaats van als de uitbottende toppen van een onmetelijk ondergronds raamwerk dat is vervlochten met die wortels. De wereld onder de grond is even rijk als die erboven.

    De afgelopen twee decennia heeft Suzanne Simard, hoogleraar aan de faculteit Bosbeheer van de Universiteit van British Columbia, die veronachtzaamde onderwereld bestudeerd. Ze is gespecialiseerd in mycorrhiza’s, de symbiotische verbindingen tussen fungi en wortels die planten helpen voedingsstoffen uit de bodem te absorberen. Na baanbrekende experimenten waaruit bleek hoe koolstof heen en weer stroomt tussen papierberk en douglasspar, ontdekte Simard dat mycorrhiza’s bomen niet alleen met de aarde verbinden, maar ook met elkaar.

    Vervolgens toonde Simard aan hoe door mycorrhiza’s verbonden bomen netwerken vormen, met individuen die ze moederbomen noemt in het centrum van gemeenschappen die ook weer met elkaar verbonden zijn en voedingsstoffen en water uitwisselen via een letterlijk pulserend netwerk dat niet alleen bomen omvat maar al het leven in het bos. Deze ontdekkingen hadden ingrijpende gevolgen voor ons begrip van de ecologie van het bos, maar dat was nog maar het begin.

    Planten worden niet geacht slim te zijn, althans niet volgens het traditionele westerse denken

    Het zijn niet alleen maar voedingsstromen die Simard beschrijft. Het is een vorm van communicatie. Zij – en ook andere wetenschappers die wortels bestuderen, evenals de chemische signalen die planten afgeven en zelfs de geluiden ze maken – hebben bij hun bestudering van planten de factor intelligentie betrokken. In plaats van als biologische automaten zouden we planten kunnen zien als schepsels met capaciteiten die bij dieren zonder meer als leren, herinnering, besluitvorming en zelfs daadkracht worden beschouwd.

    Dat is misschien moeilijk voorstelbaar. Planten worden niet geacht slim te zijn, althans niet volgens het traditionele westerse denken. Je kunt ook zeggen dat, hoewel deze gedragingen inderdaad heel bijzonder zijn, ze niet naadloos passen in wat mensen gewoonlijk onder leren en herinnering en communicatie verstaan. Misschien lopen we wanneer we het plantengedrag volgens onze eigen beperkte opvattingen proberen te definiëren wel het risico de unieke kant van hun intelligentie over het hoofd te zien.

    Het is een veelzijdige en fascinerende discussie, die nog heel wat onderzoek vereist, onderzoek waarbij rekening zal moeten worden gehouden met het feit dat planten een geestelijk leven hebben. In haar werkkamer op de Universiteit van British Columbia sprak Simard met Nautilus over de betekenis van haar werk.

    Kunt u bij wijze van aftrap iets vertellen over de ‘wortelbreinhypothese’ van Charles en Francis Darwin?

    Achter een groeiende worteltop zit een groep differentiërende cellen. Darwin dacht dat die cellen bepaalden hoe de wortels zouden groeien en waar ze naar voedsel zouden zoeken. Hij dacht dat het gedrag van een plant in wezen werd gestuurd door wat er in die cellen gebeurde. In het werk dat anderen en ik hebben gedaan – het onderzoeken van familierelaties tussen individuele planten, hoe ze elkaar herkennen en met elkaar communiceren – spelen de wortels ook een rol. Alleen weten we nu meer dan Darwin; we weten dat alle planten, op een handjevol families na, mycorrhizaal zijn: het gedrag van hun wortels wordt gestuurd door symbiose. Het gedrag van de wortel wordt niet alleen bepaald door de cellen in de top van de plantenwortel, maar ook door de interactie daarvan met fungi. Darwin was iets op het spoor. Hij had alleen nog niet het hele plaatje. En ik ben tot de conclusie gekomen dat wortelstelsels en de mycorrhizale netwerken waardoor die stelsels verbonden worden, zijn opgezet als zenuwstelsels en zich als zodanig gedragen, en een zenuwstelses is de kiem van de intelligentie in ons brein.

    U heeft geschreven dat zenuwnetwerken hun bijzondere eigenschappen danken aan het feit dat ze schaalvrij zijn, wat ook voor plantennetwerken geldt. Wat betekent ‘schaalvrij’? Waarom is dat zo belangrijk?

    Alle netwerken hebben schakels en knooppunten. In een bos zijn de bomen knooppunten en fungusverbindingen schakels. ‘Schaalvrij’ betekent dat er een paar grote knooppunten zijn en een heleboel kleinere. En dat is op bossen op veel verschillende manieren van toepassing: je hebt een paar grote bomen en een heleboel kleine bomen. Een paar grote percelen oud bos, en meer kleinere percelen. Dit soort schaalvrije verschijnselen doen zich op vele niveaus voor.

    Een zaailing van de Hemelse bamboe (Nandina domestica). Bomen zijn in staat hun nageslacht te herkennen en zorgen eerder voor een verwante zaailing dan voor een niet-verwante zaailing.  © Emmanuel Douzery / Wikipedia
    Een zaailing van de Hemelse bamboe (Nandina domestica). Bomen zijn in staat hun nageslacht te herkennen en zorgen eerder voor een verwante zaailing dan voor een niet-verwante zaailing. © Emmanuel Douzery / Wikipedia

    Ziet u ook schaalvrije netwerken op het niveau van individuele bomen, in de interacties binnen één enkel wortelstelsel?

    Dat heb ik niet echt gemeten, maar je kunt naar een heleboel dingen kijken. Wortelgrootte bijvoorbeeld. Je hebt een paar grote wortels die allengs dunnere wortels steunen. Volgens mij volgen die hetzelfde patroon.

    Een moederboom zal zo nodig zelfs haar eigen nageslacht doden

    Wat maakt die configuratie zo bijzonder?

    Stelsels ontwikkelen zich in de richting van die patronen omdat die efficiënt en veerkrachtig zijn. Als we denken aan mijn bos, en aan de netwerken die ik heb beschreven, dan is dat een efficiënte opzet voor de uitwisseling van hulpbronnen tussen bomen en voor hun interactie. In onze hersenen zijn schaalvrije netwerken een efficiënte manier om neurotransmitters over te dragen.

    Dat netwerken tussen en in bomen soortgelijke eigenschappen vertonen als de netwerken in onze hersenen is zeer verbazingwekkend. In het geval van onze hersenen begrijpen we dat de structuur van deze netwerken tot cognitie leidt. Heeft u voorbeelden van cognitie bij planten?

    Hoe definieer je cognitie? Dat vraag ik omdat er een hele groep wetenschappers is die zegt dat we die term niet mogen gebruiken omdat hij voor verschillende dingen staat.

    Was het beter geweest als ik het woord ‘intelligentie’ had gebruikt?

    Ik heb het woord ‘intelligentie’ in mijn boeken en artikelen gebruikt omdat ik denk dat we vanuit de wetenschap intelligentie aan bepaalde structuren en functies toeschrijven. Wanneer we een plant en het bos ontleden en naar die dingen kijken – Is er een zenuwnetwerk? Is er communicatie? Is er perceptie en ontvangst van boodschappen? Verandert je gedrag afhankelijk van wat je waarneemt? Herinner je je dingen? Leer je dingen? Zou je dingen anders doen als je ze eerder had meegemaakt? – zijn dat allemaal kenmerken van intelligentie. Planten beschikken over intelligentie. Ze beschikken over alle structuren. Ze beschikken over alle functies. Ze beschikken over gedragingen.

    Monotropastrum humile is een myco-heterotrofe plant die zijn energie haalt uit het schimmelnetwerk zonder daarvoor iets terug te leveren.  © Wikipedia
    Monotropastrum humile is een myco-heterotrofe plant die zijn energie haalt uit het schimmelnetwerk zonder daarvoor iets terug te leveren. © Wikipedia

    Een ander woord dat lastig kan zijn is ‘communicatie’. Ik zou communicatie definiëren als iedere vorm van informatie-uitwisseling. Dat is een erg grote paraplu; het kan bijvoorbeeld van toepassing zijn op de co-evolutie van bessenkleur en vogelvoorkeur, zodat de bessenkleur in de loop van de tijd aantrekkelijker voor vogels wordt en correleert met voedingseigenschappen. Dat is communicatie, maar we categoriseren die anders dan de alarmkreten van eekhoorns bij de nadering van een havik, of het gesprek dat u en ik nu voeren. Waar past plantencommunicatie in dat spectrum?

    Precies daar. En wij zijn gevangenen van onze eigen westerse wetenschap; inheemse volkeren weten al heel lang dat planten met elkaar communiceren. Maar zelfs in de westerse wetenschap weten we dat, want je kunt de verdedigingschemie van een bos dat wordt aangevallen ruiken. Er wordt een chemische stof afgescheiden die door alle andere planten en dieren wordt waargenomen, en waar ze hun gedrag op aanpassen. Als we de wetenschap daarop loslaten, gaan we beseffen dat die planten net zo communiceren als wij. Het is niet alleen maar iets vocaals, al meten sommigen zelfs de akoestiek in bomen en realiseren ze zich dat er een heleboel geluiden zijn die wij niet kunnen horen, en dat zou onderdeel van hun communicatie kunnen zijn. Maar ik weet niet hoe ver dat onderzoek is gegaan. In mijn eigen werk heb ik naar de conversatie via chemie gekeken.

    Maar als u en ik communiceren, of dat nu via geluiden of geuren gaat, dan zijn er nog steeds individuen bij betrokken met een innerlijk wereldbeeld. Het is een gesprek tussen bewuste individuen en geen uitwisseling van informatie die plaatsvindt zonder enig besef dat die informatie wordt uitgewisseld. Bestaat dat soort communicatie bij planten? Ik stuur niet aan op een hiërarchie waarin het ene type communicatie beter is dan het andere, maar probeer alleen de verschillen te begrijpen.

    Ik denk dat u bedoelt of het een doel dient.

    De inheemse bevolking van Noord-Amerika wist allang dat bomen kunnen communiceren

    Een doel, en ook een plek om dat doel te ontvangen en te versturen. Ten aanzien van de dierlijke intelligentie hebben sommige filosofen het nu over prereflectief zelfbewustzijn. Het idee is dat er een coherente zelfbeleving bestaat, een bewustzijn dat jij jij bent, dat alle dieren bezitten dankzij hun zintuigen en enig herinneringsvermogen. Op het moment dat er perceptie en herinnering is, is er een zelf. Denkt u dat planten een zelf hebben dat op die manier communiceert?

    Dat zijn echt goede vragen. Het beste bewijs dat we hebben – en vergeet niet dat wetenschappers heel wat langer naar mensen en dieren hebben gekeken dan naar planten – is waarschijnlijk dat oude bomen verwante zaailingen kunnen herkennen. We begrijpen niet precies hoe ze dat doen, maar we weten dat er zich zeer geraffineerde handelingen voltrekken tussen fungi die met die bewuste bomen geassocieerd zijn. We weten dat die oude bomen hun gedrag zodanig veranderen dat hun eigen verwanten daar baat bij hebben. Daarna reageren de verwanten ook weer op geraffineerde wijze door beter te groeien of een betere chemische toestand te ontwikkelen. Een moederboom zal zelfs haar eigen nageslacht doden als het zich niet op een geschikte groeiplek bevindt.

    Dat laatste voorbeeld, van een moeder die haar nageslacht doodt als de omstandigheden ongunstig zijn, raakt aan wat ik probeerde te zeggen. Weet de moederboom dat ze dat doet? Is er een keus? Heeft een moederboom de keus om al dan niet zorg te verlenen, en is ze zich daar dan op enig niveau van bewust?

    We hebben zogeheten keuze-experimenten gedaan met een moederboom, een verwante zaailing en een niet verwante zaailing. De moederboom kan kiezen voor welke ze zal zorgen. We ontdekten dat ze eerder voor haar eigen nageslacht zal zorgen dan voor een niet-verwante zaailing. Bij een ander experiment is de moederboom ziek en zorgt ze voor vreemden dan wel verwanten. Ook daar is sprake van een differentiatie. Naarmate ze zieker is en sneller zal sterven zal ze meer voor haar verwanten zorgen.

    We hebben heel wat experimenten gedaan waarbij we de gezondheid van de donor, de moederboom, aanpasten aan de gezondheid van de ontvanger, de zaailing, door het schaduw- of stikstof- of waterniveau te veranderen. Belangrijk is in welke conditie beide verkeren; ze kunnen elkaar waarnemen, en dat soort beslissingen wordt aan de hand van de conditie genomen. Als we de ontvangende zaailing minder gezond maken, zal de moederboom meer voedingsstoffen toedienen dan als we dat niet doen. We concentreren ons voornamelijk op eenrichtingsverkeer, van moederboom naar zaailing. De respons van grote oude bomen is moeilijker te manipuleren en te meten omdat er veel meer factoren een rol spelen. Toch denk ik dat we die experimenten moeten doen, want het is gek om het verkeer de andere kant op buiten beschouwing te laten.

    Jaarringen van bomen bevatten een schat van informatie over het klimaat.  © Getty
    Jaarringen van bomen bevatten een schat van informatie over het klimaat. © Getty

    Heeft een moederboom een mentaal beeld van die zaailingen? Een mentaal beeld is uiteraard een zeer dierspecifiek concept. Maar heeft de boom een soort innerlijke beleving, hoe die zich ook manifesteert? Heeft ze dezelfde herinnering aan de zaailing als ik aan bijvoorbeeld mijn kat? Ik kan op ditzelfde moment aan mijn kat denken hoewel hij zich in een andere kamer bevindt, niet omdat ik hem waarneem maar omdat ik een mentaal beeld van hem heb.

    Je kunt naar de ringen van een boom kijken. De interacties met zaailingen zijn van invloed op het groeitempo; ze zijn van invloed op de hoeveelheid water en voedingsstoffen die wordt opgenomen. Mensen kunnen dit reconstrueren en zeggen: ‘O, de boom hiernaast is in dat jaar doodgegaan. Toen kreeg deze boom meer ruimte.’ Ze kunnen die reacties zelfs in bepaalde delen van de boomstam compartimenteren. Verschillende planten zijn daar op verschillende manieren toe in staat, maar bij alle bomen huist de herinnering in hun ringen. Bij coniferen huizen de herinneringen ook in de chemie van hun naalden. Een altijdgroene boom, bijvoorbeeld, houdt zijn naalden vijf tot tien jaar vast.

    Als je de top van een plant afhakt, volgt daarop een enorme respons van stresshormonen

    Bij het onderzoek naar dierlijke intelligentie is lange tijd de nadruk gelegd – en dat gebeurt begrijpelijkerwijze nog steeds – op niet-emotionele en niet-affectieve vormen van cognitie. Nu zijn steeds meer onderzoekers ook emoties gaan bestuderen en realiseren ze zich dat die andere vormen van cognitie, zoals herinnering, probleemoplossing en redenering, vervlochten zijn met emotie.

    Als je de neurobiologie die aan onze emoties ten grondslag ligt weglaat uit de vergelijking, dan ontwikkelen vaardigheden als probleemoplossend vermogen en logisch redeneren zich niet. Bij planten ging het meeste onderzoek dat ik heb gelezen over de niet-emotionele kant van dingen. Is er bij planten ook sprake van emotie? Ik zou willen dat ik meer afwist van emotie en affectief leren.

    Maar toch, stel dat je een groep planten hebt en er eentje gestrest maakt, dan zal de respons enorm zijn. Botanisten kunnen hun serotoninerespons meten. Ze hebben serotonine. Ze hebben ook glutamaat, dat een van onze eigen neurotransmitters is. Daar hebben planten een heleboel van. Ze krijgen deze responsen onmiddellijk. Als we hun bladeren afknippen of er een stel insecten op zetten, verandert al die neurochemie. Ze beginnen heel snel boodschappen naar hun buren te sturen. Is dat een emotionele respons? Ik denk van wel. Maar ik hoor de botanist in mij al zeggen: ‘Dat is geen emotie. Dat is alleen maar een respons.’

    Toch denk ik dat we deze parallellen kunnen trekken. Het komt opnieuw neer op taal, op hoe we deze taal toepassen op het kijken naar deze respons bij planten. Ik denk dat het belangrijk is om die communicatiekloof te overbruggen, zodat mensen beseffen dat als je de top van een plant afhakt,  daar een enorme respons op volgt. En geen welwillende. Is dat een emotionele respons? De plant probeert zichzelf ongetwijfeld te redden. Er treedt regulatie op. De genen reageren. De plant begint deze chemische stoffen te produceren. Hoezeer verschilt dat van onze eigen productie van een heleboel noradrenaline?

    Zijn er dingen die ons ontgaan bij planten omdat we ons eigen idee over intelligentie aan mensen en dieren ontlenen? Zouden er hele manieren van bestaan kunnen zijn waarvoor we niet eens woorden hebben?

    Ik denk het wel. Ik denk dat onze benadering van planten veel te utilitair is en dat we ze zonder reden mishandelen. Dat komt volgens mij omdat we oogkleppen ophebben. We kijken niet goed. We gaan er gewoon van uit dat het goedaardige schepsels zijn zonder emotie. Zonder intelligentie. Ze gedragen zich niet zoals wij, dus sluiten we die mogelijkheid uit. Wat ik ook nog wil zeggen is dat ik weliswaar ontdekkingen heb gedaan over die ondergrondse netwerken, over hoe bomen via die fungusnetwerken kunnen communiceren, maar dat de inheemse bevolking van de westkust van Noord-Amerika dat allang wist.

    Je vindt het terug in geschriften en mondelinge overlevering. Het idee van de moederboom is al heel oud. De fungusnetwerken, de ondergrondse netwerken die het hele bos gezond en in leven houden, vind je daar ook. Dat die planten op elkaar reageren en met elkaar communiceren, dat vind je allemaal terug. Ze noemden de bomen het bomenvolk. Aardbeiplanten waren het aardbeivolk. De westerse wetenschap heeft daar een tijdlang een stokje voor gestoken en nu komen we erop terug.

    Wat voor relaties zijn er nog meer mogelijk? Wat betekent het om mee te leven met de plantenwereld?

    Twee woorden dringen zich onmiddellijk op. Het ene is verantwoordelijkheid. Ik denk dat de moderne samenleving zich niet verantwoordelijk heeft gevoeld voor de plantenwereld. Dus het begint bij verantwoordelijk rentmeesterschap. En we moeten weer respect hebben, een respectvolle interactie met bomen, met planten. Robin Wall Kimmerer vertelt in haar boek Braiding Sweetgrass hoe ze het bos in gaat om geneeskrachtige of eetbare planten te verzamelen. Ze vraagt de planten om toestemming. Dat heet respectvol verzamelen. Niet zo van: ‘O, ik zal de plant vragen of ik hem mag plukken, en als hij nee zegt doe ik het niet.’ Het gaat erom dat je de planten observeert en respect hebt voor hoe ze eraan toe zijn. Dat is volgens mij een verantwoordelijke relatie, niet alleen ten opzichte van de planten, maar ook ten opzichte van onszelf en onze kinderen en de talloze generaties voor en na ons. Ik denk dat mensen meteen zullen begrijpen hoe bomen met elkaar in verbinding staan en communiceren. Het begrip daarvoor zit bij ons ingebakken. En ik denk niet dat het ons veel moeite zal kosten om het opnieuw te leren.  

  • Rijke Indiërs emigreren | Fortnite werd bijna twee keer zoveel waard

    Rijke Indiërs emigreren | Fortnite werd bijna twee keer zoveel waard

    Fortnite bijna in waarde verdubbeld

    Epic Games, het bedrijf achter de populaire computergame Fortnite, heeft bij een recente investeringsronde circa 1 miljard dollar opgehaald, waarvan 200 miljoen dollar afkomstig is van PlayStation-maker Sony. Epic Games is daarmee in minder dan een jaar tijd bijna in waarde verdubbeld, van ongeveer 18 miljard dollar in juli 2020 tot bijna 30 miljard in april 2021, meldt Business Insider.


    Coronasteun in verkiezingstijd

    Andrej Plenković, de premier van Kroatië, heeft deze week laten weten dat er een akkoord is bereikt met vertegenwoordigers van gepensioneerden over covid-19-steun die eind april of begin mei aan senioren in het Balkanland zal worden uitgekeerd, schrijft het Brusselse Euractiv.

    Geschat wordt dat zo’n 850.000 gepensioneerden een eenmalige uitkering zullen ontvangen en er wordt ongeveer 600 miljoen kuna (80 miljoen euro) uit de staatsbegroting voor vrijgemaakt. De steun is belastingvrij en mag niet worden ingehouden voor het innen van openstaande boetes en dergelijke.

    In Kroatië is kritiek ontstaan over het tijdstip van dit besluit aangezien er over enkele weken lokale en regionale verkiezingen worden gehouden

    ‘We hebben ons uiterste best gedaan gegeven de huidige budgettaire situatie en we hopen dat deze eenmalige betaling onze gepensioneerden helpt om hun situatie enigszins te verlichten’, aldus Plenković na een ontmoeting met verenigingen van gepensioneerden.

    In Kroatië is kritiek ontstaan over het tijdstip van dit besluit aangezien er over enkele weken lokale en regionale verkiezingen worden gehouden. Plenković zou de gepensioneerden hebben willen paaien. De premier ontkent echter stellig dat de eenmalige uitkering onderdeel is van zijn verkiezingscampagne.


    Rijke Indiërs emigreren

    Volgens Henley & Partners (H&P), een Brits adviesbureau voor vermogenden die van nationaliteit of residentie willen veranderen, staan miljonairs uit India bovenaan de lijst van rijke lieden die hun land willen verlaten. Zo’n vijfduizend Indiase miljonairs, ofwel 2 procent van het totale aantal vermogenden, hebben hun land in 2020 de rug toegekeerd, meldt de site van BBC.

    Daarbij is vooral covid-19 een belangrijk drijfveer geweest om ‘hun leven en bezittingen te globaliseren’, zoals H&P dergelijke stappen omschrijft. ‘Deze klanten willen niet wachten op de tweede of derde golf van de pandemie. Ze willen vestigingspapieren hebben nu ze thuis moeten blijven. We noemen dit hun “verzekeringspolis” of Plan B’, aldus H&P.

    De hoeveelheid aanvragen nam dusdanig toe dat H&P vorig jaar tijdens de lockdown zelfs een kantoor in India opende. Landen als Portugal, Malta en Cyprus die ‘gouden visa’ verlenen aan welgestelden die voldoende investeren, zijn volgens H&P favoriete bestemmingen van de Indiase rijken.


    Azerbeidzjan bejubelt Erdogan

    Toen de Turkse president Erdogan eind maart zijn land abrupt terugtrok uit de Istanboel Conventie, de baanbrekende internationale overeenkomst ter voorkoming en bestrijding van huiselijk geweld, was de impact daarvan niet alleen voelbaar in Turkije. Ook in Azerbeidzjan, dat op weg leek het verdrag te zullen ondertekenen, eisen conservatieven nu dat hun land het Turkse voorbeeld volgt.

    Conservatieven spreken van westerse dwang die is bedoeld om traditionele familiewaarden te vernietigen

    Regeringsgezinde media bejubelen de stap van Erdogan. Volgens Shahla Ismayil, hoofd van een ngo voor vrouwenemancipatie en gelijke rechten, was de regering van Azerbeidzjan al huiverig voor de Conventie, omdat die serieuze politieke, sociale en juridische stappen vereist. ‘De terugtrekking van Turkije voert Azerbeidzjan verder weg van dit proces’, citeert EurasiaNet.

    De Istanboel Conventie is inmiddels een van de meest controversiële kwesties in de regio. Conservatieven spreken van westerse dwang die is bedoeld om traditionele familiewaarden te vernietigen. De Azerbeidzjaanse nieuwssite Publika noemt de Conventie van Istanboel het resultaat van ‘geopolitieke spelletjes rond de LGBT-kwestie’.


    Zuid-Korea wil windenergie

    Zuid-Korea wil binnen tien jaar het grootste offshore windmolenpark ter wereld bouwen als onderdeel van de Green New Deal die het land naar de energietransitie moet leiden, schrijft La Repubblica. Voor de aanleg in de wateren bij de zuidwestelijke punt van het schiereiland is een investering van 42,8 miljard dollar nodig. Het windmolenpark zal naar verwachting 8,2 gigawatt aan stroom op gaan leveren. 

    Industriële groei heeft Zuid-Korea tot een van de tien grootste energieverbruikers ter wereld gemaakt en twee derde van de Koreaanse energie is momenteel afkomstig van fossiele brandstoffen. Energie uit hernieuwbare bronnen vertegenwoordigde in 2019 slechts 6,5 procent van de totale productie en was bijna volledig afkomstig van kernenergie. 

    Het windmolenpark is een van de projecten die de regering van Moon Jae-in wil uitvoeren met de steun van de particuliere sector. De regering streeft naar nul CO2-uitstoot in 2050 en hoopt in 2030 al 20 procent aan schone elektriciteit te kunnen produceren.


    Weer beperkingen in Catalonië

    De regionale regering Catalonië in Spanje heeft vorige week nieuwe mobiliteitsbeperkingen aangekondigd in een poging de sterke stijging van het aantal coronabesmettingen in te dammen. Het aantal besmettingen steeg als gevolg van toegenomen sociale activiteit tijdens de paasdagen en zorgt voor toenemende druk op de ziekenhuizen. 

    De Catalaanse comarcas, administratieve gebieden waarin Spanje is ingedeeld, zijn nu tijdelijk afgegrendeld en niemand mag naar binnen of naar buiten zonder een gerechtvaardigde reden zoals werk of doktersbezoek. De maatregel loopt tot tenminste 19 april, waarna wordt bekeken of hij wordt opgeheven of gehandhaafd, afhankelijk van de epidemiologische situatie op dat moment, volgens El País.


    Expositie in de Uffizi online

    Een tentoonstelling van de Uffizi in Florence over de rol van vrouwen in het oude Rome is vanaf maandag digitaal te zien op de website van het museum. De expositie belicht het leven van vrouwen in de eerste twee eeuwen van het Romeinse rijk, vanaf het begin van de eerste eeuw tot de tweede helft van de tweede eeuw na Christus.

    De expositie werd begin november geopend maar moest een dag later alweer worden gesloten vanwege corona. De presentatie werd daarna volledig gedigitaliseerd. Het is voor het eerst dat een expositie van de Uffizi op deze manier online kan worden bekeken, aldus het Romeinse persbureau ANSA.

  • Hier, in Finland, woont het gelukkigste volk ter wereld

    Hier, in Finland, woont het gelukkigste volk ter wereld

    De Finnen zijn het meest tevreden volk ter wereld. Hoe krijgen ze dat jaar na jaar weer voor elkaar? We nemen een kijkje in het noorden, waar ze alles beter doen dan in de rest van de wereld – tot postzegels ontwerpen aan toe.

    Onze zoektocht naar het geluk eindigt waar hij nooit had moeten eindigen: in een cliché. Aan een Fins meer in een zacht avondzonnetje, op een eenzame bank onder de dennenbomen, terwijl ik zojuist uit de hitte van de sauna ben ontsnapt en de damp van me afslaat, ben ik volmaakt gelukkig. Hier woont het gelukkigste volk ter wereld, in Finland, aan de noordrand van Europa. Dat heeft de Verenigde Naties in zijn World Happiness Report (WHR) voor de derde keer achtereenvolgende keer bevestigd.

    Ons bezoek aan dit 5,5 miljoen zielen tellende volk begon een goede week geleden op een plaats waar die dag de hemel dichtbij is: als de zon doorbreekt, ligt er over het vliegveld van Helsinki een schittering, zo stralend en pijnlijk helder als je verder alleen op de Tibetaanse hoogvlakte ziet. De Oodi, de nieuwe centrale bibliotheek van Helsinki, ziet eruit als een geschenk uit een andere wereld. Aan de rand van het dak van de Oodi, nog dichter bij de hemel, staat Antti Nousjoki, de architect, en wijst naar de mensen die in de stralen van de herfstzon zitten te lezen. ‘Zo’n balkon als dit is voor ons Finnen belangrijk,’ zegt hij, ‘ook al kunnen we het maar een paar dagen per jaar gebruiken. Alle andere dagen zitten we binnen, kijken naar buiten op het balkon en dromen.’

    Het land deed zichzelf voor zijn honderdste verjaardag een bibliotheek cadeau die is uitgeroepen tot de beste van de wereld. De spiegelglad gepoetste onderzijde van de Oodi wordt wel vergeleken met een houten scheepsromp, de bovenkant lijkt op een in glas gevat pak opgewaaide sneeuw. Op de lichte bovenverdieping liggen hier en daar mensen op hun buik te lezen, andere zijn met hun boek in een van de witte ‘Ball Chairs’ gekropen. Op de als de boeg van een schip hoog oprijzende, uitstekende punt van het dak poseren twee blonde tienermeisjes in artistiek gescheurde spijkerbroeken voor een selfie. Antii Nousjoki wijst uit het raam naar de overkant van het grote plein: ‘Kijk, het parlementsgebouw, de tempel van de democratie. We hebben de Oodi zo gebouwd dat we ons op ooghoogte met het parlement bevinden.’

    b 730 c2938d19 f8fa 499d a72e 2bb8b148de67 1

    De Oodi vormt het hart van de hoofdstad en heeft het kwakkelende winkelgebied afgelost als Helsinki’s zenuwcentrum. ‘Er wordt hier weer meer gewoond dan gewinkeld,’ zegt de architect. Het verhaal van de Oodi is ook het verhaal van een land en zijn bibliotheken.

    Het is zinnig om op deze plek onze zoektocht naar het geluk van de Finnen te beginnen. In Finland is al jaren een speciale bibliotheekwet van kracht. In 2016 werden de bibliotheken bijna 50 miljoen keer bezocht en leenden ze 68 miljoen boeken uit. Ter vergelijking: de gemiddelde Nederlander gaat 3,7 keer per jaar naar een bibliotheek (2019). 

    De Oodi heeft 100 miljoen euro gekost. Dat is veel geld. Maar iedere inwoner van Helsinki voelt zich mede-eigenaar. De Oodi is het nieuwe forum en de nieuwe woonkamer van de stedelijke samenleving. Bibliotheken waren, vermoedelijk vanwege het slechte weer, altijd al ontmoetingsplekken, waar je je vrienden tegenkomt en ook advies kunt vragen. ‘Als je het vraagt zouden de bibliotheekmedewerksters je zelfs helpen je belastingaangifte in te vullen,’ zegt Antii Nousjoki.

    De bovenverdieping is gereserveerd voor de boeken, maar in een Finse bibliotheek kun je al heel lang ook boormachines en ander gereedschap lenen. Als je het binnenste van de Oodi betreedt, kun je onder de stalen brugconstructie musici met een elektrische gitaar of een viool tegenkomen, die onderweg zijn naar een van de muziekstudio’s. Naast de naaimachines staan 3D-printers en op de traptreden voor de fotoprinters zit een groepje flyers te maken voor een concert. stadsatelier, staat er op een bord. Achterin bevindt zich een complete professionele keuken. ‘Mijn schoonvader heeft zijn verjaardag hier gevierd,’ zegt Antii Nousjoki. ‘Weet u, wij Finnen betalen graag belasting, omdat we weten wat we ervoor terugkrijgen, en ook omdat we een egalitaire samenleving zijn.’

    De Oodi staat voor het nieuwe Helsinki, het Finland dat niet meer de rafelrand van Europa is, maar in veel opzichten een voortrekker en een voorbeeld. De Oodi, zegt Nousjoki, ‘is de uitdrukking van dat nieuwe zelfbewustzijn’.

    Ze moeten nog wel een beetje wennen aan hun nieuwe zelfbewustzijn. Toen in het World Happiness Report van de VN de Finnen in 2018 voor het eerst werden uitgeroepen tot het gelukkigste volk ter wereld, reageerden ze tamelijk verbaasd. Wij? Gelukkig?  Serieus?

    Nogal een contrast met de Denen, die de jaren ervoor een abonnement op de eerste plaats leken te hebben en op hun status als zondagskinderen graag luchtig reageerden met: wie anders? Denemarken was ook de bakermat van de hygge, een hype die met zijn openhaardengezelligheid een reactie was op het verlangen naar kleinburgerlijkheid in een steeds chaotischer wereld.

    Ook op dat vlak voeren de Finnen nu de troepen aan: ze hebben de wereld kalsarikännit geschonken, de ‘uit Finland afkomstige ontspanningstechniek’ (Wikipedia) die gewoon betekent: ‘thuis dronken worden in je ondergoed’. Het World Happiness Report was niet de eerste wereldranglijst waar Finland de afgelopen jaren bovenaan eindigde. En zoals wel vaker verdeelde het de tobberige Finnen in een deel dat de onderzoeksmethode ter discussie stelde en een deel dat de blijde boodschap omhelsde maar die meteen bedolf onder een waslijst van de grootste misstanden in het land. 

    ‘Wij Finnen denken altijd dat als we ons ergens op verheugen, er vast en zeker iets misgaat. Dus verheugen we ons maar liever nergens op’

    Op een paar minuten lopen van de Oodi spreken we Nasima Razmyar in haar kamer op het stadhuis met uitzicht op de haven. Op haar bureau ligt het laatste nummer van een vrouwentijdschrift waar ze op de cover prijkt. Als locoburgemeester van Helsinki is sociaaldemocrate Nasima Razmyar verantwoordelijk voor sport en cultuur. Ze vertelt over internationale conferenties waar haar delegatie plastic mapjes uitdeelt waarop in een hoekje is geprint: Gelukkigste land ter wereld. ‘Maar in zulke kleine lettertjes dat je het amper kunt lezen.’

    Finnen maken zich graag onzichtbaar. Dat komt ook door de geschiedenis van Finland, denkt ze: al die bezettingen, de oorlogen, de bloedige burgeroorlog van 1918. ‘Wij Finnen denken altijd dat als we ons ergens op verheugen, er vast en zeker iets misgaat. Dus verheugen we ons maar liever nergens op.’

    Razmyar praat met veel gebaren en een aanstekelijke lach, je merkt meteen dat ze een ander temperament heeft dan de meeste Finnen. Razmyars familie komt uit Afghanistan, haar vader was vroeger ambassadeur in Moskou. In 1993 is het gezin naar Finland gevlucht, Nasima was toen acht. ‘Koud was het in het vluchtelingenkamp ergens in het noorden van Lapland, koud en donker.’ Ze moesten met niets beginnen. ‘Maar ik heb nooit het gevoel gehad dat we arm waren of dat het me aan iets ontbrak. Misschien is het mooiste aan Finland wel dat iedereen hier gelijke kansen heeft, wie of wat je ook bent.’

     ‘Wij Finnen betalen graag belasting, omdat we weten wat we ervoor terugkrijgen’

    Nog niet zo lang geleden was Finland een van de armste landen van de wereld. ‘Weet u, wij hebben geen historie van macht en rijkdom, zoals Denemarken en Zweden,’ zegt Razmyar. Dat Finland bovenaan zoveel ranglijstjes staat, heeft alles te maken met het uitstekende, door de gelijkheidsgedachte bepaalde onderwijssysteem. En met de bibliotheken. 

    Razmyar heeft haar halve jeugd in de plaatselijke bibliotheek doorgebracht. ‘Ik hield van de geur daar en van de vrouwen, bij wie je altijd welkom was.’ Als tienjarige werd haar door een van die vrouwen haar venster op de wereld overhandigd: ‘Ik stond met grote ogen te kijken toen ik mijn eerste bibliotheekkaart kreeg. Echt, mag ik alles lenen? Voor niets?’ Zo ontwikkelde het vluchtelingenmeisje zich tot Finlands eerste parlementslid van Afghaanse afkomst en vervolgens tot locoburgemeester die verantwoordelijk is voor alle bibliotheken in de hoofdstad. 

    Dat de Denen gelukkig waren verbaasde destijds niemand. Het kostte de Finnen daarentegen lange tijd moeite om los te komen van hun reputatie als, nou ja, Finnen, uit het zwart-witte land in het noorden. Alsof het allemaal figuranten zijn in een Aki Kurismäkifilm, waar stoïcijnse gestalten de eeuwige winter en de somberte van hun ziel berustend en laconiek aanvaarden met behulp van hectoliters Koskenkorva-wodka en een merkwaardig gevoel voor humor. In dit cliché-Finland plegen mensen zelfmoord en zwijgt de rest in twee talen, zoals Bertolt Brecht ooit opmerkte, het Fins en het Zweeds namelijk, de twee landstalen. 

    Alcoholgebruik en depressiviteit vormen nog wel een probleem, maar niet meer in dezelfde mate als voorheen

    In werkelijkheid zijn Finnen praatgrage mensen; tenminste als ze iets te melden hebben. En in werkelijkheid is het aantal zelfmoorden drastisch afgenomen, met 13 zelfmoorden per 100.000 inwoners ligt het ongeveer op het niveau van Nederland (12,5). Alcoholgebruik en depressiviteit vormen nog wel een probleem, maar niet meer in dezelfde mate als voorheen.

    Inmiddels hebben de VN de Finnen voor de derde keer achtereen uitgeroepen tot het gelukkigste volk ter wereld, waarbij het verschil met de landen na hen, de andere noordse landen voorop, groter is geworden. En dat terwijl Finland het armste land van Noord-Europa is. Het rijkste is Noorwegen, dat gemeten naar nationaal product per hoofd wereldwijd op de zesde plaats staat. Finland staat 21e. Steeds meer Finnen beginnen te wennen aan de gedachte dat ze hun geluk niet meer kunnen ontkennen.

    Meest tevreden 

    Het is vrij zeker dat geluk niet het juiste woord is. Waarschijnlijk zijn de Finnen gewoon het meest tevreden volk op aarde. ‘Goede landen produceren geen geluk,’ zegt Heikki Aittokoski, journalist en schrijver van Het eiland van het geluk; een reis naar een perfecte samenleving (niet in het Nederlands vertaald), Hij is kortgeleden de wereld rondgereisd op zoek naar het recept voor de perfecte samenleving. ‘Maar ze zorgen ervoor dat alle factoren verdwijnen die iemand ongelukkig kunnen maken. En daarin zijn de noordse landen en Finland verdomd goed.’

    Aittokoski woont in Espoo, de tweede stad van Finland, die bijna aan Helsinki vastgegroeid zit. En toch is het maar twintig minuten met de auto of we staan midden in een groot bos, aan de oever van een eenzaam ven. ‘Ik kom hier bijna elke dag om hard te lopen en te zwemmen,’ zegt Aittokoski.

    Voor de meeste Finnen, zegt hij, is dicht bij de natuur zijn de bepalende factor voor hun welbevinden. Goed functionerende democratische instituties, een ruimhartige welvaartsstaat, nauwelijks corruptie, gelijke kansen voor iedereen, seksengelijkheid, een hoog opleidingsniveau, sociale cohesie, en een grote vrijheid bij belangrijke levensbeslissingen. De noordse landen bezitten volgens het WHR al deze ingrediënten voor een gelukkig leven. Wat de Finnen van hun buren onderscheidt, is dat zij de afgelopen honderd jaar als enigen overheerst zijn geweest. Anders dan de Denen, Noren en Zweden hebben ze nooit een eigen aristocratie gehad, het gelijkheidsdenken is daardoor buitengewoon sterk ontwikkeld. En ze hebben altijd lagere verwachtingen gehad dan de anderen, zegt Heikki Aittokoski. ‘Wij zijn met weinig tevreden.’

    In café Engel, tegenover de Dom, hebben we afgesproken met psycholoog en filosoof Frank Martela (38). Hij is een van de auteurs van het laatste WHR-rapport. ‘De Finnen hebben een melancholiek zelfbeeld, misschien vinden ze het daarom ook moeilijk in hun eigen geluk te geloven,’ zegt hij. ‘Kijk maar naar de muziek die hier populair is: tango, heavy metal. Heel anders dan de Zweden met hun feelgoodpop.’ In 2019 had Finland 70 heavy metalbands per 100.000 inwoners, meer dan vier keer zoveel als Duitsland, ook dat is een wereldrecord.

    ‘Natuurlijk luister ik er ook naar, het is louterende muziek. Als je je beroerd voelt, schreeuw je je pijn gewoon weg. In ons land is generaties mannen bijgebracht dat ze nooit hun gevoelens mogen laten zien.’ Nee, zegt Martela, vreugdeuitbarstingen zul je in Finland niet gauw meemaken. En nog altijd is klinische depressie hier een groter probleem dan in veel andere landen. Paradoxaal genoeg geldt ook: ‘Als geluk betekent dat je stilletjes tevreden bent met je leven, is er op de wereld geen betere plek dan Finland.’

    Er gaat vrijwel geen week voorbij zonder dat er een onderzoeksrapport verschijnt dat aantoont dat de Finnen in alles beter zijn dan iedereen

    Er gaat vrijwel geen week voorbij zonder dat er een onderzoeksrapport verschijnt dat aantoont dat de Finnen in alles beter zijn dan iedereen. Zij hebben de schoonste lucht en het schoonste water. Zij wonen op het veiligste platteland ter wereld, hebben de laagste analfabetismecijfers, scholen en universiteiten zijn gratis en behoren tot de beste ter wereld. Nergens in Europa, zo heeft de Europese Commissie vastgesteld, gaat het beter met de digitalisering. Zelfs de verkiezing van de mooiste postzegel ter wereld is afgelopen jaar gewonnen door een Finse deelneemster.

    Alle pogingen om het Finse geluk te verklaren, beginnen en eindigen met deze vergelijking: samenlevingen waarin men elkaar en de instituties vertrouwt, zijn het gelukkigst. Als je de enquêtes mag geloven, hebben burgers in Europa nergens meer vertrouwen in elkaar, de politiek, de politie en de media dan in Finland. ‘Wij Finnen vinden onszelf betrouwbaar en we vertrouwen op anderen,’ zegt Frank Martela. ‘En op dit moment hebben we ons vertrouwen in Sanna Marin gesteld.’ 

    22006952 0 image a 118 1575896035716

    Sanna Marin, de jongste vrouwelijke premier van de wereld. Een jonge, linkse sociaaldemocrate, die duidelijke taal spreekt en op transparante wijze regeert. Een politica wier moeder samenwoont met een vrouw. Een 34-jarige regeringsleider die foto’s van zichzelf op Instagram plaatst terwijl ze haar baby voedt en die aan het hoofd staat van een coalitie waar alle vijf de partijleiders jonge vrouwen zijn. In Finland kijken ze overigens meer op van de buitenlandse verbazing over Marins vrouwenregering dan van die regering zelf.

    De nieuwe regering werd in elk geval vlak na haar aantreden overvallen door de coronapandemie en heeft die tot dusverre koel en efficiënt onder controle weten te houden. Finland heeft wereldwijd het minste aantal doden door covid-19; op het moment dat we dit schrijven 63 per miljoen inwoners, terwijl het er in Duitsland bijna twee keer zoveel zijn en in Zweden meer dan negen keer zoveel. Tegelijkertijd heeft de economie veel minder te lijden dan in de rest van Europa. Toen de Zweedse premier begin oktober aan Sanna Marin vroeg hem op de EU-top in Brussel te vertegenwoordigen, verscheen de Zweedse krant Expressen met het dringende verzoek aan de Finse premier meteen maar de hele Zweedse regering een tijd over te nemen. ‘Onder leiding van de Finnen gaat alles gewoon beter.’

    En zo heeft Finland vorig jaar Zweden afgelost als coolste land van het noorden. De veel bewonderde en benijde Zweden die Finland zeshonderd jaar overheerst hebben tot de Russen de macht overnamen. ‘Het moment dat we merkten dat we de Zweden verslagen hadden, was het moment dat wij de gelukkigste mensen ter wereld werden,’ zegt Stan Saanila. Saanila maakt samen met André Wickström het satirische programma Dit hier voor de publieke zender YLE. ‘O, die Zweden,’ zegt collega Wickström instemmend, ‘zij leggen de lat voor de Europeanen wel erg hoog.’ Saanila: ‘Ze zijn zo goed gekleed, en ze ruiken altijd zo lekker.’

    Saanila en Wickström zitten in de kantine van YLE in het noorden van Helsinki. Het gesprek is af en toe onverstaanbaar door de heavymetalmuziek en de classic rock die uit de speakers komt. Maar Saanila’s gelach overstemt elk gitaarloopje. Ze behoren allebei tot de Zweedse minderheid, maar beschouwen zichzelf als echte Finnen. De verhouding tot de voormalige Zweedse overheersers is altijd ingewikkeld geweest. Finland was lang straatarm en tot kort na de Tweede Wereldoorlog nog een agrarisch land. In de jaren vijftig en zestig zijn meer dan een miljoen Finnen naar Zweden getrokken om werk te zoeken. 

    Saanila: ‘De Zweden hadden sinaasappels en bananen en chocolade. En wij een waslijst aan herstelbetalingen aan de Sovjet-Unie. Ik bedoel: zij hadden een eigen automerk! Volvo!’

    Wickström: ‘En wij reden nog steeds in een Moskowitz. Of een Wartburg. Of een Lada.’

    Saanila: ‘Wanneer dat is veranderd? Vorige week woensdag geloof ik,’

    Mijlpalen in de collectieve herinnering van een land dat geleerd heeft trots op zichzelf te zijn. In 2006 bijvoorbeeld: ‘Hard Rock Hallelujah!’ Lordi won het Eurovisie Songfestival, het was een echt huzarenstukje om met een als figuren uit een griezelfilm uitgedoste metalband het meest authentieke optreden neer te zetten. 

    Nog belangrijker, tien jaar eerder, in 1995, de finale van het wereldkampioenschap ijshockey, Finland-Zweden: 4-1. Finland won. In Stockholm. ‘We waren verbijsterd,’ herinnert André Wickström zich, ‘hoe bestond het?’ Sommige Finnen kijken nog elk jaar naar de herhaling van die wedstrijd en kennen het originele commentaar woord voor woord uit het hoofd. 

    Er zijn meer van die mijlpalen. Nokia werd een wereldconcern en is dat ondanks de crash in de mobiele telefonie gebleven, nu als producent van netwerken. Helsinki werd Culturele hoofdstad van Europa. En ondanks het gebrek aan zelfvertrouwen ontwikkelde zich iets wat ons tot nu toe vreemd was: optimisme. 

    Saanila: ‘De ban was gebroken…’

    Wickström: ‘…en er ging een wereld aan mogelijkheden open.’

    Saanila: ‘Onlangs vond een politica van de Centrumpartij dat het tijd werd dat Finland een eigen ruimtevaartprogramma kreeg.’

    Ze proesten het uit.

    Vrouwen en mannen

    Burgemeester Nasima Razmyar zei: ‘Achter het Finse succesverhaal staan vrouwen.’ En achter de vrouwen staan mannen als die van Razmyar, die het helemaal niet raar vinden om voor de baby te zorgen en die elke dag naar haar werkkamer te brengen, zodat ze hem de borst kan geven voeden. Maar achter de Finse vrouwen staat vooral de verzorgingsstaat met bijbehorende instellingen. Zoals de organisatie van Tiina Ivakko, met wie we vanwege het coronavirus in een park hebben afgesproken.

    Ivakko struikelt bijna over haar woorden: ‘Ik vertel het graag. Want het is belangrijk.’ Ivakko geeft leiding aan een kinderopvangcentrum in de wijk Kalasatama, dat 24 uur per dag, zeven dagen per week open is. Twintig leidsters passen er op alles bij elkaar vijfenzeventig kinderen, waarvan de jongste tien maanden is. Het zijn vooral alleenstaande moeders en vaders die hun kinderen naar Ivakko brengen. Vaak werken ze ’s nachts of in het weekend, in een restaurant of ziekenhuis bijvoorbeeld. Soms zijn ze drie dagen achterelkaar aan het werk, zoals de stewardess die naar New York vliegt. Elke week kunnen de klanten hun rooster doorgeven om hun uren bij Ivakko te kopen. De staat heeft bepaald dat een Fin nooit meer dan € 289 per maand hoeft te betalen.

    Alleen al in Helsinki zijn er zes van deze 24-uurs kinderopvangcentra. Haar medewerksters zijn telkens weer verbaasd als buitenlandse bezoekers verbaasd zijn over hun organisatie. ‘Voor ons is het vanzelfsprekend, al meer dan dertig jaar. In Finland werkten de vrouwen altijd al.’

    De grootmoeder van Ivakko werkte, haar moeder ook, ze gaf haar hele leven leiding aan een van de openbare speelplaatsen waar schoolkinderen tussen de middag ook eten krijgen. ‘Aha,’ zegt Ivakko, ‘heb je dat in Duitsland ook al niet?’ In Finland, zegt ze, was de gelijkstelling van de geslachten gewoon noodzaak. Het was een arm land met maar weinig mensen, het kon zich niet veroorloven vrouwen thuis te laten zitten. 

    Ten slotte zegt Ivakko: ‘Zo, en voor u nu gaat denken dat dit het paradijs op aarde is, vertel ik u dat mijn dochter van 22, die op het ogenblik vorkheftruckchauffeur is in een fabriek, meer verdient dan onze leidsters.’ Afgelopen zomer heeft Ivakko een vacature geplaatst, er kwam niet één sollicitant. ‘Onze beroepen worden niet op waarde geschat, dus soms gaat er in Finland iets goed mis.’

    Donkere wolken aan de hemel zijn er dus ook. Een land lijkt tegenwoordig niet zo gelukkig te kunnen zijn, dat het geen rechtspopulisten voortbrengt. In Finland is dat de Finse Partij, voorheen de Ware Finnen, die het ressentiment tegen buitenlanders en de ‘stedelijke elites’ aanwakkert. De nieuwe premier heeft het vaak over de tekortkomingen bij de gelijkberechtiging. In 2017 verdienden Finse vrouwen gemiddeld 17,3 procent minder dan hun mannelijke collega’s, de kloof is groter dan gemiddeld in Europa. Het aantal aangiftes wegens huiselijk geweld nam in 2019 toe. En ondanks het voorbeeldige kinderopvangsysteem willen Finse vrouwen niet meer kinderen krijgen: het geboortecijfer ligt met 1,35 veel lager dan in de andere noordse landen.

    De redenen daarvoor zijn ook voor de Finnen een raadsel. Ligt het aan het vooruitzicht hun kinderen naar scholen te moeten sturen waarvan de reputatie achteruitgaat? In de meest recente Pisa-studie staan de Finnen niet meer op de eerste plaats, zoals in de eerste Pisa-studie begin eenentwintigste eeuw, ook nemen de verschillen tussen arme en rijke kinderen toe, waarover in het hele land veel te doen is. ‘Tenslotte zit gelijkheid in ons DNA, privéscholen hebben we hier dan ook niet,’ zegt Marjaana Ajanto, die lesgeeft op een gymnasium in Espoo. ‘Neem bijvoorbeeld Sanna Marin. Ze is superslim, maar ze was een gewoon meisje uit Tampere. In Finland kan iedereen alles worden, ook premier.’

    Als de pandemie een stresstest is voor de constitutie van de samenleving en haar instituties, dan slaagt niet alleen de Finse staat, maar slagen ook de Finse scholen met vlag en wimpel

    Maar de Finnen zitten bij de Pisa-scores nog steeds in de topgroep. En ze zijn de enigen die ook bij tevredenheid over hun leven heel hoog scoren. Als de pandemie een stresstest is voor de constitutie van de samenleving en haar instituties, dan slaagt niet alleen de Finse staat, maar slagen ook de Finse scholen met vlag en wimpel.

    ‘Dat houdt absoluut verband met het feit dat wij dol zijn op nieuwe technologieën,’ zegt Marjaana Ajanto. ‘Sinds Nokia is dat onderdeel van ons succesverhaal.’ In de Digital Economy and Society Index 2020 van de Europese Commissie is Finland de ‘digitale leider’ onder de 27 Europese landen. Finland, zegt het persbericht, slaagt er buitengewoon goed in ‘innovatief denken te combineren met maatschappelijke verantwoordelijkheid’. Voordat Ajanto lerares werd, werkte ze aan online platforms voor de Finse omroep en bij Microsoft. Nu geeft ze Engels, marketing en technologie. Ze heeft een missie, zegt ze: ‘Ik wil dat alle meisjes goed op de hoogte zijn van de nieuwe technologieën.’

    Ook op haar school zijn bezoekers vanwege corona niet toegestaan, dus spreken we af in het centrum van Helsinki. Net als de andere geïnterviewden voldoet ook Ajanto helemaal niet aan het cliché van de koele Finse. Op een bepaald moment springt ze op van haar caféstoel en loopt naar buiten. Ze doet het interview liever in looppas. Tijdens een geïmproviseerde stadsrondleiding showt ze ons tegelijkertijd het chique openluchtzwembad in de haven en de ‘Wilma’-app op haar telefoon.

    ‘Wilma’ is al meer dan tien jaar het digitale communicatieplatform voor leerlingen, leraren en ouders. ‘Kijk, er komt net een berichtje binnen van een meisje dat haar wiskundeboek kwijt is,’ roept ze. ‘Wilma’ was een van de redenen dat de Finse scholen snel konden overschakelen naar onderwijs-op-afstand. Leerlingen die geen laptop hadden, kregen er een van school.

    Elke morgen om half negen legt Marjaana Ajanto via een videoapp contact met haar leerlingen. Ze heeft een tijd in Berlijn gewoond. ‘Ik weet nog dat ik in Berlijn vaak dacht: Pardon? Alweer geen internet? Wat een onzin, zit ik soms in Afrika?’ Finland is een dunbevolkt land en al twintig jaar geleden begonnen met digitaal onderwijs op afstand. ‘Tenslotte heeft iedereen recht op onderwijs, toch?’ zegt ze.

    We zijn met de trein onderweg naar de laatste pleisterplaats op onze reis naar het geluk. Buiten wisselen meren, dennen, sparren en berken elkaar af. Finland telt 187.888 meren, driekwart van het grondoppervlak is bos. Tampere, twee uur van Helsinki, is de geboorteplaats van de premier, een arbeidersstad die zichzelf met universiteiten en high tech opnieuw aan het uitvinden is. Uiteraard is de stad omgeven door water en bossen. 

    Sauna’s

    Er zijn hier meer dan vijftig openbare sauna’s. De oudste is de Rajaportti in de wijk Pispala. Een arbeiderssauna in een houten gebouwtje aan een doorgaande weg. Binnen zijn aparte ruimtes voor mannen en vrouwen, hier in de voortuin zitten ze door elkaar, gewikkeld in roze en lindengroene handdoeken. Mannen met tattoos, een moeder met haar dochter. Steeds weer is het sissende geluid te horen van een blikje bier dat wordt opengemaakt. De entree bedraagt doordeweeks zes, en vandaag, op zaterdagavond, tien euro. 

    Matti Kemi, rapper, jeugdwerker en saunagids, verwacht ons. Met zijn zelfgemaakte vilten hoed ziet hij eruit als een Tiroler boer. De Rajaportti is meer dan honderd jaar oud. ‘Het hart van onze saunacultuur,’ volgens Kemi. Het scheelde niet veel of de kleine sauna was in de jaren tachtig afgebroken, maar mensen uit de buurt hebben een vereniging opgericht om hem te behouden.  

    Oorspronkelijk paste de sauna eigenlijk niet in ons verhaal. Te cliché. Tot bijna ieder interview eindigde met de vraag: ‘U gaat toch ook wel naar een sauna?’ Er zijn vijfeneenhalf miljoen Finnen, en samen hebben ze meer dan drie miljoen sauna’s. ‘Toen Finse soldaten werden uitgezonden naar Afghanistan was een sauna het eerste wat ze daar neerzetten,’ had gelukonderzoeker Martela verteld. Dat klopt, zegt Kemi. ‘Een Fin mist in het buitenland zijn sauna nog meer dan zijn vrouw en kinderen.’

    Anders dan een paar jaar geleden hebben niet meer alle nieuwe huizen een eigen sauna. In plaats daarvan viert de openbare sauna een comeback. Zoals Engelsen in de pub, zo spreken Finnen in de sauna met hun vrienden af. De Rajaportti-sauna zelf is een klein, donker hol, waar zes, zeven mannen op een kluitje zitten. Afstand houden? Ze verzekeren elkaar dat het coronavirus deze hitte niet overleeft.

    De Duitser in het gezelschap bijna ook niet. Zweet druipt uit baarden, van neusvleugels en over drakentattoos. Sommige van deze mannen slaan geen dag over, zomer en winter. Aan de wand naast de houtkachel hangt, in het donker nauwelijks te onderscheiden, een plaquette: Onni Niemi, de beste saunabezoeker van Finland 1995. ‘Onni is 9000 keer in de Rajaportti geweest,’ vertelt Kemi.

    Matti Kemi (33) is eigenlijk musicus. Hij toerde als dj met een band, soul, funk, hiphop. Tegenwoordig werkt hij met jongeren. In workshops die door de stad worden gefinancierd, leert hij hun rappen. Twee jaar geleden heeft hij met een vriend een fietstocht van een maand door het hele land gemaakt om oude sauna’s te bezoeken en met saunasjamanen te praten. Over die reis hebben ze in Matti’s studio een podcast gemaakt voor de publieke omroep, en sindsdien werken ze hier in Tampere ook als saunagids.

    De volgende dag, een zondag, zien we elkaar weer, op een landtong in het Näsijärvi-meer. Eenzaam op een kale rots staat daar een langgerekt, geel, houten gebouw, schilderachtig omlijst door een handjevol dennen. De Rauhaniemi-sauna, ook bijna honderd jaar oud. We zitten op een bankje, halfnaakt, terwijl Matti Kemi vertelt, en we kijken toe hoe andere saunagangers in het ijskoude water van het meer springen. Over zijn opa’s, die zich allebei hebben doodgedronken. Over de jongens aan wie hij lesgeeft en die zo totaal anders zijn, ze roken niet, drinken veel minder, zijn opener en veel meer in elkaar geïnteresseerd.

    ‘Ik ken miljonairs die naar een openbare sauna gaan om hun eenzaamheid te vergeten’

    Gezondheid speelt tegenwoordig een belangrijke rol, ook daarom is ijszwemen niet meer alleen iets voor oudere mensen. Net als de openbare sauna is het opnieuw populair geworden. In sommige sauna’s is het tegenwoordig zo druk dat mensen in de rij moeten staan tot er een plaatsje vrijkomt. ‘De mensen zijn eenzaam geworden,’ zegt Matti Kemi. ‘Ik ken hier in Tampere miljonairs die naar een openbare sauna gaan om hun eenzaamheid te vergeten. Hier ervaar je een gevoel van saamhorigheid.’

    Matti Kemi zet zijn vilthoedje recht. ‘Naakt zijn we toch allemaal hetzelfde,’ zegt hij, dan zwijgen we allebei, terwijl in de koele herfstlucht de damp van ons afslaat en we het geluk diep tot in ons binnenste voelen doordringen. 

  • Ook genieën hebben 24 uur per etmaal. Hoe besteden ze die?

    Ook genieën hebben 24 uur per etmaal. Hoe besteden ze die?

    ‘We hebben allemaal dezelfde 24 uur als Beyoncé’ was een tweet die viral ging. Sommige mensen lijken niet alleen alles te hebben, maar slagen er op een of andere manier ook nog eens in alles te doen. Hoe dan?

    Dit artikel verscheen eerder in 360 Magazine # 57, mei 2014.

    Franz Kafka, ontevreden met zijn behuizing en het feit dat hij met overdag moest werken, schreef in 1912 in een brief aan Felice Bauer: ‘… mijn tijd is begrensd, mijn krachten zijn beperkt, het kantoor is een van verschrikking, mijn appartement is lawaaiig, en als een aangenaam, eenvoudig leven niet mogelijk is, dan moet je een manier vinden om je er subtiel tussendoor te manoeuvreren’.

    Kafka is een van de 161 geïnspireerde en inspirerende schrijvers, dichters, toneelschrijvers, schilders en filosofen, wetenschappers en wiskundigen met van wie de dagelijkse routine in het boek van Mason Currey wordt beschreven. Net als Kafka hadden ook de anderen te maken met talloze (soms zelf veroorzaakte) obstakels, wat resulteerde in een fascinerende verzameling ‘subtiele manoeuvres’ om hun werk iedere dag gedaan te krijgen; vroeg opstaan of juist laat gaan slapen, enorme hoeveelheden ’s koffie, lange wandelingen maken en ingeplande dutjes doen. Thomas Wolfe schreef als hij in de keuken stond en gebruikte de bovenkant van zijn ijskast als bureau. Jean-Paul Sartre kauwde altijd op Corydrane-tabletten (een mix van amfetamine en aspirine), waarvan hij tien keer de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid overschreed. Descartes bleef graag liggen luieren in bed, terwijl zijn gedachten in zijn slaap afdwaalden ‘naar bossen, tuinen en toverpaleizen’ waar hij ‘elk denkbaar plezier’ beleefde.

    George Balanchine, was gek op de was doen en verzette het meeste ‘werk’ als hij aan het strijken was

    En dan zijn er nog Anthony Trollope, die zichzelf elke ochtend verplichtte om voordat hij naar zijn werk op het postkantoor ging drieduizend woorden te schrijven (250 per kwartier, drie uur lang). Dat hield hij 33 jaar lang vol, waarin hij zo’n 25 boeken schreef; George Balanchine, was gek op de was doen en verzette het meeste ‘werk’ als hij aan het strijken was, George Gershwin zat twaalf uur per dag, van laat in de ochtend tot midden in de nacht, achter de piano te componeren in pyjama, badjas en slippers. James Joyce kon schrijven terwijl zijn gezin om hem heen dwarrelde, de naasten van Mark Twain bliezen op een posthoorn als ze hem écht nodig hadden – om maar niet op zijn deur te hoeven kloppen.

    Ook de routines van Jane Austen, Karl Marx, Charles Darwin, Pablo Picasso, Leo Tolstoj, Andy Warhol, John Updike, Twyla Tharp en Igor Stravinsky (die nooit een noot op papier kon zetten tenzij hij er zeker van was dat niemand hem kon horen en die, als hij zich geblokkeerd voelde, op zijn hoofd ging staan om ‘zijn hersenen ruimte te geven’) werden door Currey aan de hand van vooral (auto)biografieën, dagboeken en brieven uitgeplozen.

    Screen Shot 2021 04 09 at 6.37.36 PM
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.37.55 PM

    ‘Als een vaste routine op de juiste manier wordt toegepast, kan een nauwkeurig afgesteld mechanisme ontstaan waarbij beperkte middelen optimaal kunnen worden benut…. Op die manier kan iemand zijn mentale energie in goede banen leiden…’ – Mason Currey, auteur Daily Rituals

    Screen Shot 2021 04 09 at 6.41.12 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.41.01 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.40.51 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.40.40 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.40.20 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.40.09 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.39.57 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.39.48 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.39.37 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.39.24 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.39.15 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.39.00 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.38.47 PM 1 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.38.19 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.38.06 PM 1
    Screen Shot 2021 04 09 at 6.38.33 PM

    Mason Currey, Daily Routines, Knopf Doubleday Publishing Group, 2013.

    R.J. Andrews stelde aan de hand van de routines uit het boek op zijn site Info We Trust bovenstaande infographic samen.

  • Op dit Japanse evenement hebben toekomstige burgers een stem

    Op dit Japanse evenement hebben toekomstige burgers een stem

    De inwoners van het Japanse stadje Yahaba verdedigen in politieke debatten het standpunt van toekomstige burgers. En dat werkt, zegt de Britse filosoof Roman Krznaric. Er worden minder voorzichtige beslissingen genomen.

    In zijn afscheidsrede in 1796 riep George Washington de Amerikanen op om ‘de last die de onze is geweest niet gewetenloos aan het nageslacht door te geven’. Hij had het over de staatsschuld, maar vandaag kan zijn waarschuwing ook gelden voor vele andere problemen en risico’s die aan de burgers van morgen worden overgelaten: van klimaatveranderingen en de gevaren van kunstmatige intelligentie tot het institutionele racisme dat van de ene generatie op de andere wordt doorgegeven.

    George Washington had het zwakke punt van de democratie vastgesteld: het feit dat de miljarden mensen die na ons komen en door onze keuzes worden beïnvloed, niets te zeggen hebben

    Of hij zich er nu van bewust was of niet, George Washington had het zwakke punt van de democratie vastgesteld: het feit dat de vele miljarden mensen die na ons zullen komen en door onze keuzes worden beïnvloed, niets te zeggen hebben. Ze hebben geen rechten, en niemand vertegenwoordigt hen. Hun belangen kunnen niet concurreren met de dwingende noodzaak van presidentsverkiezingen of het hectische tempo van non-stopnieuws. En aangezien ze nog geen belichaamd bestaan ​​hebben, hebben ze niet de middelen om directe acties uit te voeren.

    Toch laten de burgers van morgen op zeer ingenieuze wijze hun stem horen.

    26161359964 05f9b5cf83 b 1

    Er is niets uitzonderlijks aan Yahaba, een Japans stadje met 27.000 inwoners, behalve het feit dat het een van de origineelste ervaringen uit de geschiedenis van de moderne democratie herbergt. Sinds 2015 nemen de inwoners er deel aan Future Design, een unieke vorm van participatieve democratie, waarbij ze worden uitgenodigd op openbare bijeenkomsten om te praten over projecten rond de toekomst van hun stad. Aanvankelijk verdedigen deelnemers hun eigen standpunt, maar dan, en daar wordt het interessant, trekken ze kleurrijke japonnen aan en stellen ze zich voor dat ze in 2060 leven.

    Het verbazingwekkende is dat de inwoners, wanneer ze zich in hun soortgenoten van 2060 verplaatsen, veel minder voorzichtige maatregelen eisen, of het nu gaat om gezondheid of om de strijd tegen klimaatverandering. Dankzij Future Design hebben de inwoners van Yahaba aanvaard dat hun waterrekening met 6 procent is gestegen om een ​​langetermijninvestering te kunnen maken in de infrastructuur, die nodig is voor een goed beheer van het water van de stad. Ze realiseerden zich dat het essentieel was voor hun kinderen en kleinkinderen.

    De ervaring is zo’n succes dat de burgemeester van Yahaba in april 2019 een Bureau voor Toekomstige Strategieën opzette, zodat Future Design bij alle besluitvorming kan worden ingezet. De methode sloeg in Japan al snel aan en wordt inmiddels ook gebruikt in grote steden als Kyoto, Matsumoto en Suita.

    Begin 2020 hebben inwoners van Uji, een stad ten zuiden van Kyoto, een burgervergadering opgericht naar het model van Future Design. Zelfs het Japanse ministerie van Financiën gebruikt ‘toekomstig design’ als een instrument om het kortetermijndenken, dat de implementatie van economische strategieën domineert, tegen te gaan.

    ‘Als we dit niet doen, is de continuïteit van ons bestaan ​​in gevaar’

    Voor een in Japan geboren beweging [die is gebaseerd op werk van de economische faculteit van Kochi-universiteit, in het zuiden van het eiland Shikoku], is de oorsprong van Future Design verrassend. ‘We werden geïnspireerd door de [Noord-Amerikaanse] Irokezen, die bij elke besluitvorming willen anticiperen op het welzijn van toekomstige zeven generaties’, zegt de grondlegger van de beweging, Tatsuyoshi Saijo, hoogleraar economie aan het Future Design Research Institute in Kochi.

    Al worden mensen duidelijk verleid door onmiddellijke beloningen, onze hersenen weten beter dan we denken hoe ze voor de langere termijn moeten plannen en toekomstige mogelijkheden moeten overwegen. ‘Projecteren in de toekomst is niet gemakkelijk voor ons brein’, zegt Saijo, ‘maar er is nu een hele reeks neurowetenschappelijke onderzoeken die onthullen dat onze hersenen wel degelijk in staat zijn deze grote sprong in het onbekende te maken.’

    Wereldwijde beweging

    Voor Saijo is Future Design essentieel om de klimaatcrisis aan te pakken. De uiteindelijke ambitie is dat deze methode gestalte krijgt in een nieuw ministerie van de Toekomst, in de praktijk wordt gebracht op internationale topconferenties zoals de G20 en door steden en dorpen over de hele wereld wordt overgenomen. ‘We moeten sociale structuren ontwerpen die ons vermogen activeren om onszelf in de toekomst te projecteren’, zegt hij. ‘Als we dat niet doen, is de continuïteit van ons bestaan ​​in gevaar.’

    Design in action in Yahaba Japan. Photo Credit Masaaki Takahashi and Ritsuji Yoshioka 1 1
    © Masaaki Takahashi en Ritsuji Yoshioka

    Future Design is slechts één voorbeeld van de snel groeiende wereldwijde beweging om een ​​einde te maken aan de kortzichtige visie die het politieke leven teistert. Zo kent Wales een afgevaardigde voor toekomstige generaties, wiens rol het is de impact van overheidsbeleid op het welzijn van de burgers over dertig jaar grondig te bestuderen. Er wordt momenteel actief campagne gevoerd om voor het hele Verenigd Koninkrijk een eigen afgevaardigde te benoemen.

    Overheden zullen zich altijd moeten concentreren op noodsituaties, zoals de coronacrisis, maar deze initiatieven laten zien dat het mogelijk is om de belangen van toekomstige generaties aan te pakken door middel van maatregelen die in het heden zijn geworteld. En ze raken aan een inzicht van Jonas Salk, de man die in 1955 het poliovaccin uitvond en zag hoe belangrijk het was om soms een stap terug te doen. ‘De belangrijkste vraag die gesteld moet worden’, schreef hij, ‘is de volgende: zijn wij goede voorouders?’



  • George Monbiot: ‘Red de levende wereld, niet de vervuilers’

    George Monbiot: ‘Red de levende wereld, niet de vervuilers’

    Deze crisis is een kans om onze economie te hervormen en in dienst te stellen van de mens. We hebben een ecologisch pact nodig, betoogt de Britse schrijver en klimaatactivist.

    Keuze uit het archief

    Het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, kwam eerder deze week met een rapport, waarin stond dat de aarde sinds 1990 ‘onomstotelijk’ door mensen is opgewarmd. De schade aan ecosystemen neemt toe en wie nu jong is zal over enkele decennia in een wereld leven waar de gevolgen van klimaatverandering steeds zwaarder gevoeld worden. Een alarmerend rapport, dat dit betoog van George Monbiot uit 2021 in de Guardian weer relevant maakt.

    ‘Niet Reanimeren’. Dat kaartje moet je de olie-, luchtvaart- en auto-industrie bij zich laten dragen. Overheden zouden aan het personeel van die bedrijven financiële steun moeten verlenen en tegelijkertijd de economie moeten veranderen om nieuwe banen in andere sectoren te creëren. Ze zouden alleen die sectoren overeind moeten houden die bijdragen aan het voortbestaan van de mensheid en de rest van de levende wereld. Ze zouden vervuilende industrieën moeten opkopen en die ombouwen tot schone technologieën, of doen wat ze vaak roepen maar nooit echt willen doen: het aan de markt overlaten. Met andere woorden: die bedrijven failliet laten gaan.

    Dit is onze tweede grote kans om de dingen anders te doen. Misschien wel onze laatste kans. De eerste, in 2008, werd spectaculair verknald. Grote hoeveelheden publiek geld werden uitgegeven om de vervuilende oude economie weer op te tuigen en tegelijkertijd werd ervoor gezorgd dat het geld in handen van de rijken bleef. Nu lijken veel overheden vastbesloten om die rampzalige vergissing te herhalen.

    Genationaliseerd risico

    De ‘vrije markt’ is altijd een product van overheidsbeleid geweest. Als de antitrustwetten zwak zijn, blijven slechts een paar molochs over en gaat de rest kapot. Als vervuilende industrieën strak gereguleerd worden, bloeien schone industrieën op. Zo niet, dan winnen de snelle jongens. Maar ondernemingen in kapitalistische landen zijn nu afhankelijker van de overheid dan ooit. Veel grote industrieën kunnen voor hun voortbestaan niet zonder de staat. Overheden hebben de olie-industrie in hun macht – de sector zit met honderden miljoenen onverkoopbare vaten in zijn maag – net zoals ze in 2008 de banken in hun macht hadden. Destijds hebben die overheden niet hun macht gebruikt om de sociaal destructieve praktijken van die sector met wortel en tak uit te roeien en de banken weer op te bouwen rondom de behoeften van de mens. En nu maken ze dezelfde fout.

    De Bank of Engeland heeft besloten om schulden op te kopen van oliebedrijven zoals BP, Shell en Total. De overheid heeft EasyJet zelfs 600 miljoen Britse pond geleend, ook al had het bedrijf nog maar een paar weken daarvoor 171 miljoen Britse pond in dividenden uitgekeerd: de winst is geprivatiseerd, het risico is genationaliseerd. De eerste reddingsoperatie van de VS hield onder meer 25 miljard dollar voor de luchtvaartmaatschappijen in. Al met al heeft die reddingsoperatie tot gevolg dat zo veel mogelijk olie in strategische oliereserves wordt opgeslagen en milieuwetten van tafel worden geveegd, terwijl duurzame energie wordt geboycot. Verscheidene Europese landen proberen hun luchtvaartmaatschappijen en autofabrieken te redden.

    ‘We hebben de consumptie te veel gestimuleerd’

    Je moet ze niet geloven als ze zeggen dat ze dat doen voor je bestwil. Een recent onderzoek door Ipsos in veertien landen laat zien dat 65 procent van de mensen wil dat bij het economische herstel de klimaatverandering prioriteit krijgt. Overal moet het electoraat de overheid zien over te halen om te handelen in het belang van het volk, in plaats van in het belang van de bedrijven en miljardairs die erin investeren en ervoor lobbyen. Het is een voortdurende democratische uitdaging om de nauwe banden te verbreken tussen politici en de economische sectoren die zij zouden moeten reguleren, of in dit geval zouden moeten sluiten.

    gettyimages 1223526592 1
    Op Avalon Airport in Melbourne staan de vliegtuigen aan de grond, als gevolg van de covid-19-maatregelen. – © Ingrid Hendriksen / Getty

    Zelfs als het parlement zich als pleitbezorger daarvoor probeert  op te werpen, zijn de pogingen vaak te zwak en naïef. De brief die een groep parlementsleden uit meerdere partijen aan de regering heeft geschreven, waarin ze vragen om aan de steun aan luchtvaartmaatschappijen de voorwaarde te verbinden dat ze ‘meer doen om de klimaatcrisis aan te pakken’, zou ook in 1990 geschreven kunnen zijn. De luchtvaart is inherent vervuilend. Er zijn geen realistische maatregelen die ook maar op de middellange termijn een significant verschil kunnen maken. 

    We weten nu dat de vraag van parlementsleden om de CO2-uitstoot te normeren zinloos is: iedere economische sector moet zijn uitstoot van broeikasgassen maximaal beperken, dus het verplaatsen van de verantwoordelijkheid van de ene sector naar de andere lost niets op. De enige effectieve hervorming is het verminderen van vluchten. Alles wat de inkrimping van de luchtvaartindustrie verhindert, verhindert de reductie van de vervuilende effecten.

    De crisis laat ons even zien hoeveel we moeten doen om af te stappen van de huidige, rampzalige koers. Ondanks de grote veranderingen die we al hebben doorgevoerd, zal de mondiale CO2-uitstoot slechts met 5,5 procent per jaar dalen. Een VN-rapport laat zien dat we, om een stijging van de opwarming van de aarde met 1,5 graad of meer te voorkomen, de komende tien jaar de uitstoot met 7,6 procent per jaar moeten verminderen. 

    Met andere woorden, de lockdown toont aan dat het effect van individuele acties beperkt is. Minder reizen helpt, maar is niet voldoende. Om de benodigde vermindering te bewerkstelligen is een structurele verandering noodzakelijk. Dat betekent een totaal nieuw industriebeleid, vormgegeven en geleid vanuit de overheid.

    Overbodig gereis

    Overheden als die van het Verenigd Koninkrijk zouden hun wegenbouwplannen moeten schrappen. In plaats van luchthavens uit te breiden moeten ze ervoor zorgen dat het aantal vluchten wordt beperkt. Ze moeten zich expliciet committeren aan het beleid om fossiele brandstoffen in de grond te laten zitten.

    Tijdens de pandemie beginnen velen van ons in te zien dat veel van ons gereis overbodig is. Overheden kunnen hierop voortborduren door plannen te maken voor het inperken van de noodzaak tot reizen en te investeren in lopen, fietsen en – als het afstand houden minder noodzakelijk wordt – het openbaar vervoer. Dat betekent bredere trottoirs, betere fietspaden en buslijnen die niet worden geëxploiteerd om winst te maken maar om een dienst te verlenen. Ze zouden veel moeten investeren in groene energie en nog meer in het terugbrengen van de energievraag – door bijvoorbeeld woningisolatie en zuinigere verwarming en verlichting.

    De pandemie laat zien dat de inrichting van een buurt verbeterd moet worden, met minder ruimte voor auto’s en meer ruimte voor mensen. Ook wordt duidelijk dat we een soort veiligheid willen die een land met een lichte belastingdruk en een gedereguleerde economie niet kan bieden.

    Met anderen woorden, het wordt tijd voor waar veel mensen al lang vóór deze ramp om vroegen: een nieuw, groen beleid. Maar laten we het alsjeblieft niet langer een stimuleringsplan noemen. We hebben de afgelopen honderd jaar de consumptie te veel gestimuleerd en daarom worden we nu geconfronteerd met een milieuramp. Laten we het een overlevingsplan noemen, waarvan het doel is dat iedereen een inkomen heeft, de 
    welvaart wordt verdeeld en rampen worden voorkomen, zonder dat een voortdurende economische groei wordt gestimuleerd. Red mensen, geen bedrijven. Red de levende wereld, niet de vervuilers. Laten we onze tweede kans niet verknallen.