In Zuid-Afrika zijn ongeveer zestig mensen omgekomen als gevolg van de overstromingen in de oostelijke provincie KwaZulu-Natal. De verwoestende overstromingen leiden tot grote problemen in kuststad Durban, meldt Independent Online. De overstromingen hebben schade toegebracht aan de infrastructuur, huizen ontworteld, wegen vernield en voertuigen tot zinken gebracht. Volgens berichten zijn in Durban tot nu toe vijfenveertig mensen overleden door de zware regenval. De regenval die in delen van de stad is geregistreerd is ongekend, tussen de 180 en 310 millimeter. De autoriteiten dringen nu ouders aan om leerlingen niet naar school te sturen omdat de regen blijft aanhouden.
De oppositiepartij DA heeft de regering opgeroepen de provincie KwaZulu-Natal tot rampgebied uit te roepen, omdat de gemeenten over beperkte middelen beschikken en de rampenbestrijdingsdienst de uitdaging niet aankan.
Kattenliefhebbers verzetten zich tegen uitroeiing wilde katten
Nieuw-Zeeland doet er alles aan om zijn bijzondere, inheemse vogelpopulatie te beschermen en wil invasieve roofdiersoorten indammen met pesticide. Niet alleen ratten en andere knaagdieren worden aangepakt, ook katten zijn het doelwit. Omdat katten erg geliefd zijn, is verdelging een taboeonderwerp geworden, zeggen milieubeschermers.
Katten zijn verantwoordelijk voor de dood van 1,12 miljoen vogels per jaar
Volgens de nieuwssite Wellington Stuff zijn er 1,2 miljoen huiskatten in Nieuw-Zeeland en lopen er nog eens miljoenen wilde katten rond, waarvan de meeste niet gesteriliseerd zijn. Deze enorme aantallen zijn rampzalig voor de vogelpopulaties, waaronder de kiwi, het symbool van Nieuw-Zeeland.
Het Britse dagblad The Guardian publiceerde de schattingen van de Nieuw-Zeelandse milieuorganisatie Forest and Bird: katten zijn verantwoordelijk voor de dood van 1,12 miljoen vogels per jaar. De Nieuw-Zeelandse publieke omroepRNZ meldt dat sommige dierenbeschermingsorganisaties aarzelen om een standpunt in te nemen, omdat ze de kattenliefhebbers niet voor het hoofd willen stoten. Zij zijn echter van mening dat de kat ‘een van de ernstigste ecologische bedreigingen vormt van Nieuw-Zeeland’.
Stuff meldt dat de SPCA, een stichting voor het welzijn van dieren, nu campagne voert voor nationale sterilisatie van wilde katten.
Bestormers claimen dat het land aan hen toebehoort
Een menigte van ongeveer vierhonderd mensen verzamelde zich dinsdag bij de omheining van het iSimangaliso Wetland Park in een poging om land te claimen. Het Zuid-Afrikaanse natuurgebied staat op de Werelderfgoedlijst en bevat verschillende natuurlijke ecosystemen.
Volgens Daily Maverick, die verslag deed van de gebeurtenis, werd een deel van de omheining van het inheemse bos van Futululu neergehaald. Een groot aantal mensen ging het bos in en begon de vegetatie weg te halen om kleine percelen land af te bakenen met takken of rood-witte afzetlint.
‘Wij willen mensen ontmoedigen om illegaal percelen te kopen’
Volgens plaatselijke bronnen zijn er twee groepen manifestanten. De ene groep bestaat uit zelfvoorzienende boeren wiens percelen in de uiterwaarden van de uMfolozi-rivier zijn overspoeld door overstromingen na recente zware regens. Een tweede, grotere groep bestaat uit ‘opportunisten’ die op zoek zijn naar huisvesting en landbouwpercelen.
De politie ondernam een poging om de mensen uit het park te halen maar velen wilden niet meekomen. Zij claimen dat het land aan hen toebehoort. Volgens een woordvoerder van het iSimangaliso-park willen de beheerders van het park liever werken aan een ‘minnelijke schikking’ dan mensen te laten arresteren. ‘Laat het duidelijk zijn dat het land is uitgeroepen tot natuurbeschermingsgebied. Wij willen mensen ontmoedigen om illegaal percelen te kopen. Als we er niet uitkomen, kunnen we arrestaties niet uitsluiten.’ Volgende week is er een nieuwe ontmoeting gepland om over de situatie te praten.
Op de banensite usajobs.gov van de Amerikaanse overheid staat een oproep voor een ‘Grizzly Bear Conflict Manager’ die aan de slag zal gaan in de staten Idaho, Montana, Washington en Wyoming. De Grizzly Bear Conflict Manager is verantwoordelijk voor de coördinatie van conflicten met grizzlyberen en wordt geacht om in samenwerking en overleg met overheidsinstanties, lokale stammen en organisaties voor natuurbeheer te werken aan onder meer een plan voor de vestiging grizzlyberen. De conflictmanager is belast met het nemen van definitieve beslissingen over herplaatsing, verwijdering, vangstoperaties, conflictpreventie en bewaking van de beren.
Volgens de vacature wordt gezocht naar een ‘evenwichtige Amerikaanse staatsburger’ die beschikt over sterke communicatieve vaardigheden en aanzienlijke ervaring heeft in de omgang met grizzlyberen. De vestigingsplek is vrij maar moet zich wel binnen een straal van 160 kilometer rond Missoula, Bozeman of Kalispell in Montana bevinden. Het jaarsalaris ligt tussen de 79.363 en 103.176 dollar [72.833-94687 euro].
In het licht van de klimaatverandering pleiten internationale instanties voor simpele remedies zoals bomen planten en oerwouden beschermen. Alleen ligt dat in werkelijkheid iets ingewikkelder.
Bomen planten is goed. Dat idee is zo diepgeworteld en voelt zo simpel en intuïtief aan, dat het heel gemakkelijk te verkopen is. De klimaatcrisis en de urgente noodzaak om oplossingen daarvoor te vinden, hebben deze boodschap versterkt met een heel eenvoudige logica: bossen nemen CO2 op. Toch moet je simpele antwoorden op ingewikkelde problemen doorgaans wantrouwen, ook als die antwoorden rechtstreeks uit wetenschappelijk onderzoek lijken voort te komen.
In 2019 wilde men aan de hand van een in Science gepubliceerd artikel demonstreren dat bomen planten enorm veel potentieel had tegen klimaatverandering. De auteurs concludeerden in feite dat dit de doeltreffendste maatregel was die je kon nemen. Het artikel deed echter veel stof opwaaien want andere deskundigen wezen op zeer grote fouten in de berekeningen en de conclusies. Het gerenommeerde tijdschrift moest correcties publiceren, maar het artikel werd niet ingetrokken en wordt nog steeds vaak aangehaald om bepaalde beleidsmaatregelen te verdedigen. Het is bijvoorbeeld de eerste referentie die de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) aanhaalt in een rapport uit juli 2021 over milieuprestaties in Afrika.
Savanne
‘In het Science-onderzoek wordt ervan uitgegaan dat gebieden waar geen bomen staan, per definitie gedegradeerd zijn. In Europa en bepaalde delen van Noord-Amerika kan dat zeker het geval zijn. Door ons klimaat en onze bodems hadden er bomen kunnen groeien in gebieden die door menselijke activiteiten zijn ontbost. Maar het is zinloos die logica los te laten op de hele wereld,’ legt Víctor Resco de Dios uit aan de rubriek ‘Teknautas’ van de krant El Confidencial. Hij is hoogleraar Bosbranden en Klimaatverandering aan de universiteit van Lleida (Spanje). Internationale agentschappen ‘zijn van plan bos te gaan aanplanten in delen van Afrika die nu savanne en grasland zijn, en dat al miljoenen jaren zijn,’ vertelt hij. ‘Hoewel je het op het eerste gezicht niet zou denken, is de biodiversiteit van deze Afrikaanse ecosystemen heel groot. En in het kader van klimaatverandering is het belangrijkst dat zich daar in de bodem zeer hoge concentraties koolstof bevinden die zich daar miljoenen jaren lang hebben opgehoopt.’ Wat gebeurt er als je daar bos gaat aanplanten? ‘Iedere verstoring van de bodem, bijvoorbeeld het klaarmaken van de grond voor een aanplant, zou een toename van de CO2-uitstoot tot gevolg hebben omdat de koolstof die daar is opgeslagen, dan vrijkomt,’ legt de deskundige uit.
Afgezien van het feit dat sommige activiteiten contraproductief kunnen zijn, is het in het algemeen dan wel goed om bomen te planten om klimaatverandering tegen te gaan? Dertig procent van de CO2-uitstoot wordt geabsorbeerd door terrestrische ecosystemen, grotendeels dankzij grote bosmassa’s zoals het Amazonegebied. Denken dat meer bomen meer koolstof opnemen, is dus een logische conclusie. Maar uit sommige gegevens blijkt dat die aanname niet altijd opgaat. Hoewel er in de tropen sprake is van enorme ontbossing, is het bosareaal op de wereld de afgelopen dertig jaar toegenomen met 2,3 miljoen vierkante kilometer. Dat is de omvang van Algerije, het op negen na grootste land ter wereld. De leegloop van het platteland in de ontwikkelde landen is een van de belangrijkste oorzaken van die toename. Toch neemt paradoxaal genoeg het vermogen van terrestrische ecosystemen om uitstoot op te nemen, af.
‘Meer bos staat niet gelijk aan meer CO2-opslag’
‘Dat gegeven vertelt ons dat meer bos niet gelijkstaat aan meer CO2-opslag,’ zegt Resco de Dios. Voordat nieuw bos een koolstofopslagfunctie kan vervullen om te helpen tegen klimaatverandering, is tijd nodig. En bovendien: ‘Als je bos niet onderhoudt — wat vaak het geval is — kan het afbranden,’ en dat heeft precies het tegenovergestelde effect omdat het CO2-uitstoot veroorzaakt. Wat betreft geplande herbebossing zoals in het geval van de Afrikaanse savanne: ‘Elke boomaanplant vergroot op zich de CO2-uitstoot omdat de grond wordt bewerkt en daardoor de in de bodem aanwezige CO2 vrijkomt. Bovendien brengt het andere beperkingen met zich mee die in het huidige scenario ook voor problemen kunnen zorgen omdat bomen water verbruiken. Ook is bij herbebossing naderhand bosbeheer nodig.’ De expert van de universiteit van Lleida legt uit dat normaal gesproken altijd meer bomen worden geplant dan nodig is omdat niet alle zaailingen goed aanslaan. Dat betekent dus dat het bos later ‘gedund’ moet worden om bepaalde boompjes te verwijderen zodat het nieuwe bos minder dicht wordt. Maar in de praktijk wordt nauwelijks 5 procent van de nieuwe aanplant achteraf gecontroleerd met als resultaat dat ‘je te maken krijgt met gestreste bossen die kwetsbaar zijn voor bosbrand. Ook in Spanje kennen we daar voorbeelden van.’
‘Het algemene uitgangspunt dat het aanplanten van bomen klimaatverandering oplost, klopt niet en is zelfs gevaarlijk. Het geeft grote bedrijven een vrijbrief om de hoeveelheid uitstoot te produceren die ze maar willen en te claimen dat ze die compenseren met herbebossing,’ licht hij toe. Je kunt dat niet zo gemakkelijk tegen elkaar wegstrepen omdat ‘het probleem van klimaatverandering is ontstaan als gevolg van het feit dat we de gigantische concentraties CO2 in de geologische lagen van de aarde waren opgeslagen, verbruiken in de vorm van olie en andere brandstoffen. Hoeveel bomen we ook planten, dat kunnen we nooit meer terugdraaien.’
Het enige wat echt kan bijdragen aan het tegengaan van klimaatverandering is stoppen met uitstoten
Het enige wat echt kan bijdragen aan het tegengaan van klimaatverandering is stoppen met uitstoten. Maar de politiek en bedrijven staan vaak andere soorten maatregelen voor die beter vallen bij het grote publiek. Herstelmaatregelen kunnen helpen, maar alleen als die lokaal worden uitgevoerd. Ook is herbebossing maar één van de hersteltechnieken, aldus de onderzoeker. De heraanplant van bos waarmee het [in Spanje] is gelukt de ecosystemen in de Sierra Espuña (Murcia) en in de streek van Poblet (Tarragona) te herstellen, zijn een succesverhaal. ‘In sommige gevallen is het raadzaam bepaalde typen ecosystemen of habitats die door menselijk toedoen zijn aangetast, terug te brengen naar hun natuurlijke staat. Maar claimen dat dit tegen klimaatverandering gaat helpen, is iets heel anders,’ aldus Resco de Dios.
‘Tot nu toe werd op sommige fora beweerd dat massaal herbebossen een afdoende oplossing was voor klimaatverandering, maar wetenschappers tonen aan dat dit niet het geval is,’ benadrukt ecoloog Fernando Prieto, eigenaar van de blog Observatorio de la Sostenibilidad (Observatorium van de duurzaamheid). ‘Nieuw bos aanplanten als zodanig heeft vaak geen zin als je geen rekening houdt met het waarom, waar, wanneer, met welke soorten, welk beheer en welke vervolgactiviteiten bij deze maatregel komen kijken,’ zegt hij. Zonder deze overwegingen kun je het tegenovergestelde effect krijgen. ‘In Spanje zijn bijvoorbeeld grote arealen herbebost met erg weinig verschillende boomsoorten met als resultaat dat die bossen gemakkelijk in brand vliegen. Als we koolstof opvangen maar die op deze manier gewoon weer vrijkomt, versnellen we die processen juist nog meer,’ voegt hij eraan toe.
Bovendien heeft herbebossing vaak een negatief effect op de biodiversiteit, vooral wanneer grote stukken land ononderbroken worden beplant met maar één boomsoort. ‘Bestaande bossen in stand houden heeft veel meer zin dan die eerst te kappen voor hout of mijnbouw en daar vervolgens nieuwe bos aan te planten, met name omdat veel tijd nodig is voordat dat echt een bos is geworden met een volwaardige flora en fauna,’ aldus Prieto.
De mens elimineren
In dit kader waarschuwt Resco de Dios ook tegen wat volgens hem een andere misvatting is: het idee dat het behoud van vermeend ongerepte gebieden klimaatverandering tegengaat, iets dat op internationale fora ook erg populair is. De ‘Protecting Our Planet Challenge’ die afgelopen september door de Algemene Vergadering van de VN is gelanceerd, heeft bijvoorbeeld tot doel 30 procent van onze planeet te beschermen. Dat klinkt goed, maar het houdt het opkopen van land in om de menselijke aanwezigheid daar te elimineren, inclusief de inheemse bevolking. ‘Onderdeel van dit narratief is dat de mens de natuur zou vernietigen. In bepaalde gevallen klopt dat, maar je kunt dit niet generaliseren. Het is belangrijk in te zien dat maagdelijke ecosystemen een fabeltje zijn van de collectieve verbeelding,’ verzekert de deskundige van de Universiteit van Lleida. In Europa zou maar minder dan 1 procent van het bosareaal kwalificeren voor een dergelijke status en ook op de rest van de wereld is het veel schaarser dan je denkt. ‘Vroeger dachten we dat regenwouden volledig natuurlijk waren, maar uit onderzoek blijkt dat de invloed van de inheemse bevolking veel groter is dan eerder werd gedacht. Met andere woorden: de biodiversiteit die wij kennen is het resultaat van de interactie tussen mens en milieu, een co-evolutie die al duizenden jaren aan de gang is,’ zegt hij.
Toch is onder druk van natuurbeschermingsorganisaties bij sommige volken al een ravage aangericht. Toen grote nationale parken zoals de Serengeti werden gecreëerd, zijn bijvoorbeeld de Masai die in Kenia en Tanzania leven, van hun land verdreven. Daarom moet net als bij de kwestie van herbebossing, elk geval afzonderlijk en per gebied worden bekeken, aldus Fernando Prieto: ‘Generieke oplossingen werken niet en brengen ook veel grotere risico’s met zich mee dan niets doen. Dat andere streken in de wereld beter behouden zijn gebleven dan Europa en dat je kunt proberen die oerbossen in stand te houden, is zeker belangrijk,’ zegt Prieto, ‘maar je moet goed bekijken wat het doel ervan precies is.’
‘Sommigen noemen dit een nieuwe vorm van kolonialisme en zelfs milieuracisme’
Over veel beleid op het gebied van bosbouw bestaat volgens hem nog steeds geen wetenschappelijke consensus en volgens veel deskundigen hebben zulke beleidsmaatregelen geen solide basis. Zo heeft het Intergouvernementeel Platform voor Biodiversiteit en Ecosysteemdiensten (IPBES, een panel dat vergelijkbaar is met het panel dat de klimaatverandering analyseert maar dan toegespitst op biodiversiteit) in zijn recentste rapport veel maatregelen opgenomen die gericht zijn op behoud, maar ‘wordt met bijna met geen woord gerept over de kwestie van beschermde gebieden, noch wordt genuanceerd dat deze gebieden moeten worden beheerd,’ merkt de deskundige op.
In zijn visie betekent het elimineren van de mens in de meeste gevallen het weghalen van mensen die fundamenteel zijn voor het behoud van ecosystemen. ‘Sommigen noemen dit een nieuwe vorm van kolonialisme en zelfs milieuracisme. Wat wij doen vanuit Europa en de VS is de invloed die andere volkeren hebben gehad, minimaliseren. Wij denken dat een handjevol inheemse volken nooit iets hebben kunnen veranderen,’ zegt hij. En de uitkomst daarvan is niet per se positief, zoals blijkt uit voorbeelden meer in de buurt: ‘In Spanje zijn ecosystemen gelijksoortiger geworden door de oprichting van Nationale Parken,’ vertelt hij. Kleine verstoringen door activiteiten zoals begrazing die een bijdrage leverden aan een toename van de biodiversiteit, zijn verdwenen. Zowel klimaatverandering als de biodiversiteitscrisis waarmee de planeet te kampen heeft, zijn volgens de onderzoeker van de universiteit van Lleida ‘ernstige problemen die we moeten aanpakken met een pakket aan maatregelen. Je kunt daar niet zo maar een aanpak uitpikken die goed binnen je straatje past vanwege je ideologie, je zakelijke belangen of omdat het resoneert met je intuïtie. Het gaat erom wetenschappelijke consensus te vinden,’ stelt hij.
Groene energie stuit op dezelfde problemen als fossiele brandstoffen eerder: protesten vanuit de gemeenschap, vooral vanwege een bedreiging van de inkomsten. Wereldwijd lopen projecten hierdoor aanzienlijke vertraging op.
Projecten voor wind- en zonne-energie vereisen grote land- en wateroppervlakken, tot ongenoegen van plaatselijke boeren en vissers. Ze stuiten in toenemende mate op protesten waarmee ook fossiele-brandstofbedrijven jarenlang zijn geconfronteerd. Franse vissers hebben onlangs geprotesteerd tegen de aanleg van een 2,5 miljard euro kostend windmolenpark voor de kust van Bretagne.
Afgelopen juni omsingelden dertig plaatselijke vissersboten een torenhoog offshore installatieschip voor de kust van Bretagne om de aanleg tegen te houden van een 2,5 miljard euro kostend windmolenpark dat zal worden gerund door de Spaanse elektriciteitsmaatschappij Iberdrola SA. De vissers slaagden erin het schip te verjagen, wat heeft geleid tot een gerechtelijk onderzoek op last van Ailes Marines, de Franse poot van Iberdrola. De vissers zeggen dat ze zich tegen het project zullen blijven verzetten omdat het hen in hun levensonderhoud bedreigt door de verstoring van het visbestand en hun toegang daartoe.
‘Vissers zeggen dat de zee van hen is, maar die is van ons allemaal’
In bredere zin onderstrepen hun protesten een wereldwijd almaar toenemend probleem voor energiemaatschappijen en regeringen die de productie van duurzame energie willen opvoeren: groene-energieprojecten vereisen grote land- en wateroppervlakken en vormen daarmee een potentiële bedreiging voor de inkomsten van boeren en vissers. Het resultaat is dat op uiteenlopende locaties als Massachusetts, Zuid-Korea en Colombia de installatie van groene-energievoorzieningen met hetzelfde soort gemeenschapsbezwaren worden geconfronteerd als vroeger de producenten van fossiele brandstoffen.
Machtige tegenstanders
De protesterende groeperingen hebben met een scala van machtige tegenstanders te maken. Overal ter wereld zetten regeringen zich in voor de ontwikkeling van duurzame energie om de uitstoot van CO2 te verminderen. En aandeelhouders en rechters oefenen steeds meer druk uit op bedrijven om te investeren in groene energie. Zo bepaalde afgelopen mei een Nederlandse rechter dat Shell mede verantwoordelijk is voor de klimaatverandering en kreeg het bedrijf het bevel zijn CO2-uitstoot uiterlijk in 2030 met 45 procent te verminderen ten opzichte van het niveau van 2019. Enkele uren later verwierf bij Exxon Mobil een Amerikaans hedge fund dat een klein belang in de oliegigant heeft en wil dat deze zich meer op duurzame energie richt, zetels in de raad van bestuur van het bedrijf.
Ook hebben de protesterende groeperingen het aan de stok met milieubewegingen, die vaak enigszins controversiële projecten steunen, zoals het windmolenpark voor de kust van Bretagne. Diezelfde regio werd in 1978 geconfronteerd met het scheuren van de romp van de mammoettanker Amoco Cadiz, een van de grootste olielekken uit de geschiedenis. ‘In die tijd zag ik vanuit mijn huis de enorme olievervuiling op het strand. Dat was voor mij de druppel,’ zegt Denez L’Hostis, erevoorzitter van France Nature Environnement, een koepel van Franse milieugroeperingen. Hij is voorstander van het Bretonse windmolenpark. ‘Vissers zeggen dat de zee van hen is, maar die is van ons allemaal,’ zegt hij.
Volgens de Bretonse vissers zal het project schadelijk zijn voor ruim zevenhonderd hectare sint-jakobsschelpgronden en kan het lawaai van het park veel vis- en schelpdiersoorten uit het gebied verdrijven. Daardoor worden volgens hen drieduizend banen bedreigd.
Volgens een woordvoerder van Ailes Marines kan de visserij doorgang blijven vinden in het gebied van het windmolenpark en heeft het bedrijf een budget van tien miljoen euro om eventuele vangstvermindering tijdens de bouw te compenseren. Ook zal het bedrijf de windmolenparken op grotere afstand van de sint-jakobsschelpgronden plaatsen en wordt het oorspronkelijk voorziene aantal van 100 windturbines teruggebracht naar 62. Daarmee zou vangst van sint-jakobsschelpen maar met 1,5 procent afnemen ten opzichte van het huidige niveau.
Mede-eigenaar
Maar de vissers willen dat het plan van tafel gaat. ‘Ik ben een voorstander van duurzame energie,’ zegt Jonathan Thomas, een van de protesterende vissers. ‘Maar ik heb het recht om mijn werk te beschermen, en dit project zal funest zijn voor de zeebodem.’
Offshore windmolenparken ondervinden overal op de wereld verzet van vissers, met verschillend resultaat. In de VS hebben vissers die vangstverlies vrezen bezwaar aangetekend tegen de bouw van het 2,8 miljard dollar kostende windmolenpark voor de kust van Martha’s Vineyard in Massachusetts. Maar in mei is er federale toestemming gegeven voor het project, dat het eerste grootschalige windmolenpark in de VS zal zijn, en de bouw zal naar verwachting binnen een jaar beginnen. Volgens een woordvoerder van de ontwikkelaar van het park, Vineyard Wind LLC, is de omvang ervan teruggebracht en is na overleg met de visserijsector geld opzijgezet voor verlies van apparatuur of inkomsten.
In Nederland en Duitsland is in sommige regio’s soms wel 90 procent van de windmolenparken in gemeenschapshanden
In Zuid-Korea heeft de visserij bezwaar aangetekend tegen plannen van de regering om kolencentrales door windmolenparken te vervangen. Minstens dertig projecten zijn door de protesten met vele jaren vertraagd.
Ook op het vasteland zijn projecten op het gebied van zonne-energie en geothermie vertraagd of zelfs geschrapt na protesten van boeren en anderen. Windmolenprojecten in Colombia en Mexico zijn herhaaldelijk tegengehouden – door middel van rechtszaken, betogingen en sabotage – door plaatselijke autochtone bevolkingsgroepen die zeiden dat ze onvoldoende werden gecompenseerd voor het verlies van hun voorouderlijke land. In 2017 werd de bouw van een windmolenpark in Kenia gestaakt nadat betogers een van de windmeetmasten hadden vernield en aannemers zich om veiligheidsredenen hadden teruggetrokken.
In veel gevallen krijgt de plaatselijke bevolking een aandeel in duurzame-energieprojecten. Zo zijn Zuid-Koreaanse boeren in regio’s waar windmolenparken zijn gebouwd in totaal voor 30 procent eigenaar van alle windmolenparken in het land, wat volgens schattingen van de regering jaarlijks maar liefst 230 miljoen euro aan dividend kan opleveren. Dit model is op meer systematische basis ingevoerd in Denemarken, waar 75 procent van alle windturbines die het land telt in particuliere handen is. In Nederland en Duitsland is in sommige regio’s soms wel 90 procent van de windmolenparken in gemeenschapshanden en vormt het dividend daarvan een aanzienlijke bijdrage aan de pensioenpot.
‘Onze ervaring is dat gemeenschappen zich minder snel tegen projecten zullen verzetten als ze mede-eigenaars zijn en betrokken bij het runnen ervan,’ zegt Molly Walsh, student duurzame energie bij Friends of the Earth Europe, een netwerk van Europese milieugroeperingen. ‘Wanneer ze op deze manier betrokken zijn, kunnen plaatselijke gemeenschappen zelfs zo ver gaan dat ze de projecten niet alleen accepteren maar actief steunen.’
Duizend bezoekers aanschouwden bij Stonehenge de overwinning van het licht op de duisternis.
De eerste zonsopgang na de winterzonnewende, het moment waarop de zon gezien vanaf de aarde de meest noordelijke of zuidelijke positie bereikt, werd voor het eerst weer uitgebreid gevierd bij het bekende prehistorische monument Stonehenge in Wiltshire, Zuid-Engeland.
Vorig jaar kon de indrukwekkende ‘overwinning van het licht op de duisternis’ niet ter plekke worden gevierd wegens het virus. Dit jaar was het werelderfgoed op Salisbury Plain weer vrij toegankelijk voor ongeveer duizend bezoekers. De dagen zullen vanaf nu weer langer worden.
Op een zeiltocht in de Caribische zee raakte ondernemer Christian Schiller verstrikt in een draaikolk van plastic. Uit deze schokkende belevenis werd een businessplan geboren: een beurs voor gebruikte kunststoffen.
Een haai, dacht Christian Schiller in eerste instantie. De toen drieëndertigjarige Schiller was in januari 2018 een zeiltocht aan het maken in de Caribische Zee. Zijn benen bungelden van de achtersteven in het water toen ze plotseling op een stevige massa stootten. Geschrokken keek hij naar beneden. Zijn benen waren omsloten door een dicht afvaltapijt van plasticresten en algen, honderden meters lang en breed. Het roer van het jacht zat verstrikt in het stinkende mengsel, de schipper moest het water in duiken om het te vrij te maken. Daarna was Schillers reis van Colombia naar Panama niet meer zorgeloos. De ontmoeting met het tapijt van plasticafval zette de jonge ondernemer aan het denken – en bracht hem op een nieuw businessidee.
‘Ik vroeg me af hoe het kan dat we miljarden uitgeven om aardolie uit de grond te halen en dat uiteindelijk een groot deel daarvan als plasticverpakkingsmateriaal in de oceaan terecht komt,’ zegt Schiller. ‘Met metaal gebeurt dat niet. Dat gooit bijna niemand weg omdat hergebruik geld oplevert.’
Cirplus
Waarom dan geen business opzetten in de recycling van gebruikte kunststoffen? En zo begon Schiller, zesendertig jaar oud, een baard van drie dagen en een Mayatattoo op zijn enkel, in de herfst van 2019 Cirplus, de eerste wereldwijde onlinebeurs voor plasticafval. De naam is samengesteld uit ‘circulair’ (kringloop) en ‘surplus’ (meerwaarde). Zijn zakenpartner, Volcan Bilici, gespecialiseerd in softwareontwikkeling, heeft twee jaar in de kunststofindustrie gewerkt. Samen willen ze, aldus Schiller, ‘een soort Amazon voor gerecyclede kunststoffen en kunststofafval worden’.
De vraag is in elk geval groot: wereldwijd worden ongeveer een miljoen plastic flessen geproduceerd – per minuut. Volgens de Wereldbank ontstaat jaarlijks meer dan 240 miljoen ton plastic afval: verpakkingen, folies, wegwerpbestek. Daarvan wordt tot dusver slechts 14 tot 18 procent gerecycled. Ongeveer 10 miljoen ton kunststof komt uiteindelijk in zee terecht. ‘Dat is elke minuut een vrachtwagenlading plasticafval,’ zegt Schiller.
Ook Duitsland, Europa’s grootste kunststofproducent, heeft ondanks Grüne Punkte [afvalinzamelpunten] en gele zakken [voor het scheiden van plasticafval] geen kringloopeconomie. Een groot deel van de afval uit de gele tonnen eindigt in verbrandingsovens of wordt geëxporteerd naar het buitenland. Volgens de Plastic Atlas van 2019 van de milieuorganisatie BUND schommelt het recyclingquotum rond 15,6 procent.
Gerecyclede artikelen leveren de verkoper meer geld op dan het zogeheten virgin plastic
Bovendien zijn veel kunststoffen uitstekend te hergebruiken, vooral pet [polyethyleentereftalaat], dat vaak voor frisdrankflessen wordt gebruikt. En de gerecyclede artikelen leveren de verkoper meer geld op dan het zogeheten virgin plastic, dus nieuw geproduceerde kunststof. Want er is meer vraag naar oud materiaal dan ooit tevoren.
Daarvoor is enerzijds de politiek verantwoordelijk. Zo schrijft de EU in haar plasticrichtlijn van 2019 voor dat petflessen vanaf 2025 minstens 25 procent gerecyclede kunststof moeten bevatten, en vanaf 2030 moeten alle kunststof flessen voor minstens 30 procent uit hergebruikt materiaal bestaan. Dat zorgt voor een flink stijgende vraag. De Duitse wet op verpakkingen drijft tegelijk het aanbod omhoog. Dat schrijft vanaf komend jaar voor dat kunststofafval van verpakkingen voor minstens 63 procent gerecycled moeten worden.
Anderzijds ziet Schiller ‘echte druk van de markt’. Grote merkproducenten maken reclame met hun gebruik van gerecycled plastic.
De frisdrankgigant Coca-Cola maakt reclame met het gegeven dat zijn in Duitsland verkochte flessen voor ongeveer 70 procent uit gerecycled plastic bestaan. In Zweden, de Benelux en enkele staten in de VS zijn al verkochte Coca-Cola-flessen volgens eigen cijfers al 100 procent van gerecycled plastic. Lidl heeft voor zijn Saskia-mineraalwater een complete kringloop van hergebruikte stoffen opgezet met eigen recyclefabrieken: de flessen bestaan gemiddeld voor meer dan de helft, en deels zelfs helemaal, uit hergebruikt plastic.
Het grootste voedingsmiddelenconcern ter wereld, Nestlé, heeft zich verplicht om tot 2025 het gebruik van nieuw plastic voor de verpakking van levensmiddelen met een derde te verminderen – en bijna 1,8 miljard euro te investeren in de overschakeling op gerecycled materiaal.
Bijzonder gewild
‘De bereidheid om ervoor te betalen is momenteel heel groot,’ zegt Schiller. Sommigen zijn bereid om voor hoogwaardig gerecyclede grondstof tot dubbel zoveel te betalen als voor nieuw materiaal.’ Bijzonder gewild zijn bijvoorbeeld doorzichtige petflessen. Daaruit kun je na het verhakselen en smelten opnieuw doorzichtige flessen maken.
Nog steeds hebben veel inkopers er moeite mee om aan gebruikte kunststoffen te komen in behoorlijke hoeveelheden. ‘De markt is volkomen ondoorzichtig en versnipperd,’ zegt Schiller. Alleen in Europa zijn er al meer dan duizend ondernemingen die gerecyclede grondstof aanbieden – en tienduizenden bedrijven die ze nodig hebben. Ideale voorwaarden om een handelsplatform te beginnen.
Vraag en aanbod samenbrengen, daar weet Schiller alles van. In 2013 nam de Franse start-up BlablaCar, een online carpoolcentrale, hem in dienst. Schiller moest een Duitse versie opzetten. Vier jaar later had BlablaCar in Duitsland zes miljoen leden.
Bij Cirplus zijn plastickorrels van een milimeter tot en met metershoge balen van geplette flessen te koop
En Schiller? Die stapte eruit en reisde de wereld rond, totdat hij het plasticafvaltapijt tegenkwam. Vijftien maanden later startte hij de handel op Cirplus. Intussen zitten er volgens Schiller ongeveer negenhonderd bedrijven op het platform, waar 1,2 miljoen ton plastic wordt aangeboden en gezocht. Dat is ruim eenvijfde van de hoeveelheid die Europa’s recyclingbedrijven jaarlijks kunnen verwerken.
Cirplus rekent nog geen provisie voor elke succesvolle transactie. De onderneming leeft van de investeringen van Britse, Zweedse en Duitse kapitaalverschaffers die risico’s durven nemen, en van subsidies van de overheid.
De Cirplus-app doet denken aan een portal voor het boeken van vluchten of hotels. Links in de zoekpagina geven gebruikers aan wat ze nodig hebben: kunststofsoort, kleur, land van herkomst of een bepaalde toestand van het materiaal. Rechts verschijnen dan bijpassende aanbiedingen: van plastickorrels van een milimeter tot en met metershoge balen van geplette flessen.
De veelvormigheid is het grootste probleem van Cirplus, want die maakt de handel ingewikkeld. Op grondstofbeurzen wordt gewoonlijk gehandeld in gestandaardiseerde eenheidsproducten. Het vat Brentolie, het ounce zilver of het pond suiker hebben altijd dezelfde kwaliteit, dezelfde maten, en de handel daarin is navenant snel en ongecompliceerd.
Gevaar
Bij gerecyclede kunststofof is dat anders. ‘De klanten kopen geen gebruikte waar zolang ze er niet zeker van zijn dat de kwaliteit in orde is,’ zegt Schiller. Zo zouden vreemde stoffen, bijvoorbeeld motorolie in een plastic fles, een hele lading kunnen bederven. Daarom stuurt Cirplus kopers voor de aankoop eerst een proefmonster op. Dat vertraagt niet alleen de transactie. Er schuilt ook het gevaar in dat beide partijen ten slotte buiten de beurs om zaken gaan doen, om provisies te ontlopen die Cirplus in de toekomst wil gaan rekenen.
‘We hebben standaardisering nodig,’ zegt Schiller. Daarom hebben de beide oprichters samen met het Deutsche Institut für Normung het initiatief genomen voor een nieuwe DIN-norm voor kunststofafval. Daarin wordt vastgelegd hoe gebruiksplastic in de toekomst geklassificeerd wordt, bijvoorbeeld naar herkomst, kwaliteit of andere criteria. Leidende spelers in hun branche, van Dualen System Deutschland via Remondis Recycling tot en met bouwbedrijf KraussMaffei hebben aan de norm meegewerkt. Eind 2021 moet die klaar zijn en ingevoerd worden.
‘In de markt komen steeds weer gevallen van bedrog voor’
Dat zal fraude overigens niet verhinderen. ‘In de markt komen steeds weer gevallen van bedrog voor,’ zegt Philipp Sommer, expert op het gebied van kringloopeconomie bij een Duitse milieubeschermingsorganisatie. Omdat gerecycled plastic net even meer geld opbrengt dan nieuw plastic labelen malafide aanbieders virgin plastic als gebruikt plastic. Platforms als Cirplus moeten dus er dus voor zorgen dat herkomst en kwaliteit gegarandeerd zijn. Cirplus wil zijn klanten daarom aanbieden om materiaal door onafhankelijke deskundigen, bijvoorbeeld van het Kunststof Institut Lüdenscheid, te laten testen en certificeren. Het platform wil tests, betaalprocedure en verzending gaan verzorgen en daarmee geld verdienen.
‘Ik ben ervan overtuigd dat kunststofproducten over een paar jaar voor een groot deel uit gerecyclede materialen zullen bestaan. Dat is ook economisch zinvol,’ zegt Schiller.
Dan is er ook geen reden meer om plasticafval in zee te dumpen. Zodat Schiller een meer ontspannen zeiltocht kan maken.
Plasticafval Amazon toegenomen door stijgende verkoop
Volgens een rapport van milieu-organisatie Oceana is het plasticafval van Amazon vorig jaar tijdens de pandemie met bijna een derde toegenomen, tot 270.000 ton.
Oceana schat dat 10.700 ton van dit plastic, met inbegrip van luchtkussens, noppenfolie en met plastic beklede papieren enveloppen, waarschijnlijk in zee terecht zal komen.
Amazon, de grootste detailhandelaar ter wereld, wees de cijfers van Oceana van de hand en zei dat Oceana het plasticafval met 300 procent had overschat. Ook plaatste het bedrijf vraagtekens bij het model dat is gebruikt om het percentage te schatten dat waarschijnlijk in zee terechtkomt. Het heeft geen alternatieve cijfers verstrekt, schrijft The Guardian.
Amazon zag zijn omzet in 2020 met 38 procent stijgen tot 386 miljard dollar (342 miljard euro), toen een groot deel van de wereld op slot zat en de onlineverkoop toenam.
Meer bos verdwenen dan in de afgelopen vijftien jaar
In de periode van augustus 2020 tot juli 2021 is in het Braziliaanse Amazonegebied een oppervlakte van 13.235 vierkante kilometer ontbost, een toename van 22 procent ten opzichte van het voorgaande jaar, zo blijkt uit een officiële raming van het Braziliaanse Nationaal Instituut voor Ruimteonderzoek (INPE), meldt het dagblad O Globo.
Dit is de grootste ontbossing in vijftien jaar en maakt deel uit van ‘een opwaartse trend die al vier jaar aanhoudt’, aldus INPE. Het Braziliaanse dagblad merkt op dat ‘het rapport later dan gebruikelijk werd gepubliceerd’. ‘Ontbossing is de belangrijkste bron van CO2-uitstoot in Brazilië, dat zijn cijfers niet op tijd heeft ingediend voor de klimaatconferentie van Glasgow.’ Het INPE-document is echter gedateerd op 27 oktober, drie dagen voor het begin van COP26.
In de jaren tachtig werd 90 procent van de olifanten gedood
Onderzoekers stelden vast dat jaren van conflict in Mozambique hebben geleid tot een groter aantal olifanten zonder slagtanden.
Tijdens de burgeroorlog tussen 1977 en 1992 slachtten strijders van beide kanten olifanten om oorlogsinspanningen te financieren met ivoor. In een regio die nu Gorongosa National Park heet, werd ongeveer 90 procent van de olifanten gedood. De overlevende olifanten hadden iets gemeenschappelijks: de helft van de vrouwtjes had van nature geen slagtanden, terwijl voor de oorlog minder dan een vijfde geen slagtanden had.
De helft van de vrouwtjesolifanten heeft geen slagtanden meer
Na de oorlog gaven de overlevende vrouwtjes zonder slagtanden hun genen door met verwachte, maar ook verrassende resultaten. Ongeveer de helft van hun dochters had geen slagtanden. Verbluffender was dat twee derde van hun nakomelingen vrouwelijk was, schrijft NBC. De jaren van burgeroorlog ‘veranderden het evolutietraject in die populatie’, aldus evolutionair bioloog Shane Campbell-Staton van de Princeton University. Evolutie wordt doorgaans gezien als een traag verlopend traject, maar blijkbaar vinden soms ook op korte termijn veranderingen plaats.
Zogeheten groene knelpunten, zoals snelle prijsstijgingen en grondstoftekorten, zijn een teken dat CO2-vermindering eindelijk in de praktijk wordt gebracht. Ze kunnen alleen worden overkomen als overheden zich ‘activistisch’ opstellen, zonder er een tweede nationale agenda op na te houden.
Terwijl de wereldeconomie aantrekt, hebben tekorten en snelle prijsstijgingen een alomvattende invloed: van de levering van Taiwanese chips tot de kosten van een Frans ontbijtje. Eén knelpunt verdient echter speciale aandacht: problemen aan de aanbodzijde, zoals schaarste aan metalen en beperkende regels voor grondgebruik die de hausse op het gebied van groene energie dreigen te vertragen.
Deze knelpunten zijn geenszins tijdelijk. Ze zouden de komende jaren een terugkerend probleem kunnen vormen in de wereldeconomie, doordat de overgang naar een schoner energiestelsel nog in de kinderschoenen staat. Aan overheden de taak om op deze signalen van de markt te reageren en de komende tien jaar een forse investeringsstijging in de particuliere sector mogelijk te maken. Doen ze dat niet, dan blijft capaciteitsvergroting uit en kunnen beloften van ‘nulemissies’ waarschijnlijk niet worden nagekomen.
Gekanteld
Wetenschappers en activisten maken zich al tientallen jaren zorgen over klimaatverandering. Sinds kort lijkt de boodschap bij politici te zijn aangekomen: landen die goed zijn voor meer dan 70 procent van het mondiale bbp én verantwoordelijk voor een even hoog percentage aan uitstoot van broeikasgassen, hebben nu doelstellingen voor nulemissies geformuleerd. De meeste moeten rond 2050 zijn gerealiseerd.
De houding van het bedrijfsleven is daarmee gekanteld. Beleggers eisen dat bedrijven het roer omgooien, aangespoord door de nieuwe realiteit dat schone technologieën goedkoper zijn. De reuzen van het fossiele-brandstoftijdperk, zoals Volkswagen en Exxonmobil, moeten hun investeringsplannen aanpassen, terwijl de pioniers op het gebied van schone energie hun kapitaaluitgaven snel opdrijven. Orsted, leider op het gebied van windmolenparken, voorziet dit jaar een stijging van 30 procent; Tesla, fabrikant van elektrische auto’s, maakt een sprong van 62 procent. Ondertussen stroomde in het eerste kwartaal van 2021 niet minder dan 178 miljard dollar naar inmiddels groene investeringsfondsen.
Beleggers eisen dat bedrijven het roer omgooien, ook omdat schone technologieën goedkoper zijn
Deze plotselinge verschuiving veroorzaakt de nodige spanningen, aangezien de vraag naar grondstoffen stijgt en er om de weinige wettelijk goedgekeurde projecten wordt gestreden. Uit berekeningen blijkt dat een samenstel van vijf mineralen voor gebruik in elektrische auto’s en elektriciteitsnetten het afgelopen jaar met 139 procent in prijs is gestegen. Houtmaffia’s stropen de Ecuadoraanse bossen af, op zoek naar balsahout voor verwerking in windturbinebladen. In februari bracht een Britse veiling van zeebodemrechten voor offshore windparken 12 miljard dollar op, omdat energiebedrijven gespitst zijn op exposure, ongeacht de kosten.
Ook tekenen zich financieringstekorten af: terwijl een handvol bedrijven op het gebied van hernieuwbare energie onder geld wordt bedolven, beginnen de waardebepalingen behoorlijk te zwabberen. Hoewel de hernieuwbare energiesector, getuige de indexcijfers van de consumptieprijzen, nog steeds weinig gewicht in de schaal legt, vrezen sommige financiers dat tekorten aan de aanbodzijde op den duur tot hogere inflatie kunnen leiden.
Tien keer zo hoog
Opvallend aan deze tekenen van overbelasting is dat er nu al sprake van is, terwijl de energietransitie nog voor geen 10 procent is voltooid (gemeten naar het aandeel reeds gepleegde cumulatieve energie-investeringen dat in 2050 nodig is). Weliswaar zijn sommige noodzakelijke technologieën nog nauwelijks gerealiseerd, zodat er niet in kan worden geïnvesteerd. Ook daarom zijn onderzoek en ontwikkeling bittere noodzaak. En op andere gebieden is het hersenwerk grotendeels gedaan, zodat dit decennium spijkers met koppen moet worden geslagen en veel kapitaal uitgegeven, waardoor gevestigde technologieën een hoge vlucht kunnen nemen.
Cijfermatig blijkt hoe ontzaglijk de opgave de komende tien jaar is. Om op koers te blijven voor een netto uitstoot van nul, moet in 2030 de jaarlijkse productie van elektrische voertuigen tien keer zo hoog zijn als vorig jaar en moeten er eenendertig keer meer laadstations langs de weg staan dan nu het geval is. Duurzame energieopwekking moet verdrievoudigen en internationale mijnbouwbedrijven dienen de jaarlijkse productie van essentiële mineralen met 500 procent te verhogen. En misschien zal het nodig zijn om twee procent van het Amerikaanse grondgebied met turbines en zonnepanelen te bedekken.
Energiebedrijven zijn gespitst op exposure, ongeacht de kosten
Dit alles vergt het komende decennium zo’n 35 biljoen dollar, ofwel een derde van de activa waarover de vermogensbeheersector op dit moment wereldwijd beschikt. Het beste systeem om dit te realiseren is via het netwerk van grensoverschrijdende toeleveringsketens en kapitaalmarkten dat sinds de jaren negentig een wereldwijde revolutie teweeg heeft gebracht. Maar zelfs dit systeem schiet tekort. De energie-investeringen liggen op ongeveer de helft van het vereiste niveau, en vertonen een scheefgroei: ze komen grotendeels voor rekening van een aantal rijke landen en China. Ondanks de stijgende metaalprijzen, bijvoorbeeld, zijn mijnbouwbedrijven huiverig voor een verruiming van het aanbod.
De voornaamste reden voor het investeringstekort is dat het te lang duurt om projecten goedgekeurd te krijgen, en dat het verwachte risico en rendement ondoorzichtig zijn. Overheden maken het er niet beter op door klimaatbeleid te gebruiken als vehikel voor andere politieke doeleinden. De Europese Unie streeft naar strategische autonomie op het gebied van batterijen, en met haar groene agenda sluist ze een deel van haar begroting naar achtergestelde gebieden. China overweegt binnenlandse prijsplafonds voor grondstoffen in zijn volgende vijfjarenplan op te nemen. Evenzo geeft het klimaatplan in wording van president Joe Biden prioriteit aan vakbondsbanen en lokale industrieën. Deze mix van vage doelen en protectionisme ‘light’ belemmert noodzakelijke investeringen.
Snelheid van handelen
Overheden moeten meer standvastigheid aan de dag leggen. Er is een cruciale rol weggelegd voor een activistische staat die helpt om essentiële infrastructuur zoals transmissielijnen te realiseren, en om onderzoek en ontwikkeling te stimuleren. Het aanjagen van particuliere investeringen heeft echter de allerhoogste prioriteit.
Dat moet op twee manieren gebeuren. In de eerste plaats door de regels voor planning te versoepelen. Wereldwijd kost het gemiddeld zestien jaar om een mijnbouwproject goedgekeurd te krijgen; bij een doorsnee windenergieproject in de VS zijn leaseovereenkomsten en vergunningen na ruim tien jaar rond – een van de redenen dat de offshorewindcapaciteit er nog geen honderdste van de Europese bedraagt. Snelheid van handelen vereist gecentraliseerde besluitvorming, waarbij lokale natuurbeschermers en bewakers van de eigen achtertuin het nakijken zullen hebben.
In de tweede plaats kunnen overheden bedrijven en investeerders helpen om risico’s te beheersen. Bijvoorbeeld door bepaalde zekerheden te bieden, zoals gegarandeerde minimumprijzen voor elektriciteitsopwekking. Westerse regeringen hebben ook de plicht om goedkope financiering te verlenen waarmee ze investeringen in armere landen stimuleren.
Het allerbelangrijkste is echter dat er koolstofprijzen worden ingevoerd die marktsignalen verankeren in miljoenen dagelijkse zakelijke beslissingen, en dat ondernemers en investeerders een breder perspectief op de lange termijn krijgen. Vandaag de dag wordt slechts 22 procent van de uitstoot van broeikasgassen in de wereld gedekt door tariefregelingen, en die zijn niet geharmoniseerd. Groene knelpunten zijn een teken dat CO2-vermindering eindelijk van theorie naar praktijk verschuift. Een krachtige stoot voorwaarts is nu nodig om de revolutie werkelijk tot stand te brengen.
Ivoorsnavelspecht en 22 andere diersoorten uitgestorven
De US Fish and Wildlife Service maakte eind september bekend dat drieëntwintig soorten vogels en vissen zijn uitgestorven door vernietiging van hun habitat en door verwoestingen als gevolg van door de mens veroorzaakte klimaatverandering. Misschien wel de meest bekende van de nieuw uitgestorven soorten is de grote ivoorsnavelspecht, een opvallende vogel die inheems was in het zuidoosten van de Verenigde Staten, maar die sinds 1944 niet meer officieel is waargenomen, schrijft Deutsche Welle.
Wetenschappers waarschuwen dat we op de rand staan van een catastrofale uitstervingsgolf
Van de drieëntwintig soorten werd gedacht dat ze een kans hadden om te overleven door ze op de lijst van bedreigde diersoorten te zetten, maar vervuiling, houtkap, stroperij en invasieve soorten werden hen fataal.
De groep van drieëntwintig wordt nu bij zo’n negenhonderd andere soorten gevoegd waarvan vaststaat dat ze in de hele wereld zijn uitgestorven. Wetenschappers waarschuwen dat we op de rand staan van een catastrofale uitstervingsgolf als de opwarming van de aarde niet wordt beperkt tot anderhalve graad.
De Democratische gouverneur van Californië heeft een pakket van 15 miljard dollar, bijna 13 miljard euro, goedgekeurd om droogte en klimaatverandering in de staat aan te pakken na opnieuw een seizoen met verwoestende bosbranden.
Gouverneur Gavin Newsom, die twee weken geleden nog een zogenoemde ‘recall election’ overleefde en daardoor kon aanblijven, ondertekende vierentwintig besluiten die zijn gericht op inspanningen om klimaatverandering een halt toe te roepen en gebruik van schone energie te stimuleren, maar ook om droogte te bestrijden en weerbaarheid tegen bosbranden te vergroten. Volgens Reuters gaat het om het grootste klimaatpakket in de geschiedenis van Californië.
Het grootste deel van het pakket, 5,2 miljard dollar, gaat naar financiering voor noodhulpprojecten tegen droogte en voor uitbreiding van de watervoorziening in Californië. Het pakket omvat 3,7 miljard dollar om de risico’s van klimaatverandering aan te pakken, door te investeren in projecten die extreme hitte zullen verminderen en de dreiging van stijgende zeespiegels zullen aanpakken.
Volgens het kantoor van Newsom gaat daarnaast ook nog eens zo’n 1,5 miljard dollar naar het voorkomen van het risico op bosbranden in bossen.
De Amerikaanse president Joe Biden onderstreepte eerder deze maand zijn intenties om eveneens aanzienlijke investeringen te doen om de klimaatverandering tegen te gaan, toen hij Californië bezocht en een rondvlucht maakte over gebieden die getroffen zijn door een van de ergste bosbrandseizoenen in het land.
99 miljard dollar schade
De reis van Biden was bedoeld om de verwoestingen te aanschouwen die worden veroorzaakt door een opwarmende planeet, om aan te dringen op meer middelen om het probleem aan te pakken en om initiatieven aan te prijzen die deel uitmaken van infrastructurele werken waarop zijn regering aandringt.
Biden toerde met Newsom langs hulpdiensten in Sacramento, waar hij functionarissen van de noodoperaties toesprak en zei dat ouders zich niet alleen zorgen maken om hun kinderen vanwege corona, maar ook of ze door de bosbranden nog wel gezonde lucht kunnen inademen.
‘Wetenschappers waarschuwen ons al jaren dat het weer extremer gaat worden’, aldus Biden. ‘We maken het nu realtime mee.’
Extreme weersomstandigheden hebben de Verenigde Staten vorig jaar 99 miljard dollar gekost, en dat record zou dit jaar opnieuw kunnen worden verbroken, aldus de president, die de dringende noodzaak onderstreepte voor beslissende acties om de opwarming van de aarde tegen te gaan.
‘We moeten groot denken, want te klein denken is een recept voor rampen’, zei hij, terwijl hij infrastructurele plannen van 1,2 biljoen dollar aanprees naast een apart pakket van 3,5 biljoen dollar dat volgens hem nodig is om de klimaatverandering de komende tien jaar te bestrijden. De door Biden gewenste maatregelen stuiten op tegenwerking in het verdeelde Amerikaanse congres.
Californië lijkt op weg om dit jaar meer land in vlammen te zien opgaan dan vorig jaar
De zogenoemde Caldor-brand in Californië, die het bij toeristen populaire gebied Lake Tahoe bedreigde, legde in augustus een gebied van meer dan 88.600 hectare in de as en verwoestte meer dan 1000 huizen en andere gebouwen in de Sierra Nevada op zo’n 115 kilometer ten oosten van Sacramento. Het was dit jaar de op één na grootste brand in de staat, na de Dixie Fire, die sinds het begin, midden juli, meer dan 388.000 hectare en ruim 1300 gebouwen verwoestte.
De piek van het bosbrandseizoen valt voor Californië gewoonlijk in de late zomer en de herfst. De staat lijkt op weg om dit jaar meer land in vlammen te zien opgaan dan vorig jaar, dat voorlopig het slechtste jaar ooit voor ‘The Golden State’ was.
Een week geleden slaagde de brandweer van Californië er vooralsnog in een groep oude sequoia’s te beschermen die bedreigd worden door branden die in het nationaal park Sierra Nevada woeden.
De eeuwenoude, reusachtige bomen, die de Four Guardsmen worden genoemd, markeren de ingang van het Giant Forest, een bos met zo‘n tweeduizend sequoia’s. Iets verderop staat de naar Generaal Sherman vernoemde sequoia, die met een lengte van 83 meter, ongeveer de hoogte van een flatgebouw met 20 verdiepingen, een diameter van 11,1 meter en een ouderdom van circa 2300 tot 2700 jaar, een van de oudste levende wezens op aarde is. Volgens opzichters wisten ze de bomen te redden door ze rond hun basis te bekleden met brandwerend materiaal.
De brand in het gebied met de sequoia’s is een van de dertien grote bosbranden die momenteel woeden in Californië. Vanwege de droogte en de harde wind blijft het erom spannen of de reddingspogingen van de bomen definitief zullen slagen.
Droogte
Door de mens veroorzaakte klimaatverandering verergert de vernietigende droogte die het zuidwesten van de Verenigde Staten teistert, de zwaarste ooit in de regio. In twintig maanden tijd viel de minste neerslag sinds in 1895 werd begonnen met meten, aldus een rapport van de Amerikaanse regering. In diezelfde periode, van januari 2020 tot augustus 2021, beleefde de regio ook de op twee na hoogste dagelijkse gemiddelde temperaturen. Het regeringsrapport waarschuwt dat extreme droogte waarschijnlijk zal verergeren en zich zal herhalen ‘totdat maatregelen tegen opwarming van de aarde worden genomen en regionale opwarming kan worden gekeerd’.
De droogte begon aan het begin van 2020 in de staten Californië, Nevada, Arizona, Utah, Colorado en New Mexico en heeft geleid tot ongekende watertekorten in de hele regio, terwijl in de afgelopen twee jaar tegelijkertijd verwoestende bosbranden woedden.
De afnemende hoeveelheden water in de reservoirs bedreigen volgens de studie de drinkwatervoorziening, irrigatiesystemen, waterkrachtcentrales, visserij en recreatieve activiteiten, met directe verliezen die in de miljarden dollars lopen.
‘De helft van de Verenigde Staten kampt met een ongekende droogte’
De ongebruikelijk hoge temperaturen, die samenvallen met de historische droge periode in het zuidwesten van de VS, zijn symptomatisch voor door de mens veroorzaakte klimaatverandering. De extreem hoge temperaturen vergroten de behoefte aan water waardoor de droogte verder verergert en uiteindelijk op allerlei manieren ‘meer impact’ heeft, aldus de auteurs van het rapport. Het onderzoek richtte zich op droogte in zes staten in het zuidwesten van de VS, waar meer dan 60 miljoen mensen wonen, maar de implicaties reiken veel verder dan uitsluitend die regio.
‘De helft van de Verenigde Staten kampt met een ongekende droogte, juist nu de economie van het land worstelt met de effecten van covid-19’, zo zegt hoofdauteur van het rapport Justin Mankin, professor geografie aan het Dartmouth College. De zomer van 2021 bracht weliswaar welkome moessonregens in delen van het zuidwesten, maar er zijn meerdere jaren met bovengemiddelde regen en sneeuw op grote hoogte nodig om de reservoirs, rivieren en bodem in de regio aan te vullen. De verwachting is dat ‘de huidige droogte minstens tot 2022 zal aanhouden in een groot deel van het zuidwesten van de VS, mogelijk zelfs langer’, aldus het rapport.
De seismische activiteit op de Canarische Eilanden baart zorgen. Sinds zaterdag 11 september zijn op het eiland La Palma meer dan duizend aardbevingen van geringe sterkte (tot 3,4 op de schaal van Richter) geregistreerd onder de zuidelijker gelegen vulkaan Cumbre Vieja.
Het plaatselijke dagblad Diario de Avisos, dat zich baseert op de getuigenis van een deskundige van het Vulkanisch Instituut van de Canarische Eilanden (Involcan), spreekt van ‘een potentiële uitbarsting’ die zich in de komende weken of maanden zou kunnen voordoen.
Involcan legt een verband tussen deze seismische activiteit en de verplaatsing van bijna 11 miljoen kubieke meter magma binnenin de vulkaan. Bovendien werden volgens het Spaanse Nationaal Geografisch Instituut alleen al op woensdag in het gebied twintig aardbevingen tussen 1 en 3 kilometer diepte geregistreerd.
‘Door druk onder het oppervlak is het eiland 6 centimeter opgebold’
‘De aardschokken werden gevoeld in verschillende gemeenten, maar vooral in de vier die in de gevarenzone liggen: Los Llanos de Aridane, El Paso, Fuencaliente en Mazo‘, merkt Diario de Avisos op. De plaatselijke autoriteiten hebben het alarmniveau dinsdag verhoogd tot geel (niveau 2 op 4), wat betekent dat er voorlopig nog niet wordt overgegaan tot evacuatie.
‘De aardbevingen lijken zich naar het aardoppervlak te verplaatsen’, schrijft de Spaanse krant El País. ‘Een ander zeker teken van druk onder het oppervlak is dat het eiland 6 centimeter is opgebold (…) in hetzelfde gebied als de seismische zwerm [de plaats waar zich in een paar dagen tijd verschillende aardbevingen hebben voorgedaan]’.
Op La Palma vond de laatste uitbarsting plaats in oktober 1971, ‘toen de vulkaan Teneguía gedurende meer dan drie weken lava spuwde na het ontstaan van een scheur in het zuidelijk deel van het eiland’, aldus El País.
Grotere stijging bbp Hongkong
De Kamer van Koophandel van Hongkong voorspelt dat het bruto binnenlands product van de stad dit jaar met 6,3 procent zal groeien. Dat is een stijging met bijna 3 procentpunt ten opzichte van eerdere prognoses, schrijft South China Morning Post. Veel zal afhangen van de exportgroei, en daarom zijn sommige bedrijven wat somberder gestemd. Ze zijn bezorgd over aanhoudende reisbeperkingen vanwege de pandemie, waardoor hun activiteiten belemmerd worden. Maar volgens Wilson Chong, econoom van de Kamer van Koophandel, is de optimistische prognose terecht, omdat de stad de coronasituatie goed onder controle weet te houden en omdat de wereldwijde vraag naar goederen aan het toenemen is.
‘Als we de pandemie beheersbaar kunnen houden en ook de grenzen zo snel mogelijk kunnen openen, kunnen we een substantieel economisch herstel tegemoetzien’, aldus Chong. Zijn prognose komt overeen met een herziene schatting van de regering, die voorspelt dat de economie dit jaar tussen de 5,5 en 6,5 procent zal groeien.
Kinderpornohost veroordeeld tot 27 jaar gevangenisstraf
De ‘grootste leverancier ter wereld van beelden van kindermisbruik’ is in de VS veroordeeld tot 27 jaar gevangenisstraf, schrijft The Independent. Eric Marques, 36, werd in 2013 in Ierland gearresteerd en gevangen gezet omdat hij 8,5 miljoen pedofiele beelden had gehost op tientallen sites op het ‘dark web’, de ondergrondse versie van het internet. De man, die zowel de Ierse als de Amerikaanse nationaliteit heeft, werd in 2019 uitgeleverd aan de VS.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.