Opgestuwd door de golf van studentenprotesten die in 2011 begonnen, staat Gabriel Boric, de winnaar van de presidentsverkiezingen in 2021, aan het hoofd van een nieuwe Chileense generatie, die de verschrikkingen van de militaire dictatuur niet heeft meegemaakt.
Toen Gabriel Boric werd gevraagd zich kandidaat te stellen voor het presidentschap, weigerde hij. ‘Dat past niet in mijn plannen. Ik heb nog te weinig ervaring, ik moet nog heel veel leren over politiek en het staatsbestel,’ zei hij tegen zijn partijgenoten van het Frente Amplio (Breed Front); die hadden hem voorgesteld de strijd aan te binden met Daniel Jadue van de Communistische Partij voor het kandidaatschap van de coalitie Apruebo Dignidad. Maar omdat er verder geen geschikte kandidaten in zijn partij waren, nam hij de uitnodiging toch aan.
In juli 2021 behaalde Boric een verpletterende overwinning in de voorverkiezingen: 60 procent van de ruim één miljoen stemmers gaf de voorkeur aan hem boven de beste kandidaat die de Communistische Partij in de 110 jaar van haar bestaan had gehad. En ook daarna deed hij het goed. Als vertegenwoordiger van een links electoraat dat de verschrikkingen van de dictatuur van Pinochet niet heeft meegemaakt, werd hij op 35-jarige leeftijd met bijna 56 procent van de stemmen verkozen tot de jongste president in de geschiedenis van Chili.
Nieuw Links
Op de dag van zijn overwinning in de voorverkiezingen van juli citeerde Boric in zijn rede een beroemde uitspraak van Salvador Allende, de socialistische president die op 11 september 1973 door de militaire putschisten dood uit het presidentieel paleis werd gedragen: ‘Ooit zullen de lommerrijke lanen zich weer openen, zodat Chilenen die in vrijheid kunnen bewandelen op weg naar een betere maatschappij.’ Dat zei hij niet zomaar. Boric verwees in zijn verkiezingscampagne bewust naar het socialistische bewind van de jaren zeventig, maar hij distantieerde zich van de traditionele partijen die sinds 1990 de overgang naar de democratie hebben geleid. Daarmee voltooide hij de opkomst van de zogeheten ‘generatie zonder angst’, die de dictatuur alleen kent van wat hun ouders en hun leraren op school hebben verteld.
Deze nieuwe linkse generatie van jongeren, politiek bewust geworden op de middelbare school en de universiteit, trof de architecten van de overgang naar de democratie in het hart met de beschuldiging dat ze nooit hebben gebroken met het door de militaire regering opgelegde neoliberalisme; dat kenmerkte zich door de doctrine van een kleine overheid, weinig goede openbare voorzieningen en ouders die zich levenslang in de schulden moeten steken om hoger onderwijs voor hun kinderen te kunnen betalen.
‘Boric is een betere versie van de Franse activist Daniel Cohn-Bendit’
Boric werd in 1986 geboren in Punta Arenas, in de regio Magallanes, het diepe zuiden van Chili. Het gezin kwam uit de gegoede burgerij, zijn vader werkte bij een oliemaatschappij en was actief in de christendemocratie. Gabriel zelf was op de middelbare school al politiek actief. ‘Op jonge leeftijd, toen hij nog in Punta Arenas woonde, was hij een politiek leider van de scholierenvereniging,’ zegt Claudia Heiss, hoofd van de vakgroep Politieke Wetenschappen aan de Universiteit van Chili. ‘Daarna ging hij rechten studeren aan de Universiteit van Chili in de hoofdstad Santiago, waar hij in 2009 het ontslag bewerkstelligde van het hoofd van de faculteit, die werd beschuldigd van plagiaat en misbruik van zijn bevoegdheden. Dat was zonder precedent,’ zegt ze. In 2011 ging Boric samen met andere studentenleiders voorop in de demonstraties voor verbetering van het openbaar onderwijs. Zijn ster was rijzende.
Eugenio Tironi, wetenschappelijk medewerker van de Katholieke Universiteit, zegt: ‘Boric is een betere versie van de Franse activist Daniel Cohn-Bendit: hij deed Parijs 1968 in 2011 dunnetjes over, maar in plaats van zich terug te trekken in een hippiecommune richtte hij een partij op.’ En, voegt hij eraan toe: ‘Hij trad toe tot het systeem, maar zonder carrière te maken in een politieke partij, want in 2017 richtte hij zijn eigen beweging op, de Frente Amplio. Eerst versloeg hij intern de Communistische Partij in de voorverkiezingen van de coalitie Apruebo Dignidad en uiteindelijk won hij, na een heroriëntatie van het centrum-linkse blok, de tweede ronde van de presidentsverkiezingen.’
Iedereen herinnert zich nog die plechtigheid waarop hij verscheen in een informeel jasje
In 2014 werd Boric, samen met andere leiders van de opstand in 2011, zoals de communiste Camila Vallejo, beëdigd als parlementariër. Iedereen herinnert zich nog die plechtigheid waarop hij, die inmiddels is verkozen tot president, verscheen in een informeel jasje zonder stropdas, bekritiseerd door alle beroepspolitici. Boric zei toen dat ‘het Chileense parlement niet alle lagen van de Chileense bevolking vertegenwoordigt, maar alleen een macho-elite uit de hoofdstad die zonder meer tot de hogere klasse behoort’. In die tijd volgde hij nauwgezet de koers van Podemos in Spanje en las hij het interviewboek Construir pueblo van Íñigo Errejón en Chantal Mouffe. ‘Zijn voorbeeld is Errejón, niet Pablo Iglesias [van Podemos]. Hij komt niet uit een communistisch nest van linkse vrijdenkers, maar uit een familie van de hogere middenklasse en hij heeft nooit een afkeer gehad van de sociaaldemocratie,’ aldus Tironi.
In 2017 won Boric samen met Giorgio Jackson, een andere politieke leider, twintig zetels in het Congres. In oktober 2019 ging hij weer de straat op om deel te nemen aan het sociaal protest dat de regering van president Sebastián Piñera aan het wankelen bracht. En toen vond de doorbraak plaats, de grote sprong naar de politiek. Boric had in het Congres een gesprek met de rechtse senator Juan Antonio Coloma en kwam met hem overeen dat, om uit de crisis te komen, de grondwet van Augusto Pinochet, die sinds 1980 van kracht was, moest worden veranderd. Dat persoonlijke besluit leidde ertoe dat op 15 november van dat jaar hetFrente Amplio een akkoord met alle politieke partijen ondertekende voor het bijeenroepen van een grondwetgevende vergadering.
Akkoord getekend
‘Dat hielp hem in het zadel van de presidentiële kandidatuur,’ vertelt Heiss. ‘Hij zei dat hij via onderhandelingen een uitweg moest zien te vinden en tekende een akkoord met de UDI [Unión Demócrata Independiente, een uiterst rechtse traditionele partij]. Boric is redelijk en bereid tot dialoog, hij snapt de complexiteit van het politieke bedrijf. Vroeger gaf hij altijd af op politieke partijen, maar dat is veranderd. Hij heeft laten zien dat hij in staat is dingen te doen die tegen de haren van zijn achterban instrijken, zoals het akkoord van 15 november,’ aldus Heiss.
Daarmee vervreemdde hij zich inderdaad van de Communistische Partij, die het niet eens was met dat pact. En veel studenten die destijds aanhangers van hem waren, noemden hem een ‘verrader’. Eind 2019, toen er nog steeds onlusten waren op straat, vielen een aantal jongeren hem aan en scholden hem uit. ‘Je hebt het volk verkocht en verraden!’ schreeuwden ze en gooiden bier in zijn gezicht. Boric trok zich vervolgens terug als leider van het Frente Amplio, om pas later weer terug te keren als presidentskandidaat.
Zijn kiezers waren nu ‘Chilenen’ en niet langer ‘kameraden’
En toen verscheen de pragmatische Boric op het toneel. Voor de tweede ronde van de presidentsverkiezingen zocht hij toenadering tot de leiders van uitgerekend de kongsi die hij zo had beschimpt, om op die manier stemmen uit het politieke midden te trekken, die cruciaal bleken voor zijn overwinning op de rechtse kandidaat José Antonio Kast. Boric deed een overhemd en een colbertje aan, trok samen op met ex-president Ricardo Lagos, won de steun van de christendemocraten en de socialisten, en verzekerde zich van een publieke adhesiebetuiging door oud-president Michelle Bachelet. Zijn kiezers waren nu ‘Chilenen’ en niet langer ‘kameraden’. En zo werd hij president van Chili.
De Egyptisch-Palestijnse activist Ramy Shaath is nu weliswaar een vrij man, maar heeft in ruil daarvoor zijn Egyptische staatsburgerschap moeten opgeven. De Egyptische krant Mada Masr sprak met tegenstanders van dit beleid.
‘Niemand mag worden gedwongen te kiezen tussen vrijheid en burgerschap,’ zo liet de familie van Shaath in een officiële verklaring weten. ‘Ramy is geboren als Egyptenaar en opgegroeid als Egyptenaar, Egypte is altijd zijn thuisland geweest en zal dat altijd blijven. Gedwongen afstand van burgerschap zal daar geen verandering in brengen.’
In de tweeënhalf jaar dat Shaath gevangenzat, voerde zijn vrouw Céline Lebrun-Shaath, een Française die na zijn arrestatie Egypte werd uitgezet, een langdurige publieke campagne voor zijn vrijlating. Ook de Franse president Macron eiste zonder omhaal, in het bijzijn van de Egyptische president Abdel Fattah al-Sisi, Shaaths vrijlating.
‘Wet 140 is in het leven geroepen om de vrijlating en deportatie van Greste mogelijk te maken’
Het decreet dat deze ruil mogelijk zou maken werd in november 2014 uitgevaardigd door president Al-Sisi als ‘Wet 140’ dat de repatriëring van buitenlandse gevangenen naar hun thuisland toestaat, naar goeddunken van de president, voor het uitzitten van hun straf of nieuwe berechting. Het decreet werd afgekondigd vijf maanden nadat drie journalisten van Al Jazeera – de Australiër Peter Greste, de Egyptische Canadees Mohamed Fahmy en de Egyptenaar Baher Mohamed – waren veroordeeld tot gevangenisstraffen van zeven tot tien jaar op beschuldiging van terrorisme.
De spraakmakende zaak leidde tot internationale veroordelingen en kritiek van mensenrechtenorganisaties, westerse regeringen en de Verenigde Naties. Volgens advocaat Negad al-Borai, die Fahmy in deze zaak vertegenwoordigde, werd Wet 140 in het leven geroepen om de vrijlating en deportatie van Greste naar zijn geboorteland Australië mogelijk te maken. Drie maanden later volgde inderdaad Grestes deportatie.
Enige uitweg
Rond die tijd gaf Fahmy zijn Egyptische staatsburgerschap op, in de hoop naar Canada te worden uitgezet. Hij vertrouwde Mada Masr destijds toe dat hoge functionarissen hem tijdens zijn gevangenschap hadden bezocht om hem te vertellen dat afstand doen van het Egyptische staatsburgerschap zijn ‘enige uitweg’ was. Fahmy weigerde aanvankelijk, maar voelde zich onder druk gezet en wilde de gevangenis uit. Fahmy heeft zijn Egyptische staats-burgerschap terug gekregen.
In 2015 werd Mohamed Soltan, een Egyptisch-Amerikaanse activist die meer dan 640 dagen gevangen had gezeten, gedwongen zijn staatsburgerschap in te ruilen voor zijn vrijlating en deportatie naar de VS, iets waartoe de regering-Obama rechtstreeks had opgeroepen. Maar tijdens een bezoek aan Capitol Hill stelde de Egyptische inlichtingenchef dat Washington in 2015 had beloofd dat Soltan de rest van zijn levenslange gevangenisstraf in de VS zou uitzitten als Egypte hem vrijliet. Kamel overhandigde congresmedewerkers een document dat leek op een ondertekende overeenkomst tussen Egyptische en Amerikaanse functionarissen waarin een dergelijke regeling was vastgelegd.
Hoewel het decreet niemand dwingt zijn nationaliteit op te geven, is de keuze tussen burgerschap en vrijheid niet echt een keuze
Volgens advocaat Gamal Eid van het Arab Network for Human Rights Information is Wet 140 onconstitutioneel, omdat deze niet-Egyptenaren bevoordeelt. ‘Het idee was bedoeld als knieval aan buitenlandse regeringen om het imago van het regime op te poetsen, maar het decreet schendt het principe dat iedereen gelijk is voor de wet, een beginsel dat zelfs boven de grondwet uitstijgt. Ik keur de voortdurende opsluiting van dissidenten niet goed, maar ze moeten allemaal worden vrijgelaten, niet alleen de buitenlanders.’
Niet vrij
Hoewel het decreet niemand dwingt zijn nationaliteit op te geven, is de keuze tussen burgerschap en vrijheid niet echt een keuze. Hussein Baoumi, een expert van Amnesty International met Egypte in zijn portefeuille, zei tegen Mada Masr dat Shaath en Soltan feitelijk werden gedwongen hun Egyptische staatsburgerschap af te staan, wat volgens hem ongrondwettelijk is.
De burgerschapswet van 1975 stipuleert een aantal voorwaarden voor het intrekken van het Egyptische staatsburgerschap door de staat. Maar deze wet geldt niet voor Shaath of Soltan, omdat ze technisch gezien zelf afstand deden van hun burgerschap. Soltan en Shaath stellen echter allebei dat ze geen werkelijke keus hadden.
Na de vrijlating van Shaath tweette Soltan: ‘De keuze tussen je vrijheid en je burgerschap is gemakkelijk, want vrijheid komt altijd op de eerste plaats. Dit doet niets af aan het feit dat je bij een land hoort, dat land zit immers in je hart. En een regime dat de meest elementaire burgerrechten van vrijheid en leven afhankelijk stelt van het opgeven van je nationaliteit, versterkt hiermee zijn repressieve filosofie: het betekent onherroepelijk dat je als burger niet vrij bent.’
In Oslo leidt het eerste bezoek van een officiële talibandelegatie aan een westers land tot opschudding. Vijftien leden van het talibanregime, onder wie minister van Buitenlandse Zaken Amir Khan Muttaqi, zijn op zondag 23 januari in Scandinavië aangekomen op uitnodiging van de Noorse regering.
Het is de eerste keer dat de taliban in een westers land worden verwelkomd sinds de islamisten in augustus 2021 in Kaboel aan de macht zijn gekomen. Een initiatief ’dat lange tijd en in het geheim door het ministerie van Buitenlandse Zaken is voorbereid’, schrijft het dagblad Verdens Gang.
Voor de Noorse minister van Buitenlandse Zaken, Anniken Huitfeldt van de Arbeidspartij, betekent het bezoek geen erkenning van de talibanregering, zegt ze tegen het Noorse dagblad: ‘Dit is geen legitimatie van de taliban. Maar we moeten praten met degenen die vandaag de dag in de praktijk het land besturen. Wij kunnen niet toestaan dat de politieke situatie leidt tot een nog ergere humanitaire catastrofe.’
‘Noorwegen kan niet onderhandelen met de taliban. De taliban is niet te vertrouwen’
Afgelopen zondag, tijdens de eerste dag van de besprekingen in Oslo, kregen vertegenwoordigers van de Afghaanse civil society – sommigen in ballingschap, anderen uit hun thuisland – de gelegenheid om aan de talibandelegatie hun prioriteiten naar voren te brengen en hun angsten kenbaar te maken. Maandag hadden de taliban een ontmoeting met de Amerikaanse, Franse, Duitse, Britse en Italiaanse diplomaten die verantwoordelijk zijn voor Afghanistan, alsmede met vertegenwoordigers van de Europese Unie (de meeste diplomaten in Kaboel zijn vorig jaar vertrokken). Dinsdag zal naar verwachting gewijd zijn aan bilaterale ontmoetingen met Noorse diplomaten, waarbij kwesties als de rechten van meisjes en vrouwen, onderwijs en de rechten van minderheden op de agenda zullen staan.
Dit bezoek wordt in eigen land bekritiseerd. Reeds afgelopen vrijdag kwamen demonstranten, vooral Afghaanse vluchtelingen, in Oslo bijeen om de gebeurtenis aan de kaak te stellen. ‘Noorwegen kan niet onderhandelen met de taliban. De taliban is niet te vertrouwen. Ze zeggen dat ze niets verkeerd doen, maar ze vermoorden en vervolgen mensen in Afghanistan,’ schreeuwden demonstranten voor het ministerie van Buitenlandse Zaken, meldt het dagblad Aftenposten. ‘Dit is een diplomatieke overwinning voor de taliban,’ zei Zahir Athari, een van de vluchtelingen.
Tijdens besprekingen met Turkije weigerde Armenië onlangs in te gaan op een Turks voorstel voor een landcorridor naar Azerbeidzjan via Armeens grondgebied, aldus Armen Grigoryan, secretaris van de Armeense Veiligheidsraad. ‘We hebben al vaker gezegd dat Armenië niet heeft gesproken en niet zal spreken over alles wat te maken heeft met een corridor’, aldus Grigoryan in een interview met Ahfval News.
Turkse en Armeense gezanten hielden in de Russische hoofdstad Moskou een eerste ronde van verkennende gesprekken. Dit was gericht op het normaliseren van diplomatieke betrekkingen die al bijna drie decennia bevroren zijn, onder meer vanwege de militaire impasse met Azerbeidzjan over de regio Nagorno-Karabach.
Ebrahim Raisi, de president van Iran, begon woensdag aan een tweedaagse reis naar Moskou die moet antonen dat er een hechte band bestaat tussen de twee landen. Rusland en Iran hebben een geschiedenis van gespannen betrekkingen, maar trekken tegenwoordig in toenemende mate samen op tegen één gemeenschappelijk vijand: de Verenigde Staten.
‘President Ebrahim Raisi van Iran, die tegenover president Vladimir Poetin zat, herinnerde zijn Russische collega er woensdag aan dat Teheran zich “al veertig jaar verzet tegen Amerika”’, schrijft The New York Timesin een analyse van het Iraanse staatsbezoek aan Rusland.
Nu Rusland ook steeds meer de confrontatie op zoekt met de Verenigde Staten, vertelde Raisi Poetin voor de televisiecamera’s dat het tijd was om het samen op te nemen tegen ‘de macht van de Amerikanen’.
Voor Poetin was het een kans om te laten zien dat Rusland vrienden heeft op wie het een beroep kan doen in zijn conflicten met het Westen, aldus NYT. Hij is al jaren in een conflict met de Verenigde Staten verwikkeld en wordt met zware sancties geconfronteerd mocht hij Oekraïne daadwerkelijk binnenvallen.
Vorige week maandag, de dag dat Daniel Ortega werd beëdigd tot president na zeer omstreden verkiezingen, hebben de VS een nieuwe reeks sancties opgelegd aan hoogwaardigheidsbekleders uit Nicaragua, waaronder de minister van Defensie, meldt Al Jazeera. De stap is bedoeld om de druk op Ortega en zijn vrouw, vicepresident Rosario Murillo, te vergroten.
Het Amerikaanse ministerie van Financiën zei dat er sancties zijn opgelegd aan zes Nicaraguaanse functionarissen vanwege staatsgeweld, desinformatie en aanvallen op onafhankelijke media.
‘De VS zullen de aanhoudende misstanden van het Ortega-Murillo-regime blijven aankaarten en diplomatieke en economische instrumenten inzetten voor herstel van de democratie’, liet minister Antony Blinken van Buitenlandse Zaken weten.
De Britse premier Boris Johnson is zelfs door parlementsleden van zijn eigen partij opgeroepen tot aftreden vanwege zijn aanwezigheid op een feestje in Downing Street midden in een lockdown. De affaire is bekend komen te staan in de Britse media als ‘Partygate’. Donderdag is zijn situatie nog gecompliceerder geworden na de publicatie van gênante informatie door The Daily Telegraph.
De krant meldde dat Johnson nog een feest had gehouden tijdens een lockdown, maar dit keer aan de vooravond van de begrafenis van prins Philip, de echtgenoot van koningin Elizabeth, terwijl het land in rouw was. Volgens de krant kwam het personeel van Boris Johnsons kantoor in Downing Street 10 bijeen om het vertrek te vieren van twee leden van het team van de regeringsleider.
Italië moet eindelijk een vrouw krijgen als president, aldus een groep prominenten uit de culturele wereld in een oproep aan het parlement, dat eind deze maand een opvolger voor Sergio Mattarella kiest. Een ingewikkelde kwestie, meent de Italiaanse pers.
In Rome vindt op 24 januari een bijeenkomst plaats van 1008 stemgerechtigden, bestaande uit afgevaardigden, senatoren en 58 regionale afgevaardigden, die gezamenlijk de volgende president van de republiek Italië zullen kiezen.
In Italië is de president een belangrijke institutionele figuur die de staat vertegenwoordigt, ook al heeft hij geen invloed op de beslissingen van de uitvoerende macht. Die staat momenteel onder leiding van ‘SuperMario’ Draghi. Tot nu toe werd de rol van Italiaanse president nooit door een vrouw vervuld.
Maar daar willen de ondertekenaars van een oproep aan het parlement verandering in brengen, schrijft de Milanese krant Corriere della Sera: ‘Een pleidooi aan de politiek, ondertekend door schrijvers, intellectuelen en persoonlijkheden uit de entertainmentwereld. Een verzoek aangaande de keuze van het toekomstige staatshoofd: “We zeggen het duidelijk: het is tijd om een vrouw te kiezen.”’
De oproep is ondertekend door onder meer Dacia Maraini, Edith Bruck, Liliana Cavani, Michela Murgia, Luciana Littizzetto, Silvia Avallone, Melania Mazzucco, Lia Levi, Andrée Ruth Shammah, Mirella Serri, Stefania Auci, Sabina Guzzanti, Mariolina Coppola, Serena Dandini, Fiorella Mannoia.
‘“Binnenkort wordt u geroepen om de president van de republiek te kiezen – lezen we – en we geloven dat de tijd is gekomen om inhoud te geven aan het idee van gendergelijkheid, dat wordt gedeeld en ondersteund door de meest democratische en progressieve krachten in ons land”, stellen de initiatiefnemers van de oproep’, aldus Corriere della Sera. De krant citeert verder: “We praten over gendergelijkheid, maar vanuit die optiek is Italië een grotendeels onvolledige democratie, zeker in vergelijking met landen als Duitsland, Groot-Brittannië, Oostenrijk, België, Denemarken, IJsland, Noorwegen, Finland. Toch weten we dat er in Italië vrouwen zijn die op grond van hun titels, verdiensten, ervaring en evenwichtigheid het land heel goed op het hoogste niveau zouden kunnen vertegenwoordigen.”’
Om deze wens te vervullen is het theoretisch gezien voldoende als partijen in het parlement er onderling tot overeenstemming over zouden komen. Dat is echter makkelijker gezegd dan gedaan.
Een ingewikkeld compromis
‘De Italiaanse president is een institutionele figuur, die veelal op de achtergrond blijft, maar wel één wiens belang niet mag worden onderschat’, schreef Courier International een tijdje geleden. ‘Vergeleken met zijn Franse tegenhanger neemt de Italiaanse president als zodanig geen actieve politieke rol op zich, maar treedt hij op als arbiter.’
De bepalende rol van de Italiaanse president komt om de hoek kijken in het geval van een crisis, bijvoorbeeld wanneer de regering zijn meerderheid verliest in het parlement, en dat is een veel voorkomend scenario in Italië. In dergelijke gevallen wordt de rol van de president plotseling beslissend. Hij (of zij) leidt de onderhandelingen om opnieuw een regering te vormen op basis van de voorgaande verkiezingen, of besluit om vervroegde verkiezingen uit te schrijven.
Daarom, en ook omdat de stemming persoonlijk en dus niet partijgebonden is, zijn partijen en parlementsleden uiterst behoedzaam in hun keuze. Zo lijkt het bijvoorbeeld onwaarschijnlijk dat Silvio Berlusconi, inmiddels vijfentachtig jaar oud en kandidaat, het tot president zal schoppen, maar niemand zal er een weddenschap op durven afsluiten. Volgens de siteAffaritaliani, zou hij zelfs voldoende stemmen kunnen halen.
Partijen zien zich uiteindelijk vaak gedwongen om zich neer te leggen bij een compromiskandidaat
Aangezien veel kandidaten bij de parlementaire stemming niet voldoende stemmen halen, zien partijen zich uiteindelijk vaak gedwongen om zich neer te leggen bij een compromiskandidaat. De gang van zaken maakt de verkiezing van de Italiaanse president tot een onvoorspelbare affaire die ervoor zorgt dat Italiaanse kranten al maanden schrijven over de aanstaande verkiezingen. Het beperken van het spectrum van mogelijke kandidaten tot alleen vrouwen zou die verkiezing volgens ingewijden alleen nog maar ingewikkelder maken.
Volgens het linkse dagblad Il Fatto Quotidiano betekent dat echter niet dat er geen vrouwelijke kandidaten mogelijk zijn. Integendeel, de krant uit Rome stelde een lijst op van zes vrouwen die geschikt zouden zijn om naar de functie te kunnen solliciteren. Onder hen Rosy Bindi, de voormalige minister van Volksgezondheid van de Partito Democratico (Democratische Partij; centrumlinks); de huidige voorzitter van de kamer, Maria Elisabetta Alberti Casellati (Forza Italia, centrumrechts), en Marta Cartabia, voormalig president van het Constitutionele Hof en de huidige Minister van Justitie. Deze laatste is in de ogen van Il Fatto Quotidiano de meest realistische optie, aangezien zij bij geen enkele partij is aangesloten.
‘Op het moment van de waarheid stemmen politici systematisch op mannen’
Desalniettemin roepen media die dicht bij de Vijfsterrenbeweging (M5S) staan op tot voorzichtigheid, aangezien ‘de kandidatuur van een vrouw voor het presidentschap altijd zal worden gebruikt als een middel om de publieke opinie af te leiden’, aldus de krant.
Die opvatting lijkt bevestigd te worden door Domani. Dit progressieve dagblad publiceerde een paar dagen voordat de oproep van de groep vrouwen openbaar werd gemaakt een artikel over het onderwerp en voorzag het van de kop ‘Tutti vogliono “una donna” al Quirinale ma poi non la votano’ (‘Iedereen wil “een vrouw” voor het presidentschap, maar stemt er vervolgens niet op’). Talloze politici hebben rondom eerdere presidentiële verkiezingen verklaard om een vrouw naar voren te willen schuiven, maar daar is nooit naar gehandeld.
De conclusie van Domani is even beknopt als veelzeggend: ‘De “vrouw”-factor biedt partijen de laatste jaren een favoriet onderwerp ter afleiding. Op de vraag van journalisten, “Wie zou u graag president zien worden?” is maar één politiek effectief en acceptabel antwoord mogelijk: “Een vrouwelijke president, dat zou mooi zijn.” Nogmaals, veel politici geven dat antwoord. Maar op het moment van de waarheid stemmen ze systematisch op mannen.’
Veiligheidstroepen in Kazachstan verklaren woensdagnacht tientallen ‘relschoppers’ te hebben gedood tijdens een operatie om de orde te herstellen in de belangrijkste stad van het land, Almaty, bericht BBC. De demonstranten hadden geprobeerd de controle over politiebureaus in de stad over te nemen.
Eerder werden al acht leden van de veiligheidstroepen gedood bij de onlusten, die werden aangewakkerd door een verdubbeling van de kosten van vloeibaar petroleumgas (LPG), aldus de Britse omroep.
Rusland stuurt troepen op verzoek van de president van Kazachstan
Rusland stuurt troepen op verzoek van de president van Kazachstan, schrijft BBC. Zij zullen worden ingezet om te helpen bij de ‘stabilisering’ van het land, dat samen met Rusland, Belarus, Tadzjikistan, Kirgizië en Armenië lid is van de Organisatie voor het Verdrag inzake Collectieve Veiligheid (CSTO).
President Tokajev kondigde aan dat hij de CSTO om hulp had gevraagd en de voorzitter van de CSTO, de Armeense premier Nikol Pasjinyan, bevestigde dat de alliantie ‘voor een beperkte periode’ vredestroepen zou sturen, meldt BBC.
Veel van de woede op straat lijkt gericht te zijn tegen de voormalige president, Noersoeltan Nazarbajev, die ook nog zijn aftreden nog een belangrijke rol speelt, zo was hij tot voor kort de voorzitter van de Kazachse Veiligheidsraad. Op woensdag werd hij ontslagen in een poging om de groeiende onrust te bedwingen en trad ook de hele regering af.
Kassym-Jomart Tokajev heeft woensdag zijn kabinet ontslagen in reactie op de betogingen die sinds zondag verschillende steden in het land zijn uitgebroken. De president heeft tevens de noodtoestand uitgeroepen. The New York Times merkt op dat dit een ‘zeldzame’ uiting van woede is in dit autoritaire land.
De protesten volgen op een prijsstijging van vloeibaar aardgas (LNG). Dinsdag heeft de politie stungranaten en traangas gebruikt om een demonstratie in Almaty, waar enkele duizenden mensen zich hadden verzameld, uiteen te drijven.
Betogers eisen ook dat de voormalige president zijn macht inlevert
Tokajev, die in 2019 president werd, wordt algemeen beschouwd als een verlengstuk van ex-president Noersoeltan Nazarbajev, de voormalige baas van de Communistische Partij die Kazachstan heeft geleid sinds de onafhankelijkheid van de Sovjet-Unie. De 81-jarige Nazarbajev geniet nog steeds een enorme macht. Hij draagt de titel ‘Leider van de Natie’ en is voorzitter van de Veiligheidsraad van het land.
Tegen dinsdag werd het duidelijk dat het de betogers om meer ging dan brandstofprijzen. Ze eisen ook dat Nazarbajev uit al zijn publieke functies wordt gezet, aldus The New York Times. In de Kazachse stad Aktau schreeuwden demonstranten leuzen als ‘Wegwezen, ouwe!’
Vijsterrenbeweging en PD zullen Berlusconi niet steunen
De Italiaanse oud-premier Giuseppe Conte zegt dat zijn Vijfsterrenbeweging (M5S) Silvio Berlusconi niet zal steunen mocht hij de volgende president van Italië willen worden, meldt persbureau ANSA. Leden van het parlement, de senaat en vertegenwoordigers van de Italiaanse regio’s kiezen volgende maand een nieuw staatshoofd, aangezien de zevenjarige termijn van president Mattarella in februari afloopt.
‘Berlusconi heeft zich weliswaar nog niet officieel kandidaat gesteld voor het presidentschap, maar als hij het doet, krijgt hij niet onze stemmen’, aldus Conte. De centrumlinkse Democratische Partij (PD) liet al eerder weten dat ze de voormalige centrumrechtse premier en mediamiljardair Berlusconi niet zal steunen in zijn mogelijke kandidatuur.
Na maanden van diplomatieke crisis zoekt Marokko toenadering
Na enkele maanden van diplomatieke crisis overweegt de Marokkaanse regering de ‘hervatting van de bilaterale samenwerking en de normalisering’ van de betrekkingen met Duitsland, aldus Arab News.
In mei jongstleden had Marokko zijn ambassadeur in Duitsland teruggeroepen uit protest tegen de kritiek van Berlijn op de erkenning door de Verenigde Staten van de soevereiniteit van Marokko over de Oostelijke Sahara. Maar Duitsland zwakte vorige week zijn standpunt af en beschreef het door Marokko bepleite autonomieplan voor de regio als een ‘belangrijke bijdrage’ tot de oplossing van het conflict.
De familie van de Azerbeidzjaanse president Ilham Aliyev verrijkte zichzelf in het geheim door middel van een uitgebreid netwerk van offshorebedrijven, die in handen waren van een klein groepje vertrouwelingen, zo blijkt uit de Pandora Papers.
Onderzoeksplatform OCCRPdook in de Pandora Papers, die begin oktober van dit jaar werden geopenbaard, en ontdekte dat drie kinderen en twee naaste medewerkers van Ilham Aliyev, president van Azerbeidzjan, geheime offshorebedrijven gebruikten om luxueuze penthouses, commerciële kantoorruimte en zelfs een oude taverne in het hart van Londen te verwerven. De eigendommen werden beheerd door een onderling verbonden netwerk van vierentachtig offshorebedrijven.
‘Al eeuwenlang is Londen een van ’s werelds topbestemmingen om te winkelen, te dineren en te genieten van het goede leven. En de onroerendgoedhausse van de afgelopen decennia heeft het aanbod aan aantrekkelijke mogelijkheden alleen maar uitgebreid.
Woningbouwprojecten met namen als The Knightsbridge en Thornwood Gardens verrezen op een steenworp afstand van warenhuis Harrods en het wereldberoemde Hyde Park. Soms, als dergelijke projecten van eigenaar wisselden, haalden de tientallen miljoenen ponden die ermee gemoeid waren het nieuws.
Maar deze indrukwekkende gebouwen in de Britse hoofdstad hebben één ding gemeen, iets wat zelfs goed ingevoerde lokale vastgoedjournalisten niet weten: ze zijn of waren eigendom van mensen die uiterst dicht bij de dictatoriale president Ilham Aliyev van Azerbeidzjan stonden.’
Dat schrijven OCCRP-journalisten Miranda Patrucic, Ilya Lozovsky, Kelly Bloss, and Tom Stocks in een artikel waarin ze de geheime Britse vastgoedbelangen van de familie Aliyev ter waarde van miljoenen euro’s ontrafelen.
Verborgen vastgoed
De twee dochters van Aliyev, zijn zoon, zijn schoonvader en twee naaste zakenpartners van de familie bezaten op het hoogtepunt onroerend goed in Londen met een waarde van maar liefst 429 miljoen Britse pond, ruim een half miljard euro. Daaronder bevonden zich prominente historische gebouwen, commercieel vastgoed en luxeappartementen in prestigieuze buurten. Het eigendom van dit vastgoedimperium bleef jarenlang systematisch verborgen achter offshorebedrijven met generieke namen als Sheldrake Six en Fliptag Investments.
Maar dankzij de Pandora Papers, het lek van offshoredocumenten die in handen kwamen van het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ) en dat werd gedeeld met OCCRP en andere media, hebben verslaggevers de sluier van geheimhouding die deze bedrijven omringt, kunnen doorbreken.
In totaal ontdekte OCCRP op de Britse Maagdeneilanden vierentachtig geregistreerde, voorheen onbekende offshorebedrijven die sinds 2006 eigendom zijn van de familie Aliyev en hun medewerkers.
De bedrijven lijken te werken als een hecht systeem: keer op keer blijkt uit de gelekte gegevens dat ze op dezelfde dag documenten indienen of van directeur veranderen. Binnen dezelfde kleine groep mensen wisselden eigenaars en bestuurders regelmatig van functie.
Zijn zoon Heydar nam zijn eerste offshorebedrijf over toen hij nog op de lagere school zat
Een aantal van de bedrijven werd opgericht tijdens de eerste termijn van Ilham Aliyevs presidentschap, dat in 2003 begon. Hij is nu ver in zijn vierde termijn, als hoofd van een steeds autocratischer regime dat leunt op het gevangenzetten van journalisten, advocaten en activisten, frauduleuze verkiezingen en massale corruptie.
Zijn zoon Heydar nam zijn eerste offshorebedrijf over toen hij nog op de lagere school zat. Zijn dochter Arzu, die psychologie studeerde in Londen, was net negentien geworden toen ze er zelf een kocht.
Behalve wat vage omschrijvingen als ‘een rekening openen’ of ‘handel drijven in Azerbeidzjan en Europa’, is het onduidelijk wat deze bedrijven doen, maar één ding is wel duidelijk: ze bezitten enorme hoeveelheden eigendom in de Britse hoofdstad en daarbuiten.
Verslaggevers ontdekten dat ten minste acht van die bedrijven miljoenen dollars in contanten ontvingen van enorme witwas- en overdrachtssystemen die al eerder door OCCRP waren ontdekt, waaronder de Azerbeidzjaanse, Russische en Trojka-witwaspraktijken. De oorsprong van het ontvangen geld is onbekend; van deze systemen is bekend dat ze zowel legitieme als onwettige fondsen hebben verwerkt.
Terwijl sommige van deze offshorebedrijven de afgelopen jaren zijn gesloten en sommige van hun eigendommen zijn verkocht, droegen de Aliyevs in 2017 bijna 150 miljoen euro aan onroerend goed over aan een geheime trust die werd opgezet en gecontroleerd door de schoonvader van de president.
Schaamteloos
De heerschappij van de familie Aliyev over Azerbeidzjan begon met Ilhams vader Heydar Aliyev, een doorgewinterde Sovjetfunctionaris die de controle over het land overnam twee jaar nadat het in 1991 onafhankelijk werd.
De oudere Aliyev was een autoritaire leider en onder zijn toezicht begon Azerbeidzjan zich te ontwikkelen tot een corrupte oliestaat. Maar zijn regime was anders dan dat van zijn zoon.
‘Heydar Aliyev handhaafde een zeer strikte controle op corruptie’, aldus Richard Kauzlarich, de Amerikaanse ambassadeur in Azerbeidzjan tussen 1994 en 1997. ‘Hij was zeker niet zo schaamteloos als Ilham, zijn vrouw Mehriban en hun families tegenwoordig zijn. Ik bedoel, die doen het eigenlijk allemaal voor zichzelf.’
De verandering begon nadat Ilham in 2003 het presidentschap bekleedde. Binnen een paar jaar was zijn jongste dochter Arzu, slechts negentien jaar oud, al aandeelhouder van Strahan Holding and Finance, een offshorebedrijf met een Zwitserse bankrekening dat drie appartementen verwierf ter waarde van 6 miljoen euro in de Londense wijk Knightsbridge.
De dochter van een president had onmiddellijk extra waakzaamheid en aandacht moeten wekken bij Trident Trust, de offshore dienstverlener die het bedrijf voor haar opzette. Maar het was pas drie jaar later, in 2009, dat Trident Trust een in Londen gevestigd due diligence-bureau de opdracht lijkt te hebben gegeven om haar antecedenten te onderzoeken. Een rapport van het bedrijf dat in de gelekte gegevens opduikt, verklaart waarom geld dat met de jonge vrouw is verbonden, als potentieel verdacht moet worden beschouwd.
Trident Trust had al minstens zestien offshorefirma’s voor Arzu Aliyeva opgericht
In het rapport staat verder dat ‘als een klant een relatie met Arzu Aliyeva wil aangaan, elke transactie waarbij zij betrokken is, moet worden onderworpen aan uitgebreid en grondig onderzoek en verificatie’.
Maar op dat moment was zo’n relatie al lang gevestigd: Trident Trust had al minstens zestien offshorefirma’s voor Arzu Aliyeva opgericht. Naast de drie appartementen in het Londense Knightsbridge hadden deze firma’s een penthouse in hetzelfde gebouw en groot commercieel vastgoed in Roemenië verworven.
In hetzelfde jaar nam Trident Trust ook Arzu’s oudere zus Leyla en haar elfjarige broer Heydar aan als klant: Leyla werd eigenaar van een door Trident bestuurd bedrijf met een groot kantoorgebouw in de buurt van het wereldberoemde Regent Street in Londen, terwijl de jonge Heydar de ‘verhuurder’ werd van een restaurant met een Michelinster, een kunstgalerie en het hoofdkantoor van Condé Nast.
In een reactie op vragen van verslaggevers schreef een vertegenwoordiger van Trident Trust dat ‘alle trust- en zakelijke dienstverleningsbedrijven van Trident opgezet zijn volgens de regels die gelden in het rechtsgebied waar ze actief zijn en zich volledig committeren aan naleving van alle geldende regels. Trident werkt samen met elke bevoegde autoriteit die om informatie vraagt.’ Maar, voegde de dienstverlener eraan toe, ‘Trident bespreekt zijn klanten niet met de media’.
Carrières in de kunst en de media
In 2010 onthulden OCCRP en andere media al de rijkdom van de kinderen van Aliyev. Deze verhalen over offshore-imperiums, mijn- en telecommunicatiebedrijven stonden in schril contrast met hun ogenschijnlijke carrières in de kunst en de media.
Arzu studeerde psychologie in Londen en maakte verschillende documentaires. Ze is nu voorzitter van een mediaproductiebedrijf in Bakoe, verder is er weinig bekend is over haar leven.
Haar oudere zus Leyla trouwde met een Russische popzanger en woonde enkele jaren in Moskou, waar ze een glossy cultuurtijdschrift oprichtte. Ze was ook nog filmproducent, werkzaam in de kunstwereld, diende als vicepresident van een liefdadigheidsinstelling en schreef zelfs een ode aan haar overleden grootvader die terechtkwam in een leerboek voor basisschoolkinderen.
Het minst is bekend over Heydar, de waarschijnlijke opvolger van zijn vader. Hij studeerde in 2018 af aan de Azerbeidzjaanse Diplomatieke Academie, die wordt geleid door de oom van zijn moeder.
Sleutelfiguren
Gezien de jonge leeftijd van de kinderen van Aliyev en hun gebrek aan aantoonbare zakelijke ervaring, en gezien het officiële inkomen van hun vader, rijst natuurlijk de vraag waar hun enorme sommen geld vandaan komen. Voordat Ilham Aliyev president werd, was hij vicepresident van SOCAR, de staatsoliemaatschappij van Azerbeidzjan. Zijn huidige verdiensten als president zijn niet bekend, maar zijn laatst gepubliceerde officiële salaris, in 2015, was ongeveer 200.000 euro per jaar.
Noch Aliyev, noch zijn vrouw, Mehriban, hebben ooit inzage in hun vermogen gegeven en de Azerbeidzjaanse wet vereist niet dat ze dit doen, ook al verstrekten enkele andere presidentskandidaten dergelijke informatie wel vrijwillig.
Op zoek naar verklaringen voor hun rijkdom hebben journalisten jarenlang onderzoek gedaan naar de connecties tussen de familie Aliyev en de oligarchen die rijk zijn geworden in Azerbeidzjan onder het bewind van Ilham.
Twee sleutelfiguren, beide voormalig functionarissen van het ministerie van Belastingen, kwamen daarin naar voren: Fazil Mammadov en Ashraf Kamilov. Zij zijn verbonden met de presidentiële familie van Azerbeidzjan via een zakenconglomeraat genaamd AtaHolding, dat een waarde heeft van honderden miljoenen dollars en dat onder meer belangen in bank-, bouw- en verzekeringswezen heeft.
Mammadov nodigde de familie Aliyev uit om deel te nemen in het bedrijf, waardoor de basis werd gelegd voor een innig zakelijk en politiek partnerschap
Als onderdeel van onderzoek van de Panama Papers liet OCCRP zien dat het bedrijf, dat Mammadov startte en dat Kamilov zou gaan leiden, werd opgericht maanden vóór de verkiezingen die de heerschappij van Aliyev zouden bestendigen. Ook werd aangetoond hoe Mammadov de familie Aliyev uitnodigde om deel te nemen in het bedrijf, waardoor de basis werd gelegd voor een innig zakelijk en politiek partnerschap.
Dus hoewel de exacte bronnen van het fortuin van de familie Aliyev onbekend zijn, is het duidelijk dat hun financiële succes verweven is met dat van AtaHolding en zijn scheppers. De Pandora Papers laten zien dat Kamilov nauwer verweven is met het offshore-imperium van de familie Aliyev dan iemand ooit heeft beseft.
Hij komt voor in vijfendertig van de vierentachtig offshorebedrijven die worden onderzocht, waaronder tien waarin hij en leden van de familie beide als aandeelhouders opduiken. In drie gevallen was het Kamilov die een bedrijf op de Britse Maagdeneilanden verwierf, waardevol onroerend goed vergaarde en dat vervolgens overdroeg aan de familie Aliyev.
Een andere belangrijke figuur in deze structuren is Gafar Gurbanov, een voormalig ambtenaar van het ministerie van belastingen die ook als voorzitter van AtaHolding heeft gediend. Hij was directeur van de meeste van de vierentachtig met elkaar verweven offshorebedrijven.
Veel van de activiteiten van de bedrijven zijn onbekend, maar uit documenten van hun beheerder, Trident Trust, blijkt dat sommigen zijn opgericht voor het bezit van bankrekeningen in Zwitserland en Tsjechië. Anderen worden aangemerkt als investeringsvehikels of handelsondernemingen. Enkele bezaten werkende bedrijven in Azerbeidzjan.
Bekend is is dat sommigen van hen waardevolle activa bezaten: in totaal tientallen vastgoedprojecten, bijna uitsluitend in Londen, met op hun hoogtepunt een waarde van 510 miljoen euro. De meeste ervan werden contant betaald.
Een van de meest opmerkelijke gevallen betreft zoon Heydar, die vier gebouwen in Maddox Street in Mayfair bezat toen hij nog maar elf jaar oud was.
Het duurste vastgoed van een lid van de familie Aliyev was een commercieel vastgoedproject aan Conduit Street, dat door Kamilov werd verworven voor 42,2 miljoen euro en dat enkele weken later werd overgedragen aan Arzu Aliyeva, die toen tweeëntwintig jaar oud was.
Een kwart miljard euro
En dan is er natuurlijk nog het vastgoedproject Holborn Links, met een waarde van bijna een kwart miljard euro, dat zich over verschillende blokken in het hart van Londen uitstrekt. Het omvat een historische pub genaamd Bloomsbury Tavern op een steenworp afstand van het British Museum. Voordat het in 2016 werd verkocht, was de ontwikkeling in handen van een bedrijf dat eigendom was van Kamilov.
In de meeste gevallen bevatten de uitgelekte documenten van Pandora Papers geen informatie over hoe geld het offshore-imperium van de Aliyevs en hun medewerkers binnenkwam.
Maar in 2013 ontving het bedrijf dat later Holborn Links kocht, Perez International, meer dan 1,2 miljoen dollar van Westburn Enterprises, een van de drie belangrijkste lege vennootschappen in het hart van het Russische witwas- en transfersysteem van 20 miljard dollar. Drie andere Kamilov-bedrijven ontvingen ook geld van Westburn, zo’n 16,6 miljoen dollar aan Russische witwasoperaties. En zo zijn er nog een aantal witwasoperaties die in de miljoenen lopen.
2015 markeert het begin van een financiële crisis voor Azerbeidzjan, met dalende olieprijzen en massale devaluatie van de munt
Na jaren van gestage vermogensopbouw lijkt het erop dat de zaken rond 2015 een hoogtepunt hebben bereikt. Dat jaar markeert het begin van een financiële crisis voor Azerbeidzjan, met dalende olieprijzen en massale devaluatie van de munt. Gewone Azeri’s leden er het meest onder, maar zelfs de elite van het land begon te vechten om een steeds kleiner wordende taart. AtaBank, een belangrijk onderdeel van AtaHolding, ging enkele jaren later failliet.
Het offshore-imperium van de Aliyevs en hun medewerkers lijkt ook getroffen te zijn. Veel van hun bedrijven raken in onbruik want ze zijn blijkbaar niet meer nodig. Drie van hun commerciële investeringen, waaronder het enorme vastgoedproject Holborn Links, worden verkocht.
Maar ze verkochten niet alles, verre van dat. Kamilov en Gurbanov behielden een aanzienlijk deel van hun bezit. En de Aliyevs droegen 191 miljoen dollar aan eigendommen over, waaronder het luxeappartement in Knightsbridge waar de Aliyevs dochters lijken te wonen, naar een geheime familietrust die werd beheerd vanuit het eiland Man.
Blijkbaar om het spoor te verhullen, werden de bedrijven die deze eigendommen bezaten eerst overgenomen door de bejaarde schoonvader van Ilham Aliyev, Arif Pashayev, nu zevenentachtig. Hij bracht ze vervolgens over naar een ander bedrijf, dat als enige doel had ze te verwerven en ze vervolgens onder te brengen in de trust.
Door deze manoeuvres leek het alsof de eigendommen waren overgedragen. Als niet dat ene document door journalisten was aangetroffen in de Pandora Papers, waren de eigendommen uit het zicht van het publiek verdwenen in de trust, die wordt beschermd door de strikte wetten rond bedrijfsgeheim van het eiland Man. Maar Pashayev diende een aangifteformulier in bij Trident Trust toen hij de eigendommen verplaatste, waarbij hij de waarde van de activa van de trust schatte op een slordige 120 miljoen euro en aangaf dat hij de bron van het geld was. Dat is waar het spoor van de eigendommen doodloopt.
In een van de laatste documenten in de Pandora Papers waarvan bekend is dat ze betrekking hebben op de familie Aliyev en hun medewerkers, vraagt Trident Trust om meer informatie over Arzu Aliyeva van haar zaakvoerders:
‘Tijdens onze gebruikelijke, doorlopende screening, werd de uiteindelijk gerechtigde van bovengenoemde bedrijven aangegeven als Politiek Prominent Persoon’, aldus een e-mail van november 2018. ‘Het betreft de dochter van de president van de nationale regering van Azerbeidzjan. We hebben de volgende documenten nodig om te voldoen aan onze vereiste voor verscherpte due diligence: bankreferentie, professionele referentie, cv.’
De zaakvoerders van Aliyeva antwoordden dezelfde dag en voegen een oude referentie van Aliyeva’s bank in Azerbeidzjan bij. ‘Mevrouw Arzu Aliyeva staat al meer dan tien jaar goed bekend bij ons’, staat in het antwoord. ‘We beschouwen bovengenoemd persoon als betrouwbaar en zijn ervan overtuigd dat ze geen enkele verplichting zal aangaan die ze niet zal kunnen nakomen.’
De nieuwste universiteit van de VS was nog geen tien dagen oud of ze moest al in de verdediging. De instelling zou een uiterst rechts bastion zijn in plaats van een neutrale leerplek. Spraakmakende adviseurs van het eerste uur Steven Pinker en Robert Zimmer verlieten de raad van adviseurs, waar ze intellectuele steun gaven aan het idee van een op ‘vrij onderzoek’ gerichte plek.
‘We kunnen niet wachten tot universiteiten zichzelf herstellen. Dus beginnen we een nieuwe. Ik heb mijn positie als president van St. John’s College in Annapolis opgegeven om een universiteit in Austin te starten die is gewijd aan het onbevreesd nastreven van de waarheid.’ Zo kondigdePano Kanelos op 8 november van dit jaar de oprichting aan van een splinternieuwe universiteit in Amerika, de ‘UATX’, University of Austin, Texas.
Over de noodzaak voor deze nieuwe universiteit schreef hij: ‘Kunnen we echt beweren dat het nastreven van de waarheid – ooit het centrale doel van de universiteit – nog steeds de hoogste deugd is? Geloven we oprecht dat de cruciale middelen daarvoor, vrijheid van onderzoek en een open discours, nog de overhand hebben terwijl illiberalisme een alomtegenwoordig kenmerk van het universitair klimaat is geworden?’
‘Onze democratie hapert voor een belangrijk deel, omdat ons onderwijssysteem illiberaal is geworden’
‘De realiteit is dat veel universiteiten niet langer worden aangespoord een omgeving te creëren waarin intellectuele afwijkende meningen worden beschermd en modieuze meningen scherp worden bevraagd. Onze meest prestigieuze scholen dienen vooral als eindopleiding voor de aankomende nationale en mondiale elite. Te midden van baksteen en klimop houden deze studenten zich met steeds ontoegankelijkere theorieën bezig.’
En dat is een groot probleem, aldus Kanelos. ‘Niet alleen worden studenten als individuen hiermee benadeeld; we laten de natie in de steek. Onze democratie hapert voor een belangrijk deel, omdat ons onderwijssysteem illiberaal is geworden.‘
‘Universiteiten zijn plekken waar de samenleving denkt, waar de gewoonten en zeden van onze burgers worden gevormd. Als deze instellingen niet open en pluralistisch zijn, als ze uitspraken beperken en degenen met onpopulaire standpunten verbannen, als ze wetenschappers ertoe brengen complete onderwerpen te mijden uit angst, als ze voorrang geven aan emotionele troost boven het vaak ongemakkelijke streven naar de waarheid, wie is er dan nog over om het discours vorm te geven dat nodig is om vrijheid in een zelfsturende samenleving in stand te houden?’
Ayaan Hirsi Ali
Kanelos introduceerde een lijst met namen van docenten, betrokkenen en adviseurs. De rechtse tot uiterst rechtse signatuur die hieruit naar voren kwam, leidde in de Amerikaanse universitaire en journalistieke wereld tot opgetrokken wenkbrauwen.
‘Ons project begon met een kleine bijeenkomst van degenen die zich zorgen maakten over de staat van het hoger onderwijs’, schreef Kanelos. ‘Niall Ferguson, Bari Weiss, Heather Heying, Joe Lonsdale, Arthur Brooks en ik, en sindsdien hebben ook vele anderen zich aangesloten, zoals de dappere professoren Kathleen Stock, Dorian Abt en Peter Boghossian. Maar ook universiteitsvoorzitters: Robert Zimmer, Larry Summers, John Nunes en Gordon Gee, en vooraanstaande academici, zoals Steven Pinker, Deirdre McCloskey, Leon Kass, Jonathan Haidt, Glenn Loury, Joshua Katz, Vickie Sullivan, Geoffrey Stone, Bill McClay en Tyler Cowen.
We worden ook vergezeld door journalisten, kunstenaars, filantropen, onderzoekers en publieke intellectuelen, waaronder Lex Fridman, Andrew Sullivan, Rob Henderson, Caitlin Flanagan, David Mamet, Ayaan Hirsi Ali, Sohrab Ahmari, Stacy Hock, Jonathan Rauch en Nadine Strossen.
Aan die politieke diversiteit van de nieuwe universiteit wordt ernstig getwijfeld
Wij zijn een toegewijd team dat met de dag groeit. Onze achtergronden en ervaringen zijn divers; onze politieke opvattingen verschillen.’
En precies over dat laatste ontstond een polemiek in de pers en de universitaire wereld, want aan die politieke diversiteit wordt ernstig getwijfeld.
Zo schreef columnist Will Bunch in The Philadelphia Inquirer: ‘De echte reden voor het creëren van hun nieuwe bastion van hoger onderwijs is “wokeness”, waarvan zij beweren dat die het intellectuele debat verstikt. Volgens een van de bondgenoten, de conservatieve Ayaan Hirsi Ali: “Ons onderwijssysteem faalt: in plaats van een plek om te leren, zijn universiteiten getransformeerd in plekken van angst”, waarbij ze verwijst naar wat ze beschrijft als obsessies met “micro-agressies” rond huidskleur, geslacht of seksualiteit, de zogenaamde “cancelcultuur”, of het gebruik van de juiste voornaamwoorden.’
‘Zeker’, schrijft Bunch, ‘er zijn serieuze problemen rond vrijheid van meningsuiting op de campussen, maar dat ligt veel genuanceerder en gecompliceerder dan ze doen voorkomen. Ze zouden eens een paar dagen op een echte universiteit moeten doorbrengen, in plaats van alleen maar te lezen over de selectieve Breitbart/Fox News-“campus snowflake”-verontwaardiging van de dag.‘
Onafhankelijkheid
Voor Politico ging Derek Robertson verder op de zaak in met het artikel ‘Het is de university of Austin tegen iedereen – inclusief zichzelf’. Hij plaatst vraagtekens bij de neutraliteit en onafhankelijkheid die de nieuwe universiteit zegt na te streven.
‘Toen UATX begin november werd gelanceerd‘, aldus Robertson, ‘zei oprichter Pano Kanelos, dat “de betekenis van oldskool motto’s terug zouden keren. Licht. Waarheid. De wind van vrijheid” tegenover “universiteiten die er buitengewoon goed in zijn om studenten alles te bieden wat ze nodig hebben… behalve intellectuele durf”. Het was zowel een uitleg van zijn missie als een impliciete kritiek: de University of Austin zal “fel onafhankelijk” zijn, in tegenstelling tot het academische establishment dat hopeloos gevangen wordt gehouden door progressieve, censurerende ideologen.
De oprichtingsaankondiging ging gepaard met klinkende namen om het project intellectuele glans te geven, zoals historicus Niall Ferguson van de Hoover Institution in Stanford – een van de oprichters van UATX – en voorts voormalig minister van Financiën en voormalig Harvard-voorzitter Larry Summers en econoom Tyler Cowen.
Steven Pinker van Harvard zwijgt over waarom hij zijn deelname aan UATX heeft beëindigd, maar Robert Zimmer van de Universiteit van Chicago was er duidelijk over: hij is absoluut voor vrije meningsuiting, maar staat niet achter de directe aanval op het bestaande hoger onderwijs. In een verklaring zegt hij dat “de nieuwe universiteit een aantal uitspraken deed over het hoger onderwijs in het algemeen, het merendeel behoorlijk kritisch, die heel sterk afwijken van mijn eigen opvattingen”.
‘Het bijna onmogelijk om het project als iets anders te zien dan als politiek’
Gordon Gee, president van de West Virginia University, een andere adviseur, blijft wel betrokken, maar was nog directer: “Ik ben het er niet mee eens dat andere universiteiten niet langer de waarheid zouden zoeken en ik heb ook niet het gevoel dat het hoger onderwijs onherstelbaar beschadigd is.”
Al deze onenigheid weerspiegelt de ongemakkelijke tegenstelling in het hart van het ambitieuze project: ondanks de claim van onafhankelijkheid van de University of Austin in het politieke mijnenveld dat hoger onderwijs in 2021 is, is het bijna onmogelijk om het project als iets anders te zien dan als politiek op zich.
Kanelos, de voormalige president van het St. John’s College, kondigde de lancering aan via de Substack-nieuwsbrief van Bari Weiss, een medeoprichter die geen academicus is, maar een journalist gespecialiseerd in het prikken in de liberale consensus. Medeoprichter en trustee Joe Lonsdale, tevens met Peter Thiel medeoprichter van het data-analysebedrijf Palantir, verdedigde het project in de conservatieve New York Post, en Ferguson schreef zuur bij Bloomberg dat ‘academische vrijheid sterft in wokeness’.
De expliciet uitgesproken ideologische toewijding van de University of Austin is gericht op een pluralistische, klassiek liberale vrijheid van meningsuiting. Maar, zoals Zimmer en anderen hebben opgemerkt, berust het project van de universiteit in haar huidige vorm op een inherent politieke kritiek op bestaande instellingen. Voor een intellectueel vehikel dat zo toegewijd is aan diversiteit van denken dat het niet eens zou kunnen bestaan in het huidige academische landschap, vormen de erbij aangesloten denkers zelf bijna een monocultuur: het zijn bijna allemaal iconen van hetzelfde confronterende, niet-vooruitstrevende liberale rationalisme.’
Morele superioriteit
‘Het claimen van een open blik en van meritocratische, rationele vrijheid van ideologische dogma’s, is in de Amerikaanse politiek hetzelfde als morele superioriteit claimen’, vervolgt Robertson zijn artikel. ‘Door precies dat te doen, heeft UATX ongewild de kritiek bevestigd van de meeste linkse cultuurcritici die luidkeels opperen dat waarheid of objectiviteit niet bestaat. Op basis van haar huidige intellectuele kliek lijkt de zelfverklaarde “onafhankelijkheid” van UATX veel op een poging de dominantie van de eigen waarden van haar betrokkenen opnieuw te onderstrepen.
Je hoeft je niet volledig over te geven aan relativisme om te erkennen dat morele superioriteit meer een doel of aspiratie is dan een toestand die je ooit echt kunt bereiken. Wanneer conservatieve figuren zoals senatoren Ted Cruz of Josh Hawley roepen dat Amerikaanse instellingen ideologisch gevangen zijn genomen en moeten terugkeren naar een of ander Eden-achtig, pre-woke ideaal, of wanneer progressieve opiniemakers zoals Nikole Hannah-Jones een objectieve feitelijke basis denken te kunnen claimen voor een project dat fundamenteel ideologisch is, dan verdraaien ze idealen voor hun eigen politieke doeleinden. Dat alles maakt deel uit van de slingerbeweging van het Amerikaanse intellectuele leven. Maar door te beweren daar buiten te staan, leggen UATX en zijn pleitbezorgers de lat onmogelijk hoog voor hun project.
‘Wat het project het meest kwetsbaar maakt voor kritiek in dit vroege stadium, is wie er niet bij betrokken zijn’
Dat wil niet zeggen dat de structurele of ideologische kritiek op de academische wereld inherent verkeerd is; het zal moeilijk zijn om iemand te vinden (die geen goedbetaalde universiteitsbestuurder is) die zal beweren dat het huidige systeem perfect werkt. Maar de lancering van UATX, en de luidruchtige reacties die daarop volgden, kunnen worden gezien als een waarschuwing over de notie van objectiviteit in het moderne Amerikaanse intellectuele leven; over hoe verleidelijk het is aanspraak te maken op neutraliteit, en hoe een krachtig maar gevaarlijk gereedschap dat is geworden in de gereedschapskist van de cultuuroorlog.
Ook al zijn de oprichtingsadviseurs van de universiteit uniform in hun oppositie tegen een bepaald soort progressieve retoriek, het is wel een beetje een lastig te plaatsen club. Tegenover alle gal die Ferguson verzamelde in zijn Bloomberg-opiniestuk, is er de omzichtigheid van iemand als Cowen; tegenover de zwaarwichtigheid van eikenhouten lambriseringen die een figuur als Gordon Gee omgeeft, is er het blotevuistengepolemiseer van Andrew Sullivan. Dan heb je nog een toneelschrijver, Trump-aanhanger David Mamet, en een geofysicus; Dorian Abbot, die meeschreef aan een opiniestukwaarin positieve discriminatie wordt bekritiseerd en wiens uitnodiging voor een prestigieuze MIT-lezing vervolgens werd afgezegd.
Wat het project echter het meest kwetsbaar maakt voor kritiek in dit vroege stadium, is wie er niet bij betrokken zijn, namelijk iedereen van progressief links waarvan ze geloven dat die vrijheid van meningsuiting in de academische wereld zouden bedreigen. In een e-mail zei woordvoerder Hillel Ofek dat UATX ”geen enkele politieke of ideologische toegangstest zal doen. Wij zijn van mening dat het een fundamenteel onderdeel is van liberaal onderwijs om rigoureus om te gaan met radicaal alternatieve opvattingen en ideeën, inclusief die welke de vrijheid van meningsuiting in twijfel trekken. We zouden zeker iemand verwelkomen die een criticus is van de vrijheid van meningsuiting van links of rechts, zolang ze zich aan onze universitaire principes van open onderzoek en open en eerlijk debat houden.”’
Vehikel tegen ‘wokeness’
‘Maar wat verklaart dan de rechtse signatuur van al die adviseurs van het eerste uur?’ vraagt Robertson zich af. ‘De meest barmhartige opmerking van critici zou kunnen zijn dat de oprichters van de universiteit progressieve censuur vrezen als een te grote bedreiging of belemmering (zie: Karl Poppers “paradox van tolerantie”). Maar, om Ockhams scheermes te gebruiken: het is veel gemakkelijker voor te stellen dat niemand ter linkerzijde, zeker niet in de moordende wereld van het hoger onderwijs waar reputatie goud waard is, bereid is om zich aan te melden voor een project dat door vakgenoten onvermijdelijk zal worden afgedaan als reactionair.
“Ik betwijfel of iemand die, bij gebrek aan een betere terminologie, ‘progressief’ is, de kans zou verwelkomen om deel uit te maken van de raad van adviseurs”, denkt ook Nadine Strossen, professor aan de New York Law School en voormalig president van burgerrechtenorganisatie ACLU, die gelooft dat robuuste bescherming van de vrijheid van meningsuiting van het grootste belang is, niet alleen voor de bloei van het liberalisme, maar ook voor raciale rechtvaardigheid op zich.
Strossen, een UATX-adviseur, zegt lange gesprekken te hebben gevoerd met universiteitsvoorzitter Pano Kanelos. “Ik twijfel er absoluut niet aan dat hij advies zou verwelkomen van iemand die zich uitspreekt en kritisch zou zijn over alles, inclusief de fundamentele missie.”
En er is inderdaad iemand die de fundamentele missie van vrij onderzoek wil bekritiseren. Maar dat is geen criticus van links; het is Sohrab Ahmari, de aartsconservatieve katholiek die zichzelf omschreef als “postliberaal”. In een essay voor The American Conservative schreef Ahmari dat UATX het vooruitzicht verwelkomde van een traditionalistische interne dissident aan de tafel. “Ik denk dat het gewoon tijd wordt dat wij orthodoxe gelovigen de honneurs moeten gunnen aan liberale instellingen en onze aanwezigheid moeten gebruiken als een test van hun liberalisme, op grond van hun eigen principes.”
Goedkeuring van iemand als Ahmari – bewonderaar van Viktor Orbans “illiberale democratie”, die ooit schreef dat conservatieve christenen “moeten proberen de waarden van beleefdheid en fatsoen te gebruiken om onze orde en orthodoxie af te dwingen, en nooit moeten doen alsof ze ooit neutraal kunnen zijn” – is een vrij grimmig bewijs van de bewering van de school dat geen enkel idee te gevaarlijk is om niet ontgonnen te worden in de klas. Maar bij gebrek aan theoretische tegenhangers ter linkerzijde, maakt het van de universiteit ook een gemakkelijke schietschijf als niets meer dan een vehikel voor grieven tegen “wokeness”.’
Neutraliteit
‘In 2018 schreef historicus David Greenberg voor Politicoover “het einde van neutraliteit”, met het argument dat “als we niet kunnen vertrouwen op de regering en andere neutrale instanties om betrouwbare informatie te verstrekken en eerlijk te oordelen over verschillende standpunten, we het risico lopen een van de grootste deugden van onze democratie te verliezen, namelijk het vermogen om onze debatten vrij en controversieel te voeren, wetende dat de meesten van ons de uitkomsten uiteindelijk als legitiem zullen accepteren”’, schrijft Robertson tot slot.
‘Sommige grondleggers van de University of Austin proberen het type instelling te reconstrueren dat Greenberg beschrijft, maar dan wel naar hun eigen beeld, met alle inherente vooroordelen die dat met zich meebrengt, en met het uitgesproken streven om ze te bestrijden. En dat is uiteindelijk de reden waarom het project zoveel woede opwekt: in een wereld waar iedereen rationele en morele superioriteit claimt in dienst van hun ideologische verplichtingen, is het aannemen van een scheidsrechtersrol meer dan alleen overdreven hybris. Het is bedreigend.
Daarom is het ook enigszins begrijpelijk dat links het project zoveel meer als een belediging ziet dan rechts. Iedereen houdt van vrijheid van meningsuiting totdat een eigen persoonlijke grens wordt overschreden, en bij afwezigheid van links in Austin heeft de beschuldiging van een intrarechtscentristisch feestje in ieder geval de schijn van waarheid.
Maar voorlopig bestaat de University of Austin voornamelijk als een idee. Op een gegeven moment zal toewijding aan de kernmissie worden getest, zoals dat ook voor elke andere universiteit geldt, en het is onmogelijk te voorspellen of de verantwoordelijken dat zullen doen met de eerlijkheid en intellectuele gelijkmoedigheid die de oprichters zeggen na te streven.
Als ze slagen, en daarmee bewijzen dat critici ongelijk hebben, zullen ze iets authentieks en nieuws hebben neergezet in het Amerikaanse intellectuele leven en met terugwerkende kracht het lawaai en de woede rond de aankondiging van de oprichting hebben gerechtvaardigd.’
Denis Moncada, minister van Buitenlandse Zaken van Nicaragua, heeft vorige week aangekondigd dat zijn land procedures is begonnen om zich terug te trekken uit de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), omdat deelname ‘niet beantwoordt aan de belangen van de respectieve volkeren’, bericht persbureau MercoPress.
Moncada voegde daaraan toe dat de OAS profiteert van de ondergeschiktheid van sommige regeringen aan andere belangen; dat is volgens hem de reden waarom zijn land het OAS-handvest opzegt. Volgens Moncada wordt de OAS namelijk door de Verenigde Staten gebruikt als instrument om zich te kunnen mengen in de interne aangelegenheden van de naties in de regio.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.