Onderwerpen: Politiek

  • Duitsland: SPD, Groenen en FDP verenigd door hun ‘geloof in vooruitgang’

    Duitsland: SPD, Groenen en FDP verenigd door hun ‘geloof in vooruitgang’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Eerste vrouwelijke premier van Zweden treedt al na een paar uur af

    » Inflatie in de VS bereikt hoogste punt in dertig jaar

    Het progressieve regeerakkoord is een ‘novum in Duitsland’

    De leiders van de SPD, de Groenen en de FDP in Duitsland hebben na minder dan twee maanden onderhandelen op woensdag 24 november een regeerakkoord aangekondigd. Dit document van 177 pagina‘s, dat met een demonstratieve eensgezindheid is gepresenteerd, moet de weg vrijmaken voor de vorming van een regering volgende week.

    Duitsland zal binnenkort een regering hebben. Na minder dan twee maanden onderhandelen hebben de Groenen, de sociaaldemocraten (SPD) en de liberalen (FDP) overeenstemming bereikt over een coalitieakkoord van 177 bladzijden, genoemd naar de kleuren (rood, groen, geel) van de drie politieke formaties.

    Het zogeheten ‘stoplichtakkoord’, genoemd naar de kleuren (rood, groen, geel) van de drie politieke formaties, werd door Robert Habeck, medevoorzitter van de Groenen, omschreven als een ‘moedig document’ en aan de pers gepresenteerd in de vorm van een QR-code. Het moet nog goedgekeurd worden door de leden van de betrokken partijen, aldus Courrier International.

    De drie partijen willen het minimumloon verhogen van 9 euro 60 per uur tot 12 euro

    Er zijn woorden die altijd een snaar raken in partijprogramma’s of coalitieakkoorden, zoals ‘rechtvaardigheid’, ‘veiligheid’, ’vooruitgang’ en ‘vernieuwing’, verklaart Der Spiegel in zijn live-verslag. De partijen in de ‘stoplichtcoalitie’ hebben besloten te kiezen voor een coalitieverklaring op basis van ‘vooruitgang’.

    Om ‘het land vooruit te helpen’, in de woorden van de toekomstige kanselier, Olaf Scholz, willen de drie partijen het minimumloon verhogen van 9 euro 60 per uur tot 12 euro, de leeftijd voor nationaal en Europees stemrecht verlagen tot zestien jaar en de ‘gecontroleerde’ verkoop van cannabis voor recreatieve doeleinden voor volwassenen legaliseren. Zij zijn ook van plan artikel 219a van het Wetboek van Strafrecht af te schaffen, dat elke ‘publiciteit’ ten gunste van abortus bestraft.

    Voortrekkers

    ‘De partijen worden verenigd door hun “geloof in de vooruitgang”’, aldus de conservatieve krant Die Welt. ‘Ze willen “voortrekkers” worden op het gebied van klimaat, maar ook “geavanceerde technologieën bevorderen”.‘ Zo wil de stoplichtcoalitie de sluiting van kolencentrales versnellen, ‘bij voorkeur vóór 2030’, en heeft zij zich ten doel gesteld het aantal hernieuwbare energie in deze periode met 80 procent te verhogen, dankzij een ministerie van Economie en Klimaat onder leiding van de Groenen.

    De nieuwe regering wil ook in heel Duitsland glasvezel uitrollen en ‘het land moderniseren’. Op het economische front zal de strijd tegen de inflatie een prioriteit zijn, evenals de uitvoering van een vrij strikt begrotingsbeleid – de post van minister van Financiën gaat naar de FDP.

    Dit regeerakkoord is ‘een novum voor Duitsland’, kopt Süddeutsche Zeitung. ‘Dit soort coalities kan op regionaal niveau worden aangetroffen, maar op federaal niveau heeft een dergelijke alliantie tussen de Groenen en de liberalen in de lange geschiedenis van de [Duitse] republiek nog nooit het licht gezien. Voor de Zuid-Duitse krant luidt deze nieuwe configuratie ‘een opleving’ in, die zich verzet tegen ‘veel maatregelen die de christen-democraten in de loop der jaren hebben doorgevoerd’.

    Maar men mag niet te snel victorie kraaien: de SPD, de Groenen en de FDP hebben de onderhandelingsfase met succes doorstaan en moeten nu hun eigen partijleden ervan overtuigen de tekst goed te keuren om een regering te kunnen vormen.

    Lees ook:

  • Eerste vrouwelijke premier van Zweden treedt al na een paar uur af

    Eerste vrouwelijke premier van Zweden treedt al na een paar uur af

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Duitsland: SPD, Groenen en FDP verenigd door hun ‘geloof in vooruitgang’

    » Inflatie in de VS bereikt hoogste punt in dertig jaar

    Magdalena Andersson nam ontslag na mislukt begrotingsdebat

    Magdalena Andersson, de eerste vrouw die als premier van Zweden is aangesteld, is woensdag, minder dan twaalf uur na haar benoeming, afgetreden, waardoor het land in politieke onzekerheid is gestort. De sociaaldemocratische leider zei dat ze gedwongen was af te treden na een desastreuze dag waarop haar begroting werd verworpen en haar groene coalitiegenoten uit de regering stapten.

    ‘Als er weer gestemd wordt over haar positie als premier, zal Andersson waarschijnlijk herkozen worden’

    ‘De Zweedse politiek is zo complex dat het goed mogelijk is dat ze weer terugkeert’, aldus Maddy Savage, correspondent voor BBC in Stockholm. ‘Als er weer gestemd wordt over haar positie als premier, zal Andersson waarschijnlijk herkozen worden. Want de parlementsleden van De Milieupartij heeft beloofd haar te steunen, ook al hebben ze zich teruggetrokken als officiële coalitiepartner’, verwacht Savage. ‘Andersson zou zich echter in een kwetsbare positie bevinden aan het hoofd van een fragiele minderheidsregering en zou nog steeds een rechtse begroting moeten uitvoeren, die al door het parlement is goedgekeurd.’

    Lees ook:

  • Afgezette premier Soedan weer aan de macht na akkoord met leger

    Afgezette premier Soedan weer aan de macht na akkoord met leger

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Chinese vastgoedmarkt maakt ongekende inzinking mee

    » Chili: extreemrechtse kandidaat wint eerste ronde presidentsverkiezingen

    Abdallah Hamdok krijgt zijn positie weer terug

    In Soedan is premier Abdallah Hamdok weer aan de macht. De politicus, die tijdens de militaire staatsgreep werd afgezet, kreeg zijn post zondag terug na een akkoord met generaal Abdel Fattah Al-Burhan. In het presidentieel paleis hebben Abdallah Hamdok en de militairen, de plegers van de staatsgreep van 25 oktober, ten overstaan van de pers een pact ondertekend waarin zij beloven samen de overgang naar de democratie weer op de rails te zetten.

    ‘Het Soedanese volk is in opstand gekomen tegen de staatsgreep’

    De terugkeer van de eerste minister kan worden gezien als ‘een tactische terugtrekking van de generaals van de staatsgreep’, analyseert het Burkinese dagblad Le Pays. ‘Het Soedanese volk is in opstand gekomen tegen de staatsgreep, dat doet het al sinds 25 oktober, toen de misdadige generaals, gegroepeerd rond generaal Burhan, besloten de Soedanese revolutie tegen te houden. En ondanks de bloedige repressie die zij van de generaals hebben ontvangen, zijn de prodemocratische demonstranten blijven volharden in hun protest’, aldus de krant. In de buitenwijken van Khartoem is zondag een tiener doodgeschoten bij ingrijpen tegen een demonstratie tegen de coup.

  • VS en VK leggen nieuwe sancties op aan Nicaragua

    VS en VK leggen nieuwe sancties op aan Nicaragua

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Israël annuleert oliedeal met Verenigde Arabische Emiraten

    » Haven Los Angeles wil af van niet-opgehaalde zeecontainers

    Onvrije verkiezingen leiden tot sancties

    De VS en het Verenigd Koninkrijk hebben nieuwe sancties aangekondigd tegen leden van de Nicaraguaanse regering als vergelding voor de omstreden presidentsverkiezingen van 7 november, bericht MercoPress. De VS legden nieuwe sancties op aan negen leden van de regering van Daniel Ortega en het federaal parket van het Centraal-Amerikaanse land. Het VK heeft sancties tegen de vicepresident van Nicaragua, Rosario Murillo, en zeven andere functionarissen aangekondigd.

    De internationale gemeenschap veroordeelt de afwezigheid van oppositie bij de verkiezingen, de arrestatie van haar leiders, de afwezigheid van internationale waarnemers en onafhankelijke media, en de vervolging van journalisten. Rusland en Venezuela wijzen die bezwaren af.

    Lees ook:

  • VS: Republikeins Congreslid berispt om gewelddadige video

    VS: Republikeins Congreslid berispt om gewelddadige video

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Belarus biedt opvang voor migranten en presenteert zich als ‘weldoener’

    » Australië verliest buitenlandse studenten door lockdowns

    Paul Gosar publiceerde een filmpje waarin hij een collega vermoordt

    Op dezelfde dag dat FvD-Tweede Kamerlid Pepijn Houwelingen zijn D66-collega Sjoerd Sjoerdsma bedreigde werd in de Verenigde staten de Republikeinse afgevaardigde uit Arizona, Paul Gosar, op de vingers getikt voor het publiceren van een gewelddadige video.

    Na het posten van een animatiefilmpje op Twitter waarin te zien is hoe hij de Democratische afgevaardigde Alexandria Ocasio-Cortez vermoordt en president Joe Biden aanvalt met twee zwaarden, werd Paul Gosar ‘de eerste volksvertegenwoordiger in meer dan een decennium die een motie van afkeuring tegen zich krijgt’.

    ‘Het debat legde opnieuw een politieke cultuur bloot die in een neerwaartse spiraal zit’

    De Democraten ‘probeerden een rode lijn te trekken tegen opruiende politieke retoriek’, maar ‘slaagden daar maar half in’, schrijft The Hill. De stemming over de motie, aangenomen met 223 tegen 207, verliep ‘bijna geheel langs partijgrenzen’.

    ‘De motie tegen Gosar toonde dat een meerderheid van het Huis van Afgevaardigden bereid is om op te treden tegen bedreigingen. Maar het debat legde ook opnieuw een politieke cultuur bloot die in een neerwaartse spiraal zit‘, concludeert de politieke nieuwssite.

    Lees ook:

  • Patrick J. Deneen: ‘De nieuwe aristocratie verbloemt haar bevoorrechte positie’

    Patrick J. Deneen: ‘De nieuwe aristocratie verbloemt haar bevoorrechte positie’

    De huidige elite houdt zich opzettelijk blind voor haar bevoorrechte positie en bekommert zich daarom niet meer om lagere klassen, stelt politicoloog Patrick J. Deneen. Zijn studenten geloven – net als Marx – dat lageropgeleiden vatbaarder zijn voor een ‘vals bewustzijn’.

    Nexus-conferentie: ‘Revolutie van de hoop‘

    ‘Revolutie van de hoop’ is dit jaar het onderwerp van de Nexus-conferentie. Met als hoofdvraag: Waar vinden we, te midden van al onze hedendaagse crises, de revolutionaire hoop, moed en creativiteit om nieuwe werelden vorm te geven? 

    Op zaterdag 20 november komen sprekers als Giuseppe Conte, Patti Smith, Wole Soyinka en Mary L. Trump bijeen in Amsterdam om een antwoord te formuleren op deze vragen.

    Deze week publiceert 360 Magazine artikelen en speeches van de sprekers van de Nexus-conferentie ‘Revolution of Hope’. De derde in de reeks is Patrick J. Deneen, universitair hoofddocent Politieke Wetenschappen aan de universiteit van Notre Dame.

    Tijdens een van de verfoeilijkste momenten in Plato’s De Staat suggereert Socrates dat de ideale stad een stichtingsmythe nodig heeft – wat hij een ‘nobele leugen’ noemt – om zich van succes te verzekeren. De mythe bestaat uit twee delen. Volgens het eerste deel stamt iedereen in de stad af van dezelfde moeder, waarmee het geloof wordt aangemoedigd dat alle inwoners van de stad een gemeenschappelijke oorsprong hebben en familie van elkaar zijn. Volgens het tweede behoort iedereen al bij de geboorte tot een bepaalde klasse op grond van zijn of haar talenten en bekwaamheden, die worden aangeduid door een metaal dat iedere ziel bij de geboorte is toebedeeld: de heersende klasse goud; ministers, soldaten en hoge ambtenaren zilver; arbeiders brons en ijzer.

    Socrates betoogt dat om de stad succesvol te laten zijn, alle burgers beide delen van de mythe moeten geloven. De mythe probeert tegelijkertijd te verenigen en te differentiëren, te verklaren wat gemeenschappelijk en verschillend is, en ondanks aanzienlijke verschillen burgerlijk patriottisme te kweken. Het eerste deel moedigt burgerlijke betrokkenheid, gemeenschappelijke opofferingsgezindheid en het geloof in een algemeen welzijn aan. Het tweede rechtvaardigt het bestaan van ongelijkheid als een permanent kenmerk van de menselijke samenleving.

    Socrates aarzelt zelfs om hardop over de mythe te spreken, omdat hij beseft hoezeer die zijn gehoor vermoedelijk tegen de borst zal stuiten. Bovendien erkent hij dat er veel overtuigingskracht nodig zal zijn – vermoedelijk generaties lang – voordat de mythe door de stedelingen wordt geaccepteerd, en ook dan zal de heersende klasse zich er vermoedelijk niet door laten overtuigen. Als er één bevolkingsgroep is die de mythe waarschijnlijk zal accepteren, oppert hij, dan is het de ongeschoolde werkende klasse.

    Bedrog

    Wanneer ik de nobele leugen tijdens mijn colleges aan mijn studenten voorleg, valt hij niet in goede aarde, zoals Socrates al had voorspeld. Zij hebben moeite met het idee dat een rechtvaardig bestel op bedrog moet zijn gegrondvest. Maar wat hun nog meer ergert is de suggestie dat de rechtvaardige stad op ongelijkheid moet zijn gegrondvest. Als goede progressieve democratische burgers verafschuwen ze de suggestie dat ongelijkheid kan worden bestendigd als een geboorterecht, en ze vereenzelvigen zich met het onrecht dat de zwaksten in de samenleving wordt aangedaan. Van de twintig jaar die ik college gaf aan Princeton, Georgetown en Notre Dame kan ik me geen enkele student herinneren die geen moeite met de mythe had. De meesten vonden hem ronduit weerzinwekkend.

    Op de vraag waarom het moeilijker zal zijn de heersende klasse van de waarheid van de nobele leugen te overtuigen, zeggen de meeste studenten te geloven dat de heersende klasse door haar hogere opleiding en grotere intelligentie beter bestand is tegen propaganda, terwijl de eenvoudige werkende klasse vermoedelijk ten prooi valt aan bedrog omdat ze haar eigen belangen onvoldoende onderkent. Door te geloven dat lageropgeleiden vatbaarder zijn voor een ‘vals bewustzijn’ kiezen mijn studenten impliciet de kant van Marx.

    Lees ook het artikel van een van de andere sprekers van de Nexus-conferentie:

    Plato wil dat wij de mythe anders begrijpen. Anders dan Marx geloofde hij niet dat de leden van de lagere klasse vermoedelijk hun eigen belangen niet zouden onderkennen. De lagere klasse zal de mythe vermoedelijk accepteren omdat ze beseft dat die in haar voordeel werkt. Haar leden zijn zich er scherp van bewust dat er ongelijkheid bestaat. Dat deel van de ‘leugen’ komt hun nauwelijks als onwaar voor. Wat nieuw is, en wat in hun voordeel werkt, is het idee dat zowel de lagere als de heersende klasse gebaat is bij ongelijkheid. Dat wil zeggen, het werk van leden met edele metalen in hun ziel moet ten goede komen aan iedereen, ook aan degenen wier ziel het met onedele metalen moet stellen. Leden van de heersende klasse daarentegen zullen de mythe vermoedelijk niet geloven uit eigenbelang. Zij schrikken terug voor de bewering dat iedereen, ongeacht rang of stand, tot dezelfde familie behoort. Ze willen niet dat de voordelen die wellicht alleen hun klasse ten goede zullen komen ten bate van het geheel zullen worden aangewend.

    Alleen als iedere groep ieder deel van de ‘leugen’ accepteert, legt Socrates uit, komt er een soort sociaal contract tot stand

    Alleen als iedere groep ieder deel van de ‘leugen’ accepteert, legt Socrates uit, komt er een soort sociaal contract tot stand. Zowel de elite als de gewone man accepteert het deel van de mythe dat hun niet aanspreekt omwille van het deel dat dat wel doet. De elite geniet aanzien in een samenleving die ongelijkheid rechtvaardigt; de gewone man is het beste af in een samenleving die afdwingt dat de elite zich in dienst stelt van het geheel. In plaats van te werk te gaan als strijdende partijen, zetten beide kanten zich in voor het algemeen nut.

    Zo’n compromis is moeilijk te bereiken. Een groot deel van de rest van De Staat gaat over de vraag hoe de heersende klasse kan worden overreed, of zelfs gedwongen, haar lot aan de rest van de stad te verbinden, in plaats van de anderen simpelweg te domineren of te negeren. Omdat ongelijkheid een onmiskenbaar feit is, ziet Plato het als een grote uitdaging voor de politiek om de bevoordeelden ervan te overtuigen dat zij zichzelf als deel van het geheel moeten beschouwen.

    Vergelijk de reactie op deze ‘nobele leugen’ die Socrates van de heersende klasse verwachtte eens met de typische reactie van studenten aan elite-universiteiten. De huidige elitestudenten vinden de mythe vooral verwerpelijk omdat deze uitgaat van eeuwige ongelijkheid door de generaties heen. De onderlinge verwantschap lijkt weinig problematisch en zelfs oninteressant. Wat verklaart dat de heersende klasse van onze tijd kennelijk heel andere dingen als schandalig ervaart en zich daartegen verzet?

    Activisme

    Campussen van elite-universiteiten zijn broeinesten van activisme tegen ongelijkheid, vooral op het gebied van huidskleur, geslacht, invaliditeit en seksuele geaardheid. De afgelopen jaren hebben studenten van UC Berkeley tot Reed College geprotesteerd tegen voorbeelden van vermeende vooringenomenheid, maar weinig incidenten hebben zoveel opzien gebaard als het protest waaronder de socioloog Charles Murray op 2 maart 2017 werd bedolven op Middlebury College in Vermont. Voordat hij een woord had kunnen uitbrengen werd Murray getrakteerd op twintig minuten boegeroep van honderden studenten in zijn gehoor. Om het geplande gesprek toch nog te kunnen voeren moesten hij en zijn gastheer, professor Allison Stanger, de collegezaal verruilen voor een privévertrek. Studenten volgden hen en sloegen op de muren en ramen. Toen ze ten slotte naar buiten kwamen, ging de menigte Murray en Stanger te lijf, waarbij Stanger nekletsel en een hersenschudding opliep.

    Murray was uitgenodigd om over zijn boek Coming Apart te komen praten, een studie over de toenemende ongelijkheid tussen rijke en arme witte Amerikanen tussen 1960 en 2010. Murrays boek concentreert zich op twee fenomenen. Ten eerste wijst hij erop dat Amerikanen in afzonderlijke geografische enclaves zijn opgedeeld op grond van rijkdom, klasse en opleiding. Ten tweede wijst hij op de ongekend hoge sociale problematiek bij arme en laagopgeleide Amerikanen, zoals echtscheidingen, buitenechtelijke kinderen, misdaad, drugsverslaving, werkloosheid, faillissementen, isolatie en wetteloosheid.

    De studenten die Murray het spreken beletten komen voornamelijk uit wat Murray de ‘HPY-bubbel’ noemt, Harvard, Princeton en Yale, universiteiten waar een opmerkelijke ideologische, economische en sociale homogeniteit heerst. Een diploma van een opleiding als Middlebury College is het paspoort om in de HPY-bubbel te geraken. Je komt er niet zomaar binnen. Volgens het U.S. News and World Report bezet Middlebury samen met Pomona College de zesde plaats op de ranglijst van Amerikaanse alfa-colleges, na Williams, Amherst, Bowdoin, Swarthmore en Wellesley. In 2017 werd maar zeventien procent van de aanmeldingen geaccepteerd. Studenten moeten een gemiddelde studiepuntenscore van 1450 van de 1600 hebben. De kosten van onderwijs plus kost en inwoning bedragen ruim 64.000 dollar per jaar.

    Het gevolg was dat de elitestudenten zelfvoldaan konden volharden in hun demonstratieve steun aan het gelijkheidsbeginsel

    Je zou denken dat studenten van zo’n opleiding zeer geïnteresseerd zouden zijn in een lezing over de grondslagen en implicaties van economische en klassenverschillen in het huidige Amerika. Je zou zelfs verwachten dat als de studenten aanstoot namen aan ongelijkheid, ze zich door Murray zouden hebben laten inspireren om hun onlustgevoelens op Middlebury College bot te vieren als bestendiger van klassenverschillen of zelfs op zichzelf als gewillige deelnemers aan die bestendiging. Je zou op zijn minst hebben gedacht dat ze geïnteresseerd zouden zijn in een analyse van de rol die opleidingsinstituten spelen bij het creëren en handhaven van ongelijkheid. In plaats daarvan joelden ze, uit naam van de ongelijkheid zelf, de man uit die met hen kwam spreken over hun rol bij de bestendiging van die ongelijkheid.

    Natuurlijk was het niet het onderwerp van Murrays lezing waartegen werd geprotesteerd, maar het feit dat hij in zijn boek The Bell Curve uit 1994 statistische IQ-verschillen tussen verschillende etniciteiten ter sprake had gebracht. Maar het belangrijkste thema van dat boek was de zorg dat sociale selectie de klassenverschillen in Amerika zou vergroten, precies het soort selectie dat door eliteopleidingen als Middlebury wordt bevorderd. Het prettige gevolg van de heftige protesten tegen Murray was dat er geen verder onderzoek hoefde te worden gedaan naar de wijdverbreide klassenverschillen in het huidige Amerika, en dat de elitestudenten van de eliteopleiding Middlebury zelfvoldaan konden volharden in hun demonstratieve steun aan het gelijkheidsbeginsel.

    Eigenbelang

    Zoals veel demonstraties tegen ongelijkheid op campussen van elite-universiteiten was het protest tegen Murray een echo van het verzet van de heersende klasse tegen de nobele leugen. De heersende klasse ontkent dat ze eigenlijk een zichzelf bestendigende elite is die niet alleen bepaalde vooroordelen heeft geërfd maar die ook wil doorgeven. Om dat te maskeren omschrijven ze zichzelf als de voorhoede van het streven naar gelijkheid, waarbij ze hun hogere status in feite ontkennen, evenals het feit dat ze door het handhaven van de klassenscheiding hun minder fortuinlijke landgenoten in een erbarmelijke en gevaarlijke situatie brengen. Je komt zelfs in de verleiding te concluderen dat hun hardnekkige verdediging van het gelijkheidsbeginsel een manier is om zich te ontdoen van werkelijke verplichtingen tegenover de lagere klasse die steeds verder uit hun geografische zicht en hun denkwereld verdwijnt. Omdat ze ongelijkheid verfoeien, hoeven ze zichzelf niet bewust als een heersende klasse te beschouwen. Door te ontkennen dat het zeer in hun eigenbelang is om hun elitepositie te handhaven, gaan ze er moeiteloos vanuit dat ze in onderlinge verwantschap geloven, zolang dat hun positie maar niet bedreigt. Het deel van de nobele leugen dat de elite ooit de stuipen op het lijf zou hebben gejaagd, namelijk de aanspraak op onderlinge verwantschap, is inmiddels irrelevant; in plaats daarvan verzetten ze zich tegen het niet-egalitaire deel van de mythe dat destijds, net als nu, voor zowel de elite als de lagere klasse vanzelfsprekend zou zijn geweest. De huidige lagere klasse zal haar ongelijkheid vermoedelijk evenzeer herkennen als die van Plato. Het is de elite die vatbaar lijkt voor een ‘vals bewustzijn’.

    ‘Wanneer de kloof tussen ideaal en realiteit te groot wordt, bezwijkt het systeem’

    Het domein van de nieuwe elite is al lange tijd voorspeld en het meest overtuigend besproken door maatschappijcritici als Michael Young, C. Wright Mills en Christopher Lasch. Tot de kundigste chroniqueurs van de nieuwe elite behoort columnist David Brooks van de New York Times, die in april 2001 een essay publiceerde, ‘The Organization Kid’ getiteld, waarin hij beschreef hoe de witte Amerikaanse aristocratie werd vervangen door een meritocratie. Nadat hij verscheidene weken onder studenten op de campus van Princeton had verkeerd, concludeerde Brooks dat er aan deze regimeverandering bepaalde voordelen kleefden maar beslist ook nadelen. Een nadeel was in zijn ogen de teloorgang van het ‘noblesse oblige’, de zorg van de heersende klasse voor mensen die minder fortuinlijk waren omdat ze het minder getroffen hadden met hun geboorte en afkomst. Brooks stelde dit tegenover het oude ideaal van de witte aristocratie dat op burgerlijke, militaire en protestantse waarden was gebaseerd: ‘Het Princeton uit die dagen had tot doel geprivilegieerde mannen uit hun prominente familie te halen en hen weerbaar te maken, hun een gevoel van maatschappelijke verantwoordelijkheid bij te brengen dat was gebaseerd op de code van de gentleman en noblesse oblige. Kortom, het had tot doel hun ridderlijkheid bij te brengen.’ Noblesse oblige verschafte de oude aristocratische orde een zekere mate van legitimiteit. Het stelde de heersende klasse in staat te beweren dat hun handelen niet uitsluitend door eigenbelang werd ingegeven, maar de hele gemeenschap ten goede kwam, vooral de amen en machtelozen. Het beeld van de dolende ridder die de jonkvrouw in nood te hulp schiet was een romantische en dramatische weergave van een veel bredere ethiek, namelijk die van de sterke die de zwakke beschermt. Het ancien régime, gebaseerd op bestuur door een erfelijke aristocratie die het belang van de hele gemeenschap voor ogen had, werd omvergeworpen omdat de meeste mensen niet langer in het idee ervan geloofden. Het vleiende zelfportret dat het régime schilderde van een paternalistische en zorgzame bovenklasse werd steeds meer gezien als een door eigenbelang ingegeven rationalisering en een vorm van maatschappelijk zelfbedrog ten dienste van de status quo. Barbara Tuchman beschreef de legitimiteitscrisis van de riddercode in haar boek A Distant Mirror:

    ‘Het ideaal was handhaving van de orde door de strijdende klasse naar het voorbeeld van de Ronde Tafel, de volmaaktste vorm in de natuur. De ridders van koning Arthur namen het op tegen draken, tovenaars en goddelozen om orde te scheppen in een woeste wereld. Dus hun levende tegenhangers werden in theorie geacht te fungeren als verdedigers van het geloof, handhavers van het recht en beschermers van de onderdrukten. In werkelijkheid waren zijzelf de onderdrukkers, en in de veertiende eeuw waren geweld en de wetteloosheid van de mannen van het zwaard een belangrijke oorzaak voor wanorde geworden. Wanneer de kloof tussen ideaal en realiteit te groot wordt, bezwijkt het systeem. Uit de legendes en verhalen blijkt dit keer op keer: in de Arthurromans wordt de Ronde Tafel van binnenuit vernietigd.’

    We kunnen het er snel over eens zijn dat er een kloof bestond tussen de zelfverklaarde ethiek van het noblesse oblige en de feitelijke daden van de adelstand van het ancien régime. Maar net als degenen die het politieke bestel gedurende de middeleeuwen veelal als een vanzelfsprekend natuurlijk gegeven beschouwden, beziet de huidige elite haar meritocratische rechtvaardiging van haar status en positie maar zelden met een sceptische blik.

    Oogkleppen

    Waar de elite zich wellicht opzettelijk blind houdt voor de aard van haar positie, ziet de rest van de samenleving duidelijk waar ze mee bezig is. De opstand van de arbeidersklasse overal in het ontwikkelde Westen komt voort uit een idee van onrechtmatigheid, van een kloof tussen de aanspraken van de heersende klasse en de realiteit die wordt ervaren door degenen over wie wordt geheerst. Het is geen toeval dat het socialistisch links en autoritair rechts zijn die in opstand komen, twee stromingen die zich nu beide verzetten tegen staatskapitalisme, een heersende klasse van managers, de financialisering van de economie en globalisering. De populistische opstand daagt de liberale orde zelf uit.

    Onze heersende klasse heeft grotere oogkleppen op dan die van het ancien régime. Anders dan de oude aristocraten houden ze vol dat hun exclusieve instellingen uitsluitend door voorstanders van gelijkheid worden bevolkt. Ze gaan luidkeels prat op hun eigen deugdzaamheid en zetten zich dubbel zo hard in voor diversiteit en inclusie. Ze schilderen fanatieke ultraconservatieven af als de grote belemmering voor volstrekte gelijkheid, en niet de elite-instellingen waarvan zijzelf profiteren. De instellingen die verantwoordelijk zijn voor het scheiden van de sociale en economische winnaars van de verliezers zijn grotendeels doof voor kritiek en lopen te koop met hun onafgebroken inzet voor het gelijkheidsbeginsel. De meritocratische ideologie verbloemt de rol die de heersende klasse zelf speelt bij het laten voortbestaan van de ongelijkheid en cultiveert zelfs een bredere sociale ecologie waarbinnen degenen die niet tot de heersende klasse behoren te kampen hebben met tal van sociale en economische kwalen die steeds kenmerkender worden voor de Amerikaanse lagere klasse. Om de realiteit onder ogen te zien zouden er dringende vragen moeten worden gesteld over de agenda die aan de inzet voor ‘diversiteit en inclusie’ ten grondslag ligt. Dat is wel het minste wat je van onze zelfverklaarde toewijding aan ‘kritisch denken’ zou mogen verwachten, maar de kans is groot dat zulke vragen zullen worden weggewimpeld, soms op een gewelddadige manier, op de hedendaagse campussen.

    Lees ook het artikel van een van de andere sprekers van de Nexus-conferentie:

    Uit gelijkheidscampagnes die zich eerder op de inclusie van identiteitsgroepen richten dan op een onderzoek naar de klassenscheiding blijkt een ontstellend gebrek aan nieuwsgierigheid naar de medeplichtigheid aan een systeem dat de status van de elite generaties lang heeft veiliggesteld. Aandacht voor diversiteit en inclusie op grond van ‘ascriptieve’ kenmerken als ras, geslacht, invaliditeit of seksuele geaardheid stelt de heersende klasse in staat de klassenverschillen over het hoofd te zien en zich te concentreren op ongekozen vormen van identiteit. Diversiteit en inclusie passen keurig in de meritocratische structuur en houden de structuur van de nieuwe aristocratische orde stevig in het zadel.

    Harvard heeft mooi praten met haar verzet tegen uitsluiting: in 2017 werd maar vijf procent van de aanmeldingen gehonoreerd

    Dit verklaart mede de merkwaardige en vaak hysterische nadruk die de meeste elitaire en exclusieve instellingen in de VS op het gelijkheidsbeginsel leggen. Het meest recente absurde voorbeeld was de officiële poging van Harvard University om, in de woorden van haar bestuursvoorzitter, gezelligheidsverenigingen op te heffen vanwege hun rol ‘in het handhaven van vormen van bevoorrechting en uitsluiting die strijdig zijn met onze diepste waarden’. Harvard heeft mooi praten met haar verzet tegen uitsluiting: in 2017 werd vijf procent van de aanmeldingen (2056 van de 40.000) door de universiteit gehonoreerd. Het ontkennen van bevoorrechting en uitsluiting lijkt gelijke tred te houden met de exclusiviteit van de instelling.

    De veelgeprezen inzet voor gelijkheid, inclusie en diversiteit is niet alleen een denkmantel voor institutioneel elitarisme. Hij impliceert ook dat iedereen die desondanks buiten de boot valt zijn lagere status verdient. Als de elite haar sociale status, rijkdom en positie voornamelijk als het resultaat van haar eigen inspanning en werk beschouwt (en zeker niet van geboorte of erfenis), dan hebben zij die in de lagere klasse blijven hangen daar volgens diezelfde logica zelf voor gekozen. Dit geringschattende standpunt wordt ingenomen door prominente stemmen aan zowel de rechter- als de linkerzijde van het politieke spectrum. Zo zei James Stimson, hoogleraar Politieke Wetenschappen aan de University of North Carolina, onlangs tegen de New York Times:

    ‘Als we kijken naar het gedrag van mensen die in behoeftige buurten wonen, dan zien we niet het effect van economische achteruitgang op de arbeidersklasse, we zien een uiterst selectieve groep mensen die met economische tegenspoed is geconfronteerd en ervoor heeft gekozen thuis te blijven en die te accepteren, terwijl anderen elders hun heil hebben gezocht en gevonden. (…) Degenen die angstig zijn, conservatief in maatschappelijke zin, en ambitie ontberen, blijven waar ze zijn en accepteren de achteruitgang.’

    Om een samenleving te laten functioneren moeten er tegelijkertijd twee schijnbaar tegenstrijdige overtuigingen worden gehuldigd: wij zijn radicaal verschillend en radicaal gelijk

    Met andere woorden, het is hun eigen schuld. Ze verdienen het om te verliezen, zoals de meritocraten van Harvard het verdienen om te winnen.

    Dat de heersende klasse van tegenwoordig eerder geneigd is ongelijkheid te veroordelen vanaf haar gemanicuurde campus dan dat ze naar buiten treedt om haar geloof in een gemeenschappelijk burgerbestaan uit te dragen is geen teken van grotere verlichting en vooruitgang, maar toont aan dat er een nieuwe aristocratie is ontstaan die zich niet bewust is van haar eigen positie en de verantwoordelijkheden die daarbij horen. Ze laat zich misleiden door een geüpdatete ‘nobele’ leugen.

    Nu, bijna vijfentwintighonderd jaar later, lijkt Plato’s nobele leugen toch zo onwaar nog niet. Om een samenleving te laten functioneren moeten er tegelijkertijd twee schijnbaar tegenstrijdige overtuigingen worden gehuldigd: wij zijn radicaal verschillend en radicaal gelijk. We zijn uiterst gedifferentieerd maar met elkaar verbonden. We zijn vaak tot radicaal verschillende taken geroepen, maar die taken zijn bedoeld om het geheel ten goede te komen. Plato dacht dat mensen het ‘feitelijke verschil’ gemakkelijk zouden kunnen onderkennen, omdat het zo vanzelfsprekend is voor onze zintuigen, zij het niet altijd gemakkelijk te accepteren voor mensen met een lagere status. De uitdaging was het kweken van een geloof in een gemeenschappelijke oorsprong en onderlinge verwantschap. De Staat van Plato was één poging om deze uitdaging te beantwoorden, zij het een nogal absurde en ongeloofwaardige (zoals Socrates meteen toegaf). Vandaag de dag hebben we twee mogelijke antwoorden.

    Liberale samenleving

    Zolang Amerika als natie bestaat, is het Amerikaanse credo altijd aan verwarde en uiteenlopende invloeden onderhevig geweest. De eerste was die van het politiek liberalisme. Dat legt de nadruk op individuele rechten en vrijheden en belooft dat als we ons gezamenlijk inzetten voor de totstandkoming van een liberale samenleving, onze uitgesproken en vaak onverzoenlijke verschillen beschermd zullen worden. Het liberalisme propageert politieke eenheid als een manier om onze persoonlijke verschillen veilig te stellen.

    De andere invloed was die van het christendom. Dat benadert de vraag vanuit het tegenovergestelde perspectief, met begrip voor onze verschillen om een sterkere eenheid te kweken. Dit is de krachtige boodschap van Paulus in 1 Korintiërs 12 en 13, waarin hij de kibbelende christenen van Korinthe vraagt te begrijpen dat hun gaven niet ter meerdere glorie van een bepaalde persoon of een bepaald slag mensen zijn, maar van het lichaam als geheel. John Winthrop herhaalde deze leerstelling in zijn zelden gelezen, vaak verkeerd geciteerde preek ‘A Model of Christian Charity’, die hij hield aan boord van de Arbella. Winthrop begint met de vaststelling dat mensen overal en altijd in lagere en hogere standen worden geboren; de armen zijn altijd onder ons, zoals Christus opmerkte. Dit onderscheid werd echter niet toegestaan om de eersten af te vallen en de tweeden te prijzen, maar ter meerdere glorie van God, opdat allen weten dat zij elkaar nodig hebben en verantwoordelijk zijn voor het delen van bepaalde gaven tot nut van het algemeen. Verschillen in talent en omstandigheden bestaan om een sterkere eenheid te bevorderen.

    Een samenleving die alleen is gebaseerd op een gemeenschappelijk geloof in individuele verschillen zal uitlopen op een totale oorlog

    Zolang het liberalisme niet volledig zichzelf was, zolang het werd gecorrigeerd en zelfs gestuurd door het christendom, was een werkend sociaal contract mogelijk. In het christendom wordt verschil tot eenheid geordend. In het liberalisme wordt eenheid gewaardeerd zolang het verschil bevordert. Het Amerikaanse experiment vermengde en verwarde deze twee begrippen, maar alleen net genoeg om er een blijvende bron van zorg van te maken. De balans was nooit perfect omdat er altijd te veel ontbrak, slingerde altijd heen en weer tussen een quasi-theologische verkondiging van eenheid en ontworteld individualisme. Maar er bleek bijna tweehonderdvijftig jaar lang mee te leven. De recente sterke afname van gelovigheid en christelijke morele normen wordt door velen als een triomf van het liberalisme beschouwd, en dat is het in zekere zin ook. Tegenwoordig wordt onze eenheid vrijwel volledig in het licht van onze verschillen gezien. We komen bijeen… om diversiteit te vieren. En tegenwoordig fungeert de viering van diversiteit ten slotte altijd als masker voor macht en ongelijkheid.

    In deze opzet vigeert de taal van het recht. Maar zoals Simone Weil decennia geleden al opmerkte, is de taal van het recht uiteindelijk niet in staat een gemeenschappelijk leven op te bouwen, of zelfs maar in stand te houden:

    ‘Als je tegen iemand met oren om te horen zegt: “Wat je me aandoet is onjuist,” dan wakker je aandacht en liefde aan in hun meest oorspronkelijke vorm. Maar dat geldt niet voor woorden als “ik heb het recht…” of “jij hebt het recht niet om…”. Die lokken een latente oorlog uit en wakkeren tweespalt aan. Door van het rechtenidee het middelpunt van sociale conflicten te maken wordt beide kanten iedere aandrang tot naastenliefde ontnomen.’

    Weil voorspelde wat we nu meemaken. Na meer dan twee eeuwen kunnen we niet langer stellen dat christendom en liberalisme met elkaar verenigbaar zijn. Het liberalisme is in opkomst, maar het zal een pyrrusoverwinning behalen. Een samenleving die alleen is gebaseerd op een gemeenschappelijk geloof in individuele verschillen zal uitlopen op een totale oorlog. De natuurlijke staat ligt niet in een denkbeeldig verleden; hij is duidelijk zichtbaar in een nabije en maar al te reële toekomst.

    De nieuwe aristocraten denken dat we de behoefte aan het christendom, dat ze als een even leugenachtige mythe beschouwen als de nobele leugen van Plato, zijn ontstegen. Ze geloven dat ze door het verwerpen van de oude mythen de voorhoede van een nog gelijkwaardiger samenleving kunnen worden. Ze hebben geen oog voor het feit dat deze aanspraak een vorm van statushandhaving is, zodat ze een sterkere gemeenschappelijke band met degenen die ze als achterlijk beschouwen kunnen ontkennen. De elite verfoeit populisten maar ontkent dat zijzelf een klassenoorlog heeft ontketend. Ze hekelt de afstotelijkheid van Donald Trump en is zich totaal niet bewust van haar medeplichtigheid aan zijn opkomst.

    We bevinden ons in een gebied dat nog niet in kaart is gebracht. Het liberalisme heeft gedurende zijn hele geschiedenis gecoëxisteerd met het christendom, waarbij het christendom de harde kantjes van de heersende politieke filosofie afschaafde en de elite verplichtte haar bevoorrechte positie te erkennen, evenals de daaruit voortvloeiende verantwoordelijkheden en verplichtingen jegens de minder fortuinlijken. De volstrekte minachting van de hedendaagse elite voor de arbeidersklasse is een weerspiegeling van onze pas ontdekte ‘verlichting’, zoals de overtuiging van de lagere klasse dat alleen een sterke en even minachtende leider de elite in bedwang zal kunnen houden dat ook is. Het liberalisme is erin geslaagd de oude goden van het openbare plein te verwijderen, zodat het een onguur strijdperk is geworden voor ongelijken die niets gemeenschappelijks meer bij elkaar herkennen. Of dat plein weer gevuld kan worden met opnieuw vertelde oude verhalen over een gemeenschappelijke oorsprong en bestemming, of dat het gewoon gedomineerd moet worden door degene die de sterkste blijkt, is de uitdaging voor ons tijdperk.

    Patrick J. Deneen

    Patrick J. Deneen is een internationaal gerenommeerd politiek denker en universitair hoofddocent Politieke Wetenschappen aan de universiteit van Notre Dame. Hij publiceerde over democratie, Amerikaanse politieke filosofie, politieke theologie, religie en Amerikaans liberalisme, en literatuur en politiek.

    Deneen schreef meerdere boeken, waaronder Why Liberalism Failed (2018), dat werd vertaald in vijftien talen. Het boek werd een veelbesproken titel en heeft nog steeds grote invloed op het denken over liberalisme. President Barack Obama liet zich lovend uit over Deneens boek en schreef dat ‘het de lezer dieper inzicht verschaft in het verlies van gemeenschapszin die velen in het Westen voelen, en de onderkenning van de waarde ervan in liberale democratieën’.

  • Pandora Papers: Chileense president ontsnapt aan impeachment

    Pandora Papers: Chileense president ontsnapt aan impeachment

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zuid-Afrikaanse kinderen verkopen wifiwachtwoorden voor lunchgeld

    » Amerikaans dorp lokt thuiswerkers met gratis oppas

    President Sebastián Piñera mag aanblijven van Senaat

    De Chileense senaat heeft op dinsdag 16 november gestemd tegen de afzetting van president Sebastián Piñera, die verdacht wordt van belangenverstrengeling bij de verkoop van een mijnbouwbedrijf in 2010 in een belastingparadijs. De transactie is door de Pandora Papers aan het licht is gekomen.

    Een tweederde meerderheid – negenentwintig stemmen – was nodig, maar achttien leden van het Hogerhuis stemden voor, zestien tegen en één onthield zich van stemming, meldt het Chileense dagblad La Nación. Vorige week kreeg de impeachmentprocedure groen licht van de Kamer van Afgevaardigden met achtenzeventig stemmen voor, zevenenzestig tegen en drie onthoudingen, aldus de krant.

    Lees ook:

  • Colombe Cahen-Salvador: ‘Mondiaal is het nieuwe normaal’

    Colombe Cahen-Salvador: ‘Mondiaal is het nieuwe normaal’

    Alleen door wereldwijde samenwerking kunnen wereldwijde problemen als klimaatverandering, corona en mensenrechtenschendingen opgelost worden, meent Colombe Cahen-Salvador. Ze geeft zelf het goede voorbeeld. Cahen-Salvador is medeoprichter van de pan-Europese partij Volt en de wereldwijde actiegroep Atlas.

    Nexus-conferentie: ‘Revolutie van de hoop‘

    ‘Revolutie van de hoop’ is dit jaar het onderwerp van de Nexus-conferentie. Met als hoofdvraag: Waar vinden we, te midden van al onze hedendaagse crises, de revolutionaire hoop, moed en creativiteit om nieuwe werelden vorm te geven? 

    Op zaterdag 20 november komen sprekers als Giuseppe Conte, Patti Smith, Wole Soyinka en Mary L. Trump bijeen in Amsterdam om een antwoord te formuleren op deze vragen.

    Deze week publiceert 360 Magazine artikelen en speeches van de sprekers van de Nexus-conferentie ‘Revolution of Hope’. De eerste in de reeks is Colombe Cahen-Salvador, een van de oprichters van de pan-Europese Partij Volt en de wereldwijde actiegroep Atlas.

    Colombe Cahen-Salvador

    Colombe Cahen-Salvador (Frankrijk, 1994) is een jonge leider, die zich de afgelopen tien jaar onophoudelijk heeft ingezet om mensen over grenzen heen te verenigen om mondiale uitdagingen op te lossen. Ze is medeoprichtster van Atlas (voorheen NOW!), een progressieve sociale en politieke beweging die wereldwijde veranderingen nastreeft door middel van sociale campagnes, activiteiten rondom verkiezingen en acties rond thema’s als democratie of vaccinongelijkheid – meer dan 20.000 mensen in meer dan 130 landen zijn bij Atlas betrokken.

    Cahen-Salvador was eerder medeoprichter van de pan-Europese politieke partij Volt die 60.000 mensen in heel Europa mobiliseerde en meedeed aan de Europese Verkiezingen van 2019. Inmiddels is Volt, naast in het Europees Parlement, ook in de Nederlandse Tweede Kamer vertegenwoordigd. Ze heeft gewerkt met verschillende mensenrechten- en humanitaire organisaties, waaronder Robert F. Kennedy Human Rights en de OHCHR. Ze is afgestudeerd aan Warwick Law School en behaalde een mastertitel aan Duke Law School.

    Lees ook:

  • China: Xi Jinping consolideert zijn macht met historische resolutie

    China: Xi Jinping consolideert zijn macht met historische resolutie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Topman ByteDance – het moederbedrijf van TikTok – vertrekt

    » Paus hekelt wapenfabrikanten

    Communistische Partij geeft Xi belangrijke plek in geschiedenis

    De Chinese Communistische Partij (CCP) heeft op donderdag 12 november een ‘historische resolutie‘ aangenomen, schrijft Xinhau, waarin president Xi Jinping op hetzelfde niveau wordt geplaatst als haar iconische leiders Mao Zedong en Deng Xiaoping.

    Ongeveer 350 leden van het Centraal Comité, het ‘parlement’ van de CCP, die sedert maandag in Beijing bijeen zijn, hebben deze tekst over de ‘grote daden’ van de beweging, die dit jaar een eeuw bestaat, goedgekeurd. ‘Sinds haar oprichting in 1921 heeft de Partij het streven naar geluk voor het Chinese volk (…) tot haar missie gemaakt’, aldus het slotcommuniqué, schrijft het Chinese persbureau.

    De resolutie effent de weg voor een derde termijn voor Xi Jinping

    Het document ‘consolideert de macht’ van Xi Jinping, ’plaatst hem op hetzelfde niveau als Mao’ Zedong (1949-76), de eerste leider van communistisch China, ‘en [de latere president] Deng Xiaoping’, zo vat The South China Morning Post samen. De resolutie effent ook de weg ‘voor een belangrijke herschikking van het leiderschap komend jaar, en voor een derde termijn’ voor de leider.

    Dit is pas de derde ‘historische resolutie’ die door de partij is aangenomen, meldt het dagblad uit Hongkong. De vorige twee, uit 1945 en 1981, hadden tot gevolg dat het gezag van respectievelijk Mao Zedong en Deng Xiaoping werd geconsolideerd.

    Het grootste deel van de tekst is gewijd aan het benadrukken van de successen en de vooruitgang die onder Xi Jinping zijn geboekt sinds hij in 2012 aan de macht kwam, aldus The South China Morning Post. ‘Het beschrijft Xi als een groot leider die de problemen het hoofd kan bieden die zijn voorgangers niet konden oplossen.’ Zoals ‘het harde optreden in Hongkong en de strijd tegen corruptie’.

    Lees ook:

  • In gepolariseerd Amerika krijgt rechts zijn eigen smartphone: Freedom Phone

    In gepolariseerd Amerika krijgt rechts zijn eigen smartphone: Freedom Phone

    Erik Finman, met zijn tweeëntwintig jaar naar eigen zeggen ’s werelds jongste bitcoinmiljonair, bracht de Freedom Phone op de markt, een smartphone die is bedoeld om de ‘censuur’ van Silicon Valley te ontlopen. Finman is aanhanger van Donald Trump.

    ‘Hij hield een toespraak die was bedoeld voor een bepaald soort publiek’, schrijft The New York Times in een artikel over de jonge, conservatieve miljonair. Erik Finman plaatste afgelopen juli een gelikte video op Twitter, voorzien van een bombastische soundtrack waarin hij, tegen een achtergrond van Amerikaanse vlaggen en verwijzend naar Abraham Lincoln en Donald Trump, de Freedom Phone aankondigde. Het is een nieuw type smartphone die volgens Finman is bedoeld om Amerikanen te bevrijden van de ‘bigtech-despoten’. Conservatieve commentatoren besteedden ruimschoots aandacht aan de presentatie, waardoor de video 1,9 miljoen keer werd bekeken en duizenden bestellingen binnenkwamen voor zijn mobieltje à 500 dollar.

    Maar toen kwam het lastige deel: de telefoons moesten worden geproduceerd en geleverd. Finmans plan om zijn software gewoon op een goedkope Chinese telefoon te zetten viel niet in goede aarde. En het verzenden van de telefoons, het opzetten van een klantservice, het innen van betalingen en het voldoen aan alle regelgeving viel ook niet mee. ‘Ik dacht dat ik aan alles had gedacht’, aldus Finman, ‘maar ik denk dat het een beetje lijkt op hopen op wereldvrede, in die zin dat je denkt dat die er ook nooit zal komen.’

    Rechtse digitale sector

    Zelfs de best gefinancierde startups hebben moeite om te concurreren met techreuzen die een beurswaarde hebben van miljarden dollars en een formidabele greep op de markt. Toch maakt Finman deel uit van een groeiende rechtse digitale sector, die de uitdaging met big tech aangaat door meer te vertrouwen op de afkeer die conservatieve klanten hebben van Silicon Valley, dan op expertise en ervaring.

    Zo zijn er inmiddels aanbieders die rechtse websites hosten, is er de videosite Rumble die concurreert met YouTube en die zichzelf ‘site voor vrijheid van meningsuiting’ noemt en zijn er minstens zeven conservatieve sociale netwerken die proberen te concurreren met Facebook.

    Lees ook:

    Zoals Parler, een extreemrechts sociaal netwerk dat wordt gefinancierd door de schatrijke, extreem conservatieve Rebekah Mercer, dochter van miljardair Robert Mercer die onder meer achter het schandaal rond Cambridge Analytica stak. Parler stortte eerder dit jaar bijna in nadat Apple, Google en Amazon besloten de site niet langer aan te bieden. Een ander sociaal netwerk dat populair is bij extreemrechts, Gab, heeft ook moeite om zich te vestigen zonder door de appstores van Apple en Google te worden toegelaten. En Gettr, een sociaal netwerk dat werd gecreëerd door voormalige medewerkers van de regering-Trump werd onmiddellijk gehackt.

    De Republikeinse partij klaagt over de censuur van big tech, maar doet er weinig aan, vindt Finman

    Finman, met peroxideblond haar en baardje, ziet zichzelf als een revolutionair die verandering teweeg zal brengen in zowel de techwereld als in de Republikeinse politiek. In een gesprek met The New York Times sprak hij over de Britse politiek, citeerde hij de Romeinse keizer Marcus Aurelius en modeontwerper Karl Lagerfeld en legde hij uit waarom hij de huidige Republikeinse Partij ‘pathetisch’ vindt. Partijleiders klagen over de censuur van big tech, maar doen er weinig aan, vindt Finman.

    New York Magazine portretteerde Finman al in 2014 als een zestienjarige jongen uit Coeur d’Alene, Idaho, die rijk was geworden toen hij een paar jaar eerder de duizend dollar die zijn grootmoeder hem cadeau had gedaan, had omgezet in bitcoins.

    In 2017 overschreed zijn vermogen de grens van 1 miljoen dollar en liet hij op Instagram zien hoe hij poseerde met YouTube-sterren, in en uit privéjets sprong en biljetten van 100 dollar in brand stak. Maar hij begon zich te vervelen in de wereld van cryptocurrency. ‘Ik heb er eigenlijk een hekel aan om over bitcoin te praten’, zegt hij. ‘Het is zoiets als, hé Rolling Stones, speel je grootste hits weer eens.’

    Hij besloot zich in de politiek te storten. Op twaalfjarige leeftijd beschouwde hij zichzelf als een libertariër. Tijdens een ontmoeting met Ron Paul, de voormalige presidentskandidaat voor de Libertarisch partij, hoorde Finman voor het eerst over bitcoin. Met de komst van Trump op het nationale politieke toneel veranderde zijn politieke voorkeur. ‘In 2016 liet ik me overtuigen’, zegt hij.

    Rechtse smartphone

    In de jaren erna begon Finman zich zorgen te maken over wat hij ziet als het het censureren van conservatieve opvattingen door Silicon Valley. Toen hij merkte dat andere Republikeinen zijn zorgen deelden, realiseerde hij zich dat er zakelijke kansen lagen. Hij besloot de dominantie van Apple en Google aan te vallen en ontwikkelde het idee om een nieuwe ‘rechtse’ smartphone te maken. Die heeft zeker kans van slagen, want ‘politiek is het nieuwe tijdverdrijf van Amerika’, denkt hij.

    Maar om een smartphone te maken was hij aangewezen op Google. De Android-software van het bedrijf werkt al met miljoenen apps en Google biedt een gratis, vrij toegankelijke versie van de software aan die andere ontwikkelaars kunnen aanpassen. Dus huurde Finman ingenieurs in om de software te ontdoen van alle sporen van Google en deze te laden met conservatieve sociale netwerken en media-applicaties. Vervolgens downloadde hij de software op telefoons die hij in China had gekocht.

    Tegelijkertijd begonnen rechtse figuren de telefoon aan te prijzen. Ze verdienden 50 dollar voor elke klant die hun kortingscodes gebruikte.

    Het duurde niet lang voordat media onthulden dat de Freedom Phone in feite een goedkope telefoon was van Umidigi, een Chinese fabrikant die eerder chips had gebruikt die kwetsbaar bleken te zijn voor hacking. Finman, die zijn apparaat in zijn video bestempelt als ‘de beste telefoon ter wereld’, werd in de verdediging gedwongen. In juli moest hij toegeven dat Umidigi de telefoon inderdaad produceert, maar hij blijft volhouden er ‘honderd procent’ zeker van te zijn dat zijn telefoon veiliger is dan de nieuwste iPhone.

    In navolging van zijn politieke voorbeeld Donald Trump, besloot Finman zijn mobiele telefoonbedrijf te delegeren

    Finman zegt dat de kritiek hem niet zozeer verraste, wel het hoge aantal verkopen. Daardoor kreeg hij onverwachte verantwoordelijkheden, zo moest hij gecertificeerd worden door de Federal Communications Commission en speciale regels volgen voor het verzenden van apparaten die lithiumbatterijen bevatten.

    Minder dan een maand na de release van zijn telefoon had Finman een oplossing gevonden voor zijn problemen. In navolging van zijn politieke voorbeeld Donald Trump, die Trump-steaks en Trump-wodka verkoopt zonder ooit een boerderij of distilleerderij te hebben hoeven runnen, besloot Finman zijn mobiele telefoonbedrijf te delegeren. De gedachte is simpel: verkoop gewoon de telefoon die iemand anders produceert en pas die zodanig aan dat je je eigen merk ermee kunt promoten.

    Finman is gaan samenwerken met ClearCellular, een bedrijf uit Utah met dertien jaar ervaring, dat al eerder een telefoon produceerde die losgekoppeld was van Apple en Google. En het bedrijf heeft ervaring met logistiek, verzending en klantenservice.

    Aan een toestel van ClearCellular wordt een achtergrondje met de Amerikaanse vlag toegevoegd en allerlei conservatieve apps. Finman krijgt commissie op de verkoop van deze Freedom Phones, onduidelijk is hoeveel.

    Lees ook:

    De eerste reacties op de nieuwe telefoon zijn niet erg positief. Volgens Cnet, een site die nieuwe producten beoordeelt, is dit apparaat van 500 dollar niet beter dan ‘een Android-telefoon van 200 dollar’.  Desondanks zijn er volgens Finman begin september al zo’n twaalfduizend Freedom Phones besteld, hetgeen zou neerkomen op een omzet van ongeveer 6 miljoen dollar in iets meer dan zeven weken.

    Door de samenwerking met ClearCellular kan Finman zich nu meer richten op zijn politieke doelen. Vanuit Washington, waar hij potentiële investeerders ontmoette, kondigde hij het voornemen aan om bij de komende verkiezingen Freedom Phone-gebruikers naar de dichtstbijzijnde stembureaus te leiden. Hij is ook van plan een nieuwsfeed op te zetten met conservatieve verhalen.

    Volgens Finman kan zijn Freedom Phone niet alleen liberalen bestrijden, maar bevrijd hij zijn klanten ook van big tech. ‘Voor mij is dit het politieke instrument bij uitstek. Iedereen heeft er wel een op zak.’

    Lees ook:

  • Rechter: Trump moet documenten bestorming Capitool vrijgeven

    Rechter: Trump moet documenten bestorming Capitool vrijgeven

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » De grootste delegatie op COP26 is die van de fossiele industrie

    » Christchurch ontslaat tovenaar

    Trumps dossiers kunnen nu worden overhandigd aan Congres

    De poging van Donald Trump om de presidentiële dossiers van 6 januari 2021, de dag van de bestorming van het Capitool, achter slot en grendel te houden, is door de rechter van tafel geveegd, meldt The Hill. De honderden documenten, waaronder de telefoongesprekken van de president en een lijst van mensen die hem hebben bezocht, kunnen worden overhandigd aan de parlementaire commissie die de opstand onderzoekt.

    ‘De rechtbank is van oordeel dat het algemeen belang vereist dat de gezamenlijke wensen van de wetgevende en de uitvoerende macht om de gebeurtenissen die tot 6 januari hebben geleid te onderzoeken, worden ingewilligd,’ oordeelde een federale rechter. Dinsdag heeft de onderzoekscommissie een nieuwe lijst van gedagvaarde vertrouwelingen van Trump vrijgegeven, waaronder voormalig Witte Huis-woordvoerster Kayleigh McEnany.

    Lees ook:

  • Voor het eerst in drie jaar stemt Israëlisch parlement in met begroting

    Voor het eerst in drie jaar stemt Israëlisch parlement in met begroting

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » In Mozambique worden olifanten zonder slagtanden geboren door stroperij

    » Italianen maken weer thuis pasta

    Goedgekeurde begroting onderstreept stabiliteit in coalitie

    De regeringscoalitie in Israël heeft donderdag een belangrijke overwinning behaald toen zij erin slaagde haar begroting door de Knesset, het Israëlische parlement, te loodsen. De stemming ‘versterkt de stabiliteit aanzienlijk’ van de regering Bennett-Lapid, aldus Haaretz.

    Ook wordt het spookbeeld van vervroegde verkiezingen weggenomen en worden ‘de opties voor een terugkeer geneutraliseerd’ van Benjamin Netanyahu, die uit de macht werd verdreven door de huidige coalitie, een ongekende alliantie van rechts, het centrum, links en een Arabische partij.

    Lees ook:

  • Hoeveel macht krijgt de eerste vrouwelijke premier van Tunesië eigenlijk echt?

    Hoeveel macht krijgt de eerste vrouwelijke premier van Tunesië eigenlijk echt?

    Voor het eerst in de geschiedenis heeft een vrouw de leiding over de Kasbah, de zetel van de Tunesische regering. Dat klinkt als een mooie ontwikkeling, maar deze journalist van La Presse de Tunisie trekt de motieven van president Kais Saied om haar aan te stellen in twijfel.

    Bij zijn aantreden op 25 juli kondigde de Tunesische president Kais Saied aan dat alle uitvoerende macht voortaan bij hem zou berusten en dat de eerste minister alleen het beleid van de President van de Republiek zou uitvoeren. Ruim twee maanden later heeft hij Najla Bouden aangesteld om een nieuwe regering te vormen. Het is de eerste keer in de geschiedenis dat een vrouw de leiding heeft over de Kasbah, de zetel van de Tunesische regering. De beslissing om een vrouw aan het hoofd van de Kasbah te plaatsen is in goede aarde gevallen bij alle politieke partijen en nationale organisaties, maar zou het geen poging zijn om de aandacht af te leiden van de bevoegdheden die haar zullen worden toebedeeld?

    Een eerste vrouw als leider van een Tunesische regering is zonder twijfel een lovenswaardige keus, al is het om haar missie te kunnen volbrengen vooral van belang dat ze over alle benodigde middelen beschikt en op een gunstig politiek klimaat kan rekenen. Want volgens verschillende Tunesische waarnemers wachten haar de nodige valkuilen en zal ze niet alleen met economische uitdagingen en financiële risico’s worden geconfronteerd, maar ook met een giftige politieke situatie. Over welke bevoegdheden zal ze precies kunnen beschikken? Zal ze echt de eerste vrouwelijke regeringsleider in de geschiedenis van het land worden, of alleen een eerste minister die de bevelen vanuit het presidentiële paleis in Carthago moet uitvoeren?

    Na de politieke aardbeving die hij met zijn beslissingen van 25 juli heeft uitgelokt, heeft de bewoner van het presidentiële paleis uiteindelijk een geologe aan het hoofd van de Kasbah geplaatst. Door zijn keus te laten vallen op een apolitieke vrouw die veraf staat van alle politieke conflicten, laat hij een duidelijke boodschap klinken: ik wil een totale en definitieve breuk met een falende politieke klasse. Zal iemand met een dergelijk profiel, zonder enige politieke, laat staan economische ervaring, leiding kunnen geven aan een land dat in een kritieke fase verkeert? Alles hangt af van de bevoegdheden die haar zullen worden toebedeeld, om te beginnen natuurlijk het vormen van een regering.

    Decreet

    In elk geval was de benoeming van Bouden conform presidentieel decreet nr. 2021-131 van 29 september 2021, een decreet dat grotendeels is gebaseerd op de uitzonderlijke beschikkingen die de president enkele dagen daarvoor had getroffen. Deze beschikkingen houden in dat ‘de regering bestaat uit een regeringsleider, ministers en staatssecretarissen die zijn benoemd door de President van de Republiek’. ‘De regeringsleider en de leden van de regering leggen tegenover de President van de Republiek de eed af zoals omschreven in de laatste alinea van artikel 89 van de Grondwet.’ ‘De regering draagt zorg voor de uitvoering van het algemeen beleid van de staat, conform de richtlijnen en keuzes die worden verstrekt door de President van de Republiek.’ ‘De regeringsleider geeft leiding aan en coördineert de handelingen van de regering. Hij beschikt over een administratief apparaat voor de uitvoering van de richtlijnen en keuzes die door de President van de Republiek worden verstrekt. Hij vervangt, in voorkomende gevallen, de President van de Republiek als voorzitter van de ministerraad of enig ander bestuursorgaan.’

    Deze uitzonderlijke beschikkingen verschaffen de president een grote uitvoerende macht, ten koste van de bevoegdheden die aan de regeringsleider zijn toebedeeld. Zo is het Kais Saied die de ministers, staatssecretarissen en hoge ambtenaren benoemt, het regeringsbeleid bepaalt en toeziet op een goede uitvoering van deze beschikkingen. Wat blijft er dan nog over voor de regeringsleider?

    Eigenlijk wilde de president er via deze uitzonderlijke beschikkingen voor zorgen dat er een eerste minister in de Kasbah zou zetelen, en geen echte regeringsleider. Dat wordt door kenners van de grondwet bevestigd. Volgens deze logica zal Bouden alleen de keuzes en het beleid van de president ten uitvoer brengen. ‘Degene die belast is met de vorming van een regering, zal een rol spelen in de uitvoering van het algemeen beleid dat door president Saied wordt bepaald,’ heeft ze uitgelegd, met als toevoeging dat de politieke filosofie van de Tunesische staat aan verandering onderhevig is.

    In een democratisch staatsbestel is de eerste minister de uitvoerende macht die wordt benoemd door de president en de regering voorzit, terwijl een regeringsleider degene is die het algemeen beleid van de staat bepaalt en toeziet op de uitvoering daarvan, conform de Tunesische grondwet van 2014.

    Of ze nu regeringsleider of eerste minister is, de eerste bevoegdheid van Najla Bouden is bekend. Toen hij haar belastte met de vorming van een regering. kondigde Saied aan dat de eerste opdracht van Bouden het bestrijden van de corruptie zou zijn. Overigens heeft Bouden op haar benoeming door de president gereageerd als leider van de nieuwe regering.

    De bevoegdheden van Bouden even daargelaten lijkt het er meer dan ooit op dat we afstevenen op een quasiperfect bondgenootschap tussen de twee hoofden van de uitvoerende macht, een situatie die sinds 14 januari zelden is waargenomen. Want één ding is zeker: nadat zijn eerste twee keuzes op een mislukking zijn uitgelopen, kan Saied zich geen fouten meer permitteren en zal hij tot het uiterste moeten gaan om dit politieke proces tot een goed einde te brengen.

    Vrouwenrechten

    Tunesië is al sinds de onafhankelijkheid in 1956 vaandeldrager voor
    vrouwenrechten in de Arabische wereld.

    Enkele maanden nadat kolonisator Frankrijk op 20 maart 1956 de Tunesische onafhankelijkheid had erkend, werd een pakket familiewetten aangenomen waardoor onder meer polygamie werd afgeschaft en vrouwen echtscheiding konden aanvragen. Een jaar later kregen vrouwen kiesrecht en sinds 1959 kunnen ze zich verkiesbaar stellen. Vrouwen stonden in 2011 op de barricaden tijdens de eerste revolutie van de Arabische Lente, die dictator Zine El Abidine Ben Ali omverwierp.
    Toch zijn veel Tunesiërs van mening dat de ontwikkeling naar gelijkheid tussen mannen en vrouwen tot stilstand is gekomen. President Kais Saied is tegen de hervorming van de wet om vrouwen gelijke erfrechten te geven, iets wat wijlen president Beji Caid Essebsi beloofde te doen. Sinds de Arabische Lente zijn er zeker overwinningen behaald; met name een wet uit 2017 om geweld tegen vrouwen aan te pakken springt eruit. Maar vrouwenrechtenactivisten zeggen dat er nog een enorme hoeveelheid werk moet worden verricht om ervoor te zorgen dat veranderingen ook echt worden doorgevoerd. Bovendien zijn vrouwen, die economisch gezien al een zwakke positie hadden, onevenredig hard getroffen door de economische crisis in Tunesië, die nog is verergerd door de pandemie. Op de World Economic Forum-index voor genderongelijkheid van vorig jaar duikelde Tunesië tussen 2006 en 2020 van de negentigste naar de honderdvierentwintigste plaats.

  • China’s macht is tanende – en juist dat is gevaarlijk

    China’s macht is tanende – en juist dat is gevaarlijk

    De Chinese president Xi Jinping heeft een meedogenloze centralisering van de macht doorgevoerd ten koste van economische bloei. En zoals de auteurs van Danger Zone: The Coming Conflict with China betogen, worden landen die invloed verliezen des te oorlogszuchtiger.

    Keuze uit het archief

    Op 23 oktober wordt in het 20ste Congres van de Communistische Partij vrijwel zeker Xi Jinping herkozen voor een derde termijn als partijleider. Het ziet er dus naar uit dat er niet veel zal veranderen in het land, en het is volgens veel deskundigen maar zeer de vraag hoe voordelig dat voor China zelf is. En voor de rest van de wereld. Auteurs Hal Brands en Michael Beckley leggen uit dat de slechte economische positie die het land volgens hen heeft, ook voor de rest van de wereld grote nadelen kan hebben.

    Waarom voeren grote mogendheden grote oorlogen? Het conventionele antwoord gaat over uitdagers in opkomst en hegemonen in verval. Een opkomende mogendheid, die tornt aan de regels van de gevestigde orde, haalt een gevestigde mogendheid in, het land dat die regels heeft gemaakt. Spanningen nemen hand over hand toe, krachtmetingen volgen. Het resultaat is een spiraal van angst en vijandigheid die bijna onvermijdelijk op een conflict uitloopt. ‘De groeiende macht van Athene, en de schrik die dit veroorzaakte in Sparta, maakte een oorlog onvermijdelijk’, schreef de oude historicus Thucydides, een gemeenplaats die nu tot vervelens toe voor de rivaliteit tussen de VS en China wordt gebruikt.

    Het idee van de Valstrik van Thucydides, bedacht door politicoloog Graham Allison van Harvard, houdt in dat het gevaar van een oorlog razendsnel zal toenemen wanneer een opkomend China een wegzakkend Amerika inhaalt. Zelfs de Chinese president Xi Jinping haalt dit idee van stal om te betogen dat Washington ruimte moet maken voor Beijing. Terwijl de spanningen tussen de Verenigde Staten en China oplopen, is het geloof dat de wezenlijke oorzaak een dreigende ‘machtsovergang’ is – de vervanging van de ene hegemoon door de andere – inmiddels gemeengoed geworden. 

    Het enige probleem met deze welbekende formule is dat hij niet klopt.

    De Valstrik van Thucydides legt niet echt uit wat de Peloponnesische Oorlog heeft veroorzaakt. Hij gaat voorbij aan de dynamiek die revisionistische mogendheden – of het nu gaat om Duitsland in 1914 of Japan in 1941 – er vaak toe heeft gebracht zich in enkele van de meest verwoestende conflicten uit de geschiedenis te storten. En hij verklaart niet waarom een oorlog een zeer reële mogelijkheid is in de huidige relatie tussen de VS en China, aangezien hij een fundamenteel verkeerde inschatting maakt van de plek waarop China zich momenteel op zijn ontwikkelingscurve bevindt: het punt waarop zijn relatieve macht op een hoogtepunt is en weldra zal beginnen te tanen.

    Periodes van snelle groei overbelasten de ambities van een land

    Er is inderdaad een dodelijke valstrik waar de Verenigde Staten en China in kunnen lopen. Maar die is niet het resultaat van een machtsovergang, zoals het cliché van Thucydides wil. Deze kan het best worden omschreven als een ‘valstrik van een mogendheid op zijn hoogtepunt’. En als we de geschiedenis mogen geloven, is de reden dat hij kan dichtklappen het op handen zijnde verval van China, en niet van de VS.

    Er bestaat een complete literatuur, bekend als de ‘machtsovergangstheorie’, die ervan uitgaat dat een oorlog tussen grote mogendheden vrijwel altijd plaatsvindt op het kruispunt van de opkomst van de ene hegemoon en het verval van de andere. Deze theorie onderschrijft de Valstrik van Thucydides en er zit inderdaad een kern van waarheid in. De opkomst van nieuwe mogendheden werkt steevast destabiliserend. In de aanloop naar de Peloponnesische Oorlog in de vijfde eeuw v.Chr. zou Athene niet zo’n bedreiging voor Sparta hebben geleken als het niet een onmetelijk rijk had opgebouwd en geen superzeemacht was geworden. Washington en Beijing zouden niet in zo’n rivaliteit verwikkeld zijn als China nog arm en zwak was. Opkomende mogendheden breiden hun invloed uit op manieren die bedreigend zijn voor heersende mogendheden.

    Maar de logica die tot oorlog leidt, met name de logica die revisionistische mogendheden ertoe brengt het bestaande systeem op te schudden en wild om zich heen te slaan, is complexer. Een land waarvan de relatieve rijkdom en macht toenemen, zal ongetwijfeld assertiever en ambitieuzer worden. Het zal zijn invloed en prestige wereldwijd willen vergroten. Maar ook al neemt zijn positie gestaag in kracht toe, het zal een dodelijke confrontatie met de heersende hegemoon moeten uitstellen totdat het nog sterker is geworden. Zo’n land moet zich aan de stelregel houden die de voormalige Chinese leider Deng Xiaoping formuleerde voor een opkomend China na de Koude Oorlog: het moet verbergen waartoe het in staat is en rustig zijn tijd afwachten.

    Ander scenario

    Laten we ons nu eens een ander scenario voorstellen. Een ontevreden staat heeft zijn macht en zijn geopolitieke horizon uitgebreid. Maar dan heeft het land zijn hoogtepunt bereikt, misschien doordat de economie vertraagt, misschien doordat zijn eigen assertiviteit een coalitie van vastbesloten rivalen uitlokt, of misschien doordat dit tegelijkertijd gebeurt. De toekomst begint er behoorlijk onheilspellend uit te zien; een gevoel van onbegrensde mogelijkheden maakt plaats voor een gevoel van dreigend gevaar. Onder zulke omstandigheden kan een revisionistische mogendheid op een onverschrokken, zelfs agressieve manier proberen te pakken wat er te pakken valt, voordat het te laat is. De gevaarlijkste baan die een mogendheid in de mondiale politiek kan beschrijven is een langdurige stijging, gevolgd door het vooruitzicht van een scherpe val.

    Zoals we laten zien in ons binnenkort te verschijnen boek Danger Zone: The Coming Conflict with China, voltrekt dit scenario zich vaker dan misschien wordt gedacht. Zo heeft historicus Donald Kagan aangetoond dat Athene zich in de jaren voorafgaand aan de Peloponnesische Oorlog oorlogszuchtiger gedroeg omdat het ongunstige verschuivingen in het machtsevenwicht op zee vreesde, met andere woorden: omdat het bezig was invloed te verliezen ten opzichte van Sparta. In recentere gevallen zien we hetzelfde gebeuren.

    Gedurende de afgelopen honderdvijftig jaar zijn mogendheden op hun hoogtepunt – grote mogendheden die spectaculair veel sneller zijn gegroeid dan het wereldgemiddelde en daarna een ernstige, langdurige vertraging hebben opgelopen – in de regel niet kalmpjes weggekwijnd. Ze werden eerder overmoedig en agressief. Ze onderdrukten afwijkende meningen in eigen land en probeerden aan economische stootkracht te winnen door exclusieve invloedssferen in het buitenland te creëren. Ze stopten geld in hun leger en gebruikten geweld om hun invloed uit te breiden. Dit gedrag veroorzaakt over het algemeen spanningen tussen grote mogendheden. In sommige gevallen leidde het tot rampzalige oorlogen.

    Grote verwachtingen

    Verbazingwekkend is dit niet. Periodes van snelle groei overbelasten de ambities van een land, wekken grote verwachtingen bij de bevolking en maken de rivalen nerveus. Gedurende een langdurige economische bloeiperiode neemt de winst van bedrijven toe en gaan burgers op grote voet leven. Het land wordt een grotere speler op het wereldtoneel. Dan slaat stagnatie toe. Vertragende groei maakt het moeilijker voor leiders om het publiek tevreden te houden. Tekortschietende economische prestaties verzwakken het land ten opzichte van zijn rivalen. Uit vrees voor sociale beroering drukken leiders afwijkende meningen de kop in. Ze voeren wanhopige manoeuvres uit om zich geopolitieke vijanden van het lijf te houden. Expansie lijkt een oplossing, een manier om economische hulpmiddelen en markten te veroveren, om van nationalisme een kruk voor een kreupel regime te maken en buitenlandse bedreigingen af te slaan.

    Veel landen hebben dit pad gevolgd. Toen in de Verenigde Staten de langdurige economische bloei na de Burgeroorlog ten einde liep, onderdrukte Washington met veel geweld stakingen en onrust in eigen land, bouwde een krachtige zeevloot op en breidde in de jaren negentig van de negentiende eeuw op een oorlogszuchtige manier zijn rijk uit. Nadat het snel opkomende keizerlijke Rusland aan het begin van de twintigste eeuw ineen was gestort, onderdrukte de tsaristische regering eveneens binnenlandse onlusten, versterkte haar leger, probeerde koloniale inkomsten te verwerven in Oost-Azië en stuurde een bezettingsmacht van zo’n 170.000 manschappen naar Mantsjoerije. Met spectaculaire gevolgen: Japan liet het niet over zijn kant gaan en versloeg Rusland in de eerste oorlog tussen grote mogendheden in de twintigste eeuw.

    Een eeuw later werd Rusland onder soortgelijke omstandigheden agressief. Toen hij na de financiële crisis van 2008 met een ernstige economische vertraging werd geconfronteerd, viel de Russische president Vladimir Poetin twee buurlanden binnen, probeerde een nieuw Euraziatisch economisch blok te creëren, maakte aanspraak op het grondstofrijke Noordpoolgebied en liet Rusland verder op een dictatuur afkoersen. Zelfs het democratische Frankrijk probeerde wanhopig groter te worden toen zijn naoorlogse economische expansie aan het eind van de jaren zeventig tot stilstand kwam. Het probeerde zijn vroegere invloedssfeer in Afrika weer op te bouwen, stuurde veertienduizend manschappen naar de voormalige koloniën en pleegde in de twee decennia die volgden een tiental militaire interventies.

    Xi heeft zichzelf tot ‘voorzitter van alles’ benoemd

    Al deze gevallen waren gecompliceerd, maar het patroon is duidelijk. Als een snelle opkomst landen in staat stelt zich overmoedig te gedragen, vormt de angst voor verval een sterk motief om nog naarstiger en onbezonnener naar expansie te streven. Hetzelfde gebeurt vaak wanneer snel opkomende mogendheden hun eigen expansie dwarsbomen door het uitlokken van een vijandige coalitie. Enkele van de gruwelijkste oorlogen uit de geschiedenis zijn dan ook uitgebroken toen revisionistische mogendheden concludeerden dat hun pad naar glorie op het punt stond geblokkeerd te worden.

    De rivaliteit tussen Duitsland en Groot-Brittannië aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw wordt vaak vergeleken met de huidige competitie tussen de VS en China: in beide gevallen bedreigde een autocratische uitdager een liberale hegemoon. Maar een meer ontnuchterende parallel is deze: er brak een oorlog uit toen een in het nauw gedreven Duitsland begreep dat het zijn rivalen niet de baas kon zonder te vechten.

    Na de eenwording in 1871 beleefde Duitsland decennialang een grote bloei. De fabrieken spuugden ijzer en staal uit en maakten een eind aan de Britse economische koppositie. Berlijn bouwde het beste leger van Europa en slagschepen die de Britse suprematie op zee bedreigden. In de eerste jaren van de twintigste eeuw was Duitsland een Europese zwaargewicht die een enorme invloedssfeer, een Mitteleuropa, op het continent nastreefde. Ook voerde het onder de toenmalige Kaiser Wilhelm II een ‘wereldbeleid’ dat gericht was op het verwerven van koloniën en mondiale macht.

    Maar in het voorstadium van de oorlog hadden de Kaiser en zijn gevolg er weinig vertrouwen in. Het onbezonnen gedrag van Duitsland zorgde ervoor dat het door vijandige mogendheden werd omringd. Londen, Parijs en Sint-Petersburg vormden een ‘Triple Entente’ om de Duitse expansie een halt toe te roepen. Duitsland verloor in economisch opzicht terrein aan het snel groeiende Rusland; Londen en Parijs legden het land economisch aan banden door zijn toegang tot olie en ijzererts te blokkeren. De belangrijkste bondgenoot van Berlijn, Oostenrijk-Hongarije, werd verscheurd door etnische spanningen. Thuis verkeerde het Duitse autocratische politieke systeem in grote problemen.

    Het onheilspellendst was dat het militaire evenwicht verschoof. Frankrijk breidde zijn leger uit; Rusland versterkte zijn strijdkrachten met 470.000 manschappen en bekortte de benodigde tijd om zich te mobiliseren voor een oorlog. Groot-Brittannië kondigde aan dat het twee slagschepen zou bouwen voor elk slagschip dat door Berlijn werd gebouwd. Duitsland was voorlopig nog de grootste militaire macht van Europa. Maar tegen 1916 en 1917 zou het hopeloos overtroefd worden. Het resultaat was een nu-of-nooitmentaliteit: Duitsland moet ‘de vijand verslaan nu we nog kans op een overwinning maken’, verklaarde chef-staf Helmuth von Moltke, ook al betekende dat ‘het uitlokken van een oorlog in de nabije toekomst’.

    De totale Chinese staatsschuld is tussen 2008 en 2018 verachtvoudigd

    Dat laatste gebeurde toen Servische nationalisten in juni 1914 de Oostenrijkse kroonprins vermoordden. De regering van de Kaiser drong er bij Oostenrijk-Hongarije op aan Servië te vermorzelen, ook al betekende dat een oorlog tussen Rusland en Frankrijk. Daarna viel Duitsland het neutrale België binnen, een essentieel onderdeel van zijn Schieffenplan voor een oorlog op twee fronten, ondanks de kans dat Engeland zou ingrijpen. ‘Deze oorlog zal op een wereldoorlog uitlopen waarin Engeland zal interveniëren,’ erkende Moltke. De opkomst had Duitsland de kracht gegeven om te gokken op een grote rol op het wereldtoneel; het op handen zijnde verval leidde tot de beslissingen die de wereld in een oorlog stortten.

    Het keizerlijke Japan volgde een soortgelijk traject. Gedurende een halve eeuw na de Meiji-restauratie in 1868 was het land gestaag in opkomst. Door het opbouwen van een moderne economie en een nietsontziend leger had Tokio twee grote oorlogen weten te winnen en koloniale privileges verworven in China en op Taiwan en het Koreaanse Schiereiland. Toch was Japan geen hyperoorlogszuchtig roofdier: gedurende de jaren twintig van de vorige eeuw werkte het samen met de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en andere landen aan een coöperatief veiligheidsnetwerk in Azië-Pacific.

    Maar in dat decennium ging er van alles mis. De jaarlijkse groei daalde van 6,1 procent in de periode 1904-1919 naar 1,8 procent in de jaren twintig; daarna verloor Japan zijn overzeese markten als gevolg van de Grote Depressie. De werkloosheid rees de pan uit en failliete boeren verkochten hun dochters. In China werd de Japanse invloed onderwijl op de proef gesteld door de Sovjet-Unie en een opkomende nationalistische beweging onder de toenmalige Chinese leider Tsjang Kai-Sjek. Het antwoord van Tokio was fascisme in eigen land en agressie tegenover het buitenland.

    Vanaf het eind van de jaren twintig pleegde het leger een coup in slowmotion en wendde de nationale tegoeden aan voor een ‘totale oorlog’. Japan bouwde een reusachtig leger op en creëerde met veel geweld een onmetelijke invloedssfeer door in 1931 Mantsjoerije te bezetten en in 1937 China binnen te vallen; ook waren er plannen om overal in Azië-Pacific grondstofrijke koloniën en strategische eilanden te veroveren. Het doel was de stichting van een autarkisch rijk, maar het liep uit op een strategische strop om de nek van Tokio.

    De Japanse invasie in China leidde tot een afstraffingsoorlog met de Sovjet-Unie. De Japanse plannen in Zuidoost-Azië alarmeerden Groot-Brittannië. Door het Japanse streven naar regionale overheersing werden ook de Verenigde Staten een vijand, het land waaruit Tokio bijna al zijn olie importeerde en dat over een onmetelijk veel grotere economie beschikte. Tokio had een overweldigende coalitie van vijanden tegen zich in het harnas gejaagd. En toen zette het land alles op het spel in plaats van vernedering en verval te accepteren.

    Wat de zaak opnieuw in een stroomversnelling bracht, was een drastisch keren van de kansen. In 1941 waren de Verenigde Staten bezig met de opbouw van een onverslaanbaar militair apparaat. In juli vaardigde de toenmalige Amerikaanse president Franklin Roosevelt een olie-embargo uit dat de Japanse expansie een abrupt halt dreigde toe te roepen. Maar Japan had voorlopig nog de militaire overhand in de Stille Oceaan, dankzij zijn vroege herbewapening. Het greep dat voordeel aan voor een bliksemaanval, waarbij Nederlands-Indië, de Filipijnen en andere bezittingen van Singapore tot Wake-eiland werden buitgemaakt en de Amerikaanse vloot in Pearl Harbour werd gebombardeerd, en tekende daarmee zijn eigen doodvonnis.

    De Japanse kansen op een overwinning waren somber, erkende de toenmalige Japanse generaal Hideki Tojo, maar er was geen andere mogelijkheid ‘dan met de ogen dicht te springen’. Het revisionistische Japan werd op zijn gewelddadigst toen het zag dat zijn tijd opraakte.

    Dat is de echte valstrik waarover de Verenigde Staten zich momenteel zorgen moeten maken in het geval van China, de valstrik waarbij een opkomende supermacht zijn hoogtepunt bereikt en dan de pijnlijke gevolgen van een neergang weigert te dragen.

    De opkomst van China is geen hersenschim: decennialange groei heeft Beijing de economische spierkracht verschaft om te streven naar mondiale macht. Grote investeringen in essentiële technologie en communicatie-infrastructuur hebben het land een sterke positie bezorgd in de strijd om geo-economische invloed; China gebruikt een multicontinentaal Belt and Road Initiative, een Nieuwe Zijderoute, om andere staten in zijn kielzog te trekken. Het alarmerendst, zo tonen rapporten van denktanks en het Amerikaanse ministerie van Defensie, is dat China nu een reële kans maakt om een oorlog tegen de Verenigde Staten in het westelijk deel van de Stille Ocean te winnen.

    Het wekt dan ook geen verbazing dat China ook de ambities van een supermacht heeft ontwikkeld: Xi heeft min of meer aangekondigd dat Beijing zijn soevereiniteit wil laten gelden over Taiwan, de Zuid-Chinese Zee en andere omstreden gebieden, om zo de meest vooraanstaande grootmacht van Azië te worden en met de Verenigde Staten te wedijveren om het wereldleiderschap. Maar al zijn de geopolitieke kansen voor China reëel, de toekomst van het land begint er behoorlijk grimmig uit te zien, doordat het land in hoog tempo de voordelen verliest die de snelle groei mogelijk hebben gemaakt.

    Van rond 1970 tot 2000 was China vrijwel zelfvoorzienend qua voedsel, water en energiebronnen. Het genoot het grootste demografische dividend uit de geschiedenis, met tien volwassenen in de werkzame leeftijd voor elke inwoner van 65 en ouder. (De meeste grote economieën tellen gemiddeld vijf volwassenen in de werkzame leeftijd voor elke bejaarde.) China had een veilige geopolitieke omgeving en gemakkelijke toegang tot buitenlandse markten en technologie, mede dankzij een vriendschappelijke relatie met de Verenigde Staten. De Chinese regering maakte handig gebruik van deze voordelen om een proces van economische hervormingen en openstelling door te voeren en tevens het verstikkende totalitarisme van de Chinese leider Mao Zedong om te smeden tot een slimmere – zij het nog altijd uiterst repressieve – vorm van autoritarisme onder zijn opvolgers. Van de jaren zeventig tot begin jaren tien van deze eeuw had China precies de juiste mengeling van eigenschappen, omgeving, mensen en beleid die nodig was om te gedijen.

    Maar sinds 2010 zijn de aanjagers van de Chinese opkomst ofwel tot stilstand gekomen ofwel volledig omgedraaid. Zo begint China door zijn hulpbronnen heen te raken: water is schaars geworden en het land importeert meer energie en voedsel dan enige andere natie, nadat het zijn eigen natuurlijke hulpbronnen heeft verwoest. Economische groei wordt daarom kostbaarder: volgens gegevens van de DBS Bank kost het momenteel driemaal zoveel input om één groeieenheid te produceren als aan het begin van deze eeuw.

    Ook stevent China af op een demografische afgrond: in de periode 2020-2050 zal het land tweehonderd miljoen volwassenen in de werkzame leeftijd verliezen – een ontstellend aantal, evenveel als de hele bevolking van Nigeria – en er tweehonderd miljoen bejaarden bij krijgen. De fiscale en economische gevolgen zullen rampzalig zijn: alleen al om te voorkomen dat miljoenen senioren zullen sterven door verarming en verwaarlozing zullen de sociale en medische kosten van China moeten verdriedubbelen, van 10 procent van het bnp nu tot 30 procent in 2050.

    Ideologische kern

    Daar komt nog eens bij dat China afstapt van het beleid dat snelle groei bevorderde. Onder Xi is Beijing weer afgegleden naar het totalitarisme. Xi heeft zichzelf tot ‘voorzitter van alles’ benoemd, korte metten gemaakt met iedere schijn van collectief bestuur en steun aan het ‘gedachtegoed van Xi Jinping’ tot de ideologische kern van een steeds rigider wordend regime verheven. Ook heeft hij een meedogenloze centralisering van de macht doorgevoerd ten koste van economische bloei.

    Zombieachtige staatsbedrijven schieten als paddestoelen uit de grond, terwijl particuliere bedrijven snakken naar kapitaal. Objectieve economische analyse wordt vervangen door overheidspropaganda. Innovatie wordt steeds moeilijker, in een klimaat waarin men zich op het belachelijke af aan de ideologie moet conformeren. Ondertussen heeft Xi’s genadeloze anticorruptiecampagne het ondernemerschap ontmoedigd en heeft een stortvloed van politiek gemotiveerde regelgeving vooraanstaande Chinese techbedrijven meer dan een miljard dollar aan beurswaarde gekost. Xi heeft het proces van economische liberalisering dat China’s ontwikkeling aanjoeg niet alleen maar tot stilstand gebracht: hij heeft het volledig in zijn achteruit gezet.

    De economische schade van deze tendensen begint zich op te hopen en komt boven op de vertraging die toch al gepaard zou zijn gegaan met het volwassen worden van een snelgroeiende economie. De Chinese economie kachelt al ruim een decennium achteruit: het officiële groeitempo van het land is gezakt van 14 procent in 2007 naar 6 procent in 2019, en volgens nauwgezette studies ligt het werkelijke groeitempo momenteel eerder op 2 procent. Erger is nog dat het grootste deel van die groei afkomstig is van stimulerende overheidsuitgaven. Volgens gegevens van onderzoeksgroep The Conference Board is de totale factor productiviteit tussen 2008 en 2019 jaarlijks met gemiddeld 1,3 procent gedaald, wat betekent dat China elk jaar meer uitgeeft om minder te produceren. Dit heeft op zijn beurt tot een enorme schuld geleid: de totale Chinese staatsschuld is tussen 2008 en 2018 verachtvoudigd en bedroeg voor de coronacrisis meer dan 300 procent van het bnp. Ieder land dat schulden heeft opgestapeld of productiviteit heeft verloren in een tempo dat het huidige Chinese tempo benadert, is vervolgens met ten minste één ‘verloren decennium’ geconfronteerd geweest of met een economische groei van vrijwel nul.

    Bovendien gebeurt dit alles op een moment dat China’s externe omgeving steeds vijandiger wordt. De combinatie van covid-19, een voortdurende schending van de mensenrechten en een agressief beleid hebben ervoor gezorgd dat de reputatie van China het diepste punt heeft bereikt sinds het bloedbad op het Tiananmenplein in 1989. Landen die zich zorgen maken over de Chinese concurrentie hebben sinds 2008 duizenden nieuwe handelsbarrières opgeworpen tegen Chinese goederen. Meer dan tien landen hebben zich teruggetrokken uit Xi’s Nieuwe Zijderoute, terwijl de VS een wereldwijde campagne voeren tegen belangrijke Chinese techbedrijven, met name Huawei, en rijke democratieën op tal van continenten barrières opwerpen tegen de digitale invloed van Beijing. De wereld maakt het China minder gemakkelijk om te groeien en Xi’s regime ziet zich in toenemende mate geconfronteerd met het soort strategische omsingeling dat Duitse en Japanse leiders ooit tot wanhoop dreef.

    Een goed voorbeeld hiervan is het beleid van de VS. De afgelopen vijf jaar hebben twee Amerikaanse presidenten een ‘concurrentiebeleid’ tegen China gevoerd, wat neerkomt op een nieuwe inperking van de Chinese expansie. De Amerikaanse defensiestrategie richt zich nu geheel en al op het onderdrukken van de Chinese agressie in de westelijke Stille Oceaan; Washington probeert met een scala van technologische en handelssancties de invloed en de kansen op een economische koppositie van Beijing in te perken. ‘Als het grote Amerika je eenmaal als zijn “vijand” ziet, heb je een groot probleem,’ waarschuwde een hoge officier van het Volksbevrijdingsleger. Inderdaad zijn de Verenigde Staten ook begonnen meer wereldwijd verzet tegen China te organiseren, een campagne die vruchten begint af te werpen naarmate meer landen op de dreiging van Beijing reageren.

    In maritiem Azië neemt het verzet tegen de Chinese macht toe. Taiwan voert zijn defensie-uitgaven op en maakt plannen om zich tot een ‘strategisch stekelvarken’ te ontwikkelen in de westelijke Stille Oceaan. Japan getroost zich zijn grootste militaire investeringen sinds de Koude Oorlog en heeft toegezegd de VS te zullen steunen als China Taiwan aanvalt. De landen rond de Zuid-Chinese Zee, met name Vietnam en Indonesië, versterken hun lucht-, zee- en landmacht om het Chinese expansiestreven tegen te gaan.

    Ook andere landen bieden weerstand aan de assertiviteit van Beijing. Australië breidt zijn bases in het noorden uit voor Amerikaanse schepen en gevechtsvliegtuigen, en bouwt conventionele langeafstandsraketten en kernonderzeeërs. India concentreert een grote legermacht aan zijn grens met China en stuurt oorlogsschepen door de Zuid-Chinese Zee. De Europese Unie heeft Beijing als ‘systemische rivaal’ bestempeld en de drie grootste mogendheden van Europa – Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk – hebben smaldelen naar de Zuid-Chinese Zee en de Indische Oceaan gestuurd. Er wordt een veelheid aan multilaterale anti-China-initiatieven ontplooid, zoals de Quadrilateral Security Dialogue en het AUKUS-bondgenootschap van Washington, Londen en Canberra. De ‘multilaterale clubstrategie’ van de VS, zo erkende de oorlogszuchtige en goed geïnformeerde Chinese geleerde Yan Xuetong afgelopen juli, ‘isoleert China en schaadt de ontwikkeling van het land’.

    De samenwerking tegen China vertoont ongetwijfeld nog lacunes. Maar de algehele trend is duidelijk: een scala van actoren bundelt langzamerhand de krachten om de macht van Beijing in te perken. China is, met andere woorden, geen land dat eeuwig in opkomst zal zijn. Het is een sterke, ongelooflijk ambitieuze en in grote problemen verkerende mogendheid waarvan de kansen spoedig zullen keren.

    ‘Digitaal autoritarisme’

    In sommige opzichten is dit alles welkom nieuws voor Washington: een China waarvan de economie vertraagt en dat wereldwijd op steeds meer verzet stuit, zal uitzonderlijk veel moeite hebben om de VS als wereldleider van de troon te stoten, zolang die Verenigde Staten tenminste verenigd blijven en hun kansen niet verspelen. Maar aan de andere kant is het nieuws verontrustender. De geschiedenis waarschuwt dat een China dat over zijn hoogtepunt heen raakt het komende decennium onverschrokkener en zelfs onbesuisder te werk zal gaan om lang begeerde strategische prijzen binnen te slepen voordat zijn kans verkeken is.

    Wat zou dat kunnen betekenen? Afgaande op wat China momenteel doet, krijgen we een aardig idee.

    Nu al verdubbelt Beijing zijn pogingen om een eenentwintigste-eeuwse economische invloedssfeer te creëren, door een dominante rol te spelen op het gebied van belangrijke technologieën zoals kunstmatige intelligentie, quantumcomputing en 5G-telecommunicatie en de daaruit voortvloeiende voorsprong te benutten om staten aan zijn wil te onderwerpen. Ook zal het proberen een ‘digitaal autoritarisme’ te vervolmaken dat in eigen land een onzekere Chinese Communistische Partij in het zadel kan houden en dat de diplomatieke positie van Beijing kan versterken door dat model naar autocratische bondgenoten wereldwijd te exporteren.

    Militair gesproken kan de Communistische Partij nietsontziender te werk gaan bij het veiligstellen van lange, kwetsbare aanvoerlijnen en het beschermen van infrastructurele projecten in Centraal- en Zuidwest-Azië, Afrika en andere regio’s, een rol die sommige haviken in het Volksbevrijdingsleger nu al dolgraag op zich willen nemen. Ook kan China zich assertiever gaan opstellen tegenover Japan, de Filipijnen en andere landen die zijn aanspraken op de Zuid- en Oost-Chinese Zee dwarsbomen.

    Het meest verontrustend is dat China het komende decennium in de verleiding kan komen de kwestie-Taiwan naar zijn hand te zetten, voordat Washington en Taipei hun strijdkrachten voldoende hebben versterkt. Het Volksbevrijdingsleger voert zijn militaire oefeningen in de Straat van Taiwan nu al op. Xi heeft herhaaldelijk verklaard dat Beijing niet eeuwig kan wachten tot zijn ‘afvallige provincie’ in de schoot van de familie terugkeert. Als het militaire evenwicht tegen het eind van de jaren twintig tijdelijk nog verder ten gunste van China verschuift en het Pentagon gedwongen zal zijn verouderde schepen en vliegtuigen terug te trekken, krijgt China misschien een uitgelezen kans om Taiwan te veroveren en Washington een vernederende nederlaag toe te brengen.

    Voor de duidelijkheid: China zal vermoedelijk geen doldrieste veldtocht in heel Azië ondernemen zoals Japan dat deed in de jaren dertig en de vroege jaren veertig van de vorige eeuw. Wel zal het grotere risico’s nemen en grotere spanningen accepteren in zijn expansiedrift. Welkom in het geopolitieke tijdperk van een China op zijn hoogtepunt: een land dat nu al in staat is de gevestigde orde op een gewelddadige manier uit te dagen en waarschijnlijk sneller en harder tekeer zal gaan als het er niet langer op vertrouwt dat het de tijd aan zijn kant heeft.

    De Verenigde Staten zullen dan niet één maar twee taken hebben bij hun benadering van China in het huidige decennium. Ze zullen zich moeten blijven mobiliseren voor een langdurige concurrentie en zullen tegelijkertijd snel te werk moeten gaan om agressie van Beijing op de korte termijn af te wenden. Met andere woorden, veiligheidsriemen vast. De Verenigde Staten hebben zichzelf opgepord om een opkomend China het hoofd te bieden. Nu staan ze op het punt te ontdekken dat een China in verval nog gevaarlijker kan zijn.

  • Hoe sociale media de macht van de Verenigde Staten vergroten

    Hoe sociale media de macht van de Verenigde Staten vergroten

    Trends uit de Verenigde Staten worden vaak rechtstreeks overgenomen in andere landen, waar situatie heel anders is. De laatste jaren gaat dit zelfs op voor politieke overtuigingen en protesten. ‘In Hongarije, waar nog geen 0,1 procent van de bevolking van Afrikaanse afkomst is, wilden lokale politici een kunstwerk plaatsen als steunbetuiging aan Black Lives Matter.’

    Arthur do Val wilde gewoon iets betekenen in de wereld. Nu zit hij in het regionale parlement van São Paulo – gekozen met het op een na grootste aantal stemmen van alle kandidaten, zoals hij in zijn Twitter-bio pocht – nadat hij in eigen land bekendheid verwierf door bij betogingen spottend in discussie te gaan met linkse demonstranten. Een truc, zo legt hij uit, die hij heeft afgekeken van de Amerikaanse documentairemaker Michael Moore. 

    Do Val is uitgegroeid tot een begenadigd en productief bespeler van sociale media, waarop zijn team wekelijks honderden foto’s en filmpjes plaatst. De mensen willen vermaakt worden, vindt hij, dus moet je de politiek ook amusant maken. Zijn politieke standpunten brengt hij over met grappige memes en maffe filmpjes, waarin hij vooral het vrijemarktdenken uitdraagt en inhakt op links. ‘Ik heb geprobeerd een popster te worden, maar dat lukte niet. Ik heb geprobeerd een bokser te worden, een sporter, maar ik was niet meer dan een gefrustreerd zakenman. En toen zag ik via YouTube een kans om munt te slaan uit mijn verontwaardiging,’ vertelt hij. ‘Ik wilde gewoon opvallen, en dat heeft toevallig geresulteerd in een politieke carrière.’ 

    Soft power

    Het was even verrassend als indrukwekkend dat hij zich op zijn tweeëndertigste vanuit het niets wist op te werken tot parlementariër. Hij staat voor een geheel nieuwe internationale klasse van politiek ondernemers die hun boodschap overbrengen met memes, internetfilmpjes en hapklare leuzen. Ze kunnen putten uit een mondiale stroom van politieke ideeën, waaruit ze opvissen wat ze nodig hebben om dat vervolgens, toegesneden op hun lokale omstandigheden, in eigen land de ether in te slingeren. Het zijn vaak gewone burgers of activisten. En ze hebben vooral via sociale media invloed, op hun volgers en op elkaar. Dat leidt niet alleen tot een nieuwe klasse van onconventionele politici, maar tot de globalisering van politiek gedachtengoed, van ideeën die veelal hun oorsprong vinden in de Verenigde Staten.

    Amerikaanse muziek, films en tv-series zijn overal geliefd. Amerikaanse merken hebben al lang de wereld veroverd. Amerikaanse socialemediasterren zijn mondiale influencers. Als het machtigste land ter wereld, met een cultuur die mondiaal aanspreekt, hebben de VS altijd al grote invloed gehad op politieke trends in andere landen. Joseph Nye, politicoloog aan de Harvard-universiteit, muntte daarvoor in 1990 het begrip ‘soft power’, dat hij omschreef als ‘het vermogen om anderen te beïnvloeden en tot een gewenste uitkomst te bewegen door middel van verleiding en overreding, in plaats van betaling of dwang’. Hollywood, popmuziek, McDonald’s en Levi’s zijn allemaal uitingen van de soft power van Amerika.

    Je kunt de Amerikaanse argumenten in zo’n debat niet simpelweg kopiëren naar je eigen situatie

    Voor veel mensen in andere landen was de consumptie daarvan de enige manier om zich aan de Amerikaanse droom te laven. Bij de opening van de eerste McDonald’s-vestiging in Bombay stonden in 1996 duizenden Indiërs in de rij om de befaamde hamburger te proeven (maar dan een variant zonder rundvlees), net zoals dat zes jaar eerder in Moskou was gebeurd. (Bij de opening van een Starbucks-filiaal in Bombay zag je tien jaar geleden vergelijkbare taferelen.) De filmindustrie van Bombay, de grootste ter wereld, wordt Bollywood genoemd, naar haar tegenhanger in Los Angeles. Zo heeft Nigeria zijn Nollywood en Pakistan (in Lahore) zijn Lollywood.

    McDonald’s mag dan bijdragen aan het overgewicht in de wereld en Hollywood aan de onrealistische verwachtingen over forensisch onderzoek, voor politici gaat het er vooral om dat je, in de woorden van Nye, ‘veel gedaan kunt krijgen door aantrekkelijk te zijn voor anderen’. Waardering voor Amerikaanse merken gaat vaak samen met een positieve waardering voor Amerikaans beleid. Het nieuwe is dat het land inmiddels niet meer alleen zijn culturele, maar ook zijn politieke thema’s exporteert. En in de tijd van sociale media is het niet zozeer via McDonald’s als wel via memes dat de Verenigde Staten culturele invloed uitoefenen. 

    Sjablonen

    Neem Brazilië. Daar is de politiek vergeven van de youtubers en Facebook-influencers, variërend van aanhangers van president Bolsonaro tot critici van zijn regering zoals Felipe Neto, en tal van politieke contentmakers van allerlei pluimage daartussen. ‘Het openbare debat in Amerika heeft veel invloed, ook onbewust. Wat daar gebeurt, komt hiernaartoe,’ zegt Do Val, doelend op de discussies over mondkapjes en over racisme. Maar je kunt de Amerikaanse argumenten in zo’n debat niet simpelweg kopiëren naar je eigen situatie, waarschuwt hij. Het is eerder zo dat Amerika sjablonen levert die iedereen lokaal kan toepassen. 

    Volgens Whitney Phillips, mediawetenschapper aan de Universiteit van Syracuse, in de staat New York, heeft de Amerikaanse invloed op het politieke debat in andere landen niet alleen te maken met de waarden die de VS uitdragen. Het komt ook ‘door de culturele productie – de media en memes die het land voortbrengt,’ schrijft Phillips in You Are Here, haar nieuwe boek over mondiale informatiestromen. Een van de redenen waarom de Amerikaanse invloed nu groter is dan ooit, zegt ze, is dat ‘de sociale media mondiaal zijn. En er zijn buiten de Verenigde Staten nog veel meer mensen die Facebook gebruiken dan in de Verenigde Staten zelf.’ 

    Lees ook:

    Neem de protesten van de Amerikaanse Black Lives Matter-beweging in 2020. Die vormden de opmaat voor lokale protesten overal ter wereld, van Zuid-Korea, waar maar heel weinig mensen wonen die van Afrikaanse afkomst zijn, tot Nigeria, waar maar heel weinig mensen wonen die dat niet zijn. In Groot-Brittannië, waar de politie normaal gesproken geen vuurwapen draagt, hield een betoger een bord omhoog met de tekst ‘demilitariseer de politie’. In Hongarije, waar nog geen 0,1 procent van de bevolking van Afrikaanse afkomst is, wilden lokale politici een kunstwerk plaatsen als steunbetuiging aan Black Lives Matter. De gemeenteraad werd teruggefloten door de premier, die vorig jaar zelf een filmpje online zette met de slogan ‘All Lives Matter’.

    Ook QAnon, de complottheorie dat de macht in handen is van een netwerk van pedofiele kannibalen, begon in de loop van 2017 de ronde te doen in de VS. Sindsdien heeft de theorie daarbuiten veel aanhangers gekregen. Bij een kleine QAnon-betoging in Londen liepen vorig jaar mensen rond met teksten als ‘Stop met het beschermen van pedofielen’. In Frankrijk wordt de theorie vooral opgepikt door aanhangers van de gelehesjesbeweging. Volgens een schatting telt Duitsland het op een na grootste aantal QAnon-aanhangers. Zelfs in Japan is deze complottheorie al opgedoken, ondanks de radicaal andere politieke cultuur in dat land.

    Megafoon

    Culturele invloed is geen eenrichtingsverkeer. Er zijn ook Britse politieke influencers die een mondiaal publiek bereiken, tot in de VS. Vol trots wijst Do Val op de ‘confused lady’-meme, ooit in Brazilië begonnen en inmiddels mondiaal verspreid. Alleen beseffen maar weinig mensen dat deze meme oorspronkelijk uit Brazilië komt, en er zijn ook niet veel bewegingen in Brazilië of elders die op grote schaal tot zulke wereldwijde memes leiden. Het vermogen van een land om, al is het maar indirect, invloed uit te oefenen op de wereld is evenredig aan het cultureel gewicht dat zo’n land in de schaal legt (zie grafiek).

    Dit komt voor een groot deel door de sociale media. Die werken als een megafoon voor nieuwe stemmen, verhogen de snelheid waarmee ideeën worden verspreid en vergroten de schaal waarop zowel mensen als ideeën aan invloed kunnen winnen. De website van CNN is de op een na meest bezochte Engelstalige nieuwssite ter wereld, na die van de BBC; die van The New York Times is een goede derde. In november deed Emmanuel Macron bij die krant zijn beklag over de manier waarop er verslag was gedaan van een terroristische aanslag bij Parijs. Dat doet Macron niet bij iedere krant, maar online heeft The New York Times buiten de VS een lezerspubliek van zo’n vijftig miljoen mensen, verspreid over zo’n beetje alle landen ter wereld. Bijna een vijfde van de 5,2 miljoen digitale abonnees woont buiten de VS.

    Nieuwsmedia in andere landen nemen een voorbeeld aan de Amerikaanse media. Volgens een analyse van King’s College London waren verwijzingen naar een ‘cultuuroorlog’ in de Britse pers lange tijd een vierjaarlijks fenomeen, wat doet vermoeden dat deze samenhingen met de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Maar de laatste jaren is het gebruik van dat woord scherp gestegen. ‘We hebben de taal van de cultuuroorlog onverkort in Groot-Brittannië geïmporteerd,’ zegt Bobby Duffy, hoofd van het Policy Institute, dat de analyse uitvoerde. Het zijn allemaal factoren die kunnen verklaren hoe het komt dat QAnon wereldwijde bekendheid heeft gekregen, waarom bij protesten tegen de lockdown Amerikaanse terminologie wordt overgenomen en waarom Black Lives Matter-betogingen zich over de hele wereld hebben verspreid. Zoals men overal ter wereld naar Hollywoodfilms kijkt, volgt men ook overal Amerikaanse kranten, tv-programma’s en sociale media. 

    Vanwege Amerika’s imago als natie van idealisme spreken protestbewegingen uit dat land des te meer aan

    Er is geen enkel ander land waarvan dat gezegd kan worden. Neem China. De protesten in Hongkong wekten gevoelens van sympathie en solidariteit, maar hebben nergens tot vergelijkbare demonstraties geleid. Buiten China krijgen maar weinig mensen een warm gevoel bij het kopen van een Huawei-telefoon of het shoppen op Alibaba. TikTok, de enige Chinese app die een wereldwijd succes is, is er in twee versies: de Chinese, Douyin, en de versie die de rest van de wereld gebruikt. De Great Firewall helpt China om de rest van de wereld buiten de deur te houden, maar verhindert ook dat Chinese ideeën doordringen in de buitenwereld.

    Daarbij leidt de openheid van de Amerikaanse politiek ertoe dat Amerikaanse beelden en symbolen gemakkelijk over te nemen zijn, zegt Craig Hayden, docent strategische studies aan de Marine Corps University in Virginia. Je zou denken dat beelden van rellen op straat het aanzien van de VS in de wereld schaden. Maar wat er volgens hem juist gebeurt, is dat mensen de onlusten in Washington of Minneapolis zien en denken: Amerika is ‘verwikkeld in een strijd die op de onze lijkt’. En vanwege Amerika’s imago als een natie van idealisme spreken protestbewegingen uit dat land des te meer aan. ‘Noem een willekeurig land dat kampt met racisme onder de eigen bevolking: de protesttweets die daar rondgaan, retweeten wij niet,’ aldus Hayden.

    Zo winnen politieke stoorzenders in deze tijd van sociale media niet alleen aan invloed in eigen land, ze krijgen ook steeds meer invloed op de politiek in verre landen. Gebruikers van sociale media in Minneapolis of Seattle kunnen als inspiratie dienen voor Instagrammers in São Paulo. Ideeën die voor het eerst naar voren komen op de campus van universiteiten in New England, kunnen opduiken in de woonkamers van het oude Engeland. De belofte van het internet was dat het informatie over de hele wereld zou verspreiden. Maar de sociale media en hun algoritmen versterken vooral de stem van Amerika.

    Lees ook: