Macron, Le Pen en de terugkeer van traditionele partijen
De eerste regionale verkiezingen in Frankrijk van afgelopen zondag werden gekenmerkt door een historisch lage opkomst, een scherpe teruggang voor Rassemblement National (RN), de populistische extreemrechtse partij van Marine Le Pen, en een slechte prestatie van de partij van Emmanuel Macron. Dit alles ten voordele van traditionele rechtse en linkse partijen, aldus Le Courrier, dat de commentaren in de buitenlandse pers analyseerde.
De algehele teneur in de internationale media is dat de uitslagen van zondag suggereren dat de kaarten voor de presidentsverkiezingen van 2022 wel eens heel anders zouden kunnen komen te liggen dan verwacht.
Joëlle Meskens, correspondent van de Belgische Franstalige krant Le Soir, vatte de uitslagen als volgt samen: ‘Een Rassemblement National dat ver beneden haar verwachtingen presteert; een presidentiële partij die meer dan ooit worstelt om lokaal voet aan de grond te krijgen en traditionele partijen, van rechts tot links, die zich verzetten: de eerste ronde van de regionale verkiezingen werd gekenmerkt door een reeks grote verrassingen.’
Het percentage niet-stemmers wordt geschat tussen 66,1 en 68,6 procent
Van het percentage niet-stemmers, geschat tussen 66,1 en 68,6 procent, een record, hebben vooral traditioneel rechts en links geprofiteerd. Volgens schattingen van marktonderzoekbureau IFOP haalden de Republikeinen 34,4 procent van de stemmen en de socialisten 28,7 procent. De eersten hopen hun zeven regio’s te kunnen behouden en de laatsten de vijf die ze al hadden.
Aan de andere kant is de nederlaag ‘verpletterend’ voor Emmanuel Macron en de zijnen, merktPolitico op. Volgens Ipsos haalt de presidentiële partij slechts 11,5 procent van de stemmen, een score die de zwakke lokale kracht van zijn partij LREM bevestigt. ‘Het lijdt geen twijfel dat Macron voor een grote uitdaging staat’ wat betreft de presidentsverkiezingen van 2022, stelt de BBC.
In een toespraak, die door Bloomberg als ‘somber’ werd omschreven, gaf Marine Le Pen toe dat haar kiezers ‘zich niet hadden vertoond’ en ze riep hen dan ook op ‘een sprong’ te maken bij de tweede ronde. Op nationaal niveau kwam de RN, dat volgens de peilingen aanvankelijk in zes van de dertien regio’s aan de leiding zou gaan, uiteindelijk alleen in Provence-Alpes-Côte d’Azur als beste uit de bus. De extreemrechtse partij behaalde slechts 19,4 procent van de stemmen op nationaal niveau, tegen 27,7 procent in 2015.
Terugkeer van de oude politiek
‘De verrassing is des te groter omdat analyses en peilingen vooraf een explosie van extreemrechts voorspelden en rechts en de socialisten weg zagen vallen. Maar het tegenovergestelde is gebeurd’, zo schrijft Eduardo Febbro, de Parijse correspondent van het Argentijnse dagblad Página 12. ‘Als deze dynamiek de komende maanden aanhoudt of toeneemt, kan de terugkeer van partijen met een traditie van regeren en presidentschap (Parti Socialiste en Les Républicains) de fundamenten van de macronistische strategie ondermijnen’, meent hij. ‘De oude vijanden zijn teruggekeerd aan tafel; Le Pen en Macron zitten niet langer alleen aan het banket.’
Ook het Spaanse dagblad El País ziet deze resultaten als een teken dat ‘de oude politiek weigert te verdwijnen’. De uitslag van de eerste ronde zet vraagtekens bij ‘de diagnose van Macron en Le Pen’, volgens welke ’de partijdige verdeeldheid die de Franse politiek sinds de naoorlogse periode kenmerkte, de afwisseling tussen centrumlinks en centrumrechts, niet meer gold.’ Zondag werden Macron en Le Pen ‘verslagen door de oude wereld’, voegt Le Soir daaraan toe.
Overhaaste conclusies
‘Door de lage opkomst is het moeilijk om lessen te trekken voor de presidentsverkiezingen van april-mei 2022’, waarschuwt daarentegen Richard Werly van het Zwitserse Le Temps, die op zijn hoede is ‘voor te overhaaste conclusies’.
Volgens Werly moeten we ook ‘begrijpen dat de verdeling van het grootstedelijke Frankrijk in dertien grote administratieve regio’s niet goed is ontvangen, wat ertoe kan hebben geleid dat veel Fransen de stemhokjes hebben gemeden om hun onvrede en hun gebrek aan vertrouwen op dit politieke niveau te tonen. Deze massale stemonthouding weerspiegelt een gedemotiveerd politiek Frankrijk’, merkt hij op. Voor hem blijven ‘de presidentsverkiezingen het belangrijkste kompas van dit gecentraliseerde land’.
Pagani Six: een moordende politie-eenheid in Nairobi
In de gevaarlijkste sloppenwijken van de Keniaanse hoofdstad wordt een speciale politie-eenheid beschuldigd van buitengerechtelijke executies, zo schrijft de Keniaanse krantDaily Nation.
‘Twee mannen op een motor. Grijpen het mobieltje van een voorbijganger. Politie in burger verschijnt uit het niets en onderschept de motor, zet hem klem in een hoek, uit het zicht. Schoten klinken. “Ik heb niet gezien of de man dood was of niet omdat er te veel mensen waren, maar ik kreeg te horen dat hij werd gezocht door de Pagani Six”, aldus een getuige.’
Zo begint het verhaal van de Daily Nation, dat ‘een publiek geheim’ onderzocht: dat speciale politie-eenheden die zijn belast met het opsporen van criminelen in de gevaarlijkste sloppenwijken van Nairobi, dood en verderf zaaien.
‘De mensen die we zoeken, moeten we hebben, dood of levend’
Pagani Six is zo’n eenheid die wordt beschuldigd van buitengerechtelijke executies. Een video van de leider, korporaal Ahmed Rashid, die een geboeide man executeerde, veroorzaakte in 2017 een schandaal nadat de beelden op sociale netwerken waren verspreid.
‘De mensen die we zoeken, moeten we hebben, dood of levend’, vertelde Ahmed Rashid een jaar later aan de BBC. Terwijl de korporaal nog steeds in dienst is, ‘is niet alleen het aantal buitengerechtelijke executies door zijn squadron toegenomen, maar lijkt de tactiek van zijn politie-eenheid te worden geïmiteerd in vrijwel elke sloppenwijk waar bendes jongeren gewapend met pistolen of messen door de steegjes dwalen’, schrijft Daily Nation.
Tientallen doden
Volgens Social Justice Centers Working Group, een organisatie die buitengerechtelijke executies in sloppenwijken registreert, zijn sinds januari 2021 alleen al 54 jongeren vermoord in de wijk Mathare en ongeveer twintig in twee andere sloppenwijken van Nairobi. Missing Voices, een vergelijkbare organisatie, schat dat in 2020 166 mensen zijn omgekomen door toedoen van de politie.
‘Terwijl mensenrechtengroepen zich zorgen maken over de toename van buitengerechtelijke executies wanneer bendes in botsing komen met de politie, steunen sommige bewoners in de sloppenwijken van Nairobi de wetshandhavers’, vervolgt Daily Nation.
‘Ik kan zeggen dat 80 procent van de mensen op de hand van de politie is vanwege de onveiligheid. De overige 20 procent zijn ouders of mensen die vanuit hun mooie wijken demonstreren voor mensenrechten. Als je zou meemaken wat wij doormaken, zou je voorstander zijn van de politie-aanpak in de bestrijding van de misdaad.’
Anders dan in meer welvarende buurten, waar bewoners klachten indienen en misdrijven worden geregistreerd voor nader onderzoek, worden overtredingen in sloppenwijken zelden gemeld ‘tenzij iemand gewond is geraakt’, omdat bewoners daar wantrouwen koesteren jegens de politie, schrijft Daily Nation.
Als we ze niet doden, zullen deze gevaarlijke criminelen jou vermoorden’
Bij gebrek aan officiële aangiftes zou de politie ‘zwarte lijsten’ opstellen van personen die verdacht worden van misdrijven. ‘We hebben begrepen dat zodra de naam van een crimineel op de zwarte lijst verschijnt, hun beschrijving en foto onder agenten gaat circuleren. Zo wordt hij tot doelwit’, schrijft de Keniaanse krant.
‘Als we ze niet doden, zullen deze gevaarlijke criminelen jou vermoorden’, is het tegenargument van een officier, die de krant sprak op voorwaarde van anonimiteit. ‘We praten met ze, we vertellen hun ouders hen te waarschuwen. De meesten zijn al eens gearresteerd en hebben voor de rechtbank gestaan, maar ze blijven stelen en moorden ook als ze op borgtocht zijn vrijgelaten.’
Op 21 mei werd een vuilnisman uit de wijk Mathare die naast zijn zwangere vrouw sliep, rond 22.00 uur wakker gemaakt. Hij werd geboeid door gewapende mannen en meegenomen in een busje. Twee dagen later werd hij in het mortuarium gevonden. Degenen die hem kenden verzekeren dat hij geen crimineel was, aldus Daily Nation. Een vriend van hem, die getuige was van het tafereel, is vandaag aangeklaagd voor diefstal met geweld. Burgerrechtenorganisaties proberen hem vrij te krijgen, of, als dat niet lukt, ervoor te zorgen dat het tot een eerlijke rechtszaak komt.
Het aantal mensen dat in Groot-Brittannië op het water woont, is in tien jaar tijd explosief gestegen, aldus The Guardian. Stijgende huizenprijzen en beperkingen op reizen naar het buitenland hebben tot een toename van de populariteit van woonboten geleid.
Een half jaar geleden woonden Paul en Anthony Smith-Storey in een half-vrijstaand huis met drie slaapkamers aan de rand van Liverpool. Maar samen met hun hond Dexter hebben ze alles ingeruild voor een leven op het water in een twee meter brede narrowboat op Peak Forest Canal in Derbyshire. ‘We haalden ons eigen vermogen uit het huis, kochten de boot en willen ervan genieten zolang we leven’, aldus de 48-jarige Anthony. Ze zijn niet de enigen.
‘Er zijn nu meer boten op onze waterwegen dan op het hoogtepunt van de industriële revolutie’
Volgens de Canal and River Trust vertoeft een recordaantal Britten op de Britse rivieren en kanalen. De populariteit is zo groot dat de instelling, die 3200 kilometer aan waterwegen in Engeland en Wales beheert, zegt: ‘Er zijn nu meer boten op onze waterwegen dan op het hoogtepunt van de industriële revolutie.’
In maart waren er 35.130 mensen met een vaarbewijs voor rivieren en kanalen, vergeleken met 34.435 vorig jaar en 32.490 in 2012. Enquêtes schatten het aandeel van degenen die aan boord wonen op ongeveer 25 procent. Dat is een stijging met 15 procent sinds 2011. In Londen worden de meeste boten waarschijnlijk voor permanente bewoning gebruikt. Volgens de Inland Waterways Association (IWA) varen er ongeveer 80.000 motorboten over de waterwegen van Engeland, Schotland en Wales.
Recordvraag
Ondertussen noteren botenbouwers en verkopers een recordvraag. Volgens Jamie Greaves, die al meer dan twintig jaar in de industrie werkt en al meer dan een decennium eigenaar is van Aintree Boats in Liverpool, komt de grote belangstelling door de pandemie. ‘Mensen willen op dit moment niet naar het buitenland want ze voelen zich niet veilig, dus gaan ze liever op een bootvakantie in Engeland.’ Anderen profiteren volgens hem van de stijgende huizenprijzen door hun huis te verkopen, een boot te kopen en wat geld te sparen. Het afgelopen jaar was zo druk dat zijn bedrijf werk moest weigeren.
Chris Hill, directeur van New and Used Boat Co, met kantoren in het hele land, meldt een recordverkoop in januari en februari met een omzetstijging van 50 procent ten opzichte van vorig jaar. Zijn klanten, die meestal tussen de 45 en 60 jaar oud zijn, maar waarvan 25 procent jonger is, lieten hem weten: ‘Spaargeld op de bank levert niet veel op, je kunt niet echt naar het buitenland reizen en we hebben altijd al een boot willen hebben, dus we zeggen nu: “gewoon doen”.’
De waarde van nieuwe en gebruikte boten is gestegen; het gemiddelde voor een gebruikte boot is ongeveer 45.000 tot 50.000 pond (52.500 tot 58.300 euro) en een nieuwe, volledig uitgeruste brede boot kost rond de 140.000 pond.
‘Tijdens de industriële revolutie waren de kanalen privé en werden ze gebruikt voor vrachtvervoer’, zegt Matthew Symonds, Manager bij de Canal & River Trust, ‘dus het aantal boten was veel kleiner en ook echt alleen voor werkdoeleinden. Maar nu hebben we veel meer mensen die de waterwegen gebruiken voor hun vrije tijd, maar ook mensen die ze gebruiken om te wonen.’
‘Voor sommigen is het geen vrijwillige keuze of passie, maar echt een van de weinige keuzes die hen rest’
‘De huisvestingscrisis in Londen heeft een rol gespeeld bij de keuze om op boten te gaan wonen’, aldus Symonds, en dat is voor sommigen geen vrijwillige keuze of passie, maar echt ‘een van de weinige keuzes die hen rest’.
Andrew Carpenter, manager van een organisatie voor boten in Camden, vindt het positief dat meer mensen van de waterwegen genieten, maar hij waarschuwt dat de recente toename van het aantal boten druk uitoefent op allerlei faciliteiten zoals drinkwatervoorziening, afvoer en reiniging.
Permanente ligplaatsen kunnen duur zijn en moeilijk te vinden, maar veel mensen kiezen ervoor om te blijven cruisen, hetgeen betekent dat ze minstens één keer per veertien dagen op zoek moeten naar een andere ligplaats.
Annie Mellor, 28, en Hayden Crocker, 32, die beiden werken voor techstart-ups, wonen op de Lee rivier en Regent’s Canal, sinds ze in september een narrowboat kochten, geïnspireerd door hun wandelingen langs jaagpaden tijdens de lockdown. ‘Het is financieel heel aantrekkelijk’, aldus Crocker, ‘en het is een manier om zonder enorme middelen een niet-standaard leven te leiden.’
Speculatieve non-fictie was lange tijd vooral gericht op de beperkte perspectieven en doelstellingen van het bedrijf – en dus op het verdienen van geld. Mede door de pandemie kunnen we het populaire genre mogelijk aanwenden voor een betere toekomst.
De pandemie, die in veel opzichten vreemder is dan sciencefiction, heeft veel discussie uitgelokt over de rol van speculatieve fictie bij onze toekomstvoorstellingen. Waar sommigen in de mogelijkheden die zulke verhalen voorspiegelen antwoorden zien op onzekere tijden, vragen anderen zich af waar deze dystopische visioenen eindigen. Maar misschien is het net zo relevant om ons weer eens in de speculatieve non-fictie te verdiepen, een zich constant ontwikkelend genre dat we als ‘populair futurisme’ zouden kunnen betitelen.
Wat zijn de kenmerken van een ‘populair-futuristisch’ boek? Het schetst mogelijke toekomstperspectieven, belicht nieuwe belangwekkende trends en belooft manieren waarop zelfs niet-gespecialiseerde lezers deze inzichten op hun eigen leven en werk kunnen toepassen. Zo’n boek heeft waarschijnlijk een fascinerend omslag, in een stijl die dateert van het werk dat met recht en reden een pionier in dit genre kan worden genoemd en nog altijd toonaangevend is: Toekomstshock van Alvin Toffler. Dit boek, dat het concept ‘futurisme’ populair maakte in de mainstreamcultuur en in de zakenwereld en kortgeleden zijn vijftigste verjaardag vierde, verscheen in de meest veelkleurige versies, zodat het als een neonregenboog in het oog zou springen vanuit de schappen van de boekwinkels. Andere titels hebben een kinetische belettering die je vanaf de pagina tegemoet vibreert alsof ze zich met hoge snelheid verplaatst. De toon van de boeken houdt meestal het midden tussen start-uppitch en zelfhulpmantra en straalt het profetische zelfvertrouwen uit van de teruggekeerde tijdreiziger.
Wat er komen gaat
Hoewel hun inhoud mee verandert met de tijdgeest, blijft datgene wat ons in populair-futuristische boeken aantrekt hetzelfde: we willen allemaal weten wat er komen gaat. Ze boren de oeroude kracht van de toekomst aan om ons te boeien en bang te maken, op zo’n manier dat onze hedendaagse angsten erdoor worden gesust en aangewakkerd. Zoals alle populair-wetenschappelijke of zelfhulpteksten beloven ze signaal van ruis te scheiden en geven ze ons wat geruststellende (zij het illusoire) controle in een chaotische wereld. Ze laten zien wat de toekomst ons brengt, ook al oogt het heden nog als zo’n warboel.
Maar de belangrijkste belofte die ten grondslag ligt aan de canon waarvan Toekomstshock de eersteling is, is dat lezers zich met de juiste vooruitziende blik niet alleen kunnen voorbereiden op wat komen gaat, maar er ook van kunnen profiteren. Deze onschuldige vorm van handelen met voorkennis stelt de toekomst voor als een bulkgoed, als een oefening in tijdsbeoordeling waarbij kennis van nieuwe ontwikkelingen financieel voordeel oplevert. Het is geen toeval dat de auteurs van zulke boeken traditioneel een wit, mannelijk en kapitalistisch wereldbeeld hebben; velen van hen werken als in de toekomst gespecialiseerde consultants in het grijze gebied tussen zakenwereld, overheid, technologie, reclame en sciencefiction.
Deze zakelijke benadering is tot nu toe dominant in het populair futurisme, maar dat zou wel eens kunnen veranderen. Het afgelopen jaar is er een verbazingwekkend groot aantal nieuwkomers aangetreden, wat gek genoeg voor de hand ligt in een tijd waarin grote onzekerheid heerst over wat er morgen zal gebeuren, om over het komende decennium nog maar te zwijgen. Kan zo’n traditioneel zelfgenoegzaam genre nog enige troost bieden, laat staan deugdelijke inzichten?
De confrontatie met een tsunami van veranderingen maakte de meeste mensen angstig, gedesoriënteerd en ontregeld
Om die vraag te beantwoorden moeten we terug naar Toekomstshock. Hoewel de titel ons tegenwoordig nog maar vagelijk bekend voorkomt, werd het boek na zijn publicatie in juli 1970 algauw wereldberoemd. Het ging in miljoenen exemplaren over de toonbank, er werd een door Orson Welles ingesproken documentaire van gemaakt en de titel inspireerde Curtis Mayfield tot een song [Future Shock]. Het boek gaf mede aanzet tot een genre dat nog altijd bloeit en bezorgde Toffler een decennialange carrière als auteur, deskundige en consultant. Herlezing van Toekomstshock toont aan dat het boek niet alleen de kiem heeft gelegd voor de powerpointprofetieën van de TED Talk-cultuur en een hele bedrijfstak van toekomstconsultants heeft gecreëerd, maar ook onze toekomstvisie heeft vormgegeven.
Ook als fysiek object was het opvallend. Het was zo’n vijfhonderd pagina’s dik, het omvangrijke register niet meegerekend. Het was kleurrijk en, nou ja, futuristisch, tot het ronde maar robotachtige lettertype van de titel aan toe, dat was gebaseerd op het MICR-font [Magnetic Ink Character Recognition], ontworpen om door zowel mensen als machines te kunnen worden gelezen. Futurist Scott Smith herinnert zich dat hij als jongen de lijvige paperback op het nachtkastje van zijn ouders zag liggen en deze er zowel eng als verleidelijk vond uitzien; half grappend zegt hij dat hij er zijn beroepskeuze aan dankt.
Alvin Toffler, de auteur wiens naam in onuitwisbare letters op het omslag prijkt, was een journalist uit Brooklyn die in het begin van zijn carrière samen met zijn vrouw Heidi schreef over progressieve politiek en de arbeidersbeweging. Ze werkten samen aan een trilogie waarvan Toekomstshock het eerste deel was, maar Heidi werd pas in een later boek officieel erkend als auteur. Dat zelfs een toekomstgericht powerkoppel in dit opzicht verbazingwekkend ouderwets was, bewijst maar weer eens dat we allemaal bevattelijk zijn voor de blinde vlekken van onze tijd, net als Toekomstshock.
Het kernbetoog van het boek is wellicht herkenbaar, misschien omdat Toffler het zo overtuigend beargumenteerde dat het een cliché is geworden: de wereld veranderde in een exponentieel toenemend tempo, waardoor mensen in ‘shock’ raakten en worstelden om het hoofd boven water te houden. In elk geval in de westerse landen onderging de maatschappij een ingrijpende historische verandering toen de industriële revolutie plaatsmaakte voor de informatie-economie; die verandering werd op haar beurt versneld door nieuwe technologieën op het gebied van massacommunicatie. De confrontatie met een tsunami van veranderingen maakte de meeste mensen angstig, gedesoriënteerd en ontregeld. Het boek probeerde deze nieuwe toestand te doorgronden, de ‘bronnen en symptomen’ ervan bloot te leggen en mogelijke manieren te bedenken om de effecten te verzachten.
Hij maakt van de toekomst de meest spectaculaire show op aarde, en je zou wel gek zijn als je wegkeek
De belangrijkste strategie om de toekomstshock te bestrijden, aldus Toffler, was om zich met extra kracht op de toekomst zelf te richten. Hij riep overheidsinstanties op om grootschalige toekomststudies te financieren, sciencefictionauteurs om meer methodische toekomstvoorspellingen in hun boeken op te nemen en Amerikaanse scholen om toekomstgerichte lessen te geven (als tegenwicht tegen geschiedenislessen). ‘Om zulke beelden in het leven te roepen en daarmee de impact van een toekomstshock te verzachten,’ schreef hij, ‘moeten we allereerst zorgen dat speculeren over de toekomst iets respectabels wordt.’
Dit was geen nieuwe uitdaging; ook H.G. Wells had zich moeite getroost te benadrukken dat de systematische poging om mogelijke toekomsten te projecteren op basis van hedendaagse gegevens een vorm van wetenschap zou kunnen zijn, en niet alleen maar waarzeggerij. Maar dankzij Tofflers boek werd het futurisme een mainstreamfenomeen, dat zich niet beperkte tot militair gebied (zoals de nucleaire scenario’s die de RAND Corporation als eerste uitwerkte), maar ook op de ‘zachte’ sectoren van het dagelijks leven toepasbaar was, van ‘politiek en speelplaatsen tot skydiven en seks’.
Maar behalve door zijn inhoud vond Toekomstshock ook veel weerklank door zijn stijl. Naar het voorbeeld van de Canadese mediatheoreticus Marshall McLuhan, wiens vermogen om grote ideeën in pakkende soundbites te presenteren onmiskenbaar een inspiratiebron was, maakte Toffler van het medium de boodschap. Zijn toon is evenzeer gealarmeerd als energiek, professoraal als ademloos. Hij spreekt van een ‘vuurstorm van verandering’, van het ‘zinderende schokeffect’ van nieuwe ideeën, van ‘pijlsnel groeiende’ populaties; zijn taalgebruik wedijvert met de voortstuwingssnelheid die hij beschrijft. Hij gebruikt pakkende termen als ‘ad-hoccratie’; hij maakt van de toekomst de meest spectaculaire show op aarde, en je zou wel gek zijn als je wegkeek.
Zelfs wanneer Toffler de potentiële gevaren van versnelde verandering schildert, zoals ongelukken op boorplatforms of besluitvormingsalgoritmen, en de noodzaak van regelgeving benadrukt, gelooft hij dat oplossingen gelegen zijn in een grondige oriëntatie op toekomstige transformaties. ‘De kracht van de technologische ontwikkelingsdrang is te groot om door vooruitgangssceptici te worden gestopt,’ schrijft hij, en ondanks de soms waarschuwende toon definieert het boek op een bedwelmende manier de voorwaarden voor zijn eigen wereldbeeld. ‘Is dit allemaal overdreven?’ luidt zijn beroemde vraag. ‘Ik denk het niet.’
Optimaliseren
Zoals de krachtige stijl van Toekomstshock een bestseller heeft gemaakt, zo heeft het succes van het boek de weg gebaand voor een heel genre dat met de beslommeringen van elk navolgend tijdperk is mee veranderd. Eén subgenre van populair-wetenschappelijke boeken die snel na Toekomstshock verschenen, was sterk gericht op het voorspellen van consumentengedrag, te beginnen in 1982 met Megatrends van John Naisbitt en eindigend in 1991 met The Popcorn Report van de nestrix van de trendspotters: Faith Popcorn.
Met de eerste dot.com-boom werd technologie een algemener thema, ongetwijfeld geholpen door het zelfbeeld van Silicon Valley als de plek waar de toekomst haar beslag krijgt. Deze nieuwe fase van het genre gaf de prioriteit aan innovaties op hardware- en softwaregebied, en sommige titels begonnen de wildste technologische grenzen op te zoeken, zoals The Age of Spiritual Machines (1999) van Ray Kurzweil en Physics of the Future (2011) van Michio Kaku. Maar of hij nu zakelijk banaal of cybergnostisch is, de klassieke populair-futuristische canon vooronderstelt een publiek dat industrieën wil ontmantelen met behoud van de status quo. Zelfs futuristen als Kurzweil, een van de herkenbaarste hedendaagse auteurs en een erfgenaam van Toffler, presenteren ideeën die revolutionair lijken – de uniciteit, de mogelijkheid van onsterfelijkheid – in een taal die wordt beperkt door individualistisch ondernemersdenken. Alles is doordesemd van de logica van het optimaliseren van alles en iedereen, zelfs van onze ziel.
Gedurende het grootste deel van hun geschiedenis hebben deze boeken zich vooral op de beperkte perspectieven en doelstellingen van het bedrijfsmatige futurisme gericht. Vaak onder invloed van de agenda van haar klanten, concentreert de toekomstbranche zich op het oplossen van de problemen waarvoor ze is ingehuurd. Omdat ze zijn voortgekomen uit organisatieadviesbureaus en oververhitte start-ups, zijn futuristen meer geïnteresseerd in, en kunnen ze zich gemakkelijker een voorstelling maken van ruimtekolonies en het eeuwige leven – voor sommigen een rechtstreekse weg naar winst – dan van een kwestie als het afschaffen van gevangenissen.
(Een nieuwe ster aan Tofflers toekomstversnellingsfirmament, maar zonder zijn weloverwogen zorgen te delen, is The Future Is Faster Than You Think van Peter Diamandis en Steven Kotler, waarin ademloos wordt beschreven hoe nieuwe technologieën zoals kunstmatige intelligentie ertoe zullen leiden dat de mensheid ‘een grotere omwenteling zal meemaken en meer rijkdom zal creëren dan in de afgelopen honderd jaar’. Wie met de omwenteling wordt geconfronteerd en naar wie de rijkdom gaat is niet moeilijk te raden. Problemen als klimaatverandering, stelt het boek, kunnen te lijf worden gegaan met zich steeds verder ontwikkelende gadgets, zoals goedkopere zonnepanelen en brandweerdrones.)
Kathedraaldenken
Maar terwijl de regels en de definitie van het ‘toekomstdenken’ veranderen en zich verspreiden via andere stemmen, geografieën en ideologische structuren, verandert het populair-futuristische boek mee – en treedt het soms uit Tofflers voetsporen, als het al niet een geheel nieuwe weg inslaat.
Vorig jaar verscheen After Shock, een officiële hommage aan Toekomstshock. De bundel bevat lovende maar zeker ook kritische woorden van de hand van meer dan honderd hedendaagse futuristen en denkers. Het boek How to Future: Leading and Sense-Making in an Age of Hyperchange van Scott Smith en Madeline Ashby staat voor een stap in een andere richting en beschrijft strategieën voor het begeleiden en creëren van verandering in verschillende contexten, die zich lang niet altijd beperken tot het commerciële en technologische domein. Het is een bewonderenswaardige poging om tot een ‘toekomsthandleiding’ voor verschillende doelgroepen en doelstellingen te komen, geïllustreerd met de toepassing van bijvoorbeeld scenarioplanning, een in de Koude Oorlog door militairen ontwikkelde methodologie, op terreinen als non-profitmanagement en gezondheidszorg. De casestudy’s en procesbeschrijvingen zijn verhelderend, al gaat de gedetailleerdheid soms te ver voor de niet-academische lezer die het in de naaste toekomst niet als handboek zal gebruiken.
Ook het veelgenoemde idee van ‘langetermijndenken’ duikt in diverse recente boeken op als een cruciaal middel om een andere existentiële dreiging te lijf te gaan: de klimaatcrisis. In De goede voorouder roept filosoof Roman Krznaric kalm op tot een heroriëntering op de toekomst, niet ten bate van onszelf (zoals typerend is voor het populair-futuristische boek), maar van onze verre nazaten. Hij gebruikt de term ‘kathedraaldenken’ voor reusachtige projecten die niet tijdens ons eigen leven zullen worden afgerond, maar waarmee nu wel hoognodig een begin moet worden gemaakt, vergelijkbaar met het werk van verschillende generaties aan de middeleeuwse kathedralen die hun achterkleinkinderen pas voltooid zouden zien.
Waar in boeken als Toekomstshock de toekomst wordt beschreven als een reusachtige golf die onontkoombaar en verpletterend op ons af raast, is de centrale metafoor in het boek van Krznaric (dat soms leest alsof je door een stil bos dwaalt) de eikel. Het gaat erom dat je bijvoorbeeld niet alleen maar bomen plant (al wordt herbebossing letterlijk een cruciaal langetermijnproject genoemd), maar ook het belang en het potentieel van het huidige moment benadrukt, hoe gebrekkig ook, om de toekomst te beïnvloeden.
Interactieve kaartspellen zijn misschien wel beter dan een boek in staat de vreemde, veranderlijke manieren te belichamen waarop de toekomst zich ontvouwt
Het meest inventief wordt dit thema misschien wel onderzocht in populair-futuristische projecten die de grenzen van het boek volledig overschrijden. Een daarvan is Afro-Rithms from the Future, een digitaal kaartspel dat spelers uitdaagt toekomstscenario’s te bedenken met een expliciete focus op zaken als sociale rechtvaardigheid en ongelijkheid. Tot het team dat het spel heeft ontwikkeld behoren futurist, acteur en kunstenaar Ahmed Best en Lonny Brooks, universitair hoofddocent Communicatie aan de California State University. Het spel maakt gebruik van afrofuturistische denkwijzen en kunstvormen om radicale visies op een rechtvaardiger wereld te stimuleren en groepsdiscussies uit te lokken over het veranderen van de huidige situatie om zover te komen. De kosmische, bontgekleurde kaarten zijn uitnodigend en in scherp contrast met het beeld van blauwe lasers dat maar al te vaak de standaardesthetiek van de ‘toekomst’ vormt. Interactieve kaartspellen en collectieve verhaalprojecten zijn misschien wel beter dan een lineair boek in staat de vreemde, veranderlijke, participatieve manieren te belichamen waarop de feitelijke toekomst zich ontvouwt.
Ook voordat de coronapandemie begin 2020 over de wereld begon te razen, hadden de catastrofale vooruitzichten voor de planeet – klimaatverandering, opkomend nationalisme, systemische ongelijkheid, technologie die meer problemen veroorzaakt dan oplost – iedere hoop op een stabiele toekomst al de bodem ingeslagen. Maar een heel klein lichtpuntje is misschien dat dit het jaar kan worden waarin we het duidelijkst beseffen dat we op een geheel nieuwe manier over de toekomst zullen moeten praten, als we die rechtvaardig en duurzaam willen maken voor iedereen. Net als in 1970 wordt de toekomst momenteel gevormd door ingewikkelde interacties van mensen, systemen, gemeenschappen en materiële en milieuomstandigheden – en door de verhalen waardoor die interacties worden beïnvloed.
Dit nieuwe hoofdstuk van populair futurisme toont zijn blijvende aantrekkingskracht als een vertrouwd dialect, ook al is de boodschap die het genre brengt nu van een andere urgentie. Misschien kan het nog altijd nieuwe toekomstperspectieven voor een gezondere wereld bieden, maar die moeten dan wel net zo levendig en onweerstaanbaar overkomen als Toekomstshock vijftig jaar geleden. Waar Toffler en zijn volgelingen de versnelde, door winstbejag gedreven toekomst duizelingwekkend maakten, probeert de volgende generatie denkers deze paradox op te heffen en tragere, meer op herstel en gemeenschapszin gerichte toekomsten te verzinnen, die even onweerstaanbaar zijn.
Het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten heeft donderdag geweigerd de gezondheidswet van president Barack Obama te schrappen. Democraten moeten zich nu concentreren op het vergroten van het bereik van Obamacare, aangezien bijna 30 miljoen Amerikanen nog altijd geen ziektekostenverzekering hebben.
‘Het tijdperk van existentiële gevechten rond Obamacare is voorbij’, verzekert TheNew York Times. De uitspraak van het Hooggerechtshof, met 7 tegen 2, ‘maakt deze gezondheidszorgwet tot een belangrijke erfenis van het Obama-tijdperk – de grootste uitbreiding van de gezondheidsdekking in decennia – na jaren van felle en politiek pijnlijke strijd’, aldus de krant.
Deze beslissing is ‘een mooi bewijs dat de meeste conservatieve rechters nog altijd hun gezond verstand kunnen gebruiken’
Fox News wijst er met genoegen op dat de conservatieve rechter Amy Coney Barrett, die een paar weken voor de presidentsverkiezingen door Donald Trump werd voorgedragen en in wie de Democraten de doodgraver van de Obamacare zagen, ‘deel uitmaakt van de meerderheid die stemde voor de wet’, net als Brett Kavanaugh, die ook benoemd werd door Trump.
In feite is deze beslissing met 7 stemmen tegen 2 ‘een mooi bewijs dat de meeste conservatieve rechters nog altijd hun gezond verstand kunnen gebruiken, zelfs in gevallen waarin de Republikeinse basis is gaan dwarsliggen’, analyseert Bloomberg.
In het redactioneel verwelkomt de San Francisco Chronicle de handhaving van een wet die, sinds de goedkeuring ervan in 2010, 31 miljoen mensen in staat heeft gesteld om ziektekostenverzekering te krijgen. Het dagblad vindt het echter ‘ontmoedigend’ dat zo’n ‘absurde’ aanval op een dergelijke wet ‘voor de hoogste rechtbank van het land moest verschijnen’.
Maar voor Barack Obama, de architect van de wet, overheerst de tevredenheid na een beslissing die ‘herbevestigt wat we al lang weten: de Affordable Care Act [Obamacare] is here to stay’. Nu is het noodzakelijk ‘om deze te versterken en uit te breiden’, verklaarde hij, geciteerd door Axios.
‘Openbare optie’
President Joe Biden was ook van mening dat het na deze grote overwinning voor alle Amerikanen die profiteren van Obamacare, tijd was ‘om verder te gaan (…) met het ontwikkelen van deze historische wet’.
De consensus in de Amerikaanse pers is dat na tien jaar mislukte pogingen – Donald Trump beloofde Obamacare eigenhandig te begraven, zonder succes – het bestaan van de wet niet langer ter discussie zal worden gesteld. De strijd zal zich nu concentreren op de verbeteringen die de Democraten willen aanbrengen, aangezien bijna 30 miljoen Amerikanen nog steeds geen ziektekostenverzekering hebben.
Maar de Democraten zelf ‘blijven verdeeld over de belangrijkste voorstellen’, merkt TheNew York Times op. Joe Biden zou voorstander zijn van het creëren van een ‘openbare optie’: ‘een verzekering die wordt aangeboden door de federale overheid, als alternatief voor particuliere verzekeringen’, schrijft TheWashington Post. ‘Deze zou voor alle Amerikanen toegankelijk zijn, zelfs voor degenen met een werkgeversverzekering. Amerikanen met een laag inkomen zouden automatisch profiteren.’
De linkervleugel van de partij wil verder gaan, door een echte universele dekking tot stand te brengen, dat wil zeggen de particuliere verzekeringen af te schaffen en deze te vervangen door openbare verzekeringen voor iedereen.
Welke weg je ook kiest, Biden heeft geen tijd te verliezen, merkt Politico op, want ‘met hun zeer krappe meerderheid in het Congres hebben de Democraten maar een klein kansje om hun verzekeringsplan erdoor te krijgen vóór de tussentijdse verkiezingen van 2022’.
Nieuwe politieke crisis in Noord-Ierland
Edwin Poots, leider van de Democratic Unionist Party of Northern Ireland (DUP), kondigde donderdag zijn ontslag aan na een termijn van eenentwintig dagen. De heer Poots heeft de woede van de regionale leiders van de pro-Engelse partij gewekt, vooral vanwege zijn rol in de post-Brexit-discussies. Zijn vertrek zou ‘een nieuwe politieke crisis kunnen veroorzaken’ in de provincie, vreest The Guardian.
DUP en Sinn Féin (Republikeinen, voor de hereniging met Ierland) waren het eens geworden over een tweekoppige samenstelling van de uitvoerende macht – in overeenstemming met de Goedevrijdagakkoorden van 1998 –, en met name over de benoeming van de Unionist Paul Givan, een 39-jarige fundamentalistische protestant, als premier. Door het vertrek van de heer Poots is deze benoeming weer onzeker, aangezien dit zou kunnen leiden tot het houden van nieuwe verkiezingen.
[Openingsbeeld: DUP-leider Edwin Poots tijdens de benoeming van Paul Givan als eerste minister, in het parlementsgebouw in Belfast.]
Nieuwe ronde Israëlische luchtaanvallen in Gaza
Voor de tweede keer deze week voerde de IDF luchtaanvallen uit op Hamas-posities in Gaza, als reactie op het sturen van brandgevaarlijke ballonnen naar de Joodse staat. De IDF zei dat het ‘doorgaat met het vernietigen van de militaire structuren van Hamas’ en dat het de Palestijnse gewapende groep ‘verantwoordelijk houdt voor wat er in de Gazastrook gebeurt’, aldus Al-Jazeera.
Noord-Korea bereidt zich voor op ‘dialoog en confrontatie met Washington’
De Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un zei donderdag dat Noord-Korea zich zowel moet voorbereiden op een dialoog als op een confrontatie met de Verenigde Staten, meldt Reuters. Voor het eerst sinds Biden president is richt Kim zich indirect tot de Verenigde Staten. De nieuwe Amerikaanse gezant voor Noord-Korea, Sung Kim, zal dit weekend in Zuid-Korea arriveren voor het eerste bezoek sinds zijn benoeming.
Duizenden mails die zijn onderschept uit de inbox van Kirill Sjamalov, de voormalige schoonzoon van de Russische president, laten haarscherp zien hoeveel macht en rijkdom het oplevert om deel uit te maken van Poetins inner circle.
Winnaar van de The Investigative Reporting Award 2021 van de European Press Prize.
Er zijn maar weinig geheimen in Rusland waarover zo wantrouwig wordt gewaakt als over de meest basale gegevens aangaande de familie van Vladimir Poetin. In de officiële biografie van de president wordt het alom bekende gegeven bevestigd dat hij en zijn voormalige echtgenote twee dochters hebben, Maria en Katerina. Maar Poetin noch zijn persvoorlichters hebben ooit de volledige namen van die dochters prijsgegeven, of iets losgelaten over hun privéleven of werk. Geen van beide dochters gebruikt in het openbaar haar achternaam.
Een van de weinige gegevens die journalisten boven tafel hebben weten te krijgen, is dat Poetins jongste dochter, Katerina, getrouwd is geweest met ene Kirill Sjamalov. Sjamalov is een vermogend man, die op zijn tweeëndertigste de jongste miljardair van Rusland was. Hij genoot echter weinig bekendheid en er waren maar weinig details openbaar over de manier waarop hij zijn ongekende vermogen had vergaard.
Maar nu komen er voor het eerst wat meer gegevens naar buiten over deze Sjamalov. Eerder dit jaar hebben journalisten van IStories, het Russische onderzoekscentrum van het Organized Crime and Corruption Reporting Project (OCCRP), via een anonieme bron toegang gekregen tot een uitgelekt mailarchief van Sjamalov. Het lek omvat meer dan tienduizend berichten uit de periode 2003-2020 en verschaft uitzonderlijke informatie in de man die als geen ander toegang heeft tot de machinaties binnen de Russische politiek.
Collection No. 1
De anonieme bron heeft niet onthuld hoe hij of zij aan Sjamalovs e-mails is gekomen, maar de berichten zelf wijzen in een bepaalde richting.
In juni 2019 stuurde het Hasso-Plattner-Institut van de Universiteit van Potsdam, dat zich bezighoudt met cybersecurity, Sjamalov een waarschuwing: zijn inloggegevens waren aangetroffen in ‘Collection No. 1’, een archief van miljoenen wachtwoorden en e-mailadressen die een hacker uit Oekraïne had verzameld en te koop aangeboden. Sjamalov leek het bericht niet helemaal te begrijpen, want hij stuurde de mail door naar zijn assistent met de vraag: ‘Wat heeft dit te betekenen?’
Gelekte informatie van een anonieme bron al dan niet publiceren is een lastige journalistieke beslissing. Om te beginnen kunnen er vraagtekens worden geplaatst bij de authenticiteit van documenten van een anonieme partij. Om het Sjamalov-archief te verifiëren, werden de mails eerst gestructureerd en geïndexeerd door data-analisten van het OCCRP. Vervolgens zijn journalisten van IStories bijna een jaar bezig geweest alles uit te pluizen: ze hebben onderwerpregels van e-mails nagetrokken, met afzenders gesproken en informatie vergeleken met bedrijfsgegevens, databases van makelaars, sociale netwerken en andere openbaar toegankelijke bronnen. Wij zijn tot de conclusie gekomen dat de mails authentiek zijn.
Een andere kwestie is de privacy. De bron heeft toegang gegeven tot het materiaal, maar heeft daarbij de journalisten verzocht geen medische gegevens openbaar te maken. Dat verzoek is gehonoreerd. IStories en het OCCRP hebben ook besloten niet het hele archief vrij te geven. De informatie die in dit onderzoek wordt gebruikt, is precies voldoende om een verhaal te vertellen dat het publieke belang dient.
Sjamalov is een schoolvoorbeeld van de corrupte verstrengeling van macht en het zakenleven die het moderne Rusland typeert
Niet alleen toont het archief onomstotelijk aan dat Sjamalov getrouwd is geweest met Poetins dochter Katerina, die de achternaam Tichonova gebruikt, ook bevat het enkele andere onthullingen over de financiële voordelen die dit huwelijk hem heeft opgeleverd, en de invloed die hij wist te vergaren door in de presidentiële familie te trouwen. Hij is duidelijk in staat geweest bronnen binnen de regering te gebruiken en heeft persoonlijke banden aangewend voor zijn eigen gewin en dat van zijn vrienden en zakenpartners – een schoolvoorbeeld van de corrupte verstrengeling van macht en het zakenleven die het moderne Rusland typeert.
Kirill Sjamalov noch Katerina Tichonova wilde reageren op dit verhaal. Poetins woordvoerder, Dmitri Peskov, reageerde met één zin: ‘We hebben dergelijke vragen al veel vaker onbeantwoord gelaten.’
Sjamalov senior
Kirill Sjamalov is de zoon van Nikolai Sjamalov, een van Poetins oudste en beste vrienden. Halverwege de jaren negentig maakten Poetin en Sjamalov senior deel uit van een groep vrienden die investeerden in Ozero, een privégemeenschap van zomerhuizen in de buurt van Sint-Petersburg. Toen Poetin president werd, kregen zijn buren uit Ozero hoge posities binnen de regering of kwamen aan het hoofd te staan van staatsbedrijven. Drie Ozero-oprichters kregen in 2014 te maken met sancties van de Verenigde Staten in verband met de Russische inval in Oekraïne.
Sjamalovs naam werd in brede kring bekend toen zijn voormalige zakenpartner Sergej Kolesnikov in 2010 een open brief publiceerde, gericht aan de toenmalige premier Dmitri Medvedev. De brief ging over de vermeende corruptie bij de bouw van een vorstelijk onderkomen aan de Zwarte Zee ter waarde van 1 miljard dollar voor Poetin, die toen president was.
Belangrijkste feiten:
Sjamalov en Poetins dochter spendeerden miljoenen aan luxueuze onderkomens in Rusland en Frankrijk, terwijl Poetin had bepaald dat de Russische elite geen buitenlandse bezittingen meer mocht hebben.
Niet lang na zijn huwelijk met Poetins dochter kocht Sjamalov voor het verbijsterend lage bedrag van 100 dollar een aandeel in de grootste petrochemische fabriek van Rusland, een bedrijf met een waarde van 380 miljoen dollar.
Later kocht Sjamalov een nog veel groter aandeel in dit bedrijf. Met deze deal, die bepaald niet onopgemerkt bleef, werd hij in één klap miljardair. Uit zijn mailwisseling blijkt dat dit slechts een van de vele lucratieve deals was die hem werden aangeboden, en de mails werpen licht op de vraag hoe een en ander mogelijk in elkaar stak.
Omdat Sjamalov zo dicht op de macht zat, was hij een zeer begeerde zakenpartner. In één geval kreeg hij een gratis aandeel in een groot bedrijf aangeboden in ruil voor zijn toegang tot ‘bronnen binnen de regering’. Een duidelijk voorbeeld van de corrupte verstrengeling van macht en zakenleven die het moderne Rusland typeert.
Volgens Kolesnikov vervulde Sjamalov een sleutelrol binnen deze constructie, geïnstigeerd door Poetin, waarbij een medisch bedrijf lucratieve gezondheidszorgcontracten kreeg aangeboden. Deze werden gefinancierd door rijke oligarchen, in ruil voor de belofte eenderde van het geld over te maken naar buitenlandse banken. Het geld werd gebruikt voor de bouw van ‘Poetins paleis’ in de buurt van Gelendzjik.
Nadat hij ruzie had gekregen met Sjamalov, verliet Kolesnikov het land en publiceerde hij zijn brief aan Medvedev. Hoewel het verhaal leidde tot een sensationeel schandaal en de inhoud van de brief werd gestaafd door documenten en geheime opnamen die Kolesnikov later aan de pers zou overhandigen, volgde er geen enkele officiële reactie.
De heersende elite van Rusland bestaat voor een groot deel uit oude compagnons van Poetin
Volgens een bekende heeft Nikolai Sjamalov, die dit jaar zeventig is geworden, zich teruggetrokken uit zowel het zakelijke als het publieke leven, en besteedt hij nu een groot deel van zijn tijd aan jagen. Zijn oudste zoon, Kirills broer Joeri, staat al sinds 2003 aan het hoofd van een van de grootste private pensioenfondsen van Rusland.
De heersende elite van Rusland bestaat voor een groot deel uit oude compagnons van Poetin, die hem zijn gevolgd naar Moskou en die sinds Poetin president is geworden allerlei sleutelposities binnen de regering vervullen. Deze datsja-buren, judokameraden, massagetherapeuten en voormalige stadsbestuurbureaucraten worden ook wel de Piterskie genoemd, naar Sint-Petersburg, waar ze vandaan komen. Om de term Piterskie hangt een sterke geur van georganiseerde misdaad – denk maar aan andere geografisch gewortelde epitafen als de Tambovskie of de Izmailovskie.
De meeste van deze mannen zijn nog niet van het toneel verdwenen. Maar in de twee decennia sinds Poetin aan de macht is, hebben hun kinderen en kleinkinderen hun eigen macht en vermogen vergaard en klimmen ze geleidelijk op naar de topposities. Je zou hen de ‘nieuwe Piterskie’ kunnen noemen.
Sjamalovs e-mailarchief biedt een opmerkelijk beeld van deze groep. Velen van hen hebben, net als Sjamalov zelf, rechten gestudeerd aan de Staatsuniversiteit van Sint-Petersburg. Ze praten over posities binnen de regering, bij staatsbedrijven en grote ondernemingen, en ze merken op dat als zij naar Moskou komen, de stad er heel anders zal uitzien dan de stad die hun voorouders ooit hebben veroverd.
Maar sommige dingen veranderen nooit. Net als in de wereld van hun ouders zijn persoonlijke connecties van cruciaal belang voor de nieuwe Piterskie. In juni 2004 ontving Sjamalov, in het laatste jaar van zijn studie, een mail van een jaargenoot, Jan Piskoenov:
‘Makker, we zullen alles zo goed mogelijk regelen. Het wordt geweldig. Het belangrijkste is dat we het over de organisatie hebben. Ik stuur je dinsdagochtend de speech. Ik haal vandaag of maandag de beoordeling op, en gedurende de week bereiden we de antwoorden voor op de vragen en opmerkingen van de beoordelaars. Ik vond het fijn om je eindelijk te zien. Rust wat uit en neem de tijd.’
Gezien de context gaat dit bericht over hulp bij het voorbereiden van Sjamalovs verdediging van zijn scriptie – en een vooraf geschreven presentatie voor de examencommissie.
Een paar dagen later was de speech klaar. ‘Hallo Sjamalov : ) !’ schreef Piskoenov. ‘Eerste versie speech… in de bijlage.’ En inderdaad, in de bijlage zit een presentatie bij een scriptie over vastgoedrecht.
Toeval of niet, maar Sjamalovs oudere broer, Joeri, zit in de raad van bestuur van zowel de mediaholding als de bank
De enthousiaste Piskoenov had een carrièreperspectief waar menig Russisch student jaloers op zou zijn. Niet lang na zijn afstuderen kreeg hij, op zijn vijfentwintigste, een hoge positie bij Gazprom-Media, de grootste mediaholding van Rusland, waar hij Deputy General Director werd en aan het hoofd kwam te staan van de juridische afdeling. Deze groep, met populaire kanalen als de tv-zenders NTV en TNT en de radiozender Echo of Moscow, is eigendom van Gazprombank. Toeval of niet, maar Sjamalovs oudere broer, Joeri, zit in de raad van bestuur van zowel de mediaholding als de bank. Hij heeft niet gereageerd op onze verzoeken om een reactie.
In september 2009 dook Piskoenov weer op in Sjamalovs correspondentie, toen een kennis hem benaderde met een ongebruikelijk en nogal onomwonden verzoek: ‘Vraag: is het mogelijk om de standpunten van Piskoenov en Plesjkov ten aanzien van vliegveld Vnukovo te veranderen, of hun activiteiten te neutraliseren?’
Een aangehecht memo levert de benodigde context: twee van de belangrijkste luchthavens van Moskou, Vnukovo en Domodedovo, waren verwikkeld geraakt in een commercieel geschil, waarbij Domodedovo uiteindelijk aan het langste eind trok. Als gevolg daarvan moest Vnukovo zo’n 350 miljoen roebel [4 miljoen euro] betalen. Volgens de afzender was de rechtbank ‘onder druk’ gezet door Dmitri Plesjkov, destijds ‘hoofd van het secretariaat van de voorzitter van het hooggerechtshof van arbitrage’, die zelf naar verluidt optrad ‘namens Jan Borisovitsj Piskoenov (…) van Gazprom-Media’. Hij vroeg of deze twee mannen konden worden beïnvloed op een manier waar vliegveld Vnukovo baat bij zou hebben.
Er zijn geen bewijzen dat Sjamalov aan Piskoenov of Plesjkov zou hebben gevraagd zich te mengen in het vliegveldgeschil. Maar een maand later verwierp het federale arbitragehof van het district Moskou de eerdere beslissing van de rechtbank, wat Vnukovo miljoenen scheelde. Het was precies zo gelopen als de kennis van Sjamalov had gevraagd.
Hoewel Sjamalov destijds nog maar 27 was, had hij al een indrukwekkend cv opgebouwd: hij had gewerkt voor Gazprom, Gazprombank, de Russische overheid en Rosoboronexport, de belangrijkste wapenexporteur van het land. Op het moment zelf was hij Vice President for Administrative Business Support bij Siboer, de grootste petrochemische fabriek van Rusland. Maar er stonden nog veel grootsere dingen op stapel.
Renovatie
In 2013 meldden verschillende media, waaronder Reuters, dat Sjamalov was getrouwd met ene Katerina Tichonova, van wie werd gezegd dat ze een dochter van Poetin was. Het Kremlin weigerde dat te bevestigen. Maar Sjamalovs mailarchief laat hier geen enkele twijfel over bestaan en maakt ook duidelijk dat Tichonova en Sjamalov in februari 2013 zijn getrouwd. Wanneer het stel elkaar heeft leren kennen wordt niet duidelijk vermeld. Maar uit het bewijsmateriaal, waaronder het volgende bericht van een van de organisatoren van hun bruiloft, blijkt dat hij haar al een groot deel van zijn leven kende:
‘Kirill, Katerina, tijdens de ijsshow zal achter het podium een scherm worden geplaatst om videobeelden te tonen, ter begeleiding van de optredens op het ijs. Tijdens sommige nummers zal er live worden uitgezonden wat op het podium te zien is (bijvoorbeeld tijdens jullie dans). Voor die videobeelden hebben we het volgende materiaal nodig:
1. Foto’s van jullie samen uit 2012-2013 (‘recent’)
2. Jeugdfoto’s – afzonderlijk, samen…
3. Teksten uit berichten, zowel van Katerina als van Kirill… alleen de tekst… het is leuk om iets herkenbaars te tonen… wat jullie met elkaar uitwisselden…
4. Kirill, een foto in uniform? Misschien met vrienden, of als je de eed aflegt, er is vast wel iets…
5. Kirill, wat was je telefoonnummer in 2003/2004 – toen je Katerina belde?
6. Katerina, we willen graag wat videoclips van je optredens. Misschien heb je foto’s van dat legendarische wereldkampioenschap in München, toen Kirill elf uur samen met jou heeft doorgebracht? Of wat je maar wilt laten zien (als ik het goed heb zitten er concurrenten in het publiek).’
In de zomer voorafgaand aan hun huwelijk was het stel druk bezig een luxeleventje op touw te zetten in zowel Rusland als Frankrijk. Op 2 juni 2012 kreeg Sjamalov een mail van de vrouw die was belast met het renoveren en inrichten van een huis voor het jonge stel in Usovo, een dorp in een dure streek vlak bij Moskou, en niet ver van de Novo-Ogarevo-residentie van de president:
‘Beste Kirill, ik stuur je de foto’s van alles wat Katja heeft uitgekozen voor jullie tuin. Alles is op voorraad in Italië (dat is bevestigd). Om de levering in gang te zetten, moet je een aanbetaling doen van 60 procent van het begrote bedrag.’
Er zat een bijlage bij met een lijst aankopen voor de inrichting van een kleine tent – een tafel, een bank, een paar leunstoelen, een stoffen gordijn – bij elkaar 53.000 euro. Sjamalov stuurde alles door aan zijn aanstaande. ‘Ik vind het prima, geen bezwaar. Wat denk jij?’
Twee dagen later stuurde Tichonova hem een lijst van Japanse boeken voor hun thuisbibliotheek, ter waarde van dik 6300 euro. Dat was nog niets vergeleken bij het tapijt dat het stel kocht voor in die bibliotheek: 54.300 euro.
Sjamalov kreeg met enige regelmaat updates over de voortgang van de inrichting van het huis, en aan de hand daarvan is het mogelijk een inschatting te maken van de totale kosten. De renovatie, de meubels en de verdere inrichting kwamen in totaal op een kleine 8 miljoen euro. Tel daar de geschatte kosten bij op van het land en het huis zelf, en het totale bedrag voor het onderkomen ligt ergens tussen de 15 en 17 miljoen euro.
Aankopen voor het huis in Usovo
Omschrijving – prijs in euro’s:
Inrichting spa: 321.400
Inloopkast: 102.500
Sierconiferen voor de tuin: 91.200
Stof voor banken in de woonkamer: 59.200
Kleed voor de bibliotheek: 54.300
Kleedkamer in het boudoir: 48.400
Gordijnen: 20.000
Muurkandelaars voor de eetkamer: 17.500
Kroonluchter in de eetkamer: 15.500
Shampoos, badstoffen accessoires voor de spa: 15.000
Maar het huis in Usovo was niet het enige dure bezit van het stel. In oktober 2012 kocht Sjamalov, via tussenkomst van Alta Mira, een in Monaco gevestigd bedrijf, een groot huis in de Franse badplaats Biarritz. Het huis had toebehoord aan de familie van Gennadi Timtsjenko, een oude vriend van Poetin en een multimiljardair met belangen in energie, transport en infrastructuur. Afgaande op documenten in Sjamalovs mailarchief, kostte het huis in Biarritz 4,5 miljoen euro.
Ook bij de inrichting van dit huis bleek dat het stel een dure smaak had. In juli 2014 vroeg een ontwerpster Sjamalovs goedkeuring voor de aanschaf van tuin- en terrasmeubilair ter waarde van 19.000 euro. Hij stuurde het bericht door aan Tichonova, die twee dagen later antwoordde: ‘Zo werkt het niet. Zeg dat ze foto’s moet sturen; of in ieder geval een link naar een site waarop foto’s te zien zijn.’
In Sjamalovs mailarchief zijn ook details te vinden over de bruiloft van het stel, in februari 2013, in het skiresort Igora, niet ver van Leningrad. Vanaf eind januari verstuurt Sjamalov uitnodigingen, met daarin een gedetailleerde beschrijving van de uitgebreide dresscode voor drie dagen en nachten feest, zoals ‘cocktail dress,’ ‘creative black tie,’ en ‘casual chic’, alles ‘in Russische stijl’.
Het jonge paar nodigt zo’n honderd gasten uit, onder wie zes officieren van de presidentiële geheime dienst, die in verband met de beveiliging in de buurt moeten blijven. Merkwaardig genoeg ontbreken op deze lijst de ouders van Tichonova: Poetin en zijn vrouw (het echtpaar had hun scheiding nog niet bekendgemaakt). Het is niet uitgesloten dat deze omissie verband houdt met de veiligheidsmaatregelen.
Op 1 februari ontvangt Sjamalov het definitieve schema. Voor de eerste dag staat een ‘Russische tea party’ gepland, met een samowar, traditionele zoetigheden en koffiebroodjes, gevolgd door een diner. Op de ochtend van de tweede dag volgen het huwelijk zelf, in de kerk, gevolgd door festiviteiten op straat, ‘Russische vakantie op het plein’ genaamd, en een huwelijksdiner. Op de derde dag komen de gasten samen voor een afscheidsdiner, waarbij ze worden toegezongen door de Tichonova’s favoriete zangeres: Margarita Pozojan.
Enveloppen
Zoals gebruikelijk in Rusland vraagt het pasgetrouwde stel de gasten om een bijdrage voor een cadeau. ‘We zijn van plan een speciaal gemaakt bruiloftstheeservies voor 24 personen te bestellen bij de Imperial Porcelain Factory. Er zijn een speciaal moment en een speciale plek ingeruimd in het programma om enveloppen met geld in te zamelen,’ staat er op de kaart. Het pasgetrouwde stel brengt de huwelijksreis door op Mauritius.
Na het huwelijk stijgt Sjamalovs rijkdom tot ongekende hoogten. Uit zijn mails blijkt dat Sjamalov al een heel netwerk aan offshorebedrijven had toen hij trouwde. Het merendeel van die bedrijven, bestierd door juristen uit verschillende landen, staat op naam van een gevolmachtigde. De belangrijkste hoeder van Sjamalovs offshoregeheimen is Dario Item, de ambassadeur van het Caribische staatje Antigua en Barbuda in Spanje, Monaco en Liechtenstein.
In juni 2013 koopt Sjamalovs offshorebedrijf in Belize, Kylsyth Investments Limited, 38.000 aandelen van een in Guernsey geregistreerde offshore, Themis Holdings Limited, van weer een andere offshore, Volyn Portfolio Corp, dat is gevestigd op de Britse Maagdeneilanden. Op dat moment is Themis Holding het moederbedrijf van Siboer. Met andere woorden: met de aandelen Themis heeft Sjamalov 3,8 procent van het grootste petrochemische bedrijf van Rusland in handen gekregen. Hij heeft er het verbijsterend lage bedrag van 100 dollar voor neergeteld. Sjamalov schat de waarde later op zo’n 10 miljard dollar, wat betekent dat zijn deel zo’n 38 miljoen dollar waard is. Hij heeft voor bijna niets een ongekend vermogen verkregen.
In een later interview met Kommersant zegt Sjamalov de aandelen Siboer te hebben verkregen door middel van een optieprogramma. Dergelijke programma’s zijn bedoeld om werknemers te belonen door ze in staat te stellen met korting aandelen in het bedrijf te kopen.
In reactie op vragen van journalisten komt de persvoorlichter van Siboer met een verklaring van Dmitri Konov, de voorzitter van de raad van bestuur, waarin wordt bevestigd dat Sjamalov zijn aandelen op deze manier in bezit heeft gekregen. Hij zou hebben gehandeld als elke andere manager. ‘De voorwaarden van de aankoop (…) verschilden niet van de voorwaarden van aankopen van andere managers,’ aldus de persvoorlichter. ‘Er golden geen exclusieve voorwaarden voor Sjamalov.’
Journalisten van IStories hebben gekeken naar de contracten van elf hoge managers bij Siboer die in dezelfde periode als Sjamalov deelnamen aan dit programma en het blijkt dat zij allemaal echt hebben betaald voor hun aandelen, met kortingen van zo’n 15 procent ten opzichte van de marktprijs. Zo heeft Sergej Komisjan, de executive director van het bedrijf, volgens zijn contract 21,6 miljoen dollar betaald voor een aandelenpakket dat 0,26 procent van het bedrijf vertegenwoordigde. De vicepresident, Alexei Filippovski, betaalde 12,7 miljoen dollar voor zijn 0,15 procent. (De bestuursvoorzitter van Siboer weerlegt deze getallen, maar komt niet met andere informatie.)
De schoonzoon van de president is de enige die via dit programma voor een schijntje zo veel rijkdom heeft weten te vergaren. En dat is nog maar het begin van zijn huwelijkse voorspoed.
Sjamalov kan kiezen uit geweldige aanbiedingen ter waarden van miljarden, zoals wij in de winkel kunnen kiezen tussen verschillende merken melk
Terwijl zijn carrière bij Siboer gestalte krijgt, trekt Sjamalov hordes adviseurs en assistenten aan, die projecten zoeken waarin hij kan investeren, die samenvattingen schrijven voor zijn toespraken en die hem zelfs de antwoorden aanleveren voor vragen die uit het publiek kunnen komen – net als in zijn studententijd. Na zijn huwelijk met Tichonova gaan zijn assistenten op zoek naar financiële projecten voor hun baas. Sjamalov krijgt de ene na de andere mail met geweldige aanbiedingen ter waarden van miljarden, waaruit hij kan kiezen zoals wij in de winkel kunnen kiezen tussen verschillende merken melk.
In mei 2013 stuurt Sjamalovs assistent Denis Nikienko hem een voorstel om gelijktijdig aandelen te kopen in drie verschillende bedrijven – Rostelecom, Tele2-Russia en Tricolor TV – en die vervolgens samen te voegen tot ‘een nationale telecommunicatieleider.’ De totale kosten van deze deal bedragen zo’n 9 miljard dollar. Nikienko oppert dat niet te financieren met eigen middelen, maar met geld van ‘bevriende financiële instellingen’ zoals Gazprombank of Gazfond, waar Sjamalovs broer de scepter zwaait.
De knapste koppen van Rusland stonden kennelijk te popelen om in zee te gaan met de jonge zakenman. In augustus en september 2013 stuurde Nikienko zijn baas enkele voorstellen van Sergej Kotljarenko, de assetmanager van voormalig vicepremier Igor Sjoevalov. In zijn eerste mail oppert Kotljarenko dat Sjamalov voor 1,3 miljard dollar een hele toren en een zakencentrum koopt in het zakendistrict van Moskou. Kotljarenko’s tweede idee is om een ‘wereldleider in oilfield services’ op te zetten, door RN-Bureniya op te kopen, een dochteronderneming van het staatsoliebedrijf Rosneft. ‘De baten van het bedrijf over 2014-2015 komen neer op zo’n 4,5 miljard per jaar,’ schrijft Kotljarenko. (Hij wilde niet ingaan op onze verzoeken om te reageren.)
In april 2014 stuurt Nikienko nog enkele voorstellen aan Sjamalov. Een daarvan is om 51 procent op te kopen van VSMPO-Avisma, de grootste titaniumproducent ter wereld. Een dergelijk belang is op dat moment meer dan een miljard dollar waard. Hij licht de voordelen van deze deal toe:
‘Waarom 51 procent? Als iemand op een sanctielijst wordt geplaatst, kunnen Amerikaanse burgers en bedrijven niet langer zakendoen met bedrijven waarin de gesanctioneerde een belang heeft van meer dan 50 procent. Aangezien de VS er belang bij hebben samen te werken met VSMPO-Avisma, zullen ze niet snel sancties uitvaardigen tegen dit bedrijf of de aandeelhouders.’
Een ander voorstel was dat Sjamalov een extra belang in Siboer zou kopen:
‘Het feit dat GNT [Gennadi Nikolajevits Timtsjenko] aandeelhouder in het bedrijf is, brengt bepaalde beperkingen met zich mee voor de bedrijfsvoering. Er zijn al gevallen bekend van banken en zakenpartners die hebben geweigerd zaken te doen met Siboer [omdat Timtsjenko op de sanctielijst staat]. Om dat probleem op te lossen is het voorstel om GNT’s aandeel uit te kopen. De koop kan door twee van de managers van het bedrijf worden geregeld en vervolgens kan het aandeel worden geconsolideerd (er is een aanpak uitgewerkt waarbij een kunstmatige lening wordt gecreëerd die wordt afbetaald met een tweede aandelenpakket).’
Zoals blijkt uit het vervolg is dit het voorstel waarvoor Sjamalov uiteindelijk zal kiezen.
De jongste miljardair in Rusland
Op 1 augustus 2014 registreert Sjamalov een bedrijf, Yauza 12, op zijn adres in Moskou. Nog geen zes dagen later, zoals blijkt uit zijn mails, krijgt zijn bedrijf via Timtsjenko 17 procent van Siboer in handen, waarmee zijn aandeel in de petrochemische gigant op net iets meer dan 21 procent uitkomt – en zijn vermogen met 2 miljard is toegenomen. Dankzij deze transactie is Sjamalov de jongste miljardair in Rusland en de op een na grootste aandeelhouder in de grootste petrochemische holding van het land. Hij trekt daarmee behoorlijk wat aandacht, en het jaar erop vindt het gemoedelijke interview met Kommersant plaats.
De schoonzoon van de president vertelt aan de krant dat hij geld had geleend voor de acquisitie van Gazprombank (waar zijn broer Joeri in de raad van bestuur zit), met zijn eigen bezittingen als onderpand. Hij licht niet toe wat die bezittingen zijn. Door te speculeren met de 3,8 procent van Siboer die hij al in bezit heeft, kan Sjamalov in theorie zo’n 500 miljoen dollar binnenhalen. Maar waar moet de jonge zakenman het resterende bedrag vandaan halen?
Sjamalovs mails geven geen antwoord op deze vraag, maar de gefingeerde lening waaraan Nikienko refereert is een prikkelende hint. Gefingeerde schulden gebruiken als legaal excuus om middelen over te hevelen als ‘terugbetaling’ is in de Russische juridische literatuur beschreven als een populaire manier om voor weinig tot geen geld bedrijven over te nemen.
Maar die techniek hoeft niet beperkt te blijven tot vijandige overnames. Als er in dit geval een dergelijke methode zou zijn gebruikt, waarbij de Siboer-aandelen zouden worden overgeschreven als ‘terugbetaling’ van een schuld die eigenlijk niet bestaat, dan zouden er geen aanvullende fondsen nodig zijn. Afgezien van Nikienko’s suggestie in een mail is er geen bewijs dat het zo is gegaan, en het hele verhaal blijft onopgehelderd.
Het is onbekend wanneer en hoe Sjamalovs bedrijf Yauza 12 de enorme lening heeft afbetaald. De meest recente beschikbare financiële gegevens, over 2016, vermelden 80 miljard roebel [ruim 9 miljoen euro] aan geleende gelden. Het bedrijf is in december 2017 geliquideerd.
Sjamalov eindigt zijn interview in Kommersant met een patriottische uitspraak: ‘Ik ben in Rusland geboren en getogen, en ik woon er. En mijn ondernemingen zijn ook hier gevestigd. En ze vallen allemaal onder de jurisdictie van Rusland, niet onder buitenlandse jurisdictie. Het is niets voor mij om een uitwijkmogelijkheid te creëren, om zaken op te zetten in het buitenland.’
Natuurlijk doet hij wel veel zaken in het buitenland: zijn transacties in Belize, zijn Franse villa (voorheen eigendom van een bedrijf uit Monaco) en verschillende bankrekeningen die hij dat jaar in Zwitserland heeft geopend. Maar in 2017, als steeds meer van Poetins bekenden op de sanctielijst belanden, schroeven Sjalomovs juristen zijn financiële activiteiten bij Europese banken terug en zetten een speciaal fonds voor hem op, het Centurion International Fund, op Labuan, een eiland voor de kust van Maleisië.
Zelfs vóór zijn huwelijk kon Sjamalov worden beschouwd als een van de invloedrijkste mensen van Rusland, dankzij de vriendschap tussen zijn vader en de president, en dankzij zijn vrienden en bekenden van de ‘nieuwe Piterskie’. Maar na zijn huwelijk maakt hij deel uit van de familie – en dat brengt allerlei voorrechten met zich mee.
Een van de gasten op zijn huwelijk, op de gastenlijst vermeld als een gast van de bruid, was Kirill Dmitriëv, hoofd van het Russian Direct Investment Fund (RDIF), het soevereine vermogensfonds van het Kremlin en een van de belangrijkste overheidsspelers in de Russische economie. Het fonds, dat is opgericht in 2011, heeft tot taak om te investeren in vooraanstaande Russische bedrijven en om buitenlandse investeerders aan te trekken.
Dmitriëvs vrouw, Natalja Popova, was de rechterhand van Tichonova in haar non-profitorganisatie, en de twee jonge stellen zijn bevriend en een aantal keer samen op vakantie geweest. Sjamalov en Dmitriëv mailden elkaar geregeld, stuurden elkaar links en wisselden meningen uit over economische kwesties. In enkele gevallen stuurde Dmitriëv vertrouwelijke RDIF-documenten aan Sjamalov.
Op 7 december 2012 stuurt Dmitriëv Sjamalov een RDIF-presentatie die is aangemerkt als ‘strikt vertrouwelijk’. Er staat een voorgenomen transactie in beschreven om aandelen te kopen in Rostelecom, een van Ruslands grootste telecombedrijven. Op dat moment is deze deal nog niet bekend, en de baas van het RDIF is zich er terdege van bewust dat hij geheime informatie deelt:
‘Ik stuur je dit – maar alles is extreem vertrouwelijk – als je dit materiaal wilt gebruiken en aan anderen wilt laten zien – zeg het dan vooral – ik kan je uitleggen hoe je dat het beste kunt doen – want veel in deze bijlage is vertrouwelijk en alleen voor jou bestemd.’
Bij een andere gelegenheid, in juli 2013, stuurt Dmitriëv een bericht door aan Sjamalov dat hij eerder had gestuurd aan Ksenia Joedaeva, die op dat moment aan het hoofd staat van het Expert Department van de Russische president. De bijlage bevat de notulen van een bespreking tussen RDIF-functionarissen en Nikolai Nikiforov, de minister van Communicatie, over het in het leven roepen van een postbank.
Het is niet ongebruikelijk dat staatsinstellingen zoals het RDIF clausules hebben om handelsgeheimen te beschermen. Journalisten hebben niets van dien aard kunnen ontdekken op de RDIF-website, en het RDIF wilde niet ingaan op verzoeken om een reactie. Maar op de website van andere overheidsbedrijven zijn wel vergelijkbare documenten aangetroffen. Zo kan een werknemer van een dergelijk bedrijf alleen vertrouwelijke informatie doorsturen aan derden op basis van een overeenkomst. Bij het schenden van deze standaard is men wettelijk aansprakelijk, ook in strafrechtelijke zin.
Meer dan alleen geld
Het is niet bekend of Sjamalov baat heeft gehad bij de vertrouwelijke informatie die Dmitriëv hem heeft gestuurd, maar in theorie kan dergelijke informatie een vermogen waard zijn. Dat geldt met name waar het beursgenoteerde bedrijven als Rostelecom betreft. In 2013 krijgt het RDIF, samen met Deutsche Bank, 2,7 procent van het telecombedrijf in handen voor 7,7 miljard roebel [88 miljoen euro], zes maanden nadat Sjamalov deze plannen in handen heeft gekregen. Zodra dat bekend wordt, stijgen de aandelen Rostelecom met bijna 30 procent tussen augustus, wanneer het nieuws over een mogelijke deal naar buiten komt, en oktober, het moment waarop de deal wordt gesloten. Iemand die voorkennis had van deze plannen, zou daar een aardig slaatje uit hebben kunnen slaan.
Het RDIF blijkt Sjamalov ook van dienst te kunnen zijn in puur materiële zin. In januari 2015 stuurt Dmitriëv Sjamalov een artikel uit de krant Vedomosti met als kop: ‘RDIF schiet Siboer te hulp’. Het artikel gaat over de voorgenomen RDIF-investering in een Siboer-project om een petrochemische fabriek, ZapSibNeftekhim genaamd, neer te zetten in Tobolsk.
‘Beetje bij beetje begint het plan vorm te krijgen : )’, schrijft Dmitriëv.
‘Super!’ antwoordt Sjamalov, de op een na grootste aandeelhouder van Siboer.
ZapSibNeftekhim, het grootste petrochemische complex in Rusland, is in mei dat jaar in bedrijf genomen, na een investering van 9,5 miljard dollar. Eind mei 2015 kondigt het RDIF op de website aan dat ze, samen met andere geldschieters, verantwoordelijk zijn voor meer dan eenderde van de investering.
Om een dergelijk immens project van de grond te krijgen, is een staatsfonds ontoereikend, dus schiet Sjamalovs schoonvader te hulp. In oktober 2015 stemt Poetin in met de toewijzing van 1,75 miljard dollar uit het National Wealth Fund voor het ZapSibNeftekhim-project. Het National Wealth Fund is bedoeld om de pensioenspaartegoeden van de burgers te co-financieren en om tekorten van het pensioenfonds aan te vullen.
Ook Dmitriëv spint garen bij zijn vriendschap met Sjamalov. Zo heeft het RDIF de Siboer-terminal aangekocht, voor het overschepen van lpg in de zeehandelshaven Ust-Luga. Uit Sjamalovs mail valt af te leiden dat niet iedereen in de Siboer-top even enthousiast was over het idee om de terminal te verkopen. De voormalige financieel directeur, Pavel Maly, schreef dat deze deal Siboer meer dan 250 miljoen dollar zou kosten:
‘Ik begrijp dat bij deze transactie andere zaken een rol kunnen spelen, waarvan ik niet op de hoogte ben. Misschien is het heel belangrijk voor ons om een samenwerking met het RDIF te bewerkstelligen (…) Deze informatie zou ik graag vernemen. Maar als er geen andere overwegingen meespelen, lijkt het mij het verstandigst om “de stekker eruit te trekken”.’
Op de een of andere manier krijgt Dmitriëv deze vertrouwelijke notitie in handen en hij zet er in rood opmerkingen bij voor Sjamalov, waaruit blijkt dat hij het oneens is met Maly’s inschatting. Uiteindelijk gaat Siboer akkoord met de deal. Met een consortium van andere investeerders koopt het RDIF de terminal Ust-Luga voor 700 miljoen dollar.
Dmitriëv heeft niet gereageerd op verzoeken om commentaar te geven op dit verhaal.
Sjamalov was een ongekend geliefde zakenpartner
Sjamalov was een ongekend geliefde zakenpartner. Zakenmannen stonden voor hem in de rij, met de aanlokkelijkste voorstellen, en hij kreeg gratis aandelen aangeboden in verschillende ondernemingen, duidelijk vanuit de veronderstelling dat de schoonzoon van de premier meer waardevols had te bieden dan alleen geld.
In 2017 bood Sjamalovs voormalige jaargenoot Dimitri Utevski hem een aandeel in een groot afvalverwerkingsbedrijf in de regio Leningrad. Utevski beloofde zijn compagnon een ‘vast jaarinkomen’ en in ruil daarvoor vroeg hij letterlijk om ‘een bestuurlijke bron (minimaal op het niveau van het hoofd van een regio)’. In Rusland is dat de gebruikelijke omschrijving voor ambtenaren die hun macht aanwenden voor persoonlijk gewin. We weten niet hoe Sjamalov op dit voorstel heeft gereageerd, maar in zijn mailarchief komen we meerdere voorbeelden tegen waarbij hij zijn compagnons te hulp is geschoten via zijn contacten in de hoge echelons van de regering.
Samen met zijn vader was Sjamalov vele jaren mede-eigenaar van de Russian Cement Company en de Siberian Cement Holding. In 2016 bevond Oleg Sjarikin, de belangrijkste eigenaar van deze bedrijven, zich in een netelige situatie. Op 7 april werden zijn huis en kantoor doorzocht door medewerkers van het onderzoekscomité en agenten van de Federale Veiligheidsdienst (FSB).
Vier dagen later kreeg Sjamalov een mail van Valery Bodrenkov, de vicevoorzitter van Siberian Cement, met als onderwerp: ‘Voor de garantsteller, een “soft” versie’. Bijgevoegd was een bericht van Sjarikin aan Poetin. De eigenaar schreef dat de huiszoeking was geïnstigeerd door een ‘concurrent’, namelijk de voormalige bestuursvoorzitter van Siberian Cement. Hij sloot af met een klemmend beroep:
‘Ik verzoek u, beste Vladimir Vladimirovitsj, om u persoonlijk met deze kwestie bezig te houden, om de leiding van het Openbaar Ministerie van de Russische Federatie te verzoeken een onderzoek in te stellen naar de wetmatigheid van het handelen van de FSB en het onderzoekscomité van de Russische Federatie aangaande de huiszoekingen in mijn verblijf.’
Nog diezelfde dag stuurde Sjamalov dit bericht door naar zijn secretaresse, met het verzoek het te printen. Het is niet bekend of Sjamalov het heeft overhandigd aan zijn schoonvader, maar dit was niet de enige keer dat Sjarikin hem om hulp vroeg – en er zijn bewijzen dat Sjamalov op zijn verzoeken is ingegaan.
Een jaar later, in april 2017, stuurde Sjarikin Sjamalov nog twee berichten die bestemd waren voor de president. In het eerste bericht beklaagde hij zich dat zijn bedrijf, Ceramic Technologies (waarvan Sjamalovs vader ook enkele jaren mede-eigenaar was geweest) een innovatieve methode had ontwikkeld om radioactief afval te begraven, maar dat Rosatom had geweigerd medewerking te verlenen. ‘Ik verzoek u Likhatjsev A.V., het hoofd van de State Atomic Energy Corporation “Rosatom”, te gelasten een samenwerkingsprogramma op te zetten en te implementeren’, schreef Sjarikin.
In zijn tweede bericht beklaagde Sjamalovs partner zich erover dat hetzelfde bedrijf, Ceramic Technologies, lenzen ontwikkelde voor telescopen, zowel in de ruimte als op aarde, maar dat het staatsbedrijf Roscosmos ze niet wilde kopen. ‘Ik verzoek u de directeur-generaal van de State Corporation for Space Activities ‘Roscosmos’, I.A. Komarov, te gelasten een samenwerkingsprogramma op te zetten voor het implementeren van bestaande technologieën’, schreef Sjarikin.
Kennelijk was Sjamalov in staat om te helpen, of in ieder geval ten dele. Twee weken later, op 12 mei 2017, kreeg hij nog een mail van Sjarikin:
‘Goedemorgen Kirill, hierbij stuur ik je de protocollen. De bespreking met KSV is goed verlopen, hij is nauwgezet in alle kwesties gedoken. Hartelijke groet.’
De afkorting KSV komt overeen met de initialen van Sergej Vladilenovitsj Kirijenko, niet alleen het voormalige hoofd van Rosatom, maar ook waarnemend premier van Rusland. Bijgesloten waren notulen van een bespreking tussen managers van Rosatom en Ceramic Technologies. Sjarikin wilde niet reageren.
In een ander geval kwam er een verzoek om hulp via de organisatie van Tichinova, Innopraktika. Het bericht is zo typerend voor de wijze waarop de Russische economie functioneert, dat het de moeite waard is er uitgebreid uit te citeren. Op 12 november 2014 ontving Alexander Veresov, het hoofd van de stichting die samenwerkt met de wetenschappelijke wereld, een mail van de algemeen directeur van een bedrijf dat diergeneeskundige medicijnen ontwikkelt. Zijn bedrijf had moeite een bepaald geneesmiddel geregistreerd te krijgen. De pogingen liepen stuk op de monopolisering van de diergeneesmiddelenindustrie en op de algehele corruptie. Dus verzocht hij Veresov de hulp in te schakelen van de dochter van de president:
‘Om te beginnen moeten we serieuze problemen in de toekomst zien te vermijden, snap je, dus vraag Katerina deze informatie te gebruiken zonder dat er iets naar mij te herleiden is (…) De toegang tot de markt voor diergeneesmiddelen zit min of meer op slot voor de “verkeerde” bedrijven, die de concurrentie zouden kunnen aangaan met enkele van de grotere bedrijven, en degenen die daar uiteindelijk baat bij hebben zijn de functionarissen van de Rosselkhoznadzor [de federale dienst die toezicht houdt op de dier- en plantengeneeskunde].
(…)
‘Het probleem is dat de “verkeerde” bedrijven aan alle voorwaarden moeten voldoen, waardoor het vrijwel onmogelijk is een geneesmiddel te registreren, terwijl dat voor de “goede” bedrijven meestal niet het geval is. Kort gezegd zou ik Katerina dan ook als eerste vragen om de kameraden die “dwarsliggen” een directe en heldere boodschap te sturen (zonder al te veel druk uit te oefenen) dat binnenlandse innovatieve ontwikkelingen een kans moeten krijgen. Want hun acties druisen in tegen de belangen en de veiligheid van de staat. Dit baart niet alleen mij zorgen, maar ook tientallen andere aanvragers die geen eerlijke kans krijgen. Maar ik zou Katerina wel willen vragen een duidelijk signaal af te geven dat we hun handelwijze voortaan aandachtig zullen MONITOREN (…) Als er van haar kant wordt gemonitord en gecontroleerd, zullen ze het wel uit hun hoofd laten te doen wat ze normaal gesproken doen.’
We weten niet wat Sjamalov en Tichonova al dan niet hebben gedaan om te helpen, maar in 2016 werd het geneesmiddel geregistreerd.
De scheiding
Begin 2018 maakte Bloomberg bekend dat Sjamalov en Tichonova na vijf jaar huwelijk uit elkaar gingen. Zes maanden daarvoor had Sjamalov het aandeel Siboer verkocht, dat hij in 2013 van Timtsjenko had gekocht. Zijn mails werpen geen licht op de vraag of hij er iets voor heeft gekregen, en zo ja, hoeveel. Timtsjenko wilde niet reageren.
Nadat hij was gescheiden van Tichonova, kreeg Sjamalov een nieuwe partner, Zhanna Volkova, een bekende socialite. In 2019 leek hun relatie officieel: in oktober van dat jaar stuurde Volkova documenten naar Sjamalov over de registratie van een offshorebedrijf op de Britse Maagdeneilanden, Kenaston Properties Ltd, waarvan zij de begunstigde werd. In de documenten staat haar achternaam vermeld als Sjamalova.
In 2018 werd Sjamalov door de Verenigde Staten op een sanctielijst geplaatst, omdat hij na zijn huwelijk deel uitmaakte van ‘een selecte kring van miljardairs in de entourage van Vladimir Poetin’. De Amerikanen waren betrekkelijk laat: de laatste mail in het archief van Sjamalov en Tichonova dateert van 15 juni 2017. Sjamalov had een mail doorgestuurd van een beroemde architect uit Sint-Petersburg, met ontwerpvoorstellen voor een landhuis.
Door: Roman Anin, Alesya Marokhovskaya, Irina Dolinina, Dmitry Velikovsky, Roman Shleynov, Sonya Savina, Olesya Shmagun, Denis Dmitriev
De Knesset, het Israëlische parlement, stemde afgelopen zondag voor een nieuwe coalitieregering, geleid door de radicaal-rechtse leider Naftali Bennett, waarmee een einde komt aan twaalf jaar ononderbroken macht van Benjamin Netanyahu. Het valt nog te bezien of deze bonte alliantie stand zal houden, aldus de Israëlische pers.
‘Het tijdperk van Netanyahu is voorbij’, schrijft Maariv. Als premier van Israël gedurende twaalf jaar, werd de onverwoestbare Likoed-leider zondag officieel uit de macht gezet na een stemming van de Knesset die vertrouwen geeft aan een bonte coalitie onder leiding van zijn voormalige bondgenoot en ex-minister Naftali Bennett. Zestig parlementsleden stemden voor de nieuwe coalitie, die uitwaaiert van rechts naar links, inclusief steun van een Arabische partij. Negenenvijftig andere parlementariërs, voornamelijk van Likoed, extreemrechtse en ultraorthodoxe partijen, stemden tegen.
De sfeer in de Knesset was gespannen. Volgens The Times of Israelnamen aanhangers van Netanyahu vooral Naftali Bennett onder vuur. De afgezette premier schudde met gesloten ogen de hand van zijn opvolger. Maar toen Bennett zijn hand later een tweede keer uitstak, negeerde Netanyahu hem, zo merkte The Jerusalem Postop. In ieder geval heeft Netanyahu ‘niet de Knesset bestormd en zijn aanhangers daartoe ook geen opdracht gegeven’, zoals ‘zijn vriend de Amerikaanse president Donald Trump op 6 januari’, zo stelt de rechtse krant vast. ‘De grootste critici van Netanyahu, die een bloedige transitie voorspelden, hadden het daarom bij het verkeerde eind’, concludeert The Jerusalem Post.
Nadat het resultaat van de stemming in de Knesset bekend werd gemaakt, vierde een grote menigte Israëli’s het vertrek van Netanyahu in Jeruzalem en op het Rabin-plein in Tel Aviv.
‘Netanyahu werd niet uit zijn functie gezet wegens gebrek aan vaardigheid of succes. Ook niet omdat zijn rivalen meer stemmen kregen’
Deze regeringswisseling is ‘een cruciale herbevestiging van het Israëlische democratische proces, ondanks het klimaat van demonisering dat door Netanyahu werd gepropageerd, ondanks de beschuldigingen van verraad tegen sommige leden van de nieuwe coalitie en ondanks de dreigementen met geweld’, schrijft David Horovitz, hoofdredacteur van Times of Israel in een commentaar. ‘Netanyahu en zijn aanhangers hebben zijn afzetting onwettig genoemd’, maar ‘de verandering van regering is natuurlijk niet frauduleus of onwettig. Integendeel, hij toont aan dat een krappe parlementaire meerderheid zich verenigd heeft in de overtuiging dat het beëindigen van Netanyahu’s greep op de macht de meest urgente politieke behoefte van Israël is.’
Bij de laatste parlementsverkiezingen in maart eindigde Likoed aan kop, maar Netanyahu slaagde er niet in de meerderheid van 61 parlementsleden te verkrijgen die nodig is om een regering te kunnen vormen. President Reuven Rivlin vertrouwde de taak vervolgens toe aan de leider van de oppositie, de centristische Yaïr Lapid. Deze ex-minister van Netanyahu slaagde er begin juni op de valreep in om een meerderheid te krijgen, door een coalitie te vormen van twee centrumpartijen, twee linkse en drie rechtse partijen, waaronder de Yamina-partij van Naftali Bennett, en, een zeldzaamheid, de Arabische partij Ra’am van Mansour Abbas.
Het aan boord krijgen van Bennett, leider van radicaal rechts en voormalig bondgenoot van Netanyahu, was essentieel om een meerderheid te behalen. Om zijn steun te verkrijgen stelde Lapid voor dat Bennett eerst premier gedurende twee jaar zou worden, waarna Lapid hem zal opvolgen in augustus 2023.
‘Netanyahu werd niet uit zijn functie gezet wegens gebrek aan vaardigheid of succes. Ook niet omdat zijn rivalen meer stemmen kregen’, analyseert Haaretz-journalist Anshel Pfeffer. Hij werd volgens Pfeffer ‘gedwongen om te vertrekken omdat hij loog, te veel bondgenoten en politieke supporters intimideerde en te veel toezeggingen deed.’
Of deze bonte coalitie stand zal houden, valt nog te bezien. Deze ‘uiterst onwaarschijnlijke alliantie wordt door sommige analisten nu al beschouwd als van onvermijdelijk korte duur’, schrijft David Horovitz in The Times of Israel. Maar volgens hem kan Netanyahu ‘de lijm zijn die zorgt voor de samenhang van de nieuwe coalitie’. Hoe vastbeslotener Netanyahu is om de macht terug te veroveren, ‘hoe meer hij het risico loopt deze onwaarschijnlijke coalitie van zijn tegenstanders te verenigen’.
Éric Zemmour, de controversiële figuur die Marine Le Pen rechts inhaalt
Of hij nu wel of geen kandidaat is voor de presidentsverkiezingen van 2022, de Franse stercolumnist Éric Zemmour heeft een invloed verworven waarmee hij in ieder geval invloed kan uitoefenen op de verkiezingscampagne, schrijft Politico in een analyse. Volgens Marine Le Pen is ze naast Zemmour het toonbeeld van redelijkheid.
Éric Zemmour, een columnist en een journalist die in Frankrijk een beroemdheid is geworden, ontketent zo’n beetje wekelijks een controverse over immigratie, seksisme, de islam of genderkwesties. De vraag die in Parijse kringen rondwaart is of hij zijn bekendheid zal gebruiken als springplank naar het Élysée.
Opruiend
Hij is al meerdere keren veroordeeld voor het aanzetten tot haat. Volgens sommigen is hij degene die een seksistisch en racistisch discours naar het grote publiek brengt. Maar zelfs zijn politieke tegenstanders geven toe dat zijn snelle opkomst op televisie aantoont dat hij de sombere stemming in Frankrijk weet uit te buiten.
Zijn tirades worden zo opruiend geacht dat zijn dagelijkse shows vooraf worden opgenomen en geverifieerd voordat ze worden uitgezonden. Zo vergeleek Zemmour begin juni behandelingen voor transkinderen met medische experimenten van de nazi’s. Beschuldigingen van aanranding tegen hem dragen bij aan het verhitte debat over zijn invloed.
Marine Le Pen neemt de dreiging van Zemmours mogelijke kandidatuur zo serieus dat ze haar vader Jean-Marie, die ze eerder uit de partij had gezet, om hulp heeft gevraagd. Zemmour ‘zou kunnen voorkomen dat haar partij Rassemblement National (RN) een tweede ronde haalt’, zei ze in een privégesprek, verwijzend naar het Franse kiessysteem waarin de twee hoogst scorende kandidaten na een eerste stemming het tegen elkaar opnemen in een tweede ronde.
Le Pen bereidt zich voor om in 2022 voor de derde keer deel te nemen aan de presidentsverkiezingen en de peilingen wijzen op een nek-aan-nek-race met Emmanuel Macron. Nu ze een aantal van haar meer radicale standpunten heeft opgegeven, loopt ze het risico rechts te worden ingehaald door Zemmour, een droge, magere man die verschillende boeken heeft geschreven over de Franse politiek en geschiedenis.
Bestsellers
Hij lijkt op het eerste gezicht een onwaarschijnlijke extreemrechtse vaandeldrager. Toch is hij al jarenlang het baken van de beweging van de nieuwe reactionairen, een groep schrijvers die de ‘overheersing van links’ aan de kaak stelt. Zijn talrijke boeken betogen dat Frankrijk sinds 1968 in verval is en zich heeft overgegeven aan een laat-maar-waaien-mentaliteit, ongecontroleerde immigratie en de islam.
Zemmour, joods en van Algerijnse afkomst, heeft het concept van ‘The Great Replacement’ gepopulariseerd, dat stelt dat Europeanen geleidelijk worden ‘vervangen’ door immigranten, een samenzweringstheorie die populair is in kringen van witte supremacisten. Met de omstreden Jordan Peterson deelt hij het idee dat westerse samenlevingen lijden aan een masculiene crisis.
Zijn boeken zijn inmiddels bestsellers. Van zijn Le Suicide français uit 2014, een polemiek met een apocalyptische ondertoon over nationaal verval, werden meer dan 400.000 exemplaren verkocht. Velen beschuldigen Zemmour en de zijnen er dan ook van dat ze xenofoob extreemrechts een filosofische ruggengraat geven.
Het was zijn komst op televisie die hem tot dé controversiële figuur van de Franse politieke klasse maakte: mensen haten hem of houden van hem. Zijn programma Face à l’info gaf een tweede leven aan de 24-uurs nieuwszender CNews, die nu in opkomst is als een platform voor extreemrechtse ideeën, vergelijkbaar met het Amerikaanse Fox News.
‘We houden de mogelijkheid open om de stekker eruit te trekken, mocht dat nodig zijn’
De kracht van Zemmour is dat hij een denker is die kan praten over De Gaulle, de Franse Revolutie en Karel Martel, maar die ook vernietigende teksten uitkraamt die op Twitter rondgepompt worden. De oproep om zijn publiek om te vormen tot een politieke kracht wordt steeds luider.
Hij moet nog een beslissing nemen, volgens degenen die achter de schermen werken aan zijn mogelijke campagne. ‘Hij is momenteel geen kandidaat’, zegt Jacques Bompard, de burgemeester van Orange, die een lijst van ‘vrienden van Eric Zemmour’ steunt voor de regionale verkiezingen van 20 en 27 juni.
Er zijn echter tekenen dat de voorbereidingen voor een campagne in volle gang zijn. ‘We hebben de structuur’, zegt iemand die werkt voor de beweging “Ik teken voor Zemmour”. ‘Maar we houden de mogelijkheid open om de stekker eruit te trekken, mocht dat nodig zijn.’ De regionale verkiezingen zullen cruciaal zijn, voegt hij eraan toe. Een slechte score van de RN zou Zemmour op de voorgrond kunnen plaatsen.
Zijn electoraat bestaat uit televisiekijkers, rijke 50-plussers, maar ook ‘zelfstandigen en eigenaren van kleine bedrijven’.
In de afgelopen twee maanden hebben zijn aanhangers groepen opgericht op Telegram, Twitter en elders, die hem oproepen om zich in 2022 verkiesbaar te stellen. Zemmour is ook op zoek naar een campagneleider, zo meldt ‘Playbook Paris’, een rubriek van Politico: Patrick Stefanini, die verschillende rechtse campagnes heeft geleid, waaronder die van oud-premier François Fillon in 2017, is benaderd.
‘Hij heeft me verteld over zijn project en ik luisterde met belangstelling’, zegt Stefanini. ‘Hij is enorm getalenteerd, zijn project is interessant, maar is zijn talent met woorden ook een politieke kracht? Heeft hij de capaciteit om een echt team op te bouwen?’
Rechts ingehaald
Het kamp van Marine Le Pen neemt Zemmours mogelijke presidentiële kandidatuur ondertussen zeer serieus. ‘Naast hem zie ik er redelijk uit. Hij ziet een botsing der beschavingen, terwijl ik zeg: ja, de islam is verenigbaar met de republiek’, zei ze in een privégesprek over haar potentiële rivaal. ‘Hij duwt me naar centrumrechts’, voegde ze eraan toe.
Door deze ‘normalisering’ lijkt RN grotere aantrekkingskracht te krijgen, maar de strategie dreigt ook ruimte te creëren voor een nog rechtsere kandidaat. Marine Le Pen slikte haar trots in en vroeg haar vader, die ze eerder deze maand uit de partij had gezet, om haar te helpen in de strijd tegen Zemmour, aldus een artikel in Le Point dat door verschillende partijfunctionarissen werd bevestigd.
De beslissing om op te gaan voor het presidentschap is riskant voor Zemmour: als hij aan dit hachelijke electorale avontuur begint, loopt hij het risico zijn verdiensten als journalist bij CNews en bij het conservatieve dagblad Le Figaro te verliezen. Volgens een peiling zou 13 procent van de Fransen op hem stemmen, maar slechts 4 procent zegt zeker op hem te zullen stemmen.
Aanranding
En dan zijn er zijn relaties met vrouwen. Verschillende vrouwen hebben hem de afgelopen twee maanden beschuldigd van aanranding. Er zijn nog geen klachten ingediend, maar deze beschuldigingen zetten Zemmour en de zijnen onder druk. En met een grotere publieke bekendheid zal er ook meer publieke controle komen.
De campagne van Macron in 2017 overtuigde velen ervan dat het mogelijk is om president te worden zonder partij en zonder ervaring. Zemmour is zich er echter ongetwijfeld van bewust dat Macron niet zomaar naar het Elysée kwam, maar dat hij ministeriële assistentie, geld en steun van politieke zwaargewichten had.
‘Zemmour is geen man om zijn comfortabele leven op te offeren. Hij is in staat tot intellectuele transgressie, maar niet tot daadwerkelijke’, denkt een prominente rechtse politiek adviseur. ‘Zijn vrienden en anderen die hem heel goed kennen, weten dat hij niet tot de bodem zal gaan. Het is een kleine voorstelling die hij opvoert’, voegt hij eraan toe. Er is ook de angst dat Zemmour de kansen van Marine Le Pen zou torpederen, en dat zouden zijn fans hem nooit vergeven.
De speculaties over zijn mogelijke kandidatuur zijn echter secundair naast een potentieel krachtiger fenomeen. Naast zijn media-optredens bouwt Zemmour een netwerk op dat als hefboom kan dienen in een tijd waarin immigratie en veiligheid belangrijke kwesties zijn voor kiezers.
Zijn online supporters, van wie sommigen afkomstig zijn uit de gaming-wereld, kunnen een belangrijke kracht zijn, zegt iemand die voor zijn beweging werkt. ‘Er zijn er niet veel voor nodig, misschien honderdvijftig, tweehonderd. Als ze allemaal online hetzelfde onderwerp gaan pushen, wordt het trending.’ Die kracht zou kunnen worden gebruikt om Le Pen te promoten, te beschadigen of ter verantwoording te roepen.
Inmiddels merken aanhangers van Zemmour dat er nu ook ministers naar zijn uitzendingen beginnen te komen. Het is een teken dat zelfs Macron luistert.
Zalm krijgt een lift
Californië gaat zalm per tankwagen naar de oceaan vervoeren. De maatregel is bedoeld om de overlevingskansen van de vissen te vergroten, schrijft The Guardian.
In de staat aan de Amerikaanse Westkust waar een ‘historische’ droogte heerst, zullen dit jaar bijna zeventien miljoen stuks zalm ‘een helpende hand krijgen’ om de oceaan te kunnen bereiken. Babychinookzalm uit Central Valley in Californië moet een lange tocht stroomafwaarts maken naar de oceaan, maar om dit jaar te kunnen overleven is een vloot vrachtwagens nodig die de vissen naar zee transporteert. ‘Dit is niet de eerste keer dat natuurbeheerders zalm stroomafwaarts vervoeren, maar dit jaar drogen de rivieren sneller op dan normaal en zijn ze te heet voor zalm om te kunnen overleven’, aldus de krant. In totaal worden 16,8 miljoen vissen vervoerd met 146 ladingen, in vrachtwagens met temperatuurregeling.
Californië beleeft het op drie na droogste jaar in de geschiedenis van de staat. De meeste waterreservoirs zijn met minder dan 50 procent van de totale capaciteit gevuld en sommige rivieren stromen dit voorjaar met slechts 30 procent van hun gemiddelde snelheid. De hoge temperaturen betekenen ook dat regen eerder verdampt voordat de grond wordt bereikt waardoor de bodem sneller uitdroogt.
De zalm, die zowel commercieel als recreatief wordt gevangen, genereert jaarlijks meer dan 900 miljoen dollar aan inkomsten voor Californië. De kosten om de zeventien miljoen vissen een lift te geven naar de oceaan zullen meer dan 800.000 dollar bedragen, maar de inspanning zal veel van de 23.000 banen in de visserijsector kunnen redden.
Er lijkt geen oplossing in zicht voor Colombia. Het wantrouwen van de betogers in de politiek is groot en de communicatiekanalen zitten potdicht. De regering weigert op haar beurt het gesprek aan te gaan met ‘terroristen’.
Voortdurend hoor je mensen zeggen hoe verbaasd ze zijn dat de protesten in Colombia al zo lang duren en zo heftig zijn. De staking duurt nu een maand en de regering lijkt geen duidelijk plan te hebben om tegemoet te komen aan de eisen van de betogers, waardoor die geen reden zien om te stoppen met protesteren. Het lijkt wel of de regering en de betogers een andere taal spreken en elkaar niet meer begrijpen. De regering spreekt de taal van law-and-order, heeft het over terrorisme en het in gevaar brengen van de veiligheid, de betogers hebben het over armoede, werkgelegenheid en onderwijs. Ze lijken elkaar nauwelijks te horen.
In een land waar het deel van de bevolking dat in armoede leeft met 6,8 procent is gegroeid, waar bijna 30 miljoen Colombianen moeten leven van nog geen 330.000 peso per maand [ca. 75 euro], waar vrouwen sneller arm worden dan mannen, en waar jongeren steeds moeilijker toegang krijgen tot de arbeidsmarkt en het onderwijs, is de onverschillige houding van de regering steeds lastiger te begrijpen. Natuurlijk zijn er aan beide kanten mensen die erbij gebaat zijn meer chaos te creëren. Maar blijven volhouden dat die paar relschoppers het probleem vormen en zo de legitieme eisen negeren van een wanhopige, in armoede levende bevolking, zal alleen maar meer frustratie veroorzaken en meer mensen de straat op jagen.
De jongeren hebben het gevoel nergens bij te horen, een gevoel dat versterkt wordt als er geen kans is op werk en onderwijs
In de arme wijken van de grote steden zijn de demonstraties massaler en soms ook gewelddadiger geworden. Als gevolg van de pandemie is de situatie verslechterd. Vaak zijn er illegale groepen actief (guerrillagroeperingen, partijen die zich bezighouden met het kruimelwerk in de drugshandel of met andere vormen van criminaliteit) die kansen zien om deze jongeren te rekruteren. Het gaat om wijken waarnaar ontheemde gezinnen, die huis en haard hebben verlaten, uitwijken op zoek naar bescherming in de anonimiteit van de grote stad. De jongeren daar hebben het gevoel nergens bij te horen, een gevoel dat versterkt wordt als er geen kans is op werk en onderwijs.
Alsof dat nog niet genoeg is, staat hun verhouding met de politie constant onder hoogspanning: achtervolgingen, onwettige aanhoudingen en machtsmisbruik zijn aan de orde van de dag. Het probleem is nog erger geworden doordat de ordetroepen tijdens de pandemie extra bevoegdheden kregen om de naleving van de maatregelen omtrent bioveiligheid te waarborgen. Terwijl de jongeren en hun families thuiszaten en steeds armer werden, was de politie op straat heer en meester van de publieke ruimte. Toen de economische situatie onhoudbaar werd, botsten de gefrustreerde jongeren en de politie op een manier die in het recente verleden zijn weerga niet kent.
Er is nog een bijkomend probleem. Onder de Colombiaanse bevolking groeit het wantrouwen in de instituties en politieke partijen. In 2004 was 57,7 procent van de bevolking tevreden over de instituties, inmiddels is dat nog maar 18,2 procent, aldus het Observatorio de la Democracia (Democratieobservatorium). Daar komt bij dat het vertrouwen in de media en maatschappelijke organisaties is afgenomen, wat weer met zich meebrengt dat het Comité del Paro (Stakingscomité) de stem van de demonstranten niet lijkt te vertolken. Er is nog geen oplossing gevonden voor het feit dat de stakers zich niet vertegenwoordigd voelen. Vandaar dat veel Colombianen alleen via protestdemonstraties hun eisen kenbaar kunnen maken.
Ze hebben er geen vertrouwen meer in dat hun volksvertegenwoordiging adequaat zal reageren. Als gevolg hiervan zitten de communicatiekanalen tussen de regering en de demonstranten potdicht. Alle partijen benadrukken dat onderhandelen de enige oplossing is voor deze staking, die nu dus al een maand duurt. Maar onderhandelaars aanwijzen blijkt een hels karwei. Intussen heeft de regering haar kaarten gezet op hardhandige ordehandhaving: ze criminaliseert de demonstraties, legt disproportioneel veel nadruk op de materiële schade en beweert slachtoffer te zijn van electorale belangen. En dus zijn de betogers de enigen die iets kunnen doen en hun stem kunnen laten horen.
Als je daarbij optelt dat de regering zelf deel is van het probleem, en dat ze het grove politiegeweld niet veroordeelt, kun je slechts concluderen dat ze zelf bijdraagt aan het voortduren en almaar massaler worden van de staking. De bijzonder zwakke regering van Iván Duque, wiens eigen partij niet eens de belastinghervorming steunt die de directe aanleiding was voor de protestdemonstraties, vormt het grootse obstakel om uit deze impasse te komen. Ze is niet in staat om op te roepen tot een dialoog over de noodzakelijke maatregelen die genomen moeten worden. Het gevolg is weinig perspectief en veel repressie.
De aanleiding van de protesten
De rechtse regering van Iván Duque wil onder meer de mogelijkheden tot belastingaftrek terugschroeven, de inkomstenbelasting voor sommige groepen verhogen en de btw-vrijstellingen voor een aantal goederen en diensten afschaffen. Met de hervormingen hoopte de regering 5 miljard euro te besparen, om de staatsfinanciën te stabiliseren. Dat maakte ze eind april bekend.
Het plan bevatte ook een soort basisinkomen voor de allerarmsten. Sinds het uitbreken van de pandemie kregen drie miljoen Colombianen dankzij de Ingreso Solidario maandelijks zo’n 40 euro. Na de hervormingen zouden zelfs 4,7 miljoen inwoners in aanmerking komen voor deze steun.
Toch bleek uit peilingen dat 82 procent van de Colombianen niet zou stemmen op congresleden die voorstander waren van belastingverhogingen. Er klonk vooral kritiek vanuit de middenklasse, die vreesde erop achteruit te gaan, omdat de hervorming lagere inkomens eerder zou belasten. Na hevige protesten zegde Duque toe zijn plan te herzien.
Maar die repressie vergroot de kans op politiegeweld en zal door de internationale reactie op de mensenrechtenschendingen in Colombia steeds meer ter discussie komen te staan. Een besluit zonder precedent illustreert dit: eerst weigerde de regering het verzoek van de Comisión Interamericana de Derechos Humanos (Inter-Amerikaanse Mensenrechtencommissie) om de situatie in het land ter plekke te bekijken, later stemde ze er alsnog mee in. Het schrijnende van dit alles is dat elke dag die verstrijkt een gemiste kans is om noodmaatregelen te nemen, om de radeloos makende economische situatie van al die arme gezinnen enigszins te verbeteren.
De ordetroepen zijn marionetten van de regering geworden
Elke dag die verstrijkt zal de manier waarop de regering meent te moeten handelen het vertrouwen in de beschadigde instituties verder ondermijnen. De ordetroepen, die erop moeten toezien dat de rechten van de burgers niet worden geschonden, zijn marionetten van de regering geworden en kunnen niet langer functioneren als handhavers. De politiek heeft alleen oog voor haar electorale belangen in de verkiezingen in 2022. Linkse politici, die altijd een leidende rol hebben bij sociale protesten, zijn voorzichtig; ze willen niet beschuldigd worden van medeplichtigheid aan de excessen. Rechtse politici wachten rustig het moment af waarop ze een betoog kunnen afsteken waarin ze verwijzen naar Castro en Chávez, en pleiten voor hard optreden. En het politieke midden heeft dit moment uitgekozen voor een crisis.
De overige maatschappelijke sectoren blijven zich verschansen in soortgelijke veroordelingen, die niet of nauwelijks bijdragen aan een oplossing. Verontwaardiging helpt ons niet om iets voor elkaar te krijgen; daarmee plaatsen we ons in deze netelige situatie alleen maar op een voetstuk van morele superioriteit. Oproepen tot eenheid en terugkeren naar hoe het was, zoals docent Andrés Parra suggereert in een onlangs verschenen artikel, zal geen soelaas bieden als er geen oplossing komt voor de armoede en werkloosheid die als gevolg van de pandemie zijn toegenomen. Met andere woorden, zoals Parra zelf stelt: het probleem is juist de situatie van vóór de pandemie.
De delicatessenzaak aan de Tverskajastraat in de Russische hoofdstad moest onlangs de deuren sluiten. De zaak werd opgericht in 1901 en overleefde de revolutie van 1917, de Tweede Wereldoorlog en de val van de Sovjet-Unie.
De grootvader van Grigory Elisejev, die de beroemde, naar zichzelf vernoemde winkels opende in Moskou, Sint-Petersburg en Kiev, was een lijfeigene van graaf Sheremetiev. Volgens de familielegende werkte hij als tuinman op een van zijn landgoederen in de provincie Jaroslavl. Op een feestdag serveerde hij de graaf en zijn gasten, ondanks de wintervorst, een schaaltje aardbeien. Het gezelschap was diep onder de indruk en de meester zei tegen hem: ‘Je mag me vragen wat je wilt.’ Pjotr Elisejevich, Kassatkin van zijn achternaam (1776-1825), vroeg om vrijgelaten te worden en vertrok met zijn vrouw naar Sint-Petersburg.
Eenmaal daar besloot hij zijn knowhow te gebruiken: hij begon sinaasappels te verkopen aan de detailhandel. Geleidelijk groeide het zaakje en hij opende een winkel, waarna hij ook zijn broer kon bevrijden van diens lijfeigenschap en hem bij zijn bedrijf betrok. Zo was het familiebedrijf geboren. De zaak floreerde en Pjotr Elisejevich reisde naar Europa en in het bijzonder naar Madeira, waar hij wijnkelders kocht waar hij de wijnen kon bewaren om uit Spanje en Frankrijk naar Sint-Petersburg te importeren. Er werd een winkel geopend aan de Nevsky Prospekt [een grote straat in Sint-Petersburg, zie openingsbeeld] en vervolgens een in Moskou.
Versierde gevels en koelcellen
In Moskou wilde zijn kleinzoon Grigory Grigorievich Elisejev (1865-1949), die het familiebedrijf inmiddels had overgenomen, zich het liefst vestigen in de residentie van de gouverneur-generaal, maar daar was geen plaats. Een paar goed geïnformeerde vrienden wezen hem op het oude Beloselsky-Belozersky-paleis, op de hoek van de Tverskajastraat en de Kozitskysteeg. Dit prachtige herenhuis werd in de achttiende eeuw ontworpen door Matvey Kazakov Fedorovich. In de tweede helft van de negentiende eeuw, toen het huis toebehoorde aan de koopman Malkiel, werd het verbouwd door architect August Weber. Het eclecticisme had het classicisme inmiddels vervangen. Weber hield van weelde en veel van de huizen die hij in Moskou restaureerde hebben dan ook rijkelijk versierde gevels.
Grigory Elisejev kocht het gebouw inclusief de grond en huurde de architecten Baranovsky en Peretiatkovich in, die het oude Kazakov-paleis opnieuw verbouwden in een zeer rijke eclectische stijl. Elisejev had nu een prachtige verkoopruimte en opslagplaats. Op de binnenplaats kwamen de koelcellen en een toonbank te staan, aangezien de winkel ook een groothandel was.
Voor zijn tijdgenoten was de Elisejev-winkel een soort tempel van Bacchus
Op 5 februari 1901 was de inhuldiging: hooggeplaatste gasten verzamelden zich voor de religieuze doop en het banket. Maar amper twee dagen na de opening zat Elisejev al in de problemen. Natuurlijk verkocht de winkel wijn. Maar de toenmalige wetgeving verbood de verkoop van alcohol of de exploitatie van een drankgelegenheid binnen 280 meter van een kerk. Op dat moment stond de Dmitry Solounski-kerk voor de Elisejev-supermarkt, en bevonden de ramen zich op onvoldoende afstand. Daarom moest Elisejev de wijnafdeling verplaatsen naar het deel van de winkel dat uitkijkt op de Kozitskylaan.
De deuren aan deze kant zijn bewaard gebleven, en de wijnafdeling was er tot het einde toe gevestigd. Tijdens de Sovjetperiode, toen de kerk werd verwoest en de wet werd herschreven, werd deze verplaatst naar de grote zaal en werd in de achterkant een bakkerij gevestigd. Onlangs was de indeling hersteld naar vóór de revolutie, maar de ingang van de Kozitskysteeg was inmiddels gesloten. De enige ingang was aan de Tverskajastraat.
De Elisejev-winkel was geen markthal. Het was de eerste en grootste supermarkt van Moskou. Er waren er nog meer, zoals de kruidenierswinkel van de koopman Andrejev, maar geen enkele was zo groot. Voor zijn tijdgenoten was de Elisejev-winkel een soort tempel van Bacchus en weldaad. Aan het Moskou van begin van de twintigste eeuw bood de enorme ruimte een variëteit aan producten van uitzonderlijke kwaliteit: kruiden, kazen, wijnen en de befaamde vleeswaren. De prijzen logen er dan ook niet om. Het maandsalaris van een gewone werknemer, tussen de 15 en 30 roebel, stelde hem niet in staat er zijn boodschappen te doen.
Men piekerde er niet over een bediende heen te sturen, hier ging je zelf heen
Elisejev stichtte uiteindelijk een ware keten: naast zijn winkels in Sint-Petersburg en Moskou begon hij er ook een in Kiev. Daarbij kwamen nog de wijnhandel, inclusief de groothandel van producten uit de eigen wijngaarden en kelders in Frankrijk en Madeira. De winkel bood alleen producten van topkwaliteit aan, en degenen met geld, meestal edelen en kooplieden, konden er zeker van zijn dat de kwaliteit nooit tegen zou vallen.
Dat was voor Okhotny Riad, de grootste markt in Moskou aan het begin van de twintigste eeuw, wel anders. De kraampjes stonden er zeer dicht op elkaar en de kwaliteit en hygiëne lieten te wensen over. Okhotny Riad krioelde van de ratten, je liep het risico met bedorven producten thuis te komen en ganzen werden er volgepompt met lucht (zodat ze groter leken). De Elisejev-winkel leek daarbij vergeleken op een paleis of een tempel. Men piekerde er niet over een bediende heen te sturen, hier ging je zelf heen. Onder de specialiteiten waren bijvoorbeeld de kleine augurken in pekel, bereid door de restaurateur Krynkine volgens zijn geheime recept.
De kruidenierswinkel bleef honderdtwintig jaar ononderbroken in bedrijf. Na de [bolsjewistische] revolutie van 1917 werd hij genationaliseerd. De Sovjetwinkel werd al snel omgedoopt tot ‘Gastronom no 1’ [gastronom is een algemene Sovjetnaam voor grote voedselwinkels], hoewel de Moskovieten gewoontegetrouw ‘Elisejev’ bleven zeggen. Tijdens het communistische tijdperk bleef de winkel producten van de beste kwaliteit aanbieden in heel Moskou, met uitzondering van winkels die waren gereserveerd voor speciale vergunninghouders.
Tijdens de Sovjetperiode werd het portret van Grigory Elisejev uit het interieur verwijderd, daarna werd het weer op zijn plek gezet
In 1941, tijdens de oorlog, werd de rantsoenering ingevoerd. Maar al in 1944 hervatte de Elisejev-winkel de activiteiten en was het weer mogelijk om producten te kopen zonder rantsoenkaart. Tijdens de Sovjetperiode werd het portret van Grigory Elisejev uit het interieur verwijderd, daarna werd het weer op zijn plek gezet. De kroonluchters zijn, net als de decoratie, bewaard gebleven. Natuurlijk was, zoals in alle Sovjetwinkels, het assortiment veranderd: geen geïmporteerde kazen en wijnen meer die vóór de revolutie de reputatie van de supermarkt hadden gevestigd. Het aanbod bestond nu vooral uit producten van Russische makelij.
Ook in de jaren 1970-1980, gekenmerkt door grote tekorten in de winkels, bleef de Elisejev-winkel beter gevuld dan de andere. Zolang Yuri Sokolov directeur was, ging alles goed. Je moest er altijd in de rij staan en er waren altijd wel drie of vier soorten kaas en vleeswaren te vinden. De keuze van de wijnafdeling was uitstekend. De slagerij was niet slecht en de prijzen waren niet hoger dan die van andere winkels in Moskou. Bij Elisejev kon je alles vinden.
Wat Grigory Elisejev zelf betreft: hij bracht zijn laatste jaren in ballingschap door. Vlak voor de revolutie [van 1917] was hij in een schandaal beland. Zijn eerste vrouw pleegde zelfmoord toen ze hoorde dat hij een minnares had. Elisejev woonde de begrafenis niet bij en trouwde amper een maand later met zijn geliefde. Hierdoor waren zijn vier zoons en dochter zo verbolgen, dat ze de band met hem verbraken en het ouderlijk huis verlieten. Na de revolutie vertrokken Elisejev en zijn tweede vrouw naar het buitenland. Via Constantinopel gingen ze naar Parijs, waar Elisejev onroerend goed en investeringen bezat. Hij woonde er comfortabel tot aan zijn dood en werd begraven op de Russische begraafplaats van Sainte-Geneviève-des-Bois.
Begin jaren tachtig deed in Moskou een legende de ronde. Een vrouw die een pot haring van Elisejev kocht zou in plaats daarvan kaviaar hebben aangetroffen. Twee beroemde voorvallen uit die tijd waren samengekomen in de collectieve mythologie: de zaak van het bedrijf Okean [een Sovjetketen van zeevruchten die betrokken was bij de handel in kaviaar en valuta] en de ‘zaak Sokolov’. Er is geen officieel verband tussen de twee zaken te vinden. Toch werd de beroemde kruidenierswinkel het middelpunt van een rechtszaak.
Yuri Sokolov, de directeur, werd in 1982 gearresteerd voor het betalen van steekpenningen van 300 roebel. In die tijd zat de handel zo in elkaar: als je de top niets gaf, had je geen goederen. Sokolov had uiteraard hoogstaande connecties op zeer hoge functies. Een paar maanden voor zijn arrestatie werd zijn kantoor volgeplant met microfoons, uiteindelijk werd hij gearresteerd.
In eerste instantie weigerde hij te getuigen en ontkende hij volledig. Maar na een tijdje, vermoedelijk moe van zijn gevangenschap, begon hij te spreken. In 1984 werd hij geëxecuteerd.
De talrijke huiszoekingen die in het huis van Sokolov werden uitgevoerd, brachten geen verborgen rijkdom aan het licht. Hij leefde goed, maar meer ook niet. Er werd geen geheime schat of antiekverzameling ontdekt. Bovendien was hij oorlogsveteraan, wat hem verzachtende omstandigheden had moeten opleveren. Maar blijkbaar had hij te veel gezegd wat de autoriteiten niet beviel. Ze namen ofwel wraak, of ze wilden hem het zwijgen opleggen.
We hebben bijna geen van onze beroemde en emblematische merken meer
In wezen was dit slechts het topje van de ijsberg van de Sovjethandel. Onder de agenten van de fraudebestrijding deed zelfs de grap de ronde dat er een speciaal wetsartikel voor de werknemers in de warenindustrie moest komen, die zou bepalen dat ‘elke werknemer die er het er langer dan drie jaar volhield, veroordeeld moeten worden tot het een of ander…’. De hele sector werd geteisterd door corruptie.
‘De sluiting van de Elisejev-supermarkt is heel droevig nieuws. De winkel was een van de symbolen van Moskou, dat al bijna al zijn warenhuizen heeft verloren. We hebben bijna geen van onze beroemde en emblematische merken meer, behalve de Eliseyev supermarkt en de Perlovsky theesalon aan de Miasnitskayastraat. Alle anderen zijn gesloten: de beroemde bakkerij van Filippov werd eenvoudigweg verwoest en geplunderd; de kristal- en porseleinwinkel van Kuznetsovsky stond tot voor kort nog overeind, maar nu niet meer; de Ferrein apotheek aan de Nikolskayastraat is niet langer een apotheek. Het zijn iconische plaatsen, gebouwen en instellingen van de stad. We zouden ze moeten behouden.’
DE OORZAKEN VAN DE SLUITING
Volgens het dagblad Rossiiskaia Gazeta ‘zijn veel experts van mening dat de Elisejev-winkel zich niet heeft kunnen herstellen van de crisis van 2014’. Dat jaar werd de annexatie van de Krim door Rusland gevolgd door westerse sancties en een door Moskou uitgevaardigd embargo op Europese voedselproducten. Daarop kwam de covid-19-pandemie en stortte de omzet in, aldus de krant.
‘Moskovieten moesten een groot deel van 2020 binnen blijven en de Russische hoofdstad schatte het aantal toeristen dat niet kwam op 5 miljoen. Een bezoek aan de beroemde supermarkt was een must voor excursieprogramma’s. Daarnaast was er sprake van een waardedaling van de roebel, waardoor het moeilijker werd om de geraffineerde producten te kopen waar de delicatessenzaak bekend om stond.’
Russische justitie bestempelt Navalny’s organisatie als ‘extremistisch’
Woensdag 9 juni oordeelde een Russische rechtbank dat organisaties die banden hebben met de gevangengenomen tegenstander Aleksej Navalny ‘extremistisch’ zijn, wat betekent dat ze niet mogen meedoen aan de parlementsverkiezingen in september. De beslissing van de Moskouse rechtbank ‘werd onmiddellijk van kracht en verbiedt degenen die betrokken zijn bij het Navalny Anti-Corruption Fund (FBK) en zijn regionale kantoren in heel Rusland om zich verkiesbaar te stellen’, aldus de Russische afdeling van Radio Free Europe.
‘Ik ga het niet eens hebben over het juridische besluit van het lachertje dat in Rusland “de rechtbank” wordt genoemd.’
‘We zullen verdergaan, we zullen evolueren, we zullen ons aanpassen. Maar we zullen niet terugdeinzen voor onze doelstellingen en onze ideeën’, reageerde de oppositieleider op zijn Instagram-account. Navalny, 45, zit een gevangenisstraf van twee en een half jaar uit voor een fraudezaak die hij als politiek beschouwt.
De Verenigde Staten beloven 500 miljoen vaccins voor arme landen
Joe Biden zal van zijn Europese tournee profiteren om de aankoop door de Verenigde Staten van 500 miljoen doses Pfizer covid-19-vaccins aan te kondigen, voor distributie naar arme landen. ‘Dit jaar zullen er 200 miljoen doses worden gedistribueerd en de resterende 300 miljoen in de eerste zes maanden van volgend jaar’, aldus TheWashington Post.
Een VN-rapport dat donderdag werd gepubliceerd, schat het aantal kinderen dat door de crisis zal moeten gaan werken op 9 miljoen
De doses zullen worden verdeeld door Covax, het programma van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). De covid-19-pandemie heeft wereldwijd meer dan 3,7 miljoen levens geëist en de economische kwetsbaarheid van veel landen verergerd. Een VN-rapport dat donderdag werd gepubliceerd, schat het aantal kinderen dat door de crisis zal moeten gaan werken op 9 miljoen – bovenop de 160 miljoen kinderen die al werkten vóór de pandemie.
Aung San Suu Kyi aangeklaagd voor corruptie
De militaire junta die in Myanmar aan de macht is sinds de coup van 1 februari, heeft de voormalige Myanmarese oppositieleidster Aung San Suu Kyi aangeklaagd voor corruptie, bericht Bloomberg. De beschuldiging werd openbaar gemaakt door het ministerie van Informatie, dat beweert dat het voormalige hoofd van de burgerregering ‘zich schuldig heeft gemaakt aan corruptie en misbruik heeft gemaakt van haar ambt’.
Volgens de Myanmarese staatskrant ontving de vijfenzeventigjarige Aung San Suu Kyi ‘600.000 dollar en enkele kilo’s goud’ aan steekpenningen. Op deze aanklachten staat vijftien jaar gevangenisstraf.
Op 14 juni begint een eerste proces tegen de voormalig leider op grond van andere aanklachten, waaronder het aanzetten tot openbare ordeverstoring en schending van een wet op staatsgeheimen.
Peugeot aangeklaagd voor ‘dieselgate’
In de nasleep van de aanklacht tegen Renault was het de beurt aan Peugeot om te worden ingehaald door het ‘dieselgate’-schandaal, meldt Reuters. De Franse fabrikant wordt ervan beschuldigd zijn klanten te hebben misleid over de emissieniveaus van vervuilende producten door dieselvoertuigen die tussen 2009 en 2015 zijn verkocht. De Franse justitie heeft ook aangekondigd dat Citroën en Fiat-Chrysler (FCA), de andere merken van de Stellantis-groep, begin dit jaar geboren uit de fusie tussen Peugeot en FCA, zullen volgen.
‘Onze dochterondernemingen zijn er vast van overtuigd dat hun emissiebeheersingssystemen voldeden aan alle vereisten die destijds van toepassing waren en blijven hieraan voldoen, en ze kijken uit naar de mogelijkheid om dit aan te tonen’, aldus de groep.
Biden biedt uitstel voor TikTok
Joe Biden heeft twee uitvoeringsbesluiten van zijn voorganger vernietigd die TikTok- en WeChat-platforms en andere toepassingen in de Verenigde Staten verboden. In plaats van deze decreten heeft ‘president Biden een nieuwe verordening ondertekend waarin hij het ministerie van Handel vraagt om een onderzoek te starten naar toepassingen met betrekking tot “buitenlandse concurrenten” die een risico kunnen vormen voor de nationale veiligheid’, aldus TechCrunch.
Biden geeft de regering vier maanden de tijd om een gedetailleerd rapport te bezorgen en aanbevelingen te doen. De platformen TikTok en WeChat waren de stokpaardjes van Donald Trump geworden, die hun moederbedrijven ervan beschuldigde vertrouwelijke gegevens over Amerikaanse gebruikers te verzamelen en deze met de Chinese autoriteiten te delen. De beschuldigingen werden door betrokkenen stelselmatig weerlegd.
Israël krijgt voor het eerst sinds 2009 een regering zonder Netanyahu
De Israëlische oppositieleider Yair Lapid heeft woensdag een coalitieakkoord voor een nieuwe regering bereikt met acht partijen. Daarmee zal premier Benjamin Netanyahu, die sinds 2009 onafgebroken aan de macht is geweest, worden afgezet.
De aankondiging kwam ‘vijfendertig minuten voor de deadline’ van middernacht op woensdag 2 juni, schrijft The Times of Israel: na ‘nagelbijtende gesprekken’ belde de leider van de Israëlische oppositie, Yair Lapid, president Reuven Rivlin om te vertellen dat het hem was gelukt een regering te vormen ‘die Netanyahu uit de macht zet’.
‘Deze regering zal er zijn voor alle burgers van Israël, voor hen die voor haar hebben gestemd en voor hen die dat niet hebben gedaan. Zij zal alles doen om de Israëlische samenleving te verenigen’, verklaarde Yair Lapid aan president Rivlin.
‘Dit is de eerste keer sinds de geboorte van Israël dat een Israëlisch-Arabische partij deel gaat uitmaken van de regering’
De leider van de centristische Yesh Atid-partij (‘Er is een Toekomst’) bracht het nieuws naar buiten nadat hij ’s avonds rechtse partijen en de Israëlisch-Arabische formatie Ra’am had opgeroepen om zijn toekomstige regering te steunen. Zijn team heeft een foto vrijgegeven van het regeerakkoord dat is ondertekend door de leiders van acht Israëlische partijen – twee van links, twee van het midden, drie van rechts en één Arabische partijleider. Een ‘historische foto’ en zelfs ‘meer dan dat’; ‘dit is de eerste keer sinds de geboorte van Israël dat een Israëlisch-Arabische partij deel gaat uitmaken van de regering’, schrijft Haaretz, dat er ironisch aan toevoegt: alleen ‘de man die het allemaal mogelijk maakte’, Benjamin Netanyahu, ‘was er niet bij.’
Lapid tells president he has formed a new government with Bennett, sending Netanyahu to the opposition after 12 years in power. Their next challenge: swearing in the new coalition https://t.co/CG9dBlSrMo
‘De coalitie, aldus Ynetnews, is ‘een amalgaam van partijen uit het hele politieke spectrum’ en ‘betekent het einde van twaalf jaar Benjamin Netanyahu als minister-president’.
Volgens The Times of Israel zal de radicaal-rechtse leider Naftali Bennett tot september 2023 als premier fungeren, waarna Yair Lapid hem zal opvolgen tot het einde van de zittingsperiode van de Knesset, het Israëlische parlement, in november 2025.
Onzekere meerderheid
Deze toekomstige ‘regering van verandering’ moet nog het vertrouwen van de Knesset winnen. En omdat Israël sinds de ontbinding van de Knesset in december 2018 in een politieke impasse is beland, ‘is het niet zeker dat het de eindstreep zal halen’, aldus The Times of Israel.
Het coalitieakkoord wordt gesteund door acht van de dertien partijen die vertegenwoordigd zijn in het parlement na de verkiezingen van 23 maart. Een parlementslid van Naftali Bennetts Yamina-partij, Amichai Chikli, kondigde echter aan dat hij tegen de nieuwe coalitie zou stemmen. Volgens de berekeningen van Times of Israel zou de voorgestelde regering-Lapid-Bennett momenteel de steun van 61 parlementsleden hebben, ‘de kleinst mogelijke meerderheid’ in de 120 zetels tellende Knesset. Een ander parlementslid van Yamina, Nir Orbach, kondigde woensdagavond aan dat ook hij van plan is tegen te stemmen, ‘een zet die deze nieuwe regering van haar kleine meerderheid zou kunnen beroven’, aldus de Israëlische krant.
De stemming voor de nieuwe regering zal uiterlijk op 14 juni zal plaatsvinden, ‘wat Netanyahu en zijn aanhangers twaalf dagen zou geven om te proberen Yair Lapid en Natafli Bennett uit de macht te houden’, aldus Times of Israel.
‘Netanyahu zal gebruikmaken van de demonstranten op straat en op sociale media en alle rabbijnen die bereid zijn zich voor hem uit te spreken’
Haaretz verwacht dat in de dagen voor de stemming ‘Netanyahu de druk zal opvoeren, gebruikmakend van de demonstranten op straat en op sociale media en alle rabbijnen die bereid zijn zich voor hem uit te spreken, om de twijfelende leden van Bennetts partij te beïnvloeden’. ‘Naast de strijd om zijn politieke voortbestaan’, brengt The Times of Israel in herinnering, staat Netanyahu momenteel terecht in drie corruptiezaken.
Of deze anti-Netanyah-regering nu het vertrouwen van de Knesset krijgt of niet, voor Haaretz was de enige die woensdagavond hoe dan ook als ‘winnaar’ van dit regeerakkoord kon worden beschouwd, Yair Lapid.
‘Als deze regering door de Knesset wordt goedgekeurd, zijn haar overlevingskansen op 27 augustus 2023, wanneer Yair Lapid volgens het roulatieakkoord Naftali Bennett moet vervangen als premier, op zijn best gering’, schrijft de centrum-linkse krant. ‘Maar zelfs als dat niet gebeurt, zal Yair Lapid bij de volgende verkiezingen met een ruime marge winnen, omdat veel kiezers die in het verleden te sceptisch waren om op hem te stemmen, hem nu zien als een potentiële premier en, beter nog, als de architect van wat de ultieme overwinning op Benjamin Netanyahu zou kunnen zijn.’
Twee belangrijke figuren van de liberale oppositie tegen het Kremlin zijn de afgelopen dagen gearresteerd. Andrej Pivovarov, leider van de organisatie Open Rusland, werd op de avond van 31 mei in Sint-Petersburg gearresteerd, terwijl hij aan boord was van het vliegtuig dat hem voor een vakantie naar Warschau zou brengen. De politie dwong het vliegtuig, dat al in beweging was, om te keren en hield het bijna twee uur aan de grond, meldde Novaja Gazeta. Pivovarov werd meegenomen op beschuldiging van ‘samenwerking met een ongewenste organisatie’.
Op 27 mei heeft de Open Rusland-beweging reeds al haar kantoren in Rusland gesloten en de lidmaatschapsstatus van al haar aanhangers opgezegd, om vervolging te voorkomen. De beweging, die is opgericht en vanuit het buitenland wordt geleid door de geëmigreerde voormalig oligarch Michail Chodorkovski, is recent door de Russische rechterlijke macht tot een ‘ongewenste buitenlandse organisatie’ verklaard.
‘Nu de parlementsverkiezingen in september naderen, zijn de autoriteiten actief bezig de gelederen van de oppositie te zuiveren’
Pas na 23 uur in hechtenis mocht Pivovarov zijn advocaat spreken, schrijft de krant. Intussen werd hij verhoord en werd zijn appartement doorzocht. Sindsdien is hij voor berechting overgebracht naar Krasnodar, 1700 kilometer van Sint-Petersburg. Op een hoorzitting van 2 juni is besloten dat Pivovarov zal worden vastgehouden voor twee maanden voorlopige hechtenis, bericht The Moscow Times.
Andrej Pivovarov, 39 jaar, is ondernemer en sinds 2004 actief tegenstander van het regime. Hij heeft verschillende demonstraties georganiseerd en is al eerder gearresteerd. Na zich bij verschillende oppositiepartijen en -formaties te hebben aangesloten, werd hij in maart 2018 verkozen tot voorzitter van de organisatie Open Rusland, waarvan hij in 2019 uitvoerend directeur werd.
Dmitri Goedkov
Op 1 juni werd de oprichter van Verenigde Democraten, Dmitri Goedkov, gearresteerd en vervolgens twee dagen vastgehouden, meldt dagblad Kommersant. Hij werd beschuldigd van het niet terugbetalen van een huurlening tussen 2015 en 2017. De hele dag door werden huiszoekingen verricht in zijn woning en bij twaalf van zijn medewerkers of ex-collega’s.
Dmitri Goedkov, 41, was afgevaardigde van de partij Rechtvaardig Rusland in de Federale Doema tussen 2011 en 2016, maar werd in 2013 uit de partij gezet omdat hij had deelgenomen aan protesten van de buitenparlementaire oppositie. In 2017 stond hij op de lijst van de liberaal-democratische partij Jabloko bij de verkiezingen, maar kwam niet in het parlement. In 2019 werd zijn kandidatuur voor de gemeente Moskou door de kiescommissie afgewezen.
Volgens nieuwssite Gazeta.ru heeft Jabloko gezegd dat zij de gesprekken met Goedkov over een kandidaatschap voor de parlementsverkiezingen van september 2021 zal voortzetten.
‘De oppositiepartijen vragen zich af hoe ze nog kritiek kunnen leveren zonder als extremist te worden gebrandmerkt’
Het dagblad Nezavissimaja Gazeta schrijft: ‘Nu de parlementsverkiezingen in september naderen, zijn de autoriteiten actief bezig de gelederen van de oppositie te zuiveren. Kort voor de sluiting van de kantoren van Open Rusland staakten de kantoren van Alexej Navalny in allerijl alle activiteiten, net als de beweging van Michail Chodorkovski, om vervolging van hun leden of de familieleden van hun leden te voorkomen.’
In een redactioneel commentaar betreurt Nezavissimaja Gazeta deze jacht op de oppositie en wijst erop dat zelfs de ‘legale’ oppositie wordt getroffen, dat wil zeggen de oppositie die door het regime wordt getolereerd en een zetel in de Doema heeft: de Communistische Partij, de extreemrechtse partij van Vladimir Zjirinovski, de partij Rechtvaardig Rusland en, in mindere mate, Jabloko.
‘In plaats van dankbaarheid [van de regering] voor haar loyaliteit, oogst de “legale” oppositie terreur’, schrijft de krant. ‘De oppositiepartijen vragen zich af hoe ze nog kritiek kunnen leveren zonder als extremist te worden gebrandmerkt en zullen gedwongen zijn zeer voorzichtig campagne te voeren.’
Belangrijkste oppositieleider van Nicaragua onder huisarrest
Ook in Nicaragua neemt de repressie van de oppositie toe. Cristiana Chamorro, de belangrijkste uitdager van president Daniel Ortega voor de presidentsverkiezingen in november, werd woensdagavond onder huisarrest geplaatst. Ze wordt door de regering beschuldigd van het witwassen van geld.
Haar broer, journalist Carlos Fernando Chamorro, kondigde dit aan in een tweet die door La Prensa werd overgenomen. ‘Het regime van Daniel Ortega heeft op woensdag 2 juni opdracht gegeven tot de arrestatie van oppositielid Cristiana Chamorro en de doorzoeking van haar huis’, meldde de Nicaraguaanse krant.
Después de más de cinco horas de allanamiento policial en la vivienda de mi hermana Cristiana Chamorro @chamorrocris, precandidata presidencial, a las 5:15 P.M los policías antimotines la dejan bajo "arresto domiciliar", bajo aislamiento. Su casa sigue ocupada por la Policía.
‘Voor het huis van Chamorro staat een ME-eenheid die journalisten aanvalt die verslag doen’ van de gebeurtenissen, laat de krant weten, ‘en tot nu toe is de toestand van de kandidaat [Chamorro] onbekend’.
Symbolisch figuur
Christiana Chamorro is de dochter van Violeta Barrios de Chamorro, de vrouw die in 1990 bij de verkiezingen de eerste regering van Daniel Ortega versloeg. ‘Het eerste wat elke Nicaraguaan je over haar zou vertellen is dat ze Violeta’s dochter is,’ vertelt Ana Margarita Vijil, een politiek analist en voormalig docent aan de Polytechnische Universiteit van Nicaragua, aan BBC Mundo.
‘Symbolisch betekent Cristiana, die nauw verbonden was met de regering van haar moeder, voor de huidige regering ook de levende herinnering aan die nederlaag’, aldus Vijil.
In slechts een paar maanden tijd is Chamorro van niet (openlijk) politiek actief uitgegroeid tot het meest zichtbare gezicht van de oppositie in Nicaragua. Vooral nadat ze had besloten zich kandidaat te stellen voor de verkiezingen van 7 november, schrijf BBC Mundo.
Chili is toe aan een nieuwe grondwet. Over wie die mag gaan maken, werd op 15 en 16 mei gestemd. Het resultaat noemen de kranten een ‘politieke aardverschuiving’. ‘Nu is het onze taak om een nieuw politiek systeem te creëren dat in staat is om aan de eisen van het volk te voldoen.’
‘Politieke aardverschuiving in Chili’, kopte El País op maandag 17 mei. De Chilenen mochten zaterdag 15 en zondag 16 mei stemmen voor een nieuwe volksvertegenwoordiging die binnen een jaar een volledig nieuwe grondwet zal opstellen. Een historische primeur in Chili. De oude grondwet is een erfenis van de lange dictatuur onder Augusto Pinochet, die van 1973 tot 1990 heeft geduurd.
‘Volgens velen was gisteren de dag waarop eindelijk de overgang naar democratie werd voltooid’, zei Verónica Figueroa Huencho, politicoloog aan de Universiteit van Chili, tegen The Guardian.
Het besluit is het antwoord op de massale protestbeweging die eind 2019 ontstond tegen de in zichzelf gekeerde politieke elite van het land. Als gevolg van het neoliberale model dat tijdens dictatuur werd ingevoerd, is de ongelijkheid in Chili groot.
Nederlaag voor rechts
De Chile Vamos-coalitie van rechtse en radicaal-rechtse partijen, onder leiding van president Sebastián Piñera, heeft een zware nederlaag geleden. Tot voor kort hoopte deze coalitie een derde van de stemmen binnen te slepen, om zo als ‘blokkerende minderheid’ in de toekomstige grondwetgevende vergadering op te treden. Elk wetsontwerp moet namelijk met een tweederdemeerderheid worden goedgekeurd om in de grondwet te worden opgenomen. Maar rechts behaalde slechts 37 van de 155 zetels, berichtte La Tercera op de uitslagenavond van zondag 16 mei.
President Piñera: ‘We hebben niet genoeg naar de wensen van het volk geluisterd’
President Piñera gaf diezelfde avond al zijn nederlaag toe: ‘We hebben niet genoeg naar de wensen van het volk geluisterd,’ aldus de president. ‘De burgers hebben een duidelijk en krachtig signaal gegeven aan de regering en aan alle traditionele politieke formaties.’ ‘Chilenen rekenen af met de traditionele politieke partijen’, schreef ook El País in een ander artikel. De twee linkse coalities – waarvan een tot die traditionele partijen behoort – hebben in totaal 53 zetels bemachtigd, maar zijn onderling sterk verdeeld.
‘Dit weekend hebben we de categorische verwerping gezien van de [oude] grondwet en de politieke cultuur die deze heeft voortgebracht’, zei Fernando Atria, die als leider van de nieuwe linkse partij Fuerza Común verkozen is in de grondwetgevende vergadering, tegen The Guardian. ‘De huidige grondwet was ontworpen om verandering en vooruitgang te voorkomen. Nu is het onze taak om een nieuw politiek systeem te creëren dat in staat is om aan de eisen van het volk te voldoen.’
Er gaan maar liefs 48 zetels naar onafhankelijke – veelal nieuwe – partijen, in een zeer versnipperd politiek landschap: in totaal deden zeventig partijen mee aan de verkiezingen. De overige 17 zetels zijn bestemd voor vertegenwoordigers van de inheemse gemeenschappen van het land, zoals de Mapuches en Aymara’s.
Als gevolg heeft geen enkele partij de meerderheid in de grondwettelijke vergadering, die ‘door de oppositie zal worden gedomineerd, met een rechtervleugel die geen rol van betekenis zal spelen in de discussie’, verwacht El País.
Bovendien, zo schreef de website El Mostrador vóór de verkiezingen, heeft bijna driekwart van de kandidaten (zelfs degenen die deel uitmaken van partijcoalities) nog nooit een politieke of zelfs administratieve functie bekleed: ‘Sinds de maatschappelijke onrust [van 2019] eisen de burgers dat het niet “de politici van vroeger” zijn’ die de nieuwe grondwet opstellen.
Woelige tijden
Bij gebrek aan betrouwbare opiniepeilingen, schreef El País, had geen enkele analist zo’n goed resultaat van de onafhankelijke kandidaten of zo’n slecht resultaat van de regerende rechterzijde verwacht.
‘Chili maakt op bijna elk niveau woelige tijden door’, schreef El País bij aanvang van de verkiezingen. Het Congres is sterk verdeeld en voor de presidentsverkiezingen aanstaande november hebben zich ten minste zestien kandidaten gemeld.
‘Chili staat nu, 31 jaar na de terugkeer van de democratie, voor een historisch moment van onzekerheid (…) terwijl er bovendien geen consensus bestaat (…) over de vraag of een nieuwe grondwet er al dan niet in zal slagen de chaos in goede banen te leiden’, schrijft de krant. Niemand kan nu al zeggen welke resultaten de nieuwe grondwettelijke vergadering, waarvan de werkzaamheden naar verwachting een jaar zullen duren, zal opleveren. Over de nieuwe grondwet wordt in 2022 via een referendum gestemd.
Maar de opkomst van de massale volksbeweging voor democratische vernieuwing heeft niet geleid tot een grotere bereidheid om te gaan stemmen. Ondanks, of misschien wel dankzij, de politieke crisis van 2019 en het schijnbare gebrek aan legitimiteit van de traditionele partijen, kan ook het percentage kiezers dat niet heeft gestemd als ‘historisch’ worden bestempeld, aldus El País: 61,5 procent.
Het ligt voor de hand om naar de coronapandemie te wijzen als mogelijke oorzaak van de lage opkomst. Maar Chili is het Latijns-Amerikaanse land met de hoogste vaccinatiegraad – 50 procent van de bevolking – en bovendien vonden dankzij corona de verkiezingen dit keer op twee dagen plaats. Wantrouwen in de politiek lijkt een meer voor de hand liggende verklaring.
Overwinning van links
De Communistische Partij, die deel uitmaakt van het linkse blok dat nauw betrokken was bij de protesten, boekte een aantal belangrijke overwinningen bij de gemeentelijke verkiezingen, die in hetzelfde weekend werden gehouden. De partij won het burgemeesterschap van de Santiago, de hoofdstad. De gekozen burgemeester, Irací Hassler, een econoom, is ‘dertig jaar oud en vrouw’, berichtte El País. Nooit eerder maakten de communisten hier de dienst uit, zelfs niet tijdens de regering van Salvador Allende (1970-1973), waarvan zij deel uitmaakten.
‘Dit is de triomf van sociale en politieke eenheid’, citeerde The Guardian Irací Hassler, die op uitslagenavond haar overwinning vierde op het Plaza de Armas in Santiago, geflankeerd door een aantal van de vrouwen die ook werden verkozen.
‘De protestbeweging, de feministische stakingen en de sociale en milieubewegingen zijn niet meer weg te denken’
‘Dit is het begin van een belangrijke verandering in de manier waarop wij politiek bedrijven. De protestbeweging, de feministische stakingen en de sociale en milieubewegingen zijn niet meer weg te denken.’
Het resultaat zorgt ervoor dat Daniel Jadue, de presidentskandidaat van de Communistische Partij, de grootste kanshebber is om president Piñera te verslaan in de verkiezingen van november, aldus El País. Jadue werd op 16 mei met 64 procent van de stemmen herkozen als burgemeester van Recoleta, dat onderdeel uitmaakt van de metropoolregio van Santiago.
Het linkse Frente Amplio, de groep partijen en bewegingen die in 2011 ontstond uit de universiteitsprotesten die in 2011 plaatsvonden, is een van de andere grote winnaars van de dubbele verkiezingsdag. Onder leiding van afgevaardigden als Gabriel Boric en Giorgio Jackson, overvleugelde deze formatie centrum-links en rechts, waarvan zij belangrijke gemeenten afsnoepte.
De kandidaten van Frente Amplio hebben ten minste twee zeer symbolische burgemeestersposten van rechts weggekaapt: die van het dichtbevolkte Maipú, ook in de metropoolregio van Santiago, en die van Viña del Mar (ongeveer 100 kilometer van de hoofdstad). Ook in Ñuñoa, een welvarende gemeente in het oosten, heeft de Frente Amplio het burgemeesterschap binnengesleept. Met deze resultaten heeft de amper 35-jarige Boric, presidentskandidaat van de linkse formatie, zo schreef El País, een nieuwe impuls voor zijn race naar La Moneda, het presidentieel paleis.
Chili zal zichzelf herdefiniëren op een aantal fundamentele punten, analyseerde El País. De grondwettelijke vergadering zal de politieke vertegenwoordiging en het regeringsstelsel hervormen, omdat er een zekere consensus bestaat over het feit dat het Chileense presidentialisme niet in staat was adequaat te reageren op de protesten van 2019.
Ook zullen de thema’s decentralisatie en regionalisatie ter tafel komen, verwachtte El País. Chili wordt nu sterk gecentraliseerd bestuurd vanuit Santiago. De 155 volksvertegenwoordigers zullen het eens moeten worden over verschillende kwesties in verband met de inheemse bevolkingsgroepen, zoals hun uitdrukkelijke erkenning in de grondwet of hun plurinationaliteit. Dit is een brandende kwestie, gezien de problematische relatie uit het verleden tussen het Mapuche-volk en de Chileense staat, aldus de Spaanse krant.
Grandón deed mee aan de demonstraties in een Pokémonpak en staat daarom bekend als ‘tante Pikachu’
De grondwettelijke vergadering zal daarnaast discussiëren over het economische systeem, rechtstatelijke instituties als het Constitutioneel Hof, de verzorgingsstaat – economische en sociale rechten zijn hete hangijzers – en kwesties die bijzonder gevoelig liggen bij de financiële markten, zoals de autonomie van de Centrale Bank.
‘Tante Pikachu’
Een van de nieuw verkozen deelnemers aan die vergadering is Giovanna Grandón, als vertegenwoordiger van de politieke formatie La Lista, die ontstond uit de protesten. De 45-jarige Grandón deed mee aan de demonstraties in een Pokémonpak en staat daarom bekend als ‘tante Pikachu’, schreef het linkse dagblad El Diario.
‘Giovanna Grandón is het perfecte prototype van de nieuwe politieke klasse die de zorgen van de ontevreden Chilenen deelt. Tot Chili in lockdown ging, was “tante Pikachu” bestuurder van een schoolbus en zat ze in de schulden voor de medische behandeling van haar zoon (meer dan 5 miljoen peso’s, ongeveer 6000 euro). Het geld dat ze gespaard had om door te leren, had ze aan de studie van haar dochter besteed.’
‘Ik ken de situatie van de mensen, omdat ik een van hen ben,’ zei Grandón tegen El Diario.
Jobbik, de voormalige extreemrechtse partij van Hongarije die tegenwoordig als ‘conservatief’ door het leven gaat, heeft aangekondigd sociaaldemocratische kandidaten in Boedapest en elders te zullen steunen, zo schrijft Euractiv. De stap is een bevestiging van een eerdere belofte, die inhield dat de oppositiepartij in de aanloop naar de algemene verkiezingen van volgend jaar samen zal werken met andere partijen, in de hoop de almachtige Fidesz-partij van de radicaal-rechtse premier Viktor Orbán te kunnen verslaan.
Jobbik zegt voormalig televisiepresentator Kálmán Olga, de kandidaat van de Democratische Coalitie (DK), te zullen steunen in de voorverkiezingen van de oppositie in het tweede district van de hoofdstad, zo maakte de partij afgelopen weekeinde bekend. De partij heeft zich eerder al teruggetrokken ten gunste van andere DK-kandidaten, maar ook van socialistische en liberale kandidaten.
De zes grootste oppositiepartijen kwamen vorig jaar overeen om in alle kiesdistricten slechts één kandidaat voor te dragen tegen Fidesz
De aankondiging van Jobbik is het meest recente teken dat de oppositiepartijen stellig van plan zijn te blijven samenwerken in aanloop naar de parlementsverkiezingen van 2022. Een dergelijke samenwerking wordt algemeen beschouwd als een noodzakelijke voorwaarde om de macht van Fidesz en Orbán te kunnen breken.
De zes grootste oppositiepartijen van Hongarije, de socialistische MSZP en de centrumlinkse DK, de groene partijen LMP en Párbeszéd, het liberale Momentum en Jobbik, kwamen in december vorig jaar overeen om in alle 106 kiesdistricten van Hongarije slechts één kandidaat voor te dragen tegen Fidesz. Daarnaast hebben ze het voornemen om gezamenlijk een kandidaat voor het premierschap voor te dragen en een gemeenschappelijk verkiezingsprogramma op te stellen.
Om te beslissen wie in elk van de kiesdistricten tegen Fidesz zal strijden, gaat het oppositieblok zelf voorverkiezingen organiseren in het komende najaar. Hongarije heeft een eenkamerstelsel waarin parlementsleden worden gekozen door middel van een gemengd systeem: 106 parlementariërs zijn de winnaars van de kiesdistricten en 93 parlementsleden worden gekozen uit de partijlijsten.
Rome: 21 werkdagen per jaar in de file
Met 663 auto’s per 1000 inwoners staat Italië op de tweede plaats in de ranglijst van Europese landen die het meest afhankelijk zijn van auto’s. Het is de vraag of inwoners van Rome hier blij mee moeten zijn, want het wijdverbreide autobezit zorgt in de Italiaanse hoofdstad voor ellenlange files waarin Romeinen jaarlijks tientallen uren doorbrengen, zo bericht Radio Roma.
Romeinen staan per jaar gemiddeld 170 uur stil met hun auto, ‘starend in het niets’, aldus Radio Roma. Een recent onderzoek van het Italiaanse instituut Nomisma bevestigt de reputatie van Italianen als fervente autoliefhebbers. Maar een beetje lekker doorrijden is er niet bij: de uren die een Romein doorbrengt in de file staat gelijk aan 21 achturige werkdagen per jaar.
Het Italiaanse wagenpark is de afgelopen twintig jaar met ongeveer 7 miljoen voertuigen gegroeid
De studie is uitgevoerd door Luigi Scarola en Giulio Santagata, twee specialisten op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling en sociale economie. Ze stelden vast dat het Italiaanse wagenpark de afgelopen twintig jaar met ongeveer 7 miljoen voertuigen is gegroeid, een toename van meer dan 20 procent. Terwijl er in 2000 in Italië nog 572 auto’s per duizend inwoners waren, steeg dit aantal tot 663 in 2019. Daarmee is het Zuid-Europese land op de tweede plaats beland in de ranglijst van Europese landen die het meest afhankelijk zijn van auto’s, achter nummer één Luxemburg.
De Italiaanse hoofdstad is de drukste stad van het land, en heeft een concentratie van 1376 auto’s per vierkante kilometer. Van de duizend inwoners hebben er 623 een auto, tegen 360 in Londen en 250 in Parijs. Voor een tripje waar maximaal dertig minuten voor zou moeten staan heeft een Romein bijna een uur nodig, aldus Radio Roma. Desondanks hebben inwoners amper de neiging om met de bus of de metro te gaan. De schuld daarvoor ligt volgens Radio Roma bij de falende openbare voorzieningen in de hoofdstad. Het radiostation wijst op ‘de tekortkomingen en het inconsistente beheer van het openbaar vervoer’ in de stad.
‘In Rome sterf je door de luchtvervuiling, of je wordt oud in het verkeer’
Tijdens de eerste lockdowns in het voorjaar van 2020 nam het autoverkeer aanvankelijk aanzienlijk af, maar daarna kwamen de verkeersvolumes al snel terug op het prepandemische niveau en stonden de Romeinen weer als vanouds vloekend en tierend in de file. Of, zoals Radio Roma het cynisch uitdrukt, ‘In Rome sterf je door de luchtvervuiling, of je wordt oud in het verkeer’.
Voor rastafari’s is de consumptie van cannabis inherent aan de beoefening van hun geloof, maar in Kenia is dat een probleem, want cannabis is bij wet verboden. Daarom heeft de Rastafarian Society of Kenya (RSK), onlangs een verzoekschrift ingediend voor ontheffing, zo schrijft The Daily Nation uit Nairobi. Het ‘zeldzame’ verzoek is ingediend bij het Keniaanse Hooggerechtshof.
De RSK, die zegt de landelijke vertegenwoordiger van de spirituele beweging te zijn, en een geestelijke met de bijnaam ‘Ras Prophet’, verzoeken de rechtbank om de wet op te schorten die het gebruik van cannabis verbiedt, aldus de krant. Ze willen toestemming om cannabis te consumeren ‘voor religieuze doeleinden’, en zijn van mening dat de huidige wetgeving ‘het spirituele gebruik van cannabis door rastafari’s strafbaar stelt’.
‘Rastafari’s worden als religieuze minderheid gedwongen om in Kenia in angst te leven’
‘RSK-leden worden als religieuze minderheid gedwongen om in Kenia in angst te leven, omdat het huidige wettelijke kader vijandig staat tegenover hun praktijken en geen rekening houdt met het gebruik van marihuana als middel om hun geloof te uiten en om in contact te komen met de almachtige schepper’, citeert The Daily Nation uit het verzoek dat aan de rechtbank is gestuurd. De groep roept ook op tot de opschorting van arrestaties en vervolging van leden die cannabis kweken of een op marihuana gebaseerde drank consumeren die bekend staat als ‘bhang’.
De RSK stelt zich op het standpunt dat de huidige wetgeving in strijd is met de grondwet, die de religieuze praktijk van minderheden zoals die van hen zou moeten beschermen. ‘Sinds de grondwet van 2010 bevinden we ons in een nieuw constitutioneel kader, dat diversiteit erkent en dat gemarginaliseerde groepen zoals leden van de RSK zou moeten beschermen’, aldus het verzoek. Daarom wil de groep dat de president van het Hooggerechtshof hun verzoek in behandeling neemt.
Mocht de RSK in het gelijk worden gesteld, dan is dat niet de eerste keer, want in 2019 kreeg de groep ook al eens een aanpassing van de wet voor elkaar. In dat jaar werd een jong meisje van school gestuurd omdat ze dreadlocks droeg. RSK slaagde erin om officieel erkend te krijgen dat scholieren en studenten het recht hebben om hun haar te stylen zoals ze willen, dus ook als ze kiezen voor dreadlocks, een van de onderscheidende kenmerken van Rastafari’s die weigeren hun haar te knippen. Twee jaar geleden werd rastafari in Kenia officieel aangemerkt als een religie.
Abraham Lincoln zei het al: geef iemand macht en hij (/zij) laat zijn ware aard zien. Er zijn talloze voorbeelden van beloftevolle politici die zich, eenmaal aan de macht, ontpopten tot meedogenloze onderdrukkers.
Lange tijd werd ervan uitgegaan dat macht corrumpeert, een theorie die onder meer was gebaseerd op het beroemde Stanford-gevangenis-experiment uit 1971. Een onderzoek van Smithsonian Institution kwam echter tot een andere conclusie: macht corrumpeert niet, maar versterkt al bestaande ethische tendensen. Of in de woorden van Abraham Lincoln: ‘Bijna iedereen kan tegenspoed doorstaan, maar als je iemands karakter wilt testen, geef hem dan macht.’
De volgende machthebbers doorstonden de test niet:
Abiy Ahmed
Abiy Ahmed werd op 2 april 2018 beëdigd tot de twaalfde premier van een zeer onrustig Ethiopië. In de protesten tegen politieke ongelijkheid, landonteigening en mensenrechtenschendingen waren honderden doden gevallen en werden duizenden mensen opgepakt. De meeste demonstranten waren Oromo en Amharen, de twee grootste etnische groepen in Ethiopië, die samen 60 procent van de bevolking vormen. Velen voelden zich oneerlijk behandeld door de machthebbers, die vooral behoorden tot de Tigrinya-groep, die minder dan 7 procent van de bevolking uitmaakt. Ahmeds voorganger Desalegne stapte op om hervormingen mogelijk te maken.
Aanvankelijk maakte Abiy – Oromo-moeder en Amhara-vader – de verwachtingen waar. Hij liet tienduizenden dissidente Ethiopiërs vrij en ging in gesprek met gevluchte tegenstanders in het buitenland. Hij nodigde Isaias Afewerki, de president van Eritrea, uit om het grensconflict tussen de twee landen te beslechten – met succes. In oktober dat jaar presenteerde Abiy Ahmed zijn nieuwe kabinet, dat voor de helft uit vrouwen bestaat – die volgens Ahmed minder geneigd zijn tot corruptie dan mannen. Op Abiys voordracht heeft het land sinds 1 november 2018 ook voor het eerst een vrouw als opperrechter, Meaza Ashenafi.
Abiy ontving in 2019 de Nobelprijs voor de Vrede ‘voor zijn inspanningen om vrede en internationale samenwerking te bereiken’
Deze inspanningen leverden Abiy in 2019 de Nobelprijs voor de Vrede op: ‘voor zijn inspanningen om vrede en internationale samenwerking te bereiken, en in het bijzonder voor zijn beslissende initiatief om het grensconflict met buurland Eritrea op te lossen’.
Maar sinds de oorlog in Tigray, en zijn vermeende rol daarin, heeft de reputatie van de Ethiopische premier een flinke deuk opgelopen. Abiy beweerde aanvankelijk dat de oorzaak van de oorlog de aanval van Tigray op militaire bases in de regio was. Maar zijn ‘overwinningstoespraak’ eind vorig jaar onthulde dat gedetailleerde voorbereidingen voor een oorlog al ruim twee jaar geleden begonnen.
Aanleiding voor het conflict is de weigering van TPLF, de regerende partij van Tigray, om op te gaan in de partij van Abiy. Op de vraag waarom hij niet eerder tot actie overging, zou Abiy hebben gereageerd dat Ethiopië op dat moment niet over voldoende militaire capaciteit beschikte. Het federale leger was heimelijk versterkt, onder andere met dronecapaciteit, op zo’n wijze dat het buiten het zicht van de leiders van Tigray bleef.
Vlak voor de oorlog werden de internet-, telefoon- en elektriciteitsleidingen naar Tigray door de overheid afgesloten, schrijft Netblocks. Sindsdien zijn alle wegen, inclusief het luchtruim, geblokkeerd. Ook de banken zijn gesloten. Tigrinya die buiten Tigray werken worden ontslagen. Journalisten mogen geen verslag uitbrengen vanuit Tigray, schrijft het Zuid-Afrikaanse Mail & Guardian. Er is enkel toestemming voor hulporganisaties om steun te bieden in gebieden die onder controle van de overheid vallen.
Sinds het begin van de oorlog zijn de steden van Tigray onderworpen aan zware bombardementen en beschietingen. De regio wordt op verschillende fronten tegelijk aangevallen. Er wordt melding gedaan van wijdverbreide plunderingen van Eritrese en Amhara-militairen, waaronder die van bijzondere culturele en religieuze artefacten.
Multiple sources in Tigray say Eritrean forces engaged in massive looting of Tigray's rich historical artefacts. This includes raids on remote monasteries where ancient manuscripts and early Christian spiritual texts kept.@UNESCO must mount urgent probe to verify these claims.
Voor de Tigreeërs zelf komt het geweld niet als verrassing: ‘Abiy, met zijn geveinsde politiek van verzoening, liet ons in de steek.’
De aanpak doet denken aan de door de regering veroorzaakte hongersnood in Ethiopië van 1984-1985. Door opzettelijke verarming en verwaarlozing en de daaropvolgende emigratie werden Tigrinya steeds meer als arme mensen beschouwd. In Eritrea werd Agame, de naam van het oostelijke Tigray-gebied, veranderd in een denigrerende term waarmee naar alle Tigrinya werd verwezen. In de Ethiopische regio Amhara werden Tigrinya aangeduid met termen als sprinkhanen, luizen, bedelaars, banda [verrader] en nog veel meer, en deze zijn nog altijd gangbaar.
Asma al-Assad had mooie dromen voor de Syrische hoofdstad Damascus toen ze er vanuit Londen heen trok om bij haar man Bashar te zijn. Het zou een welvarende, culturele wereldhoofdstad worden. Maar terwijl niet veel later vele onschuldige burgers als gevolg van een oorlog tegen opstandige groepen omkwamen, leek zij vooral bezig met het uitbreiden van haar schoenencollectie.
Lees ook ons uitgebreid portret van de First Lady van Syrië:
‘Dit is een leider die ons land vooruit wil helpen’, zeiden veel Indiërs in 2014 over Narendra Modi, die dat jaar de verkiezingen won. Hij zou in tegenstelling tot tegenstander Rahul Ghandi niet uit zijn op eigenbelang. Zeven jaar later is duidelijk dat Modi wel degelijk zijn ‘eigen groepering’, de hindoebevolking, voortrekt. Met maatregelen als het abrupt afschaffen van een deel van de bankbiljetten in 2016 en een al even abrupte lockdown vorig jaar, benadeelt hij bovendien het overgrote armere deel van de bevolking.
Lees ook dit artikel van schrijver en essayist Arundhati Roy:
Aleksander Loekasjenka won de eerste democratische verkiezingen van Belarus in 1994 als ‘corruptiebestrijder’. Maar hij duldt geen tegenspraak. Na beschuldigingen van stembusfraude in 2020 ontstonden massale protesten, die ‘de laatste dictator van Europa’ met harde hand neersloeg. Meer dan 32.000 mensen zouden zijn gearresteerd.
Lees ook dit uitgebreid portret van de ‘laatste dictator van Europa’:
Evo Morales werd als kandidaat van de socialistische MAS-partij in 2006 de eerste Boliviaanse president van inheemse afkomst. Bij zijn aantreden beloofde hij: ‘We zullen een einde maken aan de koloniale staat en het neoliberale model. Vijfhonderd jaar van verzet door de inheemse volkeren van Amerika zijn voorbij.’
De gedeeltelijke nationalisatie van olie en gas betaalde royale sociale programma’s die het armoedecijfer terugbrachten van 59 tot 35 procent. Het armste land van Zuid-Amerika werd het snelst groeiende land, met een gemiddelde toename van 5 procent per jaar gedurende meer dan tien jaar.
In 2014 voerde Morales een nieuwe grondwet in om een derde presidentstermijn mogelijk te maken
Maar de voormalig leider van de vakbond van cocaboeren kreeg al snel autoritaire trekjes. Hij voerde in 2014 een nieuwe grondwet in om een derde presidentstermijn mogelijk te maken. Een referendum in 2016 voor een vierde termijn, werd verworpen. Maar een jaar later oordeelde het constitutionele hof – bestaande uit door zijn partij aangestelde rechters – dat hij het toch nog eens kon proberen.
De bij voorbaat controversiële verkiezingen van 2019 verliepen chaotisch, onder andere doordat de voorlopige telling van de stemmen abrupt werd onderbroken nadat de elektriciteit uitviel. Vierentwintig uur later, bij het hervatten van de telling, had Morales ineens de 10 procentpunt voorsprong die nodig was om zijn rivaal, Mesa, in de eerste ronde te verslaan, overschreden.
Na de massale protesten die deze gang van zaken opleverde, gesteund door de grootste vakbond van het land, het leger en de politie, trad Morales af en vluchtte naar Mexico en later Argentinië.
Een zelfbenoemde interim-regering onder leiding van Jeanine Áñez, een evangelisch christen die werd ingezworen met een bijbel zo groot als een koelkast, moest zo snel mogelijk nieuwe verkiezingen organiseren. Morales’ vertrouweling Luis Arce en zijn MAS-partij wonnen die verkiezingen, waarop Morales terugkeerde naar Bolivia. Arce werd president.
In maart werden Áñez en haar voormalige interim-ministers gearresteerd voor terrorisme en opruiing vanwege hun rol in de protesten van 2019. ‘Politieke vervolging,’ volgens de voormalig conservatieve interim-president, ‘in de stijl van een dictatuur.’
En nu is er een campagne op touw gezet die Morales weer terug aan het hoofd van de regering moet krijgen, als opvolger van president Arce: ‘Evo vuelve’; ‘Evo keert terug’. Hij wil immers nog die vierde termijn uitdienen, waar hij recht op heeft. Want, zoals een commentator in de Boliviaanse krant Los Tiempos schrijft: ‘Volgens Morales en zijn volgelingen is Evo het magische antwoord op elk probleem.’
Lees ook dit artikel over de Nicaraguaanse president Daniel Ortega:
In interviews met westerse media stelde ze Bashar in de schaduw. Ze was zijn ambassadeur in landen waar hij niet graag werd gezien, wilde Damascus omvormen tot Europese metropool en ging uit winkelen terwijl de stad afbrandde. Wie is de vrouw die in het naoorlogse Syrië de touwtjes in handen heeft?
De keuze van hoofdredacteur Laura Weeda
Dit Economist-artikel is buitengewoon goed geschreven en geeft een heel mooi en genuanceerd beeld van de ontwikkelingen in Syrië de laatste dertig jaar vanuit een verrassend perspectief: de First Lady, Asma al-Assad. Ooit was ze in Syrië een gevierde vrouw die van Damascus één groot cultureel park wilde maken, nu komt ze vooral mysterieus en meedogenloos over. In haar levensverhaal wekt ze soms bewondering op, dan weer zijn haar gedrag en beslissingen volstrekt onnavolgbaar.
Deze longread van Nicholas Pelham geeft ook goed weer hoe wankel geopolitieke relaties zijn door het grote contrast tussen Damascus als opbloeiende stad, toen Al-Assad er kwam wonen, en de ruïne die de hoofdstad van Syrië nu is.‘
Afgelopen zomer circuleerde een foto van de First Lady van Syrië op social media. In het noordwesten van het land bombardeerden regeringstroepen op dat moment de overgebleven verzetshaarden. De foto toont Asma al-Assad, haar man Bashar al-Assad en hun drie kinderen op een winderige heuveltop, geflankeerd door soldaten in camouflagetenue. Met zijn windjack, sportschoenen en poloshirt vlot over zijn broek lijkt Bashar in alles op een huisvader die zijn kroost meeneemt op een zondagmiddagwandelingetje, en in niets op een man die dissidenten laat martelen. Asma oogt wat stijfjes, houdt haar armen langs haar lichaam. Witte spijkerbroek, sportschoenen en zo’n vliegeniersbril waar despoten in het Midden-Oosten om de een of andere reden dol op zijn. Ze staat midden op de foto; Bashar, president van Syrië, schurkt wat onhandig tegen haar aan.
Achter Asma is een bedrieglijk vredig landschap te zien. Tien jaar na de Arabische lente, waarin miljoenen mensen in het Midden-Oosten zich tegen repressieve regimes keerden, heeft de heersende familie van Syrië de macht behouden en daar een gruwelijke prijs voor geëist.
Het regime heeft honderdduizenden Syriërs vermoord en er ruim 14.000 doodgemarteld. De helft van de bevolking sloeg op de vlucht, waarmee de grootste vluchtelingencrisis sinds de Tweede Wereldoorlog een feit werd. Iran, Turkije, de Verenigde Staten en Rusland, stuk voor stuk streden ze direct of indirect om invloed op Syrische bodem. In de hele Arabische wereld is de hoop op een betere toekomst vermorzeld, maar nergens ging dat met zo veel bloedvergieten gepaard als in Syrië.
Marie Antoinette
Asma’s ster is in die tijd echter tot ongekende hoogte gerezen. Haar pad naar de heerschappij over dit verwoeste land was bochtig en legde ze af in vele gedaanten: de financieel expert van J.P. Morgan die tot in de kleine uurtjes doorwerkte om lucratieve deals uit het vuur te slepen; de glamoureuze First Lady die in de overtuiging verkeerde dat sociale hervormingen en haute couture een pariastaat konden moderniseren; de Marie Antoinette van Damascus, die uit winkelen ging, ook al stond haar land in brand; de moeder van de natie, die tegen kanker streed terwijl de troepen van haar man opstandelingen verpletterde.
Waar eindigt de reis? De prominente plaats die ze in de hofhouding van de Assads wist te veroveren is niet langer alleen maar voer voor Syrische roddelcircuits. Vorig jaar bestempelde de Amerikaanse regering Asma tot een van de beruchtste oorlogsprofiteurs van Syrië. Er wordt nu zelfs gefluisterd dat ze haar man als president zou kunnen opvolgen. Asma al-Assad heeft de gestucte twee-onder-een-kapwoning in Londen waar ze is opgegroeid ver achter zich gelaten.
Voor een dictatorsvrouw is haar achtergrond ongewoon. Asma Akhras werd in 1975 geboren in Acton, een onopvallend deel van West-Londen dat grenst aan veel rijkere buurten. Zoals de meeste Syriërs zijn haar ouders soennitische moslims: die vormden de dominante groep in Syrië totdat in de jaren zestig een kleine, gemarginaliseerde sekte, de Alawieten, een staatsgreep pleegde. Bashars vader, Hafez al-Assad, zat in het complot en riep zichzelf in 1970 uit tot leider van het land.
Asma’s ouders kwamen in de jaren zeventig naar Londen, hopend op een beter bestaan. Het gezin bleef religieus: haar vader bezocht het vrijdaggebed in de moskee en haar moeder wierp haar hijab pas af nadat Asma was getrouwd. Vrienden omschrijven het gezin als cultureel conservatief, al was het wel de bedoeling dat de kinderen zouden assimileren. Op haar Anglicaanse basisschool stond Asma bekend als Emma. ‘Als je het niet wist, zou je niet denken dat ze Syrisch was,’ herinnert een buurman zich.
Haar bezoeken aan Damascus met haar ouders bracht zij grotendeels bij het zwembad van het Sheraton-hotel door
Asma leek bestemd voor een leven te midden van Londense welgestelden. Als tiener ging ze naar een van de oudste particuliere meisjesscholen van Groot-Brittannië, Queen’s College, niet ver van haar vaders particuliere medische praktijk in Harley Street. Ze studeerde computerwetenschappen aan King’s College in Londen. Vriend en vijand zeggen dat ze slim en ijverig was.
Niemand kan zich herinneren dat zij enige belangstelling voor het Midden-Oosten toonde. Haar bezoeken aan Damascus met haar ouders bracht zij grotendeels bij het zwembad van het Sheraton-hotel door. ‘Ze was erg Engels en leek niets met Syrië te maken te willen hebben,’ aldus een vriend van de familie.
Weinigen waren verrast toen ze een baan kreeg bij J.P. Morgan, een investeringsbank. Het personeel werd geacht soms 48 uur achter elkaar te werken en zelfs op kantoor te slapen. Sommige stagiairs waren vrijpostig en onverholen ambitieus, maar Paul Gibbs, Asma’s leidinggevende, herinnert zich haar als ‘bescheiden, beleefd en dienstbaar’. Ze droeg keurige zwarte pakjes. Ze specialiseerde zich in fusies en overnames (wat haar later in Syrië van pas kwam). Af en toe ging ze uit met een collega, ze kreeg zelfs huwelijksaanzoeken.
Haar moeder, Sahar, had grootse plannen voor Asma. Haar eigen oudoom had Hafez al-Assad geholpen bij diens machtsgreep. Sahar wilde deze connectie gebruiken om Asma te koppelen aan Bashar, de tweede zoon van Hafez. Ten minste, dat schrijft de Libanees-Amerikaanse journalist Sam Dagher, auteur van het boek Assad or We Burn the Country.
Slungelige student
Bashar en Asma ontmoetten elkaar in het Londen van de jaren negentig. Hij was toen nog een slungelige student medicijnen, die in de schaduw van zijn autoritaire vader was opgegroeid. Als enige van zes broers en zussen ging hij in het buitenland studeren. Zijn afkeer van bloed bracht hem ertoe zich te specialiseren in oogheelkunde, een medisch vakgebied met niet al te veel aanzien. Bashars oudere broer, Basil, diende in het Syrische leger, reed in snelle auto’s en zat achter de vrouwen aan. Bashar was juist ‘ijverig, punctueel, ging elke dag naar de universiteit en vermeed uitspattingen’, aldus Wafic Said, een rijke Syrische expat die de familie kent. Hij luisterde naar Phil Collins en Electric Light Orchestra, dronk groene thee en bewoog zich op de fiets door de stad. In tegenstelling tot zijn vader, die zijn boerse tongval nooit zou kwijtraken, eigende Bashar zich het verfijnde, zangerige accent van de Damasceense elite toe.
Hij was wel gevoelig voor vrouwelijk schoon en ging vaak uit met de gemanicuurde afdankertjes van zijn broer. De keuze van een vrouw mocht hij echter niet helemaal zelf bepalen. Toen Basil in 1994 omkwam bij een auto-ongeluk, rustte het lot van de Assad-dynastie plotseling op de schouders van Bashar. Die was nog ongetrouwd toen zijn vader in juni 2000 overleed. Twee maanden later bezorgden schijnverkiezingen hem het presidentschap.
Bij terugkeer vertelde ze haar werkgever dat een onstuimige Syriër haar had veroverd
Op dat moment werkte Asma al twee jaar bij J.P. Morgan. Maar ineens verdween ze en bleef drie weken lang weg, zonder kennisgeving. Bij terugkeer vertelde ze haar werkgever dat een onstuimige Syriër haar had veroverd. Hij had haar meegenomen naar Libië, waar hij hun verbintenis bezegelde in een tent in de Sahara. Asma koos voor de liefde en nam onmiddellijk ontslag.
Buiten het Sheraton is Syrië een ingewikkelde plek. De bergen en woestijnen herbergen een lappendeken aan etnische en religieuze groepen, waarvan de meeste elkaar wel eens hebben dwarsgezeten. De Fransen maakten het land buit op de Ottomanen, hun bestuur tussen de wereldoorlogen was kort en omstreden. De eerste jaren van Syriës onafhankelijkheid verliepen echter ook verre van rimpelloos. Er woedde er een continue onderlinge strijd, de staatsgrepen volgden elkaar in rap tempo op.
Aan deze woelingen kwam in 1970 een einde met de komst van Hafez al-Assad, een onbuigzame luchtmachtofficier van de regerende Baath-partij. Tijdens zijn schrikbewind onderhielden veiligheidsdiensten informantennetwerken, luisterden ze telefoons af en martelden ze mensen in het wilde weg. Toen soennitische islamistische dissidenten in 1982 in hun bolwerk Hama de Baath-heerschappij tartten, maakte Hafez een deel van de stad met de grond gelijk.
Hafez was al dood tegen de tijd dat Asma eind 2000 naar Damascus verhuisde, maar zijn nalatenschap was alomtegenwoordig: van architectuur in Sovjetstijl tot uithangborden met zijn beeltenis die zijn lof prezen. Zijn steun aan terroristische organisaties in de regio had Syrië van het Westen vervreemd. De opkomst van Bashar bood een kans de betrekkingen te herstellen.
In zijn inaugurele rede beloofde Bashar de corruptie te bestrijden en eerlijke meerpartijenverkiezingen toe te staan. Kort daarna sloot hij een van de grootste gevangenissen van het land. In de cafés van Damascus begon men voorzichtig over politiek te praten.
Asma leek in deze periode van dooi een zeer geschikte partner voor de nieuwe Syrische leider. Koningin Rania van Jordanië, Sheikha Moza van Qatar, zelfs prinses Diana in Groot-Brittannië hadden stuk voor stuk laten zien hoe een door glamour omgloorde first lady een drijvende kracht achter hervormingen kon zijn. Dankzij de dominante positie van de seculiere Baath-partij, waren openbare functies toegankelijker voor vrouwen dan in de meeste Arabische landen. ‘Ik verwachtte dat deze twee Syrië samen tot een hemel aarde zouden maken,’ zegt Wafic Said, de eerder vermelde Syrische expat.
Net als veel vrouwen die haar voorgingen, moest Asma wel rekening houden met haar schoonfamilie. Bashars moeder Anisa had gewild dat haar zoon binnen de clan was getrouwd teneinde een duurzame dynastie, zoals die van de Saoeds in Saoedi-Arabië, te creëren. Sommige familieleden vonden zelfs dat Bashar het presidentschap moest opgeven omdat hij met een soennitische was getrouwd.
Bashars moeder stond erop de titel ‘First Lady’ te behouden
Het lukte de moeder van Bashar niet het huwelijk af te wenden, dus besloot ze het te verdonkeremanen. Er kwamen geen nieuwsbulletins over de bruiloft. Officiële foto’s werden nooit vrijgegeven. Asma kreeg herhaaldelijk te horen dat het haar taak was om erfgenamen voort te brengen en uit het nieuws te blijven. Bashars moeder stond erop de titel ‘First Lady’ te behouden; staatsmedia noemden Asma akilatu alrais, de echtgenote van de president. Niemand die haar op straat herkende. Het huiselijk leven ging bepaald niet over rozen. ‘Ze haatten haar,’ aldus Ayman Abdel Nour, destijds adviseur van Bashar. Asma sprak nog geen vloeiend Arabisch.
Tijdens etentjes maakte de familie er een punt van om in onverstaanbaar Alawitisch dialect te converseren. De rest van de heersende elite was ook niet toeschietelijk. Met name de voormalige bondgenoten van zijn vader dwarsboomden de hervormingen van Bashar. ‘Hafez al-Assad was een octopus die zijn tentakels aanstuurde,’ zegt een aan het regime gelieerde zakenman.
Masker
Binnen enkele maanden werd duidelijk dat Bashars beloften van hervormingen weinig om het lijf hadden en vooral waren bedoeld om steun voor zijn opvolging te verwerven. ‘Bashar vertelde je precies wat je wilde horen en deed vervolgens helemaal niets,’ zegt Wafic Said. Al snel viel het masker. Academici belandden in de cel. De affiches van Bashar kregen nog grotere afmetingen dan die van zijn vader. Het recht op openbare vergaderingen werd dermate ingeperkt dat paren een overheidsvergunning nodig hadden om een bruiloft in een hotel te houden.
Herhaaldelijk werd de hoop op verandering in Syrië getorpedeerd. Na de aanslagen van 11 september 2001 gaf Bashar de Amerikanen de middelen om terreurverdachten te ondervragen. ‘Democratie verspreiden’ was destijds evenwel het credo van de regering-Bush, en Syrië kon wel eens het volgende doelwit van dit voornemen zijn. De ontwikkelingen in Irak brachten het Syrische regime ertoe het roer weer om te gooien. Bashar stuurde jihadisten van eigen bodem de grens over om de Iraakse opstand tegen de Amerikanen te steunen.
Terwijl hij zijn machtspositie versterkte, vervulde Asma plichtsgetrouw de rol van fokmerrie. Ze kreeg snel achter elkaar drie kinderen, van wie twee zonen. Nog steeds kleedde ze zich als een ingetogen bankemployé. De enige keren dat ze de krantenkoppen haalde, was tijdens buitenlandse reizen. En zelfs dan werd de woede van haar schoonfamilie gewekt.
Onmenselijkheid
De onmenselijkheid binnen de familie werd geëvenaard door wreedheid erbuiten. Op 14 februari 2005 kwam een van de meest prominente politici van Libanon, Rafik Hariri, om het leven door een aanslag met een autobom. Syrië hield zijn kleine, disfunctionele buurman al jaren onder de duim en velen gingen ervan uit dat Bashar de opdracht had gegeven. Onder druk van mogelijke internationale sancties en massale demonstraties in Libanon, haalde Bashar bakzeil. Na dertig jaar bezetting trok hij zijn troepen terug uit Libanon – tot woede van de Syrische hardliners. Meer dan ooit had Bashar bondgenoten nodig: zijn Britse vrouw zou westerse regeringen gunstig kunnen stemmen. Hij beloofde Asma dat hij haar schoonfamilie het zwijgen zou opleggen en stemde ermee in haar tot ‘First Lady’ te promoveren.
Twee maanden na de moord op Hariri stond zij aan de zijde van haar man bij de begrafenis van paus Johannes Paulus II. Weinigen wilden zijn hand schudden, maar Asma, discreet aantrekkelijk in haar zwartkanten sluier, viel wél in de smaak. Op foto’s is te zien hoe zij zich met wereldleiders onderhoudt. Dit was een beslissend moment voor het paar. Tot dan was Asma, de indringer, naar het tweede plan verbannen. Nu ging ze een centrale rol spelen in de internationale rehabilitatie van Bashar. ‘Ze was zijn ambassadeur in alle landen waar hij niet graag gezien werd,’ zegt Abdel Nour, de voormalige adviseur van Bashar.
In interviews met westerse media stelde ze Bashar in de schaduw. Zij zou het niet in haar hoofd halen joden ‘moordenaars van Christus’ te noemen, zoals hij had gedaan in een poging christenen aan zich te binden. Ook thuis retoucheerde Asma het imago van het stel. De Assads gingen voortaan prat op hun bescheidenheid. Ze meden het gigantische, met marmer beklede paleis dat de Saoedi’s voor de Assads hadden laten bouwen, en kozen voor een soberder onderkomen van drie verdiepingen. Asma haalde haar kinderen elke dag op van de plaatselijke Montessorischool. Toen Wafic Said bij hen thuis dineerde, was hij verbaasd over het gebrek aan pracht en praal. Het echtpaar diende het eten zelf op.
‘Ze wilde van Damascus een regionaal Dubai maken, een belastingparadijs’
Niettegenstaande deze soberheid gaf Asma met hulp van een nieuwe kapper haar uiterlijk en uitstraling een stevige oppepper. Haar naaldhakken en oorbellen kregen er een paar centimeter bij, haar nagels waren verzorgd en gelakt. Hoewel zij noch Bashar een trouwring droeg, sierden koninklijke agaten haar hals. Het grondpersoneel van Syrian Airlines in Londen herinnert zich de aanvoer van talloze kisten met kleding uit de beste Londense warenhuizen.
Syrische diplomaten noemden haar Imelda Marcos, naar de Filipijnse first lady met een schoenenverslaving. Het charmeoffensief wierp vruchten af. Slechts enkele maanden na de moord op Hariri opperde The New York Times dat het paar ‘de essentie van seculiere West-Arabische fusion’ belichaamde. ‘Ik was betoverd,’ zegt een Syrische diplomaat die nu in ballingschap is en destijds een Europese rondreis voor hen organiseerde. ‘Ze pakt je onmiddellijk in met haar lieftalligheid. En hij is anders dan andere dictators in het Midden-Oosten, ziet er modern en verfijnd uit. Dat maakt hem zo gevaarlijk.’
Asma’s volgende project was Syrië zelf. Na decennia van centrale planning en importbeperkingen wilde ze een frisse wind door het land laten waaien. Ze begoochelde haar man met financieel jargon en drong er bij de banksector op aan zich open te stellen voor particuliere en buitenlandse bedrijven. ‘Ze wilde van Damascus een regionaal Dubai maken, een belastingparadijs,’ vertelt een Syrische econoom.
Economische hervormingen strookten echter niet met de belangen van een aantal machtige Syriërs. Om de zakelijke cultuur te veranderen, moest Asma het opnemen tegen Rami Makhlouf, neef van Bashar en lid van de aristocratische clan van diens moeder. Volgens sommige schattingen hadden de bedrijven van Makhlouf meer dan de helft van de Syrische economie in handen. Asma tartte zijn suprematie in 2007 door haar eigen holdingmaatschappij op te richten, maar slaagde er niet in genoeg Syrische zakelijke zwaargewichten aan haar kant te krijgen. Haar plannen voor de Syrische economie moesten in de ijskast.
Asma vond al snel een nieuwe manier om haar invloed uit te breiden. Al vroeg in haar huwelijk had ze zich met liefdadigheid beziggehouden. Nu probeerde ze haar projecten in één organisatie, de Syria Trust for Development, samen te brengen. Ze wilde van deze trust de voornaamste trait d’union van Syrië met de rest van de wereld maken. Met dat doel ging ze koortsachtig werven onder Engelstalige Syriërs in het buitenland, voormalige functionarissen van de Verenigde Naties en strategen van het Amerikaanse managementadviesbureau Monitor Group. ‘De trust mocht met buitenlanders omgaan, terwijl andere organisaties daar geen toestemming voor hadden,’ zegt een diplomaat die in Damascus werkte.
Met zijn ruige landschap en archeologische rijkdommen behoorde Syrië een toeristische trekpleister te zijn, vond Asma. Ze wierf curatoren van het Louvre en het British Museum en liet die op het centrum van Damascus los. Een cementfabriek zou een galerie worden, naar het voorbeeld van het Londense Tate Modern. De oevers van een smoezelige rivier door de stad moesten in een cultureel park worden omgetoverd. Er zou een spoorlijn komen om Damascus te verbinden met de oude Assyrische steden in het onderontwikkelde noordoosten.
Prinsessengedrag
De meeste westerse diplomaten in Damascus steunden de trust van Asma van harte. Ze wist de Europese Unie, de VN, de Wereldbank en Qatar voor zich te winnen, en vergaarde miljoenen dollars voor de financiering van haar visie. Krantenartikelen bejubelden de ‘culturele renaissance’ van Damascus, zoals Asma die noemde. ‘Dit is hoe je extremisme bestrijdt: met kunst,’ zei Bashar.
Haar collega’s zagen ook een andere kant van haar. Op goede dagen was ze ‘enorm nieuwsgierig’ en ‘uitermate behulpzaam’, aldus een oud-medewerker. Maar een andere adviseur bewaart wat minder prettige herinneringen aan haar ‘prinsessengedrag’, haar geschreeuw, en hoe ze zich op anderen afreageerde. Hij nam na acht maanden ontslag: ‘Ze is een control freak, een eng mens.’
Asma werd geportretteerd als ‘een roos in de woestijn’, die vastbesloten was om van Syrië een ‘merk’ te maken
Maar ze was ook effectief. ‘Het was opvallend hoe vaak ze zei: Ik zou willen dat er dit of dat gebeurde, en het dan ook gebeurde,’ aldus iemand die zes jaar voor haar in Damascus werkte. Haar personeel hield zich aan het straffe schema waaraan ze bij J.P. Morgan gewend was geraakt: het kantoor ging om zes uur ’s ochtends open en het werk ging tot in de late uren door. Ambtenaren wisten dat ze Asma beter konden raadplegen dan de minister van Cultuur als het om belangrijke kwesties ging.
Asma huurde Britse en Amerikaanse pr-firma’s in om haar imago op te poetsen. Die vlogen parlementariërs van over de hele wereld in om haar goede werken te bewonderen. Allerlei beroemdheden kwamen naar Damascus, onder wie Angelina Jolie en Brad Pitt, Sting en Damon Albarn van Blur. De grootmoefti nodigde Syrische joden uit die decennia eerder voor vervolging waren gevlucht. Brown Lloyd James, een Amerikaans pr-bedrijf, regelde in maart 2011 een coverstory in Vogue, waarin Asma werd geportretteerd als ‘een roos in de woestijn’, die vastbesloten was om van Syrië een ‘merk’ te maken.
Onbenullen
De trust had beperkte bevoegdheden. ‘Wat met de moskee, religie en politiek te maken had lieten we ongemoeid,’ zegt een medewerker. Dergelijke grenzen waren wel moeilijk te bewaken. Opvoeders reisden door Syrië met een grote opblaasbare iglo die bedoeld was als ‘vertelruimte’, gebouwd met de hulp van een voormalig directeur van het Science Museum in Londen. Het was de bedoeling dat alleen onomstreden kwesties aan de orde zouden komen, zoals het recht van een kind op schone lucht. Er werden echter ook misstanden van het regime aangekaart.
‘Een jongen zei dat hij een verhaal had over mensenrechten en vertelde hoe hij werd gearresteerd, uitgekleed en op een fles moest gaan zitten,’ aldus een organisator. De buitenlandse consultants van de trust woonden in een vergulde bubbel in Damascus: ze bestelden sushi via roomservice, streken hoge salarissen op, en kletsten ondertussen over vermogensopbouw. ‘Veel dorpen hadden geen goede riolering of elektriciteit en dan verscheen zij daar met haar adviseurs en vertelde ze over ondernemerschap, het maatschappelijk middenveld, duurzame ontwikkeling en kaas maken,’ zegt Samir Aita, een adviseur van het ministerie van Financiën. ‘Asma dacht dat de Syria Trust alles voor elkaar kon krijgen, maar het waren gewoon onbenullen die arme boeren in het Engels toespraken.’
Binnen de trust zelf rees het vermoeden dat de organisatie slechts een voertuig was voor Asma’s zelfverheerlijking. Adviseurs moesten haar aanspreken met ‘excellentie’ en opstaan als ze een vertrek betrad. Onder hen die garen sponnen bij Asma’s opkomst was haar eigen vader, Fawaz Akhras. Kort nadat Asma met Bashar getrouwd was, richtte hij de British-Syrian Society op, een organisatie in Londen die politieke en financiële steun voor Syrië wierf. Hij coördineerde de activiteiten van de vereniging met de club van Asma en trok tal van rijke Syriërs aan. Akhras was openhartig over zijn nauwe banden met de macht: zijn favoriete aanhef van een toespraak was: ‘Als schoonvader van de president…’
‘Vergeleken met hem was de Syrische ambassadeur een loopjongen,’ zegt Yahya al-Aridi, die voor de Syrische regering de communicatie verzorgde in Londen. Asma’s rijzende ster kwam ook het internationale profiel van Syrië ten goede. Amerikaanse functionarissen bezochten Damascus weer, zeker na Obama’s presidentsverkiezing in 2008. Het gerucht deed de ronde dat er een uitnodiging voor Washington ophanden was. De Fransen waren haar nog gunstiger gezind. Paparazzi volgden de Assads op de voet toen ze Parijs bezochten. ‘Zij verspreidt licht in een land vol schaduwen,’ schreef Paris Match over Asma.
Op 10 december 2010 sprak ze de verzamelde Franse elite toe op de Internationale Diplomatieke Academie, een denktank in Parijs. Ze repte over de ‘verandering die gaande is in mijn land’. Een paar dagen later stak een Tunesische groenteverkoper zichzelf in brand en ontketende daarmee opstanden in Noord-Afrika en het Midden-Oosten die spoedig de Arabische Lente werden genoemd. *Snel zou blijken dat de Assads niet genoeg hadden aan soft power en naaldhakken om die lente te kunnen overleven.
De eerste twee maanden van 2011 heerste er opwinding in het Midden-Oosten. Na decennia van stagnatie en onderdrukking werd het overspoeld door demonstraties, van Tunesië tot Libië, Algerije tot Bahrein, Jordanië tot Jemen. Massaprotesten in Caïro brachten het bewind van Hosni Moebarak, dictator van Egypte gedurende bijna dertig jaar, ten val. Het tij van de revolutie leek niet te keren. Veel Syriërs lieten zich meeslepen door wat ze zagen, maar angst weerhield de meesten van hen de straat op te gaan. Toen, op een februariavond in het saaie plattelandsstadje Deraa ten zuiden van Damascus, spoot een groep schoolkinderen graffiti op een muur met de tekst: ‘Nu is het jouw beurt, dokter.’
Adviseurs moesten haar aanspreken met ‘excellentie’
De plaatselijke veiligheidschef was een neef van Bashar – een misdadiger, zelfs naar de maatstaven van de Syrische geheime diensten. Zijn mannen pakten de kinderen op en martelden ze. Grote groepen mensen verzamelden zich buiten de moskeeën van Deraa en eisten waardigheid en vrijheid. Troepen openden het vuur.
Aanvankelijk was het niet duidelijk – zelfs niet voor Asma, zo lijkt het – hoe Bashar zou reageren. Een generaal gaf hem de raad de plaatselijke veiligheidschef gevangen te zetten en excuses aan te bieden voor het bloedvergieten in Deraa. De grotere steden in Syrië waren nog steeds rustig, dus zouden publiek berouw en nieuwe hervormingsbeloften mogelijk volstaan om de situatie in de hand te houden.
In Washington hielp de ambassadeur van Syrië Bashar bij het opstellen van een toespraak waarin hij deze hervormingen aankondigde. Ook Asma leek een sussende boodschap aan het volk te verwachten. Toen de Arabische lente in een stroomversnelling kwam, zei ze dat het regime wist dat het moest veranderen. Volgens een voormalige medewerker probeerde ze met de oppositie te praten.
‘Toen ik met Bashar kennismaakte, sprak hij over hervormingen. Het was verschrikkelijk om te ontdekken dat het een schijnvertoning was’
Op 30 maart sprak Bashar het grotendeels ceremoniële parlement van Syrië toe. ‘Syrië moet een grote samenzwering het hoofd bieden,’ verklaarde hij tot veler verrassing. Hij bestempelde beelden van veiligheidstroepen die demonstranten neerschoten tot nep. Hij wees de oproepen tot hervorming af en zei dat ze een dekmantel vormden voor een niet nader gespecificeerd buitenlands complot.
‘Hier sprak het oude regime,’ zegt een van Asma’s bestuursleden, die Syrië direct na de toespraak verliet. ‘Er was geen enkel woord van verzoening, geen erkenning dat er veel dingen anders konden. Toen ik met Bashar kennismaakte, sprak hij over hervormingen. Het was verschrikkelijk om te ontdekken dat het een schijnvertoning was.’
Na de toespraak groeiden de demonstraties wekelijks in aantal en omvang. Zeker na het vrijdaggebed namen ze massale vormen aan. Zo begon een escalerende cyclus van begrafenissen, protesten en geweld. Binnen een maand stuurde het regime eerst boeventuig op de bevolking af, daarna kwamen de sluipschutters en ten slotte werd er zwaar geschut ingezet.
De invloed van Syrische generaals, hoofden van inlichtingendiensten en van de Baath-partij was de afgelopen tien jaar afgenomen. Dit was hun moment van vergelding. Anisa, de moeder van Bashar, drong ook aan op een ferme reactie. Wat zou je vader hebben gedaan, schamperde ze tegen Bashar. De opstand tegen diens bewind in 1982 had hij op uiterst brute wijze de kop ingedrukt. Een voormalige Franse ambassadeur in Damascus zegt dat Bashar rond deze tijd op de volgende uitspraak werd betrapt: ‘Mijn vader had gelijk. Duizenden doden in Hama hebben ons drie decennia stabiliteit opgeleverd.’
Ziektekiemen
Terwijl Syrië in chaos verviel, stortten Asma’s luchtkastelen in. Een gala ter gelegenheid van de herlancering van het nationaal museum werd afgelast. Haar culturele vernieuwingsprojecten kwamen niet van de grond. Na zeven jaar planning bleef het Museum of Discovery, naar het voorbeeld van het Science Museum in Londen, een betonnen omhulsel. De financiering droogde op en adviseurs verlieten het land. Ze verwijderden de Syria Trust uit hun bestanden. De meest prominente westerse bezoekers waren paria’s als Nick Griffin, toenmalig hoofd van de extreemrechtse British National Party. Wafic Said zegt dat hij Bashar destijds op het hart drukte een gematigde koers te volgen. ‘Ze houden van jou en je vrouw, je bent geen Moebarak,’ hield hij hem voor. ‘Mis deze kans niet om de grootste leider in de Arabische wereld te worden. Geef ze gewoon wat rechten, een beetje waardigheid en je zult voor de rest van je leven worden bemind.’ Maar Bashars koers lag vast. In een tweede toespraak, in juni, vergeleek hij demonstranten met ‘ziektekiemen’. Syrië stond aan de vooravond van een duister hoofdstuk in zijn geschiedenis.
In februari 2012, een jaar nadat de Arabische Lente was uitgebroken, richtte de Vierde Pantserdivisie van Syrië onder bevel van Maher, de jongere broer van Bashar, haar artillerie op Homs, in het westen van Syrië. Asma’s ouders waren opgegroeid in de stad; nu waren de protesten daar tot een gewapende opstand uitgegroeid. Soldaten liepen over naar de rebellen. In het hele land waren al zo’n zevenduizend burgers omgekomen.
Sinds het begin van de protesten was Asma nauwelijks in het openbaar verschenen, wat aanleiding gaf tot geruchten. Was ze een gevangene van de omstandigheden of steunde ze de acties van haar man? Misschien was ze wel naar het buitenland gevlucht. Mensen die in de begindagen van de crisis vertrouwelijk met haar spraken, zeggen dat ze strikt vasthield aan de officiële lijn: de opstand was een buitenlandse samenzwering.
In theorie had Asma naar Londen kunnen gaan. Er werd haar een veilige doortocht aangeboden. De Britse regering verklaarde herhaaldelijk dat ze haar als Brits staatsburger de toegang tot het land niet kon ontzeggen. Maar ook in Londen was de sfeer weinig uitnodigend. Demonstranten smeerden rode verf op de deur van haar ouderlijk huis in Acton. Queen’s College schrapte haar naam van de lijst eervolle alumni.
Om sancties te vermijden liet ze haar kapper inkopen doen
Er werd gefluisterd dat Asma de wijk had genomen. Een toenmalige functionaris van de Syrische ambassade in Londen herinnert zich dat veiligheidsfunctionarissen zich voorbereidden om eind 2011 een VIP te ontvangen. Anderen zeggen dat ze op weg naar de luchthaven van Damascus werd tegengehouden door handlangers van het regime. Maandenlang gaf Asma geen interviews. Vroegere vrienden vonden dat ze er in januari 2012, tijdens een zeldzaam openbaar bezoek aan een pro-regeringsbijeenkomst, uitgemergeld uitzag. Op zeker moment verhuisden zij en haar kinderen naar het zomerpaleis van de familie aan de kust, ver van beschietingen en traangas.
Nu ze het zonder openbare functie moest stellen, concentreerde Asma zich op een opknapbeurt van haar huis. In het eerste jaar van de opstand plaatste ze een advertentie voor een tuinman en gaf ze 250.000 Britse ponden uit aan meubels. Om sancties te omzeilen stuurde ze haar kapper naar Dubai om boodschappen te doen en gebruikte ze een schuilnaam voor haar bestellingen bij Harrods. Een contact van de Assad-familie in Londen handelde haar verzoeken voor kroonluchters af. Asma’s koopwoede kwam aan het licht aan de hand van duizenden e-mails van Assads intimi, die in 2012 door activisten van de Syrische oppositie naar The Guardian werden gelekt. Ook WikiLeaks deed een duit in het zakje. De berichten wekken de indruk dat Asma in dubio verkeerde.
In december 2011 had ze een e-mail-uitwisseling met de dochter van de toenmalige emir van Qatar, die een vriendin van haar was totdat de Qatari’s zich achter de Syrische rebellen schaarden. De prinses hield Asma voor dat het ‘niet te laat was om zich te bezinnen en die staat van ontkenning af te schudden’. Asma’s antwoord was opvallend dubbelzinnig: ‘Het leven is niet eerlijk, meisje – maar uiteindelijk is er een realiteit waar we geen van allen omheen kunnen.’ Ze leek te suggereren dat er krachten waren die haar dwongen te blijven.
De e-mails boden ook een inkijkje in het huwelijk van de Assads. Velen menen dat de verbintenis vooral gericht was op veiligstelling van de belangen beider families. Bashar stond bekend als schuinsmarcheerder. Dat bleek ook uit eveneens gelekte aanhankelijke mails van jonge vrouwelijke assistenten. Toch toonden Bashar en Asma genegenheid voor elkaar. Op 28 december 2011, toen tanks de geboorteplaats van haar familie – Homs – beschoten, schreef Asma haar echtgenoot: ‘Als we samen sterk zijn, komen we dit ook samen te boven … ik hou van je.’ Het is onduidelijk of wat ze ‘te boven moesten komen’, betrekking had op Syrië of op hun huwelijk.
Een paar dagen later, toen ze haar batta (‘eend’ in het Arabisch, en haar koosnaam voor haar man) mailde, reageerde hij met een hartje. In februari 2012 leek Bashar zich op verdekte wijze te verontschuldigen voor zijn gescharrel door haar een country-and-western liedje te sturen met de tekst: ‘I’ve made a mess of me / The person that I’ve been lately / Ain’t who I wanna be.’ Niet veel later gaf Asma haar eerste officiële verklaring af sinds het begin van de opstand: ‘De president is de president van heel Syrië, niet de leider van een Syrische factie, en de First Lady steunt hem in deze rol.’
Als men dissidenten mag geloven maakte Asma’s verzoening met haar echtgenoot deel uit van haar pogingen terug te keren in het openbare leven. Voortaan zou ze een volwaardige partner van het staatshoofd zijn. In de zomer van 2012 vluchtte de zus van Bashar, Bushra, naar Dubai nadat haar man was omgekomen bij een bomaanslag. De rebellen eisten de verantwoordelijkheid op, maar ze leken helemaal niet in staat tot een dergelijke actie. Bushra en haar echtgenoot behoorden tot de grootste vertolkers van anti-Asma-sentiment in intieme kring. Velen gingen ervan uit dat de moord een inside job was.
Zenuwgas
Het jaar daarop verbeterden de vooruitzichten van Bashar. Hij bracht de opmars van de rebellen tot staan en joeg ze uit hun bolwerk in Homs. Antiregeringstroepen controleerden nog steeds enkele buitenwijken van Damascus en bestookten het stadscentrum met granaten, maar waren niet in staat de Assads omver te werpen.
Naarmate de oorlog voortduurde, werd Bashar meedogenlozer. Een westerse diplomaat herinnert zich de langzame escalatie van geweld – het gebruik van artillerie tegen burgers, de luchtaanvallen en tenslotte vaatbommen. ‘Ze deden iets één keer, en dan was er verontwaardiging, maar niet zo veel dat er internationale interventie dreigde,’ zei de diplomaat. ‘Dus breidden ze het uit, en werd dat het nieuwe normaal.’
De internationale veroordeling van de misdaden van Bashar zwol aan, maar de langzame wurging van Syrië in plaats van een grootscheeps offensief zorgde ervoor dat er geen interventie kwam. Op 21 augustus 2013 verschenen er nieuwe beelden van mensen in de door rebellen bezette buitenwijken van Damascus met schuimende bellen bij hun neus en mond en schokkende ledematen. Honderden stierven aan vergiftiging door sarin, een zenuwgas, zo bleek uit een VN-onderzoek. Het was de ergste aanval met chemische wapens sinds de gifgasaanval van Saddam Hoessein in 1988 op het Koerdische stadje Halabja, die aan zo’n vijfduizend mensen het leven kostte. De volgende dag, terwijl de wereld nog bezig was de beelden te verwerken, werd op Facebook een uitgebreide fotoreportage gepubliceerd van officiële activiteiten van de First Lady. Op een foto was zij te zien met haar man, zetelend in een zee van bloemen op een balkon. Het onderschrift luidde: ‘Liefde is een land dat wordt geleid door een leeuw die korte metten maak met samenzweringen, en een First Lady die haar vaderland is toegewijd.’
Nieuwe Asma
De vernietiging van Syrië in de daaropvolgende jaren valt moeilijk te becijferen. In 2014 benutte de soennitische terreurbeweging Islamitische Staat de chaos om een zogenaamd kalifaat in Syrië en Irak te stichten. Die vormde een ernstige bedreiging voor de troepen van Bashar, maar verzwakte ook de steun voor zijn oppositie en legitimeerde Iraanse en Russische steun. Hoewel Bashar Aleppo als laatste van de grote steden in 2016 heroverde, bleef hij met bommen gooien: bijna de helft van de Syrische steden kwam in puin te liggen. De VN stopten in 2016 met het tellen van doden: dat waren er al bijna een half miljoen. Ruim 10 miljoen Syriërs werden vluchteling.
De nieuwe realiteit van Syrië vereiste een nieuwe Asma. De hakjes, de manicures, de powerjackets en de sieraden verdwenen. Ervoor in de plaats kwamen platte schoenen, T-shirts en broeken, die haar dunne armen en breekbare gestalte aan het licht brachten.
In 2018 werd er bij Asma borstkanker vastgesteld. De ziekte weerhield haar er niet van om zorgvuldig toe te zien op haar publieke imago en ervoor te zorgen dat iedereen wist dat ze in Syrië was gebleven voor haar behandeling. Van haar strijd brachten de presidentiële sociale mediakanalen en staatsmedia gedetailleerd verslag uit. Ze werd zelfs gefilmd terwijl ze de operatiekamer in werd gereden. Toen haar haar uitviel werd ze gefotografeerd met chique hoofddoeken die zowel van kwetsbaarheid als kracht getuigden, een onweerstaanbare metafoor voor de strijd van haar man tegen de opstand. ‘Gefeliciteerd met uw overwinning op kanker,’ stak een tv-interviewer van wal. ‘Dank u,’ antwoordde Asma. ‘Ik hoop dat we binnenkort ook de overwinning van Syrië kunnen vieren.’ Nog voor haar volledige herstel toonden regeringsgezinde media hoe Asma deelde in het verdriet van Syrië.
Vergezeld van cameraploegen klopte ze op deuren in verarmde bergdorpen, omhelsde de verraste moeders van martelaren en stopte hen wat toe. Ze werkte zo hard aan haar Arabisch dat zelfs Syriërs geen Engels accent meer ontwaarden. Westerse media stond ze niet meer te woord, ze accepteerde alleen nog verzoeken van Russische en lokale zenders.
Het inkomen van haar liefdadigheidsinstelling, de Syria Trust, droogde op nadat de EU in 2012 sancties had opgelegd. Nu stroomde er internationale humanitaire hulp binnen om Syriërs te ondersteunen die door de oorlog alles kwijt waren geraakt. Veel van dat geld kwam al snel bij Asma terecht. Voor VN-agentschappen die hulp wilden bieden aan door het regime gecontroleerde gebieden, was de trust een onschatbare gesprekspartner: het Engelssprekende personeel was vertrouwd met internationale regel-geving. Asma kon deuren en checkpoints openen. In 2017 werd er meer VN-geld via de trust gesluisd dan via veruit de meeste andere Syrische organisaties. Zelfs VN-veteranen waren geschokt door de mate waarin hun organisatie zich inliet met Syrische overheidsinstanties.
Van 2016 tot en met 2019 ontving de Syria Trust elk jaar steeds méér geld van VN-agentschappen (de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR alleen al schonk 6,5 miljoen dollar in de eerste vijf maanden van 2018). De trust telde tegen 2020 bijna vijftienhonderd medewerkers, een vertienvoudiging in tien jaar tijd, en vijfduizend vrijwilligers. Als hoofd van de Syria Trust verwierf Asma meer dan alleen rijkdom. Ze schiep een uitgebreid patronagenetwerk, waartoe ook Syrische krijgsheren behoorden. Naar verluidt betuigden mensen hun dankbaarheid voor haar bescherming en welwillendheid door geldkoffers af te leveren bij organisaties waarmee ze banden had. Asma profiteerde ook nog op directere wijze van de oorlogseconomie. Een bedrijf waaraan ze gelieerd was sleepte een overheidscontract voor het beheer van smartcardbetalingen binnen. Ze lanceerde ook een distributiebedrijf van mobiele telefoons, Emmatel geheten (als kind werd ze Emma genoemd). Het kwam op naam te staan van Khodr Ali Taher, ‘Asma’s façade voor alles’, volgens een zakenman.
Syriatel
Asma is volgens een Europese Assad-lobbyist Bashars ‘belangrijkste economische adviseur’ geworden. In 2019 zetten de Russen hem onder druk om leningen terug te betalen, en verscherpte Amerika de sancties. De Syrische regering had dringend geld nodig en de Assads zochten een doelwit. In de loop van tientallen jaren had Rami Makhlouf, de neef van Bashar, zijn connecties met de heersende familie gebruikt om een zakelijk imperium op te bouwen, met importmonopolies en smokkelroutes. Een van zijn troeven was Syriatel, de belangrijkste gsm-aanbieder. Op papier was Makhlouf een succesvol zakenman, in de praktijk trad hij op als overheidspotentaat. Beweerd werd dat hij met één telefoontje een minister kon ontslaan.
Sinds Anisa – Bashars moeder – dood was, had Makhlouf zijn beschermer verloren. De Syria Trust nam de liefdadigheidsinstelling over die hij had gebruikt om gunsten te winnen in gebieden waar veel Alawieten wonen. De regering stelde Syriatel onder curatele. De bankrekeningen van Makhlouf werden bevroren en relaties van Asma werden aangesteld in de raden van bestuur van zijn ondernemingen. De fusies en overnames van Asma gaan in hoog tempo door. Het op een na grootste gsm-bedrijf van Syrië is ook onder curatele gesteld; vorige maand werden Asma’s trawanten in het bestuur benoemd. Emmatel heeft nu vestigingen in het hele land, zelfs in gebieden die haar man niet controleert.
Vlak na de gifgasaanval zitten ze samen in een bloemenzee op een balkon
Hoe het ook zij: Asma kan niet meer worden verweten dat ze niet begrijpt hoe Syrië werkt. In het naoorlogse Syrië heeft Asma de touwtjes in handen*. In Homs zijn portretten van haar te zien die hele woonblokken beslaan. Ministers hebben ervoor gekozen haar beeltenis naast die van Bashar in hun kantoren te tonen. Zo ver had nog geen enkele Syrische First Lady het geschopt. Nu Makhlouf op een zijspoor is gezet en de zus en moeder van Bashar er niet meer zijn, heeft Asma nog maar weinig rivalen van enige statuur in intieme kring. Veel van haar naaste adviseurs vervullen topfuncties in het kantoor van de president.
Zowel in Damascus als in buitenlandse hoofdsteden speculeren Syriërs er openlijk over of ze het hoogste ambt nastreeft. Als de positie van Bashar onhoudbaar wordt, zou een presidentschap van Asma dan een zoethoudertje kunnen zijn voor de soennitische meerderheid? ‘Bashar en Asma denken er allebei over na,’ zegt een voormalige Syrische diplomaat. ‘Ze zou dolgraag president willen worden en beiden beschouwen het als een revolutionaire oplossing om het regime te redden.’
Ooit zou Groot-Brittannië Asma’s ambities wellicht hebben gesteund, en haar dankbaar hebben toegevoegd aan de reeks leiders uit het Midden-Oosten met Britse banden. Hoewel de Britse regering de Assads luidkeels heeft aangeklaagd, is het staatsburgerschap van Asma nooit ingetrokken – in tegenstelling tot dat van Shamima Begum, die in 2015 als tiener vanuit Oost-Londen naar Syrië reisde om zich bij Islamitische Staat aan te sluiten. Alawitische hardliners zien waarschijnlijk niets in Asma’s presidentschap. Ze is sterker, maar ook kwetsbaarder dan ooit. Alleen al praten over presidentiële ambities kan gevaarlijk voor haar zijn. De jacht op de hoogste prijs zou het meisje uit West-Londen wel eens de kop kunnen kosten. ‘Ik maak me zorgen om haar,’ zegt vriend van de familie Wafic Said. Maar Asma weet al heel lang dat er geen weg terug meer is.
Boris Johnsons voormalige rechterhand hekelt zijn aanpak van de coronacrisis
De aanval is ‘vernietigend’, schrijft Financial Times: Dominic Cummings, de vroegere rechterhand van Boris Johnson, deed op woensdag 26 mei een boekje open over het chaotische beheer van de coronaepidemie in het Verenigd Koninkrijk en beschuldigde de premier ervan ‘ongeschikt’ te zijn om het land te leiden.
Tijdens een bijna zeven uur durende hoorzitting voor een parlementaire commissie, vertelde de voormalig adviseur over de ‘chaos, besluiteloosheid en bedrog’ die naar zijn zeggen ‘in het hart van de regering’ heersten toen de coronacrisis uitbrak. Hij zei dat de Britse aanpak van de pandemie duizenden onnodige sterfgevallen heeft veroorzaakt in het land, dat met bijna 128.000 aan covid-19 gerelateerde sterfgevallen het hoogste dodental van Europa heeft.
Johnson was ‘als een supermarktkarretje dat van de ene kant van het gangpad naar de andere wordt geslingerd’
‘Op een moment dat de mensen ons het meest nodig hadden, faalde de regering. Tienduizenden mensen stierven terwijl ze niet hoefden te sterven’, verklaarde Cummings.
Dominic Cummings, de strateeg achter de brexitcampagne in 2016 en de verpletterende verkiezingsoverwinning van Boris Johnson in 2019, ‘gaf een vernietigend verslag van het optreden van de regering’, schrijft The Guardian. De minister-president zou de ernst van de ziekte herhaaldelijk hebben gebagatelliseerd en het een ‘scare story’ (‘paniekverhaal’) hebben genoemd.
Groepsimmuniteit
In maart 2020 streefden de ministers eerst een plan A na, ‘waarbij “groepsimmuniteit” een bijproduct was van een strategie om de verspreiding van het virus te beheersen, in plaats van deze in de kiem te smoren’, schrijft Financial Times. Greg Clark, voorzitter van het wetenschappelijk comité, zei toen dat er geen ‘ingewikkelde modellen’ nodig waren om te begrijpen dat Plan A tot 400.000 doden zou kunnen leiden. Plan B, een landelijke lockdown, werd uiteindelijk op 23 maart ingevoerd – ‘te laat’, aldus de zakenkrant.
Cummings beschreef tegenover de parlementsleden een door de media geobsedeerde Boris Johnson die voortdurend van aanpak veranderde. ‘Als een supermarktkarretje dat van de ene kant van het gangpad naar de andere wordt geslingerd.’
Hij beweerde zelfs dat ambtenaren Boris Johnson opzettelijk buiten de ‘Cobra’-vergaderingen, het spoedoverleg van de regering, hielden uit vrees dat hij de aanpak van de crisis zou belemmeren.
‘Veel ambtenaren in Downing Street 10 waren van mening dat het niet zou bijdragen aan een serieuze aanpak als de minister-president tijdens Cobra-vergaderingen zou zeggen: “Maakt u zich geen zorgen, ik laat Chris Whitty [medisch hoofdadviseur van de regering] mij live op televisie inenten met het coronavirus, zodat iedereen begrijpt dat er niets is om u zorgen over te maken”.’
De voormalig adviseur, die in november 2020 uit Downing Street werd ‘verdreven’ nadat hij de regels tijdens de tweede lockdown had geschonden door naar County Durham te reizen, zei eerder al dat hij Boris Johnson had horen zeggen dat hij liever zag dat ‘de lichamen zich opstapelden’ dan dat hij de tweede reeks beperkingen zou opleggen – iets wat de premier afgelopen woensdag in het Lagerhuis ontkende.
Cummings beweerde ook dat minister van Volksgezondheid Matt Hancock bij ‘talrijke’ gelegenheden had gelogen.
Gevraagd naar de kwestie tijdens het wekelijkse vragenuurtje in het Parlement, ontkende Boris Johnson de kritiek. ‘We hebben hard gewerkt om het aantal slachtoffers te verminderen’, zei hij. Volgend voorjaar gaat een openbaar onderzoek van start dat, volgens de premier, lessen zal trekken uit de aanpak van de crisis.
De Britten zijn nu meer bezig met de succesvolle vaccinatiecampagne
Hoewel Cummings door velen wordt gezien ‘als verbitterd na de behandeling die hij van zijn voormalige baas heeft gekregen’, vormen zijn opmerkingen een van de eerste openbare verslagen van een sleutelfiguur uit Downing Street 10 over wat daar tijdens het hoogtepunt van de pandemie is gebeurd, schrijft The Guardian.
Kunnen deze onthullingen de regering van Boris Johnson schaden? Cummings blijft een ‘impopulaire figuur’ in het land, aldus Financial Times. En Johnsons adviseurs, geciteerd door de krant, zeggen dat de Britten nu vooral bezig zijn met de succesvolle vaccinatiecampagne.
The Telegraph schrijft ‘bedroefd’ te zijn over Cummings’ ‘aanval’ op de minister-president. ‘Het was een tragisch moment, de definitieve ontmanteling van een historisch partnerschap waarmee het referendum [over brexit] werd gewonnen, we tegen de wil van het establishment uit de EU traden, werden gered van [ex-Labour leider] Jeremy Corbyn en de Britse politiek voor een generatie lang opnieuw werd vormgegeven.
Komt voormalig president Jacob Zuma eindelijk voor de rechter wegens corruptie?
Na een aanloop van twintig jaar wordt op woensdag 26 mei het proces geopend tegen voormalig president Jacob Zuma. Zoals gewoonlijk zal niets gaan zoals gepland.
Het openbaar ministerie herhaalt het al maanden: het is ‘er klaar voor’, schrijft de Zuid-Afrikaanse krant Times, de vervolging te starten van voormalig president Jacob Zuma. Na een tiental uitstelrondes zal het proces tegen de voormalig president, die ook van fraude wordt beschuldigd, op woensdag 26 mei worden geopend. Maar op 79-jarige leeftijd is Jacob Zuma begonnen aan wat lijkt op een ‘laatste wanhoopspoging’, aldus City Press. Na verscheidene vruchteloze beroepen eist de voormalig president dat de aanklager van de zaak wordt gehaald.
‘Als ik eenmaal heb besloten niet mee te werken, zal niemand mij op andere gedachten brengen’
Tijdens de laatste hoorzitting op 17 mei benadrukte de verdediging dat Zuma er ook ‘klaar voor’ was om voor het gerecht te verschijnen en dat zijn beroep niet mocht worden gezien als de zoveelste poging om het proces te vertragen, aldus de Zuid-Afrikaanse website News24. Bij het verlaten van de rechtbank beloofde het voormalige staatshoofd zijn aanhangers echter dat hij de hoorzittingen zou boycotten als zijn verzoek zou worden afgewezen.
‘Als ik eenmaal heb besloten niet mee te werken, zal niemand mij op andere gedachten brengen’, voegde Jacob Zuma eraan toe, die nu al weigert voor een onderzoekscommissie naar corruptie te verschijnen ondanks een bevel van het Constitutionele Hof. In zijn laatste verzoekschrift, waarvan de details werden onthuld door City Press en News24, beschuldigt hij aanklager Billy Downer ervan medeplichtig te zijn aan een politieke samenzwering waarbij ‘buitenlandse inlichtingendiensten’ zouden zijn betrokken.
Wapendeal
Centraal in de zaak staat een groot bewapeningsprogramma dat de jonge Zuid-Afrikaanse democratie eind jaren negentig lanceerde. Onder de tientallen overheidscontracten die deel uitmaakten van het pakket dat bekendstaat als de ‘Arms Deal’, kreeg de Franse wapenfabrikant Thales in 1999 via een plaatselijk bedrijf een contract ter waarde van 1,3 miljard rand (bijna 200 miljoen) voor de uitrusting van korvetten (kleine oorlogsschepen).
Naast Thales is een zakenman betrokken die naar verluidt dicht bij Jacob Zuma staat. Shabir Shaik deed zich voor als de financieel adviseur van de man die weldra de vicepresident van Zuid-Afrika zou worden. De aanklager beschuldigt Zuma ervan direct of indirect meer dan 4 miljoen rand van Shabir Shaik te hebben ontvangen in ruil voor diens politieke steun. Volgens de aanklager was het ook via deze deal dat Thales het contract voor de uitrusting van de korvetten zou hebben gekregen. De Zuid-Afrikaanse dochteronderneming van de Franse wapengigant wordt beschuldigd van corruptie, fraude en witwassen.
Al eind jaren negentig werd Thales ervan beschuldigd een overeenkomst te hebben gesloten om Zuma 500.000 rand per jaar te betalen in ruil voor zijn bescherming tegen mogelijke gerechtelijke procedures en zijn steun voor bedrijfsuitbreidingen in Zuid-Afrika.
Shabir Shaik werd in 2005 veroordeeld voor omkoping van Zuma. In het verzoekschrift dat hij op het punt staat aan de rechtbank voor te leggen, geciteerd door City Press, legt de voormalige president uit dat ondanks de 783 betalingen die de zakenman aan hem heeft gedaan, hij nog steeds gelooft dat Shabir Shaik ‘niets meer [van hem] verwachtte dan de mogelijkheid om vrij zaken te doen’.
Nieuwe antitrustrechtszaak tegen Amazon in de VS
Amazon wordt door de Amerikaanse justitie aangeklaagd wegens misbruik van zijn markmacht. De onlineretailgigant wordt door een aanklager van de stad Washington beschuldigd van het kunstmatig opdrijven van online prijzen. Dit is ‘de eerste antitrustzaak van de overheid tegen Amazon in de Verenigde Staten’, aldus The New York Times, die de aanklacht ziet als een teken van ‘de prille maar groeiende belangstelling voor beschuldigingen dat Amazons agressieve praktijken kleine bedrijven hebben uitgeknepen, innovatie de nek om hebben gedraaid en het bedrijf een monopolie hebben gegeven over de handel in het digitale tijdperk’.
De advocaat van het District of Columbia (het federale district van de stad Washington), Karl Racine, die van mening is dat het commerciële beleid van het concern ‘de consument schade berokkent’, beschuldigde het bedrijf van Jeff Bezos op dinsdag 25 mei van het verhinderen van ‘verkopers op zijn online winkelplatform om elders betere aanbiedingen te doen, wat resulteert in hogere prijzen voor de consument’, meldt The Wall Street Journal.
‘Precies het tegenovergestelde is het geval’, protesteerde een woordvoerster van Amazon. ‘Verkopers bepalen hun eigen prijzen voor de producten die ze in onze winkel aanbieden.’
De techreuzen ‘staan onder verscherpt toezicht’
De reikwijdte van de rechtszaak zou echter beperkt kunnen zijn, volgens BBC. De aanklacht is alleen gebaseerd op ‘regelgeving in het District of Columbia’, en als Amazon wordt veroordeeld, zou dat alleen in de federale hoofdstad zijn. Voorlopig, bevestigt The New York Times, heeft Karl Racine ‘geen aansluiting gezocht bij andere staten’, in tegenstelling tot de ‘tientallen aanklagers’ die eind 2020 een gezamenlijke klacht indienden tegen Facebook en Google.
Naast Amazon worden ook ‘andere grote technologieconcerns steeds meer bekritiseerd’, schrijft Die Zeit. De techreuzen ‘staan onder verscherpt toezicht’, des te meer sinds de pandemie hun posities heeft geconsolideerd, zo bevestigt BBC.
De juridische problemen blijven zich opstapelen voor Amazon, dat zijn winst in het eerste kwartaal verdrievoudigde ten opzichte van dezelfde periode in 2020 tot 8,1 miljard dollar. ‘De e-commercegigant wordt [sinds november] al door de Europese Commissie beschuldigd van misbruik van zijn machtspositie’, schrijft BBC. Brussel is van mening dat het bedrijf ‘gegevens over externe verkopers op zijn platform heeft gebruikt om de verkoop van eigen producten te stimuleren’.
Ook in Duitsland houdt de mededingingsautoriteit Amazon in de gaten, aldus Die Zeit. ‘Een week geleden is het Bundeskartellamt een procedure tegen het bedrijf gestart.’ Amazon loopt het risico om als ‘preventieve maatregel’ een verbod te kunnen krijgen op bepaalde concurrentiebeperkende activiteiten.
Taiwan is overgestapt naar het op een na hoogste niveau van het waarschuwingssysteem voor corona, nu er besmettingen zijn gemeld in meer dan de helft van de provincies. De uitbraak blijft weliswaar geconcentreerd in de steden Taipei en New Taipei, die in het weekend al naar niveau 3 gingen, maar er zijn ook gevallen gemeld in acht andere steden of provincies, bericht The Guardian.
De vaccinatiegraad in Taiwan is laag en de regering loopt achter met het aanschaffen van vaccins
Gezondheidsdeskundigen, zoals professor Chunhuei Chi van de Oregon State University, noemen Taiwan ‘een slachtoffer van zijn eigen succes’, waardoor het eiland slecht is voorbereid op nieuwe uitbraken. Nadat het virus begin 2020 leek te zijn geëlimineerd, werd geen prioriteit gegeven aan vaccinaties. De vaccinatiegraad in Taiwan is laag en de regering loopt achter met het aanschaffen van vaccins. ‘Taiwan is een van de weinige landen die nog nooit een tweede, derde of vierde golf hebben meegemaakt’, aldus Chi. ‘Het hervatte in feite het normale leven, en de meeste mensen, inclusief mensen bij de overheid, lopen achter met hun kennis.’
Fox News eist seponering rechtszaak
Fox News Media wil seponering van de rechtszaak die Dominion Voting Systems heeft aangespannen, meldt Business Insider. De zaak zou ‘de vrijheid van meningsuiting van nieuwsorganisaties’ bedreigen. Dominion eist 1,6 miljard dollar van Fox voor verspreiding van valse beweringen dat hun stemmachines waren gemanipuleerd voor de presidentsverkiezingen in 2020, waardoor stemmen voor Donald Trump naar Joe Biden zouden zijn gegaan.
Duitsland pakt steun voor Hezbollah aan
Duitsland heeft drie verenigingen verboden die ervan worden beschuldigd geld in te zamelen voor de door Iran gesteunde militante groepering Hezbollah, aldus het ministerie van Binnenlandse Zaken deze week. De politie deed invallen bij Deutsche Libanesische Familie, Menschen für Menschen en Gib Frieden, die zijn gevestigd op verschillende plekken in zeven Duitse deelstaten. Ze worden ervan beschuldigd donaties in te zamelen voor nabestaanden van ‘martelaren’ van Hezbollah in Libanon onder het voorwendsel religieuze en humanitaire doelen in Duitsland te steunen, schrijftEuractiv. Ook worden ze verdacht van activiteiten om aanvallen op Israël te bevorderen.
‘Degenen die terreur steunen, zullen niet veilig zijn in Duitsland’
‘Degenen die terreur steunen, zullen niet veilig zijn in Duitsland. Het maakt niet uit in welke gedaante ze verschijnen, ze zullen in ons land geen toevluchtsoord vinden’, aldus een woordvoerder van het ministerie.
Duitsland merkte Hezbollah vorig jaar aan als terroristische organisatie en stelde een verbod in. De militaire vleugel van Hezbollah staat op de EU-lijst van terroristische organisaties.
Geen genderquota voor Japanse politici
Pogingen in Japan om genderquota in te stellen en daarmee het aandeel van vrouwen in de politiek te vergroten, zijn op niets uitgelopen. Een partijoverschrijdende groep politici die in een wetsvoorstel een clausule wilde opnemen om numerieke doelen te stellen voor vrouwelijke politieke kandidaten, heeft het opgegeven. Vooral de regerende Liberale Democratische Partij lag dwars met het argument dat het lastig zou zijn om zittende mannelijke politici in het land te vervangen door vrouwelijke kandidaten, aldus Japan Times. Ook Nippon Ishin no Kai (Innovatie Partij Japan) zei er moeite mee te hebben om quota verplicht te stellen.
Nu bevat het afgezwakte wetsvoorstel een clausule ter voorkoming van seksuele intimidatie van parlementariërs, lokale politici en politieke kandidaten. Daarnaast roept het wetsvoorstel de staat en lokale overheden op om maatregelen te treffen die politici zullen helpen om hun werk meer in evenwicht te brengen met bezigheden in hun privéleven, zoals bijvoorbeeld ouderschap of mantelzorg.
Poolse boerderij aangeklaagd wegens dwangarbeid
Het Openbaar Ministerie van Polen heeft een aanklacht ingediend tegen de eigenaren van een pluimveebedrijf. Uit hun boerderij ontsnapte vorig jaar een Russische man die beweert dat hij er 23 jaar lang als slaaf heeft moeten werken. De man vertelde dat hij onder erbarmelijke omstandigheden leefde, verbaal en fysiek werd mishandeld en geen loon voor zijn werk kreeg. Hij slaagde erin om met de hulp van een collega de boerderij te ontvluchten, bericht Notes from Poland.
Volgens de openbaar aanklager van het district Legnica in het zuidwesten van Polen, hebben de eigenaren van de boerderij meer dan 23 jaar lang onwettige bedreigingen gebruikt om de man te exploiteren. Door hem tot dwangarbeid te forceren en niet te betalen, is zijn menselijke waardigheid aangetast.
De aangeklaagden, die alles ontkennen, kunnen minimaal drie jaar gevangenisstraf krijgen als ze schuldig worden bevonden. In een civiele procedure eisen de advocaten van de Rus schadevergoeding voor 23 jaar onbetaald werk.
Berlusconi is ‘ernstig ziek’
Aanklagers in Milaan hebben woensdag gevraagd om de zaak tegen Silvio Berlusconi in het zogenaamde Ruby Ter-proces te scheiden van de andere beklaagden omdat de ex-premier ‘ernstig ziek’ is. De 84-jarige mediamiljardair is de afgelopen maanden veelvuldig in het ziekenhuis geweest nadat hij vorig jaar besmet raakte met corona, schrijft ANSA.
Wij denken dat Berlusconi ernstig ziek is’
Berlusconi wordt ervan beschuldigd getuigen te hebben omgekocht om te liegen over de vermeende ‘bunga bunga’-seksfeesten bij hem thuis. Hij is een van de 29 beklaagden. ‘Wij denken dat Berlusconi ernstig ziek is’, aldus aanklager Tiziana Siciliano. ‘Medische attesten tonen dit aan.’ Berlusconi’s verdedigingsteam steunt het verzoek.
Indonesiër beledigt Palestijnen
Een Indonesische conciërge kan maximaal zes jaar gevangenisstraf krijgen omdat hij een video op TikTok zou hebben geplaatst waarin hij oproept tot het ‘slachten’ van Palestijnse ‘varkens’. Indonesië, ’s werelds grootste moslimnatie, is een fervent voorstander van Palestina en de clip heeft tot woede bij de autoriteiten geleid, schrijft AsiaOne.
De 23-jarige verdachte wordt beschuldigd van het overtreden van een informatie- en transactiewet uit 2008, die onlineactiviteiten reguleert. Deze wet wordt al langer bekritiseerd door rechtenactivisten die zeggen dat de brede interpretatie ervan het mogelijk maakt om tegenstanders van de regering aan te vallen en de vrijheid van meningsuiting te beperken.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.