Onderwerpen: Politiek

  • Hulp aan mensensmokkelaars. Noodzaak of strafbaar feit?

    Hulp aan mensensmokkelaars. Noodzaak of strafbaar feit?

    Een Italiaanse antimaffia-instantie coördineert de Italiaanse en Europese aanpak van smokkelaars die mensen vanuit Libië naar Europa proberen te krijgen. De aanpak lijkt succesvol en bedient de wensen van de publieke opinie, maar uit onderzoek van The Intercept blijkt dat het voornamelijk migranten zijn die worden opgepakt en veroordeeld. Smokkelbendes blijven grotendeels buiten schot.

    ‘Afana Dieudonne noemt zichzelf geen held, want hij heeft dingen gedaan waar hij niet trots op is. Zoals iedereen in zijn situatie zou doen om te overleven, zegt hij. Dieudonne reisde van Kameroen naar Tunesië per vliegtuig, vandaar met de auto en te voet door de woestijn naar Libië, en belandde vervolgens in een rubberboot op de Middellandse Zee.’ Zo beginnen Zach Campbell en Lorenzo D’Agostino hun verhaal voor The Intercept. Het verhaal van Afana Dieudonne kenmerkt de huidige aanpak van het migrantendrama.

    Mensensmokkelaars in Libië die het onderduikadres beheerden waar Dieudonne verbleef, vroegen om zijn hulp. Hij sprak een beetje Engels en wilde geen problemen, dus hij hielp hen, beducht omdat ze vaak stoned waren en altijd gewapend. Soms vroegen ze hem voedsel en water onder de andere migranten te verdelen. Andere keren verklikte hij degenen die hun bevelen niet opvolgden. Soms dwongen de mensenhandelaars hem tot geweld tegen zijn lotgenoten. Zij of ik, redeneerde hij.

    Op 30 september 2014 duwden de smokkelaars Dieudonne en 91 anderen in een rubberboot de zee op. In de pikdonkere nacht zagen ze de lichten van de Libische kust uit het zicht verdwijnen. Na een dag op zee begon de overvolle rubberboot water te maken. De opvarenden werden gered door een schip van een hulporganisatie en overgebracht naar een schip van de Italiaanse kustwacht. Dieudonne werd eruit gepikt voor ondervraging.

    Ze krijgen betaald om een reis te organiseren die zo gevaarlijk is dat hij al tienduizenden levens heeft geëist

    De eerste vragen die hem werden gesteld waren kort en routineus: naam, leeftijd, nationaliteit. En toen veranderde de ondervraging van toon: de agenten wilden weten hoe de mensenhandel in Libië werkte, zodat ze de betrokkenen konden arresteren. Ze wilden weten wie de rubberboot had bestuurd en wie had genavigeerd.

    Hij vertelde alles en wees ook de ‘kapitein’ aan, tussen aanhalingstekens, want er was geen echte kapitein. De echte mensensmokkelaars blijven in Libië, aldus Dieudonne, en degenen die handelen als ‘de “kapiteins” doen dat niet uit vrije wil’.

    Het antimaffia-agentschap

    Om migratie in het centrale Middellandse Zeegebied aan te pakken waren de inspanningen van de Italiaanse regering en de Europese Unie jarenlang gefixeerd op de achterblijvers in Libië. Die worden afwisselend facilitators, smokkelaars, mensenhandelaars of militieleden genoemd. Ze voorzien in hun levensonderhoud door anderen te helpen op illegale wijze Europa binnen te komen. Ze krijgen betaald om een reis te organiseren die zo gevaarlijk is dat hij al tienduizenden levens heeft geëist.

    De Europese poging om deze smokkelnetwerken te ontmantelen wordt aangestuurd door een opmerkelijk instituut: de Direzione nazionale antimafia e antiterrorismo (DNAA): het Italiaanse antimaffia- en antiterreuragentschap. Deze kleine politie-afdeling uit Rome verwierf in de jaren negentig en begin 2000 aanzien door grote delen van de maffia in Sicilië en elders in Italië te ontmantelen.

    Uit niet eerder gepubliceerde interne documenten blijkt dat DNAA een belangrijke rol speelde bij het toezicht op de zuidelijke zeegrenzen van Europa, in nauwe samenwerking met het EU-grensagentschap Frontex en Europese militaire missies die voor de Libische kust opereren.

    Illegale migratie naar Europa kreeg dezelfde aanpak als de maffia

    Onder leiding van de ervaren maffiajager Franco Roberti ontwikkelde DNAA een strategie die uniek was, in ieder geval nieuw voor de instanties die de grenzen moeten bewaken. Illegale migratie naar Europa zou dezelfde aanpak als de maffia krijgen. Hierdoor kregen de Italiaanse en Europese politie, kustwacht en marine, die volgens het internationaal recht verplicht zijn om gestrande vluchtelingen op zee te redden, de mogelijkheid om op zijn minst een aantal arrestaties en veroordelingen te verrichten.

    Het idee was om laaggeplaatste handlangers te arresteren en hen met dwang en de belofte van strafvermindering ertoe te brengen hun opdrachtgevers prijs te geven. Zo zouden onderzoekers de mensen een stap hoger op de ladder kunnen identificeren, om uiteindelijk de smokkelbendes in Libië te ontmantelen. Bij elke boot die in Italië arriveerde, verrichtte de politie een handvol arrestaties. Iedereen die tijdens de overtocht een actieve rol had gespeeld, van het sturen tot het vasthouden van een kompas tot het uitdelen van water of het repareren van een lek, kon worden gearresteerd op grond van de nieuwe wettelijke richtlijnen die werden opgesteld door Roberti’s antimaffia-eenheid.

    Aanklachten varieerden van smokkel tot transnationale criminele samenzwering en zelfs moord, als opvarenden benedendeks waren gestikt of waren verdronken. Het aantal mensen dat sinds 2013 is gearresteerd wordt in de duizenden geschat.

    Voor de politie, aanklagers en betrokken politici waren deze arrestaties een belangrijk binnenlands politiek succes want de publieke opinie in Italië had zich tegen migratie gekeerd, en nu haalden politiefoto’s van vermeende smokkelaars regelmatig de voorpagina‘s.

    De meeste ‘succesvolle’ vervolgingen betroffen veelal migranten die voor hun overtocht hadden betaald

    The Intercept vroeg documenten op via de Italiaanse Wet openbaarheid van bestuur. Uit notulen van niet-openbare gesprekken tussen leidinggevenden blijkt dat de meeste ‘succesvolle’ vervolgingen alleen betrokkenen op laag niveau betroffen, veelal migranten die voor hun overtocht hadden betaald. Smokkelbazen zelf werden zelden veroordeeld. Uit de documenten blijkt dat veel rechtszaken zijn gebaseerd op overhaaste onderzoeken en ondervragingen waarbij sprake was van dwang.

    In de jaren die volgden ging DNAA tot het uiterste om de stroom van arrestaties voort te zetten. Volgens interne documenten coördineerde het bureau een reeks strafrechtelijke onderzoeken naar de civiele hulporganisaties die levens redden in de Middellandse Zee en ervan worden beschuldigd het werk van de politie te belemmeren. DNAA zag ook toe op pogingen om een nieuwe kustwacht in Libië op te richten en op te leiden, wetende dat sommige kustwachtofficieren samenwerken met de smokkelnetwerken die de Italiaanse en Europese diensten juist proberen te bestrijden.

    Sinds de oprichting heeft het antimaffia-agentschap ongekende onderzoeksinstrumenten gebruikt en fungeerde het als een brug tussen politici en de rechtbanken. De documenten onthullen tot in de kleinste details hoe het agentschap met Italiaanse en Europese functionarissen, gebruikmaakte van allerlei bevoegdheden om vermeende smokkelaars aan te pakken, terwijl ze wisten dat het in de meeste gevallen ging om wanhopige mensen die op de vlucht waren voor armoede en geweld en die beperkte middelen hadden om zichzelf in de rechtbank te verdedigen.

    Tragedie en kansen

    DNAA werd begin jaren negentig opgericht na een decennium van escalerend maffiageweld. Tegen die tijd waren honderden aanklagers, politici, journalisten en politieagenten neergeschoten, opgeblazen of ontvoerd, en nog veel meer werden afgeperst door georganiseerde misdaadfamilies die actief waren in Italië en ver daarbuiten.

    In Palermo, de Siciliaanse hoofdstad, was officier van justitie Giovanni Falcone een rijzende ster in de Italiaanse rechterlijke macht. Falcone had ongekend succes behaald met een aanpak van de georganiseerde misdaad die gebaseerd was op het volgen van geldstromen, het in beslag nemen van activa en het centraliseren van bewijsmateriaal dat door openbare aanklagers op het eiland was verzameld. Maar toen de maffia uitbreidde naar de rest van Europa, bleek Falcone‘s werk ontoereikend.

    In september 1990 reisde een maffiacommando vanuit Duitsland naar Sicilië om een 37-jarige rechter neer te schieten. Weken later, bij een politiecontrole in Napels, bleek dat de Siciliaanse chauffeur van de vrachtwagen vol wapens, explosieven en drugs, ingezetene van Duitsland was. Een maand na diens arrestatie reisde Falcone naar Duitsland om een infrastructuur voor informatie-uitwisseling met de autoriteiten op te zetten. Hij bracht een jongere collega uit Napels mee, Franco Roberti.

    Het was een huwelijk tussen politie, justitie, politieke belangen en zogenaamd apolitieke rechtbanken

    ‘We stonden tegenover een ondoordringbare muur’, aldus een bittere Roberti, die drie decennia later met The Intercept sprak in Napels. Inmiddels 73 jaar oud en met de hese stem van een levenslange roker, beschrijft Roberti het Italiaanse maffiaprobleem in directe bewoordingen. Hij betreurt het gebrek aan internationale samenwerking dat volgens hem tot op de dag van vandaag voortduurt. ‘Ze beweerden dat ze geen onderzoek hoefden te doen,’ aldus Roberti, ‘omdat het aan ons was om Italiaanse maffiosi in Duitsland te traceren.’

    Toen de aanklagers met lege handen terugreisden naar Italië, vertelde Falcone hem dat we ‘een gecentraliseerd nationaal orgaan nodig hadden dat rechtstreeks met buitenlandse gerechtelijke autoriteiten kon spreken en onderzoeken in Italië kon coördineren’.

    ‘Zo ontstond het idee van het antimaffia-agentschap’, aldus Roberti. De twee begonnen met het opzetten van wat de eerste nationale antimaffiastrijdmacht van Italië zou worden.

    Destijds was er veel weerstand tegen het project. Critici voerden aan dat Falcone en Roberti ‘superaanklagers’ creëerden met buitensporige macht over de rechtbanken, terwijl ze ondertussen onderhevig waren aan politieke druk van de regering in Rome. Het was, zo luidde de kritiek, een huwelijk tussen politie, justitie, politieke belangen en zogenaamd apolitieke rechtbanken; handig om de maffia te veroordelen, maar gevaarlijk voor de Italiaanse democratie.

    Toch werd het project in januari 1992 goedgekeurd door het Italiaanse parlement. Maar Falcone zou er nooit leiding aan geven want enkele maanden later werd hij gedood door een maffiabom, samen met zijn vrouw en de drie agenten die hen begeleidden. Door die aanslag verstomde alle kritiek op het plan van Falcone.

    ‘Ten overstaan van ons allemaal zetten de smokkelaars een man in een koelkast om te laten zien hoe de volgende zou worden behandeld die zich zou misdragen’

    DNAA werd een van de belangrijkste instellingen van Italië, als nationale autoriteit voor alles wat betrekking heeft op de georganiseerde misdaad en als de instantie die verantwoordelijk is voor het gedeeltelijk bevrijden van het land uit de eeuwenlange greep van de maffia. In de decennia na de dood van Falcone deed DNAA wat velen in Italië voor onmogelijk hielden, door grote delen van de vijf belangrijkste Italiaanse misdaadfamilies te ontmantelen en het aantal moorden door de maffia bijna te halveren.

    Maar tegen de tijd dat Roberti er de leiding kreeg in 2013, was het alweer jaren geleden dat de laatste spraakmakende maffiavervolging had plaatsgevonden. Tegelijkertijd kreeg Italië te maken met een ongekend aantal migranten dat per boot arriveerde. Zo kwam Roberti op het idee om DNAA te laten optreden tegen wat hij zag als een ander soort maffia. Hij richtte zijn blik op Libië.

    ‘We moesten beter gecoördineerd handelen om mensensmokkel te bestrijden en dus nodigde ik iedereen aan tafel met als belangrijkste doel om levens te redden, schepen in beslag te nemen en smokkelaars te pakken’, aldus Roberti. ‘En dat hebben we gedaan.’

    Gewelddadigheden

    Afana Dieudonne bereikte de Libische havenstad Zuara in augustus 2014. Hij hoefde alleen nog de Middellandse Zee over en hij zou in Europa zijn. De smokkelaars die hij voor die stap betaalde, namen hem al zijn bezittingen af en stopten hem in een verlaten gebouw dat diende als onderduikadres om zijn beurt af te wachten.

    Dieudonne vertelt zijn verhaal in een klein kantoor in Bari, de Italiaanse havenstad waar hij nu een coöperatie runt die nieuwkomers helpt toegang te krijgen tot lokaal onderwijs. Hij is vurig en charismatisch. Telkens als hij iets betoogt, tikt hij met zijn knokkels op tafel. Hij stond drong er bij The Intercept op aan dat ze zijn echte naam zouden publiceren. Anderen die de reis recenter maakten en in afwachting zijn van beslissingen over hun verblijfsvergunning of vluchtelingenstatus, waren minder bereid om openlijk te spreken.

    Dieudonne herinnert zich zijn onderduik in Zuara als een aaneenschakeling van gewelddadigheden. De smokkelaars kwamen één keer per dag met eten en vroegen dan wie hun bevelen niet hadden opgevolgd. De aanwezigen in het gebouw wisten dat ze niet snel zouden worden ontdekt door politie of rivaliserende smokkelaars, maar ze wisten ook dat ze niet vrij waren om te vertrekken.

    ‘Ten overstaan van ons allemaal zetten de smokkelaars een man in een koelkast om te laten zien hoe de volgende zou worden behandeld die zich zou misdragen‘, herinnert Dieudonne zich verontwaardigd. Hij was getuige van martelingen, schietpartijen en verkrachtingen. ‘De eerste keer dat je het ziet, doet het je pijn. De tweede keer doet het je minder pijn. De derde keer’, zegt hij schouderophalend, ‘wordt het normaal. Het is de enige manier om te overleven.’

    ‘Daarom moet ik erom lachen dat mensen die een boot bestuurden worden aangehouden en dan als mensensmokkelaar worden behandeld’, zei Dieudonne. Migranten die naar Italië reisden, meldden dat ze onder bedreiging van een vuurwapen hebben moeten sturen. ‘Dat doe je alleen om niet ter plekke te sterven.’

    Mare Nostrum

    Twee jaar na de val van de regering van Moammar Qadhafi was een groot deel van de noordwestkust van Libië veranderd in een pleisterplaats voor smokkelaars die overtochten naar Europa organiseerden in grote houten vissersboten. Die overvolle schepen, ondermaats bestuurd door amateurs, kapseisden onvermijdelijk, met honderden doden als resultaat. In oktober 2013 eisten twee schipbreuken voor de kust van het Italiaanse eiland Lampedusa meer dan vierhonderd levens, wat tot publieke verontwaardiging leidde in heel Europa. Als reactie hierop lanceerde de Italiaanse staat twee plannen, het ene openbaar en het andere privé.

    ‘Het was een grote schok toen de tragedie bij Lampedusa plaatsvond’, herinnert de Italiaanse senator Emma Bonino zich, destijds de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken. De premier ‘belegde een spoedvergadering en we besloten om onmiddellijk met een reddingsprogramma te beginnen’, zei Bonino. ‘Iemand wilde het programma “veilige zeeën” noemen, maar ik zei nee, niet veilig, want er zullen zeker nog andere tragedies volgen. Laten we het Mare Nostrum noemen.’

    Mare Nostrum, ‘onze zee‘ in het Latijn, werd de naam voor een reddingsmissie in de internationale wateren voor de kust van Libië die een jaar duurde en die meer dan 150.000 mensen redde. De operatie bracht Italiaanse schepen, vliegtuigen en onderzeeërs dichter dan ooit bij de Libische kust. Franco Roberti, net twee maanden hoofd van DNAA, zag mogelijkheden om het juridische bereik van het land uit te breiden en een dodelijke slag toe te brengen aan smokkelbendes in Libië.

    Vijf dagen na de start van Mare Nostrum lanceerde Roberti zijn plan: een reeks coördinatievergaderingen tussen de hoogste echelons van de Italiaanse politie, marine, kustwacht en justitie. Onder leiding van Roberti zouden deze bijeenkomsten vier jaar duren en uiteindelijk vertegenwoordigers van Frontex, Europol, een militaire operatie van de EU en zelfs Libië omvatten.

    Iedereen die als bemanningslid optrad of een noodoproep deed op een boot met migranten, moest als medeplichtige aan mensensmokkel worden beschouwd

    De notulen van vijf van deze bijeenkomsten, die door Roberti werden gepresenteerd aan een commissie van het Italiaanse parlement en die in handen zijn van The Intercept, bieden een ongekend kijkje achter de schermen van de gebeurtenissen aan de zuidelijke grenzen van Europa sinds het drama van Lampedusa.

    Tijdens de eerste bijeenkomst, gehouden in oktober 2013, vertelde Roberti de deelnemers dat de antimaffiabureaus in de Siciliaanse stad Catanië een innovatieve manier hadden ontwikkeld om migrantensmokkel aan te pakken. Door Libische smokkelaars aan te pakken zoals ze de Italiaanse maffia hadden aangepakt, konden aanklagers jurisdictie claimen over internationale wateren tot ver buiten de Italiaanse grenzen. Dat, aldus Roberti, betekende dat ze legaal aan boord konden gaan van schepen op volle zee om ze te onderzoeken en er beslag op te leggen en dat gevonden bewijsmateriaal in de rechtbank kon worden gebruikt.

    De Italiaanse autoriteiten weten al sinds lange tijd dat ze volgens de internationale maritieme wetgeving verplicht zijn om mensen die Libië ontvluchten op overvolle boten te redden en in veiligheid te brengen. Toen het aantal mensen dat de oversteek probeerde te maken steeg, raakten veel Italiaanse officieren van justitie en kustwachters ervan overtuigd dat smokkelaars op deze reddingsacties vertrouwden om hun bedrijfsmodel te laten werken. Daarom luidde de antimaffiaredenering: iedereen die als bemanningslid optreedt of een noodoproep doet op een boot met migranten, moet als medeplichtige aan mensensmokkel worden beschouwd en onderworpen worden aan de Italiaanse jurisdictie.

    Europese leiders zochten koortsachtig naar een oplossing voor wat zij zagen als een dreigende migratiecrisis. Italiaanse functionarissen dachten dat ze het antwoord hadden en rechtvaardigden hun beslissingen publiekelijk om toekomstige verdrinkingen te voorkomen.

    Maar volgens de notulen van de antimaffiavergadering in 2013 was deze nieuwe strategie zeker een week ouder dan de schipbreuken bij Lampedusa. Siciliaanse aanklagers hadden het plan al opgesteld om de migratie over de Middellandse Zee aan te pakken, maar misten de instrumenten en de publieke steun om het in daden om te zetten. Na de tragedie van Lampedusa en de oprichting van Mare Nostrum, hadden ze plotseling allebei.

    Scafisti

    Dieudonne en 91 anderen werden gered in de internationale wateren voor de kust van Libië door een Europese ngo genaamd MOAS (Migrant Offshore Aid Station). Ze brachten twee dagen door aan boord van het schip van MOAS voordat ze werden overgebracht naar een schip van de Italiaans kustwacht, de Nave Dattilo, om naar Europa te worden gebracht.

    Aan boord van de Dattilo vroegen kustwachters aan Dieudonne waarom hij Kameroen had verlaten. Ze lieten hem een foto zien van de rubberboot die vanuit de lucht was genomen. ‘Ze vroegen me wie er stuurde, wie welke rol had en zo’, zegt hij. ‘Toen vroegen ze me of ik kon vertellen hoe mensenhandel in Libië werkt, dan zouden ze me verblijfsdocumenten geven.’

    Aanvankelijk wilde hij niet niet graag meewerken. Hij wilde geen lotgenoten beschuldigen, maar was ook bang dat hij verdachte zou kunnen worden. Per slot van rekening had hij de stuurman een paar keer geholpen tijdens de reis. ‘Ik dacht dat ze me pijn zouden doen als ik niet meewerkte‘, zegt hij. ‘Niet zozeer lichamelijk, maar ze zouden me als oneerlijk kunnen beschouwen, als iemand die deel uitmaakt van de mensenhandel.’

    Dieudonne kan niet begrijpen waarom Italië mensen zou straffen die zijn gevlucht voor armoede en politiek geweld in West-Afrika

    Tot op de dag van vandaag zegt hij dat hij niet kan begrijpen waarom Italië mensen zou straffen die zijn gevlucht voor armoede en politiek geweld in West-Afrika. Hij somt gebeurtenissen van alleen al het afgelopen jaar op: dienstplicht, hongersnood, corruptie, gewapende milities, aanvallen op scholen. ‘En je probeert dan iemand te veroordelen omdat hij erin is geslaagd daaraan te ontkomen?’

    Het kustwachtschip legde aan in Vibo Valentia, een stad in Calabrië. Tijdens het ontschepen vertelde een plaatselijke politieagent aan een journalist dat ze vijf mensen hadden gearresteerd. De journalist vroeg hoe de politie de verdachte had geïdentificeerd. ‘Er is veel gedaan door de kustwacht’, antwoordde de agent. ‘De migranten zijn twee dagen geleden opgepikt en de vermeende smokkelaars zijn bekend. En we hebben getuigenverklaringen en video’s.’

    Gevallen als deze, waarbij arrestaties worden verricht op basis van foto- of videobewijs en verklaringen van getuigen zoals Dieudonne, komen vaak voor, aldus Gigi Modica, een rechter in Sicilië die veel immigratie- en asielzaken heeft gedaan. ‘Het is meestal hetzelfde verhaal. Ze pakken drie of vier mensen op, niet meer. Ze stellen hen twee vragen: wie bestuurde de boot en wie hield het kompas vast’, aldus Modica. ‘Dat is alles. Zo krijgen ze namen en de rest maakt ze niets uit.’

    Als een van de eerste rechters in Italië sprak Modica mensen vrij die beschuldigd waren van het besturen van rubberboten, in het Italiaans bekend als scafisti, op grond van het feit dat ze daartoe gedwongen werden. Dergelijke ‘noodtoestand’-uitspraken komen sindsdien steeds vaker voor. Modica noemt de onregelmatigheden op die hij in soortgelijke gevallen heeft gezien: systemisch racisme, getuigenverklaringen waarvan migranten later zeiden dat ze die niet hadden afgelegd, ondervragingen zonder aanwezigheid van een vertaler of advocaat, en in sommige gevallen aanmoediging door de politie om afstand te doen van het recht om asiel aan te vragen.

    ‘Heel vaak zijn deze vermeende scafisti gewone mensen die door smokkelaars in Libië gedwongen werden een boot te besturen’, aldus Modica.

    Getuigen worden enkele uren na hun redding op zee door de politie verhoord, terwijl ze vaak nog in shock zijn van het overleven van een schipbreuk

    Documenten van meer dan een dozijn processen die door The Intercept zijn ingezien, laten zien dat vervolgingen grotendeels zijn gebaseerd op getuigenissen van migranten aan wie een verblijfsvergunning is beloofd in ruil voor medewerking. Getuigen worden al enkele uren na hun redding op zee door de politie verhoord, terwijl ze vaak nog in shock zijn van het overleven van een schipbreuk.

    In veel gevallen worden identieke verklaringen, inclusief typefouten, toegeschreven aan verschillende getuigen en gekopieerd en geplakt in verschillende politierapporten. Sommige van deze rapporten zorgden voor decennialange straffen. In andere gevallen weerspraken of ontkenden getuigen de verklaringen van de politie tijdens een kruisverhoor in de rechtbank.

    De Italiaanse kustwacht besloot in sommige gevallen redding uit te stellen van boten die in nood verkeerden, in afwachting van schepen om arrestaties uit te voeren

    Al in 2015 bespraken de aanwezigen op de antimaffiabijeenkomsten het probleem van dergelijke vervolgingen. Tijdens een bijeenkomst in februari erkende Giovanni Salvi, toen de officier van justitie van Catanië, dat migrantenboten vaak in internationale wateren werden achtergelaten door smokkelaars. Toch zette de Italiaanse politie vaart achter vervolging van degenen die aan boord waren achtergebleven.

    Deze vervolgingen werden zo belangrijk geacht dat de Italiaanse kustwacht in sommige gevallen besloot redding uit te stellen van boten die in nood verkeerden, in afwachting van de ‘de komst van institutionele schepen die arrestaties kunnen uitvoeren’, zo vertelde een kustwachtcommandant tijdens de bijeenkomst.

    Gevraagd naar de opmerkingen van de commandant, ontkende de Italiaanse kustwacht ‘ooit’ een reddingsoperatie te hebben vertraagd. Het uitstellen van redding om welke reden dan ook is in strijd met het internationale en Italiaanse recht en zou volgens verschillende mensenrechtenadvocaten in Europa aanleiding kunnen zijn voor strafrechtelijke aansprakelijkheid.

    Lees hier deel 2 van dit artikel.

  • Hoe Ortega van idealistische vrijheidsstrijder in onderdrukker veranderde

    Hoe Ortega van idealistische vrijheidsstrijder in onderdrukker veranderde

    De Nicaraguaanse president Daniel Ortega krijgt steeds meer dictatoriale trekjes. Protesten tegen sociale hervormingen worden hard neergeslagen, met inmiddels ruim driehonderd doden tot gevolg.

    In een soort geteleviseerde vergadering kondigde Daniel Ortega in april 2018 aan dat de hervorming van het sociale zekerheidsstelsel werd ingetrokken. Dezelfde hervorming die een paar dagen eerder tot een golf van geweld had geleid, die door de regering met harde hand werd onderdrukt en waarbij meer dan tien doden vielen. ‘Ik deel het Nicaraguaanse volk mede dat ik heden het besluit heb ontvangen van het Directoraat Sociale Zekerheid (…) om de maatregel in te trekken (…) die tot zoveel protest heeft geleid.’ De aankondiging was niet het einde, maar het begin van een nieuwe etappe die Nicaragua op zijn grondvesten deed schudden.

    ‘Als je iemands karakter wilt testen, geef hem dan macht’

    Lange tijd werd ervan uitgegaan dat macht corrumpeert, een theorie die onder meer was gebaseerd op het beroemde Stanford-gevangenisexperiment uit 1971.

    Een onderzoek van Smithsonian Institution kwam echter tot een andere conclusie: macht corrumpeert niet, maar versterkt al bestaande ethische tendensen. Of in de woorden van Abraham Lincoln: ‘Bijna iedereen kan tegenspoed doorstaan, maar als je iemands karakter wilt testen, geef hem dan macht.’
    De volgende machthebbers doorstonden de test niet:

    ▪ Abiy Ahmed, sinds 2018 premier van Ethiopië, kreeg in 2019 de Nobelprijs voor de Vrede, onder andere omdat hij erin geslaagd was het langlopende grensconflict met Eritrea op te lossen. Inmiddels voert hij een oorlog tegen de noordelijke regio Tigray, waarbij meldingen worden gedaan van wijdverbreide plunderingen en mensenrechtenschendingen.

    ▪ Asma al-Assad had mooie dromen voor Damascus, Syrië, toen ze er vanuit Londen heen trok om bij haar man Bashar te zijn. Het zou een welvarende, culturele wereldhoofdstad worden. Maar terwijl niet veel later vele onschuldige burgers als gevolg van een oorlog tegen rebelse groepen omkwamen, leek zij vooral bezig met het uitbreiden van haar schoencollectie.

    ▪ ‘Dit is een leider die ons land vooruit wil helpen’, zeiden veel Indiërs in 2014 over Narendra Modi, die dat jaar de verkiezingen won. Hij zou in tegenstelling tot tegenstander Rahul Ghandi niet uit zijn op eigenbelang. Zeven jaar later is duidelijk dat Modi wel degelijk zijn ‘eigen groepering’, de hindoebevolking, voortrekt. Met maatregelen als het abrupt afschaffen van een deel van de bankbiljetten in 2016 en een al even abrupte lockdown vorig jaar, benadeelt hij bovendien het overgrote armere deel van de bevolking.

    ▪ Aleksander Loekasjenka won de eerste democratische verkiezingen van Belarus in 1994 als ‘corruptiebestrijder’. Maar hij duldt geen tegenspraak. Na beschuldigingen van stembusfraude in 2020 ontstonden massale protesten, die ‘de laatste dictator van Europa’ met harde hand neersloeg. Meer dan 32.000 mensen zouden zijn gearresteerd.

    Het systeem van sociale zekerheid in Nicaragua kent ruime uitkeringen, maar kampt sinds 2013 met tekorten. Door de hervorming werden de pensioenen verlaagd van 80 procent naar 70 procent van het gemiddelde inkomen over een bepaalde periode. Tevens werd onder andere de werkgeverspremie in 2020 verhoogd van 19 procent naar 22,5 procent en de werknemerspremie van 6,25 procent naar 7 procent.

    ‘Illegaliteit en geweld kunnen niet bestreden worden met meer illegaliteit en geweld, dat doet een krachtige staat niet’

    Volgens een rapport van het CELAG (Centrum voor Geopolitieke en Sociaal-Economische Studies in Latijns-Amerika) vereist het pensioensysteem zoals voorgesteld in de Nicaraguaanse hervorming – in grote lijnen hetzelfde als de vigerende systemen in Argentinië, Colombia en Uruguay – een verdubbeling van het aantal premiejaren. Met andere woorden: de hervorming was geen disproportionele aanpassing in een land als Nicaragua, dat in vergelijking met de andere Midden-Amerikaanse landen over zeer positieve macro-economische en sociale indicatoren beschikt.

    Het bnp groeide in 2008 met 2,9 procent en met 4,7 procent in 2016. Het percentage geweldsdelicten met dodelijke gevolgen, dat Honduras, El Salvador en Guatemala tot de meest gewelddadige landen ter wereld maakt, is in Nicaragua relatief erg laag: in de buurlanden schommelde het in 2010 tussen de 77,5 en 41 procent, terwijl het in Nicaragua maar 9,1 procent was. De sociale programma’s, zoals Hambre Cero (Nul Honger), Usura Cero (Nul Woekerpraktijken) en Desempleo Cero (Nul Werkloosheid), hielpen het percentage van de bevolking dat onder de armoedegrens leefde naar beneden te brengen: volgens de officiële cijfers daalde het van 45 procent in 2006 naar 24,9 procent in 2016 en hetzelfde gebeurde met de ongelijkheidsindex.

    ANP 360238985 2
    Een gemaskerde demonstrant houdt een zelfgemaakte mortier vast. Hij neemt deel aan een protestmars tegen de regering Ortega in Managua, op 2 september 2018. – © Inti Ocón / AFP

    Toch veroorzaakte de hervorming een explosie van protesten onder een bepaald deel van de bevolking, met name jonge studenten van de belangrijkste Nicaraguaanse universiteiten. Jongeren die de revolutie niet hadden meegemaakt. Op 18 april 2018 begonnen ze zich te mobiliseren en gingen ze de straat op om barricades op te werpen en scholen te bezetten. De repressie van de overheid was buitensporig.

    De verklaring voor deze crisis moet niet in sociaal-economische factoren gezocht worden. Als het een politieke crisis was, dan was de grootste fout van de overheid wel dat ze de oplossing zocht in geweld, want daardoor werden de mensenrechtenactivisten, de vrouwen, de families van de slachtoffers, vertegenwoordigers van de Katholieke Kerk en een heel groot deel van de bevolking juist extra gemobiliseerd. Ondanks het intrekken van de hervorming sloeg de opstand razendsnel over naar andere steden en naar delen van het platteland, vooral de zone langs de Pacifische kust en het centrale noorden van Nicaragua. Het leek erop dat de mensen het aftreden wilden van het presidentieel paar, en de reactie van de overheid was verhoogde repressie en criminalisering van het protest.

    Er volgden massale demonstraties, twee landelijke stakingen, bezettingen van universiteiten, en overal werden wegversperringen opgeworpen, sommige permanent, andere met tijdelijke doorgang. Die blokkades, een van de meest karakteristieke aspecten van het conflict, werden verdedigd met zelfgemaakte mortieren en ander wapentuig. Medio mei, op het hoogtepunt van de crisis, werd een rondetafelconferentie georganiseerd, onder auspiciën van de Katholieke Kerk en met deelname van de regering en de recent opgerichte ‘Burgerlijke Alliantie voor Democratie en Recht’, een amalgaam van studenten- en boerenorganisaties, leden van de burgerij en werkgeversorganisaties, zoals de COSEP (Hoge Raad van Privé-Ondernemingen). Op de eerste vergadering eiste de Alliantie het aftreden van de regering Ortega en vervroegde verkiezingen. En de regering eiste verwijdering van de wegversperringen. De onderhandelingen liepen vast en zijn nog steeds niet vlot getrokken.

    Patroon

    Het geweld van de staat was er vooral op gericht deelname aan demonstraties te ontmoedigen, wegversperringen te ontmantelen en de uitingen van politieke onvrede de kop in te drukken. Het CIDH, het Inter-Amerikaans Comité voor Mensenrechten, zag een patroon: excessief en willekeurig geweld door de politie en de anti-oproereenheden, alsmede het inzetten van parapolitionele eenheden of knokploegen, met oogluikende toestemming en zelfs medewerking van het openbaar gezag. De eenheden maakten gebruik van vuurwapens, traangasgranaten en rubberkogels. Die repressieve reactie van de staat heeft geleid tot verhoogde spanning onder de demonstranten, de veiligheidstroepen en de oproerpolitie en heeft de polarisatie in de hand gewerkt, met als gevolg grote onlusten, botsingen met de demonstranten en allerlei soorten geweld in het hele land.

    In feite heeft de reactie van de regering-Ortega op het sociaal protest een nieuwe spiraal van politiek geweld in de geschiedenis van het land in gang gezet en het klimaat overrijp gemaakt voor het ontstaan – aan beide kanten van het conflict – van gemaskerde en gewapende burgermilities die terreur onder de bevolking zaaien. Volgens het rapport van het CIDH heeft het repressieve beleid van de overheid, met excessief en arbitrair gebruik van de politiemacht, geleid tot 220 doden in de periode 18 april tot 1 juli 2018. Begin augustus van dat jaar was het dodental opgelopen tot bijna driehonderd. Het comité telde in de periode tot 6 juni ook 1337 gewonden en 507 arbitraire arrestaties.

    Aan de andere kant, bij de overheid en het FSLN (het Sandinistisch Nationaal Bevrijdingsfront), telde het comité in de periode tot 6 juni minstens 5 dode en 65 gewonde politieagenten. Inmiddels is het dodental bij de politie opgelopen tot minstens 9, waarvan 4 agenten op 12 juli het leven lieten bij de aanval op Morrito, in het departement Río San Juan. Ook vielen er volgens het CIDH 17 slachtoffers onder mensen die gelieerd waren aan de overheid of het FSLN en die door geweld of een regelrechte moordaanslag om het leven waren gekomen. Verder 40 gevallen van brandstichting of andere schade aan eigendommen van de regering of het FSLN, plus 29 ontvoeringen, merendeels van politieagenten of mensen die voor de lokale overheid werkten. Vermeld dient te worden dat er bij zes van de aangegeven ontvoeringen tekenen van marteling werden gemeld.

    De staat verloor het vermogen om ‘geweldloos gehoorzaamheid’ af te dwingen

    Deze nieuwe verharding van het politiek geweld duidt op twee dingen: 1) dat de overheid niet in staat is gebleken een structuur op te zetten die het monopolie op de uitgeoefende machts- en dwangmiddelen vast in handen hield, 2) dat de regering faalt in de uitoefening van beleid, en 3) dat de staat nog steeds zwak is.

    De Midden-Amerikaanse socioloog Edelberto Torres-Rivas hangt de theorie aan dat uit de kleinschalige guerrilla van de Contra’s – georganiseerd en ondersteund door de Verenigde Staten – tegen de Sandinistische revolutie een electorale democratie ontstond met een zwak staatsapparaat. Die minimale democratie, een noodzakelijke maar onvoldoende voorwaarde voor een democratische politiek, leidde tot een labiel regime dat vanaf 2008 door het FSLN werd ondermijnd, waarna een proces van delegitimering volgde. De staat verloor het vermogen om, in de woorden van Weber, geweldloos gehoorzaamheid af te dwingen.

    Daniel Ortega maakte deel uit van de Regering van Nationale Wederopbouw (1979-1985), hij was van 1985 tot 1990 president van Nicaragua en kwam in 2006 opnieuw aan de macht door middel van verkiezingen, nadat hij een verbond met de leiders van de Contra’s had gesloten. In 2011 werd hij door middel van een hoogst kwestieuze grondwetswijziging herkozen en wederom in 2016, samen met zijn vrouw, Rosario Murillo, als vicepresident. Hij had de verkiezingen met meer dan 72 procent van de stemmen gewonnen en het FSLN won een meerderheid in het Congres met 67 procent van de stemmen. Maar volgens sommige waarnemers werd er tijdens die verkiezingen alleen gediscussieerd over de opkomst: de oppositie stelde dat minder dan 35 procent van de kiezers naar de stembus was gegaan, terwijl het officiële opkomstpercentage op 68,2 procent stond. De legitimiteit van de uitslag werd betwist.

    Geen vernieuwing

    Na 2008 waren er in het politieke speelveld geen tegenkrachten meer, zoals sommige politicologen hebben aangetoond. De Hoge Kiesraad had de Conservatieve Partij en de MRS, de Sandinistische Hervormingsbeweging, een afsplitsing van het FSLN, een wettelijke status onthouden. De MRS was in 1995 opgericht door de pragmatisch-vernieuwende vleugel van het FSLN en werd geleid door Sergio Ramírez, ex-vicepresident onder Daniel Ortega. Sindsdien draaide het FSLN grotendeels om de persoon van Daniel Ortega en werd elke ‘vernieuwing’ van het partijbestuur aan de kant geschoven, iets wat in 2002 in de partijstatuten werd vastgelegd.

    In 2006 wees de sandinistische socioloog Orlando Núñez de MRS aan als een van de grote vijanden van de regering, samen met de ‘conservatieve oligarchie’, de Amerikaanse ambassade, de bankiers, de krant La Prensa en de ondernemers verenigd in de COSEP. Destijds was hij van mening dat die coalitie weinig in de melk te brokkelen had, omdat ze de leiding had verloren van het leger, de politie en de Katholieke Kerk. Volgens Núñez, de mentor van Hambre Cero, had die coalitie in 2006 tot doel Nicaragua opnieuw te polariseren en uiteen te rijten tussen ‘democraten en ethisch gezinden’ aan de ene kant en ‘corrupte konkelaars en terroristen’ aan de andere kant. Twaalf jaar later lijkt het erop dat het discours onveranderd is gebleven, want Daniel Ortega beweert dat sommige groeperingen uit zijn op ‘omverwerping van de constitutionele en institutionele orde’ om ‘het gezag en de wettig gekozen regering te vervangen’. Het lijkt erop dat dit de rechtvaardiging was voor het buitensporig gebruik van geweld.

    Ortega knoopte betrekkingen aan met Rusland en versterkte de relatie met China

    Die interpretatie behoeft nog wel enige nuancering. De eerste is dat het bedrijfsleven in 2007 wat dichter tegen de regering aan begon te schurken (de ‘Publiek-Private Alliantie’ heette dat, maar die ging in april 2018 weer ter ziele). De tweede is dat de Katholieke Kerk gaandeweg haar handen van de regering aftrok, met als klap op de vuurpijl een expliciete veroordeling van de regering wegens haar vervolgingspraktijken en twijfels van het bisdom Nicaragua of het nog door zou gaan met bemiddelen in de nationale dialoog. En de derde is de toenadering van de Nicaraguaanse regering tot de Verenigde Staten, om gesprekken te openen over cruciale onderwerpen als migratie en drugshandel.

    Torres-Rivas zei dat het niet de consensus is die de staatsmacht democratisch maakt, maar het succesvol overbruggen van de verschillen, zodat conflicten binnen de kaders van de wet worden opgelost en het inzetten van de machtsfactor gelegitimeerd is. ‘Illegaliteit en geweld kunnen niet bestreden worden met meer illegaliteit en geweld, dat doet een krachtige staat niet.’

    ANP 358621712
    Demonstranten houden een spandoek vast met de tekst ‘Ortega en Murillo moordenaars’, verwijzend naar de Nicaraguaanse president Daniel Ortega en zijn vrouw, vicepresident Rosario Murillo, tijdens een bedevaart in Managua op 28 juli 2018. – © Marvin Recinos / AFP

    In januari 2007 wachten Evo Morales, Daniel Filmus, Rafael Correa en Manuel Zelaya op de inauguratie van Daniel Ortega, die na zeventien jaar weer president van Nicaragua wordt. De ceremonie was al met een uur uitgesteld: de nieuwe gezaghebbers hadden besloten op Hugo Chávez te wachten, die opgehouden was. Onder de genodigden bevonden zich ook Tom Shannon, onderminister voor Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten, en tien andere staatshoofden. Chávez, de commandant van de Bolivariaanse Revolutie, en Ortega, de president van de Sandinistische Revolutie, tekenden de volgende dag een aantal samenwerkingsverdragen: voor de levering van olie, voor landbouwleningen, voor de bouw van krachtcentrales, voor kwijtschelding van schulden. Het was het hoogtepunt van het ‘Roze Tij’ of de ‘Draai naar Links’, de ‘nationaal-populistische’ of ‘post-neoliberale’ regeringen, die na de crisis van het neoliberalisme in Latijns-Amerika opkwamen.

    Evo Morales ‘keert terug’

    Morales moest in 2019 aftreden als president na protesten tegen zijn herverkiezing. Er zou sprake zijn van verkiezingsfraude. Nu is de voormalig cocaboer bezig met een comeback.

    Evo Morales werd als kandidaat van de socialistische MAS-partij in 2006 de eerste Boliviaanse president van inheemse afkomst. Bij zijn aantreden beloofde hij: ‘We zullen een einde maken aan de koloniale staat en het neoliberale model. Vijfhonderd jaar van verzet door de inheemse volkeren van Amerika zijn voorbij.’

    De gedeeltelijke nationalisatie van olie en gas betaalde royale sociale programma’s die het armoedecijfer terugbrachten van 59 tot 35 procent. Het armste land van Zuid-Amerika werd het snelst groeiende land, met een gemiddelde toename van 5 procent per jaar gedurende meer dan tien jaar.

    Maar de voormalig leider van de vakbond van cocaboeren kreeg al snel autoritaire trekjes. Hij voerde in 2014 een nieuwe grondwet in om een derde presidentstermijn mogelijk te maken. Een referendum in 2016 voor een vierde termijn, werd verworpen. Maar een jaar later oordeelde het constitutionele hof – bestaande uit door zijn partij aangestelde rechters – dat hij het toch nog eens kon proberen.

    De bij voorbaat controversiële verkiezingen van 2019 verliepen chaotisch, onder andere doordat de voorlopige telling van de stemmen abrupt werd onderbroken nadat de elektriciteit uitviel. Vierentwintig uur later, bij het hervatten van de telling, had Morales ineens de 10 procentpunt voorsprong die nodig was om zijn rivaal, Mesa, in de eerste ronde te verslaan, overschreden.

    Na de massale protesten die deze gang van zaken opleverde, gesteund door de grootste vakbond van het land, het leger en de politie, trad Morales af en vluchtte naar Mexico en later Argentinië.

    Een zelfbenoemde interim-regering onder leiding van Jeanine Áñez, een evangelisch christen die werd ingezworen met een bijbel zo groot als een koelkast, moest zo snel mogelijk nieuwe verkiezingen organiseren. Morales’ vertrouweling Luis Arce en zijn MAS-partij wonnen die verkiezingen, waarop Morales terugkeerde naar Bolivia. Arce werd president.

    In maart werden Áñez en haar voormalige interim-ministers gearresteerd voor terrorisme en opruiing vanwege hun rol in de protesten van 2019. ‘Politieke vervolging,’ volgens de voormalig conservatieve interim-president, ‘in de stijl van een dictatuur.’

    En nu is er een campagne op touw gezet die Morales weer terug aan het hoofd van de regering moet krijgen, als opvolger van president Arce: ‘Evo vuelve’; ‘Evo keert terug’. Hij wil immers nog die vierde termijn uitdienen, waar hij recht op heeft. Want, zoals een commentator in de Boliviaanse krant Los Tiempos schrijft: ‘Volgens Morales en zijn volgelingen is Evo het magische antwoord op elk probleem.’

    In Washington fronste men de wenkbrauwen. Midden-Amerika is een cruciale regio in de veiligheidsdoctrine van de VS. Nicaragua was, vanaf zijn politieke onafhankelijkheid, een belangrijke issue in de Amerikaanse buitenlandse politiek. De terugkeer aan de macht van het FSLN kon een versterking betekenen van de ‘Bolivariaanse Alliantie’, een regionaal blok dat door Venezuela was opgezet als alternatief voor de ‘Vrijhandelszone van Amerika’, die in 2005, op een mislukte onderhandelingstop in Mar del Plata, ten grave werd gedragen – maar niet in Midden-Amerika, waar een jaar eerder, in 2004, een vrijhandelsverdrag werd getekend tussen de VS, Midden-Amerika, en de Dominicaanse Republiek (CAFTA-DR in het Engels: Dominican Republic – Central America Free Trade Agreement).

    Handelspartner VS

    De Verenigde Staten hadden ook nog andere plannen, zoals het ‘Puebla-Panama Plan’ (PPP), later omgedoopt tot ‘Mesoamerica Project’, ter bevordering van de grondstofwinning, de bouw van infrastructuur, de export van regionale goederen, controle over migratie en uitbreiding van het zogeheten ‘Mérida Initiatief’ en het ‘Plan Colombia’ naar Midden-Amerika. Washington wilde de door Cuba en Venezuela opgezette allianties ontkrachten. Het was tekenend dat Honduras, vanouds een bondgenoot van de Verenigde Staten, zich na de militaire staatsgreep tegen Manuel Zelaya uit de Bolivariaanse Alliantie terugtrok.

    Ortega trok zich niet terug uit de ‘Vrijhandelszone van Amerika’ en ook niet uit het ‘Mesoamerica Project’. Hij steunde de VS zelfs in zijn migratiepolitiek en zijn war on drugs. De VS bleef de belangrijkste handelspartner van Nicaragua. Maar Ortega sloot zich wel onmiddellijk aan bij de Bolivariaanse Alliantie en intensifieerde de politiek economische banden met Chávez. Hij knoopte betrekkingen aan met Rusland en versterkte de relatie met China. Vervolgens kondigde hij de aanleg aan van het Nicaraguakanaal, een project dat uitgevoerd zou worden door de Chinese HKND Group en dat aanleiding heeft gegeven tot talloze speculaties. Met die besluiten toonde Nicaragua zijn onafhankelijkheid op het terrein van internationale betrekkingen, en deze uitingen van nationale soevereiniteit, die tegen de belangen van de VS ingaan, zijn een klap in het gezicht van de Noord-Amerikanen, met hun traditionele politieke arrogantie en hun systematische streven om hun wil aan de regio op te leggen.

    Politieke landschap

    In de periode tussen het opnieuw aan de macht komen van Ortega en de huidige crisis, die zijn regime doet wankelen, is het politieke landschap in Latijns-Amerika veranderd: van de ‘Draai naar Links’ naar de ‘Conservatieve Restauratie’. In Argentinië en Chili kwam rechts via verkiezingen aan de macht. In Haïti (2004), Honduras (2009), Paraguay (2012) en Brazilië (2016) gebeurde dat door middel van allerlei vormen van machtsontzetting, meestal, maar niet altijd, in samenwerking met hun Noord-Amerikaanse tegenhangers. Venezuela, de grote steunpilaar van Nicaragua, beleeft een van de zwaarste crises in zijn geschiedenis: bovenop de binnenlandse factoren komt nog eens de systematische druk die de Verenigde Staten en zijn Latijns-Amerikaanse bondgenoten sinds de staatsgreep van 2002 op de Bolivariaanse revolutie uitoefenen. De overwinning van Trump bemoeilijkte het dubbelspel van Ortega nog verder. Eind 2017 werd in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden de ‘NICA Act’ (Nicaragua Investment Conditionality Act) aangenomen, die additionele internationale leningen aan Nicaragua – van groot belang voor de economische groei van het land – moest blokkeren. Het is binnen die regionale context dat de Nicaraguaanse regering op de massale protesten van de bevolking met toenemend geweld reageert.

    Eens te meer bleek hoe ingrijpend de Noord-Amerikaanse inmenging was

    ‘Ik voelde me vereerd in het gezelschap te verkeren van de Nicaraguaanse studentenleiders die hun leven wagen voor de vrijheid…’, zo luidt de tweet bij de foto waarop drie Nicaraguaanse studenten poseren met de Texaanse Republikein Ted Cruz. Nog breder is hun glimlach op de foto met Ileana Ros-Lehtinen (de drijvende kracht achter de NICA Act) of met Marco Rubio, twee mensen met wie ze zich ook lieten fotograferen tijdens hun bezoek aan de VS, dat gefinancierd werd door Freedom House, de aan de CIA gelieerde organisatie die in de jaren tachtig een vinger in de pap had van de zogenaamd ‘anticommunistische’ psychologische oorlog in Midden-Amerika en die zich tegenwoordig ook bemoeit met bepaalde groeperingen binnen de Venezolaanse oppositie. Dezelfde organisatie die de Argentijnse mediamagnaat Héctor Magnetto in 2016 vereerde met de Prijs voor Vrijheid van Meningsuiting. Ook het National Democratic Institute (NDI) en de National Endowment for Democracy (NED), twee studentenorganisaties uit de VS, zijn actief in Nicaragua.

    Volgens officiële cijfers heeft de NED tussen 2014 en 2017 4,2 miljoen dollar aan verschillende lokale organisaties uitgedeeld. De Nicaraguaanse studenten brachten ook een bezoek aan El Salvador, waar ze een ontmoeting hadden met de burgemeester van de hoofdstad en gedeputeerden van ARENA, de Nationalistische Republikeinse Alliantie, die de harde kern vormt van politiek rechts in het land. De tournee zorgde voor heftige discussies binnen de Nicaraguaanse studentenorganisaties, want eens te meer bleek hoe ingrijpend de Noord-Amerikaanse inmenging was, terwijl tevens het gebrek aan leiderschap en de complexiteit van de binnenlandse verhoudingen aan het licht kwamen. Daarin schuilt het grootste obstakel voor een democratisch-politieke uitweg uit de crisis, die zowel het pact tussen de sociaal-economische elites als de Noord-Amerikaanse inmenging het hoofd kan bieden.

    Ontoereikende stap

    Nadat Daniel Ortega eind juli 2018 een deel van de wegversperringen en blokkades had weggeruimd, gaf hij te kennen open te staan voor het uitschrijven van een referendum over het vervroegen van de presidentsverkiezingen van 2021 naar 2019. Dat idee was een goede, maar ontoereikende politieke stap. Zonder politieke veranderingen die het democratisch bestel, op het vlak van de mensenrechten en de soevereiniteit van het volk, geloofwaardig maken, kan de crisis elk moment weer losbarsten. 

  • Brazilian butt lift: ’s werelds gevaarlijkste cosmetische ingreep

    Brazilian butt lift: ’s werelds gevaarlijkste cosmetische ingreep

    De Brazilian butt lift (BBL) is de snelst in populariteit groeiende cosmetische ingreep ter wereld, ondanks het toenemende aantal sterfgevallen als gevolg ervan. Waarom zijn zoveel vrouwen bereid het risico te nemen?

    Het best gelezen stuk van 2021

    Dit artikel over de gevaarlijke billiftingreep die razend populair is onder vrouwen, sprak de 360-lezers in 2021 bijzonder tot de verbeelding. Het was verreweg het meest gelezen artikel dat we publiceerden en stond op de shortlist van best gelezen artikelen op Blendle. En terecht. Niet alleen belicht de auteur de gevaren van de genoemde ingreep, ook wordt blootgelegd welke onderliggende, stereotyperende en vrouwonvriendelijke invloeden een rol spelen.

    De missie was simpel: Melissa wilde de perfecte billen. Die leken in haar gedachten op een vlezige, rijpe perzik, zoals de emoji. Ze was al op de helft. In 2018 had ze een Brazilian butt lift gehad, ook wel BBL genoemd, een chirurgische ingreep waarbij vet uit verschillende delen van het lichaam wordt verwijderd om in de billen te worden geïnjecteerd. Melissa’s billen waren al ronder en voller dan voorheen, en ze was verrukt over het effect, over hoe ze zich voelde en hoe ze eruitzag. Maar het kon beter. Het kan altijd beter.

    Onlangs bezocht Melissa de Britse plastisch chirurg Lucy Glancey voor een consult. Glancey had Melissa’s eerste BBL verricht in haar kliniek op de grens tussen Essex en Suffolk, een reeks kamers met glanzende witte kasten, een passpiegel en lades gevuld met spuiten. Terwijl ze Melissa‘s komst afwacht, laat Glancey me een foto zien van Melissa op het strand in Dubai, waarop ze gekleed in een bikini met palmprint in een uitdagende hurkzit poseert – armen, borsten, dijen en billen allemaal gerangschikt voor een optimaal effect. ‘Kijk eens hoe goed ze eruitziet,’ zegt Glancey, terwijl ze Melissa en haar eigen werk bewondert. ‘Ik zei tegen haar: ik zie niet wat we er verder nog aan kunnen doen.’

    Als Melissa de kamer binnenkomt, lijkt ze niet bepaald op haar digitale zelf. Maar ja, wie wel? Ze heeft Dubai-luxe ingeruild voor Suffolk-casual: een blauwe spijkerbroek en roze trui. Na een korte praatje vraagt Glancey – donkerblauw shirt, koraalkleurige teennagels – Melissa om haar kleren uit te trekken. Arts en patiënt nemen samen plaats voor de spiegel en bestuderen wat ze zien.

    ‘Oké,’ zegt Glancey. ‘Welke kant heeft jouw voorkeur?’

    ‘Deze,’ zegt Melissa, wijzend op haar linkerflank.

    Glancey maakt een ronde langs Melissa’s lichaam en bestudeert de contouren met beklemmende openhartigheid.

    ‘Je bent hier een beetje aangekomen,’ zegt ze, wijzend op Melissa’s middenrif.

    ‘Maar hier,’ zegt Melissa, terwijl ze op een kuiltje in haar rechterbil drukt, een fout die ze tijdens een vakantie had opgemerkt. ‘Zie je?’

    Zoals iedereen die zijn eigen lichaam inspecteert, ziet Melissa dingen die niemand anders ziet

    Zoals iedereen die zijn eigen lichaam inspecteert, ziet Melissa dingen die niemand anders ziet. Ze ziet niet alleen de huidige vorm in de spiegel, maar verschillende versies: haar vroegere lichaam, haar ideale lichaam, haar digitale lichaam. In haar tienerjaren, bijna tien jaar geleden, toen Cara Delevingnes ‘tigh gap’ een eigen Twitter-account had, wilde Melissa mager en plat zijn, net als iedereen. Toen veranderde de mode. Melissa, die wit is, legt uit waarom ze haar eerste BBL nam: ze wilde haar spijkerbroek opvullen en zo het soort mannen aantrekken waar ze op viel. ‘Ik voel me aangetrokken tot zwarte mannen en mannen van gemengd ras, en die houden van vrouwen met rondingen,’ vertelt ze me.

    Aan de operatie, waarvan de kosten kunnen oplopen tot 8000 pond (ruim 9000 euro), verdient ze ook wat. Melissa werkt in een sportschool, maar ze verdient bij met het etaleren van kleding op Instagram. ‘Als je kijkt naar wat de meeste aandacht en likes krijgt, zijn het altijd meisjes met zulke vormen,’ zegt ze.

    Melissa’s digitale lichaam, gegenereerd door de fotobewerkingsapp Facetune, fungeert als een soort blauwdruk voor haar toekomstige fysieke lichaam. Ze vertelde me dat haar vrienden hun foto’s voor datingapps soms zo bewerken dat ze niemand meer in het echt kunnen ontmoeten, omdat de versie waarmee ze zich hebben geadverteerd te ver afstaat van de realiteit. ‘Als je een BBL hebt gehad, heb je je lichaam eigenlijk in het echte leven al bewerkt,’ zegt Melissa. ‘Dus dan hoef je je foto’s niet meer te bewerken.’

    Concept

    Tien jaar geleden voerde Glancey zelden BBL’s uit. Nu doet ze er zo’n twee tot drie per week en krijgt ze wekelijks ongeveer dertig verzoeken. Sinds 2015 is het aantal billifts dat wereldwijd wordt uitgevoerd met 77,6 procent toegenomen, volgens recent onderzoek van de International Society of Aesthetic Plastic Surgery. Het is de snelst in populariteit groeiende cosmetische ingreep ter wereld. Wanneer Glancey door Instagram scrolt, ziet ze ze overal: strandbalbillen die het beroemdste achterste ter wereld nabootsen, een achterste dat zo nauwkeurig wordt bestudeerd, nagebootst, uitgebaat dat het niet langer aanvoelt als een lichaamsdeel, maar eerder als het concept van een start-up die naar de beurs is gegaan (en me om dit artikel vast zal aanklagen). De populariteit van de BBL, vertelt Glancey me, is te danken aan één vrouw: ‘Haar impact,’ zegt ze over Kim Kardashian West, ‘is vooral te danken haar lichaam.’

    Dokter Mark Mofid, een vooraanstaande Amerikaanse BBL-chirurg, noemt daarnaast de invloed van Jennifer Lopez en Nicki Minaj plus een overvloed aan beelden op sociale media die ‘de schoonheid van vrouwelijke rondingen echt op de kaart zetten’. Maar het bemachtigen van die schoonheid kan riskant zijn. In 2017 publiceerde Mofid een rapport in het Aesthetic Surgery Journal waaruit bleek dat 3 procent van de 692 chirurgen die hij had ondervraagd had meegemaakt dat een patiënt overleed na het uitvoeren van de operatie. In totaal resulteerde een op de drieduizend BBL’s in de dood, waarmee het de gevaarlijkste cosmetische ingreep ter wereld is.

    In Zuid-Florida alleen zijn er de afgelopen jaren al vijftien vrouwen overleden aan een BBL

    De afgelopen drie jaar zijn drie Britse vrouwen – Abimbola Ajoke Bamgbose, Leah Cambridge en Melissa Kerr – overleden als gevolg van complicaties van BBL’s in Turkije, de meest populaire bestemming voor Britse patiënten die op zoek zijn naar goedkopere plastische chirurgie. En dan zijn er nog ​​Joselyn Cano in Colombia, Gia Romualdo-Rodriguez, Heather Meadows, Ranika Hall en Danea Plasencia in Miami… Volgens lokale gegevens zijn de afgelopen jaren alleen al in Zuid-Florida vijftien vrouwen overleden aan een BBL.

    Melissa kende de risico’s. Toen ze in 2018 haar eerste BBL deed, was het toevallig de week van Leah Cambridge’s dood. Datzelfde jaar adviseerde de British Association of Aesthetic and Plastic Surgery Britse chirurgen om de operatie helemaal niet meer uit te voeren. Omdat het geen regelgevende instantie is, kon het geen verbod afdwingen. Sommige chirurgen stopten vrijwillig. Maar Melissa voelde zich veiliger omdat ze de operatie in het VK deed. Ze vertrouwde Glancey en tenslotte had ze het proces al eerder meegemaakt – ze wist wat haar te wachten stond. Ze zou een paar weken vrij moeten nemen om te herstellen, maar het zou het waard zijn. Binnenkort zouden er geen asymmetrieën , geen inkepingen, geen gebreken meer zijn; ze zou het gefacetunede achterste hebben gerealiseerd. Een verbeterd lichaam. Perfectie.

    De perfecte onderkant heeft ook een perfecte hoek: 45 graden vanaf de basis van de wervelkolom tot de bovenkant van de billen

    De mode houdt aan, de perfecte kont is strak en bol, alsof er een bal onder de huid zit. ‘Sticky-outy’ placht Glancey te zeggen. In combinatie met de perfecte borsten veranderen perfecte billen het lichaam in een S-vorm. ‘Het klassieke zandloperfiguur,’ zegt Melissa. ‘Dat is wat je wilt.’

    De perfecte onderkant heeft ook een perfecte hoek: 45 graden vanaf de basis van de wervelkolom tot de bovenkant van de billen. In die zin zijn de perfecte billen eigenlijk het resultaat van de perfecte ruggengraat, het soort dat van nature uitsteekt aan de basis. Volgens een artikel van een groep evolutiepsychologen, in 2015 gepubliceerd in het tijdschrift Evolution and Human Behavior, duidde ‘lumbale kromming’ – of lordose – blijkbaar op het vermogen van een vrouw om kinderen te baren, wat haar aantrekkelijk maakt als partner. Zoals de auteurs het voorzichtig uitdrukken: ‘Mannen geven de voorkeur aan vrouwen die signalen vertoonden van een wervelkolom die dichter bij het optimale ligt.’

    Voor degenen die niet de optimale wervelkolom hebben, zijn er verschillende opties. In de achttiende eeuw zou je in een korset zijn gestoken; even later is dat een buste. Nu kun je een gewatteerde slip kopen of zelf opvullingen maken. (Toen een van Glanceys patiënten zich onlangs in haar kliniek uitkleedde, vielen uit haar broek twee proppen opgerolde stof.) Je kunt implantaten krijgen of vulmiddel injecteren. Of je kunt een BBL nemen, waarmee je twee vliegen in één klap hebt: het vet verdwijnt op plaatsen waar je het niet wilt en wordt geplaatst op plaatsen waar je het wel wilt. De BBL neemt, net als Robin Hood, van de rijken – de blubberbuik – en geeft aan de armen: de platte, benige billen.

    BBL komt uit Brazilië, de geboorteplaats van plastische chirurgie én de mythe van de van nature ‘sticky’ billen, zoals te zien is op talloze afbeeldingen van toeristenbureaus van in bikini geklede vrouwen op het strand van Copacabana. ‘In de ogen van de rest van de wereld zijn Brazilianen geobsedeerd door billen,’ zegt antropoloog Alvaro Jarrin, auteur van The Biopolitics of Beauty, waarin hij de cultuur van cosmetische chirurgie in Brazilië onderzoekt. In werkelijkheid heeft niet elke Braziliaanse vrouw de geïdealiseerde Braziliaanse billen. Evenmin, voegt Jarrin eraan toe, wil elke Braziliaanse vrouw ze. Bij het onderzoek voor zijn boek ontdekte hij dat de populariteit van de BBL afhing van de klasse en het ras van de vrouwen met wie hij sprak. Als ze rijk en wit waren, zeiden ze: ‘Ik wil niet het lichaam van een mulatta [een vaak denigrerende term die gebruikt wordt voor iemand die zowel Afrikaanse als Europese voorouders heeft], ik wil het lichaam van een Europees supermodel.’

    GettyImages 895882770 1
    © Ruaridh Connellan / BarcroftImages / Barcroft Media via Getty Images

    De operatie zelf werd ontwikkeld door de Braziliaanse arts Ivo Pitanguy. In een land dat rijk is aan plastisch chirurgen, stond Pitanguy bekend als ‘de paus’. Hij voerde een verscheidenheid aan ingrepen uit en het gerucht ging dat hij beroemdheden als Frank Sinatra tot Sophia Loren had opgepimpt en armere patiënten een gesubsidieerde behandeling aanbood in zijn kliniek in Rio. Schoonheid, gelooft Pitanguy, is een mensenrecht, hoewel hij erkent dat het nastreven ervan een lastig proces kan zijn. ‘Het belangrijkste is een ​​goed ego’, is een van zijn veelgeciteerde uitspraken. ‘Dan heb je geen operatie meer nodig.’

    Een mooi principe, maar niet het principe dat hem genoeg geld opleverde om een ​​privé-eiland, Ilha dos Porcos Grande, of Big Pigs Island, voor de kust van Rio te kopen.

    In 1960 richtte Pitanguy ’s werelds eerste academie voor plastische chirurgie op en leerde hij zijn technieken aan een nieuwe generatie chirurgen. ‘Hij had de gave om kennis te delen,’ vertelt Marcelo Daher, een vooraanstaand plastisch chirurg uit Rio die door Pitanguy werd onderwezen. ‘En zijn studenten verspreidden zich over de hele wereld.’

    Terwijl chirurgen de kunst van de BBL leerden, verspreidde de trend zich geleidelijk naar het noorden. ‘BBL bereikte langzaam het zuidelijk deel van Noord-Amerika,’ zegt Mark Mofid, die in San Diego, in het zuiden van Californië, al twintig jaar BBL’s uitvoert. Een van Pitanguy’s pupillen was een andere Braziliaan, Raul Gonzalez, die nu internationaal toonaangevend expert is op het gebied van billenvergroting. Hij trainde op zijn beurt Glancey, die naar São Paulo reisde om ervaring op te doen. ‘Dat moet minstens zeventien jaar geleden zijn geweest,’ zegt Glancey. ‘Hij was de beste.’ Ze herinnert zich hoe destijds in Brazilië de billift ‘normaal was, terwijl niemand hier ervan had gehoord’.

    Braziliaanse chirurgen staan ​​‘wereldwijd bekend om het ontwikkelen van nieuwe technieken omdat ze lage-inkomenslichamen hebben om op te oefenen’

    Brazilië blijft het wereldwijde epicentrum van cosmetische chirurgie, deels vanwege Pitanguys nalatenschap: het volksgezondheidssysteem biedt nog altijd goedkope of gratis cosmetische ingrepen aan. En doordat het geen luxeartikel is, is cosmetische chirurgie doorgedrongen tot alle lagen van de bevolking. Die toegankelijkheid heeft een donkere kant – Braziliaanse chirurgen staan ​​‘wereldwijd bekend om het ontwikkelen van nieuwe technieken’, vertelt antropoloog Alvaro Jarrin, omdat ‘ze lage-inkomenslichamen hebben om op te oefenen’.

    In het VK daarentegen vindt puur cosmetische chirurgie alleen in privéklinieken plaats. De kliniek van Glancey bevindt zich op een verdieping boven een huisartsenpraktijk van de NHS. Er komen dus twee heel verschillende groepen patiënten: degenen die betalen, en degenen die dat niet doen. De patiënten van Glancey zijn consumenten: ze willen iets, en als het mogelijk en veilig is, verkoopt ze het hen. Toch blijft Glancey hen hardnekkig patiënten noemen in plaats van cliënten. ‘Ja, het is vrijwillig,’ zegt ze een beetje fel. ‘Maar het is nog altijd medisch, het is nog altijd een operatie.’

    Essentiële statistieken

    In een pauze tussen twee patiënten in scrolt Glancey door Instagramberichten van potentiële patiënten. ‘Kijk,’ zegt ze, terwijl de feed met berichten zichzelf eindeloos bijwerkt. ‘Dit is slechts de afgelopen 24 uur!’ Elke post bevat foto’s die vrouwen van zichzelf maakten in ondergoed. Glancey moet zien waar ze mee te maken heeft voordat ze zelfs maar instemt met een consult; door simpelweg naar een lichaam te kijken kan ze zien hoe succesvol een operatie kan zijn, of hoe onrealistisch de verlangens zijn.

    Ze heeft ook essentiële statistieken nodig: leeftijd, gewicht, lengte, body mass index (BMI). ‘Als het boven de 30 is [wat duidt op klinische zwaarlijvigheid], opereer ik niet, dan vertel ik ze gewoon dat ze moeten afvallen,’ zegt ze botweg. ‘Het is liposuctie, het is geen remedie voor zwaarlijvigheid.’ Ze laat me een foto zien van een zwarte vrouw die haar lichaam wilde veranderen in een ‘een achtje’. Glancey schudt haar hoofd: los van het overgewicht zou het fysiek onmogelijk zijn een 8 te bereiken in combinatie met het zandloperideaal. ‘Je hoeft geen expert te zijn om haar te vertellen wat ik haar heb verteld,’ zegt Glancey: een ferme, standvastige ‘Nee’.

    Niet iedereen kan het kardashiaanse lichaam bereiken. Zoals voor een groot deel van het oeuvre van Kardashian West geldt, kent ook haar achterwerk zijn controverses, niet in de laatste plaats omdat het een geïdealiseerde versie van het achterwerk van een zwarte vrouw lijkt na te bootsen. Kardashian West, die van Armeense afkomst is en altijd heeft ontkend een biloperatie te hebben ondergaan, is lang beschuldigd van ‘blackfishing’ – het nabootsen en toe-eigenen van de zwarte cultuur om haar merk te versterken. ‘Het is volledig geconstrueerd, een soort fictie,’ stelt Alisha Gaines, professor Engels aan de Florida State University en auteur van Black for a Day: White Fantasies of Race and Empathy. ‘Ze heeft een imperium opgebouwd door zich zwartheid toe te eigenen en het aan alle soorten mensen te verkopen, inclusief zwarte mensen.’

    Kim Kardashian West on the cover of Paper magazine in 2014. 1

    Esthetische chirurgie is altijd onafscheidelijk verbonden geweest met rasssenpolitiek. Gaines traceert de fetisjering van zwarte vrouwenbillen tot de erfenis van slavernij en kolonialisme, en meer specifiek tot het geval van Saartjie Baartman, een Zuid-Afrikaanse vrouw die in 1810 door een Britse arts naar Londen werd gebracht en in Piccadilly tentoongesteld als de ‘Hottentot Venus’. Menigten betaalden om haar lichaam te onderzoeken, en in het bijzonder haar billen. (Toen Kardashian West in 2014 voor het tijdschrift Paper poseerde met een champagneglas op haar billen, vergeleken sommige verontruste lezers het beeld met foto’s van Baartman die werden gebruikt om reclame te maken voor haar ‘verworvenheden’.)

    In Brazilië ontstond de cultuur van cosmetische chirurgie uit de geschiedenis van de eugenetica van het land. Dokter Renato Kehl, die in 1918 de Eugenics Society of São Paulo oprichtte, sprak zijn steun voor chirurgie uit in zijn boek The Cure of Ugliness. Zijn doel was simpel: de Braziliaanse bevolking ‘perfectioneren’ door ‘het uit laten sterven van de zwarte en in het regenwoud wonende rassen’. ‘Verfraaiing’, schrijft antropoloog Alvaro Jarrin, ‘was ondubbelzinnig geassocieerd met een bleke huid.’

    Vanwege de imitatie van een zwart in plaats van wit fysiek kenmerk, lijkt de BBL misschien een andere kant op te gaan. (Melissa vertelt me dat een zwarte vriendin na haar eerste BBL zei hoe zeldzaam het voor een wit meisje is om een ​​echte kont te hebben. ‘En ik dacht: “Ja, zeker zeldzaam,”’ zegt ze tevreden. ‘En toch komt het voor.’) Maar het streven, stelt Gaines, is een nieuw soort symbolische zwarte esthetiek, mét behoud van het maatschappelijke voorrecht om wit te zijn.

    ‘Ik denk dat Kim Kardashian heel goed weet dat mensen dol zijn op zwarte cultuur en zwartheid, maar niet per se op zwarte mensen’

    ‘Ik denk dat Kim Kardashian heel goed weet dat mensen dol zijn op zwarte cultuur en zwartheid, maar niet per se op zwarte mensen,’ voegt ze eraan toe. ‘Deze trend maakt deel uit van een lange geschiedenis van witte mensen die stukjes zwarte cultuur pakken, zonder te hoeven leven met zwart zijn, of een zwart leven te hoeven leiden.’

    Glancey vertelt me dat ongeveer de helft van de verzoeken voor BBL’s die ze ontvangt afkomstig is van zwarte vrouwen. ‘Ze voelen zich lelijk als ze die ruggengraat niet hebben,’ legt ze uit. Het is verbijsterend om de keten van culturele toe-eigening te volgen die ons op dit punt heeft gebracht. De geïdealiseerde Braziliaanse billen, die sommige rijke witte Braziliaanse vrouwen minachten vanwege de stereotiepe associaties met vrouwen van gemengde afkomst, zijn de ideale vorm geworden voor bepaalde witte vrouwen in de VS en Europa, die op hun beurt een lichaamsvorm nabootsen die is geconstrueerd en gepopulariseerd door een Armeens-Amerikaanse vrouw, die er vaak van wordt beschuldigd zich een zwarte esthetiek toe te eigenen, die sommige zwarte vrouwen zich vervolgens gedwongen voelen te kopiëren, omdat ze niet over de geïdealiseerde lichaamsvorm beschikken waarvan ze vinden dat ze die van nature zouden moeten hebben. 

    ‘Je steelt een versie van wat het lichaam van een zwarte vrouw zou moeten zijn, verpakt het opnieuw, verkoopt het aan de massa, en wat dan, als ik zwart ben en ik er niet zo uitzie? Dat is een lastige,’ vat Gaines samen. Glancey vertelde de vrouw die een 8’tje wilde dat zelfs als al haar vet werd weggezogen, ze met enorme overtollige huidplooien zou blijven zitten.

    Uiteindelijk stopte de vrouw met berichten sturen. De kloof was simpelweg te groot: niet alleen tussen ideaalbeeld en werkelijkheid, maar ook tussen ideaal en mogelijkheid – de wens om eruit te zien als iets wat niet alleen een verbeterde versie van jezelf is, of een geïdealiseerde versie van iemand anders, maar zich buiten het bereik der menselijke vormen bevond: de vorm van een cijfertje.

    Soms willen patiënten ingebeeld vet verwijderen op plaatsen waar nauwelijks iets zit behalve botten, spieren en huid

    Vlak voor Melissa’s tweede afspraak met Glancey, een paar weken na de eerste, ontmoeten we elkaar in een lokale pub, waar ze me vertelt dat ze een nieuw plan heeft voor haar operatie. Naast het verwijderen van vet uit haar buik, wil ze dat Glancey ook vet onder haar kin en bovenarmen wegneemt om te verplaatsen naar haar billen.

    Tijdens de afspraak later op de middag moet Glancey even nagaan of dit mogelijk is. Soms willen patiënten ingebeeld vet verwijderen op plaatsen waar nauwelijks iets zit behalve botten, spieren en huid.

    Weer voor de passpiegel knijpt Glancey in het vlees rond Melissa’ biceps. ‘Dat gaat wel lukken,’ zegt ze opgewekt, met de blik van een dokter die een eindeloze rij patiënten in de wacht heeft staan.

    Dan kijkt ze naar Melissa’s kin. ‘Wat staat je hieraan tegen?’

    Melissa trekt een gezicht alsof ze wil zeggen: wat staat me er niet aan tegen.

    ’Nou ja, gewoon, waarom zit dit hier? Waarom is dit allemaal zo?’ zegt Melissa, wijzend op een klein vetkussen onder haar kaaklijn (dat Glancey beschrijft als ‘een klein beetje natuurlijke vulling’).

    Geen postoperatief geschil

    Glancey zegt dat ze het vet handmatig zou moeten verwijderen met een injectiespuit, en er waarschijnlijk niet meer dan 20 kubieke centimeter uit zou kunnen halen. Ze herinnert Melissa eraan dat ze na de operatie een compressieverband onder haar kin moet dragen en haar buik en billen moet bedekken om genezing te bevorderen. 

    Herstel van een BBL is pijnlijk. Melissa vertelt me dat ze in de weken direct na haar eerste BBL niet veel ongemak in haar billen voelde, omdat dat werd opgevangen door het nieuwe vet, maar dat de gebieden waar ze liposuctie had gehad zo gevoelig waren dat wanneer iemand langs haar schuurde, zelfs nog enkele weken na de operatie, ze het uitschreeuwde van de pijn.

    Voor de operatie zelf, die gepland is over een paar weken, zou Glancey haar gebruikelijke proces volgen. Eerst markeert ze de patiënt met een stift – zwarte inkt voor waar ze vet verwijdert, rood voor waar het weer naar binnen gaat. Ze doet dit samen met de patiënt en maakt foto’s, zodat er geen postoperatief geschil ontstaat over de afspraken. Vervolgens wordt de patiënt onder narcose gebracht en wordt een zoutoplossing met plaatselijke verdoving en adrenaline door het lichaam gepompt om de bloedvaten te helpen krimpen, de bloeding onder controle te houden en een ‘bevochtigend’ effect te creëren, zodat het vet gemakkelijker kan worden verwijderd. Zonder dit mengsel, legt Glancey uit, zou liposuctie op hetzelfde neerkomen als aangekoekt voedsel van een bord proberen te schrapen zonder water.

    Glancey maakt vervolgens een kleine incisie en brengt een stompe canule aan onder de huid om het vet mee te ‘oogsten’. Nadat het vet uit het lichaam is gezogen gaat het door een plastic buis naar een gesloten vat, waar het wordt schoongewassen van bloed en verdovingsstoffen. Eenmaal verwijderd, overleeft het vet slechts een uur of twee. Het is nog steeds ‘levend’ – vet wordt vaak omschreven als een ‘endocrien orgaan’ vanwege het vermogen om hormonen af ​​te scheiden – en kan voor je ogen van kleur veranderen. Het begint een beetje gelig of, als er bloed bij zit, oranje, en wordt dan geleidelijk aan bruin. (‘Niet best,’ volgens Glancey.)

    Voor de grootste overlevingskans in het lichaam, moet het vet snel in de billen worden ingebracht, wederom met behulp van een stompe canule, en daarbij een pomp die met de voet wordt bediend. Hier verandert de chirurg in een soort combinatie van een blinde beeldhouwer en zo’n muzikant die meerdere instrumenten tegelijkertijd kan bespelen door ze aan verschillende delen van het lichaam vast te binden. Terwijl de voet het tempo regelt waarmee het vet weer in het lichaam wordt geplaatst, stuurt Glanceys rechterhand de canule en streelt ze met haar linkerhand – die ze de ‘ziende hand’ noemt – over het oppervlak van de huid om te voelen waar het vet terecht moet komen. ‘Het is geen open wond’, zegt ze. ‘Je kunt niets zien.’

    Ze pompt de canule herhaaldelijk naar voren en naar achteren, als een bijzonder intensieve handstofzuigersessie

    In een reeks video’s die Glancey me stuurde waarin ze de procedure uitvoert, valt me de enorme kracht op die ervoor nodig was. Ze pompt de canule herhaaldelijk naar voren en naar achteren, als een bijzonder intensieve handstofzuigersessie. Een operatie kan tussen de drie en zes uur duren en deze stuwende beweging is nodig bij zowel het verwijderen als het inbrengen van vet. Tegen het einde is Glancey vaak uitgeput. Het lichaam van de patiënt lijkt ondertussen, zoals elk verdoofd lichaam dat een zware operatie ondergaat, op een levenloze plak vlees, die Glancey behandelt met die vreemde chirurgische combinatie tussen tederheid en kracht.

    Een patiënt moet weken wachten voordat ze weet hoe haar billen er uiteindelijk uit zullen zien. Het vet heeft tijd nodig om te bezinken, en Glancey herinnert haar patiënten er steeds aan dat in het gunstigste geval slechts ongeveer 50 procent van het vet blijft zitten. De rest wordt door het lichaam opgenomen en via het lymfestelsel uitgestoten. Om de hoeveelheid vet die in het lichaam overleeft te optimaliseren, is de vaardigheid van een chirurg vereist. Glancey vergelijkt het met het aanleggen van een tuin: je kunt planten niet te dicht bij elkaar zetten, ze hebben ruimte nodig om te gedijen. ‘Als ik dit tegen patiënten zeg, zeggen ze gewoon dat ik er meer in moet stoppen,’ zegt ze. ‘En dan zeg ik, tja, zo werkt het dus niet.’

    Glancey houdt zich aan de Britse richtlijnen en beperkt de hoeveelheid die ze inbrengt tot 300 cc per bil, iets minder dan een blikje cola. Ze legt haar patiënten uit dat de ingreep meer dan één operatie behoeft, een beetje per keer.

    In Turkije – de populairste bestemming voor cosmetische-chirurgiepatiënten die binnen Europa de grens over gaan, en na Thailand en Mexico de derde populairste ter wereld – zijn de richtlijnen minder conservatief. Sommige chirurgen adverteren op sociale media openlijk dat ze meer dan 1000 cc in de billen van een patiënt zullen stoppen. Glancey ontvangt regelmatig patiënten die vanuit Turkije zijn teruggekeerd en niet tevreden zijn met de resultaten, vaak omdat een aanzienlijke hoeveelheid vet is afgestorven zodat hun achterste scheef is of misvormd.

    Het risico bij het uitvoeren van een BBL is niet alleen de hoeveelheid vet die wordt ingebracht, maar ook hoe het gebeurt. (En of het überhaupt vet is dat wordt ingebracht: een aantal recente sterfgevallen door bilvergroting was veroorzaakt doordat de patiënt was geïnjecteerd met siliconen.) Het precairste moment tijdens de operatie is wanneer de canule in de bil wordt ingebracht. Deze gaat onder de huid, maar moet boven de bilspier blijven. Als hij te ver naar beneden gaat en er vet in de bloedbaan terecht komt, kunnen vetdruppels samenvloeien, door het bloed worden meegevoerd en een longembolie veroorzaken: een bloedstolsel in de longen – de doodsoorzaak in het geval van de Britse Leah Cambridge, die in 2018 een BBL onderging in een privékliniek in Izmir.

    Op haar telefoon laat Melissa me foto’s zien van vrouwen op Instagram waarvan ze weet dat ze BBL’s hebben gehad in Turkse klinieken, en wijst ze me als een kunsthandelaar die namaak spot op tekenen die dit verraden. De navel bijvoorbeeld. Als er zoveel vet uit de taille wordt gehaald, kan de navel vervormd raken, zegt Melissa. Ook zijn de verhoudingen extremer: de taille is naar binnen toe uitgesneden en de billen zijn opgeblazen tot cartoonachtige proporties.

    ‘Het ziet er gewoon niet menselijk uit,’ zegt Melissa terwijl ze wijst op een vrouw wiens navel eruitziet alsof hij met stoom is gewalst en daarna uitgerekt. Melissa schudt vastberaden haar hoofd. ‘Dat is slecht gedaan,’ zegt ze. ‘En er zijn zoveel meisjes zoals zij.’

    Comfort Zone

    Een van de populairste Turkse klinieken, die op Instagram veel reclame maakt voor zijn BBL-pakket van 3000 pond [zo’n 3500 euro], heet Comfort Zone. De tijdlijn toont een parade van tanden, borsten, neuzen en billen, de meer intieme lichaamsdelen – tepels, anussen – zijn smaakvol bedekt met een stervormig ‘CZ’-logo. Als je de Comfort Zone-website bezoekt, doet cosmetische chirurgie denken aan een sparetraite. Je ziet foto’s van villa’s en zwembaden, gelukkig ogende mensen rond een ontbijttafel beladen met tropisch fruit in de vorm van bloemen. Mysterieus genoeg zijn er ook beelden van lege vergaderruimten, misschien om aan te geven dat hier de professionaliteit van de uitvoerende macht wordt beoefend, alleen niet op het moment dat de foto werd gemaakt.

    Comfort Zone werd tien jaar geleden opgericht door de Brits-Turkse zakenman Engin Yesilirmak, die eerder een vrachtvervoersbedrijf leidde. Yesilirmak vertelde me dat hij op het idee voor zijn nieuwe onderneming kwam toen hij in Istanboel cosmetische operaties regelde voor vrienden en familie en besefte dat de uitvoering gemakkelijk was en veel goedkoper dan in het VK: een ideaal businessmodel.

    Chirurgen in Comfort Zone voeren nu tweehonderd operaties per maand uit en het bedrijf huisvest voortdurend veertig patiënten in elk van de vijf ‘herstelvilla’s’. Comfort Zone biedt alles: neuscorrectie, BBL, borstimplantaten, ‘contouring’ en de ‘mama make-over’, een operatie die tot doel heeft de esthetische gevolgen van de voortplanting te corrigeren.

    Yesilirmak vermoedt dat vrouwen niet alleen door het goedkope BBL-pakket naar Comfort Zone worden getrokken, maar ook door de vrijheid die een Turkse chirurg geniet. ‘De doktoren hier zijn moediger dan in Europa,’ zegt Yesilirmak. ‘Hier nemen we vier liter vet.’ Op sommige posts van de kliniek wordt trots de precieze hoeveelheid vet vermeld naast afbeeldingen van een getransformeerd lichaam: ‘4200 cc eruit, 1200 cc erin.’

    Screen Shot 2021 04 30 at 4.38.44 PM 1

    Ook ‘dapper’ zijn volgens Yesilirmak de jonge vrouwen die regelmatig zijn kliniek alleen bezoeken. Yesilirmak, die misschien op de hoogte is van de vele verhalen over vrouwen die met complicaties uit Turkije terugkeren, wil graag benadrukken dat er, zoals bij elke operatie, risico’s zijn. ‘Het is de wet der gemiddelden,’ vertelt hij me. Volgens schatting van Yesilirmak gaat 2 procent van de operaties in Comfort Zone gepaard met kleine complicaties (een verbetering ten opzichte van 3 procent vorig jaar), maar hebben ze nog nooit een groot incident gehad. Als er toch iets misgaat, zegt hij, bieden ze na drie maanden een gratis ‘herziening’ aan. (Er zijn minstens twee Instagram-accounts die beweren mislukte operaties in Comfort Zone te documenteren. ‘Helaas beginnen sommige patiënten, in plaats van terug te komen voor een revisieoperatie, een haatcampagne,’ zegt Yesilirmak.) Hij beweert ook dat ze eerlijk zijn tegen vrouwen waarvan ze vinden dat ze ze niet kunnen helpen. ‘Als ze bijvoorbeeld echt overgewicht hebben en in één keer heel smal willen worden,’ zegt hij. ‘Dat is gewoon niet mogelijk.’

    Yesilirmak dwingt niemand om een ​​operatie te ondergaan, zegt hij. Comfort Zone maakt simpelweg reclame voor zijn diensten, het is aan de klanten of ze komen of niet. ‘We gebruiken geen opdringerige verkooptechnieken’, zegt hij. De marketing vindt voornamelijk plaats via Instagram-persoonlijkheden zoals het model Holly Deacon, de X Factor-deelnemer Chloe Khan die tot cosmetisch influencer is getransformeerd, en de blijvende reality-veteraan Katie Price. Af en toe gooien ze er een vreemde gimmick in. Om te vieren dat ze 100.000 Instagram-volgers bereikt hebben, nodigde Comfort Zone zijn fans bijvoorbeeld uit om een ​​reactie achter te laten op een post en vijf vrienden te taggen. Ze zouden dan een winnaar selecteren die een gratis operatie naar keuze zou ontvangen – en zo hun volgersaantal hopelijk vermenigvuldigen. (‘De onverantwoordelijke marketing, de verheerlijking, de bagatellisering, die stimulering,’ zegt Mary O’Brien, voorzitter van de British Association of Aesthetic Plastic Surgeons. ‘Dat zijn allemaal dingen waarop onze organisatie in het bijzonder de aandacht probeert te vestigen.’)

    ‘De weggeefacties zijn niet zo effectief,’ zegt Yesilirmak. De beste strategie is altijd influencerpromotie: zo trek je nieuwe klanten aan, zoals Katrina Harrison, die in 2019 aan Mirror vertelde hoe ze voor een BBL naar Comfort Zone was gegaan nadat ze Katie Price de kliniek had zien promoten. Harrison beweerde dat ze na haar operatie bijna stierf aan sepsis [bloedvergiftiging]. Toen ze terugkeerde naar het VK, stortte ze naar verluidt in op de luchthaven van Manchester en werd ze negen dagen lang in het ziekenhuis opgenomen. (Volgens Yesilirmak zijn haar beweringen ‘volledig verzonnen’. Desalniettemin introduceerde het Turkse ministerie van Volksgezondheid als reactie op soortgelijke gevallen in 2018 een strikter accreditatieproces voor Turkse bedrijven voor medisch toerisme.)

    Eind 2019, na haar laatste operatieronde, maakte Price een promotievideo voor het bedrijf, die een scène bevatte waarin ze achter in een limousine meerapte met 50 Cents ‘In Da Club’, maar dan met haar eigen tekst: ‘Comfort Zone, it’s where you wanna be! Smaller boobs and my eyelids!’ (‘Comfort Zone, dat is waar je moet zijn! Kleinere borsten en oogleden als die van mij!’) Zittend in een lommerrijke tuin verklaart ze dat haar recente operaties het begin zijn van een proces waarin ze geleidelijk zal veranderen in een ‘menselijke pop’. ‘Comfort Zone heeft gezegd dat ze me het perfecte lichaam zullen geven,’ zegt Price met een zekere geestdrift. ‘Maar het kost tijd, je kunt het niet allemaal tegelijk laten doen. Dit is slechts het begin!’

    5094464539 32f9e0ed12 o 1 1

    Schoonheid is altijd een kwestie van wreed toeval geweest: je wordt ermee geboren. We voeren allemaal trucs uit om ons uiterlijk te verbeteren die we hooghartig nooit in dezelfde categorie zouden plaatsen als cosmetische chirurgie – tanden recht laten zetten, wenkbrauwen epileren, Spanx. Onlangs betrapte ik mezelf erop dat ik me terwijl ik in de spiegel staarde afvroeg wat het zou kosten om die verzameling bruine zonnevlekken op mijn wang de vergetelheid in te laseren. (Te veel.) De worsteling met de natuur kan een dure en levenslange onderneming zijn, en daarom is het betaalbaarder en daarmee democratischer worden van cosmetische chirurgie misschien te interpreteren als een middelvinger naar de evolutie. We kunnen nu allemaal mooi zijn en daarvan de bijbehorende esthetische en financiële voordelen oogsten.

    De commerciële effecten van een BBL zijn duidelijk: ‘Het levert je meer werk op,’ zegt Glancey tegen Melissa, weer in de kliniek. ‘En vooral meer geld,’ vult Melissa aan. Haar BBL-lichaam triomfeert in de algoritmische schoonheidswedstrijd: ze krijgt meer likes, en de likes leveren haar meer optredens op.

    ‘Het is een investering,’ zegt Glancey. ‘Net zoals ik, als ik een nieuwe [operatiekamer] bouw, investeer in mijn bedrijf… het zou fiscaal aftrekbaar moeten zijn!’ (Melissa rekent 50 pond voor een Instagram-bericht en krijgt veel gratis kleding. Het zal even duren om de investering van 8000 pond terug te verdienen.)

    Een andere klant van Glancey, Jema genaamd, vertelt me dat haar job als glamourmodel aanzienlijk eenvoudiger is geworden sinds ze haar eerste BBL heeft gehad. Jema, een oldtimer in het vak, verscheen regelmatig inSunday Sport, ging vervolgens over op sociale media en werkt nu voornamelijk op OnlyFans, een enorm succesvol online platform dat wordt gedomineerd door glamourmodellen en pornoacteurs die privéberichten delen met betalende abonnees. Vroeger moest ze voor haar fans strippen of haar borsten met crème inwrijven, nu hoeft ze alleen maar in een topje en korte broek met haar nieuwe billen voor een camera te schudden.

    Jema berekende dat ze op OnlyFans 5000 tot 6000 pond per maand verdient: goed geld, maar niet zoveel als haar pornostervrienden, die elke maand tot 15.000 pond verdienen op het platform. En niet zo veel als het geld dat wordt verdiend over de rug van deze vrouwenlichamen door OnlyFans-oprichter Tim Stokely of de meerderheidsaandeelhouder, porno-ondernemer Leonid Radvinsky. (Volgens schattingen is de jaarlijkse netto-omzet van het platform 400 miljoen dollar.)

    Na haar tweede BBL, en alle voordelen die die met zich mee zou brengen, dacht Melissa dat ze tevreden zou zijn. Maar als je eenmaal bent geopereerd, vertelt ze me nu, kan het moeilijk zijn om te stoppen. Ze blijft op operatiewebsites browsen. ‘Ik ben nu helemaal weg van de neus van de skipiste,’ zegt ze. ‘Waar dat nou weer ineens vandaan komt?’

    Conservatieve look

    Melissa was verbaasd over haar eigen verlangen, maar dat kwam tot haar zoals meestal met verlangens het geval is: je ziet iets wat je leuk vindt, en je wilt het voor jezelf. Een operatie kan de manier waarop je naar je lichaam kijkt veranderen. Het is niet langer iets biologisch’ dat geleidelijk aan in verval raakt, maar een project dat steeds verder verbeterd kan worden, zoals een keuken. Het probleem is: wat gebeurt er als je de perfecte keuken hebt gebouwd, die blauw is, en als dan ineens iedereen besluit dat ie eigenlijk rood moet zijn?

    ‘Als iemand om extreem grote billen vraagt,’ zegt Glance op een avond aan de telefoon, ‘leg ik altijd uit dat mode kan veranderen.’ Ze zegt ze dat ze voor een meer conservatieve look moeten kiezen, anders hebben ze opnieuw een operatie nodig als het felbegeerde lichaam weer verandert – wat onvermijdelijk zal gebeuren.

    Hoeveel werk je er ook aan doet, het lichaam blijft levend, organisch, onvoorspelbaar. Zelfs het achterste van Kardashian West ziet er misschien niet altijd uit zoals nu, onlangs in een jurk gehuld met een afbeelding van Kardashian Wests eigen gezicht erop (2,1 miljoen likes). Hoe hard we ook proberen, niemand kan de natuur volledig afremmen. Zwaartekracht en tijd zullen bij een verouderende BBL opspelen, zoals ze altijd doen. Zelfs de perfecte onderkant zal doorzakken; zelfs het perfecte lichaam zal sterven.

  • Boris Johnson wordt achtervolgd door schandalen. Maar zullen ze hem schaden?

    Boris Johnson wordt achtervolgd door schandalen. Maar zullen ze hem schaden?

    De Britse premier zit in de problemen door een reeks onaangename onthullingen. Zo zou hij een rijke donateur hebben laten betalen voor de herinrichting van zijn ambtswoning, en zou hij hebben gezegd dat hij ‘geen f-ing lockdowns meer wilde – laat de lijken zich maar met duizenden tegelijk opstapelen’.

    Downing Street 10 schudt op zijn grondvesten, inclusief de – gloednieuwe – meubels. Onder andere door een blogbericht dat op vrijdag 23 april is gepubliceerd door Dominic Cummings, voormalig brein achter de brexitcampagne en voormalig rechterhand van Boris Johnson. In de loop van deze explosieve tekst van ongeveer duizend woorden beschuldigt Cummings de Britse premier ervan dat hij mogelijk geld van een donateur van de Conservatieve Partij heeft ontvangen voor de renovatie van zijn ambtswoning. Dit is ‘in strijd met de regels voor de financiering van politieke partijen’, aldus de Britse zondagskrant The Observer.

    De Britse kiescommissie – een onafhankelijk agentschap dat de financiering van partijen reguleert – heeft een formeel onderzoek ingesteld naar de wijze waarop Boris Johnson de renovatie van zijn appartement in Downing Street heeft gefinancierd. Volgens de commissie zijn er redelijke gronden om te vermoeden dat er verschillende overtredingen zijn begaan, bericht The Guardian.

    Maar tijdens een harde ondervraging in het parlement door Keir Starner, de leider van de Labourpartij, beweerde de premier: ‘Ik heb persoonlijk betaald voor de renovatie van Downing Street.’

    Johnson zou naar verluidt ‘in het geheim’ een donateur van de Conservatieve partij hebben willen overhalen om 58.000 pond (66.500 euro) bij te dragen aan de renovatie. Een ‘domme actie en mogelijk illegaal’ volgens de wet op partijfinanciering, beweert Cummings op zijn website.

    Dat geld zou hij nodig hebben gehad voor een grondige herinrichting van Downing Street omdat zijn verloofde Carrie Symonds niets moest hebben van de ‘John Lewis-nachtmerrie’ waarin Theresa May de woning had achtergelaten, bericht The Guardian. John Lewis is een Britse interieurwinkel voor de gewone man en erg populair bij de gemiddelde conservatieve kiezer, aldus de linkse krant. Het schandaal wordt door The Guardian betiteld als ‘geld voor gordijnen’ (cash for curtains).

    Cummings, die afgelopen november vertrok als speciaal adviseur, laat nog een andere bom vallen in zijn blogbericht. Volgens hem heeft Johnson eind vorig jaar overwogen een intern onderzoek stop te zetten naar wie er verantwoordelijk was voor de perslek over de op handen zijnde tweede lockdown.

    ‘Het lek heeft veel schade aangericht en onzekerheid veroorzaakt onder de bevolking, op het slechtst mogelijke moment’, aldus The Observer. ‘Cummings beweert dat Johnson het onderzoek wilde beëindigen uit angst dat de bron iemand zou blijken te zijn die dicht bij zijn verloofde stond.’

    ‘Killerprins’

    Voor de linkse krant zou ‘als een van deze beschuldigingen wordt bewezen, dit genoeg moeten zijn om Johnsons verblijf op Downing Street 10 te beëindigen’. De Tory-leider lag twee weken geleden al onder vuur vanwege een berichtenwisseling met Sir James Dyson. De sms’jes, die naar de BBC zijn gelekt, gingen over een belastingkwestie waarin Boris Johnson hulp zou bieden aan de Britse ondernemer en miljardair, wiens bedrijf – bekend van de Dyson-stofzuigers – aan het begin van de pandemie opdracht kreeg om beademingsapparatuur aan het Verenigd Koninkrijk te leveren.

    The Daily Mail schreef medio april bovendien dat ‘killerprins’ Mohammed Bin Salman van Saoedi-Arabië Johnson vorig jaar via een sms zou hebben gevraagd ‘om een “verkeerde” beslissing van de Britse voetbalbond, die ervan werd beschuldigd een overname van 300 miljoen pond van Newcastle United te blokkeren, te “corrigeren en te heroverwegen”’.

    De boze kroonprins waarschuwde de premier dat de betrekkingen tussen het VK en Saoedi-Arabië beschadigd zouden worden als de beslissing niet werd teruggedraaid.

    Johnson gaf zijn Midden-Oostengezant Ed Lister de opdracht de klacht af te handelen. Lister stapte onlangs op wegens belangenverstrengeling doordat hij ook werkzaam was voor een lobbygroep, bericht The Daily Mail.

    ‘Maar al te vaak lijkt de regering bereid de wet te omzeilen ten voordele van haar aanhangers en donateurs’

    ‘Vaak wordt gezegd dat de ondergang van een premier al in het begin van zijn carrière in de maak is’, schrijft The Times. ‘Johnson zwakke plek zou zijn arrogante houding tegenover de regels van het politieke ambt kunnen zijn.’ Zelfs als leerling aan de prestigieuze privéschool Eton sprak een van zijn leraren over zijn neiging ‘nooit toe te geven dat regels die voor anderen gelden, ook voor hem gelden’.

    De reeks onthullingen heeft in het Verenigd Koninkrijk een fel debat op gang gebracht over de controle op lobbyactiviteiten. ‘Maar al te vaak lijkt de regering bereid de wet te omzeilen ten voordele van haar aanhangers en donateurs, waardoor zij zich kwetsbaar maakt voor beschuldigingen van vriendjespolitiek’, aldus The Times. De krant dring aan op meer transparantie, met name in het geval van verzoeken die rechtstreeks aan Johnson worden gericht.

    Wraak

    Zoals The Telegraph opmerkt, verscheen het onthullende blogbericht van Cummings enkele uren nadat Downing Street hem had beschuldigd van het lekken van berichten tussen Johnson en Dyson. Cummings ontkent dat in zijn tekst en ‘neemt wraak’, aldus het conservatieve dagblad.

    Als de voormalige adviseur inderdaad over belastende documenten of correspondentie beschikt, ‘hebben Boris Johnson en zijn regering reden tot bezorgdheid’, schrijft The Times. The Telegraph wijst erop dat de beschuldigingen ‘deel uitmaken van Cummings’ jarenlange obsessie om aan te tonen hoe de staat haar burgers tekortdoet door incompetente ambtenaren en ministers’.

    ‘Sinds Cummings opstapte, na een ruzie waarbij Johnsons verloofde Carrie Symonds betrokken was, is de relatie tussen de premier en zijn voormalige adjudant van kwaad tot erger geworden’, schrijft ook The Guardian.

    ‘Cummings is niet in de positie om iemand de les te lezen op het gebied van moreel gedrag’

    In zijn blogpost noemt Cummings het ‘triest om te zien dat de premier en zijn kabinet zo ver onder de normen van bekwaamheid en integriteit zakken die het land verdient’. Hij dringt ook aan op ‘een onderzoek naar het optreden van de regering sinds het begin van de pandemie’.

    ‘Cummings is niet in de positie om iemand de les te lezen op het gebied van moreel gedrag’, schrijft The Financial Times in een ander artikel. ‘Dit is een man die de brexitcampagne heeft gebouwd op een web van leugens, waaronder het idee dat het land door de EU te verlaten 350 miljoen pond per week zou terugkrijgen om te besteden aan de NHS [het Britse openbare gezondheidszorgstelsel]’.

    Desondanks dringt het financiële dagblad aan op een onderzoek naar de ‘ernstige’ beschuldigingen – net als veel parlementsleden van de oppositie. ‘De onthullingen versterken het beeld van een regering van gesjacher en corruptie’, terwijl zakenlieden die dicht bij de Conservatieve Partij staan sinds het begin van de pandemie hebben geprofiteerd van contracten ter waarde van 2,3 miljard euro, aldus FT.

    The Telegraph ziet de ernst van de beschuldigingen aan het adres van Johnson niet in. ‘Het is ongelooflijk dat de politieke klasse midden in een pandemie zo opgewonden doet over het renoveren van een flat’, aldus het conservatieve dagblad. The Sun sluit zich hierbij aan en zegt dat de premier wel belangrijker dingen aan zijn hoofd heeft, zoals ‘doorgaan met het heropenen van het land, het opstarten van de economie en de vruchten plukken van onze briljante vaccinatiecampagne’.

    ‘Duizenden lijken’

    Johnson kwam deze week ook nog eens in opspraak doordat naar buiten was gekomen dat hij vorig jaar herfst tijdens een overleg zou hebben gezegd dat hij ‘liever had dat “de lijken zich met duizenden tegelijk zouden opstapelen”’ dan dat hij een tweede lockdown zou afkondigen, zoals The Daily Mail maandag onthulde. Volgens The Guardian en BBC hebben verschillende regeringsbronnen deze uitspraak bevestigd.

    Johnson ontkende die woorden tijdens een parlementair debat gisteren (28 april), bericht The New York Times. Maar hij gaf toe dat hij tijdens een overleg zijn diepe frustratie had geuit en zei dat ‘het zeer bittere, zeer moeilijke beslissingen waren voor elke premier’.

    ‘Lockdowns zijn ellendig’, aldus een zichtbaar gekrenkte Johnson. ‘Lockdowns zijn een verschrikkelijke maatregel om te nemen.’

    De premier beweerde dat de aanvallen van de Labourpartij een poging waren om de aandacht af te leiden van de succesvolle vaccinatiecampagne, die, zo voorspelde hij, zou worden beloond door de kiezers bij de regionale verkiezingen op 6 mei, schrijft de Amerikaanse krant.

    ‘Ze vergeven hem omdat hij een winnaar is. Als zijn troepen daaraan beginnen te twijfelen, zal Boris hun respect verliezen’

    De laatste opiniepeilingen voor die lokale verkiezingen lijken Johnsen gelijk te geven. ‘Volgens de pelingen staan de Conservatieven nog steeds aan de leiding met een marge van tien punten op Labour’, berichtte The Times, ‘en hoewel de streken van de regering hen in kwaad daglicht stellen, zullen ze Johnson en zijn kamp niet de overwinning kosten’. Voor nu tenminste.

    Reaction.life denkt er anders over. ‘Boris zal verzwakt uit deze affaire komen’, aldus de Tory-website. ‘De meeste van zijn parlementsleden kennen zijn gebreken’, weten dat het hem ‘aan ethiek ontbreekt’, zoals Cummings hem op zijn blog verwijt. ‘Ze vergeven hem omdat hij een winnaar is. Als zijn troepen daaraan beginnen te twijfelen, zal Boris hun respect verliezen. En zullen ze hem bij de volgende landelijke verkiezingen misschien niet meer aanwijzen als hun leider.’

    The Sun wijst de kritiek op Johnsons uitspraken over het coronabeleid resoluut van de hand: ‘Achteraf gezien had Boris misschien zijn mond moeten houden. Maar hij mocht ervan uitgaan dat hij onder vier ogen sprak, met collega’s die hij vertrouwde – zoals elke premier of directeur zou verwachten. Hij had nooit gedacht dat hij zou worden verraden door iemand die tot dit heiligdom was toegelaten – en zeker niet door zijn rechterhand en consigliere, Dominic Cummings. Nog belangrijker: daden zeggen meer dan woorden. Er kwam een volgende lockdown. Die heeft levens gered.’

    Of de kiezer daar genoegen mee neemt, zal op 6 mei blijken.

  • Joe Biden roept op tot sterke overheid | Komt er een vaccinatiepaspoort?

    Joe Biden roept op tot sterke overheid | Komt er een vaccinatiepaspoort?

    Joe Biden roept op tot meer overheidsbemoeienis

    Aan de vooravond van zijn honderdste dag in functie sprak de Amerikaanse president voor het eerst het Congres toe. Een toespraak die begon met de benoeming van een historisch moment, merkt Los Angeles Times op. Achter Joe Biden stonden twee vrouwen, vicepresident Kamala Harris en Huisvoorzitter Nancy Pelosi. 

    ‘Mevrouw de kamervoorzitter, mevrouw de vicepresident. Geen enkele president heeft deze woorden ooit vanaf dit podium gesproken en het werd tijd,’ zei hij, waarop een luid applaus losbarstte. ‘Amerika gaat vooruit en we zijn niet meer te stoppen. We bevinden ons op een cruciaal punt in onze geschiedenis. We moeten meer doen dan herbouwen. We moeten beter herbouwen.’ 

    Lees ook:

    Vox hoorde hierin een echo van Franklin Delano Roosevelt en zijn New Deal, die Biden in zijn speech ook citeerde. ‘Een oproep om grote dingen te doen en het vertrouwen in Amerika te herstellen’, kenmerkt de site. Vox noemt in het bijzonder het American Jobs Plan en het American Families Plan, beide begroot op zo’n 2 biljoen dollar. Het eerste dient om de infrastructuur van het land weer op te bouwen, het tweede om bijvoorbeeld zwangerschapsverlof en kinderopvang te financieren. 

    Voor de betaling gaat de leider op zijn ‘Robin Hood-koers’

    ‘We weten niet of Bidens inspanningen vruchten zullen afwerpen’, waarschuwt de site. ‘Voor de betaling gaat de leider op zijn “Robin Hood-koers’”, zegt Politico, aangezien hij van plan is het nodige geld te vinden door de rijksten te belasten. 

    ‘Als al deze voorstellen wet worden, zal dat een sociale transformatie en een enorme uitbreiding van de educatieve mogelijkheden tot gevolg hebben en een einde maken aan veertig jaar presidenten die de rol van de overheid steeds verder deden inkrimpen. Een grote steun voor de armen en de middenklasse,’ analyseert Huffington Post

    Volgens CNN denkt de zesenveertigste Amerikaanse president inderdaad dat meer overheidsbemoeienis ‘het leven van Amerikanen [kan] verbeteren’. ‘We moeten bewijzen dat de democratie nog steeds werkt, dat onze regering nog steeds werkt’, zei hij. Dit in tegenstelling tot Bill Clinton die in 1996 beweerde dat ‘het tijdperk van een sterke overheid ten einde was’, aldus CNN.


    Het eerst gevaccineerd, het eerst komt…

    Wil je deze zomer naar het buitenland? Dat is misschien mogelijk, maar onder bepaalde voorwaarden. Om te beginnen het vaccinatiepaspoort, waarop veel landen rekenen om de toeristenindustrie, die zwaar getroffen is door de coronapandemie, nieuw leven in te blazen. In 2020, schrijft het Japanse weekblad Nikkei Asia, gebaseerd op gegevens van de World Tourism Organization, ‘was het tekort voor de sector waarschijnlijk meer dan 1000 miljard dollar’. 

    De tweede voorwaarde zijn de ‘reisbubbels’: luchtgangen tussen landen met gelijkwaardige gezondheidssituaties die relatief gespaard worden door de pandemie. Maar de implementatie daarvan blijkt bijzonder complex en kwetsbaar te zijn. Op 19 april werden vluchten zonder quarantaine hervat tussen Australië en Nieuw-Zeeland. ‘Dit is de eerste dag van onze wedergeboorte’, kopte het Nieuw-Zeelandse dagblad The Dominion Post trotsVier dagen later werd het systeem opgeschort vanwege nieuwe coronagevallen.

    Lees ook:

    In maart lanceerde China het eerste internationale reiscertificaat dat ‘een revolutie teweeg zou kunnen brengen in de manier waarop we reizen’, aldus Nikkei Asia, en ook Europa is van plan om voor de zomer zijn vaccinatiepaspoort te lanceren. Professor aan het Tourism Research Center van de Universiteit van Wakayama, Japan, Joseph M. Cheer, legt in het weekblad uit: ‘Het is waarschijnlijk dat vaccinatie tegen covid-19 binnenkort vereist zal zijn om aan boord van een internationale vlucht te komen. (…) Vrij reizen zoals we voor de pandemie deden, zal nog lange tijd niet mogelijk zijn.’

    Het is alsof je de wereldbevolking verdeelt in degenen die gevaccineerd zijn en degenen die dat niet zijn

    Het probleem, merkt Nikkei Asia op, is dat ‘velen dit document fundamenteel discriminerend vinden’. Het is alsof je de wereldbevolking verdeelt in degenen die gevaccineerd zijn en degenen die dat niet zijn. De niet-gevaccineerden zijn vaak de armste en jongste populaties. ‘Het is zeer riskant om de toegang tot essentiële goederen en diensten te ontzeggen aan degenen voor wie vaccinatie onaanvaardbaar, ontoegankelijk of onmogelijk is’, schrijven twee Oxford-onderzoekers die door het tijdschrift worden geciteerd.

    Ook het gebruik van de beschikbare gegevens op deze vaccincertificaten is problematisch. Hoe meer technologische data we hebben, hoe groter de kans op lekken, legt The New York Times uit; ‘Wat we nodig hebben is een domme technologie die zo min mogelijk doet en zo min mogelijk over ons weet.’ 

    De WHO heeft het gebruik van vaccinatiepaspoorten nog niet gevalideerd.


    NASA-held Michael Collins overleden 

    Hij was de derde astronaut van de Apollo 11-missie, die van de eerste stap op de maan. Michael Collins stierf woensdag 28 april op negentigjarige leeftijd. Zijn zijn partners Neil Armstrong en Buzz Aldrin beroemdheden geworden, hij was de ‘dichter van de missie’, aldus Ars Technica. Deze zoon van een lid van het Amerikaanse leger, geboren in Rome, doorliep de prestigieuze militaire academie van West Point voordat hij bij de Amerikaanse luchtmacht kwam. 

    Na te zijn gemobiliseerd voor het Gemini-programma, werd hij geselecteerd voor het volgende: Apollo. De site prijst de kwaliteit van zijn autobiografie Carrying the Fire: An Astronaut’s Journey, een ‘essentieel boek voor iedereen die geïnteresseerd is in het leven van een astronaut’. 

    Collins ging met pensioen na Apollo 11, waarmee hij ‘zichzelf de kans ontnam om zelf voet op het maanoppervlak te zetten’, schrijft Ars Technica

  • In Nicaragua bestaat geen politieke wil voor vrije verkiezingen

    In Nicaragua bestaat geen politieke wil voor vrije verkiezingen

    De enige zekerheid die er momenteel is in Nicaragua is dat Ortega en zijn vrouw, tevens vicepresident, herkozen willen worden. Dit betekent dat ze de totale macht houden over de overheid, de economie, de politie en het leger.

    Onlangs sprak ik via Zoom met mijn vriend de Canadese schrijver John Ralston Saul, oud-voorzitter van PEN International, die een paar jaar geleden in Nicaragua was geweest. De PEN, vroeger de PEN CLUB, werd in 1921 in Londen opgericht met niemand minder dan Joseph Conrad, George Bernard Shaw en H.G. Wells als leden van het eerste uur. De schrijversorganisatie verenigt nu schrijvers van over de hele wereld en houdt zich vooral bezig met het verdedigen van de vrijheid van meningsuiting en de mensenrechten. 

    John belde me omdat hij benieuwd was hoe het in Nicaragua is, waar de Nicaraguaanse PEN-afdeling onder voorzitterschap van schrijfster Gioconda Belli onlangs haar deuren moest sluiten. We spraken lang over Nicaragua en haalden herinneringen op aan toen ik hem een keer meenam om een kijkje te nemen in de krater van de actieve vulkaan Masaya. Een voor toeristen angstaanjagende diepte waaruit dikke zwaveldampen opstijgen, alsof we in dit land wonen in de bek van de hel, zoals kroniekschrijver Fernández de Oviedo de vulkaankrater omschreef.  

    Om te beginnen zei ik dat de ene gekozen regering van Latijns-Amerika het beter doet dan de andere en dat de ene democratischer is dan de andere maar dat de democratieën de afgelopen decennia zich hebben kunnen wortelen omdat de kiessystemen vertrouwen wekken en verhalen over fraude, stembussen vol valse stembiljetten – met name van dode mensen – en klunzig vervalste bewijsstukken tot het verleden behoren. 

    ANP 360036887
    De Nicaraguaanse president Daniel Ortega en zijn vrouw, vicepresident Rosario Murillo, ballen hun vuisten tijdens de herdenking van de eenenvijftigste verjaardag van de guerrillacampagne Pancasan in Managua, op 29 augustus 2018. – © AFP

    Niemand zal de legitimiteit van de overweldigende verkiezingszege van president Nayib Bukele in El Salvador in twijfel trekken. Of hij die absolute meerderheid die hem de totale controle over het land geeft, zal gebruiken om de democratie te bestendigen of om zeep te helpen, zal moeten blijken. De stemmen die hij heeft gekregen zijn eerlijk geteld. En als in Peru het vertrouwen in de politiek in een voortdurende crisis verkeert, komt dat niet door verkiezingsfraude maar doordat de verkozen leiders keer op keer corrupt blijken te zijn. 

    Anders is het in Nicaragua waar de grondwet dicteert dat er in november van dit jaar presidentsverkiezingen en parlementaire verkiezingen worden gehouden. Over een paar maanden dus, maar er worden geen voorbereidingen getroffen die de indruk wekken van een eerlijk electoraal proces om een democratische transitie mogelijk te maken.  

    In een resolutie van de Algemene Vergadering van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) van november vorig jaar staan de basisvoorwaarden waaraan onze verkiezingen moeten voldoen om eerlijk te verlopen: ‘deugdelijke’ onderhandelingen tussen de regering en de oppositie ‘waarvan niemand wordt uitgesloten’; ‘grondige’ electorale hervormingen die voldoen aan internationale normen; herstructurering en modernisering van de Verkiezingsraad zodat onafhankelijk, transparant en verantwoord optreden is gewaarborgd; actualiseren van het register kiesgerechtigden; aanwezigheid van nationale en internationale waarnemers. 

    Voorwaarden

    Daarnaast staat er in de resolutie dat er sprake moet zijn van een pluriform politiek proces ‘ter waarborging van de burgerlijke en politieke rechten, inclusief de vrijheid van vreedzame vergadering en samenscholing, het recht op vrijheid van meningsuiting. Tevens moeten nieuwe politieke partijen zich kunnen registreren in het kiesregister’.

    Aan deze voorwaarden had eind mei voldaan moeten zijn, maar tot nu toe heeft de regering geen vinger uitgestoken. Voorlopig weten we alleen dat Ortega en zijn vrouw, de vicepresident, zich klaarmaken om te worden herkozen, wat betekent dat ze, zoals al vijftien jaar het geval is, de totale controle houden over de burgers, de economie, de politie en het leger. Vooralsnog wijst niets erop dat er ook maar de minste politieke wil bestaat om die totale macht te onderwerpen aan vrije verkiezingen. 

    De Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties die dit jaar in Genève vergaderde, liet weten ‘zeer bezorgd te zijn over het feit dat Nicaragua geen pogingen doet om het kiessysteem en de instituties zodanig te hervormen dat er eerlijke en transparante verkiezingen kunnen plaatsvinden’.    

    Hoe kun je in dit klimaat verkiezingscampagnes houden?

    Ook eist de Mensenrechtenraad dat men ‘stopt met het opjagen en belagen van de oppositie‘; ‘met arbitraire arrestaties, bedreigingen en andere vormen van intimidatie om critici te onderdrukken’; ‘de gearresteerden vrijlaat die illegaal en arbitrair zijn opgepakt’. Daarnaast eist de Raad dat de wetten die een schending zijn van de mensenrechten worden ingetrokken. Denk alleen maar de wet Cybercriminaliteit, de ‘Buitenlandse Agentenwet’ (organisaties die geld krijgen uit het buitenland moeten zich laten registreren en zeggen wat ze met het geld gaan doen; ze worden uitgesloten van politieke activiteiten) en de levenslange gevangenisstraf voor ‘haat zaaien’. 

    Kun je een acceptabele politieke situatie creëren in een land met meer dan 120 politieke gevangenen, voornamelijk jonge mensen, en met duizenden jonge ballingen, die zijn gevlucht toen er vanaf 18 april 2018 sprake was van ongebreidelde repressie? 

    Hoe kun je in dit politieke klimaat verkiezingscampagnes houden? De politie patrouilleert op straat en slaat elke poging tot vreedzame manifestatie neer, sluit zonder daartoe gerechtigd te zijn oppositieleden op in hun huis en verbiedt hen naar buiten te gaan, en valt zaaltjes binnen waar politieke bijeenkomsten worden gehouden. 

    Van diverse media en televisiestations is de apparatuur in beslag genomen en andere media, zoals Radio Darío in León hangt hetzelfde boven het hoofd. 

    We staren nog steeds in de krater van de actieve vulkaan, zeg ik tegen John. Het zal heel lastig zijn om de weg te vinden die ons weg leidt van de bek van de hel, maar we houden hoop.

  • De Iraakse jeugd eist verandering. ‘Niemand vertegenwoordigt ons’

    De Iraakse jeugd eist verandering. ‘Niemand vertegenwoordigt ons’

    De jonge betogers in het olierijke Irak zijn na de val van Saddam Hoessein opgegroeid met corruptie en parlementsleden die hun privileges misbruiken. Religieuze partijen domineren de politiek en veel burgers leven in grote armoede.

    Dossier De straat op

    Overal ter wereld zijn gefrustreerde burgers de afgelopen jaren straat op gegaan om hun politieke of economische eisen kracht bij te zetten. In de meeste landen is men woedend over de ongelijkheid en de schaamteloze corruptie van de politieke klasse, terwijl met name de jongere generatie met moeite het hoofd boven water kan houden. De coronapandemie heeft de sociale tegenstellingen – maar ook de urgentie om hier iets aan te veranderen – alleen maar vergroot.

    Dit artikel verscheen eerder op 14 november 2019 in nummer 169 van 360 Magazine.

    In het Al-Ummapark in het centrum van Bagdad, het ‘park van de natie’, discussieert een groepje mannen en twee vrouwen onder oude eucalyptusbomen over de beste manier om de eisen tot uitdrukking te brengen van de betogers die deze maand met duizenden de straat op gaan in de steden van Irak.

    ‘Legertrucks verbranden zal ons niet helpen, dat helpt alleen de regering om ons van vandalisme te beschuldigen,’ zegt een jongeman. ‘Als ik jou een raketwerper geef en je schiet dat gebouw in brand, in hoeverre zijn onze eisen daar dan bij gebaat?’

    Een andere man roept op tot omverwerping van de regering. Terwijl er zich een groepje luisteraars om hem heen verzamelt, roept iemand: ‘Wie heeft jou woordvoerder gemaakt?’

    Dit spoort de rest van de menigte ertoe aan los te barsten in de slogans ‘Niemand vertegenwoordigt ons!’ en ‘Weg met Iran!’, als protest tegen de regerende islamitische partijen in Irak en hun Iraanse helpers.

    ​Che Guevara-baretten

    Het karakter van de discussie is, net als de demonstraties die buiten het park plaatsvinden, chaotisch, onbesuisd en stuurloos. De meeste deelnemers zijn in de twintig, maar er staan ook twee oude communisten bij met Che Guevara-baretten.

    Uiteindelijk is de menigte het eens over een lijst eisen, die vanaf de trap van het Vrijheidsmonument van de stad wordt voorgelezen door een jongeman met een baard en een bril: ‘Aftreden van de regering, nieuwe verkiezingen, verandering van de kieswet en – het allerbelangrijkste – berechting van alle overheidsfunctionarissen.’

    De menigte juicht, mobieltjes worden in de lucht gestoken en er wordt opgeroepen tot een demonstratie op het Tahrirplein.

    De laatste protestgolf in Irak brak los op 1 oktober [2019] na een demonstratieoproep op Facebook. Directe aanleiding was het ontslag van een populaire generaal die zich had onderscheiden in de oorlog tegen Islamitische Staat, maar de betogingen werden ook gemotiveerd door een diepere onderstroom van woede jegens een corrupte religieuze oligarchie, een verrot bureaucratisch systeem en het onvermogen van de Iraakse premier Adel Abdul-Mahdi om na een jaar regeren ook maar één van zijn campagnebeloftes in te lossen.

    Ik heb bij de Hashd gevochten, ik ben zelfs in Syrië gaan vechten, maar wat krijg ik van deze regering?

    Voor een jonge generatie die is opgegroeid in de zestien jaar na de val van Saddam Hoessein zijn verkiezingen en representatieve democratie synoniem geworden met corruptie en parlementsleden die hun privileges misbruiken. Religieuze partijen, veelal gesteund door Iran, domineren het politieke landschap en hoewel het olierijke Irak honderden miljarden dollars per jaar binnenkrijgt, leven veel burgers in omstandigheden die vergelijkbaar zijn met die in een straatarm Afrikaans land: werkloosheid, een instortende gezondheidszorg en een gebrek aan publieke dienstverlening.

    Toen de betogingen op 5 oktober op stoom kwamen, balanceerde Bagdad op het randje. Een tiener in een geel T-shirt, een korte broek en teenslippers liep langzaam onder een viaduct door op een kilometer van het Tahrirplein terwijl een politieagent hem zwaaiend met zijn kalasjnikov probeerde weg te jagen. Dunne zwarte rookpluimen kronkelden hemelwaarts en een menigte tieners en jongemannen begon op te rukken in de richting van het plein.

    De politie, die toezicht hield, schoot in de lucht maar de menigte trok verder, zwaaiend met Iraakse en sjiitische vlaggen. Autobanden werden in brand gestoken, terwijl geweervuur onafgebroken begon te ratelen en het geluid van afgevuurde traangasgranaten allengs toenam; wit gas vermengde zich met de zwarte dampen van brandend rubber.

    Te midden van het bloedbad baanden tientallen driewielige tuktuks zich een weg door de menigte om gewonden af te voeren. Achter in een geel karretje zat een onderuitgezakte man, niet in staat om adem te halen.

    Een kleine, dunne jongeman met een getrimd rossig baardje maande de mannen om door te lopen. ‘Wat staan jullie daar nou te teuten?’ En tegen de mannen die gehurkt achter de balustrade van de brug zaten: ‘Wie niet verder wil, moet naar huis gaan.’

    De jongeman, die zich voorstelde als Jawdat, zei dat hij een voormalige strijder was van de paramilitaire groepering Hashd al-Shaabi, opgericht in 2014 om tegen IS te vechten. Hashd al-Shaabi wordt gesteund door Iran, onder andere met training. Jawdat zei dat zijn broer als officier was gesneuveld in de oorlog tegen IS. ‘Ik heb bij de Hashd gevochten, ik ben zelfs in Syrië gaan vechten, maar wat krijg ik van deze regering? Niks, terwijl die politici in de Groene Zone [in Bagdad] elke poging dwarsbomen om de staat te hervormen.’

    Ambulances raceten heen en weer met doden en gewonden; alleen bij de betoging op 5 oktober kwamen al twintig mensen om het leven. Tijdens de zes dagen durende betogingen verscheen premier Abdul-Mahdi elke avond op tv om met zachte stem te beloven dat hij zou zorgen voor banen en goedkope huisvesting en de corruptie zou uitroeien.

    Dreigtelefoontjes

    Maar intussen werden er jonge, ongewapende mannen gedood terwijl ze hun toevlucht zochten achter betonnen blokkades of met vlaggen stonden te zwaaien op straat. In minstens één geval namen scherpschutters die op daken waren geposteerd deel aan de moordpartij.

    Activisten en journalisten werden geïntimideerd en tientallen van hen ontvluchtten Bagdad na dreigtelefoontjes. Mediabedrijven en tv-stations werden gesloten. Agenten in burger zwierven door ziekenzalen en hielden gewonde demonstranten aan. ‘Toen er agenten het ziekenhuis binnenkwamen op zoek naar demonstranten, verbonden de artsen alleen mijn wond en zeiden dat ik moest maken dat ik wegkwam,’ zei een jongeman vanuit zijn bed met een wond die nog altijd bloedde nadat hij drie dagen eerder was neergeschoten in een straat in de buurt van het Tahrirplein.

    De omvang van de betogingen aan het begin van de maand was niet abnormaal, maar de felheid waarmee werd gereageerd was schokkend. Volgens veel Iraakse waarnemers was het geweld te wijten aan de schrik die het regime had bevangen. Anderen suggereerden dat het tekenend was voor de vrees van de pro-Iraanse milities in het land dat het protest in werkelijkheid tegen Teheran was gericht.

    ‘Iran duldt niet dat zijn positie hier wordt bedreigd en daarom was de reactie zo heftig,’ zei een functionaris van de Iraakse inlichtingendienst.

    Militieleden zijn geïnfiltreerd in de geheime diensten en hebben een belangrijke rol gespeeld bij het neerslaan van de betogingen. De milities zijn een mikpunt geworden van de woede van de betogers, omdat eruit blijkt dat Iran de lakens uitdeelt in Irak.

    Op een van de protestavonden ging een lange, gladgeschoren, ongewapende legerofficier voor een menigte jongemannen staan en smeekte dat ze zich verspreidden. ‘Ik kan jullie naar het Tahrirplein laten gaan,’ zei hij, wijzend op de opstijgende rookzuilen. ‘Maar ik zweer bij Allah dat de militie en de scherpschutters jullie zullen doden.’ De menigte reageerde met boze anti-Iraanse leuzen.

    Onlangs begon er een tweede golf betogingen. De menigte zwaaide met Iraakse vlaggen en scandeerde ‘Onze ziel, ons bloed offeren we op voor Irak’. In twee dagen kwamen er minstens 74 mensen om en vielen er honderden gewonden. Het dodental bedraagt sinds het begin van de maand [oktober 2019] inmiddels meer dan 250.

  • Russisch OM legt Navalny’s organisatie plat | Draghi’s herstelplan krijgt groen licht

    Russisch OM legt Navalny’s organisatie plat | Draghi’s herstelplan krijgt groen licht

    Navalny’s organisatie opgeschort

    ‘Het proces is nog maar net begonnen [26 april], maar het team van Aleksej Navalny heeft besloten de rechter voor te zijn.’ Zoals het dagblad Nezavissimaja Gazeta meldt, hebben de 37 hoofdkwartieren van Navalny’s oppositiepartij, die beschuldigd worden van ‘extremistische activiteiten’, besloten hun activiteiten op te schorten, zonder het verbod af te wachten dat hen waarschijnlijk te wachten staat aan het eind van het proces.

    Navalny’s team weerlegt de beschuldigingen, maar zegt dat het zijn activisten en aanhangers niet in gevaar wil brengen. ‘Op verzoek van het Openbaar Ministerie zijn wij gedwongen de activiteiten van onze regionale kantoren op te schorten. Regionale sociale netwerken zullen worden bevroren en maximaal worden geanonimiseerd’, kondigden de campagneleiders van Navalny aan op de platforms Telegram en Vkontakte [het Russische Facebook].

    Lees ook:

    Naast de sluiting van de regionale kantoren eist het Openbaar Ministerie de stopzetting van de activiteiten van het Anti-Corruptie Fonds (FBK) en het Fonds voor de Verdediging van de Rechten van de Burgers, twee belangrijke organisaties die eveneens door Navalny in het leven zijn geroepen en die reeds als ‘buitenlandse agenten’ zijn opgenomen in het register van verenigingen die in Rusland actief zijn.

    ‘Als je een onderzoek van Navalny opnieuw post op sociale media, ga je naar de gevangenis’

    Het dagblad Vedomosti meldt echter dat de anticorruptieorganisatie die Navalny tien jaar geleden aan het begin van zijn politieke carrière oprichtte, heeft aangekondigd dat haar leden zullen doorgaan met hun ‘strijd tegen corruptie, tegen de regerende partij Verenigd Rusland, die van het land steelt, en tegen Vladimir Poetin, die paleizen bouwt met staatsgeld en zijn politieke tegenstanders vermoordt’.

    Lees ook:

    Volgens de Moskouse openbaar aanklager Denis Popov werken deze organisaties ‘aan het scheppen van voorwaarden die kunnen leiden tot destabilisatie van de sociale en politieke situatie, en om die reden kunnen zij als extremistisch worden bestempeld’.

    Bulldozer

    ‘De bulldozer van Justitie is nog maar net begonnen’, schrijft Vedomosti. Navalny’s netwerk zal waarschijnlijk ‘zo niet volledig worden vernietigd, dan toch ten minste ondergronds worden gedreven vóór het eindvonnis van het proces’. Zeer binnenkort zal iedereen die ook maar in de verste verte iets met Navalny’s activiteiten te maken heeft, van extremisme worden beschuldigd.

    Kommersant-commentator Dmitri Drize vermoedt dat, indien het vonnis de extremistische aard van de aan Navalny gelieerde structuren erkent, hun aanhangers en donateurs gevangenisstraffen van zes tot acht jaar kunnen krijgen. ‘Dit betekent dat het doen van giften [aan deze organisaties], het openlijk campagne voeren en het steunen van acties strafbaar worden. Als je een onderzoek van Navalny opnieuw post op sociale media, ga je naar de gevangenis.’

    Met de parlementsverkiezingen in september in het verschiet, zal ook de verkiezingsstrategie van Navalny’s organisatie, ‘slim stemmen’ genaamd, oftewel stemmen op elke kandidaat die geen lid is van Verenigd Rusland, in het vizier van Justitie komen. Alleen al het feit dat deze strategie wordt bepleit, zal als een uiting van extremisme worden beschouwd.

    Volgens Kommersant zou het slecht kunnen uitpakken voor de zittende macht als Navanly’s netwerk gedwongen wordt ondergronds te gaan: ‘Als de onvrede onder de bevolking zich opstapelt en geen uitweg vindt, kan dat [voor de regering] ernstiger gevolgen hebben dan de demonstraties en onderzoeken van Navalny’.


    Chamber of Progress, een progressieve denktank in dienst van big tech

    ‘Chamber of Progress is een nieuwe coalitie binnen de techindustrie die zich inzet voor een progressieve samenleving en economie alsmede progressieve arbeids- en consumentenrechten’, aldus de website van deze Amerikaanse organisatie, die op 29 maart werd gelanceerd.

    Een blurb verzekert: ‘Wij zijn niet zomaar een belangengroep. (…) Wij steunen overheidsbeleid dat zal leiden tot een rechtvaardiger en toleranter land, waar alle burgers profiteren van technologische vooruitgang.’

    Een lobbygroep? Een denktank? Chamber of Progress lijkt zich op het kruispunt van beide te bevinden. De organisatie wordt gefinancierd door dertien grote techbedrijven, waaronder Amazon, Facebook, Google, Twitter en Uber. ‘De groep voegt zich bij een reeds lange lijst van brancheverenigingen en lobbygroepen in deze sector’, merkt Bloomberg op, ‘nu de praktijken van deze bedrijven onder de loep worden genomen op het gebied van privacy, monopolieposities, arbeidsomstandigheden en in verband met hun rol in desinformatie’.

    Lees ook:

    Het linkse tijdschrift Mother Jones beschrijft de oprichter van de organisatie, Adam Kovacevich, als ‘een voormalige pr-bons bij Google en Lime’ [de marktleider in elektrische scooters]. Kovacevich ‘stond voorheen aan het hoofd van Google’s afdeling externe zaken en managede de regeringsrelaties voor Lime. Vervolgens werkte hij voor de Democraten in Washington’, aldus website Axios.

    ‘Deze lofzang op linkse waarden verhult een regelrechte verdediging van de voornaamste belangen van de industrie’

    Zoals Bloomberg het samenvat, is zijn doel om ‘de Democraten eraan te herinneren dat digitale bedrijven hen steunen bij het verdedigen van progressieve doelen, waaronder stemrecht, het bestrijden van klimaatverandering en het verminderen van ongelijkheid. Dit is wat de Chamber of Progress van plan is te doen, mede door het organiseren van evenementen en het publiceren van opiniestukken in de Amerikaanse pers’.

    Lees ook:

    Mother Jones waarschuwt echter: ‘Deze lofzang op linkse waarden verhult een regelrechte verdediging van de voornaamste belangen van de industrie’.

    Volgens de oprichter zal Chamber of Progress ‘zich concentreren op het reageren op voorgestelde regelgeving’, in een context waarin de Democraten (de meerderheid in het Congres) duidelijk kritischer staan tegenover Gafam (Google, Apple, Facebook, Amazon en Microsoft) dan de Republikeinen.

    Lees ook:

    Kovacevich ‘wil voorkomen wat hij “extreme maatregelen” noemt, zoals het opsplitsen van techbedrijven’, vervolgt Mother Jones. ‘Hij haalt ook de steun van de Democraten voor vakbondsorganisatoren bij Amazon aan als een punt van zorg.’

    Axios merkt op: ‘Lobby’s volgen de macht, dus de opkomst van een centrumlinkse groepering op een moment dat die ideologie domineert in Washington viel te verwachten’.


    De beste whisky komt uit Japan

    Voor het vijfde jaar op rij zijn de World Whiskies Awards in Engeland gegaan naar een whisky van een Japans merk, Ichiro, dat wordt gemaakt in een kleine distilleerderij in Chichibu, in de buitenwijken van Tokio, bericht de Japanse krant Asahi Shimbun. Elk jaar worden er maar vijfhonderd flessen van deze speciale whisky geproduceerd en verkocht voor een prijs van 198.000 yen – 1504 euro – per stuk.


    Draghi’s coronaherstelplan krijgt groen licht

    ‘Alles liep op rolletjes’, vat Corriere della Sera samen. De twee kamers van het Italiaanse parlement hebben op dinsdag 27 april ‘groen licht’ gegeven voor het coronaherstelplan van de onlangs aangetreden premier Mario Draghi, aldus La Repubblica.

    Lees ook:

    Een ‘zeer grote meerderheid’ stemde voor het plan van 222 miljard euro, dat door de Europese Unie wordt gefinancierd en een dag eerder door de premier werd gepresenteerd. 224 stemmen voor, 16 tegen en 21 onthoudingen in de Senaat; 442 stemmen voor, 19 tegen en 51 onthoudingen in het Huis van Afgevaardigden. Voormalig ECB-voorzitter Draghi sprak van een ‘uitdaging’ die ‘we niet mogen verliezen’ omdat ‘een mislukking ernstig zou zijn voor ons en de toekomst van Europa’. Hij noemde Italië momenteel ‘een van de meest kwetsbare landen in de EU’.


    Journalist Maria Ressa wint UNESCO-prijs voor persvrijheid

    Het cultuuragentschap van de VN heeft de jaarlijkse prijs voor persvrijheid toegekend aan de Filipijnse journalist Maria Ressa, bericht The Guardian. Door haar journalistieke werk is zij het doelwit geworden van de rechterlijke macht in haar land en van haatcampagnes op internet.

    Ressa, een voormalig onderzoeksjournalist voor de Amerikaanse zender CNN en hoofd van de binnenlandse zender ABS-CBN News, beheert nu de nieuwswebsite Rappler, waarvan menig bericht de woede van de Filipijnse leider, Rodrigo Duterte, heeft gewekt.

    Ze is betrokken geweest bij vele internationale initiatieven ter bevordering van de persvrijheid, en is meerdere malen gearresteerd ‘wegens vermeende misdrijven in verband met de uitoefening van haar beroep’, aldus UNESCO.

    ‘Maria Ressa’s niet-aflatende strijd voor de vrijheid van meningsuiting is een voorbeeld voor vele journalisten over de hele wereld’, aldus de voorzitter van de internationale jury van de prijs, Marilu Mastrogiovanni. ‘Haar geval is emblematisch voor wereldwijde trends die een reële bedreiging vormen voor de persvrijheid en dus voor de democratie’, voegt de Italiaanse onderzoeksjournalist eraan toe.

    Lees ook:

  • ‘Spreek je uit, vrouw! Maar voor wie?’

    ‘Spreek je uit, vrouw! Maar voor wie?’

    Online ‘sextortion’-klachten in Libanon zijn in 2020 met 307 procent gestegen. Een onlangs aangenomen nieuwe wet die moet beschermen tegen intimidatie, geeft deze vrouwelijke activist weer een sprankje hoop op verbetering.

    Vrouwelijke journalisten, feministen, activisten en mensenrechtenverdedigers over de hele wereld worden geconfronteerd met virtuele intimidatie. In deze serie benadrukt de wereldwijde alliantie van het maatschappelijk middenveld CIVICUS de gendergerelateerde aard van virtuele intimidatie middels verhalen van vrouwen die werken aan het verdedigen van onze democratische vrijheid. De getuigenissen worden gepubliceerd in een samenwerking tussen CIVICUS en Global Voices.

    Sinds de protesten van oktober 2019 in Libanon, beter bekend als de Oktoberrevolutie, roepen demonstranten in het hele land op tot het aftreden van de regering en uiten ze hun bezorgdheid over corruptie, slechte publieke diensten en een gebrek aan vertrouwen in de heersende klasse.

    Veiligheidstroepen hebben met ongekend geweld op de protesten gereageerd. Sinds het begin van de revolutie heeft de regering hard opgetreden tegen de vrijheid van meningsuiting en waren journalisten slachtoffer van aanvallen en bedreigingen

    Libanon wordt momenteel geconfronteerd met een aanhoudende politieke crisis, die nog eens werd verergerd door de explosie in de haven van Beiroet augustus vorig jaar. Feministen speelden een voortrekkersrol in de revolutie en zetten zich na de explosie massaal in om hulp te bieden.

    Maya El Ammar

    Maya El Ammar is een feministische schrijver, activist en communicatieprofessional die momenteel bijdraagt ​​aan verschillende mediakanalen, haar eigen opinievideo produceert over feministische en mensenrechtenkwesties en gendergerelateerde artikelen publiceert in samenwerking met onafhankelijke mediaplatforms. Daarnaast werkt ze als mediastrateeg voor een non-profit organisatie.

    Dit is het getuigenis van Maya El Ammar:

    Spreek je uit, vrouw! Maar voor wie?

    ‘Het lichaam van de presentator is als een snoepwinkel en een verkrachting waard’, was de reactie van een man op een video die ik in 2018 maakte, niet over suikerappels, maar over de vooringenomenheid van de Libanese media in hun verslaggeving over gevallen van vrouwenmoord. 

    ‘Als je dat voor je werk draagt ​​(…) vraag ik me af hoe je nachthemd eruitziet?’

    ‘Waarom eet je geen “banaan”?’ en: ‘Waarom zou ik iets aannemen van een onreine vrouw zoals jij?’ vroegen anderen zich af. 

    Die laatste was een reactie op mijn artikel datzelfde jaar over de kafala (voogdij): slavernij-achtige voorwaarden die worden opgelegd aan huishoudelijk personeel, en in hoeverre deze overeenkomen met huwelijkswetten in onze regio. 

    Een jaar later escaleerde het tot: ‘Beantwoord mijn e-mail en telefoontjes, anders moet ik naar je kantoor komen, Maya.’

    Dat was de eerste keer in mijn leven dat ik een advocaat raadpleegde, want deze zeer beleefde dreiging was de climax van een misselijkmakende combinatie van online en offline stalking, waanvoorstellingen, leugens en wat ik de ‘wraaktoorn’ noem van een man nadat ik een verhaal – mijn verhaal – had gemaakt zonder zijn medewerking. 

    Velen van hen ondergaan hun beproeving waarschijnlijk met een vreemd soort acceptatie

    In mijn geval was het een mannelijke videograaf en een collega uit het maatschappelijk middenveld die ik tegenkwam. Hij is zelfs zo ver gegaan dat hij de persoon over wie het verhaal ging begon lastig te vallen, om mij te straffen. Maar gelukkig heb ik ook dat overleefd.

    Ik hield me zelfs voor wat ik nooit tegen mijn vrienden of sowieso hardop zou zeggen: dat dit nog aanzienlijk triviaal was vergeleken met de ernstiger overtredingen waarmee mijn collega’s, en vrouwen in het algemeen, worden geconfronteerd. Het ‘Het is nog geen dagelijkse bedreiging of verkrachting’-riedeltje hield me op de been, want er was zoveel wat ik wilde doen en ik wilde niet gestopt worden, laat staan in het openbaar delen wat me overkwam. 

    Nu pas realiseer ik dat terwijl ik dit schrijf, en terwijl je het leest, duizenden andere vrouwen te maken hebben met soortgelijke schendingen. 

    Velen van hen ondergaan hun beproeving waarschijnlijk met die vreemde soort acceptatie. Ik zeg dit omdat ik denk dat wij vrouwen die vrouwenhaters en ad-hominemcommentaren altijd boven ons hoofd hebben zien zweven. Nu zijn ze geland in de digitale ruimtes die we besloten te claimen, zoals we eerder besloten de openbare ruimtes te claimen. De geschiedenis herhaalt zich soms.  

    Slachtoffer

    Dankzij onze ervaringen met gendergerelateerd geweld in de offline wereld, hebben we de realiteit, namelijk dat onze virtuele wereld enkel een natuurlijke weerspiegeling is van ons bestaan ​​buiten het scherm, gerationaliseerd. Dankzij de vrouwen wier inspirerende trajecten vaak eindigden als waarschuwing voor hun opvolgers, hebben we misschien onbedoeld geaccepteerd dat het onvermijdelijk is om door het leven te gaan als slachtoffer.

    Wij meisjes moesten blijkbaar voorbereid doch ongewapend ter aarde komen. En het ergste is het besef dat we decennia later als vrouwen nog steeds ongewapend en onvoldoende uitgerust zijn. Dus kunnen we misschien maar beter wat minder om onszelf en ons eigen welzijn geven, nietwaar?

    Als vrouwelijke journalisten en activisten uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika werkt onze strijdvaardigheid destabiliserend, maar andere kwesties krijgen altijd voorrang. En dus krijgen we als onafhankelijke vrouwelijke journalisten en activisten geen bescherming of steun van hogerhand. 

    De digitale equivalenten van de vecht-of-vluchtreactie zijn negeren, blokkeren of rapporteren

    ‘Hoop op het beste, maar verwacht altijd het ergste’, zei mijn zus altijd tegen me. 

    In plaats van hoop na te jagen, koos ik ervoor op mijn hoede te zijn voor het ergste. Destijds dacht ik misschien dat ik hierdoor zou uitgroeien tot die ‘sterke, onafhankelijke vrouw’ waar Destiny’s Child over zingt. Maar later ontdekte ik dat het er eigenlijk op neerkwam dat ik met mijn angsten moest leren omgaan en mijn vecht-of-vluchtvaardigheden moest optimaliseren. De digitale equivalenten daarvan zijn negeren, blokkeren of rapporteren. 

    Nieuwe wet

    Maar rapporteren aan wie? Aan gigantische technologiebedrijven die onze veiligheid geen biet interesseert, en die prioriteit geven aan het verwijderen van taal die autoritaire en apartheidsregimes in de regio stoort boven het aanpakken van meldingen van seksistische en schadelijke inhoud? Aan bedrijven die eerder ‘gevoelige advertenties’ en politieke Arabische inhoud censureren dan te reageren op pesten, bedreigingen en intimidaties? 

    Aan nationale cybercrimebureaus die misschien effectief zijn gebleken bij het opsporen en arresteren van daders van chantage en sextortion, maar nog altijd veel effectiever in het onrechtmatig vervolgen van gebruikers van sociale media en het arresteren van journalisten, waaronder vrouwen, voor het uiten van ongewenste meningen?

    Terwijl ik deze regels schrijf, denk ik aan mijn vrouwelijke collega’s die constant gedwongen zijn om te gaan met een monsterlijk politieapparaat dat hen vrijwel altijd aanvalt op ‘wie ze zijn’, zelden op ‘wat ze zeggen’.

    Wonder boven wonder weigeren deze zelfde vrouwen zich terug te trekken en worden ze zelfs steeds vastberadener in hun missie om de corruptie en de kwelgeest onder de aandacht te brengen, om en antwoord te vinden op de vraag wie hun collega’s hebben vermoord – de onderzoekers, de denkers, de journalisten – en wie er verantwoordelijk was voor de onjuiste opslag van de 2750 ton ammoniumnitraat die half Beiroet vernietigde.

    Voor hen moet de onlangs goedgekeurde wet tegen intimidatie in Libanon zijn werk gaan doen. Deze nieuwe – zij het zwakkewet moet bescherming bieden aan alle vrouwen van wie altijd wordt verwacht dat ze steeds maar meer opofferen, terwijl zij zelf tijdens een crisis als eerste worden opgeofferd. De wet moet de 307 procent toename van officiële meldingen van online geweld tijdens de covid-19-pandemie tegengaan.

    Deze nieuwe wet, die online intimidatie omvat en ervoor kan zorgen dat de meest flagrante daders tot vier jaar in de gevangenis belanden, moet alle dappere vrouwen beschermen die individuele en collectieve actie ondernemen. En vooral moet de wet een uitkomst zijn voor degenen die besloten geen hulp te zoeken uit angst voor vergelding, en uit een gebrek aan vertrouwen en hoop. 

  • Een kolonisatieverhaal aan de hand van gerechten

    Een kolonisatieverhaal aan de hand van gerechten

    De Amerikanen zijn weg uit de Filipijnen, maar ‘de brandwonden van hun overheersing’ zijn er nog. Jill Damatac ‘kookte’ een schrijnend en poëtisch essay over haar familie die ‘ver van onze barrio’s, bergen en eilanden oefent in het doorslikken van onze onaangename waarheden, zuur en zwaar van bloed’.

    Tinola is een bescheiden gerecht. Het trekt niet de aandacht van foodies, met zijn uiterlijk dat bleek en waterig is, of zijn geur, van gemberachtige gekookte kip, of zijn smaak, die pas bij de tweede hap tot bloei komt, zacht en mild op de tong.

    Toen ik klein was, voordat ik de zonnige, Pacifische chaos van onze wereld verruilde voor de kille, Atlantische stilte van de nieuwe wereld, aten we tinola op zondagmiddag thuis bij lolo en lola [opa en oma], waar ik vaak in het weekend was. Vroeg in de morgen wandelden Lolo en ik dan door de straten van de barrio om bij de plaatselijke bakker verse pandesalte kopen, ik huppelend in gemompelde samenzang met de hanen, hij in de lucht stompend met atletische vuisten, net zoals hij dat in de oorlog met de Amerikaanse GI’s had gedaan. In Pennsylvania, waarheen hij ons een jaar na ons vertrek gevolgd was, liep hij altijd met me mee naar en van school en dan snoepten we samen uit een zak kleverige, zure tamarinde waarvan we de gladde, glanzende pitten in onze handpalm spuugden. Hij droeg altijd smetteloos witte Reeboks en had soms een grote cowboyhoed op. Ik herinner me nog mijn schaamte op de dagen dat hij met die hoed op kwam aanzetten. 

    Screenshot 2021 03 31 at 16.13.42

    Tinola

    (Gember-kippensoep)
    Voor 4 personen
    1 kilo kippendijen met vel en bot
    Kippenklauwen, nekken, hart, lever, spiermaag, als je die wilt gebruiken
    1 chayote, geschild, de zaden verwijderd, in blokjes gesneden
    1 kop moringabladeren
    5 tenen knoflook, geplet
    stuk (ongeveer 4 cm) geschilde gemberwortel, in lucifertjes gesneden
    1 rode ui, gesnipperd
    8 koppen ongezouten kippenbouillon
    Patis (vissaus) naar smaak

    Het was in die eerste jaren in het land of the free en home of the brave dat ik last had van schaamte, wat honger naar trots is, en van eenzaamheid, wat honger naar ergens bij horen is.

    De bescheiden, heldere, met gember doortrokken omhelzing van tinola hielp die honger te stillen, terwijl mijn tong de smaak van eigen bodem opnam.

    Fruit de knoflook, gember en ui in een grote pan en roerbak tot ze zacht zijn.

    Lola Rosing had een moringaboom in haar voortuin, verwilderd en stakerig, gevoed door de ochtendzon van Manila. Altijd als ze tinola maakte, moest ik verse bladeren van de boom plukken en dan drukte ze me op het hart om alleen de zoete, jonge twijgen te kiezen. Moringa is veel werk: de bladeren zijn een sterrenstelsel van individuele blaadjes die uit de hoofdtak het oneindige in groeien. In de dirty kitchen, waar in Filipijnse huizen het echte kookwerk plaatsvindt, plukten we bladeren tot zij tevreden was met de hoogte van de donkergroene stapel. Met een woordloze glimlach gaf ze me dan toestemming om buiten te gaan spelen.

    Eens, op een warme middag rende ik hun huis binnen, kermend om een bloedende knie van het fietsen. Lola trok een handvol bladeren van haar boom en spuugde in haar vijzel. Ze plette de moringabladeren met haar stamper en smeerde de pasta op mijn knie. Het bloeden hield meteen op.

    Soms zag ik haar slokjes nemen uit een kop heet water met moringabladeren en dan wist ik dat ze hoofdpijn had. Bij mijn geboorte was ik slecht toegerust voor deze wereld: mijn ledematen waren fragiel, mijn kreten langgerekt en hol. Lola maakte kommen moringasoep voor mijn moeder, die daar gretig van dronk. Al snel zwollen mama’s kleine, bleke borsten op, zodat ze mij kon voeden en de van moringa doortrokken melk versterkte mijn zachte babybotjes.

    Zelfs van zijn dromen is papa gescheiden. Die heeft hij achtergelaten op het cruiseschip dat hem naar Amerika bracht

    Maar ondanks al haar zorg en ijver bleef lola onbereikbaar. Het leek of haar ogen met die zware oogleden heen en weer schoten tussen werelden, haar blik bleef nooit echt hier op Pugao, ons aardrijk, hangen. Mijn grootmoeders gedachten waren altijd ergens anders, misschien in Kabunian, het hemelrijk waar we vandaan komen, of in Dalom, de onderwereld waar haar jongere broers en zussen en haar twee verloren baby’s wachtten. Toch vulde haar aanwezigheid, rustig en warm, het huis aan Aranga Street. Ze wikkelde haar moeder in dekens, waste de kleren van mijn grootvader en gaf mij te eten terwijl ik op de verwaarloosde oude piano van mijn vader speelde, die in de loop der tijd vals geworden was. Het grootste deel van haar leven hield lola haar woorden binnen; pas na de dood van lolo liet ze ze vrij. En toen zij stierf, ging niet lang daarna ook haar moringaboom dood.

    Leg de kip op de knoflook, gember en uien in de pan.

    De boom reikte hoger dan lola’s acht zoons, van wie er zes tot mannen opgroeiden. Een van hen was mijn vader, geboren tussen twee broers die deze wereld verlieten voor ze kind werden. 

    Dit verlaten-zijn heeft hem afgezonderd. Zijn dagen worden doorgebracht in eenzaamheid, een halve wereld verwijderd van zijn vijf overgebleven broers, oceanen van zijn twee dochters. Angstig en hooghartig onthouden we hem onze dankbaarheid en vergeving zodat we hem niet alleen zijn fouten kunnen verwijten, maar ook de onze.

    eryka raton m4mHucyUBdo unsplash
    Straatverkoper maakt mango’s en chayotes schoon in Manila, de hoofdstad van de Filipijnen. – © Eryka Raton / Unsplash

    Zelfs van zijn dromen is papa gescheiden. Die heeft hij achtergelaten op het cruiseschip dat hem naar Amerika bracht. Hij heeft door tijd en ruimte gereisd en bracht in zijn inheemse vlees en bloed het verzet van onze voorouders naar de straten van Manila in de jaren zeventig, protesterend tegen het noodtoestandregime van Marcos, de Grote Amerikaanse Marionet. Hij is over werelddelen en oceanen gereisd, terwijl hij met één hand achteruit, naar zijn vrouw en kinderen reikte en met de andere vooruit, naar de ivoren toetsen van zijn melodieën. Door ons onze dromen te geven en de zijne opzij te zetten is papa een heel eind afgedwaald van zijn jongenstijd in de bergen van Tadian.

    Dat bergleven was door de goden omlaaggebracht vanuit het hemelrijk. Speels hadden zij de groene toppen van de Cordilleras – hoger dan de Appalachen – gebeeldhouwd met daaronder de ruisende, bruine rivier de Chico, nieuwsgierig wat er zou gebeuren als ze met één deel van de aarde dít deden en met een ander deel dát. Via onze mama-o en onze mumbaki leerden de goden ons de aardse gaven te gebruiken en weer aan te vullen. De grootmoeders van mijn vader gebruikten planten zoals moringa als medicijn, om buikpijn te verzachten, dieper te kunnen ademen en de bloedstroom te verdikken.

    Doe de nekken, klauwen, hart, lever en maag erbij, als je die gebruikt. 

    De grootmoeders van mijn vader zouden het afschuwelijk vinden als ze wisten dat deze gaven nu door verkozen leiders worden geëxploiteerd, tegen de wil van onze inheemse volken in. Om onze trotse bergen te kunnen ontdoen van hun gordels van goud, mineralen en koper worden families uit de dorpen en van het land van hun voorouders verdreven, en zelfs de stromingen van de Chico en de wortels van elke boom worden aan de hoogste internationale bieder verkocht. Onze moringaboom, die steunpilaar van vele generaties, is nu een winstgevend exportproduct. Zijn twijgen en bladeren worden vermalen, als poeder verkocht, door wellness-influencers aangeprezen, tot smoothies gemixt, als capsules geslikt.

    En wanneer in het tyfoonseizoen modderige aardverschuivingen van onze kaalgeslagen hellingen stromen, blijft geen mens, huis of dorp onbestraft door de goden. Om aan hun toorn te ontkomen, vluchten onze mensen naar Baguio of naar Manila, of naar de air-bridged harbor, met zijn lamp beside the golden door [verwijzing naar het gedicht The New Colossus van Emma Lazarus, dat vaak wordt aangehaald als het om het verwelkomen van immigranten in Amerika gaat.].

    Schenk de kippenbouillon over het vlees en de rest, breng aan de kook en laat dan drie kwartier zachtjes sudderen.

    In het voorstedelijk Amerika van de jaren negentig was het onmogelijk om aan moringablad te komen. Mama verving het door wat ze maar had, spinazie of paksoi, afhankelijk van wat er die week bij de supermarkt te koop was. Als ze bij de plaatselijke Aziatische winkel peperbladeren kon kopen, was het mijn taak om het keiharde pakket uit de vriezer op te graven en het in een kom warm water naast de gootsteen te ontdooien terwijl ik mijn huiswerk maakte. Ik schreef opstellen over Columbus, Pizarro en Cortés en hun aanspraken op land dat nooit van hen was. Ik vergat waar ik geboren was.

    De grootmoeders van mijn vader zouden het afschuwelijk vinden als ze wisten dat deze gaven nu door verkozen leiders worden geëxploiteerd

    Chayote was een geschenk van onze Nahuatl-sprekende broeders en zusters, overgebracht tijdens onze gedeelde kolonisatie. Ten noorden van hun landen van oorsprong, in het gebied dat nu de Verenigde Staten heet, komt de vrucht zelden voor. Het doorschijnende vruchtvlees van de chayote geeft de tinola iets stevigs, een moment van groene zoetheid tegen het zachte zout van de met patis gekruide soep. We misten hem in het allegaartje van de Amerikaanse migrantentinola, smakten tussen de happen door en deden alsof papaja uit Florida even lekker was als chayote uit Benguet.

    Laat de chayote tien minuten meesudderen, tot hij zacht en doorschijnend is.

    Gember, gedomesticeerd door onze Austronesische voorouders, was in de nieuwe wereld gemakkelijker te vinden, naar het Westen gebracht door de handelsschepen van de Chinezen, die lang voordat Mao en zijn opvolgers met onze eilanden handel dreven, met ons leefden, vochten, trouwden. Hun kinderen, onze kinderen, werden opgenomen in het Spaanse kastensysteem, ingedeeld onder witte huid, maar boven bruin en zwart. Als kind viste ik naarstig de tot lucifertjes gesneden stukjes uit mijn tinola en legde ze zorgvuldig op de verste rand van mijn bord, anders zouden ze al het andere bederven. Als volwassene snijd ik gemberwortel in dunne plakjes, geslepen staal tegen blote handen, en buig me voorover om zijn pittige zoetheid op te snuiven. Het heeft me al mijn zevenendertig jaren gekost om van gember te gaan houden.

    Kippenhartjes, maagjes, levertjes, een nek en een of twee stel klauwen: die ongewenste onderdelen geven het gerecht een gelaagde smaak. Lola’s tinola bleef trouw aan zijn onbedwongen noordelijke bergmanieren, net als onze I-pugao-, Bontoc- en Benguet-volken tot aan de vorige eeuw. De kippenklauwen waren alleen voor mijn lolo Pedring. Hij pakte de rubberige, beige klauwen een voor een uit de soep en kloof er dan zichtbaar genietend het krakerige, geribbelde vlees af.

    ‘Hier, neem er ook een,’ zei hij dan met een grijns tegen mij, terwijl hij met een kippenklauw zwaaide, wetend hoe afschuwelijk ik die vond. ‘Het is goed voor je artritis.’

    Laten sudderen tot het vlees van het bot begint te vallen.

    Dat herinner ik me nu en ik wou maar dat lolo toen méér kippenklauwen had gegeten: tientallen, honderden, duizenden bij elke maaltijd, want zijn reumatische artritis heeft hem tot zijn laatste dag gepijnigd. Een aandoening geboren uit capitulatie, diepe pijn die naar zijn veteranenbotten uitstraalde vanuit de gebroken beloften van Dwight D. Eisenhower en zijn Rescission Act uit de Tweede Wereldoorlog, want de ontzegging van staatsburgerschap en vrijheid treft ook de bewegingen van het lichaam, die stijf worden van pijn en verlangen [De wet – door Harry Truman ondertekend – bepaalde dat Filipijnse veteranen de voorrechten werden ontnomen die hen waren beloofd toen zij mee moesten vechten tegen Japan in WO II].

    Ik wou maar dat we meer tijd samen hadden gehad op deze wereld. De nacht waarin hij het aardrijk verliet, bezocht lolo me voor één laatste geesteswandeling. Op die wandeling, het was een warme middag in Manila, sloeg de regen de gevallen herfstbladeren tot een glibberige bruine smurrie. Ik had moeten zien dat die bladeren niet klopten, maar ik was eenentwintig en ik had hem bijna tien jaar niet gezien. Ik had zijn leeftijdloosheid moeten zien, zijn haar dat even gitzwart was en zijn gezicht dat even Gregory Peck-knap was als toen ik een kind was. We wandelden over de grond waar hij begraven zou worden, in gelijke pas, naast elkaar, mijn blote voeten die houvast vonden op gladde bladeren, Lolo’s witte Reeboks onaangetast door de regen die ik niet op mijn huid voelde. Wat ik wel voelde was zijn begrip: voor mijn mislukkingen, voor afstand en voor de onvermijdelijkheid van de tijd.

    Ik vraag me af wat mijn kinderen, die ik misschien nooit krijg, van dit gerecht zouden vinden

    We kwamen bij het eind van het pad. Hij keerde zich naar me toe, legde zijn handen op mijn schouders en gaf er een zacht kneepje in.

    ‘Wees niet bang,’ zei hij. ‘Het zit in je.’

    Toen keerde lolo Pedring me de rug toe, stapte het gras op waar ik hem nog niet kon volgen, liep weg, zonder pijn, en verdween in de mist. En op dat moment, terwijl mijn lichaam in voorstedelijk New Jersey sliep, kromp oceanen ver weg het lichaam van mijn grootvader in elkaar van pijn en bloedde dood.

    Doe op het laatst de bladeren erin. Laat twee minuten op laag vuur zacht worden.

    Nu maak ik tinola en sluit mijn ogen, roerend in de moringabladeren die me over oceanen heen zijn gebracht door dezelfde multinationale krachten die van onze eilanden stelen. Achter mijn oogleden zie ik nog steeds lola Rosings knokige vingers de bladeren van de stengels plukken. Terwijl ik een heldere lepel tinola in de kom van mijn man schep, adem ik in en open mijn longen voor de damp van die warme middagmalen in Manila, met lolo Pedring aan mijn linkerzijde. Ik schuif een bergje zachte kip en luchtige rijst op mijn tong en overdenk waar ik verse kippennekken, harten, magen, levers en klauwen zou kunnen bestellen op internet.

    Giet de soep in kommen. Serveer de kip, chayote en moringa op gestoomde witte rijst. Zet patis op tafel.

    Ik vraag me af wat mijn kinderen, die ik misschien nooit krijg, van dit gerecht zouden vinden. Ik zie voor me hoe de Yorkshire-puddings van hun vader als schepen in hun kommen tinola drijven, hun bord omkranst door stukjes groene chayote en gele gember, die ze opzij hebben gelegd zoals hun moeder ooit deed. Met gekrulde tong neem ik een hap hete soep, slurpend om mijn gehemelte koelte toe te blazen, en ik stel me gasten uit andere werelden aan tafel voor. Ik slik de brok zoute tranen in mijn keel door en schraap mijn bord schoon.

    Sisig na Kambing

    Sisig

    (Varkensvlees op drie manieren)
    Voor 4 personen
    1 kilo varkensbuik
    120 g varkensoren
    120 g varkenssnuit
    120 g kippenlevertjes, in blokjes
    4 eieren
    5 laurierblaadjes
    1 el zwarte peperkorrels
    1 rode ui, gesnipperd
    6 rawit-pepertjes, gesneden
    10 knoflooktenen, gehakt
    60 ml suikerrietazijn
    2 el calamansi-sap
    Zeezout en gemalen
    zwarte peper

    Groene mango, knoflook, zout, chilipepers, azijn: sisig was in zijn oorspronkelijke vorm vleesloos, vegetarisch, rauw. Het gerecht komt van het volk van mijn moeder, de Kapampangan. Zij waren nakomelingen van Indonesische stammen en vestigden zich in ons centrale laagland, naast onze echte oorspronkelijke bevolking, de Aeta met hun amberkleurige huid. Oorlogvoerende goden vormden al vechtend hun eilanden, een voortdurende krachtmeting tussen ziedende vulkanen en de woedende zee. Geboren op vruchtbare lavagrond waren de Kapampangans vertrouwd met levenschenkende verwoesting, of die nu van de goden kwam of van missionarissen met bijbels. In naam van hun eenzame god stalen de christenen onze zachte, handgeweven zijdes in ruil voor hun ruwe slavenkatoen.

    Snij de varkensbuik in blokjes van 1 cm.

    Sisig is een geheugensteun. Als het in zijn gietijzeren pan sist, herinnert het je aan transformatie die alleen door vuur wordt gebracht. Terwijl je tanden op het knapperige, knarsende en zachte varkensvlees kauwen, herinnert het je aan alles waarvan het is gemaakt. Als zijn citruszure, gepeperde hitte op je tong blijft hangen, herinnert het je eraan hoe je onaangename waarheden moet doorslikken.

    Bak met plantaardige olie goudbruin in een grote koekenpan. Leg apart op een groot bord.

    Het volk van mijn moeder was gezegend door zijn goden, die vuur ademden, lava bloedden en het land voedden; in ruil daarvoor eisten ze elke maan een offer. Ze gaven ons sisig, een middel tegen acute verstoringen van het evenwicht: een kater, buikklachten, een scheepslading ongenode conquistadores. En terwijl de collectieve buikpijn van de kolonisatie postvatte, onderging sisig zijn eigen heilige gedaanteverwisseling: van sporadisch gebruikt geneesmiddel werd het dagelijks onderdeel van het door Jezus gezegende familiemaal. Met hun vingers en duim als schepje en hun elleboog steunend op een opgetrokken knie pakten Kapampangans een klompje rijst, wat vlees en een groene brok sisig en de bijtende, zure pittigheid hardde hun maag en gaf tegenwicht aan de bitterheid die, zwijgend, in hun bloed groeide.

    Mama’s lievelingssnack komt van dat voorouderlijke geneesmiddel: groene mango’s, wrange azijn, zoute patis. Het is ook mijn lievelingssnack, een versterkend tonicum als je opgroeit in de zoete overvloed van Amerika of je draai moet vinden in de clotted cream van Engeland.

    Veeg de koekenpan schoon. Verhit olie 
    op halfhoog vuur en bak daarin de 
    gehakte knoflook, het grootste deel van 
    de gesnipperde rode ui en het grootste deel 
    van de gesneden rawit-pepertjes.

    Ik was achtentwintig toen ik voor het eerst varkenssisig at in Amerika. Het was bij Maharlika, in de East Village. De maaltijd was mijn manier om te vieren dat het leven net vier jaar daarvoor was begonnen. Ik was laat op de avond met de bus vanuit New Jersey in Manhattan aangekomen met alleen een halfvolle reistas om de naderende winter mee door te komen. Ik vond onderdak in een opvanghuis voor vrouwen die lijden onder de handen van mannen (die zelf ook weer lijden onder de handen van andere mannen). Ik deed zalf op mijn gebutste gezicht, pleisters op mijn ellebogen en knieën en zette in het inschrijfboek van het opvanghuis een naam die niet de mijne was – een van de weinige kleine voordelen van geen papieren hebben. Mijn rug deed wekenlang pijn op de plek waar hij geschopt was, maar na een tijdje kon ik rechtop staan en lopen.

    Geregeld roeren, koken tot alles zacht is. Laat de rauwe geur eruit trekken.

    New York is het soort plek waar je kunt beginnen met telefoons beantwoorden in een receptie en je onopgeleide, papierloze, onwiskundige zelf uiteindelijk met cijfers kan goochelen op Wall Street. Met prestatiebonussen, hoeveel ook, zul je nooit je staatsburgerschap kunnen kopen (zelfs trouw betaalde belastingen niet), maar nou ja. Eindelijk had ik geld om te eten.

    Doe dan de gesneden kippenlevertjes erbij. Roer drie of vier minuten tot het geheel gaar en romig is.

    Aan dat eenpersoonstafeltje bestelde ik een gietijzeren schotel sissende sisig met knoflooksinangág. Instinctief had ik besteld wat mijn voorouders, wat onze goden vroegen, want wij vieren, rouwen en eren met varkensvlees. Terwijl ik at bekeek ik mezelf vanuit een andere wereld. Ik zag dat er meer pelgrimages zouden komen, meer aanpassingen.

    lyman gerona aGkU9NyRwf4 unsplash
    Bananen in gesmolten suiker, een lekkernij van straatverkopers in Manila. – © Lyman Gerona / Unsplash

    Ook sisig heeft zich aangepast. Het brengt niet langer evenwicht of genezing. Het is nu een lokmiddel. Verleiding. Aas. Witte mannen en cameraploegen – Anthony Bourdain, Andrew Zimmern, de foodie-zoon van de hertogin van Cornwall – daalden neer op Jackson Heights of Queens of bij Aling Lucing in Pampanga, riepen onze sisig uit tot hot en nieuw voor foodies over de hele wereld en vonden zo weer een manier om te verkopen wat hun niet toebehoort.

    Voeg dan de gesneden varkensoren, snuit en buik toe. Blijf roeren, schenk de azijn en het calamansi-sap erbij. Haal van het vuur.

    ‘Volgens mij heeft sisig alles om de hele wereld te veroveren’

    ‘Volgens mij heeft sisig alles om de hele wereld te veroveren,’ heeft Bourdain een keer gezegd. Dat was voor #foodies en #reizigers met hun koloniserende #wanderlust het sein om tickets te kopen en koffers te pakken. Filipino’s juichten bij deze lof van de witte man, maar ik weet dat onze altijd waakzame goden, die eeuwenoude grieven koesteren, wraakzuchtiger ideeën hebben.

    ‘Als je te veel sisig eet, ga je dood,’ zei mijn tito Arnold een keer tegen me. Het zal je aderen opvullen, je bloed zwaar maken, je hart laten stoppen. Ooit dankten we de goden door een dier te slachten, maar nu zijn varkens voor de pulutandie tot in de vroege ochtend wordt gegeten door zwetende tito’s in hun hemd. Ze spoelen het weg met bier en Frank Sinatra-karaoke, treurend om alles wat we hadden kunnen zijn. Onze goden kijken van bovenaf toe en treuren ook.

    Verhit twee eetlepels olie in een gietijzeren pan tot de olie een beetje begint te roken.

    Het is toepasselijk dat sisig voor het eerst op een Amerikaanse luchtmachtbasis op Kapampangan-grond in vergif veranderde. Het was in de tijd van Marcos, lang nadat de Amerikanen onze eilanden hadden onderworpen. De zongebruinde GI’s streken neer in Angeles City met hun wapens, hun muziek en hun trek, ook in jonge vrouwen en meisjes, maar niet in varkenspoten, snuiten of oren.

    Misschien geloofden ze dat ze door van hetzelfde varken te eten als onze nieuwe bezetters, vanzelf Amerikaans zouden gaan lijken, lopen en praten

    Niets verspillend, altijd behoeftig namen de koks van Clark Air Base, plaatselijke Kapampangans, deze versmade delen mee naar huis, die delen zonder welke het varken niet had kunnen horen, ruiken of lopen. Ze roerden deze ongewenstheden in medicinale brouwsels van zure groene mango, stopten er lepels vol van in hun mond en slikten het met gepeperde moeite door. Misschien geloofden ze dat ze door van hetzelfde varken te eten als onze nieuwe bezetters, vanzelf Amerikaans zouden gaan lijken, lopen en praten.

    Het duurde niet lang voordat sisig alleen nog maar van varkensvlees werd gemaakt, op drie verschillende manieren bereid, als om zichzelf ervan te overtuigen dat het de moeite waard was om te eten. De zure groentensisig van de goden, ons gegeven als geschenk, was snel vergeten. Wat zullen de goden op Arayat en Pinatubo hier boos om geworden zijn, te moeten toezien hoe de Amerikanen zich tegoed deden aan varkensbuik en -lende, terwijl wij weggegooide kraakbeen en pezen kauwden. Deze offers waren niet bedoeld om er varkenskarbonadediners of baconontbijten of worstjespicknicks van te maken.

    Verdeel de varkenssisig zorgvuldig gelijkmatig over de pan.

    De wraak van de goden openbaarde zich snel, hun belangen gingen samen met die van Marcos. Vlak na de Tweede Koloniale Oorlog bezaten onze eilanden, met hun hulpbronnen, infrastructuur en goed opgeleide mensen, meer rijkdom en economisch potentieel dan Japan. Niet lang nadat hij dictator was geworden, stortte Marcos met hulp van de Wereldbank en het IMF onze eilanden in schuld en narigheid. Banen werden schaars, van de economie bleef slechts het geraamte van contract-arbeid over. Net als andere Kapampangans leidden mijn grootouders, mijn moeder en haar broers en zussen al snel een moeizaam bestaan in Manila. Ze hadden losse baantjes, woonden onder een afdak dat aan het huis van de broer van mijn grootvader was gebouwd, hun zes ongewenste lichamen dicht tegen elkaar aan gepropt.

    ‘Soms keken we door het raam naar de tv,’ vertelde mama me een keer. ‘Soms deden ze dan de gordijnen dicht.’

    Als het varkensvlees in de hete pan sist, breek er dan de eieren over.

    Tito Arnold, de oudste broer van mijn moeder, zal deze herinnering achter zijn gesloten ogen hebben gezien, terwijl hij scheepsdekken schrobde onder de voeten van Britse officieren en Duitse technici. Die herinnering moet een bezwering en een talisman zijn geweest, die hem door die eenzame jaren op zee heen hielp. Zoals velen van onze eilanden was hij door honger en noodzaak uitgestoten, zijn economische ballingschap tot wet getekend door Marcos’ laatste greep naar de macht. Wij waren door onze goden verlaten, want we waren met de punt van een pen, de loop van een geweer gedwongen om hen te verlaten.

    Met zijn zuurverdiende overzeese geld bouwde tito Arnold een huis voor zijn vader en moeder. Hij richtte dit huis zo in dat zij binnen konden eten en tv-kijken. Hij trouwde met de vrouw van zijn door zee omsloten dromen, die al zijn brieven bewaarde en op hem wachtte en ze kregen drie kinderen. Hij gaf zijn dromen aan mijn moeder, zodat zij naar de universiteit kon gaan. En toen bouwde hij een restaurant in Quezon City, een hutjemutjezaak die helemaal van hem was. Hij maakte zijn geliefde gerecht in al zijn knapperige, heetzure, vette Kapampagnan-glorie, waar de verkoolde geur van geroosterd varken en de geesten van Angeles City de nevelige lucht verzadigden. Hij vroeg mijn vader en zijn band om te komen spelen, hun liedjes vermengden zich met rook en herinnering.

    Strooi de achtergehouden ui en pepertjes erover.

    ‘Wil je weten waarom mijn sisig zo bijzonder is?’ vroeg Tito me laatst boven een sissende schotel. We zaten samen te eten naast de vulkaan, Taal. Ik was onlangs naar de eilanden teruggekomen, na tweeëntwintig jaar Amerikaanse ballingschap zonder papieren.

    ‘Omdat ik het met varkensbuik maak. Meestal wordt het met de goedkope delen van het varken gemaakt, ha. Waarom zouden wij alleen goedkope delen eten? En liefde. Ik kook met liefde.’

    Sisig wordt niet meer alleen bereid met de ongewilde restjes, maar zijn giftige werking blijft. De Amerikanen zijn weg, maar de brandwonden van hun overheersing zijn er nog. Niet langer gevangen door onze kolonisatoren, houden we onszelf gevangen. We veranderen om te overleven, maar we dragen de gekookte, verkoolde, krakerige overblijfselen van ons verleden nog met ons mee. Ik zal blijven bestaan in een hongerige ruimte tussen verlangen en erbij horen, want mijn lichaam, weggevoerd uit zijn geboorteland, gedeporteerd uit het land van zijn groei, heeft nu alleen maar gevoel en herinnering die het thuis kan noemen.

    Roer met twee spatels tot de eieren gestold zijn en dien onmiddellijk op. Lekker met gebakken knoflookrijst.

    Ver van onze barrio’s, bergen en eilanden koken we, zodat we kunnen oefenen in het doorslikken van onze onaangename waarheden, zuur en zwaar van bloed. Net als onze eilanden wordt sisig op drie manieren bereid en wij, die afstammen van goden en zijn opgegroeid in dirty kitchens, moeten ze alle drie leren klaarmaken.

    Dirty Kitchen, zal in 2023 door Astra House worden uitgegeven. Dit is een uittreksel van deze memoires over voedsel, gezin, migratie en identiteit, dat werd genomineerd voor de 2021 Pushcart Prize.

  • De overheid bemoeit zich al niet meer met deze Colombiaanse barrio

    De overheid bemoeit zich al niet meer met deze Colombiaanse barrio

    De enige wet die in Altos de Cazucá, Colombia, geldt is de ley de silencio – de wet van het zwijgen. De delincuentes, zoals ze door de plaatselijke bevolking worden genoemd, hebben de wijk in hun greep en bedreigen de bewoners. Sinds corona is hun speelruimte enkel vergroot. Luz Mary, en andere burgers met haar, bieden de enige vorm van verzet die mogelijk is.

    Altos de Cazucá, Soacha – Halverwege maart, als Colombia in lockdown gaat om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, weet Luz Mary wat haar te doen staat. Het is niet de eerste keer dat ze thuis zit opgesloten. De snel pratende moeder van twee kinderen doet de deur op slot, vanaf dat moment speelt haar leven zich af in de kamers van haar huis.

    Toen Luz Mary zich in het verleden in huis opsloot, was dat vanwege een andere doodsdreiging. De gewapende mannen die de dienst uitmaken in haar wijk hadden er geen doekjes om gewonden: als ze niet tijdelijk uit beeld zou verdwijnen, zou ze weleens voorgoed kunnen verdwijnen.

    ‘Er zijn dagen en weken geweest dat ik het huis niet uit kon,’ vertelt ze. ‘Je leert scherp observeren – aan de manier waarop mensen zich gedragen zie je of er iets broeit in de wijk.’

    Delincuentes

    Luz Mary is actief binnen de gemeenschap – sommige Colombianen zouden haar een ‘maatschappelijk leider’ noemen. Haar werk richt zich op de kinderen in de verpauperde wijk. Ze leidt een programma, Semillas y Raíces (Zaden en wortels) om kinderen kennis te laten maken met muziek en toneel en ze ondertussen enige basiskennis bij te brengen op het gebied van gedragsregels en hygiëne.

    Semillas y Raíces doet meer dan de deelnemers instrueren. Het programma biedt ook een veilige haven. Het huis van Luz Mary kijkt uit over een steile helling zonder verharde wegen en uit de onverharde paadjes tussen de groepen huisjes steekt her en der een waterleiding. 

    Delincuentes, zoals ze door de plaatselijke bevolking worden genoemd, hebben de wijk in hun greep en bedreigen de bewoners. Volgens de bewoners hebben deze bandieten banden met nationale drugskartels. Luz Mary zegt dat ze haar als een kwelgeest zien omdat zij de jongeren opvangt die zij proberen te ronselen – jongens en meisjes van soms nog geen negen jaar oud, die de delincuentes gebruiken om op de uitkijk te staan of om kleine klusjes te doen, in ruil voor eten of spullen die de ouders van de kinderen zich niet kunnen veroorloven.

    Semillas y Raíces is ‘een manier om van de straat te blijven en weg te blijven van de drugs,’ zegt een tienermeisje in Luz Mary’s geïmproviseerde theater op het dak. ‘Als ik niet hier zou zijn, zou ik op straat rondhangen.’

    Luz Mary’s werk is onbezoldigd – het programma levert haar niets op en ze bekostigt het zelf, met geld dat ze bijeensprokkelt met losse baantjes, het inleveren van afgedankte, herbruikbare materialen, en zo nu en dan een bescheiden gift. Het werk is ook gevaarlijk. Ze is talloze keren met de dood bedreigd. Toen ze dat meldde bij de autoriteiten, haalden die slechts hun schouders op, zegt ze. Dus probeert ze goed en zo kwaad als het gaat voor haar eigen bescherming te zorgen. Kinderen van het programma waarschuwen Luz Mary als ze ergens in de buurt dreigende woorden opvangen, en Luz Mary heeft van haar spaargeld camera’s laten plaatsen bij haar huis. ’s Avonds laat ligt ze vaak naar de wazige zwart-witbeelden te kijken en durft niet te gaan slapen. Ze moet er niet aan denken de kinderen in haar programma aan hun lot over te laten, maar ze speelt elke dag met de gedachte Altos de Cazucá te verlaten.

    Activisten kunnen niet hun huis verlaten om bedreigingen of aanslagen te melden bij de politie, en vaak beschikken ze niet over de mogelijkheid om dat via internet te doen

    Het bijzondere verhaal van Luz Mary doet de ronde door heel Colombia. Overal in het land zien we maatschappelijk leiders, zowel in stadswijken als in dorpen – ze leveren vaak diensten en komen op voor rechten waar de overheid het laat afweten. Activisten en organisatoren nemen zo’n belangrijke positie in binnen de maatschappij dat ze een plek hebben gekregen in het historische vredesakkoord tussen de overheid en de guerrillabeweging FARC (de Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia), waarin is vastgelegd dat ze overheidsbescherming zullen krijgen. Ook is in het akkoord vastgelegd dat er ingrijpende hervormingen zullen worden doorgevoerd om ongelijkheid tegen te gaan en te voorkomen dat gemeenschappen ten prooi vallen aan geweld.

    Maar waar een zekere mate van bescherming is beloofd, zijn veel maatschappelijk leiders zoals Luz Mary sinds 2016 alleen maar geconfronteerd met nog meer dreiging. De afgelopen vier jaar heeft een golf van geweld meer dan 415 maatschappelijk leiders het leven gekost. De coronapandemie heeft die trend alleen nog maar versterkt. Door een landelijke lockdown van zes maanden zitten mensen als Luz Mary als weerloze slachtoffers thuis. Activisten kunnen niet hun huis verlaten om bedreigingen of aanslagen te melden bij de politie, en vaak beschikken ze niet over de mogelijkheid om dat via internet te doen. De beleidsmakers, die toch al vaak de ogen sluiten voor de benarde situatie op plekken als Altos de Cazucá, worden nu goeddeels in beslag genomen door de crisis in de gezondheidszorg.

    Luz Mary is bij toeval uitgegroeid tot maatschappelijk leider nadat ze was verhuisd naar een sloppenwijk op een heuvel in Soacha, een stad ten zuiden van Bogotá, zonder te weten in wat voor ellende ze daar zou belanden. Inwoners zeggen dat ze wel begrijpen dat Soacha zo’n sterke aantrekkingskracht uitoefent op drugshandelaren, milities en guerrilla’s – je hoeft alleen maar naar de kaart te kijken. De snelweg die de stad in tweeën snijdt is de voornaamste verbinding tussen de hoofdstad en het zuiden van Colombia, met de grote havenstad Buenaventura. Wat nog een extra aantrekkingskracht uitoefent op criminelen, zijn de poreuze, meanderende grenzen tussen de verschillende wijken van Soacha en Bogotá zelf. De politie houdt de hoofdweg in de gaten, maar niemand controleert de stroom mensen en goederen die overal de ongemarkeerde gemeentegrens overgaat die door glooiende heuvels vol geïmproviseerde huisjes loopt.

    ‘Er is hier sprake van een juridisch en administratief vacuüm,’ zegt een jonge leider die aan de grens woont. ‘Deze buurt is van niemand.’

    Iedereen weet wie ze zijn en wat ze doen – ze persen ondernemers af en rekenen af met inwoners die zich verzetten tegen hun illegale macht

    In 1990 beschouwde het oostelijke front van de FARC de corridor Soacha-Bogotá als een essentieel onderdeel van de strategie om de hoofdstad te omsingelen. De FARC stationeerde strijders op plekken als Altos de Cazucá. Vervolgens mengden paramilitaire groepen van de andere kant zich in de strijd. Deze rechtse milities, een buitengerechtelijke strijdmacht die is gelieerd aan de staat, deden rond 1997 hun intrede in Soacha, omdat zowel zij als de regering de guerrilla’s uit Bogotá wilden verdrijven en wilden voorkomen dat de FARC haar doel zou bereiken.

    Vanaf dat moment is Altos de Cazucá een broeinest van geweld. Tussen 2003 en 2006 zijn duizenden paramilitairen gedemobiliseerd, maar volgens de inwoners van veel buurten in Soacha zijn ze nooit echt vertrokken. De namen zijn veranderd maar de structuren zijn ongewijzigd, en dat geldt met name voor de hiërarchieën die zijn verbonden met de illegale economie. Vandaag de dag lopen er geen geüniformeerde mannen meer door de straat, zoals de paramilitairen ooit deden. Maar de delincuentes hoeven geen gevechtstenue te dragen om de bevolking angst in te boezemen. Iedereen weet wie ze zijn en wat ze doen – ze persen ondernemers af en rekenen af met inwoners die zich verzetten tegen hun illegale macht.

    Net als in de tijd van de guerrilla’s en paramilitairen, zijn de wijken van Soacha nog altijd belangrijke corridors, met name voor drugs maar ook voor wapens en andere smokkelwaar, en voor illegale immigranten. Cocaïne, crack en marihuana gaan naar Bogotá, de rijkste binnenlandse afzetmarkt. Grondstoffen en andere producten die nodig zijn voor de bereiding van cocaïne, gaan Bogotá uit. De autoriteiten hebben cocapasta in beslag genomen, maar ook bewerkte cocaïne, wat erop duidt dat er in Soacha vermoedelijk drugslaboratoria zijn gevestigd die waarde – en winsten – toevoegen aan de aangevoerde smokkelwaar.

    De wetteloosheid die de hellingen van Soacha zo lucratief maakt voor de drugshandel maakt diezelfde hellingen betaalbaar voor de vele arbeiders die werken in Bogotá maar zich de hoge huren daar niet kunnen veroorloven. Plaatselijke overheden noemen Soacha ‘een vat vol slachtoffers’ omdat een groot deel van de bevolking naar Soacha is getrokken na van huis en haard te zijn verdreven in een binnenlandse strijd die al meer dan een halve eeuw woedt. De afgelopen jaren zijn er ook tienduizenden Venezolaanse immigranten naar het gebied getrokken. Officieel telt Soacha 645.000 inwoners, maar Crisis Group heeft van de inwoners zelf en van het stadsbestuur begrepen dat het bevolkingsaantal in werkelijkheid de miljoen is gepasseerd. De mensen leven – vaak dicht opeengepakt – in niet meer dan 200.000 onderkomens, waarvan vele worden bedreigd door aardverschuivingen of overstromingen.

    De sloppenwijken van Soacha staan lokaal bekend als invasiones omdat vele zijn gebouwd op privéterrein, of op land dat met geweld is ingenomen. Daarbij wordt telkens hetzelfde patroon gevolgd: tierreros, machtige makelaars met banden met de georganiseerde misdaad – delincuentes ofwel corrupte politici – leggen beslag op stukken land om er ondermaatse huizen te bouwen. Vervolgens verkopen de tierreros die aan straatarme mensen, die zelfs een lening krijgen aangeboden om de aankoop te kunnen bekostigen. Om de zoveel jaar verkopen de makelaars hetzelfde stuk land weer door en zetten de bewoners uit, die geen juridische hulp kunnen inschakelen.

    Lokaasmethode

    Luz Mary is maar al te bekend met deze lokaasmethode. Zij en haar man konden zich geen huis permitteren in Bogotá, maar een terriero wist hen ervan te overtuigen dat ze in Altos de Cazucá wel een eigen huis konden kopen. Omdat de verkopers zeiden dat de grond binnen een aantal jaar zou worden gelegaliseerd, sloten ze een lening van enkele duizenden dollars af om het huis te kunnen betalen. Ze hebben hun schuld nog lang niet afbetaald, maar inmiddels is duidelijk dat het stukje grond nooit hun bezit zal worden.

    Soacha kent een aantal overheidsvoorzieningen en de clandestiene handelaren proberen overal van te profiteren, van het openbaar vervoer tot aan de watervoorziening, waardoor de armlastige inwoners het alleen nog maar zwaarder krijgen. Veel winkeliers betalen een ‘vaccin’-belasting aan lokale groepen die beweren voor bescherming te zorgen. Die groepen maken zich schuldig aan afpersing en wie niet meewerkt, wordt daar meedogenloos voor gestraft. Door mensen te vermoorden die hun het hoofd bieden, geven ze een duidelijke boodschap af wie er de baas is.

    Toen Luz Mary nog klein was, ging ze met haar moeder mee naar Bogotá, op de vlucht voor paramilitair geweld in een klein plaatsje niet ver van Manizales, in het westen van het land. Daarvoor woonden ze in Suba, een arbeiderswijk in het noordwesten van Bogotá. Luz Mary vertelt: ‘We gingen naar de stad in de hoop op een beter leven, maar we werden geconfronteerd met nog grotere problemen.’ Haar jeugd is getekend door armoede, onveiligheid en misbruik.

    Tegen de tijd dat ze een jonge vrouw is, moet Luz Mary de grootste moeite doen om de eindjes aan elkaar te knopen in Suba. Als ze net zwanger is, verhuist ze met haar man naar Altos de Cazucá, in de hoop op een nieuw begin. Binnen enkele weken nadat ze hun intrek hebben genomen in het huisje van twee verdiepingen dat een tierrero hun heeft verkocht, wordt hun hoop getemperd. Ze komt tot de ontdekking dat er twee drugverkooppunten – ollas – in hun huizenblok zijn, eentje iets hoger op de heuvel en eentje vlak naast hun huis. De hogergelegen olla wordt gedreven door een paramilitaire groep; de lagergelegen olla wordt naar verluidt gerund door ‘guerrilla’s’. Haar buren zijn verslaafd aan crack. Luz Mary leert haar kinderen hun handen voor hun ogen te houden en hun oren dicht te stoppen, om ze af te schermen van de afschuwelijke beelden en geluiden in de buurt.

    Langzaam krijgt Luz Mary een beeld van wat er om haar heen gebeurt. Lokale bendes drijven de drugverkooppunten en persen plaatselijke winkeliers af. Maar het zijn niet zomaar boefjes die hun kans schoon zien. Zoals de buren uitleggen maken deze groepen deel uit van groter en doelgerichter geheel. De staatsombudsman van Colombia, die tot taak heeft de mensenrechtensituatie in beeld te brengen, noemt deze opzet tercerización. Het is een soort piramide-achtige bedrijfsstructuur waarin gewapende, kartelachtige groepen de macht over een bepaalde buurt uitbesteden aan plaatselijke milities. De grotere groepen betalen de voetsoldaten meestal uit in drugs, die de laatsten weer doorverkopen om in hun levensonderhoud te voorzien. De overkoepelende organisatie wast de handen in onschuld aangezien het de delincuentes zijn die geweld gebruiken om hun macht te behouden.

    Geleidelijk, maar gaandeweg steeds sneller, vallen Luz Mary en haar man ten prooi aan een depressie – ze zitten gevangen in een turbulente situatie door de schuld die ze zijn aangegaan nadat ze zonder het te weten een stuk gestolen land hebben gekocht.

    Muziek

    Op een wel heel troosteloze dag pakt de man van Luz Mary, gezeten op hun geel met bruine bank, zijn oude gitaar en begint te zingen. De muziek raakt hen, en op dat moment realiseren ze zich dat ze twee keuzes hebben. Ze kunnen blijven hangen in hun situatie of ze kunnen, om de woorden van Luz Mary te gebruiken ‘afrekenen met het idee dat ze slachtoffer zijn’ en iets dóén. Ze zijn allebei geschokt dat voor veel kinderen in de buurt geweld de gewoonste zaak van de wereld is. ‘Het is onvoorstelbaar waar kinderen allemaal aan wennen,’ zegt Luz Mary.  Dat is het moment waarop ze besluit op zoek te gaan naar een manier om die kinderen te helpen.

    Luz Mary en haar man zien muziek als de beste manier om jonge mensen te bereiken. Maar eerst moeten ze de kinderen zo ver zien te krijgen dat ze zich aansluiten bij een gestructureerd programma. De delincuentes delen eten uit om de jongeren te paaien, dus besluiten zij hetzelfde te doen.

    Luz Mary herinnert zich de eerste kinderen die haar huis binnen kwamen stommelen en nieuwsgierig om zich heen keken, op zoek naar een reden om te blijven. In het begin komen er maar een paar kinderen, later zijn dat er tientallen. Luz Mary begrijpt dat ze zullen moeten beginnen bij de basis. ‘De kinderen die kwamen, stonken verschrikkelijk,’ zegt ze. ‘Ze wasten zich niet en ze hadden een grote mond, want de mentaliteit die ze meekrijgen is dat ze toch niets voorstellen.’ Als ze één ding kon bereiken, dacht ze, dan was dat om die jongeren een ander zelfbeeld te geven.

    Het programma dat ze samen met haar man opzet, Semillas y Raíces, bestaat uit muziekles, kleinschalige toneelvoorstellingen en kleine buurtprojecten, In de begintijd van Semillas y Raíces laat het staatswaterleidingbedrijf de inwoners weten dat ze gratis water krijgen als ze een eigen aquaduct bouwen. Luz Mary en de kinderen gaan aan de slag, storten beton en leggen een voor een de leidingen. 

    Bij het uitbreken van de pandemie komt de overheidssteun traag op gang en verdwijnen allerlei baantjes. Semillas y Raíces schraapt alles bij elkaar om ouderen en hulpbehoevenden in de buurt eten te kunnen geven. In september en oktober zijn de kinderen en andere inwoners weken in de weer om een steile lokale weg te plaveien zodat de regen niet de huizen binnen stroomt.

    ‘We roeien met de riemen die we hebben en we werken ons uit de naad,’ zegt Luz Mary. ‘We krijgen geen enkele hulp. We recyclen en we verkopen van alles en nog wat om aan geld te komen. We krijgen eten dat anders weggegooid zou worden.’

    Momenteel zijn er meer dan honderd kinderen die geregeld bij Luz Mary over de vloer komen en die zijn uitgegroeid tot een soort broertjes en zussen van haar eigen kinderen. De kinderen hoeven niets te betalen, al dragen sommige ouders bij wat ze maar kunnen missen. Sommige kinderen komen zonder dat hun ouders het weten, soms omdat hun vader of moeder lid is van de gewapende groepering. Om die kinderen te beschermen, maakt Luz Mary een afspraak met hen. Als ze elkaar op straat tegenkomen, doen ze of ze elkaar niet kennen.

    ANP 359045489 1 1 1
    © Joaquin SARMIENTO / AFP

    De bedreigingen beginnen zodra duidelijk wordt dat Semillas y Raíces effect sorteert. Het aquaductproject van Luz Mary valt slecht bij sommige bewoners die zelf de watertoevoer in de hand hadden willen houden om zo weer andere bewoners te kunnen afpersen. Later komt Luz Mary erachter dat een van de mannen die zich benadeeld voelt een huurmoordenaar in de arm heeft genomen – een man van eenentwintig die al tientallen moorden op zijn naam zou hebben staan. Ze is bang dat er nog altijd een prijs op haar hoofd staat.

    Dan volgen de berichtjes op haar telefoon. De eerste keer leest Luz Mary het berichtje niet eens – meestal is het reclame, of onzin. Als ze er toevallig wel een keer een blik op werpt, raakt ze in paniek door de mengeling van gedetailleerde dreigementen en beledigingen. Er wordt een ultimatum gesteld: ze krijgt twintig dagen om uit Soacha te vertrekken en anders komen ze haar vermoorden, staat er. Ze is van mening dat haar ‘vergrijp’ tweevoudig is. Om te beginnen heeft haar programma de vijver drooggelegd van jonge rekruten voor de bendes. Ten tweede heeft het programma met behulp van kleine giften genoeg geld bij elkaar weten te sprokkelen om T-shirts te laten drukken – wat leidt tot geruchten dat Semillas y Raíces geen armoedig clubje is, maar een rijke organisatie die geld probeert te verdienen.

    Doodsbang daalt Luz Mary de helling af in de hoop op hulp van de autoriteiten in het centrum van Soacha. Rondom het plein, daterend uit de koloniale tijd, staan overheidsgebouwen, waar merendeels overwerkte ambtenaren de rijen mensen te woord staan die zich dag in dag uit melden met hun problemen. Luz Mary vertelt dat ze naar de officier van justitie is gegaan om een aanklacht in te dienen. Ze zegt dat ze ook naar het politiebureau en de ombudsman is gegaan om melding te maken van de doodsbedreigingen. De dagen verstrijken en ze hoort niets. ‘Ik stond weer met beide benen op de grond,’ zegt ze. ‘Ik begreep dat niemand me te hulp zou komen.’

    De buren raden haar aan zich een tijdje gedeisd te houden. Als ze ophoudt met haar werk, zeggen ze, zullen de bedreigingen ook wel ophouden. Ze weet nog dat ze op het gemeentehuis hetzelfde advies kreeg, toen ze daar maanden later aan de bel trok. ‘Ik vertelde mijn verhaal, maar ze zeiden dat ik zelf verantwoordelijk was voor de situatie, gezien de plek waar we wonen.’

    Wanneer maatschappelijk leiders op een dergelijke manier worden bedreigd, moeten volgens de Colombiaanse wet de plaatselijke overheden als eerste reageren. Maar hoewel Soacha elk jaar tijdelijk andere huisvesting regelt voor een beperkt aantal mensen dat met vergelijkbare bedreigingen te maken krijgt, schiet de reactie van de overheid vaak te kort en dan kunnen de maatschappelijk leiders eigenlijk nergens meer terecht. Luz Mary hoopt in aanmerking te komen voor het beschermingsprogramma van het ministerie van Binnenlandse Zaken, dat grofweg zo’n vijfduizend maatschappelijk leiders in heel Colombia helpt met kogelvrije vesten of zelfs bodyguards.  Ze is maanden bezig om de vereiste papieren bij elkaar te krijgen en het ingewikkelde aanvraagformulier te doorgronden, dat ze uiteindelijk ingevuld en wel afgeeft op een politiebureau. Dit jaar alleen al hebben bijna zevenduizend leiders hulp gevraagd bij deze instantie – slechts zestien procent van de aanvragen is gehonoreerd.

    Inmiddels vertrouwt Luz Mary voor haar veiligheid niet langer op de overheid, maar op het netwerk dat ze met Semillas y Raíces heeft opgebouwd. Meer dan eens is ze door kinderen uit gezinnen die banden hebben met de gewapende bandieten gewaarschuwd dat hun ouders het over haar hadden. Dat is voor haar het teken om zich binnenshuis op te sluiten, met als enige gezelschap haar beveiligingscamera’s. Ze registreert alles wat zich op straat afspeelt, tot diep in de nacht, en als er echt iets gebeurt hoopt ze dat haar camera’s het allemaal hebben vastgelegd. 

    Zoals ook elders in Colombia zien gewapende groepen in Altos de Cazucá corona als een uitgelezen kans om hun greep op de buurt te verstevigen

    Door de pandemie is alles anders. Zoals Luz Mary zegt: ‘Alle problemen die in onze gemeenschap spelen komen nu naar de oppervlakte – en ineens zijn het er drie keer zoveel.’

    Zoals ook elders in Colombia zien gewapende groepen in Altos de Cazucá corona – en de lockdown om de verspreiding van het virus een halt toe te roepen – als een uitgelezen kans om hun greep op de buurt te verstevigen. Omdat er maar weinig lokale autoriteiten zijn om de lockdown af te dwingen, hebben de delincuentes hun eigen beperkingen aan de bewegingsvrijheid ingesteld. In augustus meldt de ombudsman dat er bepaalde groepen in Soacha zijn die bepalen welke winkels wel of niet open mogen om bevoorraad te worden, waarmee ze duidelijk laten zien wie de macht in handen heeft in Altos de Cazucá. De enige wet die hier geldt is de ley de silencio – de wet van het zwijgen. Wie een bedreiging meldt of in het geweer komt tegen de intimidatie wordt bestempeld tot sapo, informant. Wie de gewapende groeperingen ook maar een strobreed in de weg legt, loopt gevaar. Alleen al het melden van een misdaad kan beteken dat je tot vijand wordt bestempeld. Luz Mary zegt dat er tijdens de lockdown twee mensen zijn vermoord, maar dat ‘niemand zijn mond open heeft gedaan’.

    De toekomst voor maatschappelijk leiders zoals Luz Mary ziet er grimmig uit, maar een toekomstbeeld zonder hen is nog grimmiger

    De scholen in Colombia zijn sinds maart gesloten vanwege de pandemie, wat de gewapende groeperingen nieuwe kansen biedt om de kinderen los te weken van hun gezin. De meeste kinderen in Soacha volgen geen virtuele lessen; in plaats daarvan krijgen ze opdrachten mee die een zekere mate van ouderlijke supervisie vereisen – en dat is voor veel gezinnen domweg te hoog gegrepen. In juni heeft de inspecteur-generaal melding gemaakt van een toenemend aantal kinderen dat wordt gerekruteerd in stedelijke gebieden zoals Soacha, waar jongeren zich aansluiten bij de plaatselijke bendes of zelfs bij gewapende groeperingen verspreid over het hele land. Maatschappelijk leiders die het ergste proberen te voorkomen moeten nog meer moeite doen dan voorheen om die kinderen een veilige omgeving te bieden.

    Onlangs heeft Luz Mary haar buurtgenoten bij elkaar geroepen voor een toneelles – in de nieuwe realiteit van corona. ‘De enige manier om op dit soort plekken les te geven is door een interactieve school op te zetten,’ zegt ze. Een man gekleed in een vuilniszak en met een geschminkt gezicht loopt met gespreide armen van de ene kant van de straat naar de andere. Hij doet alsof hij een vliegtuig is dat het virus van het ene land naar het andere brengt. Hij ‘infecteert’ iedereen die hij aanraakt.

    De toekomst voor maatschappelijk leiders zoals Luz Mary ziet er grimmig uit, maar een toekomstbeeld zonder hen is nog grimmiger. ‘Er gebeuren hier de meest vreselijke dingen,’ zegt ze. ‘Er komt geen einde aan de dreigementen. Soms heb ik het gevoel dat ik het niet langer aankan. Maar dan vraag ik me af: als ik het niet meer doe, wie moet het dan doen? (…) Er gebeuren veel afschuwelijke dingen in het leven. Mijn bijdrage aan deze wereld is dat ik deze kinderen iets leer.’ 

  • Naakt naar de film in Australië | Beppe Grillo onder vuur

    Naakt naar de film in Australië | Beppe Grillo onder vuur

    Zo verdient de presidentsdochter aan seizoenarbeiders

    Veel inwoners van Tadzjikistan zijn voor hun inkomen afhankelijk van seizoensarbeid in Rusland. De stormloop op Rusland door zo’n 200.000 Tadzjiekse seizoenarbeiders, voornamelijk mannen, begint normaal gesproken in de lente en in de herfst keren ze terug naar hun families. Door de pandemie kwam dat vorig jaar maart allemaal tot stilstand, maar vorige maand kondigde de Russische regering aan om lijnvluchten met Tadzjikistan weer te hervatten, schrijft Eurasianet

    Vooralsnog gaat het om slechts enkele vluchten per week, maar Tadzjieken staan al te dringen om een ticket te bemachtigen. In hoofdstad Dushanbe vormen zich dagelijks vanaf vier uur ’s ochtends rijen van honderden mensen voor het kantoor van Air Travel Agency, dat als enige tickets naar Moskou verkoopt. Niemand weet precies uit te leggen waarom juist dit bedrijf een monopolie heeft op reizen naar Rusland, maar gegevens van de belastingdienst werpen licht op de zaak: het bedrijf is eigendom van Tachmina Rachmonova en haar echtgenoot. Tachmina is een dochter van de Tadzjiekse president Rachmon. 

    Officieel spreken de autoriteiten van prijsinflatie, maar ‘corruptie’ dekt de lading waarschijnlijk beter

    Toen het nieuws over hervatting van vluchten naar Rusland bekend werd, lieten de autoriteiten weten dat tickets ongeveer 415 euro zouden gaan kosten. Maar doordat duizenden mensen op korte termijn naar Rusland willen reizen, hield dat bedrag niet lang stand. Officieel spreken de autoriteiten van prijsinflatie, maar ‘corruptie’ dekt de lading waarschijnlijk beter. Politiemensen, die de wachtenden buiten in goede banen moeten leiden, vragen zo’n 500 somoni, circa 37,50 euro, voor hulp om de wachtrij te ontlopen. Binnen worden openlijk kaartjes verkocht voor 8000 somoni (582 euro), aanzienlijk meer dus dan het door de overheid vastgestelde bedrag. Sommige seizoenarbeiders zeggen zelfs het dubbele van de officiële prijs te hebben betaald. Natuurlijk zijn ze boos maar ze leggen zich neer bij de corruptie, want als ze geen ticket bemachtigen, lopen ze zeer waarschijnlijk een plek voor een heel seizoen betaalde arbeid mis.


    Schimmige handel in vaccins

    Vanuit een kantoortje in Abu Dhabi leiden de Oekraïense Natalya Muzaleva en haar Hongaarse echtgenoot Istvan Perger een klein zakelijk imperium. Ze runnen een kunstgalerie, een makelaarskantoor en een servicebedrijf voor de olie-industrie. 

    Sinds kort hebben ze nog een bedrijf. Dat probeert covid-19-vaccins aan Europa te verkopen, meldt Al Jazeera.

    Muzaleva bood de Tsjechische ambassadeur in de Verenigde Arabische Emiraten ten minste een miljoen doses aan van het AstraZeneca-vaccin. De vaccins zouden worden geleverd door een niet nader genoemde partner van AstraZeneca-fabrieken ‘in het Verenigd Koninkrijk en India’ en levering zou binnen 45 dagen volgen na ontvangst van betaling. De Tsjechische regering ging niet op het aanbod in, maar de zaak kwam begin maart aan het licht toen premier Andrej Babis Muzaleva bij naam noemde tijdens een persconferentie, waarop hij zei de ‘zwarte markt’ niet te steunen. Na zijn persconferentie liet AstraZeneca weten tegen verkoop of distributie van het vaccin door particulieren te zijn.

    Ook de Duitse regering zegt van tussenpersonen verschillende aanbiedingen voor de levering van vaccins te hebben ontvangen, waarna fabrikanten, de Europese Commissie en internationale opsporingsinstanties werden ingelicht. ‘Deze pandemie creëert een sfeer van goudkoorts waarin mensen allerlei deals proberen te sluiten’, zei de Duitse minister van Volksgezondheid Jens Spahn eerder deze maand. ‘Onze regering koopt uitsluitend bij fabrikanten.’ 

    Volgens OLAF, het Europees Bureau voor Fraudebestrijding, heeft een tiental Europese landen aanbiedingen van tussenpersonen gemeld voor de levering van grote hoeveelheden vaccins, met als kennelijk doel om aanbetalingen te innen en vervolgens met het geld te verdwijnen.


    Doet-ie ’t of doet-ie ’t niet?

    Na Ronald Reagan, Arnold Schwarzenegger en Donald Trump zou hij niet de eerste met een Hollywood-verleden zijn die de Amerikaanse politiek in gaat. Bovendien zinspeelde acteur Matthew McConaughey al vaker op een politieke carrière. De vraag in Texas is nu: Doet-ie ’t of doet-ie ’t niet?  Gaat hij meedoen aan de verkiezingen om het gouverneurschap van de Lone Star State? Volgens een recente enquête van The Dallas Morning News staat McConaughey er beter voor dan zittend gouverneur Greg Abbott: 45 procent van de geregistreerde kiezers zou op McConaughey stemmen, 33 procent op Abbott gaan en 22 procent op iemand anders. 

    McConaughey bepleit een ‘agressief centristische’ positie als oplossing voor de politieke polarisatie in de VS en hij bekritiseert zowel democraten als republikeinen. ‘Er zijn veel bekrompen linkse mensen die absoluut neerbuigend, betuttelend en arrogant doen tegen de andere 50 procent’, zei hij vorig jaar. Maar ook de Republikeinen kregen ervan langs: ‘Rechts meent nu nepnieuws te moeten gebruiken om de nederlaag van Trump te ontkennen.’


    Naakt naar de film

    Publiek van filmfestivals in Melbourne en Sydney is gevraagd zich uit te kleden tijdens speciale vertoningen van de Belgische culthit Patrick van regisseur Tim Mielants, die wordt aangeprezen als ‘een shakespeariaanse tragikomedie in een nudistenkolonie’.

    ‘Dit wordt een unieke en gedenkwaardige filmervaring’, denkt Hudson Sowada, directeur van het Fantastic Film Festival Australia, geciteerd door The Sydney Morning Herald. ‘Patrick is over de hele wereld vertoond, maar nog niet eerder aan een naakt publiek.’ Het enige precedent dat Sowada kon vinden was naakt Israëlisch publiek bij de Franse komedie Normandie nue uit 2018.

    Sowada heeft wel wat regels opgesteld. Bezoekers moeten gekleed naar de bioscoop komen en een handdoek meenemen om op te zitten. Eenmaal op hun stoel kleden ze zich uit, ‘in ieder geval tot hun ondergoed’ en leggen ze hun kleren naast zich. Fotograferen is verboden. Mocht er onverhoopt nog extra popcorn gehaald moeten worden, dan dienen bezoekers wel weer even wat aan te trekken.


    Verontwaardiging over Beppe Grillo

    Beppe Grillo, de Italiaanse stand-upcomedian en oprichter van de populistische Vijfsterrenbeweging, is onder vuur komen te liggen vanwege de manier waarop hij zijn zoon meent te moeten verdedigen, schrijft ANSA. Ciro Grillo wordt met twee andere mannen beschuldigd van verkrachting. Daarop publiceerde Beppe een video waarin hij zegt dat Ciro onschuldig is en dat het vermeende slachtoffer na de verkrachting doodleuk ging kitesurfen en acht dagen wachtte met aangifte. 

    https://www.youtube.com/watch?v=IKJZ7sThK_k

    Typisch staaltje van victim blaming vindt de familie van het meisje. ‘We zijn overstuur. Deze poging een toneelstukje op te voeren ten koste van anderen is een weerzinwekkende farce.’

    ‘Mijn zoon heeft niets gedaan, arresteer mij in plaats van hem,’ zegt Grillo in de video. Commentatoren vinden dat Grillo vooruit loopt op de zaken en verwijten hem dat hij weigert het Italiaanse rechtssysteem zijn loop te gunnen.

  • Deze Filipijnse journalist strijdt elke dag tegen haar angst

    Deze Filipijnse journalist strijdt elke dag tegen haar angst

    Een persoonlijke getuigenis van de Filipijnse journalist Inday Espina-Varona.

    Vrouwelijke journalisten, feministen, activisten en mensenrechtenverdedigers over de hele wereld worden geconfronteerd met online-intimidatie. In deze serie benadrukt CIVICUS, de wereldwijde alliantie van het maatschappelijk middenveld, de gendergerelateerde aard van online-intimidatie door middel van verhalen van vrouwen die werken aan het verdedigen van onze democratische vrijheid. De getuigenissen worden gepubliceerd in een samenwerking tussen CIVICUS en Global Voices [een internationale gemeenschap van schrijvers, bloggers en digitale activisten].

    Sinds president Rodrigo Duterte in 2016 aan de macht kwam, bevindt het maatschappelijk middenveld op de Filipijnen zich in een vijandige omgeving. Moorden, arrestaties, bedreigingen en intimidatie van activisten en critici van de regering blijven vaak onbestraft. Volgens de Verenigde Naties wordt het belasteren van mensen met een afwijkende mening ‘in toenemende mate geïnstitutionaliseerd en genormaliseerd op manieren die zeer moeilijk ongedaan kunnen worden gemaakt’.

    Ook wordt in de Filipijnen hardhandig opgetreden tegen onafhankelijke media en journalisten. Het bedreigen en aanvallen van journalisten, evenals de inzet van trollenlegers en onlinebots, vooral tijdens de pandemie, hebben bijgedragen aan zelfcensuur – met een huiveringwekkend effect op het medialandschap en grote gevolgen voor het grote publiek.

    Red-tagging

    Een tactiek die de regering steeds vaker gebruikt, is om activisten en journalisten te bestempelen als ‘terroristen’ of als ‘communistisch front’, met name diegenen die kritiek hebben geuit op Dutertes dodelijke ‘oorlog tegen drugs’, die al aan duizenden mensen het leven heeft gekost. Dit proces, dat in de Filipijnen bekend staat als ‘red-tagging’, brengt voor activisten het risico met zich mee dat ze in handen vallen van de staat of van regeringsgezinde milities. Sommigen die een ‘red tag’ kregen, werden later vermoord. Anderen kregen in privéberichten of op sociale media doodsbedreigingen of werden bijvoorbeeld beschuldigd van seksueel misbruik.

    Vanwege de grootschalige straffeloosheid is er vrijwel geen sprake van aansprakelijkheid voor aanvallen tegen activisten en journalisten. Rechtbanken in de Filipijnen bieden geen gerechtigheid. Het maatschappelijk middenveld heeft opgeroepen tot een onafhankelijk onderzoek om de ernstige schendingen aan te pakken.

    ‘Zwijgen zou een overgave zijn aan tirannie’

    Het verhaal van Inday Espina-Varona.

    ‘Het geluid van Tibetaans klokkenspel en stromend water ging over in het constante trillen van mijn telefoon in de nacht dat tientallen bezorgde vrienden een Facebookbericht aan me doorstuurden van mijn gezicht met daarboven een schreeuwende kop, die impliceerde dat ik informatie had doorgespeeld aan communistische guerrillastrijders.

    Oude heks, menopauzekreng, persoon “van verwarde seksualiteit” – zo word ik op sociale media genoemd. Trollen verzoeken routinematig om mijn arrestatie als communist. Maar de actie op 4 juni 2020 was anders. Een anonieme rechtse Facebookpagina beschuldigde mij van terrorisme, van het inbreken in en het doorspelen van gevoelige, vertrouwelijke militaire informatie aan rebellen.

    Die avond beperkte mijn avondeten zich tot twee happen. Mijn maag voelde als een zak stenen die op een kwaadaardige stroming in de rondte draaiden. Mijn verzameling zenmuziek, urenlang naar de sterren staren, grote hoeveelheden kalmerende olie – niets hielp om in slaap te komen.

    Eentje vroeg hoe het voelde om ‘de muze van terroristen’ te zijn

    De volgende dag meldden zich vreemden via Messenger. Eentje vroeg hoe het voelde om “de muze van terroristen” te zijn. Een ander zei: “Maghanda ka na bruha na terorista” (“Bereid je maar voor, jij terroristische heks”). Een derde zei in vulgaire taal dat ik het eerste schot in de vagina moest krijgen, een verwijzing naar wat president Rodrigo Duterte zijn soldaten ooit opdroeg om met vrouwelijke rebellen te doen.

    Ik ben 57 jaar oud, en een kankerpatiënt met een chronisch slechte rug. Ik sluip ’s nachts niet rond. Ik trek niet rond over het platteland. Ik schrijf niet eens over het leger. Maar wekenlang voelde ik me een doelwit op een schietbaan. Wekenlang gluurde ik in zijspiegels naar motorfietsen met twee passagiers – die vaak worden vermeld in berichten over moorden.

    Ook zag ik de grotere dreiging in. Deze aanval was niet gericht op ideeën of woorden. De aanklacht betrof een handeling waarop gevangenisstraf stond, of erger. Zoals ook sommige militaire functionarissen overkomt.

    Niet verrassend; de huidige regering houdt zich weinig bezig met feiten. Ze gebruikt “communistisch” als een verzamelnaam voor alles wat de Filipijnen bezighoudt. Anonieme groeperingen hebben bijna driehonderd andersdenkenden gedood, en deze aanvallen volgden meestal op red-taggingcampagnes. Ook werden sinds Duterte in 2016 aan de macht kwam negentien journalisten vermoord.

    Het voelt dwaas om ruzie te maken met een geautomatiseerd systeem

    Journalisten, wetgevers, voorvechters van burgerlijke vrijheden en internetgebruikers noemden het bericht al een leugen. Tientallen meldden het bericht bij de beheerder. Waaronder ikzelf. We kregen allemaal een geautomatiseerd antwoord: het bericht was niet in strijd met de voorwaarden van Facebook.

    Het voelt dwaas om ruzie te maken met een geautomatiseerd systeem, maar toch verzamelde ik bewijs alvorens contact op te nemen met de managers van Facebook. Mijn normale reactie op beledigende berichten op Facebook of Twitter is een lachende emoji en een block. Bedreigingen zijn een andere zaak.

    “Laten we eens kijken hoe dapper je bent als we je komen opzoeken in de straat waar je woont” wisten we te traceren tot een Filipijnse criminoloog die in een Japanse bar werkte. Hij verontschuldigde zich en verwijderde het bericht.

    Nadat ik Duterte factcheckte op zijn gewoonte om verkrachting af te schuiven op drugsgebruik, zei iemand dat mijn “verdedigingsverslaafdheid” moest worden bestraft met de verkrachting van mijn dochter.

    “Dat zou je moeten leren”, luidde de boodschap van een account zonder teken van leven. Een ander zei dat hij mij zou komen verkrachten. Beide accounts hadden dezelfde eigenschappen. Ze linkten naar vergelijkbare accounts. Facebook verwijderde deze, evenals de journalist-ontpopt-zich-tot-rebelse-spionpagina.

    Gevaren trotseren om ons recht op persvrijheid en vrije meningsuiting uit te oefenen, is niet hetzelfde als een regering die deze rechten respecteert

    De publieke druk om producten van trollen op te ruimen heeft het aantal haatboodschappen doen afnemen. Maar er is nog altijd een toename in het aantal anonieme pagina’s die zijn gericht op red-tagging, waarvan politie- en militaire functionarissen en regeringsaccounts de berichten verspreiden.

    Sommige officieren werden zelfs ontmaskerd als het brein achter dergelijke pagina’s. Toen Facebook onlangs verschillende accounts verwijderde die aan de strijdkrachten werden gelinkt, waren regeringsfunctionarissen woedend en brulden ze valse beweringen over “een aanval op de vrijheid van meningsuiting”.

    Deze reactie illustreert hoe onofficiële en officiële platforms in ons land verbonden zijn en vaak overeenkomstig optreden. Wat begint als desinformatie op sociale media, kan vervolgens worden opgepikt door de overheid of dankzij een officiële uitspraak een extra boost krijgen op diezelfde sociale media.

    Gerechtigheid werkt traag

    We hebben officieel klachten ingediend tegen een aantal overheidsfunctionarissen, inclusief degenen die betrokken zijn bij de meest fanatieke antiopstandgroep op Facebook. Maar gerechtigheid werkt traag. Ondertussen doe ik ademhalingsoefeningen en probeer ik voorzorgsmaatregelen te nemen.

    Ambtenaren ontkennen elk onderdrukkend effect van deze continue aanvallen af, omdat Filipino’s in het algemeen, en journalisten in het bijzonder, zich blijven uitspreken. Maar gevaren moeten trotseren om ons recht op persvrijheid en vrije meningsuiting te kunnen blijven uitoefenen, is iets anders dan een regering hebben die deze rechten respecteert.

    Twee jaar geleden vroeg journalist Patricia Evangelista van Rappler aan een kleine groep collega’s wat ons zou doen zwijgen. “Niets”, was de eenduidige reactie. En dus vecht ik elke dag tegen mijn angst. Ik moet wel, want zwijgen zou een overgave zijn aan tirannie. En daar zal ik nooit aan toegeven.’

    Inday Espina-Varona

    Inday Espina-Varona is een bekroonde journalist uit de Filipijnen en redacteur voor ABS-CBN News en het katholieke persbureau LiCAS.news. Ze is voormalig voorzitter van de National Union of Journalists of the Philippines (NUJP) en de eerste journalist uit het land die de Reporters Without Borders (RSF)-prijs voor Onafhankelijkheid ontving.

  • Latijns-Amerika snakt naar échte democratie

    Latijns-Amerika snakt naar échte democratie

    In vrijwel alle Latijns-Amerikaanse landen verzet de bevolking zich tegen ongelijke verdeling van welvaart en macht. Een op het oog kleine maatregel kan een massa op de been brengen.

    DOSSIER DE STRAAT OP

    Overal ter wereld zijn gefrustreerde burgers de afgelopen jaren straat op gegaan om hun politieke of economische eisen kracht bij te zetten. In de meeste landen is men woedend over de ongelijkheid en de schaamteloze corruptie van de politieke klasse, terwijl met name de jongere generatie met moeite het hoofd boven water kan houden. De coronapandemie heeft de sociale tegenstellingen – maar ook de urgentie om hier iets aan te veranderen – alleen maar vergroot.

    Dit artikel verscheen eerder in nummer 171, december 2019.

    Latijns-Amerika is het zat. Zo zat dat het bloed van de demonstranten ervan door hun aderen kolkt en de straten in de steden ervan zinderen. Zat zijn ze het, omdat er al sinds het begin van deze eeuw institutioneel noch economisch iets aan de problemen is gedaan. Nul komma nul. Daarom gaan de mensen – met name in Uruguay, Bolivia, Chili, Ecuador en Haïti – weer de straat op om te laten zien hoe zat ze het nog steeds zijn, en om de discussie aan te zwengelen over de structurele problemen van de maatschappij, die door hun regeringen worden verdoezeld, uit de weg gegaan en gerelativeerd.

    In 2001 gingen in Argentinië miljoenen burgers de straat op om te protesteren tegen de economische en sociale crisis onder de leuze ‘Dat ze allemaal oprotten!’ In 2011 demonstreerden duizenden studenten in Chili voor meer toegang tot het hoger onderwijs. In 2013 kwam de Braziliaanse bevolking in opstand tegen de verhoging van de tarieven in het openbaar vervoer en de verspilling van miljoenen dollars aan de voorzieningen voor het wereldkampioenschap voetbal. Maar tot nog toe zijn de regeringsleiders erin geslaagd de diffuse macht van het protest te neutraliseren, door middel van beloften die uiteindelijk niet worden nagekomen of door hervormingen die niet meer dan pleisters op de wonden zijn, of anders door pure onderdrukking.

    De onvrede onder de bevolking uit zich op zichtbare wijze – demonstraties – en op onzichtbare wijze – in 2010 gaf 30 procent van de bevolking nog aan tevreden te zijn over de economie, terwijl dat cijfer in 2018 was gezakt naar 16 procent; over diezelfde periode zakte de tevredenheid over de democratie van 61 procent naar 48 procent. De paradox is: de landen die in 2018 het meest tevreden waren over hun economie, Chili en Ecuador (30 procent), zijn uitgerekend de landen waar de meeste demonstraties tegen de ongelijkheid werden gehouden – de grief was dat de economische ontwikkeling uitsluitend ten goede komt aan een klein deel van de bevolking.

    Woede

    In Haïti eisen demonstranten al maanden het aftreden van een president die geen bevredigende verklaring heeft kunnen geven voor de grote armoede in het land en die geen weerwoord heeft op de aantijgingen van corruptie. Honduras maakt een ernstige politieke crisis door, en ook daar eisen de demonstranten het aftreden van de president, die wordt verdacht van banden met de georganiseerde criminaliteit. Ecuador beleefde woelige dagen na een verhoging van de brandstofprijzen. De opstand, waarbij ten minste zeven doden vielen, brak uit nadat de regering een akkoord had gesloten met het Internationaal Monetair Fonds. In Bolivia is een politieke crisis uitgebroken omdat er werd getwijfeld aan de geldigheid van de verkiezingen.

    Al die conflicten komen voort uit de specifieke omstandigheden in de individuele landen, maar allemaal draaien ze om dezelfde onderliggende thema’s: ontevredenheid met en wantrouwen tegen de regering, concentratie van rijkdom bij een kleine minderheid, waardoor de structurele ongelijkheid en de sociale uitsluiting worden versterkt.

    Van begin deze eeuw tot 2015 is de regio er qua economische groei en kwaliteit van leven op vooruitgegaan. De indicatoren voor sociale inclusiviteit in de gezondheidszorg, het onderwijs en de infrastructuur zijn significant verbeterd, evenals de indicatoren voor werk en inkomen. Veel factoren hebben aan deze vooruitgang bijgedragen, en die verschillen van land tot land; maar fundamenteel hebben ze te maken met overheidsmaatregelen om de ongelijkheid terug te dringen en met een periode van economische groei die het gevolg was van een stijging van de grondstofprijzen op de internationale markt.

    De landen in Latijns-Amerika zijn weliswaar verschillend, maar wat ze gemeen hebben is dat in de afgelopen jaren de armoede in de hele regio is toegenomen. In een rapport van de Economische Commissie voor Latijns-Amerika van de Verenigde Naties (CEPAL) uit 2019, getiteld Economische perspectieven van Latijns-Amerika, staat dat de armoede tussen 2015 en 2018 in de hele regio met 1,7 procentpunt is gestegen en de extreme armoede met 2,5 procentpunt. Dat wil zeggen dat drie op de tien personen in de regio onder de armoedegrens leven en een op de tien in extreme armoede.

    Na dagen van protesten en een golf van geweld in Chili heeft president Sebastián Piñera de maatregel ingetrokken die de aanleiding vormde voor het conflict: de prijsverhoging van een metrokaartje met 30 peso (ongeveer 4 eurocent). Hij dacht misschien dat daarmee de protesten zouden ophouden, zoals enkele weken eerder in Ecuador was gebeurd, toen president Lenín Moreno het decreet had ingetrokken waarmee de subsidie op fossiele brandstoffen werd afgeschaft. Maar dat gebeurde niet. Integendeel: de protesten namen toe. Op straat hadden de mensen een simpele leuze voor de politieke klasse die er blijkbaar niets van begreep: ‘Het zijn geen 30 peso, het zijn 30 jaar’.

    Die simpele leuze drukt uit hoezeer de bevolking de ongelijkheid zat is. Latijns-Amerika is de meest ongelijke regio ter wereld, niet alleen in termen van inkomen, maar ook in termen van toegang tot het recht. Het economisch herstel (met een terugval in 2015) bracht wel een verbetering van het armoedepercentage, maar zorgde niet voor structurele veranderingen. De mensen die de armoede zijn ontstegen vormen een kwetsbare opkomende middenklasse wier positie onzeker is en die, omdat ze niet kunnen sparen of zelfs tot over hun oren in de schulden zitten, constant het gevaar lopen opnieuw in armoede te vervallen.

    Volgens het eerder geciteerde rapport van de CEPAL uit 2019 bevindt 40 procent van de bevolking in de hele regio zich in deze situatie, met slecht betaald, laaggeschoold werk en weinig of helemaal geen sociaal vangnet. De vooruitgang stagneert, omdat alles structureel bij het oude blijft.

    Voor de ongelijkheid zijn weliswaar meerdere oorzaken aan te wijzen, maar de wortels ervan reiken diep in het productiesysteem van de hele regio. De productie in Latijns-Amerika kent weinig diversificatie en is zeer ongelijksoortig, met een concentratie van 50 procent van het laaggeschoold werk in de kwetsbare sectoren die onder de macro-economische groeicijfers blijven. Bovendien steunt de economie historisch op de winning van grondstoffen. Die afhankelijkheid heeft op alle fronten negatieve gevolgen: de concurrentiekracht ten opzichte van andere regio’s in de wereld is uitzonderlijk laag en er is geen enkel perspectief op duurzaamheid. Bovendien brengt de winning van grond-stoffen zowel de natuur als de samenleving onherstelbare schade toe.

    Maar het zijn niet alleen materiële factoren die de ongelijkheid veroorzaken. Het koloniale verleden heeft de regio met een culturele erfenis van privileges opgezadeld die een tweede natuur is geworden. In de collectieve verbeelding heeft zich het idee vastgezet dat sommige mensen rechten hebben en andere niet. Zo heeft een inheems meisje op het platteland veel meer kans op een leven in armoede, zonder toegang tot schoon drinkwater of goed onderwijs, dan een jongetje uit de grote stad. En het zijn niet alleen sociaal-economische factoren die de rechten van het individu bepalen, maar ook parameters als het geslacht, de etniciteit en de geografie. Gelijkheid in de zin van volledige aanspraak op alle mensenrechten, ongeacht de omstandigheden, is voor Latijns-Amerika een stip op een zeer verre horizon.

    Maar de cultuur van privileges betekent niet dat de ongelijkheid zomaar passief wordt geaccepteerd. Integendeel: dat is de soep waarin de sociale opstand gaar kookt. Ongelijkheid is om te beginnen al een hinderpaal voor sociale integratie. De scherpe scheiding tussen de maatschappelijke klassen komt op velerlei niveaus tot uiting: van de segregatie in de stad in het onderwijs en de huisvesting tot aan de levensverwachting toe.

    Naarmate de economie groeit, worden grote delen van de samenleving in de marge gedrukt, en dat roept spanningen op, vooral als de mensen zien dat de privileges berusten op overgeërfde posities, of op vriendjespolitiek of regelrechte corruptie. Dat ondergraaft de legitimiteit van de instituties en genereert onbehagen en maatschappelijke instabiliteit die uiteindelijk leiden tot massale protesten.

    Uitsluiting

    Als we kwesties onder de loep nemen, zoals de gezondheidszorg, de voedselvoorziening, de toegang tot schoon drinkwater, huisvesting en vast werk, zien we duidelijk de realiteit van het dagelijks leven achter de macro-economische variabelen. Zo is de toegang tot schoon drinkwater, een voorziening die door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in 2010 werd erkend als een van de rechten van de mens, lang niet altijd gegarandeerd.

    40% van de Latijns-Amerikanen loopt het risico om in armoede te vervallen door onzeker werk en gebrek aan een sociaal vangnet.

    In 2015 beschikte 65 procent van de Latijns-Amerikanen over een betrouwbare watervoorziening en was slechts 22 procent aangesloten op riolering. Vooral de plattelandsbevolking heeft van dit gebrek te lijden. Aan de andere kant leeft een kwart van de bevolking in de stedelijke gebieden in armoedige omstandigheden. En ten slotte zijn er, volgens een rapport van de Inter-nationale Arbeidsorganisatie, in de regio 140 miljoen mensen zonder vast werk. Dat is de helft van de werkzame bevolking.

    De statistieken over de hele regio laten de omvang van de uitsluiting zien, en de nationale en lokale cijfers brengen de ongelijkheid aan het licht. Beide tonen de realiteit van een regio die, ondanks alle vooruitgang, nog steeds moeite heeft de structuren te ontmantelen die verhinderen dat de hele bevolking in staat wordt gesteld haar volledige sociale, politieke, economische en culturele rechten uit te oefenen.

    Privéonderwijs

    In 2011 gingen in heel Chili studenten de straat op om te demonstreren voor openbaar en inclusief onderwijs. Die protesten brachten aan het licht hoe exclusief het hoger onderwijs is, hoe het alleen toegankelijk is voor een klein segment van de bevolking dat het kan betalen, terwijl de rest zich diep in de schulden moet steken om te kunnen studeren. Maar tegelijk barstte daarmee de discussie los over de maatschappelijke ongelijkheid en de toegang tot basisvoorzieningen als zorg en onderwijs. Binnen het huidige model, dat is gebaseerd op accumulatie van macht, rijkdom en prestige, leidt een systeem van privéonderwijs onherroepelijk tot een consolidatie van de ongelijkheid, die bovendien nog wordt gerechtvaardigd door een cultuur van privileges.

    In alle landen van Latijns-Amerika vind je privéscholen en privé-universiteiten, en wat openbaar onderwijs wordt genoemd is in feite staats-onderwijs. Veel onderwijsinstellingen van de staat hebben een hoog niveau en genieten veel aanzien, maar voor vele geldt dat ook niet, en de kwaliteitskloof in het onderwijs, tussen en binnen landen, is nog steeds erg groot. Daarom spreken we van staatsonderwijs in plaats van openbaar onderwijs, want een openbare voorziening dient voor iedereen dezelfde kwaliteit te hebben en op dezelfde wijze bij te dragen aan de waardigheid van de burger.

    De helft van de werkzame bevolking in Latijns-Amerika zit zonder vast werk

    Bernardo Toro, een Colombiaanse filosoof en lid van de Fundación Avina, een ngo die zich inzet voor duurzame ontwikkeling in Latijns-Amerika, zegt dat ‘wanneer het onderwijs van verschillende kwaliteit is, het niet leidt tot de ontplooiing maar tot de afbrokkeling van de maatschappij’.

    In Latijns-Amerika zal een proces van integratie pas mogelijk zijn als er wordt afgerekend met een situatie waarin sommigen beter onderwijs krijgen dan anderen. Dat impliceert dat de bijl aan de wortel van het systeem moet worden gezet om gelijke kansen voor iedereen te creëren, en dat betekent ingrijpen in alle sectoren van de samenleving: gezondheidszorg, vervoer, veiligheid en openbare ruimte. Om de ongelijkheid te verminderen moeten er meer openbare voorzieningen komen en dat vereist een transitie naar een nieuw model dat, in tegenstelling tot het huidige, zorg voorop stelt en alle lagen van de bevolking en alle nationale staten achter hetzelfde doel verenigt: het creëren van voorwaarden om iedereen een waardig leven te gunnen.

    Bezet de politiek

    De instelling van nieuwe democratische instituties en de versterking en uitbouw van hun sociale en politieke bevoegdheden zullen ervoor zorgen dat de machtsverhoudingen verschuiven en er meer ruimte komt voor participatie in alle geledingen van de democratie. Een voorbeeld is de consolidatie van politieke actiegroepen zoals Ocupar la Política [Bezet de Politiek] in Brazilië, Mexico en Colombia, die niet alleen politiek en beleidsmatig aan de knoppen willen draaien, maar ook bereid zijn actie te ondernemen voor de invulling en implementatie van hervormingen in het democratisch bestel. Die nieuwe actiegroepen bieden een platform voor andere stemmen en andere segmenten van de bevolking die traditioneel werden buitengesloten van de macht.  

  • Moordenaar George Floyd berecht | Raúl Castro treed af als leider Communistische Partij

    Moordenaar George Floyd berecht | Raúl Castro treed af als leider Communistische Partij

    ‘Een moment van catharsis’ voor de VS

    Derek Chauvin, die een mondkap droeg, ‘toonde geen emotie toen rechter Peter Cahill het vonnis voorlas’, schrijft Star Tribune, een lokale krant. Aan het einde van een drie weken durend, hoogoplopend proces in Minneapolis werd de voormalige politieagent dinsdag 20 april veroordeeld voor het doden van de Afro-Amerikaanse George Floyd, op 25 mei 2020.

    Na een beraadslaging van ongeveer tien uur, verdeeld over twee dagen, achtten de twaalf juryleden de verdachte schuldig op alle drie punten – moord, doodslag en mishandeling met de dood tot gevolg. De vijfenveertigjarige agent werd geboeid en onmiddellijk in hechtenis genomen. De veroordeling zal over ongeveer acht weken zal plaatsvinden. Chauvin kan tot veertig jaar gevangenisstraf krijgen. Drie andere politieagenten die bij de arrestatie betrokken waren, moeten in augustus terechtstaan voor ‘medeplichtigheid’.

    Het nieuws veroorzaakte een explosie van vreugde in Minneapolis, meldt CNN. De menigte, verzameld buiten het gerechtsgebouw en voor de Cup Foods-buurtwinkel waar George Floyd werd vermoord, scandeerde ‘gerechtigheid’ en ‘Black Lives Matter’. Na een interview met een witte man die tranen van vreugde huilde, sprak een verslaggever van de zender van een ‘teken van ongeloof’ onder de demonstranten ‘dat dit echt gebeurd is’.

    Het vonnis, zo schrijft The New York Times, ‘was een moment van catharsis voor velen in de stad (…) en van collectieve genoegdoening’. Soortgelijke taferelen waren overigens in het hele land te zien. ‘Voor sommige zwarte Amerikanen in het bijzonder, was het moment bijzonder aangrijpend, de bevestiging dat gerechtigheid was geschied voor meneer Floyd.’

    ‘Chauvins veroordeling is de uitzondering die de regel bevestigt’, merkt The Atlantic op. ‘Historisch gezien’, legt het tijdschrift uit, ‘zijn moordzaken tegen politieagenten uiterst zeldzaam, en van de weinige zaken die worden voorgeleid, zijn veroordelingen uiterst zeldzaam.’

    ‘Hoewel dit een opluchting is, valt er hier niet veel te vieren. Een man is zonder reden gestorven’, schrijft The Root, een site die als tagline heeft: The Blacker the Content the Sweeter the Truth.

    ‘Het valt nog te bezien of het vonnis zal leiden tot een grotere verantwoordingsplicht van de politie en het momentum zal consolideren dat door de tragedie is ontketend’, stelt Vox. Voor The Washington Post betekent het een ‘potentieel keerpunt’ voor Joe Biden, ‘die van rassengelijkheid en politiehervorming een kernpunt van zijn campagne had gemaakt, maar de thema’s nog niet op de voorgrond van zijn presidentschap plaatste’.


    Idriss Déby, president van Tsjaad, is gesneuveld op het slagveld

    Hij stond meer dan dertig jaar aan het hoofd van Tsjaad, en had zichzelf moeiteloos een zesde termijn in de wacht gesleept. Het nieuws dat op dinsdag 20 april om 12.00 uur op de nationale radio en televisie bekend werd gemaakt, kwam voor iedereen als een verrassing: Idriss Déby Itno is dood.

    Lees ook:

    ‘De president van de republiek, staatshoofd, opperbevelhebber van de strijdkrachten, Idriss Déby Itno, heeft zojuist zijn laatste adem uitgeblazen terwijl hij de territoriale integriteit op het slagveld verdedigde. Met diepe bitterheid kondigen wij het Tsjadische volk het overlijden aan, deze dinsdag 20 april 2021, van de maarschalk van Tsjaad’, kondigde legerwoordvoerder generaal Azem Bermandoa Agouna aan, in een verklaring voorgelezen op TV Tchad.

    ‘De grondwet is ontbonden. Dat geldt ook voor de regering en de Nationale Vergadering. Een militaire overgangsraad (CMT), onder leiding van zijn zoon, Mahamat Idriss Déby [37 jaar], is geïnstalleerd voor achttien maanden’, meldt Chad Infos.

    De president, die een van de befaamdste legers van het continent had opgebouwd, was gewend zich tussen de troepen te begeven. Volgens de eerste berichten zou hij gewond zijn geraakt tijdens gevechten tegen de opstand van rebellengroep FACT, die zijn doorgestoten vanuit Libië, in de regio Kanem, even ten noorden van N’Djamena. Op deze plek hebben de gevechten zich de afgelopen dagen geconcentreerd, met honderden doden tot gevolg.

    Strijd tegen terrorisme

    Met zijn 68 jaar, waarvan hij bijna de helft aan de macht heeft doorgebracht, is de man die zichzelf in 2020 uitriep tot ‘maarschalk voor het leven’, een van de alleenheersers die met ijzeren vuist regeren. Aan het hoofd van een van de meest doorgewinterde, best uitgeruste en best getrainde legers op het continent, was hij ook Europa’s en in het bijzonder Frankrijks beste bondgenoot. In de afgelopen jaren, toen Tsjaad werd bedreigd door zowel Boko Haram als jihadistische groeperingen uit de Sahel, toonde hij zich in deze gevechten onmisbaar.

    De Burkinese krant L’Observateur Paalga schrijft over de overleden president: ‘Déby is nu helaas des te onmisbaarder omdat iedereen zich van één ding bewust is: als na Libië ook de Tsjadische dam zou breken, zou de hele regio worden overspoeld door terrorisme.’ Na de dood van Idriss Déby is niet alleen Tsjaad in onzekerheid gedompeld, maar de gehele regio.



    Miguel Díaz-Canel krijgt de leiding in Cuba, maar Raúl Castro houdt de macht

    Miguel Díaz-Canel, president van Cuba – vandaag 61 jaar oud –, is op 19 april officieel eerste secretaris geworden van de Communistische Partij van Cuba (PCC), het centrum van de macht op het eiland. Een positie die tot nu toe was voorbehouden aan de broers Castro, eerst aan Fidel, tot zijn overlijden in 2016, en daarna aan zijn broer Raúl (89).

    De laatst overgebleven broer is nu al twee jaar bezig met het opzetten van deze overgang. Voor het eerst komt de achternaam Castro niet voor onder de vijftien leden van het Politbureau, het besluitvormingsorgaan van de PCC.

    ‘Castro gaat, castrisme blijft’

    Raúl Castro heeft niettemin vele loyalisten in het Politbureau en het Centraal Comité geplaatst, en er zijn maar weinigen die geloven dat hij het land niet op de achtergrond met ijzeren vuist zal blijven regeren.

    Hoewel hij na de revolutie van 1959 is geboren en dus geen deel uitmaakt van de ‘historische generatie’, heeft Miguel Díaz-Canel zich in de tijdperken van Fidel en Raúl als een goed apparatsjik gedragen. Hij is sinds 1997 zonder onderbreking lid van het Politbureau.

    In zijn toespraak aan het einde van de zitting waarin hij door het partijcongres werd bekrachtigd, liet hij zelf doorschemeren dat de ‘generaal van het leger’, Raúl, meer dan alleen aan zijn zijde zou blijven.

    ‘Raúl Castro blijft de enige en onbetwistbare leider, met een grenzeloze macht’

    Granma, het officiële dagblad van de PCC, citeert hem: ‘Kameraad Raúl (…) zal worden geraadpleegd over strategische beslissingen die van invloed zijn op het lot van de Cubaanse natie. Hij zal altijd aanwezig zijn, van alles op de hoogte worden gehouden. Hij zal energiek strijden, ideeën en voorstellen aandragen voor de revolutionaire zaak (…), en alert blijven om eventuele fouten of tekortkomingen te voorkomen.’

    Continuïteit: daar wijst ook de onafhankelijke Cubaanse pers op. De website Diario de Cuba kopt: ‘Niets absurder dan te praten over het einde van het Castro-tijdperk in Cuba’. En schrijft vervolgens: ‘Raúl Castro blijft de enige en onbetwistbare leider, met een grenzeloze macht. Van nu af aan zal hij zich tevreden stellen met het uitzetten van de strategische lijnen, het nemen van de belangrijke beslissingen en vooral het toezien op zijn nieuwe luitenants.’

    ‘Castro gaat, Castrisme blijft’, kopt de website 14ymedio, die eraan toevoegt: ‘Castrisme gaat verder dan een man en zijn clan. Het is een manier om politieke macht uit te oefenen, de media te controleren, de economie te beheren via het leger (…) en ideologische propaganda te structureren.’

    Lees ook: