Een werkloze kok heeft de wereld beelden geleverd die voor het eerst tonen wat iedereen wel vermoedde, maar nog nooit op film was vastgelegd: hoe Noord-Koreaanse wapenhandelaars bereid zijn om de VN-sancties grof te schenden. Dat toont de film De Mol. Het verhaal is zo bizar, dat velen aan de echtheid twijfelen.
Aan het einde van de film, in een van de laatste shots, zit Ulrich Larsens echtgenote Sacha met de rug naar de camera. Haar blik is op haar man gericht, en langzaam zegt ze: ‘Ik vind dat je een idioot bent. Ook omdat je me niets verteld hebt.’ Wat antwoorddde UlrIch Larsen, ‘de mol’ zoals hij in de film genoemd wordt, zijn vrouw? ‘Ja, je hebt gelijk.’
Een van de beste geheime operaties
Hij is werkelijk naar de afspraak gekomen, de man die verantwoordelijk is voor wat Ola Kaldager, ooit chef van de Noorse inlichtingendienst E14, ‘een van de beste geheime operaties’ noemt die hij ooit heeft gezien. De man die door de Noord-Koreanen een leugenaar en een manipulator wordt genoemd. Nu zit hij in een onopvallend café in een onopvallende buitenwijk van Kopenhagen, waar Ulrich Larsen met zijn vrouw en kinderen woont. Hij draagt een grijs sweatshirt en heeft een kaalgeschoren hoofd. Je begrijpt meteen hoe zo iemand zich onzichtbaar kan maken. Hij is bovendien rustig en analytisch, en een nauwkeurige verteller met een verbazingwekkende opmerkzaamheid.
Ze hadden nooit gedacht dat het zo groot zou worden. Ulrich Larsen niet, die de hele zaak op touw had gezet, en Jim Latrache-Qvortrup, de ‘dritte im Bunde’, al evenmin. ‘Het werd voor een deel zo gek dat ik de mensen begrijp die zeggen: “Dat kan helemaal niet,”’ zegt Latrache-Qvortrup. ‘Hoe moet je in hemelsnaam deze film uitleggen aan iemand die hem nog niet gezien heeft? Hoe doe je dat?’
Een poging: een Deense kok die door ziekte arbeidsongeschikt is verklaard en van een uitkering leeft, duikt in de bizarre wereld van de vrienden van Noord-Korea in Europa. Daar speelt hij tien jaar lang als undercover de trouwe communist, en dringt hij steeds dieper door in de inner circle van de hiërarchie, tot hij samen met een voormalige cokedealer en legionnair van het vreemdelingenlegioen bij geheime ontmoetingen in Beijing en Pyongyang Noord-Koreaanse wapenhandelaars ertoe brengt verdragen te ondertekenen die onder andere voorzien in de bouw van een ondergrondse fabriek voor drugs en wapens door Noord-Korea op een eiland in het Victoriameer in Oeganda.
Dat zou, in grote lijnen, pas de helft van het verhaal zijn. Klinkt dat te grotesk voor een Hollywood-scenario? Het wordt nog gekker: Ulrich Larsen heeft elke afzonderlijke stap in deze reis gefilmd, met inbegrip van het ondertekenen van het verdrag voor de wapenfabriek in een geheime kelder in Pyongyang.
De mol
Al die jaren werkte Ulrich Larsen samen met de documentairefilmer Mads Brügger uit Kopenhagen. Lars zocht contact met hem nadat hij een vroegere documentaire over Noord-Korea van Brügger had gezien, en bood hem aan materiaal te leveren. Aanvankelijk was Brügger niet geïnteresseerd. ‘Die Deens-Noord-Koreaanse vriendschapsvereniging is een tamelijk deprimerende aangelegenheid,’ zegt Mads Brügger bij een gesprek in zijn kantoor in de binnenstad van Kopenhagen. ‘Maar ik heb tegen Larsen gezegd: als er ontwikkelingen zijn, hou me dan op de hoogte.’
Er waren ontwikkelingen. En Mads Brügger maakte daarvan uiteindelijk de documentaire De mol, die in première ging bij de BBC en de publieke tv-zenders in onder andere Denemarken, Noorwegen en Zweden [en Nederland].
Nogmaals: een werkloze kok, vader van een gezin uit een buitenwijk van Kopenhagen, fan van Metallica en liefhebber van modelspoorbaantjes, heeft de wereld beelden geleverd die voor het eerst tonen wat iedereen wel vermoedde, maar nog nooit door iemand op film was vastgelegd – namelijk hoe Noord-Koreaanse wapenhandelaars blijkbaar bereid zijn om de door de Verenigde Naties uitgevaardigde sancties grof te schenden.
En terwijl Noord-Korea-deskundigen erover twisten of de in de film getoonde Noord-Koreanen zich wel echt aan hun deel van de deal gehouden hebben, of dat in dit schimmenspel misschien iedereen alle anderen voor de gek houdt, hebben medewerkers van de Verenigde Naties contact gelegd met de filmmakers en bestuderen ze het door hen geleverde materiaal. En de ministers van Buitenlandse Zaken van Zweden en Denemarken meldden zich met een gemeenschappelijke verklaring: ‘Wij nemen de inhoud van de documentaire zeer serieus,’ heet het. Men heeft besloten de zaak voor te leggen aan de EU en het VN-comité voor sancties.
‘De eerste jaren lag ik vaak in bed en had ik medelijden met mezelf. Ik had een project nodig’
Waarom steekt iemand zijn neus in zulke zaken? In het café vertelt Ulrich over zijn vader die werkte op de veerboten die van Denemarken naar Duitsland voeren. Als kind mocht hij vaak meevaren, meestal naar Puttgarden, maar soms ook naar het Oost-Duitse Warnemünde. De zeelui hadden er plezier in de jongen te waarschuwen om niet aan land te gaan. ‘Ze zeiden dat daar het communisme wachtte.’ Kort na de val van de muur, als hij dertien is, leerde hij op een van die schepen een jongen uit Rostock en zijn zus kennen. De families bezochten elkaar over en weer. ‘Wij kwamen in Rostock en zij bij ons in Gedser. We voerden urenlange gesprekken, ook over socialisme en kapitalisme, over het gedeelde Duitsland.’ Sindsdien spreekt Larsen bijna accentloos Duits.
Hij wilde altijd kok worden, zegt Larsen, en toen hij het werd, voelde hij zich helemaal op zijn plek: de vriendschap in de keuken, het plezier, en dan elke dag het moment ‘waarop de stilte in een paar seconden verandert in een wervelstorm’.
Op zeker moment deed zijn alvleesklier niet meer mee, hij kreeg zware diabetes. Nog altijd is eten pijnlijk voor hem. Algauw was van werken geen sprake meer. ‘De eerste jaren lag ik vaak in bed en had ik medelijden met mezelf,’ zegt Ulrich Larsen. ‘Ik had een project nodig.’ Toen zag hij op televisie The Red Chapel, een film van Mads Brügger, die in 2009 met twee uit Korea afkomstige Deense komieken naar Noord-Korea gereisd was. Noord-Korea fascineerde hem, zegt Larsen. Urenlang zocht hij informatie op het internet. Aanvankelijk was hij vooral geboeid door de parallellen met het gedeelde Duitsland, maar algauw boezemde het atoomprogramma van de regerende Kim-dynastie hem angst in. ‘Ik dacht: Kan ik misschien iets doen?’
Ulrich Larsen legt contact met de filmmaker. En wordt lid van de Deens-Noord-Koreaanse vriendschapsvereniging, een troosteloos stelletje socialisten van de oude stempel. Van het begin af aan nam hij zijn camera mee en gebruikte die om korte fimpjes van de vergaderingen op het net te zetten. In die filmpjes wordt Larsen een propagandist van het regime, hij prijst het goede leven in Noord-Korea. ‘Het ging erom het vertrouwen van die mensen te winnen,’ zegt hij. Steeds weer gebeurde er maandenlang niets. Larsen blijft geduldig. Hij vertelt zijn vrouw over de vriendschapsvereniging, maar niet over zijn ware bedoelingen, niet over het filmproject.
In 2012 wordt Ulrich voor het eerst uitgenodigd om naar Noord-Korea te komen. Daar krijgt hij een medaille van het regime voor zijn loyaliteit, en op die reis leert hij Alejandro Cao de Benós kennen, een van de meest kameleontische figuren in het verhaal: Cao de Benós stamt af van verarmde Spaanse adel maar heeft in de voorbije jaren met zijn ‘Korean Friendship Association’ (KFA) naam gemaakt als de grootste cheerleader van het regime
Hij trad de laatste jaren in het Westen steeds weer op als bemiddelaar voor degenen die toegang wilden krijgen tot het geïsoleerde land. In de film leren we Alejandro Cao de Benós kennen als iemand die in Pyongyang in een operette-achtig officiersuniform voor duizenden partijbonzen Koreaanse slagzinnen brult, en die Larsen waarschuwt voor ‘de neger’, die ‘alleen maar slaapt en steelt’.
‘Ik heb als drugsdealer vijftien jaar in een leugen geleefd. Ik ken het spel, en ik ben er goed in’
Interessant wordt het verhaal op het moment waarop de Spanjaard Ulrich Larsen opneemt in zijn KFA, hem tot zijn ‘Scandinavische vertegenwoordiger’ maakt en hem dan verzoekt om investeerders te zoeken voor het door de sancties geteisterde Noord-Korea. Het is intussen 2016. En nu spitst regisseur Mads Brügger zijn oren. ‘Ik wist dat we Alejandro een investeerder moesten presenteren.’ Dus ging hij op zoek naar een acteur die voor hem de rol kon spelen van een Noorse oliemiljonair. En hij vond ‘mr. James’, in het echte leven Jim Latrache-Qvortrup, voormalig soldaat van het vreemdelingenlegioen en cocaïnedealer van de Kopenhaagse jetset, die op dat moment juist vrijkwam uit de gevangenis. ‘In het Deens zeggen we dan: alsof er een sinaasappel in je tulband valt,’ zegt Mads Brügger. Een gelukstreffer. ‘Jim bloeit op in gevaarlijke situaties. En dan ontpopt hij zich ook nog als een begenadigd toneelspeler.’
‘Eerst zei ik tegen Mads: je maakt een grapje zeker,’ vertelt Jim Latrache-Qvortrup, ‘en toen: ik doe het.’ Zijn luide schaterlach rolt door de lobby van het hotel. Latrache heeft voorgesteld het gesprek te voeren in het ‘Angleterre’, de elegantste gelegenheid van Kopenhagen. Hij heeft een kortgeknipte volle baard en perfect gekamde haren, net alsin de film. ‘Jezus,’ zegt hij. ‘Ik heb als drugsdealer vijftien jaar in een leugen geleefd. Ik ken het spel, en ik ben er goed in.’
In de docu speelt hij een in Karl Lagerfeldpakken geklede blaaskaak die op zoek is naar crystal meth en wapens. In werkelijkheid heeft hij, dyslectisch als hij is, met de hulp van zijn vrouw – model en Zuid-Oostazië-specialist – in de gevangenis alsnog zijn eindexamen gehaald, en speelt hij tijdens het diner de liefdevolle en charmante tafelheer. ‘Voor mij was het een achtbaanritje op adrenaline,’ zegt hij.
Krankzinnige reis
Vanaf dat moment reizen Ulrich Larsen en ‘mr. James’ samen. Het wordt een krankzinnige reis. Deels gefilmd met een verborgen camera, maar vaak ook heel openlijk door Larsen, die de kameraden al jaren kennen als YouTuber voor de Noord-Koreaanse zaak. We zien Alejandro Cao de Benós die al tijdens het eerste gesprek met ‘mr. James’ opschept dat Noord-Korea ‘zich aan geen enkele regel hoeft te houden’: ze kunnen zorgen voor crystal meth, maar willen ook graag ‘fabrieken bouwen om duikboten en tanks te produceren.’
Allemaal loze praatjes? In een schriftelijke reactie verklaart Cao de Benós dat de film ‘in scène gezet en gemanipuleerd’ is. Hij zou nooit een opdracht uit Noord-Korea voor wapen- of drugsdeals hebben gekregen. Maar in de film zitten de twee Denen na zijn bemiddeling al snel met mensen van de Noord-Koreaanse geheime dienst achter in een limousine in Pyongyang, en vervolgens in een ondergronds restaurant, waarin de ondertekening van een heel bijzondere overeenkomst ’wordt gevierd met karaoke en vele rondjes “Skol!”: de Noord-Koreanen hadden voorgesteld een ondergrondse fabriek voor crystal meth en wapens te bouwen in Oeganda, op een eiland in het Victoriameer, onder een luxe resort. Codenaam: “The Tourism Project”’.
‘Als er iets gebeurt – onze ambassade weet hier niks van!’
Ze ontmoeten de Noord-Koreanen in Oeganda om het eiland te bezichtigen, en horen een als ‘Danny’ voorgestelde Noord-Koreaan zeggen: ‘Jullie brengen je vliegtuigen onder de dekmantel van humanitaire hulp naar ons land, dan kunnen wij de bestelde goederen inladen. Jullie betalen ons en vliegen terug.’ De president van de Narae Trading Corporation, een wapenfabriek, overhandigt ze in Pyongyang een catalogus en een prijslijst: vele bladzijden vol met raketwerpers, drones, luchtafweerraketten, scudraketten met een bereik van 1350 kilometer, veertien miljoen dollar per stuk. De Noord-Koreanen stellen een keer een driehoeksdeal voor. Het idee: zij krijgen olie van een zakenman uit Jordanië, bouwen voor mr. James de fabriek in Oeganda, en daarvoor betaalt mr. James de Jordaniër. Ze vragen mr. James of hij voor hen geen wapens naar Syrië kan transporteren: ‘Projectielen, bommen…’ Ten slotte wordt Ulrich Larsen uitgenodigd in de Noord-Koreaanse ambassade in Stockholm, waar een diplomaat hem het uitgewerkte plan overhandigt voor de als luxe hotel vermomde wapenfabriek in het Victoriameer: ‘Het ziet eruit als in een film,’ zegt de heimelijk gefilmde Noord-Koreaan, en dan: ‘Als er iets gebeurt – onze ambassade weet hier niks van!’
Mads Brügger noemt zich in de film een keer een ‘filmmaker die uit is op sensatie’. Men verwijt hem dat hij zijn beide protagonisten op onverantwoorde wijze blootgesteld heeft aan gevaar in een regime dat bekendstaat om zijn meedogenloosheid. Ulrich Larsen en Jim Latrache-Qvortrup ontkennen dat allebei. ‘In tegendeel,’ zegt Latrache-Qvortrup: ‘Mads en de producent hebben mij afgeremd toen ik verder wou gaan.’ En het was tenslotte allemaal zijn idee, zegt Ulrich Larsen. Niemand heeft hem ooit ergens toe gedwongen. Maar terwijl ‘mr. James’ beweert van ‘ieder moment’ van het avontuur te hebben genoten, is aan Larsen nu nog de beklemming te merken als hij over scènes vertelt waarin hij bijna werd ontmaskerd.
Detector
In Tarragona zat hij een keer met Alejandro Cao de Benós in zijn ‘bunker’, toen de Spanjaard een afluisterdetector haalde en Larsen – die microfoon en camera op zijn lichaam droeg – daarmee scande. In de film hoor je de detector plotseling luid piepen. ‘Op dat moment dacht ik: Nu is alles voorbij,’ zegt Ulrich Larsen. ‘Ik dacht aan mijn vrouw. Dat zou het ergste geweest zijn: als het hier was afgelopen, dan zou ik mijn gezin nooit de waarheid verteld hebben.’
Larsen bleef koel en gaf de schuld aan de elektrische sleutel van de huurauto. Hij komt ermee weg, zichtbaar geschrokken, en gaat toch door. ‘Ik wilde gewoon die informatie eruit krijgen,’ zegt hij. ’Ik wilde de wereld laten zien hoe Noord-Korea en zijn bondgenoten handelen.’
Nu zijn zijn beelden publiek geworden. En de deskundigen twisten over de interpretatie ervan. De door de filmmaker geleverde details zijn ‘adembenemend’, zeggen de Noord-Koreadeskundigen Rüdiger Frank en Peter Ward: ‘Vroegere berichten over hoe Noord-Korea probeert de sancties te omzeilen, worden hier bevestigd en dramatisch geïllustreerd.’ Maar er zijn ook onbeantwoorde vragen. Sommigen geloven in een misleidingspoging van Noord-Korea. Hebben de Noord-Koreanen gewoon geprobeerd om de beide Denen te bedriegen? Waarom hebben de Noord-Koreanen nooit een grondig antecedentenonderzoek gedaan naar die zogenaamde oliemiljonair mr. James? Anderen brengen daar tegenin dat de documentaire op haar manier ook toont hoe goed de sancties van de VN functioneerden en dat de Noord-Koreanen ronduit vertwijfeld waren in hun zoektocht naar geld.
De intentie van de Noord-Koreanen in de film is niet met zekerheid te achterhalen. ‘Dat het werkelijk tot wapenleveranties zou komen, was wat ons betreft uitgesloten,’ zegt regisseur Brügger. ‘Dat was de rode lijn die we nooit overschreden zouden hebben.’
‘Allemaal gelogen’
In Kopenhagen zetten beide protagonisten intussen de eerste stappen terug in hun normale leven. Jim Latrache-Qvortrup verdient zijn geld tegenwoordig met een exclusieve massagepraktijk. Angst voor vergelding van de kant van Noord-Korea heeft hij niet, zegt hij. Ze hebben een ontmoeting gehad met mensen van de Deense geheime dienst PET, en ook hun inschatting luidt; wees voorzichtig, maar er is geen acuut gevaar. De documentaire, meent Jim Latrache-Qvortrup, heeft sinds de uitzending zijn leven veranderd. Degenen die hem eerder altijd als een ex-crimineel hadden bestempeld, zagen hem nu met andere ogen. ‘Zelfs als ik morgen neergeschoten zou worden, zou ik nu sterven als een held en de naam van mijn tweee zoons zou gezuiverd zijn.’ Dan lacht hij, als bevrijd.
De Noordkoreaanse ambassade in Zweden noemt de film in een verklaring ‘verzonnen’ en ‘deel van de intriges van vijandige krachten’ tegen Noord-Korea. Over de ‘manipulator Ulrich’ heet het dat hij ‘op het moment wel is ondergedoken’, maar dat men zijn leugens snel kan ontkrachten: ‘Het zou niet moeilijk zijn hem te vinden.’
Ulrich Larsen heeft voor de film nooit een cent gekregen. Ook hij houdt contact met de Deense geheime dienst. Nee, hij is niet verhuisd, en hij zit niet in een getuigenbeschermingsprogramma. Maar hij let nu wel op met wie hij afspreekt, waar hij heen gaat en rijdt; hij verandert zijn routes elke dag. Hij is opgelucht, zegt hij, dat zijn gezin nu alles weet. Dat zijn vrouw hem heeft vergeven. Bij de première in een Kopenhaagse bioscoop waren ze allemaal trots op hem: zijn vader, zijn vrouw en beide dochters. De veertienjarige toonde hem opgewonden een berichtje op haar mobiel: haar vrienden deden nu in de klas een project over zijn film. ‘Ik ben opeens een coole vader,’ zegt Ulrich Larsen. Zijn eigen vader heeft hem na de premiere geschreven dat hij trots op hem was: ‘Maar doe zoiets nooit weer!’ Zou hij dat dan doen? Hij zwijgt. ‘Je weet het nooit,’ zegt hij.
Ulrich Larsen, de mol. Een paar keer tijdens het gesprek heeft hij Noord-Korea zijn ‘hobby’ genoemd. Het is maar goed, zegt hij ten slotte, dat hij nog een andere hobby heeft: zijn modelspoorbaan, een Märklin. Als hij een keer geld heeft, dan wil hij een wens vervullen: een moderne Märklin Mini, computergestuurd, tweemaal anderhalve meter. ‘Ik zou een kleine stad bouwen, met huizen en treinen, zes, zeven stuks misschien.’ Het klinkt als een groot avontuur.
EU gaat VK streng toespreken: ‘Respecteer de rechten van onze burgers’
Ondanks dat de brexitsoap tot een einde is gekomen, blijven de betrekkingen tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk gespannen. De 27 lidstaten en Londen liggen met elkaar in de clinch over een zeer delicate kwestie: de behandeling van EU-burgers op Brits grondgebied, schrijft The Guardian.
‘Nadat enkele schandalen aan het licht zijn gekomen, zullen de EU-leiders met Boris Johnson spreken om ervoor te zorgen dat de rechten van hun burgers worden geëerbiedigd’, aldus de progressieve krant, die uitlegt dat ‘burgers van EU-landen vertellen dat zij zijn vastgezet nadat hun aan de grens de toegang tot het Verenigd Koninkrijk was geweigerd’.
‘Ik zat in een echte gevangenis met prikkeldraad en tralies voor de ramen’
Een van die gevallen wordt beschreven in dagblad La Repubblica. Marta Lomartire, een Italiaanse die op 17 april de Britse grens over ging om in Londen als au pair te werken voor haar neef, beschrijft dat ze werd beschouwd als een illegale migrant omdat ze geen visum had. Ze werd overgebracht naar een gevangenis in de buurt van luchthaven Heathrow, waar ‘alles van me werd afgepakt, zelfs mijn mobiele telefoon. Ik zat in een echte gevangenis met prikkeldraad en tralies voor de ramen. Er zat ook een meisje uit Toscane dat al vijf dagen werd vastgehouden’, vertelt zij aan de Italiaanse krant.
In een ander artikel, dat enkele dagen geleden is gepubliceerd, maakte The Guardian melding van van ten minste twaalf Europeanen die 48 uur op luchthaven Gatwick werden vastgehouden alvorens te worden uitgezet.
Naar aanleiding van deze controverses heeft de Londense regering haar regels versoepeld voor EU-burgers met een gepland werkgesprek op Brits grondgebied. Zij worden niet langer vastgehouden en mogen zich verplaatsen, maar moeten aangeven waar ze tijdens hun verblijf zullen overnachten.
Dit is niet genoeg voor de Europese Unie, die, volgens La Repubblica, bij monde van de Europese Raad, het Verenigd Koninkrijk binnenkort officieel gaat verzoeken ‘de rechten van de burgers van de EU te eerbiedigen’.
Belarussische journalisten opgepakt, Loekasjenka breidt repressie uit
De financiële opsporingsdienst van de KGB – de Belarussische veiligheidsdienst – heeft op dinsdag 18 mei een inval gedaan bij de redactiekantoren van ’s lands grootste onafhankelijke nieuwsportaal, Tut.by. De toegang tot de site werd geblokkeerd en de agenten arresteerden leidinggevenden en journalisten, waaronder redactrice Maria Zolotova. De huizen van sommigen van hen werden doorzocht.
Officieel wordt de directie beschuldigd van belastingfraude. Maar Tut.by was bij uitstek het medium dat ruim aandacht besteedde aan de protesten van 2020 tegen president Aleksander Loekasjenka – aan de macht sinds 1994 – en de repressie die daarop volgde.
‘Dit is geen terugkeer naar het pre-internettijdperk, het is een sprong terug naar de middeleeuwen’
Oppositieleider Viktor Babarika, die tot zijn arrestatie in juni de belangrijkste tegenstander van president Aleksander Loekasjenka zou zijn bij de Belarussische presidentsverkiezingen van augustus 2020, heeft onmiddellijk zijn steun betuigd. Vanuit de rechtbank waar hij momenteel terechtstaat voor het witwassen van geld, vertelde hij dinsdag aan de Belarussische website Nacha Niva: ‘[Dit] is een klap voor het recht van ieder mens om een mening te vormen, voor het recht van ieder mens om te denken. Dit is geen terugkeer naar het pre-internettijdperk, het is een sprong terug naar de middeleeuwen.’
Dit is niet de eerste aanval op Tut.by. ‘De website heeft een aanzienlijke rol gespeeld bij het belichten van de huidige politieke crisis’, aldus politicoloog Arseni Sivitski op de website Salidarnast. ‘Aangezien de regering de strijd om de publieke opinie volledig heeft verloren (…) is repressie het enige wat nu nog werkt. Eerst werden de politiek en het maatschappelijk middenveld gezuiverd; nu zijn de media aan de beurt.’
Repressieve wet
Het regime breidt de repressie nog verder uit. Op maandag 17 mei, de dag voor de politie-inval bij de kantoren van Tut.by, ondertekende Loekasjenka een wet die de politie officieel de macht geeft om ‘vuurwapens en militair materieel te gebruiken om massale acties uiteen te drijven’.
Deze wet ‘is een voortzetting van het beleid om de macht te beschermen tegen de woede van het volk’, schrijft het Russische dagblad Nezavissimaya Gazeta. De politie heeft ook het recht burgers te verbieden foto’s, video’s en geluidsopnames te maken tijdens politieacties. Agenten dragen altijd maskers en blijven anoniem.
Burgers kunnen zelfs gevangenisstraffen krijgen voor het veroorzaken van ‘moreel leed’ bij politieagenten, een vrijbrief om mensen die online onwelgevallige berichten publiceren te straffen, schrijft de Russische krant.
‘We zijn getuige van de voltooiing van de wettelijke formalisering van staatsterreur in Belarus’, zegt de Belaussische politicoloog Pavel Usov tegen Nezavissimaya Gazeta. ‘Het doel van het beleid van Loekasjenka is (…) om van kritische stemmen misdadigers te maken. Collectieve terreur en dictatuur zijn de beste manier om het systeem te stabiliseren. Hoe meer volgzame handhavers er zijn, hoe langer het regime stand zal houden.’
6000 migranten komen aan in Ceuta: ‘Marokko straft Spanje’
Op maandag 17 mei bereikten bijna zesduizend migranten – jonge mannen, vrouwen en kinderen – vanaf de Marokkaanse stranden de Spaanse enclave Ceuta, gelegen in het noorden van Marokko. Eén persoon is verdronken, volgens de Spaanse autoriteiten.
Met deze ‘migrantengolf’, die plaatsvond onder toeziend oog van de Marokkaanse grensbewaking – die aanvankelijk niet ingrepen – ‘straft Marokko Spanje’, kopt de Madrileense nieuwssite El Confidencial. Dit ‘record’ – veel hoger dan de 130 personen die eind april de kust van Ceuta bereikten – draagt bij tot de diplomatieke spanningen tussen de twee landen aan weerszijden van de Straat van Gibraltar.
‘De aanleiding voor het openen van de grenzen – hoewel Marokko ze tot 10 juni gesloten houdt vanwege de pandemie – is de ziekenhuisopname van Brahim Ghali, leider van Polisario [een onafhankelijkheidsbeweging in de Westelijke Sahara], in een ziekenhuis in Logroño’, schrijft het linkse dagblad Público.
‘De Marokkaanse autocratie gebruikt duizenden wanhopige mensen als drukmiddel’
Rabat oefent al maanden druk uit op Madrid om de soevereiniteit van Marokko over de Westelijke Sahara openlijk te erkennen, ten nadele van het Sahrawi-volk, zoals de Verenigde Staten van Donald Trump op 10 december deden, overigens als enige westerse mogendheid.
Op dinsdag 18 mei verklaarde de Spaanse minister van Binnenlandse Zaken, Fernando Grande-Marlaska, tegen de middag dat 2700 van de 6000 migranten reeds naar Marokko waren teruggestuurd. Ter plaatse, in Ceuta, is het Spaanse leger ingezet om de plaatselijke politie te ondersteunen.
‘De Marokkaanse autocratie laat al jaren zien dat zij er geen morele problemen mee heeft te spelen met de hoop van duizenden mensen die de onzekerheid van hun land ontvluchten, en hen als drukmiddel te gebruiken’, schrijft het conservatieve dagblad El Mundo.
De krant wijst erop dat in 2020 bijna 23.000 illegale migranten – voor het merendeel Marokkanen – aan land zijn gegaan op de Canarische Eilanden, gelegen tegenover de Atlantische kust van Noord-Afrika, waardoor dit gebied de belangrijkste toegangspoort voor illegale immigratie naar de EU is geworden.
El Mundo roept de Spaanse regering op de controle van Marokko over de migratie ‘met diplomatie en vastberadenheid’ af te dwingen. Ook Público roept de regering op tot actie: ‘Zal Spanje voortaan luisteren naar het maatschappelijk middenveld, naar het Sahrawi-volk, naar de tientallen humanitaire organisaties die al decennia waarschuwen voor systematische schendingen van het internationale recht door Marokko?’
Ze worden gevreesd – en vereerd. In Afghanistan staan ze op het punt de macht weer over te nemen. Verslaggevers van Die Zeit reisden met toestemming van lokale leiders dagenlang door het land van de taliban.
De 9e editie van de European Press Prize
Voor de vijfde keer op rij maakte 360 een selectie uit de shortlist van European Press Prize.
Dit verhaal uit Die Zeit is een van de vijf genomineerden voor de Distinguished Reporting Award.
De European Press Prize werd in 2013 opgericht vanuit de overtuiging ‘dat journalistiek een van de grote verbinders is in een Europa dat leert en groeit dankzij de verhalen van verslaggevers’. Dit jaar was er een recordaantal inzendingen, met meer dan duizend deel-nemers uit bijna alle 47 landen van de Raad van Europa en ook daarbuiten. Journalisten uit achttien verschillende landen – van Spanje tot Wit-Rusland, van Denemarken tot Griekenland – zijn geselecteerd voor de shortlist.
De finalisten kozen belangrijke Europese thema’s, waaronder de gevolgen van de pandemie; de Black Lives Matter-beweging; migratie en mensenhandel; vrouwenrechten in de sport en vele andere.
Onze selectie uit deze shortlistverhalen leest u de komende weken op onze site. Voor het magazine kozen wij dit uitzonderlijke verhaal, voorzien van uitzonderlijk mooi beeld, over degenen die vochten tegen het machtigste leger ter wereld en een land creëerden dat officieel niet op de kaart staat: het land van de taliban.
Op 3 juni is bekendgemaakt dat ‘Love in the time of plague’ van Janusz Schwertner, gepubliceerd door de Poolse Nieuwssite Onet, de winnaar is geworden van de Distinguished Reporting Award.
‘Het indrukwekkendste stuk van dit jaar vond ik “De wedergeboorte van de taliban”, waarin twee Die Zeit-redacteuren reizen door talibangebied in de periode dat Afghanistan nog niet volledig in handen was gevallen van de islamistische rebellen. Het geeft een verrassend eerlijke inkijk in de wereld van theehuizen, madrassa’s en shariarechtbanken.’
Dit artikel, door European Press Prize genomineerd voor de Distinguished Reporting Award, had in ons juninummer nog de ondertitel “Een reis door een land dat officieel niet bestaat”, maar sinds de machtsovername is die inmiddels achterhaald.’
Het eerste contact. Een stem uit de telefoon. De speaker kraakt. De stem klinkt gedecideerd, maar ook jong, kwetsbaar bijna. Onderweg geeft de stem ons de laatste aanwijzingen. Vier uur rijden van Kaboel, de provincie Ghazni, midden in Afghanistan. Op de grote weg zijn we langs de ruïnes van verwoeste legerbases gekomen, langs wrakken van uitgebrande militaire voertuigen. Op hele stukken van de weg zit elke honderd meter een diepe krater. Dan zegt de stem dat we moeten afslaan, ze loodst ons steeds verder van de grote weg, steeds verder het land in, waar nauwelijks wegen zijn, alleen geitenpaadjes. De wielen van de Toyota slippen in het zand, dan komt de auto weer op de rotsige bodem terecht. Even later, na de laatste post van de regeringssoldaten, ligt op een heuvel een vesting waar de Afghaanse vlag wappert. Dan valt de verbinding weg.
‘Is dit wel de goede plek?’ vraagt onze chauffeur even later. Op een dorpsplein staan we gespannen te wachten, het plein is leeg, het dorp lijkt verlaten. De chauffeur kijkt op de telefoon, nog steeds geen verbinding. De plaats waar we elkaar zouden ontmoeten is het eerste dorp voorbij de grens van het regeringsgebied. Een paar armzalige lemen hutten. Al jaren geleden zijn de mensen hier uit angst gevlucht. Niemandsland. ‘Ik weet niet of we hier wel goed zijn,’ zegt de chauffeur nog een keer. Net als we overwegen om terug te keren verschijnen er opeens zeven gewapende mannen op het plein. ‘Vrede zij met u,’ zegt degene met de jongensachtige stem, die we al kennen van de telefoon.
Omar Sadiq, de lijfwacht van gouverneur Ahmadi van het militaire district Natur, bij de ingang van de plaatselijke moskee waar Ahmadi is voor een bijeenkomst.Districtscommandant Ahmadi bidt samen met zijn lijfwachten in Hotel Said aan de Nawur Ghazniweg.Vergadering van het gerechtshof van de taliban in de enige overgebleven intacte kamer van het voormalige district- en politiehoofdkwartier van Rashidan. Maulawi Shakir (midden) is voorzitter van de plaatselijke rechtbank.
Hij glimlacht, maar zijn lachje verdwijnt snel weer. Nisar, stelt hij zich voor, een naam waarvan hij weet dat wij weten dat het niet zijn echte naam is. Hij zal ons de komende dagen begeleiden. Wij, verslaggevers van Die Zeit, hebben maanden aan de voorbereiding van deze reis gewerkt. Toch zijn we nerveus. We begeven ons in handen van degenen van wie we tot nu toe vreesden dat ze ons zouden kunnen ontvoeren.
Om veiligheidsredenen blijven westerse journalisten tot nu hoogstens een paar uur achtereen bij de taliban. Wij zijn de eersten in jaren die zich een paar dagen lang aan hen toevertrouwen. We willen een reportage maken over de mannen die het machtigste land ter wereld militair murw hebben gemaakt en die een land hebben gecreëerd dat officieel op geen enkele kaart staat, het land van de taliban. Veel mensen vrezen de taliban. Toch worden ze ook bewonderd, mensen laten zich voor hen de dood in jagen, laten zich voor de beweging folteren en opsluiten. De taliban, de hoop voor velen.
Restanten
De religieuze strijders controleren in de herfst van 2020 weer 80 procent van Afghanistan. De regering van president Ashraf Ghani is teruggedreven naar de provinciecentra en de hoofdstad Kaboel. De restanten van een staat die steeds verder krimpt. De taliban staan al in de buitenwijken van Kaboel. De vluchtelingen die de laatste jaren hun toevlucht in de hoofdstad hebben gezocht, moeten het met steeds minder ruimte doen. Na twee decennia trekken de Amerikanen binnenkort hun troepen terug. De corruptie onder de autoriteiten neemt hand over hand toe. Iedereen probeert voor hij in ballingschap gaat zoveel mogelijk geld naar het buitenland te brengen. Een staatsapparaat kort voor de algehele instorting. Gevreesd wordt dat binnenkort de eerste legereenheden zullen overlopen. In Doha onderhandelen delegaties van de regering en de taliban al sinds midden september over een wapenstilstand; of, zoals veel mensen denken, over een capitulatie.
De jonge talib Nisar, in het zwart gekleed, zwarte tulband, met een kalasjnikov over zijn schouder, rijdt op een motor voor ons uit. De weg voert naar het gebergte, wordt steeds steiler, we passeren de laatste groene velden, om ons heen alleen nog naakte witte rotsen. De weg, voor zover er van een weg sprake is, is smal, uitgehouwen in de rotswand. Aan de andere kant een afgrond. De stenen die door de wielen worden losgeslagen, vallen honderden meters omlaag. Bij elke haarspeldbocht wacht Nisar ons op, een tenger silhouet in het zwart, bocht na bocht, tot aan de pas op bijna 3000 meter hoogte.
Tot vlak voor ons vertrek dreigden de afspraken met de taliban te mislukken. Contact opnemen is riskant. Het wederzijds wantrouwen is groot. Enkele journalisten die dachten op het woord van een talibancommandant te kunnen vertrouwen, zijn ontvoerd. Als we het gebied verlaten waar de regering aan de macht is, voelt dat als volledig controleverlies. Alsof je vanuit een ruimteschip de gewichtloosheid van het heelal in zweeft. Onze enige garantie dat we niet in deze steenwoestijn verloren zullen gaan, is een gesproken WhatsAppbericht. Onze reddingslijn: een andere stem, een oudere nu. De stem van de woordvoerder van de hoogste taliban. Een audioberichtje als vrijgeleide.
De mannen die meestal westerlingen als wij ontvoeren, moeten ons nu beschermen. Dat hopen we tenminste. Rond het middaguur bereiken we de vallei aan de andere kant van het bergmassief. Hier zijn de taliban al bijna tien jaar ongehinderd aan de macht. Het district heet Rashidan en is betrekkelijk klein, maar strategisch belangrijk omdat het grenst aan Ghazni, de hoofdstad van de provincie. Ingebed in de groene strook akkers en bosjes langs de rivier ligt een tiental dorpen. Verder alleen schrale grond, stof en stenen. Nisar wil ons naar het districtscentrum brengen in het dorp Hussein Chel. Hier bevindt zich ook de markt, waar de sporen van de oorlog nog duidelijk zichtbaar zijn. De scholieren van de middelbare school waar Nisar stopt, kijken nieuwsgierig uit het raam. Voor de ingang worden we opgewacht door een gesloten front van twintig mannen met zwarte tulbanden.
‘Hartelijk welkom in de Islamitische Emiraten,’ zegt Mawlawi Nasrat, de talibancommandant van Rashidan. Hij geeft een slap handje, naar Afghaans gebruik omhelst hij ons, maar aarzelend. ‘De Amerikanen en u, hun bondgenoten, hebben ons land aangevallen,’ zegt hij. ‘Wij hebben ons land alleen verdedigd. U hebt ons deze oorlog opgedrongen.’ Nasrat vraagt ons binnen te komen. De taliban en wij gaan in de lerarenkamer op de grond zitten. Ze hebben nooit eerder westerse journalisten ontmoet. Sommigen kijken ons vol haat aan, de meesten zijn, zo te zien, nieuwsgierig.
Het leek alsof de taliban het verscheurde land na vijfentwintig jaar oorlog vrede konden brengen
In de kamer hebben zich leden van de Provinciale Raad, rechters van verschillende rechtbanken en een paar afgevaardigden van de zedenpolitie verzameld, die in de dorpen de islamitische kledingvoorschriften en de lengte van de baarden controleert. Verder zijn de gevolmachtigde voor het onderwijs, die toezicht houdt op de scholen, en een belastingontvanger aanwezig. Een doorsnee van het ambtelijk apparaat dat de taliban de afgelopen jaren ontwikkeld heeft. De regering in Kaboel is hier in Rashidan allang geschiedenis. ‘Kijk eens rond in ons district!’ zegt Nasrat, de commandant, begin dertig. ‘Praat met de mensen. Ze zijn gelukkig, omdat wij ons aan de Koran en de sharia houden. De regering in Kaboel die door jullie buitenlanders is neergezet, is een corrupte bende. Ze is moreel verdorven. Bij ons bestaat geen corruptie. Wij zijn hier om Allah te dienen en de problemen van de mensen op te lossen.’
Met de taliban had niemand in Afghanistan meer rekening gehouden. Ze waren verpletterend verslagen. Het leger van de Verenigde Staten had ze na de aanslagen in New York van 2001 in een paar weken tijd naar de vergetelheid gebombardeerd. Naar schatting twintig procent van alle talibanstrijders zijn toen om het leven gekomen. De rest vluchtte naar Pakistan of dook onder. Om te voorkomen dat Afghanistan opnieuw door radicale groeperingen zou worden overheerst, heeft de wereldgemeenschap daarna een enorme operatie op touw gezet. Vijftig landen hebben soldaten en ontwikkelingswerkers gestuurd. Alleen al de VS hebben 1000 miljard dollar geïnvesteerd. In Afghanistan moest worden bewezen dat het mogelijk is de situatie in een land ten goede te keren en er het kwaad uit te roeien. Het kwaad, dat zijn de taliban.
Hun oorsprong is duister. Hun oprichter, moellah Mohammed Omar, die in de jaren tachtig tijdens de oorlog tegen de Russen een oog verloor, is een mythisch figuur. Tot zijn dood in 2013 bestond van hem maar één enkele foto. Na de ineenstorting van het communistische regime in 1992 was hij leraar in een moskee in de buurt van Kandahar. Het land was in handen van honderden warlords en hun strijders, de moedjahedien, en georganiseerd in tientallen verschillende, elkaar bestrijdende allianties. Het waren de bloedigste jaren van de burgeroorlog. Afghanistan verzonk in anarchie. Begin 1994 ontvoerde een plaatselijke warlord twee meisjes, liet hun hoofd kaalscheren en hield hen vast in zijn legerbasis, waar ze werden verkracht. Omar riep dertig leerlingen van zijn Koranschool bij elkaar, ‘taliban’ – talib, meervoud taliban, betekent gewoon ‘leerling’. Ze bewapenden zich met zestien geweren, trokken naar het huis van de warlord, bevrijdden de meisjes en knoopten de warlord op aan de loop van een tank.
De geschiedenis van de taliban, die de wereld later zou leren kennen als de groepering die de vrouwen in het land onderdrukte, begon met de bevrijding van twee vrouwen. Daarna zochten steeds meer mensen moellah Omar op om zijn hulp in te roepen bij overvallen van de warlords. Leerlingen van andere Koranscholen sloten zich bij hem aan. Maanden later controleerden ze hele provincies en aan het eind van het jaar had moellah Omar twaalfduizend aanhangers. Al snel noemde hij zichzelf Almir-al Mu’min: leider der gelovigen. Spoedig stroomde ook het geld binnen. Fracties van de moedjahedien gaven hem geld in de hoop de taliban ook tegen hun tegenstanders te kunnen inzetten. Pakistan, dat de moedjahedien steunde in hun strijd tegen de Russen, gaf geld om hen beter te kunnen controleren. De taliban begonnen in Afghanistan als verlossers. Het leek alsof zij het verscheurde land na 25 jaar oorlog vrede konden brengen. Maar ze brachten alleen nog meer bloedige strijd. Al meer dan 42 jaar is er in Afghanistan geen vrede.
‘We hebben van de fouten in het verleden geleerd,’ zegt Nasrat, de commandant van Rashidan. ‘Vroeger zouden ze na de verovering van een district een van de strijders tot gouverneur hebben benoemd. Die wisten niet hoe ze met de bevolking moesten omgaan,’ zegt hij. ‘Dat is nu anders, we hebben allerlei deskundigen.’ Hij kijkt steeds ongemakkelijk in de richting van Nisar, die naast hem is gaan zitten. De jonge talib die ons heeft opgehaald, is door de shura, de centrale raad van de taliban in Pakistan, afgevaardigd om ons te begeleiden. Hij heeft kohl om zijn ogen, wat hem volgens de Pasjtoense cultuur tegen het boze oog beschermt. Hij is pas drieëntwintig en heeft nog geen volle baard. Nasrat, een kop groter en tien jaar ouder, heeft ruwe handen en is gewend aan zwaar werk, een boer die revolutionair is geworden. ‘We hebben zoveel deskundigen dat we heel Afghanistan kunnen besturen,’ zegt Nasrat, de commandant. ‘We weten nu hoe dat moet.’
‘Vertel hun,’ spoort Nisar hem aan, ‘dat we beter naar de bevolking luisteren.’ ‘We luisteren nu beter naar wat de mensen willen,’ zegt Nasrat. ‘Wat dacht je ervan,’ stelt Nisar voor, ‘als je zegt dat er vrede zal komen als alle buitenlandse troepen zijn vertrokken?’ Nisar zegt openlijk voor wat Nasrat moet zeggen. Hij is van de media-afdeling van de taliban. In de meeste provincies runnen ze een radiozender, geven ze kranten uit en opereren ze op socialemediaplatforms. Mannen als Nisar vormen de jonge elite van de taliban. Technologisch zijn ze vaardiger, en ze maken filmpjes van jonge zelfmoordaanslagplegers voordat die zich in een mensenmenigte opblazen.
Het symbool van hun overwinning ligt op een hooggelegen plek van waar je uitkijkt over het dorp. Nasrat en Nisar verlaten de school en lopen over de markt. Officieel is die van de regering, maar de handelaars betalen hun marktgeld allang aan de taliban. Er zijn drie apotheken, verscheidene werkplaatsen waar vooral de motoren van de taliban worden onderhouden, levensmiddelenwinkels en een paar kleermakers. Van de 250 winkels zijn er vijftig geopend. Er zijn maar weinig mannen die het zonder volle baard durven te stellen en maar een enkeling draagt geen tulband. De nieuwe dresscode van de taliban is eigenlijk de oude. De baard niet langer en niet korter dan een handbreedte, net zoals de profeet hem droeg. Handelaars en klanten kijken ons na. Ze weten niet of we gijzelaars of gasten zijn.
Dan staan we voor de aarden wal van het districtshoofdkwartier, een vesting hoog boven het dal. ‘Dit was mijn grootste overwinning,’ zegt Nasrat, terwijl hij door de poort loopt. Er is alleen een ruïne overgebleven. Op de binnenplaats groeit gras. De muur is op enkele plaatsen ingestort, de twee hoofdgebouwen zijn opgeblazen. Acht jaar geleden bestormde de groep van Nasrat de basis, waarbij ze drie tanks hebben vernietigd en 46 politieagenten gedood. De sporen van hun laatste wanhoop: de ramen van de gebouwen zijn met leem dichtgesmeerd, de ingestorte muren versterkt met zand. ‘Moet je zien hoe ze hun gevangenen behandelden,’ zegt Nasrat terwijl hij ons op de binnenplaats een betonnen gat in de grond aanwijst. Daar beneden lieten de agenten verdachte dorpelingen creperen. ‘In strijd met de mensenrechten,’ zegt Nasrat, maar hij verzwijgt dat ook de taliban hun gevangenen in holen en koeienstallen opsluiten. De overwinnaar bepaalt hoe je het verleden interpreteert. Op het dak wappert de vlag van de taliban, wit met in het zwart het opschrift ‘Er is geen God naast Allah, en Mohammed is zijn Profeet’.
Altijd haast
Slechts één vertrek is intact gebleven. Een kale kamer met matten van boombast op de grond. ‘Dit is tegenwoordig ons hoofdkwartier,’ zegt Nasrat. Maar dat is niet juist. Uit angst voor drone-aanvallen houden de taliban zich maar zelden lang in hetzelfde gebouw op. Op onze reis is dat niet anders. De bijeenkomsten zijn kort. Ze hebben altijd haast. Ze arriveren op een tiental motoren, alleen Nasrat als commandant heeft een auto, dan gaat de groep weer uiteen en rijdt iedereen een andere kant op, zonder af te spreken waar en wanneer precies we elkaar weer zien. ’s Nachts worden we alleen gelaten. Niemand die ons bewaakt. Desondanks, dat weten we zeker, wordt Nasrat over al onze bewegingen geïnformeerd. ’s Nachts is het in het dal aardedonker. De dichtstbijzijnde openbare stroomvoorziening is in de hoofdstad van de provincie Ghazni, 88 kilometer verder. Onze eerste gastheer, die iets welvarender is dan zijn buren, heeft als enige stroombron een auto-accu, die hij oplaadt met een zonnepaneel op zijn dak. Er kunnen twee gloeilampen tegelijk op branden.
In de beschutting van de avond praten we met inwoners van de dorpen. Om hen niet in gevaar te brengen, ontmoeten we andere na deze reis in de veiligheid van Kaboel. Wat we willen weten is: hoe is het leven onder de nieuwe taliban echt?
Een man van rond de veertig, goed opgeleid, geboren in Rashidan:
‘De eerste jaren na de val van de regering van de taliban dacht niemand dat er opnieuw oorlog zou komen. We waren optimistisch. Iedereen was zo moe, zelfs onze plaatselijke taliban waren moe. Ze waren teruggekeerd naar hun gezinnen en weer boer geworden. Ze vochten niet tegen de regering. In het begin waren de taliban ook niet tegen de internationale hulporganisaties, die bij ons in het dal bruggen en irrigatiekanalen aanlegden. Maar nu zijn ze bijna allemaal tegen de regering. De regering heeft het geweld weer onder ons gebracht. Ze zijn naar ons dal gekomen om op voormalige taliban te jagen. Daarna kwamen de buitenlanders, ’s avonds met hun helikopters, en haalden de mensen uit hun eigen huis. Ze hebben veel onschuldigen opgepakt.’
‘De regering en de buitenlanders luisterden alleen naar commandant Chalil. In de jaren negentig was hij hier als warlord aan de macht, tot hij moest vluchten voor de taliban. Nu kwam hij terug met de Amerikanen. Chalil is geen goed mens, dat was hij vroeger niet en dat is hij nog steeds niet. Hij heeft heel veel land gestolen. Hij hoefde iemand er maar van te beschuldigen dat hij bij de taliban had gezeten of diegene moest met zijn hele gezin vluchten, waarna Chalil zijn land inpikte. In een van de dorpen wilde hij zoveel land stelen dat de inwoners naar de wapens grepen om zich tegen de dief te verdedigen. Daarbij zijn vijftien mensen omgekomen. De regering heeft niet de dief gearresteerd, maar de mensen die zich tegen hem verdedigden. Daarom zijn de meeste mensen hier voor de taliban. De regering heeft ons hulporganisaties gestuurd, maar met Chalil hebben ze ons van ons land beroofd.’
De wedergeboorte van de taliban verliep bijna overal volgens hetzelfde patroon. Het Westen bracht de oude, door de bevolking vaak gehate warlords terug. Mannen die hun hele leven niets anders hadden gedaan dan vechten, die verruwd waren door tientallen jaren oorlog met bij elkaar anderhalf miljoen doden. Ze waren de steunpilaren van de nieuwe regering van Hamid Karzai, die door het Westen met miljarden dollars werd gesteund. Terwijl de warlords in de provincies de macht overnamen, bleef de centrale regering te zwak om hen te controleren. De warlords lieten zich in het parlement kiezen, kochten politieke benoemingen, werden gouverneur, minister of generaal in het nieuwe leger. Hun zoons richtten ondernemingen op en kregen lucratieve opdrachten van het Amerikaanse leger, de NAVO en veel ontwikkelingshulporganisaties. Ze betaalden geen belasting, onderdrukten hun binnenlandse concurrenten met geweld en corruptie en staken hun geld in onroerend goed in het buitenland.
Al in 2002 probeerden de taliban zich opnieuw te organiseren, maar dat mislukte. De meeste Afghanen moesten niets van hen hebben. In de hoop op een betere toekomst onder Karzai verrieden ze hen aan de Amerikanen en de regeringstroepen. In hun ballingschap in de grote vluchtelingenkampen in Pakistan vielen de taliban uiteen in drie fracties: drie shura’s. Een shura, geleid door een deel van de oude elite van de taliban, werd opgericht in Quetta. Een tweede werd gevormd in Pesjawar en een derde, de meest radicale, ontstond in Miranshah. Hier werd het beleid gedicteerd door de familieclan van de Hakkani, een naam die al snel gevreesd werd, omdat de Hakkani’s de grootste trainingskampen voor zelfmoordaanslagplegers in Afghanistan onderhielden. Er wordt verteld dat tot 2015 de Hakkani’s 1160 zelfmoordaanslagplegers hebben ingezet, van wie er 843 hun missie ‘succesvol’ zouden hebben afgerond.
‘Ik ben een strijder, ik heb mijn hele leven gevochten. Ik heb geen plannen voor wat daarna moet gebeuren’
Naarmate de teleurstelling over de regering onder de bevolking toenam, werden de taliban weer sterker. De eerste jaren domineerde de shura in Quetta, daarna die in Pesjawar, maar ten slotte, en nog steeds, weer die in Quetta. Soms bestreden de strijders van de drie shura’s elkaar en roofden ze gebieden van elkaar. Volgens de analyse van internationale conflictonderzoekers begon Pakistan in 2004 weer met betalingen aan de opstandelingen: 20 miljoen dollar per jaar. Dat bedrag liep op tot 500 miljoen dollar per jaar. Pakistan is in de regio in een hopeloze situatie verzeild geraakt. Het land is nergens zo bang voor als voor een verbond tussen zijn buren India en Afghanistan. Afghanistan eist de Pasjtoengebieden in het westen van Pakistan op, die indertijd door de Engelsen aan Pakistan zijn toebedeeld. India maakt aanspraak op een deel van Kasjmir in het noorden. Pakistan dreigt al sinds de oprichting van het land in 1947 uiteen te vallen. Een door de taliban geregeerd Afghanistan, waarvan geen gevaar uitgaat omdat het geheel onafhankelijk is, zou een eind maken aan Pakistans existentiële angst.
Nasrat en Nisar wachten ons de volgende ochtend weer op bij het door hen veroverde districtshoofdkwartier. ‘We zullen u laten zien hoe we hier vrede brengen,’ zegt Nisar. In het enige vertrek dat intact is, heeft zich deze ochtend een groep mannen verzameld. De districtsrechtbank van de taliban. Voorzitter Mawlawi Shaker zit aan het hoofd van de groep. Ook hij is pas 26. ‘Niet Pakistan zeggen,’ fluistert Nisar hem desondanks duidelijk hoorbaar toe, als Shaker wil vertellen aan welke Koranschool hij heeft gestudeerd. ‘Ik heb in Ghazni gestudeerd, ’zegt hij dan, ook hij heeft zwarte kohl om zijn ogen. Voor hem zitten twee handelaren van wie de een de ander geld heeft geleend. De schuldeiser beweert dat hij omgerekend 800 euro heeft uitgeleend, de ander zegt dat het maar 520 euro was. ‘Hebt u getuigen?’ vraagt Shaker. Die heeft hij niet. ‘Hebt u getuigen?’ vraagt hij aan de ander. Die ook niet. De schuldenaar haalt whatsappjes tevoorschijn waarin de schuldeiser hem bedreigt. Ze zitten tegen elkaar te schreeuwen, tot Shaker zegt: ‘Genoeg.’
Hij rommelt wat in de plastic zak met documenten die hij op zijn kalasjnikov heeft gelegd en haalt een formulier tevoorschijn. Een stuk papier met het logo van de taliban en het briefhoofd: ‘Provincie Ghazni, District Rashidan, Burgerlijk Bestuur’. Hij schrijft er een paar regels op en verwijst de zaak door naar de provinciale rechtbank. Die zullen wel een oplossing vinden, zegt hij als de twee mannen de ruïne hebben verlaten. Vermoedelijk zal de hogere instantie een compromis tussen de twee bewerkstelligen. ‘Zelfs mensen uit de regeringsgebieden komen met hun geschillen naar ons toe. Daar moeten ze een hoop geld betalen, maar krijgen ze toch hun recht niet. Daar wordt geen enkel geval opgelost. Hier lossen we alle kwesties op.’ Wat in Afghanistan nog belangrijker is dan elders, omdat een ruzie hier snel in een bloedvete ontaardt.
Shariarechtbanken
In de strijd van de taliban tegen de regeringscoalitie zijn de shariarechtbanken hun belangrijkste wapen. Ook die geven niet altijd degene gelijk die gelijk heeft, maar er wordt recht gesproken, vonnissen geveld, en ze winnen terrein. Heel anders dan in het gebied van de regering. Daar vragen rechters vaak van beide partijen grote sommen geld, en hebben beide partijen het gevoel dat ze in een moeras van corruptie en bedrog zijn terechtgekomen. Na verkregen gunsten veranderen rechters hun vonnis, schuiven een oordeel op de lange baan en zijn vervolgens niet in staat dat vonnis uit te voeren.
Als we het hooggelegen voormalige districtscentrum verlaten, horen we boven ons opeens een snorrend geluid. Het is een drone, die het dal doorkruist op zoek naar een doel. Verreweg de meeste talibancommandanten die de afgelopen jaren zijn gedood, waren slachtoffer van aanvallen met drones. Nasrat en Nisar kijken omhoog maar zien de drone niet. Door zijn schutkleuren is de drone tegen de hemel vrijwel onzichtbaar. Even blijft iedereen staan, dan sterft het geluid weg.
Bij de bazaar laten de taliban ons een kleine kliniek zien, de enige kliniek in het district, waar 42.000 mensen op zijn aangewezen. Het blok van ruwe natuursteen is zestien jaar geleden gebouwd door USAID, zoals aan een verbleekt bord bij de ingang te zien is. De directeur die ons begroet, kijkt bij elke zin naar Nisar. ‘We hebben niets om de mensen te beschermen tegen corona. We hebben geen mondkapjes en handschoenen.’ Gelukkig is het district tot nu toe niet getroffen, op één geval na. Het ergste is hier de cholera. ‘Van de honderd mensen hebben er twintig cholera.’ Het water is slecht. Wassen gaat hier nog traditioneel. De lemen huizen hebben slechts één woonlaag, waar bad en toilet naast elkaar liggen. De bronnen in de dorpen geven de laatste tijd steeds minder water. Riolering is er niet.
‘Ik weet het niet,’ antwoordt Nasrat op de vraag hoe hij de armoede in het dal wil verlichten als ze de oorlog eenmaal hebben gewonnen. Hij wil eerst een nieuwe moskee en een nieuwe Koranschool bouwen. Maar dan? Nasrat denkt lang na, dan zegt hij: ‘Ik ben een strijder, ik heb mijn hele leven gevochten. Ik heb geen plannen voor wat daarna moet gebeuren.’
Vandaag gaan Nasrat en zijn staf al vroeg in de middag weg. Later horen we dat ze zich moeten voorbereiden op een aanval op een politiebureau in het centrum van Ghazni. De operatie betekent de zoveelste vernedering voor de regering. Drie politieagenten komen om. De taliban bestormen het bureau, maken geweren en antitankgranaten buit en ontkomen zonder verliezen.
’s Avonds horen we explosies. We gaan naar het dak van ons huis en luisteren in het donker. Ver weg, aan het eind van het dal, slaan granaten in. De volgende ochtend krijgen we te horen dat de artillerie van de regering kennelijk uit wraak lukraak granaten afvuurt op dorpen waar ze vermoeden dat de taliban zitten.
Ook deze avond praten we met inwoners. Dit keer met een oudere man, die ook uit Rashidan komt.
‘De taliban zeggen dat ze hier alles onder controle hebben, maar dat is niet zo. Begin augustus is een leraar vermoord. Onbekenden hebben hem op klaarlichte dag uit zijn huis gehaald en in de velden doodgeschoten. Sommigen zeggen dat het om een familieruzie ging. Anderen zeggen dat het de taliban waren. Ook bij de taliban zitten slechte mensen. Maar al met al is het veel veiliger dan in het gebied van de regering. We zijn allemaal blij dat de taliban het hoofdkwartier van het district veroverd hebben. We hebben erg geleden onder de politieagenten, die zomaar schoten. Ze hebben op boeren geschoten die vanwege de droogte ’s nachts op hun akkers aan het werk waren om die te bevloeien. Ze hebben twee kinderen doodgeschoten die schapen hoedden. De regering had Oezbeekse en Hazara politieagenten hiernaartoe gestuurd. Die hebben een afschuwelijke hekel aan ons. Het was zo erg, dat iedereen met een grote boog om het districtscentrum heen reed, ook de markt was helemaal verlaten. Sinds de taliban terug zijn, wordt er niet meer gevochten. De handelaars komen terug en het leven is weer iets beter.’
‘Maar de meesten van ons steunen de taliban nog steeds niet. Ze houden hun mond en wachten af. De jonge mannen van hier die bij de taliban zijn gegaan, hebben op een madrassa, de Koranschool, in Pakistan gezeten. Bij ons in het dal zijn vier madrassa’s waarvan de leraren ook allemaal in Pakistan zijn opgeleid. De ouders bij ons zijn gelukkig als hun zoon naar de madrassa kan. De taliban selecteren alleen de besten. Jongens gaan naar de madrassa als ze zeven zijn. Ze slapen daar ook. We hebben ook staatsscholen. Onlangs heeft de middelbare school laptops gekregen, maar de taliban hebben die allemaal naar hun madrassa gebracht. De Koranscholen hebben nu betere leermiddelen dan de staatsscholen. Ook het eten is er beter. Op de staatsscholen leren ze bijna niets. De leraren daar zijn te slecht. Maar wie naar de madrassa gaat, kan al snel heel goed lezen en schrijven.’
Van de honderd mensen hebben er twintig cholera
De volgende dag lijkt de hemel vrij van drones. Sinds de VS hun legerbases afbouwen, is het aantal luchtaanvallen duidelijk minder geworden. De Afghaanse luchtmacht is door de jaren heen zwak gebleven. De militaire hulp uit het Westen heeft de luchtmacht klein gehouden en met weinig vliegtuigen en munitie uitgerust. Blijkbaar uit voorzorg, om te voorkomen dat Afghaanse generaals ze op een dag ongehinderd kunnen inzetten. Nisar belt en vraagt of we het gesprek tijdens het middageten kunnen voortzetten. Plaats: het huis van een iets welgesteldere boer. Nasrat en zijn staf van 25 man zitten in het gastenverblijf, een van stukken leem opgetrokken gewelf. Het eten is voor deze streek overvloedig, met veel vlees. Nasrat en zijn mannen logeren altijd kosteloos. De dorpsbevolking moet in hun onderhoud voorzien.
‘Wat zal ik verder nog vertellen?’ vraagt Nasrat terwijl hij zich naar Nisar toe buigt. ‘Vertel dat we nu verenigd zijn en dat we alle etnische groepen vertegenwoordigen.’ ‘We hebben uit alle stammen mensen in onze rangen,’ zegt Nasrat. ‘We hebben met die stammen geen enkel probleem.’ Afghanistan is een poly-etnische staat met negen nationaliteiten. Dat is de oorsprong van al het geweld. De Afghaanse burgeroorlog is telkens opnieuw uitgebroken door conflicten tussen de etnische groepen. En in tegenstelling tot hun eigen propaganda maken alle taliban die we op onze reis tegenkomen allemaal deel uit van een van die groepen, de Pasjtoen.
Het dal van Rashidan markeert de grens tussen twee volken die al eeuwen in vijandschap leven. Beneden, in de weiden langs de rivier waar de bodem het vruchtbaarst is, wonen de Pasjtoen. Een volk dat eeuwenlang de koningen van Afghanistan leverde. Op de schrale hellingen boven het dal en tot ver in de bergen wonen Hazara. Ze stammen af van de Mongolen. De Pasjtoen zijn soennieten, de Hazara, net als de Iraniërs, sjiieten. Reeds de Pasjtoense koningen voerden veldtochten tegen de Hazara, plunderden hun dorpen, legden hun zware belastingen op, lieten hen verarmen, doodden tienduizenden van hen. Nooit zijn Hazara en Pasjtoen in één staat samengekomen. De taliban zijn in de jaren negentig doorgegaan met het onderdrukken van de Hazara. Geen groep in de bevolking heeft de val van de taliban in 2001 zo toegejuicht als de Hazara.
Dreigt er, nu de troepen van de VS zich terugtrekken, voor beide volken een nieuwe tragedie? We hopen een antwoord te vinden in het naastgelegen district Nawur, dat bijna uitsluitend door Hazara wordt bewoond en al jaren door de taliban wordt overheerst.
De wegen worden nog slechter, de hoofdweg dwars door Nawur is niet meer dan een stoffig pad, in de loop der jaren door de wielen van zware vrachtwagens uitgesleten in de witte kalksteen. De dorpen zien er onbewoond uit. Meer dan tachtig procent van de bevolking is de afgelopen jaren naar het buitenland gevlucht, vooral naar Iran, vertelt men ons, de meesten om te werken. Daar zouden inmiddels drie miljoen Afghanen wonen. De mensen die gevlucht zijn, stuurden geld naar de achtergeblevenen, maar dat is de laatste jaren steeds minder geworden. Iran heeft het in de huidige economische crisis zwaar te verduren.
Vlak voordat de weg in een kloof verdwijnt, zien we een school die tegen de helling is gebouwd. Een school die er in het rijk van de taliban eigenlijk niet mag zijn. ‘Komt u binnen,’ begroet de rector ons na een kort gesprek. De Bibi Zainab Highschool. Er zitten honderdvijftig meisjes, in zes klaslokalen. De taliban staan toe dat ze tot de twaalfde klas les krijgen, omdat de leerlingen Hazara zijn. In het Pasjtoense Rashidan mogen meisjes maar tot de zesde klas naar school, omdat, zeggen de taliban, hun ouders dat zo willen. Voor veel Pasjtoense ouders is een opleiding voor meisjes verdacht. Vrouwen moeten thuis meehelpen en vroeg trouwen. Jonge vrouwen brengen een hogere bruidsschat op.
Hier in Nawur dragen de leerlingen geen boerka, alleen een hoofddoek. ‘Twintig procent van onze leerlingen gaat naar de universiteit,’ vertelt de rector trots. De meeste gaan in Ghazni medicijnen studeren of een verpleegstersopleiding volgen. De school heeft geen verwarming, in veel vensters zit geen glas, daarom vallen de lessen ’s winters uit. Vaak is er maar één schoolboek voor drie meisjes. De rector, die de school een paar maanden na de val van de taliban heeft opgericht, is een oude man met dikke brillenglazen en een kromme rug, toch straalt hij als hij over zijn school praat.
Tot nu toe hebben de taliban er alleen kritiek op dat het gebouw te dicht bij de hoofdweg staat en niet ommuurd is. Zo staan de meisjes bloot aan de blikken van passerende mannen. Bovendien wordt op school de helft van de vakken gegeven door mannen en niet door vrouwen. In de jaren negentig zijn bijna alle meisjesscholen om die reden gesloten. Of hij zich geen zorgen maakt over wat er van zijn school terechtkomt als de taliban de macht helemaal overnemen, vragen we. De rector kijkt naar de grond, dan weer op, en zegt: ‘De wereld is ons vergeten.’
De weg die we volgen, voert ons door een nauwe kloof, aan weerszijden rijzen de rotswanden hoog op. De hemel wordt smal. De talibancommandant van Nawur, Mawlawi Ahmadi, heeft ons ontboden. Eigenlijk had hij ons bij Nasrat in Rashidan willen ontmoeten, maar daar kwam hij niet opdagen. We hoorden dat hij Nisar, de afgezant van Quetta, mijdt. De vraag die niet alleen wij willen stellen, luidt: hoe verenigd zijn de taliban werkelijk?
Een moeilijk district
Als trefpunt heeft Ahmadi een dorp in een afgelegen, door hoge bergen ingesloten dal gekozen. De weg erheen is half vernield door de zware regenval die afgelopen zomer in heel Afghanistan enorme aardverschuivingen heeft veroorzaakt. ‘Het dal van de waterval’ heet het dorp. De lucht is ijl. Een stuk of tien lemen huizen, verscholen onder aan een 700 meter hoge, steile rotswand. De toppen boven het dorp zijn bijna 4000 meer hoog.
Een klein jongetje zit gehurkt in de schaduw van een huis. Verder is in het dorp geen mens te zien. De jongen groet niet en blijft ernstig naar ons kijken. Een uur later verschijnt Ahmadi, begeleid door twee lijfwachten. ‘Kijk eens hoe mooi ons land is,’ zegt hij ter begroeting joviaal. Ahmadi, midden dertig, witte tulband, een volle, zwarte baard, heeft niets van het boerse van Nasrat of het ambitieuze van Nisar. Zijn vader, die moellah (islamitische geestelijke) is geweest in Rashidan, heeft hem als kind al vroeg naar de madrassa gestuurd. Ahmadi spreekt zacht, weegt zijn woorden. Zijn stem blijft fluweelzacht, zelfs als hij harde uitspraken doet. Het ideaaltype van de islamitische geleerde, zoals ook Osama bin Laden ze graag zag.
Hij leidt ons naar de kleine moskee van het bergdorpje. Een kale ruimte met een tapijt. Vier, vijf dorpsoudsten, Hazara, laten zich nu ook zien, aarzelend komen ze erbij zitten. Hun lichamen zijn uitgeteerd, hun wangen hol. Een heel moeilijk district, zegt Ahmadi, die als Pasjtoen over alleen maar Hazara heerst. Hij rekent uit: in totaal 125.000 inwoners, waarvan 75.000 onder zijn controle. De regering heeft alleen nog het districtscentrum in handen, hier zes uur vandaan. ‘Maar we werken eraan om daar verandering in te brengen,’ zegt hij. Kortgeleden heeft hij de gipssteengroeve veroverd, de belangrijkste bron van inkomsten in het district. De eigenaar van de mijn betaalt nu belasting aan de taliban.
Het ziet ernaar uit dat de taliban de oorlog bijna hebben gewonnen, maar hoe willen ze vrede brengen? De armoede in Afghanistan zal op den duur iedere orde tenietdoen. Ahmadi weet dat ook. Hij heeft plannen voor zijn district. ‘We moeten de mijnen moderniseren,’ zegt hij. Om meer akkers te kunnen irrigeren, wil hij in het dal een dam bouwen. Hij wil wegen aanleggen, maar moet toegeven dat hij daar geen geld voor heeft. ‘We willen graag dat de buitenlandse ngo’s terugkomen. We garanderen hun veiligheid. We zullen nog een hele tijd van hen afhankelijk zijn,’ zegt hij. ‘Ze mogen terugkomen, maar we gaan er niet om smeken.’
Tijdens een pauze in het gesprek, als Ahmadi de ruimte even heeft verlaten, vragen de oudsten ons hem aan te spreken over de armoede waarin ze leven. ‘Zeg tegen hem dat ze ons moeten helpen. De wegen zijn door de regen verwoest. Veel akkers zijn weggespoeld. Onze oogst is vernietigd.’ Ahmadi, die tot nu toe geen woord met de oudsten heeft gewisseld, doet een paar keer of hij onze vraag niet heeft gehoord, dan zegt hij: ‘We hebben geen geld. Alles wat we kunnen doen, is de hulporganisaties aansporen.’
Ook verwacht Ahmadi hulp van vluchtelingen in Duitsland. ‘Er zit veel deskundigheid bij hen. We hebben ze nodig om ons land weer op te bouwen.’ Er zal hun niets gebeuren. Maar degenen die ernstige misdrijven aan de kant van de regering hebben gepleegd, staan zware straffen te wachten. ‘Die kan ik geen Afghanen meer noemen.’ Als een echte staatsman bedankt hij Duitsland, omdat het de vluchtelingen heeft opgenomen, maar hij verwijt de Duitsers ook dat hun leger in Afghanistan veel ellende heeft veroorzaakt. De soldaten hebben onschuldige mensen gedood. Het is nog te vroeg om die soldaten te kunnen vergeven. ‘Ik voel nog haat tegen hen. Ja, ik haat ze.’
‘De taliban zijn erg veranderd. Ze worden corrupter’
Het is middag geworden, en de oudsten vragen Ahmadi om de tien gasten voor het eten twee aan twee over verschillende gezinnen te verdelen om de last voor iedere gastheer draaglijk te houden. ‘Nee,’ Ahmadi verwerpt hun voorstel, ‘we eten in de moskee.’ Nu moeten de oudsten ondanks hun armoede de gasten alleen van eten en drinken voorzien. De komende weken zullen hun gezinnen nauwelijks te eten hebben, omdat hun voorraden door deze ontvangst zijn uitgeput. Zwijgend kijken ze toe hoe de taliban en wij de maaltijd gebruiken.
Ten afscheid nodigt Ahmadi ons uit voor een schietoefening aan de andere kant van het dorp. We wijzen het beleefd af, maar Ahmadi wil een beetje ontspanning. Hij gaat met ons naar de waterval, waar een heilige bron ontspringt die geesteszieken geneest. Een van zijn lijfwachten vuurt met zijn Amerikaanse M16, een halfautomatisch geweer, dat hij anderhalf jaar geleden op een Amerikaanse soldaat heeft buitgemaakt. ‘Ik heb hem eerst doodgeschoten en toen zijn geweer afgepakt,’ vertelt hij met een grijns. De andere lijfwacht vertelt dat ze een paar dagen geleden de vrijlating van een van hun strijders hebben gevierd. De Afghaanse regering moest dit jaar, onder druk van de VS en zwakker dan ooit, 5000 gevangen taliban vrijlaten. Een van hen kwam uit deze streek, vertelt de lijfwacht. Hij werd in 2004 gearresteerd omdat hij in Ghazni een 29-jarige Française had vermoord, Bettina Goislard, een medewerkster van het VN-vluchtelingenwerk. ‘Tot diep in de nacht hebben we gevierd dat hij weer terug was.’
Het strookje gras hoog op een rots dat ze als doelwit kiezen, weet geen van de drie te raken.
We brengen de nacht weer door in Rashidan. Weer luisteren we naar de verhalen van de dorpelingen.
‘Tot twee jaar terug waren de taliban hier erg streng. Ze hielden ons op straat aan en fouilleerden ons om naar smartphones te zoeken. Je mag alleen een gewoon mobieltje hebben. Als je een van hen bent, mag je een smartphone hebben voor het internet. Nu zijn ze wat relaxter geworden. Maar het komt er altijd op aan wie hun commandant is. Ahmadi was vroeger erg streng, met Nasrat viel altijd wel te praten. Het ergste is als er taliban van buiten komen. Dan halen we onze satellietschotels van het dak en zetten die in de tuin. Anders slaan ze ons en vernielen ze de satellietschotels met knuppels. “Waarom kijken jullie naar de kanalen van de ongelovigen,” zeggen ze.’
Nieuwe bromfiets
‘De taliban zijn erg veranderd. Ze worden corrupter. Sinds kort hebben ze allemaal een nieuwe bromfiets. Veel van hen hebben twee of drie vrouwen en sturen hun gezin naar Ghazni of Kaboel. Mensen die het dichtst bij de moskee wonen, hebben het meest te lijden. Daar overnachten grote groepen taliban, en de buren moeten dan voor eten en drinken zorgen. Ze zeggen: “wij vechten tegen de ongelovigen, en wat doen jullie? Willen jullie ons niet eens te eten geven?” Ook gedwongen huwelijken vormen een groot probleem. Als een leider van de taliban met hun dochter wil trouwen, kan een gezin dat niet weigeren. Ze maken misbruik van onze ellende. Dat is een taboe hier, daar praten de mensen niet over.’
‘We lijden steeds meer gebrek. De laatste jaren heeft het weinig geregend. We konden maar een derde van de akkers irrigeren. In Iran is geen werk meer. Onze verwanten sturen ons daarom nog maar weinig geld. Veel gezinnen kunnen geen bruidsschat meer betalen. Er zijn 90 procent minder bruiloften dan twee jaar geleden. De vaders van de meisjes vragen te veel geld. Ze zijn te inhalig. Vroeger vroegen ze in deze streek gemiddeld 10.000 euro. We hebben met de taliban gesproken, en anderhalf jaar terug hebben ze in de moskeeën afgekondigd dat een bruidsschat ten hoogste 3500 euro mag zijn. Maar dat is nog steeds te veel. De taliban weigeren het bedrag verder te verlagen. Er zijn hier zo veel stellen die weglopen en naar Kaboel gaan.’
‘De taliban zijn niet echt in ons geïnteresseerd, alleen in zichzelf. Het is met hen al bijna net als met de warlords. We zijn verloren. We weten niet meer wat beter is, de regering van de warlords of van de taliban.’
In Afghanistan leek vele jaren lang geen van de kampen een doorslaggevend militair voordeel te kunnen behalen. De drie shura’s van de taliban begonnen elkaar te bestrijden. In Pakistan werd de leider van de Quetta-shura, moellah Baradar, gearresteerd, blijkbaar omdat hij vredesonderhandelingen met Kaboel wilde; dat wilde Pakistan niet. Zijn opvolger, Akhtar Mohammed Mansour, ging op zoek naar nieuwe geldbronnen. Talrijke onderzoeken tonen aan dat hij die ook vond, namelijk in de drugssmokkel. Onder zijn leiding ontwikkelde Afghanistan zich weer tot een van de wereldwijd belangrijkste arealen voor de productie van opium. In 2014-2015 heeft de Quetta-shura meer dan 285 miljoen dollar verdiend met drugshandel. De situatie voor de regering in Kaboel werd precair toen behalve Pakistan ook Iran de taliban ging ondersteunen. Hoe dreigender Amerika zich tegenover Iran opstelde, hoe meer dat land in Afghanistan intervenieerde. In 2012 werd in het Iraanse Mashad een eigen shura opgericht, de Mashhad-shura. Met hulp van Iran waren de taliban in staat grote delen van het noorden van Afghanistan te veroveren. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat Iran zijn bijdrage aan de taliban van 30 miljoen dollar in 2006 heeft verhoogd tot 190 miljoen in 2013, wat echter niet uitsluit dat Iran tegelijkertijd de regering in Kaboel met miljoenen ondersteunt. Ook daar wil het zijn invloed niet verliezen.
Maulawi Nasrat (l) en Nisar in hun auto. Een schoolklas met Afghaanse meisjes in de Bibi Zainab-school.Markt in het district Rashidan. Sinds de machtsovername door de taliban ongeveer tien jaar geleden, zijn slechts 50 van de 250 winkels weer open.
De taliban brandmerken de regering in Kaboel als een verzameling buitenlandse marionetten. Maar feitelijk zitten ze in eenzelfde situatie. Aan alle kanten wordt aan hen getrokken. Vroeger werkten die krachten in verschillende richtingen, nu hebben ze allemaal hetzelfde doel, namelijk het minimaliseren van de westerse invloed in Afghanistan. Nu de hulp beter gecoördineerd wordt, kunnen de taliban zich ook intern strakker organiseren. Bij de vredesonderhandelingen in Doha presenteerden ze zich als één front. Maar niemand weet hoelang die eenheid blijft duren. Er deserteren al groepen naar een nog radicalere organisatie, die zal blijven oorlogvoeren en niet zal stoppen bij de grenzen van Afghanistan: Islamitische Staat.
Op de ochtend van de vijfde dag vertrekken we kort na zonsopgang uit Rashidan. ‘Wees voorzichtig,’ zegt Nisar, die ons tot aan de grens van het territorium van de taliban begeleidt. ‘De regering heeft veel spionnen.’ We willen vermijden dat we op de terugweg door overijverige Afghaanse veiligheidstroepen worden gearresteerd omdat we de taliban zouden steunen. Nisar rijdt vooruit op zijn motor en kiest wegen waarvan hij weet dat ze niet worden gecontroleerd. Hij smokkelt ons in de voorsteden van Ghazni moeiteloos langs alle wegversperringen, zoals de taliban ook doen als ze de stad aanvallen. We zwaaien, dan is hij in het stof van de weg verdwenen.
De toekomst van Afghanistan ligt weer helemaal open. De meeste waarnemers houden rekening met het snel mislukken van de vredesgesprekken. Na jaren van oorlog zijn de wonden aan beide zijden nog te diep. Veel talibancommandanten willen geen deel van hun macht opgeven als ze nog al hun macht kunnen behouden. Maar ook zij dreigen zich te misrekenen. Het innemen van de miljoenenstad Kaboel zou heel wat bloediger kunnen worden dan de strijd in de dorpen. En Kaboel houden kon wel eens nog veel lastiger worden. De Afghaanse samenleving is wat haar ideeën over waarden betreft te ver uiteengedreven. Wat hen verbindt, is wat hen scheidt. De wonden. Het verdriet. De haat. Het zal tijd kosten om de Afghanen zich met zichzelf te laten verzoenen, tijd die het land niet heeft.
Op de terugweg naar Kaboel zien we opnieuw de restanten van een bijna verslagen leger, het leger van een regering die tot voor kort de hoop van het westen was. Een schier eindeloze reeks uitgebrande wrakken en overvallen militaire bases. Een puinhoop van 170 kilometer lang. De dorpsbewoners zijn begonnen het leem van de oude vestingwallen met vrachtwagens af te voeren om het als bouwmateriaal te verkopen.
‘Hoe heeft het zo ver kunnen komen?’ vraagt een hooggeplaatste Afghaanse diplomaat in Kaboel aan een van ons. Het is een prachtige, zachte avond. Hij heeft een gezelschap afdelingshoofden van verschillende ministeries op zijn terras uitgenodigd. Het buffet staat vol allerlei heerlijks. Met een glas rode wijn in de hand staan de gasten gespannen in het donker te luisteren. Ergens in de omgeving wordt zwaar gevochten. De schietpartij duurt uren. Steeds weer komen er helikopters overvliegen. De ambtenaren telefoneren druk met hun contacten bij de veiligheidsdiensten. Maar die zeggen dat het een schietoefening is. Ze willen geen paniek. ‘We moeten gaan,’ zegt een van de gasten, ‘ik ben bang dat straks alle uitvalswegen geblokkeerd zijn.’ Maar het is nog lang geen tijd, klaagt onze gastheer. ‘Blijf toch nog even.’ Het is nog veel te vroeg om weg te gaan.’
Pascal Soriot, de CEO van AstraZeneca, zal in 2021 18 miljoen pond (bijna 21 miljoen euro) gaan verdienen. De aandeelhoudersvergadering van de Anglo-Zweedse farmaceut keurde deze week het beloningsbeleid voor het topmanagement goed, ook al was dat zeker niet eensgezind. Het groene licht kwam dankzij het ‘ja’ van 60,19 procent van de uitgebrachte stemmen, terwijl een ‘aanzienlijk deel’ protesteerde, zoals AstraZeneca zelf erkende, schrijft Corriere della Sera.
Sinds zijn aantreden in 2012 heeft Soriot in totaal 100 miljoen pond aan salaris ontvangen
Investeerders met 39,8 procent van de aandelen, waaronder activistische beleggers en grote fondsbeheerders zoals Aviva Investors en Standard Life Aberdeen, stemden tegen. Door het nieuwe beloningsbeleid komt Soriot nu in aanmerking voor een bonus van tweeënhalf keer zijn basissalaris; voorheen was dat vastgesteld op twee keer. Sinds zijn aantreden in oktober 2012 heeft Soriot in totaal 100 miljoen pond aan salaris van AstraZeneca ontvangen.
Het leiderschap van Soriot, een dierenarts die eerder voor Aventis en Roche werkte, is zonder twijfel goed geweest voor de multinational. In minder dan tien jaar is de aandelenkoers verdrievoudigd, waardoor de groep vandaag op 100 miljard pond wordt gewaardeerd.
Het Spaanse kabinet heeft dinsdag een controversiële wet geratificeerd die voorschrijft dat online bezorgplatforms hun koeriers voortaan als werknemers moeten classificeren in plaats van als onafhankelijke contractanten, bericht Politicovanuit Brussel. Onder leiding van de Spaanse minister van Arbeid, Yolanda Díaz, begonnen de onderhandelingen daarover afgelopen herfst.
‘Koeriers zullen nu alle relevante arbeidsbescherming genieten’
Uiteindelijk zijn vakbonden en bedrijfsverenigingen tot een akkoord gekomen en is de regering tevreden. ‘Koeriers worden nu beschouwd als werknemers in loondienst en zullen alle relevante bescherming genieten’, aldus Díaz.
Desondanks vindt de UGT, een grote Spaanse vakbond die deelnam aan de onderhandelingen, de nieuwe wet veel te zacht. Bedrijven hebben nog drie maanden om aan de nieuwe regels te voldoen en de UGT vreest dat er in de tussentijd banen zullen sneuvelen.
Ook bedrijven zijn ontevreden. Zo wijst Uber Eats op onderzoek dat voorspelt dat meer dan 75 procent van de dertigduizend Spaanse koeriers hun inkomen zullen verliezen en dat restaurants 250 miljoen euro aan extra inkomsten kwijt zullen zijn.
De federale regering van Duitsland heeft haar raming van de belastinginkomsten voor 2021 naar beneden bijgesteld. De federale, provinciale en lokale autoriteiten verwachten ongeveer 2,7 miljard euro minder te ontvangen dan in november werd gedacht. Corona heeft een enorm gat in de staatskas geslagen maar de regering verwacht dat het ergste binnenkort voorbij zal zijn, aldus het Duitse tijdschrift Focus.
NRA is niet failliet
De National Rifle Association (NRA) is niet failliet, zo heeft een federale rechter dinsdag geoordeeld. Die beslissing is een grote klap voor de oudste organisatie voor wapenrechten in de VS. De NRA vroeg op 15 januari faillissement aan om te kunnen verhuizen van New York naar Texas. Volgens rechter Harlin Hale was die faillissementsaanvraag een poging te kwader trouw van de NRA om een grote civiele rechtszaak te ontlopen die de New Yorkse procureur-generaal Letitia James vorig jaar heeft aangespannen met als oogmerk de organisatie in zijn geheel te ontbinden, schrijft Mother Jones.
‘De faillissementsaanvraag van de NRA is ingediend in een poging om een oneerlijk procesvoordeel te verkrijgen’, aldus de rechter
‘De rechtbank oordeelt, op basis van alle omstandigheden, dat de faillissementsaanvraag van de NRA is ingediend in een poging om een oneerlijk procesvoordeel te verkrijgen in de handhavingsactie van de procureur-generaal’, aldus de rechter. De beslissing komt na wekenlange hoorzittingen met huidige en voormalige NRA-medewerkers. Hun getuigenissen zouden corruptie van de NRA aan het licht hebben gebracht.
Ahmadinejad is weer presidentskandidaat Iran
De voormalige ultraconservatieve Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad stelt zich kandidaat voor de presidentsverkiezingen van 18 juni. Volgens de Iraanse staatstelevisie heeft hij woensdag de vereiste registratieformulieren ingevuld, bericht Radio Free Europe/RFL.
Met de nucleaire programma tijdens zijn twee vorige ambtstermijnen tussen 2005 en 2013, dreef de 64-jarige ex-burgemeester van Teheran zijn land herhaaldelijk tot confrontaties met het Westen. Zijn omstreden herverkiezing in 2009 leidde tot de grootste massaprotesten sinds de Islamitische Revolutie van 1979. In 2017 werd hij uitgesloten van de verkiezingen.
Ahmadinejads politiek kenmerkt zich door dreigementen tegen Israël, Holocaustontkenning en beweringen dat er Iran geen homoseksuelen zijn
Zijn politiek kenmerkt zich door dreigementen tegen Israël, ontkenning van de Holocaust en beweringen dat er Iran geen homoseksuelen zijn, en droeg bij aan de marginalisering van Iran op het internationale toneel. In eigen land kreeg hij steun van het platteland door te strooien met geld en met programma’s voor woningbouw, maar zelfs enkele van zijn meest conservatieve bondgenoten lieten hem tegen het einde van zijn presidentschap in de steek.
Historische villa te koop
Een historische villa op Capri, die sinds 1996 in bezit is van de Italiaanse acteur Christian De Sica en zijn vrouw, staat te koop. Het complex werd tussen 1900 en 1903 ontworpen door de Amerikaanse schilder Elihu Vedder, en kunstenaars als de Engelse schrijver D.H. Lawrence, Cy Twombly en Joseph Beuys brachten er tijd door, schrijft het Italiaanse nieuwsplatform ANSA.
De villa van 250 vierkante meter biedt uitzicht over Capri, de baai van Napels en de Golf van Salerno, telt twee verdiepingen, en is omgeven door een tuin met citrus- en olijfbomen. Prijs van vele miljoenen op aanvraag bij makelaar Lionard Luxury Real Estate uit Florence.
Gevecht om de Peruaanse kiezer
Uit de laatste opiniepeilingen in Peru blijkt dat de afstand tussen de socialistische koploper Pedro Castillo en de conservatieve Keiko Fujimori snel kleiner wordt in aanloop naar de presidentsverkiezingen van 6 juni, bericht Mercopress.
Veel investeerders en bedrijven vrezen voor een scherpe bocht naar links met Castillo, een onderwijzer afkomstig van het Peruaanse platteland. Fujimori, dochter van oud-president Alberto Fujimori die een gevangenisstraf van zevenenhalf jaar uitzit wegens corruptie en mensenrechtenschendingen, wakkert die vrees aan. Ze noemt Castillo een linkse extremist die de recente economische vooruitgang van het Andesland in gevaar zal brengen met zijn programma voor nationalisaties door de overheid.
De Amerikaanse schrijver Thomas Chatterton Williams vindt dat we afstand moeten nemen van rassencategorieën die voortkomen uit ‘plantagelogica’. ‘We zullen racisme nooit helemaal overstijgen zolang we in deze categorieën geloven‘, aldus Chatterton Williams die zichzelf – als kind van een zwarte vader en een witte moeder –, als ‘ex-zwart’ beschouwt.
De Amerikaanse schrijver Thomas Chatterton Williamswordt in Parijs wel eens aangezien voor Algerijn. Hij woont er met zijn Franse vrouw en twee kinderen, die beide blonde krullen hebben.
De geboorte van zijn dochter Marlow, zes jaar geleden, veroorzaakte bij hem onverwachte paniek. Wat betekende het dat hij, die zichzelf destijds identificeerde alszwarte man die altijd de tweedeling zwart-wit had aanvaard, een kind had dat als wit zou worden gezien?
In eerste instantie betekende het dat hij camerafilters zou toepassen om haar huid donkerder te maken – zodat ze erbij hoorde, bij hem en bij het ras. Uiteindelijk betekende het dat hij zichzelf vragen ging stellen die diep genoeg gingen om de manier waarop hij zichzelf zag te veranderen. Wat betekent het om tot een ras te behoren dat voor zwarte mensen deels de ‘loyaliteit aan pijn’ met zich meebrengt? En hoezo zou zijn dochter zwarter zijn als hij deze erfenis aan haar doorgaf?
Hele opgave
In zijn tweede boek, Self-Portrait in Black and White, roept hij ons op om na te denken over waarom we rascategorieën handhaven die zijn gedefinieerd ‘met behulp van plantagelogica’ en moedigt hij ons aan om de willekeurige nomenclatuur helemaal af te schaffen. Hij stelt voor dat we ons ‘terugtrekken uit ras’, ‘ras overstijgen’, ‘ras afleren’ – wat weer iets anders is dan het stadium van ‘postracialiteit’ bereiken. Het is een hele opgave, geeft hij toe.
Omdat we allebei een gemengde achtergrond hebben en opgroeiden met één zwarte ouder en één witte, denkt Chatterton Williams dat hij en ik een voorsprong hebben bij het wegnemen van de barrières die het concept ras met zich meebrengen. We herinneren ons allebei de eerste keer dat we door een vreemdeling werden ‘geracialiseerd’ en daarmee dus ook werden gescheiden van onze witte ouder, en hoe we vanaf dat moment constant nadachten over ras.Voor hem uitte dit zich vooral in het onderzoeken van het kunstmatige karakter ervan.
Op de campus van Bard College, een privé-universiteit in de staat New York, waar hij dit najaar de vierweekse cursus ‘Kunnen we ons terugtrekken uit ras?’ onderwees, bespraken we het voorrecht van witheid of wat daarbij in de buurt komt, ofhet te veel van zwarte mensen vergt om ras los te laten en toch trots te blijven op een identiteit die is ontstaan tegen een achtergrond van systematische onderdrukking en, ten slotte, waarom hij optimistisch is over de veranderingen in de toekomst.
Als u ex-zwart bent, wat bent u dan nu?
‘Ik probeer specifiekere manieren te vinden om mezelf te identificeren. Dus ik zou zeggen dat ik een Amerikaan ben. Ik stam af van zuidelijke slaven, en van moeders kant stam ik af van Noord-Europese protestantse immigranten. Ik bedoel niet te zeggen dat ik een witte man ben.’
U zegt dus dat u niet ex-zwart bent geworden omdat u genoeg had van wat ik heb geleerd ‘zwart’ te noemen, of omdat u wilde dat uw dochter deel zou uitmaken van wat ik heb geleerd ‘wit’ te noemen. U wilt haar waarschijnlijk niet dwingen zich als wit te identificeren.
‘Als ze zich als een soort bevoorrecht wit meisje zou gedragen, zou dat een mislukking betekenen’
‘Dat zou het ergste scenario zijn. Als ze zich als een soort bevoorrecht wit meisje zou gedragen, zou dat een mislukking betekenen: een mislukking van ons ouders, een mislukking voor het hele gezin.’
Dus u wijst de termen af omdat ze niet volledig weergeven wie u en uw dochter als persoon zijn. Maar dat wisten we toch al?
‘Nee. Niet iedereen.’
Misschien komt het doordat ik gemengd ben of omdat ik zo veel met ras bezig ben, maar als mensen zeggen dat ze zwart zijn, schrijf ik ze niet vanzelf bepaalde eigenschappen toe.
‘Ik denk dat u en ik waarschijnlijk buiten de norm vallen.
Tijdens het schrijven van het boek, terwijl ik ondertussen werkte aan een lang artikel voor The New Yorker en een aantal rasechte racisten interviewde, dacht ik: O God. Wat heb ik gedaan? Ik heb de zwartheid in mijn familie om zeep geholpen, en zelfs: Dit is verloren. Dit gaan we niet meer op kunnen lossen.
‘Zolang die categorieën als zwart of wit worden gehandhaafd, of het nu door rechts of door links is, zijn er mensen die conclusies trekken’
Door mijn gesprekken met racisten realiseerde ik me dat we racisme nooit helemaal zullen overstijgen zolang we in deze categorieën geloven. Zolang die categorieën worden gehandhaafd, of het nu door rechts of door links is, zijn er mensen die conclusies trekken die jij, Summer, er niet uit trekt.’
Denkt u dat lichtere zwarte mensen, en vooral gemengde mensen zoals wij, het voorrecht hebben om zelfs maar het idee te koesteren ras te kunnen ‘afleren’? Zou het moeilijker zijn voor zwarte mensen met een donkere huidskleur?
‘Ik denk dat het gemakkelijker is voor mensen die op de een of andere manier gemengd zijn, maar ik werd zeer geïnspireerd door een man, Kmele Foster, die zichzelf een rasafvallige noemt. Hij zei dat hij van alles is… Hij heeft een donkere huidskleur maar weigert zich te identificeren met de term ‘zwart’. Hij ziet er het nut niet van in. Ik ben het daarover met hem eens en anderen lachen hem erom uit. Hij heeft een soort zelfbewustheid die velen denk ik niet goed begrijpen.’
U hebt ook nogal een verleden met Ta-Nehisi Coates…
‘Ik heb veel over hem geschreven.’
En u hebt gezegd dat hij op witte suprematie aanstuurt.
‘Nee, hij stuurt er niet op aan, maar in mijn ogen ziet hij witheid als iets speciaals, waarmee hij patronen waarvan ik weet dat hij ze wil bestrijden, juist uitvergroot. Wat ik bedoel te zeggen is dat witte suprematisten ook vinden dat ze speciaal zijn. Ze zijn het daar niet mee oneens. Coates is bovendien ambivalent over de vraag of zwartheid iets essentieels is, of iets kunstmatig.’
In zijn boek Between the World and Me staat deze passage: ‘Misschien betekende “zwart” gewoon dat je je onderaan de ladder bevond… Er was niets nobels aan vallen, gebonden zijn, onderdrukt leven, zwart bloed had geen inherente betekenis.’ Dat lijkt overeen te komen met waar u het over hebt.
‘Helemaal mee eens. Maar hij beweegt twee kanten op. Zijn kritiek op Kanye West kwam er volgens mij op neer dat Kanye West een niet-authentieke, kunstmatige zwarte man is… Dat hij aan zwartheid heeft ingeboet, wat volgens mij zeer gevaarlijk is om te zeggen, omdat het in feite zegt…’
Dat er één manier is om zwart te zijn.
‘Ja. En dat er mensen zijn die dat beslissen en erover oordelen.’
U zegt in uw boek ook dat Coates een pessimistische blik heeft. U beschrijft een scène uit zijn boek waarin een witte vrouw zijn zoon een duw geeft en hij in de ogen van sommigen agressief reageert, zo van: ‘Dit is overduidelijk racistisch en…’
‘En hij zei dat hij dit voorval eeuwen geschiedenis met zich meedroeg.’
Precies. U schrijft dat hij overdreven reageerde en geen ruimte liet voor de mogelijkheid dat deze vrouw gewoon een slechte dag had. Komt dat dus door pessimisme? En is uw idee om van ras af te stappen dan optimistisch?
‘Ik denk dat kinderen op een veel gezondere manier over ras nadenken’
‘Ik denk dat je optimist moet zijn. Ik durf te zeggen dat ik James Baldwin bijna letterlijk parafraseer als ik zeg dat je geen andere keus hebt dan optimist te zijn, zolang je leeft en schrijft en streeft naar een betere wereld. Ook als ouder zou ik zeggen dat ik geen andere keus heb dan optimist te zijn. In mijn boek gebruik ik het woord “naïef”. Ik denk dat kinderen op een veel gezondere manier over ras nadenken. Als ik Marlow zou vragen om jou te beschrijven, zal ze zeggen: “Summer draagt een beige jasje. Dat is het belangrijkste verschil tussen haar en het meisje in het roze overhemd.”
Ik geloof dat ik die naïviteit wil terugwinnen en ik moet wel optimistisch zijn om te geloven dat die verandering mogelijk is. Als ik pessimistisch was, zie ik niet in hoe ik zou kunnen schrijven. Snapt u? Je moet erin geloven dat je iemand bereikt.’
U schrijft in het boek dat u aan de posts op Facebook van uw witte vrienden merkt dat het ze het vervelend vinden dat ze wit zijn…
‘Ja. Ze voelen zich bezwaard.’
Moeten ze dat om van ras af te stappen demonstratief uiten, of in het echt?
‘Witte mensen zijn in feite het grootste deel van de recente geschiedenis in Amerika aangemoedigd om zichzelf te beschouwen als losstaand van ras. Ook witte mensen hebben een ras. Ze moeten gaan inzien dat hun ras net zo kunstmatig is opgebouwd als dat van alle anderen.
‘Ook witte mensen moeten gaan inzien dat hun ras net zo kunstmatig is opgebouwd als dat van alle anderen’
Zwarte mensen hebben altijd met ras te maken gehad. We zijn er nooit los van gekomen, maar het is geen zwart onderwerp. Daarom raak ik gefrustreerd als mensen vragen: “Met wie wil je in het panel [over je boek] praten? Wie zou het moeten beoordelen?” Dit is geen zwart boek. Het is niet niet een zwart boek. Ik heb het hier over veel “zwarte” dingen, maar ik zou hierover met Aziatische mensen moeten praten, ik zou een Latino-gesprekspartner kunnen hebben, ik zou een witte gesprekspartner moeten kunnen hebben, want dit is geen onderwerp dat alleen mensen van kleur aangaat, terwijl de witten in het publiek zitten en toekijken.
Ik wil het hierover hebben met iedereen wiens ras oorsprong heeft in Amerika. Met iedereen dus.’
U gebruikt in het boek de metafoor van een vrouw die wordt aangereden door een auto. Wat de chauffeur ook kan doen om te helpen, haar medische rekeningen te betalen of wat dan ook, het is aan haar om zichzelf te genezen. Is dat wat zwarte mensen moeten doen om ras af te leren?
‘Ik denk dat het afleren van ras voor zwarte mensen erop neerkomt te zeggen dat zwartheid niet echt is, dat ras niet echt is. Ik word in Amerika als zwart beschouwd, een categorie die mijn familie al generaties lang pijn doet maar ook buitengewone culturele bijdragen heeft voortgebracht waar ik trots op ben. Maar het is geen echte categorie en het is schadelijk voor onze samenleving om erop aan te dringen.‘
Hoe houden we vast aan het gegeven dat, onder andere dankzij zulke bijdragen, de wereld zoveel saaier zou zijn als er geen zwarte mensen waren? Hoe kunnen we vasthouden aan dat idee, en tegelijkertijd ras loslaten?
‘Volgens mij doe ik dat voortdurend. Ik luister nog steeds naar Gunna of Lil Baby, en zij hebben een culturele relevantie voor mij. Ik luister naar John Coltrane. Zelfs in een zwarte Britse schrijver als Zadie Smith vind ik iets van herkenning, en als ik naar schilderijen van Kerry James Marshall kijk merk ik zijn zwartheid op. Maar ik denk niet dat ik daarvoor hoef te geloven dat het een biologische realiteit is. Het is een gemeenschap van mensen die in de loop van de tijd in de nieuwe wereld bepaalde ervaringen en omstandigheden hebben meegemaakt, en zij creëerden culturele tradities die door veel mensen die op hen leken, werden overgenomen.’
Wat is volgens u de belangrijkste kritiek die u op het boek zult krijgen, en met name van zwarte mensen?
‘De ergste kritiek zou stilte zijn, wat een absolute nachtmerrie is als je zo hard werkt en zo serieus nadenkt over een vraag. De angst van de schrijver is dat mensen het niet openslaan.
‘Zwartheid is geen echte categorie en het is schadelijk voor onze samenleving om erop aan te dringen’
Maar ik verwacht zeker kritiek en dat zal ongetwijfeld pittige zijn. Mensen denken dat nu ik “wit” ben getrouwd en comfortabel in Parijs woon niks te maken heb met zwarte problemen, ook al is de realiteit altijd gecompliceerder dan het lijkt. In zag reacties op een fragment van het boek in The New York Times. “Zijn kinderen zijn wit en hij is een heel lichte zwarte man met een witte vrouw. Hij nam de beslissing om een witte vrouw te trouwen.” Dat is een soort minachting die, denk ik, niet serieus neemt waar ik aan probeer te werken.’
Als ik dit boek zou schrijven, dan zou ik me zorgen maken dat ze me een verrader zouden noemen. Dat ze zouden denken dat ik witten hun gang laat gaan door te zeggen: ’Fuck dat allemaal. Laten we dit allemaal achterwege laten.’
‘Ja, daar speel ik in het boek een beetje op in. Ik probeer dit punt naar voren te brengen… Als je in een impasse zit als je elkaar wilt passeren maar je blijft allebei bewegen, dan moet één iemand als eerste bewegen, of juist niet bewegen. Dan kan de ander eromheen.
‘Ik probeer ook vooruit te kijken en me een andere manier voor te stellen’
Ik denk dat we in een soort impasse zitten die ons volledig in beslag neemt. We kijken achteruit. Ik denk niet dat het verkeerd is om terug te kijken, maar ik probeer ook vooruit te kijken en me een andere manier voor te stellen. Zwarte mensen zijn ook de mensen die…’
Vergeven.
‘Ja. Misschien is dat niet eerlijk, maar dat verandert mijn gedachten niet. Want ik denk dat iedereen helpt, ook de zwarten. En ik denk niet dat het idee dat ook witten er iets uit halen het voor zwarten verpest, zolang zij ook een betere toekomst krijgen. Begrijp je? Ik ben er niet voor de witten ter verantwoording te roepen, vergelding te vragen. Is herstel nodig? Waarschijnlijk wel. Is er sprake van herstel? Voor sommige zwarten wel. Is dat genoeg? Het meest overtuigend vond ik het werkelijk spectaculaire artikel van Ta-Nehisi Coates, The Case for Reparations.
Ik hou van dat artikel. Ik denk niet dat het in tegenspraak is met verder willen en het pessimisme kwijtraken. Ik denk dat witten heel veel zullen moeten doen, maar het is haast passend als zwarte daarin voorgaan. Sommigen zullen zeggen: “Wij hoeven hier niet het werk te doen of u te leren hoe u uw werk moet doen.” Maar waarvoor zijn we hier? We willen een betere wereld. En dit is eigenlijk juist bewonderenswaardig werk. Snapt u dat?’
Amazon boekte in 2020 een omzet van 44 miljard euro in Europa, maar betaalde geen cent vennootschapsbelasting. Volgens eigen woordvoerders leveren ze wel degelijk een belangrijke bijdrage aan de samenleving.
Er zijn nieuwe vragen gerezen over de belastingmoraal van Amazon nadat het Luxemburgse jaarverslag onthulde dat het bedrijf in 2020 in Europa een recordomzet van 44 miljard euro had geboekt, maar geen cent vennootschapsbelasting afdroeg aan het groothertogdom.
Uit het jaarverslag van Amazon EU Sarl, de Luxemburgse tak van het bedrijf dat producten levert aan honderden miljoenen huishoudens in Europa, blijkt dat er ondanks een recordomzet een verlies van 1,2 miljard euro is geleden, zodat het bedrijf van belasting werd vrijgesteld. Sterker nog, het ontvangt een belastingaftrek van 56 miljoen euro bij eventuele winst in de toekomst. Het gaat om 2,7 miljard euro aan overgedragen verliezen, die op toekomstige winsten in mindering kunnen worden gebracht.
De Luxemburgse tak, die de verkopen afhandelt aan Duitsland, Frankrijk, Italië, Nederland, Polen, Spanje, het Verenigd Koninkrijk en Zweden, heeft 5262 mensen in dienst, wat neerkomt op een omzet van 8,4 miljoen euro per werknemer.
Oorverdovend
Margaret Hodge, een parlementslid van de Labour Party dat al lange tijd campagne voert tegen belastingontduiking, zegt: ‘Het lijkt erop dat Amazons schaamteloze belastingontduiking onverminderd doorgaat. De inkomsten van het bedrijf zijn tijdens de pandemie de pan uit gerezen terwijl onze winkelstraten worstelen met hun voortbestaan, en toch blijven ze hun winsten naar belastingparadijzen als Luxemburg sluizen om een eerlijke belastingafdracht te vermijden. Deze grote digitale bedrijven zijn allemaal afhankelijk van onze openbare diensten, onze infrastructuur en onze goed opgeleide en gezonde arbeidskrachten. Maar anders dan kleinere bedrijven en hardwerkende belastingbetalers weigeren de techreuzen hun steentje bij te dragen aan de publieke zaak. De Amerikaanse president Biden heeft een nieuw, eerlijker systeem voorgesteld voor het belasten van grote digitale bedrijven, maar het Verenigd Koninkrijk heeft zich nog niet achter de hervormingen geschaard. De stilte hier is oorverdovend. De Britse regering moet deze unieke kans aangrijpen om belastingontduiking door grote bedrijven naar het verleden te verbannen.’
‘Amazon betaalt niet alleen nu geen belasting, maar zal dat ook de komende jaren niet doen‘
Paul Monaghan, bestuursvoorzitter van de Britse Fair Tax Foundation, zegt: ‘Deze cijfers zijn ontstellend, zelfs voor Amazon. We zien overal ter wereld een exponentieel groeiende marktdominantie die grotendeels onbelast blijft, waardoor lokale bedrijven die voor een verantwoordelijker benadering kiezen op een schandalige manier worden ondermijnd. Het overgrote deel van het geld dat Amazon in het VK verdient vloeit naar de zwaar verliesgevende poot in Luxemburg, wat betekent dat ze niet alleen nu geen noemenswaardige belasting betalen, maar dat ook de komende jaren niet zullen doen.’
Uit het jaarverslag van Amazon EU Sarl in Luxemburg blijkt dat de omzet van 32 miljard euro in 2019 in 2020 is gestegen met 12 miljard euro. Het verslag, dat maar 23 bladzijden telt, splitst niet uit hoeveel geld Amazon in elk afzonderlijk Europees land heeft verdiend.
Maar uit het Amerikaanse jaarverslag van Amazon blijkt dat de omzet in het VK vorig jaar met 51 procent is gestegen tot een recordbedrag van 21,7 miljard euro. De winkels waren het grootste deel van het jaar gesloten vanwege de lockdown en het thuiswerken stuwde het gebruik van Amazon Web Services, het cloudplatform van het bedrijf, op tot ongekende hoogten. Maar hoeveel belasting daar het afgelopen jaar is betaald, blijft onvermeld. In 2019 betaalde het bedrijf, dat oprichter en CEO Jeff Bezos inmiddels een privéfortuin van 164 miljard euro opleverde, in het VK 339 miljoen euro belasting over een omzet van ruim 14 miljard.
1,2 miljard
1,2 miljard verlies leidde Amazon in Europa, ondanks een recordomzet van 44 miljard euro
De 22,5 miljard euro die klanten in het VK in 2020 bij Amazon besteedden is ongeveer het dubbele van de omzet van Marks & Spencer, het 137 jaar oude Britse warenhuis, en benadrukt hoe de coronapandemie een revolutie heeft ontketend in onze manier van winkelen en een bedreiging vormt voor de toekomst van onze winkelstraten. Vorige week meldde Amazon zijn grootste kwartaalwinst aller tijden: 6,6 miljard euro over een omzet van 89 miljard.
Een woordvoerder van Amazon zegt: ‘Amazon betaalt alle verschuldigde belasting in ieder land waar we actief zijn. Vennootschapsbelasting is gebaseerd op winst, niet op omzet, en onze winst blijft laag vanwege onze grote investeringen en de geringe winstmarge in de uiterst concurrerende detailhandel. We hebben sinds 2010 meer dan 78 miljard euro in Europa geïnvesteerd, en een groot deel van die investeringen betreft infrastructuur die vele duizenden nieuwe banen heeft opgeleverd, aanzienlijke bedragen aan lokale belasting genereert en kleine Europese bedrijven ondersteunt.’
Doug Gurr, onlangs vertrokken als directeur van Amazon.co.uk, legt uit dat ‘de website Amazon.co.uk wordt beheerd door Amazon EU Sarl, een in Luxemburg gevestigde entiteit die het Europese hoofdkwartier van Amazon vormt’.
Jean-Claude Juncker, de toenmalige premier van Luxemburg had persoonlijk zijn steun aan Amazon aangeboden
Er wonen maar iets meer dan zeshonderdduizend mensen in Luxemburg, maar toch hebben veel van de grootste bedrijven ter wereld er hun hoofdkwartier. Amazon arriveerde in 2003 en sloot binnen enkele maanden een vertrouwelijke overeenkomst met de Luxemburgse belastingdienst.
Bob Comfort, tot 2011 hoofd Belastingen bij Amazon, zei tegen een Luxemburgse krant dat Jean-Claude Juncker, de toenmalige premier van het land en de voormalige voorzitter van de Europese Commissie, persoonlijk zijn steun aan Amazon had aangeboden. ‘Hij zei gewoon: “Als jullie onoplosbare problemen tegenkomen, zeg het me dan. Dan probeer ik jullie te helpen.”’ Comfort werd later tot honorair consul van Luxemburg in Seattle benoemd, waar het Amerikaanse hoofdkwartier van Amazon is gevestigd.
Fiscale ondergrens
Vorige maand heeft Joe Biden plannen voorgelegd aan de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, een club van voornamelijk rijke landen, om het wereldwijde belastingsysteem ingrijpend te herzien en onder andere een minimaal belastingtarief in te voeren om te voorkomen dat multinationals gebruikmaken van mazen in de wet. Duitsland en Frankrijk steunen de plannen, maar het VK hult zich in stilzwijgen. Washington dringt al lange tijd aan op wereldwijde verdragen die ervoor zorgen dat machtige multinationals een fatsoenlijk bedrag aan belasting betalen. Volgens het voorstel van de Amerikaanse president zouden grote techbedrijven voortaan belasting moeten betalen aan nationale overheden op basis van de omzet die ze in elk land genereren, ongeacht het land waar ze statutair gevestigd zijn.
Ook zou er wereldwijd een fiscale ondergrens moeten worden afgesproken. De VS hebben een tarief van 21 procent voorgesteld, al zou dat een struikelblok kunnen vormen omdat het hoger is dan het wettelijk minimum in sommige landen, waaronder Ierland, Hongarije en het Caraïbisch gebied. Bezos, de rijkste man ter wereld, juichte Bidens plannen toe en zei dat Amazon achter een verhoging van de vennootschapsbelasting stond.
Amazon is niet de enige multinational die ingewikkelde bedrijfsstructuren creëert om belasting te ontduiken. De zes grootste Amerikaanse techbedrijven – Amazon, Facebook, Google, Netflix, Apple en Microsoft – zijn ervan beschuldigd het afgelopen decennium voor 82 miljard euro aan belasting te hebben ontdoken, aldus een rapport van de Fair Tax Foundation. Stuk voor stuk zeggen ze keurig aan hun belastingverplichtingen te hebben voldaan.
Het rapport wijst Amazon aan als de grootste zondaar. Het bedrijf zou dit decennium tot nu toe slechts 2,8 miljard euro belasting hebben betaald, ondanks een omzet van 788 miljard en een winst van 21,9 miljard.
Volgens de Fair Tax Foundation betekent dit dat Amazons werkelijke belastingtarief het afgelopen decennium 12,7 procent bedroeg, tegen 35 procent voor de gehele VS in diezelfde periode.
Volgens Amazon wekt het rapport een ‘verkeerde suggestie’ en heeft het bedrijf ‘in de periode 2010-2018 in werkelijkheid 24 procent aan belasting afgedragen’.
TOCH GEEN VAKBOND VOOR AMAZON
Werknemers in het Amazon-pakhuis in de stad Bessemer in Alabama, streden dit voorjaar voor de eerste vakbond binnen het bedrijf. Als deze er zou komen, zouden er meer volgen, was de verwachting. De werknemers in Bessemer verdienen meer dan het door de Democraten gewenste minimumloon van 15 dollar per uur, maar klagen over werkdruk en gebrek aan privacy: ze worden voortdurend in de gaten gehouden en hebben per tien uur maar twee keer een half uur pauze.
Onder aanvoering van vakbondleider Stuart Appelbaum zag het er rooskleurig uit, maar toen de stemming begin april plaatsvond, keerde onverwacht ruim twee derde van de werknemers zich tegen het besluit: 1.798 versus 738. Ook werden zo’n vijfhonderd stemmen terzijde gelegd, vooral door Amazon, omdat er iets mis zou zijn met de formulieren.
Volgens Appelbaum heeft Amazon de werknemers verkeerd geïnformeerd en geïntimideerd. Amazon voerde campagne tegen de vakbond door te zeggen dat de werknemers contributie moesten gaan betalen – wat niet klopte, want de lidmaatschapsbijdrage is in Alabama niet verplicht. Via verplichte anti-vakbondsbijeenkomsten, via sms-jes en via stickers op de wc kregen de medewerkers te zien en te horen dat ze ‘het winnende team’ niet moesten verlaten.
Ook zouden bij een stembus die op het terrein van Amazon werd geplaatst, stemmers in de gaten zijn gehouden.
Stuart heeft zich er nog niet bij neergelegd. ‘We laten Amazons leugens, bedrog en illegale activiteiten niet onbeantwoord’, aldus de voorzitter.
Conflict tussen Israël en Hamas kost het leven van steeds meer burgers
‘Na meer dan een jaar van relatieve rust en stabiliteit in de Gazastrook staan Israël en Hamas opnieuw op de rand van een militaire confrontatie’, schrijft de linksgeoriënteerde Israëlische krant Ha’Aretz, terwijl het geweld tussen de twee partijen oplaait. Premier Netanyahu heeft op dinsdag 11 mei aangekondigd de aanvallen in de Gazastrook te zullen opvoeren. Enkele duizenden Israëlische soldaten zijn gemobiliseerd, ondanks oproepen van de Verenigde Naties tot de-escalatie.
‘Het is de grootste geweldsescalatie sinds november 2019’
Hamasleider Ismail Haniyeh zei tegen The Wall Street Journal dat de Palestijnse beweging zou doorgaan met het afvuren van raketten ‘tenzij de [Israëlische] bezetter een einde maakt aan de agressie en terreur in Jeruzalem’. Volgens de krant bereiden beide partijen zich voor op een groter conflict.
‘Het is de grootste geweldsescalatie sinds november 2019, toen Israël een gerichte aanval uitvoerde op een hooggeplaatste commandant van de [gewapende groep] Islamitische Jihad’, schrijft The Wall Street Journal.
De laatste weken zijn de spanningen in Jeruzalem hoog opgelopen, nadat verschillende Palestijnse gezinnen uit de wijk Sheikh-Jarrah dreigden uit hun huizen te worden gezet door Israëlische kolonisten. Afgelopen weekend vonden demonstraties plaats op de esplanade van de Al-Aqsa Moskee – ook bekend als de Tempelberg – in Jeruzalem. Bij botsingen tussen demonstranten en politie vielen meer dan driehonderd gewonden. Hamas stelde Israël later een ultimatum om zijn troepen voor maandag 18.00 uur van de esplanade terug te trekken. Na het verstrijken van de termijn, is de Palestijnse organisatie met een raketoffensief begonnen.
Een poging tot bemiddeling werd ondernomen door de Verenigde Naties, gesteund door Egypte en Qatar, meldt Middle East Eye. De Verenigde Staten hebben er bij beide partijen op aangedrongen ‘stappen te ondernemen’ in de richting van de-escalatie. De Arabische Liga heeft de Israëlische luchtaanvallen veroordeeld. Frankrijk heeft de Israëlische autoriteiten gevraagd alleen ‘evenredig geweld toe te passen’.
Sinds begin deze week heeft de toename van spanningen tussen Hamas en Israël al de dood van tientallen mensen in de regio veroorzaakt. En al zijn de slachtoffers aan Palestijnse zijde veel talrijker – 53 doden in Gaza – ook aan Israëlische zijde zijn er burgerdoden gevallen. ‘Het conflict heeft tot nu toe de levens gekost van zeven Israëli’s’, meldt dagblad Israel Hayom.
Iron Dome
‘Is de “Iron Dome” [het Israëlische antiraketschild] wel zo effectief tegen Hamasraketten als we dachten?’ vraagt The Jerusalem Post zich dan ook af. Volgens het dagblad is het schild, dat zich al tijdens het conflict van 2014 had bewezen, niet plotseling een verouderde technologie geworden. Het is eerder de toegenomen hevigheid van de beschietingen vanuit de Gazastrook die het probleem vormt.
WATCH as the Iron Dome Aerial Defense System intercepts rockets over southern Israel: pic.twitter.com/xUz3bMuTzz
Op dinsdag- en woensdagochtend (11 en 12 mei) schijnt Hamas erin geslaagd te zijn in enkele minuten meer dan honderd raketten af te vuren, schrijft The Jerusalem Post. En raketbeschietingen vanuit de Gazastrook in de richting van Israël namen op woensdagavond alleen maar toe. Tijdens het driedaagse conflict, zo schrijft Israel Hayom, vuurden Hamas en de Islamitische Jihad ‘meer dan vijftienhonderd raketten’ af op het zuiden en midden van Israël.
Te veel om te behappen voor de Dome, die ook nog met een ander logistiek probleem kampte. In 2014 ‘werd de overgrote meerderheid van de raketten afgevuurd in de richting van Zuid-Israël, aangezien Hamas op dat moment slechts over een klein aantal projectielen beschikte die Tel Aviv konden bereiken’, aldus het dagblad uit Jeruzalem. Nu worden juist veel raketten op de kuststad afgevuurd.
Volgens het Israëlische leger heeft het antiraketschild ‘90 procent van de projectielen onderschept’.
Ook Forbes maakt zich zorgen over de Iron Dome. Volgens het Amerikaanse tijdschrift zou dit instrument paradoxaal genoeg een strategische zwakte voor Israël kunnen vormen.
De raketten die worden gebruikt om de (veel minder nauwkeurige) projectielen van Hamas te onderscheppen, hebben een zeer hoge kostprijs ‘variërend van 20.000 tot 100.000 dollar’, aldus het weekblad. De voorraad van Israël is niet oneindig, ‘terwijl Hamas naar verluidt duizenden Qassam-raketten heeft’. De Palestijnse groep zou dus kunnen besluiten de aanvallen verder op te voeren, om zo de defensieve vuurkracht van Israël te verminderen. In dat geval zouden ‘de Israëlische verliezen snel kunnen oplopen, en dat zou Israël kunnen aanzetten tot een grondactie’.
‘Het probleem met zo’n sterke verdediging is dat je er te veel op kunt vertrouwen,’ concludeert Forbes.
Trump-criticus Liz Cheney uit Republikeinse fractietop gezet
Haar herhaalde kritiek op voormalig Amerikaans president Donald Trump heeft haar uiteindelijk haar baan gekost: de Republikeinse volksvertegenwoordiger uit Wyoming, Liz Cheney, verloor op woensdag 12 mei haar positie in de Republikeinse fractieleiding in het Huis van Afgevaardigden.
De 212 Republikeinen in het Huis besloten via een mondelinge stemming om haar uit de Republikeinse fractietop te zetten, kort na een vergadering achter gesloten deuren. De steun voor het afzetten van Liz Cheney was ‘overweldigend’, vertelden aanwezigen aan The Hill.
Volgens een bron van Fox News viel Liz Cheney in een korte toespraak tot haar collega’s Trump en zijn ‘inspanningen om de (Amerikaanse) democratie te ontmantelen’ aan. Cheney spreekt zich al maanden uit tegen de herhaalde ongegronde beweringen van de voormalige president dat de presidentsverkiezingen van 2020 ‘gemanipuleerd’ en ‘gestolen’ zouden zijn.
‘De waarheid zal u vrijmaken’
Cheney ging ook voor in een gebed en reciteerde een passage uit het Evangelie volgens Johannes (8:32, ‘Gij zult de waarheid verstaan en de waarheid zal u vrijmaken’). Ze kreeg een staande ovatie voor haar opmerkingen, vertelde een andere gekozen functionaris aan de conservatieve zender, hoewel er ook boegeroep klonk.
‘Dit is een verbluffende val uit de gratie voor Cheney‘, merkt Politico op. Deze ‘politieke erfgename’ – ze is de dochter van voormalig vicepresident Dick Cheney – was de hoogstgeplaatste Republikeinse vrouw in het Congres. Tot voor kort werd zij beschouwd als een rijzende ster in de partij; ze werd genoemd als een mogelijke toekomstige voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, schrijft Politico.
‘Ik zal er alles aan doen om ervoor te zorgen dat de voormalige president nooit meer in de buurt van het Oval Office komt’
Haar verwijdering uit de fractietop leek Liz Cheney echter niet te ontmoedigen. Tegenover de pers beloofde ze opnieuw ‘de strijd te leiden’ om Trumps greep op de Republikeinse Partij te verzwakken. ‘Ik zal er alles aan doen om ervoor te zorgen dat de voormalige president nooit meer in de buurt van het Oval Office komt’, verklaarde ze. Kort na de stemming noemde Trump Liz Cheney een ‘verbitterd, afschuwelijk mens’. ‘Ze heeft geen karakter en heeft niets goeds bij te dragen aan ons politieke leven of ons land’, zei hij in een verklaring.
De afzetting van Liz Cheney vergroot de macht van Trump binnen en over de Republikeinse Partij, aldus The Wall Street Journal. ‘Voor Kevin McCarthy [de minderheidsleider van het Huis] en zijn collega’s bestaat het gevaar dat Trump nu de facto de baas van het Republikeinse fractie lijkt te zijn, en zij louter stromannen.’
Cheney zou het weleens moeilijk kunnen krijgen om haar zetel in het Huis van Afgevaardigden te behouden tijdens de tussentijdse verkiezingen komende herfst, aldus Politico. Maar alle aandacht die ze nu krijgt, zou haar ook kunnen helpen haar anti-Trump-boodschap uit te dragen.
Zelensky gaat de strijd aan met invloedrijke oligarchen
Het conflict tussen de Oekraïense president, Volodymyr Zelensky, en de pro-Russische oligarchen Viktor Medvedtsjoek en Taras Kozak is al maanden aan de gang. Maar deze keer lijkt er een grote stap te zijn gezet.
‘De procureur-generaal van Oekraïne, Iryna Venediktova, heeft [de twee mannen] aangeklaagd wegens hoogverraad en poging tot toe-eigening van nationale middelen op de Krim’, laat BBC Oekraïne op haar website weten. ‘De SBU [Oekraïense veiligheidsdienst] zet alle nodige middelen in om hen voor het gerecht te brengen.’
Medvedtsjoek en Kozak worden daarom nu gezocht. Volgens dagblad Oekraina Moloda zijn in de nacht van 11 mei huiszoekingen verricht in de woning en het kantoor van Viktor Medvedtsjoek. Maar op dit moment zijn beide mannen nog niet gevonden.
‘Volgens onze informatie is Kozak tijdelijk in Rusland, heeft hij zelfs mogelijk het grondgebied van de Russische Federatie verlaten’ en ‘is hij helaas niet van plan naar Oekraïne terug te keren’, aldus Ivan Bakanov, hoofd van de SBU tegen de Oekraïense krant.
Taras Kozak en Viktor Medvetchuk zijn oligarchen met meerdere bedrijven. ‘Kozak is eigenaar van drie tv-kanalen die beschuldigd worden van het uitzenden van pro-Russische propaganda in Oekraïne, wat aanklager Venediktova kleurrijk omschreef als ‘een leger van informatieclowns en marionetten voor anti-Oekraïense belangen’, aldus Oekraina Molada.
President Zelensky had begin februari reeds hard opgetreden tegen zijn tegenstanders door te bevelen dat de drie zenders in kwestie, ZIK, 112.ua en NewsOne, van het Oekraïense grondgebied zouden worden geweerd.
Medvedtsjoek stond ook in de belangstelling van de autoriteiten omdat hij via zijn verschillende bedrijven strategische activa controleerde, aldus Radio Svoboda. De SZN-pijpleiding (Samara-Zakhidniy Napriamok) behoort toe aan ‘bedrijven in de sfeer van Viktor Medvedtsjoek’. Het gedeelte ‘van de pijpleiding dat over het grondgebied van Oekraïne loopt, is 1433 kilometer lang, verbindt Rusland met Wit-Rusland [door Oekraïne] en loopt door tot de westelijke grens. De afgelopen tijd werd deze gebruikt voor de transport van dieselbrandstof, met een volume van bijna 2 miljoen ton per jaar, of bijna 20 procent van de Oekraïense markt, volgens deskundigen.’
Deze strategische troef bracht inkomsten op die werden gebruikt om de pro-Russische strijdkrachten en media van Viktor Medvedtsjoeks groep te financieren, aldus Radio Svoboda.
Op 24 februari, zo vervolgt het radiostation, ‘besloot de Nationale Veiligheids- en Defensieraad van Oekraïne de pijpleiding weer onder staatscontrole te brengen en sancties op te leggen aan Medvedtsjoek en zijn vrouw Oksana Martsjenko, die ook betrokken was bij zijn zakelijke transacties’.
‘Ik ben in Oekraïne en ik ben niet van plan me te verbergen’
Kozak en Medvedtsjoek zijn echter niet alleen rijke en invloedrijke zakenlieden, maar ook de leiders van de partij Oppositieplatform voor het Leven, OPZJ, een openlijk pro-Russische politieke formatie. En het is juist via de OPZJ dat Medvedtsjoek reageerde op de rechterlijke beslissing tegen hem, meldt BBC Oekraïne. In de door de partij naar buiten gebrachte verklaring zegt hij: ‘Ik ben in Oekraïne en ik ben niet van plan me te verbergen.’ Hij is van mening dat hij het slachtoffer is van ‘politieke vervolging voor zijn principiële standpunten’ en verzekert dat hij wil deelnemen aan het onderzoek en ‘voor gerechtigheid wil vechten’.
Het valt nog te bezien of de zaak voor de rechter zal komen. Zoals het onafhankelijke persbureau UNIAN op zijn website opmerkt, ‘heeft Medvedtsjoek veel bondgenoten in het rechtssysteem’. Velen vrezen ‘opnieuw een proces en veroordeling bij verstek’.
Eén ding is wel zeker. Zelfs als hij erin slaagt aan justitie te ontsnappen, lijkt Medvedtsjoek ‘geen politieke toekomst meer te hebben in Oekraïne’, wat ‘de vernietiging betekent van een van de meest destructieve elementen binnen het pro-Russische kamp’, aldus UNIAN.
‘Kiev verwacht dat de situatie in de Donbass elk moment kan escaleren’
Maar hoe zal Rusland hierop reageren? In april, toen Moskou overging op het inzetten van troepen aan de grens met Oekraïne, beweerden sommige deskundigen dat de mobilisatie tot dopel had om Zelensky te intimideren, zodat hij niet zou optreden tegen Medvedtsjoek, wiens in 2004 geboren dochter Daryna een zekere Vladimir Poetin als peetvader heeft; een bewijs van de nauwe banden tussen de twee mannen. Sindsdien heeft het Russische leger een deel van zijn manschappen teruggetrokken.
Oekraïens minister van Defensie Andriy Taran verwacht in ieder geval een reactie. Tijdens een briefing op 12 mei verklaarde hij: ‘Kiev verwacht dat de situatie in de Donbass elk moment kan escaleren.’
In Myanmar leven de militairen apart van de rest van de samenleving. Ze mogen hun bases nauwelijks onbegeleid verlaten en hebben geen toegang tot internet. In combinatie met een gestaag propagandadieet, leidt dit tot tot de overtuiging dat burgers – de zogenaamde vijand – zonder pardon mogen worden gedood.
Kapitein Tun Myat Aung boog zich over het hete wegdek in Yangon, de grootste stad van Myanmar, en raapte kogelhulzen op. Hij voelde zich misselijk worden. De hulzen, wist hij, betekenden dat er geweren waren gebruikt, dat er met echte kogels op echte mensen was geschoten.
Diezelfde avond, begin maart, ontdekte hij op Facebook dat er in Yangon meerdere burgers waren gedood door soldaten van de Tatmadaw, zoals het Myanmarese leger wordt genoemd. Door mannen in uniform, net als hij.
Enkele dagen later glipte de kapitein van de 77ste Lichte Infanteriedivisie, berucht om het massaal afslachten van burgers in heel Myanmar, de basis uit en deserteerde. Hij zit nu ondergedoken.
‘Ik hou zoveel van het leger,’ zegt hij. ‘Maar de boodschap die ik aan mijn medemilitairen wil meegeven is: Als je moet kiezen tussen het land en de Tatmadaw, kies dan alsjeblieft voor het land.’
Robotleger
De Tatmadaw, die over een half miljoen parate manschappen zegt te beschikken, wordt vaak afgeschilderd als een robotleger dat getraind is om te doden. Na het afzetten van de burgerregering van Myanmar twee maanden geleden, dat overal in het land tot protesten heeft geleid, hebben de militairen hun meedogenloze reputatie alleen maar versterkt door het doden van meer dan 420 mensen en het aanvallen, gevangenzetten of martelen van duizenden anderen.
Op zaterdag 27 maart, de dodelijkste dag sinds de coup op 1 februari, hebben de veiligheidstroepen volgens de Verenigde Naties meer dan honderd mensen gedood. Zeven van hen waren kinderen, onder wie twee jongens van dertien en een jongen van vijf.
‘We moeten elk bevel van onze meerderen opvolgen’
Uit diepgaande interviews met vier officieren, van wie er twee na de coup zijn gedeserteerd, komt een complex beeld naar voren van een institutie die Myanmar al zes decennia lang domineert. Vanaf het moment dat ze aan hun opleiding beginnen leren manschappen van de Tatmadaw dat ze hoeders zijn van een land en een religie die zonder hen ten onder zullen gaan.
Ze vormen een geprivilegieerde staat binnen een staat, waarin militairen apart van de rest van de samenleving leven en werken en een ideologie ingeprent krijgen die hen ver boven de burgerbevolking verheft. De beschreven officieren worden continu in de gaten gehouden door hun meerderen, zowel in de kazerne als op Facebook. Een gestaag propagandadieet voedt hun idee dat er op iedere straathoek vijanden staan.
Dit leidt alles bij elkaar tot een wereldbeeld dat het rechtvaardigt om ongewapende burgers zonder pardon dood te schieten. Hoewel er volgens de militairen enige onvrede over de staatsgreep bestaat, achten ze het onwaarschijnlijk dat het leger op grote schaal in opstand zal komen. Dat maakt meer bloedvergieten tijdens de komende dagen en maanden des te waarschijnlijker.
‘De meeste militairen zijn gehersenspoeld,’ zegt een kapitein die is afgestudeerd aan de prestigieuze militaire academie van Myanmar. Net als de twee anderen met wie The New York Times heeft gesproken, wil hij zijn naam niet gepubliceerd zien vanwege mogelijke represailles; hij is nog in actieve dienst.
‘Ik ben bij de Tatmadaw gegaan om het land te beschermen, niet om tegen ons eigen volk te vechten,’ zegt hij. ‘Ik vind het zo verschrikkelijk om soldaten onze eigen mensen te zien doden.’
De Tatmadaw verkeert al sinds het land onafhankelijk werd in 1948 op voet van oorlog met militaire guerrilla’s, etnische opstandelingen en pleitbezorgers van de democratie. Binnen de cultachtige grenzen van de Tatmadaw wordt het boeddhistische Bamar-volk, dat de etnische meerderheid vormt, verheerlijkt ten koste van de vele etnische minderheden die Myanmar rijk is en die al decennia lang met militaire onderdrukking worden geconfronteerd.
De vijand kan zich ook in de eigen gelederen bevinden. Een doelwit van de toorn van de Tatmadaw is Daw Aung San Suu Kyi, de burgerleider die na de staatsgreep van twee maanden geleden is afgezet en opgesloten. Haar vader, generaal Aung San, heeft de Tatmadaw opgericht.
Tegenwoordig komen de vijanden van de Tatmadaw niet langer uit het buitenland maar uit eigen land: de miljoenen mensen die de straat op zijn gegaan om tegen de staatsgreep te protesteren of die aan stakingen hebben deelgenomen.
Beschermen
Op zaterdag 27 maart, de Dag van de Strijdkrachten, hield generaal Min Aung Hlaing, de opperbevelhebber die de staatsgreep in gang heeft gezet, een toespraak waarin hij zwoer ‘het volk tegen alle gevaar te beschermen’. Terwijl tanks en soldaten over de brede avenues van Naypyidaw paradeerden, de hoofdstad vol bunkers die door een eerdere junta is gebouwd, schoten in meer dan veertig steden veiligheidstroepen op zowel demonstranten als omstanders.
‘Ze beschouwen demonstranten als criminelen omdat iedereen die niet aan het leger gehoorzaamt of ertegen protesteert een crimineel is,’ zegt kapitein Tun Myat Aung. ‘De meeste soldaten hebben hun hele leven nog geen democratie meegemaakt. Ze weten nog niet wat dat inhoudt.’
Hoewel de Tatmadaw in de vijf jaar die aan de staatsgreep voorafging enige macht met een gekozen regering heeft gedeeld, behielden de militairen hun greep op het land. Ze hebben hun eigen conglomeraten, banken, ziekenhuizen, scholen, verzekeringsmaatschappijen, aandelenopties, mobiele netwerk en groentekwekerijen.
‘Ik zou deze situatie moderne slavernij noemen’
Het leger runt televisiestations, uitgeverijen en een filmindustrie met opwindende titels als Happy Land of Heroes en One Love, One Hundred Wars. De Tatmadaw heeft dansgroepen, traditionele muziekensembles en vragenrubrieken waarin vrouwen worden gemaand zich zedig te kleden.
Verreweg de meeste officieren en hun gezinnen wonen op een militair complex, waar al hun bewegingen worden gevolgd. Sinds de staatsgreep hebben de meesten van hen die complexen niet langer dan een kwartier zonder toestemming mogen verlaten.
‘Ik zou deze situatie moderne slavernij noemen,’ zegt een officieren die na de staatsgreep is gedeserteerd. ‘We moeten elk bevel van onze meerderen opvolgen. We mogen de juistheid of onjuistheid ervan niet aan de orde stellen.’
Officierskinderen
Kinderen van officieren trouwen vaak met andere officierskinderen, of met het nageslacht van rijke zakenlieden die van hun militaire connecties hebben geprofiteerd. Infanteristen brengen dikwijls de volgende generatie infanteristen voort. Het ecosysteem van de Raad voor het Staatsbestuur, zoals de junta die vorige maand de macht heeft gegrepen zichzelf noemt, is een kluwen van onderling verstrengelde stambomen.
Zelfs tijdens de vijf jaar van politieke openheid was een kwart van de parlementszetels voor mannen in het groen gereserveerd. Ze mengden zich niet met andere parlementsleden en stemden alleen maar en bloc. De belangrijkste ministeries bleven in militaire handen.
‘Ik wil heel graag het volk dienen, maar militair zijn betekent dat je de leiders van de Tatmadaw dient,’ zegt een legerarts in Yangon. ‘Ik wil ontslag nemen, maar dat kan niet. Als ik dat doe, sturen ze me naar de gevangenis. Als ik vlucht, martelen ze mijn familie.’
De geïsoleerde positie van de Tatmadaw verklaart misschien mede waarom de leiding de felheid van het verzet tegen de putsch heeft onderschat. Officieren die in psychologische oorlogvoering zijn getraind, planten dikwijls complottheorieën over democratie in Facebookgroepen die worden bezocht door militairen, aldus socialmedia-experts en een van de officieren die met onze krant sprak.
Een moslimsamenzwering wordt beschuldigd van pogingen het boeddhistische geloof de kop in te drukken
In deze paranoïde wereld viel de dreun die Aung San Suu Kyi’s Nationale Liga voor Democratie tijdens de verkiezingen van afgelopen november toebracht aan de partij die de steun van het leger genoot, gemakkelijk af te schilderen als verkiezingsfraude.
Een moslimsamenzwering, gefinancierd door rijke oliesjeiks, wordt beschuldigd van pogingen het boeddhistische geloof van de Myanmarese meerderheid de kop in te drukken. Invloedrijke monniken, aan wier voeten ook generaals bidden, prediken dat de Tatmadaw en de boeddhistische monniken zich moeten verenigen om de islam te bestrijden.
De Tatmadaw wil doen geloven dat het roofzuchtige Westen Myanmar elk moment kan veroveren. Angst voor een invasie geldt als een van de redenen waarom de militaire machthebbers de hoofdstad begin deze eeuw van Yangon, dat aan de kust ligt, naar de landinwaarts gelegen stad Naypyidaw hebben verplaatst.
‘Nu doden soldaten mensen met het idee dat ze hun land voor buitenlandse interventie behoeden,’ zegt de kapitein die nog in actieve dienst is. Zijn brigade is in een niet nader genoemde stad ingezet om een woedende volksmenigte in toom te houden.
De gevreesde invasie hoeft niet per se door de lucht of over zee te komen, maar kan ook door de ‘zwarte hand’ van buitenlandse invloed worden bewerkstelligd. George Soros, de Amerikaanse filantroop en pleitbezorger voor de democratie, wordt in kringen van de Tatmadaw beschuldigd van pogingen het land te ondermijnen met grote sommen geld voor activisten en politici. Een legerwoordvoerder impliceerde tijdens een persconferentie dat ook mensen die tegen de staatsgreep protesteren door het buitenland worden gefinancierd.
Kapitein Tun Myat Aung zegt dat hij tijdens zijn eerste jaar op de militaire academie een film te zien kreeg waarin democratische activisten uit 1988 werden afgeschilderd als dolgedraaide beesten die soldaten het hoofd afsneden. In werkelijkheid werden dat jaar duizenden betogers en anderen door de Tatmadaw gedood.
Een van de manschappen van kapitein Tun Myat Aung werd kortgeleden in het oog getroffen door een projectiel uit de katapult van een betoger, zegt hij. Maar de kapitein erkent dat de andere kant beduidend veel meer slachtoffers heeft gemaakt.
‘De meeste militairen leiden een geïsoleerd bestaan, en voor hen is de Tatmadaw de enige wereld’
Op Facebookberichten van de Tatmadaw zie je soms soldaten die worden belegerd door gewelddadige betogers met zelfgemaakte brandbommen. Maar in werkelijkheid zijn het de veiligheidstroepen die artsen hebben aangevallen, kinderen hebben gedood en omstanders hebben gedwongen nederig door het stof te kruipen.
Volgens de militairen die met onze krant hebben gesproken was het opschorten van de toegang tot mobiele data de afgelopen twee weken evenzeer bedoeld om manschappen te isoleren die twijfels begonnen te krijgen over de bevelen die ze kregen, als om de bevolking onwetend te houden.
Kort na de staatsgreep verklaarden enkele militairen zich op Facebook solidair met de betogers. ‘Het leger is aan het verliezen. Geef niet op, mensen’, schreef een inmiddels ondergedoken kapitein in een Facebookbericht. ‘Uiteindelijk zal de waarheid zegevieren.’
Loyaliteit
De geïsoleerde positie van de Tatmadaw dient ook een ander doel. Decennia lang heeft het leger op talrijke fronten tegen talrijke vijanden gevochten, voornamelijk gewapende etnische groeperingen die op zelfbestuur aandrongen. Een sterk gevoel van saamhorigheid is nodig om desertie te beperken en loyaliteit te bevorderen.
Dodentallen worden niet gepubliceerd in Myanmar omdat ze als een staatsgeheim worden beschouwd. Maar uit uitgelekte documenten die The New York Times heeft kunnen inzien, zoals over een aantal gesneuvelde soldaten in de westelijke staat Rakhine een paar jaar geleden, blijkt dat er elk jaar minimaal honderden militairen omkomen.
Volgens de kapitein die nog in actieve dienst is, is het gebruikelijk dat ongetrouwde militairen lootjes trekken om met de weduwe van een in de strijd gesneuvelde collega te kunnen trouwen. De vrouw, zegt hij, heeft weinig te zeggen over wie haar nieuwe man wordt. ‘De meeste militairen leiden een geïsoleerd bestaan, en voor hen is de Tatmadaw de enige wereld.’
Etnische minderheden, die ruwweg een derde van de Myanmarese bevolking uitmaken, leven in voortdurende angst voor de Tatmadaw, die door onderzoekers van de Verenigde Naties van genocidale acties is beschuldigd, waaronder massaverkrachtingen en executies. De bekendste slachtoffers van zulke campagnes zijn de Rohingya-moslims, maar ze hebben zich ook op andere etnische groeperingen gericht, zoals de Karen, de Kachin en de Rakhine.
Kapitein Tun Myat Aung zegt dat toen zijn 77ste Lichte Infanteriedivisie in de staat Shan in het noordoosten van Myanmar vocht, hij de weerzin van mensen uit diverse etnische groeperingen kon voelen. Als lid van een andere etnische minderheid, de Chin, begreep hij hun angst voor de Bamar-meerderheid maar al te goed.
‘Etnische minderheden haten het leger om wat dat hun heeft aangedaan’
Hoewel hij zegt alleen te hebben geschoten om te verwonden, niet om te doden, heeft kapitein Tun Myat Aung acht jaar in de frontlinies doorgebracht. Volgens hem heeft hij in al die tijd maar met één dorpeling contact gehad. ‘Mensen haten het leger om wat dat hun heeft aangedaan,’ zegt hij.
Maar de Tatmadaw heeft hem ook gered. Zijn moeder overleed toen hij tien was. Zijn vader dronk. Hij werd naar een kostschool voor leerlingen uit etnische minderheden gestuurd, waar hij uitblonk. Op de militaire academie leerde hij natuurkunde en Engels. ‘Het leger werd mijn familie,’ zegt hij. ‘Ik was automatisch blij als ik mijn uniform zag.’
In de vroege uurtjes van 1 februari klom een nog half slapende kapitein Tun Myat Aung in Yangon in een legertruck en gordde zijn helm vast. Hij wist pas wat er aan de hand was toen een collega iets over een staatsgreep fluisterde. ‘Op dat moment was het alsof ik alle hoop voor Myanmar verloor,’ zegt hij.
Enkele dagen later zag hij zijn majoor met een doos kogels, echte, niet van rubber. Die nacht huilde hij. ‘Ik realiseerde me,’ zegt hij, ‘dat de meeste militairen het volk als de vijand beschouwen.’
Half april, aan het begin van de Ramadan, luidde Mustapha Zebdi, voorzitter van de Algerijnse Vereniging voor Consumentenbescherming (Apoce), al de noodklok over de stijgende voedselprijzen in Algerije. ‘In veel opzichten is deze Ramadan een van de moeilijkste in tijden. We bevinden ons nog steeds in een pandemie en in een moeilijke sociaal-economische situatie met een onstabiele markt.’ Zebdi had een vooruitziende blik, zo blijkt uit een bijdrage van columnist Kenza Adil, in TSA, een online nieuwsmedium uit Algerije. ‘We zien een nieuw scenario. Gewoonlijk stijgen de prijzen van groenten en fruit in Algerije aan het begin van de Ramadan en keren ze na de eerste week terug naar normaal niveau. Maar gedurende deze Ramadan heeft de opwaartse trend zich alleen maar voortgezet.’
Op de markten in hoofdstad Algiers die Adil vorige week bezocht waren de prijzen allesbehalve gedaald. Sterker nog, schrijft Adil, de prijzen grenzen soms aan het onfatsoenlijke. Fruit is onbetaalbaar. Vers aangevoerde kersen worden verkocht voor bedragen tussen de 2.500 en 5.000 Algerijnse dinar (15 tot 30 euro) per kilo. Een kilo lokaal geteelde appels kost 900 dinar (5,50 euro), perziken gaan voor 750 dinar (4,60 euro) en nectarines voor 850 dinar(5,20 euro).
‘Mensen met een bescheiden beurs moeten verhongeren’
De mensen die Adil op de markten spreekt, zijn vol ongeloof: ‘Ondanks alle beloftes van de overheid over prijsbeheersing, zijn de prijzen nog nooit zo absurd hoog geweest,’ zegt een zestigjarige. ‘Kijk nou. Alles is er, maar alleen de rijken kunnen hun manden vullen en mensen met een bescheiden beurs moeten verhongeren. Er is geen genade voor ons, zelfs niet tijdens de heilige maand! Ik kan alleen nog op God vertrouwen, dat is alles!’
Op alle markten is het verhaal hetzelfde: er is een grote keuze uit groenten en fruit, maar die is onbetaalbaar voor grote lagen van de bevolking. Volgens een verkoper zijn het vooral buitenlanders die zijn producten kopen. ‘Die hebben meer koopkracht.’
Het leed is te lezen in de ogen van de mensen die over de markt dwalen, schrijft Adil. Veel mensen kopen nu slechts zeer kleine hoeveelheden. ‘Vroeger was alleen het vlees te duur. Nu kunnen we onze mand niet eens met groenten vullen,’ zegt een man tegen hem. ‘En wat fruit betreft, zelfs het zogenaamde seizoenfruit is een luxe geworden.’ Een vrouw mengt zich in het gesprek: ‘Over welk fruit heb je het? De bananen die uit Ecuador komen, kosten evenveel als een kilo mispels die hier worden geproduceerd. Dit gaat nergens meer over!’
‘Sinds enkele maanden zijn de prijzen van alle consumentenproducten onderhevig aan aanzienlijke inflatie’, schrijft Adil. ‘Met ongekende prijsstijgingen bracht Ramadan de genadeslag toe aan de middelste lagen van de bevolking. Bij gebrek aan controle, gaven handelaren zich over aan hectische speculatie en ze legden hun dictaat op. Zullen deze idiote prijzen nu kalmeren na Ied al-Fitr [het Suikerfeest]?’ Algerijnen zullen na vandaag, als de Ramadan eindigt, antwoord krijgen op die vraag.
Biden beschuldigt Rusland van cyberaanval
De Amerikaanse president Joe Biden beschuldigt hackers, ‘gevestigd in Rusland’, van de recente cyberaanval op Amerikaanse pijpleidingen. ‘Op dit moment hebben onze inlichtingendiensten geen bewijs van Russische betrokkenheid’, zei de Amerikaanse president, maar ‘er zijn aanwijzingen dat actoren en eisers van ransomware zich in Rusland bevinden’.
De federale politie zei eerder in een verklaring dat het Darkside-netwerk verantwoordelijk was voor de aanval vorige week op de netwerken van Colonial Pipeline, een van de grootste Amerikaanse beheerders van pijpleidingen, die bijna de hele oostkust van benzine en diesel voorziet, aldus CNN. Door veel experts wordt de criminele groep Darkside ervan verdacht onder een hoedje te spelen met Moskou.
Om de infrastructuur te beschermen heeft Colonial Pipeline afgelopen vrijdag alle operaties stopgezet, waardoor de olievoorziening in het noordoosten van het land in gevaar komt. De situatie blijft ‘wisselvallig’, liet het bedrijf maandag weten. Het netwerk zal ‘gefaseerd’ worden heropend, met als doel de meeste activiteiten tegen het einde van de week weer te kunnen hervatten.
Win-winsituatie als Groot-Brittanië de oorlog met Frankrijk verliest
Columnist Ed Cumming betoogt op humoristische wijze in The Guardian dat Londen hoe dan ook verslagen tevoorschijn zal komen uit de visserij-oorlog met Parijs. Hij vindt dat aanbevelenswaardig.
‘Als deze week iets heeft aangetoond’, schrijft Cumming, ‘is het dat oorlog met Frankrijk een van de weinige dingen is die de steun van alle partijen geniet. Brexiteers zijn blij omdat ze vooral hunkeren naar gewapende conflicten met de arrogant frogs [‘frogs’ is de Britse scheldnaam voor Fransen]. Remainers zijn blij omdat ze altijd zeggen dat Brexiteers hunkeren naar een gewapend conflict met de arrogant frogs, en ze hunkeren naar gelijk, ook al strijden ze voor een verloren zaak.
‘In moeilijke tijden moeten we dankbaar zijn voor deze vluchtige momenten van eensgezindheid’
Behalve dan geld krijgen van de overheid om niet te werken, was het de afgelopen jaren moeilijk om een ander idee te vinden dat door iedereen met zoveel enthousiasme wordt omarmd. In moeilijke tijden moeten we dankbaar zijn voor deze vluchtige momenten van eensgezindheid.
Ik heb net zoveel zin in het conflict als ieder ander, tenzij je op het Isle of Wight woont, maar ik ben bang dat onze bewindvoerders niet goed hebben nagedacht over de implicaties. Want er zal maar één winnaar zijn: Frankrijk. Ondanks al het gepraat over overgave door de Fransen, kunnen er geen duidelijkere lessen uit de geschiedenis worden getrokken. Telkens als wij Frankrijk versloegen, in de Napoleontische of Zevenjarige Oorlogen, deden we dat met Duitse hulp. Als we het alleen probeerden te doen, moesten we naar huis rennen met onze bulldogstaartjes tussen de benen; tijdens de Honderdjarige Oorlog, de oorlog van 1778, de Normandische verovering. Ik weet niet zeker of mevrouw Merkel daar op zit te wachten.
Hoop
Er zullen enkele vroege momenten van hoop zijn. Onder leiding van Dominic Raab in volledige uitrusting met scheenbeschermers, zal de SAS [de Britse commandotroepen] met parachutes uit hun vliegtuigen springen en onze voorouderlijke drankmagazijnen aan de overkant van het Kanaal in beslag nemen. De burgers van Calais zullen onder dwang les burgers Anglais krijgen die ze in de jaren 90 zo grof hadden durven weigeren [Burger King sloot in 1997 negenendertig restaurants in Frankrijk wegens gebrek aan belangstelling].
Maar het zal niet lang duren. Na verloop van tijd zal het Vreemdelingenlegioen door Oxford Street marcheren, terwijl hun generaals Mr. Bean-dvd’s en Oasis-albums plunderen uit het rokende wrak van winkelketen HMV. Rowan Atkinson zal uiteindelijk in de stijl van Saddam uit zijn bunker worden gehaald, en worden gedwongen om twintig uur per dag Mr. Bean-sketches op te voeren. De koningin zal worden verbannen naar Balmoral in de nieuwe onafhankelijke vazalstaat Schotland, en worden vervangen door marionet Arsène Wenger als overgangsleider. Als Macron uiteindelijk zijn nieuwe onderkomen aan Downing Street binnenstapt, zal hij meewarig zijn hoofd schudden over de verdorven extravagantie van het aanwezige behang, die laatste ademtocht van de huidige kwaadaardige en corrupte regering.
Mijn familie is komen aanwaaien in 1066 en ik ben in tweestrijd. Ben ik blij dat we de oorlog met Frankrijk zullen verliezen? Het is moeilijk te zeggen. Volgens hun gewoonte zullen onze nieuwe leiders elke open plek van elk plukje gras ontdoen en het vervangen door dat rare roze grind waar ze zo geobsedeerd door zijn. Eton behoudt zijn naam, maar zal een nieuwe rol krijgen als Ecole Technocratique Nationale.
Omdat onze vakantiesteden niet langer in staat zullen zijn zich te profileren in patriottische oppositie met hun Franse tegenhangers, zullen ze verlaten worden, met desastreuze gevolgen voor de huizenprijzen. Marmite- en baked beans-fabrieken zullen worden opgeblazen. In plaats van een Byzantijnse dans van samenzwering en interviews, zal de nieuwe serie van Line of Duty een zes uur durende versie worden van geile studenten die door agenten in elkaar worden geslagen. Nu Daft Punk is opgeheven, zal er geen hoofdact voor Glastonbury zijn. Koffie wordt ondrinkbaar en, vreemd genoeg, thee ook.
‘Overal zal wijn zijn, behalve in McDonald’s, waar bier zal zijn’
Maar het zal niet allemaal zo beroerd zijn. Frankrijk wordt soms omschreven als een paradijs dat wordt bevolkt door mensen die denken dat ze in de hel leven, het tegenovergestelde van Surrey, dus. Er zullen voordelen zijn: een gekookt ontbijt wordt verboden, en worden vervangen door een ontbijt op kamertemperatuur en lunch wordt verplicht. Pret a Manger wordt in beslag genomen door de staat, tijdelijk worden omgedoopt tot Ready to Eat en vervolgens met de grond gelijk gemaakt om anderen een kans te geven. Gekonfijte eend uit blik hoeft niet meer in de kofferbak van gezinsauto’s te worden gesmokkeld, maar zal in elke kiosk verkrijgbaar zijn.
Overal zal wijn zijn, behalve in McDonald’s, waar bier zal zijn. De prijs van Greggs worstenbroodjes zal door de staat worden gelimiteerd. Het zal geld kosten om op de snelwegen te rijden, maar ze zullen allemaal in uitstekende staat zijn.
In plaats van onze politici te berispen voor buitenechtelijke escapades, worden we gedwongen ze te bejubelen en in plaats daarvan zullen we iedereen uitschelden die de fout maakte met hun geliefde te trouwen. Het zal onmogelijk zijn om een baan te krijgen, maar ook om ontslagen te worden. Iedereen zal minder werken, maar op onverklaarbare wijze productiever zijn. Iedereen gaat op 62-jarige leeftijd met pensioen, behalve machinisten die al op 52-jarige leeftijd met pensioen gaan. Alle ouders krijgen toegang tot goedkope kinderopvang. We zullen een volkslied hebben met een herkenbaar deuntje.
Als we de oorlog met Frankrijk verliezen, is Engeland de winnaar.’
De Sloveense premier Janez Janša, bondgenoot van Orbán, noemt journalisten zijn ‘belangrijkste politieke tegenstanders’. Vooral vrouwen zijn het slachtoffer van zijn online intimidaties. Journalist Evgenija Carl vertelt haar verhaal.
Vrouwelijke journalisten, feministen, activisten en mensenrechtenverdedigers over de hele wereld worden geconfronteerd met virtuele intimidatie. In deze serie benadrukt de wereldwijde alliantie van het maatschappelijk middenveld CIVICUS de gendergerelateerde aard van virtuele intimidatie door middel van de verhalen van vrouwen die werken aan het verdedigen van onze democratische vrijheden. Deze getuigenissen worden hier gepubliceerd via een samenwerking tussen CIVICUS en Global Voices.
Sinds de regering van premier Janez Janša in maart 2020 aan de macht kwam, is de persvrijheid in Slovenië in het geding. De premier uit zowel online als offline bedreigingen tegen journalisten en onafhankelijke media.
De omvang van deze aanvallen door de premier en de leidende Sloveense Democratische Partij (SDS) was zelfs aanleiding voor de Raad van Europa om te waarschuwen tegen pesterijen en intimidatie van journalisten.
Ondertussen heeft de regering stappen ondernomen om de media-onafhankelijkheid te verminderen, waarbij kanalen zoals Nova24 TV, Nova24 online en Planet TV in toenemende mate worden gefinancierd door partijen uit de omgeving van de autoritaire premier van Hongarije, Viktor Orbán, die een bondgenoot van Janša is. Ook maatschappelijke organisaties die zich bezighouden met cultuur, mensenrechten, mediavrijheid en het milieu zijn herhaaldelijk beperkingen opgelegd.
Evgenija Carl
Evgenija Carl is een onderzoeksjournalist uit Slovenië. Nadat ze in 2016 een televisiereportage had gemaakt over de oppositiepartij SDS, noemde een vooraanstaand politicus, Janez Janša, haar op Twitter een ‘prostituee’. Toen Janša later premier van Slovenië werd, nam het onlinemisbruik toe.
Dit is het verhaal van Evgenija Carl:
‘Ze zijn in staat ons straffeloos te beledigen’
Hij noemde mijn collega en mij, journalisten die werkzaam zijn op het gebied van internationale politiek voor de nationale Sloveense televisiezender (RTVSLO), ‘gepensioneerde prostituees’ die onze diensten verkopen voor 30 tot 35 euro. En daarna werd hij premier van Slovenië: Janez Janša.
‘Bordelen bieden goedkope diensten aan van gepensioneerde prostituees Evgenija C en Mojca PŠ. Een voor 30 €, de tweede voor 35 €. #PimpMilan.’
Ik ben onderzoeksjournalist en werk al vijfentwintig jaar in de journalistiek. Ik ben aanvallen gewend van degenen die mijn berichtgeving niet bevalt, maar vijf jaar geleden, in 2016, werd ik door het genoemde incident voor het eerst onderwerp werd van een openbare lynchpartij op sociale media.
Evgenija Carl.
Dat begon met een beledigende tweet van Janez Janša, leider van de grootste Sloveense oppositiepartij op dat moment, de Sloveense Democratische Partij (SDS). Hij schreef hierin ook dat de toenmalige president van Slovenië, Milan Kučan, onze pooier was.
Ik wist dat het gekozen pad niet gemakkelijk zou zijn, maar ik had nooit kunnen voorzien wat we allemaal over ons heen kregen – het was een stormloop
U vraagt zich misschien af waar we Janša’s aanval aan te danken hadden? Het betrof een vergelding voor ons tv-item over leden van de SDS-partij van Janša. Hij wilde ons vernederen als journalisten en nog meer als vrouwen, want voor hem zijn we maar gewone ‘hoeren’. Dit is hoe Janša omgaat met vrouwen in het algemeen.
Mijn collega en ik spanden een rechtszaak tegen hem aan en werden opnieuw doelwit van hem en zijn trouwe volgers, waaronder politici en enkele extreemrechtse media. Een nog nooit eerder vertoonde rechtszaak in Slovenië, die nog steeds loopt. Ik wist dat het gekozen pad niet gemakkelijk zou zijn, maar ik had nooit kunnen voorzien wat we allemaal over ons heen kregen.
De kring van Sloveense extreemrechtse populisten – zoals Janša, enkele lokale politici, hun aanhangers, sympathisanten en volgers – belaagden ons via sociale media als Twitter en Facebook. Ze gebruiken extreemrechtse media, die de propaganda van de partij steunen, om vernederende artikelen te schrijven over journalisten die hun politieke opvattingen niet delen. Deze mediakanalen zijn opgericht door leden van de SDS-partij, die het merendeel van de belangen hebben verkocht aan Hongaarse bedrijven met eigenaren die dicht bij Janša’s bondgenoot Orbán staan.
Ook ontving ik regelmatig enveloppen met wit poeder; één keer zat er een stof in de envelop die mijn luchtwegen aantastte
Sinds Janša’s eerste tweet wordt vaak het label ‘prostituee’ aan mijn naam gehecht. Ik ontvang regelmatig openbare beledigingen, cynische opmerkingen, brieven en e-mails van anonieme mensen die mij willen vernederen. Een recente tweet die aan mij was gericht, luidde: ‘Ze is gewoon een ordinaire jihadist (…) journalistiek is prostitutie (…) In Amerika zouden ze haar een “tiendollarhoer” noemen!’
Ook ontving ik regelmatig enveloppen met wit poeder; één keer zat er een substantie in de envelop die mijn luchtwegen aantastte. De brieven bevatten ook doodsbedreigingen en komen bijna altijd binnen na hoorzittingen in de rechtszaak tegen Janša.
En ze vallen mijn kinderen aan, door ze in hun artikelen over mij of op sociale media te noemen. Niets, absoluut niets is heilig voor ze als ze zich op mij uitleven. In de elf maanden sinds Janez Janša opnieuw de leiding over de Sloveense regering heeft, zijn de aanvallen steeds erger geworden.
‘Coalitie van de dood’
Tijdens de pandemie verklaarde de Sloveense president oorlog aan de media in het algemeen en noemde hij journalisten zijn ‘belangrijkste politieke tegenstanders’. Hij manipuleert foto’s en opnames en verspreidt leugens. Vrouwelijke journalisten zijn ‘teven, hoeren of dronkaards’. Dit is kenmerkend voor het mannelijk chauvinisme dat wordt gecultiveerd door de Sloveense politiek onder leiding van de premier.
Een paar weken geleden deelde ik een bericht over een protest van ouders en kinderen tegen de sluiting van scholen. Vervolgens werd ik ervan beschuldigd medeplichtig te zijn aan het veroorzaken van coronadoden: beweerd werd dat de demonstranten het virus verspreidden. Janša noemde mijn collega’s en mij de ‘coalitie van de dood’.
Soms heb ik het gevoel dat ik in een parallel universum leef, omdat dit voor een normaal, redelijk, beschaafd persoon ondenkbaar is
Wat dit met me doet? Soms voel ik me depressief en hopeloos. Soms heb ik het gevoel dat ik in een parallel universum leef, omdat zoiets voor een normaal, redelijk, beschaafd persoon ondenkbaar is. Ik verwonder me over die ‘toetsenbordstrijders’, die altijd maar bereid zijn hun gedachten op een agressieve manier te uiten, en over het feit dat de kleinste kwestie een explosie van seksisme en vrouwenhaat kan veroorzaken.
Diverse Europese instellingen en media over de hele wereld doen hun werk en vestigen aandacht op de ondraaglijke situatie onder het leiderschap van Janša en zijn houding ten opzichte van de media en journalisten, vooral zijn primitieve gedragingen ten opzichte van vrouwen, die door zijn volgelingen worden overgenomen.
Dergelijke uitingen en acties zijn toegestaan in Slovenië. Ze worden nooit bestraft. Onder het mom van vrijheid van meningsuiting nemen de beledigingen enkel toe. De politici zitten vol vooroordelen met betrekking tot vrouwen, alsof we niet al een lange weg hebben afgelegd, alsof er nog geen obstakels waren doorbroken, alsof de gevechten die door de vrouwen voor ons zijn gewonnen, niets hebben opgeleverd.
Ik zou willen dat er juridische kaders kwamen, die een einde kunnen maken aan dergelijke intimidatie. Ik zou willen dat beledigende berichten snel worden verwijderd – veel berichten over mij staan nog altijd online. Ik zou willen dat de media aanvallen op journalisten krachtdadiger veroordelen.
Toen Janša ons ‘gepensioneerde prostituees’ noemde, handelde de directeur van de nationale Sloveense televisie ronduit opportunistisch: hij veroordeelde de daad niet. Het bestuur van het mediahuis waar ik voor werk hield zich een week lang stil, en werd toen door de publieke druk bijna gedwongen de belediging te veroordelen. Janša werd door hen niet genoemd.
De angst voor wraak, opportunisme en pragmatisme dringen door tot in elke porie van ons land, en nemen alleen maar toe.
Bellingcat en de Tsjechische regering achten bewezen dat Russische inlichtingenofficiers betrokken waren bij een explosie in een wapendepot in 2014. Volgens Bellingcat betrof dit een belangrijke missie voor het Kremlin.
Bellingcat heeft kunnen reconstrueren dat de operatie van de Russische inlichtingendienst GROe die volgens de Tsjechische autoriteiten achter de explosie zat van het munitiedepot in Vrbetice op 16 oktober 2014, werd uitgevoerd door minimaal zes agenten van eenheid 29155 van deze dienst. De missie werd persoonlijk geleid door generaal Andrej Averijanov. Hij reisde vlak voor de operatie undercover naar Midden-Europa en vertrok enkele uren na de explosie weer naar Moskou. Voor zover we weten is Averijanov slechts één keer eerder hoogstpersoonlijk voor een clandestiene operatie naar het buitenland gereisd; de geheime missie moet voor de Russische regering dus van groot belang zijn geweest. Generaal Andrej Averijanov is een hooggeplaatste militair die, zo maakt Bellingcat op uit gespreksgegevens, direct telefonisch contact onderhoudt met zowel de hoogste baas van de GROe als met het Kremlin.
Bij de operatie waren ook minimaal twee andere GROe-officiers betrokken. Kort voor de aanslag vlogen zij onder een diplomatieke dekmantel naar Boedapest, een stad op vijf uur rijden van het munitiedepot. Waarschijnlijk niet toevallig reisde één van deze diplomaten enkele maanden later naar een luchthaven op een vergelijkbare afstand van de Bulgaarse hoofdstad, kort voordat Emilian Gebrev daar door leden van deze zelfde GROe-eenheid werd vergiftigd met een chemisch wapen.
Overigens wijzen de door Bellingcat blootgelegde reisgegevens erop dat de operatie oorspronkelijk waarschijnlijk gepland stond voor een eerdere datum, maar om onbekende redenen een week werd uitgesteld. Het lijkt erop dat verschillende leden van eenheid 29155 vlak voor de operatie via aangrenzende landen naar Tsjechië reisden. Al op een eerder moment troffen ze elkaar in Zwitserland voor een voorbereidingsmissie.
Voorbereiding
Op 25 september 2014 vlogen majoor generaal Denis Sergejev en luitenant-kolonel Jegor Gordjenko van Moskou naar Genève en checkten in in het Nash Airport Hotel. Ze reisden onder de namen ‘Sergej Fedotov’ en ‘Georgi Gorsjkov’, identiteiten die de GROe hen had verschaft. Later zou Bellingcat Sergejev aanwijzen als de ‘derde man’ in de operatie waarbij de Skripals werden vergiftigd. En zes maanden na de reis naar Genève zou hij samen met ‘Gorsjkov’ naar Bulgarije reizen om de Bulgaarse wapenfabrikant Emilian Gebrev te vermoorden.
Links: Generaal Andrej Averijanov. Rechts: Luitenant-kolonel Jegor Gordjenko.
De ochtend na aankomst in Genève huurden Sergejev en Gordjenko bij Sixt een BMW 116i. Uit documenten in handen van Bellingcat blijkt dat zij in de vijf dagen dat zij de auto huurden, 545 kilometer aflegden. Een eerder Bellingcat-onderzoek liet al zien dat Sergejev’s telefoon gedurende zijn reizen naar Genève opdook in de omgeving van Chamonix, een Frans skidorp op zestig kilometer afstand van de stad. Later berichtten Franse media dat westerse geheime diensten ontdekt hadden dat eenheid 29155 daar een verborgen logistieke basis opgezet had. Het doel van deze reis is onduidelijk, maar vast staat dat Sergejev gedurende dit korte verblijf intensief communiceerde met zijn chef, kolonel-generaal Andrej Averijanov. Eerder door Bellingcat verkregen telefoongegevens laten zien dat Sergejev sowieso altijd contact hield met Averijanov. Beiden gebruikten bij buitenlandse operaties anonieme prepaid-simkaarten – zo ook bij de vergiftiging van de Skripals.
De GROe-officiers ontvingen niet lang na hun missie militaire onderscheidingen
Op 2 oktober 2014 boekte de commandant van de twee spionnen – generaal Andrej Averijanov – een vliegticket van Moskou naar Lissabon voor twee dagen erna, zaterdag 4 oktober. Averijanov reisde als toerist, onder zijn valse naam Andrej Overijanov, die maar één letter verschilt van zijn echte. Niet duidelijk is of de GROe-generaal in de Portugese hoofdstad iemand ontmoette of daar het Schengengebied binnenkwam louter omdat het land zijn alter ego een visum had verstrekt. Voor de 7e oktober had hij een doorreis geboekt van Lissabon naar Wenen, maar deze ticket gebruikte hij niet. In plaats daarvan nam Averijanov nog diezelfde dag – 4 oktober 2014 – een vlucht naar Genève, waar Sergejev en Fedotov op hem wachtten. Twee dagen later – op 6 oktober – vloog hij terug naar Moskou met een overstap in Warschau.
De volgende dag verschenen generaal Averijanov en vier andere leden van eenheid 21955 op hun werk aan de Korosjevskoje Chaussee 76B, het GROe-hoofdkwartier in Moskou. De mannen boekten tickets voor verschillende vluchten, die hen allen een week later tot op een paar uur rijden van het Tsjechische munitiedepot zouden brengen.
Formatievliegen
Op 7 oktober 2014 boekte generaal Averijanov – opnieuw onder zijn valse identiteit Overijanov – een Aeroflot-vlucht naar Wenen op 13 oktober 2014. De terugvlucht boekte hij voor twee dagen later, 15 oktober.
Op datzelfde moment kocht luitenant-kolonel Nikolaj Jezjov, een ander lid van eenheid 29155, een ticket naar Wenen voor 11 oktober 2014, twee dagen eerder dus dan zijn chef. Net als Averijanov boekte hij zijn terugvlucht voor 15 oktober, onder het alias Nicolaj Kononichin.
Tegelijkertijd kochten ook twee andere leden van eenheid 29155 – doctor Alexandr Misjkin en kolonel Anatoli Tsjepiga, tickets naar Midden-Europa. Net als Jezjov zouden zij reizen op 11 oktober -maar naar Praag, niet naar Wenen. Zij boekten hun tickets onder valse identiteiten van vertegenwoordigers in sportvoeding: ‘Alexandr Petrov’ en ‘Ruslan Bosjirov’- onder deze zelfde aliassen waren zij vier jaar later te zien in een uitzending van televisiezender RT als gestrande toeristen. Uit hun reisgegevens blijkt dat zij geen terugvlucht boekten, schijnbaar was die datum nog onzeker.
Ook twee andere leden van eenheid 29155 boekten die ochtend vliegtickets. In tegenstelling tot de anderen vlogen zij onder hun eigen namen: Aleksej Kapinos en Jevgeni Kalinin. De twee deden zich voor als diplomaten op dienstreis naar de Russische ambassade in Boedapest, met in hun bagage diplomatieke post. Hun heenvlucht stond gepland voor 10 oktober 2014 en de terugvlucht, net als die van Averijanov en Jezjov, op 15 oktober 2014.
Enkele dagen later bevonden de vijf GROe-agenten zich in Midden-Europa. ‘Petrov’ en ‘Bosjirov’ landden op 11 oktober in Praag, checkten in in hun hotel en zetten zelfs een foto van het oude stadscentrum op sociale media. Dat bericht zou ons later in staat stellen het tweetal te volgen in de nasleep van de vergiftiging van de Skripals.
Rond diezelfde tijd landde Nikolaj Jezjov in Wenen. En op 13 oktober kwam ook Jezjovs baas Andrej Averijanov in Wenen aan. Nog diezelfde dag reden ‘Bosjirov’ en ‘Petrov’ van Praag naar Ostrava, een stad op één uur rijden van het munitiedepot, waar zij hun intrek namen in Hotel Corrado. Uit gespreksgegevens blijkt dat Averijanovs telefoon na zijn aankomst op 13 oktober maar een paar uur lang verbonden was met Oostenrijkse netwerken en pas ’s middags op 16 oktober weer verbinding maakte. Een werkhypothese is dat Jezjov en Averijanov naar Ostrava reden – op iets meer dan drie uur rijden van Wenen – waar zij de agenten Misjkin en Tsjepiga ontmoetten en naar alle waarschijnlijkheid ook de twee als diplomaten reizende officiers Kapinos en Kalinin – om de plaatsing van de op afstand detoneerbare explosieven in het Vrbetice-depot voor te bereiden.
Nog niet duidelijk is, wanneer en hoe de GROe-missie toegang kreeg tot het terrein van het munitiedepot om de explosieven te kunnen plaatsen. Volgens de Tsjechische politie en media deden Tsjepiga en Misjkin zich mogelijk voor als potentiële wapenkopers van de Nationale Garde van Tadzjikistan. Zij vroegen expediteur Imex, één van de gebruikers van het munitiedepot, toegang tot het streng bewaakte terrein voor de dagen van 13 tot 17 oktober 2014. Onduidelijk is of de twee er binnenkwamen via een contact bij Imex (het bedrijf zegt dat het tweetal nooit kwam opdagen), of langs andere weg – wellicht via een andere gebruiker van de opslagplaats. Hoe het ook zij, om 9:25 uur op 16 oktober 2014 ontplofte munitiedepot nummer 16, een felle explosie waarbij gebouwen werden weggevaagd en twee werknemers van Imex om het leven kwamen.
Terugkeer
Minuten na de explosie van het munitiedepot in Vrbetice gingen Anatoli Tsjepiga en Alexandr Michkin aan boord van hun Aeroflot-vlucht van Wenen naar Moskou. Het vliegtuig steeg op om 10:05 uur ‘s ochtends.
Later die dag reden de twee andere GROe-officiers, generaal Averijanov en luitenant-kolonel Nikolaj Jezjov terug naar Wenen en gingen vandaar direct naar het vliegveld. Averijanov – die de vorige dag zijn terugvlucht had gemist – kocht op de luchthaven om 18:17 uur een nieuw ticket en steeg op om 22:46 uur richting Moskou.
Nikolaj Jezjov, die ook een dag eerder zijn terugvlucht had gemist, bleef nog enkele dagen in Oostenrijk. Hij probeerde tussen 27 oktober en 2 november een aantal malen een terugvlucht te boeken en vloog uiteindelijk terug op 3 november 2014. We weten nog niet of hij gedurende deze tijd in Oostenrijk bleef of terugkeerde naar Tsjechië.
De paspoorten die Tsjepiga en Misjkin gebruikten om toegang te vragen tot het wapendepot in Vrbetice.
De bevindingen van Bellingcat in dit voorlopig onderzoek naar de explosie van het Tsjechische munitiedepot in 2014 onderschrijven verklaringen van de Tsjechische autoriteiten over de betrokkenheid van GROe-eenheid 29155. Ze geven de indruk dat het om een hoogst geavanceerde operatie ging, waar niet minder dan zes undercover GROe-officiers bij betrokken waren. Schijnbaar was zelfs de directe betrokkenheid nodig van de commandant van de eenheid, generaal Averijanov. Normaal gesproken reizen commandanten van geheime diensten nooit undercover, vanwege de risico’s die dat oplevert. Uit onze analyse van zijn reisgegevens blijkt dat Averijanov slechts bij één andere missie, in 2015, reisde onder valse naam.
De directe betrokkenheid van generaal Andrej Averijanov wijst ook naar de Russische politieke leiders. Averijanov is meer dan alleen een hoge commandant in de Russische militaire geheime dienst die – zo blijkt uit analyses van zijn telefoonverkeer – direct verslag uitbrengt aan de directeur van de GROe. Hij staat in direct contact met het Kremlin, onder meer – zo blijkt uit zijn gespreksgegevens -met het kantoor van de minister van Buitenlandse Zaken Lavrov. Met deze laatste voerde Averijanov zowel vóór als na de vergiftiging van de Skripals geregeld gesprekken.
Hoe belangrijk deze operatie was voor het Kremlin, blijkt wel uit het feit dat de deelnemende leden van de eenheid niet lang na hun missie militaire onderscheidingen ontvingen. Al eerder meldden wij dat Alexandr Misjkin en Anatoli Tsjepiga in december 2014 de hoogste Russische militaire onderscheiding kregen. Rond diezelfde tijd ontvingen ook andere leden van het team, waaronder Gordjenko en Jezjov, militaire eerbewijzen, zo blijkt uit gelekte documenten in ons bezit. Het geeft aan dat de missie voor de militaire en politieke leiders van Rusland van groot belang was en als succesvol werd beschouwd.
In een volgend rapport zullen we dieper ingaan op de waarschijnlijke motieven achter de operatie en het verband met de vergiftiging van drie Bulgaarse burgers in 2015.
Het onderzoek
• In 2018 identificeerde Bellingcat samen met haar onderzoekspartner The Insider de vermoedelijke daders van de vergiftiging van Sergej en Joelia Skripal met Novichok. Het ging om twee kolonels van de Russische militaire inlichtingendienst GROe, Alexandr Misjkin en Anatoli Tsjepiga. In 2019 identificeerde Bellingcat nog een derde bij de vergiftigingsmissie betrokken GROe-officier, generaal-majoor Denis Sergejev.
• In een vervolgonderzoek identificeerde Bellingcat Denis Sergejev als de agent die in 2015 voor GROe-eenheid 29155 de vergiftiging uitvoerde van de Bulgaarse wapenfabrikant Emilian Gebrev.
• In 2020 onthulde Bellingcat dat leden van eenheid 29155 – waaronder Tsjepiga en Misjkin – zich in Tsjechië bevonden op het moment dat in het noorden van Moravië een groot wapendepot ontplofte.
• Op 17 april 2021 kwamen de Tsjechische autoriteiten met hun eigen bevindingen: volgens hen zat GROe-eenheid 29155 achter de explosies in Tsjechische wapendepots in 2014. De Tsjechische politie baseerde zich op een recent ontdekte e-mailcorrespondentie. Daarin vroegen Alexandr Petrov en Anatoli Tsjepiga, kort voordat de explosie plaatsvond, onder valse namen toegang tot het munitiedepot.
Dit onderzoek werd uitgevoerd met partners The Insider, Der Spiegel en Respekt.cz
Polen wil dat Tsjechië optreedt tegen ‘abortustoerisme‘
De Poolse ambassade in Praag blijkt de Tsjechische regering te hebben verzocht om in te grijpen in plannen voor wetgeving die het voor vrouwen uit Polen gemakkelijker maakt om abortus in Tsjechië te laten uitvoeren, bericht Notes from Poland. De voorgestelde wetgeving heeft betrekking op de voorwaarden waaronder buitenlandse vrouwen abortussen zouden kunnen ondergaan in Tsjechië. Het voorstel zou met name betrekking hebben op vrouwen uit Polen, dat enkele van de strengste abortuswetten van Europa heeft.
Legale abortus is nu vrijwel onmogelijk in Polen
Door een uitspraak van het Poolse Constitutionele Hof in oktober is legale abortus in Polen nu vrijwel onmogelijk, ook al vonden er nog slechts zo’n duizend ingrepen per jaar plaats. Volgens schattingen van vrouwenrechtengroepen worden er daadwerkelijk tussen de tachtig- en honderdvijftigduizend abortussen per jaar uitgevoerd, hetzij illegaal in Polen, hetzij doordat vrouwen naar het buitenland reizen.
In een brief van twee pagina’s aan het Tsjechische ministerie van Volksgezondheid, waarschuwt de Poolse zaakgelastigde Antoni Wręga dat de plannen voor de nieuwe wet ‘de Tsjechisch-Poolse betrekkingen zou kunnen schaden’.
Colombiaanse minister stapt op
De Colombiaanse minister van Financiën Alberto Carrasquilla is deze week opgestapt nadat een voorstel voor belastinghervorming leidde tot meerdere dagen van protesten waarbij zeker vierentwintig doden vielen, bericht Deutsche Welle. Carrasquilla vertrok een dag nadat president Iván Duque het controversiële voorstel had ingetrokken.
Het wetsvoorstel was half april ingediend in de hoop de overheidsuitgaven te kunnen financieren en de economie te vernieuwen. Volgens de regering zijn belastingverhogingen nodig omdat de pandemie grote gaten heeft geslagen in de Colombiaanse overheidsfinanciën. Colombia maakt de ergste recessie in een halve eeuw mee, met een daling van het bbp van 6,8 procent in 2020 ten opzichte van het jaar ervoor. Maar demonstranten vrezen dat de belastingwijzigingen, inclusief een verhoging van de inkomstenbelasting, hen nog armer zullen maken tijdens de pandemie.
Ondanks de intrekking van het wetsvoorstel heeft het ‘Nationaal Stakingscomité’ opgeroepen tot een nieuwe massabijeenkomst, omdat de demonstranten ‘veel meer eisen dan alleen het schrappen van de belastinghervorming’.
Onrust bij Renault Zuid-Korea
Renault Samsung, de Zuid-Koreaanse vestiging van de Franse autofabrikant, heeft deze week zijn fabriek in de stad Busan tijdelijk gesloten na een staking die al drie dagen duurde. De staking is georganiseerd door vakbonden die onder meer loonsverhoging eisen.
Het is al maanden onrustig bij de autofabrikant door vastgelopen loononderhandelingen, teruglopende verkopen en afnemende productie die is te wijten aan een tekort aan chipvoorraden en het ontbreken van nieuwe, aansprekende modellen, schrijft The Korea Herald.
Van januari tot april dit jaar daalde de verkoop tot 31.412 voertuigen, een daling van 24 procent ten opzichte van vorig jaar. In een waarschuwingssignaal aan de vakbonden maakte CEO Dominique Signora zijn positie duidelijk. ‘We moeten dringend kosten besparen tijdens deze crisis, aangezien onze verkopen het laagst zijn in zestien jaar’. Hij waarschuwde ook dat de autofabrikant nog enkele maanden last zal blijven hebben van het aanhoudende wereldwijde chiptekort. Signora suggereerde herstructurering van het bedrijf niet uit te sluiten.
Omstreden Chinese universiteit in Boedapest
Een controversieel Chinees universiteitsproject wekt bezorgdheid over de groeiende invloed van Beijing in Hongarije en over de nauwe banden van premier Viktor Orbán met China, aldus Radio Free Europe/RL. Eind april ondertekende Hongarije een overeenkomst met de Fudan-universiteit uit Shanghai voor bouw van een vestiging in Boedapest in 2024. Daarmee wordt dit de eerste Chinese universiteit in de EU en de eerste buitenlandse vestiging van deze prestigieuze universiteit. Goed voor het hoger onderwijs in Hongarije, vindt Orbán.
Er zijn zorgen over gebrek aan transparantie naar aanleiding van een ondoorzichtige Chinese lening
Maar er zijn zorgen over gebrek aan transparantie, na onthullingen dat de Hongaarse regering van plan is een enorme, ondoorzichtige Chinese lening aan te gaan om de campus te bouwen. Gergely Karácsony, burgemeester van Boedapest is een van de meest uitgesproken critici: ‘Totdat de regering alle details van het project volledig openbaar heeft gemaakt, hebben we niets om over te onderhandelen, hetgeen betekent dat we geen toestemming zullen geven voor de bouw van de Chinese universiteit.’
Griekse horeca voorzichtig open
Sinds maandag zijn terrassen van horecagelegenheden in Griekenland voor het eerst sinds november weer geopend, met tafels op afstand van elkaar. Staande klanten, muziek en activiteiten binnen zijn verboden. Maximaal zijn zes klanten per tafel toegestaan en de avondklok is verlaat van 21.00 tot 23.00 uur, meldt Ekathimerini.
Overigens werd die avondklok de afgelopen weken al grotendeels genegeerd. Bars en cafés schonken alleen om af te halen, maar buiten vormden zich grote groepen op trottoirs en bij de ingangen van nabijgelegen appartementen.
De versoepelingen zijn de eerste stappen op weg naar verdere opening met het oog op de komst van toeristen deze zomer.
Twitterban voor Indiase actrice
Bollywoodactrice Kangana Ranaut, die bekend staat om haar vurige steun aan de Indiase premier Narendra Modi, is permanent van Twitter verbannen wegens haatzaaien en belediging. Ranaut plaatste maandag een tweet waarin ze Modi aanspoort gangstertactieken toe te passen om de West-Bengaalse Mamata Banerjee te ‘temmen’, bericht Al Jazeera.
Ranaut noemde Banerjee op Twitter onder meer een ‘vrijgelaten monster’
De regionale partij van Banerjee, zittend leider van de deelstaat, versloeg bij verkiezingen dit weekend de hindoenationalisten van Modi. Daardoor behield ze de leiding over West-Bengalen. Na de verkiezingen werd de partij van Banerjee beschuldigd van gewelddadige aanvallen op haar tegenstanders.
Ranaut noemde Banerjee op Twitter onder meer een ‘vrijgelaten monster’.
In een besluit dat door The New York Times als ‘buitengewoon’ wordt omschreven, kondigden de Verenigde Staten woensdag aan dat zij de tijdelijke opschorting van patenten op coronavaccins steunden, een maatregel die erop gericht is arme landen te helpen die wanhopig gebrek hebben aan kostbare doses.
Een standpunt dat klinkt als een ‘oorlogsverklaring aan Big Pharma’, vat The Daily Beast samen.
‘Dit is een wereldwijde gezondheidscrisis en de buitengewone omstandigheden van de covid-19-pandemie vragen om buitengewone maatregelen’, aldus Katherine Tai, de Amerikaanse gezant voor de Wereldhandelsorganisatie (WTO), die eraan toevoegde dat Washington al ‘actief’ deelneemt aan onderhandelingen in de WTO om de patenten te kunnen opheffen, bericht NYT. Dit zal echter tijd kunnen kosten, aangezien veel landen, waaronder Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en ook Nederland, zich hiertegen verzetten.
‘Joe Biden koos voor medemenselijkheid’, kopt CNN. ‘Gezegd moet worden dat hij zich in een bijzonder lastig parket bevond omdat hij tijdens de presidentscampagne had beloofd vaccinatietechnologie met andere landen te delen. Hij werd er ook van beschuldigd niet genoeg te doen om arme landen te helpen snel vaccins te verkrijgen’, aldus de nieuwszender. ‘Uiteindelijk zullen de Amerikanen baat hebben bij een grotere beschikbaarheid van vaccins, want niemand is veilig voor corona zolang niet iedereen is gevaccineerd.’
Monumentaal besluit
Op Twitter noemde Tedros Adhanom Ghebreyesus, baas van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), het besluit van Joe Biden ‘monumentaal’.
This is a monumental moment in the fight against #COVID19. The commitment by @POTUS Joe Biden & @USTradeRep@AmbassadorTai to support the waiver of IP protections on vaccines is a powerful example of 🇺🇸 leadership to address global health challenges. pic.twitter.com/3iBt3jfdEr
— Tedros Adhanom Ghebreyesus (@DrTedros) May 5, 2021
De aankondiging van de Democratische regering heeft daarentegen de woede van de farmaceutische industrie gewekt. Stephen Ubl, de voorzitter van de Amerikaanse Pharmaceutical Manufacturers Association (PhRMA), zei dat het besluit ‘de reeds overbelaste toeleveringsketens verder zou kunnen verzwakken en de verspreiding van namaakvaccins zou kunnen aanmoedigen’.
‘Deze patentroof zal slecht aflopen voor de Verenigde Staten en voor de wereld’
‘Het produceren van coronavaccins is een ingewikkeld wetenschappelijk proces waar moeilijk te verkrijgen grondstoffen aan te pas komen, beweren deskundigen uit de industrie’, schrijft The Wall Street Journal. ‘Fabrieken moeten worden gebouwd of aangepast met speciale, dure apparatuur, en werknemers moeten over enige productiekennis beschikken.’
In een redactioneel commentaar meent het conservatieve dagblad dat Joe Biden een ‘diefstal’ heeft gepleegd die op lange termijn medische gevolgen zal hebben. ‘Deze patentroof zal slecht aflopen voor de Verenigde Staten en voor de wereld’, schrijft WSJ. ‘Investeerders zullen veel minder geneigd zijn te investeren in nieuw geneesmiddelenonderzoek als hun eigen regering in staat blijkt hen onder politieke druk te verraden.’
Waarom Schotland warmloopt voor Nicola Sturgeon
Het is moeilijk om Nicola Sturgeon te bereiken tijdens haar campagne in aanloop van de Schotse parlementsverkiezingen die vandaag (6 mei) plaatsvinden. ‘Eerst moet je je door straten vol bewonderaars en selfiejagers heen worstelen’, schrijft The Observer. ‘Sommigen barsten zelfs in tranen uit in haar aanwezigheid.’ Na zeven jaar als premier te hebben gediend en veertien als partijleider, blijft Sturgeon ongelooflijk populair bij de kiezers. Niets schijnt haar imago te kunnen schaden.
‘Meelevend maar berekenend, grootmoedig maar bereid om een rake klap uit te delen, Nicola Sturgeon is altijd een complexe politieke figuur geweest’, aldus Financial Times. Ze groeide op in een Schots arbeidersmilieu in Irvine, een havenstad ten zuidwesten van Glasgow. In 1987, ‘toen ze nog een verlegen zestienjarig schoolmeisje was’, werd ze lid van de Schotse Nationale Partij (SNP). Ze zag onafhankelijkheid al snel als het enige antwoord op ‘het rechtse beleid van Margaret Thatcher, terwijl het Schotse electoraat eerder links was georiënteerd’, aldus het financiële dagblad. ‘Die overtuiging heeft haar nooit verlaten.’
Haar wens om een einde te maken aan de meer dan driehonderd jaar durende unie met Engeland lijkt bovendien binnen handbereik. Eind 2020 was in meer dan twintig opeenvolgende opiniepeilingen de uitkomt van referenda voor onafhankelijkheid ‘ja’. Sturgeon rekent er dan ook op dat ze na 6 mei opnieuw een regering kan gaan vormen.
‘Ze hebben vooral geprobeerd de beter bedeelde Schotten trouw te laten blijven aan de SNP’
Er is echter ook veel kritiek op de staat van dienst van de voormalig advocaat. ‘Sinds ze in 2007 de partij is gaan leiden, hebben de nationalisten gesproken over het creëren van een eerlijker, progressiever Schotland, maar in werkelijkheid hebben ze vooral geprobeerd om de beter bedeelde Schotten – degenen die het meest waarschijnlijk zullen stemmen bij verkiezingen – ervan te overtuigen trouw te blijven aan de SNP’, schrijft het dagblad The Scotsman.
De pro-onafhankelijkheidspartij heeft universiteiten gratis gemaakt en zich ingezet voor de rechten van vrouwen, somt The Spectator op. Maar tegelijkertijd ‘heeft de regering-Sturgeon tussen 2015 en 2019 47 miljoen pond [ongeveer 54 miljoen euro] bezuinigd op verslavingszorg’, terwijl het land een ernstige drugscrisis doormaakt. En de ongelijkheid tussen rijk en arm op scholen blijft ‘beschamend’. ‘Waarom houden de Schotten dan nog steeds zo veel van hun premier?’ vraagt het conservatieve weekblad zich af.
De kunst van het inleven
De premier, die lange tijd als ‘kil’ werd beschouwd, heeft zich in de loop der tijd ‘de kunst van het communiceren met en inleven in de bevolking eigen gemaakt’. Bijvoorbeeld tijdens de pandemie: ‘Met Sturgeons kalme en weloverwogen aanpak van de coronacrisis, in tegenstelling tot Boris Johnsons warrige arrogantie, heeft ze velen voor zich ingenomen’, analyseert The Spectator. ‘Ze straalt vertrouwen uit en de kiezers hebben ook vertrouwen in haar.’
Het maakt daarbij niet uit dat het Schotse sterftecijfer hoger is dan in Noord-Ierland, of dat het huidige succes van de vaccinatiecampagne het werk is van de centrale regering in Londen, schrijft The Economist. De Schotten die door het Londense weekblad werden geïnterviewd, zijn onvermurwbaar. ‘Zelfs de man die boos is dat zijn pub nog steeds is gesloten wegens de coronamaatregelen’ vindt dat de regeringsleider goed werk heeft verricht en een herbenoeming verdient. ‘Wanneer verkiezingen in referenda veranderen over de toekomst van een land’, schrijft The Economist, ‘vergeten de kiezers voor het gemak even de rest.’
Israëlische oppositieleider mag regering gaan vormen
Nadat Benjamin Netanyahu, leider van de grootste partij, er niet in geslaagd is een meerderheid in de Knesset rond zich te verzamelen, wendde president Reuven Rivlin zich woensdag als verwacht tot Yair Lapid, de leider van de middenpartij Yesh Atid. De partij werd tweede bij de parlementsverkiezingen in maart en wil een ‘regering van nationale eenheid’ vormen – waarin rechts, midden en links samenkomen – om Netanyahu uit de macht te zetten, bericht The Times of Israel.
Yair Lapid heeft waarschijnlijk de steun nodig van Naftali Bennett, leider van de radicaal-rechtse partij Yamina. Deze voormalige minister van Netanyahu, die liever had deelgenomen aan een ‘rechtse regering’, zei woensdagavond dat hij ‘geen moeite zou sparen’ om tot een coalitieregering te komen en nieuwe verkiezingen te voorkomen.
Volgens The Jerusalem Post denken Lapid en Bennett dat ze ‘binnen een week’ een regering kunnen vormen, maar ‘vrezen ze dat als ze geen haast maken, hun inspanningen kunnen worden ondermijnd door Netanyahu (…) die momenteel probeert de vorming van een nieuwe regering te saboteren’, aldus het Israëlische dagblad.
Tweeduizend vluchtelingen overleden door illegale pushbacks
EU-landen hebben illegale operaties gebruikt om tijdens de pandemie minstens veertigduizend asielzoekers over de grenzen van Europa terug te dringen, zogenoemde pushbacks. Deze methodes kunnen in verband worden gebracht met de dood van meer dan tweeduizend mensen, blijkt uit onderzoek van The Guardian.
De illegale praktijken die gepaard gaan met de pushbacks variëren van mishandeling tot onmenselijke behandeling tijdens detentie of transport.
Het onderzoek van The Guardian is gebaseerd op verslagen van VN-agentschappen, gecombineerd met een database van incidenten die door ngo’s zijn verzameld. Volgens de hulporganisaties is sinds het begin van de coronapandemie de regelmaat en wreedheid van de pushbacks toegenomen.
Lees ook de volgende artikelen over het Europese vluchtelingenbeleid:
Netanyahu slaagt er niet in een regering te vormen
Staat Benjamin Netanyahu, na twaalf jaar aan het hoofd van de Israëlische regering, op het punt de macht te verliezen? Dinsdagavond slaagde de Israëlische premier er niet in binnen de vastgestelde termijn een regering te vormen, waarmee hij de weg vrijmaakte voor zijn tegenstanders, meldt Maariv.
De afgelopen weken heeft Netanyahu alles in het werk gesteld om de vereiste meerderheid van 61 zetels te behalen. Maar zelfs met de steun van de ultraorthodoxe partijen en de radicaal-rechtse formaties Yamina en Religieus Zionisme, bleef de teller steken op 59. Om de noodzakelijke drempel te bereiken heeft de premier vergeefs geprobeerd om rechtse afvalligen van zijn Likoed-partij terug in zijn kamp te krijgen zodat hij de conservatieve formatie Nieuwe Hoop kon vormen, en heeft hij zelfs een poging gedaan de islamitische Ra‘am-partij van Mansour Abbas het hof te maken, wat enkel leidde tot woede van extreemrechts.
Nu Netanyahu’s termijn voor het vormen van een regering is verstreken, zou de Israëlische president Reuven Rivlin een ander parlementslid de opdracht kunnen geven een regeringscoalitie te vormen. En volgens een bericht in het linkse dagblad Ha’Aretz zal Rivlin, als zich op het laatste moment geen verrassingen voordoen, zich waarschijnlijk tot Yair Lapid wenden. Zijn centristische Yesh Atid-partij werd tweede bij de parlementsverkiezingen in maart.
‘Netanyahu gaf opdracht om wetsvoorstellen sneller in stemming te brengen die Bennett steunt en waar Lapid tegen is’
Lapid en Naftali Bennetts rechtse partij Yamina hebben een akkoord bereikt tijdens de onderhandelingen om een coalitie te vormen: hun pact zou erin voorzien dat Benyamin Netanyahu’s voormalig minister Naftali Bennet het eerste jaar premier zou worden, om vervolgens te worden vervangen, verklaart The Times of Israel.
Deze besprekingen hebben de woede gewekt van de Israëlische premier, die dinsdagavond de leider van Yamina verantwoordelijk hield voor het mislukken van een rechtse coalitie. In zijn ogen heeft Netanyahu ‘achter de schermen geprobeerd om de kansen van Bennett en Lapid om samen een regering te vormen, te schaden. Hij gaf Knesset-voorzitter Miki Zohar opdracht om wetsvoorstellen die Bennett steunt en waar Lapid tegen is sneller in stemming te brengen, in een poging om een wig tussen hen te drijven’, meldt The Jerusalem Post.
Volgens Yediot Aharonot beloofde Zohar een wetsvoorstel over de doodstraf voor terroristen op de agenda te zetten, een wetsvoorstel waartegen de Likoed zich in het verleden heeft verzet. Leden van de Commissie voor de Werkwijze van de Knesset hebben ook gestemd voor een versnelde behandeling van een wetsvoorstel dat illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever toestaat.
In ieder geval is de oppositie er niet zeker van dat zij in staat zal zijn haar meningsverschillen te overbruggen om Netanyahu van de macht af te houden. Komen ze er niet uit, dan moeten de Israëliërs opnieuw naar de stembus, voor de vijfde keer in iets meer dan twee jaar.
The Guardian viert tweehonderdste verjaardag
Vandaag is het precies tweehonderd jaar geleden dat The Guardian voor het eerst verscheen. De krant, die tegenwoordig in Londen is gevestigd, begon op 5 mei 1821 in Manchester als een weekblad van vier pagina’s onder de naam The Manchester Guardian. En dat viert de krant, die naar eigen zeggen ouder is dan ‘Duitsland, fish and chips, de FA Cup, The New York Times, de fiets en de staat Texas’, met een ware feestpagina. Daarop kunt u een geannoteerde versie van de eerste editie uit 1821 inzien, meer informatie over de geschiedenis van het linkse dagblad vinden én u uw felicitaties overbrengen.
Bij dezen feliciteert 360 MagazineThe Guardian met haar tweehonderdjarige jubileum en wensen wij de krant nog vele jaren van ongeëvenaarde kwaliteitsjournalistiek toe.
Klik hier voor het The Guardian-archief op 360 Online.
Rechts wint regionale verkiezingen in Madrid
De overwinning van de rechtse partijen bij de regionale verkiezingen in Madrid is een pijnlijke tegenslag voor de socialistische premier Pedro Sánchez en zijn coalitiegenoot Podemos. Volgens de bijna definitieve resultaten die dinsdagavond werden bekendgemaakt, verdubbelde de Partido Popular (PP) van Isabel Díaz Ayuso, een fervent tegenstander van strenge coronamaatregelen, haar aanwezigheid in het regioparlement van Madrid, met in totaal meer dan 44 procent van de stemmen en 65 zetels van de 136, bericht El Mundo.
De conservatieve krant verwacht dat de partij met gedoogsteun van de extreemrechtse partij Vox gaat regeren, die volgens de laatste resultaten dertien zetels zal behalen.
Einde van een hoofdstuk
Pablo Iglesias, de leider van Podemos, heeft dinsdagavond aangekondigd dat hij zich terugtrekt uit de politiek, meldt El Economista. Iglesias is onlangs afgetreden als vicepremier in de nationale regering om de regionale campagne van zijn partij in Madrid aan te voeren. Het besluit betekent het einde van een hoofdstuk in de Spaanse politiek, waarvan de voormalige hoogleraar politicologie een van de belangrijkste gezichten was sinds de oprichting van zijn radicaal-linkse formatie in 2014.
PSOE, de partij van premier Sánchez, heeft haar slechtste resultaat in haar geschiedenis behaald, schrijft El País. De partij is zelfs op links ingehaald door de lokale linkse partij Más Madrid.
‘Het volk heeft gestemd tegen Sánchez’ aanpak van de pandemie, tegen de angst voor recessie en tegen het infantilisme waarmee hij de burger behandelt’
‘Deze verkiezingen zijn een ernstige waarschuwing voor Pedro Sánchez’, aldus dagblad ABC in een hoofdredactioneel commentaar. ‘Als PSOE denkt dat deze ramp alleen aan Ayuso te wijten is, vergist zij zich. Het volk heeft gestemd tegen zijn aanpak van de pandemie, tegen de angst voor recessie en tegen het infantilisme waarmee Sánchez de burger behandelt’, aldus de rechtse krant.
Europees Geneesmiddelenbureau gaat het Chinese Sinovac-vaccin beoordelen
Het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) is begonnen met een ‘rolling review’ van het coronavaccin dat door het Chinese bedrijf Sinovac wordt geproduceerd. Dit is een noodzakelijke eerste stap voor een eventuele toepassing in de Europese Unie, waar momenteel slechts vier vaccins zijn goedgekeurd.
‘Deze procedure stelt de Europese autoriteiten in staat gegevens te evalueren naarmate deze beschikbaar komen, totdat er voldoende data is om een formele vergunningsaanvraag in te dienen’, legt Politico uit, waarbij wordt opgemerkt dat de einddatum voor het proces nog niet openbaar is gemaakt. In een persbericht legt EMA uit dat verschillende ‘studies suggereren dat het vaccin de productie op gang brengt van antilichamen die gericht zijn tegen Sars-CoV-2, het virus dat covid-19 veroorzaakt, en mogelijk tegen de ziekte helpt beschermen. Het doel is te bepalen of ‘de voordelen opwegen tegen de risico’s’.
CoronaVac, zoals het ook bekendstaat, is het eerste Chinese vaccin dat door de Europese instantie wordt beoordeeld. Het werd geproduceerd volgens een ‘traditioneler’ procedé dan dat van mRNA-vaccins zoals die van Pfizer of Moderna, verklaarde BBC Afrique in december: ‘Het is een geïnactiveerd vaccin, dat werkt door gebruik te maken van dode virusdeeltjes om het immuunsysteem bloot te stellen aan het virus zonder het risico van een ernstige ziektereactie.’
Het product van de firma Sinovac wordt reeds gebruikt in verschillende landen, zoals China, Indonesië, Brazilië en Turkije. Volgens het Chinese laboratorium zijn wereldwijd 200 miljoen doses toegediend.
De werkzaamheid van Sinovac varieert, afhankelijk van het onderzoek, van 51 tot 82 procent.
‘Maar Chinese vaccins worden nog niet op grote schaal gebruikt in het Westen, met de zeldzame uitzondering van Hongarije, dat begin dit jaar een Sinopharm-vaccin heeft goedgekeurd om zijn voorraad [vaccins] op te voeren’, schrijft Financial Times. Het probleem ligt in hun effectiviteit, die ‘relatief lager is dan westerse alternatieven’, aldus Politico.
In april maakten de Chinese autoriteiten eveneens melding van de ‘geringe’ doeltreffendheid van deze vaccins, maar enkele dagen later ontkenden ze dit weer. Het vaccin bleek, afhankelijk van het onderzoek, tussen de 51 tot 82 procent werkzaam.
Verscheidene andere vaccins – die van het Amerikaanse Novavax, het Duitse CureVac en het Russische Spoetnik V-vaccin – worden momenteel door het Europees Geneesmiddelenbureau bestudeerd. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zal eind van de week een advies uitbrengen over CoronaVac.
Reddingsacties van ngo‘s op de Middellandse Zee zouden volgens de Europese en Italiaanse grensautoriteiten mensensmokkel faciliteren. Maar uit onderzoek van The Intercept blijkt dat de autoriteiten samenwerken met Libische smokkelaars, terwijl de hulporganisaties en migranten zelf worden aangeklaagd.
In 2014 breekt een nieuwe etappe aan in het werk van DNAA, het Italiaanse antimaffia- en antiterreuragentschap dat zich de laatste jaren toelegde op het aanpakken van mensensmokkelaars op de Middellandse Zee, en zijn directeur Franco Roberti. Italië heeft Mare Nostrum, een reddingsmissie in de internationale wateren voor de kust van Libië die meer dan 150.000 mensen redde, na een jaar opgeheven vanwege budgettaire beperkingen en een gebrek aan Europese samenwerking.
In haar kielzog heeft de EU twee nieuwe operaties opgezet, een via Frontex en de ander onder militaire vlag, Operatie Sophia genaamd. Deze operaties zijn niet gefocust op het redden van mensenlevens, maar op grensbeveiliging en mensensmokkelaars uit Libië. Vanaf 2015 werden vertegenwoordigers van Frontex en Operatie Sophia toegevoegd aan de bijeenkomsten van DNAA, waarbij Italiaanse aanklagers erop toezagen dat beiden zich aan de nieuwe onderzoeksstrategie hielden.
Die strategie betekende dat iedereen die als bemanningslid optrad of een noodoproep deed op een boot met migranten, als medeplichtige aan mensensmokkel moest worden beschouwd en onderworpen moest worden aan de Italiaanse jurisdictie. Zo konden ze de Libische smokkelaars aanpakken zoals ze eerder de Italiaanse maffia hadden aangepakt.
Belangrijk voor het onderzoek zijn foto‘s van reddingsacties, zoals de luchtfoto die door de Italiaanse kustwacht aan Dieudonne, een Kameroense bootvluchteling die werd verhoord door de kustwacht, werd getoond, waarmee de politie op een andere manier kon identificeren wie de boten bestuurde en wie hielp bij het navigeren.
Ngo’s in het vizier
Bij gebrek aan reddingsschepen van de overheid begon een vloot van schepen van hulporganisaties aan een groot aantal reddingsacties in de internationale wateren voor de kust van Libië. Deze schepen, die werden gecoördineerd door het Italiaanse reddingscentrum van de kustwacht in Rome, maakten het moeilijk voor aanklagers en politie om bewijsmateriaal te verzamelen. Volgens de notulen van een vergadering van DNAA, die Zach Campbell en Lorenzo D’Agostino van The Intercept hebben ingezien, gaven sommige ngo‘s, waaronder MOAS, routinematig foto‘s aan de Italiaanse politie en Frontex. Anderen weigerden met het argument dat het leveren van bewijs voor onderzoek naar de mensen die ze hadden gered, hun doeltreffendheid en neutraliteit zou ondermijnen.
In de jaren na Mare Nostrum was de ngo-vloot verantwoordelijk voor meer dan een derde van alle reddingen in het centrale Middellandse Zeegebied, volgens schattingen van Operatie Sophia. Omdat de ngo‘s geen informatie van geredde migranten verzamelden voor de politie, werd ‘informatie die essentieel is om het begrip van het bedrijfsmodel van smokkel te vergroten’, niet verkregen, aldus een uitgelekt rapport.
Een admiraal van de kustwacht onderstreepte hoe belangrijk het is om ondervragingen te doen vlak na een reddingsactie
Tijdens een volgende bijeenkomst herhaalden zes aanklagers hun bezorgdheid. Reddingsacties van hulporganisaties betekenden dat de politie migranten op zee niet kon ondervragen, zeiden ze, en daarom moesten gevallen worden geseponeerd door gebrek aan bewijs. Een admiraal van de kustwacht onderstreepte hoe belangrijk het is om ondervragingen te doen vlak na een reddingsactie, omdat dan ‘een moment van empathie is bereikt’. ‘Het is niet mogelijk om deze taak uit te voeren als de reddingsinterventie wordt uitgevoerd door schepen van ngo’s’, aldus de admiraal tegen de groep.
Ngo’s veroorzaakten dus problemen voor de DNAA-strategie. Tijdens de bijeenkomsten bespraken Italiaanse aanklagers en vertegenwoordigers van de kustwacht, de marine en het ministerie van Binnenlandse Zaken wat ze konden doen om dehulporganisaties in toom te houden. Tegelijkertijd richtten verschillende aanklagers afzonderlijk hun vizier op de ngo’s zelf.
Zo beschuldigde Frontex in een intern rapport, dat later volledig werd gepubliceerd door The Intercept, een vaartuig van een ngo ervan migranten rechtstreeks van Libische smokkelaars te hebben overgenomen, op grond van informatie van ‘Italiaanse autoriteiten’. Die claim werd weersproken met videobewijs en door de bemanning van het schip.
’Vrienden van mensenhandelaars’ en ‘taxiservice voor migranten’ werden gangbare beledigingen
Maanden later maakte Carmelo Zuccaro, de officier van justitie van Catanië, bekend dat hij onderzoek deed naar reddingsorganisaties. ‘Samen met Frontex en de marine proberen we toezicht te houden op al deze ngo’s die hebben laten zien over grote financiële middelen te beschikken’, zei Zuccaro tegen de Italiaanse krant La Repubblica. Zijn uitspraak ging viraal in Italiaanse en Europese media. ‘Vrienden van mensenhandelaars’ en ‘taxiservice voor migranten’ werden gangbare beledigingen van humanitaire ngo’s door anti-immigratiepolitici en extreemrechts in Italië.
Zuccaro zou uiteindelijk zijn beweringen terugdraaien en een parlementaire commissie vertellen dat hij op dat moment met een hypothese werkte maar geen bewijs had om zijn uitspraak te staven.
In een interview met de Duitse krant Die Welt in februari 2017 onthield de directeur van Frontex, Fabrice Leggeri, zich van expliciete kritiek op het werk van reddingsorganisaties, maar hij zei wel dat ze het politieonderzoek in de Middellandse Zee belemmerden. Omdat hulporganisaties een groter percentage reddingen verrichtten, aldus Leggeri, ‘wordt het voor de Europese veiligheidsautoriteiten steeds moeilijker om door ondervraging van migranten meer te weten te komen over de smokkelnetwerken‘.
‘Die lastercampagne ging heel, heel ver’, zegt voormalig minister van Buitenlandse Zaken Emma Bonino. Verwijzend naar Marco Minniti, destijds de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken, voegt ze eraan toe: ‘Ik probeerde Minniti ertoe aan te zetten niet zo geobsedeerd te zijn door de mensen die hierheen kwamen, maar om een integratiebeleid voor Italië in te voeren. Maar hij concentreerde zich uitsluitend op Libië, op het smokkelen en op het criminaliseren van ngo’s met behulp van officieren van justitie.’
Volgens Bonino vormde de actie tegen ngo’s deel van een groter plan om het Europese beleid in het centrale Middellandse Zeegebied te veranderen. De eerste stap was de verschuiving van humanitaire redding naar grensbeveiliging en smokkel. De tweede stap ‘was de ngo’s aan te klagen of hen te arresteren. Het was een smerige campagne tegen hen. Met na zoveel jaren als resultaat dat er geen veroordelingen, geen straffen, geen processen zijn.’
‘Ze begonnen die zogenaamde kustwacht te ondersteunen, maar dat waren dezelfde mensenhandelaars in een ander jasje’
Een derde stap behelsde het opzetten van een nieuwe kustwacht in Libië om te doen wat de Europeanen volgens het internationaal recht niet konden: mensen op zee onderscheppen en terugbrengen naar Libië, van waaruit ze net waren gevlucht.
Aanvankelijk waren de leiders bij Frontex voorzichtig. ‘Als Frontex kijken we met bezorgdheid naar Libië; er is daar geen stabiele staat’, zei Leggeri in het interview van 2017. ‘We helpen nu 60 officieren op te leiden voor een mogelijke toekomstige Libische kustwacht. Maar dit is op zijn best een begin.’ Maar Bonino ziet dat anders. ‘Ze begonnen die zogenaamde kustwacht te ondersteunen,’ zegt ze. ‘Maar dat waren dezelfde mensenhandelaars in een ander jasje.’
Dezelfde uniformen, dezelfde schepen
Dieudonne, een Kameroense migrant die veilig is aangekomen in Italië, werd nooit opgeroepen als getuige door de rechtbank. Hij hoopt dat geen van zijn lotgenoten in de gevangenis is beland, maar zegt graag te getuigen tegen mensenhandelaars mocht hij worden gebeld. ’Ik heb de politie de contactgegevens van mensenhandelaars gegeven, ik heb ze namen gegeven’, aan boord van het kustwachtschip, zo vertelt hij The Intercept.
De smokkeloperaties in Libië gebeurden in het zicht, maar de Italiaanse politie moest in internationale wateren blijven. Uitgelekte documenten van Operatie Sophia beschrijven jarenlange inspanningen van Europese ambtenaren om de Libische politie ertoe te bewegen smokkelaars te arresteren. Achter gesloten deuren gaven Italiaanse en EU-topfunctionarissen toe dat diezelfde smokkelaars waren verweven met de nieuwe Libische kustwacht die Europa aan het opzetten was en dat samenwerking met hen mogelijk in strijd zou zijn met het internationaal recht.
Al in 2015 merkten meerdere functionarissen op de antimaffiabijeenkomsten van DNAA op dat sommige smokkelaars verontrustend dicht bij leden van de Libische regering stonden. ‘Milities gebruiken dezelfde uniformen en dezelfde schepen als de Libische kustwacht die door de Italiaanse marine wordt getraind’, zei schout bij nacht Enrico Credendino, verantwoordelijk voor Operatie Sophia, in 2017. Het hoofd van de Libische kustwacht en de Libische minister van Defensie, beide bondgenoten van de Italiaanse regering, onderhouden ‘nauwe relaties met enkele militiebazen’, aldus Credendino.
Een van de Libische kustwachtofficieren werd veroordeeld voor zijn rol als toplid van een machtige smokkelmilitie
Een van de Libische kustwachtofficieren die aan beide kanten opereerde, was Abd al-Rahman Milad, ook wel bekend als Bija. In 2019 onthulde de Italiaanse krant Avvenire dat Bija, met de Italiaanse grenspolitie en inlichtingenfunctionarissen in mei 2017 deelnam aan een bijeenkomst op Sicilië die was gericht op het tegengaan van migratie vanuit Libië. Een maand later werd hij door de VN-Veiligheidsraad veroordeeld voor zijn rol als toplid van een machtige smokkelmilitie in de kustplaats Az Zawiyah, en, zoals de VN het omschreef, voor ‘het met vuurwapens tot zinken brengen van migrantenboten.’
Volgens gelekte documenten van Operatie Sophia zijn kustwachtofficieren die onder Bija’s bevel stonden, getraind door de EU tussen 2016 en 2018.
Terwijl de Italiaanse regering vermeende smokkelaars in Italië vervolgde, werkten ze ook samen met mensen waarvan ze wisten dat het smokkelaars waren in Libië. Minniti, de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken van Italië, rechtvaardigde de deals van zijn regering met Libië, want het vooruitzicht van massale migratie vanuit Afrika bezorgde hem ‘angst voor het welzijn van de Italiaanse democratie’.
In een van de antimaffiabijeenkomsten van 2017 schetste Vittorio Pisani van het ministerie van Binnenlandse Zaken een plan dat voorzag in de directe coördinatie van de nieuwe Libische kustwacht. Ze zouden ‘een operatiekamer in Libië creëren voor de uitwisseling van informatie met het ministerie van Binnenlandse Zaken’, aldus Pisani, ‘voornamelijk over de positie van ngo-schepen en hun reddingsoperaties. Zodoende kon de Libische kustwacht aan de slag in zijn nationale wateren.’
‘We hadden de medewerking van Libische instellingen nodig. Maar ze deden niets, omdat ze geld aannamen van de mensenhandelaars’
En daarmee werd de derde stap van het plan in gang gezet. Aan het einde van de bijeenkomst stelde Roberti voor om vertegenwoordigers van de Libische politie uit te nodigen voor hun volgende bijeenkomst. In een interview met The Intercept bevestigde hij dat Libische vertegenwoordigers ten minste twee antimaffiabijeenkomsten bijwoonden en dat hij zelf Bija ontmoette tijdens een bijeenkomst in Libië, een maand nadat het rapport van de VN-Veiligheidsraad was gepubliceerd. Een jaar later werd Bija bestraft door de commissie van de Veiligheidsraad voor Libië, met bevriezing van zijn tegoeden en een verbod op internationale reizen.
‘We hadden de medewerking van Libische instellingen nodig. Maar ze deden niets, omdat ze geld aannamen van de mensenhandelaars’, zegt Roberti in het Napolitaanse café. ‘Zijzelf waren de mensenhandelaars.’
Een veilige plek
Roberti ging in 2017 met pensioen bij DNAA. Hij zei dat de organisatie onder zijn leiding een basis creëerde voor de omgang met migratie in heel Europa. Maar hij erkent dat zijn uitbreiding van DNAA naar migratiekwesties gemengde resultaten heeft opgeleverd. Hij zegt dat de antimaffiastrategie haperde – net als zijn reis naar Duitsland in de jaren negentig met Giovanni Falcone om internationale maffiapraktijken aan te pakken – vanwege een gebrek aan samenwerking met de ngo’s, met andere Europese regeringen en met Libië.
‘Op Europees niveau werkt de samenwerking niet’, aldus Roberti. En wat betreft Libië voegt hij eraan toe: ‘We hebben het geprobeerd. En ik denk dat de afspraken die de regering maakte, juist waren. Maar uiteindelijk werd het een mislukking.’
Uitgebreid
DNAA heeft zijn activiteiten sindsdien uitgebreid. Tussen 2017 en 2019 keurde de Italiaanse regering twee wetsvoorstellen goed die het antimaffia-agentschap belast met vrijwel alle illegale immigratiekwesties. Sinds 2017 zijn vijf Siciliaanse aanklagers, die allemaal ten minste één coördinatievergadering bijwoonden, vijftien afzonderlijke gerechtelijke procedures begonnen tegen medewerkers van hulporganisaties. Tot dusver zijn er geen veroordelingen. Drie zaken zijn door de rechtbank verworpen en de rest loopt nog.
Eerder deze maand kwam het nieuws naar buiten dat Siciliaanse aanklagers journalisten en mensenrechtenadvocaten hebben afgeluisterd voor een van deze onderzoeken. Ze luisterden wettelijk beschermde gesprekken af met bronnen en cliënten. Het Italiaanse ministerie van Justitie heeft een onderzoek ingesteld naar het incident, dat volgens Italiaanse juridische experts neerkomt op crimineel handelen. De officier van justitie die de telefoontaps goedkeurde, woonde tenminste één coördinatievergadering van DNAA bij, waar onderzoeken tegen ngo’s uitvoerig werden besproken.
Sinds DNAA zijn bereik heeft vergroot, zijn de belangrijkste spelers van eerdere coördinatievergaderingen gestegen in de pikorde van Italiaanse en Europese instellingen. Een officier van justitie, Federico Cafiero de Raho, leidt nu het antimaffia-agentschap. Salvi, de voormalige officier van justitie van Catanië, is nu procureur-generaal van Italië. Pisani, de voormalige medewerker van het ministerie van Binnenlandse Zaken, is plaatsvervangend hoofd van de Italiaanse inlichtingendiensten. En Roberti is lid van het Europees Parlement.
Cafiero de Raho staat achter de onderzoeken en arrestaties die het antimaffia-agentschap door de jaren heen heeft verricht. Hij noemde de coördinatievergaderingen een essentieel instrument voor aanklagers en politie in moeilijke tijden.
Gevraagd naar zijn specifieke opmerkingen tijdens de bijeenkomsten, met name zijn verklaringen dat humanitaire hulporganisaties gereguleerd moesten worden en zijn herhaalde erkenning dat leden van de nieuwe Libische kustwacht betrokken waren bij smokkelactiviteiten, zegt Cafiero de Raho dat zijn opmerkingen in de juiste context moeten worden geplaatst, namelijk het ontwikkelen door Italië en de EU van een kustwacht in een deel van Libië dat grotendeels werd geregeerd door lokale milities.
Zijn uiteindelijke doel is wat hij in de coördinatievergaderingen van DNAA de ‘buitengerechtelijke oplossing’ noemde: proberen om het bestaan van misdaden tegen de menselijkheid in Libië te bewijzen, zodat ‘de VN troepen naar Libië kan sturen om migrantenkampen te ontmantelen die zijn opgezet door mensenhandelaars… en de controle over dat gebied te heroveren.’
De overgrote meerderheid van de vertrekkende schepen wordt onderschept door de Libische kustwacht en teruggebracht naar Libië
Een woordvoerder van de afdeling buitenlands beleid van de EU, die Operatie Sophia leidde, weigerde rechtstreeks te reageren op het bewijs dat de leiders van de Europese militaire operatie wisten dat delen van de nieuwe Libische kustwacht ook betrokken waren bij smokkelactiviteiten, maar merkte wel op dat Bija zelf niet is opgeleid door de EU. Een woordvoerder van Frontex zegt dat zijn organisatie ‘niet is betrokken bij de selectie van te trainen officieren’.
In 2019 veranderde de Europese migratiestrategie opnieuw. Nu wordt de overgrote meerderheid van de vertrekkende schepen onderschept door de Libische kustwacht en teruggebracht naar Libië. In maart 2019 haalde Operatie Sophia al haar schepen terug uit het reddingsgebied en richt zich sindsdien op luchtpatrouilles om de Libische kustwacht aan te sturen en te coördineren. Mensenrechtenadvocaten in Europa hebben daarop zes juridische procedures tegen Italië en de EU aangespannen: in strijd met het internationaal recht zouden ze de terugkeer van migranten naar gevaarlijke omstandigheden faciliteren.
Gedurende vier jaar van coördinatievergaderingen hebben Italië en de EU inderdaad privé toegegeven dat het onwettig is om mensen naar Libië terug te sturen. ‘Fundamentele schendingen van de mensenrechten in Libië maken het onmogelijk om migranten terug te drijven naar de Libische kust’, zei Pisani in 2015. Twee jaar later ontwierp hij het begin van een plan dat precies dat zou doen.
Het resultaat van louter toeval
Dieudonne weet dat hij geluk heeft gehad. De scheidslijn tussen verdachte en slachtoffer is geheel afhankelijk van de eerste indrukken van politieagenten in de minuten of uren na een reddingsactie. Volgens politierapporten die in rechtszaken werden gebruikt, waren fysieke kenmerken, zoals ‘een lichtere huidskleur’, of gedrag aan boord van het schip, zoals het nauwkeurig in de gaten houden van politiebewegingen ‘met opmerkelijke belangstelling’, voldoende om argwaan te wekken.
In een uitspraak uit 2019 waarin zeven vermeende smokkelaars werden vrijgesproken na drie jaar voorarrest, schreven rechters dat ‘de selectie van de verdachten aan de ene kant en de getuigen aan de andere kant, met als enige uitzondering de stuurman, nagenoeg het resultaat is van louter toeval’.
Meewerken met Libische smokkelaars heeft andere migranten in Italië lange gevangenisstraffen gekost. In september 2019 werd een 22-jarige Guinees, bijgenaamd Suarez, gearresteerd bij aankomst in Italië. Vier getuigen vertelden de politie dat hij had samengewerkt met gevangenisbewakers in Az Zawiyah, in het detentiecentrum voor immigranten dat wordt beheerd door de beruchte Bija.
‘Suarez was ook een gevangene die gedwongen meewerkte’, zei een van de getuigen tegen de rechtbank. Degenen die zich geen betaling van losgeld kunnen veroorloven, helpen vaak met maaltijden uitdelen of toezicht houden, verklaarde een ander. ‘Je zou er moeten zijn om de situatie te begrijpen’, aldus de eerste getuige. Suarez werd veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf, die onlangs in hoger beroep is teruggebracht tot twaalf jaar.
Verrassend kalmte
Dieudonne herinnert zich zijn reis op zee levendig, met verrassende kalmte. Toen de boot water begon te maken, probeerde hij te helpen. ‘Je moet helpen waar dat nodig is.’ In zijn kantoor in Bari buigt hij zich voorover en maakt schepbewegingen met zijn armen, alsof hij water uit een boot haalt.
‘Zouden ze mij ook moeten veroordelen?’ vraagt hij zich af. Hij vindt het ironisch dat het de Libiërs waren die Bija uiteindelijk in oktober arresteerden op beschuldiging van mensenhandel. De Italianen en Europeanen, zegt hij lachend, hadden het te druk samen te werken met de corrupte kustwacht. Overigens werd Bija vorige maand vrijgelaten uit de gevangenis nadat een Libische rechtbank hem van alle aanklachten heeft vrijgesproken. Hij is gepromoveerd bij de kustwacht en weer aan het werk gezet.
Dieudonne denkt vaak aan de mensen die hij identificeerde aan boord van het kustwachtschip midden op zee. ‘Ik heb de politie de waarheid verteld. Maar als dat leidt tot de veroordeling van een onschuldig persoon, dan is dat verkeerd’, zegt hij. ‘Omdat ik weet dat die persoon niets fout heeft gedaan. Integendeel, hij heeft ons leven gered door dat vlot te besturen.’
Dit artikel werd samengesteld door IJsbrand van Veelen.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.