Onderwerpen: Technologie

  • ‘Klets met mij!’

    ‘Klets met mij!’

    Het tegenovergestelde van de in Nederland uitgevonden zelfscankassa is de Plauderkasse, de kletskassa, waar de caissière tijd neemt voor haar klanten. Een button op haar kleding nodigt ze uit tot een gesprekje.

    Schiet het daar vooraan nou eindelijk een beetje op? Integendeel. De oude man neemt letterlijk zijn hoed even af voor de caissière, begroet haar en legt zijn boodschappen langzaam op de lopende band. Brood, kaas, een paar toiletartikelen. Meer is het niet wat de witharige man uit het winkelwagentje vist, maar het duurt even voordat hij zover is om te betalen. Klant en caissière nemen de tijd om beleefdheden uit te wisselen. ‘Hoe gaat het met uw man?’ vraagt de klant. ‘Hoe lang moet hij nog werken?’ ‘Goed, dank u,’ antwoordt de caissière. ‘Hij moet nog vier jaar.’ Er volgt een lollig gesprek over de vraag wat eigenlijk meer stress geeft: pensioen of werken.

    Benne Callo, 83 jaar, is een vaste klant van het Migros-filiaal Gundelitor in Basel. Hij kent Nadine Dangel al 33 jaar, zo lang is ze al caissière in deze supermarkt. De twee hebben veel te bespreken, vooral omdat Dangels laatste werkdag nadert; ze is 58 en gaat binnenkort met vervroegd pensioen. ‘Het eerste wat ik ga doen is het huis opruimen en de tuin verzorgen,’ zegt ze tegen Callo, die een briefje van 200 frank uit zijn portemonnee opdiept en een ander onderwerp aansnijdt: ‘Als we de Elzassers niet hadden!’ Dangel komt uit de naburige Elzas. Hun gesprek duurt ruim vijf minuten, maar geen van de andere klanten klaagt over het wachten.

    ‘Klets met mij!’ staat op een button op de winkeljas van Nadine Dangel. Boven de lopende band prijken posters met het woord Plauderkasse [kletskassa] en het symbool van een boodschappentas met een tekstballonnetje erin. Wie haast heeft, kan beter bij een andere kassa in de rij gaan staan. Nadine Dangel zegt dat klanten hier soms wel een halfuur wachten om met haar te kunnen praten, want bij de kletskassa is menselijke interactie belangrijker dan efficiënt winkelen.

    Nederlands idee

    ‘Mensen moeten weer als mensen gezien worden,’ zegt Stefanie Näf-­Seiler, manager van Gsünder Basel, de organisatie die vorig jaar met het kletskassaproject is begonnen. Behalve de Plauderkasse in deze supermarkt is er ook een in een apotheek. Het idee komt uit Nederland, waar supermarktketen Jumbo inmiddels in tweehonderd filialen zogenaamde kletskassa’s heeft opgezet. Ook in Japan zijn er langzame kassa’s die gericht zijn op senioren en mensen met een handicap. En ook in Schweinfurt, Duitsland, is onlangs een kletskassa geopend.

    ‘Sommige vaste klanten komen meer keren per dag en kopen dan twee kleine artikelen’

    Het initiatief voor de kletskassa’s is een reactie op de snelheid en anonimiteit van het dagelijks leven. Bank- en postkantoren zijn inmiddels afgeschaft ten gunste van automaten, en supermarkten hebben nu de snelkassa’s waar je zelf je boodschappen moet scannen. Wie dringend informatie nodig heeft van een zorgverzekeraar is gedwongen te communiceren met chatbots in plaats van met mensen. Het dagelijks leven wordt steeds onpersoonlijker en daarmee groeit het verlangen naar direct menselijk contact, vooral onder alleenstaanden en ouderen. Voor sommigen is een bezoekje aan de supermarkt of de bakker het enige moment van de dag waarop ze met andere mensen praten.

    ‘Sommige vaste klanten komen meer keren per dag en kopen dan twee kleine artikelen,’ zegt Dangel. ‘Gewoon om een paar minuten contact te hebben.’ Dat is precies de bedoeling, zegt projectmanager Näf-Seiler. ‘De Plauderkasse moet laagdrempelig zijn en steun bieden aan eenzame, hulpbehoevende mensen in hun dagelijks leven.’

    Laagdrempelig

    Eenzaamheid is een groeiend maatschappelijk probleem. In Duitsland heeft zo’n 10 tot 20 procent van de mensen ermee te maken, zo blijkt uit representatieve onderzoeken. In de psychologie wordt onderscheid gemaakt tussen emotionele, collectieve en sociale eenzaamheid. Emotionele eenzaamheid hangt samen met de actuele levens- en liefdessituatie en kan snel veranderen. Van collectieve eenzaamheid is volgens experts sprake wanneer mensen verbondenheid met een grotere groep ontberen. Chronische sociale eenzaamheid is het meest funest, omdat deze vorm ernstige negatieve gevolgen heeft voor de gezondheid, de levensverwachting en uiteindelijk voor de samenleving als geheel.

    ‘De Plauderkasse biedt eenzame mensen laagdrempelig de mogelijkheid om vrijblijvend met anderen in contact te komen,’ zegt Susanne Bücker, psycholoog aan de Duitse Sportuniversiteit Keulen. Ze heeft uitvoerig onderzoek gedaan naar eenzaamheid en verwijst naar onderzoeken waaruit blijkt dat weak ties – makkelijke dagelijkse contacten met anderen – een positief effect kunnen hebben op het subjectief welzijn. Eenvoudiger gezegd: een praatje bij de kassa is goed voor je, want doorgaans betreft het een onproblematische, vriendelijke uitwisseling met een ander. ‘Het hoeft geen diepgaand emotioneel gesprek te zijn,’ zegt Bücker. ‘Belangrijker is dat mensen zelf de aard van de interactie kunnen bepalen, zonder dat ze meteen hun gevoelens van eenzaamheid hoeven prijs te geven.’ Want eenzaamheid stigmatiseert.

    Onderzoeken tonen aan dat eenzaamheid in toenemende mate ook jongeren en jongvolwassenen treft

    Demografische veranderingen, digitalisering en niet in de laatste plaats de coronapandemie behoren tot de factoren die tot meer eenzaamheid hebben geleid. Niet alleen oude mensen worden erdoor getroffen. Onderzoeken tonen aan dat eenzaamheid in toenemende mate ook jongeren en jongvolwassenen treft. Dat is ook de ervaring in Basel. Na een halfjaar werd het proefproject van Gsünder Basel geëvalueerd, met verrassende resultaten. Een op de negen klanten maakt af en toe een praatje met het personeel aan de kletskassa, en dat zijn even vaak mensen met een baan als oudere mensen.

    ‘Het zijn vooral de vrouwen die even willen kletsen,’ zegt Nadine Dangel. ‘Zij vinden het makkelijker.’ Ze praten over gewone dingen zoals het weer, sportevenementen, feestdagen, vakanties, politiek, huisdieren of recepten. Maar sommige klanten nemen haar ook in vertrouwen over privézaken en problemen. Een oudere vrouw vertelde steeds weer over haar zoon, die zijn baan was kwijtgeraakt; een man klaagde erover dat hij geen contact meer had met zijn familie.

    Schermafbeelding 2023 07 26 om 12.40.26
    Zelfscankassa’s in een filiaal van Albert Heijn. – © ANP

    Nadine Dangel kent vaste klanten bij hun voornaam. Ze merkt hoe eenzaam en wanhopig ze zich voelen als ze hun levenspartner verliezen. ‘Het helpt als een neutraal persoon naar hun zorgen luistert,’ zegt Stefanie Näf-Seiler. ‘Maar een caissière, ook al is ze speciaal opgeleid, is natuurlijk geen vervanging voor sociale zorgdiensten, laat staan voor psychotherapie.’

    Vrijwilligers

    Bij de Plauderkasse staan vrijwilligers van Gsünder Basel, die de klanten helpen met het inpakken en dragen van hun boodschappentassen. Deze ochtend is het Leonie Sinzig die Benne Callo aanspreekt en hem helpt met zijn boodschappentas. Net als de kassamedewerkers zijn de vrijwilligers erin getraind fijngevoelig met de klanten om te gaan. Al snel ontstaat een vriendschappelijk gesprek tussen Callo en Sinzig. Maar het gaat niet altijd zo makkelijk. ‘Ik ken niemand die er graag voor uitkomt eenzaam te zijn,’ zegt Sinzig.

    Als het nodig is geven de vrijwilligers tips over hulpdiensten, of ze geven telefoonnummers van meldpunten of adressen van inloophuizen. ‘We hebben een natuurlijke behoefte om met andere mensen te praten,’ zegt Stefanie Näf-Seiler. Wie dat om welke reden dan ook niet meer kan of wil, wordt eenzaam en op den duur ziek. Een vraag als ‘Hoe is het?’ kan een eerste stap zijn om dat te voorkomen. 

  • Google ontwikkelt AI-tool die zelf nieuwsverhalen schrijft

    Google ontwikkelt AI-tool die zelf nieuwsverhalen schrijft

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Onrust in Berlijn om mogelijke loslopende leeuwin

    » Twintig jaar geëist tegen Russische oppositieleider Navalny

    Grote kranten hebben de software aangeboden gekregen

    Google is bezig met de ontwikkeling van een AI-tool die zelf nieuwsverhalen kan schrijven. Dat meldt The New York Times. De krant heeft de technologie aangeboden gekregen door Google om uit te proberen, net als The Washington Post en The Wall Street Journal. Journalisten bij de kranten reageren verdeeld op de technologie.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De tool zou in staat zijn om verschillende details, ontwikkelingen en achtergronden om te zetten in een goedlopend, compleet nieuwsverhaal. Volgens Google moet de tool dienen als assistent van journalisten, maar enkele leidinggevenden die de pitch van Google ontvingen zouden de ontwikkeling als ‘verontrustend’ hebben ervaren.

    Binnen de creatieve sector en media bestaan al langer zorgen over generatieve AI, die in staat is zelf creatieve producten als video, audio en tekst te genereren. Zij dringen al langer aan op duidelijke afspraken over het gebruik van AI en hoe creatieve beroepen ertegen beschermd kunnen worden. Google zegt dat het niet de bedoeling is dat de AI-tool journalisten gaat vervangen.

    Lees ook:

  • Kan Europese wetgeving ons beschermen tegen de gevaren van AI?

    Kan Europese wetgeving ons beschermen tegen de gevaren van AI?

    Op 14 juni nam het Europees Parlement de AI Act aan, een wet die ontworpen is om kunstmatige intelligentie te reguleren en burgers te beschermen tegen de negatieve effecten. Is regulering noodzakelijk, of een rem op technologische vooruitgang en de economie?

    Ja: ‘De wet komt laat, maar nog niet te laat’

    Laten we ons geen illusies maken: op de belangrijkste gebieden van digitale technologie is Europa het speelterrein geworden van grote Amerikaanse concerns. Europa, dat veel te traag was om te begrijpen wat er gebeurde, is achterop geraakt. De Algemene Verordening Gegevensbescherming en andere maatregelen kwamen te laat. Om nog maar te zwijgen van het feit dat de techreuzen, die zich bewust zijn van hun macht, zich niet laten imponeren.

    De volgende golf, die allang in de maak is, is nog krachtiger: kunstmatige intelligentie (AI). Wie niet onder een steen heeft gelezen, zal zich hebben gerealiseerd dat er een revolutie aan de gang is, met de adembenemende informatie op ChatGPT of beeldgeneratoren zoals Stable Diffusion. De wetgeving over kunstmatige intelligentie, of AI Act, die op woensdag 14 juni door het Europees Parlement is aangenomen, moet voorkomen dat Europa opnieuw achteropraakt en tegelijkertijd de Europese burgers beschermen tegen de negatieve gevolgen van deze technologieën. Maar kan AI echt worden gereguleerd? Is het niet al te laat?

    Kunstmatige intelligentie is vorig jaar niet met een vingerknip geboren: het is de vrucht van een lange draagtijd. Begin jaren 2000 ging het in een hogere versnelling, toen computers die snel genoeg waren om bergen gegevens te verwerken tegen betaalbare prijzen konden worden geproduceerd. Sindsdien hebben deze technologieën hun weg gevonden naar ons dagelijks leven: bedrijven gebruiken ze om kandidaten te selecteren; Alexa, Siri en andere assistenten verwachten van ons dat we hen vertellen wat we willen, enzovoort. Ook hier wordt de markt gedomineerd door de grote Amerikaanse techreuzen.

    Maar AI staat nog in de kinderschoenen. Het houdt de belofte in van oneindige mogelijkheden, maar ook van gevaren die op dit moment heel moeilijk in te schatten zijn. Het is dus nog niet te vroeg, maar ook nog niet helemaal te laat, om AI te reguleren – merk op dat de Europese wet de eerste ter wereld is waarmee iets dergelijks wordt geprobeerd.

    Gezondheidsgegevens moeten anders worden behandeld dan minder persoonlijke gegevens

    Zoals alle technieken die door de mens zijn uitgevonden, is kunstmatige intelligentie niet neutraal en kan het ten goede of ten kwade worden gebruikt. Daarom moeten we een wettelijk kader ontwikkelen dat misbruik voorkomt, zonder het onderzoek en vooral de marketing af te remmen. Al te restrictieve regels zouden Europese bedrijven alleen maar benadelen ten opzichte van hun Amerikaanse of Chinese concurrenten. Daarom moeten we duidelijke regels opstellen voor de toegang tot gegevens, zonder te streng te zijn.

    Niet alle gegevens hoeven op dezelfde manier beschermd te worden. Gezondheidsgegevens moeten bijvoorbeeld anders worden behandeld dan minder persoonlijke gegevens. In twijfelgevallen kan een hoge mate van anonimisering het mogelijk maken om informatie te verzamelen zonder de privacy te schenden. De stem van de meerderheid van de Europarlementariërs tegen onder andere automatische gezichtsherkenningssystemen positioneert Europa duidelijk ten opzichte van repressieve staten zoals China, dat gezichtsherkenning al lange tijd gebruikt om zijn burgers in de gaten te houden.

    Aan de andere kant zal het dwingen van bedrijven die AI-gebaseerde systemen ontwikkelen om een solide risicobeheer op te zetten kleine bedrijven schaden, terwijl de grote techconcerns geen moeite hebben om zich de diensten van legers advocaten en dataspecialisten te veroorloven. Een dergelijke maatregel kan contraproductief blijken en de hegemonie van de grote concerns versterken.

    Een bijzonder gevaar is dat van systemen die op een (gedeeltelijk) geautomatiseerde manier valse informatie kunnen produceren en verspreiden. Deze systemen zouden de verdeeldheid die al bestaat binnen onze samenlevingen kunnen vergroten. Bovendien zouden ze in combinatie met sociale media, met hun neiging om informatiezeepbellen te creëren, een explosieve cocktail vormen.

    De EU werkt uiteraard als vanouds: traag. Eerst moesten de Commissie, de lidstaten en het Parlement werken aan de tekst van de wet. Nu de wet is aangenomen, begint er een overgangsperiode die waarschijnlijk tot 2026 duurt, waarna de nieuwe regels definitief van kracht worden. Sommigen rekenen op de goede wil van de industrie om in de tussentijd inspanningen te leveren, maar helaas is dit slechts wishful thinking. Er staan gewoon te veel macht en te veel miljarden op het spel.

    – Helmut Martin-Jung in Süddeutsche Zeitung


    Nee: ‘De gevolgen van overregulering kunnen fataal zijn’

    Kunstmatige intelligentie (AI) doet denken aan kaskrakers als Minority Report, Terminator, 2001: A Space Odyssey, WarGames en The Matrix. Met andere woorden ondraaglijke surveillance, uitroeiing door machines en de onderdrukking van de mens door machines.

    Toen de revolutionaire ChatGPT afgelopen herfst verscheen, voerde een ware psychose de boventoon. Immers, kunstmatige intelligentie loopt in vele opzichten op ons voor, overtreft ons in intelligentie en kan binnenkort zelfs zelfbewustzijn verwerven.

    Vandaar de poging om een schijnbaar nieuw en nu bloeiend gebied te temmen en het dringende wetgevende werk op het gebied van AI in de Europese Unie en de Verenigde Staten. Dit werk is des te dringender omdat landen als Frankrijk en Italië zijn begonnen met het invoeren van hun eigen wetgeving (Italië heeft zelfs ChatGPT een tijdje verboden op grond van privacybescherming). Op 14 juni heeft het Europees Parlement een AI-wet aangenomen, de eerste in zijn soort ter wereld.

    De wet regelt de meest urgente problemen in verband met de dreiging van desinformatie op grote schaal en deepfaketechnologie – het creëren van nepbeelden die bijna niet van echt te onderscheiden zijn. We hebben hier een voorproefje van gezien met de foto’s en video’s van de arrestatie en het in de boeien slaan van Donald Trump, die tot rellen hadden kunnen leiden in de Verenigde Staten. AI-gegenereerde inhoud zal als zodanig gemarkeerd moeten worden. En dat is logisch.

    Door buitensporige barrières en regelgeving in Europa en de VS zullen deze landen achterblijven in de technologische en economische race

    Probleem is alleen dat de AI-wet nog maar het begin is. De ontwikkeling van kunstmatige intelligentie zal ongetwijfeld veel sneller gaan dan de actie van wetgevers, wat vragen oproept over de effectiviteit van regelgeving. Deze laatste zullen voortdurend moeten worden bijgewerkt of volledig gewijzigd, wat aanleiding zal geven tot tonnen nieuwe wetten. Ik vrees dat Europa moeite zal hebben om zijn verlangen om alles te reguleren onder controle te houden.

    En toch kunnen de gevolgen van overregulering fataal zijn voor de economie, net nu kunstmatige intelligentie deze naar een heel nieuw niveau zou moeten tillen, door het management te verbeteren, de kosten te verlagen en innovatie met sprongen vooruit te stuwen. Door buitensporige barrières en regelgeving in Europa en de Verenigde Staten zullen deze landen achterblijven in de technologische en economische race. De grote winnaar zal China zijn, dat hier geen probleem mee heeft en klaarstaat om de leiding te nemen in deze race.

    Twee machtige groepen zullen ook botsen in de AI-strijd. Aan de ene kant de tegenstanders, die de plaats zullen innemen van de huidige antivaxers (of misschien hun krachten zullen bundelen?) en van AI de incarnatie van de duivel zullen maken. Aan de andere kant de technologiemultinationals en de meerderheid van de burgers, die de voordelen zullen zien van een intelligente assistent die bijna alles kan wat een mens kan, inclusief werken.

    Bijvoorbeeld het zogenaamde surveillance-amendement, dat voorzag in de mogelijkheid om realtime biometrische identificatie, zoals gezichtsherkenningstechnologie via AI, in te voeren, laat zien hoe ver de meningen kunnen uiteenlopen om uiteindelijk in geschillen te belanden. Voorlopig is het voorstel geschrapt onder druk van politici, die hebben gewezen op de bedreiging die het vormt voor de vrijheden van burgers, met name hun privacy. Tegelijkertijd zouden dergelijke instrumenten zeer effectief zijn bij het vervolgen van criminelen of het vinden van vermiste kinderen. Vrijheid of veiligheid? Dit is slechts een van de vele dilemma’s die ons te wachten staan als het om AI gaat.

    – Pawel Rozynski in Rzeczpospolita

    Lees ook:

  • Bedrijf achter geïmplodeerde duikboot stopt met activiteiten

    Bedrijf achter geïmplodeerde duikboot stopt met activiteiten

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS gaan controversiële clusterbommen leveren aan Oekraïne

    » ‘NAVO-lidmaatschap Zweden lijkt kwestie van tijd’

    OceanGate kreeg na het ongeluk zeer negatieve publiciteit

    OceanGate, het bedrijf achter de duikexcursies naar de Titanic, stopt voorlopig met alle activiteiten. Dat laat de onderneming volgens persbureau Reuters weten. Hoewel er geen reden wordt genoemd, lijkt de opschorting te maken te hebben met de nasleep van het tragische ongeluk met de duikboot de Titan.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De Titan werd afgelopen maand wereldnieuws nadat het vermist was geraakt op weg naar het wrak van de Titanic. Later bleek dat de onderzeeër, met vijf passagiers aan boord, was geïmplodeerd in de buurt van het wrak. Vervolgens bleek dat al lange tijd twijfels bestonden over de veiligheid van de duikboot.

    Naar aanleiding van het ongeluk zijn zowel de Amerikaanse als Canadese autoriteiten een onderzoek begonnen naar de toedracht van het incident. Mogelijk wil OceanGate die onderzoeken afwachten voordat het verder gaat met toeristische expedities. Voor volgend jaar stonden er nog twee tochten gepland.

    Lees ook:

  • Hoe AI onze samenlevingen gaat veranderen

    Hoe AI onze samenlevingen gaat veranderen

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar de razendsnelle ontwikkeling van AI. Welke invloed gaat kunstmatige intelligentie hebben op ons werk en op de politiek?

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €4 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.

    Hoe werkt kunstmatige intelligentie (en waarom is dat bedreigend)?

    ‘Technologische revoluties beginnen meestal met weinig tamtam (…). Met kunstmatige intelligentie is dat anders. In de lente van 2023 merkten miljoenen technologiebewuste mensen en daarna het brede publiek binnen een paar weken dat er een transformatie plaatsvond die de aard van werk, leren en creativiteit en de taken van het dagelijks leven zou veranderen’, schrijft Walter Isaacson in The Wall Street Journal.

    De razendsnelle opkomst van chatbots, zoals ChatGPT, en andere vormen van generatieve AI – computers die originele tekst of beelden kunnen genereren door zichzelf te trainen met enorme datasets – zal je vast niet zijn ontgaan. Maar hoe werkt kunstmatige intelligentie precies?

    Kunstmatige intelligentie, beter bekend als AI (artificial intelligence), verwijst naar het vermogen van computers en computersystemen om taken uit te voeren die normaliter menselijke intelligentie vereisen. Hierbij valt te denken aan leren, redeneren, beslissingen nemen, problemen oplossen en menselijke taal begrijpen.

    AI maakt gebruik van diverse technieken en benaderingen, waaronder machine learning, natuurlijke taalverwerking, beeldherkenning, neurale netwerken en expertsystemen. Bijzonder relevant is het belang van machine learning binnen kunstmatige intelligentie. Dit betreft het vermogen van computersystemen om automatisch te leren en te verbeteren door middel van ervaring, zonder expliciete programmering.

    mojahid mottakin 1Na806ZwUPg unsplash
    ChatGPT, van het bedrijf OpenAI, is een van de populairste AI-tools van dit moment. – © Mojahid Mottakin / Unsplash

    Laten we, om dit concreter in te maken, inzoomen op chatbots, zoals ChatGPT. ‘Chatbots kunnen niet denken zoals mensen: Ze begrijpen niet echt wat we zeggen’, schrijft The Washington Post. ‘Ze kunnen menselijke spraak nabootsen omdat de kunstmatige intelligentie die hen aanstuurt een gigantische hoeveelheid tekst tot zijn beschikking heeft, meestal afkomstig van het internet.’

    Technologiebedrijven zijn nogal geheimzinnig over welke input ze hun AI-systemen geven. The Washington Post heeft een van deze datasets geanalyseerd om volledig te onthullen welke websites in de trainingsdata van een AI worden opgenomen. Uit het onderzoek bleek dat de dataset voornamelijk bestaat uit websites uit de journalistiek, entertainment, softwareontwikkeling, geneeskunde en contentcreatie. De drie sites die verantwoordelijk zijn voor de meeste data waren patents.google.com, met tekst van octrooien van over de hele wereld; wikipedia.org, de gratis online encyclopedie; en scribd.com, een digitale bibliotheek op abonnementsbasis.

    Opvallend is dat ook websites die zich bezighouden met illegale activiteiten en websites met privégegevens deel uitmaken van de trainingsdata. Zo zijn er sites voor piraterij en namaakgoederen aangetroffen, evenals databases met gegevens van Amerikaanse kiezers. 

    Daarnaast zijn sommige websites met potentieel aanstootgevende inhoud niet correct gefilterd uit de trainingsdata, waaronder de extreemrechtse site stormfront.org. De auteurs van het WSJ-artikel waarschuwen daarom voor privacykwesties en mogelijke verspreiding van vooroordelen, propaganda en desinformatie door AI-chatbots. 

    Gezien het toenemende belang van AI-modellen in ons dagelijks leven zouden bedrijven transparanter moeten zijn over de inhoud van hun trainingsdata, stelt The Wall Street Journal. Als wij als gebruikers niet weten met welke data een AI is getraind, kunnen we ook niet de betrouwbaarheid van de output van een AI vaststellen.

    Hoe gaat AI de manier waarop we werken veranderen?

    ‘Van landbouw en onderwijs tot gezondheidszorg en het leger, kunstmatige intelligentie staat op het punt de werkplek ingrijpend te veranderen. Maar kan het een positieve impact hebben – of staat ons een duistere toekomst te wachten?’ vraagt Philippa Kelly van The Guardian zich af. 

    Volgens Philip Torr, hoogleraar technische wetenschappen aan de Universiteit van Oxford, wordt de soep niet zo heet gegeten. Kelly ging te rade bij Torr, die stelt dat de feilbaarheid van AI-tools – die niet worden gedreven door emotie, maar door gegevens en algoritmen – betekent dat menselijke arbeid essentieel zal blijven. ‘Industriële revoluties in het verleden hebben doorgaans geleid tot meer werkgelegenheid, niet minder,’ aldus Torr tegen The Guardian. ‘Ik denk dat we het type banen zullen zien veranderen, maar dat is een natuurlijke ontwikkeling.’

    Uit een recente raming van Goldman Sachs komt naar voren dat generatieve AI, zoals ChatGPT, taken zou kunnen automatiseren die overeenkomen met 300 miljoen voltijdse banen wereldwijd, schrijft The New York Times. De hoogste baas van IBM zei al eerder tegen de krant dat hij verwacht dat AI een grote impact zal hebben op hoogopgeleid werk, waardoor tot 30 procent van de functies overbodig wordt en nieuwe functies worden gecreëerd. 

    De Amerikaanse universiteit MIT, zo haalt The New York Times aan in een ander artikel, voerde onlangs een onderzoek uit naar de impact van ChatGPT op werk in human resources en marketing. De deelnemers kregen taken die doorgaans twintig tot dertig minuten duren, zoals het schrijven van nieuwsberichten en korte rapporten. Degenen die ChatGPT gebruikten voltooiden de opdrachten gemiddeld 37 procent sneller dan degenen die dat niet deden – een aanzienlijke productiviteitsverhoging. Ook meldden zij een toename van 20 procent in werktevredenheid.

    Een andere studie, die NYT aanhaalt, onderzocht het effect van generatieve AI op softwareontwikkelaars. In een onderzoek uitgevoerd door GitHub voltooiden ontwikkelaars die werden aangemoedigd het programma Copilot te gebruiken, de basale taak die ze kregen opgedragen 55 procent sneller dan degenen die de opdracht handmatig uitvoerden.

    DALL·E 2023 05 31 14.50.49 Visualize how AI works in an colourful artwork
    Deze afbeelding is gegenereerd door DALL.E, aan de hand van de volgende opdracht: ‘Visualiseer hoe AI werkt in een kleurrijk kunstwerk.’ DALL.E is een AI-software gemaakt door OpenAI, het bedrijf achter ChatGP. – © 360 Magazine

    Volgens het rapport van Goldman Sach kan generatieve AI de groei van de Amerikaanse arbeidsproductiviteit in tien jaar tijd met bijna 1,5 procentpunt per jaar doen toenemen en het jaarlijkse wereldwijde bruto binnenlands product met 7 procent kunnen verhogen. Ook zou het kunnen leiden tot voorheen ondenkbare creatieve beroepen.

    Maar voor veel werknemers zal de onzekerheid wat betreft werk en inkomen enorm groeien, aldus NYT. Volgens een studie van onderzoekers van het Massachusetts Institute of Technology en de Universiteit van Boston is automatisering een belangrijke motor van inkomensongelijkheid in Amerika. Volgens hun schattingen is 50 tot 70 procent van de veranderingen in de Amerikaanse loonstructuur sinds 1980 te wijten aan inkomensverlies onder arbeiders en kantoorpersoneel als gevolg van automatisering.

    ‘Hoewel de makers van AI de nadruk leggen op het potentieel van de technologie om werkgelegenheid te creëren, zullen veel werknemers die op zoek gaan naar een nieuwe baan die goed betaalt en voldoening geeft, te maken krijgen met een ontwrichte arbeidsmarkt’, concludeert Emma Goldberg van The New York Times

    Hoe gaat AI de politiek veranderen? 

    ‘Afhankelijk van wie je het in de politiek vraagt, zal de plotselinge vooruitgang in kunstmatige intelligentie de Amerikaanse democratie ten goede veranderen of haar ondergang bewerkstelligen’, schrijft Russel Berman van The Atlantic. ‘Momenteel zijn de doemdenkers luider. Stemvervalsingstechnologie en deepfakevideo’s jagen campagnestrategen angst aan.’

    Er is echter ook een kamp dat denkt dat AI de kosten van campagnevoeren drastisch naar beneden kan brengen. Dit is vooral een belangrijke factor in de VS, waar veel geld nodig is om aan verkiezingen deel te nemen en kiezers achter je te krijgen. ‘Het resultaat zou een meer open en toegankelijke democratie kunnen zijn, waarin kleine, sobere campagnes kunnen concurreren met goed gefinancierde giganten’, aldus Berman. 

    Volgens de Atlantic-redacteur is het gebruik van generatieve AI-software zoals ChatGPT en DALL-E om digitale advertenties te maken, teksten te corrigeren en zelfs persberichten en fondsenwervingspraatjes te schrijven al gemeengoed in politieke campagnes in de VS. De Republikeinen hebben zelfs al een video uitgebracht die gemaakt is met door AI gegenereerde beelden om een dystopische toekomst voor te stellen als Biden opnieuw president wordt in 2024.

    Dit creëert ook het risico dat met weinig middelen geloofwaardig nepnieuws en -video’s kunnen worden verspreid die de verkiezingen drastisch kunnen beïnvloeden. Zo zou ‘een overtuigende deepfake kunnen worden gepubliceerd aan de vooravond van de verkiezingen, waardoor er te weinig tijd is om het bericht op grote schaal te ontkrachten’, aldus Berman. 

    ANP 469889073
    De Spaanse premier, Pedro Sánchez (rechts), ontmoette de CEO van OpenAI, Sam Altman (links), in Madrid op 22 mei. Tijdens de bijeenkomst bespraken ze de noodzaak van een wereldwijd agentschap dat toezicht houdt op kunstmatige intelligentie. – © Fernando Calvo / EPA

    AI kan niet alleen worden toegepast in politieke campagnes, maar ook in beleid. ‘De fundamenten van beleidsvorming – in het bijzonder het vermogen om patronen van behoeften waar te nemen, op bewijs gebaseerde programma’s te ontwikkelen, resultaten te voorspellen en de effectiviteit te analyseren – vallen precies in de sweet spot van AI’, aldus het managementadviesbureau BCG in een paper die in 2021 werd gepubliceerd.’ Maar dit is niet zonder risico’s, volgens The Guardian.

    Zo kunnen er vooroordelen bestaan in AI-systemen. ‘Algoritmen zijn slechts zo goed als de gegevens waarop ze zijn gebaseerd, en het probleem met de huidige AI is dat deze is getraind op gegevens die onvolledig of niet representatief zijn. Het risico op vooroordelen of oneerlijkheid is behoorlijk groot,’ zegt ook Darrell West, senior fellow bij het Center for Technology Innovation van het Brookings Institute tegen de Britse krant. Een ander risico is dat als overheden meer data gaan verzamelen over hun burgers om AI te trainen, deze data kunnen uitlekken of in de toekomst kunnen worden gebruikt om burgers te manipuleren. 

    Om willekeur in door AI-gestuurd beleid te voorkomen pleit Walter Isaacson in The Wall Street Journal voor een betere verhouding tussen mens en machine. ‘Het doel moet zijn ervoor te zorgen dat onze machines altijd verbonden zijn met menselijk handelen. Op zijn minst zou dat ervoor zorgen dat echte mensen verantwoordelijk en aansprakelijk zijn voor wat de machines doen. En in het beste geval zou het de kans verkleinen dat deze systemen op hol slaan en als het ware een eigen leven gaan leiden.’ 

    Geen wonder dat er zowel techondernemers als politici oproepen om AI beter te reguleren. Zo ondertekenden verschillende experts en publieke figuren deze week een statement van het Center for AI Safety, waarin zij de risico’s van AI aan de kaak stellen.

    Voor deze nieuwsbrief is gebruikgemaakt van DeepL als hulpmiddel bij het vertalen van citaten en ChatGPT voor het samenvatten van artikelen en als sparringpartner. Alle tekst is evengoed geschreven door een persoon en gecontroleerd door verschillende andere personen. 

    Lees ook:

  • Selfmade miljardair Elizabeth Holmes in de gevangenis

    Selfmade miljardair Elizabeth Holmes in de gevangenis

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Tientallen gevangenen overleden in El Salvador sinds uitroepen noodtoestand

    » Moskou: Oekraïne voerde grootste droneaanval tot nu toe uit op Rusland

    Holmes is veroordeeld tot elf jaar cel vanwege fraude

    Elizabeth Holmes, de oprichter van de frauduleuze start-up Theranos, heeft zich woensdag gemeld in een vrouwengevangenis in Texas. Dat schrijft The New York Times. Holmes werd eerder veroordeeld tot elf jaar gevangenisstraf vanwege fraude met haar bedrijf, in wat wordt gezien als een van de meest emblematische zaken rondom oplichting in Silicon Valley.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Holmes richtte Theranos in 2003 op, een bedrijf dat in korte tijd miljarden dollars waard werd vanwege de belofte dat het met een unieke testmethode via een druppel bloed de meest uiteenlopende ziekten kon detecteren. Uiteindelijk bleek uit onderzoek dat deze testmethoden gekopieerd waren van reeds bestaande apparatuur en veel ziekten niet gedetecteerd werden. Investeerders hadden desondanks honderden miljoenen geïnvesteerd.

    Deze geldschieters raakten hun investering kwijt en patiënten waren opgelicht met onjuiste en onnauwkeurige testresultaten. Holmes probeerde haar gevangenisstraf meerdere malen uit te stellen door in beroep te gaan en bodemprocedures te starten, maar moest zich dinsdag uiteindelijk toch melden.

    Lees ook:

  • Moeten AI-chatbots dezelfde rechten krijgen als mensen?

    Moeten AI-chatbots dezelfde rechten krijgen als mensen?

    De doorbraak van ChatGPT en de razendsnelle ontwikkeling van AI roept nieuwe ethische vraagstukken op. Wanneer moeten we chatbots als mensen behandelen? En kunnen we kunstmatige intelligentie aansprakelijk stellen als die een fout maakt?

    Een software-ingenieur van Google deed vorig jaar een bijzondere bewering: dat een door dit bedrijf ontwikkelde AI-chatbot een bewustzijn, het recht om als een persoon te worden gezien en misschien zelfs een ziel had. Na een volgens Google ‘langdurige dialoog’ met de betreffende werknemer over deze kwestie werd hij door het bedrijf ontslagen. Dat is waarschijnlijk niet het laatste voorval in zijn soort. Kunstmatige intelligentie kan nu al essays schrijven, winnen met schaken, mogelijke tumoren detecteren en zakelijke besluiten nemen. Dat is slechts het begin van een technologie die alleen maar krachtiger en breder verbreid zal worden en zo de aloude vrees voedt dat de robots ons op een goede dag voorbij zullen streven.

    De vraag of ze rechten moeten krijgen, wordt prangender door de plotse doorbraak van ChatGPT en het met AI uitgebreide Bing (de zoekmachine van Microsoft), die de wereld verrassen met de kwaliteit van hun antwoorden op de vragen van gebruikers. Nu wordt door juristen, filosofen en robotdeskundigen al jaren over deze kwesties gedebatteerd. En de algemene teneur van dat debat is dat er rechten moeten worden toegekend aan kunstmatige intelligentie zodra die een bepaalde mate van verfijning bereikt. ‘Het zou een ethisch fiasco zijn,’ schrijven de filosofen Eric Schwitzgebel en Mara Garza in een artikel uit 2015, ‘als onze maatschappij in de toekomst grote aantallen AI’s van menselijk niveau bouwt die over net zoveel bewustzijn beschikken als wij, net zo bezorgd zijn over hun toekomst en net zo goed in staat tot het ervaren van vreugde en pijn, en die AI’s vervolgens op triviale gronden simpelweg worden gemarteld, tot slaaf gemaakt en gedood.’

    Lees ook:

    Deze opvatting berust vooral op de verwachting dat robots zoiets als bewustzijn kunnen ontwikkelen: het vermogen om dingen waar te nemen en te voelen. De vraag is of een artificieel brein ooit echt zover kan komen, of dat het hooguit een bewustzijn kan nabootsen, zoals nu nog het geval lijkt te zijn. 

    Als robots al rechten krijgen, zegt David J. Gunkel, de schrijver van Robot Rights (2018) en andere boeken over dit thema, zal dat eerst gaan om het soort elementaire bescherming tegen mishandeling dat dieren op veel plaatsen nu al genieten. Net als dieren zou je robots kunnen zien als wat filosofen wel ‘morele patiënten’ noemen: wezens die recht hebben op een ethische behandeling, los van de vraag of ze aan de taken en verplichtingen van een ‘morele actor’ kunnen voldoen. Je hond is een morele patiënt, en jijzelf ook. Maar jij bent ook een morele actor: iemand die in staat is onderscheid te maken tussen goed en kwaad en daarnaar te handelen.

    Verantwoordelijkheid

    Levende dieren hebben natuurlijk een bewustzijn, terwijl kunstmatige intelligentie, ook in de machines die wij robots noemen, alleen bestaat in de vorm van regels computercode. Toch zullen mensen misschien minder snel overgaan tot geweld, schelden of intimidatie bij wezens die bewustzijn lijken te hebben – uit empathie, of uit angst dat zulk gedrag tot algemene verruwing kan leiden. Dat is een tweede argument voor het toekennen van robotrechten. Kate Darling, onderzoeker aan het MIT, denkt dat het voorkomen van geweld tegen robots die sociale interacties met mensen hebben (en antropomorf reageren) ook kan helpen te voorkomen dat mensen afgestompt raken over geweld tegen elkaar. Ze schrijft dat Kant immers al zei dat ‘wie dieren wreed behandelt, ook in de omgang met mensen verhardt’.

    Het pleidooi voor robotrechten zal waarschijnlijk aan kracht winnen naarmate kunstmatige intelligentie verfijnder wordt. Dat voert naar een derde argument voor het toekennen van rechten: dat robots steeds meer in staat zullen zijn tot autonoom handelen, en daarmee enerzijds verantwoordelijk gehouden kunnen worden voor hun gedrag, en anderzijds een eerlijke berechting verdienen. Als het eenmaal zover is, zouden robots morele actoren zijn – die dan weleens aanspraak zouden kunnen maken op de bijbehorende rechten, zoals het recht op eigendom, op het sluiten van juridische overeenkomsten en zelfs op het uitbrengen van een stem. 

    Sommige deskundigen voorspellen de opkomst van een nieuwe tak van wetgeving om robots rechtsbescherming te bieden en ter verantwoording te kunnen roepen. Er wordt nu al nagedacht over of je robots juridisch aansprakelijk moet maken als ze iets verkeerd doen, en wat dan passende straffen zouden zijn.

    Als wij maar aardig voor robots zijn, zijn zij het straks misschien ook voor ons als ze de macht overnemen

    Er is een ander argument voor robotrechten dat nog meer op eigenbelang leunt: als wij maar aardig voor hen zijn, zijn zij het straks misschien ook voor ons als ze de macht overnemen. Door onszelf niet als heersers over de aarde te beschouwen, maar als onderdeel van een harmonieus moreel ecosysteem, ‘reserveren we een plekje voor onszelf in een wereld met een hypothetische entiteit die sterker is dan wij’, zegt Brian Christian, die bestsellers schrijft over de manier waarop mensen en computers elkaar beïnvloeden.

    Sherry Turkle, die als hoogleraar aan MIT onderzoek doet naar de sociologie van de technologie, is afkerig van het idee om robots als personen te beschouwen. Robots, zegt ze, zijn geen ‘morele wezens. Het zijn intelligente, handelende voorwerpen.’ Wel erkent ze dat wij in onze omgang met robots de neiging hebben ze als levende wezens te behandelen, ook al zijn ze het niet. 

    Wat voor nieuwe normen er in onze robottoekomst waarschijnlijk zullen ontstaan, liet Kate Darling van MIT zien aan de hand van een workshop waarin de deelnemers mochten spelen met Pleo’s, ‘schattige robotdinosaurussen ter grootte van een kleine kat’. Toen de deelnemers na afloop werd verzocht hun Pleo vast te binden en af te maken, ‘leidde dat tot consternatie en weigerden veel deelnemers hun robot “pijn” te doen, ze beschermden ze zelfs fysiek,’ zegt ze. Eén deelneemster haalde de batterijen uit haar Pleo om hem ‘de pijn te besparen’, ook al wisten alle deelnemers dat dit speelgoed was dat niets kon voelen. 

    ‘We antropomorfiseren erop los,’ zegt Gunkel, en hij voegt eraan toe dat dit geen gebrek maar een deugd van de mens is. ‘We projecteren een bewustzijn op onze honden en katten en computers. Dat is een eigenschap die we niet kunnen uitschakelen.’ 

    Uiterlijk

    Hoe wij actoren met kunstmatige intelligentie in de toekomst zullen behandelen, zo merkte de filosoof Sidney Hook in 1959 al op, zal ervan afhangen ‘of ze in uiterlijk en gedrag lijken op andere mensen die we kennen’. Als robots in hun uiterlijk en hun functioneren op mensen lijken, als ze naast ons leven, voor ons zorgen en met ons praten, kan het voor mensen moeilijk worden om hun rechten te onthouden. Wat onderscheidt ons dan immers nog van hen behalve onze herkomst en chemische samenstelling? 

    Als ze eenmaal over voldoende vermogens beschikken, zullen robots dit op een dag zelf bepleiten, en Levy denkt dat de mens tegen die tijd zo met zijn robothelpers vergroeid zal zijn, dat hij ermee instemt. ‘Als een robot uiterlijk alles wegheeft van een mens,’ zegt hij, zullen mensen ‘veel makkelijker accepteren dat de robot een bewustzijn heeft en onze liefde verdient, en dus accepteren dat hij een persoonlijkheid heeft en leeft’. In zijn boek Love and Sex with Robots zegt Levy dat mensen uiteindelijk ook met robots zullen trouwen, net zoals ze nu al huisdieren lijken te adopteren in plaats van kinderen te krijgen. Een intieme relatie tussen mens en robot kan pas bevredigend zijn, zegt hij, als robots over veel persoonlijkheid, gevoeligheid en zelfs autonomie beschikken. Ze zullen er ook heel erg als u en ik moeten uitzien, maar hoogstwaarschijnlijk nog veel beter. Hij stelt zich voor dat zo halverwege deze eeuw het ontstaan van liefdesrelaties tussen mens en robot echt op gang zal komen.

    Lees ook:

  • Microben uit Estland moeten Europa minder afhankelijk maken van Chinese chips

    Microben uit Estland moeten Europa minder afhankelijk maken van Chinese chips

    Voor de groene transitie waar Europa op inzet zijn veel metalen nodig. Het kleine Estland loopt voorop in het duurzaam recyclen van microchips en zet de eerste stap in de richting van een gezamenlijke Europese toeleveringsketen van essentiële grondstoffen.

    ‘Stelt u zich een goudmijn voor waarin elke ton erts een kilo goud bevat,’ zegt Priit Joers. ‘Elk mijnbouwbedrijf zou staan te popelen.’ Hij overdrijft niet: specialisten beschouwen een groeve met 10 gram goud per ton al als een schatkist. Dan moet een kilo echt een klapper zijn. Joers draagt in een kleine emmer een minuscuul deel uit zo’n wonderlijke mijn met zich mee, wanneer hij in Tartu, de tweede stad van Estland, zijn gast ontvangt. Het is restafval van elektrische apparaten in de vorm van elektrische circuits, die eerst door de shredder zijn gegaan en daarna tot een fijn poeder zijn vermalen.

    Overigens is Joers geen mijnbouwkundig ingenieur, maar moleculair bioloog, en werkt hij niet in een groeve, maar in een laboratorium. Wel houdt hij zich bezig met het winnen van goud en andere edelmetalen, want zijn expertise ligt bij het zogenoemde microbiële uitlogen van erts (bioleaching). Bij dit proces wordt het metaal niet, zoals momenteel de gangbare methode is, met behulp van agressieve oplosmiddelen uit erts geïsoleerd. In plaats daarvan laat men micro-organismen het werk doen. Joers en zijn team willen onderzoeken welke bacteriën dat voor welke delfstof het best en het snelst kunnen.

    Op een paar vragen hebben ze al antwoorden gevonden, maar Joers is erop bedacht die voor zich te houden. ‘We zijn in afwachting van een besluit over de octrooiaanvraag voor onze procedure, daarom kan ik niets concreets verklappen,’ zegt hij. Met ‘we’ bedoelt hij het bedrijf Biotatec, waar hij als wetenschappelijk directeur aan verbonden is.

    Grote ambities

    De start-up staat de laatste tijd in het centrum van de belangstelling. Prestigieuze instituties, zoals de Innovatieraad van de Europese Unie en de Estse rijksdienst voor het ondersteunen van nieuwe technologische ontwikkelingen, hebben al ettelijke miljoenen euro’s financiering toegezegd. Verder heeft PricewaterhouseCoopers Biotatec op de lijst van de belangrijkste bedrijven op het gebied van veelbelovende milieutechnologie in de regio Centraal- en Oost-Europa geplaatst.

    Het jonge bedrijf koestert grote ambities: het wil binnen vijf jaar op internationaal niveau een leidende rol spelen binnen de microbiële uitloging, een sector die weliswaar niet nieuw is, maar decennialang een bestaan als muurbloempje heeft geleid.

    Europa zet nu op ambitieuze wijze in op de groene transitie: windmolens, zonnepanelen, een waterstofeconomie, elektrische auto’s. Daar zijn hopen metaal voor nodig, onder meer edelmetalen en zeldzame aardmetalen.

    Hiervoor beschikt Europa echter nog niet over een waardeketen (een eigen keten van grondstoffen tot eindproduct), waardoor het continent afhankelijk is van autoritaire regimes zoals China of Rusland. Wat zeldzame aardmetalen betreft is China momenteel bijvoorbeeld goed voor ongeveer twee derde van de winning van ertsen en ongeveer 85 procent van de verwerkte eindproducten – je kunt dus vooralsnog niet om Beijing heen. De coronacrisis en de Russische invasie in Oekraïne hebben echter laten zien hoe snel er problemen kunnen ontstaan in wereldwijde toeleveringsketens.

    Oftewel: als Europa zijn groene transitie veilig wil stellen, moet het meer zelf gaan produceren in een sector die vaak op gespannen voet staat met het milieubeleid en waarvoor de benodigde installaties dus niet altijd steun vinden bij de bevolking. De technologie van microbiële uitloging biedt oplossingen voor deze problemen.

    Wie niet over een eigen waardeketen beschikt, stelt zich bloot aan problemen of zelfs aan pressie

    Een eerste uitweg ligt in het beter hergebruiken van elektronisch en elektrisch restafval (ook wel e-afval genoemd). Daar kun je niet alleen goud uit halen, maar ook zilver, palladium of platina – dat laatste wordt gezien als het sleutelelement voor een efficiënte waterstofproductie. Van het e-afval waar we reeds over beschikken wordt momenteel slechts ongeveer een vijfde benut, zegt Joers. Dat komt doordat de bestaande methodes voor recycling te traag en te duur zijn. Met optimale microbiële uitloging zou dit proces daarentegen zelfs al op kleine schaal winstgevend zijn, om nog maar te zwijgen over industriële schaal.

    Tegelijkertijd is e-afval niet het enige afval dat Biotatec op het oog heeft. Ook fosforgips en zogenoemde rode modder zijn interessant. Beide zijn industriële restproducten uit de kunstmest- en aluminiumproductie. Alleen in Europa liggen er al miljoenen tonnen van op afvalbergen. Omdat ze giftige en radioactieve materialen bevatten, worden ze nauwelijks hergebruikt, hoewel ze van alles te bieden hebben – onder meer zeldzame aardmetalen. ‘Wat op deze afvalhopen ligt,’ zegt Joers, ‘zou Europa voor de komende decennia onafhankelijk van import kunnen maken.’

    Maar waarom zijn dan niet allang overal in Europa bacteriën aan het werk gezet om de begeerde stoffen uit het industriële afval en e-afval te halen, of zelfs uit ertsvindplaatsen met lage concentraties metaal, waar exploitatie tot nu toe niet loonde? Die vraag dringt zich temeer op omdat de technologie achter microbieel uitlogen welbekend is en in bepaalde gevallen ook al op industriële schaal toegepast wordt.

    Het probleem is dat deze technologie vergeleken met de traditionele aanpak voor uitloging van erts tot dusver te traag en te duur was. Mijnbouwbedrijven zagen daarom geen reden om van hun beproefde methodes over te stappen op een andere technologie of te investeren in nieuwe productielijnen.

    Autarkie

    Maar die redenering begint te rammelen. Om te beginnen hebben de laatste paar jaar bewezen hoe rap het raderwerk van de wereldeconomie tot stilstand kan komen. Wie niet over een eigen waardeketen beschikt, stelt zich bloot aan problemen of zelfs aan pressie. Ten tweede is het waarschijnlijk dat de vraag naar strategische grondstoffen die nodig zijn voor de ‘groene transitie’ zienderogen zal toenemen en de prijzen zal opdrijven, zolang het aanbod de vraag niet kan bijbenen.

    En als Europa bovendien een bepaalde mate van autarkie wil bereiken in de waardeketen, zullen ook milieuvraagstukken een rol gaan spelen. Vergeleken met de klassieke uitlogingsmethodes heeft microbieel uitlogen wat dit betreft evidente voordelen. Ook op het gebied van de snelheid werden in het laboratorium van Biotatec al aanzienlijke vorderingen gemaakt.

    Wist Sirli Sipp Kulli dat dit in het verschiet lag, toen ze ruim tien jaar geleden besloot de traditionele mijnbouw in Estland achter zich te laten en een start-up op te richten die deze weg zou inslaan? ‘Het was intuïtie,’ zegt de gepromoveerde scheikundige van midden veertig, ‘op een of andere manier wist ik gewoon dat dit groots kon worden.’ Vooralsnog moet de laatste stap – toepassing op industriële schaal – nog gezet worden. Maar met de nieuwste generatie bioreactoren staat Biotatec op het punt ook deze horde te nemen en kan het bedrijf aantonen dat hun methode binnen de sector een serieuze concurrent zal worden.

    Daarvoor zou een potentiële industriepartner zowat om de hoek liggen. In het oosten van Estland staat namelijk de enige fabriek van Europa (en tegelijkertijd een van de weinige buiten China) voor het op grote schaal isoleren van zeldzame aardmetalen.

    De Estse Silmet-fabriek verwerkt geconcentreerd erts uit alle delen van de wereld

    Het complex is gebouwd in de periode van de Sovjet-Unie. Die had in de provinciestad Sillamäe een uiterst geheime fabriek voor de vervaardiging van uraniumconcentraat in bedrijf. Later werden daar ook zeldzame aardmetalen gezuiverd. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie werd de Estse fabriek aanvankelijk als staatsbedrijf onder de naam Silmet voortgezet en vervolgens geprivatiseerd.

    Tegenwoordig is Silmet in het bezit van een Canadees concern, dat zowel in China als daarbuiten materialen produceert die in toenemende mate voor de nieuwe milieutechnologieën worden gebruikt. De Silmet-fabriek verwerkt geconcentreerd erts uit alle delen van de wereld en bedient daarmee een klantenbestand dat al net zo internationaal is.

    Daarnaast speelt de wens Estland als investeringsland op te waarderen. In Narva, niet ver van Sillamäe, wil het moederconcern 80 miljoen euro investeren in een fabriek voor de productie en het recyclen van sterke magneten, die in elektrische auto’s en windmolens gebruikt worden. De Estse regering gooit nog zo’n twintig miljoen euro tegen het project aan via het Just Transition Fund van de EU, een financieringsinstrument voor de economische diversificatie van zwakkere regio’s en de bevordering van milieuvriendelijke technologieën.

    Voor de Ida-Viru-regio, die al jaren door industriële teloorgang wordt bedreigd, betekent dat ongeveer duizend nieuwe en zeer gewenste banen. Potentieel worden dat er zelfs nog meer, want een toekomstige uitbreiding van de magnetenfabriek wordt al uitgetekend. Volgens Kristian Järvan, de Estse minister voor Ondernemerschap en IT, komt er op deze manier een geïntegreerde productieketen voor hoogwaardige sterke magneten tot stand, die de EU momenteel nog niet heeft en goed kan gebruiken.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/de-kassandra-van-europa/
  • AI pikt werk in van Kenianen die essays schrijven voor Amerikaanse studenten

    AI pikt werk in van Kenianen die essays schrijven voor Amerikaanse studenten

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Israël viert 75-jarig bestaan te midden van massale protesten

    » Historische poging van Japanse start-up om op de maan te landen mislukt

    Zo’n 90 procent van de studenten maakt gebruik van ChatGPT

    Kenia is een belangrijke hub voor de huiswerkfraude-industrie: freelancers die Amerikaanse studenten helpen met het schrijven van essays en het maken van huiswerk, schrijft Rest of World. De opkomst van AI-tools zoals ChatGPT vermindert de inkomsten van Kenianen die betrokken zijn bij deze vorm van ghostwriting.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Zo sprak de techwebsite met Collins, een zeventwintigjarige Keniaanse ghostwriter voor Amerikaanse studenten. In 2022 verdiende hij nog tussen de 900 en 1200 dollar per maand met zijn werk, inmiddels is dat bedrag gedaald naar 500 tot 800 dollar per maand. Collins brengt dit in verband met de razendsnelle opkomst van ChatGPT en andere generatieve AI-tools.

    In januari 2023 ondervroeg online leerplatform Study meer dan duizend Amerikaanse studenten en meer dan honderd ouders/verzorgers. Zo’n 89 procent van de studenten zei ChatGPT te hebben gebruikt voor hulp bij een huiswerkopdracht. Bijna de helft gaf toe ChatGPT te hebben gebruikt voor een thuistoets, 53 procent had het gebruikt voor het schrijven van een essay, en 22 procent voor het maken van de opzet van een essay.

    Lees ook:

  • Controverse: ‘Als de ontwikkeling van AI uit de hand loopt, gaan we allemaal dood’

    Controverse: ‘Als de ontwikkeling van AI uit de hand loopt, gaan we allemaal dood’

    Sinds onder andere Elon Musk en Yuval Noah Harari een oproep deden voor meer onderzoek en controle voordat AI-systemen als ChatGPT verder worden ontwikkeld, is een fel debat losgebarsten in de internationale pers tussen experts, beleidsmakers en denkers. Moeten we de ontwikkeling van AI stopzetten totdat we de technologie beter begrijpen?

    Op 22 maart publiceerde het Future of Life Institute een open brief waarin werd opgeroepen om de ontwikkeling van AI-systemen voor minstens zes maanden te pauzeren. De ondertekenaars, onder andere techondernemer Elon Musk, Apple-oprichter Steve Wozniak en historicus en schrijver Yuval Noah Harari, vonden dat de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie uit de hand was gelopen en dat er eerst meer onderzoek moest komen naar een veilige en betrouwbare toepassing van de nieuwe technologie. De oproep ontketende een fel debat in de internationale pers tussen voor- en tegenstanders van een pauze.

    Nee: ‘AI zal de mondiale productiviteit verzevenvoudigen’

    ‘De ontwikkeling van kunstmatige intelligentie op pauze zetten is zinloos noch realistisch’, schrijft Ibán García del Blanco, Spaans Europarlementariër voor de sociaaldemocraten, in El País. ‘Ik werk sinds 2019 aan een Europese regeling voor AI en ben me scherp bewust van de enorme risico’s, die vooral te maken hebben met misbruik of kwaadwillig gebruik door een mens of een groep mensen’, aldus García.

    ‘Maar ik ben me ook bewust van de verbazingwekkende sprong in welzijn die deze technologie ons kan brengen. Ik was een paar dagen geleden bij een cardioloog die werkt met AI-modellen voor diagnostiek en hij sprak enthousiast over de patronen die ze ontdekken door analyse van simpele hartslagdata, waarmee in een verbazingwekkend vroeg stadium ziekten kunnen worden gediagnosticeerd. Volgens de meest conservatieve studies zal de massale invoering van AI de mondiale productiviteit verzevenvoudigen’, vervolgt García.

    Ik denk dat het tijd is om debat over AI te democratiseren

    Volgens de Europarlementariër is het een onrealistisch voorstel om de ontwikkeling van AI te pauzeren in het Westen, andere landen zitten immers ook niet stil. ‘Ik ken geen enkel geval in de geschiedenis van de mensheid waarin een technologische of wetenschappelijke ontwikkeling abrupt tot stilstand is gekomen, laat staan teruggedraaid. Ik denk dat het tijd is om debat over AI te democratiseren en grenzen te stellen aan het gebruik, zoals de Europese instellingen doen. Dit debat moet ook op wereldschaal plaatsvinden.’


    Ja: ‘Als we hiermee doorgaan zal iedereen sterven’

    Eliezer Yudkowsky, een toonaangevende Amerikaanse onderzoeker naar AI verbonden aan het Machine Intelligence Research Institute, roept in TIME Magazine niet alleen op tot pauze van de ontwikkeling van AI, maar pleit voor het volledig stopzetten van de technologie.

    ‘De hamvraag is niet intelligentie die kan wedijveren met die van de mens (zoals de open brief [van The Future of Life Institute] stelt), maar wat er gebeurt als AI menselijke intelligentie heeft overstegen’, schrijft Yudkowsky. ‘Als iemand een te krachtige AI bouwt, verwacht ik onder de huidige omstandigheden dat elk lid van de menselijke soort en al het biologische leven op aarde kort daarna sterft.’

    Een AI zou kunstmatige levensvormen kunnen bouwen

    ‘Zonder precisie en voorbereiding is het meest waarschijnlijke resultaat een AI die niet doet wat wij willen’, vervolgt Yudkowsky, ‘en niet om ons geeft, noch om gevoelsleven in het algemeen. Dat gevaar is iets dat we in principe kunnen voorkomen door bepaalde veiligheidsmechanismen in een AI in te bouwen, maar momenteel weten we niet hoe.’

    ‘Een voldoende intelligente AI zal niet lang beperkt blijven tot computers. In de wereld van vandaag kun je DNA-sequenties mailen naar laboratoria die op verzoek eiwitten produceren, waardoor een AI die aanvankelijk beperkt was tot het internet, kunstmatige levensvormen kan bouwen of rechtstreeks kan overschakelen naar postbiologische moleculaire productie’, schetst de AI-expert.

    Totdat we weten hoe we deze situatie kunnen voorkomen, moet er een stop komen op het doorontwikkelen van AI, stelt Yudkowsky. ‘We zijn er nog niet klaar voor. We zijn niet op weg om er binnen afzienbare tijd wel klaar voor te zijn. Als we hiermee doorgaan zal iedereen sterven.’

    Lees ook:

  • Europese Unie gaat 43 miljard euro investeren in chipindustrie

    Europese Unie gaat 43 miljard euro investeren in chipindustrie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Soedan: gevechten gaan door, regeringsleger weigert staakt-het-vuren

    » Netflix stopt na 25 jaar met dvd-verhuur

    De EU wil minder afhankelijk zijn van Aziatische halfgeleiders

    De Europese Unie heeft dinsdag de ‘Chips Act’ gepresenteerd, een plan van 43 miljard euro om de halfgeleiderproductie in Europa te stimuleren, bericht Politico. De investeringen moeten de EU minder afhankelijk maken van Aziatische halfgeleiders. De maatregelen, waaronder soepelere regels voor overheidssubsidies, zouden het marktaandeel van de EU in de sector vergroten tot 20 procent, tegenover 9 procent nu, meldt Politico.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De deal, die weken eerder dan verwacht werd gesloten, is bedoeld om de EU in staat te stellen de achterstand op andere grote chipproducent zoals de Verenigde Staten, Zuid-Korea, Taiwan en China in te lopen, schrijft de nieuwssite. Het plan werd opgesteld in de nasleep van chiptekorten als gevolg van corona, maar het afgelopen jaar hebben de spanningen tussen China en Taiwan het belang van een eigen toeleveringsketen onderstreept.

    ‘Europa neemt zijn lot in eigen handen. Door de markt voor de meest geavanceerde halfgeleiders te controleren, wordt de EU een industriële grootmacht in de economie van de toekomst’, aldus Thierry Breton, Eurocommissaris voor Interne Markt.

    Lees ook:

  • Het geheime ingrediënt dat nepvlees zou kunnen redden: varkensvet uit een laboratorium

    Het geheime ingrediënt dat nepvlees zou kunnen redden: varkensvet uit een laboratorium

    Om onze vleesconsumptie te verminderen is nepvlees nodig dat minstens net zo lekker is als vlees waarvoor een dier is geslacht. Deze Amerikaanse start-up heeft de oplossing: plantaardig vlees met toegevoegd varkensvet dat gekweekt is in een laboratorium.

    Vorige maand werd ik aan een eettafel in een zonnige hotelsuite in New York City volledig verrast door een reepje nepbacon. Ik was er voor de proeverij van een nieuw soort plantaardig vlees. Net als de meeste Amerikanen had ik dat al eens eerder geprobeerd, al had ik er nooit zo’n zin in als in echt vlees. Maar nog voor ik de bacon geproefd of zelfs maar gezien had, wist ik al dat dit anders was. De geur van zout, rook en sissend vet die uit de nabijgelegen keuken kwam leek onmiskenbaar echt. De knapperige baconreepjes zagen er ook echt uit: tijgerstrepen met goudkleurig vet, gepresenteerd op een miniatuur BLT-sandwich. De knapperigheid maakte plaats voor een bevredigende beet, gevolgd door een walnootachtige smaak en de onvergelijkbare sappigheid van dierlijk vet.

    Ik wist dat het geen echte bacon was, maar even tuimelde ik er bijna in. De bacon was inderdaad gemaakt van planten, net als de hamburgers die je kunt kopen van merken als Impossible Foods en Beyond Meat. Maar het was gemengd met echt varkensvet. Nou ja, soort van. Wat door het ‘vlees’ marmerde was niet afkomstig van een geslacht varken, maar van een levend varken waarvan vetcellen waren afgenomen die vervolgens waren opgekweekt in een vat.

    Dat in het lab gekweekte of ‘gecultiveerde’ vet wordt gemaakt door Mission Barns, een startup uit San Francisco die als doel heeft om mensen te overtuigen van de kwaliteit van plantaardig vlees. En het lijkt erop dat veel mensen overtuigd moeten worden. Producenten van plantaardig vlees, voor wie een paar jaar geleden succes verzekerd leek, hebben het nu moeilijk. Toen de nieuwigheid van het ‘bloeden’ van plantaardig eiwitten eenmaal voorbij was, werd het voor consumenten lastiger om de hoge prijs, de matige voedingswaarde en de ‘best-wel-oké’-smaak van plantaardig vlees voor lief te nemen, zeggen voedseldeskundigen. In 2021 en 2022 verloren veel fastfoodketens die ooit een grote rol speelden op dit gebied – Burger King, Dunkin’, McDonald’s – de interesse om het nog te verkopen. In de afgelopen vier maanden hebben de twee meest zichtbare bedrijven die plantaardig vlees maken, Beyond Meat en Impossible Foods, ontslagen aangekondigd.

    Ondertussen ligt de toekomst van andere alternatieven voor vlees – een laboratoriumvariant die moleculair gezien identiek is aan echt vlees – nog minstens enkele jaren in het verschiet, ergens tussen science fiction en werkelijkheid in. Maar we kunnen niet wachten met minder vlees eten. Het is een van de beste dingen die we als burgers kunnen doen voor het klimaat en het neemt ook nog eens de zorgen over dierenleed en gezondheid weg. Vet uit laboratoria zou de brug kunnen zijn. Het wordt op dezelfde manier gemaakt als vlees uit laboratoria, maar is veel eenvoudiger te produceren en kan worden gemengd met bestaande plantaardige voedingsmiddelen, vertelt Elysabeth Alfano, CEO van investeringsbedrijf VegTech Invest. Als zodanig zal het waarschijnlijk veel eerder commercieel beschikbaar worden – misschien zelfs al binnen een paar jaar. Mogelijk is alles wat nodig is om nepvlees te redden slechts een beetje dierlijk vet.

    Mondgevoel

    Dierlijk vet is culinaire magie. Het geeft een hamburger zijn sappigheid en laat een boterachtig laagje achter op de tong. Het ontbreken ervan is de reden dat kipfilet zo flets smaakt. Vet, schreef kok Samin Nosrat in Salt, Fat, Acid, Heat, is ‘de bron van een rijke smaak en van een specifiek gewenste textuur’. Het nepvlees dat nu op de markt is, schiet tekort op het gebied van smaak en textuur. De meeste producten benaderen vlezigheid met een mengsel van plantaardige oliën, smaakstoffen, bindmiddelen en zout, dat zeker vleziger is dan de vroegere burgers van bonen, maar nog verre van perfect. Voedselblog Serious Eats wees bijvoorbeeld op onaangename geuren, althans vóór het koken, zoals die van kattenvoer en kokos. Op moleculair niveau heeft plantaardig vet moeite om zijn dierlijke tegenhanger na te bootsen. Kokosolie, dat vaak wordt gebruikt in plantaardig vlees, is bij kamertemperatuur vast, maar smelt bij relatief lage hitte, zodat het tijdens het koken in de pan achterblijft. Daardoor is het mondgevoel van plantaardig vlees eerder vettig dan weelderig.

    Als we die plantaardige oliën vervangen door gekweekt dierlijk vet, dat bij verhitting zijn structuur behoudt, zouden de smaak en sappigheid behouden blijven die je van echt vlees verwacht, zegt Audrey Gyr. Ze is specialist startupinnovatie bij het Good Food Institute, een non-profit die zich inzet voor vleesalternatieven. In zekere zin is de techniek waarbij dierlijk vet wordt ingezet om planten op smaak te brengen niet nieuw. Kippenvet wordt al sinds lang gebruikt om een rijke nootachtige smaak aan aardappelkoekjes te geven; gesmolten guanciale [Italiaans wangspek] geeft een klassieke pasta amatriciana zijn sappigheid. Plantaardige bacon versterkt met varkensvet volgt dezelfde culinaire traditie, maar is zeer hightech. In enorme bioreactoren worden vetcellen van een levend dier opgekweekt en gevoed met van planten afkomstige suikers, eiwitten en andere groeicomponenten. Na verloop van tijd vermenigvuldigen ze zich tot een massa vetcellen: een zachte, bleke vaste stof met een robuuste smaak, die doet denken aan de witte substantie die om een varkenskarbonade zit of in een biefstuk marmert.

    Zo uit de bioreactor lijkt het vet ‘een beetje op margarine’, zegt Ed Steele, medeoprichter van het in Londen gevestigde bedrijf Hoxton Farms. Het is een ingewikkeld proces, maar wel veel makkelijker dan de ontwikkeling van kweekvlees, waarbij veel celtypen moeten worden omgezet in stijve spiervezels. Vet bestaat maar uit één type cel en is als vormloze klodder het meest bruikbaar. Net als in het menselijk lichaam zijn enkel tijd, ruimte en een gestaag infuus van suikers, oliën en andere vetten nodig, zegt Eitan Fischer, CEO van Mission Barns. De bacon van mijn proeverij was gemaakt door gekweekt vet te mengen met plantaardig eiwit, het mengsel te pekelen en te roken en het vervolgens in baconachtige reepjes te snijden. Door slechts 10 procent gekweekt vet te mengen met plantaardig eiwit kan een product al smaken en aanvoelen als echt vlees.

    Gekweekt vet kan met zijn realistische textuur en smaak het belangrijkste probleem van plantaardig vlees oplossen, namelijk dat het gewoon niet zo lekker is

    Gekweekte vetproducten zijn al in zicht. Mission Barns is van plan zijn gekweekte vet te verwerken in zijn eigen plantaardige producten; Hoxton Farms hoopt zijn vet rechtstreeks te verkopen aan bestaande fabrikanten van plantaardig vlees. Andere bedrijven, zoals de Belgische startup Peace of Meat, het in Berlijn gevestigde Cultimate Foods en het op vis gerichte ImpacFat uit Singapore, werken ook aan hun eigen versies van gekweekt vet. In theorie kan het vet worden gemengd met vrijwel elk soort plantaardig vlees, zoals vleesklompjes, worstjes of paté. In de VS ligt de weg naar de markt al open. Afgelopen november kreeg gekweekte kip van de Californische startup Upside Foods toestemming van de Food and Drug Administration (FDA); nu is het wachten op aanvullende toestemming van het ministerie van Landbouw. In afwachting van wettelijke goedkeuring zegt Mission Barns klaar te zijn om haar producten in een paar supermarkten en restaurants te lanceren. Daaronder ook een overtuigende, varkensvleesachtige gehaktbal op plantaardige basis die ik ook op de proeverij heb geprobeerd. In afwachting van de FDA-toestemming moest ik een aansprakelijkheidsverklaring ondertekenen voordat ik mocht proeven.

    Ik verliet de proeverij met dierlijk vet op mijn lippen en een nieuwe overtuiging in mijn hoofd: voor de juiste prijs zou ik deze bacon kopen in plaats van het gewone spul. Omdat gecultiveerd vet kan worden gemaakt zonder dieren te schaden – de vetcellen in de bacon die ik proefde waren afkomstig van een vrolijk scharrelvarken genaamd Dawn, aldus een pr-medewerker van Mission Barns – kan het aantrekkelijk zijn voor flexitariërs zoals ik, die gewoon minder vlees willen eten.

    Hoewel er geen garantie is dat het thuis net zo goed zou smaken als na de bereiding door de privékok van Mission Barns, kan gekweekt vet met zijn realistische textuur en smaak het belangrijkste probleem van plantaardig vlees oplossen, namelijk dat het gewoon niet zo lekker is. Volgens Jennifer Bartashus, analist verpakte levensmiddelen van Bloomberg Intelligence, is gekweekt vet ‘de volgende stap in het smakelijker maken van milieuvriendelijk voedsel voor de doorsneeconsument’.

    Pakkende naam

    Maar gekweekt vet heeft wel nog steeds te kampen met enkele van dezelfde problemen die ons van plantaardig vlees hebben afgehouden. De huidige producten op de markt zijn niet bijzonder gezond en gekweekt vet zou daar niets aan veranderen. Het opbouwen van consumentenvertrouwen en vertrouwdheid met de producten kan ook een probleem zijn. Sommige mensen zijn huiverig voor plantaardige producten omdat ze niet weten waar ze van gemaakt zijn. Het meer complexe begrip ‘gekweekt vet’ is op z’n best net zo onappetijtelijk. ‘We weten nog steeds niet precies hoe de consument zal denken over gekweekt vet,’ zegt Gyr. Een pakkende naam voor deze producten zou zeker helpen, maar het kost me moeite om een omschrijving te vinden die minder stroef klinkt dan ‘plantaardig vlees op smaak gebracht met gekweekt dierlijk vet’. Tenzij bedrijven met gecultiveerd vet hun marketing echt goed aanpakken, zouden ze wel eens dezelfde weg kunnen afleggen als ‘gemengd vlees’– mengsels van plantaardig eiwit en echt vlees die in 2019 werden geïntroduceerd door drie vleesbedrijven, wat ‘nogal een mislukking’ was, aldus Gyr.

    Het belangrijkst is echter de prijs ten opzichte van die van traditioneel vlees. De hogere kosten van plantaardig vlees zijn deels de oorzaak van de ineenstorting van de sector, en producten met gekweekt vet zullen in de nabije toekomst waarschijnlijk niet goedkoper worden. Fischer, van Mission Barns, zegt dat de huidige kleine productieschaal van zijn bedrijf de producten ‘vrij duur’ maakt in vergelijking met traditionele vleesproducten. Steele van Hoxton Farms zegt te hopen dat bedrijven die gekweekt vet in hun plantaardige vleesrecepten gebruiken niet meer hoeven uit te geven dan nu.

    Ondanks deze obstakels is geteeld vet veelbelovend voor de kwijnende plantaardige vleesindustrie, omdat het absoluut lekker is. Gekweekt vet zou ‘kunnen leiden tot een nieuwe ronde van innovatie die weer consumenten zal aantrekken’, aldus Bartashus. Plantaardig en echt vlees zullen immers rond 2026 op een gelijke prijs kunnen uitkomen, waardoor mogelijk meer bedrijven geïnteresseerd zullen raken in de vleesalternatieven. Gekweekt vet zou ons warm kunnen maken voor de toekomst van volledig gekweekt vlees. En na verloop van tijd kan een in het laboratorium gekweekte kipfilet net zo saai worden als gewone kipfilet.

    Tot nu toe kende ik alleen een wereld waarin dierlijk vet van geslachte dieren kwam. Dat is aan het veranderen

    Aan het enthousiasme over gekweekt vet, en nepvlees in het algemeen, hangt een uitgesproken techno-optimistisch tintje – alsof het gemakkelijk zal worden om alle vleeseters over te halen om in baconvet gehulde planten te omarmen. ‘Uiteindelijk is ons doel om de huidige conventionele vleesprijzen te overtreffen, of het nu gaat om gehaktballen of bacon,’ aldus Fischer. Maar zelfs nu de problemen rond het eten van vlees alleen maar duidelijker zijn geworden, blijft de consumptie ervan in de VS stijgen. Mondiaal gezien zal de vleesconsumptie in landen als India en China de komende jaren naar verwachting explosief stijgen. Gekweekt vet biedt de consument op zijn minst een andere optie. Biefstuk bij de ene maaltijd en plantaardig vlees bij de volgende kan al als winst worden gezien.

    Sinds de proeverij heb ik vaak nagedacht over de reden waarom de bacon me zo perplex deed staan. Knagend op de knapperige gouden rand van een van de reepjes wist ik dat ik echt baconvet at. Maar mijn hersenen worstelen nog steeds met het idee dat het niet rechtstreeks van een stuk varkensvlees afkomstig was. Tot nu toe kende ik alleen een wereld waarin dierlijk vet van geslachte dieren kwam. Dat is aan het veranderen. Als gekweekt vet de tijd kan overbruggen totdat vlees werkelijk in een laboratorium kan worden gekweekt, hebben deze nieuwe producten hun steentje al bijgedragen. En in de tussentijd vinden we ze misschien wel goed genoeg.

    Lees ook:

  • Europa legt het af tegen de Verenigde Staten in de strijd om kernfusie

    Europa legt het af tegen de Verenigde Staten in de strijd om kernfusie

    Kernfusie zou binnen enkele decennia kunnen uitgroeien tot een onuitputtelijke bron van schone energie. Maar de veelbelovendste projecten voor deze nieuwe manier van kernenergie opwekken lijken allemaal naar de Verenigde Staten te trekken.

    De resultaten die het Amerikaanse Lawrence Livermore National Laboratory (LLNL) boekt met kernfusie hebben ook Europa opgeschrikt. De doorbraak in de VS houdt namelijk evengoed een boodschap in voor ons: we kunnen ons beter richten op experimenteren en participeren dan op verbieden en stopzetten. Zodat de ‘toekomst van energie’ ook made in EU zal zijn.

    Het criterium is de dynamiek in de VS. Daar is kernfusie een zaak voor het allerhoogste niveau. President Joe Biden zette de technologie in maart van dit jaar centraal op een topbijeenkomst van onderzoekers, ondernemers, ambtenaren en politici in het Witte Huis. Zijn regering deelt de waarneming van veel wetenschappers en zakenlieden dat kernfusie na tientallen jaren weleens vlak voor een doorbraak zou kunnen staan.

    ‘Wanneer de geschiedenisboeken over de fusietechnologie eenmaal geschreven zijn, zullen de achter ons liggende twaalf maanden worden gezien als een keerpunt waarop duidelijk werd dat de fusietechnologie zich uit de laboratoria naar de markt gaat bewegen’, schrijft de Fusion Industry Association in haar in juli verschenen jaarverslag 2022.

    Zonnevuur

    Anders dan bij kernsplitsing draait het bij kernfusie om het samensmelten van atoomkernen van een stof tot de kern van een andere stof. Uit waterstof wordt helium gemaakt. Een proces dat in de natuur op deze wijze alleen in sterren zoals de zon voorkomt. Daarom wordt bij kernfusie ook wel van zonnevuur gesproken. Deze vorm van kernenergie geldt als schoon, klimaatneutraal en vrijwel onuitputtelijk.

    ‘Het publieke onderzoek heeft veel tijd en weinig geld, de industrie veel geld maar weinig tijd’

    En dus hebben de VS grote plannen: binnen de komende tien jaar moeten in het hele land diverse fusiepilotcentrales met uiteenlopende grootte en technologie van de grond komen. De voortekenen zijn gunstig. Enerzijds maakt de wetenschap grote vorderingen en pompt de regering veel geld in onderzoek. Zo accordeerde het Congres onlangs een programma van 713 miljoen dollar voor onderzoek en bouw, waarvan 50 miljoen voor public-privatepartnership. De klimaatmaatregelen uit de Inflation Reduction Act voegen daar nog eens een geldstroom van honderden miljoenen voor fusieprojecten aan toe. Anderzijds zijn de VS ook het land van de vrije markt – en die zet er vaart achter. De Duitse hoogleraar natuurkunde, laseronderzoeker en oprichter van de Duits-Amerikaanse fusiestart-up Focused Energy Markus Roth zegt: ‘Het publieke onderzoek heeft veel tijd en weinig geld, de industrie veel geld maar weinig tijd.’ Bij het omzetten van de resultaten van fundamenteel onderzoek in praktische toepassingen staan de Amerikanen met hun pragmatische aanzet ook in het geval van kernfusie aan de top. 

    Van de drieëndertig bedrijven wereldwijd die werken aan de ontwikkeling van bruikbare kernfusietechnologieën zijn er eenentwintig gevestigd in de VS. Technologiemiljardairs met ook maar een beetje gevoel van eigenwaarde permitteren zich investeringen in een kernfusiestart-up. Of het nu om Jeff Bezos gaat, Bill Gates, Peter Thiel, John Doerr, George Soros, Dustin Moskovitz (Facebook) of Reid Hoffman (LinkedIn) – ze doen allemaal mee. Over de hele wereld hebben kernfusie-ondernemingen dit jaar 4,74 miljard dollar aan kapitaal van private investeerders aangetrokken. De grootste onder hen kunnen terugvallen op comfortabele kapitaalreserves. Commonwealth Fusion, dat in 2018 als spin-off van het Massachusetts Institute of Technology ontstond, wist dankzij Gates, Doerr en Salesforce-oprichter Marc Benioff ruim 2 miljard dollar binnen te halen. Het door Thiel en Moskovitz gesteunde Helion verzekerde zich van 2,2 miljard dollar.

    Tegenvallers

    In de zomer leverde behalve Google en Chevron ook het Japanse Sumitomo Corp een bijdrage aan de financiering van de Amerikaanse start-up TAE Technologies. Het wil op industriële schaal fusiereactoren fabriceren en die vanaf 2030 aansluiten op de elektriciteitsvoorziening. Google is al sinds 2014 bij het bedrijf betrokken en voorziet het van computertechnologie en kunstmatige-intelligentiesystemen.

    En in Europa? Wie zijn oor te luisteren legt stuit allereerst op het mammoetproject ITER in Zuid-Frankrijk. De oorsprong ervan gaat terug tot de tijd van de Koude Oorlog. Een gigantisch project dat zich echter al lange tijd voortsleept. Nog altijd zijn Europeanen, Amerikanen, Russen en Chinezen betrokken bij de bouw van de testreactor. Anders dan het project aan het Lawrence Livermore werkt ITER niet op basis van laser- maar van magneettechnologie. Een tot 100 miljoen graden Celsius verhit plasma wordt door magneten vrij zwevend in de lucht gehouden om via een complex procedé waterstof samen te smelten tot helium. Bij ITER is telkens weer sprake van tegenvallers. Ook liepen de kosten geregeld uit de hand. De reactor is sinds 2007 in aanbouw en moet halverwege dit decennium klaar zijn, in het komende decennium een kernfusie tot stand brengen en vanaf 2050 in serie kunnen worden geproduceerd.

    ‘Revolutionair’ en ‘bemoedigend’ noemt ITER de resultaten uit de VS. Maar qua commerciële toepasbaarheid ziet men daar nog altijd meer in de eigen opzet. Andere projecten, ook in Europa, beloven sneller te leveren dan ITER. Naast de eveneens op magneettechnologie gebaseerde en met publiek geld gefinancierde projecten Jet in Engeland, Wendelstein 7-X en Asdex in Duitsland spelen met Marvel Fusion en Focused Energy ook twee Duitse start-ups een vooraanstaande rol op het wereldwijde fusietoneel.

    Ook het Münchense Marvel Fusion sluit niet uit een geplande demonstrator in de VS te bouwen

    Zij maken gebruik van de laseropzet en zitten met hun methodiek dicht bij wat de Amerikanen bij het LLNL doen. ‘Dat is een fantastisch resultaat,’ zegt Markus Roth, hoogleraar natuurkunde aan de TU Darmstadt en oprichter van Focused Energy. ‘Het laat zien dat we op de goede weg zijn.’ Roth werkte enkele jaren bij het Lawrence Livermore en trekt voor zijn start-up nu een hele reeks toponderzoekers aan, onder wie twee wetenschappers van het LLNL.

    Zijn team werkt momenteel aan de ontwikkeling van een klein proef- en een wat groter teststation. De standplaats van het proefstation wordt Texas, terwijl het teststation mogelijk in Darmstadt komt. Wel heeft Washington al duidelijk zijn interesse in dit tweede station laten blijken en nodigde het deze zomer vertegenwoordigers van de start-up uit in het Witte Huis. Aan het eind van dit decennium wil het team van Roth beide stations operationeel hebben. De kosten daarvan kunnen al met al oplopen tot meer dan 2 miljard euro.

    Ook het Münchense Marvel Fusion sluit niet uit een geplande demonstrator in de VS te bouwen. Sinds de oprichting hebben de Münchenaren tot nog toe 65 miljoen euro bijeengebracht – volledig privaat kapitaal, zoals directeur ir. Heike Freund benadrukt. Zij hoopt voor operationalisering nu ook op politieke rugwind uit Europa, waar de publieke investeringen zich tot nog toe vooral concentreerden op ITER, met bouwkosten die tot 45 procent worden betaald door de EU. De start-up werkt samen met concerns als Trumpf, Siemens Energy en Thalens. Om binnen een termijn van ongeveer tien jaar fusiereactoren in serie te kunnen fabriceren, moeten er nog heel wat stappen worden gedaan.  

    Verwijzend naar het Roemeense Magurele (waar momenteel een sterke laserinstallatie van de grond komt) en de gigantische behoefte aan schone en betrouwbare energie geloven ze zowel bij Marvel Fusion als bij Focused Energy in Europa’s potentieel. ‘Het zal er niet vandaag of morgen zijn, maar als wij nu niet investeren, zal het er over tien jaar ook niet zijn,’ aldus Freund.

    Lees ook:

  • Groene energie als er geen zon en wind is? Dit Duitse bedrijf heeft de oplossing

    Groene energie als er geen zon en wind is? Dit Duitse bedrijf heeft de oplossing

    De overstap naar hernieuwbare energiebronnen slaagt alleen als we de elektriciteit uit zon en wind kunnen opslaan. Zijn de ijzer-zoutbatterijen van start-up VoltStorage uit München de ontbrekende bouwsteen voor de energietransitie?

    In de kelder bij hem thuis zette Michael Peither zijn eerste laboratorium op. Als student elektrotechniek begon hij bij het licht van een neonbuis te experimenteren met water, zout en metaal. Zijn doel was een vloeibare batterij te construeren waarin de energie van de zonnepanelen op het dak kon worden opgeslagen. Met een doe-het-zelfhandleiding van internet ging Peither aan de slag. Zonder resultaat. Zijn eerste batterij functioneerde prima, maar had onvoldoende capaciteit om de elektriciteit van de zonnepanelen op te slaan.

    Peither gaf niet op. Vooral omdat hij niet alleen was geïnteresseerd in de elektriciteit van zijn eigen dak. Met zijn zelfgemaakte batterij wilde hij een fundamenteel probleem van de energietransitie oplossen. Want hoe meer wordt ingezet op hernieuwbare energiebronnen, hoe meer opslagcapaciteit er nodig is. Alleen daarmee kunnen we ons ook van elektriciteit uit zonne- en windenergie voorzien wanneer de zon niet schijnt en er niet genoeg wind is. Er zijn wel bestaande technologieën, maar geen daarvan heeft echt voet aan de grond gekregen. Als alleen de elektriciteit uit de bestaande opslagfaciliteiten voor hernieuwbare energie zou worden gebruikt, gaat in het ergste geval al na een half uur het licht uit.

    Spoedcursus

    Acht jaar na de eerste experimenten in zijn kelder staan Peither en zijn start-up VoltStorage op het punt om in elk geval een deel van de oplossing voor dit probleem te realiseren. Om aan zijn batterij te kunnen blijven sleutelen, nam hij indertijd een semester vrij. Bij manifestaties voor start-ups aan de TU München vond hij in Jakob Bitner en Felix Kiefl twee medestrijders. In 2016, het jaar van hun afstuderen, richtten ze hun onderneming op. Daarna ging alles opeens heel snel. Hoewel ze nog midden in de ontwikkeling zaten, haalden ze bij investeerders binnen een paar maanden meer dan 1,6 miljoen euro op. Kort daarna vlogen ze naar Shenzhen voor een spoedcursus batterijen in de ‘Silicon Valley voor hardware’.

    Voor de opslag van stroom uit hernieuwbare energiebronnen richten de drie mannen zich op ijzer-zoutbatterijen. Die bestaan in wezen uit een cel die elektrische energie omzet in chemische energie en die opslaat in twee tanks met een oplossing van water, zout en ijzer. Om de energie weer vrij te laten komen, wordt de chemische energie omgezet in elektrische energie. Daarmee onderscheiden de oprichters zich bewust van de concurrentie uit China, die vooral werkt met lithium-ionbatterijen. Terwijl lithium een schaarse en dure grondstof is, zijn ijzer en zout bijna overal ter wereld goedkoop en goed verkrijgbaar. ‘Je zou zelfs ijzer van verroeste spoorrails of fietsframes kunnen recyclen,’ zegt Peither. Zijn hun ijzer-zoutbatterijen de ontbrekende bouwsteen voor de energietransitie?

    ‘De meeste periodes van windstilte of gebrek aan zonneschijn kunnen zo worden overbrugd’

    De drie mannen werken nog steeds aan hun uitvinding en hebben hem nog niet op de markt gebracht. Kai Peter Birke, onderzoeker aan de universiteit van Stuttgart naar opslagsystemen voor elektrische energie: ‘Het idee is in elk geval veelbelovend.’ Als langetermijnopslagsysteem voor zonne- en windenergie kan het bijdragen aan het slagen van de energietransitie. ‘Maar daarvoor moet de technologie echt volwassen zijn. Zo kan bijvoorbeeld de batterij exploderen als bij het overladen knalgas (oxywaterstofgas) ontstaat.’

    Bij vloeibare batterijen bestaat inderdaad het gevaar dat in de oplossing waterstof wordt gevormd, die in combinatie met zuurstof tot een explosie kan leiden. Maar de oprichters van VoltStorage menen ook daarvoor een oplossing te hebben gevonden: ‘Wij scheiden de waterstof af voordat die kan reageren met zuurstof. Het waterstofgas wordt vervolgens teruggevoerd naar de elektrolyt. Voor dat proces hebben we patent aangevraagd,’ zegt medeoprichter Bitner. In het algemeen lijkt VoltStorage de belangrijkste problemen van deze batterijtechnologie in de afgelopen jaren te hebben opgelost. Zo gaan de oprichters ervan uit dat hun opslagunits een enorme levensduur hebben: ze zouden tienduizend laadcycli moeten kunnen doorlopen, dat wil zeggen dat ze twintig jaar zonder capaciteitsverlies kunnen blijven werken. In principe kunnen de opslagunits in containers bij elk wind- of zonnepark worden geplaatst. Er passen vijf ijzer-zoutmodules in een container. Elektriciteit uit zon en wind kan zo achtenveertig uur lang worden opgeslagen.

    ‘De meeste periodes van windstilte of gebrek aan zonneschijn kunnen zo worden overbrugd,’ zegt Bitner. ‘Dat zal ons niet alleen permanent onafhankelijk maken van Russisch gas en gasgestookte elektriciteitscentrales, maar ook de elektriciteitsprijzen doen dalen.’

    Als hun technologie succesvol blijkt, kan het een enorme business worden. De markt voor langdurige energieopslag groeit gigantisch: McKinsey becijfert het potentieel op één tot drie biljoen dollar tegen 2040. Ook durfkapitalisten lijken zich dit te realiseren, want ze hebben in juli nog eens 24 miljoen euro in VoltStorage geïnvesteerd. Het enige hartzeer: ‘Duitse investeerders zijn jammer genoeg nog steeds terughoudend. Nu zijn we een Duits bedrijf dat in meerderheid in buitenlandse handen is,’ zegt Peither met lichte spijt in zijn stem.

    Het bedrijf heeft momenteel zestig werknemers, maar VoltStorage zoekt dringend dertig nieuwe medewerkers en meer kantoor- en productieruimte in München. Vanaf 2024 willen ze hun ijzer-zoutbatterij in serie gaan produceren. Voor die tijd moet de onderzoeksfase zijn afgerond en moeten de eerste pilotsystemen zijn geïnstalleerd.

    Energiedichtheid

    Peither en Bitner willen in het openbaar nog niet praten over concrete orders, winstverwachtingen of plannen om naar de beurs te gaan. Maar ze laten zich wel ontvallen dat er twee tot drie grotere pilots met wind- en zonneparken in Duitsland en Europa gepland staan. Er komen al aanvragen uit Amerika, Oceanië en Afrika.

    De enige vraag die resteert: als het zo’n goed idee is, waarom heeft dan niemand er eerder aan gedacht? Eén reden zou de lage energiedichtheid kunnen zijn, vermoeden de uitvinders. De batterijen zijn aanzienlijk zwaarder en groter dan de alternatieven met lithium. ‘Daarom zijn ze ook niet geschikt voor elektrische auto’s,’ zegt Birke. De oprichters van VoltStorage geven dat openlijk toe. ‘Zelfs voor huiseigenaren met zonnepanelen op het dak is onze batterij nog niet rendabel,’ zegt Peither. Het opslagprobleem voor huizen heeft hij dus ook na jaren experimenteren in zijn kelder nog niet opgelost. Maar een veel groter probleem mogelijk wel.

    Lees ook:

  • Deepfakes van beroemdheden verschijnen in advertenties, met of zonder toestemming 

    Deepfakes van beroemdheden verschijnen in advertenties, met of zonder toestemming 

    Digitale simulaties van Elon Musk, Tom Cruise, Leo DiCaprio en anderen zijn opgedoken in advertenties. De technologie voor het samenvoegen van beelden wordt steeds populairder en stelt de marketingindustrie voor nieuwe juridische en ethische vragen.

    Celebrity deepfakes duiken op in reclames. Tot de recente inzendingen behoort de vorig jaar uitgebrachte commercial van het Russische telecommunicatiebedrijf MegaFon, waarin een schijnbeeld van Hollywoodlegende Bruce Willis helpt een bom onschadelijk te maken.

    In oktober nog leek Elon Musk de hoofdrol te spelen in een marketingvideo van reAlpha Tech Corp., een start-up voor vastgoedinvesteringen. En een maand later toonde een promotievideo voor machinelearningbedrijf Paperspace sprekende schijngestalten van de acteurs Tom Cruise en Leonardo DiCaprio.

    Geen van deze beroemdheden heeft ooit een moment besteed aan de opnames van deze campagnes. In het geval van Musk, Cruise en DiCaprio geldt zelfs dat ze nooit toestemming hebben gegeven aan het bedrijf in kwestie.

    Alle video’s van digitale simulaties werden gemaakt met zogenaamde deepfaketechnologie, die met de computer gegenereerde beelden gebruikt om bekende personen uit Hollywood en de zakenwereld dingen te laten zeggen en doen die ze in werkelijkheid nooit hebben gezegd of gedaan.

    Grijs gebied

    Sommige advertenties zijn duidelijk parodieën, en de combinatie van het digitale met het analoge zou een alerte kijker in het beste geval niet voor de gek moeten kunnen houden. Desondanks kan het toenemende gebruik van deepfakesoftware uiteindelijk een diepgaande impact op de branche hebben en daarmee nieuwe juridische en ethische vragen oproepen, aldus deskundigen.

    Geautoriseerde deepfakes zouden marketeers in staat stellen om grote sterren in advertenties te gebruiken zonder dat ze daadwerkelijk op de set of voor de camera’s hoeven te verschijnen, waardoor de kosten dalen en nieuwe creatieve mogelijkheden ontstaan.

    Maar ongeautoriseerd creëren ze juridisch gezien een grijs gebied. Sterren kunnen het volgens deskundigen lastig krijgen met het indammen van een wildgroei aan ongeoorloofde digitale reproducties en de manipulatie van hun merk en reputatie. ‘We hebben het al moeilijk genoeg met nepinformatie. En nu zijn er deepfakes, die er steeds overtuigender uitzien,’ aldus Ari Lightman, hoogleraar digitale media en marketing aan het Heinz College of Information Systems and Public Policy van Carnegie Mellon University.

    Deskundigen zeggen dat ze geen wetten kennen die specifiek betrekking hebben op het gebruik van deepfakes in reclamespots

    Amerikaanse wetgevers zijn inmiddels begonnen met het aanpakken van het deepfakefenomeen. Virginia verbood in 2019 het gebruik van deepfakes in zogenaamde wraakporno, Texas verbood ze in politieke campagnes en Californië verbood ze in beide. Vorig jaar gaf de Amerikaanse National Defense Authorization Act het ministerie van Binnenlandse Veiligheid de opdracht om jaarlijks een rapport op te stellen over bedreigingen door de technologie.

    Maar deskundigen zeggen dat ze geen wetten kennen die specifiek betrekking hebben op het gebruik van deepfakes in reclamespots.

    Beroemdheden hebben met enig succes adverteerders aangeklaagd voor het ongeoorloofd gebruik van hun afbeeldingen op grond van het zogenaamde recht op publiciteit, zegt Aaron Moss, hoofd procesvoering bij advocatenkantoor Greenberg Glusker. Hij noemde de schikking van Woody Allen voor 5 miljoen dollar met American Apparel in 2009 over zijn niet-geautoriseerde verschijning op een billboard van het gedurfde kledingmerk.

    Zowel Paperspace als reAlpha lieten advocaten de video’s beoordelen. Ook namen ze maatregelen die ervoor moesten zorgen dat kijkers begrepen dat de afgebeelde beroemdheden niet daadwerkelijk de producten van de bedrijven aanprezen of hadden deelgenomen aan het maken van de video’s, aldus de bedrijven.

    De Paperspace-video verscheen oorspronkelijk op de eigen website en was bedoeld om gebruikers te informeren over deepfaketechnologie, zegt chief operating officer Daniel Kobran.

    De video met Musk van reAlpha bevatte ‘stevige disclaimers’, waarin stond dat het om satire ging, zegt Christie Currie, chief marketing officer van het bedrijf. Hetzelfde geldt voor een soortgelijke video die reAlpha vorig jaar uitbracht, waarin een namaakversie van de Tesla-baas in een bubbelbad zit en het concept van Regulation A+-investeringen, zogenaamde equity crowdfunding, uitlegt.

    Overspoeld

    De eerste video met Musk ging kort nadat reAlpha in 2021 naar de beurs was gegaan live. De video werd uiteindelijk 1,2 miljoen keer bekeken op YouTube, en wekte actieve interesse in reAlpha bij ‘22K mensen in 83 landen’, aldus Currie in een e-mail. Ze voegt eraan toe dat het bedrijf de video niet direct gebruikte voor fondsenwerving.

    ‘Met elke vorm van parodie bestaat er natuurlijk altijd een beetje een risico,’ zei Currie in een interview, ‘maar over het algemeen, zolang het educatief of satirisch bedoeld is en er disclaimers bij staan, zou er geen probleem moeten zijn zolang je niet probeert iets te verkopen.’

    De kans dat iemand van het kaliber Musk een start-up aanklaagt voor een deepfakevideo is klein, en dergelijke bedrijven zouden kunnen besluiten dat het risico de aanzienlijke publiciteit die het voor hen genereert waard is, zegt Moss. ‘Veel van deze bedrijven zoeken doelbewust zo dicht mogelijk de grens op om de beroemdheden waar ze zich op richten nagenoeg te trollen.’

    Het gemak waarmee deepfakes kunnen worden gemaakt betekent dat sommige beroemdheden binnenkort kunnen worden overspoeld door advertenties met hun ongewenste, maar zeer overtuigende evenbeelden, aldus Moss. Verwijzend naar de Chinese foltermethode, zou het dan ‘dood door duizend sneden’ worden als beroemdheden proberen achter elk klein bedrijf of individuele maker aan te gaan die de software gebruikt, voegt hij eraan toe.

    Tegelijkertijd is de taal waarin contracten werden opgesteld, jaren voordat de technologie bestond, soms vaag genoeg om marketeers de mogelijkheid te geven bestaand beeldmateriaal te gebruiken voor nieuwe deepfakevideo’s. Acteurs, atleten en andere beroemdheden zullen op een gegeven moment dus in alle commerciële contracten die ze ondertekenen clausules laten opnemen die dergelijk gebruik van hun beeltenis verbiedt, aldus Lightman van Carnegie Mellon.

    Tesla reageerde niet op verzoeken om commentaar op de video’s.

    De Bruce Willis-commercial leidde onlangs tot berichten dat de acteur een contract had getekend waardoor Deepcake, een digitaal productiebedrijf dat gevestigd is in Tbilisi te Georgië, rechten op zijn beeltenis had verkregen. Deepcake zegt dat die berichten onjuist zijn.

    Deepcake werd in 2020 ingehuurd door MegaFon en werkte samen met andere reclamebureaus en productiebedrijven om een deepfakecampagne te ontwikkelen op basis van een contract tussen Willis en MegaFon dat inmiddels is verlopen, aldus een woordvoerder van Deepcake. Deepcake was volgens deze woordvoerder geen partij bij dat contract. De vraag om meer details werd doorverwezen naar MegaFon.

    Volgens Biggs vroeg een klant onlangs om een video met voormalig president Donald Trump in de rol van Mr. Potter

    Vertegenwoordigers van MegaFon reageerden niet ondanks verschillende verzoeken om commentaar. De persagent van Willis reageerde niet op vragen of hij inderdaad een contract had met MegaFon. De familie Willis kondigde in maart aan dat hij gediagnosticeerd is met de hersenaandoening afasie en gaat stoppen met acteren.

    Bedrijven vragen meestal om deepfakevideo’s van beroemdheden voor intern gebruik voor training, communicatie, feestjes of andere doeleinden – maar niet voor advertenties, zegt Daynen Biggs, eigenaar van Slack Shack Films, die de video’s met Elon Musk produceerde. Volgens Biggs vroeg een klant onlangs om een video met voormalig president Donald Trump in de rol van Mr. Potter, de rijke schurk in de klassieke film It’s a Wonderful Life.

    ‘Deepfaketechnologie kan zeer schadelijk zijn,’ volgens Biggs. ‘Daarom letten we er altijd op dat wat we creëren niet schadelijk of misleidend is, maar een onderhoudende en leuke boodschap overbrengt.’

    Experts en makers zeggen dat deepfaketechnologie steeds populairder zal worden in de reclame, omdat deze merken en bureaus kan helpen om sneller meer inhoud te produceren, zonder de hoge kosten die bij producties komen kijken.

    ‘In zes maanden tijd hebben we tien totaal verschillende creaties en concepten gemaakt met verschillende regisseurs die allemaal met een digitale Bruce Willis werkten,’ zegt de Deepcake-woordvoerder. ‘Het is moeilijk om je dergelijke producties voor te stellen met een echte acteur.’