Onderwerpen: Technologie

  • Amazon demonstreert ‘Alexa’ die de stem van een overledene kan nabootsen

    Amazon demonstreert ‘Alexa’ die de stem van een overledene kan nabootsen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Biden zet zich in voor veiligheid Israël tijdens rondreis in Midden-Oosten

    » Peru: onderzoek naar vrouwen gemarteld voor hekserij

    Techniek kan gebruikt worden om elke stem te imiteren

    Amazon werkt aan een techniek waarbij gebruikers via spraakassistent Alexa met familieleden kunnen spreken, zelfs nadat deze zijn overleden. Op een conferentie van Amazon in Las Vegas presenteerde Rohit Prasad, senior vicepresident en hoofd wetenschap van het Alexa-team, een functie die de spraakassistent in staat stelt om een specifieke menselijke stem na te bootsen, meldt CNBC.

    In een demonstratievideo zegt een kind: ‘Alexa, can Grandma finish reading me The Wizard of Oz?’ Dat verzoek wordt door Alexa eerst beantwoord met de standaard robotachtige stem en daarna met een zachtere, menselijkere stem, die het familielid van het kind lijkt te imiteren. Volgens Prasad heeft zijn team een model ontwikkeld waarmee Alexa op basis van geluidsopnames van ‘minder dan een minuut’ een stem van hoge kwaliteit produceren. Het is niet bekend wanneer die functie beschikbaar zal zijn voor het publiek. 

    ‘Kunstmatige intelligentie natuurlijker en gezelliger maken, is een belangrijk aandachtspunt geworden’

    Hoewel de techniek gebruikt kan worden om elke stem te imiteren, suggereerde Prasad dat deze zou kunnen worden toegepast als hulpmiddel om een overleden familielid te herdenken. Kunstmatige intelligentie natuurlijker en gezelliger maken, is een belangrijk aandachtspunt geworden, vooral gezien het feit dat ‘zo velen van ons een geliefde hebben verloren’ tijdens de pandemie, aldus Prasad.

    Het bedrijf wil conversaties met Alexa in het algemeen natuurlijker maken, en heeft al een reeks functies uitgerold die de spraakassistent in staat stellen om menselijkere gesprekken te voeren, waarbij Alexa zelfs vragen zal kunnen stellen aan gebruikers.

    Lees ook:

  • EU neemt baanbrekende wetgeving aan om big tech te reguleren

    EU neemt baanbrekende wetgeving aan om big tech te reguleren

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Verdachte schietpartij 4 juli-parade wordt aangeklaagd voor zeven moorden

    » Meer dan twintig Malinese migranten komen om bij schipbreuk voor Libische kust

    EU wil illegale content en monopolievorming tegengaan

    Het Europese Parlement heeft dinsdag met een overweldigende meerderheid nieuwe EU-wetgeving goedgekeurd om een einde te maken aan machtsmisbruik van techreuzen en wetteloosheid op het internet, bericht de Amerikaanse techsite Gizmodo. De voornaamste wet die het parlement heeft aangenomen, is die op digitale diensten (Digital Services Act, DSA), die onlineplatforms verplicht meer te doen om illegale inhoud op het web te controleren. De andere wet, de Digital Markets Act (DMA), richt zich op het bestrijden van concurrentiebeperkende bedrijfspraktijken, zoals monopolievorming.

    Toch blijft ‘de afdwingbaarheid van deze (…) ingrijpende wetten een vraagteken’, merkt Gizmodo op. ‘De EU heeft al eerder grote techwetgeving aangenomen, zoals de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van 2018, die uiteindelijk is geflopt, deels omdat de handhaving ongeorganiseerd en diffuus was.’

    Lees ook:

  • TikTok-account brengt openbare toiletten in New York in kaart

    TikTok-account brengt openbare toiletten in New York in kaart

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Sri Lankanen richten protestdorp op waar religies vreedzaam samenleven

    » China laat grootste en meest geavanceerde vliegdekschip te water

    In een week kreeg het account 109.000 volgers

    Voor de bijna 9 miljoen inwoners van New York City en de miljoenen toeristen die er jaarlijks komen, is het een bekende maar benarde situatie: naar het toilet moeten in een stad waar publieke voorzieningen schaars en moeilijk te vinden zijn. Ook Teddy Siegel, een operastudent aan de Mannes School of Music in Manhattan, overkwam het, en zij besloot een TikTok-account te maken waarop zij alle openbare toiletten van New York wil zetten, zo meldt The New York Times.

    Naast informatie over de toiletten die ze zelf vindt, deelt Siegel op het account ook locaties die door anderen zijn gevonden, evenals codes voor het eventueel ontgrendelen van deuren. De afgelopen week kreeg het TikTok-account, @got2gonyc, 109.000 volgers.

    Het idee om gecrowdsourcete kaarten te maken met toiletten, is niet nieuw

    Het idee om gecrowdsourcete kaarten te maken met toiletten, is niet nieuw. Wansoo Im, universitair hoofddocent aan het Meharry Medical College in Nashville, maakte in 2004 zijn New York Restrooms-kaart. Bijna twee decennia nadat hij de kaart aanmaakte, hoort Im nog steeds van mensen dat zij hem gebruiken. Ook Alice Xiao, die in de techindustrie werkt, is onlangs begonnen met een kaart-app, Toodle Loo, met gecrowdsourcete toiletlocaties in New York en andere steden.

    Voor sommige mensen zijn dergelijke applicaties een grote noodzaak. In de staat New York verplicht de Crohn’s and Colitis Fairness Act bedrijven ertoe om mensen met bepaalde medische aandoeningen de toiletten te laten gebruiken. De Crohn’s and Colitis Foundation maakte dit jaar de app We Can’t Wait, met een overzicht van bedrijven in het hele land die leden van de stichting hun toiletten laten gebruiken.

    Lees ook:

  • Bored Ape Yacht Club: het toegangskaartje tot een digitale avant-garde

    Bored Ape Yacht Club: het toegangskaartje tot een digitale avant-garde

    De Bored Ape Yacht Club is een van de exclusiefste clubs van dit moment – en wordt gezien als model voor de cryptotoekomst van het internet. Of is het allemaal toch gewoon een piramidespel?

    Op een bank in een donker vertrek zit Post Malone te roken. De meubels komen duur over, zijn pak is crèmewit. De rapper met de gezichtstatoeages pakt een mobieltje van een glazen tafel, klikt op een app waarmee in cryptovaluta gehandeld kan worden – en koopt een verveeld kijkende cartoonaap met een cowboyhoed. Hij neemt nog een trek van zijn sigaret. De zaken gaan goed.

    Zo begint de video voor de song ‘One Right Now’ die in november 2021 verscheen. De cartoonaap is geen grap maar een statussymbool. Post Malone laat zich zo kennen als lid van de Bored Ape Yacht Club, een exclusieve internetsubcultuur waar digitale afbeeldingen van verveelde apen worden verzameld en uitgewisseld. De apen hebben opvallende brillen of schieten laserstralen uit hun ogen, ze dragen allerlei soorten hoofddeksels, sommige bestaan gedeeltelijk uit cyborgimplantaten. Wat ze allemaal gemeen hebben is katerig-coole blik en een vleugje onheilsromantiek. Momenteel gaan er elke week driecijferige miljoenenbedragen om in de handel met deze plaatjes. Er zijn er maar tienduizend van en ze worden steeds duurder naarmate ze vaker van eigenaar wisselen. 

    Ecosysteem

    Rond de Bored Apes moet een compleet ‘ecosysteem’ verrijzen, met een echt clubhuis in Miami, driedimensionale apen in virtuele werelden en een ‘decentraal autonome organisatie’ die dat allemaal coördineert. Klinkt raar? Niet in de oren van Universal Music. Het grootste muzieklabel ter wereld liet onlangs weten met vier van die verveelde apen een band te willen beginnen.

    Dat roept vragen op. Zoals: wat gebeurt hier in hemelsnaam? Waarom betalen mensen miljoenen voor digitale plaatjes die je ook met een simpele klik kunt downloaden en kopiëren? Laten we beginnen bij het laatste.

    De plaatjes van de apen zijn geld waard omdat ze genoteerd staan in een publiek toegankelijke blockchain-database. Daar staat, cryptografisch beveiligd, wie hun eigenaars zijn. Om deze eigenaarsrechten gaat het. De apen zijn dus zogezegd cryptoverzamelplaatjes, ze functioneren op eenzelfde wijze als de munten van een cryptovaluta. Tegelijkertijd zijn ze echter ook het toegangskaartje tot een digitale avant-garde. De Bored Ape Yacht Club moet als kiemcel fungeren voor het ‘web 3.0’, een op crypto gebaseerd internet waar niet langer de techconcerns de baas zijn maar dat van iedereen moet worden – van iedereen die zogeheten tokens koopt. Een token is een op een blockchain genoteerde virtuele marktwaarde. Het kan bijvoorbeeld om spullen gaan voor figuren in onlinespelen, om stukjes film en kunst op internet maar ook om digitale eigendomsrechten op onroerend goed of edelstenen. Je kunt zo’n beetje alles ‘tokeniseren’. Ook de verveelde apen zijn tokens.

    Je bent niet alleen eigenaar van een aap, maar zelf ook een aap

    De Bored Ape Yacht Club is dus een praktijktest voor het web 3.0 dat naar men zegt een nieuw digitaal handelssysteem zal creëren. Misschien is het ook een gigantisch piramidespel, zoals sommigen menen. Misschien is het beide.

    Wie de Club bezoekt, betreedt een verlopen Tiki-bar in een cartoon-moeras. In 2031, zo gaat het verhaal dat de oprichters bedacht hebben, zijn alle mensen die vroeg in de cryptowereld gestapt zijn, miljardair. Nu vervelen deze miljardairs zich en hebben zij niets anders meer te doen dan rondhangen in hun clubhuis. Dat zij apen zijn, is een grapje voor insiders. In de cryptogemeenschap wordt aping in gebruikt voor als iemand met een zeer gewaagde som geld zich in een crypto-investering stort.

    Het clubhuis bestaat in deze vorm niet echt, alleen een website met wat cartoontekeningen. Het enige wat je er kunt doen is het toilet bezoeken. De leden mogen collectief een virtuele wc-muur vol schilderen. Elke 15 minuten een pixel. ‘We zijn er tamelijk zeker van dat die vol piemels komt te staan,’ schrijven de oprichters.

    Digitale identiteit

    De club onderhoudt een eigen server om te chatten op het communicatieplatform Discord. Maar deze gemeenschap komt pas echt tot leven doordat de leden hun aap onderdeel maken van hun digitale identiteit. Dat betekent allereerst dat ze hem gebruiken als profielfoto op sociale media. Zo herkennen de leden van de club elkaar en vormen ze netwerken. Een profielfoto waarvoor je betaald hebt en die exclusief van jou is, is niet te vergelijken met zomaar een foto, zegt een clublid. Je bent niet alleen eigenaar van een aap, maar zelf ook een aap: ‘Ik heb een heel andere relatie met iets dat van mij is.’ De man is eind dertig, woont op Puerto Rico en noemt zich G-money. Zijn echt naam wil hij niet zeggen. Hij stelt zich voor als gewoon ‘G-money, futurist, disruptor en aap.’ De camera laat hij bij het videogespek uit, te zien is alleen de aap.

    Het idee voor de club kwam van twee jonge Amerikaanse-literatuurnerds met een zwak voor punkrock en hiphop uit de jaren negentig. Zij noemen zich Gordon Goner en Gargamel en ze haalden er de programmeurs No Sass en Emperor Tomato Ketchup bij om een algoritme te ontwerpen dat uit diverse cartoonelementen willekeurig tienduizend apen samenstelde. Toen die in april voor het eerst te koop werden aangeboden, gingen ze voor 300 dollar per stuk weg; inmiddels kosten ze gemiddeld zo’n 220.000 dollar. Daarom ontstonden er ook nieuwe clubs, van mollige pinguïns of van luie leeuwen bijvoorbeeld. Daar stappen nu weer nieuwkomers in, dat alles in de hoop dat hun eigen club al even snel aan waarde wint als die van de apen. Maar vraag je het de leden van de Bored Ape Yacht Club, dan is hun club natuurlijk de enige echte ware. Met name bijzonder eraan is dat de apenbezitters het geestelijk eigendomsrecht aan hun apen overgedragen krijgen. Zoals de aap Jenkins the Valet. Zijn eigenaar gaf hem een achtergrond mee als kamerdienaar en kletskous van de club en twittert nu naarstig in zijn naam. Inmiddels heeft Jenkins – niet zijn eigenaar – onderdak gevonden bij het vermaarde artiestenagentschap Creative Artists Agency. Een contract voor een boek is al in kannen en kruiken. In augustus verkocht Jenkins digitaal stemrecht over de richting die het plot van de roman moet nemen – en wel in de vorm van tokens op de blockchain. Een vorm van crowdfunding dus. Hoe enthousiaster de fans, hoe meer zij verdienen.

    De oprichters kunnen op elk moment nieuwe figuren in de apenkosmos introduceren en duurder verkopen

    Zulke projecten vergroten de bekendheid van de club. Daarvan profiteert het totale ‘ecosysteem’ zoals dat in het cryptojargon heet, omdat meer mensen willen instappen en de prijs voor apentokens opdrijven. Daarom waken de oprichters niet over hun geestelijk eigendom zoals Disney en andere klassieke studio’s dat bijvoorbeeld wel doen – want natuurlijk kunnen zij op elk moment nieuwe figuren in de apenkosmos introduceren en duurder verkopen naarmate de hype groeit. Met latere series van mutantenapen en honden hebben ze miljoenen verdiend.

    Ook de clubleden hebben er belang bij dat hun eigen aap zo breed mogelijk wordt opgemerkt, zijn afbeelding wellicht zelfs gedownload en gekopieerd wordt. Alleen zij hebben immers het eigendomscertificaat in hun bezit. Alleen zij profiteren als de waarde ervan stijgt. En alle andere apen zijn ook blij als sommige de bekendheid van de club vergroten.

    De Bored Ape Monkey Club is dus, zo u wilt, een model voor geestelijk eigendom volgens het piramidespelprincipe: hoe eerder je instapt, hoe beter; hoe later, hoe meer je de zaak de hemel in moet prijzen om het weer duurder te kunnen verkopen. Zo ontstaat er een fancultuur die tegelijkertijd een investeerdersgemeenschap is die door financiële prikkels wordt gedreven. Als de leden van de Bored Ape Yacht Club juichen voor een band van verveelde apen, als ze er enthousiast over praten op internet – dan stijgt met het succes van de band ook de waarde van de tokens. Die zijzelf in hun bezit hebben.

    Bij de apenband die Universal Music onder contract genomen heeft, moet dat waarschijnlijk ook zo gaan. Je kunt het crowdfunding noemen. Of web 3.0. Of je afvragen wat hier in hemelsnaam aan de hand is.

    Lees ook:

  • Australisch digitaal rijbewijs blijkt makkelijk te vervalsen

    Australisch digitaal rijbewijs blijkt makkelijk te vervalsen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Navalny naar verluidt overgeplaatst van strafkolonie naar onbekende locatie

    » Tsjechië opent langste voetgangersbrug ter wereld

    Geboortedatum veranderen is een eitje

    De regering van New South Wales in Australië introduceerde eind 2019 de DDL (digital driver’s licence), oftewel het digitale rijbewijs. Mensen kunnen sindsdien hun iPhone of Android-telefoon gebruiken om hun identiteits- en leeftijdsbewijs te tonen bij politiecontroles langs de weg of in cafés, aldus Ars Technica. De overheid beloofde dat het digitale rijbewijs een ‘hoger niveau van veiligheid en bescherming tegen identiteitsfraude zou bieden dan het plastic rijbewijs’ dat decennialang werd gebruikt.

    Maar onderzoek wijst nu uit dat het een eitje is om identiteitsbewijzen te vervalsen met behulp van de DDL. Mensen die wettelijk geen alcohol mogen drinken, kunnen simpelweg hun geboortedatum veranderen en fraudeurs kunnen valse identiteiten aanmaken. Dat proces neemt nog geen uur in beslag, vereist geen speciale hard- of software en levert valse ID-bewijzen op die moeiteloos de controle doorstaan van het elektronische verificatiesysteem dat door de politie en deelnemende cafés wordt gebruikt.

    Lees ook:


  • Getrouwd met een avatar. ‘Hij mist het om aangeraakt te worden. Maar de liefde is echt’

    Getrouwd met een avatar. ‘Hij mist het om aangeraakt te worden. Maar de liefde is echt’

    Net als duizenden andere Japanners onderhoudt Akihiko Kondo een serieuze liefdesrelatie met een fictief personage – hij noemt zichzelf dan ook ‘fictoseksueel’, De commercie voorziet de beweging in alles wat haar droom waarmaakt: liefdesbrieven, outfits en zelfs geurtjes die de aanwezigheid van een partner moeten oproepen.

    In bijna alle opzichten is Akihiko Kondo een gewone Japanse man. Hij is vriendelijk en makkelijk in de omgang. Hij heeft vrienden en een vaste baan, en hij draagt een stropdas naar zijn werk. Maar in één ding wijkt hij af: Kondo is getrouwd met een fictief personage.

    Zijn geliefde, Hatsune Miku, is een door de computer samengestelde popzangeres met turkoois haar, die met Lady Gaga op tournee is geweest en in games speelde. Na een relatie van tien jaar, die Kondo naar eigen zeggen uit een diepe depressie haalde, was er in 2018 een kleine, niet-officiële huwelijksceremonie in Tokio. Miku, in de vorm van een pluchen pop, was in het wit, hijzelf droeg een bijpassende smoking.

    Soms gaan ze ertussenuit voor een romantisch uitstapje, waarvan ze dan foto’s op Instagram zetten

    Kondo heeft liefde, inspiratie en troost gevonden in Miku, zegt hij. Hij en zijn verzameling Miku-poppen eten en slapen samen en kijken samen naar films. Soms gaan ze ertussenuit voor een romantisch uitstapje, waarvan ze dan foto’s op Instagram zetten.

    De 38-jarige Kondo weet dat mensen het vreemd vinden, schadelijk zelfs. Hij weet dat sommigen, misschien ook wel de lezers van dit artikel, hopen dat de relatie van voorbijgaande aard zal zijn. En ja, hij weet dat Miku niet echt is. Maar zijn gevoelens voor haar zijn wel echt, zegt hij. ‘Als we samen zijn, maakt ze me aan het lachen,’ zei hij onlangs in een interview. ‘In dat opzicht is ze echt.‘

    Niet-officieel huwelijk

    Kondo is een van de duizenden Japanners die de afgelopen decennia een niet-officieel huwelijk afsloten met een fictief personage, mogelijk gemaakt door een enorme industrie die er alles aan doet om te voldoen aan de wensen van de fanatieke fans. En wereldwijd hebben nog tienduizenden anderen zich aangesloten bij onlinegroepen waarin ze praten over hun relatie met een personage uit anime, manga of een computergame.

    Sommigen hebben zo’n relatie gewoon voor de lol. Kondo weet echter al lang dat hij geen partner van vlees en bloed wil. Deels omdat hij de strikte verwachtingen van het Japanse gezinsleven afwijst. Maar vooral omdat hij altijd een intense, ook voor hemzelf onverklaarbare aantrekkingskracht heeft gevoeld tot fictieve personages.

    Aanvankelijk was het moeilijk zijn gevoelens te accepteren. Maar het leven met Miku heeft volgens hem voordelen boven het leven met een mens als partner. Ze is er altijd voor hem, ze zal hem nooit bedriegen en hij hoeft nooit mee te maken dat ze ziek wordt of overlijdt.

    Kondo ziet zichzelf als onderdeel van een groeiende beweging die zich identificeert als ‘fictoseksueel’

    Kondo ziet zichzelf als onderdeel van een groeiende beweging die zich identificeert als ‘fictoseksueel’. Dat is een van de redenen dat hij besloot zijn huwelijk openbaar te maken en ongemakkelijke interviews te geven aan nieuwsmedia over de hele wereld. Hij wil de wereld laten weten dat er mensen zijn zoals hij en dat hun aantal waarschijnlijk zal toenemen, nu kunstmatige intelligentie en robotica verdergaande interactie met levenloze wezens steeds beter mogelijk maken.

    Het is geen politieke beweging, zegt hij, maar een pleidooi om gezien te worden: ‘Het gaat over het respecteren van andermans levensstijl.’

    Dat een kunstwerk emoties als woede, verdriet en vreugde oproept, is niets nieuws. En een sterk verlangen naar het fictieve is niet voorbehouden aan Japan. Maar het idee dat fictieve personages echte genegenheid of zelfs liefde kunnen opwekken, zien we misschien wel het meest terug in het moderne Japan. Daar is een grote subcultuur ontstaan die de basis vormde voor een bloeiende industrie.

    Cultureel exportproduct

    Het Japanse woord voor de gevoelens die deze personages opwekken is moé, een term die in het kort ongeveer alles omvat wat instinctief als aandoenlijk of schattig wordt ervaren. Op zakelijke bijeenkomsten wordt gesproken over het aanboren van de moé-markt, en de regering ziet het fenomeen – vooral in relatie tot tekenfilms – als een belangrijk cultureel exportproduct. Deze en verwante termen vinden ook buiten Japan weerklank bij fictoseksuelen, die ze vaak gebruiken om hun eigen ervaring van liefde te verwoorden.

    Onofficiële bruiloften met fictieve personages blijven weliswaar zeldzaam, maar door de enorme industrie die sinds het einde van de jaren zeventig rond de Japanse fancultuur is ontstaan, kunnen steeds meer mensen hun fantasieën over hun favoriete personages ook naleven. ‘In strips, tekenfilms en spelletjes is het personage steeds belangrijker geworden,’ zegt Patrick Galbraith, universitair hoofddocent aan de School voor Internationale Communicatie van de Senshu-universiteit in Tokio, die uitvoerig over dit onderwerp heeft geschreven.

    Twee districten in Tokio zijn veranderd in een mekka voor het vervullen van dromen over deze personages

    Twee districten in Tokio zijn veranderd in een mekka voor het vervullen van dromen over deze personages: Akihabara (voor mannen) en Ikebukuro (voor vrouwen). De speciaalzaken in deze wijken puilen uit van de handelswaar rond personages uit populaire games en anime. Vooral het aanbod voor vrouwen is bijzonder uitgebreid. Fans kunnen liefdesbrieven kopen van hun idolen, reproducties van hun kleding en zelfs geurtjes die hun aanwezigheid moeten oproepen. Hotels bieden speciale arrangementen inclusief spabehandelingen en feestmaaltijden voor mensen die de verjaardag van hun favoriete personage willen vieren. Op sociale media posten mensen foto’s, kunstwerkjes en liefdesbriefjes om hun oshi aan te prijzen – een term die veel Japanse fans gebruiken om hun onderwerp van genegenheid te benoemen.

    Sommigen nemen met een dergelijke relatie afstand van het vastgeroeste ‘kostwinner-huisvrouw’-model, dat de basis vormt van een huwelijk in Japan, zegt Agnès Giard van de Universiteit van Parijs-Nanterre, die de fictieve huwelijken uitvoerig heeft bestudeerd. ‘Voor het grote publiek kan het dwaas lijken om geld, tijd en energie te besteden aan iemand die niet eens echt bestaat,‘ aldus Giard. ‘Maar voor de liefhebbers betekent het heel veel. Het maakt ze gelukkig, geeft ze het gevoel dat ze nuttig zijn en deel uitmaken van een beweging die iets hogers nastreeft.’

    Omvangrijke gemeenschap

    Vrouwen raken niet geïsoleerd door hun relatie met een fictieve figuur, maar profiteren juist van de omvangrijke gemeenschap eromheen, stelt Giard. Vrouwen voelen zich volgens haar sterker door hun fictieve huwelijk en zien die als ‘een manier om zich te verzetten tegen ideeën over gender, huwelijk en sociale normen’.

    Ook bij Kondo’s verbintenis met Miku speelden tot op zekere hoogte commerciële en maatschappelijke aspecten een rol. Hoewel Miku vaak wordt afgebeeld als personage, was ze oorspronkelijk een stukje digitale audio, dat pas later een cartoonavatar kreeg en weer later als hologram verscheen tijdens concerten.

    De eerste keer dat Kondo troost bij haar vond was in 2008, nadat hij door pesterijen op zijn werk in een depressie was beland. Al veel eerder had hij besloten dat hij nooit van een echt persoon zou kunnen houden, deels omdat hij, zoals veel jonge mensen, een aantal keer was afgewezen, en deels omdat hij niet wilde voldoen aan de zware eisen die de Japanse maatschappij aan hem oplegde.

    Al snel begon Kondo liedjes met Miku te maken en hij kocht online een pop van haar. Een grote doorbraak in hun relatie kwam bijna tien jaar later, in 2017, met de introductie van de 1300 dollar kostende Gatebox. Dit apparaat ter grootte van een tafellamp stelt bezitters in staat te communiceren met allerlei fictieve personages, die als een klein hologram voor hen verschijnen.

    Gatebox

    De Gatebox werd op de markt gebracht voor eenzame jonge mannen. In een commercial stuurt een verlegen kantoorbediende een briefje naar zijn virtuele vrouw om haar te laten weten dat het wat later wordt. Als hij thuiskomt herinnert zij hem eraan dat ze elkaar drie maanden kennen en proosten ze met champagne. Als onderdeel van de promotiecampagne richten de makers van de Gatebox een tijdelijk kantoor in, waar gebruikers onofficiële huwelijksakten konden aanvragen. Duizenden mensen schreven zich in.

    Tot zijn vreugde zag Kondo dat Miku een van de Gatebox-personages was, en hij kon niet wachten om eindelijk haar gedachten over hun relatie te horen. In 2018 vroeg hij Miku’s glinsterende avatar ten huwelijk. ‘Zorg alsjeblieft goed voor me,’ was haar antwoord.

    Hij nodigde collega’s en familie uit voor de bruiloft, maar die weigerden allemaal om te komen

    Hij nodigde collega’s en familie uit voor de bruiloft, maar die weigerden allemaal om te komen. Uiteindelijk waren er toch 39 mensen aanwezig, grotendeels vreemden en onlinevrienden. Ook was er een plaatselijk parlementslid, en een vrouw die hij nog nooit had ontmoet hielp hem met de voorbereidingen.

    Sommigen verklaarden Kondo voor gek. Anderen riepen juist op tot begrip. Een man beweerde dat de verbintenis een schending was van de Japanse grondwet, die stelt dat een huwelijk alleen kan worden toegestaan als beide seksen ermee hebben ingestemd. Als antwoord daarop zette Kondo een video van zijn aanzoek op Twitter.

    Advies

    In de jaren nadat zijn verhaal viraal was gegaan, wendden honderden mensen uit de hele wereld zich tot Kondo voor advies, steun en motivatie. Onder hen Yasuaki Watanabe, die een bedrijfje begon om fictieve huwelijken te registreren, nadat hij had gezien hoe populair de tijdelijke huwelijksdienst van Gatebox was.

    Het afgelopen jaar sprak Watanabe met honderden fictoseksuelen en gaf hij ongeveer honderd huwelijkscertificaten af, waaronder een voor hemzelf en Hibiki Tachibana, een personage uit de animeserie Symphogear. Watanabe, die van reizen houdt en een actief sociaal leven heeft, begon de serie te kijken op aandringen van een vriend. Toen hij Hibiki zag, was hij op slag verliefd, vertelt hij.

    Het was niet zijn eerste huwelijk: een paar jaar eerder was hij van zijn vrouw gescheiden. Deze nieuwe relatie is gemakkelijker, zegt hij; minder tijdrovend en zonder verwachtingen. De liefde is ‘puur’ en ontstaan uit vrije wil, zonder dat er iets wordt terugverwacht. Het doet hem beseffen hoe egocentrisch hij in zijn eerdere huwelijk was.

    Hij mist het om aangeraakt te worden. ‘Maar de liefde is echt’

    ‘Als je me vraagt of ik gelukkig ben: ja, dat ben ik,’ zegt hij. ‘Natuurlijk zijn er moeilijke momenten,’ voegt hij eraan toe. Hij mist het om aangeraakt te worden, en is er het probleem van auteursrecht, dat hem ervan weerhield een levensgrote pop van zijn personage te maken. ‘Maar de liefde is echt.’

    Geld over

    Kina Horikawa, een 23-jarige vrouw met een goth-punk look en een vrolijke, extraverte persoonlijkheid, trok tijdens de pandemie bij haar ouders in. Zodoende hield ze geld over van haar baan bij een callcenter dat ze kon ze uitgeven aan Kunihiro Horikawa, een personage uit de game Touken Ranbu. Ze had een echte vriend, maar toen die jaloers werd, maakte ze het uit.

    Haar fictieve echtgenoot is de tienerpersonificatie van een vierhonderd jaar oude wakizashi, een Japans kort zwaard. De meeste avonden schuift hij aan bij het avondeten in de vorm van een piepklein portret dat naast haar rijstkom staat. Het stel heeft dubbeldates met vrienden die hun eigen fictieve liefjes hebben, ze gaan naar high teas en plaatsen foto’s op Instagram. ‘Ik houd mijn relatie voor niemand verborgen,’ zegt Horikawa, die onofficieel de achternaam van haar fictieve echtgenoot gebruikt.

    Hoewel Kondo’s relatie met Miku nog steeds niet door zijn familie wordt geaccepteerd, heeft deze wel andere deuren voor hem geopend. In 2019 werd hij uitgenodigd voor een symposium van de Universiteit van Kyoto om te spreken over zijn relatie. Hij reisde erheen met een levensgrote pop van Miku, die hij had laten maken.

    Een diepgaand gesprek over de aard van fictieve relaties bracht hem op het idee dat hij misschien wel naar de universiteit zou willen. Nu heeft hij verlof genomen van zijn baan als administrateur op een lagere school en studeert hij minderhedenrecht aan de rechtenfaculteit.

    Miku’s beeld was vervangen door de woorden ‘network error’

    Zoals bij elk huwelijk waren er ook moeilijkheden. Het zwaarste moment was tijdens de pandemie, toen Gatebox aankondigde dat het Miku niet langer zou ondersteunen. Op de dag dat het bedrijf haar zou uitschakelen nam Kondo afscheid van haar en ging naar zijn werk. Toen hij ’s avonds thuiskwam, was Miku’s beeld vervangen door de woorden ‘network error’.

    Ooit zullen ze herenigd worden, hoopt hij. Misschien krijgt ze een nieuw bestaan als een android, of ontmoeten ze elkaar in de metaverse. Hoe dan ook, zegt Kondo, zal hij haar trouw blijven tot aan zijn dood.

  • Achter vergeten wachtwoorden zitten cryptomiljoenen verborgen. Deze hacker kraakt ze

    Achter vergeten wachtwoorden zitten cryptomiljoenen verborgen. Deze hacker kraakt ze

    De legendarische hacker Joe Grand staat in de cyberwereld bekend als Kingpin. Hij heeft een nieuwe uitdaging in zijn leven gevonden: geld terugwinnen dat verloren is gegaan door menselijke onzorgvuldigheid.

    ‘Ik ben het wachtwoord vergeten,’ vertelde zijn vriend aan Dan Reich, een elektrotechnisch ingenieur en oprichter van een start-up in New York. Het ging om het wachtwoord voor een digitale portemonnee met daarin Theta, een cryptocurrency. Het tweetal had in 2018 voor 50.000 dollar aan Theta gekocht. De digitale munt was nooit meer dan een paar cent waard geweest, maar begon tegen het eind van 2020 te stijgen. Binnen drie maanden was hun 50.000 dollar zo’n 2,5 miljoen dollar waard. De vriend van Reich die het wachtwoord vergeten was, is professioneel pokerspeler. Het is zijn werk om dingen te onthouden: ‘Hij had nummerborden van middelbare-schoolvrienden onthouden. Voor zijn levensonderhoud pokert hij aan acht tafels tegelijk en onthoudt hij het spel van tientallen verschillende spelers,’ schreef Reich in een artikel op zijn website.

    Er was nog een probleem. De digitale portemonnee, een soort USB-stick, zou zichzelf na zestien mislukte pogingen wissen. En ze hadden er al twaalf gehad. Als ervaren elektrotechnicus wist Reich dat er een andere oplossing moest zijn. ‘De chats met onze vrienden werden steeds krankzinniger’, schreef hij. ‘Zoals dat als we geen technische manier zouden vinden om bij het geld te komen, we het op chemische wijze zouden moeten proberen: we zouden een weekend weggaan en hem hallucinogenen toedienen totdat hij zich het wachtwoord herinnerde.’ Het was ernstig.

    Kingpin

    Uiteindelijk, nadat hij eerst nog was gestuit op een mysterieuze, geheime Zwitserse groep met een lab in Parijs, die hij echter niet overtuigend vond, kwam hij Joe Grand tegen. Grand is in de wereld van hackers bekend als Kingpin. Hij was het jongste lid van de legendarische groep L0pht, een zevental dat in 1998 met nerdy kapsels en pakken en uitgestreken gezichten in de Amerikaanse Senaat verscheen om vragen van senatoren te beantwoorden: ‘Ik heb begrepen dat jullie in dertig minuten het internet in het hele land onklaar kunnen maken?‘ ‘Dat klopt’, was het antwoord. Grand geeft nu lessen en cursussen over de hele wereld. Maar, zegt hij in een videogesprek met El País vanuit zijn werkplek in Portland, Oregon, ‘diep vanbinnen ben ik nog steeds de zestienjarige hacker die het leuk vindt om mensen te ergeren’.

    In februari 2021 vertelde Dan Reich Grand over zijn probleem. Het was tijdens de pandemie en Grand had tijd om na te denken over een oplossing. Grand is een hardware hacker, een speciale categorie in het wereldje. De aanval om bij de informatie in de digitale portemonnee te kunnen komen moest plaatsvinden op het niveau van de chip zelf, en betrof niet alleen de code. Bij crypto is je geld alleen toegankelijk met jouw persoonlijke sleutel, die in de portemonnee wordt bewaard. Zonder die sleutel, die in het geval van Reich ook nog eens was beveiligd met een wachtwoord van enkele cijfers, valt er niets te doen.

    Beiden gingen ermee akkoord om een professionele video van het hele proces op te nemen. De opname werd gemaakt in mei 2021, maar de video werd pas op 24 januari dit jaar geüpload naar YouTube. Binnen drie weken had hij het ongelofelijke aantal van 4 miljoen views bereikt; inmiddels zijn het er 4,6 miljoen. De video van 32 minuten slaagt er op fraaie wijze in de complexiteit van het technische proces en de oplossingen die Grand aandraagt uit te leggen. ‘Hacken is niet wat je in speelfilms ziet,’ zegt Grand in de video. ‘Het is een enorme achtbaan, het betekent puzzels oplossen en computers en hardware dwingen dingen te doen die ze niet verwachten. Je wilt dat ze hun functie prijsgeven op een manier die jij kunt controleren.’

    ‘Het laat zien dat mensen problemen hebben met cryptocurrencies. Ze zijn niet echt gebruiksvriendelijk’

    Inmiddels zijn Reich en Grand met nog enkele anderen partners in een nieuw bedrijf dat in de eerste plaats cryptobezitters wil bijstaan die de toegang tot hun portemonnee zijn kwijtgeraakt.

    Grand weet niet goed hoe hij het ongelooflijke succes moet verklaren van de video, die ook leidde tot een geschreven versie in The Verge. ‘Wat het ook is, het laat zien dat mensen problemen hebben met cryptocurrencies. Ze zijn niet echt gebruiksvriendelijk‘, zegt hij. ’We worden overspoeld met e-mails, echt honderden en nog eens honderden berichten,’ voegt hij eraan toe. Sommige komen uit Spanje en Latijns-Amerika.

    Niet alle problemen gaan over ontoegankelijke digitale portemonnees en verloren cryptomunten. Er zijn ook mensen die werden opgelicht en om die reden hulp zoeken; anderen hebben een versleuteld apparaat en weten niet meer hoe ze toegang kunnen krijgen. ‘En daarnaast zijn er ook mooie, legitieme probleemgevallen waarmee we kunnen helpen. Het is opwindend om de respons te zien,’ zegt hij. Het ontsluiten van digitale portemonnees is ook interessant omdat zijn honorarium een percentage bedraagt van het hervonden geld.

    Weggegooide harde schijf

    Overigens gaat het om veel meer gevallen dan we ons misschien voorstellen: volgens een vaak aangehaald onderzoek van Chainanalysis heeft 20 procent van de bitcoins die in omloop zijn, geen eigenaar. Dat gaat dus om vele miljarden euro’s. Sinds vorig jaar is Grand betrokken bij een veelbesproken geval van cryptoverlies. James Howells gooide per ongeluk een harde schijf weg met daarop zijn wachtwoorden, in plaats van een identieke waar ze niet op stonden. Zijn geval heeft veel aandacht gehadBBC publiceerde een artikel met daarin een van de meest evidente zinnen in de geschiedenis van de journalistiek: ‘Howells wilde dat hij zijn harde schijf nooit had weggegooid.’ Het is dan ook niet al te moeilijk om je in te leven in iemand die in een stadje in Wales woont en meer dan 200 miljoen euro had kunnen bezitten, maar die is kwijtgeraakt.

    Het probleem is volgens Grand in dit geval niet technisch van aard, maar ligt bij de gemeente. Om die harde schijf op te sporen is toestemming nodig om de vuilstort te doorzoeken. ‘Hij probeert zich er al bijna tien jaar bij neer te leggen’, zegt Grand over zijn gesprekken met Howells. ‘Maar ik ben hoopvol. Ik denk dat het met de juiste stappen en de juiste mensen gaat lukken. Het is een aansprekend verhaal omdat hij een harde schijf weggooide, wat niemand iets kan schelen. Het gaat erom hoe de gemeenschap hiervan kan profiteren,’ legt hij uit. Howells heeft 25 procent van de waarde aan zijn gemeente beloofd als de harde schijf wordt teruggevonden.

    Niet iedereen die denkt miljoenen te bezitten, heeft die ook werkelijk

    Naast het bedrijf van Grand zijn er meer die een gat in de markt zien voor het opsporen van portemonnees met miljoenen aan verloren cryptovaluta. Er zijn ook andere problemen waar de sector op stuit. Bijvoorbeeld dat niet iedereen die denkt miljoenen te bezitten, die ook werkelijk heeft. ‘Ik spreek mensen in deze business die zeggen steeds weer teleurgesteld te worden. Soms zeggen ze je dat ze geld hebben en dan vind je 2 dollar. Veel mensen overdrijven,’ aldus Grand.

    Zijn nieuwe onderneming is meer dan alleen een technische uitdaging. Tijdens de lockdowns stelde Grand zichzelf andere, grotere vragen dan wanneer hij voor computeruitdagingen staat. ‘Ik kreeg een burn-out. Ik had geen zin meer in techniek, zelfs niet in hacken. Ik had als een gek gereisd en stressvolle achttienurige werkdagen gemaakt om producten te ontwerpen,’ zegt hij. Dat ging om entreepassen voor de beroemde Def Con-hackerconferenties; technische kunstwerken met gebruikmaking van hoogstandjes op het gebied van elektronica, hardware, codering en cryptografie. De opdracht leverde prestige op binnen het vakgebied, maar de vereiste inspanning was slopend.

    ‘Ik vroeg me uiteindelijk af wat mijn leven inhoudt en waar om mensen zich mij zullen herinneren. Iedereen heeft wel iets gedaan dat misschien memorabel is zonder dat er uiteindelijk iemand naar omkijkt, want je verandert toch in een voetnoot. Dus ik accepteerde mijn sterfelijkheid, denk ik. Ik kwam tot de conclusie dat ik gewoon moet doen waar ik van houd,’ zegt hij. En het hacken van cryptoportemonnees kwam precies op het juiste moment.

    Trezor

    Met de rust van de lockdowns had hij drie maanden om uit te dokteren hoe hij Dan Reichs cryptoportemonnee te lijf kon gaan. Het merk was Trezor, misschien wel het meest populaire merk. De software was verouderd en daarvan kon Grand profiteren. Maar ook met andere uitdagingen had hij niet veel moeite. ‘Alles is te hacken, alles,’ zegt hij. Hoewel de oude versie van de software van Trezor de aanval makkelijker maakte, beschikt Grand inmiddels ook over manieren om toegang te krijgen tot nieuwere versies, die hij momenteel nog even voor zich houdt.

    Trezor was niet erg blij het onderwerp te zijn van een op video vastgelegde aanval die door miljoenen mensen werd bekeken. Het bedrijf haastte zich te zeggen dat een soortgelijke aanval door allerlei aanpassingen inmiddels niet meer zou werken. Grand begrijpt dat. ‘Als zoiets naar buiten komt, is dat natuurlijk niet leuk. Ik voel me er dan ook niet zo goed over en zou ze graag helpen,’ zegt hij. Maar hij heeft belangrijkere doelen: ‘Mijn doel is om mensen aan het denken te zetten en dingen te tonen die ze nog niet eerder hebben gezien. Ik wil de boel een beetje door elkaar schudden en daarmee de druk opvoeren om producten te verbeteren en het bewustzijn te vergroten. Hacker zijn betekent ook een mogelijk controversiële kant laten zien, die mensen niet altijd leuk vinden. Mensen zien hacken als magie, maar dat is het niet,’ voegt hij eraan toe.

    Grand ontwierp bijvoorbeeld een kaartje om parkeermeters mee voor de gek te houden en een apparaatje om garagedeuren mee te openen: met elke klik veranderde het de code, zodat de deur uiteindelijk openging. ‘Ik zweer dat ik er nooit iets slechts mee heb gedaan‘, zegt hij.

    Zijn mobiele telefoon gebruikt hij alleen voor bellen en navigatie, niet voor sociale media of e-mail

    ‘Ik ben een hacker die eerlijke kansen biedt. Ik ben aan niets en niemand verbonden en ik bevraag en wantrouw alles,’ voegt hij eraan toe. Om die reden is hij een ‘technologisch minimalist’: technologie is zijn leven, maar omdat hij de risico’s kent, gebruikt hij alleen wat strikt noodzakelijk is. Zijn mobiele telefoon gebruikt hij alleen voor bellen en navigatie, niet voor sociale media of e-mail.

    ‘Ik maak mijn afwegingen’, zegt hij. ‘Ik weet dat ik als ik een smartphone gebruik kan worden gevolgd via mijn telefoon. Dat is een grens. Ik ben me bewust van wat technologie is en wat bedrijven die jou technologie bieden met jouw gegevens doen,‘ voegt hij eraan toe.

    ‘Ik heb geen Amazon Echo of Alexa. Ze zeggen dat die alleen luisteren wanneer je bijvoorbeeld “Hé Alexa” zegt, maar ik weet dat dat niet waar is. Die dingen moeten namelijk luisteren om te horen wanneer je “Hé, Alexa” zegt,‘ redeneert hij. Hij voegt eraan toe: ‘Ik gebruik alleen wat ik nodig heb. Ik zal dergelijke dingen niet in huis halen, tenzij ze een specifiek doel dienen.’

    Met zijn nieuwe project hoopt hij dat mensen de positieve kant van de hackerswereld zullen inzien: ‘Mensen vinden het fijn als er hackers zijn die goede dingen doen.’

    Lees ook:

  • Worden de Verenigde Arabische Emiraten na vijftig jaar een mondiale soft power?

    Worden de Verenigde Arabische Emiraten na vijftig jaar een mondiale soft power?

    Het doel van Expo 2020, het mega-evenement dat onlangs de deuren weer sloot in Dubai, was om bij ‘de groten’ te gaan horen. Deze journalist toont zich enthousiast over het resultaat.

    Expo 2020 bood baanbrekende innovaties, onderzocht de grootste uitdagingen waarvoor de mensheid zich geplaatst ziet en vermaakte zijn bezoekers met meer dan zestig live-evenementen per dag. De expositie bood landen de gelegenheid hun cultuur, keukens, kunst en reismogelijkheden te tonen. Ze had ten doel mensen te inspireren, te boeien, te vermaken en samen te brengen in het grootste publieksevenement sinds het uitbreken van de covid-19-pandemie. Expo 2020 gaf de wereld het teken dat het ergste definitief achter de rug is. Het was een baken van hoop.

    Expo 2020 was echter niet alleen ’s werelds grootste voorstelling; het toonde en bekrachtigde ook de rol van de VAE als mondiale soft power.

    De afgelopen jaren hebben de VAE een strategische koerswijziging in hun buitenlands beleid doorgevoerd. Die heeft zich snel vertaald in meer soft power. Er is geen beter voorbeeld dan Expo 2020. Expo 2020, die naties verbindt en bruggen bouwt door innovatie en inspiratie, is het toonbeeld van soft power – een model dat aanspreekt en aantrekt; een symbool van alles waar de VAE voor staan.

    Waar anderen muziek, lokale kookkunst en soapseries exporteren, exporteren de VAE ideeën, innovaties en best practices

    Internationale betrekkingen hebben ons – met dank aan de Amerikaanse politicoloog Joseph Nye – geleerd dat landen soft power gebruiken om anderen over te halen te doen wat zij willen, zonder geweld of dwang, en om hun standpunten en voorkeuren op lange termijn vorm te geven. Zo hebben de VS – succesvolle voorvechters van soft power – deze uitgeoefend via hun commerciële bedrijven, universiteiten, Hollywood, cultuur en waarden.

    Voor een land als de VAE, door analisten vaak een opkomende regionale macht of Klein Sparta genoemd, gaat de term soft power nog iets verder. Decennialang was internationale buitenlandse hulp de belangrijkste soft power-beleidsstrategie, maar vandaag de dag zijn er diverse andere, even belangrijke instrumenten. De VAE zijn al lang een toeristisch en commercieel knooppunt, en tevens de thuishaven van internationale merken als Emirates Airlines en de Jumeirah-groep. Nu heeft het land zich ook ontpopt als een leider in technologie, wetenschap en start-ups. Waar anderen muziek, lokale kookkunst en soapseries exporteren, exporteren de VAE ideeën, innovaties en best practices.

    Verenigde Arabische Emiraten

    MO kaartje NL

    Oppervlakte: 82.880 km² (≈ Oostenrijk) 

    Bevolking: 9,8 miljoen, waarvan een derde in Abu Dhabi woont en een derde in Dubai. Slechts 10,5 procent van de bevolking zijn Emiratis, lokale Arabieren. De economie van de Verenigde Arabische Emiraten (of de VAE ) is de op drie na grootste in het Midden-Oosten (na Turkije, Saoedi-Arabië en Iran), met een bbp van 421 miljard dollar in 2020.

    Belangrijkste handel wordt gedreven met: India, Japan, China 
    Voornaamste leveranciers: China, India en de Verenigde Staten. 

    Op de HDI-ranglijst, de index van menselijke ontwikkeling, staat de VAE op nummer 31 van de 189 landen

    Vijftigste verjaardag

    Als jonge natie aan de vooravond van haar vijftigste verjaardag, is het de VAE gelukt een belangrijke mondiale soft power te worden. Volgens de 12e Arab Youth Survey zijn de VAE voor Arabische jongeren al negen jaar op rij het favoriete land om te wonen – meer nog dan de VS en Canada. Het land heeft zich bovendien ontwikkeld tot modelland voor expats van alle leeftijden en nationaliteiten, die ervoor kiezen hier te werken of gewoon te wonen. Het heeft zijn verblijfswetten en -programma’s gemoderniseerd en is een internationale campagne begonnen om buitenlands talent aan te trekken, zoals artsen, ingenieurs, studenten, kunstenaars en wetenschappers, samen met hun gezinnen. Het voert een langetermijnvisie uit om van de VAE een welvarend en gastvrij tehuis voor zijn inwoners te maken.

    World Wealth Report schat dat meer dan 35.000 vermogende particulieren tussen 2000 en 2020 naar de VAE zijn verhuisd

    De VAE blijven ook een van de favoriete bestemmingen voor migrerende vermogende particulieren, terwijl velen tijdens de pandemie een uittocht hadden verwacht. Het laatste World Wealth Report schat dat meer dan 35.000 vermogende particulieren tussen 2000 en 2020 naar de VAE zijn verhuisd. Veel van deze mensen zijn afkomstig uit India, het Midden-Oosten en Afrika.

    De wereld in een stad

    Expo 2020 is de wereld in een stad – ze laat zien hoe de VAE hun soft power vormgeven door middel van allianties, partnerschappen en creativiteit. Expo 2020 neemt een centrale plaats in bij het oplossen van de grootste wereldproblemen op het gebied van klimaatverandering, energie en duurzame ontwikkeling. Ze belichaamt de kernwaarden van de VAE: tolerantie en co-existentie. Expo 2020 toont talloze technologische ontwikkelingen en levensveranderende innovaties. Aan bod komen de toekomst van de luchtvaart, uitdagingen in de gezondheidszorg, de inzet van kunstmatige intelligentie ten dienste van de mensheid, en er komt een paviljoen geïnspireerd door de grote Stephen Hawking.

    Het evenement is gegrondvest op de visie van een betere wereld door verbinding en door het bouwen aan een toekomst. En dat is dan weer, in een notendop, waar het om draait in de dynamische kijk van de VAE op soft power.

    Disclaimer: De meningen van de auteurs in deze rubriek zijn uitsluitend de hunne en geven niet noodzakelijkerwijs het standpunt van Arab News weer.

  • Uber sluit vrede met gele taxi’s in New York

    Uber sluit vrede met gele taxi’s in New York

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Polio duikt voor het eerst in dertig jaar op in Malawi

    » Russische jacht mag niet tanken

    Via Uber-app kan nu een yellow cab besteld worden

    In New York heeft Uber vrede met taxi’s gesloten, die nu in het platform zullen worden geïntegreerd. ’Bel een Uber, neem een yellow cab,’ vat de The New York Times samen. De door een chauffeur aangedreven passagiersvoertuiggigant gaat samenwerken met twee taxibedrijven, Curb en CMT, waardoor New Yorkers een gele taxi kunnen bestellen via de Uber-app, zo maakten de bedrijven afgelopen donderdag bekend. ’De eens zo bittere rivalen, die jarenlang hebben gestreden om de heerschappij van de straten van de stad, hebben een onwaarschijnlijke alliantie gesloten’, schrijft het Amerikaanse dagblad.

    Lees ook:

  • Techbedrijven staan te springen om getalenteerde vluchtelingen uit Oekraïne

    Techbedrijven staan te springen om getalenteerde vluchtelingen uit Oekraïne

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Duurste restaurant VS verhoogt menuprijs naar 1000 dollar per persoon

    » Vier Russische regeringshackers beschuldigd van wereldwijde aanvallen

    Techtalent uit Oekraïne is zeer gewild

    Veel technologie die we dagelijks gebruiken werd gemaakt of ontworpen door ingenieurs en softwareontwikkelaars uit Oekraïne. Apps als WhatsApp, Grammarly, Gitlab en Solana zijn opgericht of mede opgericht door Oekraïners; Google en Samsung hebben onderzoeks- en ontwikkelingscentra in het land. Oekraïne heeft in de techwereld een reputatie vanwege de hooggekwalificeerde techies en daarom staan westerse bedrijven momenteel in de rij om talenten op te vangen die door de Russische invasie het land moeten ontvluchten, aldus CNBC.

    Tientallen bedrijven hebben meer dan vijfhonderd vacatures voor technische functies geplaatst op een website genaamd Remote Ukraine, die is opgezet om bedrijven in de hele wereld te helpen Oekraïners in dienst te nemen. Veel van die bedrijven komen uit Europa, enkele zijn Amerikaans of Canadees. Technologiebedrijven zoals Modular Automation en WarDucks in Ierland, Sportradar in Zwitserland en Drive System Design in Engeland, hebben op Remote Ukraine vacatures met functies variërend van een web3-ontwikkelaar tot een senior 3D-ontwerper.

    alex kotliarskyi QBpZGqEMsKg unsplash 2
    Oekraïense programmeurs aan het werk, Kyiv 2017. – © Alex Kotliarskyi / Unsplash

    Lees ook:

  • CO2-uitstoot van dataopslag blijft groeien

    CO2-uitstoot van dataopslag blijft groeien

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Westerse sancties tegen Rusland raken Tadzjikistan

    » Gezocht: ‘Grizzly Bear Conflict Manager’

    De cloud produceert meer CO2 dan luchtvaart

    Het energieverbruik van dataopslag draagt steeds meer bij aan opwarming van de aarde. Dataopslag in de cloud heeft inmiddels een grotere ecologische voetafdruk dan de wereldwijde luchtvaartindustrie en met een gezamenlijk verbruik van 200 terawattuur per jaar verslinden datacenters meer energie dan sommige natiestaten. De elektriciteit die wordt gebruikt is momenteel verantwoordelijk voor 0,3 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot, maar met het gebruik van laptops, smartphones en tablets erbij opgeteld, komt het totaal neer op 2 procent. Dat betreft niet alleen koeling. Om klanten te kunnen garanderen dat data en clouddiensten altijd en overal direct beschikbaar zijn, zijn datacenters namelijk ‘hyperredundant’ ontworpen: als een systeem uitvalt, staat het andere klaar om storing in gebruikerservaringen te voorkomen, schrijft MIT Press Reader.

    De grootste en meest geavanceerde ‘hyperscale’ datacenters, zoals die van Google, Facebook en Amazon, proberen hun sites CO2-neutraal te maken via CO2-compensatie en investeringen in hernieuwbare energie, maar kleinere datacenters missen middelen en kapitaal voor vergelijkbare duurzaamheidsinitiatieven.

    Lees ook:

  • Zo zien onze huizen er in 2050 uit: meer data, meer hout en meer abonnementen

    Zo zien onze huizen er in 2050 uit: meer data, meer hout en meer abonnementen

    Wacht ons in de toekomst een duurzamer, efficiënter en gemakkelijker leven of zullen onze huizen worden overgenomen door veiligheidssystemen en controlerende apparatuur?

    Stel je, als je kunt, een kleine, blauwige kamer voor. Snoeren, schermen, sensoren. Een paar aandenkens aan de oude wereld. De bewoonster van de kamer, aan huis gekluisterd door een zoönotische pandemie, greenwasht vanuit haar bed een bedrijf voor datamining [gegevensdelving]. De overheid heeft haar verboden de deur uit te gaan.

    Aan het eind van de gang is een gemeenschappelijke keuken, die ze deelt met een paar onbekenden die ze online heeft ontmoet, maar meestal bestelt ze haar maaltijden via een interface en eet ze die hier op. Microfoons registreren haar interacties. Een bewegingssensor om haar pols herinnert haar eraan dat ze haar activiteit moet optimaliseren. Uit verlangen naar de stervende wereld buiten heeft ze een paar regenwoudplanten gekocht om de ruimte wat op te fleuren. Haar zaksurveillanceapparaat herinnert haar eraan dat ze die water moet geven. Ze vangt een nieuwsflits op: de rijkste man ter wereld heeft zojuist de atmosfeer van de aarde verlaten.

    Tot zover het huis van 2021. En het huis van 2050? Zou dat een hoopvoller visioen van huiselijkheid bieden dan de dystopische nachtmerrie die sommigen van ons de afgelopen jaren hebben beleefd? Stevenen we onverbiddelijk af op een wereld van surveillance, klimaatcrisis en woningcrisis, en verdrinken we in eenzaamheid terwijl onze Metaheadset de data uit onze ziel zuigt.

    ‘Onze woonsituatie wordt steeds geraffineerder aangepast aan onze eigen wensen en behoeften’

    Misschien allebei een beetje, zegt Sarah Douglas, directeur van de designadviesbureau The Liminal Space. Zij stond aan de basis van de expositie Tomorrow’s Home in het Museum of the Home in Londen, die liet zien hoe we over drie decennia misschien zullen wonen. ‘Het huis van de toekomst zou ons kunnen helpen onze woonsituatie steeds geraffineerder aan te passen aan onze eigen wensen en behoeften,’ zegt ze. ‘Maar het wordt een hele klus om te leren omgaan met de enorme voordelen en de ethische problemen die gepaard gaan met nieuwe, interactieve technologieën.’

    Natuurlijk zullen we niet elke toekomstige trend met open armen ontvangen. ‘Het kan zijn dat je een groep mensen krijgt die overal voor in is, een groep die erachteraan sukkelt en een groep die zich geheel en al afzijdig houdt,’ zegt Rachel Coldicutt, directeur van Careful Industries, dat onderzoek doet naar de interactie tussen technologie en mensen. Mensen die hun huis als een privéheiligdom blijven zien, zullen het niet gemakkelijk krijgen, waarschuwt ze. De machtigste techbedrijven ter wereld hebben hun focus al verlegd van telefoons naar huizen: Google heeft zijn scala aan Nest-producten op het gebied van intelligente veiligheidssystemen, Amazon heeft octrooi aangevraagd op apparatuur die onze ‘emotionele data’ kan lezen en Facebook lanceert zijn metaverse.

    Surveillance

    Deze technologieën weten de aanvankelijke bedenkingen die we er misschien tegen hebben op de een of andere manier weg te nemen. ‘Mensen kopen Alexa [de virtuele assistent van Amazon] niet omdat het een surveillanceapparaat is,’ zegt Coldicutt. ‘Ze kopen het omdat het fijn is om een handsfree tijdschakelaar in de keuken te hebben. Maar het blijft een surveillanceapparaat.’

    Sommigen van ons zullen zich erbij neer moeten leggen. Als er in de toekomst sociale huisvesting bestaat, zouden de betrokken bewoners zich dan enigerlei vorm van monitoring moeten laten welgevallen om te ‘bewijzen’ dat ze van die huisvesting gebruik mogen maken? Als je in de toekomst een bijstandsuitkering geniet en je ligt om half negen nog in bed, wordt dat dan een probleem? Coldicutt denkt van wel.

    ‘De huizen zullen harder hun best moeten doen’

    Maar vanbuiten zullen huizen er tenminste nog grotendeels hetzelfde uitzien. Er is geen reden om aan te nemen dat de Britse voorliefde voor victoriaanse rijtjeshuizen in 2050 verdwenen zal zijn. ‘De huizen zullen alleen harder hun best moeten doen,’ zegt architect Piers Taylor. ‘Er zullen werkruimtes en wellnessruimtes komen, evenals plekken om te eten en te slapen, en die zullen ook flexibeler moeten worden.’

    Ongeveer 80 procent van de CO2-uitstoot bij de bouw komt van beton en staal, dus zullen er in nieuwe huizen duurzamere materialen zoals hout worden gebruikt en zal er lager worden gebouwd. Taylor: ‘Alles minder dan twee verdiepingen is niet compact genoeg, alles meer dan vijf vergt te veel grondstoffen.’ We zullen modulaire interieurs nodig hebben die snel kunnen veranderen om berekend te zijn op bijvoorbeeld gezinsuitbreiding, of op de komst van een klimaatvluchteling. En zoals we nu op Netflix geabonneerd zijn, zullen we in de toekomst misschien abonnementen nemen bij bedrijven die meubilair, huishoudelijke apparatuur en voertuigen leveren.

    Het huis van de toekomst zou er als volgt uit kunnen zien.

    De woonkamer 

    Sensoren, microfoons, camera’s, beeldschermen: allemaal zullen ze tot 2050 waarschijnlijk hand over hand toenemen, maar wel in een veel discretere vorm; in een kandelaar of een vaas. Alexa zou kunnen inhaken op de trend om meer natuurlijke materialen te gebruiken (hout, hennep, stro et cetera) en ze zal niet alleen meer reageren op wat je zegt, maar ook op de toon en het volume van je stem, zodat ze weet wanneer je tegen je kinderen schreeuwt.

    Maar zolang we de baas blijven over onze eigen data hoeft dat allemaal niet zo erg te zijn. ‘We kunnen ons hier concentreren op de dystopische aspecten,’ zegt Yvonne Rogers, hoofd Computerwetenschap van University College London, ‘maar als we abstracter nadenken over hoe we de data kunnen gebruiken die deze apparaten verzamelen, kunnen we er allerlei interessante dingen mee doen.’ Zoals digitaal behang maken dat zijn kleur aanpast aan de emoties in huis. Het zou een liveopname kunnen tonen van een stuk regenwoud dat door jouw huishouden wordt gesponsord. Misschien zal het ook reageren op de aanwezigheid van een baby of een huisdier.

    Misschien kunnen we zelfs overleden dierbaren op onze bank projecteren

    Nu wij steeds meer thuiswerken (of werkloos thuiszitten als gevolg van de automatisering) en misschien minder kunnen reizen, zullen we naar nieuwe manieren zoeken om virtueel contact te leggen. Star Wars-achtige hologramprojecties van dierbaren in 3D zijn niet meer zo ver weg. ‘Nu kun je met behulp van augmented reality al Ikea-meubels in je eigen woonkamer uitproberen. Die technologie zal zich verder ontwikkelen. Er zal misschien nog steeds een augmentedrealitybril aan te pas komen, maar het aanbrengen van een digitale laag in een fysieke ruimte zal vermoedelijk steeds meer ingang vinden,’ zegt Rogers.

    Misschien zullen we zelfs overleden dierbaren op onze bank kunnen projecteren. Dit zou een manier kunnen zijn om de eenzaamheid van een vergrijzende bevolking te verlichten. ‘Je kunt je voorstellen dat je voor zoiets een abonnement kunt nemen bij een bigtechbedrijf,’ zegt Douglas. ‘En dat je daarbij kunt worden verleid tot een upgrade als je ook gesprekken wilt kunnen hebben over voetbaluitslagen, of over een filosofische theorie.’

    De keuken 

    Dit deel van het huis heeft in de afgelopen generaties ingrijpende veranderingen ondergaan: van een kombuisachtig vertrek, ontworpen voor een bediende, tot een grote, gemeenschappelijke ruimte die het middelpunt van het gezinsleven vormt en de eetkamer overbodig maakt. Niet dat we meer zijn gaan koken. Door dronebezorging, kweekvlees en voedingstechnisch geoptimaliseerde kant-en-klaarmaaltijden zal de bevolking het koken steeds meer verleren en wordt het een nog exclusievere hobby dan nu. En dieren eten? Dat wordt mogelijk net zoiets als roken eerder al werd: passé, ongezond en een beetje rebels.

    Of stel je voor dat je vuilnisbak zou kunnen berekenen hoeveel je weggooit en je beloont met korting op de afvalstoffenheffing (of je straft met een verhoging). Een andere tentoongestelde innovatie is de ‘slimme mok’, een drinkbeker die je vitale functies checkt en het verraadt als je verboden middelen hebt gebruikt.

    Maar een echt intelligent huis zou niet per se vol glanzende, nieuwe gadgets hoeven te staan. De nieuwe ‘recht op reparatie’-wetgeving toont aan dat gekozen leiders eindelijk bereid zijn onze spilzieke consumptiemodellen aan de kaak te stellen. ‘Dit zal waarschijnlijk leiden tot het gebruik van meer natuurlijke en herbruikbare materialen, en tot een grotere tweedehandscultuur,’ zegt Bishop, door items zodanig te ontwerpen dat ze gemakkelijker gerepareerd kunnen worden.

    De badkamer 

    De toekomst wordt gewoonlijk afgeschilderd als een glanzende, witte, steriele ruimte. Maar het zijn de ‘schone witte ruimten van het modernisme’ waartegen we moeten vechten, zegt Richard Beckett, die prijzen heeft gewonnen met wat hij ‘probiotische architectuur’ noemt. ‘Nu we zo’n 90 procent van onze tijd binnenshuis doorbrengen, missen we de blootstelling aan wat we de “diverse natuur” noemen, waarin we in de loop van honderdduizenden jaren zijn geëvolueerd,’ zegt hij. ‘We krijgen niet de bacteriologische diversiteit die ons lichaam nodig heeft, en dat leidt tot veel nieuwe chronische ziekten.’

    Om dit tegen te gaan ontwikkelt hij bouwmaterialen die de natuur binnenshuis brengen: denk aan badkamertegels die sporen met heilzame microben bevatten, het keramische equivalent van zuurkool. ‘Bouwmaterialen moeten misschien weefselachtiger, poreuzer worden,’ zegt hij. ‘En we zouden misschien anders moeten omgaan met onze muren of oppervlakken. Zoals we onze planten met water besproeien, zouden we onze muren met voedingsstoffen kunnen besproeien. Ondertussen zal je slimme wc natuurlijk zich ervan vergewissen dat je darmflora en hormonen in orde zijn. 

    ‘Maar wat verliezen mensen als ze ervoor kiezen die dingen niet te gebruiken? Als je je data niet doorgeeft aan het toiletbedrijf, loop je dan de verstrekking van magnesiumsupplementen mis?’

    De slaapkamer 

    Hoe je slaapt zal in de gaten worden gehouden door je deken of misschien je matras. ‘Als we momenteel aan draagbare technologie denken, denken we aan iPhone-achtige apparaten met een scherm,’ zegt Sarah Douglas. ‘Maar in werkelijkheid zullen we zien dat deze data-verzamelende items steeds menselijker worden.’

    Ook voorziet Douglas een grote toekomst voor abonnementen. In plaats van online snelle mode te kopen, zullen we volgens haar ‘gemeenschappelijke kleerkasten’ krijgen, virtuele kasten die ons in staat stellen gemakkelijk kleding te ruilen met vrienden en buren. ‘Het zou heel nuttig zijn om te kijken of we een punt kunnen bereiken waarop huishoudtechnologie echt huiselijke problemen oplost,’ zegt Coldicutt. ‘Een van de moeilijkste technische dingen ter wereld is lakens opvouwen. De was doen blijft een activiteit die fysieke inmenging vereist. Een robot die bij elkaar passende sokken sorteert, lijkt verre toekomstmuziek. Dus zullen we de dingen blijven doen die robots niet kunnen.’ 

    De speelkamer 

    Als computerwetenschapper is Yvonne Rogers geneigd tot optimisme. ‘Er is zo veel technologie die is ontworpen rond traceren en tellen,’ zegt ze. ‘Het zou goed zijn om na te denken over apparaten die echt iets toevoegen aan het spel en kinderen creatief laten zijn in hun kamer.’ Ze denkt dat speelgoed nog veel leuker zal worden dankzij de steeds vagere scheidslijnen tussen fysiek en digitaal. Stel je voor dat je een zee op je slaapkamervloer kunt projecteren, of een kleed als vliegend tapijt kunt gebruiken; of dat je interactieve knuffels kunt maken, wat een grote troost voor zieke kinderen zou zijn. ‘Het zou echt goed zijn om te bedenken hoe we thuisleren leuker kunnen maken en technologie kunnen ontwikkelen die kinderen stimuleert om nieuwsgieriger en creatiever te worden.’

    Ook de tomeloze energie van kinderen hoeft niet verloren te gaan. Kathryn Bishop van het Future Laboratory wijst op het werk van een laboratorium in Zürich, dat hout heeft ontwikkeld dat statische elektriciteit opslaat wanneer je eroverheen loopt. ‘Leg zoiets op de vloer van een kinderspeelkamer en je hebt energie voor een paar speeltjes,’ zegt ze.

    De tuin 

    Misschien zullen we ook meer voedsel zelf verbouwen. En we zouden zulke dingen vaker gemeenschappelijk kunnen doen. In de ruimten tussen huizen liggen volgens architect Taylor de meest veelbelovende oplossingen. ‘Ook al hebben we nog auto’s, zal het idee van eigenaarschap zal moeten veranderen,’ zegt hij. Zodra je ze weghaalt, worden steden er een stuk leefbaarder op.

    Tomorrow’s Home was te zien in het Museum of the Home in Londen, museumofthehome.org.uk 
    Meer weten? Luister naar futureoflivingpodcast.com

  • Daten in IJsland: eerst even checken met de ‘anti-incestapp’ of iemand geen bloedverwant is

    Daten in IJsland: eerst even checken met de ‘anti-incestapp’ of iemand geen bloedverwant is

    Op het eiland met slechts 368.000 inwoners is er altijd een kans dat je date een verre neef of nicht van je is. Een app met genealogische gegevens van alle IJslanders moet dat voorkomen. Bijkomend voordeel is dat al die genetische kennis tijdens de pandemie uiterst nuttig is gebleken.

    Een avond in Laugavegur, het uitgaanscentrum van de IJslandse hoofdstad Reykjavik. In een van de vele bars hebben twee jongeren elkaar zojuist leren kennen. Ze hebben een fijn gesprek, de avond ontwikkelt zich veelbelovend. Als het steeds duidelijker wordt dat hun plannen wel eens verder zouden kunnen reiken dan het sluitingsuur toestaat, trekken ze hun smartphones en tikken die kort tegen elkaar. Ze hebben geluk – ze zijn geen nauwe verwanten.

    IJsland is een land met een kleine bevolking: het eiland telt maar 368.000 inwoners. Eeuwenlang leefde men geïsoleerd en de IJslandse genenpool kreeg slechts zelden impulsen van buitenaf. Iedereen is dan eigenlijk op de een of andere manier met elkaar verwant. De hierboven beschreven scène is weliswaar verzonnen, maar zou zich heel goed zo hebben kunnen afspelen. Want die app bestaat echt. Hoogleraar neurologie Kári Stefánsson, oprichter en directeur van Decode Genetics, is sinds 1996 gepassioneerd bezig met de vraag wie IJslanders eigenlijk zijn. En de weg naar het antwoord loopt voor hem via genealogie en genetica.

    Als twee personen informatie willen over hun verwantschapsgraad, dan kunnen ze eenvoudig hun smartphones tegen elkaar tikken

    Daarom heeft zijn onderneming het tot haar missie gemaakt een digitale genealogische databank op te zetten. Daartoe werden veel verschillende bronnen geraadpleegd, openbare en private, van volksvertellingen, bevolkingsregisters en kerkboeken tot familiegeschiedenissen en door particulieren opgestelde stambomen. Zo ontstond Islendingabok, het ‘Boek der IJslanders’, een databank op internet. Wie beschikt over een IJslands burgerservicenummer, heeft er toegang toe. Om de tiende verjaardag van de lancering van het ‘Boek der IJslanders’ te vieren werd een wedstrijd uitgeschreven voor een app die de databank toegankelijk zou maken op de smartphone.

    Het programmeertrio dat de wedstrijd won, kwam op de proppen met een bijzondere specialiteit: als twee personen informatie willen over hun verwantschapsgraad, dan kunnen ze, in plaats van namen op te geven, ook eenvoudig hun smartphones kort tegen elkaar tikken. Bij dit elektronisch tête-à-tête worden relevante gegevens over de bezitters van de burgerservicenummers uitgewisseld en als er geen verwantschappelijke hindernis is die deze wederzijdse toenadering in de weg staat, meldt het beeldscherm opgewekt: ‘Ga je gang!’

    ‘Anti-incestapp’

    Het duurde niet lang of het nieuws over deze curieuze ‘anti-incestapp’ ging de hele wereld over. Van tech-tijdschriften tot wereldwijde mainstreammedia: allemaal berichtten ze erover. Sommigen beweren dat ze erbij zweren als ze daten. Anderen zeggen dat de app meer bedoeld was als een grap en nu door de wereldwijde weerklank een eigen leven is gaan leiden als grappig verhaal.

    De populariteit van de databank waarop de app is gebaseerd, is daarentegen onbetwist. Die bestaat intussen niet alleen uit gedigitaliseerde schriftelijke bronnen, maar ook uit biomedische informatie. Want tegelijk met de compilatie van historische bronnen verzamelde Decode Genetics ook bloedmonsters die door IJslandse burgers vrijwillig werden afgestaan voor genetische analyse. In een diepvriesfaciliteit in de kelder liggen inmiddels monsters opgeslagen van ongeveer de helft van de bevolking.

    ‘Om de menselijke diversiteit in de breedste zin te bestuderen en iets bijvoorbeeld wil kwalificeren als ‘‘pathologisch’’ moet je eerst kunnen definiëren wat ‘‘normaal’’ is

    En het gaat om meer dan alleen stambomen. Een uitgebreide genetische analyse legt wetmatigheden en mechanismen bloot en maakt daarmee gevolgtrekkingen mogelijk die van belang kunnen zijn voor de volksgezondheid, aldus Kári Stefánsson. Dat je van een patiënt het individuele risicoprofiel voor erfelijke ziektes kunt vaststellen, is van belang als de gezondheidszorg meer op preventie ingericht moet worden. ‘Om de menselijke diversiteit in de breedste zin te bestuderen en iets bijvoorbeeld wil kwalificeren als ‘‘pathologisch’’ moet je eerst kunnen definiëren wat ‘‘normaal’’ is,’ zegt hij. 

    Maar hoe verhoudt zich dat met bezwaren inzake de beveiliging van data? Genetische informatie is buitengewoon persoonlijk en ligt gevoelig. De huidige samenleving, zegt hij, beschouwt de aanspraak op een ultramodern gezondheidssysteem bijna als een mensenrecht. Maar die claim brengt ook de plicht met zich mee om het onderzoek mogelijk te maken. Dat vergeet men vaak. Hij heeft soms de indruk dat de moderne samenleving de veiligheid van de patiëntendata belangrijker acht dan de veiligheid van de patiënten zelf, zegt hij. Niet dat Stefánsson het aspect van de databeveiliging onbelangrijk vindt. De bescherming van gegevens is van groot belang, en daarom werden de data bij het biomedisch onderzoek geanonimiseerd. 

    Gericht reageren

    Toen de coronacrisis bijna twee jaar geleden uitbrak, toonde de onderneming zich van meet af aan betrokken en stelde haar laboratoria ter beschikking aan de nationale gezondheidszorg voor coronatests en analyse van de virusvarianten. Van elk afzonderlijk gediagnosticeerd coronageval hebben ze het erfelijk materiaal van het virus onderzocht, zegt Stefánsson. Zo had men heel goed in beeld van waar welke variant binnengekomen was en hoe de circulatie in de samenleving had plaatsgevonden. Daardoor konden de autoriteiten er heel gericht op reageren.

    IJsland is benijdenswaardig goed de crisis doorgekomen. Decode Genetics, een BV onder de paraplu van het biotechconcern Amgen, werkte nauw samen met de officiële instanties. ‘Het was alle hens aan dek,’ zegt Stefánsson, ‘en het was verheugend om te zien hoe de in het algemeen recalcitrante IJslandse samenleving de rijen wist te sluiten tegenover de dreiging.’ Voor hem, zo maakt hij de balans op, is de pandemie daarom niet alleen maar iets negatiefs geweest.

  • Volgens deze ‘piraten van de techindustrie’ is een nieuwe iPhone doodzonde van je geld

    Volgens deze ‘piraten van de techindustrie’ is een nieuwe iPhone doodzonde van je geld

    De jongens achter het bedrijf iFixit laten zien hoe je alles kunt repareren, van iPhone tot broodrooster. Hun missie is niet zo veel mogelijk geld verdienen, maar ‘de groei van de wegwerpcultuur bestrijden’. Ze bouwden er een enorm bedrijf mee op – en kregen het met Apple aan de stok.

    Keuze uit het archief

    Sinds vrijdag ligt de nieuwe iPhone 17 van Apple, de zoveelste versie, in de winkels. Advertenties moeten klanten verleiden om hun oude mobiel – kapot of niet – weg te doen en over te stappen op het nieuwste model. Dit artikel van het ondernemersblad Inc. uit 2020 laat zien hoe het anders kan: bespaar geld en spaar het klimaat door zelf je kapotte mobiel te repareren. Het bedrijf iFixit wil je er graag bij helpen.

    ‘Ga daar maar op staan,’ zegt Kyle Wiens, terwijl hij zich tegenover zijn bezoeker opstelt en zijn hand uitsteekt naar de schakelaar. Er klinkt elektrisch gezoem, waarna een zachte schok volgt en de grond wegvalt. Het is een hefbrug, afkomstig van een autodealer en nu op een betonnen plaat gezet in Wiens’ achtertuin in Atascadero, Californië.

    Wiens, gekleed in jeans en houthakkershemd en met een ziekenfondsbrilletje en het soort kapsel dat je jezelf kunt aanmeten met een botte schaar, heeft een glooiend perceel van een hectare met uitzicht op Highway 101, halverwege Los Angeles en San Francisco. De hoge heuvels verderop zijn groen van de overvloedige regen van afgelopen winter. Er staat een gestuukt woonhuis op het terrein plus een geprefabriceerd bijgebouw, een kippenren, een patio met een gigantische grill en een werkschuur die plaats biedt aan motorfietsen, crossmotoren, kajaks, wetsuits, een generator, een compressor, een lasbrander, hamers, moersleutels en boren, evenals diverse stapeltjes gedemonteerde onderdelen: Wiens’ vele lopende werkzaamheden. De hefbrug staat vlak naast de schuur. Wiens gebruikt hem voor klussen die de meeste mensen aan een professional zouden overlaten, zoals de transmissie van een truck vervangen. En als een goedkope vorm van vermaak: ‘Het is zo’n cool ding!’

    Levenswerk

    De hefbrug staat er ook omdat dingen repareren zijn levenswerk is. De 33-jarige Wiens is medeoprichter en CEO van iFixit, een bedrijf dat volgens hem als missie heeft ‘iedereen te leren hoe je alles kunt fiksen’. Op de website van iFixit vind je een enorme bibliotheek van stap-voor-stapinstructies op ieder denkbaar gebied: remmen afstellen, een lekkende brandstoftank van een motorfiets repareren, de bumpersensoren op een Roomba-stofzuiger plaatsen, een papierversnipperaar weer aan de praat krijgen, een zool weer op een schoen bevestigen, een vuur maken zonder lucifer, een kras in een brillenglas opvullen, een verwarmingselement van een waterkoker vervangen en – iFixits specialiteit – allerlei subtiele reparaties uitvoeren aan laptops en mobieltjes van Apple. Meer dan 25.000 handleidingen in totaal, voor meer dan 7000 objecten en apparaten. Volgens Wiens hebben vorig jaar 94 miljoen mensen overal op de wereld met behulp van iFixit geleerd dingen weer tiptop in orde te krijgen, wat eerlijk gezegd een klein beetje tegenviel. Wiens had gemikt op 100 miljoen.

    Een deel van de kennis op de website van iFixit komt uit eigen koker. Het meeste komt, à la Wiki, van overal op de wereld. In beide gevallen is de informatie gratis. Je hoeft je niet in te schrijven. Er wordt geen reclame gemaakt. iFixit haalt ongeveer negentig procent van zijn omzet uit de verkoop van onderdelen en gereedschap aan mensen die niet zouden weten wat ze daarmee aan moesten als iFixit niet ook zoveel waardevolle informatie weggaf. De rest komt van het in licentie geven van de software die iFixit heeft ontwikkeld voor het schrijven van zijn online handleidingen, en van het opleiden van onafhankelijke reparateurs, zo’n 15.000 tot nu toe, die hun eigen zaak runnen met steun van iFixit.

    ‘Onze impact op de economie is veel groter dan wat we er zelf aan overhouden,’ geeft Wiens toe. Daar zit hij niet mee. Zo bereik je alles en iedereen. Maar het is een echt bedrijf. Zestien jaar oud, 125 werknemers [toen dit artikel geschreven werd], vijf keer aanvoerder van de Inc. 5000-lijst van snel groeiende ondernemingen met een jaarlijkse groei van dertig procent, een omzet van 21 miljoen dollar en een stabiele winst. ‘We geven een heleboel gratis weg,’ zegt medeoprichter Luke Soules (32). ‘Dat vinden we leuk en het werkt, ook al geeft maar een fractie van die mensen ons geld.’

    De afvalscheidingsbakken hebben een iFixit-logo, de vuilnisbakken een Apple-logo

    Bedenk eens hoe wij consumenten ons tot onze elektronische hebbedingetjes verhouden. We kunnen niet zonder, maar we hebben geen idee meer wat er zich onder hun glanzende buitenkant afspeelt. Als ze kapot gaan, zijn we reddeloos verloren; we willen meteen een nieuwe. Maar dat consumentengedrag heeft gevolgen: gevolgen voor het milieu, omdat onze afgedankte giftige technologie op vuilnisbelten belandt; gevolgen voor onze grondstofvoorziening, omdat eindige voorraden van cruciale elementen als iridium snel worden geconsumeerd en afgedankt; gevolgen voor de economie, omdat we onze zakken razendsnel legen om maar bij de tijd te blijven; en gevolgen voor ons mens-zijn, omdat we steeds gefrustreerder raken door de magische objecten waarvan we afhankelijk zijn.

    iFixit en zijn nobele missie lijken misschien geen grote bedreiging voor wie dan ook, en al helemaal niet voor het meest winstgevende bedrijf ter wereld, maar toch houdt Apple iFixit angstvallig in de gaten. Apple houdt niet van iFixit, omdat iFixit zijn eigen versies van Apples uiterst geheime reparatiehandleidingen schrijft en die met iedereen deelt. Het maakt onderdelen voor Apple-apparatuur na en levert die samen met zelf ontworpen pincetten, plastic beiteltjes en schroevendraaiers in betaalbare doet-het-zelfkits. Met behulp van iFixit kun je een gebarsten scherm of een kapotte batterij veel goedkoper vervangen dan als je met je probleem naar een Apple-winkel gaat, wat misschien toch al geen optie voor je is, afhankelijk van waar je woont. Daar komt bij dat iFixit je geen nieuwe telefoon zal proberen aan te smeren. (Apple is diverse malen benaderd om commentaar te leveren voor dit verhaal, maar heeft dat steeds geweigerd.)

    Maar iFixit houdt ook niet van Apple. In het hoofdkwartier van iFixit in San Luis Obispo, Californië, hebben de afvalscheidingsbakken een iFixit-logo, dat op een kruiskop lijkt, en de vuilnisbakken een Apple-logo. In acht Amerikaanse staten procederen de twee bedrijven over de zogeheten recht-op-reparatiewetgeving (‘Je moet vechten voor je recht om te repareren’) die, als ze wordt aangenomen, een eind zal maken aan de enorme reparatie-inkomsten die Apple aan zijn monopoliepositie dankt. Hoe gigantisch die inkomsten zijn meldt Apple niet, maar het zakenblad Warranty Week schat dat AppleCare, Apples verlengde garantieregeling waarvoor een abonnement kan worden afgesloten, het bedrijf in 2016 wereldwijd maar liefst 5,9 miljard dollar heeft opgeleverd. ‘Het is het grootste programma voor verlengde garanties ter wereld,’ zegt redacteur Eric Arnum van Warranty Week. ‘Groter dan dat van General Motors, Volkswagen of Walmart.’

    ‘We geven een heleboel gratis weg. Dat vinden we leuk’

    iFixit zou niet bestaan als Apple er niet was, en alles wat daarmee samenhangt – de innovaties, de alomtegenwoordigheid en de arrogantie. Als je het zo beschouwt is iFixit eigenlijk een parasiet. Of misschien een loodsmannetje, dat meezwemt met de haai en leeft van de restjes. Maar dat doet geenszins recht aan de radicale missie van dit bedrijf, noch aan de ambitie van de oprichters, zaken waarover Wiens langdurig heeft nagedacht.

    ‘Ik maak me echt zorgen over de transitie naar een wereld waarin we niet meer begrijpen wat er in onze spullen zit,’ zegt hij. ‘Waarin we bang zijn voor techniek, voor feiten, voor zelf prutsen. Als je een telefoon of een voicerecorder uit elkaar haalt en er genoeg van begrijpt om hem te kunnen repareren, gaat er een schakelaar om in je hoofd. Je verandert van alleen maar een consument in een deelnemer.’ Dat is misschien niet zo cool als je eigen hefbrug in je achtertuin, maar nog altijd behoorlijk cool.

    Wiens en Soules zijn allebei opgegroeid in Oregon, maar ze hebben elkaar pas ontmoet op de California Polytechnic State University, waar het motto ‘Al doende leren’ is. Dat was in 2003, en sindsdien zijn ze samen, als vrienden, zakenpartners en rivierkajakkers. (Toen Wiens aankondigde dat hij ging trouwen, zeiden zijn andere vrienden hem dat hij dan eerst van Soules zou moeten scheiden.) Wiens praat meer dan Soules en slaapt minder; hij is het publieke gezicht van iFixit, de grote uitlegger en strateeg. Soules houdt toezicht op de bedrijfsvoering en de Chinese aanvoerketen van iFixit; hij is ook piloot en klarinettist. Op de universiteit vonden ze elkaar omdat ze allebei nerds waren. ‘Ik weet nog dat hij met kerst naar huis ging,’ zegt Soules over Wiens. ‘Hij had zo’n grote ouderwetse desktopcomputer. Die nam hij mee in de trein.’

    Wiens’ andere computer was een Apple iBook G3, de gewelfde, snoepkleurige laptop die ook wel bekendstaat als de ‘wc-bril-Mac’. Toen hij die op een dag liet vallen was hij kapot. Wiens zat er niet mee. Als kind waren hij en zijn broer altijd bezig met het uit elkaar halen en weer in elkaar zetten van de oude radio’s en keukenapparatuur die hun grootvader meebracht uit de kringloopwinkel. ‘Die was zijn hele leven bezig dingen te maken en te onderhouden’, schreef Wiens in 2013 over zijn grootvader in een artikel op de website van The Atlantic; hij leerde Wiens oorlog voeren tegen ‘entropie: de tweede wet van de thermodynamica die garandeert dat alles op den duur verslijt’; en stuurde hem naar de universiteit met een gereedschapskist en een soldeerbout.

    Wiens had een reparatiehandleiding voor de G3 nodig. Hij zocht tevergeefs op internet. Apple deelt zulke informatie niet met zijn klanten. Daar baalde hij van. Het was tenslotte zijn computer. Zelf gekocht en betaald. Waarom had hij dan geen toegang tot de werking ervan? Dit kan zo niet, herinnert Wiens zich dat hij dacht, en daarmee was het idee voor een bedrijf geboren.

    Wiens en Soules werkten het de jaren daarna verder uit. Aanvankelijk wilden ze hun eigen reparatiehandleidingen schrijven en verkopen, maar – eerste les – informatie is geen gemakkelijk verdienmodel. Maar onderdelen en gereedschap wel, dus werden Wiens en Soules online wederverkopers van gereedschap en moeilijk te krijgen onderdelen. Ze noemden hun bedrijfje PowerBook Fixit, totdat Wiens bang werd dat Apple hen zou aanklagen wegens schending van hun handelsmerk. Daarna probeerden ze PBFixit, dat ook niet aansloeg. ‘Mensen dachten dat PB voor Peanut Butter, pindakaas stond,’ zegt Soules. Toch kwamen er mensen op af. ‘De eerste maand verdienden we niets,’ zegt Wiens. ‘Maar de tweede maand wel. En sindsdien hebben we altijd geld verdiend.’

    Ze woonden samen op een kamer, sliepen in een stapelbed zodat ze meer ruimte hadden voor inventaris. In hun tweede studiejaar verhuisden ze van de campus naar een tweekamerflat, en uiteindelijk naar een huis met drie slaapkamers en een garage voor drie auto’s die als opslagplaats voor onderdelen fungeerde. Het runnen van een bedrijf en tegelijkertijd studeren bracht bepaalde uitdagingen met zich mee. ‘Dan zat ik aan de telefoon met een klant om hem te begeleiden bij de installatie van een harde schijf en tegelijkertijd op de klok te kijken terwijl ik dacht: Over twintig minuten heb ik een tentamen,’ zegt Wiens. ‘Dat kun je moeilijk tegen een klant vertellen.’ Uiteindelijk huurden ze personeel in. Op een dag arriveerde er een werknemer bij hun huis die zijn sleutel was vergeten, dus peuterde hij het slot open. De baas was onder de indruk. ‘Tot op de dag van vandaag leren we nieuwe werknemers nog altijd om sloten open te peuteren,’ zegt Wiens. (iFixit heeft zelfs ooit sets verkocht voor het open peuteren van sloten, maar dat bracht bepaalde complicaties met zich mee; het is illegaal om die te versturen via de Amerikaanse posterijen.)

    ‘We deden van meet af aan veel aan klantbegeleiding,’ zegt Wiens. ‘Dan zei een klant: “Nou, bedankt voor de onderdelen, maar hoe installeren we die?” Dus schreven we een handleiding voor ze. En dan zeiden ze: “Nou, dat is allemaal mooi en aardig, maar we hebben geen gereedschap,” en dus verkochten we ze het gereedschap. En dan zeiden ze: “Nou, dat gereedschap is te duur,” en dus begonnen we zelf kits samen te stellen en berekenden het gereedschap door in de prijs van de onderdelen. Het bleek dat we iets deden wat uniek was in de onderdelenbranche.’

    Het jaar dat ze afstudeerden, 2007, was ook het jaar dat de iPhone zijn debuut maakte, wat voor een ingrijpende omslag in hun inkomstenstroom zorgde van het repareren van computers naar het repareren van mobiele telefoons. Wat was begonnen als een parttime hobby was nu een winstgevend, snel groeiend bedrijf. Het leverde ze niet alleen zakgeld op, maar genoeg om hun hele studie te betalen. Het stelde ze ook in staat een aanbetaling te doen voor het huis van 690.000 dollar in Atascadero dat in de loop der jaren als hun gemeenschappelijke woonhuis, personeelsonderkomen en iFixit-hoofdkwartier fungeerde, en soms alle drie tegelijk. Soules herinnert zich dat hij tijdens zijn laatste studiejaar dacht: Dit zou heel goed onze broodwinning kunnen worden. Daar had hij nooit eerder bij stilgestaan. Dus over een baan zoeken hoefden ze zich geen zorgen meer te maken.

    Als een pas geopende doos elektronica

    De voordeur van het iFixit-hoofdkwartier aan de rand van het centrum van San Luis Obispo zit op slot. Op een bordje staat: ‘Alleen op afspraak.’ Maar er is een bel, waarop een glimlachende twintiger met een baard reageert. Hij gaat me via een lege wachtkamer voor naar een loods met stalen balken en dakramen waar andere twintigers met een baard zitten plus een aantal vrouwelijke collega’s. Hier huisde vroeger de autodealer waar Wiens zijn hefbrug vandaan heeft. De andere hefbrug heeft hij buiten laten staan ten bate van zijn werknemers, al is onduidelijk hoevelen van hen autorijden, laat staan een auto bezitten. Op hun eerste werkdag ontvangen alle werknemers van iFixit, naast een bureau dat ze geacht worden zelf in elkaar te zetten, vierhonderd dollar voor de aanschaf van een fiets. Het parkeerterrein is meestal leeg.

    Het renoveren van de plek kostte meer dan een jaar. De grootste uitdaging, zegt Wiens, was uitvogelen hoe er een verdieping in de bestaande structuur kon worden aangebracht en hoe alles waterdicht kon worden gemaakt zonder het dak eraf te halen. (‘Het is veel moeilijker om een bestaand gebouw voor andere doeleinden in te richten dan iets nieuws te bouwen van de grond af aan,’ geeft hij toe, wat kennelijk niet ironisch is bedoeld.) De centrale ruimte wordt in tweeën gedeeld door een monumentale trap van gerecycled acacia- en walnotenhout. Een tweetal monitors op de overloop houdt de wereldwijde activiteit op de website bij. De lambrisering bovenaan de trap is gemaakt van eikenhouten planken die zijn afgedankt door wijnmakerijen in de streek. Het ruikt hier lekker. Niet naar hout of wijn, maar vertrouwd en schoon. Als een pas geopende doos elektronica.

    Soules bezoekt deze week leveranciers in China, maar Wiens tref ik aan achter zijn ‘bureau’ op de bovenverdieping. Het is een op wandeltempo afgestelde loopband achter een hoge tafel met een stapel verouderde softwarehandleidingen erop die bedoeld is om zijn laptop op te plaatsen.

    Wiens loopt er niet mee te koop, maar hij is een vrome christen. Jen Wiens, bedrijfsleider van iFixit, wist niet wat ze van haar toekomstige echtgenoot moest denken toen ze elkaar voor het eerst ontmoetten tijdens Bijbelles: een constante prater, een onverzadigbare lezer (later ontdekte ze dat hij luisterboeken op dubbele snelheid afspeelt) en een man van grote ideeën en nobele uitspraken. ‘Ik werkte bij een advocatenkantoor in het centrum,’ zegt ze. ‘Ik was altijd behoorlijk moe na een dag van veertien uur. Dan kwam hij naast me zitten en praatte aan één stuk door. Hij was altijd opgewonden. Uiteindelijk besloot ik dat ik misschien maar eens moest luisteren naar wat hij zei.’

    Tijdens een van hun eerste keren samen vertelde Kyle Jen dat hij de wereld wilde veranderen. Hij studeerde nog en was bezig de details uit te werken voor zijn grote plan ‘om de groei van de wegwerpcultuur te bestrijden’, zoals hij jaren later schreef in het handboek voor iFixit-werknemers (een vijftig pagina’s tellend manifest dat is verluchtigd met tekeningen uit een padvindershandboek uit 1903), ‘duurzaam ontwerp te promoten, eigendomsrechten te verdedigen en licht te werpen op de verwoestende effecten van elektronische verspilling’. Zover was Kyle nog niet helemaal, maar ook toen was het Jen al duidelijk dat als hij het over het veranderen van de wereld had, hij iets meer bedoelde dan een piepklein hoekje van de techindustrie verstoren en een heleboel geld verdienen. ‘Ik wist waar hij op aanstuurde,’ zegt ze.

    Waar hij op aanstuurde was natuurlijk dit bedrijf dat uiteindelijk de woede van Apple zou wekken. Maar het zou ook een paar verlichte zakenpartners aanspreken, met name Patagonia, dat met behulp van iFixit de levenslange garantie waarmaakt die het op al zijn kleding geeft. ‘We zijn echt onder de indruk van hun ethiek,’ zegt Nellie Cohen, programmamanager ‘gedragen kleding’ van Patagonia.

    ‘Onze impact op de economie is veel groter dan wat we er zelf aan overhouden’

    In sommige opzichten is iFixit een conventioneel succesverhaal. Het heeft geld verdiend, zeker, maar niet zoveel als het had kunnen verdienen als dat al die tijd het belangrijkste doel was geweest. Een van de redenen waarom de oprichters een paar jaar geleden zijn gestopt met het dingen naar een plek op de Inc. 5000-lijst is volgens Wiens dat ze niet op contact met mogelijke investeerders zitten te wachten. ‘Ik denk dat we allebei bang zijn voor de verantwoordelijkheid om te groeien en ten koste van alles geld te verdienen die dat met zich mee zou brengen,’ zegt Soules. En iFixit heeft al veel meer impact, zowel op zijn eigen branche als daarbuiten, dan bedrijven die vele malen groter zijn: het bereikte vorig jaar 94 miljoen doe-het-zelvers en heeft duizenden technici opgeleid overal in de VS.

    ‘Ik kan niets anders bedenken dat zo opwindend en zo nodig is als dit,’ zegt Wiens. In een wereld die in het teken staat van een reusachtige economische tweedeling kan iFixit naar zijn overtuiging helpen het bezit van technologie betaalbaarder te maken en kansen te creëren voor onafhankelijke reparatiewinkels. Voeg daar het milieuvoordeel van minder spullen weggooien bij, plus misschien het menselijke voordeel dat we allemaal een tikkeltje gelukkiger worden.

    Een van Wiens’ lievelingsboeken is De wereld buiten je hoofd van Matthew Crawford, die verbonden is aan de Universiteit van Virginia en zowel natuurkunde als politieke filosofie heeft gestudeerd. Zijn boek verbindt die twee vakgebieden met lessen die hij tijdens zijn andere carrière heeft geleerd, als monteur van motorfietsen. ‘Wij hebben ons ontwikkeld tot gereedschapsgebruikers,’ zegt Crawford. ‘Wat mensen zoeken is de basale ervaring van het zelf doen, om te zien wat het gevolg is van je eigen handelingen en om je eigen boontjes te kunnen doppen.’

    Dat Wiens en Soules een bloeiend bedrijf hebben opgebouwd dat daarbij kan helpen? Heel erg cool.

    Wetgeving

    Acht Amerikaanse staten beraden zich op wetgeving die iFixit dolblij zou maken en Apple woedend.

    De eerste auto die ik bezat was een Ford Maverick uit de jaren zeventig. Als je de motorkap opendeed was alles een fluitje van een cent: bougies vervangen, v-snaren vervangen, olie verversen. Auto’s van tegenwoordig zitten bomvol elektronica en software. Maar dat wil niet zeggen dat ze niet te repareren zijn door iemand anders dan de fabrikant, wat autobedrijven ons ook proberen wijs te maken.

    Dat was de inzet van het Reparatierecht-wetsvoorstel in Massachusetts dat in 2012 met 86 procent van de stemmen werd aangenomen. Het gaf autobezitters en onafhankelijke garagisten toegang tot dezelfde diagnostische hulpmiddelen, reparatiehandboeken en firmware als officiële dealers.

    Nu zetten acht Amerikaanse staatsparlementen zich in voor wetgeving die dit idee uitbreidt tot computers, smartphones en tractors. ‘Reparatie is onmogelijk zonder toegang tot informatie,’ zegt Gay Gordon-Byrne, directeur van het lobbykantoor Repair Association. Het eerste wetsvoorstel is in januari ingediend door Lydia Brasch, afgevaardigde van een ruraal district in het noordoosten van Nebraska. Ze heeft er genoeg van om honderddertig kilometer te moeten rijden naar Omaha, waar zich de enige Apple-winkel in Nebraska bevindt, om haar computer te laten repareren. Haar man Lee, een maïs- en sojaboer van de vijfde generatie, heeft soortgelijke problemen gehad met zijn John Deere-maaidorser van 300.000 dollar. (John Deere, zegt Gordon-Byrne, is ‘de agrarische Apple’.)

    Apple, dat niet heeft gereageerd op herhaaldelijke verzoeken om commentaar voor dit artikel, is niet blij met wat er in Nebraska gebeurt, en in Kansas, Minnesota, New York, Tennessee, Illinois, Massachusetts en Wyoming. Kortgeleden heeft het bedrijf een delegatie naar de hoofdstad Lincoln van Nebraska gestuurd om met Brasch te praten. De lobbyisten van Apple waren aanvankelijk ‘hoffelijk’, meldt ze. Ze boden aan in te stemmen als ze een uitzondering maakte voor smartphones. Daarna probeerden ze haar bang te maken en waarschuwden dat als het wetsvoorstel werd aangenomen, Nebraska een ‘mekka voor hackers en criminelen’ zou worden.

    Maar Brasch trapt er niet in. ‘Hoeveel miljarden heb je nodig?’ vraagt ze zich af. ‘Er zou een partje appel moeten overblijven dat de rest van ons kan delen.’

    Testcase

    Ik heb een Fixit-kit geprobeerd om mijn kapotte iPhone repareren.

    De iPhone 5C van mijn werk deed het prima tot de dag dat hij het begaf. Het scherm viel uit. Geen barsten in het glas, alleen een dicht web van verticale golfjes waardoor het display onleesbaar was. Apple zegt dat zijn telefoons drie jaar moeten meegaan. De mijne ging tweeënhalf jaar mee.

    De garantie was inmiddels verlopen, waar ik van zou hebben gebaald als ik het zelf moest betalen, maar dat was niet zo. Mijn werk stuurde een vervanger en de 5C verdween in een la, waarin volgens een door wederverkoper SellCell.com gesponsorde studie voor 13 miljard dollar aan oude mobieltjes huist.

    Toen hoorde ik over iFixit en vroeg ik me af of een kluns als ik echt zijn oude telefoon zou kunnen repareren. Bemoedigend was dat de 5C volgens iFixit een reparabiliteitsscore van zes heeft op een schaal van tien, wat niet slecht is. (Mijn nieuwe Galaxy S6 Edge haalt maar drie.) En dat mijn specifieke klus, het vervangen van het voorpaneel, 32 stappen impliceerde en dertig minuten tot een uur zou vergen, met een ‘gemiddelde’ moeilijkheidsgraad – niet ‘gemakkelijk’, maar ook weer niet ‘zeer moeilijk’ was. Ik bestelde de volledige kit, met gereedschap, voor 54,95 dollar plus verzendkosten.

    Het eerste wat ik deed toen mijn pakketje arriveerde was de zes minuten lange demontagevideo op iFixits website bekijken. Daarna dook ik in de geïllustreerde instructies. Stap 12, het verwijderen van de vier oneindig kleine kruiskopschroefjes waarmee het voorpaneel vastzit op het moederbord, kostte me de meeste hoofdbrekens. De schroefjes oogden identiek, maar ze zijn het niet. ‘Als u bij vergissing de schroef van 3,25 mm of 1,7 mm in het gaatje rechts onderaan draait, heeft dat aanzienlijke schade voor het moederbord tot gevolg en zal de telefoon niet langer naar behoren werken’, lees ik.

    Ik was er destijds niet zeker van of ik die fout niet had gemaakt. (Ik adviseer dat u uw werkblad leegmaakt voordat u begint; een magnetisch matje zou ook handig zijn geweest.) Maar ik zette door. Na het weer indraaien van de laatste twee ‘Pentalobe’-veiligheidsschroefjes (Apple-nomenclatuur) die het omhulsel borgen, drukte ik op de aan/uitknop, hield mijn adem in en aanschouwde vol trots een verlicht scherm. Mijn oude 5C, zo goed als nieuw. Ik liet het zien aan mijn vrouw. Daarna gooide ik hem weer in de la.