Tag: Afrika

  • Oorlog in Iran slaat laatste anker Hoorn weg

    Oorlog in Iran slaat laatste anker Hoorn weg

    Door de jaren heen werd de haven van Berbera in Somaliland om beurten door grootmachten geëxploiteerd. De stopzetting van USAID, de oorlog in Iran en de sluiting van de straat van Hormuz hebben de geopolitieke spanningen nog eens verder opgevoerd. ‘Het resultaat is een haven in een regio die wordt uitgehold: de institutionele buitenkant staat nog overeind, maar de dragende kracht is verdwenen, en een nieuw model is nog niet in zicht.’

    Er is een haven aan de Golf van Aden die keer op keer onmisbaar blijkt voor grootmachten. Berbera, aan de kust van het huidige Somaliland, fungeert al drie eeuwen als graadmeter van grootmachtambities in de Hoorn van Afrika – een plek waar strategische berekeningen zichtbaar worden in dokken, landingsbanen en oliedepots.

    Door de eeuwen heen is niet de betekenis van Berbera veranderd, maar wie de haven exploiteert, met welk doel en met welk politiek verhaal die aanwezigheid wordt gerechtvaardigd. De Sovjet-Unie begreep tijdens de Koude Oorlog het belang van de haven. Toen generaal-majoor Siad Barre in oktober 1969 in Mogadishu de macht greep en het pan-Somalische irredentistische streven nieuw leven inblies – de droom van een Groot-Somalië dat de Ethiopische Ogaden-regio, noordoost Kenia en Djibouti verenigt – bood Moskou militair materieel in ruil voor toegang tot de haven en het vliegveld van Berbera. De insteek was glashelder: Berbera stel de de Sovjet-Unie in staat om het scheepvaartverkeer in het Suezkanaal en de Perzische Golf te controleren.

    De Hoorn van Afrika was voor geen enkele supermacht een humanitaire aangelegenheid, maar eerder een schaakbord – en Berbera was het bord waarop het spel werd gespeeld.

    Einde akkoord

    De Ogaden-Oorlog van 1977 tot 1978 betekende een abrupt einde voor het Sovjet-Somalische akkoord. Barres invasie van de Ogaden – gelanceerd om het pan-Somalische streven te verwezenlijken dat door het staakt-het-vuren van 1964 was doorkruist – zorgde voor een ommezwaai van Moskou, die zich nu achter de Ethiopische Mengistu Haile Mariam schaarde. Barre zette de Sovjet-adviseurs in november 1977 het land uit, zegde het vriendschapsverdrag op en zag zijn pan-Somalische streven wegzakken in het woestijnzand van de Ogaden.

    De Hoorn van Afrika had niet alleen Barres ambities opgeslokt, maar ook een pijler van diplomatie tussen grootmachten

    Zbigniew Brze zinski, Carters nationaal veiligheidsadviseur, merkte wrang op dat SALT – de eerste bindende nucleaire overeenkomst tussen Washington en Moskou – was meebegraven. De Hoorn van Afrika had niet alleen Barres ambities opgeslokt, maar ook een pijler van diplomatie tussen grootmachten. Het was het eerste staaltje van wat de regio herhaaldelijk zou laten zien: dat de Hoorn van Afrika grootmachtelijk streven opslokt en de brokken uitspuugt.

    Wat in de Koude Oorlog in gang was gezet, werd in de eenentwintigste eeuw verder doorgetrokken. DP World, grotendeels in handen van de regering van Abu Dhabi, tekende in 2016 een 30-jarige concessieovereenkomst ter waarde van 442 miljoen dollar voor de ontwikkeling van de haven. Waar Barre de haven gebruikte als onder handelingstroef om een oorlog voor nationale eenwording te voeren, gebruiken de Verenigde Arabische Emiraten dezelfde haven voor het tegenovergestelde: een wig drijven tussen Somalië en Somaliland, een as langs de Rode Zee-kust vormen tussen de VAE, Israël en Ethiopië, en de beveiligings- en commerciële infrastructuur opbouwen die Abu Dhabi stille invloed geeft op een van ’s werelds belangrijkste waterwegen.

    Als de eenwording van Groot-Somalië in het zand van de Ogaden begraven ligt, loopt de weg naar definitieve blokkering door de turquoise wateren van Berbera. Op 25 december 2025 erkende Israël, als eerste VN-lidstaat, de onafhankelijkheid van Somaliland – een besluit dat geheel in de geest is van de Abraham akkoorden, aldus Netanyahu. In wezen ging het hier niet om Somaliland, maar om Berbera. Met de erkenning kreeg Israël een strategische voet aan de grond op 300 à 400 kilometer afstand van Jemen: een vooruitgeschoven inlichtingenpost en mogelijke militaire uitvalsbasis tegen Houthi-dreigingen en Iraanse invloed op de Rode Zee.

    Hiermee was de politieke laag van wat de Atlantic Council de ‘Berbera As’ noemt compleet: de hoofdstad van de VAE, de Ethiopische wens tot maritieme toegang, een Israëlische diplomatieke dekmantel, allemaal gecentreerd rond één diepwaterhaven. In reactie hierop annuleerde Somalië alle overeenkomsten met de VAE omtrent havenbeveiliging en defensie. Saoedi-Arabië, Turkije en Egypte veroordeelden de erkenning. De breuklijnen werden zichtbaar.

    Uitbestedingsconstructie

    En toen volgde de Amerikaans-Israëlische aanval op Iran en stortte alles wat al langzaam aan het afbrokkelen was, in één keer in. De rivaliteit tussen de grootmachten in de Hoorn van Afrika komt niet uit deze gezamenlijke aanval voort; die had de kop al opgestoken.

    ‘Operation Epic Fury’ maakte een einde aan iets wat veel specifieker was en verder reikte: de laatste geloofwaardige illusie dat de politieke economie van na de Koude Oorlog, die bijdroeg aan de humanitaire vooruitgang in de Hoorn van Afrika, opnieuw kon worden opgebouwd. Om te begrijpen wat er verloren ging, moet je begrijpen hoe het precies in elkaar stak, want het was niet wat het op het eerste gezicht leek te zijn. De westerse humanitaire draagstructuur die de Hoorn van Afrika na de Koude Oorlog voor instorting behoedde kwam in de kern niet voort uit moraliteit of plichtsbesef, hoewel dat een handig narratief was. Het functioneerde als een strategische uitbestedingsconstructie. Het Westen had een Hoorn van Afrika nodig die stabiel genoeg was om geen vluchtelingencrises te veroorzaken die op de Europese voorpagina’s zouden figureren, om geen vrijplaats voor jihadisten te worden die directe militaire interventie vereiste en geen breed uitgemeten hongersnoden voort te brengen die politieke verantwoording afdwongen. Op bepaalde momenten vond het Westen daarvoor lokale partners die bereid waren die stabiliteit te bieden – in ruil voor ontwikkelingsmiddelen en -voordelen die met ijzeren wil werden afgedwongen.

    Het Westen had een stabiele Hoorn van Afrika nodig om een vluchtelingencrises te voorkomen

    Meles Zenawi is een schoolvoorbeeld van die constructie. Meles was geen engel: de onderdrukking van de etnische groep Oromo en de Ethiopische Somalische regio, en de latere catastrofe in Tigray waar hij de basis voor legde, zijn geen voetnoten. Maar hij doorgrondde de logica van deze strategische uitbestedingsmodel als geen ander. Hij positioneerde zich als onmisbare partner van het Westen in de Hoorn van Afrika: de verdedigingsmuur tegen Al Shabaab, het anker van regionale stabiliteit, dé gesprekspartner die Washington, Brussel en Londen nodig hadden. En in ruil daarvoor verkreeg hij financiering via programma’s als PEPFAR, investeringen in landbouwvoorlichting, het Productive Safety Net Programme, toegang tot AGOA en leningen van de Wereldbank.

    Hongersnoden die anders zouden zijn uitgebroken, bleven nu uit

    Onder Meles kwam Ethiopië dichter bij voedselautonomie dan ooit tevoren in zijn moderne geschiedenis. Hongersnoden die anders zouden zijn uitgebroken, bleven nu uit. Dat is niet niks. Feitelijk is er geen nauwkeuriger maatstaf voor wat er nu te gronde wordt gericht. Toen Meles in 2012 stierf, verwaterde de uitbestedingsconstructie langzaam aan – maar niemand die er iets van zei.

    Hailemariam Desalegn handhaafde de vorm zonder de strategische inhoud. Abiy Ahmed ontbond de overeenkomst, niet uit incompetentie maar vanuit een fundamenteel andere visie op Ethiopische macht. Abiy’s politiek draait om de grote sprong voorwaarts en is gericht op het binnenland: zijn Medemer-filosofie [een sociaal-politiek perspectief gebaseerd op samenwerking]; orthodox-christelijk nationalisme, een politieke basis in [de regio] Oromia, en een Nobelprijs als persoonlijk handelsmerk. Hij hoeft niet zo nodig onderaannemer van het Westen te zijn. Hij wil de profetische koning van Ethiopië zijn. Met als resultaat een regering die de door Meles bedongen hulpstromen bleef ontvangen, zonder bijbehorende ontwikkelingsvoorwaarden. Die humanitaire draagstructuur verwerd tot een subsidie – en subsidies zonder strategische tegenprestatie leidden precies tot wat volgde: een regering die oorlog voert in Tigray terwijl zij tegelijkertijd humanitaire hulp ontvangt, zonder effectief politiek of financieel tegenwicht.

    De gezamenlijke aanval haalde niet een streep door de hulpstructuur zelf; USAID was al met de afbraak begonnen, en de breuklijnen in de Golf waren er al vóór de eerste aanval. 28 februari haalde een streep door het laatste geloofwaardige argument dat de drie voorwaarden voor een functionerend uitbestedingsconstructie binnen een afzienbare tijd konden worden herschept: westerse financiering, stabiliteit in de Golf en een staat in de Hoorn van Afrika die de capaciteit én de ambitie heeft om externe steun om te zetten in interne capaciteit. Alle drie zijn in één klap in rook opgegaan. En dat komt dus niet door de oorlog in het Midden-Oosten.

    Uitholling

    De taal van crisis – polycrisis, cascade, noodsituatie – onderschat consequent wat er structureel gebeurt in de Hoorn van Afrika. Deze termen beschrijven omstandigheden, niet het proces waarbij de dragende capaciteit van een systeem actief wordt verwijderd. De preciezere term is uitholling: de institutionele buitenkant blijft zichtbaar – UNHCR is nog aanwezig, het Wereldvoedselprogramma behoudt zijn logistieke hub in Djibouti, de Afrikaanse Unie houdt haar mandaat – terwijl de interne systemen die deze structuren functioneel maakten gelijktijdig worden onttrokken, en in sommige gevallen onomkeerbaar verdwijnen.

    De eerste onttrekking is financieel. Met één administratief besluit heeft de terugtrekking van USAID 42 procent van de mondiale humanitaire financiering verwijderd en 86 procent van de programma’s beëindigd. Ethiopië verliest daarmee jaarlijks meer dan 1 miljard dollar – zijn grootste externe financieringsbron en de opvolger van de investeringsstromen uit het Meles-tijdperk, die het landbouwsysteem hielpen opbouwen dat nu wordt afgebroken. Voedselprogramma’s sloten massaal. Europese landen verlaagden hun bijdragen. De VS waren geen donor onder velen, maar de dragende muur van het systeem.

    De tweede onttrekking is logistiek. Djibouti verwerkt 95 procent van Ethiopische import en fungeert als logistiek knooppunt voor hulp in de regio. Tegelijkertijd is het scheepvaartverkeer sterk afgenomen en verstoren conflicten de aanvoer van meststoffen. De prijzen zijn fors gestegen. Dit is geen extra belasting, maar het verdwijnen van de laatste buffer in een systeem dat al onder druk stond.

    De derde onttrekking is politiek – en sluit herstel vrijwel uit. De oorlog met Iran trekt de Golfstaten terug uit hun stabiliserende rol in de Hoorn. Zowel hun capaciteit als hun bereidheid om betrokken te blijven nemen af. Dat creëert geen stabiliteit, maar een machtsvacuüm. Gewapende groepen worden zelfstandiger en gewelddadiger. De Rapid Support Forces in Soedan, bijvoorbeeld, worden zonder externe financiering niet zwakker, maar juist autonomer: ze financieren zich via goudwinning en belasting heffing op burgers. Tegelijk verdwijnen de voorwaarden en beperkingen die met externe steun gepaard gingen.

    Er is geen hefboom meer om aan te trekken

    Ook de Afrikaanse Unie verliest de basis waarop haar veiligheidsstructuur rustte. Missies worden gefinancierd door Europa, bemiddeling vereist Golfpartners. Wanneer beide tegelijk wegvallen, wordt niet zozeer de zwakte van Afrikaanse instituties zichtbaar, maar het feit dat hun functioneren grotendeels afhankelijk was van externe steun die nu is verdwenen.

    De vierde en meest directe onttrekking raakt gezinnen zelf: geldtransfers. Landen als Somalië en Ethiopië zijn sterk afhankelijk van geld dat migranten naar huis sturen. Conflicten en financiele controles kunnen deze stromen snel onderbreken. Gezinnen verliezen tegelijk stabiliteit en inkomen. Er is geen staat die deze klappen opvangt. Het klassieke humanitaire model gaat uit van herstel. Maar in de Hoorn verdwijnen de voorwaarden voor herstel nog voordat conflicten eindigen. In Soedan is de economie ingestort. De landbouwbasis is geplunderd. Staatsinkomsten zijn vrijwel verdwenen.

    Dit is de meest tastbare vorm van verlies: niet instituties, maar menselijk potentieel

    Zowel het leger als paramilitaire groepen financieren zich via roof. Dit is geen staat die wacht op wederopbouw. De voorwaarden voor wederopbouw zijn zelf vernietigd. De gevolgen slepen zich voort. Onder voeding bij kinderen veroorzaakt onomkeerbare schade die generaties lang doorwerkt. Dit is de meest tastbare vorm van verlies: niet instituties, maar menselijk potentieel.

    Tegelijk groeit de aantrekkingskracht van gewapende groepen, die bieden wat staten niet kunnen: inkomen, diensten en orde. Extremisme wordt daarmee een economisch systeem.

    China

    De voor de hand liggende vraag is of China het vacuüm opvult. China beschikt over middelen, strategisch inzicht en een groeiende aanwezigheid in de regio. Toch zal het de rol van het Westen niet overnemen. Beijing heeft gezien dat het eerdere model alleen werkte in combinatie met sterke staten. Nu die ontbreken, richt het zich op het beschermen van infrastructuur en investeringen. Het neemt wel havens en spoorlijnen over, maar niet de humanitaire last. Het vacuüm is daarmee geen tijdelijk verschijnsel, maar structureel.

    Het neemt wel havens en spoorlijnen over, maar niet de humanitaire last

    Institutioneel geheugen

    Als de strategische uitbestedingsconstructie voorbij is, kan de oplossing niet zijn om simpelweg een nieuwe uitvoerder te zoeken. Aanvulling – meer donoren, meer financiering, meer coördinatie – bouwt slechts dezelfde externe structuur opnieuw op, op dezelfde wankele fundamenten, en blijft daar mee even kwetsbaar voor politieke schokken als voorheen. De oorlog met Iran heeft die kwetsbaarheid onmiskenbaar blootgelegd. Wat nodig is, is iets dat moeilijker te financieren en uit te leggen is: het doelbewust in stand houden van de technische en institutionele basis die een toekomstige ontwikkelingsstaat nodig zal hebben.

    De oorlog met Iran toonde de kwetsbaarheid

    Dat betekent dat landbouwvoorlichting, vroegtijdige waarschuwingssystemen voor voedselzekerheid, infrastructuur voor hawala- netwerken en financiering voor kunstmestimport beschermd moeten worden – niet omdat ze nu goed functioneren, maar omdat ze het institutionele geheugen vormen waarop een toekomstige leider met de strategische discipline en ontwikkelingsambitie van Meles moet kunnen voortbouwen.

    Het Productive Safety Net Programme heeft jaren gekost om op te bouwen. De infrastructuur rond kunstmestgebruik, die Ethiopië dichter bij voedselzelfvoorziening bracht, vergde een decennium van consistente investeringen. Zulke systemen kun je na een instorting niet zomaar opnieuw opbouwen; ze moeten in de tussentijd in leven worden gehouden.

    Concreet betekent dit: een voedselzekerheidspact voor de Hoorn van Afrika – gemodelleerd naar de Maputo verklaring, met de afspraak om 10 procent van het budget aan landbouw te besteden, maar met afdwingbare voorwaarden – waarin Ethiopië, Somalië, Kenia en welke Sudanese autoriteit ook overeind blijft gezamenlijk garant staan voor humanitaire toegang en de bescherming van landbouwketens. Geen liefdadigheid aangestuurd vanuit Washington, maar zeggenschap over de keten zelf, gefinancierd via de multilaterale structuren die het wegvallen van USAID overleven en ondersteund door regionale machten die zich geen alternatief kunnen veroorloven.

    De sluiting van de Straat van Hormuz – waar 27 procent van de mondiale zeehandel in ruwe olie en tot 30 procent van de wereldwijde kunstmestexport doorheen gaat – is geen tijdelijke verstoring. Volgens het IMF leidt een stijging van de olieprijs met 10 procent tot een toename van de wereldwijde inflatie met 0,4 procentpunt. In een regio waar al vóór het conflict meer dan 45 procent van de kleine boeren minder kunstmest kocht, en waar 24,6 miljoen Sudanezen al met acute voedselonzekerheid kampten, is die inflatie geen abstract macro-economisch gegeven. Het is een dodelijke rekensom die zich in realtime voltrekt, bij gebrek aan de staatscapaciteit die dat ooit kon opvangen.

    Berbera heeft elke macht overleefd die er ooit van afhankelijk was

    Het overleefde de Sovjet-Unie. Het overleefde Barre’s droom van Groot-Somalië. Het zal ook de huidige combinatie van commerciële ambities van de VAE en de strategische herpositionering van Israël overleven. De haven blijft bestaan dankzij haar ligging – op het snijpunt van Europa, Afrika en Azië, aan de ingang van wateren waar de wereldeconomie doorheen ademt.

    Wat de haven niet kan bieden, en wat geen enkele externe macht ooit heeft kunnen vervangen, is de ontwikkelingsstaat erachter. Meles begreep dat de strategische waarde van Berbera voor externe machten een hefboom was – een hefboom die hij, onvolmaakt en vaak hardhandig, gebruikte om iets op te bouwen. Zijn opvolgers hebben dat niet begrepen. De externe machten die hem vervingen, hebben het ook niet geëist. Het resultaat is een haven in een regio die wordt uitgehold: de institutionele buitenkant staat nog overeind, maar de dragende kracht is verdwenen, en een nieuw model is nog niet in zicht. Een haven zonder ontwikkelingsstaat erachter is slechts een knelpunt. De Hoorn van Afrika heeft zulke knelpunten nog steeds. Wat ontbreekt, is de politieke economie die ze ooit in het voordeel van de regio liet werken.

    De oorlog met Iran heeft die leegte niet gecreëerd. Hij heeft alleen de illusie weggenomen dat ze tijdelijk was

    Wat op 28 februari 2026 eindigde, was geen tijdelijke structuur, maar het idee dat die opnieuw opgebouwd kon worden op dezelfde fundamenten, door dezelfde actoren en met dezelfde doelen. De vraag is nu niet hoe het oude kan worden hersteld, maar of de technische en institutionele basis lang genoeg in stand kan worden gehouden zodat er iets nieuws – en werkelijk geworteld – kan ontstaan. Dat is een langere tijdshorizon dan welke droogteperiode, IPC-rapport (Integrated Food Security Phase Classification) of donorconferentie dan ook hanteert. Maar het is wel het enige eerlijke antwoord op wat er is verdwenen.

  • De contouren van een eigen Afrikaanse koers

    De contouren van een eigen Afrikaanse koers

    In Afrika zijn de mondiale verschuivingen het scherpst voelbaar: oorlogen blijven woeden, verkiezingen stellen weinig voor en het Westen trekt zich terug, terwijl de geopolitieke zwaartekracht richting China en Azië verschuift. Toch groeit te midden van deze turbulentie iets anders: een jonge bevolking die zich roert, nieuwe regionale samenwerkingen en een opvallende economische veerkracht die de contouren van een eigen Afrikaanse koers zichtbaar maken.

    Soedan: oorlog, fragmentatie en machtspolitiek

    De burgeroorlog in Soedan blijft het donkerste epicentrum. Na de herovering van Khartoem door het reguliere leger (SAF) leek 2025 even een kantelpunt, maar de Rapid Support Forces (RSF) hergroepeerden zich in Darfur, gesteund door de VAE en voorzien van drones. De strijd verschuift naar grensgebieden met Libië en Egypte en dreigt verder te regionaliseren. Voor 2026 hangt een snel, vuil, door Trump gesteund staakt-het-vuren in de lucht: Washington is vrijwel de enige actor die nog druk kan uitoefenen op beide kampen en hun buitenlandse sponsors. Maar omdat beide machtsblokken in essentie kleptocratische kartels zijn, diep verstrengeld met goudhandel en smokkel, kan zo’n deal de wapens hooguit doen zwijgen. Een basis voor duurzame vrede is daarmee niet gelegd.

    Verkiezingen als theater: van Guinee tot Ethiopië

    Op het bredere continent belooft 2026 opnieuw een jaar van ‘cynisch verkiezingstheater’ te worden. Er zijn lichtpuntjes – lokale verkiezingen in Zuid-Afrika, waar de ANC verder terrein kan verliezen, en een redelijk geloofwaardige stembusgang in Zambia – maar de dominante trend gaat de andere kant op. Coupplegers in Guinee en Gabon organiseren schijnverkiezingen om hun macht te legitimeren; leiders-voor-het-leven als Paul Biya (Kameroen) en Alassane Ouattara (Ivoorkust) schuiven moeiteloos door naar nog een termijn.

    Jeugdprotesten en democratische druk van onderop

    Ondanks het rituele en vaak repressieve karakter van veel verkiezingen in Afrika in 2026, groeit daaronder een opvallend sterke tegenbeweging. Een nieuwe generatie jongeren beschouwt sociale media, straatprotesten en burgerjournalistiek als vanzelfsprekende instrumenten van politieke invloed. De protesten in Senegal vormden in 2024 het keerpunt: massale jongerendemonstraties dwongen het uitstellen en later herzien van controversiële maatregelen af.
    In Kenia leidde de Occupy Parliament-beweging tot het tijdelijk intrekken van belastingverhogingen, waarmee jongeren lieten zien dat economische frustratie zich direct vertaalt in politieke druk. Op universiteiten in Ethiopië, Nigeria en Oeganda ontstaan netwerken die verkiezingswaarneming en mensenrechtenschendingen documenteren met een professionaliteit die tien jaar geleden ondenkbaar was.
    Voor 2026 verwachten regionale denktanks dat deze civiele energie verder groeit. Democratische druk komt dan niet meer van instituties, maar van onderop: een verschuiving die autoritaire leiders steeds moeilijker kunnen negeren.

    Het meest symbolisch is Ethiopië: na een verkiezingsoverwinning van 96,8 procent voor de Prosperity Party zijn rivalen opgepakt, verjaagd of verdreven. Intussen laaien opstanden op in Oromia en Amhara, blijft Tigray instabiel en dreigt een nieuwe confrontatie met Eritrea. De verkiezingen van 2026 dreigen een farce te worden – als ze al worden gehouden. Met de ontmanteling van USAID door de regering-Trump en forse bezuinigingen bij Europese donoren breekt een nieuw tijdperk aan. In 2026 zal de officiële hulp van de zeventien grootste westerse donors naar verwachting een kwart lager liggen dan in 2024. Voor landen die sterk leunen op hulp – Malawi, Liberia, Ethiopië – dreigen acute begrotingsgaten.

    In regio’s als Sava (Madagaskar) sluiten dorpsklinieken door gebrek aan personeel; artsen melden stijgende ziekte- en sterftecijfers. Op termijn zijn Afrikaanse regeringen hierdoor genoopt minder afhankelijk te worden van externe projecten, maar in 2026 overheersen vooral de pijn en de vraag of de elites die nu de ruimte krijgen bereid zijn werkelijk te hervormen.

    China en Azië schuiven naar voren

    Terwijl de VS zich terugtrekken en handelsvoordelen afbouwen, presenteert China zich als de nieuwe betrouwbare partner. Beijing schrapt importtarieven voor Afrika precies op het moment dat Washington preferentiële markttoegang inperkt. Chinese export – van goedkope smartphones tot zonnepanelen en fintech – groeit explosief.

    Economische veerkracht, groei en digitalisering

    Tegen de achtergrond van geopolitieke spanningen blijft Afrika een van de snelst groeiende economische regio’s ter wereld. De Afrikaanse Ontwikkelingsbank voorspelt voor 2026 een groei boven het mondiale gemiddelde, gedragen door digitalisering, regionale handel en energie-innovatie.
    De Pan-Afrikaanse Vrijhandelszone begint tractie te krijgen: meer dan veertig landen hebben implementatieregels aangenomen en de eerste sectorale ketens – farmacie, voedselverwerking, batterijen – ontstaan nu daadwerkelijk. Tegelijk trekken Nigeria, Kenia, Rwanda en Ghana recordinvesteringen aan in fintech, e-government en start-ups, ondanks wereldwijde kapitaalafkoeling. Ook de energietransitie versnelt. Marokko, Egypte en Namibië ontwikkelen grootschalige waterstofprojecten; Ethiopië en Djibouti investeren in geothermie en goedkope zonne-energie. Hiermee groeit de energiezekerheid en vermindert de afhankelijkheid van geïmporteerde brandstoffen.

    Afrika beweegt zo steeds meer richting Azië: Japan blijft donor, Golfstaten investeren fors, Singapore richt zich op landbouw en de verwerking van landbouwproducten. Voor veel autoritaire leiders is samenwerken met Beijing of Riyad aantrekkelijker dan met Europese hoofdsteden, die op mensenrechten blijven hameren. Jongere Afrikanen oriënteren zich eveneens oostwaarts: Mandarijn leren, studeren in China of Maleisië, Koreaanse series kijken.

    Meer autonomie of nieuwe afhankelijkheden?

    De geopolitieke draai valt samen met een nieuwe fase in Afrika’s ontwikkelingspad: minder westerse hulp betekent minder toezicht en minder vangnetten, maar ook meer ruimte voor de eigen koers – al wordt die vaak ingevuld door gemakkelijk krediet uit Beijing, de Golfregio of Zuid-Oost-Azië.

    Regionale ontwikkelingsbanken en nieuwe kredietruimte

    Een vaak over het hoofd geziene trend voor 2026 is de sterkere positie van Afrikaanse regionale ontwikkelingsbanken. Nu westerse donoren zich terugtrekken, passen instellingen zoals de Afrikaanse Ontwikkelingsbank, de Eastern and Southern African Trade and Development Bank en de West African Development Bank hun kapitaalstructuren aan om zelf meer krediet te verstrekken.
    Door balansherstructurering en nieuwe garantiefondsen kunnen zij miljarden extra mobiliseren voor infrastructuur, landbouw en energieprojecten, zonder afhankelijk te zijn van donorvoorwaarden of externe consultants. Dat betekent dat prioriteiten én uitvoering in toenemende mate binnen Afrika zelf worden bepaald.
    Tegelijk ontstaan nieuwe financieringsmodellen: pensioenfondsen uit Zuid-Afrika, Nigeria en Kenia stappen via garanties van ontwikkelingsbanken in regionale infrastructuurprojecten. Daardoor groeit langzaam een binnenlands kapitaal-ecosysteem dat minder gevoelig is voor geopolitieke schokken.
    Deze verschuiving biedt geen wondermiddel, maar wel een structureel positieve ontwikkeling: een groeiende financiële autonomie die de basis kan vormen voor stabielere ontwikkeling op de lange termijn.

  • Landkaarten zijn geen onschuldige plaatjes

    Landkaarten zijn geen onschuldige plaatjes

    De Afrikaanse Unie dringt aan op afschaffing van het vervormde klassieke wereldbeeld van de Mercatorkaart. In plaats daarvan wil ze een eerlijke weergave die recht doet aan de werkelijke afmetingen.

    ‘Een landkaart is niet alleen een handig hulpmiddel, het is ook een symbool, en symbolen zijn belangrijk. Voor ons betekent een verbetering van de landkaart ook een verbetering van het wereldwijde narratief over Afrika,‘ zegt Fara Ndiaye, medeoprichter en adjunct-directeur van Speak Up Africa, een van de organisaties achter de campagne Correct the Map. De Afrikaanse Unie (AU) heeft zich onlangs geschaard achter dit initiatief, dat regeringen en internationale onderwijsinstellingen wil laten stoppen met het gebruik van de Mercatorwereldkaart, ten gunste van een waarop de omvang van Afrika preciezer staat afgebeeld. Op de traditionele kaarten wordt het continent verkleind weergegeven.

    ‘Het lijkt misschien alleen maar een kaart, maar dat is het niet,’ verklaarde de vicevoorzitter van de AU-commissie, Selma Malika Haddadi, tegen Reuters. Ze benadrukte dat de Mercatorkaart het valse beeld versterkt dat Afrika ‘marginaal’ is, al is het qua oppervlak het een-na-grootste continent ter wereld.

    Ndiaye ziet de steun van de Afrikaanse Unie als een historische mijlpaal waar een heel krachtig politiek signaal van uitgaat. ‘Het is voor het eerst dat een pan-Afrikaanse instantie duidelijk stelling neemt over de visuele weergave van Afrika,’ zegt ze in een videogesprek met El País. Ze legt uit dat dankzij deze steun een aanvankelijk ‘culturele en maatschappelijke eis verandert in continentaal beleid, dat zich richt op de hele wereld’.

    Voetnoot in eigen geschiedenis

    Voor Carlos Lopes, professor aan de Universiteit van Kaapstad en medewerker van Africa No Filter, de andere organisatie achter het initiatief, is deze steun ‘een teken dat Afrika weigert om langer een voetnoot te zijn in zijn eigen geschiedenis’. In een e-mailuitwisseling benadrukt de hoogleraar dat het niet alleen gaat om een cartografisch debat, maar om ‘waardigheid, scholing en zelfs diplomatie’. ‘Als je huis op Google Maps almaar te klein wordt voorgesteld, zul je uiteindelijk willen dat daar iets aan gebeurt,’ zegt hij.

    Al is dit soort kritiek op de Mercatorkaart niet nieuw, met deze campagne is het debat nieuw leven ingeblazen op een moment van postkoloniale onvrede en hernieuwd bewustzijn van de eigen identiteit. Dat de vervorming zo lang kon standhouden verklaart Lopes uit het feit dat ‘een wereldbeeld dat eenmaal heeft postgevat makkelijk went’. Toch ziet hij kaarten niet als ‘onschuldige plaatjes’. Ze bepalen volgens hem hoe wij onszelf en anderen zien: ‘Als Afrika kleiner lijkt dan het is [in verhouding tot andere continenten], geldt dat ook voor het belang van Afrika in de beleving van burgers en beleidsmakers. De kaart verbeteren is geen vrijblijvend gebaar; het houdt in dat je de werkelijkheid opeist.’

    Voordelen en nadelen van traditionele projecties

    In 1569 achtte de Vlaamse cartograaf Gerard Mercator een nieuwe kaart voor de zeevaart noodzakelijk. Immers, de aarde is rond en trok je bijvoorbeeld een rechte lijn van Sevilla naar Cuba, dan kwam je verkeerd uit, vertelt de Britse historicus Jerry Brotton, schrijver van het boek Een geschiedenis van de wereld in twaalf kaarten. De oplossing waar Mercator mee kwam bevatte onvermijdelijk vervormingen, en hoe noordelijker of zuidelijker, hoe groter die vervorming was. ‘Hij maakte het formaat van Afrika niet expres kleiner,’ zegt Brotton, die herhaalt dat Mercator dit deed om de scheepvaart tussen oost en west te bevorderen.

    Cartograaf Bernhard Jenny, professor aan de Monash-universiteit in Melbourne en medeontwikkelaar van de Equal Earth-projectie, geeft een voorbeeld van zo’n vervorming. ‘Kijk je naar poolgebieden als Siberië, Noord-Canada of Groenland, dan blijken die sterk uitvergroot. Ik laat mijn studenten het formaat van Groenland en Afrika vergelijken; bij Mercator zijn beide grondoppervlaktes even groot, maar in werkelijkheid is Groenland veertien keer zo klein.’

    ‘Dit is de kaart waar we sinds de zestiende eeuw hoofdzakelijk naar hebben gekeken,’ zegt Ndiaye. ‘Ik vind het wel echt belangrijk om te zeggen dat er een specifiek doel mee gediend was, de zeevaart; de opzet was niet een waarheidsgetrouw beeld van de continenten. Maar de wereld heeft de laatste eeuwen een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Nu is het zaak onze instrumenten zo te moderniseren dat ze de werkelijkheid weergeven.’ ‘Kinderen krijgen nog steeds onderwijs aan de hand van de oude kaarten,’ merkt Lopes op. ‘Ze groeien op met het idee dat Afrika maar bescheiden van formaat is, terwijl het in werkelijkheid gigantisch is, groter dan de VS, China, India, Japan en een groot deel van Europa bij elkaar. Waarneming vertaalt zich in vertrouwen en vertrouwen in actie. Dus ja, incorrecte kaarten ondermijnen de slagvaardigheid.

    ‘Kinderen groeien op met het idee dat Afrika maar bescheiden van formaat is, terwijl het in werkelijkheid gigantisch is‘

    Ook weten we dat zo’n vervorming geopolitieke gevolgen heeft, aangezien landkaarten ons beeld versterken van welke regio’s centraal en machtig zijn en welke perifeer,’ zegt Ndiaye. ‘Wanneer op school, in de media en bij internationale organisaties buiten Afrika de juiste afbeeldingen gangbaar worden, helpt dat de verouderde hiërarchie omver te schoppen en tot een evenwichtiger wereld te komen,’ legt ze uit.

    De Mercatorprojectie wordt nog steeds gebruikt door techbedrijven, organisaties en scholen, al doet zich langzaam maar zeker een kentering voor. In 2018 verving Google Maps zijn kaart door een aardbol in 3D, al kunnen gebruikers terug naar de Mercatorprojectie als ze dat liever willen. In de mobiele app blijft die de standaard. Instanties als NASA gebruiken inmiddels projecties als Equal Earth voor klimaatkaarten en een woordvoerder van de Wereldbank bevestigde tegenover Reuters dat ze daar nu Winkel-Tripel of Equal Earth gebruiken voor gewone kaarten en geleidelijk Mercator verwijderen van hun online kaarten.

    De campagne Correct the Map zet in op de Equal Earth-projectie, die in 2018 werd ontwikkeld door Bernhard Jenny, Tom Patterson en Bojan Savric. ‘We vroegen ons af hoe het bestaat dat mensen nog steeds serieus die cartografie [van Mercator] gebruiken voor wereldkaarten. We besloten dat het tijd werd voor actie,’ aldus Jenny. Met Equal Earth willen de makers een alternatief bieden voor de traditionele projecties, in de hoop dat mensen dan beter begrijpen hoe de continenten in elkaar zitten.

    Cartografische vervorming 2

    Volgens de adjunct-directeur van Speak Up Africa speelt er meer dan een herverdeling op de wereldkaart. ‘Als je Afrika op zijn ware grootte laat zien, versterkt dat de trots en het vertrouwen onder Afrikanen, met name bij de jeugd. Daarom vind ik het ook belangrijk dat zij als eersten over de cam pagne worden aangesproken,’ aldus Ndiaye. Ze is van mening dat de verandering vanuit het continent zelf moet komen. ‘Als we precies weten wie wij zijn en wat we in de wereld voorstellen, zal dat onze relatie met anderen vergemakkelijken.’ Wat niet wil zeggen dat de verbetering van de kaart enkel een Afrikaanse kwestie is. Zo’n preciezere weergave van de wereld gaat ons allemaal aan. ‘Als niet-Afrikanen hun kennis van kinds af aan halen uit vervormde kaarten, ontwikkelen ze het valse beeld dat Afrika kleiner is en minder voorstelt dan in werkelijkheid het geval is.’

    Met hun campagne hopen de organisaties, zeker na de bijval van de Afrikaanse Unie, dat Afrikaanse ministeries van Onderwijs de Equal Earth-projectie gaan opnemen in de leerplannen. Ook bepleiten ze dat zowel Afrikaanse als internationale media preciezere kaarten gaan gebruiken bij hun publicaties. Daarnaast willen ze een wereldwijd debat op gang brengen over het beeld van Afrika in het onderwijs en in de collectieve beeldvorming. Volgens Lopes zal de aanpassing ‘niet de ongelijkheid wegnemen, maar helpen bij het corrigeren van een onbewust vooroordeel. Een betere kaart zegt: de wereld is rond, divers en van ons allemaal.’

  • De Afrikaanse gezondheidszorg gaat gebukt onder torenhoge leenkosten

    De Afrikaanse gezondheidszorg gaat gebukt onder torenhoge leenkosten

    Omdat geld lenen duur is moeten Afrikaanse regeringen vaak kiezen tussen schuldaflossing en investeren in hun gezondheidszorg. De G20-top van komende november, de eerste in Afrika en de tweede met de Afrikaanse Unie als permanent lid, is een ideale gelegenheid voor het creëren van betere opties.

    Na afloop van de 78ste jaarvergadering van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) afgelopen mei heerste er een zelfgenoegzame stemming. Er waren tal van successen om prat op te gaan, van een akkoord over pandemische paraatheid tot een verhoging van de WHO-bijdragen. Wel was er een olifant in de kamer, die schuilging achter een spandoek met de tekst ‘One World for Health’, het thema van het evenement: de hoge leenkosten waarmee Afrikaanse landen kampen.

    Hoewel het Afrikaanse continent de jongste bevolking ter wereld heeft, is het goed voor 24 procent van het wereldwijde aantal ziektegevallen. De uitgaven aan gezondheidszorg bedragen echter maar 1 procent van het wereldwijde totaal. In 2001 besloten Afrikaanse landen het heft in eigen handen te nemen en voortaan minstens 15 procent van hun nationale budget aan gezondheidszorg te besteden, een doel dat meer dan twee decennia later maar door twee landen wordt gehaald. Gemiddeld besteden overheden op het continent slechts 1,48 procent van hun bbp aan gezondheidszorg en komt 37 procent van de uitgaven uit de zak van de burgers zelf.

    De kapitaalkosten kosten levens

    De belangrijkste reden hiervoor zijn de hoge leenkosten. Waar hoge-inkomenslanden kunnen lenen tegen een rente van 2 à 3 procent, betalen hun Afrikaanse tegenhangers meer dan 10 procent. Deze discrepantie, die illustreert hoe beleggers over het verhoogde risico van Afrikaanse economieën denken, heeft tot gevolg dat Afrikaanse regeringen vaak moeten kiezen tussen het afbetalen van schulden of het kopen van medicijnen, het inhuren van artsen en het bouwen van klinieken. De kapitaalkosten kosten levens. 

    Neem het noodlottige Managed Equipment Services (MES)-programma van Kenia, een publiek-privaat samenwerkingsverband gericht op het leveren van moderne apparatuur aan ziekenhuizen om de dienstverlening te verbeteren. Hierdoor kregen veel ziekenhuizen weliswaar de beschikking over hightechapparatuur, maar de investeringskosten waren zo hoog dat er geen geld overbleef voor het ontwikkelen van de benodigde infrastructuur en het aannemen van personeel om de apparatuur te bedienen.

    In Ghana, waar de overheidsschulden weinig financiële ruimte overlaten, gaat bijna 75 procent van het overheidsbudget voor gezondheidszorg op aan de lonen van zorgpersoneel. Voor andere cruciale uitgaven, zoals geneesmiddelen en kraamzorg, blijft vrijwel niets over. In 2023 zagen enkele plattelandsklinieken zich door een tekort aan antimalariamiddelen genoodzaakt patiënten voor de aanschaf daarvan naar particuliere apotheken te verwijzen. Veel gezinnen kwamen daardoor voor de gruwelijke keuze te staan tussen een nog diepere armoedeval of de vroegtijdige dood van een dierbare.

    De gezondheid van Afrikanen mag niet afhankelijk zijn van de vrijgevigheid van derden

    Veel Afrikaanse landen zijn door de hoge leenkosten aangewezen op de welwillendheid van buitenlandse donoren. Maar gezondheidszorg die afhankelijk is van hulp van derden is buitengewoon fragiel. Dat zagen we tijdens de covid-19-pandemie en zien we opnieuw gebeuren nu veel Europese landen bezuinigen op ontwikkelingshulp en de Verenigde Staten hun hulpprogramma’s zelfs volledig afbouwen, te beginnen met USAID – het Amerikaanse agentschap voor internationale ontwikkeling.

    In Malawi zijn cruciale programma’s als hiv-behandeling en -preventie door deze bezuinigingen al gedwongen om zelf geld bijeen te scharrelen. Lokale ngo’s zijn genoodzaakt hulpverleners te ontslaan en patiënten met tuberculose of hiv moeten het zonder zorg stellen. Zoals een wijkverpleegkundige in Zuid-Afrika verzuchtte: ‘Ik vrees dat de sterfte erg hoog zal zijn.’

    De gezondheid van Afrikanen mag niet afhankelijk zijn van de vrijgevigheid van derden. Overheden moeten kunnen investeren in stabiele, veerkrachtige, zelfvoorzienende zorgstelsels. Om aan het benodigde geld te komen experimenteren Senegal en Zambia inmiddels met ‘gezondheidsbelasting’ op alcohol en suikerhoudende dranken. Landen als de Seychellen ontwikkelen schuld-in-ruil-voor-zorgprogramma’s met veelbelovende resultaten. Ook de Nigeriaanse diaspora zou miljarden kunnen mobiliseren via gezondheidsobligaties, mits die worden ondersteund met gunstige voorwaarden en garanties van multilaterale banken.

    Uiteindelijk is er geen vervanging voor betaalbaar, voorspelbaar kapitaal. Daarom moet het verlagen van de leenkosten topprioriteit zijn tijdens de komende G20-top in november.

    Prioriteiten

    Om dat te bereiken, moeten structurele oorzaken worden aangepakt, zoals verouderde internationale regels en bevooroordeelde risicobeoordelingen. Daarnaast is tijdige en substantiële schuldverlichting essentieel. Dit vraagt om innovatieve oplossingen, zoals schuld-in-ruil-voor-zorgprogramma’s en de opname van pauzeclausules in leencontracten, zodat betalingen kunnen worden opgeschort als er bijvoorbeeld een pandemie uitbreekt.

    Een derde prioriteit is het veiligstellen van blijvende politieke steun voor multilaterale zorgprogramma’s zoals de Vaccinatie-alliantie Gavi en het Wereldfonds ter Bestrijding van Aids, Tuberculose en Malaria. Alleen op die manier kan een continue levering van essentiële gezondheidszorg worden gegarandeerd.

    Ten slotte moet de G20 zich inzetten om Afrikaanse landen meer toegang te geven tot concessionele financiering voor hun zorginfrastructuur via multilaterale ontwikkelingsbanken.

    De huidige kapitaalkosten dragen bij aan een ontwrichtende wereldwijde gezondheidscrisis

    De G20 is het aangewezen forum voor deze acties. Het mandaat van de groep omvat het aanpakken van mondiale uitdagingen, het stimuleren van economische samenwerking en het waarborgen van wereldwijde stabiliteit. De huidige kapitaalkosten overstijgen de draagkracht van vrijwel elk Afrikaans land en dragen bij aan een ontwrichtende wereldwijde gezondheidscrisis. De komende G20-top – de eerste op Afrikaanse bodem en de tweede met de Afrikaanse Unie als permanent lid – biedt een uitgelezen kans om daar iets aan te doen.

    Binnen Afrikaanse landen is het daarnaast van groot belang dat er mechanismen komen voor publieke verantwoording die stevig verankerd zijn in het maatschappelijk middenveld. Maar daarvoor moeten allereerst voldoende middelen beschikbaar worden gesteld. Om ‘One World for Health’ te realiseren moeten alle landen over middelen kunnen beschikken om hun gezondheidszorg te financieren.

  • Afrika maakt zich op als nieuwe backoffice van de wereld

    Afrika maakt zich op als nieuwe backoffice van de wereld

    Na jaren van dromen lijkt het er eindelijk van te komen: Afrika begint een serieuze concurrent te worden in de mondiale outsourcingmarkt. Maar de snelle groei gaat gepaard met zorgen over arbeidsomstandigheden en de dreiging van automatisering.

    Zo halverwege het eerste decennium van deze eeuw hoorde Mercy Mugure voor het eerst over outsourcing. Berichten over wat het betekend had voor India, koploper in deze nieuwe branche, sijpelden door naar Afrika, dat nog geen vruchten plukte van de globalisering. ‘We dachten: waarom wij niet?’ zegt de Keniaanse onderneemster. Samen met een vriendin zette ze in 2006 een van de eerste outsourcingbedrijven in Kenia op. Wat hen aantrok, was het banenpotentieel van een branche waarin de activiteiten kunnen variëren van het beantwoorden van telefoontjes tot het afwikkelen van verzekeringsclaims en het signaleren van illegale of gewelddadige content op sociale media. Haar bedrijf Adept Technologies staat in Kenia nog steeds tamelijk alleen. Beleidsmakers droomden ervan dat Afrika de plaats zou innemen van India en de Filipijnen als backoffice van de wereld, maar die droom is nog niet uitgekomen. Al zit er nu wel schot in. Vanwege de groeiende vraag naar mensen die algoritmen kunnen trainen en digitale data annoteren zal naar verwachting een steeds groter aandeel van dit werk de komende jaren in Afrika plaatsvinden.

    Groeiende behoefte

    Daar is grote behoefte aan zulke banen. Driekwart van de jonge Afrikanen zegt geen geschikt werk te kunnen vinden. De traditionele maakindustrie, die met enorme werkgelegenheid de groei gestimuleerd heeft van landen als Zuid-Korea en Vietnam, vergt steeds complexere machines maar steeds minder mensen om ze te bedienen. Als bron van grote aantallen goede banen wordt die sector dus minder interessant. Dat gat kan voor een deel worden gevuld met outsourcing. Daarin zijn nu net 1 miljoen Afrikanen werkzaam: ongeveer 2 procent van het wereldwijde personeelsbestand van een sector die in Afrika tussen 2023 en 2028 naar verwachting met 14 procent per jaar zal groeien. Dat is bijna tweemaal zo snel als de verwachte jaarlijkse mondiale sectorgroei van 8 procent, en vier keer zo snel als de jaarlijkse groei in heel Afrika, die door de Wereldbank voor dit jaar op 3,5 procent wordt geraamd. In Kenia, waar een paar van ’s werelds grootste outsourcingbedrijven naartoe gegaan zijn, zal de sector volgens adviesbureau Genesis Analytics naar verwachting nog sterker groeien, met wel 19 procent. ‘Afrika is het nieuwe groeigebied,’ zegt Martin Roe, de directeur van CCI Global, wiens nieuwste callcenter in Kenia vijfduizend werknemers telt.

    Vooral Engelstalig Afrika heeft voor outsourcingbedrijven altijd al een paar sterke pluspunten gehad: een jonge bevolking, met een steeds betere opleiding en een goede Engelse taalvaardigheid. Bazen beweren dat veel westerse klanten liever ‘neutralere’ Afrikaanse accenten horen dan Indiase accenten. Ook de tijdzones van het continent zijn gunstiger voor activiteiten in Amerika en Europa. In het verleden was dit allemaal nog niet genoeg om de weegschaal in het nadeel van Azië te laten doorslaan, maar dat kan nu weleens veranderen.

    Werknemers in India en de Filippijnen worden steeds rijker en daarmee duurder

    Een belangrijke factor daarbij zijn de arbeidskosten, zegt Mark Graham, coauteur van The Digital Continent. Lonen en andere kosten zijn in Kenia 60 tot 70 procent lager dan in Amerika, Europa en Australië. Ondertussen worden werknemers in India en de Filippijnen steeds rijker en daarmee duurder. Het Fairwork-project, waarmee de universiteit van Oxford de arbeidsstandaard van techbedrijven in kaart brengt, constateerde dat werknemers van een buitenlands outsourcingbedrijf in Kenia 233 dollar per maand verdienen, terwijl werknemers bij een vergelijkbaar bedrijf in de Filipijnen 284 dollar verdienen.

    Meer gerichte douceurtjes van de overheid helpen ook. Kenia komt in juli met een langverwacht nieuwe beleidsprogramma waarmee het in de komende vijf jaar een miljoen nieuwe banen in de outsourcing wil creëren. Nigeria lanceerde in 2024 zijn ‘Outsource in Nigeria’-programma. Beide landen lonken met royale belastingvoordelen en subsidies. Zuid-Afrika deelt zelfs geld uit voor nieuwe banen. ‘Je moet de sector actief stimuleren,’ zegt John Kiria, hoofd digitale economie bij de Keniaanse overheid. Er zijn ook structurele veranderingen in de wereldeconomie die in het voordeel van Afrika werken. Nu de beroepsbevolking in veel delen van de wereld krimpt, groeit de vraag naar Afrikaanse arbeidskrachten. In mei organiseerde de Duitse overheid in Berlijn een beurs om Duitse en andere Europese bedrijven in contact te brengen met Afrikaanse outsourcingkantoren.

    Geen wondermiddel

    Outsourcing is geen wondermiddel. Critici maken zich zorgen over de kwaliteit van de nieuwe banen, vooral bij de contentmoderatie voor sociale media en de annotatie van data voor AI. Werknemers klagen dat ze zonder adequate psychologische ondersteuning veel schokkende teksten of beelden moeten bekijken, of dat ze te lang achter elkaar zonder pauze eentonige taken moeten uitvoeren. De techreus Meta en het Californische outsourcingbedrijf Sama, dat kortstondig door Meta werd ingehuurd, zijn in Kenia door voormalige moderatoren voor de rechter gedaagd vanwege hun arbeidsomstandigheden. (Sama zegt niets verkeerds gedaan te hebben en deze dienst ook niet meer aan te bieden. Meta stelt dat het niet onder de bevoegdheid van de Keniaanse rechter valt en de moderatoren niet in dienst waren van Meta zelf.)

     Een aanverwant probleem is de hypermobiliteit. In geval van slechte publiciteit of onbetrouwbare regeringen kunnen de uiteindelijke afnemers van het uitbestede werk hun heil elders zoeken. Uit recent onderzoek van het Londense Bureau of Investigative Journalism bleek dat Meta na de Keniaanse rechtszaken zijn contentmoderatie stilletjes naar Ghana had verplaatst. (Meta zegt de nieuwe locatie geheimgehouden te hebben om klanten en moderatoren te beschermen, en beweert serieus werk te maken van de ondersteuning van moderatoren.) ‘De klant kan zoiets van het ene op het andere moment beslissen,’ zegt Kiria. ‘Dan zitten ze vanaf morgenochtend 8 uur ineens in India.’

    De grootste uitdaging is AI. Veel elementaire taken zijn al geautomatiseerd

    De grootste uitdaging is AI. Veel elementaire taken zijn al geautomatiseerd. Tien jaar geleden richtte de Britse ondernemer Graham Parrott een van de eerste outsourcingbedrijven in Ethiopië op, dat tijdens de pandemie is opgedoekt. Nu is hij bang dat het land ‘de boot al gemist heeft’. Volgens de consultant Bobby Varanasi wordt de sector ‘aan de onderkant volledig uitgehold’. In een rapport van Genesis Analytics voor de Mastercard Foundation wordt geschat dat meer dan veertig procent van de taken in outsourcing in Afrika geautomatiseerd dreigen te worden.

    Maar taken zijn wat anders dan banen. Toen Sama in 2008 werd opgericht, zegt directeur Wendy Gonzalez, kwam het annoteren van data neer op het beantwoorden van vragen als: ‘staat er een kat op deze foto?’ Tegenwoordig gaat het om verfijndere kwesties, zoals controleren of de schrijfsuggesties van AI-modellen grammaticaal in de haak zijn. Volgens Martin Roe van CCI Global zal er vraag blijven bestaan naar ‘complexe en op gevoel’ uitgevoerde diensten die alleen een mens kan leveren. Zulk werk zou ook beter betaald kunnen worden. Zo bezien kan het verwerven van een groter aandeel in de mondiale outsourcingmarkt uitzicht bieden op de hoogst gewaardeerde banen. Mugure van Adept Technologies levert geen contentmoderatie. Ze wil meer gaan doen met ‘kenniswerk’, waarvoor ze meer Kenianen nodig heeft die zijn afgestudeerd in AI en informatica. Investeren in onderwijs is voor landen dus misschien wel de beste manier om te voorkomen dat ze achterop raken.

  • Het Franse leger trekt zich terug uit West- en Centraal-Afrika

    Het Franse leger trekt zich terug uit West- en Centraal-Afrika

    Frankrijk blijft werken aan het behoud van zijn invloed in Afrika

    De Franse strijdkrachten hebben donderdag een einde gemaakt aan hun permanente militaire aanwezigheid in West- en Centraal-Afrika tijdens een plechtige en historische ceremonie in de Senegalese hoofdstad Dakar, waar ze officieel de laatste twee Franse militaire installaties in Senegal hebben teruggegeven. De Burkinese krant Le Pays heeft het over ‘het einde van een tijdperk’.

    ‘Voor Parijs past het vertrek van zijn troepen (…) in een breder proces van terugtrekking van zijn strijdkrachten uit Afrika’, schrijft het dagblad. ‘De beslissing om zich terug te trekken weerspiegelt de wil van Parijs om een paradigmaverschuiving door te voeren in een context die gekenmerkt wordt door ingrijpende politieke veranderingen op het continent.’

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Volgens Le Pays ‘bestaat de uitdaging’ voor Frankrijk ‘erin om zich aan te passen aan de nieuwe context, op een moment dat het land niet bepaald de wind mee heeft op een continent waar zijn beleid steeds meer bekritiseerd wordt’. Door van paradigma te veranderen, geeft Frankrijk Afrika echter niet op, meent de krant.

    ‘In het licht van de context heeft het ervoor gekozen om zich gedeisd te houden (…), terwijl het tegelijkertijd blijft werken aan het behoud van zijn invloed. (…) En we wachten af of de nieuwe strategie vruchten zal afwerpen en Frankrijk in staat zal stellen zijn plaats in de harten van de Afrikanen terug te winnen’, concludeert de krant.

  • WHO-lidstaten bereiken akkoord over voorzorg tegen toekomstige pandemieën

    WHO-lidstaten bereiken akkoord over voorzorg tegen toekomstige pandemieën

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Servische studenten houden fietstocht om corruptie in Servië aan te kaarten

    » Rusland veroordeelt vier journalisten die banden zouden hebben met Navalny

    ‘Een belangrijke mijlpaal,’ aldus de WHO-directeur-generaal

    Na meer dan drie jaar onderhandelen hebben de lidstaten van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) woensdag met consensus een ‘historische’, wettelijk bindende wettekst goedgekeurd die voorziet in een versterking van de bescherming tegen nieuwe ziekteverwekkers, aldus Al-Jazeera. ‘Deze avond markeert een belangrijke mijlpaal in onze gezamenlijke reis naar een veiligere wereld,’ zei Tedros Adhanom Ghebreyesus, de directeur-generaal van de WHO.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De onderhandelingen boekten dinsdag echter minder vooruitgang dan verwacht, na een onderbreking van drie dagen. Het belangrijkste struikelblok was de overdracht aan ontwikkelingslanden van technologie waarmee gezondheidsproducten kunnen worden geproduceerd die pandemieën kunnen tegengaan, zoals vaccins. Het was vooral deze kwestie die de ergernis van de armste landen opwekte tijdens de covid-19-pandemie, toen ze zagen dat rijke landen doses vaccins oppotten zonder dat ze zelf daartoe in staat waren bij gebrek aan de daarvoor vereiste technologie.

    Washington ‘nam geen deel aan de meest recente onderhandelingsronden’, aangezien Donald Trump in februari een decreet uitvaardigde om het Amerikaanse lidmaatschap van de WHO op te zeggen, zoals Al-Jazeera opmerkt.

  • Ze droomden van voetbalcarrières, maar werden slachtoffers van mensenhandel

    Ze droomden van voetbalcarrières, maar werden slachtoffers van mensenhandel

    Duizenden West-Afrikaanse voetballers worden opgelicht en uitgebuit door nepscouts die hun een plek beloven bij professionele voetbalteams in het buitenland. ‘De mensen uit mijn dorp verwachtten een succesvolle speler. In plaats daarvan kregen ze een persoon zonder geld die hen teleurstelde.’

    Op een drukke avond in januari rijdt de 31-jarige Serge’s witte Suzuki van het ene deel van Abidjan, de bruisende hoofdstad van Ivoorkust, naar het andere. Terwijl hij de Charles de Gaulle-brug oversteekt, die de arbeiderswijk Treichville met de welvarende Plateau-buurt verbindt, kijkt hij naar een wolkenkrabber niet ver van het Félix Houphouët-Boigny Stadion, een van de arena’s waar het Africa Cup of Nations (AFCON) voetbaltoernooi wordt gehouden, versierd met de vlaggen van de deelnemende landen. 

    De zon gaat onder en het verkeer neemt af, waardoor Serge iets ontspant. Langzaam maar zeker begint hij New Lines over zijn diepgaande en voortdurende passie voor het voetbal te vertellen. De wedstrijd tussen Congo en Zambia staat op het punt te beginnen; hij zal ernaar luisteren op zijn radio. Zo heeft hij veel wedstrijden weten te volgen, waaronder de tweede helft van de openingswedstrijd tussen Ivoorkust en Guinee-Bissau. Hoewel hij zelf een kaartje had gekocht en juichend op de tribune zat, lokte de werkgelegenheid – meer dan één miljoen voetbalfans waren voor het toernooi naar Ivoorkust gekomen – hem tijdens de rust terug naar zijn taxi. Met verdriet verliet Serge toen het stadion. Niet alleen had hij deze en andere wedstrijden graag willen bezichtigen vanaf de tribune, maar tot een paar jaar geleden was het zelfs zijn droom om op het veld te staan.

    ‘Ik hield van voetballen. Ik droomde van voetbal, at voetbal en ademde voetbal. Ik ben zelfs van school gegaan vanwege het voetbal. Het was mijn hele leven,’ vertelt Serge. Hij groeide op in de Abidjaanse gemeente Yopougon, beter bekend als Yop City: een mix van woonwijken en industrieel terrein waar meer dan 1,5 miljoen mensen dicht op elkaar leven in dikwijls chaotische, armoedige omstandigheden. In tegenstelling tot andere delen van Abidjan, die veel immigranten uit andere West-Afrikaanse landen aantrekken, bestaat de bevolking van Yop City voornamelijk uit geboren en getogen Ivorianen. De culturele obsessie met voetbal hangt hier in de lucht. Abidjan is dan ook de geboorteplaats van een uitzonderlijk aantal voetbaltalenten die hun weg naar de top vonden via lokale clubs en grasveldjes.

    Onmisbaar

    Een van deze talenten is de tweevoudige winnaar van de Afrikaanse Ballon d’Or, Didier Drogba. De voormalige sterspeler van het wereldberoemde Chelsea-team in Engeland was eveneens aanvoerder van het nationale team van Ivoorkust toen het land zich in 2006 voor het eerst kwalificeerde voor het WK. Drogba verliet de sport in 2018, maar blijft nog altijd een idool voor ambitieuze West-Afrikaanse spelers die dromen over Europa, waar zo’n 60% van de spelers die werden opgeroepen voor de laatste Afrika Cup speelden en trainden. Onder hen bevonden zich Mohamed Salah, de oogverblindende Egyptische spits van Liverpool in de Engelse Premier League, en de Nigeriaanse spits Victor Osimhen, die in 2023 topscorer was in de Italiaanse Serie A met Napoli en in december door de Afrikaanse voetbalbond werd uitgeroepen tot Afrikaans voetballer van het jaar.

    De rol van Afrikaanse spelers in Europees voetbal is de afgelopen tien jaar enorm gegroeid. Inmiddels spelen zo’n 500 Afrikanen bij Europese topclubs, en nog eens honderden in competities in het Midden-Oosten en Azië. Ze zijn inmiddels een onmisbaar onderdeel geworden van een van de grootste sportindustrieën ter wereld: alleen al de Europese voetbalmarkt had in 2023 een waarde van 31,8 miljard dollar. Terwijl deze industrie zoekt naar nieuwe supersterren, proberen tienduizenden jonge Afrikaanse spelers wanhopig gescout te worden en daarmee de armoede, werkloosheid en politieke instabiliteit van hun thuislanden achterwege te laten. Deze combinatie van hoop en wanhoop is helaas niet alleen een vruchtbare voedingsbodem voor voetbaltalent, maar ook voor vormen van uitbuiting zoals mensenhandel, waarbij oplichters zich voordoen als scouts en geld aannemen van de hoopvolle spelers en hun families.

    Op 13-jarige leeftijd werd Serge door zo’n nepscout overgehaald om naar Burkina Faso te reizen voor een proefwedstrijd in de stad Ouagadougou, waar Europese recruiters aanwezig zouden zijn. Vol enthousiasme verzamelden Serge en zijn familie het vereiste bedrag: ongeveer $165, een enorme som in een land waar het gemiddelde maandsalaris rond de $550 ligt en waar, volgens de Wereldbank, zo’n 40% van de bevolking onder de armoedegrens leeft. Andere jonge spelers vielen ook voor het trucje en maakten samen met Serge de lange, bloedhete busreis naar Ouagadougou, waar bij aankomst geen recruiter te bekennen was.

    ‘Ik weet niet of het om mensenhandel ging. Ik weet alleen dat er niemand was,’ zegt Serge. ‘We speelden uiteindelijk tegen kleine clubs en gingen weer naar huis.‘

    Naar schatting vallen elk jaar zo’n 15.000 jonge spelers ten prooi van mensenhandel – en niet alleen amateurs zoals Serge. Tijdens een euforische persconferentie na de finale waarin Ivoorkust de Afrika Cup-titel veroverde, onthulde de 23-jarige Simon Adingra – een van de beste jonge spelers van het hele toernooi – dat ook hij in het verleden slachtoffer was geworden.

    De harde realiteit drong tot Adingra door: er was niet alleen geen academie

    Nadat een zogenaamde coach hem had zien spelen bij een lokale club, betaalde de ouders van Adingra de man ongeveer $300 om hun getalenteerde zoon naar een voetbalacademie in Benin te sturen. Toen de ‘coach’ daar eenmaal met het geld verdween, drong de harde realiteit tot Adingra door: er was niet alleen geen academie, maar ook geen onderdak. Samen met negen andere voetballers was Adingra aan zijn lot overgelaten. 

    De jongens bleven bij elkaar en deden klusjes in ruil voor voedsel of geld. Ondanks hun omstandigheden, hoopten ze nog altijd op een kans: een echte kans. Hulp arriveerde enkele maanden later in de vorm van een in Ivoorkust opgeleide Beninese man die Adingra en de anderen zowel fatsoenlijk onderdak gaf als de mogelijkheid om te voetballen. Uiteindelijk wist Adingra de aandacht te trekken van de Right to Dream-voetbalacademie in Accra, Ghana, waar hij trainde voordat hij – dit keer op legitieme wijze – werd gerekruteerd om in Europa te spelen bij de Deense club Nordsjaelland, die de academie sponsort.

    De internationale voetbalorganisatie FIFA hanteert een strikt reglement voor het rekruteren van spelers over landsgrenzen, zowel op amateur- als professioneel niveau. Spelers krijgen een elektronische ID-kaart die bij de voetbalbond is geregistreerd. Daarnaast moeten ze ook een uitnodigingsbrief ontvangen van de geïnteresseerde club, die via de lokale federatie moet worden verstuurd, zegt Alexandre Kouakou, een gerespecteerde scout in het Ivoriaanse voetbalmilieu die spelers helpt om nepbrieven te identificeren.

    De regels zijn nóg strenger voor minderjarigen die het tot prof willen schoppen. Hoewel jonge spelers al voor hun 18e verjaardag gescout kunnen worden in het land waar ze wonen – een veelvoorkomende zaak in bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk, waar kinderen en tieners regelmatig contracten sluiten met binnenlandse teams – zijn internationale transfers voor spelers onder de 18 alleen enkel in uitzonderlijke gevallen toegestaan. Zo mogen minderjarigen alleen een proefperiode meelopen bij een club. Daarnaast moet de club schriftelijke toestemming ontvangen van ouders, zorgen voor geschikte huisvestingen en levensomstandigheden, alle kosten dekken en een persoonlijke begeleider inschakelen. Bovenal is het vragen naar of innen van vergoedingen voor een proefperiode ten strengste verboden. ‘Het spreekt voor zich dat elke operatie die buiten de officiële kanalen van de voetbalwereld staat op zijn minst verdacht is, zo niet volledig illegaal,’ zegt Kouakou.

    Bedrog

    Hoewel de meeste jonge voetbaltalenten de statistieken van hun favoriete clubs en spelers moeiteloos opdreunen en de spelregels door en door kennen, weten maar weinigen iets over de statuten van het officiële rekruteringsproces. Wanneer een vermeende coach of scout opduikt met grote interesse en een verleidelijk aanbod, wagen velen daarom de sprong.

    Het bedrog begint meestal in het thuisland van de speler wanneer een coach of scout opduikt met de kans van zijn leven: een proefperiode bij een grote club in het buitenland. Er zit echter een addertje onder het gras; de nepscout heeft eerst een bemiddelings- of transportvergoeding nodig, of geld om een visum of accommodatie te regelen.

    In zijn studies beschrijft de onderzoeker James Easson wat er vervolgens gebeurt: veel families verkopen hun bezittingen, halen jongere kinderen van school of lenen geld om de benodigde fondsen bij elkaar te sprokkelen. Bij aankomst in het nieuwe land – meestal op een kortlopend toeristenvisum – biedt de nepscout aan hun paspoorten en geld ergens veilig op te bergen. Voor sommigen eindigt het avontuur daar: de oplichter verdwijnt met hun kostbaarheden zonder hen naar de beloofde club of wedstrijd te brengen. Anderen krijgen wel een kans om te spelen, en sommigen worden zelfs een contract aangeboden. Maar deze contracten zijn vaak net zo uitbuitend, met gigantische commissies voor de scout en weinig bescherming voor de speler. Als een speler weigert te tekenen, verdwijnt de scout met zijn resterende geld en documenten.

    Soms gaat het niet alleen om geld. Begin jaren 2000 werd de toekomstige Premier League-speler Alhassan Bangura vanuit Sierra Leone naar het Verenigd Koninkrijk gehaald door een Fransman die hem een proefperiode beloofde. Kort na aankomst werd de 16-jarige Bangura seksueel misbruikt door twee mannen in de accommodatie die de Fransman voor hem had geregeld. Andere spelers raken verzeild in dwangarbeid. Zo werd een voormalige Nigeriaanse voetballer die wij spraken, gelokt met de belofte van een proefperiode in Europa maar belandde hij uiteindelijk in Kaapverdië, waar hij als onderbetaalde ober moest werken in een restaurant.

    Sommige oplichters weten zelfs de meest waakzame spelers om de tuin te leiden.

    ‘Ik voelde me wanhopig, helemaal vanwege de situatie van mijn familie thuis. Ze rekenden op mij’

    Toen David Kevin Kouassi, een 22-jarige speler uit Yopougon, een uitnodigingsbrief van een Filipijnse club ontving van een Marokkaanse man die beweerde een FIFA-scout te zijn, was hij aanvankelijk achterdochtig; hij had immers genoeg verhalen gehoord van mensen die waren opgelicht met valse brieven. Maar zijn twijfels verdwenen toen de scout videogesprekken regelde met een man die zich voordeed als een clubvertegenwoordiger, en een snelle internetzoektocht naar de naam van de scout een pagina op de FIFA-website opleverde. Overtuigd van het aanbod betaalde Kouassi de man $270 en vertrok naar Manilla.

    Na een zenuwslopend gesprek bij de grenscontrole op de luchthaven van Manilla legden de lokale autoriteiten Kouassi uit dat hij was opgelicht. De oplichter had de naam en gegevens van een echte scout gebruikt om zijn vertrouwen te winnen en was er vervolgens met zijn geld vandoor gegaan. Kouassi wist alsnog het land binnen te komen op een toeristenvisum en probeerde zelf contacten te leggen in het Filippijnse voetbal, maar de salarissen die hem door clubs uit de eerste en tweede divisie werden aangeboden, waren nauwelijks genoeg om zijn huur te dekken. ‘Ik voelde me wanhopig, helemaal vanwege de situatie van mijn familie thuis. Ze rekenden op mij,‘ zegt hij terwijl hij uit een tuk-tuk stapt, een paar meter van het appartement dat hij deelt met zijn zus in Songon, een buitenwijk ten oosten van Abidjan, waar half afgebouwde betonnen huizen tussen het wildgroei uitsteken. Toen zijn economische situatie in Manilla onverdraagbaar werd, verzamelde Kouassi de moed om zijn vader de waarheid te vertellen en wist hij genoeg geld bij elkaar te krijgen voor een terugvlucht.

    Vrijwel alle (naar schatting) 15.000 jaarlijkse slachtoffers van voetbalhandel komen uit West-Afrika, een regio waar instabiliteit en een ongeremde passie voor voetbal een vruchtbare voedingsbodem vormen voor mensenhandelnetwerken.

    ‘Elke keer als we bijeenkomsten hebben over voetbalhandel,‘ zegt Lerina Bright, voorzitter van Mission 89, een Zwitserse voetbalorganisatie die zich bezighoudt met mensenhandel, ‘steken minstens drie mensen hun hand op. Of ze zijn zelf slachtoffer geweest, of ze kennen een slachtoffer.’

    Financiering

    Zelfs als een voetballer op professioneel niveau speelt in West-Afrika is het verschil tussen zijn salaris – de gemiddelde profvoetballer in Ivoorkust verdient ongeveer $500 per maand – en de potentiële verdiensten van een Europese carrière groot genoeg om hem ertoe te drijven risico’s te nemen. Dit kan betekenen dat ze hun vertrouwen in een oplichter leggen of proberen op een klein bootje richting Europa te stappen. Als het niet lukt om Europa te bereiken, bieden veel teams in Noord-Afrika, waar de infrastructuur en competities verder ontwikkeld zijn, salarissen tussen de vier en zes cijfers per maand. 

    ‘Wat ontbreekt in Ivoorkust is financiering,‘ zegt Lakoun Ouattara, een activist uit Abidjan die bewustzijn creëert over voetbalhandel met de niet-gouvernementele organisatie Mousso Foot. ‘We hebben de staat en de clubvoorzitters nodig om te investeren in infrastructuur en het lokale voetbalmilieu te verbeteren. Tot dit gebeurt, zullen mensen naar meer ontwikkelde landen blijven reizen.’

    Wanneer Ivoriaanse spelers op legitieme wijze naar het buitenland worden gehaald, legt Ouattara uit, kan dat het lokale voetbal helpen zich te ontwikkelen. Zo kan geld dat met hun verkoop wordt verdiend, bijdragen aan de groei van binnenlandse teams. Bovendien kunnen de naar het buitenland gehaalde spelers tijdens internationale kampioenschappen hun ervaring gebruiken om het nationale team van Ivoorkust te versterken. 

    Daniele Canepa, een expert op het gebied van voetbalhandel en auteur van het boek ‘In welke mate? Internationale Handel in Jonge Atleten,’ voegt toe dat mensen die denken dat het mensenhandelprobleem begint en eindigt bij nepscouts, net zo kortzichtig zijn als mensen die drugsdealers de volledige schuld geven van drugsverslaving.

    ‘Het is een systemisch probleem,’ benadrukt Canepa. ‘De onderliggende vraag is hoe de mens wordt beschouwd als sportman. Aan de ene kant hebben we de neiging om atleten als machines te zien die moeten presteren. Aan de andere kant is er de commodificatie van de speler, die in deze sector meer wordt geaccepteerd dan in andere sectoren, waar het gegarandeerd verontwaardiging zou veroorzaken.’

    ‘Voetbalinstellingen en overheden over de hele wereld kunnen beter hun best doen om de voetbalhandel definitief uit te roeien’

    De website van de Fédération Internationale des Associations de Footballeurs Professionnels (FIFPRO) heeft een sectie gewijd aan — en voert regelmatig bewustwordingscampagnes over — voetbalhandel.

    ‘Toch doen we niet genoeg,’ zegt Bright, de voorzitter van Mission 89. ‘Voetbalinstellingen en overheden over de hele wereld kunnen beter hun best doen om de voetbalhandel definitief uit te roeien. Op dit moment is ons grootste project dan ook het pleiten voor de erkenning van de misdaad van sporthandel en het doorvoeren van beleid op Europees niveau. Echte politieke wilskracht is nodig, niet alleen verklaringen.’

    Simon Adingra is niet het enige Ivoriaanse slachtoffer van mensenhandel die het uiteindelijk toch tot profvoetballer wist te schoppen. In 2017 werden de toenmalige tieners Amad Diallo en Hamed Junior Traore, inmiddels middenvelders van Manchester United en Napoli, door een groep mensen die zich als familieleden voordeden naar Italië gesmokkeld. Toen de Italiaanse overheid hier enkele jaren later achter kwam, kregen beide voetballers $52.000 boete voor het vervalsen van reisdocumenten.

    Over hun ‘familie’ wilden Diallo en Junior Traore lange tijd niet praten, wat best logisch is. ‘In sommige gevallen beschouwen de slachtoffers de schimmige figuren die hen hebben opgelicht toch als een soort verlosser, omdat ze hen per slot van rekening naar Europa brachten,’ zegt Canepa. ‘En zodra spelers zich realiseren dat ze zijn verhandeld, waarom zouden ze aan de politie bekennen hoe ze het land zijn binnengekomen?’

    In afwachting op een kans

    In tegenstelling tot velen wil Armel Djaoum, 27, wel over zijn ervaring praten. ‘Ik denk dat God me deze ervaring heeft laten beleven zodat ik er getuige van kon zijn en heb daar dan ook beslist geen spijt van,’ zegt hij terwijl hij over een voetbalveld in Gravier, Songon loopt: een klein stuk grond met zandbodem gelegen tussen een bananenboomgaard en een bescheiden herberg waar een paar oude mannen kletsen en cola drinken. De doelen zijn gemaakt van roestige, met stukken net aan elkaar gebonden ijzeren buizen. Ongeknipt gras definieert de grenzen van het speelveld. 

    ‘Op dit veld scoorde ik mijn eerste goal. Het was mijn hele wereld.’

    Djaoum vertelt dat hij op 19-jarige leeftijd werd benaderd door een Kameroense scout die spelers uit West-Afrikaanse landen rekruteerde en hen naar Marokko stuurde voor proefperiodes bij een club in de derde divisie. Djaoum betaalde de man $2.100, maar de training vond nooit plaats. Zonder geld om naar huis te komen, en nog altijd in afwachting op een kans om te kunnen spelen, bleef Djaoum illegaal in Marokko voor een paar jaar totdat zijn vader, die hem financieel had ondersteund, ziek werd. Djaoum deed een beroep op de Internationale Organisatie voor Migratie voor vrijwillige repatriëring, zodat hij aan zijn vaders zij kon staan voor hij stierf.

    Niet iedereen was even blij met Djaoums terugkomst. ‘De mensen uit mijn dorp verwachtten een succesvolle speler. In plaats daarvan kregen ze een persoon zonder geld die hen teleurstelde,’ herinnert hij zich terwijl hij in het bankstelsel van zijn spartaans ingerichte woning zakt. ‘Ze namen me niet langer serieus. Toen ik weer ging trainen, maakten ze zelfs grapjes. Dat deed me pijn: ze wisten niet wat ik had meegemaakt.’

    ‘Ik geloofde veel in die kans in Ghana, omdat mijn moeder mij alles had gegeven om te slagen’

    Schaamte en angst voor vergelding achtervolgen de slachtoffers van mensenhandel en dragen volgens Bright mogelijk bij aan ondergerapporteerde gevallen. Zo had Serge, die niet één maar twee keer slachtoffer werd van mensenhandel, zijn verhaal tot nu toe nooit eerder publiekelijk gedeeld.

    Het tweede misdrijf gebeurde toen hij 16 was en voor een amateurclub speelde in Noord-Abidjan. Af en toe verscheen er een Italiaanse man op het trainingsveld, die ballen, shirts en andere voetbalspullen met zich meebracht. Niemand wist wie hij was of waar hij vandaan kwam, tot hij Serge en zijn teamgenoten een voorstel deed om in Italië een proefwedstrijd te spelen in het bijzijn van recruiters. De kosten waren astronomisch, bijna $5.000 per persoon, maar de families van de spelers waren door het dolle en gingen snel op zoek naar financiering. Serge’s moeder vroeg verschillende familieleden om leningen, maar kon het gevraagde bedrag niet bij elkaar krijgen. Gelukkig had de Italiaan nóg een aanbod: een wedstrijd in Ghana voor een lagere prijs.

    Serge ging naar Ghana, maar de wedstrijden bleken niets meer dan vriendschappelijke wedstrijden tegen lokale teams te zijn. Ook waren er geen scouts aanwezig om de spelers te observeren. Serge’s familie slaagde er nooit in om hem naar Italië te sturen, en dus keerde hij wederom met lege handen terug.

    ‘Ik geloofde veel in die kans in Ghana, omdat mijn moeder mij alles had gegeven om te slagen,’ zegt Serge terwijl zijn ogen afdwalen naar twee teams van jonge jongens die strijden op een modderig veld in Yopougon waar soms scouts komen kijken.

    Zittend in een café legt hij uit dat zijn moeder hem vroeger naar training bracht voor ze naar haar werk ging en hem na afloop weer ophaalde, waarbij ze veel van haar geringe salaris aan vervoer uitgaf. ‘Voor ze overleed, zei ze dat ik naar Ghana moest gaan om vervolgens naar een ander land met betere kansen te reizen. Helaas kon ik haar droom niet waarmaken.’

    Steun

    De mensenhandel heeft een zware tol geëist, zowel financieel als emotioneel. En niet alleen van Serge, maar ook van zijn familie. Toen hij zijn eigen gezin startte, besloot hij met voetbal te stoppen en ging hij op zoek naar een veiligere, betrouwbaardere manier om zijn kinderen te ondersteunen.  

    Na zijn ontberingen in de Filippijnen keerde ook Kouassi met lege handen terug naar huis. Tot zijn verbazing werd hij echter niet belachelijk gemaakt, maar verwelkomd. De onafgebroken steun van zijn familie gaf hem de kracht zijn droom om professioneel voetballer te worden na te streven. Ondanks zijn jonge leeftijd gaat Kouassi zelden op stap en volgt hij een gezonde levensstijl. Hij is onlangs lid geworden van Yopougon F.C., een derde divisieclub waar hij speelt voor een kleine beurs die zelfs het vervoer naar training en wedstrijden niet dekt. Maar de intentie om op te geven, heeft hij niet. Zijn doel is en blijft Europa te bereiken.

    ‘Elke dag probeer ik mezelf op te vrolijken,’ zegt hij terwijl hij zich voorbereidt om te gaan hardlopen. Hij pakt zijn voetbalschoenen en wijst naar een op een rommelige plank geplaatste trofee die hij won toen hij een tiener was. Hij benadrukt dat, zolang zijn lichaam functioneert, hij op het veld zal staan.

    ‘Cristiano Ronaldo is 39 jaar oud en blijft ook spelen. Waarom zou ik hetzelfde niet kunnen doen? Ik wil blijven spelen totdat ik me zwak voel, totdat ik de bal niet meer kan schieten.’

  • Afrikaanse literatuur wordt over de hele wereld gelezen, behalve in Afrika

    Afrikaanse literatuur wordt over de hele wereld gelezen, behalve in Afrika

    Op het Afrikaanse continent zijn boeken duur en bibliotheken schaars, maar een groeiend aantal technische vernieuwers en onafhankelijke uitgeverijen werkt eraan om Afrikaanse literatuur beschikbaar en betaalbaar te maken.

    Nervous Conditions van Tsitsi Dangarembga, een roman over opgroeien in koloniaal Zimbabwe, is een van de belangrijkste werken uit de Afrikaanse literatuur van de twintigste eeuw en is opgenomen in de onderwijsprogramma’s van universiteiten in het Verenigd Koninkrijk. Britse studenten kunnen een tweedehandsexemplaar bestellen voor minder dan 3 pond.

    Er is echter één plek waar lezers het boek moeilijk kunnen vinden: Harare, de hoofdstad van Zimbabwe en de woonplaats van Dangarembga, ook al wordt het boek in paperback uitgegeven in buurland Zuid-Afrika. ‘Het is ontzettend moeilijk om mijn boeken ergens in Zimbabwe te vinden,’ bevestigt Dangarembga.

    Afrikaanse literatuur bloeit

    Afrikaanse literatuur bloeit en de invloed ervan op de wereldliteratuur blijft toenemen. In 2021 wonnen Afrikaanse auteurs de Nobelprijs voor de Literatuur, de Booker Prize en de Prémio Camões, de hoogste literaire onderscheiding voor werk in het Portugees. The New York Times noemde 2021 ‘het jaar van de Afrikaanse literatuur’.

    Dit jaar wordt er met spanning uitgekeken naar de publicatie van de eerste roman van Chimamanda Ngozie Adichie in tien jaar. Er zijn nog veel meer Afrikaanse auteurs die steeds meer erkenning krijgen in Europa en Amerika, van de Zambiaanse Mubanga Kalimamukwento tot de Nigeriaanse Damilare Kuku.

    Toch hebben de meeste Afrikanen moeite om nieuw werk of klassiekers van auteurs als Dangarembga te bemachtigen. Weinig landen hebben een uitgeverij die lokaal boeken uitgeeft. Lang niet alle landen hebben openbare bibliotheken die niet enkel boeken uitlenen, maar ook de groei van onafhankelijke uitgevers stimuleren door exemplaren van hun nieuwe werken op te kopen, zegt Ainehi Edoro, oprichter van Brittle Paper, een onlineplatform over Afrikaanse literatuur.

    Een tekort aan middelen

    In Zuid-Afrika heeft 43 procent van de huishoudens geen boeken en slechts 16 procent heeft er meer dan vijf. In Kameroen wordt een schoolboek door wel twaalf leerlingen gedeeld. In Ethiopië is het voor Dawit Berhanu, die een online boekenclub runt genaamd Ethiopia Book Forum, een constante strijd om goed leesvoer te vinden. Elke week weer slagen de meeste van de zestig leden van de club er niet in om een exemplaar van het besproken boek te bemachtigen, maar toch nemen ze deel aan de lezingen om van de discussies te genieten.

    ‘Er is geen tekort aan literair talent op het Afrikaanse continent, het wemelt er van de schrijvers en mensen die verhalen willen vertellen,’ zegt Edoro. ‘Maar de rest van de literaire markt moet nog ontwikkeld worden. Ze hebben geen toegang tot redacteuren, agenten en publicisten; er is geen lokale infrastructuur.’

    In de meeste Afrikaanse landen importeren boekverkopers voorraden. Zwakke valuta’s maken dit proces duur. Sommige landen, zoals Kenia, heffen belasting op boeken, waardoor de prijzen nog verder stijgen.

    ‘Mensen kopen liever brood dan boeken, dat is de realiteit’

    The Shadow King van Maaza Mengiste, een boek over de vrouwen die zich verzetten tegen de bezetting van Ethiopië door fascistisch Italië in de jaren dertig van de twintigste eeuw, stond op de shortlist voor de Booker Prize in 2020. De roman kost 9 pond in het Verenigd Koninkrijk. In een van de weinige boekwinkels van Addis Abeba kost dezelfde roman 3000 Ethiopische birr (ongeveer 19 pond). Ter vergelijking: een universitair docent verdient 11.500 birr (72 pond) per maand.

    ‘De kosten zijn de belangrijkste barrière,’ zegt Tinashe Mushakavanhu, een Zimbabwaanse academicus aan de Universiteit van Oxford. ‘Mensen kopen liever brood dan boeken, dat is de realiteit.’

    Publicaties van eigen bodem

    De oplossing is volgens Edoro het ontwikkelen van ‘een uitgeversmarkt van eigen bodem. Als je die eenmaal hebt, kun je op betaalbare wijze boeken aan de man brengen,’ zegt ze. Edoro noemt haar thuisland Nigeria als voorbeeld. In de afgelopen twintig jaar zijn er verschillende nieuwe uitgeverijen ontstaan. Deze uitgeverijen werken niet alleen met opkomende Nigeriaanse schrijvers, ze kopen ook de rechten van internationale bestsellers en drukken Nigeriaanse edities, zodat ze beschikbaar en betaalbaar blijven.

    ‘Lange tijd kregen Nigerianen niet de boeken die ze wilden lezen. Nu hebben mensen toegang tot de meeste Afrikaanse titels,’ zegt Othuke Ominiabohs, oprichter van Masobe Books, een onafhankelijke Nigeriaanse uitgeverij.

    Sinds de oprichting in 2020 heeft Masobe Books meer dan honderd auteurs gecontracteerd en meer dan honderdduizend boeken verkocht. Het succes ligt in het aangaan van relaties met fysieke winkels, het creëren van een hype rond boeken op sociale media, frisse omslagontwerpen en geweldige werken voor realistische prijzen. 

    ‘Toen we begonnen, was iedereen enthousiast over de covers,’ zegt Ominiabohs. ‘Ze waren nieuw, verfrissend, gedurfd. En de verhalen op die omslagen waren heel enerverend, heel Nigeriaans. Ze gingen niet over mensen in de VS of Groot-Brittannië. Het waren verhalen over mensen die in Nigeria woonden, die in Nigeria werkten, die Nigeriaans aten. Ze waren herkenbaar.’

    Originele oplossingen

    Elders vinden schrijvers hun eigen manieren om te innoveren. Crowdfunding is een handig middel voor eigen publicaties. In Zimbabwe gebruiken verschillende auteurs WhatsApp-groepen om hun boeken te schrijven en te verspreiden, waarbij ze hoofdstukken gratis uitgeven en een kleine vergoeding vragen voor de mogelijkheid om verder te lezen. In Ethiopië hebben twee programmeurs het e-book- en luisterboekplatform Tuba gelanceerd, waar boeken kunnen worden gedownload naar een app, voor een fractie van de kosten van een fysiek exemplaar.

    ‘We worden steeds groter,’ zegt Dagnachew Tesfaye, een van de oprichters van Tuba. ‘Het is nog vroeg, maar we hopen honderdduizenden boeken te gaan verkopen.’

    Een Keniaans digitaal onderwijsplatform, eKitabu, lanceerde in 2024 een uitgeverij, Mvua Press. Tot nu toe heeft die tien boeken gepubliceerd. Het bedrijf heeft ook een schrijverscafé in Nairobi om nieuwe auteurs te helpen hun prille ideeën om te zetten in manuscripten die kunnen worden ingediend.

    ‘Wij geloven dat er een markt is voor boeken in Afrika als ze toegankelijker en goedkoper worden voor lezers,’ zegt Mercy Kirui, de uitgeefmanager van Mvua Press. ‘We willen dat een boek van een Afrikaanse auteur een hit wordt in Afrika vóórdat het een wereldwijde bestseller wordt.’

  • DR Congo: buurlanden roepen op tot onmiddellijk staakt-het-vuren

    DR Congo: buurlanden roepen op tot onmiddellijk staakt-het-vuren

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Duitsland: 250.000 mensen demonstreren in München tegen extreemrechts

    » Gaza: Israëlische troepen trekken zich terug uit de Netzarim-corridor

    Het conflict in Congo is al vier jaar aan de gang

    De leiders van de landen in zuidelijk en oostelijk Afrika, die zaterdag bijeen waren op een top in Tanzania, ‘drongen er bij alle strijdende partijen [in de Democratische Republiek Congo] op aan om binnen vijf dagen vredesbesprekingen te houden’, meldt de BBC. De hoofden van de strijdkrachten van de acht lidstaten van de East African Community (EAC) en de zestien lidstaten van de Southern African Development Community (SADC) kregen de opdracht om bijeen te komen ‘en technische richtlijnen te geven voor een onmiddellijk en onvoorwaardelijk staakt-het-vuren’, aldus een woordvoerder.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het doel van de top was om een uitweg te vinden uit het conflict dat al meer dan drie jaar woedt in het oosten van de Democratische Republiek Congo en dat de afgelopen weken in een stroomversnelling is geraakt. In de gevechten staat het Congolese leger tegenover de gewapende groep M23 en zijn Rwandese bondgenoten, die gestaag terrein winnen. Sinds het conflict in 2021 begon, zijn er al zes wapenstilstanden getekend, die vervolgens systematisch werden verbroken.

  • Golf van geweld overspoelt volle breedte van Afrika

    Golf van geweld overspoelt volle breedte van Afrika

    Te midden van de meer in het oog springende oorlogen in Oekraïne en het Midden-Oosten is een golf van conflicten op het Afrikaanse continent grotendeels onopgemerkt gebleven.

    Een ongekende uitbarsting van conflicten heeft over de volle breedte van het Afrikaanse continent, van Mali tot Somalië, een spoor van dood en verderf getrokken. Al langer woedende conflicten, zoals de islamistische rebellie in Noord-Nigeria en Somalië en de militieoorlogen in Oost-Congo, zijn enorm in hevigheid toegenomen. Nieuwe oorlogen tussen gewapende milities en het regeringsleger brengen Ethiopië en Soedan, twee van de grootste en meest bevolkte landen van Afrika, in beroering. De landen in de westelijke Sahel op hun beurt vormen nu het centrum van het wereldwijde jihadisme, waar regionale afsplitsingen van Al Qaida en Islamitische Staat elkaar en een paar wankele militaire regeringen bestrijden.

    Deze corridor van geweld strekt zich uit over ongeveer 3000 kilometer en beslaat circa 10 procent van Afrika ten zuiden van de Sahara. Het gebied is in slechts drie jaar tijd verdubbeld en is nu ongeveer tien keer zo groot als het Verenigd Koninkrijk, volgens adviesbureau Verisk Maplecroft. De waslijst aan conflicten brengt onvoorstelbaar menselijk leed met zich mee – massale ontheemding, wreedheden tegen burgers en extreme honger – op een continent dat toch al veruit het armste van de planeet is. 

    De aandacht van mondiale beleidsmakers voor Afrika is afgenomen, vooral in het Westen

    Toch worden deze ontwikkelingen overschaduwd door de meer in het oog springende conflicten in Oekraïne en het Midden-Oosten. Daardoor is de aandacht van mondiale beleidsmakers voor Afrika afgenomen, vooral in het Westen, gaat er veel te weinig geld naar humanitaire hulpprogramma’s en is er grote onzekerheid over het lot van honderden miljoenen mensen.

    Volgens de Universiteit van Uppsala en het Noorse instituut voor vredesonderzoek kampt Afrika nu met meer conflicten dan ooit sinds 1946. Experts van de twee instituten hebben alleen al dit jaar 28 oorlogen vastgesteld in 16 van de 54 landen op het continent; dat is meer dan in welke andere regio ter wereld ook en een verdubbeling van het aantal conflicten ten opzichte van vijftien jaar geleden. Conflicten waarbij geen regeringstroepen zijn betrokken, bijvoorbeeld tussen verschillende lokale gemeenschappen, zijn niet meegerekend, maar ook dat aantal is sinds 2010 verdubbeld. 

    Er is geen specifieke oorzaak aan te wijzen voor het ontstaan en de escalatie van zo veel verschillende conflicten in deze enorme, diverse geografische regio. Maar, zeggen experts, veel van de zwaarst getroffen staten zijn na hun onafhankelijkheid altijd kwetsbaar gebleven, omdat ze er niet in slaagden een sterke bestuursvorm te vinden, of het nu democratieën waren of autoritaire regimes. Of ze raakten ­tijdens een – vrij zeldzame – politieke overgangs­periode instabiel.

    Grondstoffen en macht

    De voormalige Franse koloniën in de Sahel – Mali, Burkina Faso en Niger – waren decennialang slechts in naam democratieën; regelmatig vonden er militaire staatsgrepen plaats. De centrale regering van Congo in Kinshasa slaagde er, net als die van Nigeria in Abuja, nooit in om controle uit te oefenen over het uitgestrekte land. Daardoor kregen lokale en buitenlandse leiders de kans om, vaak met geweld, mee te dingen naar grondstoffen en macht. 

    In Ethiopië hebben de pogingen van premier Abiy Ahmed om de macht te centraliseren na het beëin­digen van de decennialange dominantie door het Volksbevrijdingsfront van Tigray, in 2018, geleid tot een reeks opstanden en botsingen tussen regionale milities. In Soedan werden twee machtige generaals elkaars rivalen, na de afzetting van dictator Omar al-Bashir in 2019 en van een burgerregering, twee jaar later, die het land richting democratie had ­moeten leiden.

    Een keerpunt was 2011, toen NAVO-militairen tijdens de Arabische Lente rebellen in Libië steunden in hun strijd tegen ­dictator Moammar Kadhafi. Toen ­Kadhafi stierf en Libië in chaos verviel, trokken duizenden gewapende rebellen zuidwaarts Mali in, waar een Toeareg-opstand ontbrandde tegen de regering in Bamako. Dit viel samen met de wereldwijde expansie van extremistische ideologieën die door Al Qaida en Islamitische Staat werden uitgedragen. 

    ‘De problemen in de Sahel zijn duidelijk het gevolg van de ineenstorting van Libië en de wedloop van wapens en ideolo­gieën die daardoor is ontstaan,’ zegt Ken Opalo, een Keniaanse academicus en ­universitair hoofddocent aan de School of Foreign Service van de Georgetown-universiteit. ‘Dus je krijgt zwakke staten, veel wapens en jonge mannen die Libië verlaten en ideologieën die helemaal uit Pakistan komen. Dan staat alles in brand.’

    ‘Meer mensen dan ooit tevoren worden voortdurend geconfronteerd met gewapende groepen’

    Vanuit Mali verspreidde de jihadistische opstand zich gemakkelijk over de grens naar Burkina Faso en Niger. Daar hebben nieuwe militaire regimes uit frustratie over het onvermogen om de militanten te verslaan Franse en andere westerse troepen het land uit geschopt. De jihadisten bedreigen nu landen aan de West-Afrikaanse kust, zoals Benin en Ghana. Op dit moment wordt er volgens Verisk Maplecroft op 86 procent van het grondgebied van Burkina Faso en op 44 procent van dat van Nigeria gevochten tussen jihadisten en regeringstroepen.

    Het tellen van doden in Afrikaanse conflicten is bijzonder complex. De toegang tot de frontlinies is voor journalisten en hulporganisaties vaak beperkt. Tijdens de oorlogen in Soedan en Ethiopië maakt het geregeld afsluiten van telefoon en internet het moeilijker om dodentallen bij te houden. Veel mensen sterven bovendien niet tijdens de gevechten zelf, maar door honger of het uitvallen van medische diensten. Voor Ethiopië hebben experts van de Universiteit van Gent geschat dat de twee jaar durende oorlog 162.000 tot 378.000 burgers het leven heeft gekost; non-profitorganisatie Acled telde minder dan twintigduizend oorlogsdoden door de gevechten zelf. 

    Wat duidelijk wordt uit de gegevens is dat burgers bij conflicten in Afrika veel vaker het doelwit zijn dan in oorlogen elders. In Oekraïne was bijvoorbeeld nog geen 7 procent van het geweld sinds februari 2024 volgens Acled gericht tegen burgers, terwijl dat bij Afrikaanse conflicten meer dan een derde was. ‘Meer mensen dan ooit tevoren worden voortdurend geconfronteerd met gewapende groepen,’ zegt Clionadh Raleigh, oprichter van Acled en hoogleraar aan de Universiteit van Sussex. En de gevolgen gaan verder dan het verlies van mensenlevens, zegt hij: langdurige conflicten leiden ook tot een vertraagde ontwikkeling, uitgestelde verkiezingen en een breder gevoel van straffeloosheid. 

    Recordaantal ontheemden 

    Door de oplaaiende conflicten is een recordaantal Afrikanen ontheemd geraakt, veelal in eigen land. Het continent herbergt nu bijna de helft van alle binnenlandse ontheemden ter wereld, zo’n 32,5 miljoen. Dat aantal is in vijftien jaar verdrievoudigd. Ontheemding maakt burgers, vooral vrouwen en kinderen, kwetsbaarder voor de neveneffecten van oorlog. Naar schatting is in de Democratische Republiek Congo 80 procent van de vrouwen in kampen rond de stad Goma verkracht, velen zelfs meerdere keren. In Soedan, waar de eerste hongersnood sinds 2017 een feit is, zijn de mensen die het meest honger lijden van huis en haard verdreven. 

    De conflicten in Afrika hebben in het Westen niet geleid tot de golf van medeleven die er voor Oekraïne wel was, of tot brede verontwaardiging zoals over de oorlog in Gaza. Geen Live Aid-concerten dit keer, zoals bij de hongersnood in Ethiopië in de jaren tachtig, geen protestmarsen zoals tegen de genocide in Darfur begin deze eeuw en geen acties zoals #BringBackOurGirls na de ontvoering van 276 schoolmeisjes in Nigeria, tien jaar geleden. Dat gebrek aan publieke aandacht heeft zich vertaald in een gebrek aan politieke daadkracht om oorlogen in Afrika op te lossen of het lijden te verlichten. Het aandeel van Afrika in de officiële ontwikkelingshulp van rijke, voornamelijk westerse OESO-landen is op het laagste niveau sinds 2000, volgens een analyse van non-profitorganisatie One Campaign. 

    En hoewel de financiering voor humanitaire hulp, die slechts een klein deel van de totale ontwikkelingshulp uitmaakt, is toegenomen, heeft deze geen gelijke tred gehouden met de groeiende behoeften. De VN ontvingen slechts de helft van de 2,6 miljard dollar die ze in 2024 nodig zeiden te hebben voor humanitaire hulp in Congo. De noodhulp voor Soedan werd voor 64 procent gefinancierd, terwijl Nigeria slechts 57 procent van het streefbedrag ontving. 

    De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken heeft Afrika sinds 2021 slechts vier keer bezocht

    Het betekende ook dat diplomatieke druk op de Verenigde Arabische Emiraten, die volgens The Wall Street Journal wapens en strijders leveren aan een van de generaals in Soedan, ondergeschikt werd gemaakt aan de wens van de VS om de steun van het land te behouden. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken heeft Afrika sinds 2021 slechts vier keer bezocht; daartegenover staan maar liefst 43 reizen naar Europa en 22 naar het Midden-Oosten.

    Bij afwezigheid van de VS en andere ­westerse regeringen hebben andere mogendheden hun inspanningen op­gevoerd, vaak ten koste van de lokale bevolking. Rusland stuurde huurlingen naar Mali en de Centraal-Afrikaanse Republiek, wat volgens mensenrechtenorganisaties heeft geleid tot meer geweld tegen burgers. Terwijl de VAE de Rapid Support Forces van Soedan steunen, wordt het Soedanese leger gesteund door Egypte, Iran en sinds kort ook Rusland. In Congo vecht het Rwandese leger aan de zijde van de opstandige March 23 Movement in een campagne die al meer dan 2 miljoen mensen op de vlucht heeft gejaagd. Onderzoek van de Universiteit van Uppsala laat een sterke toename zien van geïnternationaliseerde burgeroorlogen in Afrika; het wijst uit dat oorlogen met buitenlandse inmenging dodelijker zijn dan burgerconflicten zonder bemoeienis van buitenaf. 

    De VS blijven de belangrijkste geld­schieter voor humanitaire hulp in Afrika. Washington droeg 47 procent bij aan het VN-noodhulpplan voor Soedan in 2024 en bijna 70 procent aan dat voor Congo. Andere van oudsher grote donoren, ­waaronder Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, hebben hun hulpbudgetten al verlaagd vanwege de crisis in Oekraïne en de economische problemen in eigen land. En veel experts verwachten ­substantiële veranderingen in het buitenlandbeleid van de VS onder de komende regering-Trump, vooral ten opzichte van VN-organisaties. De VS en de VN ‘waren in staat één lijn aan te houden over wat echt onaanvaardbaar was’, zegt Raleigh van Acled. ‘Met de komst van Trump zal die lijn verdwijnen. Dat betekent dat de conflicten om eigenbelang die we zien, en de mensen die over het hele continent geweld plegen, niet meer beteugeld zullen worden.’ 

  • In Soedan is honger een onzichtbaar oorlogswapen 

    In Soedan is honger een onzichtbaar oorlogswapen 

    Tijdens de nu al achttien maanden durende oorlog in Soedan is een derde van de bevolking ontheemd geraakt en is het land in de ergste humanitaire crisis ter wereld beland. Volgens de VN zijn minstens 26 miljoen Soedanezen acuut ondervoed, van wie 8,5 miljoen zich in kritieke toestand bevinden.

    Vier maanden na elkaar zijn de twee dochters van Selwa Zakaria gestorven als gevolg van de honger. Een paar uur nadat de jongste was opgenomen in het Al-Shuhada-ziekenhuis in Bahri, ten noorden van de Soedanese hoofdstad Khartoem, overleed ze, anderhalf jaar oud, in de armen van artsen. Haar moeder, die terug is voor een consult, dwaalt als een zombie rond voor de deur van de voedingsafdeling. Haar magere gestalte, gehuld in een blauwe tuniek, lijkt door de overvolle gang te zweven.

    Op rijen stoelen zitten mensen met spookachtige lichamen te wachten – botten omwikkeld door een dun laagje huid. Ze bewegen zo langzaam dat het lijkt alsof de tijd stilstaat. Een oude man met een uitgemergeld gezicht houdt zijn handen tegen zijn slapen. Het lijken net gedroogde bladeren, met scherpe nerven, die door een plotselinge beweging uiteengereten zouden kunnen worden. Zijn lippen bewegen, maar uit zijn mond klinkt geen geluid. Voor de dood intreedt, maakt de honger eerst een einde aan de woorden.

    Rondom zijn de artsen druk bezig. Ze zijn uitgeput. ‘De patiënten komen hier in kritieke toestand binnen. De kraamafdeling is een ramp. De moeders hebben niets te eten en produceren geen melk meer. Hun baby’s zijn vlak na de geboorte al bijna dood,’ zegt kinderarts Fatima Haroun (27), die naar eigen zeggen ‘nog nooit zo’n ramp heeft gezien’.

    Elk kind op haar afdeling is zo licht als een veertje. Een baby van negen maanden wordt op de weegschaal gelegd. ‘Amper 6 kilo. Armomtrek van 7,5 centimeter.’ De veilige grenswaarde ligt op 13,5 centimeter; onder de 11,5 centimeter is het kind in levensgevaar. ‘Het maximum dat we hebben gemeten is 12,5 centimeter,’ zegt de kinderarts bezorgd. Ze heeft een paar pakketten melkpoeder en pindapasta bezorgd gekregen. Ze moet er zuinig mee doen; deze minieme hoeveelheden ‘stellen het probleem alleen maar even uit’ – hooguit een paar dagen.

    Slib met meel en water

    Een week eerder ontving Haroun een gezin dat bij elke maaltijd wat slib uit de Nijl op het bord verdunde met een beetje meel en water. Ze barstte in tranen uit: ‘Dit is hongersnood van de allerergste soort. Niemand beseft de ernst van de gevallen die hier binnenkomen. En dan hebben we het nog maar over één stadsdeel! Elders zijn hele gebieden van het land ontoegankelijk. Mensen sterven in hun eigen huis. Niemand wil deze realiteit onder ogen zien.’

    In september werden er in dit veldhospitaal, de enige openbare voorziening die nog in bedrijf is in Noord-Khartoem, twintig sterfgevallen geregistreerd bij kinderen onder de vijf jaar. Het oorspronkelijke gebouw werd geplunderd en gedeeltelijk in brand gestoken door paramilitairen van de Rapid Support Forces (RSF). Dit leger, onder leiding van generaal Mohammed Hamdan Dagalo, alias ‘Hemedti’, is sinds 15 april 2023 in oorlog met de Soedanese Strijdkrachten (SAF) onder leiding van generaal Abdel Fattah Abdelrahman Al-Burhan. Eind september heroverde het reguliere leger, dat Le Monde toestemming gaf om naar Soedan te reizen, het gebied. Terwijl het ziekenhuis wordt hersteld, zijn alle diensten en het medisch personeel tijdelijk overgebracht naar een gezondheidscentrum met een bespottelijk kleine capaciteit gezien de omvang van de benodigde zorg.

    Honger vormt het tweede front in de oorlog in Soedan. Het is een stille strijd die langzaam mensen doodt. ‘Deze hongerdoden zijn het overblijfsel van de oorlog. Onder de huidige omstandigheden is het onmogelijk om een duidelijke balans op te maken. We durven ons niet voor te stellen wat de cijfers zullen zijn als de gevechten op een dag ophouden,’ zegt Hadil Malik El-Hassan, directeur van het Al-Shuhada-ziekenhuis.

    ‘Nog nooit in de moderne geschiedenis hebben zo veel mensen te maken gehad met honger als nu in Soedan’

    Minstens 26 miljoen Soedanezen, meer dan de helft van de bevolking, zijn volgens de Verenigde Naties acuut ondervoed, van wie 8,5 miljoen zich in kritieke toestand bevinden. ‘Nog nooit in de moderne geschiedenis hebben zo veel mensen te maken gehad met honger en hongersnood als nu in Soedan,’ waarschuwden deskundigen in opdracht van de VN-Mensenrechtenraad in oktober. In achttien maanden van oorlog, die ervoor hebben gezorgd dat een derde van de bevolking ontheemd is geraakt, is het land volgens internationale organisaties in de ergste humanitaire crisis ter wereld beland. En toch blijft die crisis nog altijd grotendeels onbekend.

    Hulp komt slechts druppelsgewijs binnen. Er is te weinig geld en er zijn veel obstakels. In oktober werd maar 10 procent van de hulpgoederen die in Port Soedan aankwamen uitgedeeld. ‘Een deel van de hulp belandt op de markt. Meel en olie die voor de armen worden uitgedeeld, worden uiteindelijk verkocht. Kun je je dat voorstellen?’ zegt een arts, die alle bestuurslagen beschuldigt van corruptie en daarom anoniem wenst te blijven.

    Nauwelijks hulp

    De moeite die het kost om toegang te krijgen tot het gebied is niet het enige probleem; verschillende organisaties beschuldigen de strijdende partijen ervan honger als oorlogswapen te gebruiken. In Khartoem passeert bijna geen hulp de frontlinies. Sommigen zien hierin een strategie van de SAF om iedere vorm van steun van de bevolking voor de paramilitairen te ondermijnen, nu mensen in steeds groteren getale de gebieden ontvluchten die onder hun controle staan.

    Terwijl de humanitaire situatie in de gebieden die in handen zijn van het leger al alarmerend is, is deze nog slechter in de gebieden die onder controle van de RSF staan. Behalve in Khartoem, het epicentrum van de gevechten, is de honger vooral acuut in Darfur, Gezira en Kordofan. Hele gebieden zijn afgesneden van de rest van de wereld. In Bahri is de wijk Samarab, een kilometer ten zuiden van het Al-Shuhada-ziekenhuis, een sterfhuis in de openlucht geworden. Meer dan honderdvijftig mensen stierven eind oktober in twee weken tijd aan honger en een ‘mysterieuze koorts’ die artsen toeschrijven aan dengue.

    Heel af en toe komen er verhalen binnen uit de getroffen buurten die in handen zijn van de RSF. Azza Hussein is net teruggekeerd. Ze woonde al een jaar lang als vluchteling in de door het leger gecontroleerde gebieden en kreeg op 25 oktober een telefoontje: haar moeder, die in RSF-gebied woonde, was overleden. Met gevaar voor eigen leven glipte ze ’s nachts door de frontlinies om haar moeder te kunnen begraven. Maar vooral om de rest van haar familie in veiligheid te brengen. ‘Toen ik aankwam, kon ik ze nauwelijks herkennen, omdat ze zo uitgemergeld waren. Ze waren al bijna dood,’ vertelt ze. Terwijl ze vluchtten, zakte haar vader om de tien meter uitgeput in elkaar.

    ‘Er is geen eten in Samarab, de soeks zijn leeg en de mensen lijden honger’

    In de buurt rouwden alle buren om hun doden. ‘Het was onmogelijk om ze te tellen. Er is geen eten in Samarab, de soeks zijn leeg en de mensen lijden honger. Ze vergiftigen zichzelf met putwater. Eén aanval van diarree kan al dodelijk zijn,’ aldus Hussein, die zegt dat er aan de lopende band begrafenissen waren bij het enige mortuarium in de buurt.

    ‘Het is een noodsituatie. Mensen kunnen niets meer krijgen. Er moeten humanitaire corridors worden geopend, vooral naar de gebieden die door de RSF worden gecontroleerd,’ zegt ziekenhuisdirecteur Hadil Malik El-Hassan. In het kielzog van de oorlog hebben epidemieën zich razendsnel verspreid. De Wereldgezondheidsorganisatie telde in september in Soedan meer dan 15.000 gevallen van cholera, waarbij 472 mensen overleden. En dat is nog maar een fractie van de ellende.

    Plagen

    Het land heeft ook te maken met een explosieve toename van malaria, dengue en dysenterie. Normaal gesproken zijn deze ziekten niet dodelijk als ze op tijd worden ontdekt en behandeld. Maar door de langdurige oorlog zijn ze ware plagen geworden, en honger is dan vaak de genadeslag. ‘Door ondervoeding worden deze ziekten mensen al heel snel fataal,’ aldus El-Hassan. Op veel markten zijn geen groenten en fruit meer verkrijgbaar, of ze zijn erg duur. ‘Geen vitaminen, geen ijzer, niets om het lichaam te versterken. Het immuunsysteem van mensen stort dan in,’ zegt ze.

    In het hele land hebben de gevechten de landbouwsector lamgelegd. Volgens de Verenigde Naties kon in 2024 bijna 70 procent van de families op het platteland hun akkers niet bewerken. Door de recente slachtpartijen van de RSF in de deelstaat Gezira en de brandstichtingen tijdens de oogsttijd in deze vruchtbare regio, die bekendstaat als de graanschuur van het land, dreigen nog meer Soedanezen in hongersnood te raken.

    In Soedan is een totale oorlog aan de gang

    Sinds 15 april 2023 wordt Soedan verscheurd door een broederoorlog onder leiding van twee generaals. In achttien maanden tijd hebben de gevechten tussen de Soedanese Strijdkrachten (SAF), onder leiding van generaal Abdel Fattah Abdelrahman Al-Burhan, en de paramilitaire milities van de Rapid Support Forces (RSF), geleid door generaal Mohammed Hamdan Dagalo (beter bekend onder zijn bijnaam ‘Hemedti’) mogelijk meer dan 150.000 burgerslachtoffers gemaakt door bombardementen en slachtpartijen, en talloze sterfgevallen veroorzaakt door honger en ziekte als gevolg van het conflict.

    De twee legers hebben alle pogingen tot internationale bemiddeling afgewezen en gekozen voor een totale militaire overwinning op hun tegenstander. In de loop der maanden heeft het conflict zich verspreid over het grootste deel van het land, waardoor talloze gewapende groepen en tienduizenden burgers betrokken zijn geraakt bij een oorlog die door de inmenging van buitenlandse financiers steeds complexer wordt.

    Verslaggevers Eliott Brachet en Abdulmonam Eassa van Le Monde trokken zeventien dagen lang door het gedeelte van Soedan dat in handen is van het leger. Vanuit Port Soedan aan de Rode Zee, de enige toegangspoort tot dit land met bijna 49 miljoen inwoners, reisden ze naar hoofdstad Khartoem, door gebieden die net waren heroverd door het regeringsleger.

    Ze maken een reeks van acht reportages in dit land, waar de hoop op verandering, die ontstond toen dictator Omar Al-Bashir in 2019 door een revolutie van zijn troon werd gestoten, door de oorlog aan diggelen is geslagen. Deze oorlog wordt momenteel beschouwd als de ernstigste humanitaire crisis ter wereld.

    De catastrofale economische situatie wordt nog verergerd door het feit dat miljoenen mensen door de oorlog geen inkomen hebben. Tegelijkertijd stijgt de inflatie explosief. Doordat de overheidsdiensten zijn ingestort, zijn miljoenen burgers nu afhankelijk van de takaya’s, buurtkantines die elke dag duizenden gratis maaltijden uitdelen – het enige vangnet voor de armste gezinnen.

    Dit soort initiatieven worden vaak georganiseerd door burgernetwerken die via onlinecampagnes donaties inzamelen bij de Soedanese diaspora. Deze groepen vrijwilligers, politieke activisten, artsen en maatschappelijk werkers zijn vaak afkomstig uit de verzetscomités die in 2019 een cruciale rol speelden in de vreedzame revolutie tegen het regime van Omar al-Bashir, en twee jaar later tegen de staatsgrepen van Al-Burhan en Hemedti, die nu met elkaar in gevecht zijn.

    Buurtbewoners

    Het is zeven uur ’s ochtends in de wijk Thawra in Omdurman, een stad vlak naast Khartoem. Onder het gerinkel van metalen schalen worden de rijen steeds langer. Zo’n honderd mensen wachten op de hoek van de straat. Elke dag wordt hier dezelfde maaltijd geserveerd: grote ketels met bonen voor het ontbijt en linzen voor de lunch. Er worden voedselbonnen uitgedeeld.

    Elk gezin, ongeacht het aantal leden, krijgt evenveel. ‘We verdunnen het eten met water en voegen er broodkruimels aan toe,’ zegt Manal Hamil, een lerares die onderdak biedt aan meer dan dertig familieleden die door de oorlog ontheemd zijn geraakt. Naast haar staan weduwen te wachten. Sommigen moeten meer dan zes kinderen onderhouden. Elk van hen krijgt drie lepels van de stoofpot.

    De keuken wordt gerund door een groep buurtbewoners. Voor de oorlog waren ze advocaat, metselaar of winkelier. Allemaal zijn ze hun baan kwijtgeraakt. Elke ochtend staan de vrijwilligers nog voordat de zon opkomt op hun post. Ze moeten water halen en hout verzamelen voor de kooktoestellen op straat. Een paar honderd meter verderop klinkt een explosie, maar het uitdelen gaat door. ‘Is oorlog echt gevaarlijker dan honger?’ vraagt een onverstoorbare Mohammed Omar zich hardop af. ‘Honger is een sluipmoordenaar. Hij kent geen genade. Hij doodt beetje bij beetje,’ zegt deze voormalige scheidsrechter uit de nationale competitie, die nu is omgeschoold tot kok.

    Door de inflatie en door de omvang van de crisis komt er steeds minder geld bij dit soort buurtkeukens terecht

    De beheerder van de keuken, Tarek Abu Zaïd, raakte in 2023 ernstig gewond door artillerievuur toen hij voorbijgangers wilde redden die door granaten waren geraakt. Het kostte hem zijn rechterbeen, dat enkele dagen later werd geamputeerd. ‘Ik had dood moeten zijn,’ zegt de 58-jarige voormalige makelaar. Tijdens de vier dagen die hij in het ziekenhuis doorbracht, kwam het werk in de kantine stil te liggen. ‘Dat kon ik niet accepteren. Zo veel mensen zijn ervan afhankelijk. Dus heb ik gevochten en ben ik teruggekomen,’ aldus de man die als door een wonder overleefde.

    Abu Zaïd brengt zijn tijd voornamelijk door aan de telefoon. De door hem opgezette kantine zou niet functioneren zonder de steun van donateurs. Maar door de inflatie en door de omvang van de crisis komt er steeds minder geld bij dit soort buurtkeukens terecht. Tientallen takaya’s in het hele land hebben hun deuren moeten sluiten. ‘De rest staat steeds meer onder druk. Mensen hebben geen andere optie, anders gaan ze dood,’ zegt hij.

    In 2024 stonden de organisatoren van de kantines op de shortlist voor de Nobelprijs voor de Vrede. Maar daar loopt niemand mee te pronken. Voor hen is deze solidariteit, die ze nafeer noemen, geworteld in de Soedanese cultuur. ‘Het is oorlog en wij vechten ook. Maar dan op een ander slagveld,’ zegt Mohammed Omar. Soldaten in een schaduwleger, helden zonder uniform aan wie geen medailles worden uitgereikt. 

  • Mozambique maakt balans op na maanden van geweld: 252 doden

    Mozambique maakt balans op na maanden van geweld: 252 doden

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Poetin: ‘Slowakije bereid om gastland te zijn voor vredesgesprekken’

    » Finland stelt onderzoek in naar beschadiging elektriciteitskabel in Oostzee

    Reden voor het geweld is een omstreden verkiezingswinst

    Deze telling werd donderdag bekendgemaakt door Plataforma Decide, een ngo met een serieuze reputatie waarvan de gegevens regelmatig worden gebruikt door Amnesty International en andere internationale ngo’s. De afgelopen drie dagen zijn er maar liefst 125 doden gevallen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Sinds de oppositie protesteert tegen de overwinning van de regeringspartij in de verkiezingen van oktober, is het dodental opgelopen tot 252. Mozambique heeft sinds het einde van de burgeroorlog in 1992 niet meer zoveel geweld meegemaakt, afgezien van de wreedheden die gewapende jihadistische groeperingen in het noorden hebben begaan.

    De meeste doden vielen rond de hoofdstad Maputo, in de noordelijke provincies, vooral Nampula, waar de oppositie sterk staat, en rond Beira, de tweede stad van het land. ‘In het huidige tempo en gezien de onverzettelijkheid van de twee partijen valt te vrezen dat Mozambique in een burgeroorlog kan terechtkomen,’ analyseert het Burkinese dagblad Le Pays.

  • Biden kondigt meer dan een miljard dollar aan humanitaire hulp voor Afrika aan

    Biden kondigt meer dan een miljard dollar aan humanitaire hulp voor Afrika aan

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Mensenrechtencommissaris Georgië: ‘Politie martelt demonstranten’

    » Syrië: rebellen staan voor de poorten van de belangrijke stad Hama

    Hij is voor de eerste keer op bezoek in Angola

    Tijdens een bezoek aan Angola heeft Joe Biden meer dan een miljard dollar aan humanitaire hulp voor Afrika aangekondigd. In een toespraak op dinsdag in het Nationaal Slavernijmuseum in de Angolese hoofdstad Luanda zei de Amerikaanse president dat dit bedrag bestemd was voor ‘Afrikanen die ontheemd zijn geraakt door historische droogte’ in eenendertig landen over het hele continent.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Zijn reis naar Afrika is het eerste bezoek van een Amerikaans staatshoofd aan het continent sinds 2015 en het eerste bezoek aan Angola. Met zijn Angolese ambtgenoot, João Lourenço, sprak Biden uitvoerig over de ‘Lobito-corridor’, een gigantisch spoorwegproject en een ‘enorme en zeer ambitieuze’ Amerikaanse investering, op een moment dat China veel investeert op het continent.

    Maar de Amerikaanse president ‘zal binnenkort plaats moeten maken voor (…) Donald Trump, die al lang bestaande allianties en handelsovereenkomsten (tussen de Verenigde Staten en andere landen) ter discussie heeft gesteld, waardoor sommigen vrezen dat de Amerikaanse steun voor de Lobito-corridor en andere projecten zal afnemen als hij zijn ambt aanvaardt’, schrijft The Washington Post.

  • De opmars van linkse partijen in Afrika

    De opmars van linkse partijen in Afrika

    De overwinning van Bassirou Faye en zijn partij PASTEF in Senegal markeert de onvrede met de gevestigde orde en de opkomst van linkse partijen op het hele continent. De overwegend jonge bevolking van Afrika streeft naar soevereiniteit op economisch, monetair en landbouwgebied. Kan het huzarenstuk van Faye inderdaad elders worden herhaald?

    Het aantal Afrikaanse landen dat de afgelopen jaren onder militair bewind is komen te staan, heeft het debat over de onzekere toekomst van de democratie op het continent net als in andere delen van de wereld overheersd. Maar de laatste tijd winnen de protesten van jongeren tegen de situatie op het gebied van kosten van levensonderhoud, corruptie en de schuldencrisis aan populariteit. Wordt dit een herhaling van 1990, toen straatprotesten van Dakar tot Mombasa tegen autocratie en wanbeleid politiek pluralisme inluidden?

    De ontluikende jonge bevolking in veel landen en het falen van de bestaande bestuursstructuren om collectieve goederen, diensten en banen te leveren, schept bijna onvermijdelijk de voorwaarden voor alternatief leiderschap en bestuursstructuren die de Afrikaanse politiek beloven te hervormen.

    Politieke actoren in de marge hebben het momentum aangegrepen om de massa te mobiliseren om de elites uit te dagen die de politieke en economische ruimte ten koste van hen domineren.

    Terwijl neoliberale idealen overal ter wereld de overhand kregen, kregen Afrikaanse landen, vooral die met ontluikende democratieën zoals Senegal en Tanzania, te maken met druk vanuit de bevolking die verandering eist en een wedergeboorte van de idealen die bij hun onafhankelijkheid werden bevochten. In andere landen, zoals Zuid-Afrika, is economische ongelijkheid de brandstof voor het protest tegen de gevestigde orde.

    Verkiezingen

    De heropleving van de links-populistische ideologie in Afrika wordt het meest prominent verdedigd door Bassirou Diomaye Fay uit Senegal, Julius Malema uit Zuid-Afrika en Zitto Kabwe uit Tanzania – de drie oprichters van de jongste marxistisch-leninistische partijen van Afrika.

    In Senegal won African Patriots of Senegal for Work, Ethics and Fraternity (PASTEF) een mandaat van 54 procent om het land te regeren tijdens de historische verkiezingen van 24 maart 2024. De partij versloeg kandidaat Amadou Ba van zittend president Macky Sall.

    In Zuid-Afrika daalde de populariteit van Malema’s partij Economic Freedom Fighters (EFF) onder de Zuid-Afrikaanse kiezers met 1,5 procent bij de verkiezingen van mei 2024, maar door de vorming van een regering tussen het African National Congress (ANC) en de door een meerderheid van witten geleide Democratische Alliantie, genaamd GNU, kreeg de bevlogen politicus alsnog een platform om de idealen van de oppositiepartij nieuw leven in te blazen.

    En in Tanzania is Kabwe optimistisch dat zijn partij ACT-Wazalendo, opgericht in 2014, een kans maakt om de algemene verkiezingen in Zanzibar in 2025 te winnen van Chama Cha Mapinduzi (CCM), de regerings- en tevens de oudste partij van het land. In dit semiautonome eiland van de Republiek Tanzania heeft de oppositiepartij momenteel de grootste aanhang. De lokale verkiezingen van dit jaar, die gepland staan voor oktober, zullen een indicatie vormen voor wat de partij volgend jaar kan bereiken.

    Terwijl het schijnoptimisme van het ‘Africa Rising’-moment vervaagde, kwam er een nieuwe generatie activisten op.

    Het jaar 2014 was een soort waterscheiding. Terwijl het schijnoptimisme van het ‘Africa Rising’-moment vervaagde in de lange schaduw van de wereldwijde recessie, kwam er een nieuwe generatie jeugdige activisten op. Te midden van de golf van wereldwijde antikapitalistische protesten die werd veroorzaakt door de globale recessie, kwamen de genoemde politieke partijen in 2014 met verheven idealen om de politieke toekomst van hun landen opnieuw vorm te geven en een nieuw pan-Afrikaans traject te bepleiten. Ze hadden een gelijkgestemde agenda met betrekking tot corruptie, de nationalisering van natuurlijke rijkdommen en, in het geval van Zuid-Afrika, de onteigening van het land.

    Met de opkomst van PASTEF, EFF en ACT-Wazalendo kregen hun respectieve oprichters continentale bekendheid. Terwijl de wereld opkrabbelde van de turbulentie van de wereldwijde financiële crash, de Arabische Lente, die de val van de Libische president Moammar al-Qadhafi inluidde, het begin van de Syrische burgeroorlog en de schijnbare opkomst van de democratie in Tunesië en Egypte, doken ten zuiden van de Sahara jonge bewegingen op als reactie op de crisis van het tijdperk en ook op een langere democratische recessie die terugging tot de jaren negentig.

    Nu de lokale verkiezingen in oktober en de algemene verkiezingen in Senegal naderen, is het de vraag of het de Senegalese partij PASTEF lukt de visie van haar oprichter levend te houden. Het gaat om het consolideren van de soevereiniteit van Senegal op economisch, monetair en landbouwgebied plus om een verlaging van de kosten van levensonderhoud, het creëren van banen en nieuwe onderhandelingen over visserijovereenkomsten met de Europese Unie. 

    Een einde aan la FrançAfrique

    In Franstalig West-Afrika pleiten landen massaal voor valutasoevereiniteit en een einde aan la FrançAfrique, de neokoloniale regeling die Parijs lange tijd heeft toegepast in haar relaties met haar voormalige koloniën. In Senegal groeiden de sentimenten tegen de CFA-frank van voor de onafhankelijkheid. Ousmane Sonko, een voormalig belastinginner, maakte met steun van de vakbonden van het moment gebruik om de Fransen ervan te beschuldigen dat ze de Senegalese economie in hun greep hielden.

    Voor de Senegalese partij PASTEF waren het anti-Franse grondstoffennationalisme en de corruptiebestrijding belangrijke onderwerpen bij de overwinning van de verkiezingen. De Senegalezen en ook Afrikanen in andere delen van het continent kijken gespannen toe hoe de partij het land zal transformeren. Haar prestaties zullen worden gezien als indicatie of het model kan werken en mogelijk ook andere Afrikaanse landen kan transformeren.

    Voor Tanzania markeerde 2014 het hoogtepunt van het grondstoffennationalisme, met protesten tegen de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen in het zuiden van Tanzania, waarbij verschillende demonstranten omkwamen door politiekogels. Het leger werd ingezet om de protesten de kop in te drukken. In de daaropvolgende maanden leidde een schandaal, waarbij elektriciteit ter waarde van 250 miljoen dollar werd opgewekt, tot een golf van ontslagnemingen op hoog niveau bij de regering. Kabwe positioneerde zichzelf als het publieke gezicht van de protesten, waarbij hij zich stevig uitsprak tegen de grootschalige corruptie binnen de regering en opkwam voor het belang van het publiek bij de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen. Toen hij uiteindelijk uit Chadema werd gezet, richtte hij ACT-Wazalendo op, dat dezelfde boodschap uitdraagt.

    De Zuid-Afrikaanse partijleider Malema bereidt zich ondertussen voor op een meer strategische rol in de oppositie in de hoop de verliezen die zijn partij heeft geleden weer in te halen. Zijn campagne Borderless Africa had weinig succes en ook zijn deelname aan de gesprekken voor een regering met de Democratische Alliantie, die door veel Zuid-Afrikanen wordt beschuldigd van het in stand houden van de apartheid en het terugbrengen van de witte suprematie, kwam zijn populariteit niet ten goede.

    Zwarte mensen hadden het gevoel dat ze economisch een gemarginaliseerde positie behielden

    De post-Thabo Mbeki-periode in het land werd gekenmerkt door een groeiend scepticisme ten opzichte van Nelson Mandela’s politieke overeenkomst met het apartheidsregime, die in 1994 een einde maakte aan de heerschappij van de witte kolonistenminderheid. Zwarte mensen hadden het gevoel dat ze weliswaar politieke vrijheid hadden bereikt, maar economisch een gemarginaliseerde positie behielden.

    Malema’s EFF greep de gelegenheid aan om te pleiten voor de teruggave van Afrikaans land, wat volgens de partij economische vrijheid zou garanderen. De partijleider positioneerde zichzelf als voorvechter van de zwarte economische emancipatie en bekritiseerde de terughoudendheid van het ANC om land van de witte minderheid onder de zwarte meerderheid te herverdelen. De EFF profiteerde ook van de anti-Jacob Zuma-sentimenten; het ANC leed als gevolg van grootschalige corruptie en een staatsgreep onder een hevige factiestrijd, een daling van de populariteit en economische problemen die uiteindelijk leidden tot een rampzalige verkiezingsuitslag in mei 2024.

    Na de Zuid-Afrikaanse verkiezingen van 2014 behaalde de EFF 6 procent van het totaal aantal stemmen en 25 zetels in de Nationale Assemblee om zich te vestigen als de eerste prozwarte oppositiepartij in het land. De partij vergrootte haar invloed in de verkiezingen van 2019 en verhoogde haar aandeel in de stemmen tot 11 procent en het aantal parlementsleden tot 44. Malema heeft aangegeven dat de EFF, ondanks de teleurstellende resultaten tijdens de meest recente verkiezingen, vooral ten faveure van de nieuwe MK-partij van voormalig president Jacob Zuma, een effectief tegenwicht tegen de regering zal bieden.

    Aanvankelijk stelde de EFF zich beschikbaar voor coalitiebesprekingen met het ANC, maar uiteindelijk trok de partij zich terug uit de GNU, die ze als ‘elitepact’ bestempelde. Het feit dat Malema geen deel uitmaakt van de GNU geeft hem nu de mogelijkheid om als de stem van de zwarte massa door te gaan, die op zoek is naar iemand die de regering ter verantwoording roept en zich uitspreekt over de slechte staat van de economie en de verslechterende sociale voorzieningen. De EFF zal waarschijnlijk profiteren van interne meningsverschillen en mogelijk zelfs de ineenstorting van de GNU, voornamelijk als gevolg van het tegengestelde economische beleid van de DA en ANC. 

    United in Hope

    Bij de allereerste verkiezingen van Sonko’s partij in Senegal in 2015, behaalde hij slechts 1 parlementszetel. In de daaropvolgende verkiezingen in 2019 verhoogde dat tot 16 procent van de totale stemmen, wat leidde tot de vorming van een coalitie met de naam ‘United in Hope’ in 2021. Deze coalitie hielp de partij bij het winnen van de gemeenteraadsverkiezingen tijdens de verkiezingen van 2022 en bij het verhogen van het aantal parlementszetels naar 56 van de 165 zetels.

    In Tanzania behaalde Kabwes partij aanvankelijk, bij de verkiezingen van 2015, een jaar na haar oprichting, ook slechts 1 zetel in het parlement. Maar in een verrassende wending van de gebeurtenissen liep de top van Zanzibars lang bestaande belangrijkste oppositiepartij, het Civic United Front (CUF), in 2019 over naar ACT-Wazalendo, waardoor de jonge partij de grootste op de eilanden werd. In 2020 werden de verkiezingen in Zanzibar verstoord door massale fraude, waardoor de partij slechts vijf zetels won in het Huis van Afgevaardigden van Zanzibar en geen enkele in Tanzania. De partij zou later, begin 2021, toetreden tot de regering van nationale eenheid (eveneens genaamd GNU, Government of National Unity) in Zanzibar, waardoor het de officiële oppositiepartij werd.

    Voor ACT-Wazalendo lijkt de verschuiving van een partij die voorstander is van nationaal grondstoffennationalisme naar een partij met een meer liberale oriëntatie een tactiek te zijn geweest om de CUF-leden voor zich te winnen en aan politieke kracht te winnen, vooral in Zanzibar. In tegenstelling tot hun collega’s op het vasteland hebben de eilanden lang gepleit voor marktliberalisme als middel voor een bloeiende economie. Ze waren tegen beleid zoals het nationaliseren van grondstoffen.

    Kabwe heeft de status van de partij weliswaar verhoogd door partner in de GNU te worden, maar de verschuiving in haar ideologie zal haar invloed waarschijnlijk schaden. Dat bleek tot nu toe vooral op het vasteland van Tanzania, waar het grondstoffennationalisme nog steeds een sterke politieke aantrekkingskracht heeft. Op de lange termijn loopt ACT-Wazalendo het risico dezelfde reputatieschade op te lopen als de regeringspartij.

    Of dit inderdaad gebeurt zal duidelijk worden als het land begint aan de campagnes voor de lokale verkiezingen in oktober, een jaar later gevolgd door de algemene verkiezingen. De manier waarop respectievelijk Kabwe en de leiders van de regerende partij CCM omgaan met de zorgen over corruptie binnen de regering en andere economische problemen waar Zanzibari’s mee te maken hebben, zal bepalend zijn voor de hoeveelheid steun die de partij van de bevolking kan verwachten.