Tag: Afrika

  • Generaal in Gabon beëdigd als president na staatsgreep

    Generaal in Gabon beëdigd als president na staatsgreep

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Festival Burning Man valt in het water door noodweer

    » Kim Jong-un bezoekt Rusland dit jaar

    Volgens Oligui Nguema zullen er verkiezingen gehouden worden

    Een week na de staatsgreep in het Afrikaanse land Gabon is legerleider Brice Oligui Nguema beëdigd als interim-president van Gabon, meldt Africanews. Hij stond aan het hoofd van de Republikeinse Garde, de elite-eenheid verantwoordelijk voor de beveiliging van president Ali Bongo.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Bongo werd vorige week afgezet nadat hij zichzelf tot winnaar had uitgeroepen bij omstreden presidentsverkiezingen. Bongo’s familie staat al ruim vijftig jaar aan het hoofd van Gabon, dat rijk is aan delfstoffen maar waarvan de bevolking straatarm is. Oligui Nguema heeft, zonder aan te geven wanneer, beloofd dat er verkiezingen gehouden zullen worden in Gabon.

    Naast nieuwe verkiezingen heeft Oligui Nguema gezegd een referendum over een mogelijke nieuwe grondwet te houden. Na zijn beëdiging toonde de staatstelevisie beelden van juichende menigten en militairen die ereschoten in de lucht afvuurden.

    Lees ook:

  • Prominente oppositieleider Senegal opnieuw opgepakt

    Prominente oppositieleider Senegal opnieuw opgepakt

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Tientallen doden na historische regenval in China

    » Junta in Myanmar geeft San Suu Kyi strafvermindering

    De kans dat Sonko meedoet aan de verkiezingen wordt kleiner

    De Senegalese oppositieleider Ousmane Sonko is afgelopen week opnieuw opgepakt. Volgens The Guardian wordt Sonko ervan beschuldigd een rol te hebben gespeeld in de zware rellen van eerder dit jaar. Sinds zijn arrestatie zit Sonko vast en hij mag voorlopig de gevangenis niet verlaten. Daarnaast heeft de regering gezegd dat de partij van Sonko ontbonden zal worden.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Om te voorkomen dat er opnieuw grootschalige protesten worden georganiseerd door de aanhangers van Sonko, hebben de Senegalese autoriteiten sinds maandag het mobiele internet in de hoofdstad Dakar geblokkeerd. Ook is het leger de straat op gestuurd om onlusten te voorkomen. Volgens Sonko is er sprake van een politiek gemotiveerde vervolging om te zorgen dat hij niet meedoet aan de verkiezingen. De 49-jarige politicus is in hongerstaking gegaan.

    Eerder dit jaar was er al een rechtszaak tegen Sonko, die een vrouw verkracht zou hebben. Hij werd vrijgesproken, maar werd wel voor een andere, kleinere aanklacht vervolgd. Hierdoor zou hij niet mogen meedoen aan de verkiezingen. Er vielen zeker 21 doden bij de rellen die volgden op die veroordeling.

    Sonko is populair onder de Senegalese jeugd omdat hij strijdt tegen corruptie. De autoritaire president Macky Sall heeft eerder politieke rivalen buitengesloten van de verkiezingen. Sall wil zich naar verwachting volgend jaar verkiesbaar stellen voor een derde termijn, hetgeen niet grondwettelijk is.

    Lees ook:

  • Rusland organiseert tegenvallende top met Afrikaanse leiders

    Rusland organiseert tegenvallende top met Afrikaanse leiders

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » ‘Hoofdoffensief ingezet door Oekraïense strijdkrachten’

    » Rechtszaak rond presidentszoon Hunter Biden gaat door na nieuwe wending

    Maar weinig Afrikaanse leiders zijn aanwezig, tot woede van Poetin

    In het Russische Sint-Petersburg vindt momenteel een top plaats tussen Rusland en Afrikaanse landen. The Economist meldt echter dat maar weinig Afrikaanse leiders aanwezig zijn: zeventien leiders, waar er in 2019 nog drieënveertig leiders kwamen. Volgens de Amerikaanse krant komt dit door de manier waarop Rusland met de graandeal is omgegaan: veel Afrikaanse landen zijn afhankelijk van Oekraïens graan. President Poetin zegt dat dit komt door chantage door het Westen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Poetin beloofde bij de top gratis graan aan de landen, dat binnen enkele maanden richting het continent moet worden getransporteerd. Rusland poogt al langer de banden met Afrika aan te trekken, onder meer omdat Afrikaanse landen zich minder bekommeren om de oorlog in Oekraïne en zo een geopolitiek tegenwicht kunnen bieden tegen het westerse blok. Daarnaast zijn veel Afrikaanse landen rijk aan mineralen, wat ook de aanwezigheid van huurlingenleger Wagner op het continent verklaart.

    De Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov trok de afgelopen maanden meerdere keren naar Afrika, onder meer naar Kenia, Somalië en Zuid-Afrika. Dat laatste land is net als Rusland lid van BRICS, een samenwerkingsverband tussen opkomende economieën waar ook China, India en Brazilië toe behoren. Een top van BRICS in augustus in Zuid-Afrika zal niet worden bijgewoond door Poetin, omdat hij moet worden gearresteerd als hij voet zet in Johannesburg.

    Lees ook:

  • Lichamen in de woestijn: in Niger zijn de gevolgen van Europees grensbeleid pijnlijk zichtbaar

    Lichamen in de woestijn: in Niger zijn de gevolgen van Europees grensbeleid pijnlijk zichtbaar

    Europa investeert miljarden in migratiecontroles in Afrikaanse landen. Zo ook in Niger, waar het leger, met Nederlandse steun, de traditionele migratieroutes naar Libië heeft geblokkeerd. Om toch naar Europa te komen, ondernemen migranten een zware – en soms dodelijke – tocht door de Sahara.

    In een zwaarbewaakte gevangenis in de stad Agadez, in het noorden van Niger, zit de veroordeelde mensensmokkelaar Sade Yaya [de namen in dit artikel zijn omwille van veiligheid aangepast] op een krukje op de binnenplaats. Jarenlang vervoerde hij migranten in zijn auto vanuit deze regio door de woestijn, meestal naar de Libische grens.

    Ooit vormde de regio Agadez een doorgangsroute voor mensen die naar het noorden trokken om in Libië of Algerije te gaan werken of om Europa te bereiken. Inmiddels is die route voor de meeste reizigers strafbaar: in 2015 voerde de Nigerese regering met steun van de EU-autoriteiten een wet door tegen mensensmokkel.

    Yaya is een van de mensen die vanwege die wet werd veroordeeld. De wetgeving ontstond op het hoogtepunt van de Europese vluchtelingencrisis, om de stromen naar Europa aan te pakken en een bufferzone te creëren. Op de vroegere migratieroutes naar het noorden wordt nu intens gepatrouilleerd.

    Agadez, dat soms ‘de poort naar de woestijn’ wordt genoemd, is van origine een stad langs oude handelsroutes. Later ontwikkelde het zich tot het vertrekpunt van een gevaarlijke migratieroute. Al is de wet inmiddels enkele jaren oud, er doen nog steeds verhalen de ronde over mensen die nog gevaarlijker routes door de woestijn nemen en verdwijnen. Yaya zelf zegt dat hij, nadat de wet van kracht werd, ‘vaak’ dode lichamen in het zand zag liggen tijdens zijn illegale reizen naar het noorden.

    Onderzoekers en mensenrechtenorganisaties, waaronder de VN-rapporteur voor mensenrechten, maken zich zorgen. Ze zijn bang dat de wet mensen aanzet tot riskantere migratietochten en een einde maakt aan het in de regio verankerde recht op bewegingsvrijheid.

    Missing Migrants

    Sinds het verbod is een aantal gevallen bekend waarbij smokkelaars mensen in de woestijn achterlieten uit angst voor vervolging. Yaya, die een gevangenisstraf van achttien maanden opgelegd kreeg, zegt dat hij en anderen hierdoor dieper de woestijn in moesten rijden en waterplaatsen vermeden, omdat daar Nigerese soldaten patrouilleren.

    In dit Sahara-gebied ligt de Ténéré-woestijn, die zo’n 400.000 vierkante kilometer groot is en zich uitstrekt van het noordoosten van Niger tot het westen van Tsjaad. Zoek- en reddingsmissies zijn er heel moeilijk te organiseren. Bovendien is er ook nog de dreiging van gewapende bandieten of terroristische groeperingen.

    Julia Black werkt voor het Missing Migrants-project, dat verdwenen migranten documenteert. Ze zegt dat het werkelijke aantal doden in de woestijn onbekend is. ‘De 212 doden die we vorig jaar in de Sahara registreerden, zijn slechts het topje van de ijsberg. Mensen die omkomen bij hun tocht door de Sahara blijven grotendeels onopgemerkt, omdat het documenteren van sterfgevallen in een uitgestrekt en onherbergzaam gebied als de Sahara enorm ingewikkeld is.’

    Niger, een van de armste landen ter wereld, heeft van de Europese Unie uitzonderlijk grote donaties gekregen. In totaal heeft het land al meer dan 1,3 miljard euro ontvangen voor hulpprojecten in de periode 2014-2020, waarvan grote delen aan migratiebeheer werden besteed. Tussen 2015 en 2022 hadden dertien van de negentien projecten die de EU in het land financierde betrekking op grenscontroles en wetshandhaving. In dezelfde periode gaf Duitsland volgens de Duitse ngo Misereor meer dan 166 miljoen euro uit aan veertien migratie-gerelateerde projecten.

    Privacy International zegt dat Niger een ‘Europese buitengrens’ is geworden. Onderzoek van de organisatie toont aan dat 11,5 miljoen euro uit het EU-trustfonds voor Afrika – een fonds van 5 miljard euro dat is opgezet om de ‘hoofdoorzaken van illegale migratie’ aan te pakken – opzij is gezet voor migratiecontrole, waaronder drones, software en camera’s.

    Volgens de Nigerese autoriteiten zijn er dit jaar geen doden geregistreerd en vorig jaar slechts 52

    Er worden dus miljoenenbedragen in de regio geïnvesteerd. Degenen die daarvan de gevolgen ondervinden, zijn mensen zoals Ralan Abi [niet zijn echte naam] uit Senegal, die op de woestijnroute werd achtergelaten. Abi maakte deel uit van een groep van ongeveer vijfenzeventig mensen die in 2021 op weg naar Libië was. Twee dagen na het begin van hun reis werden ze in de buurt van Séguédine, een oase in het midden van de Sahara, aan hun lot overgelaten. Hun smokkelaars waren bang om vervolgd te worden. Een deel van de groep ging op zoek naar water. Abi vertelt dat vijf mensen voor zijn ogen stierven van de dorst. Hij werd uiteindelijk gered door Nigerese soldaten. ‘Ze vonden negen doden,’ zegt hij. ‘Van de ongeveer vijfenzeventig mensen waren er nog achtentwintig over.’

    Op een binnenplaats in Agadez zit Merkam Linou [niet haar echte naam] (35) uit Kameroen. Ze heeft een baby op schoot en vertelt over de ervaring die ze anderhalf jaar geleden had in de woestijn. Met een groep migranten was ze via een gevaarlijke route onderweg naar het noorden. Ze vertelt dat het dagen duurde voordat ze werden gevonden, maar dat ze het allemaal overleefden.

    In een recent rapport van onderzoeksgroep Border Forensics wordt geconcludeerd dat de antismokkelwet mensen ertoe drijft steeds gevaarlijker routes te nemen. De ‘ware omvang van het aantal doden onder migranten in de woestijn is onbekend’, aldus het rapport. De Nigerese afdeling van Artsen zonder Grenzen beheert veldklinieken in het noorden en zegt dat de zoek- en reddingsmissies die ze hebben uitgevoerd werden bemoeilijkt door de ‘omvang van de woestijn’. Soms lukte het niet om de mensen te vinden die een noodoproep hadden gestuurd.

    In 2022 heeft de EU het partnerschap ‘tegen migrantensmokkel’ met haar ‘belangrijke partner’ Niger vernieuwd

    Volgens de Nigerese autoriteiten zijn er dit jaar geen doden geregistreerd en vorig jaar slechts tweeënvijftig. Het EU-grensagentschap Frontex, dat een verbindingsofficier heeft in Niger, zegt dat het ‘geen gegevens heeft verzameld over het aantal migranten dat in Niger als vermist is opgegeven’. De Europese Commissie zegt dat ze ‘verlies van mensenlevens betreurt en van mening is dat het redden van levens een morele plicht is’. De commissie zegt bovendien dat ze de zoek- en reddingsacties in het land zal blijven steunen. In 2022 heeft de EU het partnerschap ‘tegen migrantensmokkel’ met haar ‘belangrijke partner’ Niger vernieuwd. Er komen vaak EU-ambtenaren op bezoek – in februari nog ging er een Nederlandse delegatie heen, die beloofde dit jaar een eigen ‘migratiepartnerschap’ op te zetten.

    The Guardian zag voorlopige plannen van die commissie in. Daarin staat onder andere dat Nederland inspanningen op het gebied van migratiebeheer wilde ondersteunen door 55 miljoen euro bij te dragen aan de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) in Niger, voor de periode 2021-23. Het Verenigd Koninkrijk heeft in de periode 2021-22 meer dan 3 miljoen euro bijgedragen aan de IOM voor een eenjarig project ter bestrijding van ‘mensenhandel en -smokkel tussen Nigeria en Niger’. Er staat dat het project gericht is op een ‘extreem poreuze en ongereguleerde’ grens.

    Terwijl geld het land blijft binnenstromen, zit Nassim Amanda (24) [niet zijn echte naam] uit Eritrea onder een boom. Hij is Algerije uitgezet en slaapt sinds mei vorig jaar op straat in Agadez, waar hij zich veiliger voelt dan in het kamp. ‘Ik heb de kracht niet meer om terug te gaan naar de woestijn,’ zegt hij kalm. Amanda kent de gevaren maar al te goed: met de meeste mensen die hij kende en die de overtocht aandurfden, heeft hij geen contact meer kunnen krijgen.

    Lees ook:

  • Overlevenden Griekse schipbreuk: ‘De kustwacht sleepte ons weg’

    Overlevenden Griekse schipbreuk: ‘De kustwacht sleepte ons weg’

    El País toont samen met Lighthouse Reports de tegenstrijdigheden aan in de officiële versie van de ramp die op 14 juni het leven kostte aan meer dan zeshonderd mensen. Verschillende officiële verklaringen van overlevenden zijn volkomen identiek, alsof ze gekopieerd en geplakt zijn.

    Enkele seconden voordat hij in zee viel, keek Kamal, een zevenentwintigjarige Syrische vluchteling, op zijn horloge. Het was 14 juni, 02:05 uur. Zijn lichaam zonk weg in de duisternis, samen met zo’n zevenhonderdvijftig mensen die met hem meereisden aan boord van een oude blauwe vissersboot met Italië als bestemming. ‘De kustwacht sleepte ons met hoge snelheid weg en we kapseisden,’ zegt hij. Het water, tot dan toe kalm, lag vol met mensen die wanhopig probeerden zichzelf te redden. Er klonk geschreeuw, mannen scheurden hun kleren van hun lijf om zich te bevrijden van de drenkelingen die zich aan hen vastklampten om het hoofd boven water te houden…

    De boot van de Griekse kustwacht was van dichtbij getuige van de gebeurtenis. Toen de jongeman weer op zijn horloge keek – inmiddels aan boord van het superjacht dat te hulp was gekomen – was het 04:15. ‘Ik heb meer dan twee uur gezwommen,’ verklaart hij.

    Kamal is een van de overlevenden van de tragische schipbreuk die drie weken geleden plaatsvond op de Ionische Zee op minder dan tachtig kilometer van de Griekse kust. Maar zijn getuigenis staat haaks op de versie van de Griekse autoriteiten. Kemal staat daarin niet alleen. Voor een gezamenlijk onderzoek van El País met Lighthouse Reports, Reporters United, Monitor, SIRAJ en Der Spiegel werden zeventien getuigen afzonderlijk ondervraagd. Zestien daarvan gaven dezelfde beschrijving: toen de motor van de vissersboot ermee ophield, sleepte een boot van de kustwacht het schip met hoge snelheid weg aan een touw. De vissersboot kapseisde. Sommigen denken dat het mislukte optreden van de kustwacht een ongeluk was, anderen vermoeden opzet. Twee overlevenden zeggen dat ze de sleepactie met hun mobieltjes hebben gefilmd, maar dat de Griekse kustwachten hun apparaten in beslag hebben genomen. Allemaal willen ze uit angst voor represailles dat hun naam wordt veranderd.

    Twijfel

    Het schip, dat vijf dagen eerder uit Libië was vertrokken, vervoerde zo’n zevenhonderdvijftig mensen: Syrische, Afghaanse, Egyptische en Pakistaanse vluchtelingen. Mannen en vrouwen – van wie enkele zwanger waren – maar ook tieners en kinderen die vastzaten in het ruim van de boot en op geen enkele manier konden ontkomen. Slechts tweeëntachtig lichamen zijn geborgen. Door het vermoedelijke aantal slachtoffers, zeker meer dan zeshonderd, is dit het op een na ergste scheepsongeluk in de Middellandse Zee, na dat van april 2015, waarbij elfhonderd doden vielen.

    Voor degenen die het overleefden, was het verschil tussen leven en dood een kwestie van honderd of tweehonderd euro. Dat bedrag rekenden de mensenhandelaren extra voor de vluchtelingen die aan dek wilden reizen en niet in het ruim.

    De Griekse regering, die elke verantwoordelijkheid ontkent, heeft op de volgende cruciale vraag geen antwoord: hoe is het mogelijk dat honderden mensen verdronken terwijl de kustwacht zich urenlang in de buurt van de vissersboot begaf? Er liggen serieuze beschuldigingen op tafel. Is de kustwacht verantwoordelijk voor het zinken van het schip? Werd redding uitgesteld, zelfs toen er mensen verdronken? Probeerde de kustwacht koste wat kost te voorkomen dat honderden migranten Grieks grondgebied zouden bereiken?

    Tot op de dag van vandaag is er geen definitief bewijs dat de Griekse versie kan weerleggen. De enige juridische procedure die nu loopt, is gericht tegen negen vermeende Egyptische smokkelaars die zich aan boord van het schip bevonden.

    Het gezamenlijke onderzoek van El País, Lighthouse Reports en partners levert nieuwe informatie op die de beschuldigingen aan het adres van de Griekse autoriteiten bekrachtigt. Het onderzoek legt de ontberingen bloot van een reis waarbij passagiers urine en zeewater moesten drinken – de modus operandi van de smokelaarsmaffia – en werpt vooral licht op het optreden van de kustwacht. Interne rapporten van Frontex – dat met een vliegtuig en een drone over het gebied vloog –, documenten van de rechtszaak en de zeventien interviews met de hoofdrolspelers in deze tragedie, suggereren dat de redding van de opeengepakte en uitgeputte passagiers nooit prioriteit had voor de Griekse autoriteiten.

    Enkele uren na ontscheping nam de kustwacht de verklaringen van negen overlevenden op. Analyse suggereert echter dat sommige identieke getuigenissen tot stand zijn gekomen via knippen en plakken – een indicatie van mogelijke manipulatie van de feiten.

    Het alarm zou bijna een half uur na het zinken zijn verzonden

    Meer dan veertien uur nadat maritieme coördinatiecentra van Griekenland en Italië de vissersboot in precaire omstandigheden hadden gelokaliseerd, kwam de Griekse kustwacht pas in actie. Dat gebeurde toen de vissersboot, Adriana genaamd, al aan het zinken was.

    Voorafgaand aan de schipbreuk bood Frontex de Griekse autoriteiten luchtsteun aan, zo bevestigt een woordvoerder. ‘Maar we kregen geen reactie,’ zegt ze. Ze gingen wel in op het aanbod om een ​​drone in te zetten, maar stuurden die naar een ander schip, voor de kust van Kreta, waar ‘tachtig mensen direct gevaar liepen’. Toen de drone terugkeerde, was de redding van de Adriana al in volle gang.

    Cruciaal in de door Griekenland gecoördineerde operatie was de rol van een luxe jacht van 93 meter – de Mayan Queen IV – die haar reddingsboot liet zakken en hielp bij het zoeken naar overlevenden. Wij hadden inzage in de getuigenis die de Britse kapitein Richard Kirkby heeft afgelegd bij de Griekse autoriteiten. Daaruit blijkt dat hij om 02.30 uur bericht van de schipbreuk ontving en om 02:55 uur als eerste commerciële schip in het gebied arriveerde. Als dat tijdstip correct is (de kapitein van een olietanker die ook aan de zoekactie deelnam, beweert om 02:12 een noodsignaal te hebben ontvangen), zou het alarm bijna een halfuur na het zinken zijn verzonden.

    De kapitein verklaart dat zijn bemanning na noodkreten vijftien schipbreukelingen uit zee heeft gehaald. Later namen acht grote schepen deel aan de zoektocht naar meer overlevenden, zonder veel succes. Toen ze aankwamen had de zee alles opgeslokt en leek het alsof er niets was gebeurd.

    Om zes uur ’s ochtends kreeg de Brit via de radio opdracht om de mensen op te pikken die in afwachting waren van de kustwacht en hen naar de haven te brengen. Daarna gingen honderd mensen en vier kustwachters op weg naar Kalamata, vier uur rijden verderop. Op de vraag of hij nog iets aan zijn verklaring wil toevoegen, knikt Kirkby. ‘Ja, ik wil gezegd hebben dat naast de tien tot vijftien mensen die we hebben gered, mijn bemanning me heeft meegedeeld dat er nog veel meer mensen aan de oppervlakte dreven.’

    Omgekomen van de honger

    De interviews met zestien overlevenden tijdens ons onderzoek leveren vergelijkbare versies op van wat er die ochtend gebeurde, toen amper honderdvier mensen het overleefden, terwijl er zo’n zeshonderd verdronken in een van de diepste delen van de Middellandse Zee. Getuigen zeggen dat ze, in tegenstelling tot de versie van de Griekse autoriteiten, herhaaldelijk en wanhopig om hulp hebben gevraagd. ‘Rond 13.00 uur vloog er een vliegtuig over ons heen. Met onze handen gebaarden we om hulp. Al eerder waren twee mensen omgekomen van de honger. Hun lichamen hebben we boven op de kapiteinshut gelegd, zodat het vliegtuig ze kon zien,’ zegt Amin, een Syrische overlevende van in de veertig.

    Drie getuigen verzekeren ook dat de kustwacht hen beval hun reis naar de Italiaanse reddingszone voort te zetten, dus buiten hun jurisdictie. ‘Onze afspraak met de Griekse kustwacht was dat we hun schip zouden volgen naar Italiaanse wateren, waar een reddingsschip zou liggen dat ons naar Italië kon brengen. [Het Griekse schip] kreeg groen licht en we volgden het totdat onze motor het begaf,’ herinnert Manhal zich, een Syrische metselaar van in de dertig. Hij verloor zijn broer bij de schipbreuk.

    Aanvankelijk ontkende de kustwacht een touw naar het schip te hebben gegooid, maar toen overlevenden hun versie aan journalisten konden navertellen, werd de hypothese dat de kustwacht het schip inderdaad had gesleept steeds aannemelijker. Degenen die verantwoordelijk waren voor de reddingsoperatie erkenden uiteindelijk gebruik van het touw, maar zeggen dat ze niet van plan waren de boot te slepen. En al helemaal niet naar Italië. De Griekse autoriteiten beweren onder meer dat de Italiaanse zoek- en reddingszone zich op meer dan honderddertig kilometer afstand bevond, een afstand van twee tot drie dagen varen.

    Hassan, een drieëntwintigjarige Syriër, geeft details over de riskante operatie. ‘Ze vertelden dat ze ons naar het [Italiaanse] reddingsschip zouden brengen en dat het maar twee uur varen naar het westen was. Ze sleepten ons voort als een auto. Een keer eerder stond onze boot op het punt om te slaan, maar bleef ze overeind. De tweede keer helde de boot naar rechts en kapseisde ze. Ik had niet eens de tijd om te besluiten in het water te springen. Het touw werd doorgesneden en de boot van de kustwacht draaide om.’ Verschillende getuigenissen bevestigen dit verhaal.

    ‘Waarom kwam het niet terug? Waarom stopten ze? Ze hadden veel levens kunnen redden’

    Maher, een zesentwintigjarige Syrische tandarts, deelt zijn herinneringen aan die vroege ochtend vanuit het vluchtelingenkamp Malakasa, veertig kilometer buiten Athene. ‘Ik was op het dek toen we kapseisden. Ik viel in het water en de boot veroorzaakte een enorme golf die me zo’n dertig meter verderop stuwde. Het was erg donker. Het Griekse schip stopte ongeveer vijfhonderd meter verderop, misschien meer. Ik ben er nog steeds van in de war… Waarom kwam het niet terug? Waarom stopten ze? Ze hadden veel levens kunnen redden.’

    Het is niet de eerste keer dat de Griekse kustwacht – berucht om het verdrijven van migranten en vluchtelingen uit zijn wateren – van soortgelijke daden wordt beschuldigd. Vorig jaar veroordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens de acties van Griekenland tegen een schip met zevenentwintig Afghaanse, Syrische en Palestijnse vluchtelingen dat in januari 2014 voor het Griekse eiland Farmakonisi voer. Griekse kustwachten probeerden het overbelaste schip mee te slepen totdat het kapseisde. Bij die schipbreuk kwamen elf vrouwen en kinderen om. Ook toen beweerde de Griekse kustwacht dat paniek en plotselinge bewegingen van de vluchtelingen aan boord het schip hadden doen zinken.

    Acties van de Griekse kustwacht in de Egeïsche Zee zijn al langer reden tot zorg voor Frontex. Schendingen van het internationaal recht in Griekse wateren hebben ertoe geleid dat de functionaris van het grensagentschap dat belast is met grondrechten, heeft aanbevolen om niet langer met Athene samen te werken. Vooral de bewezen praktijk om groepen vluchtelingen in reddingsboten de zee op te slepen en ze naar Turkse wateren te brengen is zorgwekkend. De functionaris, aldus The New York Times, heeft opgeroepen tot de ‘sterkst mogelijke maatregelen’ om te zorgen dat Griekenland zich aan de wet zal houden.

    Volgens documenten getuigden vier mensen in vrijwel dezelfde bewoordingen dat de trawler zonk omdat hij ‘oud’ was en dat ‘er geen reddingsvesten waren’

    De kustwacht beweert dat getuigenissen van overlevenden, die in eerste instantie spaarzaam waren, zijn aangedikt onder invloed van externe actoren. ‘De aanpassingen van de verklaringen volgden op de overplaatsing van getuigen naar Malakasa, een kamp waartoe – in tegenstelling tot wat ze zelf beweren – leden van ngo’s en advocaten snel toegang hadden’, schreef het Griekse dagblad I Kathimerini deze week.

    Maar analyse van de verklaringen van de overlevenden aan de kustwacht wijst juist op andere vormen van interventie. In de officiële interviews staan minstens vier vrijwel identieke verklaringen over een belangrijk moment van de reis en de schipbreuk, ook al zijn ze door vier verschillende mensen afgelegd aan verschillende vertalers. In een van de gevallen trad bovendien een van de kustwachten als vertaler op. Enkele nagenoeg identieke zinnen suggereren dat één verklaring is gekopieerd en in verschillende ondervragingen is geplakt. Volgens officiële documenten zouden de vier letterlijk hebben gezegd: ‘Mensen begonnen te klagen omdat we zonder voedsel en water zaten en veel passagiers dachten dat de kapitein verdwaald was en niet wist hoe hij in Italië moest komen, dus was hij genoodzaakt om hulp te vragen.’

    Twee verklaringen – waarin elke verantwoordelijkheid van de kustwacht is weggelaten – vertonen letterlijke overeenkomsten wat betreft het moment van de schipbreuk. De twee zouden ten overstaan van verschillende tolken en op verschillende tijdstippen woordelijk hebben gezegd: ‘Op een bepaald moment kwam er ’s nachts een boot van de kustwacht om te helpen, maar plotseling kapseisde de boot (…) Toen hebben ze ons gered met een rubberboot. Daarna kwamen er nog twee of drie boten (…) Bij zonsopgang hebben ze ons op een van die boten gezet en naar de haven gebracht waar we nu zijn. Ze gaven ons ook water.’ Volgens deze documenten getuigden vier mensen in vrijwel dezelfde bewoordingen dat de trawler zonk omdat hij ‘oud’ was en dat ‘er geen reddingsvesten waren’.

    Van de negen verklaringen aan de kustwacht die wij inzagen, noemt slechts één het slepen van de vissersboot als oorzaak van de ramp. Maar van de verklaringen die diezelfde getuigen voor de officier van justitie aflegden, zijn er zes die uitvoeriger beschrijven hoe hun boot werd gesleept voordat ze kapseisde.

    Voor het onderzoek hebben we gesproken met twee van de negen overlevenden die een verklaring hebben afgelegd, eerst bij de kustwacht en daarna bij de officier van justitie. Allebei zeggen ze dat de kustwacht het deel van hun getuigenis heeft weggelaten waarin ze melding maken van het slepen van de trawler. ‘Ze vroegen me wat er met het schip was gebeurd en hoe het zonk. Ik heb ze verteld dat de kustwacht kwam en een touw aan onze boot vastbond, ons begon te slepen en het schip liet kapseizen,’ zegt een van hen. ‘Dat deel van mijn verklaring is niet genoteerd,’ vervolgt hij. Deze overlevende beweert ook dat hij zich onder druk gezet voelde om ten onrechte mensenhandelaren aan te wijzen. ‘Ze vroegen me naar de Egyptische mensenhandelaren (…) Ik was moe, dus ik vertelde ze wat ze wilden horen.’ 

    Groen licht

    Aangenomen wordt dat toen de Adriana zonk, veel van de slachtoffers al dood waren. De zevenhonderdvijftig mensen aan boord van het schip betaalden vijfenveertighonderd euro voor de overtocht, en ondergingen voorafgaand aan de reis maanden van mishandeling en afpersing. Het Libische netwerk dat de reis organiseerde, met vestigingen in Libanon en Syrië, hield een deel van de passagiers vast in een loods bij Tobroek, een stad op honderdvijftig kilometer van de grens met Egypte. Ze konden geen contact onderhouden met de buitenwereld, hun paspoorten waren ingenomen en ze kregen per dag slechts een portie brood en een stuk kaas te eten. De bewakers, zeggen de overlevenden, sloegen en beledigden hen en vermoordden iedereen die problemen veroorzaakte. ‘Als ze rond de pakhuizen van Tobroek zouden gaan graven, zouden ze veel lichamen vinden,’ zegt Kamal. Sommigen zaten acht maanden opgesloten, in afwachting van groen licht van de maffia voor het vertrek van het schip.

    Zowel Griekenland als de Europese Commissie als Frontex geeft de smokkelaarsmaffia de schuld van de tragedie, maar alle verzwijgen dat de gangsters in sommige gevallen niet alleen profiteren van migrantengeld, maar ook van Europees geld dat ze krijgen in ruil voor de belofte de komst van mensen te verhinderen. Drie verschillende bronnen bevestigen dat een van de belangrijkste leiders van het netwerk dat het vertrek van de Adriana organiseerde voor de Libische marine werkt, onder leiding van generaal Khalifa Hafter, de krijgsheer die het oosten van het land controleert. Volgens een Libische bron werd op de avond van het vertrek van de Adriana een avondklok afgekondigd om de operatie te vergemakkelijken. Niets van wat er in dat gebied gebeurt, ontgaat de generaal. Hafter is onlangs door Italië en Malta gevraagd naar een oplossing om illegale immigratie naar de Europese Unie een halt toe te roepen.

    Eenmaal op zee ontstonden er al snel problemen. De reis zou maximaal drie dagen duren, op de tweede dag werd duidelijk dat de kapitein was verdwaald. Het schip stond onder bevel van een tiental Egyptenaren die voor het criminele netwerk werkten en die, aldus de verklaringen van enkele overlevenden, de passagiers sloegen en beledigden. ‘Angst en paniek maakten zich van ons meester,’ herinnert Kamal zich. ‘We vroegen om redding, ook al was het aan de Libische kustwacht, want we waren in gevaar,’ zegt Manhal.

    Op de derde dag raakten het voedsel en het water op en werden mensen ziek of begonnen ze flauw te vallen. Overdag was het extreem warm en ’s nachts erg koud. Als eersten stierven een Egyptenaar en een Pakistaan ​​van de dorst. Vervolgens stierf de kapitein aan een hartaanval, wordt gezegd. De passagiers dronken zeewater dat was gezoet met dadels en vermengd met urine en vuil water uit een radiator.

    ‘We vroegen hen om ons aan boord te nemen, omdat ze een grote boot hadden, maar ze wilden ons niet meenemen’

    Toen in de namiddag van de vierde dag twee olietankers op verzoek van de kustwacht de Adriana naderden om voorraden af te leveren, ontstond er verwarring en paniek. Er werd gevochten om voedsel en water. ‘We vertelden aan de tweede boot die kwam (de Faithful Warrior) dat we geen water en voorraden wilden; toen er flessen naar ons werden gegooid ontstond er paniek. We vroegen hen om ons aan boord te nemen, omdat ze een grote boot hadden, maar ze wilden ons niet meenemen,’ beweert Manhal. Dit verhaal staat haaks op de officiële versie, volgens welke er nooit om hulp is gevraagd.

    Toen de boot op 14 juni rond twee uur ’s nachts kapseisde, klommen tientallen mensen op de romp die ondersteboven lag. De schipbreukelingen klampten zich zo goed mogelijk vast aan wat er nog restte van de Adriana. Maar de golven – veroorzaakt door de zinkende vissersboot en door de bewegingen van de boot van de kustwacht – maakten het moeilijk om grip te houden. Vier getuigenissen bevestigen dat het Griekse schip, in plaats van direct tot redding over te gaan, nog meer slachtoffers veroorzaakte door rond het schip te cirkelen en grote golven te genereren.

    ‘Het schip dat ons had laten zinken kwam dichterbij en veroorzaakte een grote golf’

    ‘Ik was uitgeput en zwom naar onze boot. Ik hield me ongeveer tien minuten vast aan een stuk metaal, maar het schip dat ons had laten zinken kwam dichterbij en veroorzaakte een grote golf. Mensen die zich vasthielden, vielen in het water,’ zegt Samir, een zevenendertigjarige Syriër. Na een tweede golf verdween de vissersboot. ‘Alsof er niets was gebeurd,’ zegt hij. ‘Het Griekse schip deed bijna een halfuur niets,’ volgens Maher. ‘Ik heb er geen verklaring voor. Waarom kwamen ze niet meteen terug? Als ze dat wel hadden gedaan, hadden ze veel vluchtelingen kunnen redden die nog in leven waren.’

    ‘Het duurde lang voordat ze een kleine boot stuurden,’ beaamt Nassim, een twintigjarige vluchteling uit Syrië. Hij beweert dat de boot die hij ervan beschuldigt hen tot zinken te hebben gebracht, alles van een afstand in de gaten hield. ‘We waren bang om dichterbij te komen en zwommen weg totdat we zagen dat ze met reddingen begonnen.’ Een van de Egyptenaren die de schipbreuk overleefde vertelt dat hij twee uur in het water dreef en bleef wachten. ‘De Griekse boot lag op ongeveer vijftig meter afstand, maar een halfuur lang deden ze niets.’

    Manhal, de metselaar die zijn broer verloor, herinnert zich wel een snelle interventie van de kustwacht na de schipbreuk, maar vreesde al voor zijn leven toen het touw aan de boeg van de trawler werd vastgebonden. ‘We wisten dat slepen gevaarlijk zou zijn. Zelfs iemand die onervaren is, kan je vertellen dat je om een boot te stabiliseren touwen aan beide kanten van de boot moet vastmaken en niet alleen aan de voorkant… Dit zijn mensen van de kustwacht. We dachten dat ze wisten wat ze deden.’

    Lees ook:

  • In Mauritanië worden echtscheidingen gevierd

    In Mauritanië worden echtscheidingen gevierd

    In het West-Afrikaanse woestijnland is het gebruikelijk om meerdere keren te scheiden. En wanneer dat gebeurt, vieren de vrouwen feest.

    De hennakunstenaar zit over de hand van haar klant gebogen, terwijl ze geconcentreerd naar een afbeelding kijkt op de smartphone naast haar. Daarop staat het patroon dat de klant, een jonge vrouw uit een eeuwenoude woestijnstad in Mauritanië, voor de gelegenheid heeft uitgekozen.
    Onder het zachte maanlicht zit de jonge vrouw, Iselekhe Jeilaniy, op een matje. Ze houdt zich stil: de natte henna op haar huid mag niet uitlopen. Precies zo zat ze erbij aan de vooravond van haar trouwdag. Maar dit keer gaat ze niet trouwen, ze gaat scheiden. Morgen viert ze een scheidingsfeest.

    ‘Attentie, getrouwde dames: mijn dochter Iselekhe is nu gescheiden!’ roept Jeilaniy’s moeder naar de dorpsbewoners. Ze ululeert drie keer [een hoog mondgeluid als uiting van blijdschap] en trommelt op een omgekeerd plastic dienblad. Ze voegt er nog geruststellend aan toe dat het huwelijk op een niet al te nare manier ten einde is gekomen: ‘Ze leeft nog, en haar ex ook.’
    Jeilaniy giechelt en kijkt naar haar telefoon. Ze is bezig foto’s van de henna op Snapchat te posten – de moderne manier om een scheiding bekend te maken.

    In veel culturen wordt scheiden als beschamend gezien en draagt het een groot stigma met zich mee. In Mauritanië daarentegen zijn echtscheidingen niet alleen normaal, maar worden ze zelfs gezien als een reden voor feest; op die gelegenheden wordt bekendgemaakt en gevierd dat de vrouw weer beschikbaar is voor het huwelijk. Al eeuwenlang komen vrouwen samen op elkaars scheidingsfeest om te eten, te zingen en te dansen. Inmiddels worden deze vieringen aangepast aan de behoeften van de selfiegeneratie: naast het traditionele eten en de muziek worden er taarten met teksten erop geserveerd en filmpjes op sociale media gezet.

    Twintig keer getrouwd

    In dit bijna volledig islamitische land komen echtscheidingen vaak voor; veel mensen hebben er al vijf tot tien huwelijken op zitten, en sommige wel twintig. Sommige geleerden zeggen dat het land het hoogste scheidingspercentage ter wereld telt. Het is moeilijk om dat te controleren, omdat over Mauritanië weinig betrouwbare gegevens beschikbaar zijn. Scheidingsovereenkomsten worden er vaak mondeling vastgelegd en niet gedocumenteerd.

    Volgens Nejwa El Kettab, een socioloog die vrouwen in de Mauritaanse samenleving bestudeert, zijn echtscheidingen hier onder andere zo gebruikelijk door de invloed van de Moren. De Moorse gemeenschap is de grootste bevolkingsgroep in het land en heeft van haar Berberse voorouders sterke ‘matriarchale neigingen’ geërfd. Voor de nomadische gemeenschappen van het land waren scheidingsfeesten een manier om de burgerlijke staat van vrouwen bekend te maken. Volgens El Kettab genieten vrouwen in Mauritanië, vergeleken met andere moslimlanden, relatief veel vrijheid en kunnen ze zelfs een ‘huwelijkscarrière’ nastreven. ‘Het is geen probleem als een jonge vrouw gescheiden is,’ zegt El Kettab. Gescheiden vrouwen worden volgens haar gezien als ervaren en dus begeerlijk. ‘Een scheiding kan de waarde van vrouwen verhogen.’

    ‘Een scheiding kan de waarde van vrouwen verhogen. Ze worden gezien als ervaren en begeerlijk’

    Ondertussen is Jeilaniy voorzichtig in de weer met haar melafha – een lange, witte doek die om haar haar en lichaam is gedrapeerd en de donkere henna goed accentueert. Haar moeder, Salka Bilale, loopt heen en weer over de binnenplaats van het huis en poseert met gekruiste armen voor foto’s die later op campagneposters komen te staan. Bilale is ook jong gescheiden. Daarna werd ze apotheker; ze is nooit hertrouwd. Nu stelt ze zich kandidaat voor de nationale volksvertegenwoordiging namens haar woonplaats Ouadane. In het stadje, dat op een heuveltop is gelegen en grenst aan een negenhonderd jaar oude ruïnestad, wonen een paar duizend mensen in eenvoudige stenen huizen. Als Bilale wint, is ze de eerste vrouwelijke volksvertegenwoordiger van Ouadane.

    Dankzij haar scheiding heeft Bilale dit alles kunnen doen. Op jonge leeftijd trouwde ze, nog voordat ze haar droom om arts te worden had kunnen waarmaken. Toen ze erachter kwam dat haar man vreemdging, scheidde ze van hem. Haar ex-man, die inmiddels is overleden, wilde dat ze bij hem terug zou komen, maar ze weigerde. Daarop besloot hij haar niet langer financieel te steunen. Eerst gaf hij haar helemaal niets meer, later een luttele 28 euro per maand waarvan ze hun vijf kinderen moest onderhouden, vertelt ze. Omdat ze dringend geld nodig had, opende Bilale een winkel, waarmee ze uiteindelijk genoeg geld verdiende om te gaan studeren. Vorig jaar werd er in Ouadane een nieuw ziekenhuis geopend, waar Bilale, inmiddels begin zestig, eindelijk een baan in de medische sector kreeg.

    Andere ervaring

    Haar dochters hadden een heel andere ervaring. Jeilaniy trouwde pas veel later, op haar 29ste, en Zaidouba (28) heeft tot nu toe alle huwelijksaanzoeken die ze kreeg afgeslagen; haar studie en een aantal stages gingen voor. Voor veel vrouwen biedt een scheiding mogelijkheden waar ze voor of tijdens hun huwelijk nooit van hadden durven dromen. Vooral na een eerste huwelijk is dat het geval. Hoewel Mauritaniërs door hun omgang met scheidingen vrij modern lijken, verloopt een eerste huwelijk er over het algemeen zeer traditioneel. Het is gebruikelijk dat de ouders zelf de bruidegom kiezen en hun dochters uithuwelijken als ze nog jong zijn; ruim een op de drie meisjes trouwt voor haar achttiende. De vrouwen hebben er dus weinig controle over wie hun huwelijkspartner wordt.

    Lakwailia Rweijil, die ook in Ouadane woont, trouwde voor het eerst toen ze nog een tiener was. Haar vader had de huwelijksceremonie zonder haar medeweten georganiseerd. Het duurde niet lang voordat ze van haar man scheidde. Maar sindsdien is ze keer op keer uitgehuwelijkt. Rweijil kon niet kiezen met wie ze trouwde, en dat is niet zonder gevolgen geweest: ‘Ik koester mensen niet diep in mijn hart. Ze komen wanneer ze komen en gaan wanneer ze gaan,’ zegt ze. Van wie ze scheidde heeft ze daarentegen wel zelf kunnen beslissen.

    In Mauritanië kunnen vrouwen onder bepaalde omstandigheden een echtscheiding aanvragen. Uiteindelijk zijn het in de praktijk meestal de mannen die het doen, maar vaak is dat op aandringen van de vrouw. Vrouwen hebben na de scheiding meestal meer recht op de eventuele voogdij dan mannen. Hoewel mannen wettelijk verplicht zijn om alimentatie te betalen, wordt die regel nauwelijks nageleefd en komen de financiële lasten doorgaans neer op de vrouw.

    Gesteund door maatschappij

    Veel Mauritaanse vrouwen kiezen ervoor getrouwd te blijven, maar degenen die wel scheiden kunnen volgens socioloog El Kettab daarna gemakkelijker hun leven weer oppakken dan vrouwen in andere landen. Ze legt uit dat dat komt doordat de maatschappij hen steunt, in plaats van hen te veroordelen. ‘Het is er heel laagdrempelig, waardoor het makkelijker is om de bladzijde om te slaan.’ Die steun komt ook vanuit de eigen kring van de vrouwen, bijvoorbeeld in de vorm van feestjes.

    Jeilaniy vertelt dat ze is gescheiden omdat haar man veel te jaloers was en haar soms zelfs verbood om het huis uit te gaan. Nadat ze het verzoek had ingediend, moest ze drie maanden wachten voordat ze de scheiding kon afronden en haar scheidingsfeest kon geven. Die periode is verplicht om te voorkomen dat de vrouw onverwacht zwanger blijkt. Als ze wel zwanger is, wacht het koppel meestal met scheiden tot het kind is geboren.

    De dag van Jeilaniy’s scheidingsfeest is aangebroken. Ze smeert foundation op haar wangen en accentueert haar donkere wenkbrauwen met goud, zoals ze op YouTube heeft gezien. Ze wikkelt zich in haar melafha, diep indigo van kleur, stapt de voordeur uit en gaat op weg. Het feest is georganiseerd door een vriendin van haar moeder, die de woonkamer van haar bescheiden stenen huisje beschikbaar heeft gesteld.

    De vrouwen dopen dadels in room en gebruiken stukjes platbrood om kamelenvlees en uien mee te pakken. Ze eten handjes rijst uit een grote schaal, die ze tijdens het praten in hun handpalmen tot balletjes rollen. Langzaamaan wordt het feest steeds luidruchtiger. Kleine jongetjes gluren op hun hurken door de open ramen, die zich in Ouadane op straatniveau bevinden.

    Er komen steeds meer vrouwen bij, het gezelschap begint te zingen. Vrouwen die al veel scheidingen hebben meegemaakt en veel scheidingsfeesten hebben bijgewoond, zingen over liefde en over de profeet Mohammed. Het is zweverige, lieflijke, soms droevige woestijnmuziek, enkel begeleid door trommels en geklap.

    Land van miljoen dichters

    Mauritanië, een land van nomaden, kamelen en uitgestrekte maanlandschappen, wordt ook wel het land van een miljoen dichters genoemd. Zelfs een echtscheiding is er poëtisch. ‘Er bestaat hier heel veel poëzie over het verleiden van gescheiden vrouwen,’ zegt Elhadj Ould Brahim, hoogleraar culturele antropologie aan de Universiteit van Nouakchott. Hij benadrukt dat dit in een groot deel van de moslimwereld, waaronder in buurlanden als Marokko, ondenkbaar is. In zijn woorden is het sociale stigma daar zo sterk dat het ‘voor een vrouw dodelijk is om te scheiden’. Er wordt nog steeds poëzie geschreven over scheidingen, zegt Ould Brahim, maar die is tegenwoordig visueler van aard en wordt veelal overgedragen via sociale media. ‘Snapchat is het nieuwe ululeren,’ zegt hij.

    Ook Bilale is gearriveerd. Ze ploft neer op het tapijt, dicht bij Jeilaniy, die een groot deel van het feest berichten en selfies versturend op haar telefoon heeft doorgebracht. Het feest begint ten einde te lopen; Bilale kijkt naar haar oudste dochter. ‘Ze is alleen maar geïnteresseerd in trouwen en in mannen,’ zegt ze. ‘Toen ik zo oud was als zij, was ik allang met politiek bezig.’

    Ze staat op van het kleed. Jeilaniy mag haar status als gescheiden vrouw dan niet willen gebruiken om carrièrestappen te zetten en onafhankelijker te worden, Bilale doet dat wel. Ze loopt de keuken in, waar ze een aantal potentiële stemmers voor de komende verkiezingen heeft gespot. ‘Ik ga die jongeren overtuigen om op me te stemmen,’ zegt ze.’

  • Afrikaanse landen worstelen met de opkomst van diabetes en hoge bloeddruk

    Afrikaanse landen worstelen met de opkomst van diabetes en hoge bloeddruk

    In Sub-Sahara-Afrika is de levensverwachting spectaculair gestegen dankzij succesvolle bestrijding van infectieziekten. Maar niet-overdraagbare aandoeningen worden zelden gediagnosticeerd of behandeld.

    Hannah Wanjiru had jarenlang last van duizelingen en hoofdpijn. Pas na zes dure doktersafspraken werd hoge bloeddruk vastgesteld en kon ze medicijnen nemen. Intussen was ze twee jaar en verschillende flauwtes verder. In diezelfde periode kreeg haar man, David Kimani, een andere arts. Die stelde de diagnose diabetes, wat voor het echtpaar net zo onverwacht was.

    Met een andere ziekte waren ze misschien beter af geweest. Niet ver van hun kleine appartement in de hoofdstad van Kenia is een openbaar ziekenhuis waar gratis behandelingen voor hiv en tuberculose worden gegeven. Hun wijk – met lage inkomens – hangt vol posters die gratis hiv-preventiediensten aanbevelen.

    Dergelijke initiatieven zijn er niet voor hoge bloeddruk of diabetes, of voor andere ziekten zoals kanker en chronische ademhalingsaandoeningen. In Kenia en een groot deel van Sub-Sahara-Afrika is de gezondheidszorg – en de internationale donaties waarvan ze deels afhankelijk is – sterk gericht op de behandeling van besmettelijke ziekten zoals hiv en malaria.

    ‘Als ik mijn bloedsuiker laat testen, moet ik soms de hele dag wachten. Ik val dan bijna flauw in de rij,’ aldus Kimani.

    Dankzij de succesvolle bestrijding van hiv, tuberculose en andere dodelijke infectieziekten en de uitbreiding van basisvoorzieningen heeft Sub-Sahara-Afrika de afgelopen twintig jaar een buitengewone stijging van de levensverwachting gezien. Een verlenging van tien jaar, zo meldde de Wereldgezondheidsorganisatie onlangs. Het is de grootste stijging ter wereld.

    ‘Maar de dramatische toename van hypertensie, diabetes en andere niet-overdraagbare ziekten en het gebrek aan gezondheidszorg rondom deze ziekten werken deze verbeteringen tegen’, zo stelt de WHO in een rapport over Afrikaanse gezondheidszorg. De organisatie waarschuwt hierin dat de stijging van de levensverwachting vóór het einde van het volgende decennium alweer teruggedraaid kan zijn.

    Niet-overdraagbare ziekten zijn nu goed voor de helft van de ziekenhuisbedden in Kenia en meer dan een derde van de sterfgevallen. Die percentages komen min of meer overeen met de rest van Sub-Sahara-Afrika, waar mensen er bovendien op jongere leeftijd dan elders in de wereld door worden getroffen.

    ‘Vaccinatieprogramma’s lopen goed, en hiv-programma’s ook – maar diezelfde mensen zullen op jonge leeftijd sterven aan niet-overdraagbare ziekten,’ aldus dokter Gershim Asiki. Als onderzoeker bij het African Population and Health Research Center, een onafhankelijke organisatie in Nairobi, richt hij zich op de aanpak en preventie van de aandoeningen in kwestie.

    Diagnose

    De medicijnen en benodigdheden die Wanjiru (44) en Kimani (49) nodig hebben, kosten elke maand ruim 55 euro – een groot deel van het inkomen dat hun kleine buurtwinkel opbrengt, vertelt Wanjiru terwijl ze in haar woonkamer een kopje thee drinkt. Allebei slaan ze hun medicatie over in de maanden dat ze schoolgeld moeten betalen voor hun vier kinderen.

    ‘Eerst krijg ik hoofdpijn en voel ik me zwak, en dan voel ik me gestrest, omdat ik weet dat ik medicijnen moet kopen in plaats van eten voor mijn gezin,’ aldus Kimani.

    Het komt hier maar zelden voor dat controles op aandoeningen als hoge bloeddruk regelmatig worden uitgevoerd. Het aantal diagnoses is laag, en vaak is alleen in gespecialiseerde centra in stedelijke gebieden zorg te krijgen. Mensen zijn niet bekend met de kwalen: iedereen herkent malaria, maar slechts weinig mensen weten dat wazig zicht of uitputting een gevolg is van hoge bloeddruk. Veel zorgverleners weten ook niet waar ze op moeten controleren.

    Toen Asiki’s organisatie een paar jaar geleden in een arme gemeenschap in Nairobi willekeurige controles uitvoerde, ontdekten onderzoekers dat een kwart van de volwassenen hoge bloeddruk had. Tachtig procent van hen was daar echter niet van op de hoogte. Van degenen die het wel wisten, hield minder dan drie procent hun bloeddruk op peil met medicijnen.

    Iedereen herkent malaria, maar weinig mensen weten dat wazig zicht en uitputting gevolg zijn van hoge bloeddruk

    Slechts een fractie van het Keniaanse gezondheidsbudget wordt besteed aan niet-overdraagbare ziekten. Die fractie bedroeg elf procent in 2017 en 2018 – de meest recente cijfers in het strategisch plan van de regering. Bovendien zijn die middelen meestal bestemd voor dure curatieve diensten zoals bestralingsmachines in kankerklinieken en nierdialysecentra. ‘Ondertussen krijg ik mensen over de vloer die kanker in stadium vier hebben en een heel kleine overlevingskans, omdat ze maar geen diagnose kunnen krijgen,’ zegt Asiki.

    Volgens Catherine Karekezi knippen politici graag lintjes door voor nieuwe kankercentra maar zien ze geen politiek voordeel in een screeningprogramma voor de lange termijn. Karekezi is uitvoerend directeur van de Keniaanse afdeling van internationale patiëntenorganisatie Non Communicable Disease Alliance.

    ‘Tachtig procent van de sterfgevallen door niet-overdraagbare ziekten in dit land is te voorkomen,’ aldus Karekezi. ‘We kunnen de oorzaken voorkomen, en als je de aandoening eenmaal hebt, kunnen we voorkomen dat er verdere complicaties ontstaan.’

    Maar, zo vertelt ze, in plaats daarvan worden mensen op steeds jongere leeftijd ziek en ontwikkelen ze ernstige complicaties, waardoor ze soms niet kunnen werken. ‘Het economisch actieve deel van de bevolking wordt getroffen,’ zegt ze.

    Het komt veel voor dat mensen op hun vijftigste aan een niet-gediagnosticeerde hartziekte of aan de complicaties van diabetes sterven, wat vervolgens wordt toegeschreven aan ‘ouderdom’. Er zijn geen goede mechanismen om doodsoorzaken nauwkeurig mee op te sporen, wat betekent dat noch het publiek noch beleidsmakers de ware omvang van het probleem bevatten, aldus Asiki.

    In tegenstelling tot hiv-medicatie en -zorg, die gewoonlijk gratis is en gesubsidieerd wordt door internationale donoren, komt de behandeling van diabetes of hoge bloeddruk gewoonlijk voor eigen rekening. De kosten zijn vaak schrikbarend hoog, aldus dokter Jean-Marie Dangou, die het programma voor niet-overdraagbare ziekten van het regionale kantoor van de WHO in Afrika coördineert.

    ‘In de Democratische Republiek Congo kost de behandeling van hypertensie maandelijks twee derde van het gemiddelde gezinsinkomen,’ vertelt hij. ‘Voor een gezin is dat absurd. Toch komt het best veel voor.’

    Annah Mutindi (42) gaf al het geld dat ze als bediende in een kledingwinkel in Nairobi had opgespaard uit aan doktersbezoeken en tests. Totdat in januari 2021 werd vastgesteld dat de pijnlijke knobbel in haar borst kanker was. Ze kreeg een behandeling van twaalf tweewekelijkse chemokuren voorgeschreven. In principe had ze die tegen minimale kosten kunnen krijgen in een groot openbaar ziekenhuis in het centrum van de stad, maar de behandeling was almaar niet op voorraad.

    In plaats daarvan moest ze wachten tot haar familie en vrienden om de paar weken 340 euro bij elkaar konden schrapen, zodat ze de behandelingen een voor een kon betalen, verspreid over de daaropvolgende negen maanden.

    ‘Ik was in shock toen ze me vertelden dat het kanker was, want ik drink nooit alcohol en ik eet gezond,’ zegt Mutindi over haar diagnose. ‘Ze zeiden dat het misschien door omgevingsfactoren kwam.’

    Stijging

    Het aandeel van de sterfgevallen die door niet-overdraagbare ziekten veroorzaakt worden, neemt in de hele regio toe. Dit gebeurt het snelst in de dichtstbevolkte landen van het continent, aldus Dangou. In Ethiopië bijvoorbeeld bedroeg sterfte door dergelijke aandoeningen vorig jaar 43 procent van alle sterfgevallen. In 2015 was dat nog maar 30 procent. In Congo vond een vergelijkbare stijging plaats.

    Het is duidelijk dat een deel van deze stijging wordt veroorzaakt door de snelle verstedelijking en een toenemend sedentaire levensstijl. Een andere factor is dat er meer tabak, alcohol en bewerkt voedsel worden genuttigd.

    De regering van Kenia heeft lang gewacht met ontmoedigingsbeleid. En alle drie de industrieën hebben machtige lobbyorganisaties die erop gericht zijn wettelijke maatregelen zoals belasting op suikerhoudende dranken tegen te houden. Kenia is een belangrijke tabaksproducent en de tabaksindustrie blijft de regering erop wijzen op de hoeveelheid banen die ze biedt, vertelt Asiki.

    Het is natuurlijk ook zo dat mensen domweg langer leven door de succesvolle strijd tegen infectieziekten. Maar andere oorzaken, zoals mogelijke genetische factoren en een correlatie met blootstelling aan infectieziekten, worden minder goed begrepen.

    Het blijft een mysterie waarom niet-overdraagbare ziekten in deze regio zo snel en bij relatief jonge mensen toenemen. Overheden doen weinig om te onderzoeken hoe dat komt.

    ‘Toen ik tien jaar geleden als arts in een plattelandsgebied werkte, zag je per dag vijftig patiënten met deze aandoeningen. Nu zijn het er vijfhonderd tot duizend’

    De ervaring met hogelonenlanden is slechts beperkt relevant voor de situatie in een land als Kenia, aldus Asiki. Als mensen in hun kindertijd geen voedzame voeding krijgen, lijkt de kans toe te nemen dat ze op volwassen leeftijd met obesitas kampen. Er zijn aanwijzingen dat een malaria-infectie mensen vatbaar maakt voor hart- en vaatziekten; hepatitisinfecties vergroten de kans op kanker.

    Het jarenlang innemen van de antiretrovirale geneesmiddelen die hiv bestrijden, kan leiden tot een hoger risico op hartziekten. Stadsbewoners hebben bovendien vaker te maken met luchtvervuiling en milieuvergiftiging. Sommige kampen bovendien met stress, doordat ze wonen in een wijk waar geweld en onveiligheid aan de orde van de dag zijn. Al deze factoren spelen volgens Asiki mee, maar we weten nog weinig over het cumulatieve effect.

    Dokter Andrew Mulwa heeft de leiding over de programma’s voor preventie en gezondheidsbevordering van het Keniaanse ministerie van Volksgezondheid. Hij geeft aan dat de regering zich zorgen maakt over de forse stijging van het aantal niet-overdraagbare aandoeningen, maar dat het lang duurt om diagnostisering en behandeling in plattelandsgebieden mogelijk te maken.

    ‘Toen ik tien jaar geleden als arts in een plattelandsgebied werkte, zag je per dag vijftig patiënten met deze aandoeningen. Nu zijn het er vijfhonderd tot duizend, allemaal in dezelfde instelling,’ aldus Mulwa.

    Slechte voeding beïnvloedt de toename van niet-overdraagbare ziekten op meerdere manieren – een fenomeen dat Asiki ‘het dubbele nadeel van ondervoeding’ noemt. Deze regio kent zowel het grootste aantal onvolgroeide kinderen ter wereld als het snelst groeiende percentage zwaarlijvigen.

    In huishoudens met lage inkomens komen vaak zowel ondervoede kinderen voor als volwassenen die zwaarlijvig zijn. De kinderen missen eiwitten en voedingsstoffen die essentieel zijn voor hun groei; de obesitas is het gevolg van goedkoop, vet en energierijk straatvoedsel, dat vaak beter betaalbaar is dan groente en het gas dat nodig is om thuis te koken.

    ‘Het kan zijn dat je te veel slecht voedsel eet maar toch onvoldoende voedzaam voedsel binnenkrijgt,’ aldus Asiki. ‘Het lichaam slaat overtollige energie op als vet – maar uiteindelijk lijdt het alsnog aan schaarste.’

    Hij denkt dat de regering zo traag is geweest met het organiseren van screeningprogramma’s omdat ze de omvang van het probleem niet aankon.

    ‘Plotseling besef je: ik heb niet genoeg medicijnen voor hypertensie, ik heb niet genoeg medicijnen om mensen met kanker te behandelen,’ zegt Asiki. ‘Als je screent, kies je behandelbare gevallen. Maar hebben we wel de middelen om ze te behandelen?’

    Lees ook:

  • Gevlucht uit Khartoem. ‘Vier soldaten richtten hun wapens op ons’

    Gevlucht uit Khartoem. ‘Vier soldaten richtten hun wapens op ons’

    Sinds april woedt er in Soedan een machtsstrijd tussen het regeringsleger van generaal Al-Burhan en de milities van de RSF onder leiding van generaal Dagalo. Raga Makawi vertelt over de angstaanjagende tocht die ze met haar vriendin in het door geweld verscheurde Khartoem maakte.

    De nacht voordat op straat de oorlog uitbrak in Khartoem, was ik in een cultureel centrum in het noorden van de stad om te luisteren naar een panel met feministische sprekers. Een evenement als dit zou ondenkbaar zijn geweest onder Omar al-Bashir, de dictator die vier jaar geleden door een volksopstand werd verdreven. Onder Bashir was Soedan voor vrouwen een van de meest repressieve plekken ter wereld, en het waren vrouwen die de protesten tegen hem leidden.

    De panelleden spraken die avond over strategieën om juridische hervormingen af te dwingen (nog steeds kunnen Soedanese rechtbanken vrouwen voor overspel veroordelen tot steniging). Na afloop zette het publiek, dat zowel uit mannen als vrouwen bestond, de discussie voort onder het genot van thee, koffie en Schwarzwalder Kirschtorte. Sinds in 2021 de revolutie werd gekaapt door een militaire junta, zijn dit soort burgerbijeenkomsten onze beste kans op verandering. De sfeer was geweldig. We wisten allemaal dat er spanning in de straten hing omdat de twee belangrijkste generaals van de junta, Abdel Fattah al-Burhan en Muhammad Hamdan Dagalo, in een impasse terechtgekomen waren. Maar we hadden nooit gedacht dat de situatie echt zou exploderen.

    Geweerschoten

    Ik was de week ervoor teruggekeerd naar Soedan om academisch onderzoek te doen, nadat ik enkele jaren eerder mijn huis had verlaten om in Groot-Brittannië te studeren. In Soedan verbleef ik bij mijn vriendin Kholood. Ik had nog maar een paar uur geslapen toen ze me wakker maakte. ‘Ik hoor geweerschoten,’ zei ze. We luisterden. Het geluid van geweerschoten maakte plaats voor het gedreun van explosies. In de woonkamer zetten we de tv aan en we keken even naar het nieuws. Toen hoorden we het geronk van een bommenwerper boven ons hoofd en drong tot ons door hoe dichtbij de gevechten waren. We verhuisden naar een raamloze bijkeuken naast de keuken, waar amper voldoende ruimte was voor twee personen. Toen viel de elektriciteit uit.

    We wisten niet dat we daar voor onbepaalde tijd vast zouden zitten. Het stelde me gerust dat mijn powerbank zes uur stroom voor onze telefoons kon leveren, maar de waterpomp viel uit, we konden ons niet wassen en het water in onze drinkflessen werd warm. Na ongeveer twaalf uur besloten we de bijkeuken te verlaten om te proberen te slapen. Het leek ons veiliger om bij elkaar in bed te liggen, zodat we het zouden merken als de ander door een verdwaalde kogel zou worden geraakt. Versuft lag ik op mijn zij door een kier in de deuropening naar de ochtendlucht te kijken.

    Uit angst dat de batterij van onze telefoon leeg zou raken keken we geen videobeelden – via Twitter probeerden we aan nieuws te komen

    De volgende dag was het duidelijk dat onze situatie niet zou verbeteren. Uit angst dat de batterij van onze telefoon leeg zou raken keken we geen videobeelden – via Twitter probeerden we aan nieuws te komen. Kholood was voortdurend op zoek naar informatie: hoe wijdverspreid waren de gevechten? Zat iedereen in Khartoem zonder elektriciteit? Weer ging een dag voorbij terwijl we in de bijkeuken zaten en luisterden naar het geweervuur, de mortieren en raketten. We konden niets doen. Ik raakte in paniek. ‘We moeten een plan maken,’ zei ik, terwijl ik naar voren leunde om de aandacht van Kholood te trekken. Ze bleef maar door haar telefoon scrollen. Ik stond op om haar wat ruimte te geven en herhaalde toen zachtjes: ‘We moeten een plan maken.’

    We probeerden uit te zoeken of er straten waren die misschien rustig genoeg waren om doorheen te rijden, de zogenaamde safe passages. Mensen appten elkaar daar voortdurend updates over; iemand had er zelfs speciaal een app voor gemaakt. Op de vierde dag kreeg ik om twee uur ’s middags een gehaast telefoontje van een vriend in het oosten van de stad die had gehoord over een veilige doorgang naar een rustiger wijk. ‘Het is nu of nooit,’ zei hij.

    We vertrokken een kwartier later, met alleen het meest noodzakelijke: schone kleren, geld en onze identiteitspapieren. We wilden naar mijn ouders, als we dat zouden redden. De vorige dag had ik gehoord over een man die was beschoten toen hij probeerde te ontsnappen via dezelfde route; hij bloedde dood in zijn auto. Toen we wegreden kon ik het beeld van ons bloed op de stoelen maar niet uit mijn hoofd krijgen. Ik besloot de getinte ramen die ons beschermden tegen de felle zon naar beneden te doen, zodat iedereen kon zien dat we vrouwen waren.

    Thelma en Louise

    De straten waren verlaten. Na tien minuten kwamen we bij een controlepost. Ik vertraagde en boog voorover om te zien van welke partij de soldaten waren. De man die onderuitgezakt bij de controlepost zat, droeg een donkergroen uniform en een oude AK-47, wat deed vermoeden dat hij behoorde tot de strijdkrachten van Burhan, het feitelijke hoofd van de junta. Ik glimlachte en zei met zachte, smekende stem: ‘Goedendag, officier, mogen we erlangs?’ Hij nam niet de moeite om op te staan, maar vroeg kortaf waar we heen gingen. Andere soldaten kwamen nu ook onze kant op.

    We hadden een verhaal bedacht voor deze situatie – iets waardoor we zo onschuldig mogelijk zouden overkomen. ‘Mijn moeder is een oudere vrouw en ze is alleen,’ zei ik. ‘Ik moet naar haar toe want ze zit al dagen zonder eten of drinken. Deze dame die met me meerijdt is mijn zus.’ Er viel een stilte, waarna de soldaat vroeg hoe ik van plan was daar te komen. Ik vroeg of hij zo vriendelijk wilde zijn om ons de weg te wijzen, maar hij wuifde alleen maar met zijn hand om aan te geven dat we bij het kruispunt verderop rechtsaf moesten slaan.

    Ik reed langzaam verder en sloeg de hoek om. Zo’n veertig meter verderop in de straat zag ik nog een controlepost met nog meer soldaten in donkergroene uniformen. Ik ging ervan uit dat we toestemming hadden om door het gebied te rijden dat door de mannen van Burhan werd gecontroleerd, dus reed ik verder. Maar toen hoorde ik soldaten schreeuwen en zag ik in mijn achteruitkijkspiegel dat vier van hen hun wapens op ons richtten. Angstig stopte ik en stak ik mijn armen uit het raam, als een gebaar van overgave. Nadat ze onze papieren hadden gecontroleerd en de auto hadden doorzocht, lieten ze ons gaan.

    Toen we de wijk van mijn ouders inreden en de soldaten in licht kaki met hun geavanceerde wapens zagen, verloor ik de moed

    De volgende anderhalf uur reden we door de buitenwijken van Khartoem. Toen we de wijk van mijn ouders inreden en de soldaten in licht kaki met hun geavanceerde wapens zagen, verloor ik de moed. Dit waren de Rapid Support Forces (RSF) van Dagalo. De RSF is voortgekomen uit de Janjaweed, een door de staat gesteunde militie die begin jaren 2000 werd beschuldigd van genocide in de regio Darfur. Het was de bedoeling dat de RSF zou fuseren met het leger als een stap op weg naar een burgerregering, maar commandant Dagalo lijkt van niemand bevelen aan te willen nemen. Ik had vreselijke dingen gehoord over de wreedheden van de Janjaweed, waaronder massaverkrachtingen. Maar toen we bij de controlepost aankwamen, riep de jonge militieofficier alleen maar ‘Ga!’ en wuifde ons haastig door.

    Ik verliet de hoofdweg zo snel mogelijk en reed door achterafstraatjes naar het huis van mijn ouders. We kwamen langs een bakkerij die open was en stopten om wat eten te kopen. De mensen stonden te dringen om geholpen te worden en de bakker leek de hoeveelheid brood per klant te rantsoeneren. Ik hoorde een man roepen: ‘Het is niet aan jou om te bepalen hoeveel brood je me geeft!’

    Kort daarna reden we de garage van mijn ouders binnen. Toen ik de motor uitzette, gaven we elkaar een high five. Het voelde als een moment uit Thelma and Louise. We hadden ons een weg weten te banen door de dodelijke en giftige wereld van mannen en hun wapens. Voor nu waren we veilig.

    Lees ook:

  • Zeker 100 doden bij bootongeluk in noorden van Nigeria

    Zeker 100 doden bij bootongeluk in noorden van Nigeria

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Oud-president Donald Trump formeel aangehouden in de federale rechtbank

    » Reeks gewelddadigheden in Nottingham kost aan drie mensen het leven

    Het gaat om mensen die terugkeerden van een bruiloft

    Bij een zwaar bootongeluk op de rivier de Niger in het noorden van Nigeria zijn zeker honderd mensen om het leven gekomen, meldt Al Jazeera. Het gaat volgens de website om mensen die terugkeerden van een bruiloft. Nog niet alle lichamen van de slachtoffers zijn gevonden.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De opvarenden, waaronder veel vrouwen en kinderen, waren in een dorp vlak bij het land Niger op een bruiloft geweest. Waardoor de boot zonk is nog onduidelijk, maar volgens autoriteiten was het zicht op de rivier mogelijk slecht en was de boot overvol en daardoor te zwaar.

    Voor een groot deel van de drenkelingen zouden al begrafenissen worden gehouden, zo zegt een lokale bron tegen Al Jazeera. In de regio, waar de rivieren de Niger en de Benue samenvloeien, komen regelmatig zware bootongelukken voor. Zo kwamen in 2021 op dezelfde rivier, in dezelfde regio, zeker honderzestig mensen om het leven toen hun boot zonk.

    Lees ook:

  • Militie vermoordt ruim veertig mensen in Democratische Republiek Congo

    Militie vermoordt ruim veertig mensen in Democratische Republiek Congo

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Controversiële Italiaanse oud-premier Berlusconi overleden

    » George Soros draagt imperium over aan Soros jr.

    De militie had het voorzien op mensen in een vluchtelingenkamp

    In het noordoosten van de Democratische Republiek Congo heeft een plaatselijke militie maandag zesenveertig mensen in een vluchtelingenkamp vermoord, meldt Al Jazeera. Het Afrikaanse land, en met name de provincie Ituri bij de grens met Oeganda, wordt al decennialang geplaagd door een voortdurend conflict tussen lokale stammen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De militie die de moordpartij aanrichtte heet Codeco en behoort tot de Lendu-gemeenschap. Die groep is al lange tijd verwikkeld in een bittere strijd met de Hema-gemeenschap. Tussen 1999 en 2003 laaide het conflict zo hoog op dat er duizenden doden tussen de twee gemeenschappen vielen en het nationale leger werd ingezet om de rust te herstellen.

    Bij de aanval maandag werden huizen en tenten in het vluchtelingenkamp in brand gestoken en bewoners van het kamp werden met onder meer kapmessen en vuurwapens om het leven gebracht. Volgens een lokale ngo kan het aantal slachtoffers nog oplopen omdat niet alle lichamen zijn teruggevonden en veel mensen al zijn begraven in een massagraf.

    Lees ook:

  • Protesten in Senegal na veroordeling oppositieleider

    Protesten in Senegal na veroordeling oppositieleider

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » BRICS-landen willen nieuw machtsevenwicht in de wereld

    » EPG-top vindt plaats met Oekraïne als heet hangijzer

    Sonko krijgt twee jaar celstraf vanwege onzedelijk gedrag

    Ousmane Sonko is donderdag veroordeeld tot twee jaar celstraf vanwege onzedelijk gedrag, bericht Al Jazeera. De oppositieleider was ook beschuldigd van het verkrachten en bedreigen van een vrouw, maar daar werd hij van vrijgesproken. Door de veroordeling kan Sonko niet meedoen aan de volgende verkiezingen in het Afrikaanse land.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Na de uitspraak in de rechtszaak tegen Sonko gingen duizenden mensen de straat op in hoofdstad Dakar om te demonstreren. Onder meer op een grote universiteiscampus in Dakar kwam het tot een gewelddadig treffen met de oproerpolitie. Volgens zijn aanhang is Sonko onschuldig en is er sprake van een politieke vervolging.

    Ook Sonko zelf ontkent alle beschuldigingen en wijst naar president Macky Sall, die er alles aan zou doen om te voorkomen dat de oppositieleider meedoet aan de komende verkiezingen. Sonko is nog niet gearresteerd, maar autoriteiten hebben wel gezegd dat dat op ieder moment kan gebeuren.

    Lees ook:

  • Controversiële antihomowet in Oeganda van kracht

    Controversiële antihomowet in Oeganda van kracht

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Spanningen in Kosovo na lokale verkiezingen

    » Venezuela weer welkom op Zuid-Amerikaanse top

    Homoseksuelen kunnen zelfs de doodstraf krijgen

    In Oeganda is maandag een anti-homowet van kracht gegaan, waardoor de lhbtqi+-gemeenschap in het Afrikaanse land zwaar onderdrukt wordt, schrijft Africa News. Vanuit het buitenland is ontstemd gereageerd op het feit dat de wet, die al langer onder vuur ligt, is aangenomen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Met de wet worden de rechten van homoseksuelen streng beperkt. Zo hebben zij niet langer het recht op huisvesting of medische zorg. Relaties tussen homoseksuelen zijn verboden en op het aanzetten van homoseksualiteit – zoals door hulporganisaties – worden bestraft met lange celstraffen. Wie hiv heeft en seks heeft met iemand anders van hetzelfde geslacht kan zelfs de doodstraf krijgen.

    Westerse landen en hulporganisaties hebben de wet veroordeeld en aangekondigd hulpgelden aan het land terug te schroeven. Ook wordt er gesproken over het invoeren van sancties om Oeganda te straffen voor de mensenrechtenschendingen die de wet feitelijk inhoudt.

    Lees ook:

  • Beruchte verdachte Rwandese genocide na twintig jaar gearresteerd

    Beruchte verdachte Rwandese genocide na twintig jaar gearresteerd

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zoektocht naar ‘Maddie’ McCann loopt op niets uit

    » VS: Extreemrechtse militieleider veroordeeld tot 18 jaar celstraf

    Fulgence Kayishema werd opgepakt in Zuid-Afrika

    Fulgence Kayishema, die wordt verdacht van genocide op Tutsi’s in de jaren negentig in Rwanda, is deze week gearresteerd in Zuid-Afrika, meldt de BBC. Kayishema wordt verdacht van de moord op meer dan tweeduizend Tutsi’s in een kerk in 1994. Hij was sinds 2001 op de vlucht voor de autoriteiten.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Een van de drijvende krachten achter de arrestatie van Kayishema, van wie al langer bekend was dat hij in Zuid-Afrika zat, is het Internationaal Restmechanisme voor Straftribunalen (IRMCT) van de Verenigde Naties. Het IRMCT neemt sinds 2010 het werk van het voormalige Rwanda-tribunaal waar en ziet erop toe dat verdachten worden opgepakt en veroordeeld. Het VN-orgaan was al langer ontevreden over het gebrek aan medewerking van Zuid-Afrika in de zoektocht naar oorlogsmisdadigers.

    Dankzij het IRMCT werd enkele jaren geleden Félicien Kabuga aangehouden. Hij wordt gezien als de financier van de Rwandese genocide uit 1994, waar naar schatting 800.000 mensen bij om het leven kwamen. Het IRMCT heeft gezegd dat Kayishema in ieder geval moet terechtstaan voor genocide en dat aanklagers de tijd zullen nemen om hem te berechten.

    Lees ook:

  • Waarom wereldmachten zich bemoeien met Soedan: goud, handel en huurlingen

    Waarom wereldmachten zich bemoeien met Soedan: goud, handel en huurlingen

    Bij het conflict in Soedan zijn niet alleen de twee binnenlandse legers SAF en RSF betrokken. Door de strategische ligging van het land mengen ook andere landen zich erin, zoals Egypte en Rusland. Zal dit leiden tot een escalatie?

    Vier dagen na het begin van de oorlog in Khartoem, de hoofdstad van Soedan, het huis van Mohammed. De soldaten droegen de zakenman (wiens naam we om veiligheidsredenen hebben aangepast) en zijn familie op te vertrekken en plaatsten luchtafweergeschut op het dak van zijn appartement. Mohammeds gezin trok bij familie in, in een rustigere buurt. Maar ook daar werd het al snel onveilig: de gevechten breidden zich uit en de straten raakten bezaaid met lichamen.

    De strijd begon enkel als een machtsstrijd tussen het officiële leger, ofwel de Soedanese Armed Forces (SAF), en de Rapid Support Forces (RSF), een militie die is uitgegroeid tot een paramilitaire organisatie. Maar het geopolitieke belang van Soedan brengt hier mogelijk verandering in. Hoe langer het conflict voortduurt, hoe groter de kans dat ook buitenstaanders zich ermee gaan bemoeien.

    Streng toezicht

    Soedan ligt aan de Nijl, de levensader van Egypte. Het land heeft bovendien havens in de buurt van de Hoorn van Afrika, het zuidelijke knooppunt van de Rode Zee, niet ver van de Perzische Golf; allemaal essentiële pijlers voor de wereldeconomie. De VS, China en Frankrijk houden dan ook streng toezicht op de regio: alle drie de landen hebben een militaire basis in Djibouti. ‘De Hoorn is van groot strategisch belang en een microkosmos van andere internationale geschillen,’ zegt Comfort Ero, voorzitter van de International Crisis Group, een denktank die zich richt op conflicten. Het is een plek waar ‘het Westen en het Oosten samenkomen, waar de Golf en Europa bijeenkomen’.

    Voorlopig lijken de twee Soedanese partijen aan elkaar gewaagd. De SAF staat onder bevel van generaal Abdel Fattah al-Burhan, die in 2019 en 2021 met staatsgrepen de macht overnam. Vervolgens consolideerde hij deze macht, waardoor hij in feite de leider van Soedan werd. Aan het begin van het conflict had de SAF een aanzienlijke, traditionele, militaire macht, met onder andere tanks en gevechtsvliegtuigen. De RSF lijkt op het eerste gezicht de underdog. Maar bevelvoerder Muhammad Hamdan Dagalo (beter bekend als Hemedti) beschikt over grote particuliere rijkdom, omdat de RSF naar verluidt delen van de Soedanese goudhandel in handen heeft. Hij leidt tienduizenden trouwe soldaten.

    De omverwerping van het islamistische regime van dictator Omar al-Bashir in 2019 maakte de weg vrij voor Dagalo. Zijn vermogen stelde hem vervolgens in staat om met generaal Burhan te wedijveren om de macht. Uiteindelijk schopte Dagalo het zelfs tot vicepresident. Wapens en geld hebben de afgelopen jaren wellicht ook een rol gespeeld in zijn ontwikkeling tot semiautonome figuur op het internationale toneel en tot iemand die deals sluit met buitenlandse mogendheden. De RSF is niet zomaar een ‘opstandige militie’, zegt Sharath Srinivasan, Soedan-deskundige aan de universiteit van Cambridge. ‘Het is een speler met nationale invloed.’

    Al drie weken lang woeden er gevechten in Khartoem en elders, met name in West-Darfoer, maar nog geen van beide partijen heeft een beslissend voordeel weten te behalen. De RSF mist tanks en een luchtmacht, maar compenseert dat gebrek door zich te verschansen in woonwijken in de hoofdstad. Volgens een Soedanese vrouw wier vier nichtjes via een ventilatierooster ontsnapten nadat de RSF hun huis had bezet, verkrachten mannen van de RSF vrouwen en worden ze gedwongen voor hen te koken.

    Dagalo wordt in Khartoem gehaat door inwoners, die hem verantwoordelijk houden voor een massaslachting onder honderden demonstranten

    Inwoners van Khartoem hebben verder te kampen met luchtaanvallen door de SAF. Op 1 mei stierven drie vrouwen die tegenover een ziekenhuis thee verkochten doordat een bom explodeerde. Volgens de VN zijn bij de gevechten al meer dan vijfhonderd burgers gedood en nog veel meer gewond geraakt (het werkelijke aantal ligt waarschijnlijk veel hoger). Naar verwachting zullen de komende weken en maanden maar liefst achthonderdduizend vluchtelingen de Soedanese grenzen oversteken.

    De troepen van de RSF worden beter betaald en hebben meer recente gevechtservaring dan die van de SAF. Onlangs zijn ze erin geslaagd belangrijke delen van de hoofdstad in beslag te nemen, waaronder de internationale luchthaven en de grootste olieraffinaderij van het land. Ze lijken bovendien de controle te hebben over het presidentiële paleis en de staatsomroep. ‘De afgelopen twee weken gedroegen ze zich alsof ze het hier voor het zeggen hadden,’ zegt Waleed Adem, inwoner van een wijk in Oost-Khartoem die door de RSF is bezet.

    De RSF overheerst ook in Darfoer, de thuisregio van Dagalo, waar het de macht heeft over twee van de drie aanwezige luchtmachtbases. In el-Geneina braken bloedige gevechten uit toen tribale Arabische milities, gelieerd aan de RSF, niet-Arabieren in de stad aanvielen. Inmiddels zijn die weer gestaakt.

    Verder is vrijwel overal het leger de baas. Duizenden Soedanezen en buitenlanders zijn geëvacueerd uit Port Soedan, aan de Rode Zee in het onrustige oosten van het land. Die stad werd aan het begin van de oorlog door de SAF bezet. Ook op het platteland rond Khartoem is het min of meer rustig. ‘Het leven gaat hier gewoon zijn gangetje,’ meldt een universitair professor. Hij ontvluchtte onlangs met zijn gezin de stad.

    ‘Khartoem zal lang een bloedbad blijven’

    De RSF voert een guerrillacampagne, met aanvallen op legereenheden en faciliteiten in de hoofdstad, maar langzaam begint de controle van de SAF over het luchtruim zijn tol te eisen. ‘We hebben al hun voorraden rond Khartoem aangevallen,’ zegt een soldaat van de SAF. Verschillende konvooien met versterkingen voor de RSF uit Darfoer zijn naar verluidt vernietigd door luchtaanvallen.

    De vraag is of de twee partijen de impasse snel kunnen doorbreken. De SAF heeft tientallen jaren ervaring met het neerslaan van opstanden in afgelegen gebieden, maar nooit eerder deden ze dat in de hoofdstad. De SAF kan in Khartoem simpelweg niet winnen door alles plat te bombarderen, zoals het dat elders heeft geprobeerd. ‘Khartoem zal lang een bloedbad blijven,’ voorspelt een westerse veiligheidsanalist. Hij voegt eraan toe dat de SAF door interne verdeeldheid binnen het leiderschap mogelijk te weinig voordeel behaalt uit zijn aanzienlijke voorsprong op zware wapens.

    Ook de RSF bevindt zich in een lastig parket. De organisatie zal moeite hebben haar troepen te bevoorraden en te herbewapenen terwijl de gevechten voortduren. Zelfs in het geval van een overwinning, wat onwaarschijnlijk is, zal Dagalo moeite hebben om Soedan te leiden. Hij wordt in Khartoem gehaat door inwoners, die hem namelijk verantwoordelijk houden voor een massaslachting die troepen van de RSF, de politie en de inlichtingendienst in 2019 verrichtten onder honderden demonstranten. Het huidige gedrag van zijn troepen heeft ze alleen maar minder populair gemaakt. ‘Het volk staat achter het leger,’ aldus Adem.

    Strategisch waardevol

    Of er inderdaad een langdurige oorlog op komst is, hangt af van hoe de buurlanden van Soedan op de situatie zullen reageren. Soedan geldt door zijn omvang en strategische ligging aan de Rode Zee al langer als strategisch waardevol – zowel voor de landen in de regio als voor China, Rusland en het Westen – vanwege de scheepvaart naar de zeestraat Bab al-Mandab. Ongeveer 10 procent van de wereldhandel over zee gaat hierdoorheen.

    De economische belangen van de Golfstaten, met name de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) en Saoedi-Arabië, lopen gevaar. Een bedrijf uit de Emiraten sloot in december een deal ter waarde van zes miljard dollar om aan de Rode Zeekust van Soedan een haven en een economische zone te ontwikkelen. De Saoedi’s en de Emiraten steunden Burhan en Dagalo na hun gezamenlijke staatsgreep en boden zo’n drie miljard dollar aan noodhulp. Geen van beide landen heeft er belang bij het conflict aan te wakkeren. Saoedi-Arabië heeft al duizenden Soedanezen geëvacueerd die probeerden te vluchten via Port Soedan. Net als Europa vreest het een plotselinge toestroom van vluchtelingen.

    Maar de zaken worden ingewikkelder door de schimmige relatie die Dagalo heeft met de VAE. Hij nam in 2017 geld en wapens aan van de VAE, in ruil waarvoor de RSF de Emiraten bijstonden bij hun oorlog in Jemen. Sindsdien heeft hij banden opgebouwd in Abu Dhabi en Dubai, de twee belangrijkste deelstaten van de Emiraten. Toch hebben de Emiraten ‘geen bijzondere affiniteit met Hemedti’, aldus Harry Verhoeven van Columbia-universiteit. Sinds het begin van de oorlog zijn er geen aanwijzingen dat de VAE RSF-troepen zijn blijven bevoorraden. De Golfstaten kunnen zich dus ‘afzijdig houden en zich indekken om te zien welke kant het opgaat’, aldus Comfort Ero.

    ‘Hoe langer het conflict voortduurt, hoe meer externe partijen zich ermee zullen bemoeien’

    De positie van Rusland is minder duidelijk. Een Russische huurlingenorganisatie, de schimmige Wagner Group, is naar verluidt betrokken bij de goudwinning in Soedan en zou de RSF van wapens voorzien. Het Kremlin wil vooral ‘voorkomen dat er in Soedan een democratische machtswisseling plaatsvindt’, aldus Samuel Ramani, auteur van Russia in Africa. De Russische regering wil aan de Rode Zee een marinebasis bouwen en is daarom beter af met een militaire regering in Khartoem dan met de prille democratische regering die door de coups van de junta in de kiem is gesmoord.

    De burgeroorlog in Soedan is nog geen echte proxy-oorlog, zoals de conflicten in Libië, Syrië en Jemen zijn. Maar het land deelt lange en instabiele grenzen met buurlanden die eveneens door conflicten worden geteisterd, waaronder de Centraal-Afrikaanse Republiek, Tsjaad, Libië en Zuid-Soedan. In elk van deze landen zijn grote, uiteenlopende groepen van milities en rebellenorganisaties te vinden, waarvan vele etnische of zakelijke banden hebben met de RSF of zijn rivalen. Sommige wachten af tot het moment waarop ze van de chaos in Soedan kunnen profiteren. ‘Hoe langer het conflict voortduurt, hoe meer externe partijen zich ermee zullen bemoeien,’ waarschuwt Suliman Baldo, hoofd van de Sudan Transparency and Policy Tracker, een groep die toezicht houdt op het conflict.

    Issaias Afwerki, de president van Eritrea, zal zich misschien ook in het conflict willen mengen. Hij heeft banden met Dagalo en verleende in het verleden steun aan Soedanese rebellen. Een andere kandidaat is Khalifa Haftar, een Libische krijgsheer die banden met de Wagner Group heeft en naar verluidt al brandstof en wapens naar de RSF heeft gestuurd.

    De RSF van Dagalo en het Libische Nationale Leger (LNA) van Haftar, dat de macht heeft over een groot deel van Oost-Libië, hebben in het verleden samengewerkt. De RSF-troepen steunden in 2019 het LNA – dat ook door de VAE werd gesteund – bij een aanval op Tripoli, de hoofdstad van Libië. De oudste zoon van Haftar was twee dagen voordat de burgeroorlog in Soedan uitbrak in Khartoem om Dagalo te ontmoeten.

    Haftar zou de RSF dus kunnen steunen, maar moet ook zijn goede relatie met Egypte, een van zijn andere buitenlandse sponsors, behouden. Egypte, dat al lange tijd het meest invloedrijke buurland van Soedan is, is een vurig voorstander van de SAF van Burhan. Egypte beschouwt de situatie in Soedan als een essentiële factor voor zijn eigen nationale veiligheid en ziet noch een burgerregering, noch Dagalo graag de leiding nemen.

    Grootschaliger conflict

    Vroeg in de oorlog zou een Egyptisch vliegtuig een RSF-munitieopslagplaats hebben geraakt. Op 1 mei beschuldigde Dagalo de Egyptische luchtmacht ervan doelwitten in Khartoem te hebben beschoten. Het is onbekend in hoeverre Egypte militair bij het conflict betrokken is, maar het is waarschijnlijk dat Egypte zijn steun zal opvoeren als de SAF verzwakt. ‘Egypte is de belangrijkste factor,’ zegt Magdi el-Gizouli van het Rift Valley Institute. ‘Het doel van Egypte is nu om de centrale macht in Soedan te handhaven.’

    Een grootschaliger conflict kan nog worden voorkomen. Ondanks etnische botsingen in Darfoer is het conflict tot nu toe over het algemeen beperkt gebleven tot gevechten tussen de twee gewapende facties. Na bemiddeling door de president van Zuid-Soedan stemden beide partijen op 2 mei in met een staakt-het-vuren van zeven dagen, dat inging op 4 mei. Vredesbesprekingen gaan mogelijk binnenkort van start.

    Ondertussen voltrekt zich een humanitaire ramp. De voedsel- en watervoorraden in Khartoem slinken. Bijna geen enkel ziekenhuis in de hoofdstad functioneert nog. Zwangere vrouwen overlijden onderweg naar het ziekenhuis. ‘Als het staakt-het-vuren niet serieus wordt genomen,’ waarschuwt Mohamed Lemine, het hoofd van de VN-organisatie voor seksuele en reproductieve gezondheid in Soedan, ‘zal alles instorten.’

    Lees ook:

  • Gevechten in Soedan gaan door ondanks gesprekken

    Gevechten in Soedan gaan door ondanks gesprekken

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Myanmar getroffen door zwaarste cycloon in jaren

    » Duizenden evacuaties na zware regenval in Noord-Italië

    De strijdende partijen zijn in gesprek over een wapenstilstand

    Ondanks gesprekken over een wapenstilstand gaan de gevechten in Soedan onverminderd door, zo meldt The Guardian. Met name in de hoofdstad Khartoem wordt nog steeds zwaar gevochten tussen het Soedanese leger en de paramilitaire Rapid Support Forces (RSF). Beide partijen voeren nog steeds luchtaanvallen uit boven de stad.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Naast Khartoem vinden er ook in de regio Darfur, waar de RSF van oudsher een voet aan de grond heeft, veel gevechten plaats. Tegelijkertijd proberen de partijen tot een overeenkomst over een bestand en het doorlaten van humanitaire hulp te komen, met Saoedi-Arabië en de Verenigde Staten als andere gesprekspartners. Door het aanhoudende geweld lijkt het moeilijk daadwerkelijk tot een akkoord te komen.

    Honderden mensen zouden zijn omgekomen sinds het geweld in het Afrikaanse land begon. 700.000 mensen zijn ontheemd geraakt en als gevolg van de vele gewonden kunnen de ziekenhuizen de hoge toestroom niet aan. Het Rode Kruis probeert hulpmiddelen te leveren, maar door de burgeroorlog komen de goederen vaak niet aan op bestemming.

    Lees ook: