Tag: Afrika

  • 2. Klimaatverandering en conflict: een complexe relatie

    2. Klimaatverandering en conflict: een complexe relatie

    Het idee dat klimaatverandering automatisch tot conflicten leidt klopt niet, zeggen wetenschappers. ‘Wateroorlogen’ zoals in de Mad Max-films hoeven we op korte termijn niet te verwachten. Toch zijn er wel verbanden.

    Of drastische wijzigingen in het weerpatroon de oorzaak zijn van oorlog en geweld staat al heel lang ter discussie. Ging er begin vijftiende eeuw bijvoorbeeld een lange droogteperiode vooraf aan de ondergang van het Khmer-rijk? En was de Kleine IJstijd, halverwege de zeventiende eeuw, de voornaamste oorzaak van de hevige oorlogen in Europa, het Ottomaanse rijk en China? 

    De wereld van nu is zo complex dat zulke simplistische vergelijkingen en veronderstellingen niet opgaan, laat staan dat de toekomst valt te voorspellen. Toch waarschuwen wetenschappers dat een veel warmere aarde en rampzalige weersveranderingen de balans naar de verkeerde kant zouden kunnen laten doorslaan. Het vijfde rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (ipcc) spreekt van ‘de niet onterechte zorg’ dat klimaatverandering in bepaalde gevallen de kans op gewapende conflicten zal vergroten, ‘zelfs al is de omvang van het effect onduidelijk’. 

    In de meeste onderzoeken wordt klimaatverandering niet beschouwd als een rechtstreekse oorzaak van conflicten, maar als een van de vele met elkaar verband houdende factoren die de dreiging verhevigen, zoals armoede, uitsluiting van etnische bevolkingsgroepen, verkeerd overheidsbeleid, politieke instabiliteit en maatschappelijke afbraak. ‘Het ontbreekt ons nog aan het laatste puzzelstukje dat bewijst dat klimaatverandering conflicten veroorzaakt, maar we weten dat er een verband bestaat tussen de variabelen,’ zegt Koko Warner van het Institute for Environment and Human Security van de Universiteit van de Verenigde Naties (unu). ‘We zien nog niet dat mensen de wapens tegen elkaar opnemen omdat ze een gebrek aan zoet water hebben of dat het stijgende zeewater hele volken in elkaars armen drijft.’

    Lake Nakuru National Park. – © Reuters
    Lake Nakuru National Park. – © Reuters

    Klimaatverandering zorgt onmiskenbaar voor nieuwe spanningen tussen landen. Essentiële natuurlijke grondstoffen, zoals water, nemen af in landsgrenzen overschrijdende delta’s. Ook doen zich nieuwe mogelijkheden tot exploratie en ontginning voor in gebieden die ooit met ijs bedekt waren, zoals de Noordpool. Maar volgens deskundigen hebben dat soort spanningen tot nu toe meer verdragen dan conflicten opgeleverd. En toch. Het netwerk van Amerikaanse inlichtingendiensten heeft wereldwijde trends voor 2030 voorspeld en waarschuwt dat ‘schermutselingen niet vallen uit te sluiten tussen landen die rivierdelta’s in zwaar getroffen regio’s met elkaar delen, vooral niet gezien de andere spanningen die zich tussen hen voordoen’. 
Dergelijke regio’s – Noord-Afrika, het Midden-Oosten, Midden- en Zuid-Azië en Noord-China – kennen tevens de grootste bevolkingsgroei, waardoor 
de schaarse bronnen nog meer onder druk komen te staan. 

    Wie geld heeft, vertrekt als eerste, terwijl anderen zweren op eigen bodem te zullen sterven

    De unu heeft het verband onderzocht tussen de opwarming van de aarde, ‘waterconflicten’ en veiligheid, met 
elf casussen in het Middellandse Zeegebied, het Midden-Oosten en de Sahel. Uit het onderzoek, Clico genaamd, bleek dat klimaatverandering ‘geen belangrijke bron van geweld en onveiligheid’ is, niet tússen landen en niet erbinnen. Wel wees het uit dat problemen zich kunnen voordoen of kunnen verergeren door de manier waarop een land met klimaatverandering omgaat.

    Julia Kloos, een Duitse onderzoekster van Clico, vindt dat we moeten oppassen met generaliserende uitspraken over klimaatverandering enerzijds en oorlog en geweld anderzijds en daar niet zonder meer een verband tussen moeten leggen. Elke situatie is anders: ‘We moeten het van geval tot geval bekijken.’ Volgens Kloos pakt de manier waarop landen op klimaatverandering reageren negatief uit voor kwetsbare bevolkingsgroepen. Zo claimen boeren in Niger die kampen met droogte, overstromingen en hitte soms met geweld grond en water, waardoor nomadische herders in hun voortbestaan worden bedreigd. Conflicten over water zijn 
er ook in Kenia en Ethiopië en treffen vooral marginale bevolkingsgroepen.

    Van droogte naar oorlog?

    In recent onderzoek wordt de droogte in Syrië van enkele jaren geleden – en de verkeerde manier waarop de regering daarmee omging – genoemd als katalysator van de opstand die tot de burgeroorlog heeft geleid.

    Of het conflict tussen Palestina en Israël zal verergeren doordat hun gedeelde watervoorziening slinkt, is in dit verband een cruciale vraag. Klimaatverandering bedreigt de watertoevoer in de Jordaandelta, die Israël deelt met het Palestijnse gebied op de Westelijke Jordaanoever en met delen van Libanon, Syrië en Jordanië. Hoe hevig het conflict ook is, het ontziltingsproject waar Israël aan werkt wordt beschouwd als een kans op vrede en samenwerking in de regio.

    Volgens het ipcc-rapport is het risico op klimaatgerelateerde conflicten het grootst in zwakke staten, in gebieden waar eigendomsrechten in het geding zijn en daar waar de ene bevolkingsgroep de andere overheerst. Vandaar dat de manier waarop Zuid-Soedan zich aan het broeikaseffect aanpast waarschijnlijk eerder tot problemen zal leiden dan de manier waarop een land als Italië dat doet, zoals Kloos opmerkt. 

    Ook proactieve maatregelen, bijvoorbeeld meer bossen aanleggen om de kooldioxide-uitstoot te verminderen, bomen kappen voor de productie van biobrandstoffen en waterkracht gebruiken als duurzame energievoorziening, kunnen tot conflicten leiden en bestaande conflicten verhevigen doordat mensen van hun land worden verdreven of niet meer in hun levensonderhoud kunnen voorzien.

    Koko Warner van het unu: ‘We weten dat klimaatverandering de kwetsbaarste groepen het hardst raakt en dat is reden tot zorg. Wanneer mensen systematisch buiten het besluitvormingsproces worden gehouden, kan dat tot botsingen leiden.’ Volgens haar zijn goede maatschappelijke banden van groot belang om te kunnen overleven. ‘Toen de droogte in India hele gemeenschappen bedreigde, trokken de mensen eerst naar elkaar toe. Maar toen de 
toestand extreem begon te worden, gingen ze voedsel hamsteren. Conflicten ontstaan als mensen niet samenwerken en alle strategieën om risico’s in te dammen in rap tempo overboord worden gezet.’

    Afrikaanse troepen in Darfur, een regio die geregeld wordt getroffen door droogte én conflicten. –   
© Michael Kamber / HH
    Afrikaanse troepen in Darfur, een regio die geregeld wordt getroffen door droogte én conflicten. – 
© Michael Kamber / HH

    Waarschijnlijk zullen conflictsituaties zich ook voordoen wanneer klimaatverandering mensen ertoe dwingt te emigreren en gastlanden geen georganiseerde opvang en integratie kennen, aldus het ipcc-rapport.

    Volgens het door de unhcr opgezette Nansen Initiative zagen tussen 2008 en 2014 184 miljoen mensen zich door overstromingen, aardbevingen, droogte en zeespiegelstijging genoodzaakt huis en haard te verlaten. ‘Sommige berekeningen wijzen uit dat door een zeespiegelstijging van één meter 150 miljoen mensen op de vlucht zullen slaan, tenzij er dammen en zeeweringen worden gebouwd of vergelijkbare maatregelen worden genomen om kwetsbare gebieden te beschermen,’ aldus de organisatie.

    Maar Walter Kaelin, werkzaam bij Nansen, verklaart tegenover irin: 
‘Ik zou voorzichtig zijn met het idee dat het broeikaseffect overal tot onrust leidt. In veel regio’s die te lijden hebben van de opwarming van de aarde is daar helemaal niets van te merken. Er is meer voor nodig.’

    De droogte in de Hoorn van Afrika gaat gepaard met een toename van het aantal handvuurwapens

    Toch wijst onderzoek volgens Kaelin uit dat de droogte in de Hoorn van Afrika gepaard gaat met een toename van het aantal handvuurwapens. Ook zullen conflicten volgens hem ‘de humanitaire crises verergeren die zijn ontstaan door natuurrampen en vluchtelingenstromen’. Als voorbeeld noemt hij de bewoners van het vluchtelingenkamp in Dadaab in Kenia. Die ontvluchtten Somalië niet vanwege het geweld – hoewel de oorlog in hun land ze onbereikbaar maakte voor hulporganisaties – maar vanwege droogte en hongersnood.


    Volgens het Nansen Initiative was er twee maanden voor de klimaattop in Parijs ‘nog steeds geen passage in het conceptverdrag over mobiliteit als resultaat van klimaatverandering’. 
En dat terwijl Doelstelling 13 voor Duurzame Ontwikkeling gaat over 
de urgentie van maatregelen tegen klimaatverandering en de gevolgen ervan. Het idee achter de doelstellingen is ‘dat niemand achterblijft’. Toch is er geen plan dat de meest kwetsbare mensen beschermt tegen de verwoestingen die de opwarming van de aarde de komende twintig jaar naar verwachting zal aanrichten. 

    De eilandstaten in het zuidelijk deel van de Grote Oceaan worden wel de ‘kanarie in de mijn’ genoemd als het gaat om zeespiegelstijging en andere klimaatproblemen, zoals vloedgolven, verzuring van zeewater en steeds heviger orkanen en cyclonen. Die 
dreigen een einde te maken aan het bestaan van zo’n half miljoen inwoners van deze laaggelegen eilanden.

    17 procent

    Recent onderzoek van de UNU in de regio laat zien dat sommigen zijn vertrokken – vooral naar de Fiji-eilanden – omdat hun levensstandaard achteruitging. Van de ondervraagden bracht slechts 17 procent de reden voor vertrek in verband met klimaatverandering. Het onderzoeksrapport wees echter op ‘mogelijke toekomstige botsingen tussen migranten en gastlanden’ en riep op tot meer onderzoek naar ‘conflicten en migratie in de gebieden in de Grote Oceaan’. Meg Taylor, secretaris-generaal van het Pacific Islands Forum, overlegde onlangs nog met de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Ban Ki-moon, over de risico’s van migratie als gevolg van klimaatverandering.

    Cosmin Corendea, die aan het UNU-onderzoek heeft meegewerkt, zegt dat mensen zich aanpassen aan klimaatverandering wanneer die zich sluipend voltrekt, omdat ze het idee hebben dat ze die aankunnen. ‘Wie geld heeft, vertrekt als eerste, terwijl anderen zweren op eigen bodem te zullen sterven. Je weet nooit hoe mensen reageren. Ze leren met allerlei bedreigingen te leven.’ Hij voegt eraan toe dat dat niets afdoet aan de urgentie van de effecten van klimaatverandering: er kunnen conflicten tussen landen ontstaan over de opname van vluchtelingen, en wanneer migranten niets aan een gastland bijdragen, kunnen de spanningen binnen zo’n land telkens terugkeren.

    In de concepttekst van het klimaatverdrag van Parijs wordt niets gezegd over oorlog en geweld die het gevolg zijn van klimaatverandering. Corendea zegt dat de opstellers geen woorden vuil maken aan wat niet bestaat of geen internationaal ingrijpen vereist. ‘Het is nog niet zover,’ zegt hij. ‘Wat niet wil zeggen dat we conflicten mogen uitsluiten als we niet op de juiste manier met klimaatverandering omgaan.’

    Auteur: Philippa Garson
    Vertaler: Nico Groen

    Philippa Garson werkte lange tijd als correspondent in Zuid-Afrika, o.a. voor Mail & Guardian. Tegenwoordig werkt ze in New York als journalist en schrijft vooral over georganiseerde misdaad, drugsbeleid en milieukwesties.

    IRIN News
    Nairobi | irinnews.org

    Nieuwsportaal dat zich richt op gebieden die vergeten, onbegrepen dan 
wel genegeerd worden.

  • Hoe deradicaliseer je Boko Haram?

    Hoe deradicaliseer je Boko Haram?

    Niet alleen in het Westen wordt geprobeerd om jihadisten te deradicaliseren. In een gevangenis in Nigeria is met geld van de EU een programma opgezet om strijders van Boko Haram weer op het rechte pad te brengen. Grote vraag is natuurlijk: werkt het?

    Gevangenisbewaarder Mala Tata heeft een roeping. Hij ziet het als zijn religieuze plicht om mensen te helpen de staat van verlossing te bereiken. Daarnaast gelooft hij ook dat niet veel mensen zo ernstig hebben gezondigd als de 43 strijders van Boko Haram die hij onder zijn hoede heeft in de Kuje-gevangenis, 
aan de rand van Abuja, de Nigeriaanse hoofdstad. Tata werkt al zesentwintig jaar in de gevangenis. Hij leidt een team van imams in een unieke deradicaliseringstherapie gericht op de rehabilitatie van de Boko Haram-gevangenen. 
Zijn team, bestaande uit gevangenismedewerkers, heeft een zeer intensief contact met de groep en houdt dagelijks spirituele sessies met ze waarin 
de basis van hun geweldsideologie ter discussie wordt gesteld.
    ‘Sommigen zijn analfabeet. Zij kunnen zelf niet uit de Koran citeren, toch beweren ze dat ze de jihad nastreven,’ aldus Tata, een vrolijke, verzorgd uitziende man. ‘Anderen hebben wel op school gezeten. Ze hebben de Koran en de Hadith gelezen, maar ze begrijpen de islam niet echt. Satan heeft ze dingen in het oor gefluisterd.’
    Kuje, een extra beveiligd detentiecentrum, is Nigeria’s proeftuin voor een programma dat bedoeld is om gewelddadig extremisme aan te pakken (‘countering violent extremism’, CVE) en in maart is gestart. In de kern komt de ‘behandeling’ van mannen 
die vastzitten vanwege aan terrorisme gerelateerde misdrijven erop neer 
dat hun gedrag via activiteiten zoals therapie, sport, scholing en vakonderwijs kan worden aangepast. Als ze vastzitten worden ze bovendien minder gauw gerekruteerd door Boko Haram, en uiteindelijk kunnen ze worden geïntegreerd in de maatschappij.

    Een meisje wandelt langs een vernielde moskee in de Nigeriaanse stad Mararaba, die door het leger is terugveroverd op Boko Haram in 2015. – © Akintunde Akinleye / Reuters
    Een meisje wandelt langs een vernielde moskee in de Nigeriaanse stad Mararaba, die door het leger is terugveroverd op Boko Haram in 2015. – © Akintunde Akinleye / Reuters

    Open universiteit

    Het opbouwen van een band tussen het ‘behandelingsteam’ en de Boko Haram-gevangenen, die officieel 
cliënten worden genoemd, wordt gezien als de basis van het succes van de CVE-strategie. Tata heeft zich uit patriottische motieven bij het team aangesloten en ook vanuit het geloof dat hij door het verrichten van Gods werk een spirituele beloning zal krijgen.
    Dat biedt enige troost. ‘Het zijn uiterst gevaarlijke mensen. Er kan van alles gebeuren. We weten dat ze contact hebben met hun mensen buiten de gevangenis,’ vertelt hij. Tata heeft die risico’s persoonlijk ervaren: hij is gewond geraakt toen Boko Haram een aanval uitvoerde op de gevangenis, maar hij wil er niet over praten. Hij is ervan overtuigd dat het tij op militair terrein is gekeerd en dat nu de rebellen op de vlucht zijn geslagen. ‘De “cliënten” in Kuje weten dat ze aan de verliezende hand zijn,’ zegt hij. ‘Zij kijken ook tv.’
    Op de dag dat ik de gevangenis bezoek, speelt ‘Arsenal’ tegen ‘Chelsea’ in Kujes versie van de Champions League: beide gevangenisteams worden driftig aangemoedigd, het gejuich schalt over de muur.
    Maar het doel van mijn bezoek is de ‘derad’-vleugel, een rustiger, meer afgeschermd gedeelte met moderne klaslokalen, die oorspronkelijk bedoeld waren voor een open universiteit. In tegenstelling tot de rest van de sobere gevangenis is hier zelfs airco.
    Ik ga met een van de cliënten in een kamertje zitten. De forse kerel aan de andere kant van de tafel draagt een spijkerbroek en een strak T-shirt. Hij heeft een afrokapsel, een onverzorgde baard en een grote ring aan een vinger. Hij noemt zichzelf een commandant, maar ziet er meer uit als een man die
je ook in een club kunt tegenkomen. Hij spreekt Hausa, de lingua franca 
van het noorden, in korte zinnetjes, en eindigt iedere gedachte met een ‘Zeg dat tegen hem’ tegen de imam die tolkt – erop gebrand dat zijn verhaal wordt gehoord.
    Hij ziet zichzelf als een veranderd man, wat hij toeschrijft aan Tata en zijn team. Wanneer we hem tijdens het interview vragen waar in de Koran het doden van burgers wordt gerechtvaardigd, zegt de commandant herhaaldelijk dat hij zich dat niet meer kan herinneren. Kennelijk wil hij niet ingaan op zijn vroegere ideeën. ‘Ik ben veranderd, ik wil het niet hebben over rechtvaardiging.’ De imam stelt voor dat we verder gaan.


    Vrijwillige deelname

    Ferdinand Ikwang staat aan het hoofd van het nationale derad-programma, dat valt onder het Office of the National Security Adviser (ONSA). Hij heeft de leiding over een netwerk van projecten die de economische en sociale omstandigheden aanpakken die aanzetten tot radicalisme, maar zorgt er ook voor dat de basis wordt gelegd voor de ontwapening, demobilisatie en reïntegratie van Boko Haram als dat leger is verslagen en er een vredesovereenkomst is gesloten.
    Hij neemt een ferm standpunt in ten opzichte van mannen die de wapens opnemen. Degenen die wreedheden hebben begaan, komen in een derad-programma in de gevangenis. Maar het lagere voetvolk dat het programma heeft doorlopen komt in aanmerking voor vrijlating en mogen ‘hun gewone leven voortzetten’, zij het onder toezicht.
    De maatstaf is niet of ze hun overtuiging hebben laten vallen, maar of het gevaar bestaat dat ze ‘een wapen zullen oppakken’, legt Ikwang uit.
    Kuje is niet de enige gevangenis met Boko Haram-gedetineerden. Agwata, in de buurt van Onitsha, een stad in het oosten van Nigeria, heeft er ongeveer honderd, die zich eerder dit jaar hebben overgegeven. Daar begint binnenkort ook een derad-programma, onder leiding van personeel dat is opgeleid in Kuje. En nu steeds meer rebellen de wapens neerleggen komen er nog meer ONSA-centra die Boko Haramleden opnemen.
    Deelname aan het derad-programma is vrijwillig. In Kuje hebben vier gevangenen ervoor gekozen om niet mee te doen aan het programma, maar dat deden ze meer om een praktische dan om een ideologische reden: ze vechten de beschuldiging van het OM aan dat 
ze lid van de groep zijn.

    Sommigen zijn analfabeet. Zij kunnen niet uit de Koran citeren, toch beweren ze dat ze de jihad nastreven

    De meesten van de overige 39 cliënten – allemaal in voorarrest – worden al vier jaar vastgehouden, hoewel niet altijd in Kuje – en als ze in handen zijn van de veiligheidsdienst, is dat niet altijd onder de meest humane omstandigheden.
    De voordelen van deelnemen aan het derad-programma zijn duidelijk: ten eerste krijgen de meesten een afgeschermde cel met een stapelbed, totaal anders dan de omstandigheden in de rest van de gevangenis, die in 1989 werd geopend als een detentiecentrum met plaats voor tachtig mensen. Nu zitten er 910 gevangenen in.
    Ze hebben een gerenoveerde vleugel voor henzelf, gefinancierd door de Europese Unie, waar de gestructureerde dagelijkse activiteiten plaatsvinden. Ze hebben dingen als toiletpapier en zeep en dat is een voorzieningenniveau dat ongekend is in de met geldtekorten kampende gevangenissen van Nigeria, waar het woord rehabilitatie zelden valt.
    ‘Een belangrijk uitgangspunt van het programma is dat niemand gedwongen wordt eraan deel te nemen, het is op vrijwillige basis,’ vertelt Kasali Yusuf, coördinator van het gezamenlijke team van ONSA en de penitentiaire inrichting in Kuje. ‘Aanvankelijk melden ze zich waarschijnlijk alleen aan vanwege de privileges, die vervolgens toch ook maken dat ze milder gestemd worden.’
    Maar omdat de gedetineerden van Boko Haram onder de overige gevangenen toch al buitengewoon weinig geliefd zijn, ‘leiden die privileges tot veel rancune, wat voor ons weer een uitdaging is. We hebben de andere gevangenen moeten uitleggen dat 
het speciale programma wordt gefinancierd door de EU,’ legt Yusuf uit.
    Yusufs baas, de manager van het behandelingsteam, is de psycholoog dr. Wahaab Akorede. Na bestudering van de casestudy’s van de 43 cliënten komt hij tot de conclusie dat wat hen onderscheidt van de doorsneecrimineel, hun intense woede is, hun verlangen om ‘alles kort en klein te slaan’. Dat suggereert dat ze zelf een trauma hebben opgelopen: ze zijn zo wanhopig, hebben zo weinig toekomstmogelijkheden, dat ze bereid zijn om te geloven dat 
het paradijs de beloning voor hun 
martelaarschap zal zijn.’

    In alle steden nemen ze mensen gevangen, vermoorden ze mensen. Wie blijven er dan nog over als je onderdanen?

    Geen diepe religiositeit

    Noch Akorede noch Yusuf – allebei moslim en ervaren gevangenismedewerker – zien veel tekenen die wijzen op een diepe religiositeit onder de mannen in het derad-programma. Akorede noemt andere potentiële 
factoren: polygame gezinnen waar vrouwen concurreren om de liefde 
van de man ten koste van de kinderen; de traditionele wijze waarop de islam wordt onderwezen in het noorden, die de jongemannen onvoldoende voorbereidt op de moderne arbeidsmarkt; de harteloosheid van achtereenvolgende regeringen waaronder zovelen hebben geleden en een vroege dood zijn gestorven, ‘tot zelfs God er wel even genoeg van kreeg om die Nigerianen steeds weer te zien langskomen’.
    ‘Vervreemding’ is volgens hem de meest voor de hand liggende verklaring voor de aantrekkingskracht van Boko Haram. De aanhangers zijn voornamelijk mannen met weinig opleiding en alleen af en toe wat los werk aan de randen van de stad, ‘die ook door 
moslims in hun eigen gemeenschap als uitschot worden beschouwd’. Ze zijn boos, ‘en religie is het platform om die woede te ventileren’.
    Akorede verdeelt de mannen in Kuje in twee groepen: de grote jongens en de volgers. ‘De grote jongens zijn de slimmeriken. Zij weten hoe ze mensen moeten manipuleren. Ze zeggen: “Jouw religie is bijzonder en die wordt bedreigd.”’ In wezen creëren ze een sekte voor wie iedereen de vijand is, inclusief de traditionele religieuze leiders.
    En wanneer een beroep op de religie en het martelaarschap niet voldoende is, biedt Boko Haram aan om je familie 
te helpen. ‘Bijvoorbeeld: een man is niet gelukkig. Hij heeft niet de kans gekregen om een opleiding te volgen. Hij heeft geen toekomst. Als je hem 10.000 naira [$ 50] geeft, draagt hij die bom,’ zegt Akorede.

    Explosievenexperts inspecteren een voertuig na een bomaanslag van Boko Haram op een busstation in de Nigeriaanse stad Nyanya in 2014. Er vielen 88 doden en 200 gewonden. 
© Afolabi Sotunde / Reuters
    Explosievenexperts inspecteren een voertuig na een bomaanslag van Boko Haram op een busstation in de Nigeriaanse stad Nyanya in 2014. Er vielen 88 doden en 200 gewonden. 
© Afolabi Sotunde / Reuters

    Slechte indicatoren

    De commandant lacht wanneer hem wordt gevraagd naar de datum waarop hij zich aansloot bij Boko Haram. 
De sekte werd gesticht in 2002 door een jonge geestelijke, Mohammed Yusuf, in de noordoostelijke stad 
Maiduguri. Die stad ligt midden in 
een regio die eeuwenlang een centrum was van islamitisch onderwijs.
    Maar het radicalisme van de commandant dateert al van voor de beweging. ‘Ik was al Boko Haram voordat Boko Haram bestond,’ pocht hij, en hij gebruikt de officiële naam van de groep, Jama’atu Ahlis Sunna Lidda’awati wal-Jihad (‘een beweging gewijd aan de verbreiding van de leer van de Profeet en de Jihad’).
    De commandant komt uit ‘een familie waar onderwijs belangrijk werd gevonden’. Maar hij was opstandig, maakte zijn school niet af, en ging werken in een graanmolen in zijn geboorteplaats Biu. Toen zijn vader daarachter kwam, gooide hij hem het huis uit. Vanaf dat moment werd de commandant steeds meer aangetrokken tot de islam en belandde ten slotte in een koranschool in de naburige staat Adamawa, geleid door een Pakistaanse sjeik.

    De maatstaf is niet of ze hun overtuiging hebben laten vallen, maar of het gevaar bestaat dat ze een wapen zullen oppakken

    In Nigeria was destijds veel beroering over de sharia. In 2000 was de sharia 
in twaalf overheersend islamitische staten in het noorden ingevoerd na de roep van de gewone islamiet om een tegengif tegen de corruptie waar de gewone Nigeriaan dagelijks mee werd geconfronteerd. Maar in plaats daarvan werden werkelijke hervormingen tegengehouden door een ‘politieke sharia’, die de belangen van de elite beschermde, waardoor de noordelijke religieuze en politieke leiders nu door sommige radicalen als doelwit werden gezien.
    ‘Het was niet moeilijk om jongeren 
aan te trekken. Ze waren nieuwsgierig naar verhalen over de jihad,’ zegt de commandant. Deels kwam dat door de traditionele Almajirai-scholen, waar miljoenen jongens in het noorden nog steeds naartoe worden gestuurd. 
Ze komen bij een koranleraar (die 
niet noodzakelijkerwijs over een goed begrip van de tekst beschikt) om teksten uit hun hoofd te leren, en voorzien met bedelen in hun eigen onderhoud en dat van hun leraar. Dat heeft het noorden qua opleiding op een achterstand gezet, waardoor op straat het verzet sluimert.
    Het noordoosten van Nigeria heeft de slechtst denkbare sociale indicatoren. Tot de jaren tachtig bestond in het noorden een traditie van progressieve bewegingen. Die streden voor de rechten van de ‘talakawa’ (de gewone burgers) tegen het feodale conservatieve establishment, dat als de oorzaak van hun armoede werd gezien, maar tegenwoordig is het volksverzet tegen onrecht meer religieus georiënteerd.
    De confrontatie tussen Boko Haram en de overheid explodeerde in juli 2009. Yusuf had ruzie gekregen met de autoriteiten van de staat Borno en na de moord op een groep van zijn volgelingen beloofde hij wraak te zullen nemen. Zijn mannen vielen politiebureaus 
en overheidsgebouwen aan in vier noordelijke staten. Tijdens die gevechten vielen zevenhonderd doden, onder wie ook Yusuf, vermoord terwijl hij in Maiduguri in voorarrest zat.
    De commandant, die naar de noordelijke stad Kano vluchtte en daar tot zijn gevangenneming ondergedoken zat, brengt een onderscheid aan tussen de begindagen van Boko Haram en het extreme geweld van de groep onder Yusufs opvolger, Abubakar Shekau, 
een krijgsheer die als meer gewelddadig dan geschoold wordt beschouwd, en die gemene zaak maakt het de mondiale jihadistenbeweging.
    ‘Ik weet niet hoe het is gebeurd. In alle steden nemen ze mensen gevangen, vermoorden ze mensen. Wie blijven er dan nog over als je onderdanen? Dat begrijp ik niet,’ zegt de commandant. Meer dan 25.000 mensen zijn omgekomen bij aan Boko Haram gerelateerd geweld, zowel in Nigeria als over de grens – voor het overgrote deel medemoslims.
    Tata heeft nog een cliënt voor me om mee te praten, een tengere man met een bril, een keurig verzorgde baard 
en een schone witte dashiki, een tuniek. Hij spreekt vol respect over wat hij beschouwt als Yusufs integriteit en waarachtigheid. Zijn verklaring voor 
de opkomst van Boko Haram is dat de Nigeriaans maatschappij bevrijd moest worden van corruptie, onrecht en homoseksualiteit.
    Hij had deel uitgemaakt van Yusufs kabinet, of ‘shura’, en zegt dat hij 
voordat hij werd opgepakt in 2011, 
de leider van Boko Haram was in drie staten: Bauchi, Gombe en Plateau. Hij beschuldigt de autoriteiten van ongerechtvaardigde agressie en geeft als voorbeelden het platgooien van de grote Markaz-moskee van de groep 
na de opstand in Maiduguri en de 
buitengerechtelijke moord op Yusuf, waarvoor geen politieman is veroordeeld. Als iemand het levende bewijs is van Akoredes stelling over de gevaren van gefrustreerde, boze individuen, dan is het wel deze gedreven man.
    Hij had ‘38 of 40’ broertjes en zusjes en hoewel hij de basisschool had afgemaakt, ging hij op zijn twaalfde van de middelbare school af. Hij werd monteur van elektrische auto’s in Maiduguri, maar de armoede in het noorden en de onverschilligheid van de rijken wekten woede in hem op. ‘Ik geloofde dat als je bereid was om geweld te gebruiken, je je doel kon bereiken.’
    Hij praat niet over waar hij heeft gevochten of wat hij heeft gedaan, 
hij zegt alleen: ‘Voor ik dit programma had gevolgd zou ik geen tijd voor je hebben gehad. Er zouden geen grapjes worden gemaakt. Ik was hard. Nu besef ik dat het belangrijk is om te luisteren en meningen uit te wisselen.’
    Weinig mensen in Maiduguri geven toe dat familieleden van hen zich bij Boko Haram hebben aangesloten, maar Mohammed Garima wil zijn verhaal wel vertellen. Zijn 25-jarige neef sloot zich aan bij de groep en hij probeert nog steeds te begrijpen waarom.
    ‘Armoede zou een reden kunnen zijn,’ zegt hij. De jonge man was bandenreparateur, oftewel een vulkaniseerder, en verdiende waarschijnlijk zo’n vijf dollar per dag. ‘Maar er was nog iets. Hij zonderde zich altijd af van mensen, meende dat hij religieuzer was dan alle andere mensen.’
    Garima had zelf Yusuf horen preken en was er niet van onder de indruk. ‘Hij veroordeelde alles: de wegen, de sociale voorzieningen, het onderwijs, de ziekenhuizen, dingen waar we gebruik van maken – dingen waar hij gebruik van maakte – en weinig van wat hij zei had iets spiritueels.’ In 2009 verdween zijn neef en de familie wist toen meteen dat hij zich had aangesloten bij Boko Haram. Af en toe zocht hij contact, en toen zijn oma overleed, eiste zijn vader dat hij langskwam. Toen hij in de stad was, werd hij herkend en gearresteerd. Garima heeft later gehoord dat hij 
in detentie is gestorven op de luchtmachtbasis Kainji bij Maiduguri.

    Harde kern
    Alle mensen met wie ik in Maiduguri sprak, deelden een overtuiging die 
de moeilijke positie van het derad-
programma weergeeft: voor de harde kern van Boko Haram is re-integratie onmogelijk. ‘Ze verschijnen in de gedaante van een mens, maar eigenlijk zijn het duivels,’ zegt een man die anoniem wil blijven. ‘Zo iemand heeft je moeder of je vader vermoord, je huis in brand gestoken; hoe kan je met zo iemand samenleven? Dat is onmogelijk,’ voegt Garima eraan toe. Hij is iets verzoenender ten opzichte van hen die gedwongen werden zich aan te sluiten. In sommige gevallen kan er amnestie worden verleend, ‘maar ze zullen naar een andere staat moeten worden gebracht, anders gaan mensen wraak nemen,’ zeg hij.
    Volgens Ikwang, de leider van het derad-programma, maar ook een 
deskundige op het gebied van ontwapening, demobilisatie en re-integratie, mogen ze in de maatschappij terugkeren via zogenaamde ‘halfway houses’ en komen dan onder toezicht te staan. Ze worden op basis van hun beroep ingedeeld in coöperaties, waar therapie verplicht is.
    De acceptatie door de gemeenschap is essentieel. ‘Als je vierhonderd ex-krijgers laat terugkeren in de gemeenschap, moet je de gemeenschap erbij betrekken. Als er vierhonderd van die ex-rebellen bij komen, moet je ook voor vierhonderd lokale jongeren een plek bieden in een werkgelegenheidsprogramma van de overheid, anders gaat de ontvangende gemeenschap luidkeels protesteren en dreigen hen 
te zullen vermoorden,’ aldus Ikwang.
    Maar gezien de slechte reputatie van de Nigeriaanse overheid als het aankomt op het uitrollen van wat langer durende programma’s, het oormerken van de fondsen en de efficiënte besteding ervan, rijst de vraag hoe voorkomen kan worden dat het derad-programma ten onder gaat in schandalen en verspilling. Akoredes antwoord is een koppig ‘We hebben geen andere keuze dan stug door te zetten’.

    Acceptatie door de gemeenschap is essentieel

    Resultaten

    Er is een nog fundamentelere vraag: werkt zo’n deradicaliseringsprogramma nu echt? Natuurlijk is het in de Kuje-vleugel volkomen veilig, dat is zowel in het belang van het personeel als van de gedetineerden. De leden van het behandelingsteam dragen burgerkleding en bewegen zich vrijelijk onder de cliënten en praten gewoon met ze, een noviteit voor sommigen die gewend zijn aan gevangenissen waar een gedetineerde op zijn hurken moet gaan zitten voor hij een bewaarder mag aanspreken.
    ‘De uitdaging is om het hart en de ziel van de extremisten te bereiken,’ vertelt Ekpedeme Udom, het hoofd van alle derad-programma’s. ‘Dit is nieuw in Afrika en we hebben buitengewoon goede resultaten.’ Maar als ervaren gevangenismanager is ze heel goed 
op de hoogte van de discussies die er dagelijks in Kuje worden gevoerd 
tussen cliënten en de staf, waarbij beide partijen opkomen voor hun eigen belangen.
    Udom behoort tot een nieuwe generatie hervormingsgezinde gevangenismanagers. Ze kreeg carte blanche om namens ONSA het programma in Kuje te ontwikkelen, voortbordurend op de CVE-programma’s die in Azië en het Midden-Oosten worden toegepast.
    Deradicalisering vereist een reusachtige investering, van het opleiden van personeel tot het opschalen van voorzieningen en het financieren van programma’s die de ex-rebellen na hun vrijlating moeten volgen. De literatuur geeft geen duidelijke recidivismecijfers en biedt dus geen juist beeld van de resultaten. Een deel van het probleem is ‘dat het gewoon nog te vroeg is om er iets over te zeggen,’ legt Udom uit. ‘CVE wordt nog maar zo’n tien jaar in de wereld toegepast.’
    Ikwang maakt zich wel zorgen over een meer structureel probleem, dat voorkomt uit Nigeria’s slechte bestuurlijke staat van dienst, waardoor Boko Haram – 
en andere sluimerende conflicten verspreid over het hele land – konden 
ontstaan. ‘Extremisme is een ideologie die bij de kern moet worden aangepakt, te beginnen op de kleuterschool, met een overheid die zich veel ontvankelijker en verantwoordelijker opstelt ten opzichte van haar burgers,’ waarschuwt hij. En peinzend verzucht hij: ‘Hoe hebben wij deze generatie kinderen 
zo in de steek kunnen laten?’

    Obi Anyadike

  • Waarom is Afrika…

    Waarom is Afrika…

    China drijft intensieve handel met Afrika, een miljoen Chinezen vestigden zich al op het continent. De rest van de Chinezen lijkt weinig te begrijpen van de aantrekkingskracht van deze handelspartner. Toon mij uw zoekvragen en ik zeg u wie u bent…

    China’s ambities in Afrika zijn bekend. De handel met het continent dat zo rijk is aan grondstoffen, heeft onlangs de 200 miljard overschreden en Chinese agentschappen en bedrijven hebben groots geïnvesteerd in de aanleg van de zo noodzakelijke wegen, spoorwegen en in de bouw van openbare gebouwen. Intussen hebben meer dan 1 miljoen Chinezen huis en haard verlaten om hun geluk te beproeven in een Afrikaans land.

    ©  Alvise Forcellini/Creative Commons
    © Alvise Forcellini/Creative Commons

    Banale vragen

    Die banden brengen China en Afrika misschien dichter bij elkaar, maar dat betekent niet dat de gewone Chinese burger het continent erg goed begrijpt. Bijvoorbeeld: ‘Waarom wonen er in Zuid-Afrika zoveel blanken?’ is bij Baidu, China’s grootste zoekmachine, de belangrijkste automatisch aangevulde vraag over dat land. Baidu’s auto-aanvuller werkt net zo als die van Google: wanneer iemand een zoekopdracht begint te typen, wordt een lijst getoond van mogelijke manieren om die opdracht af te maken, deels door de archieven van de machine af te zoeken naar eerdere populaire zoekopdrachten. Die automatisch gegenereerde suggesties bieden vaak het extra voordeel dat die uit online discussies zijn gefilterd en zo de diepzinnige en (vaak vermakelijke) banale vragen blootleggen die mensen ertoe brengen om op zoek te gaan antwoorden.

    De meest voorkomende zoekopdrachten met betrekking tot Afrikaanse landen geven aan dat de gevoelens van de Chinese internetgebruiker over Afrika niet verschillen van die van de westerling: vaak associëren ze het werelddeel met geweld, armoede, ziektes en buitenissige eetgewoontes. Dat blijkt uit resultaten per land afzonderlijk, maar het blijkt ook uit zoekopdrachten over Afrika als geheel.

    Baidu’s eerste suggestie voor Egypte is waarom dat land ouder is dan China

    Baidu:

    Waarom is Afrika

    … zo arm?
    … zo achtergebleven?
    … achtergebleven?
    … niet in staat om zich te ontwikkelen?

    Google:

    waarom is afrika

    waarom is afrika zo arm
    waarom is afrika
    waarom is afrika arm
    waarom is afrika een zootje
    waarom is afrika de naam van dat continent
    waarom is afrika zo achterlijk
    waarom is afrika zo corrupt
    waarom is afrika nog steeds arm
    waarom is afrika zo onderontwikkeld
    waarom is afrika zo’n chaos

    Bepaalde resultaten zijn specifiek Chinees. Baidu’s eerste suggestie 
voor Egypte is waarom dat land 
ouder is dan China, wat aangeeft dat de trots waarmee de Chinezen de lange geschiedenis van hun beschaving vergelijken met die van Europa en vooral met die van de Verenigde Staten enigszins verbleekt bij de piramides van Giza.
    Onderwerpen die voortkwamen uit Afrika’s gecompliceerde geschiedenis staan ook boven aan de resultaten voor andere landen. Internetgebruikers vragen waarom Côte d’Ivoire en Ghana ook Ivoorkust en Goudkust worden genoemd. Zoekopdrachten over Algerije en Libië die werden aangevallen door Franse en Amerikaanse strijdkrachten, verwijzen naar vroegere en latere interventies door het Westen. Verder is er de erfenis van het imperialisme, de apartheid en de verzoening die het overwicht van blanken in de Afrikaanse ‘regenboognatie’ verklaart.

    Van luchtiger aard zijn zoekopdrachten over voetbal

    Niub

    Misschien wel het raadselachtigste resultaat is de vraag waarom de inwoners van Gambia zo nb zijn – een afkorting van niub, een Chinese term die ongeveer vertaald kan worden met een sarcastisch bedoeld ‘gaaf’ (maar die eigenlijk iets veel platters en vulgairders betekent). Deze zoekopdracht leidt naar verscheidene bulletinboards waarop een lijst staat van vermeende dreigementen van het kleine West-Afrikaanse landje om de Sovjet-Unie binnen te vallen en te bezetten, of Noord-Amerika, of het grootste deel van Europa, of Taiwan te helpen bij de herovering van het Chinese vasteland. Die bedreigingen konden we niet alle-maal verifiëren, maar de eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat ze niet helemaal uit de lucht gegrepen lijken te zijn gezien de dingen die de kleurrijke leider van het land in het verleden heeft gezegd.
    Zoekopdrachten naar geweld krijgen soms een Chinees tintje door het woord luan – meestal vertaald met ‘chaos’, een beladen woord dat vaak wordt gebruikt om politieke en sociale instabiliteit te suggereren. Verwijzingen naar luan komen voor bij resultaten voor Zuid-Afrika, maar vooral bij die voor Somalië. Internetgebruikers willen ook weten waarom Somalië – door The Economist ‘de meest mislukte staat ter wereld’ genoemd – geen regering heeft, waarom het Amerika haat en waarom het piraten heeft.

    Van luchtiger aard zijn zoekopdrachten over voetbal. ‘De Ontembare Leeuwen’ staat boven aan de lijst van suggesties van vragen naar het nationale voetbalelftal van Kameroen. Baidu meldt ook dat het team van Nigeria ‘de Superadelaars’ wordt genoemd, hoewel die zoekopdracht in het niet zinkt bij veelvuldige vragen naar de korte verbanning van dat land uit de internationale competitie vorig jaar. Recente krantenkoppen vormden de aanleiding voor een eerste suggestie voor de Centraal Afrikaanse Republiek, waar sektarisch geweld heeft geleid tot kannibalisme.

    Onze methode bestond uit het typen van de vraag ‘Waarom is [land X]…’, hoewel beperkte resultaten bij sommige landen ons in enkele gevallen tot een bredere aanpak heeft genoopt en we alleen de landsnaam intypten om te kijken welke auto-aanvullingen Baidu zou geven. Deze aanpak leverde onverwachte resultaten op voor onder meer Burundi (een vissoort uitsluitend voorkomend in een meer aldaar) en Soedan (de zaden van een plaatselijke variëteit van sorghum).

    Warner Brown

    (Foto boven: Lunch voor de zebra’s. © Farrukh/Creative Commons)

  • Zijn Afrikaanse leiders te oud?

    Zijn Afrikaanse leiders te oud?

    Afrikaanse leiders worden vaak bekritiseerd om hun hoge leeftijd. Maar is het echte probleem niet dat ze te lang blijven regeren?

    Toen de 73-jarige Ronald Reagan zich in 1984 kandideerde voor een tweede presidentstermijn, verklaarde hij: ‘Leeftijd speelt voor mij geen rol: ik zal de jeugdigheid en onervarenheid van mijn opponenten niet uitbuiten voor politiek gewin.’ Met deze handige omdraaiing maakte de Republikeinse politicus van zijn hoge leeftijd – in principe zijn zwakke plek – juist zijn kracht. De voormalig acteur werd herkozen. Dertig jaar later vormt de leeftijd van Hillary Clinton – 69 jaar oud tegen de tijd dat ze zal moeten aantreden – opnieuw onderwerp van discussie.

    Kan iemand vanaf een bepaalde leeftijd nog wel regeren? Bij opiniepeilingen over dit thema hangt het antwoord veelal af van de politieke voorkeur van de ondervraagde: Democraten die eerst Reagan te oud vonden, geven nu ontwijkend antwoord op de vraag of het aantal lentes van Clinton een probleem vormt of niet. De kiezer denkt er schijnbaar pragmatisch over.

    Ook Afrika ontsnapt niet aan deze polemiek. De lawine aan commentaren die de benoeming van de negentiger Robert Mugabe als hoofd van de Afrikaanse Unie losmaakte, was te voorzien. ‘Mugabe is te oud om zich nog te kunnen concentreren,’ reageerde de Zuid-Afrikaanse politicoloog William Gumede. Sowieso hoor je vaak dat er op het continent wel erg veel oude despoten al decennialang aan de macht zijn.

    De leeftijd van de leiders ligt nauwelijks boven het wereldwijde gemiddelde

    Toch zien we dit niet terug in de cijfers. Weliswaar komen drie van de vijf oudste presidenten ter wereld van het Afrikaanse continent, maar de gemiddelde leeftijd van de leiders is er nauwelijks hoger dan het wereldwijde gemiddelde: 63 versus 61 jaar. Is de vraag niet veel wezenlijker hoelang iemand al aan de macht is? Op dit punt scoort Afrika inderdaad het allerhoogst.

    Alleen al het drietal Teodoro Obiang Nguema Mbasogo (Equatoriaal-Guinea), José Eduardo dos Santos (Angola) en Paul Biya (Kameroen) regeert samen al meer dan een eeuw. Of neem Omar Bongo Ondimba (Gabon): hij was 41 jaar lang ononderbroken aan de macht, heel wat langer dan de 31 jaar van Fidel Castro of de 21 jaar van de Noord-Koreaan Kim Il-sung… Macht is slopend en veel leiders beseffen dat te laat: ‘Ik merk dat ik, na dertig jaar in de slangenkuil van de politiek, doodop ben,’ gaf de president van Burkina Faso, Blaise Compaoré, kort na zijn val toe. Werden Ben Ali en Mubarak dan soms verdreven omwille van hun leeftijd? Absoluut niet. Maar de wijsheid schijnt met de jaren te komen. Dan zouden deze aan het pluche verslaafde heersers toch moeten inzien dat ze beter kunnen plaatsmaken, als ze de teugels niet uit handen willen laten glippen.

    Te oud? Niet per se. Te lang aan de macht? Zodra die vraag zich voordoet, is het antwoord bijna altijd een volmondig ‘inderdaad’.


    Wat zegt de grondwet? In de meeste Afrikaanse landen vermeldt de grondwet een minimumleeftijd om je verkiesbaar te mogen stellen als president (35 tot 40 jaar). Maar er zijn er maar weinig waar ook een maximumleeftijd geldt. Congo (70 jaar), Ivoorkust (75 jaar) en Tsjaad (70 jaar) zijn zulke uitzonderingen. Veel gebruikelijker is het dat een grondwet stipuleert dat een kandidaat gezond moet zijn. In Niger bijvoorbeeld bestaat geen maximumleeftijd, maar wel de grondwettelijke bepaling dat ‘niemand het presidentschap mag bekleden die niet in goede geestelijke en lichamelijke gezondheid verkeert’. De tekst gaat zelfs nog verder en eist ‘een goede moraal, vast te stellen door een hiertoe geëigende overheidsdienst’. In de Algerijnse grondwet is zo’n clausule niet opgenomen, tot grote spijt van de Algerijnen: de kranten staan vol van de gezondheidsproblemen van president Abdelaziz Bouteflika.

    Michael Pauron

    Muurschildering van Abdelaziz Bouteflika. - © Thierry Ehrmann / Flickr
    Muurschildering van Abdelaziz Bouteflika. – © Thierry Ehrmann / Flickr
  • Sloppenwijken vinden hun eigen toekomst uit

    Sloppenwijken vinden hun eigen toekomst uit

    Nieuwe vormen van muziek die zich wijd verspreiden, maar ook het ontwikkelen van een systeem om afvalwater te zuiveren: naast alle misère barsten de Afrikaanse sloppenwijken ook van creativiteit en zelfredzaamheid.

    In een van de uitzendingen van 
A Richer World van de BBC sprak de gerenommeerde Zweedse statisticus Hans Rosling over hoe West-Afrika de uitbraak van ebola heeft weten te bedwingen. Zijn fascinerende presentatie toonde onder meer aan hoe de loop der dingen in een Afrikaanse sloppenwijk een drastische wending kan nemen. Soms pakt het slecht uit, zoals in het geval van ebola. Andere keren gaat het juist goed, bijvoorbeeld als het cultuur betreft. Neem semba, het soort aanstekelijke muziek dat zelfs de schuchterste toeschouwers de dansvloer opdrijft. Het 
is een mengeling van opzwepende Afrikaanse ritmen, samba en Caraïbische zouk die zijn naam dankt aan 
het enkelvoud ‘masemba’, wat ‘buikcontact’ betekent.

    Vernieuwingsdrift

    Semba ontstond in het begin van de jaren zestig in de sloppenwijken of musseques van Luanda, de hoofdstad van Angola. Dankzij hervormingen in het koloniale beleid zagen de inwoners hun dagelijkse leven verbeteren en overal in de stad ontstonden nieuwe culturele centra. Semba, een lokale vorm van populaire stadsmuziek, was een boegbeeld van deze positieve ontwikkelingen. Sterker nog: als je het over hedendaagse Angolese muziek wilt hebben, kun je niet om semba heen. Ook buiten Angola is semba immens populair, vooral in de Portugeestalige landen en in West-Afrika.

    Dat bewijst maar weer dat je niet altijd op een eerste indruk kunt afgaan: zo op het eerste gezicht springen namelijk vooral de erbarmelijke omstandigheden van de Afrikaanse sloppenwijken in het oog. Kijk je echter verder, dan tref je er een vitaliteit, bezieling en vernieuwingsdrift aan die je nergens anders in de stad vindt. Bovendien hoor je er alle belangrijke muziekgenres, waaronder semba, die ontsproten in de uitdijende nederzettingen van werkzoekenden aan de rand van Afrikaanse steden. En tegen de verdrukking in ontstaan hier nog altijd nieuwe genres. In Zuid-Afrika begon de ondergrondse muziekcultuur met marabi, een muziekstijl uit de townships met Amerikaanse ragtime- en bluesinvloeden, meestal uitgevoerd op een keyboard.

    Alle grote dansorkesten hebben marabi omarmd en die swingstijl bracht weer mbaqanga voort, de meest karakteristieke vorm van Zuid-Afrikaanse jazz. In sommige sloppenwijken bestaat de artistieke expressie uit geschilderde teksten en kleurrijke muurschilderingen die de wijk een compleet andere aanblik kunnen geven. Zo maken jongeren in de sloppenwijk Korogocho van Nairobi muurschilderingen vol hoop waarmee ze de gemeenschap willen inspireren. Graffiti voor vrede is ook een groot succes in Kiberia, Nairobi’s grootste krottenwijk, en dat culmineerde in Kiberia Walls for Peace, een kunstproject voor jongeren.

    Dit project moest in de aanloop naar de presidentiele verkiezingen van 2013 eenheid en samenwerking tussen de verschillende etnische en politieke groepen bevorderen. Het resulteerde in een trein met tien wagons die beschilderd met positieve boodschappen en vredestekens door de sloppenwijken rijdt – wellicht de eerste trein in Afrika met graffiti die van hogerhand is goedgekeurd. Kunst uit de krottenwijken wordt steeds meer gewaardeerd en geïnstitutionaliseerd.

    Zo put het sloppenfestival van Kampala, in Oeganda, uit het lokale creatieve talent. Het festival richt zich op de meest kansarme groepen in meer dan tien stadswijken. De bewoners worden één dag per jaar getrakteerd op een openluchtfestival met exposities, muziek, poëzie, films en workshops. Ook het jaarlijkse Slum Film Festival 
in Kenia, begonnen in 2011, is een ode aan de creativiteit. Een week lang zijn er openluchtvoorstellingen met films van en over sloppenwijkbewoners. Het festival dient twee doelen: het biedt een platform aan lokaal creatief talent, en daarnaast krijgen deze gemeenschappen die slechts beperkt toegang tot bioscopen hebben de mogelijkheid om een verscheidenheid aan films te zien.

    Kunst uit de krottenwijken wordt steeds meer gewaardeerd en geïnstitutionaliseerd

     Een catwalk georganiseerd door de Miss Koch beauty and talent contest in de sloppenwijken van Nairobi. – © Thomas Mukoya / Reuters. (r) Het Orkest Ghetto Classics, eveneens in Nairobi. De optredens laten jongeren kennismaken met klassieke muziek. –
    Een catwalk georganiseerd door de Miss Koch beauty and talent contest in de sloppenwijken van Nairobi. – © Thomas Mukoya / Reuters. (r) Het Orkest Ghetto Classics, eveneens in Nairobi. De optredens laten jongeren kennismaken met klassieke muziek. –

    Proeftuin

    Dit soort initiatieven laat zien dat in Afrikaanse sloppenwijken voortdurend vernieuwing plaatsvindt, en dat geeft de inwoners de gelegenheid mee te werken aan de verandering van hun omgeving van binnenuit, waarbij de sloppen een proeftuin worden voor een aantal van de meest ongelofelijke programma’s van stadsvernieuwing. In Dakar, Senegal, hebben inwoners van de sloppenwijk Yoff de handen ineengeslagen met een ngo die werkzaam is op het gebied van milieu en ontwikkeling om een duurzaam afvalwatersysteem te ontwerpen en te bouwen. Yoff, een stedelijk gebied dat aan de Atlantische Oceaan grenst, heeft in de afgelopen jaren te maken gekregen met een enorme migratie waar de infrastructuur niet tegen bestand bleek.

    Omdat watertrucks de nauwe straatjes niet in konden om het afvalwater op te halen, loosden de inwoners van Yoff het direct op het strand. In het systeem dat door de inwoners is ontworpen, wordt het afvalwater eerst in kleine bezinkbassins opgevangen waarna het naar grotere verzamelbassins wordt afgevoerd, waar het met behulp van waterplanten wordt gezuiverd. Het gezuiverde water – een waardevol goed in een gebied waar water schaars is – wordt vervolgens gebruikt voor irrigatie, stadslandbouw en toiletsystemen. De gemeenschap heeft een commissie in het leven geroepen om het systeem te beheren en er zijn pictogrammen ontworpen om anderen duidelijk maken hoe het gebruik ervan in zijn werk gaat.

    man

    Een andere veelbelovende innovatieve stap werd gezet in Khayelitsha, de 
op één na grootste township in Zuid-Afrika. Hoewel hier nauwelijks sprake is van enige stadsplanning, openbare voorzieningen of een herkenbaar stadscentrum, heeft The CiTi (Cape Innovation and Technology Initiative) hier kortgeleden een broedplaats voor start-ups geopend, geënt op het model van de populaire incubator Bandwidth Barn in Kaapstad. Bandwidth Barn biedt met name ondersteuning op het gebied van technologische innovaties om zo lokale problemen op te lossen en banen te scheppen. The Barn Khayelitsha wil verschillende programma’s opzetten voor het ontwikkelen van ict-vaardigheden gericht op algemene bedrijfsontwikkeling, in het bijzonder voor vrouwelijke ondernemers, jongeren, kleine boeren en ondernemers in de toeristensector.

    Ten slotte vervullen sloppenwijken in sommige landen een cruciale rol. Van oudsher bestaan sloppenwijken naast de officiële stad en helpen ze ondanks de overduidelijke beperkingen mee aan haar groei.


    Neem bijvoorbeeld Makoko, de Nigeriaanse krottenwijk op palen in de lagune van Lagos, al meer dan honderd jaar bewoond door een trotse, traditionele vissersgemeenschap. Hoewel de regering hen dreigt met herhuisvesting elders, wil het merendeel van de vissers, markthandelaren en visrokers het liefst op het water blijven wonen. Elk huishouden bezit een kano. De grote kano’s worden gebruikt op open zee en de kleinere in de lagune. De gemeenschap voorziet de inwoners van Lagos van vis. Op de Asejere-markt, de bekendste in Makoko, wordt de vangst – barracuda’s, garnalen en krabben – tegen lage prijzen verkocht.

    Culturele smeltkroes

    Aan de andere kant van het continent, in Kigali, ligt Nyamirambo, een sloppenwijk ‘in overgang’: de wijk wordt inmiddels meer als voorstad dan als sloppenwijk beschouwd, hoewel de infrastructuur en de veiligheid in delen van Nyamirambo nog veel te wensen overlaten. Vijftig jaar geleden was het nog een doodgewoon Rwandees dorp maar in korte tijd vestigden zich er veel migranten en kwam het bekend te staan als een bruisend maar gevaarlijk deel van de stad, lokaal bekend onder de naam ‘Gangster Paradise’. Het is een culturele smeltkroes met inwoners afkomstig van het hele continent en het heeft een grote moslimgemeenschap. Het nachtleven is er bruisend, met winkeltjes die zeven dagen per week geopend zijn, vierentwintig uur per dag. Nyamirambo wordt beschouwd als de bakermat van het Kinyarwanda-slang (naast het Engels en het Frans de derde officiële taal van Rwanda), de taal waarin het merendeel van de lokaal geproduceerde muziek wordt opgenomen. De wijk vormt een levendig muziekcentrum met tal van studio’s zoals Touch Record, F2K, Super Level en Top5sai.


  • Tien hedendaagse Afrikaanse kunstenaars die u zou moeten kennen

    Tien hedendaagse Afrikaanse kunstenaars die u zou moeten kennen

    De Afrikaanse kunstmarkt is booming. Toch zijn kunstenaars van het continent lang niet zo bekend als hun westerse collega’s. Volgens The Culture Trip zijn dit tien namen om in uw oren te knopen.

    Tracey Rose, ‘MAQUE II’ (uit een serie van zes), 2002, Lambda-print van 118 x 118 cm. – © Goodman Gallery
    Tracey Rose, ‘MAQUE II’ (uit een serie van zes), 2002, Lambda-print van 118 x 118 cm. – © Goodman Gallery

    Tracey Rose, Zuid-Afrika

    Tracey Rose (1974), geboren in Durban en momenteel woonachtig in Johannesburg, is een gevestigde hedendaagse multimediakunstenaar en een uitgesproken feministe. Ze is bekend geworden met haar stoutmoedige, provocatieve, niet-verhalende performances, videoinstallaties en foto’s. In al haar werk gaat Rose de confrontatie aan met de identiteitspolitiek; kwesties die te maken hebben met seksualiteit, lichaam, ras en gender. De thematiek van Rose is dikwijls een weerslag van haar multiculturele achtergrond en komt voort uit haar ervaring te zijn opgegroeid als iemand van gemengd ras in Zuid-Afrika. In haar werk maakt ze veel gebruikt van traditionele volkscultuur en illustreert ze de ongelijkheden in het politiek-sociale landschap van haar land. Rose had solotentoonstellingen in Zuid-Afrika, Europa en Amerika, en nam deel aan een aantal internationale evenementen waaronder de Biënnale van Venetië.

    Meschac Gaba, ‘Souvenir Palace’, 2010.  – © Julian Stallabrass / Flickr
    Meschac Gaba, ‘Souvenir Palace’, 2010. – © Julian Stallabrass / Flickr

    Meschac Gaba, Benin

    Meschac Gaba (1961) werd bekend door zijn Museum of Contemporary African Art (Museum voor Hedendaagse Afrikaanse Kunst), een reizende tentoonstelling die in 1997 van start ging in het Amsterdamse Rijksmuseum. Gaba’s nomadisch museum bestond uit twaalf tentoonstellingszalen, die in een periode van vijf jaar bij diverse Europese kunstinstellingen ‘te gast waren’, in een ingenieuze poging ruimte te creëren voor de Afrikaanse kunst. In 2013 kocht het Tate Modern Gaba’s hele ‘museum’ om het permanent tentoon te kunnen stellen. Wat Gaba in zijn zalen presenteert loopt zeer uiteen, van mode in de Summer Collection Room en gastronomie in het Museum Restaurant, tot de buitensporige overproductie van voedsel in de Draft Room. Hij maakt zelf schilderijen en keramiek, maar ook installaties, waarvoor hij gebruikmaakt van verf, triplex, gips, steen en uit de roulatie genomen bankbiljetten.

    Kudzanai Chiurai, ‘Last Supper’, 2012, dOCUMENTA (13), Kassel. – © Marc Wathieu / Flickr
    Kudzanai Chiurai, ‘Last Supper’, 2012, dOCUMENTA (13), Kassel. – © Marc Wathieu / Flickr

    Kudzanai Chiurai, Zimbabwe

    Kudzanai Chiurai (1981) werd verbannen uit Zimbabwe nadat hij een opruiend portret had vervaardigd van president Robert Mugabe. Hij studeerde als eerste zwarte aan de Universiteit van Pretoria af in de Beeldende Kunst en werd als snel een spraakmakend figuur in de Afrikaanse kunstscene. Chiurai maakt gebruik van dramatische multimediacomposities (digitale fotografie, montage, prints, schilderijen en recentelijk ook film) om urgente zaken in zuidelijk Afrika aan de orde te stellen: overheidscorruptie, geweld, xenofobie, ontheemding… Hij woont op het moment in Johannesburg. Zijn jongste werk, getiteld This is not Africa, this is us, is een driedelige tentoonstelling met een video-installatie en was maart vorig jaar te zien in Rotterdam en Den Haag.

    Nástio Mosquito, Angola

    Als multimedia- en performance-kunstenaar, die werkt met muziek, video, gesproken woord en a-capellazang, flirt Nástio Mosquito (1981) met Afrikaanse stereotypen in een westerse context. Hij portretteert zichzelf dikwijls als de centrale figuur in zijn kunst, en doet met zijn werk krachtige politieke en sociale uitspraken die op het eerste gezicht enigszins ongemakkelijk zijn, maar juist daardoor tot nadenken stemmen. Tot zijn vroegere tentoonstellingen behoren 9 Artists (2013) in het Walker Art Centre in Minneapolis, en Across the Board: Politics of Representation in het Tate Modern in Londen in 2012. In een recent werk verklaarde Mosquito: ‘Ik vertegenwoordig zo u wilt het leger der individuen’, in overeenstemming met zijn geloof in het vervaardigen van kunstwerken samen met de gemeenschap, en niet als geïsoleerd kunstenaar.

    Julie Mehretu, ‘Stadia’.
    Julie Mehretu, ‘Stadia’.

    Julie Mehretu, Ethiopië

    Julie Mehretu (1970), een van de belangrijkste Afrikaanse kunstenaars van haar generatie, met een groeiende internationale bekendheid, verwerkt in haar grote schilderijen elementen van luchtcartografie en architectuur. Met een onderliggende kalligrafische complexiteit weerspiegelt Mehretu in haar energetische kunstwerken de snelle groei van de steden en de dichtbevolkte stedelijke omgevingen en sociale netwerken van de eenentwintigste eeuw. Mehretu maakt elk schilderij door steeds weer dunne laagjes acrylverf op het doek aan te brengen en het vervolgens af te werken met delicate, daarbovenop gelegde markeringen en patronen, waarbij ze gebruikmaakt van potlood, pen, inkt en verfstromen. Het werk van Mehretu verbeeldt het samenkomen van tijd, plaats en ruimte, onafhankelijk van de historische betekenis. Mehretu beschrijft haar schilderijen, die verwijzen naar het constructivisme, de geometrische abstractie en het futurisme, als ‘niet-plaatsgebonden plattegronden van verhalen’. Zij ziet haar werk eerder als het abstracte product van haar verbeelding dan als een realistische weergave van de werkelijkheid.

    El Anatsui, ‘Big 4’, Channel 4 HQ, Horseferry Road, Londen. – © Loz Pycock / Flickr
    El Anatsui, ‘Big 4’, Channel 4 HQ, Horseferry Road, Londen. – © Loz Pycock / Flickr

    El Anatsui, Ghana

    Als een van Afrika’s invloedrijkste beeldhouwers staat de Ghanees El Anatsui (1944) aan de frontlinie van de hedendaagse kunst. Hij heeft aanzienlijke internationale aandacht gekregen voor zijn sculpturale experimenten. Anatsui is hoogleraar aan de beeldhouwafdeling van de Universiteit van Nigeria en een productief beeldhouwer. Zijn favoriete materialen zijn klei en hout, die hij gebruikt om objecten te vervaardigen die uiting geven aan diverse sociale, politieke en historische motieven. In zijn latere werken heeft hij zich gestort op de installatiekunst en naaiprocessen. Met gebruikmaking van onconventionele gereedschappen als kettingzagen en andere zware werktuigen heeft hij een nieuwe betekenis gegeven aan niet voor de hand liggende materialen: spoorwegbielzen, wrakhout en flessendoppen van aluminium. In een interview heeft Anatsui gezegd: ‘Het verbazingwekkende aan het werken met deze materialen is dat de armoedigheid ervan geenszins het vertellen van rijke en prachtige verhalen in de weg staat.’

    Ibrahim El Salahi, ‘Self-portrait-of-suffering’, 1961.
    Ibrahim El Salahi, ‘Self-portrait-of-suffering’, 1961.

    Ibrahim El Salahi, Soedan

    Ibrahim El Salahi (1930), die dikwijls de peetvader van het Afrikaanse modernisme wordt genoemd, heeft ruim vijf decennia visionaire kunst geproduceerd, in een soort surrealistische spagaat tussen zijn Arabische en Afrikaanse wortels. El Salahi, een voormalige diplomaat en onderminister op het Soedanese ministerie van Cultuur in de jaren zeventig, zat zes maanden in de gevangenis zonder in staat van beschuldiging te zijn gesteld, omdat hij zich zou hebben beziggehouden met antiregeringsactiviteiten. Als een welbespraakt en vaderlijk figuur heeft El Salahi zijn eigen unieke kunstgeschiedenis ontwikkeld, door op vele fronten een voortrekkersrol te vervullen. Zo was hij een van de eerste Afrikaanse kunstenaars die Arabische kalligrafie in zijn schilderijen verwerkte, en de eerste Afrikaanse kunstenaar die een retrospectief in het Tate Modern kreeg. Zijn vroege kunstwerken werden gedomineerd door elementaire vormen en lijnen, en in de loop der jaren heeft zijn werk een meditatieve en abstracte wending genomen, met een sterke nadruk op lijnen en het gebruik van zwart en wit.

    Sokari Douglas Camp, ‘A Light Moment’.
    Sokari Douglas Camp, ‘A Light Moment’.

    Sokari Douglas Camp, Nigeria

    De in Nigeria geboren Sokari Douglas Camp (1958) is een van de beste vrouwelijke beeldhouwers die zijn doorgebroken in de voornamelijk door mannen gedomineerde sector van het beeldhouwen in Afrika. Zij behoort bovendien tot de eerste generatie vrouwelijke kunstenaars die de aandacht van de internationale kunstmarkt heeft getrokken. Het werk van Douglas Camp, die afkomstig is uit een grote Kalabari-stad in de Nigerdelta, staat onder grote invloed van de Kalabaricultuur en –tradities. Gebruikmakend van moderne beeldhouwtechnieken, met een voorkeur voor staal, vervaardigt Douglas Camp grote, semi-abstracte werken, versierd met maskers en rituele kleding. Zo weerspiegelt ze haar nauwe verwantschap met Nigeria, ondanks het feit dat ze al jaren in Londen woont. Douglas Camp heeft talloze groeps- en solotentoonstellingen in de hele wereld op haar naam staan. Permanente collecties van haar werk kunnen worden aangetroffen in het Smithsonian Instituut in Washington DC en in het British Museum in Londen.

    Chéri Samba, ‘Little Kadogo’.
    Chéri Samba, ‘Little Kadogo’.

    Chéri Samba, Democratische Republiek Congo

    De schilderijen van Chéri Samba (1956), een toonaangevende hedendaagse Afrikaanse schilder, verbeelden zijn ideeën over verschillende facetten van het dagelijks leven in de Democratische Republiek Congo en de rest van het Afrikaanse continent. In zijn latere werken is Samba zelf het voornaamste onderwerp. Samba is zijn carrière begonnen als schilder van reclameborden en als striptekenaar. Geleidelijk aan is hij overgestapt op het schilderen op jute, omdat canvas te duur was. In zijn schilderijen begon Samba de techniek van de ‘gedachtewolkjes’ uit strips toe te passen, waardoor hij commentaar aan zijn werken kon toevoegen. Erkend als de unieke ‘Samba-signatuur’ was deze werkwijze Samba’s innovatieve manier om mensen ertoe aan te zetten meer tijd te besteden aan het onderzoek en het begrip van zijn fascinerende schilderijen.

     Abdoulaye Konaté, ‘Les Marcheurs’.
    Abdoulaye Konaté, ‘Les Marcheurs’.

    Abdoulaye Konaté, Mali

    De kunst van Abdoulaye Konaté (1953), een vooraanstaand figuur in de hedendaagse kunst in Mali, bestaat uit een opvallende combinatie van installaties en schilderijen. Na te hebben gestudeerd aan het Nationaal Kunst Instituut in Bamako heeft Konaté zijn schildersopleiding voltooid in Cuba. De meeste grootschalige werken van Konaté zijn gebaseerd op textiel, een makkelijk verkrijgbaar en goedkoop medium in Mali. Met textiel als een oneindig palet, verft, knipt, naait en borduurt Konaté stukjes katoen en de traditionele bazin-stof om zijn kenmerkende monumentale kleden te vervaardigen. Middels zijn creaties verwoordt Konaté zijn gedachten over de politieke, sociale en ecologische sfeer en de culturele tradities in het hedendaagse Mali. Zijn belangrijkste werken draaien om de politieke spanningen in de Sahel-regio, en sinds het begin van deze eeuw ook om de verwoestende gevolgen van aids voor de Malinese samenleving.

    Auteur: Lilian Diarra
    Vertaler: Menno Grootveld

    The Culture Trip
    VS, culturetrip.com
    Digitaal platform voor cultuur en lifestyle wereldwijd, met ruim 1,5 miljoen lezers per maand. Won vorig jaar de UK Website of the Year Award for Arts & Culture.