Tag: Afrika

  • Hulp aan mensensmokkelaars. Noodzaak of strafbaar feit?

    Hulp aan mensensmokkelaars. Noodzaak of strafbaar feit?

    Een Italiaanse antimaffia-instantie coördineert de Italiaanse en Europese aanpak van smokkelaars die mensen vanuit Libië naar Europa proberen te krijgen. De aanpak lijkt succesvol en bedient de wensen van de publieke opinie, maar uit onderzoek van The Intercept blijkt dat het voornamelijk migranten zijn die worden opgepakt en veroordeeld. Smokkelbendes blijven grotendeels buiten schot.

    ‘Afana Dieudonne noemt zichzelf geen held, want hij heeft dingen gedaan waar hij niet trots op is. Zoals iedereen in zijn situatie zou doen om te overleven, zegt hij. Dieudonne reisde van Kameroen naar Tunesië per vliegtuig, vandaar met de auto en te voet door de woestijn naar Libië, en belandde vervolgens in een rubberboot op de Middellandse Zee.’ Zo beginnen Zach Campbell en Lorenzo D’Agostino hun verhaal voor The Intercept. Het verhaal van Afana Dieudonne kenmerkt de huidige aanpak van het migrantendrama.

    Mensensmokkelaars in Libië die het onderduikadres beheerden waar Dieudonne verbleef, vroegen om zijn hulp. Hij sprak een beetje Engels en wilde geen problemen, dus hij hielp hen, beducht omdat ze vaak stoned waren en altijd gewapend. Soms vroegen ze hem voedsel en water onder de andere migranten te verdelen. Andere keren verklikte hij degenen die hun bevelen niet opvolgden. Soms dwongen de mensenhandelaars hem tot geweld tegen zijn lotgenoten. Zij of ik, redeneerde hij.

    Op 30 september 2014 duwden de smokkelaars Dieudonne en 91 anderen in een rubberboot de zee op. In de pikdonkere nacht zagen ze de lichten van de Libische kust uit het zicht verdwijnen. Na een dag op zee begon de overvolle rubberboot water te maken. De opvarenden werden gered door een schip van een hulporganisatie en overgebracht naar een schip van de Italiaanse kustwacht. Dieudonne werd eruit gepikt voor ondervraging.

    Ze krijgen betaald om een reis te organiseren die zo gevaarlijk is dat hij al tienduizenden levens heeft geëist

    De eerste vragen die hem werden gesteld waren kort en routineus: naam, leeftijd, nationaliteit. En toen veranderde de ondervraging van toon: de agenten wilden weten hoe de mensenhandel in Libië werkte, zodat ze de betrokkenen konden arresteren. Ze wilden weten wie de rubberboot had bestuurd en wie had genavigeerd.

    Hij vertelde alles en wees ook de ‘kapitein’ aan, tussen aanhalingstekens, want er was geen echte kapitein. De echte mensensmokkelaars blijven in Libië, aldus Dieudonne, en degenen die handelen als ‘de “kapiteins” doen dat niet uit vrije wil’.

    Het antimaffia-agentschap

    Om migratie in het centrale Middellandse Zeegebied aan te pakken waren de inspanningen van de Italiaanse regering en de Europese Unie jarenlang gefixeerd op de achterblijvers in Libië. Die worden afwisselend facilitators, smokkelaars, mensenhandelaars of militieleden genoemd. Ze voorzien in hun levensonderhoud door anderen te helpen op illegale wijze Europa binnen te komen. Ze krijgen betaald om een reis te organiseren die zo gevaarlijk is dat hij al tienduizenden levens heeft geëist.

    De Europese poging om deze smokkelnetwerken te ontmantelen wordt aangestuurd door een opmerkelijk instituut: de Direzione nazionale antimafia e antiterrorismo (DNAA): het Italiaanse antimaffia- en antiterreuragentschap. Deze kleine politie-afdeling uit Rome verwierf in de jaren negentig en begin 2000 aanzien door grote delen van de maffia in Sicilië en elders in Italië te ontmantelen.

    Uit niet eerder gepubliceerde interne documenten blijkt dat DNAA een belangrijke rol speelde bij het toezicht op de zuidelijke zeegrenzen van Europa, in nauwe samenwerking met het EU-grensagentschap Frontex en Europese militaire missies die voor de Libische kust opereren.

    Illegale migratie naar Europa kreeg dezelfde aanpak als de maffia

    Onder leiding van de ervaren maffiajager Franco Roberti ontwikkelde DNAA een strategie die uniek was, in ieder geval nieuw voor de instanties die de grenzen moeten bewaken. Illegale migratie naar Europa zou dezelfde aanpak als de maffia krijgen. Hierdoor kregen de Italiaanse en Europese politie, kustwacht en marine, die volgens het internationaal recht verplicht zijn om gestrande vluchtelingen op zee te redden, de mogelijkheid om op zijn minst een aantal arrestaties en veroordelingen te verrichten.

    Het idee was om laaggeplaatste handlangers te arresteren en hen met dwang en de belofte van strafvermindering ertoe te brengen hun opdrachtgevers prijs te geven. Zo zouden onderzoekers de mensen een stap hoger op de ladder kunnen identificeren, om uiteindelijk de smokkelbendes in Libië te ontmantelen. Bij elke boot die in Italië arriveerde, verrichtte de politie een handvol arrestaties. Iedereen die tijdens de overtocht een actieve rol had gespeeld, van het sturen tot het vasthouden van een kompas tot het uitdelen van water of het repareren van een lek, kon worden gearresteerd op grond van de nieuwe wettelijke richtlijnen die werden opgesteld door Roberti’s antimaffia-eenheid.

    Aanklachten varieerden van smokkel tot transnationale criminele samenzwering en zelfs moord, als opvarenden benedendeks waren gestikt of waren verdronken. Het aantal mensen dat sinds 2013 is gearresteerd wordt in de duizenden geschat.

    Voor de politie, aanklagers en betrokken politici waren deze arrestaties een belangrijk binnenlands politiek succes want de publieke opinie in Italië had zich tegen migratie gekeerd, en nu haalden politiefoto’s van vermeende smokkelaars regelmatig de voorpagina‘s.

    De meeste ‘succesvolle’ vervolgingen betroffen veelal migranten die voor hun overtocht hadden betaald

    The Intercept vroeg documenten op via de Italiaanse Wet openbaarheid van bestuur. Uit notulen van niet-openbare gesprekken tussen leidinggevenden blijkt dat de meeste ‘succesvolle’ vervolgingen alleen betrokkenen op laag niveau betroffen, veelal migranten die voor hun overtocht hadden betaald. Smokkelbazen zelf werden zelden veroordeeld. Uit de documenten blijkt dat veel rechtszaken zijn gebaseerd op overhaaste onderzoeken en ondervragingen waarbij sprake was van dwang.

    In de jaren die volgden ging DNAA tot het uiterste om de stroom van arrestaties voort te zetten. Volgens interne documenten coördineerde het bureau een reeks strafrechtelijke onderzoeken naar de civiele hulporganisaties die levens redden in de Middellandse Zee en ervan worden beschuldigd het werk van de politie te belemmeren. DNAA zag ook toe op pogingen om een nieuwe kustwacht in Libië op te richten en op te leiden, wetende dat sommige kustwachtofficieren samenwerken met de smokkelnetwerken die de Italiaanse en Europese diensten juist proberen te bestrijden.

    Sinds de oprichting heeft het antimaffia-agentschap ongekende onderzoeksinstrumenten gebruikt en fungeerde het als een brug tussen politici en de rechtbanken. De documenten onthullen tot in de kleinste details hoe het agentschap met Italiaanse en Europese functionarissen, gebruikmaakte van allerlei bevoegdheden om vermeende smokkelaars aan te pakken, terwijl ze wisten dat het in de meeste gevallen ging om wanhopige mensen die op de vlucht waren voor armoede en geweld en die beperkte middelen hadden om zichzelf in de rechtbank te verdedigen.

    Tragedie en kansen

    DNAA werd begin jaren negentig opgericht na een decennium van escalerend maffiageweld. Tegen die tijd waren honderden aanklagers, politici, journalisten en politieagenten neergeschoten, opgeblazen of ontvoerd, en nog veel meer werden afgeperst door georganiseerde misdaadfamilies die actief waren in Italië en ver daarbuiten.

    In Palermo, de Siciliaanse hoofdstad, was officier van justitie Giovanni Falcone een rijzende ster in de Italiaanse rechterlijke macht. Falcone had ongekend succes behaald met een aanpak van de georganiseerde misdaad die gebaseerd was op het volgen van geldstromen, het in beslag nemen van activa en het centraliseren van bewijsmateriaal dat door openbare aanklagers op het eiland was verzameld. Maar toen de maffia uitbreidde naar de rest van Europa, bleek Falcone‘s werk ontoereikend.

    In september 1990 reisde een maffiacommando vanuit Duitsland naar Sicilië om een 37-jarige rechter neer te schieten. Weken later, bij een politiecontrole in Napels, bleek dat de Siciliaanse chauffeur van de vrachtwagen vol wapens, explosieven en drugs, ingezetene van Duitsland was. Een maand na diens arrestatie reisde Falcone naar Duitsland om een infrastructuur voor informatie-uitwisseling met de autoriteiten op te zetten. Hij bracht een jongere collega uit Napels mee, Franco Roberti.

    Het was een huwelijk tussen politie, justitie, politieke belangen en zogenaamd apolitieke rechtbanken

    ‘We stonden tegenover een ondoordringbare muur’, aldus een bittere Roberti, die drie decennia later met The Intercept sprak in Napels. Inmiddels 73 jaar oud en met de hese stem van een levenslange roker, beschrijft Roberti het Italiaanse maffiaprobleem in directe bewoordingen. Hij betreurt het gebrek aan internationale samenwerking dat volgens hem tot op de dag van vandaag voortduurt. ‘Ze beweerden dat ze geen onderzoek hoefden te doen,’ aldus Roberti, ‘omdat het aan ons was om Italiaanse maffiosi in Duitsland te traceren.’

    Toen de aanklagers met lege handen terugreisden naar Italië, vertelde Falcone hem dat we ‘een gecentraliseerd nationaal orgaan nodig hadden dat rechtstreeks met buitenlandse gerechtelijke autoriteiten kon spreken en onderzoeken in Italië kon coördineren’.

    ‘Zo ontstond het idee van het antimaffia-agentschap’, aldus Roberti. De twee begonnen met het opzetten van wat de eerste nationale antimaffiastrijdmacht van Italië zou worden.

    Destijds was er veel weerstand tegen het project. Critici voerden aan dat Falcone en Roberti ‘superaanklagers’ creëerden met buitensporige macht over de rechtbanken, terwijl ze ondertussen onderhevig waren aan politieke druk van de regering in Rome. Het was, zo luidde de kritiek, een huwelijk tussen politie, justitie, politieke belangen en zogenaamd apolitieke rechtbanken; handig om de maffia te veroordelen, maar gevaarlijk voor de Italiaanse democratie.

    Toch werd het project in januari 1992 goedgekeurd door het Italiaanse parlement. Maar Falcone zou er nooit leiding aan geven want enkele maanden later werd hij gedood door een maffiabom, samen met zijn vrouw en de drie agenten die hen begeleidden. Door die aanslag verstomde alle kritiek op het plan van Falcone.

    ‘Ten overstaan van ons allemaal zetten de smokkelaars een man in een koelkast om te laten zien hoe de volgende zou worden behandeld die zich zou misdragen’

    DNAA werd een van de belangrijkste instellingen van Italië, als nationale autoriteit voor alles wat betrekking heeft op de georganiseerde misdaad en als de instantie die verantwoordelijk is voor het gedeeltelijk bevrijden van het land uit de eeuwenlange greep van de maffia. In de decennia na de dood van Falcone deed DNAA wat velen in Italië voor onmogelijk hielden, door grote delen van de vijf belangrijkste Italiaanse misdaadfamilies te ontmantelen en het aantal moorden door de maffia bijna te halveren.

    Maar tegen de tijd dat Roberti er de leiding kreeg in 2013, was het alweer jaren geleden dat de laatste spraakmakende maffiavervolging had plaatsgevonden. Tegelijkertijd kreeg Italië te maken met een ongekend aantal migranten dat per boot arriveerde. Zo kwam Roberti op het idee om DNAA te laten optreden tegen wat hij zag als een ander soort maffia. Hij richtte zijn blik op Libië.

    ‘We moesten beter gecoördineerd handelen om mensensmokkel te bestrijden en dus nodigde ik iedereen aan tafel met als belangrijkste doel om levens te redden, schepen in beslag te nemen en smokkelaars te pakken’, aldus Roberti. ‘En dat hebben we gedaan.’

    Gewelddadigheden

    Afana Dieudonne bereikte de Libische havenstad Zuara in augustus 2014. Hij hoefde alleen nog de Middellandse Zee over en hij zou in Europa zijn. De smokkelaars die hij voor die stap betaalde, namen hem al zijn bezittingen af en stopten hem in een verlaten gebouw dat diende als onderduikadres om zijn beurt af te wachten.

    Dieudonne vertelt zijn verhaal in een klein kantoor in Bari, de Italiaanse havenstad waar hij nu een coöperatie runt die nieuwkomers helpt toegang te krijgen tot lokaal onderwijs. Hij is vurig en charismatisch. Telkens als hij iets betoogt, tikt hij met zijn knokkels op tafel. Hij stond drong er bij The Intercept op aan dat ze zijn echte naam zouden publiceren. Anderen die de reis recenter maakten en in afwachting zijn van beslissingen over hun verblijfsvergunning of vluchtelingenstatus, waren minder bereid om openlijk te spreken.

    Dieudonne herinnert zich zijn onderduik in Zuara als een aaneenschakeling van gewelddadigheden. De smokkelaars kwamen één keer per dag met eten en vroegen dan wie hun bevelen niet hadden opgevolgd. De aanwezigen in het gebouw wisten dat ze niet snel zouden worden ontdekt door politie of rivaliserende smokkelaars, maar ze wisten ook dat ze niet vrij waren om te vertrekken.

    ‘Ten overstaan van ons allemaal zetten de smokkelaars een man in een koelkast om te laten zien hoe de volgende zou worden behandeld die zich zou misdragen‘, herinnert Dieudonne zich verontwaardigd. Hij was getuige van martelingen, schietpartijen en verkrachtingen. ‘De eerste keer dat je het ziet, doet het je pijn. De tweede keer doet het je minder pijn. De derde keer’, zegt hij schouderophalend, ‘wordt het normaal. Het is de enige manier om te overleven.’

    ‘Daarom moet ik erom lachen dat mensen die een boot bestuurden worden aangehouden en dan als mensensmokkelaar worden behandeld’, zei Dieudonne. Migranten die naar Italië reisden, meldden dat ze onder bedreiging van een vuurwapen hebben moeten sturen. ‘Dat doe je alleen om niet ter plekke te sterven.’

    Mare Nostrum

    Twee jaar na de val van de regering van Moammar Qadhafi was een groot deel van de noordwestkust van Libië veranderd in een pleisterplaats voor smokkelaars die overtochten naar Europa organiseerden in grote houten vissersboten. Die overvolle schepen, ondermaats bestuurd door amateurs, kapseisden onvermijdelijk, met honderden doden als resultaat. In oktober 2013 eisten twee schipbreuken voor de kust van het Italiaanse eiland Lampedusa meer dan vierhonderd levens, wat tot publieke verontwaardiging leidde in heel Europa. Als reactie hierop lanceerde de Italiaanse staat twee plannen, het ene openbaar en het andere privé.

    ‘Het was een grote schok toen de tragedie bij Lampedusa plaatsvond’, herinnert de Italiaanse senator Emma Bonino zich, destijds de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken. De premier ‘belegde een spoedvergadering en we besloten om onmiddellijk met een reddingsprogramma te beginnen’, zei Bonino. ‘Iemand wilde het programma “veilige zeeën” noemen, maar ik zei nee, niet veilig, want er zullen zeker nog andere tragedies volgen. Laten we het Mare Nostrum noemen.’

    Mare Nostrum, ‘onze zee‘ in het Latijn, werd de naam voor een reddingsmissie in de internationale wateren voor de kust van Libië die een jaar duurde en die meer dan 150.000 mensen redde. De operatie bracht Italiaanse schepen, vliegtuigen en onderzeeërs dichter dan ooit bij de Libische kust. Franco Roberti, net twee maanden hoofd van DNAA, zag mogelijkheden om het juridische bereik van het land uit te breiden en een dodelijke slag toe te brengen aan smokkelbendes in Libië.

    Vijf dagen na de start van Mare Nostrum lanceerde Roberti zijn plan: een reeks coördinatievergaderingen tussen de hoogste echelons van de Italiaanse politie, marine, kustwacht en justitie. Onder leiding van Roberti zouden deze bijeenkomsten vier jaar duren en uiteindelijk vertegenwoordigers van Frontex, Europol, een militaire operatie van de EU en zelfs Libië omvatten.

    Iedereen die als bemanningslid optrad of een noodoproep deed op een boot met migranten, moest als medeplichtige aan mensensmokkel worden beschouwd

    De notulen van vijf van deze bijeenkomsten, die door Roberti werden gepresenteerd aan een commissie van het Italiaanse parlement en die in handen zijn van The Intercept, bieden een ongekend kijkje achter de schermen van de gebeurtenissen aan de zuidelijke grenzen van Europa sinds het drama van Lampedusa.

    Tijdens de eerste bijeenkomst, gehouden in oktober 2013, vertelde Roberti de deelnemers dat de antimaffiabureaus in de Siciliaanse stad Catanië een innovatieve manier hadden ontwikkeld om migrantensmokkel aan te pakken. Door Libische smokkelaars aan te pakken zoals ze de Italiaanse maffia hadden aangepakt, konden aanklagers jurisdictie claimen over internationale wateren tot ver buiten de Italiaanse grenzen. Dat, aldus Roberti, betekende dat ze legaal aan boord konden gaan van schepen op volle zee om ze te onderzoeken en er beslag op te leggen en dat gevonden bewijsmateriaal in de rechtbank kon worden gebruikt.

    De Italiaanse autoriteiten weten al sinds lange tijd dat ze volgens de internationale maritieme wetgeving verplicht zijn om mensen die Libië ontvluchten op overvolle boten te redden en in veiligheid te brengen. Toen het aantal mensen dat de oversteek probeerde te maken steeg, raakten veel Italiaanse officieren van justitie en kustwachters ervan overtuigd dat smokkelaars op deze reddingsacties vertrouwden om hun bedrijfsmodel te laten werken. Daarom luidde de antimaffiaredenering: iedereen die als bemanningslid optreedt of een noodoproep doet op een boot met migranten, moet als medeplichtige aan mensensmokkel worden beschouwd en onderworpen worden aan de Italiaanse jurisdictie.

    Europese leiders zochten koortsachtig naar een oplossing voor wat zij zagen als een dreigende migratiecrisis. Italiaanse functionarissen dachten dat ze het antwoord hadden en rechtvaardigden hun beslissingen publiekelijk om toekomstige verdrinkingen te voorkomen.

    Maar volgens de notulen van de antimaffiavergadering in 2013 was deze nieuwe strategie zeker een week ouder dan de schipbreuken bij Lampedusa. Siciliaanse aanklagers hadden het plan al opgesteld om de migratie over de Middellandse Zee aan te pakken, maar misten de instrumenten en de publieke steun om het in daden om te zetten. Na de tragedie van Lampedusa en de oprichting van Mare Nostrum, hadden ze plotseling allebei.

    Scafisti

    Dieudonne en 91 anderen werden gered in de internationale wateren voor de kust van Libië door een Europese ngo genaamd MOAS (Migrant Offshore Aid Station). Ze brachten twee dagen door aan boord van het schip van MOAS voordat ze werden overgebracht naar een schip van de Italiaans kustwacht, de Nave Dattilo, om naar Europa te worden gebracht.

    Aan boord van de Dattilo vroegen kustwachters aan Dieudonne waarom hij Kameroen had verlaten. Ze lieten hem een foto zien van de rubberboot die vanuit de lucht was genomen. ‘Ze vroegen me wie er stuurde, wie welke rol had en zo’, zegt hij. ‘Toen vroegen ze me of ik kon vertellen hoe mensenhandel in Libië werkt, dan zouden ze me verblijfsdocumenten geven.’

    Aanvankelijk wilde hij niet niet graag meewerken. Hij wilde geen lotgenoten beschuldigen, maar was ook bang dat hij verdachte zou kunnen worden. Per slot van rekening had hij de stuurman een paar keer geholpen tijdens de reis. ‘Ik dacht dat ze me pijn zouden doen als ik niet meewerkte‘, zegt hij. ‘Niet zozeer lichamelijk, maar ze zouden me als oneerlijk kunnen beschouwen, als iemand die deel uitmaakt van de mensenhandel.’

    Dieudonne kan niet begrijpen waarom Italië mensen zou straffen die zijn gevlucht voor armoede en politiek geweld in West-Afrika

    Tot op de dag van vandaag zegt hij dat hij niet kan begrijpen waarom Italië mensen zou straffen die zijn gevlucht voor armoede en politiek geweld in West-Afrika. Hij somt gebeurtenissen van alleen al het afgelopen jaar op: dienstplicht, hongersnood, corruptie, gewapende milities, aanvallen op scholen. ‘En je probeert dan iemand te veroordelen omdat hij erin is geslaagd daaraan te ontkomen?’

    Het kustwachtschip legde aan in Vibo Valentia, een stad in Calabrië. Tijdens het ontschepen vertelde een plaatselijke politieagent aan een journalist dat ze vijf mensen hadden gearresteerd. De journalist vroeg hoe de politie de verdachte had geïdentificeerd. ‘Er is veel gedaan door de kustwacht’, antwoordde de agent. ‘De migranten zijn twee dagen geleden opgepikt en de vermeende smokkelaars zijn bekend. En we hebben getuigenverklaringen en video’s.’

    Gevallen als deze, waarbij arrestaties worden verricht op basis van foto- of videobewijs en verklaringen van getuigen zoals Dieudonne, komen vaak voor, aldus Gigi Modica, een rechter in Sicilië die veel immigratie- en asielzaken heeft gedaan. ‘Het is meestal hetzelfde verhaal. Ze pakken drie of vier mensen op, niet meer. Ze stellen hen twee vragen: wie bestuurde de boot en wie hield het kompas vast’, aldus Modica. ‘Dat is alles. Zo krijgen ze namen en de rest maakt ze niets uit.’

    Als een van de eerste rechters in Italië sprak Modica mensen vrij die beschuldigd waren van het besturen van rubberboten, in het Italiaans bekend als scafisti, op grond van het feit dat ze daartoe gedwongen werden. Dergelijke ‘noodtoestand’-uitspraken komen sindsdien steeds vaker voor. Modica noemt de onregelmatigheden op die hij in soortgelijke gevallen heeft gezien: systemisch racisme, getuigenverklaringen waarvan migranten later zeiden dat ze die niet hadden afgelegd, ondervragingen zonder aanwezigheid van een vertaler of advocaat, en in sommige gevallen aanmoediging door de politie om afstand te doen van het recht om asiel aan te vragen.

    ‘Heel vaak zijn deze vermeende scafisti gewone mensen die door smokkelaars in Libië gedwongen werden een boot te besturen’, aldus Modica.

    Getuigen worden enkele uren na hun redding op zee door de politie verhoord, terwijl ze vaak nog in shock zijn van het overleven van een schipbreuk

    Documenten van meer dan een dozijn processen die door The Intercept zijn ingezien, laten zien dat vervolgingen grotendeels zijn gebaseerd op getuigenissen van migranten aan wie een verblijfsvergunning is beloofd in ruil voor medewerking. Getuigen worden al enkele uren na hun redding op zee door de politie verhoord, terwijl ze vaak nog in shock zijn van het overleven van een schipbreuk.

    In veel gevallen worden identieke verklaringen, inclusief typefouten, toegeschreven aan verschillende getuigen en gekopieerd en geplakt in verschillende politierapporten. Sommige van deze rapporten zorgden voor decennialange straffen. In andere gevallen weerspraken of ontkenden getuigen de verklaringen van de politie tijdens een kruisverhoor in de rechtbank.

    De Italiaanse kustwacht besloot in sommige gevallen redding uit te stellen van boten die in nood verkeerden, in afwachting van schepen om arrestaties uit te voeren

    Al in 2015 bespraken de aanwezigen op de antimaffiabijeenkomsten het probleem van dergelijke vervolgingen. Tijdens een bijeenkomst in februari erkende Giovanni Salvi, toen de officier van justitie van Catanië, dat migrantenboten vaak in internationale wateren werden achtergelaten door smokkelaars. Toch zette de Italiaanse politie vaart achter vervolging van degenen die aan boord waren achtergebleven.

    Deze vervolgingen werden zo belangrijk geacht dat de Italiaanse kustwacht in sommige gevallen besloot redding uit te stellen van boten die in nood verkeerden, in afwachting van de ‘de komst van institutionele schepen die arrestaties kunnen uitvoeren’, zo vertelde een kustwachtcommandant tijdens de bijeenkomst.

    Gevraagd naar de opmerkingen van de commandant, ontkende de Italiaanse kustwacht ‘ooit’ een reddingsoperatie te hebben vertraagd. Het uitstellen van redding om welke reden dan ook is in strijd met het internationale en Italiaanse recht en zou volgens verschillende mensenrechtenadvocaten in Europa aanleiding kunnen zijn voor strafrechtelijke aansprakelijkheid.

    Lees hier deel 2 van dit artikel.

  • Modi lijdt electorale tegenslag | WikiAfrica verandert het perspectief

    Modi lijdt electorale tegenslag | WikiAfrica verandert het perspectief

    Te midden van een recordaantal sterfgevallen lijdt Narendra Modi electorale tegenslag

    Ondanks de ‘zeer agressieve’ campagne van de hindoenationalistische Bharatiya Janata-partij (BJP) van Narendra Modi, behaalde Trinamool Congress (TMC) van Mamata Banerjee op zondag 2 mei een ‘spectaculaire overwinning’ in West-Bengalen, een belangrijke staat van 90 miljoen mensen, meldt Times of India. Het gaat om meer dan 200 van de 294 zetels in het parlement van de deelstaat.

    Zondag werden ook verkiezingen gehouden in de staten Assam (Noordoosten), Tamil Nadu (Zuidoosten), Kerala (Zuidwesten) en in het unieterritorium Puducherry (Zuidoosten), dat in tegenstelling tot de deelstaten direct onder het centrale gezag staat. De BJP behield de macht in de staat Assam, maar slaagde er elders niet in aanzienlijke winsten te behalen, terwijl de partij daar wel op had gerekend.

    Mamata Banerjee dwong de machtige BJP-leiders, en vooral premier Narendra Modi, om ‘terug te keren naar de realiteit’, aldus Times of India. ‘In West-Bengalen, waar de politiek van oudsher persoonlijkheidsgedreven was, slaagden de vele “sterren” die door de BJP voor de campagne werden ingezet, waaronder Narendra Modi, er niet in om de persoonlijkheid en het leiderschap van mevrouw Banerjee te overstemmen’, analyseert The Asian Age.

    Nieuw record van sterfgevallen binnen 24 uur

    Banerjee sprak zondagavond met de pers, bedankte de inwoners van de staat, vooral de vrouwen, en zei dat haar eerste taak zou zijn om de uitbraak van covid-19 in India aan te pakken, schrijft The Hindu.

    De aankondiging van de eerste uitslagen leidde tot ‘grote bijeenkomsten’ in West-Bengalen, meldt Hindustan Times, waarbij ‘partijaanhangers (…) elkaar omhelsden’ terwijl ondanks de regels ‘velen geen masker droegen’.

    Zondag registreerde het subcontinent een nieuw record van sterfgevallen als gevolg van het coronavirus, waarbij 3689 doden in 24 uur werden betreurd, schrijft BBC. ‘Tien opeenvolgende dagen is het aantal gevallen in het land dagelijks meer dan 300.000’, aldus de Britse zender. ‘Ziekenhuizen kampen met een ernstig tekort aan bedden en zuurstoftanks, en veel Indiërs doen op sociale media een wanhopige oproep om hulp.’

    Mamata Banerjee speelde in haar campagne in op deze ontwikkelingen, schrijft Times of India. Toen het aantal gevallen van covid-19 in het land toenam, ‘lanceerde ze een openlijk offensief tegen premier Narendra Modi en zijn naaste medewerker Amit Shah, en beschuldigde hen ervan dat ze in hun ijver West-Bengalen te winnen, hun verantwoordelijkheden niet waren nagekomen.’

    Lees ook:


    De Groenen binnenkort aan de macht in Duitsland?

    Nu is het zeker, schrijft Deutsche Welle: de Groenen rekenen op Annalena Baerbock om de parlementsverkiezingen in september te winnen en de nieuwe kanselier te worden. Voor het eerst in hun geschiedenis zijn ze vastbesloten om een ​​centrale plaats in de regering in te nemen. 

    In 1998 belandden ze met 6,7 procent van de stemmen in een nogal onverwachte coalitie met de SPD – een eerste deelname aan een regering die duurde tot 2005. Drieëntwintig jaar later bevinden de Groenen zich in een heel andere positie, met een prognose van meer dan 20 procent van de stemmen: de partij zou zelfs de CDU/CSU voorbijstreven, met 28 procent van de stemmen tegen 22 procent, volgens een peiling van 28 april.

    De afgelopen jaren verklaren de Groenen zich bereid om met alle andere partijen samen te werken – behalve de extreemrechtse AfD. Nooit waren de Groenen zo flexibel, aldus Süddeutsche Zeitung. Een flexibiliteit die volgens sommige critici mogelijk ook van toepassing is op hun ideeën.

    Veertig jaar na haar oprichting heeft de partij de kern van haar programma nog altijd niet veranderd

    Maar Deutsche Welle stipt aan dat de partij veertig jaar na haar oprichting de kern van haar programma nog altijd niet heeft veranderd: de bescherming van het milieu, en vooral de strijd tegen klimaatverandering. ‘De campagne weerspiegelt wat de aanhang wil horen: de partij heeft zichzelf tot doel gesteld om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 met 70 procent te verminderen, een cijfer dat veel ambitieuzer is dan de 55 procent die de huidige regering noemt. Hiervoor moet de energietransitie worden versneld, de productiecapaciteit van hernieuwbare energiebronnen verhoogd en moeten er meer elektrische auto’s komen. 

    ‘Net als de meeste andere partijen pleiten de Groenen voor een sterk Europa (…) en zijn ze voorstander van een herwaardering van de transatlantische betrekkingen. De Groenen zullen naar verwachting kritischer zijn over China en Rusland en zijn tegen de aanleg van de controversiële Nord Stream 2-pijpleiding in de Oostzee, die de huidige regering verdedigt. Ze steunden ook openlijk oppositiebewegingen in China, Rusland en Wit-Rusland‘, vat Deutsche Welle samen.

    Lees ook:

    ‘Economisch en sociaal staat de partij een sterke staat en hogere overheidsuitgaven voor‘, vervolgt DW. ‘Het valt nog te bezien wat er mogelijk zal zijn met de financiën als de coronacrisis voorbij is. En hoe zullen deze maatregelen vallen bij de conservatieven, die al hebben aangekondigd zo snel mogelijk terug te willen naar een begrotingsevenwicht?

    Op maatschappelijk niveau stellen de Groenen zich op als voorvechters van gendergelijkheid en de strijd tegen xenofobie en racisme. Ze willen de polarisatie van de samenleving verminderen. Dit zal niet gemakkelijk zijn, aangezien veel van hun vertegenwoordigers – te beginnen met de vicevoorzitter van de Bondsdag Claudia Roth – onderwerp zijn van oprechte haat van de kant van hun politieke tegenstanders, met name de extreemrechtse Verenigde Staten.’

    Tagesspiegel wijst erop dat Annalena Baerbocks gebrek aan ervaring zou worden opgevangen door ‘de solide infrastructuur van de Groenen’, in het bijzonder de afgevaardigden in de Bondsdag en de gekozen vertegenwoordigers in regionale parlementen. ‘Experts als Omid Nouripour voor buitenlands beleid, Franziska Brantner voor Europa of de doorgewinterde parlementariër Britta Hasselmann zijn mensen met sterke zenuwen en meer dan één truc achter de hand.’ 


    Met WikiAfrica nemen Afrikanen hun eigen geschiedenis in handen

    ‘Op Wikipedia staat meer informatie over Frankrijk dan over het hele Afrikaanse continent’, verkondigt nieuwsblog Reasons to Be CheerfulGeschiedenis, politiek, entertainment… Afrika ontbreekt in alle opzichten grotendeels in de inhoud die Wikipedia aanbiedt. Adama Sanneh, opgegroeid in een Italiaans-Senegalees gezin in Milaan, realiseerde zich de omvang van het probleem en de gevolgen nadat ze in Oost-Afrika had gewerkt.

    In 2018 creëerde ze het WikiAfrica Education-initiatief, dat honderden burgers van het Afrikaanse continent en zijn diaspora samenbrengt. Ze hebben allemaal hetzelfde doel: vanuit Afrika kennis over Afrika produceren en verspreiden. Om dit te bereiken leek Wikipedia, een van de meest bezochte sites ter wereld (7 miljard bezoeken per maand), Adama Sanneh een voor de hand liggend platform. Deelnemers verrijken Wikipedia met kennis over het Afrikaanse continent door nieuwe pagina‘s aan te maken.

    Het gebaar is des te symbolischer omdat ‘mondelinge geschiedenis in Afrika net zo belangrijk is als wat we in leerboeken vinden’

    Een van de lanceringsevenementen van WikiAfrica vond in 2019 plaats in Johannesburg. Voor de gelegenheid werd het grote Constitution Hill Trust-complex van de stad overgenomen door jonge mensen, gewapend met boeken en computers. Activisten, specialisten en onderzoekers spraken hen toe, aldus Reasons to Be Cheerful.

    ‘Iconische Zuid-Afrikanen zoals justitie Edwin Cameron [lid van het Hooggerechtshof, de eerste Zuid-Afrikaanse functionaris die publiekelijk bekendmaakte dat hij hiv-positief was] en advocaat Dumisa Ntsebeza [advocaat en anti-apartheidsactivist] waren aanwezig om hun kennis over de grondwet en geschiedenis van Zuid-Afrika met de deelnemers te delen. Vervolgens vormden de jongeren, gewapend met deze kennis, werkgroepen om Wikipedia-artikelen over belangrijke figuren uit de democratische geschiedenis van hun land te maken en te ontwikkelen.’

    Het gebaar is des te symbolischer omdat ‘mondelinge geschiedenis in Afrika net zo belangrijk is als wat we in leerboeken vinden’, schrijft Mail&Guardian. Door het gebrek aan vertalingen van zeldzame inheemse talen loopt het continent het risico dat waardevolle verhalen verdwijnen. Een 27-jarige Ghanese student die lid is van het initiatief, vertaalt de Wikipedia-pagina’s daarom bijvoorbeeld in haar moedertaal, Dagbani, dat wordt gesproken door ‘meer dan 3 miljoen moedertaalsprekers’, maar internationaal niet wordt erkend.

    In de media en het academische discours en ook in de collectieve verbeelding blijft Afrika onderhevig aan een westerse blik. Volgens de organisatie Africa No Filters is zeker een derde van de artikelen die door Afrikaanse nieuwsorganisaties worden gepubliceerd, in feite afkomstig van buitenlandse persbureaus. Het is tijd om de burgers van het continent van ‘passieve consumenten’ te veranderen in ‘actieve transformatoren’ van kennis, aldus Adama Sanneh.

  • Ecoloog Mordecai Ogada: ‘Natuurbescherming is het nieuwe kolonialisme’

    Ecoloog Mordecai Ogada: ‘Natuurbescherming is het nieuwe kolonialisme’

    Natuurbeschermingsorganisaties geven miljoenen uit om hun romantische boodschap aan de man te brengen, namelijk dat witte weldoeners de dierenwereld in Afrika redden, zegt ecoloog Mordecai Ogada. Volgens hem gelden in werkelijkheid nog altijd de regels uit de koloniale tijd: houd zwarte mensen weg bij de natuur, zodat witte mensen ervan kunnen genieten. GEO sprak met de Keniaanse ecoloog.

    U hebt het boek The Big Conservation Lie geschreven. Wie liegt er?

    ‘Natuurbescherming doet zich bij zijn donateurs in het Westen voor als vreedzaam en linksliberaal. In het mondiale Zuiden draagt ze echter groene uniformen, is ze elitair, gewelddadig en vaak racistisch. Een rechtse agenda die met geld van links wordt gerealiseerd: dat is de grootste leugen.’

    Dat zijn zware verwijten.

    ‘Ik heb de milieubescherming in Afrika vanbinnen gezien. Veel van wat ik zeg, komt voort uit eigen ervaring. Ik heb meer dan achttien jaar voor ngo’s gewerkt.’

    Toch doet u in uw boek uw beklag over een ‘apartheid in de natuurbescherming’. Waarom?

    In Kenia en een groot deel van Afrika worden natuurbeschermingsprojecten door witte mensen geleid.

    1b46c742efa51c378e44cb5fb2493ebaa3f5d270
    ‘De toerismesector in Kenia verkoopt vakantie nog altijd als Out of Africa. Zonder zwarte mensen.’ Robert Redford en Meryl Streep in Out of Africa (1985).

    Maar er zijn toch veel zwarte wetenschappers actief in die projecten?

    Ja, je kunt meedoen, maar niet als beleidsbepaler. Als je de positie van directeur bereikt, merk je plotseling dat beslissingen worden opgedrongen door mensen die minder gekwalificeerd zijn en vaak wit. Daarop is het hele systeem ingericht, althans in Kenia. Wie zwart en gekwalificeerd is, kan heel succesvol zijn – zolang hij zich maar aanpast aan de witte structuur.

    Kenia is al 56 jaar onafhankelijk. Hoe ziet die witte structuur er dan uit?

    Natuurbescherming in Afrika volgt nog altijd de regels uit de koloniale tijd: houd zwarte mensen weg bij de natuur, zodat witte mensen ervan kunnen genieten. Tot nu toe heeft nog geen minister, geen president, geen directeur van een natuurbeschermingsorganisatie geprobeerd om dat systeem te doorbreken. In Kenia hebben zwarten de controle over de banken, de economie en het onderwijs. Maar als iemand iets wil weten over natuurbescherming in Afrika, dan vraagt hij het aan een witte.

    Aan wie dan?

    In het Amerikaanse Congres werd voor het debat over de stroop van olifanten in Kenia Iain Douglas-Hamilton uitgenodigd. Dat is een Brit. Was er geen Keniaan die iets wist over olifanten in Kenia?

    Hamilton is een gelauwerde zoöloog en olifantenbeschermer. Is dat echt een bewijs voor racisme in de natuurbescherming?

    Het begint al bij de taal: we noemen het wild als witten het eten, maar bushmeat als zwarten dat doen. Vaak gaat het om dezelfde diersoort.

    Wild of bushmeat, in Kenia is de jacht sinds 1977 voor iedereen verboden.

    Dat klopt. Maar in 2018 hebben witte toerisme-investeerders een vergunning aangevraagd bij de regering om dieren te mogen schieten voor dure restaurants. En een werkgroep van de minister is bizar genoeg tot de conclusie gekomen dat die kon worden verstrekt. Dat is tot nog toe niet in de praktijk gebracht, maar het is toch gek dat iemand het politiek houdbaar acht om toeristen een impalasteak te serveren terwijl een zwarte dorpsbewoner wordt doodgeschoten zodra hij het nationaal park ook maar betreedt.

    Natuurbeschermingsorganisaties geven miljoenen uit om hun romantische boodschap aan de man te brengen, namelijk dat witte weldoeners de dierenwereld in Afrika redden

    Doodgeschoten? Nu overdrijft u.

    Het is nog niet zo lang geleden dat Kenia een soort politiestaat was, die heel meedogenloos optrad tegen de oppositie. We zijn altijd onder druk gezet, vooral vanuit Europa, om de mensenrechten te respecteren. Sinds 2010 hebben we een nieuwe grondwet, die garant staat voor veel van die rechten. Maar als iemand ervan wordt verdacht een stroper te zijn, dan wordt hij zomaar doodgeschoten. En we worden niet meer onder druk gezet door Europa en de VS. Integendeel, we horen: ‘Goed werk!’

    In Kenia nemen we dieven, kidnappers en moordenaars gevangen en berechten hen. Maar stropers schieten we dood. Soms overkomt het iemand die alleen maar door een beschermd natuurgebied loopt. Natuurbescherming laat deze wetsovertredingen gewoon worden en komt daarmee weg. Het lijkt wel tovenarij.

    Hoe verklaart u die magie?

    Natuurbeschermingsorganisaties geven miljoenen uit om hun romantische boodschap aan de man te brengen, namelijk dat witte weldoeners de dierenwereld in Afrika redden – en wel voor de Afrikanen. Dat verhaal dateert uit de negentiende eeuw. En niemand heeft tot nog toe iets anders bedacht.

    Maar het is toch een feit dat criminelen in Afrika olifanten, neushoorns en leeuwen doden?

    Georganiseerde, gecommercialiseerde stroperij heeft de potentie om onze wilde dieren uit te roeien. Er zijn gewoon niet genoeg olifanten om alle mensen die ivoor willen tevreden te stellen. De meesten van hen wonen overigens buiten Afrika. Daarom moeten we gecommercialiseerde stroperij beperken.

    Maar u wilt toch niet dat er op stropers wordt geschoten?

    Ik verzet me tegen de uitwassen. Tegen het verhaal dat natuurbescherming in Afrika oorlog betekent. Dat we bereid moeten zijn om te doden. Sommige rangers zeggen dingen als: ik zal die gorilla’s met mijn leven beschermen. In vredesnaam, nee! Je hebt een vrouw en kinderen, waarom zou je sterven voor een gorilla?

    In nationaal park Virunga in Congo zijn sinds 2006 meer dan honderdvijftig rangers gedood. Eind april nog hebben rebellen daar twaalf rangers en vijf burgers doodgeschoten.

    Ja, Virunga. Dat is een afschuwelijke plek. Het voorval in april heeft wat mij betreft niets te maken met natuurbescherming, ook al wordt het zo afgeschilderd. Het laat eerder zien hoe mensen het doelwit van criminelen worden als je ze uitrust met uniformen en wapens zonder dat ze officiële bevoegdheden hebben.

    Maar daar zijn toch stropers actief?

    In 2007 zijn daar die gorilla’s gedood, weet u nog? Gedood en gewoon achtergelaten, als een boodschap.

    De corrupte directeur van het park was betrokken bij de illegale houthandel en heeft ze doodgeschoten als waarschuwing aan zijn eigen rangers.

    Ja, ze werden slachtoffer van een conflict tussen mensen. Maar het ergste was dat er in Virunga in die tijd dagelijks honderden vrouwen werden verkracht, kinderen gedood. En niets daarvan heeft het nieuws gehaald. Alleen die zes dode gorilla’s. En dat is zo fundamenteel verkeerd.

    Zijn we bereid om natuurbeschermers te bewapenen omdat de dreiging zo groot is?

    Niet alleen maar. Misschien wel de succesvolste leugen in de natuurbescherming is die dat internationale terroristen zichzelf financieren met de handel in ivoor. Daar is geen bewijs voor. Maar natuurbeschermers hebben de Amerikaanse regering daarvan overtuigd en dat heeft de sluizen geopend.

    Wat bedoelt u daarmee?

    Geld uit het antiterreurbudget vloeit naar de natuurbescherming. Zo veel dat particuliere veiligheidsbedrijven naar Afrika komen. Figuren die eerder voor het Amerikaanse leger in Irak of Afghanistan hebben gewerkt. Geen van deze mensen is opgeleid voor politiewerk. Het enige wat ze kunnen, is doden. Ze komen naar Afrika om mensen te doden. Omdat er te veel geld is.

    Maar er komt toch genoeg geld voor de natuurbescherming ten goede aan de dieren?

    Nee. Het geld maakt enkele mensen heel rijk. Die organisaties betalen hoge salarissen. Ze kopen wapens, munitie en helikopters. Ze richten een soort parallelle regering op, inclusief veiligheidsorganen. Sommige ngo’s in Oost- en Centraal-Afrika hebben bewapende milities die over grenzen heen opereren. Iets wat overheidsorganen niet mogen. En daarmee hebben ze de grote donateurs in een val gelokt.

    Wat bedoelt u daarmee?

    Ze zeggen: we hebben met jullie vijf miljoen dollar honderd mensen bewapend en drie helikopters gekocht. Dit jaar hebben we weer vijf miljoen dollar nodig om die militie te betalen. De donateurs hebben een monster gecreëerd en moeten het te eten geven. Als je gewoon een streep door het geld zou zetten, dan worden enkele militieleden crimineel: rovers, stropers, veedieven. Ze hebben nu wapens en een militaire opleiding.

    Wat is de oplossing?

    We hebben ngo’s nodig, maar we mogen hun geen geld voor wapens geven. Als we milieudelicten in Kenia willen voorkomen, dan moeten we het geld aan de Keniaanse milieuautoriteiten geven. Veel van die westerse miljardairs hebben geen flauw benul van natuurbescherming. En ze kunnen giften aftrekken van de belasting, dus overstelpen ze die ngo’s met geld.

    ‘Beschermde gebieden zijn een ongelooflijk primitief en gewelddadig middel van de natuurbescherming’

    Maar particuliere projecten nemen op veel plaatsen taken op zich die de staat niet kan verrichten. Wat is daar slecht aan?

    Ik heb in Kenia gezien hoe ngo’s in een gemeenschap komen en alles in de war raakt. Ze brengen geld mee, ze kopen toestemming, ze verdelen posten. Dan horen enkelen erbij en anderen niet. En plotseling is er iemand dood.

    Er stroomt veel geld naar nationale parken. Vindt u die ook verkeerd?

    Beschermde gebieden zijn een ongelooflijk primitief en gewelddadig middel van de natuurbescherming.

    Maar we hebben toch plekken nodig waar dieren ongestoord kunnen leven?

    Die we hebben, moeten we behouden. Maar we moeten nooit meer een nieuw Yellowstone creëren, nooit meer een nieuwe Serengeti. De stichting van een nationaal park schendt de soevereiniteit van de mensen die daar wonen.

    De evolutiebioloog E.O. Wilson heeft zelfs voorgesteld om de helft van het aardoppervlak in een beschermd gebied zonder mensen te veranderen.

    Niemand vraagt hem: en wat doen we dan met de mensen die in die helft van de wereld wonen? Brengen we ze naar Europa? Naar de VS? Schieten we ze dood? Ik weet het, de soortenrijkdom wordt niet in New York of Londen of Hamburg gered. Maar in Afrika. Het is ongelooflijk dat dit idee medestanders krijgt. Op een dag zal iemand proberen het te realiseren en dat zal met geweld moeten gebeuren. Anders kun je mensen hun geboortegrond niet afnemen.

    De wildernis slinkt wereldwijd. Beschermde gebieden worden bedreigd door uitdijende steden, illegale houtkap, olieboringen.

    Daar moeten we oplossingen voor vinden. Maar wat we nu doen, is zo primitief. Mensen met een doctorstitel die niets anders kunnen verzinnen dan gebieden te omheinen. We weten allemaal dat dat tot conflicten leidt. Denk maar aan de Berlijnse Muur.

    Vergelijkt u een omheining tegen koeien nu serieus met de Berlijnse Muur?

    Die hekken moeten mensen weghouden. In het noorden van Kenia heeft een ngo een beschermd gebied voor neushoorns omheind. Daar ligt goede weidegrond en is er voor lange tijd water. Het gebied is heel droog, dus water is heel belangrijk. Maar door de hekken kunnen mensen daar hun kuddes niet meer laten drinken. Ze maken er een opening in en worden gearresteerd. Dat is een conflict dat er zonder die omheining niet was geweest. Natuurbescherming is niet alleen biologie. Het is sociologie, geschiedenis, politiek, antropologie. Die neushoorns leven niet op een afgelegen eiland. En dus draagt de wetenschap bij aan de apartheid.

    U hebt het opnieuw over apartheid.

    De wetenschappers doen alsof Afrikanen niet bestaan. Mijn masterscriptie ging erover hoe je het aantal stuks vee kunt beperken dat door leeuwen en hyena’s wordt buitgemaakt. Mijn Amerikaanse mentor zei tegen me: je doet een thesis over de ecologie van roofdieren. Stop met mij te vertellen wat de Masai met hun runderen doen.

    Terwijl de herders bij conflicten met wilde dieren een belangrijk element zijn.

    Ja, en uiteindelijk kwamen we erachter dat kleine dingen een grote invloed hadden. Zoals of herders honden inschakelden. Maar niet hoeveel impala’s er in het gebied leefden. We doen alsof we bijvoorbeeld de ecologie van leeuwen en zebra’s kunnen onderzoeken zonder de mensen in ogenschouw te nemen. Mensen maken al miljoenen jaren deel uit van de Oost-Afrikaanse wereld. Dat is nog zo’n leugen die ons in het mondiale Zuiden in het hart raakt, dat onze aanwezigheid in die levensruimten niet natuurlijk zou zijn.

    Maar er zijn toch echt regelmatig conflicten tussen herders en wilde dieren?

    Veeteelt is de enige reden waarom we nog open savannes hebben. Waarom zo veel gebieden in Kenia niet omheind zijn. In het wild levende dieren maken gebruik van de paden van de kuddes. Als we de veeteelt afschaften, zoals natuurbeschermingsorganisaties proberen te bewerkstelligen, dan zou het land opgedeeld en omheind worden. De natuurbescherming moet zich uitspreken over de soorten die we willen behouden, de ecosystemen. Niet over geografische gebieden. Want dat worden microkolonies.

    ‘Vroeger ontnam men de Afrikanen de grond met geweld. Tegenwoordig is een neushoorn het nuttigste instrument om aan grond te komen’

    U noemt die gebieden microkolonies, anderen zeggen dat de omheining beschermt tegen overbeweiding.

    Overbeweiding is een probleem. Maar die wordt veroorzaakt doordat natuurbeschermers de verplaatsing aan banden hebben gelegd. Het overleven van die mensen en het herstel van het landschap zijn afhankelijk van de vraag of de herders vrij kunnen bewegen. Veel gebieden waaruit het vee is verdrongen, beginnen daaronder te lijden. Het gras wordt hard, daar houden ook wilde dieren niet van. Dus trekken ze naar de omgeving van de dorpen, waar het gras vers is.

    En dat leidt weer tot conflicten.

    De mensen doen hun beklag: jullie hebben gezegd dat wij daar niet naartoe mogen gaan omdat dat een gebied voor wilde dieren is. Maar nu komen de wilde dieren in onze dorpen. Als er al een toverformule is om de problemen met natuurbescherming in Oost-Afrika op te lossen, dan is het veeteelt.

    Niet het toerisme?

    Allereerst: toerisme kan altijd alleen enkel een bijproduct van natuurbescherming zijn, niet de reden ervoor. We maken nu mee hoe gevaarlijk het is om mensen afhankelijk te maken van het toerisme. Door covid-19 komt er niemand meer en veel dorpen in Kenia zijn aangewezen op voedselhulp. Maar de rangers patrouilleren nog altijd, zij worden door de regering betaald. En daar gaat de bewering dat het toerisme de natuurbescherming financiert.

    Wijst u toerisme principieel af?

    Nee. Maar we moeten het opnieuw uitvinden. De toerismesector in Kenia verkoopt vakantie nog altijd als Out of Africa.

    De koloniale ervaring.

    Zonder zwarte mensen. In de advertenties zie je witte toeristen, een savanne tot aan de horizon en geen andere mensen. Ze fotoshoppen dorpen weg en prijzen een product aan dat niet bestaat. Echte wildernis is er in Afrika misschien in Namibië. Daar heeft apartheid het landschap ontvolkt. Maar in Kenia of Tanzania horen er mensen bij. Het mooiste wat de natuur voor mij te bieden heeft, is een kudde olifanten met daarnaast een jongen met een kudde geiten, en ze doen elkaar niets.

    Veehoeders als de Samburu zijn één ding. Maar ook concerns eigenen zich toch onrechtmatig grond toe in Afrika en transformeren bos in plantages.

    De eenvoudigste methode om aan grond te komen, is tegenwoordig natuurbescherming. Als je het vee wegneemt, krijg je de grond. Voor een Samburu maken runderen deel uit van zijn identiteit. Als hij geen runderen meer heeft, zal hij uit Samburu vertrekken. Het gaat om geopolitiek, om macht. Natuurbescherming is het nieuwe kolonialisme. Vroeger ontnam men de Afrikanen de grond met geweld. Tegenwoordig is een neushoorn het nuttigste instrument om aan grond te komen.

    Waarom een neushoorn?

    Als je een neushoorn hebt, dan krijg je meteen een paar duizend hectare grond. Je krijgt een wapenvergunning om het dier te bewaken. En je ontvangt een hoop geld, want beschermingsprogramma’s voor neushoorns behoren tot de best betaalde ter wereld.

    De zwarte neushoorn wordt met uitsterven bedreigd. Alles wat die dieren helpt, is toch toe te juichen?

    De neushoorns worden heen en weer verplaatst, bijvoorbeeld door die ngo in Noord-Kenia waarover ik het zojuist had. In 2018 zijn na een andere verhuizingsactie alle elf dieren gestorven. We hebben een zwaar verlies geleden.

    U noemt ngo’s ‘piraten’.

    Ik heb mensen zien huilen toen ze bewijzen aan hen lieten zien voor de daden van die organisaties, die ‘helden’. Het is alsof je een christen bewijs levert dat God niet bestaat.

    Wat is de oplossing?

    We moeten natuurbescherming helemaal opnieuw uitvinden. We kunnen niets dekoloniseren wat op een koloniale structuur berust. Alles wat een witte over natuurbescherming in Afrika zegt, wordt voor waar aangenomen. We accepteren geen leugens van onze bankiers. We accepteren geen leugens van onze leraren. Maar bij natuurbescherming zeggen we: het is een leugen, maar het is voor een goed doel.

    Over welke concrete leugens hebt u het?

    Er zijn organisaties die beweren dat er in Afrika om het kwartier een olifant wordt gedood. En dat er tegen 2025 geen olifanten in vrijheid meer zullen leven. Dat is een leugen. Puur rekenkundig is dat helemaal niet mogelijk.

    U zegt dat olifanten niet worden bedreigd?

    Jawel. Maar ik kan met zekerheid zeggen dat de Afrikaanse landen waar nu olifanten rondlopen, die in de komende vijftig jaar niet zullen kwijtraken.

    Daarmee weerspreekt u de wetenschappelijke consensus. Een groot onderzoek, de Great Elephant Census, is tot alarmerende conclusies gekomen.

    Stelt u zich honderdduizend dode olifanten voor. Die kun je niet verstoppen. Waar zijn de kadavers? Paul Allen, een van de oprichters van Microsoft, heeft miljoenen uitgegeven aan dit onderzoek. En de wetenschappers hebben geleverd wat hij wilde horen. Het zijn prostituees.

    ‘De natuurbescherming is een business. En milieubeschermers zijn geen engelen’

    Ngo’s zijn piraten, uw collega’s in de wetenschap prostituees – wilt u iedereen beledigen die de dierenwereld in Afrika na aan het hart ligt?

    Laat één ding duidelijk zijn: milieucriminaliteit is een probleem. Maar we kunnen dat niet met leugens oplossen. Die mensen liegen tegen het Amerikaanse Congres, ze liegen tegen het Britse koningshuis, ze liegen tegen de Duitse regering. De natuurbescherming is een business. En milieubeschermers zijn geen engelen.

    Welk belang zouden ze erbij hebben om de situatie erger voor te stellen dan die is?

    De grote organisaties proberen een permanente crisis voor te wenden om hun werk te rechtvaardigen. Natuurbescherming is het enige terrein waarop we falen belonen. We plaatsen mensen op een voetstuk die zeggen: al veertig jaar strijd ik voor deze diersoort. Als je als ingenieur veertig jaar lang aan een probleem werkt zonder het op te lossen, dan raak je je baan kwijt. Maar natuurbeschermers bewonderen we om hun doorzettingsvermogen. Terwijl ze veertig jaar lang niets of het verkeerde hebben gedaan.

    Er zijn geen weldoeners. Je moet niet naar Afrika gaan om olifanten te redden

    Jane Goodall is driehonderd dagen per jaar op pad. Ze zet zich onvermoeibaar in voor chimpansees. Dian Fossey is gestorven voor gorilla’s.

    Ja, als jonge student hebben die mensen mij ook geïnspireerd. Maar in de loop der jaren besefte ik dat hun erfenis er vooral een van de zelfpromotie is. Dian Fosseys milities hebben mensen gedood die ze verdachten van stroperij. Zij werd uit wraak vermoord omdat ze de rechten van andere mensen had geschonden. De gorilla’s zijn er 34 jaar later trouwens nog steeds. Velen hanteren andere maatstaven voor deze mensen. En alle helden in Afrika zijn wit. Waarom? Zijn er geen zwarten die de natuur na aan het hart ligt? Waarom zijn er dan in Afrika meer wilde dieren over dan in Europa?

    Moeten we de natuurbescherming in Afrika aan de Afrikanen overlaten?

    Nee, we zijn een mondiaal dorp. Maar je moet anderen niet de westerse zienswijze opdringen: ‘Wij willen dat de Kenianen verliefd worden op hun natuur.’ Nee. Afrikanen respecteren wilde dieren, maar we willen ze niet omhelzen. Ik heb eens voor een ngo kinderen iets bijgebracht over olifanten. Ik zei tegen ze: jullie moeten olifanten waarderen! Dat waren kinderen die elke dag van school naar huis renden om niet door een olifant te worden aangevallen. Ze waren doodsbang voor die dieren. Ik had dus tegen hen moeten zeggen: snij niet af door de jungle. En niet: olifanten zijn prachtig.

    Dus wat moeten we doen?

    Op het moment dat iemand denkt dat hij een redder is, gaat alles mis. Er zijn geen weldoeners. Je moet niet naar Afrika gaan om olifanten te redden. Natuurbescherming in Afrika is een vorm van zelfverwezenlijking geworden. Godzijdank heeft Jeff Bezos – de rijkste mens ter wereld – nog geen interesse getoond in de Afrikaanse dierenwereld. Hij zou ons de genadeklap geven.

    9d094db7b7e580c529e08a78e94deea16efb3e38
  • Aanbevolen door de redactie. De sportende mens van alle kanten & Meer

    Aanbevolen door de redactie. De sportende mens van alle kanten & Meer

    Fotograaf Pelle Cass maakte duizelingwekkende foto’s van overvolle sportvelden. Verder: Luister naar uiteenlopende geluiden uit de 55 landen van het Afrikaanse continent op AIAC Radio & meer aanraders van de 360-redactie.

    Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, ziet en hoort, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires, fotoreportages en podcasts die wij deze week tijdens het speuren naar mooie journalistiek zijn tegengekomen.

    Foto’s van gewone Noord-Koreanen

    Redacteur IJsbrand van Veelen stuitte op een fascinerende serie foto’s die de Franse fotograaf Stéphan Gladieu in Noord-Korea maakte van de bevolking. Dit artikel op de cultuursite It’s Nice That biedt daarvan een fraai overzicht.

    Over doorsnee Noord-Koreanen horen we zelden of nooit iets, aldus Gladieu. ‘De 25 miljoen inwoners zijn een soort spook van de moderne wereld. Ik wilde daar een gezicht aan geven.’ Daarvoor waren wel vijf reizen naar het geïsoleerde land nodig en drie jaar lang onderhandelen over de plaatsen waartoe hij toegang wilde hebben.

    ‘Ik heb een vertrouwensband weten op te bouwen door me heel voorspelbaar, statisch en controleerbaar te gedragen. Daar is ook het hele idee van deze serie op gebaseerd: om binnen de controle waaraan ik was onderworpen precies genoeg vrijheid te vinden voor mijn foto’s.’

    st phan gladieu north korea 1 1
    Gladieu maakte een boek van zijn foto’s van Noord-Koreanen, Corée Du Nord (2020).

    Radio Afrika

    De Sierra Leonees-Amerikaanse muziekproducent, dj, schrijver en cultureel activist Chief Boima, tevens hoofdredacteur van Africa Is a Country, medeoprichter van Kondi Band en de oprichter van het INTL BLK-platenlabel, heeft een maandelijkse onlineradioprogramma: AIAC Radio. De show bevat een mix van muziek en interviews met muzikanten, historici, journalisten en meer. Een aanrader van hoofdredacteur Laura Weeda.

    Als luisteraar kom je veel te weten over de cultuur en politiek van de verschillende Afrikaanse landen, onderlinge en externe invloeden op alle gebieden en maak je dankzij Boima’s zeer gevarieerde selectie kennis met muziek van alle genres. De afleveringen zijn voorzien van tracklist, zodat je zelf verder op verkenning kunt gaan.

    In de afgelopen drie afleveringen, respectievelijk gewijd aan Sierra Leone, Trinidad en Tobago en Djibouti, leerde ik onder andere dat reggae in Sierra Leone populair is, dat Trinidad en Tobago de meeste vakanties van alle landen ter wereld heeft omdat alle religieuze feestdagen er worden gevierd en dat de muziek- en filmindustrie op Djibouti het meest is beïnvloed door India, dat zich aan de andere kant van de Arabische Zee bevindt.


    Overvolle velden

    Nu we allemaal snakken naar zwetende mensenmassa’s ontwierp de Amerikaanse fotograaf Pelle Cass foto’s van overbevolkte sportvelden. Hij legt meerdere foto’s van dezelfde sportwedstrijd over elkaar waardoor de hele wedstrijd in één beeld lijkt samengevat, zoals te zien is in een voorproefje van deze fotoserie in The Guardian.

    Een tip van art director Majel van der Meulen: ‘Foto’s van sportevenementen, ik selecteer ze zelden voor 360 Magazine. Nooit heeft kijken naar sport me gefascineerd, liever zelf bewegen is mijn motto. Deze serie Crowded Fields is verbluffend mooi, en deel ik graag.’

    large 1
    Dartmouth Basketball, Balls, 2019-2020. – © Pelle Cass
    large 1 1
    Dartmouth Hockey, 2019. – © Pelle Cass

    Pelle Cass’ Crowded Fields is tot en met 21 maart te zien in Abigail Ogilvy Gallery in Boston.


    Verbreek het pact

    In heel Mexico protesteren al enkele dagen (voornamelijk) vrouwen tegen de kandidatuur Félix Salgado Macedonio voor gouverneur van de staat Guerrero. Deze kandidaat van regeringspartij Morena is door twee vrouwen beschuldigd van verkrachting.

    Op 15 februari verscheen Basilia ‘N.’, een van de slachtoffers, voor de Nationale Commissie voor Waarheid en Rechtvaardigheid (CNHJ). Na de zitting vroeg zij de president om in haar zaak tussenbeide te komen, schrijft de Mexicaanse website Animal Político.

    Sinds afgelopen woensdag (17 februari) sporen vrouwen president Andrés Manuel López Obrador via sociale media aan om ‘het patriarchale pact te verbreken’ en de kandidatuur van Salgado Macedonio niet te steunen.

    Donderdag (18 februari) zei de president dat de protesten van de vrouwen gegrond zijn, maar dat de inwoners van Guerrero die Salgado steunen ook het recht hebben om gehoord te worden.

    ‘Wat moet ik doen als mijn vriend, neef of partner een vrouw heeft verkracht of seksueel misbruikt?’

    Daarom wil redacteur Joep Harmsen een les delen uit een tweede artikel van Animal Político, van de hand van Ana Estrada. ‘Wat moet ik doen als mijn vriend, neef of partner een vrouw heeft verkracht of seksueel misbruikt?’ In de ijdele hoop dat de Mexicaanse president en alle andere mannen in machtsposities meelezen (Geert Wilders en Dion Grauss bijvoorbeeld).

    Animal Político: ‘Als u een man bent, heb ik nieuws voor u: het is tijd om dit pact te verbreken, om een soort “verraad aan het patriarchaat” te plegen en te stoppen met gedrag dat geweld tegen vrouwen veroorzaakt.

    Mannen (…) moeten erkennen dat het verhaal van hun mannelijkheid complex is en begrijpen dat “we niet alleen monsters zijn die elke dag geweld uitoefenen; we zijn mensen, een product van onze omstandigheden en onze sociaalculturele constructies. Het is aan ons om te veranderen en verantwoordelijkheid te nemen voor onze daden.”’


    Een tropisch netwerk opbouwen

    De site Tropical Papers zet Latijns-Amerikaanse kunstenaars, architecten, ontwerpers en wetenschappers in de zon die ook hier weer begint te schijnen. Het is een kleurige ambitieuze site met de meest verrassende protagonisten uit verschillende disciplines.

    Opgericht in Parijs in 2020 als een non-profit artistieke organisatie, brengt tropical papers een lokaal en internationaal publiek bijeen dat zich op verschillende vlakken bezighoudt met ‘de tropen’, in feite een denkbeeldig gebied.

    ‘Het is een hedendaags postkoloniaal laboratorium, een bron van kennis en multidisciplinaire projecten’

    ‘Het is een hedendaags postkoloniaal laboratorium, een bron van kennis en multidisciplinaire projecten die interconnectiviteit, uitwisseling van ervaringen en dialogen over sociale, historische en actuele geopolitiek stimuleren, door middel van milieu- en duurzame perspectieven’, schrijven de oprichters, onder wie voormalig directeur van het Museum voor Moderne Kunst (CAPC) in Bordeaux.

    Editor at large Katrien Gottlieb: ‘Zo, een mondvol over dit bewonderenswaardige initiatief dat allerlei programma’s ontwikkeld heeft om virtueel aan deel te nemen, bedoeld om een tropisch netwerk op te bouwen en kennis uit verschillende disciplines te delen.’

  • De revolutie zal worden #gehashtagd

    De revolutie zal worden #gehashtagd

    #Hashtagactivisme heeft grote aantallen mensen in beweging gebracht, ook op het Afrikaanse continent. Nog belangrijker is dat regeringen gedwongen worden om aandacht te besteden aan de socialemediacampagnes. Met ook offline effect, schrijft de gelauwerde journaliste Chika Oduah.

    Dossier De straat op

    Overal ter wereld gaan gefrustreerde burgers de straat op om hun politieke of economische eisen kracht bij te zetten, of om zich uit te spreken tegen de coronamaatregelen. In de meeste landen is men woedend over de ongelijkheid en de schaamteloze corruptie van de politieke klasse, terwijl de jongere generatie met moeite het hoofd boven het water kan houden. De coronapandemie heeft deze tegenstellingen – maar ook de urgentie om hier iets aan te veranderen – alleen maar vergroot.

    Op 1 mei 2014 twitterde Chris Brown een foto in sepiatinten van een treurig kijkend zwart meisje, met de hashtag #BringBackOurGirls. De boodschap was bedoeld om de aandacht te vestigen op de 276 vrouwelijke leerlingen die in april in Nigeria waren ontvoerd door de islamitische terreurorganisatie Boko Haram. De BBC en andere gebruikers van sociale media verspreidden het beeld.

    Het probleem was dat de jonge vrouw op de foto geen Nigeriaanse was; ze kwam uit Guinee-Bissau. Ze was nooit ontvoerd en had ook niets met #BringBackOurGirls te maken. Maar de foto werd duizenden keren gedeeld en dat leidde tot de beschuldiging van ‘slactivisme’: het op grote schaal uiten van woede op sociale media zonder de tijd te nemen om achter de feiten te komen.

    Bringback kopie 1
    17624040 101
    © Twitter

    Ondanks de nadelen is hashtagactivisme de afgelopen zes jaar in Afrika met veel succes aangewend. Alleen al in 2020 zijn er hashtagcampagnes gevoerd in Namibië, Zimbabwe, Kameroen, de Democratische Republiek Congo en opnieuw Nigeria, die bewegingen de gelegenheid gaven hun boodschap op sociale media, op straat en op de radar van ongekende aantallen mensen over de hele wereld te krijgen. En, het allerbelangrijkst, deze hashtags hebben regeringen gedwongen om aandacht aan die bewegingen te besteden.

    In Namibië arresteerden veiligheidsagenten 25 vreedzame antifemicide-activisten, maar de aanklachten tegen hen werden ingetrokken toen een overheidsfunctionaris na een brede campagne die werd versterkt door de sociale media, weigerde hen te vervolgen: een klinkende overwinning voor de vrijheid van meningsuiting. Na de EndSARS-demonstraties in Nigeria tegen het gewelddadig optreden van de Special Anti-Robbery Squad, een elite-eenheid van de politie, hebben de bestuurders van 28 van de 36 staten van dat land juridische commissies ingesteld om de getuigenissen te horen van mensen die te maken hebben gekregen met politiegeweld. 

    In Kameroen is de nationale overheid onderhandelingen begonnen met separatisten over een staakt-het-vuren in het al vier jaar slepende conflict 
    dat online bekend is geworden als de #EndAnglophoneCrisis.

    Aandacht

    In de meeste gevallen zijn het millennials en Gen-Z’ers die zulke campagnes voeren. Zij willen de aandacht van de wereld, maar ze vragen het Westen niet om hun problemen te komen oplossen. Talloze jonge mensen in Afrika willen revolutionaire verandering in hun land en zij zien sociale media als een stap in de richting van die verandering: de nieuwe revolutie zal worden gehashtagd.

    Op 17 oktober werd mijn aandacht op Twitter gevangen door een foto van een jonge vrouw met Fulani-vlechten die een poster ophield met de verschrikkelijke boodschap: ‘Er zijn geen woorden om te beschrijven hoe doodsbang ik ben omdat ik vrouw ben in Namibië.’ 

    Ik keek onder de foto en zag de hashtag #ShutItAllDownNamibia. Ik googelde ‘femicide Namibië’, ‘seksegebaseerd geweld in Namibië’, ‘seksuele intimidatie in Namibië’ en kwam terecht in een eindeloos doolhof dat me van het ene verhaal naar het andere voerde; stuk voor stuk schokten ze me diep, zoals ze daar op het vijftien inch-scherm van mijn laptop voorbijkwamen.

    Neem de 27-jarige Gwashiti Ndahambelela Tomas: haar vriend sneed haar de keel door toen ze probeerde hun relatie te beëindigen. Of de 30-jarige Monika Florin: haar man sneed haar lichaam aan stukken, braadde enkele daarvan in een oven, kookte andere in een pan en spoelde de rest door het riool. Een paar maanden geleden werd boekhoudstudente Rejoice Shovaleka door een man in haar hals gestoken terwijl ze onderweg naar huis was van een feest. En begin vorig jaar schoot Eliakim Matthews tijdens een ruzie zijn vrouw Ndinelelo Haidula dood, voor de ogen van hun kinderen. 

    Tussen 2016 en 2019 werden bij de Namibische politie meer dan 3000 verkrachtingen gemeld en 209 moorden door huiselijk geweld. De meeste slachtoffers waren kinderen, tussen januari en september 2019 werden 
    37 vrouwen vermoord. In 2016 en 2018 zijn er nationale actieplannen in het leven geroepen om iets tegen de geweldsepidemie te doen, maar volgens de autoriteiten in het land wordt de situatie alleen maar slechter.

    Stabiele democratie

    Namibië, aan de zuidwestkust van Afrika, wordt geprezen om zijn stabiele democratie en staat al jaren te boek als een van de minst corrupte landen van het continent. Maar nu halen de schokkende cijfers over geweld tegen vrouwen de internationale kranten, gedeeltelijk dankzij #ShutItAllDown, dat is gelanceerd door jonge Namibiërs zoals fotograaf en digitalecontentmaker Lebbeus Hashikutuva en student en activist Bertha Tobias. Zij waren woedend na de vondst van het lichaam van een jonge vrouw, Shannon Wasserfall, dat was begraven in de zandduinen bij de havenstad Walvis Bay. ‘Het lijkt wel of Namibië oorlog voert tegen vrouwen,’ zegt Tobias.

    Binnen een paar uur werd de eerste openbare demonstratie georganiseerd, die Namibiërs opriep om het verhaal van Wasserfall te horen en ‘#SayHerName’. Na afloop werd #ShutItAllDownNamibia groter dan Tobias ooit had durven dromen. De campagne verenigde straatprotesten in het hele land en genereerde op sociale media ongekende aandacht voor femicide in Namibië. De premier zelf beloofde dat de eisen van de campagnevoerders hoog op de agenda van de regering kwamen te staan.

    Opvallend van deze protestbewegingen is dat ze geen leiders lijken te hebben

    De campagne gaat door; activisten eisen dat de Namibische regering de noodtoestand uitroept om femicide en verkrachting aan te pakken. Ze eisen het aftreden van de minister voor seksegelijkheid en de instelling van een openbaar register van zedendelinquenten. Tot nu toe is geen van deze eisen ingewilligd, al onderzoeken parlementariërs wel het voorstel voor zo’n register.

    Ook elders op het continent gebruiken jonge, politiek bewuste mensen hashtags om diepgaande sociale problemen aan te kaarten. In de Democratische Republiek Congo vestigde de campagne #CongoIsBleeding de aandacht op de onrust die het land al zo lang teistert, en met name op het wijdverbreide seksuele geweld tegen vrouwen en de uitbuiting van kinderen als gevolg van de dodelijke strijd tussen gewapende groeperingen om toegang tot lucratieve mineralen in de oostelijke delen van het land. 

    #ZimbabweanLivesMatter

    Zo’n 1600 kilometer ten zuidoosten van de DRC, in Zimbabwe, kwamen in juli vorig jaar campagnevoerders onder de hashtag #ZimbabweanLivesMatter bijeen om de vrijlating te eisen van journalist Hopewell Chin’ono. Hij was gearresteerd nadat hij onderzoek had gedaan naar corruptie bij de overheid. De hashtag, die in de week van 5 augustus 2020 viraal ging, begon te circuleren nadat veiligheidstroepen met geweld mensen van de straten hadden geveegd die wilden protesteren tegen censuur van de media, slechte economische planning en mensenrechtenschendingen.

    In Kameroen werd #EndAnglophoneCrisis gebruikt om aandacht te vragen voor een vergeten conflict. De Engelssprekende burgers van het land, die 20 procent van de bevolking uitmaken, worden al lange tijd gemarginaliseerd en gediscrimineerd door de overwegendFranstalige federale regering van president Paul Biya. 

    In Nigeria doen sociale media meer dan alleen het bewustzijn verhogen. De #EndSARS-protesten voltrokken zich live voor mobiele telefooncamera’s en waren vervolgens te zien op You-Tubekanalen en Facebook- en Instagrampagina’s. Deze foto’s en video’s hebben ertoe bijgedragen dat leugens van de autoriteiten werden ontkracht en een bloedbad naar buiten kwam dat anders verborgen zou zijn gebleven. 

    Politiegeweld in Nigeria tijdens een vreedzame demonstratie.

    Niemand weet precies hoeveel mensen er op 20 oktober 2020 in Lagos zijn gedood. Amnesty International meldde minstens twaalf doden toen Nigeriaanse militairen het vuur openden op een groep demonstranten; volgens sommige van de actievoerders die het bloedbad overleefden, lag het aantal dichter bij de dertig. Maar de Nigeriaanse federale overheid beweerde dat er geen enkele dode was gevallen, de gouverneur van de staat Lagos had het over twee doden en het leger ontkende aanvankelijk zelfs dat er militairen op de plek van de demonstratie waren geweest.

    Dankzij de ruwe en onthullende beelden die rechtstreeks op sociale media werden gestreamd, werd het voor de autoriteiten lastig om deze verzinsels vol te houden. Het leger veranderde zijn verhaal en zei dat er wel soldaten aanwezig waren geweest, maar dat die niet hadden geschoten. Later gaf een brigadier-generaal van de militaire inlichtingendienst tegenover een juridische commissie toe dat soldaten wel het vuur hadden geopend, maar alleen met losse flodders. Op 21 november 2020 erkende diezelfde commandant dat die militairen zowel scherpe munitie als losse flodders hadden gehad. 

    Geen leiders 

    Een van de opvallendste kenmerken van deze nieuwe protestbewegingen 
    is dat ze geen leiders lijken te hebben. In het verleden hadden Afrika’s 
    vrijheidsoorlogen en sociaal-politieke opstanden bijna altijd een duidelijke leider. Vrouwen als Wangari Maathai speelden een belangrijke rol, maar de gezichten die in de media verschenen waren meestal mannelijk: Jomo Kenyatta, Tom Mboya, Steve Biko, Patrice Lumumba, Kwame Nkrumah, Nelson Mandela, Ken Saro-Wiwa.

    De machthebbers vervolgden die leiders meedogenloos; velen werden vermoord of gevangengezet. Daarom doen de huidige activisten op het continent het nu anders, geïnspireerd door #BlackLivesMatter.

    Onder de hashtags #ZimbabweanLivesMatter, #ShutItAllDown, #EndSARS, #CongoIsBleeding en #EndAnglopho-neCrisis verenigen zich gedecentraliseerde bewegingen zonder één duidelijk boegbeeld. Iedereen die eraan meedoet is een leider. Er is niet één persoon die stiekem meegenomen kan worden voor achterkamertjesonderhandelingen of in de gevangenis gegooid om de beweging te onthoofden. 

    De dynamiek van verbondenheid via sociale media heeft een sfeer van Pan-Afrikaanse eenheid voortgebracht

    Binnen deze structuur hebben campagnevoerders steeds slimmere manieren bedacht om elkaar financieel te steunen en acties te organiseren. Het werven van fondsen is gedemocratiseerd doordat crowdfundinginitiatieven verdeeld zijn over verschillende organisaties die de acties ondersteunen. Zo wendde de Nigeriaanse actiegroep Feminist Coalition zich tot Bitcoin nadat ze was geblokkeerd door andere betaalsystemen en traditionele banken. De beweging haalde meer dan 74 miljoen naira (zo’n 165.000 euro) op om #EndSARS-demonstranten en slachtoffers van politiegeweld te steunen. 

    De Namibische activisten tegen seksegeweld organiseerden zich via Twitter en door onbeperkte toegang te geven tot een Google Doc waarin de achtergrond en doelen van hun campagne uit de doeken worden gedaan. Het document, mét de namen van de gebruikers die het bewerken, is een voorbeeld van een gedigitaliseerde, uiterst transparante en collectieve manier om lokale bewegingen te organiseren.

    De gedecentraliseerde structuur is voor sommige regeringen een probleem. Toen de Namibische autoriteiten na de protesten naar een leider vroegen die ze konden ‘consulteren’, weigerden de actievoerders iemand te noemen.

    De dynamiek van verbondenheid via sociale media heeft een sfeer van 
    Pan-Afrikaanse eenheid voortgebracht, een wijdverbreid gevoel van ‘samen staan we sterker’. Activisten en influencers uit verschillende landen 
    betonen elkaar hun solidariteit en delen elkaars campagnehashtags.

    Ook Afrikanen buiten het continent laten hun stem horen. Studenten van de African Law Association aan Harvard University hebben een verklaring uitgegeven waarin ze hun steun uitspreken voor #CongoIsBleeding, #EndSARS, en #ShutItAllDown. Ik ben benieuwd waar deze nieuwe internationale, sociaal-politieke samenwerkingen tussen jonge Afrikanen in de toekomst toe zullen leiden. Misschien zullen ze het gat opvullen dat African Union (AU) laat vallen; deze unie wordt geacht een stem te zijn voor het continent, maar lijkt geen voeling te hebben met de gewone Afrikaanse jeugd. Bij veel conflicten en mensenrechtenschendingen heeft de AU gezwegen en de soevereiniteit van Afrikaanse staatshoofden gerespecteerd in plaats van die rechtstreeks te veroordelen. De AU heeft zich ook volkomen afzijdig gehouden van deze recente door jongeren gevoerde campagnes en dat lijkt me een gemiste kans. 

    Deze bewegingen hebben al een offline-effect gehad. De rechtbank in Zimbabwe heeft Hopewell Chin’ono op borgtocht vrijgelaten. Op 13 oktober kwam de Namibische regering tegemoet aan alle eisen van #ShutItAllDownNamibia en een paar dagen later hadden enkele actievoerders, onder wie Bertha Tobias een ontmoeting met president Hage Geingob. In Nigeria is al een SWAT-team opgericht ter vervanging van SARS en de leden daarvan worden beter opgeleid; volgens het hoofd van de politie wordt er gewerkt aan psychologische beoordelingen van de agenten, zoals activisten hebben geëist.

    Verandering

    Als eerste stap naar decentralisatie, waardoor leden van de Engelstalige minderheid ook een vertegenwoordiging in het parlement kunnen krijgen, heeft Kameroen op 6 december vorig jaar, voor het eerst in zijn geschiedenis, regionale verkiezingen gehouden. 

    Voor anderen is het lastig geweest om veranderingen te bewerkstelligen. De autoriteiten in Zimbabwe en de Democratische Republiek Congo hebben geen echte pogingen gedaan om een eind te maken aan mensenrechtenschendingen.

    Kan de regering het internet afsluiten? Voor een deel wel, ja

    Sociale media bieden activisten dan wel de mogelijkheid om hun leiderschap te decentraliseren, dat beschermt hen nog steeds niet tegen intimidatie en andere vormen van geweld. Regeringen monitoren socialemedia-activiteiten om te bepalen wie ze in het vizier moeten nemen.

    Omdat hun mobiele verkeer in de gaten wordt gehouden, moeten activisten VPN-telefoons gebruiken om te internetten en hun telefoons geregeld urenlang uitzetten. Kan de regering het internet afsluiten? Voor een deel wel, ja. De regering van Tsjaad heeft de toegang tot socialemediaplatforms als WhatsApp, Twitter en Instagram een jaar en vier maanden geblokkeerd. De Soedanese overheid heeft de afgelopen paar jaar minstens twee keer vergaande internetbeperkingen ingesteld. 

    Terwijl regeringstroepen in Soedan vorig jaar juni met harde hand sit-in-demonstraties voor democratie uiteensloegen, merkten de demonstranten dat internet geregeld uitviel. Eerder dit jaar verstoorde de Ethiopische regering twee weken lang toegang tot wifi en breedbandinternet, na de roep om gerechtigheid in de moord op zanger-activist Haacaaluu Hundeessaa. De Ethiopiërs hebben meer dan twaalf keer zo’n shutdown meegemaakt en de Zimbabwanen worden er onder president Emmerson Mnangagwa ook mee geconfronteerd. 

    Zulke extreme maatregelen laten zien dat autoritaire regimes en gewelddadige overheden niet weten wat ze met sociale media en de bewegingen die daaruit voorkomen aan moeten. In 2020 hebben veel jonge mensen over het hele continent intimidatie door de overheid aan de kaak gesteld. Hun gezamenlijke stemmen zullen veerkrachtiger worden naarmate hun roep om meer verantwoording en beter bestuur luider gaat klinken. 

  • ‘Hier zijn ze veilig.’ Bij deze club kunnen Keniase meisjes terecht nu de scholen dicht zijn

    ‘Hier zijn ze veilig.’ Bij deze club kunnen Keniase meisjes terecht nu de scholen dicht zijn

    Sinds de scholen in Kenia zijn gesloten, organiseert de 23-jarige Winnie Achieng activiteiten voor tienermeisjes in haar wijk in Nairobi. De lockdown maakt hen kwetsbaar voor seksueel geweld. ‘Pedofielen maken misbruik van jonge meisjes door ze te lokken met geld, snacks, maandverband en zelfs kleding.’

    Op de eerste verdieping van een buurtcentrum in Mathare, een sloppenwijk in Nairobi, steken een aantal meisjes hun hand op nadat ze een vraag is gesteld. Christine, zeventien jaar, krijgt het woord. ‘Een relatie is als twee of meer mensen een band met elkaar hebben, zoals ik en mijn zus,’ antwoordt ze zelfverzekerd. 

    De bijeenkomst staat in het teken van relaties: zowel familierelaties als vriendschappelijke en romantische relaties. Deze meisjes nemen deel aan een workshop die is georganiseerd door de 23-jarige Winnie Achieng. Toen de Keniase scholen begin 2020 vanwege corona hun deuren sloten, zag Achieng in haar wijk veel doelloze tienermeisjes met een vergrote kwetsbaarheid voor seksueel misbruik. 

    Ze besloot een project op te starten om meisjes door middel van sociale en educatieve activiteiten van de straat te houden. Het doel van de workshops is de veiligheid en het welzijn van de tienermeisjes te bevorderen door middel van ervaringsgerichte lessen. 

    ‘Tot nu toe heb ik in onze wijk gelukkig nog geen tienerzwangerschappen gezien, dus dat is in ieder geval positief’

    ‘Tijdens deze pandemie zijn jongeren overgeleverd aan tal van zaken: gesloten scholen, seksueel geweld, politiegeweld, het virus zelf. Pedofielen maken misbruik van jonge meisjes door ze te lokken met geld, snacks, maandverband en zelfs kleding,’ vertelt Achieng. ‘Tot nu toe heb ik in onze wijk gelukkig nog geen tienerzwangerschappen gezien, dus dat is in ieder geval positief.’

    De eerste workshop van Achieng en vrijwilligster Sarah Milanoi, 27 jaar, telde vijftien deelneemsters. Inmiddels is hun aantal gegroeid tot veertig, verdeeld over twee groepen. Het project vormt een veilige thuishaven voor tienermeisjes, die er dagelijks terecht kunnen. 

    Het belang van een veilige plek wordt benadrukt door de veertienjarige Shameem: ‘We weten dat meisjes worden aangerand en verkracht, en we moedigen al onze vriendinnen aan om ook hierheen te komen, zodat we gezellig samen zijn.’ 

    ‘Soms maak ik dingen mee waar ik mijn ouders liever niet mee wil lastigvallen’

    ‘De workshops houden ons bezig en bovendien is het veel leuker om je tijd met leeftijdgenoten door te brengen dan de hele dag thuis te zitten,’ voegt de zeventienjarige Alicia hieraan toe. Maar ze prijzen ook de ervaringsgerichte lessen, nu de scholen alweer bijna zeven maanden dicht zijn. ‘Tijdens de bijeenkomsten krijgen we toch een beetje het gevoel dat we op school zitten,’ zegt Shameem. 

    ‘Onze ouders hebben het met deze lockdown al moeilijk genoeg een fatsoenlijk inkomen te verdienen om in onze levensbehoeften te voorzien,’ vertelt Christine, zeventien jaar. ‘Soms maak ik dingen mee waarmee ik ze liever niet wil lastigvallen. Hier kunnen we onze verhalen kwijt. Winnie is als een zus, een vriendin, zelfs als een moeder voor ons.’ 

    ‘En ze regelt ook nog eens dingen als maandverband,’ zegt de dertienjarige Jackline. ‘Er wordt ons regelmatig op het hart gedrukt situaties te vermijden die ons in de problemen kunnen brengen,’ vertelt de veertienjarige Adelaine. ‘Winnie, Akinyi [een andere vrijwilligster] en Sarah geven ons vaak advies hoe we met seksuele intimidatie om moeten gaan en seksueel misbruik kunnen melden.’ 

    Intuïtie

    Milanoi helpt Achieng bij de lessen over onderwerpen als menstruatie, reproductieve gezondheid, seksuele instemming, voorbehoedsmiddelen en het opbouwen van een gezonde relatie. ‘Bij onze gesprekken over seksuele veiligheid komt ook misbruik aan de orde,’ vertelt Milanoi. ‘We leren de meisjes om voor zichzelf op te komen en te vertrouwen op hun intuïtie als ze het gevoel hebben dat er iets niet klopt.’ 

    Zoals zoveel Kenianen hoorde Achieng in april op het nieuws over de toename van tienerzwangerschappen in Kenia, hoewel er vraagtekens kunnen worden gezet bij de betrouwbaarheid van de gebruikte statistieken, want onderstaande grafieken tonen een ander beeld. Maar als jonge moeder van twee had Achieng geen statistieken nodig om te weten welke gevaren voor jonge tienermeisjes in Huruma en Mathare bij de schoolsluiting op de loer liggen. 

    ‘Ik zag al van verre aankomen dat gezondheidscentra zich volledig zouden richten op het coronavirus en dat zaken als reproductieve gezondheid en seksueel misbruik naar het tweede plan zouden verschuiven,’ vertelt ze. ‘Ik ben in deze buurt opgegroeid, dus ik ken het hier goed. Ik maakte me zorgen dat jonge meisjes door de coronabeperkingen geen toegang hadden tot informatie over seksueel misbruik en de aangifte daarvan.’ 

    Schermafbeelding 2021 02 17 om 15.56.59
    Data die verzameld zijn door de auteurs.

    Achiengs initiatief steunt op vrijwilligers die op verschillende manieren bij het project zijn beland. ‘Een paar weken nadat de scholen sloten, hoorde ik via de Community Health Volunteers in Huruma dat ze vrijwilligers zochten,’ vertelt Mary Meul, 22 jaar, bijvoorbeeld. ‘We kregen allemaal een aantal huishoudens toegewezen, die we bezochten om te kijken of er hulp nodig was. Aan het begin van de pandemie gaven we vooral informatie over het nut van handen wassen en het dragen van mondkapjes.’ 

    Een paar weken nadat ze met het vrijwilligerswerk was begonnen, hoorde Mary over een incestslachtoffer in haar wijk. ‘Ze was pas tien. Dat raakte me enorm. Daarop besloten mijn vriendin en ik om ons bij Winnie aan te sluiten. We moedigen meisjes in verschillende delen van Mathare aan om naar het buurtcentrum te komen,’ vertelt ze. ‘Hier zijn ze veilig, al is het maar voor een paar uur.’

    Natuurlijk zijn niet alleen meisjes getroffen door de lockdown. Achieng zou dolgraag ook een project voor jongens willen optuigen, maar stuit vooralsnog op te veel hobbels. ‘Voor jongens moet je andere activiteiten organiseren,’ zegt ze. ‘Ze kunnen niet zoals meisjes urenlang stilzitten. Iets sportiefs zou perfect zijn, maar ik heb nog geen middelen gevonden om een speelveld, voetballen en dat soort zaken te regelen.’

    ‘Toen de scholen sloten,’ vertelt de 17-jarige Charles, ‘veranderde in één klap alles. Ik moet voor mijn broertjes en zusjes zorgen, dus ik moest op zoek naar een inkomen. Eerst sloot ik me aan bij een straatbende, omdat ze me geld boden.’ 

    Een paar weken later werd zijn beste vriend voor zijn ogen vermoord. ‘Toen ben ik afgehaakt en tweedehands kinderkleding gaan verkopen,’ vertelt hij. ‘Het valt allemaal niet mee, maar het is wel een stuk veiliger.’ 

    ‘Tienerjongens worden ook hard geraakt door de sluiting van de scholen,’ zegt Achieng. ‘De meeste ouders zijn hun bron van inkomsten door de pandemie kwijtgeraakt, waardoor hun toch al moeilijke levensomstandigheden verder verslechteren. Er zijn talloze tieners zoals Charles die hun families met kleine bedrijfjes onderhouden.’

    Beperkte internetbundels

    Na de sluiting van de Keniase scholen was Achieng niet de enige die in actie kwam. Andrew Muli, een 26-jarige middelbareschooldocent in Mathare, vond een nieuwe manier om les te blijven geven toen livelessen niet langer mogelijk waren.

    ‘Ik heb een WhatsAppgroep opgezet waar zo’n honderd leerlingen in zitten. Ik deel aantekeningen en toetsen, en de leerlingen sturen me hun antwoorden,’ vertelt hij. Zo geeft hij vier virtuele lessen per week waarmee hij een klein percentage van de jongeren bereikt. 

    ‘De opkomst is erg laag omdat maar twintig procent van de leerlingen toegang heeft tot het internet. De meeste leerlingen die in de WhatsAppgroep zitten, gebruiken de mobiele telefoon van hun ouders. Dat betekent dat ze afhankelijk zijn van hun werktijden en beperkte databundels.’ 

    Zijn lessen komen natuurlijk niet in de buurt van de ondersteuning die leerlingen op school zouden krijgen en die Winnie met haar workshops probeert te geven. ‘Op school kunnen leerlingen bij eventuele problemen meteen terecht bij een docent, die niet alleen helpt, maar ook naar ze luistert. Virtueel kun je onmogelijk dezelfde hulp bieden,’ besluit Muli.

  • YouTube verovert Afrika | Colombia beschermt vluchtelingen

    YouTube verovert Afrika | Colombia beschermt vluchtelingen

    YouTube verovert Afrika

    Waar een groot deel van de wereld stil ligt, is het succes van het videoplatform YouTube sinds het begin van de pandemie vertienvoudigd, meldt CNN. Voor het nieuwe jaar koos het platform de slogan: ‘Geef iedereen een stem en toon die aan de rest van wereld.’ Dit is hoe Alex Okosi, directeur van YouTube voor opkomende landen, het gevoel van het initiatief #YouTubeBlackVoices samenvatte in Okay Africa.

    Het platform heeft besloten om YouTubers van het Afrikaanse continent te steunen door een fonds van honderd miljoen dollar op te richten waarmee ze twintig kanalen met creatieve en originele content kunnen belonen. Het platform ziet Afrika als een veelbelovende markt en is van plan om de komende jaren meer dan 500 YouTubers financieel te ondersteunen.

    #YouTubeBlackVoices zou vooral zijn bedoeld om de inhoud die door Afrikaanse YouTubers is gemaakt, te democratiseren. Het aanbod is daarom breed en bevat ook politieke onderwerpen. Zo reflecteert Akah Bants, een acteur in opleiding, op de Nigeriaanse samenleving, en biedt hij aan zijn 42.000 abonnees bijvoorbeeld de ruimte voor een debat over vaccinatie tegen Covid-19 in Nigeria.


    Het nucleaire programma van Pyongyang

    Volgens een jaarverslag van VN-experts, dat maandag aan de Veiligheidsraad is voorgelegd, heeft Noord-Korea vorig jaar ‘splijtstof geproduceerd, kerncentrales onderhouden en zijn ballistische raketinfrastructuur verbeterd’, terwijl het op zoek was naar materialen en technologieën om uit het buitenland aan te schaffen. Volgens dit document zouden Pyongyang en Teheran in 2020 ook de samenwerking hebben hervat bij de ontwikkeling van langeafstandsraketten. 

    ‘Noord-Korea en Iran, vaak aan de rand van de internationale diplomatie, onderhouden al lang geheime en wederzijds voordelige betrekkingen’, schrijft Bloomberg. Het rapport werd enkele weken nadat Joe Biden aantrad als president van de VS doorgestuurd naar de VN-commissie die toezicht hield op de sancties die aan Noord-Korea werden opgelegd.

    Een woordvoerster van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken zei maandag dat de regering-Biden voornemens is een nieuwe aanpak met Pyongyang te bepalen, en ook met bondgenoten opnieuw zal kijken naar manieren om druk uit te oefenen.


    Colombia biedt bescherming aan Venezolaanse migranten

    Bogota zal een ‘tijdelijke beschermingsstatus’ creëren voor migranten zonder papieren die het land binnenkomen om de crisis in het naburige Venezuela te ontvluchten, kondigde de Colombiaanse president Iván Duque maandag aan. Colombia is de belangrijkste bestemming voor Venezolaanse vluchtelingen: ongeveer 1,7 miljoen Venezolanen trokken erheen, van wie meer dan de helft (56 procent) zonder papieren. 

    Venezolanen krijgen gedurende tien jaar een tijdelijke beschermingsstatus, waarin ze een verblijfsvisum kunnen aanvragen, licht het Colombiaanse dagblad El Tiempo toe. De aankondiging komt nadat president Duque in december zware kritiek kreeg te verduren vanwege zijn voornemen om migranten zonder papieren uit te sluiten van de massale vaccinatiecampagne tegen het coronavirus, die in Colombia op 20 februari van start gaat. De president heeft zich sindsdien teruggetrokken en besloten internationale hulp te vragen voor het vaccineren van deze illegale migranten.


    Chinese popster zingt over huiselijk geweld

    Het nieuwste nummer van de Chinese popster Tan Weiwei gaat niet over liefde of relaties, maar richt zich op vrouwelijke slachtoffers van huiselijk geweld, schrijft The New York Times in een portret. ‘Ken mijn naam en onthoud hem. Wanneer kunnen we een einde maken aan de tragedie?’ zingt ze zingt in haar nummer Xiao Juan, de Chinese equivalent van Jane Doe, gegeven aan onbekende of niet-geïdentificeerde vrouwelijke slachtoffers van misdrijven.

    Schermafbeelding 2021 02 09 om 11.03.31
    Still van Bilibili.

    Sinds het in december uitkwam, heeft het nummer weerklank gevonden bij miljoenen vrouwen in China. Op een videowebsite die populair is bij jonge Chinese internetgebruikers, Bilibili, is de video van het lied meer dan 1,1 miljoen keer bekeken.

    Hoewel China in 2015 een wet tegen huiselijk geweld heeft aangenomen, wordt deze niet goed gehandhaafd. Dat geldt vooral voor kleinere steden en landelijke gebieden. Volgens Beijing Equality, een vrouwenrechtengroep, berichtten Chinese media sinds de wet in 2016 werd aangenomen over de dood van meer dan 900 vrouwen die door hun partners zijn vermoord, maar ligt werkelijke aantal waarschijnlijk veel hoger.

    Tan Weiwei, ook wel bekend als Sitar Tan, is een van de weinige muzikanten die het taboe-onderwerp in China aansnijdt – en geen enkele andere Chinese muzikant doet dat zo direct en met zo veel weerklank. De autoriteiten in China hebben hard opgetreden tegen het feminisme en de #MeToo-beweging, en cultureel gezien wordt het niet gepast geacht om openlijk over deze kwesties te spreken, die door Chinezen worden beschouwd als ‘gezinsaangelegenheid’. Het is in de Chinese popcultuur niet gebruikelijk dat musici kritiek uiten op sociale kwesties.

  • Aanbevolen door de redactie. Mexicaanse vrouwen staan op tegen geweld & Meer

    Aanbevolen door de redactie. Mexicaanse vrouwen staan op tegen geweld & Meer

    Afrikaanse filmmakers gebruiken creatieve manieren om het taboe-onderwerp homoseksualiteit te verbeelden. Verder: dit Mexicaanse moordonderzoeksteam bestaat alleen uit vrouwen & meer aanraders van de 360-redactie.

    Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, ziet en hoort, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires, fotoreportages en podcasts die wij deze week tijdens het speuren naar mooie journalistiek zijn tegengekomen.

    Vrouwen voor gerechtigheid

    In deze prachtig geschreven reportage van het Mexicaanse tijdschrift Gatopardo lopen we mee met de vrouwen van La Fiscalía Especializada para la Investigacíon del Delito Feminicidio, oftewel Het Gespecialiseerd Onderzoeksteam voor Femicides. Ook te beluisteren als voorgelezen verhaal. Een tip van redacteur Joep Harmsen.

    Deze speciale onderafdeling van Moordzaken die alleen bestaat uit vrouwen, doet onderzoek naar de vele vrouwenmoorden die plaatsvinden in de Mexicaanse hoofdstad, ‘een stad waar elke vijf dagen een vrouw wordt vermoord, in een land waar 10 vrouwenmoorden per dag worden geteld’, lezen we in de inleiding. Deze in september 2019 opgerichte eenheid staat ook wel bekend als ‘Het onderzoeksteam van de gang’, aangezien het geen eigen kantoor heeft en het moet doen met een plek op de gang van Moordzaken. En dat is meteen illustrerend voor de omgang met femicides in het Noord-Amerikaanse land.

    GettyImages 1228380636 1
    Een groep vrouwen bezet op 6 september 2020 het kantoor van het CNDH in Mexico-Stad. – © Carlos Tischler / Eyepix Group / Barcroft Media via Getty Images

    Dat is ook de reden waarom een groep vrouwen, waaronder moeders van verdwenen dochters, het kantoor van de Nationale Commissie voor Mensenrechten (CNDH, in het Spaans) sinds december bezet hebben. Andrea Murcía maakte er voor Gatopardo een bijzondere fotoreportage over. De vrouwen gingen over tot bezetting toen bleek dat de onderzoeksdossiers naar de moorden op hun kinderen incompleet waren en ze te horen kregen dat ze beter naar huis konden gaan.


    Volgende hoofdstuk in de Wirecard-fraudesage

    Eerder deze week publiceerde 360 een artikel over het schandaal rond de ineenstorting van de Duitse betalingsverwerker en financiële dienstverlener Wirecard, waar miljarden verdwenen en waarvan de COO Jan Marsalek met de Noorderzon vertrok, waarschijnlijk naar Wit-Rusland. 

    https://360magazine.nl/hoe-een-politicus-en-een-geheim-agent-een-megafraudeur-hielpen-vluchten/

    Het schandaal is de spreekwoordelijke gift that keeps on giving. Een dag na onze publicatie kwam het Duitse Capital alweer met een artikel met als titel ‘Hoe een oligarch uit kringen rond Poetin een “A+ klant” werd bij Wirecard’. In 2019 opende Wirecard bankrekeningen voor bedrijven van oligarch Dmytro Firtasch, die wordt gezocht door de VS, door tussenkomst van Jan Marsalek en tegen de zin van de raad van bestuur en witwasdeskundigen.

    Bafin, de Duitse toezichthouder op de financiële markten, zag geen enkel probleem in de warme banden tussen Wirecard, Marsalek en Firtasch.

    Lees hier het volgende hoofdstuk in dit verbijsterende Wirecard-verhaal. Een tip van redacteur IJsbrand van Veelen.


    Queerness in de Afrikaanse cinema

    Dit artikel, aangeraden door hoofdredacteur Laura Weeda, van African Arguments beschrijft hoe in films uit de Mahreb-regio, waar zoals in veel Afrikaanse landen homoseksualiteit taboe is en wordt gecriminaliseerd, cinematografische technieken worden gebruikt om ‘queerness’ als onderwerp alsnog te kunnen behandelen.

    Deze technieken ontstonden uit noodzaak om acteurs en filmmakers te beschermen, aldus de auteur, maar de uitwerking is creatief en subtiel. Vooral de huid en stilte zijn manieren om de kijker een achterliggende boodschap over te brengen.

    Het artikel is gebaseerd op een uitgebreid onderzoek Gibson Ncube in Taylor & Francis online, een Britse uitgeverij van wetenschappelijke literatuur, dat achter een betaalmuur staat.

    Films die in het artikel worden behandeld zijn:

    Abdellah Taïa’s L’Armée du Salut (2013):

    Trailer.

    Raja Amari’s Al Dowaha (2009):

    Trailer.

    en de film Bedwin Hacker van Nadia El Fani’s (2003), hier in zijn geheel hier te bekijken:


    Stenen kijken

    Deze week stond in het teken van de steen. Ze kunnen door een ruit, of je kunt je steentje bijdragen, een rots in de branding zijn, of de hoeksteen van de samenleving. Er is natuurlijk ook nog die steen die een girls best friend is! 

    Art director Majel van der Meulen heeft een tip om stenen te gaan kijken:
    ‘Het Natural History Museum in Londen heeft een online tentoonstelling samengesteld. En omdat wij door het gooien van stenen even wereldnieuws waren, ook een tip in Nederland. In het Naturalis is een prachtige collectie te zien, en in het virtuele museum stap je er binnen!’

    Schermafbeelding 2021 01 29 om 15.18.46 1
    Screenshot van de stenencollectie in de virtuele Naturalis.
    Schermafbeelding 2021 01 29 om 15.18.15 1 1
    Door op voorwerpen te klikken krijgt de bezoeker meer informatie.

  • Financiering is nog geen genderneutraal terrein

    Financiering is nog geen genderneutraal terrein

    Afrika mag dan het hoogste aantal vrouwelijke ondernemers ter wereld hebben, slechts 2 procent van de durfinvesteringen gaat naar vrouwen. Als het aan het Alitheia Identity Fund ligt, komt daar verandering in.

    Als Tokunboh Ishmael door de straten van Lagos, de economische hoofdstad van Nigeria, liep, zag ze overal waar ze keek vrouwen zaken doen. Ze dreven kraampjes waar ze donuts frituurden of vleesspiesjes roosterden. Ze toverden achter naaimachines eigen ontwerpen tevoorschijn en liepen door de beruchte Nigeriaanse verkeersopstoppingen, waar ze de gefrustreerde automobilisten luchtverfrissers of opblaasbare zwembadspeeltjes verkochten. Maar binnen, in de glanzende, airconditioned kantoren waarin zij als bankmedewerker en later als vermogensbeheerder werkte, zag ze een heel ander beeld.

    Met zelfgemaakte mondkapjes op de markt in Lagos Nigeria, waar de regels versoepeld werden en het aantal besmettingen steeg. © AP Photo/Sunday Alamba
    Met zelfgemaakte mondkapjes op de markt in Lagos Nigeria, waar de regels versoepeld werden en het aantal besmettingen steeg. © AP Photo/Sunday Alamba

    Afrika mag dan het hoogste aantal vrouwelijke ondernemers ter wereld hebben, er bestaat op het continent een investeringskloof van zo’n 42 miljard tussen mannelijke en vrouwelijke ondernemers, volgens cijfers van de African Development Bank. Zo ontvingen Afrikaanse startups in 2018 zo’n 725 miljoen dollar aan kapitaal van durfinvesteerders. Daarvan ging maar 2 procent naar ondernemingen van vrouwen.

    Van en voor vrouwen

    Ishmael maakt deel uit van een groeiende groep vrouwelijke investeerders in Afrika die hierin verandering probeert te brengen door welbewust te investeren in bedrijven van en voor vrouwen. Ze is directeur van vermogensbeheerder Alitheia Capital en richtte in 2016 het Alitheia Identity Fund op, dat tot doel heeft die verandering te bewerkstelligen. Tot nu toe heeft het fonds zo’n 70 miljoen dollar binnengehaald. Dat is in moreel opzicht belangrijk en nodig, zeggen investeerders als Ishmael, omdat vrouwen hiermee toegang krijgen tot de bolwerken waarin de beslissingen worden genomen maar die voor hen altijd gesloten bleven. Maar het is ook gewoon een kwestie van verstandig zakendoen.

    ‘Wij opereren in een gebied waar geld onbenut bleef en we zagen een kans,’ zegt Ishmael. Ze kende de cijfers: bedrijven van vrouwen groeien sneller, gaan efficiënter met geld om en maken meer winst dan bedrijven van mannen. Meer in het algemeen maakt diversiteit bedrijven creatiever en innovatiever. ‘Ik wil dat Nigeria het beste uit zichzelf haalt, en dat Afrika het beste uit zichzelf haalt, en dat lukt onmogelijk als ze het potentieel van vrouwen niet ten volle benutten.’

    Het probleem bestaat niet alleen in Afrika. In de Verenigde Staten gaat zo’n 2 procent van de financieringen door durfinvesteerders naar vrouwelijke startup-teams. In het Verenigd Koninkrijk zweeft dat getal rond de 1 procent. En het probleem speelt nog meer bij vrouwen van kleur: in de VS krijgen zwarte vrouwelijke starters maar 6 van elke miljoen geïnvesteerde dollars.Het probleem is volgens deskundigen dat vrouwen op geen enkel niveau toegang hebben tot investeringskapitaal, vermogensbeheer of zelfs meer traditionele vormen van lenen en investeren zoals bankleningen.

    Hordes

    ‘Financiering is geen genderneutraal terrein,’ zegt Sharon McPherson, die
    al jaren in Afrikaanse bedrijven investeert en aan de businessschool van de universiteit van Kaapstad doceert. ‘Vrouwelijke investeerders en vrouwen met bedrijven die investeerders zoeken, begeven zich op een terrein dat nooit voor hen bedoeld was. Ze zwemmen tegen de stroom in, terwijl mannen met de stroom mee drijven.’Vrouwen moeten allerlei hordes nemen om in die wereld mee te kunnen doen, zegt ze.

    Op microniveau bekeken heeft maar 37 procent van de Afrikaanse vrouwen een bankrekening, vergeleken met 48 procent van de mannen, en die kloof wordt steeds groter, zelfs nu vrouwen meer toegang tot financiering krijgen. Vrouwen zien er vaak van af om geld te lenen, niet alleen omdat ze worden ontmoedigd door degenen die het geld uitlenen, maar ook doordat het hun ontbreekt aan financiële kennis.Kijk je naar het niveau van startups die financiering zoeken en gevestigde bedrijven die privaat kapitaal zoeken, dan zie je dat het vrouwen nog steeds moeite kost om serieus genomen te worden met hun ideeën, als gevolg van bewuste en onbewuste sekse-vooroordelen.

    Zo bleek bij een Harvard onderzoek in 2014 dat een pitchvoorstel gepresenteerd door een vrouwenstem minder kans maakte bij mogelijke investeerders dan een voorstel gepresenteerd door een mannenstem – ook al was de inhoud hetzelfde.

    ‘Wij opereren in een gebied waar geld onbenut bleef en we zagen een kans’

    Uit een ander onderzoek, in 2017, bleek dat vrouwelijke oprichters veel vaker ‘preventieve’ vragen over hun onderneming kregen, dat wil zeggen vragen over hun verlieskansen. Mannen kregen daarentegen meer ‘promotie’-vragen, over de ‘sterke kanten en winstmogelijkheden’ van hun onderneming, een type vragen dat gemiddeld zes keer zoveel aan investeringen opleverde.

    Veel investeerders komen ook uit door mannen beheerste sectoren als technologie, mijnbouw en landbouw en zijn meer geneigd om daarin te investeren dan in ondernemingen voor producten of diensten gericht op vrouwen, zoals zwangerschapszorg, menstruatieproducten of make-up. En het netwerken dat nodig is om uiteindelijk zo’n deal te krijgen speelt zich nog steeds af in informele omgevingen waar vrouwen niet bij kunnen zijn of niet voor worden uitgenodigd, zoals golfwedstrijden en borrels na het werk.

    - © ANP
    – © ANP

    Barrières

    ‘Vrouwen stuiten op onzichtbare barrières die mannen niet zien of waar mannen geen last van hebben,’ zegt ontwikkelingseconoom Nthabiseng Moleko, vicevoorzitter van de Commission for Gender Equality in Zuid-Afrika.Daar kunnen investeringsfondsen als Alitheia IDF van Ishmael een rol spelen, door te zorgen dat geld welbewust naar bedrijven van en voor vrouwen gaat.

    In Ghana heeft Alitheia geïnvesteerd in Innovative Microfinance, een bedrijf dat kleine leningen verstrekt aan mensen op het Ghanese platteland die geen bankrekening hebben, voornamelijk vrouwen met een klein bedrijf zoals een marktkraam. En in Nigeria financierde Alitheia een door vrouwen gerunde tomatenpastafabriek, Tomato Jos. Zo’n 30 procent van de tomatenproducenten die aan het bedrijf leveren zijn nu vrouwen, volgens oprichter Mira Metha, en het bedrijf probeert dat getal omhoog te krijgen, onder andere omdat vrouwen meer zekerheid blijken te bieden.

    ‘Wij zien dat onze vrouwelijke landbouwers met hun winst grotere investeringen doen in hun gemeenschap’ dan de mannen, vertelt ze. Zo gebruiken ze hun geld bijvoorbeeld voor onderwijs aan kinderen en voor medische zorg. En wat betreft het verbouwen zelf zegt Metha dat de vrouwen met wie haar bedrijf werkt altijd de beste oogsten hebben: ‘Ze doen het gewoon elke keer weer beter dan de mannen.’

    Christian Science Monitor
    Verenigde Staten | website | csmonitor.comNa meer dan een eeuw is deze krant uit Boston in 2009 gestopt met de printversie en verdergegaan op internet. Heeft nog wel een wekelijkse printeditie. Niet religieus, dankt zijn naam aan de financier: de Christian Science Church.

  • Start-ups van vrouwen krijgen minder snel geld

    Start-ups van vrouwen krijgen minder snel geld

    Afrika heeft het hoogste aantal vrouwelijke ondernemers ter wereld, maar slechts 2 procent van het durfkapitaal gaat naar vrouwen. En dat geldt voor de VS ook. Terwijl vrouwen betere investeringen doen in de gemeenschap.

    Als Tokunboh Ishmael door de straten van Lagos, de economische hoofdstad van Nigeria, liep, zag ze overal waar ze keek vrouwen zaken doen. Ze dreven kraampjes waar ze donuts frituurden of vleesspiesjes roosterden. Ze toverden achter naaimachines eigen ontwerpen tevoorschijn en liepen door de beruchte Nigeriaanse verkeersopstoppingen, waar ze de gefrustreerde automobilisten luchtverfrissers of opblaasbare zwembadspeeltjes verkochten. Maar binnen, in de glanzende, airconditioned kantoren waarin zij als bankmedewerker en later als vermogensbeheerder werkte, zag ze een heel ander beeld.

    ANP 410187688 1
    Met zelfgemaakte mondkapjes op de markt in Lagos Nigeria, waar de regels versoepeld werden en het aantal besmettingen steeg. – © AP Photo/Sunday Alamba

    Afrika mag dan het hoogste aantal vrouwelijke ondernemers ter wereld hebben, er bestaat op het continent een investeringskloof van zo’n 42 miljard tussen mannelijke en vrouwelijke ondernemers, volgens cijfers van de African Development Bank. Zo ontvingen Afrikaanse startups in 2018 zo’n 725 miljoen dollar aan kapitaal van durfinvesteerders. Daarvan ging maar 2 procent naar ondernemingen van vrouwen. 

    Van en voor vrouwen

    Ishmael maakt deel uit van een groeiende groep vrouwelijke investeerders in Afrika die hierin verandering probeert te brengen door welbewust te investeren in bedrijven van en voor vrouwen. Ze is directeur van vermogensbeheerder Alitheia Capital en richtte in 2016 het Alitheia Identity Fund op, dat tot doel heeft die verandering te bewerkstelligen. Tot nu toe heeft het fonds zo’n 70 miljoen dollar binnengehaald.

    Dat is in moreel opzicht belangrijk en nodig, zeggen investeerders als Ishmael, omdat vrouwen hiermee toegang krijgen tot de bolwerken waarin de beslissingen worden genomen maar die voor hen altijd gesloten bleven. Maar het is ook gewoon een kwestie van verstandig zakendoen.

    ‘Wij opereren in een gebied waar geld onbenut bleef en we zagen een kans,’ zegt Ishmael. Ze kende de cijfers: bedrijven van vrouwen groeien sneller, gaan efficiënter met geld om en maken meer winst dan bedrijven van mannen. Meer in het algemeen maakt diversiteit bedrijven creatiever en innovatiever. ‘Ik wil dat Nigeria het beste uit zichzelf haalt, en dat Afrika het beste uit zichzelf haalt, en dat lukt onmogelijk als ze het potentieel van vrouwen niet ten volle benutten.’

    Het probleem bestaat niet alleen in Afrika. In de Verenigde Staten gaat zo’n 2 procent van de financieringen door durfinvesteerders naar vrouwelijke startup-teams. In het Verenigd Koninkrijk zweeft dat getal rond de 1 procent. En het probleem speelt nog meer bij vrouwen van kleur: in de VS krijgen zwarte vrouwelijke starters maar 6 van elke miljoen geïnvesteerde dollars.

    Het probleem is volgens deskundigen dat vrouwen op geen enkel niveau toegang hebben tot investeringskapitaal, vermogensbeheer of zelfs meer traditionele vormen van lenen en investeren zoals bankleningen.

    Hordes

    ‘Financiering is geen genderneutraal terrein,’ zegt Sharon McPherson, die 
    al jaren in Afrikaanse bedrijven investeert en aan de businessschool van de universiteit van Kaapstad doceert. ‘Vrouwelijke investeerders en vrouwen met bedrijven die investeerders zoeken, begeven zich op een terrein dat nooit voor hen bedoeld was. Ze zwemmen tegen de stroom in, terwijl mannen met de stroom mee drijven.’

    Vrouwen moeten allerlei hordes nemen om in die wereld mee te kunnen doen, zegt ze. Op microniveau bekeken heeft maar 37 procent van de Afrikaanse vrouwen een bankrekening, vergeleken met 48 procent van de mannen, en die kloof wordt steeds groter, zelfs nu vrouwen meer toegang tot financiering krijgen. Vrouwen zien er vaak van af om geld te lenen, niet alleen omdat ze worden ontmoedigd door degenen die het geld uitlenen, maar ook doordat het hun ontbreekt aan financiële kennis.

    Kijk je naar het niveau van startups die financiering zoeken en gevestigde bedrijven die privaat kapitaal zoeken, dan zie je dat het vrouwen nog steeds moeite kost om serieus genomen te worden met hun ideeën, als gevolg van bewuste en onbewuste sekse-vooroordelen. Zo bleek bij een Harvard onderzoek in 2014 dat een pitchvoorstel gepresenteerd door een vrouwenstem minder kans maakte bij mogelijke investeerders dan een voorstel gepresenteerd door een mannenstem – ook al was de inhoud hetzelfde.

    ‘Wij opereren in een gebied waar geld onbenut bleef en we zagen een kans’

    Uit een ander onderzoek, in 2017, bleek dat vrouwelijke oprichters veel vaker ‘preventieve’ vragen over hun onderneming kregen, dat wil zeggen vragen over hun verlieskansen. Mannen kregen daarentegen meer ‘promotie’-vragen, over de ‘sterke kanten en winstmogelijkheden’ van hun onderneming, een type vragen dat gemiddeld zes keer zoveel aan investeringen opleverde.

    Veel investeerders komen ook uit door mannen beheerste sectoren als technologie, mijnbouw en landbouw en zijn meer geneigd om daarin te investeren dan in ondernemingen voor producten of diensten gericht op vrouwen, zoals zwangerschapszorg, menstruatieproducten of make-up. En het netwerken dat nodig is om uiteindelijk zo’n deal te krijgen speelt zich nog steeds af in informele omgevingen waar vrouwen niet bij kunnen zijn of niet voor worden uitgenodigd, zoals golfwedstrijden en borrels na het werk.

    Barrières

    ‘Vrouwen stuiten op onzichtbare barrières die mannen niet zien of waar mannen geen last van hebben,’ zegt ontwikkelingseconoom Nthabiseng Moleko, vicevoorzitter van de Commission for Gender Equality in Zuid-Afrika.

    Daar kunnen investeringsfondsen als Alitheia IDF van Ishmael een rol spelen, door te zorgen dat geld welbewust naar bedrijven van en voor vrouwen gaat. In Ghana heeft Alitheia geïnvesteerd in Innovative Microfinance, een bedrijf dat kleine leningen verstrekt aan mensen op het Ghanese platteland die geen bankrekening hebben, voornamelijk vrouwen met een klein bedrijf zoals een marktkraam. 

    En in Nigeria financierde Alitheia een door vrouwen gerunde tomatenpastafabriek, Tomato Jos. Zo’n 30 procent van de tomatenproducenten die aan het bedrijf leveren zijn nu vrouwen, volgens oprichter Mira Metha, en het bedrijf probeert dat getal omhoog te krijgen, onder andere omdat vrouwen meer zekerheid blijken te bieden.

    ‘Wij zien dat onze vrouwelijke landbouwers met hun winst grotere 
    investeringen doen in hun gemeenschap’ dan de mannen, vertelt ze. Zo gebruiken ze hun geld bijvoorbeeld voor onderwijs aan kinderen en voor medische zorg. En wat betreft het verbouwen zelf zegt Metha dat de vrouwen met wie haar bedrijf werkt altijd de beste oogsten hebben: ‘Ze doen het gewoon elke keer weer beter dan de mannen.’ 

  • Aanbevolen door de redactie. De beste Afrikaanse boeken & meer

    Aanbevolen door de redactie. De beste Afrikaanse boeken & meer

    Een vierdelige radioserie van de BBC over wat waarde eigenlijk is in tijden van kredietcrisis, coronacrisis en klimaatcrisis. De beste Afrikaanse boeken van 2020 volgens African Arguments & meer aanraders van de 360-redactie.

    Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires, podcasts en radioshows die wij deze week zijn tegengekomen.

    Wat is waarde?

    Mark Carney, speciaal gezant van de Verenigde Naties voor het klimaat en financiën en voormalig gouverneur van de Bank of England, geeft een serie lezingen op de Britse zender BBC Radio 4 over wat waarde eigenlijk is. In vier afleveringen probeert hij een antwoord te geven op deze vraag en onderzoekt hij hoe ons idee van waarde van invloed is op de kreditcrisis, de coronacrisis en de klimaatcrisis.

    Editor at large Katrien Gottlieb: ‘Niet alleen vertelt Carney hoe waarde door de eeuwen heen steeds van gedaante verwisselde maar ook kijkt hij vooruit naar een postcoronawereld waarin financiële marktwaarde vermoedelijk scherp tegenover de waarde van het maatschappelijk welzijn komt te staan.’

    Alles over Afrikaanse muziek

    De Zuid-Afrikaan Sean Jacobs, universitair docent Internationale Betrekkingen aan The New School in New York, begon in 2009 met de site Africa is a Country. Het platform biedt boeiende en verrassende verhalen over Afrikaanse politiek, cultuur en samenleving, die vaak haaks staan op de manier waarop westerse media naar Afrika kijken. 
    Sinds eind vorige maand is op de site ook het maandelijkse radioprogramma Africa Is a Country Radio te horenDaarin duikt Chief Boima, muziekproducent, dj, schrijver en cultureel activist uit Sierra Leone, in de muziek en de culturele politiek van het Afrikaanse continent.

    Africa Is a Country Radio levert een een heerlijke mix op van muziek en interviews met musici, historici en journalisten. Warme aanrader in deze barre maand waarin we niet naar de zon mogen reizen,’ aldus redacteur IJsbrand van Veelen.

    De beste Afrikaanse boeken

    Opnieuw komt African Arguments, het pan-Afrikaanse nieuws- en debatplatform, met een lijst van de beste Afrikaanse boeken van 2020.

    Een aanrader van hoofdredacteur Laura Weeda: ‘Vorig jaar tipten we ze al in ons magazine; de beste Afrikaanse boeken van het jaar, een overzicht van African Arguments, het onlinetijdschrift dat zich inzet voor een beter begrip van het continent. Dit jaar bevat de lijst weer veel voor ons onbekende namen en dus nieuwe zienswijzen.

    Een goed voorbeeld is Traveling when black van Nanjala Nyabola. Geen reismemoires’, zoals ze zelf aanstipt, maar een reeks essays die ras, identiteit, privileges en migratie onderzoeken. “Hoe zwart zijn betekent dat men zich kan mengen in Haïti of Burkina Faso, maar tegelijkertijd discriminatie van de ergste soort ervaart en elders zelfs de dood riskeert. Dit zijn niet alleen haar verhalen, maar die van velen, die de lezer voortdurend uitdagen om vragen te stellen en de wereld vanuit verschillende perspectieven te bezien.” Laat dat nou net de missie van 360 zijn.’

     Het boek doet ook denken aan het fotografieproject van Johny Pits, die door Europa reisde op zoek naar de “zwarte gemeenschappen”. Nog een tip: zijn werk is vanaf morgen tot 3 januari te zien in De Balie.’

    Chinas Rebel City The Hong Kong Protests South China Morning Post 1 1
    video still uit documentaire China’s Rebel City: The Hong Kong Protests van de South China Morning Post.

    Rebellerend Hongkong

    De documentaire China’s Rebel City: The Hong Kong Protests van de South China Morning Post vertelt het verhaal over de pro-democratische protesten in Hongkong vanaf het de demonstraties tegen het uitleveringsverdrag met China in 2019 tot nu. Aan het woord komen activisten en pro-democratische politici, maar ook pro-Chinese regeringsadviseurs en de korpsleider van de politie van de stadstaat aan de Zuid-Chinese Zee.

    ‘Verplichte kost als je alles over de situatie in Hongkong wilt weten,’ tipt redacteur Joep Harmsen. ‘Het is heel bijzonder voor een documentaire over zo’n gepolariseerde kwestie dat de hoofdrolspelers van beide kampen aan het woord komen. Ook is het inspirerend om te zien hoe Hongkongers blijven strijden voor hun democratie die steeds verder wordt ingeperkt.’

  • Maakt basisinkomen een einde aan de armoede in Kenia?

    Maakt basisinkomen een einde aan de armoede in Kenia?

    ‘Blijf thuis. Werk vanuit huis’, luidt de officiële coronarichtlijn in Kenia. Welk thuis? Welk werk? vragen veel Kenianen zich af. Oby Obyerodhyambo pleit, ondanks alle kritiek, voor een economisch ‘vaccin’ dat de kwetsbaren beschermt.

    Op het hoogtepunt van de coronapandemie deed de Keniaanse minister van Volksgezondheid Mutahi Kagwe een uitspraak die hem tot het mikpunt van spot maakte op sociale media. Hij zei: ‘Als we doorgaan ons normaal te gedragen, zal de ziekte ons abnormaal behandelen. Je onder deze omstandigheden normaal gedragen komt neer op het koesteren van een doodswens.’ Het getuigt van defaitisme, dit klagen over de vermeende onwil van de bevolking om zich aan officiële preventiemaatregelen te houden.

    De regering heeft het verkeer van en naar de hoofdstad Nairobi aan banden gelegd, evenals dat van en naar de provincies Mombassa en Kilifi. In het hele land geldt een avondklok en alle Kenianen moeten een mondkapje dragen, sociale gelegenheden en drukke plaatsen mijden, waaronder religieuze gebouwen, en geregeld de handen wassen met zeep en stromend water. ‘Blijf thuis. Werk vanuit huis’, is de officiële richtlijn.

    ‘Welk werk? Welk huis?’ vraagt een 32-jarige vader van twee kinderen zich af, een man die door de economische gevolgen van het virus zijn baan heeft verloren en kampt met gezondheidsproblemen. ‘Die verplichte thuisisolatie vond ik te streng, veel te streng. Mijn gezin moet toch eten? Ik leef van dag tot dag. We kunnen net eten van wat ik op een dag verdien. De volgende dag ga je zonder een cent op zak de deur uit. En je kunt zeggen wat je wilt, maar ontbijt of lunch koop je er niet voor. Zodra ik op tafel zet wat ik verdiend heb, gaat het schoon op. Dus social distancing is een doodsvonnis, en thuiswerken ook. Ik heb thuis helemaal geen werk. Hoe stel je je dat voor, als ik alleen met mijn handen kan werken?’

    ‘Normaal’

    Zijn verhaal illustreert dat de regering niet goed beseft wat ‘normaal’ betekent voor de meerderheid van de Kenianen. Ze mag dan wel zeggen dat doorgaan met je normale leven getuigt van een stille doodswens, maar het tegendeel is waar.

    De minister richtte zich tot een klein deel van de Keniaanse bevolking, namelijk diegenen die het zich kunnen veroorloven om feestjes te organiseren en gezondheidsadviezen in de wind te slaan. Voor de meerderheid van de Kenianen, die leven in armoede, gaan zijn woorden niet op. Het coronavirus heeft hun leven overhoop gehaald en om te overleven moeten ze, zoals altijd, hun bestaan bij elkaar schrapen.

    In een rapport van [de Zweedse armoedebestrijdingsorganisatie] SIDA staat dat bijna 80 procent van de Kenianen arm is of net boven de armoedegrens leeft. Dat betekent dat de meerderheid van hen zich op de rand van de afgrond bevindt en maar een klein zetje nodig heeft om erin te vallen. Het rapport schetst een somber beeld van de economische situatie in Kenia: ‘De informele sector bestaat uit kleine zelfstandigen, bijvoorbeeld huishoudelijk personeel, groente- en fruitverkopers, wasvrouwen, straatverkopers, ambachtslieden, motor- en fietstaxichauffeurs en bouwvakkers. 72 procent van de huishoudens van mensen die in deze informele sector werken, heeft geen vast inkomen en leeft van dag tot dag.’

    Volgens een verkenning door het Keniaanse Rode Kruis uit april 2020 lijdt de meerderheid van de bevolking ernstig honger. Slechts één op de vier huishoudens in de krottenwijken van Nairobi kan rekenen op een stabiel inkomen.

    Water is in krottenwijken 150 procent duurder dan in welgestelde buurten

    Al voordat het coronavirus toesloeg, ging het slecht met de Keniaanse economie; covid-19 was de nagel aan de doodskist. Wie maar met moeite rondkwam, vecht nu om te overleven. Toen de pandemie om zich heen greep, schoten de voedselprijzen omhoog en bereikten het hoogste punt in drie jaar. Veel essentiële producten, zoals paraffine, voor de verlichting en om op te koken, werden ruim 20 procent duurder.

    Mildred Lucia, een alleenstaande moeder van vier kinderen, die voor de coronacrisis als wasvrouw werkte, klaagt over de stijgende prijzen van alledaagse producten: ‘Alles is opeens veel duurder geworden, maismeel was eerst 40 shilling en kost nu 50 tot 55 shilling. Of rijst: dat kostte altijd 40 shilling voor een halve kilo, maar nu opeens ook 55!’

    Sinds het uitbreken van de pandemie zijn de voedselprijzen met ruim 25 procent gestegen. Voedsel en huur zijn voor de meeste mensen in de krottenwijken de grootste doorlopende kostenpost, gevolgd door gezondheid. Doordat ze geen of te weinig werk hebben, moeten veel bewoners zich in de schulden steken. In andere steden is de situatie al even desolaat.

    Coronamaatregelen

    Bouwvakkers kwamen zonder werk te zitten nadat veel bouwplaatsen moesten worden gesloten. En ging het werk wel door, dan konden er door de avondklok minder uren worden gedraaid. De bouwvakkers werkten hierdoor niet alleen minder uren, maar kregen ook minder per uur betaald. De vrouwen die voedsel en water aan de bouwvakkers verkochten, raakten hun waren niet meer kwijt. Wasvrouwen, die een magere 200 shilling per dag verdienden, werden opeens tot persona non grata verklaard in de huizen van de rijken, die bang waren dat de vrouwen het virus aan hen zouden overdragen. Verkopers van groenten, fruit en andere waren kregen niet alleen te maken met allerlei restricties, maar verkochten ook een stuk minder, doordat hun klanten bijna niets meer verdienden. En boda boda [fiets- en motorfietstaxi]-chauffeurs hadden door de reisbeperkingen en het thuiswerken nauwelijks nog klanten.

    Nadat ze de hele dag hebben geprobeerd wat geld te verdienen voor het avondeten, kunnen ouders bij thuiskomst niet eens hun kinderen omarmen, omdat ze geen water hebben om hun handen te wassen

    Van de ene dag op de andere kregen kinderen uit krottenwijken helemaal geen onderwijs meer, omdat ze geen computer bezaten om de onlinelessen te volgen. Kinderen liepen doelloos buiten rond, wat hun ouders veel zorgen baarde. In de overbevolkte krottenwijken is het vaak geen optie om thuis te blijven, maar als kinderen alleen rondlopen, maken ouders zich zorgen dat ze besmet raken. Nadat ze de hele dag hebben geprobeerd wat geld te verdienen voor het avondeten, kunnen ouders bij thuiskomst niet eens hun kinderen omarmen, omdat ze geen water hebben om hun handen te wassen. Water is in de krottenwijken 150 procent duurder dan in welgestelde buurten, waar het uit de kraan komt.

    Toen er geen werk meer was en al het spaargeld was opgebruikt, maakten mensen schulden om voedsel, brandstof en de huur te kunnen betalen. Huisbazen zetten hun huurders zonder pardon op straat en deden een slot op het huis, soms nog met de spullen van de bewoners erin. Veel mensen in krottenwijken bouwden een enorme huurachterstand op, wat veel van hen aanzette tot wanhoopsdaden.

    Universeel basisinkomen

    ‘Het universeel basisinkomen is het antwoord op de door covid-19 verscherpte ongelijkheid.’ Deze boude stelling is de titel van een blog van Kanni Wignaraja en Balazs Horvath van het UNDP, het ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties. Kanni pleitte er al eerder voor om het universeel basisinkomen een prominente plek te geven in het coronabeleid. Ze schreef dat de sociale gevolgen op de lange termijn zeer ernstig kunnen zijn, als er niet iets aan de armoede wordt gedaan. Alle maatregelen om getroffen economieën weer aan de praat te krijgen, zouden dan voor niets zijn geweest.

    Van alle vormen van sociale hulp is het universeel basisinkomen waarschijnlijk de radicaalste. Sociale hulp is eigenlijk een verzamelnaam voor een scala aan interventies – zowel directe als indirecte, in geld of in goederen. Denk aan sociale dienstverlening, publieke en private initiatieven om mensen minder kwetsbaar te maken, onder andere voor catastrofes als de huidige pandemie, steun bij het overwinnen van acute en chronische armoede en verbetering van de sociale status en rechten van gemarginaliseerde groepen.

    Toen het coronavirus om zich heen begon te grijpen, startte een consortium van niet-gouvernementele organisaties met steun van de Europese Unie een financieel hulpprogramma in de krottenwijken van Nairobi. Het begon in juni en was bedoeld als aanvulling op een al bestaand programma van de Keniaanse overheid. 11.250 huishoudens die maandelijks 2000 shilling van de regering ontvingen, kregen daar nog eens 5668 shilling bovenop.

    Daarnaast wees het project via deze al bestaande structuur nog eens 8250 huishoudens aan die vervolgens maandelijks hetzelfde bedrag kregen als de anderen: 7668 shilling. Dit bedrag was zo gekozen dat het kon voorzien in tenminste 50 procent van de zogenaamde Minimum Expenditure Basket, oftewel het geld dat een gemiddeld huishouden nodig heeft om te kunnen overleven. De Deense ambassade gaf ook geld, waarmee nog eens veertigduizend kwetsbare huishoudens in krottenwijken in Mombassa en Nairobi konden worden ondersteund. Een druppel op een gloeiende plaat, maar wie weet kan zo’n model worden opgeschaald om chronische armoede tegen te gaan.

    Meer effect

    Over het algemeen hebben sociale hulpprogramma’s waarin direct geld wordt overgedragen meer effect dan initiatieven van de overheid. Sociale hulpprogramma’s van de Keniaanse regering wisten zo’n 90 procent van de informele werknemers niet te bereiken, zo bleek uit onderzoek, terwijl dat in Latijns-Amerika en het Caraïbisch gebied maar 50 procent is. Mensen in de informele sector hebben niet, zoals vaste werknemers, via hun werk toegang tot medische hulp. En ouderen en gehandicapten zijn vaak nog slechter af.

    Kanni Wignaraja van het UNDP stelde dat het absoluut nodig is om een minimuminkomen te garanderen; anders dreigen de allerarmsten te sterven van de honger of als gevolg van andere ziekten, nog voordat covid-19 hen te pakken neemt. In de krottenwijken van Nairobi wist het sociale hulpprogramma mensen te redden uit de klauwen van de dood.

    Voor het eerst sinds hij zijn baan was verloren, at zijn gezin weer drie maaltijden per dag

    Beatrice Mbendo, een 39-jarige zwangere, alleenstaande moeder van drie kinderen, die als wasvrouw bijna niets meer verdiende, kon met het geld eindelijk haar huur- en andere schulden aflossen. Zij vindt dat de regering ook als de pandemie voorbij is een sociaal hulpprogramma zou moeten instellen. Mildred Lucia, die nu zakdoekjes verkoopt op straat, is het daarmee eens. De moeder van vier kinderen kreeg toen de pandemie begon opeens geen werk meer als wasvrouw, omdat klanten bang waren het virus van haar op te lopen. Het bedrag dat aan steun ontving gaf ze bijna helemaal uit aan voedsel voor haar gezin, dat daarvóór maar één maaltijd per dag kreeg. Een klein deel investeerde ze in haar business en zo hoopt ze de armoede te kunnen ontvluchten.

    De ontvangers vertellen hoe ze dankzij deze financiële steun weer overeind konden krabbelen. Albert Otieno liep zijn huurachterstand in, kocht voedsel voor zijn gezin en kankermedicijnen voor zichzelf. Ook zorgde het geld voor minder spanningen in huis en bracht het een glimlach op het gezicht van zijn vrouw. Voor het eerst sinds hij zijn baan was verloren, at zijn gezin weer drie maaltijden per dag. Otieno kan nog steeds niet geloven dat hij aan het programma mocht meedoen zonder daarvoor iemand te hoeven kennen, een peetoom in te schakelen of iemand om te kopen.

    Margaret Mutambi werd na een gewelddadig huwelijk van elf jaar uit huis gegooid. Met de financiële steun kon zij haar nieuwe huis een beetje inrichten, achterstallige huur betalen en haar kinderen te eten geven. Ze vindt het belachelijk dat er geen echte banen zijn voor al die vrouwen die in de informele sector werken; volgens haar zijn zij door hun afhankelijkheid van mannen kwetsbaarder voor seksueel en andere geweld.

    Als sociale ontwikkelingsstrategie stuit het direct uitkeren van geld ook op kritiek. Het zou economisch onhaalbaar zijn en afhankelijkheid in de hand werken. Ontvangers zouden niet langer hun best doen om zelfredzaam te worden. Anderen vinden ‘gratis geld’ oneervol; het zou het zelfrespect van de ontvangers schaden. Ook wordt wel beweerd dat het lethargie en luiheid in de hand zou werken, dat de ontvangers eraan gewend raken en geen reden hebben om ervan af te zien zodra hun omstandigheden verbeteren. Veel tegenstanders zeggen dat arme mensen niet met geld kunnen omgaan en het geld dat ze krijgen alleen maar uitgeven aan onzinnige dingen. Talloze onderzoeken en evaluaties hebben deze mythes echter ontkracht: de directe overdracht van geld blijkt een prima manier om sociale hulp te bieden.

    Steuntje in de rug

    Een goed ontworpen sociaal hulpprogramma moet hele gemeenschappen kunnen helpen om zich op te werken uit diepe armoede en door sociale bedrijvigheid de eigen levensstandaard te verhogen. Het model van de Grameen Bank [uit Bangladesh] heeft overtuigend aangetoond dat armen zich vanuit de armoede omhoog kunnen werken als ze aan het begin een financieel steuntje in de rug krijgen. Eind 2008 had de bank 7,6 miljard dollar uitgeleend aan armen op het platteland van Bangladesh; 99,6 procent van het geld werd netjes terugbetaald. 97 procent van de leners waren vrouw. De bank en zijn oprichter Muhammad Yunus kregen er in 2006 de Nobelprijs voor de Vrede voor.

    De Grameen Bank gaat ervan uit dat armen zelf het best weten hoe zij hun situatie moeten verbeteren. De bank gelooft niet dat armen misbruik zullen maken van onvoorwaardelijke steun en alleen maar dieper in de armoede raken. Onderzoek laat zien dat het hun inderdaad de steun geeft die ze nodig hebben om weer op te krabbelen. Het idee dat ze niet geneigd zouden zijn om weer aan het werk te gaan, klopt simpelweg niet.

    In krottenwijken gaat het normale leven noodgedwongen door. Het is een schamel normaal, dat nog schameler wordt door alle pogingen het virus te beteugelen. Zolang er voor de bewoners geen directe financiële ondersteuning komt, is het minder gevaarlijk de officiële richtlijnen te negeren dan je eraan te houden.

    Inmiddels is de geldelijke steun van de staat en zijn partners opgedroogd, terwijl miljoenen mensen nog steeds gevangen zitten in armoede. Welke lessen kunnen we leren uit deze tijdelijke ‘vaccinatie’ tegen armoede met een universeel basisinkomen? Een tijdlang beschermde ze twintigduizend huishoudens tegen covid-19. Is het wellicht een blauwdruk voor nationale en regionale overheden, voor een sociaal hulpprogramma dat mensen iets van bestaanszekerheid kan bieden?

  • De goede daad

    De goede daad

    De Amerikaanse ontwikkelingswerker Renee Bach begint in Oeganda een gezondheidscentrum voor ondervoede kinderen. Velen van hen sterven daar. Als gevolg van, of ondanks de behandeling? Twee families dagen Bach nu voor de rechter. Maar het gaat om veel meer dan alleen de vraag of ze schuldig is.

    image
    © YouTube

    Ziriya Namutamba (42) is boerin. Ze vertelt: ‘Toen de chauffeur kwam, wist ik dat Twalali dood was. De andere vrouwen hadden mij gewaarschuwd: als hij je komt halen, is de jongen gestorven. In de kliniek wilde ik Twalali zien, maar ik kreeg noch het lijk van het kind, noch een arts te zien. Ik was radeloos en huilde. Later kwam buiten voor het gebouw Renee voorbij, over wie ik had gehoord dat ze arts is. Ze droeg Twalali’s lichaam, gewikkeld in een linnen doek, en legde hem in de kofferbak van een terreinwagen. Het was dezelfde wagen waarmee haar medewerkers Twalali en mij een week eerder uit ons dorp hadden opgehaald.

    De kleine, magere vrouw leeft met haar man en vijf kleinkinderen in een hut met een strodak tussen groene heuvels en velden. Haar dochter en diens man kregen jong kinderen, ze bezitten geen land en werken in het westen van Oeganda. Ziriya Namutamba zorgt voor de kinderen. Twalali, het derde kind, stierf op 16 juli 2013 op tweejarige leeftijd. Hun dorp ligt een uur rijden met de auto van het volgende dorp, waar levensmiddelen te krijgen zijn, maar geen school is, en geen arts. Naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis in Jinja, met 76.000 inwoners de op drie na grootste stad van het land, is het ongeveer twee uur rijden. Als je een auto hebt.

    Boerin Ziriya Namutamba: ‘Ze waren allemaal woedend op me: de ouders van Twalali, mijn man en de imam. Ze vroegen naar papieren van de kliniek. Maar niemand gaf een verklaring over wat er gebeurd was.’

    Vervloeking

    Een derde van de kinderen in Oeganda lijdt als gevolg van ondervoeding aan groeistoornissen, de helft van de kinderen onder de vijf jaar aan bloedarmoede. De bodem van Oeganda, dat als de graanschuur van Afrika geldt, is vruchtbaar, ook in het oosten van het land, waar Ziriya Namutamba woont. Dat veel kinderen desondanks te weinig voedingsstoffen krijgen, ligt onder andere aan gebrek aan kennis. Mais en cassave, de voornaamste voedingsmiddelen in de streek, die ook groeien rond de hut van Namutamba, bevatten koolhydraten maar niet genoeg eiwit. Traditionele genezers verbreiden bovendien de boodschap dat de symptomen van ondervoeding – gezwollen buik, uitgedroogde ledematen of ook hongeroedeem – duiden op een vervloeking.

    Als de ondervoede kinderen geen uitgebalanceerd dieet krijgen, sterven ze vaak. Aan uitputting of aan een longontsteking, aan diarree of malaria. Twalali werd een week voor zijn dood in Jinja positief getest op malaria, in het verpleeghuis van de hulporganisatie Serving His Children, opgericht door de Amerikaanse Renee Bach. Van haar kleinkind heeft Ziriya Namutamba nu alleen nog een zwart-witfoto die Bachs ngo voor de dood van het jongetje gepost had op Instagram: met draden aan Twalali’s uitgeteerde lichaam, op zijn hoofd een grote pleister, de ogen wijd opengesperd en leeg, terwijl hij gevoerd wordt met een lepel.

    Ziriya Namutamba: ‘Vijf jaar na Twalali’s dood kreeg ik bezoek van twee mensen uit de stad. Ze zeiden dat Renee Bach helemaal geen arts is en haar kliniek geen echte kliniek. Ik werd zo woedend! Ze had me bedrogen! Twalali had het zeker overleefd als ik hem naar een echte dokter had gebracht! De vrouw en de man uit de stad stelden me voor om een proces te beginnen tegen de witte. Ik vroeg me af: als ik zo’n misdaad zou begaan onder witte mensen, zou ik daar dan ongestraft mee wegkomen? Mijn man en ik vergaderden met de dorpsgemeenschap en samen besloten we om Renee aan te klagen.’

    De vrouw die vanuit Jinja naar Ziriya Namutamba kwam, heet Olivia Alaso, een Oegandese die samen met de Amerikaanse Kelsey Nielsen de hashtag #nowhitesaviors (‘Geen witte redders’) heeft bedacht. Door deze slogan werd Namutamba’s dorp aan de rand van de heuvels het middelpunt van een wereldwijd debat over de aanmatiging van witte ontwikkelingswerkers in landen als Oeganda, en de schade die ze aanrichten.

     ‘Toen ik over deze neparts hoorde, besloot ik dat de wereld moest weten waartoe witte mensen in Afrika in staat zijn’

    Olivia Alaso (35) is een sociaal werker: ‘Toen ik over deze neparts hoorde, besloot ik dat de wereld moest weten waartoe witte mensen in Afrika in staat zijn. Ik legde contact met een van Renee Bachs voormalige medewerkers. Hij bracht mij bij enkele families die hun kinderen hadden verloren, ook bij Ziriya Namutamba. Samen zijn wij naar een advocate gegaan. Ik wil gerechtigheid. Ik wil dat zoiets nooit weer gebeurt in mijn land.’

    Primah Kwagala, de advocate die pro Deo voor de slachtoffers optreedt, diende op 21 januari 2019 een aanklacht tegen Renee Bach en haar ngo Serving His Children in bij de rechtbank in Jinja. De familie van Twalali is een van de drie klagende partijen, naast de moeder van een ander dood kind en de organisatie Women’s Probono Initiative. In de aanklacht staat: ‘De aangeklaagden hebben de kinderen van de klaagsters fatsoenlijke medische zorg onthouden en het doen voorkomen alsof ze medische diensten aan konden bieden.’ Bach zou hebben gedaan alsof ze arts was en onbevoegd infusen en transfusies hebben toegediend. Het gaat in de aanklacht niet om de vraag of deze ingrepen de kinderen schade hebben toegebracht, maar om het feit dat de families hun kinderen niet aan de hoede van echte artsen hadden toevertrouwd omdat ze dachten dat Bach een echte arts was.

    Primah Kwagala (34) is advocate in de hoofdstad Kampala: ‘De staat heeft te weinig geld. Vooral in de gezondheidszorg is er gebrek aan alles. Vaak springen ngo’s bij. Helaas ontbreken de middelen om regelmatige overheidscontroles uit te voeren op deze organisaties. Veel witte mensen doen wat ze willen. Het gebeurt zelden dat een benadeelde Oegandees opstaat en zegt: mij is onrecht aangedaan! Daarom heeft het lang geduurd voordat iemand iets tegen deze vrouw heeft ondernomen.’

    Papayasmoothies

    Renee Bach, nu 31, uit Virginia in het oosten van de VS, richtte meteen na haar middelbare school, toen ze 18 was, Serving His Children op. Eerst deelde ze rijst en bonen uit in een armenwijk van Jinja. Vanaf 2009 verpleegde ze ook ondervoede kinderen. Tot aan het moment dat ze zes jaar later, in maart 2015, haar Rehabilitation Center na een inspectie van de Autoriteit voor Gezondheidszorg moest sluiten, stierven daar 105 kinderen.

    Jinja, waar Renee Bach en haar ngo actief waren, is een aangename stad. Een favoriete bestemming voor avontuurlijke toeristen vanwege het reusachtige tropische woud, en voor vrijwilligers die hun diensten aanbieden vanwege de reusachtige ellende. Talrijke hulporganisaties zijn in de stad actief; enkele daarvan zijn opgericht door jonge Amerikanen. Dat heeft te maken met de dertigjarige missionaris Katie Davis, die in 2008 het opleidings- en gezondheidscentrum Amazima Ministries oprichtte en een bestseller schreef over haar ervaringen: Kisses from Katie. Dat boek lokt tot op heden adolescenten uit het milieu van de evangelicals in de VS naar Jinja, op zoek naar het zogeheten juiste leven in een zogeheten foute wereld. De hemel boven de stad licht abrikooskleurig en babyblauw op, de Nijl ontspringt hier, de cafés serveren papaya smoothies en cappuccino. Aan de noordkant van de hoofdstraat leeft de inheemse bevolking, in het zuiden, dichter bij de rivier, wonen de ngo-medewerkers en toeristengidsen.

    Olivia Alaso, de sociaal werker, zegt: ‘Ik ben opgegroeid in Jinja. Zoals de meesten hier dacht ik dat alle witte mensen alleen maar goeds brachten en dat ze beter waren dan wij. Zij zaten in de mooie cafés en woonden in de mooie huizen. Vaak kwamen ze in mijn school en gaven ons snoep en speelgoed, en wij zongen voor ze. Later ben ik opgeleid voor sociaal werk en heb ik gewerkt voor internationale ngo’s. Op het laatst voor twee jonge witte Amerikanen met wie ik eigenlijk heel goed kon opschieten. Maar toen namen ze een wit, nog jonger meisje in dienst, dat ons Oegandezen heen en weer commandeerde en beweerde dat we te veel verdienden en te weinig uitvoerden. Ik zei tegen mijn leidinggevenden dat die vrouw ons niet zo kon behandelen. Ze hebben er niets aan gedaan, dus ben ik vertrokken. Ik kon dat doen omdat mijn man goed verdient. De meeste Oegandezen durven niet over misstanden te spreken. Ze hebben het werk nodig omdat hun familie daarvan leeft. De onzekerheid over werk is groot in dit land.’ 

    @nowhitesaviors

    Een van de leidinggevenden voor wier ngo Olivia Alaso in 2015 niet meer wilde werken was Kelsey Nielsen. Maar drie jaar later werkten Alaso en Nielsen toch weer samen – verenigd in de kritiek op zulke ngo’s. In augustus 2018 startten ze het Instagramaccount @nowhitesaviors en begonnen daar de westerse hulpindustrie te bekritiseren: bijvoorbeeld vrijwilligers die zonder bijzondere kwalificaties in Afrika willen helpen en zich bovendien graag op de sociale media vertonen – arm in arm met zwarte mensen die zonder hen zogenaamd hulpeloos zouden zijn. Het begrip ‘white savior’ slaat op witte mensen die zwarte mensen redden uit een noodsituatie, een topos die ook uit films bekend is. Een voorbeeld is de premiejager King Schulz in Quentin Tarantino’s Django Unchained, die de slaaf Django bevrijdt, die vervolgens een veldtocht begint om zich te wreken.

    Kelsey Nielsen (30), sociaal werker: ‘Op mijn twintigste kwam ik voor het eerst in Oeganda. Ik deed vrijwilligerswerk in het weeshuis Amani Baby Cottage. Twee jaar later richtte ik met een vriendin het Abide Family Center op. Zoals veel jonge oprichters geloofde ik dat God me had geroepen. Ik was een evangelisch christen. Onze ngo heeft overigens wel wat zinvols gedaan: wij hielpen kinderen in hun families te blijven doordat we bijvoorbeeld hun schoolgeld betaalden. De ouders van de meeste zogenaamde wezen in Oeganda leven namelijk wel, maar hebben geen geld om voor hun kinderen te zorgen, of ze denken dat witte mensen dat beter kunnen. Als ik mijn blogbijdragen van toen lees, zie ik wel dat ik toch aan het “white savior”-complex leed. Ik verwarde mijn behoefte om nodig te zijn met mijn geloof dat ik nodig was. Het heeft even geduurd tot ik me bewust werd van mijn rol en begreep wat racisme werkelijk betekent. Toen Olivia ontslag nam, heeft ze mij een duwtje in de juiste richting gegeven. We hebben veel gediscussieerd. Ik heb boeken gelezen: James Baldwin, Toni Morrison, Audre Lorde. Ik herkende mijn fouten, mijn arrogantie en mijn onwetendheid, en de fouten van de andere witten. Ook die van Renee.’

    Het Instagramaccount van Kelsey Nielsen en Olivia Alaso trok de aandacht van journalisten uit de VS. Eerst berichtte Medium eind september 2018: ‘Amerikaanse missionaris speelt voor dokter, kinderen sterven. Wanneer zal er gerechtigheid zijn?’ Na een op 19 juni 2019 gepubliceerd videobericht van een half uur van Al Jazeera, pikten veel grote media het verhaal op. In maart 2020 heeft @nowhitesaviors meer dan 760.000 volgers [in maart 2019 waren dat er nog 300.000].

    Renee Bach verklaarde in een persbericht van 24 juni 2019: ‘Helaas sterven er elk jaar 3,1 miljoen kinderen aan ondervoeding, wat de noodzaak van organisaties als Serving His Children glashelder aantoont.’ Bach bevestigde dat ze geen medische opleiding heeft en dat in haar instelling 105 kinderen gestorven zijn. Maar ze wees elke verantwoordelijkheid voor hun dood af. Ze zou nooit beweerd hebben arts te zijn.

    De Süddeutsche Zeitung (SZ-Magazin) beschikt over haar verweer tegen de aanklacht. Daarin geeft Bach alleen toe dat ze te laat is geweest met het aanvragen van verlenging van de vergunning voor het runnen van een gezondheidscentrum.

    ‘Bach deed dingen waar ze geen verstand van had, zoals bij extreem ondervoede kinderen levensnoodzakelijke infusen aanleggen’

    Na veel e-mails van het SZ-Magazin aan de advocaten van Renee Bach meldde zich eind 2019 haar moeder Lauri, directeur van Serving His Children in de VS. Aan de telefoon zei ze dat haar familie diep geraakt was; de verwijten van de klagers en de persberichten noemde ze onjuist. Renee was niet beschikbaar voor een interview. Ook de medewerkers van haar hulporganisatie, die nog steeds actief is in Oeganda, zouden getraumatiseerd zijn door de beschuldigingen. Het gebouw van twee verdiepingen waarin Renee Bach het gezondheidscentrum runde, waar de kinderen stierven, ligt in een buitenwijk van Jinja, naast een krottenwijk met golfplaathutten waarin de armsten van de stad wonen, mensen die vluchtten voor de burgeroorlog die tot 2006 woedde in het noorden van het land. Na de onafhankelijkheid van Groot-Brittannië braken in het land steeds weer gevechten uit, de ene gewelddadige heerser volgde de andere op. De autoritair regerende president Yoweri Museveni is sinds 1986 aan de macht.

    Kelsey Nielsen, sociaal werker: ‘Ik heb Renee in maart 2015 samen met andere witte ngo-medewerkers bij de politie in Jinja aangegeven. De verpleegster Jacqueline Kramlich had me verteld dat Bach dingen deed waar ze geen verstand van had, zoals bij extreem ondervoede kinderen levensnoodzakelijke infusen aanleggen. Jacqueline en haar man hadden een contract voor twee jaar bij Serving His Children getekend, maar na twee maanden ontslag genomen. Hoe vaak ze er ook met Bach over gesproken hadden, ze hield niet op met deze ingrepen. Ze nam zelfs meer medische taken op zich. Een Amerikaanse die indertijd bij haar werkte, vertelde me later dat ze na onze aangifte met Renee Bachs zus alle documenten van Serving His Children doornam en zag dat minstens tachtig procent van alle patiëntendossiers Renees handtekening droegen. Renee en ik waren ooit goede bekenden, we hadden dezelfde vrienden en zagen elkaar op de bijbelkring. Dat veranderde in januari 2014, toen een jongen die Sharifu heette in ons centrum stierf aan een hartinfarct, hij was drie jaar oud. Een paar maanden voor hij bij ons kwam had Renee hem onder haar hoede gehad. Ze had hem dik en gezond gevoerd – en toen naar huis gestuurd. Ondervoeding bij kinderen gaat vaak gepaard met verwaarlozing, de ouders hebben geen geld en geen opleiding. Je moet zulke gezinnen langdurig begeleiden en ze laten zien hoe ze hun kinderen met de juiste groente, peulvruchten, vlees en vis kunnen helpen. Na de dood van Sharifu confronteerde ik Renee met het feit dat haar werk niet duurzaam was. Zij deed toch niet aan noodhulp, maar leidde een hulporganisatie die pretendeert het leven van de mensen op de lange termijn te verbeteren. Ik stelde haar medeverantwoordelijk voor de dood van Sharifu.’ 

    Nadat Nielsen en haar medestanders Renee Bach hadden aangegeven, werd Bachs centrum gesloten door een vertegenwoordiger van de Oegandese Autoriteit voor Gezondheidszorg. Bach vertrok voor een jaar naar haar ouders in de VS. In juni 2017 opende ze weer een afdeling voor ondervoede kinderen, deze keer in samenwerking met de Oegandese regering, in een gezondheidscentrum van de overheid in Kigandalo, een gemeente op anderhalf uur rijden ten oosten van Jinja, waar het aantal ondervoede kinderen bijzonder hoog is.

    Kelsey Nielsen: ‘Ik ken Oegandezen die met Bach gewerkt hebben op de nieuwe afdeling in Kigandalo. Ze hebben geprobeerd met haar te praten. Maar ook daar ging ze op dezelfde voet verder.’

    Kort na de opening van Bachs nieuwe gezondheidsinstelling deden zeven Oegandese werknemers hun beklag in een brief aan Bach, dat de witte medewerkers boven hen stonden en dat de Oegandezen in vergelijking te weinig verdienden. Ze werden alle zeven ontslagen. Drie van hen ondersteunden later de aanklacht van de families tegen Renee Bach met plechtige verklaringen die inhielden dat ze zelf lang geloofd hadden dat Bach een arts was, want ze had vaak een witte jas aan en een stethoscoop om de hals.

    Kelsey Nielsen: ‘De advocate heeft slechts twee gedupeerde families in de aanklacht opgenomen omdat ze voor elke klager geld moest betalen aan de rechtbank. Wij hopen dat op de civiele procedure een strafproces volgt, zodat recht gedaan wordt aan alle getroffen families. Daarvoor moet de recherche eerst onderzoek doen. Maar de politie heeft nauwelijks middelen. Olivia en ik ondersteunen de beambten, we brengen ze in contact met de moeders van de gestorven kinderen en geven ze documenten die we verzameld hebben.’

    Geen bewijs

    Nog meer moeders hebben Renee Bach en Serving His Children aangegeven nadat ze door de activistes bezocht zijn. Zo ook Kakai Gorreti, wier negenjarige zoon Massai door behandelingen van Bach geestelijk gehandicapt zou zijn geraakt. Het is een uur rijden naar de lemen hut van de familie vanaf de dichtstbijzijnde verharde weg. Gorreti’s zeven kinderen spelen in het zand. Massai lacht vaak luid en ongecontroleerd, werpt zich op de grond of brabbelt met een lege blik. Zijn linkerhand is verstijfd en staat haaks op zijn onderarm. Zijn moeder zit gehurkt bij hem en staart naar de grond. Haar man verstopt zich in het maisveld achter de hut.

    Kakai Gorreti (32), boerin: ‘De witte vrouw heeft ons uit het gezondheidscentrum in Nakhupa gehaald. Daar was Massai nog normaal. Ze heeft hem niet goed behandeld, dat weet ik, omdat mijn kind gestoord is teruggekomen uit haar kliniek. Dokter Renee heeft Massai’s handen en hersenen beschadigd. Ik heb haar aangegeven omdat ik wil dat ze eindelijk verantwoording af moet leggen. Ze moet zijn medicijnen betalen en instaan voor zijn maandelijkse verzorging. Ik wil dat ze ons elke maand een miljoen shilling geeft voor zijn onderhoud.’ 

    Dat is minder dan € 250. Renee Bach heeft verklaard dat ze Kakai Gorreti en haar zoon Massai nooit heeft gezien. Inderdaad was Massai nooit bij haar in Jinja, maar alleen op de latere afdeling in het gezondheidscentrum van Kigandalo, waar Bach aantoonbaar zelden was. Ook Constance Milech, een verpleegster van Serving His Children, spreekt Kakai Gorreti tegen: Massai was al voor de behandeling op de ziekenafdeling niet normaal ontwikkeld voor zijn leeftijd. 

    Z945lCUje7a8nTxadTLyG9z9ZZ1RPqa4jnFu6qzZQZowic qrz Mb 2 rP3QNAtcwV5dZQXO
    Still uit het promotiefilmpje voor Save His Children.© YouTube

    Er is geen bewijs dat Massai’s gezondheid door de behandeling van Serving His Children geschaad is – en ook niet dat Renee Bach hem ooit persoonlijk heeft behandeld. Primah Kwagala, de advocate in het civiele proces tegen Renee Bach, schudt haar hoofd als ze wordt aangesproken over een mogelijk strafproces in het geval van Massai. Ook al moedigden de activistes van @nowhitesaviors de moeder aan om aangifte te doen, het is niet na te gaan of een kind als Massai verkeerd behandeld is door Renee Bach. Het gaat er alleen om dat Bachs zich voordoen als arts, met ernstige gevolgen. Dat voor de rechtbank bewijzen is al moeilijk genoeg. De recherche in Kampala en de politie in Jinja verklaren tegenover SZ-Magazin dat er geen onderzoek gedaan wordt naar de nieuwe aangiften tegen Bach; ze zouden in het proces geen rol spelen.

    Peter Waiswa (48), arts en professor Gezondheidsmanagement in Kampala: ‘Toen ik voor het eerst op tv hoorde van de beschuldigingen tegen de Amerikaanse, was ik ervan overtuigd dat het verhaal opgeblazen was. Het kan hier makkelijk gebeuren dat mensen voor geld bepaalde klachten indienen. Ik wilde me zelf een beeld vormen, dus heb ik haar afdeling voor ondervoede kinderen in het gezondheidscentrum in Kigandalo bezocht. En ik was onder de indruk van wat daar tegenwoordig gepresteerd wordt. Daarop belde ik de advocate Primah Kwagala en zei haar dat ze beter onderzoek moest doen. Ze nodigde mij uit om haar materiaal te komen inzien. Inderdaad vond ik in de oudere documenten van Bachs instelling veel gebreken. De patiëntendossiers waren niet goed bijgehouden, vaak was geen ordentelijke diagnose vermeld, er ontbrak een stringent verslag van de behandeling. Bovendien had Bach bijna alle overlijdensaktes zelf ondertekend. Dat mogen in Oeganda alleen artsen doen. In de praktijk is het natuurlijk helaas gebruikelijk dat formulieren slordig worden ingevuld en dat niet-medisch personeel medische taken overneemt. Maar wanneer iemand schade oploopt kom je daar niet mee weg – ook al maken anderen dezelfde fouten. Nu is de publieke interesse groot, en de opwinding op de sociale media ook. Het gaat niet meer alleen om de vraag wat Renee Bach fout gedaan heeft, maar om de vraag wat er allemaal misgaat in ons gezondheidssysteem.’

    Op 21 januari 2020 begint bij de rechtbank in Jinja het proces tegen Renee Bach. Hoe spectaculair de aanklacht is, omdat het de eerste is in Oeganda die gericht is tegen de praktijken van een buitenlandse ngo, is in de zaal waar het zich afspeelt niet te merken. De vrouwelijke rechter verklaart dat beide partijen twee maanden de tijd hebben om er zonder tussenkomst van de rechter uit te komen. Dan sluit ze de zitting. Pas eind februari stuurt Primah Kwagala, de advocate van de families, haar voorwaarden aan de vertegenwoordigers van Bach: ze moet zich schriftelijk verontschuldigen en de families van de dode kinderen schadeloos stellen met in totaal 500 miljoen shilling, omgerekend 120.000 euro.

    Naast het team van SZ-Magazin is er een schrijfster van het Amerikaanse tijdschrift The New Yorker aanwezig bij de opening van het proces. Ze heeft Renee Bach en haar familie meerdere malen ontmoet. De collega uit de VS overtuigt de Bachs dat ook de Duitse verslaggeefster te vertrouwen is. Ten slotte gaan de Bachs in februari 2020 akkoord met een ontmoeting in hun vaderland in Bedford County, Virginia.

    ‘Ik voelde me zo bloot, zo weerloos. Ik had het gevoel alsof iedereen me aankeek: een moordenares die vrij rondloopt!’

    Renee Bach (31), directeur en oprichter van Serving His Children: ‘Ik was in de zomer van 2018 op weg naar Los Angeles om met mijn zussen mijn dertigste verjaardag te vieren, toen mijn moeder belde. Ze zei dat een vliegtuig met journalisten bijna op onze schuur was neergestort; ze hadden foto’s gemaakt van ons huis. Ze zou nu gaan inpakken, want thuis waren ze niet meer veilig. Ik begreep er niets van. Toen vertelde ze dat mijn verhaal in het nieuws was, nationaal en internationaal, overal. Op het internet vond ik toen al die artikelen over mij. Ik zat op de luchthaven en voelde me zo bloot, zo weerloos. Ik had het gevoel alsof iedereen me aankeek: een moordenares die vrij rondloopt! Toen ik na twee dagen terugvloog naar Virginia, wezen inderdaad wildvreemde mensen naar me en fotografeerden me. Ik wilde me alleen nog maar verstoppen.’

    Lauri Bach (58), de moeder van Renee en directeur in de VS van Serving His Children: ‘Wij voelden ons machteloos. Mensen bediscussieerden op het internet zelfs of Renee zich had schuldig gemaakt aan genocide! Mijn man Marcus en ik gingen naar de sheriff. Vroeger sloten wij ons huis nooit af, zelfs niet als we langer weggingen. Maar op advies van de sheriff hebben we nu een slot aan onze poort gehangen en meerdere bewakingscamera’s geïnstalleerd.’ De Bachs leven op een kleine boerderij in het zuiden van Virginia, met twee buren in hun blikveld, niet ver van de kleine stad Bedford, in een heuvellandschap waar meer evangelische kerken dan restaurants te vinden zijn en in de voortuinen uitsluitend reclameborden voor Trump. Moeder Lauri is huisvrouw. Haar vijf kinderen heeft ze thuisonderwijs gegeven en van jongs af aangespoord om zich in te zetten voor de gemeenschap, zegt ze. Renee heeft als meisje levensmiddelen uitgedeeld aan armen en geestelijk gehandicapte jongeren op paarden rondgereden op het familie-erf.

    Tom Wilmoth (58), redacteur van The Bedford Bulletin: ‘Wij werden gebombardeerd met mails. De inhoud was steeds hetzelfde: weet u dat deze vrouw uit uw gemeente deze erge dingen doet? Daarachter zat de groep @nowhitesaviors. Via hun Instagram hadden ze opgeroepen om deze e-mails naar de lokale media te sturen en ze hadden ook ons adres gepubliceerd. Ik ken de familie Bach al heel lang. Ik wist dat het niet waar kon zijn, dat het een gemene aanval was. Maar de meeste media publiceerden de aanklacht van de families uit Oeganda. Het was steeds hetzelfde verhaal, er zat nauwelijks variatie in.’

    Wel oké

    Renee Bach: ‘Toen ik in september 2007 naar Oeganda kwam, had ik in elk geval dat white-savior-complex: ik wilde beslist helpen in het buitenland, maar had geen idee van Oeganda en kende niemand die er geweest was. Ik was nooit buiten de States geweest, alleen een keer in Canada, en had niet eens een paspoort. Toen ik aankwam, was ik behoorlijk ontdaan, maar daarna begon ik van de mensen en het land te houden, en het werk in een kindertehuis gaf me veel voldoening. Terug in de VS wilde ik absoluut weer terug naar Oeganda. Dus ik bad of ik een manier mocht vinden om de nood van de mensen in Jinja te lenigen. Eerst deelde ik tweemaal per week in een achterbuurt middageten uit aan ongeveer duizend kinderen. Na een poosje vroeg de leidster van een afdeling voor ondervoeding in het ziekenhuis van Jinja of ik een paar kinderen bij mij kon opnemen. Ik verklaarde dat wij niet gespecialiseerd waren in ondervoede kinderen. Dat was wel oké, antwoordde ze, de kinderen hadden gewoon een schone en rustige plek nodig, waar ze goed te eten kregen. Zo begonnen wij.’

    Constance Milech (54), verpleegster bij Serving His Children: ‘Er waren al snel heel veel kinderen. Renee kon zich niet met allemaal bezighouden. Na een poosje begonnen wij met artsen te werken. Ze bekeken het resultaat van ons werk en schreven op welke medicijnen een kind nodig had.’ Als je spreekt met Milech en anderen die indertijd met Renee Bach hebben gewerkt, krijg je de indruk dat het team van Serving His Children onder een voortdurende overbelasting heeft gewerkt. Alsof de vraag of iemand bevoegd was om een infuus aan te leggen nooit was opgekomen omdat er iedere dag te veel infusen aangelegd moesten worden. Iedereen die daar was, hielp. En Renee Bach, de leidinggevende, was er meestal.

    De verantwoordelijke kinderarts in het Nalufenya-kinderziekenhuis in Jinja (anoniem): ‘Onze openbare ziekenhuizen zijn volkomen overbelast en hebben gebrek aan alles. Daar is alleen plaats voor zwaar ondervoede kinderen en zodra het ze wat beter gaat worden ze weggestuurd om plaats te maken. Dat is een leemte in het systeem en die heeft Renee Bach hier in Jinja opgevuld.’ Constance Milech is sinds 2010 in dienst bij Serving His Children. Kort daarvoor had ze ontslag genomen in een ziekenhuis in Jinja; de stress was haar te veel geworden.

    De verantwoordelijke kinderarts in het Nalufenya-kinderziekenhuis in Jinja (anoniem):

    ‘In openbare ziekenhuizen is alleen plaats voor zwaar ondervoede kinderen en zodra het ze wat beter gaat worden ze weggestuurd om plaats te maken. Dat is een leemte in het systeem en die heeft Renee Bach hier in Jinja opgevuld’

    ‘Bach kwam in een vicieuze cirkel terecht. Ons zorgpersoneel is onderbetaald en overwerkt. Patiënten lijden aan de ziekte armoede. Er is veel hartstocht voor nodig om je daarmee in te laten.’

    Constance Milech, verpleegster bij Serving His Children: ‘Soms brachten moeders kinderen in kritieke toestand rechtstreeks naar ons, en niet naar een hospitaal. Die verwezen wij naar het ziekenhuis. Maar voor het transport moesten wij ze een beetje stabiliseren. En in die procedure zijn er meerdere gestorven.’

    Renee Bach:‘Tot maart 2015 heb ik nooit iets gemerkt van argwaan jegens mij. Op die dag kwam de medewerker van de Autoriteit voor Gezondheidszorg. Hij zwaaide met een papier en riep dat ik me voor arts uitgaf, dat ik 800 kinderen had gedood, dat mijn instelling geen vergunning had en geen medisch personeel. Hij gaf mij een officieel document waarin stond dat iedereen die zich na 17 uur op het terrein zou bevinden, gearresteerd zou worden. Er waren 18 kinderen bij ons. Drie in kritieke toestand. Twee hadden zuurstoftoevoer nodig, een pasgeborene woog minder dan een kilo. De moeders gingen voor mij op de knieën. Ik wilde ze niet wegsturen, maar op dat moment dacht ik dat ik geen keus had. Wij brachten de kinderen naar het ziekenhuis. Later hoorde ik dat de man van de Autoriteit onze post helemaal niet had mogen sluiten, hij had een politiebevel nodig gehad. Ik heb mezelf zo veel verwijten gemaakt! Acht van de 18 kinderen zijn binnen 72 uur gestorven.’ Een week later gaf de Autoriteit voor Gezondheidszorg Bach toestemming om haar instelling weer te openen. Enige voorwaarde: ze moest de vergunning als Health unit verlengen. In 2014 had Bach deze licentie voor het eerst aangevraagd. Tot dan toe stond slechts een ‘revalidatiecentrum’ geregistreerd. Veel moeders van kinderen die daar zijn gestorven zeggen dat ze de instelling aanzagen voor een kliniek, maar in de brief van de Autoriteit na de tussentijdse sluiting van Bachs instelling heet het dat er geen bewijs is gevonden dat Bach zich uitgaf voor arts.

    De verantwoordelijke kinderarts van het Nalufenya-kinderziekenhuis in Jinja zegt: ‘Wij zouden haar nog goed kunnen gebruiken. Om mensen te adviseren over voedingsvraagstukken en eten uit te delen hoef je niet per se een medische opleiding te hebben.’

    Renee Bach: ‘Het nieuws dat mijn instelling was gesloten ging in 2015 in Jinja heel snel rond. Ik ontdekte wie er achter de beschuldigingen zat: Kelsey Nielsen. Ik wist dat ze mij niet erg mocht. Ongeveer een jaar eerder was in haar centrum een jongen gestorven en ze hield mij verantwoordelijk voor zijn dood, omdat hij twee maanden eerder bij ons was geweest. Een paar mannen uit de ouderlingenraad van de kerk waar ik destijds lid van was, boden aan tussen ons te bemiddelen. Ze zeiden dat het niets zou opleveren als ik rechtstreeks met Kelsey zou spreken, ze was woedend. De mannen bedoelden het goed, maar ze vreesden ook dat ze eveneens slachtoffer van zulke aanvallen zouden kunnen worden. Alle witten in Jinja waren onzeker geworden en bang om partij te kiezen. In het begin dacht ik dat de zaak na een paar weken zou zijn opgelost. Maar het werd een eindeloze kwelling en deze vrouw maakte het steeds gekker. De andere missionarissen raadden ons aan onze instelling pas weer te openen als we het conflict hadden bijgelegd. Dus besloten wij een pauze in te lassen en de tijd te benutten om onze missie te overdenken. We hadden altijd zo veel te doen gehad dat we er helemaal niet aan toe waren gekomen om eens even te stoppen en ons af te vragen: hoe kunnen we effectiever werken? Heeft ons werk duurzaam effect? Het werd mij duidelijk dat er dingen misgegaan waren. Onze hoop dat de ouders van onze patiënten in hun dorpen informatie zouden geven over de ware oorzaken van de ondervoeding, was niet in vervulling gegaan. Ze vertelden de andere getroffen families niet dat ze zelf iets konden doen. Wanneer ze bij een kind de symptomen ontdekten, stuurden ze de ouders in plaats daarvan direct naar ons in Jinja toe.’

    pu8yC 1FyzLPo4lqTb8dt8fcGITo7hKkLiLVMAm64HH0R4rhncnAINuQUc8gaeTjhmBzDxlSldoPL4IB4L50JZtI0zWIiIo ES 5iuhgeTuQkD0qFbFddUpkt9opYSq83ORtmUc
    © YouTube

    Verinnerlijkt

    Wendy Lubega (27), medewerkster van de campagne @nowhitesaviors: ‘In Oeganda wordt nog altijd onderwijs gegeven met een koloniaal leerplan! Wij leren dat de Britten kwamen om ons te redden. Het schoolsysteem in Oeganda brengt ons bij dat wij zwarten slechter en minder bekwaam zijn dan de witten. Wij hebben de onderdrukking verinnerlijkt. Wij denken dat het normaal is dat wij minder zijn dan de witten. Veel mensen kunnen het zich helemaal niet veroorloven om vragen te stellen bij het gedrag van de witten. Die brengen immers het geld.’

    Wendy Lubega, wier vader een steenbakkerij bezit en die ethiek en mensenrechten studeert, werkte in een café in Kampala waar Kelsey Nielsen en Olivia Alaso elkaar vaak troffen. Toen ze ontdekte dat die twee achter het Instagramaccount zaten, vertelde ze hun dat ze aanhanger was en de vrouwen vroegen haar of ze mee wilde doen.

    Renee Bach: ‘Een jaar nadat we ons centrum gesloten hadden, werden we gevraagd of we een afdeling voor ondervoede kinderen wilden inrichten in een klein gezondheidscentrum. In juni 2017 begonnen wij in Kigandalo patiënten op te nemen. Niet veel later overhandigden werknemers mij een brief. Ze klaagden dat wij hen niet goed behandelden, dat onze Amerikaanse medewerkers betere arbeidsvoorwaarden hadden en meer verdienden, en ze dreigden dat er erge dingen zouden gebeuren als ik niet reageerde. In de twee jaar na de sluiting hadden we hun het volledige salaris doorbetaald, hoewel ze maar een dag per week werkten: ze moesten boeren voorlichten over de oorzaken van ondervoeding. Ze waren aan het goede leven gewend geraakt. Dat kan ik wel begrijpen. Ik ben toen naar de ambtenaar voor arbeidsrechtelijke kwesties in Jinja gestapt. Die raadde me aan alle werknemers te ontslaan en een schadeloosstelling te betalen. Ik bood toen iedereen aan ze te helpen bij het zoeken van een baan. Ik dacht dat we goed uit elkaar waren gegaan.’

    Constance Milech, verpleegster bij Serving His Children: ‘Sinds 2015 gingen die geruchten over Renee rond. Maar pas nadat de anderen zich van ons hadden afgewend, werd het een grote kwestie. Ook zij begonnen Renee nu erge dingen te verwijten. Ze waren woedend omdat zij ze ontslagen had. Ze stuurden journalisten op ons af die ons ongevraagd filmden. Later zag ik beelden van mijzelf op tv, waarbij een stem verklaarde: ‘Renee laat op haar afdeling nog steeds ongekwalificeerd personeel werken.’ Dat was heel pijnlijk om te zien. Ik heb lang gestudeerd, ik ben verpleegkundige en vroedvrouw, en elk jaar vernieuw ik mijn beroepsvergunning.’

    Renee Bach: ‘Een vriendin liet mij in juli 2018 het Instagramaccount @nowhitesaviors zien. Ze hadden beelden gepubliceerd van een vriendin van ons, een Amerikaanse, die net een baby had geadopteerd. Ze schreven dat het voor Afrikaanse kinderen niet gezond was om op te groeien in een witte familie. Kort daarop verscheen de eerste post over mij. Ik stuitte plotseling overal op Kelsey en Olivia, op de gekste plekken. Ik kocht een keer iets in een van de vele kleine kunstnijverheidswinkeltjes aan de hoofdstraat, toen Kelsey uitgerekend dit winkeltje binnenkwam. Na de posts op @nowhitesaviors begonnen mensen op het internet doodsbedreigingen tegen mij uit te spreken.’ In 2015 heeft Renee Bach haar eerste dochter geadopteerd; Selah uit Oeganda is nu elf jaar. Toen in de herfst van 2018 voor het eerst een foto van Bach opdook op het @nowhitesaviors account, plande Bach juist de adoptie van haar tweede dochter in de VS. In oktober 2018 wilde Bach daarvoor naar huis vliegen.

    Lauri Bach: ‘Tussen de posts over Renee ontdekten we op een avond alarmerende commentaren: wij nemen de zaken zelf ter hand. Wij weten waar ze woont. Wij weten haar te vinden. Zulke dingen. Toen heeft mijn man Renee opgebeld en gezegd: je moet meteen naar huis komen!’

    ‘Mensen hebben mijn dorpshoofd geld gegeven om te zeggen dat die vrouw een moordenares is’

    Renee Bach: ‘Het was negen uur ’s avonds. Mijn dochter zat juist met vrienden in de tuin te eten en een vriendin met liefdesverdriet lag uit te huilen op mijn bed. Eerst probeerde ik mijn vader gerust te stellen, maar toen werd ik zelf bang. Ik boekte onze tickets voor de herfst om naar de volgende ochtend. Nog voor zonsopgang verlieten we het huis richting vliegveld.’ 

    Jane Amali (29) boerin: ‘Kort nadat ik in het nieuws de berichten over Renee had gezien, werd ik bezocht door twee van haar voormalige medewerkers, samen met twee advocates. Ze drongen erop aan dat ik bekend zou maken wat ik had gezien. Ze wilden dat ik zou zeggen dat Renee kinderen doodde, dat ze mijn dochter verminkt had. Ik was heel verrast. Tante Renee heeft Patricia altijd geholpen. Ik zei: ik ga niet liegen! Later hebben mensen mijn dorpshoofd geld gegeven om te zeggen dat die vrouw een moordenares is.’

    Feit is dat Jane Amali’s dochter Patricia, nu negen jaar oud, in oktober 2011 bij Serving His Children in Jinja werd opgenomen. Op haar rechterwang draagt Patricia een groot litteken. Voormalige werknemers van Renee Bach verklaren dat dit het resultaat is van mislukte behandelingen van Renee Bach persoonlijk. Een bloedtransfusie waarvoor ze niet de (verplichte) toestemming van de familie zou hebben gevraagd, zou misgegaan zijn. Maar Jane Amali zegt dat de fout bij de behandeling in een ziekenhuis in Kampali is gebeurd.

    Jane Amali: ‘Ik heb nooit gezien dat Renee ook maar de geringste fout heeft gemaakt. Ze heeft geen injecties gegeven en geen slangen aangebracht, dat hebben verpleegsters gedaan. Renee heeft ons alleen naar het ziekenhuis gereden en alle behandelingen en medicijnen betaald die mijn dochter nodig had.’

    Hoe geloofwaardig zijn de uitspraken van Jane Amali, die niets kwaads van Renee Bach wil horen? Op haar blog Serving His Children in Oeganda publiceerde Renee Bach op 28 oktober 2011 een bijdrage over Amali’s dochter Patricia: ‘Ik diende de baby zuurstof toe, legde een intraveneus infuus aan, controleerde haar bloedsuiker, testte haar op malaria.’ Bach schrijft weliswaar niet over een bloedtransfusie, die haar voormalige medewerkers haar verwijten, maar ze heeft Patricia dus inderdaad rechtstreeks behandeld. Ze verklaart daarover dat Patricia op een zondag in haar centrum was aangekomen, toen er slechts een noodbezetting aanwezig was; daarom moest ze zelf komen. Maar ook in zulke situaties zou ze zich niet als arts hebben voorgedaan. Hoe ze zich in zulke situaties dan wel presenteerde en of de moeders van de door haar behandelde kinderen de indruk moesten krijgen dat zij een arts was, is waarschijnlijk niet meer te achterhalen.

    Karaktermoord

    David Gibbs III, advocaat van Serving His Children en een van de invloedrijkste evangelicals in de VS: ‘De mensen achter @nowhitesaviors zijn voor mij karaktermoordenaars. Ik wil verhinderen dat hun aanvallen mensen ervan weerhouden om hulp te verlenen. Uiteindelijk brengen deze mensen schade toe aan de behoeftigen van de wereld, degenen die profiteren van de hulp van organisaties als Serving His Children. Ze doen juist diegenen pijn die ze voorgeven te helpen. Ze verscherpen het racisme. Ze laten de wereld geloven dat de mensen in Oeganda te dom zijn om in te zien dat Renee Bach geen arts is.’

    Lauri Bach: ‘Sinds de berichten in de media krijgen we nauwelijks nog donaties. Driekwart van ons budget haalden we op via sociale media. Daar kunnen we niets meer over ons werk publiceren, we worden meteen aangevallen. Het is nog net voldoende om onze werknemers in Kigandalo de verzorging van ondervoede kinderen te laten voortzetten. Maar we kunnen onze medewerkers nog maar twee in plaats van drie maaltijden per dag bieden en ze geen reiskosten meer vergoeden. Renee en ik hebben al meer dan een jaar geen salaris meer gekregen.’

    De eerste tijd terug thuis leefden Renee Bach en haar geadopteerde dochter op de boerderij bij haar ouders. Een half jaar geleden, zegt Renee Bach, zijn ze drie kilometer verderop gaan wonen, in de uitgebouwde garage van een bejaarde vriendin van de familie. Bach betaalt geen huur maar zorgt elke middag, als de verzorgster pauzeert, voor de 95-jarige. Een baan heeft ze niet gevonden. In de zomer van verleden jaar had ze bijna een baantje in een tehuis voor daklozen gekregen. Maar na nieuwe berichten in de media had het tehuis niets meer van zich laten horen.

    De mediatie buiten de rechter om zal eind maart zoals te voorzien is mislukken. Advocaat David Gibbs verklaart dat de Bachs het lot van de moeders zeer betreuren, maar geen schadeloosstelling zullen betalen, noch een verontschuldiging uitspreken. Ze zouden immers geen fouten gemaakt hebben.

    Renee Bach: ‘Ik hoop dat ik ooit nog eens de diepere zin van deze geschiedenis zal begrijpen, dat ik uiteindelijk meer kan meevoelen en me beter in de levensomstandigheden van anderen kan verplaatsen. Andersom wens ik dat ook. Ik verwacht niet dat wie dan ook mij als een engel beschouwt. Ik ben gewoon een mens.’

    ‘Onze jongen, die had kunnen werken en ons had kunnen ondersteunen, is dood’

    Ziriya Namutamba, de boerin: ‘Ik verwacht een schadeloosstelling. Onze jongen, die had kunnen werken en ons had kunnen ondersteunen, is dood.’

    Peter Waiswa, arts en professor gezondheidsmanagement in Kampala: ‘Ik weet zeker dat ze wilde helpen. Mogelijk zouden die baby’s toch gestorven zijn. De sterftecijfers van kinderen met ondervoeding zijn bij ons heel hoog. Bach schijnt van haar fouten geleerd te hebben. In Kigandalo levert haar organisatie goed werk. En toch doen zich daar onder omstandigheden ook sterfgevallen voor. Voor mij is de belangrijkste les uit deze zaak: buitenlanders die naar ons toe komen, moeten weten dat de tijden veranderen. De mensen kennen tegenwoordig de wet, ze volgen wat er in de sociale media gebeurt, ze zijn zich duidelijk meer bewust van veel dingen dan vroegere generaties. Je moet erg oppassen, controleerbaar werken en je aan de regels houden.’

    Primah Kwagala, advocate: ‘Het is een strategische zaak. Het gaat niet alleen om de moeders, het gaat om de strijd tegen racisme. Dit geval kan de samenleving wakker schudden.’

    Wendy Lubega: ‘Wie wil helpen, moet eerst luisteren. Je mag niet denken dat je al weet wat het beste is voor de mensen die je wilt helpen. Ze weten zelf het beste hoe ze hun problemen kunnen oplossen. Ze hebben ondersteuning nodig om hun eigen ideeën te verwerkelijken en initiatieven van de grond te krijgen.’

    Wake-upcall

    Primah Kwagala, advocate: ‘Als er een witte komt, geloven wij automatisch dat die vooruitgang brengt. Deze zaak is een wake-up call. We mogen ons niet meer laten beheersen.’

    Wendy Lubega, medewerkster van de campagne #nowhitesaviors: ‘Witten moeten ook van de zwarte mensen willen leren. De wereld wordt alleen rechtvaardiger wanneer we de individuele mens achter het stereotype zien.’

    In wezen lijkt het in het proces dat op 2 april in afwezigheid van Renee Bach zal beginnen niet zozeer te gaan om de vraag of Bach haar bevoegdheden te buiten is gegaan en of de moeders een schadeloosstelling moeten krijgen. De zaak is veeleer een aantasting van het systeem dat Bach en de moeders beiden belichamen. Een systeem waarin witte mensen menen de wereld te moeten redden en zwarten dat niet ter discussie stellen. Waarin een witte die zich bekommert om zwarte kinderen automatisch competent lijkt. En waarin kinderen van zwarte families niet als patiënten maar als slachtoffers worden behandeld. Een systeem dat de akelige omstandigheden in landen als Oeganda echter niet verandert.

    Veronica Frenzel en Anne Ackermann, de verslaggeefster en de fotografe, hadden een wagen met vierwielaandrijving gehuurd, maar bleven op hun ritten naar de betreffende families desondanks meermalen in de modder steken. Toen ze de weg zochten naar Twalali’s grootmoeder vroeg een boer met een blik op de twee vrouwen aan hun tolk Jolley Semei: ‘Komen die geld brengen?’

    Ngo’s in Oeganda

    Sinds 1989 werden meer dan 14000 hulporganisaties in Oeganda aangemeld.

    In de zomer van 2019 heeft de Oegandese regering alle hulporganisaties verzocht hun registratie te vernieuwen. Het grootste deel ervan was helemaal niet meer actief; iets meer dan 3000 organisaties gaven gehoor aan het verzoek.

    2000 organisaties hebben aan de formele verplichtingen voldaan, 400 daarvan zijn in het buitenland gevestigd. Het Oegandese ministerie van Binnenlandse Zaken laat weten dat de regering zo het werk van de ngo’s beter wil controleren.

    De advocate Primah Kwagala interpreteert het verzoek om hernieuwde registratie als een reactie op de aanklacht tegen Renee Bach en Serving His Children. Maar mensenrechtenactivisten klagen ook dat de registratie-actie onwelgevallige ngo’s moet tegenhouden, bijvoorbeeld die welke zich inzetten voor LHBTI-rechten of die welke het werk van de regering bekritiseren.

    De rechtszaak

    Bach en de liefdadigheidsinstelling – Serving His Children – zijn in juli 2020 gezamenlijk overeengekomen ongeveer $ 9.500 te betalen aan elk van de moeders, zonder enige erkenning van aansprakelijkheid.

    Primah Kwagala, een Oegandese burgerrechtenadvocaat wiens organisatie in januari vorig jaar namens de moeders een aanklacht indiende, zei dat de schikking in overeenstemming was met de typische rechterlijke uitspraken over doodszaken wegens medische wanpraktijken in Oeganda en dat het haar cliënten vooral om ‘closure’ gaat.

  • Het gevaar van generieke geneesmiddelen

    Het gevaar van generieke geneesmiddelen

    Katherine Eban doet al tien jaar onderzoek naar de producenten van generieke geneesmiddelen en ontdekte een duister geheim: de kwaliteitscriteria voor hun geneesmiddelen variëren al naar gelang het land dat ze afneemt.

    In de zestien jaar dat de Canadese chirurg Brian Westerberg geregeld als vrijwilliger uitvloog naar het Oegandese Mulago National Referral Hospital in Kampala, hadden ze daar altijd aan alles gebrek. Meestal waren er te veel patiënten voor de vijftienhonderd bedden die het ziekenhuis telde. Eén keer werd het water afgesloten omdat de rekening niet was betaald. En patiënten konden vaak niet de medicatie krijgen die ze nodig hadden, zodat Westerberg in het begin soms medicijnen meenam uit Canada. Maar sinds de eerste jaren van deze eeuw zijn er dankzij de inspanningen van de Oegandese regering en internationale hulporganisaties steeds meer goedkope generieke geneesmiddelen uit India en China beschikbaar gekomen, zodat dit probleem in ieder geval leek opgelost.

    Tot Westerberg op 7 februari 2013 een dertienjarige jongen op consult kreeg met koorts en een ontstoken oor waar vocht uit kwam. Hij dacht dat het bacteriële meningitis was, al kon hij daar niet van vergewissen omdat de CT-scanner stuk was. Hij gaf de jongen een injectie met ceftriaxon, een antibioticum dat hem afdoende leek. Maar vier dagen later was de ontsteking alleen maar erger geworden. Terwijl Westerberg zich opmaakte voor een operatie, kreeg de jongen een attaque. De CT-scanner deed het inmiddels weer, dus Westerberg liet een scan uitvoeren en zag abcessen in de schedel van de jongen, waarschijnlijk veroorzaakt door de infectie.

    Een neurochirurg die de beelden bekeek, zei dat een operatie niet nodig was en dat de abcessen en de zwelling met een goede antibioticakuur vanzelf zouden afnemen. Dat begreep Westerberg niet goed: hij had de jongen al ceftriaxon gegeven en dat had niet geholpen. Hij begreep er nog minder van toen zijn collega opperde een duurdere versie van hetzelfde geneesmiddel te gebruiken. Wat maakt het nou uit welk merk je gebruikt?

    RoW-markten

    De meeste mensen gaan ervan uit dat het geen verschil maakt: dat merkmedicijnen en hun generieke varianten overal ter wereld identiek zijn, zolang ze geproduceerd zijn door een gerenommeerd farmaceutisch bedrijf dat onder toezicht staat van bevoegde instanties. Die logica is de drijvende kracht achter de wereldwijde revolutie van generieke geneesmiddelen, waarbij farmaceutische bedrijven in landen als India en China goedkope maar hoogwaardige geneesmiddelen maken die wereldwijd worden verkocht. Die fabrikanten zijn bejubeld als helden van de gezondheidszorg, omdat zij ervoor zorgen dat arme mensen net zo gemakkelijk aan medicijnen kunnen komen als rijken.

    Maar ik doe al tien jaar onderzoek naar de producenten van generieke geneesmiddelen die zowel in Afrika als in Amerika veel worden gebruikt, en maar al te vaak blijken die een duister geheim te verbergen: de kwaliteitscriteria voor hun geneesmiddelen variëren al naar gelang het land dat ze afneemt. En dat is niet alleen voor de gebruikers van de kwalitatief mindere geneesmiddelen een gevaar, maar voor iedereen.

    Hun beste geneesmiddelen verschepen ze naar markten met een strenge gezondheidsinspectie, zoals de VS en de EU. Hun slechtste geneesmiddelen, die ingrediënten van lagere kwaliteit bevatten en minder streng worden getest, gaan naar de landen met het zwakste toezicht.

    Niet dat de Amerikaanse geneesmiddelenmarkt immuun is voor kwaliteitsproblemen. Het afgelopen jaar zijn tientallen versies van de generieke bloeddrukmedicijnen valsartan, losartan en irbesartan teruggeroepen. Sommige van deze in China geproduceerde pillen bevatten een mogelijk kankerverwekkende stof die vroeger gebruikt werd in de productie van raketbrandstof. Wie hier vooral onder te lijden heeft, zijn de patiënten in de zogenaamde RoW-markten (‘rest of world’, de in deze branche gebruikelijke afkorting voor de rest van de wereld). In grote delen van Afrika, Zuidoost-Azië en andere regio’s met opkomende markten maken sommige fabrikanten een kille afweging: ze verkopen hun slechtste geneesmiddelen daar waar de pakkans het kleinst is.

    Medisch centrum in Bweyale, Uganda. Sommige fabrikanten maken de afweging hun slechtste medicijnen daar te verkopen waar hun pakkans het kleinst is; de zogenaamde rest of world-markten. – BSIP / Universal Images Group via Getty Images
    Medisch centrum in Bweyale, Uganda. Sommige fabrikanten maken de afweging hun slechtste medicijnen daar te verkopen waar hun pakkans het kleinst is; de zogenaamde rest of world-markten. – BSIP / Universal Images Group via Getty Images

    Vroeger kreeg Afrika zijn geneesmiddelen vooral uit ontwikkelde landen, via donaties of kleinschalige aankopen. Toen de farmaceutische vertegenwoordigers uit India met hun generieke geneesmiddelen aanklopten, was men daar aanvankelijk dus blij mee. Maar Afrika werd al snel een gebied waar je ‘eender wat naartoe stuurt,’ zegt Kwabena Ofori-Kwakye van de faculteit Farmaceutische Wetenschappen aan de Ghanese Kwame Nkrumah University of Science and Technology in Kumasi. Alle soorten geneesmiddelen leveren kwaliteitsproblemen op, en de schade aan de volksgezondheid is ‘astronomisch’, zegt hij.

    Verschillende Afrikaanse artsen die ik heb gesproken, zeggen dat ze hun behandeling erop aanpassen en soms driedubbele doses voorschrijven. Gordon Donnir, voormalig hoofd van de psychiatrische afdeling van het academisch ziekenhuis Komfo Anokye in Kumasi, heeft nu een eigen praktijk voor Ghanezen uit de middenklasse en zegt dat bijna alle door zijn patiënten gebruikte geneesmiddelen onder de maat zijn, zodat hij de dosering verhoogt. Patiënten die het antipsychosemiddel haloperidol slikken (een generieke vorm van Haldol), krijgen dat van Europese artsen in doses van 2,5 mg voorgeschreven. Donnir schrijft zijn patiënten doses van 10 mg voor, omdat hij weet dat 2,5 mg ‘niks doet’. Hij gaf een vijftienjarige jongen ooit diazepam (de generieke vorm van valium) in een tienmaal zo hoge dosering als gebruikelijk: een hoeveelheid waarvan je normaal onder zeil gaat. Hij ‘zat erbij te lachen,’ zegt Donnir.

    Veel ziekenhuizen houden ook een voorraad achter de hand van wat ze de ‘chique’ geneesmiddelen noemen (merkmedicijnen en generieke middelen van hogere kwaliteit) voor de behandeling van patiënten die na een kuur met de goedkopere middelen nog niet zijn hersteld. Bij de jongen in Kampala stapten Westerbergs collega’s over op de duurdere variant van ceftriaxon en gaven ze hem ook nog andere medicatie. Het mocht niet baten: in de tweede week van zijn behandeling werd de jongen hersendood verklaard. Westerbergs Oegandese collega’s keken er niet van op. Zij gaven patiënten wel vaker medicatie die op papier levensreddend moest zijn, om ze vervolgens toch te zien overlijden. En er waren niet genoeg ‘chique’ medicijnen voor iedereen, zodat ze daarvoor in feite elke dag triage moesten plegen. Het is ook haast niet bij te houden welke generieke geneesmiddelen precies onbetrouwbaar zijn, zegt een arts in west-Oeganda: ‘Vandaag is het een narcosemiddel, morgen ceftriaxon, overmorgen amoxicilline.’

    Veel ziekenhuizen houden ook een voorraad achter de hand van wat ze de “chique” geneesmiddelen noemen

    Westerberg vloog terug naar Canada en sloeg de handen ineen met Jason Nickerson, een beademingsverpleegkundige die in Ghana vergelijkbare ervaringen met slechte geneesmiddelen had gehad. Ze besloten de chemische samenstelling te onderzoeken van het generieke ceftriaxon dat een rol had gespeeld in het overlijden van de jongen in Oeganda. Een van Westerbergs collega’s nam een ampul voor hem mee uit de apotheek van het ziekenhuis in Kampala. Het geneesmiddel was gemaakt door een producent in Noord-China die het ook in Amerika en op andere ontwikkelde markten verkocht. Bij onderzoek in Nickersons lab bleek de hoeveelheid werkzame stof in het middel nog niet de helft te bedragen van wat er op het etiket stond. Bij zo’n lage concentratie haalt het praktisch niets uit, zei Nickerson. Ze hebben hun bevindingen gepubliceerd in het Morbidity and Mortality Weekly Report van het Amerikaanse centrum voor ziektepreventie en -bestrijding. Het was niet met zekerheid vast te stellen of de jongen als gevolg van het laagwaardige ceftriaxon was overleden, maar hun verslag bevatte wel sterke aanwijzingen in die richting.

    Sommige fabrikanten beweren dat al hun geneesmiddelen van hoge kwaliteit zijn en dat er alleen kleine verschillen optreden doordat de regelgeving van markt tot markt verschilt. Maar volgens Patrick H. Lukulay, oud-vicevoorzitter van het programma voor mondiale volksgezondheid van de USP (het Amerikaanse Geneesmiddelenbureau), een van de belangrijkste toezichthouders in de wereld, is dat ‘klinkklare nonsens’. Voor elk medicijn, zegt hij, ‘bestaat er maar één meetlat, en dat is de standaard die is gevestigd door de oorspronkelijke producent’, de fabrikant die het merkmedicijn heeft ontwikkeld.

    Dit probleem moet niet alleen de mensen in opkomende markten zorgen baren. Slechte medicijnen bevatten vaak niet genoeg van de werkzame stof om patiënten te genezen, maar zijn vaak wel werkzaam genoeg om de zwakste bacteriën te doden, terwijl de sterkste het overleven. Die planten zich voort en kunnen een nieuwe generatie ziekteverwekkers voortbrengen die zelfs bestand zijn tegen hoogwaardige geneesmiddelen, waar wel genoeg van de werkzame stof in zit. Na een uitbraak van resistente malaria in het grensgebied van Thailand en Cambodja in 2011 rees bij het regiohoofd van de USP in Indonesië, Christopher Raymond, al het sterke vermoeden dat die resistentie te wijten was aan slechte medicijnen. Patiënten behandelen met geneesmiddelen die te weinig werkzame stof bevatten is, in zijn woorden, alsof je ‘een brand probeert te blussen met benzine’.


    Dit baart de USP zoveel zorgen dat het in 2017 het Quality Institute heeft opgezet, dat onderzoek financiert naar het verband tussen de kwaliteit van medicijnen en de ontwikkeling van resistentie. Muhammad Zaman, hoogleraar biomedische technologie aan Boston University, deed in 2018 onderzoek naar het veelgebruikte antibioticum rifampicine. Bij een verkeerde productiemethode kan de stof rifampicine chinon ontstaan. Toen Zaman bacteriën daaraan blootstelde, ontwikkelden die mutaties waardoor ze beter tegen rifampicine en vergelijkbare medicijnen bestand zijn. Zaman concludeerde dat slechte medicijnen een ‘heel eigen risicofactor’ vormen in de mondiale ontwikkeling van geneesmiddelenresistentie.

    Door hun lage kosten zijn generieke geneesmiddelen onmisbaar voor de mondiale gezondheidszorg. Maar als die medicijnen van lage kwaliteit zijn, doen ze meer kwaad dan goed. Politici, toezichthouders en hulpverleners hebben zich jarenlang vooral op de beschikbaarheid van deze geneesmiddelen gericht. In de toekomst zullen ze evenveel nadruk moeten leggen op de kwaliteit, middels een streng programma van onaangekondigde inspecties, voortdurende tests van geneesmiddelen die al op de markt zijn en wettelijke sancties tegen producenten van ondeugdelijke medicijnen. Een goed model daarvoor is de luchtvaart, waar dankzij internationale verdragen en wetgeving wereldwijde geldende veiligheidseisen zijn vastgesteld. Zonder een vergelijkbaar controlesysteem om de veiligheid en werkzaamheid van medicijnen te garanderen, zal de combinatie van slechte medicijnen en toenemende resistentie rampzalige gevolgen krijgen waar geen land aan voorbij kan gaan. Want in de woorden van Elizabeth Pisani, een epidemioloog die onderzoek heeft gedaan naar de kwaliteit van geneesmiddelen in Indonesië: ‘Ziekteverwekkers kennen nu eenmaal geen grenzen.’

    Auteur: Katherine Eban
    Vertaler: Frank Lekens

    Openingsbeeld: Changzhou Qianhong Biochemical Pharmaceutical Co. in Changzhou, Oost-China. Farmaceutische bedrijven in landen als India en China worden erom bejubeld goedkope maar hoogwaardige geneesmiddelen te maken die wereldwijd worden verkocht. Maar de realiteit is vaak anders. – XU CONGJUN / Barcroft Media via Getty Images

    Time
    Verenigde Staten | weekblad | oplage 6.000.000

    Weekblad met indrukwekkende oplage. Met vlijmscherp gekozen beelden, unieke reportages. Jaarlijkse lijst van invloedrijke mensen draagt bij aan hun legende.

  • 4. Goede hoop in Afrika

    4. Goede hoop in Afrika

    Ethiopië heeft zijn eerste vrouwelijke president, en een kabinet dat voor de helft bestaat uit vrouwen. Salonfeminisme? Misschien. Maar goed voorbeeld doet goed volgen.

    Abiy Ahmed, de premier van Ethiopië, heeft de gewoonte om met grootse politieke gebaren deining te veroorzaken op het hele Afrikaanse continent. In korte tijd heeft hij duizenden politieke gevangenen vrijgelaten, vrede gesloten met Eritrea en democratische verkiezingen beloofd in een van de meest autocratische landen in Afrika.

    Zijn meest recente actie zal wellicht de grootste schokgolven veroorzaken: hij gaf de helft van de ministersposten aan vrouwen. Hiermee sluit Ethiopië aan bij Rwanda, dat ook evenveel vrouwen als mannen in zijn kabinet heeft. [Ethiopië heeft bovendien sinds 25 oktober zijn eerste vrouwelijke president, Sahle-Work Zewde, die werd gekozen op voorspraak van de premier.]


    Cynici zien de benoemingen als een handige truc om buitenlandse geldschieters te paaien en een besmeurd blazoen op te vijzelen. Daar zit misschien wat in. Maar laten we niet vergeten dat goed voorbeeld goed doet volgen en dat er daadwerkelijk iets kan veranderen. 
Vooralsnog zijn Ethiopië en Rwanda helaas uitzonderingen. Nu de Liberiaanse president Ellen Johnson Sirleaf is afgetreden, telt het Afrikaanse continent naast Zewde alleen nog mannelijke regeringsleiders.

    Maar met Rwanda en Ethiopië als lichtende voorbeelden stijgt de druk op andere landen om vooral niet achter te blijven. Atiku Abubakar, presidentskandidaat voor de volgende verkiezingen in Nigeria, beloofde 40 procent van de posten in zijn kabinet aan vrouwen en jongeren af te staan, zo meldde de Nigeriaanse pers. Het woord ‘afstaan’ – gekozen door de verslaggever en niet noodzakelijk door de presidentskandidaat – is hierbij veelzeggend. Het tekent de hardnekkige tegenzin om de macht, die ‘rechtmatig’ aan mannen toebehoort, over te dragen. 


    Seksuele uitbuiting

    Maar Afrika doet er beter aan dat idee te omarmen. Dat geldt zowel voor politici als voor de kiezer. Vrouwen zijn onevenredig vaak slachtoffer van veel van het onrecht dat op het Afrikaanse continent heerst – of het nu gaat om seksuele uitbuiting, beperkte toegang tot onderwijs en gezondheidszorg, of banenschaarste. Ondanks de geboekte vooruitgang is het aantal ondervoede meisjes dat niet naar school gaat nog altijd groter dan het aantal jongens.

    Recente gebeurtenissen in Liberia en Zuid-Afrika onderstrepen niet alleen dat vrouwen kwetsbaar zijn voor seksueel geweld, maar vooral ook dat ze hiertegen in het geweer komen. In Liberia gingen zowel vrouwen als mannen de straat op uit woede over de onthullingen dat meisjes van een door de Amerikaanse liefdadigheidsinstelling More Than Just Me gerunde school herhaaldelijk door de medeoprichter van de organisatie waren verkracht. In Zuid-Afrika trad Cheryl Zondi uit de anonimiteit om in de eerste live uitgezonden verkrachtingszaak te getuigen tegen de evangelische priester die haar vanaf haar veertiende had misbruikt.

    Terwijl ze met haar getuigenis op veel steun kon rekenen en de donkere krochten van de Zuid-Afrikaanse verkrachtingscultuur aan het licht blootstelde, toonde het proces ook aan waarom vrouwen huiverig zijn om hun mond open te doen. Zondi werd op een agressieve manier ondervraagd en voor leugenaar uitgemaakt, en ze werd gedwongen onnodige, pijnlijke details van haar verkrachting te onthullen.

    Sahle-Work Zewde is de eerste vrouwelijke president van Ethiopië. – © HH
    Sahle-Work Zewde is de eerste vrouwelijke president van Ethiopië. – © HH

    Vrouwelijke strijders

    Gelukkig kan Afrika bogen op een lange traditie van sterke vrouwen. Voordat de Arabieren en Europese kolonisten Afrika onder de voet liepen en patriarchale religies als de islam en het christendom over het continent uitrolden, waren veel Afrikaanse samenlevingen matriarchaal. De Ashanti, in wat nu Ghana is, kennen een matrilineaire afstamming en overerving gaat meestal via de vrouwelijke lijn.

    Onder Afrikaanse vrijheidshelden bevinden zich veel vrouwen, hoewel ze maar al te vaak uit de geschiedenis zijn weggeschreven. In de voormalige Britse kolonie Rhodesië, het huidige Zimbabwe, voerde spiritueel leider Nehanda Charwe (1840-1898) het verzet aan tegen de British South Africa Company (BSAC). In Kenia speelden vrouwen een prominente rol in het verzet tegen de koloniale macht, hoewel er nauwelijks straatnamen naar vrouwelijke vrijheidsstrijders zijn vernoemd.

    Ook in het huidige Afrika is er geen gebrek aan inspirerende vrouwen. Zonder de onvermoeibare inzet van Thuli Madonsela, de voormalige ombudsvrouw van Zuid-Afrika, was oud-president Jacob Zuma ongetwijfeld nooit voor het gerecht gesleept. Ook onder de grote Afrikaanse schrijvers bevinden zich talrijke vrouwen, waaronder de Nigeriaanse Chimamanda Ngozi Adichie. En belangrijker nog: op het hele continent zijn het de vrouwen die de boel bijeenhouden, die het meeste zware werk verrichten en een centrale rol spelen binnen het gezin.

    
Uit talloze studies blijkt dat de samenleving als geheel – vrouwen én mannen – baat heeft bij geschoolde, sterke vrouwen. Dat een presidentskandidaat in Nigeria zich geroepen voelt om vrouwen meer macht te geven, is een positief teken. Maar hoe eerder vrouwen zelf die macht beginnen op te eisen, hoe beter.

    Auteur: David Pilling

    Financial Times
    VK | dagblad | oplage 448.000

    Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld, met internationale economisch en financieel nieuws.