Tag: China

  • Wie is de nieuwe Chinese buitenlandminister met  bijnaam ‘wolfskrijger’?

    Wie is de nieuwe Chinese buitenlandminister met bijnaam ‘wolfskrijger’?

    De nieuwe Chinese minister van Buitenlandse Zaken, Qin Gang, schold vroeger als woordvoerder op het ministerie journalisten uit, maar lijkt nu een mildere toon aan te slaan. Wat zegt zijn opkomst over de veranderde machtspolitiek in Beijing?

    Al vroeg in zijn diplomatieke carrière had Qin Gang een reputatie als harde onderhandelaar met sterke ondiplomatieke neigingen. Qin was berucht gedurende twee lange periodes als woordvoerder van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken in Beijing tussen 2005 en 2014, omdat hij journalisten uitschold op persconferenties. Hij vroeg een verslaggever of deze wel ‘volwassen’ was en raadde anderen aan om geen verslag te doen ‘op basis van waanideeën’. Zijn ontwikkeling sindsdien – van vertrouwenspersoon van de Chinese leider Xi Jinping tot ambassadeur in de VS en sinds december 2022 minister van Buitenlandse Zaken – zegt veel over de evolutie van het steeds assertievere buitenlandbeleid van het land.

    Qin kreeg op het ministerie van Buitenlandse Zaken de bijnaam ‘Warrior Gang’ [Krijger Gang], aldus Yun Sun, directeur van het China-programma bij de denktank Stimson Center in Washington DC. De strijdlustige houding van Qin is een vroeg voorbeeld van wat bekend is geworden als ‘wolf warrior’-diplomatie, zo genoemd naar een reeks actiefilms. Deng Xiaoping drong er in 1990 bij ambtenaren op aan om ‘onze kwaliteiten te verhullen en onze tijd af te wachten’ en op het vlak van internationale betrekkingen op de achtergrond te blijven. Maar die aanpak veranderde zo’n twintig jaar geleden met de groeiende economische macht van China.

    ‘De publieke opinie in China was lange tijd dat Chinese diplomaten te passief waren en dat ze China niet streng genoeg verdedigden,’ zegt Peter Martin, auteur van China’s Civilian Army: The Making of Wolf Warrior Diplomacy. Sommige burgers stuurden calciumtabletten naar het ministerie van Buitenlandse Zaken waarmee diplomaten hun ruggengraat konden versterken. ‘Dat begon te veranderen onder Hu Jintao [secretaris-generaal van 2002 tot 2012],’ aldus Martin. Toen Xi aan de macht kwam in 2012, eiste hij dat China als ’s werelds op een na grootste economie met respect zou worden behandeld. Hij zei tegen zijn diplomaten dat ze ‘vechtlust’ moesten tonen.

    Ondoorzichtig

    Qin is geboren in Tianjin, vlak bij Beijing, in 1966 – hetzelfde jaar waarin de Culturele Revolutie van Mao Zedong begon – en lijkt al vroeg een diplomatieke carrière te ambiëren. Hij studeert internationale politiek aan het Instituut voor Internationale Betrekkingen van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Op zijn tweeëntwintigste krijgt hij zijn eerste baan bij het bureau voor diplomatieke missies in Beijing, waar hij nieuwsartikelen selecteert. Hij belandt in 1992 bij het ministerie van Buitenlandse Zaken op de afdeling West-Europese zaken. Bovendien vervult hij drie posten op de Britse ambassade. Die ervaring vergeleek hij met het winnen van de loterij.

    Er is weinig bekend over zijn persoonlijke leven, behalve dat hij getrouwd is en een zoon heeft. Een dergelijk gebrek aan gegevens is niet ongewoon in het ondoorzichtige politieke systeem van China. De professionele carrière van Qin valt samen met de heropleving van het land als een belangrijke macht. Toen voorzitter Mao in 1976 stierf was hij tien. Hij trad in dienst bij het ministerie van Buitenlandse Zaken op het hoogtepunt van de ‘hervorming en openstelling’ van China. Het land streefde nauwere betrekkingen na met het Westen en werd lid van de Wereldhandelsorganisatie in 2001. Qin was woordvoerder in Beijing tijdens de mondiale financiële crisis in 2008. China herstelde daarvan sneller dan de VS en de toekomst van het door het Westen gedomineerde financiële systeem werd in twijfel getrokken.

    Onder Xi begon Qin op te klimmen naar hogere posten. Hij werd hoofd van de afdeling protocol in 2014. Hij vergezelde de leider op buitenlandse reizen en naar verluidt stak hij er veel energie in om te zorgen dat Xi voldoende respect kreeg. De opmars van Qin ging verder, terwijl de betrekkingen met de VS in de daaropvolgende jaren verslechterden. Hij werd onderminister van Buitenlandse Zaken in 2018 en in 2021 werd hij ambassadeur in Washington. Daar was hij zeventien maanden in functie voordat hij op 30 december 2022 werd benoemd tot minister van Buitenlandse Zaken. Met zijn zesenvijftig jaar is hij een van de jongsten die de post ooit hebben bekleed.

    De eis dat diplomaten ‘vechtlust’ tonen, heeft China in het buitenland weinig vrienden opgeleverd

    Qin had een reputatie als wolfskrijger voordat hij begon in Washington, maar als ambassadeur was zijn aanpak terughoudender. Met Joe Biden in het Witte Huis hoopten beide landen de betrekkingen te kunnen stabiliseren en een dreigende openlijke confrontatie te voorkomen. ‘Hij was in Washington om het goed te maken en de banden te herstellen en niet om nog meer schade aan te richten,’ aldus Yun Sun.

    Toch was er een grens aan wat hij kon bereiken, aangezien de staat van de betrekkingen erbarmelijk was. De toegang van Qin tot hoge VS-functionarissen was naar verluidt beperkt: slechts enkelen kregen toestemming om hem te ontmoeten – het Witte Huis ontkent dit overigens. Dus concentreerde Qin zich op publieke diplomatie: hij zette foto’s op Twitter van ontmoetingen met Elon Musk, reed tijdens een bezoek aan boerderijen in Iowa op een tractor en gooide de eerste bal bij een honkbalwedstrijd van de St. Louis Cardinals.

    Toch ging Amerika tijdens zijn detachering negatiever naar China kijken. Volgens het Pew Research Center zei 82 procent van de ondervraagde Amerikanen in 2022 een ongunstige mening over China te hebben. De rest van de democratische wereld dacht er hetzelfde over. Deze ongunstige reputatie werd aangewakkerd door de hardhandige Chinese aanpak van territoriale en handelsgeschillen. De eis dat diplomaten ‘vechtlust’ tonen, heeft China in het buitenland weinig vrienden opgeleverd.

    Er zijn signalen dat de ergste excessen van de wolfskrijgerdiplomatie aan banden worden gelegd. Xi riep tijdens een studiebijeenkomst van het Politbureau in mei 2021 op tot inspanningen om een ‘betrouwbaar, beminnelijk en respectabel’ beeld van China te bevorderen. Begin januari werd Zhao Lijian, een andere beruchte wolfskrijger en woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken, aan de kant gezet: hij is overgeplaatst naar een afdeling die zich bezighoudt met land- en zeegrenzen.

    ‘Ik denk dat vanaf de hoogste leiders wordt ingezien dat enkele van de meer extreme voorbeelden van de wolfskrijgerdiplomatie de internationale reputatie van China hebben geschaad en dat er behoefte is aan een tactische herijking,’ zegt Martin. We moeten niet verwachten dat diplomaten nu opeens een verzoenende toon aanslaan, maar China lijkt te proberen een evenwicht te vinden tussen krachtige verdediging van nationale belangen en toenadering tot handelspartners. Het land probeert de economische groei te herstellen na het zelfopgelegde isolement van het zerocovidbeleid.

    Charmeoffensief

    Ondanks zijn beruchtheid als ‘Warrior Gang’ past de meest recente benoeming van Qin bij deze nieuwe aanpak. Hij had in vorige functies bij Europese diplomaten ‘de reputatie van iemand die in staat was zich privé te gedragen als een wolfskrijger, door ambtenaren uit te schelden en zeer assertieve taal te gebruiken over de plek van China in de wereld,’ aldus Martin. ‘Maar hij is ook in staat tot een charmeoffensief. Hij richt zich tot mensen van denktanks en gaat diplomatieke recepties af… Xi heeft zo’n soort persoon nodig om het diplomatieke apparaat van China te leiden.’

    Volgens Yun Sun zou Qins recente ervaring in de VS ook kunnen helpen om de betrekkingen tussen de twee machten te stabiliseren. ‘Qins ambtstermijn als ambassadeur in Washington was duidelijk bedoeld om hem vertrouwd te maken met de belangrijkste mensen en kwesties in de relatie met de VS,’ zegt Sun. ‘Het laat ook zien dat Xi iemand voor buitenlandse betrekkingen wil die hij kent en vertrouwt.’

    Dit betekent echter niet dat er een einde komt aan Chinese diplomaten die hun buitenlandse collega’s in het openbaar terechtwijzen. Nu de economische vooruitzichten van China minder zeker lijken zal Xi niet aarzelen het nationalisme aan te wakkeren. Op die manier kan hij binnenlandse onvrede op externe vijanden afwentelen. Hij zal niet twijfelen aan zijn overtuiging dat de dagen van verstoppen en afwachten voorbij zijn en dat China weer een grootmacht is die als zodanig moet worden behandeld.

    ‘Er is een begrip dat ik vaker in Beijing heb gehoord,’ zegt Martin: ‘“Je kunt een olifant niet verbergen.” De internationale status van China heeft met andere woorden nu een punt bereikt waarop het ongepast en misschien wel onmogelijk is om diplomatieke betrekkingen op een laag pitje te zetten.’

    Qin verwoordde het kleurrijker toen hij in 2014 een vraag over stijgende defensiebudgetten beantwoordde met de opmerking dat China ‘niet zomaar een padvinder is met een rood kwastje aan het geweer’. Bovendien, vervolgde hij, ‘ook een padvinder wordt elk jaar groter’. Zowel het gevoel van Beijing over zijn status in de wereld als de positie van Qin zijn sindsdien alleen maar gegroeid. Mocht het buitenlandse beleid van China de komende maanden veranderen, dan zal dat eerder de stijl betreffen dan de inhoud.

    Een eerste test komt begin februari wanneer Antony Blinken, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, een ontmoeting heeft met Qin in Beijing. Chinese diplomaten mogen dan proberen om geen ruzie te zoeken, maar dat betekent nog niet dat ze zich deemoedig op zullen stellen.

    Lees ook:

  • China’s oorlog tegen Taiwan is al begonnen

    China’s oorlog tegen Taiwan is al begonnen

    Door de democratie te versterken en meer mensen actief bij het openbare leven te betrekken hopen verschillende organisaties in Taiwan China ervan te overtuigen dat een invasie te duur en te riskant is.

    In 2018 zorgde een tyfoon ervoor dat duizenden mensen strandden op Kansai International Airport, nabij Osaka in Japan. Onder hen waren enkele toeristen uit Taiwan. Normaal gesproken zou dit verhaal niet veel politieke betekenis hebben gehad. Maar een paar uur na het incident meldde een obscure Taiwanese nieuwssite dat Taiwanese diplomaten er niet in zouden zijn geslaagd hun burgers te redden. Een handvol bloggers begon erover te posten op sociale media en prees Chinese ambtenaren die bussen hadden gestuurd zodat hun burgers snel konden ontkomen. Sommige Taiwanese toeristen zouden zich als Chinezen hebben voorgedaan om aan boord te komen. Geruchten over het incident verspreidden zich. Foto’s en video’s, zogenaamd van de luchthaven, begonnen rond te gaan.

    Nationale afgang

    Het verhaal verscheen al snel in de Taiwanese media. Journalisten vielen de regering aan: waarom hadden Chinese diplomaten wél zo snel en effectief gehandeld? En waarom waren de Taiwanezen zo incompetent? Nieuwsorganisaties in Taiwan beschreven het incident als een nationale afgang, vooral voor een land waarvan de leiders beweerden geen steun van China nodig te hebben. ‘Om in de bus te geraken moest je doen alsof je Chinees was,’ werd er bijvoorbeeld gekopt, en: ‘Taiwanezen namen Chinese bus’. Op het hoogtepunt werden de boze berichten en de aanvallen via sociale media zo overweldigend dat een Taiwanese diplomaat, die de stortvloed aan commentaar en de schande van dit falen blijkbaar niet kon verdragen, zelfmoord pleegde.

    Latere onderzoeken brachten enkele opmerkelijke feiten aan het licht. Veel van de mensen die zo prominent en enthousiast over het incident hadden gepost, bestonden helemaal niet; hun foto’s waren samengesteld uit andere foto’s. De obscure website die het verhaal als eerste onder de aandacht bracht, bleek gelieerd te zijn aan de Chinese Communistische Partij. De video’s waren fake. De Japanse regering bevestigde dat er geen sprake was geweest van Chinese bussen, en dus ook niet van een falen aan Taiwanese kant. Maar de schijn van mislukking werd aangegrepen door journalisten en presentatoren, vooral om de regeringspartij aan te vallen. En dat was overduidelijk de bedoeling van de Chinese propagandisten. Die hadden de anonimiteit van sociale media, de snelle verspreiding van ‘nieuwssites’ van onduidelijke oorsprong en vooral het zeer partijgebonden karakter van de Taiwanese politiek aangegrepen om een van de favoriete verhalen van het Chinese regime te verkondigen: dat de Taiwanese democratie zwak is en de Chinese autocratie sterk. En dat Taiwanezen in geval van nood Chinees willen zijn.

    Niet alle Chinezen wensen verenigd te worden onder het leiderschap van de Communistische Partij

    Het incident was niet zozeer opmerkelijk omdat het volkomen nieuw of onverwacht was, maar omdat het een nieuwe zet leek te zijn in een langdurige campagne die aanwijsbaar teruggaat tot de stichting van het moderne Taiwan. In 1949 verplaatste generaal Chiang Kai-shek zijn nationalistische partij Kwomintang (KMT) naar het eiland en vestigde hij er de Republiek China. Sindsdien beschouwt de Volksrepubliek China Taiwan als haar ideologische vijand en als een irritante herinnering aan het feit dat niet alle Chinezen verenigd wensen te worden onder het leiderschap van de Communistische Partij.

    GettyImages 1242926201
    Gevechtsoefening van het Chinese leger in Zhangzhou, in de provincie Fujian. – © Annabelle Chih / Getty Images

    Soms was de Chinese druk op Taiwan van militaire aard, middels dreigementen of raketten. Maar de laatste jaren combineerde China die dreigementen en raketten met andere vormen van druk, door intensivering van de ‘cognitieve oorlogsvoering’, zoals Taiwanezen het noemen: niet alleen door propaganda, maar ook met pogingen om de geesten rijp te maken voor capitulatie. Deze gecombineerde militaire, economische, politieke en informatieve oorlogsvoering hoeft inmiddels niemand te verbazen, want we zagen die recentelijk ook in Oost-Europa. Vóór 2014 hoopte Rusland Oekraïne te veroveren zonder een schot te lossen, gewoon door de Oekraïners ervan te overtuigen dat hun staat te corrupt en incompetent is om te kunnen overleven. Nu streeft Beijing een verovering na zonder grootscheepse militaire operatie, in dit geval door de Taiwanezen ervan te overtuigen dat hun democratie rampzalig is, dat hun bondgenoten hen zullen verlaten en dat er niet zoiets bestaat als een ‘Taiwanese’ identiteit.

    Taiwanese regeringsfunctionarissen en andere leiders weten heel goed dat Oekraïne op verschillende manieren een precedent vormt. Hoewel Taiwan en Oekraïne geen geografische, culturele of historische banden hebben, zijn de twee landen nu verbonden door de kracht van de analogie. 

    Zoals westerse waarnemers niet inzagen hoe serieus de Oekraïners zich voorbereidden op een aanval, zo is ons ontgaan hoe Taiwan langzaam is veranderd

    Maar er is nog een overeenkomst. De Russische verhalen over Oekraïne waren zo krachtig dat veel mensen in Europa en Amerika ze geloofden. De Chinese propaganda over Taiwan is ook geducht, en de Chinese invloed op het eiland is zeer reëel, maar zaait ook verdeeldheid. De meeste mensen op het eiland spreken Mandarijn, de dominante taal in de Volksrepubliek, en velen zijn nog steeds door familie, zakenrelaties of culturele heimwee met het vasteland verbonden, hoezeer ze ook tegen de Communistische Partij zijn. Maar net zoals westerse waarnemers niet inzagen hoe serieus de Oekraïners zich – psychologisch en militair – voorbereidden op een aanval, zo is ons ontgaan hoe Taiwan langzaam is veranderd.

    Niet alle Taiwanezen hebben persoonlijke banden met het vasteland. Velen stammen af van families die zich lang vóór 1949 op het eiland vestigden en spreken een andere taal dan het Mandarijn. Veel Taiwanezen, ongeacht hun achtergrond, voelen dus niet méér heimwee naar het Chinese vasteland dan Oekraïners naar de Sovjet-Unie. De belangrijkste politieke tegenstander van de KMT, de Democratische Progressieve Partij (DPP), is doorgaans de politieke thuishaven voor degenen die zich alleen als Taiwanees identificeren. Maar of ze nu KMT- of DPP-aanhangers zijn of ze nu deelnemen aan venijnige onlinedebatten of levendige bijeenkomsten, de overgrote meerderheid is inmiddels tegen het oude ‘één land, twee systemen’-principe voor hereniging. Vooral sinds het neerslaan van de prodemocratische demonstraties in Hongkong beseffen miljoenen eilandbewoners dat de Chinese oorlog tegen hen niet iets toekomstigs is, maar dat die al volop aan de gang is.

    Doublethink Lab

    Het vreemde verhaal van de niet-bestaande bussen op de luchthaven van Kansai had één onvoorzien gevolg: het inspireerde de Taiwanese activisten Ttcat en Puma Shen tot de oprichting van Doublethink Lab, een onderzoeksgroep zonder winstoogmerk. Ttcat (zijn schuilnaam) is een schoolverlater die veel gamede, op de universiteit werd aangenomen voor de studie computerwetenschappen, weer stopte en vervolgens verzeild raakte in de wereld van de milieucampagnes. Dat cv vormde een uitstekende voorbereiding op wat hij nu doet: Chinese informatieoperaties opsporen en identificeren, en programma’s ontwerpen om het publiek daarover voor te lichten. Het betekent ook dat hij en Shen, die werkt als advocaat en criminoloog, zich kunnen inzetten voor Taiwan terwijl ze op afstand blijven van de Taiwanese regering. Niemand kan een activist met een achtergrond in computergames immers aanwrijven dat hij een politieke carrièreladder probeert te bestijgen.

    Het luchthavenverhaal had Ttcat gedwongen beter na te denken over manieren om zo’n geweldloze aanval te pareren. Het was immers niet simpelweg een verzinsel, maar een zeer goed voorbereide poging om een verhaal over Taiwanese zwakte het Taiwanese politieke debat binnen te smokkelen. Na die gebeurtenis stelden Shen en hij een team samen dat nu bijeenkomt op een werkplek zoals je je die wel kunt voorstellen: een paar donkere, smoezelige kamers, vol met piepjonge mensen die continu online zijn. 

    Een van hun onthullingen: opmerkelijk genoeg bestaan er nogal wat Chinese verhalen rond een willekeurige Oekraïense toerist die opdook in Hongkong tijdens de massale demonstraties in 2019. De foto van de man verschijnt keer op keer in Chinese en Taiwanese media, waarbij speciale aandacht wordt besteed aan zijn tatoeage, een extreemrechts symbool. Hij wordt afwisselend beschreven als een neonazi en een provocateur, die werd gestuurd – door de CIA? – om demonstranten in Hongkong te helpen. Het idee is om angst voor wanorde, chaos en extremisme op te wekken en die met zowel Hongkong als Oekraïne in verband te brengen. Chinezen die handelen in opdracht van de staat hebben ook samenzweringstheorieën verspreid over niet-bestaande biolabs in Oekraïne – het zijn dezelfde verhalen die Rusland en internationaal extreemrechts gebruiken om de Russische invasie in februari te verklaren en te rechtvaardigen.

    GettyImages 1455895576
    Militairen worden gedrild om gevechtsklaarheid te tonen op een militaire basis in Kaohsiung, in Taiwan. – © Annabelle Chih / Getty Images

    Doublethink is niet het enige team dat propagandacampagnes tegen Taiwan opspoort en analyseert. Een andere organisatie die daarop toeziet, de Information Operations Research Group (IORG) – die eveneens bestaat uit jonge mensen met een achtergrond in onlineactivisme – stelde een rapport op over Chinese media en influencers die tijdens de coronapandemie het debat op het eiland probeerden te beïnvloeden. In 2021 poneerden de Chinezen eerst de suggestie dat de VS Taiwan ervan weerhielden vaccins te bemachtigen, vervolgens dat de Taiwanezen wat vaccins betrof achterliepen op de rest van de wereld, en daarna dat de Taiwanezen hun vaccins heimelijk uit China haalden. Deze verhalen lijken nogal mager en weinig overtuigend in het licht van de desastreuze Chinese lockdowns van 2022, maar ze deden soms wel degelijk de ronde in Taiwan.

    Beide organisaties delen hun analyses van de Chinese tactieken niet alleen met hun regering: ze werken vooral ook aan het tegengaan van die tactieken. Ook willen ze het grotere verhaal leren begrijpen, bijvoorbeeld dat pro-Chinese media informatie (of die nu echt of nep is) op sociale media zo aan elkaar koppelt dat mensen gaan twijfelen of hun land wel bondgenoten heeft, of het wel in staat is zich afzijdig te houden van China en of het überhaupt wel een toekomst heeft. Yu zelf twijfelt overigens niet aan de toekomst van Taiwan. Zijn omschrijving van zichzelf op zijn website luidt: ‘Taiwanese hacker die werkt aan een nieuwe natie.’

    Minister van Digitale Zaken

    Het bekendste lid van deze amorfe wereld van onlineactivisten maakt inmiddels deel uit van de regering. Audrey Tang, de eerste Taiwanese minister van Digitale Zaken, promoot niet alleen deze wereld van digitaal activisme, maar is er ook een van de aanjagers van. Als wonderkind dat al op negentienjarige leeftijd als programmeur in Silicon Valley werkte, nam ze deel aan de Zonnebloemrevo-lutie van 2014, een jeugdbeweging die was georganiseerd rondom het verzet tegen een handelsovereenkomst met China. Ze beschrijft zichzelf als ‘conservatief anarchist’ en ‘post-gender’ en vertelde dat ze contact onderhield met het innovatieve digitale ministerie van Oekraïne. 

    Tangs filosofie leunt op asymmetrische oorlogsvoering: Taiwan kan volgens haar niet volgens dezelfde regels spelen als China

    Tangs filosofie leunt op asymmetrische oorlogsvoering: Taiwan kan volgens haar niet volgens dezelfde regels spelen als China. De gecentraliseerde, hardhandige en misdadige tactiek van de Chinese Communistische Partij kan alleen worden afgeslagen door iets compleet anders: gedecentraliseerde burgergroepen die opensourcesoftware gebruiken en zo transparant mogelijk blijven. In overeenstemming met die filosofie is het aantal werknemers op Tangs ministerie zeer klein. Veel van het werk dat de Chinese verhalen moet tegengaan wordt overgelaten aan groepen als Doublethink en IORG. In Taiwan, zegt ze, krijgt de sociale sector – coöperaties, ngo’s, sociale ondernemers – meer vertrouwen van het publiek dan politieke partijen of de particuliere sector. Daar gaat een geschiedenis aan vooraf: burgeractivisten drongen in de jaren tachtig aan op het einde van het eenpartijstelsel van de KMT en in 2014 op het inperken van de economische banden met China. Tang zegt dat een van de prominentste politieke discussieforums van het land, PTT, wordt beheerd door studenten van de Nationale Universiteit van Taiwan, die gebruikmaken van ‘alle vrije software, open source, collectief bestuur, enzovoort’. ‘Geen enkele politieke partij zal zeggen: o, laten we PTT sluiten. Als ze dat doen, krijgen ze geen stemmen meer,’ aldus Tang.

    Omdat activisten een grote rol hebben gespeeld bij het opbouwen van de moderne democratie van Taiwan, krijgen die volgens Tang nu meer dan de regering het vertrouwen om toe te zien op de complexe wereld van de Chinese desinformatie. In plaats van zich tot de overheid te wenden, kunnen Taiwanezen die twijfelen over iets wat ze hebben gehoord of gelezen zich bijvoorbeeld wenden tot Cofacts, een opensourcewebsite die gebruikers in staat stelt hun eigen factchecks toe te voegen aan het debat. 

    Aantoonbare resultaten

    Tang heeft nog steeds niet genoeg invloed binnen de regeringspartij om al deze ideeën uit te dragen, maar er zijn al wel aantoonbare resultaten. Tijdens de pandemie moedigde het digitale ministerie een soort grappenwedstrijd aan tussen mensen die het Moderna-vaccin kregen en mensen met het Pfizer-vaccin, als een manier om vaccinatie in het algemeen te bevorderen Onder haar leiding experimenteerde de regering ook met het gebruik van Polis, een onlinediscussieplatform, om betere openbare debatten te voeren. De toegang tot nationale debatten is beperkt tot Taiwanezen; de online-identiteit van de gebruikers is gekoppeld aan hun lidmaatschap van het nationale zorgstelsel. Hoewel sommige gesprekken die op Polis worden gevoerd vrij triviaal lijken – een nationaal debat over het gebruik van e-scooters bijvoorbeeld – zijn de doelstellingen dat zeker niet. 

    數位發展部揭牌暨部長布達典禮
    De Taiwanese president Tsai Ing-wen en andere hoogwaardigheidsbekleders, onder wie Audrey Tang, de minister van Digitale Zaken. – © Chien Chi-hung

    De visie van Tang is uiterst rationeel: betere gesprekken, betere democratie en meer transparantie zullen zelfs de subtielste Chinese informatiecampagne bestrijden. Maar niet elke tactiek van China is bedoeld om onopgemerkt te blijven. Toen Beijing na het bezoek van Nancy Pelosi oorlogsschepen, vliegtuigen en raketten richting het eiland stuurde, was de opzet niet alleen om een gevoel van onveiligheid te creëren, maar ook om angst te zaaien.

    Hoe kan deze angst worden bestreden? De bangeriken berispen of hen van lafheid beschuldigen is geen oplossing. Angst is een fysieke sensatie, en die kun je het best bestrijden met een fysieke activiteit, of tenminste een vorm van actie. In Taipei zag ik hoe dat eruit kan zien: een dertigtal kantoormedewerkers die op een regenachtige doordeweekse middag op de vloer van een vergaderzaal zaten te leren hoe ze zware bloedingen konden stelpen.

    Wu zegt dat het uitbreken van de oorlog in Oekraïne veel van zijn landgenoten ervan heeft overtuigd dat ze zich op precies zo’n situatie moeten voorbereiden

    De ehbo-trainers, de siliconen lede-maten en het verband werden allemaal geschonken door de Forward Alliance, een andere burgerorganisatie. Oprichter Enoch Wu verdiepte zich in de psychologie van het verzet, en in het bijzonder in de noodzaak van burgerbescherming. De Forward Alliance geeft overal op het eiland meerdere dagen per week trainingen in de procedure bij een noodsituatie of evacuatie, meestal in kerken en scholen. Als zich werkelijk een tyfoon, een aardbeving of een militaire aanval voordoet, heeft het eiland immers onmiddellijk mensen nodig met verstand van evacuatie en geneeskundige noodhulp. Wu zegt dat het uitbreken van de oorlog in Oekraïne veel van zijn landgenoten ervan heeft overtuigd dat ze zich op precies zo’n situatie moeten voorbereiden. 

    Sinds februari is de vraag naar noodhulptraining dan ook ‘in een stroomversnelling geraakt’, zegt hij, en niet alleen bij zijn organisatie. Een Taiwanese zakenman schonk in september meer dan 20 miljoen dollar aan een andere liefdadigheidsinstelling voor burgerbescherming, de Kuma Academy – mede opgericht door Puma Shen van Doublethink – die niet alleen lessen in noodhulp biedt, maar op den duur ook training wil geven in het gebruik van wapens. 

    Maar het doel van deze oefeningen is niet alleen om mensen te leren wapens te hanteren of een wond te verbinden. Ze zijn ook bedoeld om gevoelens van saamhorigheid en verbondenheid te kweken, door mensen van tevoren het vertrouwen te geven dat ze in geval van nood op hun medeburgers kunnen rekenen. Dit soort mentale voorbereidingen zijn bijzonder belangrijk in Taiwan, een land waar de politiek sterk gepolariseerd is, waar leden van het blauwe en het groene kamp elkaar beschuldigen van onverantwoordelijkheid of onredelijkheid – vergelijkbaar met de rood-blauwe tegenstelling in de Verenigde Staten. 

    Grote gok

    In de praktijk doen zowel de Taiwanese activisten die de burgerbescherming organiseren als degenen die proberen de Chinese verhalen te weerleggen natuurlijk een grote gok. Ze gokken erop dat democratie en transparantie het kunnen winnen van autocratie en geheimhouding, dat vertrouwen polarisatie kan overwinnen, dat de samenleving zich van onderaf kan organiseren om angst te overwinnen. Ze doen dat in een land dat op een complexe manier verbonden is met zijn ergste vijand – qua taal, gedeelde geschiedenis, familie en investeringen – en dat begrijpelijkerwijs bezorgd is over de betrouwbaarheid van verre bondgenoten.

    Hun strijd tegen China’s cognitieve oorlogsvoering is niet alleen een schaduwgevecht tegen bots op het internet. De Russen vielen Oekraïne deels binnen omdat ze er ten onrechte van uitgingen dat de Oekraïners niet zouden terugvechten. Als de Chinezen veronderstellen dat de Taiwanezen zullen terugvechten, denken ze misschien wel twee keer na. In die zin is er een nauw verband tussen het werk van de Taiwanese sociale activisten enerzijds – de groepen die Chinese desinformatie online opsporen, maar ook de groepen die pleiten voor een onafhankelijke rechterlijke macht of die campagne voeren voor de rechten van Hongkongers en etnische minderheden, of die transparantie van de overheid voorstaan – en het werk van het leger anderzijds, dat zijn verrekijker op de Straat van Taiwan gericht houdt. Door de democratie te versterken, de polarisatie af te zwakken en meer mensen actief bij het openbare leven te betrekken, hopen al deze verschillende partijen China ervan te overtuigen dat een invasie te duur en te riskant is. Hun overtuigingskracht is bepalend voor de toekomst van Taiwan. 577c3bbb 0383 4241 afef 3caa831e282d

  • Wat betekent de vondst van zeldzame aardmetalen in Zweden voor Europa?

    Wat betekent de vondst van zeldzame aardmetalen in Zweden voor Europa?

    Elke week pluist de redactie van 360 een nieuwsgebeurtenis uit de internationale pers voor je uit. Deze week gaan we dieper in op de recente vondst van een grote hoeveelheid zeldzame aardmetalen in Zweden. Deze grondstoffen worden gebruikt voor het maken van elektrische auto’s en windmolens – en zijn dus essentieel voor de energietransitie.

    Dit artikel verscheen woensdag in de tweede editie van de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €4 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.

    Wat is er precies gevonden en waar kan dit voor worden voor gebruikt? 

    In Zweden is de grootste hoeveelheid zeldzame aardmetalen in Europa gevonden, maakte het Zweedse mijnbouwbedrijf LKAB onlangs bekend in een persbericht. ‘Dit is niet alleen goed nieuws voor LKAB, de regio en Zweden, maar ook voor Europa en het klimaat’, beweert het bedrijf dat nabij de vindplaats een ijzerertsmijn exploiteert. Waar zijn deze beweringen op gebaseerd?

    Volgens Euronews betreft de vondst de zeldzame aardmetalen neodymium en praseodymium. Die metalen worden gebruikt om de geavanceerde magneten te produceren die nodig zijn voor de bouw van onder andere elektrische voertuigen en windturbines. Er is op dit moment geen grootschalige winning van zeldzame aardmetalen in de Europese Unie, deels omdat het moeilijk is nieuwe mijnen en installaties  te creëren voor de verwerking van de metalen.

    Ook zijn het cruciale grondstoffen voor defensiematerieel, schrijft South China Morning Post. Zo worden zeldzame aardelementen op grote schaal gebruikt in magneten voor raketgeleiding, motoren met schijfaandrijving in vliegtuigen en tanks, en voor satellietcommunicatie en radarsystemen.

    Waarom is deze vondst zo belangrijk? 

    Volgens LKAB, een Zweeds staatsbedrijf, ligt er in de Per Geijer-mijn in Lapland meer dan een miljoen ton aan zeldzame aardmetalen in de grond. Momenteel maakt Europa zich zorgen over zijn afhankelijkheid, met name van China, de grootste producent ter wereld, voor de levering van deze mineralen, schrijft Le Monde.

    De EU heeft het streven naar grotere zelfvoorziening op het gebied van grondstoffen bovenaan haar agenda geplaatst, schrijft Financial Times. In het huidige geopolitieke klimaat probeert Europa zijn afhankelijkheid van China en Rusland te beperken. Zodoende is de ambitie om groene technologieën van eigen bodem te stimuleren gegroeid. Het gaat dan onder andere om windenergie en batterijen voor elektrische auto’s. 

    De zorg bestaat dat de dominante positie van China Beijing macht geeft over de prijs van de metalen en over de mogelijkheid om de levering aan rivalen in te perken, aldus The New York Times. In 2010 legde China de uitvoer van zeldzame aardmetalen naar Japan voor twee maanden stil vanwege een geschil over de visserij.

    Afbeelding met lucht, buiten, sneeuw

Automatisch gegenereerde beschrijving
    Het Zweedse staatsmijnbouwbedrijf LKAB heeft al de grootste ijzerertsmijn in de EU. – © Jonathan Nackstrand / AFP

    ‘De elektrificatie van de EU, zelfvoorziening en onafhankelijkheid van Rusland en China beginnen in de mijn’, verklaarde de Zweedse vicepremier en minister van Economische Zaken en Energie Ebba Busch. De Europese Unie heeft, als onderdeel van haar inspanningen om de opwarming van de aarde tegen te gaan, vorig jaar afgesproken om de verkoop van nieuwe benzine- en dieselauto’s vanaf 2035 stop te zetten.

    De vondst in Noord-Zweden ‘zou een zeer groot deel van het Europese verbruik voor een aantal jaren kunnen verzekeren’, aldus geoloog Erik Jonsson tegen Sveriges Television.

    Wat betekent de vondst voor de afhankelijkheid van China? 

    Vorige maand erkende Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, op het World Economic Forum in Davos dat Europa voor ‘98 procent’ afhankelijk is van China wat betreft essentiële mineralen voor de energietransitie. Daaronder vallen ook kobalt, nikkel en lithium. 

    China is op dit moment goed voor 60 procent van de gedolven zeldzame aardmetalen wereldwijd, aldus South China Morning Post. En meer dan 80 procent van de wereldwijde verwerkingscapaciteit voor zeldzame aardmetalen bevindt zich in het land. De vraag naar de metalen die in motoren van elektrische auto’s en windturbines worden gebruikt, zal tegen 2030 vervijfvoudigd zijn, voorspelt Financial Times.

    De Zweedse vondst zou een rol kunnen spelen in het Europese streven naar ‘strategische autonomie’, oftewel het streven minder afhankelijk te zijn van onbetrouwbare partners als het aankomt op essentiële grondstoffen. 

    Maar dat deze grote voorraad aardmetalen gevonden is, betekent niet dat de schop meteen de grond in kan. LKAB wil de cruciale grondstoffen graag delven, maar schat dat het tien tot vijftien jaar kan duren voordat er daadwerkelijk mijnbouw kan plaatsvinden. Eerst moeten de nodige vergunningen worden verkregen.

    En dat is een behoorlijke uitdaging, schrijft Expressen. Zo is er een aantal zaken om rekening mee te houden, zoals de rendierhouderij in de omgeving, het feit dat de grondstoffen zich in beschermd natuurgebied bevinden en de mogelijke schadelijke milieueffecten. Een groot voordeel van de nieuwe ontdekking is dat de metalen zich bevinden in het gebied waar LKAB al ijzererts ontgint, aldus een woordvoerder van het bedrijf tegen de Zweedse krant. ‘Dit betekent dat er geen speciale infrastructuur nodig is voor de zeldzame aardmetalen.’

    WzQG0bjFAMqk63znOBff1Pecsm1igEeg6 P8uWMMCwbJSb67Z4ViI4GyjHE0jwimfGEsN0
    Jan Moström, CEO van LKAB, en Ebba Busch, minister van Economische Zaken en Energie, presenteerden op 12 januari gezamenlijk de vondst van zeldzame aardmetalen in Noord-Zweden. © Wesley Overklift / LKAB

    Mocht LKAB toestemming krijgen om te beginnen met graven, dan nog duurt het enige tijd voordat de zeldzame metalen uit Lapland in een elektrische auto terechtkomen. ‘Afzettingen van zeldzame aardmetalen zijn – in tegenstelling tot wat de naam suggereert – vrij algemeen in verschillende geografische gebieden. De winning van de mineralen is een stuk lastiger, vanwege de complexe verwerking en de verregaande milieueffecten’, schrijft Financial Times.

    LKAB wil naast de mijn een installatie bouwen om de zeldzame metalen te verwerken. Om dat doel te bereiken is het bedrijf de grootste aandeelhouder geworden in het Noorse REEtec, dat gespecialiseerd is in het splitsen van zeldzame aardmetalen. Het plan is dat REEtec uiteindelijk een fabriek in Zweden gaat bouwen, bericht The New York Times

    Volgens Patrik Andersson, analist bij het Zweedse Nationale China Centrum, is dan ook de verwerking van zeldzame aardmetalen de bottleneck voor de Europese industrie. ‘De Chinese dominantie wordt groter naarmate je verder in de toeleveringsketen komt’, verklaart hij tegen South China Morning Post

    Een andere analist, Françoise Nicolas van het Franse Instituut voor Internationale Betrekkingen, noemt de vondst in SCMP een ‘game changer’, omdat hij de EU helpt om haar afhankelijkheid van China te verkleinen. ‘Het is de moeite waard hier te benadrukken dat het niet gaat om loskoppeling van China, enkel om verbetering van de huidige situatie. Te grote afhankelijkheid zorgt voor kwetsbaarheid’, zegt ze tegen het dagblad uit Hongkong.

    Lees ook:

  • China wil dat stellen meer baby’s krijgen. Kan ivf uitkomst bieden?

    China wil dat stellen meer baby’s krijgen. Kan ivf uitkomst bieden?

    De bevolking in China krimpt voor het eerst in lange tijd. De regering probeert het probleem aan te pakken door vruchtbaarheidstrajecten te subsidiëren, die voor veel stellen op dit moment te duur zijn. Toch lijkt dit weinig uit te halen. ‘Het algemene beeld is dat mensen minder geneigd zijn om kinderen te krijgen.’

    Deze koude en bewolkte ochtend in november is een dag vol beloftes voor Guo Meiyan en haar man: ze hebben eindelijk de kans om een gezin te stichten. Maar Guo (39), die op een brancard naar een ziekenhuiskamer is gereden waar een arts haar bevruchte eicellen weer terug in haar baarmoeder plaatst, is ook angstig. ‘Als de transplantatie niet slaagt is al het geld dat we hebben uitgegeven weggegooid, alle pijn die ik heb doorstaan vergeefs geweest en zullen we opnieuw moeten beginnen.’ Ze is samen met haar man vanuit de noordelijke stad Zhangjiakou 200 kilometer naar Beijing gereisd. Tijdens de laatste fase van de ivf-behandeling woonden ze een maand lang in hotels om dicht bij het ziekenhuis te zijn.

    Ze behoren tot de honderdduizenden Chinese stellen die elk jaar een beroep doen op voortplantingstechnologie, nadat andere mogelijkheden om zwanger te worden zijn uitgeput. Mensen die vanuit alle hoeken van het land naar grote steden als Beijing reizen in de hoop hun kansen op een kleine te vergroten. Velen van hen staan al voor zonsopgang in lange rijen voor ziekenhuizen, enkel voor een consult.

    De Chinese regering wil de techniek, die pas in 2001 legaal werd in China, nu toegankelijker maken. De belofte is om een deel van de kosten – meestal enkele duizenden dollars voor elke ivf-ronde – te dekken via een nationale ziektekostenverzekering. Het is een van de meer dan een dozijn beleidsmaatregelen die de Chinese overheid neemt tegen wat wordt gezien als een zeer groot probleem: een vruchtbaarheidscijfer dat zo laag is dat de Chinese bevolking begint te krimpen.

    ‘Dubbel inkomen, geen kinderen’

    China heeft dit punt eerder bereikt dan andere landen in een vergelijkbaar stadium van economische ontwikkeling. Nu er elk jaar minder baby’s worden geboren en de oudste mensen in China langer leven, ziet de regering zich genoodzaakt een aantal met elkaar samenhangende problemen aan te pakken: een krimpende beroepsbevolking, een pensioenstelsel dat nog in de kinderschoenen staat en een generatie jongeren die niet geïnteresseerd is in het krijgen van kinderen.

    Het subsidiëren van vruchtbaarheidsbehandelingen zoals ivf ‘is nogal wat’, aldus Lin Haiwei, directeur van het Beijing Perfect Family Hospital, waar Guo haar procedure onderging. Bij deze technologie worden eicellen in een laboratorium met sperma bevrucht, waarna de embryo, als het is gelukt, in de baarmoeder wordt geplaatst. Patiënten gaan ver om vruchtbaarheidsbehandelingen te kunnen betalen. Sommigen sluiten leningen af bij familieleden. Boeren plannen hun afspraken na de oogst in de herfst, wanneer ze geld hebben. Maar ook al is er een duidelijke vraag naar vruchtbaarheidsbehandelingen, het aantal patiënten dat het ziekenhuis bezoekt, daalt elk jaar, aldus Lin. ‘Het algemene beeld is dat mensen minder geneigd zijn om kinderen te krijgen.’

    De grootste uitdaging voor China is dan ook om het dalende geboortecijfer te keren. Jonge mensen klagen over economische onzekerheid en over de financiële lasten die het krijgen van kinderen met zich meebrengt. Daarnaast verzetten ze zich tegen de traditionele ideeën over de rol van de vrouw als huisvrouw. Ze willen zich concentreren op hun carrière of omarmen een levensstijl die bekendstaat als ‘dubbel inkomen, geen kinderen’.

    De overheid doet ondertussen haar best een van de laagste vruchtbaarheidscijfers ter wereld op te krikken. Volgens deskundigen is het vrijwel onmogelijk om de Chinese bevolking weer te laten groeien, maar kan het land zijn geboortecijfer wel op peil houden. Het toegankelijk maken van voortplantingstechnologieën zou kunnen helpen, zoals het ook heeft geholpen in rijkere landen als Denemarken, zegt Ayo Wahlberg, antropoloog aan de Universiteit van Kopenhagen.

    ‘Het is als het plakken van een pleistertje op een enorme wond’

    China heeft onlangs beloofd tegen 2025 minstens één ivf-faciliteit te bouwen per 2,3 tot 3 miljoen mensen. Het land telt nu 539 medische instellingen en 27 spermabanken die zijn goedgekeurd om voortplantingstechnologie toe te passen. Elk jaar verzorgen deze instellingen meer dan een miljoen ivf- en andere vruchtbaarheidsbehandelingen. Zo’n driehonderdduizend baby’s werden er tot nu toe verwekt.

    Volgens deskundigen zijn dit zinvolle manieren om stellen met een kinderwens te helpen. Als China deze diensten op een betaalbare manier kan uitbreiden, kan het zelfs model staan voor andere landen die met soortgelijke vruchtbaarheidsproblemen kampen. Maar of het veel zal veranderen aan de demografische ontwikkeling van het land is de vraag. ‘Het is als het plakken van een pleistertje op een enorme wond,’ zegt Wahlberg, die een boek schreef over vruchtbaarheid in China.

    Ivf veranderde het leven van stellen als Wang Fang en haar man. Wangs eerste huwelijk eindigde in een scheiding, omdat het kinderloos bleef. In 2016 kreeg ze twee ivf-behandelingen en in 2017 beviel ze van een tweeling. Zowel Wang, een fabrieksarbeider, als haar man, een elektricien, gaven tijdens de zwangerschap hun baan op om zich voor te bereiden op de geboorte.

    ‘Als je geen kinderen hebt kan je je in onze woonplaats eigenlijk niet vertonen’

    Toen de eerste ivf mislukte, waren ze erg van slag. Ze kwamen erachter dat ze misschien een spermadonor nodig hadden, iets wat Wang voor de familie verzweeg; haar ouders denken dat de vruchtbaarheidsproblemen van het stel aan haar te wijten zijn. ‘Als je geen kinderen hebt kan je je in onze woonplaats eigenlijk niet vertonen,’ zegt ze. De wachttijd van veertien dagen om te bepalen of de behandeling succesvol was, voelde de tweede keer dat ze ivf deden ‘als een halve eeuw’, zegt ze.

    Familieleden boden aan bij te springen met spaargeld om de kosten van meer dan 20.000 euro te dekken. Het is een enorm bedrag voor het echtpaar, dat maandelijks een gezamenlijk inkomen van minder dan 1100 euro had toen ze allebei nog werkten. ‘Ivf is niet eenmalig, en ons geld was na verschillende grote uitgaven op, dus we moesten geld lenen om door te gaan,’ aldus Wang. Als een deel van die kosten door de ziektekostenverzekering zou zijn vergoed, zoals de regering nu van plan is. ‘Dan zou dat ons zeker hebben geholpen en de druk enigszins hebben verlicht’.

    Complexe relatie

    Een ivf-behandeling kan tussen de 4500 en 11.000 euro kosten, voor veel stellen zijn vier of vijf behandelingen nodig. Elke behandeling heeft een slagingskans van ongeveer 30 procent. Met de nieuwe overheidsmaatregelen zou de ziektekostenverzekering waarschijnlijk ongeveer de helft van de kosten dekken, zegt Lin Haiwei van het Beijing Perfect Family Hospital. Het beleid is nog niet in werking getreden, de details zijn onduidelijk en een dodelijke uitbraak van corona zou de zaken kunnen vertragen. Toch verwacht Lin dat een versie van het beleid in de komende maanden zal worden ingevoerd. Maar hij is ook realistisch over het effect ervan. ‘Het is lastig om veel groei in onze sector te verwachten aangezien het algemene vruchtbaarheidscijfer en de bereidheid om kinderen te krijgen afnemen.’

    China heeft een complexe relatie met vruchtbaarheid. Drie decennia lang beperkte de overheid gezinnen tot één kind, soms met brute maatregelen. Tegenwoordig wordt 18 procent van de paren in China geconfronteerd met onvruchtbaarheid – wereldwijd is het gemiddelde ongeveer 15 procent. Onderzoekers noemen daarvoor verschillende factoren, waaronder het feit dat Chinese koppels vaak pas later kinderen krijgen en de veelvuldige abortussen in het land, die volgens deskundigen invloed kunnen hebben op de vruchtbaarheid.

    Su Yue (32) had zelf nooit een sterke kinderwens, maar haar man en schoonfamilie wel. Nadat het stel het enkele jaren had geprobeerd, gaf haar schoonmoeder hun geld om met ivf-behandeling te beginnen. Vorig jaar hadden ze succes. Su is dol op haar zoon, die ze liefkozend ‘Cookie’ noemt. Maar ze vertelt ook dat het moederschap haar haar baan heeft gekost. Toen ze vanuit huis werkte kon ze borstvoeding geven, maar dat veranderde toen haar werkgever eiste dat ze naar kantoor kwam. Als millennial met carrièreplannen betreurt ze deze gang van zaken.

    Guo Meiyan doet het thuis in Zhangjiakou rustig aan sinds de succesvolle behandeling eind november. In het restaurant van haar en haar man was het druk in de periode rond nieuwjaar. Ze helpt nog steeds mee in de zaak en vond daarnaast de tijd om twee dekens te breien voor de baby. Maar meestal probeert ze te rusten in bed, zegt Guo. ‘Ik ben de hele tijd misselijk en draaierig.’

    Lees ook:

  • Chinese bevolking is in 2022 voor het eerst in 60 jaar gedaald

    Chinese bevolking is in 2022 voor het eerst in 60 jaar gedaald

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VK: leraren sluiten zich aan bij staking

    » Polen wijzigt wet om te voldoen aan Europese normen over onafhankelijke rechtspraak

    Verwachting is dat krimp decennia aanhoudt

    Voor het eerst in zestig jaar is in China, het land met de meeste inwoners, het bevolkingsaantal gedaald. In China werden vorig jaar in totaal 9,56 miljoen geboorten geregistreerd, tegenover 10,41 miljoen sterfgevallen, maakte het Nationaal Bureau voor de Statistiek (NBS) dinsdag in een rapport bekend. Deze daling zal volgens veel demografen enkele decennia aanhouden, schrijft South China Morning Post.

    Voor het jaar 2022 kan deze daling met name worden verklaard door de sterk gestegen kosten van levensonderhoud, door het hogere opleidingsniveau van vrouwen, waardoor zwangerschappen worden uitgesteld, en door het gebrek aan een kinderwens bij de jongere generaties. Deze ‘demografische crisis’ in combinatie met ‘een snel vergrijzende bevolking zal ongetwijfeld verstrekkende economische gevolgen hebben’, merkt het dagblad uit Hongkong op. Dit zal naar verwachting leiden tot ‘een krimpende beroepsbevolking, verminderde koopkracht en een onder druk staand pensioenstelsel’, aldus SCMP.

    In 2021 werden de beperkingen opgeheven op het krijgen van drie kinderen

    De laatste keer dat China een bevolkingskrimp meemaakte was in 1961. Sinds 2016 nam de bevolkingsgroei al af, hoewel Beijing tal van maatregelen heeft genomen om koppels meer kinderen te laten krijgen. Zo werd in 2021 de beperkingen opgeheven op het krijgen van drie kinderen, waardoor ouders recht kregen op kinderopvang en andere voordelen. Ook werden er op lokaal niveau subsidies uitgedeeld aan mensen die één tot drie kinderen hadden. Maar uit onderzoek blijkt dat die maatregelen weinig effect hebben gehad, bericht SCMP.

    Lees ook:

  • VS en Japan versterken militaire samenwerking om China af te schrikken

    VS en Japan versterken militaire samenwerking om China af te schrikken

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Peru: onderzoek naar ‘genocide’ geopend tegen president

    » De friezen van het Parthenon blijven in Londen

    VS stuurt meer militairen naar Japan vanwege Chinese dreiging

    Geconfronteerd met groeiende zorgen over China hebben Washington en Tokio woensdag een ‘aanzienlijke versterking’ van hun militaire samenwerking aangekondigd, meldt CNN. De VS zullen een nieuwe marine-eenheid naar het eiland Okinawa sturen en de veiligheids- en defensieovereenkomst tussen beide landen zal worden uitgebreid tot militaire ruimteactiviteiten.

    Okinawa zou een cruciale rol spelen in een mogelijk militair conflict met China

    ‘De aankondiging is een sterk signaal aan China en maakt deel uit van een reeks initiatieven om de snelle versnelling van de veiligheids- en inlichtingenbanden tussen de twee landen te onderstrepen’, merkt de Amerikaanse nieuwszender op. Okinawa wordt beschouwd als de sleutel tot de operaties van het Amerikaanse leger in de Stille Oceaan – deels vanwege de nabijheid van Taiwan. Het herbergt meer dan 25.000 Amerikaanse militairen en meer dan 20 militaire installaties.

    Het is een van de belangrijkste aanpassingen van de Amerikaanse militaire machtspositie in de regio in jaren, zei een functionaris tegen CNN. De verandering komt nadat gesimuleerde oorlogssituaties van een vooraanstaande denktank in Washington aan het licht brachten dat Japan, en Okinawa in het bijzonder, een cruciale rol zou spelen in een mogelijk militair conflict met China, aldus de nieuwszender.

    Lees ook:

  • ‘Tragische strijd’: In de frontlinie van China’s coronacrisis

    ‘Tragische strijd’: In de frontlinie van China’s coronacrisis

    Er is een tekort aan medisch personeel en onder hen zijn velen ziek aan het werk – ondertussen bezwijkt de nationale gezondheidszorg onder de druk van een toenemende crisis.

    Onderuitgezakt in een rolstoel of liggend op een brancard verdringen de zieke patiënten zich op de spoedeisende hulp van een ziekenhuis in het noorden van China. Samengeperst in de smalle ruimten tussen liftdeuren. Rondom een in onbruik geraakt detectiepoortje. Tegen de muren van een gang die galmt van het gehoest. Kortom, ze bevinden zich in alle hoeken en gaten.

    De Chinese ziekenhuizen waren in betere tijden ook al overvol, vanwege gebrekkige financiering en een tekort aan personeel. Maar nu corona zich voor het eerst vrij rondwaart in China, wordt het medische systeem tot het uiterste op de proef gesteld.

    De taferelen van wanhoop en ellende in het Tianjin Medical University General Hospital, vastgelegd op een van de video’s die The New York Times in handen kreeg, weerspiegelen de groeiende crisis. Terwijl de besmetting toeneemt, vechten gezondheidswerkers in de frontlinie ook tegen de welig tierende infecties binnen de eigen gelederen. In sommige ziekenhuizen zijn zoveel medewerkers positief getest op het virus, dat de overgeblevenen het werk van vijf collega’s of meer moeten doen.

    Om ervoor te zorgen dat er voldoende personeel aanwezig is, eisen sommige instellingen niet meer dat artsen en verpleegkundigen zich testen voordat ze aan het werk gaan. Een arts in de centraal gelegen stad Wuhan zegt dat het personeel in haar ziekenhuis zo is uitgedund dat een neurochirurg van haar afdeling onlangs twee operaties op één dag moest uitvoeren, vechtend tegen besmettingssymptomen.

    ‘Het ziekenhuis functioneert op het randje,’ zegt Judy Pu, de arts wier afdeling normaal tien tot vijftien verpleegsters telt en nu nog maar een. ‘Ongeveer 80 tot 90 procent van de mensen om mij heen is besmet.’

    Tragische strijd

    China ervoer als eerste de paniek over corona toen het virus in 2019 opdook in Wuhan. Vervolgens heeft het land het virus de afgelopen drie jaar grotendeels onderdrukt door een kostbare mengeling van grootschalige tests, strikte lockdowns en potdichte grenzen. De regering had die tijd kunnen gebruiken om de gezondheidszorg te versterken door bijvoorbeeld een voorraad medicijnen aan te leggen en meer eenheden voor kritieke zorg op te zetten. Zij had een grootscheepse vaccinatiecampagne kunnen organiseren, gericht op de miljoenen kwetsbare oudere volwassenen die aarzelden om een prik of booster te halen. Maar China deed er weinig aan en is opnieuw in een crisismodus beland, net zoals in de begindagen van Wuhan.

    De werkelijke omvang van China’s gezondheidscrisis is moeilijk in te schatten, niet in de laatste plaats omdat de regering het grootschalige testen heeft afgeschaft na de abrupte opheffing van het strenge zerocovidbeleid van het land. De ontoereikende vaccinaties en het gebrek aan groepsimmuniteit deden de vrees ontstaan dat het dodental kan oplopen tot het niveau dat eerder tijdens de pandemie werd waargenomen in de Verenigde Staten, West-Europa en, meer recentelijk, in Hongkong.

    Gegevens die de lokale autoriteiten de afgelopen dagen hebben vrijgegeven, lijken te bevestigen dat het virus om zich heen grijpt: in verschillende steden en provincies worden dagelijks honderdduizenden besmettingen gemeld. Er zijn ook veel vragen over het aantal covidgerelateerde sterfgevallen in China, omdat de autoriteiten alleen nog de sterfgevallen tellen die het gevolg zijn van ademhalingsproblemen die rechtstreeks verband houden met een covidinfectie. 

    Officieel zijn er sinds de versoepelde pandemieregels op 7 december zeven mensen aan het virus overleden, een aantal dat in tegenspraak is met het toenemend anekdotisch bewijs uit het hele land – van de hoeveelheid lijkwagens voor een crematorium in Beijing tot de overmaat aan gele lijkzakken bij sommige uitvaartcentra.

    Een ziekenhuis in Shanghai heeft voorspeld dat de helft van de 25 miljoen inwoners van die stad uiteindelijk besmet zal raken en waarschuwt het personeel voor een ‘tragische strijd’ in de komende weken, zo blijkt uit een inmiddels verwijderde verklaring die het ziekenhuis vorige week op het sociale-mediaplatform WeChat plaatste.

    Er heerst breed gedragen frustratie over het feit dat de regering geen tijd bood om zich voor te bereiden op de toestroom van patiënten

    ‘Heel Shangai zal in deze tragische strijd meegetrokken worden, en al het personeel van het ziekenhuis zal worden besmet! Onze families worden besmet! Onze patiënten raken allemaal besmet!’ aldus de verklaring. ‘Er is geen keus, we kunnen niet ontsnappen.’

    In sommige ziekenhuizen is de bezetting zo uitgedund dat gepensioneerde artsen wordt verzocht weer aan het werk te gaan. Naar verluidt worden artsen en verpleegkundigen uit de oostelijke provincies Shandong en Jiangsu gehaald om de medische voorzieningen in Beijing te versterken.

    Medisch studenten die als arts-assistent en stagiair in ziekenhuizen werken, protesteerden tegen de verslechterende werkomstandigheden. Ze eisen dat studenten in de wintervakantie naar huis mogen als zij dat willen, en vragen om gelijke beloning en betere bescherming tegen het virus voor hen die ervoor kiezen om te blijven werken. Deze studenten behoren tot de laagstbetaalde gezondheidswerkers, ondanks het feit dat zij geacht worden langere dagen te maken.

    De protesten vielen samen met de dood op 14 december van een 23-jarige student geneeskunde die had gewerkt in het West China Hospital van de Sichuan-universiteit in de zuidwestelijke stad Chengdu. Volgens het ziekenhuis kreeg de student een hartaanval, maar zijn klasgenoten betwisten dat en zeggen dat hij bezweek omdat hij overwerkt was terwijl hij besmet was met corona.

    Het personeelstekort wordt naar verwachting erger naarmate de winter vordert en miljoenen arbeidsmigranten naar huis reizen in aanloop naar de nieuwjaarsvakantie in januari. De gezondheidswerkers worden nu al achter de schermen geconfronteerd met chaos door veranderend beleid en fysieke en mentale uitputting. Er heerst breed gedragen frustratie over het feit dat de regering hen geen tijd bood om zich voor te bereiden op de toestroom van patiënten.

    ‘We zijn van tevoren helemaal niet ingelicht. Ik hoorde via het nieuws dat de regels waren versoepeld,’ aldus Pu.

    Volgens medisch personeel hadden de tekorten aan medicijnen – waardoor sommige instellingen nu genoodzaakt zijn geneesmiddelen te rantsoeneren – vermeden kunnen worden. Ook had er meer tijd genomen moeten worden om een effectiever triagesysteem op te zetten waarmee overbezetting had kunnen worden voorkomen. 

    Koortskliniek

    Een van de fundamentele problemen van het Chinese gezondheidssysteem is de afhankelijkheid voor zelfs de meest elementaire zorg van ziekenhuizen. Grote, stedelijke instellingen zoals het Tianjin Medical University General Hospital vertegenwoordigen slechts 0,3 procent van alle zorgverleners in China, maar zij behandelden vorig jaar bijna een kwart van alle bezoeken aan poliklinieken in het land, zo blijkt uit gegevens van de Nationale Gezondheidscommissie.

    ‘In de VS hebben mensen hun eigen huisarts, maar in China zijn er in het medische systeem weinig mogelijkheden om aan zorg te komen, behalve als je de Eerste Hulp in een groot ziekenhuis bezoekt,’ aldus Qiao Renli, longarts en arts voor kritieke zorg aan de Universiteit van Zuid-Californië, die zowel in China als in de Verenigde Staten doceerde en praktiseerde.

    Om het ziekenhuispersoneel te ontlasten, heeft de regering het aantal ‘koortsklinieken’ in het hele land uitgebreid. Dat kunnen aparte vleugels binnen ziekenhuizen zijn of zelfstandige klinieken waar patiënten met koorts worden behandeld, ongeacht of ze corona hebben. In de zuidelijke stad Shenzhen werden koortsklinieken opgezet in cabines die voorheen werden gebruikt om op corona te testen. Volgens de regering zijn in Beijing lege stadions en quarantainecentra tot soortgelijke faciliteiten omgebouwd, waardoor het aantal koortsklinieken de afgelopen weken tot boven de duizend is gestegen.

    De bouw van zoveel extra koortsklinieken laat de snelheid zien waarmee de regering probeert zich aan te passen aan het snel verspreidende virus – soms te snel, volgens sommige gezondheidswerkers.

    Adela Xu, verpleegster in een kankercentrum in Shanghai, vertelt dat personeel en bezoekers vóór de versoepelingen een negatieve test moesten laten zien om haar ziekenhuis binnen te mogen. Sinds ongeveer een week begon het ziekenhuis, op last van de regering, met de bouw van een koortskliniek om eventuele covidpatiënten te screenen. Maar tegen de tijd dat die kliniek geopend werd, was de faciliteit al verouderd omdat de stad het testen niet meer verplicht stelde voor toegang tot de spoedeisende hulp. Tegelijkertijd raakten steeds meer mensen besmet.

    ‘Vorige week werden ongeveer twintig van de zevenhonderd patiënten van de spoedeisende hulp positief getest, zegt Xu. ‘Nu zijn dat er ongeveer honderd van de zevenhonderd.’

    De stortvloed aan covidpatiënten is niet de enige uitdaging waarmee ziekenhuizen worden geconfronteerd. Een van de gevolgen van de uitbraak is een wijdverbreid tekort aan bloed doordat het aantal donoren slinkt.

    In de zuidwestelijke stad Kunming laat een bloedbank in een verklaring weten dat de stad momenteel slechts een fractie ontvangt van de vijfhonderd donoren die per dag nodig zijn om aan de vraag te kunnen voldoen – het tekort begint zwangere vrouwen en patiënten op de intensive care te treffen.

    ‘Als we hem niet eens zuurstof kunnen geven, hoe kunnen we hem dan redden?’

    In reactie op de tekorten heeft de Nationale Gezondheidscommissie deze maand haar regels voor bloeddonatie uit 2021 herzien. Daardoor mogen mensen die hersteld zijn van corona alweer na zeven dagen in plaats van na zes maanden bloed geven. Deze nieuwe richtlijn heft ook de beperkingen op die waren opgelegd aan potentiële donoren die in nauw contact stonden met covidpatiënten.

    Sommige ziekenhuizen in de provincie Hebei bij Beijing kampen naar verluidt met een nijpend tekort aan ventilatoren, zuurstoftanks en bedden op de intensive care. Op een door The Associated Press opgenomen video is te horen hoe een medisch medewerker van een ziekenhuis in Zhuozhou, een stad in het noorden van Hebei, een groep mensen aanspoort om een patiënt over te brengen naar een ander ziekenhuis dat beter is uitgerust, met de mededeling dat er geen zuurstof meer is.

    ‘Als we hem niet eens zuurstof kunnen geven, hoe kunnen we hem dan redden?’ zegt de medewerker. ‘Als u geen vertraging wilt, keer dan om en breng hem dan snel naar elders!’

  • EU adviseert coronamaatregelen voor reizigers uit China

    EU adviseert coronamaatregelen voor reizigers uit China

    » Zeker 35 doden bij zelfmoordaanslagen Somalië

    » Duizenden politieke gevangenen in Belarus in 2022

    De EU verplicht echter niemand om beperkingen in te voeren

    EU-lidstaten worden sterk aangemoedigd om coronamaatregelen tegen reizigers uit China te nemen. Dat schrijft persbureau AP. De landen worden echter nog niet verplicht reisbeperkingen op te leggen.

    In China woedt een zware uitbraak van het coronavirus. EU-landen als Italië, Frankrijk en Spanje hebben al op eigen houtje maatregelen genomen. Zo moeten reizigers uit China die aankomen in Italië een negatieve coronatest kunnen overleggen. Op Schiphol kregen reizigers uit China woensdag zelftests aangeboden, al was het niet verplicht deze tests daadwerkelijk te doen.

    Chinese autoriteiten lieten eerder weten tegen dergelijke beperkingen te zijn en dat tegenmaatregelen genomen kunnen worden als de hele EU bijvoorbeeld verplichte tests invoert. Volgens het land komen de coronavarianten in China al voor in Europa. Ook de luchtvaartindustrie is tegen verregaande beperkingen.

    In de EU bestaat vrees dat er in China nieuwe coronavarianten rondgaan. Er wordt niet uitgesloten dat het advies op een later moment verandert in een verplichting. Naast het advies om te testen voor vertrek, raadt het landenblok aan om weer mondkapjes in te voeren op vluchten en na aankomst streekproefsgewijs te testen.

    Lees ook:

  • China’s wrede internetverslavingsklinieken

    China’s wrede internetverslavingsklinieken

    Sinds de zelfbenoemde expert Tao Hongkai beweert een ontwenningsmethode te hebben gevonden, worden duizenden Chinese tieners vaak om dubieuze redenen naar internetverslavingsklinieken gestuurd. Zhang Mengtai en Lemon Guo maakten er de virtualrealityfilm Diagnosia over.

    Je ontwaakt uit een lange droom en bevindt je in een onbekende slaapzaal. De ruimte is zwak verlicht en er staan alleen vier bedden met een ijzeren frame, een bureau en een paar krukjes. Het enige raam is van mat glas: je ziet er niets door, behalve het prikkeldraad dat om het kozijn zit.

    Aan de muur hangt een poster met een dagschema. Afgezien van maaltijden en persoonlijke hygiëne staat de hele dag in het teken van drie activiteiten: afkicken, militaire training en psychologische evaluatie.

    Dan zie je een dagboek op het bureau liggen. Je pakt het op en begint erin te bladeren. Je leest dat je ouders je op 30 augustus hierheen hebben gestuurd. Ze zeiden dat je naar een psychiater moest en beloofden dat je na een consult weer naar huis zou mogen. Maar in werkelijkheid ben je hier voor onbepaalde tijd opgesloten. De psychiater beslist wanneer je weer vrijkomt. 

    Dit zijn de openingsscènes van Diagnosia, de bekroonde virtualrealityfilm van Zhang Mengtai en Lemon Guo die een angstaanjagend beeld geeft van een Chinese internetverslavingskliniek.

    477
    Still uit Diagnosia – © Zhang Mengtai en Lemon Guo

    De filmmakers zien het als hun missie om de wreedheid van deze inrichtingen bloot te leggen. Duizenden jonge Chinezen zijn er opgesloten – vaak op dubieuze gronden – en onderworpen aan gedwongen medicatie, militaire training en in sommige gevallen zelfs elektroshocktherapie – dit alles om te genezen van hun ‘internetverslaving’.

    Filmmaker Zhang belandde zelf op zeventienjarige leeftijd in een van deze klinieken, en de film leunt sterk op zijn ervaringen. Hoewel hij er slechts een maand verbleef, achtervolgt de onmenselijke behandeling die hij er kreeg hem tien jaar later nog steeds. ‘Door deze film te maken wil ik me verzoenen met mijn trauma uit het verleden,’ vertelt Zhang. ‘Ik wil nu voor mezelf opkomen, omdat ik daar toen nog niet toe in staat was. En ik wil weten waarom we dit moesten meemaken.’

    Potentieel gevaar

    Klinieken voor internetverslaving doken twee decennia geleden voor het eerst op in China. In 2002 staken vier minderjarigen een internetcafé in Beijing in brand nadat hun de toegang was geweigerd. Daarbij kwamen vijfentwintig mensen om het leven. Het incident schokte de natie en leidde tot morele paniek over de gevaren van het internet. Tieners die urenlang online spelletjes speelden en voorheen werden beschouwd als onschuldige luilakken, werden steeds vaker afgeschilderd als een potentieel gevaar.

    Te midden van alle media-aandacht trok de zelfbenoemde expert Tao Hongkai de publieke aandacht door te beweren dat hij een methode had ontwikkeld om ‘internetverslaving’ te behandelen. Later dat jaar opende hij het eerste afkickcentrum voor internetverslaving van het land. Het concept bleek enorm populair: duizenden ouders schreven hun kinderen in bij afkickcentra. In 2009 waren er al meer dan driehonderd klinieken voor internetverslaving in heel China.

    ‘Het was alsof ik werd verkracht’

    Maar deze instellingen werden al snel berucht vanwege hun harde behandeling van jonge patiënten. In 2009 publiceerde staatsomroep CCTV een schokkende reportage over elektroshocktherapie in een van die klinieken. Het Chinese ministerie van Volksgezondheid zou deze praktijk later verbieden.

    De instelling waar Zhang naartoe werd gestuurd – het ‘Psychologische-Groeicentrum voor de Jeugd’ in een buitenwijk van Beijing – maakte geen gebruik van elektroshocktherapie. Maar Zhang en de andere patiënten werden wel gedwongen om twee keer per dag psychofarmaca in te nemen. De verpleegsters schenen met zaklampen in hun mond om te controleren of ze de pillen niet onder hun tong hadden verstopt, herinnert Zhang zich. ‘Ik weet nog steeds niet wat voor medicijn het was, maar in de kliniek deden geruchten de ronde dat het je seksuele functies beïnvloedde,’ zegt hij. ‘Het was alsof ik werd verkracht.’

    Morita-therapie

    Tijdens militaire trainingen werd Zhang geslagen als hij ongehoorzaam was. Verscheidene keren werd hij dagenlang alleen in een donkere kamer opgesloten. De kliniek noemde dit de ‘Morita-therapie’, een verwijzing naar een vorm van psychotherapie die aan het begin van de twintigste eeuw is ontwikkeld in Japan, en die bedoeld is om patiënten te dwingen alleen te zijn met hun gedachten.

    Het beangstigendst aan de kliniek was niet eens het geweld, zegt Zhang. Het was het gebrek aan controle; het besef dat hij volledig onderworpen was aan de grillen van het personeel. ‘Ik wist niet wanneer ik eruit zou komen, wat er in de toekomst zou gebeuren of waarom deze illegale opsluiting überhaupt plaatsvond,’ zegt hij. ‘En niemand deed er iets tegen.’

    ‘Ik wilde de hele zaak het liefst mogelijk vergeten en had het gevoel dat dat voor iedereen gold’

    Zhang werd eind 2007 vrijgelaten uit het centrum, en kort daarna leek China zich tegen de klinieken voor internetverslaving te keren. In 2009 publiceerde CCTV de eerdergenoemde reportage, en maanden later kwam het nieuws naar buiten dat in een van de klinieken een zestienjarige jongen door het personeel was doodgeslagen. Het verhaal zorgde voor ophef en er kwamen steeds minder alarmerende mediaverhalen over internetverslaving naar buiten, herinnert Zhang zich. ‘Ik wilde de hele zaak het liefst mogelijk vergeten en had het gevoel dat dat voor iedereen gold.’

    imengine.public.prod .sci .navigacloud.com
    Still uit Diagnosia – © Zhang Mengtai en Lemon Guo

    Zhang slaagde erin verder te gaan met zijn leven en behaalde diploma’s in beeldende kunst en geluidskunst aan respectievelijk Goldsmiths in Londen en Columbia University in New York. Tien jaar lang dacht hij nauwelijks aan zijn ervaringen in de kliniek, totdat hij op een dag een nieuwsbericht zag van de Wereldgezondheidsorganisatie die gaming disorder, ofwel internetverslaving, als medische aandoening erkende. Zhang besloot na te gaan of het afkickcentrum waar hij opgesloten had gezeten nog bestond. Tot zijn verbazing functioneerde de kliniek nog steeds, alleen onder een andere naam en op een ander adres. De Chinese internetverslavingsklinieken blijken nooit te zijn verdwenen. Op het zakelijke informatieplatform Tianyancha staan meer dan vijftig bedrijven vermeld die behandelingen voor internetverslaving aanbieden. Ondertussen zijn de Chinese media, na een jarenlange onderbreking, weer begonnen videospelletjes te bestempelen als een vorm van ‘geestelijk opium’ en ‘elektronische heroïne’.

    Internationale erkenning

    Het meest verontrustend is dat het onderzoek in deze Chinese klinieken internationale erkenning heeft gekregen. Tao Ran, de directeur van de kliniek waarin Zhang was opgesloten, publiceerde een artikel over de behandeling van de geïnterneerde patiënten, waarin hij een aantal diagnostische criteria voorstelde om een gamestoornis te kunnen vaststellen. Zijn werk wekte aanzienlijke belangstelling bij academici en beïnvloedde zelfs het denken over gameverslaving in de Verenigde Staten.

    Volgens de National Library of Medicine is het artikel van Tao Ran geciteerd in meer dan honderd academische artikelen. In 2013 werden de door hem voorgestelde diagnostische criteria genoemd in de vijfde editie van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5) van de American Psychiatric Association in de sectie aandoeningen die meer onderzoek verdienen. ‘In de ogen van de westerse wereld lijkt het onderzoek van Tao Ran een solide basis te hebben, maar zijn methoden waren niet wetenschappelijk,’ zegt Zhang. ‘Ik wil mijn eigen ervaringen gebruiken om het gezag van zijn onderzoek in twijfel te trekken.’

    Ouders dienden hun kinderen slaappillen toe om ze naar binnen te krijgen

    Voor Zhang is het onderzoek van Tao Ran om drie belangrijke redenen problematisch. Ten eerste is het onethisch. ‘Ze hebben ons niet verteld dat we gebruikt werden voor experimenten,’ aldus Zhang. ‘Veel mensen in de kliniek zijn erin geluisd; ouders dienden hun kinderen zelfs slaappillen toe om ze naar binnen te krijgen.’

    Ten tweede voldeden de patiënten in de kliniek vaak niet aan de diagnostische criteria die Tao Ran later zou voorstellen. Volgens zijn artikel kan een tiener gediagnosticeerd worden met een gamestoornis als hij meer dan zes uur per dag games speelt gedurende meer dan drie maanden. Zhang voldeed niet aan deze norm, maar de kliniek bestempelde hem wel als patiënt en weigerde hem vrij te laten totdat hij ‘genezen’ was.

    Winstoogmerk

    Zhang gelooft dat zijn vrijheid hem werd ontnomen omdat dit in het belang was van zowel de kliniek als zijn ouders. De klinieken zijn bedrijven met winstoogmerk: Tao Rans centrum bracht patiënten in 2007 meer dan 10.000 yuan (destijds zo’n 1200 euro) per maand in rekening. En volgens Zhang konden zijn ouders door hem weg te sturen de confrontatie met het echte probleem in het gezin uit de weg gaan: de invloed van hun echtelijke ruzies op zijn geestelijke gezondheid.

    Verschillende andere patiënten werden volgens Zhang om dubieuze redenen naar de kliniek gestuurd. Een tienerpaar kwam daar terecht nadat hun ouders hadden ontdekt dat ze verkering hadden. Een dertigjarige man meldde zich nadat zijn vrouw erachter was gekomen dat hij een affaire had met een vrouw die hij online had ontmoet.

    De kliniek bleek geen idee te hebben of de behandeling effectief was of niet

    De derde reden waarom het onderzoek van Tao Ran problematisch is: de kliniek bleek geen idee te hebben of de behandeling effectief was of niet, zegt Zhang. ‘Er gingen een heleboel mensen heen, maar niet omdat ze gameproblemen hadden. En ze kwamen er uiteindelijk weer uit, maar niet omdat ze “genezen” waren,’ vertelt hij. ‘We voerden een soort toneelstuk op; het zogenaamde wetenschappelijke experiment van Tao Ran was als een repetitie met een groep acteurs.’

    In de kliniek besefte Zhang al snel dat hij de beste kans had om zijn vrijheid terug te krijgen als hij deed alsof hij meewerkte met de psychiaters. Eén uitspraak uit Zhangs film vat deze houding goed samen: ‘Hoe harder je terugvecht tegen een tiran, hoe harder die je zal vermorzelen.’ Een groot deel van de plot van de film is gebaseerd op Zhangs tactieken om het personeel van de kliniek te misleiden, vooral door geheime bondgenootschappen aan te gaan met andere patiënten. 

    Andere scènes in Diagnosia tonen de rigide discipline binnen de kliniek

    Een andere student, die een paar dagen na hem in het centrum was aangekomen, bekende dat de psychiaters hem hadden gevraagd om Zhang in de gaten te houden en ‘opstandige gedachten’ te melden. Hij vroeg of Zhang gevraagd was hetzelfde te doen bij hem. Daarna sloten de twee een pact om elkaar te dekken. ‘Het is niet gemakkelijk om je echte gevoelens te verbergen als iedereen je nauwlettend in de gaten houdt,’ zegt Zhang. ‘Je moest je in de kliniek zien te redden in een complex netwerk van interpersoonlijke relaties, maar die vormden ook de sleutel tot ontsnapping.’

    1250 bf52eac9ec3ff25f4a4a58c42422ca8e
    Still uit Diagnosia – © Zhang Mengtai en Lemon Guo

    Andere scènes in Diagnosia tonen de rigide discipline binnen de kliniek. Op een bepaald moment marcheert een groep identiek geklede tieners in camouflage-T-shirts en -broeken op het Chinese soldatenlied Mars van de Atleten. Het geluid van de voetstappen en de muziek wordt steeds verder uitgerekt, totdat het overgaat in een aanhoudend gehuil. ‘Tijdens die militaire oefeningen voelde ik me het best,’ zegt Zhang. Alle studenten in China zijn verplicht een militaire training te volgen. ‘Hier gelooft men dat lichaam en geest van jonge mensen onstabiel zijn en dat militaire oefeningen gehoorzaamheid in de hand werken.’

    Socialiseren

    Diagnosia werd op verschillende internationale festivals genomineerd, waaronder het IDFA in Amsterdam en het Sundance Film Festival. Hij won ook in de categorie Beste Chinese inzending op het Sandbox Immersive Festival, een Chinees festival voor virtuele media. 

    Zhang hoopt dat het werk de mythe kan helpen bestrijden dat klinieken voor internetverslaving nodig zijn om de plaag van gameverslaving te bestrijden. Volgens hem moeten de Chinese autoriteiten zich minder zorgen maken over ‘geestelijk opium’ en meer nadenken over de vraag waarom videogames überhaupt zo populair zijn. ‘Online spelletjes spelen is de enige manier voor jongeren om te socialiseren,’ zegt Zhang. ‘In mijn woonplaats is geen openbare ruimte waar jongeren kunnen spelen. Mijn klasgenoten woonden in verschillende delen van de stad en na school gingen we allemaal naar verschillende buitenschoolse lessen. Games vullen de leegte.’ ccf00b9a 17ec 47f5 b2ea c0d1869e3a70

  • Wat zij zeggen over de toenemende spanningen tussen China en Taiwan

    Wat zij zeggen over de toenemende spanningen tussen China en Taiwan

    Internationale commentatoren en opiniemakers over het oplaaiende conflict tussen China en Taiwan.

    Helen Davidson – correspondent in Taiwan

    The Guardian

    ‘Xi’s ongebreidelde politieke macht veroorzaakt angst over welke beslissingen hij zal nemen. Het meest verontrustend is zijn plan tot annexatie van Taiwan, ook al voorzien analisten daartoe nog geen pogingen. In augustus werd herhaald dat China bereid is geweld te gebruiken om Taiwan in te nemen en het afgelopen jaar kende een recordaantal Chinese militaire activiteiten tegen het democratische Taiwan. Cognitieve en cyberoorlogsvoering zullen vast toenemen in de aanloop naar de Taiwanese verkiezingen in 2024.’


    Neal E. Robbins – freelance journalist

    Foreign Policy

    ‘Taiwan binnenvallen is veel moeilijker dan Oekraïne binnenvallen. Nog een paar maanden maken weersomstandigheden in de 160 kilometer brede zeestraat tussen Taiwan en het vasteland een invasie vrijwel onmogelijk. Het eiland wordt aan de meeste kanten verdedigd door onneembare kliffen. Meest haalbaar is een aanval via de zwaar versterkte laaggelegen gebieden in het westen, waar verraderlijke moddervlakten een amfibische operatie tot een nachtmerrie maken. Als de VS Taiwan steunen, heeft China niet de capaciteit voor een invasie.’


    Emanuele Scimia – analist internationale betrekkingen

    South China Morning Post

    ‘De EU wil strategische autonomie op het gebied van microchips, van ontwerp tot productie. Maar ondanks interesse in het versterken van de banden met Taiwan, is een deal over Taiwanese chipfabrieken in Europa nog ver weg. Taiwan zoekt een balans tussen enerzijds het mobiliseren van de EU tegen dreigende Chinese militaire acties, en anderzijds voorkomen dat Europa autonoom microchips gaat produceren. Tenzij Europa geen Taiwanese halfgeleiders meer zou willen, is het onwaarschijnlijk dat het zich zal bemoeien met militaire acties van Beijing.’


    Greg C. Bruno – auteur en journalist

    The Arab Weekly

    ‘Met name in de Arabische Golf, waar China de grootste afnemer van ruwe olie is en waar Beijing zwaar investeert, werd steun aan Taiwan gezien als economische zelfmoord. Tijdens een recente reis naar Taiwan sprak ik met tientallen politici, activisten en technologen over de dreiging van een oorlog en wat een dergelijk conflict voor de wereld zou betekenen. Niet één keer kwam de rol van het Midden-Oosten ter sprake. Als de situatie rond Taiwan inderdaad een mondiaal probleem is, zou die rol doorslaggevend kunnen blijken.’

  • Meerdere landen eisen coronatest voor reizigers uit China

    Meerdere landen eisen coronatest voor reizigers uit China

    » Tientallen doden door noodweer op Filipijnen

    » Geweld tussen etnische groepen in Zuid-Soedan laait op

    In China is sprake van een enorme golf van coronabesmettingen

    Meerdere landen zijn weer begonnen met het invoeren van verplichte coronatests voor reizigers die vanuit China komen. Onder meer de Verenigde Staten, India, Japan en Italië hebben de coronamaatregelen ingevoerd, schrijft The Washington Post. In China sprake van een overweldigende golf coronabesmettingen nadat een zeer streng anticoronabeleid werd losgelaten.

    Naast een algemene verspreiding van het coronavirus vrezen veel landen voor nieuwe varianten van het coronavirus die mogelijk in omloop zijn. Italië, de VS en Japan gaan specifiek kijken naar deze nieuwe varianten. Japan heeft daarnaast quarantaineverplichtingen afgekondigd voor mensen die met een coronabesmetting uit China komen.

    Na een maandenlang zeer restrictief coronabeleid, liet de Chinese regering afgelopen maand meerdere maatregelen in een keer varen na zeldzaam protest van burgers. De aantallen coronabesmettingen en coronagerelateerde doden liepen vervolgens rap op. Experts waarschuwden al dat als de regering niet ingrijpt er een miljoen Chinese coronadoden kunnen vallen.

    Lees ook:

  • Opheffing coronamaatregelen China kan tot ramp leiden

    Opheffing coronamaatregelen China kan tot ramp leiden

    » Duitse vrouw van 97 veroordeeld voor rol in WOII

    » Taliban sluit universiteiten voor vrouwen

    Volgens rekenmodellen kunnen een miljoen Chinezen overlijden

    In China is de manier waarop doden worden geteld en geregistreerd aangepast. Nadat het zeer strenge anti-coronabeleid van de regering deels werd losgelaten, is het aantal besmettingen en doden explosief opgelopen. Daardoor registreert de Chinese regering alleen nog mensen die overleden aan ademhalingsziekten en zijn er volgens deze officiële cijfers slechts zeven doden gevallen tot nu toe deze week.

    Het wetenschappelijke tijdschrift Nature meldt, op basis van rekenmodellen, dat het opheffen van de coronamaatregelen in China desastreuze gevolgen kan hebben. Volgens de berekeningen kunnen er de komende maanden tot een miljoen mensen sterven aan het coronavirus in China. Experts raden een vierde vaccinatie aan, in combinatie met het gebruik van gezichtsmaskers en sociale beperkingen.

    China kende lange tijd een van de strengste anticoronawetgevingen ter wereld. Na toenemende kritiek van burgers, die zelfs de straat opgingen om te protesteren, werd besloten veel beperkingen op te heffen. Lockdowns werden beëindigd, reisverboden werden opgeheven, en mensen met lichte symptomen mochten weer aan het werk. Ook is testen niet langer verplicht.

    Lees ook:

  • Dit bedrijf onthulde de handel en wandel van sinistere bewakingstechnologieën

    Dit bedrijf onthulde de handel en wandel van sinistere bewakingstechnologieën

    Hoe een uitgeverij in Pennsylvania een belangrijke bron werd voor journalistiek onderzoek naar de repressieve middelen die Beijing gebruikt tegen de Oeigoeren.

    Achter Heights Market & Deli en naast sportschool Finishers Mixed Martial Arts, in een buurt met nette gazons versierd met spiegelbollen, staat een doodgewoon pakhuis dat het hoofdkwartier is van een onduidelijke nieuwsorganisatie met een al even doodgewone naam: Internet Protocol Video Market (IPVM). De onopvallende locatie biedt weinig inzicht in wat voor soort journalistieke activiteiten hier plaatsvinden.

    Het kantoor van IPVM heeft geen redactiekamer met op toetsenborden tikkende verslaggevers en schermen die continu nieuws tonen. In plaats daarvan worden bewakingscamera’s en andere beveiligingsapparaten door technici onderworpen aan een reeks testen. Een aantal journalisten verricht wat gebruikelijker werk, door onderzoek te doen naar bedrijfsdossiers en financiële documenten waarvan de resultaten uiteindelijk als rapport verschijnen op de website van IPVM.

    Scoops

    Het grootste deel van de veertien jaar dat de onderneming publiceert, was het een nichebedrijf, gericht op professionals en technici die voornamelijk in de commerciële bewaking werken. Maar de afgelopen jaren leverde IPVM ook een reeks zeer indrukwekkende scoops, vaak in samenwerking met grote nieuwsorganisaties zoals The New York Times, The Wall Street Journal en de Los Angeles Times, waarin de sinistere en alarmerende aspecten werden onthuld van de handel en wandel van Chinese bewakingsbedrijven.

    Het artikel bracht een Europees directielid ertoe kort daarna ontslag te nemen bij Huawei

    In een reportage van The Washington Post uit december 2020, gebaseerd op een door IPVM aan het licht gebracht document, worden de pogingen beschreven van de Chinese technologiegigant Huawei om een systeem voor gezichtsscans te ontwikkelen dat een ‘Oeigoeren-alarm’ zou kunnen activeren – verwijzend naar de voornamelijk islamitische etnische groep in het noordwesten van China die zwaar wordt onderdrukt door de staat. Het artikel bracht een Europees directielid ertoe kort daarna ontslag te nemen bij Huawei, en zich in februari 2021 uit te spreken over de technologie van het bedrijf.

    Diezelfde maand publiceerde de Los Angeles Times een artikel op basis van een gebruikershandleiding, door IPVM gevonden, waarin het Chinese bedrijf Dahua beweert dat zijn cameratechnologie Oeigoeren kan identificeren en de autoriteiten hierover automatisch een seintje kan geven. Die onthulling was voor een groep Amerikaanse senatoren aanleiding om Amazon schriftelijke vragen te stellen over de miljoenendeal die het Amerikaanse bedrijf met Dahua had gesloten. 

    Deze staat van dienst heeft IPVM veel lezers opgeleverd: mensen die geïnteresseerd zijn in bewakingstechnologie, maar ook mensen die de geopolitieke ambities van Beijing en de gespannen betrekkingen tussen de Verenigde Staten en China willen begrijpen – misschien wel de belangrijkste bilaterale relatie ter wereld.

    John Honovich

    IPVM werd in 2008 opgericht door John Honovich, die destijds ontevreden was vertrokken uit de beveiligings-industrie na enkele onaangename ervaringen bij beveiligingsbedrijven die te veel beloofden en te weinig leverden. Honovich, nu 46, vertelde me recentelijk dat hij verrast was door het aantal ‘misleidingen en leugens die heel gewoon waren’, waarbij het vaak ging om ‘fake-it-‘til-you-make-it-achtige zaken’. Deze ervaringen deden hem beseffen dat ‘onethisch zijn een groot concurrentievoordeel oplevert’.

    Tegenwoordig heeft de site ongeveer vijfentwintig werknemers en meer dan vijftienduizend abonnees

    Aanvankelijk richtte de site zich op het verzamelen van nieuws uit de wereld van de bewakings- en beveiligingstechnologie. Later voegde hij commentaar en analyses toe, en al snel begon hij zijn eigen, rudimentaire tests met camera-apparatuur uit te voeren. ‘Hij maakte testopnames op parkeerplaatsen en vanaf zijn balkon,’ vertelt Ethan Ace, een van de eerste werknemers van het bedrijf. ‘Maar hij was de enige die onafhankelijke testen deed.’ Tegenwoordig heeft de site ongeveer vijfentwintig werknemers en meer dan vijftienduizend abonnees.

    Ace staat nu aan het hoofd van de testen bij IPVM, met faciliteiten die zijn gegroeid van ‘de laadruimte van mijn Volvo’ tot een enorme hal van ruim 1100 vierkante meter, met kastjes waarin zo’n zeshonderd camera’s zijn opgeslagen die zijn getest en uit elkaar gehaald. Tijdens een bezoek in augustus viel mijn oog op een verzameling bowiemessen. Don Maye, hoofd bedrijfsvoering bij IPVM, legde uit dat deze dienden om de effectiviteit te testen van AI-scantechnologie die verborgen wapens zou kunnen detecteren. Sinds de schietpartij in mei op een school in Uvalde, Texas, is er veel belangstelling voor dergelijke hulpmiddelen. Ace en Maye zijn zeer sceptisch over de beweringen die over deze technologie worden gedaan.

    Ace, die zichzelf omschrijft als ‘het meest trotse lid van de ACLU [American Civil Liberties Union – een grote Amerikaanse organisatie voor burgerrechten] in de beveiligingsindustrie’, liet me ook een ruimte zien waar een thermische camera van een Chinese firma werd getest. Dit was een voorbeeld van technologie die zich tijdens de pandemie verspreidde, in wat Ace de ‘koortscameragekte’ noemde.

    Hausse

    Rampzalige gebeurtenissen zoals massale schietpartijen en terroristische aanslagen creëren een hausse voor de beveiligingsindustrie. Corona was geen uitzondering. ‘Onze industrie richt zich specifiek op de angsten van mensen,’ zegt Ace. ‘Dat is de aard van het beestje.’

    Op een scherm werden onze vermeende lichaamstemperaturen weergegeven. Droeg Ace zijn bril, dan was alles in orde. Maar als hij hem afzette, gaf een alarm aan dat zijn temperatuur te hoog zou zijn. Dit was slechts een geïmproviseerd experiment, maar het liet zien hoe onbetrouwbaar metingen kunnen zijn. 

    Honovich is het publieke gezicht van IPVM, waardoor hij doelwit is geworden van anonieme blogs en Twitter-accounts. Sommige beschuldigen hem ervan dat hij aan zelfpromotie doet of een bullebak is die IPVM gebruikt om bedrijven waar hij een hekel aan heeft te besmeuren. 

    Volgens Honovich maakte zijn site niet bewust de keus om zich op China te concentreren. Als er al een ‘slechterik’ was die IPVM in de gaten wilde houden, ‘dan was dat Silicon Valley en niet de Volksrepubliek China’, zegt hij. Maar toen Chinese bedrijven hun intrede deden op de Amerikaanse markt en goedkope hardware aanboden die voortdurend werd voorzien van updates, kon de site hen niet negeren. Ace: ‘Het aanbod uit China was veel groter dan we ons realiseerden.’

    ‘Het creëren van een nieuw soort moderne regering die wordt aangedreven door data en grootschalige digitale bewaking’

    Dit begreep hij pas toen hij in 2015 de enorme China Public Security Expo-beurs bezocht. En toen hij de kantoren bezocht van bedrijven als Hikvision, ’s werelds grootste fabrikant van bewakingsapparatuur, kreeg Ace een glimp van wat Josh Chin en Liza Lin van The Wall Street Journal omschreven als een van de ‘grootste ambities’ van de Chinese president Xi Jinping: ‘Het creëren van een nieuw soort moderne regering die wordt aangedreven door data en grootschalige digitale bewaking en op wereldschaal wedijvert met de democratie.’

    Onderzoeksjournalistiek met behulp van IPVM’s resultaten bracht aan het licht dat enkele van de meest verontrustende en dystopische elementen van dit plan plaatsvonden in Xinjiang, de regio waar Oeigoeren en leden van andere grotendeels islamitische groepen worden geconfronteerd met een ‘consistent patroon van invasieve elektronische surveillance‘, volgens een vorige maand gepubliceerd rapport van de Verenigde Naties. De acties van China in de regio, zo concludeerde de VN, ‘zijn mogelijk internationale misdaden, in het bijzonder misdaden tegen de menselijkheid’.

    De aandacht van IPVM voor Chinese observatietechnologie komt op een moment dat de spanningen – militair, economisch en ideologisch – tussen de VS en China toenemen. Naast de mensenrechtensituatie in Xinjiang hebben ook de oorlogszuchtige houding van Beijing tegenover Taiwan – dat als deel van China wordt beschouwd hoewel de Chinese Communistische Partij er nooit controle over had – en het neerslaan van de prodemocratische beweging in Hongkong de betrekkingen tussen de twee mogendheden verslechterd. In Washington zijn het wantrouwen jegens Beijing en de wens om China agressiever te benaderen zeldzame voorbeelden van een con-sensus onder Republikeinen en Democraten.

    ‘Elke zakelijke relatie met China behoeft serieus onderzoek. Vooral als het om technologie gaat,’ liet Marco Rubio, de Republikeinse senator uit Florida, in een e-mail weten. Hij heeft van deze kwestie een persoonlijke zaak gemaakt. ‘Onderzoek door bedrijven als IPVM is essentieel om media, beleidsmakers en het Amerikaanse volk te helpen begrijpen welke bedreiging de Chinese Communistische Partij vormt en hoe ver sommige bedrijven gaan om Amerikaanse wetten te omzeilen.’ Hikvision en Dahua werden in 2019 door het Amerikaanse ministerie van Handel op de zwarte lijst gezet, vanwege de behandeling van Oeigoeren en andere minderheden door Beijing.

    ‘Verdachte personen’

    Xinjiang is niet de enige focus van het onderzoekswerk van IPVM. Documenten die het bedrijf verkreeg vormden de basis voor een reportage van Reuters in 2021 over hoe de autoriteiten in Henan, een van China’s grootste provincies, een bewakingssysteem in gebruik hadden genomen waarmee ze hoopten journalisten, internationale studenten en andere ‘verdachte personen’ te kunnen opsporen. The New York Times onderzocht afgelopen juni hoe China surveillance gebruikt om sociale en politieke controle te vergroten en baseerde zich daarbij deels op gegevens die door IPVM waren verkregen.

    De afgelopen jaren heeft Beijing het werk van buitenlandse journalisten aan banden gelegd, vaak onder het mom van volksgezondheid in samenhang met het zerocovidbeleid – het aantal verslaggevers dat ter plaatse mag werken werd zo beperkt. Vervolgens begonnen ondernemende researchers het internet af te speuren, waar berichten op sociale media, satellietbeelden en technische documenten een nieuwe kijk boden op de coronakwestie. Maar zelfs die werkwijze wordt nu een moeilijke opgave.

    ‘Het wordt steeds meer een kat-en-muisspel, waarbij China steeds meer technische barrières opwerpt voor de buitenwereld’

    ‘Er is nog steeds informatie aanwezig,’ zegt Dahlia Peterson, een onderzoeksanalist van het Center for Security and Emerging Technology van Georgetown University die zich richt op China, ‘maar het wordt steeds meer een kat-en-muisspel, waarbij China steeds meer technische barrières opwerpt voor de buitenwereld.’

    In overeenstemming met Honovichs belofte van onafhankelijkheid accepteert IPVM geen reclame, sponsoring of vergoedingen voor advies aan fabrikanten. ‘Ze zouden gewoon een bedrijf kunnen zijn dat objectieve tests uitvoert op videobewakingstechnologie en zich niet bemoeit met de ethische kant,’ zegt Peterson. ‘Maar ze nemen een moreel standpunt in tegen het misbruik van bewakingstechnologieën en hun bijdragen zijn van onschatbare waarde.’

    Ovalbek Turdakun

    Dat ethos was vorig jaar duidelijk te zien toen Conor Healy, die voor IPVM onderzoek doet naar de manier waarop overheden bewakingstechnologieën gebruiken, afreisde naar Bisjkek, de hoofdstad van Kirgizië, om een man te ontmoeten met de naam Ovalbek Turdakun. Turdakun, een christelijke Chinees die tien maanden in een detentiekamp in Xinjiang had door-gebracht, kreeg het voor elkaar naar Kirgizië te reizen, maar vreesde dat hij zou worden teruggestuurd naar China en daar opnieuw in hechtenis zou worden genomen. Healy regelde samen met een vriend en contacten in Kirgizië dat Turdakun en zijn familie naar Turkije konden vliegen. Healy en zijn vriend begeleidden hen op die reis. Van daaruit kreeg de familie toestemming om naar de VS te reizen, en in april van dit jaar kwam de familie Turdakun aan in Washington D.C.

    Eerder dit jaar beschuldigde de staatskrant China Daily IPVM ervan een ‘bedrijf voor massasurveillance’ te zijn

    Healy beschouwt IPVM niet als een belangenorganisatie, vertelt hij me, maar Honovich steunde de actie. ‘Wat hebben de mensen in Xinjiang hier nou echt aan?’ zegt Healy. ‘Waarschijnlijk niet veel, en daar word ik verdrietig van.’ Toch waren ze het erover eens dat het goed was om te doen.

    De Chinese reactie op het werk van IPVM is voorspelbaar. In 2018 werd de site van IPVM in China geblokkeerd, net als veel andere westerse nieuwssites. Eerder dit jaar beschuldigde de staatskrant China Daily IPVM ervan een ‘bedrijf voor massasurveillance’ te zijn. Een andere Chinese krant nam een commentaar van een techforum over waarin de IPVM-site werd vergeleken met een blog van de voormalige minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo, die door China werd gesanctioneerd en die nog steeds bombastische waarschuwingen doet over de gevaren van het land.

    Ethisch standpunt

    Hikvision, dat weliswaar in meerderheid in handen is van een Chinees staatsbedrijf, reageerde op de berichtgeving van IPVM op een nogal Amerikaanse manier: door zijn aanzienlijke lobby in Washington te gebruiken om de onpartijdigheid en geloofwaardigheid van IPVM in twijfel te trekken. In januari meldde de Amerikaanse nieuwssite Axios dat Hikvision de regering heeft gevraagd om IPVM te onderzoeken op mogelijke schendingen van de openbaarmaking van lobbyactiviteiten.

    Het lijkt onwaarschijnlijk dat dergelijke druk de journalistieke aanpak van IPVM zal veranderen. Honovich vindt dat het gebruik van bewakingstechnologieën in Xinjiang, of enig ander onderwerp met ethische implicaties, niet ‘van beide kanten’ kan worden bekeken. ‘Soms moeten er ethische standpunten worden ingenomen, en daar moet je dan ook duidelijk in zijn,’ aldus Honovich. 

  • VS zetten stappen om banden met Afrika te verbeteren

    VS zetten stappen om banden met Afrika te verbeteren

    » Zeker vier doden na zinken migrantenboot tussen Frankrijk en Engeland

    » Burgemeester Istanboel veroordeeld tot bijna drie jaar celstraf

    De Amerikaanse president Biden wil Afrika lid van de G20 maken

    Sinds ruime tijd proberen de VS bezig diplomatieke en economische banden met Afrika aan te halen, meldt persbureau Reuters. Een van de maatregelen die de Amerikaanse president Joe Biden aankondigde is dat hij Afrika wil toelaten tot de G20. De toenaderingspogingen van de VS worden gezien als een manier om de macht van China in onder meer Afrika terug te dringen.

    Momenteel vindt er in Washington een driedaagse top plaats waar afgevaardigden uit 49 Afrikaanse landen aanwezig zijn. Volgens Biden zetten de VS zich vol in voor de toekomst van Afrika. Zo werd er een hernieuwd handelsverdrag met de Afrikaanse landen gesloten en sprak Biden over samenwerkingsplannen op het gebied van infrastructuur en energiewinning.

    Het is voor het eerst sinds 2014 dat de VS een dergelijke top organiseren. Naast de handelsovereenkomst heeft Biden 55 miljard dollar aan steun toegezegd voor Afrika, die onder andere ingezet moet worden voor de verduurzaming van Afrikaanse economieën. China heeft momenteel vier keer meer handel met het continent dan de VS en heeft, door het opkopen van staatsschulden, ook op politiek gebied een grote vinger in de pap.

    Lees ook:

  • Mijn tien dagen in een geheim Chinees coronadetentiecentrum

    Mijn tien dagen in een geheim Chinees coronadetentiecentrum

    Journalist Thomas Hale werd midden in de nacht naar een Chinees quarantaine-eiland gestuurd. In Financial Times beschrijft hij wat hij daar meemaakt. ‘Dieper en dieper dringen we door, tot (…) het soort plek dat jou vindt, maar niet gevonden kan worden.’

    Het telefoontje komt van een onbekend nummer.

    ‘U moet in quarantaine,’ zegt een man aan de andere kant van de lijn in het Mandarijn. Hij belt me vanuit het Shanghai Municipal Center for Disease Control and Prevention [het Chinese RIVM]. ‘Ik kom je over vier of vijf uur halen.’

    Ik ren mijn hotel uit om een voorraad essentiële benodigdheden in te slaan. Op advies van mijn collega’s en afgaande op mijn eerdere ervaring met quarantaine in China schaar ik daaronder: tonijn in blik, thee, koekjes, drie soorten vitaminen, vier soorten Haribo-snoepjes, tupperwarebakjes, een yogamat, handdoek, schoonmaakspullen, een verlengsnoer, een groot aantal boeken, oogdruppels, een dienblad, mok en bijbehorende onderzetter. Die is versierd met een schilderij van het landschap rondom Bolton Abbey in North Yorkshire. 

    Vier of vijf uur later krijg ik opnieuw een telefoontje. Deze keer is het een vrouw die in het hotel werkt. ‘U geldt als nabij contact,’ zegt ze. ‘U kunt niet naar buiten.’ 

    ‘Ben ik het enige nabije contact hier in het hotel?’

    Ze zegt dat het inderdaad het geval is en voegt eraan toe dat het hotel gesloten is. Dat wil zeggen: in lockdown. Ik loop naar de deur van mijn kamer en open die. Er staat een personeelslid achter. Van de schrik maken we allebei een sprongetje.

    ‘U kunt niet naar buiten,’ zegt ze, halverwege haar sprong. ‘Mag het personeel nog wel weg?’ vraag ik verontschuldigend. 

    ‘Maak je geen zorgen. Ik ben net begonnen met mijn dienst,’ antwoordt ze met een glimlach. 

    Even later arriveren mannen gekleed in gaspakken in het hotel. Eerst nemen ze een PCR-test bij me af, even gehaast en verveeld als de man eerder aan de telefoon had geklonken. Daarna loopt een van hen met me mee door de verlaten gang. We passeren de liften, die zijn afgezet en worden bewaakt, en nemen de personeelslift naar beneden. Buiten is de ingang ook afgezet. Alleen voor mij is een hotel met honderden kamers lamgelegd. Ik word, zoals deze procedure tegenwoordig in China bekendstaat, ‘weggevoerd’.

    Geen hotel

    In de lege straat staat een middelgrote bus klaar, bedoeld voor schoolreisjes of om grote gezinnen in te vervoeren. De motor draait. We rijden meteen weg als ik ben ingestapt ‘Worden we naar een ander hotel gebracht?’ vraag ik aan een van de tientallen andere passagiers. 

    ‘Het is geen hotel,’ antwoordt die. ‘Tian a,’ zegt een andere passagier, wat meestal zoiets als ‘Oh mijn God’ betekent. In dit geval vat ik het eerder op als ‘Dat ga je niet menen.’ 

    De sfeer in de bus is er eerder een van desinteresse dan van ongerustheid. Uit de autoradio schalt popmuziek die af en toe wordt verstoord door een hevige ruis. Niemand lijkt het door te hebben. Een vreemd gevoel bekruipt me. Het overkomt me als volwassene nooit meer dat ik niet weet waar ik heen word gebracht. Onze chauffeur, die ook een gaspak draagt, praat nerveus in zijn telefoon met een of andere autoriteit ver weg. Na ongeveer een uur lijkt het erop dat zijn nervositeit ook zijn rijgedrag begint te beïnvloeden. Ik moet denken aan recente nieuwsberichten uit de provincie Guizhou: daar verongelukte een bus voor quarantainetransport, wat zevenentwintig passagiers het leven kostte. Ik trek mijn autoriem wat strakker aan en verplaats mijn koffer zodat die het gangpad niet blokkeert. 

    Uiteindelijk stopt de bus op een veldweg. De chauffeur krijgt via een walkietalkie de opdracht om door te rijden. Maar dat gaat niet; vóór ons staan grote touringcars stil, en in de buurt van de bus lopen groepjes mensen rond die in het nachtelijke duister moeilijk te zien zijn. ‘Ik kan niet doorrijden,’ blaft de chauffeur tegen zijn portofoon. Hij stapt uit, doet de bus achter zich op slot en verdwijnt in de duisternis. 

    Ik draai mijn raampje omlaag om te zien of ik uit de bus kan klimmen. We bevinden ons ver op het Chinese platteland en het is onverwacht koud buiten. Plotseling gaat een passagier op de bestuurdersstoel zitten. Ook hij draagt een gaspak – doordat er geen onderscheid wordt gemaakt in wie de pakken wel en niet dragen, is het onduidelijk wie de leiding heeft. De passagier probeert niet te ontsnappen maar wil alleen de deur open krijgen. Buiten zijn mensen aan het roken en lopen ze rond als kippen zonder kop.

    Dieper en dieper dringen we door, tot in het hart van China’s quarantainestelsel: het soort plek dat jou vindt, maar niet gevonden kan worden

    ‘Waar kom jij vandaan?’ vraagt iemand aan me. Zijn gaspak lijkt op een overall doordat het om zijn middel strak is getrokken. ‘Uit het Verenigd Koninkrijk’ zeg ik. Hij zet grote ogen op. ‘Hebben ze je hiernaartoe gebracht? Met een buitenlands paspoort?’ De rij bussen komt langzaam in beweging en verdwijnt aan het einde van de weg door wat lijkt op een helder verlichte poort. In de donkere lucht boven de velden hangt een zilveren sluier van sigarettenrook. Het schijnt me toe dat achter de duisternis een enorm bouwwerk schuilgaat. Door de koffers en tassen in de bus kunnen we niet echt lekker zitten, maar iemand is er toch in geslaagd de slaap te vatten en begint luid te snurken. Een ander speelt patience op zijn telefoon. We wachten. Niemand in de bus – ik niet, de andere passagiers niet, de chauffeur niet – niemand van ons was positief getest op corona. 

    Rond twee uur ’s nachts klimt onze chauffeur weer aan boord. De motor begint te draaien en de inmiddels vertrouwde ruis op de radio vangt weer aan. Nu zijn wij aan de beurt. Dieper en dieper dringen we door, tot in het hart van China’s quarantainestelsel: het soort plek dat jou vindt maar niet gevonden kan worden. Onderdeel van een groter systeem dat de buitenwereld nauwelijks kent of begrijpt, dat in vrijwel alles lijnrecht tegenover die buitenwereld staat. In dit systeem moet het coronavirus vernietigd worden; ermee leren leven is geen optie. In dit systeem wordt een onbekend aantal mensen vastgehouden. En in dit systeem zijn maar weinig buitenlanders ooit daadwerkelijk geweest, hoewel ze zich er misschien wel een vage voorstelling van kunnen maken. 

    Drie weken vóór dit alles had ik gezien hoe, midden op Heathrow, de incheckrij voor China Eastern Airlines werd afgesloten, waardoor de passagiers van hun omgeving werden afgezonderd. ‘Het is nu niet een goed moment om naar China te gaan,’ zei een medewerker tegen me. Toch liep ik door, in de wetenschap dat ik vanaf dat punt niet meer terug kon.

    Dagelijks ritueel

    ‘Het is makkelijker om naar de hemel te klimmen dan om China te verlaten’, zegt men soms over de restricties die het communistische land van vóór 1990 kenmerken. Vandaag de dag ‘is het makkelijker om naar de hemel te klimmen dan om naar China terug te keren’. Technisch gezien begon mijn klim begin 2020, toen ik correspondent van Financial Times in Shanghai werd. Twee jaar moest ik in Hongkong verblijven. Doordat mijn visum zo lang uitbleef, mocht ik het Chinese vasteland niet betreden. Na een vlucht van twaalf uur kwam ik uiteindelijk aan op het vliegveld van Shanghai. Voordat ik de stad in mocht, moest ik tien dagen in quarantaine. Dat is verplicht voor iedereen die er (nog) geen woonplaats heeft.

    Het is in China bijna een dagelijks ritueel geworden om een PCR-test te laten afnemen. Op veel straathoeken staan dan ook testhokjes, die wat weg hebben van eetkraampjes. Het verschil is dat ze groter en kubusvormig zijn en dat de medewerker binnen achter plexiglas met twee armgaten zit. Die hokjes zijn slechts het zichtbare oppervlak van een uitgebreid, onderliggend controlesysteem. De Chinese digitale coronapas lijkt op de track-and-trace-programma’s die elders gebruikt worden, afgezien van het feit dat hij verplicht is en echt werkt. Via Alipay of WeChat, de twee belangrijkste apps van het land, wordt aan de meest recente testresultaten van een gebruiker een QR-code verbonden. Die moet worden gescand om ergens binnen te komen en zorgt er dus voor dat je locatie wordt geregistreerd. Groen betekent dat je naar binnen mag; als je rood hebt, heb je een probleem. 

    Na mijn eerste quarantaine verhuisde ik naar een hotel in het stadscentrum. Daar woonde ik tijdelijk, terwijl ik op zoek ging naar een appartement. Maar de vrijheid waarop ik zo lang had gewacht, was er nog niet helemaal. De eerste dagen lukte het me niet om mijn QR-code te scannen als ik een gebouw wilde binnengaan. Kennelijk had ergens iemand ingevuld dat mijn voornaam ‘Tnomab’ was. (De letter ‘n’ staat op het QWERTY-toetsenbord vlak naast de ‘h’. Dat kon de eerste tikfout verklaren. Maar hoe de ‘b’ ooit in mijn naam terechtkwam, blijft een mysterie.) Totdat dit opgelost werd, moest ik, telkens als ik ergens naartoe wilde, onderhandelen. Afgezien daarvan leek het leven in Shanghai verrassend normaal; het was nauwelijks te merken dat men in het voorjaar nog twee maanden lang opgesloten had gezeten. De glimmende winkelcentra waren goed bevoorraad. Ik waagde me op een avond naar een bar op Nanjing Road, waar ik bijzonder fel moest onderhandelen om binnengelaten te worden, maar waar ik vervolgens heel wat whisky achterover sloeg. Een man die ik daar ontmoette, vertelde me dat volgens zijn schatting 90 procent van de Chinezen het eens was met de aanpak van de regering. 

    Die aanpak staat bekend als ‘zero covid’ en streeft een maximale onderdrukking van het virus na. Daartoe worden er constant tests afgenomen, doet men contactonderzoek en geldt er aan de grens verplichte quarantaine. Zodra een coronageval opduikt, worden er lockdowns afgedwongen om de overdracht van het virus in te perken. Het is een agressieve aanpak, die op de lange termijn alleen kan standhouden in een autocratische samenleving waar grootschalig staatstoezicht al aan de orde van de dag is. Het einde van het beleid is nog niet in zicht, hoewel de vaccinatiegraad van de Chinese bevolking inmiddels 90 procent is. Leden van de Communistische Partij geven hiervoor als redenen het grote aantal ouderen in het land, de ongelijke regionale ontwikkeling en de ontoereikende medische voorzieningen. Bovenal is het systeem een nieuw soort bureaucratie, dat een enorm personeelsbestand vereist. 

    Een paar dagen later kreeg ik het eerste telefoontje. ‘Spreek ik met Tnomab?’ vroeg een man. Het duurde lang voordat ik het woord, dat noch in het Engels noch in het Chinees bestaat, kon interpreteren. Een van de bargasten was positief getest. ‘Was u erbij?’

    Ik had misschien kunnen ontkennen dat ik Tnomab was, maar Tnomab en ik hadden hetzelfde paspoortnummer. De man zei dat ik niet in quarantaine hoefde, maar er wel voor moest zorgen dat ik niet te veel met anderen in contact kwam. Die kans was klein, aangezien er die dag maar achttien coronagevallen waren aangetoond in Shanghai. Bovendien was het niet duidelijk of de blootstelling überhaupt had plaatsgevonden op de avond dat ik in de bar was geweest. De volgende dag belden de autoriteiten opnieuw om me te vertellen dat ze onderweg waren. Ik probeerde te onderhandelen, maar dat is me nog nooit gelukt met iemand die naar eigen zeggen geen invloed heeft op de uitkomst. 

    Ik stap op een van de personeelsleden in gaspakken af en zeg dat ik een buitenlandse journalist ben. Ik hoop dat ik er zo misschien voor kan zorgen dat ik vrijgelaten word

    Als de bus vele uren later eindelijk zijn bestemming bereikt, stappen we stilletjes uit. We moeten allemaal onze aanwezigheid bevestigen door middel van een presentielijst en in het donker kan ik op het papier gemakkelijk mijn naam onderscheiden. Het zijn de enige alfabetische letters in een zee van Chinese karakters: Tnomab William Hale. 

    We krijgen elk een kamernummer toegewezen. Iemand die op hetzelfde moment aankomt, die ik Inwoner 1 zal noemen, betreedt samen met mij het detentiecentrum. Hij gebaart naar de drie rijen kabels boven de blauwe hekken die de afbakening vormen. Het is nog net geen prikkeldraad, maar het zou ervoor door kunnen gaan. Hij schudt zijn hoofd, bijna lachend, en even voel ik, ondanks mijn hevige vermoeidheid, eindelijk iets wat op kameraadschap lijkt. 

    Als we zien waar we moeten verblijven, zijn we klaarwakker. In de faciliteit staan lange rijen met constructies die zich het best als hutten laten beschrijven. Het zijn metalen dozen, een soort zeecontainers, die op palen staan. Op de zijkant van sommige rijen hutten is een groot, glimlachend dier geschilderd. Het is het soort muurschildering dat je aantreft op een noodgebouw dat na een natuurramp als school uit de grond wordt gestampt. Het is moeilijk te zeggen hoeveel hutten er in totaal zijn. Hoog boven ons hoofd knippert fluorescerende buitenverlichting en camera’s zijn zo opgehangen dat geen enkele deur buiten zicht is. Verlichting noch camera’s worden ooit uitgeschakeld. 

    De meesten van ons hangen wat rond bij onze deuropening, waar we onze nieuwe omgeving in ons opnemen. ‘Er is geen warm water,’ roept iemand. Ergens is een vrouw hard aan het huilen, en het valt me op dat er geen kinderen zijn. ‘Ze heeft geen eten bij zich,’ legt Inwoner 1 uit. Een medewerker in een gaspak komt langslopen en deelt instant noedels uit. 

    Tralies

    In mijn hutje van 18 vierkante meter staan twee eenpersoonsbedden. Ik heb een waterkoker, een airconditioner, een bureau, een stoel, een kom, twee kleine doekjes, een stuk zeep, een ongeopend dekbed, een klein kussen, een tandenborstel, een tube tandpasta en een oprolbaar matras dat ongeveer zo dik is als een ovenwant. De vloer ligt onder het stof en vuil. De hele hut schudt als je erin rondloop, maar dat merk ik al snel niet meer. Het raam heeft tralies, maar je kunt erdoor naar buiten leunen. Ik heb geen douche. Wel heb ik een internetverbinding die maar liefst 24 keer sneller is dan het internet in mijn hotel in Shanghai. 

    ‘Ik heb er video’s van gezien,’ vertelt een inwoner me later. Er gaan op Douyin, de Chinese versie van TikTok, beelden rond van soortgelijke quarantainefaciliteiten. Toch vind ik de realiteit nog steeds moeilijk te bevatten. Ik had de video’s ook gezien en me vóór mijn aankomst in China afgevraagd of het mogelijk was zo’n plek te vinden. Nu ik er eenmaal in zit, wil ik eruit. Ik stap op een van de personeelsleden in gaspak af en zeg dat ik een buitenlandse journalist ben. Ik hoop dat ik er zo misschien voor kan zorgen dat ik vrijgelaten word. ‘Wat bedoelt u?’ vraagt de medewerker. Niet alleen mijn accent brengt haar in verwarring maar vooral mijn onzinnige vraag. 

    In China zijn er verschillende manieren om in quarantaine te gaan. Wie China binnenkomt, moet meteen in quarantaine in een hotel, zoals ik zelf net had meegemaakt. Soms gaan mensen thuis in quarantaine; dat gebeurt vooral als de hele stad in lockdown is. Dan heb je nog de quarantaine die coronapatiënten doormaken, ofwel thuis, ofwel in het ziekenhuis. En ten slotte is er de quarantaine voor nabije contacten. Die wordt soms fangcang genoemd, wat ‘portakabin’ betekent. Om de verschillende soorten nauwe contacten, ook wel mijie, te classificeren, is een groot aantal nieuwe woorden ontstaan. Zo is een cimijie een nabij contact van een nabij contact. Een shikongbansuizhe is een nabij contact met een meer flexibele opvatting van ruimte en tijd. Voor de grap vroeg ik een collega hoe je een nabij contact van een nabij contact van een nabij contact zou noemen. ‘Yibanjiechuzhe,’ stelde ze voor. 

    Ikzelf ben een mijie, en de faciliteit is onmiskenbaar een fangcang-quarantainecentrum. Na wat research op mijn telefoon, ontdek ik dat het op een eiland ten noorden van Shanghai ligt. De eerste ochtend vraag ik aan wat personeelsleden of ze het volledige adres kennen, maar niemand weet het zeker. Het blijkt dat zij ook net zijn aangekomen. Ik word met mijn vragen doorverwezen naar een telefoonnummer dat de ‘klantenservice’ regelt. Maar echte klanten zijn we niet, want alles in het centrum is gratis. 

    Als het licht de volgende ochtend licht is, kan ik duidelijk zien dat de faciliteit in twee groepen mensen is onderverdeeld. Het personeel draagt gaspakken en wij gewone kleding. Het personeel kan naar buiten, wij niet. Werknemers in witte gaspakken worden in China veelal da bai genoemd. De term laat zich niet precies vertalen, maar bestaat uit de karakters ‘groot’ en ‘wit’. Iemand vertelt me dat die term van een Disney-personage afkomstig was; iemand anders zegt dat het Michelin-mannetje ooit zo werd genoemd. 

    Een werknemer die ik Werker 1 zal noemen, vertelt me dat hij niets anders van het centrum weet dan dat het ‘P7’ heet. Het is net gebouwd, voegt hij eraan toe, en ik ben er de enige buitenlander. In mei stond er in verschillende Chinese artikelen dat er een faciliteit was gebouwd die P7 heette en maar 5 kilometer verwijderd was van een andere faciliteit, P5. Het is onduidelijk hoeveel soortgelijke faciliteiten er in China bestaan. 

    Aanvankelijk is het onmogelijk om te zien wat voor mensen er achter de gaspakken van het personeel schuilgaan. Wel kom ik te weten dat ze – net als wij – het centrum niet kunnen verlaten en niets kunnen laten bezorgen. Later vertelt een werknemer mij dat hij 230 renminbi per dag verdient, omgerekend zo’n 36 euro. Uiteindelijk kan ik ondanks hun gaspak, masker en veiligheidsbril toch bepaalde karaktertrekken herkennen. Een typisch stemgeluid bijvoorbeeld, of een bepaalde manier van lopen. 

    Werknemer 1 – althans, ik denk dat hij het is – zingt altijd ouderwetse liedjes bij het uitdelen van de maaltijden. 

    Aanvankelijk is het onmogelijk om te zien wat voor mensen er achter de gaspakken van het personeel schuilgaan

    ‘Laten we een keer afspreken in Shanghai,’ stelt hij voor. 

    ‘Waar woon je?’ vraag ik hem. 

    ‘Dat weet ik nog niet,’ zegt hij. ‘Ik heb geen vaste baan en weet nog niet zeker wat ik na deze maand ga doen.’

    Het ritme in het centrum is elke dag hetzelfde: ’s ochtends vroeg worden we gewekt door een geluid dat lijkt op dat van een grasmaaier. In werkelijkheid is het een industriële ontsmettingsmachine die onze ramen en voordeur besproeit. Om acht uur ’s ochtends en twaalf en vijf uur ’s middags worden de maaltijden verstrekt. Rond negen uur ’s ochtends komen er twee verplegers in blauwe gaspakken langs om PCR-tests af te nemen. Eén keer vraag ik of ik ergens anders naartoe gebracht word als ik positief zou testen. ‘Natuurlijk word je dan weggebracht!’ zegt een van de verplegers. ‘Een nieuw leven!’ voegt ze er in het Engels aan toe. 

    Ik leef volgens een strenge routine, bestaande uit taalstudie, werk, lunch, werk, push-ups, playlists van de band Future Islands, online schaken, lezen en afleveringen van The Boys op Amazon Prime. Altijd in die volgorde. Tussendoor moet ik steeds schoonmaken om het stof enigszins binnen de perken te houden. Ik ben er heilig van overtuigd dat geroutineerd leven een positief effect heeft. De hutten zijn erg gehorig, zodat ik ’s nachts mensen kan horen rondlopen. In zekere zin heb ik geluk. Ik kan alle observaties tenminste nog gebruiken voor mijn werk.

    Mijn bed bestaat uit een ijzeren frame en zes houten planken, en het matras is zo dun dat ik helemaal plat moet liggen. Het frame is niet comfortabel genoeg om tegenaan te leunen. Ik moet voor het eerst sinds mijn negende weer terugdenken aan Matilda van Roald Dahl. In dat boek sluit de schooldirectrice onhandelbare kinderen op in een kamer waarin ze op geen enkele manier comfortabel kunnen zitten. Na lang experimenteren ontdekte ik dat ik een rugleuning kon maken door het dekbed om het bedframe te wikkelen. 

    Maar het fysieke ongemak is niets bij de psychologische impact die de voortdurende onzekerheid veroorzaakt. Bij aankomst werd me verteld dat mijn verblijf zeven dagen zou duren, maar het worden er uiteindelijk tien. De klantenservice vertelt me steeds dat de lijst met mensen die naar huis mogen dagelijks wordt gepubliceerd en niet van tevoren beschikbaar is. Na een tijdje worden al mijn andere problemen irrelevant. Het enige waar ik nog aan denk, is wegkomen. 

    Parallelle werelden

    Eigenlijk moeten we in onze hutten blijven, maar af en toe kunnen we even naar buiten en, voordat de camera alarm slaat, informatie en soms goederen uitwisselen met andere bewoners. Die momenten bieden de meeste hoop op wat nieuws. Eén keer houd ik er wonderlijk genoeg oploskoffie aan over. Een andere keer hoor ik van Bewoner 1 de theorie dat de hutten in feite maar half af zijn. Dat we er met spoed moesten intrekken omdat de quarantainehotels vol waren. 

    Volgens Bewoner 1 is er verdeeldheid tussen Chinese jongeren en ouderen, omdat de ouderen geen toegang hebben tot het buitenlandse internet en niet meekrijgen hoe de rest van de wereld met de pandemie omgaat. Zij leven in een parallelle wereld, zegt hij; zelf kan hij het verlies van vrijheid niet verdragen. Ik zit ook in een parallelle wereld, waarvan ik de risico’s niet helemaal kan overzien. Hoe meer ik observeer, hoe apathischer ik word. 

    Rondom de faciliteit staan hoge bomen. Laat in de middag, als de zon ertussendoor schijnt, kun je de deur openen en het licht naar binnen laten stromen. Een moment lang licht de hele plek op door de prachtige eenvoud van het platteland. Op een dag raak ik rond dat tijdstip in gesprek met drie vrouwelijke medewerkers die vaak in de buurt van mijn hut komen kletsen. Hun beleving van hun werkplek, waar ik opgesloten zit en zij lange diensten moeten draaien, verschilt radicaal van de mijne. Het is er prima, zeggen ze. Jij hebt je computer. 

    ‘China’s eerste- en tweederangs steden, en derde-, vierde- en vijfderangs steden, steden voor hoge, gemiddelde en lage inkomens, zijn ook allemaal parallelle werelden,’ vertelt Bewoner 1 me later. 

    De term ‘da bai’ kreeg een donkerder connotatie binnen de context van het Chinese klassensysteem. Hij verwijst losjes naar de traumatische gebeurtenissen uit de Culturele Revolutie, waarin gewone mensen, waaronder veel studenten, zogenaamde ‘rode wachters’ werden en werden aangemoedigd om de klassenorde omver te werpen. Mensen die rijk en machtig waren geweest, zagen hoe de rollen plotseling werden omgedraaid. Een Chinees gezegde luidt: ‘Wie schoenen van gras draagt is niet bang voor wie leren schoenen draagt.’ De laatste maanden wordt online soms de uitdrukking ‘witte wachters’ gebruikt, die doet denken aan de rode wachters van vroeger. 

    Ik vervolg mijn gesprek met de drie vrouwen. Zij hebben het gevoel dat wat er bij P7 gebeurt, normaal is, wat vreemd genoeg overtuigend klinkt. Het is alsof het bureaucratische systeem, en niet het virus, het natuurlijke fenomeen in kwestie is: een fenomeen dat gedijt in de ruimte tussen mensen in, niet in de mensen zelf. Misschien heb ik het helemaal verkeerd ingeschat. Dit lijkt helemaal niet op een gevangenis. 

    ‘Ben je bang voor corona?’ vraag ik. 

    ‘Ja,’ zeggen ze. ‘Hoe dan ook,’ voegt iemand eraan toe, ‘als je positief test, is het moeilijk om werk te vinden.’ 

    Ze testen ook de vloer, mijn tas, mijn mobiele telefoon en de afstandsbediening van de airconditioning. Allemaal zijn ze negatief, net als alle andere tientallen tests die ik de afgelopen twee weken heb gedaan

    ‘Hoe oud ben jij? Veertig?’ vraagt een van hen. 

    ‘Ik ben drieëndertig,’ zeg ik. 

    ‘Zo jong! Mijn zoon is even oud.’

    ‘Heb je hier geen heimwee?’ vraag ik. 

    Ze aarzelen even, wachten met antwoorden. ‘Het is een baan,’ zegt iemand uiteindelijk. 

    ‘Dat weet ik,’ zeg ik. ‘Maar mis je thuis niet?’

    ‘Natuurlijk mis ik het.’

    Het is gemakkelijker om naar de hemel te klimmen dan het systeem achter de namenlijsten in P7 te doorgronden. Om op de lijst te komen die je toestaat te vertrekken, moet je een dag eerder op de zogenaamde dubbeletestlijst hebben gestaan. Als dat het geval is, nemen verplegers een monster uit je ene neusgat en mond, en dan uit je andere neusgat. Ik heb uitvoerig gelobbyd om op die lijst terecht te komen, maar niemand kan ook maar iets bevestigen tot op de dag zelf. 

    Als de verplegers bij me komen, testen ze ook de vloer, mijn tas, mijn mobiele telefoon en de afstandsbediening van de airconditioning. Allemaal zijn ze negatief, net als alle andere tientallen tests die ik de afgelopen twee weken heb ondergaan. Eindelijk wordt mijn code groen. 

    Nu mijn vertrek nadert, trek ik voor het eerst sinds lange tijd mijn eigen schoenen weer aan. Ze zijn van leer. Op het lokale nieuws zie ik dat ze in de buurt van Shanghai alweer bezig zijn een faciliteit te bouwen. Voor mensen die daadwerkelijk corona hebben. Op het internationale nieuws wordt verteld dat China’s twintigste partijcongres, dat na mijn aankomst begon, bijna afgerond is. Ik vraag Werker 1 of hij al besloten heeft wat hij gaat doen. Hij wil er nog een tijdje langer blijven werken, vertelt hij me. Veertig dagen: een echte quarantaineperiode. Als ik bij mijn vertrek Bewoner 1 de hand schud, is dat het dichtst dat ik bij een andere persoon in de buurt ben gekomen, afgezien van de vele PCR-tests. 

    Voordat ik de bus in stap, krijg ik een certificaat overhandigd. Het is alsof ik, Tnomab William Hale, een examen heb gehaald, of in ieder geval een opleiding heb afgerond. De bus zit vol. Er staat geen radio aan; iedereen draait hardop muziek uit telefoonluidsprekers, die al snel wordt overstemd door de luchtstroom vanuit de open ramen. Ik denk dat de reis zal eindigen met een spectaculair uitzicht op de wolkenkrabbers in de stad. Maar ik val al snel in slaap, en als ik wakker word, merk ik ze nauwelijks op. 

    Vrijheid

    Terug in mijn hotel is het warme water warm en het matras zacht. Het getal op de weegschaal in de badkamer is kleiner geworden. Tijd voor een feestmaal. Maar in elk restaurant moet ik mijn QR-code laten scannen, wat betekent dat ik het hele proces misschien zomaar opnieuw zou moeten doorlopen. 

    Ik zwerf enige tijd rond op straat en vraag me af wat ik ga doen. Terwijl ik langs grote groepen mensen in bars en restaurants loop, bedenk ik dat je wel gek moet zijn om de risico’s van vrijheid zo licht op te vatten. Die mensen leven in een parallelle wereld. 

    Ik loop naar een steakrestaurant en vraag of ik mijn code moet laten scannen om een afhaalmaaltijd te bestellen. Als ze nee zeggen, voel ik grote opluchting. Plotseling zie ik mezelf: een man die ik Tnomab zal noemen, van bijna 1 meter 80, met haar dat niet meer blond maar ook nog niet grijs is, met een snor en een stoppelbaard van tien dagen oud. Terwijl hij naar zijn telefoon grijpt, beweegt hij gehaast maar ook vermoeid, alsof hij bereid is elk bedrag te betalen.