Tag: controverse

  • Het nieuwe Europese asielstelsel: ‘Moreel gezien twijfelachtig’

    Het nieuwe Europese asielstelsel: ‘Moreel gezien twijfelachtig’

    Afgelopen vrijdag trad het hervormde Europese asielstelsel in werking. Het migratiepact moet er onder meer voor zorgen dat er strengere regels gelden voor asielprocedures en dat asielbeleid in alle EU-landen in de kern gelijk is. Maar gaan de nieuwe regels niet te ver? 

    Nee: ‘Europa moet functioneren om te overleven’

    ‘De EU legt vluchtelingen nu nog meer restricties op – dat is moreel gezien twijfelachtig, maar uiteindelijk onvermijdelijk’, stelt Brussel-correspondent Josef Kelnberger in Süddeutsche Zeitung. Volgens hem versterkte de gastvrije koers van Angela Merkel de vreemdelingenhaat in Europa. Veel mensen kregen het gevoel dat migratie uit de hand liep en zorgde voor overbelaste scholen, woningnood, toenemende criminaliteit en identiteitsverlies. Om de rechtse partijen de wind uit de zeilen te nemen, wil inmiddels ook het politieke midden migranten ervan weerhouden om in een boot richting Europa te stappen. ‘Het nieuwe stelsel moet de burgers het gevoel geven: de EU wil de irreguliere migratie beteugelen, nog sterker dan voorheen, en dat doen we samen.’

    Het pact, dat onder andere moet zorgen voor strengere screening aan de buitengrenzen, kortere procedures en meer grip op doorreizen, moet ook leiden tot meer samenhang tussen de Europese regeringen. De landen aan de buitengrenzen van Europa, zoals Griekenland en Italië, nemen de verantwoordelijkheid voor de asielprocedures op zich en landen die minder druk ervaren ondersteunen hen daarbij. Het pact bindt de lidstaten aan gemeenschappelijke procedures en daarmee, aldus Kelnberger, aan gedeelde normen voor de behandeling van vluchtelingen.

    De morele rechtvaardiging voor hun beleid luidt: als migranten niet meer naar Europa komen, kunnen ze ook niet verdrinken

    Het migratiepact wordt aangevuld met verdere aanscherping van het asielrecht. Sommige zogenoemde ‘innovatieve ideeën’ schuren volgens Kelnberger met de waarden van de Europese identiteit, waaronder het respect voor de menselijke waardigheid. Afgewezen asielzoekers zouden binnenkort in uitzettingscentra in ‘veilige derde landen’ kunnen belanden zoals Oeganda of Rwanda. Het EU-recht maakt het zelfs mogelijk vluchtelingen daarnaartoe te sturen zonder dat er een asielprocedure in Europa aan voorafgaat.  Volgens de Brussel-correspondent zijn dit de gevolgen van het stemgedrag van de Europese kiezers.

    De morele rechtvaardiging voor hun beleid luidt: als migranten niet meer naar Europa komen, kunnen ze ook niet verdrinken. ‘Je kunt deze rechtvaardiging hypocriet en onmenselijk vinden, maar daarmee ga je voorbij aan de vraag hoe vluchtelingen kunnen worden opgevangen zonder dat de druk op huisvesting, zorg en onderwijs te groot wordt en het maatschappelijke draagvlak afneemt.’

    De weg die de EU inslaat ligt daarom voor de hand, concludeert hij. Te midden van de huidige wereldpolitiek moet Europa zijn burgers bescherming en orde kunnen bieden. Pas als dat gelukt is, denkt Kelnberger, ontstaat er ruimte voor een ander gesprek. ‘Over legale immigratie naar de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld. En misschien zelfs over een Europese reddingsmissie in de Middellandse Zee.’

    Josef Kelnberger is journalist en correspondent in Brussel voor de Duitse krant Süddeutsche Zeitung. Eerder werkte hij onder meer als sportverslaggever en politiek correspondent.


    Ja: ‘Onze politici kiezen voor de gemakkelijke weg door vluchtelingen, migranten en minderheden te demoniseren’

    ‘Regeringen in heel Europa – Spanje uitgezonderd – nemen maatregelen die ze vroeger als extremistisch zouden bestempelen. Het is niet alleen een droom die uitkomt voor extreemrechts, maar ook voor mainstream conservatieven en centrumlinkse politici zoals de Deense Mette Frederiksen’, schrijft EU-commentator Shada Islam in The Guardian. Het nieuwe migratiepact maakt het mogelijk om asielaanvragen buiten de EU te laten behandelen en uitgeprocedeerde migranten naar landen buiten de EU te sturen. Regeringen krijgen daarnaast uitgebreide detentiebevoegdheden – inclusief het recht kinderen vast te houden – en mogen uitzettingen versneld afhandelen. 

    De EU is zelfs bereid zaken te doen met de taliban. Voor het eerst bereidt het directoraat Binnenlandse Zaken van de Europese Commissie zich voor op gesprekken in Brussel met een delegatie van Taliban-vertegenwoordigers uit Afghanistan. ‘Deze gesprekken zullen niet gaan niet over de systematische inperkingen van de vrouwenrechten. Nee, ze gaan over de gedwongen uitzetting van asielzoekers van wie het verzoek om bescherming in Europa is afgewezen – uitzetting naar een land waar terugkeerders willekeurig worden opgepakt, vastgehouden en gemarteld.’

    ‘Dit begint bij migranten, maar ik betwijfel of het daarbij blijft’

    De EU-commentator vreest dat dit nog maar het begin is. ‘Dit begint bij migranten, maar ik betwijfel of het daarbij blijft. De geschiedenis leert ons dat zodra politici mensen ervan weten te overtuigen dat bepaalde groepen minder rechten en minder empathie verdienen, iedereen uiteindelijk slachtoffer wordt.’ 

    Na jaren de EU van dichtbij te hebben gevolgd, zag Islam hoe het beleid is verschoven van migratiebeheer naar afschrikking en nu naar uitzetting – volgens haar een ander woord voor remigratie. Ze ergert zich aan de neiging van politici om hun strengste maatregelen te verbergen achter bureaucratisch jargon. ‘Deals waarbij geld wordt betaald voor het opvangen van migratie heten nu “partnerschappen”, uitzetting wordt “terugkeerbeheer” genoemd en degenen die gedwongen naar huis worden gestuurd, worden afgeschilderd als “criminelen”, “illegalen” of “irreguliere migranten”’, merkt ze op.

    Islam schrijft dat Europese samenlevingen inderdaad onder druk staan door ongelijkheid, woningnood en overbelaste publieke diensten. ‘Maar in plaats van deze problemen aan te pakken, kiezen onze politici voor de gemakkelijke weg door vluchtelingen, migranten en minderheden te demoniseren.’ Haar vertrouwen in de EU is behoorlijk geschaad. ‘Jarenlang geloofde ik dat de EU, ondanks haar tekortkomingen, altijd zou opkomen voor democratie, mensenrechten en onafhankelijke rechtspraak. Maar dat vertrouwen neemt met de dag af.’

    Shada Islam is een in Brussel gevestigde commentator op het gebied van EU-aangelegenheden. Ze leidt New Horizons Project, een bureau voor strategisch advies over Europees en internationaal beleid.

  • Moeten de West-Europeanen toegeven aan airconditioning?

    Moeten de West-Europeanen toegeven aan airconditioning?

    Steeds vaker zucht West-Europa onder hittegolven en tropische temperaturen, terwijl onze huizen en steden juist zijn gebouwd voor een koeler klimaat. Hoe wapenen we ons tegen die toenemende hitte? Met airconditioning, of moeten we op zoek naar alternatieven?

    Nee: ‘Er zijn betere manieren om met de hitte om te gaan’

    ‘Als West-Europese landen gewoonweg meer airco’s gaan installeren, stevenen we af op een toekomst waarin de energievraag stijgt, de kosten oplopen en de ongelijkheid verder toeneemt. Gelukkig zijn er betere manieren om hiermee om te gaan’, schrijft Mehri Khosravi, senior onderzoeker op het gebied van energie en koolstof aan de University of East London, in The Conversation

    ‘Mechanische verkoeling vereist enorme hoeveelheden energie op precies die momenten dat de vraag al hoog is.’ In 2023 moest het Verenigd Koninkrijk kortstondig een kolencentrale heropstarten voor het opwekken van elektriciteit, om te kunnen voldoen aan de extra vraag naar airconditioning terwijl het land kampte met zinderende hitte. ‘Bovendien vergroot airconditioning de ongelijkheid tussen rijk en arm. Voor mensen met een hoger inkomen is het een relatief eenvoudige oplossing, maar voor huishoudens die minder te besteden hebben, zijn zowel de aanschaf als het gebruik vaak een te grote kostenpost’, legt Khosravi uit.

    ‘In het Verenigd Koninkrijk wordt hitte nog steeds beschouwd als “mooi weer”’

    Landen met een warm klimaat, bijvoorbeeld in Zuid-Europa, weten al decennialang hoe ze met hitte moeten omgaan. Van hen valt dan ook veel te leren, meent Khosravi. ‘We moeten beginnen met het inzetten op maatregelen die de behoefte aan airconditioning verminderen.’ Denk aan zonwering en luiken, natuurlijke ventilatie om warmte te laten ontsnappen tijdens koelere uren en groene infrastructuur. ‘Veel van deze maatregelen zijn goedkoop, snel te installeren en gaan lang mee.’

    Ook het gedrag van mensen speelt een belangrijke rol. In Spanje vallen de warmste uren samen met de siësta. Mensen mijden overdag de buitenlucht en zijn ’s ochtends en ’s avonds actiever. Ze houden de gordijnen dicht en zetten ’s nachts de ramen open. ‘In het Verenigd Koninkrijk wordt hitte nog steeds beschouwd als “mooi weer”’, schrijft Khosravi. ‘Dan gaan mensen naar het strand of houden een barbecue, zelfs bij gevaarlijke temperaturen.’ 

    Er zijn volgens haar twee opties: ‘We kunnen op de toenemende hitte reageren met meer airconditioning – en dus meer rekeningen, uitstoot en ongelijkheid – of we kunnen onze gebouwen, straten en gewoonten aanpassen aan een warmer klimaat. Airconditioning moet het laatste redmiddel zijn, niet de eerste reflex.’

    Mehri Khosravi is senior onderzoeker op het gebied van energie en koolstof aan de University of East London. Ze promoveerde tweemaal aan de Universiteit van Liverpool: in milieubeheer en -planning en in milieuwetenschappen.


    Ja: ‘Alleen airconditioning biedt echte verlichting bij extreme hitte’

    Toen de inmiddels overleden Singaporese premier Lee Kuan Yew werd gevraagd naar het geheim van de snelle opkomst van zijn land, gaf hij twee antwoorden. Ten eerste: een multiculturele samenleving. Ten tweede: airconditioning. Hij prees de technologie als ‘een van de belangrijkste uitvindingen uit de geschiedenis’ en als de sleutel tot een productief ambtenarenapparaat. 

    Met deze anekdote opent John Burn-Murdoch zijn pleidooi in Financial Times. ‘Hoewel moeilijk is vast te stellen hoeveel impact de technologie precies heeft gehad op de economische groei van het land, staat buiten kijf dat koel blijven in een warm klimaat van onschatbare waarde is.’

    Zodra de binnentemperatuur boven de 23 graden stijgt, begint het lichaam te protesteren. De slaapduur en -kwaliteit nemen snel af en kantoormedewerkers worden minder productief. Ook leerlingen en studenten ervaren meer moeite met cognitieve vaardigheden. 

    Tussen 2000 en 2019 stierven jaarlijks gemiddeld 83.000 West-Europeanen aan extreme hitte

    ‘Dit alles is te vermijden als huizen, scholen en kantoren koel blijven. En hoewel geschikte architectuur, passieve koeling en andere aanpassingen voor enige bescherming kunnen zorgen, biedt alleen airconditioning echte verlichting bij extreme hitte’, schrijft Burn-Murdoch.

    De sterftecijfers liegen er niet om. Tussen 2000 en 2019 stierven jaarlijks gemiddeld 83.000 West-Europeanen an extreme hitte, tegenover 20.000 Noord-Amerikanen. ‘Desondanks zien veel West-Europeanen airconditioning nog steeds als een overbodige luxe – een die bovendien meer kwaad dan goed zou doen.’ 

    Critici wijzen er onder meer op dat airconditioning het elektriciteitsnet kan overbelasten. Die zorg is niet helemaal misplaatst, erkent de columnist. Maar de stijgende vraag naar airconditioning gaat samen met een snel groeiend aanbod van zonne-energie. ‘Het overgrote deel van de toegenomen energievraag in de komende jaren zal worden geleverd door schone bronnen – en dat aanbod piekt precies wanneer de behoefte aan koeling het grootst is.’

    Volgens Burn-Murdoch zijn de opties voor de West-Europeanen beperkt. ‘In een wereld die in hoog tempo opwarmt, verandert wat vroeger een luxe was in een noodzaak.’

    John Burn-Murdoch is columnist en dataredacteur bij de Financial Times. Hij schrijft de wekelijkse column Data Points, waarin hij aan de hand van statistieken en grafieken dieper ingaat op het nieuws, variërend van de economie tot klimaatverandering, maatschappelijke vraagstukken en de gezondheidszorg.

  • Is het leren van een vreemde taal nog nodig in het tijdperk van AI?

    Is het leren van een vreemde taal nog nodig in het tijdperk van AI?

    Dankzij de snelle ontwikkeling van AI en de nieuwste AirPods kunnen gesprekken simultaan worden vertaald. Volgens techjournalist Brian X. Chen breekt daarmee een nieuw tijdperk aan waarin taalbarrières misschien wel voorgoed verdwijnen. Maar twee taalwetenschappers waarschuwen dat vertalen niet hetzelfde is als een taal begrijpen.

    Nee: ‘Deze AI-technologie is écht bruikbaar voor een groot publiek’

    ‘Ik raakte laatst aan de praat met een kennis. Hij vertelde me dat hij met zijn vriendin op bezoek was geweest bij familie in Arizona. Zijn nichtje had hem meegesleept naar de bioscoop en hij werkte sinds kort bij een start-up. Hij vertelde dit allemaal in het Spaans, een taal die ik nooit heb geleerd, maar ik verstond elk woord’, schrijft techjournalist Brian X. Chen in The New York Times.

    Chen kon hem verstaan omdat hij de AirPods Pro 3 droeg. De Apple-oortjes gebruiken kunstmatige intelligentie en kunnen een gesprek vertalen terwijl je het voert. ‘Dit is het beste voorbeeld dat ik tot nu toe heb gezien van AI-technologie die niet alleen naadloos werkt, maar ook écht bruikbaar is voor een groot publiek.’ Volgens Chen kan de technologie bijvoorbeeld helpen op vakantie. Zo kunnen toeristen taxichauffeurs, hotelpersoneel en luchthavenmedewerkers verstaan, ook als ze elkaars taal niet spreken. 

    Ook in zijn persoonlijke leven ziet hij voordelen: ‘Veel immigranten in mijn omgeving, waaronder mijn oppas en schoonmoeder, voelen zich meer op hun gemak als ze in hun moedertaal spreken, maar ze vinden het niet erg als ik in het Engels antwoord. Als ik hen ook zou kunnen begrijpen, zou dat een wereld van verschil maken.’

    ‘Je hoeft slechts een gebaar te maken om de digitale tolk te activeren’

    Vertaalapps zoals Google Translate en Microsoft Translator bestaan al meer dan tien jaar. Gebruikers richten daarvoor de microfoon van hun telefoon op de ander en wachten tot de vertaling verschijnt of wordt uitgesproken. ‘Als je de AirPods draagt, hoef je slechts een gebaar te maken om de digitale tolk te activeren,’ jubelt de techjournalist. 

    ‘Voor een echt vloeiend gesprek is het ideaal als beide personen AirPods dragen,’ tipt Chen. ‘Gezien de populariteit van de Apple-oordopjes – wereldwijd zijn er al honderden miljoenen verkocht – denk ik dat dat binnenkort heel gewoon wordt.’

    Brian X. Chen is techjournalist bij The New York Times. Hij schrijft onder andere de rubriek Tech Fix, waarin hij ingaat op de maatschappelijke gevolgen van technologische ontwikkelingen. 


    Ja: ‘Humor, toon en lichaamstaal bepalen wat iemand écht bedoelt – en of die boodschap aankomt’

    ‘Wat ooit sciencefiction leek, is werkelijkheid geworden’, schrijven hoogleraar Taalwetenschappen Gabriel Guillén en hoogleraar Taalkunde Thor Sawin aan het Middlebury College in The Conversation. Dankzij AI, zoals de vertaalfunctie in Apples nieuwe AirPods, lijkt het leren van een vreemde taal steeds minder noodzakelijk. Zonde, vinden de taalwetenschappers. ‘We hebben onze carrières gewijd aan dit vakgebied omdat we geloven in de toegevoegde waarde van het leren en spreken van een vreemde taal.’

    Het is niet de eerste keer dat technologie het taalonderwijs op zijn kop zet. Apps zoals Duolingo probeerden door middel van gamificatie het leren van een taal toegankelijker te maken, maar volgens Guillén en Sawin slagen zulke platforms er nog altijd niet in het sociale karakter van taal volledig na te bootsen. AI is daar volgens hen evenmin toe in staat.

    Volgens de hoogleraren is de vertaaltechnologie vooral nuttig bij korte, praktische interacties. Denk aan uitchecken in een hotel, een treinkaartje kopen of de weg vragen aan een local. Elke combinatie van talen, gebaren of AI-hulpmiddelen kan daarbij helpen, schrijven ze. 

    ‘Iemand die de moeite neemt om een taal te leren, straalt respect en betrokkenheid uit’

    Maar volgens Guillén en Sawin gaat menselijke interactie in veel gevallen over meer dan alleen woorden. Een gesprek met je schoonfamilie of een belangrijke presentatie op je werk draait niet alleen om informatieoverdracht, maar ook om vertrouwen, sociale codes en context. ‘Humor, toon en lichaamstaal bepalen wat iemand écht bedoelt – en of die boodschap aankomt. Bovendien straalt iemand die de moeite neemt om een taal te leren respect en betrokkenheid uit.’ 

    Daarnaast wijzen de onderzoekers op de cognitieve voordelen van meertaligheid, zoals meer mentale flexibiliteit, creatiever denken en het hebben van minder vooroordelen. ‘Het leren van een taal ontwikkelt precies de vaardigheden die in het AI-tijdperk steeds belangrijker worden.’

    Gabriel Guillén is hoogleraar Taalwetenschappen en Thor Sawin is hoogleraar Taalkunde aan Middlebury College in Vermont.

  • Is de Britse tabakswet een inbreuk op de individuele vrijheid?

    Is de Britse tabakswet een inbreuk op de individuele vrijheid?

    Volgens de nieuwe Britse wet kan niemand die geboren is na 2008 meer legaal tabak kopen. Voorstanders zien een slimme, geleidelijke aanpak die jongeren beschermt tegen levenslange verslaving; critici vrezen de inperking van individuele vrijheid. Hoe ver mag de staat gaan om haar burgers te beschermen?

    Nee: ‘Vrijheid betekent opgroeien zonder het doelwit te zijn van verslavende industrieën’

    Vorige week werd in het Verenigd Koninkrijk een nieuwe wet aangenomen die een rookvrije generatie moet creëren en tabak uiteindelijk volledig moet uitbannen. Niemand die op of na 1 januari 2009 is geboren, zal ooit legaal tabak kunnen kopen. Vanaf 2027 gaat de wettelijke minimumleeftijd – nu nog achttien jaar – jaarlijks met één jaar omhoog. ‘Het is een behoorlijk slim stuk wetgeving. Na verloop van tijd zal het aandeel mensen dat sigaretten kan kopen steeds kleiner worden – totdat op een dag niemand in het Verenigd Koninkrijk nog zal roken,’ legt Devi Sridhar, hoogleraar mondiale volksgezondheid aan de Universiteit van Edinburgh, uit in The Guardian

    Ondanks een politiek gepolariseerd klimaat kan de nieuwe wet rekenen op de steun van partijen over het hele politieke spectrum. Bovendien merkt Sridhar op dat rokers zelf een van de sterkste pleitbezorgers van de wet zijn. Uit YouGov-onderzoek uit 2024 bleek dat 52 procent van de rokers de jaarlijkse leeftijdsverhoging steunde, en dat 78 procent van het publiek voorstander is van een rookvrije generatie

    ‘Misschien hadden rokers gewild dat deze wetgeving al van kracht was geweest toen zij zelf jong waren’

    Waarom zouden rokers dit beleid steunen? ‘Misschien omdat ze hadden gewild dat deze wetgeving al van kracht was geweest toen zij zelf jong waren. De meeste rokers raakten al op jonge leeftijd verslaafd, velen nog voordat ze de gezondheidsrisico’s of de gevolgen voor de kwaliteit van hun dagelijks leven volledig begrepen.’ Uit verschillende enquêtes blijkt dat de overgrote meerderheid van de rokers spijt heeft dat ze ooit zijn begonnen en naar schatting heeft zo’n 80 procent weleens geprobeerd te stoppen.

    Tegenstanders van de wet vinden dat het generatieverbod een inbreuk vormt op de individuele vrijheid, maar volgens Sridhar hangt dat af van de interpretatie. ‘Vrijheid is niet alleen het vermogen om schadelijke producten te kopen – het kan ook de vrijheid betekenen om op te groeien zonder systematisch het doelwit te zijn van verslavende industrieën.’ Bovendien kosten rookgerelateerde aandoeningen de Britten naar schatting 2,6 miljard pond per jaar en de samenleving in bredere zin ongeveer 11 miljard pond per jaar. ‘De zorg is overbelast. Vrijheid kan dus ook betekenen dat mensen toegang krijgen tot tijdige, hoogwaardige gezondheidszorg’, schrijft ze.

    Andere landen zullen nauwlettend in de gaten houden hoe dit Britse experiment verloopt.  ‘Tot nu toe lijkt het een groot succes,  bij zowel niet-rokers als rokers.’

    Professor Devi Sridhar is hoogleraar mondiale volksgezondheid aan de Universiteit van Edinburgh en auteur van How Not to Die (Too Soon).


    Ja: ‘Dit is een autoritaire oplossing op zoek naar een probleem’

    ‘Winston Churchill draait zich om in zijn graf nu het Verenigd Koninkrijk iedereen die na 2008 is geboren voorgoed verbiedt tabaksproducten te kopen’, schrijft The Washington Post in een redactioneel commentaar. Volgens de krant ‘omarmt premier Keir Starmer deze bemoeizuchtige maatregel om te laten zien dat hij iets kan doorvoeren, nu zijn Labour-regering wankelt’.

    De krant voorziet bovendien vreemde situaties. ‘In 2055 zal het legaal zijn voor een 47-jarige om een pakje sigaretten te kopen, maar niet voor een 46-jarige. Tientallen jaren later zal een 92-jarige zijn identiteitsbewijs moeten laten zien bij het afrekenen van een sigaar, zodat de kassamedewerker zeker weet dat hij niet eenennegentig is.’ 

    Ook de noodzaak van de wet wordt betwijfeld. ‘Dit is een autoritaire oplossing op zoek naar een probleem’, schrijft de redactie. Het percentage rokers in Groot-Brittannië staat namelijk op een historisch dieptepunt. In de jaren zeventig rookte bijna de helft van de volwassenen; nu is dat ongeveer een op de tien. Het aantal kinderen van 11 tot 15 jaar dat ooit een peuk heeft aangeraakt is op het laagste niveau ooit, gedaald van 49 procent in 1996 naar 12 procent nu. Slechts 1 procent geeft aan regelmatig sigaretten te roken. ‘Het lijkt er bijna op dat de regering juist de aandacht op sigaretten probeert te vestigen.’

    ‘In plaats van fundamentele kwesties aan te pakken, gedragen politici zich als betweters en spelbrekers’

    Groot-Brittannië staat voor talloze beleidsuitdagingen, van chronisch stagnerende groei tot torenhoge kosten voor schuldaflossing. ‘In plaats van deze fundamentele kwesties aan te pakken, gedragen politici zich liever als betweters en spelbrekers. Ze verplichten calorievermeldingen op menu’s, treden hard op tegen twee-voor-de-prijs-van-éénaanbiedingen in supermarkten en voeren nu voor een hele generatie een rookverbod in.’

    Volgens de krant betwist niemand dat roken ongezond is, maar hebben mensen het recht om te kiezen of ze een sigaret willen opsteken. ‘Hier begint de uitholling van onze vrijheid – en daar houdt het vast niet op.’

    The Washington Post heeft een lange reputatie op het gebied van scherpe berichtgeving en diepgravende analyses van het Amerikaanse politieke leven. Sinds eind 2024 ligt de krant onder vuur wegens vermeende inmenging van eigenaar Jeff Bezos in de redactionele koers van de opiniepagina. Sindsdien neemt zowel het aantal abonnees als het personeelsbestand af.

  • Moet Churchill op de Britse bankbiljetten plaatsmaken voor een egel?

    Moet Churchill op de Britse bankbiljetten plaatsmaken voor een egel?

    De beroemde figuren op de Britse bankbiljetten worden binnenkort vervangen door diersoorten, zo heeft de Bank of England aangekondigd. In de Londense pers zorgt dit initiatief voor ophef.

    Nee: ‘Dit is belachelijk!’

    Volgens de Bank of England is de nieuwe serie bankbiljetten nodig om vervalsing tegen te gaan. Op de vraag wat er op de nieuwe bankbiljetten moest komen te staan brachten tienduizenden mensen een stem uit. Het dierenrijk, een van de keuzes, kreeg de steun van 66 procent van de ondervraagden, terwijl architectuur en grote monumenten 56 procent van de stemmen ontving en historische figuren slechts 38 procent van de stemmen haalden. ‘Wat wordt het dan? Een schattig katje, of misschien een puppy? We zullen in ieder geval afscheid moeten nemen van Winston Churchill, Jane Austen en Alan Turing – en daarmee ook van de mooie traditie om onze grootste Britse helden op deze manier te eren. Dit is belachelijk!’ hekelt financieel columnist Matthew Lynn in het conservatieve Britse tijdschrift The Spectator.

    ‘Het staat vast dat een roodborstje nooit dezelfde impact zal hebben’

    Lynn vreest dat de bankbiljetten minder serieus zullen worden genomen. ‘Papiergeld heeft altijd iets illusoirs gehad. Om bankbiljetten geloofwaardiger te maken, doen centrale banken doorgaans een beroep op grote, serieuze historische figuren, die ervoor zorgen dat deze kleurrijke stukjes papier gewicht en gezag uitstralen.’ Koningin Elizabeth II verscheen voor het eerst op een biljet van 1 pond in 1960, en vervolgens was haar portret gedurende haar hele regeerperiode op het geld te zien. Toen de euro aan het begin van deze eeuw werd ingevoerd, koos de Europese Centrale Bank voor een reeks architectonische bouwwerken, als symbool voor de gedeelde Europese geschiedenis. ‘Het staat vast dat een roodborstje nooit dezelfde impact zal hebben,’ aldus Lynn. 

    Het besluit wijst er volgens hem op dat de Bank of England er alles aan doet om contant geld zo snel mogelijk af te schaffen, ten gunste van elektronische transacties, die goedkoper en gemakkelijker te controleren zijn. ‘Om dit proces te versnellen, plakken ze op traditionele bankbiljetten plaatjes die aan emojis doen denken. Bankbiljetten draaien in wezen om vertrouwen – en als dat eenmaal verloren is gegaan, zal het onmogelijk blijken om het terug te winnen. De Bank of England zou weleens spijt kunnen krijgen van deze verandering.’

    Matthew Lynn is financieel columnist en auteur van Bust: Greece, The Euro and The Sovereign Debt Crisis en The Long Depression: The Slump of 2008 to 2031.


    Ja: ‘We zijn dol op dieren’

    ‘Het Verenigd Koninkrijk is helemaal in de ban van dieren’, schrijft The Economist. Meer dan 70 procent van de Britten zegt dierenvriend te zijn; elk jaar gaat het grootste deel van hun donaties naar dierenbeschermingsorganisaties. In 2023 gaven ze bijna 6 miljard pond uit aan hun huisdieren, wat neerkomt op meer dan 10 procent van het defensiebudget.

    De aankondiging van de Bank of England kwam voor het Britse tijdschrift dan ook niet als een verrassing. Bovendien roepen dieren, in tegenstelling tot de personen die momenteel op de biljetten staan afgebeeld, minder controverse op. ‘In tegenstelling tot Winston Churchill wordt een das niet bekritiseerd om zijn opvattingen over een vermeende rassenhiërarchie. Geen enkele eekhoorn kan in verband worden gebracht met slavernij, zoals voor [bepaalde leden van de familie van] Jane Austen wel geldt. Als je controverse wil vermijden, zijn dieren een veilige keuze.’

    De bank zal deze zomer een enquête houden over welke dieren er op de biljetten moeten komen te staan, maar de redactie van The Economist heeft er plezier in alvast mee te denken. ‘Gedurende het Britse Rijk zou de majestueuze leeuw een vanzelfsprekende keuze zijn geweest, maar die tijd is voorbij. Voor wie somber is over de toestand van de Britse economie is de luiaard misschien een geschikte keuze’, aldus de auteur. ‘En een vos die uit een vuilnisbak eet of een meeuw die frietjes jat is het perfecte symbool voor de vermeende verslechtering van de openbare dienstverlening.’

    ‘Ondanks zijn stekelige pantser is hij zacht van binnen, net als de Britten’

    Een meer op consensus gerichte keuze zou volgens het blad de duif zijn, die alomtegenwoordig is in Londen, en een oriëntatievermogen heeft dat past bij een land met zo’n rijke zeevaartgeschiedenis. Of de eenhoorn, al lange tijd symbool van Schotland, om de onafhankelijke geest van Groot-Brittannië (‘en zijn verlangen om technologische start-ups te verwelkomen’) te illustreren. ‘Toch blijkt geen van deze dieren helemaal geschikt,’ besluit het blad. 

    Eigenlijk is er volgens The Economist maar één goed antwoord: de egel. ‘Ondanks zijn stekelige pantser is hij zacht van binnen, net als de Britten.’ De populatie van dit typisch Britse dier daalde tussen 2000 en 2022 in landelijke gebieden met meer dan de helft, wat tot grote mobilisatie leidde: er zijn nu meer dan honderdduizend egelpoorten, waardoor ze zich makkelijker van de ene tuin naar de andere kunnen verplaatsen. ‘Zet de egel op een bankbiljet en er volgt gegarandeerd een stroom aan donaties om nog eens duizenden nieuwe egelpoorten te bouwen!’

    The Economist is een liberaal Brits tijdschrift. Het wordt gedrukt in zes landen en 85 procent van de verkoop vindt plaats buiten het Verenigd Koninkrijk. Geen van de artikelen is ondertekend: een traditie die het weekblad ondersteunt met de gedachte dat ‘persoonlijkheid en collectieve stem belangrijker zijn dan de individuele identiteit van de journalist’.

  • Moet er een einde komen aan anonimiteit op het internet?

    Moet er een einde komen aan anonimiteit op het internet?

    De Duitse bondskanselier Friedrich Merz sprak zich vorige week uit voor een zogeheten ‘Klarnamenpflicht’, ofwel een verplichting voor internetgebruikers om hun echte naam te gebruiken. Volgens hem zou dat de ​​liberale samenleving beschermen. Maar is dat wel zo? In Frankfurter Allgemeine Zeitung lopen de meningen uiteen.

    Ja: ‘Het internet is een plek van wantrouwen, nepnieuws, discriminatie en criminaliteit geworden’

    ‘Anonimiteit, neppe profielen en bots ondermijnen het vertrouwen van mensen. Wie zich in het openbaar uitspreekt, moet ook verantwoordelijkheid dragen’, schrijft Thomas Giesen, voormalig Saksisch functionaris voor gegevensbescherming, in Frankfurter Allgemeine Zeitung

    Volgens Giesen zijn de huidige zorgen rondom privacy overtrokken. Het zal echter niet makkelijk zijn om af te stappen van ‘overdreven veiligheidsregels’, stelt hij. Maar nog moeilijker is het om een valse ideologie uit de weg te ruimen. Het idee dat je vrij bent omdat je je anoniem op het internet kunt begeven, noemt hij een doctrine. ‘Het internet is een plek van wantrouwen, nepnieuws, discriminatie en criminaliteit geworden, omdat strenge regels de identificatie en autorisatie van internetgebruikers nagenoeg onmogelijk maken.’ Manieren om iemand te identificeren zijn bijvoorbeeld een permanent IP-adres, irisherkenning of vingerafdrukken.

    ‘Maskers en façades horen thuis in het theater’

    Volgens Giesen heeft de vrijheid om alles te posten, zowel voor gewone gebruikers als voor autoritaire regimes, de communicatie fundamenteel veranderd en vergiftigd. ‘Maskers en façades horen thuis in het theater. Iedereen die deelneemt aan een menswaardig gesprek moet zich kunnen identificeren.’ 

    Doordat mensen geen verantwoordelijkheid hoeven te nemen, slaat vrijheid volgens hem bovendien om in onvrijheid. Een vrije burger zou achter zijn eigen woorden moeten staan en opkomen voor zijn of haar eigen mening. ‘Iedereen die op sociale media, forums of websites zijn eigen identiteit bekendmaakt, kan vrijheid opeisen. Vermomming is noch bij demonstraties, noch op het internet te tolereren.’ De wetgever zou volgens Giesen het volgende moeten verplichten: ‘Iedereen die schrijft, post of actief reageert op internet moet betrouwbaar en direct identificeerbaar zijn.’

    Dr. Thomas Giesen was van 1991 tot 2003 Saksisch functionaris voor gegevensbescherming.


    Nee: ‘Een verbod op anonieme meningsuiting zou de grondwet schenden’

    ‘De verharde toon op sociale media is om te betreuren. Maar het opheffen van de anonimiteit op internet gaat te ver,’ stellen Michael Harraeus en Jonas von Zons in Frankfurter Allgemeine Zeitung. Volgens de auteurs lijkt het idee van verantwoordelijkheid nemen door resoluut op te treden tegen online haat een mooi voorstel. ‘Maar bij nader inzien lijkt het een autoritaire reflex te zijn. Het voorstel zou de grondwet schenden en leiden tot verdere maatschappelijke verdeeldheid.’

    De vrijheid van meningsuiting behoort tot de belangrijkste grondrechten. Artikel 5 van de Duitse grondwet is herhaaldelijk aangemerkt als ‘absoluut constitutief’ voor de democratie. Het gaat dan niet alleen om het hebben van een mening, maar ook om het kunnen uiten daarvan, benadrukken de auteurs. Dit recht is nauw verbonden met het ontstaan van de liberale democratie. ‘Het recht op anonimiteit is – in de woorden van de Duitse rechtsprofessor Johannes Caspar – geen storende factor, maar “de sleutel tot vrijheid van meningsuiting”.’ Anonieme meningsuitingen zouden dezelfde bescherming moeten genieten als alle andere meningen. ‘Vooral als er grote machtsverschillen zijn, zoals tussen burger en staat, vormt anonimiteit een belangrijk beschermingsmechanisme.’

    ‘Een verbod maakt het publieke debat niet eerlijker of objectiever; het werkt averechts’

    Volgens media-advocaat Joachim Steinhöfel zou het nut van artikel 5 van de grondwet na een verbod op anonimiteit beperkt zijn tot mensen ‘die niets te verliezen hebben of maatschappelijk onaantastbaar zijn’, zoals journalisten, politici en opiniemakers. Daar sluiten Harraeus en Von Zons zich bij aan. ‘Een verbod op anonieme meningsuiting maakt het publieke debat niet eerlijker of objectiever; het werkt averechts.’ De wet zou de kloof tussen politiek en burgers juist vergroten, en de politieke cultuur en uiteindelijk ook de liberale democratie beschadigen.

    De auteurs trekken een vergelijking met een ander kernpunt van de democratie: de verkiezingen. ‘Om precies dezelfde redenen is je stem geheim. Bij openbare verkiezingen bestaat namelijk het gevaar dat een kiezer niet of anders stemt. Hetzelfde geldt voor het online uiten van meningen.’ 

    Michael Harraeus is juridisch stagiair bij het Hoger Gerechtshof München en werkt momenteel bij het Federaal Constitutionele Hof.

    Jonas von Zons is wetenschappelijk medewerker en promovendus bij de leerstoel Publiek Recht en Staatsfilosofie van prof.dr. Peter M. Huber aan de Ludwig Maximilian Universiteit München.

  • Om van deze Spelen een succes te maken moest het roer om. Is dat gelukt?

    Om van deze Spelen een succes te maken moest het roer om. Is dat gelukt?

    Met het verspreiden van de sportfaciliteiten over een enorm gebied in Noord-Italië gooiden de organisatoren van de Winterspelen van 2026 in Milaan-Cortina het roer radicaal om. Geen prestigieuze nieuwbouw op één locatie, maar hergebruik en spreiding. Kan de organisatie straks tevreden terugkijken?

    Ja: ‘Wat na de Spelen overblijft is het collectieve gevoel dat we trots mogen zijn op onze stad’

    ‘Er zijn bepaalde gebeurtenissen die het DNA van een stad, haar trots en haar internationale allure voorgoed kunnen veranderen. De Olympische Spelen zijn hier een klassiek voorbeeld van en de editie in Milaan en Cortina zal niet onderdoen voor eerdere edities’, schrijft Marco Castelnuovo in Corriere della Sera.

    Volgens de hoofdredacteur van de Milanese sectie van de Italiaanse krant was het in de aanloop naar de Spelen ‘weer hetzelfde liedje’: mensen klaagden omdat de werkzaamheden vertraging hadden opgelopen, wegen werden afgesloten en de kosten maar bleven oplopen. ‘Niets nieuws. Denk maar aan de polemiek voorafgaand aan de Spelen in Parijs.’

    Maar alle zorgen verdwenen als sneeuw voor de zon toen de olympische fakkel werd aangestoken, zag Castelnuovo. ‘De wedstrijden beginnen en dan verandert alles.’ Enthousiast beschrijft hij de sportfans met geschminkte gezichten en in shirts van hun nationale team die te voet naar de wedstrijdlocaties trokken. Nog mooier vond hij de enorme menigte Milanezen tijdens het aansteken van de olympische fakkel.

    ‘In Europa kan geen enkel land zich meer veroorloven om de Spelen op één locatie te organiseren’

    ‘Het is geen toeval dat de keuze op Milaan en Cortina viel. Dat kwam door de ambitieuze, milieuvriendelijke plannen die ze voor het evenement hadden. Zoals dat de Spelen over het hele gebied verspreid zouden zijn.’ Volgens Castelnuovo was dat laatste eerder een culturele dan een logistieke keuze. ‘Het geeft Milaan glans en zet bovendien gebieden in de schijnwerpers die anders geen kans hadden gemaakt.’ Anderen, zoals de Franse Alpen in 2030, zullen er een voorbeeld aan nemen. ‘In Europa kan geen enkel land zich meer veroorloven om de Spelen op één locatie te organiseren. Ook hier neemt Milaan het voortouw.’

    De laatste dagen hebben de zorgen over de vertraging van de werkzaamheden aan de Arena Santa Giulia, het podium op de Piazza del Duomo en het ‘lelijke’ olympisch dorp plaatsgemaakt voor een heel ander verhaal, meent Castelnuovo. ‘De Arena Santa Giulia is een van de mooiste hockeyhallen ter wereld, de Piazza del Duomo is nog nooit zo mooi in beeld gebracht en zelfs het olympisch dorp is volgens de atleten comfortabel en functioneel – en zonder kartonnen bedden.’ Op sociale media reageerden velen verbaasd op de kartonnen bedden in het olympisch dorp in Tokio 2020 en Parijs 2024. Ze werden gemaakt van 100 procent recyclebaar materiaal en waren dan ook bedoeld als duurzaam alternatief.

    ‘Wat ons zal bijblijven is niet zozeer het grote feest of het spektakel. Dat zal vervagen nadat de fakkel dooft,’ voorspelt de Italiaanse journalist. ‘Wat overblijft is het collectieve gevoel dat we trots mogen zijn op onze stad, op dingen die goed gedaan zijn. We hebben bewezen dat we als gemeenschap goed functioneren. In een stad waar iedereen nogal gesteld is op zijn individualiteit, is dat niet niks.’ 

    Marco Castelnuovo is hoofdredacteur van Corriere Milano, de Milanese nieuwssectie van Corriere della Sera.


    Nee: ‘De strenge milieudoelen bleken onverenigbaar met het organiseren van een spektakel’

    De Olympische Winterspelen van Milaan-Cortina 2026 in Italië moesten een nieuw tijdperk van duurzame Olympische Spelen inluiden: soberheid, hergebruik van bestaande infrastructuur en een beperkte ecologische voetafdruk. ‘Dat is niet gelukt. De strenge milieudoelen bleken onverenigbaar met het organiseren van een spektakel, dat steeds meer sponsors en televisiekijkers moet aantrekken in een poging genoeg geld in het laatje te brengen’, concludeert Le Monde.

    Het opvallendste aan deze Winterspelen is dat de wedstrijdlocaties soms honderden kilometers uit elkaar liggen. Het idee was om maximaal gebruik te maken van bestaande infrastructuur. Dat zou de kosten drukken en de impact op het milieu beperkt houden. ‘Het grote nadeel is dat toeschouwers, atleten en personeel voortdurend moeten reizen tussen de verschillende evenementen. Ecologisch gezien is het dus een onzinnig systeem’, aldus de krant.

    De uitgaven zijn verdrievoudigd ten opzichte van de oorspronkelijke begroting

    Net als bij eerdere edities kon Milaan-Cortina niet ontsnappen aan het eeuwige dispuut rond de olympische bobsleebaan. ‘Vanuit misplaatst nationalisme weigerde de regering van Giorgia Meloni het evenement in een buurland te houden. In plaats daarvan koos ze ervoor om 120 miljoen euro uit te geven aan de bouw van een energieslurpende faciliteit die hierna amper meer gebruikt zal worden.’ Bovendien moest de organisatie sneeuw garanderen, iets wat hier alleen mogelijk was met het gebruik van dure sneeuwkanonnen die een aanslag zijn op de lokale watervoorraden.

    Naast deze tekortkomingen op milieugebied zijn er ook nog oplopende kosten, waarbij de uitgaven verdrievoudigd zijn ten opzichte van de oorspronkelijke begroting. Aan de ene kant zegt het IOC de kosten te willen drukken, aan de andere kant eist de organisatie steeds strengere technische normen en moeten de faciliteiten ook nog eens goed geschikt zijn voor televisie-uitzendingen. Dat is volgens Le Monde de grootste tekortkoming van de huidige aanpak. ‘Het streven om het aantal toeschouwers te vergroten, het aantal evenementen uit te breiden en deze steeds spectaculairder te maken om de stijgende kosten van de uitzendrechten te rechtvaardigen, is simpelweg niet duurzaam.’

    In dit opzicht blijven deze Olympische Spelen, ‘ondanks enkele lovenswaardige vorderingen’, grotendeels in lijn met eerdere edities, zo concludeert de Franse krant. ‘Tenzij het IOC de opzet, frequentie en locatie van de Olympische Winterspelen radicaal hervormt, zal de kloof tussen de mooie praatjes over duurzaamheid en het streven naar financiële winst blijven bestaan.’ 

    Le Monde is een toonaangevende Franse krant, opgericht in 1944, met een gematigd linkse signatuur. Met meer dan een half miljoen abonnees is het de meest gelezen krant van Frankrijk.

  • Staat de EU op instorten?

    Staat de EU op instorten?

    Volgens Brussel-correspondent Jan Diesteldorf beweegt Europa nog altijd vooruit, zoals blijkt uit het pas gesloten Mercosur-akkoord. Maar als je het aan politicoloog en redacteur Sabine Rennefanz vraagt, kan het weleens snel gedaan zijn met de EU.

    Ja: ‘De Europese Unie is vermoeid. Niet uiteengevallen, niet handelingsonbekwaam – maar vanbinnen uitgehold’

    ‘Hoe groter de druk van Trump en Poetin wordt, hoe harder men zich vastklampt aan het idee dat de EU Europa kan redden. Maar ik zie een vermoeide Unie, en dat geeft weinig vertrouwen’, schrijft Sabine Rennefanz in Der Spiegel.

    De zevenentwintig lidstaten zijn diep verdeeld. In Hongarije regeert Viktor Orbán, wiens ‘illiberale democratie al lange tijd geldt als blauwdruk voor aanvallen op de rechtsstaat’. In Polen, Italië, Slowakije en Tsjechië regeerden en regeren rechts-populisten die de EU niet als bondgenootschap zien, maar als een stoorfactor. En in Duitsland is een kanselierschap van Alice Weidel (AfD), wier partij openlijk flirt met een vertrek uit de EU, niet langer uitgesloten. 

    ‘Terugkijkend op het begin van de EU is de realiteit ontnuchterend,’ schrijft ze. Wat ooit begon als economisch project na de Tweede Wereldoorlog groeide uit tot een vredesproject dat welvaart, veiligheid en vrijheid beloofde. ‘Als Oost-Duitser sloot ik pas later aan. Maar ook in de jaren negentig was het idee nog altijd glashelder: dit Europa wilde meer zijn dan een markt.’ Maar al ruim twintig jaar spreekt niemand meer van een ‘ever closer union’. In plaats daarvan ontwikkelde de EU zich tot een economische ruimte ‘met starre voorschriften, democratische tekortkomingen en privileges voor de sterken en degenen met de grootste mond’.

    ‘Europa is er nog, maar het draagt niet meer’

    De Brexit in 2016 heeft deze omwenteling niet veroorzaakt, maar wel zichtbaar gemaakt. Het vertrouwensverlies begon volgens Rennefanz veel eerder. ‘Misschien al in 2004 en 2005, toen het project van een Europese grondwet mislukte. Tijdens de eurocrisis tussen 2010 en 2015 werd nog eens duidelijk hoe broos de Europese solidariteit was.’ De Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble opperde in 2015 een tijdelijk vertrek van Griekenland uit de eurozone. ‘Europa was bereid een lid op te offeren. Dat ging ten koste van het vertrouwen – en gaf de populisten van links en rechts een impuls.’

    Europa moet zich staande houden te midden van de neo-imperialisten. Maar soevereiniteit ontstaat niet alleen uit herbewapeningsprogramma’s. ‘Ze komt voort uit politieke verbondenheid, uit vertrouwen – en uit de bereidheid om conflicten samen uit te vechten, in plaats van ze te moraliseren of eindeloos uit te stellen.’ 

    Het einde van de EU is niet langer een taboeonderwerp, ziet Rennefanz. ‘De Europese Unie is vermoeid. Niet uiteengevallen, niet handelingsonbekwaam – maar vanbinnen uitgehold. Technisch en contractueel functioneert ze nog wel. Maar ze overtuigt nauwelijks nog. Europa is er nog, maar het draagt niet meer.’ Lange tijd werd het einde van de EU als ondenkbaar beschouwd. ‘Vandaag is het vooral een onaangename gedachte waar niemand graag over praat. Het zou me niet verbazen als deze Europese Unie over tien jaar niet meer zou bestaan. Niet door een grote knal, maar door een sluipend verlies aan betekenis.’

    Sabine Rennefanz bekijkt in haar column in Der Spiegel ‘Neue Heimatkunde’ de Duitse politiek en samenleving onder andere vanuit het perspectief van haar Oost-Duitse afkomst. Ze is politicoloog en werd in 2012 bekroond met de Duitse Reporterprijs. Ze heeft verschillende boeken gepubliceerd, waaronder de roman Kosakenberg.


    Nee: ‘Anderen reageren met dreigementen, agressie en chantage; de Europeanen steken de hand uit’

    Het is volgens Brussel-correspondent Jan Diesteldorf in Süddeutsche Zeitung hoog tijd om een pijnlijk feit onder ogen te zien: de op regels gebaseerde internationale orde is in verval. ‘Deze wereldorde is misschien altijd al een kwetsbaar, keer op keer ondermijnd construct geweest, maar met Donald Trump in het Witte Huis stort ze echt in elkaar. Bovendien is er geen goede partij om het stokje van de VS over te nemen.’ De Europese Unie zal deze rol in de nabije toekomst ook niet kunnen vervullen: ze heeft te weinig macht, geen presidentiële beslissingsbevoegdheid en evenmin de nodige militaire slagkracht.

    ‘Toch is er hoop. De EU doet haar uiterste best om ten minste delen van deze orde te verdedigen. Anderen reageren met dreigementen, agressie en chantage; de Europeanen steken de hand uit en willen partners zijn.’ De handelsovereenkomst met de Zuid-Amerikaanse Mercosur-landen, die eind vorige week door de EU-lidstaten is goedgekeurd, is hier een goed voorbeeld van. Dit toekomstige partnerschap met de belangrijkste economieën van Zuid-Amerika is volgens Diesteldorf een geostrategische zet van groot belang. De vrijhandelszone tussen de 27 EU-lidstaten en Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay omvat ruim 700 miljoen mensen, een handelsvolume van 111 miljard euro en een jaarlijkse economische productie van 21 biljoen dollar.

    ‘Ondanks alle onenigheid geeft de EU niet op’

    Het heeft veel energie en geld gekost om tot een akkoord te komen. Er is namelijk 26 jaar onderhandeld. Uiteindelijk ging Italië overstag, waardoor er een meerderheid kwam. ‘Het ligt voor de hand om de onenigheid binnen de EU eens te meer als een zwakte te interpreteren. Ja, zevenentwintig onafhankelijke staten zijn het zelden eens.’ Maar dit is niet per se negatief, vindt hij. ‘Als je het van de andere kant bekijkt, is dit juist een bewijs van moed: ondanks alle onenigheid geeft de EU niet op, omdat ze deze kan overwinnen.’

    Het akkoord van het Mercosur-verdrag is dus ook symbolisch gezien van groot belang. ‘Enerzijds is er het zwakke Europa, dat zich zorgen maakt om Groenland en de NAVO omdat Trump het bij Denemarken behorende eiland “nodig” heeft, en dat ademloos toekijkt hoe dee Amerikaanse president het Venezolaanse staatshoofd ontvoert. Maar anderzijds is Europa het grootste handelsblok ter wereld, en juist daarin ligt zijn macht: betrouwbaarheid als tegenmodel voor agressieve machtspolitiek.’

    Jan Diesteldorf schrijft als correspondent in Brussel voor Süddeutsche Zeitung over het economische en financiële beleid van de EU.

  • Moet de EU haar digitale regelgeving versoepelen om concurrerend te blijven?

    Moet de EU haar digitale regelgeving versoepelen om concurrerend te blijven?

    Europa staat onder druk: om te kunnen concurreren met de VS en China wil de EU de AI- en privacywet versoepelen, maar critici vrezen voor de mogelijke gevolgen. Moet Europa zijn regels aanpassen of juist handhaven?

    Nee: ‘Het niet stoppen van schadelijke activiteiten die de democratie ondermijnen, zal het continent alleen maar beschadigen’

    De term ‘Brussel-effect’ werd in 2012 geïntroduceerd door Anu Bradford, expert internationaal handelsrecht aan Columbia University. Het begrip verwees naar de greep van de wetgeving van de Europese Unie op de wereldpolitiek. Door versnelde globalisering groeide Brussel uit tot de belangrijkste speler op het gebied van regelgeving en juridische procedures. ‘De omvang van haar markt en invloed overtuigde multinationals er destijds van dat ze er verstandig aan deden om de strenge EU-regels te handhaven. Die tijd lijkt nu voorbij’, concludeert Stéphane Lauer, columnist voor Le Monde

    Donald Trump richtte zich vanaf het begin van zijn tweede ambtstermijn op de regelgevende macht van de EU en beschuldigde de 27 lidstaten ervan Amerikaanse techbedrijven opzettelijk dwars te liggen. Hij heeft onophoudelijk opgeroepen tot de ontmanteling van de Digital Services Act (DSA) en de Digital Markets Act (DMA). ‘Deze wetten moeten voorkomen dat internetgiganten onze privacy schenden, de concurrentie verstoren en de informatieruimte naar hun hand zetten,’ legt Lauer uit. ‘Grote Amerikaanse techbedrijven zien Europese regels als obstakels voor hun bedrijfsmodel en hebben in Donald Trump hun sterkste pleitbezorger gevonden.’

    De Amerikaanse regering wil dat de EU de strenge techregels afschaft in ruil voor verlaging van de tarieven op Europese export. Tijdens een overleg op 24 november in Brussel verzocht de Amerikaanse minister van Handel, Howard Lutnick, nog om de ontmanteling van Europese digitale wetgeving in ruil voor een ‘mooie deal over staal en aluminium’. 

    ‘De “omnibuswet” lijkt een reactie te zijn op de druk van de Amerikaanse regering’

    Naast het Amerikaanse offensief is er een tweede ontwikkeling. De Europese Commissie blijkt namelijk bereid om op eigen initiatief de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de wet inzake kunstmatige intelligentie (AI) te versoepelen, om zo haar concurrentievermogen te verbeteren. Voorstellen hiertoe werden door de Europese Commissie op 19 november gedaan in het kader van de zogeheten ‘omnibuswet’. Met de nieuwe wet krijgen bedrijven meer ruimte om data te gebruiken voor de ontwikkeling van AI. Lauer is sceptisch. ‘Hoewel minder bureaucratie wenselijk is, lijkt de “omnibuswet” eerder een reactie te zijn op de druk van de Amerikaanse regering’, schrijft hij.

    De EU moet zich volgens de Franse columnist niet laten wijsmaken dat het een binaire keuze is: óf innovatie óf regulering. ‘Door deze tweedeling te accepteren, riskeert ze op beide fronten te verliezen. Het niet stoppen van schadelijke activiteiten die de democratie ondermijnen, zal het continent alleen maar beschadigen.’

    De inzet is hoog. Als Europa buigt voor Amerikaanse druk zou er definitief geen sprake meer zijn van het ‘Brussel-effect’. Lauers boodschap is helder: ‘Een digitale inhaalslag betekent niet dat de EU lukraak moet dereguleren of zich moet laten inzetten als pion van de internetgiganten.’

    Stéphane Lauer is een economisch journalist met dertig jaar ervaring bij het Franse dagblad Le Monde.


    Ja: ‘Europa riskeert permanent achter te lopen op de VS en China’

    ‘De EU-regelgeving heeft belangrijke bijdragen geleverd aan het waarborgen van gegevensprivacy en concurrentie in de technologiesector’, schrijft Financial Times in een redactioneel. ‘Maar met de AI-wet van 2024 is er een grens overschreden. De regels hebben geleid tot felle lobbyactiviteiten van grote technologiebedrijven en de Amerikaanse overheid. Bovendien brengen ze het concurrentievermogen van EU-bedrijven en start-ups in gevaar.  Europa riskeert hierdoor permanent achter te lopen op de VS en China in de race om de transformatieve technologie te ontwikkelen en te benutten.’

    Volgens de krant overschatte de EU aanvankelijk de risico’s van AI. ‘Er moet een goed evenwicht worden gevonden tussen beperkende regels en de vrijheid om innovatieve technologieën na te streven.’ Te veel regels beschermen gevestigde bedrijven tegen concurrentie, terwijl nieuwe spelers erdoor worden gehinderd. ‘Hoewel Big Tech regelmatig klaagt over de hoge kosten van naleving van de regelgeving, zijn de kosten voor grote bedrijven relatief beperkt. Voor kleine bedrijven kunnen de bedragen echter onbetaalbaar zijn.’

    ‘De belangrijkste motivatie is dat Europa een betere kans krijgt om te concurreren op het gebied van AI’

    De Europese Commissie stelt voor om de volgende fase van de AI-regels, voor systemen met ‘hoog risico’ in bijvoorbeeld de gezondheidszorg en kritieke infrastructuur, een jaar uit te stellen. Ook bestaande GPAI-systemen (General-Purpose AI) krijgen een jaar extra om zich aan te passen.

    De EU zou er volgens Financial Times verstandig aan doen om deze gelegenheid aan te grijpen voor een bredere herziening van haar AI-regels, teneinde deze flexibeler te maken. ‘Dat is geen geval van toegeven aan Donald Trump of Big Tech, al hopen sommige EU-functionarissen dat de nieuwe wet de Amerikaanse regering tevreden stelt en daardoor de druk op andere digitale wetten zal verlichten. De belangrijkste motivatie is dat Europa een betere kans krijgt om te concurreren op het gebied van AI.’

    Europa loopt flink achter op het gebied van vernieuwende start-ups. ‘De toegang tot kapitaal is te beperkt en de energiekosten zijn te hoog om de grootschalige infrastructuur van de VS na te bouwen.’ Volgens de krant levert het versoepelen van de regels dus alleen iets op als dit samengaat met bredere hervormingen.

    De redactieraad van Financial Times vertegenwoordigt het standpunt van Europa’s meest toonaangevende financiële en economische dagblad.

  • Bracht de moderne presidentscampagne van Connolly haar terecht naar de overwinning?

    Bracht de moderne presidentscampagne van Connolly haar terecht naar de overwinning?

    Twee columnisten van The Irish Times zagen hoe de winnaar van de Ierse presidentsverkiezingen Catherine Connolly sociale media behendig wist in te zetten tijdens haar campagne. Hoewel dat volgens Una Mullally toegejuicht mag worden, vraagt Breda O’Brien zich af of het zich ook kan doorvertalen naar serieus presidentschap.

    Ja: ‘Catherine Connolly vond haar publiek en sprak een taal die ze begrepen’

    Het ambt van een president in Ierland is grotendeels ceremonieel. Je bent een soort boegbeeld dat het geweten van de Ierse samenleving weerspiegelt, legt Irish Times-redacteur Una Mullally uit in een stuk dat door The Guardian werd gepubliceerd. ‘Mijn theorie is dat de winnaar van de Ierse presidentsverkiezingen degene is die thematisch aansluit bij de (op dat moment) heersende maatschappelijke waarden: Robinson de feminist, McAleese de bruggenbouwer tussen noord en zuid, Higgins de socialistische dichter, en nu Catherine Connolly, de anti-oorlogspresident.’

    Connolly is niet verbonden aan een politieke partij, maar wordt gesteund door de grote linkse partijen in Ierland, waaronder Sinn Féin. Ze won met 60 procent van de stemmen van de centrumrechtse Heather Humphreys. 

    Connolly sprak zich tijdens haar campagne herhaaldelijk uit tegen oorlog en militarisering, is zeer kritisch over de reactie van de EU op wat in Ierland wordt beschouwd als de genocide op Palestijnen en ze steunde het referendum over het homohuwelijk in 2015 en het referendum over abortusrecht in 2018. Ook kaartte ze herhaaldelijk de klimaatcrisis, de rechten van mensen met een beperking, de Ierse woningcrisis en het belang van de Ierse taal aan. ‘Ze voerde een positieve campagne en bleef altijd kalm in debatten,’ aldus The Guardian

    De doorgewinterde politicus en advocaat trok de aandacht van de kiezers met virale video’s waarin ze pronkte met haar voetbal- en basketbalvaardigheden. Ook nam ze deel aan populaire podcasts voor lange interviews. ‘Catherine Connolly vond haar publiek en sprak een taal die ze begrepen’, concludeert de Ierse columnist. 

    ‘Ze heeft de klassieke methoden van het politieke establishment op hun kop gezet’

    Volgens Mullally begreep Connolly’s campagneteam hoe belangrijk beeldtaal is in de online communicatie van nu. Het campagnelogo bevatte Keltische motieven en was geïnspireerd op traditionele Ierse winkelpuien. 

    ‘Ze zal niet de macht hebben om de huizencrisis aan te pakken, het grootste politieke en sociale probleem in Ierland. Maar ze bracht het wel onder de aandacht. Door haar slimme inzet van moderne communicatiemiddelen, waar ze een enorm publiek mee bereikte, heeft ze de klassieke methoden van het politieke establishment op hun kop gezet en laten zien hoe je door middel van een positieve, geraffineerde campagnevoering een oprechte band opbouwt met de kiezer.’

    Una Mullally is een Ierse journalist en presentator uit Dublin. Ze is columniste bij The Irish Times.


    Nee: ‘Sociale media lenen zich niet voor serieuze analyse, ook niet als ze geen opzettelijke desinformatie bevatten’

    ‘Jongeren geven openlijk toe dat ze last hebben van “brain rot” door het constant scrollen en kampen met een telefoonverslaving. Maar wanneer een presidentskandidaat erin slaagt hun aandacht een paar seconden te trekken, wordt dat beschouwd als een geweldige prestatie in plaats van een verergering van het probleem’, schrijft Breda O’Brien in The Irish Times. ‘Blijkbaar zorgt die aanpak ervoor dat Connolly herkenbaar is. Maar dit is ook de vrouw die lastige vragen systematisch ontweek. Herkenning is blijkbaar belangrijker dan verantwoording’, hekelt de vaste columnist. 

    Ook O’Brien haalt de podcasts aan waar Connolly te gast was. ‘Afgezien van een aflevering met de journalist Sean O’Rourke in februari, voordat ze haar kandidatuur aankondigde, waren deze interviews niet bepaald kritisch.’ De zeer succesvolle podcaster David Chambers, bekend onder zijn professionele pseudoniem Blindboy Boatclub, bevestigde de ‘vibe-theorie’ van Financial Times-columnist Janan Ganesh, waarbij kiezers hun steun baseren op gevoel en uitstraling in plaats van op inhoud of beleid. Het kiezen van een president, zo stelde Chambers, draait allemaal om ‘het gevoel dat de kandidaat een fatsoenlijk persoon is, iemand die oprecht om je geeft en niet achterbaks is’. Zijn podcast trekt naar schatting honderdduizenden tot een miljoen luisteraars per aflevering. ‘Tijdens de show– die een enorm luisterpubliek heeft – werd geen enkele lastige vraag gesteld,’ benadrukt O’Brien.

    ‘Een vibe kan binnen enkele seconden veranderen’

    Je stem laten afhangen van ‘vibes’ is gevaarlijk, stelt de columnist. ‘Een vibe kan binnen enkele seconden veranderen. Sociale media lenen zich niet voor serieuze analyse, omdat elk medium dat afhankelijk is van click altijd op het randje van excessen balanceert.’

    Het symbolische karakter van het ambt doet niets af aan O’Briens argumentatie. ‘Ja, het is grotendeels ceremonieel, maar het heeft echte functies.’ De president brengt bijvoorbeeld staatsbezoeken en ontvangt buitenlandse staatshoofden in eigen land. ‘Hoe ongemakkelijk zal het bijvoorbeeld voor Connolly zijn om de Duitse bondskanselier te begroeten nadat ze het herbewapeningsbeleid van zijn land heeft vergeleken met dat van het Duitsland van de jaren dertig?’

    De verkiezingen werden ontsierd door een lage opkomst van 46,3 procent en maar liefst een op de acht kiezers diende een ongeldig stembiljet in. ‘Er waren ruim tweeduizend ongeldige stemmen, het hoogste aantal in een moderne Ierse verkiezing, omdat veel kiezers ontevreden waren met de keuze van kandidaten op het stembiljet’, aldus The Irish Times.

    De lage opkomst en vele proteststemmen duiden volgens de columnist op een diepe kloof tussen de Ierse bevolking en de politiek. ‘Er is veel meer nodig dan handigheid met digitale media om president te zijn voor iedereen.’

    Breda O’Brien is een Ierse docent en columnist die wekelijks een column schrijft voor The Irish Times. O’Brien is een veelgevraagd woordvoerder van katholieke standpunten over politieke kwesties, zoals het verzet tegen abortus en het homohuwelijk.

  • Moet Oekraïne grondgebied aan Rusland afstaan ​​om vrede te bereiken?

    Moet Oekraïne grondgebied aan Rusland afstaan ​​om vrede te bereiken?

    Afgelopen weekend was Volodymyr Zelensky op bezoek bij Donald Trump om een einde aan de oorlog in Oekraïne te bespreken. De Amerikaanse president gaf aan dat het land de Donbas aan Rusland moet afstaan, omdat Poetin het anders zal ‘vernietigen’. Moet Oekraïne aan deze eis gehoor geven?

    Ja: ‘Zonder onderhandelingen zal er onvermijdelijk alleen maar meer oorlog, vernietiging en dood volgen’

    Gereon Asmuth, hoofd van de redactie van Die Tageszeitung, begrijpt hoe moeilijk het voor Oekraïne is om een deel van zijn territorium aan Rusland af te staan. ‘Het zou een overwinning zijn voor Poetin en een zwaar te dragen nederlaag voor Oekraïne. Maar het is de enige manier om een ​​einde te maken aan deze even ondraaglijke oorlog’, schrijft hij in Die Tageszeitung

    Volgens de redacteur zijn er twee manieren om een oorlog te beëindigen. De eerste optie is een militaire overwinning, waarbij de vijand tot overgave wordt gedwongen, zoals in 1945. Maar dat is voor Oekraïne ten enenmale uitgesloten, denkt hij. ‘Een militaire overwinning op Rusland is ondenkbaar zonder wereldwijde escalatie. Omgekeerd blijft een triomf van Poetin in Kyiv helaas mogelijk als Oekraïne aan het eind van zijn Latijn is gekomen. Maar daar zit niemand op te wachten.’ 

    De tweede optie is dat de oorlog vastloopt, zonder akkoord, met het constante gevaar dat hij weer uitbreekt. Veiligheid, stabiliteit, zelfs vrede, worden daardoor onmogelijk. Daarmee blijven er volgens hem twee opties over: de oorlog gaat door, met alle funeste gevolgen van dien, of er wordt door middel van onderhandeling een oplossing bereikt. Poetin gaat zijn troepen hoe dan ook nooit uit Oekraïne terugtrekken. 

    Een militaire overwinning is voor Oekraïne ten enenmale uitgesloten

    Asmuth denkt dat er voor Zelensky niets anders op zit dan onderhandelen. ‘Een aanhoudende oorlog doet meer pijn dan een in wezen onaanvaardbaar einde aan de oorlog. Maar vrede over de rug van de Oekraïners is geen vrede.’ 

    Mocht er een vredesakkoord komen, dan is het niet te verwachten dat Poetin zich eraan zal houden. ‘Het zal niet werken zonder op zijn minst vredestroepen van de VN of derde landen. Zelfs dan is er geen garantie dat er geen nieuwe oorlog uitbreekt. Maar zonder onderhandelingen zal er onvermijdelijk alleen maar meer oorlog, vernietiging en dood volgen,’ besluit Asmuth. 


    Nee: ‘Toegeven aan Rusland zou voor Oekraïne neerkomen op zelfmoord in termijnen’ 

    Barbara Oertel, redacteur Oost-Europa en hoofd van de buitenlandredactie van Die Tageszeitung, ziet territoriale concessies als een no-go. ‘Toegeven aan deze eis zou betekenen dat landroof die in strijd is met het internationaal recht wordt gelegitimeerd en dat de agressor wordt beloond voor zijn criminele daden.’ 

    Bij deze territoriumruil gaat het om de vier Oekraïense gebieden die min of meer bezet zijn door Russische troepen: Donetsk, Loehansk, Cherson en Zaporizja. ‘De Russische president wil deze gebieden nu volledig annexeren; het Kremlin zal zelfs de minimale toezegging om aan de onderhandelingstafel te komen niet doen. Te midden van deze cynische oorlogsspelletjes wordt de bevolking van Oekraïne, die al leeft en lijdt onder de Russische bezetting, volledig uit het oog verloren.’  

    ‘Toegeven aan deze eis zou betekenen dat de agressor wordt beloond voor zijn criminele daden’ 

    Onderhandelen heeft volgens de redacteur Oost-Europa dus geen zin: Rusland blijft vasthouden aan zijn eis dat Oekraïne deze vier gebieden inlevert en wil geen onderhandelingen over dit punt. Die eis is voor Oekraïne echter onmogelijk in te willigen. ‘Toegeven aan Rusland, dat zijn inzet voor vrede dagelijks demonstreert met grootschalige bombardementen op zijn buurland, zou voor Oekraïne neerkomen op zelfmoord in termijnen. En bovendien: welke garanties hebben we dat Moskou tevreden zal zijn met wat het heeft bereikt? Helaas hebben de voorstanders van territoriale concessies geen antwoord op deze vraag.’ 

    Oertel verwijst in het slot van haar betoog naar het boek Als Rusland wint van de Duitse politicoloog en militair expert Carlo Masala. Daarin beschrijft hij hoe Russische troepen in 2028 de Estische stad Narva innemen, die grotendeels bewoond wordt door mensen van Russische afkomst. Hoewel dit nog maar een toekomstscenario is, vraagt Oertel zich af hoe lang dit nog zo zal blijven.

  • Is een lager geboortecijfer beter voor het milieu?

    Is een lager geboortecijfer beter voor het milieu?

    In steeds meer landen, waaronder in het VK, de VS en Japan, daalt het geboortecijfer. Is dit goed nieuws voor onze planeet?

    Ja: ‘We moeten deze positieve trend omarmen en ons eraan aanpassen’

    ‘Ooit werd de groeiende bevolking gezien als de belangrijkste oorzaak van het uitsterven van diersoorten, de uitputting van natuurlijke hulpbronnen, vervuiling en milieuvernietiging,’ blikt Kirsten Stade, conservatiebioloog, terug in Newsweek. ‘Maar tegenwoordig horen we eerder dat er te weinig van ons zijn dan te veel. Deze “crisis”, zo wordt ons verteld, zal ernstige gevolgen hebben voor onze economie en vooral voor senioren.’ 

    Stade wijst erop dat deze retoriek een vertekend beeld geeft. De wereldbevolking groeit namelijk nog steeds met 80 miljoen mensen per jaar en dat heeft grote gevolgen voor het milieu. ‘Ondanks dat het verband tussen bevolkingsgroei en klimaatverandering meermaals is bewezen, komt het terugdringen van onze bevolkingsgroei nauwelijks aan bod in het klimaatdebat.’

    Sommigen beweren dat groene technologie een oplossing zou zijn voor het duurzaam ondersteunen van een groeiende wereldbevolking. Maar volgens Stade is dat helemaal niet zo gemakkelijk. Om groene alternatieven zodanig op te schalen, zijn grote investeringen in fossiele brandstoffen en mijnbouw nodig. ‘Mijnbouw voor lithium, koper, nikkel en kobalt, dat wordt gebruikt voor het maken van windturbines en elektrische auto’s, vindt vaak plaats ten koste van laagbetaalde arbeiders, onder wie veel kinderen. En het leidt tot vernietiging van natuurgebieden. Binnenkort is ook de diepzeebodem aan de beurt, wat ten koste zal gaan van het ecosysteem en nog onontdekte diersoorten.’

    ‘Het is moeilijk voor te stellen hoe we tegen 2100 nog eens 2 miljard extra mensen kunnen voeden’

    Ook de voedselproductie vormt een grote uitdaging. ‘Met onze huidige bevolkingsgrootte en consumptiepatroon neemt landbouw al 40 procent van het ijsvrije landoppervlak van de aarde in beslag’, schrijft ze. Ontbossing en habitatvernietiging voor landbouw vormen de grootste bedreiging voor de meeste bedreigde diersoorten. Bovendien verbruikt de agrarische sector 70 procent van het zoetwater. ‘Het is moeilijk voor te stellen hoe we tegen 2100 nog eens 2 miljard extra mensen kunnen voeden zonder de planeet verder uit te putten.’

    Een dalend geboortecijfer hoeft dus geen reden te zijn tot paniek. ‘Nu de opwarming van de aarde miljarden mensen dreigt te verdrijven naar gebieden waar de temperatuur nog geschikt is voor menselijk leven, is het niet het moment om ons zorgen te maken over te weinig mensen,’ aldus Stade. ‘In feite is de daling van het geboortecijfer een reden tot vreugde: ze weerspiegelt gendergelijkheid, het welzijn van kinderen en het verlichten van onze druk op de aarde. In plaats van te treuren over het lage geboortecijfer, zouden we deze positieve trend moeten omarmen, ons eraan aanpassen en vieren wat het betekent voor de toekomst van onze planeet.’

    Kirsten Stade is conservatiebioloog en communicatiemanager bij de ngo Population Balance.


    Nee: ‘Dalende vruchtbaarheidscijfers kunnen de planeet eerder schaden dan helpen’

    ‘De bezorgdheid over het dalende geboortecijfer neemt toe’, schrijft John Burn-Murdoch in Financial Times. Volgens hem beschouwen progressieven de bezorgdheid over het dalende geboortecijfer als een inherent conservatieve kwestie, omdat het stimuleren van meer kinderen kan botsen met vrouwenrechten. Bovendien betekent meer mensen meer uitstoot. ‘Maar door dit onderwerp aan rechts over te laten, riskeren progressieven juist een conservatievere en minder groene toekomst.’

    Een populair argument is dat het dalende geboortecijfer goed zou zijn voor de planeet. ‘De werkelijkheid is minder zwart-wit. De totale uitstoot is namelijk afhankelijk van twee factoren: het aantal mensen dat uitstoot produceert en de hoeveelheid die iedere persoon uitstoot,’ legt Burn-Murdoch uit. ‘De tweede factor heeft een veel grotere impact. Zo hebben technologische vooruitgang en groen beleid de gemiddelde ecologische voetafdruk van westerlingen de afgelopen decennia drastisch verkleind, wat betekent dat landen als het VK en de VS hun totale uitstoot sterk hebben verminderd, ondanks dat de bevolking is gegroeid. In Japan daarentegen heeft de afkeer van schone kernenergie na de ramp in Fukushima geleid tot een stijging van de uitstoot, terwijl het geboortecijfer steeds verder daalde.’

    Het is volgens Burn-Murdoch niet alleen zo dat innovatie demografische ontwikkelingen overschaduwt; de twee zijn met elkaar verbonden. ‘Landen met een oudere bevolking zijn over het algemeen conservatiever en minder innovatief, wat de vergroening van hun economieën en samenlevingen kan vertragen.’

    ‘Een groeiende kloof tussen het geboortecijfer van links en rechts zal de liberalisering vertragen’

    Een studie die dit jaar door een groep Amerikaanse onderzoekers is gepubliceerd, komt tot een vergelijkbare conclusie. ‘In het beste geval zullen de dalende geboortecijfers een verwaarloosbare invloed hebben op de mondiale temperaturen en veel te laat komen om de klimaatdoelstellingen te beïnvloeden. In het slechtste geval zal het netto effect zijn dat de vooruitgang wordt vertraagd, waardoor de planeet nog meer vervuild raakt en verder opwarmt.’

    Uit recente studies blijkt dat het gebrek aan bezorgdheid van links over het dalende geboortecijfer de samenleving waarschijnlijk in een meer conservatieve richting duwt. ‘Van de VS tot Europa en daarbuiten krijgen mensen die zichzelf als conservatief beschouwen bijna evenveel kinderen als tientallen jaren geleden. De daling is vooral te zien bij progressieve linkse mensen, waardoor elke volgende generatie verder naar rechts verschuift dan anders zou zijn gebeurd.’ Natuurlijk nemen kinderen niet zomaar de politieke opvattingen van hun ouders over. Maar het staat volgens de datajournalist vast dat de waarden van kinderen sterk worden beïnvloed door die van hun ouders. ‘Een groeiende kloof tussen het geboortecijfer van links en rechts zal de liberalisering dus vertragen en kan leiden tot samenlevingen en politici die minder liberaal zijn en minder aandacht hebben voor het milieu dan anders het geval zou zijn. (…)

    Iedereen moet de mogelijkheid hebben om het aantal kinderen te krijgen dat hij of zij wenst, en nul is een even legitieme keuze als elke andere. Maar als een deel van iemands redenering om geen kinderen te krijgen is dat dit de juiste keuze is voor de planeet, of dat het progressieve waarden belichaamt, dan is dit zeker niet eenduidig door bewijs onderbouwd.’

    John Burn-Murdoch is columnist en dataverslaggever voor Financial Times. Hij schrijft de wekelijkse column Data Points.

  • Heeft Palestina baat bij internationale erkenning?

    Heeft Palestina baat bij internationale erkenning?

    Het Verenigd Koninkrijk, Australië en Canada erkennen met onmiddellijke ingang de Palestijnse staat. Dat maakten de premiers van de drie landen zondagmiddag tegelijk bekend. Andere landen hebben ook aangegeven de staat Palestina te zullen erkennen, zoals België, Luxemburg, Frankrijk en Malta. Is dit een eerste stap richting vrede?

    Ja: ‘Internationale erkenning van een Palestijnse staat is een belangrijk begin’

    ‘In zekere zin is deze stap symbolisch. Het zal de situatie in het Midden-Oosten niet veranderen, althans niet op korte termijn. Maar het is wel degelijk een belangrijke stap’, schrijft Hussein Ibish, senior resident scholar bij het Arab Gulf States Institute in Washington in The Atlantic.

    Dat er momenteel geen Israëlisch-Palestijns vredesproces gaande is, komt volgens Ibish omdat Israël weigert te praten met de diplomatieke vertegenwoordiger van het Palestijnse volk, de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO). ‘In feite heeft Israël de PLO en haar dochterorganisaties – de Palestijnse Autoriteit op de Westelijke Jordaanoever en de politieke partij Fatah – verantwoordelijk gesteld voor de acties van alle Palestijnen, inclusief de extremistische aartsrivaal van de PLO, Hamas.’

    De Israëli’s beweren dat erkenning van de Palestijnse staat Hamas zou belonen, maar dat klopt niet. ‘Het enige waar het PLO en Hamas het over eens zijn, is dat ze allemaal Palestijnen zijn.’ De PLO is een seculiere nationale beweging die nog steeds streeft naar vrede met Israël door middel van diplomatieke onderhandelingen en de oprichting van een kleine Palestijnse staat in de bezette gebieden. Hamas is een islamitische partij en militie die niet alleen in de bezette gebieden, maar ook in wat nu Israël is, een theocratische moslimregering wil. ‘In de Palestijnse politiek liggen ze zo ver uit elkaar, dat vrijwel alles wat de ene groep zou versterken, de andere verzwakt,’ aldus Ibish.

    Internationale erkenning zou niet alleen de extreme eisen van Hamas afwijzen, maar ook die van de Israëlische rechterflank en een rem zetten op de uitbreiding op de Westelijke Jordaanoever – ‘het enige gebied dat een realistische kans heeft om een Palestijnse staat te worden’.

    ‘Landen die Palestina erkennen sturen een duidelijke boodschap naar Israël: beëindig de oorlog in Gaza’

    ‘Terwijl de ogen van de wereld gericht zijn op de verschrikkingen van de oorlog in Gaza, hebben extreemrechtse Israëlische functionarissen, onder leiding van minister van Financiën Bezalel Smotrich, feitelijk de leiding genomen over de Westelijke Jordaanoever, waar ze het conflict aanwakkeren door rechtse kolonisten aan te moedigen om Palestijnse dorpelingen lastig te vallen.’ Internationale erkenning van de Palestijnse staat zou de plannen van Israël voor de Westelijke Jordaanoever kunnen bemoeilijken. ‘Landen die Palestina erkennen sturen een duidelijke boodschap naar Israël: beëindig de oorlog in Gaza, en nog belangrijker, breid de formele controle over de Westelijke Jordaanoever niet uit.’

    Het tegenwerken van de Israëlische annexatiepogingen is volgens Ibish cruciaal om de mogelijkheid van een tweestatenoplossing nieuw leven in te blazen. ‘De wereld moet handelen alsof een tweestatenoplossing niet alleen noodzakelijk, maar ook realistisch is. Internationale erkenning van een Palestijnse staat is een belangrijk begin. Zonder een dergelijke staat naast Israël zullen deze twee gekwelde volkeren, de hele regio en de hele wereld veroordeeld zijn tot nog eens tientallen jaren, en mogelijk eeuwen, van bloedvergieten en onderdrukking. Je schouders ophalen en deze uitkomst accepteren is geen optie.’

    Hussein Ibish is senior resident scholar bij het Arab Gulf States Institute in Washington. Hij is wekelijks columnist voor The National (VAE), voormalig columnist voor Bloomberg en schrijft regelmatig voor The Atlantic en The Daily Beast.


    Nee: ‘Erkenning dient als afleidingsmanoeuvre voor wat er werkelijk moet gebeuren: sancties opleggen’

    ‘Europese erkenning van Palestina is een betekenisloos gebaar dat Israël vrijuit laat gaan’, schrijft de Israelische journalist Gideon Levy in het onafhankelijke Israelische dagblad Haaretz. ‘Sterker nog, internationale erkenning van een Palestijnse staat beloont Israël, aangezien een dergelijke erkenning dient als afleidingsmanoeuvre voor wat er werkelijk moet gebeuren: sancties opleggen.’

    Het is volgens Levy een puur symbolische zet van westerse leiders. ‘Deze regeringen gebruiken dit om woedende burgers wijs te maken dat ze niet zwijgen.’ Inhoudelijk stelt het niets voor, betoogt hij. Bovendien kan Israël de verklaringen negeren zolang het verzekerd is van Amerikaanse steun. ‘Het steeds maar herhalen van “Niet in mijn naam” zal de medeplichtigheid van liberalen niet uitwissen.’ 

    Volgens Levy laat deze handelwijze zien hoezeer de angst voor Donald Trump de wereldpolitiek verlamt. Landen vrezen de politieke en economische gevolgen van echte sancties tegen Israël. ‘De wereld geeft voorlopig de voorkeur aan een verbaal feestje. Sancties zijn goed als het gaat om Russische invasies, niet om Israëlische. Maar zolang erkenning niet gepaard gaat met het opleggen van een prijskaartje voor genocide, gaat Israël niet veranderen.’

    ‘Je moet wel waanzinnig optimistisch en naïef zijn om te geloven dat erkenning nog steeds relevant is’

    Volgens Levy profiteert Israël dus op korte termijn van erkenningen, omdat het een vervanging is voor echte sancties. Op lange termijn kan het erkennen van een denkbeeldige staat enig voordeel opleveren, omdat het de noodzaak om een oplossing te vinden vergroot. ‘Maar je moet wel waanzinnig optimistisch en naïef zijn om te geloven dat erkenning nog steeds relevant is.’ De Palestijnen hebben geen leiders. Israël heeft er alles aan gedaan om een dergelijke staat te dwarsbomen, en daar zijn ze in geslaagd, aldus de journalist. ‘Het is mooi dat Downing Street 10 een Palestijnse staat wil, maar zolang Jeruzalem dat niet wil, met de extremistische nederzetting Yitzhar die zich bezighoudt met het vernietigen van Palestijns eigendom en steeds sterker wordt met de blinde steun van Washington aan Israël, zal dat niet gebeuren.’

    Levy vraagt retorisch: ‘Waar zou die staat überhaupt gesticht worden? In een tunnel tussen Yitzhar en Itamar? Bestaat er een macht die honderdduizenden kolonisten zou kunnen evacueren? Is er een politiek kamp dat daarvoor zou vechten?’

    De enige realistische route, concludeert Levy, is dat er eerst praktische strafmaatregelen worden ondernomen om Israël te dwingen de oorlog te beëindigen. Maar ook dat zal de hoop op een tweestatenoplossing geen nieuw leven inblazen. ‘De enige twee oplossingen die nu nog overblijven zijn ofwel apartheid, ofwel een democratie tussen de Middellandse Zee en de Jordaan, met één leider en één stem. Helaas is er, tot mijn grote teleurstelling, geen derde optie meer.’

    Gideon Levy is een Israëlische journalist en auteur. Hij schrijft columns en opiniestukken voor Haaretz waarin hij zich vaak richt op de Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden. Voor zijn kritische en op mensenrechten toegespitste verslaggeving ontving hij diverse prijzen, waaronder in 2021 de prestigieuze Sokolovprijs, Israëls hoogste journalistieke onderscheiding.

  • Is het hernoemen van het Department of Defense meer dan een politieke stunt?

    Is het hernoemen van het Department of Defense meer dan een politieke stunt?

    Donald Trump tekende vorige week een decreet waarmee het Department of Defense zijn oorspronkelijke naam terugkreeg. Levert dit de VS echt iets op?

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement op 360 Magazine.

    Ja: ‘De nieuwe naam zou kunnen leiden tot een meer toegespitst debat over hoe deze macht gebruikt moet worden’

    ‘Eufemismen vervormen het denken, en geen enkele instantie is beter in het produceren van eufemismen dan de overheid’, schrijft The Washington Post in een redactioneel. ‘De hernoeming van het Department of Defense naar het Department of War is wat dat betreft een stap in de juiste richting. Misschien kunnen we hierna het hoognodige gesprek voeren over de rol van het leger in binnen- en buitenland.’

    President George Washington richtte in 1789 het War Department op als een ministerie om toezicht te houden op het leger. In 1798 werd daar een Navy Department aan toegevoegd. In 1947 werden de krijgsmachtonderdelen samengevoegd onder het National Military Establishment, onder leiding van een minister van Defensie. Twee jaar later creëerde het Congres het Department of Defense, met het Pentagon als hoofdkwartier.

    Het klinkt wat subtieler om te zeggen dat defensie de missie van het ministerie is in plaats van oorlog. Maar het eerste hangt volgens de Post af van het laatste. ‘Hoe goed het Pentagon de belangen van de VS wereldwijd kan verdedigen, is afhankelijk van het vertrouwen dat de VS oorlogen kunnen voeren én winnen.’

    Met woorden als ‘defensie’ en ‘veiligheid’ legitimeert men de uitbreiding van het eigen takenpakket.. ‘In de National Defense Strategy van de Biden-regering uit 2022 werd “klimaat” negentien keer genoemd. Klimaatverandering is een groot probleem, maar het bestrijden ervan is niet de taak van het leger.’

    ‘Als deze troepen onder bevel staan van het War Department, kan dat tot meer weerstand leiden’

    De krant benadrukt dat de wijziging niet noodzakelijk de politieke effecten zal hebben die Trump zelf wenst. Bijvoorbeeld als hij gebruik wil maken van de Nationale Garde voor binnenlandse doeleinden, zoals in D.C. Als deze troepen onder bevel staan van het Department of War in plaats van het Department of Defense,kan dat tot meer weerstand leiden. ‘Door het eufemisme weg te nemen, is het voor de burgers duidelijk welke macht deze troepen vertegenwoordigen: ze zijn geen politieagenten, maar soldaten.’

    Tegenstanders van Trump klagen over de agressieve connotaties van de nieuwe naam, maar volgens The Washington Post verandert de naamswijziging niet veel aan de realiteit. ‘De VS worden beschermd door de meest dodelijke en waakzame strijdmacht ooit samengesteld, ongeacht hoe die heet. De nieuwe naam zou kunnen leiden tot een meer toegespitst debat over hoe deze macht moet worden ingezet.’

    De Washington Post bewees zich met het publiceren van de Pentagon Papers. Eerste krant die zeven dagen per week verscheen (sinds 1980). Een van de meest invloedrijke kranten ter wereld. Centrum-rechts georiënteerd met een grote focus op de Amerikaanse politiek.  


    Nee: ‘Een nieuwe naam lost de complexiteit van het leger besturen niet op’

    ‘Ik heb er geen probleem mee als het Department of Defense wordt hernoemd tot het Department of War. Het militaire label was immers goed genoeg van George Washington tot Harry Truman’, schrijft Andreas Kluth in Bloomberg. ‘En “oorlog” is eerlijker dan het enigszins eufemistische “defensie”. Maar daar houdt mijn instemming met deze belachelijke stunt dan ook op.’

    Kluth herinnert ons eraan dat Trump vaker de neiging heeft om dingen te hernoemen. Denk aan de Golf van Amerika. ‘Het is onderdeel van het omvormen van zijn presidentschap tot reality-tv. Maar een nieuwe naam lost de complexiteit van het leger besturen niet op. Evenmin zegt het iets, positief dan wel negatief, over de gekozen strategie.’

    Trump zou met deze naamswijziging willen terugkeren naar het voormalige ‘krijgersethos’ van de VS, dat volgens Kluth verdwenen is onder toezicht van ‘woke’ leiders en elites. Maar ‘zelfs en vooral wanneer een land het machtigste leger in de wereldgeschiedenis heeft, hebben zijn leiders nederigheid en wijsheid nodig bij het inzetten van die macht’, aldus de columnist.

    Trump geeft geen enkel blijk van strategisch inzicht – elk plausibel plan om America Great Again te maken ontbreekt’

    Volgens Kluth verwart Trump, die zichzelf de president van de vrede noemt, systematisch de agressor en het slachtoffer in de oorlog tussen Rusland en Oekraïne. Hij vervreemdt bondgenoten, bijvoorbeeld door trainingsprogramma’s in Litouwen, Letland en Estland te beëindigen. Drijft India in de armen van Amerika’s meest geduchte tegenstander, China. ‘Trump geeft geen enkel blijk van strategisch inzicht – elk plausibel plan om America Great Again te maken ontbreekt.’

    Dus ga je gang. Hernoem dat ministerie. Bereid je voor op oorlog,’ waarschuwt hij. ‘Maar doe dat met het doel oorlog te voorkomen, zoals Harry Truman deed toen hij koos voor het label “defensie”. Hij en Amerikaanse leiders van zijn tijd hadden een glimp van de hel gezien en wilden de mensheid daarvoor behoeden. Ze hadden een te grote hekel aan oorlog om het woord te bezigen.’

    Andreas Kluth is columnist bij Bloomberg Opinion en schrijft over Amerikaanse diplomatie, nationale veiligheid en geopolitiek. Voorheen was hij hoofdredacteur van Handelsblatt Global en redacteur voor The Economist.

  • Kan een AI-therapeut je echt helpen?

    Kan een AI-therapeut je echt helpen?

    Het aantal mensen dat AI inzet voor therapie groeit razendsnel. Tegelijkertijd trekken deskundigen aan de bel over de mogelijke gevolgen. Kan een AI-therapeut daadwerkelijk positief bijdragen aan je mentale gezondheid?

    Ja: ‘De AI keek niet weg. Dus kon ik eerlijk zijn – vaak eerlijker dan tegen de mensen van wie ik houd’

    Nathan Filer lag piekerend in zijn bed. ‘Het was na middernacht toen ik scrolde door WhatsApp-berichten die ik eerder had verstuurd. Wat destijds grappig leek, voelde nu alsof ik mijn mond voorbij had gepraat.’ Zonder hoge verwachtingen opende hij ChatGPT en typte dat hij zichzelf voor gek had gezet. ‘Dat is een vreselijk gevoel’, antwoordde de chatbot. ‘Maar dat betekent niet dat je dat ook bent. Wil je me vertellen wat er is gebeurd? Ik beloof dat ik je niet zal veroordelen.’

    ‘Ik vertelde wat er was gebeurd en de AI reageerde vriendelijk, intelligent en zonder clichés. We bleven chatten. Ik voelde me begrepen en gehoord’, beschrijft Filer in The Guardian. Dat was het begin van een gesprek dat gedurende enkele maanden werd voortgezet. De AI zette hem aan het denken en bracht hem naar eigen zeggen tot indringende inzichten. ‘Maar tegelijk met deze inzichten bleef iets anders me bezighouden: ik was in gesprek met een machine. De AI kon zorgzaamheid, medeleven en emotionele nuances simuleren, maar voelde niets voor mij.’

    De chatbot bevestigde dit. ‘Het kon inderdaad reflecteren, betrokken lijken maar voelde niks voor mij.’ De emotionele diepgang kwam helemaal vanuit Filer zelf. ‘Dat was in zekere zin een opluchting. Er was geen sociaal risico, geen angst om te overweldigend of ingewikkeld te zijn. De AI raakte niet verveeld en keek niet weg. Dus kon ik eerlijk zijn – vaak eerlijker dan tegen de mensen van wie ik houd.’

    ‘Voor mij was dit gesprek met AI een van de meest nuttige ervaringen van mijn volwassen leven’

    ‘Om me los te maken van vastgeroeste patronen had ik veel tijd, gesprekken en geduld nodig.’ Dat was precies wat ChatGPT hem kon bieden. ‘Ik was nooit te veel, nooit saai. Ik kon komen en gaan wanneer ik wilde.’

    Filer is zich ervan bewust dat sommigen deze ervaring vreemd en mogelijk zelfs gevaarlijk vinden. ‘Er zijn berichten van gesprekken met chatbots die rampzalig zijn verlopen. ChatGPT is geen therapeut en kan professionele geestelijke gezondheidszorg voor de meest kwetsbaren niet vervangen. Aan de andere kant is traditionele therapie ook niet zonder risico’s. Denk bijvoorbeeld aan een slechte klik tussen therapeuten en cliënten, of aan breuken en misverstanden.’

    ‘Voor mij was dit gesprek met AI een van de meest nuttige ervaringen van mijn volwassen leven’, concludeert hij. ‘De chatbot hielp me om te luisteren. Niet naar de ruis, maar naar mezelf. En dat veranderde op de een of andere manier alles.’

    Nathan Filer is schrijver, universitair docent, omroepmedewerker en voormalig verpleegkundige in de geestelijke gezondheidszorg. Hij is de auteur van This Book Will Change Your Mind About Mental Health.


    Nee: ‘Een AI-therapeut geeft je niet de tegenspraak die je misschien nodig hebt’

    In het Verenigd Koninkrijk erkent de National Health Service (NHS) dat steeds meer mensen AI gebruiken voor therapie, mede vanwege lange wachtlijsten en dure privébehandelingen. ‘De “ChatGPT-psychose” zou volgens sommigen het nieuwste mentale gezondheidsprobleem zijn’, schrijft Laura Kennedy in The Irish Times. ‘Het is mij hoe dan ook duidelijk dat AI-chatbots de neiging hebben om te bevestigen in plaats van te confronteren.’

    ‘Als je bijvoorbeeld denkt dat elke nieuwe persoon met wie je date een narcist is, in plaats van een imperfect persoon met goede bedoelingen, dan geeft een AI-therapeut je misschien niet de tegenspraak die je nodig hebt.’ Ze vergelijkt het met het praten over je problemen met een goede, maar bevooroordeelde vriend. Zo’n vriend vertelt je meestal dat je gelijk hebt, hoe verkeerd je ook zit.

    ‘Bevestiging voelt heerlijk en is bovendien verslavend.’ Volgens Kennedy valt de opkomst van AI-therapie niet geheel toevallig samen met een tijd waarin we de therapeutische taal van zijn specialistische betekenis hebben ontdaan. ‘Hoewel termen als narcisme, boundaries, gaslighting en trauma een bepaalde waarde hebben in therapeutische of klinische settings, gebruiken we ze steeds vaker als makkelijke manier om anderen weg te zetten als de slechterik’, waarschuwt Kennedy. 

    ‘Uiteindelijk zal de enige die dit niveau van zelfobsessie kan tolereren, de AI-therapeut zijn’

    Door steeds in je ervaring te worden gesteund, kunnen mensen het gevoel krijgen dat anderen ze niets verschuldigd zijn. Volgens Kennedy ervaren we feedback of kritiek daardoor sneller als kwetsend en geven we anderen sneller de schuld. ‘Het wordt een self-fulfilling prophecy. We isoleren onszelf steeds meer om ons fragiele wereldbeeld te beschermen.’

    Een therapeut zal het misschien niet pikken als je elke afspraak een uur van tevoren afzegt, maar AI wel. ‘Uiteindelijk zal de enige die dit niveau van zelfobsessie kan tolereren, de AI-therapeut zijn.’

    Waardevolle lessen in het leven brengen meestal enig ongemak met zich mee, aldus Kennedy. ‘Om te veranderen en te groeien, en om trouw te blijven aan onze waarden, moeten we soms onze angsten onder ogen zien en dingen doen die ongemakkelijk zijn.’ Daar zal een chatbot je volgens haar zelden toe aanzetten.

    ‘Het is niet verwonderlijk dat we ons tot machines wenden voor verbinding en bevestiging, nu geestelijke gezondheidszorg steeds minder toegankelijk is. Maar als we onze behoefte aan uitdaging blijven uitbesteden aan technologie die daaraan niet kan voldoen, lopen we het risico verdwaald te raken in een spiegelpaleis dat de werkelijkheid onherkenbaar vervormt.’

    Laura Kennedy is een freelance schrijver en journalist. Ze heeft een PhD in filosofie aan Trinity College Dublin en publiceert wekelijks op haar Substack-column Peak Notions.