Tag: controverse

  • Gingen de pro-Palestinaleuzen op Glastonbury te ver?

    Gingen de pro-Palestinaleuzen op Glastonbury te ver?

    Tijdens het Glastonbury Festival riepen de muziekduo’s Bob Vylan en Kneecap controversiële leuzen over het Israëlisch leger, wat leidde tot felle reacties, strafrechtelijk onderzoek en een afgelaste tour. Is deze verontwaardiging terecht?

    Nee: ‘Deze muzikanten worden voor de rechter gesleept, terwijl politici die genocide faciliteren vrijuit gaan’

    In een recente column in The Guardian uit Owen Jones zijn diepe verontwaardiging over de reactie van de Britse samenleving op de desbetreffende optredens tijdens het Glastonbury festival. Hij stelt dat de opschudding rond artiesten die zich uitspreken tegen de genocide in Palestina, zoals Bob Vylan en Kneecap, veel groter is dan de aandacht voor de genocide zelf.

    Jones illustreert zijn punt door twee recente gebeurtenissen tegenover elkaar te zetten. Op Glastonbury scandeerde Bobby Vylan, frontman van het rap-punkduo Bob Vylan, de woorden ‘dood, dood aan de IDF’, verwijzend naar de Israel Defense Forces. Het publiek scandeerde mee en het optreden werd live uitgezonden door de BBC. Een dag eerder werd door de Israëlische krant Haaretz gemeld dat Israëlische soldaten het bevel hadden gekregen om te schieten op ongewapende Palestijnen die in de rij stonden voor noodhulp. Hierbij kwamen ongeveer zeshonderd Palestijnen, waaronder kinderen, om het leven.

    ‘Vijf woorden aan de ene kant. Zeshonderd doden aan de andere kant. Welk verhaal domineert de voorpagina’s van Britse kranten, voert de nieuwsbulletins aan en wordt door de premier als een schande veroordeeld?’ Het antwoord, zo stelt hij, zijn die vijf woorden. ‘Hoe moreel verdwaald is een samenleving waarin een leus tegen een genocidaal buitenlands leger een politieke- en mediastorm veroorzaakt, maar de opzettelijk uitgehongerde, ongewapende mensen die op bevel van de IDF worden neergeschoten, dat niet doen?’

    ‘Een leger dat genocide pleegt, heeft zijn recht van bestaan verspeeld’

    Volgens Jones richten we onze woede bovendien op de verkeerde woorden. ‘Kijk naar de genocidale verklaringen die trots worden afgelegd door Israëlische politici,’ zoals de Israëlische minister van Financiën die in mei verklaarde dat Gaza ‘volledig zal worden vernietigd’. Ook verwijst hij naar de eis van de Israëlische minister van Nationale Veiligheid, Itamar Ben-Gvir, van dit weekend om een permanent einde te maken aan alle hulp aan Gaza. ‘Faciliteerders van genocide worden gepresenteerd als moreel integere moderaten, terwijl tegenstanders van genocide worden bestempeld als haatdragende, gevaarlijke extremisten’, schrijft hij.

    De hypocrisie wordt verder onderstreept door het nieuws dat de politie van Avon en Somerset een strafrechtelijk onderzoek heeft ingesteld naar de Glastonbury-optredens van Bob Vylan en Kneecap. Jones merkt cynisch op: ‘Welkom in Groot-Brittannië in 2025, waar muzikanten die zich uitspreken tegen genocide voor de rechter worden gesleept, terwijl politici die genocide faciliteren vrijuit gaan.’

    Bobby Vylan heeft inmiddels een verklaring afgelegd waarin hij benadrukt tegen de dood van Joden, Arabieren of enige andere groep mensen te zijn. Hij verduidelijkte ook dat ‘dood aan de IDF’ staat voor ‘de ontmanteling van een gewelddadige militaire machine’. Jones onderschrijft dit standpunt ten volle: ‘Amen: de IDF moet worden ontmanteld. Een leger dat genocide pleegt, heeft zijn recht van bestaan verspeeld.’ Het zou volgens hem moeten worden vervangen door een troepenmacht die in staat is de veiligheid te beschermen van ‘alle mensen die tussen de rivier en de zee wonen, ongeacht hun etniciteit of religie’.

    Jones analyseert dat de leus van Vylan voortkwam uit de ‘afkeer van misdaden tegen de menselijkheid’. Hij waarschuwt: ‘Uiteindelijk is de misdaad tegen Gaza te obsceen en te goed gedocumenteerd om ermee weg te komen.’

    Owen Jones is columnist bij The Guardian en auteur van Chavs: The Demonisation of the Working Class and The Establishment – And How They Get Away With It


    Ja: ‘Hoe gepassioneerd je ook bent over Gaza – je móét toch zien dat er hier iets gruwelijk mis ging’

    Na vijf betoverende dagen op Glastonbury keerde journalist Hugo Rifkind terug naar de realiteit. In plaats van enkel herinneringen aan muziek en feest, las hij dat hij aanwezig zou zijn geweest bij een ‘demonische haatbijeenkomst’, schrijft hij in The Times.

    De aanleiding voor de verontwaardiging in de media was een optreden van de punkband Bob Vylan, waarin werd geschreeuwd: ‘Dood, dood aan de IDF.’ Rifkind laat er geen twijfel over bestaan: zulke uitlatingen zijn volgens hem antisemitisch. Zelfs in gevallen waar kritiek op militaire acties gerechtvaardigd is, blijft het toejuichen van de dood van een hele militaire entiteit een morele grens overschrijden. ‘Zelfs “dood aan IS” zou voor velen een brug te ver zijn,’ merkt hij op.

    Volgens Rifkind was het festival in zijn geheel absoluut geen ‘haatbijeenkomst’. Voor de meeste mensen op het festival hadden de optredens van Kneecap en Bob Vylan immers weinig impact. ‘Het festival beslaat een uitgestrekt terrein met een tijdelijke bevolking ter grootte van Oxford.’

    Maar toch zijn de dingen die op televisie werden uitgezonden echt gebeurd. Nu de carrièreplannen van de betreffende artiesten in duigen liggen – ze zijn gedropt door hun management en hun Amerikaanse tour is geannuleerd – klinken de bandleden verbaasd. ‘Online beweerde Vylan dat hij geïnspireerd was door de campagne van zijn dochter voor betere schoolmaaltijden (meer groenten eten, de IDF doden, allemaal hetzelfde, toch?) en zei hij dat hij nu werd gestraft, simpelweg omdat hij zich uitsprak tegen Israël.’ Kneecap – waarvan één lid is aangeklaagd wegens het zwaaien met een Hezbollah-vlag tijdens een optreden – zegt hetzelfde.

    ‘Ik kan wel proberen het Joodse leven in Groot-Brittannië draaglijk te houden. Dus dat doe ik’

    Lariekoek, stelt Rifkind. ‘Beroemdheden spreken zich voortdurend uit over Israël. Rod Stewart deed het vorige week nog, zonder enige ophef. De vraag is hoe je je erover uitspreekt.’

    Nu het dodental in Gaza alle verwachtingen blijft overtreffen, en Israël steeds onverschilliger wordt, groeit het aantal mensen dat elke discussie over antisemitisme met minachting bejegent. ‘Dat begrijp ik. Maar niets wat ik schrijf zal een bom tegenhouden, afgeworpen door de IDF. Ik kan wel proberen het Joodse leven in Groot-Brittannië draaglijk te houden. Dus dat doe ik – ook al voelt het soms als plassen tegen de Glastonbury-wind in.’

    Dronken en losgeslagen of niet, Rifkind vindt het vreselijk dat ‘het grootste feest van Groot-Brittannië eindigde in een doodsmantra’. Joden zullen nog altijd veilig zijn op Glastonbury, gelooft hij. ‘Maar zou je je er helemaal op je gemak voelen? Ik denk het niet.’

    Dit had volgens Rifkind niet mogen gebeuren. ‘Hoe gepassioneerd je ook bent over Gaza, en hoezeer je de IDF ook bent gaan verafschuwen – je móét toch zien dat er hier iets gruwelijk mis ging.’ 

    Hugo Rifkind is columnist, recensent en redacteur bij The Times. Daarnaast presenteert hij op zaterdagochtend een radioprogramma op Times Radio en won hij meerdere journalistieke prijzen.

  • Was Israëls aanval op Iran een daad van zelfverdediging?

    Was Israëls aanval op Iran een daad van zelfverdediging?

    Recentelijk voerde Israël meerdere aanvallen uit op Iraanse nucleaire faciliteiten, hooggeplaatste militairen en atoomwetenschappers. De Israëlische premier Benjamin Netanyahu rechtvaardigde de aanvallen met het argument dat Iran dicht bij de productie van een kernbom was. Uit zelfverdediging moest Israël volgens hem tot de aanval overgaan. Is dat terecht? 

    Ja: ‘Israël maakt zich terecht zorgen om zijn veiligheid’

    ‘Stel, je hebt foto’s van twee militairen uit de Tweede Wereldoorlog: de ene in een SS-uniform, de andere in een Amerikaans uniform. Een kind dat net de wereld aan het ontdekken is, zal zeggen dat deze soldaten hetzelfde zijn, omdat ze allebei een militair uniform dragen. Een volwassen en verstandig persoon zal zeggen dat ze verschillend zijn, omdat de ene vecht voor tirannie en de andere voor vrijheid.’ Zo begint Alexander Podrabinek, een Moskouse mensenrechtenactivist, journalist en voormalig politiek gevangene, zijn opiniestuk in Radio Svoboda.  

    Dat er bepaalde uitwendige overeenkomsten zijn tussen de oorlog van Rusland met Oekraïne en die van Israël met Iran, is nog geen reden om te beweren dat Rusland en Israël in niets van elkaar verschillen. Wie dat denkt, bekijkt de wereld door de ogen van een kind, aldus Podrabinek. ‘Aangezien zowel Rusland als Israël als eerste hun tegenstanders heeft aangevallen, kunnen beide landen formeel gezien als agressors worden beschouwd. Maar Oekraïne en Israël zijn democratische staten die zich houden aan het internationaal recht en in grote lijnen de mensenrechten respecteren. Dat kan niet gezegd worden van Rusland en Iran.’ 

    De oorlogen verschillen dus wel degelijk van elkaar, aldus de auteur. ‘Rusland heeft een deel van het grondgebied van Oekraïne geannexeerd en probeert nog meer te veroveren, vestigt zijn autoritaire regime in de bezette gebieden en bedreigt het voortbestaan van Oekraïne. Israël, in tegenstelling tot Rusland, maakt geen aanspraak op het grondgebied van zijn militaire tegenstander en bedreigt het voortbestaan van Iran niet.’ 

    Israël maakt zich volgens de journalist terecht zorgen om zijn veiligheid. ‘De militaire steun van Iran aan anti-Israëlische terroristen en de herhaalde oproepen van Teheran om de staat Israël te vernietigen, vormen een argument om de Israëlische aanval op Iran te kwalificeren als preventieve zelfverdedigingsmaatregel (…). Voor Israël is de oorlog met Iran een verdediging tegen de nucleaire dreiging van gestoorde religieuze fanatici.’  

    ‘Israël, in tegenstelling tot Rusland, maakt geen aanspraak op het grondgebied van zijn militaire tegenstander’

    De mensenrechtenactivist is zich ervan bewust dat het excuus van ‘zelfverdediging’ ruimte biedt voor speculatie. De nazi’s ontketenden immers onder hetzelfde voorwendsel een oorlog om de Duitse bevolking in andere landen te beschermen en de communisten en hun volgelingen vielen om die reden andere landen binnen, want ‘als wij het niet doen, doet de NAVO het wel’. Volgens hem is er echter een groot verschil: de nazi’s en communisten duldden geen vrijheid van meningsuiting en brachten met hun massale staatspropaganda het volk een ‘kinderlijke kijk’ op politieke gebeurtenissen bij. Israël is daarentegen een democratisch land, waar de vrijheid van meningsuiting wordt beschermd door de wet en de overheid, en ‘daar werken dergelijke trucjes niet’, schrijft Podrabinek.

    ‘In een democratisch bestel staat het buitenlands beleid van de staat, zij het indirect, onder controle van de samenleving. In landen met een despotisch bewind is het tegenovergestelde het geval: de macht is in principe geen verantwoording verschuldigd aan de samenleving en kan alle mogelijke gruweldaden begaan zonder bang te hoeven zijn voor een rechtvaardige vergelding.’ 

    Om deze redenen gaat een vergelijking tussen de strijd van Israël en die van Rusland mank. Israël voert een verdedigingsoorlog, Rusland een agressieoorlog, aldus Podrabinek. ‘De uiterlijke gelijkenis is een kinderachtig argument’, besluit hij.  


    Nee: ‘De aanval is een wanhopige poging om de wereld achter Israël te scharen’

    Analist Ori Goldberg schrijft in Al-Jazeera dat Israëls aanvallen op Iran juridisch gezien niet onder zelfverdediging vallen. ‘De aanval van Israël was ongetwijfeld zorgvuldig gepland gedurende een lange periode. Een preventieve aanval moet een element van zelfverdediging bevatten, dat op zijn beurt voortkomt uit een noodsituatie. Een dergelijke noodsituatie lijkt zich niet te hebben voorgedaan.’ 

    Om de aanvallen te rechtvaardigen, verwees Israël naar het rapport van het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) van 12 juni, waarin Iran werd veroordeeld wegens schendingen van het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens. ‘Maar zelfs het IAEA gaat daar niet in mee. Er stond niets in het rapport wat niet al bekend was bij de betrokken partijen.’

    Goldberg weerlegt ook de claim dat Israël met de aanvallen het nucleaire programma van Iran wilde ‘onthoofden’. Wetenschappers en beleidsmakers zijn het er unaniem over eens dat Israël, zeker in zijn eentje, niet in staat is om het programma te vernietigen. Bovendien lijkt de aard van de campagne erop te wijzen dat het Israël nooit te doen was om het Iraanse atoomprogramma, aldus de analist. 

    Het Israëlische leger heeft verschillende militaire en gouvernementele doelen gebombardeerd, van raketbases tot een gasveld en een oliedepot. Het heeft ook een reeks moorden gepleegd op hoge Iraanse militaire leiders, onder wie naar verluidt oud-Defensieminister Ali Shamkhani. Hij zou de afgelopen maanden een leidende rol hebben gespeeld in de onderhandelingen met de Verenigde Staten. ‘De dood van Shamkhani kan worden opgevat als een poging om de gesprekken tussen Iran en de VS te saboteren.’

    ‘De aard van de campagne lijkt erop te wijzen dat het Israël nooit te doen was om het Iraanse atoomprogramma’

    Een derde suggestie is dat Israël vastbesloten is om een ‘regimeverandering’ in Teheran op gang te brengen. Premier Benjamin Netanyahu zei dit openlijk toen hij het ‘trotse volk van Iran’ opriep om zich te ‘bevrijden van een kwaadaardig en onderdrukkend regime’. Een vreemde oproep, vindt Goldberg. 

    ‘De veronderstelling dat Iraniërs gewoon zouden doen wat Israël wil terwijl het hen meedogenloos en eenzijdig bombardeert, doet denken aan de theorie dat de Palestijnen in Gaza, als Israël ze maar lang genoeg uithongert en uitroeit, in opstand zouden komen tegen Hamas en de groep zouden afzetten. Zelfs als dat het geval zou zijn, getuigt deze veronderstelling van een groot gebrek aan begrip van de patriottische krachten die de Iraanse politiek aansturen.’ 

    Wat was dan de aanleiding voor de aanval? Volgens Goldberg heeft deze alles te maken met Netanyahu’s benarde positie. Zo hebben de internationale gemeenschap en regionale bondgenoten steeds meer openlijke kritiek op Israël en hangt Netanyahu onder meer een arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof boven het hoofd. 

    De aanval op Iran is ‘een wanhopige poging om de wereld achter Israël te scharen, net nu voorbereidingen worden getroffen om het land de absolute straffeloosheid te ontzeggen die het sinds zijn oprichting heeft genoten. Iran wordt door veel leidende machten in het mondiale noorden nog steeds als een potentiële bedreiging beschouwd. Door een beroep te doen op de bekende clichés hoopte Netanyahu de status quo te herstellen: Israël kan nog steeds doen waar het zin in heeft.’ 

    Met de oorlog in Iran hoopt Netanyahu volgens de analist ook voor elkaar te krijgen dat de Israëliërs hem zijn jammerlijke mislukkingen in eigen land en zijn gruwelijke misdaden in Gaza zullen vergeven. ‘Gezien de huidige jubelstemming in het publieke debat in Israël lijkt hij in die opzet geslaagd te zijn’, concludeert Goldberg. 

  • Was de missie van het humanitaire hulpschip Madleen een succes?

    Was de missie van het humanitaire hulpschip Madleen een succes?

    Maandag 9 juni werd het hulpschip Madleen, dat op weg was naar Gaza, door de Israëlische veiligheidsdiensten onderschept. De humanitaire missie kwam daarmee tot een abrupt einde. Was de boottocht van de Madleen een geslaagde activistische boodschap of eerder een mislukte pr-stunt?

    ‘Greta zou deze stunt nooit hebben geprobeerd in de buurt van wateren onder controle van Hamas’

    Het zeilschip Madleen van de organisatie Freedom Flotilla met activisten en beroemdheden aan boord, waaronder Greta Thunberg, werd maandag op 9 juni onderschept door de Israëlische veiligheidsdiensten. Het schip was onderweg naar Gaza in een poging de Israëlische zeeblokkade te doorbreken en hulp te bieden aan de Gazanen. Op ongeveer 200 meter van de kust werd het zeilschip onderschept door Israël.

    Op beelden van de Israëlische veiligheidsdiensten is te zien hoe de bemanning van Madleen met respect wordt behandeld terwijl ze werden onderschept, schrijft Zina Rakhamilova in Israel Hayom. De activisten op de boot beweren dat ze werden ontvoerd, maar Rakhamilova wijst erop dat ze eten en drinken kregen en door de soldaten werden geëscorteerd naar de Israëlische kust. Inmiddels is de bemanning aangekomen in Israël en een deel van hen is gedeporteerd naar Frankrijk.

    Ze rekenden er op dat ze gestopt zouden worden door Israël.

    Freedom Flotilla Coalition (FFC) heeft al eerder de maritieme Israëlische blokkade van Gaza proberen te doorbreken, bijvoorbeeld met de missie Mavi Marmara in 2010, die uitliep op een gevecht tussen de Israëlische veiligheidsdiensten en de bemanning. Negen activisten werden gedood door Israëlische soldaten. Volgens Israël is de blokkade er om de smokkel van wapens naar Gaza tegen te gaan. Het doorbreken van deze blokkade zou dus een gevaar voor Israël zijn. Rakhamilova beweert dat de overname van de Madleen, net als van ieder ander schip dat de blokkade overtreedt, legitiem was.

    Hoewel de activisten aan boord van de Madleen hun reis als een humanitaire missie beschrijven, wijst Rakhamilova op de vele foto’s en video’s waar de bemanning geniet van de boottocht. Ze noemt de reis van de Madleen daarom een publiciteitsstunt. In haar ogen lijkt de boottocht meer op een vakantieuitstap gesponsord door ngo’s dan op een daadwerkelijke onderneming van humanitaire hulp. De activisten waren volgens Rakhamilova ongeorganiseerd en ongeinformeerd. Ze hadden geen plan voor hun aankomst in Gaza. Sterker nog, ze rekenden er juist op dat ze gestopt zouden worden door Israël. ‘Greta zou deze stunt nooit hebben geprobeerd in de buurt van wateren onder controle van Hamas. Ze wist dat ze veilig was omdat Israël haar zou tegenhouden.’


    ‘Zulke acties van het maatschappelijk middenveld belichten niet alleen de fouten van internationale machthebbers, maar ook hun medeplichtigheid’

    Chris Doyle wijst erop dat Israël hongersnood gebruikt als oorlogswapen. Voedselleveringen worden door blokkades buiten Gaza gehouden en hulpfaciliteiten worden bewust verwoest door de Israëlische autoriteiten. De maritieme blokkade van Gaza door de Israëlische autoriteiten is volgens Doyle illegaal. In januari 2024 heeft het Internationale Gerechtshof besloten dat humanitaire hulp zonder problemen Gaza moet kunnen bereiken. 

    Het doel van de Madleen was om deze blokkade te doorbreken en de oorlogsmisdaden aan te kaarten. Critici beschrijven de tocht als een publiciteitsstunt. De bemanning heeft uitgebreid gebruikgemaakt van sociale media en het eten aan boord is maar een symbolische hoeveelheid. Maar voor Doyle is dit juist de bedoeling van activistische acties zoals deze. ‘Zulke acties van het maatschappelijk middenveld belichten niet alleen de fouten van internationale machthebbers, maar ook hun medeplichtigheid’, schrijft Doyle in Arab News.

    Wat zou er gebeuren als een hele vloot van de NAVO zich naar de kust van Gaza zou begeven?

    De Madleen werd meerdere keren lastiggevallen door de Israëlische autoriteiten tijdens haar reis. De communicatieapparatuur op het schip werd geblokkeerd. Uiteindelijk werd de zeilboot gekaapt. Doyle haalt aan dat Israël het narratief rond de Madleen zal proberen te domineren. De regering van het land heeft de activisten beschuldigd van antisemitisme. Maar de recente oorlogsmisdaden, waaronder het bewust verhongeren van de Palestijnen in Gaza, zorgt ervoor dat Israëls woord nog weinig inhoudt. Net zoals de weinig tot niks zeggende veroordelingen en beloftes van Westerse landen om hulp te bieden. 

    Doyle vindt de missie van de Madleen, genoemd naar een Gazaanse vissersvrouw, een dappere en indrukwekkende actie, gezien de Israëlische aanvallen op hulpschepen uit het verleden. Hij benadrukt dat de internationale gemeenschap nog steeds weinig oog heeft voor de humanitaire crisis in Gaza. Hij vraagt zich dan ook af waarom er niet meer boten naar Gaza varen. Wat zou er gebeuren als een hele vloot van de NAVO zich naar de kust van Gaza zou begeven?

  • Moet diepzeemijnbouw worden gereguleerd om de energietransitie te steunen?

    Moet diepzeemijnbouw worden gereguleerd om de energietransitie te steunen?

    De bodem van de diepzee herbergt enorme hoeveelheden metalen die cruciaal zijn voor de energietransitie, zoals nikkel en kobalt. Maar wegen de risico’s van diepzeemijnbouw op tegen het gewin?

    ‘Donald Trump heeft gelijk dat hij achter metalen in de diepzee aan gaat’

    ‘Milieuactivisten zouden het VN-orgaan dat diepzeemijnbouw reguleert juist moeten aansporen om het mogelijk te maken,’ stelt The Economist. Onder het oppervlak van de Stille Oceaan ligt namelijk een schat aan mineralen: 270 miljoen ton nikkel en 44 miljoen ton kobalt. Het is daar in de loop van miljoenen jaren deeltje voor deeltje terechtgekomen en heeft zich opgehoopt tot metalen knollen. Deze liggen in een gebied van 4,5 miljoen vierkante kilometer op de zeebodem, de Clarion-Clipperton Zone (CCZ), 800 kilometer ten zuidoosten van Hawaï. ‘Deze metalen zouden kunnen helpen om tijdens de energietransitie van fossiele brandstoffen aan de langetermijnvraag te voldoen, en tegelijkertijd het menselijk lijden en de ecologische schade door de winning van kobalt en nikkel op land te verminderen.’

    In 1994 werd een VN-agentschap opgericht, de Internationale Zeebodemautoriteit (ISA), om de zeebodem in internationale wateren te beheren ‘ten behoeve van de mensheid als geheel’. ‘De ISA had ervoor moeten zorgen dat de knolwinning op een ordelijke manier zou verlopen, maar onder druk van natuurbeschermers heeft het agentschap zich meer gedragen als een mechanisme dat elke vorm van exploitatie blokkeert’, schrijft het Amerikaanse weekblad. Op 25 april gaf Donald Trump overheidsinstanties de opdracht om zich voor te bereiden op het uitgeven van ‘commerciële winningsvergunningen’ voor gebieden van de zeebodem buiten de Amerikaanse jurisdictie, inclusief in de Stille Oceaan, waarbij de ISA eenvoudigweg werd omzeild. 

    ‘Hoe langer de ISA aarzelt, hoe groter het risico dat landen het voorbeeld van Trump volgen’

    De auteur verwacht verontwaardiging van milieuactivisten die de oceaan koste wat kost willen beschermen. Zij merken namelijk terecht op dat de diepzee een van de laatste plekken op aarde is die nog niet rechtstreeks door mensen wordt geëxploiteerd. ‘Maar Trump bekommert zich waarschijnlijk net zo min om het zeeleven als om de regulatie van de VN. Wat voor hem telt, is de veiligheid van de Amerikaanse metaalvoorraden.’

    En zelfs vanuit milieuperspectief zijn er argumenten die hem hierin gelijk geven. Diepzeewinning zou volgens het weekblad namelijk beter zijn voor het milieu dan mijnbouw op land. Het zou minder koolstofdioxide uitstoten en minder schade toebrengen aan zeldzame soorten en kostbare habitats. ‘Zelfs als je dit betwist, geldt: hoe langer de ISA aarzelt om knolwinning ten behoeve van iedereen te regelen, hoe groter het risico dat landen het voorbeeld van Trump volgen en zonder toestemming van het agentschap aan het werk gaan,’ aldus The Economist. ‘Dat zou een ongereguleerde stormloop kunnen veroorzaken om juist dat ecosysteem te exploiteren dat de milieuactivisten zo graag willen beschermen.’

    In juli komt de ISA bijeen op haar hoofdkantoor in Jamaica en moeten leden zoals Frankrijk, Noorwegen, Canada en Groot-Brittannië, die allemaal belang hebben bij diepzeemijnbouw, het eens worden over de beste versie van een mijnbouwcode. De auteur verwacht dat dit niet meteen perfect zal uitpakken en dat milieuactivisten bezwaar zullen maken. ‘Maar het zal mijnbouw onder betere voorwaarden mogelijk maken dan wanneer Trumps race naar de bodem de enige optie is.’


    ‘We riskeren dat we onomkeerbare keuzes maken die deze fragiele ecosystemen blijvend kunnen schaden’

    Stel je een gebied voor dat zo diep en donker is dat het aanvoelt als een andere planeet. Dit is de tussendieptezone, een plek die 200 meter onder het oceaanoppervlak ligt. ‘Dit bijzondere ecosysteem staat nu voor een ongekende bedreiging’, schrijft Alexus Cazares-Nuesser, promovendus in biologische oceanografie aan de Universiteit van Hawaï in The Conversation. ‘Als oceanograaf die het zeeleven bestudeert in het gebied van de Stille Oceaan dat rijk is aan metalen knollen, ben ik van mening dat we de risico’s moeten begrijpen voordat landen en bedrijven zich haasten om te mijnen,’ stelt de auteur. ‘Is de mensheid bereid de beschadiging van delen van een ecosysteem dat we nog nauwelijks kennen te riskeren voor grondstoffen die belangrijk zijn voor onze toekomst?’

    De collectorvoertuigen die worden gebruikt bij diepzeemijnbouw schrapen terwijl ze knollen opscheppen over de oceaanbodem. ‘Hierdoor verdwijnen habitats en wordt de biodiversiteit bedreigd, met mogelijk onomkeerbare schade aan de ecosystemen van de zeebodem tot gevolg.’ 

    Eenmaal verzameld worden de knollen met zeewater en sedimenten via een pijp naar een schip gebracht, waar ze van het afval worden gescheiden. De overgebleven slurry van water, sediment en verpulverde knollen wordt vervolgens in het midden van de waterkolom geloosd, waardoor pluimen ontstaan. Hoewel de lozingsdiepte nog ter discussie staat, stellen sommige mijnbouwbedrijven voor om het afval op tussendieptes, rond de 1200 meter, te lozen. ‘Fijne sedimenten uit deze pluimen kunnen de ademhalingsorganen van vissen verstoppen. Voor dieren die zwevende deeltjes eten, kan dit leiden tot een verdunning van hun voedselbronnen met voedingsarm materiaal’, schrijft Cazares-Nuesser. ‘Bovendien kunnen pluimen, door het licht te blokkeren, visuele signalen verstoren die essentieel zijn voor bioluminescente organismen en visuele roofdieren.’

    Ondanks de groeiende interesse in diepzeemijnbouw weten we nog maar weinig over een groot deel van de diepe oceaan

    ‘Voor kwetsbare wezens zoals kwallen en sifonoforen – gelatineuze dieren die meer dan 30 meter lang kunnen worden – kan sedimentophoping de drijfkracht en overleving belemmeren.’ Een recente studie toont aan dat kwallen die aan sedimenten worden blootgesteld hun slijmproductie verhogen; een gebruikelijke stressreactie die veel energie kost. ‘Bovendien kan geluidsoverlast van machines de manier verstoren waarop soorten communiceren en navigeren.’

    De tussendieptezone speelt ook een cruciale rol bij het reguleren van het klimaat op aarde. Fytoplankton aan het oceaanoppervlak neemt atmosferisch koolstof op, dat zoöplankton consumeert en via de voedselketen transporteert. Doordat ze ademen, afval uitscheiden en na hun dood zinken, draagt zoöplankton net als vissen bij aan de koolstofexport naar de diepe oceaan, waar het eeuwenlang kan worden opgeslagen. ‘Dit proces verwijdert op natuurlijke wijze opwarmende koolstofdioxide uit de atmosfeer,’ legt de auteur uit. 

    Ondanks de groeiende interesse in diepzeemijnbouw weten we nog maar weinig over een groot deel van de diepe oceaan, met name de tussendieptezone. Een studie uit 2023 in de Clarion-Clipperton Zone toonde aan dat 88 tot 92 procent van de soorten in de regio nieuw is voor de wetenschap.

    De beslissingen die in juli zullen worden gemaakt, kunnen het kader vormen voor grootschalige commerciële mijnbouw in ecologisch belangrijke gebieden zoals de Clarion-Clipperton Zone. Toch zijn de gevolgen voor het zeeleven nog onduidelijk. ‘Zonder uitgebreide studies naar de impact van mijnbouwtechnieken op de zeebodem riskeren we dat we onomkeerbare keuzes maken die deze fragiele ecosystemen blijvend kunnen schaden.’

  • Moet Europa troepen naar Oekraïne sturen?

    Moet Europa troepen naar Oekraïne sturen?

    Noord-Korea erkende deze week officieel dat het soldaten naar Rusland heeft gestuurd om in Koersk tegen Oekraïne te vechten. Moeten Europese landen ook grondtroepen naar Oekraïne sturen om het land te helpen de oorlog met Rusland te winnen?

    ‘De aanwezigheid van Europese troepen zou het moreel van Oekraïne verhogen’

    In februari 2024 doorbrak de Franse president Emmanuel Macron een groot taboe toen hij zei dat de inzet van Europese troepen in Oekraïne ‘niet kon worden uitgesloten’, aldus Alex Crowther, Jahara Matisek en Phillips O’Brien in Foreign Affairs. Macrons opmerking vond met name weerklank bij de Finse minister van Defensie en de Poolse minister van Buitenlandse Zaken. ‘Steeds meer landen staan open voor een directe Europese interventie in de oorlog.’ 

    Volgens de drie experts – Crowther is gepensioneerd kolonel, Matisek hoogleraar Krijgswetenschap en O’Brien hoogleraar Strategische Studies – zou een Russische overwinning op Oekraïne een bedreiging voor de veiligheid zijn die Europa niet kan negeren. Daarom moet Europa niet langer op de VS leunen, maar daadkracht tonen door troepen naar Oekraïne te sturen voor logistieke steun en training, de bescherming van grenzen en kritieke infrastructuur of zelfs om Oekraïense steden te verdedigen. 

    Europese troepen zouden de Oekraïners kunnen ontlasten door logistieke taken van hen over te nemen

    Het Kremlin heeft gedreigd dat het sturen van troepen een directe confrontatie met Rusland zou betekenen. Volgens de experts hoeven we daar echter niet zo bang voor te zijn. ‘Het sturen van Europese troepen zou een normale reactie zijn op een dergelijk conflict. De invasie van Rusland heeft het regionale machtsevenwicht verstoord en Europa heeft er groot belang bij dat dit evenwicht wordt hersteld. De voor de hand liggende manier om dit te doen is door een reddingslijn te bieden aan het Oekraïense leger (…) en de beste reddingslijn zouden Europese soldaten zijn.’ 

    Ze zouden de Oekraïners kunnen ontlasten met logistieke taken, zoals het onderhouden en repareren van gevechtsvoertuigen. Verder zouden ze de Oekraïense luchtverdediging kunnen versterken door personeel in te zetten, apparatuur te leveren of zelfs het commando en de controle over het Oekraïense luchtverdedigingssysteem over te nemen, aldus Crowther, Matisek en O’Brien. 

    De Europese troepen kunnen patrouilleren langs delen van de Oekraïense grens waar geen Russische troepen zijn gestationeerd, zoals de Zwarte Zeekust en de grenzen met Wit-Rusland en Transnistrië. Zo nemen ze Oekraïne werk uit handen en zouden er 20.000 extra Oekraïense troepen beschikbaar zijn om aan de frontlinies te vechten. ‘De aanwezigheid van Europese troepen zou het moreel van de Oekraïense bevolking verhogen en hen geruststellen dat de toekomst van hun land in Europa ligt.’ 

    Ten slotte moet Europa volgens de experts een directe gevechtsmissie overwegen die het Oekraïense grondgebied ten westen van de Dnjepr helpt beschermen. ‘De aanwezigheid van Europese troepen zou niet alleen de last van het Oekraïense leger in deze regio’s verlichten, maar het ook onwaarschijnlijk maken dat Russische troepen de rivier zouden oversteken, en zo een groot deel van Oekraïne beschermen tegen een Russische overname.’  

    De slappe houding van Europa heeft de Russische hoop op een overwinning aangewakkerd

    De risico’s op escalatie zouden volgens de experts minimaal zijn, aangezien Europese strijdkrachten ‘weinig kans zouden hebben om de Russische militaire piloten te doden die vanuit het Wit-Russische en Russische luchtruim munitie naar Oekraïne lanceren’. Ook heeft Rusland honderdduizenden soldaten, tienduizenden gevechtsvoertuigen en de overgrote meerderheid van zijn meest geavanceerde wapensystemen verloren. 

    Bovendien is de Russische wapenproductie bemoeilijkt en duurder geworden door de sancties en heeft Rusland door de inzet van troepen in Oekraïne nauwelijks genoeg troepen om de rest van zijn lange grens te bewaken, ‘laat staan om een belangrijke operatie tegen andere Europese staten op te zetten’. 

    De slappe houding van Europa, dat Oekraïne als een buitenbeentje behandelt, heeft volgens de experts de Russische hoop op een overwinning aangewakkerd. De komst van Europese troepen naar Oekraïne zou die hoop de grond in boren. ‘Europa moet doen wat nodig is om zijn eigen toekomst veilig te stellen en dat begint met ervoor te zorgen dat Oekraïne deze oorlog wint.’ 


    ‘De doelen van de EU botsen met de realiteit van haar beperkte capaciteiten’

    Achter de opmerking van Emmanuel Macron dat de inzet van westerse troepen in Oekraïne ‘niet langer kan worden uitgesloten’, gaat volgens journalist Harrison Stetler een gebrek aan visie en beleid schuil. Zijn uitspraken zijn ‘een onbesuisde uithaal van het soort dat de afgelopen jaren een kenmerk is geworden van Macrons diplomatie: goedkope spierballentaal als goedmakertje voor de afwezigheid van echte strategieën en politieke opties’, schrijft hij in Jacobin.

    Het verbaast Stetler niets dat maar weinig Europese landen zich achter Macron hebben geschaard. Duitsland antwoordde dat zijn soldaten onder geen beding naar Oekraïne zouden worden gestuurd, een standpunt dat werd herhaald door andere EU-staten. De Duitse vicekanselier Robert Habeck zei, licht snerend in de richting van Macron: ‘Ik ben blij dat Frankrijk overweegt hoe het Oekraïne beter kan steunen, maar als ik een suggestie mag doen, stuur dan meer wapens.’

    Hoewel Macrons bewoordingen daadkrachtig overkomen, verhullen ze de besluiteloosheid van de EU

    De VS waren er ook snel bij om Macrons suggestie van tafel te vegen: ‘Geen boots on the ground in Oekraïne,’ zei woordvoerder Matthew Miller van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Zelfs ambtenaren van het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken probeerden terug te komen op de verklaring van Macron door te suggereren dat de president niet zinspeelde op meevechten, maar op taken als het opruimen van mijnen en logistieke operaties.

    Hoewel Macrons bewoordingen daadkrachtig overkomen, verhullen ze volgens Stetler de besluiteloosheid van de EU in alles wat te maken heeft met haar eigen internationale beleid. ‘De doelen van de EU – een totale overwinning op Moskou – botsen met de realiteit van haar beperkte capaciteiten. Ze is nog de wonden aan het likken die ze heeft opgelopen door haar decennialange afhankelijkheid van het NAVO-bondgenootschap en de veiligheidsparaplu van het Pentagon.’ 

    De unie wordt geconfronteerd met de grenzen van haar eigen macht en haar onvermogen om middelen en planning te combineren, aldus Stetler. ‘Terwijl het blok bereidwillig is geweest om Oekraïne financieel te steunen, heeft het moeite om het tempo van de wapenleveranties op te voeren. Dit ondermijnt de hoogdravende retoriek over Europa als een autonome geopolitieke macht die voor zijn eigen veiligheid kan zorgen en onafhankelijk van de VS kan optreden in de wereldpolitiek.’ 

    Recente cijfers over militaire productie laten zien dat de EU achterloopt op haar eigen doelstellingen

    Als de EU autonoom wil worden, moet ze haar eigen militaire industriële basis versterken. Maar recente cijfers over militaire productie en de plaats van de unie in de versnellende wereldwijde wapenwedloop laten volgens Stetler juist zien dat ze achterloopt op haar eigen doelstellingen. In 2023 namen de militaire uitgaven in de EU volgens een rapport van het International Institute for Strategic Studies met 4,5 procent toe, wat neerkwam op een gemiddelde van 1,6 procent van het bbp in het hele blok.

    Dat is lager dan de militaire uitgaven elders in de wereld en nog steeds ruim onder de drempel van 2 procent van het bbp. Volgens The Guardian zal de jaarlijkse productie van Russische artilleriegranaten naar verwachting stijgen tot 2,5 à 5 miljoen granaten. Europese planners schatten nu in dat ze slechts de helft van de beloofde 1 miljoen granaten aan Oekraïne kunnen leveren tegen maart 2024.

    Deze cijfers zijn duizelingwekkend. Maar ondanks Macrons ‘geneuzel’ heeft Frankrijk volgens Stetler toch iets bereikt: het land heeft het Tsjechische voorstel aanvaard om gezamenlijk artilleriemunitie voor Oekraïne te kopen van niet-Europese voorraden of leveranciers. Daarmee heeft het land gebroken met zijn eerdere jarenlange beleid om militair materieel uitsluitend bij Europese bedrijven te kopen. ‘Macron mag dan graag spierballentaal bezigen, maar dat is geen vervanging voor een geloofwaardige routekaart om Europa los te weken van de NAVO of om daadwerkelijke toezeggingen na te komen om Oekraïne te steunen.’

  • Moeten de superrijken meer belasting gaan betalen?

    Moeten de superrijken meer belasting gaan betalen?

    Alice Thomson pleit in The Times voor een pragmatische benadering waarbij we de economische voordelen van vermogende individuen erkennen, terwijl Dale Vince in The Guardian juist oproept tot hogere belastingen voor de ultrarijken – inclusief voor hemzelf.

    ‘We hebben de superrijken nodig’

    ‘De superrijken vertrekken massaal uit Groot-Brittannië, maar hun geld is van vitaal belang voor bedrijven, goede doelen en vooral voor de schatkist’, schrijft Alice Thomson in The Times. Ze haalt kunstenaar Grayson Perry aan, die onlangs in een interview zei: ‘Natuurlijk houd ik van de superrijken, zij kopen mijn werk.’ Hij voegde eraan toe dat, hoewel hij zich vaak aan de vermogenden ergert, hij hen tolereert omdat ze zijn rekeningen betalen, de musea financieren en Groot-Brittannië draaiende houden. Goede doelen en kunstorganisaties zouden volgens Perry een groot neonreclamebord boven zich moeten houden met de woorden ‘Waar de fuck denk je dat het geld vandaan komt?’ 

    Volgens Thomson mogen we een voorbeeld nemen aan Perry. ‘Nu tarieven een wereldwijde recessie dreigen te veroorzaken, kijken we jaloers naar de bevoorrechte groep die immuun lijkt voor moeilijkheden.’ Het lijkt erop dat de vermogenden de druk voelen. ‘Ze ruilen Londen in voor Milaan, Lissabon, Dubai en Abu Dhabi.’ Het afgelopen jaar heeft Londen meer dan elfduizend (dollar)miljonairs verloren –buiten Moskou lag dat aantal nergens anders zo hoog. Londen is nu niet langer een van de vijf rijkste steden ter wereld.

    ‘Ik snap wel waarom de superrijken zich hier niet gewenst voelen’, schrijft Thomson. Ten eerste kondigden de Tories vorig jaar aan dat ze de regeling voor non-doms wilden afschaffen. Een non-dom is iemand die in het Verenigd Koninkrijk woont, maar die zijn of haar officiële domicilie (vaste woonplaats voor belastingdoeleinden) in een ander land heeft. Rachel Reeves scherpte deze regels aan, waardoor de meeste non-doms vanaf deze maand voor het eerst in het Verenigd Koninkrijk belasting moeten betalen over hun wereldwijde inkomsten. De minister van Financiën verscherpte ook de erfbelasting, inclusief op buitenlandse activa, en stelde een maximum in voor belastingverlagingen op bedrijfs- en landbouwgrond.

     ‘In tijden van wereldwijde instabiliteit is het verstandiger om de superrijken dichtbij te houden’

    ‘Andere landen hebben daarentegen duidelijk gemaakt dat de superrijken er welkom zijn en dat ze juist op zoek zijn naar de ultra-mobiele elite.’ Dubai en de Verenigde Staten hebben een gouden visum voor buitenlandse investeerders en Italië belooft de rijken onderdak te bieden voor tweehonderdduizend euro per jaar.

    We moeten dus pragmatisch zijn, vindt Thomson net als Grayson Perry, en de superrijken tolereren. Maar tolereren betekent niet dat we van ze moeten houden. ‘We mogen – en moeten – de superrijken naar hartenlust belachelijk maken.’ Neem de populaire HBO-serie The White Lotus. Na drie seizoenen is de formule duidelijk: belachelijk rijke families blijken nog meer ontspoord dan we al dachten. ‘Maar de publieke financiën profiteren van hun vrijgevigheid, net als de horeca en de detailhandel.’ 

    Alleen al in 2023 betaalden 74.000 geregistreerde non-doms in het Verenigd Koninkrijk 8,9 miljard pond aan belastingen, inclusief belasting op vermogen. Volgens nieuwe cijfers van het Adam Smith Institute zouden er met het vertrek van de non-doms 44.000 banen kunnen verdwijnen. ‘We mogen de rijken dan niet leuk vinden, maar we hebben deze energieke, gedreven en rijke ondernemers en investeerders nodig. In tijden van wereldwijde instabiliteit is het, als je groei wilt stimuleren, verstandiger om de superrijken dichtbij te houden.’


    ‘Belast de rijken – begin bij mij’

    ‘Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan zien we duidelijker dan ooit wat er gebeurt wanneer de extreme rijkdom van superrijke mannen (het zijn allemaal mannen) een aanval op het algemeen belang wordt’, schrijft Dale Vince in The Guardian. Hij heeft zich aangesloten bij meer dan 370 miljonairs uit 22 landen om een brief te ondertekenen die politiek leiders oproept om de kosten van extreme rijkdom aan te pakken door de superrijken te belasten – mensen zoals hij.

    Nadat hij een kwart miljard dollar in de verkiezingscampagne van Trump heeft gepompt, waarmee hij zijn rijkdom met 170 miljard dollar heeft vergroot, verlegt Elon Musk volgens Dale nu zijn aandacht van de Verenigde Staten naar het Verenigd Koninkrijk.

    ‘Vanaf zijn persoonlijke spreekbuis op X post hij eindeloze berichten, van zijn knipperlichtrelatie met Nigel Farage tot grooming gangs en een peiling over de vraag of de VS het VK zou moeten “bevrijden” van zijn “tirannieke regering”.’ Musk zou een van de vele miljonairs en miljardairs zijn die interesse tonen omgrote sommen geld aan Reform UK te doneren – en zolang hij dat via een van zijn in Groot-Brittannië gevestigde bedrijven doet, is het legaal. ‘We lopen het risico een Planeet Musk te worden,’ vreest Dale. ‘Dit is wat er gebeurt wanneer landen extreme rijkdom tolereren.’ In zijn afscheidsrede waarschuwde Joe Biden dat er een oligarchie vorm begon te krijgen in de VS. ‘Het lijkt erop dat het ook onze kant op komt.’

    ‘We moeten de invloed van donoren uit de politiek houden – en ik zeg dat als politieke donor’

    Het vermogen van miljardairs steeg vorig jaar met 2 biljoen dollar, ongeveer 5,7 miljard dollar per dag, drie keer sneller dan het jaar daarvoor, terwijl het aantal mensen dat in armoede leeft nauwelijks is veranderd sinds 1990. ‘Het zijn cijfers die de meeste mensen niet kunnen bevatten, maar het is een duidelijke waarschuwing dat de kloof tussen de rijken en de rest groeit en dat de allerrijksten zowel de politiek als de media financieren – waarmee ze tegelijkertijd de democratie ondermijnen.’

    Er moet iets gedaan worden, vindt de ondernemer en activist. ‘We moeten de invloed van donoren uit de politiek houden – en ik zeg dat als politieke donor. Dat klinkt misschien tegenstrijdig, maar ik ben dan ook een miljonair die wil dat miljonairs meer belasting betalen.’

    In het Verenigd Koninkrijk zou een belasting van slechts 2 procent op activa meer dan 24 miljard pond per jaar opleveren. ‘Het zou slechts twintigduizend mensen treffen en een groot bedrag opleveren dat we zouden kunnen investeren in een eerlijkere, duurzamere samenleving.’ Hij betoogt dat het niet meer dan juist is dat degenen met de diepste zakken – die het volgens hem nauwelijks zouden merken – hun deel moeten betalen. ‘In een wereld die steeds absurder aanvoelt, is dit een logische stap. Het is tijd om een einde te maken aan extreme rijkdom.’

  • Moeten we nog wel een Tesla blijven rijden?

    Moeten we nog wel een Tesla blijven rijden?

    Sinds Elon Musk extreemrechts is geworden en deel uitmaakt van de regering van Donald Trump, is de beurskoers van Tesla dramatisch gekelderd. Mensen doen afstand van hun Tesla of kopen geen auto meer van dit merk. Is dat terecht, of kunnen we gewoon in deze auto blijven rijden? Twee bezitters van een Tesla geven hun mening. 

    ‘Als ik opnieuw mocht beslissen, zou ik weer de Model 3 kopen’

    Dan Neil – The Wall Street Journal

    ‘Nieuwsgierige lezers hebben het altijd al willen weten: in wat voor auto rijdt de autorecensent van The Wall Street Journal?’ schrijft Dan Neil, de man die verantwoordelijk is voor de autorubriek van het Amerikaanse dagblad. Hij geeft op die vraag meestal liever geen antwoord, om te vermijden dat mensen hem in een bepaald hokje plaatsen. Maar nu biecht hij het dan toch op.

    ‘Onlangs heb ik een nieuwe auto gekocht. Maandenlang heb ik allerlei cijfers doorgespit: aankoopprijs, gebruikskosten, geavanceerde veiligheids-, communicatie- en gemaksfuncties. Met mijn levenslange expertise kwam ik tot de meest rationele, redelijke en verantwoorde keuze die ik kon maken. En nu denken mijn buren dat ik een zwak heb voor nazi’s.’ 

    Begin januari kocht Neil een amper gebruikte Tesla Model 3 Standard Range uit 2022 voor 26.400 dollar (24.500 euro). Hij had de aanschaf van een auto al een paar jaar uitgesteld, maar besloot tot aankoop over te gaan voordat de Trump-regering een einde zou maken aan het federale belastingvoordeel voor gebruikte EV’s en tarieven op auto’s en auto-onderdelen zou gaan heffen. Achteraf bezien heeft deze tijdige aankoop hem heel wat geld bespaard.

    ‘De Model 3 is een van de veiligste auto’s op de weg’ 

    Maar toen sloeg de tijdgeest om. ‘In de drie weken tussen het moment dat ik op de koopknop op de website van Tesla klikte en het bericht “Klaar om op te halen” ontving, sloot Tesla-CEO Elon Musk zich officieel aan bij de regering-Trump. Daarmee smeedde hij een alliantie tussen de man die de EV-industrie in de VS in feite heeft gecreëerd en degene die het liefst ziet dat de stekker eruit wordt getrokken.’ 

    Neil zag hoe Musk en Trump tijdens de laatste maanden van de presidentiële campagne naar elkaar toe groeiden en ging ervan uit dat Musks ommezwaai naar rechts het imago van Tesla zou schaden. Zijn vermoedens klopten: in China, de grootste automarkt ter wereld, daalde de verkoop van Tesla’s in februari met 49 procent ten opzichte van een jaar eerder; in Australië in dezelfde periode met 72 procent. In Californië – de grootste markt voor EV’s in de VS – daalde de verkoop van Tesla’s al in 2024 met bijna 12 procent, terwijl de verkoopcijfers binnen de EV-sector als geheel stabiel bleven.

    Maar dat extremisten showrooms van Tesla zouden vernielen, oplaadstations in brand zouden steken en auto’s op straat zouden aanvallen, had hij nooit verwacht. ‘Er zijn al eerder boycots geweest in de auto-industrie, maar de kritiek op Musk is aan het veranderen in een razzia.’ Vorig jaar begonnen mensen zelfs bumperstickers op hun Tesla te plakken met de tekst ‘Ik kocht deze voordat we wisten dat Elon gek was!’

    ‘De Model 3 blijft de juiste keuze, hoeveel saluten Musk ook brengt’

    Ondanks al deze kritiek op Musk heeft Neil geen spijt van zijn aankoop. ‘Als ik opnieuw moest beslissen, zou ik weer de Model 3 kopen. Omdat Musk gelijk had voordat hij de fout in ging. De Model 3 uit 2022 is een fantastische kleine auto: oerdegelijk, snel en sterk, met veel comfort in de cabine en een infotainmentsysteem dat dankzij regelmatige updates met de tijd alleen maar beter wordt. Het is ook een van de veiligste auto’s op de weg, met vijf sterren over de hele linie en een hele reeks geavanceerde rijhulpsystemen, zoals een robuuste rijstrookassistent. Er is niets wat in de buurt komt voor zo weinig geld.’ Tesla kan bovendien bijdragen aan een duurzamere toekomst, aldus Neil. ‘De Model 3 is nog steeds de juiste keuze, hoeveel saluten Musk ook met zijn opgeheven arm brengt,’ concludeert hij.  


    ‘Ik voel me niet meer prettig in een Tesla’

    John Blumenthal – Los Angeles Times

    De voormalige tijdschriftredacteur John Blumenthal schreef eind 2022 in Los Angeles Times over zijn worsteling met het feit dat hij in een Tesla rijdt. Hij kocht een paar jaar geleden een tweedehands exemplaar, naar eigen zeggen omdat hij ‘hypocriet was geweest’. Jarenlang had hij zich uitgesproken over de gevaren van koolstofuitstoot. Maar tegelijkertijd reed hij rond in een oude benzinebak die 1 op 10 reed en elke keer als hij de sleutel in het contactslot draaide ‘het geluid maakte van een raketlancering’.

    ‘Mijn vrienden die zich inzetten voor het milieu waren er niet van onder de indruk dat ik ijverig composteerde in de stad, ledlampen installeerde en energiezuinige apparaten gebruikte. Ik moest meer doen om mijn ecologische voetafdruk te verkleinen. Ze herinnerden me eraan dat de ijsbergen aan het smelten waren en zeiden dat er minstens één ijsbeer dakloos en hongerig rondzwierf door mijn schuld.’ 

    ‘Op den duur raakte ik gehecht aan het gestroomlijnde ontwerp van de auto’

    Omdat Blumenthal vaak om zich heen hoorde dat de Tesla de milieuvriendelijkste auto was, besloot hij afscheid te nemen van zijn benzineslurper en de overstap te wagen. ‘Het duurde een paar weken voordat ik de basis onder de knie had, maar op den duur raakte ik gehecht aan het gestroomlijnde ontwerp en de toeters en bellen van de auto. Dat gevoel was echter van korte duur.’ 

    Toen Elon Musk zijn politieke standpunten naar buiten bracht, begon Blumenthal zich zorgen te maken over het politieke statement dat de auto lijkt af te geven. ‘Zullen mensen me zien als een symbool van rechts milieuactivisme, een levend oxymoron? Toen ik de auto kocht, had ik niet echt een mening over Musks enigszins dubieuze politieke overtuigingen. Nu Musk blijkbaar naar uiterst rechts is gezwaaid – door journalisten van X te verbannen en neonazi’s weer toegang te geven tot het sociale netwerk – vind ik het verschrikkelijk om met zijn merk geassocieerd te worden.’ 

    ‘Zou een dreun voor de Tesla-aandelen echt iets veranderen aan het beleid van Musk?’

    Blumenthal zou zijn Tesla kunnen verkopen als een uiting van protest, maar, legt hij uit, hij gelooft niet dat dit Musk op andere gedachten zou kunnen brengen. ‘Al zou ik deel uitmaken van een grote beweging en zouden veel andere politiek bewuste potentiële Tesla-eigenaren kiezen voor andere, nieuwere EV’s, zou een dreun voor de Tesla-aandelen dan echt iets veranderen aan het beleid van Musk? En hoeveel mensen zouden wel niet hun baan verliezen als mensen geen Tesla’s meer zouden kopen?’ 

    Blumenthal is er nog niet helemaal over uit of hij zijn Tesla van de hand moet doen, al neigt hij daar wel sterk naar. ‘Ik voel me er niet meer prettig in. Het is een prachtig ontworpen auto zonder CO2-uitstoot en aanvankelijk was ik er trots op om te worden gezien in een voertuig dat mijn zorg voor het milieu uitdroeg. Maar ik ben progressief en als de politiek van Musk niet radicaal ten goede verandert, zal het rijden in een Tesla, voor mij althans, net zo hypocriet en onhoudbaar worden als het rijden in een benzineslurper was,’ concludeert hij.  

  • Is tweedehands winkelen wel echt zo duurzaam?

    Is tweedehands winkelen wel echt zo duurzaam?

    Tweedehands winkelen is populairder dan ooit. Is dit een belangrijke stap richting duurzaamheid of overconsumptie in een nieuw jasje? Directrice van Oxfam Groot-Brittannië Halima Begum en journalist Chloë Hamilton gaan in debat.

    ‘Door zelfs maar af en toe voor tweedehands te kiezen, laten we zien dat we verandering eisen’ 

    ‘Het beste fashion-statement dat je dit seizoen kunt maken? Koop tweedehands’, schrijft Halima Begum, directrice van Oxfam Groot-Brittannië, in The Guardian. Ze herinnert zich het therapeutische gezoem van de naaimachine uit haar kindertijd nog. ‘Het is een geluid dat ik associeer met mijn vader, die kledingmaker was in East End in Londen. Vanaf mijn vroegste jeugd heeft mijn vader me de waarde van een kledingstuk en de kunst van het creëren ervan bijgebracht, evenals de noodzaak om afval bij de productie te verminderen.’ Ze omschrijft haar vader als een klassiek voorbeeld van de Bengaalse man die naar het Verenigd Koninkrijk kwam om in een naaiatelier te werken. Deze kledingmakers verloren hun werk toen fast fashion zijn intrede deed, stelt Begum. De Britse textielsector ging over naar goedkope productiecentra in het buitenland, waaronder Bangladesh. Toen de textielfabriek Rana Plaza daar instortte, waarbij 1100 kledingarbeiders om het leven kwamen, legde dat pijnlijk bloot wat er mis is met de huidige modeindustrie, stelt de directrice van Oxfam GB.

    Als het aan haar ligt, zijn te weinig mensen zich bewust van de schade die fast fashion aanricht aan de aarde. ‘Als we even voorbijgaan aan de vaak erbarmelijke arbeidsomstandigheden in deze industrie, verbruikt de productie van slechts één T-shirt in een fabriek in een opkomende economie en het transport ervan het equivalent van 2700 liter zoet water.’ Dit is genoeg voor de dagelijkse behoeften van 1600 mensen, vervolgt de directrice van Oxfam. ‘Voor de productie van een spijkerbroek is 8000 liter water nodig.’ De fast fashion-industrie produceert wel 80 miljard kledingstukken per jaar en is verantwoordelijk voor meer schade aan het milieu dan de internationale scheep- en luchtvaart samen.

    ‘Uit ons onderzoek blijkt dat twee derde van de mensen in het Verenigd Koninkrijk tweedehands kleding bezit’

    Begum vertelt dat Oxfam een campagne heeft gelanceerd om duurzame kleding aan te moedigen. Tweedehands kleding aanbieden is volgens haar hoogst noodzakelijk om de planeet te redden. ‘Nu consumenten het schadelijke idee van fast fashion de rug toekeren, zien we betekenisvolle resultaten. Uit ons onderzoek blijkt dat twee derde van de mensen in het Verenigd Koninkrijk tweedehands kleding bezit.’ De belangstelling is groot. ‘Zo groot zelfs dat Oxfam en onze partner Vinted het voorrecht hadden om de Londense modeweek van dit najaar te openen met onze Style for Change-show. Beroemdheden, waaronder Deborah Meaden, Vick Hope en George Robinson, toonden tweedehands kleding die direct te koop was op de websites van Oxfam en Vinted.’

    ‘Kledingliefhebbers denken misschien dat het politiek gezien ingewikkeld is om de reus van de kledingindustrie te bestrijden. Maar dat valt reuze mee’, schrijft ze. ‘Door zelfs maar af en toe voor tweedehands te kiezen, ondernemen we actie om de machtsbalans tussen de fast fashion-industrie en onszelf als consument te herstellen en laten we zien dat we verandering eisen, of het nu gaat om milieunormen of arbeidsomstandigheden.’


    ‘Ik vrees dat te veel van mijn tweedehands aankopen dopaminehits zijn geweest’

    Tweedehands shoppen is duurzaam en kostenbesparend. Hoewel kringloopwinkels en apps als Vinted om die reden vaak de hemel in worden geprezen, ziet journalist Chloë Hamilton dit gedrag vooral als een verkapte shopverslaving, legt ze uit in een ander artikel in The Guardian. ‘Net als andere shopverslaafden overtuig ik mezelf ervan dat mijn verslaving eigenlijk niet zo problematisch is – en dat wordt ons tegenwoordig verrassend makkelijk gemaakt. Apps (ik heb ze allemaal: Vinted, Depop, eBay) wakkeren mijn slechte gewoonte aan. Ik scroll ’s nachts door goedkope kleding en speelgoed en kan soms niet slapen van de opwinding over al mijn vondsten.’ Maar zodra haar pakketje aankomt, is voor haar de spanning er al snel weer af.

    Hamilton vreest dat tweedehands winkelen fast fashion in de hand werkt, wat juist niet de bedoeling zou zijn. Zo worden er na de feestdagen extra veel spullen aangeboden, aangezien mensen cadeaus die niet naar hun smaak waren weer doorverkopen. Op die manier kan een overmaat aan tweedehands spullen een wereld die lijdt aan chronische overconsumptie juist voeden, aldus de journalist.

    Soms wordt die overconsumptie zelfs direct aangemoedigd, betoogt Hamilton. Klarna speelt daar volgens haar een belangrijke rol in, een achterafbetalingssysteem dat samenwerkt met Depop en eBay. Zo worden mensen verleid om geld uit te geven dat ze niet hebben. Leden van Vinted worden continu gestimuleerd om kleding te consumeren, onder andere door middel van een constante stroom van e-mails. 

    ‘Misschien heb ik ook gewoon een lesje in duurzaamheid nodig’

    ‘Mijn zoon is een goed voorbeeld. Hij is drie jaar en een van zijn favoriete bezigheden is de kringloopwinkel bezoeken. Ik ben hier altijd nogal tevreden over geweest en heb altijd lopen pronken met zijn liefde voor alles wat tweedehands is. Voor hem niet het glimmende nieuwe spul, hij geeft de voorkeur aan ouder speelgoed. Het heeft me een tijdje gekost – te lang misschien – om te beseffen dat dit kleine kind geen aangeboren verlangen heeft om geld te besparen, het milieu te beschermen of aan een goed doel te doneren; hij houdt van de sensatie van een nieuwe speelgoedtrein. Ik heb hem gewoon geleerd om van spullen te houden.

    Ik plunderde liefdadigheidswinkels voordat dat cool was en, in een verhaal dat familiefolklore is geworden, vond ik ooit een lamp in een filiaal van de British Heart Foundation en nam hem mee in de bus naar huis’, schrijft ze. ‘Eerlijk is eerlijk, die lamp is zeven keer met me meeverhuisd en staat nog steeds, schitterend, in mijn woonkamer.’ Maar niet alle inkopen bleven haar zo lang dierbaar. ‘Ik vrees dat te veel van mijn andere tweedehands aankopen dopaminehits zijn geweest.’ Zoals de stapels kleding die nu liggen te verstoffen achterin haar kledingkast.

    Ze denkt dat duurdere prijzen haar zouden helpen tegen overconsumptie. ‘Dat zou me dwingen om bewuster te zijn van wat ik koop. Misschien heb ik ook gewoon een lesje in duurzaamheid nodig. Uiteindelijk is niets echt gratis. Alles kost iets.’

  • Moet Oekraïne lid worden van de NAVO om de oorlog te beëindigen?

    Moet Oekraïne lid worden van de NAVO om de oorlog te beëindigen?

    De VS willen dat Oekraïne geen lid wordt van de NAVO. Hoe erg is dit voor het land? Is NAVO-lidmaatschap noodzakelijk om de oorlog in Oekraïne te beëindigen? ‘Als Oekraïne nu lid wordt, zal de oorlog alleen maar langer duren.’ ‘Oekraïne opnemen in de NAVO is de enige manier om een einde te maken aan de imperialistische ambities van Rusland.’

    ‘Het is de enige manier om de oorlog te beëindigen’

    Alyona Getmanchuk en Olena Halushka – Politico

    Decennialang werd het NAVO-beleid ten aanzien van Oekraïne ingegeven door de wens om Vladimir Poetin koste wat het kost niet te ‘provoceren’. En helaas lijkt het erop dat de NAVO-lidstaten geen lering hebben getrokken uit de invasie van Georgië in 2008 en van Oekraïne in 2014. Bij die invasies bleek dat je Rusland niet provoceert door kracht, maar door concessies te doen.

    In 2008 werd Oekraïne beloofd dat het op een dag lid zou worden van de NAVO, maar in de daaropvolgende vijftien jaar zijn er geen duidelijke stappen in de richting van integratie gezet. Het is de hoogste tijd om het land niet langer te behandelen als een lastpost voor de trans-Atlantische veiligheid en die belofte waar te maken.

    Oekraïne zou een aanwinst voor de NAVO zijn. Meer dan vijftien maanden lang hebben de strijdkrachten van het land een invasie van het zogenaamde op een na grootste leger ter wereld afgeslagen en de NAVO beschermd tegen ‘de belangrijkste directe bedreiging’. Daarvoor droeg Oekraïne ook bij aan alle grote NAVO-missies en -operaties, zoals die in Irak en Afghanistan. Het land maakte indruk door Afghanen die naar Canada zouden gaan uit Kaboel te evacueren terwijl de troepen zich terugtrokken. En toen de wereld werd getroffen door covid-19 leverden Oekraïense vrachtvliegtuigen medische noodvoorraden aan bondgenoten via het strategisch luchtbrugprogramma van de NAVO.

    Er is geen duidelijke lijst met criteria voor NAVO-lidmaatschap

    Ondertussen stimuleert het argument dat de NAVO zich in oorlogstijd niet kan uitbreiden Poetin alleen maar om de moeizame gevechten te laten voortduren. Bovendien is het een mythe dat de NAVO maar beperkte mogelijkheden heeft om landen uit te nodigen die midden in een oorlog zitten. In werkelijkheid is er geen duidelijke lijst met criteria en zijn er geen formele beperkingen met betrekking tot oorlogstijd. Volgens een onderzoek naar NAVO-uitbreiding uit 1995 worden deze criteria om een bepaald land al dan niet uit te nodigen per geval bekeken. En hoewel alle vorige toetredingen inderdaad plaatsvonden in afwezigheid van een actieve oorlog, betekent het ontbreken van een precedent niet dat het verboden is.

    Velen vrezen ook dat Oekraïne uitnodigen om lid te worden van het bondgenootschap zou betekenen dat NAVO-soldaten de volgende ochtend vroeg Oekraïne zouden binnenmarcheren om tegen het Russische leger te vechten. Eén blik op de officiële NAVO-toetredingsprocedure volstaat om te begrijpen dat hier geen sprake van is.

    Oekraïne moet nog altijd een manier vinden om de grootschalige corruptie in het land uit te roeien

    Artikel 5 is alleen van toepassing op volwaardige leden. Bovendien moet een land dat volwaardig lid wil worden eerst een complexe procedure doorlopen. Dus tegen de tijd dat Oekraïne daadwerkelijk lid zou worden van de NAVO, zou het al veel mogelijkheden hebben gehad om de controle over zijn grondgebied terug te krijgen. Bovendien heeft de NAVO ervaring met het toelaten van landen waarvan stukken grondgebied bezet zijn, zoals Duitsland. West-Duitsland bevond zich in de voorhoede van de Koude Oorlog in Europa toen het in 1955 toetrad tot het bondgenootschap, terwijl Oost-Duitsland onder Sovjetbezetting bleef en toetrad met de hereniging van Duitsland in 1990.

    Ondanks de aanzienlijke vooruitgang die is geboekt op het gebied van interoperabiliteit, zijn er echter nog steeds problemen die moeten worden aangepakt. Zo moet Oekraïne nog altijd een manier vinden om de grootschalige corruptie in het land uit te roeien. Hoewel nog niet alle veranderingen volledig zijn doorgevoerd, blijft het land ook in oorlogstijd hervormingen doorvoeren – zij het in een trager tempo –, waarbij deze strijd tegen corruptie een krachtige impuls krijgt van de EU. Oekraïne uitnodigen voor de NAVO en beginnen met het onderhandelingsproces zou ook een enorme impuls geven aan de hervormingen op het gebied van defensie en veiligheid.

    Oekraïne is een democratie met het grootste leger met gevechtservaring in Europa

    Bovendien brengt het verschillende geopolitieke en praktische risico’s met zich mee als Oekraïne niet wordt uitgenodigd om lid te worden van de NAVO. Het zou betekenen dat Rusland zijn feitelijke vetorecht over de NAVO-uitbreiding behoudt; een bevestiging dat zijn beleid van oorlogen voeren en andere landen bezetten werkt. Ook zouden landen van het bondgenootschap daarmee het signaal geven dat ze het NAVO-lidmaatschap van Oekraïne zien als een troefkaart in mogelijke toekomstige onderhandelingen. Daarmee zouden ze de wil van het Oekraïense volk en van vele Europese burgers negeren en het bondgenootschap in diskrediet brengen.

    Daarnaast is Oekraïne een democratie met het grootste leger met gevechtservaring in Europa. 

    Over het geheel genomen zou het Russische leger geen schijn van kans hebben in een militaire confrontatie met de NAVO; het is al nauwelijks opgewassen tegen de strijdkrachten van Oekraïne. Oekraïne opnemen in de NAVO is dus de enige manier om de oorlog te beëindigen – in plaats van uit te breiden –, duurzame vrede terug te brengen in Europa, een einde te maken aan de imperialistische ambities van Rusland en ervoor te zorgen dat dit conflict zich niet herhaalt zodra Rusland zijn nieuwe dienstplichtigen herbewapent en traint.

    Dit is een tijd van historische uitdagingen die historisch leiderschap vereisen, en het Westen moet niet bang zijn. Dat zijn de Oekraïners ook niet.


    ‘NAVO-lidmaatschap is geen magisch schild’

    Stephen M. WaltForeign Policy

    Mijn overtuiging dat het onverstandig is om Oekraïne nu of in de nabije toekomst in de NAVO op te nemen, is gebaseerd op drie aannames. Mijn eerste aanname is dat Oekraïne de situatie op het slagveld niet kan ombuigen en zijn verloren gebied niet kan heroveren, tenzij het veel meer wapens krijgt en tijd om zijn troepen weer op te bouwen na de tegenslagen van het afgelopen jaar. Het land lijdt onder een ernstig (en waarschijnlijk onomkeerbaar) tekort aan mankracht en de combinatie van dronebewaking, artillerie en uitgebreide Russische versterkingen zal het voor Kyiv moeilijk tot onmogelijk maken om grote territoriale vooruitgang te boeken.

    Mijn tweede aanname is dat de leiders van Rusland meer om het lot van Oekraïne geven dan het Westen. Poetin en zijn handlangers zijn bereid geweest om duizenden soldaten te sturen om te vechten en te sterven in Oekraïne; geen enkel NAVO-land is bereid om iets te doen wat daar ook maar een beetje op lijkt. Toen de Franse president Emmanuel Macron onverwacht de mogelijkheid opperde dat de NAVO troepen zou sturen, werd hij onmiddellijk berispt door de Duitse bondskanselier Olaf Scholz en NAVO-chef Jens Stoltenberg.

    Een van Poetins belangrijkste redenen voor de invasie van Oekraïne was om te voorkomen dat het land lid van de NAVO zou worden

    Mijn derde aanname is dat een van de belangrijkste redenen waarom Poetin zijn illegale invasie in februari 2022 lanceerde was om te voorkomen dat Oekraïne toenadering zou zoeken tot het Westen en uiteindelijk lid zou worden van het bondgenootschap. Onthullingen over de inspanningen van het Westen na 2014 om de verdediging van Oekraïne te versterken en de vaak herhaalde toezegging van de NAVO om Oekraïne bij het bondgenootschap te betrekken, hebben ongetwijfeld de zorgen van Moskou aangewakkerd. Poetins acties kunnen ook bepaalde persoonlijke overtuigingen weerspiegelen over de culturele eenheid van Oekraïners en Russen, maar dat zijn acties werden ingegeven door het vooruitzicht dat Oekraïne lid van de NAVO zou worden, is onmogelijk te ontkennen. 

    Waarom moet Oekraïne geen lid worden van de NAVO? Vijf redenen.

    1. Het voldoet niet aan de lidmaatschapscriteria. Oekraïne is op zijn best nog steeds een fragiele democratie. Corruptie is nog steeds wijdverbreid, verkiezingen zijn opgeschort sinds het begin van de oorlog en er zijn nog steeds invloedrijke elementen in de Oekraïense samenleving waarvan je je kunt afvragen of ze stroken met de democratische normen. Bovendien voldoet Oekraïne nog niet aan de voorwaarden van het standaardactieplan voor NAVO-lidmaatschap. De NAVO erkende dit feit en heeft besloten dit criterium te laten vallen. Door de normen voor toetreding tot de alliantie af te zwakken, schept deze beslissing mogelijk een slecht precedent voor de toekomst.

    Artikel 5 is geen trigger die NAVO-leden verplicht om te vechten als een ander lid wordt aangevallen

    2. Het is niet duidelijk of de NAVO zou handelen in overeenstemming met artikel 5. Dit artikel is geen trigger die leden verplicht om te vechten als een ander lid wordt aangevallen. Artikel 5 verplicht een lidstaat alleen om een aanval op één lid als een aanval op alle leden te beschouwen en vervolgens ‘de acties te ondernemen die hij nodig acht’. Toch wordt deze clausule alom geïnterpreteerd als een verplichting om elk lid dat wordt aangevallen te verdedigen, alsof het hele bondgenootschap op losse schroeven komt te staan als een lidstaat niet te hulp schiet in het geval van een serieuze invasie. Voordat er een nieuw lid bijkomt, moet de rest van het bondgenootschap goed nadenken over zijn bereidheid om zijn troepen in gevaar te brengen. Heeft het zin om stilzwijgend te beloven om over vijf of tien of twintig jaar voor Oekraïne te vechten, als je nu niet bereid bent om dat te doen?

    3. NAVO-lidmaatschap is geen magisch schild. De belangrijkste reden om Oekraïne snel toe te laten, is dat Rusland hierdoor zou worden ontmoedigd om de oorlog later te hervatten. Het is goed te begrijpen waarom Kyiv extra bescherming wil, maar dit argument gaat ervan uit dat een NAVO-lidmaatschap een magisch schild is dat Russische militaire acties onder bijna alle omstandigheden effectief zal afschrikken. Dat is niet het geval. Sterker nog, er wordt steeds vaker gewaarschuwd voor een mogelijke Russische confrontatie met de NAVO in de komende jaren. Als je echt gelooft dat Poetin de oorlog in Oekraïne zal beëindigen, een korte pauze zal inlassen om zijn gehavende strijdkrachten weer op te bouwen en dan een nieuwe aanval zal lanceren op Finland, Estland of een ander NAVO-lid, dan geloof je niet echt dat het magische schild zo betrouwbaar is.

    Als Oekraïne nu lid wordt, laat het een oorlog voortduren die het land momenteel aan het verliezen is

    4. Als Oekraïne nu lid wordt, zal de oorlog alleen maar langer duren. Als het waar is dat een belangrijke reden voor Moskou om Oekraïne binnen te vallen was om te voorkomen dat het lid zou worden van de NAVO, dan zal Oekraïne nu alleen maar een oorlog laten voortduren die het land op dit moment aan het verliezen is. Als dat de reden is waarom Poetin zijn ‘speciale militaire operatie’ lanceerde, zal hij die waarschijnlijk niet beëindigen als zijn troepen het redelijk goed doen en Oekraïense toetreding tot de NAVO nog steeds op tafel ligt. Het resultaat is dat Oekraïne nog meer schade zal oplopen en mogelijk zijn eigen toekomst op lange termijn op het spel zet. Oekraïne was een van de snelst ontvolkende landen in Europa voordat de oorlog begon. De oorlog zal dit probleem alleen maar verergeren.

    5. Gezien de geschiedenis van de Russisch-Oekraïense betrekkingen, is het begrijpelijk dat veel Oekraïners geen neutrale positie willen innemen. Maar neutraliteit is niet altijd slecht, zelfs niet voor landen die dicht bij Rusland liggen. Finland voerde tussen 1939 en 1940 een kostbare en onsuccesvolle oorlog tegen de Sovjet-Unie en moest ongeveer 9 procent van zijn vooroorlogse grondgebied afstaan. Maar net als Oekraïne vandaag vochten de Finnen heldhaftig terug en betaalde de Sovjet-Unie een hoge prijs voor de overwinning. Het resultaat was dat Finland een neutraal land en een democratie bleef, met een markteconomie die handel dreef met zowel de USSR als het Westen. Als Finland in die periode ooit had geprobeerd lid te worden van de NAVO, zou dat vrijwel zeker een grote crisis of zelfs een preventieve oorlog hebben uitgelokt.

    Dit laat zien dat formele neutraliteit niet hoeft uit te sluiten dat Oekraïne een robuuste democratie opbouwt en uitgebreide economische banden aanknoopt met westerse landen.

    Overhaast toetreden tot de NAVO is niet de beste weg naar een veiliger Oekraïne

    Om al deze redenen is een snelle toetreding van Oekraïne tot de NAVO geen goed idee. In plaats daarvan moeten de aanhangers van Oekraïne in het Westen creatief nadenken over alternatieve veiligheidsafspraken die Oekraïne gerust kunnen stellen met het oog op een naoorlogse wapenstilstand of vredesovereenkomst. Kyiv moet er zeker van kunnen zijn dat Moskou de oorlog niet hervat; het kan niet akkoord gaan met ontwapening of gedwongen acceptatie van de Russische overheersing. Overhaast toetreden tot de NAVO is hoe dan ook niet de beste weg naar een veiliger Oekraïne. Waarschijnlijker is dat de oorlog erdoor wordt verlengd en dat het land, dat al zo lang lijdt, er alleen nog maar slechter mee af zal zijn.

  • Moeten vrouwen niet meer in het donker hardlopen?

    Moeten vrouwen niet meer in het donker hardlopen?

    Veel vrouwen voelen zich onveilig als ze ‘s avonds in het donker buiten sporten. Maar doen ze er goed aan om binnen te blijven? Twee redacteurs van The Guardian gaan met elkaar in debat.

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – tijdelijk al vanaf €1,50 per maand – op 360 Magazine.

    ‘We stoppen met buiten sporten in de winter, wat erg frustrerend is’

    ‘Ik ren omdat ik vrolijk word van de frisse lucht en het buiten zijn’, schrijft Robyn Vinter in The Guardian. ‘In het najaar ruik je de geur van de vochtige bladeren en paddenstoelen en voel je het mistige boslandschap.’ Vinter rent niet voor haar beroep, ze hoeft niet het hoogst haalbare resultaat te halen. ‘Ik heb een drukke baan, waarin ik de hele dag besprekingen heb. Als ik ga hardlopen, kan ik even alleen zijn met mijn gedachten.’

    Maar die ‘simpele vreugde’ komt elk jaar voor een paar maanden tot stilstand. De reden volgens Vinter: de duisternis die al vroeg invalt. ‘Vanaf oktober proberen veel vrouwen alternatieven te vinden voor hardlopen, wandelen en fietsen, omdat ze zich simpelweg niet veilig genoeg voelen om dat in het donker te doen. En voor velen van ons kan dit nogal een grote verandering zijn, iedere keer dat de wintermaanden eraan komen.’

    Vinter postte in 2022 een tweet over dit probleem en kreeg daar veel begripvolle reacties op. Maar er was ook weerstand: ‘Een minderheid van woedende mannen spoorde me aan om “meer ballen te kweken”. Ze wezen erop dat mannen een veel groter risico lopen om aangevallen te worden in andere situaties, zoals in kroegen en in winkelstraten.’ 

    ‘Dat vrouwen alleen in het donker bang zijn, komt door de vele verkrachtingen de laatste jaren’

    Maar dat is volgens Vinter niet het probleem. ‘We zijn niet bang dat we in elkaar geslagen worden. We zijn bang dat we verkracht of vermoord worden. Onze angsten zijn niet irrationeel. Dat vrouwen alleen in het donker bang zijn, komt door de vele verkrachtingen de laatste jaren.’ Vinter noemt onder andere Zara Aleena, een vrouw die seksueel werd misbruikt en vermoord toen ze in het donker alleen naar huis liep. 

    ‘Deze tragische verhalen van vrouwen – gecombineerd met een leven lang gevolgd, betast en lastiggevallen worden in het openbaar  – zorgen er natuurlijk voor dat we ons gedrag aanpassen. We nemen een taxi nadat we uit zijn geweest, zelfs als de wandeling naar huis maar 20 minuten duurt. We gebruiken goed belichte wegen en vermijden kortere routes via steegjes. En ook stoppen we met buiten sporten in de winter, wat erg frustrerend is.’

    Vinter geeft toe dat het probleem niet gemakkelijk op te lossen is. Maar toch zijn er volgens haar een aantal dingen die kunnen helpen. ‘Denk aan een hoger veroordelingspercentage voor verkrachtingen in combinatie met de stap om misdaden als stalken serieuzer te nemen.’ Daarnaast voert Vinter aan dat interne problematiek bij de politie, zoals vrouwenhaat, direct moet worden aangepakt.

    Een andere oplossing is volgens haar om geen marathons in het voorjaar te plannen. ‘Ik weet dat veel vrouwen gefrustreerd waren toen de marathon in Londen in april was gepland. Als de marathon in de herfst zou plaatsvinden, konden vrouwen in de lange zomerdagen trainen.’ Nu traint ze in de winter op een loopband in een zweterige sportschool. ‘Ik verlang naar de vrijheid die mannen hebben.’ 


    ‘Ik weiger het hardlopen in de donkere wintermaanden op te geven’

    ‘Toen ik een paar jaar geleden begon met hardlopen, rende ik vaak in het donker. Na een hele dag binnen gezeten te hebben op mijn laptop, wilde ik naar buiten,’ schrijft Emma Snaith, columnist bij The Guardian. Snaith begon met hardlopen omdat ze vond dat dat moest, maar later begon ze er steeds meer van te houden. ‘Ik word blij als ik een vos voor me uit zie schieten, langs een drukke kroeg sprint of als ik de fonkelende lichtjes van de stad langs de Theems zie. De duisternis en eenzaamheid zorgen ervoor dat ik helemaal in gedachten kan verzinken.’ 

    ‘Maar elke keer als ik ‘s nachts mijn veters strik, vecht ik tegen pietluttige gedachten. Vrouwen worden gewaarschuwd dat ze enkel overdag moeten hardlopen, stille straten moeten vermijden en niet alleen uit moeten gaan. Familie en vrienden met goede bedoelingen proberen me ertoe over te halen om te stoppen met hardlopen in het donker. Maar zijn het altijd de vrouwen die hun gedrag aan moeten passen?’

    ‘Ik neem wel voorzorgsmaatregelen,’ gaat ze verder. ‘Ik draag reflecterende kleding, neem mijn telefoon mee, vermijd onverlichte delen van de grachten en parken en vertel mijn huisgenoot wanneer ik ga hardlopen. Ik heb het geluk dat er in mijn deel van Londen genoeg goed verlichte straten zijn waar ik kan hardlopen – een luxe die vrouwen op het platteland niet hebben.

    Voor de duidelijkheid: ik begrijp dat de angst voor de veiligheid van vrouwen ‘s nachts verre van irrationeel is. Uit een enquête van Runner’s World blijkt dat 60 procent van de vrouwen aangaf wel eens te zijn lastiggevallen tijdens het hardlopen. En dan zijn er nog de grimmige vergelijkbare gevallen van vrouwen die in het openbaar door mannen zijn vermoord, zoals Zara Aleena. Ook deze vrouwen namen voorzorgsmaatregelen, zoals op goed verlichte straten blijven, een vriendje bellen en felle kleding dragen. Maar dat was niet genoeg.

    ‘Onze focus zou moeten liggen bij het beëindigen van de cultuur van vrouwenhaat’

    De voorspelbare reactie van de politie op deze misstanden is simpelweg dat ze vrouwen aanraden binnen te blijven. Jenny Jones (Green Party) wees erop dat er aan dit advies twee kanten zitten: mannen zouden zich aan een avondklok moeten houden vanaf zes uur.’ Volgens Snaith is er weinig veranderd sinds 1970, ten tijde van the Yorkshire Ripper Murders: ‘Destijds vertelde de politie ook aan vrouwen dat ze thuis moesten blijven als het donker was.’

    Maar zelfs als vrouwen overdag op pad gaan, worden ze nog steeds aangevallen, schrijft Snaith. ‘Ashling Murphy is vermoord toen ze in Ierland overdag langs een kanaal aan het hardlopen was. Dus wat nu?’ Van vrouwen kan moeilijk verwacht worden dat ze zowel ‘s nachts als overdag niet hardlopen en rustige gebieden omzeilen, voert Snaith aan. ‘Er is een hardloopband in de sportschool, maar dat vereist een duur lidmaatschap.’ En het is niet vergelijkbaar met sporten in de buitenlucht. 

    Vrouwen vragen om zich te verstoppen is volgens Snaith niet de oplossing. ‘De fout ligt enkel bij de aanvallers. Onze focus zou moeten liggen bij het beëindigen van de cultuur van vrouwenhaat, die leidt tot gendergerelateerd geweld.’

    Snaith is het eens met Vinter dat het veroordelingspercentage voor verkrachting verhoogd moet worden. En het strafbaar stellen van seksuele intimidatie op straat moet prioriteit krijgen. ‘Ik weiger het hardlopen in de donkere wintermaanden op te geven. En ik voel me gesteund als ik dan ook andere rennende vrouwen tegenkom.’

  • Is het einde van de moderatie op Meta goed nieuws?

    Is het einde van de moderatie op Meta goed nieuws?

    Mark Zuckerberg wil ‘de vrijheid van meningsuiting herstellen’ op Facebook en Instagram. Is het verdwijnen van de moderatie op die platforms een goede ontwikkeling? Twee redacteurs gaan met elkaar in debat.

    ‘Het markeert de terugkeer van de vrijheid van meningsuiting’

    Benjamin WeingartenNew York Post 

    Twee weken voor de inauguratie van Donald Trump – een man die heeft gezworen het regime dat hem en miljoenen andere Amerikanen het zwijgen oplegde te ontmantelen en te vernietigen – sprak een van de figuren die het meest verantwoordelijk is voor dit regime zich uit. Meta CEO Mark Zuckerberg gaf toe dat zijn bedrijf zich ‘te veel met censuur’ had beziggehouden en verklaarde dat met het ‘culturele kantelpunt’ van de recente verkiezingen, zijn platforms zich vanaf nu zouden inzetten om ‘de vrije meningsuiting te herstellen’.

    Maar heeft de tech-titaan echt het licht gezien op het gebied van vrije meningsuiting? Of is dit een cynische en egoïstische poging om zich te beschermen tegen de verschuivende politieke wind? 

    Want vergeet niet dat Meta na de verkiezingen van 2016 interne tools gebruikte om conservatieve inhoud te verbergen. Ook maakte Meta deel uit van het Election Integrity Partnership (EIP, een groep onderzoekers en experts op het gebied van desinformatie tijdens de presidentsverkiezingen), dat werd geleid door de federale overheid en de taak had om ‘onjuiste gedachten’ over de integriteit van de verkiezingen van 2020 en de resultaten ervan te weren.

    Meta heeft Trump na 6 januari (2021, de datum van de Capitool-bestorming) twee jaar lang van Facebook verbannen

    Meta heeft Trump daarnaast na 6 januari (2021, de datum van de Capitool-bestorming) twee jaar lang van Facebook verbannen – en herstelde zijn accounts alleen onder de voorwaarde dat Trump bij nieuwe overtredingen nog zwaardere sancties zou worden opgelegd. Ook heeft Meta meningen die in strijd zijn met de covid-orthodoxie massaal laten verdwijnen.

    De gevolgen waren onmetelijk. Moeten degenen van wie de rechten zijn geschonden toen Meta optrad als afgevaardigde van de taalpolitie van de FBI, deze totale ommekeer accepteren?

    Het minste wat Zuckerberg kan doen, is het Facebook-archief openen, zodat Amerikanen een volledig beeld kunnen krijgen van Meta’s censuurpogingen. Dit archief zou vervolgens de basis kunnen leggen voor mogelijke rechtszaken.

    Maar vindt Zuckerberg echt dat Meta miljoenen Amerikanen onterecht het zwijgen heeft opgelegd? En, zo ja, ziet hij de veranderingen die hij voorstelt dan als een vorm van rechtvaardigheid? Zuckerberg veranderde in ieder geval pas van mening toen het censuurregime en Meta’s rol daarin aan het licht kwamen én toen de politieke toekomst van Trump er weer rooskleuriger uitzag. Hiermee treedt de Meta-CEO in de voetsporen van vele anderen. 

    Het Global Engagement Center van het State Department (een federaal agentschap dat in 2016 werd opgericht om buitenlandse desinformatie op het internet te bestrijden) sloot eind 2024 onder druk van de Republikeinen zijn deuren.

    Het is goed nieuws dat deze hervormingen een radicale verschuiving in de culturele en politieke macht weerspiegelen

    Verschillende grote organisaties, zoals het Stanford Internet Observatory (een instituut van de Californische universiteit, gespecialiseerd in desinformatie) hebben hun personeelsbestand en activiteiten teruggeschroefd. De Meta-wijziging volgt bovendien op de ‘bevrijding’ van X door Elon Musk, die na zijn overname in 2022 de teams verantwoordelijk voor de contentmoderatie ontsloeg.

    Zelfs als Zuckerbergs voorgestelde hervormingen opportunistisch zijn, is het goede nieuws dat ze een radicale verschuiving in de culturele en politieke macht weerspiegelen ten gunste van de vrijheid van meningsuiting.

    Feit blijft dat het ecosysteem van ‘contra-desinformatie’ nog steeds bestaat. Het omvat het administratieve staatsapparaat, bepaalde overheidsinstanties, een groot deel van Big Tech, grote universiteiten, bekende ngo’s, specialisten op het gebied van risicobeoordeling, factcheckers en regeringen die overal ter wereld censuur uitoefenen. Stuk voor stuk machtige spelers die niet van de ene op de andere dag zullen verdwijnen.

    Het is aan de regering-Trump en het Congres om het censuurregime uit te hongeren, te beroven van publieke fondsen en alle middelen in te zetten om het eerste amendement te bewaken.


    ‘Mark Zuckerberg geeft zich over’

    Torsten Kleinz – Der Spiegel

    Elon Musk en Mark Zuckerberg zijn uiteindelijk niet met elkaar op de vuist gegaan. In de zomer van 2023 raakten de twee miljardairmagnaten verzeild in een kinderachtige ruzie: Musk daagde de oprichter van Facebook uit voor een gevecht, maar trok zich terug toen duidelijk werd dat zijn tegenstander, een fervent liefhebber van vechtsporten, hem met speels gemak zou verslaan. In het virtuele gevecht tussen hen is Mark Zuckerberg daarentegen ongetwijfeld de grote verliezer.

    In zijn video op Instagram van 7 januari probeerde Zuckerberg over te komen als een vroege Trump-aanhanger: occulte krachten zouden hem hebben aangespoord om fact-checkingprogramma’s op te zetten op zijn platforms, maar dat tijdperk van ‘censuur’ is nu voorbij. Mark Zuckerberg kondigde aan dat hij Elon Musk wilde imiteren, direct verwijzend naar diens rivaliserende platform X. Wat een strijd had moeten zijn, is in feite een capitulatie.

    Berichten die voorheen als grensoverschrijdend werden beschouwd, zullen de nieuwe norm worden

    Sinds de herverkiezing van Donald Trump heeft Zuckerberg afscheid genomen van zijn hoofdlobbyist Nick Clegg, die met zijn ervaring in de Britse regering de kritische opmerkingen over sociale netwerken probeerde te temperen. Zijn opvolger, Joel Kaplan, is een harde Republikein die in het Witte Huis werkte onder George W. Bush. Dana White, baas van de grootste Amerikaanse competitie MMA en fervent Trump-aanhanger, is ook net toegetreden tot de raad van bestuur van Facebook. Als klapper op de vuurpijl heeft Meta 1 miljoen dollar gedoneerd om de inauguratie van Donald Trump te financieren.

    Ook in hun content bereiden Facebook en Instagram zich voor op de terugkomst van Trump. Mark Zuckerberg heeft onder meer het einde aangekondigd van bepaalde beperkingen op publicaties met betrekking tot gender en immigratie, omdat deze niet langer in lijn zouden zijn met ‘het dominante discours’. Met andere woorden: berichten die voorheen als grensoverschrijdend werden beschouwd, zullen de nieuwe norm worden.

    De grote lijnen die Mark Zuckerberg schetst, wijzen op een systeemverandering ten koste van de zwakkeren

    De grote lijnen die Mark Zuckerberg schetst, wijzen op een systeemverandering ten koste van de zwakkeren: gebruikers kunnen binnenkort ongestraft racistische beledigingen uiten, zolang ze zich beperken tot sferen waar niemand zich er aanstoot aan neemt. De grote winnaars worden degenen die het meeste lawaai gaan maken.

    Het bestrijden van haatzaaiende taal en desinformatie kost enorm veel tijd en geld. Mark Zuckerberg heeft duidelijk het gevoel dat hij er niets meer mee te winnen heeft. Hij kiest liever de kant van Donald Trump en valt de Europese regels aan die platforms aanmoedigen om te censureren. Daarmee stelt hij wetten zoals de (Europese) Digital Services Regulation (DSA) gelijk aan staatscensuur in China.

    Mark Zuckerbergs handen zijn niet zo vrij als die van Elon Musk, wiens immense fortuin uit andere bedrijven dan alleen X komt. Wil de oprichter van Facebook een van de rijkste mensen ter wereld blijven, dan moet hij een aantrekkelijke omgeving creëren voor advertenties. Uiteindelijk zullen de adverteerders beslissen of hij er goed aan heeft gedaan zich over te geven aan de politieke tijdgeest.

  • Verpesten sociale media ons vermogen om ons te focussen?

    Verpesten sociale media ons vermogen om ons te focussen?

    Doomscrolling en brain rotting zijn relatief nieuwe termen die verwijzen naar de negatieve impact van sociale media op ons concentratievermogen. Is er reden tot zorgen? Twee opiniemakers gaan in debat.

    ‘Het feit dat degenen die het meeste risico lopen zich het meest bewust zijn van het probleem is bemoedigend nieuws’

    ‘Als je de laatste overblijfselen van het menselijk intellect door de gootsteen wilt zien spoelen, typ dan de woorden “skibidi toilet” in op YouTube’, schrijft Siân Boyle in The Guardian. De video van elf seconden toont een geanimeerd hoofd dat uit een toiletpot steekt terwijl het de onzinnige tekst ‘skibidi dop dop dop ja ja’ zingt. De clip is meer dan 215 miljoen keer bekeken en leidde tot honderden miljoenen verwijzingen op TikTok en andere sociale media. ‘Het is dan ook toepasselijk dat brain rot zojuist is benoemd tot het Oxford-woord van het jaar.’ Het woordenboek definieert brain rotting als ‘de veronderstelde verslechtering van de mentale of intellectuele toestand van een persoon, vooral als het resultaat van overconsumptie van (online) materiaal dat als triviaal of onuitdagend wordt beschouwd’. Volgens Boyle zijn maar weinig mensen zich ervan bewust hoe letterlijk technologie onze hersenen verpest en hoe onmiskenbaar dwangmatig internetgebruik onze grijze massa vernietigt.

    Brain rot werd bijna twintig jaar geleden al voorspeld toen wetenschappers de effecten bestudeerden van een destijds nieuwe uitvinding genaamd e-mail. Ze bestudeerden met name de impact die een onophoudelijk spervuur van informatie zou hebben op de hersenen van de deelnemers. ‘Constante cognitieve overbelasting had een negatiever effect dan het innemen van cannabis, waarbij het IQ van de deelnemers gemiddeld met 10 punten daalde’, schrijft Boyle. ‘En dat was nog voordat smartphones het internet binnen handbereik brachten, wat ertoe heeft geleid dat de gemiddelde volwassene in het Verenigd Koninkrijk nu minstens vier uur per dag online is (waarbij gen Z-mannen vijf en een half uur per dag online zijn en gen Z-vrouwen zes en een half).’

    Boyle haalt aan dat de afgelopen jaren een overvloed aan academisch onderzoek van onder andere de Harvard Medical School, de Universiteit van Oxford en King’s College London bewijs heeft gevonden dat het internet onze grijze hersenmassa doet krimpen, de aandachtsspanne verkort, het geheugen verzwakt en onze cognitieve processen verstoort. 

    ‘Onderzoek na onderzoek beschrijft hoe kwetsbaar we zijn voor door het internet veroorzaakte hersenrotting’

    ‘Onderzoek na onderzoek beschrijft hoe kwetsbaar we zijn voor door het internet veroorzaakte hersenrotting. Te veel technologie tijdens de ontwikkelingsjaren van de hersenen wordt door sommige academici zelfs “digitale dementie” genoemd.’ Mensen die vaak met meerdere online platforms bezig zijn, hebben een verminderd geheugen en een verminderde aandachtsspanne. Dit bleek uit een analyse van gegevens die over een periode van tien jaar waren verzameld door geheugenpsychologen aan de Stanford University in 2018. Dr. Gloria Mark, hoogleraar informatica aan de Universiteit van Californië en auteur van Attention Span, heeft bewijs gevonden voor hoe drastisch ons vermogen om te focussen afneemt. In 2004 stelden Mark en haar team van onderzoekers vast dat de gemiddelde aandachtsspanne op een scherm tweeënhalve minuut bedroeg. In 2012 was dat 75 seconden. Zes jaar geleden was dat nog maar 47 seconden. ‘En toch lijken we weinig te doen om het tij te keren,’ betreurt Boyle. 

    ‘Maar het is niet helemaal onze schuld als technologie ons minder intelligent maakt. Het is tenslotte ontworpen om ons volledig op te slokken,’ merkt Boyle op. ‘Silicon Valleys smerigste ontwerptruc – die overal aanwezig is als je het eenmaal hebt opgemerkt – is de oneindige scroll, het zogeheten doomscrolling’. Doomscrolling wordt vergeleken met het “bodemloze soepkom”-experiment, waarbij deelnemers gedachteloos uit een soepkom blijven eten als deze steeds wordt bijgevuld. ‘Een online feed die constant wordt “bijgevuld” manipuleert het dopaminerge beloningssysteem van de hersenen op een vergelijkbare manier. Deze krachtige dopamine-gedreven cyclus van eindeloos scrollen kunnen verslavend worden.’

     ‘In de afgelopen jaren hebben antitechnologiebewegingen aan kracht gewonnen’

    Maar wat gebeurt er als we geen grip krijgen op onze afnemende cognitieve gezondheid? ‘De voormalige Google-ontwerpethicus Tristan Harris vertelde het Amerikaanse Congres in 2019 dat miljarden mensen nu hun informatie ontvangen van platforms waarvan het bedrijfsmodel de winst koppelt aan hoeveel aandacht ze vangen, waardoor een race ontstaat om aandacht te trekken door onze hagedissenhersenen te hacken – met dopamine, angst, verontwaardiging – voor winst”.’ Zijn waarschuwingen zijn grimmiger dan ooit, schrijft Boyle. ‘Hij zei dat “overtuigende technologie een enorm onderschatte en machtige factor is die de wereld vormgeeft” en dat “deze technologie de controle heeft genomen over de pen van de menselijke geschiedenis en ons naar een catastrofe zal drijven als we het niet terugnemen”.’

    De term brain rot werd populair gemaakt door jonge mensen op sociale media die het meeste risico lopen op de gevolgen ervan. ‘Het feit dat degenen die het meeste risico lopen zich het meest bewust zijn van het probleem is bemoedigend nieuws,’ aldus Boyle. De eerste stap in de richting van een verandering is volgens haar het begrijpen van het probleem, en dat gebeurt volgens haar steeds meer. ‘In de afgelopen jaren hebben antitechnologiebewegingen aan kracht gewonnen,’ Van tieners die zich afkeren van dumbphones tot campagnes voor een smartphonevrije jeugd; het zijn volgens Boyle ‘groene scheuten voor een toekomst waarin we in staat zijn om onze geest terug te winnen’. ‘Misschien heeft Skibidi Toilet dus toch meer betekenis: een bewustzijn van waar de menselijke intelligentie zich op dit moment bevindt. Het kan nu twee kanten op: zo verder, of met een U-bocht omkeren.’

    Siân Boyle is freelance schrijver en journalist, gespecialiseerd in longform journalistiek. Ze heeft gepubliceerd in onder andere The Sunday Times, The Guardian, The Independent, en Huff Post.


    ‘Studenten kunnen nog steeds boeken lezen, ze kiezen er alleen voor om dat niet te doen’

    ‘We zien afleiding ten onrechte als een nieuw fenomeen. De vermeende aandachtscrisis zou beter omschreven kunnen worden als een verschuiving in prioriteiten’, schrijft Marion Thain, hoogleraar cultuur en technologie aan het King’s College in Londen en directeur van het Digital Futures Institute, in Irish Examiner

    Volgens Thain hebben we de neiging te denken dat het predigitale tijdperk ongeveer hetzelfde was als nu, maar dan zonder onze talloze digitale afleidingen. ‘Dat was niet zo. Afleiding is niets nieuws’. Aan het eind van de negentiende eeuw konden Londenaren tot wel twaalf postbezorgingen per dag verwachten. Brieven werden vaak uitgewisseld met een frequentie waarvan we nu denken dat die alleen sinds de komst van e-mail voorkomt. ‘Er wordt soms beweerd dat afleiding de onderliggende cognitieve crisis van het digitale tijdperk is, en er is zeer reële en terechte bezorgdheid onder jongere generaties, maar het is ook belangrijk de huidige zorgen in een bredere historische context te plaatsen,’ stelt Thain.

    ‘Zou het degenen die klagen over ons groeiende onvermogen om aandachtig een concert van klassieke muziek bij te wonen, helpen om te weten dat de achttiende-eeuwse symfonie niet werd ontworpen met de verwachting van een publiek dat met voortdurende, verrukte aandacht luisterde? Of dat de middeleeuwse monniken geen smartphones nodig hadden om te geloven dat hun werk werd bedreigd door de demon van de afleiding, Titivillus?’

    Beschuldigingen van een afnemende aandachtsspanne zijn volgens Thain een vrij consistent onderdeel van het verhaal van de moderniteit. ‘Zelfs in het begin van de twintigstee eeuw identificeerde schrijver en criticus Ezra Pound de verschuiving van poëzie naar proza als het gevolg van een afgeleid lezerspubliek dat niet in staat was om de taalkundige dichtheid van verzen bij te wonen.’

    ‘Studenten zien het lezen van boeken als het luisteren naar vinylplaten – iets wat vooral een overblijfsel is van een vroegere tijd’

    Auteur Jonathan Bate sprak onlangs in het BBC Today-programma over hoe de huidige onderwijssystemen studenten voortbrengen die niet meer in staat zijn om lange romans te lezen. Dat ging volgens Bate ten koste van de vaardigheden concentratie en kritisch denken. ‘Bate betreurt de dagen waarin hij een groep studenten kon vragen om drie Charles Dickens romans in een week te lezen. Maar Bates drie-eenheid van Great Expectations (ongeveer 187.000 woorden), David Copperfield (ongeveer 358.000) en Bleak House (ongeveer 356.000) zou een gemiddelde lezer in totaal ongeveer 50 uur kosten. Zelfs een frenetieke skim-read zou weinig tijd overlaten voor kritische reflectie en zou vrijwel zeker niet bevorderlijk zijn voor de geestelijke gezondheid,’ werpt Thain tegen.

    Thain verwijst ook naar het artikel van Rose Horowitch in The Atlantic met als kop: The elite college students who can’t read books. In het artikel wordt gesteld dat veel middelbare scholen in de Verenigde Staten hebben besloten om minder nadruk te leggen op literaire teksten, zoals romans en gedichten, en in plaats daarvan korte tekstfragmenten gebruiken. Tegelijkertijd compliceert Horowitch dit beeld door te opperen dat we misschien niet zozeer een afname zien in het lezen van lange teksten, maar eerder een verschuiving in wat en hoe geconsumeerd wordt. Ze schrijft dat een paar professoren haar vertelden dat hun studenten het lezen van boeken zien als het luisteren naar vinylplaten – iets waar een kleine subcultuur misschien nog steeds van geniet, maar wat vooral een overblijfsel is van een vroegere tijd. Ook benadrukt ze dat we tegelijkertijd het publiek voor luisterboeken aanzienlijk hebben zien groeien. ‘Haar artikel suggereert dat we misschien niet zozeer getuige zijn van een verlies van de vaardigheid om een lange roman te lezen als wel van een verschuiving in waarden: studenten kunnen nog steeds boeken lezen, ze kiezen er alleen voor om dat niet te doen,’ aldus Thain. 

    Dit alles wil volgens Thain niet zeggen dat we zelfgenoegzaam moeten zijn. ‘Verre van dat: Het is essentieel dat we begrijpen wat de winst en het verlies zijn van onze verschuivende aandacht en wie het meest wint en verliest bij deze nieuwe aandachtseconomieën.’ 

    Een meer diffuse focus kan andere cognitieve spieren trainen en andere beloningen opleveren

    Nog fundamenteler is het volgens haar dat we nadenken over welke soorten aandacht we nastreven en waarom. ‘Wat psychologen wel eens unifocale aandacht noemen is slechts één manier om aandacht te hebben, en het is niet altijd de meest nuttige.’ Dat lieten Chris Chabris en Dan Simons zien in hun experiment uit 1999 dat bekendstaat als het Onzichtbare Gorilla Experiment. De proefpersonen werd gevraagd om het aantal worpen in een basketbalwedstrijd te tellen, maar ze merkten de persoon in het gorillapak niet op die midden in de wedstrijd op het veld danste. ‘Concentratie op één ding kan ons verblinden voor belangrijke maar onverwachte gebeurtenissen.’ Een meer diffuse focus kan andere cognitieve spieren trainen en andere beloningen opleveren. ‘Ontwikkelt de jongere generatie vormen van aandacht die ouderen moeilijk begrijpen of waarderen, maar die nieuwe voordelen kan bieden?

    Als voorbeeld noemt ze de snelle, schriftelijke uitwisselingen van instant messaging. En de kunst van de gevatte, geestige uitdrukking in 140 of 280 tekens. ‘En wat te denken van de behendigheid en reflextraining van de fysieke en mentale bewegingen van videogames, of de sociaal verspreide vormen van collectieve aandacht die mogelijk zijn in online omgevingen?’

    Deze vragen kunnen en moeten we volgens Thain stellen, terwijl we ons tegelijkertijd bewust zijn van de reële problemen in de huidige aandachtseconomieën. ‘Misschien kan de geschiedenis ons leren flexibeler om te gaan met de manier waarop we long form van cultuur presenteren, ermee omgaan en ervan genieten. En in een context die nog maar enkele decennia geleden onvoorstelbaar was, kunnen we wellicht ook het potentieel herkennen.’

    Marion Thain is hoogleraar Cultuur en Technologie aan het King’s College in Londen en directeur van het Digital Futures Institute. 

  • Zijn nieuwjaarsvoornemens zinvol of nutteloos?

    Zijn nieuwjaarsvoornemens zinvol of nutteloos?

    Het nieuwe jaar is aangebroken en dat betekent voor velen maar één ding: het bedenken van goede voornemens. Maar zijn die nieuwjaarsvoornemens wel zo’n goed idee? Twee redacteuren gaan met elkaar in debat.

    ‘Het zou ons doel moeten zijn om ons leven gemakkelijker te maken, niet moeilijker’

    ‘Normaal gesproken zou ik rond deze tijd ook mijn goede voornemens bedenken’, schrijft Nicole Kavros van The Panter. ‘Ik zou iedereen vertellen hoe ik van plan ben om geld te gaan besparen, mijn sportschoolabonnement beter te benutten en misschien zelfs een nieuwe hobby op te pakken. Ik zou zo’n drie tot acht substantiële doelen stellen, denkend dat ik meer tijd zou hebben dan het afgelopen jaar. 

    Maar zodra februari aanbreekt, ben ik altijd verder verwijderd van het bereiken van mijn doelen dan dat ik op 1 januari was’, meent Kavros. En dat niet alleen. ‘Dit falen zorgt er altijd voor dat ik me verslagen voel. Hoe kan ik slecht zijn in voornemens? Ik ben meestal prima in het afvinken van to-dolijstjes; sterker nog, het is een van de dingen waar ik in uitblink.’ En dus vraagt Kavros zich af: ‘Waarom veroorzaakt het stellen van doelen van eind december tot begin januari dan toch zoveel stress?  

    Ik kwam een ​​blogpost tegen met de titel “Mijn antinieuwjaarsresoluties”, waarin de auteur een soortgelijk gevoel uitdrukt: het gevoel dat hij zijn resoluties niet kan volbrengen’, gaat Kavros verder. De blogger had volgens haar een goed punt: ‘Misschien is het de truc om geen resoluties te maken over wat we moeten toevoegen of repareren, maar eerder over welke slechte gewoonten we moeten afleren.’ 

    Een andere reden waarom Kavros meent dat goede voornemens een slecht idee zijn, is omdat het volgens haar ‘heel geforceerd aanvoelt’. ‘In plaats van steeds ruimte te zien voor verbetering, kies ik één dag om mijn leven opnieuw vorm te geven. Het is eerder een gewoonte geworden dan noodzaak.   

    ‘Er zijn misschien manieren om beter te worden in het maken – en nakomen – van nieuwjaarsvoornemens’ 

    Toch denk ik niet dat nieuwjaarsvoornemens achterhaald zijn’, aldus Kavros. ‘Doelen stellen is een geweldige gewoonte, en het is zeer bevredigend als we ze bereiken. Maar er zijn misschien manieren om beter te worden in het maken – en nakomen – van nieuwjaarsvoornemens.’ 

    Kavros benoemt dat het kan helpen om, zoals de blogger al zei, ‘antiresoluties’ te formuleren, omdat deze beter na te volgen zijn. ‘Een aanpak die minder gericht is op resultaten en meer op afleren wat ons niet verder helpt, is haalbaarder. Het is oké als het dagen, maanden of zelfs jaren duurt voordat een doel is bereikt, en het is oké als er tegenslagen en obstakels zijn op de weg ernaartoe.’ 

    Daarom is het beste doel dat we volgens Kavros kunnen stellen ‘onszelf slack te geven en de kleine overwinningen te vieren’. ‘Als we kunnen zeggen dat we ons best hebben gedaan en ons even tolerant tegenover onszelf opstellen als tegenover anderen, kunnen we meer vooruitgang boeken. 

    Het zou ons doel moeten zijn om ons leven makkelijker te maken, niet moeilijker, vooral wanneer een grote mijlpaal als een nieuw jaar voor de deur staat. We zouden het moeten ingaan met evenveel mededogen voor onszelf als voor anderen, en met het besef dat zoiets als een nieuwjaarsvoornemen alleen maar maatschappelijk geconstrueerd is. In werkelijkheid bepalen we ons eigen tempo en bepalen wijzelf hoe succes er voor ons uitziet.’ 


    ‘Telkens wanneer je een moment hebt dat aanvoelt als een splitsing van de tijd, doet je geest iets speciaals’

    ‘Rationeel gezien zou 1 januari niet beter moeten zijn dan welke andere dag dan ook om een ​​verandering in je leven teweeg te brengen – dus waarom zouden we onszelf onnodig onder druk zetten om ons leven te “upgraden” bij de opening van een nieuwe kalender?’ vraagt David Robson zich af in zijn artikel in de BBC. Toch blijkt uit recent psychologisch onderzoek dat er ‘veel goede redenen zijn om op de eerste dag van een nieuw jaar met een nieuw regime te beginnen’, erkent ook hij. 

    Ten eerste haalt hij cultuurhistoricus Anna Katharina Schaffner aan, die meent dat ‘het geen toeval is dat velen van ons na een hedonistische feestperiode graag positieve veranderingen willen doorvoeren’. Het zou na zo’n periode immers tijd zijn om ‘te zuiveren’. Schnaffner benoemt dan ook dat veel ‘voornemens gericht zijn op onthouding – het opgeven van onze slechte gewoontes om ons lichaam en onze ziel te reinigen’.

    ‘Toch kan het “zuiveringsprincipe” onze hang naar nieuwjaarsvoornemens niet volledig verklaren’, gaat Robson verder. ‘Veel van onze doelen hebben te maken met werk of persoonlijke bezigheden en niet met spirituele en fysieke verzoening. Dus wat is er zo speciaal aan deze specifieke datum dat ons verlangen naar persoonlijke verandering, van welke aard dan ook, aanwakkert? 

    Sommige aanwijzingen komen voort uit de manier waarop de hersenen hun herinneringen organiseren’, zegt Robson. ‘Psychologen hebben ontdekt dat we de neiging hebben om een ​​verhaal te creëren dat is verdeeld in afzonderlijke “hoofdstukken” die de verschillende fasen van ons leven markeren. Die hoofdstukken kunnen belangrijke gebeurtenissen in het leven kenmerken, zoals naar de universiteit gaan, trouwen of de geboorte van je eerste kind. Maar je geest kan die belangrijke hoofdstukken ook opsplitsen in kleinere delen, waarbij het begin van een nieuw jaar een breuk in het verhaal kan vertegenwoordigen.’ 

    ‘Uit onderzoek blijkt dat 35 procent van de mensen die voornemens maakten erin slaagde al hun doelen te bereiken’

    Zo legt hoogleraar psychologie Katy Milkman uit: ‘Telkens wanneer zich je een moment voordoet dat aanvoelt als een splitsing van de tijd, creëert je geest het gevoel van een nieuwe start’ Je slaat de pagina om, je hebt een schone lei, het is een nieuw begin.’ En juist dit principe helpt je om ‘psychologische afstand te creëren van eerdere mislukkingen, waardoor je het gevoel krijgt dat elke fout de “oude jij” was en dat je het nu beter zult doen’. Het nieuwe jaar is daarbij een bijzonder aantrekkelijk startpunt, vergeleken met die andere evenementen. ‘Het is voor de meeste mensen een grote breuk’, aldus Milkman. 

    Toch vragen volgens Robson veel mensen zich nog steeds af of de praktijk de moeite waard is. ‘De meeste mensen bereiden zichzelf alleen maar voor op mislukking – nietwaar? Toch laten de beschikbare gegevens zien dat het algehele succespercentage hoger is dan velen zouden denken. Zo blijkt uit recent onderzoek dat 35 procent van de mensen die voornemens maakten erin slaagde al hun doelen te bereiken. 50 procent van de mensen slaagde erin om een aantal van hun voornemens te behouden.’

    Robson gaat ten slotte ook nog in op de manier ‘waarop je je voornemens formuleert, omdat dat ook een belangrijk verschil kan maken’. ‘Per Carlbring van de Universiteit onderzocht de voortgang van mensen die nieuwjaarsvoornemens hadden gemaakt. Hij categoriseerde hun voornemens in twee klassen. Sommige waren “vermijdingsdoelen” – wat, zoals de naam al doet vermoeden, inhoudt dat je stopte met iets als snoep, alcohol of sociale media. De andere waren ‘aanpakdoelen’ – wat inhoudt dat je een nieuwe gewoonte aanneemt – zoals twee keer per week zwemmen of ‘s avonds gitaar spelen.’ 

    ‘Gemiddeld was de kans dat de deelnemers hun aanpakdoelen haalden ongeveer 25 procent groter dan de vermijdingsdoelen’, zegt Robson. De conclusie van het onderzoek: ‘In plaats van dingen te stoppen, zou je dingen moeten gaan doen.’ 

  • Is de opkomst van AI goed voor de democratie?

    Is de opkomst van AI goed voor de democratie?

    Algoritmes en kunstmatige intelligentie spelen een steeds prominentere rol in de politiek, van het bepalen van welke politieke advertenties we online te zien krijgen tot het analyseren van data om verkiezingsstrategieën te optimaliseren. Is dit een goede of een slechte ontwikkeling?

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – tijdelijk al vanaf €1,50 per maand – op 360 Magazine.

    ‘Het wordt voor gewone mensen extreem moeilijk om een rationele, ideologische dialoog te voeren’

    ‘Algoritmes op sociale mediaplatformen zoals X, Facebook en TikTok bepalen nu wat mensen zien, geloven en uiteindelijk waar ze op stemmen’, schrijft Bimal Pratap Shah in The Kathmandu Times. ‘Als we niets doen om de invloed van AI in te perken, lopen we het risico democratische principes te verliezen.’ Volgens hem speelde AI een cruciale rol bij het bepalen van de uitslag van de Amerikaanse verkiezingen van 2024.

    Dat komt mede doordat de algoritmes van sociale media steeds geavanceerder worden. ‘Mensen zijn zich er niet van bewust dat die onzichtbare kracht politieke gesprekken en beslissingen vormgeeft.’ Politieke advertenties, virale berichten en (nep)nieuws worden door het algoritme speciaal afgestemd op mensen die ze waarschijnlijk interessant vinden. Dit kan bestaande vooroordelen en angsten steeds verder aanwakkeren en versterken. ‘Het wordt voor gewone mensen extreem moeilijk om een rationele, ideologische dialoog te voeren. Simpel gezegd worden mensen overspoeld met informatie en daardoor kunnen ze geen rationele beslissingen nemen.’

    Maar de invloed van AI gaat verder dan algoritmes. Tijdens de campagne in aanloop naar de presidentsverkiezingen in de VS werden sociale media ‘overspoeld door generatieve AI-tools die hyperrealistische deepfake content konden maken om kiezers te misleiden’. Zelfs fact-checkers konden de snelheid van dergelijke AI-technieken volgens Shah niet bijhouden. Sommige socialemedianetwerken proberen met hun eigen systemen nepnieuws in te dammen, maar daar is tot nog toe weinig van terechtgekomen. ‘Ze begonnen AI-tools te gebruiken om misleidende inhoud te detecteren en te beperken, maar deze tools slagen er nog niet in om nieuwe vormen van misleiding te herkennen.’ Hij ziet het somber in. ‘AI-gestuurde inhoud zal alleen maar geavanceerder worden en het zal moeilijker worden om feiten van fictie te onderscheiden.’

    ‘Kiezers zijn nu overgeleverd aan algoritmes om hun wereldbeeld te vormen’

    Het meest verontrustende aan deze nieuwe realiteit is volgens Shah het groeiende gevoel van machteloosheid dat hierdoor ontstaat. ‘Kiezers, die al overweldigd worden door de constante informatiestroom, zijn nu overgeleverd aan algoritmes om hun wereldbeeld te vormen. De basis van democratische besluitvorming brokkelt af wanneer verkeerde informatie zich ongecontroleerd verspreidt.’ De grens tussen wat echt is en wat nep vervaagt steeds meer, waardoor ‘hulpeloze kiezers moeten navigeren door een politiek landschap dat meer een doolhof is geworden dan een plek met ruimte voor rationele debatten’.

    Het is een uitdaging om dit nieuwe probleem van algoritmische manipulatie in de politiek op te lossen, stelt de auteur. Sommigen roepen platforms op om transparanter te zijn over hoe hun algoritmes werken. Een andere suggestie is dat de overheid de algoritmen van sociale media reguleert, maar dit zou ook negatief kunnen uitpakken. ‘Die aanpak kan innovatie beperken of het moeilijker maken voor mensen om hun vrije mening te uiten.’ In de toekomst zal het volgens Shah een grote uitdaging zijn om de juiste balans te vinden tussen het beschermen van de integriteit van het publieke debat en het behouden van de vrijheid van meningsuiting.

    ‘De Amerikaanse verkiezingen van 2024 waren een herinnering aan de risico’s en gevaren van de groeiende invloed van AI op het politieke systeem.’ Shah gelooft dat de rol van sociale media en AI bij het vormgeven van de democratie alleen maar groter zal worden. ‘Als we de integriteit van onze verkiezingen willen behouden en ervoor willen zorgen dat het publieke debat gebaseerd blijft op de waarheid, moeten we de algoritmen temmen die ons politieke landschap vormgeven.’


    ‘AI-tools beloven de democratie rechtvaardiger te maken’

    Dat kunstmatige intelligentie de politiek gaat beïnvloeden, staat volgens Bruce Schneier en Nathan E. Sanders van WIRED vast. Maar dat wil niet zeggen dat het alleen om slechte ontwikkelingen gaat. ‘De Indiase premier Narendra Modi heeft AI gebruikt om zijn toespraken in realtime te vertalen voor zijn meertalige electoraat, en laat daarmee zien hoe deze vorm van intelligentie diverse democratieën kan helpen om meer inclusief te zijn’, schrijven ze. In Zuid-Korea hebben presidentskandidaten bij verkiezingscampagnes AI-avatars gebruikt om antwoord te geven op vragen van duizenden kiezers tegelijk. ‘We beginnen ook te zien dat AI-hulpmiddelen helpen bij fondsenwerving en het halen van stemmen. En AI-technieken beginnen traditionele enquêtemethoden te verbeteren, waardoor campagnes goedkoper en sneller gegevens kunnen verzamelen.’ Congreskandidaten zijn bijvoorbeeld begonnen met het gebruik van robotbellers om contact te leggen met kiezers en hen meer te betrekken bij politieke kwesties. 

    De redacteuren voorspellen dat deze trend zich in 2025 zal voortzetten. Niet omdat AI kundiger is dan mensen, maar omdat ‘de politiek competitief is en elke technologie die een voordeel kan bieden, zal worden gebruikt’. Ze wijzen erop dat de meeste lokale politieke kandidaten weinig financiële middelen hebben. ‘Die staan voor de keuze om ofwel geen hulp te krijgen, ofwel hulp van AI-tools te aanvaarden.’ In 2024 versloeg een Amerikaanse presidentskandidaat met vrijwel geen naamsbekendheid, Jason Palmer, Joe Biden in een zeer klein electoraat: de Amerikaanse Samoaanse voorverkiezing. Hij bereikte dit door gebruik te maken van AI-gegenereerde berichten en een online AI-avatar. ‘Ze beloven de democratie dus rechtvaardiger te maken.’ 

    Maar daar zetten ze een kanttekening bij. ‘Op nationaal niveau is het waarschijnlijker dat AI-hulpmiddelen de almachtigen nog machtiger maken. Mens plus AI verslaat over het algemeen AI alleen.’ Dat wil zeggen, hoe meer menselijk talent je hebt, hoe meer je effectief gebruik kunt maken van AI-hulp. ‘De rijkste campagnes zullen een AI-systeem niet de leiding geven, maar ze zullen wel AI gebruiken als dat hun voordeel oplevert.’

    ‘Het is belangrijk dat iedereen zich realiseert dat de output niet volledig objectief is’

    AI verschilt van traditionele computersystemen doordat de AI-systemen niet neutraal zijn. Omdat AI wordt ‘gevoed’ met data die door mensen zijn verzameld, kan het vooroordelen of subjectieve voorkeuren van mensen overnemen. ‘We zullen AI-systemen zien die geoptimaliseerd zijn voor specifieke partijen en ideologieën. Het is belangrijk dat iedereen kritisch kijkt naar AI en zich realiseert dat de output niet volledig objectief is, ongeacht wie de algoritmen heeft ontwikkeld.’

    Dit is nog maar het begin van een trend die zich de komende jaren over de hele wereld zal verspreiden. Maar iedereen, vooral AI-sceptici en degenen die zich zorgen maken over AI, moet volgens de auteurs erkennen dat AI élk aspect van de democratie gaat beïnvloeden. Politici en campagnes zullen AI-hulpmiddelen gebruiken als ze nuttig zijn. Dat geldt ook voor advocaten en politieke belangengroepen. Rechters zullen, om tijd te besparen, AI gebruiken om te helpen bij het opstellen van hun beslissingen en nieuwsorganisaties zullen AI gebruiken uit bezuinigsoverwegingen. 

    ‘Of dit leidt tot een betere democratie of een rechtvaardigere wereld valt nog te bezien’, schrijven ze. Het is volgens de auteurs van belang te blijven controleren hoe machthebbers deze tools gebruiken en tegelijkertijd te erkennen hoe ze de mensen met minder macht momenteel meer macht geven. ‘We moeten ervoor blijven pleiten AI-systemen te gebruiken om de democratie te verbeteren.’

  • Is fitnesstracking een goed idee?

    Is fitnesstracking een goed idee?

    Steeds meer mensen dragen smartwatches. In Duitsland houdt zelfs een op de drie mensen hun vitale functies in de gaten met behulp van deze zogenaamde wearables. Is dit gewoon de zoveelste plaag van de zichzelf optimaliserende mensheid of is het juist een goede ontwikkeling? Twee redacteuren gaan met elkaar in debat. 

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – tijdelijk al vanaf €1,50 per maand – op 360 Magazine.

    ‘Experts waarschuwen dat smartwatches je fitheid kunnen belemmeren in plaats van verbeteren’  

    De 46-jarige LeClair kreeg van haar zorgverzekeraar een fitnesstracker aangeboden. Hoewel ze het in het begin leuk vond om haar stappen bij te houden en haar hartslag te monitoren, werd de tracker na een paar maanden een standaard waaraan ze zichzelf ging afmeten. ‘In plaats van te kijken naar de veranderende lucht of met haar handen langs met mos bedekte bomen te gaan, maakte ze zich zorgen dat haar hartslag niet hoog genoeg was. Telkens als LeClair wakker werd, was haar eerste gedachte: “Ga ik vandaag wel genoeg stappen zetten?”’ Daarmee begint de Amerikaanse journalist Hilary Achauer haar artikel in The Washington Post

    En dus besloot LeClair ‘op een dag dat ze er genoeg van had’. ‘Jaren nadat ze haar fitnesstracker had weggegooid, is LeClairs activiteitsniveau niet afgenomen.’ Vervolgens benoemt Achauer dat de fitnesstrackers van vandaag ‘veel meer kunnen dan alleen je stappen bijhouden’. ‘De nieuwste smartwatches monitoren je slaap, je herstel, de intensiteit van je training en houden zelfs je golven bij tijdens het surfen. Toegang tot deze informatie is niet altijd positief en sommige experts waarschuwen dat de gadgets je fitheid kunnen belemmeren in plaats van verbeteren.’

    Zo benoemt Alissa Rumsey, een gediplomeerd diëtiste in Brooklyn en auteur van het boek Unapologetic Eating, dat voor veel mensen het bijhouden van hun bewegingen een negatieve obsessie kan worden. Daryl Appleton, psychotherapeut en prestatiecoach, waarschuwt dat ‘fitnesstrackers ongezond kunnen worden als er geen grenzen aan het gebruik ervan worden gesteld’. ‘Als je constant je app of stappen checkt en je waarde daaraan afmeet, of hebt ontdekt dat het bijhouden van je fitness en calorie-inname je dagelijkse privé- en beroepsleven belemmert, dan bestaat de kans dat je bepaalde psychische stoornissen aan het ontwikkelen bent’, aldus Appleton. 

    Fitnesstrackers ‘verwijderen de grenzen die vroeger bestonden tussen medische apparaten en consumentenproducten’

    Achauer benoemt ook een ander mogelijk probleem met fitnesstrackers, namelijk dat ze ‘gebruikers ertoe kunnen aanzetten de signalen van hun lichaam te negeren en te blijven trainen, terwijl ze dat eigenlijk niet zouden moeten doen’. Op die manier zouden de gebruikers volgens diëtiste Rumsey ‘niet meer letten op hoe hun lichaam zich voelt en of ze rust nodig hebben, of juist moeten bewegen’. ‘Dit zou ertoe kunnen leiden dat mensen zich losgekoppeld voelen van hun lichaam’, aldus Achauer. 

    Een andere expert die wordt aangehaald in het artikel is Leela R. Magavi, psychiater en regionaal medisch directeur van Mindpath Health. Zij meent dat ‘trackers weliswaar nuttige hulpmiddelen kunnen zijn om mensen te helpen routines te creëren en positieve gewoontes op te bouwen, maar dat ze niet zijn getest of gereguleerd als apparaten die nauwkeurige klinische diagnoses stellen. Bovendien kunnen ze onnauwkeurige resultaten opleveren.’  

    Ook gaat Achauer in het artikel in op het feit dat fitnesstrackers ‘de grenzen verwijderen die vroeger bestonden tussen medische apparaten en consumentenproducten’. ‘Informatie die voorheen beperkt was tot dokterspraktijken, zoals hartslagvariabiliteit en slaappatronen, zit nu in lifestyleproducten. Het voordeel van deze vage grenzen is dat we meer informatie bij de hand hebben over onze eigen gezondheid; het nadeel is dat we aan onszelf zijn overgelaten om de informatie die we verzamelen te interpreteren en analyseren’, meent de Amerikaanse journaliste. 


    ‘Het is arrogant om smartwatches te veroordelen als het duivelswerk van zelfoptimalisatie’

    ‘If it’s not on Strava or Garmin, it didn’t happen’, daarmee begint de Duitse journalist Martin Anetzberger zijn betoog in Süddeutsche Zeitung waarom fitnesstracking een goed idee is. ‘Dat gezegde is inmiddels een begrip geworden onder ambitieuze sporters. Vrij vertaald: “Laat mij zien welke topprestatie jij hebt neergezet in jouw fitnessapp, anders ga ik ervan uit dat je mij bedriegt.” Dit plagerijtje is uiteraard bijna nooit serieus bedoeld. Maar het biedt wel een verklaring waarom zoveel mensen fitnesshorloges, hartslagmeters en GPS-sensoren gebruiken om gegevens over hun sportactiviteiten bij te houden en te verspreiden: het is leuk, zo simpel is het.’ 

    Volgens Anetzberger is fitnesstracking puur iets positiefs. ‘Het is leuk om je trainingen virtueel bij te houden, jezelf te vergelijken met anderen en, ja, jezelf een beetje te presenteren. Dingen die leuk zijn, werken motiverend. En motivatie is essentieel als je je bijvoorbeeld voorbereidt op een marathon, omdat het veel tijd kost die je ook zou kunnen doorbrengen met familie of vrienden, in het theater, in de kroeg of gewoon op de bank.’ 

    Maar volgens Anetzberger gaat het doel van tracking nog verder. Zo zou het bij goed gebruik een ‘belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het monitoren van trainingssucces’ en zelfs ‘overbelasting of blessures kunnen voorkomen’. ‘Veel mensen die zich voor het eerst voorbereiden op een wedstrijd beginnen met trainingen die te intensief zijn en drijven hun hartslag te hoog op. Dit is niet effectief, veroorzaakt snel uitputting en frustratie en kan bovendien gevaarlijk zijn voor de gezondheid, omdat het hart- en vaatstelsel niet aan deze belasting gewend is. Veel horloges zijn uitgerust met een hartslagalarm. Ze trillen of piepen wanneer een individueel ingestelde waarde wordt overschreden. Een waardevol hulpmiddel voor beginners totdat ze gevoel voor het juiste tempo hebben ontwikkeld.’ 

    Mensen zouden gemakkelijk gemotiveerd kunnen worden door de ‘speelse aanpak’ van een dagelijks stappendoel

    Ook gaat het opiniestuk in op de groep met minder grote sportieve ambities, maar waarbij de fitnesstracker nog steeds positieve impulsen kan bieden om te gaan bewegen. Zo zouden mensen gemakkelijk gemotiveerd kunnen worden door de ‘speelse aanpak’ van een dagelijks stappendoel of een bepaald aantal trappen oplopen. 

    Daarom concludeert de Duitser dat ‘het verkeerd en ook een beetje arrogant is om smartwatches te veroordelen als een ultiem en duivels symbool van hightech zelfoptimalisatie – vooral als je bedenkt hoeveel mensen in Duitsland te veel wegen (meer dan de helft heeft overgewicht, bijna een kwart heeft extreem overgewicht), wat in verband wordt gebracht met een verhoogd risico op diabetes, hart- en vaatziekten en gewrichtsaandoeningen.’ Onlangs werd uit onderzoek duidelijk dat het percentage van mensen met overgewicht in Nederland in 2050 zal oplopen tot 64 procent. 

    Anetzberger benoemt ook kort dat deze moderne apparaten ‘een jungle aan verschillende functies bieden die een aanzienlijke impact hebben op het dagelijks leven en vaak automatisch worden geregistreerd’. Hij ziet in dat mensen daar ook geïrriteerd van kunnen raken of zich daardoor onder druk gezet kunnen voelen. De oplossing die hij daartegen voorstelt is simpel: ‘Leg je horloge dan gewoon weg en schakel deze cryptische waarden uit, vooral ’s nachts als je slaapt.’