Tag: Donald trump

  • Zaak rechts-extremistische aanslag definitief afgesloten

    Zaak rechts-extremistische aanslag definitief afgesloten

    Werkloosheid onder twintigers, pandemiebingo, de simulatie van menselijk intelligentie & meer nieuws wereldwijd.

    schermafbeelding 2020 09 29 om 11 53 09 1

    Jordanië

    Boze twintigers

    De werkloosheid in Jordanië bedraagt 23 procent en vooral veel twintigers zijn werkloos. Daarom introduceerde de regering onlangs een verplicht eenjarig militair en civiel programma voor die leeftijdsgroep, bedoeld om kansen op werk te vergroten. Het voorstel geldt in eerste instantie alleen voor diegenen die in 1995 zijn geboren. Wie studeert, voltijds werkt of in het buitenland woont, komt niet in aanmerking. Vrouwen uit 1995 krijgen een opleiding van negen maanden, want zij zijn vrijgesteld van het militaire opleidingsdeel. Deelnemers krijgen een maandelijkse toelage van zo’n 120 euro.

    Leuk bedacht, maar veel freelancers en deeltijdwerkers uiten op sociale media hun woede, omdat hun huidige werkzaamheden meer opleveren dan het verplichte militaire programma. Velen zijn enig kostwinner en door het programma dreigt een armoedeval voor hun gezin. Ze beschuldigen de regering ervan het werkloosheidscijfer cosmetisch te willen terugdringen om zo de economische crisis te kunnen bagatelliseren.

    Al Bawaba | Amman

    gonzales 6 0001
    © Rafael Gonzales Jr.

    Verenigde Staten

    Pandemiebingo: Zoom, handgel, zeep en mondkapjes

    De Mexicaans-Amerikaanse kunstenaar Rafael Gonzales Jr. bedacht een actuele variant op het traditionele zeer populaire Mexicaanse kaartspel lotería: ‘Pandemic Lotería’. Het spel werkt ongeveer hetzelfde als bingo, alleen niet met nummertjes maar met afbeeldingen. In plaats van de traditionele lotería-figuren zoals de haan (el gallo), de zeemeermin (la sirena) of de schorpioen (el alacrán) hebben de kaarten in Pandemic Lotería allemaal te maken met het virus dat de wereld nu al zo’n negen maanden in zijn greep houdt. Zo is de fles (la botella) een flesje desinfecterende handgel geworden en het masker (la máscara) een Mexicaanse ‘lucha libre’ worstelaar met over zijn kleurrijke masker een mondkapje.

    Colossal | Chicago

    Tsjaad

    Tsjaad torpedeert voorstel

    Jarenlang werkten Niger, Nigeria, Kameroen en Tsjaad gezamenlijk aan een voorstel om het Tsjaadmeer als natuurlijk en cultureel landschap voor te dragen voor de werelderfgoedlijst van de Unesco. Het meer beslaat nu een deel van Tsjaad en Kameroen, maar het oorspronkelijke bassin strekte zich uit over de vier landen. Door droogte begon het meer in de jaren zeventig te krimpen en rond de eeuwwisseling was het met 95 procent geslonken. De 45 miljoen mensen die afhankelijk zijn van het meer werden getroffen door hongersnood, gevolgd door ontheemding, religieus extremisme en militaire conflicten.

    Maar nu gooit de regering van Tsjaad roet in het eten. In een brief die werd gelekt naar The Guardian vraagt het land om opschorting van de aanvraag omdat de mogelijkheden tot oliewinning en mijnbouw wil onderzoeken. De andere drie landen zijn verbijsterd. Volgens de Unesco moet de aanvraag worden geannuleerd als Tsjaad besluit door te gaan met olie-exploitatie.

    The Guardian | Londen

    pexels pixabay 373543 1

    Mondiaal

    AI is een mogelijk gevaar

    Artificial Intelligence (AI), de simulatie van menselijke intelligentie door machines, dringt steeds meer door in ons leven, van toepassingen als Amazons Alexa tot voorspellende zoekopdrachten door Google. De voordelen van AI lijken groot, maar de technologie draagt het gevaar van ingebakken vooringenomenheid in zich. Een voorbeeld is de creditcard van Apple, die mannen en vrouwen verschillende limieten toestond. En AI toepassingen in de Amerikaanse gezondheidszorg bleken vast te houden aan vooroordelen over zwarten. In de Britse Sunday Express pleit de Nederlandse expert Peter van der Putten, docent AI aan de Universiteit Leiden, dan ook voor ingrijpen, omdat er ‘een potentiële ramp’ dreigt: ‘AI is goed noch slecht, maar ook niet neutraal, want gebaseerd op data en logica uit de echte wereld. AI continueert de vooringenomenheid die je erin stopt.’

    Sunday Express | Londen

    Verenigde Staten

    Onlinetherapie in VS bloeit

    Sinds de uitbraak van de coronapandemie gaat het beter dan ooit met Talkspace. Zo goed zelfs dat het in New York gevestigde bedrijf overweegt naar de beurs te gaan. De verwachting is dat het bedrijf gewaardeerd zal worden op zo’n 1 miljard dollar.

    Het Israëlische echtpaar Oren en Roni Frank begon de app in 2012, na carrières als respectievelijk algemeen directeur van adverteerder McCann Israël en softwareontwikkelaar bij het Israëlische Amdocs. Via Talkspace worden klanten die psychologische hulp nodig hebben verbonden met een van de vijfduizend gecertificeerde psychologen, voor een bedrag van 200-260 dollar per maand. De therapeuten zijn vijf dagen per week beschikbaar en patiënten kunnen hun (audio)berichten of video’s sturen. Voor 396 dollar per maand kunnen video-gesprekken worden gevoerd. De helft van die bedragen is voor Talkspace, dat in de Verenigde Staten momenteel 120 werknemers heeft en ongeveer een miljoen klanten.

    Eerder haalde Talkspace al ruim 100 miljoen dollar op bij investeerders, en de belangrijkste concurrent BetterHelp, opgericht door de eveneens Israëlische Alon Matas, noteerde vorig jaar 100 miljoen dollar aan inkomsten en een groei van 50 procent. De twee bedrijven hebben samen 90 procent van de onlinetherapiemarkt in de VS in handen.

    Door het coronavirus zien de bedrijven een enorme toestroom van nieuwe gebruikers. Tussen half februari en mei groeide het klantenbestand van Talkspace met maar liefst 65 procent. In diezelfde periode nam het aantal therapeuten dat zich bij het platform wil aansluiten toe met 500 procent.

    Ha’aretz | Tel Aviv

    gettyimages 545921763
    In 1980 pleegde Gundolf Köhler een bomaanslag tijdens het Oktoberfest in München. Daarbij kwamen dertien mensen om het leven en raakten er 211 zwaargewond. – © Ullstein Bild / Getty

    Duitsland

    Zaak rechts-extremistische aanslag definitief afgesloten

    Op 26 september 1980 vond de ernstigste rechts-extremistische aanslag in de geschiedenis van de Bondsrepubliek Duitsland plaats. Op het Oktoberfest in München bracht Gundolf Köhler een explosief tot ontploffing, waardoor dertien mensen, inclusief Köhler zelf, omkwamen en 211 mensen zwaargewond raakten. De daad van een eenling, zo wees onderzoek uit. Onzin, zeiden critici, want Köhler was lid van de neonazistische Wehrsportgruppe Hoffmann (WSG), die eerder dat jaar was verboden.

    In 2014 werd het onderzoek hervat. Meer dan duizend getuigen werden ondervraagd, zevenhonderd nieuwe aanwijzingen gevolgd en 420.000 pagina’s van de West-Duitse geheime dienst en de voormalige DDR doorgeploegd. Afgelopen juli werd het onderzoek definitief afgesloten, met dezelfde uitkomst als in 1982: het betreft de daad van een eenling met extreemrechtse motieven. Vorige week, veertig jaar na de aanslag, zei de Beierse CSU-minister van Binnenlandse Zaken Joachim Herrmann dat alles is gedaan om tegenstrijdigheden en vragen op te helderen, maar dat hij begrip heeft voor critici van de eendadertheorie. Volgens Herrmann zijn er in de jaren tachtig fouten gemaakt in het onderzoek, zoals het voortijdig vernietigen van bewijsmateriaal. Hij bekritiseerde ook de toenmalige Beierse premier en CSU-coryfee Franz Josef Strauss. Volgens Herrmann heeft die het gevaar van de rechts-extremistische WSG destijds ‘volledig onderschat’ en was diens felle kritiek op het verbod van WSG onterecht.

    Door deze uitspraken wordt het vermoeden niet weggenomen dat de aanslag een poging van extreemrechts was om de verkiezingscampagne voor de nieuwe Bondskanselier te beïnvloeden ten gunste van kandidaat Strauss.

    Der Spiegel | Hamburg

    Wat zij zeggen over… de belastingaangiften van Donald Trump

    Stephen Collinson Verslaggever Witte Huis

    ‘De verbluffende New York Times-onthulling over de belastingaangiften van de president tonen een jammerlijk onbekwame zakenman en een seriële belastingontwijker die wordt verpletterd door enorme schulden. Die schulden stellen hem bloot aan belangenconflicten, aangezien hij als president de macht heeft om zijn niet-bekendgemaakte geldschieters te helpen. We weten nu dat Trump het presidentschap moet behouden om te kunnen ontkomen aan honderden miljoenen dollars aan leningen.’

    Nathan Robinson Columnist

    ‘Amerikanen zouden ervan moeten walgen dat Trumps federale inkomstenbelastingen variëren van 750 dollar tot niets. Zijn gedrag en het systeem dat dit mogelijk maakt zijn schandalig. Als miljardairs geen belasting betalen, is het aan de rest om de gaten te dichten. Uw belastingaanslag zou lager zijn als mensen zoals Trump niet zouden proberen de last op anderen af te schuiven. Iedereen die vindt dat de rijken eerlijk hun deel moeten betalen, moet zich realiseren dat de situatie alleen maar verergert zolang Trump de macht behoudt.’

    Jill Colvin Politiek analist

    Op dit punt in de verkiezingsrace, nu er al in zo veel staten wordt gestemd en zo weinig kiezers nog besluiteloos zijn, is het onduidelijk of de nieuwe ontdekkingen over Trump enig verschil maken. De steun voor Trump is door de jaren heen opmerkelijk consistent gebleven, zo blijkt uit opiniepeilingen gedurende zijn presidentschap. Toch raken de beschuldigingen de kern van de aanhang van Trump, vooral de arbeiders in staten als Pennsylvania, Wisconsin en Michigan, die hem in 2016 aan het presidentschap hebben geholpen.’

    Donald Trump Jr. Vicevoorzitter Trump Organization

    ‘Er wordt zo veel niet genoemd waarover hij belasting heeft betaald. Hij bezorgt op jaarbasis duizenden mensen werk. Maar natuurlijk zet The New York Times een selectief beeld neer, zo vlak voor het debat, om Joe Biden een aanvalsplan te bieden met een paar pakkende soundbites. Dat is het spel. In de misdaadfamilie Biden kreeg Hunter geld van een bekende compagnon van Vladimir Poetin: 3,5 miljoen dollar. Geld afkomstig van mensenhandel en prostitutie in Oost-Europa, maar niemand die er aandacht aan besteedt.’

  • Bolsonaro maakt tripje voor de bühne

    Bolsonaro maakt tripje voor de bühne

    Zwevende buideldieren, succesvol initiatief lokale boekhandels, Wat zij zeggen over … de nederlaag van Donald Trump & meer nieuws wereldwijd.

    3B913D7500000578 0 image a 13 1482364670658
    Kunstenaar Alex Da Corte wil dat Ivanka zijn werk weghaalt. Dat liet hij weten door voor haar huis protestborden neer te zetten. – © Instagram / Da Corte

    Verenigde Staten

    Ivanka en de kunstwereld
    Ooit vertoonde Ivanka Trump zich regelmatig in de New Yorkse kunstwereld. Ze bezocht previews van veilinghuizen, frequenteerde vernissages bij Gagosian en liefdadigheidsgala’s van The Met en The Whitney, en organiseerde feesten bij Sotheby’s. Haar collectie bevat werk van hippe kunstenaars als Alex Israel, Dan Colen, Nate Lowman en Harmony Korine. 

    Ivanka kreeg het daarna druk als adviseur van haar vader, maar nu die het veld moet ruimen, gonst het in New York van de geruchten dat Ivanka haar leven als kunstverzamelaar weer wil oppakken. De kunstwereld zal haar nu waarschijnlijk een stuk koeler ontvangen. Een galeriehouder zegt nooit meer iets aan haar te willen verkopen. Kunstenaar Alex Da Corte wilde al dat ze zijn werk van de muur haalt. Richard Prince ging in 2017, toen Trump president werd, nog verder door de 36.000 dollar die hij had ontvangen voor een werk waarin een Instagram-post van Ivanka figureert te retourneren en op Twitter te verkondigen: ‘Dit is mijn werk niet. Ik heb het niet gemaakt. Ik ontken. Ik verwerp het. Nepkunst’.

    ArtNet News | New York

    water hose 2

    Japan

    Tuinsproeiers beschermen historisch dorpje
    Twee keer per jaar vindt in het Japanse dorpje Shirakawa-go het Tuinsproeierfestival plaatst. Het bergdorp, dat wordt gekarakteriseerd door boerenhoeves met rieten daken in traditionele gassho-stijl, staat sinds 1995 op de Werelderfgoedlijst van de Unesco. Omdat de historische panden erg brandbaar zijn, heeft het dorp een speciaal sproeisysteem, dat elk jaar in december en mei wordt getest, een happening die veel toeristen trekt. De sproeiers zitten verborgen in minihuisjes die lijken op de originele bouwwerken. Als een sproeier aangaat, klapt het dak van zo’n huisje open, waarna de huizen worden bevloeid. Het systeem is ontworpen in 2000, na een brand in het dorpsarchief.

    Colossal | Chicago

    Verenigde Staten

    Terugkeer als sheriff
    Ze maakte 33 jaar lang carrière, won prijzen en werd de eerste vrouwelijke majoor in de Sheriff’s Office van Hamilton County in Ohio. Maar in 2017 werd Charmaine McGuffey ontslagen. Omdat ze lesbisch is en het buitensporige geweld tegen gedetineerden aankaartte, zegt ze. Nee, meent haar voormalige baas Jim Neil, ze weigerde een degradatie te accepteren nadat ze een vijandige werkomgeving had geschapen.

    Hoe het ook zij, de 63-jarige McGuffey keert nu terug als gekozen sheriff, na eerst Jim Neil te hebben verslagen bij de Democratische voorverkiezingen in april en vervolgens een Republikeinse uitdager, die werd gesteund door Neil, bij de verkiezingen van 3 november. Wraak was niet haar motivatie, zegt ze. ‘Ik besloot dat ik het beter kan dan hij en dat ik moest terugkeren om een echte hervorming van het strafrecht te realiseren.’ McGuffey krijgt de leiding over 800 personeelsleden die toezicht houden op 1500 gevangenen inHamilton County, inclusief Cincinnati.

    The New York Times | New York

    glider 0001
    © CNN

    Australië

    Zwevende buideldieren
    Australië telt in totaal drie soorten zwevende buideldieren en niet één, zoals eerder werd aangenomen. De recent ontdekte pluizige diertjes zijn buideldieren die in de bossen van Oost-Australië leven, zich overdag in kleine boomholten verbergen en ’s nachts tot 100 meter door de lucht zweven, op jacht naar hun favoriete eucalyptusbladeren. Een studie van de diertjes, gepubliceerd in Scientific Reports, lokaliseert de verschillende soorten in de zuidelijke, centrale en noordelijke regio’s. Ze variëren in grootte en zijn kleiner naarmate ze verder naar het noorden leven.

    ‘De biodiversiteit in Australië is op slag een stuk rijker geworden. Niet elke dag wordt de ontdekking van nieuwe zoogdieren bevestigd, laat staan van twee nieuwe zoogdieren,’ aldus professor Andrew Krockenberger van de James Cook University in Queensland, een van de auteurs van het onderzoek.

    Sydney Morning Herald | Sydney

    VS & Groot-Brittannië

    Succesvol initiatief lokale boekhandels
    Een ‘revolutionair moment in de geschiedenis van de boekverkoop’. Zo wordt Bookshop.org genoemd, een alternatief voor Amazon en andere onlinegiganten, waar lezers online boeken kunnen kopen terwijl ze tegelijkertijd hun lokale boekhandel steunen.

    Het is een initiatief van Andy Hunter, schrijver en medeoprichter van de Amerikaanse site Literary Hub. Bookshop biedt onafhankelijke boekhandels de mogelijkheid om hun eigen virtuele uitstalling te creëren. Door middel van lijstjes kunnen klanten de persoonlijke aanbevelingen zien van boekhandels als The Shetland Times Bookshop, ‘de noordelijkste boekwinkel van Groot-Brittannië, dichter bij Noorwegen dan bij Londen’. Bij verkoop ontvangen de winkels de volledige winstmarge, 30 procent van de verkoopprijs. Titels worden aangeboden met een kleine korting en bestellingen worden binnen twee tot drie dagen geleverd. De klantenservice en verzending worden afgehandeld door Bookshop
    en haar distributeurs. 

    In de VS begon Bookshop met 250 boekhandels, maar inmiddels zijn nu meer dan 900 winkels aangesloten. ‘We gingen van een verkoop van 50.000 dollar in februari naar 50.000 per dag in maart en vervolgens naar 150.000 per dag in april,’ aldus Hunter.

    Het platform heeft inmiddels meer dan 7,5 miljoen dollar gegenereerd voor onafhankelijke boekhandels in de VS. ‘We krijgen voortdurend berichten van winkels die zeggen: ‘Godzijdank. Je hebt onze huur betaald, je hebt onze ziektekostenverzekering dit jaar betaald,’ aldus een tevreden Hunter.

    The Guardian | Londen

    ANP 424666082
    © Hollandse Hoogte / AFP

    Brazilië

    Ontbossing velt klimaatdoelen
    Om het milieu-imago van het land wat op te vijzelen, ging de Braziliaanse vicepresident Hamilton Mourão begin deze maand een paar dagen op stap met buitenlandse ambassadeurs in het Amazonegebied. Mourão is door president Bolsonaro aangesteld als hoofd van de taakgroep voor de Amazone. Milieugroeperingen noemden het uitstapje een tripje voor de bühne. ‘De route was zo gepland dat de vernietiging van het oerwoud onzichtbaar bleef, terwijl de ontbossing en bosbranden het ergst zijn in tien jaar tijd,’ aldus Greenpeace.

    Die klacht wordt bevestigd door een milieurapport van het Braziliaanse klimaatobservatorium, een coalitie van milieuorganisaties, dat begin november verscheen. Daaruit blijkt dat de CO2-emissies van Brazilië vorig jaar met bijna 10 procent zijn gestegen, voornamelijk door de toegenomen ontbossing van de Amazone in Bolsonaro’s eerste regeringsjaar. Volgens het rapport heeft Brazilië in 2019 2,18 miljard ton CO2 uitgestoten. In 2018 was dat nog 1,98 miljard ton. De stijging is nagenoeg volledig toe te schrijven aan de toenemende ontbossing van het regenwoud, die zorgt voor 44 procent van de totale CO2-uitstoot in Brazilië, zo blijkt uit het milieurapport.

    ‘We gaan gevaarlijk hard de verkeerde kant op,’ meent klimaatdeskundige Tasso Azevedo, die het onderzoek coördineerde. ‘Sinds 2010 is de hoeveelheid broeikasgassen die Brazilië jaarlijks in de lucht loost met 28 procent gestegen.’ Het onderzoek toont aan dat Brazilië zijn CO2-emissiedoelstellingen voor dit jaar niet zal halen en steeds verder verwijderd raakt van de afspraken van het klimaatakkoord van Parijs.

    Al Jazeera | Qatar

    Wat zij zeggen over … de nederlaag van Donald Trump

    Olaf Scholz Duitse vicekanselier en minister van Financiën
    ‘Om het voor de hand liggende niet te verdoezelen met diplomatieke uitspraken: zoals veel van mijn collega’s in heel Europa ben ik opgelucht. Niet omdat een Democratische president per se altijd dichter bij ons staat dan een Republikein. Maar niet in de laatste plaats door zijn “behandeling” van politieke en wetenschappelijke feiten negeerde de zittende president van de Verenigde Staten de principes van de democratische samenleving en beschadigde hij de pijlers van de internationale orde.’

    Paul Taylor redacteur en columnist
    ‘De nederlaag van Trump berooft Europa’s illiberale demagogen van een cheerleader en bondgenoot in Washington. Dit is met name slecht nieuws voor de Hongaarse premier Viktor Orbán en de feitelijke heerser van Polen, Jaroslaw Kaczynski, die niet langer de “Trump-kaart” zullen kunnen spelen om hun binnenlandse politieke positie te versterken en de druk van Europese instellingen te weerstaan, die het gevolg is van hun aanvallen op de rechterlijke onafhankelijkheid, mediapluralisme en burgerrechten.’

    Peter Maass commentator
    ‘Met de nederlaag van Trump staan Fox en de familie Murdoch op een kruispunt en worden ze geconfronteerd met een kritischer blik dan ooit tevoren in de VS. Fox bevindt zich in de positie van staatsomroepen in onstabiele landen waar een impopulaire leider is weggestemd, maar weigert het resultaat te accepteren. Blijft de omroep loyaal aan de verslagen leider door te beweren dat de verkiezingen zijn vervalst? Of volgt de omroep de journalistieke en moreel correcte weg door te rapporteren dat de president echt heeft verloren?’

    Maziar Motamedi correspondent Iran, Al Jazeera
    ‘De gevolgen van de verkiezing van Joe Biden tot de volgende president van de VS zullen over de hele wereld weerklinken, wellicht nergens luider dan in Iran. De agressieve regering van Trump legde meedogenloze economische sancties op, die onder meer hebben geleid tot stijgende inflatie en tekorten aan medicijnen. Biden, die vicepresident was toen de nucleaire deal werd gesloten, heeft gezegd dat de VS zich weer aan het akkoord zullen houden “als een startpunt voor vervolgonderhandelingen”, als Iran dat ook doet.’

  • ‘Alle Amerikanen hebben verloren’

    ‘Alle Amerikanen hebben verloren’

    De VS bestaan uit twee landen. En geen van beide zal op korte termijn verdwijnen. George Packer ziet geen hoopvolle toekomst voor het tot op het bot verdeelde Amerika. ‘De vernietiging van wat we met elkaar gemeen hebben is mogelijk fataal voor de democratie.’

    Hoewel de verkiezingsuitslag inmiddels bekend is, is wel duidelijk dat de VS uit twee landen bestaan en dat geen van beide op korte termijn zal zijn verdwenen of veroverd. De verkiezingsuitslag van 2016 was geen historische toevalstreffer of het resultaat van manipulatie vanuit het buitenland, maar een vrij nauwkeurige afspiegeling van het Amerikaanse electoraat. De veelbesproken Democratische meerderheid die zich sinds het begin van het millennium aftekent, tekent zich nog steeds af, en dat zal waarschijnlijk nog jaren duren. De wil van de meerderheid wordt weliswaar gedwarsboomd door ondemocratische regels en gewetenloze politici, maar het is een krappe meerderheid, die niet groot genoeg is om te regeren. Wanneer Amerika uiteindelijk het beloofde, door tech-savvy millennials gedomineerde land zal zijn, zullen de politieke waarden nog allerminst vastliggen.

    Tientallen miljoenen Amerikanen hebben liever MAGA [Make America Great Again] dan democratie. Laten we ons, nadat hij vier jaar lang wetten heeft overtreden en normen aan zijn laars heeft gelapt, geen illusies maken over president Donald Trump. Zijn termijn culmineerde in een openlijke poging de legitimiteit van de verkiezingen te saboteren en te voorkomen dat Amerikanen konden stemmen. De bijeenkomsten in de laatste week van zijn campagne waren rood gekleurde festivals vol massahaat, autocratische zelfgenoegzaamheid en landerigheid, zonder een sprankje hoop op een betere toekomst. Misschien hebben ze Trump in Florida en elders het benodigde zetje gegeven. Ook al kwamen de ‘vrijheidsgezinde kiezers’ in ongekende aantallen hun stem uitbrengen, dat ze bereid bleken tegelijk met hun waardigheid en hun realiteitszin de instituties van de republiek bij het grofvuil te zetten, doet vermoeden dat veel Amerikanen niet langer beschikken over de basale vereisten die de Founding Fathers onmisbaar achtten voor zelfbestuur.

    Er is geen voor de hand liggende manier om die achteruitgang te keren, en het ziet ernaar uit dat elementen in het andere kamp er ook door zijn aangetast.

    Feestende Biden-aanhangers | Foto: Tayfun Coskun / Anadolu Agency / Getty
    Feestende Biden-aanhangers op 7 november op Times Square in New York, nadat verschillende media de Democratische presidentskandidaat vier dagen na de verkiezingen hebben uitgeroepen tot winnaar. – © Tayfun Coskun / Anadolu Agency / Getty

    Gevarieerde achterban

    Maar het kiezersvolk dat op Trump heeft gestemd, waaronder een grote minderheid van latino’s en een niet onbelangrijk aantal zwarte kiezers, laat zien dat hun motieven gevarieerder en complexer zijn dan die ene, ergens toch geruststellende motief waarover iedereen die zich progressief noemt het na 2016 eens was: racisme. Er blijken uiteenlopende redenen waarom verschillende mensen zich graag aan de voeten van deze oplichter werpen. De verkiezingsuitslag toont aan dat de neiging van het progressieve volksdeel om Amerikanen te beschouwen als moleculen in grote, uniforme etnische en raciale substanties, zonder een eigen wil, in analytisch opzicht misleidend is en in politiek opzicht contraproductief. Die schaadt zelfs het gelijkheidsbeginsel.

    ‘We kunnen niet ontkomen aan de Amerikanen die we zijn geworden’

    Veel invloedrijke journalisten en peilers lijken maar niet te willen begrijpen hoe de meesten van hun landgenoten denken, ook al praat dat soort experts er op Twitter en op tv nog zo lang met elkaar over door. Plaatselijke en regionale kranten die in het hele land een veel preciezer, menselijker portret van de gemiddelde Amerikaan schetsten, zijn steeds dunner gezaaid. Wij allemaal, beroepsduiders of niet, zitten tot op zekere hoogte gevangen in ondoordringbare echokamers, waarin elke poging om een ander geluid te horen bij voorbaat moreel verdacht is.

    Die vernietiging van wat we met elkaar gemeen hebben is mogelijk fataal voor de democratie. Anders dan de inwoners van aloude autocratieën ontbreekt het ons aan de cynische gewoonte om te leren leven met leugens waartegen we ons niet meer verzetten. Als nieuwkomers zijn we dol op grootschalige desinformatie, geloven we hartstochtelijk in de idiootste verhalen, grijpen we van het ene op het andere moment volleerd elk brokje informatie aan als bewijs van de door ons verkozen waarheid. Een van de winnaars van de verkiezingen is Marjorie Taylor Greene uit Georgia, een aanhanger van de krankzinnige samenzweringstheorie QAnon. Ze komt in het Congres te zitten naast Democratische collega’s die zich volgens haar wereldbeeld bezighouden met pedofilie en kinderhandel.

    Zelfbedrog

    QAnon is in niets te vergelijken met de Democratische Partij. Toch zou het een vergissing zijn als Democraten, trotse aanhangers van de klimaatwetenschap en het idee dat elke stem telt, zouden denken dat ze immuun zijn voor de vertekenende effecten van de informatietechnologie en de hyperpolarisatie. Een verstandige kijk op de wereld maakt het des te lastiger om in te zien dat zelfbedrog sluipenderwijs steeds meer invloed krijgt. Hoeveel mensen ken jij die weigerden te geloven dat Trump eerlijke verkiezingen kon winnen? De antisociale media hebben ons allemaal in hun greep.

    We kunnen niet ontkomen aan de Amerikanen die we zijn geworden: dat is de betekenis van deze verkiezingen. We zitten met elkaar opgescheept, zien geen uitweg of wenkend perspectief, zinken steeds dieper weg in een toestand van wederzijds onbegrip en minachting over en weer. De mogelijke oplossingen – geleidelijke de-escalatie, een afgetekende meerderheid, afscheiding, burgeroorlog – zijn ondenkbaar of onhaalbaar. We zullen met elkaar moeten leven en onszelf moeten besturen, maar weten nog altijd niet hoe. Zo bezien is winnen een illusie. Ook al is duidelijk wie de nieuwe president is, alle Amerikanen hebben verloren.

    ‘Niet zo zorgwekkend als verwacht’

    De Amerikaanse conservatieve pers is opgelucht dat de Democraten een bescheidener overwinning hebben behaald dan de peilingen voorspelden. De Republikeinen zullen waarschijnlijk de controle over de Senaat behouden en zo Biden aanmoedigen om vanuit het centrum te regeren.
    Op het eerste gezicht lijken de AmerikRaanse presidentsverkiezingen een absoluut fiasco, schrijft The Wall Street Journal in een commentaar. De Verenigde Staten zijn een diep verdeeld land met een sterk gepolariseerde politiek, maar ‘met een flinke dosis optimisme’ kan de overwinning van Joe Biden hierin verandering brengen.
    Een Democraat in het Witte Huis en een Republikeinse meerderheid in het Senaat zou, volgens het conservatieve dagblad, ‘een combinatie kunnen zijn die iedereen naar het centrum drijft en de gematigde krachten in beide partijen versterkt’.
    ‘Wie bang was dat 2021 het begin zou inluiden van een socialistische revolutie in de VS, kan nu iets rustiger slapen,’ schrijft The Washington Examiner in een redactioneel. Het weekblad stelt dat de overwinning van Biden ‘niet zo zorgwekkend is als verwacht’.
    ‘Of hij een wijze president is valt nog te bezien, al hebben we zo onze twijfels,’ schrijft de redactie van de National Review. Maar Biden ‘zal de legitieme president zijn’.
    Als de blauwe golf [naar de kleur van de Democratische Partij] had plaatsgevonden, zouden de progressieven hebben geprobeerd ‘grote structurele hervormingen’ door te voeren, vervolgt The Washington Examiner. ‘Ze hadden het niet over het aanpassen van marginale belastingtarieven of het verhogen van het minimumloon met een paar dollar. Nee, er was sprake van het bombarderen van de filibuster en het uitbreiden van het aantal rechters in het Hooggerechtshof, zodat ze vervolgens de belemmeringen voor een alomvattende wetgevende agenda die de economie en de Amerikaanse way of life voorgoed zouden veranderen, konden wegnemen.’

    Samenwerken

    Gelukkig is dit nu ‘allemaal van tafel’, aldus The Washington Examiner. Als de Republikeinen hun meerderheid in de Senaat behouden, na een tweede stemronde in januari om twee zetels in Georgia, zal ‘Biden met de meerderheidsleider van de Senaat, [de Republikein] Mitch McConnell, moeten samenwerken om welke wet dan ook aangenomen te krijgen’.
    De krant is zelfs blij dat de Democraten in het Huis van Afgevaardigden onderling ruzie maken: leden van het Huis uit swingdistricten zijn ‘woedend dat linkse fantasieën zoals het snijden in de politiebudgetten het vlaggeschip van de partij zijn geworden. Ze zijn niet van plan om het verlanglijstje van Alexandria Ocasio-Cortez klakkeloos door te voeren.’
    Volgens de analyse van The Wall Street Journal kan Biden het feit dat hij een beter resultaat heeft behaald dan de Democraten op Congresniveau gebruiken om een duidelijker mandaat af te dwingen voor een minder progressieve agenda. Hij kan de Republikeinse meerderheid in de Senaat en hun groei in het Huis van Afgevaardigden aanvoeren als reden dat hij ‘niet zo ver kan gaan als de liberale flank van zijn partij zou willen op het gebied van belasting, klimaatverandering en gezondheidszorg’.
    Ten slotte wijst de National Review erop dat gekozen Republikeinen nu rekening moeten houden met ‘een meer arbeidersgerichte oriëntatie binnen hun partij, met behoud van de meerderheid van hun traditionele aanhang’. Het feit dat dit mogelijk is, ‘moet de les zijn die we trekken uit deze presidentsverkiezing, die geen overwinning bleek te zijn, maar ook geen ramp’.

  • Als feiten niet langer overtuigen, hoe kunnen we elkaar dan nog bereiken?

    Als feiten niet langer overtuigen, hoe kunnen we elkaar dan nog bereiken?

    In onze verschillende informatiebubbels hebben we niet alleen andere meningen, zelfs onze perceptie van wat waar is loopt uiteen. Anne Applebaum buigt zich over de vraag of we überhaupt nog tot elkaar kunnen komen. Alleen zogenaamd lachtivisme, patriotisme en een andere kijk op de geschiedenis lijken ons (en de campagne van Biden) nog te kunnen redden.

    Onlangs bezocht ik een politieke bijeenkomst op een boerenerf. De Poolse presidentskandidaat Rafał Trzaskowski was aan het woord; op de achtergrond glinsterde een gouden tarweveld in de namiddagzon. Het publiek was enthousiast – de gastheer, een plaatselijke boer, had het bezoek van de kandidaat pas de dag ervoor aangekondigd – maar de combinatie van Trzaskowski en het tarweveld was vreemd. Hij is de burgemeester van Warschau, spreekt meerdere talen, heeft een diploma in de economie en behoort tot de helft van Polen die zich identificeert als geschoold, stedelijk en Europees. Wat weet hij van tarwe?

    Maar Trzaskowski had zich kandidaat gesteld voor het presidentschap in een land waarvan de andere helft in een informatiebubbel leeft waarin ze leren wantrouwend te zijn tegenover iedereen uit Warschau die geschoold, stedelijk en Europees is. De Poolse staatstelevisie, die volledig wordt gecontroleerd door de regerende partij Recht en Rechtvaardigheid, stuurde agressieve berichten die luchtbel in, die de inzittenden waarschuwden dat Trzaskowski onbetrouwbaar was, buitenlands, in de ban van de ‘LGBT-ideologie’ – die de huidige president, Andrzej Duda, ‘erger dan het communisme’ noemde – en samenspande met Duitsers en Joden. Deze berichten, die voortdurend werden herhaald op een breed scala aan radiostations en televisiekanalen, waren bedoeld om de loyaliteit van de groep te versterken en de kiezers van Recht en Rechtvaardigheid te overtuigen dat zij ‘echte’ Polen zijn, en hun politieke tegenstander bedriegers en verraders.

    Tijdens zijn korte campagne deed Trzaskowski zijn best om ook in die bubbel te reiken. Hij stond daar bij de tarwevelden, bracht veel tijd door in kleine steden en riep in advertenties op tot een einde aan de verdeeldheid. ‘We zijn verenigd door een droom,’ zei hij in een toespraak: ‘een droom van een ander Polen’, een Polen waarin geen ‘betere’ en ‘slechtere’ burgers bestaan. Dit was een bewuste keuze: in plaats van de kiezers in zijn eigen bubbel te mobiliseren door de regerende partij aan te vallen, probeerde hij de diepe polarisatie van Polen te overbruggen door een beroep te doen op nationale eenheid.

    Met 49 procent van de stemmen kwam hij dichtbij, maar niet dichtbij genoeg. Trzaskowski’s helft van Polen was onvoldoende enthousiast, terwijl de andere helft fanatiek, boos en erg bang was voor Joden, buitenlanders en de ‘LGBT-ideologie’. De kiezers van Duda waren blij met de overheidssubsidies en de verlaagde pensioenleeftijd die zijn partij had goedgekeurd in plaats van op afstand geïnspireerd door Trzaskowski’s verhalen over solidariteit en eenheid – als ze die al te horen kregen.

    Akelig bekend

    Als ze die al te horen kregen. Klinkt dat niet akelig bekend? Want hetzelfde kan dit najaar in de Verenigde Staten gebeuren – of tijdens de volgende verkiezingen in Frankrijk, Italië of Oekraïne. De Amerikaanse politiek, de Poolse politiek, de Franse, Italiaanse, Oekraïense politiek, die allemaal zijn voortgekomen uit hun eigen geschiedenis, economie en cultuur, hebben tegenwoordig één ding gemeen: in elk van deze landen zorgt een compleet verschillende informatievoorziening voor een scherpe tweedeling van het electoraat. Sommige kiezers leven in een zogenaamde populistische bubbel, waar ze nationalistische en xenofobe boodschappen te horen krijgen, op feiten gebaseerde media en op feiten gebaseerde wetenschap leren wantrouwen, ontvankelijk worden voor complottheorieën en wantrouwend tegenover democratische instellingen. Anderen lezen en horen totaal andere media, respecteren verschillende autoriteiten en zoeken naar een ander soort nieuws. Welke voordelen deze verschillende bubbels ook mogen hebben, de heersende regels maken dat de mensen erbinnen niet in staat zijn de mensen erbuiten te begrijpen, of zelfs maar met hen te praten.

    Op sommige plaatsen, waaronder Polen en de Verenigde Staten, is het land in tweeën gedeeld. Op andere plaatsen, zoals Duitsland, liggen de verhoudingen anders, maar is de kloof tussen beide kampen net zo diep. Een paar jaar geleden nam ik deel aan een project waarin werd gekeken naar buitenlandse invloed tijdens de Duitse parlementsverkiezingen van 2017. We ontdekten onder meer dat de overgrote meerderheid van de Duitsers – links, rechts en gematigd – een mix van grote kranten, tijdschriften en televisiekanalen volgt, waaronder publieke televisie. Maar veel van de Duitsers die stemmen voor het extreemrechtse Alternatief voor Duitsland – het aantal schommelt tussen de 10 en 14 procent – halen hun nieuws uit een heel andere reeks bronnen, waaronder een flinke dosis Russisch gefinancierde Duitstalige media, zoals als Sputnik en RT. De kiezers in de extreemrechtse bubbel hebben niet alleen een andere mening dan andere Duitsers; ze hebben andere feiten, waaronder zelfs ‘feiten’ die door een heel ander land zijn verstrekt.

    Het gaat hier niet zozeer over Rusland, maar om de diepe kloof in perceptie die een tiende van de Duitse kiezers nu scheidt van de overige 90 procent. Is die kloof permanent? Moeten andere Duitse politieke partijen proberen de mensen in de populistische bubbel te bereiken? Maar hoe bereik je mensen die je niet kunnen horen? Dat is niet alleen een kwestie van iemand overtuigen, betere argumenten gebruiken of iemand van gedachten doen veranderen. Dit gaat over de vraag hoe je mensen überhaupt kunt laten luisteren. Gewoon schreeuwen over ‘feiten’ levert niets op als degenen de bronnen waarin deze staan niet vertrouwen.

    Helsinki, pornosterren, ‘Grab them by the pussy’, seksschandalen, ethische schandalen, juridische schandalen – ze zijn de afgelopen vier jaar tot één grote brei verworden

    Dit is hoe het probleem in de Verenigde Staten eruitziet: op de dag nadat Donald Trump Vladimir Poetin in 2018 in Helsinki ontmoette, bevond Sarah Longwell zich in Columbus, Ohio, waar ze sprak met een focusgroep die ze bijeen had geroepen – een kamer vol met mensen die ze omschrijft als ‘onwillige’ Trump-kiezers, mensen die op de president hadden gestemd maar zijn gaan twijfelen. Het bizarre gedrag van Trump in Helsinki zat haar dwars. De president had er bedeesd en bang uitgezien; doordat hij meeging in Poetins hardnekkige bewering dat hij zich niet met de Amerikaanse verkiezingen van 2016 had bemoeid, leek Trump partij te kiezen voor Poetin en tegen de Amerikaanse FBI. ‘DC staat erdoor in brand, ik sta erdoor in brand, ik denk dat dit een groot moment is,’ vertelde Longwell me. ‘Als ik mensen in Columbus vraag: “Wat is er gisteren in Helsinki gebeurd?”, kijken ze me uitdrukkingloos aan.’

    Longwell is een Republikeinse activist, of liever een Republikeinse activist van Never Trump – ooit een grote groep waarvan nog maar weinig leden over zijn. Ze bracht 2016 door met het zoeken naar een alternatief voor Trump. In 2017 begon ze vrienden te verliezen. Dat was het jaar van de ‘body snatchers’, zegt ze, toen ‘mensen van wie je dacht dat ze op één lijn zaten, plotseling hun standpunt begonnen te veranderen.’ In 2018 probeerde ze te bepalen wat te doen. In plaats van op te geven, zamelden zij en een andere Never Trump-Republikein, de oude journalist en activist Bill Kristol, geld in en gingen op zoek naar gelijksgezinden, niet in Washington maar in heel Amerika, en vooral in voorsteden met een Republikeinse stem.

    Hun initiatief, nu Republican Voters Against Trump (RVAT) genoemd, liep meteen tegen de informatiemuur aan. Onder de focusgroep van Longwell in Ohio werd het bizarre gedrag van Trump in Helsinki niet geregistreerd. ‘Mensen hebben er simpelweg niet over gehoord,’ herinnert Longwell zich. ‘Het kwam niet door.’ Dit kwam niet omdat de mensen in de groep niet geïnteresseerd waren in politiek. Het was ook niet omdat ze alleen Fox News keken. Integendeel, ze kregen nieuws van sociale media, via meldingen op hun telefoon, op allerlei devices. Ze kregen eerder te veel nieuws. Met als gevolg dat alle berichtgeving over Trump – de vele schandalen en de corruptiepratijken –, zo zei Longwell, ‘zo alomtegenwoordig werd, zo van alle dag, dat het veranderde in witte ruis’.

    Helsinki, pornosterren, ‘Grab them by the pussy’, Ivanka Trumps Chinese handelsmerken, belastinggeld dat naar golfclubs van Trump gaat, seksschandalen, ethische schandalen, juridische schandalen, zelfs het machtsmisbruikschandaal dat leidde tot de impeachment van Trump – ze zijn de afgelopen vier jaar tot één grote brei verworden. Een reeks onaangename nieuwsverhalen die volgen op tv-advertenties voor haarlak of mondwater, die voorafgaan aan een Facebook-bericht over de zoveelste trouwdag van een neef. Voor Longwells afvallige Trump-kiezers veranderde de afkeer van de schandalen in de afkeer van de media die over de schandalen berichtten – een enorm horzelsnest waarmee niemand in aanraking wilde komen of zelfs maar over nadenken. Tegelijkertijd werden diezelfde kiezers gebombardeerd met andere boodschappen – boodschappen die hen herinnerden aan hun groepsloyaliteit. Ze ‘zwemmen in een culturele soep van trumpisme’, zegt Longwell. Republikeins zijn maakte deel uit van hun identiteit. Ze werden omringd door afbeeldingen die verwezen naar God, patriottisme en de Republikeinse Partij. En al die beeld tezamen waren veel krachtiger dan hun afkeer van Trump.

    Ben Scott, een technologie-expert die voor het ministerie van Buitenlandse Zaken van Barack Obama meedacht over desinformatiebeleid en adviseur was van de campagne van Hillary Clinton in 2016, heeft dit fenomeen bestudeerd. Digitale media, zo vertelt hij me, hebben ‘mensen in staat gesteld om een veel hogere mate van zeer suggestieve representaties te ondergaan’ – waarmee hij het constante spervuur ​​van foto’s, video’s, commentaren en memes bedoelt van Amerika, christenen of gezinnen die worden bespot; die Trump op één lijn stellen met de kerk en het leger; die bedreigingen zien in buitenlanders, immigranten, allerlei buitenstaanders. Mensen die in deze ‘alternatieve’ nieuwsbubbel leven, zien of horen ook ‘reguliere’, op feiten gebaseerde media. Maar die verwerpen ze. Ze bestempelen ze als de vijand en leren ze te negeren. De fout van de Clinton-campagne, denkt Scott, was de aanname dat mensen binnen die bubbel konden worden overtuigd door ze te wijzen op de feiten. Dat bleek niet het geval.

    53bfa398aebc44687383ded69c8bc636b79d47a9
    – © Getty

    Aanvankelijk dacht ook Longwell dat een beroep op feiten de twijfelende Trump-kiezers van gedachten zou doen veranderen. Maar toen ze video’s afspeelde waarop duidelijk te zien was dat Trump loog, haalden ze hun schouders op. Dat kwam deels doordat ze hem niet aan dezelfde normen hielden als andere politici. In plaats daarvan, denkt ze, zagen ze hem als een zakenman en een beroemdheid, iemand die was vrijgesteld van de gewone moraal. ‘Ze zeggen: “Ja, hij liegt. Maar hij is eerlijk, hij is authentiek, hij is echt,”’ zegt Longwell.

    ‘Ja, hij liegt. Maar hij is eerlijk, hij is authentiek, hij is echt’

    Maar wat ook meespeelt, en in meerdere mate, is de aantrekkingskracht van de groep. Republikeinse kiezers weten dat Trump liegt. Als ze hem vergeven, is dat omdat hun vrienden en hun families, de andere leden van hun partij, hem ook vergeven. ‘Ik ben een Republikein, mijn ouders zijn Republikeinen, al mijn vrienden zijn Republikeinen,’ zeiden de leden van de focusgroep tegen Longwell. Anders stemmen zou voor deze kiezers niet alleen een intellectuele beslissing zijn. Het zou hen losmaken van hun groep.

    Maar wat gebeurt er als die groep zelf op een andere manier over Trump begint te praten?

    Kiezers vertrouwen mensen die ze kennen, of mensen die lijken op mensen die ze kennen

    Binnen de lawaaiige, chaotische moderne informatievoorziening doet de boodschap er lang niet zo veel toe als de boodschapper. Veel mensen vertrouwen er niet langer op dat de grote mediakanalen waardevolle informatie bieden – en dat vertrouwen komt misschien wel nooit meer terug. Ze hebben ook niet langer vertrouwen in politici of groepen waarvan ze denken dat ze buiten hun eigen groep vallen, en de dagen dat een president werd gerespecteerd alleen omdat hij de president was, zullen misschien evenmin ooit terugkeren. Kiezers vertrouwen mensen die ze kennen, of mensen die lijken op mensen die ze kennen.

    Vanuit dit inzicht begonnen Longwell en Kristol te experimenteren. In plaats van alleen professionele campagnevideo’s te maken (waarvan ze er een of twee produceerden), begonnen ze amateurfilmpjes te zoeken en te verspreiden. Op de site van de ‘Republikeinse kiezers tegen Trump’ staat een van hun citaten te lezen: ‘Ik zou eerder voor een broodje tonijn stemmen dan dat ik opnieuw voor Donald Trump stem’. Ook is hier te lezen hoe je je eigen video maakt.

    Honderden mensen hebben video’s ingestuurd, en vele daarvan zijn al gepost. Er zijn filmpjes van mensen die zichzelf omschrijven als levenslange Republikeinen, als evangelische christenen of als Irak- en Afghanistan-veteranen. De video’s hebben geen script: mensen vertellen hun eigen redenen om zich gedesillusioneerd of boos te voelen, vanwege de regering die in hun ogen henzelf en hun conservatieve idealen heeft verraden. Ze zetten hun mening in hun eigen woorden uiteen. ‘Mensen weten dat in een advertentie iets wordt verkocht,’ zegt Longwell. ‘Maar als ze naar de RVAT-video’s kijken, zien ze iemand van binnen hun eigen gemeenschap en denken ze: “Ik mag deze persoon.”’

    Geruststelling

    Bij tests op focusgroepen blijken deze video’s inderdaad impact te hebben: mensen vinden ze overtuigend. Misschien komt dit doordat ze conservatieve zorgen over Trump weerspiegelen zonder de conservatieve groep te bekritiseren. De mensen in de video’s sympathiseren met het dilemma van de Republikeinse kiezers, net als Longwell zelf. ‘Tribalisme is niet alleen maar negatief,’ zegt ze. ‘Het omvat ook elementen van loyaliteit, vertrouwen en gemeenschap.’ En het is juist Trumps misbruik van die loyaliteit, dat vertrouwen en de gemeenschap dat zowel haar als de mensen in de video’s zo boos maakt. En dat gevoel van verraad dragen ze uit.

    Het inzetten van insiders om gesloten gemeenschappen te bereiken is een bekende techniek, die vaak wordt toegepast in gevoelige en complexe situaties. Sasha Havlicek, die in Londen een anti-extremistische organisatie runt, genaamd Institute for Strategic Dialogue (de groep werkte ook mee aan de Duitse verkiezingsstudie van 2017), heeft vele malen geprobeerd om geloofwaardige stemmen van binnenuit te vinden om door te dringen tot mensen die dreigen online te worden gerekruteerd, door ISIS dan wel door blanke-suprematieorganisaties. Soms vinden Havlicek en haar collega’s gedesillusioneerde voormalige leden om deze aspirant-rekruten te begeleiden, maar ze kijkt ook uit naar ‘kerkgroepen, plaatselijke werkgevers, veteranen of mensen die een alternatief gemeenschapsgevoel kan bieden’. Het belangrijkste, zegt ze, is het om mensen te vinden die geruststellen: ‘Met als boodschap: Als je bereid bent je stem of je politieke kleur te veranderen, als je breekt met wat iedereen om je heen doet, zul je niet alleen zijn.’

    Lachtivisme

    Als van het contra-extremisme iets te leren valt, geldt dat ook voor het anticommunisme. In de jaren tachtig was Polen een door de Sovjet-Unie bezet communistisch land met een volledig gesloten mediaomgeving. De Communistische Partij beheerde alle kranten evenals het enige televisienetwerk. Protest was illegaal en demonstranten werden gearresteerd. Maar een ongewone dissidente groep, het Oranje Alternatief, brak door de muur van de media van het regime heen. En dat deden ze door mensen aan het lachen te maken. De groep organiseerde ‘happenings’ die niet zozeer demonstraties waren als wel komische optredens. In 1987 hield het Oranje Alternatief een parade op de verjaardag van de bolsjewistische revolutie, met pro-communistische spandoeken en lachende menigten; een andere keer verkleedden tientallen mensen zich als kerstman en deelden snoep uit. De autoriteiten waren perplex: de optochten waren duidelijk protesten, maar de politie sloeg een vreemd figuur toen ze deelnemers begonnen te arresteren vanwege hun ‘communistische’ rode outfits of kerstmanpakken.

    Srdja Popovic, een ervaren Servische activist – die mede leiding gaf aan een jeugdbeweging die de Servische dictator Slobodan Milošević omver wierp – heeft lezingen gehouden over wat hij de ‘kracht van het lachtivisme’ noemt. ‘Humor doelt angst smelten’, zegt hij. Door een autoritaire partij of leider belachelijk te maken verander je diens aura van onaantastbaarheid, waardoor volgers bereid worden om naar alternatieven te luisteren.

    RINO’s

    In de VS is dit een van de tactieken die momenteel wordt gebruikt door het Lincoln Project. Deze groep is opgericht door een stel andere anti-Trump Republikeinen en behoeft sinds kort geen uitgebreide introductie meer, niet in de laatste plaats omdat het Project de president zo succesvol heeft getrolld. In mei maakte de groep een korte video die begon met de woorden: ‘Amerika is in rouw. Vandaag de dag zijn meer dan 60.000 Amerikanen gestorven aan een dodelijk virus dat Donald Trump negeerde.’ Er volgde sombere muziek, samen met sombere beelden: vervallen gebouwen, verlaten huizen, armoedig geklede mensen. Dan, aan het einde, een foto van het Lincoln Memorial en de Amerikaanse vlag: ‘Als er nog vier van zulke jaren volgen, zal Amerika dan überhaupt nog bestaan?’

    De video, een ruwe variant op Ronald Reagans beroemde ‘Morning in America’-commercial, was meteen een hit: binnen twee dagen na de verschijning op Twitter werd hij door meer dan 1,5 miljoen mensen bekeken. Nog meer mensen zagen hem nadat hij op Fox News in Washington verscheen. Een van de kijkers was de president, die een reeks middernachtelijke tweets afvuurde met alle bekende beledigingen: RINO’s [Republican In Name Only], loosers. Het was een ‘schande’. Het resultaat: het geld stroomde de schatkist van het Lincoln Project binnen. John Weaver, een van de oprichters van de groep, vertelt dat de video in de daaropvolgende dagen miljoenen keren op Twitter, YouTube en Facebook werd bekeken.

    Sindsdien heeft het Lincoln Project advertenties gelanceerd waarin Trump in het Russisch wordt bespot, de kennelijke moeite die het de president kost om een ​​glas water te drinken beschimpen; die zijn campagneleider belachelijk maken – die later, mogelijk om die reden, werd ontslagen –, die verschijnen binnen enkele minuten na de gebeurtenis die ze parodiëren. Een video waarin de president wordt geplaagd met zijn gewicht en schijnbare mentale achteruitgang, veroorzaakte de kortstondig trend #ImpotusAmericanus op Twitter. De soms vervelende, soms kinderlijke vrolijkheid van het Twitter-account van de groep (1,8 miljoen volgers), heeft een harde tegenaanval uitgelokt. Het Lincoln Project en zijn oprichters worden door sommige rechtsen weggezet als verkapte Democraten, die onder een valse vlag handelen; sommigen linken vallen ze af vanwege vermeende verborgen agenda’s; door anderen worden ze ervan beschuldigd zich te verlagen tot dezelfde destructieve tactieken als de president. Mijn Atlantic-collega Andrew Ferguson noemde de campagne van het Lincoln Project ‘persoonlijk beledigend, hysterisch, nodeloos schunnig’.

    Woeste stem

    De oprichters van het Lincoln Project beschouwen de aanvallen van de Republikeinse Partij als een succes, niet in de laatste plaats omdat ze de Grand Old Party afleiden van hun campagne tegen Joe Biden. Maar dringen de video’s van het Lincoln Project door tot de Republikeinse kiezers, laat staan ​​dat ze ze van gedachten doen veranderen?

    Steve Schmidt, een van de medeoprichters, stelt dat de informatieballon rond de president dienstdoet als een autocratische persoonlijkheidscultus: voordat er positieve berichten doorheen kunnen, moet de betovering worden verbroken. Om die reden is het noodzakelijk om de Republikeinse partijleiders aan te vallen. ‘Kleineer ze, bespot ze, lach ze uit,’ zegt Schmidt. ‘Sla hard terug zolang het kan.’ Ook denkt hij dat agressieve, zelfs vulgaire humor zal helpen de muur van onverschilligheid te doorbreken en afgedwaalde kiezers te overtuigen dat er iets belangrijks op het spel staat. ‘De stem die vanuit Democratische waarden argumenteert, mag niet de milde stem zijn binnen het debat,’ zegt Schmidt. ‘Het moet een woeste stem zijn’

    In het grote geheel gezien zijn beide Republikeinse Never Trump-projecten onbeduidend – als kleine speedbootjes die naast het vliegdekschip racen dat de Democratische presidentiële campagne dit najaar vormt. Weaver beschreef hun rol als de geniesoldaten die ‘bevoorradingslijnen opblazen’ terwijl de generaals hun aanval voorbereiden. Toch lopen sommige van hun inspanningen parallel met de campagnestrategie van Biden. Ook hij is op zoek naar manieren om de conservatieve bubbel binnen te treden, of deze groep op z’n minst niet te beledigen. Biden heeft er bijvoorbeeld voor gezorgd dat hij geen uitspraken deed die Republikeinse kiezers beangstigen. Hij roept niet op tot opheffing van de politie, het openstellen van de grens of het afschaffen van alle particuliere ziektekostenverzekeringen. Hij houdt zijn retoriek gematigd, ook al blaft zijn basis naar roder vlees. Zoals Ezra Klein van Vox schreef, is het campagneteam van de Democratische kandidaat zich er terdege van bewust dat ‘mobilisatie vaak de keerzijde van polarisatie is’. De taal die zijn basis prikkelt, zal zijn tegenstanders woedend maken. En dat wil Biden voorkomen.

    De taal die zijn basis prikkelt, zal zijn tegenstanders woedend maken. En dat wil Biden voorkomen

    Het risico is natuurlijk dat Biden eindigt als Trzaskowski en oproept tot een eenheid die niemand prikkelt, zelfs zijn eigen partij niet. Maar niet iedereen in het liberale centrum stelt zich zo op. Een paar jaar geleden kwam een groep universiteitsstudenten in Zürich tot dezelfde conclusie als Schmidt – dat de ‘kant van democratische waarden’ niet saai moet zijn. Zij waren de oprichters van een initiatief genaamd Operatie Libero. Toen ze begonnen, domineerde de Zwitserse Volkspartij, een populistisch-nationalistische partij, de politiek van het land. Het had met succes een visie van Zwitserland als een gesloten enclave neergezet en een reeks referenda voorgesteld om vreemdelingenhaat aan te wakkeren, immigratie een halt toe te roepen en het vermogen van het land om buitenlandse verdragen te ondertekenen te beperken.

    De oprichters van Operatie Libero pleitten daarentegen voor een meer verwelkomende visie op de natie. Ze wezen erop dat het moment van de oprichting van Zwitserland de liberale revolutie van 1848 was, dat het land een lange geschiedenis van religieuze tolerantie en openheid kent. Operatie Libero, ook wel de ‘kinderen van 1848’ genoemd, begon grappige filmpjes te maken – een tekening van Helvetia, het nationale symbool, dat huilend omver wordt geworpen door een populistische sloopkogel – en memes. De groep creëerde teams van vrijwilligers die zouden protesteren tegen de Zwitserse variant van online alt-right, en nodigde populisten uit om in debat te gaan. Het werkte: Operatie Libero zorgde niet alleen dat haar eigen standpunt in verschillende referendumcampagnes de overhand kreeg, de leden zagen er bovendien uit alsof ze het naar hun zin hadden. Op een wijdverspreide foto waren leden van de groep te zien – waaronder een van de oprichters, Flavia Kleiner, in felroze jasje – die uitbundig juichten vanwege een verkiezingsoverwinning.

    Operatie Libero bood niet alleen vermaak; het bood ook patriottisme – een andere versie van patriottisme. ‘We bieden een positievere kijk op Zwitserland,’ zei Kleiner me een paar jaar geleden. ‘We willen niet dat het een openluchtmuseum wordt met een geïdealiseerd verleden.’ In de Verenigde Staten is er volop moeilijkheid voor Biden, en ieder die hem steunt, om sentimentele Amerikaanse symbolen en tradities te gebruiken om kiezers van alle niveaus te mobiliseren. Een campagneadvertentie van Biden van vorig jaar deed precies dat en wees op het contrast tussen de taal van de Onafhankelijkheidsverklaring (‘Alle mannen zijn gelijk geschapen’) en die van de alt-right-mars van 2017 in Charlottesville, Virginia (‘Joden zullen ons niet vervangen’). Hergebruik van Amerikaanse oprichtingsdocumenten die worden aangepast aan deze tijd is natuurlijk niets nieuws. Martin Luther King Jr. citeerde de ‘prachtige woorden van de grondwet en de onafhankelijkheidsverklaring’ en verwees naar de ‘onvervreemdbare rechten’ van ‘leven, vrijheid en het nastreven van geluk’.

    Gedateerd

    Maar ook hier zit een mogelijke valstrik. In dit tijdperk van informatie-overload kan de oproep tot ‘leven, vrijheid en het nastreven van geluk’, die in het verleden zo goed werkte, ineens afgezaagd klinken; erger nog, de taal van de democratie en van de oprichting van Amerika kan ineens klinken als een zoveelste reeks slogans in de informatieoorlog. De campagne van Trump lijkt hierop in te spelen. Het is precies de reden dat de president spot met de ideeën en idealen van de democratie zelf. Op sociale media heeft de president ‘Trump 2024, 2028, 2032’-memes gepost en plagende tweets over het uitstellen van de verkiezingen. Hoewel ze bij sommige van zijn aanhangers enige verontrusting veroorzaakten – het bewijs dat de regels rondom verkiezingen aan beide kanten nog altijd serieus worden genomen – hebben zijn tweets hun doel bereikt: ze lieten de bekende retoriek van democratie en een gemeenschappelijk doel ouderwets klinken, hol, gedateerd.

    Uit een ander project waar ik aan meewerkte kunnen eveneens lessen worden getrokken, hoe excentriek ze ook mogen klinken. Ook hierin werd gebruikgemaakt van focusgroepen, met als doel te begrijpen hoe Oekraïners in regio’s met onderling zeer verschillende geschiedenissen zich het verleden herinneren. West-Oekraïne maakte tot 1939 deel uit van Polen, het oosten heeft een lange geschiedenis van Russische overheersing en de twee regio’s hebben radicaal verschillende herinneringen, vooral aan de Tweede Wereldoorlog. Russische desinformatie die zich tegen Oekraïne richtte zorgde er lange tijd voor dat deze verschillen werden uitvergroot: westerse Oekraïners werden getypeerd als ‘nazi’s’ en oosterlingen werden herinnerd aan hun rol bij de overwinning van het Rode Leger. Als gevolg hiervan kon er geen enkel gesprek over de oorlog worden gevoerd zonder dat iemand (of iedereen) boos werd.

    Voor zover ik weet, heeft nog niemand een soortgelijke studie in de VS uitgevoerd. Maar ik durf wel te zeggen dat Amerikanen, net als Oekraïners, verdeeld zijn door hun verschillende historische herinneringen. Op dit moment liggen verschillende interpretaties van de burgerrechtenbeweging en zelfs van de burgeroorlog en wederopbouw aan de basis van ruzies over standbeelden, namen van militaire bases en de zuidelijke vlag. Die herinneringen zullen niet tussen nu en november verenigd worden. Maar er zijn misschien wel andere dingen waarover we kunnen praten, andere episodes in de Amerikaanse geschiedenis die sterke, verenigende gevoelens oproepen in zowel het rode als het blauwe Amerika. Het moment van nationale rouw dat volgde op 9/11? De financiële crisis van 2008? De Biden-campagne is al begonnen met het verkennen van de nationale ervaring van isolatie en lockdown. Het is niet verwonderlijk dat kamp-Trump reageerde met een desinformatiecampagne die tot doel heeft twijfel te zaaien over de vraag of die isolatie en lockdown überhaupt nodig waren. De achterliggende gedachte: alles wat banden creëert tussen rode en blauwe Amerikanen, is uit den boze.

    Op de een of andere manier moeten alle succesvolle campagnes – politieke, activistische, zelfs commerciële reclamecampagnes – rekening houden met het feit dat het publiek in verschillende informatiesferen leeft. Het tijdperk van massamedia en eenduidige campagneslogans loopt ten einde. Dit is geen nieuws: de Russische agenten die een rol speelden bij de verkiezingen van 2016 vertelden de leden van Black Lives Matter op Facebook andere dingen dan ze de anti-immigratie-activisten in Idaho voorhielden.

    Het is niet moeilijk om misverstanden te creëren tussen groepen die niet meer met elkaar praten

    Toch hebben we de betekenis hiervan nog onvoldoende tot ons door laten dringen. In dit post-massamedia-tijdperk is verdeeldheid zaaien veel gemakkelijker dan eenheid creëren, wat in het voordeel werkt van politici die proberen te winnen door zondebokken en vijanden te creëren. Gerichte reclame maakt het veel gemakkelijker om het electoraat te verdelen en het is niet moeilijk om misverstanden te creëren tussen groepen die niet meer met elkaar praten. Om al die redenen is de kans groot dat wie de uiteindelijke winnaar ook is, de campagne van 2020 Amerika nog verdeelder zal achterlaten dan het nu al is. En dat zal in de toekomst zo doorgaan.

    Zelfs als de Democratische kandidaat wint, speelt de vraag ‘Kan Biden toetreden tot de tegenovergestelde bubbel?’ niet alleen in de herfst van 2020, maar ook in de lente van 2021, de winter van 2022 en nog vele jaren in de toekomst. De noodzaak om informatieve en culturele scheidslijnen te overbruggen, zal een extra complicerende laag vormen bij de aanpak van de vele economische, medische en buitenlandse crises waar een nieuwe Biden-regering onmiddellijk mee geconfronteerd zou worden, wat het moeilijk zal maken de diepgaande hervormingen door te voeren die onze bureaucratie, democratie en ons zorgstelsel zo hard nodig hebben. Maar als Biden geen moeite doet om met zijn tegenstanders te praten, zou hij net als de kandidaat voor het Poolse tarweveld kunnen eindigen, met enkel de feiten en 49 procent van het publiek aan zijn zijde. Bidens campagne is misschien wel de laatste kans om de historische kloof tussen ons te overbruggen. Als Trump nog een termijn wint, weten we zeker dat niemand het zelfs nog maar zal proberen.

  • Michael Bloomberg valt Trump aan op de inhoud

    Michael Bloomberg valt Trump aan op de inhoud

    Michael Bloomberg, miljardair en voormalig Republikein, wil koste wat kost – hij geeft er zo’n 1 miljard dollar voor uit  – een tweede termijn van Donald Trump tegenhouden. En hoe twijfelachtig hij Trump als persoon ook vindt, hij speelt niet op de man. Bloomberg valt hem aan op zijn daden.

    Michael Bloomberg heeft net voor het begin van de voorverkiezingen aangekondigd dat hij mee gaat doen aan de race om de Democratische presidentskandidaat te worden, nadat hij begin 2019 had aangegeven niet mee te willen doen. – © Michael Ciaglo / Getty
    Michael Bloomberg heeft net voor het begin van de voorverkiezingen aangekondigd dat hij mee gaat doen aan de race om de Democratische presidentskandidaat te worden, nadat hij begin 2019 had aangegeven niet mee te willen doen. – © Michael Ciaglo / Getty

    De presidentscampagne van Michael Bloomberg heeft de harten van Democratische kiezers sneller doen kloppen. Helaas voor Bloomberg – een voormalige Republikein die als miljardair Wall Street gunstig gezind is en die als burgemeester van New York de raciaal getinte politietactiek van ‘aanhouden en fouilleren’ steunde – komt dat vooral doordat ze zich erover opwinden. Veel Democraten zijn niet boos op Bloomberg vanwege die persoonlijke en ideologische prioriteiten, maar omdat het erop lijkt dat hij de nominatie voor de partij wil kopen. Bloomberg heeft laten weten dat hij maar liefst 1 miljard van zijn vermogen van 50 miljard dollar aan zijn campagne wil uitgeven. De angst bestaat dat die campagne tot een slepende strijd tussen de Democratische kandidaten zal leiden en uiteindelijk een gemankeerde winnaar zal opleveren, die vrijwel zeker geen Bloomberg zal heten.

    Horrorspotjes

    Maar er is een goede reden waarom Bloombergs kandidatuur een zegen zou kunnen zijn voor degene die het in november uiteindelijk tegen Donald Trump opneemt. Bloomberg heeft het grootste deel van zijn geld niet besteed aan de huur van grote zalen voor campagnebijeenkomsten of aan vliegtuigen om het land mee te doorkruisen, maar aan reclamespotjes: ruim 200 miljoen dollar in nog geen twee maanden. De kosten voor de tv- en radiospotjes bedroegen het afgelopen jaar meer dan drie keer zoveel als de reclame-uitgaven van alle andere Republikeinse en Democratische kandidaten bij elkaar, die van medemiljardair Tom Steyer uitgezonderd, aldus databedrijf Advertising Analytics.

    Iedere Amerikaan die naar een American-footballwedstrijd heeft gekeken of naar uitreiking van de Golden Globes, of zelfs naar een Minecraft-filmpje op YouTube, heeft waarschijnlijk Bloombergs spotje over de gezondheidszorg gezien. Het filmpje is een minuut lang en begint met enge muziek die lijkt ontleend aan een horrorfilm en met beelden van Trump die dingen zegt als ‘Obamacare is één grote ramp’ en ‘Laat Obamacare maar in elkaar klappen’. De muziek wordt steeds opzwepender en een verteller prijst Bloombergs wapenfeiten op gezondheidszorggebied toen hij nog burgemeester was: een daling van het aantal onverzekerden en van de kindersterfte, een toename van de levensverwachting. Te zien is een ‘cast’ van multiraciale, glimlachende ge-zondheidszorgmedewerkers in operatiekleding en witte jassen, die blije patiënten in rolstoelen voortduwen en de hartslag van aanbiddelijke peuters meten.

    Alle pijlen op Trump

    De gezondheidszorg is het meest om-streden onderwerp van de Democratische voorverkiezingen. Daarin staan de plannen voor zorg voor iedereen (‘Medicare for All’) van Bernie Sanders en Elizabeth Warren lijnrecht tegenover de meer technische aanpak van Joe Biden en Pete Buttigieg. Elk debat tussen de Democratische kandidaten mondt op zeker moment uit in een vermoeiende discussie over de vraag of Sanders en Warren de belastingen voor de middenklasse zullen verhogen om hun plannen te kunnen betalen en of Biden en Buttigieg zich wel genoeg inspannen voor een ziektekostenverzekering voor iedereen. Bloombergs spotje gaat dat debat volledig uit de weg en zegt niets over de andere Democratische kandidaten en hun plannen. Hoewel Bloomberg niet voor Medicare for All is, bekritiseert hij – anders dan Buttigieg – Warren en Sanders niet omdat ze het plan steunen. Het is eigenlijk een spotje voor algemene verkiezingen, waarin de pijlen uitsluitend zijn gericht op de president.

    Dat is het tweede wat opvalt aan de campagne: de manier waarop Trump wordt aangepakt. In 2016 probeerde Hillary Clinton Trump op karakterologische kenmerken te pakken. In haar sterkste spotje waren kinderen te zien die Trump op tv enkele van zijn laakbaarste uitspraken zagen doen, over Mexicaanse ‘verkrachters’, over ‘bloed dat uit de je-weet-wel’ van nieuws-presentator Megyn Kelly lekt en dat hij ‘midden op Fifth Avenue iemand zou kunnen doodschieten’ zonder kiezers kwijt te raken. ‘Onze kinderen en kleinkinderen zullen op deze tijd terugkijken,’ zegt Clinton in het spotje, ‘en we moeten ervoor zorgen dat ze trots op ons kunnen zijn.’ Biden kiest dezelfde aanpak. In een van zijn spotjes zijn buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders te zien die Trump uitlachen. Het spotje eindigt met beelden van Biden en de tekst: ‘We hebben een leider nodig die door de wereld wordt gerespecteerd.’

    Tastbare redenen

    Bloomberg lijkt die minachting voor Trump te delen en heeft hem eerder zelf persoonlijk aangevallen. ‘Ik heb een bedrijf opgebouwd en deed dat niet met een cheque van mijn vader ter waarde van een miljoen dollar,’ zei hij in zijn toespraak van 2016 tot de Democratische Conventie. Maar anno 2020 is zijn pleidooi zo traditioneel als maar kan, want gericht op Trumps daden.

    Bloomberg richt zich op actuele, reële problemen

    In een ander spotje over de gezondheidszorg valt Bloomberg Trump aan omdat hij kiezers dreigt hun verzekering af te pakken. Hij beweert dat ‘er onder Trump elk jaar één miljoen onverzekerden bij zullen komen’. In een derde spotje zien we Trump opscheppen over de inspanningen van zijn regering om ‘vuurwapenveiligheid’ te bevorderen terwijl een snoeiharde lijst voorbijflitst van de 263 schietpartijen die zich op scholen en universiteiten hebben voorgedaan sinds hij aan de macht is. Bloomberg houdt de kiezers voor dat ze niet om schimmige redenen tegen Trump moeten stemmen – omdat er een beter rolmodel nodig is, omdat het goed is voor het aanzien van de VS in de wereld – maar om tastbare redenen: een betere ziektekostenverzekering, veilige scholen voor kinderen.

    De spotjes zijn een gedurfde poging om de regels voor de presidentiële voorverkiezingen te herschrijven. Bloomberg slaat de eerste vier krachtmetingen voor de nominatie – in Iowa, New Hampshire, South Carolina en Nevada – over en gebruikt in plaats daarvan zijn praktisch onbeperkte reclamebudget voor een landelijke campagne in de stijl van de nationale verkiezingen om de Democratische nominatie binnen te halen. Maar misschien is het meest onconventionele aan Bloombergs campagne wel de radicaal conventionele aanpak van Trump als politieke tegenstander. Andere Democratische kandidaten schilderen Trump af als een existentiële bedreiging: ‘Als Donald Trump wordt herkozen,’ zegt Biden in een spotje, ‘zal hij het karakter van dit land voor altijd fundamenteel veranderen.’ Daarentegen richt Bloomberg zich op actuele, reële problemen.

    screenshot 2020 02 19 at 14 39 20

    Mini Mike

    ‘Het kan hem niks schelen of je al een ziektegeschiedenis hebt,’ zegt Bloomberg over Trump in een van zijn spotjes. ‘Hij wil je gewoon de toegang tot de zorg ontzeggen. Als hij opnieuw wordt gekozen, zal hij dat blijven proberen.’ Die kritiek kan tegen praktisch iedere Republikein worden gebruikt, en dat gebeurt ook, maar het laat de Democraten zien dat Bloomberg ervan overtuigd is dat je Trump het beste met een beproefde, waarachtige strategie kunt verslaan. Trump zelf lijkt niet op zijn gemak, want hij postte onlangs op Twitter dat ‘Mini-Mike Bloomberg [Trumps bijnaam voor Bloomberg omdat die aan de kleine kant is] een hoop geld aan nepreclame uitgeeft’, waarna hij ten onrechte beweerde dat hij mensen die al een ziekte hebben heeft geprobeerd te verzekeren. Bloomberg is zo overtuigd van zijn theorie dat hij heeft gezworen dat hij, als hij de Democratische nominatie niet mocht binnenhalen, zijn anti-Trump-campagne zal voortzetten namens degene die daar wel in slaagt.

    Sinds Bloomberg in november aan-kondigde dat hij zich in de strijd zou mengen, beklagen zijn critici zich erover dat hij zijn geld beter anders had kunnen besteden als hij van Trump af wil, bijvoorbeeld door kiezers massaal op te roepen zich te laten registreren of door Fox News op te kopen. Hoe creatiever en afwijkender, hoe beter. Maar Bloomberg gokt erop dat moeilijke tijden vragen om degelijke maatregelen, zij het degelijke maatregelen op gigantische schaal. Met genoeg geld en reclamespotjes hoopt hij Trump te normaliseren om hem te kunnen verslaan.

    Jason Zengerle

    New York Times Magazine
    Verenigde Staten | weekblad | oplage 1.160.000

    Tijdschrift dat op zondag verschijnt bij The New York Times en dat vooral bekend staat om zijn fotografie, met name op het gebied van mode en stijl.

  • Hoogleraar Mehrzad Boroujerdi: ‘Dood Soleimani was ernstige inschattingsfout’

    Hoogleraar Mehrzad Boroujerdi: ‘Dood Soleimani was ernstige inschattingsfout’

    De moord op generaal Qassem Soleimani zal ingrijpende gevolgen hebben voor de Amerikaanse, Iraakse en Iraanse politiek, aldus hoogleraar politicologie Mehrzad Boroujerdi. Toch acht hij de kans klein dat het tot een escalatie van het conflict in het Midden-Oosten zal leiden. 

    Keuze uit het archief

    Bij een dubbele bomaanslag werden woensdag meer dan 103 mensen gedood in de Iraanse stad Kerman. Het bloedbad vond plaats tijdens de herdenking van de dood van de Iraanse militair leider Qassem Soleimani, die op 3 januari 2020 werd vermoord door een Amerikaanse aanval in Bagdad. Een dag later eiste Islamitische Staat de aanslag op.

    In dit artikel, dat enkele dagen na zijn dood gepubliceerd werd, bespreekt hoogleraar politicologie Mehrzad Boroujerdi welke rol Qassem Soleimani speelde in Iran en de impact van zijn moord op het conflict in het Midden-Oosten, dat recent weer tot een kookpunt is gekomen.

    Generaal Soleimani (1957-2020) was al 22 jaar commandant van de geduchte Quds-brigade van de Revolutionaire Garde en daarmee de belangrijkste militaire leider van de Islamitische Republiek Iran.

    De man die tot de Iraanse Revolutie van 1979 de kost had verdiend als metselaar en medewerker van het gemeentelijke waterbedrijf, bewees vervolgens zijn moed in de oorlog met Irak en groeide daarna uit tot de meest gevreesde Iraanse generaal van de afgelopen vijftig jaar. In 2005 noemde de opperste leider ayatollah Khamenei hem een ‘levende martelaar’, en hij wordt gezien als het brein achter belangrijke militaire overwinningen van Iran en zijn bondgenoten in Irak, Syrië en elders.

    Soleimani had in Iran de status van een superheld, en was voor de Amerikaanse strijdkrachten in Irak een belangrijk doelwit. Zijn liquidatie wordt een complicerende factor in de Iraakse politiek. Als vergelding voor de aanslag op hem en op Abu Mahdi al-Muhandis, plaatsvervangend commandant van Hashd al-Shaabi [de overkoepelende organisatie van sjiitische volksmilities], gaan sjiitische milities ongetwijfeld meer aanvallen op de Amerikaanse strijdkrachten uitvoeren. Vanuit de bevolking en de politiek zal de druk op het parlement toenemen om bij wet te eisen dat de Amerikaanse strijdkrachten zich terugtrekken. Zelfs de ayatollahs Sistani en Moqtada al-Sadr, twee sjiitische geestelijken die tegen Iraanse inmenging zijn, staan nu onder druk om deze aanslag te veroordelen.

    Interim-premier Adil Abdul-Mahdi zal waarschijnlijk het veld moeten ruimen voor een meer pro-Iraanse politicus. De demonstranten die tegen de corruptie betogen, zullen merken dat hun protesten overschaduwd worden door de repercussies van Soleimani’s liquidatie en de onontkoombare dynamiek van de Amerikaans-Iraanse rivaliteit in Irak.

    Martelaar

    Als militaire operatie is de actie van de VS zonder meer geslaagd, maar de politieke consequenties zien er minder rooskleurig uit. Er doemen grote vragen op: hoe zal de VS omgaan met woedende menigtes? Hoe zal het reageren op de in heel de islamitische wereld te verwachten golf van aanvallen op zijn strijdkrachten, instellingen en belangen? Is Trumps regering straks gedwongen nog meer troepen naar de regio te sturen, in een verkiezingsjaar? De Amerikanen hebben een ernstige inschattingsfout gemaakt door de complexiteit van de Iraakse politiek te reduceren tot het probleem van Iraanse inmenging. Ze hebben misschien een of twee grote vijanden uit de weg geruimd, maar daarmee Iran een grote politieke overwinning in Irak op een presenteerblaadje gegeven.

    De aanslag op Soleimani heeft ook gevolgen voor Iran. De dood van een man met zo veel kennis van de militaire verhoudingen in de regio en zo’n goede band met veel militieleiders in Iran, Irak en Syrië is een groot verlies. De martelaar Soleimani zal door de Iraanse staat worden bewierookt op een wijze die niet meer gezien is sinds de dood van ayatollah Khomeini. Velen zullen daarbij even vergeten dat Soleimani een van de 24 commandanten van de Revolutionaire Garde was die in 1999 in een dreigende brief eisten dat de hervormingsgezinde president Khatami harder optrad tegen studentenprotesten. En zijn dood zal ook het nieuws over de gewelddadige onderdrukking van de demonstraties vorige maand naar de achtergrond drukken. Bovendien zal het regime in Irak nu meer maximalistische doelen nastreven. En indachtig het gezegde dat wraak een gerecht is dat je het best koud serveert, zullen ze zelf een tijdstip bepalen om de dood van Soleimani te wreken.

    Betekent dit alles dat we onherroepelijk op een oorlog afstevenen? Niet per se. Een escalerende oorlog in het Midden-Oosten is wel het laatste wat Trump in een verkiezingsjaar kan gebruiken. En de Iraanse machthebbers zijn ook slim genoeg om te beseffen dat ze geen oorlog kunnen voeren met een lege schatkist en een bevolking die zich steeds meer van hen afkeert. Bovendien willen ze, met al hun retoriek over de martelaar Soleimani, hun politieke voordeel in Irak niet verspelen. De oven van het Midden-Oosten is dus flink opgestookt, maar het staat nog niet vast dat hij ook op ontploffen staat.

  • Bestaat er een remedie tegen de allesoverheersende angst?

    Bestaat er een remedie tegen de allesoverheersende angst?

    Kenmerkend voor dit tijdsgewricht van opkomend populisme, klimaatverandering en politieke crisis is een allesoverheersende en verlammende angst. Wat zijn de gevolgen, en doen we ertegen? vraagt de Britse essayist Gavin Jacobson zich af.

    ‘Wij zien ons tijdsgewricht als een tijd van problemen, een eeuw van angst. De grond onder onze beschaving, onder onze zekerheid, verkruimelt onder onze voeten, en vertrouwde ideeën en instituties verdwijnen voor we ze kunnen vastgrijpen, als schaduwen in de invallende schemering.’

    Deze overpeinzing, geïnspireerd op het lange gedicht The Age of Anxiety van de Engels-Amerikaanse dichter W.H. Auden, komt uit het boek van de Amerikaanse historicus Arthur Schlesinger Jr., The Vital Center: The Politics of Freedom (1949). Hij schreef het in de gespannen periode vlak na de Tweede Wereldoorlog, waarin een nucleaire apocalyps voorstelbaar was, toen mensen zich zorgen maakten over de loop van de menselijke geschiedenis en politiek engagement moeilijk te vinden was en nog moeilijker vast te houden. Maar de passage had ook gemakkelijk in onze tijd geschreven kunnen zijn. Sinds de financiële crash van 2008 heerst er in Europa en de Verenigde Staten een ‘Sense of an ending’ (om de titel van het boek van literatuurcriticus Frank Kermode te lenen): een eindtijdgevoel. Liberale opvattingen hebben moeten wijken voor radicale twijfel. Populistische bewegingen staan op tegen de politieke en economische orde die de afgelopen vijftig jaar hebben geheerst. Electoraten staan voor een ongewisse toekomst.

    De grond onder de beschaving zal niet zozeer onder onze voeten verkruimelen, als wel wegzakken onder smeltende ijskappen en stijgende zeespiegels, terwijl de bekende indicatoren voor vooruitgang – levensverwachting, gelijkheid, geluk en vertrouwen in politieke instituties – in veel delen van de wereld afnemen. Krantenkoppen geven de stemming weer: ‘Geluk neemt af in de VS, volgens VN-rapport’ (The Guardian, maart 2017), ‘Vertrouwen daalt sterk in Amerika’, (The Atlantic, januari 2018), ‘Levensverwachting in Amerika twee achtereenvolgende jaren gedaald, (The Economist in januari 2018), ‘Neemt de ongelijkheid toe of af?’ (eveneens The Economist, maart 2018), allemaal ondersteund door de publicatie van het World Inequality Report Executive Summary, 2018 door Thomas Piketty et al. Ook de Wereldbank heeft gemeld dat er weliswaar minder mensen op de wereld in extreme armoede leven, maar dat de afname van de armoede is vertraagd.

    Naast dit verhaal van vermindering en verval zijn er ook meer positieve opvattingen, zoals die van psycholoog Steven Pinker, over een vreedzame en verlichte koers van de mensheid. Maar tot nu toe blijken de optimisten minder overtuigend: ze zijn er niet in geslaagd het tij van het doemdenken te keren.

    Lees ook:

    Lui lijfeigenschap

    We hoeven niet verbaasd te zijn over deze alarmistische verhalen. Al in de jaren negentig van de vorige eeuw luidde een hele verzameling van intellectuelen en commentatoren de alarmbel over toekomstige stormen (al werd dat geluid gedempt door een onstuitbare Amerikaanse hegemonie). Sommigen, zoals politiek wetenschapper John Mearsheimer, vreesden voor de terugkeer van nationale rivaliteiten die lang onderdrukt waren geweest door de bipolaire wereldorde van de Koude Oorlog. Anderen, onder wie historicus Paul Kennedy, grepen terug op malthusiaanse schrikbeelden zoals ‘demografische onevenwichtigheden over de hele wereld’.

    De vroegere nationale veiligheidsadviseur van Jimmy Carter, Zbigniew Brzezinski, voorzag ook een groot aantal gevaren voor de wereld en waarschuwde dat ‘mondiale verandering niet meer in de hand te houden is’, terwijl de mensheid afstevende op ‘politieke wanorde en filosofische verwarring’. Filosoof John Gray, politiek adviseur Edward Luttwak en miljardair George Soros wezen – vanuit verschillende invalshoeken en in verschillende toonaarden – op de schadelijke effecten van de vrije markt. Journalist Robert Kaplan fulmineerde tegen de kermis der ijdelheden van het rechtse Amerikaanse kapitalisme en voorspelde ‘The Coming Anarchy’, zoals hij het noemde (The Atlantic, maart 1994), een Mad Max-achtige wereld van welig tierende criminaliteit en ecologische afbraak.

    De meest verontrustende, maar minst begrepen waarschuwing kwam echter van Francis Fukuyama. Zijn essay The End of History?, dat hij in 1989 publiceerde in National Interest (en in 1992 uitwerkte tot een boek waarin het vraagteken nadrukkelijk was verdwenen), werd de oertekst van het post-Koude Oorlog-tijdperk. Fukuyama’s stelling – dat de liberale democratie het eindstation is van onze ideologische evolutie – wordt vaak gelezen als een verdediging van ongebreideld kapitalisme en van de Anglo-Amerikaanse interventies in het Midden-Oosten.

    Toch valt er weinig verlossing te verwachten van Fukuyama’s liberale eindstadium. Hij dacht zelfs dat de posthistorische toekomst gevaar liep een ‘leven van meesterloze slavernij’ te worden, een wereld van bederf en culturele verlamming, ontdaan van elke onzekerheid en gecompliceerdheid.

    ‘De laatste mens’ zou gereduceerd zijn tot homo economicus, die zich alleen liet leiden door de rituelen van consumptie, en ontdaan was van de bezielende deugden en heroïsche drijfveren die de geschiedenis hebben voortgestuwd. Hij waarschuwde dat mensen ofwel deze toestand zouden aanvaarden, ofwel, en dat was eerder te verwachten, in opstand zouden komen tegen de sleur van hun eigen bestaan: ‘Ik voel zelf en zie in anderen om me heen een sterke nostalgie naar de tijd dat de geschiedenis nog bestond (…) Misschien zal juist het vooruitzicht van eeuwige verveling aan het eind van de geschiedenis dienen om de geschiedenis weer op gang te brengen.’

    De idee dat angst, meer dan hoop of zekerheid, mensen tot daden aanzet, is vooral door klimaatdeskundigen en -activisten omarmd

    Het moderne Amerika vertoonde al tekenen van dit luie lijfeigenschap, klaagde Fukuyama, en andere landen, waaronder ook Groot-Brittannië volgden snel. Het verval van ideologieën ter linker- en rechterzijde dat was ingezet in de jaren zeventig, had in de jaren negentig zijn dieptepunt bereikt. De gevestigde politiek was niet meer zo geïnteresseerd in vragen over de verdeling van macht en hulpbronnen of over de strijd voor gelijkheid (deze kwamen bij partijen in de marge terecht) – zij richtte zich op het besturen en op technocratische aanpassingen vanuit het midden. Met zeldzaam retorische precisie schreef Slavoj Zizek in The Ticklish Subject: The absent centre of political ontology (1999) dat ‘het conflict van mondiale ideologische opvattingen, belichaamd in verschillende partijen die om de macht strijden, plaats heeft gemaakt voor de samenwerking van verlichte technocraten (economen, pr-specialisten…) en liberale multiculturalisten; via het proces van onderhandeling over belangen wordt een compromis bereikt vermomd als een min of meer algehele consensus.’ Tony Blairs idee over het Radicale Midden was volgens Zizek een volmaakte illustratie van deze verschuiving.

    Wankele moraliteit

    Met het verdwijnen van de politieke antagonismen, de grote verhalen van de geschiedenis en de labels ‘links’ en ‘rechts’, verdampte ook het fiere manifest van deugden en waarden dat burgers inspireerde. De samenleving leek al snel haar Sittlichkeit te hebben verloren, de morele en spirituele orde die dient als brandpunt voor eenheid en betrokkenheid. Zoals Frank Furedi betoogt in How Fear Works, Culture of Fear in the 21st century, is de dominante rol van de angst in ons leven nauw verbonden met deze ‘motivationele crisis die voortkomt uit de wankele staat van het moreel gezag’. Het gebrek aan positieve morele idealen, zoals moed, plicht, hoop, ideologie, liefde en solidariteit, heeft een ‘op angst gebaseerde, negatieve opvatting van gezag’ opgeleverd. (Het was natuurlijk dit gat dat de presidentscampagne van Barack Obama in 2008 blootlegde.)

    Furedi’s klaagzang volgt een vertrouwd pad. In een eerder boek, Culture of Fear: Risk taking and the morality of low expectation (1997), had hij al betoogd dat samenlevingen ‘die nog niet zo lang geleden hun triomf over de Sovjet-Unie vierden, nu te kampen hadden met een allesoverheersend gevoel van maatschappelijke malaise’. Overal zag hij ‘een groeiende aandacht voor risico’, terwijl veiligheid ‘de belangrijkste deugd van de samenleving’ werd, die elk facet van het leven kleurde, van de manier waarop we omgaan met nieuwe technologieën tot de manier waarop we omgaan met elkaar. In dit nieuwe boek keert Furedi terug naar dit thema en er klinkt een enigszins geërgerde toon in door, alsof het hem irriteert hoe angstig en verzwakt samenlevingen zijn geworden. Maar de verwarde en fragiele morele wereld die hij schetst (de wereld die Fukuyama heeft voorspeld), verklaart waarom een gevoel van angst ‘overal is’, opgewekt door de apocalyptische dreigingen, zoals klimaatverandering en kernoorlog, of door zorgen over schulden, eetpatronen, ouderschap en pedofilie.

    Furedi geeft een diagnose en een historische verklaring voor de bronnen van deze angst. Hij laat zien hoe angst in de klassieke wereld en tot aan het interbellum werd gezien als een morele kwestie die was gebaseerd op ideeën over goed en kwaad en werd bestreden met deugden zoals moed, en hoe vanaf de jaren twintig de intellectuele dominantie van de psychologie niet alleen leidde tot ‘het ont-moraliseren van angst’, maar ook ‘bijdroeg aan de vorming van een discours dat angst afschilderde als een onbeheersbare, autonome en verlammende kracht.’ De inaugurele rede van president Franklin D. Roosevelt in 1933 waarin hij zei: ‘het enige dat we te vrezen hebben (…) is de angst zelf’, koos bewust voor deze interpretatie door angst te beschrijven als ‘de onberedeneerde en ongerechtvaardigde doodsangst die mensen verlamde.’

    Sterker, angst is altijd opgevat als bron van politieke vitaliteit of, zoals John Locke het stelde ‘de belangrijkste, zo niet de enige prikkel voor de menselijke bedrijvigheid’. Vandaag echter gaat het bij de politiek van de angst niet zozeer om het leggen van een negatief moreel fundament waarop mensen in vrede samenleven, als wel over een groeiende afhankelijkheid van nationale verleiders die ons veiligheid beloven. Donald Trumps beweringen in januari 2017 dat ‘safety will be restored’ en dat ‘we will make America safe again’, zijn een voorbeeld van de manier waarop veiligheid de fundamentele waarde van het politieke leven blijft. Maar de oorspronkelijke idee dat angst, meer dan hoop of zekerheid, mensen tot daden aanzet, is in bepaalde regionen omarmd, vooral misschien wel door klimaatdeskundigen en -activisten. Het dramatische artikel van David Wallace-Wells in New York Magazine over ‘The Uninhabitable Earth’ (juli 2017), waarin hij beschrijft hoe het er aan het eind van deze eeuw met de planeet voor kan staan – hongersnoden, economische ineenstorting, besmettelijke ziekten en torenhoge temperaturen – is typerend voor het doemdenken van het klimaatactivisme, bedoeld om mensen uit angst milieubewust en veranderingsgezind te laten worden.

    Een belangrijk debat onder klimaatdeskundigen gaat niet zozeer over wetenschap, als wel over retorische stijl, en wordt gevoerd tussen mensen als Wallace-Wells en Guy McPherson (die in The New York Times een ‘apocalyptisch ecoloog’ werd genoemd) en mensen als Michael Mann die betogen dat er ‘een gevaar in zit om de wetenschap al te veel nadruk te geven op een manier die het probleem [van de klimaatverandering] voorstelt als onoplosbaar en een gevoel van noodlottigheid, onvermijdelijkheid en hopeloosheid voedt.’ Furedi is het daarmee eens en beschouwt het ecologische catastrofisme en andere verhalen over het einde van de wereld als bewijs dat ‘het uit de Verlichting stammende, optimistische geloof in het vermogen van de mensheid om het onbekende te bedwingen, heeft plaatsgemaakt voor een overtuiging dat de mensheid niet bij machte is af te rekenen met de gevaren die haar bedreigen.’

    © Jeff Sheldon
    © Jeff Sheldon

    Hoeveel van onze angsten worden gewekt door de media? Niet zo veel als vaak wordt gedacht, volgens Furedi. Het verband tussen de media en angst is niet nieuw. In de negentiende eeuw hielden commentatoren de massa-oplages van kranten en tabloids verantwoordelijk voor uitbarstingen van collectieve angst en hysterie. Mensen die de media ervan beschuldigen dat ze morele paniek zaaien met hun griezelverhalen, gebruiken daarvoor vaak dezelfde alarmistische retoriek die ze in anderen veroordelen, en zo maken ze van de media nóg een kwaadaardige kracht waar je bang voor moet zijn. Furedi twijfelt er niet aan dat media en sociale media inspelen op de angsten van mensen omdat ze daarmee hun aandacht kunnen trekken. Maar volgens hem is het al te simpel om met een beschuldigende vinger naar de media te wijzen.

    Om te beginnen zijn er ook nog directe ervaringen, persoonlijke omstandigheden en specifieke sociale verhoudingen die beïnvloeden hoe en wat we vrezen. ‘Sociale en culturele variabelen,’ zegt Furedi, ‘leiden tot een gedifferentieerde reactie op de dreigingen die de media ons voorspiegelen.’ Onderzoeken wijzen erop dat leeftijd, geslacht, sociale klasse en onderwijsniveau bepalend zijn voor de reactie van mensen op dreigingen als klimaatverandering en misdaad. Volgens Furedi creëren de media niet zozeer angst, maar kunnen ze een al bestaande fatalistische stemming wel versterken – en er munt uit slaan. De centrale rol van de media, schrijft Furedi, zit hem in het ‘normaliseren van een taal en een systeem van symbolen en betekenis voor het interpreteren van wat de samenleving ervaart’. Hij geeft als voorbeeld de toename van de angst voor pedofilie, waarbij de media die angst niet hebben veroorzaakt, maar wel ‘een belangrijke rol hebben gespeeld in het scheppen van de symbolen en beelden die door onze verbeelding spoken’.

    Furedi wijst ook op de belangrijke wisselwerking tussen tekst en beeld; gevoelens van dreigend gevaar en wanhoop worden volgens hem veroorzaakt door retorische hulpmiddelen en metaforen zoals tikkende tijdbommen en dozen van Pandora. Deze drukken waarschuwingen uit over een onzekere toekomst, en ‘moedigen de samenleving niet alleen aan om bang te zijn, maar om het ergste te vrezen’. Vooral de tijdbommetafoor is een illustratie van onze voorliefde voor het denken in worstcasescenario’s, net als de ‘Doomsday Clock’ die in het jaar dat Audens gedicht uitkwam begon te tikken. Zo ontstaat niet alleen de suggestie van een dreigende ontploffing, maar ook van de tijd die onverbiddelijk voort tikt naar een explosieve toekomst. Het leven lijkt een race om iets te doen voor het te laat is. Zo laat Sky News tijdens zijn uitzendingen bijvoorbeeld een ‘Brexit Deadline’-klok in beeld zien (nog 53 dagen, 5 uur, 34 minuten en 24 seconden op het moment dat ik dit schrijf), en New Yorkers kunnen omhoog kijken naar de National Debt Clock in Manhattan, om de (slechte) gezondheidstoestand van de economie van hun land te zien. Furedi noemt deze tijdwaarneming een ‘Manhattan-teleologie van het noodlot’ – een goede beschrijving voor de manier waarop wij over de relatie tussen het heden en de toekomst denken.

    Het gezag van de wetenschap wordt verpakt in het zelfgenoegzame idioom van goed en kwaad

    De cultuur van de angst wordt levend gehouden door een soort terugkerend vingerwijzen, waarbij degenen die de waarschuwingen van deskundigen in de wind slaan, gehekeld worden om hun zorgeloosheid of zelfs immoraliteit. Het gezag van de wetenschap wordt verpakt in het zelfgenoegzame idioom van goed en kwaad, en zo spreekt de samenleving mensen bestraffend toe omdat ze roken, zonnebaden, drinken, poedermelk gebruiken, ongezond eten en niet bewegen. Het gaat er Furedi niet om mee te zingen met het afgezaagde refrein van ‘te ver doorgedreven gezondheid en veiligheid’. Voor hem is het wezenlijke punt dat deze morele superioriteit erop gericht is om angst aan te jagen, anderen moreel te veroordelen, door gewone of dagelijkse ervaringen van het leven – zoals tegenwoordig ook het gebruik van plastic en wegwerp-koffiebekers – te veranderen in praktijken die voortdurend kritisch bekeken worden vanwege de risico’s die ze vormen voor mens en planeet.

    In deze opvatting van angst als een soort negatieve waarheid waaraan de politiek haar bestaansrecht ontleent, en in zijn beroep op deugden als ‘moed, verbeeldingskracht en idealisme’, om weer een meer positieve kijk op het leven te krijgen, komt het sociologische werk van Furedi overeen met Martha Nussbaums beknoptere filosofische verhandeling. Net als Furedi keert Nussbaum terug naar bekend terrein – de afgelopen jaren heeft zij zich vooral beziggehouden met emoties en met een poging om een nieuw stoïcisme te formuleren dat de kloof tussen gedachte en gevoel moet overbruggen – met een hernieuwd doelbewustzijn. Haar boek The Monarchy of fear: A philosopher looks at our political crisis kwam tot stand na de verkiezing van Trump, toen Nussbaum besefte dat ‘angst het probleem was, een wazige en veelvormige angst waarvan de samenleving doortrokken was.’

    Puttend uit de theorieën van de oude wijsgeren, met name filosoof-dichter Lucretius, zegt Nussbaum in essentie dat angst ook de wieg en medeplichtige is van die andere giftige emoties – woede, haat en jaloezie – waarvan we ooit dachten dat ze verdwenen waren uit de politieke organen van het Westen. ‘Angst,’ schrijft ze, ‘kaapt vaak het gevoel van verontwaardiging en protest en maakt daarvan een giftig verlangen naar genoegdoening. En angst voedt de uit walging ontstane aversie tegen sterfelijkheid en inlijving, door strategieën te produceren die uitsluiten en onderwerpen.’ Angst ligt ook aan de wortel van afgunst: ‘de angst om niet te hebben wat je erg nodig hebt.’

    Kraamkamers van hoop

    Zoals altijd schrijft Nussbaum in een koele, afstandelijke stijl, gehoorzaam aan haar eigen opdracht een stap terug te doen en ‘diep adem te halen (…) en dit moment van afstand te gebruiken om erachter te komen waar angst en aanverwante emoties vandaan komen en waar ze ons naartoe leiden.’ Ze gebruikt Martin Luther King en Nelson Mandela als leiders in morele actie, heroïsche voorbeelden van broederschap die hun kwelgeesten veroordeelden zonder in haat te vervallen. Nussbaum negeert niet de specifieke thema’s van dit politieke moment, maar ze toont hier een zekere dofheid; haar proza en zelfs haar ideeën lijken niet te passen bij de urgentie van deze tijd.

    Nussbaums punt over de socialiserende ‘ervaringen van kunst’, bijvoorbeeld, ‘wanneer mensen samenkomen om te zingen of dansen, of een toneelstuk op te voeren, of zelfs om mee te zingen met de cd van Hamilton’, mag dan op een enigszins naïeve manier aardig zijn, maar is nauwelijks serieus – zeker omdat Nussbaum niet echt uitlegt hoe kunst de kloof kan overbruggen tussen mensen die, tenminste in de VS, elkaar geregeld wegzetten als ‘fascist’ aan de ene kant, of ‘cultuurmarxist’ aan de andere. Wel wijst ze terecht op protestorganisaties en brede volksbewegingen zoals Black Lives Matter – als de kraamkamers van een meer hoopvolle politiek, waarin ideeën over het algemeen welzijn misschien in ere hersteld en versterkt kunnen worden, en waar gevoelens van individuele hulpeloosheid opgaan in collectieve macht. En ze is bereid afstand te nemen van haar poëtische visie op een politiek gebaseerd op liefde, hoop en vertrouwen, om een theorie te ontvouwen over rechtvaardigheid voor de liberaal-democratische staat gebaseerd op de kansen die alle burgers moeten krijgen – leven, fysieke gezondheid, ergens bij horen, spelen, controle over je omgeving, enzovoort – wil een land zich zelfs maar minimaal rechtvaardig kunnen beschouwen.

    Radicaler is misschien haar voorstel voor een driejarige nationale dienstplicht, waarbij jonge mensen uitgezonden worden door heel Amerika om nuttig werk te gaan doen – zorg voor ouderen, kinderopvang, infrastructurele projecten – om zo een gevoel voor solidariteit en het algemeen belang te krijgen (Fukuyama stelt dit trouwens ook voor in zijn nieuwe boek Identity: Contemporary identity politics and the demand for recognition). Nussbaums redenering dat ‘we in een tijd van een terugtredende overheid eenvoudigweg niet meer de mankracht hebben om veel essentiële diensten te verlenen’, doet misschien denken aan David Camerons Big Society-programma, maar het idee van een nationale dienstplicht past in een lange traditie van maatschappijfilosofie, van Locke en Rousseau met hun meer militair gerichte theorieën en William James met zijn ‘morele equivalent van oorlog’, tot John F. Kennedy en zijn Peace Corps.

    De vraag die Nussbaum echter ontwijkt is hoe te voorkomen is dat die gevoelens van solidariteit weer verdwijnen, zodra iemand klaar is met zijn dienstplicht en terugkeert naar het onpersoonlijke domein van de kapitalistische economie. Hoe voorkom je dat burgers weer eenlingen worden door het individualisme en het nuttigheidsdenken die horen bij de liberale staat? Uiteindelijk komen Nussbaums voorstellen om een tegenwicht te bieden aan de politiek van de angst neer op een filosofie van goede bedoelingen, en bevestigen ze alleen wat de meeste redelijk denkende mensen geacht worden te geloven – dat liefde beter is dan angst, dat een politiek van hoop beter klinkt dan een politiek die gebaseerd is op haat en dat Martin Luther King een voor de hand liggend rolmodel is. In die zin past het boek in een opkomende trend (getypeerd door bestsellergoeroes als Yuval Noah Harari) die pleiten voor ‘jezelf kennen’ en voor vormen van zelfonderzoek die meer lijken op strategieën om het in je eentje te redden dan op een politiek van solidariteit en collectieve strijd. Het doet ook denken aan de post-politieke tijdgeest van de jaren negentig en aan de ‘sentimentaliteit van het gebaar’ zoals journalist Alexander Cockburn het noemde, die zijn hoogtepunt bereikte tijdens het presidentschap van Bill Clinton en nu uit de politiek verdwenen lijkt.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/wat-er-te-doen-valt-%e2%80%a8tegen-angstzaaien/

    Eind jaren negentig viel Arthur Schlesinger in het blad Slate Clinton aan, omdat die zijn term ‘het vitale midden’ had misbruikt:

    ‘Toen ik het boek dat ik in 1949 schreef, The Vital Center noemde, was het “midden” waar ik op doelde de liberale democratie, afgezet tegen de internationale doodsvijanden daarvan – fascisme op rechts, communisme op links. Ik gebruikte die term in een mondiale context. President Clinton gebruikt hem in een binnenlandse context. Wat bedoelt hij ermee? Zijn bewonderaars [van de Democratic Leadership Council] hopen waarschijnlijk dat hij ‘de middenweg’ bedoelt, die voor hen dichter bij Ronald Reagan ligt dan bij Franklin D. Roosevelt. Zoals ik elders al heb gezegd is ‘de middenweg’ naar mijn idee bepaald niet het “vitale midden”. Het is het dode midden.’

    Nu, eenentwintig jaar later, lijkt dat dode midden nog steeds niet tot leven te komen. Nussbaums boek, met al zijn indrukwekkende filosofische vakmanschap en vriendelijke ethiek, vertegenwoordigt een soort zombie-liberalisme, zonder enige frisse of zelfs uitvoerbare politieke gedachte die rekening houdt met de ongelijkheden en materiële problemen – loonstagnatie, onbetaalbare woningen, onzekere banen, en bezuinigingen op publieke diensten, bijvoorbeeld – waar de 99 procent mee te kampen heeft. En hoe absurd, oneerlijk of stuitend kreten als ‘Bouw een muur’, ‘Weg met Obamacare!’, ‘350 miljoen dollar per week’ ‘Take back control’ ook zijn, ze zijn… iets, en electoraal wint iets het altijd van niets.

    Waarom zouden mensen überhaupt iets om de liberale democratie geven, waarom zouden deugden zoals liefde en normen van fatsoen en gelijkheid heilig zijn?

    Ook heeft Nussbaum geen poging gedaan om onder ogen te zien dat het de afgelopen paar jaar liberalen zijn geweest, en ook rechtse demagogen, die de politiek van de angst hebben aangewend, al was het maar omdat angst, net als terreur ‘een gemakkelijke begrijpelijkheid bezit’, zoals politiek denker Corey Robin uiteenzette in Fear: The history of a political idea (2004), en er ‘geen diepe filosofie, of verheven denkwerk voor nodig is om het kwade ervan vast te stellen: iedereen weet wat het is en dat het slecht is’. Maar als, zoals in de recente stroom boeken wordt betoogd, de democratie haar einde nadert, is het niet voldoende om te geloven dat we, met een beetje emotioneel lapwerk hier en daar, misschien kunnen terugkeren naar een paradijselijke tijd van vóór het populisme alles omvergooide. Liberalen zullen de moeilijkere vragen onder ogen moeten zien: waarom mensen überhaupt iets om de liberale democratie zouden geven, waarom deugden zoals liefde en normen van fatsoen en gelijkheid heilig zouden zijn en waarom we, in de woorden van John Milton, de voorkeur zouden geven aan ‘Moeilijke vrijheid boven het gemakkelijk juk/Van slaafse praal’.

  • Voet aan de grond voor extreemrechts in Spanje

    Voet aan de grond voor extreemrechts in Spanje

    Alleen Ierland en Portugal weten zich voorlopig gevrijwaard van de opmars van rechts-populisme in Europa, nu extreemrechts met Vox voor het eerst in decennia voet aan de grond in Spanje heeft gekregen.

    Veertig jaar nadat in Spanje 
de Grondwet werd ingevoerd heeft een extreemrechtse, nationalistische, centralistische, eurosceptische en anti-immigratiepartij twaalf zetels weten te bemachtigen tijdens de regioverkiezingen in Spanjes dichtstbevolkte autonome regio 
Andalusië, voorheen het bastion van 
de socialistische arbeiderspartij PSOE. Niet eerder lukte het een extreemrechtse beweging te worden gekozen in een regionaal parlement in Spanje.

    De partij volgt het spoor van andere Europese politieke bewegingen die zich kunnen vinden in de internationale alt-rightbeweging van Trump-ideoloog Steve Bannon. Daarbij horen het Rassemblement National van Marine Le Pen, de Lega Nord van 
Matteo Salvini en de Alternative für Deutschland. ‘Vox wordt meegesleurd in het populistisch momentum en dat levert de partij in ieder geval een hoop pure proteststemmen op. Ze hebben alleen geen bestuurservaring, zoals bijvoorbeeld de Lega in het noorden van Italië,’ zegt Jorge Palacio, als politicoloog verbonden aan de Universidad Rey Juan Carlos.

    Marine Le Pen was een van de eersten die Vox feliciteerden met de overwinning van de partij in Andalusië. In een tweet noemde ze Vox een ‘jonge en dynamische beweging’. Eigenlijk is het eerste grote succes van de extreemrechtse nationalisten te danken aan de Brexit op 23 juni 2016. Even leek het erop dat Marine Le Pen en Geert Wilders in 2017 de succesvolle vaandeldragers van extreemrechts zouden worden, maar beiden bleven halverwege steken en slaagden er niet in een radicaal andere wind te laten waaien.

    Taboes

    Dat lukte de Oostenrijkse 
Vrijheidspartij FPÖ wel in 2017, toen 
de naar rechts opgeschoven christen-democratische Volkspartij ÖVP van Sebastian Kurz een pact sloot met Heinz-Christian Strache. In Italië werd afgelopen voorjaar een tegennatuurlijk regeringspact gesloten door de extreemrechtse Lega van Matteo 
Salvini en de links-populistische Vijfsterrenbeweging van Luigi di Maio. Hoewel de populisten in Italië strikt genomen met Silvio Berlusconi de macht al grepen.

    Wat cultuur-maatschappelijke vraagstukken betreft (immigratie, angst voor verandering, het oproepen van een verleden waarin alles beter was) 
is de winst van Vox te vergelijken met wat er in andere Europese landen speelt. Toch is hun economische programma in grote lijnen traditioneel rechts. Evenals Spanje was Duitsland een van de landen waar extreemrechts geen voet aan de grond kreeg. Het 
verleden drukte zwaar op het land en een partij die rechtser was dan de CSU, een Beierse christen-democratische partij, gelieerd aan de CDU, was onmogelijk.

    De legendarische partijleider Franz-Josef Strauss verwoordde het zo: ‘Een rechtsere partij dan de Unie kan 
in Duitsland niet worden getolereerd.’ Met de komst van de AfD zijn die taboes verdwenen. De eerste keer dat de partij in september 2013 aan de landelijke verkiezingen deelnam, kreeg ze iets minder dan 5 procent van de stemmen. Vier jaar later komt ze met 92 zetels (12,7 procent) in de Bondsdag. Omdat Merkels CDU, de CSU en de SPD samen een coalitie vormen, is de rechts-populistische AfD de belangrijkste oppositiepartij.

    Afgelopen oktober deed AfD mee aan 
de verkiezingen in de twee deelstaten waar de partij nog geen zetel had: 
Beieren en Hesse. De CDU en de CSU verloren zo veel stemmen dat Merkel besloot zich op het partijcongres niet meer kandidaat te stellen als politiek leider van haar partij. ‘Vox en AfD gebruiken hetzelfde discours vol ogenschijnlijk coherente 
verhalen waarmee ze pretenderen de cultureel-maatschappelijke problemen te begrijpen.

    Samen zullen extreemrechtse partijen een belangrijk deel van 
de agenda bepalen

    Nog een overeenkomst tussen beide partijen is dat ze zich de nationale identiteit toe-eigenen en 
de rol van politieke vernieuwers aannemen,’ zegt Franco Delle Donne, coauteur van Faktor AfD. 
Wanneer extreemrechtse partijen de politieke arena betreden, staan hun tegenstanders voor een dilemma. Of 
ze bouwen een cordon sanitaire om zo’n partij heen omdat ze in hun ogen ondemocratisch is, bijvoorbeeld omdat ze een pro-naziverleden hebben (zoals bij de Zweedse Democraten) of ze werken samen, vaak met de bedoeling om de politieke ideeën van de partij af te zwakken of om te voorkomen dat ze zichzelf als slachtoffer presenteren.

    Wat ook vaak gebeurt, is dat andere partijen, of de extreemrechtse partijen nu worden buitengesloten of niet, besmet raken door hun discours en een deel van hun agenda overnemen. Dat 
is een gevaarlijk spel. Wie zich op hun terrein begeeft, zal uiteindelijk hun discours meer gewicht geven.

    Het succes van Vox hangt nauw samen met het verlies van de traditionele 
partijen. In de meeste landen in Europa hebben grote politieke partijen zoals de volkspartijen in Duitsland iets meer dan 40 procent van de stemmen, terwijl ze in de jaren negentig samen 
op 80 procent van de stemmen konden rekenen. In Duitsland wordt het cordon sanitaire strikt toegepast, bondskanselier Merkel wijst elk pact van 
de CDU, de CSU met de AfD resoluut af. De AfD zit in geen enkel deelstaatparlement. En op lokaal niveau is de partij alleen in Saksen van betekenis.

    Het valt nog te bezien of Annegret Kramp-Karrenbauer, de opvolger 
van Merkel bij de CDU, haar lijn zal vasthouden.

    Vox-aanhangers demonstreren tegen de Catalaanse onafhankelijkheid en tegen premier Pedro Sánchez. – ©  Getty  Images
    Vox-aanhangers demonstreren tegen de Catalaanse onafhankelijkheid en tegen premier Pedro Sánchez. – © Getty Images

    ‘Welkom in de echte wereld,’ zegt Jimmie Akesson, de flamboyante voorman van de Zweedse Democraten, een populistische anti-immigratie- en eurosceptische partij die in de wieg van de welvaartsstaat is opgebloeid.

    Ook in Zweden heeft men een cordon sanitaire gelegd om de Zweedse Democraten, die een fikse winst 
wisten te boeken tijdens de laatste verkiezingen en de sleutel in handen hadden voor de terugkeer van rechts in het centrum van de macht. Maar de liberalen en de centrumpartij 
wilden de Zweedse Democraten zelfs niet als gedoogpartij en formeerden uiteindelijk een rood-groene regering. Ofschoon Jimmie Akesson zijn partij heeft vernieuwd, weegt voor velen in Zweden het naziverleden van de partij te zwaar.

    Nadat in 2000 de Europese Unie fel ageerde tegen de regeringsdeelname van de FPÖ in Oostenrijk, regeren in Denemarken sinds 2001 diverse kabinetten met gedoogsteun van 
de Deense Volkspartij, wat een grote invloed heeft op de migratiepolitiek.

    In Noorwegen werd er in 2013 geëxperimenteerd met regeringsdeelname van extreemrechts. De conservatieven regeerden met de Progressieve Partij en deden dat nog een keer in 2017, al dalen ze nu in 
de peilingen. In Finland maakte de extreemrechtse partij sinds 2015 samen met twee andere partijen deel uit van een conservatief blok.

    Twee jaar later viel dat blok uiteen in twee facties. Timo Soini, voormalig leider van de Ware Finnen, bleef minister van Buitenlandse Zaken. Het is nog te vroeg om te weten of Vox evenveel succes zal hebben bij 
de landelijke verkiezingen, te verwachten is dat het de partij tijdens de Europese verkiezingen, net als in Andalusië, voor de wind gaat. Vox 
zal profiteren van het proportioneel kiesstelsel en meeliften met ervaren politiek leiders als Le Pen en Salvini. Samen zullen extreemrechtse 
partijen een belangrijk deel van de agenda bepalen.

    Auteur: Ana Alonso

    El Independiente.com
    Spanje | Elindependiente.com

    Spaanse website opgericht door voormalig directeur van het conservatieve dagblad El Mundo. Liberaal, streng en onafhankelijk, zoals de naam al doet vermoeden. Journalisten bezitten 51 procent van de aandelen van de site.

  • ‘Trump is de eerste
 racistische president’

    ‘Trump is de eerste
 racistische president’

    Je kunt gerust zeggen dat de wereld van vandaag zeer complex is geworden en in toenemende mate polariseert. Een diepe kloof verscheurt landen die voorheen de stabiliteit van een liberale democratie kenden. Hoe dat komt, vroeg 52 Insights aan de Amerikaanse politicoloog Francis Fukuyama.

    Francis Fukuyama ziet de nieuwe gepolariseerde wereld als het resultaat van een toenemende scheiding tussen een linkervleugel die zich blindstaart op de identiteitspolitiek, en een rechtervleugel die wordt gevoed door populistische retoriek. De Amerikaanse politicoloog werd bekend met zijn invloedrijke essay ‘Het einde van de geschiedenis’, waarin hij verklaarde dat de liberale democratie een staat van zelfregulering had bereikt en dat we nu de post-ideologische wereldorde konden verwelkomen. Sinds hij dat in 1992 schreef, is de wereld immens veranderd: 9/11, de Arabische Lente, de financiële crisis in 2008, de terugval in de globalisering en niet te vergeten de snel voortschrijdende technologie hebben de wereld waarin we leven gedefinieerd. Intellectuelen doen wanhopige pogingen om de stukjes van de puzzel weer in elkaar te passen.

    Ondanks zijn profetische gave denken we niet dat Francis Fukuyama had kunnen raden dat de presentator van een reality-tv-programma met een neiging tot racisme en misogynie de positie van leider van 
de vrije wereld zou verkrijgen. Is dit slechts een stipje op de tijdlijn van de liberale democratie, of is er iets sinisterders en permanenters aan de hand?

    Hoe kijkt u als bekend intellectueel tegen dit mondiaal bijzonder gepolariseerde moment in 
de geschiedenis aan? Wordt u omarmd door links en weggeduwd door rechts?

    ‘Voor zover ik weet, zal rechts geen aandacht besteden aan wat ik zeg. Ik verwacht niet veel kritiek 
van die kant. De meeste serieuze kritiek verwacht 
ik van links, want zij geloven in een bepaalde vorm van identiteitspolitiek, dus zij zullen het meeste tegengas geven.

    Het is lastig, de vorige keer dat ik betrokken was bij een belangrijk debat, was na de invasie in Irak in 2003. Ik had het boek America at the Crossroads geschreven, waarin ik een harde lijn tegen Saddam Hoessein voorstond. Maar toen de invasie dichterbij kwam, vond ik dat we daartoe niet in de positie waren en werd ik heel kritisch op de regering-Bush. Dientengevolge kreeg ik veel kritiek over me heen, omdat 
ik eerst wel achter de invasie had gestaan. Ik denk dat er nog wel wat kwaad bloed uit die tijd zit.’

    Het is momenteel een bijzonder ongemakkelijke tijd voor iemand die neigt naar links. Links lijkt tegenwoordig net zo’n groot probleem als rechts.

    ‘Dat geldt zowel voor Engeland als voor de Verenigde Staten. Sinds 2016 is de polarisatie in de samenleving enorm toegenomen. In Engeland is dat een uitvloeisel van het Brexit-referendum. In Amerika is het onze president die de polarisatie aanzwengelt. Donald Trump is de weerspiegeling van de sluimerende polarisatie tussen links en rechts in de VS. Ons kiesstelsel maakte het mogelijk dat hij werd gekozen door een minderheid. In plaats van zich in het midden op te stellen, heeft hij er alles aan gedaan 
om de bestaande spanningen aan te wakkeren.

    Volgens mij is hij de eerste echt racistische president. En dientengevolge heeft hij links nog verder naar links geduwd. Dat doet hij expres, want hij wil in 2020 geen kansrijke kandidaat tegenover zich hebben. Het zorgt voor een moeilijke periode in 
onze politiek, waarin je geen centralistische positie kunt innemen, omdat mensen de extremen van het politieke spectrum opzoeken.’

    Hoe zijn we historisch gezien in deze situatie terechtgekomen? Ontstonden de voorwaarden daarvoor in 2016? Of broeide het huidige klimaat al langer?

    ‘Dat is een proces dat ik in mijn boek probeer te beschrijven. De moderne identiteitspolitiek begon bij links in de jaren zestig, als een voortvloeisel van veel sociale bewegingen die in die tijd waren ontstaan: de lhbt-beweging, de Afro-Amerikaanse burgerrechtenbeweging, de feministische beweging. Alle groepen die in de maatschappij waren gemarginaliseerd, eisten terecht erkenning voor hun problemen en specifieke ervaringen. De agenda van links, voorheen stevig verankerd in de arbeidersklasse, verschoof daardoor als geheel.

    In Europa was links voornamelijk marxistisch, in 
de VS was links gefundeerd in de vakbonden. Met de opkomst van de identiteitspolitiek begon links zich te mobiliseren rondom specifieke groepen en hun problemen. Toen Martin Luther King de burgerrechtenbeweging begon, betoogde hij dat zwarte Amerikanen gewoon net zo behandeld wilden worden als witte Amerikanen, dat ze deel wilden 
uitmaken van de Amerikaanse droom.

    In de loop van de tijd veranderde dat in een door sommigen – bijvoorbeeld de Black Powerbeweging – ingenomen standpunt dat zwarte Amerikanen anders waren dan witte Amerikanen. De rest van 
de Amerikaanse samenleving moest accepteren dat zwarte Amerikanen een eigen cultuur en waardestelsel hadden. Veel groepen hebben zich op die manier ontwikkeld; in het begin wilden ze geaccepteerd worden als onderdeel van de maatschappij, daarna splitste een deel zich af dat niet als gelijke behandeld wilde worden, maar juist erkenning zocht voor zijn anders-zijn. Op dat moment begint de identiteitspolitiek problematisch te worden. Kijk maar naar de opkomst van rechtse anti-immigratiegroeperingen in Europa die willen vasthouden aan een ouder besef van nationale identiteit.

    In de VS zien we het uiterst rechtse witte nationalisme, dat probeert de Amerikaanse identiteit terug te brengen naar iets wat wordt gedefinieerd door ras, naar zoals de Amerikaanse identiteit was vóór de burgerrechtenbeweging. Over het algemeen is het voor de democratie een ongezonde situatie als mensen zich terugtrekken in categorieën gebaseerd op afkomst. Dan krijg je geen overkoepelend besef van nationale identiteit dat probeert mensen te 
re-integreren in een democratische gemeenschap.’

    Een van de dingen die dit specifieke thema zo ongewoon maken, is het idee van waardigheid, het idee dat iedereen evenveel autoriteit krijgt toebedeeld en een podium heeft om te kunnen spreken. Dat is met name verontrustend en gevaarlijk als dat podium vooral wordt gebruikt door de schreeuwlelijken. Hoe denkt u daarover?

    ‘De roep om waardigheid en respect is niet nieuw, het is een essentiële component van de menselijke psychologie: we willen dat andere mensen ons erkennen en respecteren. Daar is de moderne democratie op gebaseerd. Neem Mohammed Bouazizi, 
de Tunesische fruitverkoper wiens kar in 2011 door het totalitaire regime van Ben Ali in beslag werd genomen. Hij kreeg geen enkele erkenning van het regime, overgoot zich met benzine en stak zichzelf in brand. Veel van de omwentelingen in de voormalige Sovjetrepublieken kwamen voort uit de eis van de bevolking dat het betreffende totalitaire regime hun fundamentele waardigheid moest erkennen: hun zelfbeschikkingsrecht en hun mens-zijn.

    Maar als de overgang naar een werkelijk liberale democratie is gemaakt, blijkt dat opeens een vanzelfsprekendheid te zijn. In het totalitaire Oost-Europa van voor 1989 verlangde het volk naar fundamentele rechten van de mens, maar toen de democratie daar eenmaal was bereikt, maakte vrijwel niemand zich daar nog druk om.’

    Francis Fukuyama:  ‘Er is een grote mate van ongelijkheid ontstaan door de moderne, zeer liberale, geglobaliseerde kapitalistische economie.’ – © HH
    Francis Fukuyama: ‘Er is een grote mate van ongelijkheid ontstaan door de moderne, zeer liberale, geglobaliseerde kapitalistische economie.’ – © HH

    In het verleden sprak u over thema’s die hebben bijgedragen aan het feit dat mensen in Amerika zich niet meer vertegenwoordigd voelen. Een 
verbetering van Obamacare had daar iets aan kunnen doen, maar Trump-stemmers zeggen juist dat Obamacare een boosaardig socialistisch complot is. Hoe lost u dat op, als ze niet willen luisteren?

    ‘Dat is een interessante vraag. Het blijkt dat veel 
kiezers met een laag inkomen profiteerden van 
Obamacare, terwijl Republikeinse leiders ervan 
overtuigd waren dat het een boosaardig socialistisch complot was. Maar nu ze weer in de oude situatie zijn beland, merken ze hoe duur het is om je tegen ziektekosten te verzekeren. Nu blijkt het misschien helemaal geen socialistisch complot te zijn, maar 
iets wat ze juist heel erg nodig hadden.

    Als de Democraten slim zijn, concentreren ze zich 
op dat brede sociale thema waar veel arme mensen voordeel van hebben, ongeacht hun huidskleur, 
etniciteit enzovoort. Dat zou het kernthema van 
hun verkiezingscampagne moeten zijn.’

    Versterkt de voortdurende mythevorming in 
de media deze steun aan complottheorieën?

    ‘Hier spelen meer dingen mee. Als je kijkt naar de afgelopen tien of vijftien jaar in de politiek, heeft de elite enorme fouten gemaakt; de financiële crisis van 2008 in de VS, de eurocrisis in 2010 en de immigratiecrisis in Europa werden allemaal veroorzaakt door beleidsfouten van de elite en troffen juist de gewone man. Wall Street doet het prima, het financiële 
centrum van Londen doet het afgezien van de Brexit geweldig. Als je niet inziet dat de verontwaardiging grotendeels voortkomt uit iets reëels, kom je nooit tot de kern van het probleem. Daarnaast is er ook de mediahype, en daarmee betreden we een complex terrein, want de conservatieve media neigen ertoe incidenten van bijvoorbeeld vluchtelingen die 
misdaden begaan extra uit te vergroten.

    Maar ook hier speelt onder de oppervlakte iets reëels mee. Een goed voorbeeld is het incident van enkele jaren geleden, waarbij in Keulen vrouwen werden aangerand door vluchtelingen, wat de Duitse pers enkele dagen onvermeld liet omdat ze de islamofobie niet verder wilden opstoken. Dat soort politieke correctheid is heel schadelijk geweest, omdat daarmee de reguliere media in diskrediet werden gebracht, hoe begrijpelijk hun intenties ook waren. Ze verhulden werkelijke problemen die zich voordoen bij de integratie van het grote aantal vluchtelingen. Dus 
ja, er is sprake van veel mythevorming en sensatie-beluste publiciteit.’

    Trump voelde goed aan dat hij de verkiezing kon winnen als hij inspeelde op de haat die leeft tegen de elite. Hij heeft een soort boeman gecreëerd 
die we niet kunnen zien, maar die onze banen en toekomst afpakt.

    ‘Een van de dingen die de komende jaren gaan gebeuren, is dat de elite zich zal moeten aanpassen, wil ze niet in de problemen komen. Er is een grote mate van ongelijkheid ontstaan door de moderne, zeer liberale, geglobaliseerde kapitalistische economie. Dus we zullen veel politieke veranderingen moeten doorvoeren om mensen daartegen te beschermen, 
en die aanpassing kost veel tijd. Over immigratie moet ook goed worden nagedacht, want dat probleem kan net zo’n belangrijke reden zijn om tegen de EU stemmen als economische factoren. In Engeland bleek de vluchtelingenkwestie een belangrijke factor om voor de Brexit te stemmen. Er zullen 
aanpassingen moeten komen, want de huidige 
situatie in Europa is niet houdbaar.’

    Denkt u dat de EU bij elkaar blijft?

    ‘Voorlopig wel. Nu is Italië het grote probleem, omdat ze daar een populistische regering hebben gekozen die, als ze de beloften van haar verkiezingscampagne inlost, de eurozone meer op haar grondvesten zal doen trillen dan Griekenland ooit dreigde te doen. Maar het is geen verrassing dat er nu een populistische regering is, want sinds het sluiten van de 
Balkanroute komen de meeste vluchtelingen uit het Midden-Oosten en Afrika naar Griekenland en Italië. De eilanden en de steden van juist de zwakkere leden van de EU stromen vol. Dus als je geen helpende 
hand toesteekt, kom je nooit bij de onderliggende oorzaken van het populisme.’

    Rusland lijkt er op korte termijn garen bij te spinnen, maar wat is hun langetermijnstrategie? En hoe zou u hun identiteit als soevereine staat willen definiëren?

    ‘Het huidige Rusland verschilt van de oude Sovjet-Unie. In de voormalige Sovjet-Unie bestond een duidelijke messiaanse ideologie, die ze in theorie naar de rest van de wereld wilden exporteren. Poetin heeft zich echter teruggetrokken in een soort nationalistische ideologie, maar daar is niet veel messiaans aan. Hij is niet bezig Zuid-Amerika of sub-Sahara-Afrika te Ruslandiseren. De ideologie waarin hij noodzakelijkerwijs verzeild is geraakt, is het conservatieve nationalisme. Rusland is een christelijk land met conservatieve sociale waarden, dus geen homohuwelijk of dat soort fratsen. Dat maakt Rusland trouwens aantrekkelijk voor veel conservatieven in Europa en de VS. Maar de filosofie van Poetin en de zijnen gaat niet zo diep. Het is eerder iets waarachter ze zich uit pragmatische overwegingen scharen, dan een ideologie als het communisme, waaraan men zich in de tijd van de Sovjet-Unie daadwerkelijk verbond. Ze hebben een bloedhekel aan de intimiderende toon die veel westerse politici aannemen als ze de schending van de mensenrechten in Rusland aankaarten. Ze willen die landen terugpakken door hun uiterste best te doen om westerse democratieën op terroristen te laten lijken. Daar hebben ze veel succes mee.’

    Even terug naar uw stelling dat de elite haar aanpak moet heroverwegen. Is het juist om de liberale wereldorde gelijk te stellen aan de elite? En als dat zo is, zou het dan niet tijd zijn voor 
een grootschalige heroverweging?

    ‘Dat hangt af van wat je verstaat onder een grootschalige heroverweging. In de jaren negentig en aan het begin van deze eeuw maakten we een soort hyperliberale periode door waarin een poging werd gedaan om alle bestaande handels- en investeringsbarrières te slechten. In het begin van de 21ste eeuw geloofde men dat als je China toeliet in de Wereldhandelsorganisatie (WTO), de economie van dat land zou liberaliseren en de democratie bevorderd zou worden, waarna er uiteindelijk meer eenheid zou komen tussen China en de rest van de wereld. Nu gelooft niemand dat meer en ziet men in dat de komst van China in de WTO tot het verlies van 2 à 3 miljoen banen in de VS heeft geleid.

    Algemeen wordt nu wel erkend dat de globalisering in sommige opzichten vertraagd moet worden, 
dat het voor landen goed is om bepaalde nationale barrières te hebben, gebaseerd op hun inzichten 
op het gebied van sociale bescherming of milieu-bescherming.’

    Dus we moeten eerder de elitepolitiek dan het elitesysteem heroverwegen?

    ‘Er zullen altijd elites zijn. Waar we nu behoefte aan hebben, is een fundamentele heroverweging van het sociale contract, omdat er zo veel macht en middelen zijn geconcentreerd in de handen van een heel klein aantal mensen, en dat ontregelt ons democratische politieke systeem. Ik woon in Silicon Valley en ik vind dat techbedrijven zo snel mogelijk moeten worden aangepakt. Amazon, Google, Facebook en dergelijke zijn veel te groot. We moeten bedenken hoe we de antitrustwetten gaan aanpassen aan de veranderingen die de afgelopen jaren in de technologie hebben plaatsgevonden. Dat moet echt gebeuren.’

    Hoe moet het nu verder? Want het lijkt alsof de grote thema’s van vandaag – identiteitspolitiek, immigratie, automatisering en klimaatverandering – ons uit elkaar drijven. Hoe komen we vanuit die thema’s tot een zinvol, harmonieus systeem?

    ‘Het is een combinatie van factoren. We moeten 
ons concentreren op de re-integratie van een uiterst gepolariseerde maatschappij. Daarom benadruk ik 
de noodzaak van een liberale nationale identiteit als belangrijkste aandachtspunt voor een groot deel van onze politiek. We hebben manieren nodig om de 
globalisering te vertragen, zonder afbreuk te doen aan de fundamentele voordelen van hoe we handel drijven en investeren. Het sociale model dient te worden heroverwogen als tegenwicht om die machtsconcentraties aan te pakken en alles weer 
een beetje gelijkmatiger te verdelen. Dat zouden componenten moeten zijn van wat een verstandig antwoord is op de huidige tijd.’

    52 Insights
    Verenigd Koninkrijk | 52-insights.com

    Deze website is in 2015 opgericht door de Brit Ari Stein, die ‘de ruimte tussen wetenschap en cultuur wil bestuderen’ en ‘intelligentie weer hip wil maken’. Elke week publiceert de site een lang interview met een persoonlijkheid die onze perceptie van de wereld doet kantelen.

  • De sleutel voor de toekomst van Amerika ligt in Texas

    De sleutel voor de toekomst van Amerika ligt in Texas

    Op 6 november worden in de VS midterm-verkiezingen gehouden. De grote 
vraag is of de Democraten de Republikeinen hun meerderheid zullen ontnemen. In Texas, voedingsbodem van het rechtse tribalisme, woedt een titanenstrijd tussen de conservatief Ted Cruz en zijn opponent, voormalig punkrocker Beto O’Rourke, die bepalend zou kunnen zijn voor de toekomst van Amerika.

    Tijdens een zwoele nacht in Austin, tegen de achtergrond van de glinsterende wolkenkrabbers van het florerende centrum, zet Beto O’Rourke zijn vermetele 
plannen uiteen om Texas, en Amerika, een ander aanzien te geven. Voor hem staat een goeddeels jonge menigte, opeengepakt in een park, zinderend van nauwelijks verholen vreugde. Zelfs in de liberale bubbel van Austin hebben ze niet eerder zoiets meegemaakt: een Democraat die een serieuze kans maakt te worden gekozen als senator en daarmee Ted Cruz van zijn troon zou stoten – de Tea Party-fanaticus 
die zelfs door mede-Republikeinen de duivel in eigen persoon wordt genoemd. ‘We nemen het niet op tegen een politieke partij of een bepaald idee’, houdt O’Rourke zijn aanhang voor. 
Hij steekt als een vurige revolutionair een vuist in de lucht, terwijl hij 
ondertussen met de charmes van 
een podiumdier probeert het publiek voor zich te winnen.

    De boodschap is boven alles positief. 
De 45-jarige O’Rourke heeft Obama’s slogan uit 2008, ‘Hope and Change’ [Hoop en verandering] aangepast aan deze donkere tijden: ‘Hope over Fear’ [Geen angst maar hoop]. ‘We gaan de strijd aan voor elkaar en voor dit land dat me zo dierbaar is’, zegt hij, waarna oorverdovend gejoel klinkt.

    Vermetel is nog niet eens het juiste woord voor O’Rourkes campagne. ‘Explosief’ komt dichter in de buurt. Het is op zich al een wonder dat een voormalig punkrocker die zich heeft ontpopt tot politicus, en die een jaar geleden nauwelijks enige bekendheid genoot buiten El Paso, de grensplaats die hij binnen het Congres vertegenwoordigt, zich in Texas in de strijd werpt. Het is 25 jaar geleden dat de staat voor het laatst een Democratische senator had. Sinds 1998 heeft Texas alle federale posities laten 
bekleden door Republikeinen. Maar de laatste peilingen geven aan dat het een zeer spannende strijd zal worden. 
Het gerespecteerde Cook Political Report zei tot verbijstering van velen dat de verkiezingen een dubbeltje op zijn kant gaan worden. In de peiling van Real Clear Politics ligt Cruz met vier punten voor, maar ook daar wordt gesproken van een dubbeltje op zijn kant.

    Beto-effect

    De reikwijdte is nauwelijks te overzien. Als O’Rourke erin zou slagen Cruz 
naar huis te sturen, dan zouden de Democraten weer De reikwijdte is nauwelijks te overzien. Als O’Rourke erin zou slagen Cruz 
naar huis te sturen, dan zouden de Democraten weer de meerderheid krijgen in de Senaat, met alle gevolgen van dien voor het programma van Donald Trump – en wellicht zou het zelfs tot een impeachment kunnen leiden. Maar de weerslag zou nog veel groter zijn. Texas heeft het op een na hoogste inwoneraantal van de Verenigde Staten. Gezien de prognose dat het aantal inwoners van Texas in 2050 
zal zijn verdubbeld tot meer dan vijftig miljoen – even veel als Californië en New York bij elkaar – zal de nu al aanzienlijke invloed op de Amerikaanse cultuur en politiek dan helemaal immens zijn. Volgens Pulitzerprijswinnaar Lawrence Wright zal het geringste teken dat Texas een wezenlijke rol gaat spelen, een ware aardverschuiving in gang zetten. ‘Als dat eenmaal gebeurt, verandert de hele politieke situatie in het land. De Republikeinse presidentiële strategie komt dan zwaar onder vuur te liggen; zonder Texas kunnen ze het Witte Huis wel op hun buik schrijven.’

    Wrights boek God Save Texas kwam eerder dit jaar uit, toen er nog geen sprake was van het zogeheten Beto-effect. Het heeft haast iets griezeligs. Wright uitgangspunt – dat de sleutel van de toekomst van Amerika in handen ligt van Texas, dat niet alleen een belangrijke voedingsbodem is van het rechtse tribalisme dat Washington in de greep heeft, maar ook een mogelijke oplossing zou kunnen zijn – is precies waar het om draait in deze 
titanenstrijd om de zetel in de Senaat.

    ‘Cruz en O’Rourke vertegenwoordigen verschillende visies op de toekomst van Texas, en van Amerika’, zegt Wright. ‘Cruz heeft een kille visie, waarin mensen worden buitengesloten, en 
die niet in de pas loopt met de centralistischere politieke opvattingen die eigenlijk kenmerkend zijn voor Texas.’ Zelfs in zeer conservatieve gebieden, zoals de voorsteden van Dallas, duiken bordjes met ‘Beto for Texas’ op. Verrassend, gezien O’Rourkes achtergrond als bassist in een punkband en zijn onomwonden liberale opvattingen over kwesties als algemeen toegankelijke gezondheidszorg, wapenwetgeving, de hervorming van de immigratiewetten en het legaliseren van marihuana.
    Jongeren zeggen dat ze zich aangetrokken voelen tot de nieuwe manier van politiek die Beto hanteert (iedereen gebruikt zijn voornaam, die je uitspreekt als ‘Betto’). Men vindt het prettig dat hij wars is van focusgroepen en strategen, dat hij zegt wat hij denkt en dat hij weigert geld aan te nemen van grote bedrijven. De ‘Beto for Texas’-campagne is gedrukt in zwart-wit en niet in het blauw van de Democraten, om aan te geven dat men grenzen wil slechten.

    Sinds de tussentijdse verkiezingen van 2014 zijn er zo’n 1,6 miljoen extra kiezers geregistreerd, en die toename kan van cruciaal belang zijn voor O’Rourke. Een van zijn stokpaardjes is dat Texas een conservatieve noch een liberale staat is. Het is vooral een staat waar men niet naar de stembus gaat. In 2016 wist Trump Texas binnen te halen 
met negen punten voorsprong, maar zowel hij als Hillary Clinton werd 
afgestraft door het leger aan Texanen dat thuisbleef. Slechts 43 procent van de geregistreerde keizers nam de moeite te gaan stemmen – een van 
de laagste opkomstcijfers van het hele land – en het aantal jonge mensen 
dat ging stemmen was nog veel lager. Als O’Rourke niet alleen die poel van jongeren aan zich weet te binden, maar ook nog eens de mensen met een laag inkomen en de hispanics, die meer sympathie hebben voor de Democraten maar zelden naar de stembus gaan, dan lijkt de hersenschim van een paar maanden geleden ineens realiteit te kunnen worden.

    ‘Geen angst maar hoop.’ Op de foto met Beto O’Rourke. – © HH
    ‘Geen angst maar hoop.’ Op de foto met Beto O’Rourke. – © HH

    En dan zijn er ook nog vrouwen als 
Jennifer Harris (45). Zij is de trotse 
eigenaresse van een bumpersticker met de tekst: ‘Republicans for Beto’. Harris stemt al twintig jaar op de Republikeinen, maar nu gaat ze op O’Rourke stemmen. ‘Gematigde vrouwen zoals ik, die hebben gestudeerd, zijn het beu, al dat tribalisme en de negatief geladen politiek die Ted Cruz vertegenwoordigt.’ Harris heeft al langer problemen met haar gezondheid, en ze heeft er geen vertrouwen 
in dat onder de Republikeinen haar ziektekostenverzekering overeind zal blijven. Onder invloed van de Tea 
Party heeft Texas het grootste aantal onverzekerden van heel Amerika – zo’n 4,3 miljoen mensen, onder wie 623.000 kinderen.

    Harris heeft ook een zoontje van tien, en tot haar verbijstering heeft ze geconstateerd dat de Tea Party-Republikeinen met hun belastingverlagingen de investeringen in onderwijs 
op openbare scholen hebben terug-geschroefd tot zo’n 9000 dollar per kind per jaar. Dat is een kwart minder dan het landelijk gemiddelde, in een staat waar 10 procent van de Amerikaanse kinderen woont. De druppel voor Harris was het feit dat Ted Cruz de kandidatuur van Brett Kavanaugh voor het hooggerechtshof steunde, ondanks aantijgingen van seksueel wangedrag. ‘Republikeinse vrouwen zijn kwaad’, zegt Harris. ‘Wij zouden weleens de doorslag kunnen gaan geven bij deze verkiezingen.’

    De laatste keer dat in Texas de balans doorsloeg naar de andere kant, is 
dertig jaar geleden. De staat was vele decennia in handen geweest van de Democraten, maar in de jaren tachtig en negentig kwam er een ommekeer en werd het een Republikeins bolwerk. Toen Cruz in 2012 meeliftte op de Tea Party-golf en zo in de Senaat belandde, had hij enkel een interne strijd hoeven leveren – tussen rechts en ultrarechts – om uit te maken wie de Republikeinse kandidaat zou worden. Al met al won hij dat jaar de voorverkiezingen met 631.000 stemmen – in een staat met 27 miljoen inwoners.

    Positieve politiek

    Cruz, die maar twee jaar ouder is dan O’Rourke, maar overkomt alsof hij tot een veel stoffiger generatie behoort, volgt de traditionele campagneaanpak: veel geld steken in negatief getinte spotjes die de integriteit van zijn tegenstander in twijfel moeten trekken. Vorige maand waarschuwde hij nog dat zijn tegenstander van plan zou 
zijn in heel Texas het barbecueën te verbieden. Onlangs moest O’Rourke zijn excuses aanbieden voor een recensie van een Broadwayshow die hij in 1991 had geschreven, toen hij negentien was, en die iemand ergens had weten op te duiken. In die recensie schreef hij dat de actrices weinig andere kwaliteiten hadden dan 
‘gigantische borsten en strakke billen’.

    Maar over het algemeen genomen pakt het goed uit, O’Rourkes weigering om af te wijken van zijn positieve politiek. Uit het feit dat Cruz hulptroepen heeft ingeschakeld in de vorm van zijn aartsvijand Trump, blijkt wel dat hij ten einde raad is.

    Ondanks alle tekenen dat Cruz ’m knijpt, is het nog te vroeg om hem in politiek opzicht af te schrijven. Als we kijken naar het stemgedrag in Texas, wijst alles erop dat de Republikein de meeste kans maken om te winnen. Voor Texas was 2004 een historisch jaar: de minderheidsgroepen – latino’s, zwarten en Aziaten – overtroffen de witte meerderheid. Sindsdien is de latino-populatie alleen nog maar gegroeid, tot momenteel 40 procent van de Texaanse bevolking. Het aandeel witte, niet-hispanic Texanen, ook wel Anglos genoemd, is teruggedrongen tot 42 procent. De fundamentele geografische verschuiving betekent dat rechtse Republikeinen – overwegend witte mannen – steeds minder een afspiegeling vormen van de Texaanse bevolking. Op electoraal vlak sijpelen deze verhoudingen maar heel 
langzaam door. Het merendeel van 
de mensen die naar de stembus gaan, zijn nog altijd witte Texanen.

    Een paar uur ten zuiden van Austin ligt Gonzales, een plaatsje met zevenduizend inwoners, in een gebied van veehouders. Gonzales schreef geschiedenis als het stadje waar in 1835 het eerste schot van de Texaanse Onafhankelijkheidsoorlog werd gelost, nadat kolonisten hadden geweigerd Mexico een geleend kanon terug te geven.

    ‘We hebben het nu al moeilijk genoeg op het platteland, en die vent wil iedereen een uitkering geven. Alles wat we nog hebben, zou zo wegvloeien’

    Terwijl de kolonisten van Gonzales de strijd aanbonden met het Mexicaanse leger, hielden ze een zelfgemaakt spandoek in de lucht waarop het kanon was getekend, met als tekst: ‘Come and take it’ [Kom hem maar halen]. Die kreet is door de Tea Party overgenomen als symbool voor de onverschrokkenheid van de Texanen en hun liefde 
voor wapens. Ted Cruz droeg een Come and take it-speldje op zijn revers, toen hij de Senaat toesprak. Op het plein van Gonzales wappert nu een grote Come and take it-vlag.

    Een eindje uit het centrum van het stadje zitten vier cowboys in restaurant Cow Palace, moe van een lange ochtend in het zadel. WR Low (75) kauwt op zijn gefrituurde steak, die is overgoten met witte saus, en legt uit waarom er helemaal geen sprake is 
van een spannende strijd. ‘Het is een gelopen race. Niemand gaat op die vent stemmen’, zegt hij, doelend op O’Rourke. ‘Omdat het een mafketel is. Zijn programma slaat nergens op. Hij 
is tegen de politie en tegen het leger. Hij wil dat iedereen de grens oversteekt en hier zijn hand ophoudt.’

    Als ‘die vent’ wordt gekozen, denkt Low, dan komt de hele manier van leven van de cowboys in het gedrang. ‘We hebben het nu al moeilijk genoeg op het platteland, en die vent wil iedereen een uitkering geven. Alles wat we nog hebben, zou zo wegvloeien.’

    Gary Henderson (64) kijkt vanaf zijn ranch naar zijn koeien die in de beschutting van mesquitebomen 
en eiken staan. Volgens hem is het 
probleem met de Democraten dat ze denken dat het geld aan de bomen groeit. ‘Er moet ergens een grens zijn – zij geven belastingvoordelen aan 
miljonairs.’ Maar Trump heeft toch net een belastingvoordeel van 30 miljard dollar gegeven aan mensen die meer dan een miljoen per jaar verdienen? Dat is wel zo, maar dat was niet politiek gemotiveerd, zegt Henderson. 
Persoonlijk heeft hij nauwelijks baat gehad bij de belastingvoordelen van Trump. ‘Maar mijn belasting is in ieder geval niet omhooggegaan.’

    Toekomst

    Gonzales bestaat voor 40 procent uit hispanics, al zou je dat niet zeggen. 
De latino-gemeenschap is min of meer onzichtbaar, aangezien de meesten van hen een baan hebben in de vleesverwerkende industrie net buiten de stad, en degenen die wel in de stad wonen zich gedeisd houden.

    Sebastian Esquivel (21) is een van de koks van Milupita Taco House, een familiebedrijf . Hij heeft nog nooit 
van zijn leven gestemd en volgens hem heeft niet een van zijn ongeveer 
twintig familieleden in Gonzales – stuk voor stuk Amerikaanse staatsburgers – ooit de gang naar de stembus gemaakt. De namen Beto O’Rourke en Ted Cruz zeggen hem niets, en hij heeft ook geen idee bij welke partij ze horen. ‘Om heel eerlijk te zijn kan het me niets schelen’, zegt hij.

    Wat kan hem dan wel schelen? ‘Mijn familie, mijn eigen leven. Brood op de plank, geld om de rekeningen te betalen.’

    Dit is de uitdaging waar Beto O’Rourke zich voor geplaatst ziet. Hele gemeenschappen van gemarginaliseerde stemgerechtigden die buiten het 
politieke proces zijn geplaatst – stelselmatig, jaren en jaren. Er is meer voor nodig is dan één superster-kandidaat tijdens één verkiezingsronde om hen bij de politiek te betrekken. De toekomst van Texas, van Amerika, ligt in hun handen. Alleen weten zij dat zelf nog niet.

    Auteur: Ed Pilkington Pilkington

  • 3. Wapens, cash en kompromat

    3. Wapens, cash en kompromat

    In 2017 onderhandelden Amerikaanse spionnen maandenlang met een schimmige Rus die beweerde dat hij gestolen cyberwapens kon leveren, en compromitterende informatie had over Donald Trump.

    Na maanden van geheime onderhandelingen heeft een schimmige Rus vorig jaar Amerikaanse spionnen honderdduizend dollar lichter gemaakt met de belofte hen cyberwapens te leveren die waren gestolen van de National Security Agency. Een ander onderdeel van die deal was dat hij compromitterend materiaal over president Trump zou verschaffen, aldus agenten van de Amerikaanse en Europese veiligheidsdiensten. Het geld dat in september in een koffer naar een hotelkamer was gebracht, was bedoeld als eerste termijn van een totaalbedrag van 1 miljoen dollar, vernamen wij van Amerikaanse functionarissen, de Rus en uit correspondentie die The New York Times heeft ingezien. De diefstal van de geheime cyberwapens was een ware ramp voor de NSA en de agency was nog druk bezig te inventariseren wat er precies allemaal ontbrak.

    Verscheidene Amerikaanse veiligheidsfunctionarissen zeiden dat ze duidelijk hadden gemaakt dat ze geen belastend materiaal over Trump wilden van de Rus, die ze ervan verdachten duistere banden te hebben met de Russische veiligheidsdienst en Oost-Europese cybercriminelen. Hij beweerde dat de informatie zou aantonen dat er een connectie bestond tussen de president en zijn staf en Rusland. In plaats van dat de cyberwapens werden geleverd, verschafte de Rus onverifieerbare en mogelijk verzonnen informatie over Trump en anderen, zoals bankgegevens, e-mails en zogenaamde inlichtingen van de Russische geheime dienst.

    ‘Het onderscheid tussen een crimineel, een Russische geheim agent en een Rus die een paar inlichtingenjongens kent valt moeilijk te maken’

    Volgens Amerikaanse veiligheidsfunctionarissen hebben ze de deal afgebroken omdat ze vreesden verstrikt te raken in een Russische operatie om tweedracht te zaaien binnen de Amerikaanse regering. Ook waren ze bang voor politieke consequenties in Washington als bekend werd dat ze belastende informatie over de president kochten.

    De onderhandelingen in Europa vorig jaar zijn beschreven door medewerkers van de Amerikaanse en Europese veiligheidsdiensten, die spraken op basis van anonimiteit, en de Rus. De Amerikanen werkten met een tussenpersoon – een Amerikaanse zakenman in Duitsland – om zelf buiten schot te kunnen blijven. Er waren ontmoetingen in Duitse provinciestadjes waar John le Carré zijn eerste spionageromans situeerde, en informatietransfers in vijfsterrenhotels in Berlijn. Amerikaanse inlichtingendiensten volgden maandenlang de vluchten van de Rus naar Berlijn, zijn rendez-vous met een maîtresse in Wenen en zijn reizen terug naar Sint-Petersburg. De NSA gebruikte zelfs zo’n twaalf keer hun officiële Twitteraccount voor een gecodeerd bericht aan de Rus.

    Aan deze geschiedenis kwam dit jaar een eind toen Amerikaanse spionnen de Rus West-Europa uit joegen met de waarschuwing dat hij nooit meer terug moest komen als zijn vrijheid hem lief was, aldus de Amerikaanse zakenman. Het materiaal over Trump bleef achter bij de Amerikaan die het in Europa heeft veiliggesteld.

    De Rus beweerde toegang te hebben tot een ontstellende hoeveelheid geheimen, van de computercode voor de cyberwapens die waren gestolen van de NSA en CIA, tot wat naar zijn zeggen een video was van Trump in het gezelschap van prostituees in een hotelkamer in Moskou in 2013. Er is echter geen bewijs dat die video echt bestaat.
    De Rus was bekend bij Amerikaanse en Europese diensten vanwege zijn banden met Russische inlichtingendiensten en cybercriminelen – twee groepen die werden verdacht van de diefstal van cyberwapens van de NSA en de CIA.

    Maar de gretigheid waarmee hij de Trump-‘kompromat’ aan Amerikaanse en Europese diensten probeerde te verkopen wekte bij de Amerikanen het vermoeden dat hij deel uitmaakte van een operatie om de inlichtingendiensten van de VS van belastende informatie over president Trump te voorzien. In het begin van de onderhandelingen liet hij de vraagprijs zakken van tien miljoen dollar naar net iets meer dan een miljoen. Enkele maanden later liet hij de Amerikaanse zakenman een stukje van een video-opname zien van een man die in een kamer met twee vrouwen aan het praten is. Er zit geen geluid bij het filmpje en er kon ook niet worden vastgesteld of de man op de video daadwerkelijk Trump was. Maar de keuze van de plek waar de video werd getoond versterkte bij de Amerikanen het vermoeden van een Russische operatie: de video werd getoond in de Russische ambassade in Berlijn, aldus de zakenman.

    Er waren nog meer twijfels over de betrouwbaarheid van de Rus. Hij was betrokken geweest bij witwaspraktijken en had een nauwelijks legitieme zaak als dekmantel: een bijna failliet bedrijf dat draagbare grills verkocht aan worsthandelaren.

    ‘Het onderscheid tussen een crimineel, een Russische geheim agent en een Rus die een paar inlichtingenjongens kent valt moeilijk te maken,’ aldus Steven L. Hall, het voormalige hoofd van de Russische operaties bij de CIA. ‘Dat is de moeilijkheid als je vanuit een westers standpunt probeert te begrijpen hoe Rusland en Russen opereren.’

    Amerikaanse veiligheidsdiensten hadden ook hun twijfels over de zogenaamde kompromat die de Rus wilde verkopen. Ze vonden de informatie, en vooral de video, meer voer voor roddelbladen, niet voor een veiligheidsdienst.

    Maar de Amerikanen wilden heel graag de cyberwapens terug. Die waren ontworpen om in te breken in computernetwerken in Rusland, China en andere concurrerende mogendheden. Ze belandden echter in de handen van een geheimzinnige groep die zich de Shadow Brokers noemde en hackers voorzag van de middelen die sindsdien miljoenen computers overal ter wereld hebben geïnfecteerd en ziekenhuizen, fabrieken en bedrijven hebben lamgelegd.

    Geen dienst wilde de informatie weigeren, omdat ze dachten ermee te kunnen achterhalen wat er was gebeurd. ‘Dat is een van de lastige dingen in de jungle van de contraspionage: niemand wil in de positie terechtkomen van iemand die eerst heeft gezegd dat hij ervan afziet en vijf jaar later moet toegeven: “Goeie god, het was echt iemand,”’ zegt Hall.

    Amerikaanse inlichtingendiensten zijn ervan overtuigd dat Russische geheime diensten de scherpe politieke tegenstellingen in de Verenigde Staten als een mooie gelegenheid zien om spanningen tussen de partijen aan te wakkeren. Russische hackers richten zich in de aanloop naar de tussentijdse verkiezingen op Amerikaanse databanken met kiesgegevens en met behulp van botlegers promoten ze partijstandpunten op de sociale media. De Russen waren er ook op uit om twijfel te zaaien over het federale onderzoek naar de Russische inmenging. Die pogingen bestaan onder meer uit het verspreiden van informatie die veel overeenkomsten vertonen met de onbewezen berichten over Trumps zaken in Rusland, zoals die zogenaamde video, waarvan het bestaan door president Trump steeds is ontkend.

    De geruchten dat de Russische inlichtingendienst in het bezit is van de video verschenen een jaar geleden in een explosief dossier vol onbewezen feiten, samengesteld door een voormalige Britse spion en betaald door de Democraten. Sindsdien zijn in Midden- en Oost-Europa minstens vier Russen opgedoken die banden hebben met spionagediensten en de onderwereld die aan Amerikaanse politieke onderzoekers, privédetectives en spionnen kompromat te koop aanbieden dat de inhoud van het dossier zou bevestigen. Amerikaanse diensten vermoeden dat ten minste enkelen van de verkopers voor Russische spionagediensten werken.

    Fixer

    The New York Times wist de hand te leggen op vier documenten die de Rus in Duitsland probeerde te slijten aan Amerikaanse inlichtingendiensten (The New York Times heeft niet betaald voor het materiaal). Het zouden allemaal rapporten zijn van de Russische veiligheidsdienst en elk document gaat over de staf van president Trump. Carter Page, de voormalige campagneadviseur die doelwit is geweest van een FBI-onderzoek, komt in een document voor; Robert en Rebekah Mercer, steenrijke donoren van de Republikeinse partij, in een ander document.

    Toch lijken alle vier bijna in zijn geheel te putten uit nieuwsberichten, niet uit geheime informatie. Ook bevatten ze stilistische en grammaticale kenmerken die niet typisch zijn voor Russische spionageverslagen, aldus Yuri Shvets, een voormalige KGB-agent die jarenlang spion in Washington is geweest voor hij na afloop van de Koude Oorlog emigreerde naar de Verenigde Staten.

    Amerikaanse spionnen zijn niet de enigen die hebben onderhandeld met Russen die beweerden geheimen in de verkoop te hebben. Cody Shearer, een Amerikaanse politieke onderzoeker met banden met de Democratische partij, heeft ruim een half jaar heel Oost-Europa door gereisd om de zogenaamde kompromat te bemachtigen bij een andere Rus, vertellen mensen die op de hoogte zijn van zijn inspanningen. Toen we Shearer vorig jaar een keer aan de telefoon kregen zei hij dat zijn werk ‘heel belangrijk was, dat weten jullie best, dus daar zou je niet naar hoeven vragen’. Toen hing hij op. Het is niet duidelijk of Shearer iets heeft kunnen kopen, en zo ja, wat.

    Voordat de Amerikanen met de Rus onderhandelden, hadden ze contact met een hacker in Wenen die bij Amerikaanse agenten alleen bekend was onder de naam Carlo. Begin 2017 bood hij een volledige set cyberwapens aan die in het bezit waren van de Shadow Brokers, en de namen van andere mensen in zijn netwerk, aldus Amerikaanse agenten. In ruil daarvoor vroeg hij strafrechtelijke immuniteit in de VS. Maar die immuniteitsdeal ging niet door, dus toen besloten de agenten te doen waar spionnen het best in zijn: ze boden aan het materiaal te kopen. Toen dook in Duitsland de Rus op die tegen de Amerikanen zei dat hij de verkoop zou regelen. Net als Carlo had hij eerder al contact gehad met Amerikaanse inlichtingendiensten. Hij trad op als ‘fixer’, die deals regelde voor Ruslands FSB, de opvolger van de KGB. Volgens Amerikaanse geheim agenten stond hij in direct contact met Nikolai Patroesjev, een voormalige FSB-directeur. Ook wisten ze dat hij eerder had geholpen bij illegale transporten van halfedelmetalen voor een Russische oligarch.

    Begin dit jaar gaven de Amerikanen hem nog een laatste kans. De Rus had weer niets anders te bieden dan smoesjes

    Vorig jaar april leek er een deal te komen. Verscheidene CIA-agenten reisden van het hoofdkwartier van het bureau naar Berlijn om te helpen bij de afhandeling van de operatie.

    In een klein café in het voormalige centrum van West-Berlijn overhandigde de Rus de Amerikaanse tussenpersoon een USB-stick met een kleine hoeveelheid data als voorbeeld van wat er nog zou komen. Maar binnen enkele dagen ketste de deal af. Amerikaanse inlichtingendiensten bevestigden dat het materiaal inderdaad van de Shadow Brokers afkomstig was, maar dat de groep die data al openbaar had gemaakt. Dientengevolge verklaarde de CIA dat ze er niet voor wilde betalen.

    De Rus was woedend. De onderhandelingen lagen stil tot september, toen de twee partijen overeenkwamen het weer te proberen. Aan het eind van die maand leverde de Amerikaanse zakenman de honderdduizend dollar. Volgens sommige agenten was het geld van de Amerikaanse overheid dat via een ander kanaal was doorgesluisd.

    Enkele weken later begon de Rus het materiaal te leveren. Maar in de leveringen van oktober en december zat bijna alleen maar materiaal dat verband hield met de verkiezingen van 2016 en de vermeende banden tussen Trumps staf en Rusland, maar geen cyberwapens van de NSA of de CIA.

    In december zei de Rus tegen de Amerikaanse tussenpersoon dat hij het Trump-materiaal leverde, maar op bevel van hoge Russische inlichtingenofficieren de cyberwapens achterhield.

    Begin dit jaar gaven de Amerikanen hem nog een laatste kans. De Rus had weer niets anders te bieden dan smoesjes. Dus stelde de Amerikanen hem voor een keuze: ga voor ons werken en verschaf ons de namen van iedereen in je netwerk, of ga terug naar Rusland en kom nooit meer terug.

    De Rus dacht niet lang na. Hij nam een slok van zijn cranberrysap, pakte zijn tas en zei: ‘Bedankt.’ Toen liep hij de deur uit.

    Auteur: Matthew Rosenberg
    Vertaler: Paul Bruijn

    Openingsbeeld: Still uit The Third Man.

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402

    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

  • ‘El Salvador heeft uitgezette landgenoten niets te bieden’

    ‘El Salvador heeft uitgezette landgenoten niets te bieden’

    De Verenigde Staten hebben aangekondigd in 2019 een groot deel van 
de Salvadoraanse migranten te zullen uitzetten. Maar hun vaderland 
ziet hen liever niet komen, constateert deze schrijver treurig.

    De Verenigde Staten hebben de knoop doorgehakt: ze willen af van de tweehonderdduizend Salvadoranen die een tijdelijke beschermde status (TPS) genieten. 
Dat betekent dat deze migranten van de ene dag op de andere illegaal zullen worden – zo noemen de Republikeinen mensen zonder verblijfsvergunning. Maar het betekent ook dat El Salvador zich over de terugkeer van deze onderdanen zal moeten buigen en over de manier waarop die weer kunnen worden opgenomen in de samenleving die ze bij gebrek aan perspectief hadden verlaten.

    Klagen heeft geen zin, wat gebeurd is, is gebeurd. Wat is de Salvadoraanse regering van plan? En dan bedoel ik 
op de lange termijn, want ze heeft hun vertrek al achttien maanden weten uit te stellen. Minister van Buitenlandse Zaken Hugo Martínez verklaarde dat de regering erin was geslaagd de TPS 
te verlengen, terwijl hij in werkelijkheid heeft bereikt – op zichzelf niet niks – dat de tweehonderdduizend 
Salvadoranen tot september 2019 hebben om hun zaken in de VS te 
regelen voordat ze moeten vertrekken.

    In wat voor land zullen deze Salvadoranen terugkomen? Zolang de leefomstandigheden die duizenden 
landgenoten hebben doen besluiten 
El Salvador te verlaten niet verbeteren, riskeren we een nieuwe humanitaire ramp. De geschiedenis heeft de neiging zich te herhalen, vooral wanneer de factoren die een hele generatie in socioculturele wanorde hebben 
gestort voor de volgende generatie 
niet veranderen.

    Iemand die voor ballingschap heeft gekozen zal moeite hebben zich weer in zijn oude leven te schikken, vooral als hij terugkeert naar een land dat er alleen maar onrechtvaardiger en gewelddadiger op is geworden

    Toen de VS aan het begin van deze eeuw begonnen met het terugsturen van migranten uit Centraal-Amerika, die nog maar heel weinig banden hadden met het land van hun ouders, of die zich de geur van hun geboortegrond nog maar nauwelijks herinnerden, was dat een ware tijdbom die 
zich tegenwoordig manifesteert in de vorm van tientallen criminele bendes. Armoede en sociale ongelijkheid hebben ons de afgelopen jaren in een burgeroorlog gestort die honderden mannen, vrouwen en kinderen het leven heeft gekost. Nu zijn we misschien niet meer in oorlog, maar er vallen nog altijd doden en de ongelijkheid is misschien nog wel groter dan 
in de jaren tachtig van de vorige eeuw.

    Links noch rechts is in El Salvador bij machte geweest oplossingen voor deze sociale problematiek te bieden. Het enige waar het de politici om gaat is 
op het fluweel te blijven zitten. En onze instituties zijn langzaam maar zeker aangetast door corruptie.

    Ik durf me de samenleving niet voor 
te stellen die we zouden kunnen 
creëren als El Salvador erin zou slagen duizenden landgenoten op te vangen die gewend zijn aan een andere manier van leven, in een samenleving waar 
de voordelen van het hebben van vast werk op waarde worden geschat; waar vaklieden het beter zouden krijgen 
dan hun ouders, terwijl er zich een sociale verandering zou voltrekken 
die niet alleen maar een verkiezings-belofte was.

    Het romantische beeld dat we van deze broeders in ballingschap hebben houdt stand zolang ze in het noorden blijven wonen, maar laten we ons niet vergissen: iemand die voor ballingschap heeft gekozen zal moeite hebben zich weer in zijn oude leven te schikken, vooral als hij terugkeert naar een land dat er alleen maar onrechtvaardiger en gewelddadiger op is geworden.

    1. Diana Paredes en Isabel Barrera hoorden op een persconferentie dat ze hun beschermde status verliezen. © Damian Dovarganes / HH; 2. Nicole Castillo, 7, met haar broertje van 4 tijdens een ‘Here to Stay’- bijeenkomst in Boston. © Charles Krupa / H
    1. Diana Paredes en Isabel Barrera hoorden op een persconferentie dat ze hun beschermde status verliezen. © Damian Dovarganes / HH; 2. Nicole Castillo, 7, met haar broertje van 4 tijdens een ‘Here to Stay’- bijeenkomst in Boston. © Charles Krupa / H

    Aan de andere kant is er het sociale 
en economische belang van deze migranten. Ze hebben de plaats van 
de staat ingenomen door hun families te helpen zich in leven te houden in de jungle die ons land geworden is. Als deze particuliere sociale steun wegvalt, hoe zal de staat deze investeringen 
dan kunnen vervangen? En hoe kan, economisch gezien, deze toestroom van deviezen worden vervangen? Wat hebben ze hier voor kansen? Wat wil 
de staat hun bieden als ze datgene wat ze in de Verenigde Staten hebben geleerd hier niet eens in praktijk kunnen brengen?

    Het is misschien moeilijk om toe te geven, maar de leefomstandigheden van de meeste Salvadoranen zijn 
hopeloos, ook al zijn we eraan gewend. Het geweld, de armoede, de criminaliteit, het is allemaal om wanhopig van te worden.

    Er is een groot gebrek aan sanitaire voorzieningen en scholen in dit land, en daar hebben de regeringen de 
afgelopen veertig jaar maar weinig aan gedaan. Het militarisme viert nog altijd hoogtij. Jongeren worden dagelijks met intolerantie geconfronteerd. Het leger en de politie wanen zich almachtig. De jongeren vervallen 
tot criminaliteit omdat het de enige manier is om in opstand te komen. Zonder dat ze weten wat hun te 
wachten staat.

    Noodplan

    Bij de families die uitgezet zullen worden zit veel jong talent, tweetalig, gewend om in een rijke samenleving 
te wonen, en ik weet niet zeker of de Salvadoraanse samenleving klaar is 
om deze nieuwe socioculturele verandering op te vangen. Aan de andere kant kun je je afvragen hoe ver onze regering zal gaan om de rechten van 
de Salvadoranen te verdedigen die al die jaren in de Verenigde Staten hebben gewoond. Families zullen uiteen worden gerukt, investeringen en bezittingen dreigen in handen van andere mensen te vallen en voor altijd verloren te gaan als de eigenaars er geen aanspraak op kunnen maken.

    Ik betwijfel of de regering zich heeft afgevraagd hoe ze met deze veranderingen moet omgaan. Hoe denkt ze deze onderdanen in de Salvadoraanse samenleving te reïntegreren? Zijn het land, de instituties en de inwoners wel modern genoeg voor de mentaliteitsverandering die deze nieuwkomers teweeg zullen brengen? Zullen de gerepatrieerden kunnen wennen of zullen ze proberen terug te gaan naar het land dat hen niet meer wil, met het risico dat ze zich aan de gevaren blootstellen die ze al eerder hebben gelopen?

    Ik weet niet hoeveel tijd de regering nodig zal hebben om met een noodplan te komen, maar waarschijnlijk is het al te laat.

    Auteur: Diego Murcia
    Vertaler: Peter Bergsma

    El Faro
    El Salvador | elfaro.net

    Gelanceerd in 1998, biedt een verscheidenheid aan meningen. Staat bekend vanwege zijn goede onderzoeksjournalistiek.

    CONTEXT: Uitwijken naar Canada

    Canada moet zich voorbereiden op een mogelijke toevloed van Salvadoraanse asielzoekers die na september 2019 uit de Verenigde Staten zullen worden verdreven en hun tijdelijke beschermde status (TPS) zullen verliezen, waarschuwt de website La Presse (Montreal). ‘We moeten mogelijke asielzoekers duidelijk te verstaan geven dat de Canadese wet niet zomaar iedereen asiel verleent.’ Le Devoir doet er nog een schepje bovenop door te melden dat Canada in de zomer van 2017 werd overspoeld door ‘honderden Haïtianen die dagelijks de grens tussen de VS en Canada overstaken’. Inderdaad zijn ongeveer tienduizend Haïtianen binnen enkele maanden de grens overgestoken om hun toevlucht te zoeken tot Québec, nadat de regering-Trump had aangekondigd de TPS voor Haïtianen in 2019 
te beëindigen. De Canadese regering lijkt haar lesje te hebben geleerd en neemt dit keer talrijke initiatieven om de Salvadoraanse gemeenschap in de VS te informeren over de Canadese wet.

  • Hillary Clinton: ‘Trump is een gevaar voor 
de wereld’

    Hillary Clinton: ‘Trump is een gevaar voor 
de wereld’

    Deze week verscheen de Nederlandse vertaling van What Happened, het boek waarin Hillary Clinton terugblikt op haar verkiezingsnederlaag. In een interview met Le Monde rekent ze af met haar rivalen Trump en Sanders.

    Hillary Clinton is aan een grote promotietour begonnen voor haar boek What Happened, dat in de Verenigde Staten op 12 september is uitgekomen [de Nederlandse vertaling verscheen op 3 oktober bij Kosmos Uitgevers] en al snel de verkooprecords heeft gebroken. Op donderdag 21 september ontmoette ze de verslaggevers van Le Monde in een plattelandshotel in Chappaqua in de staat New York. In dit welgestelde dorpje hebben de Clintons zich gevestigd na hun vertrek uit het Witte Huis in 2001. En hier heeft de voormalige minister van Buitenlandse Zaken lange tijd nagedacht over haar nederlaag op 8 november 2016. Zoals altijd vergezeld door haar adviseur Huma Abedin geeft een strijdvaardige Clinton haar analyse van de onverwachte overwinning van Donald Trump.

    In uw boek vertelt u wat er gebeurde tijdens het tweede debat met Donald Trump. U sprak tegen het publiek en hij stond achter u. ‘Ik voelde letterlijk zijn adem in mijn nek’, schrijft u. U hebt niet gereageerd. Werkte u door uw terughoudendheid niet de agressieve manier van doen in de hand waardoor hij heeft gewonnen?

    ‘Ik denk niet dat hij daardoor heeft gewonnen, maar het was wel onderdeel van de uitdagingen waarvoor ik me gesteld zag toen ik het moest opnemen tegen een kandidaat uit een realityshow, een man die seksistische opmerkingen maakte en zich denigrerend uitliet over vrouwen. Toen ik het hoofdstuk over seksisme en vrouwenhaat schreef, heb ik geprobeerd deze gebeurtenis als voorbeeld te gebruiken, omdat het laat zien hoe moeilijk het is om je als vrouw op het openbare toneel te begeven. Het was een bijzonder ongemakkelijk moment. Ik was voorbereid op zulk gedrag en ik had me voorgenomen kalm te blijven en mijn zelfbeheersing te bewaren, wat er ook zou gebeuren.’

    Hebt u daar geen spijt van?

    ‘Daarom heb ik mijn boek geschreven. Je kunt zeggen dat hij een ongebruikelijke kandidaat was, met een ongebruikelijke campagne. Misschien was het niet doeltreffend om me tijdens de campagne op te stellen als iemand met ervaring die zich wist te gedragen. Maar als ik me had omgedraaid en tegen hem had gezegd: “Wegwezen, engerd”, dan zou ik met aanvallen van de pers, het publiek en zijn campagne zijn bestookt, met als motto: “Ze kan het niet, ze is niet sterk genoeg, ze reageert overdreven.” Ik heb me gehouden aan wat ik als een goede benadering beschouwde, maar ik geef dit voorbeeld om te laten zien dat dit soort beslissingen niet makkelijk zijn voor een vrouw tijdens een campagne.’

    ‘Ik denk dat de pers agressief moet zijn 
omdat de rechterflank 
ook erg agressief is’

    Hij was begonnen met de andere Republikeinse kandidaten…
    ‘En die hadden geen antwoord. Sommigen hebben geprobeerd hem met gelijke munt terug te betalen, zoals Marco Rubio, maar dat heeft niet gewerkt.’

    Vindt u president Trump, nu hij negen maanden op zijn post zit, gevaarlijk of machteloos?
    ‘Ik denk dat hij momenteel een duidelijk gevaar voor ons land en voor de wereld vormt, want hij was absoluut niet voorbereid op het presidentschap, hij heeft er niet het juiste temperament voor en hij is niet van presidentieel niveau. Zijn daden en zijn gedrag zaaien verdeeldheid, zowel in ons land als onder onze vrienden en bondgenoten in de rest van de wereld. Hij heeft het internationale toneel instabiel en onvoorspelbaar gemaakt. Ik denk dat hij eerder gevaarlijk is dan onmachtig. Want een president van de Verenigde Staten heeft veel macht: hij kan regelingen afschaffen, zich uitlaten over onderwerpen en gevaarlijke redevoeringen houden zoals bij de Verenigde Naties.’

    Toch heeft men het gevoel dat de tegenkrachten werken en dat ze deze zeer bijzondere president in toom houden…
    ‘Wat u daarbij vergeet is dat de regering en de ministers alles in het werk stellen om het land op achterstand te zetten. Ze herroepen milieumaatregelen, ze proberen onder het klimaatakkoord van Parijs uit te komen, wat minder makkelijk blijkt dan ze dachten maar wat wel hun vaste voornemen blijft; ze willen van het nucleaire akkoord met Iran af, wat een ramp zou zijn als het gebeurt. Ze trekken arbeidsovereenkomsten in en nemen enorm veel maatregelen die niet door het Congres hoeven te worden goedgekeurd. Daar moet je op letten. Trump heeft geen succes gehad met zijn grote beloftes, maar zelfs in het Congres zijn al heel wat regelingen afgeschaft.’

    © Nancy Kaszerman / HH
    © Nancy Kaszerman / HH

    Dat Donald Trump geen enkele ideologie heeft, maakt hem toch juist flexibel genoeg om akkoorden te sluiten met de Democraten?
    ‘Dat was een belangrijk moment, maar alleen maar een moment. Afgezien van het schuldenplafond, dat enkel uitstel is, is er nog niets bereikt. We hebben zelfs nog geen akkoord om de Dreamers [de 800.000 migranten die als minderjarigen in de VS zijn gekomen en onder Barack Obama werden geduld] in de Verenigde Staten te laten blijven. Er is meer lawaai dan dat er concrete resultaten zijn.’

    Is dit niet het begin van een driehoeksverhouding?
    ‘Nee.’

    Een nieuw begin?
    ‘Nee. De pers heeft het al tien keer over een nieuw begin gehad. Deels omdat de mensen zouden willen dat er een kwam. We zijn niet gewend aan dit abnormale gedrag, we zijn niet gewend aan dit ontkennen van de realiteit en dit onvermogen om de feiten en de realiteit onder ogen te zien. Het is ongebruikelijk. We kunnen onderling van mening verschillen over fundamentele partijstandpunten, maar we hebben nog nooit een president gehad die zo slecht voorbereid was, zo slecht geïnformeerd en zo weinig geïnteresseerd in het werk van de regering, die hij niet eens op de noodzakelijke sterkte heeft gebracht. Dat is voor ons een blijvend en belangrijk probleem.’

    ‘Ik denk dat de pers agressief moet zijn omdat de andere kant, de rechterflank van de pers, ook erg agressief is’

    De pers is erg agressief tegen Donald Trump. Worden de tegenkrachten daardoor versterkt, of verzwakt het juist de democratie?
    ‘Als je net als ik vindt dat hij een groot gevaar is voor de eenheid van het land, voor belangrijke onderwerpen als klimaatverandering en dat hij onverantwoord met kernwapens dreigt – en zo kan ik nog wel even doorgaan – dan moet je wel agressief worden. Tijdens zijn campagne was de pers dat nog niet. Ze waren het tegen mij over een onderwerp dat in hun ogen geen fout was maar een schandaal [het gebruik van haar persoonlijke e-mailbox toen ze minister van Buitenlandse Zaken was], maar niet tegen hem. Dat is een van de redenen waarom hij de volksstemming heeft verloren en toch verkozen is. Ik denk dat de pers agressief moet zijn omdat de andere kant, de rechterflank van de pers, ook erg agressief is.’

    In uw boek schrijft u dat ‘Bernie Sanders deed alsof hij het monopolie op politieke zuiverheid had’. Hoe kun je kiezers in beweging krijgen zonder ze een droom voor te spiegelen?
    ‘Ik vind het heel goed dat hij bepaalde belangrijke onderwerpen aan de orde heeft gesteld, maar ik ben het niet eens met de manier waarop hij de problemen wil oplossen. Ik ben voor een collectieve ziekteverzekering, maar er zijn andere manieren om dat te realiseren dan hij voorstelde. Hij is geen Democraat, en hij heeft bij de slotronde van de verkiezingen het Democratische belang niet voor ogen gehouden. Toen ik in de eerste ronde van 2008 nipt van Barack Obama verloor, heb ik hem onmiddellijk gesteund. Ik ben onmiddellijk voor hem aan het werk gegaan en heb tegen mijn partijgenoten gezegd dat ze dat ook moesten doen. Bernie heeft dat nagelaten. Hij sprak een bepaald deel van de kiezers aan, hij is iemand die respect verdient, maar ik heb kritiek op zijn houding tijdens de campagne.’

    Bernie Sanders zegt dat hij de Democratische Partij in een progressieve partij wil veranderen. Wat vindt u daarvan?
    ‘Hij zou zich weer bij de Democratische Partij moeten aansluiten als hij die wil veranderen. Kritiek leveren vanaf de zijlijn is makkelijk, maar als je de partij echt wilt veranderen – ik denk dat mijn man dat heeft gedaan, ik denk dat Barack Obama dat heeft gedaan en Ronald Reagan heeft de Republikeinse Partij veranderd – dan moet je betrokken zijn en laten zien welke kant je op wilt. Hij levert kritiek vanaf de zijlijn. We moeten naar hem luisteren als we denken dat het ter zake doet, maar niet als dat niet zo is.’

    Heeft hij niet gelijk als hij zegt dat de Democratische Partij na het verlies van het Huis van Afgevaardigden, de Senaat en het Witte Huis niet meer functioneert?
    ‘Hij heeft geen enkel bewijs dat zijn eigen manier wel werkt. Ik heb hem met vier miljoen stemmen verslagen, het was geen kantje boord. En de mensen die hij heeft gesteund hebben niet gewonnen. Ja, de Democratische Partij moet meer doen om haar kiezers in beweging te krijgen en te motiveren, want onze kiezers zijn vaak minder makkelijk in beweging te krijgen dan de Republikeinse. Ze wonen in de grote steden en aan de kusten. Ze maken deel uit van de toekomst en niet van het verleden.

    Je kunt discussiëren zoveel je wilt over hoe we er over vijf, tien of vijftien jaar voor moeten staan. Maar op dit moment proberen de Republikeinen 32 miljoen mensen hun ziektekostenverzekering te ontnemen. Dat wil ik voorkomen. Ik heb het niet over toekomstambities of over een of andere revolutie. Ik heb het over 32 miljoen mensen die hun ziektekostenverzekering kunnen verliezen, die ziek kunnen worden en daardoor kunnen sterven. Dat is een verschil van prioriteiten.’

    Is er op de lange termijn een echt probleem voor de progressieven om weer aan de macht te komen?
    ‘Er is een probleem, maar ik zou het anders omschrijven. Tijdens de verkiezingen in Frankrijk heeft Macron, iemand van het midden, het zowel tegen links als rechts opgenomen. Ik denk altijd dat als je mensen voor je zaak wilt winnen, je maar het beste centrum-rechts of centrum-links kunt zijn. Maar een van de problemen is dat de rechtse pers vaste voet aan de grond heeft gekregen in ons land. We hebben een rechtse televisiezender, Fox News, die enorm veel invloed op de kiezers heeft en hen richting Republikeinen stuurt. Ze pretenderen totaal niet objectief te zijn, alles wordt bepaald door de politieke agenda van rechts. Er zijn andere groeperingen die propaganda bedrijven, zoals Breitbart, en dat doen ze heel doeltreffend. We hebben een “mainstream”-pers die nog maar net wakker wordt en ontdekt hoe moeilijk het is om zich tot de feiten te beperken, om objectieve informatie en bewijzen te leveren. Dat is een zeer groot probleem.

    De consolidatie van de macht in steeds minder handen is problematisch. Net als het gebruik van culturele argumenten. Op wie steunde de Brexit? Op mensen die tegen immigratie zijn. Het was één grote leugen. De mensen dachten dat zelfs als zijzelf geen last van immigranten hadden, er ergens anders wel iemand moest zijn die dat wél had. En in ons eigen land heeft Trump meteen de aanval op de immigranten geopend. Dat was voor een bepaald deel van het electoraat een zeer effectief middel.

    Ik geloof niet dat het zo eenvoudig is om een diagnose te stellen. De remedie is duidelijk dat je je werk zo goed mogelijk moet doen.’

    U hebt gezegd: ‘Mijn kiezers zijn kiezers van de toekomst en die van de Republikeinen zijn kiezers van het verleden’…
    ‘Ja. De campagneslogan van Donald Trump was “Make America Great Again”. Dat was een beroep op de nostalgie, een oproep aan degenen die zich zorgen maakten over bepaalde groepen, zoals zwarten, latino’s, vrouwen, mensen van de LHBT-gemeenschap. Dat was bepaald niet subtiel. Een rechtstreekse oproep aan blanke kiezers. “Make America Great Again” betekent: we keren terug naar de tijd waarin u niet hoefde te concurreren met zwarten, immigranten of vrouwen.’

    De Republikeinen weten wat ze doen, en we maken een vergissing als we zeggen dat ze misschien wel gelijk hebben, dat je frivoliteiten als vrouwenrechten en burgerrechten vaarwel moet zeggen

    Hebben ze vanuit hun standpunt bezien niet gelijk?
    ‘Ja, maar dat spelletje gaan we niet meespelen. Dat is niet wat we zijn, dat is geen manier om Amerika te beschermen, daarom hebben we niet voor burgerrechten, vrouwenrechten en rechten van homoseksuelen gestreden.’

    Gaat die strijd niet veel te ver, bijvoorbeeld op de universiteiten?
    ‘Steeds verder gaan op het gebied van de mensenrechten, dat is iets waarop ik me laat voorstaan. Over economische en sociale gerechtigheid ben ik duidelijk geweest. Op geen van beide gebieden doe ik een stap terug. Een van de redenen waarom ik de verkiezing heb verloren, is het feit dat er kiezers van stemming zijn uitgesloten. De Republikeinen zijn niet achterlijk. Ze hebben geprobeerd Afro-Amerikanen en jongeren het stemrecht te ontnemen, de stemmen van de toekomst, zou ik zeggen, omdat ze weten dat ze die kiezers niet voor zich kunnen winnen. Als ze tweehonderdduizend kiezers uitsluiten in Milwaukee, Wisconsin, is het moeilijk voor me om te winnen. Als ze niet worden uitgesloten in Illinois of Minnesota, stemmen ze op mij.

    De Republikeinen weten wat ze doen, en we maken een vergissing als we zeggen dat ze misschien wel gelijk hebben, dat je frivoliteiten als vrouwenrechten en burgerrechten vaarwel moet zeggen. Want wat moeten we dan? Op nostalgie kunnen we ze niet beconcurreren. Die hebben ze zich al toegeëigend. We moeten ons werk beter doen door een betere toekomst te bieden. Ik zou hebben gewonnen als ik die e-mailaffaire niet had gehad. Ik heb drie miljoen stemmen meer gekregen, ik heb de toekomst gewonnen, een coalitie die is gebaseerd op economische en sociale gerechtigheid. We zullen niet winnen door de Republikeinen te kopiëren.’

    Wat is uw antwoord op de dubbele angst, de economische angst en de culturele angst van de rednecks en de hillbillies, de blanken die zich achteruitgezet voelen?
    ‘Daar heb ik op geantwoord, maar de pers heeft er niet over gesproken. De pers heeft drie keer zoveel over mijn e-mails gesproken als over mijn voorstellen. Ik was de enige die met een plan van 30 miljard dollar voor de mijnregio’s kwam, voor al die mijnwerkers. Ik verwijt ze niet dat ze daar niet van op de hoogte waren. Ik heb erover gepraat, ik heb erover geschreven, ik heb mijn best gedaan om de boodschap over te laten komen, maar die heeft hen niet bereikt. Er is me verweten dat ik tijdens de campagne tegen de mijnwerkers heb gezegd dat ze hun baan zouden verliezen, maar iedereen die er die dag bij was weet precies wat ik bedoelde, dat de markt nu eenmaal in ontwikkeling is, dat er concurrentie zal komen van schaliegas, van zonne-energie, van windenergie. Bovendien hebben mijn tegenstanders mijn voorstellen misbruikt met behulp van de Russen, die mijn woorden op de sociale netwerken verdraaiden om er vervolgens tegen te protesteren. Dat hadden we niet voorzien, we waren er niet op voorbereid, niet voldoende beschermd. We waren slachtoffer van een nieuwe vorm van destabilisering van onze democratieën. De Koude Oorlog hebben we gewonnen, maar de digitale oorlog zijn we aan het verliezen. Voor de Russen gaat het om het volgende aanvalsdoel in hun campagne tegen de democratieën, de NAVO, de Europese Unie, de Amerikaanse stabiliteit… Hier hebben ze gewonnen. In Frankrijk is men er goddank in geslaagd ze tegen te houden, en ik denk dat Merkel ze ook wel zal kunnen tegenhouden.’

    Hebt u geen isolationistische reflex gevoed door u te verzetten tegen het vrijhandelsverdrag met de landen rond de Stille Oceaan?
    ‘Nee, ik was minister van Buitenlandse Zaken toen dat project werd gelanceerd en er waren elementen die ik onmisbaar achtte maar die ontbraken in de eindversie. Ik kon het dus niet steunen, en daar heb ik geen enkele spijt van. Het “discours” tegen mondialisering was een van de hoofdthema’s van Trump, ook al zijn het bij hem tegenwoordig veel woorden en weinig daden. Er is een stemming in het land, vooral in de industrie, die – opnieuw – van nostalgie getuigt; de mensen hebben het idee dat iedereen tegen hen is, vooral op het platteland.

    Tweederde van de Amerikaanse rijkdom komt uit regio’s waar ik heb gewonnen. Maar het grote probleem van de vernietiging van banen houdt verband met automatisering, met robotisering en kunstmatige intelligentie. Miljoenen mensen zullen hun werk verliezen. Laten we de zelfrijdende auto, op het eerste gezicht een interessant idee, als voorbeeld nemen: dat zal gevolgen hebben voor vrachtwagenchauffeurs, taxi’s en zelfs Uberchauffeurs. Wat kunnen we daaraan doen? Hoe kunnen we die mensen economische kansen en bestaanszekerheid bieden? Daar zouden we op dit moment over moeten discussiëren, maar dat gebeurt niet.’

    Is u iets positiefs bijgebleven uit de toespraak van Donald Trump tot de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties?
    ‘Nee, die toespraak was somber, gevaarlijk en egoïstisch. Hij heeft de Verenigde Staten van een deel van hun morele, politieke en strategische leiderschap beroofd. Hij heeft geschillen aangewakkerd die volstrekt onnodig waren, vooral over het nucleaire programma van Iran, wat kan uitlopen op twee nucleaire crises in plaats van één, met Noord-Korea én met Iran.

    Veel mensen proberen dat te voorkomen, maar daar dreigt hij zich niets van aan te trekken. Zoals hij zich uitliet over vluchtelingen was wreed: mensen, met name vrouwen en kinderen, verwijten dat ze gebieden verlaten waar ze ten prooi zijn aan oorlog en geweld. Het hameren op soevereiniteit is rechtstreeks aan het taalregister van Poetin ontleend. Hij is er 21 keer op teruggekomen. Het is zoals wanneer neonazi’s een optocht houden uit naam van bloed en bodem. Het is een zeer nationalistisch idee, zeer defensief. Als hij zegt dat hij de democratie niet wil exporteren, bedoelt hij eigenlijk dat die ook niet “je dat” is.

    De VS en Frankrijk hebben allebei een revolutie ontketend omdat men geloofde in iets dat belangrijker is dan soevereiniteit, bloed en bodem of nationalisme. Wij geloven in de rechten van de mens en in de universele verklaring daarvan, wij geloven dat je je stem kunt verheffen om overal op de wereld mensen te verdedigen, opdat zij op hun beurt ook hun stem verheffen. Dat hebben we over het algemeen goed gedaan. Heeft dat geld gekost? Hebben we fouten gemaakt? Natuurlijk! Maar moet je daarom alles maar cynisch uit het raam kieperen? Moet je er daarom maar niet meer over praten? Dat zou een verschrikkelijk verlies betekenen voor de Amerikanen die wij zijn.’

    Auteurs: Arnaud Leparmentier en Gilles Paris

    What Happened van 
Hillary Clinton, 
vertaling Piet Dal, 
Paul Janse, Marie-Anne 
Louvenberg en Toos 
IJdema, € 22,99.

    Le Monde
    Frankrijk | dagblad | oplage 345.000

    In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Om recht te doen aan de titel ‘De wereld’ houdt Le Monde een groot netwerk van correspondenten in stand.

  • Japanse miljardair ‘Masa’ wil de koning van het dataverkeer worden

    Japanse miljardair ‘Masa’ wil de koning van het dataverkeer worden

    Masayoshi Son is de rijkste man van Japan, met belangen in Yahoo, het Chinese Alibaba en robot Pepper. Hij bouwt aan een IT-imperium dat ons dagelijks leven met behulp van kunstmatige intelligentie ingrijpend kan gaan veranderen.

    Begin december 2016 was Masayoshi Son te gast in de Trump Tower in New York. Hij straalde van top tot teen, en ging zo dicht mogelijk naast de kersverse president van de Verenigde Staten staan, die een kop groter was dan hij en die hem voorstelde met de woorden: ‘Dit is Masa van Softbank uit Japan.’ Masa had zojuist aangekondigd 50 miljard dollar te investeren om 50.000 nieuwe banen te scheppen. Masa was een van de grote spelers van de industrie.

    Voor Son, 59 jaar, en grondlegger van het Japanse IT-concern Softbank, was de ontvangst bij Donald Trump de zoveelste stunt in het verhaal van zijn snelle opkomst.
    Daarom verdroeg Son het ook dat velen niet wisten wie hij was. ‘M-a-s-a’ spelde hij zijn bijnaam voor de verslaggevers in de lobby van de Trump Tower. Daarna vertelde hij dat hij de eigenaar was van Sprint, de vierde mobiele telefonieaanbieder in de VS. Onlangs kocht Softbank ook ARM, het Britse hightechconcern dat microchips ontwikkelt die in meer dan 95 procent van alle smartphones ter wereld worden gebruikt. Daarvoor had hij 32 miljard dollar betaald, zei Son. ‘Contant.’

    © Tomohiro Ohsumi / Getty
    © Tomohiro Ohsumi / Getty

    Sons imperium behelst onder veel meer een Franse robotbouwer, een Chinese taxi-app en een Indiase portal voor online shopping. De kern van zijn IT-conglomeraat bestaat uit Softbank, een van de drie grote telecombedrijven van Japan. In het afgelopen boekjaar, dat liep tot eind maart 2017, verdrievoudigde Softbank zijn zuivere winst over het laatste kwartaal tot omgerekend 11,5 miljard euro. En met een privévermogen van meer dan 20 miljard dollar veroverde Son onlangs de eerste plaats op de Forbes-lijst van rijkste Japanners.

    Son wil het grootste IT-imperium van de wereld scheppen en het dagelijks leven van de mensheid met behulp van kunstmatige intelligentie ingrijpend veranderen. Hij hoopt dat de Amerikaanse president een versoepeling zal invoeren van de regels die hem tot dusver verhinderden om bijvoorbeeld ook T-Mobile, de Amerikaanse dochteronderneming van Deutsche Telekom, te kopen en met Sprint te fuseren tot een reuzenspeler in de branche.

    Zijn eerzuchtigste project ontwikkelt hij met Saoedische investeerders: een hightechfonds ter grootte van honderdmiljard dollar, dat Son als de grootste investeerder moet gaan managen. Als potentiële investeringsobjecten wordt gesproken met Intelsat en OneWeb, exploitanten van satellieten. Met hun netwerken zou Son zijn visie voor deze eeuw een flink stuk dichterbij brengen: de controle over een aanzienlijk deel van het wereldwijde dataverkeer, dat mensen en machines steeds nauwer en steeds sneller met elkaar verknoopt. Dan zou Son ook meteen de controle hebben over die grondstof waarmee de kunstmatige intelligentie zich voedt.

    Al over ongeveer drie decennia, profeteert Son, zal kunstmatige intelligentie de gezamenlijke intelligentie van de mensheid overvleugelen. In die computergestuurde sciencefictionwereld, de zogeheten singulariteit, zou de miljardair dan een van de machtigste mensen zijn.

    Zuid-Koreaanse immigrant

    Maar wie is die Son eigenlijk precies? Hoe is zijn ongewoon snelle opkomst te verklaren en wat drijft hem?

    Op Kyushu, het zuidelijkste hoofdeiland van Japan, ligt Tosu. De stad van ongeveer 70.000 inwoners is vooral bekend als spoorwegknooppunt. Vlak naast de belangrijkste spoorlijn groeide Son op in een illegaal gebouwde plankenhut met een dak van golfplaat. Nu is het de parkeerplaats bij een ketenrestaurant. Van de ellende van toen is niets meer te zien.

    Son behoort tot de derde generatie van Zuid-Koreaanse immigranten. Om niet op te vallen in een vaak vijandige omgeving voerde de familie de Japanse naam Yasumoto. Veel hielp het niet. De jongens uit de buurt bekogelden Son met stenen, een keer werd hij tot bloedens toe aan zijn hoofd getroffen.

    Om de familie te voeden stookte de vader illegale jenever en fokte hij varkens. Son, die zelden interviews geeft, vertelde een paar jaar geleden voor personeel dat hij vaak achterop de glibberige handkar hurkte waarmee zijn grootmoeder er dagelijks op uit trok om bij restaurants etensresten voor de varkens op te halen. Son huilde bij zijn toespraak. De vernederingen werken nog door en ondanks zijn successen blijft Son voor veel Japanners een buitenstaander. Op het Japanse internet wemelt het van de hatelijke tirades tegen hem.

    Toen Son vijftien jaar was, werd zijn vader erg ziek. Zijn oudere broer moest van school om geld te verdienen. Son dacht na hoe hij zich nuttig kon maken. Ondanks de weerstand van zijn ouders en leraren ging hij naar de VS, leerde Engels en studeerde. Hij werd tot deze ongewone stap geïnspireerd door een boek over de samoeraiheld Sakamoto Ryoma, die Japan wilde bewapenen tegen de westerse grootmachten. Ook als bedrijfsleider treedt Son in de voetsporen van zijn krijgersidool: in het hoofdkantoor van Softbank in Tokio bewaart hij diens portret en een houten kopie van zijn zwaard.

    Als 19-jarige werd hij diep getroffen door een afbeelding van een microchip. Een beslissende gebeurtenis

    In de Verenigde Staten kwam Son terecht in de ontkiemende IT-revolutie. Aan de universiteit van Berkeley in California leerde hij software ontwikkelen. Onder zijn hoofdkussen, tussen de bladzijden van zijn leerboeken geklemd, bewaarde hij een uitvergrote afbeelding van een van de eerste microchips, die hij bewaakte als een schat. Die had hij uit een tijdschrift gescheurd. Herhaaldelijk vertelde hij hoe de aanblik van dit technische wonderwerk hem had ontroerd en gemotiveerd om te leren.

    Terug in Japan richtte hij in 1981 Softbank op, een groothandel in computerprogramma’s. Daarmee begon hij de wonderbaarlijke expansie van zijn bedrijf. Hij investeerde in start-ups toen nog nauwelijks iemand vermoedde hoe belangrijk die later zouden worden. In 1995 belegde hij in Yahoo. Met het Amerikaanse internetportal richtte hij in 1996 ook een gelokaliseerde versie voor Japan op. Die is voor veel van zijn landgenoten tot op vandaag de belangrijkste zoekmachine.

    Zijn grootste slag sloeg Son drie jaar later met zijn deelname in Alibaba, het toen bijna onbekende Chinese platform voor e-commerce. Toen de oprichter daarvan, Jack Ma, hem zijn businessmodel voorstelde, ging Son meteen akkoord om 30 procent van de aandelen te kopen.

    Tegenwoordig heeft Softbank nog een aandeel van 28 procent in Alibaba, waarvan de beurswaarde is opgelopen tot 310 miljard dollar. Die deelname maakt het grootste deel uit van de bedrijfswaarde van Softbank.


    Son zou allang van zijn rijkdom kunnen genieten, maar zijn eerzucht drijft hem voort. Onvermoeibaar probeert hij Softbank, maar ook heel Japan, klaar te stomen voor de door hemzelf voorspelde toekomst, waarin kunstmatige intelligentie het dagelijks leven vormgeeft.

    Op een vrijdagavond in februari richt Son zich tot de volgende generatie: de ondernemer betreedt het podium in een luxe hotel in Tokio. In de zaal zitten honderden scholieren die online kaarten hebben weten te bemachtigen voor het optreden van de inheemse IT-goeroe.

    Son draagt een grijs jasje en een gestreept hemd met open kraag. Hij spreekt vrijuit en bijna alsof het gedrukt staat. Maar niet over winsten en verliezen. Hij vertelt nog maar eens over zijn beslissende belevenis: hoe diep hij als negentienjarige onder de indruk was van de afbeelding van die microchip. En dan schildert hij het tijdperk van de singulariteit, wanneer de computers zelfstandig zullen leren en de wereld zullen regeren.

    ‘Wat zullen wij mensen dan doen?’ vraagt Son. ‘Asjeblieft,’ roept hij de jongelui toe, ‘daar moeten jullie absoluut over nadenken! Leer niet alleen dingen uit je hoofd!’

    Met een pas opgerichte stichting wil Son getalenteerde jongeren financieel steunen om naar het buitenland te gaan, Engels te leren en computers te programmeren. Zoals hij het zelf ooit deed.

    In Sons woorden klinkt ook bezorgdheid. Hij is bang dat Japan de aansluiting naar de digitale toekomst zal missen. Maar ook dat hij zelf niet de doelen zal bereiken die hij zichzelf in het kader van een levensloop in vijf fasen gesteld heeft.

    Eigenlijk wilde Son zijn imperium binnenkort overdragen aan de volgende generatie. Maar in het afgelopen jaar nam hij afscheid van de manager die hij als zijn opvolger had gekozen. Son liet weten dat hij nog een poosje door wilde gaan.

    Moet robot “Pepper” het platform worden waarmee de mensen in de toekomst communiceren?

    Zo kan hij de wereld misschien nog laten zien waarvoor zijn allegaartje van bedrijven en beleggingen uiteindelijk moet instaan. Voor kunstmatige intelligentie? Maar wat betekent dat concreet, wat is het element dat al die verschillende bedrijfsactiviteiten verbindt – afgezien van Son zelf? Dat is tot op heden niet duidelijk.

    Moet robot ‘Pepper’ bijvoorbeeld het platform worden waarmee de mensen in de toekomst communiceren? Het apparaat ziet eruit als een iPad met een hoofd en armen en kan reageren op menselijke emoties. Pepper moet het wereldwijde handelsmerk van Softbank worden.

    In Japan zijn al tienduizend exemplaren van de robot in gebruik, in Softbankfilialen of banken schudden ze klanten de hand of wijzen hem de weg [ook in Nederland wordt met Pepper geëxperimenteerd, onder andere in Rotterdam, waar hij Peppert heet]. Son steekt veel tijd in het bewaken van de ontwikkeling van de kunstmens, zegt Kenichi Yoshida, de baas van de roboticadochter van Softbank.

    Pepper werd oorspronkelijk ontwikkeld door de Franse firma Aldebaran, waarin Softbank in 2012 een meerderheidsaandeel verwierf. Son heeft Peppers lichte kleur bepaald, bericht Yoshida. Ook het hoge stemgeluid zou Son hebben uitgekozen.

    Voor Son is Pepper geen spelletje. Als de robot wereldwijd in miljoenen bedrijven en huishoudens actief was, zou hij waardevolle data van bedrijfsvoering en huishoudens kunnen verzamelen, want die worden continu naar de cloud verzonden en daar opgeslagen.

    Ongetwijfeld streven ook Amerikaanse giganten als Google & co naar wereldwijde heerschappij over de data – waarin ze vaak veel verder zijn dan Softbank. Dat geldt zelfs voor India, een van de laatste grote groeimarkten: al in 2014 verkondigde Son dat hij tot 2024 tien miljard dollar zou investeren, vooral in de onlinehandel. Maar tegenover marktleider Amazon heeft hij ook daar nauwelijks uitzicht op de zege.

    Even moeizaam verloopt het voor Son op de belangrijke Amerikaanse markt. De dochteronderneming Sprint, die hij voor 22 miljard dollar kocht, verliest klanten en schrijft rode cijfers. Als het Son niet lukt om Sprint door nog meer bedrijfsovernames om te bouwen tot een telecomreus, dan moet hij het bedrijf misschien wel weer verkopen.
    Ook daarom dong hij als een van de eersten naar de gunsten van Donald Trump. ‘De Verenigde Staten zullen weer groot worden,’ zei hij na de ontmoeting in New York.
    Daarmee zou hij in eerste instantie zijn eigen zaken daar wel eens bedoeld kunnen hebben.

    Auteur: Wieland Wagner
    Vertaler: Piet Meeuse

    Der Spiegel
    Duitsland | weekblad | oplage 976.000

    Een belangrijk onderzoekstijdschrift, opgericht in 1947 en uiterst onafhankelijk, dat verscheidene politieke schandalen aan het licht heeft gebracht.

  • Waarom China geen droompartner is voor Europa

    Waarom China geen droompartner is voor Europa

    Sinds de verkiezing van Donald Trump schuift China zichzelf naar voren als alternatieve partner voor Europa. Maar op de Chinezen valt heel wat aan te merken, betoogt Steffen Wurzel.

    Bij zijn bezoeken aan Berlijn en Brussel verkocht de Chinese premier Li Keqiang zijn land als nieuwe droompartner voor Europa. Vrijhandel, globalisering, klimaatbescherming: waar de Amerikaanse president Donald Trump het laat afweten, presenteert China zich als voorvechter.

    Maar zo simpel is het niet.

    1. Klimaatbescherming

    De afgelopen jaren heeft China zijn achterstand ingelopen en heeft het grootscheeps geïnvesteerd in hernieuwbare energiebronnen. Nergens op aarde draaien meer windmolens, worden meer zonnepanelen gefabriceerd en meer elektrische auto’s verkocht dan in China. Maar nog altijd stoot het land de meeste CO2 uit en verbruikt het de meeste kolen ter wereld.

    De stroom voor elektrische auto’s produceren de Chinezen vooral in smerige kolencentrales. Energie-efficiëntie kent het land zo goed als niet. En vanwege het vaak verouderde elektriciteitsnet draaien veel van de uiterst geavanceerde windkrachtinstallaties in het noorden en het westen van het land volkomen zinloos omdat de opgewekte stroom niet kan worden afgevoerd.

    In China gelden deze waarden uitsluitend “binnen Chinese kaders”, wat gewoon betekent dat ze niet bestaan

    2. Economie

    Al over enkele jaren zal China de grootste economie ter wereld zijn. Om dat doel te bereiken gaat het land vaak nietsontziend te werk. Het protectionisme is de afgelopen jaren alsmaar toegenomen. Begin deze maand heeft de Europese Handelskamer in Beijng weer eens geklaagd dat veel buitenlandse ondernemingen zich ten opzichte van Chinese bedrijven steeds vaker onrechtvaardig behandeld voelen. En hieraan lijkt vooralsnog geen eind te komen.

    Met hun ambitieuze Made in China 2025-programma zal het regime in Beijing de reusachtige staatsondernemingen nog eens van vele miljarden subsidies voorzien. Tegenover zulk financieel geweld maken buitenlandse bedrijven geen enkele kans.

    Chinese politici benadrukken graag in mooie bewoordingen de win-winsituatie van een nauwe samenwerking tussen Europeanen en Chinezen. Daar mag veel van waar zijn, maar de Europeanen moeten wel oppassen dat deze win-winsituatie niet slechts ten gunste van één kant uitvalt, naar het motto: win-win wil zeggen dat de Chinees tweemaal wint.

    3. Westerse waarden

    In de derde plaats is er in zijn algemeenheid nog de vraag of Europa in plaats van op de VS wel sterker op China moet inzetten. Ik wil zeker niet ontkennen dat een verdere toenadering tussen Europa en China goed is en belangrijk. Beide hebben elkaar nodig.

    Maar China heeft Europa vooral economisch nodig. Maatschappelijk gezien staan de Amerikanen – ondanks Trump – nog altijd veel dichter bij ons dan de Chinezen. En laten we hopen dat dit zo blijft. Vrijheid, democratie, medezeggenschap, rechtsstatelijkheid en individuele mensenrechten – deze grootse waarden zijn door ons Europeanen en Amerikanen moeizaam bevochten. In China gelden deze waarden uitsluitend ‘binnen Chinese kaders’, zoals de leiders in Beijing steeds weer eufemistisch benadrukken.

    Hetgeen gewoon betekent dat deze waarden, zoals wij die begrijpen, in China niet bestaan. En vermoedelijk wordt dit ook niet heel snel anders. Integendeel. De druk op alles wat naar vrijheid ademt, neemt in China verder toe. De perscensuur wordt alsmaar scherper. Sinds begin deze maand is een nieuwe cyberwet in werking getreden, waardoor de Chinese staat nog meedogenlozer controle kan uitoefenen op het internet. En op 5 juni werd de 28e verjaardag van het bloedig neergeslagen protest op het Tiananmenplein ook dit jaar weer doodgezwegen. Elke vorm van herdenking zou door de staat verhinderd zijn, zo nodig met geweld.

    Wie in China de nieuwe droompartner voor Europa meent te zien, is dus overduidelijk te snel met zijn conclusies.

    Steffen Wurzel is correspondent in Sjanghai voor de Duitse radiozender ARD. Hij doet verslag over China, Hongkong en Macau.

    Auteur: Steffen Wurzel
    Vertaler: Marten de Vries

    Openingsbeeld: Jean-Claude Juncker en de Chinese premier Li Keqiang. – © EC / Audiovisual

    Tagesschau
    Duitsland | Tagesschau.de

    Journaal van de ARD-omroepen dat wordt uitgezonden op Das Erste. De eerste uitzending was op 26 december 1952 te zien bij de NWDR (Nordwestdeutscher Rundfunk).