Tag: Donald trump

  • 9. Dossier: context

    9. Dossier: context

    Hongarije, Duitsland, Japan, Iran, Egypte en het klimaat.

    Hongarije – Een lach en een traan

    ‘Wat een fantastisch nieuws, de democratie leeft nog steeds!’ De Hongaarse premier Orban verheugde zich op Facebook over de verkiezing van Trump, die hij als een van de weinigen ondersteunt. De Hongaarse media zijn zeer verdeeld. ‘Zijn we teruggekeerd tot de ware democratie, zoals Orban beweert?’ spot een columnist in het weekblad HVG, waarin hij zich bezorgd toont over de gevolgen van een alliantie tussen Trump en Poetin. ‘Is het in de VS of in Hongarije waar de regering alle constitutionele, rechterlijke en journalistieke tegenkrachten probeert af te stoppen?’

    Het conservatieve dagblad Magyar Hírlap wijst demonisering van de Amerikaanse miljardair van de hand. ‘Als je sommigen mocht geloven, zou de overwinning van Trump de aarde uit haar baan brengen. Maar wonderlijk genoeg is het einde der tijden nog niet aangebroken.’

    Duitsland – Druk op Merkel

    Is Angela Merkel voortaan de enige regeringsleider van de vrije wereld die garant staat voor de waarden van het Westen, zoals The New York Times schrijft? ‘Daar schuilt veel waars in’, beaamt het financiële tijdschrift WirtschaftsWoche. Het blad maakt zich niettemin zorgen over de mate waarin de kanselier is voorbereid op een gedestabiliseerde wereldorde.

    ‘Dit beroep op de kanselier komt voor Merkel op een weinig gelegen moment,’ benadrukt Die Zeit. ‘Europa laat haar in de steek, haar partij staat niet meer geheel achter haar, en het vertrouwen van de bevolking is geschokt.’ Toch hoopt het weekblad dat Merkel nog lang aan de macht blijft als ‘kanselier van de wereld’. Dit naar voorbeeld van Barack Obama, die tijdens zijn Europese afscheidstournee half november verklaarde: ‘Als ik Duitser was, zou ik aanhanger van Merkel zijn.’

    Smeltend noordpoolijs. – © NASA
    Smeltend noordpoolijs. – © NASA

    Het klimaat in zwaar weer

    Hoewel Trump ook op dit gebied lijkt bij te draaien 
– hij zegt nu ‘een open mind’ te hebben over het 
klimaatakkoord van Parijs – zien milieubeschermers het somber in.

    Donald Trump wil een muur laten bouwen om zijn landgoed in Schotland te beschermen tegen stormen en de stijging van de zeespiegel. ‘Is dat een teken dat hij toch wel gelooft in de effecten van de opwarming van de aarde?’ vraagt The Guardian zich ironisch af. Want de nieuwe Amerikaanse president is een geharnaste klimaatscepticus, zoals onder meer blijkt uit zijn uitlating op Twitter in 2012, waarin hij de opwarming van de aarde kwalificeerde als ‘een opvatting die door de Chinezen in het leven is geroepen om de concurrentiekracht van de Amerikaanse industrie schade te berokkenen’, schrijft Grist.

    En tijdens de verkiezingscampagne beloofde Trump dat de VS zich zouden terugtrekken uit het klimaatakkoord van Parijs – dat erop gericht is de hoeveelheid broeikasgas terug te dringen – en dat hij een einde zal maken aan het programma voor schone energie (Clean Power Plan) van Obama. Ook gaf hij groen licht voor de aanleg van de oliepijplijn Keystone XL tussen de VS en Canada, die door zijn voorganger was afgeblazen. ‘

    Hij zal daar niet voor terugschrikken, met het voorwendsel dat het moeilijke beslissingen zijn waaraan hij niet kan ontkomen, en hij wordt omringd door klimaatontkenners en lieden die belangen hebben in de sector van de fossiele brandstoffen die er wel voor zullen zorgen dat hij woord houdt,’ schrijft de klimaatbeschermer en journalist Bill McKibben in The Washington Post.

    Het geld van de NASA voor de observatie van de planeet zou kunnen worden overgeheveld naar projecten om mensen naar de maan en verder te sturen

    Aan het hoofd van een groepje mensen dat belast is met het overnemen van het agentschap voor milieubescherming EPA, benoemde Trump Myron Ebell, die voordien de Cooler Heads Coalition leidde, een organisatie die het als haar opdracht ziet ‘de mythe van de opwarming van de aarde te ontzenuwen’.

    Het geld van de NASA voor de observatie van de planeet zou kunnen worden overgeheveld naar projecten om mensen naar de maan en verder te sturen, meent The Telegraph te weten.

    En zelfs als de Amerikaanse terugtrekking niet de dood van het akkoord van Parijs zou betekenen, kan ook het niet bijdragen van 800 miljoen dollar aan de steun voor arme landen bij het nemen van milieumaatregelen een ijskoude douche betekenen. ‘Zonder deze financiële aansporing zullen weinig landen geneigd zijn hun beloften te houden’, voorziet het blad Science.

    Michael Oppenheimer, hoogleraar in de aardwetenschappen, zegt in het wetenschapstijdschrift dat ‘het belangrijkste wat wetenschappers nu te doen staat is een middel vinden om Trump te overtuigen van hun dringende zorgen op het gebied van de klimaatverandering’.

    Iran – En het nucleair akkoord

    De Iraanse krant Jahan-e Sanat wil de lezer geruststellen met de uitleg dat het nucleair akkoord uit 2015 is vastgelegd in een resolutie van de Veiligheidsraad van de VN en dat zodra daaraan gemorreld wordt ‘de Europese landen en het Amerikaanse bedrijfsleven zich daar tegen zullen verzetten, hetgeen de VS duur zal komen te staan’.

    Langs dezelfde lijn mikt ook de regeringskrant Iran op druk vanuit Europa op Trump. ‘De Europese Unie wil, gezien de belangen in Iran, absoluut niet worden getroffen als Washington ooit zou besluiten het akkoord met voeten te treden. Europa blijft volhouden dat het op losse schroeven zetten van het akkoord Washington op het internationale vlak in een isolement zal brengen.’

    En zoals vele Iraniërs ook doen trekt de krant Vaghaye-e Etefaghiyeh een vergelijking tussen de aanstaande Amerikaanse president en de ultraconservatieve Mahmoud Ahmadinejad, de Iraanse oud-president (2005-2013), die internationale verdragen als ‘stukjes papier’ zag. ‘Ahmadinejad heeft geen internationale verdragen kunnen verscheuren, en Trump zal dat ook niet lukken.’

    Vrijwel geen positieve uitwerking

    Een ander geluid laat Kayan horen: de ultraconservatieve krant richt zijn aanvallen op de hervormers in Iran en de gematigde president Hassan Rohani, die het nucleair akkoord beschouwt als een ware prestatie. ‘De directeur van de Iraanse centrale bank heeft toegegeven dat het akkoord vrijwel geen enkele positieve uitwerking heeft op Iran en geeft toe dat de sancties [tegen Iran] alleen op papier zijn opgeheven. Dus als Donald Trump het akkoord, dat alleen maar schade heeft veroorzaakt, verscheurt, wat willen we dan nog meer?’ vraagt Kayan zich af. ‘Laten we hopen dat Trump het Iraanse volk van deze absolute ondeugd bevrijdt!’

    In tegenstelling tot andere bladen vergelijkt Kayan Donald Trump niet met ex-president Ahmadinejad, maar met de huidige president Rohani. ‘Rohani beloofde dat het nucleair akkoord alle economische problemen zou oplossen, is dat geen populisme? Dus al die bezorgdheid van de hervormers over de verkiezing van Trump kunnen niet serieus worden genomen.’

    Wint Shinzo Abe in elk geval?

    De Japanse premier Shinzo Abe was de eerste buitenlandse regeringsleider die op 17 november een ontmoeting had met de aanstaande Amerikaanse president. ‘De gedachtewisseling was heel vriendschappelijk’, meldden de Japanse media. Als de Amerikaanse aanwezigheid in Azië wordt gehandhaafd, zal dat bijdragen aan de stabiliteit in de regio. Maar als Trump besluit de Amerikaanse troepen terug te trekken, zou dat kunnen bijdragen aan de ambities van de regering-Abe, die ijvert voor de terugkeer van ‘een sterk Japan’ op het internationale toneel.

    sisi

    Sissi is opgelucht

    De Egyptische president Abdel Fattah al-Sissi was de eerste regeringsleider die de telefoon pakte om Donald Trump ‘zijn oprechte gelukwensen aan te bieden’, schrijft L’Orient-Le Jour. ‘Sissi had al blijk gegeven van zijn vertrouwen met de woorden: “Ik twijfel er niet aan dat Trump een sterke leider wordt.” Waarop de Republikeinse kandidaat zou hebben geantwoord: “Sissi is een fantastische kerel.” Terwijl Hillary Clinton er bij Sissi op aandrong de mensenrechten te respecteren, riep Trump op tot marteling van terroristen en het aanpakken van hun familie – in overeenstemming met de praktijk in Caïro.’

    De Egyptische media die tegen de macht aanschurken, waren dus blij met de overwinning van Trump. De zender Al Nahar verklaarde zelfs dat Trump Sissi tot voorbeeld heeft genomen bij de bestrijding van het terrorisme. De zender Selda Elbalad drukte al de vrees uit voor een aanslag op Trump en voorspelde dat het eerste besluit van de nieuwe president zou zijn Obama en Clinton in de gevangenis te doen belanden.

    Zelfs de ‘oppositiepers’ verheugt zich. In Al-Masry Al-Youm verklaarde Margaret Azar, lid van het comité voor de mensenrechten van het Egyptische parlement, dat ‘Trump een radicale breuk vertegenwoordigt met de clan Obama-Clinton, die steun heeft gegeven aan de islamisten’.

    Vertaling: Lambiek Berends

    Beeld bovenaan: Trumpaanhangers Tabitha en Anthony Palmer in Johnstown, Pennsylvania. – © Getty Images

  • 2. Een EU-leger, serieus?

    2. Een EU-leger, serieus?

    Nu de VS een isolationistische koers dreigen te gaan varen, gaan er weer stemmen op voor een Europees leger. Een lachertje, oordeelt de Frankfurter Allgemeine.

    Al sinds lange tijd zijn er tal van goede redenen waarom de EU een grotere rol in de wereldpolitiek zou moeten spelen, zoals de opkomst van landen als China, het Russische revisionisme en de vele crises in de Arabische wereld en Afrika. Al deze ontwikkelingen schreeuwen haast om een gemeenschappelijke Europese reactie, want geen enkel EU-lid is sterk genoeg om ook maar in een van die gevallen zijn belangen zonder hulp te verdedigen.

    Daarbij komt inmiddels nog de verkiezingsoverwinning van een verklaard voorstander van afschermingspolitiek in de Verenigde Staten. Obama was al begonnen met een strategische terugtocht van de te groot gegroeide wereldmacht, maar hij beperkte zich tot Irak en Afghanistan. Hoewel nog lang niet duidelijk is hoe Trumps buitenlandpolitiek er precies uit gaat zien, is de reële kans aanwezig dat Amerika in de toekomst op veel plaatsen zal wegvallen als garantie van westerse zekerheid en westerse invloed. Dat geldt niet in de laatste plaats voor Europa.

    De voorwaarde voor een EU-leger is een Europese regering

    Is dat genoeg reden om grote stappen te zetten met de gemeenschappelijke defensiepolitiek van de EU, die tot nog toe bescheiden vormen aanneemt? Waarschijnlijk niet. De voorstellen daarover die momenteel in Brussel worden besproken, kunnen zeker niet worden beschouwd als de grondslag van een supermacht, ook al wordt daar door sommigen over gebazeld. Met een verbeterde planning van missies of een beetje meer samenwerking op het gebied van bewapening zijn de EU-landen nog lang niet in staat om de twee essentiële taken over te nemen die de Verenigde Staten momenteel via de NAVO uitvoeren: het leiden van ambitieuze operaties, en de bescherming van het NAVO-gebied.

    Poolse soldaten bij een NAVO-oefening in Polen. – © Reuters
    Poolse soldaten bij een NAVO-oefening in Polen. – © Reuters

    Voor beide hebben de Europeanen een veel omvangrijkere conventionele macht nodig en voor het afschrikken van Rusland bovendien een nucleair arsenaal, dat veel verder zou moeten gaan dan wat de Britten en Fransen te bieden hebben. En op een Britse bijdrage kan om bekende redenen toch al niet lang meer worden gerekend.

    Een Europees leger, waarvoor nu in Duitsland weer wordt gepleit, is echter niet alleen om materiële redenen een illusie. Als zo’n leger inzetbaar moet zijn en serieus genomen wil worden, dan zou het niet onder het vetorecht van 28, binnenkort 27 regeringen mogen vallen. De voorwaarde voor een EU-leger is een Europese regering. En daartoe zal zelfs Trump de Europeanen niet kunnen bewegen.

    Auteur: Nikolas Busse
    Vertaler: Pieter Streutker

    Frankfurter Allgemeine Zeitung
    Duitsland | dagblad | oplage 382.000

    Een van de belangrijkste kranten van Duitsland. Hoewel politiek onafhankelijk, wordt de FAZ over het algemeen een gematigd conservatief profiel toegedicht.

  • ‘Erdogan en Trump komen 
er wel uit’

    ‘Erdogan en Trump komen 
er wel uit’

    Volgens Ekim Alptekin, voorzitter van de Turks-Amerikaanse Kamer van Koophandel, zal Donald Trump Turkije steunen tegen de Koerden.

    U hebt gezegd dat u de Turks-Amerikaanse betrekkingen liever met Donald Trump onderhoudt. Waarom?

    ‘Ik heb in de Turks-Amerikaanse gemeenschap campagne gevoerd voor Donald Trump omdat ik ervan overtuigd ben dat hij nuttiger zal zijn om de banden tussen onze twee landen te versterken. De Turks-Amerikaanse relatie berust op politieke en militaire samenwerking. Maar de regering-Obama heeft zich tegen de acties gekeerd die wij voor Syrië hebben voorgesteld, zoals het instellen van een “no-flyzone” om bombardementen door het Syrische leger te voorkomen.’

    Maar dat wil nog niet zeggen dat de betrekkingen tussen Turkije en de Verenigde Staten beter zullen zijn met Trump.

    ‘Als die niet goed zijn, dan komt dat omdat wij het niet eens zijn met bepaalde beleidslijnen van Obama, zoals zijn strategie in Syrië, zijn onvermogen om de betekenis van de staatsgreep van 15 juli snel te onderkennen of zijn gebrek aan bereidwilligheid om de dossiers over de leden van Fetö, de organisatie van Fethullah Gülen, te laten onderzoeken. Bij Trump bespeuren we de wil om de zaken anders aan te pakken. Hij heeft de Turkse regering gefeliciteerd met de manier waarop ze op de staatsgreep heeft gereageerd.’

    Qua stijl en visie zien we overeenkomsten met Trump

    Trump wil IS vernietigen en een isolationistisch beleid voeren ten aanzien van het Midden-Oosten. Zijn de belangen van Turkije daarmee gediend?

    ‘Trump was ontegenzeglijk de meest isolationistische kandidaat. Maar het buitenlandbeleid van Obama, dat uit handelen in de coulissen bestaat, heeft rampzalige gevolgen gehad voor de regio. Hillary Clinton is veel oorlogszuchtiger. Maar ze vergissen zich allebei. Wat nodig is, is een Amerikaanse regering die naar haar bondgenoten luistert. De woede van tachtig miljoen Turken uitlokken vanwege een tactische kwestie in een gebiedje in Syrië dat bezet wordt gehouden door twintigduizend leden van de PYD [Democratische Unie Partij], de Koerdische rebellenbeweging, dient geen enkel doel.’

    Als de vernietiging van IS een prioriteit is, daar zijn de Koerdische Syriërs al volop mee bezig. Zou Trump zijn steun aan hen kunnen intrekken?

    ‘De militaire macht van de PYD is niet te vergelijken met die van Turkije. Ik denk dat de regering-Trump er geen seconde aan zal twijfelen dat de twintigduizend manschappen van de PYD niet tegen het Turkse leger zijn opgewassen.’

    Verwacht u samenwerking in het gebied?

    ‘Zonder aanwezigheid van Amerikaanse soldaten.’

    Het Vrije Syrische Leger bij Aleppo. – © Getty
    Het Vrije Syrische Leger bij Aleppo. – © Getty

    De regering-Trump zal de samenwerking met Rusland waarschijnlijk willen verbeteren. Dat zou ertoe kunnen leiden dat Assad aan de macht blijft, wat tegen de zin van Turkije is.

    ‘Dat zal ook tegen de zin van de Verenigde Staten zijn, omdat hun beleid altijd gericht is geweest op een Syrië zonder Assad. Maar we moeten reëel blijven. Als je de driehoek VS-Rusland-Turkije beziet en de huidige en toekomstige leiders in overweging neemt, lijken de perspectieven me vruchtbaarder dan in het geval van een driehoek Clinton-Poetin-Erdogan. Qua stijl en visie zien we overeenkomsten met Trump.’

    Dus het isolationisme van Trump zal niet per se slecht zijn voor Turkije?

    ‘Ik geloof niet dat Trump zich uit het Midden-Oosten zal terugtrekken. Hij zal de feiten onderzoeken en, in samenwerking met zijn partners ter plaatse, alles doen wat nodig is. De regering-Trump zal zich niet aan een grootscheepse militaire interventie wagen, maar de Verenigde Staten zullen militair betrokken blijven, in elk geval totdat IS geneutraliseerd is, en ik denk niet dat ze zware wapens aan de PYD zullen blijven leveren.’

    Wat zijn volgens u de overeenkomsten tussen Trump en Erdogan? In hoeverre zullen die de communicatie tussen de twee bevorderen?

    ‘Het simpele feit dat Trump Clinton niet is zal voor een betere dynamiek zorgen. Erdogan en Trump hebben de gevestigde orde verslagen. Ze hebben de status quo opgeblazen. Ze hebben zich allebei omhooggewerkt.’

    Die overeenkomsten kunnen een voordeel zijn, maar ook een probleem, als het misgaat. Ze hebben allebei een sterk karakter.

    ‘Ik denk dat ze intelligent genoeg zijn om daaroverheen te stappen. Twee leiders met een sterk karakter brengen risico’s met zich mee, maar ik heb liever twee presidenten die felle en authentieke discussies voeren dan mensen die tegen je glimlachen maar waar je niets mee opschiet.’

    En het antimoslimdiscours van Trump?

    ‘De grootste fout die Trump in zijn campagne heeft gemaakt is dat hij de moslims tegen zich in het harnas heeft gejaagd met voorstellen die hij niet meende. Hij heeft zijn excuses aangeboden voor zijn opmerking dat hij geen moslims meer in de Verenigde Staten zou toelaten. Dat was overdreven. Trump is niet tegen moslims, maar tegen de radicale islam. Ik geloof niet dat hij veel van de islam afweet, en een van de mensen die hij over dit onderwerp zal raadplegen, zal Erdogan zijn.’

  • 5. Goed nieuws 
voor Netanyahu

    5. Goed nieuws 
voor Netanyahu

    Trump zal Assad laten zegevieren in Syrië en het akkoord met Iran niet intrekken, maar hij zal de Israëlische regering volledig de vrije hand geven tegen de Palestijnen.

    De Donald Trump van na zijn overwinning is een andere dan die tijdens zijn verkiezingscampagne. Dat is misschien een hoopvol teken. Begint de ongeremde en provocerende charlatan te beseffen hoe diep de kloof is tussen zijn manier van stemmen trekken en de dagelijkse werkelijkheid in de Verenigde Staten? Anders dan Hillary Clinton begreep Trump dat je om stemmen te winnen moet intimideren, kwetsen en haatzaaien.

    Laten we wel wezen, zijn taalgebruik is ook in Israël een bekend fenomeen en jaagt Israëlische kiezers als doodsbange kinderen in de armen van de volwassene die belooft hen te beschermen. Maar nu het op regeren aankomt zal Trump met een programma moeten komen dat aanvaardbaar is voor de Amerikanen en de rest van de wereld.

    Zware tol

    Juist op het gebied van de buitenlandse betrekkingen begint het Donald Trump langzamerhand te dagen dat de meeste internationale leiders hem als een onvoorspelbare en instabiele figuur beschouwen en vrezen dat hij een onverstandig en onverantwoordelijk internationaal beleid zal voeren. Natuurlijk, hij heeft verklaard dat hij internationale verdragen zal respecteren, maar kleinschaliger overeenkomsten niet per se. Hij heeft ook gezegd dat het internationale beleid van zijn toekomstige regering eerder zal zijn gebaseerd op ‘transacties’ die de Amerikaanse belangen dienen dan op ideologische motieven, zoals bij Obama het geval was. Ook zal in het Amerikaanse internationale beleid minder oog zijn voor democratie en mensenrechten op de wereld.

    De zware tol voor de omslag in het Amerikaanse internationale beleid zal worden betaald door Oekraïne en de Syrische rebellen. Niet alleen zullen Trump en de Russen het op een akkoordje gooien om samen tegen IS te strijden, Trump zal Rusland ook toestaan om Bashar al-Assad te helpen de oorlog te winnen. Dat betekent dat de extremistische sjiitische as die geleid wordt door Iran, met hulp en bescherming van Rusland, zijn strategische greep zal versterken op het Midden-Oosten in het algemeen en op wat men de ‘sjiitische boog’ noemt in het bijzonder. Zo’n koersverandering is bijzonder slecht nieuws voor Israël en voor de Arabische Golfstaten, die Hillary Clinton hebben gesteund.

    Wij, Israëliërs, zullen er goed aan doen te bedenken dat een impasse in het vredesproces kan leiden tot het weer oplaaien van het geweld in de Israëlisch-Palestijnse arena

    Wat Iran betreft, het is onwaarschijnlijk dat Trump het door de regering-Obama getekende nucleaire akkoord zal opzeggen. Maar was opzegging van dat akkoord niet een van zijn belangrijkste verkiezingsbeloftes? Zeker, alleen kan een Amerikaanse president niet zomaar een akkoord herroepen dat is geratificeerd door het Congres, vooral niet als dat Congres in meerderheid Republikeins was.

    Wel is het mogelijk dat Trump de eisen van Israël inwilligt om het toezicht op en de spionage in Iran te versterken en op elke schending van het akkoord te reageren met zware sancties. Ook zal de nieuwe president verzoeken van Israël om wapenleveranties genereus tegemoet treden, zodat het Israëlische leger met volle kracht kan reageren als Iran toch een kernbom zou produceren.

    Netanyahu (r.) en Trump tijdens een ontmoeting in New York in september 2015. – © Reuters
    Netanyahu (r.) en Trump tijdens een ontmoeting in New York in september 2015. – © Reuters

    Wat het Israëlisch-Palestijnse conflict betreft, de formule van twee staten voor twee volkeren zal voor lange tijd in de ijskast worden gezet. Trump zal waarschijnlijk niet proberen de vredesonderhandelingen weer op te starten of de twee partijen een oplossing op te leggen, laat staan een oplossing die voornamelijk op Israëlische concessies is gebaseerd. Waarschijnlijker is dat de osmose tussen de huidige Israëlische regering en de regering-Trump in Washington tot een definitieve blokkade van de onderhandelingen met de Palestijnen zal leiden, wat een breuk betekent met de initiatieven die de laatste Amerikaanse presidenten successievelijk ten aanzien van deze kwestie hebben ondernomen. Wij, Israëliërs, zullen er goed aan doen te bedenken dat een impasse in het vredesproces kan leiden tot het weer oplaaien van het geweld in de Israëlisch-Palestijnse arena, oftewel een bloedbad waarop we ons van nu af aan zullen moeten voorbereiden.

    Na deze historische verkiezing waardoor een onvoorspelbare persoonlijkheid de 45ste president van de Verenigde Staten is geworden, zullen de Israëliërs behoedzaam te werk moeten gaan en hun blik moeten verruimen.

    Auteur: Ron Ben-Yishaï
    Vertaler: Peter Bergsma

    CONTEXT: Kaarten herschud

    ‘Het Midden-Oosten bereidt zich voor op de komst van een Amerikaanse president die vastbesloten lijkt het machtsevenwicht in de regio op radicale wijze te reorganiseren’, schrijft The Washington Post. Als men zijn – vaak tegenstrijdige – verklaringen mag geloven, is Trump voorstander van ‘een herschikking van de bestaande orde in het Midden-Oosten ten gunste van Rusland en ten koste van Iran, en tot voordeel van de Golfstaten en Turkije’.

    Sommige van zijn doeleinden vormen een duidelijke breuk met de politiek die Obama voerde. ‘Met name zijn voornemen om terug te komen op het nucleair akkoord met Iran (…), elke steun aan de Syrische rebellen op te schorten en zich te scharen aan de kant van Assad.’

    Volgens een waarnemer zal het bestrijden van IS een van Trumps prioriteiten zijn. ‘Voor de autocratische heersers in de regio is het aantreden van Trump goed nieuws.’

    CONTEXT: Liefst alles bij het oude

    ‘De Palestijnse Autoriteit verwacht niet dat Trump druk zal uitoefenen op Israël om een einde te maken aan de uitbreiding van de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever’, schrijft de Israëlische krant Haaretz. ‘De Palestijnen hopen dat de nieuwe president niet al te zeer zal afwijken van de Amerikaanse buitenlandse politiek van de afgelopen decennia. […] Een van de uitgangspunten is de handhaving van de Israëlische bezetting, gekoppeld aan maatregelen om het autonome Palestijnse bewind te laten voortbestaan, zoals financiële steun aan de Palestijnse Autoriteit. […] Nu de hoop op een vreedzaam naast elkaar bestaan van de twee staten langzaam uit het zicht raakt, richt het officiële Palestina zich alleen nog op de korte termijn: het bewind wil zijn internationale aanzien niet kwijtraken, evenmin als de voordelen die dat biedt aan zijn ambtenaren en diplomaten.’

    Yediot Aharonot
    Israël | dagblad | oplage 300.000

    Jarenlang de grootste krant van Israël. Neigt naar positieve berichtgeving en is over het algemeen zeer kritisch ten opzichte van Netanyahu.

  • 4. Groot-Brittannië als bruggenhoofd

    4. Groot-Brittannië als bruggenhoofd

    Volgens The Sunday Times is Groot-Brittannië na de Brexit en de overwinning van Trump de ideale kandidaat om een verbindende rol te spelen tussen Amerika en Europa.

    De uitverkiezing van Donald Trump gaat tegen alle bekende patronen in en het is geen wonder dat de wereld zich nu afvraagt wat het volgende is dat we uit Washington kunnen verwachten. Trumps overwinning was voor Amerikaanse-verkiezingenwatchers nog geen ‘Dewey verslaat Truman’-moment, maar het scheelde niet veel [de foutieve kop ‘Dewey verslaat Truman’ verscheen op 3 november 1948 op de voorpagina van de Chicago Daily Tribune, het was Truman die verrassend de verkiezingen gewonnen had]. De peilingbureaus, die vaak zeer geavanceerde methodes gebruiken, hadden een duidelijke overwinning voor Hillary Clinton verwacht.

    De deskundigen zaten er dus naast met de verkiezingsuitslag, en nu is de kans groot dat ze die ook nog verkeerd interpreteren. Het is belangrijk dat de overwinning van Trump niet wordt gezien als het begin van het einde van de vrijhandel, open markten en globalisering, net zo min als de stem voor de Brexit op 23 juni dat was. Volgens sommigen verkeert de liberale wereldorde nu in het grootste gevaar sinds de jaren dertig van de vorige eeuw. Dit klinkt mooi dramatisch, maar het is een onjuiste opvatting van de politieke gebeurtenissen van 2016.

    De Britse premier Theresa May kan op goede wil uit Washington rekenen. – © Reuters
    De Britse premier Theresa May kan op goede wil uit Washington rekenen. – © Reuters

    We moeten niet vergeten dat deze presidentsverkiezingen tussen twee kandidaten gingen die geen van beiden aantrekkelijk werden gevonden – Trump was voor genoeg mensen het beste van twee kwaden.

    Trump heeft gewonnen omdat hij, anders dan Clinton, direct tot de Amerikaanse arbeidersklasse sprak, die te lang door de politieke elite is genegeerd. ‘Make America great again’ was een even krachtige leus als ‘Taking back control’ voor de ‘vertrek’-campagne in Groot-Brittannië. De kiezers in de Rust Belt die op Trump hebben gestemd, verwachtten niet dat hij de verouderde staalfabrieken en gesloten kolenmijnen weer zal openen, maar zagen in Trump iemand die hun pijn verwoordde.

    Maar zelfs daar ligt het plaatje genuanceerder. Trump wist kiezers met een laag inkomen aan zijn kant te krijgen, maar de meerderheid daarvan steunde Clinton. De Democraten verliezen het contact met hun traditionele machtsbasis in de arbeidersklasse, maar ze zijn die niet kwijtgeraakt. En de verkiezingsuitslag was ook niet per se een protest tegen stagnerende inkomens.

    Trump mag dan veel over Europa te leren hebben, Europa voelt er andersom kennelijk niets voor iets te leren van Trumps overwinning en van de Brexit-uitslag

    Wat de globalisering betreft heeft de Amerikaanse verkiezingsuitslag ons geleerd dat mensen ervan overtuigd moeten zijn dat de open markten in hun voordeel zijn en niet alleen in dat van grote bedrijven, en dat mensen niet houden van de open grenzen en ongebreidelde immigratie waarmee globalisering gepaard gaat. Politici die dat gegeven negeren, zoals Hillary Clinton, krijgen klappen.

    Dit is nergens zichtbaarder dan in de Europese reactie op de overwinning van Trump. Europese Commissie-voorzitter Jean-Claude Juncker sloeg zoals altijd de verkeerde toon aan. ‘We moeten de nieuwe president leren wat Europa is en hoe het werkt,’ zei hij, en hij voorspelde dat er twee jaar verloren zullen gaan terwijl Trump ‘op rondreis is door een wereld die hij niet kent’. Angela Merkel, die met haar ‘open-deurimmigratiebeleid een van de ergste vergissingen uit de recente geschiedenis heeft begaan (bijna even erg als haar weigering om David Cameron tegemoet te komen op het punt van immigratie), zei dat ze alleen met Trump wil samenwerken op basis van ‘de waarden van democratie, vrijheid en respect voor de wet en de waardigheid van alle mensen, ongeacht afkomst, huidkleur, religie, sekse, seksuele geaardheid of politieke overtuiging’.

    Trump mag dan veel over Europa te leren hebben, Europa voelt er andersom kennelijk niets voor iets te leren van Trumps overwinning en van de Brexit-uitslag. Misschien komt dat nog, binnenkort, bij de presidentsverkiezingen in Oostenrijk, het constitutioneel referendum in Italië en de parlementsverkiezingen volgend jaar in Frankrijk en Duitsland. Als een meerderheid dan zijn proteststem laat horen, is die niet noodzakelijkerwijs gericht tegen de globalisering, maar tegen politieke elites die de onvrede onder het volk negeren.

    Het juiste pad

    Hier kan Groot-Brittannië een rol spelen. Het is belangrijk onze banden met de VS te koesteren, zonder ze te overdrijven. Theresa May kan op enige goede wil uit Washington rekenen, als premier van een land dat voor een Brexit koos en Trump daarmee in zijn eigen verkiezingscampagne van inspiratie voorzag. Het is belangrijk te beseffen dat Groot-Brittannië wel de EU verlaat, maar niet Europa en dat het zijn rol als brug naar Amerika kan blijven vervullen.

    Die rol moet zijn om aan beide kanten te blijven hameren op de noodzaak van open markten en economische samenwerking. Misschien zal de regering-Trump wel voelen voor een handelsakkoord tussen Groot-Brittannië en Amerika, maar de effecten daarvan gaan verloren als de nieuwe president elders voor protectionisme kiest. Hij heeft iemand nodig die hem op het pad zet van antidumpingmaatregelen en het aanpakken van oneerlijke handelspraktijken, en niet op het pad van een algemene aanval op de vrijhandel.

    Even urgent is dat Trumps kennelijke gebrek aan enthousiasme voor de NAVO en zijn terechte klacht dat Europa daarin niet genoeg bijdraagt, een open uitnodiging zijn aan de oorlogszuchtige Vladimir Poetin. Slechts vier EU-landen, namelijk Groot-Brittannië, Polen, Griekenland en Estland besteden 2 procent of meer van hun bnp aan defensie. Dat moeten meer landen gaan doen, en het is aan Theresa May om deze landen dat duidelijk te maken.

    Misschien is dat wel de belangrijkste brug die er gebouwd moet worden. Onze relatie met de VS, speciaal of niet, kan de komende jaren weer behoorlijk belangrijk worden.

    Vertaler: Annemie de Vries

    The Sunday Times
    Zuid-Afrika | zondagskrant | oplage 504.000

    De populairste zondagskrant van Zuid-Afrika. Stond ooit als conservatief te boek, maar is in de afgelopen jaren een steeds liberalere koers gaan varen.

  • Alle ogen op het machtsmisbruik van Trump

    Alle ogen op het machtsmisbruik van Trump

    Volgens New Yorker -auteur George Packer is er maar één weg om het aangekondigde machtsmisbruik van Donald Trump het hoofd te bieden; een vanaf het fundament opnieuw opgebouwde Democratische Partij, die echt luistert en de vinger gaat leggen op het onafwendbare verraad van de president.

    Vier decennia geleden liet het Watergateschandaal zien hoe een president zijn macht op grote schaal kan misbruiken. Watergate maakte ook duidelijk dat een sterke democratie de ergste ziekte kan overwinnen die haar lichaam aantast. Toen Richard Nixon overheidsinstrumenten inzette om politieke tegenstanders uit te schakelen, financieel wanbeleid weg te moffelen en het publiek om de tuin te leiden over de Vietnamoorlog, kwam hij er bijna mee weg.

    Democratische instituties maakten een einde aan de reeks misdaden. Allereerst was er de pers, die vanaf de inbraak tot helemaal in het Oval Office boven op de zaak zat. Daarnaast waren er de rechtbanken, die de omvang van de criminaliteit aan het licht brachten en later een onpartijdig oordeel velden over Nixons bewering dat hij recht op geheimhouding genoot. En ten slotte was er het Congres, dat onthullende verhoren hield en waarvan de juridische commissie stemde voor afzetting van de president, met steun van beide partijen.

    Medewerkers van belangrijke organen in Nixons eigen regering bestreden de infectie van binnenuit, waaronder de FBI (met adjunct-directeur Mark Felt oftewel Deep Throat, de belangrijkste bron van The Washington Post). Geen van deze instituties had kunnen functioneren zonder de bezielende kracht van de publieke opinie. Binnen enkele maanden nadat de Amerikanen Nixon met de grootste marge uit de geschiedenis hadden herkozen, waren ze het erover eens dat hij een schurk was die maar beter kon opkrassen.

    Alles wat machtsmisbruik mogelijk maakt staat klaar, en het zou snel kunnen gaan

    President Donald Trump moet elke kans krijgen om de belofte uit zijn campagne te breken dat hij als een autocraat zal regeren. Maar tot nu is nog niemand tot het ambt beroepen die zwoer dat hij het recht aan zijn laars zou lappen en zijn tegenstander in de gevangenis zou smijten. Trump heeft het temperament van een leider die geen onderscheid maakt tussen het publieke belang en zijn eigen verlangens en demonen. Als hij zich aan zijn woord houdt, zal hij de grondwet negeren door zowel immigranten als burgers een religieuze toets te laten afleggen. Hij zal zijn critici in de pers vervolgen, al dan niet op grond van laster. Hij zal zijn ondergeschikten dwingen het militaire recht te schenden door terrorismeverdachten te martelen en hun naaste familie te doden. Hij zal federale aanklagers, politie en zelfs – als het hem lukt – rechters gebruiken als instrument om zich te wreken en zijn ongenoegen te uiten.

    Alles wat machtsmisbruik mogelijk maakt staat klaar, en het zou snel kunnen gaan. Er zijn maar weinig controlemechanismen. Trumps partij heeft, anders dan die van Nixon, de wetgevende en de uitvoerende macht in handen, heeft twee derde van de gouverneurs en twee derde van het Senaat en het Huis van Afgevaardigden. Trumps adviseurs, onder wie Newt Gingrich, zweren dat ze ambtenarenbond op de korrel zullen nemen. Is die eenmaal kapotgemaakt, dan beschikt de president over de macht om met de bureaucratie te doen wat hij wil. Het Hooggerechtshof heeft binnenkort een conservatieve meerderheid. Hoewel sommige federale rechtbanken flagrante grondwettelijke schendingen zullen blokkeren, zou het Congres kunnen proberen onafhankelijk opererende rechters af te zetten en ze door getrouwen te vervangen.

    Twee naties

    Maar los van deze partijvoordelen werkt er iets op een dieper niveau in het voordeel van Trump, iets wat hij sluw tijdens zijn campagne heeft ingezien en gebruikt. De democratische instituties die Nixon verantwoordelijk hielden hebben sinds de jaren zeventig aan belang ingeboet: ze zijn van binnenuit door wanbeleid en moedeloosheid vermolmd en van buitenaf ondermijnd door publieke achterdocht. Eendrachtige samenwerking door de beide partijen in het Congres, in het belang van de publieke zaak, klinkt even ouderwets als antenne-tv. De pers wordt beschimpt, zit financieel aan de grond en maakt een geloofscrisis door als het gaat om de effectiviteit van feitenonderzoek. En de publieke opinie? Strikt genomen bestaat die niet meer. ‘We zijn inderdaad twee naties,’ schreef John Dos Passos in zijn ‘U.S.A.’-trilogie.

    De politieke partijen behoren eveneens tot de instituties die in verval zijn. Ook dat proces voelde Trump haarfijn aan en bespoedigde hij. Hij maakte achtereenvolgens een einde aan het establishment van de beide partijen en aan twee dynastieën. De Democratische partij wordt door de helft van het land gesteund, maar de kern is uitgehold. Hillary Clinton was de zesde Democratische presidentskandidaat in de afgelopen zeven verkiezingen die de stem van het volk kreeg. Tijdens het presidentschap van Barack Obama verloor de partij echter de beide kamers van het Congres, veertien gouverneurschappen en dertig wetgevende lichamen op staatsniveau, bij elkaar meer dan negenhonderd zetels. De partijleiders zijn allemaal boven de pensioengerechtigde leeftijd en ouder dan Obama, die heeft geregeerd als charismatisch, verlicht hoofd op een wegterend lichaam. Zagen de Democraten het niet aankomen? Meer nog dan de Republikeinen komen ze pas opdraven als ze geïnspireerd worden. De partij heeft persoonlijkheid en demografie de plaats laten innemen van een solide politieke organisatie.

    Op de lange termijn heeft de Democratische partij twee keuzes. Ze kan nog verder uiteenvallen tot ze verandert in zoiets als de Whigs uit de negentiende eeuw

    Een regelrecht obstakel voor Trump zijn senator Charles Schumer van New York en de andere zevenenveertig Democratische afgevaardigden. Tijdens Obama’s presidentschap pasten Republikeinse senatoren oude tactieken toe om dwars te liggen. Filibusters en interrupties werden standaardmethoden om budgetten te gijzelen en benoemingen tegen te houden. Democratische senatoren kunnen onderdelen van de Republikeinse plannen vertragen – maar niet torpederen – als ze de moed hebben zich te gedragen als hun nihilistische opponenten, waarmee ze deze institutie nog verder beschadigen voor winst op korte termijn. Het zou vuil speI zijn, maar het alternatief is telkens verliezen als gevolg van doorgestoken kaart.

    Op de lange termijn heeft de Democratische partij twee keuzes. Ze kan nog verder uiteenvallen tot ze verandert in zoiets als de Whigs uit de negentiende eeuw, de voorlopers van de Republikeinse partij. Of ze kan zichzelf vanaf haar fundament opnieuw opbouwen: niet elke vier jaar, maar permanent; niet met financiële steun van beroemdheden, maar in schoolcommissies en gemeenteraden; niet door nog meer virtuele eigen parochies te stichten, maar door weer met andere Amerikanen in gesprek te gaan en naar ze te luisteren, vooral diegenen die op Trump hebben gestemd omdat ze zich genegeerd en in de steek gelaten voelden. President Trump zal hen bijna zeker verraden. Het land heeft een oppositie nodig die daar de vinger op kan leggen.

    Auteur: George Packer
    Vertaler: Nico Groen

    George Packer is schrijver en redacteur van T_he New Yorker_. Hij werd in Nederland bekend met zijn boek De ontluistering van Amerika, (The Unwinding), dat de basis vormde voor de VPRO-serie Droomland Amerika, gepresenteerd door Eelco Bosch van Rosenthal. Packer kreeg voor zijn boek een National Book Award.

    The New Yorker
    Verenigde Staten | weekblad | oplage 1.043.000

    Hét New Yorkse tijdschrift, met als handelsmerk cartoons en geïllustreerde covers, parels van reportages, scherpe politieke analyses, fictie, essayistiek en rigoureuze factchecking.

  • Hillary Van der Bellen en Donald Hofer

    Hillary Van der Bellen en Donald Hofer

    De Oostenrijkse presidentsverkiezingen, die op 4 december middels een herstemming moeten worden beslist, vertonen grote overeenkomsten met de Amerikaanse, aldus de krant Die Presse.

    Hij kon het zonder Jay Z en J.Lo, zei Donald Trump aan het eind van de Amerikaanse verkiezingsstrijd. We do it the old fashioned way. Zoiets had ook Norbert Hofer kunnen zeggen.

    Want niet alleen Amerikaanse celebrity’s als rapper Jay Z of zangeres en actrice Jennifer Lopez zetten zich in voor Hillary Clinton, maar vrijwel het gehele establishment en vooral de artistieke elite. Voor Trump zat er weinig anders op dan zich te presenteren als kandidaat van het gewone volk. Zoals Norbert Hofer dat ook in Oostenrijk doet – of doen moet.

    Als er één parallel tussen deze beide verkiezingen bestaat, dan is het wel deze: aan de ene kant zijn er kandidaten (Hillary Clinton en Alexander van der Bellen) die door een brede coalitie van het maatschappelijke midden, maar ook van de maatschappelijke elites werden en worden gesteund. Aan de andere kant de buitenstaanders die geen grote namen achter zich hebben en in plaats daarvan verbonden zijn met het ‘gewone volk’.

    Deze bijna een jaar oude moeder aller verkiezingsstrijden heeft nogal wat gevergd van de kandidaten

    Een rol die Donald Trump en Norbert Hofer door de omstandigheden werd opgedrongen, maar ook door hen bewust gekozen werd. Want natuurlijk maken ook de miljardair Donald Trump en de derde voorzitter van de Oostenrijkse Nationalrat [de Tweede Kamer], Norbert Hofer, deel uit van het establishment van hun land. Maar niet van de wereldbeschouwelijke mainstream waartoe de meerderheid van opinievormers behoort, die er een soortgelijke culturele levensstijl, een soortgelijke politieke denkwijze op nahouden.

    De Weense wijk Leopoldstadt ligt zo gezien dichter bij het New Yorkse Williamsburg dan bij het in Burgenland gelegen stadje Pinkafeld [waar Hofer opgroeide]. Wat velen in Donald Trump aantrok was de respectloze manier waarop hij omging met (overtrokken) politieke correctheid en de vertegenwoordigers daarvan, die vaak aan bovenstaande karakterisering voldoen.

    Maar verder dan deze duidelijke polarisering willen we de vergelijking tussen de Verenigde Staten en Oostenrijk niet doortrekken. De Amerikaanse verkiezingen zijn beslist. De nieuwe ronde voor de Oostenrijkse presidentsverkiezingen staat voor de deur. Althans, daar heeft het alle schijn van. Want ook de recent naar buiten gekomen problemen – kieskaarten [om in het buitenland of per brief te kunnen stemmen] bleken met onjuiste paspoortnummers aangevraagd te kunnen worden – lijken niet zodanig dat ze opnieuw voor uitstel zouden kunnen zorgen.

    Desperate koers

    Dus zou het moeten lukken om op 4 december een nieuwe Oostenrijkse president te kiezen. Deze bijna een jaar oude moeder aller verkiezingsstrijden heeft nogal wat gevergd van de kandidaten. Alexander Van der Bellen, de intellectueel uit de stad, had heel wat uit te leggen toen de plattelandswortels werden opgerakeld die hij in zijn jonge jaren had achtergelaten in Tirol [hij was in de jaren zeventig lid geweest van de vrijmetselarij]. En Norbert Hofer moest de goedmoedige FPÖ-politicus spelen, wat hem bij de eerste verkiezingen in mei al niet goed af ging. Met zijn uitspraak ‘U zult nog opkijken van wat er allemaal kan’, heeft hij dat beeld zelf voorgoed verstoord. Norbert Hofer leek ineens gevaarlijker dan hij waarschijnlijk is.

    Het zal voor de FPÖ toch al moeilijk worden om nog eens – nu voor de derde keer – haar aanhangers te mobiliseren. Dan heeft Van der Bellen het met zijn brede coalitie die maar één doel kent – het voorkomen van een FPÖ-president – gemakkelijker.

    De koers die de FPÖ aan het eind van haar verkiezingscampagne voert, maakt dan ook een ietwat desperate indruk. Aan de ene kant probeert de partij haar kandidaat – die immers ook kiezers uit het midden nodig heeft om 50 procent van de stemmen plus 1 te krijgen – een respectabeler aanzien te geven door bezoeken aan het buitenland (zoals aan de Servische president Tomislav Nikolic) of het organiseren van symposia (zoals met Israëlische aanwezigheid ter herdenking van de novemberpogroms) [Kristallnacht, 9 november 1938]. Aan de andere kant gedraagt de partij zich dan weer als een olifant in een porseleinkast: met retoriek over een burgeroorlog of toespraken op manifestaties van radicaal rechts.

    Alexander van der Bellen doet vooral aan contrastwerking: een aardige vent, erudiet, geen scherpslijper. Motto: vooral geen fouten maken. Misschien kom je er daarmee ook.

    Auteur: Oliver Pink

    De kandidaten Hofer (l.) en Van der Bellen (r.) tijdens een recent verkiezingsdebat. – © HH
    De kandidaten Hofer (l.) en Van der Bellen (r.) tijdens een recent verkiezingsdebat. – © HH

    CONTEXT: Hofer dreigt niet langer met Öxit

    Zondag 4 december kunnen de 6,2 miljoen Oostenrijkse kiesgerechtigden voor de tweede maal dit jaar een nieuwe bondspresident kiezen.

    Dat deden zij in mei ook al eens, maar de uitslag van die verkiezing werd op 
1 juli door het Constitutionele Hof ongeldig verklaard omdat er van alles was misgegaan met het stemmen per post. De uitslag van die stemronde 
was nipt in het voordeel van de onafhankelijke kandidaat Alexander Van der Bellen (72), die 50,35 procent van de stemmen kreeg tegen de kandidaat van de ultrarechtse FPÖ, Norbert Hofer (45), die 49,65 procent behaalde.

    De verliezende partij tekende protest aan. Na onderzoek werden meer dan 40.000 per brief uitgebrachte stemmen ongeldig verklaard omdat óf de handtekening op het stembiljet ontbrak, óf de stem te vroeg op de post was gedaan, óf in een verkeerde envelop was verstuurd (er waren door het ministerie van Binnenlandse Zaken duizenden stembiljetten verstuurd 
zonder retourenvelop).

    Opmerkelijk is wel het verschil in toon tijdens de debatten. Die was in de eerste ronde buitengewoon onhoffelijk, maar Hofer probeert zich ditmaal salonfähig te gedragen

    Aanvankelijk was de datum voor de reprise op 2 oktober gesteld, maar dat bleek praktisch niet haalbaar. In de nieuwe peilingen ontlopen beide kandidaten elkaar weer niet veel. Sommige geven Hofer een lichte voorsprong, andere Van der Bellen. Opmerkelijk is wel het verschil in toon tijdens de debatten. Die was in de eerste ronde buitengewoon onhoffelijk, maar Hofer probeert zich ditmaal salonfähig te gedragen en heeft ook sommige standpunten gewijzigd. Zo bepleit hij ditmaal niet een onmiddellijke Öxit: ‘Het Europese project is bij lange na nog niet mislukt,’ luidde onlangs zijn verrassende uitspraak in een televisiedebat.

    Vertaler: Marten de Vries

    Die Presse
    Oostenrijk | dagblad | oplage 98.000

    Deze serieuze krant is opgericht in 1848 en richtte zich op industriëlen in de conservatief-christelijke hoek. Nog steeds noemt Die Presse zich ‘de krant van de elite’.

  • 3. Voorkom confrontatie in Syrië

    3. Voorkom confrontatie in Syrië

    De spanning tussen Rusland en de VS is gevaarlijk hoog opgelopen, schrijft de Russische politicoloog Fjodor Loekianov. Een militair treffen in het Syrische luchtruim moet koste wat kost worden vermeden.

    Begin september schreef ik dat Moskou en Washington terug waren gekeerd ‘naar het lang vervlogen tijdperk waarin de twee landen de belangrijkste kwesties van de internationale politiek onderling konden regelen’. Dat was ietwat overhaast en daarvoor vraag ik de lezers om vergiffenis. Het presidentschap van Obama is intussen ten einde, en de spanning tussen Rusland en de Amerikanen is dermate hoog opgelopen dat er God weet wat kan gebeuren. Ik hoopte vergeefs dat de Amerikaanse president aan het eind van zijn regeerperiode vrijelijk beslissingen zou kunnen nemen en zijn termijn graag met constructieve akkoorden zou willen besluiten.

    De crisis in Syrië had op zich de aanleiding kunnen zijn voor een voorbeeldige samenwerking, weliswaar niet uit onderlinge sympathie, maar wel vanuit het besef dat de twee landen zonder elkaar niets kunnen beginnen. In plaats daarvan bleek die tot een verkilling van de onderlinge relatie te leiden. Diplomatieke oplossingen hebben definitief plaatsgemaakt voor militaire logica. De wapens spreken en ondanks alle discussies van de laatste jaren over de terugkeer van de ‘geest van de Koude Oorlog’, waren we daar toch niet meer aan gewend. Al sinds begin jaren tachtig was in de politieke arena de tactiek van de ‘laatste waarschuwing’ niet meer zo overheersend. Ook zagen we al heel lang niet meer bedreigingen over en weer elke hoop op een diplomatieke oplossing overstemmen. Noch tijdens het Russisch-Georgische conflict in 2008, noch aan het begin van de crisis in Oekraïne was de situatie zo ernstig.

    Al met al doen de gebeurtenissen vermoeden dat het lot van de wereld opnieuw in handen ligt van de regeringen van de twee vroegere supermachten. De ‘dialoog’ wordt ook nu via de luidsprekers gevoerd, en geen van beide partijen is bereid om knopen te ontwarren of ze door te hakken.

    In een gespannen periode als deze vormen misverstanden een groter gevaar dan de aloude “bolsjewistische onbuigzaamheid”, omdat ze kunnen leiden tot verkeerde inschattingen en funeste beslissingen

    Hoe heeft het zover kunnen komen? Dat is een andere, bijzonder lastige vraag. Zeker is dat deze situatie al vóór de burgeroorlog in Syrië is ontstaan en helaas nog voort zal duren wanneer die ten einde is. De lijst met wederzijdse verwijten blijft maar groeien en beide partijen benadrukken dat hun geduld bijna op is. Diplomatieke taal wordt allang niet meer gebezigd, de omgangsvormen zijn ouderwets hard.

    Wat valt hiertegen te doen? Allereerst moeten de oorlogsretoriek en het wapengekletter ons geen angst inboezemen. Soms helpen die bij het vermijden van een directe confrontatie. In een gespannen periode als deze vormen misverstanden een groter gevaar dan de aloude ‘bolsjewistische onbuigzaamheid’, omdat ze kunnen leiden tot verkeerde inschattingen en funeste beslissingen. Toch is het zorgwekkend als militairen volledig de toon van officiële mededelingen bepalen. Hun taak is het om met proportionele middelen op militaire dreigingen te reageren. Maar bij een conflict tussen grootmachten (en dat zijn we bijna) gaat het om een ingewikkeld samenspel van omstandigheden en belangen, waarin een groot aantal factoren moet worden meegewogen.

    Nieuwe kwetsbaarheden

    In een wereld waarin de internationale relaties veranderd zijn ten opzichte van die van de Koude Oorlog, is dat des te sterker het geval. Er zijn nieuwe kwetsbaarheden ontstaan, op veel gebieden zijn we tot meer in staat dan vroeger, op andere juist minder. Het idee om weer een Russische legerbasis op Cuba te openen, hoe aantrekkelijk misschien ook, heeft bijvoorbeeld meer symbolische dan praktische waarde; de kosten ervan zouden niet opwegen tegen de baten. Waarschijnlijk zal geprobeerd worden om Rusland met sancties op de knieën te krijgen. Onder valse voorwendselen zullen de sancties harder en langduriger worden, totdat Rusland er wellicht onder bezwijkt, zoals dat ook tussen 2010 en 2015 met Iran gebeurde.

    Als rechtvaardiging daarvoor zullen ‘oorlogsmisdaden’ in Syrië genoemd worden, of door de staat ‘georkestreerde’ cyberaanvallen, evenals het mislukken van de akkoorden van Minsk [inzake de burgeroorlog in Oekraïne]. En dit zal nog maar het topje van de ijsberg zijn, de lijst wordt ongetwijfeld nog veel langer. Het is vooralsnog niet duidelijk of Europa de Verenigde Staten hierin zal volgen. De Europese Unie is verdeeld, zowel de lidstaten onderling als de bevolking binnen deze landen. De discussie die sinds kort in Duitsland wordt gevoerd, zal de verschillen tussen de lidstaten nog verder versterken. Misschien kan een besluit tot nieuwe sancties nog worden vermeden, maar de versoepeling die twee maanden geleden nog werd verwacht zal er niet gaan komen. Recente uitspraken van de Franse regering doen vermoeden dat we er niet op hoeven rekenen dat het beleid van Europa wezenlijk zal verschillen van dat van de Verenigde Staten.

    De eerste Russische luchtaanval boven Aleppo tegen ISIS en Al-Nusra Front, 16 augustus 2016. – © TASS  TASS via Getty Images
    De eerste Russische luchtaanval boven Aleppo tegen ISIS en Al-Nusra Front, 16 augustus 2016. – © TASS TASS via Getty Images

    Dit alles staat op korte termijn te gebeuren, zij het misschien niet onmiddellijk. Koste wat kost moet een directe militaire confrontatie tussen het Russische en Amerikaanse leger in het Syrische luchtruim worden vermeden. Ook moet worden onderzocht of met de huidige proxy war [oorlog bij volmacht, waarbij de grootmachten zelf niet tegen elkaar vechten] de beoogde doelen wel kunnen worden bereikt. Met andere woorden, hoever willen de Verenigde Staten en hun bondgenoten gaan om de Syrische oppositie te steunen? Een koude oorlog is vooral gevaarlijk in het beginstadium, wanneer de ‘rode lijnen’ nog niet vastliggen. Het is zorgelijk dat er opnieuw naar dit paradigma wordt gegrepen. Het belangrijkste is nu om te voorkomen dat de allerergste scenario’s bewaarheid worden.

    Auteur: Fjodor Loekianov
    Vertaler: Valentijn van Dijck

    Rossia v Globalnoj Politike
    Rusland | oplage onbekend

    Opgericht in november 2002 en bedoeld als tegenhanger van het prestigieuze Amerikaanse tijdschrift Foreign Affairs. ‘Rusland in de wereldpolitiek’ heeft de ambitie een internationaal erkend Russischtalig tijdschrift over internationale betrekkingen te zijn. Het werd opgericht door onder andere de Raad voor Defensiebeleid en Russische Veiligheid en het tijdschrift Izvestia.

    CONTEXT – Poetins ultimatum

    Het Russische parlement, de Doema, keurde op 16 oktober jl. het wetsontwerp goed waarin wordt voorzien in het stopzetten van de uitvoering van het akkoord met Washington over de verwerking van overschotten aan plutonium met een militaire bestemming. Dat is de manier waarop Vladimir Poetin zijn ‘breuk’ met de Amerikanen gestalte gaf, schrijft het blad Expert, dat dicht bij het Kremlin staat.

    De Russische president heeft in een officieel document de voorwaarden vastgelegd waaronder Moskou de uitvoering van het akkoord wil hervatten.

    Tot die voorwaarden behoren – afgezien van een plan van uitvoering van het akkoord waar de Amerikanen zich volgens het Kremlin niet aan houden – het verlagen van het aantal strijdkrachten van de NAVO in Oost-Europa, het opheffen van de Magnitski-wet (die toegang tot het Amerikaanse grondgebied ontzegt aan hoge Russische functionarissen die verantwoordelijk worden gehouden voor de dood van de Russische advocaat Sergej Magnitski in 2009), het opheffen van alle andere sancties en, nogal bijzonder, schadeloosstelling voor de schade die Rusland heeft geleden door zijn tegenmaatregelen (dat wil zeggen voor de schade aangericht aan Rusland door het Russische embargo op producten uit het Westen, als antwoord op de westerse sancties).

  • 2. Hoofdbrekens voor Trump

    2. Hoofdbrekens voor Trump

    In zijn verkiezingscampagne sprak Donald Trump lovende woorden over Vladimir Poetin. Maar als president zal hij harde noten moeten kraken met zijn Russische collega.

    Met zijn nucleaire wapengekletter en brutale militaire optreden zet Vladimir Poetin alle gangbare regels in de Amerikaans-Russische betrekkingen overboord en plaatst hij de Verenigde Staten voor een gevaarlijk dilemma. De nieuwe Amerikaanse president Trump erft een gespannen verhouding met Rusland, waarbij Washington in zijn pogingen Poetin een halt toe te roepen voornamelijk heeft gefaald. Deze maand besloot Moskou zich terug te trekken uit een historisch akkoord over de vernietiging van plutonium voor kernwapens en werd bekend dat het raketten heeft geplaatst in Kaliningrad, aan de Oostzee: twee berichten die onderstrepen hoe Poetins Rusland op geheel nieuwe en onvoorspelbare wijze de spierballen laat rollen.

    Het baart zowel Amerikaanse als Europese functionarissen steeds meer zorgen dat Poetin zo makkelijk de militaire confrontatie zoekt en zijn kernwapenarsenaal betrekt bij discussies die daar volgens het Westen helemaal niets mee te maken hebben. Dat maakt het razend lastig voor de VS en hun Europese bondgenoten om een passend antwoord te vinden op Poetins brutale tactieken, die de afgelopen jaren varieerden van annexatie van de Krim tot luchtsteun voor het Syrische regime en vermeende pogingen om de Amerikaanse verkiezingen te beïnvloeden. ‘Het voelt heel erg alsof we een onrustige en gevaarlijke fase in onze bilaterale relatie ingaan,’ zegt Julianne Smith, oud-adviseur van vicepresident Biden en bij het Pentagon ooit verantwoordelijk voor het NAVO-beleid. ‘Trump komt voor een paar belangrijke strategische keuzes te staan,’ aldus Smith.

    Verschillende functionarissen en oud-ambtenaren zijn het erover eens dat Trump in de omgang met dit herrijzende Rusland zal moeten kiezen uit verschillende onaangename en riskante opties. Een verzoenende opstelling om tot een akkoord over Oekraïne te komen kan de spanningen op korte termijn verminderen maar draagt het risico in zich dat het Poetin alleen maar brutaler zal maken. Een hardere lijn draagt het gevaar van escalatie in zich, met het risico van een militaire confrontatie in Syrië of de Baltische staten.

    Rusland is de laatste jaren steeds agressiever in zijn nucleaire beleid, door dreigende taal uit te slaan in discussies over het kernwapenarsenaal en de mogelijkheden voor de inzet daarvan te verruimen

    Sinds Obama’s pogingen om de verhouding met het Kremlin te ‘resetten’ zijn mislukt en Poetin in 2012 weer president werd, heeft Rusland er steeds meer een handje van om kwesties die niets met elkaar te maken hebben toch op elkaar te betrekken. Vaak weigert het zelfs samen te werken bij kwesties waarin beide landen gedeelde belangen hebben, louter om de druk op Washington in andere geschillen op te voeren. Heel anders dan de jaren zeventig, toen tijdens de detente tussen Amerika en het Oostblok beide mogendheden zich strikt aan bepaalde grenzen en ongeschreven regels hielden. Met name besluiten over kernwapens werden toen altijd losgekoppeld van andere kwesties en conflicten. Sinds de inval in de Krim in 2014 en de eenzijdige interventie in Syrië in 2015 heeft het Kremlin die benadering verlaten.

    Dat is een definitieve breuk met het verleden, waarin ruzies over regionale brandhaarden altijd los werden gezien van het overleg over wapenproliferatie. Toen het Kremlin onlangs het verdrag uit 2009 over de vernietiging van plutonium voor kernwapens opzegde, zei het erbij dat het deze stap zou heroverwegen als de VS hun militaire aanwezigheid langs de Russische grens zouden terugschroeven, alle sancties tegen het land zouden opheffen en Moskou financieel zouden compenseren voor de door die sancties veroorzaakte economische schade. Amerikaanse functionarissen zijn teleurgesteld over die Russische stap en ontsteld over wat zij als een verontrustend gedragspatroon zien. Een hoge regeringsfunctionaris noemde de berichten over plaatsing van Iskander-raketten in de Baltische enclave Kaliningrad ‘de laatste van een hele reeks verklaringen en maatregelen die doen betwijfelen of het Rusland ernst is met de vermindering van de hoeveelheid gevaarlijke nucleaire stoffen en daardoor de lange weg naar ontwapening ondermijnen’.


    Rusland is de laatste jaren steeds agressiever in zijn nucleaire beleid, door dreigende taal uit te slaan in discussies over het kernwapenarsenaal en de mogelijkheden voor de inzet daarvan te verruimen. In een opiniestuk in de krant Rossijskaja Gazeta in 2012 gaf Poetin als presidentskandidaat hoog op van de strategische rol van kernwapens in Ruslands buitenlandpolitiek. Hij zinspeelde zelfs op de mogelijkheid om ze in te zetten in een conventionele oorlog. Na zijn aantreden kwam hij met een plan voor de modernisering van Ruslands nucleaire strijdkrachten. In maart van dit jaar verklaarde Poetin dat hij op het punt heeft gestaan kernwapens in paraatheid te brengen toen het lot van de Krim in het geding was. Toen de Russische staatstelevisie hem vroeg of hij bereid zou zijn geweest in dat conflict kernwapens in te zetten, zei hij: ‘We waren er klaar voor. In het overleg met mijn collega’s heb ik gezegd dat de Krim historisch bij ons hoort. Er wonen Russen, die zijn in gevaar, en die kunnen we niet in de steek laten.’

    
Volgens de VS overtreedt Rusland een in 1987 door Reagan en Gorbatsjov gesloten verdrag tegen wapenproliferatie. Daarin beloofden beide landen alle vanaf de grond gelanceerde ballistische en kruisraketten met een bereik van 500 tot 5000 kilometer af te schaffen. Het was een belangrijke stap in de beëindiging van de Koude Oorlog en legde de basis voor verder overleg over vermindering van het aantal kernwapens. In 2010 heeft Rusland nog een nieuw START-verdrag getekend, maar alle pogingen van Obama om over verdere terugdringing van kernwapens te onderhandelen zijn sindsdien afgeketst. Het verdrag loopt af in 2021, en zonder nieuw akkoord zou alle vooruitgang van de afgelopen 25 jaar verloren kunnen gaan. Poetins regering werkt ook al niet meer mee aan het in de jaren negentig opgestarte overleg over de veiligstelling van radioactief materiaal. In maart weigerde Rusland de nucleaire top in Washington bij te wonen.

    In het streven naar goede betrekkingen heeft de regering-Obama steeds de gulden middenweg tussen confrontatie en compromis gezocht, vanuit de gedachte dat het intomen van Rusland op het wereldtoneel strategisch geduld vereist

    Die hardere opstelling op nucleair gebied gaat gepaard met een steeds agressievere inzet van conventionele troepen. Sinds de crisis in Oekraïne scheren Russische gevechtsvliegtuigen en bommenwerpers vaak rakelings langs de grenzen van het luchtruim van de NAVO en de VS of vliegen ze hinderlijk dicht langs Amerikaanse vliegtuigen en oorlogsschepen. Russische vliegtuigen schenden ook geregeld het luchtruim van landen als Finland en Zweden, die niet bij de NAVO zijn aangesloten maar wel meedoen aan de EU-sancties tegen Moskou. In maart 2015 zei de Russische ambassadeur in Kopenhagen dat Deense oorlogsschepen het ‘doelwit van Russische kernraketten’ zouden worden als er geavanceerde radarapparatuur op werd geïnstalleerd.

    Waar Rusland door de VS en de NAVO wordt afgeschilderd als internationale provocateur, beschuldigt Moskou de VS ervan in Ruslands achtertuin ‘staatsgrepen’ aan te wakkeren door democratiegezinde regeringen te steunen en het nucleair evenwicht te verstoren met raketschilden. Het is waar dat de VS in 2002 het ABM-verdrag over antiballistische raketten hebben opgezegd. Russische functionarissen vinden de plaatsing van Amerikaanse antiraketsystemen in Oost-Europa een provocatie en wijzen dat aan als oorzaak van het vastgelopen ontwapeningsoverleg. Moskou verwijt de NAVO en de VS roekeloos gedrag, verwijzend naar de grotere inzet van Amerikaanse tanks en troepen in Ruslands buurlanden en oefeningen met B-2-bommenwerpers dicht bij de Russische grens.

    In het streven naar goede betrekkingen heeft de regering-Obama steeds de gulden middenweg tussen confrontatie en compromis gezocht, vanuit de gedachte dat het intomen van Rusland op het wereldtoneel strategisch geduld vereist. Zo koos men na de invasie in Oekraïne en de annexatie van de Krim voor economische sancties in plaats van militaire actie. Maar de sancties, die Europa verdelen en geld kosten, hebben Ruslands ‘groene mannetjes’ niet verdreven en de Krim niet kunnen teruggeven aan Oekraïne. ‘We moeten een samenhangend beleid tegenover Rusland ontwikkelen,’ aldus een westerse diplomaat.

    ‘We kwamen, we zagen, hij stierf’

    Het vinden van een manier om de oplopende spanningen met Rusland te verminderen wordt een taak voor de nieuwe Amerikaanse regering. In Syrië werd Obama in 2015 overrompeld door de Russische inzet van artillerie en luchtmacht, waardoor de strijd kantelde in het voordeel van Assad. Door die interventie bepaalt Rusland nu de agenda in Syrië, waar Washington drastisch aan invloed heeft ingeboet en niet veel mogelijkheden meer heeft voor militair ingrijpen. Toen de voorzitter van de Joint Chiefs of Staff, generaal Joseph Dunford, door de Senaat werd gevraagd naar de mogelijkheid om in Syrië een no-flyzone in te stellen, zei hij dat ‘we dan oorlog moeten voeren tegen Syrië en Rusland’.

    Hillary Clinton pleitte in haar verkiezingscampagne herhaaldelijk voor een no-flyzone of een ‘veilige zone’ voor Syrische burgers. Ze trad nooit in detail over wat dat precies moest behelzen, maar haar adviseurs stelden dat de VS bijvoorbeeld een Syrisch vliegtuig zouden kunnen neerhalen, om Rusland zo te dwingen tot een duidelijke keuze: Assad verdedigen of samenwerken met Washington. Bij haar pleidooi voor een no-flyzone ging Clinton steeds voorbij aan de aanwezigheid in Syrië van het geavanceerde Russische luchtafweersysteem S400, dat ingezet zou kunnen worden tegen Amerikaanse toestellen die zo’n no-flyzone moeten opleggen.

    Het Kremlin zou een no-flyzone waarschijnlijk als een directe bedreiging voor de eigen troepen in Syrië beschouwen, zeker na wat er in Libië is gebeurd toen Clinton nog minister van Buitenlandse Zaken was. Toen de Veiligheidsraad in 2011 instemde met een no-flyzone in Libië, onthield het Rusland van president Medvedev zich van stemming. Clinton zou de Russen toen hebben verzekerd dat de actie niet was bedoeld om Gaddafi ten val te brengen. Maar vervolgens bleek de luchtsteun van de NAVO de Libische rebellen flink te helpen en dook er een video op van een lachende Clinton die de dood van Gaddafi omschreef als: ‘We kwamen, we zagen, hij stierf.’

    Het Kremlin voelde zich door de Amerikanen bedrogen. Volgens deskundigen hebben die interventie en de dood van Gaddafi Poetin ertoe gebracht om zich weer kandidaat te stellen voor het presidentschap.

    Vladimir Poetin en de Servische president Tomislav Nikolic tijdens een militaire parade in Belgrado. – © Vasily Maximov / Reuters
    Vladimir Poetin en de Servische president Tomislav Nikolic tijdens een militaire parade in Belgrado. – © Vasily Maximov / Reuters

    In de Amerikaanse verkiezingscampagne heeft Trump, heel anders dan Clinton, juist een verzoenende toon jegens Rusland aangeslagen. Clinton heeft vraagtekens gezet bij Trumps zakelijke relaties met Russische investeerders en zijn secondanten ervan beticht dat ze Moskouse propaganda napraten. In oktober spuide Trumps buitenlandadviseur Carter Page in een artikel op de pro-Russische website Sputnik kritiek op de Verenigde Staten vanwege hun ‘inmenging’ in de binnenlandse aangelegenheden van Ruslands buurlanden, waaronder Oekraïne. Volgens Page heeft Washington ‘geen enkel oog voor de Russische belangen’. Trump heeft herhaaldelijk opgeroepen tot hechtere samenwerking met het Kremlin in de strijd tegen IS in Syrië, maar laat verder weinig los over de manier waarop hij met Rusland zou willen omgaan.

    Soms doen de huidige problemen weer denken aan de jaren zeventig. Maar toen hadden beide mogendheden een verstandhouding die hun rivaliteit enigszins in toom hield. Volgens Henry Kissinger, de architect van de onder de presidenten Nixon en Ford tot stand gebrachte detente, ‘ontwikkelde zich een idee van strategische stabiliteit waarin beide landen zich konden vinden terwijl hun rivaliteit op andere gebieden onverminderd doorging’. Die ‘strategische stabiliteit’ en het daaruit resulterende evenwicht zijn sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie verdwenen. Rusland voelt zich bedreigd en vernederd door de uitbreiding van de NAVO en de EU in Midden- en Oost-Europa. Het was ook woedend over de door Amerika geleide militaire interventies in Servië en later Irak – allemaal zonder volledig mandaat van de VN-veiligheidsraad.

    Ruslandexperts verschillen met elkaar van mening over de manier waarop Poetin het beste kan worden aangepakt. En geen enkele westerse regering lijkt duidelijk voor ogen te hebben hoe de oud-KGB’er op verschillende afschrikkingstactieken zal reageren, of waar hij met zijn land precies naar streeft. ‘We zien welke tactieken hij nu hanteert en hoe hij zich wereldwijd in verschillende brandhaarden mengt,’ zegt Julianne Smith. ‘Maar we weten niet precies hoever hij daarin wil gaan.’

    Auteurs: Dan De Luce en Reid Standish
    Vertaler: Frank Lekens

    Foreign Policy
    Verenigde Staten |tweemaandelijks tijdschrift | oplage 106.000

    Wetenschappelijk tijdschrift, opgericht in 1970 om het ‘debat te stimuleren over belangrijke kwesties van de Amerikaanse buitenlandse politiek’. Sinds 2008 eigendom van The Washington Post.

  • 3. Toonbeeld van klasse

    3. Toonbeeld van klasse

    Hoe je ook over Obama’s politieke prestaties denkt, het staat buiten kijf dat hij als mens een schoolvoorbeeld van waardigheid was. Dit in tegenstelling tot menig voorganger en zijn mogelijke opvolger Trump.

    We wisten al dat hij het hoofd koel kon houden wanneer anderen het hunne verloren en hem overal de schuld van gaven, dat wisten we al vanaf de financiële crisis van 2008 tot en met de harde, onvergetelijke woorden die hij sprak bij de herdenking van de vermoorde politieagenten in Dallas. Wat we niet wisten, wat niet te voorspellen was bij iemand die zo jong was en zo weinig ervaring had met de onmogelijke taak om 24 uur van de dag het oog van de wereld op zich gericht te weten, was hoe Barack Obama zich zou houden als vader, als echtgenoot, als man.

    Hoe je ook denkt over Obama als uitvoerende macht, het staat buiten kijf dat Obama als mens een toonbeeld van klasse en waardigheid is geweest. Tegen zwarte pioniers in de sport is vaak gezegd dat je twee keer zo goed moet zijn om te slagen, maar Obama heeft met zijn persoonlijke gedrag de lat op een hoogte gelegd die maar weinig presidenten ooit hebben bereikt.

    Voorbeeld

    Je ziet hem zijn dochter Malia toezingen op haar achttiende verjaardag, de afgelopen vierde juli – Onafhankelijkheidsdag, je ziet hem zijn dochter Sasha coachen bij het basketballen, en je ziet hoe hij, nog steeds, zijn best doet om ‘de vader te zijn die ik zelf nooit heb gehad’. Je ziet hoe hij de vrouw met wie hij al bijna 25 jaar getrouwd is, plaagt, grapjes met haar maakt of met haar danst. En al kan geen buitenstaander weten wat zich binnen andermans huwelijk afspeelt, je voelt de vreugde van die verbintenis. Ze maken nog steeds elkaars zinnen af.

    Het zou niet eerlijk zijn om hem alleen maar als persoon te prijzen, een hoge waardering te geven voor zijn karakter, voor het feit dat er in zijn privéleven geen schandalen zijn, omdat een mogelijke opvolger geen karakter of klasse bezit en elke keer als hij zijn mond opendoet, een nieuwe bres in de muur van het fatsoen slaat. Als Obama had opgeschept over buitenechtelijke affaires en het formaat van zijn geslachtsdeel, als Obama had gezegd dat hij best met zijn eigen dochter uit zou willen en vrouwen had gereduceerd tot cijfers op een bangalijst, dan zou de discussie over ras gaan. Maar nu Donald Trump zulke dingen zegt, begint niemand erover dat hij blank is, en dat is maar goed ook. Trump is een uitzonderlijk soort proleet.

    En wie Obama prijst als voorbeeldvader en voorbeeldechtgenoot voor het zwarte gezin, doet hem geen recht. Hij is een voorbeeld, zonder verwijzing naar ras. Het is geen sinecure om acht jaar lang de machtigste man van de wereld te zijn, zonder het ambt tekort te doen of je gezin van je te vervreemden. Hij heeft dat gepresteerd en ook nog een eigen stijl en humor laten zien, plus een haarscherp gevoel voor de rol van oppertrooster.

    Dat hebben we in Dallas gezien, toen hij de diepe zucht slaakte voor ons, toen hij ons smeekte om ons hart niet van steen te laten worden wanneer de wereld een groeve van haat is. Hij is dan op zijn best, terwijl wij op ons slechtst zijn. We zullen niet snel vergeten hoe hij ‘Amazing Grace’ zong tijdens de dienst voor de mensen die waren vermoord in een kerk in Charleston, omgekomen door een daad van haat. En we zullen ons lang herinneren hoe hij zijn best deed nog een les te trekken uit de aanval op politiemensen – ook hun dood was een daad van haat.


    ‘We maken allemaal fouten,’ zei hij. ‘En soms dwalen we af. En naarmate we ouder worden, leren we dat we niet altijd alles in de hand hebben – zelfs een president niet. Maar we hebben wel in de hand hoe we reageren op de wereld. We hebben wel in de hand hoe we met elkaar omgaan.’

    Historische vergelijkingen zullen goed voor hem uitvallen. Je kunt respect hebben voor president John F. Kennedy om zijn intelligentie en zijn flair, maar terugschrikken voor de manier waarop hij met zijn vele affaires zijn vrouw kwetste. Je kunt Lyndon B. Johnson bewonderen om zijn moed in de kwestie van de burgerrechten, maar de platvloerse liederlijkheid van hem als privépersoon verafschuwen. Je kunt Ronald Reagan waarderen om zijn charme en vriendschap met heel diverse mensen, maar zijn verstoorde gezinsleven was niet over het hoofd te zien. Onder Richard Nixon werd het Witte Huis een crime scene. Onder Bill Clinton werd het een Tuin der Lusten.

    Opmerkelijk genoeg is Obama niet nixoniaans of hard geworden. Hij was de enige president ooit aan wiens Amerikaans-zijn werd getwijfeld, de enige president die in een voltallig Congres toegebeten kreeg: ‘U liegt!’ En de verdachtmakingen houden niet op. In juli toonde Fox News beelden van een jonge Obama in islamitische kledij bij de bruiloft van zijn halfbroer – het bewijs volgens presentator Bill O’Reilly voor ‘de sterke emotionele band die de president met de islam heeft’.

    ‘Ik heb gezien hoe ontoereikend mijn eigen woorden zijn geweest’

    Dat hij als mens overeind bleef, heeft Obama maar een enkele keer een politieke overwinning opgeleverd. De eerste Afro-Amerikaanse president treedt af op een moment dat meer dan twee derde van de Amerikanen vindt dat de verhouding tussen de rassen slecht is – veel meer dan in het begin van zijn presidentschap. Hij erkende iets van deze mislukking in Dallas. ‘Ik ben niet naïef,’ zei hij. ‘Ik heb gezien hoe ontoereikend woorden kunnen zijn om blijvende verandering te brengen. Ik heb gezien hoe ontoereikend mijn eigen woorden zijn geweest.’

    Bij elf gelegenheden – in Newtown, Tucson, Charleston, Dallas, en andere ‘plekken van wanhoop’ – heeft hij geprobeerd woorden te vinden om de wonden te helen. Die woorden mogen, voor hem en voor ons, soms tekortgeschoten zijn, de man in zijn persoonlijke gedrag is dat niet.

    Auteur: Timothy Egan

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402

    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

  • Superelitair

    Superelitair

    Eigenlijk dachten we dat alleen zijn oranje gezicht en gele windhooskapsel al genoeg waren om zijn presidentiële 
ambities in de kiem te smoren. Want, wie liket dat nou? Maar volgens het dossier in deze editie zou dit een zeldzaam arrogante aanname zijn. Typisch iets voor de elite.

    Het blijft nogal onduidelijk over welke elite het gaat en of het wel zo is dat die elite pal tegenover de niet-elite, het volk, staat. Maar laten we voor de duidelijkheid aannemen dat 
we het over hoogopgeleiden aan de ene kant hebben en de werkende of niet-werkende klasse die complexe en moeilijk beheersbare kwesties graag teruggebracht ziet tot simpele frases aan de andere.

    Bas Heijne las er Freud nog eens op na voor de serie Nieuw Licht van Ambo|Anthos. Volgens de baanbrekende denker (Freud dus, Heijne is z’n sporen aan het verdienen) komt ‘het onbehagen in de cultuur’ voort uit twee grote verlangens van de mens: de wereld weer simpel en overzichtelijk krijgen, en de burger de illusie van zelfbeschikking teruggeven. Precies de gevoelige snaar waarop de populisten, van Trump tot en met Wilders, hun fanfare baseerden.

    Dat hun brutale versimpeling een illusie is die met de werkelijkheid aan de haal gaat, vormt uiteindelijk een gevaar voor alle klassen. Je kan tot op zekere hoogte misschien je eigen wereld naar de hand zetten, maar het idee dat die hand ook globale reikwijdte heeft, 
leidt tot overschatte begrippen als ‘mijn land‘, en ‘mijn recht’. Een bezitsvordering die direct impliceert dat het niet zomaar ook jouw land is en jouw recht. Sterker nog, wie die illusie dwarsboomt, wordt bekogeld met woede en frustratie.

    schermafbeelding 2016 09 21 om 19 27 51

    Geholpen door de populistische leiders voor wie de hoeveelheid stemmen blijkbaar belangrijker is dan de kwaliteit van een homogene sa-men-leving, is een zondebok dan snel en makkelijk aan te wijzen; iedereen die het niet met je eens is, of welke nuance dan ook wil aanbrengen. De elite dus, hoeders van het ‘juiste’ en de goede smaak, die ook nog eens aanschurkt tegen immigranten. Straatdichter Laser schreef het op een steigermuur in Amsterdam: Don’t blame Trump. Blame yourself.

    Elisabeth Raether van Die Zeit beweert hetzelfde: het is – ik zeg gemakshalve maar even – onze schuld en juist niet die van het volk dat we met Trump en co opgescheept zitten. We hebben het populisme over onszelf afgeroepen. Hadden we onze arrogantie maar niet tot 
handelsmerk moeten maken, hadden we maar niet zo prat moeten gaan op onze superioriteit, onze intelligentie, onze humor. En hadden we maar ‘de krachtsverhoudingen tussen arbeid en kapitaal in de democratische en ontwikkelde 
landen niet moeten omdraaien ten gunste van het kapitaal’ (Boris Kagarlitski). Zou het? Of is het superelitair om je dat af te vragen?

    Auteur: Katrien Gottlieb
    gottlieb@360international.nl

  • 3. Trap niet in de antidemocratische val

    3. Trap niet in de antidemocratische val

    Sinds de opmars van Donald Trump ontstaat onder de Amerikaanse elite steeds meer minachting voor de stem van het volk. Maar dat is exact de verkeerde reactie, betoogt filmmaker en activiste Astra Taylor.

    Nog niet zo lang geleden leek iedereen de onstuimige herrijzenis van de democratie toe te juichen. De sociale media werden geroemd omdat ze de mensen dichter bij de politiek betrokken. Opiniemakers prezen ‘de wijsheid van de massa’ en de creativiteit van ‘de volksgeest’. De opkomst van de Occupybeweging en de Tea Party bracht van links tot rechts een opleving van politieke protesten op gang, die Amerika tientallen jaren niet had meegemaakt. We betraden een fascinerende, maar ook chaotische, nieuwe periode van politieke strijd – van demonstranten, hackers, klokkenluiders, relschoppers en radicale veranderingen in zowel de Republikeinse en Democratische politiek.

    Maar in de afgelopen maanden blijkt het enthousiasme voor het oplaaien van het democratische vuur tanende. De massa krijgt al snel weer zijn vroegere plek terug: dat van het plebs. En zowel door links als rechts wordt de volksgeest steeds meer juist als een bedreiging van de democratie gezien.

    Degenen die geen bezit hebben, geen man zijn, en niet blank, hebben er allemaal voor moeten vechten om bij de politiek te worden betrokken

    De toenemende ongerustheid begon bij het verschrikkelijke vooruitzicht van Trump als president. Het idee van een racistisch, gedementeerd personage uit een reality-tv-serie dat ’s lands hoogste ambt bekleedt zorgde ervoor dat een toenemend aantal mensen – links, rechts en midden – de beslissingsbekwaamheid van de massa in twijfel trok. In mei uitte Andrew Sullivan in een veelgelezen coverstory in New York Magazine zijn bange vermoeden dat Amerika last had van te veel democratie. De opkomst van Trump, zo waarschuwde hij, laat zien dat Amerika ‘rijp is voor de dictatuur’. Zwaar leunend op Plato, een van scherpste critici van de democratie, betoogde Sullivan dat in een ‘hyperdemocratische’ maatschappij de belangrijke ‘schotten tussen de wil van het volk en de uitoefening van de macht’ langzaam worden afgebroken.

    Toen kwam de Brexit. Met één referendum trok de Britse kiezer die belangrijke schotten om door het Verenigd koninkrijk uit de Europese Unie te gooien. De economische chaos en de opvlammende xenofobie leken een weerspiegeling van het opkomende etno-nationalisme in Amerika. Trump had zelfs een dubbelganger met hetzelfde oranje gezicht en gele haar: de vroegere Londense burgemeester (en huidige minister van buitenlandse zaken) Boris Johnson. Impulsieve, Sullivan-achtige paniek volgde.

    Een nogal hypocriet essay van James Traub in Foreign Policy circuleerde op de social media: ‘It’s Time for the Elites to Rise Up Against the Ignorant Masses’. Op vergelijkbare wijze betreurde Felix Salmon in Fusion het ‘kapen van de technocraten door het volk’ in zowel het Verenigd Koninkrijk als de Verenigde Staten.

    Het is nogal vergezocht om de ‘onwetende massa’ de schuld te geven van de Brexit. Het volk heeft niet gevraagd om een referendum: de elite heeft dat georganiseerd in een volkomen onjuist ingeschat machtsspel door premier David Cameron en zijn medestanders, die er abusievelijk van uitgingen dat er zeker vóór de EU zou worden gestemd en dat daardoor Camerons positie als leider der Conservatieven versterkt zou worden. Maar hoe fout de stem voor de Brexit ook mag zijn geweest en hoe beangstigend Trumps populariteit ook blijft, om aan de hand van die recente gebeurtenissen miljoenen mensen weg te zetten als idioten en de democratie ter discussie te stellen is niet alleen een overdreven, maar zelfs een gevaarlijke reactie. Het is namelijk precies de verkeerde conclusie. Het werkelijke probleem waarmee de democratie tegenwoordig worstelt is niet een overmaat aan macht voor het volk, maar juist het ontbreken daarvan.

    © Studio Odilo Girod
    © Studio Odilo Girod

    De walgelijke campagne van Trump legt iets bloot wat net zo weerzinwekkend is maar veel verraderlijker: de minachting die sommigen in de elite voelen bij het vooruitzicht de macht te moeten delen met gewone mensen. Die minachting is natuurlijk niet nieuw, maar het is frappant dat het plotseling geaccepteerd is om dergelijke antidemocratische meningen in beschaafd gezelschap te verkondigen. Net zoals Trump uitingen van onverdraagzaamheid en xenofobie omfloerst met een laagje ‘fatsoen’, laat hij oproepen om de democratie aan banden te leggen in de oren van velen als een redelijke reactie klinken.

    De elite laat zich in de kaart kijken als ze Bernie Sanders en zijn aanhang bestempelen als een kopie van de Trump-aanhang – net zo’n onbeheersbare en misleide mensenmassa, hopeloos onvolwassen en irreëel over het functioneren van het politieke bestel.

    Het argument dat Trump, Sanders en hun respectievelijke achterban twee kanten van dezelfde achterlijke medaille vormen vond deels ingang omdat de elite buiten schot blijft. Het is een manier om zich nog vaster te klampen aan een desastreuze oligarchische status quo – weg met de democratie. Maar ook hier is het de verkeerde conclusie. Protesten en populistische politieke bewegingen zijn tenslotte signalen dat het volk buiten de machtsstructuren wordt gehouden, niet dat ze succesvol het systeem hebben ‘gekaapt’. De elite pleit voor meer gezond verstand in de politiek – en wie kan daar nu tegen zijn?

    “De ontevredenheid van de massa is een ‘virus’ dat in quarantaine geplaatst moet worden” – Jonathan Rauch

    Maar hun positie is niet helemaal rationeel. In een op de social media populaire coverstory in The Atlantic riep Jonathan Rauch op om gezamenlijk de machthebbers te beschermen. ‘Ons nijpendste politieke probleem tegenwoordig is dat het land afstand heeft genomen van het establishment, niet andersom,’ klaagde hij. ‘Neurotische haat jegens de politieke klasse is de laatste toegestane vorm van onverdraagzaamheid.’ De ontevredenheid van de massa, luidde zijn conclusie, is een ‘virus’ dat in quarantaine geplaatst moet worden.

    Maar de ontevredenheid van de massa zit al in quarantaine. Daarom hebben kiezers ter linker- en ter rechterzijde er zo de pest in. De werkelijke uitdaging waar Amerika tegenwoordig voor staat is dat er in het leven van de burger bijna geen democratische kanalen zijn die verder gaan dan het sporadische bezoek aan het stemhokje of de vluchtige euforie van een demonstratie.


    Voor deze misstand bestaat geen snelle oplossing. Als Hillary Clinton wint in november, is het heel verleidelijk om de afwijzing door de kiezer van het trumpisme te zien als het herstel van het gezonde politieke verstand. Maar het presidentschap van Clinton zal niet wezenlijk de omstandigheden veranderen die miljoenen Amerikanen ertoe hebben gebracht om zich tot Trump of Sanders te wenden. Er bestaat alleen een drastische oplossing: met geduld democratische mogelijkheden creëren voor veranderingen van onderaf.

    Maar bovenal moeten we, ondanks de meldingen van politieke chaos – en ja, ook van politieke stompzinnigheid – die dagelijks via de social media bij ons binnenkomen, de oproep van de elite en de verleidingen van de antidemocratische impulsen weerstaan. De makkelijke minachting voor de democratie – het wegzetten van diegenen met wie we het oneens zijn als idioot, als incapabel of het vertrouwen van de burger en de verantwoordelijkheid onwaardig – kent een lange nare historie in dit land, waar de Founding Fathers bijna net zo wars van de democratie waren als Plato, en zeker vijandiger jegens het vooruitzicht de welvaart te moeten delen. Degenen die geen bezit hebben, geen man zijn, en niet blank, hebben er allemaal voor moeten vechten om bij de politiek te worden betrokken – en dan ook met werkelijke politieke macht –, waarbij ze even hard moesten opboksen tegen reactionaire conservatieven als tegen angstige Liberals. Aan ons is nu de taak om die democratische opmars voort te zetten in plaats van ons uit angst terug te trekken. Voordat we de democratie afschrijven, moeten we hem eerst werkelijk hebben geprobeerd.

    Auteur: Astra Taylor
    Vertaler: Paul Bruijn

    Astra Taylor is een Canadees-Amerikaanse documentairemaakster, schrijfster, activiste en muzikante. Ze schreef voor onder meer The Nation, Salon en The London Review of Books en was nauw betrokken bij de Occupybeweging.

    New Republic
    Verenigde Staten | tweemaandelijks tijdschrift | oplage 65.000

    Links-liberaal tijdschrift voor politiek en cultuur, met een focus op de VS zelf. Becommentarieert al vanaf de oprichting in 1914 de grote sociale en economische verschuivingen in de Amerikaanse samenleving en pleit voor een liberalisme met meer betrokkenheid van de overheid.

  • 1. Wat maakt Trump, Le Pen en Wilders zo sterk? Onze arrogantie

    1. Wat maakt Trump, Le Pen en Wilders zo sterk? Onze arrogantie

    Jarenlang keek de progressieve elite stiekem neer op de mensen onder aan de maatschappelijke ladder. Die mensen zijn nu afgehaakt en stemmen op Trump en co. Eigen schuld, dikke bult.

    Na maanden van voorverkiezingsstrijd heeft onze verontwaardiging over Donald Trump iets overbodigs gekregen: hij zegt iets onbeschofts en wij grijpen geschrokken naar onze parelketting, als burgerdames die iemand aan tafel uit een vingerkommetje zien drinken. Maar de verrassing is er nu wel af. En vooral: Trump kwam niet uit het niets. Waarschuwingssignalen genoeg. We hebben lang gedacht dat het voldoende was iemand als hij met scherpzinnige spot en minachting op zijn plaats te zetten.

    Maar of het nu satirische stukjes of afkeurende hoofdartikelen waren, of dat we hem gewoon voor gek zetten om zijn haar: niets hielp. Eigenlijk hebben we steeds gedacht dat alleen dat kapsel al genoeg was om erger te voorkomen. Maar Trump en andere autoritaire leiders kregen steeds meer succes en werden steeds zelfbewuster.

    Het zou aan ons kunnen liggen. Want uit alle aanwijzingen, die we niet alleen over het hoofd hebben gezien maar bewust hebben genegeerd, blijkt dat wij − ook als Europeanen − een onaangename waarheid onder ogen moeten zien: wij leven in een klassenmaatschappij, waar de ene groep leidt en de andere volgt. En als we om Trump en Melania lachen, ontmaskeren we niet hén, maar onszelf.

    Wij hanteren dezelfde werkwijzen als alle elites overal ter wereld: wij definiëren wat goede smaak is en kijken neer op degenen die zich daar niet aan houden

    Wie zijn wij? Wij zijn de leiders. Wij zijn de nieuwe liberale elite. Wij zijn degenen die met tranen in de ogen luisteren naar Michelle Obama’s toespraak op de democratische conventie. Wij zijn het soort mensen dat niet bang is om een moderne en toch elegante outfit te dragen die vermoedelijk is ontworpen door een jonge designer uit New York wiens naam de meeste Amerikanen niet eens kunnen uitspreken. Wij zijn de mensen die überhaupt niet zo snel bang zijn, niet voor de onbegrijpelijke soevereiniteit waarmee de First Lady spreekt, noch voor de mengeling van macht en morele volmaaktheid die ze belichaamt als ze zegt: ‘Ik word iedere dag wakker in een huis dat is gebouwd door slaven.’ Michelle Obama is mooi, rijk, intelligent, elegant en heel, heel machtig. Maar ze is ook zwart, zodat ze zonder een zweempje schaamte mag genieten van al haar voorrechten, de schaamte die lange tijd de prijs is geweest van leven in de bovenlaag van de samenleving.

    Wij hanteren dezelfde werkwijzen als alle elites overal ter wereld: wij definiëren wat goede smaak is, wat hoort en wat niet hoort, en kijken neer op degenen die zich daar niet aan houden. We zoeken het gezelschap van ‘ons soort mensen’. Maar net als een regime dat door revolutie aan de macht is gekomen, staan we boven alle verwijten, want wij, althans de generaties voor ons, hebben voor die plaats moeten vechten.

    We hebben de tolerantie bij wijze van spreken uitgevonden, en we definiëren dus ook wat dat is. Het resultaat is de onaantastbare macht van het juiste, onze macht dus. En inderdaad, we hebben veel goeds teweeggebracht wat we de wereld nalaten: vrijheid en rechten voor vrouwen, migranten, gehandicapten, homoseksuelen. Maar de klassen hebben we niet afgeschaft. We hebben ons in de top van de klassenmaatschappij genesteld, en hebben nu het gevoel dat alle remmen los zijn.

    Van onderaf zou dat er wel eens heel anders uit kunnen zien.

    Michelle en Melania

    Hillary Clinton heeft dochter Chelsea ‘perfect’ opgevoed, zei Michelle Obama in haar toespraak. Dat zal niet iedere Amerikaanse moeder van haar kinderen durven zeggen; in ieder geval niet de moeders van de dikzakken en de spijbelaars, gedetineerden, tienermoeders en drugsverslaafden. Maar die moeders kunnen de First Lady niet verwijten dat ze arrogant is, tenzij hun voorouders op zijn minst ook slaven waren.

    Na Michelle Obama was er een toespraak van een jonge transvrouw, Sarah McBride. Dankzij zorgvuldige medische ingrepen ziet ze er zo fantastisch uit als iedere vijfentwintigjarige zich zou wensen. McBride was stagiaire in het Witte Huis en werkt nu bij een ngo. Haar verhaal gaat er niet alleen over dat álle mensen gelijk zijn, ze vertelt ook over haar echtgenoot, een transman, die op zijn achtentwintigste aan kanker overleed en zich tot zijn dood heeft ingezet voor LBGTQA-mensen in de VS.


    Er zijn niet veel vijfentwintigjarigen die op de conventie mogen spreken, en nog minder die zo hoogstaand en onzelfzuchtig overkomen. Maar hoe zit het met die anderen? Die niet zwart of hoogbegaafd, niet stijlvol of transgender, geen stralende jonge weduwe en wellicht niet eens vrouw zijn? Wat is hun heldenverhaal?

    Op de conventie van de Republikeinen, kort daarvoor, stond Melania Trump op het podium. Ook zij is aan haar gezicht geopereerd, maar om andere redenen. Smalle ogen, volle lippen, geföhnd haar. Ze leest van de autocue, waar ze zich kennelijk erg voor moet concentreren. Ze heeft een zwaar Balkanaccent en een monotone stem. Haar gelaatsuitdrukking past niet bij wat ze zegt: ze praat over liefde, het gezin en kindness, maar ze kijkt als een roofdier, cool, sexy, alsof ze bezig is iemand te verleiden, alsof ze alleen maar zo kan kijken.

    Veel van wat bij een toespraak mis kan gaan, gaat ook mis. Dat is al duidelijk vóórdat iemand ontdekt dat hele passages ervan zijn overgeschreven uit een toespraak van Michelle Obama in 2008. Een paar dagen later onthult een tijdschrift in New York dat het designdiploma dat Melania Trump zou hebben in het postcommunistische Slovenië van de jaren tachtig helemaal niet bestond. Vanaf dat moment kent het leedvermaak geen grenzen meer. Als ze dan al een universitair diploma verzint, waarom dan niet een bestaand? Melania, een vrouw net zo nep als haar borsten.

    Maar hoe zit het met de fakeborsten van de jonge transvrouw? Waarom zijn sommige borsten progressief en andere reactionair? Als iemand zijn biologische geslacht niet wil accepteren, mag hij zich laten opereren tot zelfs zijn moeder hem niet meer herkent. En als iemand er mooier of jonger uit wil zien dan hij is, dan zou dat niet mogen? Hoe moet je dat uitleggen aan iemand buiten de liberale kliek?


    Je kunt ook anders naar het optreden van Melania Trump kijken. Een verkiezingsteam had het niet beter in scène kunnen zetten: de hoon waar Trumps vrouw tegenaan loopt, is dezelfde die bij zijn kiezers tomeloze woede-uitbarstingen veroorzaakt. Zij worden opnieuw bevestigd in hun wrok. Zwarte mannen en vrouwen in de VS zijn slachtoffer van politiegeweld, arm, en moeten zich tegen ontelbare vooroordelen verdedigen. Maar er is nog een groep die buitengesloten wordt. Want ook over mensen die de vooruitgang niet zo snel kunnen bijbenen, mogen we − ook in tijden van sekseneutrale taal − allerlei denigrerende dingen zeggen; de mensen die onzeker zijn, geen talenten hebben, bang zijn: de witte mannen. Hun verlangens, hun behoeften, hun angsten, hun levensverhalen: één grote grap. Je kunt ze white trash noemen, of arbeiders, werklozen, ongeschoolden. Hoe dan ook, populair zijn ze niet, wereldwijs evenmin en zelfspot kennen ze niet. Zij zijn degenen die gekwetst zijn.

    Het kan op het eerste gezicht misplaatst lijken dat juist degenen die zijn afgehaakt zich identificeren met het echtpaar Trump, dat tenslotte fabelachtig rijk is. Melania Trump post selfies vanuit haar gouden woonkamer en heeft een assistente die boodschappen voor haar doet. De tegenstrijdigheid dat uitgerekend miljardairs de uitgeslotenen weten te bereiken, verdwijnt snel: want ze zijn niet alleen economisch uitgesloten, maar vooral cultureel.

    De leidster van het Front National, Marine Le Pen, had een bevoorrechte jeugd in een rijke voorstad van Parijs, maar mensen die zich aan de kant gezet voelen, zijn dol op haar. Terwijl de welgestelden een lompe vrouw met prefascistische opvattingen zien, koesteren de gepijnigde zielen zich in haar warmte. Want zij voelen hoe de liberale elite op hen neerkijkt. Le Pen heeft jarenlang haar uiterste best gedaan om toegelaten te worden in de Parijse televisiestudio’s waar haar vader een ongewenste gast was. Nu vecht ze voor het presidentschap met een hartstocht alsof het niet om politiek, maar om het vereffenen van een rekening gaat.

    Dat is het heldenverhaal van de veronachtzaamden: jullie zogenaamd tolerante veelverdieners hebben ons jarenlang genegeerd. We mochten optreden in realityshows op tv, zodat jullie je, met je eeuwige ironie, konden amuseren. Maar nu is het ernst. Nu willen we de macht, en die zullen we krijgen ook. Jullie vonden het toch altijd zo erg dat we niet gingen stemmen? Nou, dat is precies wat we gaan doen.

    © Studio Odilo Girod
    © Studio Odilo Girod

    ‘When they go low, we go high,’ zei Michelle Obama in haar toespraak op de conventie in de richting van de aanhangers van Trump, wat in het Nederlands zoiets betekent als: we laten ons door dat verschrikkelijke gedrag van jullie niet van de wijs brengen. Maar je kan haar uitspraak ook omdraaien: als jullie in hoger sferen verkeren, halen wij de boel nog eens naar beneden.

    Met gekwetstheid en angst heb je nog geen politiek manifest. Het is niet eens verstandig om je door zulke gevoelens te laten leiden, lezen we overal, of het nu gaat om de Brexitkiezers die tegen hun eigen belang gestemd hebben of om de fans van Trump, die nergens van schrikken, wat hun kandidaat ook beweert – of hij nu gelooft dat hij zijn NAVO-partners in de steek kan laten of dat Parijs in Duitsland ligt. Ook de AfD (Alternative für Deutschland) komt met absolute nonsens nog het verst. Sarah Palin ging acht jaar geleden de geschiedenis in als een rariteit. De toenmalig gouverneur van Alaska antwoordde op de vraag naar haar vicepresidentiële kwalificaties op het terrein van buitenlandse zaken met de legendarische zin: ’Van hieruit kun je Rusland zien.’ Desondanks was ze zo populair dat haar brilmontuur voortdurend was uitverkocht – er waren maar weinig politici met wie mensen zich zo sterk identificeerden. Palin was de voorloper van het fenomeen Trump: Ik ben een beetje onnozel, en dat is oké. Ze had buitengewoon veel succes, juist omdat ze de belichaming was van argeloosheid en gebrek aan gezond verstand.

    Het is makkelijk om vóór de EU te zijn als je al in alle (interessante) Europese hoofdsteden bent geweest en overal een leuk restaurantje weet

    Maar wat is dan wel verstandig? Wij, de klasse van wereldburgers, gaan ervan uit dat we altijd weloverwogen meningen verkondigen. Hoewel, bijvoorbeeld: niet alle tegenstanders van genetische modificatie kunnen je vertellen waarom ze daar zo tegen zijn, want het is ook gewoon een gevoel. Je wilt nou eenmaal graag dat wat je eet op een of andere manier waarde heeft en puur is.

    Ook kunnen niet alle pleitbezorgers van de EU uitleggen wat daar nou zo goed aan is, want het gaat uiteraard ook om onze identiteit, een vaag gevoel dat zich zo moeilijk laat beschrijven. Het is in ieder geval makkelijker om vóór de EU te zijn als je al in alle (interessante) Europese hoofdsteden bent geweest en overal een leuk restaurantje weet waar van die uitstekende, maar ongelooflijk goedkope wijnen op de kaart staan.

    Iedereen heeft altijd meer begrip voor zijn eigen domheid dan voor die van de ander. Maar wie bepaalt wat dom is? Wie beslist wat de juiste problemen zijn en wat de verkeerde? Afgezien daarvan: Wat kan er nou dom aan zijn om iemand in het Witte Huis of het Elysée te kiezen waarmee je je kunt identificeren?

    Superioriteit

    Op het moment dat ze zo woedend werden, waren de uitgeslotenen allang van het politieke toneel verdwenen. De Franse socioloog Didier Eribon zegt dat de communistische arbeidersklasse vroeger ook al homofoob en racistisch was, maar dat ze nu vooral op het Front National stemmen omdat de socialistische regeringspartij niets meer met hen te maken wil hebben. De PS onder François Hollande wil het ‘nieuwe links’ zijn, vertegenwoordigd door vlerken als premier Manuel Valls en minister van economische zaken Emmanuel Macron, die geen idee hebben van de strijd die de afhakers tegen ‘die daar boven’ voeren. Onverholen hautain zei Valls laatst over degenen die tegen een geliberaliseerde arbeidsmarkt demonstreerden: Dat is het oude links. De Franse socialisten, de Duitse SPD, de Democraten in de VS, allemaal hebben ze hun groezelige komaf achter zich gelaten en zich geconcentreerd op de veel deftiger culturele vraagstukken.

    Dat de achterblijvers pas door autoritaire leiders en racisten weer een stem hebben gekregen, is een drama. Want natuurlijk hebben ook arbeiders en werklozen transgenderkinderen en homoseksuele zonen en dochters voor wie ze het allerbeste willen, en natuurlijk zullen vooral degenen die geïsoleerd zijn geraakt het meest te lijden hebben van de gevolgen van klimaatveranderingen. Maar wij hebben onze internationale attitude tot ons handelsmerk gemaakt. We hebben geen enkele mogelijkheid voorbij laten gaan om onze superioriteit te demonstreren: wij zijn zo veel intelligenter, humoristischer en hebben zo’n heldere kijk op de zaken. Wij scheiden ons vuilnis en maken geen spelfouten. Het mag dan slechts een ondertoon zijn, die onze arrogantie verraadt, we moeten er wel naar gaan luisteren. Bij de afhakers is de boodschap namelijk al lang aangekomen, en voor de autoritaire leiders was het vervolgens gemakkelijk om het nadenken over vrijheid en het
    verantwoordelijkheidsgevoel af te serveren als een luxe die maar weinigen zich kunnen permitteren. Zij beweren dat tolerantie de ideologie van de macht is. Dat mag onjuist en manipulatief zijn, het laat wel zien wat onze grootste zwakte is.

    Auteur: Elisabeth Raether m.m.v. Bernd Ulrich
    Vertaler: Izaak Hilhorst

    Die Zeit
    Duitsland | dagblad | oplage 540.000

    De krant van de Duitse intelligentsia is tolerant en liberaal en biedt iedere donderdag grote politieke analyses. Bij controversiële thema’s worden verschillende meningen en auteurs tegenover elkaar gezet. Voormalig bondskanselier Helmut Schmidt levert regelmatig bijdragen.

  • Monddood

    Monddood

    360 koestert zijn bronnen. Dus was het de afgelopen maanden bijzonder pijnlijk om te zien hoe de kritische Turkse krant 
Cumhuriyet, waaruit we geregeld publiceerden, door president Erdogan monddood werd gemaakt.

    Hoofdredacteur Can Dündar werd in mei al veroordeeld tot vijf jaar cel wegens het publiceren van een artikel over Turkse wapenleveranties aan Syrische rebellen. Tijdens de heksenjacht tegen journalisten die ontstond in de nasleep van de coup, wachtte hij zijn proces wijselijk niet af, legde zijn functie neer en ontvluchtte Turkije. Daarop trokken de autoriteiten het paspoort van zijn vrouw Dilek in. Als steunbetuiging aan Dündar vindt u in deze editie van 360 zijn laatste column ‘Hallo Fatih!’, gepubliceerd in Die Zeit. Daarin veegt Dündar even fijntjes de vloer aan met zijn knipmessende collega’s.

    Ook in de rest van dit nummer gaat het veel over persvrijheid. In Rusland is het daar zoals bekend eveneens niet best mee gesteld, een van de redenen dat Vladimir Poetin overal mee wegkomt en ongekend populair blijft. De situatie in China lijkt een fractie hoopvoller, als je mag afgaan op 
het openhartige interview met de hoofdredacteur van de Chinese staatskrant Global Times. Volgens hem is er 
in elk geval een beweging gaande richting meer openheid, 
al gaat die voorlopig nog met keiharde repressie gepaard.

    Verontrustend is dat ook in het vrije Westen de leugen steeds vaker regeert

    Verontrustend is dat ook in het vrije Westen de leugen steeds vaker regeert. Politici als Donald Trump verkondigen steeds brutalere onwaarheden. En grote groepen kiezers lijken die onzin klakkeloos te geloven – of domweg te negeren. Oorzaken voor deze trend vallen wel aan te wijzen: kwaliteitsmedia hebben het zwaar, deskundigen hebben geen gezag meer, op sociale media zien we vooral nieuws dat onze mening bevestigt, we overschatten onze eigen (Wikipedia-)kennis en verwarren data met feiten.

    Oplossingen lijken daarentegen nog niet in zicht. Vermoedelijk moeten die uit het veelgesmade, naar wereldheerschappij strevende Silicon Valley komen. Internetreuzen 
als Facebook, Google en Twitter zijn de oorzaak van veel problemen in kranten- en bladenland. Maar ze lijken ook de enige met voldoende middelen om de kwakkelende nieuwsindustrie nieuwe injecties te geven (in Frankrijk is Google door een aantal donaties intussen de held van de oude media). Ook zorgen ze, hoeveel kanttekeningen je daarbij ook kunt plaatsen, zelf voor meer openheid en vrijheid in de wereld. Niet voor niets worden ze in Turkije, Rusland en China regelmatig monddood gemaakt.

    Auteur: Han Ceelen
    ceelen@360international.nl

  • Wanneer de waarheid er niet meer toe doet

    Wanneer de waarheid er niet meer toe doet

    Dat politici liegen, dat waren we wel gewend. Maar de schaamteloze manier waarop Trump en Poetin het doen is nieuw, schrijft de Russische intellectueel Peter Pomerantsev. ‘We leven in een maatschappij waarin het politici en media niet meer uitmaakt of ze de waarheid vertellen of niet.’ 

    Keuze uit het archief

    De ongekende verkiezingswinst van de PVV in Nederland past in een patroon dat over de hele wereld zichtbaar is: extreemrechtse en populistische leiders grijpen de macht nadat het politieke midden geen oplossingen kon vinden voor de vele crises. Eerst waren het de VS, Brazilië, Italië, Slowakije en Argentinië, nu is Nederland aan de beurt.
    Een reden voor de populariteit van het populisme is volgens Peter Pomerantsev in een artikel in Granta uit 2016 dat we in een tijdperk en maatschappij leven waarin feiten er niet meer toe doen. ‘Je kunt nu alle gekte die je voelt eruit gooien en dan is het prima. En een publiek dat al een decennium zonder feiten leeft, kan zich nu koesteren in een volledig anarchistische bevrijding van de geloofwaardigheid’, aldus Pomerantsev. Woorden die tot nadenken stemmen na een verkiezingscampagne in Nederland die volgens alle deelnemers over ‘de inhoud’ moest gaan, maar waarin vooral feiten, cijfers en woorden van anderen verdraaid werden. Tot zover ‘het eerlijke verhaal’.

    Terwijl zijn leger schaamteloos de Krim annexeerde, verscheen Vladimir Poetin op de televisie en vertelde de wereld doodleuk dat er geen Russische soldaten in Oekraïne waren. Dat was natuurlijk een leugen, maar hij zei er vooral mee dat de waarheid niet belangrijk is. Wanneer Donald Trump zomaar beweert dat hij duizenden moslims in New Jersey heeft zien juichen toen de Twin Towers omlaag kwamen, of dat de Mexicaanse regering met opzet ‘slechte’ immigranten naar de VS stuurt, en bedrijven die zich met het controleren van feiten bezighouden 78 procent van zijn uitspraken als onwaar aanmerken, maar hij toch kandidaat voor het presidentschap van Amerika wordt, dan lijkt het erop dat feiten er niet meer veel toe doen in the land of the free.

    Het is duidelijk dat we in een ‘post-feiten’ of ‘post-waarheid’-maatschappij zonder waarheid leven. Een maatschappij waarin politici en media niet alleen liegen – dat hebben ze altijd gedaan – maar waarin het ze ook niet uitmaakt of ze de waarheid vertellen of niet.

    Technologie

    Hoe heeft het zover kunnen komen? Komt het door de technologie? Door economische globalisering? Is het de culminatie van de geschiedenis van het denken? Er schuilt een puberaal genot in om de last van feiten van je af te schudden – die zware symbolen van opleiding en gezag, die ons herinneren aan onze plaats en onze beperkingen – maar waarom doet deze rebellie zich juist nu voor?

    Velen geven de schuld aan de technologie. Het informatietijdperk heeft niet gezorgd voor een nieuwe tijd waarin de waarheid wordt gesproken, maar maakt juist mogelijk dat leugens zich razendsnel verspreiden in wat techneuten ‘digitale bosbranden’ noemen. Tegen de tijd dat een factchecker een leugen heeft ontdekt, zijn er alweer duizenden nieuwe gecreëerd, en door de enorme omvang van de ‘cascades van desinformatie’ is de onwaarheid niet meer te stuiten. Het enige wat telt is dat de leugen clickable is en dat wordt bepaald door de mate waarin die leugen inspeelt op bestaande vooroordelen van mensen. Algoritmen die zijn ontwikkeld door bedrijven als Google en Facebook zijn gebaseerd op eerdere zoekopdrachten en clicks, dus met elke nieuwe zoekopdracht en elke volgende klik ziet men de eigen vooroordelen bevestigd. Sociale media, die nu voor de meeste Amerikanen de belangrijkste bron van nieuws vormen, lokken ons in echokamers van gelijkgestemden en geven ons alleen wat we aangenaam vinden – of dat nu waar is of niet.

    Misschien heeft de technologie ook subtielere invloeden op onze verhouding met de waarheid. De nieuwe media met hun talloze schermen en streams maken de realiteit zo gefragmenteerd dat deze niet meer te bevatten is, en zo stuwen ze ons, of laten ze ons ontsnappen, naar virtuele realiteiten en fantasieën. Door deze fragmentatie, in combinatie met de desoriëntatie van de globalisering, gaan mensen verlangen naar een veiliger verleden, en zo ontstaat nostalgie. ‘De eenentwintigste eeuw wordt niet gekenmerkt door de zoektocht naar nieuwe mogelijkheden,’ schreef de overleden Russisch-Amerikaanse filoloog Svetlana Boym, ‘maar door de toename aan nostalgie (…) nostalgische nationalisten en nostalgische kosmopolieten, nostalgische natuurbeschermers en nostalgische metrofielen [liefhebbers van steden] wisselen pixelvuur uit in de blogosfeer.’

    Zo verkopen de legers internettrollen van Poetin dromen over de herrijzenis van het Russische Rijk en de Sovjet-Unie; Trump twittert over ‘Make America Great Again’; Brexiteers hunkeren op Facebook naar een verloren Engeland; de virale gruwelvideo’s van IS verheerlijken een mythisch kalifaat. Zoals Boym betoogde: restauratieve nostalgie streeft er ‘met paranoïde vastberadenheid’ naar om het verloren vaderland opnieuw op te bouwen, ziet zichzelf als ‘waarheid en traditie’, heeft een obsessie voor indrukwekkende symbolen en ‘vervangt kritisch denken door emotionele binding’. ‘In extreme gevallen kan deze nostalgie een schijnvaderland creëren, waarvoor mensen bereid zijn te sterven of te doden. Ondoordachte nostalgie kan monsters baren.’

    Als alle feiten zeggen dat je geen economische toekomst hebt, waarom zou je dan feiten willen horen?

    De vlucht in technofantasieën heeft veel te maken met economische en sociale onzekerheid. Als alle feiten zeggen dat je geen economische toekomst hebt, waarom zou je dan feiten willen horen? Als je in een wereld leeft waarin een kleine gebeurtenis in China leidt tot verlies aan banen in Lyon, waarin je regering kennelijk geen macht heeft over de gebeurtenissen, dan verdwijnt het vertrouwen in oude gezagsinstituties – politici, wetenschappers, de media. En dat leidt tot de bewering van Brexit-leider Michael Gove dat de Britten ‘genoeg hebben van deskundigen’, tot Trumps tirades tegen de ‘lamestream’-media en tot de bloei van sites voor ‘alternatief nieuws’ op internet.

    Paradoxaal genoeg blijk uit een onderzoek van Northeastern University dat mensen die de ‘mainstream’-media niet vertrouwen, meer geneigd zijn onjuiste informatie te geloven: ‘Het is verrassend dat consumenten van alternatief nieuws, die juist proberen de “massamanipulatie door mainstreammedia” te vermijden, het meest ontvankelijk zijn voor valse beweringen.’ Gezonde scepsis eindigt in een zoektocht naar onwaarschijnlijke complotten. Poetins door het Kremlin gecontroleerde televisie ziet achter alles een Amerikaanse samenzwering, en volgens sommige elementen in de Brexit-campagne was er sprake van een Duits-Frans-Europees complot tegen Groot-Brittannië.

    ‘Objectieve verslaggeving bestaat niet,’ beweren Dmitri Kiseljov en Margarita Simonyan, die aan het hoofd staan van Poetins propagandanetwerken, als hen wordt gevraagd om de redactionele uitgangspunten te verklaren waarbinnen aan samenzweringstheorieën evenveel waarde wordt gehecht als aan wetenschappelijk onderzoek. RT, de internationale zender van het Kremlin, beweert dat het ‘een alternatief standpunt’ biedt, maar in de praktijk betekent dit dat de hoofdredacteur van een uiterst rechts blaadje een even geloofwaardige studiogast wordt gevonden als een onderzoeker van de universiteit, en zo wordt een leugen even geschikt bevonden voor uitzending als een feit. Donald Trump speelt eenzelfde spel door ongefundeerde geruchten voor te stellen als redelijke, alternatieve meningen, en door verzinsels, zoals dat Obama moslim is of dat Ted Cruz in het geheim een Canadees paspoort heeft, te brengen onder de dekmantel van ‘veel mensen zeggen dat…’

    Dit gelijkstellen van waarheid en vervalsing wordt gevoed door een alomtegenwoordig laat-postmodernistisch relativisme dat de afgelopen dertig jaar van de wetenschappelijke wereld is doorgesijpeld naar de media en vandaar naar de rest van de wereld. Hierin wordt het credo van Nietzsche, ‘Er bestaan geen feiten, alleen interpretaties’, zo opgevat dat elke versie van gebeurtenissen gewoon een ander verhaal is, waarin leugens verontschuldigd kunnen worden als ‘een alternatieve kijk’ of ‘een mening’, omdat ‘alles betrekkelijk is’ en ‘iedereen zijn eigen waarheid heeft’ (en op internet is dat ook zo).

    © Paul Faassen
    © Paul Faassen

    Volgens Maurizio Ferraris, een van de oprichters van de beweging New Realism en een van de meest overtuigende critici van het postmodernisme, maken we nu de culminatie mee van twee eeuwen denken. De Verlichting streefde er oorspronkelijk naar het onderzoeken van de wereld mogelijk te maken door het recht om de werkelijkheid te definiëren weg te halen bij een goddelijke autoriteit en over te dragen aan de individuele rede. Het ‘Ik denk dus ik ben’ van Descartes plaatste de zetel der kennis in de menselijke geest. Maar als het enige wat je kunt kennen je geest is, dan ‘is de wereld mijn voorstelling’, zoals Schopenhauer stelde.

    Aan het eind van de twintigste eeuw gingen de postmodernisten nog verder, door te beweren dat ‘er niets is buiten de tekst’ en dat al onze ideeën over de wereld komen van de machtsstructuren die ons zijn opgelegd. Dit heeft geleid tot een syllogisme dat Ferraris zo formuleert: ‘Alle realiteit blijkt een constructie van macht te zijn, en dat maakt die realiteit zowel verwerpelijk (wanneer we met “Macht” de macht bedoelen die ons overheerst) als kneedbaar (wanneer we met “macht” bedoelen “in onze macht”).’

    Het postmodernisme zag zichzelf oorspronkelijk als emanciperend, een manier om mensen te bevrijden van de onderdrukkende vertellingen waaraan ze waren blootgesteld. Maar, zegt Ferraris, ‘de komst van het mediapopulisme toonde een afscheid van de realiteit dat helemaal niet emanciperend was’. Als de realiteit oneindig kneedbaar is, dan kon Berlusconi, die zo veel invloed op Poetin heeft gehad, terecht zeggen ‘Snap je dan niet dat iets – een idee, een politicus of een product – niet bestaat als het niet op televisie is?’ Dan kon de regering-Bush een oorlog die gebaseerd was op onjuiste informatie legitimeren. ‘Als we handelen, scheppen we onze eigen werkelijkheid,’ zei een adviseur van Bush, waarschijnlijk Karl Rove, tegen The New York Times in een citaat dat Ferraris als voorbeeld neemt, ‘en terwijl jullie die werkelijkheid bestuderen – op jullie eigen, grondige wijze – zullen wij weer handelen, en zo weer nieuwe werkelijkheden scheppen.’

    ‘De Remain-campagne kwam steeds met feiten, feiten, feiten, feiten, feiten. Dat werkt gewoon niet. Je moet emotioneel contact leggen met mensen’

    En wat nog erger is: door te zeggen dat alle kennis (onderdrukkende) macht is, nam het postmodernisme de basis weg van waaruit je tegen de macht kon redeneren. Het poneerde dat ‘omdat rede en intellect vormen zijn van overheersing, bevrijding gezocht moet worden via gevoelens en het lichaam, die van nature revolutionair zijn’.

    Het verwerpen van op feiten gebaseerde argumenten en kiezen voor emoties wordt een onderwerp op zichzelf. De politieke echo hiervan kunnen we horen in de redenering van Arron Banks, de oprichter van de campagne om de EU te verlaten: ‘De Remain-campagne kwam steeds met feiten, feiten, feiten, feiten, feiten. Dat werkt gewoon niet. Je moet emotioneel contact leggen met mensen. Dat is het succes van Trump.’ Ferraris ziet de wortel van het probleem in het antwoord van filosofen in de achttiende eeuw op de opkomst van de wetenschap. Naarmate de wetenschap het interpreteren van de werkelijkheid overnam, werd de filosofie antirealistischer, om zo een ruimte te houden waarin ze nog een rol kon spelen.

    Koude Oorlog

    In mijn pogingen de wereld te begrijpen waarin ik ben opgegroeid en waarin ik leef – een wereld die in mijn geval werd bepaald door Rusland, de EU, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten – hoef ik niet zo ver terug te gaan om een tijd te vinden waarin feiten ertoe deden. Ik weet nog dat feiten verschrikkelijk belangrijk leken tijdens de Koude Oorlog. Zowel Sovjet-communisten als westerse democratische kapitalisten vertrouwden op feiten om te bewijzen dat hun ideologie de juiste was. Vooral de communisten hadden er een handje van de feiten in hun voordeel te draaien – maar uiteindelijk verloren ze toch, omdat ze hun verhaal niet langer konden volhouden. Als ze op een leugen werden betrapt, reageerden ze woedend. Het was belangrijk om als consciëntieus beschouwd te worden.

    Waarom waren feiten voor beide partijen belangrijk? Allebei probeerden ze, ten minste officieel, het bewijs te leveren voor een idee van rationele vooruitgang. Ideologie, verhaal en het gebruik van feiten gingen hand in hand. Des te meer, zoals mediaondernemer en activist Tony Curzon Price me heeft uitgelegd, omdat gezag en leiderschap in oorlogstijd belangrijk zijn voor je veiligheid. Je kijkt tegen leiders op vanwege – en zij overtuigen je met – de feiten.

    Toen kwamen de jaren negentig. Er was geen vooruitgang meer om naar te streven, er viel niets meer te bewijzen. Feiten raakten gescheiden van politieke verhalen. Dat verschafte wel een zeker geluk: het was een tijd van hedonisme en ecstasy, van een lichthoofdigheid waarin we de feiten van onze bankrekening konden negeren en zo veel schulden konden maken als we wilden. Zonder feiten en ideeën werden de nieuwe meesters van de politiek spindoctors en politieke technologen.

    In Rusland werd de traditie van het tsarisme en de KGB om politieke marionettenbewegingen te vormen gecombineerd met westerse pr-trucs, en zo ontstond een Potemkin-democratie waarin het Kremlin alle vertellingen en alle partijen manipuleerde, van uiterst links tot uiterst rechts. Dit begon in 1996, toen neppartijen en nepnieuws werden gebruikt om president Jeltsin te redden, en het werd vervolgens een model van ‘virtuele politiek’ dat in heel Eurazië werd nagevolgd (Paul Manafort, de spindoctor van Trump, werkte in 2005 in de wereld van het Kremlin om Poetin-adept president Janoekovitsj van Oekraïne te helpen kneden).

    In Groot-Brittannië werd het zichtbaar in de spectaculaire carrière van Alastair Campbell, een niet-verkozen persvoorlichter, die zo invloedrijk werd geacht dat de meest succesvolle politieke satire van die tijd hem de vertegenwoordiger van de macht in het land maakte. In de VS begon het met de Eerste Golfoorlog, door Baudrillard beschreven als een pure media-uitvinding, vervolgens kwam het gedoe rond Bill Clinton en daarna de Tweede Golfoorlog en het legendarische ‘Wij scheppen de werkelijkheid’ van Rove.

    Maar hoe cynisch ze ook waren, de spindoctors en politieke technologen probeerden tot dan toe nog steeds een illusie van de waarheid te geven. Hun verhaal moest geloofwaardig zijn, ook al waren de feiten mager. Toen de werkelijkheid ze inhaalde – het publiek kreeg de illusie van Moskou door, de verhalen over Irak bleken niet waar en de aandelenmarkten stortten in – was één reactie om de hakken in het zand te zetten, te ontkennen dat feiten er überhaupt iets toe doen, je op de borst te kloppen omdat je niets om die feiten geeft.

    Dit heeft veel voordelen voor heersers – en is een opluchting voor kiezers. Poetin hoeft geen overtuigender verhaal te hebben, hij hoeft alleen maar duidelijk te maken dat alle anderen liegen, het morele gezag van zijn tegenstanders te ondermijnen en zijn mensen te laten geloven dat er geen alternatief voor hem is. ‘Wanneer Poetin schaamteloos liegt, wil hij dat het Westen erop wijst dat hij liegt,’ zegt de Bulgaarse politiek wetenschapper Ivan Krastev (zie 360 Magazine #104). ‘Dan kan hij terugwijzen en zeggen: Maar jullie liegen ook.’ En als iedereen liegt dan mag het, of het nu over je persoonlijke leven is of over een invasie in een ander land.

    Dit is een (duister) genoegen. Je kunt nu alle gekte die je voelt eruit gooien en dan is het prima. Het enige wat Trump doet is mensen het plezier gunnen om vuil te mogen spuiten, het genot van pure emotie, vaak woede zonder enige redelijkheid. En een publiek dat al een decennium zonder feiten leeft, kan zich nu koesteren in een volledig anarchistische bevrijding van de geloofwaardigheid.