Tag: Islam

  • Brengen openbare iftarvieringen de christelijke cultuur in gevaar? 

    Brengen openbare iftarvieringen de christelijke cultuur in gevaar? 

    Onlangs ontstond in Nederland ophef vanwege een iftarviering in de Tweede Kamer. In het Verenigd Koninkrijk speelt een vergelijkbare discussie. Met name extreemrechts beweert dat het toelaten van islamitische feesten een gevaar vormt voor de christelijke cultuur die ten grondslag ligt aan de westerse maatschappij. Een bisschop en een katholiek commentator geven hun mening. 

    Nee: ‘Het is als christenen onze roeping ruimte te maken voor mensen met wie we het oneens zijn’ 

    Als bisschop van Kirkstall, een buitenwijk van Leeds, leidt Arun Arora in het Verenigd Koninkrijk ieder jaar op 11 november – Remembrance Day, de herdenking van het einde van de Eerste Wereldoorlog – een openbare christelijke herdenkingsdienst in de open lucht. Tijdens zo’n dienst worden hymnen gezongen, passages uit de Bijbel voorgelezen, gebeden uitgesproken in de naam van Jezus Christus en de zegen van de Heilige Drie-eenheid ingeroepen. Daarbij wordt Arora vergezeld door leiders van andere geloofsgemeenschappen: joods, hindoeïstisch, sikh en islamitisch. 

    ‘In de loop der jaren heb ik deze diensten (…) bijgewoond en geleid, en nooit heb ik een klacht gehoord van mensen met andere geloofsovertuigingen dat dergelijke diensten een “overheersing van de publieke ruimte” vormden of dat ze “een uiting van macht en intimidatie” waren in openbare ruimtes.’

    Deze klachten kwamen naar voren naar aanleiding van een openbare iftar op het Trafalgar Square in Londen. De iftar zou volgens Nick Timothy, de Britse schaduwminister van Justitie, deel uitmaken van een ‘islamitisch draaiboek’ om het christendom te vervangen. Deze suggestie vindt Arora ‘zo irrationeel en angstaanjagend dat ze definitief kan worden beschouwd als een islamofobe beschuldiging, vermomd als bezorgdheid over het openbaar beleid’, schrijft hij in The Guardian.

    ‘Als we het oneens zijn, moeten we het respectvol oneens zijn’

    Volgens de bisschop is intolerantie richting andersdenkenden bovendien in strijd met christelijke waarden. ‘Onze roeping als christenen is om ruimte te maken voor mensen met wie we het oneens zijn, maar in wie we de door God gegeven waardigheid zien. Onze roeping is niet om te domineren, noch om gedomineerd te worden, maar om het algemeen belang na te streven en in vrede met onze naasten te leven. En als we het oneens zijn, moeten we het respectvol oneens zijn.’

    Arora refereert naar een toespraak uit 2012 van Koningin Elizabeth II aan over de rol van de Anglicaanse staatskerk: ‘Haar rol is niet om het anglicanisme te verdedigen met uitsluiting van andere religies. Integendeel, de kerk heeft de plicht om de vrije uitoefening van alle geloofsovertuigingen in dit land te beschermen.’

    ‘Een dergelijk begrip van de rol van de kerk en de plaats van gelovigen staat haaks op de mening van degenen die pleiten voor een inperking van de beoefening van het islamitische geloof tot achter gesloten deuren, vanuit de onterechte aanname dat openbaar gebed een bedreiging vormt,’ aldus de bisschop van Leeds.

    Verder is Arora bang dat dit soort anti-islamitische uitspraken geweld tegen moslims in de hand werkt en bijdraagt aan de normalisering van extremistische ideologieën, erop gericht om moslims uit het openbare leven te bannen. ‘In een tijd waarin ons land nog nooit zo verdeeld is geweest, zouden we ons moeten laten leiden door christelijke waarden om dergelijke haat te verwerpen en ons juist te richten op wat ons verenigt,’ besluit hij. 

    Arun Arora is de Anglicaanse bisschop van Kirkstall, een buitenwijk van de Engelse stad Leeds. Van 2012 tot 2017 was hij directeur communicatie van de Raad van Aartsbisschoppen van de Kerk van Engeland. Tot 2022 was hij vervolgens predikant van de St. Nicholas-kerk in Durham.


    Ja: ‘Christendom en islam kunnen allebei ongelijk hebben, maar ze kunnen niet allebei gelijk hebben’ 

    ‘Om onduidelijke redenen lijkt het in Groot-Brittannië mode te zijn geworden voor christelijke kerken om zich beschikbaar te stellen als locatie voor de iftar. Dit jaar opende nota bene de kathedraal van Manchester op een avond haar deuren voor de lokale moslimgemeenschap, wat voor ophef zorgde op sociale media. Ik moet bekennen dat het ook mijn wenkbrauwen deed fronsen,’ zo begint de katholieke commentator en ambtenaar Niall Gooch zijn opiniestuk in The Spectator

    Volgens Gooch is het goed om te beseffen welke religieuze betekenis een iftar voor een moslim heeft. ‘Een iftar is onlosmakelijk verbonden met een specifieke religieuze plechtigheid. Het bijbehorende gebed, de adhan, omvat de shahada, ongetwijfeld een van de belangrijkste geloofsbelijdenissen in de islam, omdat het oprecht reciteren ervan algemeen wordt beschouwd als voldoende om moslim te worden. De shahada stelt niet alleen dat Mohammed de boodschapper van God is, maar beschrijft God ook als één.’ 

    Deze twee uitspraken zijn in strijd met het christendom, dat Mohammed niet als een belangrijke figuur beschouwt en leert dat God een Drie-eenheid is. Gooch vindt het dan ook extreem achteloos en onzorgvuldig dat sommige geestelijken toestaan dat de shahada in een christelijke kathedraal wordt uitgesproken.

    ‘Ik vermoed dat niet veel moskeeën christenen zouden uitnodigen voor een gebedsbijeenkomst of een bijbelstudie – en terecht!’

    ‘We kunnen er niet omheen dat het christendom en de islam twee verschillende en onderling tegenstrijdige religies zijn. Ze kunnen allebei ongelijk hebben, maar ze kunnen niet allebei gelijk hebben. Als Jezus Christus de Zoon van God was, kan hij niet tegelijkertijd ook slechts een belangrijke profeet zijn. (…) Ik denk dat toegewijde moslims het erover eens zullen zijn dat hier een keuze moet worden gemaakt. (…) Ik vermoed dat niet veel moskeeën christenen zouden uitnodigen voor een gebedsbijeenkomst of een bijbelstudie – en terecht!’

    Gooch vraagt zich af hoe het komt dat christenen ‘zo enthousiast’ zijn over dit soort tolerante gebaren richting andere godsdiensten. Onder verwijzing naar het boek The Strange Death of Europe van Douglas Murray vertelt hij hoe onze beschaving haar zelfvertrouwen verloor na twee verwoestende wereldoorlogen. Als gevolg daarvan zou de Europese intelligentsia niet langer respectvol met haar eigen culturele en religieuze erfgoed om kunnen gaan. In plaats daarvan staat ze daar wantrouwend en vijandig tegenover, en wringt ze zich in allerlei bochten om aanhangers van andere religies tegemoet te komen. 

    Gooch vreest dat ‘overmatige tolerantie’ tegenover anderen ertoe kan leiden dat de eigen opvattingen vanbinnen uitgehold worden. ‘Het doet denken aan een oude grap over een liberaal die zo ruimdenkend is dat hij in een gevecht nooit partij kiest. (…) De traditionele nadruk van het christendom op zelfverloochening en nederigheid kan leiden tot een soort wegcijferen van eigen overtuigingen. De grenzen van de eigen leer en levenswandel moeten worden bewaakt.’ 

    Niall Gooch schrijft onder meer voor The Catholic Herald, een katholiek magazine, en UnHerd, een conservatieve nieuwssite. 

  • Een lijkwade over het zonovergoten Bondi Beach

    Een lijkwade over het zonovergoten Bondi Beach

    Bondi Beach, ooit een symbool voor de multiculturele identiteit van Sydney, is na de aanslag in december 2025 veranderd in een grimmige herinnering aan het levende antisemitisme binnen de Australische maatschappij.

    Bondi Beach heeft een speciale plek binnen de Australische geschiedenis. In een land waar ruim 90 procent van de bevolking binnen 50 kilometer van de kust woont, staan stranden symbool voor de kern van het Australische gedachtegoed; een openbare plaats waar iedereen gelijk is. Een plek met zonlicht en een verre horizon, passend bij het optimistische karakter van het land. Bondi belichaamt dit credo. Kunstenaars en fotografen gebruiken deze 800 meter lange sikkel al jaren als inspiratiebron. Maar het bloedbad van 14 december heeft de idealen verstoord en dwingt Australiërs hun identiteit en samenleving in twijfel te trekken. Nadat twee in het zwart geklede schutters een Chanoekaviering op het strand beschoten, kwamen minstens twaalf mensen om het leven en raakten negenentwintig mensen gewond. [Later is het uitgekomen op vijftien overledenen en veertig gewonden.] Door sociale media is ontstellend beeldmateriaal van deze gebeurtenis snel in het publieke domein terechtgekomen, bijvoorbeeld van de man die door de Australische televisie werd geïdentificeerd als Ahmed El Ahmed, een winkeleigenaar en vader van twee, die eigenhandig een schutter neerhaalde. Ook is vastgelegd hoe de politie de schutters aanhield. Op de beelden is te zien hoe agenten een razende menigte moeten tegenhouden die klaarstaat om wraak te nemen.

    Joodse gemeenschap

    Hoewel Bondi een oord is voor backpackers en surfers, vormt het ook het epicentrum van de Joodse gemeenschap van Sydney. In de decennia voor en na de Tweede Wereldoorlog vestigden Joodse vluchtelingen uit Europa zich in Bondi – eerst op de vlucht voor de nazi’s, later voor de communisten. Tussen Bondi Beach en het stadscentrum van Sydney ligt een rijke, heuvelige buitenwijk, waar een groot deel van de Joodse gemeenschap woont.

    De schutters hebben het hart van deze wereld getroffen, een wereld die decennialang open en ontspannen was, zelfs zodanig geïntegreerd dat die term niet meer van toepassing was.

    Maar ook vóór deze aanslag was het relatief onbezorgde bestaan van Joden in Sydney al aan het afbrokkelen. Slechts twee weken voor de schietpartij publiceerde de Executive Council of Australian Jewry een verslag over een toenemend aantal antisemitische incidenten, van graffiti en posters tot brandstichting en aanvallen.

    Ook vóór deze aanslag was het relatief onbezorgde bestaan van Joden in Sydney al aan het afbrokkelen

    Na de terroristische aanval op Israël van 7 oktober door Hamas en de daaropvolgende invasie van Gaza door het Israëlische leger, is het aantal antisemitische incidenten ernstig toegenomen. Aan het begin van dit decennium schommelde het aantal incidenten in Australië rond de 450. Dit stabiele jaargemiddelde is gestegen naar 2062 voorvallen in 2024, met 1654 voorvallen in de twaalf maanden tot 30 september 2025. In de provincie New South Wales, waar Sydney een groot deel van uitmaakt, vond ongeveer 40 procent van deze incidenten plaats.

    In het verslag komt een verontrustende reeks gebeurtenissen voorbij. Joodse mensen worden geconfronteerd met de Hitlergroet of krijgen grove woorden naar hun hoofd geslingerd. Een auto werd in de as gelegd en er werd brand gesticht in een restaurant en een kinderopvang. Nazisymbolen en -leuzen werden herhaaldelijk op muren en ramen van Joodse synagogen en scholen gekladderd.

    Vervolgens stonden er begin november zestig zwartgeklede betogers buiten het parlementsgebouw van New South Wales met een spandoek met daarop de tekst ‘schaf de Joodse lobby af’.

    ‘Er heerst een ziekte in de hedendaagse Australische maatschappij, en dat is Jodenhaat,’ zei Daniel Aghion van de Executive Council of Australian Jewry bij de publicatie van het verslag. Maar zelfs hij had zich de gruwel die op de loer lag niet kunnen voorstellen.

    Deur open

    De aanslag bij Bondi Beach is niet alleen de ergste antisemitische aanslag die Australië ooit heeft gekend, het is tevens de dodelijkste terroristische op Australisch grondgebied ooit. Op een aantal opmerkelijke uitzonderingen na hebben Australische steden nauwelijks rassenrellen meegemaakt. Stemmers scharen zich zelden achter het soort militante anti-immigratiepopulisten die de Europese peilingen tegenwoordig domineren. Australiërs zullen zich nu afvragen hoe een samenleving die lang de deur openhield voor migratie en trots was op de bijkomende tolerantie, zo heeft kunnen veranderen.

    Het land heette in de jaren zestig voor het eerst groepen Italiaanse en Griekse migranten welkom, die een enorme invloed hebben gehad op de cultuur. Vervolgens kwamen er in de jaren zeventig en tachtig Vietnamese vluchtelingen, evenals Libanezen die de burgeroorlog ontvluchtten. Net als de Zuid-Europeanen stuitten ze aanvankelijk op lokale achterdocht of zelfs vijandigheid, alvorens hun niche te vinden in het – toen nog – flexibele Australië.

    In de jaren negentig waren de Chinezen en Koreanen aan de beurt. Rond deze tijd verscheen de roodharige, populistische Pauline Hanson ten tonele, die verkondigde dat Australië te veel Aziatische immigranten toeliet.

    Stemmers scharen zich zelden achter militante anti-immigratiepopulisten die de Europese peilingen domineren

    De toenmalige conservatieve regering onder John Howard wist de toenemende zorgen over immigratie te bedaren door ‘de bootjes tegen te houden’ – doelend op illegale migratie vanuit het noorden. De overheid gebruikte dit optreden tegen illegale migratie om legale migratie toegankelijker te maken. Er volgde een vloedgolf aan migrerende families en hoogopgeleiden, waarbij migranten uit het Indische subcontinent de afgelopen jaren het voortouw namen. Het aantal Australiërs dat in het buitenland is geboren, steeg sinds de eeuwwisseling van 23 naar 32 procent.

    De migratie van moslims begon tijdens de vele conflicten in het Midden-Oosten en ontstak misschien wel een van de grootste culturele conflicten tot nu toe, hoewel het aantal Australiërs dat zich als moslim identificeert nauwelijks boven de 3 procent uitkomt. In december 2005 brak er een gevecht uit tussen witte mannen en Libanese Australiërs op Cronulla Beach in Sydney – ook al een deuk in het imago van het strand, dat symbool stond voor egalitaire openheid. ‘We grew here, you flew here’, luidde het motto. Hanson kwam onlangs onder de internationale aandacht toen ze de plenaire zaal van de Australische senaat betrad in een boerka.

    De Joodse emigratiegolf ging vooraf aan deze ontwikkelingen, evenals de bijkomende antisemitische reacties. Joden bedragen nu ongeveer 0,4 procent van de bevolking, een aantal dat overeenkomt met het VK [en Nederland].

    AZ Bondi Beach compressed
    © Pexels

    Zo raakte ook de Joodse gemeenschap in Australië verzeild in de grote kwesties van onze tijd: de toekomst van migratie en multiculturalisme en de ogenschijnlijk onoverbrugbare polarisatie die deze onderwerpen oproepen. Al in de eerste verslagen werd gemeld dat een van de schutters een recentelijk ontslagen metselaar was van Pakistaans-Islamitische afkomst.

    De focus van het debat rond antisemitisme kan hierdoor overgaan in een gesprek over het gevaar van de islam op Australisch grondgebied. Dit debat zal genuanceerd worden door het heldhaftige optreden van Ahmed El Ahmed op 14 december, die zijn landgenoten eraan herinnerde dat groepen mensen niet over één kam te scheren zijn. Niemand weet dit beter dan de Joodse gemeenschap, die dagelijks te maken heeft met de vage grens tussen pro-Palestina- of anti-Israëlsentiment en antisemitisme.

    Het opvallende aan de positie van de Joodse bevolking is dat ze haast politiek omsingeld zijn. Zelfs als de woede vanuit het overwegend linkse, pro-Palestijnse kamp niet ontaardt in antisemitisme, draagt het nog bij aan een klimaat waarin neonazigroepen – zoals de in het zwart gehulde parlementbetogers – hun eigen boosaardigere complottheorieën kunnen promoten.

    Het opvallende aan de positie van de Joodse bevolking is dat ze haast politiek omsingeld zijn.

    In de buitenwijken ten oosten van Sydney zijn de oorlogsvluchtelingen en hun nakomelingen er lang van uitgegaan dat ze de schaduw van het antisemitisme goed en wel hadden achtergelaten op het besneeuwde continent. Nu werpt het een lijkwade over het zonovergoten strand. De lokale Joodse gemeenschap staat samen met alle andere Australiërs voor de vraag: zal de geopolitieke vloedgolf de nationale mythe van het openbare democratische strand met zich meesleuren als het weer eb wordt?

    En deze vraag gaat niet alleen Australiërs aan. Europese regeringen, waaronder de Britse, zijn momenteel bezig de beveiliging van Chanoeka-vieringen opnieuw te beoordelen. Zoals Marina Rosenberg van de Anti-Defamation League al vóór de gruwelijke gebeurtenissen zei: ‘Wat in Australië gebeurt, is een alarmbel voor de hele wereld.’

  • Tijd voor een islamitische NAVO

    Tijd voor een islamitische NAVO

    Het tekenen van het wederzijdse defensieakkoord tussen Pakistan en Saoedi-Arabië in Riyad is een grote mijlpaal voor beide staten, aldus dit redactioneel.

    Hoewel er sinds de jaren zestig al defensieverdragen bestaan tussen Islamabad en Riyad en er meermaals Pakistaanse troepen in het koninkrijk zijn gestationeerd, versterkt dit nieuwe pact de eerdere afspraken en herhaalt het vooral dat ‘agressie tegen een van de landen wordt gezien als agressie tegen beide’.

    De laatste jaren werd al vaker over een defensieverdrag gesproken, maar de timing is belangrijk: wereldwijd is niet onopgemerkt gebleven dat de ondertekening slechts enkele dagen na de Israëlische aanval op Qatar plaatsvond. De golfstaten, waaronder Saoedi-Arabië, beseffen steeds meer dat Amerika hen, ondanks de diepe onderlinge banden, waarschijnlijk niet te hulp zal schieten. Daarom slaan ze een nieuwe weg in. Pakistan, een land dat hechte banden met de golfstaten heeft en over een doorgewinterd leger beschikt, lijkt de meest logische partner.

    Vraagtekens

    Toch zijn er de nodige vraagtekens bij dit verdrag te plaatsen. Zo is de situatie in het Midden-Oosten nog steeds zeer gevoelig. De Saoedische regering onderhoudt vriendschappelijke banden met New Delhi, dus zal Riyad Pakistan wel verdedigen als India opnieuw aanvalt? Er moeten concrete antwoorden komen op deze vragen, zeker nu India heeft gezegd toekomstig geweld tegen Pakistan niet uit te sluiten. Als reactie op de ontwikkelingen heeft het Indiase ministerie van Buitenlandse Zaken laten weten dat het ‘de gevolgen [van het verdrag] nog verder onderzoekt’.

    Maar het Pakistaans-Saoedische verdrag is van groot belang en het staat buiten kijf dat dit een belangrijke diplomatieke en geopolitieke overwinning is voor Pakistan. Hopelijk zal het de vriendschappelijke banden tussen beide staten verder versterken.

    Het is ook mogelijk dat andere golfstaten in de toekomst soortgelijke verdragen sluiten met Pakistan. Hoewel Pakistan moet blijven streven naar bilaterale defensieverdragen, gaapt er op grotere schaal – zeker wat betreft collectieve veiligheid in het Midden-Oosten – nog steeds een groot gat.

    Het verdrag is een diplomatische en geopolitische overwinning

    Hier kan de islamitische militaire alliantie, opgericht in 2015 en aangestuurd door de voormalige legerchef van Pakistan, Raheel Sharif, een nieuwe functie krijgen als collectief verdedigingsmiddel voor de islamitische wereld. Op dit moment wordt het 43 leden tellende orgaan nog te weinig benut. Als het zich uitbreidt door Iran en andere islamitische staten die nog geen lid zijn toe te laten, zou dat een sterk signaal vormen aan Israël, dat op dit moment de grootste dreiging vormt voor de Palestijnen en de islamitische en Arabische wereld in het algemeen. Door de organisatie nieuw richting te geven, kan er een eind worden gemaakt aan de genocide in Gaza en kunnen toekomstige aanvallen van de zionistische staat op buurlanden worden voorkomen.

    Er bestaat al een infrastructuur voor een ‘islamitische NAVO’; de alliantie hoeft slechts andere islamitische landen uit te nodigen en de wederzijdse verdedigingscapaciteit te versterken.

  • Afghanistan: taliban zetten een radiostation voor vrouwen op non-actief

    Afghanistan: taliban zetten een radiostation voor vrouwen op non-actief

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zweden: minstens elf doden bij schietpartij op school in Örebro

    » Griekenland: eiland Santorini getroffen door meerdere aardbevingen

    Het zou een buitenlands tv-station apparatuur hebben geleverd

    De Afghaanse autoriteiten hebben dinsdag het bekende station Radio Begum in Kaboel doorzocht en twee medewerkers gearresteerd. Het ministerie van Informatie rechtvaardigde de ontmanteling van het radiostation door op X te verklaren dat ‘het niet alleen meerdere overtredingen heeft begaan, maar ook apparatuur en programma’s heeft geleverd aan een televisiestation in het buitenland’.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Volgens de nieuwswebsite KabulNow werd Radio Begum opgericht in maart 2021, enkele maanden voordat de taliban de controle over Kaboel overnamen. De medewerkers van het station zenden programma’s uit voor en door vrouwen, waaronder educatieve programma’s, boeklezingen en telefonisch advies. Afghanistan is het enige land waar meisjes en vrouwen niet naar de middelbare school of universiteit mogen.

  • Syrië: rebellengroepen worden ontbonden om een leger te vormen

    Syrië: rebellengroepen worden ontbonden om een leger te vormen

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Terugkeer van astronauten die vastzitten in het ISS opnieuw uitgesteld

    » Japanse autofabrikanten Nissan en Honda bespreken mogelijke fusie

    Dat maakte rebellenleider Al-Sharaa dinsdag bekend

    De leider van de islamistische groep Hayat Tahrir al-Sham (HTC), Ahmed al-Sharaa, kondigde dinsdag aan dat ‘de verschillende rebellengroeperingen’ die het regime van Bashar al-Assad ten val brachten ‘ontmanteld zullen worden’ en dat hun strijders ‘getraind zullen worden om deel uit te maken van de gelederen’ van het nieuwe Syrische leger, meldt El País.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    HTC zal als eerste zijn gelederen ontbinden ‘in het algemeen belang van het land’, zei de militaire leider van de groep, Mourhaf Abou Qasra. ‘In elke staat moeten militaire eenheden geïntegreerd worden in een militaire instelling,’ zei hij.

    De aankondiging van de vorming van een leger heeft een ‘juridische dimensie die diplomatieke contacten en het opheffen van sancties zou moeten vergemakkelijken’. HTC staat immers nog steeds op de lijst van terroristische organisaties van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken staat, schrijft El País.

  • De spanningen tussen soennieten en sjiieten zijn op het laagste niveau in veertig jaar

    De spanningen tussen soennieten en sjiieten zijn op het laagste niveau in veertig jaar

    Dankzij de toenadering tussen Saoedi-Arabië en Iran en de verzwakking van de politieke islam zijn de spanningen tussen de twee belangrijkste takken van de islam in de regio in veertig jaar niet zo laag geweest. Maar de verstandhouding tussen de twee regionale zwaargewichten blijft broos, schrijft de Libanese krant L’Orient-Le Jour.

    Onder de azuurblauwe en gouden mozaïeken van het heiligdom van Karbala in Irak vond op 13 mei een belangrijke gebeurtenis plaats. De heilige stad van het sjiisme ontving de Saoedische ambassadeur in Irak, die een bezoek bracht aan het mausoleum van imam Hoessein, het ultieme symbool van de sjiitische martelaar en de onenigheid met de soennieten sinds het begin van de islam.

    Twee weken eerder kwam Saoedi-Arabië met een al even frappante mededeling: de opening van een directe luchtverbinding tussen Dammam, de hoofdstad van de westelijke provincie van het Saoedische koninkrijk, en het Iraakse Nadjaf, het ‘sjiitische Vaticaan’.

    Volgens dezelfde logica heeft de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman (MBS) recentelijk een bezoek aan deze westelijke provincie gebracht, waar de meerderheid van de Saoedische sjiitische gemeenschap woont, en daar zelfs zijn ex-mentor Mohammed bin Zayed ontvangen, de president van de Verenigde Arabische Emiraten, met wie de verstandhouding de laatste twee jaar is bekoeld. Is er dus een eind gekomen aan de tijd waarin bijvoorbeeld de Saoedische sjeik Nimr al-Nimr, een belangrijke figuur binnen de sjiitische gemeenschap in Saoedi-Arabië, in 2016 in Riyad werd geëxecuteerd?

    Voor die conclusie is het waarschijnlijk nog te vroeg, maar de kroonprins zoekt momenteel veelvuldig toenadering tot de sjiitische gemeenschap. Dit alles volgens een dubbele logica: de ene is van geopolitieke aard – de wens om de betrekkingen met Iran te normaliseren – de andere van religieuze – een ommekeer in het wahabitische denken.

    Het eerste gevolg is dat de spanningen tussen soennieten en sjiieten lager lijken dan ze de afgelopen veertig jaar zijn geweest. De context van de oorlog in Gaza draagt eveneens bij aan deze ‘verzoening’, aangezien Palestina het laatste onderwerp is dat de Arabische wereld – althans ogenschijnlijk – verenigt.

    Interreligeuze dialoog

    ‘Mohammmed al-Issa, een vooraanstaande geestelijke die nauwe banden heeft met de Saoedische kroon en die het symbool is van deze ontwikkeling, had kortgeleden een ontmoeting met sjiitische geestelijken in Mekka,’ zegt Hasni Abidi, directeur van het studiecentrum Cermam in Genève dat onderzoek doet naar de Arabische en mediterraanse wereld. ‘Hij zet zich enorm in voor de interreligeuze dialoog.’

    In dezelfde geest heeft, na de dood van de Iraanse president Ebrahim Raisi, de grootimam van de al-Azhar-moskee in Egypte een tweet in het Perzisch gepubliceerd, waarin hij ‘de oprechte solidariteit’ van de soennitische instelling ‘met de Islamitische Republiek Iran’ betuigt.

    Het tweede decennium van deze eeuw stond inderdaad in het teken van een ongekende toename van de spanningen tussen de twee belangrijkste huizen van de islam, ingegeven door de geopolitieke rivaliteit tussen Saoedi-Arabië en Iran. De oorlogen in Syrië, Irak en Jemen waren in belangrijke mate doordrenkt van deze vijandigheid. Maar door de komst van Islamitische Staat, die de haat jegens de sjiieten tot kerndoel had verheven, zijn deze conflicten doodgebloed, met name in Syrië en in Irak, het epicentrum van de spanningen.

    Na verscheidene decennia van verwoesting en bloedvergieten kiezen de staten nu voor toenadering. ‘Er bestaat een quasiconsensus onder de grote mogendheden in het Midden-Oosten over het feit dat het tijd wordt om zich eerder met binnenlandse aangelegenheden bezig te houden, met name de economische zorgen, dan met regionaal avonturisme,’ zegt Hoessein Ibish, onderzoeker bij het Arab Gulf States Institute in Washington. ‘Paradoxaal genoeg sluit Iran zich aan bij dit idee van regionale de-escalatie, maar blijft het land zijn invloed voornamelijk uitoefenen via De As van het Verzet,’ nuanceert hij.

    ’Saoedi-Arabië wil zich profileren door middel van een nieuwe verzoeningspolitiek jegens Iran’

    Op het hoogtepunt van de vijandelijkheden had Saoedi-Arabië zich ingespannen om de moslimwereld te verenigen door het verspreiden van de confessionele gedachte. Ook nu speelt het koninkrijk nog een vooraanstaande rol in de soennitische verzoening met het sjiitische zwaargewicht in de regio, zoals blijkt uit het normaliseringsakkoord dat op 10 maart 2023 in Beijing is ondertekend.

    ‘Nu andere regionale soennitische mogendheden van het toneel zijn verdwenen, en vooral om Turkije geen vrij spel te geven, wil Saoedi-Arabië zich profileren door middel van een nieuwe verzoeningspolitiek jegens Iran,’ analyseert Hasni Abidi. ‘Maar eigenlijk ambieert zowel Riyad als Teheran de rol van regionale leider, soennitisch dan wel sjiitisch.’

    De toenadering tussen de twee geloofsrichtingen is ook te danken aan het feit dat in Saoedi-Arabië de staat zich de religieuze kwestie heeft toegeëigend door de ‘dewahabisering’ van het koninkrijk in versneld tempo door te voeren. 

    Toen MBS aan de macht kwam zijn de oelama’s, de islamitische schriftgeleerden, gesommeerd om de antisjiitische referenties in het officiële soennitische narratief te schrappen. In Egypte is het salafisme de kop ingedrukt toen het in conflict kwam met de politiek. Sindsdien verkeert de beweging in een regionale crisis die in schril contrast staat met het succes van de afgelopen twee decennia.

    De vredelievende gedachte, voortgekomen uit het moederhuis van het soennisme, klinkt in de hele Arabische wereld door in de preken, de media en de sociale netwerken, terwijl de kritiek op het sjiisme is verstild. Behalve die op de jihadisten, wier boodschap  door de instorting van Islamitische Staat echter in veel mindere mate verspreid. Maar ondanks dit nieuwe beleid wijst niets erop dat de antisjiitische gevoelens zijn verdwenen bij de bevolkingsgroepen die daar meer dan veertig jaar lang mee zijn overvoerd.

    Politieke kalmte

    Dat is niet de enige factor die de politieke kalmte tussen de twee belangrijkste takken van de islam wankel maakt. Er blijft een diepe kloof bestaan. Ten eerste omdat Iran niet bereid is zijn netwerk van milities te ontmantelen dat overal in het Midden-Oosten actief is en een voortdurende dreiging vormt. ‘Zolang Iran volhardt in die regionale strategie blijft een wederopleving van de spanningen, en dus een conflict of confrontatie, een reële mogelijkheid, ook al verlangt iedereen naar een de-escalatie,’ zegt Hoessein Ibish. Temeer omdat de Saoediërs de vergissing begaan de pacificering van het Midden-Oosten uitsluitend vanuit een zakelijk oogpunt te benaderen.

    De oorlog in Gaza toont tegelijkertijd de sterke en de zwakke punten van een soennitisch-sjiitische toenadering. Deze heeft voorlopig de nieuwste fase in het Israëlisch-Palestijnse conflict overleefd, die is ingeluid door Hamas, een lid van de soennitische ‘As van het Verzet’, al is de door MBS zo vurig gewenste stabilisering van de regio daardoor in duigen gevallen.

    De Islamitische Republiek en haar Arabische buren staan eensgezind achter de Palestijnse zaak en veroordelen het bloedbad dat Israël in de enclave aanricht. Maar na de aanval van Iran op Israël op 13 april, als reactie op de Israëlische aanslag op het Iraanse consulaat in Damas, hebben alle Arabische landen zich in meer of mindere mate achter Israël geschaard.

    Een hachelijk partijtje koorddansen voor Saoedi-Arabië, dat zijn band met Iran moet zien te behouden en tegelijkertijd zijn strategische samenwerking met de Verenigde Staten probeert te intensiveren en ook de deur voor een normalisering van de betrekkingen met Israël op een kier wil houden. ‘De nationale belangen kunnen op relatief korte termijn tot ernstige onenigheid tussen de verschillende staten leiden, want de breuklijnen die tussen 2010 en 2018 bestonden zijn er nog steeds,’ aldus Hoessein Ibish. ‘De rust is dus broos en vermoedelijk van tijdelijke aard.’ 

  • Minstens 19 buitenlandse pelgrims sterven tijdens hadj in Mekka

    Minstens 19 buitenlandse pelgrims sterven tijdens hadj in Mekka

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Spanje: honderden mensen bezetten het beroemdste strand van Mallorca

    » Rusland: leden van Islamitische Staat gedood tijdens gijzeldrama in gevangenis

    Hoge temperaturen zorgen voor doden tijdens bedevaart

    Minstens veertien Jordaniërs en vijf Iraniërs zijn gestorven tijdens de jaarlijkse bedevaart naar Mekka, die sinds vrijdag plaatsvindt in zinderende hitte, zo maakten de autoriteiten in hun landen zondag bekend. Het Jordaanse ministerie van Buitenlandse Zaken zei dat de veertien Jordaanse pelgrims waren overleden ‘na een hitteberoerte’, meldt The New York Times.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De Saoedische autoriteiten hebben geen details gegeven over het aantal gevallen van hyperthermie, maar vorig jaar werden meer dan tienduizend gevallen geregistreerd, waarvan 10 procent een hitteberoerte, de gevaarlijkste vorm. ‘In Mekka bereikten de temperaturen zondag bijna 37 graden Celsius en recente studies hebben aangetoond dat door klimaatverandering de gezondheidsrisico’s nog groter zullen worden’, aldus de Amerikaanse krant. ‘Wetenschappers hebben gewaarschuwd dat de weersomstandigheden ernstig zullen worden als de hadj, die de maankalender volgt, in de zomer valt, zoals dit jaar het geval is.’

    De pelgrimstocht is een van de vijf pijlers van de islam en veel van de rituelen vinden in de buitenlucht plaats, in Mekka en de omliggende woestijn. Deze rituelen omvatten het bidden buiten de Grote Moskee van Mekka en een dag lang bidden op de berg Arafat, vaak onder de brandende zon.

  • Leidt het abajaverbod op Franse scholen tot minder radicalisering?

    Leidt het abajaverbod op Franse scholen tot minder radicalisering?

    Onlangs werd de abaja, een jurk die islamitische vrouwen dragen, verboden op Franse scholen. Een goede maatregel, aldus docent Iannis Roder. ‘Elk kind heeft het recht zich te bevrijden van religieuze druk.’ Verre van, werpt socioloog Agnès de Féo tegen. ‘Een verbod werkt averechts.’

    Ja: ‘Het dragen van een abaja is een politiek gebaar’

    In 2004 werd in Frankrijk een verbod ingevoerd op het dragen van opvallende symbolen en kleding waarmee leerlingen uiting geven aan hun geloofsovertuiging. Het is verstandig dat minister van Onderwijs Gabriel Attal deze wet ook heeft toegepast op de abaja, schrijft Iannis Roder in een opiniestuk in Le Monde. ‘Hoewel de opkomst van dit kledingstuk al in 2010 werd gesignaleerd op een paar scholen in [het departement] Seine-Saint-Denis, heeft het dragen ervan zich pas kort geleden aanzienlijk verspreid,’ aldus de docent geschiedenis en aardrijkskunde.

    ‘Om de wet niet te overtreden beweren sommige leerlingen dat het dragen van deze jurk geen religieuze betekenis heeft. Hun argument is dat het een “gewone jurk” is, die alleen “culturele en geen religieuze betekenis” heeft. Wie proberen ze voor de gek te houden?’ vraagt Roder zich af. ‘Deze jonge meisjes (…) herhalen gewoon islamistische retoriek, met als doel het ondermijnen van het schoolsysteem van de Republiek, dat een gevaar vormt voor de politieke islam omdat het toegang biedt tot individuele vrijheid door middel van kennis.’

    Volgens Roder zijn er genoeg aanwijzingen dat de abaja wel degelijk een religieus symbool is, zelfs een dat vrouwen onderdrukt. ‘De abaja wordt vaak gedragen om te voldoen aan religieuze normen die vereisen dat vrouwen “respectabel” en dus “bescheiden” zijn. Dit concept kleineert vrouwen, die van nature schuldig zouden zijn; van hen wordt verwacht dat ze hun vormen verbergen – zoals de sluier hun haar verbergt – voor de blikken van mannen, omdat ze anders het risico lopen minachting, woede of zelfs geweld op te wekken.’

    ‘Dit is het doel van de wet van 15 maart 2004: jonge burgers in opleiding beschermen tegen druk tijdens schooltijd’

    Roder stelt dat sommige islamitische jongeren in Frankrijk door groepsdruk ten prooi vallen aan het islamisme. ‘Het dragen van de abaja (…) is een politiek gebaar, dat meer te maken heeft met het dragen van een uniform dan met stijl of elegantie: met deze kleding kunnen meisjes zich onderscheiden, en dus elkaar herkennen, terwijl ze zich onderwerpen aan gedragsregels die horen bij een gedachtengoed dat vreemd is aan dat van Frankrijk.’

    Roder vervolgt: ‘Er is geen garantie dat sommigen dit niet onder druk doen, of het nu direct of indirect is, door sociale controle vanuit hun directe omgeving, die een boodschap uitdraagt die in strijd is met het gelijkheidsbeginsel van de Franse Republiek. Dit is het doel van de wet van 15 maart 2004: jonge burgers in opleiding beschermen tegen druk tijdens schooltijd.’

    ‘Dus ja, dit soort kleding moet op Franse scholen worden verboden,’ concludeert de leraar. ‘Daar heeft elk kind het recht om de kans te krijgen zich te bevrijden van het determinisme, om te profiteren van de “seculiere ademruimte” die de filosoof Catherine Kintzler zo dierbaar is. Op school zijn jongeren niet langer alleen kinderen van hun ouders en hun omgeving; het zijn leerlingen, die hun vrije wil en autonomie ontwikkelen, vrij van het gewicht van wat hen op andere momenten beperkt; maar alleen zolang de schooldag duurt, want niets verbiedt leerlingen om als ze de school eenmaal hebben verlaten te dragen wat ze willen.’


    Nee: ‘De regering heeft het boemerangeffect van dwingende wetten niet begrepen’

    Het verbieden van de abaja op scholen is contraproductief, schrijft socioloog Agnès de Féo in dezelfde krant. Net als bij het verbod op de boerka in 2009 ‘zijn niet de vrouwen het onderwerp van discussie, maar het kledingstuk dat ze dragen (abaja, boerka), een object dat de integriteit van de natie zou bedreigen. Een karikaturale voorstelling waar je om zou kunnen lachen, als ze niet zo populair was bij een groot deel van de Fransen en overgenomen werd door politieke figuren, die terloops hun obsessie blootgeven met het lichaam van moslimvrouwen sinds de koloniale tijd,’ stelt de socioloog, die aan de Universiteit van Aix-Marseille onderzoek doet naar de Arabische en islamitische wereld.

    ‘Over de draagsters zelf wordt weinig gesproken. Zij blijven de grote onbekenden in de speculaties over hun kleding. Dat deze meisjes worden verdacht van een complot tegen het schoolsysteem, wijst op een overschatting van een marginaal fenomeen onder jongeren, dat vooralsnog ongevaarlijk is.’

    Maar ook De Féo stelt vast dat de jurk om religieuze redenen wordt gedragen: ‘Laten we meteen duidelijk zijn: de abaja is wel degelijk een religieus symbool, ook al ontkennen de meisjes in kwestie dat. Door onnozel te beweren dat de abaja niet een religieus maar een traditioneel kledingstuk is, spelen deze tienermeisjes met de “veelvormigheid” ervan. De elegante jurken die vooral in de Golfstaten worden gedragen, worden inderdaad “abaja‘s” genoemd, maar die term heeft in Frankrijk een heel andere betekenis. Met zijn kuise vorm, effen kleuren, gebrek aan borduursels en vaak elastische manchetten past de abaja bij het beeld van de vrome moslimvrouw,’ schrijft De Féo.

    De maatregelen hebben alleen maar bijgedragen aan de zo betreurde naar binnen gekeerde houding, het groepsdenken en het separatisme

    ‘Ook al wordt de abaja – uit zijn context – gezien als een gewone jurk, in Frankrijk wordt hij gedragen vanwege zijn islamitische betekenis. De meisjes die hierin naar school gaan, zouden dus logischerwijs onder het verbod van de wet van 2004 moeten vallen. (…) Dat neemt niet weg dat de abaja nu juist door dat “rebellerende” aspect een gewild kledingstuk is geworden (net als de nikab, toen die in 2010 verboden werd): de meisjes die hem dragen, drukken hun trots uit om moslim te zijn, ondanks de obsessie van de maatschappij om ze uit de publieke arena te wissen,’ analyseert De Féo.

    ‘Hun vastberadenheid om een abaja te dragen gaat gepaard met uitspraken als “ik doe wat ik wil, niemand beslist hoe ik me kleed” of feministische slogans zoals het beroemde “mijn lichaam, mijn keuze”. De kleding mag dan religieus zijn, de boodschap is dat veel minder: deze jonge vrouwen vechten voor hun rechten in een maatschappij waarin ze het gevoel hebben niet gerespecteerd te worden.’

    Dit gevoel zorgt er volgens de socioloog voor dat religieuze symbolen alleen maar populairder worden. ‘Negentien jaar geleden was het verbod op religieuze symbolen in openbare scholen bedoeld om de hoofddoek uit het schoolsysteem te verwijderen. Dit heeft echter geleid tot een toename van het aantal hoofddoeken in de openbare ruimte, en tot de oprichting van scholen met een islamitische denominatie. (….) De zichtbaarheid van islamitische symbolen onder jongeren moeten we niet langer zien als enkel een religieuze uiting, maar als verzet tegen de terugkerende discussies die deze al meer dan twee decennia proberen te verbieden. Door de afkeer en de maatregelen die islamitische kleding oproept, is ze een middel geworden om normen te overschrijden – tegenwoordig zelfs het enige soort kleding dat “de burgerij choqueert”.’

    De Franse regering heeft niet geleerd van eerdere mislukkingen, stelt De Féo. ‘Ze heeft het boemerangeffect niet begrepen van dwangwetten die het zichtbaar belijden van de islam in de maatschappij alleen maar sterker hebben gemaakt, in plaats van er een einde aan te maken. Integendeel, de maatregelen hebben alleen maar bijgedragen aan de zo betreurde naar binnen gekeerde houding, het groepsdenken en het separatisme. Dit weerhoudt de regering er echter niet van het verbod te herhalen, met een nieuwe maatregel die de abaja zal omtoveren tot een protesttrend, die het aantal dragers zal vermenigvuldigen op de universiteit en in de openbare ruimte, en die burgerlijke ongehoorzaamheid zal aanmoedigen. En die natuurlijk het publiek van TikTok-predikers zal vergroten, die voor jonge vrouwen in abaja gelden als de belichaming van de oppositie die zij aanhangen – en die hen helpen het stigma op zijn kop te zetten.’

    ‘Vergeet niet dat de ronselaars van IS de wet van 2010 gebruikten om vrouwen ertoe over te halen zich aan te melden in Syrië en Irak,’ schrijft De Féo ten slotte. ‘In plaats van te speculeren over de abaja en er een nieuwe kruistocht van te maken, zou het een goed idee zijn om de betekenis van het kledingstuk over te laten aan de persoonlijke opvatting van de vrouwen die haar dragen – iets waar politici vandaag de dag niet toe in staat zijn, ongeduldig als ze zijn om op de onderbuik van de kiezers in te spelen. De Franse regering, die zich op de wetten van 1905 en 2004 beroept om “de waarden van de Republiek te beschermen” tegen een jurk voor tienermeiden, toont haar grote zwakte en gebrek aan initiatief als het aankomt op het werken aan een vreedzaam samenleven, waarbij ruimte is voor verschil.’

    Lees ook:

  • Frans hof houdt abajaverbod in stand

    Frans hof houdt abajaverbod in stand

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » ‘Musk blokkeerde Oekraïense drone-aanval op Rusland’

    » NAVO: Rusland niet betrokken bij mogelijke drone-aanval op Roemenië

    Volgens het hof is het kledingstuk een religieus symbool

    Een hogere bestuursrechter in Frankrijk heeft zich donderdag achter het Franse regeringsdecreet geschaard waarmee het kinderen op openbare scholen verboden wordt om de abaja te dragen, zo schrijft Le Monde. De abaja wordt door sommige moslimvrouwen gedragen. Tegenstanders van het verbod spreken van discriminatie.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Volgens de rechter is het verbod geen ‘ernstige en duidelijk illegale inbreuk op een fundamentele vrijheid’. Sinds 2004 mogen middelbare schoolleerlingen in Frankrijk geen zichtbare religieuze symbolen dragen, zoals christelijke kruizen, joodse keppeltjes of islamitische hoofddoeken. De abaja werd niet als religieus gezien, tot eerder dit jaar.

    Volgens critici is het verbod discriminatie en een nieuwe manier om moslims in Frankrijk aan te pakken. Een moslimrechtengroepering had de zaak aangespannen. Of zij nog verder in beroep gaan tegen de uitspraak is onduidelijk.

    Lees ook:

  • In Iran wordt meer en meer alcohol gedronken, ondanks verbod

    In Iran wordt meer en meer alcohol gedronken, ondanks verbod

    Smokkelaars en lokale distilleerders doen goede zaken in Iran, terwijl alcohol streng verboden is, op straffe van zweepslagen of zelfs de strop. Maar het ‘gelukzaligheidswater’ kruipt waar het niet gaan kan – en of dat ‘bezoedelend’ is, willen de Iraniërs zelf beslissen.

    Volgens een rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie uit 2018 nuttigen Iraniërs die regelmatig drinken per persoon gemiddeld 28,4 liter alcohol per jaar.

    Roesverwekkende dranken – door sommigen najesi (‘bezoedeling’) genoemd, door anderen ab shangouli (‘gelukzaligheidswater’) – waren lange tijd een geliefkoosd onderwerp in de Perzische literatuur, en dan vooral de klassieke poëzie, die er tal van woorden voor kent.

    Daarentegen is alcohol de Islamitische Republiek altijd een gruwel geweest. Wie op het gebruik ervan wordt betrapt, moet vrezen voor tachtig zweepslagen, en na een vierde arrestatie wegens dronkenschap wacht mogelijk de strop.

    000 Was2473427
    De Iraanse politie dumpte in beslag genomen bierblikjes in Teheran. Het bezit, de productie en de consumptie van alcohol is ten strengste verboden in de Islamitische Republiek. – © Farzin Nemati / AFP

    Toch is het bewind er in de vierenveertig jaar van zijn bestaan niet in geslaagd Koning Alcohol een beslissende slag toe te brengen. Velen weten de wet te omzeilen en willen leven zoals het hun goeddunkt, met alle risico’s van dien.

    En zo heeft de handel in alcohol een waarde van 110 biljoen toman [ongeveer 2 miljard euro] bereikt, volgens schattingen van de Iraanse krant Farhikhtegan. Maar hoe komen mensen eraan? De rijksten kunnen diverse merken kopen bij de saqi (‘alcoholverkoper’ in het Perzisch). Sociale media spelen een faciliterende rol, maar nopen ook tot voorzichtigheid om de valstrikken van de politie te omzeilen, iets wat de saqi overigens is toevertrouwd.

    Saqi

    Na de Islamitische Revolutie van 1979 gaven de meeste saqi zichzelf een Armeense (en dus christelijke) naam. Iran voorziet namelijk in een wettelijke uitzondering op het alcoholverbod: het geldt niet voor niet-moslims. De saqi surfen dus op de wet: ze zijn sjiiet in het dagelijks leven, maar Armeens of joods wanneer ze hun handel bedrijven.

    Een van de bekendste en goedkopere varianten is de aragh sagi (‘arak van de hond’), een verwijzing naar het beeld van een jachthond die de flessen van het bedrijf Meykadeh sierde. De productie werd na de stichting van de Islamitische Republiek gestaakt, maar het merk had zo’n bekendheid verworven dat onder deze naam nog volop wordt gestookt – in uiteenlopende alcoholpercentages, die kunnen oplopen tot 90 procent.

    Er zijn verschillende manieren om deze huisgestookte arak (alcoholhoudende anijsdrank) te maken. Met methanol bijvoorbeeld, dat goedkoop is en dus borg staat voor hoge winsten. Minpuntje: het spul kan blind maken en zelfs leiden tot de dood. De lokale Iraanse pers heeft uitgebreid bericht over groepsvergiftiging op besloten feesten.

    Daar komt bij dat mensen die ziek worden na een verkeerd drankje vaak bang zijn om naar het ziekenhuis te gaan, uit angst voor arrestatie. Een klacht bij de politie indienen tegen de fabrikanten is al helemaal netelig, omdat dit immers een overtreding van het alcoholverbod door de klager inhoudt.

    De strijd voor meer individuele vrijheid die veel Iraniërs voeren tegen het regime heeft de alcoholconsumptie doen toenemen

    Door de toename van smokkel uit Iraaks-Koerdistan komen er steeds grotere hoeveelheden wodka’s, whisky’s en ma’a alshaïr (‘gerstwater’, oftewel bier) op de markt. De prijzen stijgen echter snel, omdat de Iraanse munt maar in waarde blijft dalen ten opzichte van de dollar.

    Maar ook hierbij spinnen de saqi’s garen, en wel door smaakeigenschappen van buitenlandse merken door de eigen brouwsels te mengen en deze tegen scherpe prijzen aan te bieden. Hoewel deze clandestiene productie alle reeds genoemde gezondheidsrisico’s met zich meebrengt, is ze een groot succes.

    De saqi’s zijn bovendien zulke vaklieden dat hun surrogaat vaak moeilijk van het origineel is te onderscheiden. Opgemerkt moet worden dat het procedé lijkt op de vervaardiging van rozenwater, een kunst waarin Iraniërs sinds mensenheugenis zeer bedreven zijn. Sommigen mijmeren zelfs over export en concurrentie met producten uit andere landen.

    Er zijn ook grootverbruikers die zelf over distillatieapparatuur beschikken. Op sociale media zijn veel artikelen en video’s te vinden met uitleg over het productieproces. Volgens niet-officiële cijfers wordt de helft van de alcoholische drank die verkrijgbaar is op de Iraanse markt clandestien gestookt in huizen of werkplaatsen.

    Toename

    De afgelopen jaren was er een toename waarneembaar van het aantal verkooppunten voor distillatieapparatuur, en zelfs voor gist en filters; die worden onder onschuldige namen verkocht, om de schijn te wekken dat er geen drank in het spel is.

    Evenzo puilen de markten elke zomer uit van de shani, een beroemde zwarte druif uit Iraans-Koerdistan. Die is nauwelijks eetbaar, maar leent zich goed voor het maken van wijn. Daarnaast bestaat er een zwarte druif die ook geschikt is voor wijnproductie maar bovendien goed smaakt. Deze vrucht wordt op de stoep voor de winkels geperst om er een wrang drankje van te maken.

    Vorig jaar voerde de politie een razzia uit op een van de markten in Teheran en nam ze alle spullen in beslag waarmee druiven worden geperst.

    Het zogeheten Bureau 21 van het Revolutionaire Hof van Teheran bestaat nog steeds. Dagelijks worden tientallen mensen veroordeeld voor het drinken van alcohol. Verder confisqueert de politie geregeld duizenden blikjes (en flessen) uit auto’s, huizen en geheime opslagplaatsen, of op particuliere feesten.

    De regering publiceert geen officiële cijfers over alcoholconsumptie, maar er zijn aanwijzingen dat deze de afgelopen jaren is toegenomen. En dat zal te maken hebben met de strijd voor meer individuele vrijheid die veel Iraniërs voeren tegen het regime.

  • MBS wil rentenierssysteem vervangen door productie-economie

    MBS wil rentenierssysteem vervangen door productie-economie

    De Mukaab is het zoveelste megalomane stedelijke project uit de koker van Mohammed bin Salman, alias MBS, de zoon van koning Salman die samen met zijn vader de scepter zwaait over Saoedi-Arabië. MBS wil de economie diversifiëren, want die is nu nog volledig afhankelijk van olie-inkomsten.

    Het nieuwste stedelijke megaproject van Mohammed bin Salman, bijgenaamd ‘MBS’, de kroonprins van Saoedi-Arabië: de Mukaab, een gigantisch kubusvormig bouwwerk met een hoogte, breedte en diepte van 400 meter. Het moet het symbool van Riyad worden. Een soort Saoedische Eiffeltoren of Big Ben, maar dan in XXL-formaat, met 2 miljoen vierkante meter aan vloeroppervlak, die plaats moet bieden aan een armada van hotels, winkelcentra en zelfs een ‘immersief theater’. Volgens berekeningen van de Amerikaanse media belooft deze mastodont twintig keer zo groot te worden als het Empire State Building.

    Dit Babylonische project is afkomstig uit de koker van MBS, de zoon van koning Salman die samen met zijn vader de scepter zwaait over Saoedi-Arabië. Hij wil een revolutie ontketenen in het koninkrijk door te breken met ouderwetse sociaal-religieuze aspecten en door de economie, die nu nog volledig afhankelijk is van olie-inkomsten, te diversifiëren.

    Voordat hij zijn plan voor de Mukaab lanceerde, had deze overactieve, met games opgegroeide dertiger al andere projecten geïnitieerd die minstens zo opzienbarend zijn: Neom in het noordwesten van het land, een megalopolis met robotbedienden, vliegende taxi’s en een kunstmaan; The Line, een klimaatneutrale stad die zich in een lijn van 170 kilometer lang uitstrekt door de woestijn; Qiddiya, een reusachtig entertainmentproject aan de rand van Riyad dat drie keer zo groot moet worden als Parijs; Trojena, een prestigieus skiresort in de bergen boven de stad Tabuk, waar naar verwachting de Aziatische Winterspelen van 2029 zullen worden gehouden; het Red Sea Project, met een reeks super-de-luxe hotels aan de Rode Zee, et cetera.

    Imago opvijzelen

    Grillen van een megalomane postpuber? Pogingen om minder flatteuze acties in het vergeetboek te doen geraken, zoals de rampzalige oorlog in Jemen of de moord op journalist Jamal Khashoggi, die in 2018 in het Saoedische consulaat in Istanboel met een botzaag in stukjes werd gesneden?
    De werkelijkheid is complexer. Naar alle waarschijnlijkheid zal maar een deel van deze enorme bouwwerken het daglicht zien, geheel in lijn met eerdere half voltooide megaprojecten. Zo is de Koning Abdoellah Economische Stad, waarmee de voorganger van Salman een eiland van liberalisme wilde stichten aan de oevers van de Rode Zee, nooit echt van de grond gekomen. Het faraonische karakter van de projecten is bedoeld om het imago van de Saoedische kroonprins op te vijzelen. Ze moeten een ander verhaal vertellen, dat van de jonge prins die zich meer dan ooit als ondernemer van de toekomst presenteert, naar het voorbeeld van een van zijn idolen, Elon Musk, de baas van SpaceX die Mars wil koloniseren.

    De productiviteit van de Saoedische bevolking, die gewend is aan een uiterst genereuze staatsruif, ligt notoir laag

    Deze projecten zijn een teken voor de rest van de planeet, en in het bijzonder voor investeerders, dat het koninkrijk daadwerkelijk bezig is zich aan zijn verstarring te ontworstelen. ‘MBS wil een nieuw Saoedi-Arabië creëren, en het lijdt geen twijfel dat hij daarin slaagt,’ zegt Bertrand Besancenot, voormalig Frans ambassadeur in Riyad, die in 2015 zag hoe het nieuwe fenomeen zijn intrede deed op het Saoedische politieke toneel. ‘Hij ziet zichzelf als de nieuwe Ibn Saoed (de eerste koning van het moderne Saoedi-Arabië, die het koninkrijk in 1932 tot een eenheid smeedde) en wil van zijn land een van de tien machtigste ter wereld maken.’

    Deze kentering begon in 2016, met de inperking van de bevoegdheden van de zedenpolitie. De muttawa, die een sinistere reputatie genoot, was belast met de handhaving van de geboden van het wahabisme, de ultrapuriteinse stroming binnen de islam die lange tijd de staatsgodsdienst van Saoedi-Arabië was. In de jaren daarna heeft MBS de zachte dictatuur waarvan lange tijd sprake was weliswaar vervangen door een ultra-autoritair bewind, maar is hij doorgegaan met het doorbreken van taboes, door muziekuitvoeringen toe te staan (2016), het verbod op autorijden voor vrouwen op te heffen (2017), bioscopen te heropenen (2018), de scheiding tussen mannen en vrouwen in restaurants op te heffen (2019), winkels toestemming te geven om tijdens gebedstijden open te blijven (2021) et cetera.

    Vierde Saoedische staat

    Het dewahabiseringsproces is in gang gezet, en te oordelen naar het succes van de hervormingen is de bevolking, van wie tweederde jonger is dan 35, rijp voor deze revolutie. Het proces is des te moeilijker te stoppen doordat MBS ervan verzekerd is dat hij na de dood van zijn vader, die nu 87 is, de troon zal bestijgen; rekening houdend met zijn jonge leeftijd (37) zou hij, mits er geen ongelukken gebeuren, nog drie of vier decennia moeten kunnen regeren.

    ‘We zijn in feite getuige van de geboorte van de vierde Saoedische staat,’ zegt politicoloog Stéphane Lacroix, gespecialiseerd in de geschiedenis van het Arabisch Schiereiland. Eerst was er het emiraat Diriyah, dat duurde van 1727 tot 1818, toen het emiraat Nadjd, van 1824 tot 1891, en daarna het koninkrijk dat in 1932 door Abdoel Aziz al-Saoed werd gesticht. ‘Dit idee van een vierde staat was een geliefd thema van de Saoedische oppositie, die lange tijd heeft gedroomd van de stichting van een constitutionele monarchie,’ aldus Lacroix. ‘Maar MBS is bezig een geheel ander project te verwezenlijken: een door moderniseringsdrift en grootheidswaanzin bezielde autocratie. Hij is de opperheerser die alle regels aan zijn laars lapt, goedschiks of kwaadschiks.’

    Vrouwen

    Met dit hervormingsproces was al langzaam maar zeker een begin gemaakt in de tijd van koning Abdoellah. Aan hem is, behalve de Economische Stad, ook de toegang van vrouwen tot de Majlis al-Shura (het Saoedische surrogaatparlement) te danken, evenals het staatsmonopolie op fatwa’s en de eerste investeringen in toerisme en mijnbouw – de twee belangrijkste sectoren waarmee MBS de afhankelijkheid van olie wil verminderen. Maar de macht in Saoedi-Arabië was in die tijd nog sterk verdeeld en de pogingen van Abdoellah liepen vaak al snel spaak.

    Mohammed bin Salman heeft lering getrokken uit deze mislukkingen en besloten dat het systeem alleen kan worden veranderd door het ten val of op z’n minst aan het wankelen te brengen. Vandaar zijn grootschalige arrestatiecampagnes, zowel onder islamisten als liberalen, en zowel binnen de koninklijke familie als binnen vooraanstaande zakenfamilies en geestelijke kringen. Zo wil hij een verticale machtsstructuur creëren en het – al dan niet reële – verzet tegen zijn grootse plannen breken.

    Vooral op religieus gebied heeft hij opvallend veel succes geboekt. De wahabitische geestelijkheid die in ruil voor haar trouw aan koning Saoed de hele maatschappij haar obscurantistische credo oplegde, is volledig monddood gemaakt. De islamitische toon wordt inmiddels gezet door MBS zelf, die zich heeft ontpopt als een voorvechter van de iitidal, de religieuze gematigdheid. Tijdens een opzienbarend interview met de zender Al-Arabiya in 2021 tergde de kroonprins de traditionalisten zelfs tot het uiterste door op te roepen om Mohammed ibn Abdul-Wahhab, stichter van het wahabisme, niet als een heilige te vereren.

    Deze modernisering wordt niet alleen ingegeven door imago-overwegingen. In een recent boek, L’Arabie saoudite. De l’or noir à la mer Rouge, beschrijft de Franse historicus en diplomaat Louis Blin, voormalig consul in Djedda, hoe het ‘antimodernisme’ van de fundamentalisten, gepaard met de verslaving aan het zwarte goud, de industriële ontwikkeling van Saoedi-Arabië heeft gedwarsboomd. ‘Het welslagen van de postwahabitische gok van de kroonprins staat of valt met zijn vermogen om het rentenierssysteem dat door de salafisten wordt gesteund te vervangen door een productie-economie,’ aldus Blin.

    Maar de productiviteit van de Saoedische bevolking, die gewend is aan een uiterst genereuze staatsruif, ligt notoir laag, en de kroonprins weet dat. Het succes van zijn plannen is afhankelijk van een ontwikkeling van het arbeidsethos en een integrale hervorming van het lokale opleidingsstelsel. Het bekeren van de Saoediërs tot het wereldwijde materialisme, het onuitgesproken doel van Mukaab, Trojena en andere soortgelijke projecten, zal niet volstaan om het koninkrijk te hervormen.

  • Iran gaat kledingregels strenger handhaven in aanloop naar extreem hete zomer

    Iran gaat kledingregels strenger handhaven in aanloop naar extreem hete zomer

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Noorwegen zet vijftien Russen uit op verdenking van spionage

    » 21-jarige man in VS aangehouden voor lekken staatsgeheimen

    Regering verwacht massale schending van kledingvoorschriften

    Het Iraanse regime heeft voor de zomer maatregelen aangekondigd om de geldende islamitische kledingvoorschriften te handhaven. De islamitische republiek verwacht dat het in de zomer in Iran uitzonderlijk heet wordt, wat voor veel vrouwen aanleiding zal zijn om de kledingvoorschriften te negeren, schrijft Gazeta Wyborcza. Er worden temperaturen van 40 graden Celsius verwacht.

    Iraanse hardliners waarschuwen voor ‘naakte vrouwen’ die ’s zomers de straat op zullen gaan in korte rokjes en broeken en bloezen met korte mouwen, schrijft Financial Times. Daarom roepen religieuze leiders en parlementsleden op tot de invoering van strengere straffen voordat de zomer aanbreekt. De regering geeft daar nu gehoor aan.

    Op openbare plekken worden camera’s opgehangen om te controleren of vrouwen verhullende kleding dragen

    Als maatregel worden er op openbare plekken camera’s opgehangen om te controleren of vrouwen hun haar bedekken en verhullende kleding dragen. Bij de eerste overtreding krijgen ze een waarschuwing, bij de volgende keer worden ze gestraft. Die straf kan een arrestatie, een boete of verplicht onderwijs in de islamitische wetten zijn.

    Veel Iraanse vrouwen hebben genoeg van de islamitische kledingvoorschriften. De dood van de jonge Koerdische vrouw Mahsa Amini in september vorig jaar, die stierf nadat ze was opgepakt omdat ze haar hoofddoek niet volgens de regels droeg, was de aanleiding voor massale protesten in het hele land. Eerst waren die nog gericht tegen het harde optreden van de politie, maar op den duur richtten ze zich steeds meer tegen de overheid. Bij de protesten zijn honderden demonstranten omgekomen, waaronder tientallen kinderen, en duizenden mensen gearresteerd.

    Lees ook:

  • De hoop van Afghaanse vrouwen vervliegt: ‘De taliban beschouwen ons als slaven’

    De hoop van Afghaanse vrouwen vervliegt: ‘De taliban beschouwen ons als slaven’

    Het talibanregime sluit vrouwen iedere week steeds verder uit van de samenleving. Nadat de toegang tot parken en sportscholen werd verboden, volgen nu ook scholen, universiteiten en banen waarvoor deelname aan het openbare leven vereist is.

    Het is een donkere tijd voor Afghaanse vrouwen die toegang willen tot kennis. Schoolmeisjes hebben al meer dan vijfhonderd dagen geen leraar gezien. Op bevel van hun hoogste leider, Mullah Haibatullah Akhundzada, hebben de taliban op 23 maart 2022 de middelbare scholen gesloten, slechts enkele uren nadat ze officieel waren heropend. Vrouwelijke studenten werden op 21 december 2022 van de universiteiten geweerd. Op 28 januari dreigde hardliner Nida Mohammed Nadim, minister van Hoger Onderwijs, particuliere opleidingen met ‘gerechtelijke stappen’ als ze vrouwelijke studenten zouden toestaan deel te nemen aan eindexamens voor bachelor-, master- of doctoraatsdiploma’s. Die harde aanpak werkt. Activisten zijn begin 2023 uit het publieke leven verdwenen. Het verzet neemt af.

    Op de dag nadat de universiteiten werden gesloten voor vrouwelijke studenten, werd de achtentwintigjarige Rukaiya Saai, moeder van twee kinderen en weduwe sinds 2020, samen met andere demonstranten voor vrouwenrechten gearresteerd bij de universiteit van Kaboel. Ze bracht drie dagen door in de gevangenis. ‘Het was een nachtmerrie, een psychologische marteling waarvan ik nog altijd niet ben hersteld. De taliban-politie bleef maar vragen wie mij financierde, voor welk land ik werkte, waarom ik hen belasterde,’ vertelt ze in haar huis in Kaboel. Zij en haar vrienden ontdekten dat een inlichtingenofficier van de taliban hun groep had geïnfiltreerd. ‘Ze lieten me een document ondertekenen waarin stond dat ik – als ik weer zou worden opgepakt – welke straf dan ook zou aanvaarden.’

    Vijf van de acht vrouwen die die dag werden vastgehouden, hebben hun protesten gestaakt onder druk van hun families die zich zorgen maakten over hun veiligheid. De overige drie, waaronder Rukaiya Saai, besloten te blijven praten. Nadat ze haar ouders had bezocht in Bamiyan, in het midden van het land, keerde ze terug naar de hoofdstad. ‘Ik draag een masker zodat ik niet herkend kan worden. We houden geen bijeenkomsten meer buitenshuis. We ontmoeten elkaar thuis en via onze WhatsApp-groep. Maar alles is veranderd en ik heb het vertrouwen verloren. Ons moraal is op zijn laagst.’

    Uitgeput van de zenuwen

    Le Monde leerde Rukaiya Saai in juni 2022 kennen. Ze woonde vlak bij haar ouders, twee jongere zussen en hun twee kinderen in Dasht-e-Barchi, ten westen van de Afghaanse hoofdstad. Daar behoort 95 procent van de bewoners tot de Hazara, een sjiitische minderheid. De kleine sokkenwinkel van haar vader leverde niet genoeg op om iedereen te onderhouden. ‘Hij heeft land in Bamiyan, dus om een beter leven op te bouwen is hij daarheen teruggegaan met mijn moeder en zussen,’ zegt de jonge vrouw terwijl ze naar de grond staart. Plotseling spreekt ze vol emotie. De vader, aanwezig bij het gesprek in juni, was boos: ‘Natuurlijk zijn we bang dat ze ons haar afgehakte hoofd komen brengen. Ik zeg haar steeds: “Als je niet aan jezelf denkt, denk dan tenminste aan je kinderen…”’

    Haar ouders begrijpen haar hopeloze strijd niet en vroegen haar ermee te stoppen en in Bamiyan te blijven. Ze weigerde. Toen ze werd gearresteerd, stond het hart van haar moeder letterlijk even stil; ze kreeg een hartaanval. Deze overleefde ze, maar dat doet niet af aan het schuldgevoel van haar dochter. Toch heeft ze besloten trouw te blijven aan zichzelf. In een samenleving waarin het individu alleen bestaat voor de gemeenschap waartoe het behoort, is dat geen vanzelfsprekende keuze. De vrolijke en wilskrachtige Rukaiya Saai is in een paar maanden tijd in zichzelf gekeerd geraakt. Ze wordt verscheurd door twee loyaliteiten die niet samen gaan; die aan haar familie en die aan haar overtuigingen en idealen.

    Deze Afghaanse Antigone offert veel op voor haar standpunten over vrijheid, rechten en haar land. Ze woont nu alleen met haar kinderen in Kaboel, uitgeput van de zenuwen. Ze slaapt slecht uit angst voor de toekomst. Voordat ze werd gearresteerd werkte ze als schoonmaker, nu heeft ze geen werk meer. ‘Ik heb alle hoop verloren, terwijl ik er vorig jaar nog in geloofde. Die hoop werd gevoed door de druk van de internationale gemeenschap op de taliban, maar die haalde niets uit. We hadden verwacht dat de wereld ons zou beschermen.’

    ‘Ik weet honderd procent zeker dat ik het ga redden. Ik word advocaat’

    Wat voor toekomst heeft ze onder een totalitair regime dat vrouwen elke week een beetje meer buitensluit van de Afghaanse samenleving? ‘Ik zal mijn land nooit verlaten. Ik zal het nooit aan de taliban geven,’ zegt Rukaiya Saai trots. ‘Mijn kracht vind ik in de herinnering aan de mensen die stierven tijdens hun strijd. Zij hebben de oorlog niet verloren – het land is gewoon overhandigd aan de taliban. Erken dit regime nooit,’ voegt ze eraan toe. ‘Blijf druk uitoefenen – zonder de corrupte politici van vroeger terug te halen.’

    Ook de zestienjarige Jawaher, gestoken in een fuchsia jas over de zwarte tuniek die de meisjes in het land verplicht moeten dragen van de taliban, heeft een sterke wil. Haar verlangen om het lot dat haar in Afghanistan wacht te ontlopen klinkt door in haar scherpe toon. We ontmoeten elkaar in de wijk Dasht-e-Barchi in een voormalige shisha-bar. Die werd in januari door de taliban gesloten. Deze onopvallende plek is omgetoverd tot studieruimte voor jongens en meisjes, ook voor degenen die niet naar de middelbare school mogen. De ruimte is via een smalle trap toegankelijk vanaf de bedrijvige Shahid-Mazari Boulevard.

    ‘Ik kom hier sinds drie dagen,’ zegt Jawaher. Ze zit naast Zalfa, een ander meisje dat is gekomen om te studeren, in het kantoor van de beheerder. ‘Ik kan nog steeds niet geloven wat ons overkomt. Ook zonder toekomstperspectief moeten we het blijven proberen. Sommige van mijn vrienden hebben er de brui aan gegeven en zijn met een echtgenoot teruggekeerd naar de provincie. Het klopt dat we geen echte verzetsstrijders zijn – we hebben niet de middelen om tegen de taliban te vechten. Maar we moeten onafhankelijk zijn. Ik geloof in woman power, ook al weet ik dat ik dat in mijn land nooit zal kunnen uiten.’

    Engels leren is voor deze tienermeisjes de oplossing. Zalfa, een zestienjarige uit de centraal gelegen provincie Deykandi, heeft een lichte huidskleur en een rond, meisjesachtig gezicht. ‘Ik ben hier om te studeren voor een internationaal erkende test, de Toefl, die me toegang zal bieden tot beurzen om in het buitenland te kunnen studeren,’ zegt ze. Haar achtergrond is uitzonderlijk. Haar moeder is arts, haar vader is werkloos. Ze stuurden hun kinderen naar Kaboel, naar een huurhuis in Dasht-e-Barshi. Twee zussen, die aan de universiteit studeerden, zijn nu aan huis gekluisterd. Alleen hun broer volgt nog lessen.

    ‘Als slaven’

    Vluchten lijkt de enige oplossing. ‘Over wat voor toekomst hebben we het? We mogen niet meer deelnemen aan het publieke leven en ze laten ons niet meer studeren,’ aldus Zalfa. ‘Mijn moeder moedigt me aan alles op alles te zetten om het land te verlaten. Ik wil mijn leven niet verpesten.’ Jawaher onderbreekt: ‘De taliban beschouwen vrouwen als slaven. Voor hen zijn we alleen goed om te koken, voor de kinderen te zorgen en schoon te maken. Maar mannen zijn niets zonder ons.’ Zalfa vervolgt: ‘Vrouwen die protesteren worden gearresteerd, geslagen of gedood. Zonder vrouwen gaat de Afghaanse samenleving achteruit. Ik weet honderd procent zeker dat ik het ga redden. Ik word advocaat.’

    De beheerder van de studieruimte is Muhammad Jalil Rahimi. Hij is eenendertig jaar en tijdens het vorige regime was hij werkzaam als ingenieur. Nu voorziet hij Afghaanse gezinnen van waar het hen aan ontbreekt: boeken, tafels, stoelen en eten en drinken als hij wat geld heeft. Een bescheiden kachel zorgt voor wat warmte. ‘De meisjes zijn hier illegaal,’ zegt hij, omringd door stapels boeken in zijn kantoor.

    Tot nu toe heeft hij nog geen bezoek gehad van de taliban. Aan de overkant van de boulevard is een politiebureau. ‘Mochten ze komen, dan zeg ik ze dat er geen sprake is van een misdrijf. Er wordt hier niet lesgegeven. Ik ben erop berekend. We zijn voorzichtig. We maken geen reclame, maar moeten het hebben van mond-tot-mondreclame en van de kleine boekhandel beneden die de boodschap verspreidt.’

    Mustafa Hussaini is pessimistisch. Hij is directeur van een Engelse privéschool in een aangrenzende straat die tot 21 december zo’n driehonderd tot vierhonderd jongeren verwelkomde – voor het merendeel meisjes. ‘We houden het nog een maand vol, niet langer. Dan moeten we alles verkopen.’ Leden van het ministerie van Onderwijs kwamen in januari twee keer onaangekondigd controleren of hij zich aan de regels hield.

    Vrouwen zijn verbannen van de meeste banen die deelname aan het openbare leven vereisen

    Hij vreest dat het plan van de tienermeisjes om Afghanistan te verlaten geen kans van slagen heeft. ‘Behalve dat je moet slagen voor de Toefl heb je een paspoort nodig, en die geeft de regering niet meer af. Verder een visum – maar alle westerse ambassades zijn vertrokken – en een studiebeurs, maar die zijn zeer schaars.’ Maar, zegt hij, ‘de psychologische gevolgen zijn het ergst. Hoe kun je kinderen opvoeden zonder onderwijs? Hoe bouw je een land op zonder onderwijs? Ik heb vier dochters, waarvan er twee op de middelbare school zaten en nu naar Pakistan willen, dus ik weet waar ik het over heb.’

    De angst verspreidt zich steeds verder. Volgens Mustafa Hussaini beginnen ondergrondse scholen voor meisjes nu te sluiten uit angst voor de taliban. ‘Wat toeneemt,’ zegt hij, ‘is thuisonderwijs voor groepen van maximaal vier tot zes meisjes.’ De schooldirecteur, die sinds december meer dan de helft van zijn leerlingen kwijtraakte, heeft zijn twaalf docenten aangeboden hun salaris te halveren en hen in contact te brengen met gezinnen om zo hun loon aan te vullen. ‘De taliban zeggen dat ze dit doen in naam van de islam en voor de veiligheid van jonge vrouwen,’ zegt hij vol afkeer. ‘Waren de vorige taliban onbekwaam, de huidige taliban zijn wreed.’

    Vrouwen kunnen niet alleen niet meer studeren, maar zijn ook verbannen van de meeste banen die deelname aan het openbare leven vereisen. Ze mogen niet langer reizen zonder gezelschap van een mannelijk familielid en moeten een boerka of hijab dragen als ze het huis uit gaan. Ook parken, tuinen, sportscholen en openbare baden zijn voor vrouwen sinds november 2022 verboden terrein.

    Lees ook:

  • Duits consulaat-generaal in Istanboel tijdelijk dicht wegens terreurdreiging

    Duits consulaat-generaal in Istanboel tijdelijk dicht wegens terreurdreiging

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Oekraïne vreest nieuw Russisch offensief

    » Tyre Nichols begraven in Memphis, Tennessee

    Duitse onderdanen in Turkije gewaarschuwd

    Het Duitse consulaat-generaal in het centrum van de Turkse metropool Istanboel is deze week van woensdag tot en met vrijdag gesloten wegens een verhoogd risico op aanslagen, zo meldde Der Spiegel gisteravond. In een mededeling van het ministerie van Buitenlandse Zaken aan Duitse onderdanen in Turkije staat dat na incidenten zoals de verbranding van een koran in Stockholm het risico van terroristische aanslagen is toegenomen – vooral in de wijk Beyoğlu in de binnenstad en rond het centrale plein Taksim.

    Het ministerie van Buitenlandse Zaken raadde aan bijzonder waakzaam te zijn en mensenmassa’s en de genoemde gebieden te vermijden. ‘Als u daar verblijft, beperk uw verblijf buitenshuis dan tot het hoogst noodzakelijke’, aldus het bericht. Ook het reis- en veiligheidsadvies op de website van het ministerie van Buitenlandse Zaken is dienovereenkomstig aangepast.

    Ook Nederland en het Verenigd Koninkrijk hebben hun consulaat-generaal in Istanboel gesloten voor bezoekers. Zwitserland en Zweden sloten zowel hun ambassade in Ankara als hun consulaat-generaal in Istanboel. Er zouden concrete aanwijzingen bestaan voor een dreigende terreuraanslag. De VS waarschuwt zijn burgers al enkele weken voor een aanslag, en in Turkije zijn de veiligheidsmaatregelen aangescherpt.

    Lees ook:

  • Zelfmoordaanslag in Pakistan eist ten minste 83 levens

    Zelfmoordaanslag in Pakistan eist ten minste 83 levens

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Drie brandweerlieden en zeven politieagenten gestraft voor dood zwarte Amerikaan

    » Bolsonaro vraagt toeristenvisum aan om in VS te blijven

    De taliban lijkt achter de aanslag te zitten

    Bij een zelfmoordaanslag door in een moskee in de stad Peshawar zijn zeker drieëntachtig doden en een veelvoud aan gewonden gevallen, zo meldde The Guardian gisteravond. Het dodental kan nog oplopen.

    De ontploffing vond plaats toen driehonderd gelovigen aan het bidden waren in een moskee in de wijk waar het hoofdkwartier van de politie en de antiterreureenheid zijn gevestigd. De meeste mensen in de moskee waren naar verluidt agenten.

    Door de impact van de explosie stortten het dak en een muur van de moskee in en raakten veel mensen gewond, aldus Zafar Khan, een plaatselijke politieagent. Volgens getuigen vond de ontploffing plaats in de grote zaal, net toen het middaggebed zou beginnen en de gelovigen dicht opeengepakt zaten. Volgens functionarissen stond de bommenlegger op de eerste rij.

    TTP is in het verleden verantwoordelijk geweest voor meerdere dodelijke aanslagen

    Een commandant van de Pakistaanse taliban (TTP) eiste de verantwoordelijkheid voor de aanslag op en stelde dat het een wraakactie was voor een strijder die vorig jaar in Afghanistan is gedood. Enkele uren later werd dit echter tegengesproken door een woordvoerder van de TTP, die zich van de bomaanslag distantieerde en zei dat het niet hun beleid was om moskeeën, seminaries en religieuze plaatsen als doelwit te nemen. Op de claim van enkele uren geleden ging hij niet in.

    De TTP, die vermoedelijk nauw verbonden is met Al-Qaida, leidt al vijftien jaar lang een opstand in Pakistan. De terreurorganisatie vecht voor strengere handhaving van de islamitische wetten en de vrijlating van gevangenen, en is in het verleden verantwoordelijk geweest voor meerdere dodelijke aanslagen.

    Lees ook: